Home Blog Pagina 656

Het keepen laat Danny Spelde nooit los

Danny Spelde (35) speelde veertien jaar in het eerste van RVVH.  Als jeugdkeeper was hij actief voor Feyenoord en Sparta Rotterdam, waarna de doelman in het amateurvoetbal zijn sporen ruimschoots verdiende. Nu is Spelde trainer van de keepers van de A-selectie en leidt hij op zondag jonge doelmannen op.

Spelde kwam uit voor de landelijke jeugd van Feyenoord en Sparta Rotterdam. “Maar dat is lang geleden hoor”, lacht de in Rotterdam opgegroeide Spelde, die in de dagelijks leven begeleider is op een woongroep voor verstandelijk gehandicapten. “Ik ben vooral bekend als doelman van RVVH. Mede door een kruisbandblessure heb ik het betaalde voetbal niet gehaald. Maar ik heb later een prima tijd in het amateurvoetbal gehad. Ik speelde een paar jaar voor Barendrecht en ben toen naar RVVH gegaan. In combinatie met mijn maatschappelijke loopbaan, was dat erg leuk”, aldus Spelde die anderhalf jaar geleden vanwege een kruisbandblessure moest stoppen bij RVVH.

Dominos_voorjaar2021

Spelde meerde aan bij de Ridderkerker vereniging op het moment dat zij net gedegradeerd was naar de tweede klasse zaterdag. Het was aanvankelijk de bedoeling om met zijn nieuwe club in de eerste klasse te spelen. “Maar RVVH had een slecht seizoen, waardoor we met best veel nieuwe spelers in de tweede klasse moesten beginnen. Ook Giovanni Franken bijvoorbeeld, maakte deel uit van de selectie. Er heerste geen enorm prestatieklimaat toen wij ons bij RVVH aanmeldden. Langzaamaan is daar verandering in gekomen.”

RVVH zette in het seizoen 2008/2009 aan voor een opmars die uiteindelijk zou leiden tot een positie in de Topklasse, voorheen het hoogste amateurniveau. Mario Papavoine trad aan als voorzitter en hij nam geen genoegen met een zesjescultuur. “We promoveerden meteen twee keer op rij en RVVH werd een prestatieclub. Er kwamen spelers van buitenaf. In de hoofdklasse behaalden we steeds hogere klasseringen en in 2015/2016 promoveerden we zelfs naar de Topklasse. Dat we het daarin maar één seizoen volhielden, was een financiële kwestie. We hadden met afstand het laagste budget en konden niet op tegen veel rijkere clubs die een bredere selectie hadden.”

phonedirect

Zelf, zegt Spelde, bleef hij in zijn beginjaren bij RVVH niet overdreven lang plakken in de kantine. Later stond hij zichzelf steeds meer toe om met zijn teammaten een pilsje te pakken. “Spelers van buitenaf vertrokken en RVVH kreeg weer een ploeg met eigen jongens. Echte clubmannen die het leuk vonden om met elkaar in de kantine te zitten. Zelf werd ik ook losser naarmate ik ouder werd. Ik heb duidelijk gezien hoe RVVH de afgelopen jaren aan gezelligheid heeft gewonnen.”

Als keeperstrainer van de A-selectie geeft Spelde leiding aan drie keepers. “Kristijan Nikolic is de eerste keeper, hij is 22 jaar. Hij kan nog veel leren, maar ook nu doet hij het al goed. Over Joris Blaak (21) en Tim Elkhuizen (27), die tweede keeper is, ben ik ook tevreden. Wat is er voor een keeperstrainer mooier dan met jonge,  gretige gasten te werken?”

Eigen keepersschool

Spelde is in het bezit van het zogenoemde diploma’s keeperscoach 2 en 3. De cursus die kan leiden tot het bezit van het zogenaamde PRO-diploma, was hem net wat te prijzig: tienduizend euro. “Maar met mijn opleiding heb ik heel wat bagage. Ik heb ook een eigen keepersschool en geef op zondagmorgen clinics bij RVVH voor alle keepers van RVVH maar ook van andere clubs die daar behoefte aan hebben. Hartstikke leuk om te doen, ik breng al die jongens graag wat bij. Er is gelukkig veel animo,  ik heb 3 verschillende leeftijdsgroepen, 7 tot en met 10, 11 tot en met 14 en 15 tot en met 18 jaar. Joris Blaak assisteert mij met heel veel plezier.”

Jonge jongens zien het niet meer als een afgang om op doel te staan, lacht Spelde, die zelf keeper werd bij gebrek aan kwaliteit als veldspeler. “Vroeger ging je keepen als je verder niks kon. Mijn vader drong er bij mij op aan dat ik tussen die palen moest gaan staan. Nu zie je dat keepers net zo gewaardeerd worden als sterke veldspelers. Het is heel dankbaar om elke week weer met een club enthousiaste gasten te mogen werken. Maar de groep op zondag breidt zich steeds uit. Ik heb de keepersschool bewust kleinschalig gehouden, maar sluit niet uit dat ik assistenten nodig heb in de toekomst en ook de zondagmiddag zal moeten gebruiken.”

 

Klik de link voor een ander artikel van RVVH

Menno Leening: ‘Het is heel divers en je moet continu reageren’

Steeds minder sportzaken en steeds meer online. Het is een ontwikkeling die Menno Leening, eigenaar van Sport2000, de laatste jaren steeds meer ziet. Maar wie denkt dat hij daardoor bij de pakken neer gaat zitten heeft het mis, want juist in deze tijden kijkt hij naar de mogelijkheden. “Dat is het leukste van je werk, reageren op wat er gebeurt.”

