Home Blog Pagina 4

Eric Pannekoek keert na hartstilstand terug langs de lijn bij HSSC’61

0

Eric Pannekoek (60) traint al achttien jaar bij HSSC’61. Bijna elke jeugdlichting is wel eens langs hem gekomen, plus de vrouwen en verschillende seniorenteams. In maart, tijdens een JO19-wedstrijd stopte zijn hart er mee. Dat hij nu weer gewoon op het trainingsveld staat, zegt veel over de man zelf. En over zijn band met de club.

Eric voetbalde als kind in Zeeland, in Goes, tot zijn tiende. Daarna verhuisde het gezin naar omgeving Leerdam. Zelf speelde hij als tiener, eind jaren ’70, bij HSSC’61. Als vader begon hij jaren later met coachen bij Leerdam Sport, de club van zijn schoonfamilie. Zijn oudste zoon, nu 31, trainde hij daar zo’n vijf jaar. Maar toen die zoon twaalf werd, wilde hij naar HSSC om bij zijn vrienden te voetballen. Eric had zelf nog contacten bij HSSC en regelde de overstap. Ze zijn er nooit meer weggegaan. Dat is inmiddels achttien jaar geleden.

Bijna elke jeugdlichting getraind

In die achttien jaar trainde Eric eigenlijk alle leeftijdsgroepen, van de JO9 tot de JO19. Hij volgde daarbij vooral zijn drie zoons, nu 31, 19 en 14 jaar oud, maar coachte ook weleens teams waar zijn eigen kinderen niet in speelden. Tussendoor deed hij een paar jaar de vrouwen, en verschillende seniorenelftallen. Het liefst trainde hij de oudste jeugd, JO17 en JO19. “Dat is een geweldige leeftijd. Die jongens gaan op zoek naar van alles, of het nou drank is of vriendinnen. Dan ben je als trainer soms meer dan alleen trainer.” Die band blijft hangen.

Oud-spelers groeten hem nog steeds niet bij zijn naam, maar met “hé trainer.” Een officieel trainersdiploma haalde hij nooit, en een eerste elftal heeft hij ook nooit gecoacht. Daar was simpelweg geen tijd voor, naast twee trainingen per week en volle zaterdagen. Tegenwoordig traint hij het derde, met veel oud-spelers uit zijn eigen jeugdteams erin, en begeleidt hij ‘s ochtends de JO14.

Dood neergevallen op het veld

Op 21 maart 2026 coachte Eric een wedstrijd van de JO19, Lekvogels tegen HSSC’61, in Lexmond. Zijn middelste zoon speelde mee, hij zit inmiddels ook in het derde. Vlak na het rustsignaal werd Eric duizelig. Hij probeerde het hek langs het veld vast te pakken. Dat redde hij niet meer. Hij kreeg een hartstilstand en viel neer op het veld. “Ik rook niet, ik drink niet. Het kan je blijkbaar als mens gewoon overkomen.” Ouders van spelers die langs de lijn stonden, herkenden direct wat er gebeurde en konden reanimeren. Bij de derde schok van de AED kwam Eric weer bij. In het ziekenhuis bleek zijn kransslagader volledig verstopt. Dankzij het snelle ingrijpen van de omstanders hield hij geen noemenswaardige hartschade over, al moest er wel een stent geplaatst worden. Weg blijven van het veld kon hij niet. Inmiddels traint en coacht hij gewoon weer.

Wat hem is overkomen, noemt Eric nog altijd onwerkelijk. “Het hele onwerkelijke is dat het in een seconde is gebeurd. Hij floot af, ik draaide me om, ik werd duizelig, en dat was het.” Stress van de wedstrijd zelf sluit hij uit. “We stonden zelfs voor.” Wel denkt hij dat zijn werk als projectleider, met onregelmatige uren in Nederland en België, een rol kan hebben gespeeld. “Ik neem misschien weleens dingen mee naar binnen die ik niet goed verwerk. Maar het kan ook gewoon pech zijn geweest.” Sindsdien probeert hij bewuster van dagelijkse dingen te genieten. “Ik heb ervaren dat je zomaar de mens van de dag kunt zijn.”

Zijn leven is sindsdien wel veranderd, al is dat officieel niet zijn eigen keuze geweest. Hij woog 108 kilo en weegt nu 96, met 90 als volgend doel. Zijn cardioloog noemde dat een van de beste dingen die hij kon doen. Ook zijn eetpatroon is regelmatiger geworden. Vroeger begon hij om zes uur ‘s ochtends zonder ontbijt, en at hij pas rond het middaguur of nog later. Nu eet hij op vaste tijden, drinkt hij tussendoor alleen water, en moet hij rekening houden met tien tabletten per dag, waarvan sommige nuchter en andere juist met eten ingenomen moeten worden.

