Home Blog Pagina 4

‘Gewoon iedereen wil er een gezellige dag van maken’

Thierry de Jong (33) groeide op in Brielle en weet zeker dat hij er nooit zal vertrekken. Waar zijn vrienden vroeger in hun studententijd uitvlogen – en sommigen later weer terugkeerden – wilde de voetballer van Zwartewaal nooit weg. “Je hebt hier alles. Ik ben echt een trotse Briellenaar.”

Voetballen doet De Jong niet bij Brielle, al speelde hij in de jeugd wel bij SC Voorne en later, na de fusie met WRW, bij Brielle. “In een vriendenteam. Een geweldige tijd. Met dat vriendenteam wonnen we de KNVB-beker en werden we kampioen. Maar dat team viel langzaam uit elkaar doordat vrienden uitwaaiden vanwege hun studie. Toen vond ik dat jammer, maar daarna ben ik wel selectievoetbal gaan spelen. En dat heeft me ook weer veel opgeleverd.”

Saamhorigheid

Inmiddels is De Jong bezig aan zijn derde jaar bij Zwartewaal, waar hij eerder al twee jaar actief was. “Mijn eerste jaren toen als selectievoetballer. Na vijf jaar Vierpolders keerde ik een paar jaar geleden weer terug bij Zwartewaal. Ik vind dit een heerlijke vereniging: knus, gezellig, veel saamhorigheid. Als je op zaterdag op de club komt, voel je gewoon dat iedereen er een gezellige dag van wil maken.”

Maar er wordt ook gepresteerd. De hoofdmacht van Zwartewaal komt uit in de vierde klasse en denkt dit seizoen hoge ogen te kunnen gooien op dat niveau. “Van buitenaf hoor je weleens dat wij kampioen moeten worden,” zegt De Jong. “Dat weet ik niet, zo makkelijk is het niet om in de vierde klasse de titel te pakken. Er spelen tegenwoordig echt goede clubs op dit niveau. Maar dat we lang mee willen doen en er het maximale uit willen halen, lijkt me logisch. Het is een sterke competitie, we doen gewoon ons stinkende best en dan zien we wel wat het oplevert. We hebben in ieder geval ervaring genoeg in dit elftal.”

Ervaren speler

Een van die ervaren spelers is De Jong zelf, met zijn 33 jaar. Hij is het slot op de deur van het team van trainer Leroy de Visser. “Ja, centrale verdediger. Vind ik echt een leuke positie ook. Je kunt je echt vastbijten in een tegenstander, het team aansturen en gaten dichtlopen. En ik ben ook wel een soort verlengstuk van de trainer. Ik ken Leroy al heel lang; hij is ook jong, we zaten op de middelbare school in hetzelfde leerjaar.”

De Jong speelt inmiddels al enkele jaren centraal achterin, maar in het verleden bivakkeerde hij op veel andere posities. “Alleen eigenlijk nooit in de aanval. Ik ben wel echt een balafpakker, een loper. Maar ik ben vroeger in de jeugd ook keeper geweest. Toen ik voor het eerst selectie ging voetballen bij Zwartewaal – dus in mijn eerste periode – stond ik op het middenveld. Maar eigenlijk werd ik daarna al snel verdediger, laatste man.”

Tatoeage

Voor Brielle speelt De Jong niet, maar de stad zit wel in zijn hart. “In 2019 heb ik het Geuzenschip en de kerk op mijn arm laten tatoeëren. Dat zegt wel voldoende, toch? Ik ben echt trots op Brielle, ook op de historie. Ik ben hier geboren en getogen, en mijn vader is kok op het Geuzenschip. Nee, ik ga hier nooit weg, dat weet ik zeker. Ik vind het echt een mooie stad!”

Ook met het 1 april-feest in Brielle is De Jong altijd actief. “Daar ben ik wel bij betrokken, ja. Ik vind sowieso dat er in Brielle veel georganiseerd wordt. Brielle Blues vind ik daar ook een goed voorbeeld van, maar ook andere evenementen hier. En je hebt alles dichtbij: het strand, de zee, het bos, maar je bent ook zo in Rotterdam.”

‘Misschien moet ik zelf wel veranderen, dat kan!’

Rob Vuik loopt al jaren mee in het amateurvoetbalwereldje. Dit seizoen is de ervaren trainer neergestreken bij voetbalvereniging Rockanje, dat in de vijfde klasse actief is en hoopt op een stabiele toekomst in de vierde klasse. Maar om dat te bereiken, moet er nog wel het een en ander gebeuren, vindt de trainer van het eerste elftal.

