Home Blog Pagina 673

Henk Kraak: ‘Botlek is toch wel een beetje mijn clubje geworden’

Hij moet er zelf duidelijk ook nog een beetje aan wennen. Op zijn site staat ‘Klussenier Henk Kraak’ namelijk nog altijd als keeper van VV Spijkenisse, maar de oud-doelman is inmiddels toch alweer acht jaar lang lid van Botlek. Tegenwoordig als technische man van de selectie en dat bevalt prima.

Toch zal voor veel voetballiefhebbers de naam van de 42-jarige Kraak onlosmakelijk verbonden blijven met Spijkenisse. “Ik heb zo’n zes jaar lang als tweede doelman in het eerste gestaan en daarvoor zat ik in een vriendenteam. Dus ik ken de club goed.” Toch maakte hij een rondreisje door Voorne-Putten, zoals hij het zelf noemt. “Tot de B’tjes voetbalde ik bij Simonshaven, toen vertrok ik voor twee jaar naar Excelsior, maar ik vond voetballen met mijn vrienden toch leuker.” Via Spijkenisse keerde hij weer terug op het oude nest, na twee jaar Rozenburg en een jaartje Hekelingen streek hij neer bij Botlek. “Ze zochten een keeperstrainer en voor mij was het plezier in keepen wel een beetje minder geworden.”

249967_CPI

Goede weg

Kraak hing op zijn 34ste de keepershandschoenen aan de wilgen, pakte de handschoen als keeperstrainer op, maar na vijf seizoenen was het tijd voor iets nieuws. “Ik ben één seizoen trainer geweest van de JO19, maar dat was toch niet helemaal mijn ding.” Technische man voor de eerste selectie van de derdeklasser is dat wel. “Ik ben eigenlijk verantwoordelijk voor alle voetbaltechnische zaken. Het binnenhalen van spelers, het organiseren van trainingskampen, alles rondom de selectie probeer ik te regelen.” Vanwege corona maakte hij nog geen volledig seizoen mee, toch ziet hij een stijgende lijn. “Botlek is een gezellige vereniging, maar het sportieve aspect werd af en toe een beetje vergeten. Het ging meer om bier drinken. Nu zijn ook de prestaties weer belangrijk.” Toch mag de gezelligheid niet vergeten worden, voegt hij snel toe. “Dat gaat in de derde klasse nog altijd wel voorop, maar winnen helpt daar natuurlijk wel bij.” Hij merkt een duidelijk verschil met de tijd dat hij net binnenkwam bij de club. “Tweede klasse en alles ging vanzelf. Goede spelers kwamen en de sfeer was goed. Daarna hebben we wel in een mindere fase gezeten, met vertrekkende spelers, nu zijn we weer op de goede weg.”

Aan de rem trekken

Die goede weg zijn ze ingeslagen met een jonge ploeg, samen willen ze omhoog. “De gemiddelde leeftijd van onze groep is 21 jaar, dat kost tijd.” En dat geduld is er, vertelt Kraak. “De voorbereiding was goed, maar we zitten gewoon in een sterke competitie. Ik denk echt dat er zes of zeven ploegen zijn die mee kunnen in die tweede klasse. We doen het nu vooral met echte jongens van Botlek, dat is mooi om te zien.” De inwoner van Spijkenisse doet het dan ook met alle liefde. “Ik ben er zeker vier dagen in de week mee bezig. De trainer helpen, ik doe alles voor ze. Soms moeten ze even aan de rem trekken.” Want voetbal blijft voor hem het mooiste wat er is. “Ik houd van dat spelletje. Af en toe baal ik nog steeds dat ik het zelf niet meer kan doen. Botlek is echt mijn clubje geworden, hopelijk kan ik hier nog mooie dingen meemaken.” Daar zal hij vermoedelijk nog even op moeten wachten. “We zijn aan iets aan het bouwen, maar daar hebben we allemaal veel vertrouwen in. Dit seizoen is onze doelstelling om in de middenmoot te eindigen, maar daarvoor moeten we iedere wedstrijd honderd procent zijn. Een beetje minder en foutjes worden afgestraft.” Misschien dat zijn eigen ervaring daar nog een bijdrage aan kan leveren. “Ik was een meevoetballende keeper, met een goede trap. In een seizoen had ik best wat assists. De mooiste tijd was bij Rozenburg, maar bij Spijkenisse had ik bijvoorbeeld Adrie Poldervaart als trainer. Dat zijn mooie herinneringen.”

Fantastische functie

Na een moeizame start en een laatste plaats, moet er nu wel echt gewonnen gaan worden. “De organisatie zit goed in elkaar, we voetballen leuk, maar je moet wel wedstrijden winnen. Lovende woorden zijn mooi, maar het draait uiteindelijk om overwinningen.” Ook voor zichzelf is hij daar wel aan toe. “Ik was wel het type voetballer dat hield van een feestje, maar in het veld stroopte ik altijd de mouwen op.” Toch maakte hij niet alleen mooie momenten mee, moet hij eerlijk bekennen. “Bij Simonshaven degradeerden we eigenlijk door een fout van mij, ook dat soort dingen vergeet je nooit meer.” Als technische man heeft hij zijn draai bij Botlek helemaal gevonden en dus komt hij, als het aan hemzelf ligt, nog vele jaren op het scootertje naar de club. “Deze functie is fantastisch! Trainer zijn is eigenlijk niks voor mij, keeperstrainer deed ik vooral om de club te helpen. Hopelijk mag ik dit nog heel lang blijven doen. Zorgen dat die jongens niks tekortkomen, daar geniet ik van.”

Kik op Botlek voor het laatste artikel van de club.

Bjorn Hoek: ‘Voorzitter bij Zwartewaal? Wie weet!’

Hij is het jongste bestuurslid van Zwartewaal en volgens de huidige voorzitter de toekomst van de club. Of de 28-jarige Bjorn Hoek over een paar jaar daadwerkelijk de baas is bij de vierdeklasser weet hij zelf nog niet, voorlopig is hij prima op zijn plek als secretaris. “Ik kon voor geen meter voetballen, zo kan ik toch nog van waarde zijn.”

