Home Blog Pagina 2

Michael Salm wil zich komend seizoen laten zien bij Goes én Yerseke

YERSEKE – Roeien met de riemen die er beschikbaar waren. Dat was voor Yerseke het devies in de 2e klasse E. Dat bleek echter onvoldoende want de ploeg bleek een flinke maat te klein en degradeerde met slechts negen punten. Lichtpuntje was het 18-jarige talent Michael Salm. Na twee jaar aan basisplaatsen mag hij zich in de voorbereiding laten zijn bij v.v. Goes waar hij ook komend seizoen een heel jaar gaat meetrainen.’

 

“Dat is voor mij persoonlijk natuurlijk wel een heel mooie uitdaging. Ik zit al sinds mijn zestiende bij de selectie hier in Yerseke en heb de afgelopen twee seizoenen vrijwel alles in de basis gespeeld. Dat is dus Goes ook opgevallen en ik krijg daar de kans om één keer per week een heel seizoen mee te trainen. En daarbij ook de voorbereiding mee te maken. Dat is voor mijn een ervaring die ik wil meepakken. Ik ben een jongen met ambitie en alles wat ik daar leer kan ik ook weer meenemen en toepassen bij Yerseke.”

 

Salm is een lange verdediger die de duels niet uit de weg gaan, beschikt over een behoorlijke snelheid, goed in de kopduels en de 1:1. Maar ook een speler met rust en overzicht aan de bal. Bij Yerseke heeft hij echter vooral zichzelf defensief moeten tonen en zich moeten meten met ijzersterke spitsen van de topteams. “Dat was voor mij een mooie leerschool. Om tegen spitsen van clubs als SVOD’22, DVV’09 en Terneuzense Boys te spelen. Daar word ik ook alleen maar sterker en beter van. Het was aanpoten maar ik heb me denk ik wel aardig staande weten te houden.”

 

Toen destijds Arjan Dingemanse vertrok naar Goes kwam er in de achterste lijn een plekje vrij. Trainer Marco Groeneveld durfde het wel aan om Salm als jonkie voor de leeuwen te gooien. “Daar ben ik Marco erg dankbaar voor. Hij zei altijd dat hij als trainer jonge jongens wilde ontwikkelen en een bijdrage wilde leveren aan mooi voetbal. Dat ik ook daarom het maar moest laten zien. Dat heb ik met twee handen aangepakt en sindsdien ben ik nooit meer uit het elftal gegaan.”

 

Dat het dit seizoen met zijn club Yerseke niet is gelukt om in de tweede klasse te blijven dat liet zich al een aantal jaar aanzien. “We hebben de laatste paar seizoenen flink wat kwaliteit en ervaring ingeleverd. Terwijl we tussentijds ook nog met een trainerswissel te maken hebben gehad. Dat kan je als kleine dorpsclub onmogelijk blijven opvangen en dan gaat het een keer fout. Dat was dit seizoen dus het geval en nu is het zaak om de rug te rechten en te proberen om weer omhoog te klimmen. Er gaan wat jongens weg, maar Rick Kramer en ook Arjan Dingemanse komen allebei weer terug. Die nemen de nodige ervaring mee en dat is wat we goed kunnen gebruiken.”

 

Ondanks dat hij in het nieuwe seizoen dus wil ontdekken hoever zijn kwaliteiten als voetballer reiken bij v.v. Goes zal hij ook vol overtuiging en inzet met Yerseke de strijd aangaan voor promotie. “Dat is wel de bedoeling in elk geval. We hebben ondanks de degradatie en tegenvallende resultaten nooit de moraal als groep verloren. We zijn voor elkaar door het vuur blijven gaan en ook ik ben als jongeling altijd goed ondersteund. Door de medespelers en ook het publiek. Dat is ook wat de club en de groep zo hecht maakt. En dat is ook wat hoort bij Yerseke denk ik. Altijd doorgaan en strijd leveren, iedere wedstrijd opnieuw. Alleen is dat afgelopen seizoen niet genoeg gebleken om te overleven helaas.”

Jeffrey de Vos is DJ, speler en graphic designer bij Lebo/ SVN

NIEUWDORP/ LEWEDORP – Het eerste seizoen van SSA Lebo/SVN was uiterst succesvol met een glansrijk kampioenschap in de 4e Klasse A. Tijdens het seizoen waren op social media van de club eveneens prachtige visuals en pre-match aankondigen te bewonderen. Dat is het werk van Jeffrey de Vos, speler bij de tweede selectie van de SSA.

 

Van het eerste naar de SSA

“Ik was jeugdspeler bij Nieuwdorp en later ook nog even speler van het eerste. Maar nu ben ik actief in het tweede van de SSA. Dat komt vooral ook omdat ik naast het ontwerpen van allerlei graphics ook nogal druk ben in de weekenden als dj. Daar gaat veel tijd inzitten en dat is niet te combineren allemaal met het spelen in een eerste elftal.”

