Home Blog Pagina 6

‘Als iedereen fit is, weet ik zeker dat we meekunnen’

0

Een sterke competitie, veel blessures en tegenvallende resultaten. Bij vierdeklasser OFB kunnen ze de punten hard gebruiken. Toch weigert centrale verdediger Matthieu Floor de handdoek, op weg naar handhaving, in de ring te gooien. “We zijn misschien maar twee wedstrijden écht kansloos geweest.”

Desondanks, moeten ze het in Ooltgensplaat voorlopig dus doen, met een plek in de onderste regionen. Al heeft Floor (26) daar wel een verklaring voor. Of eigenlijk twee. “Vorig jaar zijn we gepromoveerd vanuit ‘Zuid’, in dat district hoopten we nu ook weer te zitten, maar dat is niet gebeurd. Daardoor zitten we in een heel sterke competitie, met veel ploegen die voetballend beter zijn.” En daarnaast. “Hebben we last gehad van heel veel blessures. Soms misten we wel acht of negen basisspelers.”

Goede afloop

Toch wil Floor dat laatste, niet als excuses gebruiken. “Maar als dorpsclub, mis je dan wel te veel.” Dus is de conclusie voor OFB, dat vorig seizoen als nummer vier promoveerde via de nacompetitie, na een maand of zes in de vierde klasse simpel: “We hebben de punten hard nodig. Dat kun je wel zeggen.” Zorgen, maakt de inwoner van Melissant zich daar voorlopig echter nog niet al te veel over. “We zijn misschien maar twee wedstrijden écht kansloos geweest. Voor de rest lagen er kansen. Daarom weet ik zeker dat we in de tweede seizoenshelft meer wedstrijden zullen gaan winnen.” Want ondanks het gat met de veilige negende plaats, houdt Floor vertrouwen in een goede afloop. “Onze doelstelling is handhaven. Dat wordt wel lastig, maar je moet hoog inzetten.” Ook al is het, via de nacompetitie. “Dat is misschien het meest realistische.” Vol aan de bak dus. “We moeten vooral fitter worden. Nu krijgen we nog te veel goals tegen in het laatste kwartier.” Al ligt dat ook aan de tegenstand, weet Floor. “Voor de resultaten is dat natuurlijk jammer, maar je wordt er als voetballer niet minder van. Dus wat dat betreft is het ook wel weer heel leuk.” Zaak om daar de komende weken, de vruchten van te plukken. “In het begin van het seizoen zijn we uit nood, met vijf verdedigers gaan spelen. Dat ligt ons niet echt, dus spelen we nu weer gewoon leuk en fris voetbal. Net als vorig jaar.” Trainer Manuel Legierse heeft dan ook weer wat te kiezen. “Bijna iedereen is nu fit!” Ook Floor zelf. “Ik heb een wedstrijd of vijf aan de kant gestaan, met een hamstringblessure.”

Nummer tien

Het verschil met de vijfde klasse is voor de aanvoerder, die nog een tijdje bestuurslid commerciële zaken is geweest bij de club, dan ook makkelijk te duiden. “Tegen Zeeuwse ploegen, was het vorig jaar vaak meer strijd, terwijl ‘West’ meer voetbal is. En je krijgt op dit niveau meer kansen tegen. Dat is toch een stukje kwaliteit.” Iets waar ze bij OFB af en toe nog wel aan moeten wennen. “We hebben een vrij jonge ploeg, daardoor is de concentratie er niet altijd helemaal bij. En fouten, worden meteen afgestraft.” Toch vindt Floor dat zijn ploeg thuishoort in de vierde klasse. “Als iedereen fit is, weet ik zeker dat we meekunnen. Misschien wel ergens in de middenmoot.” Aan de sfeer, zal het in ieder geval niet liggen. “Eigenlijk is het één grote vriendengroep. Iedereen is goed met elkaar.” Ook Floor zelf, weet niet beter. “Ik voetbal vanaf mijn vierde bij OFB, fluit soms een jeugdwedstrijd, draai zo nu en dan een bardienst en ben nooit weggegaan.” Niet zonder reden. “We komen allemaal uit hetzelfde dorp, en gaan ook buiten de voetbal met elkaar om.” Al draait het natuurlijk uiteindelijk, om de connectie in het veld. In zijn geval als aanvoerder. “Dat ben ik nu alweer een jaar of vijf.” Op vrij jonge leeftijd dus. “Of ik die band nu wel of niet heb, ik coach toch wel. Dat zit in me.” Vroeger als spits of middenvelder, tegenwoordig centraal achterin. “Daar sta ik nu sinds een jaar of drie. Volgens mij heb ik zo’n beetje alle posities wel gehad. In de jeugd was ik spits, later meer een middenvelder. Vooral veel op zes.” Tegenwoordig met nummer tien, op zijn rug. “Dat is en blijft een mooi nummer!” Hoelang gaat hij dat nog dragen? “In de jeugd kon ik naar NSVV, daar komt mijn vader ook vandaan, maar toen wilde ik graag met mijn vrienden blijven voetballen. En eigenlijk heb ik altijd gezegd, dat ik nooit weg zou gaan.” Toch zou daar ooit, verandering in kunnen komen, is Floor eerlijk. “Als een stap hogerop een keer voorbijkomt, zou ik er wel over na gaan denken. Al ga ik zeker niet roepen dat ik graag weg wil, hoor!”

Klik op OFB voor de laatste artikelen over de club.
Klik op OFB voor meer informatie over de club.

Goof en Kees fietsen hun geliefde VV Ameide achterna

0

Eén keer in de twee weken op zaterdagmiddag stappen Goof den Hartogh (66) en zijn vriend Kees Keppel (64) op de fiets om de uitwedstrijden van Ameide te bezoeken. Of het nu Zeeland of Groningen is: Goof, Kees en nog een aantal andere senioren stappen steevast op de fiets om hun club te steunen.

