Home Blog Pagina 5

Edward Riedijk (68): Zeven dagen per week in touw voor Excelsior Maassluis

Als je doordeweeks rond acht uur ’s ochtends het sportpark van Excelsior Maassluis oploopt, is de kans groot dat Edward Riedijk er al is. En als je er ’s avonds laat nog rondhangt? Dan waarschijnlijk ook. De 68-jarige verenigingsmanager is al sinds 1980 betrokken bij de Tricolores en is inmiddels niet meer weg te denken uit Sportcomplex Dijkpolder.

Sinds drie jaar draagt hij officieel de titel verenigingsmanager, maar wie Edward een beetje kent, weet dat hij al decennia het manusje-van-alles van de club is. Speler, trainer, coördinator, leider, facilitair aanspreekpunt, hij heeft het allemaal gedaan. Niet voor niets is de geboren Rotterdammer benoemd tot lid van verdienste.

“Het is een fulltime taak, maar geen fulltime betaalde baan,” zegt hij nuchter. “Een deel krijg ik vergoed, maar de rest doe ik vrijwillig. De club is mijn sociale leven. Eigenlijk ben ik er 24 uur per dag mee bezig, zeven dagen per week. En sinds drie jaar ben ik met pensioen, dus ja… dan is dit mijn dagbesteding.”

Van Rotterdam naar Maassluis

Edward werd geboren in Overschie en groeide op in Rotterdam-West. Na zijn huwelijk verhuisde hij naar Rotterdam-Zuid, maar dat bleek geen match. Uiteindelijk streek het gezin neer in Maassluis. Zijn vrouw is inmiddels overleden, maar de club is altijd een constante factor in zijn leven gebleven.

In zijn Rotterdamse jaren voetbalde hij bij Unicum en Groen Wit. Na een korte stop pakte hij het spelletje weer op bij lagere elftallen van Excelsior Maassluis. Toen zijn zoon in 1980 werd geboren, rolde Edward vanzelf het vrijwilligerswerk in. Vanaf 1986 volgden de functies elkaar in rap tempo op: zaalvoetbalcoördinator, leider, trainer, facilitair ondersteuner, en nu dus verenigingsmanager.

Ook in zijn werkzame leven zat het facilitaire in zijn bloed. Eerst bij een bank, later bij een installatiebedrijf. De stap naar een allround rol op het sportpark was dan ook logisch.

Geen dag is hetzelfde

Een gemiddelde werkdag? Die bestaat eigenlijk niet. Edward start rond acht uur ’s ochtends. De schoonmaakploeg aansturen, checken of alles op het complex functioneert, leveranciers ontvangen, monteurs begeleiden, het hoort er allemaal bij. Rond het middaguur eet hij thuis een hapje, maar zijn telefoon blijft rinkelen.

In de namiddag gaan de kleedkamers open voor de trainingsteams en zorgt hij dat de kantine bemand is. “En als er niemand is, sta ik zelf achter de bar,” zegt hij schouderophalend. Gewoon, omdat het moet gebeuren.

Op zaterdag is het topdrukte op Dijkpolder. Zeker bij thuiswedstrijden van het eerste elftal is Edward vrijwel standaard in de commissiekamer te vinden. Mocht er een storing zijn, licht, water, techniek – dan is hij er als eerste bij. Problemen worden bij voorkeur direct opgelost.

Een club met een lange adem

Excelsior Maassluis is, als het om het eerste elftal gaat, soms een echte doorgangsclub. Spelers komen en gaan. Maar wat Edward het mooiste vindt? Dat ze terugkomen. Jaren later. Met hun eigen kinderen.

“Dan hoor ik: ‘Dat is mijn trainer geweest vroeger’, zeggen ze tegen hun zoon of dochter. Dat vind ik geweldig. Daar geniet ik echt van.”

Ook op zondag is hij meestal op het complex. Rustiger dan zaterdag, dat wel. Dan vult hij voorraden aan en regelt hij zaken die zijn blijven liggen. Er zijn trainingen van een voetbalschool, maar de kantine blijft dicht. Structuur moet er zijn.

Wie Edward zo hoort, weet één ding zeker: Excelsior Maassluis mag zich gelukkig prijzen met een verenigingsmanager die niet alleen het complex draaiende houdt, maar vooral het clubgevoel bewaakt. Zeven dagen per week. Zonder morren. Dat is clubliefde in zijn puurste vorm.

Klik op Excelsior Maassluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Excelsior Maassluis voor meer informatie over de club.

Luuk Brand draait regelmatig ‘dubbel programma’ bij SVOD’22

0

OOSTKAPELLE – Het huidige seizoen begon Luuk Brand, net als het vorige overigens, bij de tweede selectie. Personele problemen deden Harro Hazelaar al vroeg besluiten om de middenvelder toe te voegen aan de selectie van het eerste. Sindsdien draait Brand regelmatig een dubbel programma op zaterdag bij zowel het tweede als het eerste.

“Dat is soms wel eens lastig qua planning en ook niet altijd ideaal omdat je al deels hebt gespeeld, dan op de bank zit en later wellicht weer moet invallen. Maar ik ben iemand die de club graag helpt en dan is dit een logisch gevolg als je tussen twee teams inzit.”

Brand is afkomstig van v.v. Domburg maar speelt al sinds zijn vijftiende voor de fusieclub. Daar krijgt hij dit seizoen dus regelmatig speelminuten bij de ambitieuze tweedeklasser. “Ik speel nog niet direct veel in de basis maar heb wel al in flink wat wedstrijden minuten gemaakt. Toch kies ik er zelf ook bewust voor om toch ook bij het tweede te spelen want ik ben uiteraard wel op voetbal gegaan om te spelen en niet om alleen op de bank te zitten en dan in te vallen. Realistisch ben ik overigens ook wel hoor, want de jongens die nu op mijn posities spelen zijn verder in hun ontwikkeling en ook beter.”