Toch begon Hoek, die naast Zwartewaal ook groot Feyenoord-fan is, net als iedereen met voetballen. “Vanaf mijn zesde, maar op een gegeven moment viel de ploeg uit elkaar. Dat heb je bij een klein dorpje. Ik heb na de A’tjes nog even in een vriendenteam gezeten, inmiddels ben ik al een jaar of drie gestopt.” Voor zelf voetballen was hij dus niet helemaal in de wieg gelegd, maar afscheid nemen van ‘zijn clubje’ kon hij toch ook niet. “Het is ons-kent-ons en doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. De derde helft is hier minimaal net zo belangrijk.”

Woordje klaar
Want het dorp waar hij is geboren en opgegroeid, mag straks niet zonder voetbalclub zitten. “Inmiddels woon ik in Brielle, maar ik heb hier 22 jaar lang gewoond. Je ziet dat er steeds minder dingen te doen zijn op het dorp, maar zo’n voetbalvereniging mag niet verdwijnen. Daar moet je samen naartoe kunnen blijven gaan, dat is iets sociaals. Kinderen moeten hier lekker kunnen voetballen.” En dus zet Hoek zich met alle liefde in voor Zwartewaal. “Eerst als algemeen bestuurslid. Ik had altijd wel mijn woordje klaar, dus toen zeiden ze: Als je het altijd zo goed weet, kom er dan maar eens bij zitten. Zo is het eigenlijk begonnen.” Vanaf juni 2015 keek hij een jaar of drie mee met oud-secretaris Rob Kroon, om diezelfde functie vervolgens over te nemen. “We wisten dat hij ging stoppen, dus dat was een vooraf bedacht plannetje. Nu ben ik zo’n tweeënhalf seizoen actief als secretaris.” Vanzelfsprekend hoort daar een takenpakket bij. “Tegenwoordig gaat alles wat betreft het ledenbestand digitaal. Ik ben vooral bezig met Sportlink en overschrijvingen regelen, eigenlijk een beetje het reilen en zeilen van de vereniging.” Daarvoor is hij minimaal één avond op de club, veel kan vanuit huis. “Dat ligt ook een beetje aan de periode. Bij een nieuw seizoen is het natuurlijk drukker met overschrijvingen. Nu ben ik bezig met het trainingskamp in Spanje en het innen van de contributie.”

249967_CPI

Verjonging
Naast dat hij vroeger training gaf en leider was, is hij nu ook nog actief in de kantine. “De inkoop en verkoop doe ik tegenwoordig ook, zorgen voor het assortiment.” Natuurlijk is Hoek er op zaterdag ook altijd bij, hij hoopt dat Zwartewaal die functie voorlopig nog heel lang kan vervullen. “Er zijn natuurlijk meer clubs bij ons in de buurt, dus dan is het hard knokken om je hoofd boven water te houden. Onze functie binnen het dorp mag niet verloren gaan, dat is het sociale leven van de mensen hier.” Ook financieel staat de club voor een aantal uitdagingen de komende tijd. “De kantine moet weer op slot en niemand weet wanneer we weer open mogen. Ook met de gemeente lopen bepaalde afspraken, daar houden we ons netjes aan, daar moet wel wat tegenover staan. We doen net zo goed mee.” Zijn werk geeft hem nog altijd genoeg voldoening. “Als je ziet dat iedereen het naar zijn zin heeft en plezier maakt, dat is het belangrijkste. Als de mensen klagen over heel kleine dingen, weet je dat wij ons werk goed doen.” Met het leeftijdsverschil binnen het bestuur, heeft Hoek geen enkel probleem. “Ik was 22 toen ik erbij kwam, toen stonden ze best wel even gek te kijken denk ik. Daar merk ik niks van.” Doen waar je goed in bent, zo vertelt hij. “Voetballen was niet zo mijn ding, dingen regelen wel.” Hij hoopt dan ook dat een aantal leden in zijn voetsporen treden. “Een beetje verjonging binnen het bestuur zou mooi zijn, dat is nooit slecht.” Of hij over een aantal jaar voorzitter is, durft hij niet te zeggen. “Voorlopig hebben we het prima voor elkaar en hoop ik dit nog wel een paar jaar te mogen doen. Maar wie weet als ze het ooit vragen…”

Klik voor meer artikelen over Zwartewaal.
Klik voor meer informatie over Zwartewaal.

Slikkerveer op zaterdag: een onontkoombaar besluit

Na ruim honderd jaar wisselt Slikkerveer de status als zondagclub in voor die van zaterdagvereniging. Volgens voorzitter Rinus Hitzert een onontkoombaar besluit, volgens oud-speler Ron Noordlander een goede zet met oog op de toekomst.

Een zondag half december. Het complex van de Ridderkerkse vereniging is in de mist gehuld. Op het hoofdveld speelt een lager elftal en op veld twee toont één van de twee 35-plus elftallen hun kunsten. De eerste selectie onder leiding van trainer Driss el Akchaoui maakt zich op om te gaan trainen.

phonedirect

“Dit is ons voorland”, zegt Noorlander, verwijzend naar het seizoen 2022/2023 als zowel het eerste als het tweede op zaterdag gaat spelen. “Er zullen altijd elftallen blijven spelen op zondag. Dat zal niet veranderen, maar het accent komt op de zaterdag te liggen.”

Zelf is Noorlander net terug van de uitwedstrijd tegen Dilettant, die met 8-1 gewonnen is. “Het ging wel lekker”, zegt de oud-middenvelder van de hoofdmacht, die inmiddels vijftig jaar oud is. “We spelen dit seizoen voor het eerst een klasse lager. We konden altijd goed mee in de hoogste 35-plus competitie, maar de gemiddelde leeftijd begon wel steeds meer op te lopen.”

