Home Blog Pagina 4

Armandiaz Robijn ziet voldoende potentie in selectie Goes Zaterdag

GOES – Met promotie als doelstelling aan het begin van dit seizoen mag worden gezegd dat de seizoensstart van Goes Zaterdag 1 in de vierde klasse verre van top is. De ploeg van middenvelder Armandiaz Robijn staat onderaan en moet echt een huzarenstuk gaan voltooien om alsnog de promotieplekken te bereiken.

“Het is zuur om te constateren dat we een seizoensstart beleven die niet echt past bij de ambitie die we als spelersgroep hebben uitgesproken. De potentie in de selectie is absoluut aanwezig in mijn ogen, maar het komt er tot op heden totaal niet uit. We hebben een aantal nieuwe jongens erbij gekregen en dat is echt wennen. Een nieuwe dynamiek en daarin moeten de puzzelstukjes nog op zijn plek vallen. Toch ben ik er van overtuigd dat we met deze spelersgroep de stap omhoog zouden kunnen maken. Om dat alsnog dit seizoen te realiseren dat wordt misschien wel een bijna onmogelijke opgave. Maar als de boel bijeen blijft dan zie ik hier zeker kansen.”

Robijn begon in de jongste jeugd bij de mini’s met voetballen bij v.v. Goes en bleef daar tot zijn twaalfde. “Toen werd ik opgepikt door JVOZ en heb ik vier seizoenen daar in de voetbalopleiding gezeten. Ik heb in die jaren veel geleerd maar uiteindelijk verloor ik er het plezier in het voetbal en ben ik er weer vertrokken. De keuze viel toen weer op Goes omdat ik weer in een vertrouwde omgeving wilde voetballen samen met mijn vrienden.”

Bij zijn oude club hervond hij het plezier en stroomde samen met een aantal vrienden vanuit de JO19 uiteindelijk door naar het zaterdagteam waar de 22-jarige middenvelder nu alweer een aantal jaar deel uitmaakt van de hoofdmacht. “Dat bevalt me perfect. Alleen is het nu even jammer dat de sportieve prestaties een beetje achterblijven maar ik heb er alle vertrouwen in dat dit ook weer gaat goedkomen.”

Als controleur op het middenveld is de kleine Robijn in het elftal van trainer Pearl Doesburg wel een vaste waarde. “Het is een fijne plek op ‘zes’, waar ik met mijn loopvermogen en behendigheid probeer mijn waarde te hebben voor het elftal. Ik ben fysiek niet de sterkste maar dankzij JVOZ heb ik wel geleerd om me daartegen te wapenen. Slim voetballen, goed de situaties inschatten en proberen om uit de duels te blijven. Ik heb graag de bal en probeer vanuit mijn positie het spel te controleren. Een leuke rol waar ik mezelf graag nog verder in wil ontwikkelen. Ik ben nog jong dus wat dat betreft heb ik nog hopelijk een flink aantal jaar om daaraan te blijven werken.”

Kevin Buijsrogge stimuleert jeugd van Teisterbanders

Kevin Buijsrogge is zo’n naam die bij Teisterbanders inmiddels onlosmakelijk verbonden is met de club. Al bijna dertig jaar loopt hij rond op sportpark De Woerd, eerst als jeugdspeler, later als vaste waarde in het eerste elftal en tegenwoordig als routinier in het derde. Alsof dat nog niet genoeg is, staat hij ook wekelijks op het veld als jeugdtrainer én is hij een van de drijvende krachten achter het kaboutervoetbal. Een echte clubman, in de meest pure zin van het woord.

De liefde voor Teisterbanders begon al op jonge leeftijd. Buijsrogge groeide niet eens direct op in de buurt, maar raakte bij toeval verknocht aan de club. “Ik woonde toen zo’n tien kilometer verderop en voetbalde bij ISC,” vertelt hij. “Maar ik ging een keer met mijn neefje mee naar de slotdag van Teisterbanders. Dat is elk jaar een groot jeugdfeest, met springkussens en allerlei activiteiten. Die dag vond ik zó leuk, dat ik hier ben gebleven.” Sindsdien is hij niet meer weggegaan. “Ik voetbal hier nu 29 jaar, bijna dertig.”

Buijsrogge speelde jaren in het eerste

In al die jaren doorliep Buijsbrogge praktisch alle jeugdelftallen en schopte hij het uiteindelijk tot het eerste. “Ik heb ongeveer tien jaar in het eerste gespeeld,” zegt hij nuchter. “Tussendoor zat ik nog een periode in het tweede, vanwege werk, maar verder heb ik alles hier meegemaakt.” Het typeert zijn band met de club: altijd aanwezig, altijd betrokken. Zelf omschrijft hij zich als voetballer zonder poespas. “Ik was vooral een harde werker. Geen uitzonderlijk talent, maar door keihard te werken kwam er meer uit dan er misschien in zat.” Zijn positie? “Meestal in de spits, maar net wat uitkwam.”

