Roy Vermolen: dertien jaar strijd, één moeilijke beslissing

0
7

Ze noemen hem Mister FC ’s-Gravenzande. Niet omdat hij daar zelf ooit om gevraagd heeft, maar omdat het bijna vanzelfsprekend werd. Dertien seizoenen in het eerste elftal. Ongeveer 340 officiële wedstrijden. Aanvoerder. Aanjager. En altijd bereid om zijn been ergens tussen te zetten.

Vorig seizoen kwam er een einde aan dat verhaal bij FC ‘s-Gravenzande. Niet omdat Roy Vermolen (32) er klaar mee was. Niet omdat hij geen zin meer had. Maar omdat zijn lichaam de beslissing nam die hij zelf nog niet wilde nemen.

“Het was noodgedwongen,” zegt Vermolen rustig. “En dat maakte het zo moeilijk.”

Zijn linkerknie is versleten. Het is geen blessure die je even met rust oplost. Geen pijntje dat je weg traint. Een stuk kraakbeen is verdwenen, het gewricht beschadigd. De oorzaak ligt jaren terug. Een gebroken enkel zorgde ervoor dat hij onbewust zijn andere been ging ontzien. Dat been werd de werkpaard-kant. De kant waarmee hij duels aanging, tackles inzette, meters maakte. “Ik heb roofbouw gepleegd op mijn lichaam,” zegt hij zonder spijt in zijn stem. “Met alle liefde. Dat was mijn spel.”

Bij de Bergman Kliniek kreeg hij uiteindelijk duidelijkheid. Een operatie was mogelijk, maar ingrijpend. Een jaar revalideren, zonder garantie dat het weer goed zou komen. De boodschap van de arts was helder: de knie is kapot. Doorgaan betekent risico op een kunstknie op relatief jonge leeftijd. “Ik zat in de auto naar huis en toen kwam het besef: ik moet gaan stoppen. Dat deed heel veel pijn.”

De eerste maanden zonder voetbal

Het eerste halfjaar na zijn afscheid voelde vreemd. Doordeweeks viel het mee. “Ik was geen trainingsbeest dat elke dag nog even extra ging,” lacht hij. “Dus die avonden waren niet het zwaarst.” De zaterdagen wel. Het toeleven naar een wedstrijd. De spanning in de kleedkamer. Het gevoel van verantwoordelijkheid. Dat miste hij. “Ik dacht dat ik vaker zou gaan kijken,” zegt hij eerlijk. Dat gebeurde minder dan verwacht. Een paar wedstrijden bezocht hij, en zodra hij langs de lijn stond, kwam het gevoel meteen terug. De bekende gezichten. De vaste supporters. De hechte gemeenschap.

Vermolen koos bewust voor een harde knip. Geen lager elftal. Geen rol in de staf. Geen wekelijks rondje over het sportpark. “Als ik lager ga voetballen, ga ik me irriteren. Dat werkt niet.”

Hij wil eerst ervaren hoe het is zonder voetbal. Na dertien seizoenen waarin zijn leven was ingericht op het ritme van competitie, trainingskampen en verplichtingen. “Van eind juli tot eind mei was het eigenlijk altijd voetbal. Dat valt nu weg. Dat is soms ook wel lekker.”

Van Westlands jongetje tot aanvoerder

Zijn verhaal begon bij Rood-Wit, de voorloper van de huidige fusieclub. Op zijn zesde ging hij voetballen, zoals zovelen. In de E-jeugd werd hij gescout door ADO Den Haag. Hij liep stage bij Feyenoord, maar mocht bij ADO blijven. Vier seizoenen hield hij het daar vol.

Het verschil tussen amateur- en betaald voetbal voelde hij meteen. “Bij Rood-Wit stak ik er bovenuit. Bij ADO waren het allemaal jongens die dat bij hun club ook deden.” Hij groeide nauwelijks in die jaren, brak zijn enkel in zijn laatste seizoen en verloor terrein. Het profavontuur eindigde.

