Home Blog Pagina 5

‘Ik heb de kleedkamer toch wel een beetje gemist’

0

Na vier jaar niet actief te zijn geweest als trainer, staat Rick Buitenhuis sinds dit seizoen bij het tweede elftal van DVV’09 weer op het veld. En dat is iets waar de inwoner van Stellendam maar wat blij mee is. “Die gasten proberen wat bij te leren blijft toch het mooiste wat er is.”

De eerste weken bij de club uit Dirksland bevallen de voormalig jeugdtrainer van Nieuwenhoorn en Spartaan’20 dan ook uitstekend. “Het is lekker om na vier jaar weer op het veld te staan. En ook de kleedkamer heb ik toch wel een beetje gemist.” Toch was het een bewuste keuze, om na jaren als trainer, even een stapje terug te doen, vertelt de 33-jarige Buitenhuis. “Dat was met name vanwege de geboorte van mijn dochter en onze verhuizing naar Stellendam.”

Ballenbak

Dat inmiddels volledig achter de rug, en alles op de rit, zag Buitenhuis in december van afgelopen jaar een vacature van DVV’09 voorbijkomen. “Ze waren op zoek naar een trainer voor het tweede elftal. En ik wilde eigenlijk wel weer graag een team gaan trainen.” Eén plus één, was voor de oefenmeester dan ook snel twee. “Het voelde meteen goed. De club is op de goede weg, heeft ambities en wil graag de link leggen met de jeugd. In samenwerking ook met de O23. Dat sprak me aan!” Het doel is wat dat betreft dan ook simpel: “Zorgen voor meer doorstroming vanuit de jeugd naar de senioren.” Een uitdaging waar het voetbalhart van Buitenhuis sneller van ging kloppen. “De afgelopen jaren waren mijn zaterdagen toch wel leeg. Zat ik vooral in de ballenbak. Na een tijdje ga je toch die wedstrijdspanning en het voetbalgevoel missen.”

In zijn geval nu voor het eerst, bij de senioren. “Dat is eigenlijk puur toeval. Ik was er niet naar op zoek, maar het kwam gewoon op mijn pad.” Wat is het grootste verschil met het zijn van jeugdtrainer? “Je hoeft minder op de discipline te zitten en bent nog meer bezig met het tactische aspect en goede trainingen geven. En je hebt minder contact met ouders.” Iets wat hij bij Nieuwenhoorn en Spartaan’20, als vanzelfsprekend wel had. “Bij Nieuwenhoorn ben ik trainer geweest van de O13-1, O15-1 en O17-1. Toen speelden we op hoofdklasse- en divisieniveau. Daarna heb ik mijn VC2-diploma (UEFA C) gehaald en werd ik trainer bij Spartaan’20.” Begonnen als assistent, deed Buitenhuis ook daar de nodige ervaring op. “Die club staat niet voor niks bekend als talentenfabriek. Ik ben daar trainer geweest van verschillende selectieteams, met als hoogtepunt een vierde plaats met de O13-1 op Eredivisieniveau.”

Naar het eerste

Toch is ook DVV’09, allesbehalve een onbekende vereniging, voor Buitenhuis. “Mijn schoonvader, Dave van der Stel, is hier jeugdvoorzitter geweest en loopt nu rond bij de dames. Daarnaast heb ik in de afgelopen jaren flink wat derby’s gekeken.” Zijn liefde voor het trainersvak, begon dan ook al op jonge leeftijd. “Op mijn zeventiende was ik al trainer van een pupillenteam. En dat trok me zo erg, dat ik erin door ben gegaan.” Mede vanwege de begeleidende rol, en zijn interesse in tactiek. “Spelers beter maken, zien ontwikkelen en in hun kracht laten komen, is het leukste wat er is.” Hoe zou hij zichzelf als trainer omschrijven? “Een peoplemanager die graag onderdeel is van de groep en er niet te veel boven wil staan. Iemand die de neuzen dezelfde kant op probeert te krijgen. Verder houd ik van aanvallend voetbal, met een hoge intensiteit en veel gedrevenheid.”

Alles, om bij DVV’09 uiteindelijk zoveel mogelijk spelers naar het eerste te krijgen. “Dat is wel het doel. Ik hoop dat dit seizoen een handjevol jongens, hun debuut kunnen maken.” Al blijft dat natuurlijk altijd een dubbel gevoel. “Tuurlijk is het moeilijk als je beste spelers weggaan, maar daar moeten we ons naar schikken. Het biedt ook weer kansen voor andere jongens.” Ook tijdens trainingen. “Ik ben als trainer fan van de KNVB-school. Dus wedstrijdgericht, en veel intensiteit.” Een werkwijze die Buitenhuis de komende jaren, graag wil blijven ontwikkelen. “Ik ben nu bezig met mijn VC3 (UEFA B) en wil in de toekomst uiteindelijk ook mijn VC4 (UEFA A) gaan doen.”

