Home Blog Pagina 6

Schillemans krijgt eindelijk kans op favoriete plek bij Cluzona

0

Jarno Schillemans (20) begon twee jaar geleden als vleugelverdediger bij Cluzona. Inmiddels lijkt de Kruislander in zijn derde seizoen zijn favoriete positie – centraal op het middenveld – te hebben veroverd. Een spannend seizoen ligt voor de boeg: voor het eerst is er serieuze concurrentie op zijn plek. „Ik heb er vertrouwen in.’’

Bij RBC, waar hij negen jaar in de jeugd speelde, stond Schillemans al te boek als een alleskunner. Dat label zorgde ervoor dat hij op allerlei posities werd ingezet. De jonge allrounder vond dat niet erg, als hij maar speelde. Toch koos hij er zelf voor om die club te verlaten.

Zijn overstap naar Cluzona, twee jaar geleden, kwam voort uit een gebrek aan perspectief bij RBC. „Er zaten spelers in het eerste die kwalitatief beter waren’’, blikt hij terug. „Ook waren er een aantal teamgenoten van me bij de Onder-23 uitgenodigd om bij het eerste mee te draaien in de voorbereiding. Ik kreeg geen uitnodiging.’’

Via het zaalvoetbal, waar hij samen met zijn vader speelde, kwam Schillemans in contact met Jeroen Smits, destijds keeperstrainer bij Cluzona. Zijn vader liet weten dat zijn zoon op zoek was naar een nieuwe club, waarna bestuurslid Hidde Poppelaars een wedstrijd kwam bekijken. Al snel volgde een gesprek met trainer John Taks. „Die gesprekken waren positief’’, herinnert Schillemans zich. „Ik kreeg een warmer welkom dan ik gewend was bij een grotere club als RBC. Dat was precies waar ik naar op zoek was.’’

Bij Cluzona trof hij ook bekende gezichten. Mees Verburgh, die een jaar boven hem speelde bij RBC, kende hij al. Van Yorben Bus had hij training gehad bij voetbalschool TIC Sports. Daarnaast speelde zijn oom Paolo Fortunati al jaren in het eerste elftal van de Wouwse club.

Bij zijn overstap gaf Schillemans aan zich te willen richten op een toekomst als middenvelder. „Maar daar heb ik in mijn eerste jaar weinig gespeeld’’, vertelt hij. „Max Bellemans viel al vroeg in het seizoen uit met een kruisbandblessure. Dus werd ik op rechtsback gezet. Dat ging best prima en ik kon veel minuten maken. Het jaar erop, seizoen 2025-2026, werd ik een linie naar voren geschoven. In een 4-4-2-formatie stond ik rechtsmid. Ook daar kwam ik volop aan spelen toe.’’

Dit seizoen krijgt Schillemans de kans op zes. „In de voorbereiding hebben we veel blessures gehad’’, vertelt hij. „Als iedereen weer fit is, moet ik nog zien of dat invloed zal hebben op mijn basisplek. Dat ligt aan mijn eigen prestaties en de keuze van de trainer. Ik heb in ieder geval voor het eerst concurrentie bij Cluzona – op de flank had ik die niet vanwege blessures – en dat is denk ik alleen maar gezond.’’

Schillemans heeft in ieder geval een goed idee over hoe hij die positie gaat invullen. Als middenvelder wil hij graag de bal aan zijn voet hebben. „Dat is misschien ook wel een minpuntje: ik wil hem altijd hebben’’, lacht hij. „Voor de rest maak ik verdedigend veel meters. Mijn grootste kwaliteiten zijn mijn mentaliteit en conditie; ik werk hard en vecht voor iedere meter. Maar ik ben geen echte stofzuiger, ik probeer vooral veel passlijnen dicht te lopen.’’

DEVO stelt trainer aan met verleden bij vierdeklassers

0

DEVO heeft met Jaimy van Wortel een ambitieuze trainer aangesteld. De 36-jarige Hoevenaar begint in Bosschenhoofd aan zijn derde klus als hoofdtrainer, maar stapt voor het eerst in bij een vijfdeklasser. „Het is misschien wel een stapje achteruit, maar het mooie daarvan is, is dat je er ook weer twee vooruit kunt zetten.’’

De afgelopen twee seizoenen was Van Wortel actief bij WVV’67. Hoewel hij het in Woensdrecht erg naar zijn zin had, besloot hij er niet door te gaan. „Ik wilde opgaan voor mijn UEFA B-diploma’’, begint de trainer zijn uitleg. „Het reizen naar Woensdrecht in combinatie met mijn werk en de trainerscursus was iets te veel van het goede. Daarom ging ik op zoek naar een club dichter bij huis.’’

