Home Blog Pagina 2

‘Je krijgt echt een band met die jongens’

0

Als voormalig jeugdspeler van NAC Breda en lid van de eerste selectie bij vierdedivisionist Unitas’30, is er voor Sam Vrancken eigenlijk niks leukers dan voetbal. En dus besloot hij afgelopen zomer, om samen met Pascal Ploeg, de JO16 onder zijn hoede te nemen. “Je krijgt echt een band met die jongens.”

In zijn geval als assistent-trainer. “Het is leuk om met die gasten om te gaan en te zien dat ze het steeds leuker gaan vinden. Ook omdat we nu wat meer wedstrijden winnen.” Want voor de winterstop, verloor de JO16 van Unitas’30 vooral veel, vertelt Vrancken (20). “Toen zaten we in een te zware competitie.” Een niveautje gezakt, van Divisie 5 naar de hoofdklasse, gaat dat nu een stuk beter. Je merkt dat ze stappen maken, dat is mooi om aan bij te dragen!”

Lange avonden

Samen met Pascal Ploeg, en zijn jongere broertje Lucas. “Vaak zijn we met zijn drieën op de training, zodat we allemaal een vorm kunnen doen.” En dat begon allemaal, afgelopen zomervakantie. “Pascal is een vriend van mij en doet de VC2-opleiding bij de KNVB. Toen hebben we het erover gehad, dat we misschien samen iets wilden gaan doen.” Zo geschiedde. “Ik werk ook bij Voetbalschool TIC, dus ik vind het sowieso leuk om training te geven.” Al is de combinatie van zelf voetballen én training geven, best wel zwaar, heeft Vrancken gemerkt. “We trainen allebei op dinsdag en donderdag, dus dat zijn vaak lange avonden.” Echt ambities om trainer te worden, heeft de inwoner van Etten-Leur dan ook niet. “Ik zit goed op mijn plek bij TIC, en daarnaast zit ik in het eerste jaar van mijn opleiding Fysiotherapie. Daar wil ik later graag iets mee gaan doen.” Naast natuurlijk het voetballen bij Unitas’30. “Dit is mijn tweede seizoen bij het eerste.” Nadat hij ooit was begonnen, in de jeugd van de club. “Ik heb hier vanaf mijn vijfde tot mijn tiende gespeeld, daarna werd ik gescout door NAC Breda en heb ik daar acht jaar lang in de jeugdopleiding gespeeld.” Tot hij last kreeg van blessures en toch ook wel het plezier verloor. “Toen heb ik op een gegeven moment zelf een gesprek aangevraagd, en zeiden ze bij NAC, dat ze het dan verstandiger vonden om mezelf op school te richten.”

Voor het plezier

Hoe bevalt het hem tot nu toe, terug in het amateurvoetbal? “Heel goed! Onze groep is top en ik heb het enorm naar mijn zin.” Toch knaagt er nog altijd wel iets aan hem, is Vrancken eerlijk. “Misschien begin ik het voetballen zelf, wel wat minder leuk te vinden.” Mede door zijn tijd bij NAC. “Daar is het echt meer moeten, waardoor het plezier er bij mij een beetje afging. Nu is het een stuk vrijblijvender.” Een vertrek bij de club uit Breda, zag de verdediger annex middenvelder dan ook wel aankomen. “Ik had continu last van blessures aan mijn hamstrings, liezen of kuiten, waardoor ik er zelf ook over twijfelde om te stoppen.” Het profvoetbal, haalde Vrancken daardoor uiteindelijk dus niet. “Dan valt er wel ineens een doel, waar je jarenlang voor hebt gewerkt, weg. In het begin was dat even zoeken.” Hoe staat het nu met zijn ambities als voetballer? “Dat heb ik wel een beetje laten gaan. Ik doe het nu vooral voor het plezier en om het leuk te vinden. Met minder prestatiedruk, gewoon lekker spelen.” Iets wat hij als trainer, ook probeert over te brengen. “Ik ben meer één van de jongens en maak regelmatig een grapje. Soms zou het wel wat serieuzer mogen.” Voorbeelden, heeft de student aan de Avans Hogeschool in Breda, in ieder geval genoeg. “Het is wel een voordeel dat ik zelf ook nog voetbal. Daardoor kun je toch bepaalde oefeningen meenemen, of denken: dat zou ik als trainer anders doen.” Of hij in de toekomst jeugdtrainer blijft, weet Vrancken nog niet, maar terug op het oude nest, zit de voetballer weer helemaal op zijn plek. “Qua team, hebben we een groep met enorm veel leuke gasten. En ik woon op twee minuten lopen van het sportpark, dus dat is lekker makkelijk!”

Klik op Unitas’30 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Unitas’30 voor meer informatie over de club.

Kogelvangers mikt vol op de nacompetitie

Derde worden en de nacompetitie halen. Dat is voor vierdeklasser Kogelvangers het doel voor de laatste maanden van het seizoen. En voorlopig, ligt de ploeg van Jurre van de Merbel prima op schema om die doelstelling te behalen. “We staan er goed voor!”

Tevredenheid, voert dan ook de boventoon bij de nummer drie van de vierde klasse. “Ik denk dat het over het algemeen wel goed gaat.” Al plaatst de negentienjarige Van de Merbel daarbij wel meteen een kanttekening. “We hebben een aantal wedstrijden onnodig weggegeven.” Hoe dat komt? “Soms misschien iets te weinig focus.” Zeker in de duels die er echt om gingen, kan hij zich herinneren. “Dan haalden we niet altijd ons niveau.” En niet alleen voetballend. “Ook qua inzet of hoe graag we het willen.”