Beide mannen zijn al hun hele leven verbonden aan het amateurvoetbal, al liep hun route ernaartoe via verschillende dorpen en verhalen. Goof geboren in Lexmond, groeide op in Ameide en werd op zijn tiende lid van de club en doorliep alle junioren. Hij speelde jarenlang in het tweede elftal, op een niveau net onder het eerste. “Dat waren mooie jaren.”

Kees begon bij Lekvogels, waar hij tot en met de A-jeugd speelde. In Ameide belandde hij later, via de liefde. “Mijn vrouw komt hier vandaan. En toen mijn kinderen hier gingen voetballen, rolde ik er vanzelf in. Leider, af en toe scheidsrechter, bestuurslid. Vijf jaar lang heb ik nog gevlagd bij het eerste elftal. Je bent er toch elke zaterdag.”

Goof zat er nog wat dieper in. In 1980 hielp hij mee aan de opbouw van het huidige sportcomplex van Ameide, zat in het bestuur en trainde verschillende elftallen. Kees hield zich bezig met de clubsite, energiebesparende maatregelen, praktische zaken. Twee mannen die niet op de voorgrond staan, maar altijd aanwezig zijn. En die op een gegeven moment dachten: Waarom eigenlijk niet?

Het begon zo’n vijftien, zestien jaar geleden. Eén uitwedstrijd op de fiets. Het idee kwam van Kees en Hans den Hartog. Gewoon eens kijken hoe dat is. “En dat beviel,” zegt Goof. “Toen deden we het nog een keer. En nog een keer. Langzaam sloten meer mensen aan. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Inmiddels rijden we gemiddeld met zes of zeven man.”

De afspraak is simpel. Goof stuurt een berichtje in de app: ik vertrek om die en die tijd. Wie het leuk vindt, sluit aan. Elke uitwedstrijd, tenzij het echt hartje winter is en de omstandigheden te gek worden. Ameide–Bruinisse bijvoorbeeld, dat is 86 kilometer fietsen. “Dan ben je wel even onderweg,” lacht Kees. “Dat was tot nu toe onze verste rit. Daar maakten we dan meteen een uitje van, bleven daar slapen en reden de volgende dag weer terug.”

Ze fietsen heen, kijken de wedstrijd en fietsen weer terug. Altijd. “Dat betekent ook dat de derde helft korter is,” lacht Goof. “De bier-tijd gaat er wel af. Maar niemand die daar echt over klaagt, want die halen we weer in bij de kantine van Ameide.”

Dit seizoen is de club ingedeeld in de westelijke competitie. Dat betekent: elke uitwedstrijd over dezelfde brug, de eerste twaalf, elf kilometer altijd hetzelfde. “Dat went,” zegt Kees. “Maar voetballend gezien is het minder leuk. Er zijn minder derby’s en dit is een sterkere competitie. Tegelijkertijd maakt het voor ons niet uit of ze winnen of verliezen. Wij zijn er toch en we hebben een gezellige middag.”

Ze hopen zelfs stiekem op een klasse lager volgend seizoen. Niet uit sportieve onvrede, maar uit praktisch oogpunt. “Dan liggen de clubs dichterbij,” zegt Goof. “Scheelt weer wat kilometers.”

Aan het begin van dit seizoen deden ze er nog een schepje bovenop. Met z’n zessen fietsten ze langs alle clubs in de competitie. “We konden soms meteen opmaken wat voor teams het waren,” vertelt Kees. “Sommige ploegen waren al aan het trainen. Bij andere was het sportpark nog helemaal verlaten. Wat ook leuk is aan het fietsen is dat je mooie routes kunt rijden.”

Klik op VV Ameide voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Ameide voor meer artikelen over de club.

‘Het is wel lekker dat je gewoon droog staat’

Na maanden zonder overkapping, heeft het sportpark van Melissant zijn gezicht weer terug. Want nadat storm Louis eind februari 2024 voor onherstelbare schade had gezorgd, pakte selectiespeler Tom Rosmolen onlangs de handschoen op. Met een fantastisch eindresultaat tot gevolg. “Het werd tijd om er wat aan te gaan doen!”

Want een kantine zonder terras en overkapping, dat kon toch eigenlijk niet, vond ook de 23-jarige Rosmolen. “Het bleef een beetje liggen, dus ben ik erin gesprongen. Als een soort voortrekker.” En niet voor niks, zo legt hij uit. “Ik werk zelf in de industriebouw, bij Ballast Nedam Industriebouw. Dus met een aantal mannen van het werk, heb ik de boel opgepakt. Dat scheelt ook weer geld.” Zogezegd, zo gedaan. “Het was een beetje stil en ik vond het tijd om er wat aan te gaan doen!”

Mooi initiatief

In oktober samen met vrijwilligers van de voetbal begonnen met het verwijderen van restanten van de voormalige overkapping, konden de echte voorbereidingen gaan beginnen. “Daarna heeft het bedrijf R. Kort Grondwerken B.V. gezorgd voor het ontgraven en het aanvullen van het terras.” Vervolgens werd de fundering voor de overkapping gemaakt en kon het beton worden gestort. In samenwerking met een bedrijf uit Stellendam. “Anker Beton heeft in ruil voor een reclamebord, het beton geleverd. Dat was een mooi initiatief!” Het staalwerk voor de overkapping werd daaropvolgend verzorgd door De Wit Mechanisatie B.V. en Petry Hoofdman en Jan Kees Mijnders van GO Dak en Gevel repareerden op hun beurt de beschadigde gevel en plaatsten de overkapping. Maar ook Johan Troost, wil Rosmolen absoluut niet onbenoemd laten. “Die stond altijd snel paraat wanneer er een kabel werd geraakt, haha!” Het eindresultaat, mag er dan ook zijn. “Iedereen is er heel blij mee en het is echt mooi geworden.” Ook zelf, is de voetballer van het eerste elftal meer dan tevreden. “Het was een heel leuk project om te doen én te begeleiden. Helemaal omdat het voor je eigen club is.” Twee vliegen in één klap dus, lacht de verdediger van het vlaggenschip. “Voor het publiek bij onze wedstrijden, is het natuurlijk ook top. Het is wel lekker dat je gewoon droog staat.”

