Home Blog Pagina 3

Keepen met vuur: Siggy Schutte eist het maximale bij Alblasserdam

Siggy Schutte (33) is momenteel de doelman van VV Alblasserdam. Dit is inmiddels alweer zijn vierde termijn bij de club. Schutte is nooit echt een keeper van één club geweest. Zijn loopbaan beweegt zich niet langs vaste lijnen. Terugkeren, vertrekken, opnieuw beginnen. En altijd weer met hetzelfde doel: onder de lat staan en het maximale eisen van zichzelf en zijn team.

Als jochie van vijf begon hij bij VV Papendrecht. “Ik ging eerst altijd met mijn vader mee naar de club, hij voetbalde daar. Al snel werd ik keeper. Mijn eerste keepershandschoenen waren die van de keeper van mijn vader. Van de F1 tot A1 doorliep ik de hele jeugd bij Papendrecht.” In de jeugd speelde hij op een redelijk hoog niveau. Zo kwam hij als jonge doelman op verschillende momenten uit in de hoofdklasse, derde en vierde divisie.

Op zijn zeventiende sloot Schutte zich aan bij de eerste selectie van Papendrecht. Daar zat hij regelmatig op de bank en als jonge doelman van 17 was dat een eer en viel er ontzettend veel te leren. Na dat seizoen maakte hij de overstap naar Alblasserdam, wat destijds in de eerste klasse uitkwam. “Het is belangrijk om minuten te maken. Daarom stapte ik destijds over naar Alblasserdam. Helaas zat ik ook daar af en toe op de bank. Dus besloot ik na drie seizoenen te vertrekken naar Drechtstreek, een tweedeklasser.”

Maar bij één club blijven bleek lastig. Schutte speelde na Drechtstreek achtereenvolgens bij Papendrecht, Alblasserdam en Spirit. Het patroon herhaalde zich: nieuwe prikkel, nieuwe omgeving, nieuwe start. “Ik denk dat ik die nieuwe prikkel elke keer fijn vind. Ik kan niet lang op dezelfde plek blijven zitten, ik heb steeds weer een nieuwe uitdaging nodig.”

Afscheid van het voetbal

Na zijn periode bij Spirit stopte Schutte voor een jaar helemaal met voetbal. Niet omdat zijn lichaam het niet meer aankon, maar omdat zijn hoofd in de weg zat. “Ik kon mezelf niet meer motiveren. Ik stond onder de lat en kreeg pijn in mijn kop. Dat klinkt misschien raar, maar dat was wel de realiteit.”

Hij zei het hardop tegen zijn toenmalige trainer Richard van Capelle. Dat hij het niet meer voelde. Dat hij zichzelf te veel druk oplegde. Voor een keeper is dat funest. Want alles wat misgaat, gebeurt zichtbaar. En alles wat goed gaat, is vanzelfsprekend. “Als ik onder de lat stond, was ik alleen maar bezig met wat er mis kon gaan. Ik heb wedstrijden gespeeld waarbij ik het gevoel had dat ik op stroom stond.”

Toch keerde Schutte terug in het voetbal. Alblasserdam belde. Voor de derde keer. “Ik kocht nieuwe handschoenen en nieuwe voetbalschoenen zodat ik voor mijn gevoel echt een nieuwe start kon maken. Dat lukte, maar na anderhalf jaar kwam corona.” En uiteraard kwam er ook weer een club die zich meldde voor Schutte: Papendrecht. Omdat hij daar weinig speelminuten maakte, stapte de doelman over naar een nieuwe club op zijn lijstje: De Zwerver. Een club waar hij zich meteen thuis voelde. “Aan mijn tijd bij De Zwerver heb ik veel vriendschappen overgehouden. Ik kwam altijd met een goed gevoel op de club en juist daarom deed het ook wel pijn hoe mijn tijd daar eindigde. Twee degradaties op rij. Sportief gezien een drama, niet alleen voor mij maar ook voor de club. Er kwam een andere doelman voor mij in de plaats. Dat vond ik moeilijk, maar die beslissing was op dat moment terecht. Wat mij betreft had ik voor ogen om daar jaren te voetballen.”

Tien termijnen

En zo stapte Schutte afgelopen zomer voor de negende keer over van club. Daarmee gaat hij nu zijn tiende termijn in en zijn vierde bij Alblasserdam. Misschien dat Schutte die nieuwe prikkel zo fijn vindt omdat hij daardoor steeds aan blijft staan. De beleving die de doelman uitstraalt is gigantisch. “Ik leef voor het spelletje. Als ik eenmaal op het veld sta eis ik het maximale van mezelf. Vroeger legde ik mezelf te veel druk op, dat heb ik nu gelukkig minder.”

Niet alleen van zichzelf, maar ook van zijn medespelers verwacht Schutte een inzet die tot het uiterste gaat. “De mentaliteit van nu is heel anders. Een tijdje geleden sloeg ik misschien door in mentaliteit, maar hoe het nu is, vind ik ook niet goed. Taken worden niet uitgevoerd en jongens zijn te veel bezig met randzaken.” Tegelijk erkent hij dat hij zelf ook veranderd is. “Je maakt je minder druk naarmate de jaren verstrijken.”

Schutte heeft altijd op niveau gevoetbald. Hij is nu 33 en wordt dit jaar 34. “Als keeper kan je altijd wat jaartjes langer mee,” zegt hij. Maar hij voelt ook dat het goed is geweest. “Ik verwacht dat ik binnen een paar jaar stop,” zegt hij. “Ik heb ook een vrouw en een kleine thuis. Die hebben mij ook nodig.”

Over Alblasserdam is hij kritisch, maar betrokken. “In potentie is het een hele grote club. Het niveau waar de club nu speelt, vind ik Alblasserdam onwaardig. Promoveren is op dit moment niet realistisch. Juist daarom zou de club zichzelf een doel moeten stellen met waar het naartoe wil. Binnenkort bestaan ze honderd jaar. Dan moet je ook iets willen zijn of iets bereiken.”

Schutte is blij met de huidige trainer, Bert Buijzert. “Hij is op dit moment de juiste trainer voor de club. We kennen elkaar erg goed. Toen ik achttien was, had ik Bert al als trainer. We hebben een goede band.”

Klik op vv Alblasserdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Alblasserdam voor meer informatie over de club.

