Home Blog Pagina 2

Trots, betrokkenheid en groei: sponsoring bij GJS leeft weer

Bij GJS waait er de laatste maanden een frisse wind door de sponsoring. Geen rigoureuze koerswijziging, maar juist een hernieuwde energie vanuit de club zelf. Een grotere, betrokken groep mensen heeft de schouders eronder gezet om het bestaande fundament niet alleen te behouden, maar ook verder uit te bouwen. En dat merk je, in de gesprekken, de uitstraling én in het gevoel dat GJS weer echt samenwerkt met haar sponsoren.

“Er is altijd een basis geweest,” vertelt Robert Versendaal. “Maar we voelden dat het tijd was om daar weer nieuw leven in te blazen. Niet door alles anders te doen, maar juist door terug te gaan naar waar GJS voor staat: een club waar mensen zich thuis voelen en trots op zijn.”

Die gedachte heeft geleid tot een sponsorcommissie van elf echte clubmensen. Mensen met een hart voor GJS, die de vereniging kennen en begrijpen wat de club bijzonder maakt. ´Juist die mix van ervaring en nieuwe energie zorgt voor een sterke basis richting de toekomst. De taken zijn verdeeld, waardoor iedereen vanuit zijn of haar kracht kan bijdragen van sponsorcontact en administratie tot communicatie en evenementen.”

“Het moet leuk blijven en dat lukt nu ook,” zegt David Schefferlie. “We doen het samen, stap voor stap. Daardoor blijft het behapbaar en groeit het ook echt vanuit de club zelf.”

De commissie richt zich bewust op verbinding én ontwikkeling. GJS is wekelijks een plek waar honderden mensen samenkomen: spelers, ouders, supporters en bezoekers. Dat maakt de club een waardevol platform voor lokale en regionale ondernemers, maar bovenal een ontmoetingsplek waar relaties ontstaan en groeien.

GJS presenteert zich als een grote vereniging met een sterke jeugd, een stevig eerste elftal en een clubcultuur waarin mensen zich thuis voelen. Dat geldt ook voor de commissieleden zelf. David voetbalde er van jongs af aan, Robert speelde jarenlang in de senioren en ook Amke voetbalde sinds de jeugd bij GJS. Vrijwel allemaal spreken ze over GJS als “gewoon mijn club”.

“Die verbinding met het bedrijfsleven ligt er al,” zegt Amke Streefkerk. “Veel sponsoren hebben al een band met de club, en tegelijkertijd zien we volop kansen om nieuwe bedrijven aan te laten haken. Juist die combinatie maakt het interessant.”

Vanuit die gedachte wordt er gewerkt aan het versterken van bestaande relaties én het uitbreiden van het netwerk. Sponsoren krijgen meer zichtbaarheid, meer betrokkenheid en meer mogelijkheden om onderdeel te zijn van de clubbeleving. Tegelijkertijd wordt er gekeken naar nieuwe sponsorpakketten en initiatieven die aansluiten bij de wensen van deze tijd.

Daarnaast speelt ook de Business Club GJS (BUG) een rol binnen het netwerk van de club. Hier komen ondernemers samen die een band hebben met GJS en elkaar ook buiten het voetbal weten te vinden. De sponsorcommissie ziet het als een mooie kans om die verbinding nog sterker te maken. “Door vaker samen op te trekken en elkaar te versterken, willen we ervoor zorgen dat het netwerk rondom GJS nog levendiger wordt en dat sponsoren elkaar ook onderling makkelijker weten te vinden.”

“Bij GJS draait sponsoring uiteindelijk om meer dan alleen zichtbaarheid. Het gaat om gevoel, betrokkenheid en trots. Trots om onderdeel te zijn van een club waar elke week zoveel mensen samenkomen. Wij bieden bedrijven een podium,” vat de commissie samen. “Maar belangrijker nog: we bieden ze een plek binnen de club. We willen dat sponsoren niet alleen ondersteunen, maar zich écht onderdeel voelen van GJS.’’

Geïnteresseerd geraakt?
Bedrijven en geïnteresseerden die zich willen aanmelden als sponsor of meer informatie wensen over de mogelijkheden, kunnen contact opnemen via sponsoring@gjs-gorinchem.nl.

Klik op GJS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GJS voor meer informatie over de club.

Jan van der Berg is zeventig jaar verbonden aan Verburch

0

Sommige mensen groeien op bij een voetbalclub, anderen raken er op latere leeftijd bij betrokken. Voor Jan van der Berg (83) geldt dat de club al bijna zijn hele leven een vaste plek inneemt. De inmiddels zeventig jaar lid van Verburch begon er als jonge tiener met voetballen en is er nooit meer echt weggegaan.

“Toen ik begon was ik dertien jaar,” vertelt Jan. “Dat was in die tijd de leeftijd waarop je pas mocht gaan voetballen. Tegenwoordig beginnen kinderen al veel eerder, maar toen was dat anders.”

Zoals veel jongens uit het Westland doorliep hij de jeugdelftallen van de club. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de senioren, waar hij voornamelijk in het eerste elftal speelde. “Ik stond meestal linksback of links op het middenveld. Dat vond ik een mooie positie, daar kon ik me lekker uitleven.”

Zijn actieve voetbalcarrière duurde niet zo lang als hij misschien had gehoopt. In 1976 kreeg Jan te maken met een zware knieblessure. “Mijn kniebanden moesten geopereerd worden en daarna zat ik in het gips.” Dat bleek een kantelpunt. Hij stopte met spelen in het eerste elftal en ging later nog wel een tijd door bij de veteranen.

Maar ook daarna bleef zijn lichaam hem parten spelen. In 1984 moest hij geopereerd worden aan een hernia. “Daar heb ik heel veel therapie voor gehad,” vertelt hij. Het betekende uiteindelijk ook het einde van zijn voetbaljaren op het veld.

Toch bleef hij sportief bezig. “Een jaar later ben ik gaan hardlopen. Dat ging eigenlijk best goed met mijn hernia.” Wat begon als rustig bewegen voor herstel groeide uit tot een vaste gewoonte. “Met voetbal liep ik altijd al veel, dus dat zat er wel een beetje in.”

Altijd betrokken bij de club

Hoewel hij het voetballen zelf inmiddels niet meer mist, is Jan nooit losgekomen van Verburch. Hij noemt zichzelf een echte clubman. Dat blijkt ook uit de vele taken die hij in de loop der jaren op zich heeft genomen.

