Home Blog Pagina 2

Melissant hoopt op promotie: ‘Volwassener worden’

Na een op voetbalgebied positief jaar, kan Mark Ritzema niet wachten om aan het nieuwe seizoen te beginnen. Want met de stijgende lijn die is ingezet, hoopt de middenvelder van vijfdeklasser Melissant dit jaar serieus mee te doen om promotie. “Dan moet je soms een wedstrijd over de streep trekken.”

Iets wat afgelopen seizoen, volgens de 22-jarige Ritzema iets te weinig is gelukt. “Op de belangrijke momenten, hebben we het wel een beetje laten liggen. Voor mijn gevoel had er meer in gezeten.” Meer, dan de uiteindelijke zesde plaats die Melissant wist te behalen. “Vooraf had ik dat wel een beetje verwacht, maar ergens had ik gehoopt dat we mee zouden kunnen doen om promotie.” Met een achterstand van tien punten op de vierde plek, lukte dat niet. “We hebben een jong team, dus moeten vooral nog wat volwassener worden. Zodat je bepaalde wedstrijden net wel over de streep kunt trekken. Die moet je koste wat kost willen winnen. Hopelijk lukt dat dit jaar wel!”

Met een idee

Met het vertrouwen, zit het bij Ritzema wat dat betreft wel goed. “Ons doel is om, nog meer dan vorig seizoen, mee te doen om promotie. We hebben er een aantal goede spelers bij, dus ik hoop dat het dit jaar gaat gebeuren.” Helemaal, met de ervaring van afgelopen seizoen op zak. “We hebben eigenlijk gewoon een heel positief jaar gehad. Met veel verbetering in het voetballen, zowel qua spel als op de training.” Want het niveau, is behoorlijk omhooggegaan, vertelt Ritzema. “We spelen nu echt met een idee.” Mede dankzij trainer Koen Kwakernaak. “Koen is fanatiek en heel duidelijk in wat hij wil. Dat zie je steeds meer terugkomen.” Een spelopvatting, waar de inwoner van Melissant wel van kan genieten. “Met veel voetbal en hoog druk. Dat is uiteindelijk toch het leukste.” In zijn geval, als centrale middenvelder. “Vroeger speelde ik altijd op tien, nu sta ik meer op zes of acht.” Alle posities op het middenveld dus wel gehad, vindt Ritzema het lastig om er één te kiezen. “Het maakt me eigenlijk niet veel uit. Maar als ik echt moet kiezen, dan nummer acht. Omdat je daar kunt aanvallen én verdedigen.” Taken die passen, bij zijn kwaliteiten. “Ik ben heel balbehendig. Overzicht en rust, zijn mijn sterkste punten. En hoewel ik niet zo groot ben, ben ik toch wel sterk aan de bal.” Zijn spel doet trainer Kwakernaak, dan ook denken aan Frenkie de Jong. “Maar dan een stuk minder natuurlijk, haha.”

Op gemak

Van doelpunten en assists, moet Ritzema het voorlopig nog niet echt te hebben. “Ik ben vooral betrokken bij het opzetten van aanvallen.” Al schuwt hij de duels ook niet. “Ondanks mijn lengte, ben ik wel kopsterk en goed in luchtduels. Gewoon ervoor gaan en dan zien we het wel.” Een instelling, waar ze bij Melissant al flink wat jaren van kunnen genieten. “Ik voetbal hier al heel mijn leven, sinds mijn vierde.” Nooit weggegaan, heeft Ritzema het uitstekend naar zijn zin. “Het is gezellig, leuk en ik ken iedereen. Mijn vrienden voetballen hier, en ik woon een straat verderop. Dus ik voel me enorm op mijn gemak.” Lekker in de buurt, dacht de voetballer dan ook nooit aan een vertrek. Al klinkt dat logischer, dan het daadwerkelijk is. “Ik zat op de middelbare school in Hellevoetsluis, veel van mijn vrienden speelden daardoor bij Nieuwenhoorn. Daar heb ik op mijn veertiende ook wel een paar keer meegetraind en een wedstrijd gespeeld, maar Melissant is gewoon waar ik thuishoor.” Hoewel hij het wel zag, als een leerzame ervaring. “Vooral qua niveau.” Toch triggerde hem dat, en nog steeds, niet. “Andere ploegen spreken me niet aan. Ik wil gewoon altijd hier blijven!”

Nagtegaal aan de slag bij NTVV: ‘Klein wereldje’

0

Het voetbalwereldje maar klein, kwam vijfdeklasser NTVV eind vorig jaar op zoek naar een nieuwe trainer, uit bij Johan Nagtegaal. Want geboren in Melissant en voormalig speler van DES’67 en later hoofdtrainer van DVV’09, was dat telefoontje snel gepleegd. “Iedereen kent elkaar.”

Bijvoorbeeld van het werk, zo begint Nagtegaal (57) zijn verhaal. “Davy Schellevis, aanvoerder van NTVV, is een oud-collega van mij. En ze wisten dat ik na het seizoen vrij was.” Op dat moment nog werkzaam als trainer bij Lepelstraatse Boys, voelden de gesprekken al snel goed, vertelt hij. “Het is echt een dorpsclubje, maar de randvoorwaarden zijn ontzettend goed. Zo is de accommodatie echt top.” Kortom, heel lang nodig om na te denken, had de inwoner van Sint-Annaland dan ook niet. “NTVV stond op het lijstje met clubs waar ik ooit eens graag wilde werken.”

Leuk hebben

En niet voor niks, zo blijkt. “Ik ben zelf opgegroeid in Melissant en Dirksland, en heb altijd bij Melissant en DES’67 gevoetbald. Daardoor kende ik NTVV natuurlijk al heel goed. Wat dat betreft is het ook maar een klein voetbalwereldje. Iedereen kent elkaar.” Kloppen zijn verwachtingen tot nu toe met de werkelijkheid? “Bij een nieuwe club moet je altijd weer die gasten leren kennen, maar het bevalt heel goed en ik vind het hartstikke leuk!” Toch verwacht de oefenmeester op voorhand een zwaar seizoen, als hij zo naar de indeling van de competitie kijkt. “Ik hoop dat we ergens in de middenmoot kunnen eindigen, maar dat wordt een flinke uitdaging. Top vijf wordt het denk ik niet, hopelijk net daaronder.” Al legt Nagtegaal de lat liever, een stukje hoger. “Eigenlijk ga ik zelf altijd voor de nacompetitie. Anders zou ik niet tevreden zijn.” Maar realistisch is hij, nadat NTVV afgelopen seizoen op een elfde plaats eindigde en het de laatste jaren moeilijk heeft, wel. Zaak voor hem, om in ieder geval de sfeer goed te houden. “Het is vooral belangrijk dat die jongens het leuk hebben en dat we samen mooie herinneringen maken. Wie weet zit er dan met een uitschietertje wel een periode in, en kunnen we terug naar het niveau waar ik vind dat NTVV thuishoort, in het linkerrijtje van de vijfde klasse.” Al gaat dat niet vanzelf, beseft ook Nagtegaal. “Vorig seizoen kregen ze best wel veel goals tegen, dus moeten we nu eerst zorgen dat we het achterin dichthouden. Dat geeft ook vertrouwen.”

