Home Blog

Molenschot terug in vierde klasse: ‘Eén grote vriendengroep’

0

Na een afwezigheid van twee jaar, keert Molenschot komend seizoen weer terug in de vierde klasse. Want nadat de ploeg eerder worstelde met blessures, was de groep nu veel vaker compleet. En precies dat, maakte het verschil, vertelt topscorer Nick van Oosterwijk. “Als iedereen fit is, kunnen we echt leuk voetballen.”

Het resultaat? “Een goed seizoen, met hier en daar wat ups en downs.” En dus promotie naar de vierde klasse. “Ons doel was om sowieso de nacompetitie te halen, en omdat we derde werden, hoefden we alleen de finale te spelen.” Een finale die, dankzij een treffer van de 27-jarige Van Oosterwijk, met 2-1 werd gewonnen van Netersel. “Drie seizoenen geleden zijn we natuurlijk gedegradeerd. Als je dan, na een jaar waarin het niet goed ging, nu weer promoveert, is dat heel mooi.”

Doelpunten

Maar behalve mooi, heeft Van Oosterwijk er ook een logische verklaring voor. “In het eerste seizoen terug in de vijfde klasse, werden we tiende. Puur omdat we te maken hadden met veel blessures. Nu was iedereen fit.” En stond er in de persoon van Martijn Malinka, een nieuwe trainer voor de groep. “Die frisse wind heeft ons goed gedaan!” Zowel op, als buiten het veld. “We zijn allemaal vrienden van elkaar. Maar daarnaast, kunnen we ook echt leuk voetballen. Dat is de belangrijkste reden dat we gepromoveerd zijn.” Al doet Van Oosterwijk daarmee zichzelf, als topscorer toch stiekem eigenlijk wel een beetje tekort. Want met twintig doelpunten, droeg de linksbuiten een aardig steentje bij aan het succes. “Als aanvaller moet je altijd doelpunten willen maken. Dus dat is wel iets waar ik veel mee bezig ben.” Aan zijn kwaliteiten, zal het in ieder geval niet liggen. “Ik ben snel, zoek graag mijn man op, heb een goed schot en een aardige techniek.” Of het genoeg is voor een stapje hogerop? De inwoner van Molenschot schat in van wel. “Ik denk zeker dat we leuk mee kunnen doen in de vierde klasse. Je speelt in ieder geval tegen leukere elftallen en veel dorpsclubjes.” Een voorspelling, durft Van Oosterwijk alvast wel te doen. “Onze eerste insteek moet handhaving zijn. Maar dat gaat lukken!”

Een feest

Al is het alleen maar, door de ongekende teamspirit, legt de goalgetter uit. “Eigenlijk is ons team één grote vriendengroep.” Vertrekken bij de club uit Molenschot, deed Van Oosterwijk dan ook nooit. “Ik speel nu tien jaar in het eerste, en heb daarvoor altijd in de jeugd gespeeld.” Nooit ergens anders gevoetbald, lieten geïnteresseerde clubs hem soms wel eens twijfelen. Is hij eerlijk. “Maar uiteindelijk dacht ik dan toch altijd: waarom zou ik daar gaan voetballen? Ik heb het hier naar mijn zin en het is iedere keer een feest om met die gasten te gaan trainen. Dan vind ik het leuker om hier te spelen en na afloop lekker wat met die mannen te drinken.” Zorgen, hoeven ze zich bij Molenschot dan ook niet te maken. Stelt Van Oosterwijk iedereen gerust. “Ik ga hier nooit meer weg!”

Sipkens hoofdtrainer van JEKA: ‘Was het doel’

0

Na veertien jaar als jeugdtrainer bij de club, staat Noël Sipkens vanaf dit seizoen als eindverantwoordelijke voor de groep bij tweedeklasser JEKA. Een stap waar de pas 31-jarige trainer maar wat blij mee is. “Ik voelde dat ik eraan toe was.”

Dus toen die kans op zijn pad kwam, had de inwoner van Teteringen niet al te lang nodig, om na te denken. “Ik voetbal sinds mijn vijfde bij JEKA, en vanaf het moment dat ik jeugdtrainer werd, was dit het einddoel. Om uiteindelijk hier, hoofdtrainer te worden van het eerste elftal.” In het bezit van zijn VC3, voelde Sipkens zich de afgelopen jaren dan ook niet of nauwelijks aangetrokken tot het trainen van de jeugd bij een BVO. “Wat dat betreft ben ik een echte clubman.”

Niet veel anders

En gezien zijn band met de club, is daar geen woord aan gelogen. “Ik ben hier nu in totaal veertien jaar lang jeugdtrainer geweest, dus ik heb zo’n beetje alle jeugdelftallen wel gehad en ken alle ins en outs van de vereniging.” De laatste twee jaar de O19 onder zijn hoede, voelde Sipkens dat hij er nu écht aan toe was. “Ik heb de afgelopen jaren hier en daar al wel vaker eens wat gesprekken gehad, maar dit was het ideale moment.” Want dat het vroeg of laat ging gebeuren, was voor de voormalig speler van JEKA en The Gunners, al wel duidelijk. “Dat was altijd het doel. Ik wist alleen niet wanneer.” Wat verwacht hij van zijn eerste klus als hoofdtrainer van een seniorenelftal? “Ik heb zelf natuurlijk bij verschillende clubs gespeeld, dus ik weet hoe het is. Tuurlijk zit er verschil tussen jeugd en senioren, maar daar zal ik de balans in moeten vinden.” Heel veel dingen anders, zal Sipkens dan ook niet gaan doen, verwacht hij. “Je komt nu jongens tegen van je eigen leeftijd, daar ga je anders mee om. Maar het plan blijft hetzelfde. Daar ga ik niet veel aan veranderen.” Wat zijn plan precies is? “Een herkenbaar spelsysteem, met aanvallend voetbal. Zoals we dat kennen binnen JEKA. Dat vind ik ook voor de doorstroming van de jeugd heel belangrijk.” En daarnaast, hoopt hij er echt een team van te maken. “Met durf, creativiteit, een hoge intensiteit op training en discipline.” Veel van zijn spelers, kent Sipkens al. “Een hoop jongens heb ik in de jeugd gehad, of heb ik zelfs nog mee samengespeeld. Dat is natuurlijk wel een voordeel, helemaal als je voor het eerst bij een eerste elftal start.”

