Home Blog Pagina 4

COR PREIN MAAKT EINDE AAN KAMPIOENSDROOGTE VAN WNC

0

Cor Prein (45) begint dit seizoen aan zijn veertiende jaar als trainer van WNC. Een zeldzame staat van dienst in het amateurvoetbal. Vorig seizoen werd Prein voor het eerst kampioen met zijn club.

Het laatste kampioenschap van WNC dateerde uit 2005. Prein hield de groep het hele seizoen voor hoe bijzonder een kampioenschap op seniorenniveau eigenlijk is. “Ik heb de jongens gevraagd: kijk eens naar jezelf, hoe lang voetbal je al, en hoe vaak ben je eigenlijk kampioen geworden? Dan kon ik er in onze groep maar weinig opnoemen die dat op seniorniveau ooit hadden meegemaakt. In de jeugd wordt iedereen weleens kampioen. Bij de senioren is dat echt bijzonder.”

Vanaf dag één was het doel duidelijk. “We gaan dit jaar kampioen worden.” Uiteindelijk werd het WNC met zo’n vier punten voorsprong, beslist op de laatste speeldag, in een competitie die zwaarder bleek dan verwacht. Rivaal Roda Boys hield lang stand, terwijl andere ploegen waar Prein vooraf meer van had verwacht juist tegenvielen. Ondanks flink wat blessures en gedwongen wissels in de opstelling noemt Prein zijn ploeg een terechte kampioen. “We hebben gewoon een hele goede selectie.” Voor een aantal spelers was dit kampioenschap waarschijnlijk extra bijzonder. Michael Soepnel gaat zijn tiende seizoen bij WNC in, Roman Rahmani zijn achtste en Kay van den Boogaard zijn zevende. Tegelijk komen er ieder seizoen ook weer vijf, zes nieuwe gezichten bij.

De kampioenswedstrijd zelf verliep moeizaam. WNC trof de nummer laatst, al gedegradeerd, en had het toch lastig. “Bal op de paal van hun kant, en onze keeper pakt nog een goede bal. Ik moet eerlijk zeggen dat we behoorlijk zenuwachtig speelden. Het bleef in de eerste helft gelukkig 0-0.” In de rust volgde een duidelijke boodschap. “Ik heb gezegd: als we in dit tempo blijven spelen, gaan we het niet redden. Je hebt nog 45 minuten om iets te doen waar je een heel jaar voor hebt gewerkt. Laat dat niet wegglippen.” WNC kwam beter uit de kleedkamer en scoorde snel na rust. Omdat de ploeg de minst gepasseerde defensie van de competitie had, gaf die vroege voorsprong meteen vertrouwen. De tegenstander had nog twee treffers nodig om het feest te bederven. “Hoe langer je moet wachten op zo’n doelpunt, hoe spannender en moeilijker het wordt. Maar vrij snel na rust hadden we al het gevoel: dit gaat lukken.” Zelf bleef Prein op het moment zelf rustig. “Ik laat de jongens altijd lekker hun feestje vieren. Ik sta er een beetje van een afstand naar te kijken, praat links en rechts wat. Dat is hun feest. Later op de avond heb ik het zelf ook goed gevierd hoor.”

Wat de titel volgens Prein vooral mogelijk maakte, was eensgezindheid. “Zonder je staf is het lastig om resultaat te behalen. Hoe meer mensen hetzelfde doel nastreven en daarin geloven, hoe makkelijker het wordt. Dat is de kracht van WNC geweest, staf en spelers samen.” Onenigheid lost hij het liefst snel op. “Ik ben iemand van: niet blijven lopen met iets, of je nou speler bent of wie dan ook. Zeg wat er op je hart ligt. Dat hoeft niet altijd op een lieve manier, maar wel duidelijk en eerlijk.”

Voor het eerst handhaven

De grootste opgave ligt nog voor WNC. Dit is de derde keer in korte tijd dat WNC promoveert naar de vierde divisie. Handhaven lukte de vorige twee keer geen van beide. “Het eerste jaar promoveerden we eigenlijk best verrassend. WNC is een dorpsclubje. Voor de vierde divisie heb je meestal geld nodig, of een grote club met veel eigen jeugd. Dat hebben wij allemaal niet.” Toch stond WNC in beide eerdere seizoenen bij de winterstop keurig bovenin, derde in het eerste jaar en tweede in het tweede jaar. Niet het niveau werd hun fataal, maar de breedte van de selectie. “Op het einde van het seizoen stonden we soms met dertien man.” Dit jaar is daarom bewust gekozen voor een bredere selectie, ook met spelers die nog niet meteen op het vereiste niveau zitten. “We hebben een jongen van de derde klasse erbij, een jongen uit de top van de onder 19. Die maken de breedte sterker, en kunnen over drie, vier maanden het niveau hebben dat we tegen het einde van het seizoen hard nodig hebben.” Achteromkijken naar het kampioenschap doet Prein inmiddels nauwelijks meer. De eerste competitiewedstrijd van dit seizoen werd meteen met 3-0 gewonnen, uit. “Dat is op zich al bijzonder in de vierde divisie.”

Dat Prein al veertien jaar lang bij één club zit, is volgens hemzelf geen automatisme. “Als je drie jaar dezelfde trainer hebt, ben je normaal gesproken wel uitgekeken op iemand. Ik hou van uitdaging, van steeds vernieuwen, elk jaar weer nieuwe accenten. En dat geldt niet alleen voor mij, ook voor de spelers.”

