Home Blog Pagina 7

Van der Waal wordt hoofdtrainer bij Meerkerk na vertrek bij Sliedrecht

Coen van der Waal (38) is de nieuwe hoofdtrainer van Meerkerk. Hij vertrok daarvoor bij Sliedrecht, waar zijn broer hoofdtrainer is.

Pijn deed het vertrek niet, zegt Van der Waal. Het was een bewuste keuze. Er was maar één weg om bij Sliedrecht te blijven: zelf hoofdtrainer worden. Hij besprak dat open met de club en met zijn broer Sjoerd, de huidige trainer. Hij vroeg hem rechtstreeks of hij plaats wilde maken. Het bestuur en de technische commissie besloten uiteindelijk nog een jaar door te gaan met Sjoerd. Van der Waal begreep die keuze. Langer wachten wilde hij niet. Dus ging hij op zoek naar een andere club. Als speler en trainer samen zat hij inmiddels zo’n tien jaar bij Sliedrecht.

Toen Van der Waal stopte met voetballen, werd hij meteen assistent-trainer bij het eerste van Sliedrecht. Een jaar keek hij mee. Daarna haalde hij zijn trainersdiploma VC 3. Jarenlang werkte hij als assistent naast zijn broer. “Een supertoffe tijd.” Toch bleef de wens om zelf voor een groep te staan. Die ambitie had hij altijd al.

Frisse start

Bij Meerkerk geniet Van der Waal vooral van het nieuwe. Nieuwe mensen, een andere clubcultuur, een andere manier van werken. Dat geeft hem energie. Dat hij nog niemand kent, ziet hij als voordeel. Zo kan hij zijn eigen ideeën neerzetten.

Meerkerk had een moeilijk seizoen achter de rug. Vier overwinningen, waarvan twee tegen Schelluinen, de club waarbij het hele eerste elftal was opgestapt. De rest werd verloren. Via de nacompetitie is SV Meerkerk gedegradeerd naar de vierde Klasse. Van der Waal, die in zijn jeugd bij FC Dordrecht speelde, vergelijkt de groep bewust niet met het niveau waarop hij zelf speelde. “Dat is het domste wat je als trainer kan doen.” Over zijn nieuwe groep is hij positief verrast. “Het is een gretige groep. Ze zijn er, ze willen graag, en ze klagen niet.”

Tactisch houdt Van der Waal het bewust simpel. “Je kan zelf technisch willen denken en op een bepaalde manier willen spelen, maar als een groep daar nog niet klaar voor is, moet je gewoon bij de basis beginnen. Is die basis eenmaal goed, dan kun je verder uitbouwen. Dus zo ben ik ook dit seizoen begonnen: eerst de basiselementen, en dan zien we vanzelf hoe ver we komen.” Ook in speelwijze kiest hij voor rust in plaats van variatie. “Laat me eerst één systeem goed neerzetten, voordat we allerlei dingen gaan aanpassen. Niet elke jongen heeft een opleiding genoten bij een BVO of een hoog spelende club. Dat leren ze nu eigenlijk pas bij het eerste elftal. Daar moet je als trainer wel rekening mee houden.”

Een eerste bewijs dat de aanpak aanslaat, kwam al snel. Vier weken na zijn aantreden won Meerkerk de eerste bekerronde met 6-0. “Dat is wel lekker als nieuwe trainer. Als je dingen aanleert en dingen zegt, en je verliest steeds maar, dan gaan spelers al snel denken: wie is die gozer eigenlijk? Nu geloven ze steeds meer in wat we aan het doen zijn. En niet alleen in mij, want uiteindelijk moet ik het gewoon samen met de overige stafleden en de spelers doen.”

Een gezamenlijk gevoel

Wat Van der Waal wel verbaasde, was hoe makkelijk spelers vorig seizoen afzegden voor training of wedstrijden. “Niet één keer per jaar op skivakantie, maar drie keer. En ik snap het allemaal wel, hoor. Maar we spreken met elkaar een heel seizoen af. Iedereen weet van tevoren wanneer er gespeeld wordt, dat schema ligt gewoon vast. Dan plan je een weekend weg maar in als dat uitkomt. Als jij afzegt, geef je daarmee ook een reden aan anderen om af te zeggen. En dat moeten we niet willen.”

Dat er iets leeft rond het eerste van Meerkerk, bleek al in de beker. De streekderby tegen Ameide trok bijna duizend toeschouwers. Op 5 december, de laatste speeldag voor de winterstop, staat de competitiewedstrijd tussen beide ploegen op het programma. “Het leeft hier echt. En dat vind ik mooi. Bepaalde waarden die in een club leven, daar doe je het uiteindelijk voor.”

