Home Blog Pagina 2

De gangmaker van Gastel: hoe deze Kruislander zijn nieuwe thuis vond

0

Mats Helmons gaat nooit meer weg bij SC Gastel. Of hij nou in het eerste blijft, of in een lager team terechtkomt. Volgend jaar mikt de centrale verdediger in ieder geval nog op een plekje in de A-selectie: „Wat de toekomst daarna brengt, weet ik nog niet.’’

Sinds drieënhalf jaar woont de 28-jarige Kruislander met zijn vriendin in Oud Gastel. De club speelde een grote rol in zijn verhuizing. Zijn band met het dorp en de vereniging ontstonden meer dan een decennium geleden, toen hij de overstap maakte van SC Kruisland.

„Ik werd destijds als C-junior gepromoveerd naar de A1, omdat er te weinig spelers waren voor een B-elftal’’, begint Helmons. „Dat team ging door als een lager seniorenteam, maar ik voelde me daar nog iets te jong voor. Ik wilde in mijn eigen leeftijdsklasse spelen, op een wat hoger niveau dan mogelijk was bij Kruisland. Zo is de stap naar Gastel tot stand gekomen.’’

In diezelfde periode maakte Helmons een metamorfose als speler mee. Bij Kruisland was hij altijd spits geweest, tot hij zich in de A’tjes aansloot bij voetbalschool Aleco. Daarmee speelde hij wedstrijden tegen BVO’s en hooggeklasseerde amateurteams. „Die trainer zette me op rechtsback, terwijl ik had aangegeven dat ik een spits was’’, lacht Helmons. „In het A-elftal bij Kruisland hadden ze al genoeg spitsen, dus ben ik op het middenveld belanden gedurende dat seizoen ben ik weer een linie naar achteren gegaan.’’

Sindsdien ligt zijn voorkeur op de rechter centrale positie achterin. Zijn grootste kwaliteit? „Ik ben een man die in de duels moet zitten. Mijn tegenstander opvreten en het leven zuur maken, op een faire manier. Door de lucht kan ik me verbeteren, ook al ben ik 1,88 meter. Aan de bal merk ik ieder jaar weer progressie.’’

In het team voelt de verdediger zich helemaal senang: „We zijn een heel hecht team, zien elkaar ook buiten het veld veel op evenementen en verjaardagen. We zijn een aantal jaar geleden natuurlijk kampioen geworden, daarna direct gedegradeerd, toen weer kampioen geworden en vorig jaar gehandhaafd na nacompetitie. Dat je dat met je vrienden mag meemaken, is natuurlijk heel bijzonder.’’

Zijn rol in het team? „Ik zie mezelf als gangmaker, zorg voor de muziek in de kleedkamer en in de bus. Dat varieert van gezellige kantinemuziek, als we op de terugreis zijn van een overwinning, tot techno, om in de focus te komen voor een wedstrijd.’’

De doelstelling voor dit seizoen was om vier wedstrijden voor het einde handhaving veilig te stellen. Na een sterke tweede periode leek dat doel al binnen: de ploeg stond tweede in december. Maar daar kwam verandering in: de Gastelaren staan inmiddels in de middenmoot en zijn nog niet veilig. Het gat naar plek drie is daarentegen ook te overzien, dus houdt Helmons vertrouwen: „In ons veldspel is niet veel veranderd – het dubbeltje valt alleen steeds de verkeerde kant op. Dat zit in de details. Ik denk dat de derde plek een reëel doel is.’’

Zoals beschreven gaat Helmons komend seizoen weer vol voor een plek bij de selectie. „Je moet iedere zomer bewijzen dat je bij de beste achttien spelers van de club hoort. Of ik na komend jaar nog in het eerste wil spelen, of naar een lager team ga, zie ik dan wel. Andere clubs hoeven sowieso niet te bellen.’’

Klik op SC Gastel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Gastel voor meer informatie over de club.

Kroeven wil succes duurzamer maken: ‘Jeugdopleiding essentieel voor stabiele club’

ZVV Kroeven wil werk maken van een eigen jeugdopleiding. De Roosendaalse zaalvoetbalclub, die dit seizoen weer uitkomt in de eredivisie, ziet dat als een belangrijke stap richting de toekomst. „We willen de club duurzaam maken en minder afhankelijk zijn van spelers van buitenaf”, zegt voorzitter Mounir Ait Moussa (28).

De plannen voor een jeugdafdeling zijn niet nieuw. „We hebben het eerder geprobeerd, maar dat heb ik onderschat”, geeft Ait Moussa eerlijk toe. „Ik stond er grotendeels alleen voor en dat is niet te doen. Tevens was er met het beperkte zalenaanbod in Roosendaal alleen ruimte om wedstrijden te spelen en niet voor trainingen. En dat is natuurlijk essentieel om spelers beter te maken, naast goede begeleiding en meerdere trainers. Nu willen we het echt goed neerzetten.”

