Home Blog Pagina 2

‘Het is één en al gezelligheid’

0

Sinds iets meer dan een jaar, is Ria van Boxtel bij TVC Breda als kantinebeheerster verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de kantine. En ondanks dat er stiekem soms best wel wat tijd in gaat zitten, geniet de moeder van twee voetballende kinderen vooral van alle gezelligheid. “Ze komen nu ook steeds vaker even een praatje maken.”

Want inmiddels, begint Van Boxtel (38) voor de voetballers en supporters van TVC Breda, natuurlijk een bekend gezicht te worden. “Ze herkennen mij nu ook. Dus komen ze vaak even een praatje maken. Dat vind ik hartstikke leuk!” Als werk, ziet de inwoonster van Breda het dan ook absoluut niet. “Het is één en al gezelligheid. Ik heb het enorm naar mijn zin.”

Contact

En dat allemaal, nadat ze ruim een jaar geleden werd gevraagd, door het nieuwe bestuur van de club. “Of ik het leuk zou vinden om kantinebeheerster te worden.” Heel even nagedacht, besloot Van Boxtel het te doen. “Ik was toch al veel op de club én hielp de vorige beheerder regelmatig met allerlei dingen.” Haar band met TVC Breda, gaat dan ook al een lange tijd terug, vertelt ze. “Mijn kinderen voetballen hier allebei. Mijn dochter keept in de JO13-3 en mijn zoon speelt in de JO17-1. Daardoor kom ik er zelf nu ook alweer zo’n twaalf jaar.” Met veel plezier. “De gezelligheid onderling, tussen de verschillende teams, maakt het gewoon een heel leuke club.” Zoals Van Boxtel ook in de kantine, geniet van de gezellige sfeer. “De derde helft en het contact met de mensen, daar doe je het voor!” Al moet er natuurlijk ook wel gewerkt worden. “Op woensdag sta ik vaak achter de bar en ook tijdens clubavonden, ben ik aanwezig. Soms haal ik op vrijdag nog wat dingen uit de vriezer en op zaterdag ben ik er ook altijd.” Om op zondag, de boel schoon te maken en te zorgen voor de bevoorrading. “Dan doe ik de bestellingen voor zowel de keuken, als de bar.”

Drukker

Ook is Van Boxtel, die zelf nooit heeft gevoetbald, verantwoordelijk voor het inplannen van de vrijwilligers. “Dat is soms nog wel eens lastig, omdat je meestal terug moet vallen op dezelfde mensen. Dan is het regelmatig zelf gaten vullen, achter de bar.” Gelukkig, gaat dat steeds beter. “We hebben er een aantal vrijwilligers bij. Dus kan ik door middel van een peiling in de app, iedereen een paar uurtjes inplannen.” En dat is nodig ook. “Je merkt dat het weer drukker begint te worden in de kantine.” Ook aan de reacties. “Die zijn alleen maar positief. De kantine is opgeknapt en mensen zien dat het gezellig is.” De gemiddeld tien uur per week, steekt Van Boxtel er de komende jaren dan ook met alle liefde in. “Ik vind het hartstikke leuk, dus ik wil het zeker nog wel een tijdje blijven doen!”

Klik op TVC Breda voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TVC Breda voor meer informatie over de club.

‘Meiden zijn soms zelfs nóg fanatieker’

0

Door middel van de Girls Soccer Academy meiden die graag willen, een platform bieden. Dat is wat ze bij Boeimeer al een aantal jaar proberen te doen. Als trainer van de MO15 en MO17, weet Jurian van Ham als geen ander hoe belangrijk dat is. En met een hoop talentvolle speelsters die mee mogen trainen bij een BVO, slaagt hij daar samen met de club voorlopig meer dan uitstekend in. “Dankzij onze toenmalige voorzitter heeft het meidenvoetbal een enorme boost gekregen.”

En dat merk je, aan het fanatisme, vertelt Van Ham (35). “De meiden die graag willen hebben echt honderd procent inzet en willen er het maximale uithalen. In de regio rondom Breda, heb je eigenlijk niet zo’n platform. Daardoor is het een kleiner groepje, maar zijn ze nóg fanatieker.” Een fijne doelgroep dus om mee te werken. “Ze zijn ontzettend gedreven, goed aan te sturen en willen heel graag leren.” In zijn geval als trainer van de MO15 én de MO17. “Op maandagavond doet iemand anders de training, maar op woensdag, donderdag en vrijdag doe ik het.” Kortom. “Dat is best een druk programma, maar het is vooral heel leuk om te doen.”

