Home Blog Pagina 2

RBC’er Bierkens verruilt aanvoerdersband voor jeugdtrainerschap

0

Perry Bierkens (36) is na een lange voetbalcarrière begonnen als jeugdtrainer bij de JO14 van RBC. Zo blijft de voormalig captain betrokken bij de club waar hij zoveel successen beleefde. „Je probeert je ervaring op ze over te brengen, maar ze denken het vaak al heel goed zelf te weten’’, lacht hij.

„Verlaat het voetbal, voordat het voetbal jou verlaat”, zei Sky Sports-analist en voormalig Liverpool-verdediger Jamie Carragher in 2024. Die uitspraak bleef hangen bij Bierkens. Dat seizoen twijfelde de toen 34-jarige verdediger al of hij er nog een seizoen aan vast zou plakken. Naarmate het voetbaljaar vorderde, besloot hij toch met zijn team de Derde Divisie in te gaan: „Maar al snel werd het voor mezelf duidelijk dat dat mijn laatste seizoen zou zijn.’’

Met de uitspraak van Carragher in zijn achterhoofd besloot Bierkens al vóór de winterstop dat hij er na het seizoen een punt achter zou zetten. „Het fysieke component speelde mee, maar op een gegeven moment bereik je een leeftijd – ik was toen 35 – waarop het ook wel genoeg is geweest. Je moet stoppen op je hoogtepunt: ik heb in vijf seizoenen twee kampioenschappen en een promotie meegemaakt.’’

Toen het hoge woord eruit was, ging hij met RBC om de tafel over hoe hij nog betrokken kon blijven. „Ik was er al over uit dat ik een jeugdteam wilde gaan trainen’’, vertelt hij. „De twee seizoenen voor mijn laatste seizoen had ik al het team van mijn zoontje getraind. Die speelde toen in de JO8 en vervolgens in de JO9 van RBC. Ik heb toen ook mijn VC1-diploma gehaald.’’

„Na die twee seizoenen stopte ik daarmee, omdat ik me in mijn laatste seizoen volledig wilde richten op mezelf als voetballer en RBC 1’’, gaat Bierkens verder. „Wel wist ik al dat ik het later weer wilde oppakken. Nu ik zelf niet meer voetbal, is daar weer ruimte voor. RBC stelde voor om de JO14 te gaan trainen.’’

„Het is een goede lichting’’, vindt Bierkens. „Dit seizoen is het tweede seizoen voor ze op een groot veld. Dat is een nieuwe fase in de ontwikkeling van een voetballer: ze moeten nog leren gebruik te maken van al die ruimte. Een mooie kans en uitdaging voor mij om daarmee aan de slag te gaan.’’

Een JO14 trainen is andere koek dan een JO8, heeft Bierkens al snel gemerkt. „Het zijn echt pubers. Ze weten het allemaal al heel goed voor hun eigen gevoel. Dat vereist een speciale aanpak. Soms ben ik een van hen, bijvoorbeeld met taalgebruik en grappen. Maar tijdens besprekingen, trainingen of wedstrijden sta ik er echt boven. Dan eis ik ook het maximale.’’

De JO14 krijgt in Bierkens na twee jaar een nieuwe trainer. Met die trainerswissel ging een aanpassing in formatie en speelstijl gepaard. „Ik merkte dat dat even een omschakeling was’’, vertelt de trainer. „Het vergt tijd om aan elkaar en het systeem te wennen. Maar ik moet zeggen: we zijn de laatste tijd meer naar elkaar toe gegroeid. Ook de potentie en intentie zijn er. Dat begint nu zijn eerste vruchten af te werpen.’’

Sanders voor de tweede keer van Cluzona naar Alliance: ‘De perfecte oplossing’

0

Lucas Sanders (30) is deze zomer voor de tweede keer in zijn voetbalcarrière naar Alliance overgestapt. De Wouwse middenvelder zag zijn vriendenteam bij Cluzona uit elkaar vallen en wilde graag weer selectievoetbal spelen. „Het gaat beter dan verwacht.’ Na het uiteenvallen van zijn team kreeg Sanders een belletje van zijn goede vriend, tevens aanvoerder van Alliance 1, Bob Rijpert. Of hij geen zin had om weer op sportpark De Kortendijk te komen voetballen? „Het was de perfecte oplossing’’, legt de Wouwse middenvelder uit.

