Home Blog Pagina 2

Dubbel gevoel bij Groen Wit: ‘We mogen trots zijn’

0

Na een lang seizoen vol emoties, slaagde tweedeklasser Groen Wit er uiteindelijk net niet in om voor het tweede jaar op rij te promoveren. En hoewel die prestatie vooral zorgt voor trots bij Yassine El Allouchi, heeft de middenvelder stiekem, het gevoel dat er misschien nog wel meer in had gezeten. “De kansen waren voor ons in de nacompetitie.”

Toch moest de ploeg uit Breda in de halve finale uiteindelijk zijn meerdere erkennen in DVV’09 (1-0). Waarna de formatie uit Dirksland, promoveerde naar de eerste klasse. “We raakten in die wedstrijd drie keer de paal en hadden misschien ook nog wel twee penalty’s moeten krijgen…” En dus bleef de 25-jarige El Allouchi in de weken die volgden, toch een klein beetje met een dubbel gevoel achter. “Ons vertrouwen was zó groot. Daarom denk ik echt dat er meer in had gezeten.”

Eigen kracht

Al beseft de spelverdeler ook, hoe knap de prestatie van Groen Wit sowieso al was. “Het was ons eerste jaar in de tweede klasse. Als je dan derde wordt en de nacompetitie haalt, mag je natuurlijk niet klagen.” Toch schoten de emoties gedurende het seizoen, flink heen en weer, lacht El Allouchi. “We begonnen heel goed, maar daarna verloren we vijf keer achter elkaar en stonden we weer met beide benen op de grond.” Al te hoog, werd de lat op dat moment dan ook niet gelegd, herinnert hij zich. “Toen was handhaving ons doel. Dat was ook realistisch.” Tot het echt ging lopen. “Uiteindelijk hebben we onszelf makkelijk veilig gespeeld.” Vooral door van eigen kracht uit te gaan, vertelt hij. “We hebben veel snelheid voorin, dus daar maakten we goed gebruik van. En daarnaast, hadden we allemaal echt die vechtlust om geen goal tegen te krijgen.” Iets wat met slechts 35 tegentreffers, en de op twee na minst gepasseerde defensie, aardig lukte. “Dat kwam ook omdat we met iets meer zekerheid speelden. Iets behoudender en geen gekke dingen doen.” Hoe moeilijk dat soms voor El Allouchi zelf ook was. “Ik ben een echte nummer tien, dan houd je toch meer van voetballen.” Maar hoe hoger je speelt, hoe meer er van je gevraagd wordt, heeft hij gemerkt. “In de derde klasse was het minder nadenken. Nu is het veel tactischer en moet je veel slimmer zijn.” Verbaasd dat ze daar met Groen Wit goed in mee konden, was El Allouchi overigens niet. “We gingen niet zomaar naar de tweede klasse om alleen mee te doen, we wilden echt hoge ogen gooien. De afgelopen jaren speelden we ook niet voor niks steeds boven in de derde klasse mee. Daarom had ik wel verwacht dat het zo goed zou gaan.”

Als familie

Met het vertrouwen zit het, ook voor dit seizoen, dan ook wel goed. “Als je het aan mij vraagt, gaan we gewoon voor het kampioenschap. Nagenoeg iedereen is gebleven en we hebben er nog wat versterkingen bij gekregen. Ik denk dat we in deze competitie qua selectie voor niemand onder doen, en daarnaast hebben we met Oualid Saadouni ook een heel ambitieuze trainer.” Al ziet hij nog genoeg ruimte voor verbetering. “Misschien soms nog iets meer met een idee gaan voetballen. Vorig jaar hebben we echt naar onze kunnen gepresteerd, nu weten we wat er gevraagd wordt op dit niveau. Daardoor is er ruimte om ook op de details te gaan trainen, zoals spelhervattingen, de manier van vrijlopen en het als team durven te voetballen. Ik hoop dat we dat iets meer gaan doen, want die kwaliteit hebben we.” Met de club, waar El Allouchi zich inmiddels helemaal thuis voelt. “Ik ben bij SAB in de jeugd begonnen, tot aan de B’tjes. Toen ben ik naar Groen Wit gegaan. Omdat ik voelde dat ik toe was aan een nieuwe stap.” Wonend in Princenhage, praktisch naast het sportpark, voelde de club al snel als een warm bad. “Ik werd ook meteen belangrijk gemaakt. Dat heb ik nodig.” Zijn debuut in het eerste, liet dan ook niet lang op zich wachten. “Toen was ik nog maar zeventien. Dat is toch wel mooi, op die leeftijd.” Even aftasten en kijken of hij in de groep zou passen, heeft El Allouchi zich inmiddels ontwikkeld tot één van de dragende spelers. Al blijft de middenvelder zelf, kritisch. “Ik wil belangrijk zijn met doelpunten en assists. Afgelopen seizoen had ik acht goals, maar ik ben niet snel tevreden, dus ik wil nog bepalender worden.” Maar behalve voorin, bemoeit hij zich ook graag achterin, met de opbouw. “Het liefste kom ik de bal halen op onze eigen ’16’, om daarna het spel te verdelen. Ik heb niet voor niets nummer tien op mijn rug.” Toch is hij, daar wel een beetje in aan het veranderen, vindt hij. “Vroeger wilde ik altijd dé belangrijkste pass geven. Nu ben ik een stuk zakelijker én begin ik ook steeds meer duels te spelen.” Aan ambities, dan ook geen gebrek. “Ik wil zeker kijken waar mijn plafond ligt, maar eerst nóg bepalender worden. Pas dan wil ik die stap, misschien naar het divisievoetbal, maken.” Makkelijk afscheid nemen zal het voor El Allouchi in ieder geval niet worden. “Groen Wit voelt voor mij echt als familie. Juist door alle verschillende afkomsten. Je kunt hier bij iedereen terecht en het draait echt om het team. Dat sociale stukje, geeft mij een goed gevoel!”