Verbinder

Hoe hij dat precies tracht te gaan doen? “Niet op de Italiaanse manier, maar misschien wel met een extra slot op de deur. We hebben ook niet echt veel aanvallers.” Een beetje behoudend, zullen ze in Nieuwe-Tonge dit jaar dan waarschijnlijk ook wel gaan spelen. “Met drie centrale verdedigers en twee wingbacks, zodat we niet te vaak in het mes lopen.” Minder goals tegen, meer patronen en meer voetbal. Dat is waar Nagtegaal zich de komende periode op wil gaan richten. “Als we een paar procentjes beter worden, is dat een mooie basis voor volgend seizoen.” Want de toekomst, ziet de voormalig Flakkees topscorer positief tegemoet. “We hebben nu misschien wat kwaliteit ingeleverd en het is afwachten hoe de nieuwelingen het gaan doen, maar er komt goede jeugd aan. De O19 werd vorig seizoen doorgeschoven naar het tweede, daar plukken we de komende jaren de vruchten van.” Komende jaren, waarin Nagtegaal trainer hoopt te zijn van NTVV. Als het aan hem ligt tenminste. “Het lijkt hier best wel een beetje op Melissant, dus ik denk dat we goed bij elkaar passen.” Zowel op, als naast het veld. “Ik ben als trainer meer een verbinder, dan een groot tacticus. Vind het vooral belangrijk om de boel bij elkaar te houden, zowel van de jeugd als de selectie.” En ook in de kantine, zullen ze hem regelmatig treffen. “Als de kantine lekker vol is, zorgt dat altijd voor reuring in de club.” Nagtegaal kan dan ook niet wachten, tot het balletje straks echt gaat rollen. “Ik kijk vooral uit naar de eerste zes wedstrijden, dat we weten waar we staan en of het wat gaat worden. Of dat we misschien nog wel veel aan moeten passen.”

Legierse eindelijk trainer van FIOS: ‘Dit is mijn club’

Na vier mooie en succesvolle seizoenen bij OFB, keerde Manuel Legierse deze zomer bij FIOS terug op het oude nest. Want ondanks dat de oefenmeester nog nooit hoofdtrainer was geweest bij de vijfdeklasser uit Achthuizen, mag één ding duidelijk zijn: “Dit is mijn club, laat daar geen misverstand over bestaan.”

Want zijn verbondenheid met de club, gaat verder dan alleen hoofdtrainer zijn van het eerste. “Ik heb zelf altijd bij FIOS gevoetbald en ben hier op mijn zestienden begonnen als jeugdtrainer.” Later nog actief als leider van het eerste, trainer van het tweede én betrokken bij de technische zaken, zwaaide Legierse (48) ook ruim zes jaar de scepter als voorzitter. “Dat vond ik hartstikke leuk om te doen, maar uiteindelijk kreeg ik van op het veld staan, toch meer energie dan van de bestuurskamer.” En dus besloot hij op een gegeven moment, het team van zijn dochter te gaan trainen. “Dat kon er ook nog wel bij.”

Een mening

Maar gek genoeg, stond Legierse dus nooit voor de groep als hoofdtrainer van het vlaggenschip van de club. “Ik ben nu voor het eerst trainer van het eerste. Of dat bijzonder is weet ik niet, maar ik vind het wel heel leuk. Ik had mezelf echt voor mijn kop geslagen als ik het niet had gedaan.” Toch had de inwoner van Achthuizen naar eigen zeggen, wel even nodig om na te denken. “Eigenlijk zou ik een jaartje stoppen en niks doen, daar had ik ook heel veel zin in, maar toen ging Taco (Brouwer) weg bij FIOS en was het lijntje natuurlijk snel gelegd.”

Gevraagd om te praten, ging Legierse uiteindelijk toch op gesprek. In tegenstelling tot vorig jaar. “Toen heb ik het eigenlijk al vrij snel afgekapt.” Mede door zijn vrouw, besloot de trainer het ditmaal wel te doen. “Ze zei dat ik het moest doen, omdat ik toch altijd al overal een mening over heb.” Zogezegd, zo gedaan. “Het is heel leuk om weer vaker bij mijn eigen clubje te zijn, met al die FIOS-mannen.” Waaronder zijn assistent, Ron van Wezel. “We voetballen af en toe nog samen bij het tweede, gezellig op de zondag. Soms doet mijn zoon dan ook mee. Al is het voor mij vaak meer meehobbelen.”

Meehobbelen of niet. “Voetbal blijft het leukste wat er is. Daarom baal ik er soms ook wel eens van dat ik zelf vroeg moest stoppen.” Gelukkig heeft hij in het trainersvak, eveneens zijn passie gevonden. Zo ook, de afgelopen drie jaar, als trainer van OFB. “Dat waren drie heel mooie jaren, met onder meer promotie naar de vierde klasse. Vorig seizoen was wel pittig, dus ik was blij dat we ons handhaafden via de nacompetitie en dat het erop zat.” Inmiddels vol nieuwe energie, is Legierse blij om weer terug op het oude nest te zijn. “Het bevalt heel er goed!”

Eerlijkheid

Desondanks weet hij, dat de uitdaging dit seizoen groot zal zijn. “We hebben een kleine groep en geen jeugd, daardoor is het allemaal heel broos. Het is echt zaak om alles bij elkaar te houden, al weten we dat het lastig gaat worden. Maar daar lopen we niet voor weg.” Lastig of niet, Legierse kan niet wachten om straks echt te beginnen. “Het is een heel hechte groep, dus als we de balans kunnen vinden tussen gezelligheid en prestatie, ben ik tevreden.”

Kijken naar een plek op de ranglijst, doet hij voorlopig nog niet. “Het is voor nu een beetje afwachten en kijken wie er beschikbaar is. Dan gaan we het vanzelf gewoon zien.” Al doet die instelling niks af, aan zijn fanatisme. “Ik ben bloedfanatiek en kan niet tegen mijn verlies, maar heb wel geleerd om te relativeren.” En om te zorgen voor rust. “Dat is in mijn ogen toch wel het belangrijkste. Je hoort hier en daar wel het één en ander, en dan vond ik het de afgelopen jaren behoorlijk onrustig bij de club. Daarom hoop ik vooral duidelijkheid en structuur te brengen.”

