Home Blog Pagina 6

Bo Hunting geniet van mix bij vrouwen Dubbeldam

0

Bo Hunting zit op haar plek bij de vrouwen van voetbalvereniging Dubbeldam. Toch was voetbal niet haar eerste hobby. Jarenlang was korfbal haar sport. Maar ergens tijdens de middelbare school begon er iets te kriebelen.

DORDRECHT – ,,Voetbal trok me altijd al’’, zegt de 22-jarige middenvelder van de vrouwen van Dubbeldam. ,,Misschien door mijn vader, die vroeger zelf gevoetbald heeft. En veel vrienden zaten op voetbal. Uiteindelijk ging de switch vanzelf.”

Hunting was als kind al fanatiek. Korfbal paste goed bij haar: intensief, technisch, tactisch. Maar het voelde nooit helemaal als het eindstation. ,,Ik vond het echt leuk hoor’’, vertelt ze. ,,Maar ergens bleef voetbal steeds terugkomen. Die sport bleef toch trekken. Mijn vader voetbalde vroeger op zondag, ook bij Dubbeldam. Zo kwam ik zelf al vaak op de club en voetbalde ik ook zelf met wat vrienden.”

Promotie

Toen ze uiteindelijk overstapte naar het voetbal, bleek dat ze niet alleen de sportwissel aankon, maar ook snel haar plek vond. Nu staat ze al jaren op het middenveld bij Dubbeldam, een positie die haar perfect ligt. “Ik speel mid-mid. Dat past bij mij. Je zit overal tussenin, bepaalt het tempo, verdedigend én aanvallend. Ik probeer het spel te verdelen.”

Dubbeldam speelt dit seizoen in de vierde klasse. Een kleine competitie met acht teams, waarin iedereen drie keer tegen elkaar uitkomt. ,,Je leert tegenstanders snel kennen’’, zegt Hunting. ,,Voor de rest maakt het me niet echt uit dat we in een kleine competitie spelen. Ik vind het juist ook wel leuk dat je de teams zo goed kent.”

Twee seizoenen geleden werd Dubbeldam nog kampioen in de vijfde klasse. Het gevolg was een promotie waar het team trots op was, al bleek de overgang pittig. Vorig seizoen eindigde de ploeg in de onderste regionen. ,,Moet ik toch eerlijk zeggen’’, lacht Hunting. ,,We hadden het lastig. Maar we waren ook nog een beetje zoekende.”

Kwaliteit

Dit jaar is het gevoel anders. Rustiger. En ambitieuzer. ,,Ik durf niet te zeggen dat we kampioen worden’’, zegt Hunting realistisch. ,,Maar we gaan absoluut voor de top-drie. Dat moet lukken als we consistent blijven.”

Wat volgens haar de kracht is van de ploeg? De mix. ,,We hebben echt een gemixte groep. Jonge meiden, oudere meiden, verschillende niveaus. En toch werkt het. Iedereen heeft iets te brengen. En er zit best veel kwaliteit in onze selectie.”

Hunting is niet zomaar een pion in het elftal. Ze is één van de betere speelsters binnen de groep, iets wat ze zelf moeilijk vindt om te zeggen. ,,Ik denk dat ik wel een belangrijke rol heb’’, geeft ze toe. “Als mid-mid probeer je om tempo in het spel te brengen en dreigend te zijn.”

Hunting is ambitieus, maar altijd met plezier als basis. ,,Plezier blijft het allerbelangrijkste. Als ik iets doe, wil ik het goed doen. En ik wil dat we als team groeien. Het zou mooi zijn als we de komende jaren kunnen doorgroeien naar een stabiel elftal in de vierde klasse en misschien zelfs de derde klasse.”

Klik op vv Dubbeldam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Dubbeldam voor meer informatie over de club.

Laros en Luijten zorgen voor zeldzaamheid in amateurvoetbal

0

In het amateurvoetbal zijn hiërarchieën meestal glashelder: één hoofdtrainer die beslist, een assistent die ondersteunt. Maar bij RCD doen ze het anders. Daar staat een opmerkelijk duo langs de lijn van het eerste elftal: Gerard Laros (50) en William Luijten (49).

DORDRECHT – Laros en Luijten stonden vroeger samen op het veld, verloren elkaar uit het oog verloren en werken nu jaren later opnieuw schouder aan schouder. Niet als trainer en assistent, maar als échte gelijkwaardige partners. De enige reden dat Laros officieel de titel ‘hoofdtrainer’ draagt, is omdat hij de papieren heeft om hoofdtrainer te zijn. Functioneel dus, niet inhoudelijk.                                                                                                                  Wie met beide Dordtenaren praat, merkt meteen: dit is geen constructie van nood, maar een bewuste keuze die past bij hun karakters, hun clubgevoel en hun gezamenlijke visie op opleiden, bouwen en realistisch vooruitkijken.

William Luijten

William Luijten voetbalt al sinds zijn zesde. Tot en met de C’s speelde hij bij RCD, waarna hij drie jaar bij FC Dordrecht speelde. Daarna keerde hij terug naar RCD, waar hij achttien jaar in het eerste elftal van de club speelde. ,,Een niveautje hoger kon ik zeker wel aan, maar het is er nooit echt van gekomen. De juiste mentaliteit had ik niet. Ik vond voetballen leuk, maar was niet ambitieus genoeg om alles ervoor te laten. Tot m’n 38e heb ik gespeeld, vooral voor het plezier.”

Inmiddels is hij bijna niet meer weg te denken uit de organisatie van RCD. Hij was leider, zat in de technische commissie, maakte deel uit van het bestuur en nam het tweede elftal twee jaar onder zijn hoede.