Support NAC in het jubilerend Rat Verlegh Stadion

0

Dit jaar staat het Rat Verlegh Stadion dertig jaar aan de Bredase Stadionstraat. ‘Het Huis van Rat’ heeft door die tientallen jaren heen fantastische Avondjes NAC gekend. Ook dit seizoen in de Keuken Kampioen Divisie moet het Rat Verlegh Stadion weer een onneembare vesting worden vol passie, strijd en NOAD.

Jij wil daar toch ook onderdeel van zijn en volle bak achter NAC staan? Onze seizoenkaarten zijn uitverkocht maar via NACtickets.nl zijn voor de thuiswedstrijden vaak nog losse kaarten te verkrijgen! Ga naar de website of scan de QR-code onderaan dit artikel. In totaal worden er in de Eerste Divisie 38 wedstrijden gespeeld, alvorens de Play-Offs voor promotie en degradatie starten op maandag 17 mei. De eerste twee ploegen op de ranglijst ontlopen de Play-Offs en promoveren rechtstreeks.

Weerzien

Het speelschema van NAC is, zoals in de Keuken Kampioen Divisie gebruikelijk, bezaaid met wedstrijden op de vrijdagavond. Toch speelt NAC ook vier keer op zaterdag, drie van de vier wedstrijden vinden op eigen grond plaats. Drie keer speelt de ploeg van hoofdtrainer Carl Hoefkens op zondag, waarvan één wedstrijd thuis. Dat is het weerzien met het eveneens gedegradeerde FC Volendam op 6 december. De thuiswedstrijd tegen concurrent Heracles Almelo staat op vrijdagavond 23 oktober in het wedstrijdschema.

Maandagavond

Ook de verfoeide maandagavond is weer in het schema opgenomen. NAC moet alle drie de maandagen op bezoek bij een Jong-team, waarvan de meest pijnlijke op Carnavalsmaandag 8 februari bij Jong Ajax. De winterstop breekt aan na het Avondje NAC op vrijdag 18 december. De selectie heeft dan de tijd om te herstellen en zich voor te bereiden, alvorens de tweede seizoenshelft, op de vroege zondagmiddag 10 januari in Almelo weer wordt opgestart.

‘Tegenstanders gingen rekening met ons houden’

0

Na een mooi, maar zwaar seizoen, is Thomas van Burik wel even toe aan zomerstop. Vrije tijd die de spits van derdeklasser DIA niet alleen gebruikt om op te laden, maar ook om met een positief gevoel terug te kijken. “We kunnen heel trots zijn op onszelf.”

Want wie na de promotie vanuit de vierde klasse, bewerkstelligd via de nacompetitie, had voorspeld dat DIA ook een niveau hoger bovenin mee zou draaien, was waarschijnlijk voor gek verklaard. Sterker nog, lacht Van Burik (27). “Toen we de tweede wedstrijd tegen Zundert (5-2 winst) speelden, zei hun trainer: in deze competitie kan iedereen van iedereen winnen. Behalve Terheijden en DIA, die gaan sowieso degraderen.” Een uitspraak die gedurende het seizoen, flink werd gelogenstraft, door de club uit Teteringen. “Op een gegeven moment stonden we zelfs even tweede!”

Lastig gemaakt

Stiekem beginnen te dromen van meer, kwam daarna een klein beetje de klad erin, analyseert Van Burik het verdere verloop van de competitie. “We kregen een mindere periode, maakten onze kansen niet af en moesten zelfs nog een beetje oppassen voor degradatie.” Zeven punten boven de nacompetitie geëindigd, moesten ze het bij DIA uiteindelijk doen met een zesde plaats. “Vooraf had iedereen daar natuurlijk voor getekend, maar achteraf heb je toch het gevoel dat er meer in had gezeten. Al kunnen we vooral heel trots zijn op onszelf.” Heeft hij een verklaring voor die mindere fase? “We kregen te maken met een aantal blessures én tegenstanders gingen rekening houden met ons. Beek Vooruit stond bijvoorbeeld met tien man achterin, zie er dan maar eens doorheen te spelen. Dat was voor ons best lastig, om daar een antwoord op te vinden.”