ZVV Kroeven is in korte tijd uitgegroeid tot een opvallende naam in het zaalvoetbal. Wat begon als een vriendenteam dat wedstrijden speelde tegen vriendenteams uit andere steden, die onderling een zaal huurden, groeide uit tot een club die inmiddels op het hoogste niveau van Nederland speelt. „We wonnen bijna alles”, blikt Ait Moussa terug. „Toen dachten we: laten we ons inschrijven bij de KNVB en kijken waar het schip strandt.”

Dat schip had de wind behoorlijk in de zeilen. Kroeven werd jaar na jaar kampioen en klom razendsnel op. „Het is eigenlijk te snel gegaan”, erkent de voorzitter. „In het begin droom je ervan, maar je verwacht niet dat het echt gebeurt.”

De basis van het succes werd gelegd in de beginjaren, toen een vaste groep spelers en trainer Ahmed Didi het team vormgaven. „Hij heeft ons echt het zaalvoetbal geleerd”, zegt Ait Moussa. „Dat was de fundering.”

Ondanks de snelle opmars blijft de club trouw aan haar roots. „Kroeven is ons DNA”, benadrukt Ait Moussa. „We willen een podium bieden aan talent uit Roosendaal en de regio, want er is hier heel veel talent. Het is mooi als jongens uit de stad bij ons kunnen spelen en zich kunnen ontwikkelen.”

Daar moet de jeugdopleiding een belangrijke rol in gaan spelen. „We willen zelf spelers opleiden, zodat er doorstroming naar het eerste kan plaatsvinden”, legt hij uit. „Dat is essentieel als je structureel op dit niveau wilt blijven.”

Die ambitie gaat verder dan alleen het sportieve. Ait Moussa ziet ook een maatschappelijke rol voor de club. In het dagelijks leven werkt hij als woonbegeleider van minderjarige statushouders. „Dat sociale aspect neem ik mee naar de club. We willen meer zijn dan alleen een team, ook iets betekenen voor de stad.”

Een uitdaging blijft de accommodatie. Momenteel speelt Kroeven zijn wedstrijden in Breda en traint het deels in Steenbergen. „In Roosendaal hebben we simpelweg geen geschikte zaal voor Eredivisie-wedstrijden”, zegt Ait Moussa. „Dat is zonde voor een club die hier vandaan komt.”

De hoop is gevestigd op de komst van een nieuwe topsporthal in Roosendaal. „Die plannen liggen er, maar het is nog even afwachten hoe snel het nieuwe gemeentebestuur dat gaat oppakken. We verwachten dat we daar in de toekomst een plek krijgen.”

Ondertussen richt Kroeven zich op stabiliteit. In het tweede seizoen in de eredivisie vecht de ploeg tegen degradatie. „We willen doorgroeien naar een stabiele club die zich geen zorgen meer hoeft te maken”, aldus Ait Moussa. „Maar daarvoor moeten we ook organisatorisch stappen zetten. We doen nu veel met een kleine groep, dat moet breder.”

MediFit Plus: persoonlijke zorg met oog voor sporters

Wie binnenstapt bij MediFit Plus merkt het direct: dit is geen standaard fysiopraktijk. De warme, huiselijke sfeer zorgt ervoor dat patiënten zich meteen op hun gemak voelen. „We willen dat mensen het gevoel hebben dat ze thuiskomen”, vertelt eigenaresse Bianca Pascal.

Die persoonlijke benadering staat centraal binnen de praktijk. Behandelingen duren niet standaard een half uur, maar worden volledig afgestemd op de patiënt. „Soms is dat dertig minuten, soms anderhalf uur. We kijken echt naar wat iemand nodig heeft, zowel fysiek als mentaal. Die ruimte nemen we bewust.”

MediFit Plus biedt een breed scala aan behandelingen. Zo is de praktijk gespecialiseerd in onder meer oedeemtherapie en psychosomatische fysiotherapie. „Bij oedeemtherapie behandelen we vochtophopingen in het lichaam, bijvoorbeeld na een operatie of blessure”, legt Pascal uit. „Psychosomatische fysiotherapie richt zich juist op de wisselwerking tussen lichaam en geest, bijvoorbeeld bij klachten die ontstaan door stress of spanning.”

Daarnaast wordt er gewerkt met moderne technieken zoals EMS-training, LPG en VacuShaper. „We combineren die technologieën vaak met elkaar, zodat we zo effectief mogelijk kunnen behandelen.”

Die aanpak blijkt ook waardevol voor sporters, waaronder voetballers. Pascal vertelt over een jonge speler die bij haar in behandeling kwam. „Hij was dertien jaar en had een knieblessure. Samen hebben we een programma opgesteld om zijn bovenbeenspieren te versterken en zijn stabiliteit te verbeteren.”

