Home Blog Pagina 4

Excelsior’20 G1 beleeft droomseizoen met twee titels en de beker

Twee kampioenschappen én de districtsbeker. Veel beter had het seizoen 2025-2026 voor G1 van Excelsior’20 nauwelijks kunnen verlopen. Toch is het winnen van prijzen maar een deel van het verhaal van de ploeg van coach Michael Schoenmakers (48). Plezier, vriendschap en elkaar accepteren zoals je bent, staan minstens zo hoog aangeschreven. En ondertussen blijkt ook in het G-voetbal de transfermarkt gewoon te bestaan. Al ontbreken de zaakwaarnemers en miljoenencontracten.

“De helft van dit team speelt al een jaar of dertien bij Excelsior’20”, vertelt Schoenmakers. “De andere helft is er in de loop der jaren bijgekomen. Zo is er een heel leuk, gezellig en sociaal team ontstaan.”

Schoenmakers loopt zelf eveneens al dertien jaar rond bij het G-voetbal van Excelsior’20. Hij nam destijds het stokje over van Wim Blijdorp, die samen met Karel van der Kooij aan de basis stond van het G-voetbal binnen de club. Inmiddels doet Schoenmakers naast de begeleiding ook het secretariaat.

Zijn betrokkenheid begon bij zijn zoon, die dolgraag wilde voetballen. Schoenmakers, geboren en getogen in Schiedam, had zelf in het verleden voor Excelsior’20 gespeeld en keerde zo terug bij de club. “In het begin vond mijn zoon voetbal helemaal niets. Dan stond hij tijdens de wedstrijd bloemetjes te plukken. Stap voor stap begon hij het spelletje te begrijpen en uiteindelijk vond hij het geweldig.”

Het huidige G1 bestaat uit twaalf spelers en speelt acht tegen acht op een half veld, met wedstrijden van twee keer dertig minuten. De gemiddelde leeftijd ligt rond de 22 à 23 jaar. “Alleen onze keeper is wat ouder”, lacht Schoenmakers. Daarnaast heeft Excelsior’20 een G2, dat afgelopen seizoen vanuit de jeugd doorstroomde naar de senioren.

Voor G1 werd het een seizoen om in te lijsten. Eerst werd de najaarscompetitie gewonnen, vervolgens ook de voorjaarscompetitie en tussendoor plaatste de ploeg zich voor de bekerfinale. In Noordwijk werd tegen Honselersdijk ook die derde prijs binnengehaald.

Volgens Schoenmakers zit de kracht vooral in de hechte groep. “Ze weten precies van elkaar wat iemand wel en niet kan. Ze weten wat ze zelf kunnen, maar vooral ook wat ze samen kunnen. Het totaalplaatje klopt gewoon.”

Het succes betekent dat Excelsior’20 komend seizoen een niveau hoger gaat spelen. Schoenmakers heeft de concurrentie inmiddels voorzichtig bekeken. “Ik ben bang dat het misschien een maatje te groot wordt, maar dat weet je natuurlijk nooit.”

Versterking halen dan maar? Ook in het G-voetbal blijkt een heuse transfermarkt te bestaan. Alleen gaat het er iets anders aan toe dan bij de profs. Geen transfersommen of medische keuringen, maar spelers die elkaar kennen van werk, school of voetbal en zeggen: kom lekker bij ons spelen. “Als er bij ons een nieuwe speler komt, informeer ik altijd even bij zijn vorige club. Hoe ligt hij in de groep en wat is de situatie? Ik wil dat altijd netjes doen.”

Schoenmakers geniet nog altijd volop van zijn rol. “G-voetbal is fantastisch. Natuurlijk gebeuren er soms dingen die je in het reguliere voetbal minder snel tegenkomt, maar het is vooral ontzettend leuk. De spelers zijn heel dankbaar. Ze slaan een arm om je heen of geven je een knuffel. Dat is prachtig.”

 

Die sfeer was ook zichtbaar bij de behaalde prijzen. Na het kampioenschap gingen, met toestemming van het bestuur, de fakkels aan en kregen de spelers een presentje en een zak snoep. Ook de bekerfinale tegen het bekende Honselersdijk werd gezamenlijk afgesloten. “Na afloop hebben we het met beide teams gevierd. Heel gezellig en gemoedelijk.”

Misschien is dat wel de mooiste prijs van allemaal. De bekers staan in de kast, maar bij Excelsior’20 G1 zijn plezier en saamhorigheid nog altijd de belangrijkste transfers van het seizoen.

MVV’27 kiest zonder spelers te betalen voor eigen koers in tweede klasse

0

Geen spelersbudget en geen financiële vergoedingen om nieuwe voetballers naar Maasland te lokken. Toch wist MVV’27 de selectie voor het nieuwe seizoen behoorlijk te versterken. De bescheiden dorpsvereniging begint aan het tweede jaar in de tweede klasse en blijft daarbij trouw aan haar eigen beleid. Binding met de club en het dorp staat voorop.

Bestuurslid technische commissie Tom Visser is mede verantwoordelijk voor het op peil houden van de selectie. In het seizoen 2024-2025 werd MVV’27 kampioen van de derde klasse, waarna de ploeg vorig seizoen als negende eindigde in de tweede klasse C. Een prestatie waar de Maaslanders trots op zijn.

“We zijn een echte dorpsvereniging en door de promotie spelen we op een heel leuk niveau voor de vereniging die we zijn.” Spelers betalen past daar niet bij. Visser onderhoudt vooral contacten binnen en buiten de club en ook de technische staf beschikt over een behoorlijk netwerk.

Vooral de lijnen met Excelsior Maassluis zijn kort. Visser heeft er zelf een voetbalverleden en ook trainer Hakan Copur en assistent Richard Rasens kennen de club goed. Bovendien hebben spelers van beide verenigingen onderling vaak nog contacten. “MVV’27 wil zoveel mogelijk eigen jongens in het eerste hebben spelen.”

Jasper van Veen was vorig seizoen al een goed voorbeeld van de manier waarop MVV’27 spelers aantrekt. Hij doorliep de jeugd van Excelsior Maassluis en speelde daarna voor verschillende clubs in de regio. Zijn ouders wonen in Maasland en uiteindelijk wilde hij graag voor MVV’27 uitkomen.

Ook bij de nieuwe aanwinsten is die regionale of persoonlijke binding duidelijk zichtbaar. Sem Klaassen komt over van Excelsior Maassluis. Visser kent zijn vader, met wie hij zelf nog voetbalde. Klaassen speelde jarenlang in de hoogste jeugdteams, maar wist het eerste elftal niet te halen. Ook een poging bij Poortugaal leverde niet het gewenste resultaat op. Bij MVV’27 wil hij vooral weer wekelijks spelen. “We hopen dat hij lekker wat doelpunten voor ons gaat maken. Wij zijn heel blij met hem.”