Trainer Robin Bakker verruilt Kozakken Boys voor Vuren

0

Robin Bakker (24) is dit seizoen assistent-trainer bij Vuren. Na een jaar actief te zijn geweest op het hoogste amateurniveau van Nederland, is Bakker dit seizoen te vinden bij een vijfdeklasser.

Bakker en hoofdtrainer Ruud Bos kennen elkaar via werk. Bakker werkt bij de Sport BSO, gevestigd in de kantine van GJS. Dat is de club waar Bos bekend staat als een icoon, en waar zelfs het hoofdveld naar hem vernoemd is. Jarenlang spraken ze elkaar af en toe, zonder dat het verder ging dan een praatje over voetbal. Pas het laatste half jaar werd dat contact serieuzer. De uiteindelijke link liep via een gezamenlijke bekende: Hans de Jong, oud-trainer van Kozakken Boys en tegenwoordig actief in de jeugd van Feyenoord. Bakker werkte vier jaar nauw met hem samen, bij Unitas en bij Kozakken Boys. “Hans en Ruud kennen elkaar ook goed. Ik denk dat Hans heeft gezegd: ‘Die Robin, dat is wel wat voor jou als assistent bij Vuren.’”

Zelf voetbalde Bakker in de jeugd bij Sliedrecht, tot zijn achttiende. Aanhoudende knieklachten maakten daar een einde aan. Nader onderzoek liet hij achterwege. Hij was op dat moment toch al bezig met een sportopleiding en zijn eerste trainersdiploma’s. Rond zijn twintigste begon hij met training geven en dat beviel meteen. “Ik vind het gewoon heel leuk om na te denken over trainingen, om spelers te ontwikkelen, en om mezelf te verdiepen in de tactiek.” Zijn VC3 heeft hij inmiddels op zak. VC4 is de volgende stap.

Van videoanalist naar het trainingsveld

Bakkers weg als trainer verliep geleidelijk. Eerst jeugdtrainer bij Unitas, waar hij doorgroeide richting de staf van het eerste. Daarna videoanalist bij Kozakken Boys, destijds actief in de tweede divisie, onder Hans de Jong. “Daar heb ik enorm veel geleerd over tactiek. Je analyseert veel wedstrijden, en op een gegeven moment herken je bepaalde spelpatronen. Dan weet je ook wat je daar tegenover moet zetten.” Bij Vuren staat hij voor het eerst echt op het veld bij de senioren. Een niveau lager dan Kozakken Boys, maar geen stap terug, benadrukt hij. “Die vraag krijg ik wel vaker. Maar voor mezelf is het juist een stap vooruit. Ik doe meer op het trainingsveld, ben meer betrokken bij de tactiek, en kan mezelf verder ontwikkelen bij de senioren. Dat zijn voor mij alleen maar pluspunten richting het hoofdtrainerschap.”

Over de samenwerking met Bos is Bakker lovend. “Hij geeft me veel vrijheid en ruimte om mijn kennis en ervaring te delen. Vanuit zijn spelerscarrière en zijn jaren als jeugdtrainer, en vanuit wat ik bij Kozakken Boys en Unitas heb geleerd, vullen we elkaar heel goed aan.” Op de vraag of hij liever Pep Guardiola of Carlo Ancelotti zou willen zijn, moet hij even nadenken. “Ancelotti is denk ik meer een people manager, die spelers veel verantwoordelijkheid geeft. Guardiola duikt heel diep de details van de tactiek in. Ik neig toch meer naar die kant.” Ideaal zou een mix van beiden zijn, zegt hij er meteen bij.

Enthousiaste groep, bescheiden ambitie

Vuren degradeerde vorig seizoen naar de vijfde klasse. Van het bestuur klinkt geen harde promotie-eis, maar de staf legt zichzelf wel een duidelijk doel op. “We willen in ieder geval bovenin eindigen, zodat we rechtstreeks of via de nacompetitie mee kunnen doen voor promotie.” Bakker is te spreken over de groep. “Een enthousiaste selectie die na een minder jaar stappen wil zetten. Ze trainen met veel energie.”

Bambacht leeft voor de zaterdag bij Herovina

Eén rode kaart, één gele, na twee competitiewedstrijden. Nick Bambacht (23) van Herovina staat er niet om bekend, maar grijpt de uitleg met gemak aan. De verdedigende middenvelder is nuchter over de moeizame seizoensstart. Voetbal is toch al het enige waar hij echt om draait.

De rode kaart viel tegen Sleeuwijk, bij een 2-2 stand. “We zetten continu vol druk in de opbouw. Ik stap net te laat door op mijn man, wil vol afremmen, en glij uit.” Het was een pittige wedstrijd, met eerder al een kaart voor de aanvoerder en weinig goodwill tussen de assistent-trainer en scheidsrechter. Een minuut na zijn rode kaart viel de 3-2. “Ik trek mezelf dat wel aan, ook al had ik er geen controle over. Het voelt toch alsof je je team een half uur in de steek laat.”