Eind 2010 nam hij de winkel in Spijkenisse over, maar al 25 jaar lang weten de mensen de sportzaak te vinden. Dat is dan ook meteen hun kracht, vertelt Leening. “Je bent een soort lokale held. Er zijn maar weinig sportwinkels meer, dus moet je ontzettend actief zijn.” Toch, hoe gek dat ook klinkt, had hij liever een goede concurrent in de buurt gehad. “Daar hebben we eigenlijk meer baat bij, dan hebben de mensen iets te kiezen. Wij kunnen niet alles hebben, terwijl dat online veel makkelijker is.” Leening zag het hebben van een eigen sportzaak op jonge leeftijd al voor zich. “Ik ben begonnen als stagiair, toen verkoper en zo doorgegroeid. Het leukste is het echte contact met de klant. Dat maakt het werk zo divers, iedereen is op zoek naar wat anders.”

Reageren

Luisteren wat de mensen willen, is sowieso heel belangrijk, vertelt de 42-jarige eigenaar. “Veel contact met de verenigingen en op de werkvloer aanwezig zijn, daar pas je de collectie op aan.” Helemaal in deze tijd, moeten ze boven op de voorraad zitten, legt hij uit. “Met het hebben van ‘Nike teamwear’ zijn we uniek, maar de productie loopt achter. Het is continu schakelen, wat komt er wel?” Als fanatiek tennisser weet hij als geen ander hoe belangrijk het materiaal is. “In de winkel zorgen we niet alleen voor een uitgebreid assortiment, maar ook voor de kennis. Klantgerichtheid moet onze kracht zijn.” Op het verlanglijstje van Leening staat nog één wens. “De winkel moet opgeknapt worden. De ruimte is perfect, daardoor heb je juist contact met de klant.” Zoals gezegd, is het steeds weer reageren op de actuele ontwikkelingen. “Nu wordt er minder gevoetbald, dus verkoop je weinig voetbalschoenen. Maar verlichting om hard te lopen is juist weer heel populair. Toen de sportscholen dicht moesten, ging iedereen skeeleren en verkochten we in drie maanden tijd meer dan 300 yogamatjes. Daar moet je op reageren, dat maakt het zo leuk en uitdagend.”

Vrouwen RVVH gesteund door trouwe sponsors

Het damesvoetbal bij RVVH is van en hoog niveau. Het eerste elftal komt uit in de Topklasse A, terwijl het tweede slechts één afdeling lager speelt. Dat laatste doet Ridderkerker Richard van der Giessen (50) erg goed. Hij is sponsor van het team en juicht het toe dat zijn vrouw de hoofdmacht steunt.

Tweede elftallen, er valt best een tijdje over te filosoferen. Heel wat bevlogen voetbalvolgers zullen stellen dat het team volledig in dienst moet staan van het eerste, dat maar al te vaak profiteert van het voorbereidende werk van ‘2’. “Het tweede is naar mijn smaak te vaak een ondergeschoven kindje”, zo begint makelaar Van der Giessen zijn verhaal. “Alle aandacht gaat doorgaans naar het eerste en ook sponsoren hebben veel meer belangstelling voor de hoofdmacht. Toen ik in 2018 begon als sponsor, was het mijn wens om het tweede te steunen. Zij werken net zo hard voor succes en dat mag best beloond worden.”

Dominos_voorjaar2021

Van der Giessen speelde als jongeling voor RVVH en reikte tot het team dat destijds nog B1 heette. Op de linkervleugel viel hij op door zijn werklust, loopvermogen en voorzet. Jaren later bracht een speling van het lot hem opnieuw in contact met de eersteklasser. “Mijn vrouw Marjan runt een uitvaartonderneming en verzorgde de begrafenis van een familielid van een speelster van het eerste. De dames hadden een klik met elkaar en Marjan werd gevraagd om eens na te denken over een stukje sponsorschap. Zij is daar toen op ingegaan, met wederzijds enthousiasme.”

Omdat RVVH de laatste jaren steevast grote ambities koesterde met de damestak, werd de hulp van Marjan buitengewoon gewaardeerd. Namens haar bedrijf voorzag ze het eerste team van winterjassen, hartslagmeters en andere spullen die wijzen op een hoog prestatieniveau. “Ik ben vervolgens zelf met mijn makelaarskantoor sponsor van het tweede geworden”, zegt Van der Giessen, die met zijn bedrijf in het centrum van Ridderkerk gevestigd is.  “Ik koop kleding voor de dames en daarnaast hebben Marjan en ik allebei een tien meter lang reclamebord op de nieuwe tribune. Het geeft ons een goed gevoel dat we het vrouwenvoetbal en de vereniging kunnen ondersteunen. Het mannenvoetbal krijgt al veel aandacht en de sfeer binnen de damestak is heel positief.”

phonedirect

Dat de beide echtgenoten maar sporadisch een duel van de vrouwen kunnen aanschouwen, heeft veel te maken met het werk. “Ik werk als makelaar zes dagen per week. De huizenmarkt staat onder hoogspanning en ook op zaterdag moet ik aan de bak. Marjan kan iedere moment worden gebeld door de familie van een overleden persoon. Ook zij is op zaterdag heel vaak met werk bezig. Maar als er een sponsoravond is, zijn we er altijd bij. Ook als het niet zo goed uitkomt, vinden we dat we ons gezicht moeten laten zien. De club neemt de moeite om het dan gezellig te maken met een hapje en een drankje. We vinden het jammer dat er soms maar weinig sponsoren aanwezig zijn. Gelukkig zijn er altijd speelsters van de selectie aanwezig. Dat stellen we erg op prijs.”

