Home Blog Pagina 4

Het blijft zoeken naar de balans voor UVV’40

0

Zorgen dat de materialen er zijn, het wedstrijdformulier invullen én zelf een wedstrijd spelen. Ties Jansen is bij vijfdeklasser UVV’40 naast voetballer, ook teammanager. En dus heeft de inwoner van Breda het er op zaterdag maar druk mee. “Vanaf de warming-up ben ik speler en gaat de knop om.”

Het verhaal is bekend. Begonnen als een vriendenteam, werd het tweede elftal van UVV’40 een aantal seizoenen geleden doorgeschoven naar het eerste. En behalve prestatief voetballen, komen daar meer dingen bij kijken, vertelt Jansen (27). “Er lagen allerlei taakjes voor het oprapen, toen heb ik de rol van teammanager opgepakt. Dat gaat goed!” Van schema’s maken voor het rijden, tot zorgen voor genoeg spelers. “Ik ben gewoon gezellig met mijn vrienden op pad én ik vind het leuk om dingen te regelen.”

Fanatisme

Een eigenschap die Jansen als projectmanager, wel in zich heeft. “Ik houd ervan als dingen goed geregeld zijn. Dus dan doe ik het maar zelf. Dan ben ik in ieder geval in control.” Tot tevredenheid ook van zijn teamgenoten. “De jongens vinden het ook leuk!” Maar hoe gaat dat er tijdens een zaterdagmiddag aan toe? “Vanaf de warming-up ben ik speler en gaat de knop om. Dan ben ik gewoon voetballer. Dat blijft toch het leukste.” En dat begon voor Jansen, bij Baronie. “Daar heb ik heel mijn jeugd gespeeld.” Een logische keuze, zo blijkt. “Een groot deel van mijn familie, heeft daar ook altijd gevoetbald. Er is zelfs een veld naar mijn opa vernoemd.” Tot Jansen in Nijmegen ging studeren en besloot om daar in de buurt te gaan voetballen. “Onder meer bij Blauw Wit en Kunde. Een echte studentenclub.” Na zijn studie Bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit, verhuisde Jansen weer terug naar Breda en kwam hij bij UVV’40 terecht. “Veel jongens waar ik samen mee speelde bij Baronie, waren inmiddels naar hier gegaan.” Vijf jaar later, nog altijd met evenveel plezier. “Het is een leuke en gezellige dorpsclub. En ik vind het leuk om in een eerste elftal te spelen. Selectievoetbal is toch leuker dan in een vriendenteam.” Jansen heeft het naar eigen zeggen, dan ook enorm naar zijn zin. “Ik vind het leuk als het ergens om gaat, maar het ook heel gezellig is als vriendengroep.” Toch wint het fanatisme, het bij hem vaak van de gezelligheid. “Als we bezig zijn, ga ik er vol voor en wil ik gewoon presteren. Als we verliezen, kan ik er echt een heel weekend ziek van zijn.”

Serieus oppakken

Helaas voor Jansen, doen ze dat bij UVV’40 dit seizoen vaker dan verwacht. “We staan nu negende, dus de resultaten vallen behoorlijk tegen.” Een verklaring, heeft hij daar overigens wel voor. “Op papier hebben we een grote selectie, maar de opkomst wisselt enorm. Daardoor zijn we heel wisselvallig.” Tevreden, zijn ze bij de vijfdeklasser dan ook allerminst. “We hebben een team met zoveel kwaliteit en we weten dat we het kunnen. Alleen is het lastig, als je niet iedere week met dezelfde elf in het veld staat.” Daarnaast, blijft het schakelen tussen serieus zijn en plezier hebben, merkt Jansen. “Daar komt ook een stukje conditioneel bij kijken. We trainen maar één keer in de week, maar sommige jongens zijn er alleen op zaterdag. Die trainen nooit met de groep. Terwijl veel tegenstanders, bijvoorbeeld wel gewoon twee keer trainen.” Met een gat van meer dan tien punten naar de eerstvolgende op de ranglijst, wordt stijgen nog lastig genoeg. “We zijn eigenlijk een beetje de beste van de slechtsten. Ondanks dat het verschil groot is, zouden we graag in het linkerrijtje willen eindigen.” Het doel, is dan ook simpel: “Meer punten halen. De derde periode winnen zou heel mooi zijn, maar eerst moeten we maar eens een reeks neerzetten en dat gevoel van winnen terugkrijgen. Het heeft nu geen zin om hoog van de toren te blazen.” Dat doet de rechtsback of nummer zes dan ook niet. “Ik probeer te zorgen dat mijn man niet scoort. Iemand die het moet hebben van hard werken en simpel spelen. Al heb ik wel een goede lange pass.” Een pass waar ze bij UVV’40 voorlopig, nog wel even van kunnen genieten, tenminste als het aan Jansen zelf ligt. “Ik hoop hier nog jarenlang te spelen. Dat hebben we ook met elkaar uitgesproken, als team.” Maar dan wel, door de boel wat serieuzer op te pakken. “We willen heel graag naar die vierde klasse, gewoon om ons daar te kunnen meten. Alleen blijft het zoeken naar de ‘sweetspot’ tussen gezelligheid en serieus voetballen. Dat komt wel, maar heeft gewoon even tijd nodig.”

Klik op UVV’40 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op UVV’40 voor meer informatie over de club.

Voorbeschouwing: MEC’07 – SSW

Op zaterdag 4 april staat op Sportpark MEC’07 in Maurik een interessante ontmoeting op het programma in de 5e klasse C. MEC’07 ontvangt SSW uit Dordrecht in een duel dat gezien kan worden als een topper in de competitie. De aftrap is om 14:00 uur.