Inmiddels bouwt Buijsrogge rustig af in het derde elftal, samen met jongens die hij al jaren kent. Toch is hij nog lang niet klaar op de club. Integendeel. De afgelopen jaren vond hij een nieuwe rol langs de lijn. Zijn trainersavontuur begon min of meer vanzelf. “Mijn oudste is nu negen en mocht op zijn vijfde beginnen met voetballen,” legt hij uit. “Toen ben ik hem gaan trainen en van het een kwam het ander.” Eerder had hij al kort ervaring opgedaan als jeugdtrainer, onder meer vanwege een opleiding lichamelijke opvoeding. “Dat vond ik toen al leuk, maar het kwam er daarna niet meer van. Totdat je kinderen krijgt en een club trainers nodig heeft. Dan zit je er ineens middenin.”

Buijsrogge richt zich tot de jeugd

Tegenwoordig is Buijsbrogge trainer van JO10-1 en daarnaast nauw betrokken bij het kaboutervoetbal. Samen met een aantal teamgenoten uit het derde elftal zette hij een laagdrempelig initiatief op voor de allerkleinsten. “We hebben allemaal kinderen van die leeftijd,” vertelt hij. “Dus dachten we: waarom starten we niet iets voor vier- en vijfjarigen?” Elke thuiswedstrijd van het eerste staat de zondagochtend in het teken van de ‘kabouters’. “Drie kwartier lekker bezig zijn, rennen, spelletjes doen. Het is gratis en vrijblijvend. Als ze zin hebben, komen ze. Zo niet, dan is dat ook prima.”

De insteek is bewust simpel gehouden. Geen prestatiedruk, geen vaste verplichtingen. “Het gaat erom dat kinderen bewegen en plezier hebben,” benadrukt Buijsrogge. “Je ziet wel verschil hoor. De één is nog vooral bezig met bloemetjes langs het veld, de ander wil echt al leren voetballen. Maar dat is helemaal goed.” Voor hem zit de waarde vooral in het motorische aspect. “Ik heb het idee dat kinderen tegenwoordig minder buiten spelen dan vroeger. Dan vind ik het belangrijk dat ze hier gewoon kunnen bewegen.”

Wat het trainerschap voor hem zo leuk maakt, is het moment waarop alles samenkomt. “Op zaterdag zie je terug wat je door de week traint,” zegt hij. “Bij de jongste jeugd duurde dat even, maar nu ze ouder worden, zie je echt vooruitgang. Dat geeft voldoening.” Die voldoening haalt hij niet alleen uit resultaten, maar vooral uit betrokkenheid. “Als je ziet dat kinderen met plezier naar de club komen, dan weet je waar je het voor doet.”

Clubjongen Job Tramper bij DwO’15 gewend aan nieuwe positie

DRIEWEGEN – Als jeugdspeler was Job Tramper (21) altijd actief voor DwO’15 en daarvoor SVD Volharding, dus met recht is hij een ‘clubjongen’ te noemen. Hij debuteerde op zijn zestiende en is dus nu bij de vijfdeklasser aan zijn vijfde seizoen begonnen en is hij inmiddels goed gewend aan zijn nieuwe rol in het veld.

“Ik ben van nature altijd een echte middenvelder geweest. Geen technische speler, maar een harde werker die in dienst speelt van het elftal. Dat is een rol die me goed ligt maar de trainer heeft vorig jaar gekozen om me op een nieuwe positie te gebruiken. Sindsdien speel ik als links- of rechtsbuiten want van origine ben ik eigenlijk een middenvelder. Controlerend en altijd in dienst van het elftal. Hard werken, ballen veroveren en inleveren bij de creatieve jongens. Zo speelde ik altijd, maar nu heb ik dus sinds vorig seizoen een totaal andere rol. Leerzaam en ook wel weer leuk tegelijk. Ik probeer het in elk geval zo goed als ik kan in te vullen.”

Twee nieuwe versterkingen op het middenrif bij de vijfdeklasser zorgen er nu voor dat Tramper even uit zijn comfortzone moest stappen, maar plichtsgetrouw als hij is geniet hij nu ook als aanvaller van de speelminuten die hij maakt voor zijn club. “Natuurlijk. Het maakt me vrij weinig uit op het moment waar ik voetbal, zolang ik maar de kans krijg om te spelen en mezelf als voetballer te blijven ontwikkelen. Liever dan voorin spelen als basiskracht dan vanaf de kant toekijken en invallen als middenvelder.”

