Home Blog Pagina 674

Familie Bahnerth: Een echte OVV-familie

Een vader die er altijd voetbalde en inmiddels trainer is, met twee voetballende dochters en een zoon. De familie Bahnerth kan met recht een echte OVV-familie genoemd worden. Want ondanks dat Joyce en Anouck er nu niet meer voetballen, kennen ze het gevoel maar al te goed. “Als ik er nu kom, kennen ze mij nog steeds. Dezelfde mensen zijn er altijd!”

249967_CPI

Want de 22-jarige Joyce mag dan voor haar studie in Rotterdam zijn gaan wonen en voetballen, de herinneringen aan vroeger zijn nog springlevend. “Mijn vader wilde natuurlijk altijd een jongetje, zodat ze samen naar OVV konden. Toen kreeg hij ineens twee dochters, een tweeling, maar die gingen ook op voetbal!” Het werd er dan ook met de paplepel ingegoten, vertelt ze. “Ik ging van jongs af aan al met papa mee, toen hij er zelf nog voetbalde. Dan liep ik daar het hele weekend rond, als trouwe supporter.”

Persoonlijk

Zelf begon ze met voetballen toen ze een jaar of zeven was, haar tweelingzus hield het langer vol bij OVV. “Rond de D’tjes ben ik gestopt, altijd in een jongensteam. Mijn zusje heeft de B1 nog gehaald, die was dan ook een stukje beter, haha!” En dus is er van het drietal nog maar eentje actief bij de club, broertje Junior. “Die is nu dertien en voetbalt in de JO15-1, waar mijn vader trainer is.” Joyce weet het nog goed van vroeger. “Bij de Mini’s bracht ik hem altijd naar de voetbal. Later heb ik hem ook nog training gegeven, samen met mijn vader.” Ook zelf kreeg ze vroeger training van vader Michel. “Dat was best wel gek, omdat het soms heel persoonlijk is. Maar voor mijn broertje is het misschien nog wat lastiger, omdat mijn zus en ik natuurlijk altijd samen waren. Bij Junior is het ook een stuk serieuzer dan het bij ons was.” Zelf probeert ze zo nu en dan nog te gaan kijken bij OVV. “Ik voetbal op zondag, dus dan is het soms lastig om op zaterdag bij mijn broertje te kijken. Maar als ik er ben, is Ab er ook altijd. Die deed vroeger al de klusjes, dat is een ‘topvent’. Die kent mij dan ook nog steeds!”

Patat

Ook aan de tijd buiten de vereniging bewaart ze goede herinneringen. “Mijn zusje was eigenlijk niet zo blij dat we een broertje kregen, terwijl ik het meteen heel leuk vond. Anouck begon het pas leuk te vinden toen Junior kon lopen en tegen een bal kon trappen, dan konden ze lekker samen gaan voetballen.” Sowieso vormt de jongste van de twee wel vaker een uitzondering, vertelt ze lachend. “Mijn vader, broertje en ik, zijn allemaal spits. Terwijl Anouck achterin staat.” Een tijdje terug wilden ze eens een onderlinge wedstrijd regelen, door corona ging dat uiteindelijk niet door. “Dan had ik zeker verloren. Waarschijnlijk stonden we dan ook tegen elkaar in het veld, maar ze heeft een veel betere techniek dan ik. Ik kan ook niet tegen mijn verlies.” Samen in een team gaf vroeger een stuk minder problemen, vertelt Joyce. “Dat was eigenlijk alleen maar leuk. Als tweeling is het sowieso makkelijk, omdat je al heel veel dingen samendoet. Toen was ik nog verdediger, dus stonden we ook vlakbij elkaar.” Dat leverde vaak een trotse vader op, weet ze nog. “Ik kan mij nog goed herinneren, als we met 10-0 wonnen, kregen we patat. Dat regelde hij dan. Heel vaak kwam dat niet voor, maar dat is misschien maar goed ook, haha!” Ze sluit af met het absolute hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk. “Papa is een keer kampioen geworden, toen mocht ik op de kar mee door Oostvoorne. Dat zijn leuke dingen, die horen bij een dorpsclub!”

Klik op OVV voor het laatste artikel van de club.

WCR ligt goed in de markt bij de jeugd

Bij WCR gaat het qua ledenbestand de goede kant op met de aanwas van onderaf. Zo’n zes jaar geleden werd met de kabouters en mini’s gestart met de opzet van een ‘voetbalschooltje’. Gevolg: anno 2021 zijn er al zeven jeugdteams onder de twaalf jaar en komend seizoen verwelkomt de voetbalclub uit Rhoon een achtste en negende jeugdteam.

Henk Reijnders, Edwin Reedijk, Adam Maarschalkerweerd en Jan de Groote namen in 2015 het initiatief voor een nieuwe jeugdafdeling bij WCR. De 59-jarige De Groote voetbalde tot de A1 bij WCR en kwam daarna bij onder meer Oude Maas terecht, waar hij achtereenvolgens de C1, B1 en A1 leidde en daarna doorstroomde naar de staf van de selectie. “Op een gegeven moment werd ik door WCR benaderd om daar training te gaan geven. Ik blijf graag met een bepaalde groep werken dus schuif ik telkens door van JO7 naar JO8 et cetera.”

phonedirect

De Groote is blij met het kader bij de jeugd. “We hebben met flink wat ouders de schouders eronder gezet. We hebben niet de luxe om betaalde trainers in huis te halen, dus moeten we het zelf doen. Er is toch niets leukers dan je eigen kinderen te begeleiden? Het werkt goed om de ouders erbij te betrekken. Daarnaast hebben we de pas 20-jarige Lucas van Herk er nu bij als trainer. Dat zie je niet veel meer, zo’n jonge gozer erbij. Tot slot mogen we onze gelukkig prijzen met een paar sponsors zoals Van Leeuwen Recycling, Geeve Ovenbouw en Renes Recycling, waardoor we onder meer bidons en draagtasjes aan de jeugd kunnen schenken.”

Met de uitbreiding met twee jeugdteams komt de verhuizing van WCR binnen drie jaar naar de overkant van de Omloopseweg zeer gelegen. “We hebben binnen afzienbare tijd minimaal tien kleedkamers nodig”, zegt De Groote. “We zouden kunnen aanbouwen aan onze huidige kleedkamers, maar die gaan ook geen jaren meer mee. De ruimte aan de overkant is dus een winstpunt, maar het wordt wel een grote klus”, zegt hij over de verhuizing.