Vorm MEC’07
MEC’07 laat de laatste weken een redelijk stabiel beeld zien. De ploeg bleef in de laatste drie wedstrijden ongeslagen, met onder andere een overwinning op Leerdam Sport’55 en een gelijkspel tegen Well. Eerder werd nog nipt verloren van Kerkwijk, terwijl de ruime zege op DSS’14 (11-0) het aanvallende potentieel van de ploeg onderstreepte.

Met deze resultaten blijft MEC’07 goed meedraaien in de bovenste regionen van de ranglijst.

Vorm SSW
SSW verkeert eveneens in goede vorm, ondanks de recente nederlaag tegen ASH (2-1). Daarvoor boekte de ploeg overtuigende overwinningen op Kerkwijk (3-0), FC Dordrecht Amateurs (2-0) en Real Lunet (0-8).

De ploeg uit Dordrecht laat zien gemakkelijk te scoren en beschikt over een sterke reeks, wat het tot een serieuze tegenstander maakt.

Onderlinge belangen
Beide teams zijn terug te vinden in de bovenste helft van de competitie en hebben belang bij een goed resultaat. In deze fase van het seizoen kunnen onderlinge duels tussen directe concurrenten van grote invloed zijn op de ranglijst.

Verwachting
De wedstrijd lijkt op voorhand in evenwicht. MEC’07 heeft het thuisvoordeel en liet zien moeilijk te verslaan te zijn in recente wedstrijden. SSW beschikt over scorend vermogen en zal proberen het initiatief te nemen.

Het duel kan worden beslist op details, waarbij zowel effectiviteit in de afronding als defensieve organisatie een belangrijke rol zullen spelen.

Conclusie
MEC’07 – SSW belooft een aantrekkelijk duel te worden tussen twee ploegen die in vorm zijn en bovenin meedraaien. Met belangrijke punten op het spel ligt een spannende wedstrijd in het verschiet, waarin beide teams een stap kunnen zetten richting de slotfase van het seizoen.

Klik op MEC’07 voor de laatste artikelen over de club.

Klik op SSW voor de laatste artikelen over de club.

Wiegerink geniet als jeugdtrainer: ‘Doen wat ze leuk vinden’

0

Als trainer van de JO11 en de MO13 van Bavel, maakt Robbert Wiegerink vaak lange avonden. Maar ondanks dat het soms best wel druk is, vindt het voetbaldier uit Breda het vooral heel erg leuk. “Het is heel tof om met zo’n groep aan de slag te gaan.”

Drukke, maar leuke avonden dus. “We trainen op dezelfde dag, dus dan sta ik gewoon wat langer op het veld.” Twee keer als trainer van de jongens en één keer per week bij de meiden. “Eerst van 17:15 uur tot 18:30 uur de jongens en daarna de meiden. Bij de MO13 hebben we er met Richard (den Hoed) een trainer bij, dus die is daar nu wat meer verantwoordelijk.” Een extra paar handen en ogen, die ze goed konden gebruiken, vertelt Wiegerink (40). “Anderhalf jaar geleden zijn we bij Bavel begonnen met de MO11, toen hadden we net genoeg speelsters. Daarna zijn we gaan flyeren op scholen en kwamen er steeds meer meiden bij. Nu zitten we op twintig!”

Aandacht geven

Hoe is het voor hem om training te geven aan zowel een jongens- als meidenteam? “Meiden hebben vaak eerst tien minuten nodig om hun verhaal te doen en zijn onderling bezig, jongens pakken een bal en gaan voetballen.” Maar, zo heeft Wiegerink gemerkt. “Tijdens een training luisteren meiden beter, die zijn meer gefocust.” Even wennen, was het in het begin voor de jeugdtrainer wel, is hij eerlijk. “Je bent toch jongens gewend. Ik benader ze op precies dezelfde manier, daar zit geen verschil in. Alleen leg je de lat wat minder hoog, qua vormen en uitleg.” Aanpassen aan het niveau dus. “Sommige meiden zitten voor het eerste jaar op voetbal. Dus daar moet je toch rekening mee houden.” Gelukkig, heeft Wiegerink als jeugdtrainer inmiddels genoeg ervaring opgebouwd. “Ik ben zes jaar geleden begonnen. Met de kleintjes op woensdagmiddag. Vervolgens ben ik steeds een team omhooggegaan.” Onder meer als trainer van zijn dochter en twee zoontjes. “Dat vind ik hartstikke gaaf om te doen! Lastig is het eigenlijk niet, omdat ik merk aan mezelf dat ik iedereen de nodige aandacht geef. Dat hoor ik ook van ouders.” Zijn liefde voor het spelletje, zit er dan ook van jongs af aan al in, bij Wiegerink. “Ik heb zelf altijd bij Baronie, JEKA, VVR en PCP gespeeld. Uiteindelijk ben ik vanwege een kruisbandblessure gestopt.” Niet geopereerd, ging er aan hem een speler met veel inzicht verloren. “Van mijn snelheid moest ik het niet hebben.” Iets voordoen op de training, lukt hem gelukkig nog wel. “En soms doe ik zelfs nog mee bij de veteranen.”

