Home Blog Pagina 4

Voorbeschouwing: ONI – Altena

In de 4e klasse E staat zaterdag een topper op het programma. Koploper ONI ontvangt op Sportpark ’t Wiel nummer twee Altena. Met slechts enkele punten verschil op de ranglijst en ook NEO’25 dat op de loer ligt, staat er een cruciaal duel op het programma in de strijd om de bovenste plaatsen.

Stand van zaken
ONI gaat aan kop met 36 punten uit 17 wedstrijden, terwijl Altena met 33 punten uit 16 duels op de tweede plaats staat. Daarmee heeft Altena de kans om bij winst langszij te komen, terwijl ONI juist afstand kan nemen van de concurrentie.

Ook NEO’25 volgt op korte afstand, waardoor de belangen in deze fase van het seizoen groot zijn.

Onderlinge verhoudingen
De onderlinge resultaten van de afgelopen seizoenen laten zien dat de ploegen weinig voor elkaar onderdoen. ONI won twee van de laatste drie ontmoetingen, waaronder de meest recente wedstrijd eerder dit seizoen (0-1). Dat onderstreept hoe klein de verschillen zijn.

Vorm en verwachtingen
Beide ploegen draaien een sterk seizoen en beschikken over een solide basis. ONI kan rekenen op het thuisvoordeel, terwijl Altena met een wedstrijd minder gespeeld een extra motivatie heeft om de koppositie aan te vallen.

Het duel zal naar verwachting in balans zijn, waarbij details en effectiviteit bepalend kunnen zijn. In dit soort wedstrijden spelen vaak ook spanning en discipline een grote rol.

Conclusie
ONI – Altena is een echte topper in de 4e klasse E, waarin directe concurrenten elkaar treffen in de strijd om de bovenste plaats. Met minimale onderlinge verschillen en grote belangen ligt een spannende en mogelijk beslissende wedstrijd in het verschiet.

Klik op de link voor meer artikelen over vv Oni
Klik op de link voor meer informatie over vv Oni

Klik op Altena voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Altena voor meer informatie over de club

Voorbeschouwing: MZC’11 – Terneuzense Boys

Op zaterdag 11 april ontvangt MZC’11 op Sportpark Den Hogen Blok in Zierikzee het hoger geklasseerde Terneuzense Boys. In de 2e klasse E treffen beide ploegen elkaar in een duel met verschillende belangen. De aftrap is om 14:30 uur.

Vorm MZC’11
MZC’11 verkeert in uitstekende vorm. De ploeg won vier van de laatste vijf competitiewedstrijden, waaronder overtuigende zeges op Yerseke (3-0) en DVV’09 (6-0). Ook uitwedstrijden tegen TSC en VCK werden omgezet in overwinningen.

Met deze reeks heeft MZC’11 zich stevig in de middenmoot genesteld en lijkt het vertrouwen groot richting dit duel.

Vorm Terneuzense Boys
Terneuzense Boys kent een lastige periode. De ploeg verloor drie van de laatste vier competitiewedstrijden, waaronder duels tegen Walcheren, Luctor Heinkenszand en Arnemuiden. Alleen tegen SVOD’22 werd nog een overwinning geboekt.

Ondanks de hogere positie op de ranglijst staat de ploeg onder druk om de negatieve reeks te doorbreken.

Onderlinge belangen
Waar Terneuzense Boys de aansluiting met de top wil behouden, kan MZC’11 met een goed resultaat verder omhoog kijken. De huidige vorm van beide ploegen zorgt ervoor dat het verschil op de ranglijst minder groot lijkt dan het op papier is.

Verwachting
MZC’11 zal met vertrouwen en vanuit een goede organisatie spelen, terwijl Terneuzense Boys op zoek zal gaan naar herstel. De wedstrijd kan daardoor een open karakter krijgen, waarbij de effectiviteit in beide zestienmetergebieden bepalend zal zijn.

Conclusie
MZC’11 – Terneuzense Boys brengt een ploeg in vorm tegenover een team dat op zoek is naar stabiliteit. Met belangrijke punten op het spel voor beide kanten ligt een interessante en spannende wedstrijd in het verschiet.

Klik hier voor meer informatie over MZC ’11
Klik hier voor meer artikelen over MZC ’11

Klik op Terneuzense Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Terneuzense Boys voor meer informatie over de club.

Bart van Eck: “Wij geloven er nog altijd 100% in”

[Foto door: Thom Kort]

Waar SHO vorig seizoen nog op een wolk leefde na promotie, is de realiteit dit jaar een stuk harder. Onderaan de Vierde Divisie knokt de ploeg voor lijfsbehoud. Eén van de gezichten van dat team is Bart van Eck: 25 jaar, verdedigende middenvelder én een snel groeiende naam op TikTok en Instagram. Terwijl hij op het veld strijdt voor elke meter, bouwt hij daarbuiten aan een platform dat met de week groter wordt. Een dubbelleven dat vraagt om discipline, vertrouwen en doorzettingsvermogen.

Van Mijnsheerenland naar het eerste

Van Eck groeide op in Mijnsheerenland en begon zijn voetbalcarrière bij VV GOZ. Daar maakte hij deel uit van wat hij zelf omschrijft als een “gouden lichting”. “We hebben drie keer de Hoeksche Waard Bokaal gewonnen, dat waren echt mooie jaren.”

