Home Blog Pagina 2

‘Mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden’

0

Begonnen met het trainen van fanatieke jongens uit zijn eigen buurt, is Sargynio Diepgrond inmiddels alweer vier jaar actief als jeugdtrainer bij DIA. Komend seizoen staat hij als hoofdtrainer voor de groep bij de O15 van de club uit Teteringen. “Ik wil spelers de kans geven, die ik zelf nooit heb gehad.”

Want als speler van eerst JEKA en inmiddels DIA, had ook Diepgrond (23) de ambitie om beter te worden. “Maar ik speelde in een lager team, dus moest ik voor mezelf trainen.” Zogezegd, zo gedaan. “Toen ben ik gewoon met wat spullen en een paar ballen naar het veld gegaan, om daar wat te gaan doen.” En vanaf dat moment begon het spreekwoordelijke balletje te rollen. “Toen kwam ik andere jongens uit de buurt tegen, die zeggen: dat wil ik ook. Dus heb ik ze een keer een training aangeboden.”

Aandacht geven

Dat beviel van beide kanten zo goed, dat Diepgrond vervolgens als jeugdtrainer bij DIA belandde. “Ik vond het heel leuk en ook die jongens waren enthousiast.” Bewust koos de inwoner van Breda er vervolgens voor om bij de O15-2 te beginnen. Samen met een vriend. “Juist omdat ik de spelers van een lager team de kans wilde geven, die ik zelf nooit gehad heb.”

Leuk om zijn kennis van individuele trainingen in te zetten bij een team, staat Diepgrond alweer voor zijn vijfde seizoen als jeugdtrainer bij DIA. Voor het tweede jaar op rij als hoofdtrainer. “We zijn afgelopen seizoen twee keer kampioen geworden met de O14, dus ik ga met het team mee.” Het leukste van alles, vindt Diepgrond de ontwikkeling van zijn spelers. “Om samen aan iets te werken, en dat dan terug te zien.”

De twintiger omschrijft zichzelf dan ook als een betrokken trainer, die iedereen aandacht probeert te geven. “Ik wil dat spelers zich belangrijk voelen.” “Daarom bied ik ook altijd mijn hulp aan, ook buiten de training. Bijvoorbeeld door extra training te geven.”

Hoe ziet een normale teamtraining er bij hem uit? “Alles met bal. Dus dribbelvormen, passvormen met veel herhalingen en weinig stilstaan, maar veel doen.” “Op deze leeftijd moet je vooral veel bal aanrakingen hebben.” Naast natuurlijk een tactisch element.

“Daarom werk ik in blokken van twee weken, zodat we verschillende dingen in het aanvallen, verdedigen en omschakelen kunnen trainen.” Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? “Ik ben niet zo van de traditionele methodes, dus ik gebruik veel dingen van internet of vanuit de wetenschap.”

Ook tijdens een individuele training. “Ik leg uit wat de functie van je heup is bij het doorhalen, maar bijvoorbeeld ook wat een ‘enkellock’ is.” “En ik maak regelmatig gebruik van camera’s, om dingen vast te leggen.” Om op die manier heel specifiek aan de slag te kunnen gaan. “Vaak is het net dat kleine stukje, of net ‘dit oefenen’, om ergens veel beter in te worden.”

Voorbeeld

Zoals ook Diepgrond zichzelf, inmiddels als linksback van het eerste, steeds een beetje verder heeft ontwikkeld. “Ik moet het vooral hebben van duels spelen en rotzooi opruimen.”

“Het liefste wil ik niet echt de bal hebben, laat mij maar gewoon verdedigen. Dat heb ik toch geleerd, door in die lagere teams te spelen.” Al druist dat in tegen hoe hij als trainer in het spelletje staat. “Dan wil ik natuurlijk juist die gasten stimuleren dat ze de bal moeten willen hebben.”

Toch is het volgens de rechtspoot een voordeel, dat hij zelf actief is als voetballer. “Tuurlijk had ik het liefste hoger gespeeld, maar je kunt toch je ervaring overbrengen.” “Helemaal voor de verdedigers, kan ik veel dingen voordoen. Dan heb je toch een soort rol als voorbeeld.” En juist dat is volgens Diepgrond, die alweer tien jaar bij DIA speelt, misschien wel het belangrijkste aspect van trainer zijn.

“Het gaat er vooral om hoe je omgaat met anderen, en hoe je dingen uitlegt.” Helemaal als je net zulke grote dromen hebt als hem. “Ik heb altijd tegen mijn moeder gezegd: ooit wil ik Oranje coachen. Dus mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden.” “Daar is alles sinds een jaar of zes op gericht.”

Diepgrond ziet het dan ook al helemaal voor zich. “Ik wil eerst hier bij DIA graag ervaring opdoen als hoofdtrainer en jongeren de kans geven.” “Daarna wil ik jeugdtrainer worden bij een BVO, om zo door te groeien naar de senioren.” Volgend seizoen staat het behalen van zijn VC2-diploma op de planning. Want één ding mag duidelijk zijn: “Ik wil steeds beter worden!”

Regter neemt TVC Breda bij de hand

0

In de winterstop aangesloten bij het eerste elftal, stond Jay Regter binnen twee weken met de aanvoerdersband om zijn arm. En na een nagenoeg foutloze tweede seizoenshelft, leverde dat vijfdeklasser TVC Breda ook nog bijna promotie op. “Ik was ongeslagen tot de nacompetitie.”

Maar dat hij die wedstrijd in de halve finale tegen Kruiningen überhaupt zou spelen, was sowieso al vrij bijzonder, zo legt Regter (24) uit. “Ik ben pas op de helft van het seizoen aangesloten, daarvoor zat ik in een vriendenteam.”

