Home Blog Pagina 4

Edward: de stille kracht achter voetbalclub Maasdijk

0

Wie op een willekeurige ochtend bij VV Maasdijk het sportcomplex oploopt, is de kans groot dat Edward er al rondloopt. De 52-jarige vrijwilliger is er dagelijks te vinden. Wat er precies moet gebeuren, verschilt per dag. Maar dát er iets te doen is, staat voor Edward vrijwel vast. “Als je goed zoekt, is er altijd wel iets,” zegt hij nuchter.

Edward speelde zelf jarenlang bij Maasdijk. Geen selectievoetbal op het hoogste niveau, maar wel jarenlang met plezier op de velden van zijn club. “Het derde elftal was het hoogste voor mij. Zo goed was ik niet, maar ik vond het wel altijd hartstikke leuk.”

Al op zijn 21ste moest hij definitief stoppen met voetballen. Zijn lichaam werkte niet meer mee. “Ik kon niet meer hardlopen,” zegt hij. Later bleek dat hij de ziekte van Bechterew heeft, een vorm van reuma die ontstekingen veroorzaakt in onder andere de rug en heupen. “Als ik mijn medicijnen neem, gaat het best goed,” legt hij uit. “Maar hardlopen moet ik echt niet meer proberen.”

Het betekende dat voetballen zelf niet meer ging. Toch verdween Edward niet van de club. Integendeel: juist in die periode werd zijn rol als vrijwilliger alleen maar groter.

Edward loopt al ruim twintig jaar rond als vrijwilliger bij Maasdijk. Dat heeft ook met zijn achtergrond te maken. Zijn vader was jarenlang voorzitter van de club, waardoor Edward al vroeg betrokken raakte. “Dan rol je er eigenlijk vanzelf een beetje in.”

In de loop der jaren heeft hij van alles gedaan. In het begin hielp hij bijvoorbeeld met schoonmaken van kleedkamers, maar dat bleek fysiek toch te zwaar. Inmiddels houdt hij zich vooral bezig met onderhoudswerk op en rond het complex.

Hij kalkt lijnen op de velden, controleert materialen, repareert ballen, kijkt naar doelnetten, houdt het terrein netjes en helpt waar nodig bij kleine klusjes. “Eigenlijk alles wat op mijn pad komt en wat ik nog kan doen.” Daarnaast is hij al jaren betrokken bij het eerste elftal.

Leider van het eerste elftal

Toen Edward stopte met voetballen, begon hij als grensrechter bij het derde elftal. Niet veel later kwam er een plek vrij bij het eerste. De grensrechter van het eerste stopte en Edward schoof door. Maar ook dat werd fysiek lastiger. Langs de lijn rennen ging niet meer. Daarom nam hij een andere rol op zich: leider van het eerste elftal.

In die functie regelt hij vrijwel alles rondom het team. Van kleding tot materialen en van praktische zaken tot kleine organisatorische dingen.

“Ik zorg dat alle kleding er is. Die was ik ook zelf. Trainingskleding, wedstrijdkleding, alles. Verder kijk ik of er niets ontbreekt en zorg ik dat alles klaarstaat.”

Omdat hij alles zelf controleert, gebeurt het zelden dat er iets ontbreekt. “Ik ga altijd alles even nalopen. Dan weet je zeker dat je niks vergeet.”

Vrijwilligerswerk als dagbesteding

Door zijn ziekte kan Edward niet meer werken. Hij is afgekeurd en heeft daardoor veel tijd. Het vrijwilligerswerk bij Maasdijk geeft zijn dagen structuur. “Het is eigenlijk mijn uitje. Je bent bezig, je voelt je nuttig en je hebt gezelligheid.”

Die gezelligheid zit vaak in kleine momenten. Bijvoorbeeld ’s ochtends in de kantine, waar een vaste groep oudere clubmensen samenkomt voor koffie. “Dan zitten er vijf of tien man. Gewoon een beetje praten, koffie drinken. Dat is gezellig.”

Edward haalt veel voldoening uit het netjes houden van het sportpark. Voor hem zit de voldoening niet in grote woorden, maar in simpele dingen. “Als alles er goed uitziet, dat de rommel is opgeruimd, dat de lijnen netjes staan, dat de doelen goed zijn en dat alles schoon en verzorgd is.” Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar Edward weet dat dat niet overal zo is. Als leider van het eerste komt hij regelmatig bij andere clubs. “Dan kom je soms op sportparken met één of twee velden, weinig reclameborden of een oude accommodatie. Niet elke club heeft het geld of de vrijwilligers om alles goed bij te houden.”

Daarom kijkt hij altijd goed rond als hij ergens komt. Niet om te vergelijken, maar om ideeën op te doen. “Ik loop altijd even naar de ballenhoek bijvoorbeeld. Dan kijk ik hoe zij het geregeld hebben.” Zo zag hij laatst bij een andere club een systeem met ballencontainers die met vingerafdrukken geopend kunnen worden. Zelf werkt Maasdijk met codesloten. “Toen dacht ik: dat is wel een grappig idee,” zegt hij. “Maar het heeft ook nadelen. Als de trainer er niet is en iemand anders moet erbij, dan werkt zo’n vingerafdruk misschien niet.”

Twijfel over stoppen

Hoewel Edward nog altijd graag bij het eerste elftal betrokken is, denkt hij er wel over na om na zoveel jaar te stoppen als leider. “Het is al zoveel jaar hetzelfde,” zegt hij eerlijk. “En soms wil je op zaterdag ook wel eens wat anders doen.” Hij golft bijvoorbeeld graag met zijn vriendin. Dat gebeurt nu af en toe, maar als hij stopt bij het eerste zou daar misschien meer tijd voor komen. Toch weet hij het nog niet zeker. “Als we kampioen worden, stop ik denk ik niet,” zegt hij lachend.