Iets wat naar eigen zeggen, vrij goed bij hem past, lacht Legierse. “Eerlijkheid voert bij mij de boventoon. Ik ben eerlijk en ga er soms, als het nodig is, met gestrekt been in. Gewoon normaal doen en geen valse beloftes maken. Het is zoals het is.” Ook in het veld. “Er moet altijd een plan zijn. Ook op ons niveau. Trainers willen vaak graag allemaal opbouwen, maar uiteindelijk levert dat maar weinig goals op. Dus gaat het om een stukje omschakeling.”

Van een plan A, tot en met B en misschien wel C. “Dat kost tijd en energie, maar die steek ik er met alle liefde in.” Want dat FIOS een speciaal plekje heeft in zijn voetbalhart, mag duidelijk zijn. “Achthuizen en FIOS houden wel van een feestje, dus daar was ik de afgelopen jaren regelmatig bij. Als ik niet met OFB moest spelen, ging ik ook altijd nog kijken. Dit voelt voor mij echt als thuiskomen.”

Al voelde dat bij zijn vorige club ook zo, moet Legierse eerlijk toegeven. “Daar had ik nog makkelijk tien jaar door kunnen gaan. Hopelijk heb ik datzelfde gevoel hier straks ook.” Want aan stoppen, denkt hij nog lang niet. “We moeten eerst even een maand of twee aan elkaar wennen, dan kunnen we aan het einde van dit kalenderjaar kijken wat er in de toekomst mogelijk is. En hopelijk kunnen we dan nog jaren met elkaar door.”

Wachten tot het competitievoetbal straks weer losbarst, kan Legierse dan ook eigenlijk niet. “We gaan er echt een groep van maken, iedere week hard werken en 90 minuten lang gas geven, precies zoals de mensen van FIOS gewend zijn. Daarna is het tijd voor gezelligheid, ontspanning en humor.” Met hier en daar, het nodige succes. “Het komt wel goed met ons!”

‘Laten zien dat we de beste spelers hebben’

0

Na een leuk, maar wisselvallig seizoen, heeft Lucas Breedveld het gevoel dat er afgelopen jaar meer in had gezeten voor WFB. Want ondanks dat de vijfdeklasser via de nacompetitie zicht had op promotie, kwam die er uiteindelijk niet. “We konden onze vorm niet lang genoeg vasthouden.”

Daarmee vat de buitenspeler van de ploeg uit Ouddorp het seizoen eigenlijk in één zin samen, zo blijkt. “We hebben een hoop leuke wedstrijden gespeeld, maar op de momenten dat het écht moest, lukte het niet meer.” Een kwaaltje waar ze al wel langer last van hebben, vertelt de 22-jarige Breedveld. “Sommige mensen zeggen dat het typisch WFB is. Ik weet ook niet zo goed waar het door komt.” En hij niet alleen. “Het lijkt dan alsof we het voetballen een beetje kwijt zijn en ons laten leiden, in plaats van andersom.”

Vorm vasthouden

Breedveld blijft dan ook, ondanks een derde plaats en deelname aan de nacompetitie, een klein beetje met een dubbel gevoel achter. Na afgelopen seizoen. “Ik denk dat er meer in had gezeten. Zeker als we onze vorm, die we in veel wedstrijden hadden, langere tijd door hadden kunnen trekken. Al werd Vlotbrug meer dan terecht kampioen. Die waren echt gewoon beter.” Maar ondanks het gat van 23 punten, heeft Breedveld er alle vertrouwen in dat WFB dit jaar écht mee kan doen om de titel. “We gaan zeker voor promotie, en willen eigenlijk gewoon kampioen worden.” Toch klinkt dat makkelijker, dan het daadwerkelijk is, beseft ook de inwoner van Rotterdam zich. “Dat lukt alleen als we onze vorm wedstrijden achter elkaar vast kunnen houden. Dat is het belangrijkste. Koste wat kost willen winnen en laten zien dat we de beste spelers hebben.”

Want qua spelersgroep, zit het wel goed, vindt Breedveld. “We hebben heel veel kwaliteit. Die krachten moeten we zien te bundelen.” Met hem, als hardwerkende buitenspeler. “Aan de bal lukt het niet altijd, maar dat heeft ook met zelfvertrouwen te maken. Ik ben vooral iemand die veel loopt, ruimte creëert en niet stopt met jagen tot ik de bal heb.” En dat doet de linkspoot, het liefste vanaf de rechterkant. “Dan kan ik naar binnen komen.” Vaker om een eindpass te geven, dan zelf te schieten. “Ik geef liever een assist, dan dat ik een goal maak.”

Te lang door

Al heeft Breedveld dat in zijn voetballeven tot nu toe minder vaak kunnen doen, dan hij hoogstwaarschijnlijk zelf had gehoopt. “Op mijn negentiende ben ik een jaar lang gestopt, omdat ik continu last had van blessures.” Vooral zijn bilspieren en hamstrings, speelden hem in het verleden nogal eens parten. “Dat begon toen ik zestien of zeventien was. Uiteindelijk moest ik van de fysio stoppen.”

En ook afgelopen seizoen, kampte Breedveld met de nodige fysieke problemen. “Aan het begin kreeg ik last van mijn knieën, omdat de pezen onder mijn knieën zijn afgezwakt. Het duurt lang voordat die aansterken.” Sinds maart inmiddels weer helemaal fit, probeert hij die lastige periode achter zich te laten. “Het was heel frustrerend. Niks hielp en het schoot niet op, dus dacht ik op een gegeven moment: ik kap ermee.” Maar niet voor lang dus. “Het blijft toch altijd kriebelen. Ik wil gewoon voetballen, omdat ik het leuk en gezellig vind.”

Met oefeningen en voldoende rust, ging het uiteindelijk over, vertelt hij. “Het volledig stoppen heeft geholpen, hoe lastig dat ook was. Zeker als je minuten bij één kan maken, kan je het niet laten. Maar stiekem ga je dan te lang door.” Want zonder WFB, kan Breedveld eigenlijk niet. “Ik voetbal hier al vanaf dat ik kan lopen, toen ik een jaar of vier was. Die gasten en het team, maken het leuk. Het is gewoon megagezellig.”

De student Facilitymanagement ziet zichzelf dan ook niet zo snel het shirt van een andere club dragen. “WFB is voor mij meer dan alleen voetbal. We hebben een jong team, dus ook op sociaal vlak, ligt onze groep heel erg op één lijn. Daardoor doen we ook veel dingen buiten de voetbal. Ik kijk er heel de week naar uit, om weer met die gasten te gaan voetballen.” Kortom. “Ik ben niet van plan om hier ooit weg te gaan.”

‘Die positiviteit hadden we wel even nodig’

0

Na twee degradaties op rij, kunnen ze bij DBGC eindelijk weer terugkijken op een leuk jaar. Niet alleen promoveerde de ploeg via de nacompetitie naar de derde klasse, ook spatte het plezier er weer vanaf. Ook bij aanvaller Thijs Tromp. “Die positiviteit hadden we wel even nodig.”