Wat HSSC’61 voor hem betekent

Over wat de club voor hem betekent, hoeft Eric niet lang na te denken. “Ontspanning, plezier, iets om de hele week naar uit te kijken. HSSC’61 is echt een familievereniging.” Zijn eigen ervaring bewijst dat wat hem betreft het beste. Zodra bezoek in het ziekenhuis mocht, stond vrijwel het complete JO19-team klaar. “Niemand uitgezonderd.” Ook thuis kwamen vooral mensen van de club langs. “Ik denk dat zeker tachtig procent van mijn bezoek van HSSC kwam.” Met naam wil hij de mensen die hem die dag hebben gered liever niet noemen, uit angst iemand te vergeten. Wel wil hij hen, in het algemeen, nadrukkelijk bedanken.

Wat voor doelen heeft Eric komend seizoen? Sportief houdt hij het simpel. Met het derde wil hij dit seizoen het maximale eruit halen. Dat zijn manier van coachen feller is dan wat de groep gewend was, bleek al op de eerste training. “Bij mij draait voetbal altijd om winnen en presteren. Heb je het maximale eruit gehaald, dan houdt het daar ook op. Dan kun je tevreden zijn.”

Wat hem na al die jaren nog steeds aantrekt in het trainersvak, is vooral het plezier van veel geven en veel terugkrijgen. Het is bovendien zijn eigen uitlaatklep, na een drukke werkweek. “Op een gegeven moment ben je ‘s avonds met dit soort dingen bezig, en op zaterdag ook. Dat geeft ontspanning, weg van de drukte op werk.” En het gaat wat hem betreft nooit alleen over voetbal. “Als je met elkaar een team wil vormen, ontkom je er bijna niet aan om ook op gedrag te letten. Het is ook een stukje vorming van die jongens.” Juist bij de oudere jeugd, zegt hij, merk je dat het meest. Bij het huidige derde, met spelers rond de 25 die hij zelf ooit jong heeft getraind, ziet hij dat effect nog altijd terug.

RBC-aanwinst Bouyaghlafen wil weer topfit worden

0

RBC heeft afgelopen zomer een buitenspeler aangetrokken met meer dan honderd profwedstrijden op zijn naam. De Roosendaalse club heeft er vertrouwen in dat Oussama Bouyaghlafen (28) weer topfit gaat worden na de zwaarste blessure van zijn carrière. „Had al anderhalf jaar geen wedstrijd gespeeld.’’

Bouyaghlafen zat er lekker in bij Kozakken Boys. Na tien wedstrijden in de Tweede Divisie liet hij zes goals en vier assists noteren. Totdat het noodlot toesloeg op de training: „In een duel viel een speler op mijn knie, waardoor die in een onnatuurlijke positie kwam’’, blikt de Rotterdammer terug. „Daarbij scheurde ik mijn voorste enkelband af. Ik zat een jaar aan de kant; de zwaarste blessure uit mijn carrière.’’

En dat is veelzeggend voor een speler wiens profcarrière mede wegens een blessure ten einde kwam. Bij Almere City raakte hij uit de gratie door een scheur in zijn dijbeen. Toen hij een half jaar later terugkwam, waren er al andere spelers gehaald voor zijn positie. „Het was alsof ik niet meer bestond.’’

Terug naar de Kozakken Boys. Bouyaghlafen klopte na een jaar revalideren aan bij zijn trainer Hans de Jong. Hij wilde weer spelen. De reactie was vergelijkbaar met die van de staf van Almere. „De trainer koos ervoor om anderen minuten te geven, wat natuurlijk prima is. Wel wilde ik graag weer voetballen; het plezier terugvinden in het spelletje.’’

Dus ging de Rotterdammer op zoek naar een nieuwe uitdaging. Een aantal clubs informeerde, maar toen RBC aanklopte, was de keuze snel gemaakt. „Het is een club met veel historie’’, vertelt Bouyaghlafen. „Ik ken RBC vooral uit de tijd toen de KKD nog de Jupiler League heette. Het feit dat ze in een stadion spelen, speelde ook mee in mijn keuze. Maar het waren de ambities van de club die me het meest aanspraken.’’

„Ik ben 28 en weet niet hoelang ik het nog kan volhouden met mijn lichaam’’, gaat hij verder. „Zolang ik nog kan spelen, wil ik bij een ambitieuze club spelen die bovenin meedoet.’’