Mooie momenten

Waar komt zijn passie voor het trainersvak vandaan? “Ik begon hier ooit samen met een vriend, met het trainen van de jongste jeugd. En later heb ik via het ROC in Tilburg mijn eerste trainersdiploma gehaald en uiteindelijk ben ik er zo in doorgerold.” Dusdanig, dat hij het inmiddels als een uit de hand gelopen hobby ziet. “In het dagelijks leven ben ik docent Lichamelijke Opvoeding op een middelbare school, dus ik vind het sowieso leuk om met mensen bezig te zijn. Op het veld staan, is het heerlijkste wat er is. Met het plezier van een groep, en alles wat daar omheen hangt. Als je dan samen iets weet te bereiken, zijn dat de mooie momenten in het voetbal.” Zoals ook het niveau, waarop hij actief was met de O19. “Daarmee speelden we in divisie 4, tegen profclubs. Dat is uniek voor een club als JEKA.” Waar ze de lat voor dit seizoen leggen, weet Sipkens nog niet. “Eind september gaan we samen met de groep kijken wat we willen bereiken. Maar ik weet wel, als onze groep compleet is, hebben we een geweldig elftal.” Stiekem, denkt hij dan ook al aan een mogelijke promotie naar de eerste klasse. “Ik denk dat we daar zeker de kwaliteiten voor hebben. En welke trainer zou dat nou niet willen?” Helemaal, in dienst van ‘zijn club’. “JEKA is gewoon een ontzettend warme club, met leuke medetrainers en veel vrijwilligers. De sfeer is altijd goed.” Vertrekken, ziet Sipkens zichzelf dan ook niet zo snel doen. “Ik vind het belangrijk om langer bij een club te zitten, en ik wil nu eerst wennen aan het seniorenvoetbal.” Om daarna, binnen enkele jaren zijn VC4 te behalen. “Zodat ik ooit op een hoger niveau zou mogen werken!”

‘Het belangrijkste is dat ze voetbal leuk vinden’

0

Van een rol in de jeugdopleiding van Ajax of Manchester City, naar jeugdtrainer bij Baronie. Voor Leonardo Mouwen maakt het eigenlijk geen verschil. De essentie van het spelletje, blijft voor hem namelijk precies hetzelfde. “Ik heb vooral heel veel plezier in wat ik doe.

En plezier, dat hadden ze afgelopen seizoen bij de O12-2 van Baronie. “Ondanks dat alle spelers een jaar jonger waren, zijn we kampioen geworden in de hoofdklasse.” Niet alleen een knappe, maar vooral bijzondere prestatie, vindt Mouwen (41). “Kampioen worden is voor die jongens altijd een mooie afsluiting.” Al kan de voormalig jeugdspeler van NAC Breda er zelf, natuurlijk ook van genieten. “We proberen te streven naar het hoogst haalbare.”

Plezier hebben

Precies zoals hij als voormalig techniektrainer van onder meer Ajax en Manchester City, in het verleden ook deed. “Voetbal is en blijft voor mij één van de leukste dingen die er is.” Dus ondanks dat Mouwen een aantal jaar geleden koos voor zijn maatschappelijke carrière, als oprichter van Orange Veins en Pretim, kan hij eigenlijk niet zonder. “Zes jaar geleden ben ik jeugdtrainer geworden bij Baronie. Van het team van mijn zoontje.” Hoe dat is? “Heel erg leuk! Ik zie het iedere keer ook echt als quality time. Hij moet vooral heel veel plezier hebben.”

Afgelopen seizoen in de O12-2, dit jaar als O13-3. “Mij maakt het team eigenlijk niet uit. We moeten vooral gewoon een leuk seizoen draaien.” En natuurlijk een hoop leren. “We trainen heel veel vanuit de techniek. Dat blijft toch de basis. Daardoor spelen we heel technisch combinatievoetbal en proberen we altijd de voetballende oplossing te zoeken.” Winnen, is volgens Mouwen daarbij niet het allerbelangrijkste. “Onze keeper speelt bijna op de middenlijn.” Met twee trainers en een teammanager, zijn ook de randzaken uitstekend in orde. “Dat ze op deze manier presteren, is gewoon heel knap.”

Wat maakt het voor hem zo leuk om jeugdtrainer te zijn? “Ik vind het vooral mooi dat ik zoveel uren kan spenderen met mijn eigen kind. Dat heb ik zelf vroeger niet gehad, omdat mijn vader trainer was van een ander team. En daarnaast, vind ik het gewoon heerlijk om op het veld te staan.” Bij een club, waar Mouwen in eerste instantie geen connectie mee had. “Ik had qua voetbal geen band met Baronie, maar het is heel leuk om te zien wat voor team we hebben. Echt een gemêleerde groep. Dat helpt de ontwikkeling van die kinderen enorm. Iedere afkomst heeft zijn eigen normen en waarden. Die samensmelting, vind ik heel mooi.”

