Home Blog Pagina 4

Trainer Delgado dos Santos kiest bij Excelsior Maassluis voor ontwikkeling

Sinds dit seizoen staat Wayne Delgado dos Santos als hoofd jeugdopleidingen aan het roer van de jeugdopleiding van Excelsior Maassluis. De 40-jarige Rotterdammer verruilde daarvoor bewust het hoofdtrainerschap voor een andere rol. Voorlopig althans. “Ik ben een voetbaltrainer die HJO is geworden. Uiteindelijk verwacht ik dat ik ooit weer als hoofdtrainer aan het werk ga.”

Aan ervaring langs de lijn ontbreekt het Delgado niet. Al zo’n achttien jaar is hij actief als trainer. Zijn eerste stappen zette hij bij VOC, terwijl hij zelf nog voetbalde bij Schiebroek’94. Eerder kwam hij uit voor onder meer SVVSMC en VVOR en speelde hij in de jeugd van HOV.

Dat hij trainer werd, was aanvankelijk helemaal niet gepland. Delgado dos Santos zat op een gymnasium in Rotterdam waar veel leden van VOC rondliepen. “Ze waren al een tijdje op zoek naar een trainer en vroegen of het niets voor mij was. Zo ben ik bij Onder 17-2 begonnen.”

Het bleek het begin van een lange verbintenis. Delgado dos Santos schoof door naar Onder 17-1 en Onder 19-1 en kreeg later het tweede elftal onder zijn hoede. Tussendoor combineerde hij zijn werkzaamheden bij VOC zelfs met een trainersfunctie bij Spartaan’20. “Ik deed de Onder 19 van VOC en het tweede van Spartaan’20. Dat kon toen nog. Ik was single en had geen kinderen”, zegt hij lachend.

Toen de KNVB met de Onder 21-competitie begon, keerde Wayne terug bij Spartaan’20 om dat elftal twee seizoenen te leiden. Ondertussen haalde hij zijn trainersdiploma’s. Uiteindelijk beschikte hij over de papieren om als hoofdtrainer aan de slag te kunnen. Die kans kreeg hij bij zijn vertrouwde VOC, waar hij Mark Weel opvolgde.

Na zeventien jaar bij de Rotterdamse club vond Delgado dos Santos het tijd voor verandering. “Ik vind VOC nog steeds een geweldige club en had het er uitstekend naar mijn zin. Toch voelde ik dat ik iets anders moest gaan doen.”

Andere fase

In het dagelijks leven werkt Delgado dos Santos als manager wonen bij woningcorporatie Stedelink. Via een collega kwam DSO op zijn pad. De club had hem al eerder benaderd en uiteindelijk besloot hij in te stappen als hoofdtrainer. Toen hij tekende kwam DSO nog uit in de vierde divisie, maar degradatie was vrijwel onafwendbaar en Wayne startte dan ook in de eerste klasse. Ook daar voelde Wayne zich snel thuis. Toch besloot hij daar te stoppen. Niet vanwege het voetbal, maar omdat zijn privésituatie veranderde. “In februari werd ik voor de tweede keer vader. Toen heb ik besloten dat ik het wat rustiger aan wilde gaan doen.”

Excelsior Maassluis was overigens geen onbekende voor hem. Nog voordat hij bij DSO begon, had de club hem al benaderd voor de functie van hoofd jeugdopleidingen. Destijds koos hij voor het hoofdtrainerschap. Twee jaar later klopten de Tricolores opnieuw aan.

“Toen zat ik in een andere fase van mijn leven. Nu paste deze functie veel beter dan twee jaar geleden.”

Eigen jongens

Delgado dos Santos, geboren en getogen in Rotterdam en daar naar eigen zeggen nog altijd trots op, hoefde niet lang overtuigd te worden van de mogelijkheden in Maassluis. Hij ziet Excelsior Maassluis als een van de toonaangevende verenigingen in de regio Rijnmond. Hoewel het eerste elftal afgelopen seizoen degradeerde, is de aantrekkingskracht van de club volgens hem onverminderd groot.

Vooral de visie op de jeugdopleiding spreekt hem aan. “Er ligt hier een duidelijk idee over hoe de club het wil neerzetten. Er is een visie op de manier waarop het eerste elftal moet worden gevuld, met nadrukkelijk aandacht voor spelers uit de eigen opleiding. Het leeuwendeel van de selectie bestaat ook echt uit jongens van Excelsior Maassluis.”

Tegelijkertijd ziet Delgado dos Santos voldoende ruimte voor verbetering. “Een aantal teams speelt momenteel beneden het niveau waar we vinden dat ze thuishoren. Er zijn clubs in de omgeving die ons voorbij zijn gestreefd. Daar willen we weer een stap in maken.”

Dat betekent volgens hem niet dat kampioenschappen binnen de jeugdopleiding plotseling het belangrijkste doel worden. Ontwikkeling blijft vooropstaan.

“De ambitie verschilt per lichting, maar we willen werken vanuit de filosofie van Excelsior Maassluis. Uiteindelijk is het einddoel dat we spelers afleveren voor het eerste elftal. Als je spelers op de juiste manier laat groeien, ze tussen de verschillende lichtingen goed begeleidt en zorgt voor goede trainers, dan geloof ik dat de resultaten vanzelf volgen. Op middellange termijn gaat dat ook kampioenschappen opleveren.”

Ook wanneer talentvolle spelers de overstap naar een BVO maken, ziet Delgado dos Santos dat als een compliment voor de opleiding. “Die jongens worden hier met trots uitgezwaaid.” Daarbij heeft Excelsior Maassluis een samenwerkingsverband met Sparta Rotterdam.

Of Delgado zelf definitief afscheid heeft genomen van het hoofdtrainerschap? Daar gelooft hij niet in. Tijdens een kennismaking met de ouders binnen de jeugdopleiding maakte hij daar geen geheim van.

“Ik heb door mijn ervaring kennis van beleid en kan ook prima stukken schrijven. Deze functie kan ik goed invullen. Maar diep van binnen ben ik een trainer. Ik verwacht daarom dat ik op langere termijn zeker weer als hoofdcoach op het veld zal staan.”

Marco Jalink: ‘Een mooie uitdaging bij Zwaluwen’

Met Marco Jalink  en Delano a Cohen heeft Zwaluwen dit seizoen gekozen voor een bijzondere trainersconstructie. De ervaren Jalink is officieel hoofdtrainer, terwijl a Cohen bij hem stage loopt en zijn trainerspapieren gaat halen. In de praktijk is de rolverdeling minder strikt. ”We gaan het echt samen doen.”