Best gevaarlijk

Iets wat de afgelopen maanden, dus niet kon. Na die bewuste dag eind februari 2024. “Door de storm Louis is onze overkapping toen voor een deel weggewaaid en losgeraakt.” Met onherstelbare schade tot gevolg. “Die platen zijn ook nog tegen de lichtmasten geknald, dus het was best wel gevaarlijk. Gelukkig was er op dat moment niemand aan het trainen.” En hoewel het dus even heeft geduurd, is alles het wachten waard geweest. “We hebben ook meteen het terras aangepakt, die is een stukje groter geworden.” Maar vooral met de overkapping, zijn ze bij Melissant heel gelukkig. “De afgelopen twee jaar moesten we, bijvoorbeeld bij ons toernooi tijdens Hemelvaartsdag of het organiseren van een feest, tenten neerzetten. Dat is geen doen.” Nu alleen, de boel nog een klein beetje aankleden. “Het terras ligt wat hoger dan het voetpad, dus daar moeten we nog wat hekjes plaatsen.” Wat Rosmolen betreft, missie geslaagd. “Ik kan de overkapping bijna vanuit mijn huis zien!”

Klik op Melissant voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Melissant voor meer informatie over de club.

Keepen met vuur: Siggy Schutte eist het maximale bij Alblasserdam

Siggy Schutte (33) is momenteel de doelman van VV Alblasserdam. Dit is inmiddels alweer zijn vierde termijn bij de club. Schutte is nooit echt een keeper van één club geweest. Zijn loopbaan beweegt zich niet langs vaste lijnen. Terugkeren, vertrekken, opnieuw beginnen. En altijd weer met hetzelfde doel: onder de lat staan en het maximale eisen van zichzelf en zijn team.

Als jochie van vijf begon hij bij VV Papendrecht. “Ik ging eerst altijd met mijn vader mee naar de club, hij voetbalde daar. Al snel werd ik keeper. Mijn eerste keepershandschoenen waren die van de keeper van mijn vader. Van de F1 tot A1 doorliep ik de hele jeugd bij Papendrecht.” In de jeugd speelde hij op een redelijk hoog niveau. Zo kwam hij als jonge doelman op verschillende momenten uit in de hoofdklasse, derde en vierde divisie.

Op zijn zeventiende sloot Schutte zich aan bij de eerste selectie van Papendrecht. Daar zat hij regelmatig op de bank en als jonge doelman van 17 was dat een eer en viel er ontzettend veel te leren. Na dat seizoen maakte hij de overstap naar Alblasserdam, wat destijds in de eerste klasse uitkwam. “Het is belangrijk om minuten te maken. Daarom stapte ik destijds over naar Alblasserdam. Helaas zat ik ook daar af en toe op de bank. Dus besloot ik na drie seizoenen te vertrekken naar Drechtstreek, een tweedeklasser.”

Maar bij één club blijven bleek lastig. Schutte speelde na Drechtstreek achtereenvolgens bij Papendrecht, Alblasserdam en Spirit. Het patroon herhaalde zich: nieuwe prikkel, nieuwe omgeving, nieuwe start. “Ik denk dat ik die nieuwe prikkel elke keer fijn vind. Ik kan niet lang op dezelfde plek blijven zitten, ik heb steeds weer een nieuwe uitdaging nodig.”

Afscheid van het voetbal

Na zijn periode bij Spirit stopte Schutte voor een jaar helemaal met voetbal. Niet omdat zijn lichaam het niet meer aankon, maar omdat zijn hoofd in de weg zat. “Ik kon mezelf niet meer motiveren. Ik stond onder de lat en kreeg pijn in mijn kop. Dat klinkt misschien raar, maar dat was wel de realiteit.”

Hij zei het hardop tegen zijn toenmalige trainer Richard van Capelle. Dat hij het niet meer voelde. Dat hij zichzelf te veel druk oplegde. Voor een keeper is dat funest. Want alles wat misgaat, gebeurt zichtbaar. En alles wat goed gaat, is vanzelfsprekend. “Als ik onder de lat stond, was ik alleen maar bezig met wat er mis kon gaan. Ik heb wedstrijden gespeeld waarbij ik het gevoel had dat ik op stroom stond.”

Toch keerde Schutte terug in het voetbal. Alblasserdam belde. Voor de derde keer. “Ik kocht nieuwe handschoenen en nieuwe voetbalschoenen zodat ik voor mijn gevoel echt een nieuwe start kon maken. Dat lukte, maar na anderhalf jaar kwam corona.” En uiteraard kwam er ook weer een club die zich meldde voor Schutte: Papendrecht. Omdat hij daar weinig speelminuten maakte, stapte de doelman over naar een nieuwe club op zijn lijstje: De Zwerver. Een club waar hij zich meteen thuis voelde. “Aan mijn tijd bij De Zwerver heb ik veel vriendschappen overgehouden. Ik kwam altijd met een goed gevoel op de club en juist daarom deed het ook wel pijn hoe mijn tijd daar eindigde. Twee degradaties op rij. Sportief gezien een drama, niet alleen voor mij maar ook voor de club. Er kwam een andere doelman voor mij in de plaats. Dat vond ik moeilijk, maar die beslissing was op dat moment terecht. Wat mij betreft had ik voor ogen om daar jaren te voetballen.”

Tien termijnen

En zo stapte Schutte afgelopen zomer voor de negende keer over van club. Daarmee gaat hij nu zijn tiende termijn in en zijn vierde bij Alblasserdam. Misschien dat Schutte die nieuwe prikkel zo fijn vindt omdat hij daardoor steeds aan blijft staan. De beleving die de doelman uitstraalt is gigantisch. “Ik leef voor het spelletje. Als ik eenmaal op het veld sta eis ik het maximale van mezelf. Vroeger legde ik mezelf te veel druk op, dat heb ik nu gelukkig minder.”