Na een gesprek met voormalig technisch manager Jean-Paul Nuijten en voormalig trainer Mark Klippel was Bouyaghlafen helemaal overtuigd. Hij zette zijn handtekening onder een contract bij RBC. „Als speler kenden ze me al van mijn tijd bij Den Bosch en Almere. Het feit dat ik meer dan honderd wedstrijden betaald voetbal heb gespeeld, was volgens hen ook een waardevolle toevoeging aan de groep.’’

En zijn eigen doelen dit jaar? „Ik heb anderhalf jaar niet gespeeld, dus ik wil vooral fitter worden en blijven. Er zit nog veel meer in het vat dan ik tot nu toe heb laten zien. Ik heb nog een aantal stappen te gaan. Wedstrijdfit zijn is heel wat anders dan fit genoeg zijn om te trainen. Na de eerste oefenwedstrijd bij RBC was ik helemaal kapot, terwijl er niet eens in hoog tempo werd gespeeld.’’

„Naarmate de voorbereiding vorderde, werd het wel steeds beter en ik hoop dat het zo door blijft gaan’’, gaat hij verder. „Begin oktober verwacht ik topfit te zijn. Daar ligt mijn focus op. Aan mijn voetballende kwaliteiten twijfel ik niet. Mits topfit, ben ik een aanwinst voor iedere club op dit niveau.’’

Frisse wind bij dames van Roosendaal

0

Bij de dames van Roosendaal staat er sinds deze zomer een nieuwe trainer voor de groep. Thomas van Ineveld (27) is doorgeschoven van de Meisjes Onder-20 naar het eerste elftal. „Er is een positieve vibe dit seizoen’’, vertelt de trainer.

Toen de vorige trainster van de Roosendaalse dames besloot na het vorige seizoen op te stappen, ging Shelley van Ham van de technische commissie op zoek naar een vervanger. Ver hoefde ze niet te zoeken. „Het is twee jaar geleden al ter sprake gekomen of ik de ambitie had om de Vrouwen 1 te trainen’’, verklaart Van Ineveld.

De stap naar het hoofdtrainerschap

„Eerst wilde ik het hoofdtrainerschap weer in de vingers krijgen na een periode als assistent’’, gaat hij verder. „Ook moest ik mijn UEFA C-diploma nog halen. Mijn beste vriend Dexten van Nijnatten kwam toen met het idee om samen een elftal te gaan trainen: de MO20.’’

Daar voelde Van Ineveld wel wat voor: „Ik had in het verleden een aantal jaar het team van mijn zusje getraind bij Roosendaal, dus was ik al ervaren in het meidenvoetbal. Daarnaast raken in en Dexten er niet over uitgepraat, het is echt heel fijn samenwerken.’’

Voor zijn periode bij de MO20 gaf Van Ineveld training aan jongens. „Niels van Osta (Hoofd Jeugdopleiding, red.) zag mij met een tactiekbord en een iPad in de weer toen ik trainer was van het team van mijn zusje’’, blikt hij terug. „Hij heeft toen gevraagd of ik een trainerscursus wilde gaan doen, onder begeleiding van een ervaren trainer. Dat kon toen bij de JO14.’’ Toch wilde Van Ineveld na drie jaar bij de jongens graag weer een meisjesteam trainen. „Meiden zijn een stuk dankbaarder’’, licht hij zijn stap naar de MO20 toe.

Klaar voor het eerste elftal

Na twee jaar bij de MO20 voelde Van Ineveld zich wél klaar voor de stap naar het eerste elftal. Van Nijnatten en Danny van Deventer completeren de staf. „Met Danny had ik al eens samengewerkt bij de JO14 en -15, dus wist ik dat hij een hele goede aanvulling zou zijn op Dexten en mij.’’

Een professionele aanpak

„Als eerste zijn we met de meiden die twijfelden om door te gaan bij Roosendaal in gesprek gegaan’’, licht Van Ineveld toe. „Ik heb aan hen duidelijk gemaakt dat iedereen op nul begint. Ze hadden een jaar achter de rug met degradatiezorgen en dat zorgt toch altijd voor een wat mindere sfeer. Wij wilden gaan voor een – bijna overdreven – professionele aanpak. Zo heb ik mijn zusje, die een achtergrond in de zorg heeft, betrokken als verzorgster. Daarnaast hebben we met teammanager Cindy en keeperstrainer Debbie een flinke staf, waardoor we iedereen de aandacht kunnen geven die ze verdienen.’’