Jalink heeft een lange staat van dienst in het voetbal. Tot zijn 32ste speelde hij onder meer voor VCV Zeeland in het betaalde voetbal. Daarna koos hij voor het trainersvak en stond hij bij diverse clubs voor de groep. Zijn laatste klus was bij CVV Zwervers uit Capelle aan den IJssel.

Dat hij bij Zwaluwen terechtkwam, was geen toeval. “Er is altijd goed contact geweest tussen mij en Han Nijgh van voetbaltechnische zaken. Delano heeft bij Zwaluwen gevoetbald en kent de club natuurlijk heel goed. Ze wilden hem graag als trainer halen, maar hij heeft nog niet alle benodigde trainerspapieren. Daarom ben ik dit jaar hoofdtrainer en loopt Delano bij mij stage. Maar we doen het samen.”

Jalink en a Cohen kennen elkaar al lange tijd. Beiden komen uit Hellevoetsluis en hebben een goede band. “Ik heb in het verleden een horecazaak gehad en daar kwam Delano regelmatig over de vloer. We kennen elkaar heel goed, dus het één-tweetje was snel gemaakt.”

Jalink gaat a Cohen helpen zich verder te ontwikkelen als trainer. Het plan is dat de jonge oefenmeester volgend seizoen de rol van hoofdtrainer overneemt. ”Hij moet uiteraard wel slagen voor zijn cursus, maar gezien zijn capaciteiten verwacht ik dat dat geen probleem is.”

De constructie zorgde al snel voor verhalen dat Jalink slechts als stroman zou fungeren. Daar is volgens hem absoluut geen sprake van. ”We doen het met zijn tweeën. Ik zit gewoon in de dug-out en coach het elftal. Ik ben er ook het type niet voor om op de bank te zitten en mij vervolgens niet met de coaching te bemoeien.”

Sportief wacht een flinke uitdaging. Zwaluwen promoveerde twee seizoenen geleden naar de derde divisie en eindigde afgelopen seizoen onder Luigi Bruins knap als achtste. Bruins vertrok vervolgens naar Katwijk. “Het is de bedoeling om van Zwaluwen een stabiele derde divisionist te maken. De basis van de selectie is grotendeels gebleven, maar wij leggen wel andere accenten. We zetten bijvoorbeeld anders druk dan vorig seizoen.”

Daarbij kregen ook de spelers inspraak. ”We hebben veel met de groep gesproken en zij hebben behoorlijk wat input geleverd. Natuurlijk hebben wij verteld hoe wij het willen zien. De groep wilde graag op deze nieuwe manier spelen.”

De resultaten in de voorbereiding waren wisselend. ”We zijn tegen wat nederlagen aangelopen, maar dat is niet erg. Tegen Barendrecht verloren we van een ploeg die verder was dan wij. Als je maar een stijgende lijn ziet.” Die zag Jalink tegen Excelsior Maassluis, toen Zwaluwen met 1-1 gelijkspeelde na een late gelijkmaker. ”Alleen tegen JOS/Watergraafsmeer gingen we er hard af.”

Jalink verwacht een zware competitie. ”De derde divisie is enorm sterk. Ploegen als FC Lisse, Excelsior Maassluis, VVSB en FC Rijnvogels draaien vaak bovenin mee. En dan heb je ook RBC, dat over een behoorlijk budget beschikt.”  Toch kijkt Zwaluwen niet alleen naar handhaving. ”We willen graag meedoen in de competitie. Maar bovenal willen we goed voetbal spelen, zodat er meer mensen komen kijken.”

 

Jalink voelt zich inmiddels thuis in Vlaardingen. ”Zwaluwen is een warme club met leuke en gezellige mensen. Van het bestuur tot de mensen achter de bar: iedereen is belangrijk. Dat maakt de club. Trainers zijn maar passanten. Ik vind het daarom belangrijk om goed contact te hebben met iedereen.”

Ook de samenwerking met a Cohen bevalt hem. Dat beiden soms anders naar voetbal kijken, ziet hij juist als een voordeel. ”Ik kom natuurlijk uit een andere generatie. We denken weleens anders, maar daar praten we goed over. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Tegenwoordig kiezen veel clubs voor jonge trainers omdat die goed aansluiten bij een spelersgroep. Delano en ik kunnen juist veel van elkaar leren.”

Mohammed Ayachi trotse jeugdvoorzitter van Zwaluwen

Met 53 jeugdteams, waaronder acht meidenteams, heeft Zwaluwen een omvangrijke jeugdafdeling. Aan jeugdvoorzitter Mohammed Ayachi (39) de taak om samen met een grote groep vrijwilligers alles in goede banen te leiden. Plezier en ontwikkeling staan daarbij voorop, maar de Vlaardingse club heeft ook een duidelijke sportieve ambitie. ”We willen onze eigen spelers opleiden en uiteindelijk klaarstomen voor het eerste elftal.”

Ayachi is geboren en getogen in Vlaardingen en voetbalde zelf tot zijn dertiende bij HSC, de club die later opging in CWO. Blessures, school en vrienden zorgden ervoor dat hij al jong stopte. ”Daar heb ik nog steeds heel veel spijt van. Het is wat het is, maar daarom probeer ik mijn zoon nu maximaal te stimuleren om te blijven voetballen.”

Via zijn jongere broer raakte Ayachi voor het eerst betrokken bij Zwaluwen. Hij hielp langs het veld en pakte regelmatig de vlag op. Toen later ook zijn zoon bij de club ging voetballen, werd zijn betrokkenheid steeds groter. Twee jaar geleden werd hij gevraagd als jeugdvoorzitter. Inmiddels begint hij aan zijn derde seizoen.

“Ik trof een vereniging met ontzettend veel ambitie. Niet alleen op prestatief gebied, maar juist ook als het gaat om plezier en ontwikkeling. Kinderen moeten zich hier veilig voelen en er moet plaats zijn voor iedereen. Zowel prestatief als recreatief.”

De afgelopen jaren is er organisatorisch het nodige veranderd binnen de jeugdafdeling. Waar voorheen slechts een beperkt aantal coördinatoren actief was, heeft iedere sectie inmiddels een eigen coördinator en zijn verschillende commissies ingevuld.

“Vrijwilligers kunnen we natuurlijk altijd gebruiken, maar het fundament staat. Het huis begint zich steeds verder te vormen en daarop moeten we nu doorbouwen.”