Promotiedroom

Het eerste elftal van Maasdijk doet dit seizoen namelijk volop mee om het kampioenschap. De ploeg won al een periodetitel en staat in de strijd met concurrent ODB.

“We hebben het eigenlijk in eigen hand. We moeten alleen alles winnen.” Of dat lukt, weet niemand. Maar Edward heeft er vertrouwen in. “We spelen de laatste wedstrijden een stuk beter dan voor de winterstop.”

Wat er ook gebeurt met zijn rol bij het eerste elftal: helemaal stoppen met vrijwilligerswerk zal Edward waarschijnlijk nooit doen. “Dat blijft een goede dagbesteding voor mij.”

En werk is er altijd op de club. Reclameborden vervangen, doelnetten controleren, ballen repareren, materialen nakijken of het terrein netjes houden. “Als je wil, kun je hier de hele dag bezig zijn.”

Voor Edward is dat precies wat Maasdijk voor hem betekent: een plek waar hij zich nuttig voelt, waar hij mensen ontmoet en waar hij al zijn hele leven rondloopt.

“Bij een andere club zou ik dit niet doen. Hier ken je alles en iedereen.”

En dus is de kans groot dat Edward morgen weer op het sportcomplex te vinden is. Op zoek naar het volgende klusje dat gedaan moet worden.

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Erwin Treffers wil VV Vianen opbouwen met de Tricolores

Erwin Treffers is 51, trainer van Onder 23-1 bij VV Vianen en al zo lang onderweg in het voetbal dat hij zelf even moet rekenen als hem wordt gevraagd hoe lang hij dit werk al doet. “Een jaar of veertien, vijftien al, ja”, zegt hij. Het begon niet bij VV Vianen, maar bij buurman Brederodes. Daarna volgden periodes bij VV Vianen, IJFC en opnieuw VV Vianen. Altijd als trainer, altijd met jeugd of een jong elftal, en nog nooit bij een seniorenselectie. Daar wil hij verandering in brengen. “Ik wil gewoon een keer een eerste elftal trainen. Hoeft niet op hoog niveau te zijn, maar gewoon een eerste elftal in de vierde of vijfde klasse. Dat lijkt me mooi.”

Dat Treffers nog altijd zo gedreven is, maakt zijn verhaal meteen ook bijzonderder. Zelf moest hij namelijk al op jonge leeftijd afscheid nemen van het spel als speler. Reuma dwong hem rond zijn 28ste te stoppen. “Het wordt natuurlijk niet beter”, zegt hij nuchter. “Het verslechtert alleen maar. Je merkt wel naarmate je ouder wordt dat het wat moeilijker wordt. Maar het is nou eenmaal zo. Daar moet je mee omgaan.”

Voetballen zat er door die reuma niet meer in zoals hij wilde. Een wedstrijd spelen en de volgende dag weer doorgaan: het ging simpelweg niet meer. “Als ik één dag gespeeld zou hebben, dan kan ik de volgende dag niet de hele dag bijkomen, bij wijze van. Of misschien de dagen daarna ook nog.”

Hij rolde er opnieuw in via zijn neefje, dat bij Brederodes speelde. “Je mag pas voetballen als je zes bent, maar daarvoor werden al trainingen gegeven. Gewoon een beetje balgevoel krijgen en dat soort dingen. Daar ben ik toen ingerold.”

Trainerscursus

Treffers volgt op dit moment de VC2-cursus, juist om straks met senioren aan de slag te mogen. “Ik wilde deze ook nog graag halen. Dat betekent toch dat je een keer een eerste elftal kan trainen.” De cursus kost veel tijd en bedraagt volgens Treffers veel theorie. “In mijn hoofd zit alles altijd wel goed. Alleen op theoretisch vlak ben ik niet zo sterk.”

Voorlopig ligt zijn focus dus op VV Vianen, waar hij voor het tweede seizoen Onder 23-1 onder zijn hoede heeft. Een elftal dat volgens hem redelijk draait, maar zeker niet zonder zorgen is. “Ik zou niet zeggen goed, want dat is ook niet zo. Het gaat redelijk. We hebben nog spelers nodig. Ik ben meer met randzaken bezig dan eigenlijk met training geven.”

Daarmee raakt hij meteen aan een groter verhaal binnen VV Vianen. Want Treffers kijkt niet alleen naar zijn eigen elftal, maar ook naar de club als geheel. “Het is natuurlijk maar een klein clubje en als er niets gebeurt, vrees ik voor de toekomst. Er moet dus wel wat gaan gebeuren, anders word je straks gewoon opgegeten.”

“Bij die kleintjes moet je beginnen”

Daarom zit een belangrijk deel van zijn energie momenteel niet alleen in Onder 23-1, maar ook in de allerkleinsten van de club. Treffers geeft namelijk ook training aan de Tricolores: kinderen jonger dan zes, die nog niet officieel speelgerechtigd zijn, maar wel al kennismaken met de bal. Dat doet hij op zaterdag een uurtje, en juist daar ziet hij misschien wel de sleutel voor de toekomst van VV Vianen. “Bij die kleintjes moet je beginnen. Daar wil ik eigenlijk nog wel wat meer in doen, zodat we de jeugd weer omhoog kunnen krikken.”

Treffers zit daarom met het bestuur om tafel om te kijken hoe de club weer kan bouwen. Niet alleen aan teams, maar ook aan zichtbaarheid en structuur. “We gaan kijken of we een plan kunnen schrijven. Dat we in ieder geval iets op gaan zetten en proberen om vrijwilligers naar binnen te halen.”