Dit seizoen heeft de inwoner van Ovezande met een aantal doelpunten en assists in beker en competitie zijn waarde als aanvaller al bewezen, al is de start niet direct wat men er bij DwO’15 van had verwacht. “We hadden het doel om misschien mee te spelen voor de titel, maar dat was buiten een onverwacht sterk Biervliet gerekend. De rest van de team zijn redelijk aan elkaar gewaagd in elk geval. Maar het is wel zaak om punten te blijven pakken om zicht op de prijzen te houden. Wanneer we de nacompetitie halen dan hebben we het dit seizoen prima gedaan. Ik hoop de komende maanden in elk geval veel te spelen, te leren én van waarde te zijn en blijven. Mochten we na de degradatie van vorig seizoen direct kunnen terugkeren naar de vierde klasse zou dat geweldig zijn. Of dat lukt dat zal ook grotendeels aan ons zelf liggen.”

RKTVC viert groots feest met 75-jarig jubileum

De Tielse voetbalclub RKTVC blaast komend seizoen 75 kaarsjes uit. Een mijlpaal die de vereniging niet ongemerkt voorbij wil laten gaan. Integendeel: het jubileum wordt aangegrepen om stil te staan bij het verleden, maar vooral ook om vooruit te kijken. Irma Tabakovic, vicevoorzitter en kartrekker van het jubileum, speelt daarin een sleutelrol. “Dit moet een viering worden voor de hele club.”

Officieel bestaat RKTVC op 4 januari precies 75 jaar. Toch wordt de aftrap van het jubileum iets later gegeven. Op 10 januari vindt de officiële start plaats, gecombineerd met de traditionele nieuwjaarsborrel. “Dat moment lenen we zich perfect voor een formeel begin,” legt Tabakovic uit. “Met genodigden van de KNVB, de gemeente, andere verenigingen en natuurlijk onze eigen leden.” Overdag staat het officiële gedeelte op het programma, ’s avonds wordt er feestgevierd. “Het moet wel een echte jubileumdag worden.”

RKTVC pakt behoorlijk uit

Het grote hoogtepunt volgt later in het seizoen. In het weekend van 30 en 31 mei staat sportpark RKTVC volledig in het teken van het 75-jarig bestaan. “We hebben bewust voor die periode gekozen,” zegt Tabakovic. “Hopelijk is het lekker weer en kunnen we alles buiten doen. Dat is voor de jeugd ook veel leuker.” Het programma wordt nog verder ingevuld, maar de contouren zijn duidelijk. “Denk aan veteranenwedstrijden, onderlinge duels en activiteiten voor alle leden. En natuurlijk een groot feest.”

Dat het jubileum geen simpele organisatieklus is, werd al snel duidelijk. Tabakovic leidt de jubileumcommissie, die inmiddels uit vijf leden bestaat. “Er komt ontzettend veel bij kijken. Je wilt het goed doen, het is tenslotte 75 jaar.” Financieel is de club in elk geval goed voorbereid. De opbrengst van de Grote Clubactie werd volledig gereserveerd voor het jubileum. “Onze jeugdleden hebben enorm hun best gedaan. Uiteindelijk haalden we ruim 5.500 euro op. Dat willen we ook echt weer teruggeven aan de club.”

Tabakovic nauw betrokken bij jubileum

De betrokkenheid van Tabakovic bij RKTVC gaat verder dan alleen het jubileum. Ze zit inmiddels aan haar vierde seizoen bij de club en rolde relatief snel het bestuur in. “Na een jaar was er een bestuurscrisis en samen met iemand uit het damesteam heb ik me toen aangemeld.” Sindsdien hield ze zich vooral bezig met PR en marketing, maar door het vertrek van meerdere bestuursleden kreeg ze er steeds meer verantwoordelijkheden bij. “Samen met de penningmeester hebben we een volledige reorganisatie opgezet. Inmiddels staat er weer een bestuur van zes mensen.”

Het was soms kantje boord. Tijdens een recente algemene ledenvergadering moest Tabakovic zelfs waarschuwen voor de toekomst van de vereniging. “We hadden geen aanmeldingen voor bestuursfuncties. Dan moet je uitleggen dat een club zonder bestuur simpelweg niet kan bestaan.” Dat moment maakte indruk. “Dan sta je daar als jonge bestuurder tegenover mensen die al tientallen jaren lid zijn. Dat is niet makkelijk.”

Jubileum begint nu echt vorm te krijgen

Toch overheerst inmiddels het optimisme. “Als ik zie wat we nu weer hebben opgebouwd, dan geeft dat vertrouwen.” De motivatie haalt Tabakovic vooral uit de jeugd. “Ik ben geen diehard voetbalfanaat, maar ik vind het prachtig om te zien hoe mensen samenkomen op de club.” Vooral de glimlach bij de jongste leden blijft hangen. “Als je ziet hoeveel plezier zij hebben tijdens een toernooi of activiteit die jij mogelijk maakt, dan weet je waar je het voor doet.”

