Home Blog Pagina 2

Van Soest knokt zich terug na tweede schouderoperatie

0

Aron van Soest (25) staat na zijn tweede schouderoperatie weer op het veld. Bij HSSC’61 is hij bepaald niet de enige met het probleem. Het zit letterlijk in de familie.

Van Soests schouder ging voor het eerst uit de kom rond de overgang van de junioren naar senioren. Tijdens een oefening waarin hij een omhaal deed, kwam hij verkeerd terecht op de grond. Geen duel, geen botsing, gewoon een ongelukkige landing. Sindsdien volgden er bijna tien luxaties, verspreid over ruim negen jaar. Een eerste operatie loste het probleem niet blijvend op. Dit voorjaar onderging hij een tweede ingreep, de Latarjet-procedure, gericht op het stabiliseren van het gewricht. “Ik mag nu wel meedoen in de voorbereiding, maar dan een helft, hooguit zestig minuten. Tegen het begin van de competitie moet ik de negentig kunnen volmaken.”

Een familiekwaal

Dat Van Soest zoveel schouderleed kent, blijkt geen toeval. Zijn vader onderging eveneens een operatie, de schouder van zijn zus ging al één keer uit de kom, en zijn jongere broer Remon, ploeggenoot bij HSSC’61, ligt er alweer geruime tijd uit door precies hetzelfde. Alleen oudere broer Arwin bleef tot dusver gespaard. Een officiële diagnose van erfelijkheid kreeg de familie nooit, wel bevestigden meerdere fysiotherapeuten hun vermoeden. “Als ik het goed benoem, is het het labrum dat beschadigd raakt. Genetisch vastgesteld is het nooit, maar het kan eigenlijk niet anders.” Zijn eigen advies aan familieleden is inmiddels vast beleid. “Bij de eerste keer heb je nog hoop dat het daarbij blijft. Bij de tweede keer raad ik altijd aan: laat het gewoon opereren.”

Vorig jaar stond Van Soest voor een lastige keuze. Steeds maar een half seizoen kunnen spelen voordat de schouder er weer uit ging, begon te knagen. “Ik had er eigenlijk niet zoveel zin meer in.” Hij besloot dat als zijn broer Remon, die naar LRC was vertrokken, terug zou keren naar HSSC hij zelf alsnog voor de operatie gaan en het nog een jaar proberen. Zonder enige druk van zijn kant koos Remon er zelf voor terug te komen. Inmiddels heeft het lot de rollen omgedraaid: net nu Van Soest hersteld is en uitkijkt naar samen voetballen, is zijn broer zelf geblesseerd uitgevallen. De twee spelen ook al jaren samen zaalvoetbal in Gorinchem. “Ik vind het super mooi om samen met hem in één team te spelen. En nu ligt hij er weer uit.”

Op het veld laat de geschiedenis van blessures zich ook merken. “Als ik eerlijk ben, verwacht ik inmiddels wel dat het weer een keer gebeurt.” Fanatisme ontbreekt niet, verzekert hij, maar zijn duels gaat hij toch met iets minder overgave aan dan aan het begin van zijn carrière. “Ik begin wel angstvrij, maar zodra er iets gebeurt in een wedstrijd ga je er toch over nadenken.” Ook zijn andere schouder speelde vorig jaar even op tijdens een oefenwedstrijd, wat de onderliggende angst alleen maar voedt.

Sinds hij bij de senioren voetbalt, mist Van Soest bijna elk seizoen zo’n half jaar door blessures, op één uitzondering na. Voor komend seizoen is zijn doel daarom vrij logisch. “Gewoon zoveel mogelijk minuten maken.” Op zijn vaste positie, de zes, hoort hij bij fitte vorm eigenlijk altijd bij de basis. HSSC zelf mikt, zoals vaker de laatste jaren, op een periode en promotie via de nacompetitie. Degradatie is zelden een zorg. Voor Van Soest telt vooral één ding: dit keer een heel seizoen op de been blijven.

Steven Chen is trainer, scheidsrechter en TikTok-ster bij VV Vianen

0

Overdag staat Steven Chen voor de klas op een basisschool. ‘s Avonds staat hij op het trainingsveld van VV Vianen. Hij traint het enige seniorenteam van de club en de Onder 17-1. Ondertussen is hij ook nog eens een bekend gezicht op TikTok.

Weg bij Vianen, terug door bier

Steven voetbalde vroeger zelf. Op een gegeven moment stopte hij. Het was niet meer leuk. Even was hij weg van het veld. Toen vroeg het tweede hem of hij tijd had om te fluiten. Hij zei ja. Waarom hij ja zei? ,,Het was vrijdagavond en ik zat in een café. Je weet hoe dat gaat: in een dronken bui zeg je ‘ja joh is goed.’ Toen ik die volgende dag wakker werd en me realiseerde dat ik moest gaan fluiten, had ik er totaal geen zin in. Maar ja, ik had mijn woord al gegeven.”