Aan ambities, dan ook geen gebrek. “Over één of twee jaar, zou ik graag ergens een eerste elftal willen trainen. In de tweede of derde klasse. Al moet die kans dan natuurlijk ook wel voorbijkomen.” Tot die tijd, probeert hij zich in zoveel mogelijk trainers te verdiepen en ook daar, het nodige van op te steken. “Arne Slot is voor mij echt een inspiratie, vooral door de manier waarop hij zijn teams laat spelen. Maar ook Dick Schreuder vind ik interessant. In hoe hij zijn ploeg naar zijn hand zet en zijn denkwijze vertaalt naar het veld.”

‘De kleedkamers konden wel wat liefde gebruiken’

Met kleedkamers die er al 25 jaar lang stonden, was het tijdens de zomervakantie bij Stellendam tijd om eens flink te gaan slopen en graven. Die werkzaamheden achter de rug, is het bouwen van een nieuw onderkomen inmiddels begonnen, vertelt bestuurslid Martijn Kooijman. “Het wordt allemaal wat professioneler en mooier.”

Te beginnen, met kleedkamers 5, 6 en 7. “Die hebben we tijdens de zomer in twee weken tijd, helemaal gesloopt en uitgegraven. Samen met een groep vrijwilligers. Iedereen heeft keihard gewerkt, dus daar zijn we ontzettend blij mee.” Een tijdelijke opvang en een half jaar bouwen later, moet er straks een schitterend mooi nieuw gebouw staan, neemt Kooijman (30) ons mee in de plannen. “Er stonden eerst drie kleedkamers, dat worden er nu vier. Inclusief een technische ruimte voor het licht en de elektriciteit, en er komt een berging of opslaghok.”

Hard nodig

Maar daarmee zijn ze er bij de derdeklasser nog lang niet. “Als deze verbouwing klaar is, gaan we kijken hoeveel het kost. En ergens rond februari of maart gaan we dan samen met het bestuur bepalen wat we met de andere kleedkamers gaan doen.” Want ook die, kunnen wel wat liefde gebruiken, zoals Kooijman het noemt. “Daar willen we de binnenkant eruit slopen en vernieuwen.” Iets wat na 25 jaar, hard nodig is. “Dit plan liep al een jaar of drie vier. In al die tijd, zijn de kleedkamers onveranderd gebleven. Daardoor zijn sommigen verzakt, en anderen zijn flink verouderd.” Door kleedkamer 1 en 2 te combineren, krijgen spelers straks lekker de ruimte, legt Kooijman uit. “Plus er komt een fysioruimte bij. Dat maakt het allemaal net wat professioneler en mooier.” Tot tevredenheid van de inwoner van Stellendam, die zich sinds vorig jaar oktober als bestuurslid bezighoudt met de kantine en het opstallen. “Ik heb het hele team van vrijwilligers opgetuigd om te helpen bij het slopen, maar ben ook verantwoordelijk voor de planning van de verbouwing en ik houd contact met het bouwbedrijf. Dus eigenlijk gewoon een beetje de vinger aan de pols houden. Met veel hulp en steun van een hoop andere vrijwilligers.”

Middelpunt

Want naast voetballen, Kooijman traint met de selectie en speelt zijn wedstrijden bij het tweede, is hij wekelijks bezig met het onderhoud van de club. “Ik probeer zelf alles te weten en te regelen. Van het contact met de gemeente over wanneer ze het gras komen maaien, tot het voeren van gesprekken met leveranciers over bijvoorbeeld een nieuw kassasysteem.” Maar ook het maken van een rooster voor de kantine, valt onder zijn verantwoordelijkheid. “Samen met de barcommissie zorg ik ervoor dat er altijd voldoende bezetting is.” Naast natuurlijk het aansturen van de onderhoudsploeg, die iedere maandagochtend de handen uit de mouwen steekt. “Zo houden we samen de club netjes en schoon.” De club waar Kooijman, nadat hij zijn zwemdiploma had gehaald, al sinds zijn tiende komt. “Tussendoor heb ik in de B’tjes en A’tjes nog even drie seizoenen bij De Jonge Spartaan gespeeld, omdat ik bij Stellendam altijd werd doorgeschoven, maar vanwege het leeftijds- en lengteverschil vond ik het fijner om bij mijn eigen leeftijd te voetballen.” Verder maakte hij deel uit van de Flakkeese selectie, en keerde hij als tweedejaars A terug op het oude nest. “Maar omdat ik op mijn zeventiende onregelmatige diensten ging werken, kon ik niet altijd trainen.” De verdedigende middenvelder weet desondanks als geen ander, hoe belangrijk Stellendam voor het dorp is. “Het is een soort grote familie met z’n allen. Iedereen kent je als je op de voetbal komt. Wat dat betreft is het echt het middelpunt.” Kooijman kan dan ook niet zonder. “Het is voor mij echt lekker ontspannen en stoom afblazen met vrienden.” Voorlopig hoopt hij dat, als lid van de selectie, dan ook nog wel even te blijven doen. “Zolang als ik het volhoud. En daarna ga ik in een vriendenteam spelen!”

