Home Blog Pagina 4

Kay de Vette heeft het keepen in zijn genen

Het keepersvak is Kay de Vette met de paplepel ingegoten. Zijn vader Mike stond jarenlang onder de lat bij verschillende clubs in de regio en leerde zijn zoon de fijne kneepjes van het vak. Inmiddels klopt de 19-jarige De Vette nadrukkelijk op de deur van het eerste elftal van Hermes DVS. Zijn volgende doel is duidelijk: vaste keeper worden bij de Schiedamse vierdeklasser.

 

De Vette is een echte Schiedammer, al zag hij het levenslicht in een Vlaardings ziekenhuis. Op vier- of vijfjarige leeftijd begon hij bij de smurfen van Hermes DVS en eigenlijk stond hij vrijwel direct in het doel. Heel vreemd was dat niet. Vader Mike was eveneens keeper en speelde onder meer in de jeugd van Feyenoord en later voor VFC, Excelsior’20 en Hermes DVS. “Mijn vader kon aardig keepen.”

Op één seizoen bij Victoria’04 na doorliep De Vette de jeugdopleiding van Hermes DVS. Bij de Vlaardingse club speelde hij in de O19. “Dat was leuk tot er een andere trainer kwam en ik besloot weer terug te keren naar Hermes DVS.”

Dit seizoen hoopt hij definitief door te breken in het eerste elftal. Tijdens het Schiedams kampioenschap stond De Vette in de basis en ook in de verloren bekerwedstrijd tegen GSC ESDO verdedigde hij het Schiedamse doel. Trainer Anthony van Vooren heeft echter nog niet definitief bepaald wie zijn eerste doelman wordt.

De concurrentiestrijd is spannend, want beide keepers ontlopen elkaar volgens De Vette niet veel. Ze kwamen elkaar in het verleden bovendien al vaker tegen in de strijd om een plaats onder de lat. “We zijn gelijkwaardige keepers. Mensen zeggen dat ik voetballend iets sterker ben dan hij.”

Zijn belangrijkste leermeester was jarenlang zijn vader. In de jeugd kreeg De Vette veel tips van hem en Mike stond vrijwel altijd langs de lijn om zijn zoon te bekijken. Door ziekte is dat tegenwoordig niet meer mogelijk. “Het is wel wennen, want na elke wedstrijd kreeg ik vroeger een soort preek.” Die aanwijzingen hebben hem mede gevormd tot de keeper die hij nu is.

Juist de verantwoordelijkheid maakt het keepersvak voor De Vette zo aantrekkelijk. Een fout van een doelman kan grote gevolgen hebben en die druk vindt hij juist mooi. “Jij kan enorm de fout ingaan. Dat geeft een bepaalde druk en die vind ik echt tof. Je hebt de wedstrijd in je eigen hand.”

De Vette vindt zichzelf sterk in één-tegen-éénsituaties, terwijl trainers hem vooral omschrijven als een goede lijnkeeper. Tegelijkertijd weet hij waar nog winst te behalen valt. Vooral het inschatten van voorzetten kan beter. Ook bij ballen in de ruimte tussen hem en zijn verdediging wil hij stappen maken. Wanneer kom je uit en wanneer blijf je staan? Het zijn situaties waarin hij meer zekerheid wil krijgen.

Met Hermes DVS kijkt hij vol vertrouwen naar het nieuwe seizoen in de vierde klasse. De selectie kreeg behoorlijk wat nieuwe gezichten en met Van Vooren staat er ook een nieuwe trainer voor de groep. “Er zit veel energie in het elftal en ik denk dat wij goed mee kunnen draaien in de competitie.”

Mocht De Vette de concurrentiestrijd niet winnen, dan zal hij zijn wedstrijden voornamelijk in Hermes DVS 2 spelen en bij het eerste elftal op de bank plaatsnemen. Voorlopig kijkt hij echter vooral naar zijn kans om de nummer één te worden. De ambitie om snel naar een hoger niveau te vertrekken heeft hij niet. “Het doel was om in het eerste van Hermes te komen en nu wil ik natuurlijk vaste keeper worden.”

 

Naast het voetbal is De Vette begonnen aan de hbo-opleiding Bouwkunde aan Hogeschool Rotterdam. Ook binnen Hermes DVS heeft hij inmiddels een andere rol. De jonge doelman geeft keeperstraining aan de jeugd tot en met de O17. Daarmee begon hij samen met zijn vader, waarna hij het uiteindelijk volledig overnam.

“Eigenlijk train ik te veel keepers momenteel. Ik hoop er dit seizoen wat handjes bij te krijgen, want het zijn wel veel keepertjes die getraind moeten worden.”

Zo staat De Vette niet alleen zelf aan het begin van zijn carrière onder de lat, maar probeert hij zijn kennis ook alweer over te brengen op de volgende generatie Hermes-keepers.

Clubjongen Roy Meerten wil met Victoria’04 direct terug omhoog

Vanaf zijn vijfde loopt Roy Meerten rond bij Victoria’04. Inmiddels is de 26-jarige Vlaardinger ruim honderd officiële wedstrijden voor het eerste elftal verder en heeft hij nooit het shirt van een andere vereniging gedragen. Promoties, een zware enkelblessure en de degradatie van afgelopen seizoen: Meerten maakte het allemaal mee. Na de stap terug naar de vierde klasse is zijn doel duidelijk. “Wij zijn voor niemand bang en vinden dan ook gewoon dat we kampioen moeten worden.”

Meerten is geboren en getogen in Vlaardingen en meldde zich als vijfjarige bij Victoria’04. Sindsdien is hij de club altijd trouw gebleven. Toen hij richting de senioren ging, kwam het eerste elftal al snel in beeld. Inmiddels staat de teller op ruim honderd officiële wedstrijden in de hoofdmacht.

Als aanvallend ingestelde speler kan Meerten zowel op het middenveld als aan de buitenkant uit de voeten. Het liefst begint hij als linksbuiten. Daar kan hij zijn creativiteit kwijt. Acties maken, een tegenstander opzoeken en iets onverwachts doen: dat is het voetbal waar hij zich prettig bij voelt.