Zodoende kwam een redelijk brakke Steven opdagen om de wedstrijd te gaan fluiten. Vianen verloor het duel met flinke cijfers, maar de club had misschien wel iets belangrijkers gewonnen: de komst van een toegewijde vrijwilliger. “Ik was klaar met voetballen. Het plezier was er gewoon af. Zo ben ik er dus weer ingerold. Ik heb er nooit spijt van gehad en heb het heel erg naar mijn zin bij de club.”

Het beviel Steven zo goed in het vriendenteam, dat hij zelfs trainer werd van Vianen. Daarnaast is hij inmiddels ook trainer bij de Onder 17-1. Daardoor staat hij nu drie dagen per week op het voetbalveld. “Bij een club als Vianen heb je elke vrijwilliger nodig. Als ze iets vragen, zeg ik meestal gewoon ja. Ik vind het leuk om erbij te horen en mijn steentje bij te dragen.”

Ambitie in het trainersvak heeft Steven niet. Hij wil geen diploma’s verzamelen en hij hoeft niet hogerop. Hij doet het voor de club. “Ik heb geen plannen om ooit een eerste elftal te trainen. Dat hoeft ook niet. Ik train omdat ik het leuk vind. Ik vind het leuk om de club te helpen. Meer is het eigenlijk niet.”

Vorig seizoen lukte het Vianen 2 bijna om kampioen te worden. ,,Dit seizoen gaan we ervoor” vertelt Steven. Hij hoopt dat Vianen 2, Vianen 1 kan worden en in de vijfde klasse kan uitkomen.

Miljoenen views

Dat het TikTok-account van Vianen meer dan een miljoen volgers heeft is een bekend verhaal. Ook Steven schitterde op het populaire platform. Na een gewonnen wedstrijd danste hij als scheidsrechter met een biertje in zijn hand mee in de kleedkamer. Toen de camera op hem gericht werd, trok hij een gezicht van: shit. Dat moment ging over heel het internet. Het filmpje heeft miljoenen views. “Ik stond lekker mee te dansen. Toen ik de camera zag, dacht ik echt even van ‘oh, misschien wel raar.’ Omdat de emotie echt was, ging het filmpje zo viraal denk ik. Soms word ik er nog steeds door herkend.”

Jethro Goseling blijft na knieblessure als verzorger bij Brederodes

Jethro Goseling (24) stopte vijf jaar geleden met voetballen. Weg bij Brederodes is hij nooit geweest. Als verzorger staat hij nog altijd bij elke training en elke wedstrijd.

Op zijn veertiende scheurde Jethro zijn kruisband en meniscus af. Na een operatie en een jaar revalideren pakte hij het voetballen weer op, maar de pijn verdween nooit echt. “Het waren continu een soort steken en knikjes, en mijn knie werd snel dik.” De orthopeed stelde een veelzeggende vraag. “Hij vroeg: heb je nog andere hobby’s dan voetballen? Die had ik eigenlijk niet. Af en toe FIFA, maar dat is het dan.” Zo hield hij het nog zo’n vier jaar vol, met wisselend succes, tot hij het laatste jaar voelde dat het einde in zicht kwam. Bij een nieuw bezoek aan de orthopeed bleek het ankertje waarmee zijn meniscus destijds was vastgezet, los te zitten. “Waarschijnlijk is dat, omdat ik zo jong was toen ik geopereerd werd, tijdens het groeien uit positie gedrukt. Daar is een soort slijmbeursje omheen ontstaan dat is gaan irriteren.” Sinds de verwijdering vorig jaar zijn bijna al zijn klachten weg.

Van speler naar verzorger

Jethro speelde altijd in de hoogste jeugdselecties van Brederodes en stopte precies op het moment dat hij de onder 23 haalde, de laatste stap voor het echte seniorenvoetbal. Met bijna alle huidige spelers van het eerste heeft hij ooit samen gevoetbald. Toen hij stopte, studeerde hij fysiotherapie. De vaste verzorger van de club, Norbert van Daalen, deed dat werk al bijna 25 jaar en wilde ermee stoppen. Jethro liep een half jaar met hem mee en nam de rol daarna over. “Voetbal is gewoon mijn sociale leven. Ik wilde absoluut niet stoppen. Dit was een hele mooie oplossing om er toch bij te blijven, alleen niet meer op het veld. Het was natuurlijk wel balen om te moeten stoppen als speler. Maar de oplossing beviel zo goed dat ik denk dat ik het zonder deze rol wel echt klote had gevonden.”

Een tweede familie

Dat is wat de club voor hem betekent. “Het voelt echt als een tweede familie.” Voetballen sluit hij voor de toekomst niet uit. Met zijn vrienden heeft hij het weleens over een vriendenelftal, later, als ze allemaal wat ouder zijn. Voorlopig is dat nog te vroeg. “Die jongens zijn er nog te fit voor. Die spelen nog gewoon in het eerste.”