Op het veld speelt Bambacht sinds anderhalf jaar vooral als nummer 6, maar hij is ook inzetbaar als centrale verdediger of back. “Een beetje tweebenig, verdedigend ingesteld.” Vanzelfsprekend is zijn plek niet. Bij een volledig fitte selectie moet hij er voor knokken. “Als ik een training mis, ben ik al snel de twaalfde of dertiende man. Dat is alleen maar goed, hoor.”

Bambacht begon als kabouter bij ASH, de club van zijn vader. Op zijn twaalfde maakte hij de overstap naar Herovina. Daar doorliep hij de hele jeugd, met op zijn zestiende zijn debuut als invaller en op zijn negentiende een vaste plek in het eerste. Nog altijd speelt hij samen met twee jeugdvrienden uit die tijd. “Mijn beste vrienden, daar voetbal ik ook mee samen in het eerste.”

Een warme dorpsclub

“Herovina is een hele warme dorpsclub, met veel vrijwilligers. De hele selectie van het eerste komt uit Herwijnen, op één speler na dit seizoen. Jong of oud, in de kantine maak je met iedereen even een praatje.” Zonder voetbal zou zijn zaterdag leeg zijn, en daar wil hij niet een aan denken. “Die schorsing waren mijn ergste twee weken.”

Naast het spelen is Bambacht ook jeugdtrainer en clubscheidsrechter. Het begon toen de jeugdcoördinator hem vroeg een team te trainen. Sindsdien wisselt hij dat af met fluiten voor de jeugd. “Iedereen is goed met elkaar bij Herovina, dus je doet ook gewoon wat voor een ander. Als ze aan het begin van het seizoen jeugdtrainers tekortkomen, dan sta je er gewoon voor die mensen.” Een officiële trainerscursus volgde hij ook, op vrijdagavond, maar hij stopte er halverwege mee. “Op jeugdniveau vind ik het heel leuk om training te geven, maar ik heb verder geen ambities ofzo.”

Darten als tweede passie

In zijn vrije tijd dart Bambacht fanatiek, op woensdag en vrijdag in competitieverband. Zijn gemiddelde ligt rond de 70, nog ver onder het niveau dat nodig is voor een landelijk tourkaart-toernooi. Thuis heeft hij een setup van bijna duizend euro staan, met camera’s en een tablet om online te oefenen en automatisch te scoren. Toch blijft voetbal op één staan. Door de week werkt Bambacht als timmerman waarvoor hij altijd vroeg uit bed komt. Maar niemand kan aan zijn zaterdag komen. ,,Die is echt voor Herovina. Elke zondag kijk ik alweer uit naar de volgende zaterdag.”

Thijs den Dunnen breekt door bij GJS

Soms gaat het sneller dan je zelf had gedacht. Voor Thijs den Dunnen begon vorig seizoen nog zonder grote verwachtingen, maar inmiddels is de twintigjarige spits niet meer weg te denken uit het eerste van GJS.

“Ik wist eigenlijk niet of ik zelf naar het eerste wilde gaan,” zegt Den Dunnen. Dat had weinig met angst of onzekerheid te maken, maar met de plek waar hij vandaan kwam. Hij voetbalde in de Onder 23, een elftal vol vrienden met wie hij al jaren samen speelde. “Daar zaten heel veel van mijn vrienden in en ik vond het zo leuk om met hun te voetballen. Ik wist ook niet of ik heel de tijd competitief wilde voetballen.”

Sinds zijn zevende speelt Den Dunnen bij GJS, de club waar hij nooit meer wegging. Vrijwel altijd in de eerste jeugdteams, stap voor stap omhoog. Vorig seizoen volgde dan ineens het echte werk: debuteren in het eerste, meteen in de basis, en meteen scoren.

Dat gebeurde uit bij Achterberg, in zijn eerste competitiewedstrijd voor GJS 1. “We hadden aftrap en werden gelijk onder druk gezet. Vanuit achter kwam er een bal langs de zijlijn, ik liep diep en werd weg gestoken. Toen schoot ik hem in de korte hoek.” Eerste basisplek, eerste competitiewedstrijd, eerste minuut, eerste goal. “Dat was wel een mooi debuut.”

‘Toen kwam Ömer en ben ik gewoon gaan meetrainen’

Dat Den Dunnen zijn kans kreeg, had ook te maken met de omstandigheden binnen de selectie. GJS kampte met flink wat blessures. Spelers vielen weg, waardoor de deur op een kier kwam te staan. Maar een kier is nog geen basisplaats. Die moest Den Dunnen zelf afdwingen. “Toen kwam uiteindelijk de nieuwe trainer Ömer. Ik ben gaan meetrainen, gewoon een keertje om te kijken. En het beviel wel, van zijn kant en van mijn kant. Toen ben ik er eigenlijk bijgekomen.”

