Home Blog Pagina 2

Jonge voorzitter met een vertrouwd gezicht: Hidde Boersma wil bouwen aan de toekomst van GVV’63

0

Op 27-jarige leeftijd wordt Hidde Boersma de nieuwe voorzitter van GVV’63. Opvallend jong voor zo’n verantwoordelijke functie, maar binnen de club is hij allerminst een onbekende. Al bijna twintig jaar draagt hij het geel-zwarte shirt en komende zomer begint hij aan zijn negende seizoen in de hoofdmacht. Nu wil hij zijn club ook buiten de lijnen verder helpen.

Soms begint een nieuw hoofdstuk op de meest onverwachte manier. Voor Boersma gebeurde dat tijdens een gezellig biertje met enkele bestuursleden. De vraag of het voorzitterschap misschien iets voor hem zou zijn, kwam uit het niets. “Ik dacht eerst dat het een grapje was,” vertelt hij lachend. Toch bleef het onderwerp hangen. Er volgde een serieus gesprek, waarna hij ook uitgebreid sprak met de vertrekkend voorzitter. Dat enthousiasme werkte aanstekelijk en zette hem aan het denken.

Voor Boersma voelde het uiteindelijk als een logische stap. GVV’63 is immers de club waar hij op zijn achtste begon met voetballen, waar hij opgroeide en waar hij talloze mooie herinneringen verzamelde. “Ik heb hier ontzettend veel aan de club te danken. Dan is het mooi als je op een andere manier iets terug kunt doen.”

Speler én voorzitter

Bijzonder is dat Boersma zijn nieuwe bestuursfunctie combineert met zijn rol als selectiespeler. Waar veel voorzitters al jaren niet meer op het veld staan, is hij nog wekelijks onderdeel van de selectie. Volgens hem hoeft dat helemaal geen nadeel te zijn.

Integendeel zelfs. Doordat hij zelf nog actief is, weet hij precies wat er leeft binnen de selectie en op de club. Hij spreekt spelers, vrijwilligers en supporters bijna dagelijks en krijgt daardoor veel signalen direct mee.

Eerst luisteren, daarna bouwen

Hoewel Boersma nu de voorzittershamer overneemt, wil hij niet direct met allerlei grote plannen naar buiten treden. Hij vindt het belangrijk om eerst samen met de andere bestuursleden goed te kijken waar de prioriteiten liggen. Volgens hem draait een vereniging als GVV’63 namelijk niet om één persoon, maar om samenwerken.

Zijn eerste doel is daarom helder: ervoor zorgen dat GVV’63 de warme en gezellige vereniging blijft waar mensen graag komen. Daarna wil hij samen met het bestuur bekijken welke stappen nodig zijn om de club verder te ontwikkelen.

Mooie basis voor de toekomst

Volgens Boersma staat GVV’63 er uitstekend voor. De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in de accommodatie, met onder meer nieuwe kleedkamers en de aanleg van een kunstgrasveld. Daardoor beschikt de club over betere trainingsmogelijkheden en kunnen meer teams op een prettige manier gebruikmaken van het sportpark.

Toch liggen er volgens hem nog voldoende uitdagingen. De vereniging blijft groeien en dat vraagt ook in de toekomst om voldoende ruimte en goede faciliteiten. Juist daarom wil hij samen met het bestuur blijven kijken hoe de club zich verder kan ontwikkelen, zonder het vertrouwde karakter te verliezen.

De kracht van de vereniging

Waar Boersma misschien wel het meest trots op is, is het verenigingsgevoel binnen GVV’63. Volgens hem lopen er ontzettend veel mensen rond die zich al jarenlang met hart en ziel inzetten voor de club.

Als voorzitter wil hij daarom vooral benaderbaar zijn. Leden moeten volgens hem gemakkelijk kunnen aankloppen met ideeën, vragen of zorgen. Misschien helpt zijn beroep als psycholoog daar zelfs wel een beetje bij. “Ik luister de hele dag naar mensen, dus dat onderdeel van het voorzitterschap moet wel goedkomen,” zegt hij met een glimlach.

Wanneer Boersma over een paar jaar terugkijkt op zijn voorzitterschap, hoeft daar geen indrukwekkende erelijst tegenover te staan. Voor hem is zijn missie geslaagd als GVV’63 nog altijd die warme, hechte vereniging is waar leden, vrijwilligers en supporters met plezier samenkomen.

Familie Bouman blaast nieuw leven in kantine van WSV Well

0

De kantine van WSV Well krijgt komend seizoen een nieuw gezicht. De familie Bouman neemt gezamenlijk het stokje over en wil er niet alleen voor zorgen dat de bar blijft draaien, maar ook nieuwe energie in de kantine brengen. Met Jolien en Jochem Bouman aan het roer en dochters Evi en Esmee die volop meedraaien, kiest de familie bewust voor een gezamenlijke aanpak.

Voor de familie Bouman is de kantine allesbehalve onbekend terrein. Evi werkt er inmiddels al zo’n twee jaar en begint aan haar derde seizoen. Ook Esmee vindt het leuk om mee te helpen. Jolien sprong de afgelopen jaren bovendien regelmatig bij wanneer er handen tekortkwamen.

Toen duidelijk werd dat de vorige kantinebeheerder na zeven jaar zou stoppen, kwam het onderwerp thuis ter sprake. Jochem, die al zijn hele leven bij de vereniging betrokken is en inmiddels al zo’n acht jaar in het bestuur zit, vertelde dat er een oplossing moest komen.

“Toen dachten we eigenlijk: misschien moeten wij het gewoon met elkaar gaan doen. We vinden het belangrijk dat de club blijft draaien en dit hoort daar gewoon bij.”

