Home Blog Pagina 2

Karsten Poppe wil gaan voor maximaal haalbare bij Terneuzense Boys

TERNEUZEN – Hij doorliep de jeugd van RKVV Koewacht, de club uit zijn eigen woonplaats. Daar haalde Karsten Poppe ook het eerste elftal dat uitkomt in de 5e Klasse A van het zondagvoetbal. Hij wilde zichzelf echter doorontwikkelen op een hoger niveau en die kans kreeg hij bij Terneuzense Boys. Daar speelt hij nu in het tweede team wat uitkomt in Reserve 2e Klasse. ‘Ze hadden een duidelijk meerjarenplan en daarbinnen wil ik gaan voor het maximaal haalbare.’

Die rode stip aan de horizon is als het aan de jonge Koewachtenaar ligt dus het eerste elftal van de ambitieuze tweedeklasser. “Ik kende al veel jongens die bij Terneuzense Boys spelen vanuit mijn studietijd aan het Lodewijk College. Nadat ik goede gesprekken had gevoerd met Ludwig de Bruin namens ‘de Boys’ was ik overtuigd dat een overstap de juiste keuze was. En tot op heden is dat ook gebleken. Ik was het echte plezier en de uitdaging bij Koewacht wat kwijtgeraakt en deze overstap kwam voor mij op het juiste moment. Nu voetbal ik samen met jongens waar ik in de jeugd altijd tegen voetbalde. Erg leuk en we proberen elkaar allemaal naar een hoger niveau te tillen.”

In de jeugd voetbalde de linksbenige Poppe vanaf de O13 in een combiteam van Koewacht/ Steen. “We speelde altijd in de eerste klasse en dan bij de senioren ineens onderin de vijfde klasse. Dat was echt een groot verschil. Ik koos er wel bewust voor om eerst een paar jaar in het eerste bij Koewacht te spelen om fysiek te wennen aan het seniorenvoetbal. We werden vervroegd doorgeschoven met een aantal jongens maar toch bleek het voor mij niet de gewenste uitdaging te zijn. Vanuit de O19 kwam ik terecht bij het eerste en was daar anderhalf jaar basisspeler. Ik heb in die periode wel veel geleerd maar ik wilde mezelf graag meten op een hoger niveau. Die kansen krijg ik nu bij Terneuzense Boys volop en dat is goed voor mijn ontwikkeling.”

Momenteel speelt hij dus in het tweede onder trainer Leander Duerinck, zelf oud-speler van het eerste bij Terneuzense Boys. “Hij is helder in de communicatie en geeft goed aan wat er van me wordt verwacht. Ik speel meestal linksvoor of linksmidden en kan daar prima mijn kwaliteiten kwijt als voetballer. Voor volgend seizoen is het de bedoeling om in de O23 te gaan spelen, een team wat een opstap moet worden richting het eerste elftal. Daar wil ik graag vol voor gaan, want in de periode dat ik nu hier voetbal ben ik op verschillende vlakken als voetballer wel flink gegroeid. Gelukkig zien ze dat hier ook en heb ik al verschillende keren met het eerste mogen meetrainen.”

Vooral in het maken van juiste keuzes in het veld, vooral de loopacties ook zonder bal zijn zaken waarin Poppe zeker stappen heeft gemaakt. “Leander geeft dat duidelijk aan en we proberen als spelers onderling elkaar daarin ook goed te coachen. Zelf moet ik nog minder bescheiden worden, mezelf meer laten horen. Als team is het soms nog wel wennen en moet vooral het samenspel in sommige wedstrijden nog beter worden. Als we daarin slagen dan gaan we zeker nog meer punten pakken. We gingen ervoor om kampioen te worden maar dat zit er niet meer in. Nu is het zaak om het seizoen zo hoog mogelijk te eindigen.”

Komend seizoen stapt hij dus over naar de O23 en gaat er werken aan het vergroten van zijn rendement. Qua goals en assists. “Dat is het doel. Dit jaar was vooral wennen aan een nieuwe omgeving. Komend seizoen wil ik er echt staan en toewerken naar het maximale en dat is toch om de selectie van het eerste elftal te bereiken.”

Klik op Terneuzense Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Terneuzense Boys voor meer informatie over de club.

Roy van Daalen houdt het internationale jeugdtoernooi van Brederodes levend: “Dit mag gewoon niet verloren gaan”

Bij sommige voetbalclubs heb je vrijwilligers die een taak uitvoeren. Bij Brederodes heb je ook mensen die een traditie bewaken. Roy van Daalen is er daar één van. De oud-speler van het eerste elftal is al jarenlang één van de drijvende krachten achter het internationale jeugdtoernooi van de club, dat dit jaar voor de 49e keer wordt gehouden. Volgend jaar wacht dus een bijzonder moment: de vijftigste editie.

Dat toernooi is voor Brederodes veel meer dan een paar wedstrijden in een pinksterweekend. Het is een visitekaartje, een jaarlijks ontmoetingspunt en voor veel jeugdspelers een herinnering die voor de rest van hun leven blijft hangen. Precies daarom vond Roy dat het moest blijven bestaan toen de toekomst ervan even onzeker werd.