Zo zat hij maar liefst 25 jaar in de fancyfaircommissie van de vereniging. “Dat waren altijd drukke dagen, op zaterdag en zondag. We organiseerden van alles. Het rad van avontuur bijvoorbeeld. Daarmee probeerden we geld binnen te halen voor de club.”

Die betrokkenheid bleef niet onopgemerkt. Na een half jaar in de commissie werd hem al gevraagd om meer taken op te pakken. “Toen ben ik ook betrokken geraakt bij de sponsorcommissie.”

Zijn werk bestond onder meer uit het regelen en onderhouden van reclameborden langs het veld. “Ik haal de oude borden weg en hang de nieuwe op. Ook probeer ik nieuwe sponsors binnen te halen.” Daardoor heeft hij nog altijd regelmatig contact met de sponsorcommissie van de club.

Ook de afgelopen tien jaar is Jan nog meerdere dagen per week op het sportcomplex te vinden. Als vrijwilliger in de zogenoemde VUT-ploeg helpt hij bij het onderhoud van de accommodatie.

“Elke maandag en vrijdag zijn we hier bezig. Dan maken we de accommodatie schoon. Kleedkamers, kozijnen, dat soort dingen.” Het is werk dat vaak onzichtbaar blijft voor de buitenwereld, maar wel essentieel is voor het functioneren van de club.

Voor Jan is het meer dan alleen een klusje. “De voetbalclub is ook een beetje een uitlaatklep. We zijn hier drie of vier ochtenden per week. Dan drink je een kop koffie, maak je een praatje en heb je het over van alles.”

Natuurlijk gaat het gesprek vaak over voetbal. “Over andere clubs, over Feyenoord, Ajax en hoe het allemaal beter kan” zegt hij lachend.

Hoewel hij zelf niet meer speelt, is Jan nog regelmatig op het complex te vinden wanneer het eerste elftal thuis speelt. “Die wedstrijden kijk ik nog heel veel,” vertelt hij.

Hij volgt het team kritisch, maar met een warm hart. “Ik vind dat de selectie van Verburch goed is. Er kan misschien nog wel meer uitgehaald worden, want degraderen hoeft volgens mij niet. Het zou zonde zijn als ze degraderen. Dat zou ik ze echt niet gunnen.”

Lid van verdienste

Voor zijn inzet kreeg Jan tijdens een jaarvergadering een bijzondere erkenning: hij werd benoemd tot lid van verdienste. Toch blijft hij daar zelf bescheiden onder. “Ik vind dat niet zo belangrijk,” zegt hij nuchter. “Maar het is natuurlijk wel een stukje waardering.”

Ook kreeg Jan een lintje van de burgemeester. Een onderscheiding die van hem niet had gehoeven, maar achteraf toch erg is gewaardeerd. Kort geleden bereikte hij nog een andere mijlpaal: hij is inmiddels zeventig jaar lid van de club. Een uitzonderlijk lange periode waarin hij vrijwel alle veranderingen bij Verburch van dichtbij heeft meegemaakt.

Westlandse mentaliteit

Wat hem al die jaren bij de club heeft gehouden, is volgens Jan vooral de sfeer. “Verburch is een goede sociale club. Dat vind ik belangrijk.”

Hij hoopt dat de club ook in de toekomst die typische ‘Westlandse mentaliteit’ blijft behouden. “Soms komen er mensen van buitenaf bij, dat hoort erbij. Maar je wilt wel dat die mentaliteit blijft.”

Die mentaliteit omschrijft hij simpel: mensen die voor elkaar klaarstaan en elkaar helpen wanneer dat nodig is. “We zijn hier misschien wat direct. Maar we hebben alles voor elkaar over.”

Klik op vv Verburch voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Verburch voor meer informatie over de club.

Roy Vermolen: dertien jaar strijd, één moeilijke beslissing

Ze noemen hem Mister FC ’s-Gravenzande. Niet omdat hij daar zelf ooit om gevraagd heeft, maar omdat het bijna vanzelfsprekend werd. Dertien seizoenen in het eerste elftal. Ongeveer 340 officiële wedstrijden. Aanvoerder. Aanjager. En altijd bereid om zijn been ergens tussen te zetten.

Vorig seizoen kwam er een einde aan dat verhaal bij FC ‘s-Gravenzande. Niet omdat Roy Vermolen (32) er klaar mee was. Niet omdat hij geen zin meer had. Maar omdat zijn lichaam de beslissing nam die hij zelf nog niet wilde nemen.

“Het was noodgedwongen,” zegt Vermolen rustig. “En dat maakte het zo moeilijk.”

Zijn linkerknie is versleten. Het is geen blessure die je even met rust oplost. Geen pijntje dat je weg traint. Een stuk kraakbeen is verdwenen, het gewricht beschadigd. De oorzaak ligt jaren terug. Een gebroken enkel zorgde ervoor dat hij onbewust zijn andere been ging ontzien. Dat been werd de werkpaard-kant. De kant waarmee hij duels aanging, tackles inzette, meters maakte. “Ik heb roofbouw gepleegd op mijn lichaam,” zegt hij zonder spijt in zijn stem. “Met alle liefde. Dat was mijn spel.”

Bij de Bergman Kliniek kreeg hij uiteindelijk duidelijkheid. Een operatie was mogelijk, maar ingrijpend. Een jaar revalideren, zonder garantie dat het weer goed zou komen. De boodschap van de arts was helder: de knie is kapot. Doorgaan betekent risico op een kunstknie op relatief jonge leeftijd. “Ik zat in de auto naar huis en toen kwam het besef: ik moet gaan stoppen. Dat deed heel veel pijn.”

De eerste maanden zonder voetbal

Het eerste halfjaar na zijn afscheid voelde vreemd. Doordeweeks viel het mee. “Ik was geen trainingsbeest dat elke dag nog even extra ging,” lacht hij. “Dus die avonden waren niet het zwaarst.” De zaterdagen wel. Het toeleven naar een wedstrijd. De spanning in de kleedkamer. Het gevoel van verantwoordelijkheid. Dat miste hij. “Ik dacht dat ik vaker zou gaan kijken,” zegt hij eerlijk. Dat gebeurde minder dan verwacht. Een paar wedstrijden bezocht hij, en zodra hij langs de lijn stond, kwam het gevoel meteen terug. De bekende gezichten. De vaste supporters. De hechte gemeenschap.

Vermolen koos bewust voor een harde knip. Geen lager elftal. Geen rol in de staf. Geen wekelijks rondje over het sportpark. “Als ik lager ga voetballen, ga ik me irriteren. Dat werkt niet.”