Daarbij kan Ayachi terugvallen op zijn professionele achtergrond. Hij studeerde bedrijfskunde en is operationeel manager bij een verpakkingsbedrijf dat exotische groenten verwerkt. Toch ontdekte hij al snel dat leidinggeven binnen een voetbalvereniging iets anders is dan binnen een bedrijf.

“Op je werk heb je afspraken en verplichtingen naar elkaar. Bij een vereniging werk je met vrijwilligers. Je kunt iemand aanspreken op afspraken, maar je moet altijd beseffen dat diegene zijn sleutels op tafel kan leggen en zeggen: ik stop ermee.”

Het vraagt soms om een andere aanpak. ”Ik zeg weleens: als je binnen een vereniging succesvol kunt zijn, dan lukt dat in het bedrijfsleven ook. Je kunt nu eenmaal niet iedereen tevreden houden. De beste stuurlui staan uiteindelijk altijd aan wal”, zegt hij lachend.

Ayachi omschrijft Zwaluwen vooral als een warme vereniging. ”Iedereen is welkom. We sturen sterk op veiligheid en normen en waarden. Daarbij moet er aandacht zijn voor alle leden en niet alleen voor de prestatieteams.”

Sportief wil de club de komende jaren nadrukkelijk inzetten op de eigen opleiding. Met het eerste elftal in de derde divisie ligt de lat hoog, maar Zwaluwen wil voorkomen dat het daarvoor vooral buiten de deur naar spelers gaat zoeken. “We willen echte Zwaluwen-spelers opleiden. Jongens die hier vanaf jonge leeftijd spelen en door goede interne begeleiding steeds beter worden. Onze voorkeur is spelers ontwikkelen in plaats van ze van buitenaf te halen.”

De stap naar het vlaggenschip is groot, erkent Ayachi. Toch verwacht hij dat de gekozen koers op termijn resultaat gaat opleveren. ”Onze visie is om spelers vanuit de jeugd te laten doorstromen naar het eerste elftal. Binnen twee à drie jaar zouden we daarvan de eerste resultaten moeten kunnen zien.”

Een jeugdopleiding bestaat volgens Ayachi bovendien uit meer dan trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen. Daarom organiseert Zwaluwen ook activiteiten buiten het veld, zoals PlayStation-avonden en eigen jeugdtoernooien rond de feestdagen. “Als je een warme vereniging wilt zijn, moet je meer bieden dan alleen trainingen en wedstrijden.”

Voor Ayachi zit de grootste voldoening uiteindelijk in iets wat nauwelijks in cijfers of resultaten is uit te drukken. ”Als ik hier om me heen kijk, ben ik vooral trots. Je ziet heel veel voetbal, maar vooral ook kinderen die plezier hebben. Ze staan met een glimlach op het veld en je ziet ouders die daar eveneens hun bijdrage aan leveren. Daar doe je het uiteindelijk voor.”

Vader Ruud geniet van zoon Stef én van oude liefde VDL

Ruud den Engelsman (56) was zeventien jaar toen trainer Rob Schalke hem bij VDL uit de jeugd naar het eerste elftal hengelde. Hij ging een prachtige carrière, voornamelijk in het blauw-witte shirt,  als amateurspeler tegemoet. Nu, bijna 40 jaar later maakt hij als assistent-coach mee hoe zoon Stef furore maakt in Maassluis.

 

Niet veel vaders zitten op de bank en staan elke week op het veld bij hun eigen zoon, dat moet een mooi gevoel geven?

Den Engelsman: ,,Het is bijna net zo mooi als mijn eigen voetbaltijd. Het is leuk als je zoon een leuk potje kan voetballen. Ik vergelijk hem nooit met mijzelf, hij is een andere soort speler dan ik was. Maar iedereen zal dat gevoel herkennen om zo’n leuke tijd door te brengen met sport waar je zoon in een ploeg zit waar je zelf een rol hebt.’’

Hoe werd je opeens assistent-trainer bij VDL?

,,Ik hoorde dat de club nog een tweede trainer zocht. Ik dacht, de kinderen zijn het huis uit, mijn vrouw en ik zijn thuis dus nog met z’n tweetjes en Jolanda zei, als je het leuk vindt moet je het doen. Toen heb ik Stef gebeld, wilde eerst weten hoe hij erin stond als ik assistent zou worden. Stef vond het leuk en dus vroeg ik hem een balletje op te gooien bij Jim (van der Jagt, hoofdtrainer VDL). Dan hoor ik wel of die het wat vindt. Jim belde me vrij snel op en wilde om de tafel. Zo rolde ik in deze functie.’’

Even terug naar je eigen periode als speler, die was prachtig bij VDL toch?

,,Ik speelde eerst acht jaar in het eerste elftal, op mijn 25e ging ik naar buurman Excelsior Maassluis maar na twee seizoenen keerde ik terug naar VDL en ging ik daar weer verder. Ik heb zulke mooie jaren meegemaakt. Behalve Rob Schalke heb ik de oud-profvoetballers Joop Mom en Jan Baksteen als fijne trainers mogen meemaken. Nog wel wat meer, maar die mannen zorgden voor goede elftallen. En we hadden toen een schitterende generatie.’’

Met de huidige hoofdsponsor en vroegere topscorer René Verhagen in de spits en jij erachter.

,,Ik was eerst linksbuiten, maar op zeker moment kwam ik in een vrije rol achter René terecht en wij voelden elkaar goed aan. Samen zorgden we voor veel goals en acties in de zestien meter. Achter mij stond Rob Smit op het middenveld, die moest het vuile werk opknappen en dat deed hij waanzinnig. Rob, altijd met afgezakte sokken, kon enorm bikkelen. Ik hoefde niet veel te verdedigen, dat deed Rob allemaal voor me. Echt een mooie vent om als speler in je elftal te hebben. Later kwam ook ‘Goof’ Garcia erbij. Toepie (Jeroen van der Hoeven) stond rechtsbuiten, Gerard Hoek linksbuiten. Dick Rijsoort achterin met Martin Fastenau en Bert Wevers naast hem. In de goal stond John van der Meij. We hadden toen een fantastische ploeg eigenlijk.’’

Er liep nog iemand rond, Henny Brinkman, de huidige verzorger die je nu 30 jaar later weer meemaakt.