“Mijn moeder heeft het jarenlang gedaan,” vertelt hij. “Volgens mij bijna 28 jaar. Op een gegeven moment wilde zij een stap terug doen en was het een beetje de vraag: wie pakt het op? Toen had ik wel zoiets van: dit toernooi mag gewoon niet verloren gaan. Daarnaast wil ik Aldert Guijt en Nick van den Berg noemen die allebei de periode na mijn moeder voorzitter zijn geweest van de IJT commissie. Echt 2 sterkhouders.”

Roy is inmiddels 48, maar zijn band met Brederodes gaat veel verder terug. Hij begon er als vijfjarig jochie, speelde later in de jeugd van FC Utrecht en kreeg zelfs op latere leeftijd nog een kans via een stage bij RKC Waalwijk. Het profvoetbal haalde hij uiteindelijk niet. Daarna keerde hij terug naar Vianen, waar hij tot zijn dertigste in het eerste van Brederodes speelde.

Dat verleden als speler helpt nu nog steeds. Niet alleen omdat hij de club door en door kent, maar ook omdat hij weet wat voetbal voor jonge gasten kan betekenen. Juist daarom haalt hij zoveel voldoening uit het toernooi dat hij nu al zestien, zeventien jaar mee organiseert. “Je creëert gewoon een onvergetelijke ervaring voor heel veel kinderen. Daar doe je het voor.”

Het toernooi is in de loop van de jaren uitgegroeid tot iets dat in de regio echt bekend is. Dit jaar doen er teams mee in de categorieën onder 13, onder 15, onder 17 en onder 19. Daarnaast is er al een aantal jaar ook een meisjescategorie bijgekomen. Clubs komen niet met één team, maar liefst met hun hele jeugdafvaardiging. Dat is ook meteen wat het toernooi bijzonder maakt: er is namelijk niet alleen een prijs per leeftijdscategorie, maar ook een verenigingsklassement. Alle resultaten van de teams van een club worden bij elkaar opgeteld.

Daarnaast is er de internationale uitstraling. Het Engelse FC Hereford komt al sinds de jaren zeventig naar Vianen. Met die club bestaat inmiddels een hechte band. Ook Belgische ploegen en Nederlandse clubs uit andere regio’s keren vaak terug. Niet omdat ze moeten, maar omdat ze graag willen.

“Je probeert niet elk jaar nieuwe clubs te zoeken. Je probeert juist een band op te bouwen.” Dat lukt. Sommige verenigingen komen al tientallen jaren. En het mooiste volgens Roy: inmiddels zie je weer kinderen meedoen van vaders die vroeger zelf ook op het toernooi speelden.

Tijdens het pinksterweekend verandert Brederodes in een klein voetbaldecor. Vier clubs overnachten op het sportpark zelf, waar een soort camping wordt opgebouwd met tientallen tenten. De Engelse gasten slapen bij gastgezinnen van Brederodes-spelers. Overdag wordt er gevoetbald, ’s avonds zijn er discoavonden en rondom het toernooi wordt veel meer georganiseerd dan alleen de wedstrijden.

Zelfs de opening is bijzonder. Teams lopen het hoofdveld op, er worden speeches gehouden, vlaggen gehesen, volksliederen afgespeeld en geregeld is er ook vuurwerk. Het klinkt bijna profachtig, maar dan in de warme, wat lossere sfeer van een amateurclub die weet hoe je een evenement moet neerzetten.

In de loop der jaren is het toernooi ook veranderd. Toen Roy en een jongere groep commissieleden het overnamen, besloten ze het naar een hoger plan te tillen. Niet door de ziel eruit te halen, maar juist door de beleving te verbeteren. Waar vroeger een hamburgertent en een snoepkraam stonden, is nu meer ruimte voor een breder aanbod. Het terrein werd mooier aangekleed, de avonden kregen meer uitstraling en het hele weekend werd strakker georganiseerd.

Toch wil Roy vooral benadrukken dat hij dit niet alleen doet. “Zonder mijn commissie en zonder de mensen van de club ben ik niks waard. We doen het echt met elkaar.”

Klik op Brederodes voor het laatste artikel over de club.
Klik op Brederodes voor meer informatie over de club.

Braat durft te dromen: ‘Uniek voor een club als RSV’

0

Een liesbreuk, twee kruisbandblessures en een schouderblessure. Arjan Braat heeft het in zijn voetbalcarrière op fysiek gebied niet echt getroffen. Maar inmiddels weer fit, droomt de aanvaller met vierdeklasser RSV van het kampioenschap. “Ik durf dat zeker uit te spreken!”

Aan vertrouwen dus geen gebrek, bij de 31-jarige buitenspeler. “Aan het begin van het seizoen heb ik al eens gezegd dat we zouden kunnen verrassen. Toen hoopte ik top drie en nacompetitie.” Want met een brede selectie en voldoende kwaliteit, zag Braat het destijds al helemaal voor zich. “We beschikken over veel verschillende kwaliteiten. Snelheid voorin en kracht achterin.” Een gedeelde eerste plaats, laat de inwoner van Sprundel dan ook dromen. “Misschien zit er nog wel wat leuks in het vat!”

