Home Blog

Zestig jaar clubliefde: Wim van der Maas blijft zich inzetten voor Roda Boys

0

Voor Wim van der Maas is Roda Boys veel meer dan alleen een voetbalclub. Al bijna zestig jaar speelt de vereniging een hoofdrol in zijn leven. Van jeugdspeler tot eerste elftal, van voorzitter tot kartrekker achter de schermen en tegenwoordig als voorzitter van de supportersvereniging. De liefde voor de club is in al die jaren alleen maar gegroeid.

Wie met Van der Maas spreekt, merkt al snel dat Roda Boys diepgeworteld is in zijn familie. “Mijn vader zat in het bestuur en is ook voorzitter geweest, mijn broer voetbalde er en mijn oom speelde er ook. Roda Boys is eigenlijk altijd mijn lust en mijn leven geweest.”

Op zijn achtste of negende trok hij voor het eerst het shirt van de club aan. Alleen gedurende een periode van zes jaar speelde hij elders, bij FC Den Bosch en Unitas Gorinchem. Toch bleef de aantrekkingskracht van Roda Boys groot.

“Ik wilde op een gegeven moment wat rustiger gaan voetballen en dacht dat dat bij Roda Boys wel zou lukken. Alleen stonden we binnen twee jaar ineens in de eerste klasse. Van rustig aan doen kwam dus niet zoveel terecht.”

Het werden jaren waar nog altijd met veel plezier op wordt teruggekeken. “We speelden vijf jaar op het hoogste amateurniveau van dat moment. Tegen prachtige clubs en voor veel supporters zijn dat nog steeds bijzondere herinneringen.”

Zijn actieve voetbalcarrière kwam rond zijn dertigste abrupt ten einde door een zware liesblessure. “Ik scheurde mijn lies af en ben daar eigenlijk nooit helemaal van hersteld.”

Van speler naar voorzitter

Na zijn tijd als speler duurde het niet lang voordat Van der Maas opnieuw een belangrijke rol binnen de club kreeg. In 2000 stapte het toenmalige bestuur op en ontstond een moeilijke situatie.

“Met een aantal nieuwe mensen hebben we de verantwoordelijkheid genomen. Ik werd voorzitter en daarnaast hield ik me bezig met de technische zaken.”

In totaal was hij zes jaar voorzitter en ruim twintig jaar verantwoordelijk voor de technische zaken. “Dat heb ik een periode zelfs helemaal alleen gedaan. Later deden we dat gelukkig met meerdere mensen.”

De grootste uitdaging uit zijn bestuursperiode lag niet op sportief vlak, maar achter de schermen. Toen het nieuwe bestuur aantrad, verkeerde de vereniging in financieel zwaar weer.

“Dat was een flinke uitdaging. Gelukkig hebben we met elkaar de schouders eronder gezet en de club weer financieel gezond gekregen.”

Volgens Van der Maas was dat vooral een teamprestatie. “Dat heb ik absoluut niet alleen gedaan. Met een aantal bestuursleden hebben we de juiste maatregelen genomen. Daar kijk ik met veel voldoening op terug.”

Dat de financiële rust terugkeerde, zorgde uiteindelijk ook voor betere sportieve prestaties. “In de jaren daarna werden we kampioen en speelden we meerdere keren nacompetitie. Dan zie je dat een gezonde vereniging ook op het veld weer kan groeien.”

Hoewel hij veel mooie momenten heeft meegemaakt, springt één herinnering eruit. “De promotie naar het hoogste amateurniveau in 1985 blijft voor mij het mooiste moment als speler. Dat deden we met vrijwel alleen jongens uit Aalst.”

Toch is het niet dat succes waar hij tegenwoordig het meest trots op is. Dat gevoel haalt hij uit iets anders.

“Wij zijn een relatief kleine vereniging met ruim driehonderd leden. Toch spelen we al jaren op een niveau waarvan veel mensen zeggen dat het eigenlijk onmogelijk is voor zo’n club.”

Nog altijd betrokken

Sinds enkele jaren is Van der Maas voorzitter van de supportersvereniging. Zelf noemt hij zijn rol bescheiden. “Het meeste werk wordt door anderen gedaan. Zij organiseren acties, verlotingen en zetten zich enorm in voor de club. Ik probeer vooral de grote lijnen te bewaken en het contact met het bestuur te onderhouden.”

Ook op zijn 69e is stoppen nog niet aan de orde. “Zolang het me gegeven is, blijf ik betrokken. Roda Boys zit verweven in ons gezin en in onze familie. Dat zal altijd zo blijven.”

De financiële puzzel van Ad van Cuijlenborg

0

Wie tegenwoordig het nieuwe sportcomplex van HRC’14 bezoekt, ziet een moderne accommodatie waar wordt gevoetbald, gewerkt, gevierd en waar mensen elkaar ontmoeten. Minder zichtbaar zijn de jaren van voorbereiding, financiële berekeningen, subsidieaanvragen en moeilijke keuzes die aan de bouw voorafgingen. Achter een groot deel van dat werk stond Ad van Cuijlenborg: de financiële man achter het nieuwe complex.

Ad is bepaald geen nieuw gezicht binnen de vereniging. Al op 1 oktober 1977 werd hij lid van v.v. Rossum. Als speler van het inmiddels legendarische vierde elftal maakte hij kennis met alles wat een voetbalvereniging bijzonder maakt: sport, vriendschap en vooral veel gezelligheid. Daarna volgden verschillende bestuursfuncties. Hij was jarenlang secretaris van het jeugdbestuur, algemeen bestuurslid en uiteindelijk elf jaar penningmeester.

De fusie tussen v.v. Hurwenen en v.v. Rossum zag Ad als een noodzakelijke stap om een sterke en toekomstbestendige vereniging te vormen. In 2018 vroeg voorzitter Anton van Doorn hem om zich aan te sluiten bij het vastgelopen nieuwbouwproject. Na enig aandringen nam Ad de uitdaging aan. Daarmee begon een intensieve periode die meerdere jaren zou duren.

Ad werd verantwoordelijk voor de financiële kant van het project. Hij stelde de begroting op, bewaakte de uitgaven, onderhield contacten met banken, de gemeente, het Waarborgfonds Sport en andere financiers en verzorgde de subsidieaanvragen. Ook hield hij het bestuur, de bouwcommissie en de leden op de hoogte van de financiële voortgang.

