Home Blog Pagina 2

“Wij moeten niks, maar willen alles”: ontspannen koploper DOSKO’32 ontvangt uitdager De Raven

Op zondag 19 april staat op Sportpark De Meer in Duizel een absolute topper op het programma in de 4e klasse E. Koploper DOSKO’32 ontvangt directe concurrent De Raven in een duel dat grote invloed kan hebben op de titelstrijd. Met 43 punten voor DOSKO’32 en 40 punten voor De Raven zijn de belangen duidelijk: winnen betekent een forse stap richting het kampioenschap.

Ontspanning bij de koploper
Opvallend is de manier waarop DOSKO’32 toeleeft naar deze kraker. Waar druk vaak een rol speelt in deze fase van het seizoen, blijft het volgens hoofdtrainer Jos Beerens relatief rustig binnen de ploeg. “Het team staat er naar mijn beleving behoorlijk relaxed in. Wij moeten dan ook helemaal niks als promovendus uit de vijfde klasse,” geeft Beerens aan. “Natuurlijk is er wedstrijdspanning, maar dat hoort erbij. En het zou prachtig zijn als we uiteindelijk met de hoofdprijs eindigen.” Die ontspannen benadering lijkt dit seizoen een belangrijke factor in het succes van de ploeg.

Collectieve kracht als wapen
Waar veel topploegen leunen op een uitgesproken doelpuntenmaker, ligt de kracht van DOSKO’32 juist in het collectief. “Als wij al iets missen is het een makkelijk scorende spits,” erkent Beerens. “Maar daar staat tegenover dat bij ons iedereen kan scoren. We hebben een jonge, homogene groep die voor elkaar door het vuur gaat.” Dat wordt onderstreept door een opvallend detail: bij de thuiswedstrijden zijn er dit seizoen al negen verschillende spelers uitgeroepen tot man van de wedstrijd. Een duidelijk teken dat het team niet afhankelijk is van individuen, maar juist draait op gezamenlijke inzet en kwaliteit.

De Raven als serieuze uitdager
Tegenstander De Raven reist met vertrouwen af naar Duizel. De ploeg is al meerdere wedstrijden ongeslagen en laat zien moeilijk te verslaan te zijn, met onder andere zeges op Tuldania en Hapert. Met slechts drie punten achterstand is De Raven bovendien nog volop in de race voor de titel. Een overwinning zou de spanning volledig terugbrengen in de competitie.

Wat staat er op het spel?
Voor DOSKO’32 kan deze wedstrijd een beslissend moment worden in het seizoen. “Een overwinning zou echt een reuzestap richting het kampioenschap betekenen,” stelt Beerens. “Ik durf zelfs te zeggen dat het dan eigenlijk niet meer fout mag gaan, richting iedereen die bij de club betrokken is.” Voor De Raven geldt het omgekeerde: winst betekent aansluiting en een open titelstrijd, terwijl een nederlaag de achterstand verder vergroot.

Verwachting
De wedstrijd belooft een interessant gevecht te worden tussen twee ploegen met verschillende krachten. DOSKO’32 vertrouwt op het collectief en het thuisvoordeel, terwijl De Raven als achtervolger vrijuit kan spelen en weet dat het nog alles in eigen hand kan houden. Met nog enkele wedstrijden te gaan kan deze topper tussen DOSKO’32 en De Raven bepalend worden voor het kampioenschap in de 4e klasse E.

Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een wedstrijd die de titelstrijd een beslissende wending kan geven.

Klik hier voor meer artikelen over de club.

“Na vorig seizoen is er alles aan gelegen om nu wél de hoofdprijs te pakken”

0

SSW staat zaterdagmiddag voor een bijzondere wedstrijd. Op eigen veld in Dordrecht kan de koploper van de 5e klasse C het kampioenschap veiligstellen tegen Leerdam Sport’55. Met een ruime voorsprong op de ranglijst en een sterk doelsaldo ligt de titel binnen handbereik.

Titelkoorts in Dordrecht
Binnen de club leeft het kampioenschap nadrukkelijk, zo geeft teammanager Cees den Breejen aan. “Het leeft zeker binnen de club en spelersgroep. Na het net mislopen van het kampioenschap vorig seizoen was er alles aan gelegen om dit seizoen wél de hoofdprijs te pakken.” Die motivatie is dit seizoen duidelijk zichtbaar geweest in de prestaties van SSW, dat week in week uit overtuigend voor de dag komt.

