Home Blog Pagina 4

Nieuwe voorzitter SV Wadenoijen brengt rust en structuur: ‘Je hoeft geen voetbalkenner te zijn om een club te leiden’

SV Wadenoijen heeft sinds kort een nieuwe voorzitter. Sander van Dam staat pas twee maanden aan het roer, maar heeft in die korte periode al een duidelijke indruk achtergelaten. Opvallend detail: Van Dam heeft nauwelijks iets met voetbal. Toch ziet de amateurclub in hem precies wat het nodig had. Met zijn bestuurlijke ervaring wil hij vooral zorgen voor structuur, verbinding en rust binnen de vereniging.

De betrokkenheid van Van Dam bij Wadenoijen ontstond niet vanuit een lang gekoesterde clubliefde, maar via zijn gezin. “Mijn zoon voetbalde hier ruim tien jaar geleden al, toen nog in de F’jes,” vertelt hij. “En sinds een paar maanden speelt mijn dochter bij de MO13. Dan sta je weer langs de lijn, spreek je mensen die je van vroeger kent en raak je vanzelf opnieuw betrokken bij de club.”

Tijdens die terugkeer merkte Van Dam al snel dat Wadenoijen bestuurlijk in zwaar weer zat. “Ik hoorde dat er eigenlijk al een tijd geen bestuur meer was en dat ze dringend op zoek waren naar nieuwe mensen,” legt hij uit. “Onder meer een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Dat was echt een knelpunt, want zonder bestuur kom je als club uiteindelijk in de problemen.”

Van Dam besloot zich kandidaat te stellen, mede om te voorkomen dat de club verder zou afglijden. “Ik heb eerst goed geïnformeerd wat er van me werd verwacht. Daarna is het eigenlijk heel snel gegaan.” Tijdens een algemene ledenvergadering kreeg hij unaniem het vertrouwen. “Dat voelde goed, maar ook als een verantwoordelijkheid.”

Hoewel Van Dam zelf weinig affiniteit heeft met het spelletje, ziet hij dat niet als een belemmering. “Ik weet heus wel wat buitenspel is, daar houdt het ongeveer op,” zegt hij met een glimlach. “Maar ik weet wél hoe je mensen verbindt, structuur aanbrengt en grote lijnen uitzet. Dat doe ik ook in mijn werk.” Van Dam heeft een achtergrond in leidinggevende functies binnen de medische techniek, was jarenlang ondernemer en is actief in medezeggenschapstrajecten. “Bestuurlijke ervaring is mij niet vreemd.”

Juist die kwaliteiten gaven de doorslag bij Wadenoijen. “Een voorzitter hoeft niet per se alles van voetbal te weten,” stelt Van Dam. “Het gaat erom dat de club goed georganiseerd is en dat mensen elkaar weten te vinden.”

Wat hem aanspreekt aan Wadenoijen is het kleinschalige, dorps karakter. “Het is een gezellige club, iedereen kent elkaar en je spreekt elkaar gewoon bij de voornaam aan,” zegt hij. “De drempel om even iemand aan te schieten of iets te bespreken is heel laag. Dat zie je bij grotere clubs veel minder, daar is de afstand tussen bestuur en leden vaak groter.”

Bij zijn aantreden trof Van Dam een vereniging aan waarin veel onduidelijkheid heerste. “Er waren commissies, maar het was niet altijd helder wie waar verantwoordelijk voor was en hoe de communicatie liep,” vertelt hij. “Dat lag niet aan onwil, maar het was gewoon wat los zand.” Samen met anderen is hij begonnen om die structuur opnieuw neer te zetten. “De lijnen zijn nu korter en de verantwoordelijkheden duidelijker.”

Die aanpak past ook bij het nieuwe bestuur dat in de maak is. “Er komt een vrijwel volledig nieuw bestuur, met jonge mensen die ervaring hebben met het besturen van organisaties,” legt Van Dam uit. “We delen dezelfde visie: de club stabiel en toekomstgericht neerzetten.” Daarbij ziet hij ook kansen, onder meer door de groei aan de onderkant van Tiel richting Wadenoijen. “Als club moet je daar klaar voor zijn, maar dan moet eerst de basis op orde zijn.”

Op korte termijn ligt de focus voor Van Dam vooral op zichtbaarheid en verbinding. “Ik wil het gezicht van de club zijn en er ook daadwerkelijk zijn,” zegt hij. “Niet alleen bij wedstrijden van het eerste, maar juist ook op doordeweekse avonden in de kantine. Even een praatje maken, luisteren naar wat er leeft. Dan hoor je veel.”

Het voorzitterschap bevalt hem tot nu toe uitstekend. “Ja, absoluut,” zegt Van Dam. “Het is misschien ironisch: in mijn familie is iedereen met sport bezig, behalve ik.” Zijn ene broer is sportverslaggever bij de NOS, de andere actief als scheidsrechter op hoog niveau in het basketbal. “Zo maak ik het familierondje toch compleet,” lacht hij. “Dan maar als bestuurder van een voetbalclub.”

 

Len Verweij voelt zich thuis bij het eerste van Buren

Het eerste elftal van SV Buren is er één waar plezier en prestatie hand in hand gaan. In de vijfde klasse staat de ploeg bekend als een team dat misschien niet elke week hetzelfde niveau haalt, maar wél altijd samen op het veld staat. Het is een mix van vriendschap, gezelligheid en serieus voetbal, precies zoals het amateurvoetbal bedoeld is. Speler van het eerste elftal Len Verweij vertelt hoe SV Buren dit seizoen is uitgegroeid tot een hechte ploeg met een duidelijk eigen karakter.