De uitdaging werd groter toen na de coronaperiode de eerste aannemer afhaakte en de bouwprijzen sterk waren gestegen. Het plan moest opnieuw worden bekeken. Samen met een nieuwe aannemer, die bereid was actief mee te denken, werd gekozen voor een open begroting en een casco-uitvoering. Daarbij werd per onderdeel bepaald wat door de aannemer werd uitgevoerd en welke werkzaamheden HRC’14 met vrijwilligers, zzp’ers en betrokken bedrijven kon realiseren.

Voor Ad was de begroting het financiële kompas van het project. De begroting was geen vrijblijvende raming, maar het uitgangspunt voor iedere beslissing. Extra wensen konden alleen worden uitgevoerd als daar financiële ruimte voor was. Iedere offerte en factuur werd zorgvuldig beoordeeld, waarbij niet alleen de prijs, maar ook kwaliteit, veiligheid en functionaliteit een rol speelden. Kon een onderdeel goedkoper worden uitgevoerd zonder concessies aan de kwaliteit, dan werd de besparing toegevoegd aan de post onvoorzien. Zo werd onder meer een voordeligere oplossing gevonden voor de inbraak- en branddetectieapparatuur. Dankzij deze werkwijze bleef de vereniging beschermd tegen financiële tegenvallers.

Minstens zo ingewikkeld was het bijeenbrengen van de benodigde middelen. De financiering bestond uit gemeentelijke bijdragen, BOSA-subsidies, fondsen, sponsoren, een obligatielening, de hypotheek en bijdragen van andere financiers. Voor vrijwel iedere aanvraag waren aparte begrotingen, prognoses, offertes en onderbouwingen nodig. In totaal heeft Ad hier vele honderden uren aan besteed.

Ad noemt het rondkomen van de volledige financiering een van zijn mooiste momenten. Het tweede hoogtepunt was de officiële opening. Toen werd zichtbaar wat jaren van rekenen, overleggen en samenwerken hadden opgeleverd.

Zelf plaatst Ad zijn bijdrage graag in een breder perspectief. Het complex kon alleen ontstaan dankzij de inzet van talloze vrijwilligers, ondernemers, bedrijven, sponsoren en andere betrokkenen. Mensen uit Hurwenen en Rossum werkten daarbij vanzelfsprekend samen. De bouw werd daarmee niet alleen de realisatie van een nieuwe accommodatie, maar ook het bewijs dat de fusie werkelijk één vereniging heeft voortgebracht.

Ad hoopt dat het complex nog tientallen jaren een plek blijft waar sport, ontmoeting en saamhorigheid centraal staan. Zijn boodschap aan alle leden en betrokkenen is daarom helder: “Blijf betrokken bij HRC’14. Samen hebben we dit mogelijk gemaakt en samen zorgen we ervoor dat toekomstige generaties hiervan kunnen genieten.”

RKVSC beleeft explosieve jeugdgroei: “We kunnen een visvijver voor de BVO’s worden”

0

RKVSC staat aan de vooravond van een nieuw hoofdstuk. Waar de vereniging eerder nog met een relatief kleine jeugdafdeling kampte, is het aantal jeugdleden in slechts tien weken tijd bijna verdrievoudigd. De samenwerking met JG4IT Voetbalacademie vormt daarbij de blikvanger. De club wil niet alleen groeien in aantallen, maar vooral bouwen aan een jeugdopleiding die talent daadwerkelijk verder helpt.

De groei is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Sander Coset, hoofd jeugdzaken bij RKVSC, heeft de afgelopen periode nadrukkelijk ingezet op het aantrekken van nieuwe jeugdleden. Er werd geflyerd, de club trok de wijk in en ook scholen werden bezocht. Die inspanningen beginnen inmiddels zichtbaar hun vruchten af te werpen.

De vereniging groeide in korte tijd van ongeveer twintig naar liefst 75 à 80 jeugdleden. Daarmee kwamen er niet alleen nieuwe spelers bij, maar ontstonden ook nieuwe teams. Zo beschikt RKVSC inmiddels weer over een JO7 en JO8. Voor een vereniging die kort daarvoor nog met een beperkte jeugdbezetting kampte, is dat een enorme verandering.

Voetbalschool als versneller

De volgende stap kwam met de samenwerking met JG4IT Voetbalacademie van Ger Henskens en Brian Vialle. Henskens brengt ruim veertig jaar ervaring mee en beschikt over het UEFA A-diploma. Vanaf het seizoen 2026/2027 krijgt hij de leiding over de professionele jeugdopleiding binnen RKVSC.

De JO10, JO11 en JO12 vormen de eerste lichtingen van het project. De teams komen uit op hoofdklasseniveau en worden begeleid door gediplomeerde trainers. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om winnen. Videoanalyses, persoonlijke ontwikkelingsplannen en individuele begeleiding moeten ervoor zorgen dat spelers gericht beter worden.

De samenwerking sluit bovendien aan bij de ambitie om jaarlijks een nieuwe JO10-selectie toe te voegen. Op die manier moet stap voor stap een doorlopende opleiding ontstaan.

Talent trekt talent aan

De voetbalschool zelf heeft inmiddels meer dan 150 kinderen. Niet iedereen speelt bij RKVSC. Vanuit de academie wordt gekeken welke spelers kunnen aansluiten bij de selectieteams van de club.

Dat zorgt voor een interessante wisselwerking. Talentvolle spelers uit de omgeving krijgen de mogelijkheid om op hoog niveau samen te spelen, terwijl RKVSC een aantrekkelijker podium wordt voor jeugdvoetballers. Verschillende BVO’s, waaronder PSV, FC Den Bosch en NEC, hebben inmiddels scouts naar de club gestuurd.

De gedachte daarachter is helder: door goede spelers bij elkaar te zetten, ontstaat weerstand en worden ze samen beter. RKVSC wil daarmee uiteindelijk een plek worden waar talent zich kan ontwikkelen richting een hoger amateurniveau en mogelijk het betaald voetbal.

Groei brengt ook uitdagingen

De explosieve groei zorgt tegelijkertijd voor een luxeprobleem. De club heeft volgens het bestuur de ruimte om verder te groeien, maar loopt tegen de accommodatie aan. Betere verlichting, zoals energiezuinige ledverlichting en kunstgras zouden de mogelijkheden vergroten.