Antwoorden die DIA verder, vaak genoeg wist te vinden, afgelopen seizoen. Zo was de formatie van trainer Ad Looijmans met 63 doelpunten, de op één na meest trefzekere ploeg van de competitie. “We speelden heel aanvallend, hebben veel gescoord en het eigenlijk iedere ploeg wel lastig gemaakt.” Mede door het afleggen van de nodige kilometers, lacht Van Burik als een boer met kiespijn. “De trainer vroeg best wel veel van ons, zeker in het meeverdedigen. Dat is niet mijn sterkste punt, maar je moet het wel doen.” Met succes dus. “Daarmee hebben we in de eerste seizoenshelft heel veel ploegen verrast.” En ook misschien wel een beetje zichzelf. “We voetballen eigenlijk al jaren samen, zijn echt een vriendengroep en houden van een lolletje.

Alleen leden de prestaties daar soms nog wel eens onder.” Tot Looijmans voor de groep kwam te staan. “Ad heeft er echt voor gezorgd dat we plezier en prestatie hebben weten te combineren. Daardoor vroegen we veel van elkaar, en de trainer ook van ons.”

Sfeermaker

Het leverde Looijmans een fraaie stap op naar vierdedivisionist Baronie, en dus staat DIA komend seizoen onder leiding van Coen Rijppaert. Voormalig trainer van onder meer Beek Vooruit. “Het tweede seizoen na een promotie is altijd lastiger, zeggen ze. Maar we weten nu wel heel goed wat we kunnen verwachten. Van de tegenstanders en van onszelf.” Het strijdplan, blijft wat Van Burik betreft dan ook hetzelfde. “We moeten vuile meters voor elkaar blijven maken, maar ook prestatie combineren met plezier.” Een eerste voorzichtige voorspelling, durft de aanvaller alvast te doen. “Als we een sterke middenmoter kunnen worden, zou dat mooi zijn.” Maar vanzelf, gaat dat natuurlijk niet. “We kunnen het qua gif en net dat stukje extra voor elkaar, nog wel wat beter doen. Afgelopen seizoen hebben we best nog wel wat doelpunten weggegeven in de laatste tien minuten.

Nu moeten we leren om een wedstrijd dan gewoon dood te maken.” Bij de club, waar Van Burik sinds zijn dertiende speelt. “Op mijn zeventiende maakte ik mijn debuut in het eerste, en daarvoor speelde ik altijd bij Advendo. Tot ik verhuisde naar Teteringen.” Een overstap, waar hij nog altijd heel gelukkig mee is. “Iedereen kent elkaar, en veel van mijn vrienden voetballen hier. Iedere donderdag en zondag is het raak, dan is het ontzettend gezellig.” Gezelligheid, waar Van Burik ook maar wat graag, zijn steentje aan bijdraagt. “Ik ben wel een echte sfeermaker, dat vind ik belangrijk. Iedereen erbij betrekken, zorgen dat spelers zich thuis voelen in het team en zelf aanwezig zijn in de kantine.” En op het veld. “Ik ben niet echt een traditionele spits, maar meer iemand die uitzakt en meevoetbalt. Hard werken doe ik niet graag, maar ik doe het wel.”

Al ging dat afgelopen seizoen, misschien een klein beetje ten koste van zijn doelpunten. “Ik heb er maar vijf gemaakt.” Een logische verklaring, heeft Van Burik, die zijn voetbalcarrière hoopt af te sluiten bij DIA, daar overigens wel voor. “Twee jaar geleden ben ik een half jaar op reis geweest, dus ik was al blij dat ik weer mocht aansluiten en zoveel minuten heb gemaakt.” De lat voor dit seizoen, ligt dan ook weer iets hoger. “Ik hoop er minimaal acht te maken!”

Guidon Chris Kithom terug op de velden

0

Guidon Chris Kithom is na zes jaar weer terug op de Nederlandse velden. Bij Wieldrecht verloor hij het plezier in het spel, maar na overtuiging van de staf en medespelers is hij nu weer op de velden, deze keer bij FC Dordrecht Amateurs. “Ik zou nog een paar jaar mee moeten kunnen natuurlijk.”

Het plezier in voetbal kwijt

Zes jaar geleden stopte hij nog als voetballer. “Ik was het plezier verloren”, vertelt Kithom. “Ik heb zes jaar stilgestaan, dat had ook te maken met hoe ik er mentaal voor stond.” Daardoor was een terugkeer ook niet makkelijk. Op een gegeven moment woog hij 140 kilo. Afgelopen jaar heeft hij door zijn overgewicht zijn meniscus gescheurd, maar hij begint nu wel weer.

Van FC Dordrecht naar Haaglandia

Vroeger speelde Kithom bij een BVO. In de Onder 19 van FC Dordrecht zat hij tegen het beloftenelftal aan. “Maar het eerste speelde in de Eredivisie, toen wilden ze vooral veel spelers van Feyenoord, Sparta, NAC en zelfs Ajax overnemen. Ja, daar kon ik moeilijk tussen komen.” Dus volgde de stap naar Haaglandia. Een grote stap, van het BVO-voetbal naar het eerste van een amateurclub.

