Home Blog Pagina 4

Tax (12) al voor het tweede jaar aanvoerder bij RBC: ‘Zo makkelijk was het’

0

Voor Ferre Tax is het dit seizoen alweer zijn tweede jaar met de aanvoerdersband om de arm bij RBC. De 12-jarige verdediger uit Wernhout werd captain omdat hij al veel bezig is met het aansturen van zijn teamgenoten vanuit de achterste linie. Zelf stond hij er niet lang bij stil. „De trainer zei dat ik aanvoerder werd. Zo makkelijk was het.”

Ferre komt oorspronkelijk uit Achtmaal, waar hij ook zijn eerste balletjes trapte bij VV Achtmaal. Na een verhuizing naar Wernhout stapte hij over naar VV Wernhout. Op zijn achtste meldden zijn ouders hem aan voor een talentendag bij RBC. „We deden oefeningen in groepjes”, herinnert Ferre zich, die later bericht kreeg dat hij een goede indruk achter had gelaten. „Ze wilden me opnieuw een keer zien voetballen, dus heb ik nog een keer meegedaan met een proeftraining.”

Na zijn tweede proeftraining was RBC overtuigd: Ferre mocht in de Onder-9 van de Roosendalers komen voetballen. Een flink stuk van huis voor de jonge voetballer. Zelf heeft-ie er geen problemen mee: inmiddels staat zijn leven grotendeels in het teken van voetballen. Ferre zit namelijk op Topsport Talentschool ‘t Rijks in Bergen op Zoom in twee havo.

Sinds vorig jaar is deze school verplicht voor RBC-jeugdspelers vanaf de JO13, als onderdeel van de topsportsamenwerking tussen de club en de school. Twee keer per week, op dinsdag- en donderdagochtend, traint Ferre in de ochtend op het sportcomplex van vv DOSKO, waarna de groep gezamenlijk doorreist naar school. Die trainingen worden grotendeels verzorgd door zijn eigen trainer Perry Bierkens. „Hij is er wel meestal bij, maar valt soms ook een keer uit voor werk.”

Op het veld is Ferre een centrale verdediger in hart en nieren. Waar zijn kwaliteiten liggen? „Meer in het verdedigende”, omschrijft hij zijn rol. „Duels winnen en dat soort dingen.” Bierkens ziet nog meer kwaliteiten: „Hij overziet vanuit de achterlinie de boel het spelletje goed en kan zijn ploeggenoten aansturen”, vertelt de trainer, die hem daarom een geschikte aanvoerder vindt. Al voelde het voor Ferre zelf dus vooral als een logisch gevolg van hoe hij toch al speelt, meer dan als een bewuste rol die hij op zich nam.

Dit is zijn eerste seizoen bij de JO14 en de groep bevalt hem goed. Twee ploeggenoten vertrokken afgelopen zomer naar FC Dordrecht, maar er kwamen ook weer nieuwe jongens bij. Toch is de kern van het team grotendeels hetzelfde gebleven. „Het is een leuk team”, vindt Ferre, die er inmiddels al de nodige vrienden aan heeft overgehouden.

De eerste wedstrijden van het seizoen zijn inmiddels gespeeld, en dat ging naar zijn gevoel wisselend. „Prima, maar het kon altijd wel beter.” Waar dat aan lag? „Vooral aan de concentratie”, antwoordt Ferre.

Het speelt zijn team vooral in het begin van de wedstrijd parten. „We starten vaak niet zo goed.” Ook bij het eerste competitieduel met VV Smitshoek was dat het geval, hoewel de ploeg wel een punt overhield (3-3 gelijk). Op dat concentratiepunt zit de trainer dan ook fel bovenop, bevestigt Ferre. Als aanvoerder is het aan hem om die boodschap mede uit te dragen richting zijn ploeggenoten.

Bakker overdag, ‘s middags trainer bij de kabouters: ‘Het past precies’

0

Sinds vorig seizoen zijn er weer kabouters actief bij NSV uit Nispen. Een mooie ontwikkeling, die de aanwas van de club ten goede kan gaan komen. „Het karakter is erg vrijblijvend. Plezier maken is het allerbelangrijkste, dat stond bij mijzelf ook altijd voorop’’, vertelt trainer Stef Suijkerbuijk (32).

Bas Antens, huidig trainer RSV 1 en woonachtig in Nispen, zocht vorig jaar een plek waar zijn zoontje kennis kon maken met voetbal. Die was er in het dorp niet. Op zijn initiatief werd er na jaren van afwezigheid bij NSV weer een team voor de jongste jeugd opgericht. Antens leidde de trainingen een half jaar, maar kwam er toen achter dat het toch lastig te combineren viel met zijn andere bezigheden. „Op dat moment heb ik het overgenomen’’, legt Suijkerbuijk uit.

Het oudste zoontje van Suijkerbuijk speelde namelijk bij de kabouters en hijzelf hielp geregeld mee bij de trainingen. Daarnaast had Suijkerbuijk al trainerservaring opgedaan bij de E’tjes en de dames van NSV. „Via school kwamen we erachter dat er een kabouterteam zou worden opgericht’’, vertelt hij. „Ik dacht: als ik toch kom kijken, kan ik net zo goed helpen.’’