Van clubgraphics naar een baan

Dat zijn visuals op de sociale media van de club en de website in het oog sprongen dat was wel duidelijk. Zozeer zelfs dat hij er momenteel ook zijn baan aan te danken heeft. “Ik werk nu bij ITN Groep, installatiebedrijf in Nieuwdorp. Zij zagen mijn werk voorbij komen op de socials en benaderden me of ik niet voor hen ook wilde gaan ontwerpen. Mooi hoe sommigen werelden dan toch kunnen samenkomen.”

Autodidact met oog voor perfectie

Hij volgde Pabo maar haalde zijn propedeuse niet. Hij wilde het daarna vol op het draaien als dj gaan gooien, tot dus de ITN Groep op zijn pad kwam. “Daar ben ik nu werkzaam als Social Media en Marketing Manager. Zonder opleiding maar als autodidact in het designerwerk ben ik best trots dat het zo is gelopen. En dat dankzij het maken van pre-match graphics voor Lebo/ SVN. Dat vind ik nog altijd heel gaaf om te doen en om tot in de perfect zo’n post en graphic in elkaar te zetten. Het moet kloppen. Soms duurt het een half uur, soms een uur en als ik niet tevreden ben kan het nog langer zijn. Maar het moet er voor mezelf echt ‘gelikt’ uitzien voordat het op de socials gaat.”

Voetbal op een lager pitje

Door al zijn werkzaamheden staat het voetballen wel op een lager pitje momenteel en speelt hij enkel op zaterdag mee tijdens de wedstrijden. “Trainen zit er door al het werk en alle aanvragen momenteel zeker niet in. Maar soms moet je keuzes maken en dan kies ik toch voor het ontwerpen en draaien als dj.”

Een nieuwe uitdaging in design

Door het samengaan van Lewedorpse Boys en SV Nieuwdorp is het ontwerpen van schedule-posts en ook de matchday-posts een stukje lastiger geworden. “Dat heeft vooral te maken met de kleuren van beide clubs… niet echt om te zeggen ‘wauw’ als het gaat om designwerk. Het nieuwe logo is wel tof, maar rood, wit en groen…. Dat is andere koek om dat allemaal mooi bij elkaar te brengen. Ze zijn nu ook aan het kijken hoe ze dat in een gezamenlijk tenue gaan samenbrengen. Ik ben er wel benieuwd naar haha.”

Dromen van een leven in de muziek

Het is overigens zijn droom om in de toekomst volledig te kunnen leven van zijn dj-carrière en daarnaast nog designs te blijven maken. “Het ontwerpen en maken van content vind ik nog steeds heel leuk, maar mijn grootste ambitie ligt in de muziek. Daar wil ik de komende jaren steeds meer stappen in zetten en hoop ooit volledig te kunnen leven van de muziek. Tot die tijd combineer ik verschillende werkzaamheden en geniet ik van alles wat ik mag doen.”

Stijn Dooge dit seizoen achtervolgd door blessures bij SKNWK

NIEUWERKERK – De top-5 werd door SKNWK behaald, maar het toetje in de vorm van een periodetitel zag de ploeg van Stijn Dooge aan zich voorbijgaan. Gezien het aantal blessuregevallen binnen de krappe selectie is het volgens de verdediger nog knap dat de top-5 werd bereikt. ‘Ik heb helaas veel meer moeten toekijken vanaf de kant dan me lief was dit seizoen dus hopelijk is dat na de zomer anders…’

Van jong talent naar ervaren kracht

De 23-jarige Dooge debuteerde negen seizoenen geleden onder Perry Snoep en werd een jaar later basisspeler met Ralph Zegers aan het roer. Sindsdien is hij eigenlijk onder alle trainers die volgden een onbetwist basisspeler gebleven. “Als veertienjarige mocht ik al meetrainen en een jaar later debuteren. Sindsdien heb ik enorm veel geleerd, vooral van Ralph maar ook van de andere trainers en medespelers. Dat heeft me gevormd tot de speler die ik nu ben. Hoewel ik nog altijd jong ben kan ik wel al terugkijken op een heel reeks aan wedstrijden en ben nu zelf één van de meest ervaren krachten in de groep.”

Een seizoen vol fysieke tegenslagen

Dit seizoen was zijn bijdrage door tal van uiteenlopende blessures echter minimaler dan voorgaande jaren. “Deze zomer heb ik tijdens een hikingtocht mijn kuit overbelast, daarna volgden nog een gebroken enkelbotje en een scheurtje in de hamstring. Slechts een paar duels voor de winter heb ik meegedaan. Dit is mijn negende jaar bij de senioren en ik heb eigenlijk nog nooit een heel jaar alles kunnen meespelen. Het waren nooit zware blessures, maar het blijft toch zuur dat ik nooit een heel seizoen lang fit ben geweest sinds mijn debuut als vijftienjarige.”

SKNWK blijft zich ontwikkelen

Onder trainer Edwin Kriens heeft volgens Dooge, die over het algemeen als ‘tien’ of als rechtsback zijn wedstrijden speelt, SKNWK veel stappen gezet. “En dan vooral op technisch en tactisch vlak zijn we weer verbeterd. Daar hamert Edwin echt op en dat hebben we ondanks de vele blessures in de ploeg toch goed gedaan. Hopelijk kunnen we in het nieuwe seizoen daar opnieuw wat in verbeteren.”