Prestatiegericht

Lid van Boeimeer sinds zijn vierde, weet Van Ham dan ook eigenlijk niet beter. “Vanaf mijn vijftiende ben ik begonnen met training geven.” Eerst bij de kleinere jeugd. “En daarna heb ik alle leeftijdscategorieën wel doorlopen, tot aan het eerste elftal aan toe.” Wat is volgens hem het grootste verschil tussen het trainen van jongens of meiden? “Het fysieke en de aantallen. Bij het jongensvoetbal heb je gewoon veel meer spelers.” Want verder, merkt de inwoner van Breda er eigenlijk niks van, vertelt hij. “Die meiden zijn net zo fanatiek en gedreven. Af en toe misschien zelfs wel nóg fanatieker.” Aangestoken door zijn dochter, besloot Van Ham een jaar of vijf geleden om de overstap te maken naar het meidenvoetbal. “Mijn dochter wilde gaan voetballen, dus daarom ben ik haar toen training gaan geven.” Haar liefde voor het spelletje, heeft ze dan ook van niemand vreemd. “Ik heb zelf ook altijd bij Boeimeer gespeeld. Begonnen als aanvaller en vervolgens steeds verder naar achter. Vooral bij het tweede.” Ervaring, die Van Ham nu dus over probeert te brengen op zijn speelsters. “Als trainer ben ik vooral geïnteresseerd in het beter maken van die meiden. Echt puur het opleiden.” Iets waar ze bij Boeimeer, veel tijd en energie insteken. “We hebben de afgelopen jaren een opmars gezien in het aantal meiden. Ik wil ze graag een platform bieden binnen de club, zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen. Prestatiegericht.” En zoals gezegd, lukt dat vrij aardig. “In totaal trainen er nu twaalf meiden van ons mee bij een BVO en onze meidenteams, spelen op een mooi niveau. Hoofdklasse of divisie.” Het meidenvoetbal, is dan ook populair bij de club uit Breda. “Bij het jongensvoetbal werkt dat makkelijker, omdat de aantallen er vanzelf al zijn. Bij meiden moet je er meer aan doen, om het platform kenbaar te maken.” Vooral qua gedrevenheid, aan de prestatieve kant. “Je wilt dat iedere speelster, op haar eigen niveau kan spelen. De focus ligt bij ons dan ook echt op plezier, ontwikkeling en de ambitie die de meiden hebben.”

Tandje minder

Hoe zouden ze dat nog beter kunnen doen? “Sponsoring zou kunnen helpen. In het creëren van draagvlak, maar ook het verzorgen van materialen en andere randvoorwaarden. We hebben nu bijvoorbeeld sinds afgelopen jaar één VEO-camera binnen de club, om wedstrijden te kunnen filmen.” Kleding en de samenwerking met een fysio, is goed geregeld, vertelt Van Ham. “Maar ook dat, zou je kunnen verbreden.” Al is het alleen maar, om zijn werk op het veld makkelijker te maken. “Ik ben vooral heel veel bezig met het samenwerken met én zonder bal. Om dat, vanuit een bepaalde structuur te doen. Daar valt de grootste winst te behalen.” En als trainer van twee teams, kan de voormalig voetballer het weten. “Dat blijf ik niet voor altijd doen. Soms is het best wel een hoop geregel. Mijn dochter speelt bij de MO15, dus de afspraak is dat ik daar altijd bij ben op zaterdag. Maar soms is het niet te doen, om er bij allebei de teams te zijn.” Overleggen, gaat dan weer een stuk soepeler. “Dat is lekker makkelijk, met mezelf.” Bijvoorbeeld over speelsters. “In de basis hebben we er gelukkig altijd genoeg.” Hoe zou hij zichzelf omschrijven als trainer? “Ik probeer alles uit die meiden te halen. Dat is ook meteen mijn valkuil, dat ik er soms te kort op zit, omdat ik dan té graag wil. Soms kun je met een tandje minder, juist meer bereiken.” Want, zo gaat Van Ham verder. “Fouten maken mag, als het maar met de juiste intentie is.” Bezig aan zijn VC2-cursus, waarvoor hij stageloopt bij de MO20, zit ook de trainer zelf, allesbehalve stil. Wat zijn op dat vlak, zijn ambities? “Ooit zou ik wel een eerste elftal willen doen, maar voor nu ben ik met die meiden bezig. Met de MO17 trainen we drie keer in de week en je merkt, dat het meidenvoetbal hier echt aanzien heeft in de regio. Ze komen overal vandaan.” Boeimeer verruilen voor iets anders, zal Van Ham dan ook niet zo snel doen. “Ik ben een man van de club. Dit is gewoon mijn tweede thuis. Ik heb geen reden om ergens anders heen te gaan. Alleen hebben we hier nu geen eerste elftal… Of ik open zou staan voor een andere club? Dat weet ik niet.”

Klik hier voor meer informatie over BSV Boeimeer.
Klik hier voor meer artikelen over BSV Boeimeer.

Traets gaat clubs helpen: ‘Anders krijg je last van blessures’

0

Na 35 jaar actief te zijn geweest als sporttherapeut bij meerdere voetbalverenigingen, begint Ron Traets komend seizoen voor zichzelf. Geen vaste verzorger meer bij een club, maar door iedere vereniging in te huren. Als Traets Performance. “Het is mooi om spelers beter terug te krijgen.”

Een heel klein beetje met die insteek, maar vooral uit interesse, besloot Traets (58) in 1991 dan ook om de cursus tot sportmasseur te gaan doen. “Dat vond ik zo leuk, dat ik meer wilde weten.” De inwoner van Steenbergen volgde vervolgens een HBO-studie tot sporttherapeut en zat ook in de jaren daarna, allesbehalve stil. “In totaal heb ik nu 28 cursussen afgerond.” En dus bij meerdere voetbalclubs gewerkt, onder meer als verzorger. “Ik ben begonnen bij De Schutters, daarna zat ik bij VES’35, SC Gastel, Jong Oranje (zaal), RBC, Cluzona en de laatste tien jaar, bij Moerse Boys.”