‘Dat vind ik geweldig om te zien’

0

Met twee kampioenschappen op rij, kent de JO14 van WFB voorlopig een meer dan geslaagd seizoen. Maar hoewel winnen natuurlijk altijd leuk is, draait het voor trainer Moisés Krijgsman om veel meer dan dat. “Ik vind het vooral belangrijk dat die jongens het naar hun zin hebben en wat leren.”

Een hobby, waar de oud-speler van onder meer Oranje Wit, EBOH én WFB, inmiddels alweer zo’n twintig jaar geleden vol passie mee begon. “Toen ik zelf nog jeugdspeler was, deed ik dat ook al. Daarna heb ik allerlei verschillende teams gedaan, van de kabouters en het G-team, tot aan de JO19.” Een jaar of wat geleden, streek de 49-jarige Krijsman neer in Ouddorp. “Van mijn 38ste tot mijn 42ste, heb ik nog bij WFB gevoetbald.” Sterker nog, dat doet hij nog steeds. “Ik doe af en toe mee bij de 35+ of de recreanten.”

Soms lastig

Naast dus zijn rol als jeugdtrainer, van de JO14. “Samen met Niels van Heest, doen we dat eigenlijk al jaren.” De rolverdeling, is dan ook duidelijk. “Niels is van het organiseren, zorgen dat de spullen er zijn en dat iedereen op tijd is, ik bereid de trainingen voor, zodat we die samen kunnen geven. Het is echt een gezamenlijk iets.” Begonnen, toen zijn zoontje (Yaniek) besloot te gaan voetballen. “Niemand bood zich aan, dan doe ik het maar, dacht ik toen.” En zonder spijt. “Ik kom altijd met plezier naar de trainingen.” Hoe is dat voor zijn zoontje? “Die vindt het soms wel eens lastig, denk ik. Maar hij vindt het ook vooral heel erg leuk.” Al is het thuis, soms wat moeilijker, lacht Krijgsman. “Daar probeer ik het maar niet al te veel over de voetbal te hebben, haha!” Gelukkig kan de inwoner van Ouddorp tijdens de trainingen, volledig zijn ei kwijt. Samen met Van Heest dus. “We doen veel oefeningen met een stukje techniek en passing. Maar ook positiespel, conditievormen met bal, partij en afwerken. Alleen nooit hetzelfde.” Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? “Ik kijk regelmatig op internet.” Een werkwijze die, gezien de twee kampioenschappen in het najaar, zijn vruchten lijkt af te werpen. “Dat is vooral een compliment voor de spelers! Voor die jongens is het natuurlijk heel mooi, zelf ben ik er niet zo mee bezig.”

Op gevoel

Al geniet hij nog altijd, enorm van het spelletje. “Ik vind vooral voetbal heel leuk. En het is leuk om die spelers het naar hun zin te maken én echt iets te leren. Dat ze dingen oppakken. Dat vind ik geweldig om te zien.” Zelfs als het spannend wordt. “Bijvoorbeeld tijdens wedstrijden. Toch probeer ik het altijd op een leuke manier te brengen.” Zo nu en dan, door ‘kort voor de kar’ te zitten, zoals Krijgsman het zelf noemt. “Af en toe, is dat wel nodig als trainer. Dat moet je een beetje aanvoelen.” Een eigenschap, die de oud-voetballer bekend voorkomt. “Ik was zelf als speler, allesbehalve braaf. Daarmee vergeleken, zijn deze jongens hartstikke lief en luisteren ze ontzettend goed.” Had Krijgsman toen, ooit verwacht jeugdtrainer te zullen worden? “Als speler zat dat eigenlijk niet echt in me, maar ik vind het gewoon heel leuk om training te geven.” En om bezig te zijn met sport. “Naast voetballen, heb ik ook veel andere sporten gedaan. Van judo en atletiek, tot aan kickboksen en wielrennen. Ook dat vond ik leuk. Net als tennis en biljarten.” Een soort sportieve duizendpoot dus. “In het veld heb ik ook ongeveer overal gestaan. Rechtsbuiten, achterin, keeper…” Een passie, die in al die jaren nooit minder is geworden. “Ik vind het gewoon leuk om iets voor te bereiden en met mensen bezig te zijn. Dan blijf je jong!” Aan stoppen, denkt Krijgsman dan ook nog lang niet. “Voorlopig blijf ik zeker nog trainer.” Al heeft hij niet de ambitie, om ooit zijn trainerspapieren te gaan halen. “Ik doe veel op gevoel, en gelukkig pakt dat vaak goed uit.” Zonder daarbij zelf al te veel in de schijnwerpers te willen staan. “De credits moeten vooral naar Niels, de ouders en onze spelers!”

Klik hier voor meer artikelen over VV WFB
Klik hier voor meer informatie over VV WFB

Vier generaties onder de lat

Vier generaties onder de lat. Het is geen romantisch verzinsel, maar gewoon de werkelijkheid in de familie Van der Linden. Opa was keeper. Ro was keeper. Marco was keeper. En inmiddels staat ook de oudste kleinzoon tussen de palen. Bij Hardinxveld kijkt niemand meer op als er een Van der Linden onder de lat staat.

Vader Ro: negentien seizoenen “voor één jaar”

Ro van der Linden is 75. Hij loopt al zijn hele leven rond bij VV Hardinxveld. Tot zijn negentiende keepte hij bij de club. Daarna vertrok hij naar Kozakken Boys. Hij keerde terug bij de club toen zijn zoons op voetbal gingen.

Negentien seizoenen is hij inmiddels leider van zaterdag 1. “Ik zou het één jaar doen,” zegt Ro met een glimlach. “Dat is iets langer geworden.” Niemand nam de taak op zich. Zoon Marco speelde toen in het eerste. “Ik heb hem gevraagd of hij het goed vond. Dat vond hij prima. En toen ben ik gebleven.”

Wat begon als tijdelijk, werd vanzelfsprekend. Ro vindt het leuk om met jeugd om te gaan, om onderdeel te zijn van de groep. “Het houdt je jong,” zegt hij. En dat meent hij. Hij is doordeweeks vrijwel elke dag op de club. Scorebord repareren, vuilnisbakken legen, kleedkamers vegen. Samen met vijf, zes andere mannen van de zogeheten VUT-ploeg. “Er is altijd wat te doen.”