Terug in ’s-Gravenzande brak hij door in een periode waarin de club zichzelf opnieuw moest uitvinden na de fusie. In zijn eerste seniorenjaar nam hij het nog niet zo serieus. Vrienden, vakanties, andere prioriteiten. Tot hij bij het eerste werd gehaald en daar bleef staan.

De aanjager

Aanvoerder werd hij onder trainer Frans Danen. De spelers mochten stemmen. Hij kreeg het vertrouwen. “Dat gaf me veel zelfvertrouwen. Dan weet je dat je goed ligt in de groep. Zijn manier van leidinggeven was duidelijk. Geen geschreeuw. Geen grote toespraken. Mijn taak was in het veld voorop gaan. Niet te veel lullen en gewoon doen.”

Vermolen was de speler die het vuile werk niet schuwde. Een verdedigende middenvelder die het ritme bepaalde met duels en loopacties. Niet altijd de mooiste speler, maar wel essentieel. “We hadden niet veel jongens die met dat bijltje hakten. Op mijn positie moest dat soms.”

Dertien seizoenen leveren herinneringen op. Kampioen worden in de eerste klasse in 2017. De overstap naar de vierde divisie. Zich daar vestigen als vaste waarde. De districtsbeker winnen. Een oefenwedstrijd tegen Swansea City. En die onverwachte promotie naar de derde divisie waarin het eerste elftal vorig seizoen actief was “Die derde divisie beviel leuker dan we dachten. We konden aardig meekomen en de energie bleef positief ondanks de verre uitwedstrijden en vele nederlagen.”

Zijn beste elftal? Onder trainer Richard Elzinga, denkt hij. Het seizoen waarin ze kampioen Noordwijk twee keer versloegen en in die wedstrijden lieten zien wat er in de ploeg zat. “Toen zat iedereen op zijn top. Toch zit zijn trots niet alleen in prijzen of uitslagen. Wat mij misschien nog wel meer voldoening geeft, is dat er jarenlang een kern van eigen jongens stond. Er waren jaren dat er acht spelers uit ’s-Gravenzande zelf in het elftal stonden. Dat is op dit niveau best uniek. Dat maakt deze club mooi.”

Rond zijn 24e, 25e lag er voor Vermolen een kans om hogerop te gaan, richting de tweede divisie. Hij twijfelde, maar bleef. “Achteraf heb ik daar geen moment spijt van gehad. Dit is ook mooi. Dertien jaar bij één club. Ik geloof dat het ook een signaal afgeeft aan jongere spelers: dat je niet altijd hoeft te vertrekken om iets neer te zetten, dat trouw blijven aan je club net zo goed een mooie keuze kan zijn.”

Zijn afscheid kreeg een passend slot. Er werd een afscheidswedstrijd georganiseerd, twee teams vol bekenden. Voor hem één, voor Yuri Westhof één. Alleen maar jongens met wie hij door de jaren heen iets had opgebouwd. Geen officieel ceremonieel gedoe, maar een dag vol herkenning, oude verhalen en veel gelach. Want dat is wat hij het meest gaat missen: de dingen eromheen. De kleedkamer na een training, de donderdagavonden in de kantine, trainingskampen, het onderlinge geouwehoer.

Binnenkort is Vermolen hoogstwaarschijnlijk weer actief te vinden op de club. Zijn zoon Kris is viereneenhalf. “Hij zal binnenkort op voetbal gaan en dan is er vast een trainer nodig en rol ik er langzaam weer in.”

Het is uiteindelijk niet gelopen hoe ik het had gewild, maar wel een mooie manier om het af te sluiten. Aan het einde van een seizoen. Niet halverwege.” Mister FC ’s-Gravenzande stopt, de club gaat door, generaties wisselen, maar wie daar jarenlang het middenveld bewaakte met strijd en passie, verdwijnt niet zomaar uit het geheugen.

Klik op FC ‘s-Gravenzande voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC ‘s-Gravenzande voor meer informatie over de club.