„Hoewel mijn team uit elkaar gevallen was, wilde ik nog niet stoppen met voetballen’’, gaat hij verder. „Bij Cluzona kon ik alleen aansluiten bij een team dat op zondag speelt, terwijl ik graag op zaterdag wilde blijven spelen. Ook wilde ik graag op niveau blijven voetballen. Bij Alliance kon dat allemaal.’’

Daarnaast kent Sanders een deel van de Alliance-selectie. Een aantal van hen heeft een verleden bij Cluzona; anderen speelden al bij Alliance toen hij daar zelf negen jaar geleden zat. Op zijn 21ste maakte hij de overstap van Wouw naar Roosendaal namelijk al eens. „Ik had een meningsverschil met de trainer. Hij koos ervoor om me buiten de selectie te laten voor de kampioenswedstrijd. Daar was ik een beetje chagrijnig over’’, blikt hij terug.

Om weer met een schone lei te beginnen, maakte de Wouwenaar de overstap naar Alliance, waar hij een jaar speelde. Vanwege de switch van zondag- naar zaterdagvoetbal keerde Sanders terug naar Cluzona. Tevens werd hij door zijn oud-teamgenoot Marcel van der Sloot, die inmiddels trainer was geworden, gevraagd om bij het eerste mee te trainen.

Na één seizoen trainen bij Cluzona 1 en spelen in een vriendenteam sloot Sanders weer volledig bij het eerste aan. Twee jaar later zette hij een punt achter zijn tijd bij de Wouwse selectie. „Het speelde mee dat Marcel (van der Sloot, red.) stopte als trainer. Daarnaast wilde ik me meer focussen op het trainerschap. Ik werd namelijk gevraagd om bij MOC’17 de JO15-1 te gaan trainen.’’

Toen dat seizoen erop zat, kwam Van der Sloot weer op het pad van Sanders. De oud-prof was inmiddels actief als hoofdtrainer bij VV Dongen, dat toen uitkwam in de Vierde Divisie. „Hij vroeg mij als zijn assistent’’, vertelt Sanders. „Ik had eigenlijk al toegezegd trainer te worden van de JO17-1 bij Roosendaal, maar deze kans kon ik niet aan me voorbij laten gaan. Ik heb een hele goede band met Marcel en dit was een speciale klus.’’

„Het waren twee hele mooie jaren in Dongen’’, blikt Sanders daarop terug. „Werken onder een trainer die met een professionele blik naar het voetbal kijkt, daar heb ik heel veel van geleerd. Maar op een gegeven moment kon ik mijn werk niet meer combineren met de vele uren die erbij kwamen kijken. Dus ben ik – na het winnen van de beker – in de zomer van 2025 gestopt.’’

Het trainerschap heeft Sanders voor nu even op de lange baan geschoven. Als voetballer blijft hij dus nog wél actief bij Alliance. „De voorbereiding liep goed en ik heb tot nu toe elke wedstrijd in de basis gestaan. Persoonlijk gaat het beter dan verwacht. Met het team staan we voor de uitdaging om te handhaven in de derde klasse. Daar gaan we voor.’’

DVO’60 stelt clubman Nieuwlaat aan als vervangend hoofdtrainer

0

Het eerste van DVO’60 heeft een roerige zomer achter de rug. Er werd in Delano Omio een nieuwe hoofdtrainer aangesteld, maar zijn dienstverband bleef beperkt tot een aantal weken. Assistent Edwin Nieuwlaat, die eerder al de leiding had bij het eerste, nam het stokje over. „Ik had eigenlijk de ambitie niet meer.’’

Nieuwlaat neemt het roer over

Nadat de wegen van Omioo en DVO’60 scheidden, ging de club op zoek naar een vervanger. Haast was geboden: het nieuwe seizoen zou een maand later beginnen. Het bleek lastig om zo laat in de voorbereiding nog iemand van buitenaf aan te trekken: „De trainers die op dat moment nog beschikbaar zijn, zijn dat om een reden. Vaak is het een bewuste keuze’’, vertelt Nieuwlaat.