Dat Slikkerveer koos om het prestatievoetbal op zondag achter zich te laten, liet ook Noorlander niet onberoerd. Maar hij is vooral nuchter. “Er was geen ontkomen aan. Het zondagvoetbal bloedde dood. Er zijn al zoveel verenigingen in West II naar de zaterdag gegaan dat we wel gedwongen werden tot deze keuze. Sommige oudere leden hebben er moeite mee. Dat begrijp ik wel. Maar de tijd staat niet stil. Van sentimenten kunnen we als club niet leven.”

Dominos_voorjaar2021

Toch was het geen gemakkelijk besluit, zegt voorzitter Rinus Hitzert. “Dat blijkt wel dat het besluit van het bestuur niet unaniem was.”

Volgens Hitzert liep Slikkerveer, als het op zondag was gebleven, het risico om straks het hele land doorgestuurd te worden. “Meer dan de helft van de clubs in onze huidige afdeling hebben gekozen voor de zaterdag. Er is hier in West II straks geen tegenstander meer over. We wilden het onze jongens niet aandoen dat ze ergens in Brabant moesten gaan spelen.”

Noorlander ziet nog meer voordelen van de vlucht naar de zaterdag. “Ik verwacht dat er op zaterdag meer publiek komt kijken. De publieke belangstelling op zondag liep elk jaar weer wat terug. Nu heb je kans dat de jeugd blijft hangen en bij de wedstrijd van het eerste blijft kijken. Ik denk de binding groter wordt.”

De overstap heeft wel consequenties voor de bezettingsgraad op zaterdag. Er moet immers meer wedstrijden worden gespeeld. “We hebben een veld meer nodig”, zegt Hitzert. “Met drie velden en een pupillenveldje redden we niet meer”, vult Noorlander aan.

Ook het huidige aantal kleedkamers (12, waarvan er acht zijn gerenoveerd – de laatste vier volgen -) is volgens Hitzert en Noorlander niet toereikend. Daarom heeft de club het plan gevat om naast het clubgebouw een nieuw gedeelte aan te bouwen. “We zijn er al een tijdje mee bezig”, zegt Noorlander, die, als er een grote klus te doen valt, het voortouw neemt. “De plannen zijn er, de tekeningen zelfs al. Het is de bedoeling dat we zes kleedkamers krijgen. We willen, als het even kan, in april en mei starten. Uiteraard doen we zo veel mogelijk zelf.”

Noorlander draagt bij zijn club meerdere petten. Want behalve dat hij al meer dan tien jaar met zijn bedrijf Frenoflex (kunststofvloeren) hoofd- en shirtsponsor van Slikkerveer is, is hij ook één van de trekkers achter de Vrienden van Slikkerveer. “De leden betalen jaarlijks een x-bedrag. Daar doen we leuke dingen voor en met elkaar en er gaat ook een deel naar de vereniging.”

Zo werd de bestuurskamer – in vrij oubollige staat – volledig opgeknapt en omgetoverd tot een gezellig bruin café. “Die hele verbouwing kostte de club geen cent”, zegt Noorlander vol trots.

 

Hier lees je het meest recente artikel van sv Slikkerveer

De Zeeuw en Den Broeder blij bij Vlotbrug

Ze spelen allebei pas voor het tweede seizoen bij Vlotbrug, maar voelen zich inmiddels al helemaal thuis. Zelfs zo erg, dat Ryan de Zeeuw en Lester den Broeder niet alleen deel uitmaken van de eerste selectie, maar ook training geven aan de JO15 van de club. En dat enthousiasme spat ervan af.

Na een ‘heel leven’ bij Hellevoetsluis, besloot de negentienjarige Den Broeder om toch maar eens ergens anders te gaan kijken. Het werd Vlotbrug en met succes. “De onderlinge sfeer is echt goed, ik heb het heel erg naar mijn zin.” De oudste van de twee, De Zeeuw is 21, had wat meer omzwervingen nodig. “Begonnen bij Nieuwenhoorn, een jaar of vijf bij ‘Hellevoet’, terug naar Nieuwenhoorn en uiteindelijk naar hier.” Pas bij Vlotbrug speelden ze samen, vertelt Den Broeder. “Ik heb wel een keertje meegetraind bij het eerste, maar normaal zat ik altijd een team lager.”

249967_CPI

Beste vrienden

Voor De Zeeuw was zijn nieuwe club eigenlijk al bekend terrein. “Mijn broer speelde er al een tijdje, dus ik ging vaak kijken. Eigenlijk wilde ik er zelf altijd al gaan voetballen.” Toen ook zijn beste vriend ging, was hij om. “Het is één grote familie, na twee trainingen voelde ik mij hier helemaal thuis.” Ook het niveau van de trainingen bevalt ze prima. “Je hebt elke week het gevoel dat je beter wordt.” Behalve op het veld, weten ze elkaar ook daarbuiten prima te vinden. De twee beste vrienden omschrijven elkaar dan ook zonder moeite. “Ryan is een echte verdediger, daar kan ik nog wel wat van leren.” En dat terwijl Den Broeder aan de andere kant op linksback staat. “Lester was vroeger linksbuiten, dus is aanvallend een stuk sterker dan ik. Dat zou ik graag een beetje van hem willen hebben.” Maar zijn kompaan, van zichzelf heel rustig, is andersom weer jaloers op de kwaliteiten van zijn ‘collega-back’. “Hij heeft echt een goede pass en is in de kopduels sterk. Ik zou wel net zo goed willen kunnen koppen.” Toch vallen de resultaten van de derdeklasser nog een beetje tegen, maar daar heeft De Zeeuw wel een verklaring voor. “We hebben een lastig programma gehad en zitten gewoon in een zware competitie. Blessures helpen ook niet mee, maar ik heb er vertrouwen in dat we ons gaan handhaven.”