Positieve tendens binnen de groep

„Onder anderen heeft Volkan Akdikan zijn best gedaan om bussen te regelen voor uitwedstrijden en heeft sponsor Impex nieuwe teamkleding verzorgd’’, gaat hij verder. „Ik denk mede door de positieve tendens, maar ook met een positief verhaal vanuit de staf, dat alle twijfelaars uiteindelijk toch zijn gebleven. Iedereen had er weer zin in. Ook trainen we één keer per week samen met de MO20, mede om het groepsgevoel tussen iedereen te stimuleren. Waar het soms moeizaam was vorig seizoen, merken we nu dat dat z’n vruchten af begint te werpen.’’

Hoe Mees Koevoets zich in de basis speelde bij SC Gastel

0

Zijn eerste kennismaking met het eerste verliep niet geheel vlekkeloos, maar inmiddels is Mees Koevoets (21) niet meer weg te denken op het middenveld van SC Gastel. De Gastelaar ging ten tijde van zijn doorbraak door een moeilijke periode, waardoor voetbal soms even niet belangrijk voelde. „Dat heeft veel impact op me gehad.’’

Koevoets is een echte jongen van de club. Al sinds hij zich kan heugen loopt hij rond op Sportpark Blankershove. „Ik ben bij Gastel begonnen met voetballen bij de kabouters’’, vertelt hij. Zelfs toen zijn ouders uit elkaar gingen en hij bij zijn vader in Stampersgat ging wonen, bleef hij de club uit zijn geboortedorp trouw. „Elke keer als ik in de kantine kom bij De Schutters, proberen ze me over te halen’’, lacht Koevoets.

„Maar ik heb er nooit over nagedacht een uitstapje te maken’’, gaat hij verder. „Bij Gastel spelen we op een hoger niveau en ik zit hier helemaal op mijn plek. Ik speel hier met een aantal jongens van mijn lichting in het eerste, dat maakt het extra leuk voor mij.’’

Het moment van zijn doorbraak weet Koevoets dan ook nog maar al te goed. Op zijn achttiende klopte toenmalig trainer Kees van Rooij bij hem aan: hij mocht meetrainen bij het eerste. „Daar was ik natuurlijk erg blij mee’’, herinnert hij zich. „Maar ik ging toen, samen met ons gezin, door een lastige periode. De ene keer kwam ik wel opdagen, de andere keer niet. Daardoor was de band tussen mij en Kees niet zo goed.’’

Koevoets verloor op vijftienjarige leeftijd zijn oudere stiefbroer. Het had een behoorlijke impact op hem, dat zich jaren later – rond zijn doorbraak – nog steeds uitte. „Het voetballen kon me niet zoveel meer schelen. Ik ging bijvoorbeeld de avond voor de wedstrijd stappen en hield daarbij geen rekening met de dag erna. Dan versliep ik me weleens. Daarmee gooide ik een beetje mijn eigen ruiten in, maar het kwam wel ergens vandaan. Het was jeugdigheid in combinatie met rouwen.’’

„Maar de club is me wel altijd blijven steunen’’, gaat Koevoets verder. „Ik was bijvoorbeeld heel goed met Sebastian Frik van het bestuur. Hij is ook de vader van mijn beste vriend Xavi en was mijn baas toen ik bij de Jumbo werkte. Ik zat regelmatig bij hem aan de keukentafel. Hij heeft me geholpen waar het kon.’’

Het seizoen erna (2024/25) kon Koevoets met een schone lei beginnen. Gastel stelde een nieuwe trainer aan: Stijn Biemans. Met deze trainer kon de jonge middenvelder wel goed door een deur. „Daarnaast heb ik mijn jeugdige streken in het verleden achtergelaten. Ik stond niet direct vanaf het begin in de basis, maar ik vond op een gegeven moment mijn plek op het middenveld.’’

Dat was op de tienpositie. Niet zijn favoriete rol op het middenveld. „Het liefst sta ik op zes of acht, omdat ik het spel dan kan verdelen. Voor een tien mis ik een stukje scorend vermogen, alhoewel ik wel de drive heb voor het drukzetten.’’

Dit jaar ziet Koevoets ook een nieuwe rol in de groep voor zichzelf weggelegd. „Er zijn veel nieuwe en jonge jongens bijgekomen. Voor mij wordt het – na twee jaar – wat bekender allemaal, dus wil ik die jongens graag betrekken en binden.’’

Mekkaoui (29) gaat de hele rechterflank bestrijken bij Kruisland

0

Kruisland heeft zich afgelopen zomer versterkt met de ervaren Nizar Mekkaoui (29). De flankspeler uit Oudenbosch heeft in zowel Nederland als België op het hoogste amateurniveau gespeeld en runt zijn eigen sportschool waar hij talenten van BVO’s fysiek klaarstoomt voor het profleven. „Ik help mensen hun doelen te bereiken.’’