Zijn mooiste herinnering is het kampioenschap van Victoria’04, al speelde hij daar zelf door een zware blessure maar een beperkte rol in. Tijdens een dribbel ging Meerten op de bal staan en klapte zijn enkel volledig dubbel. De schade was aanzienlijk: een breuk in zijn enkel en een ingescheurde enkelband.

Daardoor bleef zijn bijdrage dat seizoen beperkt tot zeven wedstrijden. Toch beleefde hij het kampioenschap intens mee. Tijdens zijn revalidatie bleef hij nauw betrokken bij de selectie en juist daarom beschouwt hij de titel nog altijd als het hoogtepunt uit zijn voetballoopbaan. De blessure zelf vormt vanzelfsprekend de andere kant van het verhaal.

Aan dat rijtje dieptepunten kan sinds afgelopen seizoen ook een degradatie worden toegevoegd. Victoria’04 had er de voorgaande jaren bijna een gewoonte van gemaakt om voor de winterstop moeizaam te presteren en daarna alsnog orde op zaken te stellen. Ditmaal bleek de achterstand echter te groot.

De start was ronduit dramatisch. Mede door veel blessures en andere onvoorziene omstandigheden verzamelde Victoria’04 voor de winterstop slechts één punt. Dat werd nota bene op de eerste speeldag behaald tegen Zwarte Pijl. Vervolgens verloor de ploeg negen competitiewedstrijden op rij.

Na de winterstop liet Victoria’04 een ander gezicht zien. De resultaten verbeterden en uiteindelijk wist de ploeg zich nog naar de nacompetitie te knokken. Daarin moest lijfsbehoud worden veiliggesteld, maar in de eerste wedstrijd ging het thuis mis tegen DBGC. De degradatie naar de vierde klasse was daarmee een feit.

Opvallend genoeg leidde de teleurstelling niet tot een leegloop. De spelersgroep van vorig seizoen is grotendeels intact gebleven en er kwamen zelfs enkele nieuwe spelers bij. Ook trainer Dimitri Hooftman bleef Victoria’04 trouw. Volgens Meerten is er een uitstekende chemie tussen de trainer en de spelersgroep. Ondanks de degradatie is het vertrouwen in Hooftman onverminderd groot.

Dat de spelers ook buiten het veld een hechte groep vormen, blijkt onder meer tijdens de inmiddels bekende trainingskampen. Torremolinos is daarbij een geliefde bestemming. “Het is altijd lachen, gieren en brullen. Vier dagen feest met een biertje erbij en dan ook nog lekker voetballen in het zonnetje met een graad of twintig.”

Zo’n trainingskamp leverde zelfs nieuwe spelers op. Een paar seizoenen geleden trof Victoria’04 in Spanje spelers van SVS. Het klikte kennelijk zo goed dat enkele van hen later besloten de overstap naar Victoria’04 te maken.

Ondanks de goede sfeer beseft Meerten dat een snelle terugkeer geen vanzelfsprekendheid is. De vierde klasse waarin Victoria’04 terecht is gekomen, schat hij behoorlijk sterk in. De ploeg treft verschillende verenigingen van de Zuid-Hollandse eilanden en met Hermes DVS wacht eigenlijk de enige echte derby.

Toch wil Meerten zich niet verschuilen achter de zwaarte van de competitie. Na de degradatie moet Victoria’04 volgens hem de lat direct weer hoog leggen.

“Het zal niet makkelijk worden, maar ik vind dat we voor het kampioenschap moeten gaan en op zijn minst moeten promoveren.”

Buiten het voetbal werkt Meerten als operator bij Vopak in Vlaardingen. Op zaterdag ligt zijn hart echter nog altijd op dezelfde plek waar hij als vijfjarige begon. Na meer dan twintig jaar Victoria’04 wil de echte clubjongen nu vooral één ding: met zijn club zo snel mogelijk terug naar de derde klasse.

HBSS vindt bij DHC in Delft eindelijk onderdak

0

Het door schulden geplaagde, honderdjarige HBSS heeft uiteindelijk toch onderdak gevonden voor zijn thuiswedstrijden. Nadat eerdere opties in Schiedam, Vlaardingen en Rotterdam afvielen, kwam de oplossing uit Delft. Via een berichtje zocht voorzitter Sander Teunissen contact met DHC-voorzitter John van Zweden. Niet veel later was de overeenkomst rond.

Voor Teunissen overheerst vooral de opluchting dat HBSS weer kan voetballen. Op Sportpark Harga had het Schiedamse sportbedrijf de huur opgezegd, omdat HBSS zijn financiële verplichtingen niet kon komen. Op 31 juli kwam de deurwaarder langs, maar toen had de club het pand zelf al leeggemaakt.

Aanvankelijk leek DVO’32 uit Vlaardingen uitkomst te bieden. De KNVB was al aan het indelen maar volgens Teunissen kwam daar na contact tussen de gemeenten Schiedam en Vlaardingen uiteindelijk toch geen toestemming voor. Vervolgens kwam Swift Boys in beeld, waarbij ook PKC’85 en Zwarte Pijl betrokken waren. Teunissen benadrukt dat die drie Rotterdamse clubs HBSS juist enorm hebben geholpen. „Zij zijn echt voor ons in de bres gesprongen. Toen het Rotterdamse sportbedrijf uiteindelijk na een maand ‘onderhandelen’ aangaf dat wij daar niet mochten spelen, hebben de clubs gezamenlijk nog een brief gestuurd met het verzoek om HBSS toch toe te laten.”

Zelfs dat mocht niet baten. Volgens Teunissen was eerder vanuit het sportbedrijf Rotterdam aangegeven dat zij socialer en maatschappelijker waren dan de collega’s uit Schiedam en huisvesting mogelijk was wanneer HBSS zelf een club zou vinden die bereid was de Schiedammers onderdak te bieden. In Rotterdam zouden clubs zijn met een veelvoud van onze problemen en met slechts één club in Rotterdam konden we niet gaan praten. “Alle drie de clubs aan de Boszoom-Zuid gingen met volle overtuiging akkoord. Een absolute voorwaarde van het Sportbedrijf Rotterdam, zo werd ons voorgehouden. Zei één van de drie ‘nee’, dan was het ook nee maar de clubs waren anoniem bereid te helpen. Er waren wat praktische problemen met de planning, mede door het tijdelijke verblijf van de profs van Excelsior maar die konden we samen met de KNVB oplossen.”