Scherp blijven

Zoals bijvoorbeeld directe promotie naar de derde klasse. “Ik durf zeker uit te spreken dat we voor het kampioenschap moeten gaan!” Gebaseerd, op resultaten uit het verleden. “We creëren altijd kansen, scoren makkelijk en zijn nagenoeg iedere wedstrijd de bovenliggende partij. Wat dat betreft komen we er tot nu toe redelijk makkelijk doorheen. Al had ik, om eerlijk te zijn, ook weer niet verwacht dat het zó goed zou gaan.” Helemaal niet na vorig seizoen, waarin de ploeg niet verder kwam dan een zevende plek. “Toen hadden ze vaak moeite om genoeg spelers te hebben, en moesten ze regelmatig jongens van het tweede of derde lenen. Dat is nu gelukkig niet meer.” Mede dankzij een aantal versterkingen én doorgeschoven jeugd. En trainer Bas Antens. “Door hem zijn we conditioneel sterk en zitten we in een goede flow.” Maar te hard van stapel lopen, wil Braat nog lang niet doen. “Soms blijven jongens tijdens de derde helft nog heel lang hangen voor een feestje, maar onze koppies moeten op scherp blijven. We moeten het echt gewoon wedstrijd voor wedstrijd bekijken.” Want één ding, weet Braat wel: “Dit is uniek voor RSV. De club heeft nog nooit derde klasse gevoetbald, dat is toch bizar? Dat besef mis ik soms. Maar dat kan ook de jeugdigheid zijn.”

Van glas

Jeugdigheid die Braat zelf, in ieder geval niet met zich meebrengt. “Ik heb ondertussen behoorlijk wat clubjes gehad.” Want begonnen bij Rood Wit, droeg hij in de jaren daarna achtereenvolgens het shirt van Unitas’30, opnieuw Rood Wit, Hoeven, Dosko en nu dus RSV.” Sinds dit seizoen, maakt hij onderdeel uit van het vlaggenschip van de club uit Rucphen. “Twee jaar geleden speelde ik hier nog in een vriendenteam en twijfelde ik om te stoppen. Tot ik contact kreeg met Bas.” Eén ding weet Braat dan ook zeker: “RSV wordt echt mijn laatste club!” Waarom viel zijn keuze op de blauwe formatie? “Het is dichtbij huis, alles is goed geregeld, het zijn leuke gasten en de club leeft. Iedere wedstrijd staan er veel mensen langs de kant, waaronder mijn ouders en vriendin.” Gelukkig voor hen, staat hij sinds de laatste weken ook weer op het veld. “Ik ben echt wel een man van glas. Heb twee keer mijn kruisband gescheurd, heb een liesbreuk gehad en de afgelopen drie maanden, was ik herstellende van een schouderblessure. Nadat mijn schouder uit de kom was gegaan.” Toch is de rechtspoot, die ooit nog eerste klasse speelde, weinig van zijn voetbaltalent verloren in de afgelopen jaren. “Vroeger moest ik het écht van mijn snelheid hebben, dat is nu iets minder geworden. Maar ik ben ontzettend tweebenig, dat is mijn wapen. En ik maak graag acties en houd van goaltjes maken.” De linksbuiten denkt voorlopig, dan ook nog niet aan stoppen. “Het liefste blijf ik nog voetballen tot mijn 34ste.” In het liefst, de derde klasse. “Dat zou geweldig zijn!”

Klik op RSV de laatste artikelen over de club.
Klik op RSV voor meer informatie over de club.

Dubbeldam blij met terugkeer op oude nest bij Corn Boys

SAS VAN GENT – Na drie seizoenen v.v. Terneuzen keerde Karsten Dubbeldam afgelopen zomer terug naar Corn Boys. Een terugkeer voor de middenvelder op het oude nest, de club waar hij als jong ventje zijn eerste stappen op het voetbalveld zette. Vooralsnog is het sportief een stapje terug, maar bevalt het voetballen in het ‘vertrouwde’ oranje, wit en blauw hem heel goed.

“Het feit dat ik nu wekelijks speel is sowieso erg prettig, al had ik van mezelf wel verwacht om tijdens wedstrijden meer te kunnen brengen. Dat is nog niet altijd gelukt zoals ik het zou willen, maar in alles is dit voor mij wel een goed stap geweest.”

De 21-jarige Sluiskillenaar, die zowel als aanvallende middenvelder of rechtsbuiten uit de voeten kan, is naar zijn zeggen wel als een sterkere voetballer teruggekeerd vanuit Terneuzen. “Daar heb ik een seizoen bij de O19 in de hoofdklasse gespeeld en vervolgens was ik twee seizoenen onderdeel van de eerste selectie. Echte kansen heb ik niet gekregen, want het merendeel van de wedstrijden speelde ik bij het tweede. Maar toch ben ik, zéker in fysiek opzicht, gegroeid als voetballer. Maar om echt stappen te kunnen zetten in je ontwikkeling heb je tegenstand, uitdaging en vooral speeltijd nodig. Daarom heb ik weloverwogen de keuze gemaakt om weer in vertrouwde omgeving bij Corn Boys in de vijfde klasse te gaan spelen.”

In die vijfde klasse van het zaterdagvoetbal vindt de ploeg zichzelf terug die in de rechtse rij. Een klassering die volgens Dubbeldam lager is dan waar men vooraf op had gehoopt. “Maar sportief liep het in het begin niet echt. We hebben na de wedstrijd tegen concurrent Vlissingen ook een trainerswissel gehad. Tom stopte en nu staat de trainer van het tweede elftal voor de selectie. We merken wel dat we inmiddels de opgaande lijn wel te pakken hebben, al laat zich dat nog niet altijd vertalen in punten en goede uitslagen.”