Het trainen van de kabouters paste bij Suijkerbuijk wél goed in zijn dagelijks leven. Samen met zijn moeder en broertje runt hij de vierde generatie van de familiebakkerij. Zijn ritme is daardoor omgedraaid: hij slaapt tot een uur of twee ‘s nachts en werkt daarna tot een uur of twaalf. „Overdag en in de namiddag heb ik de tijd. Daarnaast spelen de kinderen nog geen wedstrijden op zaterdag. Dat komt voor mij goed uit, want dan moet ik werken.”

Voetballen zit er bij Suijkerbuijk al van jongs af aan in. Hij speelde sinds zijn vijfde bij NSV, tot hij afgelopen zomer stopte. „Ik was nooit echt een talent, moest het hebben van mijn werklust.” Bij de senioren speelde hij het langst in het tweede, maar ook een jaartje in het eerste en op het eind in het derde. Door zijn werk en drie kleine kinderen moest hij daar afgelopen zomer stoppen. „Mijn vrouw vond het niet leuk dat ik hele zondagen weg was”, lacht hij.

De kabouters van NSV begonnen vorig seizoen met zo’n vijftien kinderen, waarvan er zeven afhaakten, maar er ook weer tien nieuwe bij kwamen. Dit jaar staat er weer een hele nieuwe groep. Zo stroomden er velen door naar de nieuwe JO7, waaronder Suijkerbuijks zoontje. De nieuwe groep telt zo’n acht à tien kabouters, waaronder zijn dochtertje.

Serieus trainen werkt niet bij deze leeftijd, ontdekte Suijkerbuijk al snel. In plaats daarvan verzon hij, samen met zijn vrouw die in het speciaal onderwijs werkt en met behulp van voorbeelden van andere clubs, spelletjes waarin voetbal speels aan bod komt. „Neem bijvoorbeeld het dierenspel, waarbij ik een dier omroep en de kinderen dat moeten uitbeelden terwijl ze dribbelen. De olifant maakt grote stappen en de muis kleintjes. Of neem het piratenspel, waarbij ik pionnen wegzet als kastelen, en de kinderen daar als piraten op moeten schieten.”

Het karakter blijft vrijblijvend. „Als ze willen komen kijken of voetballen, mag dat. Het is een kennismaking met voetbal en teamsport, meer niet. Vinden ze het niet leuk, dan is dat niet erg want ze zitten nergens aan vast. Plezier staat voorop, dat moet overal de norm zijn.”

Kruisland houdt jeugd vast met creatieve teamindeling: ‘Puzzelstukjes vallen in elkaar’

0

Bij SC Kruisland dreigde een groepje kinderen tussen de 11 en 14 jaar tussen wal en schip te vallen. Door een dunne spoeling qua spelers en geschikte trainers was het lastig om voor dit groepje een oplossing te vinden, maar dankzij volhardende inzet van jeugdsecretaris Charissa Burgwal en ouders lukte dat toch. „Ondanks het hobbelige pad er naartoe, vallen de puzzelstukjes uiteindelijk toch in elkaar”, aldus voorzitter Gijsbert Bos.

Het is onvermijdelijk: kinderen worden ouder, gaan naar de middelbare school en krijgen vriendjes en vriendinnetjes uit andere dorpen. „We zagen helaas een aantal spelers vertrekken naar andere verenigingen om daar te gaan spelen met vriendjes”, vertelt Bos.

„Als je al krap zit en er vallen drie of vier spelers weg, zit je met een probleem”, gaat de voorzitter verder. „Bij ons gebeurde dat ook nog in een leeftijdscategorie waarin de stap van klein naar groot veld wordt gemaakt: waar je in de JO12 nog genoeg hebt aan acht tot tien spelers, moet je vanaf de JO13 opeens naar vijftien spelers toe.”

Het resultaat: Kruisland had nét te weinig spelers voor een volwaardige JO13 en JO15. „Daarom hebben we kinderen met vrij uiteenlopende leeftijden in een team moeten zetten”, legt Bos uit. „Een paar uit het voormalige JO12-team waren nog geschikt voor de JO11 en zijn teruggegaan. De oudste kinderen uit het vorige JO14-team hebben we naar de JO17 geschoven. De overgebleven spelers uit beide groepjes hebben we gecombineerd tot een nieuwe JO14.”

De leeftijden in het team lopen ver uiteen: er zitten kinderen van 14 tussen, die dispensatie kregen, maar ook een kind dat nog 12 moet worden. „We vonden het belangrijk om deze kinderen aan het voetballen te houden bij onze club, dus dan moet je creatief zijn”, vindt Bos. „Daarvoor credits naar Charissa (Burgwal, red.), die zich hierin heeft vastgebeten en niet meer heeft losgelaten.”

Het werk van de jeugdsecretaris stopte daar niet: er moest ook nog begeleiding komen voor de nieuwe JO14. „We zien vaak dat teams getraind worden door een van de vaders”, legt Bos uit. „In dit geval zat er geen ouder bij met ervaring en/of tijd daarvoor.”