De stap naar SHO volgde om zichzelf op een hoger niveau te testen. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een vaste kracht op het middenveld van het eerste elftal, waar hij als controlerende middenvelder een belangrijke schakel is.

Van euforie naar realiteit

Het contrast met vorig seizoen is groot. Toen was daar promotie, succes en een team dat perfect in elkaar viel. Nu staat SHO onderaan.

“Vorig jaar klopte het gewoon,” legt Van Eck uit. “We hadden een sterk team en veel chemie. Maar daarna zijn er zes basisspelers vertrokken naar clubs in de omgeving die hoger spelen. Dat merk je gewoon.”

Toch blijft hij vertrouwen houden. “Het vertrouwen is er, maar het komt er niet altijd uit. Soms zit het gewoon even niet mee.”

Strijdlust ondanks tegenslag

Wat opvalt, is dat de groep niet uit elkaar valt. Integendeel.

“De energie is goed en we zijn echt een hecht team,” zegt Van Eck. “Alleen moeten we dat nog meer omzetten naar goed voetbal en resultaten.”

Hij is dan ook duidelijk over de kansen van SHO dit seizoen. “Ik geloof er nog steeds 100 procent in dat we het kunnen omdraaien.”

De focus ligt op één doel: lijfsbehoud. “Als we de nacompetitie halen en ons daarin redden, dan hebben we het goed gedaan. Daarna kun je weer bouwen.”

Van Eck weet ook waar het tot nu toe misging. “We hebben het laten liggen tegen directe concurrenten zoals VOC en Halsteren, dat is zonde. Maar uiteindelijk moet je het elke week laten zien. Er komen nu nog lastige wedstrijden aan, maar vaak zijn we juist beter tegen voetballende ploegen.”

Thuis bij SHO

Voor Van Eck voelt SHO als de juiste plek, zowel sportief als persoonlijk.

“Ik heb het goed naar m’n zin bij SHO,” vertelt hij. “Wat het voor mij extra bijzonder maakt, is dat ik al drie jaar samen met m’n neef Joost van Eck op het middenveld speel. Op en naast het veld vullen we elkaar goed aan en dat maakt het wel iets speciaals.”

Ook de club zelf speelt daarin een belangrijke rol. “Daarnaast is alles binnen de club goed geregeld. Voor nu zit ik hier op m’n plek, maar je weet nooit wat de toekomst brengt.”

De opkomst van een creator

Buiten het veld speelt zich een compleet ander verhaal af. Een verhaal van camera’s, views en groei.

“Ik heb vijf jaar in marketing gewerkt en deed social media voor bedrijven,” vertelt Van Eck. “Tijdens een reis van zeven maanden ben ik begonnen met video’s maken op m’n persoonlijke kanaal. Hier ben ik gewoon begonnen, zonder enige verwachtingen.”

Wat begon als experiment, groeide al snel uit tot iets serieus. Inmiddels werkt hij samen met merken zoals Robey Sportswear en Louwman Mercedes en bouwt hij gestaag aan zijn eigen platform.

Matchday vlogs die aanslaan

Steeds meer richt Van Eck zich op zijn eigen content, waarin vooral zijn matchday vlogs en andere formats goed aanslaan bij het publiek.

“Het leukste is dat mensen zien hoe het er echt aan toegaat,” zegt hij. “De kleedkamer, de voorbereiding, de spanning rondom wedstrijden. Dat stukje beleving spreekt aan.”

En dat blijft niet onopgemerkt.

“In de laatste vier weken tijd ben ik zo’n 7500 volgers gegroeid op Instagram en TikTok,” vertelt hij. “Dat gaat echt snel.”

Die groei merkt hij ook in het dagelijks leven. “Mensen herkennen je langs de lijn of op straat, willen op de foto of geven ideeën voor video’s. Dat maakt het alleen maar leuker om te doen.”

Van ‘cringe’ naar groei

Toch ging het niet vanzelf.

“In het begin vonden mensen het misschien een beetje ‘cringe’,” zegt hij eerlijk. “Maar ik ben gewoon doorgegaan.”

Die mentaliteit blijkt de sleutel tot succes. “Aanhouder wint. Op een gegeven moment gaan mensen het waarderen en dan begint het te groeien.”

Authenticiteit als kracht

In een wereld waarin veel creators op elkaar lijken, kiest Van Eck bewust zijn eigen pad.

“Ik zie anderen niet als concurrenten. Iedereen doet het op zijn eigen manier,” legt hij uit. “Je moet jezelf blijven en niet iemand anders nadoen. Dan val je op en blijven mensen je volgen.”

Dromen die steeds dichterbij komen

De ambities van Van Eck reiken verder dan alleen het amateurvoetbal.

“Ik wil doorgroeien in content rondom voetbal en auto’s,” zegt hij. “Dat zijn twee dingen die perfect bij mij passen.”

En de stappen worden steeds groter. “Je groeit van kleine samenwerkingen naar grotere namen, zoals werken met Ferrari’s en Lamborghini’s.”

Zijn dromen liegen er niet om. “Content maken op grote events zoals het WK of Champions League-wedstrijden bezoeken, dat zijn doelen waar ik naartoe werk.”

Een boodschap aan de achterban

Tot slot richt Van Eck zich tot de mensen die hem en SHO blijven steunen.

“De supporters wil ik echt bedanken dat ze er altijd staan en ons blijven steunen,” zegt hij. “We gaan er alles aan doen om het te redden dit seizoen.”