De naam Vuik is niet onbekend in Rockanje. De broer van Rob, Arjan Vuik, was in het verleden ook al als trainer verbonden aan de club. “Hij zei ook gelijk tegen mij dat het een leuke vereniging is. En dat klopt ook. Het is een club met fijne mensen. Mensen die bovendien ambities hebben om met het eerste team stappen te maken. Maar om dat te bereiken, moet eerst de organisatie stappen zetten. Ik denk nog niet dat Rockanje daar echt aan toe is.”

Prestatievoetbal

En dat bedoelt Vuik niet als kritiek. “De mensen weten hoe ik erover denk. Rockanje wil graag naar de vierde klasse, waar het vorig seizoen dichtbij was, en daar is niets mis mee. Maar dan moet prestatievoetbal wel de overhand krijgen, en dat zie ik nog niet helemaal. Er loopt in de jeugd echt talent rond bij Rockanje. Leuke voetballers die potentie hebben om de selectie en het eerste elftal te halen. Maar als je die spelers dan niet kunt gebruiken omdat hun eigen elftal te weinig spelers heeft, gaat er iets niet goed. Daarin moet de vereniging echt nog groeien. Als je naar de vierde klasse wilt, moet je dat organisatorisch wel op een rijtje hebben en zoeken naar een oplossing.”

Vuik kijkt ook naar zichzelf als hij praat over spelers die een weekendje weg prefereren boven een wedstrijd spelen op zaterdag. “Ik vind daar iets van, maar misschien moet ik daarin zelf veranderen. Dat kan ook, hè? De mentaliteit is veranderd. Vroeger draaide alles om het voetballen op zaterdag; die tijd is voorbij. De prioriteiten liggen soms ergens anders. Ik hoor het ook van collega-trainers. Maar misschien moet ik mijn draai daar wel in vinden. Moet ik zelf veranderen als trainer in de huidige tijd.”

Reuma

Dat Vuik trainer van Rockanje is geworden, na een jaar als assistent van Peter Wubben bij Spijkenisse, zag er een paar jaar geleden helemaal niet naar uit. Hij dacht eraan te stoppen in de voetballerij, ook vanwege fysieke problemen. “Zo’n tweeënhalf jaar geleden is bij mij reuma geconstateerd in mijn gewrichten. Ik kon mijn wijsvinger niet meer buigen, geen vuist meer maken. Dat was in mijn periode bij GHVV ’13, maar dan denk je even niet meer aan voetbal. Ik ben een traject ingegaan van medicatie, en die sloeg zo goed aan dat ik nu nog steeds aan het minderen ben met medicijnen. Ik heb nergens last van.”

Van het jaar bij Spijkenisse heeft Vuik veel geleerd, zegt hij. “Ik loop al jaren mee als trainer, maar niet op dat niveau. Misschien was ik een beetje vastgeroest in de derde, vierde en vijfde klasse. Dat kan. Bij Spijkenisse heb ik als assistent geleerd hoe je tactisch dingen aanvliegt. Daar zijn ze vier of vijf stappen verder dan bij Rockanje, en dat is volkomen logisch.”

“Ik hoop dat we dit jaar met Rockanje bij de eerste vier kunnen eindigen. Promotie lijkt me nu nog niet reëel, zeker met een sterk FC Vlotbrug in de competitie. Maar wie weet wat er wel mogelijk is. De vijfde klasse is wel sterker dan vorig seizoen.”

Teleurstellende seizoenstart zorgt bij Wolfaartsdijk voor nieuwe doelstelling

WOLPHAARTSDIJK – Nadat de ploeg vorig seizoen een periodetitel pakte en strandde in de nacompetitie was de doelstelling vóór dit seizoen bij Wolfaartsdijk helder: gaan voor de titel. De teleurstellende seizoensstart zorgt er echter voor dat de oranjehemden het doel danig hebben bijgesteld.

“We zijn niet zo uit de startblokken gekomen dan we eigenlijk hadden gehoopt. We hadden er vooraf veel vertrouwen in en dachten zeker bovenin te kunnen meestrijden. Dat was misschien een verkeerde inschatting want deze klasse is echt bijzonder sterk. De Brabantse teams steken er wel bovenuit en er zijn heel veel ploegen erg aan elkaar gewaagd. Dan moet je elke wedstrijd top zijn anders pak je naast de punten. Dat is wat ons tot nu toe vaak is gebeurd helaas”, zegt de 26-jarige verdediger Julian Deijnen.

