Home Blog Pagina 4

Guidon Chris Kithom terug op de velden

0

Guidon Chris Kithom is na zes jaar weer terug op de Nederlandse velden. Bij Wieldrecht verloor hij het plezier in het spel, maar na overtuiging van de staf en medespelers is hij nu weer op de velden, deze keer bij FC Dordrecht Amateurs. “Ik zou nog een paar jaar mee moeten kunnen natuurlijk.”

Het plezier in voetbal kwijt

Zes jaar geleden stopte hij nog als voetballer. “Ik was het plezier verloren”, vertelt Kithom. “Ik heb zes jaar stilgestaan, dat had ook te maken met hoe ik er mentaal voor stond.” Daardoor was een terugkeer ook niet makkelijk. Op een gegeven moment woog hij 140 kilo. Afgelopen jaar heeft hij door zijn overgewicht zijn meniscus gescheurd, maar hij begint nu wel weer.

Van FC Dordrecht naar Haaglandia

Vroeger speelde Kithom bij een BVO. In de Onder 19 van FC Dordrecht zat hij tegen het beloftenelftal aan. “Maar het eerste speelde in de Eredivisie, toen wilden ze vooral veel spelers van Feyenoord, Sparta, NAC en zelfs Ajax overnemen. Ja, daar kon ik moeilijk tussen komen.” Dus volgde de stap naar Haaglandia. Een grote stap, van het BVO-voetbal naar het eerste van een amateurclub.

Bij Haaglandia speelde hij ook zijn eerste, en tevens enige, wedstrijd in de KNVB Beker. Een wedstrijd tegen Flevo Boys. Het was naar eigen zeggen een verre uitwedstrijd tegen de destijds in de Hoofdklasse uitkomende ploeg. “Ik keek weleens video’s van de beker natuurlijk, dan zie je wel dat het leeft. Maar waar ik niet op was voorbereid, was dat het publiek je uit de wedstrijd probeert te halen. Dat was wel even schakelen.”

Ondanks dat de wedstrijd met 6-2 verloren ging, heeft die de meeste indruk op hem gemaakt. “Ik heb ook wedstrijden gespeeld tegen een Turkse club waar Roberto Carlos trainer was, maar dan merk je toch dat in oefenwedstrijden de intensiteit lager ligt.”

De weg terug

In de zes jaar tussen Wieldrecht en nu bij FC Dordrecht Amateurs voelde hij af en toe de kriebels om terug te komen. “Ja en nee, ik had toen flink overgewicht. Ik woog bijna 140 kilo op een gegeven moment. En het ging mentaal niet goed.” Afgelopen jaar scheurde hij zelfs zijn meniscus door het overgewicht. Dat was ook het punt waarop hij het weer helemaal omgooide. “Ik zou nog een paar jaar mee moeten kunnen natuurlijk.”

Het balletje begon niet bij hemzelf te rollen. “Een aantal jongens van het team ken ik doordat ik ermee of tegen heb gespeeld, en die vroegen of ik ze wilde helpen.” Nadat ook de staf hem had gesproken was hij overtuigd.

“Voor nu wil ik eerst het plezier in het spel terugvinden en weer fit worden.” Ook voor het team heeft hij al een doelstelling. “We moeten aan de bovenkant van de competitie meedoen. We hebben een team dat nog op elkaar moet inspelen, maar dat gaat al de goede kant op.”

‘Samen dingen doen vond ik het leukste’

0

Begonnen als leider bij het team van haar zoontje, nam Saskia Jongma-Faber de afgelopen jaren bij Boeimeer verschillende vrijwilligerstaken op zich. Maar na vier jaar als secretaris van de club, vindt de voetbalmoeder het mooi geweest. “Samen dingen doen vond ik het leukste!”

En dat begon zoals gezegd, dus als leider van haar voetballende zoontje. “Dat heb ik twee jaar lang gedaan. Daarna heb ik lange tijd in de jeugdcommissie gezeten als jeugdsecretaris, en vervolgens werd ik secretaris.” Daarnaast zette ze zich de laatste jaren ook in voor het wedstrijdsecretariaat en was ze accommodatiebeheerder. Van haar functie als secretaris nam ze onlangs na vier jaar afscheid. Met een goede reden.

“Ik heb nu twee tieners van zeventien jaar, die wil ik graag meemaken. Nu was ik vaak met Boeimeer bezig. Dat wil ik niet meer.” Want, zo vertelt Saskia (53): “Ze werken, zijn niet veel meer thuis en gaan eindexamen doen. Dan wil ik niet steeds bij de voetbal zijn als ze wel een keer thuis zijn.” Bijvoorbeeld om de bestuursvergadering te notuleren, lacht de inwoonster van Breda. “Daar was ik niet zo goed in.”