Toen het contract van hoofdtrainer John de Wit na vijf seizoenen afliep, vond het bestuur het tijd voor een nieuwe koers. Namen van buitenaf werden gepolst, maar al snel kwam een andere gedachte op tafel: waarom niet met eigen mensen verder? De spelersgroep kende Laros al als assistent. Luijten coachte op dat moment het tweede. En ook onderling was er een klik.

,,We hebben samen gevoetbald vroeger”, vertelt Luijten. ,,Daarna hebben we jaren geen contact gehad toen Gerard bij Emma zat, maar toen ik trainer van het tweede werd, merkten we dat we allebei hetzelfde idee van voetbal hebben. Soms komen we bijvoorbeeld met exact dezelfde opstelling voor een wedstrijd zonder dat we elkaar gesproken hebben. Dan weet je dat je op één lijn zit.”

Dat hij nu samen met Laros het eerste leidt, is voor hem geen ladder om te beklimmen. ,,Ik heb nooit die ambitie gehad om per se hoofdtrainer te zijn. Maar als de club het vraagt, dan doe ik het. RCD is mijn club. En als ik het doe, wil ik ook écht meedoen. Ik ga niet alleen pionnen neerzetten. Voorbereiding, bespreking, keuzes maken: dat doen we samen.”

Gerard Laros

Gerard Laros groeide bij RCD op als keeper. Op zijn zestiende vertrok hij naar SC Emma, waar hij zestien jaar lang keepte in het eerste en tweede elftal. Vervolgens werd hij keeperstrainer, assistent en jeugdcoach van de C1, later drie jaar assistent bij het eerste van RCD. ,,In die periode stond ik soms zes dagen per week op het veld. Ik geniet ervan om jonge jongens wat bij te brengen. Eigen jeugd opleiden, dat is iets waar ik echt in geloof.”

Zijn loopbaan als trainer is zorgvuldig en natuurlijk opgebouwd. Geen haast, geen gedram bij besturen, maar stap voor stap meer verantwoordelijkheid. Toen hij gepolst werd voor de functie van hoofdtrainer, had hij één duidelijke voorwaarde: hij wilde het alleen doen met iemand waarmee hij een klik had, in voetbal én in de randzaken eromheen. En dat was Luijten.

Met zichtbaar plezier vertelt hij dat er foto’s hangen in de kantine waarop ze samen te zien zijn uit hun eigen voetbaljaren en ook afbeeldingen van hun vaders die nog samen hebben gevoetbald. ,,Het is bijzonder hoe dat dan allemaal weer bij elkaar komt”, zegt Laros. ,,En nu staan we hier, samen verantwoordelijk voor het eerste elftal.”

Bijzondere samenwerking

Hoewel Laros op papier de hoofdtrainer is, werkt het duo zonder enig hiërarchisch onderscheid. ,,Voor de spelersgroep is het duidelijk’’, zegt Luijten. ,,We doen alles met z’n tweeën. Gerard heeft de papieren en staat de pers te woord. Maar binnen het team zijn we volledig gelijkwaardig.”

Die aanpak heeft grote voordelen, merkt Laros. ,,Het is mijn eerste jaar als hoofdtrainer van een seniorenploeg. Dat is nieuw. Dan is het heel prettig dat je beslissingen samen kunt nemen. Je draagt de verantwoordelijkheid met z’n tweeën. Dat geeft rust. Ik zou het iedere beginnende trainer aanraden: doe het samen met iemand die je vertrouwt en waarmee je een klik hebt.”

Samen opstellingen maken, samen tactische keuzes doornemen, samen de trainingen opzetten: het is voor beiden vanzelfsprekend. ,,De ene speler praat misschien makkelijker met William, de andere met mij”, vertelt Gerard Laros. ,,Ik ben keeper geweest, hij is spits geweest. Dat geeft verschillende invalshoeken.”

Jonge selectie

RCD heeft dit seizoen een opvallend jeugdige selectie. Maar liefst zeven spelers van JO19-1 stroomden in. ,,Dat is wennen’’, erkent Luijten. ,,Maar we krijgen daar van de club ook de tijd voor. Ongeveer tachtig procent van de selectie is onder de 25 jaar. Dat betekent dat je een aantal jaren kunt bouwen. En die tijd hebben we ook nodig.”

Laros vult aan: ,,De mentaliteit is anders dan vroeger. Jongens stoppen tegenwoordig sneller. Maar áls je ze bij elkaar kunt houden, heb je wél een basis voor de toekomst. Dat is wat we willen: niet per se kampioen worden, maar stabiliteit creëren. Uiteindelijk willen we wel promoveren naar die derde klasse om daar een stabiele derdeklasser te worden. Dat is realistisch én haalbaar.”

De selectie heeft ook duidelijke regels. Eén daarvan is simpel maar effectief: train je één keer, dan sta je wissel. Niet om te straffen, maar om iedereen scherp en gretig te houden. En die aanpak is door de spelers geaccepteerd. Ook door de betere jongens.

Het duo werkt nu toe naar de overstap van de zondag naar de zaterdag. ,,We worden geen kampioen dit jaar en zullen ook niet degraderen’’, zegt Laros nuchter. ,,Maar dat geeft juist rust om te ontwikkelen. De jeugdspelers moeten stappen maken. Dat is waar ons werk ligt.”

De trainers zijn blij met de groep die er nu staat. ,,Ze geven alles’’, zegt Luijten. ,,Dat waardeer ik enorm. Er is groei, en dat is nu het belangrijkste.”

Klik hier voor meer informatie over RCD
Klik hier voor meer artikelen over RCD

Pittige tijden voor hoofdmacht

0

DORDRECHT – De hoofdmacht van Wieldrecht wacht een pittig vervolg van de competitie in het jaar 2026. De formatie van trainer Romano Gilaard bevindt zich na tien speeldagen op de bodem van de ranglijst in 3H en kreeg in de laatste weken van november met de 9-2 nederlaag bij Pelikaan en de 0-3 thuisnederlaag tegen Perkouw tik op tik te verwerken.