Blijven proberen

En komt dus tot uiting op het veld. “Vanuit mijn achtergrond als techniektrainer, probeer ik altijd van eigen kracht uit te gaan. Creativiteit en zoeken naar de voetballende oplossing. Ik wil vooral dat die kinderen plezier hebben.” Zes keer vallen en zeven keer opstaan. “Fouten maken mag, als ze er maar van leren. Niks is fout, zolang ze het blijven proberen.” Want, zo is de inwoner van Breda met al zijn ervaring van mening. “Het belangrijkste is dat ze voetbal leuk vinden. Van mij hoeven ze echt niet allemaal naar een BVO.” Al probeert hij ze, samen met collega-trainer Robbert van Oorschot, natuurlijk wel zoveel mogelijk te helpen bij hun ontwikkeling. “Ik ben heel blij met hem als mijn kompaan, omdat Robbert vroeger keeper is geweest, dus dat is heel fijn. Hij kan onze keepers heel veel bijleren. Wat dat betreft hebben onze jongens echt veel geluk met de trainers die er staan.”

Als het aan Mouwen ligt, blijft dat voorlopig nog wel even zo. “Ik heb geen ambitie meer om in het profvoetbal aan de slag te gaan. Ik heb met de beste spelers ter wereld gewerkt, maar die tijd heb ik gehad. Nu geniet ik van mijn gezin en mijn vrije tijd.” En van het doorgeven van al zijn ervaring. “Voetbal is gewoon heel erg leuk, en ik heb ontzettend veel plezier in wat ik doe!”

‘Die momenten samen maken het extra bijzonder’

0

Zelf gevoetbald bij het Zeeuws-Vlaamse Steen, kwam Christophe Geensen tijdens zijn studententijd in Breda terecht. En nadat hij zelf eenmaal was gestopt, maar zijn zoontje bij Groen Wit ging voetballen, begon het ook bij hem weer te kriebelen. “Het spelletje zelf blijft gewoon ontzettend leuk.”

En dus besloot Geensen (42) een jaar of zes geleden maar eens om de handschoen op te pakken. Als jeugdtrainer. “Er was op dat moment geen trainer, dus op die manier ben ik er ingerold. En daar heb ik geen seconde spijt van gehad.” Begonnen bij de Leeuwen en Leeuwinnen, is hij inmiddels bij de O12-1 aanbeland. Samen met zijn zoontje Lucas. “Die momenten met hem, voelen echt als quality time. Dat maakt het voor mij extra bijzonder.”

Meteen leuk

Naast het feit, dat Geensen dus nog altijd geniet van het spelletje. “Het blijft leuk om mee te doen, of om af en toe iets voor te doen.” Zijn liefde voor de bal, ontstond in Heikant, een Zeeuws-Vlaams dorpje in de buurt van Hulst. “Ik heb zelf altijd bij Steen gevoetbald, tot ik voor mijn studie Commerciele Economie naar Breda verhuisde.” Via JEKA, kwam Geensen vervolgens terecht bij Groen Wit, waar hij nu nog steeds actief is in de 35+. “Dat gaat een paar tandjes langzamer, maar is absoluut niet minder gezellig.”

Vooral dat eerste, komt de voormalig voorstopper of nummer zes niet al te slecht uit, vertelt hij. “Toen ik zelf nog voetbalde, heb ik mijn achillespees afgescheurd. Dat betekende einde carrière. Daar heb ik twee jaar lang van moeten revalideren.” Voetbal verdween daardoor iets meer naar de achtergrond, maar na vijf jaar niks te hebben gedaan, begonnen zijn kinderen met voetballen. “En dan is het toch weer meteen leuk!” Heel lang, duurde het vervolgens dan ook niet. “Ze zochten bij de 35+ nog iemand. Daar heb ik twintig keer voor bedankt, tot ik zei: ik kom wel een keertje kijken met mijn voetbaltas.”

Vijf minuten invallen, werd vervolgens al snel meedoen op regelmatige basis. “Het is gewoon super gezellig. Voor mij voelt het echt als een avondje weg.” Maar behalve zelf weer actief als voetballer, is Geensen sinds zes jaar dus ook jeugdtrainer van zijn eigen zoontje. Hoe dat is? “Hij vindt het heel leuk! Hij kan goed commentaar hebben en kan het ook goed scheiden. Op de voetbal ziet hij mij echt als trainer en niet als vader.” Toch is de inwoner van Princenhage iets strenger voor hem, dan voor zijn teamgenoten. “Je pakt hem onbewust misschien toch wat harder aan.”

Hun wereld

Al heeft Geensen daar de balans, meer dan aardig in gevonden. “De momenten samen, voelen voor mij echt als quality time. En daarnaast leer je ook meteen zijn vrienden kennen. Dus als die jongens hier over de vloer komen, is dat hartstikke leuk.” Het hoofdonderwerp thuis, laat zich dan ook wel raden. “We voetballen elke dag in de tuin. Hooghouden, nieuwe trucjes oefenen.” Ook neemt hij zijn zoontjes geregeld mee naar de voetbal. “Ik heb twee seizoenkaarten bij NAC, dus daar gaan we vaak naartoe.” Om de beurt, want zijn aandacht, moet Geensen nog wel eens verdelen. “Mijn andere zoontje is twee jaar jonger, dus die vraagt regelmatig: wanneer ga je mij trainen? Gelukkig kan ik soms bij zijn team bijspringen, maar dat blijft wel een spagaat. Wie weet komt het er ooit nog van.”

