Home Blog Pagina 4

Van trainen tot het organiseren van toernooien: Boeijen doet het allemaal bij Cluzona

0

Bij Cluzona is Stijn Boeijen niet op één plek te vinden. Zo staat hij als trainer op het veld bij JO14-1, maar duikt hij ook geregeld de bestuurskamer in als coördinator in de jeugdcommissie. „Bij Cluzona rol je erin als je een voetbalachtergrond hebt”, vertelt hij over zijn dubbelrol.

Boeijen werd trainer toen zijn twee zoons, inmiddels 12 en 14, een jaar of zes, zeven waren en bij Cluzona begonnen met voetballen. „Ieder jaar is er bij Cluzona wel een tekort aan trainers. Met een voetbalachtergrond wordt er dan een beroep op je gedaan.”

Boeijen kwam in Wouw terecht via zijn werk in de landbouwsector en woont daar nog steeds met zijn vrouw en twee zoons. Oorspronkelijk komt hij echter uit Halsteren, waar hij tot zijn achttiende voetbalde. Na twee jaar te zijn gestopt, kwam hij via collega’s bij Moerstraten terecht. „We werden daar altijd laatste, maar ik ben fanatiek en wilde verder komen.”

Daarom meldde Boeijen zich aan bij Cluzona en kwam daar in het eerste terecht, dat destijds actief was in de vijfde klasse. Later keerde de aanvaller terug bij Moerstraten, bij zijn vriendenteam, waar hij onder RBC-legende Pierre van Hal trainde. „Een uniek persoon. Hij heeft vroeger nog tegen Johan Cruijff en Willem van Hanegem gespeeld. Daar had hij het soms tussen neus en lippen door over.”

Uit Van Hal haalt Boeijen inspiratie als trainer. Om dat verder te onderbouwen, volgde hij vorig jaar de VC1-cursus. „Dit om mezelf te ontwikkelen en daarmee de jongens verder te helpen.’’

Dat wierp vruchten af: vorig seizoen begon zijn team – dat hij samen met Roger Doggen, Dennie Poldermans en Stefan van Meel traint – in de derde klasse aan de bekerfase, werd tweede, promoveerde naar de eerste klasse en werd daar kampioen. Het gevolg: promotie naar de hoofdklasse. „Een unieke ervaring, voor de jongens en voor de club. Het komt niet vaak voor dat een team uit de jeugd van Cluzona zo goed presteert op dat niveau.”

Dit seizoen leidt Boeijen één avond per week de training en is hij zaterdag altijd aanwezig bij de wedstrijd. Sportief verloopt het echter minder soepel met de JO14. „De jongens zijn fanatiek en willen leren, maar een factor geluk speelt ook mee.’’

Waar er vorig seizoen weinig blessures waren, kampt het team dit jaar met een ware plaag; een wedstrijd winnen zat er nog niet in. Daarnaast stopten twee spelers, waardoor er wat kwaliteit verloren ging. Het team, dat in de eerste klasse begon, bungelt volgens Boeijen qua niveau tussen de eerste en tweede klasse in. „Het blijft een hele leuke groep waar het plezier vanaf straalt.”

Daarnaast is Boeijen dus jeugdcoördinator. Samen met drie anderen regelt hij activiteiten, het trainingsschema en de teamindelingen; zelf coördineert hij de O11, O12 en O13. Als jeugdcommissielid is hij tevens betrokken bij het Cluzona Jeugdtoernooi, dat deze zomer de derde editie hield sinds het nieuw leven werd ingeblazen. Elk jaar in juni strijden teams uit de hele regio in categorieën van O7 tot en met O16. „Voor elke categorie proberen we zes tot acht teams te vinden. Dat lukt steeds beter. Ieder jaar melden zich meer teams aan.’’

Golfen, golfen en dan pas voetbal: de prioriteitenlijst van teruggekeerde Van der Logt

0

Om zijn droom in het topgolfen na te jagen, keerde Rik van der Logt (20) afgelopen zomer terug bij HSC’28. De Heerlese aanvaller speelde het afgelopen anderhalve jaar bij Roosendaal 1, maar is terug op het oude nest zodat hij meer tijd heeft om op de golfbaan te staan. „Ben verliefd geworden op die sport en wil er mijn werk van maken.’’