Sinds zijn debuut speelde hij bijna alles. Twee of drie keer begon hij op de bank. Den Dunnen eindigde vorig seizoen met negen doelpunten. Zelf blijft hij er nuchter onder. “Het hadden er vast wel meer kunnen zijn, maar op zich, voor het eerste jaar ben ik er best tevreden mee.”

Dat mag ook wel. Zeker als je bedenkt dat hij vooraf helemaal niet had verwacht veel minuten te maken. “Dat was ook wel een reden dat ik dacht: in de Onder 23 blijven is ook goed, want daar speelde ik altijd negentig minuten.”

Toch is het niet zo dat hij zijn oude elftal meteen vergeten is. “Stiekem een beetje misschien”, zegt hij op de vraag of hij de Onder 23 mist. “Ik vind het wel heel leuk om met die gasten te voetballen. Maar ik vind het ook heel erg leuk om met het eerste te voetballen, misschien zelfs nog wel leuker.”

Jongen van de club

Op de vraag of hij beter is geworden sinds zijn stap naar het eerste, hoeft hij niet na te denken. “Honderd procent. Bij de Onder 23 is het niveau gewoon lager. Dan speel je tegen veel minder fysieke verdedigers en veel minder snelle en veel minder tactisch sterke. Het is echt wel een stukje moeilijker.”

Of hij ooit hogerop wil? Den Dunnen twijfelt. “Ik ben altijd een jongen van de club geweest. Ik zit hier best wel op mijn plek.” Zelfs in een hypothetisch scenario, waarin een club op hoger niveau aanklopt, blijft hij wikken en wegen. “Misschien zou ik wel een stap willen om te kijken of je het niveau echt aankan. Maar ik vind het ook altijd heel erg leuk om gewoon bij GJS te voetballen.”

Eric Pannekoek keert na hartstilstand terug langs de lijn bij HSSC’61

0

Eric Pannekoek (60) traint al achttien jaar bij HSSC’61. Bijna elke jeugdlichting is wel eens langs hem gekomen, plus de vrouwen en verschillende seniorenteams. In maart, tijdens een JO19-wedstrijd stopte zijn hart er mee. Dat hij nu weer gewoon op het trainingsveld staat, zegt veel over de man zelf. En over zijn band met de club.

Eric voetbalde als kind in Zeeland, in Goes, tot zijn tiende. Daarna verhuisde het gezin naar omgeving Leerdam. Zelf speelde hij als tiener, eind jaren ’70, bij HSSC’61. Als vader begon hij jaren later met coachen bij Leerdam Sport, de club van zijn schoonfamilie. Zijn oudste zoon, nu 31, trainde hij daar zo’n vijf jaar. Maar toen die zoon twaalf werd, wilde hij naar HSSC om bij zijn vrienden te voetballen. Eric had zelf nog contacten bij HSSC en regelde de overstap. Ze zijn er nooit meer weggegaan. Dat is inmiddels achttien jaar geleden.

Bijna elke jeugdlichting getraind

In die achttien jaar trainde Eric eigenlijk alle leeftijdsgroepen, van de JO9 tot de JO19. Hij volgde daarbij vooral zijn drie zoons, nu 31, 19 en 14 jaar oud, maar coachte ook weleens teams waar zijn eigen kinderen niet in speelden. Tussendoor deed hij een paar jaar de vrouwen, en verschillende seniorenelftallen. Het liefst trainde hij de oudste jeugd, JO17 en JO19. “Dat is een geweldige leeftijd. Die jongens gaan op zoek naar van alles, of het nou drank is of vriendinnen. Dan ben je als trainer soms meer dan alleen trainer.” Die band blijft hangen.

Oud-spelers groeten hem nog steeds niet bij zijn naam, maar met “hé trainer.” Een officieel trainersdiploma haalde hij nooit, en een eerste elftal heeft hij ook nooit gecoacht. Daar was simpelweg geen tijd voor, naast twee trainingen per week en volle zaterdagen. Tegenwoordig traint hij het derde, met veel oud-spelers uit zijn eigen jeugdteams erin, en begeleidt hij ‘s ochtends de JO14.