Dominos_voorjaar2021

Waar De Groote elk jaar doorschoof naar een oudere leeftijdsklasse is collegatrainer Adam Maarschalkerweerd bij de mini’s, die op zaterdagochtenden trainen, blijven hangen. “Het idee om een jeugdafdeling van onderaf rustig op te bouwen, waarbij het kader de tijd heeft om mee te groeien met het aantal voetballertjes is goed geslaagd”, vindt de 29-jarige aardrijkskundedocent. “Jan is nu de voornaamste kartrekker en uitermate geschikt daarvoor vanwege zijn grote netwerk in trainersland. Daarnaast geniet ik ervan dat de 70-jarige Henk Reijnders nog steeds betrokken is bij de jeugdtrainingen. Toen ik als zesjarig jochie hier bij WCR ging voetballen was hij mijn eerste trainer. Hij heeft het hart op de juiste plek zitten.” 

Parachutes

Maarschalkerweerd zet op zaterdagochtend altijd een knop om. “Na een drukke week op het MBO waar ik soms moet bulderen tegen de pubers, geniet ik op zaterdag van wat leven in de brouwerij met alle jonge voetballers en moet ik lief zijn in plaats van te streng.” Vrijwel wekelijks legt hij de training noodgedwongen een minuut stil. “Naast ons trainingsveld is een veld waar een parachuteschool landingen maakt. Ik laat de kinderen kijken welke kleuren de parachutes hebben en stel na een minuut de vraag ‘zullen we weer gaan voetballen?’

 

Klik voor een ander artikel over WCR

 

Chris Peters wil stoppen op het hoogtepunt bij OHVV

Pas op zijn twintigste begon Chris Peters met het verdedigen van de clubkleuren van OHVV en nu, zestien jaar later, is de verdediger bezig aan zijn laatste seizoen bij de vierdeklasser. Afscheid nemen kan wat hem betreft maar op één manier: “Met een kampioenschap!”

Begonnen in de jeugd bij Nieuwenhoorn en via Harry Rusken terechtgekomen in Oudenhoorn. “Harry kende ik nog als trainer en bij Nieuwenhoorn speelde ik in het tweede, terwijl ik toch graag in een eerste elftal wilde spelen. Bij OHVV kon dat wel.” Dus waagde de 36-jarige Peters de overstap en zonder spijt. “Ik heb het hier altijd leuk en gezellig gevonden. Ben mij hier echt thuis gaan voelen en heb veel vrienden gemaakt.” De twee clubs lijken volgens hem niet echt op elkaar. “Oudenhoorn is een stuk gemoedelijker, terwijl Nieuwenhoorn als club veel groter is. Toen speelden ze daar zelfs nog hoofdklasse, dat doen we hier natuurlijk niet.”

Op tijd stoppen

Toch is Peters in al die jaren niet de enige speler die de overstap heeft gemaakt. “Het ligt niet ver bij elkaar vandaan en via-via zijn er dan toch een hoop jongens die het wel zien zitten. Gasten die er bij Nieuwenhoorn net buitenvallen, komen het dan hier proberen. Net als ik.” Hij weet wel waarom. “OHVV is een gemoedelijk clubje met vaste gezichten. Het is een klein groepje mensen dat de club maakt.” Maar niet alleen de gezelligheid sprak en spreekt hem aan. “We willen toch altijd wel competitief zijn en een bepaald niveau halen. Nu spelen we echt om die derde klasse te halen en wie weet nog wel hoger.” Altijd veel gelachen en naar zijn zin gehad, toch is het aan het einde van het seizoen dus tijd om te stoppen. Hij legt uit waarom. “Het is op een gegeven moment wel mooi geweest. Je wilt ook niet op een punt komen dat andere mensen gaan zeggen dat het beter is om te stoppen.” Helemaal uit het niets komt zijn afscheid niet, moet hij bekennen. “Ik loop al een paar jaar met de gedachte, maar ik wil dan wel stoppen met een mooi seizoen. Dat kan hopelijk nu.” Toch gaat de inwoner van Brielle het wel missen, moet hij bekennen. “De gezelligheid en het lachen onderling. Maar ook de trainingsavonden, lekker een balletje aan je voet, gewoon het voetballen zelf.” De vraag is of hij het nu langer volhoudt, want Peters was al eens eerder gestopt. “Op mijn 34ste, maar na twee maanden ben ik alweer gaan trainen. Assistent-trainer was ook niet echt iets voor mij, ik werd bloedchagrijnig aan de kant.”

249967_CPI

Grote favoriet

Mede door zijn fitheid lijkt hij er nu toch echt definitief een punt achter te zetten. “Het wordt steeds moeilijker om fit te blijven, toch vaker geblesseerd.” Naast promoties en kampioenschappen, maakte Peters ook buitende lijnen de nodige hoogtepuntjes mee. “De trainingskampen! Dat waren altijd leuke weekendjes, maar daar kan ik niet te veel over zeggen, haha!” Aan dat rijtje hoogtepunten, moet dit seizoen dus een titel worden toegevoegd, de start is in ieder geval hoopgevend. “We staan ongeslagen bovenaan en zijn periodekampioen. Dat is leuk, maar we spelen dit seizoen niet voor de nacompetitie.” Stiekem had de linksback wel verwacht zo goed te presteren. “We hebben de laatste twee jaar in de vierde klasse al nauwelijks verloren, dus iedereen ziet ons ook wel als de favoriet, denk ik.” Ook de voorbereiding zorgde voor genoeg vertrouwen. “Tegen hogere teams haalden we goede resultaten. Ik ben ervan overtuigd dat we mee kunnen in de derde klasse. Stoppen op het hoogtepunt, met een kampioenschap, zou mooi zijn.” Maar het kan nog mooier. “De laatste wedstrijd van de competitie is op mijn verjaardag, dan is de cirkel wel rond.” Wat Peters, die het vooral van zijn techniek en het opbouwen moet hebben, daarna gaat doen weet hij nog niet. “Lager voetballen staat mij toch wel tegen. Tijdens corona heb ik het hardlopen ontdekt, dus misschien ga ik dat wel wat vaker doen!”

Klik op OHVV voor het laatste artikel van de club.