De inwoner van Goes is momenteel bezig aan zijn eenentwintigste seizoen bij de club en debuteerde onder trainer Michael van Walraven op zijn zeventiende in het eerste elftal. Tegen SPS als linksback. Daar speel ik sindsdien wel het meeste van mijn wedstrijden, ondanks dat ik van nature rechtsbenig ben. Onder Aloys wisselt het soms van flank of de positie van Enzo Scholten. Dus het is soms afwachten op welke plek in mezelf op het tactiekbord terugzie, maar ik probeer gewoon op elke positie het maximale eruit te halen. Doordat ik veelvuldig op links speel is mijn linkerbeen wel sterker geworden en heb ik daar nu veel meer vertrouwen in dan dat ik voorheen had.”

In het 1:5:3:2 systeem fungeert Deijnen, tevens ook reserve-aanvoerder van de ploeg, als wingback en krijgt hij veelvuldig de kans om langs de flank op te komen. “Een heel fijne positie om in te kunnen vullen en ook fijn dat de trainer me als rechtpoot op links ook daarin het vertrouwen durft te geven.”

Met zijn ploeg heeft hij naar eigen zeggen de eerste reeks wedstrijden er verre van het maximale uit weten te halen. “We gingen voor de titel en hebben dat nu bijgesteld naar eindigen in de top-zes. Dat is nu wel een stuk realistischer denk ik en dat moeten we zeker kunnen bereiken. We hebben allerlei formaties geprobeerd en laten op trainingen zien dat het erin zit. Alleen win je op trainingen geen punten. We zullen in de wedstrijden effectiever moeten zijn en volwassener moeten worden. In het verdedigen, de speldiscipline en het afmaken van doelkansen. Wanneer ons dat lukt dan zie ik zeker kansen om de nieuwe doelstelling wél te realiseren met elkaar.”

Theole groeit: flinke stijging in aantal leden

Theole uit Tiel is bezig aan een opvallende opmars. De club zag het ledenaantal in tweeënhalf jaar tijd groeien van zo’n 700 naar 1150 leden, professionaliseerde de organisatie en gooide de jeugdopleiding rigoureus op de schop. Volgens technisch coördinator en trainer Stefan Schuilenburg is die groei geen toeval. “We hebben de club anders ingericht en dat begint nu echt zijn vruchten af te werpen.”

Tweeënhalf jaar geleden stapte een nieuwe groep mensen in bij Theole. Mensen met een groot hart voor de club, maar ook met de overtuiging dat dingen anders en beter konden. Onder leiding van voorzitter Jeroen Stam werd gekozen voor een andere structuur. “We zijn het meer gaan organiseren zoals een bedrijf,” legt Schuilenburg uit. “Met duidelijke afdelingen, verantwoordelijkheden en mensen die zich écht focussen op hun taak.”

Die structuur zorgde voor rust en duidelijkheid. Nieuwe leden staan tegenwoordig binnen een week op het veld, trainers worden begeleid en opgeleid en elk kind wordt gekend en gevolgd. “We beoordelen alle kinderen zelf en zorgen dat ze op het juiste niveau terechtkomen. Organisatorisch is er heel veel ten positieve veranderd en dat zie je direct terug.”

De organisatie bestaat uit een bestuur dat zich richt op onder andere dagelijkse sturing, financiën en accommodatiebeheer, met daaronder een afdeling voetbalzaken die het dagelijkse voetbalbedrijf runt. Van materiaal en scheidsrechters tot technische coördinatoren en ledenadministratie: alles valt onder dat domein. “Als je kundige mensen verantwoordelijk maakt voor duidelijke taken, klopt het grotere plaatje gewoon beter.”

Die professionalisering zie je ook terug in de faciliteiten. Er kwam een nieuw hoofdveld, de accommodatie werd verbeterd en elk team loopt in nette kleding met goed materiaal. Opvallend detail: Theole betaalt geen spelers voor het eerste elftal. “Alle inkomsten stromen terug naar de jeugd. Dat is een bewuste keuze,” aldus Schuilenburg.

De groei zit echter niet alleen in stenen en structuren, maar vooral in de jeugdopleiding. Theole koos nadrukkelijk voor het gelijke-kansenprincipe en breed opleiden. Vroeg selecteren werd losgelaten. “In de onderbouw trainen kinderen gemixt en samen. Iedereen ontwikkelt zich anders, met pieken en dalen. Door ze lang samen te laten trainen, krijg je een veel beter beeld.”

Dat beleid werpt sportief zijn vruchten af. Selectieteams bestaan inmiddels uit spelers met uiteenlopende achtergronden. “Niet alleen jongens die vroeger in een O9-1 speelden, maar ook uit lagere teams. Dat was vroeger ondenkbaar.” De dynamiek binnen teams is veranderd. “Het is niet meer ‘wij zijn goed en zij niet’. Je bent één groep.”