Vol vertrouwen richting promotie

Sportief kijkt Jethro met vertrouwen naar het nieuwe seizoen. De voorbereiding verliep goed en ongeslagen, ook tegen ploegen uit hogere klasses. Dit wordt het tweede jaar op rij in de vijfde klasse. Voor een club van het formaat van Brederodes voelt dat niveau eigenlijk niet kloppend, vindt Jethro. Een aantal jaar terug degradeerde de club van de derde naar de vierde klasse, waarna veel spelers vertrokken en de selectie binnen één seizoen vier verschillende trainers versleet. Sindsdien is er bewust gebouwd met een jonge groep, rechtstreeks vanuit de eigen jeugd. “Ondanks de mindere jaren blijft de sfeer bij de club goed. Spelers die ieder seizoen worden benaderd door hoger spelende clubs, kiezen vaak toch voor Brederodes.”

Verwolf mikt met Haaften op promotie

0

Danny Verwolf (38) debuteerde op zijn vijftiende in het eerste van Haaften en hoewel hij wat uitstapjes heeft gemaakt, is de club nooit uit zijn hart weggegaan. Inmiddels is hij, na drie afgescheurde kruisbanden, terug bij zijn jeugdclub als hoofdtrainer.

Wat Verwolfs blessuregeschiedenis zo bijzonder maakt, is het patroon: zijn kruisband scheurde af op zijn zestiende, zesentwintigste en zesendertigste. Steeds precies tien jaar ertussen. Bij de eerste operatie gebruikten de artsen zijn patellapees als nieuwe kruisband. Die scheurde na tien jaar weer. Bij de tweede reconstructie werd een hamstringpees gebruikt. Ook die begaf het uiteindelijk. Na die derde keer, twee en een half jaar geleden, was de keuze snel gemaakt. “Ik had graag nog gevoetbald, maar op een gegeven moment moet je ook aan je gezondheid gaan denken.”

De eerste keer, op zijn zestiende, gebeurde het op een onschuldig bedrijventoernooitje in de zomer. “Ik was toen nog rap en behendig, maar dan weten ze je als verdediger ook wel te vinden. Ik werd er letterlijk uitgeschopt.” Hij huilde erom, destijds. De derde keer voelde compleet anders. “Ik voelde hem knappen, en na één seconde wist ik het al: einde oefening. Dat is echt een andere emotie dan de eerste keer. Ik lag op het veld en wist meteen: dit is einde carrière.”

Bonusjaren in Haaften

Tussen zijn blessures door maakte Verwolf twee uitstapjes bij zijn jeugdclub vandaan. Vier jaar speelde hij als aanvaller bij WNC, in een team vol regiojongens dat echt stappen omhoog maakte. “Ik had toen zeker het gevoel dat ik nog hogerop kon.” Een overstap naar hoofdklasser LRC in Leerdam was zijn volgende stap worden, maar werd abrupt afgebroken door zijn tweede kruisbandblessure, waarna hij noodgedwongen een niveau zakte. De tien jaar die volgden bij Haaften noemt hij inmiddels bonusjaren. “Als je al twee keer je kruisband hebt gescheurd en je mag toch nog tien jaar spelen, is dat een extraatje.” Spijt over wat er sportief meer in had gezeten, houdt hij niet over. “Bij zo’n blessure heb je het niet in eigen hand. Dan kun je het ook makkelijker accepteren.”

Van speler naar trainer

Na zijn laatste blessure bleef Verwolf betrokken bij het team en werd assistent-trainer, eerst een seizoen naast hoofdtrainer Marcel de Groot. Vorig seizoen liep het tussen De Groot en de groep echter vast. “Helaas koos Marcel ervoor om op te stappen.” Toen De Groot eind oktober opstapte, nam Verwolf de honneurs waar en dat beviel zo goed dat hij aanbleef. Zijn eerste seizoen als hoofdtrainer verliep goed. In de winterstop sprak hij met de spelersgroep de ambitie af om derde te worden of een periode te pakken, en dat lukte. Alleen in de nacompetitie ging het mis. Na een reeks van acht gewonnen oefenwedstrijden in het voorjaar, tegen derde- en vierdeklassers, met soms ruime cijfers als 8-1 en 9-1, verloor Haaften de beslissende return in Zeeland met 4-3 van Nieuwland. ,,Die hadden we niet hoeven verliezen. Ik baal hier nog steeds enorm van, we kunnen veel beter voetballen dan we die wedstrijd hebben laten zien. Misschien zat er ook een stukje spanning op.”

Dit seizoen wil Haaften weer meedoen om prootie. “Ik vond het vorig jaar al zo dichtbij. Dus als je er al zo dichtbij bent, moet je het wel ambiëren. Alleen ik ben ook realistisch. Er zijn twee spelers vertrokken (Hamza Hammouchi en Luca Nijland)  en Joris de Fockert heeft helaas een zware kruisband blessure, en andere teams hebben zich flink versterkt. Maar gaan we van onze eigen kracht uit. Dan moeten we bovenin mee kunnen draaien.”