Ton Lammers komt al meer dan 27 jaar bij Hellevoetsluis

Als scheidsrechter floot hij er regelmatig wedstrijden, werd daarna coördinator van de Jan de Bakker Bokaal en kwam er op die manier achter wat voor leuke en warme club Hellevoetsluis is. Inmiddels komt Ton Lammers er al meer dan 27 jaar, maar aan stoppen denkt de 72-jarige inwoner van Spijkenisse nog lang niet.

249967_CPI

En dat allemaal begon dus gewoon met het fluiten van een wedstrijdje. “Ik was jarenlang scheidsrechter bij de Jan de Bakker Bokaal, tot ik het betaald voetbal in ging. Toen mocht ik geen amateurwedstrijden meer fluiten, dus werk ik maar coördinator van het toernooi.” Vanaf het moment dat zijn carrière als arbiter voorbij was, wisten ze bij Hellevoetsluis Lammers meteen te vinden. “Er was geen voorzitter, of ik dat wilde doen. Dat heb ik uiteindelijk acht jaar met heel veel liefde gedaan.”

Gouden greep

Zijn werk voor de KNVB als waarnemend scheidsrechter en het voorzitterschap bij de club bleken te lastig te combineren en dus koos hij voor een iets minder veeleisende functie. “Nu ben ik al een jaar of vijftien algemeen secretaris. Dat betekent de ledenadministratie bijhouden, alle geldzaken regelen en daarnaast ondersteun ik de kantine.” Liefde op het eerste gezicht. “Je werd hier als scheidsrechter altijd zo goed ontvangen. Dan merkte je aan alles dat het een gezellige en fijne vereniging is, de warmte straalde ervan af. Er staat ook veel publiek, een man of 400. Die gezelligheid spreekt aan en is eigenlijk altijd zo gebleven.” Maar makkelijk was het in zijn periode als voorzitter allerminst. “Toen ik begon, stond de club er eigenlijk niet zo goed voor. Dat waren op financieel vlak pittige tijden. Gelukkig hebben we dat de kop in weten te drukken, door goed beleid te voeren. Een mooi uitdaging.” Ook zijn laatste maanden waren uitdagend. “Het zondagvoetbal lag op zijn gat, dus aan mij de moeilijke taak om te beslissen dat we over zouden stappen naar zaterdag. Ineens zaten er 250 leden bij die vergadering, die namen het mij niet in dank af. Dat was hectisch, maar is achteraf een gouden greep gebleken. We moesten het doen.” Maar dat hij de voorzittershamer al een tijdje heeft neergelegd, wil niet zeggen dat hij minder betrokken is. Integendeel. “Ik ben gepensioneerd, dus ik heb alle tijd. Edwin (Boogaard), de huidige voorzitter, is mijn vriend dus die kan ik op mijn gemakje helpen.”

Langs de lijn

Lammers geniet dan ook nog steeds zichtbaar van zijn vrijwilligerswerk. “De sfeer maakt het gewoon leuk om te doen. Het is een hobby en het blijft leuk, door de jaren heen is dit wel echt mijn clubje geworden. Daar blijf je trouw aan.” Hij weet als geen ander hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden, zelf haalt hij er maar wat veel voldoening uit. “Het is elke keer opnieuw weer een uitdaging. Als de club er financieel goed voor staat en de prestaties op het veld lopen lekker, dan geeft dat een ‘kick’. Dat voelde je ook als scheidsrechter, wanneer je een goede wedstrijd had gefloten. Zo voel ik dat nog steeds.” Maar Lammers, die voetbalde bij Rijnmond en Zuidland, ziet dat er als club steeds meer van je wordt gevraagd. “Het is sowieso al moeilijk om mensen te vinden, maar er komt ook steeds meer op je af. Steeds meer taken vanuit de KNVB.” Toch vindt hij het nog altijd veel te leuk om te doen, hij hoopt dat meer mensen bij Hellevoetsluis zijn voorbeeld volgen. “We hebben nu 600 leden, het zou mooi zijn als er wat meer vrijwilligers op zouden staan. Als scheidsrechter, maar ook achter de bar. Het is nu leuren om ze te krijgen, maar leden mogen wat dat betreft best wat actiever zijn.” Als hij ooit stopt, zijn ze zeker niet van hem af. “Als het plezier er niet meer is, moet je stoppen. Dat is nu nog lang niet, maar anders sta ik gewoon langs de lijn hoor!”

Klik op VV Hellevoetsluis voor het laatste artikel van de club.

Lukas Hamann van Nieuwenhoorn: Wat goed is, komt snel

Al weken prijkt er in de basisopstelling van eersteklasser Nieuwenhoorn een opvallende naam, namelijk die van A-junior Lukas Hamann. De 18-jarige aanvaller sloot tijdens de voorbereiding aan bij de hoofdmacht van de club en maakt sindsdien een uitstekende indruk. Stiekem droomt hij al van een stapje hogerop. “Tweede divisie, met zoveel publiek, dat lijkt me wel vet!”

Al beseft de nuchtere rechtsbuiten maar al te goed dat die droom voorlopig nog geen realiteit zal worden. Toch ging zijn doorbraak bij Nieuwenhoorn ook sneller dan gedacht. “Een ‘concurrent’ raakte geblesseerd, daardoor mocht ik tijdens de voorbereiding al minuten maken. Dat ging goed, sindsdien sta ik in de basis. Dat had ik zelf ook niet verwacht hoor.” Want pas sinds dit seizoen maakt Hamann, die eigenlijk nog tweedejaars-A is, deel uit van de eerste selectie. “Vorig jaar trainde ik al eens mee, maar dat was met een andere trainer. We hebben echt een leuke groep, ik leer veel van die jongens.”