Hoe beloftevol leek het nog aanvankelijk dit seizoen toen Wieldrecht zich met name voor rust in de Dordtse derby bij EBOH (zie foto) knap verweerde en eigenlijk het betere van het spel had. Maar meteen na rust kwamen de bezoekers op achterstand en daarmee brak ook meteen de veer bij Wieldrecht, dat in het vervolg van de competitie optater na optater kreeg.

De uitwedstrijd bij Pelikaan was daarvan wel het meest schrijnende voorbeeld: binnen de minuut stonden de Peli’s voor en die kenden vervolgens een heerlijke middag. ,,Het is heel jong bij ons en op een gegeven moment gaat dan mentaal bij ons het knopje uit’’, was de constatering van doelman Marnix van Vuuren.

Claudio Teneggi, bezig aan zijn tweede termijn bij Wieldrecht nadat hij ook bij DFC actief was, verheugde zich bij de start van het seizoen op een mooi jaar mede door de derby’s met EBOH en DFC binnen de Dordtse stadsgrenzen. ,,In het begin van dit seizoen hebben we onszelf niet beloond’’, merkte hij op. De realiteit is nu dat Wieldrecht het superzwaar heeft en zijn oude club DFC in de onmiddellijke nabijheid staat.

Klik op vv Wieldrecht voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Wieldrecht voor meer informatie over de club.

Rust keert weer na vroege trainerswissel

0

Tweedeklasser GSC/ODS beleefde een roerige start van het seizoen, met een trainerswissel na de eerste competitierondes. Umut Takac, pas bezig aan zijn eerste maanden bij de fusieclub, besloot de handdoek te gooien waarna zijn voormalige assistent Bedirhan Yildirim korte tijd als interim-trainer fungeerde. Met oude bekende Jaijjant ‘Jay’ Mangroe voor de groep is de rust op sportpark Stadspolders inmiddels teruggekeerd.

DORDRECHT – Umut Takac stortte zich dit seizoen in een nieuw trainersavontuur, nadat zijn verblijf bij Alblasserdam – de club waar hij ook als speler actief was – en Dilettant slechts kortstondig was geweest. Bij GSC/ODS bleef de samenwerking beperkt tot enkele maanden, want na de 2-0 uitnederlaag bij DCV gooide Takac zelf het bijltje erbij neer.

,,Als ik terug kon in de tijd, dan had ik in januari van dit jaar een andere beslissing gemaakt’’, was de scherpte constatering van Takac (inzet), die een verschil van inzicht met de spelersgroep als reden van zijn plotselinge vertrek aanvoerde. ,,Mijn werkwijze stond haaks op wat de spelersgroep wilde.’’

De rap vertrokken oefenmeester gaf aan dat een deel van de spelersgroep had uitgesproken dat zij liever met elkaar wilden spelen dan presteren. Ook werd het accent van de snelle breuk gelegd op miscommunicatie en een verstoorde relatie tussen spelers en trainer. Een zienswijze die door aanvoerder Sadik Sögüt niet gedeeld werd. ,,De reden dat wij als spelersgroep niet achter de trainer stonden, klopt helemaal niet. Ook is het zeker niet waar dat sommige spelers hun voorkeur hadden uitgesproken over met wie zij samen wilden spelen.’’

Volgend op het besluit van Takac om uit eigen beweging de trainerstaken neer te leggen, verloor GSC/ODS de thuiswedstrijd tegen Zuidland met flinke cijfers: 0-4. Onder Bedirhan Yildirim, de broer van speler Ismail (zie foto), herpakte de enige Dordtse tweedeklasser zich echter beetje bij beetje. Na negen wedstrijden stond GSC/ODS aan het begin van de maand op tien punten (met drie zeges) en is de herinnering naar wat er aan het begin van dit seizoen gebeurde inmiddels grotendeels vervaagd.

In de beginfase van het seizoen werd GSC/ODS geplaagd door blessures en afwezigen. Spelers als Ismail Yildirim, Ozan Cimen en Numan Ozturkoglu moesten in de eerste serie wedstrijden verstek laten gaan. Tel daarbij een gebrek aan stootkracht op en de serie nederlagen in de openingsweken is voor een deel verklaard. Dat verleidde captain Sadik Sögüt ook tot de volgende uitspraak: „Ik wil niemand tekort doen, maar het ontbreken van sommige vaste waarden is lastig op te vangen. We hebben een te smalle selectie. Dan kun je niet voor de titel gaan. Ook dat heeft Umut niet begrepen.’’

Waar Takac zich ging beraden op zijn toekomst, daar sloeg de Stadspoldersclub zelf hard toe bij de aanstelling van diens opvolger. Met Jaijjant ‘Jay’ Mangroe werd een trainer binnengehaald die de club als enigszins kende, aangezien hij voor de groep had gestaan bij SC Stadspolders dat één van de bloedgroepen was die bij de fusie samensmolt tot GSC/ODS. Mangroe voetbalde bij de voormalig Dordtse clubs SC OMC en SC Reeland en ook bij het Gorcumse SVW. Als trainer was hij succesvol bij ZBC’97 om daarna over te stappen naar PKC’85 in Rotterdam. De laatste jaren was hij hoofd opleidingen bij ASWH en het Brabantse SV Capelle. Bij GSC/ODS maakt Mangroe dus zijn rentree als trainer.

Klik hier voor meer informatie over GSC/ODS
Klik hier voor meer artikelen van GSC/ODS

Kuyt in Dordt veelvuldig in de schijnwerpers

0

FC Dordrecht verraste deze zomer met de aanstelling van Dirk Kuyt als hoofdtrainer en opvolger van Melvin Boel. En hoewel de oud-international en voormalig speler van FC Utrecht, Feyenoord en Liverpool het liefst wilde dat de spotlights op zijn spelers gericht waren, draaide het de afgelopen maanden veelvuldig om Kuyt aan de Krommedijk en daarbuiten.

