Vriendenteam Irene’58 3: fanatiek op het veld, gezellig ernaast
Bij veel amateurclubs draait het eerste elftal vaak om prestaties, maar minstens zo belangrijk zijn de teams daarachter. Bij Irene’58 is het derde zondagteam daar een mooi voorbeeld van. Een vriendenteam dat ooit begon als zondag 5 en inmiddels als zondag 3 bovenin meedraait. Spits Teun Plasman vertelt over een hechte groep vrienden, sportieve ambities en vooral veel plezier binnen én buiten het veld.
De basis van het huidige team ligt al een aantal jaar terug. Waar de ploeg ooit begon als Irene’58 zondag 5, groeide het team door veranderingen binnen de club door naar het huidige derde elftal.
“Wij waren eigenlijk gewoon een vriendenteam”, vertelt Plasman. “De meesten van ons komen uit Den Hout en kennen elkaar al van jongs af aan. Iedereen is hier eigenlijk wel bevriend met elkaar. De jongste speler is nu 21 en de oudste zit net boven de dertig, dus er zit een jaar of acht verschil in.”
De verandering naar het derde elftal kwam door een herschikking binnen de vereniging. “Toen het eerste en tweede van zondag naar zaterdag gingen, stopte een groot deel van het toenmalige derde. Een paar spelers daarvan sloten bij ons aan. Daardoor werden wij uiteindelijk Irene’58 zondag 3 en schoof de rest van de teams ook een plekje op.”
Het team bestaat tegenwoordig uit een grote selectie van ruim twintig spelers. Dat zorgt ervoor dat er bijna altijd genoeg mannen beschikbaar zijn op zondag.
Sportieve prestaties
Ook sportief staat het derde elftal zijn mannetje. Dit seizoen draait Irene’58 3 bovenin mee en staat het team momenteel op de tweede plaats in de competitie.
Toch is de titel volgens Plasman voorlopig nog een lastig verhaal. “De koploper staat een stuk voor, dus daar kijken we eigenlijk niet meer echt naar. We proberen vooral mee te draaien in de subtop. Maar natuurlijk hopen we ooit een keer kampioen te worden.”
Dat kampioenschap zou meteen groots gevierd worden. “We hebben al gezegd: als we ooit kampioen worden, nemen we met het hele team een week vrij”, lacht hij.
Plasman zelf speelt als spits. Door een blessure miste hij een deel van het seizoen, maar inmiddels is hij weer terug op het veld. “Ik speel meestal zo’n twintig minuten per wedstrijd. Maar ik heb er dit seizoen toch alweer een paar gemaakt.”
Trainen wanneer het uitkomt
Ondanks de goede resultaten is Irene’58 3 geen team dat elke week fanatiek traint. De spelers hebben werk, studie of inmiddels zelfs een gezin, waardoor trainen niet altijd prioriteit heeft.
“Op woensdag wordt er altijd een polletje in de groepsapp gestuurd: wie komt er trainen? Maar dat eindigt vaak op een nee”, zegt Plasman met een lach. “Aan het begin van het seizoen zijn we altijd heel ambitieus en willen we trainen om kampioen te worden, maar dat zakt gedurende het jaar meestal een beetje weg.”
Toch staat er wel iemand voor de groep. “We hebben een coach, Jens Schalk. Die denkt dat hij er heel veel verstand van heeft”, grapt Plasman. “En samen met onze aanvoerder Bjorn Vissers geeft hij soms training. Bjorn heeft ook wat trainerspapieren, dus die weet wel wat hij doet.”
Zondagvoetbal en gezelligheid
Waar veel teams tegenwoordig naar de zaterdag overstappen, blijft Irene’58 3 bewust op zondag spelen. Volgens Plasman heeft dat vooral met gezelligheid te maken.
“Wij houden gewoon geen rekening met zondag”, zegt hij nuchter. “We staan net zo laat in de kroeg als iedereen. Maar zondag voetballen vinden we gewoon gezelliger. Na de wedstrijd drink je nog een pilsje en zo rek je het weekend eigenlijk een beetje door.”
Met een sterke vriendengroep, goede resultaten en veel gezelligheid blijft Irene’58 3 daarmee een belangrijk onderdeel van de club uit Den Hout. Of er ooit een kampioenschap komt? Dat moet nog blijken. Maar één ding is zeker: aan teamspirit ontbreekt het niet.