Een niet heel brede selectie is volgens de middenvelder mede de reden dat het soms in wedstrijden niet even eenvoudig is om met dezelfde elf namen op het wedstrijdformulier te beginnen. “Dat is een reden denk ik, maar ook dat de bal er soms niet in wil. Dan krijgen we kansen op goals en die laten we onbenut, maar aan de andere kant vliegt dan de eerste beste kans er wel in en lopen we achter de feiten aan. Irritant maar wel de realiteit. Dan voetballen we prima mee en na zo’n tegenslag valt het uit elkaar. Dat mag niet gebeuren en daarin moeten we nog beter worden. Als ons dat lukt, dan ben ik overtuigd dat de punten vanzelf gaan volgen.”

Met de terugkeer naar Corn Boys heeft hij de afgelopen maanden geleerd om ook wel anders te gaan voetballen. “Zelf ben ik van nature een meer voetballende speler en in deze competitie is het soms veel duwen en trekken, veel duels uitvechten en fysiek voetbal. Daarin heb ik wel stappen gezet en is leerzaam. Maar ooit hoop ik nog wel een keer een stap omhoog te maken. Puur om te ontdekken waar mijn plafond ligt. Die uitdaging heb ik nodig als voetballer, maar om nu weer even een tijdje met vrienden te kunnen voetballen is voorlopig wel even mooi.”

Klik op Corn Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Corn Boys voor meer informatie over de club.

Internos knokt tegen degradatie: ‘Stapje extra zetten’

0

In plaats van direct weer meedoen voor promotie, bivakkeert Internos een jaar na de degradatie uit de derde klasse, ook een niveau lager in de gevarenzone. Maar ondanks de mindere resultaten, geniet middenvelder Tom Staps nog net zo van het spelletje. “Voetbal blijft de leukste sport die er is!”

Ook als je meer verliest, dan wint. Zo blijkt. “Ik ga nog steeds iedere zaterdag met plezier en energie naar de club. Om te winnen!” Toch lukt dat dus vaker niet, dan wel. “Veel wedstrijden hebben we echt maar nipt verloren. Soms omdat we zelf de kansen niet afmaken, maar ook door een stukje conditie en winnaarsmentaliteit.” Want vooral op personeelsvlak, kennen ze bij Internos dit seizoen de nodige problemen. “Er zijn wat jongens gestopt, waardoor we vaak maar met een kleine groep trainen.”

Geloof

Een vervelende situatie, vertelt Staps (24). “Het is een combinatie van factoren. Onze kern bestaat uit leuke gasten en als op zaterdag om half drie het fluitje gaat, gaat iedereen er ook vol voor, maar als je dan na zeventig minuten toch weer merkt dat het lastig wordt, is dat wel heel moeilijk.” Want, realistisch als Staps is: “Het is ook een stukje kwaliteit. Zo eerlijk moet je zijn.” Toch weigert de inwoner van Etten-Leur, werkzaam als data-analist, om de handdoek in de ring te gooien. “Als je net een stapje extra zet voor elkaar, kom je al heel ver.” Precies zoals ze aan het begin van het seizoen deden. “We begonnen prima, dus ik had niet verwacht dat het uiteindelijk zo moeilijk zou worden.” Desondanks, is dat dus de realiteit. “Daarna kwamen we in een negatieve spiraal en snakten we echt naar een overwinning.” Het gat naar de veilige achtste plaats, is dan ook groot. “Vanaf nu spelen we eigenlijk alleen nog maar finales.” Finales, die gewonnen moeten worden. “Met volle inzet, ben ik er met deze groep van overtuigd dat het kan. Als je een paar keer wint, doe je weer mee.” Het doel, is wat Staps betreft dan ook niet veranderd. “Hoe lastig het ook wordt, handhaven is nog steeds onze doelstelling. Dat geloof moet echt bij ons gaan ontstaan.” Want het verschil met vorig seizoen, is aanzienlijk, heeft hij gemerkt. “In de derde klasse heb je bij iedere tegenstander een paar spelers met individuele kwaliteiten, die er echt bovenuit steken. Dat is nu veel minder. Nu draait het veel meer om het spelen als een team.” De verschillen onderling, zijn daardoor wel kleiner, vertelt Staps. “Iedere wedstrijd is interessant om te spelen. Bijna alle ploegen kunnen het elkaar moeilijk maken.”

Stofzuiger

Gemakkelijk, wordt het de komende weken dan ook niet. Beseft ook Staps zich. “Maar het is wel leuk om er samen voor te gaan.” Want, voegt hij daaraan toe. “Die spanning is mooi. Net als die beleving. Daar doe je het uiteindelijk ook voor, als voetballer.” In zijn geval, dus als speler van Internos. “Ik voetbal hier al vanaf mijn vijfde en heb nog nooit ergens anders gespeeld.” De reden daarvoor, is simpel. “Het is een leuke vereniging, met gezellige mensen en ik kom iedere keer met plezier naar de club. Vooral dat sociale aspect, is voor mij heel belangrijk. Ik zit hier echt op mijn plek.” Een vertrek uit Etten-Leur, ziet de middenvelder dan ook niet zo snel gebeuren. “Eigenlijk weet ik zeker dat ik altijd bij Internos blijf!” Spelend als stofzuiger op het middenveld. “Ik moet het vooral hebben van mijn verdedigende kwaliteiten, het kort zitten en mijn loopvermogen. Aan de bal, ben ik niet de beste.” Zijn eigen kwaliteiten, kent Staps dan ook als de beste. “De bal afpakken en inleveren bij de betere voetballers.” Precies wat voetbal voor hem zo mooi maakt. “Dat is de essentie van een teamsport. Ieders individuele kwaliteiten samen benutten.” Om op die manier, Internos in de vierde klasse te houden. “Daar gaan we vol voor!”