Bij Haaglandia speelde hij ook zijn eerste, en tevens enige, wedstrijd in de KNVB Beker. Een wedstrijd tegen Flevo Boys. Het was naar eigen zeggen een verre uitwedstrijd tegen de destijds in de Hoofdklasse uitkomende ploeg. “Ik keek weleens video’s van de beker natuurlijk, dan zie je wel dat het leeft. Maar waar ik niet op was voorbereid, was dat het publiek je uit de wedstrijd probeert te halen. Dat was wel even schakelen.”

Ondanks dat de wedstrijd met 6-2 verloren ging, heeft die de meeste indruk op hem gemaakt. “Ik heb ook wedstrijden gespeeld tegen een Turkse club waar Roberto Carlos trainer was, maar dan merk je toch dat in oefenwedstrijden de intensiteit lager ligt.”

De weg terug

In de zes jaar tussen Wieldrecht en nu bij FC Dordrecht Amateurs voelde hij af en toe de kriebels om terug te komen. “Ja en nee, ik had toen flink overgewicht. Ik woog bijna 140 kilo op een gegeven moment. En het ging mentaal niet goed.” Afgelopen jaar scheurde hij zelfs zijn meniscus door het overgewicht. Dat was ook het punt waarop hij het weer helemaal omgooide. “Ik zou nog een paar jaar mee moeten kunnen natuurlijk.”

Het balletje begon niet bij hemzelf te rollen. “Een aantal jongens van het team ken ik doordat ik ermee of tegen heb gespeeld, en die vroegen of ik ze wilde helpen.” Nadat ook de staf hem had gesproken was hij overtuigd.

“Voor nu wil ik eerst het plezier in het spel terugvinden en weer fit worden.” Ook voor het team heeft hij al een doelstelling. “We moeten aan de bovenkant van de competitie meedoen. We hebben een team dat nog op elkaar moet inspelen, maar dat gaat al de goede kant op.”

‘Samen dingen doen vond ik het leukste’

0

Begonnen als leider bij het team van haar zoontje, nam Saskia Jongma-Faber de afgelopen jaren bij Boeimeer verschillende vrijwilligerstaken op zich. Maar na vier jaar als secretaris van de club, vindt de voetbalmoeder het mooi geweest. “Samen dingen doen vond ik het leukste!”

En dat begon zoals gezegd, dus als leider van haar voetballende zoontje. “Dat heb ik twee jaar lang gedaan. Daarna heb ik lange tijd in de jeugdcommissie gezeten als jeugdsecretaris, en vervolgens werd ik secretaris.” Daarnaast zette ze zich de laatste jaren ook in voor het wedstrijdsecretariaat en was ze accommodatiebeheerder. Van haar functie als secretaris nam ze onlangs na vier jaar afscheid. Met een goede reden.

“Ik heb nu twee tieners van zeventien jaar, die wil ik graag meemaken. Nu was ik vaak met Boeimeer bezig. Dat wil ik niet meer.” Want, zo vertelt Saskia (53): “Ze werken, zijn niet veel meer thuis en gaan eindexamen doen. Dan wil ik niet steeds bij de voetbal zijn als ze wel een keer thuis zijn.” Bijvoorbeeld om de bestuursvergadering te notuleren, lacht de inwoonster van Breda. “Daar was ik niet zo goed in.”

Betrokkenheid

Goed was Saskia gelukkig wel in de communicatie en de contacten met de KNVB. “Vooral de betrokkenheid, en het werken in een team, vond ik heel erg leuk. Net als het nauwe contact met NAC Breda.” Maar ook bij Boeimeer zelf verliep de onderlinge communicatie altijd soepel. “Het huidige bestuur is ontzettend fijn. En ze zetten goede stappen.” Al zullen ze dat vanaf nu dus zonder haar moeten doen. Of ze het gaat missen? “Dat weet ik niet. Ik heb meer dingen gedaan in mijn leven, waarmee ik dan gestopt ben, en dan had ik dat niet. Eigenlijk zit dat niet zo in mijn karakter.”

Helemaal zonder de voetbal hoeft Saskia het straks ook niet te doen. “Mijn dochter is inmiddels gestopt met voetballen, maar mijn zoon voetbalt nog wel. Dus die ga ik lekker supporten langs de lijn!” Want ondanks dat de vrijwilligster zelf nooit heeft gevoetbald, is haar band met Boeimeer in al die jaren enorm gegroeid. “Puur door de informele sfeer en het echte ons kent ons. Plus natuurlijk het feit dat mijn kinderen hier jarenlang hebben gevoetbald.”

Vrijwilligers zijn onmisbaar

Een opvolger voor Saskia als nieuwe secretaris hebben ze bij Boeimeer overigens nog niet gevonden. “Die vacature staat uit, maar het is net als bij iedere club, ook bij ons enorm lastig om vrijwilligers te vinden.” Een zorgwekkende ontwikkeling, vindt ze. “We hebben bij Boeimeer nu gelukkig een mooi voltallig bestuur, maar er komt wel heel veel druk op het kleine groepje vrijwilligers.”