Jasper Wessels speelde bij Excelsior Maassluis jarenlang samen met Klaassen, maar kwam de afgelopen twee jaar niet in actie. In Maasland wil hij het plezier in het voetbal terugvinden. Hij is nog niet wedstrijdfit en krijgt de tijd om weer op niveau te komen.

Jesse van Gastel meldde zichzelf bij MVV’27. De dertiger speelde in het tweede van Excelsior Maassluis en kreeg vanuit Maasland direct een duidelijke opdracht mee: fitter worden. Volgens Visser heeft hij daar uitstekend naar geluisterd en is hij een welkome versterking voor de breedte van de selectie.

Ook Gijs Bronder heeft een verleden bij Excelsior Maassluis. De broer van Sam Bronder vertrok later naar Spijkenisse en was daar afgelopen seizoen aanvoerder van de O19. Mika van Vugt komt over van competitiegenoot VFC. Hij was daar geen vaste basisspeler en hoopt in Maasland meer speelminuten te maken.

Mohamed Amin El Maize maakt de overstap van HBSS. Hij speelde eerder in de jeugd van Excelsior, voetbalt daarnaast op hoog niveau in de zaal en woont in Maasland. Ook bij hem is er dus een duidelijke binding met het dorp.

 

Naast de nieuwkomers sluiten acht jeugdspelers aan bij de selectie. Zij zullen in eerste instantie voornamelijk hun minuten in het tweede elftal maken. De jeugdopleiding blijft belangrijk voor MVV’27. Het streven is om jaarlijks twee of drie spelers te laten doorstromen naar het eerste.

De versterkingen zijn welkom, want de KNVB heeft de tweede klassen voor dit seizoen behoorlijk door elkaar gehusseld. MVV’27 treft zelfs zes verenigingen waartegen het eerste elftal nog nooit in competitieverband speelde. Op papier lijkt de indeling bovendien zwaarder dan vorig seizoen.

Toch begint MVV’27 met vertrouwen. Vooral in de breedte zijn er meer mogelijkheden. Vorig seizoen werd de selectie bij blessures en schorsingen snel kwetsbaar. In de uitwedstrijd tegen Wippolder stonden bijvoorbeeld vijf invallers binnen de lijnen, onder wie zelfs een speler uit de O17.

“We zijn enorm blij dat wij als club in de tweede klasse mogen spelen en hopen dat uiteraard zo lang mogelijk vol te houden.” De doelstelling is daarbij even eenvoudig als duidelijk: beter presteren dan vorig seizoen.

Voor een club die geen euro aan spelers betaalt en zoveel mogelijk met eigen en regionaal gebonden jongens wil werken, zou dat opnieuw een mooie prestatie zijn.

CION: al 75 jaar een eigenzinnige cultclub

Op 1 juli 1951 zag CION het levenslicht. Inmiddels is de Vlaardingse voetbalvereniging 75 jaar verder en misschien wel springlevender dan een aantal jaren geleden. Met ongeveer 250 leden, een nieuw clubgebouw en weer jeugd binnen de vereniging kijkt voorzitter Sebas Verburgh met vertrouwen vooruit. ”We houden al 75 jaar onze eigen broek op. Dus op naar de volgende 25 jaar.”

Een groot jubileumfeest op de verjaardag zelf zat er niet in. Het seizoen duurde lang en voor het eerste elftal was het tot de laatste speeldag spannend. ”Het was een behoorlijke ontknoping. Een echte Houdini-act, maar in de laatste speelronde speelden we ons helemaal veilig.”

Daarna waren spelers en vrijwilligers vooral toe aan vakantie. Bovendien organiseerde CION dit jaar het Vlaardings kampioenschap. Een geschikt moment voor een groot jubileumfeest bleek daardoor lastig te vinden. ”Bij een 75-jarig bestaan mag je van de KNVB een speelronde vrij zijn met alle elftallen. Maar zo’n feest moet bij ons eigenlijk buiten plaatsvinden en dan wil je wel een beetje zekerheid over het weer.”

Daarom kijkt de club nu naar eind mei of begin juni volgend jaar. Verburgh: ”Het zal waarschijnlijk een tweedaags feest worden. Wij staan natuurlijk wel om onze feesten bekend in de regio.”

De geschiedenis van de vereniging is sowieso bijzonder. Oorspronkelijk ging de club door het leven als The Red Stars, verwijzend naar de rode ster in het logo en op de vlaggen van de Caltex-benzinestations. Toen Caltex overging in Chevron veranderde ook de clubnaam. C.I.O.N. stond voor ‘Chevron Is Onze Naam’. Later werd Chevron Texaco en verdween de relatie met het bedrijf. De voetbalvereniging bleef bestaan en ging verder als CION.

Verburgh maakt zelf inmiddels ruim een kwart eeuw deel uit van die geschiedenis. Hij voetbalde eerst bij Fortuna Vlaardingen en vervolgens tien jaar bij Excelsior Maassluis. Knieproblemen brachten hem uiteindelijk bij CION. “Een groep vrienden van mij ging hier voetballen en vroeg of ik ook kwam. Dat was in 2000.”  Als speler van het eerste elftal maakte hij een jaar later het 50-jarig jubileum mee. Nu, 25 jaar later, beleeft hij de 75e verjaardag als voorzitter.  Via vrijwillige taken rolde Verburgh het bestuur in. Zijn achtergrond in de horeca kwam daarbij goed van pas. ”Wat ooit als vrijwilligerstaak begon, lijkt inmiddels soms wel een baan. Het is af en toe behoorlijk heftig.”

CION kende de afgelopen jaren genoeg tegenslagen. Nadat de club aan de Marathonweg moest vertrekken, trok het in bij Deltasport. In 2019 werd de kantine door brand getroffen. ”Daarna hebben we een aantal jaren in portocabins gezeten. Dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor de groei van een vereniging.”

Inmiddels staat er een nieuw clubgebouw en ziet Verburgh weer mogelijkheden. Het ledenaantal groeide van zo’n 130 à 140 naar ongeveer 250. Ook keert de jeugd langzaam terug. Jarenlang had CION geen jeugdteams, maar inmiddels zijn er onder meer een O10, O11, O16 en O23 elftal.