De voetbalbond ging dus ook gelijk aan de slag met de case en ook vanuit Zeist kwam groen licht door meerdere wedstrijd wijzigingen door te voeren.

Kort na het positieve gesprek kreeg Teunissen echter alsnog te horen dat het niet doorging. „Er was contact geweest tussen Rotterdam en Schiedam, beiden 100% aandeelhouder van hun Sportbedrijf, en uiteindelijk kregen we geen toestemming. De volgende dag zat ik bij de gemeente Rotterdam en daar werd glashard gezegd dat er geen contact met Schiedam geweest was en geen veto uitgesproken was. Het bleef voor ons erg onduidelijk en mysterieus.”

Uiteindelijk besloot Teunissen, onder druk van de deadline van de KNVB om tijdig een thuis basis voor de competitie wedstrijden aan te geven, John van Zweden te benaderen. De voorzitter van DHC hoefde niet lang na te denken. „Hij zei meteen: ‘Ik ga jullie helpen.’ John kwam direct in actie en nam ter plekke contact op met de burgemeester en wethouder in Delft.”  Vanuit Delft kwam daarop ook verbluffend snel groen licht. Op 9 september werden de handtekeningen onder de overeenkomst tussen beiden clubs gezet. HBSS huurt nu onder bij DHC en daarvoor ligt inmiddels ook schriftelijke toestemming van de gemeente Delft bij de clubs en de KNVB.

Daarmee is een einde gekomen aan een lange, energievretende maar toch zeker ook frustrerende zoektocht, al is het dossier voor HBSS hiermee nog niet gesloten. Teunissen erkent zonder omwegen dat de club zelf verantwoordelijk is voor de ontstane schuld en zijn financiële verplichtingen moet nakomen. „Als je een schuld hebt, moet je die absoluut betalen. We hebben ook nooit gezegd dat we dat niet zouden doen. Alleen over de manier waarop hier door de gemeente Schiedam en het Sportbedrijf Schiedam werd omgegaan, zijn we absoluut niet te spreken.”

Volgens de voorzitter waren er mogelijkheden om met hulp van leden en sponsors een onderbouwde oplossing voor de schuld te vinden, maar wilden die allemaal zekerheid over een langer verblijf op Sportpark Harga. Een logische voorwaarde maar die garantie kreeg HBSS niet. Een compromisvoorstel, zoals het Sportbedrijf nog gedaan zegt te hebben, verwijst de club naar de wereld van onzinnig want dat hield in dat de club moest betalen en daarmee enkel opschorting van de ontruiming verkregen zou worden. Geen enkele zekerheid dus.

Teunissen wil daarom vooral duidelijkheid over de toekomst. „Als de schulden zijn afbetaald, willen we weten of er nog een mogelijkheid is om terug te keren naar Schiedam. We zijn tenslotte een Schiedamse club. Als dat niet kan, dan weten we dat ook en kunnen we onze pijlen ergens anders op richten.”

Ook over de financiële gevolgen van het vertrek van HBSS plaatst hij vraagtekens. Volgens Teunissen blijft het clubgebouw op Harga vooralsnog leeg en zijn er fouten gemaakt in gemeentelijke berekeningen, onder meer rond de huur van een veld. Hij vindt daarom dat ook de gemeente kritisch naar haar eigen handelen en de besteding van gemeenschapsgeld moet kijken. Een term die vanuit de gemeente en Sportbedrijf Schiedam juist heel vaak geopperd wordt dat HBSS hiermee speelt.

“Als je een kleine €150.000 afschrijft door HBSS definitief de nek om te draaien, en daar lijkt het wel op, dan mag je wat ons betreft uitleggen hoe dat te rijmen is”, stellen de HBSS- bestuurders. Ook heeft het hele handelen ten opzichte van HBSS geleid tot vertrek van leden en dus teams. “Dat maakt wel dat we nu, ook al zou alles aan contributies en sponsor gelden per direct binnenkomen, niet meer heel snel van onze volledige achterstand af kunnen geraken. Dat was eind Juni, begin Juli zeker anders want toen was de rekensom hierin meer dan positief!”

Het hele dossier kent volgens de voorzitter nog veel zijwegen. Over sommige zaken, essentieel in het hele proces, wil hij zich voorlopig niet verder uitlaten. Dat zou alleen maar mensen kunnen beschadigen en daarop zitten wij, in ieder geval momenteel, niet te wachten. Eerst moet de rust terugkeren. „HBSS is uiteindelijk gewoon een voetbalclub. De focus moet nu weer volledig op het voetbal.”

Toch is niet alles negatief geweest. Zo won het eerste elftal in augustus met overmacht het Schiedams kampioenschap en verlopen ook de eerste wedstrijden crescendo. „We gaan ondanks alles gewoon voor de prijzen dit seizoen”, sluit Teunissen af. Het gaat weer over voetbal!

Iwan Redan brengt topsportmentaliteit naar Excelsior’20

Ruim 160 wedstrijden in het betaalde voetbal, vijftig doelpunten en een carrière langs clubs als RKC Waalwijk, Willem II, Excelsior en Sparta. Iwan Redan weet wat er wordt gevraagd om als voetballer de top te bereiken. Tegenwoordig staat de 46-jarige Rotterdammer aan de andere kant. Als nieuw Hoofd Jeugdopleiding van Excelsior’20 wil hij zijn ervaring gebruiken om jonge voetballers verder te brengen. “Bovenal moeten alle kinderen trots zijn op het embleem op hun borst en weer lekker willen voetballen.”

Redan begon zijn voetbalcarrière bij Germinal en kwam via Neptunus in de jeugdopleiding van Sparta terecht. Daar werd de basis gelegd voor zijn verdere loopbaan. “Ik heb daar heel veel goede trainers gehad, zoals Joop Brand ,  Adri van Tiggelen en Mike Snoei. Die laatste nam mij later ook mee naar Vitesse. Dat vormt je als speler. De Spartaanse opleiding maakt je harder.”

