Home Blog Pagina 2

Bram van Geest concurreert met zijn beste vriend bij Maasdijk

0

Bij VV Maasdijk draait het dit seizoen niet alleen om promotie, maar ook om een bijzonder verhaal op de linksbackpositie. Daar strijden twee jeugdvrienden om één plek: Bram van Geest en Kees van der Hout. Geen rivaliteit met spanningen of gedoe, maar een strijd waarin vriendschap en teamgevoel minstens zo belangrijk zijn als speeltijd.

Voor Van Geest is het een situatie die misschien lastig klinkt, maar in de praktijk verrassend goed werkt. De 25-jarige linksback speelt al zijn hele leven bij Maasdijk. Vanaf de F4 liep hij al rond op de club en groeide hij op tussen vrienden, bekenden en het typische dorpsgevoel dat bij de vereniging hoort. “Als ik vroeger klaar was met mijn eigen wedstrijd, ging ik altijd kijken bij het eerste. Dan zei ik tegen mijn moeder: daar wil ik later ook spelen.”

Die droom kwam uit. Vier jaar geleden sloot hij aan bij het eerste elftal, toevallig op het moment dat zijn directe concurrent Van der Hout geblesseerd was. Het gaf hem de kans om zich te laten zien op het niveau waar hij als kind naar opkeek. “Dan kom j erachter dat het allemaal niet zoveel voorstelt, maar het is toch wel mooi dat het is gelukt.”

Concurrentie met een twist

Waar het verhaal bijzonder wordt, is de concurrentie op zijn positie. Want de speler met wie hij strijdt om een basisplek, is niet zomaar een teamgenoot. Het is zijn beste vriend. “We kennen elkaar al ons hele leven,” zegt Van Geest. “Onze ouders zijn bevriend, we zijn samen opgegroeid en we werken nu zelfs bij hetzelfde bedrijf.”

Dat maakt de situatie uniek. Want hoewel ze allebei willen spelen, is er geen sprake van jaloezie of onderlinge strijd. “Je zit op voetbal om te spelen, het liefst in het eerste. Dus natuurlijk wil je zelf spelen. Maar binnen ons team gunnen we elkaar ook echt alles.”

Zijn concurrent bevestigt dat beeld.

“Bram en ik zijn concurrenten, maar wel met een grote gunfactor naar elkaar toe,” zegt Kees van der Hout. “Natuurlijk is het vervelend als één van ons niet speelt in het eerste, maar het belang van het team en het doel om dit jaar te promoveren is groter dan ons ego. Verder ben ik trots op Bram en blij met onze vriendschap.”

Tussen eerste en tweede

Dit seizoen betekende die concurrentie dat Van Geest niet altijd verzekerd was van een basisplek. Regelmatig moest hij genoegen nemen met een plek op de bank of minuten maken bij het tweede elftal. Toch haalt hij daar geen frustratie uit. “Bij ons tweede is het ook gewoon leuk. Die doen het goed en staan bovenaan. En uiteindelijk wil je gewoon voetballen.”

Vorig seizoen zag er voor Bram heel anders uit. Toen stond hij lange tijd langs de kant met een hardnekkige liesblessure. Wat begon als een kleine klacht, groeide uit tot een traject van negen maanden. “Na mijn operatie was ik iets te snel weer begonnen,” blikt hij terug. “En toen ging het eigenlijk meteen weer mis.” Het betekende een lange revalidatie en opnieuw opbouwen. “Inmiddels ben ik weer helemaal fit, dus dat is het belangrijkste.”

Ambitie: promoveren

Sportief gezien draait Maasdijk een sterk seizoen. De ploeg staat tweede en pakte al een periodetitel. De doelstelling is dan ook helder: promotie naar de derde klasse. “Dat is al een paar jaar het doel. En ik denk ook dat we het niveau aankunnen. We spelen in oefenwedstrijden wel eens tegen derdeklassers en dan doen we niet voor ze onder.”

Nooit weg bij Maasdijk

Ondanks dat hij niet altijd speelt, heeft Bram nooit overwogen om de club te verlaten. De reden is simpel: Maasdijk is meer dan alleen voetbal. “Het zit om de hoek en ik voetbal hier met al mijn vrienden. Dit is gewoon de mooiste club die er is. Door de jaren heen bouw je hier echt iets op.”

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Bij SVS’65 moest de jeugd weer gaan leven. Pascal Adamakis staat er middenin, zonder dat hij dat zelf zo groot maakt.

“De jeugd bij Spijk was eigenlijk helemaal doodgebloeid,” zegt Pascal. “We hadden nog wel seniorenteams en wat oudere jeugd, maar onderaan kwam er niks meer bij. Geen kabouters, geen mini’s, helemaal niks.”

Van daaruit, met de hulp van Renée Pieters en Willem Looijen, begon het. Niet met een beleidsplan, maar met actie. Flyers op scholen, wat aandacht via social media, en vooral: mensen die het wilden oppakken. Pascal werd gevraagd om training te geven. Zijn zoon ging voetballen, hij liep zelf al zijn hele leven rond bij de club, dus de stap was snel gezet.

“We zijn gewoon begonnen op een maandagavond. Met Wesley de Bruin erbij. Gewoon spelletjes doen, lekker bezig zijn. Niet te moeilijk maken. Ze moeten het leuk vinden, dat is het belangrijkste. Als ze het niet leuk vinden, komen ze ook niet terug. Op de trainingen geeft Kevin van der Ploeg keeperstraining. Op zaterdag helpt James Moerkerken mij met de wedstrijden.”

Langzaam groeide het. De groep die begon als een handjevol kinderen, werd groter. Structuur kwam vanzelf. Inmiddels staat er een JO8, met negen jongens die ook wedstrijden spelen. Daarachter zit nog een groep die eraan komt. “Die zijn nu nog bezig met hun zwemdiploma of trainen alleen mee, maar die zitten er wel al bij. De kinderen zijn er wel. Het moet alleen doorgroeien.”