Niet alleen de stap van de jeugd naar het tweede bleek wennen voor Brand, maar ook het verschil tussen het tweede elftal en de hoofdmacht is best groot. “Ik train wel volledig met het eerste mee dus de gewenning neemt wel toe al was het in het begin zeker aanpoten. De handelingssnelheid ligt enorm hoog en ook de intensiteit is logischerwijs groter. Ik merk wel dat het me elke training en wedstrijd beter afgaat en dat ik stappen maak.”

Tot de JO19 speelde hij overigens altijd als centrumverdediger, maar sinds hij bij de senioren actief is ziet hij zichzelf altijd terug op het middenveld of als rechtsback. “Bij het eerste is dat het vaakst als middenvelder, wat denk ik ook wel het beste past bij mijn kwaliteiten als speler. In een controlerende rol de balans bewaken, gaten dichtlopen en zorgen voor de restverdediging.”

Zicht op een basisplaats heeft hij voor zijn gevoel nog niet direct, al hoopt hij er stiekem natuurlijk wel op. “Kansen zijn er altijd in een seizoen, het is aan mezelf om die momenten dat ik het kan laten zien ook doe. Je weet dan nooit hoe het loopt. Maar voorlopig geef ik mezelf nog de tijd om me te ontwikkelen. Voor mezelf is het daarom ook goed om dan eerst bij het tweede een deel van de wedstrijd te spelen zodat ik wel spelritme hou en dan daarna aansluit bij het eerste. Op termijn wil ik wel proberen om mezelf in het elftal te spelen want dat lijkt me toch het allermooiste. We hebben een prachtige groep waarbij iedereen goed omgaat met elkaar. Samen willen we streven naar het hoogste haalbare en daarin probeer ik de rol die ik krijg zo goed mogelijk in te vullen.”

Met het tweede elftal staat Brand momenteel bovenaan in de 2e Klasse Reserve, terwijl hij met het eerste nog volop meedoet voor de titel in de 2e Klasse van het zaterdagvoetbal. “Het zou toch helemaal fantastisch zijn om met beide teams te promoveren of misschien de titel te pakken. Niet één maar twee keer op die platte kar klimmen haha. Zover is het nog lang niet maar dat zou voor dit seizoen toch wel het ultieme zijn.”

Klik op SVOD’22 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVOD’22 voor meer informatie over de club.

Sportveiligheid bij CWO vraagt meer dan vrijwilligerswerk

Binnen voetbalvereniging CWO is sportveiligheid uitgegroeid tot een dossier van formaat. Sinds november maakt Kevin Harkema deel uit van het bestuur, met sportveiligheid als expliciete portefeuille. Zijn opdracht is breed: zorgen voor een sportieve en gezellige clubcultuur, maar ook optreden bij wangedrag van spelers, ouders of bezoekers. Normen en waarden vormen daarbij het uitgangspunt.

Harkema ziet dat voetbalbreed incidenten blijven voorkomen. Ongeregeldheden, verbaal geweld en soms ook fysieke escalaties maken volgens hem duidelijk waarom een commissie sportveiligheid noodzakelijk is. Die commissie houdt zich niet alleen bezig met tuchtzaken, maar treedt ook op wanneer er sprake is van wanordelijkheden rondom wedstrijden of op het sportpark. Of het bij CWO vaker voorkomt dan elders is lastig te kwantificeren, maar het speelt wel degelijk.

De commissie bestaat uit vier personen. Harkema draagt als bestuurslid de eindverantwoordelijkheid; drie anderen voeren gesprekken met betrokkenen en pakken casussen op. Bij complexe of gevoelige kwesties sluit hij namens het bestuur aan. Die aanpak is bewust laagdrempelig: bij incidenten wordt altijd eerst het gesprek aangegaan met spelers, trainers of teammanagers. Daarbij wordt gekeken naar oorzaken, verbeterpunten en – indien nodig – sancties. Dat laatste doet de club ook zelfstandig, los van de KNVB.

Een belangrijk en groeiend onderdeel van het takenpakket is vandalisme. Vooral de kunstgrasvelden hebben te lijden onder schade. Barbecues, vuurwerk en het fietsen over de velden, onder meer met fatbikes, zorgen voor aanzienlijke herstelkosten. Hoewel de velden eigendom zijn van de gemeente Vlaardingen, raakt de schade direct de club. CWO onderhoudt daarom korte lijnen met gemeente, politie en handhaving. Er is zelfs een gezamenlijke groepsapp om snel te kunnen schakelen wanneer er iets misgaat, ook buiten de hekken van het sportpark.

De tijdsinvestering is aanzienlijk. Wat ooit in beleidsstukken werd ingeschat op enkele uren per maand, is inmiddels uitgegroeid tot een structurele belasting die tegen een fulltime inzet aan zit. Overleggen met instanties, het afhandelen van incidenten en preventieve maatregelen vergen steeds meer aandacht. Die ontwikkeling legt druk op vrijwilligers, zeker omdat sportveiligheid vaak bovenop andere functies komt.

Harkema zelf is geen oud-speler van CWO. Hij raakte betrokken via een vriendengroep die actief is in het zevende elftal, waar hij aanvankelijk als verzorger fungeerde. Door zijn bestuurlijke taken komt hij daar nauwelijks nog aan toe. Buiten de club werkt hij in de veiligheidsbranche in de haven, waar hij zich bezighoudt met het onderzoeken van veiligheidsincidenten en het opstellen van BHV-beleid. Die professionele achtergrond neemt hij mee naar zijn rol bij CWO.