Klik hier voor meer informatie over Vianen
Klik hier voor meer artikelen over Vianen

Roos wil dat KMD dé club van vrouwenvoetbal in het Westland wordt

0

Toen haar zoon ging voetballen bij KMD, zei Roos tegen haar man: “Regel jij dat maar, met dat voetbal. Daar ga ik niet te veel aan doen.” Inmiddels is Roos niet meer weg te denken uit de voetbalclub en heeft ze al flinke stappen gemaakt voor het vrouwenvoetbal.

“Toen ook mijn dochter ging voetballen, ging ik mee met haar. En stil langs de lijn staan en niks doen, is niets voor mij. Als ik zie dat er iets niet goed loopt of dat er hulp nodig is, dan wil ik helpen.”

En hulp was er nodig. Trainers en leiders waren schaars, zeker bij de meiden. Roos rolde er langzaam in. Eerst ondersteunen, meedenken, regelen waar nodig. Anderhalf jaar later kwam de vraag of ze jeugdcoördinator van de meiden wilde worden. “Ik deed het, en er was nog geen week om of er kwam via de ING sponsorbudget beschikbaar. Vanaf dat moment ging bij mij echt de knop om. Ik dacht: nu kunnen we echt iets neerzetten.”

Wat Roos aantrof, was een meidenafdeling die er wel was, maar nog geen duidelijke structuur had. Dat moest anders. “Je wil dat alles goed geregeld is voor die meiden. Dat ze zich net zo belangrijk voelen als de jongens.”

Ze begon praktisch. De kleedkamers werden verbeterd, er kwamen een föhn, een spiegel en extra haakjes. “Dat lijkt klein, maar het gaat om aandacht.” Daarnaast organiseert ze het jaarlijkse ING Ladies-toernooi voor alle meiden van de club. Met dit jaar het eerste jubileum. “Het is prachtig om al die meiden samen te zien voetballen.”

Maar ze kijkt verder dan alleen sfeer en faciliteiten. Nu is ze technisch coördinator, is er een nieuwe jeugdcoördinator en er komt nieuw beleid. Per lichting wil KMD twee teams: een prestatie team en een recreatief team. “Je wil iedereen de kans geven om op haar niveau te voetballen.” Dat betekent actief werven. Zo stond Roos nog niet heel lang geleden op een woensdagochtend flyers uit te delen op basisscholen. “Soms denk ik wel eens: wat heb ik op mijn hals gehaald? Maar als je iets wil bereiken, moet je er energie in steken.”

Kwaliteit omhoog

Onder Roos’ leiding is ook de kwaliteit van de trainingen omhooggegaan. “Vroeger was er geen hoofdtrainer specifiek voor de meidenteams.” Daar bleef ze aan trekken. Uiteindelijk werd een speelster uit Dames 1 hoofdtrainer voor de meidenafdeling. Er kwamen gezamenlijke trainingsvormen en een duidelijke lijn in de opleiding. Inmiddels is er een nieuwe hoofdtrainer die de leeftijdsgroepen samenpakt om het niveau verder te verhogen.

Daarnaast krijgen trainers de mogelijkheid om clinics te volgen bij Sparta Rotterdam. “En talentvolle meiden kunnen we ook daar onder de aandacht brengen.” Dat is geen loze belofte: een van de speelsters, Abigail, schopte het zelfs tot Jong Oranje. Een ander talent, Meeke, trainde mee bij Sparta terwijl ze bij KMD in de JO13-1 speelt.

Vanaf de MO11 spelen de meiden niet meer gemengd met jongens. “De keuze is altijd aan de meiden zelf. Maar als je wat ouder wordt, vinden veel meiden het gewoon leuker om met en tegen andere meiden te spelen.”

Roos voelt zich volledig thuis bij KMD. “Het is een heel familiaire club. Iedereen staat voor elkaar klaar.” Ze merkt wel dat ouderbetrokkenheid minder wordt. “Dat is een ontwikkeling die je overal ziet. Maar juist daarom moeten wij blijven investeren in sfeer en betrokkenheid.”

Haar doel is helder: meiden opleiden voor het eerste elftal, met zo veel mogelijk eigen jeugd. “We willen in de regio bekendstaan als dé club voor meidenvoetbal.” Dat betekent continu evalueren, verbeteren en aanpakken.

Op 11 april 2026 organiseert KMD een open dag. Nieuwe jeugdspelers – en vooral meiden tot 20 jaar en keepsters– zijn welkom om mee te trainen en de club te leren kennen. Om 10.00 uur wordt er een training gegeven om kennis te maken met  voetballen bij KMD.

“Het mooiste moment?” zegt ze tot slot. “Op zaterdag al die meiden zien voetballen. Dan weet je waar je het voor doet.”

Klik op KMD voor de laatste artikelen over de club.
Klik op KMD voor meer informatie over de club.

Pieter van Zessen zwaait af bij Ameide “Mijn hart blijft blauw-wit.”

Voor Pieter van Zessen (45) is Ameide geen club waar je ooit echt vertrekt. Je kunt stoppen als trainer van het eerste, je kunt een andere uitdaging aangaan, maar loslaten zit er niet in. Daarvoor zit het te diep. “Ik ben hier geboren en getogen. Begonnen als jeugdvoetballer, jaren in het eerste gespeeld, afgesloten in het tweede. En daarna trainer geworden bij mijn eigen club.”

Het is een opsomming die bijna achteloos klinkt, maar precies blootlegt waarom zijn beslissing om te stoppen als hoofdtrainer zo zwaar weegt. Veertig jaar Ameide laat je niet zomaar achter je. “Ik heb er slapeloze nachten van gehad. Dat klinkt misschien zwaar, maar dit is gewoon mijn club. En dat zal het ook altijd blijven.”