Voetballend bij het derde, konden ze bij het vlaggenschip wel wat versterking gebruiken. Zowel op als buiten het veld. “Er waren weinig echte leiders, dus ik heb vanaf moment één de leiding genomen en voor een goede sfeer gezorgd.” Die betrokkenheid leverde hem na twee weken al de aanvoerdersband op. “Dat is natuurlijk wel extra leuk, dat je die band mag dragen!”

Positieve invloed

Helemaal als je min of meer een soort kind van de club bent. “Ik ben in de jeugd begonnen bij SAB, maar in de D’tjes kwam ik naar TVC.” Vervolgens voetbalde hij nog een jaartje met vrienden opnieuw bij SAB, alvorens hij snel weer terugkeerde op het oude nest. “TVC Breda blijft gewoon mijn club.”

Actief in een vriendenteam, sloot hij halverwege dit seizoen dus aan bij het eerste. “Ik merkte dat ik die uitdaging miste, en ze konden wel wat gebruiken.” Helemaal vreemd was het vlaggenschip voor Regter dan ook niet. “Ik heb vroeger ook in het eerste elftal gespeeld. Maar toen als keeper.”

Keepen doet hij nu niet meer. “Sinds een jaar of drie ben ik nu echt veldspeler. Ook omdat ik altijd als keeper ook al goed kon voetballen.” De keuze was dan ook niet zo makkelijk, lacht de inwoner van Breda. “Altijd als ik ging voetballen, miste ik het keepen. En andersom. Dat was in de jeugd al.”

Inmiddels spelend als verdedigende middenvelder, draagt hij vooral als leider zijn steentje bij aan het vlaggenschip van de club. “Vanaf moment één heb ik de leiding genomen en gezorgd voor een positieve invloed. Dat zit ook wel in me, bepaalde dingen regelen.” Het leverde de ploeg uiteindelijk dus een plekje in de nacompetitie op. “Derde was voor ons echt wel het hoogst haalbare. Daar mogen we dik tevreden mee zijn.”

Al zorgde de nacompetitie wel voor een zure nasmaak. “We stonden 4-2 voor, tot de 83ste minuut. Daarna hebben we het nog weggegeven. Als je zo dichtbij bent, is dat natuurlijk wel heel pijnlijk.” Maar ook leerzaam. “Als team hebben we toen gewoon gefaald. Eigenlijk moet je zo’n wedstrijd dan gewoon dichtzetten.”

Echte volksclub

Leermomenten die ze bij TVC Breda meenemen naar dit seizoen. “We hebben best wel wat stille jongens in de groep, maar we hebben er echt een team van weten te maken.” “Daarom vind ik dat we dit jaar gewoon voor het kampioenschap moeten gaan. Dat zijn we aan onze stand verplicht, ook als je kijkt naar de spelers die erbij zijn gekomen.”

Tactisch zal het volgens Regter dan nog wel een stapje beter moeten, vindt hij. “Vooral in de positionering, maar ook in het scannen en om je heen kijken.” “Gelukkig hebben Peter (Remie) en Kevin (Faas) veel ervaring, dus die kunnen ons daar als trainers goed bij helpen.”

Op welke positie dat voor Regter zelf zal zijn, weet hij nog niet. “Vorig seizoen stond ik op zes, maar ik kan ook centraal achterin.” “En met de goede middenvelders die erbij zijn gekomen, denk ik dat ik dit jaar het beste als centrale verdediger kan gaan spelen. Al maakt het me niet veel uit.” Aan mentaliteit in ieder geval geen gebrek. “Ik geef altijd negentig minuten lang alles.” Een echte doorzetter dus. “Maar ook iemand die kopsterk en fysiek is.”

Kwaliteiten waar ze bij TVC Breda voorlopig nog wel even van kunnen genieten. Als het aan Regter ligt tenminste. “Ik heb niet echt de ambitie om ergens anders te gaan voetballen. Het bestuur heeft ook goede plannen om weer een paar klassen omhoog te gaan.”

Zelf denkt hij ook dat de derde klasse zeker haalbaar is. Wonend in het Westerpark, bijna naast het voetbalveld, weet de middenvelder dan ook als geen ander wat de club echt betekent. “Het is gewoon een echte volksclub, met gezellige mensen uit de buurt. Ik voel mij hier echt op mijn gemak.” Letterlijk en figuurlijk. “Ik werk ook op de club, voor de SportBSO. Dus ik ben er elke dag. Eigenlijk leef ik gewoon op de club!”

Seizoen met gemengde gevoelens voor topscorer Van Eijck

0

Na een heel bijzonder jaar, maakt Willem van Eijck zich met Gilze op voor een nieuw seizoen in de tweede klasse. Want ondanks dat de spits zich met 27 doelpunten kroonde tot topscorer van Brabant, degradeerde zijn ploeg via de nacompetitie wel naar een niveautje lager. “We verloren telkens, maar ik scoorde wel steeds.”

Persoonlijk sterk seizoen

Persoonlijk kan de 26-jarige Van Eijck dan ook terugkijken op een goed seizoen. Hoe gek dat dan ook misschien klinkt. “Voor mezelf was het natuurlijk lekker om zoveel te scoren, maar het blijft toch balen als je iedere keer verliest. Dan heb ik liever drie punten.”

Veel keuze hadden ze bij Gilze afgelopen seizoen overigens niet, met slechts vijf overwinningen in 26 duels. “De eerste klasse was gewoon een maatje te groot voor ons als team. Zo eerlijk moeten we zijn. We hadden in algemene zin gewoon net te weinig kwaliteit.” Verder dan een twaalfde plek en daarmee nacompetitie kwam de eersteklasser dan ook niet. “En dat was al vrij bijzonder, dat we die haalden.” Genoeg om zich te handhaven, was het uiteindelijk niet. “We verloren in de finale van DVV’09, dat was wel een beetje de samenvatting van ons seizoen. Dat maakte het wel extra zuur.”