Sterke basis voor succes
Volgens Den Breejen is het succes van dit seizoen niet op één factor terug te brengen. “Het is een combinatie van meerdere dingen. We hebben een nieuwe technische staf met trainers Pip Pruijmboom en Dennis Groeneweg, aangevuld met ervaren mensen eromheen. Daarnaast zijn er versterkingen bijgekomen, waardoor we een bredere en sterkere selectie hebben.” Die bredere selectie zorgt ervoor dat SSW ook bij blessures of afwezigheid van spelers op niveau blijft presteren.

Leerdam Sport’55 als tegenstander
Tegenstander Leerdam Sport’55 verkeert eveneens in een redelijke vorm en wist de laatste weken belangrijke punten te pakken. De ploeg zal er alles aan doen om het kampioensfeest van SSW uit te stellen en zelf een goed resultaat neer te zetten.

Alles klaar voor een mogelijk feest
Binnen de club wordt ondertussen al rekening gehouden met een bijzondere middag. “De club is druk bezig met van alles te organiseren voor de wedstrijd tegen Leerdam Sport. Bij winst is de titel binnen,” aldus Den Breejen. Mocht het kampioenschap zaterdag daadwerkelijk worden binnengehaald, dan staat er ook na afloop nog het nodige op het programma. In de kantine wordt een uitgebreid ‘derde helft’-feest georganiseerd met onder andere live muziek en entertainment, waarbij supporters en spelers samen het seizoen kunnen vieren.

Verwachting
Op papier is SSW de favoriet, zeker gezien de recente resultaten en de overtuigende overwinning van vorige week. Toch zal de druk van het mogelijke kampioenschap een rol spelen. Leerdam Sport’55 kan vrijuit spelen en hoopt daarvan te profiteren.

Conclusie
Alles is aanwezig voor een bijzondere middag in Dordrecht. SSW kan het seizoen bekronen met de titel, terwijl Leerdam Sport’55 de rol van spelbreker op zich neemt. De vraag is of de koploper het karwei zaterdag al kan afmaken.

Bovenstaande foto betreft de teammanagers Cees den Breejen (links) en Inge van Kooten (rechts), die nauw betrokken zijn bij het succes van SSW dit seizoen.

Klik op SSW voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SSW voor meer informatie over de club.

Eindelijk eerste keeper: Sebregts voelt zich op zijn plek bij HSC’28 en

0

Björn Sebregts gaat zijn verbintenis bij HSC’28 met een jaar verlengen. Het wordt het derde seizoen in Heerle voor de keeper uit Wouwse Plantage, en merkt dat zijn vorm steeds beter wordt: „Zolang ik ritme heb, gaat het een stuk beter’’, vertelt hij.

Voor Sebregts is HSC’28 inmiddels al zijn derde club, maar pas de eerste waar hij meerdere jaren achter elkaar als eerste keeper actief is. Zowel bij Rimboe als bij NSV bleef dit namelijk beperkt tot één echt seizoen. Vijf seizoenen speelde hij bij de Nispenaren, waar Sebregts dus voornamelijk als tweede keeper actief was. Die reserverol ging de doelman steeds meer tegenstaan. Tevens waren er in het laatste jaar veel personele problemen bij het tweede, waardoor wedstrijden vaak werden afgelast: „Als ik pech had, speelde ik een maand niet.’’

Na het onderlinge duel tussen NSV en HSC’28, raakte Sebregts in gesprek met de mannen uit Heerle: „Ik kende er een aantal via via. Zij zeiden tegen mij: ‘Kom lekker bij ons spelen’. Opzich sprak dat idee sprak me wel aan. Toen hoorde ik een aantal weken later dat de eerste keeper van HSC’28, Colin Janse, een stap terug ging doen naar het tweede. De plek onder de lat bij het eerste kwam dus vrij.”

En dus besloot Sebregts de overstap te maken naar de Heerlese club, waar hij nog vrij onbekend was. „Ik kende mensen vanuit het zaalvoetbal en van de wedstrijden tegen Nispen, maar niemand echt goed’’, vertelt hij. „Maar ik had er vertrouwen in dat ik met open armen zou worden ontvangen. Heerle is, net als Wouwse Plantage en Nispen, een klein dorp, waar gemoedelijkheid voorop staat. Uiteindelijk bleek dat ook zo te zijn.’’