Burgwal ging daarom in gesprek met de ouders en was open over de situatie: vanuit de club was het niet mogelijk om een trainer te regelen. „Via hun netwerk kwamen de ouders op de proppen met een trainer van buitenaf, die een van de trainingen voor zijn rekening wilde nemen”, schetst Bos. „De andere training werd eerst begeleid door de ouders zelf. Later hebben we een speler uit het vierde bereid gevonden die training over te nemen.”

Voor de wedstrijddagen heeft een vader de taak van vaste coach op zich genomen. Het fluiten en vlaggen wordt door andere vaders om en om gedaan. Zo is er met de nodige creativiteit toch geschikte begeleiding geregeld voor de JO14. Een hobbelige, maar leerzame weg, vindt Bos.

„De tip naar andere verenigingen in een vergelijkbare situatie: geef niet zomaar op, wees open richting ouders en begin onder de mogelijkheden die er zijn’’, gaat hij verder. „Na verloop van tijd blijkt het netwerk groter dan gedacht en vallen de puzzelstukjes toch in elkaar.” Burgwal vult aan: „We zijn erg blij dat alle ouders en betrokkenen de mouwen hebben opgestroopt. Zonder hen was dit zeker niet gelukt.’’

FC Moerstraten krijgt tweede jeugdteam: ‘Ze hebben het er de hele dag over’

0

FC Moerstraten heeft er weer een jeugdteam bij. In de zomer werd de nieuwe JO7 ingeschreven bij de KNVB, waarmee de dorpsclub nu twee jeugdploegen heeft. De eerste wedstrijdjes zijn achter de rug en leider Jeffrey Dekkers (36) ziet veel enthousiasme. „Ze hebben het er de hele dag over.”

De nieuwe JO7 ontstond uit het initiatief van Dekkers en Frank Bierbooms, wiens zoon en dochter in het team zitten. Samen wilden ze een team oprichten voor kinderen om voor het eerst in aanraking te komen met voetbal bij FC Moerstraten. „We zijn bij kennissen gaan rondvragen of hun kinderen mee wilden doen. Uiteindelijk kregen een we een groepje bij elkaar.”

„Eerst hebben we een jaar lang alleen getraind, op woensdagavond een uurtje”, gaat Dekkers verder. „Voor kinderen van vijf is er al genoeg te doen, met zwemles en school. Wedstrijden in het weekend erbij is dan veel. We wilden eerst kijken of ze het spelletje leuk genoeg vonden om er mee door te gaan.”

En dat bleek: uiteindelijk wilden alle kinderen ook echt op voetbal blijven. Afgelopen zomer kwam er ook nieuwe aanwas bij, waardoor het groepje van zeven is gegroeid naar tien. „Dat waren kinderen van vijf, die ook weer eerst alleen meetrainen”, legt Dekkers uit. „Bij de wedstrijden spelen alleen de zeven kinderen die zes jaar oud zijn.”

Het overgrote deel van de kinderen woont niet in Moerstraten zelf, maar heeft wel een band met het dorp en de club. Dekkers woont zelf ook in Wouw, maar voetbalt nog wel in het zondagteam van Moerstraten, dat in de vijfde reserveklasse uitkomt. „Je kunt er ook voor kiezen je kind in Wouw of Steenbergen op voetbal te zetten, maar het is leuk om ze bij dezelfde club te zien spelen waar je zelf ook ooit bent begonnen. Alle ouders kennen elkaar onderling, wat het ook gezellig maakt.”

Contributie wordt er wel gevraagd, maar dat mag van Dekkers geen naam hebben: 25 euro per kind. „Het moet vooral een vrijblijvende, vrijwillige aangelegenheid blijven, zonder al te veel verplichtingen.’’

Inmiddels heeft het team twee speelweekenden achter de rug en die bevielen uitstekend. Vier verenigingen komen dan samen op één sportpark, waarbij elk team drie wedstrijdjes van een kwartiertje speelt. Officieel wordt er vier tegen vier gevoetbald, al mag dat ook met vijf of zes spelertjes per kant. Bij een achterstand van drie doelpunten mag de tegenstander een extra spelertje inzetten. De begeleiding ligt bij de leiders zelf: „Ieder coacht vanaf zijn eigen kant van het veld. Als de bal uitgaat, wordt er eerlijk gezegd wie hem mag nemen.”

De eerste wedstrijddag mocht FC Moerstraten zelf organiseren, inclusief die wedstrijdbegeleiding. „Scoren vinden ze al mooi genoeg, ongeacht de uitslag. Maar ik vond dat het goed opging tot nu toe.” Het enthousiasme is ook thuis goed te merken, aldus Dekkers: „De kinderen praten er de hele dag over na.”

De jeugdafdeling van Moerstraten groeit inmiddels breder dan alleen de JO7. Deze zomer startte onder leiding van Sanne Veraart namelijk ook een groepje driejarigen, dat inmiddels met vier kinderen traint. Bij de JO7 heeft Dekkers er afgelopen zomer een helpende hand bijgekregen: Francis Raats stapte in als mede-begeleider.

DVO’60 zet jeugd centraal: ‘Wat is er goed voor het kind?’