Preventie krijgt steeds meer nadruk. Bij wedstrijden met een verhoogd risicoprofiel, zoals derby’s, zet de club extra middelen in. Zo was bij een duel tegen Victoria’04 beveiliging aanwezig. Niet vanuit de verwachting dat het mis zou gaan, maar om zichtbaar gastheerschap te tonen en escalatie te voorkomen. De club wil voorkomen dat de bond bestuurlijke maatregelen oplegt, zoals het tijdelijk stilleggen van een elftal na een rapportage van de scheidsrechter.

Volgens Harkema liggen de oorzaken van wangedrag deels in bredere maatschappelijke veranderingen. Hij ervaart dat de betrokkenheid bij clubs afneemt: spelers komen om te voetballen, maar voelen zich minder verantwoordelijk voor de vereniging en haar faciliteiten. Dat gebrek aan clubgevoel werkt respectloos gedrag in de hand, al erkent hij dat dit moeilijk hard te maken is.

Ondertussen zijn er wel individuele terreinverboden opgelegd. Daarnaast investeert CWO in toezicht. Op meerdere velden hangen camera’s van Field Touch, waarmee ongeoorloofd gebruik en vandalisme worden vastgelegd. Eerder plaatste de politie ook tijdelijk een camera bij de parkeerplaats.

Ondanks alles ziet Harkema positieve signalen. Teams worden voorafgaand aan wedstrijden actief benaderd, soms zelfs in de kleedkamer, met een positieve boodschap. Die benadering, gericht op verbinding, moet bijdragen aan wederzijds respect. Het uiteindelijke doel blijft helder: samen toewerken naar een veilig, plezierig en respectvol voetbalseizoen in Vlaardingen.

Klik op sv CWO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv CWO voor meer informatie over de club.

Kinderkracht Hulverlening goud waard voor Zeelandia Middelburg

MIDDELBURG – Als speler is Niels Luteijn (32) al vele jaren succesvol met en van waarde voor zijn club Zeelandia Middelburg. Maar het blijft voor de aanvoerder niet bij twee avonden trainen en wedstrijden spelen voor de ambitieuze derdeklasser. Met zijn bedrijf Kinderkracht Hulpverlening biedt hij op de club dagbesteding aan jongeren met een beperking én is hij al jarenlang de drijvende kracht achter het G-voetbal bij de club.

“Momenteel bieden we drie dagen per week dagbestedingsactiviteiten aan, maar vanaf eind maart wordt dat dagelijks van maandag tot en met vrijdag. In totaal zijn er dan per dag zo’n zes á zeven op de club aan het werk. De werkzaamheden zijn afwisselend. Zo wassen we de trainingshesjes, maken we het complex en clubgebouw schoon, vullen we de koelkasten aan, maken we verse soep, fruitsalades en doen we het groenonderhoud. De gasten die hier werken zijn écht een onderdeel van de club en voelen zich enorm verantwoordelijk en verbonden met Zeelandia Middelburg. Deze samenwerking is voor zowel de jongeren, mijzelf en de club een win-win-win situatie op deze manier. Dat we van drie naar vijf dagen gaan zegt alles over hoe iedereen de samenwerking ervaart.”

Arbeidsgerichte dagbesteding, zo kunnen de werkzaamheden volgens de Luteijn die de jongeren uitvoeren het beste worden omschreven. “Eén van de gasten staat ook op zaterdag in de kiosk tijdens de wedstrijden, Hij helpt daar dan mee met de verkoop van koffie, thee en soep. Prachtig om te zien hoe hij ervan geniet en hoe de mensen het waarderen. Dat is schitterend om te zien en het zegt voor mij veel over hoe groot de maatschappelijke betrokkenheid van Zeelandia Middelburg is.”

Naast zijn werk als hulpverlener is de aanvoerder van het eerste elftal ook al jarenlang actief als trainer bij de G-voetballers van de club, een groep die door de jaren heel enorm is gegroeid. “Als ze er allemaal zijn dan hebben we zo’n vijftig spelers en speelsters op het veld staan. Een flink aantal. Gelukkig heb ik inmiddels een groep van zo’n tien trainers die allemaal paraat staan als het moet. Een mooi en leuk gezelschap met passie en bevlogenheid, heerlijk om mee te werken. Ondanks dat ik gemiddeld met trainen, training geven en mijn bedrijf in totaal zo’n vijftig uur op de club aanwezig ben voelt het totaal niet als werk. Het is mijn passie en de vriendschap, ontwikkeling én de liefde die je terugkrijgt van de jongeren maken elke dag opnieuw tot een feestje.”

PGB-begeleiding deed Luteijn al flink wat jaren, maar om er écht als onderneming in te springen dat ontstond een jaar of twee geleden. “Ik was met mijn vriendin op wereldreis en toen ontstond het idee. Dat heb ik toen uitgewerkt en ik ben enorm dankbaar dat de club, waar ik zelf ook al mijn hele leven als voetballer actief ben, me deze kansen heeft geboden. De support vanuit de club is groot en maakt het tot een succes. Met een pilot eerst één dag begonnen en straks zijn we hier alle weekdagen actief.”

En in het weekend staat hij ter ontspanning heerlijk zelf op het veld en probeert hij met Zeelandia Middelburg hun doel te bereiken. “We willen graag promoveren naar de tweede klasse. Dat wordt door een paar ‘slippertjes’ een ferme opgave. Toch gaan we er vol voor. Qua werk met Kinderkracht Hulpverlening en het G-voetbal gaat het crescendo tot nu toe. Hopelijk lukt het ook met het eerste elftal, het zou voor mij dit kalenderjaar nog wat extra glans geven.”