Dus keek de club naar een interne oplossing. Met Nieuwlaat op de bank hadden ze in principe al een ervaren hoofdtrainer in de gelederen, maar de Roosendaler had een aantal jaar geleden aangegeven geen ambitie meer te hebben om eindverantwoordelijke te zijn. „Maar ik wilde de club niet laten vallen’’, verklaart hij zijn keuze om het toch te doen.

Een verbintenis voor minimaal een jaar

DVO’60 vroeg Nieuwlaat het roer tot aan de winterstop over te nemen. „Ik heb zelf voorgesteld om er een jaar van te maken’’, vertelt hij. „Je wil geen onnodige onrust veroorzaken in de winter. We hebben ook de afspraak gemaakt om, mits het van beide kanten bevalt, te kijken naar een langere verbintenis.’’

Voor Nieuwlaat is het vooral van belang dat hij plezier in zijn werkzaamheden blijft houden: „Toen ik stopte als trainer vond ik de rust wel fijn. Het houdt namelijk niet op bij twee trainingen per week en een wedstrijd; je bent er eigenlijk de hele week mee bezig. Daar had ik geen zin meer in. Nu ik er weer ingerold ben, blijkt dat ik het toch nog heel leuk vind. Zolang dat blijft, blijf ik het graag doen.’’

Via het tweede terug bij het eerste

De laatste keer dat Nieuwlaat hoofdtrainer was, was in de coronatijd. Na die periode werd hij hoofd technische commissie. Na twee jaar begon het toch weer te kriebelen. De clubman ging aan de slag als trainer van het tweede en als assistent van Marco Klijs, de hoofdtrainer van de afgelopen twee seizoenen. Zo raakte Nieuwlaat toch weer betrokken bij het eerste: „Vooral het stukje groepsdynamiek en teambuilding vind ik leuk om mee bezig te zijn en dat kon perfect in die rol.’’

Een bredere selectie en nieuwe uitdagingen

Maar de plicht riep, dus staat Nieuwlaat nu weer als eindverantwoordelijke voor de groep. Grote veranderingen vonden plaats bij de selectie van DVO’60. Waar het team vorig jaar blij moest zijn als er zestien man op de been gebracht kon worden, kan er dit jaar geput worden uit een groep van zo’n 23 ‘eerste elftal-waardige’ spelers. Dat brengt ook weer uitdagingen met zich mee: „Het is van belang dat je alle kikkers in de kruiwagen houdt’’, vertelt Nieuwlaat.

Een uitdaging die hem op het lijf geschreven is: „Mijn grootste kracht als trainer is dat ik van een groep jongens een elftal kan maken. Ik weet dat je een competitie niet gaat winnen met zestien man. Daar heb je iedereen bij nodig. Maar we moeten reëel blijven: vorig jaar hebben we op het nippertje gehandhaafd. Dit jaar willen we, gezien de bredere selectie, een stabiele middenmoter zijn.’’

Van trainen tot het organiseren van toernooien: Boeijen doet het allemaal bij Cluzona

0

Bij Cluzona is Stijn Boeijen niet op één plek te vinden. Zo staat hij als trainer op het veld bij JO14-1, maar duikt hij ook geregeld de bestuurskamer in als coördinator in de jeugdcommissie. „Bij Cluzona rol je erin als je een voetbalachtergrond hebt”, vertelt hij over zijn dubbelrol.

Boeijen werd trainer toen zijn twee zoons, inmiddels 12 en 14, een jaar of zes, zeven waren en bij Cluzona begonnen met voetballen. „Ieder jaar is er bij Cluzona wel een tekort aan trainers. Met een voetbalachtergrond wordt er dan een beroep op je gedaan.”

Boeijen kwam in Wouw terecht via zijn werk in de landbouwsector en woont daar nog steeds met zijn vrouw en twee zoons. Oorspronkelijk komt hij echter uit Halsteren, waar hij tot zijn achttiende voetbalde. Na twee jaar te zijn gestopt, kwam hij via collega’s bij Moerstraten terecht. „We werden daar altijd laatste, maar ik ben fanatiek en wilde verder komen.”

Daarom meldde Boeijen zich aan bij Cluzona en kwam daar in het eerste terecht, dat destijds actief was in de vijfde klasse. Later keerde de aanvaller terug bij Moerstraten, bij zijn vriendenteam, waar hij onder RBC-legende Pierre van Hal trainde. „Een uniek persoon. Hij heeft vroeger nog tegen Johan Cruijff en Willem van Hanegem gespeeld. Daar had hij het soms tussen neus en lippen door over.”