0

DVO’60 heeft de jeugdafdeling de afgelopen jaren zien groeien. En dat was nodig: de Roosendaalse club kampte met een dunne spoeling in de bovenbouw. Inmiddels zit er iets meer spek op de botten. Jeugdcommissaris Edwin van Osch over het beleid erachter: „We hebben de kinderen centraal gezet.”

Op verzoek van het bestuur schreef Van Osch een technisch beleidsplan: een handvest om als club op terug te kunnen vallen. „Het voetballen staat voorop, maar we zijn ook een familieclub waar plezier centraal staat. Het vlaggenschip is ons visitekaartje, daar heerst een prestatieklimaat. Bij de rest staat dat op een iets lager pitje, maar spelen we een leuk potje voetbal, waarbij je zowel kunt presteren als plezier hebt.”

Om werk te maken van het nieuwe beleid begon Van Osch twee jaar geleden met het aanpakken van de totstandkoming van teamindelingen. „Er werd te veel gestuurd op dat ouders het leuk hadden met elkaar. We moesten beter kijken naar de kinderen zelf: vonden zij het wel leuk? Als een kind te goed is, of het juist niet kan bijbenen, moeten we hem plaatsen in een team dat wél bij zijn of haar niveau past. De vraag moet altijd zijn: wat is er goed voor het kind?”

Dat leidde tot wisselingen die in het begin niet altijd soepel verliepen. „Ouders werden soms krampachtig als we hun kind naar een ander team wilden plaatsen. We hebben veel gepraat met trainers en leiders en zijn stapsgewijs aan de slag gegaan, we willen ook weer niet die club zijn die elk jaar alle teams op de schop gooit.”

„elke maand krijgen we nieuwe aanmeldingen’’, gaat Van Osch verder. „We zijn creatief geweest met het opzetten van extra teams, zodat nieuwe kinderen konden aansluiten en gemixt werden met kinderen die er al zaten. Het komt steeds vaker voor dat een kind wel mag meetrainen, maar dat we die geen speeltijd kunnen beloven omdat de teams vol zitten. Dat was een aantal jaar geleden heel anders.” Het familiegevoel van de club is daarin ook een factor volgens Van Osch: naast het voetbal organiseert de club onder meer uitjes naar de bioscoop, toernooien en een kerstbingo.

De grootste uitdaging blijft de bovenbouw. Kinderen gaan naar andere scholen, krijgen bijbanen en andere interesses. „Met maar één team per leeftijdscategorie ben je kwetsbaar. Veel clubs van vier- à vijfhonderd leden hebben daar last van en moeten soms een hele lichting opheffen.”

Bij DVO’60 gaat het in ieder geval de goede kant op. „Een jaar geleden hadden we vier teams in de bovenbouw, nu zijn dat er zes’’, vertelt Van Osch. „Twee keer een O13, twee keer een O14, één O15 en één O19. Dat we nu in twee lichtingen twee teams hebben is erg mooi. We zijn er als club actief mee bezig om de banden tussen die teams aan te halen, zodat er een gevoel van saamhorigheid ontstaat. Zo kunnen ze elkaar te hulp schieten als er spelers tekort zijn bij een van de twee.’’

De instroom in de bovenbouw is volgens Van Osch vooral te danken aan goede mond-op-mond-reclame. „We benaderen niemand actief, maar via schoolvrienden maken kinderen de overstap naar ons. Spelers komen onze kant op voor de mix tussen plezier en presteren.”

Van modder naar kunstgras: Alliance start aanleg langverwacht veld en modernisering

0

Alliance staat voor een mooie ontwikkeling: het eerste kunstgrasveld wordt aangelegd op sportpark Kortendijk, dat ook gemoderniseerd wordt. De gemeente heeft al een tijdje geleden akkoord gegeven op de aanleg, maar de Roosendaalse club moest nog een tijdje geduld hebben voordat er eindelijk een schop in de grond ging. „Dit veld is erg belangrijk voor ons’’, vertelt Max Pouls (31), speler van het eerste elftal en tevens aanspreekpunt bij Alliance voor het project.

 

Een paar regenbuien konden voor de spelers van Alliance de nodige problemen veroorzaken. Als club met alleen maar grasvelden, waren zij namelijk altijd erg afhankelijk van het weer of er getraind kon worden. Tel daarbij op dat de club de laatste jaren steeds meer jeugdspelers aantrekt. Dat betekent meer trainingen en dus meer impact op het gras.

 

Daarom zet de clubleiding zich al een aantal jaren in om een kunstgrasveld te realiseren, maar daar is hulp van de gemeente bij nodig. In januari vorig jaar gaf het stadsbestuur akkoord om het veld achter de kantine te vervangen met een kunstgrasveld, maar het proces liep vertraging op. „De gemeente stelde namelijk voor om het veld een kwartslag te draaien’’, licht Pouls toe.

„Dit zodat er meer ruimte vrijkomt aan de kant van het sportpark dat grenst aan de moskee’’, gaat hij verder. „Dit aanzienlijke stuk grond, van enkele duizenden vierkante meters, wordt dan overgeheveld naar de moskee. Die kampt namelijk met een parkeerprobleem en de gemeente ziet dit als de oplossing daarvoor.’’