Van golfhobby naar obsessie

Drie jaar geleden kwam Van der Logt in aanraking met golf, omdat hij in de horecagelegenheid van het golfcentrum in Roosendaal ging werken. Steeds vaker kwam het voor dat hij voor en na het werk met een golfclub aan het oefenen was. „De eerstvolgende stappen waren om mijn baanpermissie en een handicap te gaan halen’’, vertelt hij.

Deze nieuwe hobby werd al snel een obsessie voor Van der Logt. In de loop der jaren schrijft hij zich in bij golfclub Wouwse Plantage, waarvoor hij in competitie gaat golfen, gaat werken bij golf- en zakencentrum The Dutch in de buurt van Gorinchem en begint aan een stage bij een golfprofessional in Goes. „Die stage is om me voor te bereiden op de opleiding B-professional bij de PGA, waar ik volgend jaar aan begin’’, vertelt Van der Logt. „Daar zal ik leren om zelfstandig les te geven en coaching te bieden aan individuele golfers en teams.’’

Golf boven voetbal

Allemaal om zichzelf te professionaliseren en te verdiepen in de golfsport. Daarnaast is Van der Logt ook snowboardleraar bij SnowWorld in Rucphen en heeft hij zijn VC1- en VC2-diploma’s gehaald als voetbaltrainer. „Maar golfen vind ik veel leuker en interessanter’’, legt hij uit. „Het teamaspect bij het voetballen is natuurlijk geweldig, maar ik ben zo competitief dat ik alleen mezelf verantwoordelijk wil kunnen houden voor een goede of slechte prestatie. Dat heb je bij golf in eigen hand.’’

Sinds zijn golfobsessie ontstond, werd voetballen steeds meer bijzaak voor Van der Logt. Dat terwijl de talentvolle aanvaller een aantal jaar daarvoor nog van club wisselde om op een hoger niveau te voetballen. Hij stapte over van HSC’28 naar Roosendaal om daar in de Onder-17 te gaan spelen. „Daarmee hebben we nog op divisieniveau gespeeld’’, blikt hij terug.

„In de Onder-23 merkte ik dat golf interessanter werd en voetbal wat minder’’, gaat hij door. „Bij het eerste versterkte dat gevoel zich alleen maar. Ik had het daar niet zo naar mijn zin, omdat ik golfwedstrijden moest laten schieten om te voetballen. Het was natuurlijk mijn eigen keuze om bij Roosendaal te spelen, maar ik zat ook nog eens vaak op de bank.’’

Terugkeer naar HSC’28

De schoen begon steeds meer te wringen. Tegelijkertijd klopte HSC’28 geregeld aan bij Van der Logt, met de vraag of hij terug naar Heerle wilde komen. „Ik wist dat er bij HSC’28 meer mogelijkheden lagen om het spelen in een eerste elftal en mijn golfcarrière te combineren.’’

Dus ging Van der Logt het gesprek aan met de vijfdeklasser. „Zij gaven aan dat ze mij de ruimte wilde geven, mocht ik er een keer op de zondag niet bij kunnen zijn vanwege een golfwedstrijd. Bij deze club zijn de teugels iets minder strak aangetrokken dan bij een derdeklasser als Roosendaal.’’

Doelen voor dit seizoen

Zijn doelen dit seizoen? „Heel veel golfen’’, lacht hij. „Bij HSC hoop ik, gezien onze versterkingen, dat we mee kunnen draaien in de topvier.’’

Buiks erft rugnummer en topscorerstitel bij DIOZ

0

Toen aanvoerder en spits Guus Feijns medio vorig jaar een punt zette achter zijn lange carrière bij DIOZ, had de Zegse club al een waardige opvolger in de gelederen. Kiran Buiks (21) nam niet alleen zijn rugnummer over, maar groeide ook uit tot topscorer van de ploeg.

DIOZ speelde aan het begin van dit seizoen met 1-1 gelijk tegen Noordhoek in de beker. De topscorer van vorig seizoen was allesbehalve tevreden. „Die hadden we gewoon moeten winnen’’, vindt Buiks.

Toeval of niet: het is dezelfde tegenstander waartegen de Zegse club vorig seizoen de play-offs om promotie verloor. Genoeg reden voor Buiks om nog eens terug te blikken op zijn tijd bij DIOZ en vooruit te kijken naar wat dit seizoen moet gaan brengen.