Bij Vitesse wilde Redan zijn droom als prof najagen. Patrick Kluivert was in die tijd zijn grote voorbeeld. “Ik wilde weten waarom hij zo goed was geworden. Ik ben altijd heel leergierig geweest en wilde alles weten over hoe hij dat had gedaan.”

Zijn weg naar de top verliep niet zonder tegenslagen. Redan scheurde tweemaal zijn kruisband. De eerste keer was hij pas vijftien jaar. De tweede zware blessure volgde op een moment dat hij in de Eredivisie doorbrak en grotere clubs belangstelling toonden. Toch bouwde hij een mooie carrière op. Vooral zijn periode bij RKC Waalwijk maakte veel indruk.

“Alles wat er vanaf RKC is gebeurd, is een droom.” Bij de Waalwijkers werkte hij onder Martin Jol en Ton Verkerk. Vooral Verkerk, destijds trainer van het tweede elftal, speelde een belangrijke rol in zijn ontwikkeling. Redan kwam bovendien terecht in een selectie vol ervaren spelers, onder wie Zeljko Petrovic, Patrick van Diemen, Rick Hoogendorp, Rob van Dijk en Carlos van Wanrooij.

Met RKC eindigde hij als zesde in de Eredivisie. “We waren misschien niet de beste spelers, maar we werkten keihard en hadden een familiegevoel binnen de selectie. Iedereen moest fit zijn.”

Juist die ervaren spelers mist Redan tegenwoordig soms in het voetbal. Het spel is volgens hem sneller geworden, maar niet automatisch beter. Ook ziet hij minder ruimte voor individualisme. “Wat ik mis, zijn de creatieve spelers op het veld. Het is allemaal voorgekookt en weinig verrassend. Mensen komen naar het stadion voor creatieve spelers en niet voor robotvoetbal.”

Na zijn profcarrière bleef Redan actief in het voetbal. Samen met voormalig prof Edward Burleson begeleidde hij spelers en later richtte hij zich volledig op performancetraining. Hij begon een eigen bedrijf en werkte met sporters die bewust hun doelen wilden najagen. Sinds juli 2025 is hij bovendien performancecoach bij het Nederlands vrouwenelftal.

Bij Excelsior’20 raakte Redan betrokken toen zijn kinderen er gingen voetballen. Hij werd trainer en startte later een academie op basis van performance. Dit seizoen zette hij de volgende stap als Hoofd Jeugdopleiding.

Zijn belangrijkste opdracht is het aanbrengen van structuur en het creëren van duidelijke voorwaarden waarbinnen spelers én trainers zich kunnen ontwikkelen. Daarbij wil Redan zijn ervaring niet gebruiken om anderen te vertellen hoe het moet. “Ik kom hier niet als de betweter, ondanks dat ik 29 jaar ervaring als prof en coach heb. Jij hebt een visie, ik heb een visie, daar praten we over en dan komen we samen tot een oplossing voor de ontwikkeling van de kinderen.”

 

Daarbij mag ambitie volgens Redan nadrukkelijk een plaats hebben. Recreatief voetbal en prestatie hoeven elkaar niet in de weg te zitten. Ook jonge voetballers mogen volgens hem leren omgaan met winnen én verliezen. “Plezier creëer je door een situatie te creëren waarbij winnen een voorwaarde kan zijn. Winnen of verliezen, leer ermee omgaan.”

Ook de trainers spelen daarin een belangrijke rol. De selectieteams van Excelsior’20 beschikken al over gecertificeerde trainers. Redan wil er uiteindelijk naartoe dat die kwaliteit binnen de gehele jeugdopleiding beschikbaar is, zodat ieder kind de mogelijkheid krijgt zich verder te ontwikkelen.

De eerste indrukken zijn positief. Redan ziet goede faciliteiten en veel betrokken mensen, maar denkt tegelijkertijd dat Excelsior’20 ambitieuzer mag worden. Structuur, duidelijkheid, ontwikkeling en verbondenheid moeten daarbij de basis vormen.

“Alles moet duidelijk zijn voor iedereen.” Uiteindelijk komt zijn visie terug bij iets wat Redan zelf als prof ook heeft ervaren: een team en een club moeten meer zijn dan alleen een verzameling voetballers. “Je wilt ook een soort familieband creëren binnen de teams.”

Na een leven als profvoetballer, trainer en performancecoach heeft Redan bij Excelsior’20 een nieuwe uitdaging gevonden. Niet meer zelf proberen te scoren, maar ervoor zorgen dat een volgende generatie de kans krijgt het maximale uit zichzelf te halen.

Galid Belaazzani vindt bij SVV het voetbalplezier terug

0

Van de jeugdopleidingen van Sparta en NAC Breda naar helemaal stoppen met veldvoetbal. Het voetbalverhaal van Galid Belaazzani kent een opvallend verloop. Jarenlang stond alles in het teken van een mogelijke profcarrière, maar rond zijn twintigste trok de Rotterdammer abrupt de stekker eruit. Pas vorig seizoen keerde hij bij SVV terug op het veld. Inmiddels is Belaazzani dertig en geniet hij weer volop van het spelletje dat ooit zijn hele leven beheerste.

Belaazzani werd geboren en groeide op in Rotterdam. Hij begon bij Neptunus en werd als D-pupil gescout door Sparta. Daar doorliep hij vervolgens vrijwel de gehele jeugdopleiding. Als aanvallende middenvelder of buitenspeler speelde hij tot zijn achttiende voor de Kasteelclub.

Als eerstejaars A-junior kreeg Belaazzani te horen dat Sparta niet helemaal tevreden over zijn ontwikkeling was. Via zijn toenmalige zaakwaarnemer kwam hij vervolgens bij NAC Breda terecht. In Breda speelde hij een seizoen in de A1 en daarna bij het belofteteam. Zijn droom om profvoetballer te worden was nog altijd springlevend.