Want precies dat, blijft voor hem toch het leukste van jeugdtrainer zijn. “Het is fantastisch om die quality time te hebben met mijn kinderen. Dat vind ik heel bijzonder. Om dat stukje ontwikkeling op deze manier mee te maken.” Ook buiten het veld. “Als je die gasten naar school brengt en je komt spelers tegen, komen ze je altijd even begroeten. Wat dat betreft ben je echt onderdeel van hun wereldje.” Onder meer, tijdens de twee trainingen in de week. “Ik probeer zoveel mogelijk dingen te doen met bal. Dus passen, dribbelen, behendigheid en positiespel. Afgesloten met afwerken of een partij.”

Daarnaast is Geensen, samen met collega-trainer Remco Reuvers, vooral veel bezig met praten en communiceren. “Die gezelligheid probeer ik wel te bewaken. Er moet altijd ruimte zijn voor een dolletje of een grapje.” Maar ook discipline, staat bij hem hoog in het vaandel. “Ik verwacht wel dat ze gewoon luisteren, dus daar kan ik best streng in zijn. Ik sta er voor mijn plezier, dan heb ik geen zin om meestertje te spelen. Daar proberen we het evenwicht in te zoeken, maar dat weten ze.”

Mede ingegeven, door de pupillencursus, die hij een aantal jaar geleden volgde bij de KNVB. “Dan krijg je goede tips, dat vond ik toch wel heel interessant!” Ambitie om ook een volgende cursus te gaan doen, heeft Geensen verder niet. “Ik doe het echt voor mijn kinderen. Als die ooit stoppen, zie ik mezelf niet doorgaan bij een ander willekeurig team.” Maar voorlopig, is daar allesbehalve sprake van. “We spelen dit seizoen in de eerste klasse, dat is hartstikke mooi. Ik probeer gewoon zoveel mogelijk plezier te maken en het maximale uit die jongens te halen. Vooral door ze vertrouwen te geven, zodat ze durven te voetballen!”

Belgische nieuwkomer Jannes van Hecke: ‘Ik wil mijn truitje altijd nat maken voor NAC’

0

Vanuit Antwerpen naar Breda. Het is lang niet altijd een plezierige reis. Toch maakte nieuwe NAC-aanwinst Jannes van Hecke (24) deze reis op de ochtend van zijn presentatiedag met een lach op zijn gezicht. Met fonkelende ogen liep hij door het Rat Verlegh Stadion. Tijd voor een kennismakingsinterview met de Belg.

“NAC volgt mij al langere tijd en ik de club ook. De promotiefinale (6-2) tegen Excelsior Rotterdam heb ik ook vanaf de tribune gekeken”, vertelt de kersverse aanwinst. “Toen raakte ik al overtuigd. Na elke actie volgde er gejuich en geschreeuw. Die sfeer was niet normaal. Daar word je voetballer voor. Dat geeft je als speler een enorme boost. Sindsdien ben ik NAC vrij actief blijven volgen.”

Supporters

Van Hecke gedijt goed bij een fanatiek publiek. “Het is moeilijk te omschrijven, maar het geeft mij meer energie. Dat heb ik bij mijn vorige clubs ook al gehad. Als ik dan hoor dat er zoveel seizoenkaarten zijn verkocht… Dat is alleen maar positief. Ik leef ervoor om voor dat soort clubs te spelen. Eigenlijk heb ik altijd wel een goede band gehad met de supporters. Bij Zulte Waregem, KV Mechelen en ook bij SK Beveren.” Hoe omschrijft Van Hecke zichzelf als voetballer? “Ik ben een box-to-box-middenvelder die op verschillende posities op het middenveld kan spelen en probeer altijd de voetballende oplossing te zoeken. Ik ben iemand die zijn truitje altijd nat wil maken voor de club, ik ga er honderd procent in. Dat past bij het DNA van NAC denk ik. Gelukkig heb ik de afgelopen seizoenen al veel wedstrijden op het hoogste niveau van België mogen spelen. Ik reken mijzelf niet per se meer tot de jongere spelers”, zegt hij met een knipoog. Van Hecke woont in Antwerpen en groeide op in Oost-Vlaanderen. “Het is een feit dat ik nu voor het eerst in het buitenland ga spelen, maar zo voelt dat natuurlijk niet echt. Ik heb Breda al wel eens bezocht en ken de verhalen over de stad. De cultuur lijkt wel een beetje op de Vlaamse. Zundert en Breda zijn niet heel ver, hè.” En buiten het voetbal om? “Ik studeer naast het voetbal nog Marketing en Communicatie in Antwerpen. Uiteraard vind ik het belangrijk om ook buiten het voetbal een vak te leren. Ik ben graag met familie en vrienden en speel padel als ik de tijd heb.”

Bijzonder nummer

“Jan Van den Bergh en trainer Carl Hoefkens ken ik uiteraard vanuit het Belgische voetbal”, zegt Van Hecke. “En met Fredrik Oldrup Jensen heb ik nog even gespeeld bij Zulte Waregem. Dat was mijn eerste training bij de eerste ploeg. Ik weet niet of hij mij nog herinnert. Maar ik kijk ernaar uit om met alle mensen rondom de club kennis te maken en op het veld te staan. Ik wil samen met alles en iedereen NAC terugbrengen naar de Eredivisie. Dat is voor mij ook één van de redenen dat ik naar hier ben gekomen. Ik voel heel veel vertrouwen van beide kanten.” Van Hecke gaat bij NAC met rugnummer 78 spelen en dat heeft een bijzondere reden. “Mijn opa is op 78-jarige leeftijd overleden en hij was altijd mijn grootste supporter. Hij was bij iedere wedstrijd en vandaar dat ik hem wil eren met dit rugnummer. Ik vind het mooi dat NAC daaraan kan meewerken.” NAC haalde verder al keeper Michael Verrips, verdediger Jan Van den Bergh, middenvelder Mats Seuntjens en spits Paul Gladon naar Breda. De transfermarkt is nog tot begin september geopend.