‘Ik kan niet meer zonder het trainerschap’

Zelf nog geen jaar hoofdtrainer, twijfelt Verwolf niet meer over zijn toekomst. “Ik dacht eerst: ik kijk wel een jaartje hoe het bevalt. Maar ik kan er inmiddels niet meer zonder.” Wat Haaften voor hem betekent, hoeft hij niet lang te overdenken. “Ik ben er begonnen als speler, geëindigd als speler, en nu ben ik er trainer. Mooier dan trainer zijn bij je eigen club wordt het denk ik niet.”

Maruccia combineert zakenleven met trainerschap bij SVS’65

Overdag runt Marco Maruccia (46) twee eigen bedrijven in marketing en internationale verhuizingen. ‘s Avonds en in het weekend staat de geboren Italiaan voor de groep bij SVS’65. Het trainerschap is voor hem puur een hobby, maar wel eentje waar hij zich serieus voor inzet.

Bij zijn vorige club SteDoCo trainde Maruccia jarenlang het tweede elftal. En met succes: een promotie en een bekerzege. Toch voelde hij de behoefte aan iets nieuws. Vorig jaar haalde hij zijn VC3-diploma, vooral om zichzelf te ontwikkelen. Toen SVS’65 aanklopte, twijfelde hij niet lang. “Ze zeiden: we hebben een mooie klus voor je, en we denken dat jij daar de juiste trainer voor bent. Toen ben ik de uitdaging gewoon aan gegaan.”

Bij SVS’65 trof Maruccia een kleine club met weinig seniorenteams, maar wel een leuke selectie. Jonge talenten van 18 tot 20 jaar spelen er naast een ervaren kern met onder anderen een vaste doelman en een aantal routiniers. Alles is nieuw: nieuwe spelers, een nieuwe trainer, nieuwe systemen, nieuwe mentaliteit. “Een team creëren gaat niet in één maand. Dat gaat met wedstrijden winnen en verliezen. We moeten samen door een proces heen.”

Van zijn spelers vraagt Maruccia gedrevenheid. “Ik noem het winnaarsmentaliteit. Dat betekent harder werken om je doelen te bereiken. Soms wordt er iets meer gevraagd dan voorheen, en daar moeten sommigen nog aan wennen.”

Van Taranto naar Hoornaar

Maruccia komt oorspronkelijk uit Taranto, in de Italiaanse regio Puglia. In 2001 verruilde hij Rome voor Nederland, voor de liefde. “Ik ontmoette mijn vrouw in Italië, en toen zij teruggegaan was naar Nederland, dacht ik: ik ga iets geks doen.” Als een casanova was hij zijn vrouw achterna en kwam in het dorpje Hornaar terecht. ,,Het waren toen hele warme dagen in Nederland, dus ik vond het heerlijk. Later kwam ik erachter dat het hier heel koud kan zijn,” lacht Maruccia.

Binnen een dag had hij werk als lasser bij een scheepsbedrijf in de regio, en binnen twee maanden speelde hij al zijn eerste officiële wedstrijd voor SteDoCo. Stilzitten is niets voor Maruccia. Van de liefde is nog altijd sprake. Hij en zijn vrouw Monique hebben twee zoons, Manuel (15) en Mattia (11), die allebei voetballen bij SteDoCo. De club waar hun vader ooit zelf speelde. “Ik mag het niet zeggen als vader, maar ik zie wel wat potentie in die twee.”

Vier operaties

Zijn debuutwedstrijd bij SteDoCo eindigde pijnlijk. Een zware sliding zorgde voor een gescheurde kruisband. Het kostte hem een jaar of twee om weer fit te raken, en de eerste operatie verliep niet eens goed. Jaren later, terug op het veld, ging dezelfde knie er opnieuw aan. In totaal onderging Maruccia vier operaties aan zijn knieën.

Trainer en ondernemer

Naast het voetbal runt Maruccia twee bedrijven: internationaal platform Relo Advisor voor verhuisbedrijven, vergelijkbaar met Booking.com maar dan voor verhuizingen, en Upvolv, een bedrijf in website-integratie, CRM en online marketing. Het trainerschap doet hij vrijwel volledig zelf. Videoanalyse gebruikt hij daarbij veel. “Het blijft dan niet bij een gevoel van: dit had je moeten doen. Ik laat het gewoon zien. De jongens vinden dat zelf ook heel leuk om te doen.”

Doelen voor dit seizoen

,,Een team worden, dat is voorlopig de belangrijkste opdracht. We proberen in elk geval in de top vijf te blijven, dat zou al mooi zijn. Het is een proces, maar de jongens komen positief naar de training en willen zich laten zien. Dat is goed.”