,,Het is bizar hoe dingen soms lopen. Bij mijn debuut in het eerste elftal, als 17-jarige, maakte ik die zondagmiddag (VDL was toen nog een zondagclub, red.) de 1-1 in een belangrijke wedstrijd. Het was een kopbal, waarmee ik scoorde en de man die de voorzet gaf was Henny Brinkman…’’

Hoe kijk je, nu je weer zo terug in de club bent, naar VDL?

,,Ik kijk naar de staf, naar de jongens die in het eerste en tweede elftal staan, ik maak iedereen van dichtbij mee en komt tot de conclusie dat VDL een schitterende club blijft met een warme sfeer en een familiair gevoel. De sfeer met al die gasten, met stafleden die er al 20 of 25 jaar actief zijn, is zo mooi. Het is één bonk gezelligheid, terwijl iedereen weet dat er ook moet worden gepresteerd.’’

Daar zorgt de huidige hoofdcoach Jim van der Jag wel voor zeker?

,,Ik heb best wat trainers meegemaakt, maar VDL heeft een coach met een prima visie. Zijn manier van trainen en coachen spreekt me echt aan. Het is daarom leuk om onderdeel van zijn staf te zijn. Hij heeft afgelopen jaar wel wat neergezet bij VDL. Toen heb ik ook alle wedstrijden gekeken, maar vooral als vader en supporter. Nu maak ik het van nabij mee.’’

Nog één vraag, kan je het allemaal bolwerken?

Den Engelsman lacht, want begrijpt dat er een verhuizing aankomt en dat hij ook in het buitenland moet zijn voor zijn baas. ,,Ik ben ook nog opa, hè. Maar heb inderdaad een baan waarbij ik op pad moet. Na 22 jaar in de kassenbouw zit ik nu in de verkoop van ons bedrijf. Ik reis naar Engeland, was van de week nog in Ierland. Soms moet ik een beetje kijken hoe het past. Maar de passie is er nog op alle fronten.’’

René van Antwerpen kan niet zonder voetbal: ‘Zaterdag is mijn dag!’

Wie op zaterdag het complex van DVO’32 bezoekt, kan nauwelijks om René van Antwerpen heen. De 70-jarige oud-doelman van onder meer FC Den Haag en FC Vlaardingen is tegenwoordig gastheer bij de Vlaardingse club. Om acht uur ’s morgens is hij present. Koffie zetten, muziekje aan en zorgen dat iedereen netjes wordt ontvangen. Ondertussen vliegen de verhalen en anekdotes je om de oren. Van Antwerpen heeft genoeg meegemaakt en vertelt daar met een flinke dosis Rotterdamse humor over.

Hij werd geboren in Hillesluis en begon op Varkenoord met voetballen bij de gelijknamige club. Dat Van Antwerpen uiteindelijk onder de lat belandde, was geen zorgvuldig uitgestippeld carrièreplan. “Eigenlijk had ik een hele slechte motoriek en daarom werd tegen mij gezegd dat ik beter kon gaan keepen. Daarbij had ik ontzettend grote klauwen”, vertelt hij lachend.

Een beetje geluk hielp hem vervolgens verder. In 1967 stond een scout van Feyenoord langs de lijn om een ploeggenoot te bekijken. Van Antwerpen keepte toevallig een uitstekende wedstrijd en mocht naar Feyenoord. Daar speelde hij met onder anderen Harry Melis, Arie Damsma en Bennie Wijnstekers.

Zijn plakboek herinnert aan een prachtige periode. Een voorwedstrijd in een volle Kuip, samen met Dorus Manders met de Europa Cup in 1970: de ene herinnering volgt de andere op.

Het eerste elftal van Feyenoord haalde hij uiteindelijk niet. Zijn kapsel hielp daarbij ook niet bepaald. “Toen ik een jaar of zeventien was, hadden we allemaal lang haar. Bij Feyenoord moest ik naar de kapper, maar dat verrotte ik.” Het leverde de bijzondere situatie op dat Van Antwerpen wel voor het Nederlands jeugdelftal speelde, maar bij Feyenoord niet in de regionale A-jeugd omdat hij weigerde zijn haar te laten knippen.

FC Den Haag kreeg lucht van de situatie en sprak, zonder dat Van Antwerpen het wist, met zijn vader. Zo belandde hij in Den Haag. Daar paste zijn kapsel in ieder geval beter. “Daar hadden ze sowieso allemaal lang haar, met Tsjeu La Ling, Cees Storm en Leentje Swanenburg.”

Van Antwerpen speelde veel in het tweede onder Rinus Loof. FC Den Haag beschikte over een sterke generatie en werd met dat elftal drie keer kampioen van Nederland. Vujadin Boskov noemt hij de beste trainer die hij in zijn loopbaan heeft gehad.

Ook contractbesprekingen gingen er in die tijd anders aan toe. Voor een gesprek met voorzitter Dé Stoop kreeg Van Antwerpen advies van Aad Mansveld: trek een spijkerbroek met veel zakken aan en begin vooral over je kinderen. Hij volgde de instructies keurig op. “Dus tijdens het gesprek begon ik daarover en kreeg ik weer een bak met contant geld. Stoop zat met je te onderhandelen met een koffer vol geld.” Alleen al de gedachte eraan zorgt jaren later nog voor een glimlach.

Er waren ook sportieve dieptepunten. Op 9 mei 1976 stond Van Antwerpen met FC Den Haag tegenover zijn oude club Feyenoord. Het werd 1-8. Veel woorden hoeft hij daar nog altijd niet aan vuil te maken.

Later kwam hij bij FC Vlaardingen terecht en ook daar maakte hij genoeg mee. Zelfs een faillissement. De KNVB stond garant voor de salarissen, terwijl de omstandigheden steeds opmerkelijker werden. “We gingen met de trein naar wedstrijden en moesten onze tenues zelf wassen. Ook maakten we zelf de opstellingen en lieten we alle spelers die nog geen club hadden spelen.”

 

Na zijn profcarrière ging Van Antwerpen bij Fluks voetballen. “Kreeg ik natuurlijk helemaal geen geld. Ik werd amateur”, zegt hij met een lach die doet vermoeden dat het verhaal wellicht iets anders lag.

Na zijn actieve loopbaan werd hij trainer bij onder meer Animo Hoogvliet, Deltasport, MSV’71 en SV Lombardijen. Bij Deltasport was het geld op en waren vrijwel alle spelers vertrokken. Van Antwerpen ging er gratis aan de slag. Het sportieve succes bleef beperkt. “We verloren alles met een nulletje of twaalf.”