Voor het eerste elftal levert dat voorlopig nog geen structurele doorstroming op. CION moet daarom creatief zijn bij het samenstellen van de selectie. Dit seizoen kwamen bijvoorbeeld twee jonge spelers over van het tweede van Excelsior Maassluis. “Ons netwerk is belangrijk. Daarnaast komen spelers via vrienden die hier al voetballen. Zij horen dat de faciliteiten en kleding goed geregeld zijn en dat de sfeer goed is. Er vertrekken hier eigenlijk nooit spelers omdat ze ontevreden zijn over de club.”

 

Die sfeer beperkt zich niet tot het eerste elftal. ”Op donderdagavond wordt er gegeten. De ene keer saté, de andere keer hamburgers. Maar dat is niet alleen voor het eerste en tweede. De dames en het derde schuiven net zo goed aan. Iedereen eet mee.”

Sportief wil CION eveneens vooruit. Met uitzondering van het afgelopen seizoen deed het eerste elftal de voorgaande jaren in de tweede klasse telkens mee aan de nacompetitie om promotie. Tegelijkertijd weet Verburgh dat een vereniging tegenwoordig om meer draait dan alleen voetbal.

Het clubgebouw wordt daarom ook gebruikt voor bijvoorbeeld kinderfeestjes. ”Voetbal heeft een minder prominente plek in de samenleving gekregen. Als kleine vereniging moet je nadenken over andere manieren om omzet te genereren en de club gezond te houden.”

Een ander bekend probleem blijft het vinden van vrijwilligers. Verburgh heeft daar een duidelijke mening over. ”Iedereen vindt ergens wel iets van en dat mag natuurlijk. Maar steek dan zelf ook je handen uit de mouwen.”

Voorlopig kan CION op het huidige complex verder. Plannen waarbij Deltasport zou moeten verdwijnen om ruimte te maken voor een nieuw zwembad zijn na de komst van een nieuwe gemeenteraad van tafel gegaan. Of dat definitief is, moet nog blijken.

Verburgh kijkt liever naar wat er wél ligt: een groeiende vereniging, een nieuw onderkomen en een club die na driekwart eeuw nog altijd haar eigen karakter heeft behouden.

„We houden al 75 jaar onze eigen broek op zonder subsidie. Dat willen we blijven doen. Op naar de volgende 25 jaar.”

Kay de Vette heeft het keepen in zijn genen

Het keepersvak is Kay de Vette met de paplepel ingegoten. Zijn vader Mike stond jarenlang onder de lat bij verschillende clubs in de regio en leerde zijn zoon de fijne kneepjes van het vak. Inmiddels klopt de 19-jarige De Vette nadrukkelijk op de deur van het eerste elftal van Hermes DVS. Zijn volgende doel is duidelijk: vaste keeper worden bij de Schiedamse vierdeklasser.

 

De Vette is een echte Schiedammer, al zag hij het levenslicht in een Vlaardings ziekenhuis. Op vier- of vijfjarige leeftijd begon hij bij de smurfen van Hermes DVS en eigenlijk stond hij vrijwel direct in het doel. Heel vreemd was dat niet. Vader Mike was eveneens keeper en speelde onder meer in de jeugd van Feyenoord en later voor VFC, Excelsior’20 en Hermes DVS. “Mijn vader kon aardig keepen.”

Op één seizoen bij Victoria’04 na doorliep De Vette de jeugdopleiding van Hermes DVS. Bij de Vlaardingse club speelde hij in de O19. “Dat was leuk tot er een andere trainer kwam en ik besloot weer terug te keren naar Hermes DVS.”

Dit seizoen hoopt hij definitief door te breken in het eerste elftal. Tijdens het Schiedams kampioenschap stond De Vette in de basis en ook in de verloren bekerwedstrijd tegen GSC ESDO verdedigde hij het Schiedamse doel. Trainer Anthony van Vooren heeft echter nog niet definitief bepaald wie zijn eerste doelman wordt.

De concurrentiestrijd is spannend, want beide keepers ontlopen elkaar volgens De Vette niet veel. Ze kwamen elkaar in het verleden bovendien al vaker tegen in de strijd om een plaats onder de lat. “We zijn gelijkwaardige keepers. Mensen zeggen dat ik voetballend iets sterker ben dan hij.”

Zijn belangrijkste leermeester was jarenlang zijn vader. In de jeugd kreeg De Vette veel tips van hem en Mike stond vrijwel altijd langs de lijn om zijn zoon te bekijken. Door ziekte is dat tegenwoordig niet meer mogelijk. “Het is wel wennen, want na elke wedstrijd kreeg ik vroeger een soort preek.” Die aanwijzingen hebben hem mede gevormd tot de keeper die hij nu is.

Juist de verantwoordelijkheid maakt het keepersvak voor De Vette zo aantrekkelijk. Een fout van een doelman kan grote gevolgen hebben en die druk vindt hij juist mooi. “Jij kan enorm de fout ingaan. Dat geeft een bepaalde druk en die vind ik echt tof. Je hebt de wedstrijd in je eigen hand.”

De Vette vindt zichzelf sterk in één-tegen-éénsituaties, terwijl trainers hem vooral omschrijven als een goede lijnkeeper. Tegelijkertijd weet hij waar nog winst te behalen valt. Vooral het inschatten van voorzetten kan beter. Ook bij ballen in de ruimte tussen hem en zijn verdediging wil hij stappen maken. Wanneer kom je uit en wanneer blijf je staan? Het zijn situaties waarin hij meer zekerheid wil krijgen.

Met Hermes DVS kijkt hij vol vertrouwen naar het nieuwe seizoen in de vierde klasse. De selectie kreeg behoorlijk wat nieuwe gezichten en met Van Vooren staat er ook een nieuwe trainer voor de groep. “Er zit veel energie in het elftal en ik denk dat wij goed mee kunnen draaien in de competitie.”

Mocht De Vette de concurrentiestrijd niet winnen, dan zal hij zijn wedstrijden voornamelijk in Hermes DVS 2 spelen en bij het eerste elftal op de bank plaatsnemen. Voorlopig kijkt hij echter vooral naar zijn kans om de nummer één te worden. De ambitie om snel naar een hoger niveau te vertrekken heeft hij niet. “Het doel was om in het eerste van Hermes te komen en nu wil ik natuurlijk vaste keeper worden.”

 

Naast het voetbal is De Vette begonnen aan de hbo-opleiding Bouwkunde aan Hogeschool Rotterdam. Ook binnen Hermes DVS heeft hij inmiddels een andere rol. De jonge doelman geeft keeperstraining aan de jeugd tot en met de O17. Daarmee begon hij samen met zijn vader, waarna hij het uiteindelijk volledig overnam.