Fouten maken

Bij Bavel dus. “Mijn dochter wilde gaan voetballen en Bavel staat toch wel bekend om het meidenvoetbal. Veel clubs in Breda zijn groot, terwijl ik het mooi vind dat hier ieder team evenveel aandacht krijgt.” Voor Wiegerink zelf, een belangrijke reden om training te gaan geven. “En ik ben een voetbaldier. Dus dat zit er toch in.” Wat maakt het trainer zijn voor hem nou zo leuk? “Het is vooral heel tof om met zo’n groep aan de slag te gaan. Ik heb door mijn werk in de hulpverlening een pedagogische achtergrond, dus ik vind het mooi om die kinderen te zien groeien buiten de voetbal.” En iets te zien doen waar ze blij van worden. “Dat is heel waardevol. Daar krijg je veel voor terug.” Wiegerink stopt er dan ook met alle liefde tijd en energie in. “Het is mooi om te zien dat kinderen zich veilig voelen en de vrijheid hebben om te doen wat ze leuk vinden. Om daar een aandeel in te hebben, geeft mij voldoening. Hopelijk leren ze er ook nog wat van.” Want daar, draait het uiteindelijk natuurlijk wel om. “Ik ben een toegankelijke trainer en hecht veel waarde aan het groepsproces. Mijn coaching is altijd positief.” In combinatie met duidelijkheid en structuur. “Fouten maken mag. Iedere speler moet zich vrij voelen om zijn of haar ding te doen.” Alleen dan, ontwikkel je optimaal, vindt Wiegerink. “Ik probeer zoveel mogelijk bij de spelers zelf neer te leggen. Veel vragen stellen om het leervermogen te vergroten. Zelf in zien dat ze het anders kunnen doen, leren ze meer van.” In het bezit van zijn VC1-diploma van de KNVB, volgde Wiegerink onlangs ook de cursus tot voetbalscout bij de voetbalbond. “Daar leer je toch weer dingen die je ook kunt gebruiken als trainer.” En als lid van de jeugdcommissie bij Bavel. “Dat doe ik inmiddels ook alweer zo’n vijf jaar.” Al staat hij nog altijd, het liefste op het veld. “Dat vind ik echt heerlijk! Als het kan, zou ik zo mijn salaris inleveren en vijf dagen per week training geven.” Ambities, heeft Wiegerink dan ook genoeg. “Ik zou het heel gaaf vinden om ooit werkzaam te zijn bij een BVO en jeugdspelers verder te helpen.” In welke rol dan ook. “De focus ligt vaak op winnen, waardoor trainers langs de lijn alles voorzeggen. Dat vind ik zonde. Kinderen zitten in hun ontwikkeling, dus moet je ze zelf keuzes en fouten laten maken. Ook dat mentale stukje, probeer ik aandacht te geven.”

Klik op vv Bavel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Bavel voor meer informatie over de club.

Van hard trainen bij NAC naar jeugdinternational

0

Op zijn tiende liep hij voor het eerst rond op het complex bij Boeimeer. Inmiddels is Rayan van Aarst zestien jaar oud en geldt hij als één van de High Potentials van de club. De centrale verdediger van NAC Onder 17 weet wat hij wil: heel hard werken om bij NAC te slagen. “Speler worden van de eerste selectie van NAC, dat is mijn belangrijkste doel.”

Zijn liefde voor voetbal begon op vierjarige leeftijd. “Ik keek veel naar mijn broer en nam het spelletje van hem over.” Op zijn tiende, maakte hij de overstap naar NAC. “Sindsdien is het mijn tweede huis geworden.” Buiten het veld omschrijft hij zichzelf als ambitieus en sociaal. Iemand die zich makkelijk aanpast aan een groep. Die eigenschap helpt hem, zowel binnen als buiten het veld.

Internationale podium

Vorig seizoen tekende hij, samen met Pepijn Reulen, Thomas Goos, Jemuel Erat en Christian Chiza, zijn eerste profcontract bij NAC. Een beloning die vertrouwen geeft, maar ook verwachtingen met zich meebrengt. “Het laat zien dat de club in mij gelooft en mij ziet als een potentiële speler van NAC 1. Maar ik moet het zelf waarmaken.” Als centrale verdediger ligt zijn kracht in leiderschap en de typische NOAD-instelling: nooit opgeven, altijd doorzetten. “Ik ben fel in duels en ga de strijd altijd aan.” En als hij zelfkritisch is: “Wil ik mijn mentaliteit verbeteren. Nog meer gefocust blijven op mijn eigen taken en minder bezig zijn met randzaken.” Die leergierige houding, bracht hem naar het internationale jeugdpodium. Van Aarst werd opgeroepen voor de jeugdselecties van Oranje én Marokko (Onder 17). Voor Oranje O17 maakte hij door een afgelaste wedstrijd nog geen minuten, maar bij Marokko O17 wel. “Dat voelde als een beloning voor het harde werken.” Bij Marokko speelde hij samen met talenten van Europese topclubs als Chelsea, Real Madrid en AS Monaco. “Dan merk je dat het niveau hoog ligt. Internationaal worden fouten direct afgestraft. In de competitie kom je er soms nog mee weg, maar daar niet. Voor mij een heel mooie leerschool.” Qua speelstijl ziet hij duidelijke verschillen. “Bij Oranje is het wat meer voetballend en zoekt men vaker oplossingen over de grond. Marokko schakelt sneller van speelstijl als dat nodig is.” Een definitieve keuze tussen beide landen, heeft hij nog niet gemaakt, en dat hoeft ook nog niet.

Voetbal en school

Van Aarst traint al regelmatig mee met het eerste elftal in Zundert. Het verschil met de jeugdteams was meteen duidelijk. “Het tempo ligt hoger en het is meer fysiek. Echt fysiek voetbal.” Via het High Potentials-traject traint de jeugdinternational wekelijks extra met stafleden van het eerste elftal. “De tips van assistent-trainers neem ik mee in mijn wedstrijden. Dat maakt echt verschil.” Zijn dagen zijn strak gepland: in de ochtend trainen, daarna krachttraining en ‘s middags school. Meestal online, via het Johan Cruyff College Roosendaal. “Ik combineer voetbal en school al zo lang dat ik het gewend ben en niet anders weet”, zegt hij nuchter. Zijn ouders staan altijd langs de lijn en in zijn vrije tijd spreekt het talent, die Virgil van Dijk als voorbeeld heeft, graag af met vrienden. Van Aarst over zijn ontwikkeling en sterke punten: “Ik ga mijn verdedigende duels agressief aan, ben kopsterk, kan een crossbal geven en heb leiderschap.” Trots is hij voor nu vooral op zijn oproepen voor de jeugdteams van Nederland en Marokko. Momenten die bevestigen dat zijn harde werk loont, maar hij weet dat er nog veel werk aan de winkel is.