Zeker na de afgelopen jaren. “Drie seizoenen geleden speelden we nog in de tweede klasse. Daarna zijn er jongens gestopt en kregen we last van blessures.” Met twee degradaties op rij tot gevolg. “Daarom hoopten we dit jaar gewoon op een leuk en gezellig jaar. Met het plezier voorop. Het blijft uiteindelijk toch je hobby.” Al klinkt dat vrijblijvender, dan het daadwerkelijk is, beseft ook Tromp (31). “Tuurlijk hoop je ergens op promotie, maar dat was niet het belangrijkste. Als plezier gepaard zou gaan met wat overwinningen, waren we in principe tevreden.”

Veel onrust

Het werden uiteindelijk dertien overwinningen, en dus promotie naar de derde klasse. “Wat dat betreft hebben we het goed gedaan.” Zowel op, als buiten het veld, vindt Tromp. “Het plezier was twee jaar geleden niet terug te zien, terwijl het nu gewoon weer gezellig was met elkaar.” Mede dankzij een doelpunt van de aanvaller uit Oude-Tonge, in de eerste ronde van de nacompetitie tegen Victoria’03 (1-2). “Die overwinning was een beetje gestolen. Ik vond hen veel beter, dus ik was blij dat ik scoorde uit de rebound van een vrije trap. Die hadden we nodig.” Een welkome opsteker, na een aantal moeilijke jaren, neemt Tromp ons terug. “De eerste degradatie uit de tweede klasse, werden we zesde van onder. Toen degradeerden we eigenlijk als middenmoter.”

Het seizoen daarna, verliep nog een stuk moeizamer, herinnert hij. “Dat was een dramatisch jaar. Toen hadden we in totaal vier trainers, en last van een hoop blessures.” Ook Tromp zelf, stond een tijdje langs de kant. “Ik had last van mijn kniepees, een soort jumpers knee. Daardoor heb ik na de eerste vijf wedstrijden, niet meer kunnen spelen.” Hoe dat was? “Het is heel pijnlijk om vanaf de zijkant toe te moeten kijken, en niks te kunnen doen.” De afgelopen jaren leverden veel onrust op in de groep, vertelt hij. “Ik vind echt dat we onder ons niveau hebben gespeeld. We hadden er allemaal veel meer van verwacht, maar als je niet fit bent, niet bereid bent om te werken én het is niet gezellig, dan ga je er gewoon af.”

Goede basis

Tot afgelopen seizoen, Ben Hoogwerf werd aangesteld als trainer. “Daardoor is er een hoop veranderd. Ben is heel duidelijk in wat hij van ons verwacht. En hij zat door zijn eigen situatie, ook vol met revanchegevoelens. Net als ons. Dat matchte met elkaar.” Want, zo vertelt hij. “Je komt allebei ergens vandaan, dan is min en min, plus.” Een combinatie, die vanaf het begin goed werkte. “Ben is heel gedreven, bijna tot het overdreven aan toe. Maar dat hebben we nodig. Hij heeft ons echt weer aangezet. Daardoor zijn we nu ook weer echt fit.”

Of dat ook genoeg is voor een stap hogerop, weet Tromp nog niet. “We zitten in een andere derde klasse dan normaal, dus ik weet niet zo goed wat we kunnen verwachten. We hebben wel een goede basis neergezet, en er een paar jongens bij, dus wat dat betreft heb ik er vertrouwen in!” Al vindt hij het lastig om een doelstelling te noemen. “Omdat we de tegenstanders niet zo goed kennen. Maar als we allemaal fit blijven, kunnen we zeker een rol van betekenis spelen en bij de bovenste ploegen eindigen. Ik wil in ieder geval geen troosteloos seizoen. Het is leuk als je echt ergens voor kan spelen.”

De inwoner van Den Bommel weet dan ook als geen ander hoe dat voelt. “Ik ben hier op mijn zesde begonnen en heb nooit ergens anders gespeeld.” Vertrekken bij DBGC, was voor Tromp dan ook eigenlijk nooit een optie. “Die kans heb ik wel eens gehad, maar dan dacht ik altijd bij mezelf: ik heb het hier naar mijn zin, waarom zou ik weggaan?” Kortom. “Ik heb geen reden om weg te gaan. Je hebt hier de gezelligheid van een dorpsclub en al mijn vrienden voetballen in het eerste.”

Het shirt dragen van DBGC, is voor de routinier dan ook het mooiste wat er is. “Je gaat voetballen bij de club waar je woont, zo hoort het. Heel mijn vriendengroep, voetbalt hier ook.” In zijn geval vroeger aan de zijkant, tegenwoordig meer in de as. Als spits of middenvelder. “Ik ben niet meer de snelste, maar nog wel altijd technisch vaardig. Een echte voetballer en iemand die graag de bal wil hebben!”

OFB knokt zich naar handhaving: ‘Knap voor elkaar gebokst’

Als nummer vier gepromoveerd vanuit de vijfde klasse, wisten ze bij OFB dat het wel eens een zwaar seizoen kon gaan worden. En dat gevoel, bleek te kloppen. Maar desondanks, slaagde de club uit Ooltgensplaat er uiteindelijk via de nacompetitie in, om zich te handhaven. “Het duurde wel een paar maanden om te wennen”, vertelt Raymon van Herwijnen.

En dan vooral aan het tempo, kan de twintigjarige aanvaller zich herinneren. “Dat is toch wel het grootste verschil met de vijfde klasse. In het begin konden we dat maar tot de 60ste minuut volhouden, daarna was het overleven.” Helemaal, omdat de tegenstanders uit de regio Rotterdam voetballend beter waren dan ze gewend zijn bij OFB. “Daardoor ging het allemaal veel te snel en kwamen we gewoon tekort.” Zeker ook fysiek gezien. “Ploegen in de vierde klasse zijn fitter en houden het makkelijk 90 minuten lang vol. Terwijl wij niet helemaal fit aan het seizoen begonnen.”

Tijd gekost

Ook Van Herwijnen zelf, had het lastig. “De seizoenen hiervoor, had ik niet zoveel minuten gemaakt, terwijl ik afgelopen jaar vaak mocht starten. Daardoor was het zwaar, maar wel heel leerzaam.” Iets wat ze op voorhand al wel wisten bij OFB, vertelt Van Herwijnen. “Al hoop je natuurlijk altijd dat het niet gebeurt.” Toch was dat met uiteindelijk zestien punten en een elfde plaats, wel de realiteit. “Het heeft een paar maanden geduurd, voordat we er als team iets tegenover konden zetten.” Vlak voor de winterstop, kreeg de ploeg een opleving, herinnert hij. “Toen zijn we het ook iets anders aan gaan pakken. Daarvoor rouleerden we veel met opstellingen, onder andere ook met vijf man achterin. Dat pakte niet goed uit.”