Ook voor zijn online volgers heeft hij nog een duidelijke boodschap:

“Er komt nog veel moois aan. Nog vetter dan wat er al is. Blijf volgen.”

‘Ik ben trots dat ik voor NAC mag spelen’

0

Voor Kiki Heshof (21) is NAC geen gewone club. Het is familie, emotie en een droom die werkelijkheid werd. Al sinds haar jeugd is ze verbonden aan de club. “Heel de familie is eigenlijk voor NAC en ik ben erin meegesleurd.”

Dat NAC diepgeworteld zit, blijkt uit alles wat de speelster van NAC Vrouwen zegt. Toen ze hoorde dat de club een vrouwenteam zou starten, hoefde ze niet lang na te denken. “Dat ik daar nu voor mag spelen… dat is een droom die uitkomt.” Dat ze nu zelf het geel-zwarte shirt mag dragen, voelt nog steeds onwerkelijk. In de familie hebben ze drie seizoenkaarten: één voor haar vader, één voor haar oom en afwisselend gaat één van de kinderen mee.

Extra mooi

Het afgelopen seizoen kende het team zeker hoogtepunten. Eén moment steekt er voor haar bovenuit: het nieuws dat NAC Vrouwen op het hoogste niveau van Nederland ging spelen. Het kampioenschap in de Eerste Divisie van vorig seizoen blijft daarnaast ook speciaal. “Heel dat seizoen was echt geweldig”, zegt ze trots. “Maar als ik één wedstrijd moet kiezen, dan denk ik toch aan die wedstrijd waarin we kampioen werden. Dat we dat gelijk in het eerste seizoen deden, maakt het extra mooi.” De stap naar de Eurojackpot Vrouwen Eredivisie betekende ook een flinke uitdaging. “Het is zeker weer een ander niveau dan waar we eerst speelden”, heeft Heshof gemerkt. “Het niveau ligt een stuk hoger. We hebben het af en toe wel lastig. Maar het belang en het doel zijn duidelijk. We willen strijden voor lijfsbehoud. Daar staat iedereen achter.” De steun van de supporters betekent veel voor haar. “Vooral als we in het Rat Verlegh Stadion spelen en er veel mensen komen kijken.” Het contrast met vroeger maakt het extra bijzonder. “Af en toe zit ik zelf in het stadion nog naar NAC te kijken”, vertelt ze. “Daar is het natuurlijk nog wel veel drukker, maar iedereen die bij onze wedstrijden komt kijken, leeft ook met je mee.”

Dromen najagen

Aan jonge voetballende meiden zou ze één duidelijke boodschap meegeven: “Sowieso altijd hard blijven werken en gewoon je dromen najagen.” Volgens haar draait het dan ook niet alleen om talent. “Als je iets wilt, je blijft er hard voor werken en je hebt er plezier in, dan ga je het bereiken.” Voor de toekomst hoopt ze dat NAC Vrouwen zich handhaaft in de Eurojackpot Vrouwen Eredivisie. Over haar eigen carrière blijft ze nuchter. “Mijn droom was sowieso om hier te spelen en een contract te krijgen. Al hoop je natuurlijk ook ooit nog in het buitenland te spelen.” Als ze NAC in één woord moet omschrijven, hoeft ze niet lang na te denken. “NOAD.” Om daarna toe te lichten: “Gewoon altijd blijven vechten, hard werken. Het hoeft er niet altijd helemaal tiptop uit te zien, want met hard werken kom je er ook.”

‘We willen sporters echt gaan begeleiden’

0

Meer gaan werken met sportverenigingen, zorgen voor een goede revalidatie én bijeenkomsten geven over blessurepreventie. Dat is wat ze bij MyFysioYourGym de komende jaren het liefste zouden willen doen. En dus is praktijkeigenaar Bianca Huijbregts druk in gesprek, onder meer met DIA. “We willen sporters echt gaan begeleiden.”

En met een fysiopraktijk in Teteringen, kom je dan natuurlijk al snel uit bij DIA. “Het lijkt ons tof om lokaal ons steentje bij te dragen. Zeker in het dorp.” Op welk gebied, legt Huijbregts (50) graag uit. “We richten ons met MyFysioYourGym sinds 2022 naast sportblessures, ook op leefstijl en preventie. Mensen kunnen hier niet alleen begeleid sporten en personal training krijgen, maar krijgen ook voedingsadviezen. Daarom zijn we anders dan een gewone sportschool. Daarmee zijn we onderscheidend. Dat maakt ons sterk.”