‘Ik zou echt niet meer op zondag willen spelen’

0

Overgestapt van de zondag naar de zaterdag, komt TVC Breda dit seizoen uit in de vijfde klasse. En na een goede start van de competitie, doet de ploeg mee voor de bovenste plekken. Een prestatie waar de pas zeventienjarige Keano Aerts meer dan tevreden mee is. “We hadden niet echt een doelstelling.”

Want hoewel TVC Breda dit seizoen op papier dus een niveau lager uitkomt, merkt de middenvelder daar in de praktijk eigenlijk niet heel veel van. “In de vierde klasse kreeg je meer ruimte om te voetballen, nu is het meer fysiek.” Terwijl ook de ploegen boven hen, behoorlijk goed kunnen voetballen, vindt Aerts. “Daardoor valt het niveauverschil met vorig jaar heel erg mee.”

Team blijven

Met een plek bij de eerste vijf, kan de inwoner van Breda dan ook wel leven. “We hadden niet echt een doelstelling, maar daar ben ik zelf wel tevreden mee!” Al had het misschien nog wel beter gekund, is hij eerlijk. “We begonnen heel goed aan het seizoen, daarna hebben we een aantal wedstrijden verloren.” Inmiddels, hebben ze de handschoen weer opgepakt. “In die lastige periode, zijn we als groep wel bij elkaar gebleven. Dat was heel fijn.” Toch mogen ze soms best iets kritischer op elkaar zijn, vindt hij. “Op een positieve manier. Want we moeten natuurlijk wel een team blijven.” Zeker, als de ploeg nog meer wil. “Ik hoop dat we nog een paar plekken kunnen stijgen. Dat zou leuk zijn!” Een echt doel, is dat overigens niet. “Maar we zullen ons uiterste best doen.” Op zaterdag dus, in plaats van op zondag. “Dat vind ik veel fijner. Ik zou nu echt niet meer op zondag willen spelen.” Helemaal in zijn geval, was het afgelopen seizoen soms best druk, vertelt hij. “Vaak speelde ik op zaterdag met de jeugd en zat ik op zondag bij het eerste.” Inmiddels, doet Aerts dat niet meer. “Vorig jaar zat ik ook al vast bij het eerste, maar speelde ik ook nog jeugdwedstrijden. Nu zit ik alleen bij de selectie.”

Meer durven

Een stap, die Aerts al op zijn vijftiende maakte, zo blijkt. “Dat was in het begin best wel even wennen. Aan het fysieke gedeelte, maar ook aan het voetbal. Daar heb je wel even de tijd voor nodig.” Gelukkig, gaat dat steeds beter, merkt de jongeling. “Ik ben aan het groeien en heb vooral voetballend stappen gemaakt, vind ik. Ik durf meer, daar ben ik blij mee. Al mag het nog meer!” Als middenvelder dus. “Ik was altijd aanvaller, nu sta ik linksmid. Iemand die veel loopt, vaak zonder bal. Een echte kilometervreter.” Een lopende speler, die kan aanvallen én verdedigen. “Maar verdedigend kan het nog beter.” Kwaliteiten, waar ze bij TVC Breda sinds zijn zesde al van kunnen genieten. “Al mijn vrienden zitten hier. Zowel in de jeugd, als bij het eerste. Daardoor zit ik hier gewoon op mijn plek.” Nog nooit ergens anders gevoetbald, ziet Aerts zichzelf dat voorlopig ook nog niet zo snel doen. “Ik wil zeker niet weg.” En de reden daarvoor, is simpel. “Natuurlijk heeft iedereen ambities om stappen te maken, maar ik kijk daar eigenlijk niet zo naar. We hebben een jonge ploeg en ik moet nog veel leren. Dat kan hier!”

Klik op TVC Breda voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TVC Breda voor meer informatie over de club.

Emonts op zijn plek bij Groen Wit: ‘Het plezier dat ze hebben’

0

Als liefhebber van het spelletje en oud-speler van onder meer SAB, JEKA en DIA, zag Collin Emonts het een seizoen of vier geleden, wel zitten om jeugdtrainer te worden bij Groen Wit. En begonnen bij de mini’s, is de inwoner van Breda inmiddels bij de JO10-2 aanbeland. Als assistent-trainer en leider. “Die groei vind ik leuk om te zien.”

Want groeien, dat doen ze, bij de JO10-2 van Groen Wit. Voetballend gezien dan. “Fysiek zijn we klein, maar als je ziet hoe we voetballen. Het positiespel zit er echt in.” Samen met Jaap Troost, geniet Emonts (40) daar als trainer dan ook het meeste van. “Je ziet die gasten groeien. Die ontwikkeling, vind ik leuk om te zien.” In zijn geval, op de woensdagavond en zaterdagochtend. “Tijdens de training help ik Jaap en op zaterdag, doen we samen de coaching.”