DORDRECHT – Bij de start van de voorbereiding, op maandag 23 juni, was de situatie bij FC Dordrecht nog onduidelijk. Melvin Boel had, na één seizoen trainerschap aan de Krommedijk, de fraaie stap gemaakt naar Go Ahead Eagles en had assistent Rick Adje in zijn kielzog meegenomen naar Deventer.

Bij de eerste trainingssessie van het seizoen stond derhalve René van Eck op het veld. Van Eck was oorspronkelijk aangesteld voor de ‘onder 21’, maar moest in afwachting van de afronding van de zoektocht naar een nieuwe trainer de honneurs waarnemen.

En tijdens die eerste kennismaking in de aanloop naar de nieuwe jaargang 2025-2026 gonsde rond het trainingsveld achter het M-Scores Stadion steeds één naam bijna onophoudelijk: Dirk Kuyt. Algemeen directeur Hans de Zeeuw hield zich op dat moment nog op de vlakte: ,,We gaan verrassen’’, hield hij zijn gehoor, supporters en verslaggevers, voor. Maar het zaadje was geplant en zou heel snel groeien.

Geruchtenmachine

Binnen een etmaal werd de opstart van de geruchtenmachine omtrent de mogelijke komst van Kuyt, na zijn avontuur bij het Belgische Beerschot clubloos, gepromoveerd tot (bijna)waarheid: alles wees erop dat de Katwijker inderdaad bij FC Dordrecht zou gaan tekenen. En zo geschiedde, want op 30 juni – één week na de start van de voorbereiding, belegde de Dordtse voetbalclub zelfs een heuse persconferentie – een zeldzaamheid aan de Krommedijk – op de eerste werkdag van Kuyt. Rust, stabiliteit en vertrouwen zijn daarbij de uitgangswaarden die de nieuwe keuzeheer benoemt als belangrijkste redenen om – na een eerder voortijdig beëindigd avontuur bij ADO Den Haag – weer aan de slag te gaan in Nederland.

Onder grote persaandacht draaide Kuyt vervolgens, in de warme junizon, zijn eerste training af. Waarbij hij van meet af aan duidelijk maakte, dat het vooral niet om hem zou moeten draaien bij FC Dordrecht.  Maar hoe graag hij zijn spelers ook in de schijnwerpers wilde zetten, zo’n beetje alles wat Kuyt in de aanvangsfase van zijn Dordtse periode deed straalde op de trainer af. Verloor FC Dordrecht, zoals in de voorbereiding tegen Sparta en Anderlecht, dan verloor Kuyt. En bij de eerste driepunter, bij de start van het seizoen thuis tegen SC Cambuur (1-0), won hij. Bij bijna alles wat FC Dordrecht doet, straalt het af op Dirk Kuyt

Piepjong

Met Julian Jenner, die later in het seizoen naar aan de onder 21 gekoppeld zou worden, René van Eck en keeperstrainer en standaardsituatiespecialist Raymond Mulder aan zijn zijde als assistenten heeft Kuyt er inmiddels een half seizoen opzitten bij FC Dordrecht. Met een spelersgroep die overwegend jong is en waar de toegestroomde spelers van Feyenoord, vanuit de samenwerking met de voormalige club van Dirk Kuyt, jonger, beloftevol maar nog niet zo kwaliteitsrijk zijn als hun voorgangers in de voorgaande jaargangen.

,,Als team moeten we ons gedurende het jaar ontwikkelen. Dat gaat soms met vallen en opstaan’’, liet Kuyt zich regelmatig ontvallen als het over zijn – vaak jeugdige – ploeg ging. Waarbij de oefenmeester het aandurfde om met de piepjonge middenvelders Robin van Asten – hij beleeft dit seizoen zijn doorbraak –  en Feyenoord-huurling Seunggyun Bae in één basisteam te beginnen. ,,

Na een prima start werden de resultaten in de afgelopen maanden minder. En groeide ook de kritiek: niet alleen op die resultaten, maar ook op de speelwijze en het wisselbeleid. En kwamen ook de spreekkoren waarin de wens werd uitgesproken dat hij maar moest vertrekken. Na de keiharde bekeruitschakeling bij Willem II (7-0 nederlaag) werd zelfs de spelersbus opgewacht bij terugkomst aan de Krommedijk.

Kuyt bleef echter altijd rustig en liet zich nooit verleiden tot emotionele uitbarstingen. ,,Ik begrijp de reacties van de supporters, die de afgelopen twee seizoenen FC Dordrecht mooie resultaten hebben zien behalen. Maar de ontwikkeling van spelers en een elftal draait ook om geduld hebben in een proces dat soms met vallen en opstaan gaat. Met elkaar willen we steeds beter worden, maar dat vraagt ook tijd. En die krijg je op dit niveau niet altijd.’’

Kaarten

Kuyt tekende voor één seizoen bij FC Dordrecht en dus moet er op korte termijn gesproken gaan worden over hoe het tot nu toe is gegaan en wat het vervolg zal zijn. Het zal de oefenmeester niet afleiden van zijn trainersactiviteiten, want zijn toewijding is in de afgelopen maanden groot gebleken.

Ook als coach, al had dat ook een schaduwzijde. Want er was die snel groeiende hoeveelheid gele kaarten, die hem al snel in het seizoen een wedstrijd schorsing – waarbij het duo Raymond Mulder en René van Eck hem verving in het coachvak – kostte. ,,Zelfs als er iets achter mij op de bank gebeurde, dan kreeg ik daarvoor een kaart’’, merkte Kuyt daarbij op na het gewonnen duel bij Roda JC. Die overwinning werd overschaduwd door racistische uitingen richting doelman Celton Biai, waarbij Kuyt zich weer echt Kuyt toonde door zijn doelman netjes uit de wind te houden en rust te prediken. Rust, waarmee hij FC Dordrecht uiteindelijk richting play-offs wil leiden.