 

Alliance werkt graag mee aan deze oplossing, maar wil daarvoor ook iets terug. Zo wil de club dat de twee grote zandhopen (taluds) bij de entree van het sportpark worden afgegraven en dat de fietsenstalling wordt bestraat. „Die taluds zorgen voor een afgesloten gevoel, we willen dat je met een open blik over het sportpark kan kijken’’, vertelt Pouls. „Bij de fietsenstalling sta je regelmatig in de modder. Als die twee dingen aangepakt worden, nodigt dat meer uit om ons sportpark te bezoeken.’’

Over deze voorgestelde tegemoetkomingen lopen de gesprekken met de gemeente nog. Wel gaf het stadsbestuur alvast goedkeuring voor de aanleg van het nieuwe veld. Het plan werd aanbesteed. Toen kwam Pouls in de picture: „Ik werk op de afdeling infrastructuur van de provincie Noord-Brabant, dus weet hoe een aanbesteding in zijn werk gaat. Op mijn werk doe ik ook projectmanagement. Op deze manier zet ik mijn expertise in voor mijn club.’’

 

In augustus werd duidelijk welke aannemer het project zou uitvoeren. Twee weken na het eerste bezoek aan de club ging het bouwbedrijf aan de slag. „Ze zijn begonnen met veiligstellen van het terrein, daarna hebben ze de verlichting, dug-outs en het grasveld eruit gehaald.’’

Het verwijderen van de verlichting heeft voor wat aanpassingen in het schema van Alliance 1 gezorgd. Thuisduels op de zaterdagavond hadden namelijk op het veld dat nu onder constructie is afgewerkt moeten worden, vanwege ontbrekende verlichting bij het hoofdveld. „We spelen deze thuiswedstrijden nu eerst uit’’, legt Pouls uit.

 

De centrale verdediger van Alliance kijkt al uit naar de oplevering in oktober. „Het maakt het organiseren van mooie avondderby’s tegen Roosendaal en BSC – maar ook trainingen – een stuk makkelijker, aangezien dit veld omheining krijgt. Inmiddels is het hoofdveld ook van omheining voorzien. Van het kunstgras gaat de hele club profiteren, aangezien we onafgebroken kunnen trainen op een van onze velden.’’

Zestig jaar clubliefde: Wim van der Maas blijft zich inzetten voor Roda Boys

0

Voor Wim van der Maas is Roda Boys veel meer dan alleen een voetbalclub. Al bijna zestig jaar speelt de vereniging een hoofdrol in zijn leven. Van jeugdspeler tot eerste elftal, van voorzitter tot kartrekker achter de schermen en tegenwoordig als voorzitter van de supportersvereniging. De liefde voor de club is in al die jaren alleen maar gegroeid.

Wie met Van der Maas spreekt, merkt al snel dat Roda Boys diepgeworteld is in zijn familie. “Mijn vader zat in het bestuur en is ook voorzitter geweest, mijn broer voetbalde er en mijn oom speelde er ook. Roda Boys is eigenlijk altijd mijn lust en mijn leven geweest.”

Op zijn achtste of negende trok hij voor het eerst het shirt van de club aan. Alleen gedurende een periode van zes jaar speelde hij elders, bij FC Den Bosch en Unitas Gorinchem. Toch bleef de aantrekkingskracht van Roda Boys groot.

“Ik wilde op een gegeven moment wat rustiger gaan voetballen en dacht dat dat bij Roda Boys wel zou lukken. Alleen stonden we binnen twee jaar ineens in de eerste klasse. Van rustig aan doen kwam dus niet zoveel terecht.”

Het werden jaren waar nog altijd met veel plezier op wordt teruggekeken. “We speelden vijf jaar op het hoogste amateurniveau van dat moment. Tegen prachtige clubs en voor veel supporters zijn dat nog steeds bijzondere herinneringen.”

Zijn actieve voetbalcarrière kwam rond zijn dertigste abrupt ten einde door een zware liesblessure. “Ik scheurde mijn lies af en ben daar eigenlijk nooit helemaal van hersteld.”

Van speler naar voorzitter

Na zijn tijd als speler duurde het niet lang voordat Van der Maas opnieuw een belangrijke rol binnen de club kreeg. In 2000 stapte het toenmalige bestuur op en ontstond een moeilijke situatie.

“Met een aantal nieuwe mensen hebben we de verantwoordelijkheid genomen. Ik werd voorzitter en daarnaast hield ik me bezig met de technische zaken.”

In totaal was hij zes jaar voorzitter en ruim twintig jaar verantwoordelijk voor de technische zaken. “Dat heb ik een periode zelfs helemaal alleen gedaan. Later deden we dat gelukkig met meerdere mensen.”

De grootste uitdaging uit zijn bestuursperiode lag niet op sportief vlak, maar achter de schermen. Toen het nieuwe bestuur aantrad, verkeerde de vereniging in financieel zwaar weer.

“Dat was een flinke uitdaging. Gelukkig hebben we met elkaar de schouders eronder gezet en de club weer financieel gezond gekregen.”

Volgens Van der Maas was dat vooral een teamprestatie. “Dat heb ik absoluut niet alleen gedaan. Met een aantal bestuursleden hebben we de juiste maatregelen genomen. Daar kijk ik met veel voldoening op terug.”