249967_CPI

Jeugdig enthousiasme

Hoe ogenschijnlijk makkelijk hij de overstap van jeugd naar senioren ook heeft gemaakt, hij moet toegeven dat het verschil groot is. “Er wordt veel sneller gehandeld en ze zijn natuurlijk een stuk sterker. Zelf ben ik niet de breedste, maar ik ga geen duel uit de weg hoor.” De oudere jongens nemen hem bij de hand, vertelt hij. “Bijvoorbeeld met loopacties. Wanneer ik diep moet gaan of juist in de bal moet komen. Ze zijn tactisch een stukje verder dan ik, daar kan ik alleen maar veel van opsteken.” Maar natuurlijk beschikt Hamann zelf ook over de nodige kwaliteiten, hij noemt ze zelf even op. “Ik ben snel, maak graag een actie en zie meestal wel waar de ruimte ligt.” Een rechtspoot op rechts. “Mijn links is niet zo heel slecht, maar ik ga toch vaker buitenom.” Het begin van de competitie verliep moeizaam voor de jongeling. “Net daarvoor raakte ik geblesseerd, dus tijdens de eerste wedstrijd viel ik maar kort in. Toen pakte ik meteen een rode kaart, waardoor ik twee wedstrijden schorsing kreeg. Jeugdig enthousiasme zullen we maar zeggen, haha!” Als buitenspeler moet hij natuurlijk zorgen voor doelpunten en assists, maar toch ligt zijn focus in het eerste seizoen bij de senioren op iets anders. “Het zou mooi zijn als ik een aantal goals kan maken, een stuk of acht, maar eigenlijk wil ik vooral gewoon zoveel mogelijk spelen.”

Samenspelen

Doorgebroken dus bij Nieuwenhoorn, maar dat had ook zomaar heel anders kunnen zijn, vertelt hij. “Ik woon in Rockanje, dus daar ben ik ook begonnen met voetballen. Pas in de D’tjes kwam ik hier terecht. Daarna heb ik nog twee jaar bij Excelsior gevoetbald, tot ik naar Spijkenisse vertrok.” Bij de Rotterdamse profclub liep het anders dan gehoopt. “Het ging niet zo lekker met de trainer en ik had heel veel last van groeipijnen.” Na een jaartje Spijkenisse keerde hij terug op het oude nest, inmiddels alweer voor het vierde seizoen. Dat hij op voetbal zou gaan, was al snel duidelijk. “Met mijn broer, die nu bij SC Feyenoord speelt, voetbalden we vroeger altijd al op de pleintjes. Het ging ook altijd over voetbal, nu wat minder omdat hij uit huis is.” Ooit hoopt hij samen met broer Steven in één elftal te spelen. “Hij is 22 jaar, dus wie weet dat het er ooit nog van komt. Dat zou wel heel mooi zijn.” Echt veel tips geven ze elkaar niet. “We kunnen eigenlijk nooit echt bij elkaar kijken, dus dat is wel jammer.” Tot slot gaat hij in op de doelstelling van dit seizoen, na een goede start lijkt een plek bij de bovenste ploegen tot de mogelijkheden te behoren. “We willen bij de eerste vijf eindigen. Zelf denk ik dat de hoofdklasse nog te vroeg komt. Even een jaartje hierin blijven, dan zijn we er klaar voor.” Ook voor zichzelf heeft hij een duidelijk doel voor ogen. “Blijven leren. Aan de bal moet ik nog een stukje sterker zijn, zodat we balbezit houden.” Zijn droom is in ieder geval duidelijk. “Een vriend liet filmpjes zien van Quick Boys, met zoveel publiek, daar hoop ik ooit te staan!”

Klik op Nieuwhoorn voor het laatste artikel van de club.

Michel Blok kan nu pas echt beginnen als voorzitter bij Abbenbroek

Net voor alle ellende van corona stapte Michel Blok bij Abbenbroek in als voorzitter van de club. Maar in zijn eerste twee seizoenen is hij vooral druk bezig geweest met het samenstellen van een bestuur en dus kan er eigenlijk pas nu echt begonnen worden met vooruitkijken. “Het was continu brandjes blussen, maar hoe gaan we dingen nou echt in het vat gieten?”

249967_CPI

Voorzitter van een voetbalclub, de 40-jarige Blok moet er stiekem zelf ook nog een beetje aan wennen. Want heel eerlijk, daar had hij nooit zo over nagedacht. “Ik wilde eigenlijk helemaal geen voorzitter worden. Het rommelde een beetje binnen het bestuur, de vorige voorzitter had aangegeven te gaan stoppen en ik dacht dat ze wel een vervanger zouden hebben.” Dat bleek niet het geval, zodoende klopten ze bij hem aan. “Dan voel je je toch wel gevleid, eerlijk is eerlijk. En ik had daar ook wel bepaalde ideeën bij, dus als er dan één bestuursfunctie binnen een club is om dingen te veranderen, dan is het die van voorzitter.”

Brandjes blussen

Zijn moment van instappen was allesbehalve gunstig. “Corona kwam en het voltallige bestuur stapte op, ik bleef achter met alleen nog een penningmeester. Dat vormen van een nieuw bestuur was lastiger dan ik had verwacht.” Hij legt uit. “Bij zo’n functie komt nog heel wat kijken. Het kost veel tijd en je hebt een grote verantwoordelijkheid, dat bleek niet voor iedereen te zijn weggelegd.” Inmiddels is dat achter de rug, vertelt Blok. “We hebben nu een groep met enthousiaste mensen en dus kunnen we echt gaan kijken hoe we het willen gaan doen. Eerst waren we vooral druk met een bestuur vormen en de maatregelen naleven, nu kunnen we vooruitkijken, stoppen met brandjes blussen en echt iets in het vat gaan gieten.” Te beginnen met een sponsorcommissie. “Een activiteitencommissie is al samengesteld, nu is het tijd voor de sponsoren. Dat gaat op de schop. Wat komt er precies binnen en wat gaat eruit? Daar zijn we nog niet aan toegekomen.” Door middel van een nieuwsbrief moeten de leden op de hoogte gehouden gaan worden van de ontwikkelingen, maar ook de kantine krijgt hernieuwde aandacht. “Ander soort dranken, maar ook feestavonden. Er zijn genoeg ideeën binnengekomen de voorbije jaren, maar die werden eigenlijk bij voorbaat afgeschoten. Dat gaat leden tegen de borst stuiten, die voelen zich niet gehoord.”