Dat is extra opvallend omdat omliggende verenigingen volgens RKVSC wel over dergelijke faciliteiten beschikken. De club ziet de huidige groei juist als reden om verder te investeren. Met de nieuwe jeugdopleiding komen er immers meer trainingen, wedstrijden en selectieteams. De gemeente zou daar een steentje aan bij kunnen dragen, maar is daar vooralsnog nalatig in.

Toch overheerst vooral trots. Naast de jeugdgroei kreeg RKVSC er bovendien een compleet tweede seniorenteam bij. De vereniging heeft inmiddels drie seniorenteams.

Een nieuwe standaard

Het verschil met enkele maanden geleden is groot. RKVSC probeert niet langer alleen voldoende jeugd bij elkaar te krijgen, maar werkt aan een structuur waarin spelers zich jarenlang kunnen ontwikkelen.

De ambities reiken dan ook verder dan één goed seizoen. De club wil ieder jaar nieuwe spelers laten instromen, bestaande talenten beter maken en uiteindelijk jeugdspelers klaarstomen voor de eigen senioren of een volgende stap.

Van twintig naar ruim zeventig jeugdleden in tien weken tijd: RKVSC heeft de eerste grote stap al gezet. Nu begint de volgende uitdaging: van groei een duurzame opleiding maken.

Oude liefde roept: Gilberto Smit keert na acht jaar terug als trainer van GVV’63

0

Na acht jaar ervaring op te hebben gedaan bij verschillende clubs, keert Gilberto Smit terug op vertrouwde grond. De 50-jarige trainer wordt de nieuwe hoofdtrainer van GVV’63, de vereniging waar hij zelf opgroeide als speler. Met een rugzak vol ervaringen, veel enthousiasme én twee zoons in de selectie kijkt hij uit naar een nieuw hoofdstuk bij zijn oude liefde.

Voor Gilberto Smit voelt de terugkeer naar GVV’63 bijzonder. De club waar hij jarenlang als speler actief was, krijgt hem nu terug als hoofdtrainer. Een stap waar hij al langer over had nagedacht, maar waarvan hij vond dat de tijd eerst rijp moest zijn.

“Ervaring opdoen en je verder ontwikkelen als trainer bij andere clubs geeft je bagage, dat heb ik dan ook gedaan” vertelt Smit.

Zijn voetbalverhaal begon volledig in Gameren. Als jeugdspeler doorliep hij alle elftallen en op zijn achttiende sloot hij aan bij de selectie. Tot zijn 37e bleef hij actief in de selectie. Toen hij stopte als speler, ontdekte hij al snel dat zijn toekomst langs de lijn lag.

Acht jaar bouwen aan ervaring

Smit behaalde zijn trainersdiploma’s terwijl hij actief was als jeugdtrainer en assistent bij GVV’63. Daarna koos hij bewust voor een route langs verschillende verenigingen. Hij werkte bij Nivo Sparta, waar hij de JO19 onder zijn hoede had, waarna hij als hoofdtrainer actief werd bij ASH, Vuren en afgelopen seizoen MVV’58.

Eigenlijk had hij bij MVV’58 graag nog een seizoen door willen gaan. Zowel de club als Smit stonden daar positief tegenover. Toch veranderde alles toen GVV’63 opnieuw aanklopte.

“Een jaar geleden voelde een terugkeer naar mijn oude club nog niet als de juiste stap, al had ik wel uitgesproken dat ik een nieuwe benadering serieus zou overwegen. Door het vertrek van de trainer kwam er opnieuw contact en de gesprekken voelden direct goed. We zaten snel op één lijn over de manier van werken en de toekomst van de selectie. Daardoor voelde dit voor mij wél als het juiste moment om terug te keren naar GVV’63.”

Extra bijzonder met twee zoons in de selectie

Zijn terugkeer krijgt nog een extra dimensie doordat beide zoons inmiddels deel uitmaken van de selectie van GVV’63.

Dat levert vanzelfsprekend vragen op over eventuele belangenverstrengeling, maar Smit kijkt daar nuchter naar.

“Voor mij draait een team niet alleen om individuele kwaliteiten, maar vooral om de juiste balans. Spelers moeten elkaar aanvullen in hun sterke punten en waar nodig elkaars tekortkomingen kunnen compenseren. Juist die onderlinge samenhang maakt een team sterker dan de som van de individuele spelers.” Verteld Smit “Dat geldt voor mijn zoons net zo goed als voor iedere andere speler.”

Jonge selectie met veel potentie

GVV’63 beschikt volgens de nieuwe trainer over een talentvolle, maar jonge selectie. Dat zag hij de afgelopen jaren ook vanaf de zijlijn.

“Er zit veel kwaliteit in deze groep, maar ook veel jeugd. Dat zorgt soms voor wisselvalligheid. Het is nu de uitdaging om daar meer stabiliteit in te krijgen.”

Daarbij krijgt hij direct extra mogelijkheden, want de selectie is deze zomer versterkt met zes nieuwe spelers. Tegelijkertijd vertrokken slechts drie spelers, waardoor de groep in de breedte zelfs groter is geworden.

Ook de eigen jeugd blijft volgens Smit een belangrijk onderdeel van de club.

“Bij een dorpsvereniging moet je talenten kansen blijven geven. Soms zijn ze er direct klaar voor en soms moeten ze nog even rijpen, maar we verliezen ze nooit uit het oog.”

Met frisse energie aan een nieuw hoofdstuk

Qua speelstijl heeft Smit een duidelijke visie. Hij wil dat GVV’63 verzorgd en herkenbaar voetbal speelt, met veel balbezit, maar ook kan inspelen op de kwaliteiten van de tegenstander.

De ambitie voor komend seizoen is helder. Meedoen in de bovenste regionen van de vierde klasse en stap voor stap groeien naar een ploeg die structureel om promotie kan strijden, en wellicht zelfs meer.

VV Kerkwijk zit in een positieve flow: “De club is van de leden”

0

Bij VV Kerkwijk lijkt alles momenteel samen te komen. De club groeit, het vrijwilligersbestand blijft sterk en ook op sportief en maatschappelijk vlak worden er volop stappen gezet. Voorzitter Kees Westerlaken ziet een vereniging die meer leeft dan ooit.