“Aan het begin van het seizoen waren we eigenlijk een bij elkaar geraapt team,” vertelt Verweij. “Maar inmiddels, richting de winterstop, zijn we gegroeid tot een hecht en gezellig vriendenteam dat gewoon degelijk mee kan in de vijfde klasse.” Die omschrijving geeft meteen een goed beeld van Buren: een club waar plezier en teamgevoel voorop staan, maar waar ook degelijk voetbal wordt gespeeld.

Het niveau in de vijfde klasse is echter allesbehalve voorspelbaar. “Elke wedstrijd is anders,” zegt Verweij. “De ene week speel je tegen een ploeg uit Utrecht en win je met 7-1, en de week erna verlies je van een team dat onderaan staat. Het niveauverschil is groot en daardoor blijft het onvoorspelbaar.” Voor de spelers betekent dat een uitdaging, maar vooral ook dat geen enkele wedstrijd hetzelfde voelt.

Toch wordt er niet altijd op professioneel niveau getraind. “We hebben de verplichting om minimaal één keer per week te trainen,” legt Verweij uit. “Maar we worden er niet voor betaald, dus school, werk en familie gaan bij de meesten altijd voor. Dat is ook gewoon realiteit op dit niveau.” Het voetballen bij SV Buren gaat dus net zo goed over vriendschap en ontspanning als over winnen en verliezen.

En dan is er natuurlijk de beroemde derde helft. Verweij kan zich één middag van dit seizoen bijzonder goed herinneren: “Dat moet toch de wedstrijd tegen Ophemert zijn geweest. Een ouderwetse Super Sunday, compleet met onze eigen zanger Jantje Bier en DJ Patmix. Dat blijft toch wel het type middag waarvoor je bij een club als Buren voetbalt.” De kantine bij SV Buren is minstens zo belangrijk als het veld: daar komen vrienden samen, wordt er gelachen en klinken de verhalen die een seizoen kleur geven.

Binnen het team vervult Verweij zelf vooral de rol van sfeermaker. “Een leider ben ik niet; die rol past me gewoon niet,” zegt hij. “Maar ik probeer de groep op te peppen en plezier te brengen, dat past beter bij mij.” Die balans tussen sportiviteit en gezelligheid lijkt typerend voor SV Buren.

Wat het seizoen betreft, zijn de ambities realistisch. “Het kampioenschap zit er helaas niet meer in,” zegt Verweij. “Maar we moeten wat mij betreft minimaal in het linke rijtje eindigen, en misschien wel richting een top-5.” Het doel is dus helder, zonder dat de druk het plezier overschaduwt.

Als voetballer omschrijft Verweij zichzelf als ‘lomp en chaotisch, maar wel met een goede trap’. Hij speelt het liefst als linksback, maar door de tactiek van het team staat hij dit seizoen vaak als linkshalf. Het is een bescheiden rol in een team waar iedereen op meerdere posities inzetbaar is en de sfeer belangrijker is dan individuele sterrenstatus.

SV Buren zelf ziet hij als een hechte gemeenschap. “Een vaste groep vrienden en familie die graag samenkomt om voetbal te kijken en iets te drinken. Het voelt als een gemeenschap waarin iedereen elkaar kent.” En dat is precies waarom het eerste elftal zo typerend is voor de club: een team dat maximaal inzet op het veld, maar ook maximaal geniet buiten het veld.

“Wij proberen er altijd het maximale uit te halen,” besluit Verweij. “Iedereen is welkom en wordt met open armen ontvangen. Dat is precies wat ons als SV Buren kenmerkt.” Wie een middag komt kijken, ziet een ploeg die speelt met plezier, inzet en een flinke dosis Buren-karakter. Een vriendenteam dat toevallig ook goed kan voetballen.

Klik op SV Buren voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Buren voor meer informatie over de club.

GVV bereidt zich voor op 100-jarig jubileum met verbouwingen

Wie de afgelopen jaren het sportpark van GVV in Geldermalsen heeft bezocht, kan het bijna niet zijn ontgaan: het clubhuis heeft een flinke metamorfose ondergaan. Geen snelle lik verf, maar een doordachte en toekomstgerichte verbouwing, met het oog nadrukkelijk gericht op 2030. Dan bestaat GVV precies honderd jaar. “Dat jubileum wilden we niet ingaan met een accommodatie uit 1980,” zegt Willem van Kessel, bestuurslid en verantwoordelijk voor de accommodatie. “Het moest echt weer van deze tijd worden.”

De plannen ontstonden niet van de ene op de andere dag. Zo’n vijf jaar geleden sloot GVV zich aan bij het project De Groene Club, een samenwerking tussen de KNVB en sportbonden om sportaccommodaties te verduurzamen. “Het hele gebouw is toen doorgelicht,” vertelt Van Kessel. “Daar kwam een lijst met actiepunten uit. Dan is het simpel: je kijkt wat haalbaar is binnen je budget.” GVV begon bij de basis. Buiten- en binnenverlichting werd vervangen door led, kleedkamers kregen nieuwe plafonds, vloeren en douches en de oude asbestdaken maakten plaats voor geïsoleerde dakconstructies.

Toch bleef er iets knagen. De kantine, ooit gebouwd in een tijd waarin roken nog was toegestaan, voldeed steeds minder aan de wensen van deze tijd. “Je zat hoog, maar had nauwelijks zicht op het veld,” legt Van Kessel uit. “Dat vond ik altijd jammer. Vanuit de kantine moet je het hoofdveld kunnen zien.” Bovendien was de ruimte eigenlijk te groot en inefficiënt ingericht. Met het honderdjarig bestaan in het achterhoofd besloot het bestuur door te pakken.