Speciaal plekje

Dat alles met maar één doel, vertelt Blok. “Dit ‘clubbie’ draaiende houden. We hebben maar 140 leden, dan moet je proberen om je staande te houden tussen al dat geweld van andere clubs.” Een verbouwd sportpark moet daaraan bijdragen. “Die verbouwing is eigenlijk zo goed als klaar. We hebben een buitenbar en een terras, het is alleen jammer dat we daar nog nauwelijks gebruik van hebben kunnen maken. Helemaal nu er geen supporters mogen komen.” Abbenbroek heeft een speciaal plekje in zijn voetbalhart. “Ik kom hier al heel mijn leven. Begonnen bij de F’jes, altijd gevoetbald in lagere elftallen en nu als voorzitter. Ik loop hier al zeker 30 jaar rond.” Het is voor hem dan ook de gezelligste club van Voorne-Putten. “Echt een familiair clubje, iedereen kent elkaar.” Het maakt hem een trotse voorzitter, al is het een drukke baan. “Je wordt soms om de havenklap gebeld. Als er een hoekvlag kwijt is of als de koffie op is.” Toch is dat niet het belangrijkste agendapuntje voor de komende tijd. “We moeten proberen meer leden te krijgen, maar vooral om de leden vast te houden. Een gezellige club, waar iedereen het naar zijn zin heeft en waar mensen gehoord worden.” Ze kunnen dan ook altijd bij hem terecht. “Ik ben pas 40, dus volgens mij sta ik tussen alle leden. Ik denk dat tachtig procent mijn nummer heeft, dus ze mogen bellen.” En dan lachend: “Maar dat moeten ze niet meteen nu allemaal gaan doen!”

Klik op Abbenbroek voor het laatste artikel van de club.

Fabian Boekholt wil belangrijk worden voor VV Hellevoetsluis

In zijn eerste seizoen bij Hellevoetsluis kwam Fabian Boekholt niet verder dan vier wedstrijden en dus ziet de rappe aanvaller dit jaar als zijn vuurdoop. En die verloopt tot nu toe best aardig, want met acht goals en zes assists maakt de oud-speler van MZC’11 indruk. “Ik wil hier echt belangrijk worden, dan komt dat belletje voor hogerop vanzelf.”

249967_CPI

Door een verhuizing naar Zierikzee voetbalde de 21-jarige Boekholt een aantal jaar in Zeeland, maar nu is hij dus terug. En daar is hij maar wat blij mee. “De Rotterdamse competitie is toch een stukje aantrekkelijker. Voetballend is het beter, Zeeland is toch meer ‘FC Lange Bal’.” Inmiddels woont hij weer in Hellevoetsluis en gaat hij naar school op het Albeda College, zijn ontvangst bij de club deed hem goed. “Ik ben heel goed opgevangen en de sfeer is leuk. Hier is het echt één hechte groep.”

Bewijzen

Ondanks zijn nog jonge leeftijd, speelde hij al voor de nodige clubs. Een echte band met ‘Hellevoet’ had hij niet. “Mijn vader heeft hier vroeger gevoetbald, maar zelf had ik er niet echt een bijzonder gevoel bij.” Begonnen bij Vlotbrug en te klein voor Feyenoord, maar hier zit Boekholt helemaal op zijn plek. “Vrienden die je normaal misschien niet zou zien, komen allemaal naar de club. De supporters zijn ook heel fanatiek, staan continu te roepen. Echt een mooie beleving.” Hij heeft het plezier dan ook weer helemaal terug, van zijn vroege overstap naar de senioren leerde hij een hoop, vertelt hij. “Toch wel wat slimmigheidjes. Ik weet nu beter wat die verdedigers gaan doen, even trekken of duwen. Bij MZC kreeg ik eens een rode kaart bij een opstootje, laatst had ik hier ook zo’n moment, toen ben ik meteen weggelopen. Daar leer je van.” Veel verschillende clubs dus achter zijn naam, niet altijd een voordeel, weet hij inmiddels. “Aan de ene kant is het leuk, omdat je jezelf steeds weer moet bewijzen. Maar je verliest wel veel contacten. Als je lang bij een club zit, ken je de mensen en zegt iedereen ‘hey’ als je voorbijkomt. Nu moet je steeds weer nieuwe mensen leren kennen.” Over de prestaties van de tweedeklasser en zichzelf is Boekholt meer dan tevreden. “We zijn heel lekker begonnen, dat geeft vertrouwen. Bij mij zat dit er ook wel aan te komen, je wordt wat ouder, dan moet je ook steeds meer rendement krijgen. Dat was wel iets waar ik veel mee bezig was.”

Echt belangrijk worden

Die goede start brengt ook nieuwe verwachtingen met zich mee, realiseert hij zich. “Als we in de top drie eindigen zijn we tevreden, maar misschien moeten we wel voor het kampioenschap of een periode gaan. Dat leeft echt in het team.” Hij moet lachen. “Laatst zeiden we al tegen elkaar op Whatsapp: Dit is echt het geluk van de kampioen!” De manier van spelen past perfect bij hem. “We zetten hoger druk en willen de bal snel afpakken, dat is voor mij als aanvaller natuurlijk wel lekker. Dan kan ik tenminste daar mijn energie in steken, in plaats van steeds verdedigen.” Voorheen als buitenspeler, tegenwoordig als spits. “Een systeem met twee spitsen. Ik ben een beetje de inzakkende of voetballende spits, misschien zelfs wel een dubbele ’10’. Zwerven en de hoeken induiken.” Het is hem op het lijf geschreven. “Ik moet het ook hebben van mijn loopacties, slim tussen de linies, ondanks dat ik vrij snel ben.” Toch ziet hij nog genoeg verbeterpunten. “Hoe hoger je gaat spelen, hoe meer je weer leert. Af en toe wat meer rust aan de bal, even het moment kiezen om balbezit te houden.” Aan ambitie geen gebrek. “Het hoogst haalbare, dan denk ik aan tweede of derde divisie. Lastig te zeggen of ik dat nu al zou willen, misschien is het wel beter om nog een jaartje te blijven. Om echt belangrijk te worden.” Zijn doel voor dit seizoen staat in ieder geval vast. “Minimaal vijftien goals en tien assists, dan ben ik tevreden!”

Klik hier voor meer artikelen over VV Hellevoetsuis.

Edwin Wingelaar van VV Briele ‘Het sociale was altijd mijn grootste drijfveer’

Na 25 jaar in het bestuur van Brielle en het daarvoor bekende Wit Rood Wit, is het voor Edwin Wingelaar voorlopig mooi geweest. De scherpte is er een klein beetje af, maar dat wil niet zeggen dat ze hem echt moeten gaan missen. “Ik zal altijd dingen blijven doen en zaterdagmiddag blijft gewoon mijn middag hoor!”