Eigen specialiteit

Want juist in die begeleiding, zit het verschil, vertelt Huijbregts. “De lijntjes zijn kort en het voelt voor de klant echt als één groot team.” Een team van zeventien collega’s, dat ze bij MyFysioYourGym nu ook graag in willen gaan zetten in samenwerking met sportverenigingen, vervolgt Lesley Schipperen, fysiotherapeut binnen de praktijk. “We zijn gekoppeld aan de tennis hier in Teteringen en zijn in gesprek met DIA. Maar ook samen met de hockey, willen we kijken wat we kunnen betekenen voor de sporters.” En dat is veel, vertelt Schipperen (28). “Iedere fysio heeft bij ons zijn eigen specialiteit. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld een voetballer, heel breed helpen.” Van een goede revalidatie, tot een fysiotraject. “Het aanmelden moet laagdrempelig zijn, zodat iedereen snel bij ons terecht kan, onderzocht kan worden en de blessure gesignaleerd kan worden. Mocht er dan een traject nodig zijn, kunnen we meteen gericht aan de slag met een fysio binnen onze praktijk.” Want vooral die begeleiding, is cruciaal, weet Schipperen. “Je ziet vaak dat als we een patiënt loslaten en ze weer teruggaan naar hun sport, dat ze tegen een drempel aanlopen. Kan ik dit al wel? Door naar hun veilige omgeving te gaan en mee het veld op, voorkomen we dat soort onzekerheden.” Een win-win dus eigenlijk. “De onderzoeken doen we bij ons op de praktijk, dat is met al onze middelen het makkelijkste. Maar voor de ‘return to play’ komen we graag op de club.”

Blessurepreventie

Toch is dat alles nog niet zo makkelijk, heeft Huijbregts gemerkt. “Het is lastig binnenkomen bij de clubs, omdat je vooral te maken hebt met vrijwilligers. Dus de lijntjes liggen er, alleen is het de uitdaging om contact te krijgen.” Om vervolgens, de ideeën te bespreken. “Wat zijn de wensen van een club? Zo willen we graag een sportspreekuur doen bij ons op de praktijk, zodat het heel laagdrempelig blijft.” De meerwaarde daarvan, zit hem volgens Schipperen vooral in het creëren van een veilige en goede revalidatie. “Daarom willen we ook graag bijeenkomsten gaan geven over blessurepreventie. Wat kun je doen om blessures te voorkomen? Bijvoorbeeld met een warming-up of specifieke krachttraining.” Kennis die nog wel eens ontbreekt, bij de voetbalclubs. “Sportverenigingen worden steeds afhankelijker van ouders. Daardoor zie je vaak dat een ouder als trainer langs de lijn staat, maar die weten niet altijd hoe ze een training goed op moeten bouwen of hoe ze spelers zo fit mogelijk kunnen houden. Daar willen we ze graag in gaan begeleiden!” Niet aanmodderen, maar zo snel mogelijk wat aan een pijntje of blessure doen, voegt Huijbregts daaraan toe. “Als die drempel laag is, komen sporters snel naar ons toe. In plaats van dat ze het wel even aankijken.” Nog genoeg winst te behalen dus. “Het is voor ons altijd heel tof om te zien dat een sporter weer prestaties kan leveren. Puur door goede begeleiding én niet te vroeg weer beginnen.” Ook Schipperen, geniet daar nog dagelijks van. “Mensen helpen terugkeren naar hun doel of sport, is het leukste wat er is.” En dus hoopt Huijbregts dat met MyFysioYourGym, op lokaal gebied, beter gecoördineerd aan te gaan pakken. “Daar willen we graag ons steentje aan bijdragen!”

‘Je wordt echt opgevangen als familie’

0

Van voetballen in Groningen, naar aansluiten bij PCP. Nick Blok moest in zijn eerste maanden best even wennen bij de vijfdeklasser uit Breda. Maar inmiddels, heeft de doelman zijn plekje helemaal gevonden. “Het voelt alsof het al jaren mijn vrienden zijn.”

Maar dat zijn, zijn teamgenoten bij PCP dus niet. “Ik kom oorspronkelijk uit Groningen en heb daar altijd bij ZEC gespeeld, een club uit een heel klein dorpje.” Tot Blok (25) op trainingskamp met de voetbal, zijn vriendin leerde kennen. “Die kwam uit Barendrecht.” Inmiddels, woont het stel in Lepelstraat en dus, moest hij op zoek naar een nieuwe club. “Een collega was de vrouw van Eric Adriaanse (speler en assistent bij PCP), die vertelde dat ze hier nog een keeper zochten.”

Meer een team

Een gesprek met de trainer, voorzitter van PCP én Adriaanse later, was het geregeld, vertelt Blok. “Daarna ben ik ook mee gaan trainen en het klikte meteen!” En dat doet het, gelukkig nog steeds. “Het bevalt prima. Ik heb het uitstekend naar mijn zin.” Al was het even wennen. “Groningen is wel anders dan PCP, haha.” Waar hem dat vooral in zit? “Bij mijn oude club, kende ik iedereen van kleins af aan. Dan weet je alles van elkaar. Dat is hier natuurlijk niet het geval.” Toch voelde zijn overstap, voor Blok als een warm bad. “Je wordt heel openlijk onthaald. Zowel door de staf, de spelers, als de supporters. Als het al jaren je vrienden zijn. Dat is natuurlijk wel heel fijn.” Binnen de lijnen, kan het beter, vindt Blok. “Qua resultaten, is het niet helemaal wat ik had verwacht. We hebben veel nieuwe spelers en individueel veel kwaliteit, maar het moet nog meer een team worden.” Waar de doelman dat vooral aan merkt? “Soms worden we laks of vechten we niet meer voor elkaar. We moeten gewoon alle neuzen dezelfde kant op krijgen en door blijven gaan.” Met het vertrouwen, zit het in ieder geval wel goed. “Het zit er zeker in! Nu moet het er alleen nog vaker uitkomen.” En dat is nodig ook, vindt Blok. “We kunnen beter dan dit. We staan nu twaalfde, dat is niet ons niveau. Een plek bij de eerste zes moet kunnen.”