Dat de financiële rust terugkeerde, zorgde uiteindelijk ook voor betere sportieve prestaties. “In de jaren daarna werden we kampioen en speelden we meerdere keren nacompetitie. Dan zie je dat een gezonde vereniging ook op het veld weer kan groeien.”

Hoewel hij veel mooie momenten heeft meegemaakt, springt één herinnering eruit. “De promotie naar het hoogste amateurniveau in 1985 blijft voor mij het mooiste moment als speler. Dat deden we met vrijwel alleen jongens uit Aalst.”

Toch is het niet dat succes waar hij tegenwoordig het meest trots op is. Dat gevoel haalt hij uit iets anders.

“Wij zijn een relatief kleine vereniging met ruim driehonderd leden. Toch spelen we al jaren op een niveau waarvan veel mensen zeggen dat het eigenlijk onmogelijk is voor zo’n club.”

Nog altijd betrokken

Sinds enkele jaren is Van der Maas voorzitter van de supportersvereniging. Zelf noemt hij zijn rol bescheiden. “Het meeste werk wordt door anderen gedaan. Zij organiseren acties, verlotingen en zetten zich enorm in voor de club. Ik probeer vooral de grote lijnen te bewaken en het contact met het bestuur te onderhouden.”

Ook op zijn 69e is stoppen nog niet aan de orde. “Zolang het me gegeven is, blijf ik betrokken. Roda Boys zit verweven in ons gezin en in onze familie. Dat zal altijd zo blijven.”

De financiële puzzel van Ad van Cuijlenborg

0

Wie tegenwoordig het nieuwe sportcomplex van HRC’14 bezoekt, ziet een moderne accommodatie waar wordt gevoetbald, gewerkt, gevierd en waar mensen elkaar ontmoeten. Minder zichtbaar zijn de jaren van voorbereiding, financiële berekeningen, subsidieaanvragen en moeilijke keuzes die aan de bouw voorafgingen. Achter een groot deel van dat werk stond Ad van Cuijlenborg: de financiële man achter het nieuwe complex.

Ad is bepaald geen nieuw gezicht binnen de vereniging. Al op 1 oktober 1977 werd hij lid van v.v. Rossum. Als speler van het inmiddels legendarische vierde elftal maakte hij kennis met alles wat een voetbalvereniging bijzonder maakt: sport, vriendschap en vooral veel gezelligheid. Daarna volgden verschillende bestuursfuncties. Hij was jarenlang secretaris van het jeugdbestuur, algemeen bestuurslid en uiteindelijk elf jaar penningmeester.

De fusie tussen v.v. Hurwenen en v.v. Rossum zag Ad als een noodzakelijke stap om een sterke en toekomstbestendige vereniging te vormen. In 2018 vroeg voorzitter Anton van Doorn hem om zich aan te sluiten bij het vastgelopen nieuwbouwproject. Na enig aandringen nam Ad de uitdaging aan. Daarmee begon een intensieve periode die meerdere jaren zou duren.

Ad werd verantwoordelijk voor de financiële kant van het project. Hij stelde de begroting op, bewaakte de uitgaven, onderhield contacten met banken, de gemeente, het Waarborgfonds Sport en andere financiers en verzorgde de subsidieaanvragen. Ook hield hij het bestuur, de bouwcommissie en de leden op de hoogte van de financiële voortgang.

De uitdaging werd groter toen na de coronaperiode de eerste aannemer afhaakte en de bouwprijzen sterk waren gestegen. Het plan moest opnieuw worden bekeken. Samen met een nieuwe aannemer, die bereid was actief mee te denken, werd gekozen voor een open begroting en een casco-uitvoering. Daarbij werd per onderdeel bepaald wat door de aannemer werd uitgevoerd en welke werkzaamheden HRC’14 met vrijwilligers, zzp’ers en betrokken bedrijven kon realiseren.

Voor Ad was de begroting het financiële kompas van het project. De begroting was geen vrijblijvende raming, maar het uitgangspunt voor iedere beslissing. Extra wensen konden alleen worden uitgevoerd als daar financiële ruimte voor was. Iedere offerte en factuur werd zorgvuldig beoordeeld, waarbij niet alleen de prijs, maar ook kwaliteit, veiligheid en functionaliteit een rol speelden. Kon een onderdeel goedkoper worden uitgevoerd zonder concessies aan de kwaliteit, dan werd de besparing toegevoegd aan de post onvoorzien. Zo werd onder meer een voordeligere oplossing gevonden voor de inbraak- en branddetectieapparatuur. Dankzij deze werkwijze bleef de vereniging beschermd tegen financiële tegenvallers.

Minstens zo ingewikkeld was het bijeenbrengen van de benodigde middelen. De financiering bestond uit gemeentelijke bijdragen, BOSA-subsidies, fondsen, sponsoren, een obligatielening, de hypotheek en bijdragen van andere financiers. Voor vrijwel iedere aanvraag waren aparte begrotingen, prognoses, offertes en onderbouwingen nodig. In totaal heeft Ad hier vele honderden uren aan besteed.

Ad noemt het rondkomen van de volledige financiering een van zijn mooiste momenten. Het tweede hoogtepunt was de officiële opening. Toen werd zichtbaar wat jaren van rekenen, overleggen en samenwerken hadden opgeleverd.