Hij wil eerst ervaren hoe het is zonder voetbal. Na dertien seizoenen waarin zijn leven was ingericht op het ritme van competitie, trainingskampen en verplichtingen. “Van eind juli tot eind mei was het eigenlijk altijd voetbal. Dat valt nu weg. Dat is soms ook wel lekker.”

Van Westlands jongetje tot aanvoerder

Zijn verhaal begon bij Rood-Wit, de voorloper van de huidige fusieclub. Op zijn zesde ging hij voetballen, zoals zovelen. In de E-jeugd werd hij gescout door ADO Den Haag. Hij liep stage bij Feyenoord, maar mocht bij ADO blijven. Vier seizoenen hield hij het daar vol.

Het verschil tussen amateur- en betaald voetbal voelde hij meteen. “Bij Rood-Wit stak ik er bovenuit. Bij ADO waren het allemaal jongens die dat bij hun club ook deden.” Hij groeide nauwelijks in die jaren, brak zijn enkel in zijn laatste seizoen en verloor terrein. Het profavontuur eindigde.

Terug in ’s-Gravenzande brak hij door in een periode waarin de club zichzelf opnieuw moest uitvinden na de fusie. In zijn eerste seniorenjaar nam hij het nog niet zo serieus. Vrienden, vakanties, andere prioriteiten. Tot hij bij het eerste werd gehaald en daar bleef staan.

De aanjager

Aanvoerder werd hij onder trainer Frans Danen. De spelers mochten stemmen. Hij kreeg het vertrouwen. “Dat gaf me veel zelfvertrouwen. Dan weet je dat je goed ligt in de groep. Zijn manier van leidinggeven was duidelijk. Geen geschreeuw. Geen grote toespraken. Mijn taak was in het veld voorop gaan. Niet te veel lullen en gewoon doen.”

Vermolen was de speler die het vuile werk niet schuwde. Een verdedigende middenvelder die het ritme bepaalde met duels en loopacties. Niet altijd de mooiste speler, maar wel essentieel. “We hadden niet veel jongens die met dat bijltje hakten. Op mijn positie moest dat soms.”

Dertien seizoenen leveren herinneringen op. Kampioen worden in de eerste klasse in 2017. De overstap naar de vierde divisie. Zich daar vestigen als vaste waarde. De districtsbeker winnen. Een oefenwedstrijd tegen Swansea City. En die onverwachte promotie naar de derde divisie waarin het eerste elftal vorig seizoen actief was “Die derde divisie beviel leuker dan we dachten. We konden aardig meekomen en de energie bleef positief ondanks de verre uitwedstrijden en vele nederlagen.”

Zijn beste elftal? Onder trainer Richard Elzinga, denkt hij. Het seizoen waarin ze kampioen Noordwijk twee keer versloegen en in die wedstrijden lieten zien wat er in de ploeg zat. “Toen zat iedereen op zijn top. Toch zit zijn trots niet alleen in prijzen of uitslagen. Wat mij misschien nog wel meer voldoening geeft, is dat er jarenlang een kern van eigen jongens stond. Er waren jaren dat er acht spelers uit ’s-Gravenzande zelf in het elftal stonden. Dat is op dit niveau best uniek. Dat maakt deze club mooi.”

Rond zijn 24e, 25e lag er voor Vermolen een kans om hogerop te gaan, richting de tweede divisie. Hij twijfelde, maar bleef. “Achteraf heb ik daar geen moment spijt van gehad. Dit is ook mooi. Dertien jaar bij één club. Ik geloof dat het ook een signaal afgeeft aan jongere spelers: dat je niet altijd hoeft te vertrekken om iets neer te zetten, dat trouw blijven aan je club net zo goed een mooie keuze kan zijn.”

Zijn afscheid kreeg een passend slot. Er werd een afscheidswedstrijd georganiseerd, twee teams vol bekenden. Voor hem één, voor Yuri Westhof één. Alleen maar jongens met wie hij door de jaren heen iets had opgebouwd. Geen officieel ceremonieel gedoe, maar een dag vol herkenning, oude verhalen en veel gelach. Want dat is wat hij het meest gaat missen: de dingen eromheen. De kleedkamer na een training, de donderdagavonden in de kantine, trainingskampen, het onderlinge geouwehoer.

Binnenkort is Vermolen hoogstwaarschijnlijk weer actief te vinden op de club. Zijn zoon Kris is viereneenhalf. “Hij zal binnenkort op voetbal gaan en dan is er vast een trainer nodig en rol ik er langzaam weer in.”

Het is uiteindelijk niet gelopen hoe ik het had gewild, maar wel een mooie manier om het af te sluiten. Aan het einde van een seizoen. Niet halverwege.” Mister FC ’s-Gravenzande stopt, de club gaat door, generaties wisselen, maar wie daar jarenlang het middenveld bewaakte met strijd en passie, verdwijnt niet zomaar uit het geheugen.

Klik op FC ‘s-Gravenzande voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC ‘s-Gravenzande voor meer informatie over de club.

Jan de With maakt zich hard voor de damesafdeling binnen HSSC’61

Jan de With had het waarschijnlijk zelf ook niet voorspeld. Dat hij, als jongen uit Schoonrewoerd die zelf pas op zijn zestiende begon met voetballen, later zo nadrukkelijk verbonden zou raken aan het vrouwenvoetbal van HSSC’61. Dat hij dertien jaar jeugdtrainer zou worden van meisjesteams. Dat hij nu, op zijn 55e, één van de vaste gezichten zou zijn rond Dames 1. En dat zijn eigen leven daarin zo ongeveer samenviel met de opkomst van het meiden- en vrouwenvoetbal in Nederland.

Hij kreeg drie dochters die alle drie wilden voetballen. “Dat had ik eerlijk gezegd ook niet verwacht,” zegt Jan.

Het tekent niet alleen zijn gezin, maar ook een bredere ontwikkeling binnen de club. Want HSSC’61, de Hei- en Boeicopse en Schoonrewoerdse Sportcombinatie, is misschien niet de eerste vereniging waar je aan denkt als het over vrouwenvoetbal gaat, maar heeft het op dat vlak opvallend goed voor elkaar. Zeker voor een club uit een relatief kleine dorpsomgeving.

Drie dochters, drie voetballers

Het begon thuis. Jan is zelf gek van voetbal. Niet als grote naam of voormalige topspeler (hij zegt het zelf nuchter: nooit hoger dan het tweede, en pas laat begonnen) maar wel als liefhebber, als clubman, als iemand die het spel ademt. Toen hij en zijn vrouw kinderen kregen, hoopte hij stiekem toch wel op een voetballend kind. Alleen: het werden drie dochters.