Mooie uitdaging

Met hem, als meevoetballende keeper. “Ik speel niet graag de lange bal, maar probeer eigenlijk bijna altijd op te bouwen.” Ook zonder bal, is hij heel actief, vertelt Blok. “De verdediging coachen en ver voor mijn goal keepen.” Onder leiding van een nieuw trainersduo, Marco de Jong en Yuri Sayers. “Daar ben ik heel tevreden over! Alleen ook dat, is natuurlijk altijd even wennen. Niet iedereen weet nog altijd precies wat hij moet doen. Dat heeft tijd nodig.” Tijd, die Blok zelf in ieder geval meer dan genoeg heeft. Bij PCP dan welteverstaan. “Eerst wilde ik altijd nog wel graag een stap hogerop maken, maar dat hoeft voor mij nu niet meer. Dat is toch ook altijd verder buiten de deur en ik heb het druk genoeg met werk.” De projectmanager bij een verhuurbedrijf, hoopt de komende jaren dan ook vooral met PCP hoge ogen te kunnen gooien. “Dat lijkt me een mooie uitdaging, om met deze jongens zo hoog mogelijk te komen.” Hoe hij dat voor zich ziet? “Ik denk dat de vierde klasse heel realistisch is, daarna kunnen we verder kijken.” Eén ding is in ieder geval zeker: Blok heeft zijn plekje als Groninger helemaal gevonden in Breda. “Ik ben van plan om hier voorlopig te blijven. Het is gewoon heel gemoedelijk en je wordt door al die jongens echt opgevangen als familie!”

Klik op PCP voor de laatste artikelen over de club.
Klik op PCP voor meer informatie over de club.

‘Het is één en al gezelligheid’

0

Sinds iets meer dan een jaar, is Ria van Boxtel bij TVC Breda als kantinebeheerster verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de kantine. En ondanks dat er stiekem soms best wel wat tijd in gaat zitten, geniet de moeder van twee voetballende kinderen vooral van alle gezelligheid. “Ze komen nu ook steeds vaker even een praatje maken.”

Want inmiddels, begint Van Boxtel (38) voor de voetballers en supporters van TVC Breda, natuurlijk een bekend gezicht te worden. “Ze herkennen mij nu ook. Dus komen ze vaak even een praatje maken. Dat vind ik hartstikke leuk!” Als werk, ziet de inwoonster van Breda het dan ook absoluut niet. “Het is één en al gezelligheid. Ik heb het enorm naar mijn zin.”

Contact

En dat allemaal, nadat ze ruim een jaar geleden werd gevraagd, door het nieuwe bestuur van de club. “Of ik het leuk zou vinden om kantinebeheerster te worden.” Heel even nagedacht, besloot Van Boxtel het te doen. “Ik was toch al veel op de club én hielp de vorige beheerder regelmatig met allerlei dingen.” Haar band met TVC Breda, gaat dan ook al een lange tijd terug, vertelt ze. “Mijn kinderen voetballen hier allebei. Mijn dochter keept in de JO13-3 en mijn zoon speelt in de JO17-1. Daardoor kom ik er zelf nu ook alweer zo’n twaalf jaar.” Met veel plezier. “De gezelligheid onderling, tussen de verschillende teams, maakt het gewoon een heel leuke club.” Zoals Van Boxtel ook in de kantine, geniet van de gezellige sfeer. “De derde helft en het contact met de mensen, daar doe je het voor!” Al moet er natuurlijk ook wel gewerkt worden. “Op woensdag sta ik vaak achter de bar en ook tijdens clubavonden, ben ik aanwezig. Soms haal ik op vrijdag nog wat dingen uit de vriezer en op zaterdag ben ik er ook altijd.” Om op zondag, de boel schoon te maken en te zorgen voor de bevoorrading. “Dan doe ik de bestellingen voor zowel de keuken, als de bar.”

Drukker

Ook is Van Boxtel, die zelf nooit heeft gevoetbald, verantwoordelijk voor het inplannen van de vrijwilligers. “Dat is soms nog wel eens lastig, omdat je meestal terug moet vallen op dezelfde mensen. Dan is het regelmatig zelf gaten vullen, achter de bar.” Gelukkig, gaat dat steeds beter. “We hebben er een aantal vrijwilligers bij. Dus kan ik door middel van een peiling in de app, iedereen een paar uurtjes inplannen.” En dat is nodig ook. “Je merkt dat het weer drukker begint te worden in de kantine.” Ook aan de reacties. “Die zijn alleen maar positief. De kantine is opgeknapt en mensen zien dat het gezellig is.” De gemiddeld tien uur per week, steekt Van Boxtel er de komende jaren dan ook met alle liefde in. “Ik vind het hartstikke leuk, dus ik wil het zeker nog wel een tijdje blijven doen!”

Klik op TVC Breda voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TVC Breda voor meer informatie over de club.

‘Meiden zijn soms zelfs nóg fanatieker’

0

Door middel van de Girls Soccer Academy meiden die graag willen, een platform bieden. Dat is wat ze bij Boeimeer al een aantal jaar proberen te doen. Als trainer van de MO15 en MO17, weet Jurian van Ham als geen ander hoe belangrijk dat is. En met een hoop talentvolle speelsters die mee mogen trainen bij een BVO, slaagt hij daar samen met de club voorlopig meer dan uitstekend in. “Dankzij onze toenmalige voorzitter heeft het meidenvoetbal een enorme boost gekregen.”