Het jubileum van RKTVC is daarmee meer dan alleen een feestweekend. Het is een moment van trots, saamhorigheid en toekomstvisie. “75 jaar is bijzonder,” besluit Tabakovic. “Maar het belangrijkste is dat we ervoor zorgen dat de club er over 25 jaar ook nog staat.”

‘We willen met Rillandia graag meespelen om de prijzen dit seizoen’

RILLAND – Net als vorig seizoen hoopt men bij vijfdeklasser Rillandia weer bovenin mee te draaien. Via de nacompetitie lukte het uiteindelijk niet om te promoveren. Daarom moeten Davie Vos en zijn ploeggenoten opnieuw vol aan de bak om zichzelf richting de vierde klasse te gaan voetballen. ‘We willen graag meedoen om de prijzen en proberen promotie te realiseren.’

Die jacht op de prijzen en een mogelijke promotie gebeurt overigens ook met een nieuwe hoofdtrainer voor de groep. Bram Kot heeft Edwin in de Weij opgevolgd die na een flink aantal seizoen het stokje overgaf. Kot is een oude bekende want hij was er in het verleden ook al eens drie seizoenen trainer. “Ik heb bij het eerste alleen Edwin meegemaakt als trainer dus nu is het wel weer verfrissend dat er een ander gezicht voor de groep staat. We hebben vrijwel dezelfde groep maar proberen wel met een ander plan en andere werkwijze onze doelstellingen nu te bereiken.”

Vos speelt al sinds zijn vijfde aan de Bathseweg en is bezig aan zijn vierde jaar in het eerste elftal. De 24-jarige middenvelder speelt zijn wedstrijden altijd als ‘controleur’ op het Rillandse middenrif. “Dat heb ik ook in de jeugd gespeeld en is een heerlijke plek om te voetballen. De balans bewaken is iets wat altijd wel in mijn natuur als voetballer zit. Wanneer andere spelers de aanval kiezen probeer ik te zorgen voor de restverdediging en het middenveld te bezetten. Ik vorm een koppel met aanvoerder Wessel in de Weij. Hij schuift in aanvallend opzicht dan door en dat werkt goed. We voelen elkaar in het veld goed aan en dat is heerlijk voetballen.”

Dat het op dit moment qua prestaties nog niet helemaal draait zoals gehoopt heeft volgens de controleur wel verschillende oorzaken. “Onze laatste pass blijft soms achterweg of is te onnauwkeurig. Maar we scoren ook simpelweg te weinig en hebben vaak te maken met wisselingen in de opstelling door blessures. Als dat allemaal wat stabieler wordt dan moet het vanzelf weer de goede kant op gaan vallen.”

Zelf heeft Vos tot nu toe alles gespeeld en hoopt hij dat de rest van het seizoen ook vol te blijven houden. Het doel blijft overeind staan. “We gaan voor de top-drie en willen weer proberen om een periode te pakken. Als dat lukt dan mogen we als selectie denk ik ook tevreden zijn.”

Voorzitter uit betrokkenheid: ‘Ik wil er gewoon zijn voor mensen’

Een achtergrond in de voetballerij heeft Frank Schellenboom niet, maar dat heeft hij nooit als een belemmering gezien. Sinds eind 2018 is Frank Schellenboom (61) voorzitter van voetbalvereniging Rozenburg. “Ik wil klaarstaan voor mensen, dat heeft er altijd al ingezeten”, zegt hij. “En ik heb me politiek altijd ingezet voor sport.”

In 2000 kwam Schellenboom in Rozenburg wonen, na al een veelzijdig leven waarin dingen altijd op zijn pad kwamen. “Ik heb nooit iets gepland in het leven. Dingen gebeurden gewoon. Ik ben melkboer geweest, van mijn 21ste tot 34ste, was later teamleider bij een supermarkt en ben later weer de bloemenhandel ingegaan. In Rozenburg rolde ik de politiek in. En nu doe ik weer totaal iets anders: ik zit in de brandstoffen, als planner en chauffeur in het brandstoftransport.”