Een leven lang verbonden aan SKNWK

Ondanks dat hij inmiddels in Rotterdam woont gaat Dooge dan op voor alweer zijn tiende seizoen in het hoofdmacht. “Dat zegt denk ik voldoende over hoe graag ik voor SKNWK voetbal. Het is een hechte club, een echte vriendengroep ook. Daarvoor kom ik vanuit Rotterdam terug. Als we uiteindelijk hier een goede vierdeklasser kunnen zijn en wie weet nog eens een stapje kunnen zetten naar de derde klasse… Dat zou prachtig zijn.”

Veerle Kleppe stopt na tien seizoenen als verzorgster bij WIK’57

KERKWERVE – Ze is al enkele jaren niet meer woonachtig in Kerkwerve en had drie seizoenen geleden al gezegd ‘zoek maar alvast iemand anders’, maar nu is het toch echt definitief. In het nieuwe seizoen keert Veerle Kleppe (32) niet meer terug als verzorgster bij WIK’57. ‘Wat ooit begon als kijkje in de keuken bij de club voor een studieopdracht heb ik tien jaar lang met heel veel plezier gedaan. Nu is het tijd voor wat anders.”

 

“Destijds heb ik bij de club een opdracht uitgevoerd voor mijn minor Sport- en Prestatiepsychologie. Zo is het balletje gaan rollen en omdat ook mijn broer bij de club speelde ben ik daarna verzorgster geworden. Ik kom uit Kerkwerve en mijn familie woont er nu nog. Dus dan was de optelsom snel gemaakt. Ik kwam al sinds mijn jeugd ook op de club en het leek me wel leuk om iets voor de vereniging te kunnen betekenen. Dat heb ik tot de allerlaatste wedstrijd het afgelopen seizoen met heel veel plezier en voldoening gedaan.”

 

Veerle kwam een jaartje of negen geleden via studie al in de randstad terecht en is inmiddels woonachtig in Den Haag. “Daardoor was ik al niet meer wekelijks in Zeeland, maar probeerde er wel zoveel bij te zijn. Dat combineerde ik dan met familiebezoekjes en dat was altijd weer heel gezellig. Maar omdat ik daarnaast ook zelf nog hockey op de zondagen was het weekend daarmee ook altijd heel goed gevuld. Nu heb ik besloten om puur nog voor het hockey te kiezen zodat ik in elk geval nog één dag in het weekend heb om andere dingen te doen.”

 

Om als verzorgster goed beslagen ten ijs te komen volgde ze dankzij WIK’57 een cursus en paste de kennis dus toe bij de spelers van de onlangs gedegradeerde dorpsclub. “Dat was in het begin voor de spelers echt wennen. Ik was toen natuurlijk nog een stuk jonger. Maar uiteindelijk was het voor iedereen wel vertrouwd. Omdat ik ook een baan heb waarvoor ik veel moet reizen is het voor iedereen gewoon beter dat iemand de verzorging doet die er altijd bij kan zijn. Gelukkig is die nu gevonden en kan ik dus met een gerust hart het stokje overdragen.”

 

Met een nacompetitie en promotie beleefde Veerle bij WIK’57 een mooi sportief hoogtepunt. “Maar helaas duurde het maar één seizoen. Dat hadden we wel een beetje verwacht maar het is wel jammer. Toch is de sfeer altijd goed en gezellig gebleven. Ik heb een mooi afscheid gekregen, compleet met applaus in de laatste wedstrijd na een ‘gefakete blessurebehandeling’. Tuurlijk ga ik het ook missen, zeker de derde helften. Maar het is goed zo.”

Youri Waroux houdt GECU Cup levend: “We wilden vooral dat het bleef bestaan”

Wat ooit begon als een traditioneel bedrijventoernooi, is inmiddels uitgegroeid tot een zomers voetbalfeest bij Vriendenschaar. De GECU Cup blijft zich ontwikkelen en wordt elk jaar groter. Mede dankzij Youri Waroux (25), die samen met enkele andere vrijwilligers het toernooi nieuw leven inblies. “We haalden er zelf zoveel plezier uit, dat we het gewoon niet wilden laten verdwijnen.”

Hoewel de GECU Cup al jarenlang een begrip is binnen Vriendenschaar, kwam het toernooi een paar jaar geleden op losse schroeven te staan. Na de coronaperiode besloot de toenmalige organisatie ermee te stoppen. “Ongeveer vijf weken voordat het toernooi zou beginnen, gaven zij aan dat ze ermee ophielden,” vertelt Waroux.

Dat was voor hem en een aantal anderen het moment om in te grijpen. “We wilden vooral dat het door zou blijven gaan. In korte tijd hebben we toen alles geregeld om het toernooi alsnog te laten plaatsvinden.”