“Eigenlijk train ik te veel keepers momenteel. Ik hoop er dit seizoen wat handjes bij te krijgen, want het zijn wel veel keepertjes die getraind moeten worden.”

Zo staat De Vette niet alleen zelf aan het begin van zijn carrière onder de lat, maar probeert hij zijn kennis ook alweer over te brengen op de volgende generatie Hermes-keepers.

Clubjongen Roy Meerten wil met Victoria’04 direct terug omhoog

Vanaf zijn vijfde loopt Roy Meerten rond bij Victoria’04. Inmiddels is de 26-jarige Vlaardinger ruim honderd officiële wedstrijden voor het eerste elftal verder en heeft hij nooit het shirt van een andere vereniging gedragen. Promoties, een zware enkelblessure en de degradatie van afgelopen seizoen: Meerten maakte het allemaal mee. Na de stap terug naar de vierde klasse is zijn doel duidelijk. “Wij zijn voor niemand bang en vinden dan ook gewoon dat we kampioen moeten worden.”

Meerten is geboren en getogen in Vlaardingen en meldde zich als vijfjarige bij Victoria’04. Sindsdien is hij de club altijd trouw gebleven. Toen hij richting de senioren ging, kwam het eerste elftal al snel in beeld. Inmiddels staat de teller op ruim honderd officiële wedstrijden in de hoofdmacht.

Als aanvallend ingestelde speler kan Meerten zowel op het middenveld als aan de buitenkant uit de voeten. Het liefst begint hij als linksbuiten. Daar kan hij zijn creativiteit kwijt. Acties maken, een tegenstander opzoeken en iets onverwachts doen: dat is het voetbal waar hij zich prettig bij voelt.

Zijn mooiste herinnering is het kampioenschap van Victoria’04, al speelde hij daar zelf door een zware blessure maar een beperkte rol in. Tijdens een dribbel ging Meerten op de bal staan en klapte zijn enkel volledig dubbel. De schade was aanzienlijk: een breuk in zijn enkel en een ingescheurde enkelband.

Daardoor bleef zijn bijdrage dat seizoen beperkt tot zeven wedstrijden. Toch beleefde hij het kampioenschap intens mee. Tijdens zijn revalidatie bleef hij nauw betrokken bij de selectie en juist daarom beschouwt hij de titel nog altijd als het hoogtepunt uit zijn voetballoopbaan. De blessure zelf vormt vanzelfsprekend de andere kant van het verhaal.

Aan dat rijtje dieptepunten kan sinds afgelopen seizoen ook een degradatie worden toegevoegd. Victoria’04 had er de voorgaande jaren bijna een gewoonte van gemaakt om voor de winterstop moeizaam te presteren en daarna alsnog orde op zaken te stellen. Ditmaal bleek de achterstand echter te groot.

De start was ronduit dramatisch. Mede door veel blessures en andere onvoorziene omstandigheden verzamelde Victoria’04 voor de winterstop slechts één punt. Dat werd nota bene op de eerste speeldag behaald tegen Zwarte Pijl. Vervolgens verloor de ploeg negen competitiewedstrijden op rij.

Na de winterstop liet Victoria’04 een ander gezicht zien. De resultaten verbeterden en uiteindelijk wist de ploeg zich nog naar de nacompetitie te knokken. Daarin moest lijfsbehoud worden veiliggesteld, maar in de eerste wedstrijd ging het thuis mis tegen DBGC. De degradatie naar de vierde klasse was daarmee een feit.

Opvallend genoeg leidde de teleurstelling niet tot een leegloop. De spelersgroep van vorig seizoen is grotendeels intact gebleven en er kwamen zelfs enkele nieuwe spelers bij. Ook trainer Dimitri Hooftman bleef Victoria’04 trouw. Volgens Meerten is er een uitstekende chemie tussen de trainer en de spelersgroep. Ondanks de degradatie is het vertrouwen in Hooftman onverminderd groot.

Dat de spelers ook buiten het veld een hechte groep vormen, blijkt onder meer tijdens de inmiddels bekende trainingskampen. Torremolinos is daarbij een geliefde bestemming. “Het is altijd lachen, gieren en brullen. Vier dagen feest met een biertje erbij en dan ook nog lekker voetballen in het zonnetje met een graad of twintig.”

Zo’n trainingskamp leverde zelfs nieuwe spelers op. Een paar seizoenen geleden trof Victoria’04 in Spanje spelers van SVS. Het klikte kennelijk zo goed dat enkele van hen later besloten de overstap naar Victoria’04 te maken.

Ondanks de goede sfeer beseft Meerten dat een snelle terugkeer geen vanzelfsprekendheid is. De vierde klasse waarin Victoria’04 terecht is gekomen, schat hij behoorlijk sterk in. De ploeg treft verschillende verenigingen van de Zuid-Hollandse eilanden en met Hermes DVS wacht eigenlijk de enige echte derby.

Toch wil Meerten zich niet verschuilen achter de zwaarte van de competitie. Na de degradatie moet Victoria’04 volgens hem de lat direct weer hoog leggen.

“Het zal niet makkelijk worden, maar ik vind dat we voor het kampioenschap moeten gaan en op zijn minst moeten promoveren.”

Buiten het voetbal werkt Meerten als operator bij Vopak in Vlaardingen. Op zaterdag ligt zijn hart echter nog altijd op dezelfde plek waar hij als vijfjarige begon. Na meer dan twintig jaar Victoria’04 wil de echte clubjongen nu vooral één ding: met zijn club zo snel mogelijk terug naar de derde klasse.

HBSS vindt bij DHC in Delft eindelijk onderdak

0

Het door schulden geplaagde, honderdjarige HBSS heeft uiteindelijk toch onderdak gevonden voor zijn thuiswedstrijden. Nadat eerdere opties in Schiedam, Vlaardingen en Rotterdam afvielen, kwam de oplossing uit Delft. Via een berichtje zocht voorzitter Sander Teunissen contact met DHC-voorzitter John van Zweden. Niet veel later was de overeenkomst rond.

Voor Teunissen overheerst vooral de opluchting dat HBSS weer kan voetballen. Op Sportpark Harga had het Schiedamse sportbedrijf de huur opgezegd, omdat HBSS zijn financiële verplichtingen niet kon komen. Op 31 juli kwam de deurwaarder langs, maar toen had de club het pand zelf al leeggemaakt.