‘Het is lastig om daar de vinger op te leggen’

0

Wisselvallig. Dat is wat Mees Vermeulen betreft, de beste manier om het afgelopen seizoen van Beek Vooruit te omschrijven. Want ondanks dat de derdeklasser zo nu en dan een heel behoorlijk niveau liet zien, kwam de ploeg niet verder dan een negende plaats. En dat is niet voor het eerst, beseft de middenvelder. “Dat is eigenlijk al jaren het geval.”

Want als het gedurende een seizoen moet gebeuren voor Beek Vooruit, gebeurt het niet, legt Vermeulen (24) die uitspraak verder uit. “Als team hadden we er veel meer uit kunnen halen. Alleen hebben we het opnieuw op de belangrijke momenten laten liggen.” Een terugkerend fenomeen dus, bij de ploeg uit Prinsenbeek. “We kunnen het vaak niet voor een langere periode volhouden. Dat is al jaren het geval.” En inmiddels een flink hoofdpijndossier. “Ik heb er ook geen verklaring voor.”

Geen antwoord

Toch leek het afgelopen seizoen, aanvankelijk beter te gaan, vertelt Vermeulen. “We speelden eerst met drie tienen, maar zijn daarna gewoon met echte buitenspelers gaan spelen. En iets meer als een collectief.” Die systeemwijziging wierp zijn vruchten af, maar loste het probleem uiteindelijk toch niet op. “Op dinsdag bespreken we altijd de wedstrijd van zondag na. Dan vragen we onszelf ook af: hoe kan het dat we na drie weken zo goed te hebben gespeeld, nu weer dit laten zien? Daar krijgen we maar geen antwoord op. Het is heel lastig om daar de vinger op te leggen.”

Met afgelopen seizoen een teleurstellende negende plaats tot gevolg. “We hadden veel hoger kunnen eindigen. Maar als je het niet laat zien op de momenten dat het moet, en je bent zo wisselvallig, kun je dat alleen maar jezelf verwijten.” Zorgen om degradatie, het verschil met de nacompetitie bedroeg aan het einde van de rit slechts vier punten, maakte Vermeulen zich naar eigen zeggen niet. “Tuurlijk benoem je het soms wel, maar we zijn er niet echt bang voor geweest.”

Toch zou hij dit seizoen natuurlijk liever, wat hoger willen eindigen. “We zitten in een mooie competitie, waarin we echt leuk mee kunnen doen. Als we consistent zijn.” En wat minder tegengoals krijgen. “Daar moet straks met de nieuwe trainer (Osman Erbas) als eerste de focus op. Dat we niet zo makkelijk goals tegenkrijgen. Al scoren we zelf ook veel.” Hoop, doet wat dat betreft leven. “Hopelijk lost hij ook het probleem van de wisselvalligheid op.”

Fit worden

Aan de saamhorigheid binnen de groep, zal het in ieder geval niet liggen, zo blijkt uit de woorden van Vermeulen. “We zijn niet alleen teamgenoten, maar ook echt vrienden. Ook buiten het veld.” Een hechtheid, die soms ook wel zijn keerzijde kent, denkt hij. “Daardoor durf je elkaar af en toe misschien niet helemaal de waarheid te zeggen.” Ook de inwoner van Prinsenbeek zelf, komt al nagenoeg zijn hele leven bij de club. “Ik voetbal hier vanaf mijn vijfde en woon letterlijk om de hoek. Amper één straat verderop.”

Gedebuteerd onder Marcel van Helmond op 1 mei 2022 uit bij RBC, maakt hij ondertussen alweer aardig wat jaren deel uit van de selectie. “In het begin moest ik wel wennen aan die overstap, omdat je toch ineens gaat voetballen met oudere gasten. Daardoor gaat het allemaal een stukje sneller en zit iedereen er korter op.” Inmiddels gaat dat, nadat hij in zijn eerste jaar bij de senioren in het tweede speelde, een stuk beter. “Je merkt vanzelf wat je moet leveren, om op dit niveau mee te kunnen.”

Al ging dat de afgelopen jaren, niet altijd even soepel. “In oktober 2025 ben ik geopereerd aan mijn blindedarm, maar door die operatie, kwam er littekenweefsel in mijn lies te zitten, waardoor dat in de knoop raakte. Daar kreeg ik vanaf januari heel veel last van, daardoor heb ik vorig seizoen weinig gespeeld.” Hoe graag hij het ook wilde. “De osteopaat begreep niet dat ik er al zolang mee liep. Maarja, je wilt gewoon voetballen.” Gelukkig voor hem is de zeurende pijn in zijn lies nu zo goed als weg, en gaat het weer de goede kant op. “In de voorbereiding hoop ik gewoon weer volledig aan te kunnen sluiten.” En hard te werken. “Ik ben een middenvelder die veel inzet levert, graag meters maakt en gretig is.”

Toch draagt de nummer acht ook in balbezit, zijn steentje bij. “Het liefste heb ik de bal in mijn voeten, zodat ik het spel kan verdelen. Daarom kom ik ook vaak de bal ophalen.” Maar eerst, de focus op zijn herstel. “Ik wil nu vooral volledig fit worden, een heel seizoen spelen en stabiel presteren!”

‘Een club als Baronie hoort niet tegen degradatie te spelen’

0

Na een moeilijk eerste jaar, heeft Omar Baddaje zijn plekje bij vierdedivisionist Baronie inmiddels helemaal gevonden. En dus legt hij dit seizoen niet alleen de lat hoog voor zichzelf, maar zeker ook voor het team. “Een club als Baronie hoort niet tegen degradatie te spelen in de Vierde Divisie.”