Er werd een plan gemaakt dat rigoureus oogt, maar in de praktijk juist slim bleek. Een deel van de kantine werd ingekort, zonder dat het gevoel van ruimte verloren ging. Integendeel. “Mensen zeggen nu vaak: het lijkt wel groter,” glimlacht Van Kessel. De sleutel zit in de nieuwe gevels: kozijnen van 2,60 meter hoog tot aan de nok, waardoor de kantine badend in het licht staat. “Je hebt nu een prachtig uitzicht over het hoofdveld en het trainingsveld.”

De verbouwing ging verder dan alleen glas en beton. De fundering werd aangepast, de cv-installatie verdween en maakte plaats voor twee grote airco-units en er kwam een compleet nieuwe gietvloer. De timing was strak. Op 1 juni ging de schop de grond in, met 5 juli als harde deadline. “De vloer moest erin en uitharden,” zegt Van Kessel. “Daarom móest alles op tijd klaar zijn.”

Dat lukte, en hoe. Met hulp van maar liefst 42 vrijwilligers werd vrijwel alles zelf gedaan. “We hebben alleen materialen ingekocht,” benadrukt Van Kessel. “De montage, het plaatsen van de gevels, de afwerking: dat hebben we met elkaar gedaan.” Zelf nam hij twee weken vrij om fulltime te klussen. “Dit was vroeger mijn werk, dus ik weet wat erbij komt kijken.”

Volgens Van Kessel schuilt daarin de echte winst. “Je krijgt eigenaarschap. Iedereen voelt: dit is óns clubhuis.” Het past bij de filosofie van GVV, waar vrijwilligers de ruggengraat vormen. “Vrijwillig, maar niet vrijblijvend,” noemt hij het. Doordat veel taken door eigen mensen worden opgepakt, blijven de kosten laag en ontstaan er mogelijkheden om te investeren.

Die investeringen zijn niet alleen ingegeven door het jubileum. GVV is een groeiende vereniging, met een bloeiende jeugdafdeling en sinds dit jaar zelfs een BSO in het clubgebouw. “Je moet aantrekkelijk blijven,” zegt Van Kessel. “Mensen rijden tegenwoordig gerust een paar kilometer verder voor een club die er netjes uitziet.” Het clubhuis fungeert daarmee ook als visitekaartje. “Je bouwt aan je eigen merk.”

De blik blijft vooruit gericht. Op de wensenlijst staan onder meer een kleine tribune, een scorebord en extra opslagruimte. Niet alles kan tegelijk, erkent Van Kessel. “Financiën spelen altijd een rol. Maar we hebben een goed bestuur en een gezonde vereniging.” Groeien mag, maar met mate. “Vijf- tot zeshonderd leden is prima. We willen vooral ons eigen karakter behouden.”

En of hij opgelucht is dat de verbouwing achter de rug is? Van Kessel lacht. “Nee, eigenlijk niet. Ik heb er enorm van genoten. Het proces is minstens zo mooi als het eindresultaat.” Met het oog op 2030 ligt de basis er in ieder geval. GVV is klaar voor de volgende stap — zonder zijn identiteit te verliezen.

Klik op GVV voor de laatste artikelen over de club
Klik op GVV voor meer informatie over de club

Mo Düzgün verlengt bij BRC: ‘Een geweldige positieve groep’

Mo Düzgün blijft ook komend seizoen actief als trainer van BRC uit Beesd. De coach, die dit jaar pas begon aan zijn avontuur bij de vierdeklasser, heeft het zichtbaar naar zijn zin en plakt er zonder veel omhaal een tweede jaar aan vast. “Als beide partijen tevreden zijn, dan is het gesprek ook zo klaar,” zegt hij nuchter. Die tevredenheid zit ’m niet alleen in de resultaten, maar vooral in het gevoel dat hij bij BRC aantrof: een warme club, een leergierige spelersgroep en een omgeving waarin zijn manier van werken wordt omarmd.

Düzgün is bepaald geen trainer die alleen op zaterdagmiddag leeft. Integendeel. Zijn week bestaat uit een combinatie van rollen die elkaar voortdurend raken. Hij is hoofdtrainer bij BRC, actief als scheidsrechter, werkzaam voor de KNVB én fulltime leerkracht. “Het valt allemaal wel mee hoor,” relativeert hij. Toch verraadt zijn opsomming een brede betrokkenheid bij het voetbal, vooral aan de beleidsmatige kant. Voor de KNVB is hij actief als verenigingsadviseur in regio 9 en 10, waar hij samen met collega’s honderden clubs ondersteunt. Van beleidsplannen en kaderontwikkeling tot het organiseren van themabijeenkomsten: Düzgün helpt verenigingen duurzamer en toekomstbestendiger te worden.

Op het trainingsveld vertaalt die achtergrond zich in een duidelijke visie. Düzgün begon al jong als trainer, noodgedwongen eerder dan gepland. Blessures – twee keer kruisband, enkelbandproblemen, acht knieoperaties en zelfs een schouder – dwongen hem rond zijn 29e definitief te stoppen als speler. Het trainersvak bood een nieuw perspectief. “Vanaf mijn zeventiende liep ik al als jeugdtrainer rond, op mijn 21e was ik speler-trainer. Zo is het balletje gaan rollen.” Sinds 2009 is hij onafgebroken actief als trainer, met inmiddels de nodige diploma’s op zak.

Bij BRC begon het seizoen allesbehalve soepel. De start was stroef, punten bleven uit en de ranglijst zag er in de eerste weken niet florissant uit. Toch voelde Düzgün nooit dat het zou gaan wringen. “Ook toen het minder ging, heb ik geen moment het gevoel gehad dat het niet lekker zat tussen mij en de groep.” Dat vertrouwen bleek terecht. Vanaf week vijf begon het te lopen, volgden de punten en inmiddels won BRC de laatste vier wedstrijden op rij. De ploeg staat nu zesde en kijkt voorzichtig omhoog.