Na vijf jaar bij Nispen, waar hij met name in zijn laatste jaar pendelde tussen de bank van het eerste en de onzekerheid bij het tweede, was het weer eventjes inkomen voor Sebregts: „Ik had al een lange tijd bijna niet gekeept. Dat merkte ik wel in het begin. Als team begonnen we ook heel slecht aan het seizoen. Na de winterstop hebben we dat omgezet, met mensen op een andere positie en een andere tactiek. Toen draaiden we vrij goed mee – we konden zelfs even dromen over een periodetitel – en begon ik zelf ook mijn ritme weer terug te krijgen.’’

Uiteindelijk bleef het bij dromen. Wel maakte dat ruimte voor ambitie in het seizoen erna: HSC’28 wilde meedoen om promotie. Nu het seizoen al vergevorderd is, lijken die ambities misschien iets te optimistisch te zijn geweest: de ploeg staat met een zevende plaats bovenaan het rechterrijtje. „We zijn een paar keer ongelukkig geweest tegen directe concurrenten’’, begint Sebregts. „Maar in de winterstop zag je dat we van alle ploegen boven ons hadden verloren, en van alle ploegen onder ons hadden gewonnen. Dan sta je misschien ook wel terrecht in de middenmoot, ondanks dat we dit graag anders hadden gezien.’’

Waar dat aan ligt? „We hebben een vrij jong team en daarom zijn we een beetje wisselvallig’’, duidt Sebregts, die met zijn 25 jaar een van de oudere spelers is. „Soms ontbrak de wil om te winnen. Ook missen we misschien net één of twee spelers die op bepalende momenten wel de kwaliteit hebben om de ploeg op sleeptouw te nemen.’’

Met het oog op de toekomst en de continuïteit heeft HSC’28 Sebregts dus nog een jaar vastgelegd. „Ik heb het prima naar mijn zin hier en keepend gaat het ook steeds beter’’, vertelt hij. „Ik denk dat ik nog wel langer blijf dan dit ene jaar, maar je weet het nooit. Voorlopig zit er niets in de pijplijn.’’

Klik op HSC’28 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HSC’28 voor meer informatie over de club.

Dames van Moerstraten héél dichtbij kampioenschap: ‘Mag niet meer misgaan’

0

De dames van FC Moerstraten hebben het kampioenschap binnen handbereik. Mede door een flinke kwaliteitsimpuls aan de selectie afgelopen zomer, heeft het team weinig te duchten van de competitiegenoten: „Zij zijn wel echt een aanwinst voor het team’’, vertelt Femke Veraart.

15-0. Met deze ongekende uitslag werd DIOZ verslagen in het eerste duel van het seizoen. Een statement richting de rest van de competitie. Veertien wedstrijden later is er nog steeds geen enkel punt verloren gegaan en is één extra overwinning genoeg om het kampioenschap binnen te slepen. „Het kan en mag eigenlijk niet meer misgaan’’, aldus middenvelder Veraart.

Dit succes was voor het seizoen nog geen zekerheidje. Het seizoen ervoor speelden de Moerstraatse vrouwen ook al in de vijfde klasse en verliep alles een stuk minder soepel. Daarnaast had een aantal dames aangegeven te willen stoppen en dus ging het team op zoek naar versterking. Die werd gevonden bij HSC’28: „Een paar van ons kenden wat dames bij een 7-tegen-7-team uit Heerle’’, vertelt Veraart. „Die hebben we toen benaderd of ze interesse hadden om ook bij ons te komen voetballen.’’

En dat hadden ze wel. Vijf vrouwen uit Heerle sloten zich aan bij het elftal, maar bleven ook nog actief in het 7-tegen-7-team van HSC’28. Uiteindelijk besloten degenen die in eerste instantie wilden stoppen, waardoor de zoektocht naar versterkingen was ingezet, toch te blijven voetballen. Daardoor groeide de selectie naar 24 speelsters. Een behoorlijke luxe voor een team bij deze piepkleine vereniging.