En dat merk je, aan het fanatisme, vertelt Van Ham (35). “De meiden die graag willen hebben echt honderd procent inzet en willen er het maximale uithalen. In de regio rondom Breda, heb je eigenlijk niet zo’n platform. Daardoor is het een kleiner groepje, maar zijn ze nóg fanatieker.” Een fijne doelgroep dus om mee te werken. “Ze zijn ontzettend gedreven, goed aan te sturen en willen heel graag leren.” In zijn geval als trainer van de MO15 én de MO17. “Op maandagavond doet iemand anders de training, maar op woensdag, donderdag en vrijdag doe ik het.” Kortom. “Dat is best een druk programma, maar het is vooral heel leuk om te doen.”

Prestatiegericht

Lid van Boeimeer sinds zijn vierde, weet Van Ham dan ook eigenlijk niet beter. “Vanaf mijn vijftiende ben ik begonnen met training geven.” Eerst bij de kleinere jeugd. “En daarna heb ik alle leeftijdscategorieën wel doorlopen, tot aan het eerste elftal aan toe.” Wat is volgens hem het grootste verschil tussen het trainen van jongens of meiden? “Het fysieke en de aantallen. Bij het jongensvoetbal heb je gewoon veel meer spelers.” Want verder, merkt de inwoner van Breda er eigenlijk niks van, vertelt hij. “Die meiden zijn net zo fanatiek en gedreven. Af en toe misschien zelfs wel nóg fanatieker.” Aangestoken door zijn dochter, besloot Van Ham een jaar of vijf geleden om de overstap te maken naar het meidenvoetbal. “Mijn dochter wilde gaan voetballen, dus daarom ben ik haar toen training gaan geven.” Haar liefde voor het spelletje, heeft ze dan ook van niemand vreemd. “Ik heb zelf ook altijd bij Boeimeer gespeeld. Begonnen als aanvaller en vervolgens steeds verder naar achter. Vooral bij het tweede.” Ervaring, die Van Ham nu dus over probeert te brengen op zijn speelsters. “Als trainer ben ik vooral geïnteresseerd in het beter maken van die meiden. Echt puur het opleiden.” Iets waar ze bij Boeimeer, veel tijd en energie insteken. “We hebben de afgelopen jaren een opmars gezien in het aantal meiden. Ik wil ze graag een platform bieden binnen de club, zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen. Prestatiegericht.” En zoals gezegd, lukt dat vrij aardig. “In totaal trainen er nu twaalf meiden van ons mee bij een BVO en onze meidenteams, spelen op een mooi niveau. Hoofdklasse of divisie.” Het meidenvoetbal, is dan ook populair bij de club uit Breda. “Bij het jongensvoetbal werkt dat makkelijker, omdat de aantallen er vanzelf al zijn. Bij meiden moet je er meer aan doen, om het platform kenbaar te maken.” Vooral qua gedrevenheid, aan de prestatieve kant. “Je wilt dat iedere speelster, op haar eigen niveau kan spelen. De focus ligt bij ons dan ook echt op plezier, ontwikkeling en de ambitie die de meiden hebben.”

Tandje minder

Hoe zouden ze dat nog beter kunnen doen? “Sponsoring zou kunnen helpen. In het creëren van draagvlak, maar ook het verzorgen van materialen en andere randvoorwaarden. We hebben nu bijvoorbeeld sinds afgelopen jaar één VEO-camera binnen de club, om wedstrijden te kunnen filmen.” Kleding en de samenwerking met een fysio, is goed geregeld, vertelt Van Ham. “Maar ook dat, zou je kunnen verbreden.” Al is het alleen maar, om zijn werk op het veld makkelijker te maken. “Ik ben vooral heel veel bezig met het samenwerken met én zonder bal. Om dat, vanuit een bepaalde structuur te doen. Daar valt de grootste winst te behalen.” En als trainer van twee teams, kan de voormalig voetballer het weten. “Dat blijf ik niet voor altijd doen. Soms is het best wel een hoop geregel. Mijn dochter speelt bij de MO15, dus de afspraak is dat ik daar altijd bij ben op zaterdag. Maar soms is het niet te doen, om er bij allebei de teams te zijn.” Overleggen, gaat dan weer een stuk soepeler. “Dat is lekker makkelijk, met mezelf.” Bijvoorbeeld over speelsters. “In de basis hebben we er gelukkig altijd genoeg.” Hoe zou hij zichzelf omschrijven als trainer? “Ik probeer alles uit die meiden te halen. Dat is ook meteen mijn valkuil, dat ik er soms te kort op zit, omdat ik dan té graag wil. Soms kun je met een tandje minder, juist meer bereiken.” Want, zo gaat Van Ham verder. “Fouten maken mag, als het maar met de juiste intentie is.” Bezig aan zijn VC2-cursus, waarvoor hij stageloopt bij de MO20, zit ook de trainer zelf, allesbehalve stil. Wat zijn op dat vlak, zijn ambities? “Ooit zou ik wel een eerste elftal willen doen, maar voor nu ben ik met die meiden bezig. Met de MO17 trainen we drie keer in de week en je merkt, dat het meidenvoetbal hier echt aanzien heeft in de regio. Ze komen overal vandaan.” Boeimeer verruilen voor iets anders, zal Van Ham dan ook niet zo snel doen. “Ik ben een man van de club. Dit is gewoon mijn tweede thuis. Ik heb geen reden om ergens anders heen te gaan. Alleen hebben we hier nu geen eerste elftal… Of ik open zou staan voor een andere club? Dat weet ik niet.”