Zo gek is het dus niet dat Schellenboom in 2018 bij de voetbalvereniging in zijn dorp verzeild raakte, zonder voetbalachtergrond. “Ik was vroeger korfballer, in Maassluis. Dat heb ik zo’n beetje tot mijn 21ste gedaan. Maar toen ik een eigen bedrijf kreeg, als melkboer in een SRV-wagen, had ik daar geen tijd meer voor. Ik maakte werkweken van zo’n 70 uur. Ik heb altijd veel en hard gewerkt. Ik stopte als melkboer in Vlaardingen omdat ik moest investeren in een nieuwe wagen, maar de markt werd steeds kleiner. De SRV-wagens verdwenen steeds meer uit het straatbeeld. En toen had ik nog de leeftijd om iets anders te gaan doen. Toen ik stopte, had ik nog twee deuren over bij een flat; dat waren er twintig. Je deed het vooral voor oudere mensen, maar supermarkten kwamen steeds meer op en waren tot later open.”

Manier van leven
Terug naar het heden. Al zeven jaar is Schellenboom inmiddels voorzitter van Rozenburg. “Ook weer ingerold, zoals met alles. Ik heb diverse voorzitterschappen gedaan en doe dat nog steeds. Ik ben bij veel dingen in Rozenburg betrokken. Joh, ik vind het gewoon leuk om te doen. Mensen vragen weleens waar ik de tijd vandaan haal, maar het is gewoon een manier van leven. De voetbalclub slokt ook tijd op, maar ook dit vind ik leuk. Toen ik begon, moesten we een heel nieuw bestuur samenstellen. Dat lukte, en dat geeft ook gewoon energie.”

Rozenburg is gezond, vertelt Schellenboom. “We zijn bezig met de modernisering van het terrein en de kantine. Financieel gaat het goed, we hebben een brede jeugdafdeling met veel potentie voor de toekomst. We kunnen onszelf goed bedruipen, dat is belangrijk. Ik vind het voetbalwereldje ook leuk, vanaf het begin eigenlijk. Als voorzitter moet je soms shit opruimen, mensen bij elkaar brengen en ben je soms crisismanager, maar het op de juiste plaats zetten van mensen vind ik interessant.”

“Je moet vrijwilligers neerzetten op plekken waar ze zich lekker voelen. En dat is soms trekken. Het gaat goed hoor, met het aantal vrijwilligers, maar het kan altijd beter. We zijn geen kinderopvang; het moet ook echt uit de ouders komen. Als dat niet gebeurt, stoppen wij met een elftal.”

Brede basis
Het bestuur van Rozenburg bestaat tegenwoordig uit zes mensen. “Dat is een brede basis voor de hele vereniging”, vindt Schellenboom. “En we hebben zo’n 650 leden, dat is eigenlijk al jaren stabiel. Soms verdwijnt er één, maar we hebben ook altijd wel aanwas. Er is nog genoeg te doen, maar zolang ik er plezier in houd, ga ik door. We hebben gewoon een ontzettend gezellige club. Het is ook ontspanning. Ontspanning door inspanning, zeg ik altijd. Je ontmoet veel mensen, drinkt een biertje met elkaar en we maken het gewoon met elkaar gezellig.”

Blessurevrij blijven is voor Koen van Os grootste doel bij Kapelle

KAPELLE – Vanuit Colijnsplaatse Boys trok Koen van Os naar JVOZ waar hij tot zijn zeventiende speelde. Daarna keerde hij nog zeven jaar terug. Door een verhuizing naar Kapelle besloot hij om bij de lokale club aan te sluiten en daar speelt hij nu alweer voor het vierde seizoen bij het eerste. En nog elke seconde met heel veel plezier.

“In die seizoenen heb ik al een kampioenschap én een degradatie meegemaakt. Twee verschillende emoties en ook daar tussenin een hele hoop waardevolle voetbalervaringen. Van alle dingen die je ervaart als speler daar leer je van, zowel positief als negatief. Het is voor mij een perfecte omgeving om mijn favoriete hobby te kunnen beoefenen. Vanaf het eerste moment voel ik me thuis en ben ik door alles en iedereen heel goed opgevangen.”

Van Os speelde bij Colijnplaatse Boys vijf seizoenen centraal achterin en twee als spits. De eerste twee seizoenen bij Kapelle was hij wekelijks de vaste spits die voor de doelpunten moest zorgen. Inmiddels ziet de wereld er qua veldpositie voor de 29-jarige Van Os onder trainer Marcel Koole compleet anders uit. “Klopt inderdaad. Ik speel nu niet langer als diepste spits maar kom nu vanaf het middenveld. Dat is toch wel even anders qua invulling. Dat kan afwisselend verdedigende- of aanvallende middenvelder zijn met Finn de Mol voor mij als spits. Het is nu vooral zaak dat ik in de zestien opduik als ik in een aanvallende rol speel. Daarbij vraagt het meer qua loopvermogen dan ik voorheen gewend was.”