Klik op de link voor meer artikelen over Irene’58
Klik op de link voor meer informatie over Irene’58
Samen sterker: SJO Zwaluwe/DHV
Al vijf jaar werken de jeugdafdelingen van Zwaluwe en DHV nauw samen. Wat begon met enkele gezamenlijke teams, groeide uit tot een steeds intensievere samenwerking. Sinds afgelopen seizoen is die samenwerking officieel geworden in de vorm van een SJO. Volgens jeugdvoorzitter Rody Kroon is dat een logische stap: “De samenwerking liep al zo goed dat het eigenlijk vanzelf deze kant op groeide.”
De samenwerking tussen Zwaluwe en DHV ontstond ongeveer vijf jaar geleden. Zoals bij veel dorpsclubs speelde ook hier de uitdaging om voldoende jeugdspelers te houden en teams goed te kunnen indelen. Vooral voor kleinere verenigingen wordt dat steeds lastiger.
“DHV is net wat kleiner dan Zwaluwe,” legt jeugdvoorzitter Rody Kroon uit. “Dan wordt het soms lastig om in elke leeftijdscategorie een volledig team op de been te brengen. Door samen te werken kun je dat probleem veel beter oplossen.”
Eerst werd begonnen met enkele gecombineerde teams, de zogenoemde ST-teams. Dat was bedoeld als een soort pilot. “Het idee was om te kijken of het zou werken. Maar eigenlijk ging het meteen goed,” vertelt Kroon. “We zagen al snel dat de samenwerking voor beide clubs voordelen had.”
Logische volgende stap
Omdat steeds meer teams gemengd werden samengesteld, begon ook de organisatie steeds meer samen te werken. Zo ontstonden gezamenlijke afspraken over trainingen, wedstrijden en begeleiding.
“Op een gegeven moment merkten we dat we eigenlijk al heel veel samen deden,” zegt Kroon. “We hadden een gezamenlijke jeugdcommissie, spraken dingen samen af en organiseerden steeds meer in gezamenlijkheid.”
Daarom besloten de verenigingen om de volgende stap te zetten en officieel verder te gaan als SJO, een Samenwerking Jeugdopleiding. In die vorm wordt de jeugdopleiding als één geheel georganiseerd.
“Voor ons voelde dat eigenlijk heel logisch,” vertelt Kroon. “Veel van de dingen die bij een SJO horen, deden we al. Het was dus vooral een bevestiging van de samenwerking die er al was.”
Eigen identiteit blijft bestaan
Hoewel de jeugd nu onder één gezamenlijke organisatie valt, blijven de verenigingen wel hun eigen identiteit behouden. Dat vinden beide clubs belangrijk.
“DHV heeft een rijk verleden en Zwaluwe natuurlijk ook,” zegt Kroon. “We zijn er trots op dat beide verenigingen nog steeds bestaan en hun eigen karakter hebben.”
Spelers blijven daarom ook ingeschreven bij hun eigen club. Wanneer zij uiteindelijk de overstap maken naar de senioren, gaan ze in principe ook spelen bij hun oorspronkelijke vereniging.
Praktische samenwerking
In de praktijk betekent de samenwerking dat trainingen en wedstrijden worden verdeeld over de accommodaties van beide clubs. Teams trainen bijvoorbeeld een deel van de tijd bij Zwaluwe en een deel bij DHV.
“We kijken daarbij naar de samenstelling van een team,” zegt Kroon. “Als er bijvoorbeeld twee spelers van DHV in een team zitten, dan trainen ze ook af en toe bij DHV. Zo proberen we het zo eerlijk mogelijk te verdelen.”
Een belangrijke verandering is dat de jeugd nu ook een gezamenlijk tenue krijgt. Daarmee krijgt de samenwerking ook letterlijk een eigen gezicht.
“Zwaluwe speelt in wit-rood en DHV heeft een rood tenue,” vertelt Kroon. “Het nieuwe shirt combineert die kleuren. Bovenin is het rood en onderin lopen er strepen doorheen. Daarbij hoort ook een nieuw logo voor de SJO.”
Ambities voor de toekomst
Voor de komende jaren hoopt Kroon vooral dat de jeugdafdeling verder kan groeien. Nieuwe woningen in de omgeving bieden volgens hem kansen om meer jeugdleden aan te trekken.
“Als het ledenaantal groeit, kun je ook makkelijker teams indelen en iedereen met plezier laten voetballen,” zegt hij.
Daarnaast wil hij dat de samenwerking tussen Zwaluwe en DHV blijft groeien. “We hebben nu een sterke basis gelegd met de SJO. Als we dat de komende jaren verder kunnen uitbouwen, dan hebben beide verenigingen daar alleen maar voordeel van.