Groei en variatie

Inmiddels staat de organisatie voor de vierde editie en groeit het toernooi en het organisatieteam elk jaar verder. Vorig jaar deden er 28 teams mee aan het 7 tegen 7 toernooi. Waarvan twintig teams in de 35- categorie en acht teams bij de 35+. “Dat was echt een groot succes,” zegt Waroux. “En ook dit jaar lopen de inschrijvingen alweer goed.”

Wat de GECU Cup onderscheidt, is de mix van niveaus en type teams. “Je hebt een recreatiepoule en een prestatiepoule. In de recreatiepoule spelen vooral vriendenteams of lagere elftallen die voor de gezelligheid komen. Maar in de prestatiepoule doen ook jongens mee die op hoog niveau spelen, van eerste elftallen tot divisie-jeugd.”

Die combinatie zorgt volgens Waroux voor een unieke sfeer. “Het is fanatiek, maar wel op een leuke manier. We spelen met aangepaste regels, zodat het sportief blijft en blessures worden voorkomen.”

Meer dan alleen voetbal

Het toernooi wordt gespeeld over vijf vrijdagavonden, met een grote finale op zaterdag. Maar volgens Waroux draait het om meer dan alleen de wedstrijden. “We noemen het niet voor niets een derde helft. Na afloop blijft iedereen hangen voor een drankje en gezelligheid.”

Elke avond wordt er gezorgd voor muziek en sfeer in de kantine. “We hebben standaard een dj en op de eerste en laatste avond ook een zanger. De finaleavond wordt dit jaar extra bijzonder, omdat die samenvalt met een wedstrijd van het Nederlands elftal.”

Daar heeft de organisatie slim op ingespeeld. “We regelen grote schermen zodat iedereen samen de wedstrijd kan kijken. Daarna gaan we gewoon door met de feestavond. Dat maakt het echt een compleet evenement.”

Vrijwilligerswerk als drijfveer

Voor Waroux is zijn betrokkenheid bij de GECU Cup onderdeel van een bredere rol binnen de club. Hij is al jaren actief als vrijwilliger, onder meer als trainer van de onder-16 en assistent-trainer bij het eerste elftal. “Door een blessure ben ik minder gaan spelen en juist meer andere dingen gaan doen binnen de vereniging.”

Die betrokkenheid zorgt er ook voor dat hij energie haalt uit het organiseren. “Je doet het samen met een groep en iedereen pakt zijn rol. Dan valt het qua tijd uiteindelijk ook wel mee.”

Toch blijft het soms puzzelen om alles rond te krijgen. “Je hebt altijd handjes tekort, maar uiteindelijk staan er altijd weer mensen op die willen helpen. Dat zegt ook wel iets over de club.”

Toekomst vol vertrouwen

Met een goedlopende organisatie en een duidelijk draaiboek kijkt Waroux met vertrouwen naar de toekomst van het toernooi. “We hebben het inmiddels zo staan dat het elk jaar weer soepel verloopt. Natuurlijk kost het tijd, maar dat hoort erbij.”

Zelf ziet hij voorlopig geen reden om te stoppen. “Zolang het leuk blijft en het toernooi groeit, ga ik hier zeker mee door. Het is gewoon mooi om te zien dat zoveel mensen er plezier aan beleven.”

GVV bouwt aan de toekomst: oude tribune krijgt nieuw leven in Geldermalsen

Bij voetbalvereniging GVV wordt niet alleen op het veld gebouwd aan succes, maar ook daarbuiten. De club is volop in ontwikkeling en werkt hard aan de uitstraling van het sportpark. Met het hergebruik van een oude tribune zet de vereniging een volgende stap richting de toekomst. Voorzitter Sean Buitenhuis vertelt over het bijzonder project.

Sinds 2019 staat Buitenhuis aan het roer bij GVV, maar zijn betrokkenheid bij de club gaat al veel verder terug. “Ik loop hier al zo’n 37 jaar rond,” vertelt hij. “Dan zie je een vereniging veranderen en groeien.” Die groei is de afgelopen jaren zichtbaar geworden, zowel sportief als organisatorisch. Binnen de club ligt er een duidelijke visie richting 2030, waarin onder meer de accommodatie een belangrijke rol speelt.

Een van de wensen binnen dat plan was het realiseren van een tribune. Niet alleen voor het comfort van supporters, maar vooral ook als visitekaartje van de club. “We wilden iets dat past bij waar we nu staan als vereniging,” legt Buitenhuis uit. “Maar als je dan offertes opvraagt, schrik je soms van de prijzen.”

De oplossing kwam uit onverwachte hoek. Langs de snelweg stond de tribune van het voormalige Rhelico, dat inmiddels is opgegaan in BRC. Waar de rest van de accommodatie verdween, bleef de tribune jarenlang onaangeroerd staan.

“Die tribune viel ons al vaker op,” zegt Buitenhuis. “Toen hebben we de stoute schoenen aangetrokken en contact gezocht.” Het bleek een schot in de roos. De nieuwe club had geen concrete plannen met de tribune en zat vooral met de praktische uitdaging van demontage. GVV bood uitkomst: zij zouden het volledige proces op zich nemen.