Fanatiek

Een rolverdeling, die hem uitstekend bevalt, vertelt hij. “Jaap heeft de pupillencursus gedaan, dus is beter in het bedenken van oefenstof dan ik. Daarnaast is hij een stuk rustiger, dat vult elkaar goed aan.” Trainingen bedacht door Troost, zorgt Emonts voor de ondersteuning. “Ik ben meer een beetje de motivator. Af en toe aanwijzingen geven en die jongens op scherp zetten.” En dat begon, dus allemaal zo’n jaar of vier geleden. “Eerst bij de mini’s en later werd ik leider bij de JO7.” Waarom? “Omdat ik het spelletje heel leuk vind, maar ik ook weet hoe lastig het is om vrijwilligers te vinden. Daardoor voelde ik mezelf ook wel een beetje verplicht om een team te coachen of te begeleiden.” Als trainer, van zijn zoon. “Dat is voor hem soms nog wel eens lastig, denk ik. Ik ben behoorlijk fanatiek en ook extra kritisch op hem. Al probeer ik daarin te minderen.” Hoe gaat dat thuis? “Daar is het onderwerp van gesprek vaak voetbal.” Heel gek, is dat gezien zijn eigen verleden als keeper ook niet. “Ik ben begonnen bij SAB, daarna heb ik in de jeugd gespeeld bij NAC en later in het eerste van JEKA, Unitas’30 en DIA.” Zijn liefde voor het spelletje, heeft Emonts in ieder geval doorgegeven aan zijn zoon. “We gaan regelmatig samen naar NAC, dat vindt hij hartstikke leuk.” Zoals ook de voetballiefhebber zelf, ervan geniet om bezig te zijn met zijn zoontje. “Ik vind voetbal gewoon heel leuk en sta graag op een voetbalveld. Als je dat samen met je zoon kan doen, is dat natuurlijk geweldig.”

Vriendjes

Maar ook van de rest van het team, kan Emonts ontzettend genieten. “Als je kijkt naar het plezier dat ze hebben, de ontwikkeling en hoeveel meer voetbal er nu in zit.” En dat allemaal, door op maandag, dan helpt Rob van Doornum, en woensdag, hard te trainen. “We doen veel pass- en trapvormen, positiespelletjes en partij.” Bij de club waar Emonts zelf, dus nooit heeft gevoetbald. “Ik ben echt door mijn zoontje bij Groen Wit terechtgekomen.” Een bewuste keuze, legt hij uit. “Vroeger ging iedereen uit de buurt naar SAB, nu gaan alle kinderen naar hier. Dus wilde mijn zoontje dat ook, om samen met zijn vriendjes te voetballen.” En in welk shirt zijn zoon ook speelt. “Als hij maar plezier heeft!” Aan de sfeer, ligt het in ieder geval niet. “Groen Wit is een klein clubje, daardoor is het extra gezellig.” Al schuilt daar ook het gevaar, weet de jeugdtrainer. “Het vinden van voldoende vrijwilligers, is best wel een uitdaging. Net als het hebben van genoeg ruimte.” Toch blijft Emonts, als het aan hem ligt, de komende jaren fanatiek betrokken. “Ik heb geen ambitie om echt hoofdtrainer te worden of mijn papieren te halen, maar vind het heel leuk om in een begeleidende rol mijn steentje bij te dragen!”

‘Ik wil eerst graag iets bereiken met SAB’

0

Trainer worden bij de club, waar je zelf jarenlang hebt gevoetbald. Voor Tonie Snoeren was er eigenlijk niks mooiers dan dat. En dus staat de voormalig middenvelder van SAB, sinds vorig seizoen als eindverantwoordelijke voor de groep bij de vijfdeklasser uit Breda. “Ik vind het vooral heel bijzonder en leuk.”

En dan het liefste aan promotie naar de vierde klasse, legt Snoeren (41) de lat meteen maar lekker hoog. “Onze doelstelling is top vijf en dan promoveren via de nacompetitie.” Maar gemakkelijk, wordt dat niet. “We zijn te wisselvallig. Het gaat echt op en af. Tot nu toe is het lastig voor ons om een aantal keer achter elkaar te winnen.” En dat terwijl zijn ploeg voetballend, de nodige stappen heeft gezet, vindt hij. “We moeten het echt met elkaar doen. Als team. Elkaar de kansen gunnen en de juiste keuzes maken.”

Mooi compliment

Om uiteindelijk constanter te worden. “Tegen de mindere ploegen moeten we onze punten blijven pakken, zodat de we tegen de bovenste ploegen bonuspunten kunnen pakken.” Al draait het voor Snoeren als trainer, niet alleen maar om winnen, heeft hij gemerkt. “Ik vind het heel erg leuk om met die jongens te werken. Vooral omdat veel van onze spelers echt nog jonge gasten zijn.” Jongens, die snel stappen maken. “Als je ziet dat het spel beter wordt, haal je daar voldoening uit. Daar doe je het als trainer uiteindelijk voor. Nu alleen de resultaten nog.” Maar die komen, als het goed is vanzelf. “Onze opbouw én het durven inspelen, gaat nu echt veel beter. Dat hebben ze jarenlang niet geleerd. Terwijl tegenstanders soms nu zelfs geen druk durven te zetten tegen ons. Dat vind ik een mooi compliment.” En dat, tijdens zijn eerste klus als hoofdtrainer. “Ik wil eerst wat met SAB bereiken, voordat ik ergens anders ga kijken.” Want één ding staat voor Snoeren als een paal boven water: “Dit is mijn club.” Extra speciaal, is het voor de inwoner van Breda dan ook allemaal wel. “Ik vind het vooral bijzonder en leuk, dat ik mijn eigen club mag helpen. Ik ken alle mensen hier, dus weet ook heel goed waar je tegenaan kan lopen.” In het bezit van zijn VC2 en voornemens om zich in te schrijven voor de VC3-cursus van de KNVB, probeert Snoeren dan ook vooral zijn eigen ding te doen. “Je moet vooral duidelijk communiceren. Dat is toch wel het belangrijkste. Eerst gaf ik geen uitleg als iemand wissel stond, maar dat doe ik nu wel. Dat zorgt voor meer rust en acceptatie.”