Het seizoen verloopt boven verwachting. Hardinxveld staat bovenaan. “Als vereniging waren we niet blij met de indeling in een Rotterdamse klasse,” zegt Ro. Toch draait de ploeg bovenin mee. “We gaan voor het hoogste. Natuurlijk.” Realistisch is hij ook. “Hoe het eindigt weten we niet. Maar doordat we een periodetitel hebben gehaald hebben we in ieder geval een toetje als het mislukt.” Nacompetitie zou al mooi zijn geweest; nu lonkt meer.

Hardinxveld is volgens hem een echte dorpsclub. “Tachtig procent van de jongens die in de eerste selectie spelen, komt uit eigen jeugd. Dat onderscheidt de vereniging. Een vaste kern, jongens die elkaar al jaren kennen. De afgelopen tien jaar gingen we samen op trainingskamp. Het is een vriendenclub, maar wel met ambitie. Iedereen wil winnen. Ook de jongens die in de loop der jaren zijn gekomen, zijn echte Hardinxveld-spelers en vrienden geworden.”

Gezondheid is het belangrijkste, vindt Ro. Voor zichzelf, maar ook voor de club. Zolang hij het kan, blijft hij doorgaan. “Ik heb er plezier in. En zolang dat zo is, blijf ik leider.”

Zoon Marco: bouwen aan de volgende generatie

Marco doorliep net als zijn vader de hele jeugd bij Hardinxveld. Hij speelde in het eerste, stopte een periode en vond daarna zijn plek langs de lijn. Als jeugdtrainer van zijn jongste zoon begon het opnieuw te kriebelen “Inmiddels zijn we al twee à drie jaar bezig met een jeugdplan, wat in ontwikkeling is. En waarin ik bezig ben met een keepersplan.”

“Vanaf de JO11 krijgen alle keepers, training van huidige of oud keepers, en dit coördineer ik. Dat past bij mij.” Hij weet hoe het is om keeper te zijn. Het vak vraagt aandacht, herhaling, begeleiding. “Wat ik fijn vind, is dat keepers echt beter worden op alle vlakken.” Soms krijgen ze extra training, soms schuiven ze aan bij teamtrainingen. Het doel is duidelijk: structurele aandacht voor de doelman.

Dat zijn vader leider werd van het eerste vond hij prettig. “Hij kwam toch al kijken,” zegt Marco. “Ik was 27 toen hij erbij kwam. Als je achttien jaar bent, voelt dat natuurlijk anders.” Vader en zoon bespreken nog altijd elke zaterdag en zondag de wedstrijden. Zondagmorgen een rondje door Hardinxveld, nabespreken hoe het ging. Hoe de kinderen speelden.

Marco speelt zelf nog bij een veteranenelftal, maar weet ook dat niet meer alles moet. “Het is wijzer om niet te veel meer te voetballen,” zegt hij nuchter. Zijn energie gaat vooral naar de jeugd. De keepers. De structuur.

Vier generaties keepers in één familie. Het is iets wat hij met trots uitspreekt. Opa, vader, hijzelf en nu zijn zoon. “Dat is wel bijzonder.”

Een dorpsclub met vrijwilligershart

Wat zowel Ro als Marco benadrukken, is de kracht van vrijwilligers. “Dat onderscheidt ons echt,” zegt Marco. “Er zijn hier heel veel vrijwilligers. De kantine is altijd open. Taken worden ingevuld.” Al wordt het wel moeilijker, erkennen ze allebei. Mensen hebben het drukker, de maatschappij verandert. Toch lukt het Hardinxveld tot nu toe om alles rond te krijgen.

Ro ziet het dagelijks. Hij is onderdeel van die groep die doordeweeks op de club rondloopt. Kleine klussen, onderhoud, zorgen dat alles netjes is. Het zijn geen grote woorden, geen officiële functies, maar het houdt een vereniging draaiende.

Het eerste elftal weerspiegelt dat karakter. Een vaste kern met veel eigen jongens. Er wordt gebouwd puur vanuit de club. “Dat maakt ons sterk,” zegt Ro. “Iedereen kent elkaar.”

Tussen ambitie en nuchterheid

Dit seizoen ruikt Hardinxveld aan het kampioenschap. “Wij doen het boven verwachting,” zegt Ro. “De hoop was een plek in de nacompetitie, nu staat de ploeg bovenaan. Toch moet je nuchter blijven. Er moeten nog flink wat wedstrijden gespeeld worden, dus kan er nog van alles gebeuren.”

Marco ziet het van dichtbij. Als keeperstrainer staat hij midden in de ontwikkeling van jonge spelers. Hij merkt dat aandacht loont. Keepers groeien, worden zekerder. Dat straalt af op de teams.

Klik op VV Hardinxveld voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Hardinxveld voor voor meer informatie over de club.

‘Lastig om te weten waar dit vandaan komt’

Van meedoen voor promotie, naar strijden tegen degradatie. In een jaar kan veel veranderen. Waar derdeklasser Stellendam afgelopen seizoen nog via de nacompetitie mocht hopen op de tweede klasse, vreest Tim van Koppen als laagvlieger nu voor een heel ander scenario. “We kunnen wel wat positiviteit gebruiken.”

Heel gek, is dat gezien de stand op de ranglijst dan ook niet. “Het valt heel erg tegen, zeker als je kijkt naar vorig seizoen.” Toen eindigde Stellendam namelijk als vierde én won het de tweede periode. Wat er in de tussentijd is veranderd? “Eigenlijk niks, dat maakt het zo gek. Het is lastig om te weten waar dit vandaan komt.” Al waagt de negentienjarige Van Koppen toch een poging. “Tegen Bruse Boys (2-8-nederlaag), de derde wedstrijd van de competitie, kregen we wel echt een mentale tik.”