Moeite mee

Na een aantal mindere resultaten weer wakker geschud, kijkt Van de Merbel vol vertrouwen naar boven. “Ons doel is derde worden en de nacompetitie halen.” Want, voegt de inwoner van Willemstad daaraan toe: “Ik denk dat we klaar zijn voor een stapje omhoog.” En niet voor niks. “We zijn een voetballende ploeg, dus tegen ploegen die ook willen voetballen, zijn we vaak beter. De vierde klasse is toch vooral fysiek, daar hebben we nog wel eens moeite mee. Dat is lastig voor ons.” Ruimte voor verbetering, ziet Van de Merbel dan ook nog genoeg. “Verdedigend staat het goed, maar we scoren moeilijk. We moeten echt onze kansen af gaan maken. Daar valt nog veel winst te behalen.” Het verschil in doelpunten, ten opzichte van de concurrentie, is dan ook aanzienlijk. “De nummer twee, VVC’68, heeft bijna dertig keer meer gescoord. Dat is natuurlijk bizar.” Heel veel invloed, heeft Van de Merbel daar gezien zijn positie, echter niet op. “Ik heb dit seizoen bijna overal wel gestaan. Van linksbuiten en linksback, tot nummer zes of tien.” Tegenwoordig, speelt hij als linksmidden, in een 3-4-3. “Ik ben de enige linkspoot in de selectie, dus dan krijg je dat!” Maar ondanks dat hij in de jeugd vooral op tien speelde en daar ook eigenlijk het liefste staat, heeft hij zijn plekje in het elftal inmiddels wel gevonden. “Het is een leuke combi van verdedigen en aanvallen.” Een rol, die goed bij hem past, vertelt Van de Merbel. “Ik ben een voetballende speler, met veel overzicht én inzet.”

Niet de grootste

Bezig aan zijn eerste seizoen bij het vlaggenschip, geniet hij van de uitdaging. “In het begin was het heel erg wennen, omdat het spel veel sneller gaat. Je moet meer lopen en ook het tempo ligt hoger.” Toch had Van de Merbel niet heel lang nodig, om aan te pikken. “Vorig seizoen trainde ik vanuit de JO19 al mee bij het eerste en mocht ik ook af en toe invallen. Dat heeft wel geholpen om de overgang makkelijker te maken.” Zijn doel, werd daarmee bereikt. “Vroeger ging ik vaak bij het eerste elftal kijken, dus daarom vind ik het extra leuk dat ik er nu zelf speel. Het blijft toch het belangrijkste team van de club.” De club, waar hij al sinds zijn vijfde komt. “Ik heb nog nooit ergens anders gespeeld. Willemstad is een klein dorpje, dus je kent iedereen en er hangt een fijne sfeer. Al mijn vrienden voetballen hier ook, dat maakt het zo gezellig.” Aan een vertrek, denkt Van de Merbel voorlopig dan ook niet. “Voor nu vind ik het heel leuk om bij Kogelvangers te spelen. Daarna zie ik wel hoe het loopt.” Want stappen maken, kan de multifunctionele speler nog genoeg, vindt hij. “Vooral fysiek, moet ik nog sterker worden. Ik ben niet de allergrootste, daardoor is het soms wel lastig tegen die fysieke gasten op het middenveld.” Aan zijn loopvermogen, ligt het in ieder geval niet. Zo werd hij onlangs derde, tijdens de traditionele Sponsorloop van de club. “Ik vind hardlopen leuk om te doen. Gewoon om te kijken hoe ver je kunt gaan en om jezelf uit te dagen.”

Klik op vv Kogelvangers voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Kogelvangers voor meer informatie over de club.

Daarom zou promotie extra mooi zijn

Bezig aan een goed seizoen, hopen ze bij NOAD’32 nog altijd op deelname aan de nacompetitie. Want nadat de vijfdeklasser uitstekend aan het seizoen begon, sloop er daarna wat gemakzucht in, vindt Pieter Poorter. “Na de winterstop hebben we het goed opgepakt als team.”

Want hoewel de formatie uit Wijk en Aalburg het seizoen begon met twaalf punten uit de eerste vijf wedstrijden, was een goed begin, dus niet het halve werk, kijkt de 25-jarige Poorter terug. “Doordat we een paar keer wonnen, werd het een beetje te gemakzuchtig. Dan loop je tegen de lamp aan.” Dat resulteerde in een mindere serie, maar met een huidige vierde plek, mogen ze uiteindelijk niet klagen, is de inwoner van het dorp van mening. “Dit had ik voor de winterstop niet verwacht. Eigenlijk gaat het gewoon best goed dit seizoen!”

Moeite met scoren

Wat er na de onderbreking vooral beter is geworden? “Onze mentaliteit. Er gewoon iedere week staan. Eerst was het nog wel eens te laks, dat gaat nu een stuk beter.” Met uitzicht op deelname aan de nacompetitie voor promotie tot gevolg. “Mijn verwachting was dat we minimaal mee zouden doen voor de top vijf. Ik vind ook gewoon dat we daar horen te staan.” En dus kunnen ze bij NOAD’32 voorlopig tevreden zijn, aldus Poorter. “We willen graag promoveren naar die vierde klasse, maar er komen nog een paar zware wedstrijden aan.” De middenvelder houdt voor de zekerheid, dan ook nog maar een slag om de arm. “Er kan nog veel gebeuren, dus ik durf nog niet echt iets uit te spreken.” Al heeft Poorter wel vertrouwen, in een eventuele promotie. “Ik denk zeker dat we de vierde klasse aan kunnen. We spelen misschien niet het beste voetbal, maar hebben wel de mentaliteit om duels over de streep te trekken.” Toch mag het soms iets minder spannend, lacht hij. “We kunnen wedstrijden vaak veel eerder op slot gooien, door een voorsprong uit te bouwen. Dan wordt het toch wat makkelijker. Dat kunnen we nog wel beter doen.” Maar dat is makkelijker gezegd, dan gedaan, weet ook Poorter. “Over het algemeen hebben we moeite met scoren. Daar lopen we wel een beetje tegenaan.” En dat terwijl het voorkomen van doelpunten, juist goed gaat, vertelt hij. “Zeker na de winterstop, staat het goed, en krijgen we weinig goals tegen.” Mede door de ervaring, van een aantal teamgenoten. “We hebben ervaren jongens, die de jongere gasten neerzetten. Die luisteren goed, haha!”