Het doel is helder: ieder kind op zijn eigen niveau laten voetballen. De bovenkant daarvan is bedoeld voor het eerste elftal, dat zoveel mogelijk uit eigen jeugd moet bestaan. “Omdat we niet betalen, moeten er elk jaar jongens klaarstaan om aan te sluiten. Zelf opleiden is voor ons cruciaal.” Tegelijkertijd is de breedte minstens zo belangrijk. “Die jongens spelen later in lagere seniorenteams, daar kunnen zij tot in de lengte der jaren onze gemeenschappelijke hobby blijven uitoefenen. Vooral in die teams zitten vaak betrokken leden die de club een warm hart toedragen in de vorm van een bijdrage in commissies, trainersschap of andere vrijwilligerstaken. En dat maakt deze groep onmisbaar voor onze vereniging.”

Schuilenburg typeert Theole als een stadsclub met de betrokkenheid van een dorpsclub. “We zijn ambitieus en streven het hoogste niveau na, maar we willen vooral een club voor iedereen zijn. Voor ieder niveau, iedere afkomst. Warm en toegankelijk.” Dat vraagt veel organisatie, erkent hij, en daar zit meteen de uitdaging. “De dagelijkse leiding leunt op drie tot vijf mensen. Dat is een bottleneck. Ons doel is om dat kader verder uit te breiden.”

Sportief staat Theole keurig bovenin de tweede klasse. Promotie lonkt, maar is geen must. “Als we promoveren met deze selectie en staf, is dat fantastisch. Maar het hoofddoel is een stabiel eerste elftal op een mooi niveau, met zelf opgeleide spelers. Dat moet het visitekaartje van de club zijn.”

De conclusie is duidelijk: bij Theole wordt gebouwd met een lange adem. De groei in leden, rust in de organisatie en duidelijke visie op opleiden maken de club klaar voor de toekomst. Of, zoals Schuilenburg het samenvat: “Het grote plaatje begint steeds beter te kloppen.”

Armandiaz Robijn ziet voldoende potentie in selectie Goes Zaterdag

GOES – Met promotie als doelstelling aan het begin van dit seizoen mag worden gezegd dat de seizoensstart van Goes Zaterdag 1 in de vierde klasse verre van top is. De ploeg van middenvelder Armandiaz Robijn staat onderaan en moet echt een huzarenstuk gaan voltooien om alsnog de promotieplekken te bereiken.

“Het is zuur om te constateren dat we een seizoensstart beleven die niet echt past bij de ambitie die we als spelersgroep hebben uitgesproken. De potentie in de selectie is absoluut aanwezig in mijn ogen, maar het komt er tot op heden totaal niet uit. We hebben een aantal nieuwe jongens erbij gekregen en dat is echt wennen. Een nieuwe dynamiek en daarin moeten de puzzelstukjes nog op zijn plek vallen. Toch ben ik er van overtuigd dat we met deze spelersgroep de stap omhoog zouden kunnen maken. Om dat alsnog dit seizoen te realiseren dat wordt misschien wel een bijna onmogelijke opgave. Maar als de boel bijeen blijft dan zie ik hier zeker kansen.”

Robijn begon in de jongste jeugd bij de mini’s met voetballen bij v.v. Goes en bleef daar tot zijn twaalfde. “Toen werd ik opgepikt door JVOZ en heb ik vier seizoenen daar in de voetbalopleiding gezeten. Ik heb in die jaren veel geleerd maar uiteindelijk verloor ik er het plezier in het voetbal en ben ik er weer vertrokken. De keuze viel toen weer op Goes omdat ik weer in een vertrouwde omgeving wilde voetballen samen met mijn vrienden.”

Bij zijn oude club hervond hij het plezier en stroomde samen met een aantal vrienden vanuit de JO19 uiteindelijk door naar het zaterdagteam waar de 22-jarige middenvelder nu alweer een aantal jaar deel uitmaakt van de hoofdmacht. “Dat bevalt me perfect. Alleen is het nu even jammer dat de sportieve prestaties een beetje achterblijven maar ik heb er alle vertrouwen in dat dit ook weer gaat goedkomen.”

Als controleur op het middenveld is de kleine Robijn in het elftal van trainer Pearl Doesburg wel een vaste waarde. “Het is een fijne plek op ‘zes’, waar ik met mijn loopvermogen en behendigheid probeer mijn waarde te hebben voor het elftal. Ik ben fysiek niet de sterkste maar dankzij JVOZ heb ik wel geleerd om me daartegen te wapenen. Slim voetballen, goed de situaties inschatten en proberen om uit de duels te blijven. Ik heb graag de bal en probeer vanuit mijn positie het spel te controleren. Een leuke rol waar ik mezelf graag nog verder in wil ontwikkelen. Ik ben nog jong dus wat dat betreft heb ik nog hopelijk een flink aantal jaar om daaraan te blijven werken.”