Betrokkenheid

Goed was Saskia gelukkig wel in de communicatie en de contacten met de KNVB. “Vooral de betrokkenheid, en het werken in een team, vond ik heel erg leuk. Net als het nauwe contact met NAC Breda.” Maar ook bij Boeimeer zelf verliep de onderlinge communicatie altijd soepel. “Het huidige bestuur is ontzettend fijn. En ze zetten goede stappen.” Al zullen ze dat vanaf nu dus zonder haar moeten doen. Of ze het gaat missen? “Dat weet ik niet. Ik heb meer dingen gedaan in mijn leven, waarmee ik dan gestopt ben, en dan had ik dat niet. Eigenlijk zit dat niet zo in mijn karakter.”

Helemaal zonder de voetbal hoeft Saskia het straks ook niet te doen. “Mijn dochter is inmiddels gestopt met voetballen, maar mijn zoon voetbalt nog wel. Dus die ga ik lekker supporten langs de lijn!” Want ondanks dat de vrijwilligster zelf nooit heeft gevoetbald, is haar band met Boeimeer in al die jaren enorm gegroeid. “Puur door de informele sfeer en het echte ons kent ons. Plus natuurlijk het feit dat mijn kinderen hier jarenlang hebben gevoetbald.”

Vrijwilligers zijn onmisbaar

Een opvolger voor Saskia als nieuwe secretaris hebben ze bij Boeimeer overigens nog niet gevonden. “Die vacature staat uit, maar het is net als bij iedere club, ook bij ons enorm lastig om vrijwilligers te vinden.” Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt ze. “We hebben bij Boeimeer nu gelukkig een mooi voltallig bestuur, maar er komt wel heel veel druk op het kleine groepje vrijwilligers.”

En dat, terwijl juist die groep onmisbaar is, weet Saskia als geen ander. “Een vereniging kan niet draaien zonder vrijwilligers. Al die jeugd kan anders gewoon niet voetballen. Dus dat soort mensen zijn keihard nodig!” Helemaal nu ze zelf is gestopt. “Het is misschien ook wel tijd voor een stukje verjonging. Ouders van jongere kinderen, met nieuwe inzichten en nieuwe accenten. Zo ontwikkel je ook door als vereniging.”

‘Ik ben hier naartoe gekomen om prof te worden’

0

Hij is een opvallende verschijning bij vijfdeklasser PCP. Niet alleen vanwege zijn kapsel, maar vooral vanwege zijn voetballende kwaliteiten. Want dat verdediger Mo Abbas dit seizoen zijn wedstrijden speelt voor de club uit Breda, mag toch wel bijzonder genoemd worden. “Ik heb veel aanbiedingen gekregen.”

Onder meer van Dongen, SC Kruisland en Baronie, vertelt hij. Toch viel de keuze dus op PCP. En niet voor niks. “Marco de Jong is niet alleen mijn begeleider, maar ook trainer van PCP. Op deze manier ben ik dicht bij hem, en kan hij mij nog beter begeleiden. Bijvoorbeeld door samen extra te trainen.”

Ook aanbiedingen om profvoetbal te spelen in Albanië en Egypte, sloeg de negentienjarige Abbas, die international is van Palestina O20, in de wind. “In Albanië had ik al bijna mijn contract getekend, tot het niet helemaal bleek te kloppen. En voor nu vind ik het verstandiger om in Nederland te blijven.”

Veel opgeofferd

De afgelopen maanden trainde Abbas al mee bij PCP en inmiddels is hij definitief aangesloten. Al hoopt hij stiekem op een belletje. “Mijn doel is om dit seizoen naar een profclub te gaan.”

Maar tot die tijd is hij de club vooral heel erg dankbaar. “Ik zal niet vergeten wat PCP allemaal voor mij heeft betekend.” “Toen ik een half jaar zonder club zat, mocht ik hier meteen meetrainen. Alsof ik familie van ze ben. Dat waardeer ik heel erg.” Want één ding mag duidelijk zijn: “Voetbal is mijn grootste passie. Daar heb ik niet voor niets heel veel voor opgeofferd.”

Zo werd Abbas geboren in Libië en kwam hij op zijn elfde naar Nederland. “Ik ben hier naartoe gekomen met maar één doel: om het ver te schoppen in de voetbal. Of eigenlijk gewoon om profvoetballer te worden.” Aan doorzettingsvermogen en discipline ontbreekt het bij hem dan ook niet. Het leverde hem in een eerder stadium al stages op bij FC Dordrecht en VVV Venlo. “Daar ben ik uiteindelijk afgevallen. Bij Dordrecht was ik net een jaar in Nederland en kon ik nog niet goed Nederlands.”

Voetbal heeft hem dan ook veel geleerd, zegt hij. “Ik heb alles geleerd door de bal aan mijn voet. Ik kan niet zonder.” Aan mentaliteit dan ook geen gebrek. “Succes draait om meer dan alleen talent. Het is ook discipline, geduld hebben en hard werken.”

Mooi verhaal

Dat laatste is iets wat Abbas, die in het verleden onder meer speelde voor Baronie en het Belgische Hoogstraten, maar wat graag bereid is om te doen. “Ik kijk echt naar mezelf. Ik train elke dag en analyseer iedere wedstrijd die ik heb gespeeld. Samen met Marco.”