Daarmee werd een klus die eerst vooral als vrijwilligerswerk werd gezien, ineens een gezamenlijk familieproject.

Een kantine die weer moet gaan leven

De Boumans willen daarbij niet simpelweg doorgaan op dezelfde voet. Ze zien de overname juist als een kans om de kantine een frisse impuls te geven. Het assortiment wordt onder de loep genomen en er wordt gekeken hoe bepaalde zaken slimmer en efficiënter kunnen worden geregeld.

Zo wordt er onder meer gekeken naar samenwerking met lokale partijen voor broodjes en snacks. Producten als saucijzenbroodjes, frikandelbroodjes, kaasbroodjes en worstenbroodjes moeten een plek krijgen in het nieuwe aanbod.

Het doel is volgens Jolien niet om alles overhoop te gooien, maar vooral om te kijken waar het beter, leuker en aantrekkelijker kan.

Samen achter de bar

De bezetting wordt nadrukkelijk een familieaangelegenheid. Op zaterdag staan Jolien en de dochters veelal samen achter de bar. Op doordeweekse avonden wordt het verdeeld binnen het gezin. Als er extra hulp nodig is, kunnen vrienden van de meiden worden gevraagd of wordt een beroep gedaan op de bestaande groep vrijwilligers.

Dat past volgens Jolien bij Well. “Het is hier toch een beetje ons kent ons. Als je iemand nodig hebt, kun je het gewoon vragen. Mensen helpen elkaar.”

De kantine is in ieder geval standaard geopend op woensdag en donderdag, de drukste trainingsavonden. Als er op dinsdag extra activiteiten zijn of op vrijdag iets wordt georganiseerd, wil de familie daar waar mogelijk eveneens op inspelen.

Meer dan alleen een bar

Ook buiten de reguliere voetbalavonden ziet de familie kansen. Jochem is vanuit de activiteitencommissie al betrokken bij festiviteiten rond grote wedstrijden en derby’s. Die activiteiten blijven bestaan en mogelijk komen daar in de toekomst nieuwe ideeën bij.

“We hebben natuurlijk wel ideeën, maar we moeten eerst maar eens kijken hoe het eerste seizoen loopt”, vertelt Jolien met een glimlach. “Je moet ook niet meteen alles roepen, want dan moet je het uiteindelijk allemaal zelf gaan doen.”

Juist die nuchtere houding past bij de manier waarop de familie de kantine wil runnen. Iedereen mag meedenken, maar het moet vooral iets van de hele vereniging blijven.

De sfeer moet voorop blijven staan

De grootste uitdaging zit voor Jolien dan ook niet alleen in het draaien van de kantine. Het gaat er vooral om dat mensen graag blijven komen. Dat de sfeer goed is, vrijwilligers plezier houden in hun werk en de kantine aantrekkelijk blijft voor jong en oud.

De eerste reacties zijn in ieder geval positief. “We hebben eigenlijk alleen maar complimenten gekregen. Mensen vinden het leuk dat we dit met elkaar oppakken.”

De kantine van WSV Well krijgt daarmee een nieuwe impuls, maar de basis blijft vertrouwd: samen zorgen dat de club leeft.

TVC hechter door trainingskamp: “We hadden meer voor elkaar over!”

0

Begin dit jaar was het zover: TVC Breda ging via Trainingskampen.nl naar Benidorm voor een trainingskamp. Voor Paulo Remie was het een mooie, maar ook zure periode, aangezien hij een paar maanden eerder zijn meniscus had gescheurd. Toch was het voor hem én de hele groep voor herhaling vatbaar. “We hebben toevallig laatst besloten om deze winter weer op trainingskamp te gaan.”

In oktober werd bekendgemaakt dat het eerste elftal van TVC Breda naar Benidorm zou vliegen voor een trainingskamp. Een mooie reis voor de jonge spelersgroep, die eigenlijk geen specifieke wensen had voor een locatie. “Voor een club als TVC is het al heel mooi om op trainingskamp te gaan,” begint Paulo Remie. “Een sponsor van de club had een bus geregeld naar het vliegveld. De rest is allemaal verzorgd door Trainingskampen.nl.”

Voor Remie zelf zat er echter een kleine kanttekening aan de reis. “Ik raakte in november geblesseerd aan mijn knie. Mijn voorste Kruisband was gescheurd, een scheur in mijn meniscus; het hele pakketje, zeg maar.”

Ondanks die blessure kon hij het niet laten om mee te gaan, al was het wel zuur dat hij niet kon meetrainen.

Dichter bij elkaar gekomen

Vanaf de zijlijn zag Remie hoe de groep steeds dichter naar elkaar toe groeide. “De vorige groep van TVC was uit elkaar gevallen, dus moesten ze bouwen aan een nieuwe selectie. Deze groep kende elkaar nog niet heel goed, maar op zo’n trainingskamp slaap je met elkaar op een kamer. Je bent echt 24/7 samen en daardoor merkte je wel dat we dichter tot elkaar zijn gekomen.”

Volgens hem leverde dat ook sportief veel op. “Je merkt natuurlijk dat, doordat je dichter bij elkaar komt, de sfeer beter wordt. Daardoor kun je alleen maar beter presteren. We zijn dat seizoen derde geworden in de competitie, helaas eindigde ons seizoen in de halve finale van de nacompetitie.” Hoe dat kwam? Simpel. “We hadden meer voor elkaar over,” begint hij. “Zoals ik zei: je bent de hele dag samen. Je traint natuurlijk niet alleen maar; er was een toernooitje geregeld en af en toe kwamen de nodige drankjes erbij kijken. Dat heeft de groep echt goed gedaan.”