En dus besloot de groep, samen met hoofdtrainer Manuel Legierse, om terug te gaan naar het vertrouwde 4-3-3. “Die veranderingen hebben best wel wat tijd gekost, tot net voor de winterstop.” Maar de laatste drie wedstrijden voor de onderbreking, stemden hoopvol. “Daardoor gingen we niet als laatste de winterstop in.” Een flinke opsteker. “We misten vaste waardes, dus dan weet je dat het lastig gaat worden.” Toch slaagde de formatie er dus in, na een sterke reeks vanaf januari, om de nacompetitie te bereiken. “Daarin was WFB eigenlijk de favoriet, maar dat is ook wel een beetje de kracht van OFB. Om de underdog te zijn. Uiteindelijk wonnen we met 5-1 en in de finale versloegen we vervolgens ook ZBVH.”

En daarmee was behoud van de vierde klasse een feit. “Ik denk dat we er als ploeg meer uit hadden kunnen halen. Nu merkte je heel erg dat de koppies gingen hangen, omdat we veel wedstrijden verloren. Dat had niet alleen invloed op het resultaat, maar ook op de trainingsopkomst.”

In het hoofd

Voor zichzelf, kan Van Herwijnen tevreden terugkijken op een prima seizoen. “Ik heb veel gespeeld en ben ook nog gedeeld topscorer geworden.” Al gaat het in het voetbal, natuurlijk om de teamprestatie. “Bij ons moet het echt ergens om draaien. Pas dan gaat de knop om.” Het zorgt voor de nodige wisselvalligheid, vertelt hij. “We zijn een jonge ploeg, die heel graag wil en goed kan voetballen. Maar we moeten ook vechten voor elkaar. Dat is de kracht van OFB.” Iets wat afgelopen seizoen, niet altijd het geval was. “Zo halverwege het seizoen, had ik er eerlijk gezegd wel een hard hoofd in. Toen zaten we echt wel een beetje in een negatieve spiraal.”

Gelukkig zorgde trainer Manuel Legierse, voor de nodige positieve energie. “Vanuit hem hebben we altijd wel dat vertrouwen gevoeld. Een beetje van: als we de nacompetitie halen, dan blijven we erin.” Zogezegd, zo gedaan. “Het is heel knap dat we dat met deze jonge groep voor elkaar hebben weten te boksen.” Wat Van Herwijnen betreft, kan de lat voor dit jaar dan ook iets omhoog. “Ik hoop dat we ons nu direct handhaven, daar moeten we als ploeg voor gaan.” In zijn inmiddels vierde seizoen bij de club. “Daarvoor voetbalde ik bij De Jonge Spartaan.” Al was dat niet, van heel lange duur. “Vroeger zat ik altijd op karate. Dat deed ik op hoog niveau, heb zelfs nog meegedaan aan het NK. Pas toen ik veertien was, ben ik gaan voetballen.”

Gestopt vanwege vriendjespolitiek, kwam hij op het voetbalveld terecht. “Ik vond voetbal altijd al heel leuk, dus deed het vaak met mijn broer.” Bij OFB, heeft Van Herwijnen zijn plekje, in ieder geval helemaal gevonden. “Hier word je gewoon gezien. Het is een heel warme club en iedereen kent je of komt even een praatje maken.” Iets wat de inwoner van Sommelsdijk, af en toe wel kan gebruiken. “Ik ben een speler dat als het in mijn hoofd zit, dan raak ik geen pepernoot.” Gekomen als linksbuiten, wordt Van Herwijnen nu vooral gebruikt als spits. “Het liefste sta ik aan de buitenkant, maar eigenlijk maakt het me niet veel uit.” Rechtsbenig, kan hij ook met links een aardig balletje voorgeven, vertelt hij. “Ik ben bijna twee meter, daardoor ben ik kopsterk en snel, alleen niet zo behendig. Eenmaal in de diepte, kan ik een tegenstander wel kapotlopen.”

En als het aan hem ligt, blijft Van Herwijnen dat voorlopig, gewoon lekker in het shirt van OFB doen. “Ik ben wel eens benaderd door andere clubs, onder meer Flakkee en Den Bommel. Maar heel eerlijk gezegd, zit ik hier goed op mijn plek.” Mede dankzij zijn broer, Marcel. “Daar voetbal ik nu sinds een aantal jaar mee samen. Hij straat centraal achterin.” Ruzie, hebben ze eigenlijk nooit. “Je neemt juist sneller dingen van elkaar aan, dus we durven alles tegen elkaar uit te spreken. En we weten elkaar blindelings te vinden.” Ook voor het nodige advies. “Ik kan soms snel mijn koppie laten hangen, daar helpt hij mij dan bij!”

‘Ik voel mezelf eindelijk weer een beetje voetballer’

0

Eind maart geopereerd, zit Jordy Hanenberg van eersteklasser DVV’09 midden in zijn revalidatie van een gescheurde binnenband van zijn knie. Maar nu de eerste maanden achter de rug zijn, voelt de keeper zich langzaamaan weer een beetje voetballer. “We gaan eindelijk de goede kant op.”

Een constatering waar de 30-jarige doelman van het eerste elftal als vanzelfsprekend meer dan blij mee is. “Ik heb voor het eerst zo’n lange blessure, dus mentaal is het best wel lastig.” Want lang, dat duurt zijn herstel van een gescheurde binnenband van zijn linkerknie. “In principe staat er zes tot negen maanden voor.” Een periode met ups en downs, vertelt hij. “Het is balen dat je langs de kant staat, maar je probeert jezelf er ook bij neer te leggen. Hoe moeilijk dat ook is.”

Niet buigen

Hanenberg kan zich het bewuste moment nog goed herinneren. “Zaterdag 28 februari, thuis tegen Walcheren.” Bij een voorzet, die de inwoner van Sommelsdijk in zijn voetballeven waarschijnlijk al zo’n honderden keren heeft gevangen. “Iemand struikelde over me heen, en het deed meteen zeer. In de adrenaline probeerde ik nog wel op te staan, maar toen wist ik direct dat het niet goed was. Het voelde instabiel, al viel de pijn mee.” Het aantrekken van zijn schoenen, was niet veel later al een onmogelijke opgave. “Ik kon mijn knie niet meer buigen.” Het verdict? “Mijn binnenste knieband was gescheurd en ik had schade aan mijn achterste kruisband.” Een operatie volgde. “Eind maart ben ik geopereerd, door de clubarts van NAC Breda.” Wat hebben ze precies gedaan? “Mijn binnenband was in het midden gescheurd, dus die hebben ze gehecht. En ze hebben er een kunstbandje naast gezet.”