DEVO paste in het plaatje waar Van Wortel naar op zoek was. De plannen om zijn UEFA B-diploma te behalen gingen echter, nadat hij DEVO al zijn woord had gegeven, niet door. „De KNVB heeft bepaalde richtlijnen met een aantal punten waar je als trainer aan moet voldoen om mee te mogen doen aan de cursus’’, legt hij uit. „Ik vinkte te weinig punten aan om uitgenodigd te worden.’’

Desalniettemin begon Van Wortel met enthousiasme bij zijn nieuwe club. „Ik was ervan overtuigd dat er meer uit deze selectie te halen viel’’, blikt hij terug. „Meer dan ze in het verleden hadden laten zien. Dat triggerde mij en was ook mijn voornaamste reden om bij DEVO in te stappen.’’

Ook kende Van Wortel al een aantal spelers uit de selectie. „Dat zijn spelers die aan de bal goed zijn’’, vertelt hij. „Terwijl DEVO voorheen vaak met de lange bal speelde. Je zag die spelers de hele wedstrijd met een stijve nek omhoog kijken. Dat wilde ik gelijk veranderen. Zij moesten in hun kracht komen, zodat zij de dragende spelers zouden worden.’’

Een ploeg aan het voetballen krijgen: laat dat maar aan Van Wortel over. Bij zijn eerste club, RSV uit Rucphen, trof hij een gelijkwaardige situatie aan. „RSV was altijd een club die onderin meedraaide en waar de lange bal werd gehanteerd. Ik ben aan de slag gegaan met het positiespel, de omschakeling en een stukje lef aan de bal. In combinatie met de goede lichting die toen doorbrak, is dat een geslaagd project geworden.’’

Maar Rome is niet in één dag gebouwd. Dit soort projecten kosten tijd en moeite, zo weet Van Wortel ook: „Bij DEVO moest ik best een beetje trekken aan de selectie in het begin. Je merkt dat het wat meer moeite kost om je visie op een vijfdeklasser overgebracht te krijgen, dan op een vierdeklasser. DEVO speelde eerst de lange bal en ik wil ze nu op balbezit laten spelen, dat vergt energie.’’

„Maar na twee maanden hebben we zeker al stappen gemaakt’’, vindt de hoofdtrainer. „Je weet dat niet alles gelijk zal lukken, maar we zien progressie. Daarnaast vind ik het net zo belangrijk dat we er plezier in houden. Ons doel dit seizoen? De speelstijl erin krijgen. Als team vind ik dat we bovenin mee zouden kunnen draaien – daar heb ik alle vertrouwen in – maar dan moeten we nog wel een aantal stappen zetten.’’

SC Gastel groeit naar twee prestatieve damesteams

0

De dames van SC Gastel zijn afgelopen zomer van één naar twee prestatieve elftallen gegaan. De reden? Het succes van vorig seizoen, toen ze onder nieuwe trainer Peter Baan bijna wéér promoveerden. Hij remt de hosanna-stemming wel een beetje af: „We krijgen schouderklopjes, maar het seizoen moet nog beginnen.”

Op strafschoppen ging het mis: Gastel verloor van Zaandijk in de halve finale van de nacompetitie. Een puike prestatie voor een ploeg die voor het eerst in de eerste klasse uitkwam. Baan over het seizoen: „Toen de gehele selectie fit was na de winterstop, waren we bijna niet te kloppen. Negen van de elf wedstrijden gewonnen, zeven keer de nul gehouden en de derde periode veroverd.’’

Met goede prestaties komt de wil om erbij te horen. Dat was te merken deze zomer. „Talenten die in het verleden nog weleens vertrokken, kwamen nu vanuit de jeugd over naar de selectie’’, legt Baan uit. „Jeugdspeelsters die al vertrokken waren keerden terug. Ook kwamen er versterkingen bij van teams uit de Eerste Divisie, Topklasse en Hoofdklasse.’’

Met al die nieuwe krachten erbij, werd er gekeken of het optuigen van een tweede selectieteam mogelijk was. „Het bleek dat veel meiden uit het bestaande tweede prestatief wilden spelen’’, zegt Baan. „Er ontstond een selectie van 38 speelsters. Wel heeft dit ook een keerzijde: hoe behoud je de vibe van het succesvolle vorige seizoen?’’

„Concurrentie zorgt namelijk voor teleurstellingen’’, gaat de trainer verder. „Ambities en spelen met vriendinnen gaan niet altijd samen. Uiteindelijk heeft iedereen geaccepteerd dat ze moesten gaan strijden om hun plek in het eerste te behouden. Ook is er uitgesproken dat we met elkaar gaan werken aan een hechte selectie met twee prestatieve teams.’’