Moeilijke oplossing

Zelf, beschikt Poorter inmiddels ook over de nodige ervaring. “Ik ben hier in de F’jes begonnen en heb nooit ergens anders gevoetbald. Veel jongens van onze school zaten bij NOAD’32, dan is één plus één snel twee.” Heel lang, had hij dan ook niet nodig. “Ik wist al vroeg dat ik wilde gaan voetballen bij ons op het dorp.” Van plan om ooit te vertrekken, is hij niet. “Het voelt hier voor mij echt als thuiskomen. Je kent iedereen en daardoor voelt het heel vertrouwd. Wat dat betreft is NOAD’32 echt een dorpsclub.” Eén die meer dan uitstekend bij hem past. “Ik heb het hier heel goed naar mijn zin. Dat gevoel, krijg je niet zomaar ergens anders. Denk ik.” Maar ook op het veld, heeft Poorter zijn plekje gevonden. Als controlerende middenvelder. “Vaak sta ik op zes of acht. Ik wil heel graag meedoen in de opbouw, soms iets te veel. Waardoor ik voor de moeilijke oplossing kies. Af en toe moet het wat makkelijker. Dat is wel een verbeterpunt voor mij.” Maar gelukkig, gaat dat steeds beter. “Daar probeer ik aan te werken!” Helemaal, met het oog op de toekomst. “Ik zit nu vijf jaar bij het eerste, en heb al twee keer een degradatie meegemaakt. Daarom lijkt het me nu extra mooi om een keer promotie mee te maken.” En niet alleen voor zichzelf. “Ook voor de jongens die stoppen, is dat een mooie afsluiting!”

Klik op NOAD’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NOAD’32 voor meer informatie over de club

Frisse wind bij Klundert: ‘Dat hebben we nodig’

0

Een gestopte aanvoerder, een trainerswissel en tegenvallende resultaten. Het seizoen van derdeklasser Klundert verloopt allesbehalve als gehoopt. Toch durft Bram den Hollander na een paar bemoedigende weken, voorzichtig weer omhoog te kijken. “Die was heel belangrijk voor de stand en de koppies.”

De overwinning op Den Bommel (4-0), kwam voor Klundert dan ook op een goed moment, vertelt de twintigjarige Den Hollander. “We staan veel te dicht in de buurt van de degradatiezone, dus hopen nu weer omhoog te kunnen kijken.” En dat terwijl de club de lat aan het begin van het seizoen, een stuk hoger had gelegd. “Ons doel was om weer de top vijf te bereiken. Maar dat is niet gelukt…”

Geen klik

Sterker nog, Klundert vecht tegen degradatie. Hoe dat komt? “Dat heeft verschillende redenen. Onze aanvoerder is naar het tweede gegaan om zijn plezier weer terug te vinden, en de klik met de trainer was er niet.” En dus werd Erik van der Giesen, onlangs ontslagen. “Het liep gewoon niet lekker. Het was niet echt een match. Zijn visie werkte niet helemaal, dus denk ik dat het beter is voor het team.” Waarom het niet werkte? “We gingen van heel hoog drukzetten naar inzakken, en van 4-3-3, naar 4-4-2. Terwijl we juist heel snelle buitenspelers hebben.” Onder leiding van Mark Ketting en Stefan de Ruiter, hoopt Den Hollander de stijgende lijn voort te zetten. “Mark staat echt boven de groep, dat is voor ons heel belangrijk.” Met een frisse wind, op weg naar handhaving. “Dat is voor nu wel het doel, om uit die degradatiezone te blijven.” Zorgen maken om degradatie, doet de inwoner van het dorp zich voorlopig niet. “Maar natuurlijk kijk je er wel naar. De competitie zit dicht bij elkaar, dus je bent er toch mee bezig. Ook mentaal.” Zaak voor Ketting, om daar de komende weken verandering in te brengen. “We zijn echt een vriendengroep, dus hebben een trainer nodig die soms ook fel kan reageren. Vooral omdat we dat zelf niet zo snel doen.” Iemand die hard kan zijn, dus. “Dan kan het ook weer best snel positief omslaan!”

Irritant ventje

Bij de club, waar Den Hollander op zijn vierde begon. “Bij de F’jes. Daarna heb ik nooit ergens anders gespeeld en sinds mijn zeventiende, zit ik bij het eerste.” Een makkelijke keuze, vertelt hij. “Ik kom hier vandaan en heb ook niet de neiging gehad om weg te gaan.” Helemaal niet, toen hij nog wat jonger was. “Ik ging vroeger altijd bij het eerste kijken, in de hoop daar zelf ook ooit te spelen.” Samen met zijn broer Gijs. “Die is drie jaar ouder, dus die voetbalt er al een tijdje.” Hoe dat in de praktijk gaat? “Beter dan verwacht, haha! Eigenlijk botst het niet zo vaak.” En dat terwijl Den Hollander soms best vervelend kan zijn, lacht hij. “Ik wil heel graag winnen en kan echt chagrijnig zijn als ik verlies.” Zijn broer, heeft dat wat minder. “Die is ook heel fanatiek, maar heeft er na een verloren wedstrijd veel minder last van. Terwijl ik dan echt niet de meest blije ben in de kantine.” In het veld, doet hij er dan ook alles aan, om dat te voorkomen. “Door tegenstanders word ik vaak een irritant ventje genoemd. Dat vind ik een mooi compliment.” De nummer zes, houdt dan ook wel van het spelen van een duel. “Ik ben niet de grootste, maar ben heel fel op tweede ballen.” Voorlopig in het shirt van Klundert, maar aan ambities, bij de jongeling geen gebrek. “Als ooit de kans komt om hogerop te gaan, zou ik die poging wel willen wagen.” Tijd om daarover na te denken, heeft hij de komende weken echter niet. “Voor nu is handhaven het belangrijkste!”

Klik op V.V. Klundert voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Klundert voor meer informatie over de club.

Als promovendus is het seizoen zeker geslaagd

Ondanks een mindere fase na de winterstop, gaat Kozakken Boys zich dit seizoen zonder al te veel zorgen handhaven in de Tweede Divisie. Een prestatie, waar ze bij de promovendus trots op kunnen zijn, vindt verdediger Tom Sas. “Alle teams op dit niveau zijn goed.”