Eind november zette de iconische voorzitter Mario Papavoine na tien ambtsjaren een stap terug om ruimte te maken voor een nieuws gezicht: Stefan Komduur. De man die met zijn havenbedrijf Pelt en Schreijer BV elk jaar tienduizenden euro’s in RVVH stak, wist maar al te goed dat je sponsoren niet genoeg waarderen kan. ‘’Wij kennen Mario niet zo heel goed, maar hij komt altijd naar ons toe wanneer wij bij RVVH zijn. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het gaat vaak genoeg heel anders. Je krijgt er een goed gevoel van als je bijdrage op prijs wordt gesteld. RVVH is gewoon en heel fijne club.”

Dat de vrouwen van zowel RVVH 1 als 2 niet aan een topseizoen bezig zijn, bezorgt Van der Giessen geen maagzweer. Onlangs nog verloor het eerste, dat eerder de ambitie om in de eredivisie te spelen hardop uitsprak, met liefst 0-7 van koploper Saestum, dat weinig te duchten had van speelsters als Vivianne Verheijen, Alyssa Dijkstra en Evy Bergmans. “Een minder jaartje hoort erbij soms. Ik weet dat het eerste niet hoog staat, maar de dames herpakken zich wel weer.”

 

Klik de link voor een ander artikel van RVVH

Henk Kraak: ‘Botlek is toch wel een beetje mijn clubje geworden’

Hij moet er zelf duidelijk ook nog een beetje aan wennen. Op zijn site staat ‘Klussenier Henk Kraak’ namelijk nog altijd als keeper van VV Spijkenisse, maar de oud-doelman is inmiddels toch alweer acht jaar lang lid van Botlek. Tegenwoordig als technische man van de selectie en dat bevalt prima.

Toch zal voor veel voetballiefhebbers de naam van de 42-jarige Kraak onlosmakelijk verbonden blijven met Spijkenisse. “Ik heb zo’n zes jaar lang als tweede doelman in het eerste gestaan en daarvoor zat ik in een vriendenteam. Dus ik ken de club goed.” Toch maakte hij een rondreisje door Voorne-Putten, zoals hij het zelf noemt. “Tot de B’tjes voetbalde ik bij Simonshaven, toen vertrok ik voor twee jaar naar Excelsior, maar ik vond voetballen met mijn vrienden toch leuker.” Via Spijkenisse keerde hij weer terug op het oude nest, na twee jaar Rozenburg en een jaartje Hekelingen streek hij neer bij Botlek. “Ze zochten een keeperstrainer en voor mij was het plezier in keepen wel een beetje minder geworden.”

249967_CPI

Goede weg

Kraak hing op zijn 34ste de keepershandschoenen aan de wilgen, pakte de handschoen als keeperstrainer op, maar na vijf seizoenen was het tijd voor iets nieuws. “Ik ben één seizoen trainer geweest van de JO19, maar dat was toch niet helemaal mijn ding.” Technische man voor de eerste selectie van de derdeklasser is dat wel. “Ik ben eigenlijk verantwoordelijk voor alle voetbaltechnische zaken. Het binnenhalen van spelers, het organiseren van trainingskampen, alles rondom de selectie probeer ik te regelen.” Vanwege corona maakte hij nog geen volledig seizoen mee, toch ziet hij een stijgende lijn. “Botlek is een gezellige vereniging, maar het sportieve aspect werd af en toe een beetje vergeten. Het ging meer om bier drinken. Nu zijn ook de prestaties weer belangrijk.” Toch mag de gezelligheid niet vergeten worden, voegt hij snel toe. “Dat gaat in de derde klasse nog altijd wel voorop, maar winnen helpt daar natuurlijk wel bij.” Hij merkt een duidelijk verschil met de tijd dat hij net binnenkwam bij de club. “Tweede klasse en alles ging vanzelf. Goede spelers kwamen en de sfeer was goed. Daarna hebben we wel in een mindere fase gezeten, met vertrekkende spelers, nu zijn we weer op de goede weg.”

Aan de rem trekken

Die goede weg zijn ze ingeslagen met een jonge ploeg, samen willen ze omhoog. “De gemiddelde leeftijd van onze groep is 21 jaar, dat kost tijd.” En dat geduld is er, vertelt Kraak. “De voorbereiding was goed, maar we zitten gewoon in een sterke competitie. Ik denk echt dat er zes of zeven ploegen zijn die mee kunnen in die tweede klasse. We doen het nu vooral met echte jongens van Botlek, dat is mooi om te zien.” De inwoner van Spijkenisse doet het dan ook met alle liefde. “Ik ben er zeker vier dagen in de week mee bezig. De trainer helpen, ik doe alles voor ze. Soms moeten ze even aan de rem trekken.” Want voetbal blijft voor hem het mooiste wat er is. “Ik houd van dat spelletje. Af en toe baal ik nog steeds dat ik het zelf niet meer kan doen. Botlek is echt mijn clubje geworden, hopelijk kan ik hier nog mooie dingen meemaken.” Daar zal hij vermoedelijk nog even op moeten wachten. “We zijn aan iets aan het bouwen, maar daar hebben we allemaal veel vertrouwen in. Dit seizoen is onze doelstelling om in de middenmoot te eindigen, maar daarvoor moeten we iedere wedstrijd honderd procent zijn. Een beetje minder en foutjes worden afgestraft.” Misschien dat zijn eigen ervaring daar nog een bijdrage aan kan leveren. “Ik was een meevoetballende keeper, met een goede trap. In een seizoen had ik best wat assists. De mooiste tijd was bij Rozenburg, maar bij Spijkenisse had ik bijvoorbeeld Adrie Poldervaart als trainer. Dat zijn mooie herinneringen.”