Organisatorisch liep niet alles vanzelf. „Een volwaardige selectie vraagt om investeringen’’, legt Baan uit. „In staf, kleding, bussen, et cetera. Niet voor alles was er budget, mede doordat het tweede selectieteam geen A-categorie-status heeft binnen de club. Ik vind dat je speelsters niet de plichten van een selectieteam kan geven, zonder dat zij de rechten die daarbij horen ook krijgen.’’

„Dus moesten we zelf creatief zijn, door budget voor bussen en kleding te regelen,” gaat hij verder. „Waar dat vorig jaar soepel ging, loopt dat dit jaar wat stroperiger. Maar alles lijkt de goede kant op te gaan. De voorwaarden om dit jaar met twee teams te presteren zijn aanwezig.’’

Baan hoopt dat de gedane inspanningen van de vrouwentak van Gastel tot langdurig succes zullen leiden. „Ten eerste moeten er weer meidenteams komen; die waren er vorig jaar niet en dit jaar ook niet. De jeugd waarborgt je aanwas.’’

„Daarnaast moeten de initiatieven die nu plaatsvinden clubbeleid worden’’, gaat hij verder. „Complimenten na een goede wedstrijd zijn altijd welkom, maar belangrijker is de status die de meiden binnen de club krijgen. De beleving, motivatie en ambitie van de vrouwen wijken niet af van die van de mannen. Spelen in een landelijke competitie in de subtop van het vrouwenvoetbal met verre uitwedstrijden vraagt veel commitment. Daarvoor mogen de meiden best beloond worden. De vrouwentak van SC Gastel heeft in de regio een voorsprong genomen die we moeten benutten. Er is potentie hier: wat Bavel is voor Breda, kan Gastel worden voor West-Brabant. Maar dat is aan de club als geheel. Niet aan de trainers en de staf.’’

In de zaal bij Kroeven, met de blik op het Midden-Oosten: El Allouchi’s plan

0

ZVV Kroeven deed deze zomer een bijzondere aankondiging: Mounir El Allouchi werd als nieuwe aanwinst gepresenteerd. De 31-jarige profvoetballer promoveerde in mei nog met Willem II naar de Eredivisie, maar zit nu zonder contract. „Ik ben met deze jongens opgegroeid.’’

Voor El Allouchi lag deze stap daarom wél voor de hand. De Roosendaalse prof traint iedere zomer mee bij Kroeven om zijn conditie op peil te houden. Ook speelde hij al eerder wedstrijden voor de zaalvoetbalclub, toen zijn contract in Saudi-Arabië in 2025 afliep. Niks nieuws dus, dat hij dit seizoen weer minuten gaat maken bij de zaalvoetbalclub uit de wijk waar hij vandaan komt. „De PR is nu alleen wat groter dan de vorige keer’’, lacht hij. „De foto die werd gepubliceerd maakte veel los.’’

De ervaren linksback heeft een bewogen en emotioneel seizoen achter de rug. El Allouchi verloor zijn dochtertje net voor aanvang van de play-offs om promotie. Een paar dagen later stond de Roosendaler echter alweer op het veld om met Willem II een Eredivisie-ticket te bemachtigen. In de eerste thuiswedstrijd van de route naar de finale, tegen RKC Waalwijk, maakte hij zelfs de beslissende treffer. Aan het eind van de rit won Willem II de play-offs en dichtte trainer John Stegeman hem een belangrijk aandeel daarin toe.

Toch werd zijn aflopende contract niet verlengd. De reden? Als 31-jarige voetballer vertegenwoordigde hij geen restwaarde. „Ik begreep die redenering, maar ik was het niet eens met het besluit’’, vertelt El Allouchi. „In Nederland ben je als speler van boven de 28 al oud en ga je qua waarde achteruit. Maar ik ben fit, heb genoeg kwaliteit en al twee jaar Eredivisie-ervaring. Ik weet wat daar gevraagd wordt en had dat aangekund.’’

Als voetballer moet je je conformeren aan het besluit van de club. Dat deed El Allouchi dus ook: hij keek verder. Aanbiedingen kwamen er vanuit verschillende Europese landen, maar de linksback hapte nergens op. Hij blijft liever in Nederland of vertrekt naar het Midden-Oosten: „In het buitenland wil ik alleen naar Saudi-Arabië of de Emiraten’’, legt hij uit. „Dat heeft twee redenen: het financiële natuurlijk, maar ook de kwaliteit van leven.’’