Kevin Buijsrogge stimuleert jeugd van Teisterbanders

Kevin Buijsrogge is zo’n naam die bij Teisterbanders inmiddels onlosmakelijk verbonden is met de club. Al bijna dertig jaar loopt hij rond op sportpark De Woerd, eerst als jeugdspeler, later als vaste waarde in het eerste elftal en tegenwoordig als routinier in het derde. Alsof dat nog niet genoeg is, staat hij ook wekelijks op het veld als jeugdtrainer én is hij een van de drijvende krachten achter het kaboutervoetbal. Een echte clubman, in de meest pure zin van het woord.

De liefde voor Teisterbanders begon al op jonge leeftijd. Buijsrogge groeide niet eens direct op in de buurt, maar raakte bij toeval verknocht aan de club. “Ik woonde toen zo’n tien kilometer verderop en voetbalde bij ISC,” vertelt hij. “Maar ik ging een keer met mijn neefje mee naar de slotdag van Teisterbanders. Dat is elk jaar een groot jeugdfeest, met springkussens en allerlei activiteiten. Die dag vond ik zó leuk, dat ik hier ben gebleven.” Sindsdien is hij niet meer weggegaan. “Ik voetbal hier nu 29 jaar, bijna dertig.”

Buijsrogge speelde jaren in het eerste

In al die jaren doorliep Buijsbrogge praktisch alle jeugdelftallen en schopte hij het uiteindelijk tot het eerste. “Ik heb ongeveer tien jaar in het eerste gespeeld,” zegt hij nuchter. “Tussendoor zat ik nog een periode in het tweede, vanwege werk, maar verder heb ik alles hier meegemaakt.” Het typeert zijn band met de club: altijd aanwezig, altijd betrokken. Zelf omschrijft hij zich als voetballer zonder poespas. “Ik was vooral een harde werker. Geen uitzonderlijk talent, maar door keihard te werken kwam er meer uit dan er misschien in zat.” Zijn positie? “Meestal in de spits, maar net wat uitkwam.”

Inmiddels bouwt Buijsrogge rustig af in het derde elftal, samen met jongens die hij al jaren kent. Toch is hij nog lang niet klaar op de club. Integendeel. De afgelopen jaren vond hij een nieuwe rol langs de lijn. Zijn trainersavontuur begon min of meer vanzelf. “Mijn oudste is nu negen en mocht op zijn vijfde beginnen met voetballen,” legt hij uit. “Toen ben ik hem gaan trainen en van het een kwam het ander.” Eerder had hij al kort ervaring opgedaan als jeugdtrainer, onder meer vanwege een opleiding lichamelijke opvoeding. “Dat vond ik toen al leuk, maar het kwam er daarna niet meer van. Totdat je kinderen krijgt en een club trainers nodig heeft. Dan zit je er ineens middenin.”

Buijsrogge richt zich tot de jeugd

Tegenwoordig is Buijsbrogge trainer van JO10-1 en daarnaast nauw betrokken bij het kaboutervoetbal. Samen met een aantal teamgenoten uit het derde elftal zette hij een laagdrempelig initiatief op voor de allerkleinsten. “We hebben allemaal kinderen van die leeftijd,” vertelt hij. “Dus dachten we: waarom starten we niet iets voor vier- en vijfjarigen?” Elke thuiswedstrijd van het eerste staat de zondagochtend in het teken van de ‘kabouters’. “Drie kwartier lekker bezig zijn, rennen, spelletjes doen. Het is gratis en vrijblijvend. Als ze zin hebben, komen ze. Zo niet, dan is dat ook prima.”

De insteek is bewust simpel gehouden. Geen prestatiedruk, geen vaste verplichtingen. “Het gaat erom dat kinderen bewegen en plezier hebben,” benadrukt Buijsrogge. “Je ziet wel verschil hoor. De één is nog vooral bezig met bloemetjes langs het veld, de ander wil echt al leren voetballen. Maar dat is helemaal goed.” Voor hem zit de waarde vooral in het motorische aspect. “Ik heb het idee dat kinderen tegenwoordig minder buiten spelen dan vroeger. Dan vind ik het belangrijk dat ze hier gewoon kunnen bewegen.”

Wat het trainerschap voor hem zo leuk maakt, is het moment waarop alles samenkomt. “Op zaterdag zie je terug wat je door de week traint,” zegt hij. “Bij de jongste jeugd duurde dat even, maar nu ze ouder worden, zie je echt vooruitgang. Dat geeft voldoening.” Die voldoening haalt hij niet alleen uit resultaten, maar vooral uit betrokkenheid. “Als je ziet dat kinderen met plezier naar de club komen, dan weet je waar je het voor doet.”