Met zijn vertrouwen zit het in ieder geval wel goed. “Ik geef nooit op en weet zeker dat het gaat lukken. Dit jaar moet het gebeuren. Ik moet alleen nog wat meer gezien worden.” Aankomend seizoen dus als speler van vijfdeklasser PCP. “We hebben een goede selectie en kunnen allemaal voetballen. Wat dat betreft geloof ik echt dat we kampioen kunnen worden.”

Met de inwoner van Breda als centrale verdediger. “Ik ben echt een moderne verdediger. Iemand die graag wil opbouwen, snelheid heeft en duels kan spelen.” In combinatie met zijn fanatisme om iedere dag beter te worden, de sleutel tot succes. “Iedereen moet mijn achternaam onthouden, want dit wordt een mooi verhaal!”

‘Mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden’

0

Begonnen met het trainen van fanatieke jongens uit zijn eigen buurt, is Sargynio Diepgrond inmiddels alweer vier jaar actief als jeugdtrainer bij DIA. Komend seizoen staat hij als hoofdtrainer voor de groep bij de O15 van de club uit Teteringen. “Ik wil spelers de kans geven, die ik zelf nooit heb gehad.”

Want als speler van eerst JEKA en inmiddels DIA, had ook Diepgrond (23) de ambitie om beter te worden. “Maar ik speelde in een lager team, dus moest ik voor mezelf trainen.” Zogezegd, zo gedaan. “Toen ben ik gewoon met wat spullen en een paar ballen naar het veld gegaan, om daar wat te gaan doen.” En vanaf dat moment begon het spreekwoordelijke balletje te rollen. “Toen kwam ik andere jongens uit de buurt tegen, die zeggen: dat wil ik ook. Dus heb ik ze een keer een training aangeboden.”

Aandacht geven

Dat beviel van beide kanten zo goed, dat Diepgrond vervolgens als jeugdtrainer bij DIA belandde. “Ik vond het heel leuk en ook die jongens waren enthousiast.” Bewust koos de inwoner van Breda er vervolgens voor om bij de O15-2 te beginnen. Samen met een vriend. “Juist omdat ik de spelers van een lager team de kans wilde geven, die ik zelf nooit gehad heb.”

Leuk om zijn kennis van individuele trainingen in te zetten bij een team, staat Diepgrond alweer voor zijn vijfde seizoen als jeugdtrainer bij DIA. Voor het tweede jaar op rij als hoofdtrainer. “We zijn afgelopen seizoen twee keer kampioen geworden met de O14, dus ik ga met het team mee.” Het leukste van alles, vindt Diepgrond de ontwikkeling van zijn spelers. “Om samen aan iets te werken, en dat dan terug te zien.”

De twintiger omschrijft zichzelf dan ook als een betrokken trainer, die iedereen aandacht probeert te geven. “Ik wil dat spelers zich belangrijk voelen.” “Daarom bied ik ook altijd mijn hulp aan, ook buiten de training. Bijvoorbeeld door extra training te geven.”

Hoe ziet een normale teamtraining er bij hem uit? “Alles met bal. Dus dribbelvormen, passvormen met veel herhalingen en weinig stilstaan, maar veel doen.” “Op deze leeftijd moet je vooral veel bal aanrakingen hebben.” Naast natuurlijk een tactisch element.

“Daarom werk ik in blokken van twee weken, zodat we verschillende dingen in het aanvallen, verdedigen en omschakelen kunnen trainen.” Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? “Ik ben niet zo van de traditionele methodes, dus ik gebruik veel dingen van internet of vanuit de wetenschap.”

Ook tijdens een individuele training. “Ik leg uit wat de functie van je heup is bij het doorhalen, maar bijvoorbeeld ook wat een ‘enkellock’ is.” “En ik maak regelmatig gebruik van camera’s, om dingen vast te leggen.” Om op die manier heel specifiek aan de slag te kunnen gaan. “Vaak is het net dat kleine stukje, of net ‘dit oefenen’, om ergens veel beter in te worden.”

Voorbeeld

Zoals ook Diepgrond zichzelf, inmiddels als linksback van het eerste, steeds een beetje verder heeft ontwikkeld. “Ik moet het vooral hebben van duels spelen en rotzooi opruimen.”

“Het liefste wil ik niet echt de bal hebben, laat mij maar gewoon verdedigen. Dat heb ik toch geleerd, door in die lagere teams te spelen.” Al druist dat in tegen hoe hij als trainer in het spelletje staat. “Dan wil ik natuurlijk juist die gasten stimuleren dat ze de bal moeten willen hebben.”

Toch is het volgens de rechtspoot een voordeel, dat hij zelf actief is als voetballer. “Tuurlijk had ik het liefste hoger gespeeld, maar je kunt toch je ervaring overbrengen.” “Helemaal voor de verdedigers, kan ik veel dingen voordoen. Dan heb je toch een soort rol als voorbeeld.” En juist dat is volgens Diepgrond, die alweer tien jaar bij DIA speelt, misschien wel het belangrijkste aspect van trainer zijn.