Dood neergevallen op het veld

Op 21 maart 2026 coachte Eric een wedstrijd van de JO19, Lekvogels tegen HSSC’61, in Lexmond. Zijn middelste zoon speelde mee, hij zit inmiddels ook in het derde. Vlak na het rustsignaal werd Eric duizelig. Hij probeerde het hek langs het veld vast te pakken. Dat redde hij niet meer. Hij kreeg een hartstilstand en viel neer op het veld. “Ik rook niet, ik drink niet. Het kan je blijkbaar als mens gewoon overkomen.” Ouders van spelers die langs de lijn stonden, herkenden direct wat er gebeurde en konden reanimeren. Bij de derde schok van de AED kwam Eric weer bij. In het ziekenhuis bleek zijn kransslagader volledig verstopt. Dankzij het snelle ingrijpen van de omstanders hield hij geen noemenswaardige hartschade over, al moest er wel een stent geplaatst worden. Weg blijven van het veld kon hij niet. Inmiddels traint en coacht hij gewoon weer.

Wat hem is overkomen, noemt Eric nog altijd onwerkelijk. “Het hele onwerkelijke is dat het in een seconde is gebeurd. Hij floot af, ik draaide me om, ik werd duizelig, en dat was het.” Stress van de wedstrijd zelf sluit hij uit. “We stonden zelfs voor.” Wel denkt hij dat zijn werk als projectleider, met onregelmatige uren in Nederland en België, een rol kan hebben gespeeld. “Ik neem misschien weleens dingen mee naar binnen die ik niet goed verwerk. Maar het kan ook gewoon pech zijn geweest.” Sindsdien probeert hij bewuster van dagelijkse dingen te genieten. “Ik heb ervaren dat je zomaar de mens van de dag kunt zijn.”

Zijn leven is sindsdien wel veranderd, al is dat officieel niet zijn eigen keuze geweest. Hij woog 108 kilo en weegt nu 96, met 90 als volgend doel. Zijn cardioloog noemde dat een van de beste dingen die hij kon doen. Ook zijn eetpatroon is regelmatiger geworden. Vroeger begon hij om zes uur ‘s ochtends zonder ontbijt, en at hij pas rond het middaguur of nog later. Nu eet hij op vaste tijden, drinkt hij tussendoor alleen water, en moet hij rekening houden met tien tabletten per dag, waarvan sommige nuchter en andere juist met eten ingenomen moeten worden.

Wat HSSC’61 voor hem betekent

Over wat de club voor hem betekent, hoeft Eric niet lang na te denken. “Ontspanning, plezier, iets om de hele week naar uit te kijken. HSSC’61 is echt een familievereniging.” Zijn eigen ervaring bewijst dat wat hem betreft het beste. Zodra bezoek in het ziekenhuis mocht, stond vrijwel het complete JO19-team klaar. “Niemand uitgezonderd.” Ook thuis kwamen vooral mensen van de club langs. “Ik denk dat zeker tachtig procent van mijn bezoek van HSSC kwam.” Met naam wil hij de mensen die hem die dag hebben gered liever niet noemen, uit angst iemand te vergeten. Wel wil hij hen, in het algemeen, nadrukkelijk bedanken.

Wat voor doelen heeft Eric komend seizoen? Sportief houdt hij het simpel. Met het derde wil hij dit seizoen het maximale eruit halen. Dat zijn manier van coachen feller is dan wat de groep gewend was, bleek al op de eerste training. “Bij mij draait voetbal altijd om winnen en presteren. Heb je het maximale eruit gehaald, dan houdt het daar ook op. Dan kun je tevreden zijn.”

Wat hem na al die jaren nog steeds aantrekt in het trainersvak, is vooral het plezier van veel geven en veel terugkrijgen. Het is bovendien zijn eigen uitlaatklep, na een drukke werkweek. “Op een gegeven moment ben je ‘s avonds met dit soort dingen bezig, en op zaterdag ook. Dat geeft ontspanning, weg van de drukte op werk.” En het gaat wat hem betreft nooit alleen over voetbal. “Als je met elkaar een team wil vormen, ontkom je er bijna niet aan om ook op gedrag te letten. Het is ook een stukje vorming van die jongens.” Juist bij de oudere jeugd, zegt hij, merk je dat het meest. Bij het huidige derde, met spelers rond de 25 die hij zelf ooit jong heeft getraind, ziet hij dat effect nog altijd terug.

RBC-aanwinst Bouyaghlafen wil weer topfit worden

0

RBC heeft afgelopen zomer een buitenspeler aangetrokken met meer dan honderd profwedstrijden op zijn naam. De Roosendaalse club heeft er vertrouwen in dat Oussama Bouyaghlafen (28) weer topfit gaat worden na de zwaarste blessure van zijn carrière. „Had al anderhalf jaar geen wedstrijd gespeeld.’’

Bouyaghlafen zat er lekker in bij Kozakken Boys. Na tien wedstrijden in de Tweede Divisie liet hij zes goals en vier assists noteren. Totdat het noodlot toesloeg op de training: „In een duel viel een speler op mijn knie, waardoor die in een onnatuurlijke positie kwam’’, blikt de Rotterdammer terug. „Daarbij scheurde ik mijn voorste enkelband af. Ik zat een jaar aan de kant; de zwaarste blessure uit mijn carrière.’’