Uiteindelijk werd DVO’32 een belangrijke club voor hem. Hij was er trainer van het tweede en technisch coördinator. In een eerdere periode als technisch coördinator speelde DVO’32 in de derde klasse en werd de club Vlaardings kampioen. VFC werd destijds met liefst 7-2 verslagen.

Tegenwoordig hoeft Van Antwerpen zich niet meer met het technische beleid te bemoeien. Dat past hem eigenlijk prima. Na hartfalen in 2010 moet hij bovendien rekening houden met zijn gezondheid, maar thuisblijven op zaterdag is geen optie. “Zaterdag is mijn dag!”

Als gastheer ontvangt hij scheidsrechters en teamleiders en wijst hij bezoekers de weg. Om acht uur begint hij met koffie en muziek. Vooral voor de vrijwilligers die nog eerder beginnen, heeft hij veel respect. “Die jeugdleiders staan om half negen al op het veld voor de wedstrijden van de kinderen.”

Zelf kijkt hij tegenwoordig liever naar het tweede dan naar het eerste. In de middag nog een biertje en dan zit zijn zaterdag erop. Een leven zonder voetbal lijkt voor Van Antwerpen simpelweg geen serieuze mogelijkheid. En zolang hij bij DVO’32 rondloopt, krijgt iedereen die binnenkomt naast een warm welkom waarschijnlijk ook nog een mooi verhaal mee.

Van langs de zijlijn naar voorzitter van MSV’71

0

Dat Anton Wesselius ooit voorzitter van MSV’71 zou worden, lag niet bepaald voor de hand. Zijn voetbalhart lag bij Excelsior Maassluis en toen zijn zoon overwoog naar MSV’71 te vertrekken, stond vader Anton niet direct te juichen. Inmiddels is de bijna 68-jarige bezig aan zijn vierde jaar als voorzitter en heeft hij de Maassluise vereniging volledig omarmd.

Het begon allemaal met een vriendenteam van zijn zoon bij Excelsior Maassluis. De jongens wilden graag bij elkaar blijven, maar dat bleek niet mogelijk. “Ik zei tegen mijn zoon: je mag best naar een andere club, maar dan moet je zelf de contributie betalen.”

Zijn zoon bleef aanvankelijk, maar toen de nieuwe teamindeling bekend werd, veranderde de situatie. “Daar was hij, netjes gezegd, niet blij mee. Het waren niet bepaald de jongens met wie hij een avondje zou gaan stappen. Toen heb ik gezegd dat hij mijn zegen had om te vertrekken. Maar als hij om elf uur moest voetballen, kwam ik pas om kwart over elf kijken. Ook omdat ik anders weer zou moeten fluiten, bij gebrek aan een scheidsrechter”, vertelt Wesselius lachend.

Het liep anders. Bij MSV’71 kende hij verschillende bestuursleden en nadat Wesselius had aangegeven best eens een klusje voor de vereniging te willen doen, ging het snel. Uiteindelijk liet hij zich zelfs overhalen om voorzitter te worden.

Wesselius werkte jarenlang in het onderwijs in Schiedam en Vlaardingen. Tegenwoordig is hij brug- en sluiswachter. “Na mijn werk als leraar wilde ik toch graag nog iets blijven doen.” Die actieve instelling neemt hij ook mee naar MSV’71.

De vereniging telt inmiddels zo’n 350 tot 400 leden en groeit, vooral bij de jeugd. Vorig jaar werd een nieuwe kantine in gebruik genomen en deze zomer kreeg het complex er een nieuw terras met nieuwe meubels bij.

Wesselius wil vooral bouwen aan een vereniging met spelers die bewust voor MSV’71 kiezen. “Ik heb het nooit zo gehad op spelers die voortdurend van club veranderen. Toen ik nog op school werkte, zag ik leerlingen die al bij vijf clubs in de regio hadden gespeeld. Dan dacht ik: hebben die ouders daar niets over te zeggen?”

Bij nieuwe spelers wil hij daarom graag weten waarom ze voor MSV’71 kiezen. “Kom je hier omdat je bij een andere club een vervelende trainer hebt, of omdat je MSV’71 zo’n gezellige vereniging vindt? Ik bouw liever met de mensen die we hebben dan met iemand die toevallig voorbij komt en net zo snel weer vertrekt.”

Ook gedrag vindt de voorzitter belangrijk. Over het algemeen is hij tevreden over spelers en ouders langs de lijn. Gaat het toch mis, dan volgt een gesprek. “We hebben geen aparte normen-en-waardencommissie. We lossen dat gezamenlijk op. Je mag best een keer kwaad worden, maar je moet wel normaal blijven doen.”

Sportief hoopt Wesselius dat het eerste elftal de stap vanuit de vijfde klasse kan maken. De selectie is breed en ook de trainer heeft de ambitie om naar de vierde klasse te promoveren. “Het is voor de club belangrijk om een stap omhoog te maken. Dat trekt toch meer publiek en misschien ook weer betere spelers.”

Ook bij de jeugd wordt verder gebouwd. Er is een nieuwe jeugdcommissie voorzitter, een nieuw technisch hart en MSV’71 heeft drie Onder 19-teams. Daarnaast werkt de vereniging aan de komst van Voetbal+, voorheen G-voetbal. De gemeente Maassluis wilde iets neerzetten met voetbal+ en benaderde MSV. MSV’71 organiseert een aantal trainingen, maar het is nog een start.

“Ik vind het heel belangrijk dat een voetbalvereniging ook een maatschappelijke functie heeft.” Dat blijkt volgens Wesselius eveneens uit de steun aan de voedselbank, waar een belangrijk deel van wat de club overhoudt naartoe gaat.

Trots is hij ook op de walking football-afdeling. Daaruit ontstond zelfs een klusploeg die iedere woensdag op het complex aan de slag gaat.

En dan is er nog de Megaweek aan het einde van het seizoen. Een evenement dat volgens Wesselius laat zien waar MSV’71 voor staat. “Daar is een enorme groep vrijwilligers keihard voor aan het werk. Sommigen nemen er zelfs een week vrij voor. Ze vinden het fantastisch, de organisatie staat uitstekend en er komt enorm veel publiek op af.”

Van de man die eigenlijk alleen een klusje wilde doen, is inmiddels weinig meer over. Vier jaar voorzitterschap later staat Wesselius midden in MSV’71. Precies zoals hij vindt dat MSV’71 midden in Maassluis moet staan.