Tot teleurstelling ook van Van Eijck zelf. “De kwaliteit bij tegenstanders was afgelopen jaar zo hoog… Als je door al die nederlagen dan ook nog in een negatieve spiraal komt, is het heel lastig om daar weer uit te komen.” Toch ontworstelde de inwoner van Gilze zich daar met 27 competitiedoelpunten flink aan. “Ik ben vooral een spits die alleen maar bezig is met doelpunten. Meevoetballen is niet mijn sterkste punt.”

Maar scoren dus wel. “Doordat we vaak minder waren dan de tegenstander, speelden we een beetje behoudend en wat lager, dat is voor mij ideaal. Dan kan ik achter de verdedigers kruipen.” Oftewel, diep sturen en rennen. “Zo simpel was het eigenlijk!” Al was het soms ook heel frustrerend, is Van Eijck eerlijk. “Als je zelf heel goed draait, hoop je dat er bij de rest van het team ook meer in zit.”

Toch blijft hij ook zelfkritisch. “Druk zetten vind ik leuk, maar verdedigend had ik meer kunnen doen.” Hoewel daar natuurlijk niet zijn kwaliteiten liggen als doelpuntenmaker. “Laat mij maar lekker voorin blijven, dan schiet ik ze er wel in.”

Plezier voorop

Iets wat hij ook dit seizoen gaat proberen te doen. In het shirt van Gilze. “Ik heb er wel over nagedacht om weg te gaan, maar we hebben zo’n hecht team en er staat hier altijd veel publiek op zondag. Dat is voor mij de belangrijkste reden om toch te blijven. Het plezier staat voorop.”

Want na vijf jaar in de jeugdopleiding van Willem II, weet Van Eijck als geen ander hoe belangrijk dat is. “Daar is het echt alleen maar voetbal, waardoor ik in de laatste jaren eigenlijk geen plezier meer had. Dat heb ik bij Gilze weer helemaal teruggevonden.” En dus zit de aanvalsleider voorlopig uitstekend op zijn plek. “Het voelt hier nu heel goed, maar ooit wil ik nog wel eens buiten Gilze kijken. In België of een hoger spelende club in Nederland.”

Mogelijkheden voor zo’n stap kreeg Van Eijck na afgelopen seizoen als vanzelfsprekend meer dan genoeg. “Ik ben op gesprek geweest bij UNA, en ook in België. Daarnaast hadden Baronie en Halsteren interesse.” “Maar ik ben een gevoelsmens, en al die mensen hier langs de lijn, blijft mooi.” Helemaal omdat Van Eijck op achtjarige leeftijd begon met voetballen bij Gilze. “Vervolgens ging ik na vier jaar naar Willem II en op mijn achttiende kwam ik weer terug.”

“Ik voetbal hier met mijn vrienden. Die gezelligheid en de hechte band met de supporters zijn voor mij heel belangrijk.” Gecombineerd met het ‘serieuze gedeelte’. “Dat moet ook niet té worden, zoals bij Willem II het geval was. Al wil ik dat nog wel een keer proberen.”

En gezien zijn kwaliteiten is dat ook niet zo gek. “Ik ben eigenlijk altijd spits geweest. Iemand die alleen maar wil scoren.” “Ik heb wel eens tegen mijn vrienden gezegd dat ik meer mee zou willen voetballen, maar dat is gewoon niet mijn sterkste punt.” Doelpunten maken dus wel. Hoeveel gaat hij er dit jaar maken in de tweede klasse? “Ik leg de lat qua goals nooit zo hoog. Anders valt het altijd tegen. Daarom ben ik niet zo van het uitspreken.”

Wel is de boekhouder van beroep er in zijn hoofd veelvuldig mee bezig. “Als spits zit je daar continu over na te denken. Het blijft heerlijk om er eentje binnen te schieten.” Of zijn scoringsdrift Gilze direct weer promotie naar de eerste klasse op gaat leveren, weet Van Eijck nog niet. “Als je net gedegradeerd bent, moet je eigenlijk meteen weer bovenin meedoen. Maar we moeten ook even aanvoelen hoe sterk die tweede klasse is.”

‘Als je ziet hoe snel ze het oppakken’

0

Na eerder voor de groep te hebben gestaan bij de O17, O19 en het tweede van de club, begon Jurgen van der Velden afgelopen seizoen bij Beek Vooruit als trainer van de MO11. En na heel even wennen, bevalt dat de oud-speler van het eerste elftal meer dan prima. “Meiden zijn misschien nog wel energieker dan jongens.”

Toch was het op voorhand best een lastige keuze, zo vertelt Van der Velden (47). “Je vraagt jezelf toch af: kan ik dat?” Helemaal in combinatie met het trainen van zijn dochter. “Dat maakt het extra bijzonder, maar soms ook wel lastig. Onbewust pak je haar toch een beetje harder aan.” Mede daardoor maakte de inwoner van Prinsenbeek eerder de weloverwogen keuze om geen trainer te worden van zijn zoontje. “Daar wilde ik toch graag een beetje afstand van houden.” Hoe gaat dat er thuis aan toe? “We hebben het met z’n drieën heel veel over voetbal. Alleen mijn vrouw soms niet.”