Zijn vrouw zag die kinderen in eerste instantie liever richting de hockey gaan. Dat was, vijftien jaar geleden zeker, ook niet zo vreemd. Vrouwenvoetbal was toen nog lang niet wat het nu is. Het had minder status, minder zichtbaarheid, minder vanzelfsprekendheid. “Toen was voetbal voor meisjes toch nog iets minder gewoon. Mijn vrouw dacht ook wel: is dat nou echt een sport voor meiden?”

Bij de oudste dochter werd de keuze nog opengehouden. Zij mocht zowel hockey als voetbal proberen. Kijken wat beter voelde. Uiteindelijk werd het voetbal. En toen ging het snel. De andere twee volgden. Gewoon, omdat ze het leuk vonden.

Van vader langs de lijn naar trainer

Wie kinderen op voetbal heeft, weet hoe snel je als ouder de club in kunt worden gezogen. Zeker bij een dorpsvereniging. Jan belandde eerst vanzelfsprekend langs de lijn, maar al snel ook ernaast. En er middenin. Dertien jaar lang was hij trainer van de meisjesafdeling.

“Uiteindelijk wil je gewoon dat die meiden kunnen voetballen. En als er dan iemand nodig is om daar iets in te doen, dan stap je erin.” Zo groeide hij met die teams mee. En met zijn eigen dochters ook. De jongste is nu zeventien, de middelste twintig. De oudste is inmiddels zelfs verder dan HSSC’61: zij vertrok op haar vijftiende, werd opgepikt, speelde bij Jong PSV en komt nu uit voor Excelsior op eredivisieniveau. De jongste dochter speelt nu in Dames 2. De middelste heeft bij Dames 1 gespeeld, maar is geblesseerd en twijfelt of ze nog doorgaat.

Dit seizoen is hij voor het eerst actief bij de seniorenvrouwen. Niet alleen, maar samen met drie anderen. Ze trainen en begeleiden de damesgroep in een constructie die vooral is ontstaan uit noodzaak én gezond verstand. “Er was weinig animo om het alleen te doen. En het begeleiden van zo’n groep kost gewoon veel tijd. Dus werd besloten het op te delen met z’n vieren.”

Jan richt zich vooral op Dames 1, al is de structuur breder. Want de club heeft niet alleen twee damesteams maar ook meerdere meisjesteams. Wie een beetje rondkijkt in de regio, ziet het verschil. Veel kleinere dorpsclubs hebben moeite om überhaupt één vrouwenteam overeind te houden. Laat staan twee seniorenteams en meerdere meisjesteams. HSSC’61 heeft dat wel. “Dat is best uniek. Zeker in deze omgeving.”

“De opmars van het Nederlands vrouwenelftal speelde daar een grote rol in. Toen mijn jongste dochter in beeld kwam als voetballertje, was het vrouwenvoetbal in Nederland net aan een stevige opmars bezig. Oranjevrouwen werden zichtbaar en succesvol. En daarmee werd voetbal voor meisjes ineens veel normaler. Dat heeft echt geholpen.”

“Alle meiden en dames die op voetbal zitten, die wil ik daar ook houden. Daarom doe ik dit vrijwilligerswerk. Ik heb redelijk lange werkdagen, sta ’s morgens vaak om kwart over vijf op en moet dan haasten om op tijd op het trainingsveld te staan. Maar ik doe het graag.” Hij zegt zelf dat hij ook graag thuis is. Maar wie hem hoort praten, weet ook: hij is net zo graag op de club. “Dat is eigenlijk mijn tweede thuis.”

Een jaar eruit, en meteen het gemis

Dat gevoel werd hem extra duidelijk toen hij een jaar moest afhaken na een heupoperatie. Even niet op het veld, niet trainen, niet begeleiden, niet onderdeel zijn van een team. Juist dan merk je wat je mist. “Je mist de betrokkenheid. Bij een team, bij de groep.”

Klik op HSSC’61 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HSSC’61 voor meer informatie over de club.

Kuijpers geniet als jeugdtrainer: ‘Leukste wat er is’

Halverwege het seizoen ingestapt bij de JO16-1, kwam Marco Kuijpers ruim vier jaar geleden als jeugdtrainer terecht bij Kozakken Boys. Inmiddels trainer van de JO15-2, heeft de voormalig speler van Drechtstreek zijn plek bij de club uit Werkendam helemaal gevonden. “Het bevalt heel erg goed!”

Spijt van zijn overstap naar de jeugdopleiding van de tweededivisionist, heeft Kuijpers (48) dan ook allerminst. “Hiervoor was ik jarenlang jeugdtrainer bij Lekvogels, tot ik een advertentie zag van Kozakken Boys. Dat ze op zoek waren naar een trainer.” Een zoektocht die na de komst van de inwoner van Vianen, beëindigd kon worden. “Toen ben ik halverwege ingestapt bij de JO16-1.” En met succes. “Ik heb het enorm naar mijn zin! Heb ook een goede band met bijvoorbeeld Anne Ippel. Onze jeugdvoorzitter.”

Motiveren

Via onder meer de JO15-1 en de JO18-1, kwam Kuijpers aan het begin van dit seizoen bij de JO15-2 terecht. Wat maakt het voor hem zo mooi om jeugdtrainer te zijn? “Ik vind het leuk om die jongens te motiveren om te voetballen én om hogerop te komen.” Samen met Harald Kant, zijn assistent. “Inmiddels werken we al drie jaar samen!” Tot volle tevredenheid. Ook dit seizoen. “Voor de winterstop zijn we kampioen geworden, toen klopte alles.” Met name, in de kampioenswedstrijd tegen Arkel. “Dat was onze beste wedstrijd. Zeker ook omdat we terugkwamen van een achterstand.” Een prestatie, waar Kuijpers vanzelfsprekend trots op is. “Het is natuurlijk vooral heel leuk voor die jongens!” Want voor de voormalig middenvelder of rechtsback, draait het niet alleen om winnen. “Het is leuk om die jongens iets te leren. Helemaal als je dat op zaterdag dan terugziet in de wedstrijd.” Aan zijn coaching, kan het in ieder geval liggen. “Ik ben een positieve trainer, en sta altijd een hoop te coachen.” En op collega’s te letten. “Daar kun je altijd weer iets van leren.” Leergierig, is wat Kuijpers betreft dan ook een understatement. “Tot nu toe heb ik alleen mijn juniorendiploma gehaald bij de KNVB, maar ik denk erover na om ook mijn VC2 te gaan doen.”