Dat doorgroeien is geen vanzelfsprekendheid. In de regio liggen grotere clubs, met meer teams, meer keuze, meer aantrekkingskracht. Pascal ziet het gebeuren, week in week uit. “Kinderen kiezen vaak voor clubs als GJS of Unitas. Dat is ook logisch. Ze willen met hun vriendjes spelen van school. Daar ga je niet tegenin.”

Toch merkt hij iets anders bij ouders. Die kijken anders naar een club. “Ouders zeggen vaak: ik kom liever naar Spijk omdat het kleiner is. Je kent iedereen. Het is overzichtelijk.”

Dat gevoel is precies waarom hij zelf nooit is weggegaan. Pascal speelt al sinds de F’jes bij SVS’65. Even het eerste gehaald, daarna weer terug naar het tweede. “Mijn vrienden voetballen allemaal in het tweede.”

Zijn oudste zoon Milan werd twee dagen na zijn geboorte lid. De jongste Mats een dag na zijn geboorte. “Dat zegt wel genoeg toch,” zegt hij met een lach. “Ze komen nu al kijken bij het eerste en tweede. Net als ik vroeger. Dat schept wel een band. Dan ga je niet zomaar naar een andere club. Je ziet gewoon dat ze het leuk vinden. Dat is het belangrijkste. Van daaruit komt de rest vanzelf.”

Hij is daarin duidelijk. Op training mag veel, maar er zijn grenzen. “Ze mogen bij mij alles, maar ze moeten wel luisteren. Het is geen speeltuin. Als we trainen, trainen we.”

Opvallend: gedoe met ouders is er nauwelijks. Waar dat bij andere clubs nog wel eens een thema is, blijft het hier rustig. “Nee, daar heb ik geen last van. Iedereen doet gewoon normaal tegen elkaar.”

Hij benadrukt ook dat hij het niet alleen doet. Wesley de Bruin staat elke week naast hem, zonder dat hij zelf een kind in het team heeft. “Die wil ik echt benoemen. Dat vind ik geweldig.”

Ondertussen groeit het langzaam door. Twee keer per week trainen. Nieuwe kleding. Sponsoren die zich melden. Kleine stappen, maar wel vooruit. “Als die groep doorgroeit, kan je misschien twee teams maken. Dat zou mooi zijn. Als je geen jeugd hebt, heb je geen bestaan. Zo simpel is het.”

Klik op SVS’65 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVS’65 voor meer informatie over de club.

Michel Pronk: stille kracht achter de schermen bij VELO

0

Vrijwilligers zijn het fundament van iedere amateurvereniging. Zonder hen geen trainingen, geen wedstrijden en geen goed georganiseerde club. Bij VELO geldt dat niet anders. Eén van de mensen die daar al jaren een bijdrage aan levert is Michel Pronk (53). Niet op de voorgrond, maar juist achter de schermen. En precies daar voelt hij zich het meest op zijn plek.

Zelf relativeert hij zijn rol meteen. “Het is allemaal niet zo spannend hoor,” zegt hij bescheiden. Maar wie een beetje doorvraagt, merkt al snel dat hij in de afgelopen jaren op meerdere manieren belangrijk is geweest voor de club.

Michel kwam niet als jeugdspeler bij VELO terecht, maar via zijn zoon. Die begon rond zijn vijfde met voetballen bij de club. Inmiddels is hij vijftien en speelt hij in de JO16-1. Daarmee is Michel inmiddels al een jaar of tien betrokken bij het jeugdvoetbal van VELO. “Je rolt er een beetje in. Eerst als leider bij het team van mijn zoon. Daarna werd dat steeds iets meer.”

Toen zijn zoon in de selectie van zijn leeftijdsgroep terechtkwam, groeide ook Michels rol binnen het team. Hij werd teammanager en maakte van dichtbij mee hoe een jeugdteam zich ontwikkelt.

Het werk van een teammanager speelt zich grotendeels achter de schermen af. Maar volgens Michel zit daar juist de charme van de rol. “Je bent onderdeel van het proces. Je gaat met elkaar naar wedstrijden, je maakt de voorbereiding mee en je ziet hoe zo’n groep groeit.”

Het mooiste moment vindt hij wanneer een plan dat trainers en staf hebben bedacht daadwerkelijk uitkomt. Hij maakte dat zelf mee bij een jeugdteam van VELO. “Met de JO13 moesten we eerst een stap terug doen. Daarna zijn we drie keer achter elkaar gepromoveerd. Dat hele proces was fantastisch om mee te maken.”

Na jarenlang teammanager te zijn geweest, besloot Michel vorig jaar een stap terug te doen. Maar helemaal stoppen bij de club deed hij niet.

Tegenwoordig is Michel binnen VELO actief als facilitair coördinator bij de technische commissie. In die rol regelt hij allerlei randzaken voor de jeugdselecties.

“De TC-leden moeten zich vooral bezig kunnen houden met voetbaltechnische zaken. Dus selectiebeleid, trainers en dat soort dingen. Ik probeer de praktische kant daarvan te organiseren.”

Dat betekent onder andere dat hij verantwoordelijk is voor materialen, kleding en andere facilitaire zaken rondom de selectieteams. Ook coördineert hij de videoanalyse bij de jeugdselecties.

Door zijn rol komt Michel regelmatig bij andere verenigingen. Daardoor ziet hij ook hoe verschillend clubs georganiseerd zijn. Volgens hem onderscheidt VELO zich vooral door de manier waarop zaken geregeld zijn. “Het klinkt misschien zwaar, maar ik denk dat professionaliteit een belangrijk verschil is. Binnen VELO proberen we alles goed te organiseren. Van trainingsvelden tot materialen en van trainers tot de jeugdstructuur.”