Juist in die periode verkeerde NAC echter sportief in onzekerheid. De club moest play-off spelen om zich in de Eredivisie te handhaven en dat had gevolgen voor de begroting en de samenstelling van de selectie. Uiteindelijk werd het tweede elftal opgeheven. Van de ongeveer vijftien spelers uit de beloftenploeg moesten er dertien vertrekken. Belaazzani hoorde bij die groep.

“Ik kwam er heel laat achter dat ik clubloos zou zijn. Mijn zaakwaarnemer gaf aan dat bij de meeste BVO’s alles qua spelers al vol zat. Dat betekende voor mij dus dat ik clubloos zou zijn.”

Hij sloot zich aan bij Haaglandia om fit te blijven en ondertussen naar een nieuwe mogelijkheid te zoeken. De overgang vanuit een BVO bleek groot. Jarenlang had Belaazzani zes keer per week getraind met spelers die allemaal dezelfde droom hadden. Nu stond hij tweemaal per week op het veld in het amateurvoetbal.

Ook thuis veranderde de situatie. Zijn jeugd had volledig in het teken gestaan van voetbal. “Ik ben opgevoed met het idee dat ik profvoetballer zou worden. Ik hoefde ook geen bijbaantjes te nemen. Alles was gericht op het voetbal. Ik was echt de trots van de familie.”

Bij Haaglandia zakte zijn motivatie snel weg. Belaazzani maakte het seizoen niet eens af en stopte volledig met veldvoetbal. Hij koos voor werk en liet zijn voetbaldroom achter zich.

Daar kijkt hij nu met gemengde gevoelens op terug. “Ik heb daar na al die jaren enorm veel spijt van. Ik weet 100.000 procent zeker dat ik er met mijn capaciteiten mijn beroep van had kunnen maken.” Achteraf beseft hij dat er ook buiten het betaald voetbal mogelijkheden waren geweest om op hoog amateurniveau door te gaan. “Ik heb het toen allemaal laten vallen. Het was destijds een enorme klap, maar ondertussen heb ik het wel geaccepteerd.”

Jarenlang bleef het veldvoetbal vervolgens uit zijn leven. Belaazzani speelde nog wel wat in de zaal, maar echt enthousiast werd hij daar niet van. De beperkte ruimte paste minder bij zijn spel.

Vorig seizoen kwam daar verandering in. Een vriend vroeg hem om bij SVV te komen voetballen en Belaazzani besloot na al die jaren weer de voetbalschoenen aan te trekken. Niet meer met de druk om prof te moeten worden, maar simpelweg omdat hij weer wilde voetballen.

“Ik dacht: waarom niet? Niet alleen voor de lol, maar ook voor mijn conditie. Ik ben niet het type dat naar de sportschool gaat.”

 

De terugkeer beviel beter dan hij vooraf had verwacht. Twee keer per week trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen is inmiddels weer een vast onderdeel van zijn leven. Ook de multiculturele samenstelling van de selectie spreekt hem aan. “We hebben jongens met verschillende achtergronden in de groep. Ik heb het hier heel erg naar mijn zin.”

Zijn tijd bij Sparta en NAC blijft een belangrijk onderdeel van zijn leven. Een toernooi met Sparta in Qatar en zijn onofficiële debuut voor NAC tijdens een oefenwedstrijd behoren tot zijn mooiste herinneringen.

De droom van toen is voorbij, maar bij SVV heeft Belaazzani sinds vorig seizoen iets terug wat hij jarenlang kwijt was: het plezier om iedere week weer gewoon op het voetbalveld te staan.

Oscar Zwanenburg vindt bij CWO een nieuwe uitdaging

0

Na ruim veertig jaar als trainer dacht Oscar Zwanenburg dat zijn loopbaan langs de lijn er wel zo’n beetje op zat. De Rotterdammer, die op 15 september 61 jaar wordt, deed bijna twee jaar niets in het voetbal. Tot CWO belde. De Vlaardingse club zocht een ervaren trainer voor de Onder 23-1 en wist Zwanenburg enthousiast te krijgen voor een nieuwe uitdaging.

Voetbal loopt als een rode draad door zijn leven. Zwanenburg speelde zelf bij HOV, destijds actief op een behoorlijk niveau. Bij die club zette hij ook zijn eerste stappen als trainer. Hij begon bij de B-jeugd en kreeg later het tweede elftal onder zijn hoede. Daarna volgden EDS en VVOR, voordat hij bij XerxesDZB terechtkwam.

Daar bleef Zwanenburg voor een langere periode. Hij kijkt met veel plezier terug op die periode. Met de jeugd beleefde hij promoties en zag hij verschillende talenten uiteindelijk doorstromen naar de senioren. Na XerxesDZB volgde BVCB in Bergschenhoek, waar hij één seizoen werkzaam was.

Vervolgens kreeg Zwanenburg op 51-jarige leeftijd de kans om bij Alexandria’66 jeugd op tweede divisieniveau te trainen. “Zo’n kans sla je natuurlijk niet over.” In zijn tweede seizoen won hij met zijn ploeg de KNVB-beker en werd de ploeg kampioen waardoor het promoveerde naar de Eerste divisie. Toen Michael Groeneweg trainer van het eerste elftal werd, schoof Zwanenburg door als assistent. Liefst veertien spelers uit zijn jeugdteam maakten eveneens de overstap naar de hoofdmacht.

Het avontuur eindigde toen Alexandria’66 sportief in zwaar weer terechtkwam. Na een nederlaag tegen Rozenburg stelde Zwanenburg zijn functie ter beschikking. Een dag later besloot het bestuur hoofdtrainer Groeneweg op non-actief te zetten.

Daarna kwam Steeds Hooger op zijn pad. De overstap betekende een behoorlijke omschakeling. “Het was een vierdeklasser en daar ging het net even anders dan ik gewend was. Ik vond het juist een uitdaging om met die ploeg in de vierde klasse te blijven.” Dat lukte. Vervolgens werd Zwanenburg technisch directeur bij de Rotterdamse club, maar die samenwerking verliep niet helemaal zoals vooraf gehoopt.

Na bijna twee jaar zonder club meldde Gerjan Pleijsier zich namens CWO. De twee kenden elkaar nog uit de periode bij XerxesDZB. CWO zocht een trainer voor de Onder 23-1 en zag in Zwanenburg de ervaren man die jonge spelers dichter bij het eerste elftal kon brengen.