Fantastische functie

Na een moeizame start en een laatste plaats, moet er nu wel echt gewonnen gaan worden. “De organisatie zit goed in elkaar, we voetballen leuk, maar je moet wel wedstrijden winnen. Lovende woorden zijn mooi, maar het draait uiteindelijk om overwinningen.” Ook voor zichzelf is hij daar wel aan toe. “Ik was wel het type voetballer dat hield van een feestje, maar in het veld stroopte ik altijd de mouwen op.” Toch maakte hij niet alleen mooie momenten mee, moet hij eerlijk bekennen. “Bij Simonshaven degradeerden we eigenlijk door een fout van mij, ook dat soort dingen vergeet je nooit meer.” Als technische man heeft hij zijn draai bij Botlek helemaal gevonden en dus komt hij, als het aan hemzelf ligt, nog vele jaren op het scootertje naar de club. “Deze functie is fantastisch! Trainer zijn is eigenlijk niks voor mij, keeperstrainer deed ik vooral om de club te helpen. Hopelijk mag ik dit nog heel lang blijven doen. Zorgen dat die jongens niks tekortkomen, daar geniet ik van.”

Kik op Botlek voor het laatste artikel van de club.

Bjorn Hoek: ‘Voorzitter bij Zwartewaal? Wie weet!’

Hij is het jongste bestuurslid van Zwartewaal en volgens de huidige voorzitter de toekomst van de club. Of de 28-jarige Bjorn Hoek over een paar jaar daadwerkelijk de baas is bij de vierdeklasser weet hij zelf nog niet, voorlopig is hij prima op zijn plek als secretaris. “Ik kon voor geen meter voetballen, zo kan ik toch nog van waarde zijn.”

Toch begon Hoek, die naast Zwartewaal ook groot Feyenoord-fan is, net als iedereen met voetballen. “Vanaf mijn zesde, maar op een gegeven moment viel de ploeg uit elkaar. Dat heb je bij een klein dorpje. Ik heb na de A’tjes nog even in een vriendenteam gezeten, inmiddels ben ik al een jaar of drie gestopt.” Voor zelf voetballen was hij dus niet helemaal in de wieg gelegd, maar afscheid nemen van ‘zijn clubje’ kon hij toch ook niet. “Het is ons-kent-ons en doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. De derde helft is hier minimaal net zo belangrijk.”

Woordje klaar
Want het dorp waar hij is geboren en opgegroeid, mag straks niet zonder voetbalclub zitten. “Inmiddels woon ik in Brielle, maar ik heb hier 22 jaar lang gewoond. Je ziet dat er steeds minder dingen te doen zijn op het dorp, maar zo’n voetbalvereniging mag niet verdwijnen. Daar moet je samen naartoe kunnen blijven gaan, dat is iets sociaals. Kinderen moeten hier lekker kunnen voetballen.” En dus zet Hoek zich met alle liefde in voor Zwartewaal. “Eerst als algemeen bestuurslid. Ik had altijd wel mijn woordje klaar, dus toen zeiden ze: Als je het altijd zo goed weet, kom er dan maar eens bij zitten. Zo is het eigenlijk begonnen.” Vanaf juni 2015 keek hij een jaar of drie mee met oud-secretaris Rob Kroon, om diezelfde functie vervolgens over te nemen. “We wisten dat hij ging stoppen, dus dat was een vooraf bedacht plannetje. Nu ben ik zo’n tweeënhalf seizoen actief als secretaris.” Vanzelfsprekend hoort daar een takenpakket bij. “Tegenwoordig gaat alles wat betreft het ledenbestand digitaal. Ik ben vooral bezig met Sportlink en overschrijvingen regelen, eigenlijk een beetje het reilen en zeilen van de vereniging.” Daarvoor is hij minimaal één avond op de club, veel kan vanuit huis. “Dat ligt ook een beetje aan de periode. Bij een nieuw seizoen is het natuurlijk drukker met overschrijvingen. Nu ben ik bezig met het trainingskamp in Spanje en het innen van de contributie.”

249967_CPI

Verjonging
Naast dat hij vroeger training gaf en leider was, is hij nu ook nog actief in de kantine. “De inkoop en verkoop doe ik tegenwoordig ook, zorgen voor het assortiment.” Natuurlijk is Hoek er op zaterdag ook altijd bij, hij hoopt dat Zwartewaal die functie voorlopig nog heel lang kan vervullen. “Er zijn natuurlijk meer clubs bij ons in de buurt, dus dan is het hard knokken om je hoofd boven water te houden. Onze functie binnen het dorp mag niet verloren gaan, dat is het sociale leven van de mensen hier.” Ook financieel staat de club voor een aantal uitdagingen de komende tijd. “De kantine moet weer op slot en niemand weet wanneer we weer open mogen. Ook met de gemeente lopen bepaalde afspraken, daar houden we ons netjes aan, daar moet wel wat tegenover staan. We doen net zo goed mee.” Zijn werk geeft hem nog altijd genoeg voldoening. “Als je ziet dat iedereen het naar zijn zin heeft en plezier maakt, dat is het belangrijkste. Als de mensen klagen over heel kleine dingen, weet je dat wij ons werk goed doen.” Met het leeftijdsverschil binnen het bestuur, heeft Hoek geen enkel probleem. “Ik was 22 toen ik erbij kwam, toen stonden ze best wel even gek te kijken denk ik. Daar merk ik niks van.” Doen waar je goed in bent, zo vertelt hij. “Voetballen was niet zo mijn ding, dingen regelen wel.” Hij hoopt dan ook dat een aantal leden in zijn voetsporen treden. “Een beetje verjonging binnen het bestuur zou mooi zijn, dat is nooit slecht.” Of hij over een aantal jaar voorzitter is, durft hij niet te zeggen. “Voorlopig hebben we het prima voor elkaar en hoop ik dit nog wel een paar jaar te mogen doen. Maar wie weet als ze het ooit vragen…”

Klik voor meer artikelen over Zwartewaal.
Klik voor meer informatie over Zwartewaal.