En dus kun je ook zomaar, een aantal wedstrijden achter elkaar verliezen, blikt Sas (22) terug op de mindere reeks na de winterbreak. “Toen liep het als geheel niet goed genoeg, en dan zit het in de Tweede Divisie gewoon te dicht bij elkaar. Dus dan verlies je.” Want, zo heeft de inwoner van Geldrop dit seizoen wel gemerkt. “Vorig seizoen in de Derde Divisie hadden we op een gegeven moment echt het gevoel dat niemand ons kon verslaan. Daardoor wonnen we ook een periode. Alleen nu kan iedereen echt van iedereen winnen en moet je iedere week vol aan de bak.”

Volwassener

Iets wat ze bij Kozakken Boys voor de winterstop, uitstekende lukte. Daarna, dus iets minder. “Iedere ploeg heeft altijd wel een fase dat het minder gaat.” Heeft hij daar in dit geval, een verklaring voor? “Het lag niet echt aan het spel, maar er zat gewoon veel tegen. Terwijl het in de eerste seizoenshelft, juist een paar keer meezat.” Echt zorgen maken om degradatie, deed Sas zich echter niet. “Tuurlijk ben je bezig met die degradatiestreep, maar ik denk dat heel de club, de staf en het team, vertrouwen had dat we in de Tweede Divisie zouden blijven.” En na een paar fraaie overwinningen, heeft dat er ook alle schijn van. “Gelukkig hebben we daarna weer onze punten gepakt en staan we er nu een heel stuk beter voor. Daar zijn we blij mee!” Met dank, aan een stukje ervaring, denkt Sas. “We hebben veel jongens die op een hoger niveau hebben gespeeld, dat heeft zeker geholpen.” Welke stappen hebben ze verder gemaakt? “We zijn vooral, ondanks dat we best veel jonge jongens hebben, volwassener gaan spelen.” Met dank, aan de eerste wedstrijd van het seizoen, lacht Sas. “Toen wonnen we met 4-3 van IJsselmeervogels, dat was echt even van: welkom in de Tweede Divisie. Daarna zijn we veel zakelijker geworden. Daar zijn we echt in gegroeid. We maken nu veel minder fouten.”

Veel spelen

Met een voorlopig fraaie tiende plaats, tot gevolg. “Als we ons handhaven, is het seizoen zeker geslaagd als promovendus. Dat was vooraf het doel wat we hadden gesteld, dus dat was het belangrijkste. Dan denk ik, dat we tevreden kunnen zijn.” Tevreden, is Sas sowieso wel, bij Kozakken Boys. “Dit is nu mijn tweede seizoen en het bevalt heel goed. Ik heb veel gespeeld en veel minuten gemaakt.” Precies de reden, waarom hij de overstap maakte van FC Eindhoven. “Ik wilde mezelf graag ontwikkelen door te spelen, in plaats van te trainen zonder perspectief.” Want ondanks dat Sas bij de club uit Eindhoven zijn debuut maakte in het profvoetbal en tot twaalf wedstrijden in de Keuken Kampioen Divisie kwam, besloot hij na twee seizoenen FC Eindhoven te vertrekken. “Ik kon op amateurbasis blijven, maar dat zag ik niet zitten.” Via zijn teamgenoot Jesse Giebels, die vlak daarvoor de overstap naar Kozakken Boys had gemaakt, kwam Sas ook bij de club uit Werkendam terecht. “Door de situatie was ik toe aan een nieuw avontuur. Dus ging ik op gesprek.” En met succes. “We hebben een heel leuke groep én ik hoef niet meer elke dag te trainen zonder te spelen. Dat was voor mij de belangrijkste reden om bij FC Eindhoven weg te gaan. Door het gebrek aan zekerheid op speelminuten.” Al mist Sas, het profwereldje wel, is hij eerlijk. “Zeker als het mooi weer is, is het natuurlijk heerlijk om iedere dag op het veld te staan en te trainen. Maar ik heb het nu bij Kozakken Boys, ook hartstikke goed naar mijn zin.”

Latere leeftijd

Het amateurvoetbal, is dan ook allesbehalve vreemd voor hem, zo vertelt hij. “Ik had op mijn zeventiende, al een seizoen bij Geldrop in het eerste gespeeld.” Zijn profavontuur, begon dan ook pas op latere leeftijd. “Op mijn achttiende, ging ik naar FC Eindhoven O21. Daarvoor heb ik altijd gewoon bij Geldrop in de jeugd gespeeld.” Een wereld van verschil. “Bij FC Eindhoven draaide alles natuurlijk om voetbal. Dan leef je echt voetbal. Nu is het anders, maar ook leuk.” Werkzaam op een belastingkantoor en bezig aan zijn master Fiscale Economie in Tilburg, combineert Sas het voetballen met school en werk. “Juist die combinatie, vind ik leuk.” Toch is er aan zijn ambities, niks veranderd. “Ik heb het profvoetbal nog niet helemaal uitgesloten. Dus als ik een kans krijg op een hoger niveau, zal ik daar zeker over nadenken.” Toch zit hij voorlopig, uitstekend op zijn plek. “We willen met Kozakken Boys graag langere tijd in de Tweede Divisie spelen en uiteindelijk bovenin meedoen.” Met hem, als centrale verdediger. “Vorig seizoen heb ik veel op zes gespeeld, maar ik ben wel echt een verdediger.” Iemand met veel snelheid en inzicht. “Ik heb niet de bouw om dwars door spitsen heen te lopen. Moet het meer hebben van het organiseren van de restverdediging, de diepte eruit halen en het voetballen.”

‘Ik had graag samen het seizoen afgemaakt’

0

Na het per directe vertrek van Jan Hereijgers, staat Ludwig van de Wouw sinds maart als hoofdtrainer voor de groep bij derdeklasser Zundert. Een functie die de clubman in hart en nieren, liever niet had vervuld, vertelt hij. “Ik had heel graag samen met Jan het seizoen afgemaakt.”