Clubjongen Job Tramper bij DwO’15 gewend aan nieuwe positie

DRIEWEGEN – Als jeugdspeler was Job Tramper (21) altijd actief voor DwO’15 en daarvoor SVD Volharding, dus met recht is hij een ‘clubjongen’ te noemen. Hij debuteerde op zijn zestiende en is dus nu bij de vijfdeklasser aan zijn vijfde seizoen begonnen en is hij inmiddels goed gewend aan zijn nieuwe rol in het veld.

“Ik ben van nature altijd een echte middenvelder geweest. Geen technische speler, maar een harde werker die in dienst speelt van het elftal. Dat is een rol die me goed ligt maar de trainer heeft vorig jaar gekozen om me op een nieuwe positie te gebruiken. Sindsdien speel ik als links- of rechtsbuiten want van origine ben ik eigenlijk een middenvelder. Controlerend en altijd in dienst van het elftal. Hard werken, ballen veroveren en inleveren bij de creatieve jongens. Zo speelde ik altijd, maar nu heb ik dus sinds vorig seizoen een totaal andere rol. Leerzaam en ook wel weer leuk tegelijk. Ik probeer het in elk geval zo goed als ik kan in te vullen.”

Twee nieuwe versterkingen op het middenrif bij de vijfdeklasser zorgen er nu voor dat Tramper even uit zijn comfortzone moest stappen, maar plichtsgetrouw als hij is geniet hij nu ook als aanvaller van de speelminuten die hij maakt voor zijn club. “Natuurlijk. Het maakt me vrij weinig uit op het moment waar ik voetbal, zolang ik maar de kans krijg om te spelen en mezelf als voetballer te blijven ontwikkelen. Liever dan voorin spelen als basiskracht dan vanaf de kant toekijken en invallen als middenvelder.”

Dit seizoen heeft de inwoner van Ovezande met een aantal doelpunten en assists in beker en competitie zijn waarde als aanvaller al bewezen, al is de start niet direct wat men er bij DwO’15 van had verwacht. “We hadden het doel om misschien mee te spelen voor de titel, maar dat was buiten een onverwacht sterk Biervliet gerekend. De rest van de team zijn redelijk aan elkaar gewaagd in elk geval. Maar het is wel zaak om punten te blijven pakken om zicht op de prijzen te houden. Wanneer we de nacompetitie halen dan hebben we het dit seizoen prima gedaan. Ik hoop de komende maanden in elk geval veel te spelen, te leren én van waarde te zijn en blijven. Mochten we na de degradatie van vorig seizoen direct kunnen terugkeren naar de vierde klasse zou dat geweldig zijn. Of dat lukt dat zal ook grotendeels aan ons zelf liggen.”

RKTVC viert groots feest met 75-jarig jubileum

De Tielse voetbalclub RKTVC blaast komend seizoen 75 kaarsjes uit. Een mijlpaal die de vereniging niet ongemerkt voorbij wil laten gaan. Integendeel: het jubileum wordt aangegrepen om stil te staan bij het verleden, maar vooral ook om vooruit te kijken. Irma Tabakovic, vicevoorzitter en kartrekker van het jubileum, speelt daarin een sleutelrol. “Dit moet een viering worden voor de hele club.”

Officieel bestaat RKTVC op 4 januari precies 75 jaar. Toch wordt de aftrap van het jubileum iets later gegeven. Op 10 januari vindt de officiële start plaats, gecombineerd met de traditionele nieuwjaarsborrel. “Dat moment lenen we zich perfect voor een formeel begin,” legt Tabakovic uit. “Met genodigden van de KNVB, de gemeente, andere verenigingen en natuurlijk onze eigen leden.” Overdag staat het officiële gedeelte op het programma, ’s avonds wordt er feestgevierd. “Het moet wel een echte jubileumdag worden.”

RKTVC pakt behoorlijk uit

Het grote hoogtepunt volgt later in het seizoen. In het weekend van 30 en 31 mei staat sportpark RKTVC volledig in het teken van het 75-jarig bestaan. “We hebben bewust voor die periode gekozen,” zegt Tabakovic. “Hopelijk is het lekker weer en kunnen we alles buiten doen. Dat is voor de jeugd ook veel leuker.” Het programma wordt nog verder ingevuld, maar de contouren zijn duidelijk. “Denk aan veteranenwedstrijden, onderlinge duels en activiteiten voor alle leden. En natuurlijk een groot feest.”