Uit Van Hal haalt Boeijen inspiratie als trainer. Om dat verder te onderbouwen, volgde hij vorig jaar de VC1-cursus. „Dit om mezelf te ontwikkelen en daarmee de jongens verder te helpen.’’

Dat wierp vruchten af: vorig seizoen begon zijn team – dat hij samen met Roger Doggen, Dennie Poldermans en Stefan van Meel traint – in de derde klasse aan de bekerfase, werd tweede, promoveerde naar de eerste klasse en werd daar kampioen. Het gevolg: promotie naar de hoofdklasse. „Een unieke ervaring, voor de jongens en voor de club. Het komt niet vaak voor dat een team uit de jeugd van Cluzona zo goed presteert op dat niveau.”

Dit seizoen leidt Boeijen één avond per week de training en is hij zaterdag altijd aanwezig bij de wedstrijd. Sportief verloopt het echter minder soepel met de JO14. „De jongens zijn fanatiek en willen leren, maar een factor geluk speelt ook mee.’’

Waar er vorig seizoen weinig blessures waren, kampt het team dit jaar met een ware plaag; een wedstrijd winnen zat er nog niet in. Daarnaast stopten twee spelers, waardoor er wat kwaliteit verloren ging. Het team, dat in de eerste klasse begon, bungelt volgens Boeijen qua niveau tussen de eerste en tweede klasse in. „Het blijft een hele leuke groep waar het plezier vanaf straalt.”

Daarnaast is Boeijen dus jeugdcoördinator. Samen met drie anderen regelt hij activiteiten, het trainingsschema en de teamindelingen; zelf coördineert hij de O11, O12 en O13. Als jeugdcommissielid is hij tevens betrokken bij het Cluzona Jeugdtoernooi, dat deze zomer de derde editie hield sinds het nieuw leven werd ingeblazen. Elk jaar in juni strijden teams uit de hele regio in categorieën van O7 tot en met O16. „Voor elke categorie proberen we zes tot acht teams te vinden. Dat lukt steeds beter. Ieder jaar melden zich meer teams aan.’’

Golfen, golfen en dan pas voetbal: de prioriteitenlijst van teruggekeerde Van der Logt

0

Om zijn droom in het topgolfen na te jagen, keerde Rik van der Logt (20) afgelopen zomer terug bij HSC’28. De Heerlese aanvaller speelde het afgelopen anderhalve jaar bij Roosendaal 1, maar is terug op het oude nest zodat hij meer tijd heeft om op de golfbaan te staan. „Ben verliefd geworden op die sport en wil er mijn werk van maken.’’

Van golfhobby naar obsessie

Drie jaar geleden kwam Van der Logt in aanraking met golf, omdat hij in de horecagelegenheid van het golfcentrum in Roosendaal ging werken. Steeds vaker kwam het voor dat hij voor en na het werk met een golfclub aan het oefenen was. „De eerstvolgende stappen waren om mijn baanpermissie en een handicap te gaan halen’’, vertelt hij.

Deze nieuwe hobby werd al snel een obsessie voor Van der Logt. In de loop der jaren schrijft hij zich in bij golfclub Wouwse Plantage, waarvoor hij in competitie gaat golfen, gaat werken bij golf- en zakencentrum The Dutch in de buurt van Gorinchem en begint aan een stage bij een golfprofessional in Goes. „Die stage is om me voor te bereiden op de opleiding B-professional bij de PGA, waar ik volgend jaar aan begin’’, vertelt Van der Logt. „Daar zal ik leren om zelfstandig les te geven en coaching te bieden aan individuele golfers en teams.’’

Golf boven voetbal

Allemaal om zichzelf te professionaliseren en te verdiepen in de golfsport. Daarnaast is Van der Logt ook snowboardleraar bij SnowWorld in Rucphen en heeft hij zijn VC1- en VC2-diploma’s gehaald als voetbaltrainer. „Maar golfen vind ik veel leuker en interessanter’’, legt hij uit. „Het teamaspect bij het voetballen is natuurlijk geweldig, maar ik ben zo competitief dat ik alleen mezelf verantwoordelijk wil kunnen houden voor een goede of slechte prestatie. Dat heb je bij golf in eigen hand.’’