Voetballen in de Spaanse zon

In het toernooitje, dat volledig werd georganiseerd door Trainingskampen.nl, deden uitsluitend Nederlandse clubs mee. “Ik weet persoonlijk niet meer hoeveelste we zijn geworden. Ik weet wel dat we goed presteerden.”

Ook de trainingen waren volgens Remie een stuk fijner dan in het koude Nederland. “Toen wij weggingen lag er sneeuw in Nederland. Dan kom je in Spanje aan en is het 20 graden en kunnen de korte broeken en mouwen weer aan. Ook het trainingscomplex, met uitzicht op de bergen, maakte het trainen veel lekkerder voor de jongens.”

Door de mooie locatie nam ook het plezier op het veld toe. “Je merkte echt dat het plezier omhoog schoot. Natuurlijk werd het ook wat intensiever. Er zijn een aantal spelers met blessures afgehaakt, maar dat kan altijd gebeuren.”

Opnieuw naar Spanje

Komende winterstop gaat TVC Breda opnieuw op reis. Dit keer is Torremolinos de bestemming. “Afgelopen keer was het complex fantastisch, het hotel was goed en de sfeer werd veel beter. Daarom hebben we toevallig laatst besloten om deze winter weer op trainingskamp te gaan. Ik hoop ook dat mijn blessure dan voorbij is en dat ik rond die tijd weer kan aansluiten bij de selectie.”

‘Ik kom er graag en de club moest door’

Nadat erevoorzitter John Troost vanwege gezondheidsredenen moest aftreden, zaten ze bij De Jonge Spartaan een tijdje zonder voorzitter. En dus vroeg de club aan Rick Postema en Jan Peter Robijn, of ze konden helpen bij het oplossen van dat probleem. Niet heel eenvoudig, besloot laatstgenoemde in februari vorig jaar, uiteindelijk om het zelf te gaan doen. “Puur vanuit een stukje betrokkenheid.”

Want betrokken, dat is de inmiddels 52-jarige Robijn. Ondanks dat hij opgroeide bij Melissant. “Mijn kinderen voetballen er, ik speel zelf nog bij de veteranen en ik ben hier jeugdtrainer geweest.” En daarnaast, en misschien wel bovenal, is hij al een aantal jaar hoofdsponsor van de club. “Dat is op het moment dat je voorzitter wordt, natuurlijk niet ideaal. Gelukkig hebben we daar goede afspraken over gemaakt.”

Mooiste dag

En dus besloot Robijn in februari 2025, om de handschoen op te pakken. “Toen onze erevoorzitter John Troost vanwege gezondheidsredenen moest aftreden, vroeg de club aan Rick Postema en mij, of we konden helpen. Aangezien we in die periode toch een tijdje zonder voorzitter zaten.” Veel gesprekken gevoerd, bleek dat nog niet zo makkelijk, herinnert de inwoner van Sommelsdijk zich. “Dat zorgde voor een positief gevoel, veel mensen wilden helpen, maar niemand wilde echt voorzitter worden.” Robijn uiteindelijk dus wel. “Ik kom er graag, heb bestuurlijke ervaring en de club moest door. Daarom heb ik besloten om het toch te gaan doen.”

Puur vanuit een stukje betrokkenheid én verantwoordelijkheidsgevoel. “Er zijn heel veel goede vrijwilligers bij De Jonge Spartaan, maar dan heb je wel een goed bestuur nodig.” En een voorzitter die tijd heeft, lacht hij. “Ik was net bezig om te stoppen met andere bestuursfuncties op het eiland, en voetbal blijft wel echt mijn hobby en passie.” Iets waar Robijn nog iedere week, reikhalzend naar uitkijkt. “Zaterdag blijft voor mij de mooiste dag van de week. Als je de club dan kunt helpen, heb ik daar heel veel plezier in.”

Al doet hij dat het liefste, door op het veld te staan. “Zelf voetballen blijft natuurlijk het leukste, daarna komt training geven. Daar heb ik door het voorzitterschap een punt achter moeten zetten, dat mis ik wel. Nu ben ik samen met andere bestuursleden bezig om de club te runnen en te kijken naar de lange termijn. Dat is toch een andere invulling.” En stiekem iets minder leuk, als hij eerlijk is. “Maar ik heb er heel veel plezier in!”

Samenwerken

Waar houdt Robijn zich de laatste tijd vooral mee bezig als voorzitter? “Een jaar of veertien geleden is Goeree-Overflakkee herverdeeld en zijn er met alle voetbalverenigingen afspraken gemaakt, omtrent het onderhoud. Dat heeft een negatieve impact op ons, omdat daardoor de begroting omhoog moet, om het sluitend te houden.” Hoe ze dat doen? “Als voetbalclub heb je vier vormen van inkomsten: kantine, sponsoring, contributie en zelfredzaamheid. We zijn nu actief aan de slag met de sponsorcommissie en daar komen mooie dingen aan. De bedragen gaan omhoog, dus dat is positief!” Ook aan de contributie, is een klein beetje gesleuteld. “Die is iets omhooggegaan. Maar daar tegenover, organiseren we ook meer activiteiten. Die zorgen dan ook meteen weer voor meer inkomsten.”

Behalve dat, is Robijn als echte voetballiefhebber ook nauw betrokken bij de sportieve kant van de vereniging. “We hebben natuurlijk enorme stappen gezet met de selectie. En niet alleen op het veld. Ook qua staf en medische begeleiding.” Met de jeugd, nog altijd als basis. “Daarom vinden we het belangrijk om daarin te blijven investeren. Vandaar dat we met Taco Brouwer ook een nieuwe Hoofd Jeugdopleiding hebben aangesteld.” Ambities hebben ze in Middelharnis dan ook genoeg. “Ons doel is om een stabiele tweedeklasser te zijn. En daar heb je goede jeugd voor nodig.”