“Het gaat er vooral om hoe je omgaat met anderen, en hoe je dingen uitlegt.” Helemaal als je net zulke grote dromen hebt als hem. “Ik heb altijd tegen mijn moeder gezegd: ooit wil ik Oranje coachen. Dus mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden.” “Daar is alles sinds een jaar of zes op gericht.”

Diepgrond ziet het dan ook al helemaal voor zich. “Ik wil eerst hier bij DIA graag ervaring opdoen als hoofdtrainer en jongeren de kans geven.” “Daarna wil ik jeugdtrainer worden bij een BVO, om zo door te groeien naar de senioren.” Volgend seizoen staat het behalen van zijn VC2-diploma op de planning. Want één ding mag duidelijk zijn: “Ik wil steeds beter worden!”

Regter neemt TVC Breda bij de hand

0

In de winterstop aangesloten bij het eerste elftal, stond Jay Regter binnen twee weken met de aanvoerdersband om zijn arm. En na een nagenoeg foutloze tweede seizoenshelft, leverde dat vijfdeklasser TVC Breda ook nog bijna promotie op. “Ik was ongeslagen tot de nacompetitie.”

Maar dat hij die wedstrijd in de halve finale tegen Kruiningen überhaupt zou spelen, was sowieso al vrij bijzonder, zo legt Regter (24) uit. “Ik ben pas op de helft van het seizoen aangesloten, daarvoor zat ik in een vriendenteam.”

Voetballend bij het derde, konden ze bij het vlaggenschip wel wat versterking gebruiken. Zowel op als buiten het veld. “Er waren weinig echte leiders, dus ik heb vanaf moment één de leiding genomen en voor een goede sfeer gezorgd.” Die betrokkenheid leverde hem na twee weken al de aanvoerdersband op. “Dat is natuurlijk wel extra leuk, dat je die band mag dragen!”

Positieve invloed

Helemaal als je min of meer een soort kind van de club bent. “Ik ben in de jeugd begonnen bij SAB, maar in de D’tjes kwam ik naar TVC.” Vervolgens voetbalde hij nog een jaartje met vrienden opnieuw bij SAB, alvorens hij snel weer terugkeerde op het oude nest. “TVC Breda blijft gewoon mijn club.”

Actief in een vriendenteam, sloot hij halverwege dit seizoen dus aan bij het eerste. “Ik merkte dat ik die uitdaging miste, en ze konden wel wat gebruiken.” Helemaal vreemd was het vlaggenschip voor Regter dan ook niet. “Ik heb vroeger ook in het eerste elftal gespeeld. Maar toen als keeper.”

Keepen doet hij nu niet meer. “Sinds een jaar of drie ben ik nu echt veldspeler. Ook omdat ik altijd als keeper ook al goed kon voetballen.” De keuze was dan ook niet zo makkelijk, lacht de inwoner van Breda. “Altijd als ik ging voetballen, miste ik het keepen. En andersom. Dat was in de jeugd al.”

Inmiddels spelend als verdedigende middenvelder, draagt hij vooral als leider zijn steentje bij aan het vlaggenschip van de club. “Vanaf moment één heb ik de leiding genomen en gezorgd voor een positieve invloed. Dat zit ook wel in me, bepaalde dingen regelen.” Het leverde de ploeg uiteindelijk dus een plekje in de nacompetitie op. “Derde was voor ons echt wel het hoogst haalbare. Daar mogen we dik tevreden mee zijn.”

Al zorgde de nacompetitie wel voor een zure nasmaak. “We stonden 4-2 voor, tot de 83ste minuut. Daarna hebben we het nog weggegeven. Als je zo dichtbij bent, is dat natuurlijk wel heel pijnlijk.” Maar ook leerzaam. “Als team hebben we toen gewoon gefaald. Eigenlijk moet je zo’n wedstrijd dan gewoon dichtzetten.”

Echte volksclub

Leermomenten die ze bij TVC Breda meenemen naar dit seizoen. “We hebben best wel wat stille jongens in de groep, maar we hebben er echt een team van weten te maken.” “Daarom vind ik dat we dit jaar gewoon voor het kampioenschap moeten gaan. Dat zijn we aan onze stand verplicht, ook als je kijkt naar de spelers die erbij zijn gekomen.”

Tactisch zal het volgens Regter dan nog wel een stapje beter moeten, vindt hij. “Vooral in de positionering, maar ook in het scannen en om je heen kijken.” “Gelukkig hebben Peter (Remie) en Kevin (Faas) veel ervaring, dus die kunnen ons daar als trainers goed bij helpen.”

Op welke positie dat voor Regter zelf zal zijn, weet hij nog niet. “Vorig seizoen stond ik op zes, maar ik kan ook centraal achterin.” “En met de goede middenvelders die erbij zijn gekomen, denk ik dat ik dit jaar het beste als centrale verdediger kan gaan spelen. Al maakt het me niet veel uit.” Aan mentaliteit in ieder geval geen gebrek. “Ik geef altijd negentig minuten lang alles.” Een echte doorzetter dus. “Maar ook iemand die kopsterk en fysiek is.”