Slikkerveer op zaterdag: een onontkoombaar besluit

Na ruim honderd jaar wisselt Slikkerveer de status als zondagclub in voor die van zaterdagvereniging. Volgens voorzitter Rinus Hitzert een onontkoombaar besluit, volgens oud-speler Ron Noordlander een goede zet met oog op de toekomst.

Een zondag half december. Het complex van de Ridderkerkse vereniging is in de mist gehuld. Op het hoofdveld speelt een lager elftal en op veld twee toont één van de twee 35-plus elftallen hun kunsten. De eerste selectie onder leiding van trainer Driss el Akchaoui maakt zich op om te gaan trainen.

phonedirect

“Dit is ons voorland”, zegt Noorlander, verwijzend naar het seizoen 2022/2023 als zowel het eerste als het tweede op zaterdag gaat spelen. “Er zullen altijd elftallen blijven spelen op zondag. Dat zal niet veranderen, maar het accent komt op de zaterdag te liggen.”

Zelf is Noorlander net terug van de uitwedstrijd tegen Dilettant, die met 8-1 gewonnen is. “Het ging wel lekker”, zegt de oud-middenvelder van de hoofdmacht, die inmiddels vijftig jaar oud is. “We spelen dit seizoen voor het eerst een klasse lager. We konden altijd goed mee in de hoogste 35-plus competitie, maar de gemiddelde leeftijd begon wel steeds meer op te lopen.”

Dat Slikkerveer koos om het prestatievoetbal op zondag achter zich te laten, liet ook Noorlander niet onberoerd. Maar hij is vooral nuchter. “Er was geen ontkomen aan. Het zondagvoetbal bloedde dood. Er zijn al zoveel verenigingen in West II naar de zaterdag gegaan dat we wel gedwongen werden tot deze keuze. Sommige oudere leden hebben er moeite mee. Dat begrijp ik wel. Maar de tijd staat niet stil. Van sentimenten kunnen we als club niet leven.”

Dominos_voorjaar2021

Toch was het geen gemakkelijk besluit, zegt voorzitter Rinus Hitzert. “Dat blijkt wel dat het besluit van het bestuur niet unaniem was.”

Volgens Hitzert liep Slikkerveer, als het op zondag was gebleven, het risico om straks het hele land doorgestuurd te worden. “Meer dan de helft van de clubs in onze huidige afdeling hebben gekozen voor de zaterdag. Er is hier in West II straks geen tegenstander meer over. We wilden het onze jongens niet aandoen dat ze ergens in Brabant moesten gaan spelen.”

Noorlander ziet nog meer voordelen van de vlucht naar de zaterdag. “Ik verwacht dat er op zaterdag meer publiek komt kijken. De publieke belangstelling op zondag liep elk jaar weer wat terug. Nu heb je kans dat de jeugd blijft hangen en bij de wedstrijd van het eerste blijft kijken. Ik denk de binding groter wordt.”

De overstap heeft wel consequenties voor de bezettingsgraad op zaterdag. Er moet immers meer wedstrijden worden gespeeld. “We hebben een veld meer nodig”, zegt Hitzert. “Met drie velden en een pupillenveldje redden we niet meer”, vult Noorlander aan.

Ook het huidige aantal kleedkamers (12, waarvan er acht zijn gerenoveerd – de laatste vier volgen -) is volgens Hitzert en Noorlander niet toereikend. Daarom heeft de club het plan gevat om naast het clubgebouw een nieuw gedeelte aan te bouwen. “We zijn er al een tijdje mee bezig”, zegt Noorlander, die, als er een grote klus te doen valt, het voortouw neemt. “De plannen zijn er, de tekeningen zelfs al. Het is de bedoeling dat we zes kleedkamers krijgen. We willen, als het even kan, in april en mei starten. Uiteraard doen we zo veel mogelijk zelf.”

Noorlander draagt bij zijn club meerdere petten. Want behalve dat hij al meer dan tien jaar met zijn bedrijf Frenoflex (kunststofvloeren) hoofd- en shirtsponsor van Slikkerveer is, is hij ook één van de trekkers achter de Vrienden van Slikkerveer. “De leden betalen jaarlijks een x-bedrag. Daar doen we leuke dingen voor en met elkaar en er gaat ook een deel naar de vereniging.”

Zo werd de bestuurskamer – in vrij oubollige staat – volledig opgeknapt en omgetoverd tot een gezellig bruin café. “Die hele verbouwing kostte de club geen cent”, zegt Noorlander vol trots.

 

Hier lees je het meest recente artikel van sv Slikkerveer

De Zeeuw en Den Broeder blij bij Vlotbrug

Ze spelen allebei pas voor het tweede seizoen bij Vlotbrug, maar voelen zich inmiddels al helemaal thuis. Zelfs zo erg, dat Ryan de Zeeuw en Lester den Broeder niet alleen deel uitmaken van de eerste selectie, maar ook training geven aan de JO15 van de club. En dat enthousiasme spat ervan af.