Niet voor niks, zijn ze bij De Jonge Spartaan dit seizoen dan ook begonnen met een O23-elftal. “Op die manier willen we graag de aansluiting richting het eerste elftal verbeteren. Daarom geeft onze hoofdtrainer, Ben Mierop, ook stageplekken aan jeugdspelers. Zodat ze alvast kunnen wennen aan het seniorenvoetbal.” Kortom, de toekomst ziet er positief uit. “Ik geloof heel erg in het samenwerken. Met de vrijwilligers, trainers, leiders. Dat maakt het voor mij heel leuk. Daarom zeggen we hier ook altijd: samen De Jonge Spartaan, samen hogerop.”

In het ideale plaatje, ziet Robijn zichzelf het voorzitterschap dan ook nog wel een tijdje blijven doen. “Na vier tot zes jaar, zou het goed zijn als iemand anders het weer op zou pakken. Een jonger iemand. Het is belangrijk om voldoende verfrissing te houden.” Maar voorlopig, is er nog genoeg te doen. “We zijn een gezonde vereniging, waar ook het damesvoetbal en niet te vergeten ons G-team heel belangrijk zijn. Dat willen we graag zo houden. Dus we vervelen ons niet!”

‘Het was stoppen of nog ergens anders door’

Nadat SNS afgelopen seizoen noodgedwongen de stekker uit het eerste elftal moest trekken, stond Paul Looij voor een lastig dilemma. Doorgaan of stoppen? Eenmaal de knoop doorgehakt, stapte hij over naar derdeklasser Den Bommel. Een keuze waar hij achteraf allesbehalve spijt van heeft. “Het is enorm goed bevallen!”

Iets wat de 33-jarige Looij stiekem op voorhand, eigenlijk ook al wel een beetje wist. “Stefan Klink is een vriend van mij, die vroeg al jarenlang of ik niet naar Den Bommel wilde komen. Maar ik was altijd te gehecht aan SNS…” Tot de club uit Stad aan ‘t Haringvliet met te weinig spelers kwam te zitten en besloot om het eerste elftal terug te trekken uit de competitie. “Dat was natuurlijk heel vervelend.”

Even aanpoten

In de eerste plaats natuurlijk voor de club, maar ook voor hemzelf. “Op dat moment dacht ik wel: ga ik nu stoppen of ga ik nog ergens anders door?” Het werd, dus ergens anders door. Bij de buurman notabene. “Toen het nieuws bekend werd, heeft Stefan mij meteen benaderd, en daarna zijn we gaan praten.” En was Looij er eigenlijk vrij snel uit. “Ik kende hier al wat jongens, dus het is echt goed bevallen. Den Bommel is net als SNS een dorpsvereniging, dat spreekt me aan.”

Toch was de eerste training van het afgelopen seizoen, wel even aanpoten, lacht de inwoner van Stad aan ‘t Haringvliet. “Met SNS heb ik ook ooit wel in de derde en vierde klasse gespeeld, maar dat was al even geleden. Al ga je daar uiteindelijk ook wel weer snel in mee.” Looij kijkt dan ook met een positief gevoel terug op zijn eerste seizoen in het blauw met zwart. “Ik ben super blij dat we op een gegeven moment een reeks hebben neergezet en erin zijn gebleven. Al had er meer in gezeten.” Meer, dan de uiteindelijke achtste plaats. “We begonnen best prima, alleen vielen sommige wedstrijden net de verkeerde kant op. Daardoor pakten we te weinig punten.”

Iets wat volgens hem overigens niet alleen, aan pech toe te schrijven was. “We hadden best wat nieuwe spelers, dan is het toch altijd weer even wennen. Sommige jongens moesten even hun positie vinden.” Eenmaal gelukt, begon het beter te draaien, kijkt Looij terug. “We hebben vooral stappen gemaakt als collectief, in hoe we staan. Maar natuurlijk ook in de individuele ontwikkeling van spelers.” In een derde klasse die naar eigen zeggen, behoorlijk aan elkaar gewaagd was. “Bruse Boys en MOC’17 staken er wel echt bovenuit, de rest kon van iedereen winnen.”

Zwakke plek

Met slechts zeven zeges in 24 wedstrijden, slaagde Den Bommel daar zelf uiteindelijk niet genoeg in. “We werkten wel hard, maar werden niet altijd beloond.” En ook het uitvallen van aanvaller Johnno Bakker, hielp de ploeg niet. “Dat merkte je meteen aan de doelpunten.” Helemaal, in het geval van de formatie van Dennis van Gils. “Tegenstanders waren over het algemeen voetballend beter dan ons, dus moesten we het van het collectief hebben.” Een collectief dat met slechts vier punten boven de nacompetitie, streed tegen degradatie. “We hebben er altijd vertrouwen in gehad dat we ons zouden gaan handhaven, maar natuurlijk zit het ergens wel in je achterhoofd. Zeker als je last hebt van blessures.”

Want ook dat, zat afgelopen jaar niet echt mee. “Gelukkig slaagden we erin om de fitte jongens heel te houden.” Ook Looij zelf, kwam niet helemaal ongeschonden uit de strijd. “Mijn linkerenkel is door de jaren heen wel een zwakke plek geworden. Door een enkelblessure die nooit echt goed is hersteld. Daardoor loop je een beetje achter de feiten aan. De laatste vier wedstrijden ging het eigenlijk niet meer, maar nu gaat het goed.” Gelukkig is er dit seizoen, iets meer concurrentie bijgekomen. “In de breedte zijn we sterker geworden, dus blessures kunnen we beter opvangen. Daarnaast hebben we er aanvallende impulsen bijgekregen, daar ben ik heel benieuwd naar. Op dat vlak kwamen we soms tekort, terwijl je juist daar het verschil kan maken.”