Intensiteit

Daar komt, onder de noemer van Traets Performance, na dit seizoen dus een einde aan. “De afgelopen vier jaar, ben ik mezelf al meer gaan richten op performance trainingen. Dat wil ik nu gaan doen bij allemaal verschillende clubs.” In combinatie met conditietrainingen, hersteltrainingen én blessurebehandelingen. “Ik heb allerlei apparatuur gekocht. Bijvoorbeeld lasers, om sprinttrajecten uit te zetten en start- en eindsnelheid te kunnen testen.” Ook trackers, zitten in zijn assortiment. “Die kun je bij een speler om zijn kuit doen, zodat je alles kan meten. Van sprints, tot aan aantal kilometers én schoten.” Maar vooral, de intensiteit, legt Traets uit. “Zodat je de intensiteit van trainingen, op wedstrijdniveau kunt brengen. Als daar een te groot verschil tussen zit, krijg je natuurlijk last van blessures.” Wat kunnen clubs verder van hem verwachten? “Voetbalclubs kunnen mijn kennis inkopen en ik kom training geven. Op het gebied van performance, conditie, blessures en revalidatie.” Meerdere clubs, waaronder Moerse Boys, Sprundel en Gilze, hebben al contact met hem gezocht. “In overleg kijken we dan welk pakket het beste past. Vaak zijn dat een zestal trainingen, tijdens de voorbereiding, winterstop en in de eindfase. Maar ook trackers voor tijdens de training en de wedstrijd. Om te kijken naar de intensiteit. Plus natuurlijk een stukje blessurebehandeling.” En preventie. Want daar, is volgens Traets misschien wel de grootste winst te behalen. “Ik heb in die 35 jaar een hoop kennis opgedaan, onder meer door cursussen te volgen bij Errol Esajas, voormalig sprinter en tegenwoordig performance coach. Die zei altijd: als je met lege banden onder je auto gaat rijden, slijten ze harder. Dat is met voetballers in principe niet anders. Als je verkeerd loopt, slijten je gewrichten harder.”

Ongeluk

En dus gaat Traets vooral ook kijken, naar hoe spelers bewegen. Naast het bepalen van de anaerobe drempel. “Dat is het punt waarop je lichaam in de verzuring komt. Door dat punt te verleggen, kun je door speciale trainingsvormen helpen je lichaam efficiënter met lactaat om te gaan en je anaerobe capaciteit te verhogen. Lactaat gebruik je namelijk ook als brandstof. Dat gaan we tijdens mijn trainingen proberen te doen. Onder meer door de VIAD-test.” Precies daar, haalt Traets zijn voldoening uit. “Het is mooi om spelers beter terug te krijgen dan dat ze waren.” Iets wat in zijn eigen geval, na een ongeluk en de nodige operaties, niet meer lukte. “Ik ben op mijn negentiende aangereden door een auto. Toen heb ik het tot mijn 24ste nog geprobeerd, maar ieder jaar moest ik weer opnieuw geopereerd worden aan mijn been.” Ook schade aan zijn longen en borst, besloot de aanvaller er een punt achter te zetten. Bij De Schutters. “Ik heb nooit ergens anders gespeeld.” Heel vreemd was het dan ook niet, dat de spits of buitenspeler bij die club, begon als sportmasseur. “Op die manier ben ik er eigenlijk een beetje ingerold.” En nog altijd, met veel plezier. “Al heb ik er nu wel bewust voor gekozen, om straks de weekenden vrij te houden. Zodat ik die tijd, lekker aan mijn zes kleinkinderen kan besteden.” Maar eerst, nog kampioen worden met derdeklasser Moerse Boys. “Dat zou een heel mooie afsluiter zijn! Als we iedereen maar fit kunnen houden, dat is het belangrijkste.”

‘Veel kinderen komen los door de voetbal’

0

Op zoek naar een team voor zijn stage op school, werd Jens van Bijnen acht jaar geleden assistent-trainer van de JO9. Dat beviel hem zo goed, dat de inwoner van Prinsenbeek heel wat jaren later, nog altijd vol enthousiasme jeugdtrainer is bij Beek Vooruit. “Het is leuk om mijn passie voor voetbal over te brengen.”

Iets waar de inmiddels 23-jarige Van Bijnen, dus al op zijn vijftiende mee begon. “Ik moest stagelopen voor school en was op zoek naar een team.” Dat team, werd dus de JO9 van Beek Vooruit. “Bij Stefan van der Linden. Dat leek me leuk, omdat ik ook nog samen met zijn zoon had gespeeld.” Via de JO12, een jaartje NAC JO11, assistent van de JO17 en JO13, kwam de jeugdtrainer uiteindelijk na drie jaar als hoofdtrainer van de JO13 bij de JO14 terecht. Het team dat hij nu training geeft. “Je kan ze zoveel bijbrengen.”

Schorre stem

Bijvoorbeeld dus zijn eigen passie voor het voetbal. “Dingen die ik zelf heb ervaren als voetballer, meegeven aan die kinderen.” Sowieso, vindt Van Bijnen het leuk om met kinderen bezig te zijn, vertelt hij. “Ik werk op een BSO en als onderwijsassistent op een school.” Zelf voetballen, doet hij daarnaast dus ook nog. “Tot en met de JO19 heb ik altijd in de eerste teams gespeeld, maar toen ik trainer werd bij NAC, ben ik gestopt met selectievoetbal. Puur omdat dat niet meer te combineren was.” Inmiddels, voetbalt hij in het vijfde. “Twee jaar geleden heb ik mijn kruisband en meniscus gescheurd, en afgelopen december, heb ik mijn sleutelbeen gebroken.” Gelukkig heeft hij daar tijdens het training geven, geen last van. Wat maakt jeugdtrainer zijn nou zo leuk voor hem? “Je ziet bij die gasten echt dat er groei in zit. Als voetballer, maar ook als persoon. Veel kinderen komen los door de voetbal.” En door zijn manier van werken. “Door mijn leeftijd, kan ik natuurlijk heel goed tussen de groep staan.” Aan zijn fanatisme, ligt het dan ook niet. “Ik kan redelijk fanatiek zijn. Die passie probeer ik er ook wel in te leggen, zodat ik ze echt wat bij kan brengen. Mijn stem, zal je altijd horen langs de lijn.” Die is, na een week, dan ook wel wat schor, lacht Van Bijnen. “Dat komt ook door school, haha!” Met Maikel Kitslaar en Pieter Visschers, heeft hij in ieder geval twee assistenten die zijn stem zo nu en dan over kunnen nemen. “Soms trainen we op dinsdag wel eens apart in groepjes. Op donderdrag trainen we altijd richting de wedstrijd.”