Aanvankelijk leek DVO’32 uit Vlaardingen uitkomst te bieden. De KNVB was al aan het indelen maar volgens Teunissen kwam daar na contact tussen de gemeenten Schiedam en Vlaardingen uiteindelijk toch geen toestemming voor. Vervolgens kwam Swift Boys in beeld, waarbij ook PKC’85 en Zwarte Pijl betrokken waren. Teunissen benadrukt dat die drie Rotterdamse clubs HBSS juist enorm hebben geholpen. „Zij zijn echt voor ons in de bres gesprongen. Toen het Rotterdamse sportbedrijf uiteindelijk na een maand ‘onderhandelen’ aangaf dat wij daar niet mochten spelen, hebben de clubs gezamenlijk nog een brief gestuurd met het verzoek om HBSS toch toe te laten.”

Zelfs dat mocht niet baten. Volgens Teunissen was eerder vanuit het sportbedrijf Rotterdam aangegeven dat zij socialer en maatschappelijker waren dan de collega’s uit Schiedam en huisvesting mogelijk was wanneer HBSS zelf een club zou vinden die bereid was de Schiedammers onderdak te bieden. In Rotterdam zouden clubs zijn met een veelvoud van onze problemen en met slechts één club in Rotterdam konden we niet gaan praten. “Alle drie de clubs aan de Boszoom-Zuid gingen met volle overtuiging akkoord. Een absolute voorwaarde van het Sportbedrijf Rotterdam, zo werd ons voorgehouden. Zei één van de drie ‘nee’, dan was het ook nee maar de clubs waren anoniem bereid te helpen. Er waren wat praktische problemen met de planning, mede door het tijdelijke verblijf van de profs van Excelsior maar die konden we samen met de KNVB oplossen.”

De voetbalbond ging dus ook gelijk aan de slag met de case en ook vanuit Zeist kwam groen licht door meerdere wedstrijd wijzigingen door te voeren.

Kort na het positieve gesprek kreeg Teunissen echter alsnog te horen dat het niet doorging. „Er was contact geweest tussen Rotterdam en Schiedam, beiden 100% aandeelhouder van hun Sportbedrijf, en uiteindelijk kregen we geen toestemming. De volgende dag zat ik bij de gemeente Rotterdam en daar werd glashard gezegd dat er geen contact met Schiedam geweest was en geen veto uitgesproken was. Het bleef voor ons erg onduidelijk en mysterieus.”

Uiteindelijk besloot Teunissen, onder druk van de deadline van de KNVB om tijdig een thuis basis voor de competitie wedstrijden aan te geven, John van Zweden te benaderen. De voorzitter van DHC hoefde niet lang na te denken. „Hij zei meteen: ‘Ik ga jullie helpen.’ John kwam direct in actie en nam ter plekke contact op met de burgemeester en wethouder in Delft.”  Vanuit Delft kwam daarop ook verbluffend snel groen licht. Op 9 september werden de handtekeningen onder de overeenkomst tussen beiden clubs gezet. HBSS huurt nu onder bij DHC en daarvoor ligt inmiddels ook schriftelijke toestemming van de gemeente Delft bij de clubs en de KNVB.

Daarmee is een einde gekomen aan een lange, energievretende maar toch zeker ook frustrerende zoektocht, al is het dossier voor HBSS hiermee nog niet gesloten. Teunissen erkent zonder omwegen dat de club zelf verantwoordelijk is voor de ontstane schuld en zijn financiële verplichtingen moet nakomen. „Als je een schuld hebt, moet je die absoluut betalen. We hebben ook nooit gezegd dat we dat niet zouden doen. Alleen over de manier waarop hier door de gemeente Schiedam en het Sportbedrijf Schiedam werd omgegaan, zijn we absoluut niet te spreken.”

Volgens de voorzitter waren er mogelijkheden om met hulp van leden en sponsors een onderbouwde oplossing voor de schuld te vinden, maar wilden die allemaal zekerheid over een langer verblijf op Sportpark Harga. Een logische voorwaarde maar die garantie kreeg HBSS niet. Een compromisvoorstel, zoals het Sportbedrijf nog gedaan zegt te hebben, verwijst de club naar de wereld van onzinnig want dat hield in dat de club moest betalen en daarmee enkel opschorting van de ontruiming verkregen zou worden. Geen enkele zekerheid dus.

Teunissen wil daarom vooral duidelijkheid over de toekomst. „Als de schulden zijn afbetaald, willen we weten of er nog een mogelijkheid is om terug te keren naar Schiedam. We zijn tenslotte een Schiedamse club. Als dat niet kan, dan weten we dat ook en kunnen we onze pijlen ergens anders op richten.”

Ook over de financiële gevolgen van het vertrek van HBSS plaatst hij vraagtekens. Volgens Teunissen blijft het clubgebouw op Harga vooralsnog leeg en zijn er fouten gemaakt in gemeentelijke berekeningen, onder meer rond de huur van een veld. Hij vindt daarom dat ook de gemeente kritisch naar haar eigen handelen en de besteding van gemeenschapsgeld moet kijken. Een term die vanuit de gemeente en Sportbedrijf Schiedam juist heel vaak geopperd wordt dat HBSS hiermee speelt.

“Als je een kleine €150.000 afschrijft door HBSS definitief de nek om te draaien, en daar lijkt het wel op, dan mag je wat ons betreft uitleggen hoe dat te rijmen is”, stellen de HBSS- bestuurders. Ook heeft het hele handelen ten opzichte van HBSS geleid tot vertrek van leden en dus teams. “Dat maakt wel dat we nu, ook al zou alles aan contributies en sponsor gelden per direct binnenkomen, niet meer heel snel van onze volledige achterstand af kunnen geraken. Dat was eind Juni, begin Juli zeker anders want toen was de rekensom hierin meer dan positief!”

Het hele dossier kent volgens de voorzitter nog veel zijwegen. Over sommige zaken, essentieel in het hele proces, wil hij zich voorlopig niet verder uitlaten. Dat zou alleen maar mensen kunnen beschadigen en daarop zitten wij, in ieder geval momenteel, niet te wachten. Eerst moet de rust terugkeren. „HBSS is uiteindelijk gewoon een voetbalclub. De focus moet nu weer volledig op het voetbal.”

Toch is niet alles negatief geweest. Zo won het eerste elftal in augustus met overmacht het Schiedams kampioenschap en verlopen ook de eerste wedstrijden crescendo. „We gaan ondanks alles gewoon voor de prijzen dit seizoen”, sluit Teunissen af. Het gaat weer over voetbal!