Wat Düzgün aantrof in Beesd, beviel hem vanaf dag één. “Een hartstikke leuke spelersgroep, echt in de breedste betekenis van het woord. Positieve jongens, die openstaan voor mijn ideeën en mijn manier van werken.” Ook buiten het veld voelde het als een warm bad. Een grote technische commissie met ambitie, goede faciliteiten – inclusief kunstgras – en een betrokken teamleider die alles doet voor de groep. “Op dit niveau hebben we het echt luxe voor elkaar.”

Zijn trainersstijl laat zich het best omschrijven als open en communicatief. Düzgün gelooft sterk in gedeeld eigenaarschap. “Het proces is van iedereen. De spelersgroep en de complete staf zijn mede-eigenaar.” Hij stelt zich bewust kwetsbaar op, zoekt het gesprek en staat open voor kritiek. “Ik heb liever te veel gecommuniceerd dan te weinig.” Dat hij ook scheidsrechter is, helpt hem langs de lijn rustig te blijven. “Natuurlijk brul ik wel eens, maar intimideren of schreeuwen naar officials past niet bij mij.”

De keuze om te verlengen kwam dan ook niet uit de lucht vallen. Sterker nog: het zaadje werd al jaren geleden geplant. Toen Düzgün met zijn vorige club kampioen werd en tegen BRC speelde, werd hij door de Beesdenaren ‘helemaal kapot gespeeld’. “Toen dacht ik al: dit is een leuke spelersgroep. Een collectief dat echt als één geheel kan opereren.” Via oud-trainers en bekenden hoorde hij vervolgens alleen maar positieve verhalen. Toen de kans zich voordeed, viel alles op zijn plek.

Met het oog op de rest van het seizoen ziet Düzgün nog genoeg rek. Het gat naar de derde plek is te overzien, maar hij blijft realistisch. “De voorwaarde is dat we redelijk compleet blijven.” Blessures zorgden eerder voor veel geschuif en disbalans. Nu de selectie vrijwel volledig is, groeit de concurrentie en daarmee het niveau. “Als je op dit niveau een complete groep hebt, kom je een heel eind.”

Klik op BRC voor meer informatie over de club.                                                                Klik op BRC voor meer artikelen over de club.

Hans van Weerden de gangmaker bij Wadenoijen 45+

SV Wadenoijen staat bekend als een club waar voetbal en gezelligheid hand in hand gaan. Sinds enkele jaren is daar een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd: een 45+ team, bedoeld voor mannen die het fanatisme van de zaterdag of zondag hebben ingeruild voor bewegen, plezier en sociale binding. Eén van de drijvende krachten achter die groep is Hans van Weerden (64), al decennialang een bekend gezicht op het sportpark. Zijn verhaal typeert niet alleen het 45+ team, maar eigenlijk de hele club.

Van Weerden is al ruim veertig jaar verbonden aan Wadenoijen. “Ik ben hier zo’n 42, 43 jaar geleden terechtgekomen,” vertelt hij. Daarvoor voetbalde hij elders, maar toen dat team ophield te bestaan en oud-collega’s van de glasfabriek De Maas hem overhaalden, was de stap snel gezet. Zoals bij veel voetballers bleef het spel trekken, ook al stopte hij tussendoor een paar keer. “Voetbal is een soort verslaving. Je komt er toch altijd weer bij terug.”

Dat gold ook nadat hij zelf moest afhaken als speler. Enkelproblemen maakten verder voetballen lastig, maar Van Weerden bleef actief voor de club. Hij vlagde, hielp als leider en nam zelfs jarenlang het wassen van de tenues op zich. “Van mijn vijftigste tot mijn zestigste heb ik dat gedaan. Als de leider er niet was, stond ik er ook.” Het typeert zijn betrokkenheid bij Wadenoijen: niet op de voorgrond, maar altijd bereid iets te doen.

Een jaar of vier, vijf geleden ontstond het 45+ team. Voor Van Weerden was dat het perfecte moment om weer voorzichtig een balletje te trappen. “Ik dacht: dat is wel wat voor mij. Gewoon weer een beetje bezig zijn.” Het team bestaat uit een bonte mix van oud-voetballers en mannen die nooit eerder op het veld stonden. “Er zitten een paar oude teamgenoten bij, maar ook jongens die nog nooit gevoetbald hebben.” Dat verschil in achtergrond is juist de kracht van de groep.

De trainingen zijn laagdrempelig en overzichtelijk. Woensdagavond is vaste prik. “We trainen van acht tot negen. Twee keer heen en weer rennen en daarna een partijtje.” Soms zijn ze met zes man, soms met twaalf. Het maakt weinig uit. Op vrijdagavond wordt er ook gespeeld, in toernooivorm. De resultaten zijn zelden indrukwekkend. “We winnen haast nooit wat,” lacht Van Weerden. “Die andere teams bestaan vaak uit oud-eerste elftalspelers die al dertig jaar samen spelen. Wij zijn meer bij elkaar geraapt.”

Toch ligt de focus nergens minder dan op winnen. Het sociale aspect voert de boventoon. “Na afloop drinken we twee of drie biertjes. Laatst was er Champions League, dan kijken we samen voetbal.” Van Weerden noemt zichzelf de oudste van de groep, maar ook een beetje de gangmaker. Plezier maken hoort erbij, op en naast het veld. “Dat is het allerbelangrijkste.”

Die sfeer past naadloos bij Wadenoijen als club, vindt hij. “Zeven jaar geleden hebben we met 69 vrijwilligers de hele kantine gebouwd. Helemaal gestript en opnieuw opgebouwd.” Waar andere clubs moeite hebben om tien man op de been te krijgen, draait Wadenoijen volgens Van Weerden op saamhorigheid. “Het is knus, gemoedelijk en altijd gezellig.”