„Die combinatie vind ik geweldig’’, gaat El Allouchi verder. „Ik heb al eerder in de Saudische competitie gespeeld en dat beviel me goed. Het leven van een voetballer daar is heel erg gericht op de wedstrijden. We trainden ‘s avonds en de meeste lokale jongens kwamen één minuut voor aanvang met een koffietje in de hand aankakken. Dat terwijl ik al een uur van tevoren bezig was met rek- en strekoefeningen. En ze waren allemaal fit, hè. Nooit blessures. Ze stonden er altijd. Die scherpte in de weekenden en de relaxedheid doordeweeks, dat trekt me heel erg.’’

In afwachting van de juiste aanbieding is El Allouchi dus in de zaal bij Kroeven te bewonderen. Zaalvoetbal ligt de behendige back annex middenvelder goed. „Het is een hele andere tak van sport: het gaat veel sneller, het veld is kleiner, je hebt veel meer balcontacten. Ook kom je overal uit op het veld. Die combinatie ligt mij wel. Zolang ik hier speel, wil ik het team helpen, fit blijven en plezier maken.’’

RBC’er Bierkens verruilt aanvoerdersband voor jeugdtrainerschap

0

Perry Bierkens (36) is na een lange voetbalcarrière begonnen als jeugdtrainer bij de JO14 van RBC. Zo blijft de voormalig captain betrokken bij de club waar hij zoveel successen beleefde. „Je probeert je ervaring op ze over te brengen, maar ze denken het vaak al heel goed zelf te weten’’, lacht hij.

„Verlaat het voetbal, voordat het voetbal jou verlaat”, zei Sky Sports-analist en voormalig Liverpool-verdediger Jamie Carragher in 2024. Die uitspraak bleef hangen bij Bierkens. Dat seizoen twijfelde de toen 34-jarige verdediger al of hij er nog een seizoen aan vast zou plakken. Naarmate het voetbaljaar vorderde, besloot hij toch met zijn team de Derde Divisie in te gaan: „Maar al snel werd het voor mezelf duidelijk dat dat mijn laatste seizoen zou zijn.’’

Met de uitspraak van Carragher in zijn achterhoofd besloot Bierkens al vóór de winterstop dat hij er na het seizoen een punt achter zou zetten. „Het fysieke component speelde mee, maar op een gegeven moment bereik je een leeftijd – ik was toen 35 – waarop het ook wel genoeg is geweest. Je moet stoppen op je hoogtepunt: ik heb in vijf seizoenen twee kampioenschappen en een promotie meegemaakt.’’

Toen het hoge woord eruit was, ging hij met RBC om de tafel over hoe hij nog betrokken kon blijven. „Ik was er al over uit dat ik een jeugdteam wilde gaan trainen’’, vertelt hij. „De twee seizoenen voor mijn laatste seizoen had ik al het team van mijn zoontje getraind. Die speelde toen in de JO8 en vervolgens in de JO9 van RBC. Ik heb toen ook mijn VC1-diploma gehaald.’’

„Na die twee seizoenen stopte ik daarmee, omdat ik me in mijn laatste seizoen volledig wilde richten op mezelf als voetballer en RBC 1’’, gaat Bierkens verder. „Wel wist ik al dat ik het later weer wilde oppakken. Nu ik zelf niet meer voetbal, is daar weer ruimte voor. RBC stelde voor om de JO14 te gaan trainen.’’

„Het is een goede lichting’’, vindt Bierkens. „Dit seizoen is het tweede seizoen voor ze op een groot veld. Dat is een nieuwe fase in de ontwikkeling van een voetballer: ze moeten nog leren gebruik te maken van al die ruimte. Een mooie kans en uitdaging voor mij om daarmee aan de slag te gaan.’’

Een JO14 trainen is andere koek dan een JO8, heeft Bierkens al snel gemerkt. „Het zijn echt pubers. Ze weten het allemaal al heel goed voor hun eigen gevoel. Dat vereist een speciale aanpak. Soms ben ik een van hen, bijvoorbeeld met taalgebruik en grappen. Maar tijdens besprekingen, trainingen of wedstrijden sta ik er echt boven. Dan eis ik ook het maximale.’’

De JO14 krijgt in Bierkens na twee jaar een nieuwe trainer. Met die trainerswissel ging een aanpassing in formatie en speelstijl gepaard. „Ik merkte dat dat even een omschakeling was’’, vertelt de trainer. „Het vergt tijd om aan elkaar en het systeem te wennen. Maar ik moet zeggen: we zijn de laatste tijd meer naar elkaar toe gegroeid. Ook de potentie en intentie zijn er. Dat begint nu zijn eerste vruchten af te werpen.’’