Sinds zijn golfobsessie ontstond, werd voetballen steeds meer bijzaak voor Van der Logt. Dat terwijl de talentvolle aanvaller een aantal jaar daarvoor nog van club wisselde om op een hoger niveau te voetballen. Hij stapte over van HSC’28 naar Roosendaal om daar in de Onder-17 te gaan spelen. „Daarmee hebben we nog op divisieniveau gespeeld’’, blikt hij terug.

„In de Onder-23 merkte ik dat golf interessanter werd en voetbal wat minder’’, gaat hij door. „Bij het eerste versterkte dat gevoel zich alleen maar. Ik had het daar niet zo naar mijn zin, omdat ik golfwedstrijden moest laten schieten om te voetballen. Het was natuurlijk mijn eigen keuze om bij Roosendaal te spelen, maar ik zat ook nog eens vaak op de bank.’’

Terugkeer naar HSC’28

De schoen begon steeds meer te wringen. Tegelijkertijd klopte HSC’28 geregeld aan bij Van der Logt, met de vraag of hij terug naar Heerle wilde komen. „Ik wist dat er bij HSC’28 meer mogelijkheden lagen om het spelen in een eerste elftal en mijn golfcarrière te combineren.’’

Dus ging Van der Logt het gesprek aan met de vijfdeklasser. „Zij gaven aan dat ze mij de ruimte wilde geven, mocht ik er een keer op de zondag niet bij kunnen zijn vanwege een golfwedstrijd. Bij deze club zijn de teugels iets minder strak aangetrokken dan bij een derdeklasser als Roosendaal.’’

Doelen voor dit seizoen

Zijn doelen dit seizoen? „Heel veel golfen’’, lacht hij. „Bij HSC hoop ik, gezien onze versterkingen, dat we mee kunnen draaien in de topvier.’’

Buiks erft rugnummer en topscorerstitel bij DIOZ

0

Toen aanvoerder en spits Guus Feijns medio vorig jaar een punt zette achter zijn lange carrière bij DIOZ, had de Zegse club al een waardige opvolger in de gelederen. Kiran Buiks (21) nam niet alleen zijn rugnummer over, maar groeide ook uit tot topscorer van de ploeg.

DIOZ speelde aan het begin van dit seizoen met 1-1 gelijk tegen Noordhoek in de beker. De topscorer van vorig seizoen was allesbehalve tevreden. „Die hadden we gewoon moeten winnen’’, vindt Buiks.

Toeval of niet: het is dezelfde tegenstander waartegen de Zegse club vorig seizoen de play-offs om promotie verloor. Genoeg reden voor Buiks om nog eens terug te blikken op zijn tijd bij DIOZ en vooruit te kijken naar wat dit seizoen moet gaan brengen.

De spits, die in het dagelijks leven lasser is, komt oorspronkelijk uit Oud Gastel. Zijn hele jeugd voetbalde hij bij SC Gastel, tot en met de A1. Daarna maakte hij de overstap naar het vierde elftal, een vriendenteam. „We werden benaderd door DIOZ, waar we vaak langs de lijn stonden om te kijken”, vertelt Buiks. „Ik had bij Gastel wel bij het eerste of de selectie kunnen meetrainen, maar daar had ik geen behoefte aan. Ik heb het druk en wilde niet zo vaak hoeven trainen.”

Na een jaar besloot hij, samen met vriend Lex Bovee en zijn broer Milo, toch de overstap te maken naar DIOZ. „Veel van onze vrienden komen uit Zegge. Het is een gezellige club, en relatief dichtbij.”

Inmiddels begint Buiks aan zijn vierde jaar bij DIOZ. De club verschilt op een aantal punten ten opzichte van zijn vorige: „Bij Gastel speelden we op kunstgras, hier op gewoon gras. DIOZ is een stuk kleiner, met minder teams.” Toch is dat voor Buiks juist een pluspunt gebleken. „Het is erg gezellig: lekker klein, ons kent ons. Dat bevalt me goed.”

In zijn eerste jaar bij DIOZ speelde Buiks nog met nummer 13. Toen Guus Feijns vorig seizoen stopte – destijds topscorer en jarenlang aanvoerder van de club – nam Buiks het rugnummer 9 over.