Op het voetbal-cv van Mekkaoui staat een waslijst aan clubs. Met zijn komst naar Kruisland komt hij uit op zestien verschillende verenigingen. Zelf was hij de tel al kwijt: „Het zijn er zoveel, ik zou het niet weten hoeveel precies’’, lacht de Oudenbosschenaar, die sinds vijf jaar in Antwerpen woont. „Ik ben heel wat verhuisd in mijn leven, dat speelt daar wel in mee.’’

Na in de jeugd bij RBC, NAC en Sparta te hebben gespeeld, belandde Mekkaoui in het amateurvoetbal. Daar schopte hij het tot de Tweede Divisie, bij Kozakken Boys, en kwam in België ook op het hoogste amateurniveau uit voor Dessel Sport. Voordat de buitenspeler naar Kruisland kwam, speelde hij bij Halsteren in de Vierde Divisie. „Ik ben daar gaan spelen omdat ik er een aantal jongens kende – ik kom hier natuurlijk uit de buurt – maar ook vanwege het goede niveau’’, vertelt Mekkaoui. „Het werd sportief gezien helaas geen succes.’’

Halsteren degradeerde vorig seizoen namelijk naar de eerste klasse. De club moest een jasje uitdoen: het ging terug van twee, naar één standaardelftal. „Ze hebben een grote schoonmaak gehouden, moesten financieel een stapje terugnemen. Gingen zich meer focussen op eigen jeugd en jongens uit de regio. Daarom ben ik weggegaan.’’

Kruisland aarzelde niet en benaderde Mekkaoui direct. „We hebben al eerder contact gehad, maar nu was de tijd rijp om deze stap te maken. Heb goede gesprekken gehad met iemand van het bestuur en de trainer (Hicham Ben Hammou, red.), die ik nog kende van mijn tijd bij Kloetinge. Daar was hij toen assistent. Het verhaal van Kruisland sprak me aan. Het is een ambitieuze club; dat past bij mij.’’

Met Mekkaoui haalt Kruisland een speler met een bijzonder profiel binnen. Van nature is hij een buitenspeler, maar hij heeft de rol van wingback in zijn tijd bij Kozakken Boys ook onder de knie gekregen. Bij Kruisland staat hij echt als rechtsback in een viermansverdediging. „Maar ik bestrijk nog steeds de hele flank’’, vertelt hij. „Ik heb in die zin een dubbelrol: als back en buitenspeler. Mijn krachten liggen bij mijn loopvermogen, snelheid, kracht en een-op-een-acties.’’

Veel fysieke power dus, met een vleugje techniek. Het past bij zijn werk als sportschooleigenaar en personal trainer. „In mijn gym Hood2Insanity in Roosendaal train ik prof-kickboksers en jongens die bij clubs als NAC, Willem II, PSV en Feyenoord in de jeugdopleiding zitten. Met hen werk ik bijvoorbeeld aan explosiviteit, door de been-, buik- en corespieren te trainen. Maar ik help ook niet-topsporters met afvallen, spiermassa opbouwen en fit worden.’’

Naast zijn fysieke kracht, brengt Mekkaoui een bak met ervaring mee naar Kruisland. „De mix tussen ervaring en talent is nu goed in balans’’, vindt hij. „Er zullen altijd wedstrijden zijn waarin het minder loopt. Dan is het belangrijk dat er een aantal persoonlijkheden zijn die de boel op sleeptouw nemen. Ik doe dat vooral door met mijn voeten te spreken.’’

De Schutters behoudt linkercentrale vanwege carrièreswitch

0

Timo Scarione (25) heeft na het succesvolle seizoen bij De Schutters besloten er toch nog een jaar aan vast te plakken. De linksbenige centrale verdediger wilde eigenlijk terug naar het derde, maar kwam net voor de laatste wedstrijd met goed nieuws: „Moest wel na zo’n speciaal seizoenseinde.’’

De Schutters promoveerde vorig seizoen op bijzondere wijze. Twee wedstrijden voor het einde, had de ploeg een aantal weken geen wedstrijd. Concurrent Dussense Boys stond op zes punten achterstand, maar moest in die periode wél spelen. Als de club uit Dussen punten zou morsen, waren de mannen uit Stampersgat als nummer twee gegarandeerd van promotie. En dat gebeurde. „Het was dertien jaar geleden dat De Schutters voor het laatst promoveerde, dus het maakte heel wat los’’, blikt Sciarone terug.