Wat deze behandeling bijzonder maakte, was het gebruik van virtual reality. „We hebben oefeningen gecombineerd met opdrachten en spelletjes in een VR-omgeving. Daardoor bleef hij veel langer gefocust en werd het trainen ook leuker. Voor een jongen van die leeftijd is dat echt een verschil.” Het resultaat liet niet lang op zich wachten. „We hebben ons doel bereikt en hij ging zelfs thuis vragen of hij zo’n bril kon krijgen. Zo enthousiast was hij.”

Volgens Pascal ligt daar een belangrijke kracht van MediFit Plus: het combineren van persoonlijke aandacht met innovatieve technieken. „We kijken niet alleen naar de klacht, maar naar de persoon erachter. Motivatie is een grote factor.”

De praktijk beschikt over twee locaties aan de Bergrand in Roosendaal, waardoor er flexibel gewerkt kan worden. „We hebben zowel een rustige behandelomgeving als een ruimte waar we actiever kunnen trainen. Dat maakt het mogelijk om ook complexere hulpvragen goed aan te pakken.”

Naast de behandelingen is er ook ruimte voor een moment van rust. „Mensen moeten zich hier prettig voelen. Soms hoort daar ook gewoon een kopje koffie bij en even een praatje. Dat maakt het verschil.”

Met die combinatie van zorg, aandacht en innovatie heeft MediFit Plus zich ontwikkeld tot een praktijk waar niet alleen patiënten, maar ook sporters zich thuis voelen. „Of je nu herstelt van een blessure of gewoon beter wilt bewegen: we helpen je graag verder.’’

Geen geboren leider, wel captain: De Wit staat op bij Roosendaal

De nieuwe aanvoerder van Roosendaal heeft nu ongeveer een jaar de band om de arm. De 24-jarige Jesper de Wit is naar eigen zeggen geen geboren leider, maar zegt in het moment wel wat hij denkt en voelt: „Toen heb ik het woord overgenomen.’’

Vorig seizoen kwam het eerste van Roosendaal in een sportief mindere periode terecht. Op dat moment was Dylan Matthijssen, die inmiddels is gestopt, de captain. Hij en het bestuur zaten vorig jaar niet helemaal op een lijn.

Iets wat ook op het veld tot uiting kwam, zegt De Wit: „Hij stopte zijn hart in het voetbal en was erg emotioneel. Ook richting het team. Op een gegeven moment heb ik gezegd: ‘Tot hier en niet verder’, en heb ik het woord overgenomen. Niks ten nadele van Dylan, maar ik voelde dat het niet ten goede kwam van zijn spel, en dat van het team.’’

Het aanvoerderschap bij het eerste voelde, ondanks zijn ervaringen ermee in de jeugd, toch wat onwennig: „Ik was toen 23 jaar en zat in het team met jongens die veel meer ervaren zijn, zoals mijn broer Thijs en Dylan (respectievelijk 26 en 27, red.). Ik twijfelde vooral wat zij ervan zouden vinden, dat ik de lead nam, maar ze zijn er altijd heel goed mee omgegaan. Natuurlijk maakte mijn broer weleens grapjes aan de eettafel, zo van: ‘Ik luister toch niet naar je!’, maar daar bleef het wel bij’’, lacht De Wit.

Maar waarom werd de 2,5 jaar oudere Thijs dan geen captain? „Hij is hartstikke belangrijk met zijn ervaring en coacht ook, maar liever een-op-een dan voor de hele groep’’, legt Jesper uit. „Ik denk dat het iets karakterologisch is; hij is iets stiller, ik ben wat meer uitgesproken. Je ziet het ook terug in ons werk; ik heb namelijk social work gedaan en spreek de hele dag met mensen over hun gevoelens en emoties, Thijs is engineer bij Enexis en is veel technischer aangelegd.’’

Dit is dus het eerste volledige seizoen dat De Wit aangaat als aanvoerder. Rond november kregen hij en het team een lastige periode voor de kiezen: „We kregen het slechte nieuws over de ziekte van de vader van Dylan en Bradley (Matthijssen, red.)’’, blikt De Wit terug. „Dat raakte ons allemaal. Hij is iemand die wekelijks langs de lijn stond, en soms nog steeds staat. We hebben hen als team gesteund en dat heeft ons ook dichter bij elkaar gebracht.’’

En dat was terug te zien in een kleine opleving qua resultaten. Er werd vier wedstrijden op rij niet verloren (twee overwinningen, twee gelijke spelen). Daarna kwam het team weer in een lange periode zonder overwinning. „Dat lag vooral aan het gebrek aan scorend vermogen’’, legt De Wit uit. „We creëerden genoeg kansen, maar maakten die niet af, en gaven het dan vaak in de laatste fase van weg.’’