Wat de voetbaltechnische focus voor dit seizoen precies inhoudt, houdt hij liever binnenskamers. “We hebben vijf punten benoemd waarvan we zeggen: die gaan we verbeteren. Als we onze uitgangsposities als team goed uitvoeren, komt de rest vanzelf. De doelstelling is voor mij altijd een prijs pakken. Wat die prijs is, kan per seizoen verschillen. Voor nu is het gewoon: het meest haalbare eruit halen.”

Ambitie om hogerop te gaan

Prein heeft zelf ambitie om hogerop te gaan als trainer. Vorig jaar sprak hij met een club uit de derde divisie en was één van de drie kandidaten. Hij eindigde als nummer twee. “Jammer, ja.” Een club moet voor hem wel volledig kloppen. “De club moet bij mij passen, en ik moet er een goed gevoel bij hebben. Dan is het het denken waard.” Na veertien jaar zou een afscheid van WNC hem oprecht pijn doen. “Dat zou er wel even inhakken ja.”

Over zijn eigen spelersloopbaan is Prein valt ook het nodige te vertellen. Zes jaar zat hij in de jeugd van PSV, als een van de talenten met uitzicht op een doorbraak. Via NEC Nijmegen maakte hij binnen drie maanden zijn debuut in de Eredivsie. Vlak voor die doorbraak echt vorm kon krijgen, scheurde hij op zijn negentiende zijn kruisband af. Anderhalf jaar viel hij uit. Toen hij begin twintig terugkeerde, haalde hij zijn oude niveau nooit meer. “Ik ben daarna naar Duitsland gegaan, en denk dat ik daar mijn andere kruisband al licht heb ingescheurd. Het jaar erna, bij Telstar, scheurde die knie helemaal af. Ik denk dat ik, door het compenseren van het ene been, het andere te veel heb belast. Er staan altijd jongens op het punt om door te breken, en de meesten redden het niet. Dat is jammer, maar daar sta ik niet te lang bij stil.” Dezelfde houding heeft hij tegenover het kampioenschap. “Het was een mooi feest, dat vergeten we nooit. Maar het doel is behaald, en nu gaan we door naar het volgende.”

Een van de laagst betaalde clubs

Volgens Prein betaalt WNC met allesbehalve grote sommen. Prein schat zijn club in als een van de laagst betaalde in de vierde divisie. “Wat wij bieden, is een onkostenvergoeding. Geen bedragen van 800, 900 of 1000 euro per maand, zoals je bij sommige clubs weleens hoort.” Vooral rond Rotterdam, waar WNC vroeger ook speelde, liggen de bedragen volgens hem een stuk hoger. “Binnen een straal van 20 kilometer zitten daar al snel tien clubs op derde, vierde of tweede divisieniveau, met veel jongens met een BVO-verleden. Dan moet je wel.”

SANDERS RUILDE FEYENOORD IN VOOR UNITAS

0

Giovanni Sanders (24) speelde twee jaar op landelijk niveau bij Sportclub Feyenoord. Een profcontract leverde het niet op. Inmiddels speelt hij zijn tweede seizoen bij Unitas Gorinchem. Daar vond hij het plezier terug dat hij bij zijn vorige clubs soms miste.

Zijn hele jeugd voetbalde Sanders bij TOGB, een club uit Berkel en Rodenrijs waarvan het eerste elftal uitkomt in de derde divisie. Via die achtergrond kwam hij terecht bij Sportclub Feyenoord, waar hij tot de Onder 23 twee jaar landelijke divisie speelde. “Ik heb eigenlijk tegen elke club die divisie speelde wel gespeeld.” Via de KNVB-selecties zat hij zelfs in dezelfde lichting als Joshua Zirkzee. Maar in tegenstelling tot de Oranje-international bleef voor Sanders een profcarrière uit. “Daar baal ik wel een beetje van, maar het is een heel klein percentage dat het uiteindelijk haalt. Ik heb er wel vrede mee, want ik heb altijd mijn best gedaan.”

Op zijn 22e belde Unitas. De club speelde toen nog vierde divisie, maar onderaan, in een gevecht om lijfsbehoud dat uiteindelijk verloren werd. Ook het seizoen erna ging het mis. Vorig seizoen, zijn eerste bij de club, noemt Sanders ronduit slecht. “We hadden bijna alles verloren of gelijkgespeeld. Vaak ging het om een 1-0 of 2-1, waarbij de tegenstander in de laatste minuut nog scoorde. Dat was puur pech.”

Blijven dankzij de trainer

Een vertrek overwoog Sanders wel. Dat het er niet van kwam, komt vooral door trainer Ruud Brood. “Ik vind hem gewoon heel goed. Hij zit er bij de trainingen kort op en legt dingen goed uit als je een vraag hebt. Hij wil zelf ook dat spelers beter worden, zodat ze hoger kunnen voetballen.” Mocht Sanders ooit weer een stap hogerop willen, dan weet hij waar hij moet zijn. “Hij heeft best wat connecties.”

Op het veld is Sanders niet vast te pinnen op één taak. Hij speelt op het middenveld, maar dan over de volle lengte van het veld. “Ik ben eigenlijk een beetje box-to-box, dus ik loop overal.”

Een grote verandering trof de hele club. Het eerste elftal speelde altijd op zondag, maar die tak is dit seizoen geschrapt. Zondag en zaterdag zijn samengevoegd tot één selectie, die nu op zaterdag speelt. De kwaliteit leed daar volgens Sanders niet onder. “Er zijn wel wat jongens weg, maar er zijn ook veel goede jongens bijgekomen.”