Kampioenschap

De afgelopen jaren onder Van Zessen laten zich niet in één lijn vangen. Aan de ene kant is er het kampioenschap, een moment dat hij zelf zonder aarzeling tussen de hoogtepunten van zijn leven schaart. “Dat je met je eigen club, met jongens die je al zo lang kent, kampioen wordt… dat is echt bijzonder.”

Hij vertelde het zijn spelers laatst nog, bijna als een waarschuwing om het vast te houden. “Ik zei tegen die jongens: dit ga je nooit vergeten.”

Aan de andere kant is er het huidige seizoen, dat zich al maanden voortsleept in een competitie die zwaarder bleek dan vooraf gedacht. “Het niveau ligt hier echt bizar hoog. Dat hoor je ook van iedereen.”

Ameide begon bovendien met een duidelijke achterstand. Vier spelers vertrokken en namen samen 36 doelpunten en 32 assists mee. “Dat is gewoon niet op te vangen. We werken keihard, maar op kwaliteit worden we vaak geklopt.”

En toch klinkt er geen verwijt. “De sfeer is nog steeds goed. Die jongens blijven werken. We hebben er heel lang in geloofd dat we het gaan redden en zolang er punten te halen zijn, blijven we ervoor gaan. Maar het wordt wel een heel moeilijk verhaal.”

“Het is goed zo, voor hen én voor mij”

Opvallend genoeg stond zijn besluit al vast voordat Lekvogels zich meldde. Het vertrek is dus geen reactie op het seizoen, maar een keuze die al langer sudderde. “Ik had al besloten om te stoppen. Voor mijn gevoel heb ik hier het maximale eruit gehaald.”

Na drie jaar hoofdtrainerschap voelde hij dat het moment daar was. “Ik heb jongens vanuit de jeugd naar het eerste gehaald. Met sommige werk ik al heel lang samen. Ook met de staf heb ik drie jaar lang heel fijn samengewerkt. Dan is het ook goed dat er een keer een nieuw gezicht voor de groep komt.”

Die redenering geldt niet alleen voor de spelers, maar ook voor hemzelf. “Voor mezelf is het ook goed om een stap te maken. Een andere omgeving, andere mensen. Gewoon eens in een andere keuken kijken.”

Dat hij ondanks alles “door de voordeur” vertrekt, vindt hij belangrijk. “Dat je gewoon met de borst vooruit bij de club kan blijven komen.”

Die nieuwe keuken vindt hij volgend seizoen bij Lekvogels, een club die hem op het eerste gezicht vertrouwd voorkomt. “Een dorpsclub, dat past bij mij.” De gesprekken verliepen snel en positief. “Ze zochten iemand die dat gevoel kent. En ik hoorde dat ik bovenaan hun lijstje stond. Dat is natuurlijk mooi om te horen.”

In Lexmond ziet hij een ploeg met potentie. “Er zit echt voetbal in. Ze hebben een jonge groep en willen een frisse start maken. Daar heb ik gewoon heel veel zin in. Ook daar heb ik al een fijne staf samen gesteld en we hopen na twee moeizame jaren weer vol energie en positiviteit er een mooi seizoen van kunnen maken.”

Wat niet verandert, is zijn rol bij Ameide. Die blijft, al is het op een andere manier. “Ik ben niet weg. Mijn zoontje gaat naar de JO9, daar ga ik training geven. En verder help ik waar nodig.”

Klik op VV Ameide voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Ameide voor meer artikelen over de club.

Samuel Scholsberg zoekt zijn volgende stap: op het veld, in de zaal en misschien ooit voor Suriname

Samuel Scholsberg is pas twintig, maar zijn voetbalpad slingert al aardig heen en weer. Van Unitas naar Oranje Wit, via White Boys naar SVW, en sinds dit seizoen weer terug in Gorinchem, bij de zondagtak van Unitas. Ondertussen speelt hij ook nog in de zaal, waar hij minstens zo serieus mee bezig is. Wie hem hoort praten, merkt vooral één ding: Scholsberg is nog zoekende.

Bij Unitas koos hij afgelopen zomer bewust voor een stap omhoog. Niet alleen qua niveau, maar ook qua omgeving. “Voor mij was het belangrijkste ontwikkeling en speeltijd. Dat aanbod van Unitas was gewoon te mooi om te laten liggen.” Het eerste seizoen begon stroef. Blessures zaten hem in de weg, ritme ontbrak en ook de combinatie met zaalvoetbal maakte het soms lastig. Inmiddels is dat beeld bijgedraaid. De laatste tijd maakt hij zijn minuten, staat hij vaker negentig minuten op het veld en voelt hij zich beter.

Sportief gezien gaat het slecht bij Unitas, zo gaat de club hoogstwaarschijnlijk degraderen naar de tweede klasse. “We hebben individueel echt wel kwaliteit. Maar het loopt in de samenwerking en in het teamwork niet goed. Je ziet bij andere teams dat iedereen alles geeft. Bij ons is dat gewoon niet altijd zo.”

Daarmee is Unitas voor hem automatisch ook een club geworden waar de toekomst nog niet vastligt. Ze hebben hem gevraagd om te blijven, zegt hij, maar ondertussen oriënteert hij zich ook op andere opties. “Clubs uit de eerste en tweede klasse hebben zich gemeld.”

Het verhaal van Scholsberg houdt niet op bij het veld. In de zaal is hij minstens zo ambitieus. Hij speelt nu voor CFM Transito in Werkendam in de Eerste Divisie. “Dit seizoen heb ik meer dan twintig goals gemaakt. Volgend seizoen wil ik de zaal serieuzer gaan benaderen.”