Maar zover, kwam het dus niet. “Het is jammer hoe het is gegaan en dat Jan is gestopt.” Want blij met de situatie, is de 56-jarige Van de Wouw allerminst. “Helaas ben ik nu hoofdtrainer.” En dat terwijl hij het seizoen, begon als assistent-trainer, van Hereijgers. “Daardoor ken ik de jongens van binnen en buiten. Mijn zoon speelt er ook in, samen met een aantal vrienden.” Wonderen, verwachten ze bij de club niet van hem, met een voorlopig laatste plaats. “Het bestuur heeft niet opgedragen dat ik per se moet zorgen voor handhaving. Ik denk dat nacompetitie het hoogst haalbare is.”

Plezier terug

Hoe is het om tussentijds in te stappen? “Aan de ene kant is het lastig, aan de andere kant niet.” Want hoewel de voormalig speler van Zundert, Van de Wouw begon op zijn achtste met voetballen bij de club, de selectie door en door kent, heeft hij wel het één en ander veranderd. “We spelen nu 4-4-2, omdat ik denk dat we vanuit die opstelling de meeste kans hebben om wedstrijden te winnen. Dat is voor mij de grootste uitdaging, om in die korte tijd mijn voetbalvisie over te brengen op die jongens.” Een visie, die moet gaan zorgen voor punten. “De linies kort op elkaar, inzakken én counteren.” Want na een slechte start van het seizoen, lopen ze bij Zundert eigenlijk al het hele jaar, achter de feiten aan, vertelt Van de Wouw. “We wisten ook dat het moeilijk ging worden, maar we geven ons nog niet gewonnen.” Waar ziet hij vooral, de grootste ruimte voor verbetering? “Ten opzichte van vorig seizoen, krijgen we nu veel meer goals tegen. Dus moeten we het achterin dichthouden.” Al is dat makkelijker gezegd, dan gedaan, weet ook hij. “Door de seizoenstart is het zelfvertrouwen broos en gaan de koppies snel hangen.” Zaak voor hem, om daar wat aan te doen. “Ik heb vanaf het begin meteen tegen die jongens gezegd dat ze goed kunnen voetballen. En dat we dat ook gaan doen, van achteruit.” Aan vertrouwen, bij Van de Wouw dan ook geen gebrek. “Ik zal nooit de handdoek gooien. Voorlopig kijken we ook niet naar de stand, eerst moet het plezier terugkomen. Maar als ik zie wat voor arbeid ze leveren…”

Cirkel rond

De eerste positieve ontwikkelingen, tekenen zich wat Van de Wouw betreft dan ook al af. “Ik zie verbetering. Vooral ook in de onderlinge frictie.” Komt dat nog op tijd? “Jan wilde een schokeffect creëren, door te stoppen. Om die jongens een signaal te geven, van het is vijf over twaalf.” Nog altijd contact met de voormalige hoofdtrainer, probeert Van de Wouw nu vooruit te kijken. “We moeten gewoon zo bezig blijven én positief zijn. Je mag best een keer boos zijn, maar je moet er niet in blijven hangen.” Hoe moeilijk dat soms ook is. “We hebben een heel jonge groep, die geen ervaring heeft met degradatievoetbal. Dus het zal niet makkelijk worden, daar moeten we eerlijk in zijn.” Hoe klein de laatste strohalm ook is, bij Zundert proberen ze hem vast te grijpen. “We moeten vooral beter presteren tegen onze concurrenten, dat zal bepalend worden. Laten zien wat we waard zijn.” Met de club, waar de inwoner van het dorp al zijn hele leven komt. “Ik heb nooit ergens anders gespeeld.” Heel lang, duurde zijn actieve voetbalcarrière overigens niet. “Op mijn 21ste moest ik stoppen, nadat ik een auto-ongeluk had gehad. Daar hield ik rugletsel aan over.” Vervolgens haalde hij zijn VC2 en rolde op die manier het trainersvak in. “Ik heb ongeveer alle jeugdteams van Zundert gedaan, ben teamleider en assistent-trainer geweest bij het eerste en was hoofdtrainer van het tweede.” En dus is ook deze rol, iets nieuws voor hem. “Mijn droom was altijd wel om trainer te worden van Zundert 1, maar natuurlijk niet op deze manier.” Toch is de cirkel wel rond, voor het erelid, die ook jarenlang in het hoofdbestuur zat en jeugdvoorzitter was. “En het kan nog heel leuk worden! Daar gaan we keihard aan werken.” Al was het maar, zodat hij volgend seizoen als assistent-trainer van Niels Gevers, opnieuw actief is in de derde klasse. “Ik ben hier als jeugdspeler begonnen, dit is en blijft mijn club. Daarom heb ik ook niet de ambitie om ergens anders wat te gaan doen.”

Klik op VV Zundert voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Zundert voor meer informatie over de club.

NOAD’32 viert 50 jaar damesvoetbal: ‘Heel bijzonder’

Druk bezig met het organiseren van het jubileumweekend, kijken ze bij NOAD’32 alvast uit naar alle festiviteiten. Want na vijftig jaar damesvoetbal, is het tijd voor een feestje, vindt ook speelster én organisator, Marjolein Colijn. “Dit is toch wel heel bijzonder!”

En als er iemand is die dat kan weten, is het Colijn wel. “Ik voetbal sinds mijn twaalfde bij NOAD’32 en ben nu 46!” Een groot deel van de historie, maakte de inwoonster van Wijchen dus zelf mee. “Er zijn denk ik niet veel verenigingen die vijftig jaar lang doen aan damesvoetbal. Daarom is dit toch wel heel bijzonder!” Een groot feest, kon wat haar betreft dan ook niet uitblijven. “We hebben gekozen voor het eerste weekend van juni!”