Mikken op de titel

De seizoensstart stemt hoopvol. De eerste competitiewedstrijd werd gewonnen, als een echt team. “We lopen voor elkaar en er wordt veel gepraat. Het is eigenlijk een soort vriendengroep.” Durft Sanders het hardop uit te spreken? Ja. “Dit team moet sowieso handhaven. En ik denk ook dat we het heel hoog gaan schoppen. Het kampioenschap zit er wel in.” Trainer Brood denkt er volgens hem net zo over. “Hij zegt ook altijd dat je voor het hoogste moet gaan.”

Ondanks dat hij bij de belangrijke spelers van de ploeg hoort, werd Sanders afgelopen zomer door geen enkele club benaderd. Jammer vindt hij dat niet. “Voor mijn persoonlijke ontwikkeling is dit ook wel goed geweest. Alles verliezen en toch elke wedstrijd alles blijven geven, dat leert je wel wat.” Over Unitas als club is hij lovend. “Een mooie club met veel geschiedenis. Ze hebben altijd hoog gevoetbald, en de sfeer is hartstikke gezellig. Af en toe een feestje, een hapje en een drankje.”

Een halfuur rijden voor elke training en wedstrijd, en sinds dit seizoen zonder enige onkostenvergoeding. Toch heeft Sanders dat er graag voor over. Een terugkeer naar TOGB, voor hem om de hoek, overweegt hij niet. “Ik lig niet lekker met de trainer die daar nu zit. Een andere visie, laten we het daarbij houden.” Unitas, dertig minuten verderop, heeft hij voorlopig precies wat hij zoekt.

VAN DE WETERINGH ROLDE VANUIT DE JEUGD HET BESTUUR IN BIJ LEERDAM SPORT

Lin van de Weteringh is in het dagelijks leven werkzaam in de gehandicaptenzorg. Bij Leerdam Sport is zij secretaris van het hoofdbestuur, een club met een lange familiegeschiedenis. Haar pad daarnaartoe begon niet bij het bestuur, maar bij de jeugdteams van haar eigen kinderen.

Toen haar kinderen bij Leerdam Sport gingen voetballen, merkte Van de Weteringh al snel dat zaken rond de jeugd slecht geregeld waren. Weinig communicatie vanuit de jeugdcommissie, veel onduidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk was. Binnen het team sloeg de negativiteit onder ouders toe. “We konden allemaal negatief blijven doen, zodat die negativiteit de overhand kreeg. Of we konden met elkaar om tafel kijken hoe we de neuzen dezelfde kant op konden krijgen.” Dat laatste koos zij, en zo rolde ze erin. Twee jaar lang trok ze zich het lot van de jeugd aan, voordat ze in 2022 de overstap naar het hoofdbestuur maakte. Pas toen de jeugd naar haar idee goed was achtergelaten.

Destijds stond Van de Weteringh er binnen de jeugd op het laatst vaak alleen voor. “Ik moest ook dingen doen waarvan ik dacht: dit past helemaal niet bij me. Maar iemand moest het doen.” Inmiddels is er een jeugd-TC die veel voetbalzaken oppakt. “Dat is wel heel erg fijn.”

Als secretaris verzamelt Van de Weteringh agendapunten en schrijft ze de notulen van vergaderingen. Bijna alle mail van de club komt via haar binnen. Met haar twee veertienjarige kinderen nog altijd actief bij de club, voelt ze die betrokkenheid als vanzelfsprekend. “Ik heb het misschien iets te enthousiast aangepakt, maar ik vind het wel belangrijk.”

Een familie van bestuurders

Leerdam Sport zit al generaties in de familie. Haar opa was medeoprichter en voorzitter van de zaterdagtak, haar vader was tweede penningmeester en secretaris. Ook twee mensen die zij als familie beschouwde, inmiddels overleden, waren beiden voorzitter van de club. Zelf heeft Van de Weteringh nooit gevoetbald, op de jaarlijkse familiedag na. “Dat ziet er echt totaal niet uit. Maar het gaat om het plezier.”

Nooit saai

Hoe zij de club zou omschrijven? “Het is in ieder geval nooit saai.” Binnen de vereniging komen veel culturen samen, wat mooi is maar ook de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Mocht de club morgen ophouden te bestaan, dan zou dat niet het einde van de wereld zijn. “Maar het zou wel jammer zijn. Je bouwt er sociale contacten op. Het zijn de mensen die ervoor zorgen dat je denkt: gezellig om hier te zijn.”

Het hoofdbestuur bestaat op dit moment uit drie mensen: voorzitter John Boekelman, penningmeester Jeroen de Bruin en Van de Weteringh zelf, af en toe bijgestaan door twee oud-bestuursleden. Elke drie weken schuift van elke commissie één vertegenwoordiger aan. “Dat scheelt ons best wat werk, want vragen of problemen worden vaak al aan tafel opgelost.”

Grote voetbalplannen, zoals promotie van het eerste elftal uit de vijfde klasse, laat Van de Weteringh aan anderen over. Zelf is ze bezig met iets heel anders: de huidige kantinebeheerders stoppen aan het einde van het jaar. Samen met de kantinecommissie werkt ze nu aan een nieuwe structuur. “Dat is voor mij ook weer nieuw, maar wel leuk om te doen.”