Wat volgde was een indrukwekkend staaltje clubkracht. In slechts één week werd de complete tribune gedemonteerd en vervoerd naar Geldermalsen. “Dat is echt te danken aan onze vrijwilligers,” benadrukt Buitenhuis. “Iedere avond stonden er mensen klaar om te helpen.”

Een speciale rol was daarbij weggelegd voor Willem van Kessel, binnen het bestuur verantwoordelijk voor de accommodatie. Hij nam zelfs een week vrij om het project in goede banen te leiden.

De tribune krijgt bij GVV een volledig nieuwe uitstraling. Alleen de basis, het staalwerk en de constructie, wordt hergebruikt. De rest wordt volledig vernieuwd en aangepast aan de identiteit van de club.

“We gaan hem helemaal opnieuw aankleden,” legt Buitenhuis uit. “Denk aan nieuwe stoeltjes in clubkleuren en verlichting, zodat de tribune ook ’s avonds goed zichtbaar is.” Daarmee wordt het niet alleen een functioneel onderdeel van het sportpark, maar ook een echte blikvanger.

De planning is om de tribune begin 2027 op te bouwen. Tot die tijd ligt alles opgeslagen en wordt er achter de schermen gewerkt aan de verdere invulling.

De nieuwe tribune is meer dan alleen een bouwproject. Het is volgens Buitenhuis een symbool voor de ontwikkeling die GVV de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. “Tien jaar geleden stonden we er heel anders voor. Nu zijn we een groeiende, gezonde vereniging met ambitie.”

Die groei is zichtbaar in het aantal leden, maar ook in de sportieve prestaties en de doorstroming van jeugdspelers. “We willen dat spelers trots zijn op hun club. Dat begint bij een goede organisatie, maar ook bij een mooie accommodatie.”

Wat vooral opvalt in het verhaal van GVV, is de kracht van de gemeenschap. Waar veel verenigingen kampen met een tekort aan vrijwilligers, lijkt dat in Geldermalsen juist een van de grootste krachten.

“We hebben een grote groep mensen die zich inzet voor de club,” zegt Buitenhuis. “Dat zegt alles over de sfeer en betrokkenheid.” Jaarlijks melden zich tientallen vrijwilligers voor allerlei taken, van onderhoud tot organisatie.

Met de komst van de tribune krijgt die inzet een tastbaar resultaat. Een project dat niet alleen zorgt voor meer comfort langs de lijn, maar vooral laat zien waar GVV voor staat: samen bouwen aan een toekomstbestendige vereniging.

Van gesprek langs de lijn naar voetbalmonument.

Wat begon als een spontaan idee langs de lijn, is in korte tijd uitgegroeid tot een toonaangevend internationaal jeugdtoernooi. Bij BZS staat men deze zomer stil bij een bijzonder moment: het eerste lustrum van de RondOM BZS Youth Trophy. Secretaris Otto van Stijn ziet hoe een lokaal initiatief is uitgegroeid tot een evenement van internationale allure.

De basis van het toernooi werd gelegd in de zomer van 2022. Wat toen begon als een kleinschalig eendaags U13-toernooi, opgezet door onder anderen Otto van Stijn en Bram Bosch, groeide in een razendsnel tempo uit tot iets veel groters. “Het idee ontstond eigenlijk heel spontaan,” klinkt het. “Maar we merkten al snel dat er veel animo voor was.”

Inmiddels, vier jaar later, heeft het toernooi zich ontwikkeld tot een tweedaags U16-evenement dat niet meer weg te denken is uit de internationale jeugdvoetbalkalender. Clubs uit binnen- en buitenland weten de weg naar Beusichem moeiteloos te vinden, mede dankzij de sterke organisatie en de unieke sfeer op het sportpark.

Een unieke sfeer en beleving

Wat de RondOM BZS Youth Trophy onderscheidt, is volgens Van Stijn de combinatie van topsport en gemoedelijkheid. “Het is echt een plek waar passie voor voetbal samenkomt met een warme, dorpse sfeer,” legt hij uit. Die combinatie blijkt een succesformule.

Jaarlijks weten duizenden toeschouwers de weg naar het sportpark van BZS te vinden. Niet alleen om mooie wedstrijden te zien, maar ook om toekomstige topspelers van dichtbij in actie te bewonderen. “Je ziet hier echt de sterren van morgen,” aldus Van Stijn.

Vrijwilligers als drijvende kracht

Achter het succes van het toernooi schuilt een enorme inzet van vrijwilligers. Van de organisatie tot de catering en van de ontvangst van teams tot de aankleding van het complex: het hele dorp lijkt betrokken.

“Zonder vrijwilligers is dit onmogelijk,” benadrukt Van Stijn. “Het is echt een gezamenlijke inspanning.” Ook sponsoren spelen een belangrijke rol in het geheel. Dankzij hun steun kan het toernooi op professioneel niveau worden georganiseerd, iets wat door deelnemende clubs enorm wordt gewaardeerd.

Sterk deelnemersveld voor jubileumeditie

Voor de jubileumeditie op 15 en 16 augustus pakt de organisatie extra groots uit. Het deelnemersveld liegt er niet om en bevat een mix van Europese topclubs en nationale talentenploegen.