Extra meters

En daarna, ging het eigenlijk alleen maar bergafwaarts, herinnert Van Koppen zich. “De inzet op trainingen werd minder, de neuzen stonden niet meer dezelfde kant op en het werd allemaal heel negatief. Ook in de coaching. Dan ga je natuurlijk ook geen extra meters meer lopen voor elkaar.” Allesbehalve ideale omstandigheden om in te presteren. “Bijna alsof we er geen zin meer in hadden.” Gelukkig bracht het winterse trainingskamp uitkomst, vertelt Van Koppen. “Toen hebben we wel wat gesprekken gevoerd met elkaar, en sindsdien is de positiviteit weer terug.” En daarmee ook het vertrouwen, zo blijkt. “We trainen nu weer goed en iedereen heeft er zin in. Als we zo blijven voetballen, weet ik zeker dat we punten gaan pakken!” Punten die Stellendam, als lantaarndrager van de derde klasse, maar al te goed kan gebruiken. Zeker nu de achterstand op een veilige plek, is opgelopen. “Aan het begin van dit seizoen wilden we natuurlijk een stuk hoger eindigen, maar ik zou nu tevreden zijn als we ons handhaven. Dat is in ieder geval ons doel.” Maar vanzelf, komt dat uiteraard niet, beseft ook Van Koppen. “Vooral de sfeer, zal beter moeten. Meters maken voor elkaar en samen strijden.” Kortom, het als team oppakken. “Dan komt het goed!”

Durven

Een instelling, die de verdediger als geen ander kent. “Ik ben op mijn vijfde begonnen met voetballen bij Stellendam en heb nooit ergens anders gespeeld.” Dromen van het eerste elftal, begon voor Van Koppen dan ook op jonge leeftijd, kan hij zich herinneren. “Vroeger ging ik heel vaak bij het eerste kijken en dan hoopte je daar zelf natuurlijk ook ooit te spelen.” Sinds vorig seizoen, is dat werkelijkheid geworden. “Toen kwam ik er echt vast bij. Daarvoor zat ik meer in het tweede.” Hoe was die overstap voor hem destijds? “In het begin was het wel even spannend en wennen. Er staat toch meer druk op, er komen meer mensen kijken en ze verwachten echt wat van je.” Toch heeft hij zijn plekje, inmiddels aardig gevonden. “Gelukkig ging dat wel snel! Het is ook vooral een kwestie van durven.” En snel handelen, lacht hij. “Het gaat allemaal een stuk sneller. Daardoor heb je veel minder tijd.” Maar ook zonder bal, staat Van Koppen als rechtsback zijn mannetje. “Ik ben niet zo van het aanvallen, meer gewoon van het verdedigen. Mijn man uitschakelen, vind ik toch het leukste.” Vertrekken bij Stellendam, ziet hij zichzelf niet zo snel doen. “Als het aan mij ligt, blijf ik voor altijd hier. Ik kom van het dorp, ken alle jongens en er hangt hier gewoon een bepaalde sfeer, die zie je nergens anders. Dat gevoel is bijna niet uit te leggen…”

Klik op VV Stellendam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Stellendam voor meer informatie over de club.

Tijmen Hendriksen is de kartrekker van vrouwenvoetbal bij VVAC

0

Tijmen Hendriksen (33) is geboren in Eindhoven, woonde elf jaar in Amsterdam en streek vier jaar geleden neer in Goudriaan. Zelf keept hij af en toe nog in een vriendenteam — “dat mag eigenlijk geen naam meer hebben,” zegt hij lachend — maar inmiddels is hij niet meer weg te denken uit het vrouwenvoetbal van VVAC. Wat begon langs de lijn, groeide uit tot betrokkenheid. En die betrokkenheid werd verantwoordelijkheid.

“Toen ik mijn vriendin Nienke van Elk net leerde kennen, ging ik kijken,” vertelt hij. “Ik zag haar team spelen en was echt positief verrast over het niveau. Daarnaast waren er veel teams, er zat structuur in. Dat vond ik zó mooi dat ik dacht: hier wil ik aan bijdragen.” Bij VVAC was het vrouwen- en meidenvoetbal er wel, maar het werd niet altijd serieus genomen, merkte hij. “Het was vaak een beetje het ondergeschoven kindje. En hoe er soms in de kleedkamer, langs de lijn of de kantine over vrouwenvoetbal werd gepraat… dat verdienen die meiden echt niet.”

Tijmen werd leider en assistent bij Dames 1. Al snel merkte hij dat de grootste uitdaging niet bij het eerste elftal lag. Integendeel. “Het niveau waarop Dames 1 speelt is bijzonder. We spelen tegen clubs als Kloetinge en Quick Boys. Die komen met een spelersbus, met een rits aan begeleiders. Terwijl bij ons de speelsters gewoon zelf nog de hoekvlaggen neerzetten. Dat we in deze klasse spelen is echt knap. Wil je dat continueren, moet je als club daar energie, tijd en geld in investeren.”

En daarvoor moet je verder kijken dan het hier en nu. “Dan kom je automatisch uit bij de jeugd,” zegt Tijmen. Inmiddels traint hij ook de MO17 en houdt hij zich bezig met de hele meidenlijn. “De jeugd is de slagader van de club. Zeventig tot tachtig procent van het eerste elftal komt uit de eigen jeugd. Dat ontstaat niet vanzelf. Daar moet je als club in investeren, op het veld en daarbuiten.”

Stigma meidenvoetbal

Wat hem drijft? “Zowel de uitdaging als een stukje idealisme. Trainer zijn van een Jo19-1 of Jo17-1 is relatief makkelijk vergeleken met meidenteams coachen. Bij meiden komt zoveel meer kijken, wat het ook leuker maakt.” Meiden binden aan voetbal is lastig, merkt hij. Het idee dat voetbal ‘geen meidending’ zou zijn, is helaas nog steeds hardnekkig. “Ik wil dat voetbal voor meiden even normaal wordt als voor jongens. Daarom doen we campagnes en clinics en willen we langs scholen gaan. Maar meiden vasthouden is misschien nog wel moeilijker.”

Volgens Tijmen begint dat bij sociale veiligheid en perspectief. “Als club moet je een sociaal veilige plek zijn voor vrouwenvoetbal. Dat vraagt om een andere manier van besturen. Een simpel voorbeeld: een kleedkamerdeur die nét niet goed sluit wordt in een ‘mannenclub’ pas in de zomerstop gerepareerd. Jongens gaan namelijk gewoon onder de douche staan. Meiden niet. Dan is dat ineens een reden om niet te douchen en meteen naar huis te gaan, in plaats van nog even te blijven hangen. Het liefst heb ik zelfs kleedkamers die je van binnen op slot kunt doen.” Het meiden- en vrouwenperspectief moet daarom structureel verankerd zijn in de club, vindt hij. “Ik heb er daarom bijvoorbeeld voor gepleit om een bestuurslid vrouwenvoetbal aan te stellen.”