Maar volgens Veraart is het nooit dringen voor een plekje op de bank: „De voorwaarde om te spelen op zondag is: aanwezigheid op de training donderdag. Daarnaast zijn er altijd wel een paar met pijntjes of andere plannen. Als we echt te veel speelsters hebben, komen we er onderling altijd wel uit – dat gaat natuurlijk.’’

Die trainingen worden gegeven door Matthijs Koeijers, de vriend van Veraart. Zij vroeg hem  bijna vijf jaar geleden, aan het begin van hun relatie, om trainer te worden. Daar had hij op dat moment nog geen enkele ervaring mee, maar als voormalig speler bij Alliance en DVO’60 durfde hij de uitdaging wel aan. Onder zijn bewind werd het team direct kampioen en promoveerde naar de vierde klasse. Uiteindelijk degradeerden de dames daaruit, maar twee seizoenen later gaan ze dus hoogstwaarschijnlijk weer promoveren naar de vierde klasse. Koeijer speelt sinds zijn komst ook in het zaterdagelftal van de club.

Zelf speelt Veraart al sinds haar twaalfde bij Moerstraten. Na drie jaar op voetbal te hebben gezeten, moest ze direct door naar een seniorenelftal: „We hadden na de D’tjes geen jeugdteams, dus er waren geen doorgroeimogelijkheden meer’’, blikt ze terug. „Het was wel een grote stap, maar ik ben toen heel goed opgevangen.’’

Inmiddels is ze, met haar 29 jaar, zelf een van de ervaren speelsters. In de loop der jaren heeft ze veel teamgenoten zien komen en gaan, maar de afgelopen jaren is het redelijk stabiel. „We voelen de verantwoordelijkheid om de club levend te houden’’, aldus Veraart. „Het is een open en sociaal team, waar iedereen welkom is. Daardoor hoeven we ons geen zorgen te maken of we het komende jaar nog kunnen voetballen bij Moerstraten.’’

Als bestuurslid is Veraart al bezig met de planning voor het kampioensfeest: „Op 12 april moet het gebeuren!’’

Klik op FC Moerstraten voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Moerstraten voor meer informatie over de club.

Meer dan voetbal: walking football-toernooi DVO’60 verbindt sport en samenleving

0

Wat begon als een kleinschalig initiatief, is bij DVO’60 uitgegroeid tot een evenement dat sport, ontmoeting en maatschappelijke betrokkenheid samenbrengt. Het zevende walking football-toernooi op 8 oktober was daar opnieuw het bewijs van. Met twintig teams uit binnen- en buitenland én volop aandacht voor ouderen en zorgbewoners, draaide de dag om veel meer dan alleen voetbal.

„Het sociale aspect is het belangrijkste wat er is”, zegt initiatiefnemer Piet van Osta. „Voetballen is leuk, maar daar gaat het eigenlijk niet om.”

Samen met Reinald Boeren, werkzaam bij Sportservice Noord-Brabant, stond Van Osta negen jaar geleden aan de basis van walking football bij de club. „We zijn begonnen met drie man”, vertelt Van Osta. „En dat groeide langzaam. Het werd steeds gezelliger, en dat is eigenlijk de kracht geweest.”

Inmiddels bestaat de groep uit ruim dertig spelers en heeft DVO’60 een voortrekkersrol in de regio. Met clinics en demonstraties in onder meer Bergen op Zoom en Zevenbergen hielpen de initiatiefnemers het walking football verder te verspreiden.

Het toernooi zelf kende een indrukwekkend deelnemersveld met twintig teams uit Nederland en België. Onder andere Feyenoord, RBC Roosendaal, Willem II en FC Utrecht waren aanwezig, evenals Zulte Waregem uit België.

Sportief gezien ging de winst naar de Belgen, maar dat was voor velen bijzaak. „Lekker meedoen met elkaar is ook belangrijk”, klonk het vanuit de organisatie. De twee teams van DVO’60 eindigden in het rechterrijtje, waarbij het tweede team boven het eerste eindigde. In de kleedkamer werd uitbundig „Het is stil aan de overkant” gezongen.

Het meest bijzondere moment van de dag speelde zich echter niet op het veld af. Het optreden van zanggroep Trekdrop en de Zuurtjes, speciaal voor bewoners van zorginstellingen Heerma State en Moerweide, groeide uit tot het absolute hoogtepunt.