Stappen maken

Alleen niet, om ooit een eerste elftal te gaan trainen. “Mijn ambitie is vooral om lekker de jeugd training te geven. Trainer worden bij de senioren, vind ik niks.” Want jeugdvoetbal, blijft voor Kuijpers het leukste wat er is. “Die jongens hebben soms een grote mond, maar toch krijgen we het voor elkaar om ze te motiveren om te voetballen.” En zichzelf te ontwikkelen. “We zijn echt beter geworden in het positiespel. In het omschakelen kunnen we nog wel stappen maken. Met name in het omschakelen van aanvallen naar verdedigen.” Gelukkig kunnen ze daar volgend seizoen, opnieuw onder leiding van Kuijpers en Kant, verder aan werken. “Eerst zouden we samen naar de JO16-1 gaan, maar dat team bestaat komend jaar niet meer. Dus worden we nu de JO17-2.” Aan stoppen, denkt de voetballiefhebber voorlopig in ieder geval nog niet. “Dit blijf ik zeker nog heel lang doen!”

Klik op Rijnsburgse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rijnsburgse Boys voor meer informatie over de club.

‘Je bouwt echt een vertrouwensband op’

Na een jaar of vijf teammanager te zijn geweest, is Jan Wim Schouten sinds dit seizoen als verzorger actief bij vierdeklasser Altena. Want nadat zijn voorganger ermee stopte, bleek het vinden van een vervanger nog niet zo eenvoudig. “Je bent op deze manier nog meer betrokken bij de spelers.”

Toch was dat in eerste instantie niet de reden, dat Schouten (60) de verzorgingstas oppakte. “Ik was altijd teammanager bij het eerste elftal en toen onze verzorger stopte, bleek het niet zo makkelijk om een nieuwe te vinden.” En dus wierp de inwoner van Nieuwendijk zichzelf op. “Masseren en tapen kan iedereen, dacht ik… Dat valt heel erg tegen. Dan loop je al snel tegen je beperkingen aan.” Maar zijn interesse gewekt, gooide hij een balletje op bij het bestuur. “Als jullie mijn opleiding betalen, word ik de nieuwe verzorger! Zei ik tegen ze.”

Interesse in

Zo gezegd, zo gedaan. “Dat heb ik eerst nog een jaartje ‘fifty-fifty’ gedaan, samen met het leiderschap, maar dat was niet te doen. Dus ben ik sinds dit seizoen fulltime verzorger.” Nadat Schouten, vijf jaar lang teamleider was geweest bij het eerste elftal. “En daarvoor deed ik dat vanaf de D’tjes bij de jeugd.” Betrokken geraakt dankzij zijn kinderen. “Ik heb zelf weinig ervaring in het veldvoetbal, deed het meer in de zaal. Maar doordat mijn jongens bij Altena gingen voetballen, ben ik er ingerold.” Jaren later, bevalt hem dat nog steeds goed. “Er heerst hier altijd een enorme saamhorigheid. Even zeuren en weer door. Altena is echt een club van aanpakkers, met veel vrijwilligers die door iedereen geprezen worden.” Waaronder dus Schouten zelf. Tegenwoordig in de rol van verzorger. “Ik was altijd al wel geïnteresseerd in blessures. Waar komen ze vandaan en hoe los je ze op? Een stukje menselijk lichaam.” Maar ook in de speler zelf. “Die willen er natuurlijk weer zo snel mogelijk vanaf. Dus vind ik het leuk om ze te helpen en te ondersteunen.” Onder meer door ze te masseren, zoals Schouten leerde tijdens zijn opleiding. “Dat was heel erg gericht op sportmassages. Verder heb ik daar vooral veel gestudeerd. Anatomie, in het Latijn. Dat was best wel pittig.” Allemaal, gericht op preventie. “Ik ben niet bevoegd om een diagnose te stellen of een behandeling toe te passen. Daar zou ik nog anderhalf jaar voor door moeten studeren.” Of Schouten dat gaat doen? “Ik heb er wel over na zitten denken, alleen kost het heel veel tijd. Je moet gewoon echt één dag in de week naar school.”

Meer betrokken

In combinatie met zijn werk en verplichtingen voor Altena, een drukke bedoening. “In principe ben ik twee avonden per week bij de training. Ik ben er als eerste en ga als laatste weer weg.” En ook de zaterdag, is vaak een lange dag, lacht hij. “Om te tapen en te masseren. Zeker voor de wedstrijd, is het vaak druk.” Maar ook tijdens, heeft Schouten gemerkt. “Als teammanager kon ik dan lekker gaan zitten, nu moet ik natuurlijk continu alert blijven.” Maar dat doet hij, met liefde. “Het is heel leuk om met een team op te trekken. Daarom doe ik het met alle plezier.” Zijn nieuwe rol, bevalt hem dan ook uitstekend. “Je bent nu nog meer betrokken bij spelers, omdat je echt met die jongens bezig bent. Je voert vaak een persoonlijk gesprek en bouwt een vertrouwensband op. Dat maakt het voor mij heel leuk en is een mooie kers op de taart.” Bij een club, waar Schouten zich thuis voelt. “Altena is gewoon een heel gezellige vereniging, waar je als voetballer graag wil spelen.” Iets wat hij zelf, dus nooit deed. “Mijn vader was ondernemer, daardoor heb ik in mijn leven overal gewoond. Oorspronkelijk kom ik uit Utrecht, maar we zijn heel het land door geweest.” Vele verhuizingen verder, kwam Schouten dertig jaar geleden in Nieuwendijk terecht. “Toen we gingen trouwen, zijn we hier gaan wonen.” En dus betrokken geraakt bij de voetbal. “Ik ben net op dreef, dus ik wil dit nog wel een paar jaar volhouden.” Tot tevredenheid, van de club, lacht Schouten. “Daar zijn ze heel blij mee!”

Klik op Altena voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Altena voor meer informatie over de club

‘Partijtje vinden ze toch altijd het leukste’

Lekker met een bal bezig zijn en op een speelse manier iets van het spelletje meegeven. Dat is wat ze bij Woudrichem door middel van het kaboutervoetbal proberen te doen. Een bezigheid, waar Roy van Sonsbeek als trainer iedere zaterdagochtend van geniet. “Het is leuk om ze te zien groeien.”