Enthousiasme

Genoeg over hun prestaties op het veld, tijd voor die daar net buiten. Want nadat ze vorig jaar meeliepen bij de JO13, zijn ze nu verantwoordelijk voor de JO15. De Zeeuw wist dan ook meteen met wie hij dat graag zou willen doen. “Ik wilde het alleen doen met mijn ‘maatje’. Dat was duidelijk.” Gelukkig voor hem stond ook Den Broeder te springen. “Vroeger heb ik mijn neefjes getraind, dus ik vond het altijd al leuk om te doen. Het is mooi om de dingen die je zelf hebt meegemaakt, over te brengen op die gasten.” Ze vullen elkaar perfect aan. “We zijn gelijk, maar ik praat iets meer. Ook op het veld, haha. Lester is de hersenen, ik ben de mond.” Ondanks hun jonge leeftijd, zijn ze toch behoorlijk ‘streng’. “Geen enkele bal mag fout. Conditioneel trainen we best wel zwaar en de nadruk ligt op de basistechniek. Alleen dan kun je het spel versnellen.” Alleen op maandag en woensdag zien ze elkaar niet, maar dan spreken ze elkaar natuurlijk alsnog. “Of over ons eigen team, of over die gasten. Wat kan er beter en wat moet er nog geregeld worden? Lekker ouwehoeren.” Doordat ze zelf nu zo fanatiek bezig zijn met het trainersvak, begrijpen ze ook hun eigen trainer nog een stukje beter. “Je merkt nu hoe vervelend het is als spelers geen inzet tonen of makkelijk afzeggen. Je moet er gewoon elke training zijn en keihard je best doen.” Aan het enthousiasme is duidelijk te merken dat dit niet hun laatste klus zal zijn. “Mijn ambitie is wel om door te groeien en misschien zelfs mijn papieren te halen. Ik haal er zoveel plezier en voldoening uit”, zegt De Zeeuw. Ook Den Broeder ziet het helemaal voor zich. “Meegroeien met het team, dat lijkt mij wel wat!”

Klik voor meer artikelen over VV Vlotbrug.
Klik voor meer informatie over VV Vlotbrug.

Nick Geluk heeft nieuwe roeping bij Slikkerveer

Nick Geluk (30) hangt na dit seizoen zijn kicksen aan de wilgen, maar verloren voor Slikkerveer gaat hij niet. Hij is het nieuwe bestuurslid technische zaken die de club het zaterdagvoetbal in moet leiden.

Geluk maakt dit seizoen nog ‘gewoon’ deel uit van de eerste selectie van de Ridderkerkse vereniging, terwijl hij binnenkort ook aan zijn nieuwe functie begint. “Formeel moet mijn kandidaatschap nog door de ledenvergadering bekrachtigd worden, maar ik ben me al het inwerken”, zegt hij.

Dominos_voorjaar2021

Zijn rol als speler van het eerste is dit seizoen beperkt tot wat hij zelf noemt ‘de ideale twaalfde man’. “Ik heb met trainer Driss el Akchaoui afgesproken dat hij mij als invaller kan inzetten waar hij denkt dat nodig is. Als we voorstaan als extra slot op de deur, als we achterstaan en een breekijzer nodig hebben in de aanval.” Zo was hij dit seizoen al van waarde met doelpunten zoals tegen Irene’58.

“Ik hoop ook in het vervolg van de competitie nog van waarde te kunnen zijn. En wie weet wat er aan het einde van het seizoen nog in het vat zit.” Na negen speelronden staat Slikkerveer op de vijfde plaats in de derde klasse op maar twee punten van nummer twee SC Emma.

Geluk groeide de afgelopen seizoenen toe naar een afscheid. “Ik ben drie seizoenen geleden bewust teruggekeerd naar Slikkerveer, de club van mijn vrienden. Ik speelde bij Sportclub Feyenoord en had er de opmars van de vierde naar de eerste klasse meegemaakt. Op een gegeven moment gingen andere dingen in het leven tellen. Werk, maar ik ben ook iemand die graag rondreizen maakt. Ik ben de afgelopen jaren al op diverse plekken geweest, Amerika, Canada, China, Georgië. Rugzak op en gaan. Ik heb dus ook de wat minder bekende landen gedaan. Georgië en China waren heel bijzonder. Georgië is een prachtig land dat de beste wijnen van de wereld produceert.”

phonedirect

Dat hij als voetballer is opgebrand heeft ook te maken met zijn jeugd. Via SC Feyenoord schopte hij het tot de belofenploeg van de stichting. Hij speelde er met onder anderen Jordy Clasie en Jefferson Cabral. Waar die spelers de weg naar De Kuip vonden, koos Geluk voor een andere weg: die van studie op de Universiteit van Leiden. “Ik had ook kunnen proberen om bij een club in de eerste divisie een contractje af te dwingen, maar een studie volgen leek mij duurzamer.”

In zijn Feyenoord-tijd kon Geluk worden gekarakteriseerd als een ‘pijlsnelle’ linksbuiten. “Dat is wat minder geworden”, zegt hij met een lach. “Gaandeweg ik ouder ben geworden, ben ik ook verder in het elftal gezakt. Ik heb het geluk gehad dat ik nooit blessures heb gehad. Kleine pijntjes daar liep ik mee door. Ik ben van de categorie dat met een spierblessure in mijn bovenbeen gewoon speelde.”

Als bestuurslid technische zaken moet hij de gang van zondag naar zaterdag begeleiden. Vanwege de mogelijkheid horizontaal over te stappen, is het Slikkerveer veel aan gelegen om een goed klassement neer te zetten. “Het is geen seizoen voor spek en bonen”, erkent Geluk. “De derde klasse lijkt me wel veilig, maar wie weet kunnen we nog meedoen om promotie naar de tweede klasse. Ik vind dat je altijd het hoogste moet nastreven. Of we goed genoeg zijn voor de zaterdag-tweede klasse zien we later wel weer.