En dat is veelzeggend voor een speler wiens profcarrière mede wegens een blessure ten einde kwam. Bij Almere City raakte hij uit de gratie door een scheur in zijn dijbeen. Toen hij een half jaar later terugkwam, waren er al andere spelers gehaald voor zijn positie. „Het was alsof ik niet meer bestond.’’

Terug naar de Kozakken Boys. Bouyaghlafen klopte na een jaar revalideren aan bij zijn trainer Hans de Jong. Hij wilde weer spelen. De reactie was vergelijkbaar met die van de staf van Almere. „De trainer koos ervoor om anderen minuten te geven, wat natuurlijk prima is. Wel wilde ik graag weer voetballen; het plezier terugvinden in het spelletje.’’

Dus ging de Rotterdammer op zoek naar een nieuwe uitdaging. Een aantal clubs informeerde, maar toen RBC aanklopte, was de keuze snel gemaakt. „Het is een club met veel historie’’, vertelt Bouyaghlafen. „Ik ken RBC vooral uit de tijd toen de KKD nog de Jupiler League heette. Het feit dat ze in een stadion spelen, speelde ook mee in mijn keuze. Maar het waren de ambities van de club die me het meest aanspraken.’’

„Ik ben 28 en weet niet hoelang ik het nog kan volhouden met mijn lichaam’’, gaat hij verder. „Zolang ik nog kan spelen, wil ik bij een ambitieuze club spelen die bovenin meedoet.’’

Na een gesprek met voormalig technisch manager Jean-Paul Nuijten en voormalig trainer Mark Klippel was Bouyaghlafen helemaal overtuigd. Hij zette zijn handtekening onder een contract bij RBC. „Als speler kenden ze me al van mijn tijd bij Den Bosch en Almere. Het feit dat ik meer dan honderd wedstrijden betaald voetbal heb gespeeld, was volgens hen ook een waardevolle toevoeging aan de groep.’’

En zijn eigen doelen dit jaar? „Ik heb anderhalf jaar niet gespeeld, dus ik wil vooral fitter worden en blijven. Er zit nog veel meer in het vat dan ik tot nu toe heb laten zien. Ik heb nog een aantal stappen te gaan. Wedstrijdfit zijn is heel wat anders dan fit genoeg zijn om te trainen. Na de eerste oefenwedstrijd bij RBC was ik helemaal kapot, terwijl er niet eens in hoog tempo werd gespeeld.’’

„Naarmate de voorbereiding vorderde, werd het wel steeds beter en ik hoop dat het zo door blijft gaan’’, gaat hij verder. „Begin oktober verwacht ik topfit te zijn. Daar ligt mijn focus op. Aan mijn voetballende kwaliteiten twijfel ik niet. Mits topfit, ben ik een aanwinst voor iedere club op dit niveau.’’

Frisse wind bij dames van Roosendaal

0

Bij de dames van Roosendaal staat er sinds deze zomer een nieuwe trainer voor de groep. Thomas van Ineveld (27) is doorgeschoven van de Meisjes Onder-20 naar het eerste elftal. „Er is een positieve vibe dit seizoen’’, vertelt de trainer.

Toen de vorige trainster van de Roosendaalse dames besloot na het vorige seizoen op te stappen, ging Shelley van Ham van de technische commissie op zoek naar een vervanger. Ver hoefde ze niet te zoeken. „Het is twee jaar geleden al ter sprake gekomen of ik de ambitie had om de Vrouwen 1 te trainen’’, verklaart Van Ineveld.

De stap naar het hoofdtrainerschap

„Eerst wilde ik het hoofdtrainerschap weer in de vingers krijgen na een periode als assistent’’, gaat hij verder. „Ook moest ik mijn UEFA C-diploma nog halen. Mijn beste vriend Dexten van Nijnatten kwam toen met het idee om samen een elftal te gaan trainen: de MO20.’’

Daar voelde Van Ineveld wel wat voor: „Ik had in het verleden een aantal jaar het team van mijn zusje getraind bij Roosendaal, dus was ik al ervaren in het meidenvoetbal. Daarnaast raken in en Dexten er niet over uitgepraat, het is echt heel fijn samenwerken.’’

Voor zijn periode bij de MO20 gaf Van Ineveld training aan jongens. „Niels van Osta (Hoofd Jeugdopleiding, red.) zag mij met een tactiekbord en een iPad in de weer toen ik trainer was van het team van mijn zusje’’, blikt hij terug. „Hij heeft toen gevraagd of ik een trainerscursus wilde gaan doen, onder begeleiding van een ervaren trainer. Dat kon toen bij de JO14.’’ Toch wilde Van Ineveld na drie jaar bij de jongens graag weer een meisjesteam trainen. „Meiden zijn een stuk dankbaarder’’, licht hij zijn stap naar de MO20 toe.