Sinds de maand maart is begonnen, werd er echter niet meer verloren. Dat kwam mede door de ontstane vastigheid op linksbuiten, Charaf Berrezzel werd doorgeschoven vanuit de Onder-21, maar ook omdat er geen paniek ontstond na zo’n lange tijd zonder overwinning: „We wisten dat de doelpunten uiteindelijk zouden komen. Nu is het tijd om het volgende probleem te tackelen: we houden namelijk nooit de nul. Verder ben ik positief gestemd over de rest van het seizoen. We kunnen van iedereen winnen.’’

Klik op Rkvv Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rkvv Roosendaal voor meer informatie over de club.

RBC-souts doen ontdekking op Smitshoek-tribune: ook Troost komt naar Roosendaal

0

Naast Lloyd Hendriks is er komend seizoen nog een Smitshoek-talent te bewonderen in het Atik Stadion. Ook Jesper Troost komt over van de Barendrechtse vierdedivisionist, waar hij al binnen vier maanden na zijn komst kon rekenen op Roosendaalse interesse: „Heb niet lang hoeven nadenken toen RBC aanklopte’’, vertelt hij.

Zoals eerder geschetst in deze krant, zaten er voor Hendriks RBC-scouts op de tribune bij Smitshoek dit seizoen. Die zaten daar echter niet alleen voor hem. Jean-Paul Nuijten, hoofd van de technische commissie, is namelijk erg geïnteresseerd in de regio. „Ik was aanwezig bij het duel tussen Poortugaal en Smitshoek en Jesper viel me direct op’’, vertelt hij. „Dat heb ik toen intern besproken en heb nog anderen naar hem laten kijken.’’

Het profiel van de oud-jeugdspeler van Sparta beviel ook bij de andere scouts, dus lang hoefde hij niet te wachten op het eerste appje van Nuijten. „Dat was midden november’’, blikt hij terug. „Ik was behoorlijk verbaasd. Ik had nog nooit contact gehad met RBC.’’

„Toen ben ik bij Jean-Paul en trainer Mark Klippel op gesprek geweest’’, vervolgt Troost. „Ze vertelden me dat ze nog op zoek waren naar een middenvelder met mijn kwaliteiten. De visie van Mark, die het voetballend wil oplossen en onder de druk uit wil spelen, past bij mij. Ook reiken mijn ambities verder dan het niveau waarop ik nu speel – en dat kan bij RBC.’’

Of hij de stap niet te snel vond? De jonge middenvelder maakte immers in de zomer van 2025 nog de overstap van SHO uit Oud-Beijerland (toen eerste klasse) naar Smitshoek. „Natuurlijk is het jammer om een vereniging na een seizoen al te verlaten, maar ik vind dat als ik zo’n kans krijg, dat ik die moet aanpakken.’

De overstap van SHO naar Smitshoek had al een zomer eerder kunnen gebeuren, maar kwam er in 2025 dan toch. „In oktober of november van 2024 ben ik tot een overeenkomst gekomen met Smitshoek om de volgende zomer alsnog de overstap te maken.’’

„Toen ik hier afgelopen zomer aankwam, wist ik niet wat ik kon verwachten’’, is Troost eerlijk. „Het was een nieuw niveau, ik kende niemand. Maar ik ben heel goed opgevangen door de spelers, de staf en het publiek. En dat is heel belangrijk om goed te presteren. Natuurlijk is het niveau een stuk hoger, alles gaat wat sneller en zijn de jongens fysieker, maar omdat ik me thuis voelde, kwamen mijn kwaliteiten snel bovendrijven.’’

En die kwaliteiten liggen vooral in het voetballende gedeelte, volgens Troost zelf: „Vaak zie je op de 6-positie potige jongens die dingen fysiek oplossen. Dat ben ik totaal niet. Ik zoek juist de voetballende oplossing, met mijn dribbel en passing. Ik probeer het spel te lezen, het tempo te bepalen en jongens aan te sturen. Ik kijk heel erg op naar spelers als Frenkie de Jong, Vitinha en Sergio Busquets: uit drukke situaties komen, versnellen of vertragen wanneer het nodig is – daar streef ik naar.’’

Zijn doel voor komend seizoen: „Speelminuten maken in de Derde Divisie. Ik heb geen haast met het afdwingen van een basisplaats – als het één, drie of vijf maanden duurt, ben ik daar allemaal oké mee. Maar uiteindelijk wil ik een belangrijke schakel worden voor RBC.’’

Klik op RBC Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RBC Roosendaal voor meer informatie over de club.