Klik op sv Slikkerveer voor een ander artikel

 

Lakerveld van Vierpolders scoort door blessure nu buiten het veld

Je staat door een blessure minimaal drie maanden buitenspel, maar probeert toch betrokken te blijven bij het team. Wat doe je dan? Jesper Lakerveld van VV Vierpolders had weinig tijd nodig om op die vraag een antwoord te vinden. De topscorer helpt daarom sinds kort de leiders bij het eerste en pakt groots uit voor het 90-jarig jubileum van de club.

Hoewel er officieel nog een aantal wedstrijden gespeeld moeten worden, heeft de 28-jarige aanvaller eigenlijk al een soort van winterstop. “Begin oktober heb ik mijn lies gescheurd, daardoor kan ik zeker drie tot vijf maanden niet spelen. Gelukkig maak ik met de fysio grote stappen vooruit.” Op een training, tijdens het afwerken ging het mis. “Het schoot er echt in, voelde ook meteen dat het niet goed was. De volgende dag ging ik met een groepje gasten naar Letland-Nederland, daarna was heel mijn been blauw.”

Even wennen
Een scan bood al snel uitkomst, maar niet helemaal waar Lakerveld op had gehoopt. “Hij was voor een derde gescheurd, dat kost dus behoorlijk wat tijd.” Tijd die hij in zijn zevende seizoen bij de club eigenlijk niet heeft, want de pech blijft hem achtervolgen. “Tijdens de eerste competitiewedstrijd liep ik een hoofdwond op, dus eigenlijk heb ik nog nauwelijks kunnen spelen. Het is wat dat betreft echt een pechjaar voor mij.” Via Brielle 2 kwam hij een jaar of zeven geleden in Vierpolders terecht. “Dat was eigenlijk een soort vriendenteam, maar we wilden graag in een eerste elftal spelen. Toen hebben we gezamenlijk, met een mannetje of veertien, besloten om hierheen te komen. Een kennis zat in de TC en Jerry de Jong, een oud-jeugdtrainer, was hier toen trainer. Die gooide ieder jaar wel een balletje op, toen hebben we het uiteindelijk maar gedaan.” Zoals ieder begin, was ook deze even moeilijk voor Lakerveld. “Je bent Brielle gewend en opeens voetbal je onderin vierde klasse. Alles was hier wat minder goed geregeld, ook qua faciliteiten. Maar we hebben stappen gezet, eigenlijk is er niks om over te klagen.” Klagen doet de spits dan ook zeker niet. “Het is een kleine en gemoedelijke club, met een gezellige sfeer. Echt ons-kent-ons. Ik heb het hartstikke goed naar mijn zin, van dat vriendenteam zijn er nog een stuk of twaalf over.”

249967_CPI

Op scherp zetten
Desondanks zijn de prestaties niet om over naar huis te schrijven en dus vreet de inwoner van Brielle zich regelmatig op langs de zijlijn. “Als het niet draait, sta je natuurlijk nog veel liever in het veld, om te kunnen helpen. Soms staan we wel met een mannetje of zeven langs de kant te kijken, allemaal geblesseerd. Dat valt niet op te vangen.” De doelstelling lag voorafgaand aan het seizoen dan ook een stukje hoger. “We gingen voor de eerste zeven en als alles mee zou zitten, misschien wel voor een periode. Toch heb ik er nog wel vertrouwen in, het gat met de ploegen boven ons is niet zo groot. Paar keer winnen en je staat er weer bij.” Aan zijn inzet buiten de lijnen zal het in ieder geval niet liggen. “Ik kon het altijd al goed vinden met onze leiders, dus toen ik geblesseerd raakte zei ik: kan ik jullie niet helpen?” En zo gebeurde. “Alles klaarzetten en regelen. De kleding, de pupil van de week begeleiden, ballen pompen en het veld uitzetten. Je probeert toch betrokken te blijven.” Lakerveld ‘komt dan ook niet om half drie aankakken’, vertelt hij. “De voorbereiding op een wedstrijd wil ik ook gewoon meemaken, die jongens een beetje op scherp zetten.” Ook voor het 90-jarig jubileum steekt hij zijn handen uit de mouwen. “We zitten met een mannetje of zes in de feestcommissie, want we zijn wel van plan om het groots aan te pakken. Zeker voor zo’n klein clubje is 90 jaar wel echt uniek.” Inmiddels spelen ze al een tijdje in de derde klasse, de promotie weet hij nog goed. “Dat is wel echt een hoogtepunt, dat hadden ze hier nog nooit meegemaakt.” Tot slot hoopt de doelpuntenmaker van beroep er snel weer bij te zijn. “Ik mik op de eerste wedstrijd na de winterstop, voorlopig lig ik op schema!”

Klik voor meer artikelen over VV Vierpolders.
Klik voor meer informatie over VV Vierpolders.

Michael Fabrie van vv Smitshoek gaat er altijd voor

Smitshoek sloot het eerste deel van de competitiehelft af op een voor Smitshoek-begrippen mooie vierde plaats in de hoofdklasse. “Het kan altijd beter”, vindt doelman Michael Fabrie.

Op de zaterdagtraining van Smitshoek spatten de vonken er vanaf. Het is maar een partijtje, gaat niet op voor Fabrie (24), die het onderlinge potje speelt alsof hij de belangrijkste wedstrijd van zijn leven speelt. “Ik heb een ontzettende hekel aan verliezen”, zegt hij. “Dat is volgens mij een goede eigenschap. In het begin moesten mijn medespelers wel even aan mijn fanatisme wennen, maar inmiddels weten ze wet wat ze aan mij hebben, haha.”

Dominos_voorjaar2021

Smitshoek heeft bepaald geen kat in de zak gekocht met het vastleggen van de 24-jarige Barendrechtse doelman. En andersom voelt Fabrie zich thuis bij een club die ambities heeft en in de toekomst hogerop wil. “Ik was op zoek naar een club in de buurt. Ik kan geen zin om drie keer per week een uur heen en een uur terug te reizen van en naar de training. Ik moet de volgende dag om zeven uur mijn bed weer uit.”