Bewoners zongen uit volle borst mee en genoten zichtbaar van de muziek. De samenwerking met zorginstellingen is inmiddels een vast onderdeel van het initiatief. Bewoners komen regelmatig kijken bij trainingen en activiteiten, en worden actief betrokken bij evenementen. „Het gaat om aandacht en erbij horen”, aldus Van Osta.

Het walking football bij DVO’60 is uitgegroeid tot een breed maatschappelijk project. Naast het sporten draait het om ontmoeting, betrokkenheid en zingeving. Na de trainingen is er ruimte voor een gezamenlijke ‘derde helft’, met koffie, spelletjes of gewoon een goed gesprek.

Ook de onderlinge betrokkenheid is groot. „Als iemand overlijdt die hier altijd kwam, sturen wij een kaartje”, zegt Van Osta. „Dat wordt enorm gewaardeerd. Het is echt een gemeenschap.”

Het succes van het toernooi en het project is mede te danken aan de inzet van vrijwilligers. Van de organisatie tot de barbecue voor ruim honderd deelnemers: alles werd in goede banen geleid. „Dat doe je niet zomaar even”, klinkt het trots.

Volgens Boeren zit daar ook een belangrijke les voor andere verenigingen. „Deze groep wil niet alleen meedoen, maar ook iets terugdoen. Er zit enorm veel potentieel in, juist ook als vrijwilliger.”

In 2026 viert walking football bij DVO’60 het tienjarig bestaan. De voorbereidingen daarvoor zijn inmiddels gestart. „We willen er een echte feestdag van maken”, zegt Van Osta. „Maar altijd met hetzelfde doel: mensen samenbrengen.”

Klik op DVO’60 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DVO’60 voor meer informatie over de club.

Spelen, trainen en vlaggen: Glenn Stange doet het allemaal

0

Voor Glenn Stange (34) speelt DIOZ een belangrijke rol in zijn leven. Of hij nu zelf op het veld staat, langs de lijn vlagt of jeugdkeepers traint: de inwoner van ‘t Heike is bijna dagelijks met voetbal bezig. „Ik vind het gewoon veel te leuk om ermee bezig te zijn”, zegt hij.

Doordeweeks werkt Stange als vrachtwagenchauffeur voor een plantenkwekerij. „Ik rijd naar de veiling, dat is mijn vaste werk. Soms één rit per dag, soms twee. Dan ben je al snel acht tot twaalf uur onderweg.” Daarnaast staat hij drie keer per week in de sportschool. „Gewoon een beetje mijn lichaam bijhouden.”

Zijn voetbalcarrière begon relatief laat. „Ik was negen toen ik begon, daarvoor zat ik op zwemmen. Daar was ik eigenlijk best goed in, maar ik kon het niet meer combineren.” De keuze viel uiteindelijk op voetbal. „Daar heb ik nooit spijt van gehad. Je bouwt een heel sociaal leven op binnen een team. Veel van die jongens zijn nog steeds mijn vrienden.”

Jarenlang stond Stange onder de lat. Vanaf de E3 keepte hij tot zijn 23ste, maar het plezier nam af. „Op een gegeven moment speelde ik in elftal dat vrij goed was voor het niveau waarop we speelden. Ik kreeg dus weinig te doen. Dan kom je voor niets je bed uit.” Hij besloot te stoppen, maar keerde later terug als veldspeler. Inmiddels is hij al jaren actief in het derde elftal, waar hij op meerdere posities uit de voeten kan. „Ik ben een allrounder. In een 4-3-3 speel ik vaak rechtsbuiten, en in een 4-4-2 als een van de spitsen, maar ik heb ook weleens op het middenveld of zelfs linksback gestaan.”

Het liefst speelt hij voorin. „Doelpunten maken en assists geven blijft het leukste.” Dit seizoen staat de teller op acht goals en drie assists. „Dat is prima, al ben ik wel kritisch op mezelf. Soms verwachten mensen misschien ook wat te veel, maar ik moet ook veel verdedigend werk doen. Mijn aanvalspartner loopt niet zoveel, dus moet ik het drukzetten op me nemen”, lacht hij.