Andere sfeer

Wat ze precies gaan doen? Colijn legt het graag uit. “We beginnen op donderdagavond met een toernooi, zeven tegen zeven. Puur voor de gezelligheid, met allemaal teams uit de regio. Van zowel de dames, de 30+ en de MO20.” Een dag later, staat de reünie op de planning. “Over vijftig jaar vrouwenvoetbal. Gewoon om lekker herinneringen op te halen.” Op zaterdag, staat er een brunch gepland, voor alle vrouwelijke leden van de vereniging. “Ook niet-voetbalsters! En daarna doen we een zeskamp, ook voor de heren, en we sluiten de avond af met een groot feest. In het thema van de seventies.” Mede georganiseerd door Colijn, samen met een paar andere meiden en jongens. “Ik werd vanuit de activiteitencommissie gevraagd en doe het graag!” Want trots, dat is de voetbalster op het jubileum. “Dat het al zolang bestaat, vind ik best wel een ding.” Zelf, begon Colijn op haar twaalfde met voetballen. “Dat was toen bij het eerste meisjesteam. Ik heb nooit bij de jongens gevoetbald.” Iets wat ze achteraf, wel jammer vindt, vertelt ze. “Je ziet wel verschil bij meiden die dat wel hebben gedaan. Tussen de jongens leer je toch andere dingen.” Hoe belangrijk is het damesvoetbal voor NOAD’32? “Het zorgt voor een andere sfeer en een stukje gezelligheid in de kantine. Die gezonde mix, is uniek.” En past uitstekend bij de club. “Het is gewoon een heel gezellige vereniging, waar plezier voorop staat.” Ook bij het eerste van de dames. “We zijn heel fanatiek en willen graag winnen, maar niet ten koste van de sfeer.”

Gezelligheid

Gelukkig zit dat bij NOAD’32, wel goed. “De club ziet de waarde van onze vrouwenafdeling in, dus steekt er veel tijd en energie in. Dat is natuurlijk ook de reden dat we al vijftig jaar bestaan.” Een periode, waarin veel is veranderd, heeft Colijn gemerkt. “Door Lieke Martens en al die andere meiden, is het vrouwenvoetbal in Nederland natuurlijk enorm op de kaart gezet. Daardoor kregen we ook bij NOAD’32, veel meer aanwas. In mijn tijd zat je opeens bij de dames, nu heb je echt jeugdteams. Al was dat ook wel leuk, hoor!” Ruim dertig jaar later, doet Colijn dat dus nog steeds. “Ik ben wel een beetje de oma van het hele spul, maar dat vind ik helemaal prima. Ik voetbal nu met dochters van meiden waarmee ik toen ik jonger was bij de dames heb gespeeld. Dat is toch alleen maar leuk?” Eerst als veldspeelster, tegenwoordig als keepster. “Ik was altijd verdediger, nu ben ik één plekje teruggegaan. Behalve als ik meedoe bij de 30+, dan sta ik in het veld.” Maar welke positie Colijn ook speelt, het draait toch vooral om het teamgevoel. “De gezelligheid in de kleedkamer, de slappe klets, maar ook met elkaar een prestatie neerzetten. Het samen doen, blijft toch het mooie van een teamsport.” En van NOAD’32. “De betrokkenheid van de club, het kleinschalige en het ons kent ons. Dat is die Brabantse gezelligheid.” Gezelligheid, waar Colijn nog lang geen afscheid van wil nemen. “Eigenlijk heb ik nog helemaal niet nagedacht over stoppen. Zolang ik het leuk vind en het fysiek gaat, blijf ik het gewoon doen!” Ondanks dat ze daar, een stukje voor moet rijden. “Ik kom oorspronkelijk uit Genderen, maar woon nu in Wijchen. Ik zit lekker in mijn auto en vind het iedere keer fijn om terug naar mijn geboortestreek te gaan!”

Klik op NOAD’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NOAD’32 voor meer informatie over de club.

VVR stelt teleur: ‘Doel was om bovenin mee te draaien’

0

Na de directe degradatie van vorig seizoen, hoopten ze bij VVR dit jaar hogere ogen te kunnen gooien. En dus valt een plek in de middenmoot van de vierde klasse, eigenlijk een beetje tegen, is Wessel Verdonk eerlijk. “We weten dat we niet op deze positie horen.”

Toch is dat richting het einde van de competitie, dus wel het geval. Tot teleurstelling van de negentienjarige Verdonk. “Dat valt zeker tegen!” Want na een goede voorbereiding, hadden ze bij VVR gehoopt op meer. “Ons doel was om bovenin mee te draaien. Dat is niet gelukt.” De verklaring daarvoor, moet de inwoner van Rijsbergen schuldig blijven. “Vlak voor én na de winterstop, hadden we een serie waarin we vijf keer achter elkaar verloren. En ik durf eigenlijk niet te zeggen hoe dat kwam.”

Gas geven

Hoe dan ook, proberen ze bij de club uit Rijsbergen nu vooral omhoog te kijken. “Met het voetbal dat we hebben laten zien, weten we dat we niet op deze positie horen.” Met een schuin oog kijkend naar de vierde plaats, probeert Verdonk de vinger op de zere plek te leggen. “We hebben veel kansen nodig om te scoren, en onze individuele fouten, worden keihard afgestraft. Vaak ook in de counter.” Aan de instelling, ligt het volgens hem in ieder geval niet. “Die is altijd goed geweest! Daarom is het ook lastig om te weten waar het probleem zit. Daar hebben we het met het team wel over gehad, maar we weten het niet.” Eén ding weet hij wel: “We moeten nu vooral bij elkaar blijven, fanatiek trainen en gas geven.” In zijn geval als middenvelder. “Toen ik aan het begin van dit seizoen bij het eerste kwam, begon ik als centrale verdediger. Dan moet je vooral simpel spelen. Nu sta ik op zes of acht, daar speelde ik in de jeugd ook altijd.” Een linie, waar Verdonk zich meer thuis voelt, vertelt hij. “Je kunt op het middenveld wat vrijer voetballen én ook mee naar voren.” Een rol, die hem wel ligt. “Ik houd ervan om veel energie te leveren en honderd procent te geven.” In zijn debuutseizoen bij het eerste dus. “Daarvoor deed ik vaak mee bij het tweede, maar je merkt dat dat heel anders is. Dit is echt volwassenvoetbal.” Toch is die overstap, vrij soepel gegaan, vindt hij. “Vooral in de jeugd kun je nog wel eens een foutje maken, maar hier wordt iedere fout meteen afgestraft. Daardoor moet je echt goede keuzes maken.”