Klik op OSV voor de laatste artikelen van de club.
Klik op OSV voor meer informatie over de club.

Marlon Oranje gestopt als speler, maar blijft CVV Zwervers trouw als assistent-trainer

0

Marlon Oranje (35) heeft zijn voetbalschoenen aan de wilgen gehangen. In zijn laatste wedstrijd scoorde hij nog een belangrijke treffer die CVV Zwervers in de tweede klasse hield. Hoewel zijn actieve carrière er nu op zit, blijft hij de club trouw: Marlon heeft plaatsgenomen op de bank als assistent-trainer van het eerste elftal.

Oranje groeide op in de wijk Oostgaarde, op loopafstand van het sportpark van CVV Zwervers. Op vijfjarige leeftijd begon hij er met voetballen. Zijn talent bleef niet onopgemerkt: op zijn tiende werd hij opgepikt door Feyenoord, waar hij vier jaar in de jeugdopleiding speelde. Daarna volgde een overstap naar Excelsior. De middenvelder zat daar dicht tegen het eerste elftal aan, maar tot een debuut kwam het niet.

“Bij Excelsior had ik altijd het idee dat ik nummer 16 tot 20 was,” blikt hij terug. “En eigenlijk wilde ik minuten maken op het veld.” Marlon koos ervoor om zich in te schrijven voor de opleiding fysiotherapie en ging spelen voor de SC Feyenoord, waar hij twee seizoenen in de Hoofdklasse speelde.

In 2010 maakte hij de overstap naar Zwaluwen Vlaardingen, waar hij vier seizoenen onder trainer Adri Poldervaart speelde. “Bij Zwaluwen heb ik echt een supertijd gehad. Een geweldig elftal, waar we nog steeds een groepsapp mee hebben en dagelijks contact. Daar heb ik echt voetbalvrienden voor het leven gemaakt, en eigenlijk is die periode het hoogtepunt uit mijn voetbalcarrière.”

Poldervaart vertrok  naar Barendrecht, en Marlon volgde hem. Daar speelde hij op het hoogste amateurniveau van Nederland, maar het gevoel dat hij bij Zwaluwen had, keerde niet terug. Na een kort en door een blessure gehinderd avontuur bij Jodan Boys, keerde hij op zijn 29e terug naar Zwervers. “Ik wilde lekker dicht bij huis voetballen, twee keer per week trainen en bij een club zitten waar ik iedereen al zo’n beetje ken en waar mijn vrienden lid van zijn.”

Oranje werkte jarenlang als fysiotherapeut en is sinds anderhalf jaar WMO-adviseur bij de gemeente Rotterdam. Ook privé is het een drukke tijd. Afgelopen zomer werd Marlon vader van een zoon: Lowen Oranje.

Hoewel hij aanvankelijk nog één of twee seizoenen bij Zwervers wilde spelen, werden het er uiteindelijk zes. De fysieke belasting werd echter steeds zwaarder. “Tijdens het laatste seizoen had ik wel steeds meer twijfels over met name mijn fitheid. Die achillespees bleef mij achtervolgen. Het was een peesontsteking en bleek letterlijk en figuurlijk de achilleshiel te zijn.” Hij speelde daardoor zelden langer dan 20 à 30 minuten. “Alleen tegen TAC’90 heb ik 75 minuten gespeeld.”

Naast zijn rol als speler trainde Oranje het afgelopen seizoen de Onder-16 van Zwervers, volgens hem de meest talentvolle lichting van de club

Zijn interesse in het trainersvak leidde ertoe dat hij vorig jaar de VC1-cursus volgde bij Sparta. Ondertussen is hij begonnen voor zijn VC2, waarbij hij ook stage loopt bij Zwervers. Toen hoofdtrainer Marco Jalink aangaf dat er een plekje vrij kwam in de staf, was de keuze snel gemaakt.

“Ik had mijn ja-woord al gegeven aan Zwervers, en toen benaderde Adri Poldervaart mij of ik assistent-trainer bij Quick Boys wilde worden. Dat was een prachtige kans, maar ik ga verhuizen, ik ben net vader geworden en dat zou wel heel veel worden. Dus besloot ik het niet te doen.”

Zwervers staat volgens Oranje bekend als een goed voetballend team, maar de resultaten blijven achter. “Met onze spelers zijn wij voor clubs in de regio interessant om spelers weg te halen.” RVVH, Capelle en Nieuwerkerk sturen volgens hem mensen langs de lijn om te scouten. Bovendien zijn spelers tegenwoordig minder loyaal. “Bij Sparta(av) loopt vrijwel de volledige selectie weg en dan komen ze bij Zwervers en halen maar liefst acht spelers uit het eerste.”

Voor het huidige seizoen is er bewust gekeken naar het karakter van nieuwe spelers. “We hopen dat deze jongens honkvaster blijken te zijn.” De jeugdopleiding wordt volgens Oranje cruciaal voor de toekomst. “De grootste stap die we moeten maken is de jeugdopleiding laten doorstromen naar het eerste elftal.”

De nieuwe competitie-indeling is pittig. “Wat vroeger veel eersteklassers waren, spelen nu voor een groot deel in de tweede klasse. Het zal een zwaar seizoen worden. Na een goede start is het team weggezakt en staat momenteel onderin de tweede klasse D.

Klik op CVV Zwervers voor de laatste artikelen over de club.
Klik op CVV Zwervers voor meer informatie over de club.

O’Neal Maatsen: Er zit veel meer in Capelle dan we hebben laten zien

0

O’Neal Maatsen is dit seizoen een nieuw gezicht bij VV Capelle, dat uitkomt in de vierde divisie. De 24-jarige aanvaller uit Spijkenisse heeft er al een mooi voetbalpad op zitten, met avonturen bij verschillende clubs uit de regio.