Vrijwilligers blijven onmisbaar

Toch betekent een goede organisatie niet dat er geen uitdagingen zijn. Ook bij VELO blijft het vinden van vrijwilligers een aandachtspunt. “Tekort is er eigenlijk altijd wel. Neem scheidsrechters bijvoorbeeld. Dat blijft lastig.”

Daarnaast kost het invullen van kantinediensten vaak de nodige moeite. Maar volgens hem valt het bij VELO nog relatief mee vergeleken met andere verenigingen. “Het is allemaal wel gevuld, maar het kan natuurlijk altijd beter.”

Klik op VELO Wateringen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VELO wateringen voor meer informatie over de club.

Meer woorden dan tackles: Van Zuijdam pakt zijn kaarten vooral met de mond

Zeven gele kaarten in zeventien wedstrijden. Op papier is dat het soort statistiek waarbij je al snel uitkomt bij een sloper, een middenvelder die overal te laat komt en zijn tegenstanders systematisch omver schoffelt. Alleen is Daniël van Zuijdam dat juist niet. “Ik ben geen schopper hoor, helemaal niet”, zegt de 26-jarige middenvelder van Haaften 1. “Vaak word ik juist geschopt.” De verklaring voor zijn kaartenstapel ligt ergens anders. “Negentig procent van mijn kaarten is denk ik wel praten. Dat is wel dom ja” lacht Van Zuijdam.

Van Zuijdam weet dat zijn gele kaarten niet goed zijn. “Dan denk ik: ja, superstom. Zo onnodig ook. Maar op dat moment zit ik hoog in mijn emotie. De laatste jaren is het eigenlijk wel iets meer geworden. Voorheen had ik dat nooit zo.”

De middenvelder geeft aan dat hij ervan houdt om het spelletje te verdelen. En wie het spel wil verdelen, wil vaak ook dat het spel een beetje normaal verloopt. Laat dat nu net niet altijd het geval zijn in de vijfde klasse, waar Haaften dit seizoen in uitkomt. “Als je in die vijfde klasse soms bij verenigingen komt… niet best.” Waar dat dan in zit? Van Zuijdam hoeft er niet lang over na te denken. “Gewoon die onkunde soms. Je wordt zo vaak geschopt hier. En dan ook nog eens op van die velden waar net de koeien nog in hebben gestaan, weet je wel.”

Dat is de harde, weinig romantische kant van het amateurvoetbal op dit niveau. Maar tegelijk blijft Van Zuijdam er opvallend nuchter onder. Want hoe matig het soms ook is, het plezier zit voor hem nog altijd ergens anders. “Het is gewoon gezellig met ons eigen team. Dat is uiteindelijk het belangrijkste.”

“Met mijn vrienden voetballen was gewoon leuker”

Van Zuijdam speelt inmiddels twaalf jaar bij Haaften en zit al ongeveer tien seizoenen bij het eerste. Zijn voetballeven begon bij ASH. “Ik woonde eerst in Hellouw, maar ben later verhuisd naar Haaften, waar ik goede vrienden had. Toen dacht ik: het is gewoon leuker om met mijn vrienden te gaan voetballen. En zodoende ben ik naar Haaften gegaan.”

Dat besluit heeft hij zich nooit beklaagd. Integendeel. “Dat is eigenlijk gewoon superleuk geweest. En nu nog steeds, dus ja, blij dat ik dat heb gedaan.” Wat Haaften daarin volgens hem typeert, is de vanzelfsprekende menging van generaties. “Ik vind het mooi dat na de wedstrijd gewoon van alle leeftijden mensen in de kantine staan. Jong, oud, letterlijk alles staat daar door elkaar.”

Dat dorpsgevoel is gebleven, ook nu de sportieve werkelijkheid minder is geworden. Haaften speelde een aantal jaar geleden nog in de derde klasse, later in de vierde, maar is nu voor het eerst in de vijfde klasse beland. Dat heeft alles te maken met het vertrek van een flinke groep ervaren spelers. “Er zijn best wat jongens gestopt waar ik altijd mee gespeeld heb. Een stuk of zeven van het oude eerste. En als zo’n klein clubje kan je dat niet altijd helemaal opvangen.”

Toch ziet hij in die verandering niet alleen maar iets negatiefs. Ja, het is wennen geweest. Ja, de ploeg is jong en zoekende. Maar hij gelooft wel in wat er staat. “We hebben nu een hele jonge groep. Dat komt ook vanzelf wel goed, want we zijn allemaal goed genoeg. Alleen het heeft gewoon even tijd nodig. We moeten meer scoren. Voetballend zijn we eigenlijk echt wel sterk.”

Binnen die jonge ploeg is er nog iets dat voor hem prettig werkt: de trainer. Danny Verwolf, 37 jaar, is niet alleen zijn coach maar ook een goede vriend. Ze speelden jarenlang samen in het eerste. Nu staat de een langs de lijn en de ander op het veld. “Dat hij nu onze trainer is, is wel leuk. Hij is ook een goede vriend van mij, dus dat is echt top. We kunnen wel kwaad op elkaar worden. Maar na de wedstrijd is dat allemaal weer goed joh.”

Klik hier voor meer informatie over vv Haaften
Klik hier voor meer artikelen over vv Haaften

Sjaak Brunt: “Als je bij mij loopt, ben je de sjaak”

Wie hem voor het eerst ziet bij Honselersdijk, begrijpt direct waarom spelers hem met respect aankijken. Sjaak Brunt (63) is een grote, gespierde man met een imposante uitstraling. Geen schreeuwer, geen man van loze kreten, maar iemand die precies weet wat hij doet. En vooral: iemand die geen halve maatregelen neemt.