Klik op Zeelandia Middelburg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Zeelandia Middelburg voor meer informatie over de club.

Altijd paraat voor MSV’71: Diana en Jeroen van Dun als stille krachten achter de club

Al bijna 25 jaar zijn Diana (58) en Jeroen (67) van Dun onlosmakelijk verbonden met MSV’71. Wat begon met drie voetballende zoons groeide uit tot een vrijwilligersrol die inmiddels een vast onderdeel van hun week is geworden. Zelf hebben ze nooit actief aan sport gedaan, maar via hun kinderen vonden ze hun plek binnen de club uit Maassluis.

Beiden zijn geboren en getogen in Maassluis. Jeroen werkte tot zijn pensioen in de verzekeringswereld bij AON. Diana werkt niet omdat zij te maken kreeg met fibromyalgie. Ze zijn al 40 jaar een stel en 37 jaar getrouwd.  Sport speelde in hun eigen jeugd geen rol. Jeroen groeide op in een gezin met tien kinderen. “Daar was geen geld voor sport,” vertelt hij nuchter. Toch stond hij in 1999 langs het veld toen hun oudste zoon begon met voetballen bij MSV’71. Niet veel later gaf hij zelf training aan diens team.

Voetbalervaring had hij niet, maar energie en enthousiasme des te meer. Via interne cursussen en oefenstof van internet leerde hij het vak in de praktijk. Rondo’s, partijtjes en vooral plezier stonden centraal. “Het belangrijkste was dat de kinderen werden vermaakt,” zegt Jeroen. Een club als MSV’71 kan het zich niet permitteren om voor elk team een betaalde trainer neer te zetten, dus vrijwilligers zijn onmisbaar. Als trainer van de F’jes beleefde hij een hoogtepunt met het winnen van de KNVB-beker. Dat betekende wedstrijden door het hele land, van Den Haag tot Lisse en Simonshaven.

Alle drie hun zoons waren keeper bij MSV’71. Inmiddels speelt alleen de middelste nog, in een vriendenteam bij MVV’27 in Maasland. De andere twee wonen nog in Maassluis; de jongste heeft onlangs een huis gekocht en gaat naar verwachting volgend jaar het ouderlijk huis verlaten. Ondertussen zijn Diana en Jeroen ook opa en oma geworden en passen ze geregeld op hun acht maanden oude kleinzoon.

Diana raakte later actief betrokken bij de club. Toen de jongste ging voetballen, kreeg zij meer ruimte om vrijwilligerswerk te doen. Ze organiseerde jarenlang de jeugdkampen en bedacht daarbij de spellen. Ook beheert ze de sleutels van het complex, herstelt ze kleding en springt ze bij achter de bar als dat nodig is. Sinds 2016 verzorgt ze de planning van de kleedkamers en velden. In 2020 werd ze wedstrijdsecretaris, een functie waarbij ook nieuwe inschrijvingen, het aanmelden van teams en het verplaatsen van wedstrijden horen. Eigenlijk is het teveel om op te noemen.

Jeroen stopte uiteindelijk als trainer, maar bleef actief. Hij verzorgt het onderhoud en de groenvoorziening op het complex, geeft en neemt op zaterdag trainingsmaterialen uit in de commissiekamer en was in het verleden grensrechter bij het eerste elftal en scheidsrechter bij jeugdwedstrijden. Tijdens het gesprek blijkt hoe vanzelfsprekend hun rol is: regelmatig worden ze aangesproken met vragen of gevraagd even bij te springen voor koffie of chocomel.

Samen maken ze de kantine schoon. Wat ooit een taak van Diana met anderen was, doen ze sinds Jeroens pensioen samen. In totaal besteden ze naar eigen inschatting twintig tot vijfentwintig uur per week aan de club. Ze zien het niet als verplichting, maar als ontspanning. Zelfs het schoonmaken beschouwen ze als een sport.

Tegelijkertijd zien ze dat het vrijwilligersklimaat verandert. “We betalen toch contributie? Dus moet alles gewoon gedaan worden,” hoort Diana regelmatig van ouders. Alleen tijdens de megaweek van MSV’71 melden zich massaal vrijwilligers. “Dat is leuk,” zegt Jeroen. Ondanks die ontwikkeling blijven zij zich inzetten. MSV’71 is volgens hen een gezellige club, met korte lijnen en zonder druk.

Dyllan Davidse ziet teveel wisselvalligheid bij derdeklasser RCS

0

OOST-SOUBURG – In de rechterrij van de 3e Klasse J, het is de positie waar RCS zich al het gehele seizoen tot nu toe bevindt. Het is volgens aanvoerder Dyllan Davidse niet de plek waar ze thuishoren, maar door wisselvalligheid in het spel de bittere realiteit. ‘We moeten er mee dealen en zorgen dat we uiteindelijk de weg omhoog gaan inzetten.’

Half oktober pakte RCS pas hun eerste punt in de competitie na een beroerde start. De eerste overwinning volgde pas op 22 november tegen WIK’57. Uiteindelijk wisten de Souburgers nog een aantal overwinningen en gelijke spelen te boeken, maar de centrale middenvelder is allerminst tevreden met de prestaties.

“Nee, het is niet waar we vooraf aan het seizoen op hadden gerekend. Het is echter over de gehele lijn ondermaats en veel te wisselvallig. Het is lastig te duiden waaraan het ligt dat we onszelf in deze situatie hebben gebracht. Teveel mindere fases en niet goed genoeg gespeeld in wedstrijden waar we kansen hadden op winst. Ondanks dat we een paar uitschieters hadden hikken we te vaak tegen een gemis aan doelpunten aan. Niet iedereen haalt zijn normale niveau en dan loop je achter de feiten aan.”