Met zijn ploeg had de middenvelder een goed start die werd gevolgd door een mindere periode van wedstrijden en resultaten. “Het is een pittige competitie en dus moet je wekelijks op je hoede blijven. Soms is het nog te wisselvallig en doet dat niet altijd recht aan de kwaliteit die we in onze selectie hebben. Ik denk zeker dat we een groep hebben die breed én kwalitatief genoeg is voor dit niveau. Ik ben nu vooral blij dat ik weer wekelijks daar onderdeel van kan zijn.”

Hij zegt het met een soort van opluchting want het afgelopen seizoen heeft Van Os vooral vanaf de zijkant moeten meemaken door verschillende blessures aan de enkel. “Dat was echt enorm balen. Ik ben altijd wel iemand geweest die blessuregevoelig is maar een seizoen zoals vorig jaar heb ik zelden tot nooit meegemaakt. Als je dan aan de kant staat en je ziet dat het soms moeizaam gaat dan wil je graag een bijdrage leveren. Als dat door fysieke ongemakken dan niet kan is dat extra frustrerend. Gelukkig zijn de problemen aan het gewricht nu volledig weg en kan ik weer pijnvrij en voluit alles meedoen. Dan voel je jezelf toch meer van waarde dan wanneer je staat toe te kijken.”

Met Kapelle hoopt hij dit seizoen sowieso in de subtop van de derde klasse te eindigen en het dus beter te doen dan de achtste plek van vorig jaar. “Mochten we dan misschien nog een periode mee kunnen pikken dan zou dat wel bonus zijn. Al is in mijn geval het seizoen al geslaagd als ik het blessurevrij weet af te sluiten. Fit blijven, lekker voetballen en mijn waarde hebben voor het elftal dat is het enige wat nu vooral belangrijk is.”

‘Als we geen kampioen worden, doen we het goed fout’

Melvin Winterberg heeft een mooie carrière achter de rug, met prachtige avonturen bij Barendrecht, OVV en Nieuwenhoorn, en in de jeugd van Feyenoord, Sparta en Spijkenisse. Maar dat wil niet zeggen dat de Hellevoeter alleen voor de gezelligheid bij FC Vlotbrug is gaan voetballen.

De stap van eersteklasser Nieuwenhoorn naar vijfdeklasser FC Vlotbrug afgelopen zomer is voor de buitenwereld bijzonder, maar voor de hoofdpersoon zelf eigenlijk niet. “Ik stop liever een jaar te vroeg dan een jaar te laat,” zegt hij over zijn vertrek bij Nieuwenhoorn, waar hij aanvoerder was. “En met FC Vlotbrug kunnen we iets moois neerzetten. Als we dit jaar geen kampioen worden, dan doen we het goed fout.”

En daar rekent Winterberg niet op. Hij verwacht dat FC Vlotbrug volgend seizoen vierdeklasser is. Met vlag en wimpel. “Wij zijn ook topfavoriet, met spelers die op een hoger niveau hebben gespeeld. En toch is het moeilijker dan mensen van buitenaf soms denken. Tegenstanders stellen zich op ons in.”

Warm gevoel

Dat het FC Vlotbrug werd voor Winterberg, was afgelopen zomer geen moeilijke keuze. “De trainer, Robin Bredius, is een van mijn beste vrienden. En ik heb sowieso veel bekenden en vrienden bij deze club. Dat Ferani van Vugt kwam was ook belangrijk. Ik wilde ergens heen waar ik een warm gevoel bij heb. Ja, ik had iets lager dan de eerste klasse kunnen gaan voetballen, in de tweede of derde klasse, maar als je die club niet kent, de mensen niet, vind ik dat het niet waard.”

Winterberg moet toegeven: het verschil tussen de eerste en vijfde klasse is aanzienlijk. “Maar het is ook niet twee vingers in je neus werk. Natuurlijk heb je wat meer tijd op het veld. Het niveau is lager, maar van ons team weer hoger. Want wij kunnen met deze ploeg hoger spelen.”

Ook de sfeer rondom wedstrijden is anders, vertelt hij. “Soms zie je bij een uitwedstrijd tien supporters langs het veld staan, dat ben ik niet echt gewend. Bij FC Vlotbrug is het wel drukker, we hebben een aardig veld ook, maar je speelt ook weleens wedstrijden op een veld waar je de koeien nog niet op loslaat,” lacht hij. “Maar dat wist ik hè, dat het qua sfeer en beleving anders zou zijn. Ik klaag niet. Het is de andere charme van het amateurvoetbal.”

Poldervaart en Van den Berg

De carrière van Winterberg is er een waar veel amateurvoetballers direct voor zouden tekenen. “Ik heb bij veel clubs een mooie tijd gehad. Maar als ik er een club uit moet halen, denk ik gelijk aan Barendrecht. Niet alleen vanwege het hoge niveau en geweldige wedstrijden in een prachtige ambiance tegen bijvoorbeeld Spakenburg, het was echt een gezellig team. En dat zie je niet vaak op dat hoge niveau. De trainers die ik daar heb gehad waren Jack van den Berg en Adrie Poldervaart.”