Klik op Internos voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Internos voor meer informatie over de club.

Trainerschap dames Sluis/ Aardenburg bevalt Carlo Gelauf goed

SLUIS/ AARDENBURG – Bij verschillende jeugdteams van Breskens stond Carlo Gelauf al eens eerder voor de groep. En later ook als trainer bij de dames van Breskens/ Schoondijke/Cadzand. Maar nu is hij voor het tweede seizoen trainer van de dames bij Sluis/ Aardenburg. Dat deed (en doet) hij sindsdien met veel plezier.

“Toen ik de vraag kreeg om bij Sluis/Aardenburg het stokje over te nemen was ik bij Breskens trainer van de MO15. Er zijn in het amateurvoetbal ook altijd trainers tekort dus toen de vraag kwam zag ik het als een mooie uitdaging en heb ik eigenlijk gelijk ‘ja’ gezegd. Mijn eigen voetbalachtergrond is er vooral eentje op recreatief niveau, maar het neemt niet weg dat ik met heel veel passie en overtuiging de rol als trainer op me neem.”

De resultaten kunnen wellicht beter, maar dat is volgens Gelauf bij de dames niet het allerbelangrijkste aspect. “Natuurlijk wil je altijd winnen, maar door aantoonbare oorzaken zoals ploegenwerk bij een aantal en een paar langdurige blessures missen we soms een aantal belangrijke speelsters en dan loop je wel eens tegen onnodig puntverlies op. Dat is in ons geval zeker het geval geweest en jammer genoeg sta je dan wat minder hoog dan je zou kunnen of willen.”

Vanuit de MO17 zijn er een aantal jonge meiden doorgestroomd en ook dat vraagt volgens de trainer een bepaalde mate van gewenning. “Het verschil tussen de jeugd en de vierde klasse bij het damesvoetbal is toch een fikse stap. De jonge meiden hebben het goed opgepakt en inmiddels hun draai gevonden in het seniorenvoetbal. We hebben een mix qua groep met een aantal oudere speelsters en jonge meiden. Dat klikt goed samen en het is prachtig om dan te zien dat het een heel hechte groep is bij elkaar. Dat de resultaten dan soms achterblijven is jammer. Maar het gaat er mij vooral om dat ze plezier beleven aan het spelletje, de rest komt dan uiteindelijk vanzelf wel.”

Het mooiste is volgens de trainer dat de speelsters vooral positief blijven naar elkaar toe. “Negativiteit helpt niemand en daar waken we voor. We blijven positief naar elkaar en naar tegenstanders. Het sociale aspect van teamsport is cruciaal. Zowel op als naast het veld. Want tijdens de derde helft is voor de meiden minstens zo belangrijk.”

De rol van hem als trainer schetst hij heel duidelijk: “Dat de meiden gewoon lekker kunnen trainen en op zaterdag lekker kunnen voetballen. We willen winnen, maar iedereen krijgt altijd speeltijd. Dat is iets wat we met elkaar hebben afgesproken en wat eigenlijk vanuit de groep zelf is aangedragen. Dus daar heeft iedereen vrede mee. Het doel was om in de middenmoot te spelen maar dat is dus nog niet gelukt. Voorlopig proberen we om in het restant nog zoveel mogelijk puntjes te pakken. Maar zoals gezegd is één aspect het allerbelangrijkste ten opzichte van winnen: plezier hebben en houden. En dat is bij iedereen binnen onze groep, inclusief de staf, zonder twijfel het geval!”

Klik op SV Sluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Sluis voor meer informatie over de club.

‘Ik had verwacht dat we hoger zouden staan’

0

Als nummer drie via de nacompetitie gepromoveerd naar de vierde klasse, kent SVC voorlopig een uitdagend seizoen. Zorgen maken om degradatie, doet de twintigjarige Brent van Engelen zich ondanks een plek in de gevarenzone echter nog niet. “Maar ik had wel verwacht dat we hoger zouden staan.”

Helemaal, omdat de ploeg uit Standdaarbuiten met zes punten uit de eerste drie wedstrijden uitstekend aan het seizoen begon. “Toen dacht ik echt dat we de top vijf zouden kunnen halen. Dan valt dit natuurlijk wel tegen…” Want strijdend tegen degradatie, had er volgens Van Engelen veel meer ingezeten. “We hebben een paar keer echt onterecht verloren. Ook van ploegen die bij ons in de buurt staan.”