Davidse zag dat hij en zijn ploeggenoten tegen onder meer Dauwendaele en FC Axel een zekere overwinning uit handen gaven. “Kostbare punten die je niet pakt. Het is in deze klasse noodzakelijk om toch je punten te pakken want het zit dicht bij elkaar qua niveau bij verschillende teams. Normaal zijn wij een ploeg die zeker in de linkerrij thuishoort, maar dan moet je kansen die je krijgt wel verzilveren en dat hebben we te weinig gedaan.”

Het doel van RCS was volgens de captain helder. “Bovenin meedoen en minstens een periode pakken. Ik vind ook dat wij het als ploeg verplicht zijn met onze kwaliteiten dat we daarvoor moeten gaan, elk seizoen opnieuw. De trainer twijfelde in het begin van dit seizoen om door te gaan, maar nu heeft hij voor twee jaar verlengd. Een goede zaak, want daar ligt het niet aan. We moeten zelf als spelers in de spiegel kijken en zorgen dat we die wisselvalligheid uit ons spel krijgen. We hebben de kwaliteiten dus ik ben er van overtuigd dat we sowieso boven de streep zullen eindigen.”

Sinds zijn zesde speelt hij voor de Souburgers, met een uitstap van vier jaar bij JVOZ. Uiteindelijk keerde hij terug maar kreeg hij te maken met fysiek ongemak. “Dat was een klotetijd. Ik had een schouder die steeds uit de kom ging, ben meerdere keren geopereerd . Het koste me uiteindelijk ruim drie jaar, maar gelukkig ben ik weer helemaal fit en dat voelt geweldig. Net zoals ik het een eer vind om aanvoerder te zijn bij afwezigheid van onze vaste captain Vjeko Krezo. Die is gelukkig na een lange knieblessure op de weg terug en dat is voor ons heel belangrijk. Dan sta ik die band weer af, maar tot die tijd draag ik hem zeker elke wedstrijd met trots.”

In het restant van het seizoen gaan Davidse en RCS elke week vol overtuiging voor de punten en de aanvoerder voelt dat er persoonlijk nog veel meer inzit. “Ik zit nog niet op mijn oude niveau en speel daardoor nu nog in een controlerende rol op het middenveld. Qua conditie en fitheid kan ik nog wel wat procenten groeien. Ik hou van de duels waar op het middenveld ook mijn kracht ligt. Ik moet echter nog fitter worden en nog meer zorgen dat ik van extra waarde kan zijn voor de ploeg. We kunnen en moeten allemaal nog beter, daar is iedereen hier zich vol van bewust en dan gaan we echt nog wel plekken klimmen, zonder twijfel!”

Klik op RCS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RCS voor meer informatie over de club.

DVO’32 verbindt sport en samenleving: van Westwijk tot Oekraïne

Wat begon als een voorzichtige samenwerking is in drie jaar tijd uitgegroeid tot een krachtig maatschappelijk project bij DVO’32. De club werkt sinds drie jaar samen met de Laureus Foundation, een internationale organisatie met zo’n 150 vestigingen in Nederland, die sport inzet als middel om jongeren te bereiken die anders nauwelijks aan sport toekomen. Binnen dit traject speelt ook Alleen Jij Bepaalt wie je bent (AJB) een belangrijke rol.

Volgens voorzitter Kees Zegers was het eerste jaar zoeken. De samenwerking was toen nog vooral administratief ingericht en leverde slechts zes à zeven kinderen op die bij DVO’32 kwamen sporten. Dat veranderde ingrijpend toen Laureus besloot om niet langer uitsluitend via e-mail te werken, maar letterlijk de scholen in te gaan. Met name het Vos College en het Lentiz College werden actief benaderd. Dat had direct effect: inmiddels lopen er zo’n veertig jongeren bij DVO’32 rond via AJB, verdeeld over tweedejaarsleerlingen en brugklassers.

De kern van het project is eenvoudig maar krachtig. Jongeren die om uiteenlopende redenen niet vanzelfsprekend bij een sportvereniging terechtkomen, krijgen via school de kans om te sporten. Bij DVO’32 betekent dat voetballen, in een veilige en gestructureerde omgeving. Doorstroming naar de club is het uiteindelijke doel, al zijn er ook kinderen die al bij andere verenigingen spelen. Een belangrijk sociaal aspect is dat contributie geen belemmering vormt: als ouders niet kunnen betalen en het Jeugdsportfonds geen optie is, neemt Laureus die kosten op zich. Voor DVO’32 betekent dat duidelijkheid en geen financiële rompslomp; de club zorgt voor trainers en faciliteiten.

Een bijzonder resultaat van deze samenwerking is het ontstaan van een eigen Onder 15-team, voortgekomen uit AJB. Van alle 150 vestigingen van Laureus is DVO’32 de enige club waar dit is gelukt. Het team bestaat uit achttien spelers, vrijwel allemaal afkomstig van het Vos College. Ze begonnen in de vierde klasse, maar spelen inmiddels al in de tweede klasse. De begeleiding is opvallend sterk: hun trainer is tevens docent op school en weet daardoor precies hoe zij deze groep moet benaderen. Haar eigen voetbalervaring bij SEP helpt daarbij zichtbaar. De discipline en motivatie van het team vallen op; trainingsdagen en wedstrijddagen beginnen vaak uren eerder dan nodig, simpelweg omdat de jongens zo graag op de club zijn.