Niet alleen van zichzelf, maar ook van zijn medespelers verwacht Schutte een inzet die tot het uiterste gaat. “De mentaliteit van nu is heel anders. Een tijdje geleden sloeg ik misschien door in mentaliteit, maar hoe het nu is, vind ik ook niet goed. Taken worden niet uitgevoerd en jongens zijn te veel bezig met randzaken.” Tegelijk erkent hij dat hij zelf ook veranderd is. “Je maakt je minder druk naarmate de jaren verstrijken.”

Schutte heeft altijd op niveau gevoetbald. Hij is nu 33 en wordt dit jaar 34. “Als keeper kan je altijd wat jaartjes langer mee,” zegt hij. Maar hij voelt ook dat het goed is geweest. “Ik verwacht dat ik binnen een paar jaar stop,” zegt hij. “Ik heb ook een vrouw en een kleine thuis. Die hebben mij ook nodig.”

Over Alblasserdam is hij kritisch, maar betrokken. “In potentie is het een hele grote club. Het niveau waar de club nu speelt, vind ik Alblasserdam onwaardig. Promoveren is op dit moment niet realistisch. Juist daarom zou de club zichzelf een doel moeten stellen met waar het naartoe wil. Binnenkort bestaan ze honderd jaar. Dan moet je ook iets willen zijn of iets bereiken.”

Schutte is blij met de huidige trainer, Bert Buijzert. “Hij is op dit moment de juiste trainer voor de club. We kennen elkaar erg goed. Toen ik achttien was, had ik Bert al als trainer. We hebben een goede band.”

Klik op vv Alblasserdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Alblasserdam voor meer informatie over de club.

‘Dat vind ik geweldig om te zien’

0

Met twee kampioenschappen op rij, kent de JO14 van WFB voorlopig een meer dan geslaagd seizoen. Maar hoewel winnen natuurlijk altijd leuk is, draait het voor trainer Moisés Krijgsman om veel meer dan dat. “Ik vind het vooral belangrijk dat die jongens het naar hun zin hebben en wat leren.”

Een hobby, waar de oud-speler van onder meer Oranje Wit, EBOH én WFB, inmiddels alweer zo’n twintig jaar geleden vol passie mee begon. “Toen ik zelf nog jeugdspeler was, deed ik dat ook al. Daarna heb ik allerlei verschillende teams gedaan, van de kabouters en het G-team, tot aan de JO19.” Een jaar of wat geleden, streek de 49-jarige Krijsman neer in Ouddorp. “Van mijn 38ste tot mijn 42ste, heb ik nog bij WFB gevoetbald.” Sterker nog, dat doet hij nog steeds. “Ik doe af en toe mee bij de 35+ of de recreanten.”

Soms lastig

Naast dus zijn rol als jeugdtrainer, van de JO14. “Samen met Niels van Heest, doen we dat eigenlijk al jaren.” De rolverdeling, is dan ook duidelijk. “Niels is van het organiseren, zorgen dat de spullen er zijn en dat iedereen op tijd is, ik bereid de trainingen voor, zodat we die samen kunnen geven. Het is echt een gezamenlijk iets.” Begonnen, toen zijn zoontje (Yaniek) besloot te gaan voetballen. “Niemand bood zich aan, dan doe ik het maar, dacht ik toen.” En zonder spijt. “Ik kom altijd met plezier naar de trainingen.” Hoe is dat voor zijn zoontje? “Die vindt het soms wel eens lastig, denk ik. Maar hij vindt het ook vooral heel erg leuk.” Al is het thuis, soms wat moeilijker, lacht Krijgsman. “Daar probeer ik het maar niet al te veel over de voetbal te hebben, haha!” Gelukkig kan de inwoner van Ouddorp tijdens de trainingen, volledig zijn ei kwijt. Samen met Van Heest dus. “We doen veel oefeningen met een stukje techniek en passing. Maar ook positiespel, conditievormen met bal, partij en afwerken. Alleen nooit hetzelfde.” Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? “Ik kijk regelmatig op internet.” Een werkwijze die, gezien de twee kampioenschappen in het najaar, zijn vruchten lijkt af te werpen. “Dat is vooral een compliment voor de spelers! Voor die jongens is het natuurlijk heel mooi, zelf ben ik er niet zo mee bezig.”

Op gevoel

Al geniet hij nog altijd, enorm van het spelletje. “Ik vind vooral voetbal heel leuk. En het is leuk om die spelers het naar hun zin te maken én echt iets te leren. Dat ze dingen oppakken. Dat vind ik geweldig om te zien.” Zelfs als het spannend wordt. “Bijvoorbeeld tijdens wedstrijden. Toch probeer ik het altijd op een leuke manier te brengen.” Zo nu en dan, door ‘kort voor de kar’ te zitten, zoals Krijgsman het zelf noemt. “Af en toe, is dat wel nodig als trainer. Dat moet je een beetje aanvoelen.” Een eigenschap, die de oud-voetballer bekend voorkomt. “Ik was zelf als speler, allesbehalve braaf. Daarmee vergeleken, zijn deze jongens hartstikke lief en luisteren ze ontzettend goed.” Had Krijgsman toen, ooit verwacht jeugdtrainer te zullen worden? “Als speler zat dat eigenlijk niet echt in me, maar ik vind het gewoon heel leuk om training te geven.” En om bezig te zijn met sport. “Naast voetballen, heb ik ook veel andere sporten gedaan. Van judo en atletiek, tot aan kickboksen en wielrennen. Ook dat vond ik leuk. Net als tennis en biljarten.” Een soort sportieve duizendpoot dus. “In het veld heb ik ook ongeveer overal gestaan. Rechtsbuiten, achterin, keeper…” Een passie, die in al die jaren nooit minder is geworden. “Ik vind het gewoon leuk om iets voor te bereiden en met mensen bezig te zijn. Dan blijf je jong!” Aan stoppen, denkt Krijgsman dan ook nog lang niet. “Voorlopig blijf ik zeker nog trainer.” Al heeft hij niet de ambitie, om ooit zijn trainerspapieren te gaan halen. “Ik doe veel op gevoel, en gelukkig pakt dat vaak goed uit.” Zonder daarbij zelf al te veel in de schijnwerpers te willen staan. “De credits moeten vooral naar Niels, de ouders en onze spelers!”