Zelf plaatst Ad zijn bijdrage graag in een breder perspectief. Het complex kon alleen ontstaan dankzij de inzet van talloze vrijwilligers, ondernemers, bedrijven, sponsoren en andere betrokkenen. Mensen uit Hurwenen en Rossum werkten daarbij vanzelfsprekend samen. De bouw werd daarmee niet alleen de realisatie van een nieuwe accommodatie, maar ook het bewijs dat de fusie werkelijk één vereniging heeft voortgebracht.

Ad hoopt dat het complex nog tientallen jaren een plek blijft waar sport, ontmoeting en saamhorigheid centraal staan. Zijn boodschap aan alle leden en betrokkenen is daarom helder: “Blijf betrokken bij HRC’14. Samen hebben we dit mogelijk gemaakt en samen zorgen we ervoor dat toekomstige generaties hiervan kunnen genieten.”

RKVSC beleeft explosieve jeugdgroei: “We kunnen een visvijver voor de BVO’s worden”

0

RKVSC staat aan de vooravond van een nieuw hoofdstuk. Waar de vereniging eerder nog met een relatief kleine jeugdafdeling kampte, is het aantal jeugdleden in slechts tien weken tijd bijna verdrievoudigd. De samenwerking met JG4IT Voetbalacademie vormt daarbij de blikvanger. De club wil niet alleen groeien in aantallen, maar vooral bouwen aan een jeugdopleiding die talent daadwerkelijk verder helpt.

De groei is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Sander Coset, hoofd jeugdzaken bij RKVSC, heeft de afgelopen periode nadrukkelijk ingezet op het aantrekken van nieuwe jeugdleden. Er werd geflyerd, de club trok de wijk in en ook scholen werden bezocht. Die inspanningen beginnen inmiddels zichtbaar hun vruchten af te werpen.

De vereniging groeide in korte tijd van ongeveer twintig naar liefst 75 à 80 jeugdleden. Daarmee kwamen er niet alleen nieuwe spelers bij, maar ontstonden ook nieuwe teams. Zo beschikt RKVSC inmiddels weer over een JO7 en JO8. Voor een vereniging die kort daarvoor nog met een beperkte jeugdbezetting kampte, is dat een enorme verandering.

Voetbalschool als versneller

De volgende stap kwam met de samenwerking met JG4IT Voetbalacademie van Ger Henskens en Brian Vialle. Henskens brengt ruim veertig jaar ervaring mee en beschikt over het UEFA A-diploma. Vanaf het seizoen 2026/2027 krijgt hij de leiding over de professionele jeugdopleiding binnen RKVSC.

De JO10, JO11 en JO12 vormen de eerste lichtingen van het project. De teams komen uit op hoofdklasseniveau en worden begeleid door gediplomeerde trainers. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om winnen. Videoanalyses, persoonlijke ontwikkelingsplannen en individuele begeleiding moeten ervoor zorgen dat spelers gericht beter worden.

De samenwerking sluit bovendien aan bij de ambitie om jaarlijks een nieuwe JO10-selectie toe te voegen. Op die manier moet stap voor stap een doorlopende opleiding ontstaan.

Talent trekt talent aan

De voetbalschool zelf heeft inmiddels meer dan 150 kinderen. Niet iedereen speelt bij RKVSC. Vanuit de academie wordt gekeken welke spelers kunnen aansluiten bij de selectieteams van de club.

Dat zorgt voor een interessante wisselwerking. Talentvolle spelers uit de omgeving krijgen de mogelijkheid om op hoog niveau samen te spelen, terwijl RKVSC een aantrekkelijker podium wordt voor jeugdvoetballers. Verschillende BVO’s, waaronder PSV, FC Den Bosch en NEC, hebben inmiddels scouts naar de club gestuurd.

De gedachte daarachter is helder: door goede spelers bij elkaar te zetten, ontstaat weerstand en worden ze samen beter. RKVSC wil daarmee uiteindelijk een plek worden waar talent zich kan ontwikkelen richting een hoger amateurniveau en mogelijk het betaald voetbal.

Groei brengt ook uitdagingen

De explosieve groei zorgt tegelijkertijd voor een luxeprobleem. De club heeft volgens het bestuur de ruimte om verder te groeien, maar loopt tegen de accommodatie aan. Betere verlichting, zoals energiezuinige ledverlichting en kunstgras zouden de mogelijkheden vergroten.

Dat is extra opvallend omdat omliggende verenigingen volgens RKVSC wel over dergelijke faciliteiten beschikken. De club ziet de huidige groei juist als reden om verder te investeren. Met de nieuwe jeugdopleiding komen er immers meer trainingen, wedstrijden en selectieteams. De gemeente zou daar een steentje aan bij kunnen dragen, maar is daar vooralsnog nalatig in.

Toch overheerst vooral trots. Naast de jeugdgroei kreeg RKVSC er bovendien een compleet tweede seniorenteam bij. De vereniging heeft inmiddels drie seniorenteams.