Topscorer Roosendaal 4 heeft Ajax-verleden: ‘Het was een turbulente tijd’

Wie weleens bij het vierde van Roosendaal gaat kijken, zou niet verwachten dat er een speler met een Ajax-verleden in de selectie zit. Het is toch echt zo, alleen heeft hij geen verleden op het veld – maar op de scoutingafdeling. „Iedereen hoopt de nieuwe Frenkie de Jong te ontdekken, maar iedere leek kan dat talent zien’’, aldus Bram van Driesum (24).

Toen Van Driesum in 2024 een afstudeerstage zocht voor zijn studie International Sport Management, klopte hij aan bij Ajax. Tot zijn blijdschap werd hij uitgenodigd, maar het was nog geen gelopen race: „Er waren 240 sollicitanten voor de diverse stageplekken’’, vertelt hij. „Na een aantal rondes ben ik aangenomen op de afdeling jeugdscouting.’’

Binnen die afdeling ging Van Driesum aan de slag met zijn afstudeeronderzoek. Dat ging over het volgende: „Er was behoefte vanuit de club om de vrijwillige jeugdscouts op een uniforme manier te kunnen monitoren en evalueren’’, legt hij uit. „Dit omdat het aantal scouts moest krimpen, en ze dat op een eerlijke manier wilden doen. Dat kan alleen als de kaders scherp zijn, maar die waren er nog niet.’’

Uiteindelijk kwam Van Driesum met een set ‘performance indicators’ op de proppen. Op basis daarvan kon er een analyse gemaakt worden van een scout. Tussen die indicatoren zaten zaken als: communicatie, beschikbaarheid, betrouwbaarheid, kwaliteit. Van Driesum verzamelde gegevens uit de rapporten van alle vrijwillige jeugdscouts en maakte ze inzichtelijk: „Ajax kreeg wel zo’n zevenhonderd rapporten per week’’, schetst hij.

Om dit in de praktijk te brengen, kreeg Van Driesum voor het seizoen 2024-2025 een parttime baan aangeboden door Ajax. Met de inzichten werden er rond de winterstop evaluatiegesprekken gevoerd met de scouts. „We hadden een onderscheid gemaakt tussen: niet goed genoeg, matig, voldoende en ruim voldoende’’, legt Van Driesum uit. „De minste categorie lieten we direct gaan. De matige groep was redelijk groot, dus gaven we die actiepunten mee. De tweede seizoenshelft stond in het teken van het monitoren van die punten.’’

Om scouts op een legitieme manier te kunnen beoordelen, was de 24-jarige Roosendaler zelf ook elke zaterdag te vinden langs de lijnen bij jeugdwedstrijden. Zo ook bij NAC, waar Julian van Toor (15) hem in het bijzonder opviel. „Over hem heb ik een aantal rapporten geschreven en om hem dan uiteindelijk de stap naar Ajax te zien maken, is heel mooi. Ik heb daarin maar een kleine bijdrage gehad, maar dat is in principe ook het doel van vrijwillige jeugdscouting: het lokaliseren van talent.’’

„Veel nieuwe jeugdscouts hopen de nieuwe Frenkie te ontdekken en denken dat dat een hele prestatie is, maar iedere leek kan zulk buitensporig talent zien’’, vervolgt hij. „De moeilijkheid zit ‘m juist in die categorie daaronder.’’

Na afloop van het seizoen zette Van Driesum een punt achter zijn tijd bij Ajax, vanwege een master aan de Universiteit van Utrecht. „De publieke sector trok me meer. Daarnaast was het een turbulente tijd bij de club – zo kwam er een nieuwe technisch directeur, die weer andere wensen had dan de vorige. Dat frustreerde soms, maar ik had al besloten deze master te gaan doen. Desondanks was het een mooie ervaring.’’

En of Van Driesum zijn ervaring nog voor Roosendaal gaat inzetten? „Ik ben wel benaderd door de technische commissie, maar ben daar vanwege andere prioriteiten niet op ingegaan. Maar wie weet.’’

Klik op Rkvv Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rkvv Roosendaal voor meer informatie over de club.

Hendriks volgt zijn roots en komt naar RBC: ‘Ambitie van de club past bij mijn ambitie’

0

Lloyd Hendriks heeft zijn jawoord gegeven aan RBC en sluit komende zomer aan bij de selectie. De oud-jeugdspeler van ADO Den Haag en PEC Zwolle volgde zijn hart, dat voor een deel in Roosendaal ligt: „Mijn opa ging vroeger met zijn vader al naar RBC.’’

De 21-jarige buitenspeler komt over van vv Smitshoek, een vierdedivisionist uit Barendrecht. Hendriks, woonachtig in datzelfde dorp, overtuigde RBC dit seizoen met zijn goede rendement aldaar. Op het moment van schrijven staat de teller namelijk op acht doelpunten en negen assists na 22 duels. Maar hoe kwam RBC bij Hendriks terecht?