Iwan Redan brengt topsportmentaliteit naar Excelsior’20

Ruim 160 wedstrijden in het betaalde voetbal, vijftig doelpunten en een carrière langs clubs als RKC Waalwijk, Willem II, Excelsior en Sparta. Iwan Redan weet wat er wordt gevraagd om als voetballer de top te bereiken. Tegenwoordig staat de 46-jarige Rotterdammer aan de andere kant. Als nieuw Hoofd Jeugdopleiding van Excelsior’20 wil hij zijn ervaring gebruiken om jonge voetballers verder te brengen. “Bovenal moeten alle kinderen trots zijn op het embleem op hun borst en weer lekker willen voetballen.”

Redan begon zijn voetbalcarrière bij Germinal en kwam via Neptunus in de jeugdopleiding van Sparta terecht. Daar werd de basis gelegd voor zijn verdere loopbaan. “Ik heb daar heel veel goede trainers gehad, zoals Joop Brand ,  Adri van Tiggelen en Mike Snoei. Die laatste nam mij later ook mee naar Vitesse. Dat vormt je als speler. De Spartaanse opleiding maakt je harder.”

Bij Vitesse wilde Redan zijn droom als prof najagen. Patrick Kluivert was in die tijd zijn grote voorbeeld. “Ik wilde weten waarom hij zo goed was geworden. Ik ben altijd heel leergierig geweest en wilde alles weten over hoe hij dat had gedaan.”

Zijn weg naar de top verliep niet zonder tegenslagen. Redan scheurde tweemaal zijn kruisband. De eerste keer was hij pas vijftien jaar. De tweede zware blessure volgde op een moment dat hij in de Eredivisie doorbrak en grotere clubs belangstelling toonden. Toch bouwde hij een mooie carrière op. Vooral zijn periode bij RKC Waalwijk maakte veel indruk.

“Alles wat er vanaf RKC is gebeurd, is een droom.” Bij de Waalwijkers werkte hij onder Martin Jol en Ton Verkerk. Vooral Verkerk, destijds trainer van het tweede elftal, speelde een belangrijke rol in zijn ontwikkeling. Redan kwam bovendien terecht in een selectie vol ervaren spelers, onder wie Zeljko Petrovic, Patrick van Diemen, Rick Hoogendorp, Rob van Dijk en Carlos van Wanrooij.

Met RKC eindigde hij als zesde in de Eredivisie. “We waren misschien niet de beste spelers, maar we werkten keihard en hadden een familiegevoel binnen de selectie. Iedereen moest fit zijn.”

Juist die ervaren spelers mist Redan tegenwoordig soms in het voetbal. Het spel is volgens hem sneller geworden, maar niet automatisch beter. Ook ziet hij minder ruimte voor individualisme. “Wat ik mis, zijn de creatieve spelers op het veld. Het is allemaal voorgekookt en weinig verrassend. Mensen komen naar het stadion voor creatieve spelers en niet voor robotvoetbal.”

Na zijn profcarrière bleef Redan actief in het voetbal. Samen met voormalig prof Edward Burleson begeleidde hij spelers en later richtte hij zich volledig op performancetraining. Hij begon een eigen bedrijf en werkte met sporters die bewust hun doelen wilden najagen. Sinds juli 2025 is hij bovendien performancecoach bij het Nederlands vrouwenelftal.

Bij Excelsior’20 raakte Redan betrokken toen zijn kinderen er gingen voetballen. Hij werd trainer en startte later een academie op basis van performance. Dit seizoen zette hij de volgende stap als Hoofd Jeugdopleiding.

Zijn belangrijkste opdracht is het aanbrengen van structuur en het creëren van duidelijke voorwaarden waarbinnen spelers én trainers zich kunnen ontwikkelen. Daarbij wil Redan zijn ervaring niet gebruiken om anderen te vertellen hoe het moet. “Ik kom hier niet als de betweter, ondanks dat ik 29 jaar ervaring als prof en coach heb. Jij hebt een visie, ik heb een visie, daar praten we over en dan komen we samen tot een oplossing voor de ontwikkeling van de kinderen.”

 

Daarbij mag ambitie volgens Redan nadrukkelijk een plaats hebben. Recreatief voetbal en prestatie hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Ook jonge voetballers mogen volgens hem leren omgaan met winnen én verliezen. “Plezier creëer je door een situatie te creëren waarbij winnen een voorwaarde kan zijn. Winnen of verliezen, leer ermee omgaan.”

Ook de trainers spelen daarin een belangrijke rol. De selectieteams van Excelsior’20 beschikken al over gecertificeerde trainers. Redan wil er uiteindelijk naartoe dat die kwaliteit binnen de gehele jeugdopleiding beschikbaar is, zodat ieder kind de mogelijkheid krijgt zich verder te ontwikkelen.

De eerste indrukken zijn positief. Redan ziet goede faciliteiten en veel betrokken mensen, maar denkt tegelijkertijd dat Excelsior’20 ambitieuzer mag worden. Structuur, duidelijkheid, ontwikkeling en verbondenheid moeten daarbij de basis vormen.

“Alles moet duidelijk zijn voor iedereen.” Uiteindelijk komt zijn visie terug bij iets wat Redan zelf als prof ook heeft ervaren: een team en een club moeten meer zijn dan alleen een verzameling voetballers. “Je wilt ook een soort familieband creëren binnen de teams.”

Na een leven als profvoetballer, trainer en performancecoach heeft Redan bij Excelsior’20 een nieuwe uitdaging gevonden. Niet meer zelf proberen te scoren, maar ervoor zorgen dat een volgende generatie de kans krijgt het maximale uit zichzelf te halen.

Galid Belaazzani vindt bij SVV het voetbalplezier terug

0

Van de jeugdopleidingen van Sparta en NAC Breda naar helemaal stoppen met veldvoetbal. Het voetbalverhaal van Galid Belaazzani kent een opvallend verloop. Jarenlang stond alles in het teken van een mogelijke profcarrière, maar rond zijn twintigste trok de Rotterdammer abrupt de stekker eruit. Pas vorig seizoen keerde hij bij SVV terug op het veld. Inmiddels is Belaazzani dertig en geniet hij weer volop van het spelletje dat ooit zijn hele leven beheerste.

Belaazzani werd geboren en groeide op in Rotterdam. Hij begon bij Neptunus en werd als D-pupil gescout door Sparta. Daar doorliep hij vervolgens vrijwel de gehele jeugdopleiding. Als aanvallende middenvelder of buitenspeler speelde hij tot zijn achttiende voor de Kasteelclub.

Als eerstejaars A-junior kreeg Belaazzani te horen dat Sparta niet helemaal tevreden over zijn ontwikkeling was. Via zijn toenmalige zaakwaarnemer kwam hij vervolgens bij NAC Breda terecht. In Breda speelde hij een seizoen in de A1 en daarna bij het belofteteam. Zijn droom om profvoetballer te worden was nog altijd springlevend.