Zo keert titelverdediger Bayer 04 Leverkusen terug naar Beusichem om zijn titel te verdedigen. Ook KRC Genk is opnieuw van de partij, een club die in het verleden al meerdere keren succesvol was op het toernooi.

Daarnaast maken ook grote namen als Aston Villa, Borussia Dortmund en FC Nordsjælland hun opwachting. Vanuit Nederland zijn onder meer AZ en FC Utrecht vertegenwoordigd.

En natuurlijk ontbreekt ook het BZS Regioteam niet, dat traditioneel voor extra strijd en betrokkenheid zorgt op het veld.

Meer dan alleen voetbal

Hoewel het niveau op het veld hoog ligt, draait het toernooi om meer dan alleen prestaties. Het is ook een ontmoetingsplek waar spelers, trainers en supporters uit verschillende landen samenkomen. “Dat internationale karakter maakt het bijzonder,” zegt Van Stijn. “Je leert van elkaar en dat verrijkt het voetbal.”

Voor de club zelf betekent het toernooi ook een enorme impuls. Het zet BZS op de kaart en draagt bij aan de uitstraling van de vereniging. “Het laat zien wat we als club kunnen neerzetten,” aldus Van Stijn.

Blik op de toekomst

Met het eerste lustrum in zicht kijkt de organisatie met trots terug, maar ook vooruit. De ambitie is om het toernooi verder te laten groeien en nog sterker te positioneren op de internationale kalender.

“Wat we in vier jaar hebben opgebouwd, is bijzonder,” besluit Van Stijn. “Maar we zijn nog lang niet klaar.” Met de RondOM BZS Youth Trophy lijkt Beusichem zich in ieder geval definitief te hebben gevestigd als een plek waar toekomstig toptalent zich laat zien en waar voetbal echt tot leven komt.

Ophemert 18+1 combineert voetbal en vriendschap

Waar het bij de selectieploegen in het amateurvoetbal soms nog wel is serieus aan toe kan gaan, draait het bij het 18+1-team van Ophemert vooral om plezier. De vriendengroep komt een aantal vrijdagavonden per seizoen samen voor een potje voetbal, een drankje in de kantine en vooral veel gezelligheid. Dat ze ondertussen ook regelmatig kampioen worden, zien ze eerder als een leuke bijkomstigheid dan als hoofddoel.

Voor Thijs Heimans begon het avontuur enkele jaren geleden vrij spontaan. De 24-jarige speler voetbalde vroeger al bij Ophemert, maar stopte op een gegeven moment met het reguliere voetbal. Toch bleef het spelletje trekken.

“Ik miste het voetbal eigenlijk toch wel,” vertelt Heimans. “En meerdere vrienden van mij hadden datzelfde gevoel. Toen ontstond het idee om samen een team te beginnen voor de vrijdagavond.”

Dat idee groeide uiteindelijk uit tot het huidige Ophemert 18+1, een vriendenteam dat inmiddels alweer vier seizoenen actief is in de 7-tegen-7 competitie. Een competitie die volgens Heimans perfect aansluit bij de levensfase van veel spelers.

“We hebben allemaal ons werk, sommige jongens hebben andere hobby’s of spelen nog ergens anders,” legt hij uit. “Dan is het ideaal dat je maar een paar avonden per halfjaar speelt.”

Vrijdagavond als uitlaatklep

De 18+ competitie werkt anders dan het traditionele amateurvoetbal. In plaats van iedere week een wedstrijd, worden er verspreid over het seizoen meerdere speelavonden georganiseerd. Op zo’n avond spelen verschillende teams korte wedstrijden tegen elkaar op een half veld.

“In onze competitie zitten vijf teams,” vertelt Heimans. “Je speelt dan op iedere club één avond en op zo’n avond speel je meerdere korte potjes tegen elkaar.”

Juist die opzet zorgt ervoor dat het laagdrempelig blijft. Niemand hoeft meerdere keren per week te trainen of zijn hele weekend vrij te houden voor voetbal. Toch proberen de mannen van Ophemert af en toe nog wel een training mee te pakken.

“We nemen ons elk seizoen weer voor om op donderdag te trainen,” lacht Heimans. “Aan het begin lukt dat vaak nog wel een paar keer, maar daarna wordt het toch wat minder.”

Vriendengroep als basis

De kracht van het team zit volgens Heimans vooral in de onderlinge band. Vrijwel iedereen kent elkaar al jaren. Sommigen voetbalden vroeger samen, anderen kennen elkaar van school of uit het dorp.

“Het is echt een vriendenteam,” zegt hij. “Iedereen kent elkaar wel ergens van.”

Dat zorgt ervoor dat speelavonden vaak voelen als een avondje uit met vrienden, waarbij voetbal eigenlijk het excuus is om samen te komen.

“Voor sommige jongens draait het echt om het voetballen,” vertelt Heimans. “Maar voor anderen is het juist mooi om elkaar weer te zien en samen een biertje te drinken.”