Sjaak is hersteltrainer van de selectie. Zijn taak? “De groep naar een hoger niveau brengen en de geblesseerden terug het veld op krijgen,” zegt hij nuchter. Samen met verzorgsters Marina en Patricia vormt hij de medische staf rondom de selectie-elftallen van Honselersdijk. Maar zijn rol gaat verder dan alleen tape plakken of oefeningen voordoen. Hij is onderdeel van het fundament onder de selectie.

Sjaak komt uit Den Haag en zijn sportieve achtergrond ligt niet primair in het voetbal. “Ik heb in de jeugd gevoetbald, maar niet op hoog niveau. Ik was geen groot talent.” Waar anderen misschien gefrustreerd raken als ze merken dat voetbal niet hun sterkste kant is, vond Sjaak zijn weg in een andere discipline: krachtsport.

Vanaf zijn achttiende raakte hij in de ban van het gewichtheffen. “Dat is het echte werk,” zegt hij met een glimlach. “De halter boven je hoofd trekken en stoten.” Hij werd Nederlands kampioen in zijn klasse, trok 130 kilo en stootte 170 kilo. “We draaiden tegen de wereldtop aan. Ik ben een keer vierde geworden bij een internationale wedstrijd.”

In een tijd waarin krachtsport nog lang niet zo populair was als nu, stond hij al in de hal. “Eind jaren tachtig was het simpel: zo zwaar mogelijk tillen. Tegenwoordig heb je veel meer variatie. Hyrox, conditionele vormen, powerlifters, bodybuilders. Het is allemaal veel breder geworden.”

Die achtergrond vormt nog altijd de basis van zijn werk. Zijn loopbaan in het voetbal begon in 1989 als masseur en sportverzorger. “Ik ben bij allerlei clubs actief geweest.” Vanaf 2000 ontwikkelde hij zich tot hersteltrainer, onder meer bij Haaglandia. Daar bouwde hij ervaring op in het begeleiden van spelers die terugkwamen van blessures.

Een jaar of tien geleden werd hij gevraagd bij Honselersdijk. “En hier ben ik blijven hangen.” Niet omdat het toevallig zo liep, maar omdat de club hem de ruimte geeft om zijn werk serieus te doen.

Die ruimte is letterlijk zichtbaar in het krachthonk van de club. “Negen van de tien amateurclubs hebben dat niet. Hier hebben we gewoon een ruimte waar we structureel kunnen trainen. Dat is fantastisch.”

Elke maandagavond staan er ongeveer twintig selectiespelers klaar. Twee groepen van tien tot twaalf. “Ik leg uit wat ze beter kunnen doen. Het gaat niet alleen om kracht, maar om bewegen. Hoe sta je? Hoe land je? Hoe draai je?” Hij ziet duidelijk effect. “Ze bewegen beter. Je merkt dat het helpt.”

22 geblesseerden

Dit seizoen begon heftig. “In de eerste periode hadden we 22 man geblesseerd,” zegt hij. “Dat is extreem.” Blessures hebben niet alleen fysieke gevolgen, maar beïnvloeden ook de teamdynamiek. “Als je steeds moet schuiven, raak je automatismen kwijt. Dat doet iets met de chemie.”

Daar ligt zijn motivatie. Minder blessures, sneller herstel. Niet om cijfers te halen, maar om stabiliteit te creëren. “Als spelers terugkomen en weer mee kunnen doen, zie je dat het vertrouwen groeit bij de elftallen.”

Hij begeleidt spelers individueel, met gerichte schema’s. Conditioneel trainer, medische training – hij heeft er opleidingen voor gevolgd. Maar ervaring is minstens zo belangrijk. “Je moet aanvoelen wanneer iemand echt pijn heeft en wanneer het vooral weerstand is.”

‘Het leven is makkelijker dan jouw oefeningen’

Sjaak staat bekend om zijn stevige aanpak. “Als je bij mij loopt, ben je ‘de sjaak’,” zegt hij met een brede glimlach. Dat betekent niet dat hij spelers sloopt, maar wel dat hij ze uitdaagt. “Je moet meer doen dan je denkt dat je kunt.”

Vuilnisbakkie

Sommige spelers zoeken tijdens zware sessies drie keer een vuilnisbakkie op. “Dan hoor ik: ‘Het leven is makkelijker dan jouw oefeningen, Sjaak.’” Hij lacht erom, maar blijft streng. “Pijn is emotie. Je moet leren onderscheiden wat echte schade is en wat gewoon vermoeidheid is.”

Hij benadrukt dat hij geen einzelgänger is binnen de selectie. “Je moet onderdeel zijn van het team. Als je los staat van de groep, werkt het niet.” Spelers moeten hem vertrouwen. Weten dat hij hen sterker terugbrengt dan ze waren. “Op het moment dat ze bij mij terugkomen op het veld, zijn ze beter dan ze geweest waren,” zegt hij overtuigd.

Naast de selectie is hij ook betrokken bij de jeugd. “Bij jonge spelers gaat het niet om kracht, maar om bewegen. Coördinatie, stabiliteit. De basis moet goed zijn.”

Hij ziet dat sport tegenwoordig breder wordt aangeboden. “Vroeger had je eigenlijk alleen maar voetbal, nu kun je van alles doen.” Die ontwikkeling vindt hij positief, zolang de basis maar goed wordt gelegd. Tegelijkertijd vindt Sjaak dat op scholen het bewegen wordt geminimaliseerd. “Tezamen met het gebruik van sociale media krijg je bewegingsarmoede.”

Zelf probeert hij ook fit te blijven. “Ik probeer een beetje op gewicht te blijven.” De halters van 170 kilo tilt hij niet meer, maar zijn fysiek verraadt nog altijd zijn verleden.

Sportief kende Honselersdijk een lastige fase, mede door het blessureleed. “Dat was gewoon pech,” vindt hij. Maar inmiddels ziet hij herstel. “We hebben een uitgebalanceerde selectie. Degelijk middenveld en de beste spitsen uit het Westland. Ik heb vertrouwen.”