Een nieuwe standaard

Het verschil met enkele maanden geleden is groot. RKVSC probeert niet langer alleen voldoende jeugd bij elkaar te krijgen, maar werkt aan een structuur waarin spelers zich jarenlang kunnen ontwikkelen.

De ambities reiken dan ook verder dan één goed seizoen. De club wil ieder jaar nieuwe spelers laten instromen, bestaande talenten beter maken en uiteindelijk jeugdspelers klaarstomen voor de eigen senioren of een volgende stap.

Van twintig naar ruim zeventig jeugdleden in tien weken tijd: RKVSC heeft de eerste grote stap al gezet. Nu begint de volgende uitdaging: van groei een duurzame opleiding maken.

Oude liefde roept: Gilberto Smit keert na acht jaar terug als trainer van GVV’63

0

Na acht jaar ervaring op te hebben gedaan bij verschillende clubs, keert Gilberto Smit terug op vertrouwde grond. De 50-jarige trainer wordt de nieuwe hoofdtrainer van GVV’63, de vereniging waar hij zelf opgroeide als speler. Met een rugzak vol ervaringen, veel enthousiasme én twee zoons in de selectie kijkt hij uit naar een nieuw hoofdstuk bij zijn oude liefde.

Voor Gilberto Smit voelt de terugkeer naar GVV’63 bijzonder. De club waar hij jarenlang als speler actief was, krijgt hem nu terug als hoofdtrainer. Een stap waar hij al langer over had nagedacht, maar waarvan hij vond dat de tijd eerst rijp moest zijn.

“Ervaring opdoen en je verder ontwikkelen als trainer bij andere clubs geeft je bagage, dat heb ik dan ook gedaan” vertelt Smit.

Zijn voetbalverhaal begon volledig in Gameren. Als jeugdspeler doorliep hij alle elftallen en op zijn achttiende sloot hij aan bij de selectie. Tot zijn 37e bleef hij actief in de selectie. Toen hij stopte als speler, ontdekte hij al snel dat zijn toekomst langs de lijn lag.

Acht jaar bouwen aan ervaring

Smit behaalde zijn trainersdiploma’s terwijl hij actief was als jeugdtrainer en assistent bij GVV’63. Daarna koos hij bewust voor een route langs verschillende verenigingen. Hij werkte bij Nivo Sparta, waar hij de JO19 onder zijn hoede had, waarna hij als hoofdtrainer actief werd bij ASH, Vuren en afgelopen seizoen MVV’58.

Eigenlijk had hij bij MVV’58 graag nog een seizoen door willen gaan. Zowel de club als Smit stonden daar positief tegenover. Toch veranderde alles toen GVV’63 opnieuw aanklopte.

“Een jaar geleden voelde een terugkeer naar mijn oude club nog niet als de juiste stap, al had ik wel uitgesproken dat ik een nieuwe benadering serieus zou overwegen. Door het vertrek van de trainer kwam er opnieuw contact en de gesprekken voelden direct goed. We zaten snel op één lijn over de manier van werken en de toekomst van de selectie. Daardoor voelde dit voor mij wél als het juiste moment om terug te keren naar GVV’63.”

Extra bijzonder met twee zoons in de selectie

Zijn terugkeer krijgt nog een extra dimensie doordat beide zoons inmiddels deel uitmaken van de selectie van GVV’63.

Dat levert vanzelfsprekend vragen op over eventuele belangenverstrengeling, maar Smit kijkt daar nuchter naar.

“Voor mij draait een team niet alleen om individuele kwaliteiten, maar vooral om de juiste balans. Spelers moeten elkaar aanvullen in hun sterke punten en waar nodig elkaars tekortkomingen kunnen compenseren. Juist die onderlinge samenhang maakt een team sterker dan de som van de individuele spelers.” Verteld Smit “Dat geldt voor mijn zoons net zo goed als voor iedere andere speler.”

Jonge selectie met veel potentie

GVV’63 beschikt volgens de nieuwe trainer over een talentvolle, maar jonge selectie. Dat zag hij de afgelopen jaren ook vanaf de zijlijn.

“Er zit veel kwaliteit in deze groep, maar ook veel jeugd. Dat zorgt soms voor wisselvalligheid. Het is nu de uitdaging om daar meer stabiliteit in te krijgen.”

Daarbij krijgt hij direct extra mogelijkheden, want de selectie is deze zomer versterkt met zes nieuwe spelers. Tegelijkertijd vertrokken slechts drie spelers, waardoor de groep in de breedte zelfs groter is geworden.

Ook de eigen jeugd blijft volgens Smit een belangrijk onderdeel van de club.

“Bij een dorpsvereniging moet je talenten kansen blijven geven. Soms zijn ze er direct klaar voor en soms moeten ze nog even rijpen, maar we verliezen ze nooit uit het oog.”

Met frisse energie aan een nieuw hoofdstuk

Qua speelstijl heeft Smit een duidelijke visie. Hij wil dat GVV’63 verzorgd en herkenbaar voetbal speelt, met veel balbezit, maar ook kan inspelen op de kwaliteiten van de tegenstander.

De ambitie voor komend seizoen is helder. Meedoen in de bovenste regionen van de vierde klasse en stap voor stap groeien naar een ploeg die structureel om promotie kan strijden, en wellicht zelfs meer.