Zowel letterlijk, als figuurlijk. “Ze zijn allemaal tussen de vier en zes jaar, en zeker bij de jongste kinderen, merk je dat ze er op een gegeven moment wel klaar mee zijn. Dan is de spanningsboog op.” De driekwartier op zaterdagochtend, van 09:30 uur tot 10:15 uur, is dan ook precies lang genoeg, lacht Van Sonsbeek (32). “Vaak beginnen we met een warming-up, vervolgens doen we iets met vier vierkantjes in verschillende kleuren, waar ze dan heen moeten dribbelen en daarna mogen ze in de grote witte middencirkel de bal zo hoog mogelijk de lucht in schieten.” Maar welke spelletjes of oefeningen ze ook doen: “Partijtje vinden ze toch altijd het leukste!”

Goed voor de club

Samen met Harjo Ruis, maakt Van Sonsbeek er al twee jaar lang, iedere zaterdag een feestje van. “Toen mijn zoontje ging voetballen, vroegen twee vrienden of we het niet samen konden gaan doen. Eentje is inmiddels gestopt, maar met Harjo doe ik het nog steeds!” En niet alleen voor zijn eigen zoon. “Tuurlijk is het heel leuk om hem bezig te zien, maar het is ook goed voor de club. Dat die jongens buitenspelen en interesse krijgen in voetbal.” Bij zijn zoontje, is dat laatste in ieder geval goed gelukt. “Die vindt het hartstikke leuk en wil alleen maar voetballen.” Ook Van Sonsbeek zelf, is er helemaal door gegrepen. “Ik had niet verwacht dat ik het training geven zo leuk zou vinden.” Al is dat gezien zijn voetbalverleden, ook weer niet zo heel vreemd. “Ik ben hier in de jeugd begonnen met voetballen, en vanaf mijn vijftiende speelde ik in het eerste.” Als aanvaller. “Snel en sterk. De laatste paar jaar, stond ik in de verdediging.” Tegenwoordig, maakt Van Sonsbeek zijn minuten bij het derde. Als het gaat, dan tenminste. “Twee jaar geleden heb ik een knieblessure opgelopen, waardoor ik nu last heb van kraakbeenletsel. Aan het einde van het jaar word ik geopereerd en dan hoop ik daarna nog te kunnen voetballen.” Zonder al te grote risico’s te nemen. “Ik heb ook een eigen schildersbedrijf, dus ik moet even kijken wat ik straks nog kan. Maar ik zou het heel jammer vinden als ik op deze manier moet stoppen…”

Lekker buiten

Want nadat hij vorig seizoen afscheid nam bij het eerste, kan de inwoner van Woudrichem eigenlijk nog niet zonder. “Ik loop nu al twee jaar te tobben met die knie, nadat ik er ooit een tik op heb gekregen. Na drie weken rust, dacht ik: het gaat wel weer. Maar toen klapte ik er meteen weer doorheen. Wat dat betreft ben ik blij dat ze nu weten wat het is.” Gelukkig kan Van Sonsbeek ook buiten het veld, zijn ei kwijt. “Het is gewoon een heel gezellige club. Al mijn vrienden voetballen hier, we doen het met eigen jongens en er zijn een hoop vaste supporters. Daarom ga ik zelf ook nog regelmatig kijken bij het eerste. Dat is toch die gezelligheid in de kantine.” Of hij de komende jaren door blijft gaan als jeugdtrainer, weet hij nog niet. “Ik vind het wel heel leuk, dus volgend seizoen ga ik de JO7 doen.” Vol passie. “Hoe vroeger je begint, hoe handiger je wordt en hoe sneller je comfortabel bent met de bal. Maar het is ook gewoon goed dat die gasten lekker buiten gaan voetballen, in plaats van binnen zitten.” Het gespreksonderwerp thuis bij Van Sonsbeek, laat zich dan ook raden. “Voetbal is nu helemaal zijn ding. En dan met name Ajax. Dat vind ik natuurlijk hartstikke leuk om te zien!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Woudrichem.

‘Ik ga het missen om met die gasten te zijn’

Bezig aan zijn laatste maanden als voetballer, kan Dylan van der Pluym terugkijken op een mooie carrière. Maar niet voordat de middenvelder met Sleeuwijk het seizoen in de derde klasse op positieve wijze heeft afgesloten. “Ik heb het overal goed naar mijn zin gehad.”

Van Sleeuwijk en Altena, tot aan Kozakken Boys en Be Ready. De inmiddels 33-jarige Van der Pluym droeg vol trots het shirt van verschillende clubs. “Qua mentaliteit paste Kozakken Boys misschien wel het beste bij me, maar ook bij de andere clubs, was het gezellig. Dat vond ik altijd heel belangrijk.” Kiezen waar hij zijn mooiste tijd heeft gehad, vindt de inwoner van Nieuwendijk lastig. “Dan ga ik toch voor Altena. Daar voetbalde ik met mijn halve vriendengroep.”

Blessureleed

Herinneringen voor het leven, maar daar zet Van der Pluym aan het einde van het seizoen dus een punt achter. “Het is mooi geweest”, legt hij die keuze uit. “Vanaf mijn dertigste heb ik een aantal erge blessures gehad en lag ik er in totaal anderhalf jaar uit. Daardoor is het er niet beter op geworden. Eerder minder.” Ellende die begon, precies toen hij dertig werd. “Op mijn verjaardag, ging ik vol door mijn linkerenkel.” Het leverde hem een breukje en een gescheurde enkelband op. “En een paar maanden later, gebeurde het weer met diezelfde enkel. Eerst de binnenkant en daarna de buitenkant.” Door een val, raakte Van der Pluym vervolgens ook nog geblesseerd aan zijn schouder. “Al dat blessureleed, is voor mij de belangrijkste reden om te stoppen. Naast het feit dat ik graag mijn eigen tijd in wil delen.” Een idee, waar hij al langer mee speelde, vertelt de aanvoerder van Sleeuwijk. “Vorig jaar ook, maar ik wilde niet geblesseerd stoppen. Al loop ik nu ook te kwakkelen met mijn hamstring.” En dus, heeft hij stiekem een beetje spijt van die beslissing. “Achteraf had ik toen beter kunnen stoppen.” Helemaal stoppen, doet Van der Pluym overigens niet. “Dat is geen optie. Ik ga bij Kozakken Boys lekker in het derde elftal spelen.” Naast het beoefenen van een aantal andere sporten. “Padellen en hardlopen vind ik ook leuk. En het lijkt me mooi om een Hyrox te doen.” Toch is dat natuurlijk anders, dan voetballen. “Ik ga het missen om met die gasten te zijn. Na een overwinning de kantine in en dat het echt ergens om gaat.” Maar na zes jaar Sleeuwijk, zeven jaar Altena, zes jaar Kozakken Boys en een periode bij Be Ready, is het mooi geweest. “Mijn vriendin en ik hebben ook net een kleine gekregen.”