Voor Sjaak draait het niet om applaus. Hij hoeft niet op de voorgrond te staan. Zijn werk gebeurt achter de schermen, in het krachthonk, op de behandelbank, in de looplijnen op het veld. Hij is de man die spelers weer laat geloven in hun lichaam. Die ze sterker maakt dan ze waren. Die ervoor zorgt dat ze terugkeren. En als ze bij hem lopen, weten ze het zeker: dan zijn ze de sjaak.

Klik op SV Honselersdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Honselersdijk voor meer informatie over de club.

Jacques-Dirk Langerak is de nieuwe voorzitter van VV Vuren

Soms loopt een verhaal niet via een uitgestippeld pad, maar via een moment. Voor Jacques-Dirk Langerak begon het voorzitterschap van VV Vuren niet met een ambitieplan of een lange voorbereiding, maar ergens op een trainingskamp. “Wij gaan één keer per jaar met de senioren een weekend weg,” vertelt hij. “En toen zei iemand: ‘Waarom ga jij het niet doen?’ Ik zei nog: ‘Nee joh.’ Maar toen stak iemand zijn hand op en riep: ‘We hebben een nieuwe voorzitter.’” Hij lacht er nog om, maar het was wel het moment dat iets kantelde. “Misschien was dat net het zetje wat ik nodig had.”

Formeel zit Langerak er pas net, maar feitelijk draaide hij sinds eind januari al mee. Toch zat daar wel twijfel voor. “Ik heb een drukke baan, drie kinderen die allemaal voetballen, ik voetbal zelf nog en ik zat in de jeugdcommissie. Dan ga je wel nadenken: past dit er nog bij?” Die afweging is herkenbaar voor iedereen die in het amateurvoetbal rondloopt: het is nooit één taak, het stapelt zich altijd op. “Op een gegeven moment moet je keuzes maken. Je kunt niet alles blijven doen.”

Dus stapte hij uit de jeugdcommissie, maar stapte hij wel in het voorzitterschap. En dat voelt goed, zegt hij. Niet omdat het een mooie titel is, maar omdat het werk hem ligt. “Ik vind het leuk om organisatorisch bezig te zijn. En dat je met een groep bestuursleden beleid kan bepalen voor de club, dat geeft energie. Je bent ergens mee bezig wat groter is dan jezelf.”

Langerak is geen geboren Vurenaar. Hij groeide op in Schelluinen, voetbalde daar, maakte de stap naar Unitas in de jeugd en speelde later nog bij SVW. Maar uiteindelijk kwam hij toch weer uit bij het dorpsvoetbal. “Dat past gewoon beter bij mij. Je kent mensen, het is overzichtelijk, iedereen doet wat voor de club.” Sinds vijf jaar woont hij in Vuren. “We zochten meer ruimte en dat vonden we hier. En ik vond het ook wel mooi om weer in een dorp te wonen, zoals vroeger.”

Vanaf dat moment ging het snel. Zijn kinderen gingen voetballen, hij werd trainer, rolde de jeugdcommissie in en sloot zich aan bij de 35-plus. “En dan zit je er ineens middenin.Dat gaat vanzelf.”

Dat ‘middenin zitten’ kreeg al snel een andere lading, want nog voordat hij goed en wel kon landen in zijn rol, moest er een lastige beslissing genomen worden. VV Vuren stond onderaan en het bestuur besloot de samenwerking met de hoofdtrainer te beëindigen. Langerak draait er niet omheen, maar weegt zijn woorden wel zorgvuldig. “Dat is geen makkelijke beslissing. Je hebt met een persoon te maken. Maar uiteindelijk moet je kijken naar het belang van de club.”

Hij benadrukt dat het nooit zwart-wit is. “Het is niet alleen de trainer. We hebben ook naar de spelers toe uitgesproken: jongens, kijk ook in de spiegel. Het is altijd een combinatie.” Maar de resultaten bleven uit en de signalen veranderden niet. “Dan moet je op een gegeven moment iets doen. Je kunt niet blijven wachten. Of het helpt, dat weet je pas achteraf.”

Wat hem opvalt aan de club waar hij nu leiding aan geeft, is niet zozeer iets spectaculairs, maar juist iets basaals. “Het is echt een dorpsclub. Er zijn veel vrijwilligers en als er iemand stopt, staat er vaak wel weer iemand anders op.”

Het grootste agendapunt is het grasveld. “We hebben nu nog geen kunstgras,” zegt hij. “En we willen eigenlijk over een jaar of twee dat wel realiseren. Daar komt veel bij kijken. Geld, gemeente, plannen maken. Maar we hebben dat nu wel echt op de agenda staan.”

Voor meer artikelen over VV Vuren klik hier.
Voor meer informatie over VV Vuren klik hier.

Nieuwe impuls voor meidenvoetbal bij Monster: “We doen dit echt samen”

0

Het meiden- en vrouwenvoetbal bij SC Monster groeit. Niet explosief, maar gestaag. Dat komt doordat er mensen zijn die er tijd en energie in steken. Zoals Lynn van Vliet en Mady van der Zeyden, die samen een belangrijke rol spelen binnen de technische commissie van de meiden- en damesafdeling.

Want waar die afdeling voorheen onderdeel was van de mannen-TC, staat er sinds dit seizoen een eigen structuur. En dat was nodig. “Er werden zoveel dingen besproken, dat wij er vaak niet eens aan toekwamen,” vertelt Lynn. “De mannenafdeling is groot, logisch dat daar de meeste aandacht naartoe gaat. Maar wij groeien ook, dus we wilden daar meer focus op.” Monster heeft twee senioren damesteams, vier jeugdteams en sinds kort een MO8 die vriendschappelijke partijen speelt.