En dat, terwijl juist die groep onmisbaar is, weet Saskia als geen ander. “Een vereniging kan niet draaien zonder vrijwilligers. Al die jeugd kan anders gewoon niet voetballen. Dus dat soort mensen zijn keihard nodig!” Helemaal nu ze zelf is gestopt. “Het is misschien ook wel tijd voor een stukje verjonging. Ouders van jongere kinderen, met nieuwe inzichten en nieuwe accenten. Zo ontwikkel je ook door als vereniging.”

‘Ik ben hier naartoe gekomen om prof te worden’

0

Hij is een opvallende verschijning bij vijfdeklasser PCP. Niet alleen vanwege zijn kapsel, maar vooral vanwege zijn voetballende kwaliteiten. Want dat verdediger Mo Abbas dit seizoen zijn wedstrijden speelt voor de club uit Breda, mag toch wel bijzonder genoemd worden. “Ik heb veel aanbiedingen gekregen.”

Onder meer van Dongen, SC Kruisland en Baronie, vertelt hij. Toch viel de keuze dus op PCP. En niet voor niks. “Marco de Jong is niet alleen mijn begeleider, maar ook trainer van PCP. Op deze manier ben ik dicht bij hem, en kan hij mij nog beter begeleiden. Bijvoorbeeld door samen extra te trainen.”

Ook aanbiedingen om profvoetbal te spelen in Albanië en Egypte, sloeg de negentienjarige Abbas, die international is van Palestina O20, in de wind. “In Albanië had ik al bijna mijn contract getekend, tot het niet helemaal bleek te kloppen. En voor nu vind ik het verstandiger om in Nederland te blijven.”

Veel opgeofferd

De afgelopen maanden trainde Abbas al mee bij PCP en inmiddels is hij definitief aangesloten. Al hoopt hij stiekem op een belletje. “Mijn doel is om dit seizoen naar een profclub te gaan.”

Maar tot die tijd is hij de club vooral heel erg dankbaar. “Ik zal niet vergeten wat PCP allemaal voor mij heeft betekend.” “Toen ik een half jaar zonder club zat, mocht ik hier meteen meetrainen. Alsof ik familie van ze ben. Dat waardeer ik heel erg.” Want één ding mag duidelijk zijn: “Voetbal is mijn grootste passie. Daar heb ik niet voor niets heel veel voor opgeofferd.”

Zo werd Abbas geboren in Libië en kwam hij op zijn elfde naar Nederland. “Ik ben hier naartoe gekomen met maar één doel: om het ver te schoppen in de voetbal. Of eigenlijk gewoon om profvoetballer te worden.” Aan doorzettingsvermogen en discipline ontbreekt het bij hem dan ook niet. Het leverde hem in een eerder stadium al stages op bij FC Dordrecht en VVV Venlo. “Daar ben ik uiteindelijk afgevallen. Bij Dordrecht was ik net een jaar in Nederland en kon ik nog niet goed Nederlands.”

Voetbal heeft hem dan ook veel geleerd, zegt hij. “Ik heb alles geleerd door de bal aan mijn voet. Ik kan niet zonder.” Aan mentaliteit dan ook geen gebrek. “Succes draait om meer dan alleen talent. Het is ook discipline, geduld hebben en hard werken.”

Mooi verhaal

Dat laatste is iets wat Abbas, die in het verleden onder meer speelde voor Baronie en het Belgische Hoogstraten, maar wat graag bereid is om te doen. “Ik kijk echt naar mezelf. Ik train elke dag en analyseer iedere wedstrijd die ik heb gespeeld. Samen met Marco.”

Met zijn vertrouwen zit het in ieder geval wel goed. “Ik geef nooit op en weet zeker dat het gaat lukken. Dit jaar moet het gebeuren. Ik moet alleen nog wat meer gezien worden.” Aankomend seizoen dus als speler van vijfdeklasser PCP. “We hebben een goede selectie en kunnen allemaal voetballen. Wat dat betreft geloof ik echt dat we kampioen kunnen worden.”

Met de inwoner van Breda als centrale verdediger. “Ik ben echt een moderne verdediger. Iemand die graag wil opbouwen, snelheid heeft en duels kan spelen.” In combinatie met zijn fanatisme om iedere dag beter te worden, de sleutel tot succes. “Iedereen moet mijn achternaam onthouden, want dit wordt een mooi verhaal!”

‘Mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden’

0

Begonnen met het trainen van fanatieke jongens uit zijn eigen buurt, is Sargynio Diepgrond inmiddels alweer vier jaar actief als jeugdtrainer bij DIA. Komend seizoen staat hij als hoofdtrainer voor de groep bij de O15 van de club uit Teteringen. “Ik wil spelers de kans geven, die ik zelf nooit heb gehad.”