Zelf staat hij tegenwoordig vaak in het doel. “Dan komen er twee of drie man op me af en heb ik de bal. Dan lach ik ze uit,” zegt hij met een glimlach. Meekomen lukt nog prima, al kost het opstarten wat meer tijd. “Ik ben een diesel. Na een half uur ben ik pas warm.” Zolang zijn lichaam het toelaat, denkt hij niet aan stoppen. “Als het aan mij ligt, ga ik nog wel even door.”

Jasper Wennekes blikt terug op historisch kampioenschap met BZS

BZS uit Beusichem kroonde zich na dertig jaar eindelijk weer tot kampioen. Voor het eerst in drie decennia mocht de club de handen in de lucht steken en het kampioenschap vieren. Jasper Wennekes was erbij, en beleefde het hoogtepunt van dichtbij. “Het was een prachtig moment,” vertelt hij. “We werden na een mooi seizoen beloond voor ons harde werk. Het kampioenschap stond begin van het seizoen al als doelstelling vast, dus het was extra heerlijk dat we de titel uiteindelijk ook pakten.”

BZS fier naar eerste titel in 30 jaar

Het seizoen van BZS was er één om door een ringetje te halen. De ploeg bleef ongeslagen en liet zien hoe stabiel en moeilijk te verslaan ze waren. Volgens Wennekes lag dat aan de samenstelling van het team. “Ons team was erg gebalanceerd,” legt hij uit. “We hadden een makkelijk scorende voorhoede met Gill van Beurden en Niek van Ewijk, een creatief middenveld met Cas Uijt de Haag, en een stabiele verdediging met ervaren krachten als Tom van de Neut en John Verweij. Dit gaf ook de trainers veel houvast bij het opstellen en begeleiden van het team.”

Die technische staf bleek goud waard. Hun aanpak combineerde serieus werken met humor en plezier, zowel binnen als buiten het veld. “De staf paste perfect bij ons team,” zegt Wennekes. “Er was een goede balans tussen hard werken en plezier maken. Dat zorgde voor een top sfeer, die zeker heeft bijgedragen aan ons succes.”

Wennekes benoemd tot aanvoerder

Na het kampioenschap kreeg Wennekes zelf een nieuwe uitdaging: aanvoerder van het eerste elftal worden. “Ik ben trots dat ik aanvoerder mag zijn van de club waar ik ben begonnen met het leukste spelletje dat er is,” vertelt hij. “Het is fijn om die extra verantwoordelijkheid te dragen en om jonge spelers te helpen zich te ontwikkelen en beter te worden.” Zijn rol als aanvoerder gaat verder dan alleen leiding geven op het veld; hij wil ook de sfeer binnen het team bewaken en ervoor zorgen dat iedereen zich betrokken voelt.

Zelf heeft Wennekes ook stappen gezet in zijn persoonlijke ontwikkeling. “Ik ben sterker geworden in het coachen en het communiceren op het veld,” zegt hij. “We merken dat zodra we goed communiceren, de organisatie op het veld het beste staat. Ook ben ik rustiger geworden. Vroeger had ik een kort lontje, maar dat lontje is inmiddels langer geworden. Dat helpt om kalm te blijven, ook in moeilijke situaties.”

‘Promotie had misschien eerder gemoeten’

Het kampioenschap en de promotie naar de vierde klasse hebben bovendien impact gehad op de club als geheel. “Het kampioenschap zelf was geweldig, maar de promotie naar de vierde klasse had misschien al eerder moeten komen,” aldus Wennekes. “BZS is een club die graag voetbalt met jonge spelers en een goede aansluiting van jeugdspelers naar het eerste elftal wil waarborgen. We horen niet thuis in de vijfde klasse.”

Voor het komende seizoen ligt er een nieuwe uitdaging voor Wennekes en zijn team. De vierde klasse belooft zwaarder te zijn, mede omdat de selectie niet zo breed is als vorig seizoen. Wennekes ziet zijn rol als aanvoerder dan ook breed: “Ik wil zowel prater als leider zijn. Samen met het team en de staf willen we ervoor zorgen dat we in de vierde klasse blijven. Ik wil dat de sfeer goed blijft, zowel op als buiten het veld. En ook bij nederlagen is het belangrijk dat we positief blijven en doorpakken naar de volgende horde.”

Met het kampioenschap van afgelopen jaar en zijn nieuwe rol als aanvoerder begint voor Jasper Wennekes en BZS een nieuw hoofdstuk. Het is een periode waarin leiderschap, plezier en doorzettingsvermogen samenkomen, en waarin de club laat zien dat ze klaar is voor hogere uitdagingen. Voor Beusichem en de spelers van BZS betekent dit dat het mooie moment van het kampioenschap niet alleen een herinnering blijft, maar ook het begin vormt van een ambitieus vervolg in de vierde klasse.

Gilberto Smit vertrekt via voordeur bij MVV’58

Gilberto Smit staat aan de vooravond van een bijzonder afscheid. De 49-jarige trainer is bezig aan zijn eerste én laatste seizoen als hoofdtrainer van MVV’58 uit Meteren. Niet omdat het tegenvalt, integendeel. Smit voelt zich thuis bij de club, maar kiest komende zomer toch voor een terugkeer naar GVV’63, de vereniging waar alles voor hem begon. “Soms komt er een kans voorbij waarvan je niet weet of die ooit nog terugkomt.”