Sanders voor de tweede keer van Cluzona naar Alliance: ‘De perfecte oplossing’

0

Lucas Sanders (30) is deze zomer voor de tweede keer in zijn voetbalcarrière naar Alliance overgestapt. De Wouwse middenvelder zag zijn vriendenteam bij Cluzona uit elkaar vallen en wilde graag weer selectievoetbal spelen. „Het gaat beter dan verwacht.’ Na het uiteenvallen van zijn team kreeg Sanders een belletje van zijn goede vriend, tevens aanvoerder van Alliance 1, Bob Rijpert. Of hij geen zin had om weer op sportpark De Kortendijk te komen voetballen? „Het was de perfecte oplossing’’, legt de Wouwse middenvelder uit.

„Hoewel mijn team uit elkaar gevallen was, wilde ik nog niet stoppen met voetballen’’, gaat hij verder. „Bij Cluzona kon ik alleen aansluiten bij een team dat op zondag speelt, terwijl ik graag op zaterdag wilde blijven spelen. Ook wilde ik graag op niveau blijven voetballen. Bij Alliance kon dat allemaal.’’

Daarnaast kent Sanders een deel van de Alliance-selectie. Een aantal van hen heeft een verleden bij Cluzona; anderen speelden al bij Alliance toen hij daar zelf negen jaar geleden zat. Op zijn 21ste maakte hij de overstap van Wouw naar Roosendaal namelijk al eens. „Ik had een meningsverschil met de trainer. Hij koos ervoor om me buiten de selectie te laten voor de kampioenswedstrijd. Daar was ik een beetje chagrijnig over’’, blikt hij terug.

Om weer met een schone lei te beginnen, maakte de Wouwenaar de overstap naar Alliance, waar hij een jaar speelde. Vanwege de switch van zondag- naar zaterdagvoetbal keerde Sanders terug naar Cluzona. Tevens werd hij door zijn oud-teamgenoot Marcel van der Sloot, die inmiddels trainer was geworden, gevraagd om bij het eerste mee te trainen.

Na één seizoen trainen bij Cluzona 1 en spelen in een vriendenteam sloot Sanders weer volledig bij het eerste aan. Twee jaar later zette hij een punt achter zijn tijd bij de Wouwse selectie. „Het speelde mee dat Marcel (van der Sloot, red.) stopte als trainer. Daarnaast wilde ik me meer focussen op het trainerschap. Ik werd namelijk gevraagd om bij MOC’17 de JO15-1 te gaan trainen.’’

Toen dat seizoen erop zat, kwam Van der Sloot weer op het pad van Sanders. De oud-prof was inmiddels actief als hoofdtrainer bij VV Dongen, dat toen uitkwam in de Vierde Divisie. „Hij vroeg mij als zijn assistent’’, vertelt Sanders. „Ik had eigenlijk al toegezegd trainer te worden van de JO17-1 bij Roosendaal, maar deze kans kon ik niet aan me voorbij laten gaan. Ik heb een hele goede band met Marcel en dit was een speciale klus.’’

„Het waren twee hele mooie jaren in Dongen’’, blikt Sanders daarop terug. „Werken onder een trainer die met een professionele blik naar het voetbal kijkt, daar heb ik heel veel van geleerd. Maar op een gegeven moment kon ik mijn werk niet meer combineren met de vele uren die erbij kwamen kijken. Dus ben ik – na het winnen van de beker – in de zomer van 2025 gestopt.’’

Het trainerschap heeft Sanders voor nu even op de lange baan geschoven. Als voetballer blijft hij dus nog wél actief bij Alliance. „De voorbereiding liep goed en ik heb tot nu toe elke wedstrijd in de basis gestaan. Persoonlijk gaat het beter dan verwacht. Met het team staan we voor de uitdaging om te handhaven in de derde klasse. Daar gaan we voor.’’

DVO’60 stelt clubman Nieuwlaat aan als vervangend hoofdtrainer

0

Het eerste van DVO’60 heeft een roerige zomer achter de rug. Er werd in Delano Omio een nieuwe hoofdtrainer aangesteld, maar zijn dienstverband bleef beperkt tot een aantal weken. Assistent Edwin Nieuwlaat, die eerder al de leiding had bij het eerste, nam het stokje over. „Ik had eigenlijk de ambitie niet meer.’’

Nieuwlaat neemt het roer over

Nadat de wegen van Omioo en DVO’60 scheidden, ging de club op zoek naar een vervanger. Haast was geboden: het nieuwe seizoen zou een maand later beginnen. Het bleek lastig om zo laat in de voorbereiding nog iemand van buitenaf aan te trekken: „De trainers die op dat moment nog beschikbaar zijn, zijn dat om een reden. Vaak is het een bewuste keuze’’, vertelt Nieuwlaat.