Daar ligt voor hem ook een lastige keuze. Want Scholsberg voelt dat hij op termijn moet gaan kiezen tussen veld en zaal. “Op het veld hoop ik een vaste waarde te kunnen worden bij een derde – of vierde divisie club. In de zaal zou het mooi zijn om in de Eredivisie te spelen en voor Suriname uit te komen.”

Suriname is momenteel nummer 95 van de wereld. Daarom is het een realistische droom van Scholsberg. “Ik zou het fantastisch vinden om voor mijn land uit te mogen komen.”

Klik op GVV Unitas voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GVV Unitas voor meer informatie over de club.

Aart Valkhof: “Ik kan niet zonder ’s-Gravenzande”

Wie op een doordeweekse avond of vroege zaterdagochtend rondloopt bij FC ‘s-Gravenzande, komt hem vrijwel zeker tegen. Een man met twee enorme bossen sleutels in zijn hand, stevige pas, altijd alert. Aart Valkhof is 74 jaar en al meer dan drie decennia materiaalman. Vrijwilliger. Steward. Toezichthouder. Clubman in hart en nieren.

“Vanaf mijn elfde voetbalde ik al,” begint hij. Dat was bij Monster, in een tijd waarin voetbalschoenen nog stalen neuzen hadden en houten noppen. “We speelden met leren ballen met zo’n veter erin. Als je die op je hoofd kreeg, voelde je dat wel.”

Hij voetbalde jarenlang, ook bij andere clubs, maar zijn lichaam begon tegen te werken. Knie, enkel. “Ik kreeg mankementjes. Toen werd ik benaderd om materiaalman te worden.” Wat bedoeld was als iets om het voetbal betrokken te blijven, groeide uit tot een levensinvulling. Inmiddels is hij 34 jaar materiaalman, waarvan 26 jaar bij FC ’s-Gravenzande.

Twee bossen sleutels

Aart is geen man van halve dagen. Maandag tot en met donderdag is hij op de club. En zaterdag ook. Hij controleert 34 kleedkamers op vandalisme, kijkt vlaggenmasten na, loopt rondes over het terrein en houdt toezicht op maar liefst elf velden. “Iedereen die hier voor het eerst komt, kijkt zijn ogen uit. Wat een grote accommodatie.”

In zijn zakken en handen: twee enorme bossen sleutels. Ongeveer tachtig verschillende. “Ik heb zelf een systeem bedacht,” zegt hij trots. “Alles op volgorde. Geen labeltjes nodig. Ik ken ze allemaal uit mijn hoofd.”

Samen met collega-vrijwilligers Klaas Spaargaren en Martin van de Wel vormt hij een vast trio. Ze zorgen dat de doelnetten op de elf velden op het Juliana sportpark in orde zijn en de hoekvlaggen iedere wedstrijddag of avond klaarstaan op het veld.

FC ’s-Gravenzande telt zo’n 1700 leden. Een organisatie van formaat. Aart is trots op hoe alles geregeld is. “We hebben een prachtig bestuur. Een verenigingsmanager die alles strak organiseert. Er wordt hier ongelofelijk veel energie in gestoken.”

Hij noemt het een mooie vereniging, organisatorisch sterk en sociaal betrokken. “De binding met de mensen is goed. Er gebeuren veel activiteiten.” Voor hem voelt het terrein als thuis. “Ik kan niet zonder ’s-Gravenzande. Ik kan niet achter de geraniums zitten. Dan ga ik dood.”

Rothoofd

Het vrijwilligerswerk is niet alleen rozengeur en maneschijn. Aart ziet ook de andere kant. Brandplekken in het kunstgras. Doelnetten die kapotgesneden worden. Jongens op fatbikes die over het terrein racen. “En dan die grote monden.”

Hij is drie keer bedreigd. “Dan staat er een jongen van vijftien of zestien tegenover je en zegt: zal ik je rothoofd inslaan.” Soms staan ze hem op te wachten. Hij parkeert zijn auto inmiddels op een andere plek, uit veiligheid. “De politie doet er weinig aan. Als je belt, zeggen ze dat er geen mensen beschikbaar zijn.”

Toch laat hij zich niet wegjagen. “Ik blijf dit doen. Tot mijn dood.” Hij zegt het zonder drama, maar met overtuiging. “Ik zou het mooiste vinden als ze mijn begrafenis vanaf de middenstip regelen.”

Discipline en respect

Aart houdt van discipline. Van respect. Hij kan slecht tegen grote monden. “Dat hoort niet.” Misschien komt dat ook door zijn eigen verleden. “Ik was vroeger ook geen lieverdje,” bekent hij eerlijk.

Hij herinnert zich hoe hij als jongen met vrienden rondhing bij een Shell-station in aanbouw. “Tikkertje aan het doen. Totdat we moesten rennen voor de politie en een bouvier in mijn been beet. En als mijn vader hoorde dat ik iets vernield had, dan zag ik geen vier hoeken maar zes. Het respect onder de huidige jeugd is veel lager.”

Klik op FC ‘s-Gravenzande voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC ‘s-Gravenzande voor meer informatie over de club.

Rik de Leeuw is uitgegroeid tot vaste waarde bij Meerkerk

Vijf gele kaarten, één rode kaart en tussendoor ook nog een schorsing die uiteindelijk werd teruggedraaid: op papier oogt het seizoen van Rik de Leeuw als dat van een verdediger die graag op het randje leeft. Zelf lacht hij er een beetje om, maar veel plezier beleeft hij er niet aan. “Jawel, zeker wel dat ik daarvan baal”, zegt de 23-jarige back van Meerkerk. “Het liefst wil ik elke wedstrijd spelen. En om dan te moeten toekijken, vind ik wel lastig. Kijk, als ik wissel zit, dan snap ik het. Maar dit is dan wel echt mijn eigen schuld.”