Juist in die periode verkeerde NAC echter sportief in onzekerheid. De club moest play-off spelen om zich in de Eredivisie te handhaven en dat had gevolgen voor de begroting en de samenstelling van de selectie. Uiteindelijk werd het tweede elftal opgeheven. Van de ongeveer vijftien spelers uit de beloftenploeg moesten er dertien vertrekken. Belaazzani hoorde bij die groep.

“Ik kwam er heel laat achter dat ik clubloos zou zijn. Mijn zaakwaarnemer gaf aan dat bij de meeste BVO’s alles qua spelers al vol zat. Dat betekende voor mij dus dat ik clubloos zou zijn.”

Hij sloot zich aan bij Haaglandia om fit te blijven en ondertussen naar een nieuwe mogelijkheid te zoeken. De overgang vanuit een BVO bleek groot. Jarenlang had Belaazzani zes keer per week getraind met spelers die allemaal dezelfde droom hadden. Nu stond hij tweemaal per week op het veld in het amateurvoetbal.

Ook thuis veranderde de situatie. Zijn jeugd had volledig in het teken gestaan van voetbal. “Ik ben opgevoed met het idee dat ik profvoetballer zou worden. Ik hoefde ook geen bijbaantjes te nemen. Alles was gericht op het voetbal. Ik was echt de trots van de familie.”

Bij Haaglandia zakte zijn motivatie snel weg. Belaazzani maakte het seizoen niet eens af en stopte volledig met veldvoetbal. Hij koos voor werk en liet zijn voetbaldroom achter zich.

Daar kijkt hij nu met gemengde gevoelens op terug. “Ik heb daar na al die jaren enorm veel spijt van. Ik weet 100.000 procent zeker dat ik er met mijn capaciteiten mijn beroep van had kunnen maken.” Achteraf beseft hij dat er ook buiten het betaald voetbal mogelijkheden waren geweest om op hoog amateurniveau door te gaan. “Ik heb het toen allemaal laten vallen. Het was destijds een enorme klap, maar ondertussen heb ik het wel geaccepteerd.”

Jarenlang bleef het veldvoetbal vervolgens uit zijn leven. Belaazzani speelde nog wel wat in de zaal, maar echt enthousiast werd hij daar niet van. De beperkte ruimte paste minder bij zijn spel.

Vorig seizoen kwam daar verandering in. Een vriend vroeg hem om bij SVV te komen voetballen en Belaazzani besloot na al die jaren weer de voetbalschoenen aan te trekken. Niet meer met de druk om prof te moeten worden, maar simpelweg omdat hij weer wilde voetballen.

“Ik dacht: waarom niet? Niet alleen voor de lol, maar ook voor mijn conditie. Ik ben niet het type dat naar de sportschool gaat.”

 

De terugkeer beviel beter dan hij vooraf had verwacht. Twee keer per week trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen is inmiddels weer een vast onderdeel van zijn leven. Ook de multiculturele samenstelling van de selectie spreekt hem aan. “We hebben jongens met verschillende achtergronden in de groep. Ik heb het hier heel erg naar mijn zin.”

Zijn tijd bij Sparta en NAC blijft een belangrijk onderdeel van zijn leven. Een toernooi met Sparta in Qatar en zijn onofficiële debuut voor NAC tijdens een oefenwedstrijd behoren tot zijn mooiste herinneringen.

De droom van toen is voorbij, maar bij SVV heeft Belaazzani sinds vorig seizoen iets terug wat hij jarenlang kwijt was: het plezier om iedere week weer gewoon op het voetbalveld te staan.

Oscar Zwanenburg vindt bij CWO een nieuwe uitdaging

0

Na ruim veertig jaar als trainer dacht Oscar Zwanenburg dat zijn loopbaan langs de lijn er wel zo’n beetje op zat. De Rotterdammer, die op 15 september 61 jaar wordt, deed bijna twee jaar niets in het voetbal. Tot CWO belde. De Vlaardingse club zocht een ervaren trainer voor de Onder 23-1 en wist Zwanenburg enthousiast te krijgen voor een nieuwe uitdaging.

Voetbal loopt als een rode draad door zijn leven. Zwanenburg speelde zelf bij HOV, destijds actief op een behoorlijk niveau. Bij die club zette hij ook zijn eerste stappen als trainer. Hij begon bij de B-jeugd en kreeg later het tweede elftal onder zijn hoede. Daarna volgden EDS en VVOR, voordat hij bij XerxesDZB terechtkwam.

Daar bleef Zwanenburg voor een langere periode. Hij kijkt met veel plezier terug op die periode. Met de jeugd beleefde hij promoties en zag hij verschillende talenten uiteindelijk doorstromen naar de senioren. Na XerxesDZB volgde BVCB in Bergschenhoek, waar hij één seizoen werkzaam was.

Vervolgens kreeg Zwanenburg op 51-jarige leeftijd de kans om bij Alexandria’66 jeugd op tweede divisieniveau te trainen. “Zo’n kans sla je natuurlijk niet over.” In zijn tweede seizoen won hij met zijn ploeg de KNVB-beker en werd de ploeg kampioen waardoor het promoveerde naar de Eerste divisie. Toen Michael Groeneweg trainer van het eerste elftal werd, schoof Zwanenburg door als assistent. Liefst veertien spelers uit zijn jeugdteam maakten eveneens de overstap naar de hoofdmacht.

Het avontuur eindigde toen Alexandria’66 sportief in zwaar weer terechtkwam. Na een nederlaag tegen Rozenburg stelde Zwanenburg zijn functie ter beschikking. Een dag later besloot het bestuur hoofdtrainer Groeneweg op non-actief te zetten.

Daarna kwam Steeds Hooger op zijn pad. De overstap betekende een behoorlijke omschakeling. “Het was een vierdeklasser en daar ging het net even anders dan ik gewend was. Ik vond het juist een uitdaging om met die ploeg in de vierde klasse te blijven.” Dat lukte. Vervolgens werd Zwanenburg technisch directeur bij de Rotterdamse club, maar die samenwerking verliep niet helemaal zoals vooraf gehoopt.

Na bijna twee jaar zonder club meldde Gerjan Pleijsier zich namens CWO. De twee kenden elkaar nog uit de periode bij XerxesDZB. CWO zocht een trainer voor de Onder 23-1 en zag in Zwanenburg de ervaren man die jonge spelers dichter bij het eerste elftal kon brengen.