Dus keek de club naar een interne oplossing. Met Nieuwlaat op de bank hadden ze in principe al een ervaren hoofdtrainer in de gelederen, maar de Roosendaler had een aantal jaar geleden aangegeven geen ambitie meer te hebben om eindverantwoordelijke te zijn. „Maar ik wilde de club niet laten vallen’’, verklaart hij zijn keuze om het toch te doen.

Een verbintenis voor minimaal een jaar

DVO’60 vroeg Nieuwlaat het roer tot aan de winterstop over te nemen. „Ik heb zelf voorgesteld om er een jaar van te maken’’, vertelt hij. „Je wil geen onnodige onrust veroorzaken in de winter. We hebben ook de afspraak gemaakt om, mits het van beide kanten bevalt, te kijken naar een langere verbintenis.’’

Voor Nieuwlaat is het vooral van belang dat hij plezier in zijn werkzaamheden blijft houden: „Toen ik stopte als trainer vond ik de rust wel fijn. Het houdt namelijk niet op bij twee trainingen per week en een wedstrijd; je bent er eigenlijk de hele week mee bezig. Daar had ik geen zin meer in. Nu ik er weer ingerold ben, blijkt dat ik het toch nog heel leuk vind. Zolang dat blijft, blijf ik het graag doen.’’

Via het tweede terug bij het eerste

De laatste keer dat Nieuwlaat hoofdtrainer was, was in de coronatijd. Na die periode werd hij hoofd technische commissie. Na twee jaar begon het toch weer te kriebelen. De clubman ging aan de slag als trainer van het tweede en als assistent van Marco Klijs, de hoofdtrainer van de afgelopen twee seizoenen. Zo raakte Nieuwlaat toch weer betrokken bij het eerste: „Vooral het stukje groepsdynamiek en teambuilding vind ik leuk om mee bezig te zijn en dat kon perfect in die rol.’’

Een bredere selectie en nieuwe uitdagingen

Maar de plicht riep, dus staat Nieuwlaat nu weer als eindverantwoordelijke voor de groep. Grote veranderingen vonden plaats bij de selectie van DVO’60. Waar het team vorig jaar blij moest zijn als er zestien man op de been gebracht kon worden, kan er dit jaar geput worden uit een groep van zo’n 23 ‘eerste elftal-waardige’ spelers. Dat brengt ook weer uitdagingen met zich mee: „Het is van belang dat je alle kikkers in de kruiwagen houdt’’, vertelt Nieuwlaat.

Een uitdaging die hem op het lijf geschreven is: „Mijn grootste kracht als trainer is dat ik van een groep jongens een elftal kan maken. Ik weet dat je een competitie niet gaat winnen met zestien man. Daar heb je iedereen bij nodig. Maar we moeten reëel blijven: vorig jaar hebben we op het nippertje gehandhaafd. Dit jaar willen we, gezien de bredere selectie, een stabiele middenmoter zijn.’’

Van trainen tot het organiseren van toernooien: Boeijen doet het allemaal bij Cluzona

0

Bij Cluzona is Stijn Boeijen niet op één plek te vinden. Zo staat hij als trainer op het veld bij JO14-1, maar duikt hij ook geregeld de bestuurskamer in als coördinator in de jeugdcommissie. „Bij Cluzona rol je erin als je een voetbalachtergrond hebt”, vertelt hij over zijn dubbelrol.

Boeijen werd trainer toen zijn twee zoons, inmiddels 12 en 14, een jaar of zes, zeven waren en bij Cluzona begonnen met voetballen. „Ieder jaar is er bij Cluzona wel een tekort aan trainers. Met een voetbalachtergrond wordt er dan een beroep op je gedaan.”

Boeijen kwam in Wouw terecht via zijn werk in de landbouwsector en woont daar nog steeds met zijn vrouw en twee zoons. Oorspronkelijk komt hij echter uit Halsteren, waar hij tot zijn achttiende voetbalde. Na twee jaar te zijn gestopt, kwam hij via collega’s bij Moerstraten terecht. „We werden daar altijd laatste, maar ik ben fanatiek en wilde verder komen.”

Daarom meldde Boeijen zich aan bij Cluzona en kwam daar in het eerste terecht, dat destijds actief was in de vijfde klasse. Later keerde de aanvaller terug bij Moerstraten, bij zijn vriendenteam, waar hij onder RBC-legende Pierre van Hal trainde. „Een uniek persoon. Hij heeft vroeger nog tegen Johan Cruijff en Willem van Hanegem gespeeld. Daar had hij het soms tussen neus en lippen door over.”

Uit Van Hal haalt Boeijen inspiratie als trainer. Om dat verder te onderbouwen, volgde hij vorig jaar de VC1-cursus. „Dit om mezelf te ontwikkelen en daarmee de jongens verder te helpen.’’