Met broer

Begonnen met voetballen bij VVR op zijn vijfde en nooit weggegaan, heeft Verdonk inmiddels zijn basisplaats in het vlaggenschip veroverd. En dus zit hij voorlopig meer dan goed op zijn plek. “Het liefste zou ik voor altijd bij VVR blijven en een belangrijke speler worden.” Onder meer, door te helpen in de opbouw. “Ik wil altijd graag de bal hebben en één-tweetjes maken.” Kwaliteiten, waar ze in Rijsbergen dus nog wel even van kunnen genieten. “Al mijn vrienden voetballen hier, ik ken bijna iedereen, en de mensen zijn leuk en aardig. Die doen alles voor de club. Daarom ben ik er gewoon graag!” Samen met zijn broer Tygo. “Die zit ook in het eerste.” Hoe dat is? “Heel leuk! We hebben een beetje dezelfde voetbalstijl en weten wat we van elkaar kunnen verwachten. Ik kan mezelf ook aan hem optrekken.” Ruzie, maken de rechtsback of rechtsvoor en middenvelder op het veld dan ook eigenlijk nooit. “Over de voetbal niet, over andere dingen wel, haha!”

Klik op VVR voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVR voor meer informatie over de club.

Gelukkig kon ik mijn voetbalschoenen nog vinden

Eigenlijk gestopt als trainer, besloot Johan van Bijsterveld halverwege februari toch in te stappen bij derdeklasser Wilhelmina’26. Een keuze, waar hij wel even goed over na moest denken, is de voormalig oefenmeester van onder meer Achilles Veen eerlijk. “Na ruim twintig jaar op het hoogste amateurniveau, moest ik uitzoeken of ik hier wel geschikt voor was.”

Maar wie niet waagt, wie niet wint. Dus toen Van Bijsterveld (66) vlak na de winterstop door de club werd gevraagd om het stokje van de vertrokken Pascal Rijkers over te nemen, besloot hij het te doen. “Ik woon vlakbij en dacht: we gaan het proberen. Kijken of we er allebei iets aan hebben.” En voorlopig, is het antwoord daarop volmondig ‘ja’. “Het bevalt heel goed! Al helpen de resultaten natuurlijk ook mee.”

Kriebelen

Want inmiddels opgeklommen tot een vierde plek, is Van Bijsterveld blij dat hij weer op het veld staat. “Na tien jaar bij Achilles Veen, onder meer als trainer, had ik drie seizoenen geleden besloten om te stoppen. Maar toch, bleef het ergens altijd wel een beetje kriebelen. Dat blijft er toch in zitten. Ik ging natuurlijk ook regelmatig nog bij de voetbal kijken.” Dus toen de vraag van Wilhelmina’26 een aantal maanden geleden eenmaal kwam. “Had ik toch wel weer zin om mijn voetbalschoenen aan te trekken.” Want, zo vertelt hij. “Ondanks dat ik gestopt was, heb ik altijd gezegd dat ik het zou overwegen, als er iets in de buurt kwam. Gelukkig kon ik mijn voetbalschoen nog net vinden, haha.” Spijt van zijn beslissing om in te stappen, heeft de inwoner van Veen dan ook allerminst. “Ik doe het met heel veel plezier. Het is een warme club en mensen zijn enthousiast. Dus het bevalt goed!” Al moest de voormalig trainer van UDI’19 en Achilles Veen, wel even wennen. “Het niveau is minder, maar dat is niet erg. Ik moet me aanpassen aan het niveau, en niet andersom.” En voorlopig, gaat dat prima. “De beleving is niet minder. Ook mijn voorbereiding is precies hetzelfde. Het is net zo leuk, alleen stel je minder hoge eisen.” Is het lastig om tussentijds in te stappen? “Dat heb ik een jaar of veertien geleden, ook een keer gedaan bij Achilles Veen. Dus wat dat betreft kende ik dat al.” Zijn nieuwe club, kende Van Bijsterveld wat minder, moet hij eerlijk toegeven. “Buitenom Toby Tan, kende ik van de spelersgroep eigenlijk niemand.” En dus besloot de ervaren oefenmeester voort te borduren op het werk van zijn voorganger. “Ik heb de laatste wedstrijd gepakt en ben daarmee aan de slag gegaan.”

Stukje spanning

Al is de speelwijze onder zijn leiding, wel een klein beetje veranderd, legt Van Bijsterveld uit. “We zijn iets anders gaan spelen. Nog steeds 4-3-3, maar wel wat verder vooruit.” Ook het drukzetten, is veranderd. “We geven nu nog maar op één manier druk, zodat dat voor iedereen heel duidelijk is. Daar moet je niet te veel in variëren.” Aanpassingen, die het één en ander vragen van zijn spelersgroep, beseft ook Van Bijsterveld. “Gelukkig pakken ze het heel snel op!” Getuige ook de goede resultaten. “Er wordt wat meer van die jongens gevraagd, op het moment dat ze de bal niet hebben.” De eerste doelstelling, is in ieder geval alvast behaald. “De club vroeg aan mij of ik ze in de derde klasse kon houden. Dat is gelukt.” En dus kan de lat nog een stukje hoger worden gelegd. “Misschien kunnen we wel voor een periode gaan, dat zou mooi zijn!” Met een mooie mix van jeugdig elan, routine én enthousiasme. “Het zit aardig in elkaar, ook qua uitvoering van ons tactisch plan.” Iets waar Van Bijsterveld veel tijd in heeft gestoken. “Ik heb vooraf een analyse gemaakt van de spelers, om ze in hun kracht te kunnen zetten. Dat heeft ons goede resultaten opgeleverd.” Trekt hij die resultaten volgend seizoen ook door? “Voor mij is het vooral belangrijk dat de spelers tevreden zijn. De klik met die gasten, is het belangrijkste. Als ze happy zijn, plak ik er graag nog een jaar aan vast.” Want terug van zijn voetbalpensioen of niet. “Ik ben nog steeds net zo fanatiek en wil nog altijd graag winnen.” Iets wat hij stiekem, toch wel een beetje heeft gemist. “Het beviel goed, zo zonder voetbal, maar dit is toch ook wel weer heel leuk. Dat stukje spanning en beleving, om alles eruit te halen, levert heel veel energie op! Zelf bezig zijn, is nog altijd leuker dan kijken!”