249967_CPI

Tien jaar secretaris van Wit Rood Wit, tien jaar bij Brielle en nog eens vijf jaar bij de dames. Al met al kun je zeggen dat de 51-jarige Wingelaar zijn maatschappelijke steentje wel heeft bijgedragen. Dat werd met de paplepel ingegoten, vertelt hij. “Mijn vader was altijd voorzitter van district Rotterdam en Den Haag, zoals dat toen nog heette en zelf ben ik vanaf de A’tjes al gaan vlaggen bij de dames.” Want dat doe je voor vrienden en vriendinnen. “Daarom doe je het. Met veel daarvan ben ik nog steeds bevriend, voor mij is het sociale wel echt de grootste drijfveer. Je bouwt een enorme vriendengroep op.”

Gezellig

Want alle energie die je er instopt, krijg je er gewoon weer voor terug. “Zoveel leuks. Over sommige feestavonden hebben we het nog steeds, dat was echt ouderwets gezellig. Dat zie je nu bijna niet meer.” Gezelligheid was sowieso wel het sterkste punt van Wingelaar, moet hij eerlijk bekennen. “Ik ben altijd reservekeeper geweest, volgens mij ben ik tot één potje in het eerste gekomen. Het waren vooral vriendenteams waar ik in speelde, het vijfde of zesde, gewoon een gezellig niveau.” Vooral buiten het veld genoot hij dan ook het meeste, ook als vrijwilliger. “Het leukste is de onderlinge band die je opbouwt. Het organiseren van feestavonden, buitenlandse reizen of het vieren van een kampioenschap.” Maar aan zijn functie van secretaris kleven ook serieuze zaken. “Je bent eigenlijk verantwoordelijk voor de communicatie van alle kanten. Dat kan met de KNVB zijn, de gemeente of intern. Je bestuurt de vereniging van het eerste tot de F3.” Onderhandelen met de gemeente was, naar eigen zeggen, niet de favoriete bezigheid van Wingelaar. “Daar was ik nooit zo’n ster in, daar kreeg ik ook geen energie van. Terwijl het contact met de KNVB altijd veel leuker was, als je echt iets voor elkaar kreeg. Inmiddels kende je die mensen natuurlijk ook wel.”

Minder scherp

Zoals gezegd kon je hem wel porren voor een feestje. “Het 90-jarig jubileum was fantastisch. Speelden we tegen Oud-Feyenoord, toen werd ik zelf nog een paar keer in de luren gelegd door Peter Houtman, maar dat geeft niks.” Gezelligheid was voor Wingelaar de brandstof om het 25 jaar lang vol te houden. “Ik ben echt een gezelligheidsmens, dus dat geeft energie. Een biertje doen met je maten, contact hebben met mensen.” Maar ook de zaterdagochtenden toveren een glimlach op zijn gezicht. “Als je dan de jeugd lekker ziet voetballen, daar doe je het voor.” Al zat zijn sociale kant hem daar nog weleens in de weg, vertelt hij. “Omdat je iedereen kent, komen ze altijd met vragen bij jou. Ik weet niet of dat een voordeel of een nadeel was.” Maar dat is zeker niet de reden dat hij er nu een punt achter zet. “Ik merkte bij mezelf dat ik twintig jaar als secretaris niet zo scherp meer was. Bij tuchtzaken moet je er bijvoorbeeld meteen opspringen, dat had ik niet meer zo. Even iets minder verantwoordelijkheid vind ik wel lekker.” Zoals gezegd blijft hij vrijwilligerswerk doen, toch blikt hij terug op zijn periode in het bestuur. “Met heel veel plezier! De vriendschappen blijven altijd bij, maar ook dat gevoel van zaterdag zes uur. Als je daar met een biertje zat en alles was weer goed gegaan, had je een voldaan gevoel.”

Maatschappelijke functie

In al die tijd heeft hij een heleboel dingen zien veranderen, vertelt hij. “Mensen hebben meer te kiezen. Zelf zat ik elke dinsdag en donderdag na de training in de kantine, nu kan je daar bij wijze van spreken een kanon afsteken en je raakt niemand. Het is veel rustiger. Spelers zeggen makkelijker af op zaterdag en de jeugd heeft meer interesses dan alleen voetbal.” Maar ook het besturen van een club is ingewikkelder geworden. “Met alle digitalisering van nu. Vroeger regelde je dingen soms gewoon onderling, dat kan nu niet meer. Er komt een hoop meer bij kijken. Maar vrijwilligers zijn nog steeds lastig te vinden, haha!” Bij Wingelaar overheerst vooral de trots. “Dat alles altijd gelukt is. Maar ook op de feestweek van het 90-jarig jubileum bij Wit Rood Wit en dat de fusie heel soepel verlopen is. Uiteindelijk mogen we daar echt niet over mopperen. We hebben een mooi complex, 900 leden en een opbloeiende meidenafdeling.” Brielle betekent dan ook veel voor hem. “Het is een groot deel van mijn leven, bijna iedere dag ben ik er wel even.” Met een voetballende zoon zal dat voorlopig niet veel minder worden, de club speelt sowieso een belangrijke rol binnen de gemeenschap, vindt hij. “Van de jongste jeugd, tot aan de veteranen, er is hier voor iedereen een plekje. Die maatschappelijke functie heb je als vereniging.”

Betrokkenheid tonen

Echt iets gaan missen, doet hij voorlopig niet. “Ik blijf actief in de toernooicommissie en zal hier en daar ook nog wel een wedstrijdje fluiten, dat vind ik toch nog steeds het leukste om te doen. Met een vast groepje gasten blijf je er altijd wel bij betrokken.” Maar voor de inwoner van Brielle is het moeten er eventjes af. “Iets minder verantwoordelijkheid, wat meer tijd voor andere dingen.” Zoals het bezoeken van wedstrijden van het Nederlands elftal. “Ik ben een groot Oranjefan, laatst was ik bij Montenegro-Nederland. Dat is wel echt mijn tweede hobby. Met het supporterselftal speelde ik vaak wedstrijden, nu ben ik daar een soort leider of assistent van geworden.” Tot slot heeft hij nog één wens of eigenlijk een oproep aan zijn medeclubgenoten. “Mensen moeten soms wat meer voor elkaar over hebben. Het gras lijkt altijd groener aan de overkant, maar stiekem gaat er echt veel goed bij ons. Juist als je elkaar helpt, maak je elkaar sterker. Commentaar vanaf de zijkant leveren is makkelijk, maar dan moet je ook even wat meer betrokkenheid tonen. Of vertrouwen hebben in ons. Dat heeft mij soms wel gestoord, hopelijk pakken we dat samen op!”