Met Suzanne Stuij is dat bestuurslid sinds dit seizoen gevonden. Ook de nieuwe voorzitter en jeugdvoorzitter zijn erg enthousiast, evenals de technische commissie: “Een belangrijke taak voor mij is om anderen enthousiast te maken. En dat lukt vaak vanzelf. Bijna iedereen die een meidenteam training gaat geven of begeleiden, raakt snel overtuigd.”

Ook kleine dingen maken verschil. “De meiden liepen eerst in afgedankte jongensshirts. Sinds de winterstop spelen alle meidenteams in getailleerde shirts, met dank aan enthousiaste ouders.” Daarnaast hoopt hij dat niet alleen vaders, maar ook meer moeders actief worden in de afdeling. “Misschien denken moeders: ik heb geen verstand van voetbal, dus dit is niks voor mij. Maar er is ook zoveel buiten het voetbal om te organiseren.”

Tijmen weet dat hij soms wordt nagekeken. “Dan krijg ik naar m’n hoofd geslingerd: ‘Ben je weer met die vrouwen bezig?’” Hij haalt zijn schouders op. “Als ouders dit lezen en twijfelen of voetbal iets is voor hun dochter: kom alsjeblieft een keer kijken. En meedoen met een training kan natuurlijk altijd!”

Klik op VVAC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVAC voor meer informatie over de club.

‘Ik probeer nu vooral nog simpel te spelen’

Een paar plekken stijgen. Dat is wat Ruben van Mourik betreft het grote doel voor de tweede seizoenshelft. Want op nacompetitievoetbal tegen degradatie, zitten ze bij vierdeklassser Herkingen’55 allesbehalve te wachten. “Tegen de onderste ploegen hebben we te veel punten laten liggen.”

En dat terwijl het tegen de sterkere tegenstanders, juist beter gaat, meent de pas zeventienjarige Van Mourik. “Zelf het spel maken, ligt ons minder. Daar zijn we nu hard mee bezig.” Want met alleen counteren, komt Herkingen’55 er in de vierde klasse zomaar niet. “Als we beter gaan voetballen, creëren we ook vanzelf meer kansen.” En meer kansen, betekent hopelijk automatisch ook meer doelpunten. “Voorlopig scoren we te weinig. We willen graag boven de nacompetitie eindigen, dus ons doel is om nog een paar plekken te stijgen.”

Vader en opa

Maar vanzelf, komt dat zeker niet. “De trainingsopkomst kan wel wat beter.” Bij de club, waar Van Mourik al sinds jonge leeftijd komt. “Ik ben begonnen bij de kleuters, daarna ging ik er drie jaar tussenuit.” Om te gaan freerunnen en boogschieten, vertelt hij. “Tot dat ging vervelen, toen ben ik weer bij Herkingen’55 gaan voetballen.” En zonder spijt. “Het is hier gewoon heel gezellig. De club ligt midden in het dorp, iedereen kent elkaar en veel bekenden komen altijd kijken.” Waaronder zijn vader en opa. “Die hebben ook allebei in het eerste elftal gespeeld!” Net zoals Van Mourik nu dus. “Dit is het eerste seizoen dat ik er echt vast bij zit.” Veel tijd om te wennen, had de inwoner van Herkingen niet nodig, vertelt hij. “Doordat ik vorig jaar al wel eens mee mocht doen, ging dat een stuk sneller.” Toch is het verschil met het tweede, waar hij eerst speelde, vrij groot, heeft Van Mourik gemerkt. “Vooral qua snelheid in het spel. Je moet veel sneller nadenken, vooruitkijken én handelen.” In zijn geval als linksback. “Bij het tweede kwam ik er ook veel overheen, nu probeer ik vooral nog wat simpeler te spelen. Hopelijk kan ik straks ook weer wat meer gaan aanvallen, dat blijft toch het leukste!”

Niet verwacht

Al heeft de rechtspoot zijn verdedigende kwaliteiten, niet van een vreemde. “Mijn opa stond ook achterin, maar dan centraal. En mijn vader, was ook linksback. Al was die niet van het aanvallen.” Qua felheid, lijkt hij dan weer wel veel op zijn vader, lacht de verdediger. “Dat zit in de familie!” Hoe is het voor hem, om nu zelf ook in het eerste elftal te spelen van zijn club? “Ik ging vroeger vaak kijken bij mijn vader, dan hoopte ik daar natuurlijk ook ooit te spelen. Maar dat het zo snel zou gaan, had ik toen niet verwacht… Dat leek allemaal nog zo ver weg.” Toch is dat, sinds een aantal maanden, dus daadwerkelijk het geval. En met succes. “Ik ben de laatste wedstrijden basisspeler aan het worden, dus dat wil ik graag blijven.” Aan een vertrek bij Herkingen’55, denkt Van Mourik sowieso niet. “Ik blijf hier altijd voetballen!”

Klik op Herkingen’55 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Herkingen’55 voor meer informatie over de club.

Jeugdtrainer Nees de Vos biedt de oudere jeugd een mix van plezier en prestatie

Nees de Vos (48) staat een flink deel van zijn weekenden langs het veld bij Groot-Ammers. Niet omdat hij ooit droomde van het trainersvak, maar omdat het zo is gelopen. Zijn jongste zoon ging voetballen, er was een trainer nodig, en voor hij het wist stond hij zelf voor een groepje JO9’ers. “Best spannend,” zegt hij eerlijk. “Ik was zelf geen voetballer, dus je vraagt je wel af waar je aan begint.”

Dat bleek mee te vallen, Nees werd definitief onderdeel van het vaste decor langs de lijn. In die beginjaren stond hij samen met een andere vader op het veld, iemand die wél goed kon voetballen. “Dat werkte fijn. Hij had het voetbaltechnische, ik deed de rest.” Vijf jaar lang trainden ze hetzelfde team. Veel wisselingen waren er niet, de sfeer was goed en vooral: het was gezellig.