“Ik heb altijd gezegd dat als ik nog bij een club instap, dit een club moet zijn waar ik vrijwel niemand ken.” CWO voldeed daaraan. Bovendien sprak de werkwijze van de Vlaardingse vereniging hem direct aan. “Ze hebben een paar jaar geleden een soort beleidsplan opgesteld en zijn dat stap voor stap aan het uitvoeren. De Onder 23 was eerst wat vrijblijvender, maar nu willen ze serieus werk maken van de doorstroming naar het eerste elftal.”

Begin augustus ging Zwanenburg aan de slag bij de Onder 23-1, die uitkomt in de vierde divisie. Vooral de samenwerking binnen de selectie bevalt hem. “De selectietrainers zitten allemaal in één kleedkamer. Daardoor kun je makkelijk met elkaar communiceren en elkaar aanvullen.”

Ook de sfeer binnen CWO viel hem onmiddellijk op. “Wat mij vooral opviel, is dat iedereen elkaar gedag zegt. Wie je ook tegenkomt. Dat is niet overal zo.” Zelf houdt Zwanenburg van discipline, structuur en duidelijkheid. Dankzij Marcel van der Zwan, de teammanager die alle randzaken voor zijn rekening neemt, kan Oscar zich volledig op het voetbal richten en doen waar hij goed in is: jonge spelers klaarstomen voor eerste elftallen.

Roan Claus is bij Victoria’04 veel meer dan alleen speler

Wie Roan Claus (25) bij Victoria’04 zoekt, kan op verschillende plekken terecht. Hij speelt in het tweede elftal, traint zowel Onder 19-1 als Onder 19-2 en is technisch coördinator van de bovenbouw. De geboren en getogen Vlaardinger is dan ook nauw verbonden met de club waar hij vanaf zijn zevende vrijwel onafgebroken rondloopt. “Ik ben hier zo goed als opgegroeid.”

Dat ‘vrijwel’ heeft een reden. Claus maakte in de Onder 17 één seizoen een uitstapje naar DVO’32. “Vrienden van mij gingen daar voetballen en ik dacht dat ik het makkelijker kon combineren met mijn studie. Maar uiteindelijk was het voor mij niet serieus genoeg.” Lang duurde zijn afwezigheid dan ook niet. „Ik ben één seizoen verdwaald geweest, maar eigenlijk was ik datzelfde seizoen alweer terug bij Victoria.”

Het eerste elftal haalde Claus als speler nooit. De ambitie was er wel. “Misschien had ik de kwaliteiten er niet voor. Ik vind het vooral belangrijk om te voetballen. Als ik moet kiezen tussen op de bank zitten bij het eerste of spelen in het tweede, kies ik voor het laatste. Maar als ik de kans zou krijgen, zou ik er zeker voor gaan.”

Als trainer timmert Claus al langer aan de weg. Op jonge leeftijd begon hij met het begeleiden van jeugdteams en inmiddels heeft hij Onder 19-1 en Onder 19-2 onder zijn hoede. Veel spelers kent hij al jaren. “Een groot deel train ik eigenlijk al vanaf de Onder 15. Ieder seizoen denk ik dat ik misschien eens iets nieuws moet proberen, maar als zij vervolgens zonder trainer zitten, blijf ik toch weer bij ze.”  Met in totaal 28 spelers kan Claus de klus niet alleen klaren. “In je eentje 28 man trainen is natuurlijk veel te veel.” Aan motivatie ontbreekt het bij zijn spelers in ieder geval niet. “Het is een grote vriendengroep en de sfeer is heel goed. Ze willen ook echt graag voetballen.”

Opvallend genoeg is Onder 19-2 momenteel sterker dan Onder 19-1. Het tweede team bestaat grotendeels uit spelers die dit seizoen van andere Vlaardingse verenigingen naar Victoria’04 kwamen. “Ze speelden onder andere bij VFC, CWO en Hermes DVS en zochten een club waar ze met elkaar in één elftal konden spelen.”

Zijn rollen als trainer en speler zorgen soms voor een behoorlijke planning. Wanneer de Onder 19 en het tweede op hetzelfde moment spelen, moet er worden gepuzzeld. „We kijken altijd goed naar het programma. Als het mogelijk is, proberen we een wedstrijd van de Onder 19 te verplaatsen, zodat ik erbij kan zijn.”

Daarbij kan Claus rekenen op betrokken ouders. Zowel bij Onder 19-1 als Onder 19-2 worden de randzaken volgens hem uitstekend geregeld.

De verbinding tussen jeugd en senioren houdt hem ook als technisch coördinator bezig. Het tweede elftal bestaat voornamelijk uit jonge spelers die vanuit de eigen jeugdopleiding zijn doorgestroomd. In theorie kunnen jongens die Claus nu traint volgend seizoen dus ineens zijn ploeggenoten worden.

Mogelijk komt daar nog een tussenstap tussen. “We kijken of we volgend seizoen een Onder 23 kunnen oprichten. Dat zou een mooie overgang zijn tussen het jeugd- en seniorenvoetbal.”

De band met Victoria’04 gaat bij Claus verder terug dan zijn eigen voetbalcarrière. Zijn vader speelde er al toen de vereniging nog Fortuna Vlaardingen heette. “Ik liep hier al rond voordat ik zelf mocht voetballen. Victoria is voor mij een hechte vereniging. We proberen er met zijn allen het beste van te maken.”

 

Ook buiten het voetbal heeft Claus zijn plek gevonden. Na zijn studie Chemie aan de Hogeschool Rotterdam werkt hij tegenwoordig op een laboratorium van het Franciscus Vlietland. „Scheikunde vond ik altijd al interessant, dus die keuze was niet zo vreemd.”