De lat kan omhoog bij Flakkee: ‘Voor de top vijf gaan’

Na een roadtrip langs onder meer Praag en Bratislava, kon Danny Buurman aan het einde van de zomer eigenlijk niet wachten om weer te beginnen. Want na een goede tweede seizoenshelft, kijkt de centrale verdediger van vijfdeklasser Flakkee met vertrouwen uit naar dit seizoen. “Hopelijk kunnen we het nu direct weer oppakken.”

Iets wat afgelopen seizoen, niet helemaal lukte, blikt Buurman (23) terug. “Na de eerste seizoenshelft hadden we vier punten. Terwijl we er allemaal wel wat meer van hadden verwacht.” Toch viel die stroeve start ook wel weer te verklaren, vertelt hij. “We hadden een nieuwe trainer (Hans de Heer), en dat heeft toch altijd wel even tijd nodig om te klikken. Qua spelers en visie.” Te optimistisch gestart, kostte de ploeg dat in de beginfase van de competitie de nodige punten. “We bleven continu voetballen, waardoor we soms te veel fouten maakten.”

Mooie stappen

Een aantal aanpassingen, waaronder in de restverdediging, zorgden er uiteindelijk voor dat Flakkee een veel betere tweede seizoenshelft draaide. Met een puntentotaal van 31 tot gevolg. “Het is niet onlogisch als je een nieuwe trainer en dus nieuwe visie hebt, dat het even duurt. Hopelijk kunnen we het nu direct weer oppakken.” Want tevreden, was Buurman uiteindelijk niet. “Het was prima, maar niet fantastisch. Eigenlijk hoopten we misschien mee te kunnen doen voor een periode, dan is tiende worden wel een beetje teleurstellend.” Al werd de door trainer De Heer gestelde doelstelling, wel gehaald. “Het doel was om meer punten te pakken dan het jaar daarvoor, dat is gelukt. Toen hadden we er vijftien.”

En dus kan de lat, nu opnieuw omhoog, aldus Buurman. “Ik hoop én verwacht, dat we mooie stappen hebben gemaakt. Daarom willen we nu minimaal 40 punten. Dat is denk ik wel realistisch.” Een aantal waarvan de inwoner van Sommelsdijk vindt, dat Flakkee het zeker moet kunnen halen. “Dan kom je al snel in de top vijf uit. Daar moeten we voor gaan!” Met de club, waar Buurman al sinds zijn vierde komt.

Mede dankzij Joost van Wezel. “Joost was altijd mijn beste vriend op school, dus die nam mij een keer mee naar een vrienddag bij Flakkee.” Om vervolgens uit te groeien, tot een echte clubman. “Op mijn zeventiende maakte ik mijn debuut, dus ik draai al wat jaartjes mee!” En dat is niet voor niks, zo blijkt. “Flakkee is een kleine club en iedereen kent elkaar. Die warmte, en het samendoen, houd ik van.” Zowel op, als naast het veld. “Iedereen vraagt naar je. Van vrijwilligers, tot mensen langs de kant. Die waren er ook allemaal toen het slecht ging. Daardoor voel je je gesteund en wil je graag wat terug doen.”

Kritisch zijn

Ook onderling, heerst er een sterk teamgevoel, meent Buurman. “Eigenlijk zijn we allemaal vrienden van elkaar.” Steun die hij eind 2022, meer dan goed kon gebruiken. “Toen scheurde ik mijn kruisband en lag ik er anderhalf jaar uit.” Inmiddels weer helemaal hersteld, heeft de verdediger daar geen last meer van. “Ik heb gewoon weer het gevoel dat ik voluit kan gaan. Hoef nergens bij na te denken.” En dat komt, zeker in zijn geval, mooi uit.

“Door Hans ben ik wel iets meer gaan voetballen, maar mijn kracht ligt vooral in het verdedigen. Het liefste speel ik veel duels.” Een omschakeling waar hij in het begin dan ook wel even aan moest wennen. “Nu moet ik meer het spel maken, gelukkig gaat dat steeds beter.” Iets wat sowieso al goed ging, was het aanvallende koppen. “Ik ben even topscorer geweest, maar uiteindelijk ben ik op vier doelpunten in de competitie blijven steken. Dat is wel iets waar ik van kan genieten.”