Inmiddels staat Nees er alleen voor. Hij is trainer van de JO17-2, een ploeg die hij nu voor het derde jaar onder zijn hoede heeft. Vijftien pubers, zoals hij zelf zegt. “Dan kom je soms echt ogen en oren tekort, maar laat het duidelijk zijn dat dit een leuke groep is.” Ook zijn eigen zoon speelt in het team. “Na elk jaar vraag ik hem: blijf ik je coach of niet? Ik vind dat hij dat moet bepalen. Het kan zijn dat hij zich er ongemakkelijk of raar bij voelt, maar dat is niet het geval. Zolang hij het prima vindt dat ik er sta, zie ik geen reden om als trainer weg te gaan.”

Trainersdiploma

Dat hij het trainersvak serieus neemt, betekent niet dat hij er grootse plannen mee heeft. Nees heeft zijn VC2-diploma gehaald, maar vooral omdat hij merkte dat het nodig was. “Toen die jongens naar het grote veld gingen, werd het gewoon wat ingewikkelder. Dan vind ik dat je beter moet weten wat je doet. Ik wilde het goed doen, maar ik hoef geen carrière als trainer.”

Wat hij leuk vindt, is het werken met jeugd. Zien dat dingen langzaam beter gaan. “Het gaat niet super snel en heel veel zit er al in. Maar soms zie je ineens dat iets klikt. Dat vind ik mooi. Dit team ervaar ik als een fijne mix: serieus genoeg om te willen winnen, maar lol hebben is ook belangrijk.”

Langs de lijn is Nees naar eigen zeggen goed te horen. Niet met algemene aanmoedigingen, maar met aanwijzingen. “Ik roep vooral inhoudelijk. Waar iemand moet staan, wat slimmer kan. Echt gefrustreerd raken gebeurt eigenlijk nooit. De keren dat ik boos ben geworden zijn op één hand te tellen en die grens is ook heel duidelijk bij mij. Als iemand uit mijn team bewust gaat uitlokken of op een vechtpartij aanstuurt, dan kan ik echt boos worden. Die jongens weten inmiddels dat ik dan hard ingrijp.”

De JO17-2 speelt derde klasse, een niveau dat volgens Nees precies goed past. “Toen we naar deze klasse toe promoveerden, had ik niet verwacht dat we dit zo zouden volhouden, maar het gaat prima. Hoger zou voor ons echt te lastig worden.”

Nees ziet dat zijn ploeg iets aantrekkelijks heeft. “Er zijn drie spelers van buitenaf bijgekomen, jongens die deze mix zoeken, zij horen dan van spelers hoe leuk het team is. Het is een vriendengroep, maar wel eentje die nog redelijk serieus wil voetballen. In de senioren zie je dat veel meer hè, vriendengroepen die voetballen maar het sociale aspect ook heel belangrijk vinden. Ik denk dat het goed is om die mix ook al in de jeugd aan te bieden. Dat zoeken best veel spelers.”

Voor Nees hoeft het allemaal niet groter te worden dan het is. Geen hogere klassen, geen lange-termijnplannen. “Als ze met plezier trainen, dingen leren en het teamgevoel goed blijft, dan ben ik tevreden.”

klik hier voor meer artikelen over Groot Ammers
klik hier voor meer informatie over Groot Ammers

De Jonge Spartaan staat nooit stil

Met onder meer een prachtige grasmat, een opgeknapt clubgebouw, een buitenbar én de nodige werkzaamheden op de planning, zijn ze bij De Jonge Spartaan druk bezig om zich klaar te maken voor de toekomst. En onder aanvoering van Peter Vervloed, ziet die toekomst er voor de club uit Middelharnis rooskleurig uit. “We zitten in een positieve flow.”

Met een onderhoudsploeg van een mannetje of veertien, doen ze daar bij De Jonge Spartaan dan ook alles aan, vertelt Vervloed (56). “Dat zie je wel aan het complex!” Te beginnen, met de grasmat. “Dat is een prachtveldje.” Met name dankzij alle werkzaamheden van afgelopen tijd. “Eigenlijk stond het hoofdveld pas voor 2029 op de agenda, maar de drainage was niet goed. Daardoor werd het veld onbespeelbaar én gevaarlijk. Dus heeft de gemeente het groot onderhoud afgelopen zomer al gedaan.”

Voor de toekomst

Maar behalve onderhoud aan het hoofdveld, heeft de vereniging de voorbije maanden nog veel meer gedaan, zo neemt Vervloed ons mee. “We hebben nieuwe dug-outs geplaatst bij het trainingsveld, zodat daar nu ook wedstrijden gespeeld kunnen worden. En we hebben het clubgebouw aangepakt en geschilderd. Daardoor oogt het wat chiquer.” Daarnaast werd er ook een schuur én een buitenbar gebouwd. “We pakken door als club!” Gericht op de toekomst. “Met onder meer LED-verlichting, het kunstgras, de vernieuwde drainage onder het veld en het aanschaffen van nieuwe verwarmingsketels, kunnen we weer twintig tot dertig jaar vooruit. Op die manier stellen we onze toekomst zeker.” Tel daar de komst van drie robotmaaiers bij op en je snapt de positieve tendens bij de club. “Iedereen is natuurlijk hartstikke trots.” Zo ook Vervloed zelf. “De Jonge Spartaan is gewoon mijn cluppie. Ik heb zelf bij NTVV gevoetbald, maar mijn zoon zit hier sinds 2005. Dus dit is nu wel echt onze club.” In zijn geval, als een soort manusje van alles. “Ik begin bijna een soort facilitair medewerker te worden. Ik weet alles van de club. Ieder hoekje en gaatje.” Van contacten met bedrijven, tot het coördineren van de onderhoudsploeg. “Vanuit mijn huis kan ik zelfs de lichten op het sportpark bedienen.” Overbodig om te zeggen, maar Vervloed zit dan ook helemaal op zijn plek. “De Jonge Spartaan is een heel sociale vereniging. Voor heel de regio.”