Van allebei leerde Winterberg veel, zegt hij. “Maar de beste trainer die ik ooit gehad heb, is wel Adrie Poldervaart. Hij was de beste. 24/7 is hij met voetbal bezig. Maar wat ik ook zo goed aan hem vind, is de menselijke kant. Hij weet alles van iedereen, geeft goede trainingen en is geweldig in zijn communicatie. In een bespreking voorspelt hij precies wat er in een wedstrijd gebeurt. Dat had Jack trouwens ook.”

FC Vlotbrug is het eindstation van Winterbergs loopbaan. Een loopbaan die – misschien – ook anders had kunnen lopen. In de jeugd van Sparta maakte hij deel uit van een bijzondere lichting. “Met spelers als Kevin Strootman, Nick Viergever, Georginio Wijnaldum en Lerin Duarte. Bijna iedereen haalde het profvoetbal,” vertelt Winterberg.

“Ik ben destijds zelf vertrokken toen ik naar de B zou gaan. De club stopte met het ophalen van spelers met busjes, dus moest ik zelf naar de club toe. Dat werd lastig. Ik heb daar wel spijt van gehad. Via Spijkenisse hoopte ik het alsnog te halen, maar dat lukte niet. Als je ziet dat veel spelers prof worden en jij niet, baal je wel even. Maar joh, ik heb wel een mooie carrière gehad op amateurniveau.”

John van Leeuwen na vertrek bij Simonshaven: ‘Ik zal Bjorn altijd helpen’

Twee jaar lang stonden ze samen als trainers langs de lijn bij het eerste team van Simonshaven: John van Leeuwen (62) en Bjorn Jeurissen (39). Een duo dat elkaar al lang kent uit de Rotterdamse haven, waar ze collega’s zijn. Hun samenwerking groeide uit tot een hechte vriendschap. Van Leeuwen is inmiddels vertrokken naar zijn oude club Swift Boys, maar over Simonshaven en over Jeurissen praat hij nog altijd met warmte.

 

De basis voor hun samenwerking werd niet gelegd op het voetbalveld, maar op de werkvloer. “We werken al jaren samen in de logistiek,” vertelt Van Leeuwen. “Dat is een wereld waar je eerlijk en direct moet zijn, waar je wat tegen elkaar kunt zeggen. Dat kunnen wij. Dat vertrouwen hadden we al lang voordat we samen gingen trainen.”

 

Toen Jeurissen besloot het trainersvak in te stappen bij Simonshaven, was één telefoontje genoeg. “Bjorn vroeg of ik hem wilde helpen. Hij had de ambitie om hoofdtrainer te worden en zat in zijn cursus. Ik had de papieren, dus ik kon hem begeleiden. Zo is het begonnen.”

 

Kleine club, grote betrokkenheid

Voor Van Leeuwen bleek Simonshaven een onverwacht plezierige stap. “Het is een heel klein cluppie, met een paar elftallen en weinig jeugd, maar met een geweldige sfeer,” zegt hij. “De spelersgroep is leuk, de mensen eromheen zijn betrokken. We hebben twee seizoenen lang met plezier gewerkt. Daarom deed ik het ook.”

 

De samenwerking verliep moeiteloos. “We zaten altijd op één lijn. Als we op het werk even de opstelling bespraken, kwamen we altijd op hetzelfde uit,” lacht Van Leeuwen. “Bjorn ziet het spel goed, kan analyseren waar het fout gaat en dat vertalen naar oplossingen. In hem schuilt een heel goede trainer.”

 

Groeien

De ervaren Van Leeuwen, die eerder onder meer werkte bij clubs als CION, Poortugaal, Rijnmond  Hoogvliet Sport, Lekkerkerk en FIOS, zag zijn collega in korte tijd groeien. “Bjorn was in het begin nog een jonge hond, net als toen hij zelf voetbalde. Ik heb hem ooit als speler gehad bij IJsselmonde. Ik zei: hou je een beetje rustig. Dat heeft hij echt opgepakt. Zeker in het tweede jaar stond hij er als trainer. Hij is echt gegroeid.’ Hun samenwerking leverde ook sportief resultaat op: twee keer nacompetitievoetbal, al bleef promotie uit.

 

De band blijft. “We kunnen eerlijk tegen elkaar zijn, en dat is in voetbal zeldzaam,” zegt Van Leeuwen. “Bjorn is voor mij meer dan een collega of medetrainer, hij is een vriend geworden. Ik was zelfs getuige op zijn huwelijk op Mallorca.”