O’Neal begon zijn voetbalcarrière bij VV Hekelingen, maar stapte al snel over naar VV Spijkenisse. Daar ontwikkelde hij zich tot een talentvolle speler bij de jeugd, tot zijn toenmalige zwager, Marlon Oranje, hem overhaalde om bij CVV Zwervers in Capelle aan den IJssel te gaan spelen. “Ik kwam daar als jeugdspeler direct in het eerste elftal terecht, dat toen nog op zondag speelde. Dat was best even wennen, maar ik voelde me er al snel thuis,” vertelt Maatsen.

Zijn eerste jaren bij Zwervers waren bijzonder: het eerste seizoen werd al na een paar wedstrijden afgebroken door corona. Het eerste volledige seizoen ging moeizaam en na het vertrek van trainer Ton van Bremen kon de ploeg onder leiding van de eerder ingestapte trainer Rody van Hemert zich knap handhaven in de eerste klasse zondag en maakte daarna de overstap naar het zaterdagvoetbal. De start was goed, maar na de winterstop zakte de ploeg wat weg, met degradatie naar de tweede klasse als gevolg.

Na dat seizoen besloot Maatsen een stap hogerop te zetten en tekende hij bij Zwaluwen Vlaardingen, dat in de vierde divisie speelde. “Dat was voor mij een mooie uitdaging,” blikt hij terug. “Het eerste jaar stond Henk de Zeeuw aan het roer, een sterke trainer die nu bij ADO Den Haag zit. In het tweede seizoen kwam Luigi Bruins, en dat klikte direct.”

Met Luigi Bruins als hoofdtrainer beleefde Zwaluwen een topjaar: het team werd kampioen en promoveerde naar de derde divisie. “Er zat veel voetbal in dat elftal, veel jonge gasten, en het liep gewoon lekker,” zegt O’Neal. “Het grappige was dat ik het seizoen ervoor nog tegen Luigi had gespeeld toen hij bij Smitshoek zat, en nu was hij mijn trainer. Hij begrijpt het spel echt zoals spelers dat willen, iemand die snapt wat er op het veld gebeurt.”

Toch koos Maatsen na twee seizoenen voor een nieuwe uitdaging. Op het eerste gezicht leek zijn overstap van de derde naar de vierde divisie verrassend, maar voor hem was de keuze logisch. “Ik wilde weer geprikkeld worden in een nieuwe omgeving. En de clubs in de vierde divisie zitten lekker in de buurt, dat speelt ook mee,” legt hij uit.

Bij Capelle kende Maatsen een moeizame start. “Qua resultaten had het beter gekund,” geeft hij eerlijk toe. “We hebben veel goede spelers, maar de klik is er nog niet helemaal. Er zijn veel nieuwe jongens bijgekomen die hun plek moeten vinden, en dat kost tijd.” Zelf is hij kritisch op zijn eigen prestaties. “Ik heb de afgelopen seizoenen altijd meer dan tien goals gemaakt. Dit jaar komt het er nog niet helemaal uit. Misschien omdat ik een iets minder vrije rol heb dan bij Zwaluwen, maar waar het precies aan ligt weet ik nog niet.”

Maatsen komt uit een bekende voetbalfamilie, drie neefjes haalden het betaalde voetbal waarvan Ian Maatsen (Aston Villa) de bekendste is. Toch houdt O’Neal zijn eigen koers, met plezier als belangrijk uitgangspunt. Buiten het veld ontspant hij graag op een heel andere manier: met een golfclub in de hand. “Golfen is echt mijn uitlaatklep,” vertelt hij. “Ik ga vaak met mijn oom op pad door heel Nederland om leuke banen te ontdekken. De mooiste baan waar ik tot nu toe heb gespeeld is Bernardus, bij Den Bosch. Echt fantastisch.”

Naast het voetbal heeft Maatsen een verantwoordelijke baan bij het Erasmus MC, waar hij zich bezighoudt met de inkoop van medicijnen voor vier apotheken. Een druk leven dus, maar de balans tussen werk, voetbal en ontspanning lijkt hem goed af te gaan.

Bij VV Capelle hoopt hij in de loop van het seizoen zijn draai te vinden en zijn doelpuntenproductie weer op te schroeven. “We hebben een goed team en er zit genoeg kwaliteit in,” zegt hij met vertrouwen. “Als de puzzelstukjes straks op hun plek vallen, dan kan het nog een heel mooi seizoen worden.”

Klik op vv Capelle voor meer artikelen over de club.
Klik op vv Capelle voor meer informatie over de club.

Spirit bouwt met Jelmer Nomen aan de toekomst met eigen talenten en stevig club-DNA

0

Als zesjarig jochie trapte hij zijn eerste ballen op een pleintje in Krimpen aan den IJssel. Zijn vrienden voetbalden bij Spirit, en dus wilde Jelmer Nomen (40) dat ook. Zijn moeder had daar destijds haar twijfels bij, spelen bij de club in je eigen dorp vond zij vanzelfsprekend, maar hemelsbreed was Spirit dichterbij en de keuze was snel gemaakt. Vanaf de F-jes begon een jarenlange betrokkenheid bij de club die nooit meer verdween.

Jelmer schopte het tot de selectie en speelde zelfs in het eerste elftal. Tegenwoordig woont hij in Ouderkerk aan den IJssel, op nog geen tweehonderd meter afstand van het complex, maar voetballen zit er niet meer in. Met een drukke baan, een gezin en zijn functie in het bestuur van Spirit is zijn agenda goed gevuld. Als bestuurslid Technische Zaken, verantwoordelijk voor het selectiebeleid van Spirit 1, 2 en 3, bewaakt hij samen met de technische commissie de koers van de club.