De spits, die in het dagelijks leven lasser is, komt oorspronkelijk uit Oud Gastel. Zijn hele jeugd voetbalde hij bij SC Gastel, tot en met de A1. Daarna maakte hij de overstap naar het vierde elftal, een vriendenteam. „We werden benaderd door DIOZ, waar we vaak langs de lijn stonden om te kijken”, vertelt Buiks. „Ik had bij Gastel wel bij het eerste of de selectie kunnen meetrainen, maar daar had ik geen behoefte aan. Ik heb het druk en wilde niet zo vaak hoeven trainen.”

Na een jaar besloot hij, samen met vriend Lex Bovee en zijn broer Milo, toch de overstap te maken naar DIOZ. „Veel van onze vrienden komen uit Zegge. Het is een gezellige club, en relatief dichtbij.”

Inmiddels begint Buiks aan zijn vierde jaar bij DIOZ. De club verschilt op een aantal punten ten opzichte van zijn vorige: „Bij Gastel speelden we op kunstgras, hier op gewoon gras. DIOZ is een stuk kleiner, met minder teams.” Toch is dat voor Buiks juist een pluspunt gebleken. „Het is erg gezellig: lekker klein, ons kent ons. Dat bevalt me goed.”

In zijn eerste jaar bij DIOZ speelde Buiks nog met nummer 13. Toen Guus Feijns vorig seizoen stopte – destijds topscorer en jarenlang aanvoerder van de club – nam Buiks het rugnummer 9 over.

Ook nam de Gastelse spits de plek van Feijns in de punt over. Met negen doelpunten werd hij direct de nieuwe topscorer van het elftal. „Meestal is het een bal in de zestien die ik binnentik”, legt hij zijn manier van scoren uit. „Ik ontvang de bal graag dichtbij de goal, zodat ik met één actie tot een doelpoging kan komen. Of het met mijn hoofd of voeten is, maakt me niet zoveel uit.”

Vorig seizoen eindigde DIOZ knap als vierde, maar in de halve finale van de nacompetitie ging het mis tegen Noordhoek. DIOZ verloor verdiend, vindt Buiks. „Het had ook anders kunnen lopen, maar die dag zat het gewoon niet mee.” Promotie naar de vierde klasse bleef daardoor uit; DIOZ blijft actief in de vijfde klasse.

Dit seizoen mikt Buiks samen met zijn ploeggenoten op meer. „We gaan voor de top drie. Een periodetitel zou ook mooi zijn, dan kunnen we weer voor promotie strijden. De selectie is grotendeels hetzelfde gebleven.’’

BSC-trainer zet de boel op scherp: ‘Geen zin in randzaken’

0

BSC-trainer Jeroen de Vlaming heeft in de voorbereiding op dit seizoen met zijn vuist op tafel geslagen. De Roosendaalse trainer vindt dat zijn ploeg zichzelf in het vorige seizoen tekort heeft gedaan en wil daar verandering in zien. „In mijn derde seizoen als hoofdtrainer hier wil ik me niet meer hoeven bezighouden met randzaken.’’

Na een zwakke eerste paar maanden, herstelde BSC zich afgelopen seizoen goed na de winterstop. Van februari tot en met april kenden de Roosendalers een sterke fase, waarin de ploeg zich vanuit de onderste regionen omhoog bokste. Ze pakten zelfs een periodetitel. Voor het laatste duel van het seizoen stond BSC op een veilige plek op de ranglijst. „HVV’24 speelde nergens meer voor, in principe waren alle ingrediënten voor een succesvolle middag aanwezig’’, vertelt De Vlaming.

Toch ging het fout. „We hadden te maken met wat pijntjes in de selectie; die spelers konden wel spelen, maar de trainingsopkomst was laag’’, legt de trainer uit. „Dat kwam de trainingsintensiteit niet ten goede, waardoor spelers het niet lang volhielden in de wedstrijden. Daarnaast was het bloedheet die dag dat we tegen HVV’24 speelden. Ik miste de intensiteit op het veld en we verloren.’’

De nacompetitie kwam gelukkig voor BSC tot een goed einde. „Ik was benieuwd hoe ze voor de dag zouden komen, maar het team heeft een hele goede reactie laten zien’’, is De Vlaming tevreden. „Het eerste half uur van de halve finale, was ons beste half uur van het seizoen. In de finale tegen VV De Raven werd het nog even spannend, omdat zij met hun eerste aanval de 1-0 maakten. Uiteindelijk hebben we ons overwicht ook in doelpunten kunnen omzetten en wonnen we met 1-2.’’