Annemieke al zestien jaar tussen de Kwekkertjes

Wie op woensdag bij VFC de Kwekkertjes ziet trainen, moet niet verwachten dat alle aandacht voortdurend bij de bal ligt. Een overvliegend vliegtuig is minstens zo interessant en ook de zwarte korrels van het kunstgras blijken een onweerstaanbare aantrekkingskracht te hebben. Annemieke Weststrate kijkt er niet meer van op. Al sinds 2011 ontfermt ze zich over de vier-vijf en zesjarigen van de Vlaardingse club.

“Als er een vliegtuig overvliegt, zijn ze afgeleid en staan ze allemaal te zwaaien. Maar van het begin tot het einde van de training laten ze hun eigen bal niet los. Het tekent de leeftijd waarmee Weststrate werkt. Presteren is nog helemaal niet belangrijk. De kinderen spelenderwijs kennis laten maken met voetbal des te meer. Inmiddels begint ze aan haar zestiende jaar met de Kwekkertjes.

Het initiatief ontstond ooit omdat haar eigen zoon graag wilde voetballen. Voor zijn leeftijd bestond die mogelijkheid destijds nog niet bij VFC. Het werd als een gemis ervaren dat VFC zoiets niet had. “Toen dacht ik: ik kan ook een kinderfeestje met negen jongens aan, dus waarom zou ik ze niet kunnen trainen?”

Het idee werd uitgewerkt en in april 2011 gingen de Kwekkertjes van start. De belangstelling was er direct. “We begonnen met ongeveer vijftien kinderen en gedurende het eerste seizoen werden dat er al twintig. Samen met een oud-speler en ouders zijn we ze gaan trainen. Uiteindelijk hebben we groepen van rond de vijftig kinderen.”

Weststrate voetbalde zelf nooit. “Ik ben vooral sportief in mijn hoofd”, zegt ze lachend. Voetbal heeft haar echter altijd getrokken. Na een paar jaar kreeg VFC ondersteuning van de KNVB. “Daar hebben we veel van geleerd. Bijvoorbeeld hoe je de veldjes het beste kunt uitzetten en hoe je het jezelf tijdens zo’n training wat makkelijker kunt maken.”

De trainingen bestaan uit verschillende spelvormen in circuitvorm. “Het belangrijkste is dat je ieder kind ziet. Ze verschillen natuurlijk enorm van elkaar, dus je probeert iedereen plezier te laten ervaren in het voetbal en zelfvertrouwen te ontwikkelen.”

Daarbij krijgt Weststrate hulp van ouders en leerlingen van het Mondriaan. Een ledenstop kent de jongste jeugd van VFC niet. “Iedereen is welkom.”

De Kwekkertjes worden binnen de club met enige trots ‘de poort van VFC’ genoemd. Niet zonder reden, want veel kinderen zetten vanuit deze groep hun volgende voetbalstappen binnen de vereniging. “Het is ontzettend leuk als je die jochies na een paar jaar ziet doorstromen naar Onder 7 of Onder 8.”

Inmiddels ziet Weststrate zelfs de eerste lichting terug bij de senioren. “Laatst was er een afscheidswedstrijd van Bryn Siegersma en deed Chris Groen mee. Chris was een Kwekkertje van het eerste uur.” Regelmatig komt ze spelers tegen die ooit als vier- of vijfjarige bij haar begonnen. “Natuurlijk herken ik ze nog. Daar ben ik best een beetje trots op.”

Ook de naam van de jongste VFC’ers is onlosmakelijk met de club verbonden. De kwekker staat in het logo en is al jarenlang de bijnaam van VFC. Toen de vereniging in 1932 nog aan de Groeneweg speelde, bevond zich achter een van de doelen een eendenkooi. De eenden waren regelmatig op het voetbalveld te vinden en tegenstanders zouden de VFC’ers daardoor ‘kwekkers’ zijn gaan noemen.

 

Dat de allerjongsten later de Kwekkertjes werden genoemd, lag dan ook voor de hand.

Weststrates eigen zoon speelde vanaf de F-jes bij VFC en bleef bij VFC tot hij de afscheidswedstrijd van zondag 1 speelde voordat de zondag werd opgeheven. Tegenwoordig speelt hij bij Zwaluwen.

Zelf combineert Annemieke haar vrijwilligerswerk met een totaal andere wereld. Ze is teamleidster bij Zonnehuisgroep Vlaardingen en werkt met dementerende ouderen. Het contrast met een veld vol vier-, en vijf- en zesjarigen kan nauwelijks groter zijn.

Eén moment in de week staat in ieder geval al jarenlang vast.

“Op woensdag ben ik altijd vrij. Want woensdag is Kwekkertjesdag!”

Dennis Vaz wil met VFC de volgende stap zetten

Na de tweede plaats van vorig seizoen en een mislukte poging om via de nacompetitie te promoveren, begint VFC met een nieuwe trainer aan een nieuwe poging. De 36-jarige Dennis Vaz nam het stokje over van Delano a Cohen, die naar Zwaluwen vertrok. Vaz treft in Vlaardingen een hechte spelersgroep en een ploeg waarvan de basis volgens hem uitstekend staat. De ambitie is dan ook duidelijk: opnieuw bovenin meedoen en ditmaal proberen de stap omhoog wél te maken.

Vaz komt oorspronkelijk uit Delft en voetbalde in de jeugdopleiding van DHC tot en met de A1. Daarna vertrok hij naar Den Hoorn. Kruisbandblessures zaten zijn eigen voetbalcarrière echter flink in de weg. Zijn toekomst bleek uiteindelijk vooral langs de zijlijn te liggen.

Op zijn veertiende begon Vaz al met het trainen van jeugdteams bij DHC. Dat deed hij vijf jaar, waarna hij als hoofdtrainer in de jeugd van Den Hoorn aan de slag ging. Ook daar bleef hij vijf jaar. Na het behalen van zijn UEFA D-diploma maakte hij de overstap naar de senioren.

Eerst kreeg hij het tweede elftal van Den Hoorn onder zijn hoede, waarna hij bij VCS in Den Haag voor het eerst hoofdtrainer werd. De voormalige grootmacht van het Haagse amateurvoetbal speelde destijds nog in de derde klasse. “Voor mij als hoofdtrainer was dat heel leerzaam.”

Daarna koos Vaz bewust voor een andere rol. Zijn vrouw was zwanger van hun tweede kind en hij wilde het tijdelijk iets rustiger aan doen. Een goede vriend werd trainer van de O21 van Excelsior Maassluis en vroeg hem als assistent. Het bleek een waardevolle stap. “Voor mij was het een kans om op een heel ander niveau ervaring op te doen. Dat was echt heel gaaf.”