Steeds rustiger

Rust die hij als trainer, steeds meer begint te krijgen. “Je merkt nu vooral dat er een hele hoop bij komt kijken. Alles klaarzetten voor de training, randzaken, noem maar op.” Zat dat als speler, eigenlijk al in hem? “Toen was ik nooit bezig met trainer zijn. Daar was ik veel te fanatiek voor, dacht ik.” Hoe anders, is dat nu. “Het is leuk als je ziet dat je die jongens wat kan leren. Daar ontwikkel ik mezelf ook in. Daar haal ik veel plezier uit.” De voormaling nummer tien of negen, die op een uitstapje naar Unitas’30 en België na, altijd bij SAB speelde, hamert dan ook vooral op een stukje vertrouwen. “Die gasten kunnen allemaal voetballen, alleen dat besef moet er komen.” Zoals ook hij, dat als echte spelmaker altijd had. “Ik was ieder seizoen goed voor vijftien goals.” Afscheid nemen van het spelletje, kon Snoeren dan ook maar moeilijk. “Voetballen kriebelde bij mij altijd wel. Eenmaal in een lager team, merkte ik dat dat niks voor mij was. Toen ben ik weer in het eerste gaan voetballen.” Tot iemand hem vroeg, of hij geen trainer wilde worden. “In feite ben ik nu nog maar anderhalf jaar gestopt…” Alhoewel, gestopt. “Het kriebelt nog steeds, en soms doe ik tijdens de training nog wel eens mee.” Want hoe leuk het training geven ook is. “Het is heel anders dan zelf voetballen. Dat was wel even wennen. Er komt zoveel bij kijken, daar moet je voor jezelf echt je weg in vinden.” Bij de club, waar Snoeren sinds zijn vijfde komt. “Je weet gewoon wat je aan SAB hebt. Het is echt een familieclub, waar je honderd procent jezelf kunt zijn. Ons kent ons. Ik loop hier al van jongs af aan rond. Daarom vind ik het zo mooi om hier trainer te zijn.” En niet alleen voor de gezelligheid, lacht hij. “Ik ben een fanatieke trainer, al word ik steeds rustiger. Tijdens een wedstrijd kan ik niet op mijn stoeltje blijven zitten, omdat ik die jongens graag wil helpen.” Vooral met aanvallen. “Ik was zelf een aanvallende speler, dus dat wil ik als trainer ook. Al moet je daar natuurlijk wel het team voor hebben.” Van achteruit opbouwen en tot kansen komen. “Om op die manier de wil op te leggen aan de tegenstander.” Hoe ziet hij zijn eigen toekomst voor zich? “Mijn droom is om eerst iets te bereiken met SAB. Dat wil zeggen promoveren naar de vierde klasse. Daarom heb ik mijn contract ook verlengd.” De komende twee jaar, zal Snoeren dan ook nog geen stap naar een andere club maken. “Maar uiteindelijk wil ik graag zo hoog mogelijk komen!”

‘Ik geniet van ieder moment dat ik op het veld sta’

0

Afgelopen jaar als nummer drie gepromoveerd naar de derde klasse, draait DIA ook dit seizoen onverwachts bovenin mee. Een prestatie waar trainer Ad Looijmans vooral ontzettend trots op is. “Iedereen houdt nu toch een beetje rekening met ons.”

En niet voor niks, vindt de 32-jarige Looijmans. “We hebben stappen gemaakt in de energie die we in een wedstrijd stoppen. Als we dat blijven doen én we werken samen in het verdedigen, maken we het iedere tegenstander lastig.” Maar behalve dat. “Waren we ook lang de meest scorende ploeg van de competitie. Dat vonden we natuurlijk wel een heel mooie statistiek!” Een statistiek die past, bij de manier van voetballen, vertelt de trainer. “Het is leuker om vooruit te lopen dan achteruit. Dus doen we gewoon wat we leuk vinden. Daardoor krijgen we ook best wat goals tegen, maar dan moet je er gewoon eentje meer scoren.”

Nog leuker

Met een zesde plaats, lukt dat DIA voorlopig vrij aardig. “Het is toch wel boven ieders verwachting dat we zo goed meevoetballen in de derde klasse.” Trots, is wat Looijmans betreft dan ook een understatement. “Dat ik daar onderdeel van mag zijn, vind ik heel mooi. We hebben tot nu toe ook nog geen één keer onterecht punten gepakt.” In zijn eerste seizoen bij de club, valt de voormalig hoofdtrainer van onder meer SC Kruisland en TSC, dan ook met zijn neus in de boter. “Het is nog veel leuker dan ik dacht. Ik heb het nóg meer naar mijn zin.” En dat terwijl Looijmans ergens, wel een beetje wist wat hij kon verwachten. “Ik heb vorig seizoen een fantastische promotiewedstrijd gezien.” Een promotiewedstrijd, die dus zomaar promotie opleverde naar de derde klasse. “Eigenlijk zouden we dit seizoen vol voor promotie gaan en was het vorig jaar meer van: als we de nacompetitie halen, kijken we wel.” Is hij achteraf blij met de stap omhoog? “In eerste instantie wil je misschien zelf promoveren, maar uiteindelijk is dit natuurlijk beter!” Helemaal, nu het zo goed gaat. “We moeten het gewoon lekker op deze manier blijven doen en dan zien we wel wat er nog meer in zit. Eerst zo snel mogelijk veilig spelen.” Want hoewel DIA dus vooral naar boven kan kijken, is het gat naar onder voor Looijmans nog niet rustgevend genoeg. “Het is lekker als we er straks gewoon écht zijn.” En dat kan, volgens de oefenmeester maar op één manier: “Door gewoon normaal te doen. Dat is de reden dat we zoveel punten hebben gepakt.”