Westerlaken is al 55 jaar verbonden aan VV Kerkwijk. Hij speelde jarenlang bij de club, maar bleef ook na zijn actieve voetbalcarrière betrokken. Eerst als jeugdtrainer, daarna als leider en uiteindelijk als bestuurslid.

Binnen het bestuur begon hij met activiteiten en later werd hij wedstrijdsecretaris. Inmiddels is hij het gezicht van de vereniging, maar benadrukt hij vooral dat hij onderdeel is van een groter geheel. “Ik probeer vooral zaken te regelen, mensen bij elkaar te brengen en ervoor te zorgen dat iedereen zijn steentje bijdraagt.”

Een van de grootste projecten waar VV Kerkwijk momenteel mee bezig is, is de renovatie van de accommodatie. De kantine, bestuurskamer en hal worden volledig aangepakt. Vrijwel alles ging eruit: van de vloer en plafonds tot de keuken en elektra.

Volgens Westerlaken laat juist dit project zien hoe groot de betrokkenheid binnen de vereniging is. “Als je kijkt hoeveel mensen hieraan hebben meegeholpen, is dat fantastisch. Inmiddels hebben we al tientallen vrijwilligers gehad die hun bijdrage hebben geleverd.”

De renovatie past volgens hem bij de groei die de club momenteel doormaakt. In de omliggende dorpen wordt veel gebouwd en daardoor verwacht Kerkwijk de komende jaren verder te groeien. De vereniging heeft daarom de afgelopen jaren al geïnvesteerd in duurzaamheid, met onder andere zonnepanelen, isolatie en nieuwe verwarmingsmogelijkheden.

VV Kerkwijk wil volgens Westerlaken niet alleen een voetbalclub zijn, maar vooral een vereniging voor de hele omgeving. Iedereen moet welkom zijn, ongeacht achtergrond of situatie. Dat sociale karakter is volgens hem een belangrijke kracht van de club.

Een mooi voorbeeld daarvan is het walking football-team. Een groep van zo’n vijftien deelnemers komt regelmatig samen om op een laagdrempelige manier te bewegen. Niet alleen oud-voetballers doen mee, ook mensen die jarenlang niet actief zijn geweest sluiten aan.

“Er zijn mensen bij die misschien 25 of 30 jaar niet gevoetbald hebben. Door walking football zijn ze weer gaan bewegen en komen ze weer in aanraking met de sport. Dat is hartstikke mooi om te zien.”

Daarnaast helpt de club waar nodig ook gezinnen die het financieel moeilijker hebben. Wanneer kinderen graag willen voetballen maar de contributie een probleem vormt, probeert VV Kerkwijk daar als vereniging een oplossing voor te vinden.

De groei van de club is volgens Westerlaken mede te danken aan de grote groep vrijwilligers. Een vaste groep gepensioneerde leden zorgt bijvoorbeeld meerdere keren per week voor het schoonmaken en onderhouden van het complex.

Ook rondom de renovatie steken veel mensen de handen uit de mouwen. “We hebben een hele mooie groep vrijwilligers die de club draagt. Zonder hen kun je als vereniging niet bestaan.”

Op sportief vlak blijft de ambitie aanwezig. De club wil met het eerste elftal graag stappen maken en uiteindelijk weer meedoen om promotie. Daarbij kiest Kerkwijk bewust niet voor het betalen van spelers. De club wil bouwen vanuit de eigen identiteit en jeugdopleiding.

Hoewel niet alles altijd vanzelf gaat, zoals het ontbreken van een JO19-team, blijft de toekomst volgens Westerlaken positief. De jeugd groeit, het meisjes- en damesvoetbal ontwikkelen zich en er zijn steeds meer seniorenteams actief.

Als voorzitter kijkt Westerlaken met veel vertrouwen vooruit. VV Kerkwijk is volgens hem een vereniging die stevig staat en waar veel positieve ontwikkelingen plaatsvinden.

“Kunnen dingen beter? Natuurlijk. Dat kan altijd. Maar als je kijkt naar waar we nu staan, mogen we ontzettend trots zijn.”

Met een vernieuwd sportpark, een groeiende jeugdafdeling, betrokken vrijwilligers en een sterke sociale basis lijkt VV Kerkwijk klaar voor de volgende stap. De club leeft, en volgens Westerlaken is dat vooral te danken aan iedereen die zich dagelijks inzet. “De vereniging wordt gedragen door de leden. Dat is onze kracht.”

De maandagploeg van Alem: ‘De lammen helpen de blinden’

0

Bij voetbalvereniging Alem draait het niet alleen om wat er op zondag op het veld gebeurt. Op maandagochtend begint een andere belangrijke wedstrijd: die tegen het onderhoud, de rommel en alles wat na een voetbalweekend achterblijft. Peter Rooijakkers is al jarenlang onderdeel van de club en vertelt namens de maandagploeg over een groep mannen voor wie Alem veel meer is dan alleen voetbal.

Peter Rooijakkers is inmiddels 67 jaar, maar zijn betrokkenheid bij Alem begon al vele tientallen jaren geleden. Als jeugdspeler doorliep hij de verschillende elftallen en uiteindelijk kwam hij ook uit voor het eerste en tweede. Een knieblessure maakte uiteindelijk een einde aan zijn actieve voetbalcarrière, maar daarmee verdween hij allerminst uit beeld.

‘Ik heb mijn hele leven eigenlijk bij Alem gezeten’, vertelt Rooijakkers. Na zijn periode als speler rolde hij het trainersvak in. Hij trainde verschillende jeugdelftallen, was betrokken bij het tweede en de dames en vervulde bovendien een periode de rol van assistent-trainer bij het eerste. Ook maakte hij enkele jaren deel uit van het bestuur.

Ongeveer acht jaar geleden kwam daar een nieuwe rol bij. Rooijakkers sloot zich aan bij de onderhoudsploeg, die iedere maandagochtend op het sportpark te vinden is.

Iedereen heeft zijn eigen taak

De maandagploeg bestaat uit ongeveer tien mannen. Om negen uur wordt begonnen en rond tien uur is er tijd voor koffie. Daarna gaat iedereen verder met zijn eigen werkzaamheden. ‘Iedereen heeft zijn eigen taakverdeling’, legt Rooijakkers uit.