De ambities reiken verder. De Laureus Foundation wil het project uitbreiden naar het basisonderwijs, juist in wijken waar sportdeelname onder druk staat, zoals de Westwijk. DVO’32 ziet daar kansen, zeker nu de wijk wordt gerenoveerd en het voormalige Unilever-terrein wordt herontwikkeld. Als enige voetbalclub in de wijk voelt DVO’32 zich verantwoordelijk om ook daar kinderen een plek te bieden. Presteren is mooi, maar plezier en ontwikkeling staan voorop, benadrukt Zegers.

Die maatschappelijke rol zie je ook terug in andere initiatieven. Zo spelen er bij DVO’32 twee Oekraïense seniorenteams. Eén team komt uit de tijdelijke woonwijk Mrija, het andere uit Den Haag en bestaat uit vrienden van hen. Ondanks de administratieve uitdagingen rond internationale overschrijvingen bij de KNVB, wist één team vorig seizoen direct kampioen te worden en doet het nu, twee klassen hoger, opnieuw mee om de bovenste plaatsen. Hun fanatisme verraadt soms hun achtergrond uit een oorlogsgebied, maar juist voetbal biedt hen structuur en verbinding. Het team uit Mrija wordt gesonsord door Heijmans en Dura Vermeer, de bouwers van de wijk.

Tot slot reikt de impact zelfs buiten Nederland. Via de Stichting Sputnik wordt kleding ingezameld voor Oekraïne. Met een glimlach constateert men bij DVO’32 dat inmiddels “half Oekraïne” rondloopt in kleding van de club. Een mooier bewijs van de maatschappelijke kracht van een voetbalvereniging is nauwelijks denkbaar.

Klik op vv DVO’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv DVO’32 voor meer informatie over de club.

Het voetbalplezier heeft Finn Joosse weer hervonden bij Nieuwland

0

NIEUW EN SINT-JOOSLAND – Hij begon op zijn zevende met voetballen bij Nieuwland en bleef tot zijn achttiende actief. Toen stopte Finn Joosse (21) en ging andere dingen doen. Vorig jaar begon het voetbalvirus weer te kriebelen en sinds deze zomer is hij aangesloten bij de eerste selectie. ‘Een basisplek heb ik nog niet, maar mijn voetbalplezier weer wel hervonden.’

“Ik ben drie jaar geleden mede gestopt omdat het elftal waarin ik speelde uiteen viel. Daarbij ging ik studeren in Utrecht wat ook niet ideaal was met trainen bij Nieuwland en voetballen in het weekend. Ik koos ervoor om toen wat meer te gaan padellen. Dat was leuk, maar toen ik vorig jaar met wat vrienden op het veld een balletje ging trappen merkte ik dat ik het voetbal toch stiekem we miste. Ik heb toen gevraagd of ik weer kon aansluiten en gelukkig heb ik die kans gekregen.”

Joosse woont als zijn hele leven in Middelburg maar toch speelde hij altijd alleen voor de zaterdagvierdeklasser. “Raphael Zerbib die nu bij Kloetinge speelt die voetbalde ook bij Nieuwland en via hem ben ik er toen ook terechtgekomen. Dat is me altijd goed bevallen en zag nooit reden om bij een club in Middelburg te gaan spelen. Ook toen ik deze zomer weer wilde gaan voetballen stond voor mij vast dat het alleen Nieuwland zou worden. Ik ken er iedereen en de sfeer die er heerst vind ik erg prettig. Daar voel ik me thuis en het was dan ook net alsof ik nooit was weggeweest.”

Hoewel hij nog altijd in Utrecht studeert, combineert hij het met passen en meten nu wel met trainen bij zijn club. “Op maandag train ik geregeld mee met de JO19 en in het weekend speel ik daar waar het nodig is. Het tweede heeft vaak te weinig spelers en dan doe ik daar eerst mee. Daarna sluit ik geregeld aan bij het eerste elftal. Het is voor mij prima nu, zo kan ik wennen ook aan het seniorenvoetbal. Ik ben in de jeugd gestopt en nu in de senioren weer erbij gekomen. Dat is toch wel wennen, fysiek en handelingssnelheid zijn toch hoger. Maar het went gelukkig wel snel.”

Het doel voor Joosse is om dit seizoen weer te wennen en vooral om zoveel mogelijk speelminuten te maken. “Maar het belangrijkste is toch om het plezier te houden in het voetbal. Dat was ik kwijtgeraakt en ik merk dat ik het spelletje wel heb gemist. Nu ligt de focus ook nog op de studie en dan is voetbal toch een fijne uitlaatklep. Waar ik nu voetbal is van minder belang. Uiteindelijk wil ik gaan voor een basisplek in het eerste, dat is het doel voor mij wel. Op dit moment help ik daar waar het nodig is, bij het tweede of het eerste maakt me niet uit.”

De Middelburger voetbalt doorgaans als centrale middenvelder, maar kan ook op de flanken uit de voeten. “Ik geef altijd het maximale met veel inzet en probeer dat wel te combineren met voetballend vermogen. Mijn debuut in de senioren tegen GPC, die we wonnen, smaakte wel naar meer en inmiddels heb ik wel geregeld minuten mogen maken. Het laat me zien dat ik zeker meekan op dit niveau. Ik ben nog wel geduldig en probeer de kansen die ik krijg te grijpen. De voetballoze periode is goed geweest om te beseffen dat ik heel graag voetbal. Dat plezier wat ik nu weer ervaar daar geniet ik optimaal van.”

Klik op Nieuwland voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Nieuwland voor meer informatie over de club.