Klaar voor het eerste elftal

Na twee jaar bij de MO20 voelde Van Ineveld zich wél klaar voor de stap naar het eerste elftal. Van Nijnatten en Danny van Deventer completeren de staf. „Met Danny had ik al eens samengewerkt bij de JO14 en -15, dus wist ik dat hij een hele goede aanvulling zou zijn op Dexten en mij.’’

Een professionele aanpak

„Als eerste zijn we met de meiden die twijfelden om door te gaan bij Roosendaal in gesprek gegaan’’, licht Van Ineveld toe. „Ik heb aan hen duidelijk gemaakt dat iedereen op nul begint. Ze hadden een jaar achter de rug met degradatiezorgen en dat zorgt toch altijd voor een wat mindere sfeer. Wij wilden gaan voor een – bijna overdreven – professionele aanpak. Zo heb ik mijn zusje, die een achtergrond in de zorg heeft, betrokken als verzorgster. Daarnaast hebben we met teammanager Cindy en keeperstrainer Debbie een flinke staf, waardoor we iedereen de aandacht kunnen geven die ze verdienen.’’

Positieve tendens binnen de groep

„Onder anderen heeft Volkan Akdikan zijn best gedaan om bussen te regelen voor uitwedstrijden en heeft sponsor Impex nieuwe teamkleding verzorgd’’, gaat hij verder. „Ik denk mede door de positieve tendens, maar ook met een positief verhaal vanuit de staf, dat alle twijfelaars uiteindelijk toch zijn gebleven. Iedereen had er weer zin in. Ook trainen we één keer per week samen met de MO20, mede om het groepsgevoel tussen iedereen te stimuleren. Waar het soms moeizaam was vorig seizoen, merken we nu dat dat z’n vruchten af begint te werpen.’’

Hoe Mees Koevoets zich in de basis speelde bij SC Gastel

0

Zijn eerste kennismaking met het eerste verliep niet geheel vlekkeloos, maar inmiddels is Mees Koevoets (21) niet meer weg te denken op het middenveld van SC Gastel. De Gastelaar ging ten tijde van zijn doorbraak door een moeilijke periode, waardoor voetbal soms even niet belangrijk voelde. „Dat heeft veel impact op me gehad.’’

Koevoets is een echte jongen van de club. Al sinds hij zich kan heugen loopt hij rond op Sportpark Blankershove. „Ik ben bij Gastel begonnen met voetballen bij de kabouters’’, vertelt hij. Zelfs toen zijn ouders uit elkaar gingen en hij bij zijn vader in Stampersgat ging wonen, bleef hij de club uit zijn geboortedorp trouw. „Elke keer als ik in de kantine kom bij De Schutters, proberen ze me over te halen’’, lacht Koevoets.

„Maar ik heb er nooit over nagedacht een uitstapje te maken’’, gaat hij verder. „Bij Gastel spelen we op een hoger niveau en ik zit hier helemaal op mijn plek. Ik speel hier met een aantal jongens van mijn lichting in het eerste, dat maakt het extra leuk voor mij.’’

Het moment van zijn doorbraak weet Koevoets dan ook nog maar al te goed. Op zijn achttiende klopte toenmalig trainer Kees van Rooij bij hem aan: hij mocht meetrainen bij het eerste. „Daar was ik natuurlijk erg blij mee’’, herinnert hij zich. „Maar ik ging toen, samen met ons gezin, door een lastige periode. De ene keer kwam ik wel opdagen, de andere keer niet. Daardoor was de band tussen mij en Kees niet zo goed.’’

Koevoets verloor op vijftienjarige leeftijd zijn oudere stiefbroer. Het had een behoorlijke impact op hem, dat zich jaren later – rond zijn doorbraak – nog steeds uitte. „Het voetballen kon me niet zoveel meer schelen. Ik ging bijvoorbeeld de avond voor de wedstrijd stappen en hield daarbij geen rekening met de dag erna. Dan versliep ik me weleens. Daarmee gooide ik een beetje mijn eigen ruiten in, maar het kwam wel ergens vandaan. Het was jeugdigheid in combinatie met rouwen.’’

„Maar de club is me wel altijd blijven steunen’’, gaat Koevoets verder. „Ik was bijvoorbeeld heel goed met Sebastian Frik van het bestuur. Hij is ook de vader van mijn beste vriend Xavi en was mijn baas toen ik bij de Jumbo werkte. Ik zat regelmatig bij hem aan de keukentafel. Hij heeft me geholpen waar het kon.’’