Het was het begin, van een zwaar herstel. “De eerste zes weken moest ik met krukken lopen, en drie maanden lang, had ik een brace aan. Om te zorgen voor de juiste stand van mijn achterste kruisband.” Inmiddels dat achter de rug, staat Hanenberg er een stuk positiever in. “Ik mag het veld weer op, dan voel je je vanzelf weer voetballer én onderdeel van de groep.” Al heeft hij zich dat laatste, in principe altijd wel gevoeld, lacht de sluitpost. “Ik werd op dinsdag geopereerd, en op zaterdag ging ik in mijn rolstoel kijken bij de wedstrijd tegen Yerseke.”

Toch voelt het nu wel heel anders, vertelt hij. “Het is nu vooral veel kracht en stabiliteit met de fysio. Maar ook af en toe een rondje joggen. Dus we gaan eindelijk weer de goede kant op.” Kleine stapjes, die voelen als grote sprongen. “Het is voetbal pur sang bij ons thuis. Wat dat betreft ben ik blij dat mijn herstel voorspoedig gaat.”

Laatste man

Want met een vader (Renee) die voorzitter is van de club uit Dirksland, bestaat er eigenlijk geen wereld zonder DVV’09, voor de familie Hanenberg dan tenminste. “Ik ben begonnen bij NTVV, maar sinds mijn zestiende voetbal ik hier.” Op een uitstapje naar Den Bommel na dan. “Daar heb ik een jaartje gespeeld, toen ging ik weer terug.” En verdween hij nooit meer uit de basis. “DVV’09 is gewoon een heel familiaire club. Iedereen kan met elkaar overweg en is bereid om dingen voor elkaar te doen. Een wedstrijdje fluiten, of bij ons komen kijken als we uit naar Terneuzense Boys moeten. Wat dat betreft is er ook echt geen afstand tussen de verschillende teams.”

Steun die het vlaggenschip ook dit seizoen, na de promotie naar de eerste klasse, goed kan gebruiken. “Het was al een uitdaging om voor het eerst in de tweede klasse te spelen, dat is nu natuurlijk niet veel minder.” Waar ze de lat leggen? “Ik denk dat we gewoon weer na vier wedstrijden moeten kijken waar we staan. Zoals we dat afgelopen jaar ook hebben gedaan.” Voor zichzelf, heeft Hanenberg in ieder geval alvast een duidelijk doel voor ogen: “In de eerste klasse spelen.” Als solide laatste man, zoals hij zichzelf noemt. “Ik ben duidelijk in de coaching en goed op de lijn. Maar ik probeer ook steeds meer mee te voetballen.” Mede door de manier van spelen. “Als ploeg spelen we met veel druk naar voren, dan ligt er natuurlijk behoorlijk wat ruimte achter de verdediging.” Ruimte die Hanenberg zichzelf, de komende jaren nog wel ziet verdedigen. “Ik heb het heel goed naar mijn zin en we hebben een leuke groep met keepers, dus ik zou niet weten waarom ik ergens anders heen zou willen!”

‘We willen weer voor de nacompetitie gaan’

In het begin een klein beetje wennen aan het niveau, liep het eerste seizoen na de promotie vanuit de derde klasse aanvankelijk nog niet helemaal zoals gehoopt. Maar toen het na de winterstop wel ging lopen, was De Jonge Spartaan niet meer te stoppen, blikt Dennis Baars terug. “Als je dan uiteindelijk derde wordt, ben je daar natuurlijk tevreden mee.”

Want eerlijk is eerlijk, zo begint Baars (22) zijn verhaal. “Vooraf hadden we niet kunnen bedenken dat we in ons eerste seizoen in de tweede klasse, derden zouden worden. Dus daar waren we hartstikke blij mee.” Al zorgde het stiekem, na het behalen van de play-offs, voor een dubbel gevoel. “We gingen er tegen Groen Wit (4-0) redelijk kansloos af. Dat was echt een beetje een offday. Als je de nacompetitie dan haalt, is het jammer dat je niet verder komt.”

Net iets sneller

Toch kijkt Baars, die sinds zijn vijftiende in het akkerbouwbedrijf van zijn ouders werkt, vooral positief terug op afgelopen seizoen. Nadat De Jonge Spartaan het jaar daarvoor, via de nacompetitie promoveerde naar de tweede klasse. “In het begin was het echt wel even wennen en liep het niet zoals we hadden gehoopt. Dat ging toch wel aan ons knagen, ondanks dat de sfeer goed bleef en we er als team voor bleven gaan.” Waar moesten ze vooral aan wennen bij de club uit Middelharnis? “Het gaat allemaal net iets sneller en tegenstanders zijn meer fysiek.” Na de winterstop, ging dat een stuk beter, vertelt hij. “Toen ging het lopen en werd ons harde werken beloond. Daarvoor zat het ook een aantal keer net een beetje tegen, daarna viel het geluk meer onze kant op.”

Al was het vanzelfsprekend minder geluk dan wijsheid. “Het stukje duels aangaan ging beter, en we hielden het als team goed dicht, waardoor we weinig weggaven. Van daaruit konden we dan gaan voetballen.” Een aanpak die niet alleen werkte, maar ook hoge verwachtingen schept voor dit seizoen. “Ons doel is om weer voor de nacompetitie te gaan.” Toch weet Baars als geen ander, hoe lastig dat zal worden. “Het is een moeilijke competitie, dus we kunnen vol aan de bak.”

Waar ziet de verdediger de meeste ruimte voor verbetering? “Vooral aan de bal. Echt het spel maken. Dat zullen we nodig hebben als we verder willen komen.” Aan trainer Ben Mierop, zal het volgens hem in ieder geval niet liggen. “Ben is echt een goede en fijne trainer.” Toch was het bij zijn aanstelling, twee seizoenen geleden, wel even wennen, herinnert Baars zich. “We trainen nu op een heel andere manier. Veel intensiever en overal zit een idee achter. Ben is tactisch heel sterk.” En daarnaast. “Merk je dat sinds hij er is, iedereen veel fitter is. Dat heb je nodig op dit niveau.”

Familieclub

Hoe zit het met Baars zijn eigen fitheid, na een dag hard werken op het land? “Het is af en toe fysiek best wel zwaar, dus dan voel je dat soms wel bij de voetbal. Dan heb ik zware benen.” Van het verbouwen van aardappels, bieten, graan en uien, tot aan voetballen bij De Jonge Spartaan dus. “Ik voetbal hier al sinds mijn vijfde en heb nog nooit ergens anders gespeeld.” De reden daarvoor is simpel. “Met veel jongens waar ik in de jeugd mee speelde, voetbal ik nu nog steeds samen. Als je op de club komt, iedereen kent elkaar en het is altijd gezellig.” Een familieclub, met een clubgevoel. Letterlijk en figuurlijk. “Mijn moeder staat in de kantine, mijn broertje speelt bij het tweede en mijn twee zussen voetballen bij de dames.”