Smit rolde niet via een uitgestippeld carrièreplan het trainersvak in. Zoals bij zovelen begon het langs de lijn. “Ik was zelf voetballer en toen we kinderen kregen, raakten zij ook besmet met het voetbalvirus,” vertelt hij. Eerst als ouder die meekijkt, later als trainer van jeugdteams. Toen hij op 37-jarige leeftijd stopte met voetballen, kwam het besefmoment. “Mijn vrienden gingen in lagere elftallen spelen, maar daar was ik nog te fanatiek voor. Toen ben ik een tweede elftal gaan trainen en eigenlijk is het balletje zo gaan rollen.”

Smit zeer ervaren

Via clubs als NIVO-Sparta, ASH en Vuren bouwde Smit langzaam maar zeker ervaring op. Bij GVV’63, zijn thuisclub in Gameren, was hij jarenlang actief als jeugdtrainer, trainer van het tweede en assistent bij het eerste. “Op een gegeven moment dacht ik: als ik hier echt iets mee wil, moet ik mijn diploma’s gaan halen.” Dat deed hij, met MVV’58 als voorlopig laatste halte in die route.

De kennismaking met MVV’58 kwam niet uit de lucht vallen. “Ik was al eens eerder op gesprek geweest, maar toen vonden we elkaar nog niet,” zegt Smit. Toen bekend werd dat hoofdtrainer Frans van Wijk zou vertrekken, werd opnieuw contact gelegd. “Dat eerdere gesprek voelde al goed en nu klopte het plaatje wel.” De ambitie van de club en de grote jeugdafdeling spraken hem aan. “MVV is een vereniging met veel potentie.”

Smit geniet van MVV’58

Wat hij aantrof in Meteren beviel hem. “Een grote, gezellige club met een goede accommodatie en veel betrokken mensen.” De kantine mag dan wat verouderd zijn, Smit ziet daar juist charme in. “Niet alles hoeft een modern voetbalpaleis te zijn. Een beetje nostalgie hoort ook bij voetbal.” De spelersgroep noemt hij uitgebalanceerd. “Jong, midden en wat ouder door elkaar. En de lijnen met het tweede en de JO19 zijn kort, dat werkt prettig.”

Als trainer staat Smit bekend als rustig en analyserend. Geen schreeuwer langs de lijn, maar iemand die observeert en bijstuurt. “Ik probeer te kijken of datgene wat we afspreken ook terugkomt op het veld.” Daarbij draait het niet alleen om tactiek. “De mensenkant is minstens zo belangrijk. Je werkt met amateurs, die komen hier voor hun plezier.”

Smit kreeg mooie kans voorgeschoteld

Dat maakt zijn besluit om na één seizoen te vertrekken extra beladen. “Dit is absoluut geen vlucht,” benadrukt hij. “Mijn intentie was om hier meerdere jaren te blijven.” Toch diende zich een kans aan die hij niet kon laten lopen: een terugkeer naar GVV’63. “Dat is de club waar ik ben opgegroeid, waar ik zelf heb gevoetbald en waar nog vele bekenden (in welke rol dan ook) aanwezig zijn. Als zo’n mogelijkheid voorbij komt, moet je jezelf afvragen: pak ik ’m nu, of is het straks te laat?”

Bij GVV’63 wordt Smit niet alleen trainer van het eerste elftal, maar ook coach van zijn eigen kinderen. Iets waar hij naar uitkijkt, al is hij zich bewust van de valkuilen. “Misschien ben je juist extra kritisch. Daar moet ik voor waken.” Zijn ervaring helpt daarbij. “Ik heb inmiddels genoeg meegemaakt om te weten hoe je met zulke situaties omgaat.”

Wat laat Smit achter?

Wat hij achterlaat in Meteren? Smit hoopt vooral op herkenning. “Dat mensen zeggen: we hebben gevarieerd getraind, met een duidelijke visie. En dat het gewoon prettig samenwerken was.” Zelf zal hij MVV’58 zeker blijven volgen. “Wie weet kom ik hier nog eens terug, al is het maar als tegenstander. Dit is een club die vooruit kan.”

Voor nu ligt de focus op het afmaken van zijn seizoen. Met respect, in goed overleg en zonder ruis. “Zo hoort het ook,” besluit Smit. “Voetbal draait om mensen. En daar begint en eindigt het voor mij.”

Klik op MVV’58 voor de laatste artikelen over de club
Klik op MVV’58 voor meer informatie over de club

Johan Verweij: de stille kracht achter TEC

In Tiel kennen ze hem allemaal, al zal hij zelden de spotlights opzoeken. Johan Verweij is een echte clubman, iemand die zijn hart volledig verpand heeft aan TEC. Van voorzitter tot bestuurslid commerciële zaken: Johan heeft de club door de jaren heen mee vormgegeven, altijd op de achtergrond, altijd gedreven door liefde voor het voetbal en de identiteit van de vereniging.

Zijn betrokkenheid bij TEC begon al bij zijn geboorte. “Mijn vader maakte mij lid, nog voordat ik kon lopen,” vertelt Johan met een glimlach. Voetbal zat er dus van jongs af aan in. Na een korte periode bij een andere club keerde hij uiteindelijk terug naar TEC, waar hij jarenlang actief was als speler en later als trainer. Toen zijn zoon ging voetballen, zette Johan zijn ervaring in als leider-trainer, maar de echte impact maakte hij achter de schermen.

Ruim tien jaar geleden begon Johan zich actief te richten op het commerciële aspect van de club. Hij haalde sponsors binnen, richtte een businessclub op en legde de basis voor een financieel gezond TEC. “We moesten zorgen dat er meer geld binnenkwam dan eruit ging,” zegt hij. Dankzij zijn netwerk konden grotere investeringen in het sportpark gerealiseerd worden: ledverlichting, een nieuw scorebord en uiteindelijk plannen voor een compleet vernieuwd clubhuis en velden. “Dat soort dingen kun je als kleine club gewoon niet zelf dragen.”