Zo zorgen Aad Klerenveld en Pieter Walree ervoor dat de velden er weer spik en span uit zien. Terwijl juist anderen de technische werkzaamheden voor hun rekening nemen. Rooijakkers zelf heeft inmiddels wat minder bewegingsvrijheid, maar draagt op zijn eigen manier zijn steentje bij. Hij verzorgt de koffie en houdt de kantine en kleedkamers netjes.

‘Ik kan niet zoveel meer, maar zo kun je toch nog iets doen’, zegt hij nuchter. Juist dat typeert de groep: niemand hoeft alles te kunnen, zolang iedereen maar iets bijdraagt.

Een groep met een groot verleden

Hoewel niet iedereen van de maandagploeg zelf bij Alem heeft gevoetbald, hebben de meeste mannen een duidelijke band met de vereniging. Sommigen kennen de club al tientallen jaren. Ook zijn er mensen zonder voetbalverleden bij Alem die zich inmiddels volledig thuis voelen binnen de ploeg.

De onderlinge sfeer speelt daarbij een grote rol. Oudere oud-leden die inmiddels gestopt zijn, komen soms nog even langs voor een kop koffie. Dit jaar kreeg de ploeg bovendien versterking van drie nieuwe vrijwilligers. Zo blijft ook de maandagploeg zich ontwikkelen.

Zelfs de verschillende kwaliteiten binnen de groep komen goed van pas. De één heeft verstand van techniek, de ander van groenonderhoud en weer een ander steekt vooral graag de handen uit de mouwen. ‘Zo heeft ieder zijn taakje’, aldus Rooijakkers.

Meer dan alleen onderhoud

De werkzaamheden beperken zich bovendien niet tot de maandagmorgen. Tijdens de jaarlijkse klusdag steken ook tientallen andere leden hun handen uit de mouwen. Zo’n 35 leden waren onlangs aanwezig om allerlei klussen op het sportpark aan te pakken.

Voor Rooijakkers is het vooral mooi om te zien dat verschillende generaties zich blijven inzetten voor Alem. Zelf blijft hij bovendien trouw supporter. Hij kijkt naar trainingen en wedstrijden van verschillende elftallen en blijft zo op de hoogte van alles wat er binnen de vereniging gebeurt.

De maandagploeg is daarmee misschien niet het meest zichtbare onderdeel van de vereniging, maar wel een belangrijke. Zoals Rooijakkers het zelf met een glimlach omschrijft: ‘De lammen helpen de blinden.’ En uiteindelijk komt het allemaal weer goed. Want ook op maandagochtend geldt bij Alem: samen krijg je het voor elkaar.

Ference van Veen kijkt vooruit: “We willen zo snel mogelijk weer omhoog”

0

Waar veel spelers hun hele loopbaan op dezelfde positie blijven staan, bewandelde Ference van Veen juist de omgekeerde weg. De 21-jarige speler van BZC’14 begon ooit als rechtsbuiten, schoof vervolgens door naar het middenveld en is inmiddels een vaste waarde in de achterhoede. Na een teleurstellend seizoen kijkt hij met vertrouwen uit naar een frisse start.

Van Veen is al van jongs af aan verbonden aan de club. Op driejarige leeftijd zette hij zijn eerste stappen op de voetbalvelden van Zuilichem en sindsdien is BZC’14, op een korte onderbreking na, altijd zijn thuis geweest.

“In de jeugd heb ik eigenlijk altijd bij BZC gespeeld. Alleen ben ik twee jaar naar Kozakken Boys gegaan. Daarna ben ik weer teruggekomen en ben ik hier gebleven.”

De overstap naar Kozakken Boys kwam niet voort uit een uitnodiging van de club zelf. “In die periode gingen Brakel en Zuilichem samen verder in de jeugd. Samen met een vriend ben ik toen naar Kozakken Boys gegaan. Hij werd uiteindelijk gescout, maar ik ben daarna weer teruggekeerd.”

Terug bij BZC’14 doorliep Van Veen eerst de jeugdopleiding, waarna hij op zeventienjarige leeftijd voorzichtig aansloot bij de seniorenselectie. “Ik trainde mee met het eerste, speelde ook regelmatig in het tweede en heb eigenlijk een tijdje tussen beide elftallen ingezeten. Pas de laatste twee seizoenen speel ik echt vast in het eerste.”

Van rechtsbuiten naar rechtsback

Waar Van Veen tegenwoordig als rechts- of linksback speelt, begon zijn voetbalcarrière heel ergens anders. “Ik stond vroeger rechtsbuiten. Daarna heb ik een paar jaar op het middenveld gespeeld en uiteindelijk ben ik in de verdediging terechtgekomen.”

Opvallend genoeg voelt hij zich juist daar het meest op zijn plek. “Op dit moment vind ik achterin het leukst.”

Hoewel hij als aanvaller begon, kwam hij in het eerste elftal nauwelijks als spits of buitenspeler in actie. “Ik heb daar niet veel wedstrijden gespeeld, dus ook niet veel gescoord”, vertelt hij met een lach.

De omschakeling naar de achterhoede verliep daardoor vrij natuurlijk. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een vaste kracht op de backpositie en voelt hij zich daar helemaal thuis.

Een seizoen om snel te vergeten

Sportief gezien kende BZC’14 een lastig seizoen. Waar vooraf werd gehoopt op een plek in de middenmoot, eindigde de ploeg uiteindelijk onderaan en volgde degradatie naar de vijfde klasse.

Toch probeert Van Veen vooral vooruit te kijken. “Natuurlijk is het ontzettend jammer, maar daar verander je nu niets meer aan.”

Komend seizoen wacht een nieuwe uitdaging, met een nieuwe trainer voor de groep. Marcel de Groot neemt het stokje over en daar kijkt Van Veen met belangstelling naar uit.

“We zijn heel benieuwd hoe dat gaat lopen. Het is voor iedereen weer een frisse start.”

Nieuwe kansen in de vijfde klasse

Hoewel BZC’14 een niveau lager uitkomt, verwacht Van Veen allesbehalve een eenvoudig seizoen. “Mensen denken misschien dat het makkelijk wordt, maar er zitten genoeg goede ploegen in de vijfde klasse. We zullen elke wedstrijd vol aan de bak moeten.”