Daarvoor moeten we terug naar de zomer van 2025. „Ik zat toen zonder club, nadat PEC me had medegedeeld dat ze niet meer met me door wilden’’, schetst Hendriks. „Ik was te oud geworden voor de O21 en in de tweede seizoenshelft heb ik niet kunnen spelen vanwege een knieblessure, dus kwam ik niet in aanmerking voor het eerste. Ik ben toen op twee stages geweest, waarvan een bij FC Sellier & Bellot Vlašim – een KKD-club uit Tsjechië – en een bij Jong Sparta. Die zijn het allebei niet geworden.’’

In diezelfde periode had de vader van Hendriks, opgegroeid in Roosendaal, een belletje gedaan met Mark Klippel, de trainer van RBC. De twee kennen elkaar van vroeger, ze speelden namelijk samen bij BSC. „Hij heeft bij Mark een balletje opgegooid’’, vertelt Hendriks. „Maar RBC had geen plek meer voor me. Wel gaven ze aan me te zullen volgen bij mijn volgende club.’’

En dat werd dus Smitshoek, waar Hendriks al een verleden had. Rond zijn tiende levensjaar kwam hij er terecht, na te zijn begonnen bij vv Barendrecht. Vanuit Smitshoek maakte hij de stap naar Spartaan’20 en vervolgens ADO Den Haag, zijn eerste BVO. „Na mijn derde jaar kreeg ik de optie om te verlengen, maar ik had nog nooit meegedaan bij het eerste. Ik twijfelde of daar verandering in zou komen, dus wilde ik mijn geluk elders beproeven.’’

Na een stage bij PEC kwam het tot een overeenkomst. Voor het eerst ging Hendriks op zichzelf wonen, samen met twee andere teamgenoten in Zwolle. „Het was een goede ervaring om wat zelfstandiger te worden’’, vertelt hij. Voetballend gezien werd het dus geen succes.

In de periode dat Hendriks op zoek was naar een nieuwe club, onderhield hij al contact met Smitshoek. Na de mislukte stages kon hij daar direct aansluiten: „De staf en leiding kenden mijn doel vanaf het begin, namelijk: zoveel mogelijk minuten maken en me laten zien om weer hogerop te komen.’’

Het duurde niet lang voordat zijn doel was bereikt: net na de winterstop stond RBC namelijk al op de stoep. De technische leiding had een aantal wedstrijden van Hendriks bekeken en was overtuigd geraakt. „Maar andere clubs hadden me ook benaderd, dus wilde ik eerst alle gesprekken voeren, voordat ik de knoop zou doorhakken’’, vertelt hij.

Uiteindelijk werd het toch RBC. „Mijn familie komt uit Roosendaal, dus het is mooi om hier te kunnen spelen. Mijn opa ging bijvoorbeeld vroeger met zijn vader al naar RBC. Daarnaast spelen ze in een mooi stadion. De ambitie om binnen twee jaar op het hoogste amateurniveau uit te komen, past bij mijn eigen ambitie. Ze zien me als versterking voor het komende seizoen, maar moet nog laten zien dat ik in de basis hoor’’, besluit de tweebenige aanvaller.

Klik op RBC Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RBC Roosendaal voor meer informatie over de club.

De nieuwe nummer 6 van NSV over zijn mogelijke kampioensgoal: ‘Euforisch moment’

0

Sieb Rijsdijk was met zijn doelpunt in de laatste seconde tegen DEVO van levensbelang voor NSV. De Nispenaren hebben mede dankzij die goal het kampioenschap nog in eigen handen. „Dat voelde echt euforisch’’, blikt de controlerende middenvelder terug.

Het was de 95ste minuut op sportpark De Wallen en het stond 1-1 tussen NSV en DEVO. De ploeg uit Bosschenhoofd stond nog maar met tien man op het veld en NSV bleef aandringen. „Voor het eerst in de hele wedstrijd kwam Pepijn Lauwen zijn man voorbij’’, lacht Rijsdijk. „Ik stond op de rand van het vijfmetergebied te wachten en kon ‘m zo binnentikken.’’

Het doelpunt tegen DEVO was het vijfde dit seizoen voor Rijsdijk. Gezien zijn positie geen gek moyenne; de 24-jarige linkspoot staat namelijk op 6. Een rol die hij dit seizoen voor het eerst invult: „Ik ben bij het eerste begonnen als linksback’’, legt hij uit. „Daar heb ik, sinds ik in de jeugd overgegaan ben naar een groot veld, gespeeld. De eerste drie jaar bij het eerste was dat ook mijn plek, totdat er vorig seizoen een tekort was aan middenvelders maar wel een linksback doorstroomde vanuit de jeugd.’’