In het eerste

Zijn terugkeer bij SVC, is op sportief vlak dan ook nog niet helemaal geworden wat hij er op voorhand van had gehoopt. “Ik ben hier op mijn zesde begonnen, maar als tweedejaars D, ben ik toen naar Virtus gegaan. Vooral omdat we naar Zevenbergen verhuisden én het niveau daar in de jeugd wat hoger was. Dus het was ook een soort stap omhoog.” Tot een debuut in het vlaggenschip, kwam het uiteindelijk niet. “Er was op het middenveld veel concurrentie, daarom wilde ik eigenlijk niet in het eerste spelen.” Sinds dit seizoen terug op het oude nest, heeft Van Engelen zijn plekje gevonden. “Het is heel leuk om weer terug te zijn! Veel teamgenoten kende ik nog van vroeger. Die zaten toen al in het eerste, terwijl ik nog in de F’jes zat, haha. Dat vind ik best wel leuk.” En dat terwijl de inwoner van Zevenbergen er nooit echt van droomde, om in het eerste van SVC te spelen, vertelt hij. “Dat doel had ik nooit. Ik hoopte op een profclub!” Een profclub, werd het uiteindelijk niet. De vierde klasse wel. “Het is veel lange ballen en fysiek.” Een manier van spelen die hem naar eigen zeggen, niet altijd even goed ligt. “Ik ben meer van het voetballen.” Vaak als controlerende middenvelder. “Meestal speel ik op zes. Meer verdedigend, dan echt de opbouw doen.”

Spel maken

Kwaliteiten, die ze de komende weken hard kunnen gebruiken bij SVC. “We moeten nog twee plekjes stijgen, maar ik verwacht dat we ons gaan handhaven! Daar heb ik alle vertrouwen in.” Waar dat vertrouwen op gebaseerd is? “Tegen goede ploegen zakken we vaak wat meer in, dan geven we weinig weg. Terwijl we tegen mindere teams meer moeten aanvallen. Dan verliezen we. Daar moeten we een balans in zien te vinden.” Want, zo vertelt Van Engelen. “We vinden het soms lastig om het spel te maken. In de counter zijn we eigenlijk beter.” Al kan de ploeg ook daar, nog wel wat stappen in maken, vindt hij. “Effectiever met de kansen omgaan. Dat kan nog wel beter. En minder kansen weggeven natuurlijk.” Voor nu, in het shirt van SVC. “Voorlopig zit ik zeker weten op mijn plek, dus ik wil eerst een paar jaar hier spelen. Al moet je altijd kijken wat er overblijft qua spelers.” Een terugkeer bij Virtus, sluit hij in ieder geval niet bij voorbaat uit. “Wie weet ooit, maar nu niet.”

Klik op SVC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVC voor meer informatie over de club.

Routinier Edwin van de Voorde voorlopig nog niet klaar bij Clinge

CLINGE – Waar de afgelopen jaren v.v. Clinge kon bogen op een flinke groep ervaren krachten, daar heeft de club dit seizoen noodgedwongen moeten teruggrijpen op vooral jonge jongens. Aanvoerder en meest ervaren kracht Edwin van de Voorde kijkt trots naar de ontwikkeling van de ploeg en de huidige vierde plek in de 4e Klasse A. ‘Gezien de kracht van de Brabantse teams  en de onervarenheid in onze selectie is dit voor nu misschien wel het maximaal haalbare.’

Na de degradatie stopten er zeven ervaren basiskrachten bij Clinge en werd de groep aangevuld met jongens uit eigen jeugd en het tweede elftal. Geen ideale start om op een niveau lager dan direct voor de prijzen mee te strijden. “Achteraf gezien is het misschien goed dat we zijn gedegradeerd. Nu spelen we een niveau lager en doen we goed mee in de subtop. De jonge jongens krijgen nu meer tijd om te wennen en aan te haken. Het duurde even voordat de puzzelstukjes in elkaar pasten maar dat gaat steeds beter en beter.”

De centrale verdediger is in het jonge elftal een verlengstuk van de trainer en probeert zijn manschappen binnen de lijnen te coachen, neer te zetten en aan te sturen. Hij voelt zich na al die jaren als een vis in het Clingse water. “Toen ik met mijn vriendin Rowena, inmiddels mijn vrouw, verhuisde naar Zaamslag kwam ik per toeval in contact met Harold Biesbroeck, toen voorzitter van Clinge. Ik ging er praten en dat gevoel was direct goed. Ik besloot om niet in Zaamslag maar bij Clinge te gaan spelen, vooral ook omdat zij op zondag speelden. Tot op heden een geweldige keus waar ik nog geen seconde spijt van heb gehad.”

Hij startte ooit met voetballen in de jeugd van Schoondijke. Daar zag hij zichzelf op zijn dertiende terug bij de A-junioren. “Dat was voor mij het teken om naar Breskens over te stappen omdat ik met leeftijdsgenootjes wilde spelen. Uiteindelijk kreeg ik op mijn zestiende de kans in het eerste van Breskens en speelde daar acht seizoenen in het eerste. Daarna volgde nog één jaar bij AVC Aardenburg waar we met een groep Bressiaanse vrienden handhaving in vierde klasse realiseerden. Door de verhuizing naar Zaamslag koos ik voor een stap hogerop, dat werd dus Clinge waar ik bezig ben aan mijn twaalfde seizoen.”