Klik hier voor meer artikelen over VV WFB
Klik hier voor meer informatie over VV WFB

Vier generaties onder de lat

Vier generaties onder de lat. Het is geen romantisch verzinsel, maar gewoon de werkelijkheid in de familie Van der Linden. Opa was keeper. Ro was keeper. Marco was keeper. En inmiddels staat ook de oudste kleinzoon tussen de palen. Bij Hardinxveld kijkt niemand meer op als er een Van der Linden onder de lat staat.

Vader Ro: negentien seizoenen “voor één jaar”

Ro van der Linden is 75. Hij loopt al zijn hele leven rond bij VV Hardinxveld. Tot zijn negentiende keepte hij bij de club. Daarna vertrok hij naar Kozakken Boys. Hij keerde terug bij de club toen zijn zoons op voetbal gingen.

Negentien seizoenen is hij inmiddels leider van zaterdag 1. “Ik zou het één jaar doen,” zegt Ro met een glimlach. “Dat is iets langer geworden.” Niemand nam de taak op zich. Zoon Marco speelde toen in het eerste. “Ik heb hem gevraagd of hij het goed vond. Dat vond hij prima. En toen ben ik gebleven.”

Wat begon als tijdelijk, werd vanzelfsprekend. Ro vindt het leuk om met jeugd om te gaan, om onderdeel te zijn van de groep. “Het houdt je jong,” zegt hij. En dat meent hij. Hij is doordeweeks vrijwel elke dag op de club. Scorebord repareren, vuilnisbakken legen, kleedkamers vegen. Samen met vijf, zes andere mannen van de zogeheten VUT-ploeg. “Er is altijd wat te doen.”

Het seizoen verloopt boven verwachting. Hardinxveld staat bovenaan. “Als vereniging waren we niet blij met de indeling in een Rotterdamse klasse,” zegt Ro. Toch draait de ploeg bovenin mee. “We gaan voor het hoogste. Natuurlijk.” Realistisch is hij ook. “Hoe het eindigt weten we niet. Maar doordat we een periodetitel hebben gehaald hebben we in ieder geval een toetje als het mislukt.” Nacompetitie zou al mooi zijn geweest; nu lonkt meer.

Hardinxveld is volgens hem een echte dorpsclub. “Tachtig procent van de jongens die in de eerste selectie spelen, komt uit eigen jeugd. Dat onderscheidt de vereniging. Een vaste kern, jongens die elkaar al jaren kennen. De afgelopen tien jaar gingen we samen op trainingskamp. Het is een vriendenclub, maar wel met ambitie. Iedereen wil winnen. Ook de jongens die in de loop der jaren zijn gekomen, zijn echte Hardinxveld-spelers en vrienden geworden.”

Gezondheid is het belangrijkste, vindt Ro. Voor zichzelf, maar ook voor de club. Zolang hij het kan, blijft hij doorgaan. “Ik heb er plezier in. En zolang dat zo is, blijf ik leider.”

Zoon Marco: bouwen aan de volgende generatie

Marco doorliep net als zijn vader de hele jeugd bij Hardinxveld. Hij speelde in het eerste, stopte een periode en vond daarna zijn plek langs de lijn. Als jeugdtrainer van zijn jongste zoon begon het opnieuw te kriebelen “Inmiddels zijn we al twee à drie jaar bezig met een jeugdplan, wat in ontwikkeling is. En waarin ik bezig ben met een keepersplan.”

“Vanaf de JO11 krijgen alle keepers, training van huidige of oud keepers, en dit coördineer ik. Dat past bij mij.” Hij weet hoe het is om keeper te zijn. Het vak vraagt aandacht, herhaling, begeleiding. “Wat ik fijn vind, is dat keepers echt beter worden op alle vlakken.” Soms krijgen ze extra training, soms schuiven ze aan bij teamtrainingen. Het doel is duidelijk: structurele aandacht voor de doelman.

Dat zijn vader leider werd van het eerste vond hij prettig. “Hij kwam toch al kijken,” zegt Marco. “Ik was 27 toen hij erbij kwam. Als je achttien jaar bent, voelt dat natuurlijk anders.” Vader en zoon bespreken nog altijd elke zaterdag en zondag de wedstrijden. Zondagmorgen een rondje door Hardinxveld, nabespreken hoe het ging. Hoe de kinderen speelden.

Marco speelt zelf nog bij een veteranenelftal, maar weet ook dat niet meer alles moet. “Het is wijzer om niet te veel meer te voetballen,” zegt hij nuchter. Zijn energie gaat vooral naar de jeugd. De keepers. De structuur.

Vier generaties keepers in één familie. Het is iets wat hij met trots uitspreekt. Opa, vader, hijzelf en nu zijn zoon. “Dat is wel bijzonder.”

Een dorpsclub met vrijwilligershart

Wat zowel Ro als Marco benadrukken, is de kracht van vrijwilligers. “Dat onderscheidt ons echt,” zegt Marco. “Er zijn hier heel veel vrijwilligers. De kantine is altijd open. Taken worden ingevuld.” Al wordt het wel moeilijker, erkennen ze allebei. Mensen hebben het drukker, de maatschappij verandert. Toch lukt het Hardinxveld tot nu toe om alles rond te krijgen.

Ro ziet het dagelijks. Hij is onderdeel van die groep die doordeweeks op de club rondloopt. Kleine klussen, onderhoud, zorgen dat alles netjes is. Het zijn geen grote woorden, geen officiële functies, maar het houdt een vereniging draaiende.

Het eerste elftal weerspiegelt dat karakter. Een vaste kern met veel eigen jongens. Er wordt gebouwd puur vanuit de club. “Dat maakt ons sterk,” zegt Ro. “Iedereen kent elkaar.”