Een seizoen later mocht Vaz aansluiten bij het eerste elftal als assistent van Steye Jacobs. “Dat was de eerste weken wel wennen.” Wedstrijden op bezoek bij clubs als Spakenburg en Quick Boys maakten indruk. Via enkele spelers leerde hij vervolgens Dogan Corneille kennen. Vaz volgde hem naar Barendrecht, waar hij afgelopen seizoen actief was.

De verschillende werkomgevingen hebben hem naar eigen zeggen gevormd als trainer. “Juist door de diversiteit aan trainers en spelers waarmee ik heb mogen samenwerken, heb ik mij op alle vlakken goed kunnen ontwikkelen en mezelf naar een hoger niveau kunnen tillen.”

Nu wacht VFC. Vaz neemt een ploeg over die vorig seizoen al dicht tegen promotie aan zat. Twee spelers stopten, terwijl de selectie vooral aanvallend werd aangevuld. “Vorig seizoen had VFC heel veel middenvelders. Voor dit seizoen hebben we er twee buitenspelers bijgekregen. Daardoor is de selectie wat meer in balans.”

Wat hem direct opviel, was de onderlinge band tussen de spelers. “Het is een echte vriendengroep, binnen én buiten het veld. Dat heb ik eigenlijk nog niet eerder meegemaakt.” Tijdens de voorbereiding ging de selectie gezamenlijk een weekend weg en zag Vaz hoe sterk die band daadwerkelijk is. “Ze corrigeren en controleren elkaar ook. Daarbij kunnen ze gewoon heel goed voetballen.”

Vaz beseft dat zijn voorganger een goede basis heeft achtergelaten. “Delano heeft daar vorig seizoen heel veel tijd en energie in gestoken. Voor mij is dat een mooi uitgangspunt om verder te werken.” Hij wil vooral aanvallend nieuwe impulsen toevoegen en de spelers helpen bij het maken van keuzes tijdens wedstrijden. “Het is een volwassen groep. Ik denk dat ik ze vooral handvatten kan meegeven.”

 

Ook met de club zelf is de eerste kennismaking positief. Toen na enkele weken ook de jeugd weer begon te trainen, ontstond er meer contact met de rest van de vereniging. Dat spreekt Vaz aan.

De doelstelling voor het nieuwe seizoen steekt hij niet onder stoelen of banken. VFC moet bovenin meedraaien. De competitie is voor Vaz nog enigszins onbekend, met onder meer Zuidland, Brielle en Hellevoetsluis als tegenstanders. Daarnaast wachten de Vlaardingse derby’s tegen CION en CWO.

“We zullen bij de top vier moeten eindigen. Natuurlijk moet je ook geluk hebben met blessures en andere omstandigheden.” Over de mogelijkheden binnen zijn selectie is hij positief. Vaz beschikt over twintig spelers die volgens hem allemaal in aanmerking komen voor een plaats in het elftal en vrijwel iedere positie is dubbel bezet.

“We hebben bovendien meer scorend vermogen dan vorig seizoen. Daar ben ik heel blij mee.”

Buiten het voetbal werkt Vaz als accountmanager bij Exact Online. Praten gaat hem naar eigen zeggen dan ook gemakkelijk af. Bij VFC zullen de komende maanden vooral de prestaties op het veld moeten spreken. De basis is er, de selectie is breder en de ambitie duidelijk: na vorig seizoen opnieuw bovenin meedoen, maar nu met promotie als gewenste afloop.

Kethel Spaland kiest bewust voor eigen jeugd

Geen spelers halen met mooie financiële aanbiedingen, maar bouwen op jongens die binnen de eigen vereniging zijn opgeleid. Bij Kethel Spaland is die filosofie duidelijk zichtbaar. Van de 22 spelers in de huidige eerste selectie doorliepen er maar liefst negentien de jeugdopleiding van de Schiedamse club. Hoofdtrainer Paul van Loenen (56) ziet dat als een van de grote krachten van Kethel Spaland.

De selectie van Kethel Spaland bestaat uit het eerste en tweede elftal en de O23. Vooral die laatste ploeg vervult een belangrijke rol in de doorstroming. De O23 bestaat volledig uit spelers die binnen de club zijn opgeleid. Dit seizoen maakten verschillende spelers de stap naar het eerste en tweede elftal, waardoor er ruimte ontstond om maar liefst negen spelers vanuit de O19 door te schuiven naar de selectie. De meesten van hen zullen hun wedstrijden voorlopig in de O23 spelen, maar drie jeugdspelers zijn inmiddels toegevoegd aan het eerste elftal. Voor Van Loenen het bewijs dat de gekozen weg werkt. “In de huidige groep van 22 eerste elftalspelers zijn er negentien opgeleid bij Kethel Spaland.”

Voor de trainer is het inmiddels zijn derde seizoen bij de Schiedamse derdeklasser. Vorig jaar deed Kethel Spaland lange tijd mee om het kampioenschap, maar uiteindelijk bleek CWO over de langste adem te beschikken. Met een tweede plaats mocht de ploeg alsnog de nacompetitie in, waarin FC Oegstgeest een einde maakte aan de promotiedroom.

Van Loenen, geboren in Maasdijk en op jonge leeftijd verhuisd naar Maassluis, speelde zelf voor MSV’71, Westlandia en VFC. Bij Kethel Spaland voelt hij zich uitstekend thuis. “Het is een hechte en gezellige familieclub. Het feit dat zoveel spelers vanuit de jeugd ook bij de senioren blijven voetballen, laat zien dat de club mensen goed aan zich weet te binden. We hoeven niet zo nodig op de voorgrond en doen geen gekke dingen.”

Dat laatste blijkt ook uit het financiële beleid. Spelers van het eerste elftal worden niet betaald. Sterker nog: ook zij krijgen gewoon een contributiefactuur thuis. Dat maakt het soms lastig om goede spelers vast te houden. “Twee jaar geleden had ik een spits die er voor de winterstop vijftien inschoot. Ik vroeg hem toen al of hij was benaderd voor het volgende seizoen. Dat was nog niet zo, maar twee weken later wel. Toen kon hij bij een andere club wat centen gaan verdienen.”