De vier Musketiers brengen VDL naar hoger plan

Vier nieuwe Musketiers, jonge talenten, maken dit seizoen een sterke entree bij VDL. Mannen met ambities op maatschappelijk en sportief vlak. Vastgoed-student Jochem Gregorowitsch (20), HALO-student Tijn Noordzij (19), fysiotherapie-student Sven Arends (23) en ergotherapeut-student Yari van Dijk tillen het niveau op alle fronten omhoog. Tijd voor een interview.

Wat was je motivatie om de stap naar VDL te maken?

Jochem: ,,Ik kom van Excelsior Maassluis, maar het voelt als thuiskomen omdat ik hier ooit ben begonnen met voetballen. Daarnaast had ik nog altijd de ambitie om in een eerste elftal te spelen en mezelf op dat niveau te laten zien. Die kans kreeg ik hier.’’

Tijn: ,,Ik koos voor de gastvrijheid en  passie hier. Ik kwam vroeger als tegenstander hier soms. Dat waren  lastige wedstrijdjes. Toen ik hoorde dat mijn vrienden bij VDL 1 gingen voetballen bracht dit mij op het denken. Toen ik een paar keer ging kijken, voelde ik de passie op de club.’’

Sven: ,,Vrienden van mij speelden in VDL 2 en  vroegen of bij hen wilden komen. Dat was in het begin mijn motivatie om de overstap te maken. Al gauw werd ik vanzelf meegenomen richting het 1e elftal, terwijl het nooit mijn intentie was.’’

Yari: ,,Voor mij was de trainer, Jim van der Jagt, de reden om naar VDL te komen. Onder hem speelde ik eerder al bij Lyra.’’

Hoe hebben jullie tot dusver de overstap en de club ervaren ?

Jochem: ,,Heel positief. Ik werd goed opgevangen door de groep en het voelt als een hechte selectie. Ik kende ook al veel gasten waardoor de aanpassing makkelijk was.’’

Tijn: ,,De switch ging fantastisch. Alles werd voor mij geregeld en de manier waarop ik werd ontvangen was top. Dan popel je om VDL omhoog te helpen. Alleen zijn hier en daar nog wat verbeterpunten voor mij zelf, omdat ik door twee flinke blessures nog niet alles van mijzelf heb kunnen laten zien. ‘’

Sven: ,,De sfeer is hier top en ook de gezelligheid op en rondom de club vind ik prachtig. In het eerste elftal zelf ben ik met open armen ontvangen, dat helpt geweldig.

Yari: ,, Ik heb het vanaf het begin enorm naar mijn zin hier.’’

Op welke positie kom je het beste tot je recht?

Jochem: ,,Ik speel meestal rechtsbuiten. Daar kom ik het beste tot mijn recht, omdat ik mijn inzicht in het spel goed kan gebruiken en mijn acties kan maken. Ik word ook wel eens als linksback gebruikt. Een totaal andere rol, maar gelukkig  weet ik hier ook uit de voeten te komen.’’

Tijn: ,,Ik zei altijd dat ik het best uit de verf kwam als 6 of 8, maar hier kijk ik nu anders naar. Dit komt door het volwassen voetbal. Ik vind namelijk dat je op 6 een beuker nodig hebt, die ook nog de bal kan verplaatsen. Daarom zie ik mij nu meer als een 8 of 10, meer creativiteit.’’

Sven: ,, In de spits positie ben ik op mijn best. Dat is ook mijn vaste positie geworden.’’

Yari: ,,Wat denk jij, onder de lat, hé….’’

Wat doe je naast het voetballen in je leven?

Jochem: ,,Ik studeer Vastgoedkunde en ik zit nu in mijn laatste jaar. Buiten mijn studie en het voetbal ben ik ook vaak in de sportschool om fysiek sterker te worden.’’

Tijn: ,, Ik doe de HALO (studie naar sportleraar). Dit doe ik in Den Haag, waarin ik nu in het 2e jaar zit.’’

Sven: ,,Ik zit iin mijn afstudeerjaar van fysiotherapie aan de Hogeschool Rotterdam.’’

Yari: ,,Ik zit in het tweede jaar van mijn studie voor ergotherapeut.’’

 

Welke speler in de selectie zorgt voor de meeste sfeer?

Jochem: De grootste sfeermaker in de selectie is voor mij Kees ketting. Hij zorgt altijd voor plezier in de kleedkamer en houdt de sfeer goed, wat belangrijk is binnen een team.

Tijn: ,,De speler die de meeste sfeer voor mij in de selectie brengt is toch wel stiekem Mark. Hij kan heel stil zijn, maar als hij eenmaal begint dan is er een leuke grappige sfeer.

Sven: ,, Ik vind niet specifiek dat 1 persoon zorgt voor de sfeer en gezelligheid maar juist hoe iedereen met elkaar omgaat maakt het zo leuk. Dus ik zou niet 1 persoon aan kunnen wijzen.

Yari: ,, Yari: ,,Voor mij is dat Dani Groen.’’

 

Welke speler in de selectie zie je als een groot voorbeeld?

Jochem: ,,Voor mij is da Melvin Louwen. Ondanks dat hij bij de oudere spelers hoort, heeft hij nog steeds de grootste werklust van iedereen. Daar kan iedere jonge speler wat van leren.’’

Tijn: ,, Mijn voorbeeld Fred van Maaswaal. Een routinier ook, maar altijd een stapje verder dan zijn tegenstander. Hij weet wanneer hij het duel hard in moet en ook wanneer hij een vrije trap verdient in een duel. Hiervan kan ik als speler veel leren.’’

Sven: ,,Voor mij is Kees Ketting hét voorbeeld. Omdat ik de opvolger kan zijn op zijn positie als hij ermee stopt.’’

Yari: ,,Ik zie Marco Scheick als voorbeeld omdat die als keeper met zijn ervaring en kwaliteiten mij veel kan leren.’’