Volgende stap

Voor het derde jaar op rij, met dezelfde groep. “We zijn drie seizoenen geleden vooral begonnen met techniek en loopladders, nu komt er ook steeds meer tactiek bij kijken.” Hoe ziet Van Bijnen dat in de toekomst voor zich? “Ik heb het nu al best wel druk met alles, maar zou graag verder willen als trainer. Misschien ooit wel bij een BVO. Daarom denk ik er nu wel over na om mijn VC3 te gaan doen.” Al ziet hij dat de komende twee jaar, nog niet gebeuren. “Ik ben nu bezig met mijn opleiding tot onderwijsassistent, dus dat zou wel te veel worden.” Een vertrek bij Beek Vooruit, sluit Van Bijnen op voorhand niet uit. “Vorig jaar ben ik nog op gesprek geweest bij RBC, dan merk je toch dat alles daar wat professioneler is. Dat zou een mooie volgende stap zijn. Of Baronie. Ook daar heb ik een keer gesproken.” Toch besloot hij dus, om het niet te doen. “Dat was lastig te combineren, met mijn werk en opleiding.” Hoe dan ook, zal Beek Vooruit voor hem altijd speciaal blijven. “Ik ben hier op mijn zesde begonnen en heb nog nooit ergens anders gezeten. En om als trainer bezig te zijn met jongens uit Prinsenbeek, is toch wel bijzonder. Gewoon dat dorpse en allemaal op je eigen dorp blijven.” Een dorp, vol met bekende gezichten. “Daardoor spreek je ouders ook vaak en zie je de kinderen ook buiten de voetbal.” Een groep kinderen, waar Van Bijnen iedere dag opnieuw van geniet. “Ondanks dat het soms best een pittige groep is. Het zijn best wel haantjes en ze hebben allemaal hun mondje bij. Vooral tegen elkaar.” Of de nummer zes, die ook als voetballer veel te fanatiek is, meegaat naar de JO15, weet hij nog niet. “Het kan ook dat ik bij de JO14 blijf.” Aan zijn manier van werken, zal in elk geval niks veranderen. “Ik probeer altijd van eigen kracht uit te gaan. We hebben goede voetballers, dus wil ik graag aanvallend voetbal spelen.” En dingen proberen. “Om spelers uit te dagen. Ze moeten met lef voetballen en fouten durven maken.” Lekker vooruit dus. “Je moet niet te verdedigend denken. Verdedigers mogen van mij ook gewoon inschuiven!”

Het blijft zoeken naar de balans voor UVV’40

0

Zorgen dat de materialen er zijn, het wedstrijdformulier invullen én zelf een wedstrijd spelen. Ties Jansen is bij vijfdeklasser UVV’40 naast voetballer, ook teammanager. En dus heeft de inwoner van Breda het er op zaterdag maar druk mee. “Vanaf de warming-up ben ik speler en gaat de knop om.”

Het verhaal is bekend. Begonnen als een vriendenteam, werd het tweede elftal van UVV’40 een aantal seizoenen geleden doorgeschoven naar het eerste. En behalve prestatief voetballen, komen daar meer dingen bij kijken, vertelt Jansen (27). “Er lagen allerlei taakjes voor het oprapen, toen heb ik de rol van teammanager opgepakt. Dat gaat goed!” Van schema’s maken voor het rijden, tot zorgen voor genoeg spelers. “Ik ben gewoon gezellig met mijn vrienden op pad én ik vind het leuk om dingen te regelen.”

Fanatisme

Een eigenschap die Jansen als projectmanager, wel in zich heeft. “Ik houd ervan als dingen goed geregeld zijn. Dus dan doe ik het maar zelf. Dan ben ik in ieder geval in control.” Tot tevredenheid ook van zijn teamgenoten. “De jongens vinden het ook leuk!” Maar hoe gaat dat er tijdens een zaterdagmiddag aan toe? “Vanaf de warming-up ben ik speler en gaat de knop om. Dan ben ik gewoon voetballer. Dat blijft toch het leukste.” En dat begon voor Jansen, bij Baronie. “Daar heb ik heel mijn jeugd gespeeld.” Een logische keuze, zo blijkt. “Een groot deel van mijn familie, heeft daar ook altijd gevoetbald. Er is zelfs een veld naar mijn opa vernoemd.” Tot Jansen in Nijmegen ging studeren en besloot om daar in de buurt te gaan voetballen. “Onder meer bij Blauw Wit en Kunde. Een echte studentenclub.” Na zijn studie Bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit, verhuisde Jansen weer terug naar Breda en kwam hij bij UVV’40 terecht. “Veel jongens waar ik samen mee speelde bij Baronie, waren inmiddels naar hier gegaan.” Vijf jaar later, nog altijd met evenveel plezier. “Het is een leuke en gezellige dorpsclub. En ik vind het leuk om in een eerste elftal te spelen. Selectievoetbal is toch leuker dan in een vriendenteam.” Jansen heeft het naar eigen zeggen, dan ook enorm naar zijn zin. “Ik vind het leuk als het ergens om gaat, maar het ook heel gezellig is als vriendengroep.” Toch wint het fanatisme, het bij hem vaak van de gezelligheid. “Als we bezig zijn, ga ik er vol voor en wil ik gewoon presteren. Als we verliezen, kan ik er echt een heel weekend ziek van zijn.”