Zijn betrokkenheid kent weinig grenzen. Toen de toenmalige voorzitter en penningmeester stopten, nam Johan tijdelijk het stokje over. Uiteindelijk besloot hij het voorzitterschap over te dragen aan Bas, om zich te concentreren op wat hij het liefste doet: de club sturen en ontwikkelen. “Ik wilde op de achtergrond alles helpen regelen,” legt hij uit. En dat doet hij, tot in de kleinste details. Van sponsorwerving tot de uitbouw van de jeugdopleiding: Johan zit er bovenop.

Onder zijn leiding werd TEC niet alleen financieel stabieler, maar ook een opleidingsclub met ambitie. “Ruim 40 jongens die ooit bij TEC onder de 23 speelden, voetballen nu op hoger niveau, sommigen zelfs in het buitenland,” zegt hij trots. Maar Johan benadrukt dat het niet alleen om prestaties gaat. TEC moet een club blijven waar iedereen zich thuis voelt, waar vrijwilligers het hart vormen van de vereniging en waar lokaal talent kan groeien.

Die visie sluit aan bij zijn zorg voor de identiteit van de club. Johan ziet hoe veel jongere leden tegenwoordig minder binding hebben met verenigingen. “Vroeger speelde je bij TEC omdat je van TEC was. Nu kiest iedereen het elftal dat op dat moment het beste presteert,” zegt hij. Toch werkt hij aan een stabiele toekomst: een nieuw sportpark, moderne faciliteiten en een doorlopende jeugdopleiding. Alles om TEC gezond en zelfstandig te houden, ook als de oudere generatie vrijwilligers langzaam afhaakt.

Voor Johan is het vrijwilligerswerk een tweede natuur. “We hebben 250 actieve leden, maar 70 vrijwilligers die de club draaiende houden,” zegt hij. Zonder hen zou het onmogelijk zijn. Tegelijk beseft hij dat de toekomst van TEC afhangt van de volgende generatie: jonge ouders en lokale talenten die niet alleen spelen, maar ook bijdragen aan de vereniging.

Ondanks alle jaren en verantwoordelijkheden blijft Johan bescheiden. Hij wil geen eretitel, geen publiek eerbetoon. Zijn voldoening haalt hij uit het feit dat TEC floreert, dat de jeugd kansen krijgt, dat de club zijn identiteit bewaart. “Ik vind het veel leuker dat we een complex neerzetten waar de club in de toekomst op kan bouwen,” zegt hij.

Bij DSS’14 groeit de toekomst stap voor stap: ‘Spelplezier staat hier altijd voorop’

Wie op een trainingsavond rondloopt bij DSS’14 ziet precies waar de kracht van de dorpsclub uit Varik, Heesselt en Opijnen ligt. Veel lachende gezichten, trainers die op vrijwillige basis hun avonden opofferen en kinderen die vooral plezier maken met de bal. Achter de schermen wordt er ondertussen hard gewerkt om die basis ook voor de toekomst stevig neer te zetten.

DSS’14 is een club die ontstaan is uit samenwerking en daar nog altijd op drijft. “Door Samenwerking Sterk is niet voor niets onze naam,” zegt Jos Akkermans, die samen met Jeroen van Santen en Pascal Schimmel sinds afgelopen zomer actief is binnen de technische commissie. “Dit zijn kleine dorpen, maar samen vormen we één club. En die betrokkenheid voel je overal.”

Die betrokkenheid was ook de reden dat er werd gekeken naar een iets structurelere aanpak op technisch vlak. Niet vanuit ambitie om groter te worden dan de club aankan, maar juist om alles wat er al is beter te organiseren. “De afgelopen jaren werd er keihard gewerkt door mensen binnen het bestuur,” legt Akkermans uit. “Alleen was het vaak iets wat ‘erbij’ kwam. Dan merk je dat het op een gegeven moment te veel wordt.”

Een van de eerste zichtbare resultaten daarvan is te vinden bij de jeugd. DSS’14 slaagde er dit seizoen in om weer een eigen JO13 op de been te brengen én een zelfstandig meidenteam te starten. Geen vanzelfsprekendheid voor een club van deze omvang. “Voor grote verenigingen zijn dat misschien normale dingen, maar voor ons is dat echt iets om trots op te zijn,” aldus Akkermans. “Die JO13 speelt nu weer op een heel veld en dat voelt echt als investeren in de toekomst.”

Het meidenteam zorgt bovendien voor nieuwe dynamiek binnen de club. “Je merkt dat het enthousiasme losmaakt,” vertelt Akkermans. “Niet alleen bij die meiden zelf, maar ook bij anderen. Meiden zien dat het kan en dat werkt aanstekelijk.” Dat het team wordt begeleid door onder meer speelsters uit Dames 1 en de Dames 30+, versterkt dat gevoel alleen maar. “Dat zijn rolmodellen, en dat is heel waardevol.”

Belangrijker nog dan teams en indelingen is de sfeer binnen DSS’14. Die wordt door Akkermans omschreven als typisch dorps, maar met een open karakter. “Vrijwilligers zijn overal lastig te vinden, dat geldt hier ook. Maar ze zijn er wél. Mensen voelen zich echt verbonden met de club.” Spelplezier staat daarbij centraal. “Dat is wat wij het allerbelangrijkste vinden. Plezier eerst, en van daaruit proberen we iedereen zo goed mogelijk te laten voetballen.”

Op korte termijn ligt de focus op stabiliteit, zowel bij de jeugd als bij de senioren. Op de iets langere termijn wil DSS’14 voorzichtig werken aan meer eenheid in de opleiding. “Niet om alles vast te timmeren,” benadrukt Akkermans, “maar om een herkenbare lijn te creëren die past bij wie we zijn als club.”