De linkervleugelverdediger bood zich bij trainer John van Aert aan om het gat op het middenveld in te vullen. Die zette hem in eerste instantie op 10. „Ik hou van rennen en heb de drang om naar voren te gaan. Dat kan ook als back, maar als middenvelder ben je nog meer bij het spel betrokken. Het was wel even wennen, als back kun je twee kanten op: voor- en achteruit, maar als middenvelder heb je veel meer mogelijkheden.’’

Later werd Rijsdijk ook op 8 gezet, maar dit seizoen is hij dus vooral actief als controleur. „Daar zit de uitdaging ‘m vooral in het ontvangen van de bal’’, vertelt hij. „Spelers kunnen van alle kanten komen. Ook laat ik door mijn aanvallende drang nog weleens mijn positie los en moet ik teruggeroepen worden. Maar over het algemeen gaat het wel goed.’’

Met de overwinning op DEVO hield NSV een stevige greep op het kampioenschap, gezien de voorsprong van zeven punten. Aan hun vreugde-uitbarsting was af te lezen hoe belangrijk deze punten konden gaan zijn. Alleen had niemand erop gerekend dat er al zo snel beroep moest worden gedaan op de buffer. Er volgden namelijk direct twee verliespartijen, waarmee het gat met de nummer twee nog maar één punt is.

„Na die overwinning op DEVO dacht ik: nu kunnen we er vol voor gaan’’, vertelt Rijsdijk. „Maar dat is tot nu toe niet gelukt. We hebben natuurlijk een aantal langdurige blessures in de selectie, maar die liggen er al een langere tijd uit. De wedstrijd tegen nummer drie ODIO hadden we gewoon met 0-0 moeten uitspelen, maar door een samenloop van fouten kwamen we toch op achterstand. Tegen Achtmaal speelden we het eerste kwartier zó slecht, dat we direct op 0-2 achter kwamen. We scoren opeens niet meer zo makkelijk en krijgen ze te makkelijk tegen, terwijl we daarvoor vooral verdedigend erg sterk waren.’’

Toch houdt Rijsdijk de moed erin: „We hebben het kampioenschap nog in eigen hand’’, zegt hij terecht. „Laat dit onze wake-upcall zijn. En ik hoop dat er, in de vrije paasweken, wat jongens terugkomen van hun blessures.’’

Klik hier voor meer informatie over NSV Nispen

Klik hier voor meer artikelen over NSV Nispen

JamesB10: van zolderkamer tot totaalpartner in kleding voor clubs en bedrijven

Wat begon op een zolderkamer in Roosendaal, is uitgegroeid tot een bedrijf dat clubs en bedrijven volledig ontzorgt op het gebied van kleding. Bij JamesB10 draait alles om snelheid, persoonlijk contact en maatwerk. „We willen dat klanten nergens meer naar om hoeven te kijken”, vertelt eigenaar Jamie Bierens.

Bierens heeft inmiddels meer dan vijftien jaar ervaring in de wereld van sport- en bedrijfskleding. Zijn roots liggen in het voetbal. „Ik heb altijd bij Alliance gespeeld en ook nog een jaartje bij RBC. Via het voetbal ken je ontzettend veel mensen uit de regio, dat helpt natuurlijk.”

Zijn eerste stappen in de branche zette hij in een sportzaak in Steenbergen, waar hij werkte met lokale verenigingen. „Daar ben ik me echt gaan verdiepen in teamkleding: welke merken passen bij een club en hoe je zo’n kledinglijn goed neerzet.”

Tijdens de coronaperiode begon Bierens voor zichzelf, vanuit huis. „Ik had een drukpers aangeschaft en werkte vanaf mijn zolderkamer. Dat was soms best een rommeltje”, lacht hij. „Maar ik had het geluk dat ik al snel een paar mooie klanten had, zoals een installatiebedrijf en een bouwbedrijf. Van het één kwam het ander.”

Inmiddels zit JamesB10 gevestigd op het complex van Alliance, inclusief showroom. Alles komt hier samen: van kleding en advies tot bedrukking en levering. „Klanten kunnen hier op afspraak langskomen om alles te bekijken en te passen, maar ik ga ook vaak zelf langs bij bedrijven of clubs. Dat persoonlijke contact vind ik belangrijk.”

Die aanpak slaat aan. Waar Bierens begon met teamkleding voor voetbalclubs, groeide de vraag naar bedrijfskleding vanzelf mee. „Sponsoren zeiden: je hebt ons logo al, kun je ook polo’s of werkkleding regelen? Zo is dat balletje gaan rollen.”

Het grote verschil met grotere leveranciers zit volgens hem in de snelheid en service. „Bij ons heb je één aanspreekpunt. Klanten hoeven niet langs allerlei afdelingen. Ik reageer snel, vaak binnen 24 uur, en kan ook snel schakelen als er iets nodig is. Dat is de kracht van mijn bedrijf.”