Kwaliteiten waar ze bij TVC Breda voorlopig nog wel even van kunnen genieten. Als het aan Regter ligt tenminste. “Ik heb niet echt de ambitie om ergens anders te gaan voetballen. Het bestuur heeft ook goede plannen om weer een paar klassen omhoog te gaan.”

Zelf denkt hij ook dat de derde klasse zeker haalbaar is. Wonend in het Westerpark, bijna naast het voetbalveld, weet de middenvelder dan ook als geen ander wat de club echt betekent. “Het is gewoon een echte volksclub, met gezellige mensen uit de buurt. Ik voel mij hier echt op mijn gemak.” Letterlijk en figuurlijk. “Ik werk ook op de club, voor de SportBSO. Dus ik ben er elke dag. Eigenlijk leef ik gewoon op de club!”

Seizoen met gemengde gevoelens voor topscorer Van Eijck

0

Na een heel bijzonder jaar, maakt Willem van Eijck zich met Gilze op voor een nieuw seizoen in de tweede klasse. Want ondanks dat de spits zich met 27 doelpunten kroonde tot topscorer van Brabant, degradeerde zijn ploeg via de nacompetitie wel naar een niveautje lager. “We verloren telkens, maar ik scoorde wel steeds.”

Persoonlijk sterk seizoen

Persoonlijk kan de 26-jarige Van Eijck dan ook terugkijken op een goed seizoen. Hoe gek dat dan ook misschien klinkt. “Voor mezelf was het natuurlijk lekker om zoveel te scoren, maar het blijft toch balen als je iedere keer verliest. Dan heb ik liever drie punten.”

Veel keuze hadden ze bij Gilze afgelopen seizoen overigens niet, met slechts vijf overwinningen in 26 duels. “De eerste klasse was gewoon een maatje te groot voor ons als team. Zo eerlijk moeten we zijn. We hadden in algemene zin gewoon net te weinig kwaliteit.” Verder dan een twaalfde plek en daarmee nacompetitie kwam de eersteklasser dan ook niet. “En dat was al vrij bijzonder, dat we die haalden.” Genoeg om zich te handhaven, was het uiteindelijk niet. “We verloren in de finale van DVV’09, dat was wel een beetje de samenvatting van ons seizoen. Dat maakte het wel extra zuur.”

Tot teleurstelling ook van Van Eijck zelf. “De kwaliteit bij tegenstanders was afgelopen jaar zo hoog… Als je door al die nederlagen dan ook nog in een negatieve spiraal komt, is het heel lastig om daar weer uit te komen.” Toch ontworstelde de inwoner van Gilze zich daar met 27 competitiedoelpunten flink aan. “Ik ben vooral een spits die alleen maar bezig is met doelpunten. Meevoetballen is niet mijn sterkste punt.”

Maar scoren dus wel. “Doordat we vaak minder waren dan de tegenstander, speelden we een beetje behoudend en wat lager, dat is voor mij ideaal. Dan kan ik achter de verdedigers kruipen.” Oftewel, diep sturen en rennen. “Zo simpel was het eigenlijk!” Al was het soms ook heel frustrerend, is Van Eijck eerlijk. “Als je zelf heel goed draait, hoop je dat er bij de rest van het team ook meer in zit.”

Toch blijft hij ook zelfkritisch. “Druk zetten vind ik leuk, maar verdedigend had ik meer kunnen doen.” Hoewel daar natuurlijk niet zijn kwaliteiten liggen als doelpuntenmaker. “Laat mij maar lekker voorin blijven, dan schiet ik ze er wel in.”

Plezier voorop

Iets wat hij ook dit seizoen gaat proberen te doen. In het shirt van Gilze. “Ik heb er wel over nagedacht om weg te gaan, maar we hebben zo’n hecht team en er staat hier altijd veel publiek op zondag. Dat is voor mij de belangrijkste reden om toch te blijven. Het plezier staat voorop.”

Want na vijf jaar in de jeugdopleiding van Willem II, weet Van Eijck als geen ander hoe belangrijk dat is. “Daar is het echt alleen maar voetbal, waardoor ik in de laatste jaren eigenlijk geen plezier meer had. Dat heb ik bij Gilze weer helemaal teruggevonden.” En dus zit de aanvalsleider voorlopig uitstekend op zijn plek. “Het voelt hier nu heel goed, maar ooit wil ik nog wel eens buiten Gilze kijken. In België of een hoger spelende club in Nederland.”

Mogelijkheden voor zo’n stap kreeg Van Eijck na afgelopen seizoen als vanzelfsprekend meer dan genoeg. “Ik ben op gesprek geweest bij UNA, en ook in België. Daarnaast hadden Baronie en Halsteren interesse.” “Maar ik ben een gevoelsmens, en al die mensen hier langs de lijn, blijft mooi.” Helemaal omdat Van Eijck op achtjarige leeftijd begon met voetballen bij Gilze. “Vervolgens ging ik na vier jaar naar Willem II en op mijn achttiende kwam ik weer terug.”

