“De jeugd bij Spijk was eigenlijk helemaal doodgebloeid,” zegt Pascal. “We hadden nog wel seniorenteams en wat oudere jeugd, maar onderaan kwam er niks meer bij. Geen kabouters, geen mini’s, helemaal niks.”
Van daaruit, met de hulp van Renée Pieters en Willem Looijen, begon het. Niet met een beleidsplan, maar met actie. Flyers op scholen, wat aandacht via social media, en vooral: mensen die het wilden oppakken. Pascal werd gevraagd om training te geven. Zijn zoon ging voetballen, hij liep zelf al zijn hele leven rond bij de club, dus de stap was snel gezet.
“We zijn gewoon begonnen op een maandagavond. Met Wesley de Bruin erbij. Gewoon spelletjes doen, lekker bezig zijn. Niet te moeilijk maken. Ze moeten het leuk vinden, dat is het belangrijkste. Als ze het niet leuk vinden, komen ze ook niet terug. Op de trainingen geeft Kevin van der Ploeg keeperstraining. Op zaterdag helpt James Moerkerken mij met de wedstrijden.”
Langzaam groeide het. De groep die begon als een handjevol kinderen, werd groter. Structuur kwam vanzelf. Inmiddels staat er een JO8, met negen jongens die ook wedstrijden spelen. Daarachter zit nog een groep die eraan komt. “Die zijn nu nog bezig met hun zwemdiploma of trainen alleen mee, maar die zitten er wel al bij. De kinderen zijn er wel. Het moet alleen doorgroeien.”
Dat doorgroeien is geen vanzelfsprekendheid. In de regio liggen grotere clubs, met meer teams, meer keuze, meer aantrekkingskracht. Pascal ziet het gebeuren, week in week uit. “Kinderen kiezen vaak voor clubs als GJS of Unitas. Dat is ook logisch. Ze willen met hun vriendjes spelen van school. Daar ga je niet tegenin.”
Toch merkt hij iets anders bij ouders. Die kijken anders naar een club. “Ouders zeggen vaak: ik kom liever naar Spijk omdat het kleiner is. Je kent iedereen. Het is overzichtelijk.”
Dat gevoel is precies waarom hij zelf nooit is weggegaan. Pascal speelt al sinds de F’jes bij SVS’65. Even het eerste gehaald, daarna weer terug naar het tweede. “Mijn vrienden voetballen allemaal in het tweede.”
Zijn oudste zoon Milan werd twee dagen na zijn geboorte lid. De jongste Mats een dag na zijn geboorte. “Dat zegt wel genoeg toch,” zegt hij met een lach. “Ze komen nu al kijken bij het eerste en tweede. Net als ik vroeger. Dat schept wel een band. Dan ga je niet zomaar naar een andere club. Je ziet gewoon dat ze het leuk vinden. Dat is het belangrijkste. Van daaruit komt de rest vanzelf.”
Hij is daarin duidelijk. Op training mag veel, maar er zijn grenzen. “Ze mogen bij mij alles, maar ze moeten wel luisteren. Het is geen speeltuin. Als we trainen, trainen we.”
Opvallend: gedoe met ouders is er nauwelijks. Waar dat bij andere clubs nog wel eens een thema is, blijft het hier rustig. “Nee, daar heb ik geen last van. Iedereen doet gewoon normaal tegen elkaar.”
Hij benadrukt ook dat hij het niet alleen doet. Wesley de Bruin staat elke week naast hem, zonder dat hij zelf een kind in het team heeft. “Die wil ik echt benoemen. Dat vind ik geweldig.”
Ondertussen groeit het langzaam door. Twee keer per week trainen. Nieuwe kleding. Sponsoren die zich melden. Kleine stappen, maar wel vooruit. “Als die groep doorgroeit, kan je misschien twee teams maken. Dat zou mooi zijn. Als je geen jeugd hebt, heb je geen bestaan. Zo simpel is het.”
Klik op SVS’65 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVS’65 voor meer informatie over de club.