Van de Voorde is inmiddels vader van drie kinderen en maakte in zijn jaren bij Clinge drie kampioenschappen en evenveel degradaties mee. “Ik ben hier vanaf het eerste moment uitstekend opgevangen en voelde me gewaardeerd en welkom. Volgend jaar ga ik zeker nog door. Als ik 37 word dan bestaat de club 100 jaar. Dat wil ik graag nog meemaken als actief spelen. Daarna is het aan de jeugd. Tot die tijd zal ik mijn stinkende best doen om die jonge gasten zoveel mogelijk klaar te stomen om het stokje over te nemen. Hopelijk kunnen we dit seizoen nog een periode pakken. Of het moment goed is om weer een stap te zetten weet ik niet, maar leerzaam is het sowieso voor iedereen. Het is echter geen must. Realistisch kijkend zitten we qua niveau een beetje tussen de derde- en vierde klasse in.”

“We zetten stappen vooruit en het zou mooi zijn als er wellicht nog wat versterking van buitenaf kan bijkomen om de groep breder en sterker te maken. Voor mezelf hoop ik vooral fit te blijven, mijn waarde te tonen en uiteindelijk hier op een mooie manier afscheid te kunnen nemen. Maar zover is het voorlopig nog niet. Het spelletje is nog veel te leuk en ik wil hier met Clinge nog een tijdje mooie resultaten neerzetten.”

Klik op VV Clinge voor meer artikelen over de club.
Klik op VV Clinge voor meer informatie over de club.

‘Soms gingen we gewoon met het vliegtuig’

0

Werkzaam als interim financial, blijft voetballen voor Bas van Beckhoven toch het leukste wat er is. En nadat hij dat eerder deed in de jeugdopleiding van Willem II/RKC, FC Den Bosch en in Amerika, is de verdediger sinds dit seizoen neergestreken bij vierdedivisionist Unitas’30. “Ik krijg er heel veel energie van.”

En dus is de 24-jarige Van Beckhoven blij, dat hij het is blijven doen. Want zo vanzelfsprekend, was dat eigenlijk nog niet, vertelt hij. “Ik ben vorig jaar afgestudeerd, en daardoor wist ik niet zeker of ik kon blijven voetballen. In combinatie met mijn werk en verschillende cursussen, is het soms best lastig.” Toch vindt de inwoner van Chaam het juist daarom fijn, om wekelijks op het veld te staan. “De voetbal is voor mij echt een uitlaatklep. Even niet dat serieuze van het werk, maar kleedkamerhumor.”

Madonna

Bij Unitas’30 dus. “Vorig jaar februari namen ze contact op, omdat Bas Rockx naar RBC ging.” Op zoek naar een nieuwe linksback, kwamen ze bij hem uit. “Ik was toen bijna klaar met studeren in Amerika, en wilde graag weer naar Nederland komen.” In mei afgestudeerd en met zijn master in Finance op zak, zag Van Beckhoven een stap naar Etten-Leur wel zitten. “Het niveau waarop ik voetbalde in Amerika, is vergelijkbaar met dat van Unitas’30.” Hoe kijkt hij terug, op zijn vier jaar in de Verenigde Staten? “Het is een heel andere cultuur. Mensen leven daar totaal anders.” In zijn geval, in combinatie met school. “Je leeft echt als een topsporter. De faciliteiten zijn fantastisch. Elke dag trainen, eten op de club, krachttraining, ijsbaden, bubbelbaden. Je wordt behandeld als een profvoetballer.” Ook bij uitwedstrijden. “Dan gingen we soms gewoon met het vliegtuig.” De leukste avonturen, beleefde Van Beckhoven dan ook buitenom het voetbal. “Ik heb nog een keer bij Madonna thuis gevoetbald. De zangeres. Haar geadopteerde zoontje wilde zich graag ‘meten’ en ons team, speelde op het hoogste niveau in de buurt. Dus werden we, van net buiten New York, naar Hamptons gebracht, om daar in haar tuin te voetballen.” Foto’s, heeft hij daar niet van. “Die mochten we natuurlijk niet maken.” Indrukwekkend, was het wel. “Het was een enorm landhuis, met een voetbalveld in de tuin. En we werden opgehaald met golfkarretjes.” Lijkt het voetbal in Amerika op dat in Nederland? “Het is daar veel directer. Echt gericht op winnen. Alle gasten zijn fit. Echt van die opgepompte gasten, die heel gemotiveerd zijn, graag willen én er vol opklappen. Ik denk dat ze het in de Vierde Divisie, prima zouden doen.” Al zou het even wennen worden. “Het voetbal hier, is veel verzorgder. Dat maakt het wat mij betreft leuker.”