Een voorspelling, durft Looij nog niet meteen te doen. “We zijn naar een andere competitie gegaan, die is op papier sterker. Dus het is eerst nog even kijken hoe sterk die precies is. Het zou mooi zijn als we erin blijven, al hopen we natuurlijk een paar plekjes hoger te eindigen.” Met hem, als centrale verdediger. “Ik sta eigenlijk al heel mijn leven centraal achterin. Tegenwoordig links, ook al ben ik rechtsbenig.”

Iemand die graag duels speelt, de boel neerzet en ruimtes dichtloopt. “Zeker met mijn ervaring probeer ik veel te coachen.” Looij voelt zich dan ook als een vis in het water, bij zijn nieuwe club. “Als je ziet hoe die jongens me hebben opgevangen. Ik heb het enorm naar mijn zin en zie mezelf niet zo snel weggaan bij Den Bommel.” Tenzij, SNS ooit nog eens op de deur klopt. “Die club zit in mijn hart, dus dat moet je nooit afschrijven!”

‘Toen hebben we heel snel de knop omgezet’

0

Een groot gedeelte van het seizoen aan kop, moest DVV’09 de titel in de tweede klasse uiteindelijk laten aan concurrent SVOD’22. Maar eenmaal de knop omgezet, slaagde de ploeg er via de nacompetitie toch in, om voor het tweede jaar op rij te promoveren. Tot blijdschap van rechtsback Jarno van der Laan. “Al met al was het een fantastisch seizoen!”

En dat terwijl ze bij DVV’09, na het kampioenschap in de derde klasse, zonder al te hoge verwachtingen begonnen aan het seizoen, vertelt Van der Laan (22). “We gingen onbevangen de competitie in en zouden na vier wedstrijden kijken hoe het ging.” Het antwoord? “We begonnen heel sterk, met goed veldspel, dus na vier wedstrijden zijn we samen gaan zitten en hadden we allemaal wel het gevoel dat er meer in zou zitten.” Meer, dan zomaar een beetje mee voetballen. “We waren een beetje sceptisch om meteen te roepen dat we kampioen wilden worden, maar we hadden vanaf dat moment wel de ambitie om een periode te winnen.”

Frisse moed

Een doelstelling die na acht wedstrijden, en 22 punten, meteen al kon worden afgevinkt. “Toen begon het kampioenschap wel steeds meer te leven.” Al kreeg de ploeg richting het einde van het seizoen, te maken met een flinke dip. Eén die ze uiteindelijk het kampioenschap kostte. “Zeker de wedstrijd bij SVOD (4-0), was een zware teleurstelling. Als je in de één na laatste speelronde de koppositie weggeeft…” Heel lang de tijd om bij de pakken neer te zitten, hadden ze in Dirksland echter niet. “We hebben heel snel de knop omgezet, omdat we wisten dat de nacompetitie eraan zou komen. Daar wilden we met frisse moed in gaan.”

En met succes dus. “Al met al was het natuurlijk een fantastisch seizoen. Ik denk dat we iedereen positief verrast hebben, inclusief onszelf. Dan is het wel lekker om uiteindelijk af te sluiten met promotie.” Wat is volgens hem de kracht van DVV’09? “We hebben een heel goede balans in het team. In iedere linie hebben we lopers én voetballers.” Maar ook buiten het veld, weet iedereen elkaar te vinden. “Het is echt een soort vriendengevoel.”

En dat terwijl Van der Laan pas bezig aan zijn eerste seizoen in het lichtblauw met wit. “Ik heb vanaf mijn vierde altijd bij De Jonge Spartaan gespeeld, en had ook eigenlijk niet het plan om over te stappen. Tot ik vier dagen voor de overschrijvingsdeadline werd gevraagd door DVV’09, omdat ze in de problemen zaten qua verdedigers.” Na eerst te hebben getwijfeld, besloot hij het toch te doen. “Het is best wel een controversiële stap op het eiland, maar het begon gewoon te kriebelen.”

Twaalfde man

Spijt heeft Van der Laan dan ook allerminst. “Je kunt een slechter debuutjaar hebben, toch? In de eerste week kreeg ik wel wat reacties, het was natuurlijk ook laat. Maar ik heb nu echt weer dat jeugdvoetbal plezier terug. Daar ben ik heel blij mee!” Wat gaf voor hem uiteindelijk de doorslag? “Een nieuwe club, en een grote kans om te gaan spelen. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging.” In een omgeving, waar Van der Laan zich inmiddels als helemaal thuis voelt. “Dat komt door het type mensen bij DVV’09, maar ook door alle supporters. Als we thuis spelen voelt dat echt als een twaalfde man. Dat is natuurlijk prachtig om voor te voetballen.”

Steun, die ze ook dit seizoen weer hard kunnen gebruiken. Ditmaal dus in de eerste klasse. “We gaan er weer heel onbevangen in en gaan in eerste instantie voor handhaving. Al denk ik dat met deze groep de middenmoot ook moet kunnen.” Ruimte voor verbetering, ziet Van der Laan nog genoeg. “We zijn een vrij jong elftal, dus vooral in de communicatie moeten we nog wel stappen maken.” Zeker, als het tempo straks omhooggaat. “Dat zullen we ook merken in het veldspel en de handelingssnelheid.” Conditioneel, maakt Van der Laan zich geen zorgen. “Op dat vlak zijn we sterk. Daar hebben we afgelopen seizoen veel tegenstanders mee overklast.” Over het algemeen, met hem als rechtsback. “Daar heb ik in de jeugd eigenlijk ook altijd gespeeld. Ik ben iemand met veel loopvermogen en snelheid, dus ik kom graag op en wil graag in het spel betrokken worden. Wat dat betreft ben ik wel een moderne rechtsback.”