Meer verwacht

Voor het zover is, wil hij eerst het seizoen met Sleeuwijk op een mooie manier afsluiten. “Om eerlijk te zijn had ik verwacht dat we hoger zouden staan.” Toch moet de ploeg het doen, met een plek in de middenmoot. “We hebben te veel kwaliteit om te degraderen, alleen had ik gedacht dat we verder zouden zijn.” Maar een combinatie van blessures én een gebrek aan ervaring, maakten de uitdaging groter dan op voorhand bedacht. “We hebben een jonge groep. Zonder mij en een aantal andere gasten, is de gemiddelde leeftijd denk ik 22 of 23 jaar.” Daardoor miste de ploeg, af en toe een stukje volwassenheid, vindt Van der Pluym. “Om echt een wedstrijd over de streep te trekken. Terwijl ons positiespel, van een heel hoog niveau is. Misschien wel één van de besten van heel de competitie.” Alleen win je daarmee geen wedstrijden. “We hebben van alle ploegen de minste tegengoals en toch staan we achtste… Dat komt ook omdat we zelf moeilijk scoren.” Inmiddels afstand genomen van de degradatiezone, maakt Van der Pluym zich niet meer al te veel zorgen. “Het is een tijdje spannend geweest, waardoor we vooral naar onder moesten kijken, maar het moet nu heel gek lopen willen we degraderen.” Typerend, voor zijn periode bij zowel Sleeuwijk als Altena, lacht de routinier. “Ik ben eigenlijk niet anders gewend dan dat ik degradeerde of promoveerde.” Precies dat, zal Van der Pluym dan ook het meeste gaan missen. “Overwinningen samen vieren en écht ergens voor spelen. Straks bij het derde van Kozakken Boys, zullen er een stuk minder mensen vragen wat je hebt gedaan.” Maar ook de trainingskampen en teamuitjes, zullen hem altijd bijblijven. Net als sfeer bij Sleeuwijk. “De kantine is altijd afgeladen vol, alles is goed geregeld en er komt ieder jaar jeugd door. Die nieuwe aanwas, was altijd leuk om te zien.” Kortom. “Gewoon een gezellige club, met een ploeg die wil voetballen.” Helemaal van hem af, zijn ze bij de club dan ook nog lang niet. “Ik ga zeker kijken. Als er een leuke derby of een leuk kantinefeestje is, kom ik mijn gezicht laten zien!”

Klik op Sleeuwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Sleeuwijk voor meer informatie over de club.

Woudrichem stelt teleur: ‘Lastig te zeggen’

Niet geworden wat ze er stiekem van hadden gehoopt, moet Woudrichem zich in de laatste weken van het seizoen, toch nog een beetje zorgen maken om degradatie. Al lijkt de marge voor de derdeklasser, voorlopig groot genoeg. “Maar we zullen aan de bak moeten”, beseft verdediger Nick van Zante.

Om toch in ieder geval, nacompetitie voor degradatie af te wenden. “We moeten nu eigenlijk meer naar onder, in plaats van naar boven kijken.” En dat terwijl de ploeg uit Woudrichem de laatste twee seizoenen, meedeed aan de play-offs voor promotie naar de tweede klasse. “Daarom wilden we nu ook weer zo hoog mogelijk eindigen en gingen we voor een plek bij de eerste vijf.” Een tiende plaats, valt dan ook behoorlijk tegen. “Dit is natuurlijk niet waar we op gehoopt hadden.”

Zelfde team

Maar een vinger op de zere plek leggen, is lastig, vindt de 21-jarige Van Zante. “We hebben zo goed als hetzelfde team als vorig jaar, alleen lukt het nu niet.” Aan de inzet, ligt het volgens hem in ieder geval niet. “We geven altijd honderd procent. En daarnaast, hebben we ook genoeg kwaliteit. Het komt er alleen niet altijd uit, waardoor we te wisselvallig zijn.” Een ingewikkelde situatie, vindt Van Zante. “Als we wisten wat het was, hadden we het al wel opgelost.” De student Integrale Veiligheidskunde aan de Avans Hogeschool in Den Bosch, die stageloopt bij de gemeente Gorinchem, probeert de moed er desondanks in te houden. “Al met al is het toch wel een beetje een teleurstellend seizoen, maar we moeten ook weer niet te negatief zijn.” Want vooral het realisme, viert hoogtij, bij de inwoner van Woudrichem. “We zijn op dit moment geen tweedeklasser, vind ik. Alleen horen we wel hoger mee te spelen in de derde klasse.” Met de club, waar hij al heel zijn leven komt. “Ik voetbal hier sinds mijn zesde. Heb heel de jeugd doorlopen en kwam drie jaar geleden bij het eerste.” En daar, zit Van Zante uitstekend op zijn plek, vertelt hij. “Vanaf mijn zeventiende mocht ik al meetrainen, en sinds mijn achttiende zit ik er vast bij. Het is een heel hechte groep, met een leuke sfeer. Echt ons kent ons, en iedereen kent elkaar doordat we er allemaal al heel lang zitten.” In zijn geval, ook als supporter. “Ik ging altijd kijken bij het eerste. Ook het kampioenschap in 2016, heb ik gezien!” Pas later, begon het bij hemzelf te kriebelen, herinnert hij. “Toen ik een jaar of zestien was, ging ik er wel over nadenken, dat ik daar zelf ooit wilde spelen. Daarom is het leuk dat het nu gelukt is.”

Constanter

Inmiddels, als vaste rechtsback van het vlaggenschip. “Ik ben vooral verdedigend sterk, maar onder Pascal (Smits) heb ik de afgelopen twee jaar ook aanvallend de nodige stappen gezet. Vooral omdat ik best wel snel ben. Daar probeer ik gebruik van te maken.” Kwaliteiten, waar ze bij de club voorlopig nog wel even van kunnen blijven genieten. “Ik wil gewoon lekker bij Woudrichem blijven voetballen. Daar haal ik mijn plezier uit. Ambitie om naar een andere club te gaan, heb ik niet.” Om beter te worden, gelukkig wel. “Vooral constanter worden.” En handhaven met Woudrichem. “Het zou mooi zijn als we een stabiele derdeklasser kunnen worden en weer wat meer bovenin mee kunnen spelen.” Want promotie naar een niveau hoger, ziet Van Zante, die dit jaar hoopt af te studeren op school, op korte termijn niet gebeuren. “Woudrichem is vooral op de eigen jeugd gericht, dus ik denk dat de derde klasse voor nu wel het maximale is. De tweede klasse zou met deze groep niet leuk zijn. Zo realistisch moet je zijn.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Woudrichem.