Klik hier voor meer informatie over BSV Boeimeer.
Klik hier voor meer artikelen over BSV Boeimeer.

Traets gaat clubs helpen: ‘Anders krijg je last van blessures’

0

Na 35 jaar actief te zijn geweest als sporttherapeut bij meerdere voetbalverenigingen, begint Ron Traets komend seizoen voor zichzelf. Geen vaste verzorger meer bij een club, maar door iedere vereniging in te huren. Als Traets Performance. “Het is mooi om spelers beter terug te krijgen.”

Een heel klein beetje met die insteek, maar vooral uit interesse, besloot Traets (58) in 1991 dan ook om de cursus tot sportmasseur te gaan doen. “Dat vond ik zo leuk, dat ik meer wilde weten.” De inwoner van Steenbergen volgde vervolgens een HBO-studie tot sporttherapeut en zat ook in de jaren daarna, allesbehalve stil. “In totaal heb ik nu 28 cursussen afgerond.” En dus bij meerdere voetbalclubs gewerkt, onder meer als verzorger. “Ik ben begonnen bij De Schutters, daarna zat ik bij VES’35, SC Gastel, Jong Oranje (zaal), RBC, Cluzona en de laatste tien jaar, bij Moerse Boys.”

Intensiteit

Daar komt, onder de noemer van Traets Performance, na dit seizoen dus een einde aan. “De afgelopen vier jaar, ben ik mezelf al meer gaan richten op performance trainingen. Dat wil ik nu gaan doen bij allemaal verschillende clubs.” In combinatie met conditietrainingen, hersteltrainingen én blessurebehandelingen. “Ik heb allerlei apparatuur gekocht. Bijvoorbeeld lasers, om sprinttrajecten uit te zetten en start- en eindsnelheid te kunnen testen.” Ook trackers, zitten in zijn assortiment. “Die kun je bij een speler om zijn kuit doen, zodat je alles kan meten. Van sprints, tot aan aantal kilometers én schoten.” Maar vooral, de intensiteit, legt Traets uit. “Zodat je de intensiteit van trainingen, op wedstrijdniveau kunt brengen. Als daar een te groot verschil tussen zit, krijg je natuurlijk last van blessures.” Wat kunnen clubs verder van hem verwachten? “Voetbalclubs kunnen mijn kennis inkopen en ik kom training geven. Op het gebied van performance, conditie, blessures en revalidatie.” Meerdere clubs, waaronder Moerse Boys, Sprundel en Gilze, hebben al contact met hem gezocht. “In overleg kijken we dan welk pakket het beste past. Vaak zijn dat een zestal trainingen, tijdens de voorbereiding, winterstop en in de eindfase. Maar ook trackers voor tijdens de training en de wedstrijd. Om te kijken naar de intensiteit. Plus natuurlijk een stukje blessurebehandeling.” En preventie. Want daar, is volgens Traets misschien wel de grootste winst te behalen. “Ik heb in die 35 jaar een hoop kennis opgedaan, onder meer door cursussen te volgen bij Errol Esajas, voormalig sprinter en tegenwoordig performance coach. Die zei altijd: als je met lege banden onder je auto gaat rijden, slijten ze harder. Dat is met voetballers in principe niet anders. Als je verkeerd loopt, slijten je gewrichten harder.”

Ongeluk

En dus gaat Traets vooral ook kijken, naar hoe spelers bewegen. Naast het bepalen van de anaerobe drempel. “Dat is het punt waarop je lichaam in de verzuring komt. Door dat punt te verleggen, kun je door speciale trainingsvormen helpen je lichaam efficiënter met lactaat om te gaan en je anaerobe capaciteit te verhogen. Lactaat gebruik je namelijk ook als brandstof. Dat gaan we tijdens mijn trainingen proberen te doen. Onder meer door de VIAD-test.” Precies daar, haalt Traets zijn voldoening uit. “Het is mooi om spelers beter terug te krijgen dan dat ze waren.” Iets wat in zijn eigen geval, na een ongeluk en de nodige operaties, niet meer lukte. “Ik ben op mijn negentiende aangereden door een auto. Toen heb ik het tot mijn 24ste nog geprobeerd, maar ieder jaar moest ik weer opnieuw geopereerd worden aan mijn been.” Ook schade aan zijn longen en borst, besloot de aanvaller er een punt achter te zetten. Bij De Schutters. “Ik heb nooit ergens anders gespeeld.” Heel vreemd was het dan ook niet, dat de spits of buitenspeler bij die club, begon als sportmasseur. “Op die manier ben ik er eigenlijk een beetje ingerold.” En nog altijd, met veel plezier. “Al heb ik er nu wel bewust voor gekozen, om straks de weekenden vrij te houden. Zodat ik die tijd, lekker aan mijn zes kleinkinderen kan besteden.” Maar eerst, nog kampioen worden met derdeklasser Moerse Boys. “Dat zou een heel mooie afsluiter zijn! Als we iedereen maar fit kunnen houden, dat is het belangrijkste.”