Het seizoen erna (2024/25) kon Koevoets met een schone lei beginnen. Gastel stelde een nieuwe trainer aan: Stijn Biemans. Met deze trainer kon de jonge middenvelder wel goed door een deur. „Daarnaast heb ik mijn jeugdige streken in het verleden achtergelaten. Ik stond niet direct vanaf het begin in de basis, maar ik vond op een gegeven moment mijn plek op het middenveld.’’

Dat was op de tienpositie. Niet zijn favoriete rol op het middenveld. „Het liefst sta ik op zes of acht, omdat ik het spel dan kan verdelen. Voor een tien mis ik een stukje scorend vermogen, alhoewel ik wel de drive heb voor het drukzetten.’’

Dit jaar ziet Koevoets ook een nieuwe rol in de groep voor zichzelf weggelegd. „Er zijn veel nieuwe en jonge jongens bijgekomen. Voor mij wordt het – na twee jaar – wat bekender allemaal, dus wil ik die jongens graag betrekken en binden.’’

Mekkaoui (29) gaat de hele rechterflank bestrijken bij Kruisland

0

Kruisland heeft zich afgelopen zomer versterkt met de ervaren Nizar Mekkaoui (29). De flankspeler uit Oudenbosch heeft in zowel Nederland als België op het hoogste amateurniveau gespeeld en runt zijn eigen sportschool waar hij talenten van BVO’s fysiek klaarstoomt voor het profleven. „Ik help mensen hun doelen te bereiken.’’

Op het voetbal-cv van Mekkaoui staat een waslijst aan clubs. Met zijn komst naar Kruisland komt hij uit op zestien verschillende verenigingen. Zelf was hij de tel al kwijt: „Het zijn er zoveel, ik zou het niet weten hoeveel precies’’, lacht de Oudenbosschenaar, die sinds vijf jaar in Antwerpen woont. „Ik ben heel wat verhuisd in mijn leven, dat speelt daar wel in mee.’’

Na in de jeugd bij RBC, NAC en Sparta te hebben gespeeld, belandde Mekkaoui in het amateurvoetbal. Daar schopte hij het tot de Tweede Divisie, bij Kozakken Boys, en kwam in België ook op het hoogste amateurniveau uit voor Dessel Sport. Voordat de buitenspeler naar Kruisland kwam, speelde hij bij Halsteren in de Vierde Divisie. „Ik ben daar gaan spelen omdat ik er een aantal jongens kende – ik kom hier natuurlijk uit de buurt – maar ook vanwege het goede niveau’’, vertelt Mekkaoui. „Het werd sportief gezien helaas geen succes.’’

Halsteren degradeerde vorig seizoen namelijk naar de eerste klasse. De club moest een jasje uitdoen: het ging terug van twee, naar één standaardelftal. „Ze hebben een grote schoonmaak gehouden, moesten financieel een stapje terugnemen. Gingen zich meer focussen op eigen jeugd en jongens uit de regio. Daarom ben ik weggegaan.’’

Kruisland aarzelde niet en benaderde Mekkaoui direct. „We hebben al eerder contact gehad, maar nu was de tijd rijp om deze stap te maken. Heb goede gesprekken gehad met iemand van het bestuur en de trainer (Hicham Ben Hammou, red.), die ik nog kende van mijn tijd bij Kloetinge. Daar was hij toen assistent. Het verhaal van Kruisland sprak me aan. Het is een ambitieuze club; dat past bij mij.’’

Met Mekkaoui haalt Kruisland een speler met een bijzonder profiel binnen. Van nature is hij een buitenspeler, maar hij heeft de rol van wingback in zijn tijd bij Kozakken Boys ook onder de knie gekregen. Bij Kruisland staat hij echt als rechtsback in een viermansverdediging. „Maar ik bestrijk nog steeds de hele flank’’, vertelt hij. „Ik heb in die zin een dubbelrol: als back en buitenspeler. Mijn krachten liggen bij mijn loopvermogen, snelheid, kracht en een-op-een-acties.’’

Veel fysieke power dus, met een vleugje techniek. Het past bij zijn werk als sportschooleigenaar en personal trainer. „In mijn gym Hood2Insanity in Roosendaal train ik prof-kickboksers en jongens die bij clubs als NAC, Willem II, PSV en Feyenoord in de jeugdopleiding zitten. Met hen werk ik bijvoorbeeld aan explosiviteit, door de been-, buik- en corespieren te trainen. Maar ik help ook niet-topsporters met afvallen, spiermassa opbouwen en fit worden.’’

Naast zijn fysieke kracht, brengt Mekkaoui een bak met ervaring mee naar Kruisland. „De mix tussen ervaring en talent is nu goed in balans’’, vindt hij. „Er zullen altijd wedstrijden zijn waarin het minder loopt. Dan is het belangrijk dat er een aantal persoonlijkheden zijn die de boel op sleeptouw nemen. Ik doe dat vooral door met mijn voeten te spreken.’’