Serieus oppakken

Helaas voor Jansen, doen ze dat bij UVV’40 dit seizoen vaker dan verwacht. “We staan nu negende, dus de resultaten vallen behoorlijk tegen.” Een verklaring, heeft hij daar overigens wel voor. “Op papier hebben we een grote selectie, maar de opkomst wisselt enorm. Daardoor zijn we heel wisselvallig.” Tevreden, zijn ze bij de vijfdeklasser dan ook allerminst. “We hebben een team met zoveel kwaliteit en we weten dat we het kunnen. Alleen is het lastig, als je niet iedere week met dezelfde elf in het veld staat.” Daarnaast, blijft het schakelen tussen serieus zijn en plezier hebben, merkt Jansen. “Daar komt ook een stukje conditioneel bij kijken. We trainen maar één keer in de week, maar sommige jongens zijn er alleen op zaterdag. Die trainen nooit met de groep. Terwijl veel tegenstanders, bijvoorbeeld wel gewoon twee keer trainen.” Met een gat van meer dan tien punten naar de eerstvolgende op de ranglijst, wordt stijgen nog lastig genoeg. “We zijn eigenlijk een beetje de beste van de slechtsten. Ondanks dat het verschil groot is, zouden we graag in het linkerrijtje willen eindigen.” Het doel, is dan ook simpel: “Meer punten halen. De derde periode winnen zou heel mooi zijn, maar eerst moeten we maar eens een reeks neerzetten en dat gevoel van winnen terugkrijgen. Het heeft nu geen zin om hoog van de toren te blazen.” Dat doet de rechtsback of nummer zes dan ook niet. “Ik probeer te zorgen dat mijn man niet scoort. Iemand die het moet hebben van hard werken en simpel spelen. Al heb ik wel een goede lange pass.” Een pass waar ze bij UVV’40 voorlopig, nog wel even van kunnen genieten, tenminste als het aan Jansen zelf ligt. “Ik hoop hier nog jarenlang te spelen. Dat hebben we ook met elkaar uitgesproken, als team.” Maar dan wel, door de boel wat serieuzer op te pakken. “We willen heel graag naar die vierde klasse, gewoon om ons daar te kunnen meten. Alleen blijft het zoeken naar de ‘sweetspot’ tussen gezelligheid en serieus voetballen. Dat komt wel, maar heeft gewoon even tijd nodig.”

Klik op UVV’40 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op UVV’40 voor meer informatie over de club.

Voorbeschouwing: MEC’07 – SSW

Op zaterdag 4 april staat op Sportpark MEC’07 in Maurik een interessante ontmoeting op het programma in de 5e klasse C. MEC’07 ontvangt SSW uit Dordrecht in een duel dat gezien kan worden als een topper in de competitie. De aftrap is om 14:00 uur.

Vorm MEC’07
MEC’07 laat de laatste weken een redelijk stabiel beeld zien. De ploeg bleef in de laatste drie wedstrijden ongeslagen, met onder andere een overwinning op Leerdam Sport’55 en een gelijkspel tegen Well. Eerder werd nog nipt verloren van Kerkwijk, terwijl de ruime zege op DSS’14 (11-0) het aanvallende potentieel van de ploeg onderstreepte.

Met deze resultaten blijft MEC’07 goed meedraaien in de bovenste regionen van de ranglijst.

Vorm SSW
SSW verkeert eveneens in goede vorm, ondanks de recente nederlaag tegen ASH (2-1). Daarvoor boekte de ploeg overtuigende overwinningen op Kerkwijk (3-0), FC Dordrecht Amateurs (2-0) en Real Lunet (0-8).

De ploeg uit Dordrecht laat zien gemakkelijk te scoren en beschikt over een sterke reeks, wat het tot een serieuze tegenstander maakt.

Onderlinge belangen
Beide teams zijn terug te vinden in de bovenste helft van de competitie en hebben belang bij een goed resultaat. In deze fase van het seizoen kunnen onderlinge duels tussen directe concurrenten van grote invloed zijn op de ranglijst.

Verwachting
De wedstrijd lijkt op voorhand in evenwicht. MEC’07 heeft het thuisvoordeel en liet zien moeilijk te verslaan te zijn in recente wedstrijden. SSW beschikt over scorend vermogen en zal proberen het initiatief te nemen.

Het duel kan worden beslist op details, waarbij zowel effectiviteit in de afronding als defensieve organisatie een belangrijke rol zullen spelen.

Conclusie
MEC’07 – SSW belooft een aantrekkelijk duel te worden tussen twee ploegen die in vorm zijn en bovenin meedraaien. Met belangrijke punten op het spel ligt een spannende wedstrijd in het verschiet, waarin beide teams een stap kunnen zetten richting de slotfase van het seizoen.

Klik op MEC’07 voor de laatste artikelen over de club.

Klik op SSW voor de laatste artikelen over de club.

Wiegerink geniet als jeugdtrainer: ‘Doen wat ze leuk vinden’

0

Als trainer van de JO11 en de MO13 van Bavel, maakt Robbert Wiegerink vaak lange avonden. Maar ondanks dat het soms best wel druk is, vindt het voetbaldier uit Breda het vooral heel erg leuk. “Het is heel tof om met zo’n groep aan de slag te gaan.”

Drukke, maar leuke avonden dus. “We trainen op dezelfde dag, dus dan sta ik gewoon wat langer op het veld.” Twee keer als trainer van de jongens en één keer per week bij de meiden. “Eerst van 17:15 uur tot 18:30 uur de jongens en daarna de meiden. Bij de MO13 hebben we er met Richard (den Hoed) een trainer bij, dus die is daar nu wat meer verantwoordelijk.” Een extra paar handen en ogen, die ze goed konden gebruiken, vertelt Wiegerink (40). “Anderhalf jaar geleden zijn we bij Bavel begonnen met de MO11, toen hadden we net genoeg speelsters. Daarna zijn we gaan flyeren op scholen en kwamen er steeds meer meiden bij. Nu zitten we op twintig!”