Iets wat de rechtspoot naar eigen zeggen, eigenlijk iets te weinig doet. “Ik kan heel kritisch op mezelf zijn. Dat is wel een valkuil, omdat ik er soms tijdens een wedstrijd in kan blijven hangen, als ik een fout maak. Gelukkig helpt het, om het soms te bespreken.” Zeker, als ze dit seizoen écht mee willen doen voor een periode. “Hopelijk kunnen we het aan het begin meteen oppakken en de goede lijn doortrekken.” Waar ziet Buurman nog de meeste ruimte voor verbetering? “Beter zorgen voor een slot op de deur én het niet uit de hand laten lopen na een tegengoal. Af en toe zijn we het dan kwijt en krijgen we nog meer goals tegen.”

Maar ook het zelf effectiever omgaan met de kansen, verdient nog wel wat aandacht, vindt hij. “Al ging dat al beter.” Kortom, Buurman ziet de toekomst positief tegemoet. “Ik heb zeker de ambitie om hogerop te gaan voetballen, maar voel me ook een echte clubman. Dus ik zou dat vooral graag met Flakkee willen doen. En zolang ik het gevoel heb dat dat kan, wil ik gewoon blijven en er alles aan doen om samen stappen te blijven maken. We hebben een goede trainer en gaan hopelijk binnenkort ook gebruik maken van beelden via Veo. Dat zijn positieve ontwikkelingen!”

‘Ik zal altijd dat fanatisme blijven houden’

0

Drie seizoenen geleden gestopt bij het eerst elftal, maakte Simon Bremer in de nadagen van zijn voetballeven, de overstap naar het derde van WFB. En hoewel dat in het begin best even wennen was, heeft de voormalig aanvoerder en spits van het vlaggenschip zijn plekje inmiddels helemaal gevonden. “Het bevalt eigenlijk heel goed!”

Al mist de 37-jarige Bremer het voetballen bij een eerste elftal af en toe wel, is hij eerlijk. “Vooral alles eromheen. De sfeer, het ergens naartoe leven.” Toch geniet de inwoner van Schiedam de laatste seizoenen dus ook, als speler van het derde. Samen met onder meer Gijsbert van Estrik. “We zijn drie jaar geleden gezamenlijk gestopt bij het eerste van WFB, om in een lager team te gaan spelen. Maar onze groep bestaat uit nog meer oud-selectiespelers. Dat blijft hartstikke leuk, eerlijk is eerlijk.”

Weekendje weg

Al betekent dat niet, dat Bremer het nu iets rustiger aan doet. “Ik zal altijd dat fanatisme blijven houden. Heb nog steeds een hekel aan verliezen.” En dus is zijn instelling, eigenlijk nauwelijks iets veranderd, lacht Bremer. “Tuurlijk merk je wel verschil. Bij een eerste elftal moet je er altijd zijn, terwijl het nu iets minder erg is om een training of wedstrijd te missen. Dat zeg ik ook vaak tegen iedereen, alleen heb ik afgelopen seizoen alsnog bijna alles gespeeld, haha.” Een weekendje weg, bijvoorbeeld met zijn vrouw en dochtertje van drie, moet dan ook nog steeds vooraf gepland worden. “Die mogelijkheid is er natuurlijk gewoon en ik moet zeggen dat ik daar ook enorm van kan genieten met mijn gezin, maar ik betrap mezelf erop dat ik die toch om de wedstrijden heen probeer te plannen.”

Want hoewel het voetballen zelf misschien iets minder belangrijk geworden is, kan Bremer nog steeds niet zonder zijn club. “WFB is wat dat betreft echt meer dan voetbal. Daar ben ik wel achter.” Relativeren, wordt hij dan ook steeds beter in. “Tuurlijk was het een bewuste keuze om lager te gaan voetballen, maar in het begin vond ik het best een beetje moeilijk.” Gelukkig heeft hij met Leon Struijk als trainer, een oude bekende voor zijn neus staan. “Die heb ik ook altijd in de jeugd gehad en is eigenlijk vanaf de F’jes met mij meegegaan. Dus wat dat betreft is de cirkel wel rond. Daar heb ik een heel goede klik mee, dus het is extra leuk om het samen met hem te doen.” Want ondanks dat ze als oud-selectiespelers nog altijd bloedfanatiek zijn, probeert ook Bremer, toch vooral het plezier ervan in te zien. “Dat is anders dan ik gewend was. Nu gaat het nog meer om het samenzijn, en een biertje met elkaar doen.”

Over nagedacht

Maar soms ook gewoon om winnen. “In het eerste seizoen dat ik gestopt was, heb ik nog een paar keer meegedaan bij het eerste. Maakte ik zelfs nog de winnende tegen Simonshaven.” Afgelopen jaar, maakte hij zijn rentree niet, maar werd hij wel benaderd door een derdeklasser uit Rotterdam. “Dat was door een oude bekende. Het kriebelde wel heel even, en ik heb er serieus over nagedacht, alleen heb ik het uiteindelijk niet gedaan. Ik ben nu toch minder fit, en dan moet je jezelf weer optrainen. Toen was ik 36, wil je dat dan nog? Al vond ik het wel leuk dat ik gevraagd werd.” Niet gedaan, maakt Bremer nog altijd lekker zijn minuten op zaterdag bij het derde, en tijdens de twee doordeweekse trainingen. “Ik wil dit het liefste nog jaren blijven doen! Het spelletje is veel te leuk om te stoppen, dat merk ik aan alles. Dus zolang ik fit ben, blijf ik het doen.”