F.C. Right-Oh verbindt generaties: “Het voelt hier echt als één grote familie”
Bij veel amateurclubs speelt familie een rol, maar bij F.C. Right-Oh lijkt het clubgevoel echt van generatie op generatie te gaan. Van opa tot kleinzoon, speler tot trainer: in de club uit Geertruidenberg lopen complete families rond. Verhalen van onder anderen Dylan Keulemans, Daan Krooswijk en Kees van der Meeren laten zien hoe diep die band zit.
Voor veel families begint het verhaal al op jonge leeftijd. Zo ook bij Dylan Keulemans, bij wie de club al decennialang een belangrijke plek inneemt.
“Mijn vader werd in 1983 lid en heeft alle jeugdelftallen doorlopen tot de selectie,” vertelt hij. “Het mooiste moment voor hem was dat hij samen met zijn broers en zwager in één team speelde.”
Die betrokkenheid bleef niet beperkt tot het veld. Ook naast de lijnen was de familie actief.
“Mijn ouders zijn allebei speler geweest en later ook leider, trainer en supporter toen mijn broertje en ik gingen voetballen. Wij werden als baby al meegenomen naar de club. Zelfs middagdutjes deden we daar.”
Ook bij Daan Krooswijk speelt familie een grote rol in zijn keuze voor F.C. Right-Oh.
“Mijn vader begon hier al op zijn vijfde en heeft zelfs in het eerste gespeeld. Hij vertelde altijd over de sfeer: ons kent ons. Dat sprak mij enorm aan.”
Van speler tot vrijwilliger: iedereen draagt bij
Wat opvalt in de verhalen, is dat vrijwel iedereen binnen de familie op zijn eigen manier bijdraagt aan de club. Niet alleen als speler, maar juist ook als vrijwilliger.
Krooswijk is daar een goed voorbeeld van.
“Ik ben nu trainer, scheidsrechter én speler bij het derde. Mijn opa was jeugdtrainer en mijn vader heeft ook altijd veel gedaan bij de club.”
Ook bij Kees van der Meeren is die veelzijdigheid duidelijk zichtbaar. Hoewel hij zelf nooit bij F.C. Right-Oh voetbalde, groeide hij uit tot een bekend gezicht binnen de vereniging.
“Ik ben hier zo’n dertig jaar actief. Ik begon als trainer en leider bij mijn zoon Marc, maar werd al snel ook scheidsrechter. Eerst bij de jeugd en later bij de dames en zelfs als grensrechter bij het eerste.”
Het meest bijzondere aspect bij F.C. Right-Oh is misschien wel dat meerdere generaties daadwerkelijk samen actief zijn binnen de club. Van der Meeren maakt dat van dichtbij mee.
“Het mooiste is dat ik nu met de derde generatie op het veld sta: vader, zoon en kleinzoon. Mijn kleinzoon Joep is nu lid en ik geef samen met mijn schoonzoon training aan zijn team.”
Ook bij de familie Keulemans komt die generatielijn duidelijk naar voren.
“Mijn broertje en ik hebben allebei in het oude team van onze vader en ooms gespeeld,” vertelt Dylan. “Dat team heeft dus twee generaties van onze familie gekend.”
Dat zorgt voor bijzondere momenten.
“Bij onze eerste wedstrijd stonden mijn vader en ooms langs de lijn te kijken. Daarna keken we samen naar het eerste. Dat zijn momenten die je niet snel vergeet.”
Wat de club volgens alle drie zo bijzonder maakt, is het sterke gemeenschapsgevoel. Iedereen kent elkaar en dat zorgt voor een warme, vertrouwde omgeving.
“Het voelt hier echt als een familie,” zegt Krooswijk. “Iedereen kent elkaar en dat maakt het gewoon heel prettig.”
Ook Van der Meeren herkent dat.
“Je kent bijna iedereen binnen de club. Dat ‘ons kent ons’-gevoel is prachtig. Je ziet kinderen opgroeien, geeft ze training en later zie je ze terug in het eerste elftal.”
Voor Dylan Keulemans is dat precies wat Right-Oh zo speciaal maakt.
“Het is een plek waar je jezelf kunt zijn en waar iedereen welkom is, ongeacht je niveau.”
De wens van alle drie is duidelijk: dat ook toekomstige generaties dit clubgevoel blijven ervaren. Bij F.C. Right-Oh is één ding duidelijk: hier stopt een voetbalverhaal niet bij één generatie, het wordt doorgegeven.