Trainer bij NAC

Vanzelf komt het voor de derdeklasser uit Teteringen dan ook niet. “Als onze energie wegvalt, valt ook meteen weg waarom tegenstanders het zo lastig hebben met ons. Juist dat hoge tempo, moeten we zien vast te houden.” Aan de bal, kan de ploeg nog wel wat stappen maken, vindt Looijmans. “We moeten wat rustiger worden in balbezit, zodat we meer kansen gaan creëren.” Aan de sfeer, ligt het in ieder geval niet. “DIA is een hartstikke leuke club én we hebben een mooi groepje gasten. Op en buiten het veld.” Veel te klagen, heeft Looijmans dan ook niet. “We hebben echt de stijgende lijn te pakken.” Ook bij NAC, waar de inwoner van Prinsenbeek trainer is van de JO16. Hoe is die combinatie voor hem? “Heel leuk! Bij NAC werk je echt met jongens die op een leeftijd zijn waarbij het heel interessant is om ze op te leiden voor het profvoetbal, terwijl die gasten bij DIA, het voetbal op een heel andere manier beleven. Die mix vind ik leuk.” Een mix, die ook veel overeenkomsten kent, vertelt hij. “Of je nu bij NAC of DIA speelt, ze zijn allemaal bloedfanatiek en willen heel graag winnen.” Al is er natuurlijk één heel duidelijk verschil. “Hier staat winnen echt voorop, terwijl het bij NAC draait om ontwikkelen en beter worden. Maar bij allebei, probeer je dat te combineren met zoveel mogelijk plezier!” Als het aan Looijmans ligt, blijft hij dan ook actief bij de club uit Breda. Maar dan wel in combinatie, met een ander seniorenteam. Volgend seizoen, staat hij namelijk voor de groep bij vierdedivisionist Baronie. “Als zo’n club komt, hoef je niet lang na te denken. Voor mijn ambities is dat een heel mooie stap. Daar kijk ik enorm naar uit.” Al voelt het voor Looijmans, in het bezit van zijn VC4-diploma, ook dubbel. “Het is jammer dat het maar bij één jaar DIA blijft.” Ook de introductie van het weekendvoetbal, speelde namelijk een rol in zijn beslissing om de club te verlaten. “We zouden hier dan heel veel op zaterdag moeten gaan spelen en dan moest ik, ook door NAC, een hoop wedstrijden missen. Dat is niet wenselijk voor de groep.” Een groep, die Looijmans flink zal gaan missen. “Daarom probeer ik nu extra te genieten van ieder moment dat ik met die gasten op het veld sta.”

Samen groeien, samen winnen: Nivo Sparta vrouwen zoekt versterking

Na het kampioenschap van vorig jaar en promotie naar de derde klasse staat het vrouwenteam van Nivo Sparta nu voor een nieuwe uitdaging, namelijk handhaving op hoger niveau. Onder leiding van trainer Stevan Aipassa draait het niet alleen om prestaties, maar vooral om plezier, ontwikkeling en saamhorigheid. Met een jonge, hechte groep is de ploeg bovendien nadrukkelijk op zoek naar nieuwe speelsters die willen meegroeien met dit ambitieuze team.

Stevan Aipassa staat inmiddels voor zijn derde seizoen aan het roer bij de vrouwen van Nivo Sparta en begint volgend jaar aan zijn vierde. Een bewuste keuze, want de samenwerking bevalt van beide kanten. Aipassa heeft zelf op hoog amateurniveau gevoetbald en rolde min of meer toevallig het trainersvak in. Wat begon als een grap, groeide uit tot een echte passie. Al snel ontdekte hij dat zijn hart vooral bij het vrouwenvoetbal ligt. “Bij vrouwen krijg je vaak meer terug,” vertelt hij. “Je moet soms geduld hebben, maar de inzet en dankbaarheid zijn groot.”

Die aanpak past perfect bij de huidige selectie. De trainer staat bekend als duidelijk en eerlijk. Wie traint, maakt kans om te spelen. Wie dat niet doet, weet waar ze aan toe is. Presteren en plezier gaan daarbij hand in hand.

Een jong team met een sterke klik

De selectie bestaat grotendeels uit jonge speelsters tussen de 17 en 25 jaar. Dat zorgt voor energie, dynamiek en een frisse sfeer. “Op het veld vechten de meiden voor elkaar, buiten het veld heeft iedereen haar eigen leven, maar zodra er wordt afgetrapt staat er een hecht collectief. Die balans is precies wat het team typeert,” vertelt Aipassa trots.

Ook buiten de lijnen is het gezellig. Zo werd er in januari een teamweekend georganiseerd in Limburg, waar spelletjes, quizzen en gezamenlijke activiteiten centraal stonden. De trainer mocht ook mee en genoot daarvan. “Zulke momenten versterken de onderlinge band en zorgen ervoor dat nieuwe speelsters zich snel thuis voelen.”

Promotie, realisme en ambitie

Vorig seizoen schreef het team geschiedenis door voor het eerst kampioen te worden. Die titel leverde promotie op naar de derde klasse. Een stap omhoog, met een andere dynamiek en sterkere tegenstanders. De ambitie dit seizoen is dan ook helder en realistisch: handhaving. “Als we erin blijven, is dat al een mooie prestatie,” klinkt het nuchter.

Toch is er altijd ruimte om hoger te kijken. Als het loopt en het team zich verder ontwikkelt, wordt er vanzelf gezien waar de grens ligt. Maar voor nu ligt de focus op stabiliteit, ontwikkeling en het verder bouwen aan een stevig fundament.