Ook nam de Gastelse spits de plek van Feijns in de punt over. Met negen doelpunten werd hij direct de nieuwe topscorer van het elftal. „Meestal is het een bal in de zestien die ik binnentik”, legt hij zijn manier van scoren uit. „Ik ontvang de bal graag dichtbij de goal, zodat ik met één actie tot een doelpoging kan komen. Of het met mijn hoofd of voeten is, maakt me niet zoveel uit.”

Vorig seizoen eindigde DIOZ knap als vierde, maar in de halve finale van de nacompetitie ging het mis tegen Noordhoek. DIOZ verloor verdiend, vindt Buiks. „Het had ook anders kunnen lopen, maar die dag zat het gewoon niet mee.” Promotie naar de vierde klasse bleef daardoor uit; DIOZ blijft actief in de vijfde klasse.

Dit seizoen mikt Buiks samen met zijn ploeggenoten op meer. „We gaan voor de top drie. Een periodetitel zou ook mooi zijn, dan kunnen we weer voor promotie strijden. De selectie is grotendeels hetzelfde gebleven.’’

BSC-trainer zet de boel op scherp: ‘Geen zin in randzaken’

0

BSC-trainer Jeroen de Vlaming heeft in de voorbereiding op dit seizoen met zijn vuist op tafel geslagen. De Roosendaalse trainer vindt dat zijn ploeg zichzelf in het vorige seizoen tekort heeft gedaan en wil daar verandering in zien. „In mijn derde seizoen als hoofdtrainer hier wil ik me niet meer hoeven bezighouden met randzaken.’’

Na een zwakke eerste paar maanden, herstelde BSC zich afgelopen seizoen goed na de winterstop. Van februari tot en met april kenden de Roosendalers een sterke fase, waarin de ploeg zich vanuit de onderste regionen omhoog bokste. Ze pakten zelfs een periodetitel. Voor het laatste duel van het seizoen stond BSC op een veilige plek op de ranglijst. „HVV’24 speelde nergens meer voor, in principe waren alle ingrediënten voor een succesvolle middag aanwezig’’, vertelt De Vlaming.

Toch ging het fout. „We hadden te maken met wat pijntjes in de selectie; die spelers konden wel spelen, maar de trainingsopkomst was laag’’, legt de trainer uit. „Dat kwam de trainingsintensiteit niet ten goede, waardoor spelers het niet lang volhielden in de wedstrijden. Daarnaast was het bloedheet die dag dat we tegen HVV’24 speelden. Ik miste de intensiteit op het veld en we verloren.’’

De nacompetitie kwam gelukkig voor BSC tot een goed einde. „Ik was benieuwd hoe ze voor de dag zouden komen, maar het team heeft een hele goede reactie laten zien’’, is De Vlaming tevreden. „Het eerste half uur van de halve finale, was ons beste half uur van het seizoen. In de finale tegen VV De Raven werd het nog even spannend, omdat zij met hun eerste aanval de 1-0 maakten. Uiteindelijk hebben we ons overwicht ook in doelpunten kunnen omzetten en wonnen we met 1-2.’’

„In de voorbereiding op dit seizoen heb ik duidelijk gemaakt dat ik hier niet nog een keer op zit te wachten’’, gaat de trainer verder. „Ik ben er wel klaar mee om te moeten dealen met fitheid en trainingsopkomst. Daar heb je als speler invloed op door goed voor jezelf te zorgen. Ik ga dit jaar ook op voor mijn VC3-diploma, waar een hoop tijd in gaat zitten. Dan wil je je niet druk hoeven maken om randzaken, alleen met voetbalinhoudelijke zaken. Ik steek er een hoop tijd in en verwacht daar iets voor terug.’’

Die boodschap lijkt te zijn aangekomen bij de selectie. „We hebben een aantal testen gedaan en iedereen lijkt een stuk fitter te zijn’’, zegt De Vlaming tevreden. „Ook staan we vanaf het eerste moment met twintig man op het veld bij de trainingen, waardoor je veel meer op de inhoud kunt gaan zitten. Het lijkt een stuk stabieler.’’