Dat wierp vruchten af: vorig seizoen begon zijn team – dat hij samen met Roger Doggen, Dennie Poldermans en Stefan van Meel traint – in de derde klasse aan de bekerfase, werd tweede, promoveerde naar de eerste klasse en werd daar kampioen. Het gevolg: promotie naar de hoofdklasse. „Een unieke ervaring, voor de jongens en voor de club. Het komt niet vaak voor dat een team uit de jeugd van Cluzona zo goed presteert op dat niveau.”

Dit seizoen leidt Boeijen één avond per week de training en is hij zaterdag altijd aanwezig bij de wedstrijd. Sportief verloopt het echter minder soepel met de JO14. „De jongens zijn fanatiek en willen leren, maar een factor geluk speelt ook mee.’’

Waar er vorig seizoen weinig blessures waren, kampt het team dit jaar met een ware plaag; een wedstrijd winnen zat er nog niet in. Daarnaast stopten twee spelers, waardoor er wat kwaliteit verloren ging. Het team, dat in de eerste klasse begon, bungelt volgens Boeijen qua niveau tussen de eerste en tweede klasse in. „Het blijft een hele leuke groep waar het plezier vanaf straalt.”

Daarnaast is Boeijen dus jeugdcoördinator. Samen met drie anderen regelt hij activiteiten, het trainingsschema en de teamindelingen; zelf coördineert hij de O11, O12 en O13. Als jeugdcommissielid is hij tevens betrokken bij het Cluzona Jeugdtoernooi, dat deze zomer de derde editie hield sinds het nieuw leven werd ingeblazen. Elk jaar in juni strijden teams uit de hele regio in categorieën van O7 tot en met O16. „Voor elke categorie proberen we zes tot acht teams te vinden. Dat lukt steeds beter. Ieder jaar melden zich meer teams aan.’’

Golfen, golfen en dan pas voetbal: de prioriteitenlijst van teruggekeerde Van der Logt

0

Om zijn droom in het topgolfen na te jagen, keerde Rik van der Logt (20) afgelopen zomer terug bij HSC’28. De Heerlese aanvaller speelde het afgelopen anderhalve jaar bij Roosendaal 1, maar is terug op het oude nest zodat hij meer tijd heeft om op de golfbaan te staan. „Ben verliefd geworden op die sport en wil er mijn werk van maken.’’

Van golfhobby naar obsessie

Drie jaar geleden kwam Van der Logt in aanraking met golf, omdat hij in de horecagelegenheid van het golfcentrum in Roosendaal ging werken. Steeds vaker kwam het voor dat hij voor en na het werk met een golfclub aan het oefenen was. „De eerstvolgende stappen waren om mijn baanpermissie en een handicap te gaan halen’’, vertelt hij.

Deze nieuwe hobby werd al snel een obsessie voor Van der Logt. In de loop der jaren schrijft hij zich in bij golfclub Wouwse Plantage, waarvoor hij in competitie gaat golfen, gaat werken bij golf- en zakencentrum The Dutch in de buurt van Gorinchem en begint aan een stage bij een golfprofessional in Goes. „Die stage is om me voor te bereiden op de opleiding B-professional bij de PGA, waar ik volgend jaar aan begin’’, vertelt Van der Logt. „Daar zal ik leren om zelfstandig les te geven en coaching te bieden aan individuele golfers en teams.’’

Golf boven voetbal

Allemaal om zichzelf te professionaliseren en te verdiepen in de golfsport. Daarnaast is Van der Logt ook snowboardleraar bij SnowWorld in Rucphen en heeft hij zijn VC1- en VC2-diploma’s gehaald als voetbaltrainer. „Maar golfen vind ik veel leuker en interessanter’’, legt hij uit. „Het teamaspect bij het voetballen is natuurlijk geweldig, maar ik ben zo competitief dat ik alleen mezelf verantwoordelijk wil kunnen houden voor een goede of slechte prestatie. Dat heb je bij golf in eigen hand.’’

Sinds zijn golfobsessie ontstond, werd voetballen steeds meer bijzaak voor Van der Logt. Dat terwijl de talentvolle aanvaller een aantal jaar daarvoor nog van club wisselde om op een hoger niveau te voetballen. Hij stapte over van HSC’28 naar Roosendaal om daar in de Onder-17 te gaan spelen. „Daarmee hebben we nog op divisieniveau gespeeld’’, blikt hij terug.