Een tijdje daarvoor had de verdediger al uitgesproken dat hij terug zou gaan naar het derde. Daar had hij de voorgaande twee seizoenen gespeeld en dat was het team waarvoor hij in eerste instantie naar Stampersgat gekomen was. „Ik kom oorspronkelijk uit Fijnaart en ben op mijn vijftiende verhuisd naar Breda. Vanaf dat moment heb ik bij Baronie gespeeld. Van de C2 tot aan de A1 in de jeugd, waar we op divisieniveau uitkwamen, en ook nog twee jaar in de Zaterdag 1. Daarna ben ik naar De Schutters gekomen.’’

Vier van Sciarone’s neven speelden daar namelijk in het derde. „Zij vroegen me, nadat mijn team bij Baronie uit elkaar viel, om die kant op te komen. Het was heel leuk en gezellig om elkaar twee keer per week te kunnen zien, maar ik miste een beetje uitdaging in het spelletje. Vanuit het eerste werd ik gevraagd om het daar een jaartje te proberen. Ik kende een deel van het team al, dat maakte de keuze makkelijker.’’

De linkspoot had echter twijfels over zijn fitheid. „Na twee jaar op een wat lager niveau, had ik dat niet helemaal op peil gehouden’’, lacht hij. „Daarom wilde ik even aankijken hoe het me zou bevallen.’’

Het pakte positief uit. „De trainer legde er vanaf het eerste moment goed de zweep overheen. Hij was strikt en pushte ons. Dat zorgde voor een gedreven sfeertje binnen het team; iedereen wilde aanwezig zijn en er werd fel getraind. Een goede start.’’

De resultaten waren goed en De Schutters stevende af op promotie. Toch besloot Sciarone dat dit zijn enige seizoen zou zijn bij het eerste. „Ik had onregelmatige werktijden, dat maakte het moeilijk om bij alle trainingen aanwezig te zijn. Het was soms best een gedoe om een invaller te regelen op werk. In mei switchte ik echter van baan, waardoor dat probleem wegviel.’’

„Daarnaast zou er nog een aantal jongens ons verlaten na het seizoen’’, gaat hij verder. „De selectie werd daardoor kleiner. Voetballend en met het team had ik het heel erg naar mijn zin. Ik wilde daar loyaal aan blijven, nu ik wél de mogelijkheid had om door te gaan.’’

Toen de promotie een feit was, bracht Sciarone het goede nieuws aan zijn team: „Dat was een mooi moment. Ons doel in de vierde klasse? Als ik voor mezelf spreek, vind ik dat we in het linkerrijtje mee moeten kunnen. Onze as is in tact gebleven en de klik met de nieuwe jongens wordt elke wedstrijd beter.’’

Schillemans krijgt eindelijk kans op favoriete plek bij Cluzona

0

Jarno Schillemans (20) begon twee jaar geleden als vleugelverdediger bij Cluzona. Inmiddels lijkt de Kruislander in zijn derde seizoen zijn favoriete positie – centraal op het middenveld – te hebben veroverd. Een spannend seizoen ligt voor de boeg: voor het eerst is er serieuze concurrentie op zijn plek. „Ik heb er vertrouwen in.’’

Bij RBC, waar hij negen jaar in de jeugd speelde, stond Schillemans al te boek als een alleskunner. Dat label zorgde ervoor dat hij op allerlei posities werd ingezet. De jonge allrounder vond dat niet erg, als hij maar speelde. Toch koos hij er zelf voor om die club te verlaten.

Zijn overstap naar Cluzona, twee jaar geleden, kwam voort uit een gebrek aan perspectief bij RBC. „Er zaten spelers in het eerste die kwalitatief beter waren’’, blikt hij terug. „Ook waren er een aantal teamgenoten van me bij de Onder-23 uitgenodigd om bij het eerste mee te draaien in de voorbereiding. Ik kreeg geen uitnodiging.’’

Via het zaalvoetbal, waar hij samen met zijn vader speelde, kwam Schillemans in contact met Jeroen Smits, destijds keeperstrainer bij Cluzona. Zijn vader liet weten dat zijn zoon op zoek was naar een nieuwe club, waarna bestuurslid Hidde Poppelaars een wedstrijd kwam bekijken. Al snel volgde een gesprek met trainer John Taks. „Die gesprekken waren positief’’, herinnert Schillemans zich. „Ik kreeg een warmer welkom dan ik gewend was bij een grotere club als RBC. Dat was precies waar ik naar op zoek was.’’

Bij Cluzona trof hij ook bekende gezichten. Mees Verburgh, die een jaar boven hem speelde bij RBC, kende hij al. Van Yorben Bus had hij training gehad bij voetbalschool TIC Sports. Daarnaast speelde zijn oom Paolo Fortunati al jaren in het eerste elftal van de Wouwse club.