Binnen Victoria’04 sluit hij een volgende stap evenmin uit. Een toekomstige bestuursfunctie zou hem zeker aanspreken. „Dat zijn wel stappen die ik uiteindelijk wil maken. Ik wil graag mijn steentje bijdragen om ervoor te zorgen dat Victoria’04 een nog mooiere club wordt.” Alleen dreigt er binnenkort een klein probleem. Claus en zijn vriendin zijn op zoek naar een woning in Maasland, waar zij vandaan komt. „Ik zal er waarschijnlijk toch aan moeten geloven”, zegt hij lachend. Dat de schoonfamilie en misschien ook de plaatselijke voetbalclub vervolgens zullen proberen hem voor Vlaardingen weg te lokken, lijkt hem weinig zorgen te baren.

„Ik blijf bij Victoria’04. Daar is geen twijfel over mogelijk.” Sluit Roan af.

DEN UIJL EN VAN DER SCHOOT VORMEN DE RUGGENGRAAT VAN HET NIEUWE SVW

0

Mauro den Uijl en Finn van der Schoot zijn allebei zeventien, groeiden samen op bij SVW, en staan dit seizoen voor het eerst allebei vast in het eerste elftal.

 

SVW begint dit seizoen namelijk weer helemaal onderaan de streep. Vorig seizoen ging het mis. De beschikbare budgetten vielen weg en daarmee verdween ook de motivatie van een aantal spelers.

Van der Schoot zag het misgaan in de kleedkamer. “Niemand was nog echt met voetbal bezig, maar meer met randzaken” Den Uijl hoorde de verhalen ook. “Opeens zag je jongens niet meer meetrainen die dat normaal wel deden, omdat ze geen vergoeding meer kregen. Ergens snap ik hun dat ook wel. Maar voor mij is het nog steeds gewoon voetballen voor de lol. Geld is bijzaak.”

Dit seizoen is de selectie grotendeels vernieuwd en jong. Beide jongens verwachten een zwaar seizoen. “We beginnen weer onderaan de streep,” zegt Van der Schoot. “Ik denk dat er wel meerdere mensen vanuit gaan dat we zullen degraderen. Maar dat is ook logisch.” Den Uijl ziet het seizoen vooral als een soort opleiding. “We moeten gewoon ervaring opdoen met z’n allen, als team, als staf, als hele club. Alles is nieuw.” Degraderen zou voor geen van beiden een drama zijn. “Dat zou je niet als iets ergs moeten zien,” vindt Den Uijl.

Vrienden sinds de jongste jeugd

Wat beiden drijft, is de band met de groep. Den Uijl en Van der Schoot speelden al samen vanaf de Onder 8, en dat is volgens Van der Schoot goed te merken. “We weten elkaar blindelings te vinden op het veld.” Van der Schoot kiest bewust voor die sfeer. “Ik heb veel liever dat ik plezier maak met mijn vrienden bij het eerste, dan dat ik in een elftal zit waar de sfeer klote is.”

Beide jongens kwamen ongepland in de verdediging terecht. Den Uijl begon als aanvaller en werd vanaf de Onder 16 steeds verder naar achteren geschoven, mede door blessures. “Maar het is inmiddels wel mijn plek,” zegt hij, al blijft hij eigenlijk liever middenvelder. Van der Schoot speelde zijn hele jeugd als linksbuiten en spits, tot zijn trainer hem twee jaar geleden achterin neerzette. “Dat pakte zonder fouten uit.” Beiden zijn sterk in het lezen van het spel en rustig aan de bal, maar missen nog wedstrijdervaring in het duelleren. “Dat is gewoon wedstrijdritme opbouwen,” zegt Van der Schoot.

Ondanks hun vaste plek blijven beide spelers nuchter. Den Uijl merkt dat zijn rol binnen het team compleet is veranderd. Waar hij vorig jaar tussen ervaren spelers de jongste was die moest luisteren, moet hij nu zelf gaan coachen. “Dat werd voor mij altijd gedaan. Nu wordt er juist veel van mij verwacht.”

Van buitenaf oogt SVW dit seizoen misschien als een club in crisis. Van der Schoot herkent dat beeld, maar is het er niet mee eens. “Het lijkt heel negatief, maar bij ons is het juist heel positief. Wel is nog zoeken naar houvast en structuur.”

Den Uijl pakte in het begin van het seizoen een rode kaart. “Ik legde heel licht mijn hand op mijn tegenstander. Hij deed het slim en liet zich vallen. Het kostte ons een rode kaart, een penalty en dus de wedstrijd. Dat soort dingen mis je gewoon nog aan ervaring.” Beiden geloven dat geduld zich uiteindelijk uitbetaalt. Zoals Van der Schoot het verwoordt: “Ik denk dat we als team, na een jaar ervaring pas echt mooie stappen kunnen gaan maken.”

VAN BAALEN WERD OP ZIJN 36E VOORZITTER VAN ASPEREN

0

Sinds februari is Huub van Baalen (36) voorzitter van Asperen. Hij maakt deel uit van een compleet vernieuwd bestuur van tien mensen, dat zich meldde op een moment dat de club dreigde zonder bestuur te komen zitten.

Het vorige bestuur maakte op de laatste ledenvergadering bekend dat het echt wilde stoppen, zonder dat er opvolgers klaarstonden. De stemming in de zaal over opvolging was negatief. „Het idee was: als je in het bestuur gaat, krijg je alleen maar gezeik over je heen.”

Van Baalen wilde daar niet zomaar in meegaan. „Ik zei: volgens mij hoeft het helemaal niet zo negatief te zijn. We hebben een financieel gezonde club, een mooie accommodatie en hartstikke veel leden. Er is dus juist heel veel om trots op te zijn.”

Samen met Stichting Welzijn West Betuwe en Vereniging organiseerde de club vervolgens een avond om uit te leggen waarom een bestuur nodig is. Niet vanuit negativiteit, maar juist door te laten zien wat er allemaal mogelijk is als mensen samen de schouders eronder zetten. Het resultaat: uiteindelijk stonden er tien mensen op.

‘Wat kan er fout gaan?’

Zelf had Van Baalen aanvankelijk helemaal geen ambitie om voorzitter te worden. Toch werd hij een beetje naar voren geschoven. „Ik ben al dertig jaar lid en ken de club natuurlijk goed. Op een gegeven moment dacht ik: waarom ook niet? Wat kan er nou fout gaan?”