Nog altijd, als spits. “Lekker doelpunten maken. Dat blijft het mooiste wat er is.” Naast, over voetbal praten. Want ook dat, doen ze bij WFB. “We hebben sinds een tijdje de WFB Inside podcast, daar zit ik in als sidekick. Iedere maand nemen we een podcast op en bespreken we alle ins en outs van WFB. Over de verschillende elftallen, en natuurlijk het eerste. Zo blijf je toch bij en betrokken. Alleen dan achter de microfoon.” Maar ook de rest van het eiland, wordt besproken. “We maken ook een rondje over Flakkee, met alle wedstrijden. Vaak nodigen we een externe gast uit, iemand die hier op het eiland actief is. Een trainer of een speler.” Ook voor Bremer zelf, is het tijd om weer terug te verhuizen naar de omgeving waar hij vandaan komt. “We hebben een huis gekocht in Goedereede, daar gaan we in mei volgend jaar wonen. Het was tijd om lekker mede met die kleine naar huis te gaan!”

Schijf bij Herkingen’55 voor het eerst op eigen benen

Een goed gevoel over de mensen, de gesprekken met de club én de verhalen van vrienden, besloot Patrick Schijf in mei om deze zomer de stap naar Herkingen’55 te maken. En ondanks de degradatie naar de vijfde klasse, heeft de trainer vooral veel zin om voor het eerst op eigen benen te staan. “Ik wil hier graag iets moois neerzetten.”

Te beginnen, met promotie terug naar de vierde klasse. Tenminste, dat zou wat Schijf (37) betreft natuurlijk het ultieme zijn. “Het was wel een domper dat ze vorig seizoen uiteindelijk nog degradeerden via de nacompetitie, maar daardoor hopen we nu wel echt bovenin mee te doen.” Al wil hij niet meteen, te hoog van de toren blazen. “We gaan niet roepen dat we wel even kampioen worden, want dat is afhankelijk van allerlei factoren. Maar we gaan toch minimaal voor een periode.”

Positieve verhalen

In een vijfde klasse waar Schijf met enthousiasme naar uitkijkt. “Het is een mooie kans om na de degradatie opnieuw te beginnen én we spelen een hoop derby’s. Daar heb ik heel veel zin in.” Zijn eerste weken bij de club uit Herkingen, bevallen hem dan ook prima. “Ik ben heel goed ontvangen, door zowel het bestuur als de groep. Het is een heel open en sociale groep, dat merk je meteen.” Vorig seizoen nog samen met René Milot actief bij ZBVH, besloot Schijf in mei om op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. “Toen had ik eigenlijk niet meer het idee dat er ergens nog een eerste elftal beschikbaar zou zijn, maar tot mijn verbazing kwam Herkingen’55 toen ineens vrij.”

En dus besloot Schijf voorzitter Andres Bazen maar eens op te bellen, nadat hij bij een aantal vrienden wat informatie had ingewonnen over de club. “Al hun verhalen waren positief!” Eenmaal op gesprek met eerst de voorzitter, en later ook staf en spelers, bekroop de inwoner van Numansdorp al snel datzelfde gevoel. “Die gesprekken waren allebei heel positief.” Heel veel tijd nodig om na te denken, had Schijf vervolgens dan ook niet. “Al moest ik het thuis nog wel even bespreken. Mijn vrouw werkt in het ziekenhuis, dus die werkt onregelmatige diensten. Maar die zei al snel: als jij daar zin in hebt, moet je het doen!” Zogezegd, zo gedaan. “Ik denk dat het een club is die bij me past. Dat goede gevoel kreeg ik al snel door de mensen, de gesprekken en de verhalen van vrienden.” Kende hij zijn nieuwe werkgever zelf ook al een beetje? “Ik heb in de jeugd en senioren altijd bij NSVV gezeten, maar heb nooit tegen Herkingen’55 gespeeld.”

Aanvoerder

Schijf begon dan ook al op jonge leeftijd, met het geven van training. “Sinds mijn negentiende, of twintigste, ben ik al jeugdtrainer. Dat begon bij de D’tjes van NSVV en later heb ik daar ook nog vijf jaar de O19 gedaan. Op mijn 25ste ben ik uiteindelijk zelf gestopt met voetballen, toen viel het niet meer te combineren.” In een eerste elftal voetbalde de voormalig centrale verdediger dan ook nooit. Zat het trainer zijn als voetballer wel al in hem? “In de jeugd ben ik altijd veel aanvoerder geweest en als laatste man, probeer je toch de boel neer te zetten. Organiseren in het veld, lag me wel.” Het is voor Schijf dan ook een kleine stap, naar het hoofdtrainerschap. “Ik vind het gewoon heel leuk om met het spelletje bezig te zijn en samen iets te bereiken.” Voor de eerste keer, dus op eigen benen.