Klik op FC Right-Oh voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Right-Oh voor meer informatie over de club.
Samen sterk in de JO9: Jeroen van der Velden bouwt mee aan de jeugd van Madese Boys
Bij Madese Boys draait het in de jeugdopleiding niet alleen om talent, maar vooral om plezier en ontwikkeling. In de JO9 is dat goed zichtbaar. Trainer Jeroen van der Velden maakt daar sinds kort deel van uit en draagt samen met andere ouders én hoofdtrainers bij aan een hechte structuur binnen de club.
Het avontuur van Jeroen van der Velden bij Madese Boys begon pas anderhalf jaar geleden, toen hij met zijn gezin verhuisde van Den Hout naar Made.
Zijn zoon werd lid van Madese Boys en daarmee kwam ook de vraag om te helpen. “Er was een tekort aan trainers, dus ik heb aangegeven dat ik wilde ondersteunen,” vertelt Van der Velden. Wat begon als invallen, groeide dit seizoen uit tot een vaste rol binnen de JO9-6.
Bijzonder is dat hij die rol niet alleen vervult. Binnen het team werkt hij samen met Erwin, Nick en Dirk, ieder met een eigen aandeel in de trainingen en begeleiding. Door werk en privéverplichtingen is er gekozen voor een flexibele aanpak, waarbij trainers elkaar afwisselen. Zo blijft het voor iedereen haalbaar én leuk.
Vier trainers, één team
Van der Velden staat zelf één keer in de twee weken op het veld voor de training, terwijl andere trainers de overige sessies verzorgen. Op zaterdag zijn het vooral Nick en Erwin die langs het veld staan, maar ook Dirk is hier regelmatig bij. Die flexibiliteit zorgt ervoor dat het team altijd begeleiding heeft, zonder dat het voor één persoon te belastend wordt.
Het team zelf bestaat uit een enthousiaste groep van zes spelers en één keeper, waaronder ook een meisje. Een gemengd en energiek gezelschap dat steeds beter op elkaar ingespeeld raakt.
Unieke structuur binnen de JO9
Wat de JO9 bij Madese Boys extra bijzonder maakt, is de opzet binnen de hele lichting. Waar bij veel clubs al vroeg wordt geselecteerd op niveau, kiest Madese Boys voor een andere aanpak.
Hoewel de JO9-1 als selectieteam geldt, zijn de overige teams, van JO9-2 tot en met JO9-6, grotendeels gelijkwaardig ingedeeld. Dat zorgt ervoor dat plezier en ontwikkeling voorop blijven staan, zonder dat kinderen te vroeg in hokjes worden geplaatst.
Daarnaast werken alle teams onder begeleiding van twee overkoepelende hoofdtrainers: Niels en Peter. Zij bewaken de lijn binnen de hele JO9, zorgen voor structuur in de trainingen en ondersteunen de ouder-trainers waar nodig.
“Dat is echt mooi om te zien,” zegt Van der Velden. “Er zit een duidelijke visie achter en je krijgt als trainer handvatten aangereikt. Je hoeft het niet allemaal zelf te bedenken.”
Plezier en ontwikkeling
Op het veld draait het bij de JO9 vooral om plezier, maar dat betekent niet dat er geen ontwikkeling zichtbaar is.
Zo wist de JO9-6 onlangs zeven wedstrijden op rij te winnen en werd het officieus periodekampioen. Een prestatie die natuurlijk gevierd werd, ook al worden er op deze leeftijd nog geen officiële standen bijgehouden.
“Je merkt dat ze echt willen winnen,” vertelt Van der Velden. “Dat zit er al in, maar het belangrijkste blijft dat ze het leuk hebben en zich ontwikkelen.”
Meer dan alleen voetbal
Voor Van der Velden zelf is het trainerschap meer dan alleen langs de lijn staan. Het is ook een manier om onderdeel te worden van het dorp en nieuwe mensen te leren kennen.
“Via het voetbal bouw je echt een netwerk op,” legt hij uit. “Dat is voor ons als nieuwkomers in Made heel waardevol geweest.”
Daarnaast droeg hij samen met andere trainers ook bij aan een sponsorinitiatief binnen de JO9. Alle trainers werden voorzien van een herkenbare outfit, waardoor ze duidelijk zichtbaar zijn op het veld.
Bouwen aan de toekomst
Met betrokken ouders, duidelijke begeleiding en een sterke focus op plezier en ontwikkeling lijkt de basis bij Madese Boys stevig. Trainers zoals Jeroen van der Velden spelen daarin een belangrijke rol.