Steeds meer meidenvoetbal

Eén ding is wat Van der Velden betreft dan ook wel duidelijk: “Mijn leven bestaat voor een groot deel uit voetbal.” En dan vooral bij Beek Vooruit. “Ik heb hier alle jeugdteams doorlopen en heb daarna zestien jaar in het eerste gespeeld.” Daarnaast gaat hij regelmatig naar NAC en staat hij dus sinds vorig seizoen als trainer van de meiden op het veld. “Toen zijn we begonnen als MO11-1, inmiddels zijn we de MO13-1.” Verder hebben ze bij de club dit jaar een MO15, een MO17 en een MO20. “Allemaal met meer dan genoeg speelsters. Dus dat loopt goed!”

Aan enthousiasme dan ook geen gebrek. “Meiden zijn misschien nog wel meer dankbaar en energieker dan jongens. Ze zeggen ook nooit af. Dat is voor een trainer natuurlijk wel lekker.” Hoe zien zijn trainingen er over het algemeen uit? “We zijn heel veel bezig met techniek, maar ook afwerken. Met zowel links als rechts. En natuurlijk positiespelletjes en partij.”

Van der Velden merkt dat er ook vanuit de club steeds meer aandacht komt voor het meidenvoetbal. “Al zou dat natuurlijk altijd meer mogen zijn. Helemaal nu er een enorme stijgende lijn zit in het aantal leden.” De vraag is volgens hem dan ook hoe ze bij Beek Vooruit de meidenafdeling vorm willen gaan geven. “Moeten we er op een prestatieve of recreatieve manier mee omgaan? Ik denk dat je aan de onderkant naar prestatief moet gaan, helemaal als je kijkt naar NAC en Boeimeer. Dat hoeft elkaar zeker niet te bijten.”

Beleidsplan voor de toekomst

Een onderwerp waar Van der Velden zich als nieuw lid van de Technische Commissie, hij trad onlangs toe, over kan gaan buigen. “Dat wordt een meer adviserende rol. Maar ik ga ook andere trainers ondersteuning bieden.” Want naast het Rat Verlegh Stadion, de thuisbasis van NAC, is er eigenlijk geen plek waar Van der Velden liever is dan bij Beek Vooruit.

“Ik merkte vorig jaar, toen ik alleen die meiden deed, dat ik echt wel naar de club getrokken werd. Daarom ga ik ook nog regelmatig bij het tweede kijken.” Of hij in de toekomst de ambitie heeft om opnieuw weer zo’n team te trainen, weet de voormalig voetballer niet. “Ik heb mijn VC2, dus het zou kunnen. Maar voorlopig heb ik het hier ontzettend naar mijn zin.”

En dus kijkt Van der Velden alvast verder. “Het zou goed zijn om te peilen of er animo is om met die meiden prestatief te gaan voetballen en daar vervolgens een beleidsplan op te maken.” “Waarin de heren en dames gelijk zijn. Net als bij Bavel. Dat lijkt me mooi.”

Want, zo is hij van mening: “Ik denk dat het kan! Als je ziet hoe groot onze vereniging is en hoe snel die meiden het bij de MO11 oppakken.” “Zolang ze het perspectief houden dat ze zich kunnen blijven ontwikkelen en we zijn in staat om prestatief te spelen, wordt de animo misschien nog wel groter. Helemaal als we het serieus nemen!”

‘Ik vind het leuk om met mensen bezig te zijn’

0

Al bijna vijfentwintig jaar verbonden aan de club, heeft Niels van Dongen bij UVV’40 zo’n beetje alles wel gedaan wat je kunt bedenken. Van jeugdtrainer en technisch coördinator tot trainer van het eerste. En vanaf dit seizoen gaat hij zich ook richten op het begeleiden van jeugdtrainers. “Ik vind het leuk om met mensen bezig te zijn.”

Alles gedaan

Op welk niveau en met welke leeftijd, maakt hem eigenlijk niet uit. “Ik loop hier al vanaf mijn vijftiende rond in verschillende functies, en heb ondertussen alles wel gedaan. Jeugd, senioren, maar ook technisch coördinator van de bovenbouw.” Met die laatste functie is Van Dongen (29) sinds deze zomer gestopt. “Dat is niet helemaal geslaagd.” Wel blijft hij betrokken bij het eerste elftal van de club, samen met Robert Charlier, Ties Jansen, Jaap Berendschot en sinds dit seizoen ook Wout Brinkman. “Ik ga Wout begeleiden bij het behalen van zijn VC2.”

Kennis overbrengen

Iets wat Van Dongen vanaf dit seizoen opleidingsbreed zal gaan doen binnen UVV’40. “We hebben een nieuwe jeugdcommissie, daar hangen jeugdtrainers van de onderbouw en de bovenbouw onder, alleen was er buiten Jeroen van Riel niemand met papieren die ze kon begeleiden. Dus ga ik dat doen.” Hoe dat er in de praktijk uit zal zien? “In feite willen we meer gaan doen met kennisdeling. Dus opleidingsavonden organiseren, workshops geven en met trainers meelopen tijdens trainingen of wedstrijden.”

Met als simpel doel: “Om trainers te helpen ontwikkelen.” Een rol die naar eigen zeggen goed bij Van Dongen past. “Ik vind het leuk om met mensen te werken én om kennis over te brengen.” Daarnaast vult hij aan: “Ben ik een echte Ulvenhouter. Ik kom hier al vanaf mijn zesde, dus ken een hoop mensen. Dan is het natuurlijk leuk om iets voor de vereniging te kunnen doen.” En iets achter te laten, waar ze verder mee kunnen.

“Na dit jaar is het voor mij een mooi moment om verder te gaan kijken.” Wat dat precies wordt, weet Van Dongen nog niet. “Komend jaar ga ik eerst een andere baan zoeken en het iets rustiger aan doen met de voetbal, daarna kijk ik wel wat ik ga doen als trainer. Jeugd of senioren.”