“Vorig seizoen deed ik het bij ZBVH nog samen met René Milot, nu ben ik voor het eerst echt zelfstandig. Daardoor kan ik nu echt mijn eigen ideeën kwijt. Daar heb ik heel veel zin in.” Wat kunnen ze bij Herkingen’55 van hem verwachten? “Ik ben heel bevlogen en heb echt interesse in spelers. Daarnaast ben ik vanuit het jeugdvoetbal opgeleid met 4-3-3, en gelukkig heeft de groep ook die wens.” Verder houdt de trainer, in het bezit van zijn VC3-diploma, van hoog drukzetten en het spel maken. “Uiteindelijk speel je voetbal om het leuk te vinden. Dus ik wil graag een ploeg zien die het initiatief pakt. Helemaal als we straks bovenin mee gaan spelen.” Over zijn eigen ambities, is Schijf iets minder uitgesproken. “Ik kijk niet al te ver vooruit en probeer het per jaar te bekijken. Ik zit nu bij een mooie club, dus ik zou het leuk vinden om de komende jaren iets moois neer te zetten!”

Voor bestuurslid Marcel Leiwakabessy is Jong Ambon van grote betekenis

0

MIDDELBURG – Los van de functies die hij heeft bij Jong Ambon zet Marcel Leiwakabessy zich vol overtuiging graag in voor de Molukse gemeenschap in Middelburg. Maar de voetbalclub neemt als sinds de jaren ‘70 een voorname plaats in.

 

“Ik voetbalde tot mijn zestiende in de jeugd bij Middelburg, inmiddels Zeelandia Middelburg, en maakte daarna de overstap naar Jong Ambon. Altijd is de binding met de vereniging er wel geweest. Het was immers toch de vereniging met van oorsprong een Moluks karakter en identiteit. Door de jaren heen is dat echter wel veranderd en zijn we inmiddels een meer multiculturele vereniging. Een club waar iedereen welkom is en zich ook moet voelen. Onze leden komen uit verschillende culturen en tal van nationaliteiten.”

 

De 66-jarige Leiwakabessy doorliep vanaf zijn zestiende de resterende jeugdlichtingen en kwam via het tweede elftal uiteindelijk bij het eerste terecht. Later maakte hij de omgekeerde weg en ging lager voetballen om uiteindelijk zes seizoenen geleden de schoenen voorgoed op te bergen. “Als elfjarig jochie maakte ik ook de eerste kampioenswedstrijd mee van ons eerste uit in Breskens. Dat maakte zoveel indruk… Sindsdien heeft de vereniging me nooit meer losgelaten. In 2007 ben ik uiteindelijk bestuurslid geworden ben ik er nooit meer weggegaan. De club is voor mij nog altijd enorm belangrijk, ook voor de Molukse identiteit en als ontmoetingsplek.”

 

In de jaren ’80 kende Jong Ambon voornamelijk leden van Molukse komaf of roots. “Later zijn we een open vereniging geworden en hebben we toch mooie tijden meegemaakt. Al hebben we ook wisselende sportieve periodes gekend. Dat is altijd jammer, maar toch blijft voor de gemeenschap de club enorm waardevol. En als ik dan op bestuurlijk vlak daarin ook een functie kan vervullen doe ik dat graag.”

 

Binnen de vereniging is hij verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de senioren en lid van de Technische Commissie bij de club. “Het wisselt door de jaren heen een beetje af maar dit seizoen hebben we binnen onze seniorentak twee volledige herenteams, een dameselftal en een heren 7X7 team. Daarover hebben we tijdens het seizoen periodiek overleg en op momenten dat er zaken spelen. Ik heb vanaf 2010 het damesteam bij Jong Ambon getraind. Daar ben ik na vijf seizoenen mee gestopt omdat de groep speelsters uiteenviel. Voor mij is alles wat ik voor de club doe nu goed te combineren met het thuisfront. Mijn rol is inmiddels als bestuurslid niet meer zo heel veelomvattend.”

 

In de ogen van de clubman zijn het vooral de andere bestuursleden die een stuk meer taken op hun bordje hebben liggen. “En daar heb ik enorm veel bewondering voor. Met elkaar, samen met een onze prachtige groep aan vrijwilligers proberen we deze mooie vereniging levende te houden en een duidelijke plaats in de samenleving te geven. Dat is wat me aan het hart gaat en waar ik me vol overtuiging voor inzet. Net zoals voor onze gemeenschap. Die twee zaken blijven voor mij belangrijk en zet ik me zo maximaal mogelijk voor in.”