Volgens hem is dat ook precies het verschil met het reguliere voetbal. “Daar wordt het soms allemaal wel heel serieus genomen. Dan spelen mensen vijfde klasse, maar maken ze alsnog ruzie met elkaar. Bij ons is iedereen fanatiek, maar uiteindelijk blijft het vooral gezellig.”

Derde helft minstens zo belangrijk

Dat de derde helft een grote rol speelt binnen het team, wordt al snel duidelijk. Zeker wanneer Ophemert gastheer is, proberen de spelers er altijd iets leuks van te maken.

“We hebben weleens een dj geregeld in de kantine,” vertelt Heimans. “Dan sturen we andere teams ook een berichtje dat ze vooral moeten blijven hangen na afloop.”

De combinatie van sporten en gezelligheid maakt het concept volgens hem zo populair. “Je merkt dat steeds meer clubs zulke teams krijgen,” zegt hij. “Het is gewoon een leuke manier om actief te blijven zonder alle verplichtingen van het zondagvoetbal.”

Hoewel Ophemert ondertussen meerdere keren kampioen werd, blijft dat voor de spelers bijzaak. Natuurlijk willen ze winnen, maar niemand ligt wakker van een nederlaag.

“We willen altijd winnen, dat zit er toch wel in,” lacht Heimans. “Maar uiteindelijk draait het vooral om een leuke avond met elkaar.”

Clubman pur sang: 77 jaar clubliefde bij TEC

Op een zonovergoten sportpark, waar generaties voetballers hun eerste meters maakten, loopt hij nog altijd rond: Henk van Tricht. Inmiddels 83 jaar oud en maar liefst 77 jaar lid van TEC Tiel. Een wandelend stuk clubgeschiedenis, dat het amateurvoetbal door de jaren heen zag veranderen, maar zelf altijd trouw bleef aan die ene vereniging.

Het verhaal van Tricht begint op jonge leeftijd. Als vijfjarig jongetje zette hij zijn eerste stappen op het veld van TEC. Wat volgde was een indrukwekkende spelerscarrière waarin hij zich ontwikkelde tot een vaste waarde in het eerste elftal. Maar liefst 22 jaar droeg hij het shirt van het vlaggenschip, waarin hij als spits regelmatig het net wist te vinden.

Met 42 doelpunten in één seizoen liet hij zien over een neusje voor de goal te beschikken. Kampioenschappen volgden, onder andere in 1965 en 1970. Het waren jaren waarin clubliefde en saamhorigheid vanzelfsprekend waren. “Iedereen kende elkaar, het was echt één familie,” blikt Henk terug. “Als iemand in militaire dienst zat, werd er geld ingezameld. Dat soort dingen zie je nu bijna niet meer.”

Succes als trainer

Na zijn actieve loopbaan bleef Henk niet stilzitten. Hij haalde zijn trainersdiploma’s en stapte over naar het trainerschap. Eerst bij de jeugd van TEC, waar zijn team op hoog niveau actief was tegen clubs als PSV en Willem II. Later volgde een uitstap naar RKTVC, waar hij eveneens successen kende.

Zijn grootste trainershoogtepunt beleefde hij echter bij de dames van RKTVC. Daar werd hij kampioen van Nederland, een prestatie waar hij nog altijd met trots op terugkijkt. Hij sloot zijn trainerscarrière weer af bij zijn grote liefde TEC, waar hij het eerste elftal onder zijn hoede nam en binnen twee jaar promoveerde naar de eerste klasse.

Altijd blijven helpen

Toen fysieke klachten hem dwongen te stoppen als trainer, betekende dat allerminst het einde van zijn betrokkenheid bij de club. Integendeel. Sindsdien is Henk op talloze manieren actief gebleven als vrijwilliger. Van werkzaamheden in de kantine tot het schoonmaken van ruimtes en het onderhouden van het sportpark: niets is hem te veel.

 

Samen met zijn vrouw is hij nog altijd meerdere dagen per week op de club te vinden. Dinsdag en vrijdag zijn vaste prik en in het weekend ontbreekt hij zelden. “Er is altijd wel iets te doen,” vertelt hij nuchter. “En het is gewoon gezellig. Je blijft onder de mensen.”

Veranderingen door de jaren heen

Wie zo lang bij een club betrokken is, ziet vanzelfsprekend veel veranderen. Volgens Tricht is het voetbal zelf naar een hoger niveau getild, maar heeft de vereniging daar ook iets voor ingeleverd. “Vroeger bestond het eerste elftal uit jongens uit de buurt. Dat zorgde voor binding en veel publiek. Nu komen spelers vaker van buitenaf en dat maakt het anders.”

Ook de betrokkenheid van leden en vrijwilligers is volgens hem veranderd. Waar vroeger iedereen automatisch een steentje bijdroeg, is dat tegenwoordig minder vanzelfsprekend. “Mensen brengen hun kinderen en gaan weer weg. Terwijl een club juist draait op vrijwilligers.”

Hoop voor de toekomst

Toch overheerst bij Henk geen negativiteit. Hij blijft optimistisch over de toekomst van TEC. Zijn wens is duidelijk: een vereniging waarin sportiviteit en saamhorigheid weer hand in hand gaan. “Het zou mooi zijn als er weer meer jongens uit de regio spelen. Dat trekt mensen aan en zorgt voor sfeer.”