Daar komt bij dat de selectie verandert. Vier spelers vertrekken, terwijl enkele spelers vanuit lagere seniorenteams de overstap naar de selectie maken.

“We raken spelers kwijt die we goed konden gebruiken, maar dat hoort erbij. Gelukkig komen er ook jongens door vanuit de club. Ik heb er vertrouwen in dat het goed komt.”

Zelf verwacht hij opnieuw als rechts- of linksback aan de competitie te beginnen. Een terugkeer naar de aanval ziet hij voorlopig niet gebeuren. “Nee, die tijd is wel geweest.”

Na de degradatie is de doelstelling voor komend seizoen duidelijk. “We willen zo snel mogelijk weer omhoog. Dat zal niet vanzelf gaan, maar we gaan er alles aan doen om bovenin mee te draaien.”

Olaf Steenbekkers werkt gericht toe naar grote droom: ‘Het zou een eer zijn om VV Alem te mogen coachen’

0

Voor Olaf Steenbekkers draait voetbal allang niet meer alleen om zelf spelen. De 35-jarige trainer van het tweede elftal van VV Alem heeft zijn blik nadrukkelijk op de toekomst gericht. Met zijn trainersopleidingen en een stage bij het eerste werkt hij stap voor stap toe naar één grote ambitie: ooit hoofdtrainer worden van de club uit zijn eigen dorp.

Steenbekkers loopt inmiddels al heel wat jaren rond bij VV Alem. Zelf voetballen werd door meerdere zware blessures steeds lastiger. Na vijf operaties besloot hij zijn energie daarom volledig in het trainersvak te steken. Inmiddels staat hij voor het vierde seizoen aan het roer bij Alem 2, nadat hij daarvoor ruim vijf jaar het derde elftal onder zijn hoede had. Daarnaast traint hij ook nog 10 vrijdagen in het jaar het 7×7 vrouwenteam van VV Alem.

De overstap naar het trainersvak bleek een logische keuze. “Ik heb drie zware kruisbandblessures gehad en in totaal vijf operaties. Eigenlijk had ik daardoor al eerder moeten stoppen”, vertelt Steenbekkers. “Vandaar dat ik mij enorm ben gaan focussen op het trainersvak.”

Dat doet hij serieus. Afgelopen september rondde hij zijn VC1-opleiding van de KNVB af. Komend seizoen begint hij aan VC2, een opleiding die hem weer een stap dichter bij zijn uiteindelijke doel brengt. “Er gaat behoorlijk wat tijd in zitten. VC2 bestaat uit ongeveer twintig cursusavonden van drie uur en daarnaast moet je zeker honderd uur zelfstudie doen. Het wordt dus druk, maar ook heel leuk.”

Eén duidelijke ambitie

Hoewel Steenbekkers tevreden is met zijn rol bij het tweede, weet hij precies waar hij uiteindelijk naartoe wil. “De wens is er zeker om trainer van het eerste te worden. De club denkt daar gelukkig ook in mee. Ik hoop dat er een toekomstplan komt.”

Dat doel is voor hem bovendien heel specifiek verbonden aan Alem. De club viert over enkele jaren het honderdjarig bestaan en Steenbekkers zou het prachtig vinden om voor die tijd de leiding te krijgen over het vlaggenschip. “Er is natuurlijk niks mooiers dan in je eigen dorp verantwoordelijkheid krijgen over het eerste elftal. Ik zou dat echt een eer vinden.”

Een eerste stap wordt komend seizoen al gezet. Naast zijn werkzaamheden bij Alem 2 gaat Steenbekkers minimaal één keer per week stage lopen bij het eerste. Trainer Peter van Dijk wordt daarbij zijn mentor. “Ik leer echt veel van hem. Hij heeft zelf afgelopen seizoen zijn opleiding gehaald en weet precies wat er gevraagd wordt.”

Peoplemanager van Alem 2

Bij het tweede elftal krijgt Steenbekkers ondertussen te maken met een interessante mix van spelers. Naast jongens uit de jeugd die vroeg de overstap naar de senioren maken, staan er naast ervaren voetballers die jarenlang in het eerste hebben gespeeld.

“Er lopen jongens van zeventien tot 23 jaar rond, maar ook spelers van boven de dertig en zelfs 37 of 38. Voor mij is het ideaal om zo’n elftal te mogen coachen.”

Zijn belangrijkste kwaliteit ligt volgens Steenbekkers niet zozeer in het tactische gedeelte, maar juist in de omgang met mensen. “Ik zie mezelf vooral als een peoplemanager. Ik probeer goed met jongens te praten, te luisteren en te kijken wat er speelt. Je bent niet alleen coach op het veld, maar soms ook daarbuiten.”

Eerst leren, dan de volgende stap

Voorlopig blijft de focus daarom op ontwikkelen. Met Alem 2 wil Steenbekkers komend seizoen bij de beste drie eindigen in de reserve vierde klasse. Tegelijkertijd krijgt hij via zijn stage de kans om dichter tegen het eerste aan te kruipen.

Een stap naar het eerste hoeft wat hem betreft niet per se meteen te komen. “Misschien is een rol als assistent eerst een mooie stap. Ik wil vooral zoveel mogelijk ervaring opdoen.”

De ambitie is helder, maar de trainer heeft geen haast. Eerst de VC2 afronden, ervaring opdoen en blijven leren.

vv Hedel bouwt aan de toekomst: groei vraagt om een vernieuwd sportpark.

vv Hedel zit al enkele jaren stevig in de lift. De vereniging groeit, trekt nieuwe teams aan en ziet de jeugdafdeling elk seizoen verder uitbreiden. Die ontwikkeling vraagt om een sportpark dat klaar is voor de toekomst. Daarom werkt een speciale commissie aan een ingrijpend vernieuwingsplan, waarbij niet alleen nieuwe kleedkamers en een extra kunstgrasveld worden gerealiseerd, maar ook een bijzondere financieringsvorm een belangrijke rol speelt.

Waar vv Hedel enkele jaren geleden nog in een lastige periode verkeerde, staat de vereniging er inmiddels heel anders voor. Volgens penningmeester Ton Hofmans, die inmiddels aan zijn vierde seizoen binnen het bestuur begint, is die verandering vooral te danken aan een enthousiast bestuur en een grote groep vrijwilligers die de schouders onder de club hebben gezet.