Clubcultuur als kompas

Spirit noemt hij een echte regioclub, opgebouwd uit vrijwilligers en gedragen door een herkenbare cultuur. Opleiding, omgangsvormen en betrokkenheid staan er hoog in het vaandel. Niet voor niets wil Spirit dat het eerste elftal een afspiegeling blijft van de vereniging. Waar andere clubs er bewust voor kiezen om te betalen en daarmee de deur openzetten voor een ander type selectie, kiest Spirit voor een herkenbaar elftal met eigen jeugd. De spelers betalen contributie en ontvangen geen vergoeding. De club faciliteert vrijwel alles, behalve geld.

Dat maakt het soms lastiger om mee te komen in een steeds sterker wordende competitie. De herstructurering van de KNVB vormt daarbij een extra uitdaging. Spirit speelt inmiddels in de derde klasse, mede omdat de club niet betaalt en omdat de tweede klasse tegenwoordig aanzienlijk sterker is dan voorheen.

Verandering in de selectie

Twee seizoenen geleden degradeerde Spirit via de nacompetitie. Dat meerdere spelers zouden vertrekken, was al voor de degradatie bekend. Een flink aantal koos voor FC Perkouw, dat dit seizoen zelfs in dezelfde competitie uitkomt. Ondanks de aderlating bleef de club vasthouden aan haar visie: de jeugd een kans geven.

Met de komst van trainer Wout Ooms (voormalig SVS en DCV-trainer) begon een nieuwe fase. Na zeven jaar werd afscheid genomen van Richard van Cappellen. In het eerste seizoen onder Ooms werd veel eigen jeugd ingepast en deed Spirit lang mee om het kampioenschap, al moest de ploeg uiteindelijk De Zwerver uit Kinderdijk voor zich dulden. Ook via de nacompetitie werd promotie nét niet gehaald. Het ging mis tegen WSC uit Waalwijk.

Waardering voor Wout Ooms vanuit de club

De eerste periode met Ooms wordt binnen de club positief ervaren. Hij bracht een andere persoonlijkheid en benadering mee, beschikt over een stevige winnaarsmentaliteit en heeft zich snel ingeleefd in de cultuur van de club. Zijn betrokkenheid naast het veld wordt binnen Spirit zeer gewaardeerd.

 

Jeugd als motor van de club

De opleiding is al jaren een sterk punt. Spirit investeert veel in trainers en ontwikkelprogramma’s. Dat zorgt ervoor dat jeugdteams op een goed niveau acteren en dat de club aantrekkingskracht heeft in de regio, zowel voor selectiespelers als voor de breedtesport. Het succes heeft zelfs geleid tot wachtlijsten in bepaalde leeftijdscategorieën – iets wat de club liever niet doet, maar soms onvermijdelijk is door beperkte capaciteit.

Samen sterk

Naast Jelmer bestaat de technische commissie uit Michel Groen en Jan Willem Baas. Mannen die hij al jaren kent en die net als hij hun tijd en energie onbaatzuchtig in Spirit steken.

De uitdaging om talent binnen de club te houden blijft groot. Andere verenigingen bieden soms geld en dat trekt jonge spelers met ambities vanzelf aan. Daarom probeert Spirit hen te blijven prikkelen en perspectief te bieden.

Hoewel de focus ligt op eigen jeugd, sluit de club spelers van buitenaf niet uit. De TC kijkt elk seizoen naar wat er nodig is. Als er voor een specifieke positie versterking nodig is en deze niet uit de jeugd komt, wordt er gekeken naar externe opties, maar dan zonder financiële lokmiddelen.

Meer dan voetbal

Voor Jelmer is Spirit bovenal een gemeenschap. Een club waar cultuur, vriendschap en beleving samenkomen. Zijn rol in het bestuur is dan ook meer dan een functie; het is een verlengstuk van zijn jarenlange betrokkenheid bij de vereniging die begon op een simpel pleintje in Krimpen.

Klik op VV Spirit voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Spirit voor meer informatie over de club.

Dènon Geerders (23) :Vrije rol op het veld bij DCV, grootse plannen daarbuiten

0

Bij DCV loopt het na de degradatie uit de eerste klasse nog niet zoals gehoopt. Veel spelers vertrokken, anderen stopten en bovendien staat er een nieuwe hoofdtrainer voor de groep: Michel van Noort. Dènon Geerders is één van de spelers die dit seizoen het verschil moet helpen maken.

Geerders werd geboren in Spijkenisse en verhuisde meerdere keren. Zo woonde hij veel in Rotterdam, voordat het gezin uiteindelijk in Krimpen aan den IJssel neerstreek. Hij begon met voetballen bij DCV, waar hij tot en met de D-jeugd speelde. Daarna volgde een jaar CKC, drie jaar Alexandria’66 en vervolgens twee jaar XerxesDZB. Bij Alexandria’66 werd hij als eerstejaars A-junior halverwege het seizoen al doorgeschoven naar het eerste elftal.

Ook bij XerxesDZB maakte hij deel uit van de selectie. Zijn eerste seizoen was goed, al was hij geen vaste basisspeler. Door omstandigheden, onder meer omdat hij regelmatig later van vakantie terugkwam, lukte het in zijn tweede jaar ook niet om zich definitief in de basis te spelen.

Daarom keerde hij terug bij DCV. Dat seizoen eindigde dramatisch: de ploeg degradeerde kansloos uit de eerste klasse. “Het boterde niet tussen de oude spelers en de nieuwe trainer. Er hing een grimmige sfeer,” vertelt hij. Volgens hem was de trainer voetbaltechnisch sterk, maar ontbrak het aan persoonlijk contact.