Zelf denkt hij voorlopig nog niet aan stoppen. Zolang zijn gezondheid het toelaat, blijft hij zich inzetten voor de club die hem al een leven lang dierbaar is. “Ik ben hier opgegroeid. Dit gaat er nooit meer uit.”

En terwijl de generaties elkaar opvolgen op het veld, blijft Henk langs de lijn aanwezig. Niet voor even, maar al 77 jaar lang. Een clubman zoals je ze nog maar zelden ziet.

 

Millenaar en Van Bekkum combineren eerste elftal met jeugd

Bij DSS’14 staan Daan Millenaar en Giovanni van Bekkum niet alleen op het veld in het eerste elftal, maar ook langs de lijn als jeugdtrainer. De twee spelers combineren hun eigen voetbal met het begeleiden van jonge talenten en halen daar veel voldoening uit. “Je ziet ze groeien, en daar wil je onderdeel van zijn.”

Voor de 19-jarige Millenaar begon het trainerschap eigenlijk als onderdeel van zijn opleiding. “Ik ben er drie jaar geleden ingerold via een stage voor het CIOS,” vertelt de rechtsbuiten. “Sindsdien ben ik bij hetzelfde team gebleven, dat inmiddels de JO11 is.”

Van Bekkum (27) bewandelde een iets andere route. De middenvelder, die al zo’n negentien jaar bij de club speelt, werd gevraagd om een team op te pakken. “Ik kende veel jongens al vanuit de club en vanuit mijn eerdere ervaringen als trainer. Toen ik werd benaderd, leek me dat een mooie kans om mijn kennis door te geven.”

Waar het voor beiden anders begon, is de motivatie inmiddels hetzelfde: iets betekenen voor de club en de jeugd.

Enthousiasme als drijfveer

Wat het trainen van jeugdteams zo leuk maakt, hoeven ze niet lang over na te denken. “Het enthousiasme van die jongens,” zegt Millenaar direct. “Ze willen graag leren en je ziet ze echt beter worden.”

Ook Van Bekkum herkent dat. “Het is mooi om te zien hoe spelers zich ontwikkelen. Niet alleen in hun spel, maar ook als persoon. Dat geeft echt energie.”

Die ontwikkeling zit vaak in kleine dingen. “Soms is het een technische verbetering, soms gewoon meer zelfvertrouwen op het veld,” legt hij uit. “Maar juist die stappen maken het leuk.”

Twee teams, twee dynamieken

Beide trainers staan voor een andere leeftijdsgroep en merken dat ook in de dynamiek. Millenaar omschrijft zijn JO11 als een energieke groep. “Ze hebben altijd zin om te voetballen en brengen veel energie mee.”

Dat enthousiasme vertaalde zich dit seizoen ook in resultaat. “We zijn afgelopen periode kampioen geworden,” vertelt hij trots. “Dat maakt het natuurlijk extra leuk.”

Bij Van Bekkum ligt de nadruk meer op ontwikkeling. “Ik ben pas sinds de winter trainer van de JO13, dus we zijn nog volop aan het bouwen,” zegt hij. “Het is een leergierige groep, maar soms ook een beetje chaos. Dat hoort er ook bij op die leeftijd.”

Meer dan alleen voetbal

Beide trainers vinden het belangrijk dat jeugdspelers meer meekrijgen dan alleen het spelletje. “Samenwerken en respect hebben voor elkaar,” noemt Millenaar als belangrijkste punten. “Dat nemen ze ook mee buiten het voetbal.”

Van Bekkum sluit zich daarbij aan. “Daarnaast vind ik het belangrijk dat spelers verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen ontwikkeling. Dat ze zelf willen verbeteren.”

Die combinatie van sport en persoonlijke ontwikkeling past volgens hen goed bij een club als DSS’14. “Het is een dorpsclub waar iedereen elkaar kent,” zegt Van Bekkum. “Dat maakt het ook makkelijker om die waarden over te brengen.”

Blik op de toekomst

Over hun toekomst als trainer verschillen de twee licht van perspectief. Millenaar houdt nog een slag om de arm. “Ik weet nog niet precies wat ik ga doen na mijn opleiding. Als ik verder ga studeren, wordt het misschien lastiger om te combineren. Maar als het kan, blijf ik het zeker doen.”

Voor Van Bekkum is het duidelijker. “Ik wil hier zeker mee doorgaan. Ik haal er veel plezier uit en wil mezelf ook verder ontwikkelen als trainer.”

Wat hen bindt, is de voldoening die ze eruit halen. “Als je ziet hoe blij die jongens zijn na een overwinning, dat is mooi,” zegt Millenaar. Van Bekkum knikt: “En als je ziet dat iemand echt stappen maakt, dan weet je waar je het voor doet.”

Zo dragen beide spelers op hun eigen manier bij aan de toekomst van DSS’14 — niet alleen op het veld, maar juist ook daarbuiten.