“Ik voetbal hier met mijn vrienden. Die gezelligheid en de hechte band met de supporters zijn voor mij heel belangrijk.” Gecombineerd met het ‘serieuze gedeelte’. “Dat moet ook niet té worden, zoals bij Willem II het geval was. Al wil ik dat nog wel een keer proberen.”

En gezien zijn kwaliteiten is dat ook niet zo gek. “Ik ben eigenlijk altijd spits geweest. Iemand die alleen maar wil scoren.” “Ik heb wel eens tegen mijn vrienden gezegd dat ik meer mee zou willen voetballen, maar dat is gewoon niet mijn sterkste punt.” Doelpunten maken dus wel. Hoeveel gaat hij er dit jaar maken in de tweede klasse? “Ik leg de lat qua goals nooit zo hoog. Anders valt het altijd tegen. Daarom ben ik niet zo van het uitspreken.”

Wel is de boekhouder van beroep er in zijn hoofd veelvuldig mee bezig. “Als spits zit je daar continu over na te denken. Het blijft heerlijk om er eentje binnen te schieten.” Of zijn scoringsdrift Gilze direct weer promotie naar de eerste klasse op gaat leveren, weet Van Eijck nog niet. “Als je net gedegradeerd bent, moet je eigenlijk meteen weer bovenin meedoen. Maar we moeten ook even aanvoelen hoe sterk die tweede klasse is.”

‘Als je ziet hoe snel ze het oppakken’

0

Na eerder voor de groep te hebben gestaan bij de O17, O19 en het tweede van de club, begon Jurgen van der Velden afgelopen seizoen bij Beek Vooruit als trainer van de MO11. En na heel even wennen, bevalt dat de oud-speler van het eerste elftal meer dan prima. “Meiden zijn misschien nog wel energieker dan jongens.”

Toch was het op voorhand best een lastige keuze, zo vertelt Van der Velden (47). “Je vraagt jezelf toch af: kan ik dat?” Helemaal in combinatie met het trainen van zijn dochter. “Dat maakt het extra bijzonder, maar soms ook wel lastig. Onbewust pak je haar toch een beetje harder aan.” Mede daardoor maakte de inwoner van Prinsenbeek eerder de weloverwogen keuze om geen trainer te worden van zijn zoontje. “Daar wilde ik toch graag een beetje afstand van houden.” Hoe gaat dat er thuis aan toe? “We hebben het met z’n drieën heel veel over voetbal. Alleen mijn vrouw soms niet.”

Steeds meer meidenvoetbal

Eén ding is wat Van der Velden betreft dan ook wel duidelijk: “Mijn leven bestaat voor een groot deel uit voetbal.” En dan vooral bij Beek Vooruit. “Ik heb hier alle jeugdteams doorlopen en heb daarna zestien jaar in het eerste gespeeld.” Daarnaast gaat hij regelmatig naar NAC en staat hij dus sinds vorig seizoen als trainer van de meiden op het veld. “Toen zijn we begonnen als MO11-1, inmiddels zijn we de MO13-1.” Verder hebben ze bij de club dit jaar een MO15, een MO17 en een MO20. “Allemaal met meer dan genoeg speelsters. Dus dat loopt goed!”

Aan enthousiasme dan ook geen gebrek. “Meiden zijn misschien nog wel meer dankbaar en energieker dan jongens. Ze zeggen ook nooit af. Dat is voor een trainer natuurlijk wel lekker.” Hoe zien zijn trainingen er over het algemeen uit? “We zijn heel veel bezig met techniek, maar ook afwerken. Met zowel links als rechts. En natuurlijk positiespelletjes en partij.”

Van der Velden merkt dat er ook vanuit de club steeds meer aandacht komt voor het meidenvoetbal. “Al zou dat natuurlijk altijd meer mogen zijn. Helemaal nu er een enorme stijgende lijn zit in het aantal leden.” De vraag is volgens hem dan ook hoe ze bij Beek Vooruit de meidenafdeling vorm willen gaan geven. “Moeten we er op een prestatieve of recreatieve manier mee omgaan? Ik denk dat je aan de onderkant naar prestatief moet gaan, helemaal als je kijkt naar NAC en Boeimeer. Dat hoeft elkaar zeker niet te bijten.”

Beleidsplan voor de toekomst

Een onderwerp waar Van der Velden zich als nieuw lid van de Technische Commissie, hij trad onlangs toe, over kan gaan buigen. “Dat wordt een meer adviserende rol. Maar ik ga ook andere trainers ondersteuning bieden.” Want naast het Rat Verlegh Stadion, de thuisbasis van NAC, is er eigenlijk geen plek waar Van der Velden liever is dan bij Beek Vooruit.

“Ik merkte vorig jaar, toen ik alleen die meiden deed, dat ik echt wel naar de club getrokken werd. Daarom ga ik ook nog regelmatig bij het tweede kijken.” Of hij in de toekomst de ambitie heeft om opnieuw weer zo’n team te trainen, weet de voormalig voetballer niet. “Ik heb mijn VC2, dus het zou kunnen. Maar voorlopig heb ik het hier ontzettend naar mijn zin.”