Naast zijn eigen wedstrijden is Stange ook actief als keeperstrainer bij de jeugd. „Ik train nu een paar jaar de keepers van verschillende jeugdteams. Dat vind ik echt mooi om te doen.” Zijn aanpak is duidelijk. „Het zit ‘m in de details. Timing is alles. Je moet niet wachten, maar de bal aanvallen. Dat zie je ook in het profvoetbal: keepers moeten tegenwoordig meevoetballen en durven uitkomen.”

Ook als assistent-scheidsrechter draagt hij zijn steentje bij. „Een jaar of acht geleden werd ik gevraagd om te vlaggen. Blijkbaar zagen ze daar wel wat in.” Het is werk dat vaak wordt onderschat. „Je moet continu scherp zijn en het juiste moment herkennen. Wanneer wordt die bal gespeeld? Waar loopt de speler? Je ontwikkelt er een gevoel voor, maar soms moet je maar ruiken wanneer dat moment is.”

Hij vlagt niet iedere week – als Feyenoord thuis speelt, zit hij in De Kuip – maar als hij kan, staat hij er. „Normaal kom ik wel aan een wedstrijd of achttien per seizoen.” Kritiek vanaf de zijlijn hoort erbij, maar gaat soms wel te ver. „Normen en waarden ontbreken weleens, op elk niveau. Maar het raakt me niet. Als je erop ingaat, wordt niemand er beter van. Ik laat ze maar praten.”

Klik op VV DIOZ voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV DIOZ voor meer informatie over de club.

Van concurrenten naar teamgenoten: dames van DEVO en Victoria’03 slaan handen ineen

0

Het had niet veel gescheeld, of de dames van DEVO hadden afgelopen zomer een andere club moeten zoeken. Dankzij een samenwerking met Victoria’03 uit Oudenbosch is dat gelukkig voorkomen. „We waren eerst concurrenten, maar nu teamgenoten’’, vertelt speelster Vera Martens (30).

De zomer brak vorig jaar aan en daarmee ook de twijfels bij de dames van DEVO. Al een paar jaar achter elkaar was het een behoorlijke opgave om een volwaardig team in te schrijven voor het volgende seizoen. Deze zomer zetten nog een paar speelsters een punt achter hun voetbalcarrière, waardoor er een groep van acht à negen overbleef.

„De verplichting van elke zondag voetballen paste niet helemaal meer in het leven van sommige van die dames’’, legt Martens uit. „Sommigen hadden een kindje gekregen en anderen kampten met veel blessureleed.’’

Het overgebleven groepje stak de koppen bij elkaar – wat nu? Er was eigenlijk maar één optie: naar een andere club. Martens ging zelf met een teamgenoot op proeftraining bij VVR: „Ik speel zaalvoetbal met een aantal meiden uit dat team, het is een hele leuke groep. Ik heb het dan ook lang overwogen.’’

Ietsje later bereikte haar het nieuws dat er in Oudenbosch ook personele problemen waren. Een samenwerking tussen DEVO en Victoria’03 werd ook een optie. „We zijn met z’n allen bij elkaar gekomen. Beide kanten zagen een samenwerking wel zitten. Ook hebben we besproken hoe die eruit zou komen te zien. Waar gaan we trainen en wedstrijden spelen? Wie wordt de trainer? Dat soort zaken.’’

Uiteindelijk viel de keuze dus voor de samenwerking, niet voor een vertrek naar een andere club. „Ik heb mijn hele leven bij DEVO gevoetbald en wilde dat blijven doen’’, licht Martens toe. Ze was het eerste meisje van haar generatie dat op voetbal ging bij de Bosschenhoofdse club, speelde lang tussen de jongens, maar wist naar verloop van tijd steeds meer meiden te overtuigen ook op voetbal te gaan. In de D’tjes waren er genoeg om een meidenteam op te richten. „Met dat team zijn we helemaal doorgegroeid tot Dames 1.’’

De samenwerking is als volgt ingericht. De thuiswedstrijden worden voor de helft gespeeld in Bosschenhoofd en voor de andere helft in Oudenbosch. Trainingen vinden voornamelijk plaats bij Victoria’03, omdat trainers Mario Boer en Jeroen Achterberg beiden dichtbij het complex wonen. Tenzij er die week een thuiswedstrijd op het complex van DEVO op de planning staat, dan wordt er in Bosschenhoofd getraind.