Want als speler van eerst JEKA en inmiddels DIA, had ook Diepgrond (23) de ambitie om beter te worden. “Maar ik speelde in een lager team, dus moest ik voor mezelf trainen.” Zogezegd, zo gedaan. “Toen ben ik gewoon met wat spullen en een paar ballen naar het veld gegaan, om daar wat te gaan doen.” En vanaf dat moment begon het spreekwoordelijke balletje te rollen. “Toen kwam ik andere jongens uit de buurt tegen, die zeggen: dat wil ik ook. Dus heb ik ze een keer een training aangeboden.”

Aandacht geven

Dat beviel van beide kanten zo goed, dat Diepgrond vervolgens als jeugdtrainer bij DIA belandde. “Ik vond het heel leuk en ook die jongens waren enthousiast.” Bewust koos de inwoner van Breda er vervolgens voor om bij de O15-2 te beginnen. Samen met een vriend. “Juist omdat ik de spelers van een lager team de kans wilde geven, die ik zelf nooit gehad heb.”

Leuk om zijn kennis van individuele trainingen in te zetten bij een team, staat Diepgrond alweer voor zijn vijfde seizoen als jeugdtrainer bij DIA. Voor het tweede jaar op rij als hoofdtrainer. “We zijn afgelopen seizoen twee keer kampioen geworden met de O14, dus ik ga met het team mee.” Het leukste van alles, vindt Diepgrond de ontwikkeling van zijn spelers. “Om samen aan iets te werken, en dat dan terug te zien.”

De twintiger omschrijft zichzelf dan ook als een betrokken trainer, die iedereen aandacht probeert te geven. “Ik wil dat spelers zich belangrijk voelen.” “Daarom bied ik ook altijd mijn hulp aan, ook buiten de training. Bijvoorbeeld door extra training te geven.”

Hoe ziet een normale teamtraining er bij hem uit? “Alles met bal. Dus dribbelvormen, passvormen met veel herhalingen en weinig stilstaan, maar veel doen.” “Op deze leeftijd moet je vooral veel bal aanrakingen hebben.” Naast natuurlijk een tactisch element.

“Daarom werk ik in blokken van twee weken, zodat we verschillende dingen in het aanvallen, verdedigen en omschakelen kunnen trainen.” Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? “Ik ben niet zo van de traditionele methodes, dus ik gebruik veel dingen van internet of vanuit de wetenschap.”

Ook tijdens een individuele training. “Ik leg uit wat de functie van je heup is bij het doorhalen, maar bijvoorbeeld ook wat een ‘enkellock’ is.” “En ik maak regelmatig gebruik van camera’s, om dingen vast te leggen.” Om op die manier heel specifiek aan de slag te kunnen gaan. “Vaak is het net dat kleine stukje, of net ‘dit oefenen’, om ergens veel beter in te worden.”

Voorbeeld

Zoals ook Diepgrond zichzelf, inmiddels als linksback van het eerste, steeds een beetje verder heeft ontwikkeld. “Ik moet het vooral hebben van duels spelen en rotzooi opruimen.”

“Het liefste wil ik niet echt de bal hebben, laat mij maar gewoon verdedigen. Dat heb ik toch geleerd, door in die lagere teams te spelen.” Al druist dat in tegen hoe hij als trainer in het spelletje staat. “Dan wil ik natuurlijk juist die gasten stimuleren dat ze de bal moeten willen hebben.”

Toch is het volgens de rechtspoot een voordeel, dat hij zelf actief is als voetballer. “Tuurlijk had ik het liefste hoger gespeeld, maar je kunt toch je ervaring overbrengen.” “Helemaal voor de verdedigers, kan ik veel dingen voordoen. Dan heb je toch een soort rol als voorbeeld.” En juist dat is volgens Diepgrond, die alweer tien jaar bij DIA speelt, misschien wel het belangrijkste aspect van trainer zijn.

“Het gaat er vooral om hoe je omgaat met anderen, en hoe je dingen uitlegt.” Helemaal als je net zulke grote dromen hebt als hem. “Ik heb altijd tegen mijn moeder gezegd: ooit wil ik Oranje coachen. Dus mijn doel is om bondscoach van Nederland te worden.” “Daar is alles sinds een jaar of zes op gericht.”

Diepgrond ziet het dan ook al helemaal voor zich. “Ik wil eerst hier bij DIA graag ervaring opdoen als hoofdtrainer en jongeren de kans geven.” “Daarna wil ik jeugdtrainer worden bij een BVO, om zo door te groeien naar de senioren.” Volgend seizoen staat het behalen van zijn VC2-diploma op de planning. Want één ding mag duidelijk zijn: “Ik wil steeds beter worden!”

Regter neemt TVC Breda bij de hand

0

In de winterstop aangesloten bij het eerste elftal, stond Jay Regter binnen twee weken met de aanvoerdersband om zijn arm. En na een nagenoeg foutloze tweede seizoenshelft, leverde dat vijfdeklasser TVC Breda ook nog bijna promotie op. “Ik was ongeslagen tot de nacompetitie.”

Maar dat hij die wedstrijd in de halve finale tegen Kruiningen überhaupt zou spelen, was sowieso al vrij bijzonder, zo legt Regter (24) uit. “Ik ben pas op de helft van het seizoen aangesloten, daarvoor zat ik in een vriendenteam.”