Op welke positie eindigt VDL 1 dit seizoen?

Jochem: ,,Een realistische prestatie dit seizoen is het kampioenschap. We hebben genoeg kwaliteit in de selectie en als we als team hard blijven werken en constant presteren, moet dat het doel zijn.’’

Tijn: ,,VDL móet op plek 1 eindigen met de kwaliteiten die wij hebben als jonge ploeg. Alleen merk ik dat wij geen fysieke ploeg zijn. Wij kunnen beter voetballen dan duels aangaan. Daarom moeten we snel naar de derde klasse, in de vierde klasse is te veel vechtvoetbal.’’

Sven: ,,Ik ben er van overtuigd dat wij met VDL op de eerste plek kunnen kunnen eindigen. Als je ziet hoe we als team groeien van wedstrijd naar wedstrijd denk ik dat we alleen maar sterker worden.’’

Yari: ,,Natuurlijk, we zijn in de eerste seizoenshelft bovenaan geëindigd en ik zie dit in de tweede helft van het seizoen ook gebeuren.’’

Klik op VDL Maassluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VDL Maassluis voor meer informatie over de club.

 

Roel van der Hoeven: Vrijwilliger met humor bij cultclub CION

Wie bij CION de kantine binnenloopt, ziet direct waar de club voor staat. Aan de muur hangt een bord met de tekst: “No one likes us, but we don’t care!”, een uitspraak van de beruchte fans van Millwall FC. Het typeert de Vlaardingse vereniging. CION is al jaren een buitenbeentje in het amateurvoetbal: lange tijd zonder jeugdteams, maar met een eerste elftal dat structureel meedraait in de tweede klasse. Een volksclub met een uitgesproken cultuur.

Een van de drijvende krachten achter die identiteit is Roel van der Hoeven (50). Hij houdt zich bezig met communicatie, sociale media en facilitaire techniek zoals tv’s en internet. Met zijn marketingachtergrond was hij er vroeg bij toen sociale media hun intrede deden binnen de vereniging.

“Toen sociale media opkwam ging men bij de club kijken wie daar handig in waren en ik was één van de mensen die dat was,” vertelt Van der Hoeven. Inmiddels beschikt CION over één van de grootste mediaplatforms van de regioclubs. Dat sluit naadloos aan bij het imago van de club. “CION is altijd een soort cultclub geweest. Er hangt in de kantine een bord: ‘No one likes us, but we dont care!’, daar ben ik één van de sponsors van geweest. We hebben altijd, terecht of onterecht, een slechte reputatie gehad als een ruwe volksclub waar het drinken meer op de eerste plaats kwam dan het voetbal. Bij CION is de gezelligheid gewoon heel erg belangrijk.”

Volgens Van der Hoeven is die cultuur bepalend voor wie er slaagt op de club. “Dat hebben we in het verleden gezien met spelers en trainers die hier zijn gekomen. Er hangt hier een bepaalde cultuur en er moet wel een klik zijn.” CION is misschien niet de grootste vereniging, maar dankzij de cultstatus wel aantrekkelijk voor spelers uit de regio. Humor speelt daarbij een belangrijke rol. Op de sociale media-kanalen is die toon duidelijk zichtbaar. “Als je de social media bekijkt, daar zit veel humor in.”

Zijn eigen voetbalverleden begon bij Fortuna Vlaardingen in de F-jes, maar een grote carrière zat er niet in. “Ik kan geen bal raken, maar ik ben gek op het spelletje,” zegt hij met zelfspot. In 1999 kwam hij via zijn neefjes bij CION terecht. Met een vriendengroep werd een vriendenelftal opgericht, waarin hij fungeerde als speler-coach. “Soms deed ik mezelf nog inzetten als ‘rechtsbekaf’ of ‘linksbuitenadem’.” Het tekent de sfeer waarin fanatisme en relativering samengaan.

Hoewel hij jarenlang fanatiek supporter is van Feyenoord, Roel had 28 jaar een seizoenkaart en bezocht wedstrijden in binnen en buiteland, bleef CION altijd trekken. Toen het clubgebouw afbrandde en er portocabins werden geplaatst, keerde hij terug in een actieve rol. “Vanaf het moment dat ik hoorde dat er portocabins kwamen nadat het clubgebouw is afgebrand ben ik weer naar de club gekomen en sindsdien doe ik weer van alles voor de club.” Inclusief bardiensten op woensdagavond.

Zoals bij veel amateurverenigingen is het vinden van vrijwilligers een structureel vraagstuk. “Het is voor CION lastig om vrijwilligers te krijgen.” Met de terugkeer van twee JO10-teams groeit de club weer voorzichtig, maar de bezetting achter de bar blijft een punt van zorg. “Het is nog niet voorgekomen dat de bar niet open ging, maar degene die nu vaak achter de bar staat gaat ermee stoppen. Die zit hier drie a vier dagen in de week.”

Toch heeft CION aantrekkingskracht. Spelers en trainers keren graag terug naar de club. Van der Hoeven wil ook een hardnekkig misverstand over de verhouding met Deltasport wegnemen. “Er zijn altijd mensen die elkaar niet mogen. Verder kunnen wij het over het algemeen heel goed met elkaar vinden. De fusie is niet doorgegaan omdat bij Deltasport mensen het idee hadden dat ze zouden worden opgeslokt door CION en hun identiteit zouden verliezen. Dat begrijp ik volkomen.”

De cultclub van Vlaardingen blijft bouwen, met humor, met ambitie en bovenal met vrijwilligers die de ziel van de vereniging bewaken.

Klik op CION Vlaardingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op CION Vlaardingen voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.