JamesB10 richt zich op zowel sportclubs als bedrijven en biedt complete oplossingen: van teamwear en trainingspakken tot werkkleding en gepersonaliseerde kledinglijnen. Zo heeft hij een samenwerking met Alliance, VV Vosmeer en Highschool of Boxing. „We proberen klanten van A tot Z te ontzorgen. Dat begint bij advies: welk merk past bij je, wat is praktisch, wat is betaalbaar? Daarna regel ik de rest.”

Een gemiddelde werkdag van Bierens is dan ook afwisselend. „’s Ochtends begin ik met het verwerken van orders en het beantwoorden van mails. Daarna ga ik vaak op pad naar klanten of ontvang ik mensen in de showroom om kleding door te passen. Geen dag is hetzelfde, maar het is eigenlijk altijd druk.”

Met zijn bedrijf wil Bierens vooral blijven bouwen aan langdurige samenwerkingen. „We denken mee, houden het simpel en zorgen dat afspraken worden nagekomen. Uiteindelijk wil je dat klanten terug blijven komen.”

Een man die zich altijd terugvecht: het verhaal van Kruisland-aanwinst Kortstam

0

SC Kruisland haalde deze winterstop een oud-prof met een bijzonder verhaal binnen. Doriano Kortstam (31) kwam over van Halsteren en sloot zich aan bij alweer de twintigste club uit zijn carrière. „Op een dag keek ik in de spiegel en dacht: tot hier en niet verder”, blikt hij terug.

Het verhaal van Kortstam kent hoge pieken en diepe dalen. Na een turbulente jeugd schopte hij het al op jonge leeftijd tot profvoetballer, maar het leven in het buitenland eiste zijn tol. Tijdens avonturen in Engeland, Slowakije, Cyprus, Griekenland en Spanje kreeg hij te maken met tegenslagen en het overlijden van zijn vader. Het plezier in het voetbal verdween langzaam.

Hij besloot te stoppen als prof en keerde terug naar Nederland, waar hij bij TEC uit Tiel tekende. Dat werd geen succes. „Ik was te serieus en dat botste met de rest”, zegt hij. Al snel hing hij zijn schoenen voorgoed aan de wilgen. Wat volgde was de zwaarste periode uit zijn leven.

„Ik kwam voor het eerst stil te staan en raakte mezelf kwijt”, vertelt Kortstam. „Ik had het overlijden van mijn vader niet verwerkt en leefde ongezond. Op een gegeven moment woog ik 130 kilo.” Het besef kwam hard binnen. „Voetballers denken vaak niet na over wat er na hun carrière komt. Ik ook niet.”

Toch vond hij juist in die moeilijke periode de motivatie om zich terug te knokken. „Ik ben keihard voor mezelf gaan trainen en zocht contact met Divisie-clubs, maar niemand wilde me hebben. Dat deed pijn, maar gaf me ook motivatie. Ik wilde bewijzen dat ik het nog kon.”

Die kans kreeg hij uiteindelijk in Griekenland, waar hij op proef mocht komen bij een club op het derde niveau. Dat begon allesbehalve goed. „Ik moest een test doen met een zuurstofmasker op en dat ging niet best”, lacht hij. Tot overmaat van ramp verstond hij hoe er werd gezegd dat hij niet goed genoeg was.

Zijn lot leek bezegeld, totdat een de zoon van de eigenaar hem herkende uit zijn eerdere periode in het land. Hij zorgde ervoor dat Kortstam alsnog een contract kreeg. Met een speciaal trainingsprogramma werkte hij zich terug in vorm. „Nog voor de winterstop was ik tien kilo kwijt en speelde ik alles. Ik werd in de winterstop alweer weggekocht door een andere club.”

Opeens was hij weer profvoetballer. Toch duurde dat niet lang. „Na een paar weken merkte ik waarom ik ooit was gestopt: het plezier ontbrak. Ik had voor mezelf bewezen dat ik het nog kon, dus heb ik er opnieuw een punt achter gezet.”

Via via kwam hij vervolgens bij Halsteren terecht, waar hij het plezier in het spel terugvond. „Ik had het daar enorm naar mijn zin.” Toen er een aantal teamgenoten naar Kruisland vertrok in de zomer twijfelde hij of hij mee moest gaan, maar hij bleef de club trouw. Afgelopen winter maakte hij toch nog de stap: „Ik en de trainer dachten anders over voetbal’’, legt hij uit.

„Voor mij draait het nu om het gevoel in de groep”, legt Kortstam uit. „Broederschap, dat is het belangrijkste. Ik ben bekeerd tot de islam en we bidden hier samen voor de wedstrijd. Dat verbindt enorm.’’

Klik op SC Kruisland voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Kruisland voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.