De ruimte om te groeien is er nu. Met een TC van vijf mensen, waarin Lynn en Mady samen optrekken, ligt de nadruk op alles rondom de teams. Niet alleen organiseren, maar vooral: voelen wat er speelt. “Wij zitten dicht op de groepen. Vooral bij Dames 1, Dames 2 en de MO15. We proberen echt te horen hoe meiden erin staan. Wat gaat goed, wat kan beter.”

Die rol is misschien minder zichtbaar dan die van een trainer, maar minstens zo bepalend. Want sfeer en ontwikkeling lopen vaak door elkaar heen. “Als het goed gaat en je wint, is er weinig aan de hand. Maar als je vaker verliest, komt er vanzelf wat meer onrust.”

Juist daarom zoeken zij actief het gesprek op. Zo werden er recent gesprekken gevoerd met alle speelsters van de MO15. Niet uit noodzaak, maar uit aandacht. “Gewoon vragen: heb je het naar je zin, zit je ergens mee, wil je dat dingen anders gaan? Dat soort dingen.”

Voor Lynn zelf is die rol geen vanzelfsprekendheid geweest. Jarenlang stond ze zelf op het veld, tot haar lichaam haar tot stilstand dwong. Twee keer scheurde ze haar kruisband. “De eerste keer rechts, de tweede keer links. Dan weet je: dit wordt weer een lang traject.”

Stoppen bij de voetbalclub? Geen moment serieus overwogen. “Ik vind het veel te leuk. Dus dan ga je kijken: hoe kan ik toch betrokken blijven?” Die betrokkenheid vond ze in de TC, waar ze samen met vier andere vrijwilligers een brug vormt tussen speelsters en beleid. Iets wat, zeker in een groeiende afdeling, onmisbaar is.

Want groeien doet het meidenvoetbal bij Monster. Met teams van de jongste jeugd tot aan de senioren ligt er inmiddels een stevige basis. “Als je ziet wat er nu staat, dat is gewoon mooi. “En we willen verder groeien, maar wel op een manier dat iedereen het naar zijn zin heeft.”

Of Lynn zelf ooit nog terugkeert op het veld, is nog onzeker. De wil is er, maar het risico ook. “Ze kunnen niet garanderen dat als ik nog een keer mijn kruisband scheur ik alles kan blijven doen wat ik nu kan. Dus dat weegt wel mee.”

Klik op SC Monster voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Monster voor meer informatie over de club.

Huib van Driel is al zeventig jaar lid van ASV Arkel: “Ik blijf er altijd bij betrokken”

Bij ASV Arkel loopt een man rond die er altijd al was. Hij was er letterlijk vanaf de eerste dag. Huib van Driel is 87 jaar en sinds de oprichting in 1956 lid van de club en daarmee het oudste lid van Arkel. Huib speelde is een clubman pur sang die niet alleen zijn wedstrijden speelde, maar daarna ook bleef hangen. Eerst als voetballer, later als vrijwilliger, als manusje-van-alles, als supporter en als vaste verschijning op sportpark Schoonzigt.

Huib kwam in 1956 bij ASV Arkel terecht, in de tijd dat de club opnieuw werd opgebouwd. Daar zat ook meteen iets persoonlijks in, want zijn vader speelde een rol bij die heroprichting. “Hij haalde contributie op. In die tijd moest je nog gewoon langs de deuren gaan. Een andere tijd.”

Zelf had hij voor die tijd al in Gorinchem gevoetbald, bij SVW. Maar toen twee mensen hem vroegen om mee te helpen bij het nieuwe Arkel, hoefde hij daar niet lang over na te denken. Hij ging, bleef en ging nooit meer weg.

Er waren wel clubs die aan hem trokken, vertelt hij. Zeker nadat hij in Gorinchem had laten zien dat hij aardig uit de voeten kon. Maar Huib koos voor de dorpsclub die Arkel was en nog altijd is. Op het veld stond Huib rechtsbuiten. “Ik was de gevaarlijke man op rechts,” zegt hij met zichtbaar plezier. “Ik was snel, handig en ik pikte geregeld een doelpunt mee. Er waren weinig wedstrijden dat ik niet scoorde.”

Of hij net zo goed was als zijn buurjongen Frenkie de Jong? “Nee dat ook weer niet. Mijn vrouw en ik houden Frenkie goed in de gaten, hij doet het fantastisch in Barcelona en we zijn trots op hem. Frenkie woonde altijd naast ons en we zagen hem vaak op zijn fiets stappen met een bal onder zijn snelbinders.”

Zoals dat bij echte clubmensen gaat, bleef het niet bij spelen alleen. Huib werd leider, zat in werkcommissies, hielp met onderhoud en pakte op wat er nodig was. Dat doet hij nog steeds, zij het in beperktere vorm. Met een stok, soms met een scootmobiel, en na een nare val waarbij hij zelfs over de kop sloeg met dat ding. Toch laat hij zich daar niet helemaal door tegenhouden. Hij rijdt nog steeds geregeld naar sportpark, kijkt rond, praat wat, helpt waar dat kan en blijft bovenal aanwezig. “Voor een bakje koffie, een praatje, een hand- en spandienst, een kritische blik op de kantine of de kleedkamers.”

En dan is er natuurlijk nog het eerste elftal. Want ook nu volgt Huib Arkel nog op de voet. “Uit en thuis. Het lijkt erop dat we kampioen worden. Daar kan ik nu al naar uitkijken. Als die jongens op de platte kar door het dorp gaan rijden, stap ik er ook op.”

Een leven lang Arkel

Inmiddels is Huib onderscheiden door Arkel. Hij kreeg de zilveren en gouden speld van de club, werd lid van verdienste en ontving ook buiten de voetbal waardering voor zijn vrijwilligerswerk. Maar het meest trots klinkt hij misschien nog wel als hij vertelt dat hij al zeventig jaar lid is van Arkel. Dat hij er nog steeds komt. Dat mensen hem nog steeds kennen. Dat hij nog steeds mag meepraten over de club.