“Een jaar of zes geleden stond de vereniging er financieel minder goed voor en liep ook het ledenaantal terug. Inmiddels hebben we alles weer op de rit. De financiën zijn gezond en vooral het aantal leden groeit ieder jaar verder.”

Die groei is zichtbaar in vrijwel alle geledingen van de club. Inmiddels telt vv Hedel ruim vijfhonderd actieve leden en meer dan vijftig vrijwilligers. Vooral de jeugdafdeling profiteert van de uitbreiding van de woonwijken in Hedel, maar ook bij de senioren blijft de vereniging groeien. Zo sluit komend seizoen zelfs een compleet nieuw zondagteam aan.

“Dat zo’n volledig team voor vv Hedel kiest, zegt ook iets over de uitstraling van de vereniging. Mensen zien dat hier wordt gebouwd aan een gezonde en ambitieuze club.”

Volgens Hofmans is de groei bovendien nog lang niet ten einde. In Hedel staan de komende jaren opnieuw veel nieuwbouwwoningen gepland. De verwachting is dat daar opnieuw veel jonge gezinnen komen wonen, waardoor ook de vraag naar sportvoorzieningen verder zal toenemen. “We weten eigenlijk nu al dat de vereniging nog verder gaat groeien. Daar moeten we nu alvast op anticiperen.”

Investeren in de komende tientallen jaren

De groei brengt tegelijkertijd nieuwe uitdagingen met zich mee. De huidige accommodatie dateert grotendeels uit de jaren zeventig en sluit niet meer aan bij de omvang van de vereniging. De kantine en keuken zijn de afgelopen jaren al aangepakt, maar vooral de kleedkamers zijn volgens Hofmans aan vervanging toe.

“Met zes kleedkamers redden we het niet meer. Zeker op zaterdag lopen we regelmatig tegen de grenzen van onze accommodatie aan. Daarom willen we uitbreiden naar ongeveer tien kleedkamers en tegelijkertijd alles moderniseren.”

Naast extra kleedkamers wordt ook gedacht aan betere voorzieningen voor scheidsrechters en een modern wedstrijdsecretariaat. Daarmee wil de vereniging niet alleen meer ruimte creëren, maar ook professioneler kunnen werken.

Daarnaast krijgt vv Hedel binnenkort een tweede volwaardig kunstgrasveld. De gemeente heeft daarvoor inmiddels groen licht gegeven. Het huidige hoofdveld wordt vervangen door kunstgras, waardoor de vereniging straks beschikt over twee volledige kunstgrasvelden en 2 wedstrijdveldjes voor de jongste jeugd.

Dat betekent niet alleen meer trainingsmogelijkheden, maar ook minder afgelastingen tijdens de wintermaanden. “Met twee kunstgrasvelden kunnen veel meer teams blijven trainen en wedstrijden spelen. Dat geeft de vereniging veel meer ruimte om verder te groeien.”

De ambitie reikt verder dan alleen extra capaciteit. Ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol. Bij de renovatie wordt nadrukkelijk gekeken naar materialen en oplossingen waarmee de accommodatie weer tientallen jaren vooruit kan.

Een commissie met verschillende kwaliteiten

Om alle plannen in goede banen te leiden, is een speciale renovatiecommissie samengesteld. Daarin zitten bestuursleden en vrijwilligers met uiteenlopende achtergronden. Zo brengen sommige commissieleden bouwkundige kennis mee, terwijl anderen veel ervaring hebben met gemeentelijke procedures of juist op financieel vlak een belangrijke bijdrage leveren.

Vrijwilliger François van de Wiel maakt eveneens deel uit van die commissie. Via zijn voetballende zoon raakte hij jaren geleden betrokken bij vv Hedel en vervulde hij verschillende vrijwilligersrollen. Inmiddels richt hij zich volledig op het realiseren van de vernieuwingsplannen.

“Zo’n project kun je alleen uitvoeren als iedereen zijn eigen kwaliteiten inzet. Juist doordat we verschillende expertises bij elkaar hebben, kunnen we goede keuzes maken.”

Volgens Van de Wiel is het belangrijk dat de club niet alleen kijkt naar de huidige situatie, maar vooral naar de toekomst. “We bouwen niet voor de komende vijf jaar, maar voor de volgende generatie leden.”

Bijzondere financiering via obligaties

Om alle plannen mogelijk te maken, kijkt vv Hedel verder dan de traditionele financiering via banken. Een belangrijk onderdeel vormt de uitgifte van obligaties, waarmee leden, sponsoren en andere betrokkenen rechtstreeks kunnen bijdragen aan de renovatie.

Van de Wiel houdt zich binnen de commissie bezig met dit financiële traject. Volgens hem is het een constructie die bij steeds meer sportverenigingen succesvol wordt toegepast.

“Eigenlijk leen je een deel van je spaargeld uit aan de vereniging. Je ontvangt rente en krijgt het bedrag na tien jaar weer terug. Zo bouwen we samen aan de toekomst van vv Hedel.”

De vereniging kiest bewust voor verschillende soorten obligaties, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen deelnemen. Er komen kleinere obligaties voor particuliere leden, maar ook grotere varianten voor bedrijven en sponsoren. Daarnaast introduceert vv Hedel sponsorobligaties. Daarbij ziet de deelnemer af van de jaarlijkse rente, waardoor de vereniging goedkoper kan financieren dan via een banklening.

“Op die manier help je de club eigenlijk twee keer. Je stelt geld beschikbaar én je bespaart de vereniging financieringskosten.”

De uitgifte wordt bovendien begeleid door een professionele externe partij die gespecialiseerd is in obligatietrajecten voor sportverenigingen. Daarmee wordt niet alleen de administratie verzorgd, maar krijgen deelnemers ook de zekerheid dat alles volgens de geldende regels verloopt.

Samen bouwen aan één toekomst

Na de zomer start vv Hedel officieel met de campagne rondom de obligaties. Tijdens informatieavonden worden de bouwplannen uitgebreid toegelicht en krijgen leden en sponsoren de gelegenheid om vragen te stellen. Ook worden de eerste ontwerpen van de vernieuwde accommodatie gepresenteerd.