Voetballend bij het derde, konden ze bij het vlaggenschip wel wat versterking gebruiken. Zowel op als buiten het veld. “Er waren weinig echte leiders, dus ik heb vanaf moment één de leiding genomen en voor een goede sfeer gezorgd.” Die betrokkenheid leverde hem na twee weken al de aanvoerdersband op. “Dat is natuurlijk wel extra leuk, dat je die band mag dragen!”

Positieve invloed

Helemaal als je min of meer een soort kind van de club bent. “Ik ben in de jeugd begonnen bij SAB, maar in de D’tjes kwam ik naar TVC.” Vervolgens voetbalde hij nog een jaartje met vrienden opnieuw bij SAB, alvorens hij snel weer terugkeerde op het oude nest. “TVC Breda blijft gewoon mijn club.”

Actief in een vriendenteam, sloot hij halverwege dit seizoen dus aan bij het eerste. “Ik merkte dat ik die uitdaging miste, en ze konden wel wat gebruiken.” Helemaal vreemd was het vlaggenschip voor Regter dan ook niet. “Ik heb vroeger ook in het eerste elftal gespeeld. Maar toen als keeper.”

Keepen doet hij nu niet meer. “Sinds een jaar of drie ben ik nu echt veldspeler. Ook omdat ik altijd als keeper ook al goed kon voetballen.” De keuze was dan ook niet zo makkelijk, lacht de inwoner van Breda. “Altijd als ik ging voetballen, miste ik het keepen. En andersom. Dat was in de jeugd al.”

Inmiddels spelend als verdedigende middenvelder, draagt hij vooral als leider zijn steentje bij aan het vlaggenschip van de club. “Vanaf moment één heb ik de leiding genomen en gezorgd voor een positieve invloed. Dat zit ook wel in me, bepaalde dingen regelen.” Het leverde de ploeg uiteindelijk dus een plekje in de nacompetitie op. “Derde was voor ons echt wel het hoogst haalbare. Daar mogen we dik tevreden mee zijn.”

Al zorgde de nacompetitie wel voor een zure nasmaak. “We stonden 4-2 voor, tot de 83ste minuut. Daarna hebben we het nog weggegeven. Als je zo dichtbij bent, is dat natuurlijk wel heel pijnlijk.” Maar ook leerzaam. “Als team hebben we toen gewoon gefaald. Eigenlijk moet je zo’n wedstrijd dan gewoon dichtzetten.”

Echte volksclub

Leermomenten die ze bij TVC Breda meenemen naar dit seizoen. “We hebben best wel wat stille jongens in de groep, maar we hebben er echt een team van weten te maken.” “Daarom vind ik dat we dit jaar gewoon voor het kampioenschap moeten gaan. Dat zijn we aan onze stand verplicht, ook als je kijkt naar de spelers die erbij zijn gekomen.”

Tactisch zal het volgens Regter dan nog wel een stapje beter moeten, vindt hij. “Vooral in de positionering, maar ook in het scannen en om je heen kijken.” “Gelukkig hebben Peter (Remie) en Kevin (Faas) veel ervaring, dus die kunnen ons daar als trainers goed bij helpen.”

Op welke positie dat voor Regter zelf zal zijn, weet hij nog niet. “Vorig seizoen stond ik op zes, maar ik kan ook centraal achterin.” “En met de goede middenvelders die erbij zijn gekomen, denk ik dat ik dit jaar het beste als centrale verdediger kan gaan spelen. Al maakt het me niet veel uit.” Aan mentaliteit in ieder geval geen gebrek. “Ik geef altijd negentig minuten lang alles.” Een echte doorzetter dus. “Maar ook iemand die kopsterk en fysiek is.”

Kwaliteiten waar ze bij TVC Breda voorlopig nog wel even van kunnen genieten. Als het aan Regter ligt tenminste. “Ik heb niet echt de ambitie om ergens anders te gaan voetballen. Het bestuur heeft ook goede plannen om weer een paar klassen omhoog te gaan.”

Zelf denkt hij ook dat de derde klasse zeker haalbaar is. Wonend in het Westerpark, bijna naast het voetbalveld, weet de middenvelder dan ook als geen ander wat de club echt betekent. “Het is gewoon een echte volksclub, met gezellige mensen uit de buurt. Ik voel mij hier echt op mijn gemak.” Letterlijk en figuurlijk. “Ik werk ook op de club, voor de SportBSO. Dus ik ben er elke dag. Eigenlijk leef ik gewoon op de club!”

Seizoen met gemengde gevoelens voor topscorer Van Eijck

0

Na een heel bijzonder jaar, maakt Willem van Eijck zich met Gilze op voor een nieuw seizoen in de tweede klasse. Want ondanks dat de spits zich met 27 doelpunten kroonde tot topscorer van Brabant, degradeerde zijn ploeg via de nacompetitie wel naar een niveautje lager. “We verloren telkens, maar ik scoorde wel steeds.”