Toch gebeurde dat afgelopen seizoen dus wel. “Het was een chaotisch en moeilijk seizoen.” Zowel op, als naast het veld. “De trainer ging weg, de TD ging weg. Er was altijd wel iets. Dat zijn geen fijne omstandigheden.” Verder dan een twaalfde plaats, en één punt boven de nacompetitie, kwam de ploeg onder leiding van interim-trainer Jason Tjien-Fooh uiteindelijk dan ook niet. Wel handhaafde Baronie zich daardoor in de Vierde Divisie. “Daar ben ik wel heel blij mee. Ik had er niet aan moeten denken dat we eerste klasse zouden moeten gaan spelen.”

Laten gaan

Waarom liep het vorig jaar zo moeizaam? “Veel persoonlijke fouten, niet willen omschakelen, elkaar de schuld geven en niet voor elkaar vechten. Vooral daar, hadden we het moeilijk mee.” Want, zo vertelt Baddaje (22). “We lieten het een beetje gaan, als we achterstonden. Dan raakten we in paniek en wilde niemand er eigenlijk echt nog voor gaan. Tenminste, zo voelde dat voor mij.” En dat moet anders, vindt hij. Helemaal, omdat hij de lat dit seizoen een stuk hoger legt. “Een club als Baronie hoort niet tegen degradatie te spelen in de Vierde Divisie. Het is zo’n grote club.” Wat de inwoner van Breda dan wel verwacht? “We hebben er een aantal goede spelers bij gekregen en hebben nu echt veel voetballende kwaliteiten. Daarom hoop ik dat we iedereen kunnen verbazen en bij de eerste zes kunnen eindigen. Dat is misschien een beetje hoog gegrepen, maar dat moet, als Baronie zijnde.” Aan de nieuwe trainer, Ad Looijmans kwam over van DIA, kan het volgens Baddaje in ieder geval niet liggen. “Hij is een trainer die spelers begrijpt en goed met ons om kan gaan. Dus daar heb ik hoge verwachtingen van.”

Heel moeilijk

Verwachtingen die de linkspoot ook had, toen hij drie jaar geleden de overstap maakte van de jeugd van PEC Zwolle naar Sportpark de Blauwe Kei. “Ik had toen eigenlijk nog gehoopt op een stage bij een profclub, maar die kans kwam niet, dus ging ik op de laatste dag van de overschrijvingen hierheen.” Goed om even een stap terug te doen, wilde Baddaje zich graag laten zien in de Derde Divisie. “Helaas draaiden we dat seizoen niet lekker en degradeerden we.” Ook de verdediger zelf, had de nodige tijd nodig om zich aan te passen. “Ik vond het eerste jaar echt heel moeilijk. Als je van een BVO komt, is het echt wel even schakelen. Opeens ben je geen BVO-speler meer, en ga je van vijf keer in de week trainen naar veel minder.” Lekker in zijn vel, zat Baddaje in die periode dan ook niet. “Ik nam weinig aan van de trainer, omdat ik dacht dat ik het beter wist. En ik voelde me op mezelf in het team. Al kwam dat ook vooral door mezelf. In het tweede jaar voelde ik me veel vrijer en begon ik het te accepteren dat ik niet meer bij een profclub zat. Daardoor heb ik het echt naar mijn zin gekregen.” Aan de vooravond van zijn vierde seizoen in het shirt van Baronie, heeft Baddaje zijn plekje inmiddels dan ook helemaal gevonden. En niet alleen als vaste basisspeler. “Ik lig nu ook veel beter in de groep.”

Heimwee

Zijn vertrek bij PEC Zwolle, waar hij op dat moment in de O21 speelde, heeft Baddaje ondertussen dan ook verwerkt. “Dat kwam best wel hard aan, ook omdat ik dacht dat ik wel bij andere clubs op stage zou mogen.” Helemaal nieuw, was zo’n teleurstelling voor hem overigens niet. Al moeten we daarvoor eerst, terug naar het begin van zijn voetbalcarrière. “Ik ben begonnen bij Groen Wit, daar heb ik tot mijn zestiende of zeventiende gespeeld.” Ondertussen, speelde hij vanaf zijn vijftiende ook onder de noemer van Sterren van Morgen. De stichting die regelmatig wedstrijden speelt tegen BVO’s. “Daardoor mocht ik uiteindelijk naar FC Den Bosch.” Veel langer dan een half seizoen, duurde dat avontuur echter niet. “Ik heb toen stiekem met de Sterren van Morgen een wedstrijd gespeeld tegen PSG, daar kwam de club achter, dus moest ik toen weg.” Na een stage bij PEC, belandde hij vervolgens in Zwolle. “In het begin had ik daar heel veel moeite. Ik was net achttien, moest verhuizen én op mezelf gaan wonen. Daardoor had ik enorm veel last van heimwee.” Zijn verblijf daar, bleef dan ook beperkt tot een jaar. “Maar toch heb ik daar heel veel geleerd. Fysiek, tactisch en qua mindset.” Een mindset, die Baddaje ook nu, nog altijd met zich meedraagt. “Ondanks dat ik niet meer bij een BVO zit, sport ik nog steeds minimaal vier dagen per week voor mezelf. Eerst had ik daar niet zo’n behoefte aan, nu weet ik hoe belangrijk dat is.”