Dat het jubileum geen simpele organisatieklus is, werd al snel duidelijk. Tabakovic leidt de jubileumcommissie, die inmiddels uit vijf leden bestaat. “Er komt ontzettend veel bij kijken. Je wilt het goed doen, het is tenslotte 75 jaar.” Financieel is de club in elk geval goed voorbereid. De opbrengst van de Grote Clubactie werd volledig gereserveerd voor het jubileum. “Onze jeugdleden hebben enorm hun best gedaan. Uiteindelijk haalden we ruim 5.500 euro op. Dat willen we ook echt weer teruggeven aan de club.”

Tabakovic nauw betrokken bij jubileum

De betrokkenheid van Tabakovic bij RKTVC gaat verder dan alleen het jubileum. Ze zit inmiddels aan haar vierde seizoen bij de club en rolde relatief snel het bestuur in. “Na een jaar was er een bestuurscrisis en samen met iemand uit het damesteam heb ik me toen aangemeld.” Sindsdien hield ze zich vooral bezig met PR en marketing, maar door het vertrek van meerdere bestuursleden kreeg ze er steeds meer verantwoordelijkheden bij. “Samen met de penningmeester hebben we een volledige reorganisatie opgezet. Inmiddels staat er weer een bestuur van zes mensen.”

Het was soms kantje boord. Tijdens een recente algemene ledenvergadering moest Tabakovic zelfs waarschuwen voor de toekomst van de vereniging. “We hadden geen aanmeldingen voor bestuursfuncties. Dan moet je uitleggen dat een club zonder bestuur simpelweg niet kan bestaan.” Dat moment maakte indruk. “Dan sta je daar als jonge bestuurder tegenover mensen die al tientallen jaren lid zijn. Dat is niet makkelijk.”

Jubileum begint nu echt vorm te krijgen

Toch overheerst inmiddels het optimisme. “Als ik zie wat we nu weer hebben opgebouwd, dan geeft dat vertrouwen.” De motivatie haalt Tabakovic vooral uit de jeugd. “Ik ben geen diehard voetbalfanaat, maar ik vind het prachtig om te zien hoe mensen samenkomen op de club.” Vooral de glimlach bij de jongste leden blijft hangen. “Als je ziet hoeveel plezier zij hebben tijdens een toernooi of activiteit die jij mogelijk maakt, dan weet je waar je het voor doet.”

Het jubileum van RKTVC is daarmee meer dan alleen een feestweekend. Het is een moment van trots, saamhorigheid en toekomstvisie. “75 jaar is bijzonder,” besluit Tabakovic. “Maar het belangrijkste is dat we ervoor zorgen dat de club er over 25 jaar ook nog staat.”

‘We willen met Rillandia graag meespelen om de prijzen dit seizoen’

RILLAND – Net als vorig seizoen hoopt men bij vijfdeklasser Rillandia weer bovenin mee te draaien. Via de nacompetitie lukte het uiteindelijk niet om te promoveren. Daarom moeten Davie Vos en zijn ploeggenoten opnieuw vol aan de bak om zichzelf richting de vierde klasse te gaan voetballen. ‘We willen graag meedoen om de prijzen en proberen promotie te realiseren.’

Die jacht op de prijzen en een mogelijke promotie gebeurt overigens ook met een nieuwe hoofdtrainer voor de groep. Bram Kot heeft Edwin in de Weij opgevolgd die na een flink aantal seizoen het stokje overgaf. Kot is een oude bekende want hij was er in het verleden ook al eens drie seizoenen trainer. “Ik heb bij het eerste alleen Edwin meegemaakt als trainer dus nu is het wel weer verfrissend dat er een ander gezicht voor de groep staat. We hebben vrijwel dezelfde groep maar proberen wel met een ander plan en andere werkwijze onze doelstellingen nu te bereiken.”

Vos speelt al sinds zijn vijfde aan de Bathseweg en is bezig aan zijn vierde jaar in het eerste elftal. De 24-jarige middenvelder speelt zijn wedstrijden altijd als ‘controleur’ op het Rillandse middenrif. “Dat heb ik ook in de jeugd gespeeld en is een heerlijke plek om te voetballen. De balans bewaken is iets wat altijd wel in mijn natuur als voetballer zit. Wanneer andere spelers de aanval kiezen probeer ik te zorgen voor de restverdediging en het middenveld te bezetten. Ik vorm een koppel met aanvoerder Wessel in de Weij. Hij schuift in aanvallend opzicht dan door en dat werkt goed. We voelen elkaar in het veld goed aan en dat is heerlijk voetballen.”

Dat het op dit moment qua prestaties nog niet helemaal draait zoals gehoopt heeft volgens de controleur wel verschillende oorzaken. “Onze laatste pass blijft soms achterweg of is te onnauwkeurig. Maar we scoren ook simpelweg te weinig en hebben vaak te maken met wisselingen in de opstelling door blessures. Als dat allemaal wat stabieler wordt dan moet het vanzelf weer de goede kant op gaan vallen.”