Inmiddels hebben de dames hun eerste seizoen er bijna opzitten. Aan de persoonlijke banden tussen de twee groepen is gebouwd met ontbijtjes en avondjes weg: „Je zag eerst wel duidelijk twee kliekjes, maar dat mengt nu steeds meer’’, vertelt Martens, die ook op het veld zag dat er wat aanpassingstijd nodig was. „In het vorige team speelden we al zo lang met elkaar, dat iedereen precies wist wat ze aan elkaar hadden. Nu moesten we aan elkaar wennen. Ook zijn we een andere tactiek gaan spelen, omdat er in het fusieteam niet heel veel echte aanvallers meer zitten.’’

Desondanks staat de ploeg op een nette derde plaats. Een succes dat smaakt naar meer: „We moeten het nog officieel besluiten, en de besturen van beide clubs ook, maar als ik de geluiden uit de groep mag geloven, is iedereen erg positief over een verlenging.’’

Klik op DEVO voor de laatste artikelen over de club.

Tweede keer terug van weggeweest: Thijs opnieuw van waarde bij Cluzona

0

Michael Thijs is, na een lange afwezigheid, dit seizoen weer terug bij het eerste van Cluzona. De 36-jarige routinier deed zo’n zes jaar geleden vanwege een slepende knieblessure een stapje terug, maar werd afgelopen zomer toch weer geselecteerd door trainer John Taks: „Hij vond dat ik van toegevoegde waarde kon zijn’’, aldus Thijs.

De linksbenige middenvelder verliet Cluzona in 2015 voor een avontuur in Azië. Hij ging namelijk training geven op scholen in China. Wat een uitstapje van twee maanden had moeten zijn, werd uiteindelijk een periode van vierenhalf jaar. „Het beviel de scholen zo goed, dat ze me na mijn terugkeer naar Nederland weer terug wilden. Daar ben ik op ingegaan. Zo’n avontuur gun ik iedereen. Ik heb daar zelf ook nog op een aardig niveau kunnen voetballen, maar tegen het eind van mijn tijd daar scheurde ik mijn kruisband af. Ik heb die daar laten opereren, maar ben nooit meer topfit geweest.’’

In november 2019 kreeg Thijs de kans om aan de slag te gaan bij de KNVB, als ontwikkelaar van het zaalvoetbal. Hij verhuisde terug naar Nederland, en dat betekende ook een terugkeer bij het eerste van Cluzona. Verder dan een aantal trainingen kwam hij echter niet; de pijn in zijn knie zat hem in de weg. „Daarom besloot ik de stap terug naar zaterdag 2 te nemen.’’

Het vrijblijvende karakter van het team lag Thijs goed. Hij had dan ook nooit echt de ambitie om terug te keren bij het eerste, totdat hij er weer aan mocht ruiken afgelopen seizoen. „Het eerste had een aantal keer te weinig spelers en moest dus een beroep doen op ons’’, legt hij uit. „Ik was een van de spelers die een paar keer mocht invallen, vooral aan het einde van het jaar. Dat vond ik zo goed gaan, dat ik met John in gesprek ben gegaan. Ik vroeg hem: ‘Kan ik nog van waarde zijn?’.’’

Taks gaf hem een kans zich te bewijzen in de voorbereiding. „We wilden kijken of het zou bevallen van beide kanten’’, vertelt Thijs. „Uiteindelijk waren we allebei erg positief, dus hebben we uitgesproken om ervoor te gaan en te kijken hoeveel wedstrijden ik vol kon maken. Ook de belofte van Ruben Maas om, als ik terug zou komen, de tien kilometer te lopen, heeft meegewogen’’, lacht hij.

De aanvallend ingestelde middenvelder heeft zeker niet altijd in de basis gestaan, maar heeft desondanks een toegevoegde waarde. „De jeugd van tegenwoordig heeft een heel andere mentaliteit dan wij vroeger hadden”, schetst Thijs. „Ik probeer ze het een en ander bij te brengen, zowel op als naast het veld. Binnen de lijnen gaat het vooral om wedstrijdbeleving en winnaarsmentaliteit. Er alles aan doen om een wedstrijd te willen winnen. Op een goede manier natuurlijk, maar het hoeft niet altijd lief.’’