Die kaarten zijn in zijn geval geen gevolg van commentaar op de scheidsrechter of ander gedoe eromheen. “Niet voor praten. Wel voor overtredingen.” De Leeuw speelt links- of rechtsback, een positie waarop je soms de prijs betaalt als je in een duel te laat bent of een keer aan de noodrem moet trekken. Toch voelt hij zich niet als zo’n speler die er bewust een kaartenverzameling van maakt. Eerder als iemand die er af en toe net te hard in vliegt en daar vervolgens zelf last van heeft.

De rode kaart tegen RWB vertelt wat dat betreft een apart verhaal. Die werd in eerste instantie als directe rode kaart genoteerd, maar later geseponeerd. “Er was iemand die de scheidsrechter controleert, zo’n rapporteur, en die ging tegen de beslissing van de scheidsrechter in”, vertelt De Leeuw. “Toen hebben wij ook nog bezwaar gedaan.”

“Nu ga je er wel van uit dat je speelt”

Zijn weg naar het eerste was een geleidelijke klim. Tijdens de coronaperiode sloot De Leeuw aan bij de selectie, maar de eerste jaren was het vooral pendelen tussen het eerste en het tweede. “Veel wissel gezeten ja. De eerste twee jaar zat ik wel echt tussen één en twee in.” Dat veranderde pas de afgelopen tweeënhalf jaar. Sindsdien staat hij er wekelijks in en is zijn rol een stuk steviger geworden.

Dat verschil voelt hij zelf ook duidelijk. “Toen de app soms nog kwam op zaterdag, dacht je: nou, ik zal wel weer wissel zitten en misschien speel ik helemaal niet of vijf minuten. En nu ga je er wel van uit dat je speelt. Minimaal sta ik erin en vaak ook gewoon negentig minuten.”

Tegelijk blijft hij realistisch. Een basisplaats is voor hem geen bezit. “Als er iemand beter is dan mij, dan moet ik me daar maar bij neerleggen. Of nog harder werken om er wel weer in te staan.”

“Na vijf minuten is het alweer gezellig”

Over het seizoen van Meerkerk zelf is De Leeuw minstens zo eerlijk. De ranglijst oogt niet fraai en het gevaar van nacompetitie hangt nadrukkelijk boven de ploeg. Toch had hij vooraf wel verwacht dat het lastig zou worden. Meerkerk promoveerde, verloor wat ervaren krachten. “We wisten op voorhand al dat dit seizoen lastig ging worden.”

Die verwachting is inmiddels ingehaald door de werkelijkheid. Binnen de groep heerst volgens De Leeuw geen gelatenheid, maar juist strijdlust. “Iedereen heeft wel uitgesproken: het zijn nog twee finales en die willen we kost wat kost winnen en gewoon nog in de derde klasse blijven.”

Mocht dat lukken, dan is het seizoen geslaagd. Al is er volgens De Leeuw ook in moeilijkere tijden iets dat Meerkerk overeind houdt. Hij noemt de sfeer binnen de club als het grootste onderscheid met andere verenigingen. “Ik merk toch wel dat er op Meerkerk, in vergelijking met sommige andere clubs, echt wel een stuk meer publiek staat. Wekelijks wel tussen de honderd en tweehonderd man.”

Maar het zit hem niet alleen in de aantallen. Juist ook in wat er na afloop gebeurt. “Na de wedstrijd staat heel die kantine vol, ook al heeft het eerste met 5- of 6-0 verloren. Er wordt natuurlijk wel geklaagd dat we niet gewonnen hebben, maar dat waait binnen vijf minuten weer over en dan is het gewoon gezellig.”

Klik op SV Meerkerk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Meerkerk voor meer informatie over de club.

Van kinderwagen tot clubman

0

Bij sommige clubmensen begint het niet op hun zesde, maar eerder. Dennis van Staalduinen (49) zat nog in de kinderwagen toen hij al langs de lijn van Maasdijk stond. Zijn vader keepte in het eerste elftal. Zaterdagmiddag was geen vraag, maar een vanzelfsprekendheid. “Ik ging gewoon mee,” zegt Dennis. “Dat hoorde erbij.”

Op zijn zesde begon hij zelf met voetballen bij de club. Hij doorliep de jeugd en werd vanaf de D1 keeper. Zijn vader stond ook onder de lat, dus de keuze was niet heel verrassend. “Misschien was ik ook een beetje lui,” grijnst hij. “In het doel hoef je minder te lopen.”

Dennis keepte uiteindelijk een jaar of veertien in het eerste elftal van Maasdijk. Op een gegeven moment speelde hij in de vierde klasse, vaak tegen ploegen die met tien man achter de bal stonden. “Dat waren niet altijd geweldige tegenstanders. Op een gegeven moment vond ik het mooi geweest.”

Wat hij mist? “De kleedkamer,” zegt hij zonder aarzeling. “Voor en na de wedstrijd. Het ritueel, de spanning, de grappen, het samen verliezen en samen winnen. Dat gevoel raak je niet zomaar kwijt.”

Toch viel hij niet in een gat. Dennis was al jaren actief als trainer. Op zijn zestiende begon hij ermee. Gewoon omdat hij het leuk vond. “Ik was redelijk eigenwijs en dacht dat ik wel verstand had van het spelletje.” Hij rolde erin, zoals dat bij dorpsclubs vaak gaat. Iemand moet het doen. En als je eenmaal begint, blijf je hangen.