Achteraf ziet hij het vooral als een kwestie van gewoon beginnen. „Ik denk liever aan wat er goed kan gaan. De dingen die fout gaan, tackelen we onderweg wel.” Bewust koos het nieuwe bestuur voor een ruime bezetting. Veel functies zijn dubbel belegd. Naast Van Baalen is er een vicevoorzitter met meer bestuurservaring, er zijn onder andere twee penningmeesters en twee secretarissen. Daarmee wil het bestuur voorkomen dat de club afhankelijk wordt van een paar mensen en tegelijkertijd zorgen dat de taken goed verdeeld worden.

Ook communicatie krijgt veel aandacht. De Instagram-pagina groeit, er is een WhatsApp-community voor nieuws en peilingen en leden worden steeds vaker betrokken bij beslissingen. Zo mochten zij onlangs meestemmen over de nieuwe kledinglijn voor volgend seizoen.

Zelf nog altijd op het veld

Het voorzitterschap houdt Van Baalen niet van het veld. Hij voetbalt zelf nog in het derde en is daarnaast trainer van de JO11. „Ik ga niet stoppen met voetballen omdat ik voorzitter ben geworden.”

Zijn kijk op het voorzitterschap is bescheiden. „Dit interview hoeft voor mij ook helemaal niet. Ik vind het veel belangrijker om de mensen te noemen die iedere week voor de club klaarstaan. Onze scheidsrechters, de mensen die de velden verzorgen, de schoonmakers en al die andere vrijwilligers. Zonder hen kunnen we als vereniging niet bestaan.”

Dat vrijwilligerswerk is volgens hem ook een van de belangrijkste uitdagingen voor de club. „Het is best bijzonder hoeveel werk er iedere week achter de schermen wordt gedaan. Vaak zie je dat pas als iemand ermee stopt. We kunnen daarom altijd nieuwe mensen gebruiken die een steentje willen bijdragen.”

Van Baalen begon als klein jochie bij de club, dromend van het profvoetbal, zoals ieder kind. „Ik ben nog steeds voetbalgek.” Hij woont zelf tegenover het veld en niets vindt hij mooier dan op zaterdagochtend kinderen te zien trappelen om te voetballen. „Lekker met je vriendjes voetballen en als je later volwassen bent, nog steeds met je vrienden bij de club komen. Dat is denk ik precies wat de club voor mij betekent: saamhorigheid.”

PAPILAJA METEEN KAMPIOEN BIJ ASV ARKEL

0

Ricardo Papilaja (38) is pas drie seizoenen actief als trainer. Vorig jaar debuteerde hij als hoofdtrainer bij ASV Arkel. Meteen werd hij kampioen, met tien punten voorsprong. Dit seizoen moet de ploeg laten zien dat het geen toeval was.

Dat kampioenschap kwam niet vanzelf, benadrukt Papilaja. “Je zou het bijna denken, met die voorsprong, maar het was niet altijd een makkie. We hebben best wel wedstrijden gespeeld waarin we het lastig hadden. Een mooi voorbeeld is Lekvogels uit, vroeg in de competitie. Toen wilden we maar niet scoren, en dan ga je op een gegeven moment een beetje tegen jezelf aan lopen voetballen.” Scoorde de ploeg eenmaal, dan ging het daarna vaak wel weer makkelijk. Ook geluk speelde mee. In de laatste fase van de competitie verspeelde Arkel weleens een punt, maar deden de concurrenten dat net zo goed.

De selectie is deze zomer breder geworden. Youri de Jong keerde terug, net als Dylan Verschoor. Daan Ruwaard kwam over van Unitas zondag. Daarnaast sloten nog drie spelers van Unitas zaterdag aan. “Mits iedereen fit blijft, zijn dat zeker drie versterkingen erbij.”

Van assistent tot kampioenstrainer

Papilaja’s trainerscarrière gaat snel. Zijn eerste seizoen was als assistent bij Asperen, waar hij driect kampioen werd. Vorig jaar volgde zijn eerste klus als hoofdtrainer, bij Arkel, en opnieuw was het prijs. Dit jaar werkt hij aan zijn cursus VC3, die hem bevoegd maakt voor de tweede klasse. “Ik wil zo hoog mogelijk komen. Ik hoop na dit seizoen VC3 te hebben, en uiteindelijk wil ik ook door met VC4. Hoe snel dat gaat, weet ik nog niet.”

Zelf voetbalde Papilaja jarenlang op een aardig niveau, bij Heukelum, Roda Boys, Schelluinen, WNC en LRC. Zijn hoogste niveau was destijds de eerste klasse, één klasse onder het hoogste amateurvoetbal-niveau. Hij is vooral gestopt omdat hij bij Heukelum medespelers miste die net zo fanatiek waren als hijzelf. “Ik wil gewoon met jongens op het veld staan die er alles aan willen doen. Niet jongens die het ook prima vinden als ze winnen of verliezen. Ik was altijd vet zuur als we verloren.”

Een echte dorpsclub

Over Arkel is Papilaja uitgesproken positief. “Het is gewoon een hele leuke dorpsclub. Over de hele breedte kent iedereen elkaar, en iedereen maakt een praatje met je. Het is een familievereniging, gemoedelijk, zonder dat er echt druk is om te presteren.” Wel ziet hij dat de club serieus bezig is om jeugdspelers te laten doorstromen naar de senioren, met een duidelijk plan.

Hoe hij bij Arkel terechtkwam? Bestuurslid Rocco Ooms belde in december. Papilaja deed op dat moment zijn trainerscursus, en Arkel zocht een jonge trainer. Een gesprek met de spelersraad volgde al snel, en de klik was er meteen. In januari werd het officieel bekendgemaakt. Het kampioenschap zelf bracht geen traan, maar wel spanning. In de slotfase moest een plichtsgetrouwe uitwedstrijd gewonnen worden. Toen het Arkel niet lukte om de wedstrijd naar zich toe te trekken, ontplofte Papilaja in de rust, tot groot plezier van de groep nu. “Daar wordt nog steeds om gelachen. Ik ging helemaal uit mijn plaat.” In de daaropvolgende wedstrijd wist de ploeg een kwartier voor tijd al dat het kampioen was. “Je hebt er een heel seizoen naartoe gewerkt.”