Bij zijn overstap gaf Schillemans aan zich te willen richten op een toekomst als middenvelder. „Maar daar heb ik in mijn eerste jaar weinig gespeeld’’, vertelt hij. „Max Bellemans viel al vroeg in het seizoen uit met een kruisbandblessure. Dus werd ik op rechtsback gezet. Dat ging best prima en ik kon veel minuten maken. Het jaar erop, seizoen 2025-2026, werd ik een linie naar voren geschoven. In een 4-4-2-formatie stond ik rechtsmid. Ook daar kwam ik volop aan spelen toe.’’

Dit seizoen krijgt Schillemans de kans op zes. „In de voorbereiding hebben we veel blessures gehad’’, vertelt hij. „Als iedereen weer fit is, moet ik nog zien of dat invloed zal hebben op mijn basisplek. Dat ligt aan mijn eigen prestaties en de keuze van de trainer. Ik heb in ieder geval voor het eerst concurrentie bij Cluzona – op de flank had ik die niet vanwege blessures – en dat is denk ik alleen maar gezond.’’

Schillemans heeft in ieder geval een goed idee over hoe hij die positie gaat invullen. Als middenvelder wil hij graag de bal aan zijn voet hebben. „Dat is misschien ook wel een minpuntje: ik wil hem altijd hebben’’, lacht hij. „Voor de rest maak ik verdedigend veel meters. Mijn grootste kwaliteiten zijn mijn mentaliteit en conditie; ik werk hard en vecht voor iedere meter. Maar ik ben geen echte stofzuiger, ik probeer vooral veel passlijnen dicht te lopen.’’

DEVO stelt trainer aan met verleden bij vierdeklassers

0

DEVO heeft met Jaimy van Wortel een ambitieuze trainer aangesteld. De 36-jarige Hoevenaar begint in Bosschenhoofd aan zijn derde klus als hoofdtrainer, maar stapt voor het eerst in bij een vijfdeklasser. „Het is misschien wel een stapje achteruit, maar het mooie daarvan is, is dat je er ook weer twee vooruit kunt zetten.’’

De afgelopen twee seizoenen was Van Wortel actief bij WVV’67. Hoewel hij het in Woensdrecht erg naar zijn zin had, besloot hij er niet door te gaan. „Ik wilde opgaan voor mijn UEFA B-diploma’’, begint de trainer zijn uitleg. „Het reizen naar Woensdrecht in combinatie met mijn werk en de trainerscursus was iets te veel van het goede. Daarom ging ik op zoek naar een club dichter bij huis.’’

DEVO paste in het plaatje waar Van Wortel naar op zoek was. De plannen om zijn UEFA B-diploma te behalen gingen echter, nadat hij DEVO al zijn woord had gegeven, niet door. „De KNVB heeft bepaalde richtlijnen met een aantal punten waar je als trainer aan moet voldoen om mee te mogen doen aan de cursus’’, legt hij uit. „Ik vinkte te weinig punten aan om uitgenodigd te worden.’’

Desalniettemin begon Van Wortel met enthousiasme bij zijn nieuwe club. „Ik was ervan overtuigd dat er meer uit deze selectie te halen viel’’, blikt hij terug. „Meer dan ze in het verleden hadden laten zien. Dat triggerde mij en was ook mijn voornaamste reden om bij DEVO in te stappen.’’

Ook kende Van Wortel al een aantal spelers uit de selectie. „Dat zijn spelers die aan de bal goed zijn’’, vertelt hij. „Terwijl DEVO voorheen vaak met de lange bal speelde. Je zag die spelers de hele wedstrijd met een stijve nek omhoog kijken. Dat wilde ik gelijk veranderen. Zij moesten in hun kracht komen, zodat zij de dragende spelers zouden worden.’’

Een ploeg aan het voetballen krijgen: laat dat maar aan Van Wortel over. Bij zijn eerste club, RSV uit Rucphen, trof hij een gelijkwaardige situatie aan. „RSV was altijd een club die onderin meedraaide en waar de lange bal werd gehanteerd. Ik ben aan de slag gegaan met het positiespel, de omschakeling en een stukje lef aan de bal. In combinatie met de goede lichting die toen doorbrak, is dat een geslaagd project geworden.’’