Achilles Veen kampioen: ‘Kunnen zeker mee in de Derde Divisie’

Begonnen aan het seizoen als titelkandidaat, maakte Achilles Veen die favorietenrol de afgelopen maanden meer dan waar. Want met een voorsprong van zestien punten op de concurrentie, kroonde de ploeg zich overtuigend tot kampioen van de Vierde Divisie. “Ik had wel verwacht dat het zó goed zou gaan”, aldus vleugelspeler Jasper Huijzer.

Precies zoals teamgenoot Finn Legius aan het begin van het seizoen, ook al vol vertrouwen zijn torenhoge verwachtingen uitsprak: “Met dit team, moeten we gewoon meedoen om het kampioenschap.” Meedoen om het kampioenschap, werd de titel pakken. Nadat een gelijkspel tegen Venray, met nog vier duels voor de boeg, genoeg was voor een kampioensfeestje. “We hebben ons heel het seizoen vooral gefocust op onszelf. Dan was het een meevaller als de concurrentie punten verspeelde”, vertelt Huijzer (22).

Veel kwaliteit

En dat deden, achtervolgers EVV, AWC, MASV en Dongen met enige regelmaat. “Ik vond de bovenste ploegen in onze competitie best wel goed, maar de teams daaronder, waren een stuk minder. Daardoor zit het onder ons, van plek twee tot en met vijf, heel dicht bij elkaar.” Achilles Veen zelf, kroonde zich met een straatlengte voorsprong, zestien punten om precies te zijn, tot kampioen. Iets wat Huijzer wel aan zag komen. “Door het trainingskamp in Vianen aan het begin van het seizoen, zijn we als team dicht bij elkaar gekomen. En onze trainer, Dennis van der Steen, heeft er heel het jaar voor gezorgd dat we scherp bleven, maar dat we ook konden lachen. Naast het feit dat we gewoon veel kwaliteit hebben.” Mede, door de komst van Huijzer. De aanvaller is bezig aan zijn eerste seizoen, bij de vierdedivisionist uit Veen. “Het bevalt heel goed! De sfeer is goed en er worden heel veel dingen georganiseerd.” Zijn overstap kwam dan ook niet helemaal uit de lucht vallen. “Ik had al eerder contact gehad met Achilles Veen, dus de club stond al op mijn radar.” Toch kwam het er twee seizoenen geleden niet van. “Na mijn avontuur in Gibraltar, was ik op zoek naar een nieuwe club. Toen had ik de afspraak met Veen, dat als er een profclub zou komen, ik daar nog naartoe kon gaan.” En die kwam er. “Op het laatste moment, mocht ik op stage bij Almere City.”

Betaalde voetbal

Aangesloten bij Jong Almere City leverde dat Huijzer, in het dagelijks leven werkzaam als postbezorger, geen al te gelukkige periode op. “Ik heb daar heel weinig gespeeld, dus ging ik na één jaar weer weg.” En belandde hij dit seizoen alsnog bij Achilles Veen. “Op mijn leeftijd is het belangrijk om veel te spelen.” Een zoektocht, die hem langs een flink aantal clubs leidde, in zijn nog prille loopbaan. “Ik ben ooit begonnen bij Waspik, daarna heb ik bij NAC Breda, PSV, opnieuw NAC en ADO Den Haag in de jeugdopleiding gespeeld.” Vervolgens speelde Huijzer een half seizoen bij Baronie, alvorens hij naar Cyprus vertrok. “Waarom niet? Dacht ik toen.” Ook droeg de inwoner van Waspik het shirt van FC Den Bosch O21 én speelde hij een half seizoen bij FC Emmen. Waar hij zelfs zijn debuut maakte in het betaalde voetbal. “Het is allemaal best snel gegaan…” Doorbreken bij de club uit de Keuken Kampioen Divisie, lukte hem uiteindelijk niet. “Mijn zaakwaarnemer stelde toen voor om naar Gibraltar te gaan, met de belofte dat ik naar betere clubs kon, als ik terug zou komen. Dat was niet het geval.” Hoe kijkt hij terug op die periode bij Glacis United? “Qua voetbal was het niet helemaal wat ik ervan had verwacht, de rest eromheen, was leuk.”

 

Xavi Simons

Bij Achilles Veen, hoopt Huijzer zichzelf weer in de picture te spelen. Want ondanks dat het amateurvoetbal een heel andere wereld is, is er aan zijn gedrevenheid niks veranderd. “Mijn levensstijl is nog precies hetzelfde.” Dat wil zeggen extra trainen en zijn lichaam goed onderhouden. “Met Nelson de Kok, train ik nog wekelijks individueel.” Want, zo zegt hij. “Ik moet ready zijn als mijn kans voor een stap hogerop komt.” Zijn droom om profvoetballer te worden, heeft Huijzer dan ook nog niet laten varen. “Ik wil gaan voor het hoogst mogelijke!” Al weet hij ook, hoe hard de voetballerij kan zijn. “Het was een mooie tijd bij de profs, maar je wordt ook wel geconfronteerd met hoe de werkelijkheid is. Het is een competitieve wereld en iedereen zit daar voor zichzelf. Ik kom uit een dorp, dus daar moest ik bij PSV wel heel erg aan wennen.” Toch noemt hij die ervaring, een mooie toevoeging aan zijn leven. “Ik heb een heel leuke tijd gehad.” Vol hoogtepunten. “Tijdens een toernooi in Duitsland met NAC JO13, maakte ik de winnende penalty in de finale tegen Werder Bremen. En bij PSV, speelde ik onder andere met Noni Madueke.” Ook speelde hij drie interlands voor Oranje O15. “Dat was samen met Xavi Simons en Naci Ünüvar.”

Kansen creëren

Die jongens spelen nu bij respectievelijk Tottenham Hotspur en FC Twente. Huijzer zit bij Achilles Veen. “Maar ik heb het heel goed naar mijn zin!” Zowel op, als buiten het veld. “Het liefste speel ik als buitenspeler, maar ik kan ook op tien of in de spits.” Iemand die in staat is, om kansen te creëren. “Ik heb snelheid, inzicht, creativiteit, een hard schot en een goede voorzet. En ik kan zowel binnendoor als buitenom passeren.” Kortom, alles wat je als aanvaller nodig hebt. Zou je zeggen. “Het liefste zou ik graag stapje voor stapje hogerop gaan.” Te beginnen, met Achilles Veen. “We kunnen met deze groep zeker mee in de Derde Divisie!”

Klik op Achilles Veen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.