Op zaterdagen, probeert Baars dan ook regelmatig een wedstrijdje mee te pakken. “Ik ga bijna altijd kijken bij mijn broertje, want die speelt voor ons. Bij mijn zussen is dat lastiger.” In de jeugd, speelde hij ooit nog samen met broertje Dylan. “En bij het tweede hebben we dat ook nog een tijdje gedaan. Dat is toch wel heel mooi. Hopelijk gaat dat bij het eerste ook nog eens gebeuren. Dat lijkt me wel heel leuk!” Wat dat betreft is het extra zaak, om fit te blijven.

“In 2023 heb ik mijn meniscus gescheurd, en twee seizoenen geleden gebeurde dat weer. Toen hebben ze een stukje weggesneden en nu heb ik er gelukkig geen last meer van.” En dus kunnen de supporters gewoon weer genieten van de inwoner van Sommelsdijk. “Het liefste speel ik links centraal achterin. Ik moet het meer hebben van het voetballen, daarom heb ik graag iemand naast me die de duels speelt.” In het shirt van een andere club, ziet Baars zichzelf dat niet zo snel doen. “Ik heb niet de ambitie om ergens anders te gaan spelen. Mijn doel is om met De Jonge Spartaan omhoog te gaan. En als ik onze selectie en de jeugd zo zie, moet dat kunnen!”

‘Vooral de groep maakt het leuk om trainer te zijn’

Zelf altijd op een aardig niveau gevoetbald, had Kelvin Hunter eigenlijk nooit echt de ambitie om coach te worden. Tot ze hem bij Melissant vroegen, of hij het zag zitten om aan te sluiten. Daar eenmaal aan begonnen, kan de jeugdtrainer van de O17 van de club inmiddels eigenlijk niet meer zonder. “Vooral de groep maakt het ontzettend leuk!”

Een groep die Hunter (44) ondertussen alweer zes jaar onder zijn hoede heeft. “Ik ben begonnen op een half veld, en ben daarna altijd met ze meegegaan.” En dat terwijl de voormalig speler van onder meer Barendrecht, zelf nooit echt had verwacht dat hij trainer zou worden. “Mijn twee zoontjes voetballen in het team, dus op een gegeven moment kwamen ze van de club naar mij toe, of ik aan wilde sluiten. Dat heb ik jarenlang heel prettig gedaan samen met Patrick Stolk.” Die inmiddels gestopt, is de inwoner van Melissant tegenwoordig met Arnoud Both (trainer), Johan Nieuwenhuijzen (trainer), Jan de Bruin (trainer) en Mirjam van Dam-Lodder (grensrechter) verantwoordelijk voor de O17. “Bijna al die gasten willen het onderste uit de kan halen, dat is voor ons als staf natuurlijk wel mooi. Ik ben zelf ook heel fanatiek. Anders was ik waarschijnlijk al eerder afgehaakt.”

Keihard nodig

Al is de uitdaging groot genoeg, vertelt Hunter. “We zijn maar een kleine club, dus je hebt binnen ons team te maken met behoorlijk wat leeftijdsverschil. Zo wordt mijn ene zoontje binnenkort zestien en is de andere nog maar veertien. Ook hebben we er een paar rondlopen van dertien, maar ook spelers met dispensatie. En ook nog twee meiden.” Hoe dat is voor hem als trainer? “Het gaat goed, alleen merk je wel dat de jongens enorm groeien in kracht.” Zaken waar regelmatig over wordt gesproken, zo legt Hunter, die een eigen dartwinkel heeft, uit. “In de eerste jaren merkte je dat leeftijdsverschil nog meer, dus hebben we het daar wel met elkaar over gehad. Zo van, dit is Melissant, we hebben elkaar allemaal keihard nodig. We moeten het samen doen, om wedstrijden te kunnen spelen. Dus kun je beter elkaar beter maken, dan afbranden.”

Gelukkig zit het wat dat betreft, wel goed, zo blijkt. “Het is een heel fanatieke groep, dat zie je ook aan de opkomst. Je kunt ze niet altijd behandelen als profs en alleen maar de beste elf opstellen, maar ze geven wel aan dat ze het extra leuk vinden als we het maximale van elkaar vragen. Op zaterdag willen ze allemaal graag presteren. Al begrijpen ze ook, dat iedereen moet spelen.” En Hunter zelf, met al zijn ervaring, natuurlijk ook. “Ik ben op mijn vijfde begonnen met voetballen bij Barendrecht, verder heb ik voor VVGZ en Feyenoord gespeeld.”

Tot blessures, waar de voormalig spits tot dan toe nooit last van had, roet in het eten gooiden. “Tussen mijn achttiende en twintigste begon het eigenlijk. Enkelband, middenvoetsbeentje en gebroken sleutelbeen. Na een duel met een verdediger viel ik op mijn schouder, en stak mijn bot naar buiten. Dat was kort na een andere blessure, opnieuw lang revalideren. Daarna heb ik nog wel in een vriendenteam gezeten, maar ik bleef last houden, vooral van mijn enkel.”

Bal laten gaan

Gelukkig heeft Hunter bij Melissant én als trainer, zijn geluk wat dat betreft weer helemaal gevonden. Hoe is hij eigenlijk bij de dorpsclub terechtgekomen? “Ik leerde mijn vrouw kennen, die kwam uit Heerjansdam, ik woonde op dat moment in Rotterdam. Toen zijn we achttien jaar geleden naar Melissant verhuisd, omdat het hier toch minder druk is. Uiteindelijk zijn we nooit meer weggegaan.”

En is hij dus verknocht geraakt, aan de plaatselijke voetbalvereniging. “Het is een enorm contrast, met bijvoorbeeld Barendrecht of Feyenoord. Het is hier heel klein en echt ons kent ons. Daarom is iedereen ook bereid om strijd te leveren met elkaar.” Waar voelt hij zichzelf het meeste thuis? “Bij die grote clubs is het vaak toch wel wat harder en je hebt te maken met politiek. Dat heb je hier bijna niet. Daar moest ik in het begin wel even aan wennen, omdat ik gewend was altijd te moeten presteren op het hoogste niveau, je kon niet verslappen. Maar ik vind het prachtig.”

Hoewel het natuurlijk niet met elkaar te vergelijken valt. “Al hebben we nu een heel mooie lichting.” Een lichting die Hunter zoveel mogelijk, probeert mee te geven van wat hij zelf heeft geleerd. “Dat maakt het voor mij zo mooi om trainer te zijn.” Ook in combinatie met zijn zoontjes. “Dat gaat tot nu toe hartstikke goed! Ik pak vooral mijn oudste onbewust misschien juist wat harder aan.” Trots op zijn jongens én het team, is wat Hunter betreft dan ook een understatement. “We zijn volgens mij al drie keer kampioen geworden, dat is natuurlijk vooral voor die gasten heel erg mooi.” De manier waarop, is voor de jeugdtrainer zelf, dan weer wat belangrijker. “Ik ben een voetballende trainer. Dus ik hamer heel erg op voetballen, de bal laten gaan en niet in de duels komen. Van kant naar kant, geen kluitjes en niet te veel lange ballen.”