Zorgen om de doorstroom

Wat haar wel aan het hart gaat, is de jeugd. De onderbouw loopt in één lijn goed door, maar daarna ontbreekt een Onder 14. En de Onder 15 is voorlopig het oudste jeugdteam. Spelers haken op die leeftijd soms af vanwege andere interesses. “Dat vind ik jammer, en dat zou ik heel graag anders zien.” Concrete plannen zijn er nog niet. Meer positief: het meidenvoetbal groeide de afgelopen jaren fors, van een MO15 die als negental begon tot inmiddels een volwaardige MO17, met daarnaast steeds meer nieuwe (meiden)teams. In totaal telt Leerdam Sport 462 leden.

VAN BEZOOYEN GROEIT TOE NAAR VASTE PLEK BIJ LEKVOGELS

Jort van Bezooyen (22) voetbalt zijn hele leven al bij Lekvogels. Een paar seizoenen geleden kwam hij bij het eerste terecht. Vaste basisplaats? Dat moet er dit seizoen van komen.

Lekvogels speelt al jarenlang in de vierde klasse. Twee seizoenen geleden volgde promotie naar de derde klasse, afdeling Utrecht. Op papier een mooie stap, in de praktijk een flinke tegenvaller. “Die potten in de vierde klasse waren echt top. Maar in de derde klasse ging het plezier er een beetje uit. We hebben eigenlijk alles verloren. We speelden tegen clubs waar we niks tegen konden inbrengen. Die afdeling was gewoon veel te goed voor ons.” Na één seizoen volgde degradatie, terug naar het vertrouwde niveau.

Jammer vindt Van Bezooyen het niet. Hogerop spelen klinkt mooi, maar voor hem weegt iets anders zwaarder. “Hogerop is altijd wel leuk, maar het moet wel plezier in blijven zitten. Mijn voorkeur ligt niet per se bij promoveren.”

Op het randje van degradatie

Vorig seizoen ging het bijna mis, want Lekvogels kwam in de nacompetitie voor degradatie terecht. Een oefenwedstrijd tegen Haaften bleek de wake-upcall. “Daar hebben we flink op onze kop gehad. Toen zijn we wakker geschud en zijn we de schouders eronder gaan zetten.” Twee beslissende duels volgden. Beide werden gewonnen en Lekvogels wist zich te handhaven in de vierde klasse. Over de oorzaak van de malaise is Van Bezooyen eerlijk. “Een beetje gemakzucht, denk ik. We dachten dat het allemaal wel goed zou komen. Tot op het laatste moment, en dan moet je ineens alles uit de kast halen om het nog recht te trekken.”

Na vijf jaar met dezelfde trainer begint Lekvogels dit seizoen met een nieuw gezicht langs de lijn: Pieter van Zessen. Van Bezooyen is enthousiast. “Met de vorige trainer heb ik hele mooie dingen meegemaakt. Maar op een gegeven moment krijg je gewoon verlangen naar iets nieuws. Een andere manier van voetballen, een andere manier van trainen. Dat haalt motivatie en concurrentie naar boven. Iedereen komt weer trainen, en dat maakt het meteen weer leuk.”

Vaste back met drang naar voren

Op het veld staat Van Bezooyen als rechtsback, met uitstapjes naar het middenveld. Techniek boven het fysieke, zo laat hij zich het liefst omschrijven. “Ik ben een voetballende back. Veel drive naar voren, geen bottenbreker. Als het moet wel, maar ik los het liever voetballend op.” Een vaste basisplaats had hij nog niet. Knieklachten gooiden vorig seizoen af en toe roet in het eten. Dit seizoen moet het anders. “Ik ga mijn best doen om een vaste kracht te worden. Daar heb ik alle vertrouwen in.”

‘Lekvogels is mijn sociale kring’

Vraag Van Bezooyen wat de club voor hem betekent, en het antwoord komt zonder aarzelen. “Voor mij is het mijn sociale kring, mijn vrienden zitten in dit team. Vooral de gezelligheid, en je dorp een beetje op de kaart zetten.” Ook buiten het veld trekt de groep vaak samen op, met etentjes en uitstapjes naar Utrecht of een festival.

Doelen voor dit seizoen

Van de trainer moest iedereen een eigen doelstelling formuleren. Bij Van Bezooyen is die simpel. “Niet onderin meedoen, alleen maar omhoog kijken. Top 6, top 7 zou mooi zijn. Als we maar leuk meedoen, en wie weet pakken we een periode.”

LRC Leerdam bouwt met vernieuwde TZ aan jeugdopleiding

0

Bij LRC Leerdam werkt de Technische Zaken van de jeugd samen met coördinatoren en trainers aan een vernieuwde jeugdopleiding. Een gedeelde voetbalvisie, duidelijke afspraken en meer aandacht voor de ontwikkeling van spelers vormen de basis. Tamer Saglambilek, één van de betrokken TZ-leden, vertelt over de stappen die de club zet.

 Sinds januari vorig jaar heeft LRC een vernieuwde TZ, met leden en coördinatoren voor de onder- en bovenbouw. Binnen die groep worden de taken verdeeld en wordt gezamenlijk gewerkt aan de richting van de jeugdopleiding. “We hebben een heel goed team, met een stuk of acht coördinatoren die allemaal de jeugd beter willen maken. Iedereen draagt daar op zijn eigen manier aan bij. De kracht zit in het feit dat we dit samen doen.” De afgelopen periode werden trainersbudgetten gelijkgetrokken op basis van diploma’s en werd de visie op selectieteams aangescherpt. Ook het aantrekken en begeleiden van trainers is een belangrijk onderdeel van de aanpak.