Aandacht geven

Hoe is het voor hem om training te geven aan zowel een jongens- als meidenteam? “Meiden hebben vaak eerst tien minuten nodig om hun verhaal te doen en zijn onderling bezig, jongens pakken een bal en gaan voetballen.” Maar, zo heeft Wiegerink gemerkt. “Tijdens een training luisteren meiden beter, die zijn meer gefocust.” Even wennen, was het in het begin voor de jeugdtrainer wel, is hij eerlijk. “Je bent toch jongens gewend. Ik benader ze op precies dezelfde manier, daar zit geen verschil in. Alleen leg je de lat wat minder hoog, qua vormen en uitleg.” Aanpassen aan het niveau dus. “Sommige meiden zitten voor het eerste jaar op voetbal. Dus daar moet je toch rekening mee houden.” Gelukkig, heeft Wiegerink als jeugdtrainer inmiddels genoeg ervaring opgebouwd. “Ik ben zes jaar geleden begonnen. Met de kleintjes op woensdagmiddag. Vervolgens ben ik steeds een team omhooggegaan.” Onder meer als trainer van zijn dochter en twee zoontjes. “Dat vind ik hartstikke gaaf om te doen! Lastig is het eigenlijk niet, omdat ik merk aan mezelf dat ik iedereen de nodige aandacht geef. Dat hoor ik ook van ouders.” Zijn liefde voor het spelletje, zit er dan ook van jongs af aan al in, bij Wiegerink. “Ik heb zelf altijd bij Baronie, JEKA, VVR en PCP gespeeld. Uiteindelijk ben ik vanwege een kruisbandblessure gestopt.” Niet geopereerd, ging er aan hem een speler met veel inzicht verloren. “Van mijn snelheid moest ik het niet hebben.” Iets voordoen op de training, lukt hem gelukkig nog wel. “En soms doe ik zelfs nog mee bij de veteranen.”

Fouten maken

Bij Bavel dus. “Mijn dochter wilde gaan voetballen en Bavel staat toch wel bekend om het meidenvoetbal. Veel clubs in Breda zijn groot, terwijl ik het mooi vind dat hier ieder team evenveel aandacht krijgt.” Voor Wiegerink zelf, een belangrijke reden om training te gaan geven. “En ik ben een voetbaldier. Dus dat zit er toch in.” Wat maakt het trainer zijn voor hem nou zo leuk? “Het is vooral heel tof om met zo’n groep aan de slag te gaan. Ik heb door mijn werk in de hulpverlening een pedagogische achtergrond, dus ik vind het mooi om die kinderen te zien groeien buiten de voetbal.” En iets te zien doen waar ze blij van worden. “Dat is heel waardevol. Daar krijg je veel voor terug.” Wiegerink stopt er dan ook met alle liefde tijd en energie in. “Het is mooi om te zien dat kinderen zich veilig voelen en de vrijheid hebben om te doen wat ze leuk vinden. Om daar een aandeel in te hebben, geeft mij voldoening. Hopelijk leren ze er ook nog wat van.” Want daar, draait het uiteindelijk natuurlijk wel om. “Ik ben een toegankelijke trainer en hecht veel waarde aan het groepsproces. Mijn coaching is altijd positief.” In combinatie met duidelijkheid en structuur. “Fouten maken mag. Iedere speler moet zich vrij voelen om zijn of haar ding te doen.” Alleen dan, ontwikkel je optimaal, vindt Wiegerink. “Ik probeer zoveel mogelijk bij de spelers zelf neer te leggen. Veel vragen stellen om het leervermogen te vergroten. Zelf in zien dat ze het anders kunnen doen, leren ze meer van.” In het bezit van zijn VC1-diploma van de KNVB, volgde Wiegerink onlangs ook de cursus tot voetbalscout bij de voetbalbond. “Daar leer je toch weer dingen die je ook kunt gebruiken als trainer.” En als lid van de jeugdcommissie bij Bavel. “Dat doe ik inmiddels ook alweer zo’n vijf jaar.” Al staat hij nog altijd, het liefste op het veld. “Dat vind ik echt heerlijk! Als het kan, zou ik zo mijn salaris inleveren en vijf dagen per week training geven.” Ambities, heeft Wiegerink dan ook genoeg. “Ik zou het heel gaaf vinden om ooit werkzaam te zijn bij een BVO en jeugdspelers verder te helpen.” In welke rol dan ook. “De focus ligt vaak op winnen, waardoor trainers langs de lijn alles voorzeggen. Dat vind ik zonde. Kinderen zitten in hun ontwikkeling, dus moet je ze zelf keuzes en fouten laten maken. Ook dat mentale stukje, probeer ik aandacht te geven.”

Klik op vv Bavel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Bavel voor meer informatie over de club.

Van hard trainen bij NAC naar jeugdinternational

0

Op zijn tiende liep hij voor het eerst rond op het complex bij Boeimeer. Inmiddels is Rayan van Aarst zestien jaar oud en geldt hij als één van de High Potentials van de club. De centrale verdediger van NAC Onder 17 weet wat hij wil: heel hard werken om bij NAC te slagen. “Speler worden van de eerste selectie van NAC, dat is mijn belangrijkste doel.”

Zijn liefde voor voetbal begon op vierjarige leeftijd. “Ik keek veel naar mijn broer en nam het spelletje van hem over.” Op zijn tiende, maakte hij de overstap naar NAC. “Sindsdien is het mijn tweede huis geworden.” Buiten het veld omschrijft hij zichzelf als ambitieus en sociaal. Iemand die zich makkelijk aanpast aan een groep. Die eigenschap helpt hem, zowel binnen als buiten het veld.