„In de voorbereiding op dit seizoen heb ik duidelijk gemaakt dat ik hier niet nog een keer op zit te wachten’’, gaat de trainer verder. „Ik ben er wel klaar mee om te moeten dealen met fitheid en trainingsopkomst. Daar heb je als speler invloed op door goed voor jezelf te zorgen. Ik ga dit jaar ook op voor mijn VC3-diploma, waar een hoop tijd in gaat zitten. Dan wil je je niet druk hoeven maken om randzaken, alleen met voetbalinhoudelijke zaken. Ik steek er een hoop tijd in en verwacht daar iets voor terug.’’

Die boodschap lijkt te zijn aangekomen bij de selectie. „We hebben een aantal testen gedaan en iedereen lijkt een stuk fitter te zijn’’, zegt De Vlaming tevreden. „Ook staan we vanaf het eerste moment met twintig man op het veld bij de trainingen, waardoor je veel meer op de inhoud kunt gaan zitten. Het lijkt een stuk stabieler.’’

De Vlaming hoopt dat het team deze goede start voortzet in het hele seizoen. Dat begon natuurlijk met een aantal bekerwedstrijden, waar de trainer geen hoge pet van op heeft. „Die hele bekercampagne slaat nergens op. Wij en de tegenstanders hebben er niks aan. De eerste wedstrijd wonnen we met 8-1, maar het had ook 16-1 kunnen zijn. Maar als je doorgaat, kom je gelijk een veel te sterke tegenstander tegen. Zo hebben we in de afgelopen jaren RBC en Unitas’30 gehad in de eerste ronde.’’

De selectie heeft de ambitie bovenin mee te draaien. De Vlaming is iets terughoudender: „Ik heb me in het verleden erg ambitieus uitgesproken en dat kwam als een boemerang terug. Laten we ons eerst maar eens veilig spelen.’’

Skiongeluk als kantelpunt: doelman Verbakel koos na herstel voor Roosendaal

0

Er staat een nieuw, jong gezicht onder de lat bij Roosendaal dit seizoen. De 21-jarige Mathijs Verbakel kwam over van Baronie, waar hij de gehele opleiding doorliep. Ook maakte de doelman al zijn debuut voor de divisieclub uit Breda, maar op zoek naar meer minuten besloot hij toch een deurtje verder te kijken. „Dat was geen makkelijke beslissing.’’

 

Als Bredanaar was Verbakel helemaal op zijn plaats bij Baronie. De talentvolle keeper speelde er zijn hele voetballeven en mocht op zijn zeventiende voor het eerst meetrainen bij het eerste. „Een jaar later maakte ik mijn debuut in de Derde Divisie.’’

 

Sindsdien schipperde Verbakel altijd een beetje tussen de Onder-23 en het eerste. In december 2024 kreeg de keeper echter te maken met een zware blessure. Op skivakantie scheurde hij zijn kruisband en meniscus af. „Bij de eerste afdaling op eerste kerstdag skiede ik iets te dicht langs de rand van de piste, die was afgezet met een vangnet’’, vertelt hij. „Door een hobbeltje schoot mijn rechter ski dat net in, terwijl mijn linker ski rechtdoor ging. Daarbij verdraaide mijn knie helemaal. Het was pure pech.’’

 

Per reddingsslee werd Verbakel afgevoerd. Een jaar lang revalideren lag in het verschiet. „Zo’n lange blessure was nieuw voor me’’, zegt de doelman. „Vooral het begin vond ik zwaar, dan weet je dat je alles opnieuw moet gaan opbouwen. Eerst begon ik met drie sessies per week met de fysio, dat werden er uiteindelijk twee. Daarvoor moet je steeds weer motivatie op weten te brengen.’’

 

Na twaalf maanden begon Verbakel weer met het oppakken van het keepen. „Dat was wel even een dingetje. Ik had een blokkade in mijn hoofd bij het duiken naar rechts, omdat ik bang was op mijn rechterknie te landen. Dat heb ik op moeten bouwen door eerst op de grond te beginnen. Later ben ik pas vanuit staande positie gaan duiken. Inmiddels is dat gevoel wel helemaal weg.’’