Kwaliteiten waar ze bij DVV’09, voorlopig nog wel even van kunnen genieten. “Ik wil vooral mijn plezier behouden. Dus zolang ik het naar mijn zin heb, blijf ik hier.” Maar, voegt de inwoner van Sommelsdijk daaraan toe. “Als er ooit misschien een stap hogerop komt, ga je daar wel over nadenken. Daar voetbal je uiteindelijk voor!”

Melissant hoopt op promotie: ‘Volwassener worden’

Na een op voetbalgebied positief jaar, kan Mark Ritzema niet wachten om aan het nieuwe seizoen te beginnen. Want met de stijgende lijn die is ingezet, hoopt de middenvelder van vijfdeklasser Melissant dit jaar serieus mee te doen om promotie. “Dan moet je soms een wedstrijd over de streep trekken.”

Iets wat afgelopen seizoen, volgens de 22-jarige Ritzema iets te weinig is gelukt. “Op de belangrijke momenten, hebben we het wel een beetje laten liggen. Voor mijn gevoel had er meer in gezeten.” Meer, dan de uiteindelijke zesde plaats die Melissant wist te behalen. “Vooraf had ik dat wel een beetje verwacht, maar ergens had ik gehoopt dat we mee zouden kunnen doen om promotie.” Met een achterstand van tien punten op de vierde plek, lukte dat niet. “We hebben een jong team, dus moeten vooral nog wat volwassener worden. Zodat je bepaalde wedstrijden net wel over de streep kunt trekken. Die moet je koste wat kost willen winnen. Hopelijk lukt dat dit jaar wel!”

Met een idee

Met het vertrouwen, zit het bij Ritzema wat dat betreft wel goed. “Ons doel is om, nog meer dan vorig seizoen, mee te doen om promotie. We hebben er een aantal goede spelers bij, dus ik hoop dat het dit jaar gaat gebeuren.” Helemaal, met de ervaring van afgelopen seizoen op zak. “We hebben eigenlijk gewoon een heel positief jaar gehad. Met veel verbetering in het voetballen, zowel qua spel als op de training.” Want het niveau, is behoorlijk omhooggegaan, vertelt Ritzema. “We spelen nu echt met een idee.” Mede dankzij trainer Koen Kwakernaak. “Koen is fanatiek en heel duidelijk in wat hij wil. Dat zie je steeds meer terugkomen.” Een spelopvatting, waar de inwoner van Melissant wel van kan genieten. “Met veel voetbal en hoog druk. Dat is uiteindelijk toch het leukste.” In zijn geval, als centrale middenvelder. “Vroeger speelde ik altijd op tien, nu sta ik meer op zes of acht.” Alle posities op het middenveld dus wel gehad, vindt Ritzema het lastig om er één te kiezen. “Het maakt me eigenlijk niet veel uit. Maar als ik echt moet kiezen, dan nummer acht. Omdat je daar kunt aanvallen én verdedigen.” Taken die passen, bij zijn kwaliteiten. “Ik ben heel balbehendig. Overzicht en rust, zijn mijn sterkste punten. En hoewel ik niet zo groot ben, ben ik toch wel sterk aan de bal.” Zijn spel doet trainer Kwakernaak, dan ook denken aan Frenkie de Jong. “Maar dan een stuk minder natuurlijk, haha.”

Op gemak

Van doelpunten en assists, moet Ritzema het voorlopig nog niet echt te hebben. “Ik ben vooral betrokken bij het opzetten van aanvallen.” Al schuwt hij de duels ook niet. “Ondanks mijn lengte, ben ik wel kopsterk en goed in luchtduels. Gewoon ervoor gaan en dan zien we het wel.” Een instelling, waar ze bij Melissant al flink wat jaren van kunnen genieten. “Ik voetbal hier al heel mijn leven, sinds mijn vierde.” Nooit weggegaan, heeft Ritzema het uitstekend naar zijn zin. “Het is gezellig, leuk en ik ken iedereen. Mijn vrienden voetballen hier, en ik woon een straat verderop. Dus ik voel me enorm op mijn gemak.” Lekker in de buurt, dacht de voetballer dan ook nooit aan een vertrek. Al klinkt dat logischer, dan het daadwerkelijk is. “Ik zat op de middelbare school in Hellevoetsluis, veel van mijn vrienden speelden daardoor bij Nieuwenhoorn. Daar heb ik op mijn veertiende ook wel een paar keer meegetraind en een wedstrijd gespeeld, maar Melissant is gewoon waar ik thuishoor.” Hoewel hij het wel zag, als een leerzame ervaring. “Vooral qua niveau.” Toch triggerde hem dat, en nog steeds, niet. “Andere ploegen spreken me niet aan. Ik wil gewoon altijd hier blijven!”

Nagtegaal aan de slag bij NTVV: ‘Klein wereldje’

0

Het voetbalwereldje maar klein, kwam vijfdeklasser NTVV eind vorig jaar op zoek naar een nieuwe trainer, uit bij Johan Nagtegaal. Want geboren in Melissant en voormalig speler van DES’67 en later hoofdtrainer van DVV’09, was dat telefoontje snel gepleegd. “Iedereen kent elkaar.”