Fabrie wordt dan verwacht in het familiebedrijf van zijn ouders: Fabriecio, een groothandel in sanitair. “Ik werk er al heel wat jaartjes, maar sinds dit jaar fulltime. Ik had de beste baas die er te vinden was: mijn eigen vader. Ik kon mijn werktijden aanpassen aan de trainingen bij Sparta.”

phonedirect

Dat zijn avontuur bij Sparta afgelopen zomer ten einde kwam, was even slikken. “Ik baalde natuurlijk toen ik van de club te horen kreeg dat mijn contract niet verlengd zou worden. Ik heb tien jaar bij Sparta gespeeld en zeven jaar met de selectie meegetraind. De laatste vijf seizoenen was ik lid van de A-selectie.” Fabrie stond op de loonlijst als tweede of derde keeper. Hij had Roy Kortsmit, Benjamin van Leer,  Maduke Okoye, Tim Corremans, Ariel Harush,  Jannik Huth, Leonard Nienhuis en Michael Verrips als collegakeepers. Tot doelman van Sparta 1 in een officiële wedstrijd schopte hij het nooit. Wel speelde hij in Jong Sparta in de tweede divisie. “In ons eerste seizoen in de tweede divisie stonden we halverwege de competitie bovenaan. Na de winterstop vertrok echter de ene na de andere speler naar een eerste divisieclub, waardoor we afzakten in het klassement.”

Fabrie heeft geen slecht woord over voor Sparta, waar hij mocht trainen onder Dick Advocaat en Henk Fraser. “Ik was een tijdje geleden nog even op het Kasteel omdat een medewerker afscheid nam. Het was alsof ik gisteren was vertrokken. Sparta is een familie voor mij, ik heb er tien jaar rondgelopen.”

Hij had het na zijn vertrek uit Spangen kunnen proberen bij een club in de eerste divisie. Dat zag de één meter 93 lange doelman niet zitten. “Ik heb er discussies over gehad met mijn zaakwaarnemer, maar ik zie mezelf, met alles respect, niet verhuizen naar de andere kant van het land.”

Smitshoek stond snel bij hem op de stoep. Trainer Edwin de Koning belde zelf. “Dat vond ik fijn, meestal gaat het contact met een technische commissie. Smitshoek had een goed verhaal. De club is ambitieus en wil hogerop. Dat wil ik ook. Eén plus één is twee.”

Voor een recent artikel, klik op vv Smitshoek

 

Pascal Klok en John Stravers trainers van de JO12 van Rockanje

Net als bij veel voetbalclubs liggen ook bij Rockanje de vrijwilligers niet voor het oprapen en dus wordt er voor het geven van training en het coachen van wedstrijden vaak een beroep op ouders gedaan. Bij de JO12 is die eer weggelegd voor Roland Riesmeijer, Pascal Klok en John Stravers en inmiddels zijn de mannen net zo fanatiek als hun spelers. “Soms zeggen we tegen ze: vragen we niet te veel van jullie?”

249967_CPI

Trainer zijn van je eigen kind, daar komt een hoop bij kijken weten ze inmiddels. “Vaak is het verstandiger om het door één van de andere trainers te laten zeggen”, lacht Roland. Pascal vult hem aan. “Ze zitten nu tegen puberen aan, dus dat kan soms best lastig zijn. Dan is het fijn als een keer iemand anders het zegt. Zie je wel, hoor je het eens van een ander, haha!” Het fanatisme druipt er dan ook vanaf bij de drie heren. “We zijn echt strijdlustig om te winnen.”

Goede lichting

Tot thuis aan toe, maar gelukkig zijn daar bij Roland (42) duidelijke afspraken over gemaakt. “Ze werden er op een gegeven moment gek van. Dus alleen op de voetbal, thuis even niet meer.” Collega Pascal herkent dat als geen ander. “Ik kon er echt wel een weekend ziek van zijn als we verloren, maar dat had mijn zoon ook. Dat was dan niet een heel lekker begin van het weekend, inmiddels hebben we dat allebei een beetje los kunnen laten.” Gelukkig zijn de nederlagen schaars, vertelt John. “Het is echt een goede lichting. We hebben drie spelertjes van tien jaar, maar het loopt hartstikke goed en ze maken elkaar beter. Ze gaan nu ook steeds meer coachen, gewoon om te helpen.” En dus geniet de 41-jarige Pascal ieder weekend opnieuw. “Het leukste is natuurlijk als je ergens op traint, dat je dat op zaterdag terugziet in de wedstrijd. Iedereen wil winnen, maar ze zijn vooral bereid om veel voor elkaar te doen, dat is mooi om te zien.” Hoe ouder ze worden, hoe meer ze van het spelletje gaan begrijpen. “Je kunt nu veel meer met ze over voetbal praten. Positiegericht, maar ook in het zoeken van de makkelijke oplossing.” Dat is terug te zien tijdens de trainingen, die volgens een redelijk vast schema worden afgewerkt. John (41) is vaak verantwoordelijk voor de conditietraining en krachtoefeningen op maandag. “Dat vinden we toch wel heel belangrijk. Eén keer in de maand doen we een piepjestest.”

Rondje uitdelen

Ook de wedstrijd van zaterdag wordt absoluut niet vergeten, vertelt Roland. “We doen altijd een nabespreking en dan weten ze precies wat er beter kan.” Na de evaluatie is het tijd om anderhalf uur aan de slag te gaan, vaak met positiespelletjes, maar niet voordat er minimaal drie rondjes zijn ingelopen. “Ze zitten allemaal bij elkaar op school, dus ze hebben al heel de dag samengezeten. Die wil je niet in één klas hoor, haha! Dan laten we ze eerst even uitrazen.” Ontwikkeling staat centraal. “Die mannetjes willen zelf natuurlijk het allerliefste winnen. Het belangrijkste is dat we het leuk houden”, aldus John. Maar vooral competitief, vullen ze meteen aan. Het latje trappen is dan ook populair. “Als ze één keer de lat raken, ontkomen ze aan een half rondje rennen. Maar als ze hem twee keer raken, mogen ze er eentje uitdelen. Nou, die delen ze graag uit hoor!” Plezier staat dus absoluut voorop, dat heb je het meeste als je wint. Dat doen ze dus regelmatig. “Deze competitie hebben we acht van de negen wedstrijden gewonnen, maar omdat we één keer gelijkgespeeld hebben, mogen we niet naar de eerste klasse. Terwijl dat eigenlijk beter zou zijn voor hun ontwikkeling.” Niet alleen bij de spelers, maar ook bij de trainers straalt het plezier ervan af. “Het blijft gewoon ontzettend leuk om te doen, helemaal in deze periode dat er weinig mag.” Pascal vult tot slot aan. “Iedereen is van harte welkom om een keertje mee te trainen bij Rockanje, als we daar iemand blij mee kunnen maken, is dat alleen maar mooi!”