Na een ‘heel leven’ bij Hellevoetsluis, besloot de negentienjarige Den Broeder om toch maar eens ergens anders te gaan kijken. Het werd Vlotbrug en met succes. “De onderlinge sfeer is echt goed, ik heb het heel erg naar mijn zin.” De oudste van de twee, De Zeeuw is 21, had wat meer omzwervingen nodig. “Begonnen bij Nieuwenhoorn, een jaar of vijf bij ‘Hellevoet’, terug naar Nieuwenhoorn en uiteindelijk naar hier.” Pas bij Vlotbrug speelden ze samen, vertelt Den Broeder. “Ik heb wel een keertje meegetraind bij het eerste, maar normaal zat ik altijd een team lager.”

249967_CPI

Beste vrienden

Voor De Zeeuw was zijn nieuwe club eigenlijk al bekend terrein. “Mijn broer speelde er al een tijdje, dus ik ging vaak kijken. Eigenlijk wilde ik er zelf altijd al gaan voetballen.” Toen ook zijn beste vriend ging, was hij om. “Het is één grote familie, na twee trainingen voelde ik mij hier helemaal thuis.” Ook het niveau van de trainingen bevalt ze prima. “Je hebt elke week het gevoel dat je beter wordt.” Behalve op het veld, weten ze elkaar ook daarbuiten prima te vinden. De twee beste vrienden omschrijven elkaar dan ook zonder moeite. “Ryan is een echte verdediger, daar kan ik nog wel wat van leren.” En dat terwijl Den Broeder aan de andere kant op linksback staat. “Lester was vroeger linksbuiten, dus is aanvallend een stuk sterker dan ik. Dat zou ik graag een beetje van hem willen hebben.” Maar zijn kompaan, van zichzelf heel rustig, is andersom weer jaloers op de kwaliteiten van zijn ‘collega-back’. “Hij heeft echt een goede pass en is in de kopduels sterk. Ik zou wel net zo goed willen kunnen koppen.” Toch vallen de resultaten van de derdeklasser nog een beetje tegen, maar daar heeft De Zeeuw wel een verklaring voor. “We hebben een lastig programma gehad en zitten gewoon in een zware competitie. Blessures helpen ook niet mee, maar ik heb er vertrouwen in dat we ons gaan handhaven.”

Enthousiasme

Genoeg over hun prestaties op het veld, tijd voor die daar net buiten. Want nadat ze vorig jaar meeliepen bij de JO13, zijn ze nu verantwoordelijk voor de JO15. De Zeeuw wist dan ook meteen met wie hij dat graag zou willen doen. “Ik wilde het alleen doen met mijn ‘maatje’. Dat was duidelijk.” Gelukkig voor hem stond ook Den Broeder te springen. “Vroeger heb ik mijn neefjes getraind, dus ik vond het altijd al leuk om te doen. Het is mooi om de dingen die je zelf hebt meegemaakt, over te brengen op die gasten.” Ze vullen elkaar perfect aan. “We zijn gelijk, maar ik praat iets meer. Ook op het veld, haha. Lester is de hersenen, ik ben de mond.” Ondanks hun jonge leeftijd, zijn ze toch behoorlijk ‘streng’. “Geen enkele bal mag fout. Conditioneel trainen we best wel zwaar en de nadruk ligt op de basistechniek. Alleen dan kun je het spel versnellen.” Alleen op maandag en woensdag zien ze elkaar niet, maar dan spreken ze elkaar natuurlijk alsnog. “Of over ons eigen team, of over die gasten. Wat kan er beter en wat moet er nog geregeld worden? Lekker ouwehoeren.” Doordat ze zelf nu zo fanatiek bezig zijn met het trainersvak, begrijpen ze ook hun eigen trainer nog een stukje beter. “Je merkt nu hoe vervelend het is als spelers geen inzet tonen of makkelijk afzeggen. Je moet er gewoon elke training zijn en keihard je best doen.” Aan het enthousiasme is duidelijk te merken dat dit niet hun laatste klus zal zijn. “Mijn ambitie is wel om door te groeien en misschien zelfs mijn papieren te halen. Ik haal er zoveel plezier en voldoening uit”, zegt De Zeeuw. Ook Den Broeder ziet het helemaal voor zich. “Meegroeien met het team, dat lijkt mij wel wat!”

Klik voor meer artikelen over VV Vlotbrug.
Klik voor meer informatie over VV Vlotbrug.

Nick Geluk heeft nieuwe roeping bij Slikkerveer

Nick Geluk (30) hangt na dit seizoen zijn kicksen aan de wilgen, maar verloren voor Slikkerveer gaat hij niet. Hij is het nieuwe bestuurslid technische zaken die de club het zaterdagvoetbal in moet leiden.

Geluk maakt dit seizoen nog ‘gewoon’ deel uit van de eerste selectie van de Ridderkerkse vereniging, terwijl hij binnenkort ook aan zijn nieuwe functie begint. “Formeel moet mijn kandidaatschap nog door de ledenvergadering bekrachtigd worden, maar ik ben me al het inwerken”, zegt hij.

Dominos_voorjaar2021

Zijn rol als speler van het eerste is dit seizoen beperkt tot wat hij zelf noemt ‘de ideale twaalfde man’. “Ik heb met trainer Driss el Akchaoui afgesproken dat hij mij als invaller kan inzetten waar hij denkt dat nodig is. Als we voorstaan als extra slot op de deur, als we achterstaan en een breekijzer nodig hebben in de aanval.” Zo was hij dit seizoen al van waarde met doelpunten zoals tegen Irene’58.