De ambitie is groot. vv Hedel hoopt uiteindelijk tussen de honderdduizend en tweehonderdduizend euro via obligaties op te halen. Hoe hoger dat bedrag uitvalt, hoe uitgebreider de renovatie direct uitgevoerd kan worden.

Voor Hofmans draait het uiteindelijk niet alleen om stenen of kunstgras, maar vooral om de toekomst van de vereniging.

“Als straks het nieuwe kunstgrasveld er ligt en de kleedkamers zijn vernieuwd, kunnen we als vereniging weer jarenlang vooruit. Dat is uiteindelijk waar we het allemaal voor doen.”

Volgens Van de Wiel past het project bovendien perfect bij de cultuur van vv Hedel. De vereniging is groot geworden dankzij vrijwilligers die bereid zijn hun steentje bij te dragen. Met de obligatieactie krijgt iedereen opnieuw de kans om mee te bouwen aan de club.

“Het mooie is dat dit echt iets van ons allemaal wordt. Niet alleen het bestuur of de commissie bouwt aan de nieuwe accommodatie, maar heel vv Hedel.”

Met een groeiend ledenbestand, ambitieuze plannen en een grote groep betrokken vrijwilligers lijkt vv Hedel klaar voor een volgende stap. Niet alleen op het veld, maar ook daarbuiten wordt gebouwd aan een vereniging die de komende decennia verder wil blijven groeien. De vernieuwde accommodatie moet straks niet alleen voldoende ruimte bieden aan de huidige leden, maar ook aan de vele nieuwe voetballers die de komende jaren worden verwacht. Daarmee investeert vv Hedel niet alleen in gebouwen en velden, maar vooral in de toekomst van de hele vereniging.

Carlo Riedijk begint vol ambitie aan zijn eerste klus als hoofdtrainer bij WSV Well

0

Na jaren actief te zijn geweest als speler, jeugdtrainer en assistent zet Carlo Riedijk deze zomer een nieuwe stap in zijn voetbalcarrière. De 46-jarige trainer begint aan zijn eerste avontuur als hoofdtrainer van een eerste elftal.

Carlo Riedijk is al bijna zijn hele leven actief in het voetbal. De inwoner van Sprang-Capelle is inmiddels veertig jaar lid van SSC’55, waar hij vrijwel zijn hele voetbalcarrière doorbracht. Van 1997 tot 2014 maakte hij, op een periode bij NOAD tussen 2008 en 2012 na, deel uit van de hoofdmacht van SSC’55 en beleefde hij mooie jaren als selectiespeler.

Na zijn actieve loopbaan bleef hij niet lang langs de zijlijn staan. Toen SSC op dat moment nauwelijks oudere jeugdteams had, besloot Riedijk zelf een stap naar voren te zetten.

“Ik vroeg de club hoe ik kon helpen. Zo ben ik trainer geworden van de JO15.”

Dat bleek een schot in de roos. Vijf seizoenen werkte hij met jeugdteams en groeide zijn enthousiasme voor het trainersvak met de week.

Tijdens zijn periode als jeugdtrainer volgde Riedijk zijn trainersopleidingen. Eerst behaalde hij VC1 en daarna volgde ook VC2. Intussen boekte hij met zijn jeugdteams mooie resultaten.

Met de JO15 en later de JO16 promoveerde hij van de tweede klasse naar de hoofdklasse, waar ze kampioen werden. Een sportieve beloning voor het werk dat hij samen met zijn spelers leverde.

“Ik ontdekte hoe leuk ik het trainersvak eigenlijk vond. Vanaf dat moment wilde ik mezelf verder ontwikkelen.”

Voor zijn VC2-opleiding liep hij vervolgens stage bij het eerste elftal van SSC onder begeleiding van Paul van der Donk. Daar maakte hij voor het eerst van dichtbij kennis met het werken rondom een eerste selectie.

Tijdens zijn stage kwam WSV Well op zijn pad. Via zijn zoon kende hij de vereniging al enigszins en hoorde hij dat de club op zoek was naar een nieuwe trainer na het vertrek van de vorige technische staf.

Riedijk besloot zelf de stoute schoenen aan te trekken en nam contact op.

“Na het eerste gesprek voelde het meteen goed. De klik met de technische commissie, de spelersraad en het bestuur was er direct.”

Dat vertrouwen werd snel bevestigd. Nog geen dag later kreeg hij te horen dat Well hem graag wilde aanstellen als nieuwe hoofdtrainer.

Voor Riedijk betekent het zijn eerste officiële klus als hoofdtrainer van een eerste elftal. Iets waar hij al langere tijd naartoe had gewerkt.

Hoewel WSV Well de afgelopen seizoenen meerdere keren onderin de vijfde klasse eindigde, ziet de nieuwe trainer volop kansen.

Dankzij de TC krijgt de selectie deze zomer namelijk een flinke kwaliteitsimpuls. Vier spelers maken de overstap vanuit DSC, één speler komt over van BZC en daarnaast sluiten twee talentvolle jeugdspelers definitief aan bij de eerste selectie.

Juist die doorstroming uit de eigen jeugd spreekt Riedijk enorm aan.

“Dat vind ik prachtig. Ik heb jarenlang met jeugd gewerkt en ik vind het mooi om jonge spelers verder te helpen in hun ontwikkeling.”

Ondanks dat hij afgelopen seizoen al enkele wedstrijden van Well bezocht, wil Riedijk zonder vooroordelen aan zijn nieuwe uitdaging beginnen.

“Ik wil iedereen een eerlijke kans geven. Spelers moeten het gevoel hebben dat ze gezien worden en dat het een eer is om voor Well 1 uit te komen.”

Over doelstellingen blijft Riedijk realistisch. Hij beseft dat Well de afgelopen jaren sportief moeilijke seizoenen kende en wil daarom geen grote uitspraken doen.

“Ik ben een winnaar en wil altijd voor de prijzen spelen, maar je moet ook realistisch blijven.”

Eén ding is in ieder geval duidelijk: aan inzet zal het niet ontbreken. De kersverse hoofdtrainer kijkt reikhalzend uit naar zijn eerste training.

“Ik ben een trainer met veel passie en energie, ik ga er 110 procent voor. Ik kan niet wachten om samen met deze groep aan de slag te gaan.”