Van pilot naar breder beleid

Bij LRC gold eerder het uitgangspunt dat het eerste en tweede team van een lichting ongeveer even sterk moesten zijn. Een pilot met een selectieteam bood de club de mogelijkheid om ervaring op te doen met een andere aanpak. Saglambilek was daar destijds als trainer bij betrokken. De goede prestaties in de hoofdklasse en de ervaringen met de pilot droegen bij aan het besluit om selectieteams breder in te voeren. Binnen de TZ wordt die aanpak nu verder uitgewerkt, met aandacht voor zowel prestatie- als recreatievoetbal. “We willen dat iedere speler zich op een passend niveau kan ontwikkelen. Daarvoor heb je goede trainers, duidelijke afspraken en een gezamenlijke visie nodig.”

Oog voor talent en plezier

Ook de contacten met betaaldvoetbalclubs krijgen aandacht. Het partnerschap met FC Utrecht en de contacten met onder meer FC Den Bosch bieden mogelijkheden om talentvolle spelers onder de aandacht te brengen en kansen op een stage te creëren. Saglambilek draagt vanuit zijn rol bij aan die contacten. Daarbij kijkt hij ook naar spelers van andere teams en verenigingen in de regio. “Je wilt dat kinderen een kans krijgen op basis van hun kwaliteiten, ongeacht wie hun ouders zijn of in welk team ze spelen. Tegelijkertijd moet het kind zelf zo’n stap willen zetten. Plezier in voetbal blijft de basis.”

Binnen de TZ worden de volgende stappen besproken en uitgewerkt. Een belangrijk onderwerp is het breed opleiden van jonge spelers, zonder hen al vroeg vast te zetten op één positie. “Op jonge leeftijd moeten kinderen veel verschillende voetbalsituaties ervaren. We willen ze stimuleren om initiatief te nemen, aan te vallen en zich met de bal te ontwikkelen.” Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid om het trainingsaanbod uit te breiden van twee naar drie dagen per week, voor zowel prestatie- als recreatieteams. Hoe dat georganiseerd kan worden, vraagt nog om verdere afstemming binnen de club. “Er zijn kinderen die graag meer willen voetballen. We willen bekijken hoe we daar als vereniging op kunnen inspelen.”

De ambitie is om vanuit de jongste jeugd een sterke opleiding op te bouwen, met teams die richting de hoofdklasse groeien en vanaf de JO13 uiteindelijk op divisieniveau kunnen spelen. Het eerste elftal van LRC komt momenteel uit in de vierde divisie. “We willen een club zijn waar kinderen graag voetballen en zich goed kunnen ontwikkelen. Dat vraagt om de inzet van veel mensen. Met de TZ, coördinatoren, trainers en alle andere betrokkenen bouwen we daar samen aan.”

 

 

Van Soest knokt zich terug na tweede schouderoperatie

0

Aron van Soest (25) staat na zijn tweede schouderoperatie weer op het veld. Bij HSSC’61 is hij bepaald niet de enige met het probleem. Het zit letterlijk in de familie.

Van Soests schouder ging voor het eerst uit de kom rond de overgang van de junioren naar senioren. Tijdens een oefening waarin hij een omhaal deed, kwam hij verkeerd terecht op de grond. Geen duel, geen botsing, gewoon een ongelukkige landing. Sindsdien volgden er bijna tien luxaties, verspreid over ruim negen jaar. Een eerste operatie loste het probleem niet blijvend op. Dit voorjaar onderging hij een tweede ingreep, de Latarjet-procedure, gericht op het stabiliseren van het gewricht. “Ik mag nu wel meedoen in de voorbereiding, maar dan een helft, hooguit zestig minuten. Tegen het begin van de competitie moet ik de negentig kunnen volmaken.”

Een familiekwaal

Dat Van Soest zoveel schouderleed kent, blijkt geen toeval. Zijn vader onderging eveneens een operatie, de schouder van zijn zus ging al één keer uit de kom, en zijn jongere broer Remon, ploeggenoot bij HSSC’61, ligt er alweer geruime tijd uit door precies hetzelfde. Alleen oudere broer Arwin bleef tot dusver gespaard. Een officiële diagnose van erfelijkheid kreeg de familie nooit, wel bevestigden meerdere fysiotherapeuten hun vermoeden. “Als ik het goed benoem, is het het labrum dat beschadigd raakt. Genetisch vastgesteld is het nooit, maar het kan eigenlijk niet anders.” Zijn eigen advies aan familieleden is inmiddels vast beleid. “Bij de eerste keer heb je nog hoop dat het daarbij blijft. Bij de tweede keer raad ik altijd aan: laat het gewoon opereren.”

Vorig jaar stond Van Soest voor een lastige keuze. Steeds maar een half seizoen kunnen spelen voordat de schouder er weer uit ging, begon te knagen. “Ik had er eigenlijk niet zoveel zin meer in.” Hij besloot dat als zijn broer Remon, die naar LRC was vertrokken, terug zou keren naar HSSC hij zelf alsnog voor de operatie gaan en het nog een jaar proberen. Zonder enige druk van zijn kant koos Remon er zelf voor terug te komen. Inmiddels heeft het lot de rollen omgedraaid: net nu Van Soest hersteld is en uitkijkt naar samen voetballen, is zijn broer zelf geblesseerd uitgevallen. De twee spelen ook al jaren samen zaalvoetbal in Gorinchem. “Ik vind het super mooi om samen met hem in één team te spelen. En nu ligt hij er weer uit.”