Tussen ambitie en nuchterheid

Dit seizoen ruikt Hardinxveld aan het kampioenschap. “Wij doen het boven verwachting,” zegt Ro. “De hoop was een plek in de nacompetitie, nu staat de ploeg bovenaan. Toch moet je nuchter blijven. Er moeten nog flink wat wedstrijden gespeeld worden, dus kan er nog van alles gebeuren.”

Marco ziet het van dichtbij. Als keeperstrainer staat hij midden in de ontwikkeling van jonge spelers. Hij merkt dat aandacht loont. Keepers groeien, worden zekerder. Dat straalt af op de teams.

Klik op VV Hardinxveld voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Hardinxveld voor voor meer informatie over de club.

‘Lastig om te weten waar dit vandaan komt’

Van meedoen voor promotie, naar strijden tegen degradatie. In een jaar kan veel veranderen. Waar derdeklasser Stellendam afgelopen seizoen nog via de nacompetitie mocht hopen op de tweede klasse, vreest Tim van Koppen als laagvlieger nu voor een heel ander scenario. “We kunnen wel wat positiviteit gebruiken.”

Heel gek, is dat gezien de stand op de ranglijst dan ook niet. “Het valt heel erg tegen, zeker als je kijkt naar vorig seizoen.” Toen eindigde Stellendam namelijk als vierde én won het de tweede periode. Wat er in de tussentijd is veranderd? “Eigenlijk niks, dat maakt het zo gek. Het is lastig om te weten waar dit vandaan komt.” Al waagt de negentienjarige Van Koppen toch een poging. “Tegen Bruse Boys (2-8-nederlaag), de derde wedstrijd van de competitie, kregen we wel echt een mentale tik.”

Extra meters

En daarna, ging het eigenlijk alleen maar bergafwaarts, herinnert Van Koppen zich. “De inzet op trainingen werd minder, de neuzen stonden niet meer dezelfde kant op en het werd allemaal heel negatief. Ook in de coaching. Dan ga je natuurlijk ook geen extra meters meer lopen voor elkaar.” Allesbehalve ideale omstandigheden om in te presteren. “Bijna alsof we er geen zin meer in hadden.” Gelukkig bracht het winterse trainingskamp uitkomst, vertelt Van Koppen. “Toen hebben we wel wat gesprekken gevoerd met elkaar, en sindsdien is de positiviteit weer terug.” En daarmee ook het vertrouwen, zo blijkt. “We trainen nu weer goed en iedereen heeft er zin in. Als we zo blijven voetballen, weet ik zeker dat we punten gaan pakken!” Punten die Stellendam, als lantaarndrager van de derde klasse, maar al te goed kan gebruiken. Zeker nu de achterstand op een veilige plek, is opgelopen. “Aan het begin van dit seizoen wilden we natuurlijk een stuk hoger eindigen, maar ik zou nu tevreden zijn als we ons handhaven. Dat is in ieder geval ons doel.” Maar vanzelf, komt dat uiteraard niet, beseft ook Van Koppen. “Vooral de sfeer, zal beter moeten. Meters maken voor elkaar en samen strijden.” Kortom, het als team oppakken. “Dan komt het goed!”

Durven

Een instelling, die de verdediger als geen ander kent. “Ik ben op mijn vijfde begonnen met voetballen bij Stellendam en heb nooit ergens anders gespeeld.” Dromen van het eerste elftal, begon voor Van Koppen dan ook op jonge leeftijd, kan hij zich herinneren. “Vroeger ging ik heel vaak bij het eerste kijken en dan hoopte je daar zelf natuurlijk ook ooit te spelen.” Sinds vorig seizoen, is dat werkelijkheid geworden. “Toen kwam ik er echt vast bij. Daarvoor zat ik meer in het tweede.” Hoe was die overstap voor hem destijds? “In het begin was het wel even spannend en wennen. Er staat toch meer druk op, er komen meer mensen kijken en ze verwachten echt wat van je.” Toch heeft hij zijn plekje, inmiddels aardig gevonden. “Gelukkig ging dat wel snel! Het is ook vooral een kwestie van durven.” En snel handelen, lacht hij. “Het gaat allemaal een stuk sneller. Daardoor heb je veel minder tijd.” Maar ook zonder bal, staat Van Koppen als rechtsback zijn mannetje. “Ik ben niet zo van het aanvallen, meer gewoon van het verdedigen. Mijn man uitschakelen, vind ik toch het leukste.” Vertrekken bij Stellendam, ziet hij zichzelf niet zo snel doen. “Als het aan mij ligt, blijf ik voor altijd hier. Ik kom van het dorp, ken alle jongens en er hangt hier gewoon een bepaalde sfeer, die zie je nergens anders. Dat gevoel is bijna niet uit te leggen…”

Klik op VV Stellendam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Stellendam voor meer informatie over de club.

Tijmen Hendriksen is de kartrekker van vrouwenvoetbal bij VVAC

0

Tijmen Hendriksen (33) is geboren in Eindhoven, woonde elf jaar in Amsterdam en streek vier jaar geleden neer in Goudriaan. Zelf keept hij af en toe nog in een vriendenteam — “dat mag eigenlijk geen naam meer hebben,” zegt hij lachend — maar inmiddels is hij niet meer weg te denken uit het vrouwenvoetbal van VVAC. Wat begon langs de lijn, groeide uit tot betrokkenheid. En die betrokkenheid werd verantwoordelijkheid.

“Toen ik mijn vriendin Nienke van Elk net leerde kennen, ging ik kijken,” vertelt hij. “Ik zag haar team spelen en was echt positief verrast over het niveau. Daarnaast waren er veel teams, er zat structuur in. Dat vond ik zó mooi dat ik dacht: hier wil ik aan bijdragen.” Bij VVAC was het vrouwen- en meidenvoetbal er wel, maar het werd niet altijd serieus genomen, merkte hij. “Het was vaak een beetje het ondergeschoven kindje. En hoe er soms in de kleedkamer, langs de lijn of de kantine over vrouwenvoetbal werd gepraat… dat verdienen die meiden echt niet.”