Trainingen en flexibiliteit

Aipassa houdt rekening met de realiteit van amateurvoetbal, want studie en werk gaan altijd voor. Speelsters die elders studeren, krijgen de ruimte om daar te trainen of zelfstandig fit te blijven, zolang ze op zaterdag maar scherp en fit aan de aftrap verschijnen. Die flexibiliteit wordt gewaardeerd en maakt het team toegankelijk voor meiden met verschillende agenda’s.

Wel is de huidige groep aan de krappe kant. Waar er vorig seizoen nog zo’n 25 speelsters waren, zijn dat er nu ongeveer 15. Dat betekent soms trainen met kleinere aantallen. Daarom is de club actief op zoek naar nieuwe speelsters.

Op zoek naar nieuwe gezichten

Voor meiden die overwegen om bij Nivo Sparta te komen spelen, ligt er een duidelijke boodschap: je komt terecht in een jong, fanatiek en gezellig team waar serieus wordt gevoetbald. Iedereen is welkom om mee te trainen en zich te laten zien.

Nivo Sparta vrouwen is geen ‘gezellig-alleen-maar-meedoen’-team. Er wordt gebaald bij verlies en genoten van winst. Presteren doet ertoe, maar altijd samen. Voor wie op zoek is naar een club waar voetbal, plezier en ambitie samenkomen, ligt hier een mooie kans.

Klik op Nivo Sparta voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Nivo Sparta voor meer informatie over de club.

Mitchell van de Graaf: “Voetbal is bij ons meer dan een hobby, het is een levensstijl”

Voor Mitchell van de Graaf draait het leven grotendeels om voetbal. De 34-jarige Dordtenaar combineert zijn rol als vader met die van trainer en werkt ondertussen hard aan zijn ontwikkeling binnen het trainersvak. Met duidelijke ambities en een sterke visie kijkt hij vooruit naar een volgende stap in zijn carrière.

Voetbal als rode draad binnen het gezin

Voetbal speelt een centrale rol binnen het gezin van Mitchell. Samen met zijn vrouw en twee zoons van 8 en 5 jaar is hij vrijwel dagelijks met de sport bezig. “Voetbal is bij ons echt onderdeel van het dagelijks leven. We zijn er bijna elke dag mee bezig, of dat nu trainingen zijn, wedstrijden of gewoon samen oefenen. Het is iets wat ons als gezin verbindt.” Zijn zoons zijn allebei actief bij ASWH, waar ze zich ieder op hun eigen manier ontwikkelen. “Het is bijzonder om dat van zo dichtbij mee te maken. Je ziet hoe ze groeien, niet alleen als voetballer maar ook als persoon. Dat maakt mij als vader trots en geeft mij ook extra inzichten als trainer.”

Van passie naar trainerschap

Naast zijn rol als vader is Mitchell inmiddels al zeven jaar actief als trainer. Momenteel is hij werkzaam binnen de jeugd van RCD, waar hij zich richt op de ontwikkeling van spelers, zowel individueel als in teamverband. “Ik ben het trainersvak ingerold vanuit mijn passie voor voetbal en het begeleiden van spelers. Wat mij het meest aanspreekt, is het proces van ontwikkeling. Spelers beter maken en ze zien groeien in hun spel en zelfvertrouwen, dat geeft mij veel energie.” Om zichzelf verder te ontwikkelen volgt hij momenteel de VC1-cursus. “Deze cursus helpt mij om mijn kennis te verdiepen en mijn manier van coachen te verbeteren. Ik wil mezelf verder professionaliseren, zowel op trainingen als in wedstrijden.”

Duidelijke visie en winnaarsmentaliteit

Als trainer omschrijft Mitchell zichzelf als gedreven en duidelijk, met veel aandacht voor zowel plezier als ontwikkeling. “Ik vind het belangrijk dat spelers zich vrij voelen om te leren, maar ook dat ze begrijpen wat er van hen verwacht wordt. Techniek, inzicht en mentaliteit gaan bij mij hand in hand. Daarnaast wil ik spelers een echte winnaarsmentaliteit meegeven.” Het creëren van een omgeving waarin spelers zich kunnen ontwikkelen én presteren staat daarbij centraal.

Ambities binnen het voetbal

Mitchell is klaar voor een volgende stap en zoekt een nieuwe uitdaging binnen een prestatieve omgeving. Zijn ambitie ligt bij een rol als assistent-trainer op divisieniveau, met als uiteindelijke doel om door te groeien. “Op de langere termijn wil ik doorgroeien naar hoofdtrainer van een eerste elftal. Ik wil op een zo hoog mogelijk niveau actief zijn en bekendstaan als iemand die spelers beter maakt en teams laat groeien.” Die ambitie vraagt volgens hem om volledige inzet. “Op prestatieniveau moet je er alles aan doen om het maximale uit je team te halen, zowel op als buiten het veld. Die verantwoordelijkheid neem ik serieus.”

Balans tussen gezin en voetbal

De combinatie van vaderschap en trainerschap vraagt volgens Mitchell om goede planning, maar voelt voor hem heel natuurlijk. “Mijn gezin en voetbal lopen in elkaar over. Juist doordat mijn kinderen ook voetballen, versterkt het elkaar en beleven we het samen.”

Een duidelijke boodschap richting clubs

Tot slot heeft Mitchell een duidelijke boodschap voor clubs die op zoek zijn naar een trainer.

“Clubs kunnen van mij een fanatieke en gedreven trainer verwachten, maar ook iemand die een echte mensenmens is. Ik wil verbinding maken en van een team een hechte voetbalfamilie maken. Tegelijkertijd ben ik duidelijk en vraag ik het maximale om samen doelen te bereiken.”

Met zijn ambitie, ervaring en duidelijke visie lijkt Mitchell klaar voor een volgende stap binnen het voetbal.

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.