Bijvoorbeeld van het werk, zo begint Nagtegaal (57) zijn verhaal. “Davy Schellevis, aanvoerder van NTVV, is een oud-collega van mij. En ze wisten dat ik na het seizoen vrij was.” Op dat moment nog werkzaam als trainer bij Lepelstraatse Boys, voelden de gesprekken al snel goed, vertelt hij. “Het is echt een dorpsclubje, maar de randvoorwaarden zijn ontzettend goed. Zo is de accommodatie echt top.” Kortom, heel lang nodig om na te denken, had de inwoner van Sint-Annaland dan ook niet. “NTVV stond op het lijstje met clubs waar ik ooit eens graag wilde werken.”

Leuk hebben

En niet voor niks, zo blijkt. “Ik ben zelf opgegroeid in Melissant en Dirksland, en heb altijd bij Melissant en DES’67 gevoetbald. Daardoor kende ik NTVV natuurlijk al heel goed. Wat dat betreft is het ook maar een klein voetbalwereldje. Iedereen kent elkaar.” Kloppen zijn verwachtingen tot nu toe met de werkelijkheid? “Bij een nieuwe club moet je altijd weer die gasten leren kennen, maar het bevalt heel goed en ik vind het hartstikke leuk!” Toch verwacht de oefenmeester op voorhand een zwaar seizoen, als hij zo naar de indeling van de competitie kijkt. “Ik hoop dat we ergens in de middenmoot kunnen eindigen, maar dat wordt een flinke uitdaging. Top vijf wordt het denk ik niet, hopelijk net daaronder.” Al legt Nagtegaal de lat liever, een stukje hoger. “Eigenlijk ga ik zelf altijd voor de nacompetitie. Anders zou ik niet tevreden zijn.” Maar realistisch is hij, nadat NTVV afgelopen seizoen op een elfde plaats eindigde en het de laatste jaren moeilijk heeft, wel. Zaak voor hem, om in ieder geval de sfeer goed te houden. “Het is vooral belangrijk dat die jongens het leuk hebben en dat we samen mooie herinneringen maken. Wie weet zit er dan met een uitschietertje wel een periode in, en kunnen we terug naar het niveau waar ik vind dat NTVV thuishoort, in het linkerrijtje van de vijfde klasse.” Al gaat dat niet vanzelf, beseft ook Nagtegaal. “Vorig seizoen kregen ze best wel veel goals tegen, dus moeten we nu eerst zorgen dat we het achterin dichthouden. Dat geeft ook vertrouwen.”

Verbinder

Hoe hij dat precies tracht te gaan doen? “Niet op de Italiaanse manier, maar misschien wel met een extra slot op de deur. We hebben ook niet echt veel aanvallers.” Een beetje behoudend, zullen ze in Nieuwe-Tonge dit jaar dan waarschijnlijk ook wel gaan spelen. “Met drie centrale verdedigers en twee wingbacks, zodat we niet te vaak in het mes lopen.” Minder goals tegen, meer patronen en meer voetbal. Dat is waar Nagtegaal zich de komende periode op wil gaan richten. “Als we een paar procentjes beter worden, is dat een mooie basis voor volgend seizoen.” Want de toekomst, ziet de voormalig Flakkees topscorer positief tegemoet. “We hebben nu misschien wat kwaliteit ingeleverd en het is afwachten hoe de nieuwelingen het gaan doen, maar er komt goede jeugd aan. De O19 werd vorig seizoen doorgeschoven naar het tweede, daar plukken we de komende jaren de vruchten van.” Komende jaren, waarin Nagtegaal trainer hoopt te zijn van NTVV. Als het aan hem ligt tenminste. “Het lijkt hier best wel een beetje op Melissant, dus ik denk dat we goed bij elkaar passen.” Zowel op, als naast het veld. “Ik ben als trainer meer een verbinder, dan een groot tacticus. Vind het vooral belangrijk om de boel bij elkaar te houden, zowel van de jeugd als de selectie.” En ook in de kantine, zullen ze hem regelmatig treffen. “Als de kantine lekker vol is, zorgt dat altijd voor reuring in de club.” Nagtegaal kan dan ook niet wachten, tot het balletje straks echt gaat rollen. “Ik kijk vooral uit naar de eerste zes wedstrijden, dat we weten waar we staan en of het wat gaat worden. Of dat we misschien nog wel veel aan moeten passen.”

Legierse eindelijk trainer van FIOS: ‘Dit is mijn club’

Na vier mooie en succesvolle seizoenen bij OFB, keerde Manuel Legierse deze zomer bij FIOS terug op het oude nest. Want ondanks dat de oefenmeester nog nooit hoofdtrainer was geweest bij de vijfdeklasser uit Achthuizen, mag één ding duidelijk zijn: “Dit is mijn club, laat daar geen misverstand over bestaan.”

Want zijn verbondenheid met de club, gaat verder dan alleen hoofdtrainer zijn van het eerste. “Ik heb zelf altijd bij FIOS gevoetbald en ben hier op mijn zestienden begonnen als jeugdtrainer.” Later nog actief als leider van het eerste, trainer van het tweede én betrokken bij de technische zaken, zwaaide Legierse (48) ook ruim zes jaar de scepter als voorzitter. “Dat vond ik hartstikke leuk om te doen, maar uiteindelijk kreeg ik van op het veld staan, toch meer energie dan van de bestuurskamer.” En dus besloot hij op een gegeven moment, het team van zijn dochter te gaan trainen. “Dat kon er ook nog wel bij.”

Een mening

Maar gek genoeg, stond Legierse dus nooit voor de groep als hoofdtrainer van het vlaggenschip van de club. “Ik ben nu voor het eerst trainer van het eerste. Of dat bijzonder is weet ik niet, maar ik vind het wel heel leuk. Ik had mezelf echt voor mijn kop geslagen als ik het niet had gedaan.” Toch had de inwoner van Achthuizen naar eigen zeggen, wel even nodig om na te denken. “Eigenlijk zou ik een jaartje stoppen en niks doen, daar had ik ook heel veel zin in, maar toen ging Taco (Brouwer) weg bij FIOS en was het lijntje natuurlijk snel gelegd.”