Internationale podium

Vorig seizoen tekende hij, samen met Pepijn Reulen, Thomas Goos, Jemuel Erat en Christian Chiza, zijn eerste profcontract bij NAC. Een beloning die vertrouwen geeft, maar ook verwachtingen met zich meebrengt. “Het laat zien dat de club in mij gelooft en mij ziet als een potentiële speler van NAC 1. Maar ik moet het zelf waarmaken.” Als centrale verdediger ligt zijn kracht in leiderschap en de typische NOAD-instelling: nooit opgeven, altijd doorzetten. “Ik ben fel in duels en ga de strijd altijd aan.” En als hij zelfkritisch is: “Wil ik mijn mentaliteit verbeteren. Nog meer gefocust blijven op mijn eigen taken en minder bezig zijn met randzaken.” Die leergierige houding, bracht hem naar het internationale jeugdpodium. Van Aarst werd opgeroepen voor de jeugdselecties van Oranje én Marokko (Onder 17). Voor Oranje O17 maakte hij door een afgelaste wedstrijd nog geen minuten, maar bij Marokko O17 wel. “Dat voelde als een beloning voor het harde werken.” Bij Marokko speelde hij samen met talenten van Europese topclubs als Chelsea, Real Madrid en AS Monaco. “Dan merk je dat het niveau hoog ligt. Internationaal worden fouten direct afgestraft. In de competitie kom je er soms nog mee weg, maar daar niet. Voor mij een heel mooie leerschool.” Qua speelstijl ziet hij duidelijke verschillen. “Bij Oranje is het wat meer voetballend en zoekt men vaker oplossingen over de grond. Marokko schakelt sneller van speelstijl als dat nodig is.” Een definitieve keuze tussen beide landen, heeft hij nog niet gemaakt, en dat hoeft ook nog niet.

Voetbal en school

Van Aarst traint al regelmatig mee met het eerste elftal in Zundert. Het verschil met de jeugdteams was meteen duidelijk. “Het tempo ligt hoger en het is meer fysiek. Echt fysiek voetbal.” Via het High Potentials-traject traint de jeugdinternational wekelijks extra met stafleden van het eerste elftal. “De tips van assistent-trainers neem ik mee in mijn wedstrijden. Dat maakt echt verschil.” Zijn dagen zijn strak gepland: in de ochtend trainen, daarna krachttraining en ‘s middags school. Meestal online, via het Johan Cruyff College Roosendaal. “Ik combineer voetbal en school al zo lang dat ik het gewend ben en niet anders weet”, zegt hij nuchter. Zijn ouders staan altijd langs de lijn en in zijn vrije tijd spreekt het talent, die Virgil van Dijk als voorbeeld heeft, graag af met vrienden. Van Aarst over zijn ontwikkeling en sterke punten: “Ik ga mijn verdedigende duels agressief aan, ben kopsterk, kan een crossbal geven en heb leiderschap.” Trots is hij voor nu vooral op zijn oproepen voor de jeugdteams van Nederland en Marokko. Momenten die bevestigen dat zijn harde werk loont, maar hij weet dat er nog veel werk aan de winkel is.

‘Ik zou echt niet meer op zondag willen spelen’

0

Overgestapt van de zondag naar de zaterdag, komt TVC Breda dit seizoen uit in de vijfde klasse. En na een goede start van de competitie, doet de ploeg mee voor de bovenste plekken. Een prestatie waar de pas zeventienjarige Keano Aerts meer dan tevreden mee is. “We hadden niet echt een doelstelling.”

Want hoewel TVC Breda dit seizoen op papier dus een niveau lager uitkomt, merkt de middenvelder daar in de praktijk eigenlijk niet heel veel van. “In de vierde klasse kreeg je meer ruimte om te voetballen, nu is het meer fysiek.” Terwijl ook de ploegen boven hen, behoorlijk goed kunnen voetballen, vindt Aerts. “Daardoor valt het niveauverschil met vorig jaar heel erg mee.”

Team blijven

Met een plek bij de eerste vijf, kan de inwoner van Breda dan ook wel leven. “We hadden niet echt een doelstelling, maar daar ben ik zelf wel tevreden mee!” Al had het misschien nog wel beter gekund, is hij eerlijk. “We begonnen heel goed aan het seizoen, daarna hebben we een aantal wedstrijden verloren.” Inmiddels, hebben ze de handschoen weer opgepakt. “In die lastige periode, zijn we als groep wel bij elkaar gebleven. Dat was heel fijn.” Toch mogen ze soms best iets kritischer op elkaar zijn, vindt hij. “Op een positieve manier. Want we moeten natuurlijk wel een team blijven.” Zeker, als de ploeg nog meer wil. “Ik hoop dat we nog een paar plekken kunnen stijgen. Dat zou leuk zijn!” Een echt doel, is dat overigens niet. “Maar we zullen ons uiterste best doen.” Op zaterdag dus, in plaats van op zondag. “Dat vind ik veel fijner. Ik zou nu echt niet meer op zondag willen spelen.” Helemaal in zijn geval, was het afgelopen seizoen soms best druk, vertelt hij. “Vaak speelde ik op zaterdag met de jeugd en zat ik op zondag bij het eerste.” Inmiddels, doet Aerts dat niet meer. “Vorig jaar zat ik ook al vast bij het eerste, maar speelde ik ook nog jeugdwedstrijden. Nu zit ik alleen bij de selectie.”