Pieter van Hazendonk leidt het derde van Everstein naar eerste kampioenschap

Pieter van Hazendonk (29) werd afgelopen seizoen voor het eerst in zijn seniorencarrière kampioen. Als leider en spits van het derde van Everstein organiseerde hij er meteen ook een feest omheen wat hij niet snel meer zal vergeten.

Vanaf zijn vijfde speelt Pieter al voor Everstein. Bij de senioren speelde hij een halve wedstrijd bij het tweede, waarna al snel duidelijk werd dat het derde zijn niveau was. Jammer heeft hij dat nooit gevonden. “Ik zag altijd al in dat mijn kwaliteiten meer bij de randzaken lagen dan op het veld.” Toen de selecties een paar jaar geleden op de schop gingen, speelde Van Hazendonk nog bij het vierde. De trainer daar droeg hem voor als leider van een nieuw te vormen derde. Na een nachtje slapen zei hij ja. Met veertien man begon hij, waarna hij zijn hele oude B1-lichting belde met de vraag of ze weer wilden voetballen. Inmiddels staan er dertig namen op papier, maar op donderdag staan er doorgaans een man of tien op de training. Daarna in de kantine wordt het vaak nachtwerk. “Trainen is fantastisch en gezellig, maar het is ook gewoon een excuus om de kantine in te gaan natuurlijk.”

Lekkerst moment van het seizoen

Niet de titelwedstrijd zelf noemt Pieter het hoogtepunt, maar een thuisduel met BZC’14 eerder in het seizoen. Bij rust stond het 0-2, gevolgd door de nodige stevige woorden in de kleedkamer. Vlak na rust volgde ook nog de 0-3. Toch vocht het team zich terug tot een gelijkspel, en in de allerlaatste minuut werd een vrije trap vanaf eigen helft doorgekopt: 4-3. “Qua gevoel was dat het lekkerste van het seizoen. Op dat moment waren we opeens heel zeker dat het ons zou gaan lukken.”

Door een verzetting werd de beslissende wedstrijd, oorspronkelijk gepland als uitduel, toch thuis gespeeld. Tegen Kerkwijk was het binnen twee minuten al raak, en werd het uiteindelijk 6-1. Met de titel al binnen en nog … wedstrijden te gaan, stelde het team zichzelf nog wat extra doelen. De keeper wilde liever meer clean sheets dan tegendoelpunten overhouden. Dat lukte. Het team wilde over de honderd doelpunten heen, en haalde er uiteindelijk 101. En vaste cameraman (Rik) van het elftal, die zelf nauwelijks meespeelt, mocht in de allerlaatste wedstrijd nog een keer scoren om het sprookje compleet te maken.

Een kar met alles erop en eraan

Voor het kampioensfeest bouwde Pieter met vijf teamgenoten zelf een platte kar. Zijkanten, geluidsinstallatie, een koelkast, en dat alles extra veilig uitgevoerd nadat ze hoorden dat een andere kar dat niet was. Het broertje van Pieter trok een mascottepak aan, er waren zelfgemaakte medailles en stickers, en kampioensshirts. Onderweg door drie dorpen kwamen zeker tweehonderd mensen kijken, met inwoners die uit hun raam hingen. Zelfs oud-international Ron Jansen sprak, via de FC Utrecht-connecties van Pieter zijn vader, nog een videoboodschap in voor de wedstrijd. ,,Het feest is mede door teamgenoten opgezet, maar ook door andere teams die met vuurwerk stonden en een grote trommel om ons aan te moedigen.”

Gewoon 26 vrienden

Uiteindelijk, benadrukt Pieter, stelt het weinig voor als je alleen naar het niveau kijkt. “We zijn gewoon 26 bij elkaar gevallen dorpsgenoten en vrienden die het leuk vinden om donderdag en zaterdag naar de club te komen.” Precies dat maakt het voor hem zo waardevol. Iedereen heeft er vrede mee dat het derde hun plafond is. Komend seizoen wacht de vierde klasse, en de ambitie binnen de groep is inmiddels helder, met een lach erbij. “Wat is er nog mooier dan één keer kampioen worden? Gewoon nog een keer.”

ZVG Cagemax is nu Futsal Gorinchem

Toen hoofdsponsoren Cagemax en Sharp bij wegvielen, had zaalvoetbalclub ZVG Cagemax na een aantal succesvolle jaren zomaar kunnen instorten. In plaats daarvan bouwde voorzitter en trainer Mohamed Boukrouche (40) de Eredivisie-selectie helemaal opnieuw op. Volledig met spelers uit Gorinchem zelf en werd de naam veranderd naar Futsal Gorinchem.

Boukrouche wachtte bewust met dit interview tot er daadwerkelijk was gespeeld. “Ik ben iemand van: eerst presteren, dan praten.” Die aanpak pakte goed uit. Van de eerste drie wedstrijden werden er twee gewonnen. Alleen tegen FT Bergen op Zoom verloor Gorinchem (3-2).