Toch kiest het merendeel ervoor om bij Kethel Spaland te blijven. De groei van de vereniging helpt daarbij. Sinds de verhuizing in 2017 naar het nieuwe complex op het dak van de Ketheltunnel is de club flink gegroeid. “Met kwantiteit krijg je ook kwaliteit”, stelt Van Loenen. “Dat zie je vooral bij de jongste jeugd, die bijna allemaal op divisieniveau spelen.” De bovenbouw blijft volgens de trainer nog iets achter, al vormt de O23 daarop een duidelijke uitzondering. Die ploeg speelt in een sterke competitie met onder meer VOC, Poortugaal, Spijkenisse en Spartaan’20. “Dat is absoluut goed voor de weerstand van die spelers.”

De verwachtingen rond het eerste elftal zijn daardoor hoog. Toch vindt Van Loenen het lastig om vooraf voorspellingen te doen. De KNVB heeft de derde klasse opnieuw ingedeeld en Kethel Spaland treft een mix van clubs uit Den Haag, het Westland en de Waterwegregio. Met Excelsior’20, HBSS en VDL staan er bovendien enkele mooie derby’s op het programma. Ook BMT, GDA, ODB, KMD, Lyra, Maasdijk en Naaldwijk behoren tot de tegenstanders. Vooral de wedstrijden tegen de Westlandse clubs spreken Van Loenen aan vanwege zijn eigen achtergrond. Eén ding verandert echter niet: Kethel Spaland blijft vooral naar zichzelf kijken. En daarbij begint de toekomst gewoon in de eigen jeugdopleiding.

Leo van den Berg hoopt op nieuwe generatie scheidsrechters

0

Wedstrijdsecretaris, scheidsrechters coördinator, bestuurslid, scheidsrechter en als het nodig is ook nog verantwoordelijk voor de was van de selectie. Wie bij MVV’27 rondloopt, komt Leo van den Berg ongetwijfeld een keer tegen. De 67-jarige vrijwilliger is inmiddels vijftien jaar lid van de Maaslandse vereniging en groeide in die periode uit tot een echt manusje-van-alles.

Van den Berg kwam via zijn zoon bij MVV’27 terecht. Die voetbalde aanvankelijk bij VDL, maar maakte later de overstap naar de Maaslandse club. “Ik werd door de toenmalige wedstrijdsecretaris gevraagd of ik kon helpen. Uiteindelijk heb ik dat stukje overgenomen.”

Zelf voetbalde Van den Berg jarenlang als linksback. Hij groeide op in het Westland en speelde voor Honselersdijk en daarna voor LVSJ, dat later opging in Lyra. Inmiddels houdt hij zich vooral bezig met het mogelijk maken van wedstrijden voor anderen.

Samen met Nico Gordijn en Rob Zwaard vormt Van den Berg het trio scheidsrechters coördinatoren binnen MVV’27. De club had deze structuur onder meer nodig voor het behalen van het ARAG-certificaat. Gordijn houdt zich voornamelijk bezig met het indelen van de scheidsrechters, terwijl Van den Berg een meer overkoepelende rol heeft. Die werkzaamheden sluiten bovendien goed aan bij zijn taken als wedstrijdsecretaris.

Ook zelf trekt hij nog regelmatig het scheidsrechters tenue aan. Van den Berg is gediplomeerd arbiter en fluit inmiddels zo’n vijftien jaar. Daarnaast was hij beoordelaar en begeleidde hij andere scheidsrechters. Daarmee heeft hij vrijwel alle kanten van de arbitrage meegemaakt.

Door complicaties na een niertransplantatie moest hij het fluiten enige tijd laten rusten. Inmiddels is hij weer actief. Zijn voorkeur ligt bij wedstrijden vanaf de O15. “Dat is het gewone voetbal. Niet met intrappen en dribbelen in plaats van ingooien zoals bij de jongere jeugd. Daar ben ik geen voorstander van.”

Over scheidsrechters heeft MVV’27 niet te klagen. De vereniging beschikt over ongeveer dertig vaste arbiters, van wie een groot deel gediplomeerd is. Daarnaast wordt per wedstrijddag één seniorenteam aangewezen dat, indien nodig, scheidsrechters levert voor jeugdwedstrijden.

Toch kijkt de club ook naar de toekomst. Vanaf dit seizoen gaan spelers uit de O17 en O19 wedstrijden van de O11 en O12 fluiten. Daarmee hoopt MVV’27 jongeren enthousiast te maken voor de arbitrage en nieuwe aanwas voor het scheidsrechterskorps te creëren.

Van den Berg ziet ook dat het vak er niet altijd gemakkelijker op wordt. Vooral reacties vanaf de zijlijn kunnen vervelend zijn. “Als een scheidsrechter een foutje maakt, bemoeit het publiek zich er vaak mee en wordt het breed uitgemeten.” MVV’27 probeert agressie op het complex zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij ziet hij ook een verantwoordelijkheid voor ouders en andere toeschouwers. Volgens Van den Berg zouden ouders hun kinderen vooral lekker moeten laten voetballen en eventueel zelf als trainer of leider actief kunnen worden, in plaats van overal commentaar op te leveren.

Dat arbitrage vooral ook leuk kan zijn, weet hij uit ervaring. Als KNVB-scheidsrechter kreeg hij ooit Xerxes tegen FC Boszoom toegewezen. Bij Boszoom speelden destijds verschillende mannen uit de harde kern van Feyenoord en de ploeg had een stevige reputatie. “Mensen zeiden tegen mij: ‘Moet je dat wel doen, Leo?’ Maar bij mij begint ieder team op nul.”

De wedstrijd verliep zonder grote problemen. Alleen een gefrustreerde spits van Boszoom, die verschillende kansen had gemist, schopte een hoekvlag kapot. Van den Berg gaf hem geel. Na afloop meldde de speler zich in de bestuurskamer en bood aan de schade te betalen. “Die jongen heeft betaald en ging weg. Toen vond ik dat die kaart wel van het formulier mocht.”

De manier van fluiten beviel kennelijk. Waar wedstrijden van Boszoom regelmatig werden gestaakt, kreeg hij na afloop de vraag of hij niet vaker wedstrijden van de ploeg wilde fluiten.

Hoe lang hij zelf nog doorgaat, weet Van den Berg niet. Zijn gezondheid zal daarin een belangrijke rol spelen. Zolang het kan, blijft hij echter actief. Tegelijkertijd hoopt hij dat nieuwe scheidsrechters zich bij MVV’27 melden. Want zelfs voor een manusje-van-alles geldt: hoe meer vrijwilligers, hoe beter.