 

In een LinkedIn-bericht schreef Jeurissen bij het afscheid van Van Leeuwen van Simonshaven: “Na twee jaar samen te hebben gewerkt met John van Leeuwen bij Simonshaven is het tijd om afscheid te nemen. Afscheid is dan natuurlijk alleen op het veld en niet op kantoor. Vooral de mentorrol en de positiviteit naar de spelers toe is wat ik het meeste heb gewaardeerd. We kijken terug op een fantastische periode met twee periodetitels.”

 

Van Leeuwen: “Dat respect is wederzijds. Bjorn gunde mij ook mijn nieuwe stap. Dat zegt alles.”

 

De cirkel rond bij Swift Boys

Deze zomer keerde Van Leeuwen terug bij Swift Boys, de club waar hij 25 jaar geleden kampioen werd als speler. “Toen ze me vroegen, twijfelde ik niet. Voor mij is dat de club waar het allemaal begon. En ze hebben daar inmiddels een prachtig complex, mede dankzij de samenwerking met Excelsior. Er zit potentie in die club.”

 

Toch zal Simonshaven voor hem altijd bijzonder blijven. “We praten nog vaak over voetbal, ook op het werk,” zegt hij. “Bjorn traint op maandag ASWH onder 23, ik help hem nog steeds waar ik kan. Gelukkig bestaat dat nog in het voetbal. Dit kan een harde wereld zijn, en je bent zo vergeten, maar dit zijn de leuke dingen van voetbal. Ik zal hem altijd helpen!”

Klik op SV Simonshaven voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Simonshaven voor meer informatie over de club.

Puzzelstukjes bij HKW’21 beginnen steeds beter in elkaar te vallen

HOEDEKENSKERKE/ KWADENDAMME – In de F’jes bij Kwadendamme zette Lars Geus zijn eerste stappen op voetbalschoenen. Vanuit de jeugd stapte op zijn zeventiende in bij de senioren. Eerst bij het tweede en momenteel is hij al enkele seizoenen vaste waarde bij het vlaggenschip van de vijfdeklasser.

 

“We bivakkeren nu in de middenmoot en daar ben ik eigenlijk wel tevreden mee. Vorig seizoen speelde we nog nacompetitie maar wisten we het niet te redden. We waren graag na de degradatie direct weer gepromoveerd maar dat lukt jammer genoeg niet. Nu is deze competitie echt wel een stukje sterker geworden en als je ziet hoe teams als Biervliet en Philippine presteren dan is dat knap. Daaronder zit een groep met clubs die allemaal heel erg aan elkaar gewaagd zijn. Dat is enerzijds natuurlijk leuk omdat elke wedstrijd ergens om gaat, maar anderzijds moet je ook elke week alert zijn. Want een paar keer een mindere zaterdag en je staat zomaar in het rechterrijtje.”

 

In de zomerperiode veranderde er wel het nodige bij de club. Zo stopten een aantal ervaren krachten trainer Miso Josipovic koos voor een nieuwe uitdaging bij competitiegenoot VC Vlissingen. Met Peter Koster heeft HKW’21 nu een nieuw gezicht voor de selectie staan en dat was ook voor Geus even wennen. “Dat is ook normaal. We hebben jongens met ervaring verloren, kregen met twee zware blessuregevallen te maken en wat doorkwam uit de JO19 is nog altijd erg jong. Dat vang je niet zomaar op. En dan komt er ook een nieuwe trainer, met nieuwe werkwijze, oefenstof en accenten qua speelstijl. Zoiets moet wel groeien en dat kost tijd.”

 

Door de blessures en krappere selectie staan er nu wekelijks vier tot vijf jongens uit eigen jeugd of afkomstig uit een lager elftal in de basis. “Dan denk ik dat het nog best knap is wat we met elkaar nu in wedstrijden aan de dag leggen. We spelen in de middenmoot en dat moet voor ons dit seizoen ook het doel zijn. We hebben een groep met jonkies en een kern die rond de vijfentwintig jaar is. Daar kunnen we nog jaren mee vooruit en dat is voor een club als HKW’21 ook noodzaak.

 

Geus is één van de oudere spelers en vindt het leuk om die jonge jongens wegwijs te maken, te sturen en coachen. “Het is voor mij een groeiproces en een nieuwe rol. Als centrale verdediger probeer ik alles goed weg te zetten en te coachen. Het zou me leuk lijken op termijn hier nog eens richting vierde klasse te gaan. Dat zal nu nog niet lukken, maar als deze groep bijeen kan blijven dan ben ik benieuwd wat er uiteindelijk nog uit te halen valt.”

Klik op HKW’21 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HKW’21 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.