Klik op ASV Arkel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ASV Arkel voor meer informatie over de club.

Rik Helleman (22) is goud waard voor Quintus

0

Als je bij Quintus rondloopt, kom je Rik Helleman (22) vroeg of laat vanzelf tegen. Op zaterdag vanaf zeven uur ’s ochtends tot een uur of zes ’s avonds is hij er. Doordeweeks ook. Training geven, keeperstraining verzorgen, randzaken regelen, even bij het eerste kijken. Vijf dagen per week is hij op de club. “Als je andere leiders ziet, ben ik meestal de jongste,” zegt hij lachend. Maar dat hoor je hem niet als bezwaar uitspreken. Voor Rik voelt het logisch.

Zijn voetbalverhaal begon bij VELO, waar hij tien jaar keepte. Hij volgde de opleiding Sport en Bewegen en zat met vriend Timo van Houten in de klas, die nog een keeper zocht. Uiteindelijk koos Rik voor een overstap naar Quintus. “Bij VELO werden dingen beloofd die niet werden waargemaakt. Ik zou hoger komen, maar dat gebeurde niet. Ook keek die club niet om naar teams die geen selectie waren.”

Bij Quintus vond hij iets anders. “Het is een kleinere club. Iedereen kent elkaar en je wordt gewaardeerd voor wat je doet.” Dat gevoel van erkenning maakte het verschil. Timo van Houten vroeg hem destijds om te komen keepen, en zo begon zijn hoofdstuk in Kwintsheul.

Hij keepte er drie jaar, maar zijn lichaam werkte niet mee. Twee keer schoot zijn schouder uit de kom, één keer zijn elleboog. “Toen was het klaar.”

Van onder de lat naar langs de lijn

Tijdens zijn blessureperiode werd hij gevraagd om te vlaggen en leider te worden bij het eerste. “Ik regel alles rondom de wedstrijden. Kleding, randzaken, wedstrijdformulier. Sinds kort hoort daar ook een VEO-camera bij om wedstrijden op te nemen.”

Daarnaast werd Rik jeugdtrainer. Inmiddels zit hij in zijn vijfde jaar als trainer. “Ik begon bij de JO11 en groeide mee met de groep naar de JO15. Ik zie hoe ze beter worden. Niet alleen voetballend, maar ook als team. Ze spreken buiten de training met elkaar af. Het is echt een vriendenteam. Ook de ouders zijn betrokken. Ik heb mijn trainersdiploma’s gehaald, maar voor nu zie ik geen noodzaak om nog meer diploma’s te halen.”

Meer dan alleen trainen

Rik beperkt zich niet tot twee avonden per week training geven. Hij organiseert het E- en F-weekend van de club. Een compleet weekend vol voetbalspellen, stormbanen, springkussens, penalty’s tegen de keeper van het eerste, samen eten en slapen op de club. “Zo’n weekend kost veel voorbereiding, maar het is geweldig om te zien hoe die kinderen genieten.”

Daarnaast fluit hij af en toe als scheidsrechter, geeft hij keeperstraining op donderdag en ondersteunt hij andere jeugdteams waar nodig. Vanaf volgend seizoen treedt hij toe tot de technische commissie van de jeugd. Daar gaat hij meewerken aan een beleidsplan en wordt zijn rol het ondersteunen van andere trainers. “Ik wil trainers helpen waar ze tegenaan lopen. Niet alles zelf doen, maar zorgen dat zij beter worden.”

Wat drijft hem? “Als je jongens iets probeert te leren – tactiek, nadenken in het veld – en je ziet dat ze het gaan snappen, dat is mooi.” Naast het voetbal werkt Rik 31 uur per week in de kinderopvang en daarnaast negen uur als onderwijsassistent. Zijn leven draait om kinderen, op het werk en op het veld. Toch voelt de club niet als een verplichting. “Het is veel,” erkent hij. “Maar als je het met veel mensen samen doet en je krijgt er energie van, dan voelt het niet als veel.”

Klik op vv Quintus voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Quintus voor meer informatie over de club.

Mark van der Sluijs is regelneef bij HVC’10

0

Mark van der Sluijs is 54, Rotterdammer van oorsprong, en via de liefde in Hoek van Holland terechtgekomen. Het type vrijwilliger dat je bij vrijwel iedere amateurclub nodig hebt, maar zelden in één functie kunt vangen. Trainer was hij, wedstrijdsecretaris is hij nog steeds, daarnaast draait hij mee in de toernooicommissie, gaat hij mee op jeugdkamp en is hij sinds dit seizoen hoofdcoördinator jeugd bij HVC’10. Zelf zegt hij het liever wat luchtiger: “Ik ben meer de regelneef van de club.”

Zijn verhaal bij HVC’10 begon zoals het bij veel vrijwilligers begint: met een kind dat ging voetballen. Zijn zoon kwam bij de mini’s terecht en via goede vriend Jeroen Kramer werd ook Mark de club ingezogen. “Jeroen vroeg: kan je me helpen bij de mini’s? Toen zei ik: ja, tuurlijk.” Dat helpen werd een vaste rol. Eerst ondersteunde hij trainingen en coaching, van de mini’s tot en met ongeveer de JO11. Daarna ging hij zelfstandig verder en groeide hij mee met de lichting van zijn zoon.