Op het veld laat de geschiedenis van blessures zich ook merken. “Als ik eerlijk ben, verwacht ik inmiddels wel dat het weer een keer gebeurt.” Fanatisme ontbreekt niet, verzekert hij, maar zijn duels gaat hij toch met iets minder overgave aan dan aan het begin van zijn carrière. “Ik begin wel angstvrij, maar zodra er iets gebeurt in een wedstrijd ga je er toch over nadenken.” Ook zijn andere schouder speelde vorig jaar even op tijdens een oefenwedstrijd, wat de onderliggende angst alleen maar voedt.

Sinds hij bij de senioren voetbalt, mist Van Soest bijna elk seizoen zo’n half jaar door blessures, op één uitzondering na. Voor komend seizoen is zijn doel daarom vrij logisch. “Gewoon zoveel mogelijk minuten maken.” Op zijn vaste positie, de zes, hoort hij bij fitte vorm eigenlijk altijd bij de basis. HSSC zelf mikt, zoals vaker de laatste jaren, op een periode en promotie via de nacompetitie. Degradatie is zelden een zorg. Voor Van Soest telt vooral één ding: dit keer een heel seizoen op de been blijven.

Steven Chen is trainer, scheidsrechter en TikTok-ster bij VV Vianen

0

Overdag staat Steven Chen voor de klas op een basisschool. ‘s Avonds staat hij op het trainingsveld van VV Vianen. Hij traint het enige seniorenteam van de club en de Onder 17-1. Ondertussen is hij ook nog eens een bekend gezicht op TikTok.

Weg bij Vianen, terug door bier

Steven voetbalde vroeger zelf. Op een gegeven moment stopte hij. Het was niet meer leuk. Even was hij weg van het veld. Toen vroeg het tweede hem of hij tijd had om te fluiten. Hij zei ja. Waarom hij ja zei? ,,Het was vrijdagavond en ik zat in een café. Je weet hoe dat gaat: in een dronken bui zeg je ‘ja joh is goed.’ Toen ik die volgende dag wakker werd en me realiseerde dat ik moest gaan fluiten, had ik er totaal geen zin in. Maar ja, ik had mijn woord al gegeven.”

Zodoende kwam een redelijk brakke Steven opdagen om de wedstrijd te gaan fluiten. Vianen verloor het duel met flinke cijfers, maar de club had misschien wel iets belangrijkers gewonnen: de komst van een toegewijde vrijwilliger. “Ik was klaar met voetballen. Het plezier was er gewoon af. Zo ben ik er dus weer ingerold. Ik heb er nooit spijt van gehad en heb het heel erg naar mijn zin bij de club.”

Het beviel Steven zo goed in het vriendenteam, dat hij zelfs trainer werd van Vianen. Daarnaast is hij inmiddels ook trainer bij de Onder 17-1. Daardoor staat hij nu drie dagen per week op het voetbalveld. “Bij een club als Vianen heb je elke vrijwilliger nodig. Als ze iets vragen, zeg ik meestal gewoon ja. Ik vind het leuk om erbij te horen en mijn steentje bij te dragen.”

Ambitie in het trainersvak heeft Steven niet. Hij wil geen diploma’s verzamelen en hij hoeft niet hogerop. Hij doet het voor de club. “Ik heb geen plannen om ooit een eerste elftal te trainen. Dat hoeft ook niet. Ik train omdat ik het leuk vind. Ik vind het leuk om de club te helpen. Meer is het eigenlijk niet.”

Vorig seizoen lukte het Vianen 2 bijna om kampioen te worden. ,,Dit seizoen gaan we ervoor” vertelt Steven. Hij hoopt dat Vianen 2, Vianen 1 kan worden en in de vijfde klasse kan uitkomen.

Miljoenen views

Dat het TikTok-account van Vianen meer dan een miljoen volgers heeft is een bekend verhaal. Ook Steven schitterde op het populaire platform. Na een gewonnen wedstrijd danste hij als scheidsrechter met een biertje in zijn hand mee in de kleedkamer. Toen de camera op hem gericht werd, trok hij een gezicht van: shit. Dat moment ging over heel het internet. Het filmpje heeft miljoenen views. “Ik stond lekker mee te dansen. Toen ik de camera zag, dacht ik echt even van ‘oh, misschien wel raar.’ Omdat de emotie echt was, ging het filmpje zo viraal denk ik. Soms word ik er nog steeds door herkend.”

Jethro Goseling blijft na knieblessure als verzorger bij Brederodes

Jethro Goseling (24) stopte vijf jaar geleden met voetballen. Weg bij Brederodes is hij nooit geweest. Als verzorger staat hij nog altijd bij elke training en elke wedstrijd.

Op zijn veertiende scheurde Jethro zijn kruisband en meniscus af. Na een operatie en een jaar revalideren pakte hij het voetballen weer op, maar de pijn verdween nooit echt. “Het waren continu een soort steken en knikjes, en mijn knie werd snel dik.” De orthopeed stelde een veelzeggende vraag. “Hij vroeg: heb je nog andere hobby’s dan voetballen? Die had ik eigenlijk niet. Af en toe FIFA, maar dat is het dan.” Zo hield hij het nog zo’n vier jaar vol, met wisselend succes, tot hij het laatste jaar voelde dat het einde in zicht kwam. Bij een nieuw bezoek aan de orthopeed bleek het ankertje waarmee zijn meniscus destijds was vastgezet, los te zitten. “Waarschijnlijk is dat, omdat ik zo jong was toen ik geopereerd werd, tijdens het groeien uit positie gedrukt. Daar is een soort slijmbeursje omheen ontstaan dat is gaan irriteren.” Sinds de verwijdering vorig jaar zijn bijna al zijn klachten weg.