Het mooiste

Onder meer stagegelopen bij de dames van Bavel, kan het wat dat betreft alle kanten op. “Dames zijn over het algemeen wat socialer, en denken meer met je mee. Ook dat vind ik leuk.” “Maar tieners kun je zowel binnen als buiten het veld weer meer bijbrengen. Terwijl je bij een eerste elftal meer de dynamiek hebt met ook alle niet voetbalgerelateerde zaken eromheen.” Het bloed kruipt in ieder geval waar het niet gaan kan. “Voetbal is gewoon leuk, hè? Ik speel al sinds mijn zesde bij UVV’40 en ben vanaf mijn negentiende alleen maar training gaan geven. Al deed ik dat daarvoor ook al.”

Tussendoor had hij ook nog twee jaar de O15 van TSC uit Oosterhout onder zijn hoede. Van Dongen is van huis uit Bedrijfseconoom en inmiddels in het bezit van zijn VC3. “Dat vond ik heel leuk, samen met al die andere jeugdtrainers. Praten over voetbal, blijft toch het mooiste om te doen!”

‘Ik ben een trainer die zich probeert open te stellen’

0

Bezig aan zijn derde seizoen als trainer van het tweede elftal, heeft Daniël de Ceuster bij Bavel nog steeds het gevoel dat hij zich iedere dag ontwikkelt. En dus sluit de inwoner van Breda niet uit dat hij ooit nog eens ergens hoofdtrainer wordt. “Ik moet wel bij een club passen en er voldoening uithalen.”

Thuis bij Bavel

Wat dat betreft zit de 48-jarige trainer bij Bavel uitstekend op zijn plek. “Ik heb hier vanaf mijn twintigste altijd gevoetbald, en ben daarna jeugdtrainer geworden.” Vijf seizoenen geleden maakte hij een uitstapje naar Rijen. “Dat was eigenlijk bedoeld voor de jeugd, maar het werd uiteindelijk het tweede. Dat heb ik twee jaar gedaan.” Tot De Ceuster een vacature zag van zijn huidige club. “Toen heb ik gesolliciteerd om trainer te worden van het tweede elftal, omdat ik toch wel weer graag wilde kijken of ik hier trainer kon worden.”

Laagdrempelig

Vooral dat laatste is niet voor niks, legt hij uit. “Het is gewoon een bijzonder prettige vereniging. Sociaal en iedereen doet gewoon normaal. Ik heb mij hier altijd enorm thuis gevoeld.”

Onder meer dus als speler. “Ik was geen vaste waarde in het eerste, deed af en toe mee. Op mijn 37ste ben ik in een lager elftal gaan voetballen.” Vaak als rechtsback of linksback. “Al kon ik ook op het middenveld uit de voeten.” Die ervaring neemt hij mee als trainer. Is er nog een verschil tussen het trainen van een jeugdteam of een tweede elftal? “Dat is niet specifiek anders, alleen de leeftijden lopen verder uiteen. Veel jongens ken ik ook nog van de jeugd.”

Het maakt zijn werkwijze een klein stukje makkelijker, vertelt De Ceuster. “Ik ben een trainer die zich probeert open te stellen, zodat iedereen de vrijheid voelt om met ideeën te komen en over voetbal te praten. Op die manier hoop ik het laagdrempelig te houden.” Desondanks vielen de resultaten afgelopen seizoen wat tegen. “Helaas zijn we toen gedegradeerd.” Een teleurstelling, maar De Ceuster beseft ook welke functie zijn ploeg binnen de vereniging heeft.

“Als het eerste elftal spelers van ons nodig heeft, ben ik daar heel makkelijk in. Uiteindelijk is ons doel om spelers van het tweede klaar te stomen voor het eerste. Als ze dat zelf willen.” De communicatie met Joep van den Ouweland, hoofdtrainer van het vlaggenschip, verloopt dan ook heel soepel. “Die is heel open. Ondanks dat het voor ons soms natuurlijk wel eens lastig is, omdat je met wisselende samenstellingen speelt.”

“Maar tegelijkertijd moet dat jongens ook motiveren om zelf die stap te kunnen zetten. Daarom ben je continu bezig om ze uit te leggen wat ze nog moeten verbeteren.” In dat kader volgde De Ceuster afgelopen seizoen de VC3-cursus van de KNVB. En met succes. “Ik vond het heel waardevol om met andere trainers over voetbal te praten. Daarom heb ik ook nog steeds het gevoel dat ik mezelf blijf ontwikkelen als trainer.”

Ontspanning

Hoe gaat dat er in de praktijk aan toe? “Ik probeer gedurende het seizoen naar een goede opbouw te kijken. Op basis van periodisering.” “Verder neem ik wedstrijdsituaties mee, kijk ik naar de tegenstander en maak ik dat trainbaar. Bijvoorbeeld door accenten te leggen tijdens een partij of positiespel.” Zoveel mogelijk dus met bal. “Ik had zelf vroeger een broertje dood aan zomaar doelloos rondjes lopen. Daarom vind ik het vooral belangrijk dat ze tijdens een oefening het onderste uit de kan halen. Dan is het vanzelf al een soort conditietraining.” Begonnen in een 4-3-3, schakelden ze daarna over naar een 5-3-2-formatie. “Het liefste speel ik wat aanvallender, maar je bent natuurlijk ook afhankelijk van je materiaal.”

Plezier en toekomst

Wat maakt het trainer zijn voor hem nou zo leuk? “Het is voor mij echt puur ontspanning en plezier naast mijn werk. En ik vind het leuk om met een groep bezig te zijn en ze echt beter te maken.” Maar ook het sociale aspect speelt voor De Ceuster een belangrijke rol. “Samen een overwinning vieren of er juist over praten, als je hebt verloren.”