Tijmen werd leider en assistent bij Dames 1. Al snel merkte hij dat de grootste uitdaging niet bij het eerste elftal lag. Integendeel. “Het niveau waarop Dames 1 speelt is bijzonder. We spelen tegen clubs als Kloetinge en Quick Boys. Die komen met een spelersbus, met een rits aan begeleiders. Terwijl bij ons de speelsters gewoon zelf nog de hoekvlaggen neerzetten. Dat we in deze klasse spelen is echt knap. Wil je dat continueren, moet je als club daar energie, tijd en geld in investeren.”

En daarvoor moet je verder kijken dan het hier en nu. “Dan kom je automatisch uit bij de jeugd,” zegt Tijmen. Inmiddels traint hij ook de MO17 en houdt hij zich bezig met de hele meidenlijn. “De jeugd is de slagader van de club. Zeventig tot tachtig procent van het eerste elftal komt uit de eigen jeugd. Dat ontstaat niet vanzelf. Daar moet je als club in investeren, op het veld en daarbuiten.”

Stigma meidenvoetbal

Wat hem drijft? “Zowel de uitdaging als een stukje idealisme. Trainer zijn van een Jo19-1 of Jo17-1 is relatief makkelijk vergeleken met meidenteams coachen. Bij meiden komt zoveel meer kijken, wat het ook leuker maakt.” Meiden binden aan voetbal is lastig, merkt hij. Het idee dat voetbal ‘geen meidending’ zou zijn, is helaas nog steeds hardnekkig. “Ik wil dat voetbal voor meiden even normaal wordt als voor jongens. Daarom doen we campagnes en clinics en willen we langs scholen gaan. Maar meiden vasthouden is misschien nog wel moeilijker.”

Volgens Tijmen begint dat bij sociale veiligheid en perspectief. “Als club moet je een sociaal veilige plek zijn voor vrouwenvoetbal. Dat vraagt om een andere manier van besturen. Een simpel voorbeeld: een kleedkamerdeur die nét niet goed sluit wordt in een ‘mannenclub’ pas in de zomerstop gerepareerd. Jongens gaan namelijk gewoon onder de douche staan. Meiden niet. Dan is dat ineens een reden om niet te douchen en meteen naar huis te gaan, in plaats van nog even te blijven hangen. Het liefst heb ik zelfs kleedkamers die je van binnen op slot kunt doen.” Het meiden- en vrouwenperspectief moet daarom structureel verankerd zijn in de club, vindt hij. “Ik heb er daarom bijvoorbeeld voor gepleit om een bestuurslid vrouwenvoetbal aan te stellen.”

Met Suzanne Stuij is dat bestuurslid sinds dit seizoen gevonden. Ook de nieuwe voorzitter en jeugdvoorzitter zijn erg enthousiast, evenals de technische commissie: “Een belangrijke taak voor mij is om anderen enthousiast te maken. En dat lukt vaak vanzelf. Bijna iedereen die een meidenteam training gaat geven of begeleiden, raakt snel overtuigd.”

Ook kleine dingen maken verschil. “De meiden liepen eerst in afgedankte jongensshirts. Sinds de winterstop spelen alle meidenteams in getailleerde shirts, met dank aan enthousiaste ouders.” Daarnaast hoopt hij dat niet alleen vaders, maar ook meer moeders actief worden in de afdeling. “Misschien denken moeders: ik heb geen verstand van voetbal, dus dit is niks voor mij. Maar er is ook zoveel buiten het voetbal om te organiseren.”

Tijmen weet dat hij soms wordt nagekeken. “Dan krijg ik naar m’n hoofd geslingerd: ‘Ben je weer met die vrouwen bezig?’” Hij haalt zijn schouders op. “Als ouders dit lezen en twijfelen of voetbal iets is voor hun dochter: kom alsjeblieft een keer kijken. En meedoen met een training kan natuurlijk altijd!”

Klik op VVAC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVAC voor meer informatie over de club.

‘Ik probeer nu vooral nog simpel te spelen’

Een paar plekken stijgen. Dat is wat Ruben van Mourik betreft het grote doel voor de tweede seizoenshelft. Want op nacompetitievoetbal tegen degradatie, zitten ze bij vierdeklassser Herkingen’55 allesbehalve te wachten. “Tegen de onderste ploegen hebben we te veel punten laten liggen.”

En dat terwijl het tegen de sterkere tegenstanders, juist beter gaat, meent de pas zeventienjarige Van Mourik. “Zelf het spel maken, ligt ons minder. Daar zijn we nu hard mee bezig.” Want met alleen counteren, komt Herkingen’55 er in de vierde klasse zomaar niet. “Als we beter gaan voetballen, creëren we ook vanzelf meer kansen.” En meer kansen, betekent hopelijk automatisch ook meer doelpunten. “Voorlopig scoren we te weinig. We willen graag boven de nacompetitie eindigen, dus ons doel is om nog een paar plekken te stijgen.”

Vader en opa

Maar vanzelf, komt dat zeker niet. “De trainingsopkomst kan wel wat beter.” Bij de club, waar Van Mourik al sinds jonge leeftijd komt. “Ik ben begonnen bij de kleuters, daarna ging ik er drie jaar tussenuit.” Om te gaan freerunnen en boogschieten, vertelt hij. “Tot dat ging vervelen, toen ben ik weer bij Herkingen’55 gaan voetballen.” En zonder spijt. “Het is hier gewoon heel gezellig. De club ligt midden in het dorp, iedereen kent elkaar en veel bekenden komen altijd kijken.” Waaronder zijn vader en opa. “Die hebben ook allebei in het eerste elftal gespeeld!” Net zoals Van Mourik nu dus. “Dit is het eerste seizoen dat ik er echt vast bij zit.” Veel tijd om te wennen, had de inwoner van Herkingen niet nodig, vertelt hij. “Doordat ik vorig jaar al wel eens mee mocht doen, ging dat een stuk sneller.” Toch is het verschil met het tweede, waar hij eerst speelde, vrij groot, heeft Van Mourik gemerkt. “Vooral qua snelheid in het spel. Je moet veel sneller nadenken, vooruitkijken én handelen.” In zijn geval als linksback. “Bij het tweede kwam ik er ook veel overheen, nu probeer ik vooral nog wat simpeler te spelen. Hopelijk kan ik straks ook weer wat meer gaan aanvallen, dat blijft toch het leukste!”