Schedel gebroken

En dat begon voor Van Beckhoven, allemaal bij Chaam. Toen hij een jaar of zes oud was. “Op mijn elfde ben ik vervolgens gescout door Willem II/RKC, en daarna heb ik nog bij Brabant United en FC Den Bosch gespeeld.” Om vervolgens, naar België te vetrekken. “Dat was eigenlijk het plan, maar toen kwam New York. Dan is het een makkelijke keuze, haha!” Profvoetballer, werd Van Beckhoven uiteindelijk dus niet. “Op mijn zestiende heb ik mijn schedel gebroken, waardoor ik anderhalf jaar niet heb gevoetbald. Daarna merkte ik dat ik niet meer op mijn oude niveau kon komen en dat het aanpoten was.” De linkspoot ging op school terug van vwo naar havo en moest ook op voetbalgebied, een stapje terug doen. “Als je in een jeugdopleiding niet bij de beste spelers hoort en het vooral van hard werken moet hebben, moet je realistisch zijn. Ik vond het heel leuk om te doen, maar deed het niet alleen maar om profvoetballer te worden. Mijn studie nam ik ook gewoon serieus.” En dus, belandde hij bij Unitas’30 in het amateurvoetbal. “Ik ben ook nog gevraagd door Chaam, daar heb ik even over nagedacht, maar ik vind het toch het leukste om op niveau te voetballen.” Niveau, dat hij vond in Etten-Leur. Al vallen de resultaten in de Vierde Divisie wat tegen, vindt Van Beckhoven. “Met de middelen die we hebben, doen we het goed. We voetballen leuk, alleen kan iedereen van iedereen winnen.” Na de promotie van vorig jaar, is de ploeg daardoor wel verwikkeld in een felle degradatiestrijd. “Ik heb er alle vertrouwen in dat we ons gaan handhaven! Dat moet gewoon lukken.” Want, zo is hij van mening: “We zijn niet de best voetballende ploeg, maar moeten het hebben van karakter en hard werken. Momenten kiezen en gedisciplineerd spelen.” Met hem, als linksback. “Ik speel wel een beetje op zijn Amerikaans. Veel opkomen en gas geven.” Of Van Beckhoven dat ooit weer op een hoger niveau wil doen, weet hij nog niet. “Ik heb niet het gevoel dat ik een stap moet maken. Tuurlijk zou ik ervoor openstaan, maar het is niet per se een doel. Het moet ook allemaal maar passen met mijn werk.” Voorlopig, zit hij dan ook uitstekend op zijn plek. “Ik vind het gewoon leuk om lekker te voetballen. Het is voor mij echt een uitlaatklep en ik kan er mijn energie in kwijt!”

Klik op Unitas’30 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Unitas’30 voor meer informatie over de club.

Martijn van Lent al gestart als nieuwe Hoofd Jeugdopleiding bij Terneuzen

TERNEUZEN – Met een verleden als speler én als (jeugd)trainer bij v.v. Terneuzen is men bij de zaterdag derdeklasser blij dat Martijn van Lent aan de slag gaat als de nieuwe Hoofd Jeugdopleiding. Eigenlijk de bedoeling pas vanaf 1 juli 2026, maar de Terneuzenaar is ook nu al begonnen met wat werkzaamheden.

“Hoewel ik ook bij Spui heb gevoetbald en er het tweede elftal heb getraind, ben ik natuurlijk voornamelijk bij Terneuzen actief geweest. Daardoor is de vereniging me goed bekend en ken er heel veel mensen. Ik denk dat mijn betrokkenheid die ik heb binnen de club en ook het feit dat men mij heeft gevraagd aangeven dat er veel vertrouwen is. Het is voor mij na de andere rollen die ik binnen de club heb gehad een mooie nieuwe stap om de jeugdopleiding bij Terneuzen weer verder op de rails te gaan zetten. Niet alleen, maar samen met een hele groep betrokken clubmensen.”

Op zijn 26e moest Van Lent stoppen met voetballen door aanhoudende blessures. Met een CIOS-opleiding en profiel voetbal als achtergrond begon hij met het geven van trainingen bij voetbalschool Young United. Daar kwamen toen jeugdteams bij Terneuzen en uiteindelijk het tweede elftal bij.

Na een jaartje zonder functie begon het toch te kriebelen en dus kwam de vraag van v.v. Terneuzen op een goed moment. “Zeker. Ik heb er ook echt veel zin in. Want we zijn de afgelopen jaren misschien niet altijd even goed omgesprongen met ontwikkelingen en kansen die er lagen. Daardoor zijn we qua jeugd achterop geraakt en dat willen we nu stap voor stap weer gaan herwinnen. De jeugd moet weer terug naar een hoger niveau, richting eerste klasse en hoofdklasse. Maar ook proberen om nieuwe leden te werven en alle categorieën weer gevuld te hebben. Ambitieuze plannen, maar wel op een geleidelijke manier. Dat is waar we naar willen toewerken.”

Een ander speerpunt bij de Terneuzense club is om in de toekomst te streven naar een groot aantal jongens uit eigen jeugd die uiteindelijk het eerste elftal bereiken. Nu zijn dat er slechts een aantal die zijn doorgebroken de laatste jaren. “Dat aantal willen we graag weer zien groeien de komende jaren om op die manier meer een eigen identiteit te kweken als club. En dat begint uiteraard met een goed beleid vanuit de jeugd. Ik ga daarin het operationele deel doen, terwijl Timon Heida het beleid op papier zal vormgeven. Daarnaast hebben we een groep enthousiaste en vakbekwame kaderleden en coördinatoren om het geheel te gaan begeleiden. Ik zie enorm uit naar deze uitdaging en ben er van overtuigd dat we uiteindelijk weer de stap omhoog gaan maken. Daar gaan we in ieder geval alles aan doen.”

Een goede communicatie is daarbij volgens Van Lent essentieel. En laten zien waarvoor je staat. “Zo hebben we als club een samenwerking met de stichting ‘Stop Schelden met KK’ en dragen alle teams vanaf de mini’s tot en met het eerste dit initiatief ook uit. Binnen de jeugd zijn ook spelers van het eerste elftal als trainers betrokken bij verschillende teams. Zo willen we stapsgewijs de weg omhoog met de jeugdopleiding gaan inzetten om over een aantal jaar te kunnen oogsten.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Terneuzen
Klik hier voor meer informatie over VV Terneuzen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.