Dit jaar is er opnieuw een frisse start, met een technische staf bestaande uit Michel en Youri van Noort, met Marcel Hendriks als assistent. Geerders speelt het liefst in een vrije rol. Hoewel hij lang buitenspeler is geweest, zette trainer Toni Varela hem bij Alexandria’66 O21 op de nummer tien-positie. Daar komt hij volgens hemzelf het best tot zijn recht en dat ziet de huidige staf ook. De ontwikkeling is terug te zien op het veld: DCV speelt verzorgd voetbal, maar geeft nog te gemakkelijk doelpunten weg. De gemiddelde leeftijd van het elftal is laag; de oudste speler is rond de 25.

Buiten het voetbal om is Geerders alles behalve rustig. “Ik ben zelf een druk persoon,” zegt hij. Hij heeft drie ondernemingen, waarvan één in het buitenland, en volgt daarnaast de studie HBO Vastgoedkunde. Zijn blik is gericht op de toekomst, en die ziet hij niet in Nederland. “Voor mezelf zie ik weinig toekomst in Europa.” Paraguay is het land waar hij zich uiteindelijk wil vestigen. Hij heeft er inmiddels een netwerk en bekijkt de mogelijkheden om vastgoed te kopen. “De ontwikkeling in Paraguay is behoorlijk en ik zie mezelf daar wel gelukkig worden.” Zijn vriendin van zeven jaar verhuist met hem mee.

Ook op voetbalgebied ziet hij mogelijkheden in Zuid-Amerika. Daar heeft hij connecties en hoopt hij, als hij zijn vorm behoudt, een club te vinden waar hij als prof aan de slag kan.

Geerders heeft een internationale achtergrond. Zijn moeder is half Oegandees, half Rwandees, zijn vader Nederlands. Er is geen familieband met Turkije, maar hij spreekt wel Turks en zijn vader heeft al 25 jaar een huis daar. Dènon heeft in Turkije een olijfoliehandel, in Nederland een personal shopping-dienst en hij werkt aan een eigen kledinglijn. Spaans spreekt hij nog niet, maar daar is hij hard mee bezig.

Dènon Geerders kiest zijn eigen pad. Hij weet precies wat hij wil, en hij is ervan overtuigd dat hij het gaat waarmaken. Dus kijk niet verbaasd als er over twee seizoenen een Nederlandse speler in de Primera Division van Paraguay speelt.

Klik op DCV voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DCV voor meer informatie over de club.

Rick Looren De Jong: Terug op het veld en klaar voor meer

0

De 23-jarige spits Rick Looren de Jong zette zijn eerste stappen op het voetbalveld in zijn geboortedorp Ammerstol. ,,Ik begon met voetballen toen ik vier jaar was. Tot de Onder 17 speelde ik bij Ammerstol,” vertelt hij. Al op zijn 15e maakte hij zijn debuut in het eerste elftal. ,,Dat was een fantastische tijd. Ik was toen nog klein en moest fysiek sterker worden, maar ik stond er wel.”

Van Ammerstol naar Lekkerkerk

Tot zijn 19e droeg Rick met trots het shirt van ASV 1, totdat het team uit elkaar viel en de club besloot geen standaardelftal meer in te schrijven. Rick werd benaderd door Lekkerkerk en besloot de overstap te maken. Het eerste seizoen verliep uitstekend: de ploeg bereikte zelfs de nacompetitie voor promotie.

Maar daarna sloeg het noodlot toe. ,,Vroeg in het tweede seizoen raakte ik geblesseerd aan mijn heup. Achttien maanden heb ik ermee gesukkeld,” vertelt hij. De diagnose was lastig. Eerst dacht men aan een normaal scheurtje voor zijn leeftijd, later ontstekingen, maar dat was niet de kern van het probleem. Pas bij een andere fysiotherapeut bleek dat de klachten vanuit zijn rug kwamen. ,,In die periode heb ik nauwelijks gespeeld. Eén keer trainen ging meteen fout.”

Nieuwe start bij FC Perkouw

Het betekende het einde van zijn periode bij Lekkerkerk. Gelukkig toonde FC Perkouw belangstelling. ,,Ik ben in een warm bad terechtgekomen,” glundert Rick. ,,Iedereen gaat goed met elkaar om en na de wedstrijden is het altijd gezellig.”

Sinds dit seizoen traint hij weer volledig mee, al zijn de speeltijd-minuten voorlopig beperkt. ,,Ik kan spelen, maar uiteindelijk beslist de trainer. Natuurlijk wil je als spits gewoon op het veld staan.” FC Perkouw, promovendus in de derde klasse, draait keurig mee in de middenmoot. Vorig jaar werd het elftal kampioen in de vierde klasse en kreeg het team enkele versterkingen van Spirit. Komende weken staan oefenwedstrijden en de Krimpenerwaard Cup op het programma, mooie kansen voor Rick om zich te laten zien.

Hoogtepunten en dieptepunten

Rick kijkt met trots terug op zijn debuut bij Ammerstol. ,,Mijn vader, Rieny, was toen trainer van ASV. Ik scoorde in mijn eerste wedstrijd. Dat was geweldig.” Bij Lekkerkerk kende hij ook hoogtepunten, zoals de nacompetitie voor promotie naar de tweede klasse. ,,In Kaatsheuvel tegen DESK verloren we helaas in de 95e minuut met 1-0. Het jaar erop degradeerden we kansloos. Heel pijnlijk om dat vanaf de zijlijn mee te maken.”

Buiten het veld

Buiten het voetbal is Rick bezig met zijn laatste jaar van de studie Integrale Veiligheid aan Inholland Rotterdam. En hoewel hij af en toe een padelbatje oppakt, grapt hij: ,,Dat mag eigenlijk geen naam hebben.”

Dit seizoen hoopt hij vooral één ding: weer helemaal terugkeren als spits die het verschil kan maken. Bovendien staat er een trainingskamp in Keulen op de planning. ,,Ik heb zin om weer meters te maken en te laten zien wat ik kan,” besluit Rick vol enthousiasme.

Klik op FC Perkouw voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Perkouw voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.