Positiespel, zoals ze dat bij Barcelona of het Spaanse elftal spelen. “Echt dat tiki-taka, daar houd ik van.” Van rondo’s tot drukzetten. “Daar heb je een goede conditie voor nodig, zowel in het omschakelen als het aansluiten.” Eén ding mag duidelijk zijn, Hunter geniet met volle teugen van het trainerschap. “Vooral de groep maakt het leuk om trainer te zijn. In hun fanatisme en hoe ze met elkaar omgaan. Voor en met elkaar.” De oud-voetballer gaat iedere week dan ook met plezier aan de slag. “Ze zijn bereid om te leren, dus is het heel leuk om ze mee te geven wat ik zelf heb geleerd. Daar word ik echt gelukkig van.”

Helemaal, als dat in de toekomst dan ook nog iets oplevert. “Mijn doel is om over een aantal jaar, zoveel mogelijk jongens in het eerste te hebben. Dan hebben we toch iets goed gedaan.” En dus moet Hunter nog wel even door, als trainer. “Na de O19, houdt het in principe op. Dus dat is nog drie jaar. Ik heb niet de ambitie om een trainerscursus te gaan doen, dat vind ik allemaal een beetje overtrokken. Je ziet het spelletje of je ziet het niet. Daar heb je in mijn ogen niet altijd een cursus voor nodig.” Al zorgt het ook, voor een klein dilemma. “Ik zou het heel lastig vinden om de groep straks los te moeten laten. Dus wie weet kan ik ooit het eerste elftal doen, samen met iemand die wel de papieren heeft!”

‘Het moet prettig zijn om naar te kijken’

Hoewel het er lange tijd naar uit zag dat hij dit seizoen geen club zou hebben, staat Peter-Marcel Nauta sinds het begin van de voorbereiding toch aan het roer bij derdeklasser Stellendam. Een stap waar hij ondanks het late tijdstip, niet al te lang over na hoefde te denken. “Het is een leuk niveau, er staan veel mensen langs de lijn en het leeft.”

Toch kwam het pas eind juni, van een samenwerking, vertelt Nauta (57). “In eerste instantie was er geen sprake van dat ik dit seizoen een club zou hebben, vooral omdat er maar weinig wisselingen waren.” Ook bij Stellendam, leek Leo de Geus gewoon te blijven zitten. Tot daar in de zomer uiteindelijk toch verandering in kwam. “Toen heb ik gekeken of ze interesse hadden en dat was zo.” Interesse die al snel wederzijds was, legt hij uit. “Het is een leuk niveau, er staan veel mensen langs de lijn en het leeft.”

Hoofdrol

De oefenmeester uit Heenvliet wilde na zijn vertrek bij OHVV dan ook niet zomaar overal instappen, verklaart hij zijn keuze voor Stellendam. “Het moest echt iets beters zijn. Met genoeg potentie en goede mensen om mee te werken.” Iets wat hij bij zijn nieuwe club, naar eigen zeggen zeker heeft gevonden. “Vorig seizoen ben ik de laatste wedstrijd tegen MOC’17 gaan kijken. Als je dan ziet dat ze het veld sproeien, hoeveel vrijwilligers er bezig zijn. Daar krijg je toch een bepaald gevoel bij.” Een gevoel wat Nauta ook kreeg, in de gesprekken met het bestuur, en later ook de spelers en assistent-trainers van het eerste en tweede elftal. “Dat voelde meteen goed. Dus dan maak je ook snel die keuze.”

Al had het niet veel gescheeld, of de voormalig trainer van onder meer Bernisse, De Jonge Spartaan en Rozenburg was bij tweedeklasser Hellevoetsluis aan de slag gegaan. “Daar heb ik een gesprek gehad om assistent te worden. Maar uiteindelijk dacht ik bij mezelf: dat ben ik niet. Ik vind mezelf beter in de hoofdrol.” Een rol die hij nu dus mag vertolken bij Stellendam. Kende hij de club op voorhand al? “Ik heb ze als trainer nooit getroffen, maar heb er zelf ooit wel eens tegen gespeeld. En je volgt de uitslagen natuurlijk wel een beetje. Al is het op een afstandje.” Terug op het eiland, heeft Nauta van Stellendam geen keiharde opdracht meegekregen, zo vertelt hij. “We willen graag in de derde klasse blijven, en het liefste zo hoog mogelijk eindigen.” Op een attractieve manier. “Het moet prettig zijn om naar te kijken.”

Veel energie

Al te hoog van de toren blazen, doen ze in het dorp voorlopig nog niet. “De competitie waar we nu zijn ingedeeld, is ook sterker. Daar moeten we ons tegen wapenen. Dus er moet een tandje bij.” Helemaal, na een moeilijk afgelopen jaar. Waarin de ploeg niet verder kwam dan een tiende plaats. Al had dat ook zo zijn oorzaken, weet Nauta. “De teammanager overleed, dat heeft altijd veel impact op zo’n groep.” Uiteindelijk bleek het puntentotaal van 26, twee meer dan de elfde plaats en deelname aan de nacompetitie voor degradatie, genoeg voor handhaving. “Ik ben blij dat ze het gehaald hebben en dat we dit seizoen gewoon lekker derde klasse kunnen spelen.” Op een manier, die bij Nauta past. “Ik ga altijd uit van bepaalde spelprincipes, zoals verdedigen met een plus één en het aanvallen van bepaalde ruimtes. Ongeacht het systeem.”

Want vooral dat laatste, is voor de trainer heel belangrijk. “Spelers moeten zelf initiatief nemen en ruimtes gaan herkennen. Daar moeten we grip op proberen te krijgen.” Onder meer door de juiste voorwaardes te creëren. “Dat wil zeggen spelen met een hoge intensiteit én heel veel energie. Je bent als het goed is ooit op voetbal gegaan, omdat je het heel leuk vindt. Dat moet er vanaf spatten.” De lat, legt Nauta dan ook hoog. “We gaan kijken of we in het linkerrijtje kunnen eindigen.” Maar misschien belangrijker nog wel: “We gaan er alles aan doen om goed en verzorgd voetbal te spelen.” Waar kijkt hij tot slot het meeste naar uit? “Dat we straks in wedstrijden dingen gaan herkennen, waar we met elkaar hard aan hebben gewerkt. Op een succesvolle manier.” Als dat lukt, is Nauta tevreden. “Wanneer je de waardering krijgt van mensen die komen kijken of hier alles regelen op de club, geeft dat heel veel voldoening!”