Klik hier voor meer artikelen over VV Brielle.

Onder de lat met Efkan Karaduman van ASWH

Efkan Karamudan van ASWH heeft zich door de jaren heen weten te bewijzen als vaste waarde  in de JO19-1. Door goed te letten op zijn voeding en motivatie te halen uit video’s probeert de 17-jarige keeper de volgende stap te zetten en het hoogst mogelijke te behalen.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Begin carrière 
Efkan is op 6-jarige leeftijd begonnen met voetballen bij ASWH. Hij speelde niet altijd als keeper: ‘’Ik begon destijds in de JO7-7 als verdediger en een seizoen later schoof ik door naar de JO7-2 als keeper.’’ Daarna werd Karaduman doorgeschoven: ‘’Na gevoetbald te hebben in JO11-5 werd ik voor het eerst geselecteerd voor een selectieteam, de JO11-1. Na twee prima seizoenen gedraaid te hebben mocht ik ook door naar de JO14-1.’’ Daar begonnen echter de wat mindere jaren: ‘’Na de 14-1 heb ik lang niet meer in een selectieteam gezeten. Ik kwam terecht in de 15-2, en de 17-3 voor drie seizoenen lang. In deze periode heb ik ook gedacht om te stoppen met voetbal -omdat ik het niet meer leuk vond- maar dankzij mijn vader ben ik door blijven gaan. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik nu in de 19-1 zit.’’

Continueren
De keeper vind zelf dat hij een goede ontwikkeling meemaakt vergeleken met de vorige seizoenen. ‘’Omdat ik lang niet meer in een selectie elftal zat, merkte ik in het begin op dat ik wel achter liep op de jongens die al langer in de selectieteams zaten. Denk bijvoorbeeld aan snelle balbehandeling en coachen.’’ Gelukkig hebben de coaches van JO19-1 hem een nieuwe kans geboden: ‘’Dankzij de trainers heb ik een kans gekregen om mezelf te ontwikkelen in de 19-1 en ik denk dat dat wel geholpen heeft in de aspecten die ik heb genoemd.’’

Meevoetballend
De goalie is vergelijkbaar met Manuel Neuer, een meevoetballende doelman: ‘’Waar ik als keeper in uitblink zijn vooral mijn voetbalkwaliteiten. Zelf ben ik namelijk rustig aan de bal en kan ik door deze kwaliteit goed observeren. Dankzij observatie maak je vaak de juiste keuzes, hierdoor kan ik goed meevoetballen in het team.’’ De neef van Efkan heeft ervoor gezorgd dat hij ging keepen. ‘’Mijn neef zat destijds op voetbal als keeper. Als wij met z’n allen op bezoek waren bij mijn oma en opa, gingen wij meestal samen om en om op doel staan om te keepen. De ander deed dan voetbalsituaties na. Hierdoor is mijn interesse in keepen gekomen en met de tijd is die liefde alleen maar meer gaan groeien.’’

Professioneel
Vaak zijn keepers een beetje gek. Hier kan Efkan zelf ook om lachen: ‘’Ik vind het wel grappig. Als keeper zijnde mag je niet bang zijn voor een bal. Ook als er heel hard wordt geschoten moet je hem proberen tegen te houden. Dan moet je wel natuurlijk een beetje gek zijn om dat te willen.’’ Daarnaast heeft hij ook rituelen voordat hij zijn opwachting maakt in wedstrijden. ‘’Als ik wakker word op een zaterdag pak ik direct mijn telefoon en kijk ik naar saves van andere keepers. Dit helpt mij om mijzelf te motiveren en door die video’s kan ik zelf ook inbeelden wat ik zelf het best kan doen in een bepaalde situatie.’’ De keeper neemt zijn wedstrijden dan ook erg serieus: ‘’Qua voeding stop ik vaak ruim voor de wedstrijd met eten om een eventuele steek te voorkomen. Vlak voor de wedstrijd eet ik wel een banaan voor meer uithoudingsvermogen en concentratie. Verder concentreer ik heel de ochtend op mijn wedstrijd en ontspan ik. Voordat mijn wedstrijd begint doe ik ook nog eens smeekbeden.’’

Aspiraties
De jonge doelman heeft verder veel ambities bij ASWH. ‘’Mijn doel als keeper is om de eerste te bereiken. Het zou wel leuk zijn om als kleine jongen te beginnen bij je club en na een lange tijd het hoogst haalbare te bereiken.’’ Hij heeft hier zelfs een stappenplan voor opgemaakt: ‘’Voordat ik het eerste elftal wil bereiken is er ook nog eens een tussenstap en dat is de O23. De O23 zou mij kunnen helpen om nog meer bij het niveau van het eerste te komen, dus het lijkt me wel handig om eerst de O23 te halen.’’

Klik voor meer artikelen over ASWH.
Klik voor meer informatie over ASWH.

Jeroen de Rijcke van Rozenburg “Het is zo zonde als ze op hun zestiende al stoppen.”

Zoveel mogelijk jeugdspelers in het eerste en een representatief JO13 vanuit de onderbouw. Dat is wat ze bij Rozenburg voor ogen hebben en dus wordt de jeugdopleiding van de club de komende maanden flink op de schop gegooid. Jeroen de Rijcke, voorzitter van de TC, ziet het al helemaal voor zich. “Het is zo zonde als ze op hun zestiende al stoppen met voetbal.”

249967_CPI

Het is eigenlijk het eerste wat De Rijcke, sinds april 2021 onderdeel van de technische commissie zegt. “Ik hoop dat onze ideeën niet te veel afwijken van wat andere clubs doen. Wat wij bedacht hebben, zo zou het volgens mij overal moeten gaan.” En dat zegt hij absoluut niet uit arrogantie, want bij Rozenburg hebben ze juist niet het idee dat ze het wiel opnieuw hebben uitgevonden. “Het zijn toch geen baanbrekende dingen? Dit mag je eigenlijk gewoon van een vereniging verwachten, vind ik.”