Persoonlijk sterk seizoen

Persoonlijk kan de 26-jarige Van Eijck dan ook terugkijken op een goed seizoen. Hoe gek dat dan ook misschien klinkt. “Voor mezelf was het natuurlijk lekker om zoveel te scoren, maar het blijft toch balen als je iedere keer verliest. Dan heb ik liever drie punten.”

Veel keuze hadden ze bij Gilze afgelopen seizoen overigens niet, met slechts vijf overwinningen in 26 duels. “De eerste klasse was gewoon een maatje te groot voor ons als team. Zo eerlijk moeten we zijn. We hadden in algemene zin gewoon net te weinig kwaliteit.” Verder dan een twaalfde plek en daarmee nacompetitie kwam de eersteklasser dan ook niet. “En dat was al vrij bijzonder, dat we die haalden.” Genoeg om zich te handhaven, was het uiteindelijk niet. “We verloren in de finale van DVV’09, dat was wel een beetje de samenvatting van ons seizoen. Dat maakte het wel extra zuur.”

Tot teleurstelling ook van Van Eijck zelf. “De kwaliteit bij tegenstanders was afgelopen jaar zo hoog… Als je door al die nederlagen dan ook nog in een negatieve spiraal komt, is het heel lastig om daar weer uit te komen.” Toch ontworstelde de inwoner van Gilze zich daar met 27 competitiedoelpunten flink aan. “Ik ben vooral een spits die alleen maar bezig is met doelpunten. Meevoetballen is niet mijn sterkste punt.”

Maar scoren dus wel. “Doordat we vaak minder waren dan de tegenstander, speelden we een beetje behoudend en wat lager, dat is voor mij ideaal. Dan kan ik achter de verdedigers kruipen.” Oftewel, diep sturen en rennen. “Zo simpel was het eigenlijk!” Al was het soms ook heel frustrerend, is Van Eijck eerlijk. “Als je zelf heel goed draait, hoop je dat er bij de rest van het team ook meer in zit.”

Toch blijft hij ook zelfkritisch. “Druk zetten vind ik leuk, maar verdedigend had ik meer kunnen doen.” Hoewel daar natuurlijk niet zijn kwaliteiten liggen als doelpuntenmaker. “Laat mij maar lekker voorin blijven, dan schiet ik ze er wel in.”

Plezier voorop

Iets wat hij ook dit seizoen gaat proberen te doen. In het shirt van Gilze. “Ik heb er wel over nagedacht om weg te gaan, maar we hebben zo’n hecht team en er staat hier altijd veel publiek op zondag. Dat is voor mij de belangrijkste reden om toch te blijven. Het plezier staat voorop.”

Want na vijf jaar in de jeugdopleiding van Willem II, weet Van Eijck als geen ander hoe belangrijk dat is. “Daar is het echt alleen maar voetbal, waardoor ik in de laatste jaren eigenlijk geen plezier meer had. Dat heb ik bij Gilze weer helemaal teruggevonden.” En dus zit de aanvalsleider voorlopig uitstekend op zijn plek. “Het voelt hier nu heel goed, maar ooit wil ik nog wel eens buiten Gilze kijken. In België of een hoger spelende club in Nederland.”

Mogelijkheden voor zo’n stap kreeg Van Eijck na afgelopen seizoen als vanzelfsprekend meer dan genoeg. “Ik ben op gesprek geweest bij UNA, en ook in België. Daarnaast hadden Baronie en Halsteren interesse.” “Maar ik ben een gevoelsmens, en al die mensen hier langs de lijn, blijft mooi.” Helemaal omdat Van Eijck op achtjarige leeftijd begon met voetballen bij Gilze. “Vervolgens ging ik na vier jaar naar Willem II en op mijn achttiende kwam ik weer terug.”

“Ik voetbal hier met mijn vrienden. Die gezelligheid en de hechte band met de supporters zijn voor mij heel belangrijk.” Gecombineerd met het ‘serieuze gedeelte’. “Dat moet ook niet té worden, zoals bij Willem II het geval was. Al wil ik dat nog wel een keer proberen.”

En gezien zijn kwaliteiten is dat ook niet zo gek. “Ik ben eigenlijk altijd spits geweest. Iemand die alleen maar wil scoren.” “Ik heb wel eens tegen mijn vrienden gezegd dat ik meer mee zou willen voetballen, maar dat is gewoon niet mijn sterkste punt.” Doelpunten maken dus wel. Hoeveel gaat hij er dit jaar maken in de tweede klasse? “Ik leg de lat qua goals nooit zo hoog. Anders valt het altijd tegen. Daarom ben ik niet zo van het uitspreken.”

Wel is de boekhouder van beroep er in zijn hoofd veelvuldig mee bezig. “Als spits zit je daar continu over na te denken. Het blijft heerlijk om er eentje binnen te schieten.” Of zijn scoringsdrift Gilze direct weer promotie naar de eerste klasse op gaat leveren, weet Van Eijck nog niet. “Als je net gedegradeerd bent, moet je eigenlijk meteen weer bovenin meedoen. Maar we moeten ook even aanvoelen hoe sterk die tweede klasse is.”