Van speler naar verzorger

Jethro speelde altijd in de hoogste jeugdselecties van Brederodes en stopte precies op het moment dat hij de onder 23 haalde, de laatste stap voor het echte seniorenvoetbal. Met bijna alle huidige spelers van het eerste heeft hij ooit samen gevoetbald. Toen hij stopte, studeerde hij fysiotherapie. De vaste verzorger van de club, Norbert van Daalen, deed dat werk al bijna 25 jaar en wilde ermee stoppen. Jethro liep een half jaar met hem mee en nam de rol daarna over. “Voetbal is gewoon mijn sociale leven. Ik wilde absoluut niet stoppen. Dit was een hele mooie oplossing om er toch bij te blijven, alleen niet meer op het veld. Het was natuurlijk wel balen om te moeten stoppen als speler. Maar de oplossing beviel zo goed dat ik denk dat ik het zonder deze rol wel echt klote had gevonden.”

Een tweede familie

Dat is wat de club voor hem betekent. “Het voelt echt als een tweede familie.” Voetballen sluit hij voor de toekomst niet uit. Met zijn vrienden heeft hij het weleens over een vriendenelftal, later, als ze allemaal wat ouder zijn. Voorlopig is dat nog te vroeg. “Die jongens zijn er nog te fit voor. Die spelen nog gewoon in het eerste.”

Vol vertrouwen richting promotie

Sportief kijkt Jethro met vertrouwen naar het nieuwe seizoen. De voorbereiding verliep goed en ongeslagen, ook tegen ploegen uit hogere klasses. Dit wordt het tweede jaar op rij in de vijfde klasse. Voor een club van het formaat van Brederodes voelt dat niveau eigenlijk niet kloppend, vindt Jethro. Een aantal jaar terug degradeerde de club van de derde naar de vierde klasse, waarna veel spelers vertrokken en de selectie binnen één seizoen vier verschillende trainers versleet. Sindsdien is er bewust gebouwd met een jonge groep, rechtstreeks vanuit de eigen jeugd. “Ondanks de mindere jaren blijft de sfeer bij de club goed. Spelers die ieder seizoen worden benaderd door hoger spelende clubs, kiezen vaak toch voor Brederodes.”

Verwolf mikt met Haaften op promotie

0

Danny Verwolf (38) debuteerde op zijn vijftiende in het eerste van Haaften en hoewel hij wat uitstapjes heeft gemaakt, is de club nooit uit zijn hart weggegaan. Inmiddels is hij, na drie afgescheurde kruisbanden, terug bij zijn jeugdclub als hoofdtrainer.

Wat Verwolfs blessuregeschiedenis zo bijzonder maakt, is het patroon: zijn kruisband scheurde af op zijn zestiende, zesentwintigste en zesendertigste. Steeds precies tien jaar ertussen. Bij de eerste operatie gebruikten de artsen zijn patellapees als nieuwe kruisband. Die scheurde na tien jaar weer. Bij de tweede reconstructie werd een hamstringpees gebruikt. Ook die begaf het uiteindelijk. Na die derde keer, twee en een half jaar geleden, was de keuze snel gemaakt. “Ik had graag nog gevoetbald, maar op een gegeven moment moet je ook aan je gezondheid gaan denken.”

De eerste keer, op zijn zestiende, gebeurde het op een onschuldig bedrijventoernooitje in de zomer. “Ik was toen nog rap en behendig, maar dan weten ze je als verdediger ook wel te vinden. Ik werd er letterlijk uitgeschopt.” Hij huilde erom, destijds. De derde keer voelde compleet anders. “Ik voelde hem knappen, en na één seconde wist ik het al: einde oefening. Dat is echt een andere emotie dan de eerste keer. Ik lag op het veld en wist meteen: dit is einde carrière.”

Bonusjaren in Haaften

Tussen zijn blessures door maakte Verwolf twee uitstapjes bij zijn jeugdclub vandaan. Vier jaar speelde hij als aanvaller bij WNC, in een team vol regiojongens dat echt stappen omhoog maakte. “Ik had toen zeker het gevoel dat ik nog hogerop kon.” Een overstap naar hoofdklasser LRC in Leerdam was zijn volgende stap worden, maar werd abrupt afgebroken door zijn tweede kruisbandblessure, waarna hij noodgedwongen een niveau zakte. De tien jaar die volgden bij Haaften noemt hij inmiddels bonusjaren. “Als je al twee keer je kruisband hebt gescheurd en je mag toch nog tien jaar spelen, is dat een extraatje.” Spijt over wat er sportief meer in had gezeten, houdt hij niet over. “Bij zo’n blessure heb je het niet in eigen hand. Dan kun je het ook makkelijker accepteren.”

Van speler naar trainer

Na zijn laatste blessure bleef Verwolf betrokken bij het team en werd assistent-trainer, eerst een seizoen naast hoofdtrainer Marcel de Groot. Vorig seizoen liep het tussen De Groot en de groep echter vast. “Helaas koos Marcel ervoor om op te stappen.” Toen De Groot eind oktober opstapte, nam Verwolf de honneurs waar en dat beviel zo goed dat hij aanbleef. Zijn eerste seizoen als hoofdtrainer verliep goed. In de winterstop sprak hij met de spelersgroep de ambitie af om derde te worden of een periode te pakken, en dat lukte. Alleen in de nacompetitie ging het mis. Na een reeks van acht gewonnen oefenwedstrijden in het voorjaar, tegen derde- en vierdeklassers, met soms ruime cijfers als 8-1 en 9-1, verloor Haaften de beslissende return in Zeeland met 4-3 van Nieuwland. ,,Die hadden we niet hoeven verliezen. Ik baal hier nog steeds enorm van, we kunnen veel beter voetballen dan we die wedstrijd hebben laten zien. Misschien zat er ook een stukje spanning op.”