Aanvoerder Delano Makantanis dik tevreden bij DSS’14

Ook vanuit de spelersgroep wordt dat beeld herkend. Aanvoerder Delano Makantanis is al jaren een vaste waarde binnen DSS’14 en ziet van dichtbij wat de club typeert. “DSS is gewoon een warme dorpsvereniging,” zegt hij. “Ik voetbal hier al vanaf het begin en speel inmiddels zo’n vijftien jaar in het eerste elftal. De sfeer is eigenlijk altijd goed geweest, ook in periodes waarin het sportief minder liep.”

Die verbondenheid bleek volgens Makantanis ook na de recente degradatie. Resultaten bleven uit, maar de betrokkenheid verdween geen moment. “Na die degradatie hebben we nauwelijks nog punten gepakt, maar als je dan ziet hoe druk het nog steeds is op donderdagavond en op zaterdag, zegt dat alles. Ik denk niet dat veel verenigingen dat ons nadoen.”

Voor de aanvoerder zit de kracht van DSS’14 vooral in alles wat zich buiten de lijnen afspeelt. “De energie die sponsors en vrijwilligers in de club steken, dwingt echt respect af,” benadrukt hij. “Dat maakt DSS tot een vereniging waar je graag onderdeel van bent. Ik loop hier nog altijd met ontzettend veel plezier rond, en dat zegt denk ik genoeg.”

Klik op DSS’14 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DSS’14 voor meer informatie over de club.

Mariska Verweij zet zich in voor vrouwenvoetbal bij MVV’58

Mariska Verweij gaat een nieuwe stap zetten binnen MVV’58. Samen met Wendy van Kuilenburg zal ze toetreden tot het bestuur van de club, waar ze zich in eerste instantie bezighoudt met de ledenadministratie. Maar daar blijft het niet bij. Verweij wil vooral iets betekenen voor het vrouwenvoetbal bij de club, een onderwerp dat volgens haar vaak een beetje een ‘vergeten kindje’ is binnen veel verenigingen.

“Ik zei tegen Wendy: eigenlijk wil ik wel een bestuur om iets meer te betekenen voor het damesvoetbal,” vertelt Verweij. “Daar blijft er bij elke vereniging wel een beetje een vergeten kindje. Dus toen dacht ik, weet je wat, als ik daarin iets meer kan betekenen, doe ik dat graag.”

De weg naar het bestuur begon afgelopen zomer, tijdens een toernooitje waar beide dames aanwezig waren. Wendy was eerder al benaderd voor een bestuursfunctie, en via haar kwamen de gesprekken op gang. Het klikte meteen. “Het is ook leuk dat er twee wat jongere leden bijkomen,” zegt Verweij, met een knipoog naar hun rol als frisse krachten binnen een bestuur dat grotendeels uit mannen bestaat. “We zijn ook niet meer de jongste, maar ook zeker niet heel oud.”

Voor Verweij is het duidelijk dat vrouwen in het voetbal vaak minder zichtbaar zijn dan mannen. Ze zit zelf bij Dames 1 en speelt daarnaast bij een 30-plussenteam. “Je merkt overal dat je soms echt moet smeken om een trainingspak of andere faciliteiten,” zegt ze. Gelukkig zijn er bij MVV’58 goede trainers en leiders die het vrouwelijke voetbal een warm hart toedragen, maar Verweij wil dat dit verder wordt uitgebreid. “Voetbal voor meisjes wordt gewoon vaak minder serieus genomen dan mannenvoetbal. Daar wil ik verandering in brengen.”

De plannen van Verweij zijn concreet. Ze wil niet alleen zorgen dat het damesvoetbal beter georganiseerd wordt, maar ook dat het sociale aspect aandacht krijgt. “Meer meidentoernooitjes, leuke activiteiten, dat soort dingen. Toen ik bij MVV begon, hadden we echt leuke toernooien. Die zakten later wat af door enthousiasme en andere omstandigheden, maar wij gaan nu met Dames 1 en 2 echt leuke dingen opzetten. In januari gaan we bijvoorbeeld naar Portugal voor een toernooi.”

Verweij zelf is al ruim 17 jaar actief bij MVV’58. Daarvoor voetbalde ze bij Tricht, maar vond ze het bij MVV’58 gezelliger en sportiever uitdagender. Die jarenlange ervaring ziet ze als een voordeel in haar nieuwe rol. “Ik weet hoe het er op het veld aan toegaat, maar ook hoe belangrijk het is dat er achter de schermen iets gebeurt. Dat helpt mij nu bij het bestuur.”

De aanwezigheid van vrouwen in het bestuur ziet Verweij ook als een belangrijke meerwaarde voor de club. “Het is goed voor de balans,” zegt ze. “Mannen en vrouwen kijken anders naar zaken, nemen andere perspectieven mee. Als je dat samenvoegt, ontstaat er een andere dynamiek, en dat is goed voor MVV’58.”

Over de club zelf is Verweij enthousiast. Ze omschrijft MVV’58 als een gezellige vereniging met veel activiteiten buiten het voetbal. Van darttoernooien tot andere sociale evenementen: er gebeurt weer van alles binnen de club, en dat wil ze graag verder stimuleren.

Met haar toetreding tot het bestuur hoopt Mariska Verweij niet alleen het vrouwenvoetbal een betere plek te geven, maar ook bij te dragen aan een club waar iedereen, man of vrouw, zich welkom voelt en waarin plezier en prestatie hand in hand gaan. “Het is leuk om iets te betekenen en echt een verschil te maken. Dat is mijn motivatie,” besluit ze.

Klik op MVV’58 voor de laatste artikelen over de club
Klik op MVV’58 voor meer informatie over de club

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.