Klik op Rockanje voor het laatste artikel van de club.

BJ Groenenboom: Keeperstalent met een missie bij Spijkenisse

Voor wie een beetje bekend is bij Spijkenisse, zal de naam BJ Groenenboom vermoedelijk meteen een belletje doen rinkelen. Volledige naam Bryce Joshua, maar zeg maar ‘BJ’. De negentienjarige doelman maakte vorig seizoen zijn debuut in de hoofdmacht, is daarnaast keeperstrainer voor de jeugd en heeft een opmerkelijk idool. “Dat had je niet verwacht, hè?”

249967_CPI

Voor wie de jongeling zo hoort praten zou denken dat hij geboren is op het sportpark van Spijkenisse, maar toch is dat niet helemaal waar. Sterker nog, hij begon ergens anders met voetballen. “Bij Hekelingen, tot de F’jes. Toen vroegen ze of ik hier kwam voetballen.” En ondanks dat hij nu keeper is, deed hij dat toentertijd nog als voetballer. “Tot mijn twaalfde heb ik gevoetbald, maar toen ik buiten de selectie viel ben ik gaan keepen.”

Van gedroomd
Zijn vriendje uit de straat stak hem aan. “Hij deed het ook, dus dat wilde ik wel een keertje proberen. Toen kwam ik bij Spijkenisse in de D1 en zeiden ze: blijf jij maar lekker op doel staan!” Zogezegd, zo gedaan. In al die jaren bouwde hij een hechte relatie op met de mensen bij de club. “Ik ken ze denk ik allemaal. Van de JO9 tot aan het eerste. Van maandag tot zaterdag ben ik op de club, ik denk dat ze soms wel gek worden van mijn kop, haha.” Maar niet alleen met de trainers onderhoudt hij een warme band. “Ook mensen in de kantine en de materiaalmannen. Het is een warme club, waar iedereen het beste met je voor heeft.” En dus is het ondertussen echt zijn club geworden. “Ik word al kind van de club genoemd.” Als kind van de club maakte Groenenboom vorig seizoen dus zijn debuut voor het vlaggenschip, hij weet het nog precies. “In de tachtigste minuut kreeg onze keeper rood. Ik zat voor de eerste keer op de bank, mag je meteen dat veld in. Mijn hart ging als een gek tekeer. Jammer genoeg pakte ik die pingel niet, maar het was een fantastisch moment.” De eerste keeper in meer dan tien jaar die vanuit de jeugd zijn debuut maakt in het eerste, iets waar hij altijd al van droomde. “Als klein jochie stond ik met vlaggen en fakkels achter het doel. Te kijken bij jongens als Van Dommelen, nu sta je er ineens samen mee op een veld.” Dit seizoen wisselt hij een plek op de bank bij de A-selectie af met minuten bij de O23, daar is Groenenboom wel blij mee. “Zo kun je toch minuten blijven maken, al is het verschil wel groot.”

Eerste doelman
Sowieso is de stap naar de senioren geen kleintje, vertelt hij. “Ik ben voor een keeper niet de grootste, soms lopen ze je nog net niet omver. En ik ga niet zomaar tegen iemand van 30 roepen wat hij moet doen.” Ook de schoten op doel zijn anders. “Veel meer geplaatst.” Over zijn kwaliteiten is hij duidelijk. “Een meevoetballende keeper met een goede reflex. Ik houd ervan om een spits uit te kappen, gelukkig is dat nog altijd goed gegaan, haha.” Zijn voorbeeld als doelman verwacht niemand. “Dat is Kostas Lamprou. Ik ben zelf ook maar 1,78m dus ik kijk graag naar keepers die ook niet zo groot zijn. Van hem zou ik echt willen weten hoe hij traint qua explosiviteit en sprongkracht.” Groenenboom trainde nog eens een jaartje mee bij RKC, zijn doel voor de toekomst is duidelijk. “Eerste doelman worden bij Spijkenisse. Hopelijk zo snel mogelijk en dan kijken waar ik kan komen.” Daarvoor moeten er nog een paar dingen beter. “Nog hoger kunnen springen en vooral wat brutaler worden, nu ben ik nog te lief.” Ondertussen helpt hij keepers van de Spijkenisse Academy ook om beter te worden. “Nu al voor het vierde seizoen. Ondanks dat ik soms bijna even oud ben, gaat dat heel goed. Het is mooi om te zien hoe ze groeien als keeper.” En het werpt zijn vruchten af. “In die vier jaar zijn er al twee jongens naar een BVO gegaan, dat geeft veel voldoening.” Ook daar heeft de makkelijke prater voor in de toekomst al over nagedacht. “Ik wil mijn keeperspapieren gaan halen en hopelijk ooit keeperstraining geven bij een profclub!”

Klik voor meer informatie over VV Spijkenisse.
Klik voor meer artikelen van VV Spijkenisse.