‘Veel kinderen komen los door de voetbal’

0

Op zoek naar een team voor zijn stage op school, werd Jens van Bijnen acht jaar geleden assistent-trainer van de JO9. Dat beviel hem zo goed, dat de inwoner van Prinsenbeek heel wat jaren later, nog altijd vol enthousiasme jeugdtrainer is bij Beek Vooruit. “Het is leuk om mijn passie voor voetbal over te brengen.”

Iets waar de inmiddels 23-jarige Van Bijnen, dus al op zijn vijftiende mee begon. “Ik moest stagelopen voor school en was op zoek naar een team.” Dat team, werd dus de JO9 van Beek Vooruit. “Bij Stefan van der Linden. Dat leek me leuk, omdat ik ook nog samen met zijn zoon had gespeeld.” Via de JO12, een jaartje NAC JO11, assistent van de JO17 en JO13, kwam de jeugdtrainer uiteindelijk na drie jaar als hoofdtrainer van de JO13 bij de JO14 terecht. Het team dat hij nu training geeft. “Je kan ze zoveel bijbrengen.”

Schorre stem

Bijvoorbeeld dus zijn eigen passie voor het voetbal. “Dingen die ik zelf heb ervaren als voetballer, meegeven aan die kinderen.” Sowieso, vindt Van Bijnen het leuk om met kinderen bezig te zijn, vertelt hij. “Ik werk op een BSO en als onderwijsassistent op een school.” Zelf voetballen, doet hij daarnaast dus ook nog. “Tot en met de JO19 heb ik altijd in de eerste teams gespeeld, maar toen ik trainer werd bij NAC, ben ik gestopt met selectievoetbal. Puur omdat dat niet meer te combineren was.” Inmiddels, voetbalt hij in het vijfde. “Twee jaar geleden heb ik mijn kruisband en meniscus gescheurd, en afgelopen december, heb ik mijn sleutelbeen gebroken.” Gelukkig heeft hij daar tijdens het training geven, geen last van. Wat maakt jeugdtrainer zijn nou zo leuk voor hem? “Je ziet bij die gasten echt dat er groei in zit. Als voetballer, maar ook als persoon. Veel kinderen komen los door de voetbal.” En door zijn manier van werken. “Door mijn leeftijd, kan ik natuurlijk heel goed tussen de groep staan.” Aan zijn fanatisme, ligt het dan ook niet. “Ik kan redelijk fanatiek zijn. Die passie probeer ik er ook wel in te leggen, zodat ik ze echt wat bij kan brengen. Mijn stem, zal je altijd horen langs de lijn.” Die is, na een week, dan ook wel wat schor, lacht Van Bijnen. “Dat komt ook door school, haha!” Met Maikel Kitslaar en Pieter Visschers, heeft hij in ieder geval twee assistenten die zijn stem zo nu en dan over kunnen nemen. “Soms trainen we op dinsdag wel eens apart in groepjes. Op donderdrag trainen we altijd richting de wedstrijd.”

Volgende stap

Voor het derde jaar op rij, met dezelfde groep. “We zijn drie seizoenen geleden vooral begonnen met techniek en loopladders, nu komt er ook steeds meer tactiek bij kijken.” Hoe ziet Van Bijnen dat in de toekomst voor zich? “Ik heb het nu al best wel druk met alles, maar zou graag verder willen als trainer. Misschien ooit wel bij een BVO. Daarom denk ik er nu wel over na om mijn VC3 te gaan doen.” Al ziet hij dat de komende twee jaar, nog niet gebeuren. “Ik ben nu bezig met mijn opleiding tot onderwijsassistent, dus dat zou wel te veel worden.” Een vertrek bij Beek Vooruit, sluit Van Bijnen op voorhand niet uit. “Vorig jaar ben ik nog op gesprek geweest bij RBC, dan merk je toch dat alles daar wat professioneler is. Dat zou een mooie volgende stap zijn. Of Baronie. Ook daar heb ik een keer gesproken.” Toch besloot hij dus, om het niet te doen. “Dat was lastig te combineren, met mijn werk en opleiding.” Hoe dan ook, zal Beek Vooruit voor hem altijd speciaal blijven. “Ik ben hier op mijn zesde begonnen en heb nog nooit ergens anders gezeten. En om als trainer bezig te zijn met jongens uit Prinsenbeek, is toch wel bijzonder. Gewoon dat dorpse en allemaal op je eigen dorp blijven.” Een dorp, vol met bekende gezichten. “Daardoor spreek je ouders ook vaak en zie je de kinderen ook buiten de voetbal.” Een groep kinderen, waar Van Bijnen iedere dag opnieuw van geniet. “Ondanks dat het soms best een pittige groep is. Het zijn best wel haantjes en ze hebben allemaal hun mondje bij. Vooral tegen elkaar.” Of de nummer zes, die ook als voetballer veel te fanatiek is, meegaat naar de JO15, weet hij nog niet. “Het kan ook dat ik bij de JO14 blijf.” Aan zijn manier van werken, zal in elk geval niks veranderen. “Ik probeer altijd van eigen kracht uit te gaan. We hebben goede voetballers, dus wil ik graag aanvallend voetbal spelen.” En dingen proberen. “Om spelers uit te dagen. Ze moeten met lef voetballen en fouten durven maken.” Lekker vooruit dus. “Je moet niet te verdedigend denken. Verdedigers mogen van mij ook gewoon inschuiven!”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.