 

Eenmaal weer wedstrijdfit maakte Verbakel zijn rentree voor de O23 van Baronie in de Tweede Divisie. „Ik heb mezelf weer helemaal kunnen optrainen en daarvoor ben ik de club erg dankbaar. Maar na mijn blessure kwam er ook het besef dat ik structureel wilde gaan spelen. In mijn hoofd was het niet duidelijk of ik daarvoor de kans zou krijgen bij Baronie.’’

 

Een maand nadat dat gevoel de kop op deed, kwam Roosendaal op de lijn, dat een vervanger zocht voor de vertrokken Giovanni van Beek. „Na een eerste gesprek heb ik twee proeftrainingen meegedraaid. Ik kreeg er een heel fijn gevoel bij: hier kan ik echt wat betekenen voor het eerste elftal. Ook werd ik met open armen ontvangen. Het was een hele lastige keuze om Baronie te verlaten – als je het me een maand daarvoor had gevraagd, had ik je voor gek verklaard – maar het gevoel dat ik kreeg bij Roosendaal maakte de keuze uiteindelijk makkelijker.’’

 

In Roosendaal trof Verbakel een team met aanvallende intenties. „Dat past bij mijn stijl van keepen: ik sta meestal wat hoger op het veld en voetbal graag mee. Het is qua niveau een stap achteruit ten opzichte van Baronie, maar seniorenvoetbal is voor mij nieuw. Ik heb dus nog veel te leren.’’

Voetbalschool Wouw gaat drukke herfstvakantie tegemoet: ‘Gaan met steeds meer clubs samenwerking aan’

0

Voetbalschool Wouw maakt zich op voor een drukke herfstvakantie. Gedurende de week organiseren ze voetbaldagen over heel West-Brabant en een voetbalkamp in eigen dorp. „Plezier staat voorop, maar we proberen wel altijd het beste uit de spelers te halen’’, zegt oprichter Jorrit Janssen (31).

 

Wil je de pupillen van jouw club een leuke en leerzame voetbaldag bieden? Dan ben je bij Voetbalschool Wouw aan het juiste adres. Bij steeds meer clubs begint dat kwartje te vallen. Vandaar dat het schema van Janssen elk jaar weer wat voller is in de herfstvakantie. „Het is natuurlijk een perfect moment voor een voetbaldag, omdat de competities stil liggen. Clubs willen iets kunnen bieden aan hun leden op zo’n moment.’’

 

Op de maandag begint Voetbalschool Wouw op drie locaties: VV Achtmaal, Cluzona uit Wouw en ODIO uit Ossendrecht. Dinsdag zijn ze te vinden in Roosendaal bij DVO’60 en bij de Tholense Boys. Op woensdag staan er zelfs vier clubs op de agenda: Alliance uit Roosendaal, RKVV METO uit Hoogerheide, VV Zwaluwe en VV Hoeven. Op donderdag en vrijdag vindt het tweedaagse voetbalkamp plaats bij Cluzona. De week wordt afgesloten bij NSV uit Nispen, met de laatste voetbaldag.

 

De voetbalschool krijgt dus te maken met veel verschillende clubs en maakt een programma op maat. „De inrichting van de dag blijft hetzelfde, maar we kijken natuurlijk naar de faciliteiten die er zijn’’, vertelt Janssen. „Ook ben je afhankelijk van het aantal kinderen dat meedoet. Soms heb je er wel vijftig, maar soms ook maar tien.’’

 

De dag ziet er als volgt uit: „We beginnen met een kennismaking’’, gaat Janssen verder. „Daarna trappen we af met onze techniektrainingen, tot aan de pauze. Daarna hebben we onze ‘fun-activiteiten’. Denk daarbij aan latje-trap, maar we hebben ook een snelheidsmeter waarmee kinderen hun topsnelheid kunnen laten meten. De dag wordt altijd afgesloten met partijvormen. Zo komen de drie pijlers terug die we bij Voetbalschool Wouw belangrijk vinden: techniek, plezier en competitiviteit.’’

 

Aan die techniektrainingen wordt constant gesleuteld bij Voetbalschool Wouw. Buiten de voetbaldagen en -kampen verzorgt de school namelijk ook een wekelijkse training (op vrijdag) op het complex van Cluzona. „We zijn altijd bezig met nieuwe dribbel, pass- en trapoefeningen. Zo zorgen we ervoor dat we de spelers die al drie, vier jaar met ons trainen iets nieuws kunnen bieden. Je zult ze toch moeten uitdagen. Deze oefeningen nemen we mee naar onze evenementen.’’