En dus kijkt Van der Velden alvast verder. “Het zou goed zijn om te peilen of er animo is om met die meiden prestatief te gaan voetballen en daar vervolgens een beleidsplan op te maken.” “Waarin de heren en dames gelijk zijn. Net als bij Bavel. Dat lijkt me mooi.”

Want, zo is hij van mening: “Ik denk dat het kan! Als je ziet hoe groot onze vereniging is en hoe snel die meiden het bij de MO11 oppakken.” “Zolang ze het perspectief houden dat ze zich kunnen blijven ontwikkelen en we zijn in staat om prestatief te spelen, wordt de animo misschien nog wel groter. Helemaal als we het serieus nemen!”

‘Ik vind het leuk om met mensen bezig te zijn’

0

Al bijna vijfentwintig jaar verbonden aan de club, heeft Niels van Dongen bij UVV’40 zo’n beetje alles wel gedaan wat je kunt bedenken. Van jeugdtrainer en technisch coördinator tot trainer van het eerste. En vanaf dit seizoen gaat hij zich ook richten op het begeleiden van jeugdtrainers. “Ik vind het leuk om met mensen bezig te zijn.”

Alles gedaan

Op welk niveau en met welke leeftijd, maakt hem eigenlijk niet uit. “Ik loop hier al vanaf mijn vijftiende rond in verschillende functies, en heb ondertussen alles wel gedaan. Jeugd, senioren, maar ook technisch coördinator van de bovenbouw.” Met die laatste functie is Van Dongen (29) sinds deze zomer gestopt. “Dat is niet helemaal geslaagd.” Wel blijft hij betrokken bij het eerste elftal van de club, samen met Robert Charlier, Ties Jansen, Jaap Berendschot en sinds dit seizoen ook Wout Brinkman. “Ik ga Wout begeleiden bij het behalen van zijn VC2.”

Kennis overbrengen

Iets wat Van Dongen vanaf dit seizoen opleidingsbreed zal gaan doen binnen UVV’40. “We hebben een nieuwe jeugdcommissie, daar hangen jeugdtrainers van de onderbouw en de bovenbouw onder, alleen was er buiten Jeroen van Riel niemand met papieren die ze kon begeleiden. Dus ga ik dat doen.” Hoe dat er in de praktijk uit zal zien? “In feite willen we meer gaan doen met kennisdeling. Dus opleidingsavonden organiseren, workshops geven en met trainers meelopen tijdens trainingen of wedstrijden.”

Met als simpel doel: “Om trainers te helpen ontwikkelen.” Een rol die naar eigen zeggen goed bij Van Dongen past. “Ik vind het leuk om met mensen te werken én om kennis over te brengen.” Daarnaast vult hij aan: “Ben ik een echte Ulvenhouter. Ik kom hier al vanaf mijn zesde, dus ken een hoop mensen. Dan is het natuurlijk leuk om iets voor de vereniging te kunnen doen.” En iets achter te laten, waar ze verder mee kunnen.

“Na dit jaar is het voor mij een mooi moment om verder te gaan kijken.” Wat dat precies wordt, weet Van Dongen nog niet. “Komend jaar ga ik eerst een andere baan zoeken en het iets rustiger aan doen met de voetbal, daarna kijk ik wel wat ik ga doen als trainer. Jeugd of senioren.”

Het mooiste

Onder meer stagegelopen bij de dames van Bavel, kan het wat dat betreft alle kanten op. “Dames zijn over het algemeen wat socialer, en denken meer met je mee. Ook dat vind ik leuk.” “Maar tieners kun je zowel binnen als buiten het veld weer meer bijbrengen. Terwijl je bij een eerste elftal meer de dynamiek hebt met ook alle niet voetbalgerelateerde zaken eromheen.” Het bloed kruipt in ieder geval waar het niet gaan kan. “Voetbal is gewoon leuk, hè? Ik speel al sinds mijn zesde bij UVV’40 en ben vanaf mijn negentiende alleen maar training gaan geven. Al deed ik dat daarvoor ook al.”

Tussendoor had hij ook nog twee jaar de O15 van TSC uit Oosterhout onder zijn hoede. Van Dongen is van huis uit Bedrijfseconoom en inmiddels in het bezit van zijn VC3. “Dat vond ik heel leuk, samen met al die andere jeugdtrainers. Praten over voetbal, blijft toch het mooiste om te doen!”

‘Ik ben een trainer die zich probeert open te stellen’

0

Bezig aan zijn derde seizoen als trainer van het tweede elftal, heeft Daniël de Ceuster bij Bavel nog steeds het gevoel dat hij zich iedere dag ontwikkelt. En dus sluit de inwoner van Breda niet uit dat hij ooit nog eens ergens hoofdtrainer wordt. “Ik moet wel bij een club passen en er voldoening uithalen.”