Stijn Cornelisse hoopt op rol als eerste keeper bij Arnemuiden

0

ARNEMUIDEN – Hij sloot in 2024 aan bij de eerste selectie van Arnemuiden nadat hij werd doorgeschoven vanuit het tweede elftal. Stijn Cornelisse (21) was daarna nooit vaste eerste keeper bij zijn club. Daar hoopt hij dit seizoen verandering in te brengen.

 

“Toen Brian wegviel als eerste keeper moest ik samen met Nathanael Harthoorn strijden voor de rol als eerste keeper. De keus viel uiteindelijk op Nathanael waardoor ik het moest doen met een reserverol en keepen in het tweede. Het is nu aan mij om de trainer te overtuigen dat ik stappen heb gemaakt en het op trainingen en in de wedstrijden die ik mag spelen probeer mijn kans te pakken.”

 

Als vierjarig jochie sloot hij zich aan bij Erremuu en is er sindsdien nooit meer weggegaan. Eén jaar voetbalde hij in de JO15, maar verder staat hij bij zijn club al onder de lat. “Ik was altijd fan van Maarten Stekelenburg. Hij is de reden dat ik destijds ben gaan keepen. Waarom is voor mij lastig uit te leggen, het is gewoon een gevoel.”

 

Dat hij het vooralsnog heeft moeten doen met een rol op het tweede plan is soms lastig maar er valt nog weinig aan te doen. “Als de trainer een andere keuze maakt dan zal  ik dat moeten accepteren. Maar ik wil wel wedstrijden keepen dus als de mogelijkheden er zijn keep ik bij het tweede elftal. Want om als keeper het gevoel te blijven houden zijn voor mij speelminuten sowieso wel belangrijk.”

 

Beter worden in de coaching van medespelers en ook in de duels zijn mannetje staan. Het zijn twee zaken die volgens Cornelisse nog beter kunnen en moeten in zijn spel. “Daar werk ik hard aan ook samen met de keeperstrainer. Ook met Nathanael is de verstandhouding goed en we proberen elkaar scherp te houden. Sinds ik bij de selectie zit ben ik wel een betere keeper geworden, volwassener ook. Want de stap van jeugd naar senioren dat was toch best een flinke. Nu ben ik er wel aan gewend en wil ik gaan voor meer.”

 

En dat meer is dan vooral om trainer Ralph Zegers voor hem te doen kiezen wanneer de definitieve keuzes worden gemaakt. “Het lijkt me geweldig om hier eerste keeper te zijn en met Arnemuiden op dit niveau te kunnen strijden. Dit seizoen zal sowieso ook eentje zijn van aftasten. Er zijn door het weekendvoetbal voor ons onbekende teams uit Brabant bijgekomen. We weten niet exact waar hun kracht en zwaktes liggen, maar voor ons is handhaving weer het doel. Vorig jaar was het op het randje en dat willen we nu kost wat kost proberen te voorkomen. Als het aan mij ligt natuurlijk ook met mij onder de lat. Als dat allebei lukt daar zou ik direct voor tekenen.”

Jesse Kerkhove bezig aan zijn laatste seizoen bij De Meeuwen

0

ZOUTELANDE – Ruim 11 seizoenen is Jesse Kerkhove (31) vaste waarde onder de lat bij derdeklasser De Meeuwen. Afgelopen seizoen had de ervaren goalie zelfs de minste tegengoals in de competitie. Het leverde echter geen promotie op want Kerkhove strandde met De Meeuwen in de nacompetitie.

 

“Dat was natuurlijk wel jammer, maar we hebben denk ik toch wel een mooi seizoen gehad. We namen uiteindelijk de eerste periode over en speelden daardoor zelfs nog nacompetitie. Persoonlijk ging het sportief zeker niet onaardig en het was toch wel mooi om samen met de defensie de minste tegengoals van de competitie te hebben. Een leuke statistiek. Maar ook de rest van het elftal heeft daarin ook zijn bijdrage gehad. Het was met een vierde plek en nacompetitie een goede teamprestatie.”

 

Dit seizoen zijn er een paar mutaties geweest maar de groep is wel grotendeels intact gebleven. Daardoor heeft de selectie van trainer Daan Eikenhout een mooi mix van jonge gasten, twintigers en enkele ervaren rotten. Daar rekent Kerkhove zichzelf ook wel bij. Door het terugvallen van enkele sterke Zeeuwse ploegen uit de tweede klasse zoals VCK en MZC’11 is de competitie een stuk sterker geworden. “Of dat echt zo is moet blijken, maar het wordt voor iedereen wel een pittig seizoen. Heel veel ploegen hebben als doelstelling om voor de prijzen te spelen. Wij willen graag onze prestaties van vorig jaar evenaren. En dat gaat in alle opzichten ongetwijfeld een fikse klus worden. Vorig seizoen speelde we regelmatig goed maar stonden we soms met lege handen. Dat moet je nu zien te voorkomen, zéker als je uiteindelijk weer mee wil strijden in de linkerrij.”