Altijd bezig

En niet alleen nu, maar dus ook in de toekomst. “Ook op bestuurlijk niveau, zijn er verschuivingen geweest. Jongere mensen, die er toch weer een andere kijk op hebben.” Want, zo is de inwoner van Sommelsdijk eerlijk. “Wat er was, was prima, maar nu is het nog beter. We zitten echt in een positieve flow.” Vervloed voelt zich dan ook als een vis in het water. “Ik vind dit heerlijk! In principe ben ik iedere dag op de club. Soms wel eens de hele dag.” Al kijkt hij nog altijd, het meeste uit naar de zaterdag. “Dan doe ik de warming-up bij het eerste.” Sportief gezien, legt Vervloed de lat daardoor net zo hoog. “Als je echt verder wil, moeten we ook de kleedkamers verbouwen. Groter én inclusief fitnessruimte. Zodat spelers gewoon hier, zelf hun oefeningen kunnen doen. Dat zou ultiem zijn.” Helemaal, als ook het ledenaantal blijft groeien. “Dan heb je ook meer ruimte nodig.” Kortom, stilzitten is er voor Vervloed voorlopig niet bij. “Ik ben een soort vraagbaak, dus eigenlijk sta ik 24/7 aan. Je bent altijd bezig.” Letterlijk én figuurlijk. “Eerst deed ik echt alleen maar voetbal, nu ga ik vooral veel in conclaaf met bedrijven. Dat vind ik heel leuk om te doen.” Naast de begroting maken voor de ballen, het regelen van het trainingskamp voor het eerste, het zoeken van sponsoren én het draaien van bardienst. “Wat dat betreft zit ik echt helemaal verweven in de club.” Voor zowel de eerste, tweede, als derde helft. “Ik houd van gezelligheid, maar ben ook ontzettend sportief.” Energie, heeft Vervloed dan ook nog genoeg. “De Jonge Spartaan staat nooit stil, we zijn altijd in beweging!”

Klik op De Jonge Spartaan voor de laatste artikelen over de club.
Klik op De Jonge Spartaan voor meer informatie over de club.

Bert Duthler staat al jaren tussen veld en behandelbank in

Bert Duthler (62) woont in Dordrecht, maar zijn zaterdagen liggen al zijn hele leven een paar kilometer verderop. Papendrecht. Daar begon het ooit, daar eindigde het niet, en daar is hij nog steeds. Niet meer als voorstopper, niet meer als speler van het eerste, maar als hersteltrainer. Iemand die tussen veld en kleedkamer in beweegt, met een scherp oog voor wat een lichaam nodig heeft en wat een mens aankan.

Als vijfjarige begon hij bij DFC. Acht was hij toen hij naar Papendrecht ging en lid werd. “En eigenlijk ben ik nooit meer weggegaan,” zegt hij. Hij haalde het eerste, speelde jarenlang centraal achterin, werd later onderdeel van de eerste selectie. “Ik kwam pas iets later in het team omdat ik een geweldige voorstopper voor me had. Dat was dus even op mijn beurt wachten.”

De gouden jaren en het bekeravontuur

Dat wachten werd beloond. Tussen zijn 21e en 32e speelde hij zijn beste jaren. Met ‘zijn’ jongens, zoals hij het noemt. Een hechte groep goede voetballers die speelde op het hoogste amateurvoetbalniveau van Nederland.

Naast het competitievoetbal speelde Bert’s Papendrecht twee keer de districtsbekerfinale. Eén finale werd gewonnen, waardoor het team door mocht naar de echte beker. Daarin werd DVW verslagen, Volendam ook. “Daar liep Barry Hughes rond als trainer. Groningen uit was het eindstation. We speelden tegen mannen als Adrie van Tiggelen, Peter Houtman, John de Wolf en Paul Mason. Die laatste scoorde twee keer tegen ons. Het was een fantastisch avontuur. Die herinneringen neem je voor altijd mee.”

Vanuit profclubs was er belangstelling voor Bert. Sparta en Volendam hadden indirect interesse. “Ik zou hoe dan ook kiezen voor mijn maatschappelijke carrière als fysiotherapeut. In die tijd waren de bedragen ook heel anders dan dat het nu is.”

Een rol die nog niet bestond

Toen Bert stopte als speler, stond hij vrijwel direct weer op het veld. Twee jaar lang trainde hij nog mee met het eerste elftal en begon met twee keer per week herstel en revalidatie, met jongens die net als hij het spel kenden, maar even niet konden spelen. “Wat ik toen deed, bestond eigenlijk nog niet. Een hersteltrainer. Dat was in die tijd in het amateurvoetbal meestal: rondjes lopen.”

Bert deed iets anders. Hij keek en analyseerde. Hij wilde niet alleen begrijpen wat er kapot was, maar wat iemand nodig had om weer te functioneren. “Geblesseerden zijn er bijna altijd. Het is natuurlijk zaak om die spelers weer zo snel en goed mogelijk op het veld te krijgen.”

Het bewegingsapparaat fascineert hem. Nog steeds. “Ik ben er idolaat van en ik probeer te kijken naar alles wat functioneel is. Wat moet je kunnen? En met welk doel?” Bert kijkt naar bewegingen zoals anderen naar spelpatronen kijken. Hoe iemand loopt. Draait. Afzet. Remt.

Dat maakt zijn werk specifiek. Persoonlijk. “Een spits die graag in de bal komt, moet dat in de laatste fase van zijn revalidatie ook weer doen. In de bal komen, vasthouden, opendraaien of direct kaatsen. Een linksback moet andere prikkels krijgen dan een spits. Die moet je bijvoorbeeld in de loop langs de zijlijn aanspelen. Daar komen ook weer andere bewegingen bij kijken en dus een andere focus. Soms sta ik versteld van wat een lichaam allemaal kan en hoe het werkt.”

Bert praat met gemak over zoogdieren en spierketens, maar net zo makkelijk over Michael van Gerwen. “Die gooit alleen maar dat pijltje. Dus kijk eens hoeveel spiergroepen daarbij actief zijn. Van Gerwen moet niet gaan opdrukken, die heeft geen ‘lompe’ kracht nodig. Dat vraagt concentratie, coördinatie en precisie. De prikkel moet functioneel zijn. Doelgericht. Zo werkt het bij voetballers en sporters in zijn algemeenheid in principe hetzelfde.”

Het mooie, voor Bert, zit niet alleen in het bewegen. Het zit ook in de mens. In karakters. In hoe iemand omgaat met teleurstelling.

“Hoe benader ik Jantje? En hoe Pietje? Niet iedereen heeft dezelfde uitleg nodig. Sommigen moet je wat meer met rust laten en anderen hebben een schop onder hun kont nodig. Wat universeel goed werkt, is uitleg geven over wat er aan de hand is. Zo leren spelers beter hun lichaam kennen en gaan ze vaak beter met hun blessure om.”