Voetballen

Helemaal, omdat hij nog altijd net zo ambitieus is. “Ik wil graag stappen maken, dus dan moet je het nóg serieuzer nemen. Fysiek zijn is dan hard nodig, en het ziet er beter uit.” Genoegen met spelen in de Vierde Divisie, neemt Baddaje dan ook niet. “Uiteindelijk wil ik graag zo hoog mogelijk als ik kan. En ik vond, dat ik de Derde Divisie ook aankon.” Tegenwoordig, vooral als centrale verdediger of linksback. “Vroeger was ik altijd middenvelder, nummer tien. Tot ik bij de Sterren van Morgen ging spelen en ze daar betere middenvelders hadden. Toen werd ik linker centrale verdediger. Dat ging zo goed, dat ik daar ben blijven staan.” Al speelde hij afgelopen seizoen, ook zo nu en dan op zes of acht. “Eigenlijk maakt het me niet zo heel veel uit. Alleen is het op het middenveld soms lastig met looplijnen.” Achterin, komt Baddaje naar eigen zeggen dan ook het beste tot zijn recht. “Ik ben niet zo groot, maar heb wel veel tactisch inzicht. Daardoor weet ik wat er gevraagd wordt in bepaalde situaties.” Toch heeft hij het liefste, de bal aan zijn voet. “Voetballen is mijn sterkste punt. Ik kan beter voetballen, dan verdedigen. Daarom wil ik ook altijd graag voetballen, in plaats van lang.”

Opgeheven hoofd

Slim aan de bal én een echte voetballer, maar ook iemand die de leiding probeert te nemen. “Ik ben eigenlijk altijd wel bezig om mijn teamgenoten aan te coachen.” Al is hij zelf, ook nog lang niet uitgeleerd, vindt Baddaje. “Vooral mijn rechterbeen kan nog veel beter. Maar ook mijn positionering en het aangaan van kopduels.” Ontwikkelpunten die de student Social Work, aan het Maas College in Breda, meeneemt naar dit seizoen. En dat zal nodig zijn ook. “Er is meer concurrentie. Maar dat is alleen maar goed.” Want, zo is hij van mening. “Ik vind ons soms nog te laks. We moeten harder werken en zorgen dat we iedere wedstrijd met opgeheven hoofd van het veld kunnen stappen. Dat is het belangrijkste voor mij.”

Houba nu op eigen benen bij WDS’19: ‘Al twee jaar bezig’

0

Na twee seizoenen als assistent-trainer van WDS’19, staat Mustapha Houba komend seizoen voor het eerst op eigen benen bij de vierdeklasser uit Breda. Een uitdaging waar de hoofdtrainer vooral ontzettend veel zin in heeft. “Ik voelde eigenlijk na één jaar al dat ik er klaar voor was.”

De vraag of hij staat te trappelen, is dan ook een simpele. “Ik heb heel veel zin om aan de slag te gaan. Ik ken de groep natuurlijk ook goed.” Want na twee jaar als assistent-trainer van Gino Macnack, kent de club weinig geheimen meer voor Houba (39). “Het is een club in een stad, maar dan met een dorpsgevoel. Met veel aandacht voor elkaar.” Eén die groeiende is, heeft hij gemerkt. “Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen.”

Door het vuur

Hoe wil Houba dat gaan doen? “Ik ben iemand die van voetbal houdt, dus ben zeker niet verdedigend ingesteld. Gewoon lekker voetballen en onze kwaliteiten laten zien.” Kwaliteiten, die de inwoner van Breda als geen ander kent. “Wat dat betreft is het natuurlijk wel een voordeel dat ik al twee jaar bezig ben met die gasten.” Ook qua teamproces. “Ik wil er echt één hecht team van maken, zodat we voor elkaar door het vuur gaan. Die teamgeest, moeten we samen zien te creëren.”

De eerste stap, is in ieder geval alvast gezet. “Onze doelstelling had ik vooraf al voor mezelf bedacht, maar toen ik het aan de groep vroeg, was die precies hetzelfde. Namelijk vol voor de top vier en nacompetitie gaan. Maar wie weet zit er nog wel meer in.” Al komt dat niet vanzelf, beseft Houba. “Vorig jaar waren we conditioneel niet zo sterk, dus dat kan veel beter. Daar willen we graag stappen in maken. Verder kan het ook als team beter. Dat begint met keihard trainen.” En een duidelijke manier van spelen. “Ik wil graag opbouwen van achteruit en zoeken naar de voetballende oplossing, ik houd niet van een ploeg die inzakt en dan gaat counteren en ik wil graag mooi voetbal zien. Dus dat betekent hoog drukzetten en veel energie.”

Kans gekregen

Overigens had het niet veel gescheeld, of Houba had die manier van spelen dit seizoen bij een heel andere club op de mat gelegd. De oud-jeugdspeler van NAC, was namelijk al rond met HZ’75. Een vijfdeklasser uit Hooge Zwaluwe. “Maar toen ik de mogelijkheid kreeg om bij WDS’19 als hoofdtrainer aan de slag te gaan, wilde ik die uitdaging heel graag aan gaan. Ik snapte de boosheid van HZ’75 wel, maar gelukkig is dat nu allemaal geaccepteerd.” Een beslissing, waar hij niet al te lang over na hoefde te denken. “Hier heb ik als trainer de kans gekregen om mijn VC1 en VC2 te halen, dus dan is het wel mooi om iets als hoofdtrainer terug te doen. Helemaal omdat ik altijd al die ambitie had.”