Klik op Wilhelmina ’26 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Wilhelmina ’26 voor meer informatie over de club.

‘Ik wil vooral trainer zijn bij mooie clubjes’

0

Bezig aan zijn eerste klus als hoofdtrainer, bevalt het Wesley Heijnen bij vijfdeklasser Achtmaal voorlopig meer dan prima. Want ondanks dat hij nu op een andere manier bezig is met voetbal, blijft de essentie volgens hem hetzelfde. “Deze gasten willen net zo hard trainen, dat vind ik leuk!”

Want na een jaar of tien als jeugdtrainer bij Unitas’30, had Heijnen (41) het naar eigen zeggen wel een beetje gezien. “Ik wilde eens kijken hoe het zou zijn om een eerste elftal te trainen.” Zijn interesse was dan ook al snel gewekt, toen Achtmaal hem een kleine twee jaar geleden belde. “Ondertussen had ik alle leeftijden in de jeugd wel zo’n beetje gehad, en dit is toch heel anders. De gezelligheid van een team, meer voetbalhumor, dat heb je bij wat ouder.” Bezig aan zijn tweede seizoen, had de oefenmeester eigenlijk weinig tijd nodig om te wennen aan die verandering. “Hoofdtrainer zijn van een selectie is op voetbalgebied niet anders.”

Eigen zoon

Al is natuurlijk niet alles hetzelfde, is Heijnen eerlijk. “Bij Unitas’30 waren die jongens er altijd om te trainen, nu komt voetbal wat vaker op het tweede plan.” Want ondanks dat hij ook bij Achtmaal te maken heeft met een jeugdig team. “Krijg je op de dag zelf, soms nog wel eens een afmelding. Maar ik moet zeggen, dat de opkomst goed is!” En niet zonder succes. “Je ziet echt een stijgende lijn.” Precies wat je als trainer natuurlijk wil zien. “Die passie is ontstaan door mijn zoon. Die voetbalde bij Unitas’30, dus ging ik regelmatig een training kijken. Zijn toenmalige trainer zat regelmatig op zijn telefoon, dat vond ik zonde. Daarom ben ik training gaan geven.” Hoewel dat in eerste instantie, niet de bedoeling was, lacht hij. “Eigenlijk wilde ik niet mijn eigen zoon training geven. In totaal heb ik dat uiteindelijk toch een jaar of vijf gedaan.” Iets dat ook als speler, van onder meer Hoeven, de jeugd van RBC Roosendaal, Rood Wit, Unitas’30 en Sprundel, al in hem zat. “Ik speelde centraal op het middenveld en was altijd veel met het spelletje bezig. Teamgenoten coachen, dat soort dingen.” Toch had Heijnen destijds, nooit het gevoel dat hij trainer zou worden. Maar inmiddels in het bezit van zijn VC2, is hij dat dus wel. “Ik wil vooral trainer zijn bij mooie clubjes. Clubs waar ik wat mee heb.” Zoals dus Achtmaal. “Mark Monden, de vorige trainer, ken ik goed, dus die heb ik vooraf wel gevraagd wat voor club het is.” Zijn antwoord, was simpel: “Een gezellige club, een beetje zoals Sprundel.” Precies, zoals Heijnen het voor ogen heeft. En had. “Voor nu trekken mij vooral verenigingen die ik goed ken en waar het gezellig is. Maar waar je ook jeugd door kunt laten komen. Want dat vind ik het mooiste.”

Middenweg

Om spelers vervolgens, verder te helpen ontwikkelen. “Ik ben een geduldige en rustige trainer, die er graag voetbal in probeert te krijgen.” Iets wat vorig seizoen, niet helemaal lukte. “Toen hebben we in die vierde klasse echt op resultaat gespeeld. Maar dat is geen voetbal wat ik graag wil zien.” Gedegradeerd naar de vijfde klasse, hebben ze bij Achtmaal nu niks te verliezen, vertelt Heijnen. “We kunnen niet degraderen, dus wil ik echt van achteruit opbouwen.” Zonder daar al te veel in door te slaan. “In het begin van het seizoen bleven we maar voetballen, nu willen we wel wat sneller vooruit. Af en toe diep, dan weer tussen de linies. Daar moeten we een middenweg in zoeken.” Gelukkig, gaat dat steeds beter. “Je ziet dat je met een jonge ploeg heel snel stappen kunt maken.” Helemaal tevreden met de negende plek op de ranglijst, is Heijnen echter niet. “Normaal zou je zeggen dat het terecht is waar je staat, nu vind ik dat we te weinig wedstrijden hebben gewonnen die we hadden moeten winnen.” Hoe dat komt? “We scoren moeilijk.” Toch had hij, het nodige puntenverlies wel ingecalculeerd, moet Heijnen bekennen. “Ze waren hier jarenlang gewend om de lange bal te spelen, dan weet je dat je in het begin wat minder punten kunt gaan pakken, omdat je probeert om te voetballen. Al had ik niet verwacht dat het er zoveel minder zouden zijn.” De stabiliteit achterin, gaat in ieder geval de goede kant op. “Die misten we wel, maar daardoor maken we nu minder foutjes. Alleen moeten we voorin nog rustiger worden voor de goal. Soms willen we té graag scoren. Dat komt ook met vertrouwen.” Heel veel bezig met de stand, is de inwoner van Sint Willebrord dan ook niet. “Ik wil vooral iedere tweede wedstrijd tegen een team, beter zijn dan de eerste.” In de manier van spelen dus. “Soms spelen we onnodig een lange bal, terwijl we kunnen opbouwen. En dan staan we ook niet goed, voor de tweede bal.” Zaak om daar ook komend seizoen, in te blijven ontwikkelen. Want zijn contract, heeft hij inmiddels al verlengd. “Het is gezellig én we maken stappen in het voetballen. Ik heb het gevoel dat ik die jongens nog wat kan leren, omdat ze nog jong zijn en het een goede groep is met mooie karakters en veel wilskracht. Daarom wilde ik graag nog een jaar blijven!”

Klik op VV Achtmaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Achtmaal voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.