Zelf heeft Vos tot nu toe alles gespeeld en hoopt hij dat de rest van het seizoen ook vol te blijven houden. Het doel blijft overeind staan. “We gaan voor de top-drie en willen weer proberen om een periode te pakken. Als dat lukt dan mogen we als selectie denk ik ook tevreden zijn.”

Voorzitter uit betrokkenheid: ‘Ik wil er gewoon zijn voor mensen’

Een achtergrond in de voetballerij heeft Frank Schellenboom niet, maar dat heeft hij nooit als een belemmering gezien. Sinds eind 2018 is Frank Schellenboom (61) voorzitter van voetbalvereniging Rozenburg. “Ik wil klaarstaan voor mensen, dat heeft er altijd al ingezeten”, zegt hij. “En ik heb me politiek altijd ingezet voor sport.”

In 2000 kwam Schellenboom in Rozenburg wonen, na al een veelzijdig leven waarin dingen altijd op zijn pad kwamen. “Ik heb nooit iets gepland in het leven. Dingen gebeurden gewoon. Ik ben melkboer geweest, van mijn 21ste tot 34ste, was later teamleider bij een supermarkt en ben later weer de bloemenhandel ingegaan. In Rozenburg rolde ik de politiek in. En nu doe ik weer totaal iets anders: ik zit in de brandstoffen, als planner en chauffeur in het brandstoftransport.”

Zo gek is het dus niet dat Schellenboom in 2018 bij de voetbalvereniging in zijn dorp verzeild raakte, zonder voetbalachtergrond. “Ik was vroeger korfballer, in Maassluis. Dat heb ik zo’n beetje tot mijn 21ste gedaan. Maar toen ik een eigen bedrijf kreeg, als melkboer in een SRV-wagen, had ik daar geen tijd meer voor. Ik maakte werkweken van zo’n 70 uur. Ik heb altijd veel en hard gewerkt. Ik stopte als melkboer in Vlaardingen omdat ik moest investeren in een nieuwe wagen, maar de markt werd steeds kleiner. De SRV-wagens verdwenen steeds meer uit het straatbeeld. En toen had ik nog de leeftijd om iets anders te gaan doen. Toen ik stopte, had ik nog twee deuren over bij een flat; dat waren er twintig. Je deed het vooral voor oudere mensen, maar supermarkten kwamen steeds meer op en waren tot later open.”

Manier van leven
Terug naar het heden. Al zeven jaar is Schellenboom inmiddels voorzitter van Rozenburg. “Ook weer ingerold, zoals met alles. Ik heb diverse voorzitterschappen gedaan en doe dat nog steeds. Ik ben bij veel dingen in Rozenburg betrokken. Joh, ik vind het gewoon leuk om te doen. Mensen vragen weleens waar ik de tijd vandaan haal, maar het is gewoon een manier van leven. De voetbalclub slokt ook tijd op, maar ook dit vind ik leuk. Toen ik begon, moesten we een heel nieuw bestuur samenstellen. Dat lukte, en dat geeft ook gewoon energie.”

Rozenburg is gezond, vertelt Schellenboom. “We zijn bezig met de modernisering van het terrein en de kantine. Financieel gaat het goed, we hebben een brede jeugdafdeling met veel potentie voor de toekomst. We kunnen onszelf goed bedruipen, dat is belangrijk. Ik vind het voetbalwereldje ook leuk, vanaf het begin eigenlijk. Als voorzitter moet je soms shit opruimen, mensen bij elkaar brengen en ben je soms crisismanager, maar het op de juiste plaats zetten van mensen vind ik interessant.”

“Je moet vrijwilligers neerzetten op plekken waar ze zich lekker voelen. En dat is soms trekken. Het gaat goed hoor, met het aantal vrijwilligers, maar het kan altijd beter. We zijn geen kinderopvang; het moet ook echt uit de ouders komen. Als dat niet gebeurt, stoppen wij met een elftal.”

Brede basis
Het bestuur van Rozenburg bestaat tegenwoordig uit zes mensen. “Dat is een brede basis voor de hele vereniging”, vindt Schellenboom. “En we hebben zo’n 650 leden, dat is eigenlijk al jaren stabiel. Soms verdwijnt er één, maar we hebben ook altijd wel aanwas. Er is nog genoeg te doen, maar zolang ik er plezier in houd, ga ik door. We hebben gewoon een ontzettend gezellige club. Het is ook ontspanning. Ontspanning door inspanning, zeg ik altijd. Je ontmoet veel mensen, drinkt een biertje met elkaar en we maken het gewoon met elkaar gezellig.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.