Meer durven

Een stap, die Aerts al op zijn vijftiende maakte, zo blijkt. “Dat was in het begin best wel even wennen. Aan het fysieke gedeelte, maar ook aan het voetbal. Daar heb je wel even de tijd voor nodig.” Gelukkig, gaat dat steeds beter, merkt de jongeling. “Ik ben aan het groeien en heb vooral voetballend stappen gemaakt, vind ik. Ik durf meer, daar ben ik blij mee. Al mag het nog meer!” Als middenvelder dus. “Ik was altijd aanvaller, nu sta ik linksmid. Iemand die veel loopt, vaak zonder bal. Een echte kilometervreter.” Een lopende speler, die kan aanvallen én verdedigen. “Maar verdedigend kan het nog beter.” Kwaliteiten, waar ze bij TVC Breda sinds zijn zesde al van kunnen genieten. “Al mijn vrienden zitten hier. Zowel in de jeugd, als bij het eerste. Daardoor zit ik hier gewoon op mijn plek.” Nog nooit ergens anders gevoetbald, ziet Aerts zichzelf dat voorlopig ook nog niet zo snel doen. “Ik wil zeker niet weg.” En de reden daarvoor, is simpel. “Natuurlijk heeft iedereen ambities om stappen te maken, maar ik kijk daar eigenlijk niet zo naar. We hebben een jonge ploeg en ik moet nog veel leren. Dat kan hier!”

Klik op TVC Breda voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TVC Breda voor meer informatie over de club.

Emonts op zijn plek bij Groen Wit: ‘Het plezier dat ze hebben’

0

Als liefhebber van het spelletje en oud-speler van onder meer SAB, JEKA en DIA, zag Collin Emonts het een seizoen of vier geleden, wel zitten om jeugdtrainer te worden bij Groen Wit. En begonnen bij de mini’s, is de inwoner van Breda inmiddels bij de JO10-2 aanbeland. Als assistent-trainer en leider. “Die groei vind ik leuk om te zien.”

Want groeien, dat doen ze, bij de JO10-2 van Groen Wit. Voetballend gezien dan. “Fysiek zijn we klein, maar als je ziet hoe we voetballen. Het positiespel zit er echt in.” Samen met Jaap Troost, geniet Emonts (40) daar als trainer dan ook het meeste van. “Je ziet die gasten groeien. Die ontwikkeling, vind ik leuk om te zien.” In zijn geval, op de woensdagavond en zaterdagochtend. “Tijdens de training help ik Jaap en op zaterdag, doen we samen de coaching.”

Fanatiek

Een rolverdeling, die hem uitstekend bevalt, vertelt hij. “Jaap heeft de pupillencursus gedaan, dus is beter in het bedenken van oefenstof dan ik. Daarnaast is hij een stuk rustiger, dat vult elkaar goed aan.” Trainingen bedacht door Troost, zorgt Emonts voor de ondersteuning. “Ik ben meer een beetje de motivator. Af en toe aanwijzingen geven en die jongens op scherp zetten.” En dat begon, dus allemaal zo’n jaar of vier geleden. “Eerst bij de mini’s en later werd ik leider bij de JO7.” Waarom? “Omdat ik het spelletje heel leuk vind, maar ik ook weet hoe lastig het is om vrijwilligers te vinden. Daardoor voelde ik mezelf ook wel een beetje verplicht om een team te coachen of te begeleiden.” Als trainer, van zijn zoon. “Dat is voor hem soms nog wel eens lastig, denk ik. Ik ben behoorlijk fanatiek en ook extra kritisch op hem. Al probeer ik daarin te minderen.” Hoe gaat dat thuis? “Daar is het onderwerp van gesprek vaak voetbal.” Heel gek, is dat gezien zijn eigen verleden als keeper ook niet. “Ik ben begonnen bij SAB, daarna heb ik in de jeugd gespeeld bij NAC en later in het eerste van JEKA, Unitas’30 en DIA.” Zijn liefde voor het spelletje, heeft Emonts in ieder geval doorgegeven aan zijn zoon. “We gaan regelmatig samen naar NAC, dat vindt hij hartstikke leuk.” Zoals ook de voetballiefhebber zelf, ervan geniet om bezig te zijn met zijn zoontje. “Ik vind voetbal gewoon heel leuk en sta graag op een voetbalveld. Als je dat samen met je zoon kan doen, is dat natuurlijk geweldig.”

Vriendjes

Maar ook van de rest van het team, kan Emonts ontzettend genieten. “Als je kijkt naar het plezier dat ze hebben, de ontwikkeling en hoeveel meer voetbal er nu in zit.” En dat allemaal, door op maandag, dan helpt Rob van Doornum, en woensdag, hard te trainen. “We doen veel pass- en trapvormen, positiespelletjes en partij.” Bij de club waar Emonts zelf, dus nooit heeft gevoetbald. “Ik ben echt door mijn zoontje bij Groen Wit terechtgekomen.” Een bewuste keuze, legt hij uit. “Vroeger ging iedereen uit de buurt naar SAB, nu gaan alle kinderen naar hier. Dus wilde mijn zoontje dat ook, om samen met zijn vriendjes te voetballen.” En in welk shirt zijn zoon ook speelt. “Als hij maar plezier heeft!” Aan de sfeer, ligt het in ieder geval niet. “Groen Wit is een klein clubje, daardoor is het extra gezellig.” Al schuilt daar ook het gevaar, weet de jeugdtrainer. “Het vinden van voldoende vrijwilligers, is best wel een uitdaging. Net als het hebben van genoeg ruimte.” Toch blijft Emonts, als het aan hem ligt, de komende jaren fanatiek betrokken. “Ik heb geen ambitie om echt hoofdtrainer te worden of mijn papieren te halen, maar vind het heel leuk om in een begeleidende rol mijn steentje bij te dragen!”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.