Een van zijn eerste lessen als jonge trainer herinnert hij zich nog goed. Zijn team verloor met 10-0. In de kleedkamer werd gezongen onder de douche. Hij was boos. “Ik kon daar niet tegen. Maar toen leerde ik wel dat niet iedereen hetzelfde fanatisme heeft. Het was een les in relativeren. In accepteren dat spelers anders in elkaar zitten dan jij.”

Na zijn actieve carrière ging hij verder als trainer. Hij deed onder meer het tweede elftal, een jaar of vier, vijf. Maar er kwam een periode waarin hij niet meer op één lijn zat met de technische commissie. “De club koos ervoor om meer spelers van buitenaf te halen. Dat lag mij minder. Dat was niet helemaal mijn straatje.”

Hij stopte even. Twee jaar afstand. Maar helemaal weggaan? Dat kon niet. Toen zijn kinderen gingen voetballen, begon hij opnieuw onderaan als trainer van de jeugd. “Dan zit je er zo weer in.”

Vader en trainer

Dit seizoen maakte zijn zoon Gavin de overstap naar de senioren. Dennis besloot te stoppen als trainer van het tweede. “Tegen hem ben je fanatieker dan tegen andere jongens, dat heb ik in de jeugd al gemerkt. Je benoemt toch eerder iets wat slecht is bij hem dan bij iemand anders. Dat is oneerlijk. Daarom wil ik geen trainer zijn van mijn eigen zoon.”

Dit seizoen staat hij voor de Onder 17. Een leuke lichting, noemt hij het. Talentvol, leergierig, maar ook kinderen van deze tijd. “Toen ik twaalf, dertien was, had je alleen een bal. Nu heb je een telefoon, een laptop, van alles. De motivatie om te voetballen is anders. Minder vanzelfsprekend. Dat is nu eenmaal zo. Dat is niet goed of fout. Maar vergis je niet, mij hoor je niet klagen. Dit is een hele leuke groep jongens.”

Dennis zit ook in de technische commissie. Hij ondersteunt jeugdtrainers, denkt mee, adviseert. Op donderdag geeft hij nog training aan het derde elftal. Op zaterdag staat hij bij de Onder 17, en soms sluit hij aan bij het derde. Het is typerend voor een clubman: meerdere petten, maar één club.

Wat hem voldoening geeft, zit niet in titels of promoties. Het zit in kleine momenten. “Als je ziet dat jongens beginnen na te denken, dat ze niet meer blind de bal naar voren trappen, maar begrijpen waarom ze iets doen en dus tactisch wat slimmer worden. Dat is vooral in de jeugd leuk. In het tweede elftal lag de nadruk meer op presteren. Bij de jeugd gaat het om ontwikkeling. Het mooiste vind ik als ik spelers zie rondlopen in het eerste elftal die ik getraind heb.”

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Bij LRC is sponsoring meer dan borden verkopen

Lambert van Gameren is de voorzitter van de businessclub van LRC. “Vroeger had je sponsoring,” zegt hij. “Dan verkocht je een bord, een sponsor kreeg een factuur en dat was het eigenlijk.” Hij laat een korte stilte vallen. “En daar wilden wij vanaf.”

Die ‘wij’ noemt Lambert bewust. Hij benadrukt het meerdere keren: het is een groep. “We zijn met een hele nieuwe club mensen ingestapt, allemaal echte LRC’ers. Jongens die de club kennen en die zeiden: we willen het anders doen. Ik doe het niet alleen. Absoluut niet.”

De omslag zat in de vraag die ze zichzelf stelden. Niet langer: wat kan een sponsor voor ons doen? Maar: wat heeft een bedrijf nodig? “We zijn gewoon gaan vragen: wat heb jij nodig? Niet: wil je een bord kopen. Dat is een heel ander gesprek.” Vanuit die insteek ontstond langzaam iets wat verder ging dan sponsoring alleen. “Heel veel bedrijven zoeken mensen. Handjes. Dat hoor je overal. Toen dachten wij: wij hebben een club, we hebben jeugd, we hebben bereik. Waarom koppelen we dat niet aan elkaar?”

Het is de basis geweest voor wat inmiddels is uitgegroeid tot een banenmarkt en een bredere vacaturestructuur rondom de club. “Daar is uiteindelijk die banenmarkt uit gekomen. En dat wordt nu zelfs gedragen door de gemeente. Volgend jaar komt de derde editie alweer. En daaruit is weer LRC Werkt ontstaan. Dat is eigenlijk gewoon een vacaturebank. Vacatures van bedrijven uit de regio delen wij met onze leden. Online, maar ook gewoon op de club.”

Het zijn geen plannen die op papier blijven hangen. Ze worden uitgevoerd, getest, bijgestuurd. “Je merkt gewoon dat bedrijven daar wat aan hebben. En als ze daar wat aan hebben, dan blijven ze ook betrokken. Dan is het niet meer alleen: hier heb je een factuur en succes ermee.”

Dat Lambert überhaupt in deze rol terechtkwam, heeft weinig met toeval te maken en alles met timing. Zijn zoon ging voetballen bij LRC en daarmee kwam ook de vraag terug: wat doe je zelf voor de club? “Vrijwilligerswerk is overal een probleem. Dus ik vond wel dat ik ook iets moest doen. Ik heb zelf een superleuke tijd gehad bij LRC vroeger. Dan wil je dat je kind dat ook heeft. Maar daar heb je wel mensen voor nodig.”

Het telefoontje van voorzitter Huib den Oude gaf het laatste zetje. “Die belde en zei: jouw naam wordt wel eens genoemd, lijkt het je leuk om hierbij aan te sluiten? Mijn vader loopt al jaren bij het eerste rond. Mijn zoon ging er voetballen. Toen dacht ik: hoe mooi is het als je daar met drie generaties zit?”