 

De wekelijkse training is bedoeld voor kinderen die een stapje extra willen zetten in hun voetbalontwikkeling. „Vaak komen ouders naar ons toe met gerichte verbeterpunten, waar zij extra begeleiding voor zoeken’’, vertelt Janssen. „Daar kunnen wij bij helpen. We hebben vier vaste trainers, waaronder ikzelf, met allemaal een eigen expertise en coachingstijl.’’

 

Ook op het gebied van uitstraling heeft Voetbalschool Wouw het goed voor elkaar. Alle trainers en spelers zijn herkenbaar aan de kleding van de voetbalschool, bedrukt door Druk ’t by Marieke. Dat bedrijf, gerund door de vrouw van Janssen, verzorgt niet alleen de merchandise van Voetbalschool Wouw, maar bedrukt ook trainingspakken en shirts voor clubs en teams uit de regio.

Tijs is bij Gastel aanvaller, maar bij TIC keeper: ‘Wil mijn keepersniveau op peil houden’

Tijs Horsthuis (11) traint al langer bij voetbalschool TIC Sports dan hij zelf kan herinneren. Hij was net tweeënhalf toen zijn ouders hem aanmeldden voor het peutergroepje. „Hij had veel energie, trapte thuis al tegen een balletje aan en kon zijn evenwicht goed bewaren”, vertelt vader Dré. Sindsdien is Tijs niet meer weggegaan.

Bij het peutervoetbal ging het nog nauwelijks om echt voetballen. „Ze liepen rondom pionnetjes, gooiden en trapten een balletje: het ging spelenderwijs”, legt Dré uit. Zelf voetbalde hij vroeger bij Baronie, waarna hij overstapte naar het basketbal. „Het moest in ieder geval een balsport worden”, lacht hij, als het gaat over hoe de keuze van Tijs op voetbal is gevallen.

Inmiddels woont het gezin al 22 jaar in Oud Gastel, waar Dré met zijn vrouw naartoe verhuisde. Tijs speelt – logischerwijs – bij SC Gastel. Daar zit hij in de JO12-1. Het eerste team waar hij kon instromen was de JO7, maar de jonge Gastelse voetballer was dus al veel eerder bezig met een bal. Daarom besloten zijn ouders hem bij TIC aan te melden.

Bij zijn club is hij een echte allrounder: hij speelt op de tien, links- en rechtsvoor. Bij TIC staat hij op een hele andere positie: onder de lat. „Ik ben begonnen als voetballer en dat wil ik niet loslaten. Maar ik wil mijn keepersniveau ook op peil houden”, vertelt Tijs, die bij Gastel de tweede keeper is. De vaste keeper speelde een tijdje bij NAC, maar miste zijn vriendjes en keerde terug. „Hij is wat verder in het keepen dan ik.”

Tijs kwam in aanraking met keepen in de JO9. „We wisselden per kwart wedstrijd van keeper”, vertelt hij. „Ik vond het altijd leuk, maar keepte niet veel en trainde er ook niet echt voor.”

Sinds dit jaar pakt hij het serieuzer aan, mede dankzij TIC. Daar zit Tijs namelijk in het JO12-team van het Talententraject. De trainers van TIC scouten ieder jaar binnen hun voetbalschool en selecteren een groep spelers die deel mogen nemen. Dat groepje kan in dit team nog een extra stap zetten in hun ontwikkeling.

„We hebben een extra training in de week en spelen vier of vijf oefenwedstrijden in het jaar. Zo kan ik toch nog wat minuten maken onder de lat’’, vertelt Tijs. Zijn vader vult aan: „Het is een team voor spelers die qua niveau net tussen hun eigen club en een club als RBC inzitten. Dat gat proberen ze met dit team te dichten.’’

In de meivakantie gaat Tijs ieder jaar met een groep TIC-leden op voetbalreis naar Spanje. Met zo’n 24 kinderen en hun ouders wordt er twee keer per dag getraind, op het strand en op het veld. Tijs ging vier van de vijf edities mee. „We hebben daar een groepje kinderen en ouders aan overgehouden die we gerust vrienden kunnen noemen, van buiten ons eigen dorp en club”, vertelt Dré. „Een soort TIC-familie.”