Zaalvoetballers uit de regio

Onder eerdere, van buitenaf gehaalde sterspelers kregen veel lokale talenten weinig speeltijd en haakten af, richting het veldvoetbal. Boukrouche ging ze stuk voor stuk weer opzoeken. In de zomer voerde hij persoonlijke gesprekken, gevolgd door een vijf weken durende proefperiode met trainingen en oefenwedstrijden. “We hebben nu wel tachtig procent van alle beste zaalvoetballers uit Gorinchem. Als we in de Eredivisie blijven, hoop ik volgend jaar op honderd procent.”

Dat spelers voor hem kozen, komt ook door zijn eigen verleden. Boukrouche  zaalvoetbalde zelf op hoog niveau, met interlands voor onder 17, onder 19 en Jong Oranje, en stopte pas een jaar geleden als speler. Zijn aanpak is open. “What you see is what you get. Als je voor ons kiest en je haalt je niveau, dan speel je. Speel je een keer niet, dan leg ik altijd uit waarom.”

Voor zijn dubbele rol als voorzitter en trainer krijgt Boukrouche geen cent. “Ik krijg nooit wat terug. Nou ja… Je krijgt heel veel liefde.” Zelfs clinics die hij eigenlijk had moeten factureren, geeft hij dit schooljaar gratis weg. Die instelling werkt volgens hem aanstekelijk. Toen mensen zagen hoeveel hij zelf deed, meldde een vrijwilliger zich spontaan aan om de verlichting en het vuurwerk te regelen voor de wedstrijd tegen Tigers Roermond. “Dan activeer je mensen om je heen, gewoon omdat je het zelf ook doet.”

Een hechte groep met beloftes

Wat de ploeg volgens Boukrouche vooral sterk maakt, is de saamhorigheid. “Voor de wedstrijd komen ze samen, na de wedstrijd blijven ze samen.” Technisch is er nog wel werk te verzetten, want veel spelers komen vooral uit het veldvoetbal en hebben nog weinig zaalvoetbalervaring op dit niveau opgedaan. Fitheid en het zaaltechnische krijgen dit seizoen dan ook extra aandacht, mede met hulp van twee assistenten en een nieuw aangeschafte videocamera. Ondertussen dient zich alweer nieuw talent aan. Een veertienjarige jongen mag vanaf oktober worden ingeschreven en wordt meteen vastgelegd. “Ik weet niet wat er hier in het water zit, maar we hebben nog wel wat leuke spelers die eraan komen.”

Gezond de toekomst in

Financieel gaat Futsal Gorinchem een nieuwe koers varen. Iedere sponsor betaalt voortaan hetzelfde bedrag en krijgt daar hetzelfde voor terug. Ondertussen werkt de club, met een compleet vernieuwd bestuur, toe naar volledige KNVB-certificering. Statuten, bestuursstructuur, financiën, trainingsuren: alles moet op orde zijn. Druk voelt Boukrouche zeker. Buiten Gorinchem verwachtte bijna niemand dat een ploeg vol lokale jongens in de Eredivisie zou standhouden, laat staan een wedstrijd zou winnen. “Dat hebben we nu toch mooi gedaan. We hebben laten zien dat er in Gorinchem best wat talent zit. Daar heb ik altijd in geloofd.”

Geoffrey van der boor wil bij ASH aantrekkelijk voetbal laten zien

Geoffrey van der Boor is dit seizoen begonnen als hoofdtrainer van ASH. Nadat hij via een sollicitatie bij de club terechtkwam. Van der Boor speelde ooit zelf op het hoogste niveau als keeper en werkte zich via verschillende functies op tot hoofdtrainer, met de ambitie om ooit hogere trainersdiploma’s te halen.

Van der Boor was keeperstrainer bij Lienden, speelde daarna nog kort bij Vuren en werd vervolgens technisch directeur bij Unitas. Daar trainde hij ook de Onder 15 en was hij Hoofd Jeugdopleiding. Tussentijds stapte hij als hoofdtrainer in bij DSS’14. “Ik heb nu VC2. Daarmee mag ik de 5e en 4e klasse trainen. Maar ik wil zeker nog hogere diploma’s gaan halen.”

Van der Boor zag dat de vorige trainer zou vertrekken en solliciteerde zelf bij ASH. “In dat gesprek was er van beide kanten een klik. Zo ben ik hoofdtrainer van ASH geworden.” Tot nu toe bevalt het goed. “Het is een leuke, warme club. De lijntjes zijn kort, en de samenwerking met het bestuur en de trainers van het tweede is goed. Met de jongens is er ook een ongelooflijk goede klik. We zijn al in juni begonnen met trainen, om elkaar te leren kennen voordat we in augustus zouden gaan starten aan de voorbereiding. Dat is heel positief verlopen.”