Toch had hij zelf nooit verwacht dat hij trainer zou worden, is de voormalig voetballer eerlijk. “Die passie had ik in eerste instantie helemaal niet. Ik riep juist altijd: ik word nooit trainer.” Tot hij in 2017 halverwege het seizoen instapte bij de O15, omdat ze geen trainer hadden. “Toen vond ik het toch wel heel leuk!” En na een cursus, aangeboden door Bavel, was het hek van de dam. “Op die manier ben ik er eigenlijk ingerold.”

Hoe ziet De Ceuster dat in de toekomst voor zich? “Misschien zou ik op termijn wel een eerste elftal willen trainen. Ik sta er heel open in. Een club moet echt bij mij passen en ik moet er voldoening uithalen.” “Dus dat zou ook bij een O23 of tweede elftal kunnen zijn.” Of misschien als hoofdtrainer van Bavel. “Dat zou natuurlijk heel leuk zijn, maar ik heb niet een vast plan in mijn hoofd, dat ik over twee of drie jaar ergens trainer van een standaardteam moet zijn. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt.”

RON VLOT WIL HET AANZIEN VAN SLIEDRECHT VERBETEREN

0

Sinds november is Ron Vlot de officiële voorzitter van VV Sliedrecht. Achter die titel gaat een voetballeven schuil dat ooit richting het betaalde voetbal leek te gaan, tot zijn lichaam ermee stopte. Over die weg en over de hulp die hij daarna zocht is Vlot heel erg open.

Vlot doorliep de jeugd van Sliedrecht en speelde in Nederlandse jeugdelftallen. Op zijn twintigste maakte hij de overstap naar Sparta, waar zijn enkel het uiteindelijk begaf. Drie keer werd hij daaraan geopereerd en de belasting van vier, vijf keer trainen in de week bleek niet meer vol te houden. Terug bij Sliedrecht maakte hij een sterk seizoen mee. Vijf betaalde clubs stonden klaar, onder wie Feyenoord, FC Utrecht en opnieuw Sparta. Toen kwam een rughernia. “Bij de operatie hebben ze een zenuw geraakt, of kapotgemaakt, weet ik niet precies. Ik kon niet goed meer hollen, en dat kan ik nog steeds niet. Dan is je carrière over.” Het bleef niet bij die ene ingreep: in totaal is Vlot drie keer aan zijn rug geopereerd, met telkens een nieuwe hernia. Daarbovenop kreeg hij ook nog eens een dubbele nekhernia. Later speelde hij nog bij SVW in Gorinchem, tot hij op zijn 33e stopte.

Dat Vlot als speler van een amateurclub op vijf betaalde clubs kon rekenen, was op zich al bijzonder. “Als je in Nederlandse jeugdelftallen speelt, kun je normaal naar heel Nederland toe. Dan ben je jong en interessant. Maar de meeste van die jongens zaten al bij een betaalde voetbalorganisatie. Ik speelde bij Sliedrecht, dus dat was uitzonderlijk.” Naast Feyenoord, FC Utrecht en Sparta stond ook een Belgische club in de belangstelling, al is de naam daarvan Vlot inmiddels ontschoten. Liever had hij nog wat langer bij zijn oude club Sparta gespeeld, zegt hij, maar uiteindelijk gaat gezondheid boven alles. “Je lichaam moet goed zijn.”

Twintig jaar gefrustreerd

Wat dat gemis deed, verbloemt Vlot niet. “Ik ben ongeveer twintig jaar gefrustreerd geweest. Als heel je leven in het teken van voetbal staat en je gaat eindelijk het betaalde voetbal in, maar dan gooit een blessure roet in het eten… Dan is dat moeilijk te accepteren. Mijn broer speelde ook betaald voetbal, bij DS’79, en maakte precies hetzelfde mee. Hij kreeg een knieblessure en het was klaar. Je moet gewoon een beetje mazzel hebben.” Naast zich neerleggen, dat is er nooit helemaal van gekomen. “Dat leg je nooit naast je neer. Alleen, je moet ermee leren omgaan. En daar kon ik in het begin niet mee omgaan.”

De weg daarnaartoe liep via een psychotherapeut, vertelt Vlot zonder aarzeling. “Ik ging naar een goede psychotherapeut, en die heeft mij heel goed geholpen. In de topsport is dat gewoon nodig. Je moet een penalty nemen voor tachtigduizend man op de tribune, en je maakt hem of je mist hem. Dat heeft niks met geld te maken. Het gaat om wat er op dat moment door je hoofd gaat, en hoe je dat herstelt. Die druk is onmenselijk.” Wat hem betreft geldt dat niet alleen voor topsporters. “Heel veel mensen bezwijken onder prestatiedruk, ook gewoon op hun werk. Er zijn niet voor niets zulke lange wachtlijsten voor hulp.” Zijn openheid erover is bewust. “Ik heb het altijd eerlijk verteld, Ik schaam me er niet voor. Hopelijk denken mensen: misschien moet ik dat ook wel eens doen. Het belang van de psyche van een mens wordt nog steeds enorm onderschat. Tijdens mijn behandelingen bij de psychotherapeut(en) werd er een paar jaar geleden ook nog ADHD geconstateerd waar ik veel last en problemen van heb ervaren in mijn leven. Iets wat ik nu voor 90% onder controle heb.”