De Vlaming hoopt dat het team deze goede start voortzet in het hele seizoen. Dat begon natuurlijk met een aantal bekerwedstrijden, waar de trainer geen hoge pet van op heeft. „Die hele bekercampagne slaat nergens op. Wij en de tegenstanders hebben er niks aan. De eerste wedstrijd wonnen we met 8-1, maar het had ook 16-1 kunnen zijn. Maar als je doorgaat, kom je gelijk een veel te sterke tegenstander tegen. Zo hebben we in de afgelopen jaren RBC en Unitas’30 gehad in de eerste ronde.’’

De selectie heeft de ambitie bovenin mee te draaien. De Vlaming is iets terughoudender: „Ik heb me in het verleden erg ambitieus uitgesproken en dat kwam als een boemerang terug. Laten we ons eerst maar eens veilig spelen.’’

Skiongeluk als kantelpunt: doelman Verbakel koos na herstel voor Roosendaal

0

Er staat een nieuw, jong gezicht onder de lat bij Roosendaal dit seizoen. De 21-jarige Mathijs Verbakel kwam over van Baronie, waar hij de gehele opleiding doorliep. Ook maakte de doelman al zijn debuut voor de divisieclub uit Breda, maar op zoek naar meer minuten besloot hij toch een deurtje verder te kijken. „Dat was geen makkelijke beslissing.’’

 

Als Bredanaar was Verbakel helemaal op zijn plaats bij Baronie. De talentvolle keeper speelde er zijn hele voetballeven en mocht op zijn zeventiende voor het eerst meetrainen bij het eerste. „Een jaar later maakte ik mijn debuut in de Derde Divisie.’’

 

Sindsdien schipperde Verbakel altijd een beetje tussen de Onder-23 en het eerste. In december 2024 kreeg de keeper echter te maken met een zware blessure. Op skivakantie scheurde hij zijn kruisband en meniscus af. „Bij de eerste afdaling op eerste kerstdag skiede ik iets te dicht langs de rand van de piste, die was afgezet met een vangnet’’, vertelt hij. „Door een hobbeltje schoot mijn rechter ski dat net in, terwijl mijn linker ski rechtdoor ging. Daarbij verdraaide mijn knie helemaal. Het was pure pech.’’

 

Per reddingsslee werd Verbakel afgevoerd. Een jaar lang revalideren lag in het verschiet. „Zo’n lange blessure was nieuw voor me’’, zegt de doelman. „Vooral het begin vond ik zwaar, dan weet je dat je alles opnieuw moet gaan opbouwen. Eerst begon ik met drie sessies per week met de fysio, dat werden er uiteindelijk twee. Daarvoor moet je steeds weer motivatie op weten te brengen.’’

 

Na twaalf maanden begon Verbakel weer met het oppakken van het keepen. „Dat was wel even een dingetje. Ik had een blokkade in mijn hoofd bij het duiken naar rechts, omdat ik bang was op mijn rechterknie te landen. Dat heb ik op moeten bouwen door eerst op de grond te beginnen. Later ben ik pas vanuit staande positie gaan duiken. Inmiddels is dat gevoel wel helemaal weg.’’

 

Eenmaal weer wedstrijdfit maakte Verbakel zijn rentree voor de O23 van Baronie in de Tweede Divisie. „Ik heb mezelf weer helemaal kunnen optrainen en daarvoor ben ik de club erg dankbaar. Maar na mijn blessure kwam er ook het besef dat ik structureel wilde gaan spelen. In mijn hoofd was het niet duidelijk of ik daarvoor de kans zou krijgen bij Baronie.’’

 

Een maand nadat dat gevoel de kop op deed, kwam Roosendaal op de lijn, dat een vervanger zocht voor de vertrokken Giovanni van Beek. „Na een eerste gesprek heb ik twee proeftrainingen meegedraaid. Ik kreeg er een heel fijn gevoel bij: hier kan ik echt wat betekenen voor het eerste elftal. Ook werd ik met open armen ontvangen. Het was een hele lastige keuze om Baronie te verlaten – als je het me een maand daarvoor had gevraagd, had ik je voor gek verklaard – maar het gevoel dat ik kreeg bij Roosendaal maakte de keuze uiteindelijk makkelijker.’’

 

In Roosendaal trof Verbakel een team met aanvallende intenties. „Dat past bij mijn stijl van keepen: ik sta meestal wat hoger op het veld en voetbal graag mee. Het is qua niveau een stap achteruit ten opzichte van Baronie, maar seniorenvoetbal is voor mij nieuw. Ik heb dus nog veel te leren.’’