Een afgescheurde achillespees is niet alleen een fysieke klap. Het is ook mentaal. Vertrouwen geven, uitleg geven, laten zien hoe het lichaam werkt: daar ontstaan banden. “Hele mooie banden. Zeker als iemand je vertrouwt.” Hij ziet spelers op momenten dat ze kwetsbaar zijn. Als het spel even wegvalt. Als ze zichzelf opnieuw moeten leren kennen. “Dat maakt dit werk extra mooi.”

Cultuur boven sterren

Bij Papendrecht is hij meer dan hersteltrainer. Hij zit in de technische commissie, is coördinator van TC 1 en 2, denkt mee over staf en selectie. “Naar buiten toe presenteert Papendrecht zich als één A-selectie. Op zaterdag zijn er twee groepen, maar we trainen altijd tegelijkertijd op één veld. Altijd met een man of 36 tot 40. We kennen geen wezenlijke splitsing tussen het eerste en tweede team. Dat is vrij ongebruikelijk en jongens die van buitenaf komen moeten daaraan wennen. Je legt een cultuur neer. Wij benaderen elkaar gelijk. Het gaat niet om sterren, niet om jongens die één keer per week een acht spelen en – als het op teambelang aankomt – uiteindelijk voor zichzelf spelen. Dan speel je in feite ook geen acht als je geen acht hebt voor je maten.”

De staf is stabiel. Weinig verloop. Natuurlijk vertrekken er spelers voor geld. “Daar moet je niet over mokken. Papendrecht speelt eerste klasse. De huidige competitie is een competitie om van te smullen trouwens. Wij hebben er als club voor gekozen om onze spelers niet te betalen. Ook dat hoort bij de cultuur die we hier hebben neergelegd. Maar dan moet je het ook accepteren als spelers ergens anders willen voetballen omdat ze daar wat geld kunnen verdienen.”

“Uiteindelijk is het belangrijkste uitgangspunt dat je ieder mens als volwaardig mens beschouwt en benadert. Niet als speler, niet als dossier, niet als blessure.”

Zo staat Bert al decennia tussen veld en behandelbank in.

Klik op vv Papendrecht voor meer informatie over de club.
Klik op vv Papendrecht voor meer artikelen over de club.

Sterke eerste helft Baronie brengt overtuigende zege op RKSV Wittenhorst

0

Baronie kende vanmiddag op het zonovergoten Sportpark Ter Horst een ongekende bliksemstart. Want binnen de minuut lag de bal al achter Wittenhorstdoelman Craenmehr. Een domme overtreding van de Limburgse verdediger Jacobs op Richardson leverde een Bredase vrije trap op. Kools legde de bal vanaf de zijlijn keurig op het hoofd van de inkomende De Roos die gretig raak knikte 0-1. Gesterkt door die snelle voorsprong won Baronie zienderogen aan vertrouwen. Scherp in de persoonlijke duels en vlot combinerend waren de bezoekers duidelijk de bovenliggende partij. Vooral Den Boogert denderde keer op keer over zijn directe tegenstander en bleek met zijn voorzetten een voortdurend gevaar voor de Limburgse verdediging. Nadat Van Eerd eerder al dicht bij een treffer was geweest en de Limburgse doelman een schot van De Roos onschadelijk had gemaakt duurde het tot de twintigste minuut vooraleer de thuisclub voor gevaar wist te zorgen. Een vrije trap van Van Kuijck bracht de bal bij Van Helden die in vrije positie echter ruim naast knalde. Baronie bleek gewaarschuwd en antwoordde vervolgens op gepaste wijze. De weer sterk spelende Kools was opnieuw de aangever van een voorzet die door Van Eerd via de vingertoppen van Craenmehr werd binnen geknikt 0-2. Daarmee was de koek nog niet op want na een prachtige snelle aanval via Den Boogert en Kwee werd Van Eerd binnen het strafschopgebied getorpedeerd door doelman Craenmehr. Scheidsrechter Kok was onverbiddelijk en wees direct naar de stip om De Roos het vonnis te laten uitvoeren. Diens inzet verdween vervolgens onhoudbaar achter Craenmehr 0-3. De groenwitten verslapten geen moment en waren dicht bij een volgende treffer. Op voorzetten van weer Den Boogert kwam eerst Van Eerd een teenlengte te kort en teisterde Kwee vervolgens met een kopbal de lat. De thuisclub kwam in de slotfase van die eerste helft niet verder dan een kopbal van aanvoerder Van Horne die de juiste richting miste.

Na rust begon Baronie opnieuw sterk en vastbesloten om de wedstrijd definitief te beslissen. Kwee zag zijn inzet via de vingertoppen van doelman Craenmehr tot corner verwerkt worden waarna drie corners op rij niet het gewenste resultaat brachten. Na een botsing tussen Baronieaanvoerder Vermeulen en de Limburgse middenvelder Beurskens moest laatstgenoemde het veld met een gebroken sleutelbeen verlaten. Het betekende na een lange onderbreking eigenlijk meteen ook het einde van de wedstrijd. De thuisclub bleek behoorlijk aangeslagen door het pijnlijke verlies van haar ongelukkige middenvelder terwijl Baronie niet meer hoefde en het verder ook wel geloofde. De vierde Bredase treffer van de voet van Kwee was een intikker die nog slechts voor de statistieken van betekenis was. Met deze ruime overwinning heeft Baronie opnieuw wat meer afstand genomen van de gevarenzone en heeft het tevens voor de tweede achtereenvolgende keer de nul gehouden. Met de wedstrijd tegen hekkensluiter Juliana ’31 in het vooruitzicht is dat een prettig gegeven en hopelijk een stimulans om zich definitief veilig te spelen.

Toeschouwers: 250
Scheidsrechter: Max Kok – Maastricht
Cornerverhouding: 10-8
Scoreverloop: 1. Lars de Roos 0-1, 21. Jonathan van Eerd 0-2, 28. Lars de Roos 0-3 (strafschop), 83. Justin Kwee 0-4

Opstelling: Angelo Mathilda, Sam Umar (67. Shane Lourens). Sverre De Jong, David Vermeulen (av), Omar Baddaje (80. Tamir el Bousaksaki), Glenn Kools, Lars de Roos (84. Junior Puati), Justin Kwee, Joury den Boogert (67. Timo Townsend), Jonathan van Eerd (84. Facinet van Gils), Cheyondre Richardson

Klik op Baronie voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Baronie voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.