“Ik hoop ook in het vervolg van de competitie nog van waarde te kunnen zijn. En wie weet wat er aan het einde van het seizoen nog in het vat zit.” Na negen speelronden staat Slikkerveer op de vijfde plaats in de derde klasse op maar twee punten van nummer twee SC Emma.

Geluk groeide de afgelopen seizoenen toe naar een afscheid. “Ik ben drie seizoenen geleden bewust teruggekeerd naar Slikkerveer, de club van mijn vrienden. Ik speelde bij Sportclub Feyenoord en had er de opmars van de vierde naar de eerste klasse meegemaakt. Op een gegeven moment gingen andere dingen in het leven tellen. Werk, maar ik ben ook iemand die graag rondreizen maakt. Ik ben de afgelopen jaren al op diverse plekken geweest, Amerika, Canada, China, Georgië. Rugzak op en gaan. Ik heb dus ook de wat minder bekende landen gedaan. Georgië en China waren heel bijzonder. Georgië is een prachtig land dat de beste wijnen van de wereld produceert.”

phonedirect

Dat hij als voetballer is opgebrand heeft ook te maken met zijn jeugd. Via SC Feyenoord schopte hij het tot de belofenploeg van de stichting. Hij speelde er met onder anderen Jordy Clasie en Jefferson Cabral. Waar die spelers de weg naar De Kuip vonden, koos Geluk voor een andere weg: die van studie op de Universiteit van Leiden. “Ik had ook kunnen proberen om bij een club in de eerste divisie een contractje af te dwingen, maar een studie volgen leek mij duurzamer.”

In zijn Feyenoord-tijd kon Geluk worden gekarakteriseerd als een ‘pijlsnelle’ linksbuiten. “Dat is wat minder geworden”, zegt hij met een lach. “Gaandeweg ik ouder ben geworden, ben ik ook verder in het elftal gezakt. Ik heb het geluk gehad dat ik nooit blessures heb gehad. Kleine pijntjes daar liep ik mee door. Ik ben van de categorie dat met een spierblessure in mijn bovenbeen gewoon speelde.”

Als bestuurslid technische zaken moet hij de gang van zondag naar zaterdag begeleiden. Vanwege de mogelijkheid horizontaal over te stappen, is het Slikkerveer veel aan gelegen om een goed klassement neer te zetten. “Het is geen seizoen voor spek en bonen”, erkent Geluk. “De derde klasse lijkt me wel veilig, maar wie weet kunnen we nog meedoen om promotie naar de tweede klasse. Ik vind dat je altijd het hoogste moet nastreven. Of we goed genoeg zijn voor de zaterdag-tweede klasse zien we later wel weer.

Klik op sv Slikkerveer voor een ander artikel

 

Lakerveld van Vierpolders scoort door blessure nu buiten het veld

Je staat door een blessure minimaal drie maanden buitenspel, maar probeert toch betrokken te blijven bij het team. Wat doe je dan? Jesper Lakerveld van VV Vierpolders had weinig tijd nodig om op die vraag een antwoord te vinden. De topscorer helpt daarom sinds kort de leiders bij het eerste en pakt groots uit voor het 90-jarig jubileum van de club.

Hoewel er officieel nog een aantal wedstrijden gespeeld moeten worden, heeft de 28-jarige aanvaller eigenlijk al een soort van winterstop. “Begin oktober heb ik mijn lies gescheurd, daardoor kan ik zeker drie tot vijf maanden niet spelen. Gelukkig maak ik met de fysio grote stappen vooruit.” Op een training, tijdens het afwerken ging het mis. “Het schoot er echt in, voelde ook meteen dat het niet goed was. De volgende dag ging ik met een groepje gasten naar Letland-Nederland, daarna was heel mijn been blauw.”

Even wennen
Een scan bood al snel uitkomst, maar niet helemaal waar Lakerveld op had gehoopt. “Hij was voor een derde gescheurd, dat kost dus behoorlijk wat tijd.” Tijd die hij in zijn zevende seizoen bij de club eigenlijk niet heeft, want de pech blijft hem achtervolgen. “Tijdens de eerste competitiewedstrijd liep ik een hoofdwond op, dus eigenlijk heb ik nog nauwelijks kunnen spelen. Het is wat dat betreft echt een pechjaar voor mij.” Via Brielle 2 kwam hij een jaar of zeven geleden in Vierpolders terecht. “Dat was eigenlijk een soort vriendenteam, maar we wilden graag in een eerste elftal spelen. Toen hebben we gezamenlijk, met een mannetje of veertien, besloten om hierheen te komen. Een kennis zat in de TC en Jerry de Jong, een oud-jeugdtrainer, was hier toen trainer. Die gooide ieder jaar wel een balletje op, toen hebben we het uiteindelijk maar gedaan.” Zoals ieder begin, was ook deze even moeilijk voor Lakerveld. “Je bent Brielle gewend en opeens voetbal je onderin vierde klasse. Alles was hier wat minder goed geregeld, ook qua faciliteiten. Maar we hebben stappen gezet, eigenlijk is er niks om over te klagen.” Klagen doet de spits dan ook zeker niet. “Het is een kleine en gemoedelijke club, met een gezellige sfeer. Echt ons-kent-ons. Ik heb het hartstikke goed naar mijn zin, van dat vriendenteam zijn er nog een stuk of twaalf over.”