„In de Onder-23 merkte ik dat golf interessanter werd en voetbal wat minder’’, gaat hij door. „Bij het eerste versterkte dat gevoel zich alleen maar. Ik had het daar niet zo naar mijn zin, omdat ik golfwedstrijden moest laten schieten om te voetballen. Het was natuurlijk mijn eigen keuze om bij Roosendaal te spelen, maar ik zat ook nog eens vaak op de bank.’’

Terugkeer naar HSC’28

De schoen begon steeds meer te wringen. Tegelijkertijd klopte HSC’28 geregeld aan bij Van der Logt, met de vraag of hij terug naar Heerle wilde komen. „Ik wist dat er bij HSC’28 meer mogelijkheden lagen om het spelen in een eerste elftal en mijn golfcarrière te combineren.’’

Dus ging Van der Logt het gesprek aan met de vijfdeklasser. „Zij gaven aan dat ze mij de ruimte wilde geven, mocht ik er een keer op de zondag niet bij kunnen zijn vanwege een golfwedstrijd. Bij deze club zijn de teugels iets minder strak aangetrokken dan bij een derdeklasser als Roosendaal.’’

Doelen voor dit seizoen

Zijn doelen dit seizoen? „Heel veel golfen’’, lacht hij. „Bij HSC hoop ik, gezien onze versterkingen, dat we mee kunnen draaien in de topvier.’’

Buiks erft rugnummer en topscorerstitel bij DIOZ

0

Toen aanvoerder en spits Guus Feijns medio vorig jaar een punt zette achter zijn lange carrière bij DIOZ, had de Zegse club al een waardige opvolger in de gelederen. Kiran Buiks (21) nam niet alleen zijn rugnummer over, maar groeide ook uit tot topscorer van de ploeg.

DIOZ speelde aan het begin van dit seizoen met 1-1 gelijk tegen Noordhoek in de beker. De topscorer van vorig seizoen was allesbehalve tevreden. „Die hadden we gewoon moeten winnen’’, vindt Buiks.

Toeval of niet: het is dezelfde tegenstander waartegen de Zegse club vorig seizoen de play-offs om promotie verloor. Genoeg reden voor Buiks om nog eens terug te blikken op zijn tijd bij DIOZ en vooruit te kijken naar wat dit seizoen moet gaan brengen.

De spits, die in het dagelijks leven lasser is, komt oorspronkelijk uit Oud Gastel. Zijn hele jeugd voetbalde hij bij SC Gastel, tot en met de A1. Daarna maakte hij de overstap naar het vierde elftal, een vriendenteam. „We werden benaderd door DIOZ, waar we vaak langs de lijn stonden om te kijken”, vertelt Buiks. „Ik had bij Gastel wel bij het eerste of de selectie kunnen meetrainen, maar daar had ik geen behoefte aan. Ik heb het druk en wilde niet zo vaak hoeven trainen.”

Na een jaar besloot hij, samen met vriend Lex Bovee en zijn broer Milo, toch de overstap te maken naar DIOZ. „Veel van onze vrienden komen uit Zegge. Het is een gezellige club, en relatief dichtbij.”

Inmiddels begint Buiks aan zijn vierde jaar bij DIOZ. De club verschilt op een aantal punten ten opzichte van zijn vorige: „Bij Gastel speelden we op kunstgras, hier op gewoon gras. DIOZ is een stuk kleiner, met minder teams.” Toch is dat voor Buiks juist een pluspunt gebleken. „Het is erg gezellig: lekker klein, ons kent ons. Dat bevalt me goed.”

In zijn eerste jaar bij DIOZ speelde Buiks nog met nummer 13. Toen Guus Feijns vorig seizoen stopte – destijds topscorer en jarenlang aanvoerder van de club – nam Buiks het rugnummer 9 over.

Ook nam de Gastelse spits de plek van Feijns in de punt over. Met negen doelpunten werd hij direct de nieuwe topscorer van het elftal. „Meestal is het een bal in de zestien die ik binnentik”, legt hij zijn manier van scoren uit. „Ik ontvang de bal graag dichtbij de goal, zodat ik met één actie tot een doelpoging kan komen. Of het met mijn hoofd of voeten is, maakt me niet zoveel uit.”

Vorig seizoen eindigde DIOZ knap als vierde, maar in de halve finale van de nacompetitie ging het mis tegen Noordhoek. DIOZ verloor verdiend, vindt Buiks. „Het had ook anders kunnen lopen, maar die dag zat het gewoon niet mee.” Promotie naar de vierde klasse bleef daardoor uit; DIOZ blijft actief in de vijfde klasse.

Dit seizoen mikt Buiks samen met zijn ploeggenoten op meer. „We gaan voor de top drie. Een periodetitel zou ook mooi zijn, dan kunnen we weer voor promotie strijden. De selectie is grotendeels hetzelfde gebleven.’’