Geen publiek

Eerst even een korte introductie van hemzelf. “Ik ben begonnen als jeugdcoördinator, trainde ook nog mijn kinderen, tot we genoeg trainers hadden. Daarna was ik verantwoordelijk voor de JO7 tot en met de JO11.” Het klinkt veel, maar voor De Rijcke is het vanzelfsprekend. “Als je commentaar hebt op dingen, moet je het zelf oppakken en beter doen.” Want binnen de vorige TC liep niet alles helemaal soepel, vertelt hij. “Daar waren nogal wat meningsverschillen, ze zijn uiteindelijk niet eens aan hun werk begonnen. Toen vroegen ze aan mij of ik daar plannen over had.” Die had hij wel, vanaf dat moment is de 41-jarige inwoner van Rozenburg verantwoordelijk voor de onderbouw. Al heet dat nu anders. “De voetbalschool. Het is eigenlijk een school waar je leert voetballen. We zijn gestart met een pilot, waarbij er geen publiek langs de lijn welkom is. Dat is begonnen tijdens corona en eigenlijk beviel ons dat wel.” Hij legt verder uit. “De focus ligt dan veel meer op de trainers en de training. Anders zijn ze continu bezig met contact zoeken met de zijkant.” Gewoon om te kijken hoe dat is. “We willen dingen proberen. Als het geen succes is, draaien we het zo weer terug. Tot nu toe zijn de trainers er heel blij mee, terwijl ze eerst wel sceptisch waren natuurlijk.” Toch moet de JO7 tot en met de JO12 het niet geheel zonder support vanaf de zijlijn doen. “Eens in de zoveel tijd organiseren we een kijkdag, om te zien welke ontwikkeling ze hebben doorgemaakt.”

Nek uitsteken

Maar er is meer. “Er lopen twee technische coördinatoren rond, we trainen op dezelfde tijden en bieden ieder team dezelfde oefenstof aan. Daardoor krijgt iedere jeugdspeler precies evenveel aandacht.” Geselecteerd wordt op niveau, maar ook op mentaliteit en gedrag. “Als ze allemaal het systeem kennen waarin wordt gespeeld, is het onderling ook makkelijker wisselen van spelers.” Maar vooral de aandacht is dus belangrijk, vertelt De Rijcke. “Iedereen moet het gevoel hebben dat ze erbij horen, zo lopen ze straks allemaal in hetzelfde trainingspak. Maar iedere voetballer moet ook uitgedaagd worden. Uiteindelijk moet je in de JO13, dus na de onderbouw, zestien spelers hebben. Dat onderlinge verschil wil je zo klein mogelijk hebben.” Om dat voor elkaar te krijgen, zijn ze bij Rozenburg aan de slag gegaan met hun jeugdtrainers. “We hebben in totaal 22 trainers een cursus aangeboden en proberen ze daarin echt te begeleiden. Je ziet het terug in de trainingen en ze willen graag een vervolgopleiding doen, je merkt dat het leeft.” Vanzelfsprekend kost dat veel tijd, maar De Rijcke steekt het er met alle liefde in. “Het is je club. Mijn twee zoontjes voetballen er ook en je weet hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden, maar een vereniging heeft ze wel nodig. Commentaar leveren is makkelijk, dan moet je ook je nek uitsteken.”

Spelenderwijs

Maar bovenal doet de oud-speler van de club het met heel veel plezier. “Die gasten stralen van oor tot oor, die willen gewoon lekker op het veld staan.” De Rijcke heeft, samen met Gerard Timmer, Dion Pol en trainer Rien de Bil één duidelijk doel. “Jeugdspelers in het eerste elftal en een JO13 dat staat. Met een groep jongens dat blijft voetballen tot aan de senioren.” En dus hopen ze per jaar twee of drie jongens door te kunnen schuiven naar het vlaggenschip, daarom moet er op jonge leeftijd al begonnen worden, denkt hij. “Met vier jaar kunnen ze bij ons straks al ‘voetballes’ krijgen. We noemen dat Rozenburg Voetjesbal, gewoon spelenderwijs leren. Eén keer in de week met een gymleraar.” En natuurlijk zit daar een idee achter. “Je wilt kinderen laten kijken op de voetbal, maar vooral in beweging krijgen. Het is de ‘Playstation-generatie’. Ook voor ouders is het een kennismaking.” Een teamsport is toch weer anders dan een individuele sport, vindt hij. “Als kinderen hun eerste sport voetbal is, blijven ze toch sneller hangen. We zijn in september begonnen en hebben nu al meer dan twintig kinderen, terwijl ik vind dat we het nog meer aandacht kunnen en moeten geven. Waarom niet promoten op basisscholen?”

Dromen

Ook de bovenbouw gaat onder de loep, want daar ziet De Rijcke nog genoeg punten die voor verbetering vatbaar zijn. “We hebben maar twee selectieteams en misschien maar één lichting die het eerste kan halen.” Maar om dat te kunnen veranderen, moeten ze onderaan beginnen, weet ook hij. “Het begint met plezier in het spelletje en het opleiden van trainers. Wat we nu hebben, is een jarenplan. Het gaat echt stapje voor stapje. Misschien duurt het wel tien jaar voordat je de vruchten kunt plukken.” Toch mogen ook de recreatieve teams zeker niet vergeten worden. “Een groot deel van de leden voetbalt niet in een selectieteam, maar zijn ontzettend belangrijk voor ons als vereniging.” Waar ze heen willen, is in ieder geval duidelijk. “De hoogste jeugdelftallen moeten straks minimaal eerste klasse spelen en we willen het ledenaantal vergroten, zodat je altijd genoeg spelers hebt om te kunnen selecteren.” Om dat te bewerkstelligen zal De Rijcke zijn gezicht vaak laten zien, ook op het trainingsveld. “Jeanette Schipper en Rick van Schenkhof zullen als coördinatoren veel op het veld staan, maar ik ga ze daar wel bij helpen. Vooral ook omdat voetbal gewoon te leuk is. Als je daar rondloopt, wil je helpen.” De ontwikkeling staat dan ook voorop, daar doen ze het uiteindelijk allemaal voor, zelf droomt hij al een beetje verder. “Misschien is het wel te ambitieus, maar het zou mooi zijn als kinderen over een paar jaar vanuit de regio bij ons willen komen voetballen. Omdat het hier goed geregeld is en het niveau hoog is. Dromen mag toch?”

Klik hier voor meer artikelen over VV Rozenburg.