Van trainer naar voorzitter

Zijn weg naar het voorzitterschap begon in januari 2025, toen Vlot ging meelopen in het bestuur van Sliedrecht. Daarvoor was hij jarenlang trainer geweest, en zonder club merkte hij dat hij het rustiger aan doen wel kon waarderen. Toen de vorige voorzitter, Kees Verhoeven, afscheid nam, hadden André van Dijk en Tom Pauw dat prima opgelost binnen het bestuur. Toch zag Vlot ruimte. “Ik dacht: er moet een voorzitter komen die bekendheid heeft in de regio en voor het voetbal is. André doet sponsoractiviteiten, Tom is druk als secretaris.” Over zijn collega’s in het bestuur is hij lovend. “We hebben een fantastische penningmeester, een goede secretaris met Tom, mensen die er al zo lang bij lopen. Dan kan ik mezelf bezighouden met waar ik goed in ben: voetbal, de technische zaken.” In november 2025 volgde de officiële verkiezing door de leden.

Aanzien terugwinnen

Wat Vlot betreft moet Sliedrecht weer een club worden waar mensen tegenop kijken, net zoals in zijn eigen tijd. Toen speelde de club op het hoogste amateurniveau en pakten jeugdelftallen het ene na het andere kampioenschap. “Aanzien is enorm belangrijk. Ruud Gullit wilde bij PSV met witte kousen spelen in plaats van die geblokte, omdat dat beter stond. Ajax speelt met branie. Zo moet je het zien.” Dat aanzien is er de laatste jaren wat bij ingeschoten, merkt hij. En dat steekt. “Ik vind het belachelijk als kleine clubs van Sliedrecht winnen. Je kan niet alles winnen, maar ik wil wel dat je er alles voor doet.” Concreet betekent dat voor hem: hogere trainingsintensiteit en meer investeringen.

Managen, niet delegeren

Zelf mengt Vlot zich bewust niet in de dagelijkse gang van zaken bij de senioren. Daarvoor heeft de club een technische commissie van zes man, stuk voor stuk oud-eerste elftalspelers. Zij scouten spelers in de regio en overleggen met de trainer. “Ze vragen mij weleens hoe of wat. Als voorzitter kan ik de laatste klap geven. Maar op het moment dat ik ga overrulen, krijg je het gevaar dat ze zeggen: Ron doe het lekker zelf.” Liever stuurt hij op afstand. “Het is managen van de TC senioren, de TC junioren, enzovoort. Je moet er zelf niet te grote hand in hebben.”

Vlot heeft uitgesproken ideeën over wat er in het voetbal, en breder in de maatschappij, is veranderd sinds hij zelf speelde. Zelf trainde hij vier á vijf keer per week, weer of geen weer. “Regende het hard, ging ik trainen. Sneeuwde het, ging ik trainen. Was het heet, ging ik trainen. Ik wilde altijd beter worden.” Over de huidige generatie is hij kritisch, en benadrukt dat het om de wereld in het algemeen gaat. Niet alleen om Sliedrecht. “De mentaliteit van de jeugd is gewoon anders geworden. De wereld is veranderd, en daar kan de jeugd zelf weinig aan doen. Maar als je vroeger als trainer iemand op zondag liet zitten, werd dat geaccepteerd. Nu stoppen sommigen er meteen mee en gaan ze ergens anders.”

Nieuwe kleedkamers

Praktisch gezien staat er ook al iets te gebeuren. De verouderde kleedkamers van het sportpark, daterend uit 1972, worden vervangen door dertien nieuwe. Dat is klaar rond eind augustus. En na jaren onzekerheid over een eventuele verhuizing naar Sliedrecht-Noord, heeft de nieuwe gemeente-coalitie besloten dat de club op de huidige plek blijft. Voor Vlot een opluchting, en meteen een nieuwe uitdaging: de club telt ruim dertienhonderd leden, die allemaal in een goed onderkomen gefaciliteerd moeten worden.

MAARTEN BROUWER ROLT TOEVALLIG TRAINERSVAK IN BIJ NOORDELOOS

0

“Misschien zou ik wel een goeie trainer zijn.” Het was half voor de grap gezegd, ergens in een zomers gesprek met een paar speelsters van vrouwen 1. Een jaar later staat Maarten Brouwer (34) elke woensdagavond en zaterdag voor de groep. De oud-doelman van SV Noordeloos ruilde zijn keepershandschoenen in voor een trainerspak, en heeft daar geen moment spijt van.

Vijftien jaar onder de lat

Brouwer speelde vanaf de F-jeugd voor Noordeloos, het dorp waar hij nog altijd woont. Na zo’n vijftien jaar selectievoetbal hing hij afgelopen seizoen de handschoenen aan de wilgen. “Ik ben nooit mega-ambitieus geweest. Het was altijd gewoon een lekkere hobby voor me.” Het grootste deel van zijn carrière stond hij onder de lat bij het tweede, met uitstapjes naar het vierde en vijfde en af en toe een invalbeurt bij het eerste. Een vaste stek bij het eerste zat er nooit in, en dat raakt hem niet. De reden om te stoppen was simpel: in het tweede stond hij op een gegeven moment tussen spelers die bijna twintig jaar jonger waren. “Toen vond ik het eigenlijk wel mooi geweest.”

Een grapje dat serieus werd

Dat Brouwer nu op de bank zit bij vrouwen 1, is puur toeval. Vlak voor zijn afscheid als speler sprak hij een paar speelsters van het team, dat een rommelige periode achter de rug had met meerdere trainerswissels in korte tijd en zelfs een halfjaar zonder trainer. Zijn losse opmerking dat hij het misschien wel zou kunnen, werd door de speelsters direct serieus genomen. “Toen gingen zij daar eigenlijk gelijk op in: dat zouden wij leuk vinden, we zijn al zo lang op zoek naar iemand.” Via het bestuur werd een plan gesmeed, en voor hij het wist stond Brouwer voor de groep. Ervaring als trainer had hij niet. “Het was echt een sprong in het diepe.”