En dat is terug te zien in zijn spel. Samen met Paolo Fortunati is hij, met vier gele kaarten, het vaakst op de bon geslingerd bij Cluzona dit seizoen. Maar als het laatste fluitje heeft geklonken, schakelt hij moeiteloos om: „Buiten het veld probeer ik de jonge garde mee te geven om met respect met elkaar om te gaan.’’

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

De Schutters bestaat honderd jaar en gaat voor promotie: ‘De club leeft’

De Schutters viert dit jaar haar honderdjarig bestaan. De club uit Stampersgat deed dat in maart met een reünie en heeft in de zomer nog een feestweekend op het programma. Voorzitter Dennis Jonkers vertelt over de ontwikkelingen bij de club de afgelopen jaren en erelid Eddy Janssen over het magazine dat hij in elkaar zette voor het jubileum.

De reünie sprak tot de verbeelding op 14 maart. Janssen blikt terug op de memorabele dag: „Er waren meer dan driehonderd mensen, dat is een teken dat de club leeft.’’

Als schrijver van meerdere boeken, waaronder ‘Meer dan honderd jaar Oranje’ voor het 105-jarig jubileum van RBC, kon een productie over zijn eigen club niet uitblijven. Samen met mede-erelid Kees Laros schreef hij het magazine ‘Een Gouden Eeuw’ over het honderdjarig bestaan van De Schutters. „Het moeilijkste is om te proberen niemand te vergeten’’, vertelt Janssen, die minimaal honderd uur in het blad stak.

Het magazine werd op de reünie aangeboden aan voorzitter Dennis Jonkers. Hij nam tweeënhalf jaar geleden het roer over bij de Stampersgatse club, waar hij al vanaf zijn zesde levensjaar over de vloer komt. Hoewel hij in Roosendaal is geboren en in Oud Gastel opgroeide, is zijn band met De Schutters een logische: „Mijn vader is hier penningmeester en ook voorzitter geweest.’’

In zijn tijd als voetballer pakte Jonkers een rol op als jeugdtrainer van een groepje jongens. Later werd hij leider van het team van zijn eigen dochter. Nadat de opvolger van zijn vader, John van Heerik, stopte als voorzitter, werd Jonkers gevraagd de hamer over te nemen. Dat deed hij eerst een half jaar in de luwte als bestuurslid, samen met Mario Scheepers, Karin Rebergen en destijds ook Kees Laros. „Ik wilde zien hoe het eraan toeging’’, legt hij uit. „Na die tijd heb ik geconcludeerd dat er meer volk bij moest in alle lagen van de club.’’ Laros wilde in die periode zijn taken neerleggen in het kader van verjonging van het bestuur, al is hij nog altijd nauw betrokken bij de club.

Ook met de prestaties van het eerste ging het op dat moment niet goed. „De generatie waarop we lang hadden geteerd, gaf aan te willen stoppen. We hebben het eerst intern willen oplossen, maar dat was ook geen daverend succes.’’ Jonkers haalde vervolgens nieuwe mensen bij het bestuur om de club nieuw leven in te blazen. Met de komst van onder anderen Steven van Merriënboer, Werner van Sundert (secretaris), Shannon Bruynzeels (jeugdzaken) en William Vermunt (gemeente en onderhoud) ontstond er weer volop reuring binnen de vereniging.

Het eerste jaar werd er maar één punt bijeen gesprokkeld, maar met de gezelligheid zat het wel snor. En dat trok een nieuwe sloot spelers aan: „Ineens hadden we een goede selectie en zaten we qua seniorenleden in kannen en kruiken.’’

En dat is terug te zien in de prestaties: De Schutters gaan voor promotie dit jaar. Maar Jonkers zat niet stil in de tussentijd: „We hebben het bestuur verder verbreed om ook qua jeugdleden stappen te maken. Daarnaast wilden we de participatie bij de club verder uitbouwen. We hadden al een groot vrijwilligersbestand, maar dat is nu nog groter. Op honderdvijftig leden hebben we meer dan veertig vrijwilligers. Ook is er een 35+-team gestart en zijn we bezig met het optuigen van een meidenteam.’’

Klik op De Schutters voor de laatste artikelen over de club.
Klik op De Schutters voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.