Niet verwacht

Al heeft de rechtspoot zijn verdedigende kwaliteiten, niet van een vreemde. “Mijn opa stond ook achterin, maar dan centraal. En mijn vader, was ook linksback. Al was die niet van het aanvallen.” Qua felheid, lijkt hij dan weer wel veel op zijn vader, lacht de verdediger. “Dat zit in de familie!” Hoe is het voor hem, om nu zelf ook in het eerste elftal te spelen van zijn club? “Ik ging vroeger vaak kijken bij mijn vader, dan hoopte ik daar natuurlijk ook ooit te spelen. Maar dat het zo snel zou gaan, had ik toen niet verwacht… Dat leek allemaal nog zo ver weg.” Toch is dat, sinds een aantal maanden, dus daadwerkelijk het geval. En met succes. “Ik ben de laatste wedstrijden basisspeler aan het worden, dus dat wil ik graag blijven.” Aan een vertrek bij Herkingen’55, denkt Van Mourik sowieso niet. “Ik blijf hier altijd voetballen!”

Klik op Herkingen’55 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Herkingen’55 voor meer informatie over de club.

Jeugdtrainer Nees de Vos biedt de oudere jeugd een mix van plezier en prestatie

Nees de Vos (48) staat een flink deel van zijn weekenden langs het veld bij Groot-Ammers. Niet omdat hij ooit droomde van het trainersvak, maar omdat het zo is gelopen. Zijn jongste zoon ging voetballen, er was een trainer nodig, en voor hij het wist stond hij zelf voor een groepje JO9’ers. “Best spannend,” zegt hij eerlijk. “Ik was zelf geen voetballer, dus je vraagt je wel af waar je aan begint.”

Dat bleek mee te vallen, Nees werd definitief onderdeel van het vaste decor langs de lijn. In die beginjaren stond hij samen met een andere vader op het veld, iemand die wél goed kon voetballen. “Dat werkte fijn. Hij had het voetbaltechnische, ik deed de rest.” Vijf jaar lang trainden ze hetzelfde team. Veel wisselingen waren er niet, de sfeer was goed en vooral: het was gezellig.

Inmiddels staat Nees er alleen voor. Hij is trainer van de JO17-2, een ploeg die hij nu voor het derde jaar onder zijn hoede heeft. Vijftien pubers, zoals hij zelf zegt. “Dan kom je soms echt ogen en oren tekort, maar laat het duidelijk zijn dat dit een leuke groep is.” Ook zijn eigen zoon speelt in het team. “Na elk jaar vraag ik hem: blijf ik je coach of niet? Ik vind dat hij dat moet bepalen. Het kan zijn dat hij zich er ongemakkelijk of raar bij voelt, maar dat is niet het geval. Zolang hij het prima vindt dat ik er sta, zie ik geen reden om als trainer weg te gaan.”

Trainersdiploma

Dat hij het trainersvak serieus neemt, betekent niet dat hij er grootse plannen mee heeft. Nees heeft zijn VC2-diploma gehaald, maar vooral omdat hij merkte dat het nodig was. “Toen die jongens naar het grote veld gingen, werd het gewoon wat ingewikkelder. Dan vind ik dat je beter moet weten wat je doet. Ik wilde het goed doen, maar ik hoef geen carrière als trainer.”

Wat hij leuk vindt, is het werken met jeugd. Zien dat dingen langzaam beter gaan. “Het gaat niet super snel en heel veel zit er al in. Maar soms zie je ineens dat iets klikt. Dat vind ik mooi. Dit team ervaar ik als een fijne mix: serieus genoeg om te willen winnen, maar lol hebben is ook belangrijk.”

Langs de lijn is Nees naar eigen zeggen goed te horen. Niet met algemene aanmoedigingen, maar met aanwijzingen. “Ik roep vooral inhoudelijk. Waar iemand moet staan, wat slimmer kan. Echt gefrustreerd raken gebeurt eigenlijk nooit. De keren dat ik boos ben geworden zijn op één hand te tellen en die grens is ook heel duidelijk bij mij. Als iemand uit mijn team bewust gaat uitlokken of op een vechtpartij aanstuurt, dan kan ik echt boos worden. Die jongens weten inmiddels dat ik dan hard ingrijp.”

De JO17-2 speelt derde klasse, een niveau dat volgens Nees precies goed past. “Toen we naar deze klasse toe promoveerden, had ik niet verwacht dat we dit zo zouden volhouden, maar het gaat prima. Hoger zou voor ons echt te lastig worden.”

Nees ziet dat zijn ploeg iets aantrekkelijks heeft. “Er zijn drie spelers van buitenaf bijgekomen, jongens die deze mix zoeken, zij horen dan van spelers hoe leuk het team is. Het is een vriendengroep, maar wel eentje die nog redelijk serieus wil voetballen. In de senioren zie je dat veel meer hè, vriendengroepen die voetballen maar het sociale aspect ook heel belangrijk vinden. Ik denk dat het goed is om die mix ook al in de jeugd aan te bieden. Dat zoeken best veel spelers.”

Voor Nees hoeft het allemaal niet groter te worden dan het is. Geen hogere klassen, geen lange-termijnplannen. “Als ze met plezier trainen, dingen leren en het teamgevoel goed blijft, dan ben ik tevreden.”

klik hier voor meer artikelen over Groot Ammers
klik hier voor meer informatie over Groot Ammers

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.