Een traject, waar de voormalig doelpuntenmaker van onder meer PCP, Baronie en Longa, met veel genoegen op terug kijkt. “Voordat ik hier kwam, had ik nog niks met WDS’19. Nu voel ik me ontzettend goed hier.” Het feit dat Houba al twee jaar lang rondloopt op de club, ziet hij dan ook als een groot voordeel. “Bij een andere club moet je toch helemaal op nul beginnen, dat is hier niet. Ook daarom wilde ik graag blijven.” En als het aan hem ligt, blijft dat voorlopig ook nog wel even zo. “Ik bind me graag voor de langere termijn, dus ik wil de komende jaren graag bij WDS’19 blijven. Om te kijken of we naar een hoger niveau kunnen.” De wens om ook zijn VC3 te gaan doen, heeft Houba ook zelf, ambities genoeg. “Ik kijk echt stap voor stap. Eerst bijvoorbeeld naar een tweedeklasser en daarna misschien naar het divisievoetbal. Kijken hoe hoog mijn plafond is.” Want training geven, blijft voor hem het leukste wat er is. “Ik heb mijn hele leven lang gevoetbald, dus wilde ik graag betrokken blijven. Door mijn kennis en ervaring over te brengen op jonge jongens en op die manier samen successen te beleven.”

Van Alphen terug na zware blessure: ‘Dat motiveert enorm’

0

Niet alleen stond hij zelf ruim een jaar buitenspel met een zware knieblessure, ook moest hij vanaf de zijlijn toezien hoe zijn team degradeerde uit de eerste klasse. Maar na een pittige revalidatie, is Chris van Alphen weer helemaal terug, bij tweedeklasser Gilze. “Je krijgt alleen maar meer zin om te voetballen.

Zijn geduld, werd de voorbije maanden dan ook flink op de proef gesteld, blikt Van Alphen (25) terug op zijn revalidatie, nadat hij in april 2025 de kruisband van zijn linkerknie afscheurde. “Na een maandje of acht, wil je eigenlijk wel weer. Maar dan moet je gewoon nog even wachten en geduld hebben.” Tot het tijdens de nacompetitie van afgelopen seizoen, eindelijk weer mocht. “Toen heb ik nog tien minuutjes meegedaan. Al was dat eigenlijk meer voor de vorm. Ik heb vooral gerevalideerd voor dit seizoen.”

Extra plezier

Hoe kijkt hij nu, zo achteraf, terug op zijn revalidatie? “Als je net geopereerd bent, denk je dat je nooit meer gaat voetballen. Dan kun je niet lopen en doet het ongelooflijk veel pijn.” Gelukkig vielen de tegenslagen in het vervolg van zijn herstel mee, vertelt Van Alphen. “Maar ondanks dat je weet dat je er zo lang uitligt, duurt het lang voordat je weer het veld op mag. Dat was bij mij pas na negen maanden.” Geopereerd in juni van vorig jaar, weet de verdediger nog precies hoe het een aantal weken daarvoor gebeurde. “We speelden op donderdagavond een oefenpotje en ik loop in de 80ste minuut door op hun back, wil afremmen maar schiet door. Ik hoorde ‘knak’, dus wist meteen dat het niet goed was.” Ook de minuten daarna, gaven weinig hoop. “De pijn was niet normaal. Ik kon ook niet meer lopen.” Ruim een jaar verder, is hij dus weer terug op het veld. Al voelt zijn knie, nog altijd niet helemaal als vanouds. “Ik heb nog een paar van die ‘dingetjes’. Zo voelt mijn rechter sterker dan mijn linker.” Toch geniet Van Alphen, sinds drie jaar mede-eigenaar van glazenwassersbedrijf van Alphen Faes, weer optimaal van het spelletje. “Het motiveert je ook enorm om weer te spelen. Soms liepen jongens wel eens te zeuren, dan dacht ik: ik wil juist heel graag voetballen. Door zo’n blessure, wordt het stukje plezier in het voetbal alleen maar extra.” Plezier wat er afgelopen seizoen bij Gilze, na degradatie via de nacompetitie, niet altijd was. “Gelukkig stond ik dan met een biertje langs de lijn, dat maakte het iets minder erg.”

Met vrienden

Helemaal alleen, was Van Alphen sowieso niet. “Daan Coppens had ook zijn kruisband gescheurd, dus we hadden min of meer dezelfde revalidatie. Stonden we daar tenminste altijd nog met zijn tweeën.” En soms zelfs nog meer. “We hebben behoorlijk wat blessures gehad. Op een gegeven moment zaten we daar zelfs met zes man.” Verder dan een twaalfde plaats, en uiteindelijk dus degradatie naar de tweede klasse, kwam de eersteklasser mede daardoor niet. “We hadden nog geluk dat we nacompetitie mochten spelen. Al hebben we in de eerste seizoenshelft onnodig veel punten laten liggen. Dan had het misschien nog anders kunnen lopen.” Toch deed dat aan de sfeer, eigenlijk niks af, vertelt hij. “Met vrienden voetballen blijft toch het leukste wat er is. Dat is voor mij het belangrijkste.” Vertrekken bij Gilze, zal Van Alphen dan ook niet zo snel doen. “Ik heb altijd gezegd: als mijn vrienden stoppen, wordt mijn plezier ook minder. Zo werkt dat nu eenmaal als je op het dorp voetbalt.” In zijn geval, ook nog eens samen met zijn broer Jordi. “Dat is toch wel heel leuk! In de jeugd zat hij altijd een jaar hoger, omdat hij ouder is, dus eigenlijk pas vanaf de senioren, spelen we samen.” In eerste instantie, als concurrenten, lacht Van Alphen. “We waren allebei rechtsbuiten. Gelukkig leverde dat geen ruzie op.” Inmiddels omgeturnd tot wingback, is de concurrentiestrijd vanzelf opgelost. “Maar ik probeer nog steeds aan te vallen en acties te maken.” Precies, zoals hij dat vroeger als aanvaller deed. “Ik was altijd heel snel, maar ik weet niet of dat na mijn blessure nog steeds zo is, haha!”