Diezelfde sfeer heerst volgens Dré het hele jaar door. „Daar gebeurt nooit wat qua opstootjes of ruzies. Er is altijd veel respect, onderling en richting de trainers.” Die goede sfeer was er ook op het tienjarige jubileumfeest van TIC afgelopen zomer. „Voor Tijs is dat precies de reden waarom hij zich al negen jaar thuis voelt bij TIC. Morgen staat er weer een privétraining op de planning, hè’’, sluit Dré lachend af.

Tax (12) al voor het tweede jaar aanvoerder bij RBC: ‘Zo makkelijk was het’

0

Voor Ferre Tax is het dit seizoen alweer zijn tweede jaar met de aanvoerdersband om de arm bij RBC. De 12-jarige verdediger uit Wernhout werd captain omdat hij al veel bezig is met het aansturen van zijn teamgenoten vanuit de achterste linie. Zelf stond hij er niet lang bij stil. „De trainer zei dat ik aanvoerder werd. Zo makkelijk was het.”

Ferre komt oorspronkelijk uit Achtmaal, waar hij ook zijn eerste balletjes trapte bij VV Achtmaal. Na een verhuizing naar Wernhout stapte hij over naar VV Wernhout. Op zijn achtste meldden zijn ouders hem aan voor een talentendag bij RBC. „We deden oefeningen in groepjes”, herinnert Ferre zich, die later bericht kreeg dat hij een goede indruk achter had gelaten. „Ze wilden me opnieuw een keer zien voetballen, dus heb ik nog een keer meegedaan met een proeftraining.”

Na zijn tweede proeftraining was RBC overtuigd: Ferre mocht in de Onder-9 van de Roosendalers komen voetballen. Een flink stuk van huis voor de jonge voetballer. Zelf heeft-ie er geen problemen mee: inmiddels staat zijn leven grotendeels in het teken van voetballen. Ferre zit namelijk op Topsport Talentschool ‘t Rijks in Bergen op Zoom in twee havo.

Sinds vorig jaar is deze school verplicht voor RBC-jeugdspelers vanaf de JO13, als onderdeel van de topsportsamenwerking tussen de club en de school. Twee keer per week, op dinsdag- en donderdagochtend, traint Ferre in de ochtend op het sportcomplex van vv DOSKO, waarna de groep gezamenlijk doorreist naar school. Die trainingen worden grotendeels verzorgd door zijn eigen trainer Perry Bierkens. „Hij is er wel meestal bij, maar valt soms ook een keer uit voor werk.”

Op het veld is Ferre een centrale verdediger in hart en nieren. Waar zijn kwaliteiten liggen? „Meer in het verdedigende”, omschrijft hij zijn rol. „Duels winnen en dat soort dingen.” Bierkens ziet nog meer kwaliteiten: „Hij overziet vanuit de achterlinie de boel het spelletje goed en kan zijn ploeggenoten aansturen”, vertelt de trainer, die hem daarom een geschikte aanvoerder vindt. Al voelde het voor Ferre zelf dus vooral als een logisch gevolg van hoe hij toch al speelt, meer dan als een bewuste rol die hij op zich nam.

Dit is zijn eerste seizoen bij de JO14 en de groep bevalt hem goed. Twee ploeggenoten vertrokken afgelopen zomer naar FC Dordrecht, maar er kwamen ook weer nieuwe jongens bij. Toch is de kern van het team grotendeels hetzelfde gebleven. „Het is een leuk team”, vindt Ferre, die er inmiddels al de nodige vrienden aan heeft overgehouden.

De eerste wedstrijden van het seizoen zijn inmiddels gespeeld, en dat ging naar zijn gevoel wisselend. „Prima, maar het kon altijd wel beter.” Waar dat aan lag? „Vooral aan de concentratie”, antwoordt Ferre.

Het speelt zijn team vooral in het begin van de wedstrijd parten. „We starten vaak niet zo goed.” Ook bij het eerste competitieduel met VV Smitshoek was dat het geval, hoewel de ploeg wel een punt overhield (3-3 gelijk). Op dat concentratiepunt zit de trainer dan ook fel bovenop, bevestigt Ferre. Als aanvoerder is het aan hem om die boodschap mede uit te dragen richting zijn ploeggenoten.