Aantrekkelijk voetbal, ook in de vijfde klasse

Op de clubsite liet Van der Boor weten aantrekkelijk voetbal te willen spelen. Volgens hem kan dat op elk niveau. “Dat is een kwestie van trainen, en zorgen dat je de spelers zo duidelijk mogelijke instructies geeft over hoe ze dat het beste kunnen uitvoeren. Het belangrijkste is dat je de spelers zo goed en uitdagend mogelijke trainingen geeft, zodat ze elke dinsdag en donderdag met plezier naar de training komen.”

Van der Boor koos er bewust voor om zelf op hoog niveau te blijven voetballen, bij FC Lienden in de topklasse zondag, in plaats van vroeg zijn trainersdiploma’s te halen. “We waren als Lienden absoluut niet de grootste ploeg in de topklasse. Maar we hadden een ongelooflijke drive en heel veel plezier met elkaar, waardoor we uiteindelijk landskampioen voor amateurvoetbal zijn geworden, twee keer kampioen van de topklasse en supercup winnaar van de amateurs.” Die les neemt hij mee naar de vijfde klasse. “Die drive en dat plezier kun je op elk niveau creëren. Als je dat met een stukje humor en wat anekdotes van jezelf levend kan maken voor de jongens, geeft dat mij nog steeds heel veel voldoening.”

Structuur en aandacht voor de speler

Van der Boor noemt zichzelf een gedreven, tactische trainer die vanuit structuur werkt. “We hebben een vast patroon in de trainingsweek, waarin we vanuit onze tactische principes trainen en één keer per week de voetbal-conditionele prikkel pakken. Daardoor hoeven we het op zaterdag in de voorbespreking maar kort aan te stippen.” Daarnaast hecht hij veel waarde aan persoonlijk contact. “Ik heb spelers met een eigen onderneming, waar ik dan ook weleens op bezoek ga. Ook doordeweeks heb ik veel contact, niet alleen over voetbal. Als ik signalen krijg dat er iets speelt, schakel ik direct met die speler. Ik wil weten hoe hij zich voelt.”

Casal breidt voetbalschool level up uit met meidenteam

Voetbalschool Level Up uit Asperen heeft voor het eerst een eigen team in competitieverband. De MO17 werd dit seizoen meteen kampioen in de hoofdklasse en spelen nu landelijke divisie. Voor oprichter Dadier Casal (28) is het precies waar hij de afgelopen vijf jaar naartoe heeft gewerkt.

Casal begon Level Up vijf jaar geleden als klein bijbaantje, met wat privétrainingen hier en daar. Inmiddels is het zijn fulltime werk, met dagelijks trainingen in Asperen en meer dan 120 kinderen tussen de 6 en 15 jaar ingeschreven. Een team van zo’n tien trainers helpt mee, van wie er vier al een diploma hebben. “We willen echt goede trainers, want spelers en ouders eisen kwaliteit. Dus dat moet wel.”

De aanleiding voor de school ligt in zijn eigen jeugd. Casal werd als kind gescout door onder meer Feyenoord, Den Bosch en Utrecht, maar strandde telkens op zijn techniek. “Wij kregen gewoon een ouder voor de training, die zijn best deed, maar die had niet het niveau zodat wij beter konden worden.” Pas toen hij op zijn veertiende naar Tiel ging en goede trainingen kreeg, werd hij alsnog gescout, nu door NEC, waar hij tot de Onder 19 speelde. De stap naar het betaald voetbal bleek te groot, en Casal belandde bij de amateurs. “Ik denk dat ik het wel had gehaald als ik in de jeugd al goede trainingen had gehad. Maar goed, dat is allemaal als, als, als.”

Al meer dan tien spelers naar een BVO

Wat Casal zelf miste, probeert hij zijn leerlingen nu wel te geven. In één seizoen stroomden al meer dan tien kinderen door naar een BVO. Het sterkste voorbeeld speelde zich af op een toernooi in het stadion van TOP Oss, waar één jongetje enorm opviel. “Die scout van NEC kwam meteen vragen of hij op stage mocht komen. Na twee weken stage werd hij meteen aangenomen.” De jongen speelde twee seizoenen bij NEC en maakte inmiddels de overstap naar Feyenoord.

Level Up kent twee niveaus. De voetbalschool staat vrijblijvend open voor iedereen, ongeacht niveau. De academie is bedoeld voor spelers die al op een hoger plan zitten. “Het heeft geen zin om een hoofdklassespeler bij een vijfde-klassespeler te zetten. Dat verschil is gewoon te groot, en dan ontwikkelt geen van beiden zich.” Proeflessen zijn er voor iedereen, maar wie daadwerkelijk toetreedt tot de academie wordt op niveau ingedeeld.