Wat begon als ‘iets doen voor de club’, werd al snel groter. “Het is een beetje uit de hand gelopen qua uren. Maar wel op een goede manier. Die energie zit vooral in het bouwen. In het verbinden. In het zoeken naar manieren om de club relevanter te maken voor de omgeving. Je wordt een beetje een verbindende spil in de regio. En dat vind ik gewoon leuk.”

Hij is duidelijk over wat daarin belangrijk is. Geld is nodig, maar niet het vertrekpunt. “Tuurlijk moet er geld binnenkomen. Zo werkt het nou eenmaal. Maar als je alleen maar belt voor geld, dan wordt het ook niks. De kracht zit in de relatie. Als je bedrijven erbij betrekt, als je dingen samen doet, dan haken ze vanzelf vaker aan. Dan hoef je niet elke keer te trekken.”

Die manier van werken past bij hem. Hij noemt zichzelf geen harde zakenman. “Ik vind netwerken gewoon leuk. Mensen leren kennen, kijken waar je elkaar kan helpen.” Dat deed hij eerder al bij Asperen, waar hij jarenlang actief was in sponsorwerk. “Dat zit er gewoon een beetje in.”

Klik op LRC Leerdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op LRC Leerdam voor meer informatie over de club.

Bram van Geest concurreert met zijn beste vriend bij Maasdijk

0

Bij VV Maasdijk draait het dit seizoen niet alleen om promotie, maar ook om een bijzonder verhaal op de linksbackpositie. Daar strijden twee jeugdvrienden om één plek: Bram van Geest en Kees van der Hout. Geen rivaliteit met spanningen of gedoe, maar een strijd waarin vriendschap en teamgevoel minstens zo belangrijk zijn als speeltijd.

Voor Van Geest is het een situatie die misschien lastig klinkt, maar in de praktijk verrassend goed werkt. De 25-jarige linksback speelt al zijn hele leven bij Maasdijk. Vanaf de F4 liep hij al rond op de club en groeide hij op tussen vrienden, bekenden en het typische dorpsgevoel dat bij de vereniging hoort. “Als ik vroeger klaar was met mijn eigen wedstrijd, ging ik altijd kijken bij het eerste. Dan zei ik tegen mijn moeder: daar wil ik later ook spelen.”

Die droom kwam uit. Vier jaar geleden sloot hij aan bij het eerste elftal, toevallig op het moment dat zijn directe concurrent Van der Hout geblesseerd was. Het gaf hem de kans om zich te laten zien op het niveau waar hij als kind naar opkeek. “Dan kom j erachter dat het allemaal niet zoveel voorstelt, maar het is toch wel mooi dat het is gelukt.”

Concurrentie met een twist

Waar het verhaal bijzonder wordt, is de concurrentie op zijn positie. Want de speler met wie hij strijdt om een basisplek, is niet zomaar een teamgenoot. Het is zijn beste vriend. “We kennen elkaar al ons hele leven,” zegt Van Geest. “Onze ouders zijn bevriend, we zijn samen opgegroeid en we werken nu zelfs bij hetzelfde bedrijf.”

Dat maakt de situatie uniek. Want hoewel ze allebei willen spelen, is er geen sprake van jaloezie of onderlinge strijd. “Je zit op voetbal om te spelen, het liefst in het eerste. Dus natuurlijk wil je zelf spelen. Maar binnen ons team gunnen we elkaar ook echt alles.”

Zijn concurrent bevestigt dat beeld.

“Bram en ik zijn concurrenten, maar wel met een grote gunfactor naar elkaar toe,” zegt Kees van der Hout. “Natuurlijk is het vervelend als één van ons niet speelt in het eerste, maar het belang van het team en het doel om dit jaar te promoveren is groter dan ons ego. Verder ben ik trots op Bram en blij met onze vriendschap.”

Tussen eerste en tweede

Dit seizoen betekende die concurrentie dat Van Geest niet altijd verzekerd was van een basisplek. Regelmatig moest hij genoegen nemen met een plek op de bank of minuten maken bij het tweede elftal. Toch haalt hij daar geen frustratie uit. “Bij ons tweede is het ook gewoon leuk. Die doen het goed en staan bovenaan. En uiteindelijk wil je gewoon voetballen.”

Vorig seizoen zag er voor Bram heel anders uit. Toen stond hij lange tijd langs de kant met een hardnekkige liesblessure. Wat begon als een kleine klacht, groeide uit tot een traject van negen maanden. “Na mijn operatie was ik iets te snel weer begonnen,” blikt hij terug. “En toen ging het eigenlijk meteen weer mis.” Het betekende een lange revalidatie en opnieuw opbouwen. “Inmiddels ben ik weer helemaal fit, dus dat is het belangrijkste.”

Ambitie: promoveren

Sportief gezien draait Maasdijk een sterk seizoen. De ploeg staat tweede en pakte al een periodetitel. De doelstelling is dan ook helder: promotie naar de derde klasse. “Dat is al een paar jaar het doel. En ik denk ook dat we het niveau aankunnen. We spelen in oefenwedstrijden wel eens tegen derdeklassers en dan doen we niet voor ze onder.”

Nooit weg bij Maasdijk

Ondanks dat hij niet altijd speelt, heeft Bram nooit overwogen om de club te verlaten. De reden is simpel: Maasdijk is meer dan alleen voetbal. “Het zit om de hoek en ik voetbal hier met al mijn vrienden. Dit is gewoon de mooiste club die er is. Door de jaren heen bouw je hier echt iets op.”

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.