Maar Rome is niet in één dag gebouwd. Dit soort projecten kosten tijd en moeite, zo weet Van Wortel ook: „Bij DEVO moest ik best een beetje trekken aan de selectie in het begin. Je merkt dat het wat meer moeite kost om je visie op een vijfdeklasser overgebracht te krijgen, dan op een vierdeklasser. DEVO speelde eerst de lange bal en ik wil ze nu op balbezit laten spelen, dat vergt energie.’’

„Maar na twee maanden hebben we zeker al stappen gemaakt’’, vindt de hoofdtrainer. „Je weet dat niet alles gelijk zal lukken, maar we zien progressie. Daarnaast vind ik het net zo belangrijk dat we er plezier in houden. Ons doel dit seizoen? De speelstijl erin krijgen. Als team vind ik dat we bovenin mee zouden kunnen draaien – daar heb ik alle vertrouwen in – maar dan moeten we nog wel een aantal stappen zetten.’’

SC Gastel groeit naar twee prestatieve damesteams

0

De dames van SC Gastel zijn afgelopen zomer van één naar twee prestatieve elftallen gegaan. De reden? Het succes van vorig seizoen, toen ze onder nieuwe trainer Peter Baan bijna wéér promoveerden. Hij remt de hosanna-stemming wel een beetje af: „We krijgen schouderklopjes, maar het seizoen moet nog beginnen.”

Op strafschoppen ging het mis: Gastel verloor van Zaandijk in de halve finale van de nacompetitie. Een puike prestatie voor een ploeg die voor het eerst in de eerste klasse uitkwam. Baan over het seizoen: „Toen de gehele selectie fit was na de winterstop, waren we bijna niet te kloppen. Negen van de elf wedstrijden gewonnen, zeven keer de nul gehouden en de derde periode veroverd.’’

Met goede prestaties komt de wil om erbij te horen. Dat was te merken deze zomer. „Talenten die in het verleden nog weleens vertrokken, kwamen nu vanuit de jeugd over naar de selectie’’, legt Baan uit. „Jeugdspeelsters die al vertrokken waren keerden terug. Ook kwamen er versterkingen bij van teams uit de Eerste Divisie, Topklasse en Hoofdklasse.’’

Met al die nieuwe krachten erbij, werd er gekeken of het optuigen van een tweede selectieteam mogelijk was. „Het bleek dat veel meiden uit het bestaande tweede prestatief wilden spelen’’, zegt Baan. „Er ontstond een selectie van 38 speelsters. Wel heeft dit ook een keerzijde: hoe behoud je de vibe van het succesvolle vorige seizoen?’’

„Concurrentie zorgt namelijk voor teleurstellingen’’, gaat de trainer verder. „Ambities en spelen met vriendinnen gaan niet altijd samen. Uiteindelijk heeft iedereen geaccepteerd dat ze moesten gaan strijden om hun plek in het eerste te behouden. Ook is er uitgesproken dat we met elkaar gaan werken aan een hechte selectie met twee prestatieve teams.’’

Organisatorisch liep niet alles vanzelf. „Een volwaardige selectie vraagt om investeringen’’, legt Baan uit. „In staf, kleding, bussen, et cetera. Niet voor alles was er budget, mede doordat het tweede selectieteam geen A-categorie-status heeft binnen de club. Ik vind dat je speelsters niet de plichten van een selectieteam kan geven, zonder dat zij de rechten die daarbij horen ook krijgen.’’

„Dus moesten we zelf creatief zijn, door budget voor bussen en kleding te regelen,” gaat hij verder. „Waar dat vorig jaar soepel ging, loopt dat dit jaar wat stroperiger. Maar alles lijkt de goede kant op te gaan. De voorwaarden om dit jaar met twee teams te presteren zijn aanwezig.’’

Baan hoopt dat de gedane inspanningen van de vrouwentak van Gastel tot langdurig succes zullen leiden. „Ten eerste moeten er weer meidenteams komen; die waren er vorig jaar niet en dit jaar ook niet. De jeugd waarborgt je aanwas.’’

„Daarnaast moeten de initiatieven die nu plaatsvinden clubbeleid worden’’, gaat hij verder. „Complimenten na een goede wedstrijd zijn altijd welkom, maar belangrijker is de status die de meiden binnen de club krijgen. De beleving, motivatie en ambitie van de vrouwen wijken niet af van die van de mannen. Spelen in een landelijke competitie in de subtop van het vrouwenvoetbal met verre uitwedstrijden vraagt veel commitment. Daarvoor mogen de meiden best beloond worden. De vrouwentak van SC Gastel heeft in de regio een voorsprong genomen die we moeten benutten. Er is potentie hier: wat Bavel is voor Breda, kan Gastel worden voor West-Brabant. Maar dat is aan de club als geheel. Niet aan de trainers en de staf.’’