Dat hij zijn eigen zoon trainde, voelde voor hem nooit gek. “Mijn vader deed dat vroeger ook bij mij. Dus voor mij was dat eigenlijk heel logisch. Een vereniging is iets wat je samen doet. Als je je kind bij een club hebt, dan moet je ook iets bijdragen. Als niemand het doet, zijn er geen trainingen, geen coaching en geen activiteiten.” Dat betekent niet dat hij geen valkuilen zag. Zoals zoveel ouders die trainer worden, merkte ook hij dat je soms te veel verwacht van zo’n groep. Zeker als je fanatiek bent en graag wilt dat dingen goed gaan. “Dan verwacht je soms meer van die jongens dan erin zit en word je negatief. Dan maak je het voor jezelf eigenlijk moeilijker.”

Uiteindelijk stopte hij als trainer, maar zeker niet als vrijwilliger. Integendeel. Hij verschoof van het veld naar de organisatie. Eerst kwam de rol van wedstrijdsecretaris op zijn pad. Vanuit het wedstrijdsecretariaat rolde hij verder de club in. Hij kwam in de kampleiding terecht, ging thuistoernooien mede organiseren en schoof steeds vaker aan bij jeugdvergaderingen.

Als hoofdcoördinator is hij nu de schakel tussen coördinatoren per leeftijdscategorie, jeugdvoorzitter en ouders. Hij verzamelt agendapunten, denkt mee over beleid en springt bij waar nodig.

Toch wil hij beslist niet de indruk wekken dat het allemaal op zijn schouders rust. Integendeel. Tijdens het gesprek komt hij daar meerdere keren op terug. “Schrijf wel op dat we het met elkaar doen. Het is niet de Mark van der Sluijs-show.” Dat is voor hem wezenlijk. Hij is voorgedragen door het bestuur, maar ziet zichzelf niet als iemand die boven de rest staat. “Elke vrijwilliger is net zo belangrijk als de voorzitter. Zo zie ik dat echt. Zonder vrijwilligers kan een vereniging gewoon niks.”

Jeugdkamp

Het jeugdkamp neemt bij HVC’10 een bijzondere plek in. Mark noemt het een voetbalkamp, maar voegt er meteen aan toe dat voetbal eigenlijk bijzaak is. Vijf dagen lang gaan kinderen van grofweg de JO9 tot en met de oudste jeugd samen naar een kamphuis. Daar worden teams gemaakt met een mix van leeftijden, waarbij de oudste spelers aanvoerder zijn van de groep. Vervolgens draait de week om spellen, uitdagingen, onderlinge competitie en plezier. “We proberen drie spellen per dag te doen. Natuurlijk wordt er ook gevoetbald, maar het gaat vooral om samen dingen beleven. Het is echt zo’n week waar kinderen nog lang over napraten.”

HVC’10 is een regioclub, maar niet van het formaat Westlandia of ’s-Gravenzande, waar selectieteams op divisieniveau spelen en de ambities nog verder reiken. HVC’10 zit daaronder, sportief gezien, maar probeert zich te onderscheiden op sfeer, betrokkenheid en jeugdbeleving. “Als kinderen echt heel goed zijn en naar een grotere club willen, dan snappen we dat. Maar we willen wel zorgen dat kinderen hier met plezier blijven voetballen.” De clubindeling is dan ook niet alleen gericht op niveau, maar ook op plezier. “Ieder kind moet in zijn eigen kracht kunnen voetballen.”

Opvallend is hoe vaak in zijn verhaal de ouders terugkomen. Goede, betrokken ouders zijn volgens hem goud waard voor een team. Niet alleen omdat ze rijden of limonade meenemen, maar omdat ze helpen om een groep te maken. Een teamuitje, een seizoensafsluiting, net even dat extra. “Je gunt elk team betrokken ouders.Dat maakt zoveel verschil.” Tegelijk ziet hij ook de andere kant: ouders die hun kind afzetten, wegrijden en verder weinig binding met de club opbouwen. Dat vindt hij soms lastig. Niet verwijtend, wel eerlijk. “Je ziet vaak dezelfde mensen. En ik snap dat iedereen druk is, maar ik vind wel dat je in een vereniging iets mag verwachten.”

Hij noemt als voorbeeld de bardiensten. Bij HVC’10 wordt aan ouders gevraagd om een paar keer per seizoen een dienst te draaien. Niet veel, zeker niet als je het uitsmeert. Toch is er weerstand. Te druk, al genoeg gedaan, contributie betaald, de redenen kent hij inmiddels wel. Maar hij merkt ook dat mensen die het eenmaal doen, vaak verrast zijn. “Dan zeggen ze: het valt eigenlijk best mee, en het is nog gezellig ook.”

Zelf weet Mark niet precies hoe lang hij dit alles nog blijft doen. Dat hangt deels samen met zijn zoon, die inmiddels in de JO15 zit en daarnaast judo op hoog niveau doet. Misschien kiest hij straks volledig voor judo. Misschien blijft hij voetballen. En misschien verandert daarmee ook de rol van Mark en zijn vrouw binnen de club. Zijn vrouw is namelijk ook betrokken, onder meer via de kledingcommissie en activiteiten voor de jeugd. “We hebben het er thuis wel over. Wat doen we als hij stopt? Stoppen wij dan ook?” Het antwoord weet hij nog niet. “Aan de ene kant haal ik veel plezier uit mijn werk bij de club en uit de sociale contacten die erbij horen. Aan de andere kant weet ik ook dat veel van mijn betrokkenheid gegroeid is vanuit het langs de lijn staan.”

Voorlopig is dat nog niet aan de orde. Hij blijft nog wel even. Daar lijkt hij zelf ook van overtuigd. Niet omdat het moet, maar omdat hij zich er thuis voelt. Omdat organiseren hem ligt. Omdat hij energie haalt uit een goed lopend toernooi, een geslaagde kampweek of een kind dat met een glimlach naar huis gaat. En misschien ook gewoon omdat een club als HVC’10 mensen nodig heeft die net iets verder kijken dan hun eigen zoon of dochter.

Klik op HVC’10 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HVC’10 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.