“Ik heb altijd gezegd dat als ik nog bij een club instap, dit een club moet zijn waar ik vrijwel niemand ken.” CWO voldeed daaraan. Bovendien sprak de werkwijze van de Vlaardingse vereniging hem direct aan. “Ze hebben een paar jaar geleden een soort beleidsplan opgesteld en zijn dat stap voor stap aan het uitvoeren. De Onder 23 was eerst wat vrijblijvender, maar nu willen ze serieus werk maken van de doorstroming naar het eerste elftal.”

Begin augustus ging Zwanenburg aan de slag bij de Onder 23-1, die uitkomt in de vierde divisie. Vooral de samenwerking binnen de selectie bevalt hem. “De selectietrainers zitten allemaal in één kleedkamer. Daardoor kun je makkelijk met elkaar communiceren en elkaar aanvullen.”

Ook de sfeer binnen CWO viel hem onmiddellijk op. “Wat mij vooral opviel, is dat iedereen elkaar gedag zegt. Wie je ook tegenkomt. Dat is niet overal zo.” Zelf houdt Zwanenburg van discipline, structuur en duidelijkheid. Dankzij Marcel van der Zwan, de teammanager die alle randzaken voor zijn rekening neemt, kan Oscar zich volledig op het voetbal richten en doen waar hij goed in is: jonge spelers klaarstomen voor eerste elftallen.

Roan Claus is bij Victoria’04 veel meer dan alleen speler

Wie Roan Claus (25) bij Victoria’04 zoekt, kan op verschillende plekken terecht. Hij speelt in het tweede elftal, traint zowel Onder 19-1 als Onder 19-2 en is technisch coördinator van de bovenbouw. De geboren en getogen Vlaardinger is dan ook nauw verbonden met de club waar hij vanaf zijn zevende vrijwel onafgebroken rondloopt. “Ik ben hier zo goed als opgegroeid.”

Dat ‘vrijwel’ heeft een reden. Claus maakte in de Onder 17 één seizoen een uitstapje naar DVO’32. “Vrienden van mij gingen daar voetballen en ik dacht dat ik het makkelijker kon combineren met mijn studie. Maar uiteindelijk was het voor mij niet serieus genoeg.” Lang duurde zijn afwezigheid dan ook niet. „Ik ben één seizoen verdwaald geweest, maar eigenlijk was ik datzelfde seizoen alweer terug bij Victoria.”

Het eerste elftal haalde Claus als speler nooit. De ambitie was er wel. “Misschien had ik de kwaliteiten er niet voor. Ik vind het vooral belangrijk om te voetballen. Als ik moet kiezen tussen op de bank zitten bij het eerste of spelen in het tweede, kies ik voor het laatste. Maar als ik de kans zou krijgen, zou ik er zeker voor gaan.”

Als trainer timmert Claus al langer aan de weg. Op jonge leeftijd begon hij met het begeleiden van jeugdteams en inmiddels heeft hij Onder 19-1 en Onder 19-2 onder zijn hoede. Veel spelers kent hij al jaren. “Een groot deel train ik eigenlijk al vanaf de Onder 15. Ieder seizoen denk ik dat ik misschien eens iets nieuws moet proberen, maar als zij vervolgens zonder trainer zitten, blijf ik toch weer bij ze.”  Met in totaal 28 spelers kan Claus de klus niet alleen klaren. “In je eentje 28 man trainen is natuurlijk veel te veel.” Aan motivatie ontbreekt het bij zijn spelers in ieder geval niet. “Het is een grote vriendengroep en de sfeer is heel goed. Ze willen ook echt graag voetballen.”

Opvallend genoeg is Onder 19-2 momenteel sterker dan Onder 19-1. Het tweede team bestaat grotendeels uit spelers die dit seizoen van andere Vlaardingse verenigingen naar Victoria’04 kwamen. “Ze speelden onder andere bij VFC, CWO en Hermes DVS en zochten een club waar ze met elkaar in één elftal konden spelen.”

Zijn rollen als trainer en speler zorgen soms voor een behoorlijke planning. Wanneer de Onder 19 en het tweede op hetzelfde moment spelen, moet er worden gepuzzeld. „We kijken altijd goed naar het programma. Als het mogelijk is, proberen we een wedstrijd van de Onder 19 te verplaatsen, zodat ik erbij kan zijn.”

Daarbij kan Claus rekenen op betrokken ouders. Zowel bij Onder 19-1 als Onder 19-2 worden de randzaken volgens hem uitstekend geregeld.

De verbinding tussen jeugd en senioren houdt hem ook als technisch coördinator bezig. Het tweede elftal bestaat voornamelijk uit jonge spelers die vanuit de eigen jeugdopleiding zijn doorgestroomd. In theorie kunnen jongens die Claus nu traint volgend seizoen dus ineens zijn ploeggenoten worden.

Mogelijk komt daar nog een tussenstap tussen. “We kijken of we volgend seizoen een Onder 23 kunnen oprichten. Dat zou een mooie overgang zijn tussen het jeugd- en seniorenvoetbal.”

De band met Victoria’04 gaat bij Claus verder terug dan zijn eigen voetbalcarrière. Zijn vader speelde er al toen de vereniging nog Fortuna Vlaardingen heette. “Ik liep hier al rond voordat ik zelf mocht voetballen. Victoria is voor mij een hechte vereniging. We proberen er met zijn allen het beste van te maken.”

 

Ook buiten het voetbal heeft Claus zijn plek gevonden. Na zijn studie Chemie aan de Hogeschool Rotterdam werkt hij tegenwoordig op een laboratorium van het Franciscus Vlietland. „Scheikunde vond ik altijd al interessant, dus die keuze was niet zo vreemd.”

Binnen Victoria’04 sluit hij een volgende stap evenmin uit. Een toekomstige bestuursfunctie zou hem zeker aanspreken. „Dat zijn wel stappen die ik uiteindelijk wil maken. Ik wil graag mijn steentje bijdragen om ervoor te zorgen dat Victoria’04 een nog mooiere club wordt.” Alleen dreigt er binnenkort een klein probleem. Claus en zijn vriendin zijn op zoek naar een woning in Maasland, waar zij vandaan komt. „Ik zal er waarschijnlijk toch aan moeten geloven”, zegt hij lachend. Dat de schoonfamilie en misschien ook de plaatselijke voetbalclub vervolgens zullen proberen hem voor Vlaardingen weg te lokken, lijkt hem weinig zorgen te baren.

„Ik blijf bij Victoria’04. Daar is geen twijfel over mogelijk.” Sluit Roan af.