249967_CPI

Op scherp zetten
Desondanks zijn de prestaties niet om over naar huis te schrijven en dus vreet de inwoner van Brielle zich regelmatig op langs de zijlijn. “Als het niet draait, sta je natuurlijk nog veel liever in het veld, om te kunnen helpen. Soms staan we wel met een mannetje of zeven langs de kant te kijken, allemaal geblesseerd. Dat valt niet op te vangen.” De doelstelling lag voorafgaand aan het seizoen dan ook een stukje hoger. “We gingen voor de eerste zeven en als alles mee zou zitten, misschien wel voor een periode. Toch heb ik er nog wel vertrouwen in, het gat met de ploegen boven ons is niet zo groot. Paar keer winnen en je staat er weer bij.” Aan zijn inzet buiten de lijnen zal het in ieder geval niet liggen. “Ik kon het altijd al goed vinden met onze leiders, dus toen ik geblesseerd raakte zei ik: kan ik jullie niet helpen?” En zo gebeurde. “Alles klaarzetten en regelen. De kleding, de pupil van de week begeleiden, ballen pompen en het veld uitzetten. Je probeert toch betrokken te blijven.” Lakerveld ‘komt dan ook niet om half drie aankakken’, vertelt hij. “De voorbereiding op een wedstrijd wil ik ook gewoon meemaken, die jongens een beetje op scherp zetten.” Ook voor het 90-jarig jubileum steekt hij zijn handen uit de mouwen. “We zitten met een mannetje of zes in de feestcommissie, want we zijn wel van plan om het groots aan te pakken. Zeker voor zo’n klein clubje is 90 jaar wel echt uniek.” Inmiddels spelen ze al een tijdje in de derde klasse, de promotie weet hij nog goed. “Dat is wel echt een hoogtepunt, dat hadden ze hier nog nooit meegemaakt.” Tot slot hoopt de doelpuntenmaker van beroep er snel weer bij te zijn. “Ik mik op de eerste wedstrijd na de winterstop, voorlopig lig ik op schema!”

Klik voor meer artikelen over VV Vierpolders.
Klik voor meer informatie over VV Vierpolders.

Michael Fabrie van vv Smitshoek gaat er altijd voor

Smitshoek sloot het eerste deel van de competitiehelft af op een voor Smitshoek-begrippen mooie vierde plaats in de hoofdklasse. “Het kan altijd beter”, vindt doelman Michael Fabrie.

Op de zaterdagtraining van Smitshoek spatten de vonken er vanaf. Het is maar een partijtje, gaat niet op voor Fabrie (24), die het onderlinge potje speelt alsof hij de belangrijkste wedstrijd van zijn leven speelt. “Ik heb een ontzettende hekel aan verliezen”, zegt hij. “Dat is volgens mij een goede eigenschap. In het begin moesten mijn medespelers wel even aan mijn fanatisme wennen, maar inmiddels weten ze wet wat ze aan mij hebben, haha.”

Dominos_voorjaar2021

Smitshoek heeft bepaald geen kat in de zak gekocht met het vastleggen van de 24-jarige Barendrechtse doelman. En andersom voelt Fabrie zich thuis bij een club die ambities heeft en in de toekomst hogerop wil. “Ik was op zoek naar een club in de buurt. Ik kan geen zin om drie keer per week een uur heen en een uur terug te reizen van en naar de training. Ik moet de volgende dag om zeven uur mijn bed weer uit.”

Fabrie wordt dan verwacht in het familiebedrijf van zijn ouders: Fabriecio, een groothandel in sanitair. “Ik werk er al heel wat jaartjes, maar sinds dit jaar fulltime. Ik had de beste baas die er te vinden was: mijn eigen vader. Ik kon mijn werktijden aanpassen aan de trainingen bij Sparta.”

phonedirect

Dat zijn avontuur bij Sparta afgelopen zomer ten einde kwam, was even slikken. “Ik baalde natuurlijk toen ik van de club te horen kreeg dat mijn contract niet verlengd zou worden. Ik heb tien jaar bij Sparta gespeeld en zeven jaar met de selectie meegetraind. De laatste vijf seizoenen was ik lid van de A-selectie.” Fabrie stond op de loonlijst als tweede of derde keeper. Hij had Roy Kortsmit, Benjamin van Leer,  Maduke Okoye, Tim Corremans, Ariel Harush,  Jannik Huth, Leonard Nienhuis en Michael Verrips als collegakeepers. Tot doelman van Sparta 1 in een officiële wedstrijd schopte hij het nooit. Wel speelde hij in Jong Sparta in de tweede divisie. “In ons eerste seizoen in de tweede divisie stonden we halverwege de competitie bovenaan. Na de winterstop vertrok echter de ene na de andere speler naar een eerste divisieclub, waardoor we afzakten in het klassement.”

Fabrie heeft geen slecht woord over voor Sparta, waar hij mocht trainen onder Dick Advocaat en Henk Fraser. “Ik was een tijdje geleden nog even op het Kasteel omdat een medewerker afscheid nam. Het was alsof ik gisteren was vertrokken. Sparta is een familie voor mij, ik heb er tien jaar rondgelopen.”

Hij had het na zijn vertrek uit Spangen kunnen proberen bij een club in de eerste divisie. Dat zag de één meter 93 lange doelman niet zitten. “Ik heb er discussies over gehad met mijn zaakwaarnemer, maar ik zie mezelf, met alles respect, niet verhuizen naar de andere kant van het land.”

Smitshoek stond snel bij hem op de stoep. Trainer Edwin de Koning belde zelf. “Dat vond ik fijn, meestal gaat het contact met een technische commissie. Smitshoek had een goed verhaal. De club is ambitieus en wil hogerop. Dat wil ik ook. Eén plus één is twee.”

Voor een recent artikel, klik op vv Smitshoek

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.