Thuis bij Bavel

Wat dat betreft zit de 48-jarige trainer bij Bavel uitstekend op zijn plek. “Ik heb hier vanaf mijn twintigste altijd gevoetbald, en ben daarna jeugdtrainer geworden.” Vijf seizoenen geleden maakte hij een uitstapje naar Rijen. “Dat was eigenlijk bedoeld voor de jeugd, maar het werd uiteindelijk het tweede. Dat heb ik twee jaar gedaan.” Tot De Ceuster een vacature zag van zijn huidige club. “Toen heb ik gesolliciteerd om trainer te worden van het tweede elftal, omdat ik toch wel weer graag wilde kijken of ik hier trainer kon worden.”

Laagdrempelig

Vooral dat laatste is niet voor niks, legt hij uit. “Het is gewoon een bijzonder prettige vereniging. Sociaal en iedereen doet gewoon normaal. Ik heb mij hier altijd enorm thuis gevoeld.”

Onder meer dus als speler. “Ik was geen vaste waarde in het eerste, deed af en toe mee. Op mijn 37ste ben ik in een lager elftal gaan voetballen.” Vaak als rechtsback of linksback. “Al kon ik ook op het middenveld uit de voeten.” Die ervaring neemt hij mee als trainer. Is er nog een verschil tussen het trainen van een jeugdteam of een tweede elftal? “Dat is niet specifiek anders, alleen de leeftijden lopen verder uiteen. Veel jongens ken ik ook nog van de jeugd.”

Het maakt zijn werkwijze een klein stukje makkelijker, vertelt De Ceuster. “Ik ben een trainer die zich probeert open te stellen, zodat iedereen de vrijheid voelt om met ideeën te komen en over voetbal te praten. Op die manier hoop ik het laagdrempelig te houden.” Desondanks vielen de resultaten afgelopen seizoen wat tegen. “Helaas zijn we toen gedegradeerd.” Een teleurstelling, maar De Ceuster beseft ook welke functie zijn ploeg binnen de vereniging heeft.

“Als het eerste elftal spelers van ons nodig heeft, ben ik daar heel makkelijk in. Uiteindelijk is ons doel om spelers van het tweede klaar te stomen voor het eerste. Als ze dat zelf willen.” De communicatie met Joep van den Ouweland, hoofdtrainer van het vlaggenschip, verloopt dan ook heel soepel. “Die is heel open. Ondanks dat het voor ons soms natuurlijk wel eens lastig is, omdat je met wisselende samenstellingen speelt.”

“Maar tegelijkertijd moet dat jongens ook motiveren om zelf die stap te kunnen zetten. Daarom ben je continu bezig om ze uit te leggen wat ze nog moeten verbeteren.” In dat kader volgde De Ceuster afgelopen seizoen de VC3-cursus van de KNVB. En met succes. “Ik vond het heel waardevol om met andere trainers over voetbal te praten. Daarom heb ik ook nog steeds het gevoel dat ik mezelf blijf ontwikkelen als trainer.”

Ontspanning

Hoe gaat dat er in de praktijk aan toe? “Ik probeer gedurende het seizoen naar een goede opbouw te kijken. Op basis van periodisering.” “Verder neem ik wedstrijdsituaties mee, kijk ik naar de tegenstander en maak ik dat trainbaar. Bijvoorbeeld door accenten te leggen tijdens een partij of positiespel.” Zoveel mogelijk dus met bal. “Ik had zelf vroeger een broertje dood aan zomaar doelloos rondjes lopen. Daarom vind ik het vooral belangrijk dat ze tijdens een oefening het onderste uit de kan halen. Dan is het vanzelf al een soort conditietraining.” Begonnen in een 4-3-3, schakelden ze daarna over naar een 5-3-2-formatie. “Het liefste speel ik wat aanvallender, maar je bent natuurlijk ook afhankelijk van je materiaal.”

Plezier en toekomst

Wat maakt het trainer zijn voor hem nou zo leuk? “Het is voor mij echt puur ontspanning en plezier naast mijn werk. En ik vind het leuk om met een groep bezig te zijn en ze echt beter te maken.” Maar ook het sociale aspect speelt voor De Ceuster een belangrijke rol. “Samen een overwinning vieren of er juist over praten, als je hebt verloren.”

Toch had hij zelf nooit verwacht dat hij trainer zou worden, is de voormalig voetballer eerlijk. “Die passie had ik in eerste instantie helemaal niet. Ik riep juist altijd: ik word nooit trainer.” Tot hij in 2017 halverwege het seizoen instapte bij de O15, omdat ze geen trainer hadden. “Toen vond ik het toch wel heel leuk!” En na een cursus, aangeboden door Bavel, was het hek van de dam. “Op die manier ben ik er eigenlijk ingerold.”

Hoe ziet De Ceuster dat in de toekomst voor zich? “Misschien zou ik op termijn wel een eerste elftal willen trainen. Ik sta er heel open in. Een club moet echt bij mij passen en ik moet er voldoening uithalen.” “Dus dat zou ook bij een O23 of tweede elftal kunnen zijn.” Of misschien als hoofdtrainer van Bavel. “Dat zou natuurlijk heel leuk zijn, maar ik heb niet een vast plan in mijn hoofd, dat ik over twee of drie jaar ergens trainer van een standaardteam moet zijn. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt.”