Sinds ongeveer acht maanden begeleidt Casal ook een klein groepje speelsters die al op het hoogste niveau actief zijn, onder wie speelsters van Ajax en De Graafschap. “Die begeleiding gaat verder dan voetballen alleen we ondersteunen de speelsters op en naast het veld. Zo dat ze zich maximaal kunnen ontwikkelen. Dat is echt alle randzaken regelen, zodat ze maximaal kunnen ontwikkelen.” Voorlopig doet hij dat alleen bij meiden. “Bij de jongens gaat er veel meer geld in om, en dus veel meer concurrentie. Dan moet ik me eerst nog goed voorbereiden.”

Internationale toernooien

Daarnaast organiseert Level Up jaarlijks eigen toernooien waar ook profclubs op afkomen. In oktober staat er een tweedaags toernooi in Asperen op de planning, met deelname van onder meer AZ, en eerder waren ook clubs als KAA Gent en De Graafschap van de partij. “De insteek is om elk jaar drie, vier van dat soort toernooien te organiseren.” Het toernooi zal plaatsvinden in 2027, 6 en 7 mei.

Vertrouwen en plezier

Wat Casal zijn spelers het liefst meegeeft, komt voort uit zijn eigen ervaring. “Als je vertrouwen hebt in jezelf en dat combineert met plezier, ontwikkel je het allersnelst.” Bij NEC merkte hij zelf hoe snel dat vertrouwen kan omslaan. “Eerst speelde ik onder mijn niveau. Daarna kreeg ik in één keer vertrouwen, en steeg ik boven mezelf uit.”

Van Gils brengt Schelluinen weer perspectief

Na drie jaar bij de jeugdopleiding van Oosterhout staat Richard van Gils weer op het veld. Als hoofdtrainer van Schelluinen, de club waar hij eerder al kampioen werd. De opdracht is duidelijk: zo snel mogelijk weg uit de vierde klasse.

Van de technische commissie kreeg Van Gils geen concrete opdracht mee, wel een duidelijke ambitie. “We willen zo snel mogelijk weer terug naar de derde klasse. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik vind wel dat we daar met deze ploeg vol voor moeten gaan. Waar dat uiteindelijk eindigt, zien we dan wel.” Het plan is op drie jaar gezet: op zijn minst de derde klasse, en als het even kan weer terug naar de tweede klasse, waar de club onder Van Gils eerder ook al eens stond.

De selectie is vernieuwd met nieuwe gezichten en oude bekenden. Voor een ieder is een financiële vergoeding. “We hebben een gezamenlijke puntenpot. En de jongens uit Dordrecht krijgen de reiskosten vergoed. Verder niet.”

Een club die dreigde om te vallen

Vorig seizoen verloor Schelluinen vrijwel alles, met grote cijfers. Dat deed iets binnen de club. Sponsors en betrokkenen vroegen zich hardop af of het zo verder moest. Een groep bedrijven, met daarin ook Van Gils’ eigen werkgever, ging ermee aan de slag. “Ik kan me voorstellen dat mensen zich afvragen of je dan niet moet stoppen met het eerste elftal en de stekker eruit moet trekken. Maar een club die al zo lang bestaat, in zo’n klein dorp, heeft ook gewoon een maatschappelijke functie.”

Zijn werkgever, vroeger zelf leider en sponsor bij Schelluinen, polste Van Gils als eerste. Hij hapte niet meteen toe. “Ik wilde eerst goed weten wat de plannen waren. Je wil niet zomaar in stappen.” Toch kriebelde het. Bij Oosterhout was hij de laatste tijd meer aan het vergaderen dan dat hij op het veld stond. Toen de plannen bij Schelluinen steeds concreter werden, viel het kwartje. Voor zijn technische staf trok hij meteen een goede assistent aan. Ook binnen de club stapten mensen op als leider of grensrechter.

Op zoek naar een team

Voetballend heeft Schelluinen volgens Van Gils weinig te klagen. “We hebben echt heel veel goede voetballers. Maar alleen daarmee red je het niet, zeker niet in de vierde klasse. Je moet een goede balans vinden, en kijken wie de leiders worden in de groep en wie de volgers. Dat begint al wel een beetje vorm te krijgen.”

Zelf speelde Van Gils ooit op het hoogste niveau: professioneel bij RBC, FC Eindhoven en Helmond Sport. En beleefde hij een avontuur bij het Belgische Beringen. Als trainer werkte hij bij Unitas, Altena en Oosterhout, voordat hij drie jaar hoofd jeugdopleiding was bij Oosterhout. Daar groeiden meerdere teams door naar divisie-niveau. “De sleutel was vooral dat we hele goede trainers konden aanstellen. Daar hadden we gelukkig het budget voor.”

Weer thuis

Terug bij Schelluinen lopen inmiddels zes, misschien zeven spelers rond die hij van vroeger kent. Grote ambities op trainersgebied heeft Van Gils niet meer. Zijn diploma volstaat voor de tweede klasse, en dat is precies genoeg voor het plan dat er nu ligt. “Het bevalt me gewoon heel goed om weer op het veld te staan. Verder bekijk ik het per seizoen. Over een jaar kan alles er weer heel anders uitzien.”