Een sprong die hem uitstekend bevalt. Brouwer, die met een eigen bedrijf video’s en content maakt voor bedrijven in de regio, geniet zichtbaar van zijn nieuwe rol. Vooral het verschil met het herenvoetbal valt hem op. “Bij de mannen is het bij een training vaak een beetje een kleuterklas voordat iedereen stil is. Bij de meiden hoef je maar te zeggen ‘even centraal’ en iedereen is er.” Die discipline maakt het trainerschap voor hem verrassend licht. “Ik vind het gewoon een hele prettige manier van werken.”

Tactisch noemt Brouwer zichzelf nog een leerling. “Op tactisch gebied kan ik nog wel veel leren. Ik ben vooral een sociaal iemand, die goed met mensen omgaat en ze weet te motiveren. Op ons niveau is dat misschien wel het belangrijkste.” Gelukkig hoeft hij het wiel niet alleen uit te vinden. Op maandag verzorgt oud-Noordeloos-trainer Hans Duijzer de training, en op zaterdag staat routinier Geerte Kooijman als grensrechter en assistent langs de lijn. Kooijman is al decennia verbonden aan de vrouwenafdeling en kreeg voor haar verdiensten zelfs een lintje van de club. “Voor mij als pas begonnen trainer is dat super waardevol. Ik leer echt super veel van die twee ervaren krachten.” Zelf overweegt Brouwer inmiddels een trainerscursus om zich verder te ontwikkelen.

Langzaam bouwen richting de derde klasse

Sportief speelt SVN vrouwen 1 komend seizoen opnieuw in de vierde klasse. “Op de korte termijn is promotie wellicht niet realistisch, maar je weet het nooit.” Hij kijkt met vertrouwen vooruit. Bij de MO13 en MO15 lopen enkele talentvolle meiden rond die op termijn kunnen doorstromen. “Als die langzaam overkomen, denk ik dat we op termijn weer richting de derde klasse kunnen, waar de vrouwenafdeling ook eerder heeft gespeeld.”

Voorlopig kijkt Brouwer niet verder dan het huidige seizoen, waarin hij in ieder geval aanblijft. Verder vooruitkijken doet hij bewust niet. “Als het van beide kanten goed bevalt, zou ik het zeker leuk vinden om door te gaan. Maar dat bekijken we dan wel weer.”

VOS ZET ZICH OVERAL VOOR IN BIJ AMEIDE

0

Jonah Vos (18) maakte afgelopen seizoen zijn eerste jaar mee in het eerste van Ameide. Een lastig seizoen in een klasse die achteraf te hoog gegrepen bleek. Maar op en naast het veld doen weinig achttienjarigen hem na.

Ameide werd het seizoen ervoor kampioen en promoveerde naar de derde klasse in een andere regio. Al snel bleek het niveau een klasse te hoog. Eén overwinning en vier gelijke spelen, meer leverde het seizoen niet op. “Dat is niet best helaas. Het was echt te hoog gegrepen.” Wat bleef, was de mentaliteit. “Verliezen is nooit leuk, maar we zijn als team wel goed bij elkaar gebleven. Ook als we tegen de nummer één moesten, bleven we ervoor gaan en probeerden we het beste eruit te halen.” Dat de club nu weer een klasse zakt, ziet Vos vooral als opluchting. “Je gaat liever naar een niveau waar je af en toe wint. Dat maakt voetballen leuker.” Een concrete titelambitie durft hij nog niet uit te spreken, mede omdat de samenstelling van de groep nog kan wijzigen. Maar ergens bovenin meedraaien lijkt hem haalbaar.

Vroege doorbraak

Vos zelf sloeg de Onder 19 helemaal over. Vanuit de onder 17, waar hij al af en toe mocht meedoen, werd hem aan het einde van dat seizoen gevraagd de overstap naar het eerste te maken. Dit was zijn eerste volledige seizoen daar. Vooraf had hij zichzelf als doel gesteld ongeveer de helft van de wedstrijden in de basis te staan, en dat lukte, met vooral richting het einde van het seizoen steeds meer basisminuten. Drie doelpunten en een assist leverde dat op, wat hij zelf aan de lage kant vindt voor het aantal wedstrijden. Verzachtende omstandigheid: het hele team scoorde weinig, en als buitenspeler stond hij vaak op een eilandje. Over zijn eigen plafond is Vos nuchter. “Ik zeg niet dat ik nooit meer weg zal gaan, dat weet je nooit. Maar zoals ik er nu in zit, ga ik niet zeggen dat ik er over een paar jaar bovenuit steek.” Voor komend seizoen mikt hij op zo’n tien doelpunten en assists samen.

Meer dan alleen voetballen

Komend seizoen gaat Vos de JO9 trainen, iets wat hij al eerder deed en graag weer oppakt, al ziet hij zichzelf niet als toekomstig gediplomeerd trainer. “Ik heb het eerder gedaan en vond het leuk, dus waarom zou ik het niet weer doen? Maar er echt in doorgroeien, dat zie ik niet per se voor me.” Daarnaast fluit hij wedstrijden, draait hij bardiensten, staat hij als supporter langs de lijn en helpt hij mee aan vuurwerk en spandoeken. “Ik probeer eigenlijk zoveel mogelijk voor de club te doen omdat ik het hartstikke leuk vind.” Zelfs het fluiten, met soms schreeuwende ouders langs de zijlijn, doet hij er graag bij. Bij de jongste jeugd vindt hij het fluiten zelf overzichtelijk genoeg. “Maar dat geschreeuw is niet altijd normaal. Toch doe ik het gewoon voor de clubliefde.” Waar die inzet vandaan komt, is voor Vos geen ingewikkelde vraag. “Ik vind voetbal een fantastische sport en ik wil die liefde graag overdragen aan anderen. Het helpen van mensen vind ik ook gewoon leuk. En de club is een hartstikke gezellige plek om te zijn.”