Dit seizoen wil Haaften weer meedoen om prootie. “Ik vond het vorig jaar al zo dichtbij. Dus als je er al zo dichtbij bent, moet je het wel ambiëren. Alleen ik ben ook realistisch. Er zijn twee spelers vertrokken (Hamza Hammouchi en Luca Nijland)  en Joris de Fockert heeft helaas een zware kruisband blessure, en andere teams hebben zich flink versterkt. Maar gaan we van onze eigen kracht uit. Dan moeten we bovenin mee kunnen draaien.”

‘Ik kan niet meer zonder het trainerschap’

Zelf nog geen jaar hoofdtrainer, twijfelt Verwolf niet meer over zijn toekomst. “Ik dacht eerst: ik kijk wel een jaartje hoe het bevalt. Maar ik kan er inmiddels niet meer zonder.” Wat Haaften voor hem betekent, hoeft hij niet lang te overdenken. “Ik ben er begonnen als speler, geëindigd als speler, en nu ben ik er trainer. Mooier dan trainer zijn bij je eigen club wordt het denk ik niet.”

Maruccia combineert zakenleven met trainerschap bij SVS’65

Overdag runt Marco Maruccia (46) twee eigen bedrijven in marketing en internationale verhuizingen. ‘s Avonds en in het weekend staat de geboren Italiaan voor de groep bij SVS’65. Het trainerschap is voor hem puur een hobby, maar wel eentje waar hij zich serieus voor inzet.

Bij zijn vorige club SteDoCo trainde Maruccia jarenlang het tweede elftal. En met succes: een promotie en een bekerzege. Toch voelde hij de behoefte aan iets nieuws. Vorig jaar haalde hij zijn VC3-diploma, vooral om zichzelf te ontwikkelen. Toen SVS’65 aanklopte, twijfelde hij niet lang. “Ze zeiden: we hebben een mooie klus voor je, en we denken dat jij daar de juiste trainer voor bent. Toen ben ik de uitdaging gewoon aan gegaan.”

Bij SVS’65 trof Maruccia een kleine club met weinig seniorenteams, maar wel een leuke selectie. Jonge talenten van 18 tot 20 jaar spelen er naast een ervaren kern met onder anderen een vaste doelman en een aantal routiniers. Alles is nieuw: nieuwe spelers, een nieuwe trainer, nieuwe systemen, nieuwe mentaliteit. “Een team creëren gaat niet in één maand. Dat gaat met wedstrijden winnen en verliezen. We moeten samen door een proces heen.”

Van zijn spelers vraagt Maruccia gedrevenheid. “Ik noem het winnaarsmentaliteit. Dat betekent harder werken om je doelen te bereiken. Soms wordt er iets meer gevraagd dan voorheen, en daar moeten sommigen nog aan wennen.”

Van Taranto naar Hoornaar

Maruccia komt oorspronkelijk uit Taranto, in de Italiaanse regio Puglia. In 2001 verruilde hij Rome voor Nederland, voor de liefde. “Ik ontmoette mijn vrouw in Italië, en toen zij teruggegaan was naar Nederland, dacht ik: ik ga iets geks doen.” Als een casanova was hij zijn vrouw achterna en kwam in het dorpje Hornaar terecht. ,,Het waren toen hele warme dagen in Nederland, dus ik vond het heerlijk. Later kwam ik erachter dat het hier heel koud kan zijn,” lacht Maruccia.

Binnen een dag had hij werk als lasser bij een scheepsbedrijf in de regio, en binnen twee maanden speelde hij al zijn eerste officiële wedstrijd voor SteDoCo. Stilzitten is niets voor Maruccia. Van de liefde is nog altijd sprake. Hij en zijn vrouw Monique hebben twee zoons, Manuel (15) en Mattia (11), die allebei voetballen bij SteDoCo. De club waar hun vader ooit zelf speelde. “Ik mag het niet zeggen als vader, maar ik zie wel wat potentie in die twee.”

Vier operaties

Zijn debuutwedstrijd bij SteDoCo eindigde pijnlijk. Een zware sliding zorgde voor een gescheurde kruisband. Het kostte hem een jaar of twee om weer fit te raken, en de eerste operatie verliep niet eens goed. Jaren later, terug op het veld, ging dezelfde knie er opnieuw aan. In totaal onderging Maruccia vier operaties aan zijn knieën.

Trainer en ondernemer

Naast het voetbal runt Maruccia twee bedrijven: internationaal platform Relo Advisor voor verhuisbedrijven, vergelijkbaar met Booking.com maar dan voor verhuizingen, en Upvolv, een bedrijf in website-integratie, CRM en online marketing. Het trainerschap doet hij vrijwel volledig zelf. Videoanalyse gebruikt hij daarbij veel. “Het blijft dan niet bij een gevoel van: dit had je moeten doen. Ik laat het gewoon zien. De jongens vinden dat zelf ook heel leuk om te doen.”

Doelen voor dit seizoen

,,Een team worden, dat is voorlopig de belangrijkste opdracht. We proberen in elk geval in de top vijf te blijven, dat zou al mooi zijn. Het is een proces, maar de jongens komen positief naar de training en willen zich laten zien. Dat is goed.”