Vrouwentak Smitshoek bereikt mijlpaal: vijftig jaar

Bij VV Smitshoek waren ze er vroeg bij. Op de elfde van de elfde van 1971 vierde Zuid-Nederland carnaval, maar werd in het dorpje onder de rook van Rotterdam gestart met voetbaltrainingen voor vrouwen, waar dat in de wijde omgeving nauwelijks gebeurde. Vijftig jaar later zijn sommige families nu al ruim drie decennia of zelfs langer bij de club uit Barendrecht betrokken.

De nu 79-jarige Coby van Doesburg komt nog bij elke thuiswedstrijd van het eerste team kijken en regelmatig klaverjassen. Toen ze iets meer dan een halve eeuw geleden met Koos trouwde ging ze wekelijks mee naar VV Smitshoek. “Voordat Koos met mij trouwde, was hij al met Smitshoek getrouwd”, grapte Coby al eens. In de keuken van hun huis maakten Koos en zij samen met Joop Nootenboom de weekbrief begin jaren ’70. “Die werden vermenigvuldigd met een stencilmachine, die Koos bij bedrijven op de kop tikte die een kopieerapparaat aangeschaft hadden. Op een avond vroeg Paul tijdens het maken van een nieuwsbrief: Is het niets voor jou om ook te gaan voetballen?”. Van Doesburg, die eerder gekorfbald had, vond dat een leuk idee en benaderde kennissen in de buurt met de vraag of ze ook zin hadden om te gaan voetballen. In november 1971 was het zover en begon een enthousiaste groep vrouwen te trainen. “Op 10 mei 1972 speelden we onze eerste officiële wedstrijd tegen het Rotterdamse ASB. Die wonnen we met 2-1. Dat moest ik wel in een schrift opzoeken”, lacht Van Doesburg. “Het is zo lang geleden dat ik me dat niet meer herinner. Op de vliering heb ik veel spullen bewaard, maar één schrift met artikelen is helaas nooit meer teruggegeven nadat ik het uitgeleend had.”

phonedirect

Generaties

De namen van meiden waarmee ze in de beginfase speelde kan ze nog wel voor de geest halen. Ankie Stolk, Coby Fase en Margriet Fokkema. Een paar weken geleden was er een kleine bijeenkomst met deze vrouwen en speelsters van latere generaties om het 50-jarig jubileum toch bescheiden te vieren ondanks de coronabelemmeringen.

Tussen haar bewaarde spullen vond Van Doesburg ook drie bladzijden met de tekst van een lied dat de Smithoekse dames zongen tijdens het eerste lustrum. ‘Het is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je zo goed voetbalt als ik’ op de melodie van het hit van de bekende zanger Peter Blanker.

Met dochter in één team

“We kregen een bosje bloemen en gingen samen op de foto, nadat de voorzitter het nodige had voorgelezen over de historie van het damesvoetbal binnen Smitshoek. Sommigen hadden vooraf eigenlijk weinig zin om voor bloemen naar het clubhuis te komen. Maar achteraf waren ze blij dat ze erbij waren, want het werd een gezellig weerzien met oude verhalen ophalen met elkaar.”

Coby speelde een tijd met haar oudste dochter Miranda in hetzelfde team. “Ik stond op doel. Ik had daarvoor immers jaren gekorfbald”, lacht Van Doesburg. Dochter Erica ging ook voetballen bij Smitshoek, maar speelde nooit samen met ‘clubmoeder’ Coby, die op haar veertigste de voetbalschoenen aan de wilgen hing. Haar drie kleinkinderen zijn nog niet op de velden van Smitshoek actief geweest. “Ze doen aan schaken en speerwerpen en kogelstoten en ééntje doet niet aan sport.”

Dominos_voorjaar2021

Een kroeg en een voetbalclub

Ook speelsters van een generatie later dragen Smitshoek nog steeds een warm hart toe. Mirjam Jansens werd geboren en getogen in Smitshoek en begon circa 33 jaar geleden met voetballen bij de plaatselijke club. “Smitshoek was toen nog een gehucht met vijfhonderd inwoners, een kroeg en een voetbalvereniging, die ook onderdak bood aan een knutselclub. Als je een andere sport wilde doen zoals korfbal of hockey moest je naar Rotterdam of Barendrecht. Ik heb circa tien jaar bij VV Smitshoek gespeeld. Ik kreeg in die periode een relatie met Martin (Booij, red.) en die maakte een overstap naar Groote Lindt in Zwijndrecht. Juist op dat moment waren we na een bloeiperiode met drie damesteams flink gekrompen en was er overleg om als zevental verder te gaan”, herinnert de 46-jarige Jansens zich. “Ik ging toen met Martin mee, maar ben later bij Smitshoek teruggekeerd in een zaalvoetbalteam. Toen ik moeder werd ben ik gestopt. Maar de historie herhaalt zich. Want toen onze zoon Twan vijf werd wilde hij gaan voetballen. Natuurlijk namen we hem mee naar VV Smitshoek, omdat we de club goed kennen en dus ook veel andere ouders. Onze 13-jarige dochter Fenna is onlangs bij Smitshoek begonnen met voetballen, nadat ze jaren gehockeyd had.” Of VV Smitshoek in haar hart zit? “Zeker weten, ik voel me een echte Smitshoeker”, reageert ze stellig.

Reünie in mei 2022

“In 1995 werd het eerste meisjesteam opgericht”, herinnert Linda van Dongen zich. Van Dongen, éém van de medewerkers van de clubshop, bereidt samen met anderen een reünie voor, die rond 10 mei 2022 gepland staat. “Oud-spelers en huidige leden zijn welkom en geïnteresseerden kunnen zich nu al aanmelden bij Smitshoek, zodat we hun gegevens alvast hebben. In mei moet het een groot feest worden tijdens de reünie als corona het toelaat, omdat het dan vijftig jaar geleden is dat op 10 mei 1972 de eerste wedstrijd gespeeld werd. We gaan dan natuurlijk ook het lied ‘Smitshoek bovenaan’ zingen dat door een damesteam geschreven is. We hebben er zin in, want Smitshoek is een betrokken familievereniging met veel vrijwilligers.”

 

Lees hier een ander bericht over VV Smitshoek