 

Voor zichzelf is hij wel helder qua doelstelling. Kerkhove is in principe bezig aan zijn laatste seizoen als eerste keeper. Op dit moment is hij bezig om zijn opvolger Damon de Vries klaar te stomen om zijn plek te gaan overnemen. “Dat is wel de bedoeling. Ik ben onlangs vader geworden van een dochtertje en geef ook al 15 jaar keeperstraining. Dus het wordt nu wel erg druk. Daarom heb ik de keus gemaakt dat Damon eerste keeper gaat worden en ik dan de reserverol en die van keeperstrainer bij het eerste ga vervullen. Damon is een talentvolle keeper dus wat dat betreft is de opvolging onder de lat meer dan gewaarborgd voor de toekomst.”

 

Maar eerst wil Kerkhove, die aan zijn 26e seizoen bij De Meeuwen bezig is, er nog een prachtig seizoen van maken. “Tot de D-pupillen was ik voornamelijk spits en ben ik uiteindelijk vast gaan keepen. Sindsdien nooit meer ermee gestopt. Ik ben trots op al die jaren dat ik hier al onder de lat mag staan. We hebben een prachtige groep en ik keep bij een mooie club. Als ik fit blijf en mijn vorm laat zien die ik de afgelopen seizoenen heb getoond, dan wil ik in mijn laatste seizoen zo lang mogelijk mijn waarde tonen voor de club en het elftal. En daarna sta ik met veel plezier mijn plekje af.”

Joey Hanisch wil met Veere weer voor minimaal periodetitel gaan

0

VEERE – Hij debuteerde al op zijn 17e in het eerste elftal bij de club waar Joey Hanisch (22) al op zijn 5e begon te voetballen. Inmiddels is hij basisspeler bij de zaterdag vijfdeklasser en hoopt hij dit seizoen opnieuw voor minimaal een periodetitel te kunnen gaan.

 

“Het is wel de doelstelling voor ons om minimaal hetzelfde te behalen als vorig seizoen. En als het dan even kan natuurlijk wel via die nacompetitie te promoveren. Want terugkeren in de vierde klasse is wel waar we met deze groep en met elkaar keihard naartoe willen werken.”

 

Hanisch is van origine een linksbuiten maar speelt onder de huidige trainer vooral op rechts in de voorhoede. “Eigenlijk speel ik gewoon waar de trainer denkt dat ik het meeste van waarde kan zijn voor het elftal. Het belangrijkste is dat ik wekelijks speel en dan ook nog in het eerste elftal bij de club waar ik van kinds af aan al voetbal. Hier speel ik met vrienden en dat bevalt me perfect. We hebben een geweldig leuke groep, een jonge groep op met een enkele speler die wat ouder is. Die mix is goed en daarmee kunnen we op dit niveau zeker weer bovenin meedoen.”

 

Dat hij in een vriendenteam speelt en vooral dat er ondanks misschien soms mindere resultaten altijd gezelligheid heerst. “Dat moet blijven en die gezelligheid is voor ons als groep zeker ook heilig. Zonder plezier en gezelligheid is het spelletje toch echt de helft minder leuk. Natuurlijk willen we altijd winnen en daar doen we ook met z’n allen ons stinkende best voor. Als het dan niet lukt of er gaan dingen fout, dan durven we die ondanks dat we allemaal binnen en buiten het veld vrienden zijn, echt wel tegen elkaar te zeggen. Zo hoort het ook. Want op het veld proberen we toch altijd het maximale eruit te halen.”

 

Met een goede voorzet, scorend vermogen en een redelijke snelheid in de benen heeft de jonge aanvaller zijn waarde al getoond voor het elftal. Toch werkt hij nog aan zijn fysiek en dan met name in balbezit. “Mezelf beter kunnen wapenen te sterke verdedigers is wel een werkpunt. Dat geeft me dan ook de mogelijkheid om eventueel als diepe spits te kunnen spelen. Meer opties voor de trainer en sowieso ook voor mezelf op wekelijkse speelminuten.”

 

Doordat er wat jongens zijn gestopt, vertrokken of in een lager elftal zijn gaan spelen is de groep er in de ogen van Hanisch misschien wat op achteruit gegaan. “Maar dan moeten andere jongens maar opstaan en een stapje extra zetten. Er zijn wat jongens vanuit het tweede doorgeschoven en wat gasten uit de jeugd vast erbij. Met elkaar gaan we keihard werken en ons best doen om direct aan te haken en mee te doen bovenin.”

 

Zelf vind hij dat er van hem nu meer mag worden verwacht binnen het elftal. “Ik heb nog weer meer ervaring en moet daarin het voortouw durven nemen. Ik had vorig seizoen de meeste goals en assists van de ploeg. Dat wil ik minsten ook nu weer realiseren. Maar het belangrijkste is de teamprestatie. De rest is dan allemaal bonus.”