Gevraagd om te praten, ging Legierse uiteindelijk toch op gesprek. In tegenstelling tot vorig jaar. “Toen heb ik het eigenlijk al vrij snel afgekapt.” Mede door zijn vrouw, besloot de trainer het ditmaal wel te doen. “Ze zei dat ik het moest doen, omdat ik toch altijd al overal een mening over heb.” Zogezegd, zo gedaan. “Het is heel leuk om weer vaker bij mijn eigen clubje te zijn, met al die FIOS-mannen.” Waaronder zijn assistent, Ron van Wezel. “We voetballen af en toe nog samen bij het tweede, gezellig op de zondag. Soms doet mijn zoon dan ook mee. Al is het voor mij vaak meer meehobbelen.”

Meehobbelen of niet. “Voetbal blijft het leukste wat er is. Daarom baal ik er soms ook wel eens van dat ik zelf vroeg moest stoppen.” Gelukkig heeft hij in het trainersvak, eveneens zijn passie gevonden. Zo ook, de afgelopen drie jaar, als trainer van OFB. “Dat waren drie heel mooie jaren, met onder meer promotie naar de vierde klasse. Vorig seizoen was wel pittig, dus ik was blij dat we ons handhaafden via de nacompetitie en dat het erop zat.” Inmiddels vol nieuwe energie, is Legierse blij om weer terug op het oude nest te zijn. “Het bevalt heel er goed!”

Eerlijkheid

Desondanks weet hij, dat de uitdaging dit seizoen groot zal zijn. “We hebben een kleine groep en geen jeugd, daardoor is het allemaal heel broos. Het is echt zaak om alles bij elkaar te houden, al weten we dat het lastig gaat worden. Maar daar lopen we niet voor weg.” Lastig of niet, Legierse kan niet wachten om straks echt te beginnen. “Het is een heel hechte groep, dus als we de balans kunnen vinden tussen gezelligheid en prestatie, ben ik tevreden.”

Kijken naar een plek op de ranglijst, doet hij voorlopig nog niet. “Het is voor nu een beetje afwachten en kijken wie er beschikbaar is. Dan gaan we het vanzelf gewoon zien.” Al doet die instelling niks af, aan zijn fanatisme. “Ik ben bloedfanatiek en kan niet tegen mijn verlies, maar heb wel geleerd om te relativeren.” En om te zorgen voor rust. “Dat is in mijn ogen toch wel het belangrijkste. Je hoort hier en daar wel het één en ander, en dan vond ik het de afgelopen jaren behoorlijk onrustig bij de club. Daarom hoop ik vooral duidelijkheid en structuur te brengen.”

Iets wat naar eigen zeggen, vrij goed bij hem past, lacht Legierse. “Eerlijkheid voert bij mij de boventoon. Ik ben eerlijk en ga er soms, als het nodig is, met gestrekt been in. Gewoon normaal doen en geen valse beloftes maken. Het is zoals het is.” Ook in het veld. “Er moet altijd een plan zijn. Ook op ons niveau. Trainers willen vaak graag allemaal opbouwen, maar uiteindelijk levert dat maar weinig goals op. Dus gaat het om een stukje omschakeling.”

Van een plan A, tot en met B en misschien wel C. “Dat kost tijd en energie, maar die steek ik er met alle liefde in.” Want dat FIOS een speciaal plekje heeft in zijn voetbalhart, mag duidelijk zijn. “Achthuizen en FIOS houden wel van een feestje, dus daar was ik de afgelopen jaren regelmatig bij. Als ik niet met OFB moest spelen, ging ik ook altijd nog kijken. Dit voelt voor mij echt als thuiskomen.”

Al voelde dat bij zijn vorige club ook zo, moet Legierse eerlijk toegeven. “Daar had ik nog makkelijk tien jaar door kunnen gaan. Hopelijk heb ik datzelfde gevoel hier straks ook.” Want aan stoppen, denkt hij nog lang niet. “We moeten eerst even een maand of twee aan elkaar wennen, dan kunnen we aan het einde van dit kalenderjaar kijken wat er in de toekomst mogelijk is. En hopelijk kunnen we dan nog jaren met elkaar door.”

Wachten tot het competitievoetbal straks weer losbarst, kan Legierse dan ook eigenlijk niet. “We gaan er echt een groep van maken, iedere week hard werken en 90 minuten lang gas geven, precies zoals de mensen van FIOS gewend zijn. Daarna is het tijd voor gezelligheid, ontspanning en humor.” Met hier en daar, het nodige succes. “Het komt wel goed met ons!”

‘Laten zien dat we de beste spelers hebben’

0

Na een leuk, maar wisselvallig seizoen, heeft Lucas Breedveld het gevoel dat er afgelopen jaar meer in had gezeten voor WFB. Want ondanks dat de vijfdeklasser via de nacompetitie zicht had op promotie, kwam die er uiteindelijk niet. “We konden onze vorm niet lang genoeg vasthouden.”

Daarmee vat de buitenspeler van de ploeg uit Ouddorp het seizoen eigenlijk in één zin samen, zo blijkt. “We hebben een hoop leuke wedstrijden gespeeld, maar op de momenten dat het écht moest, lukte het niet meer.” Een kwaaltje waar ze al wel langer last van hebben, vertelt de 22-jarige Breedveld. “Sommige mensen zeggen dat het typisch WFB is. Ik weet ook niet zo goed waar het door komt.” En hij niet alleen. “Het lijkt dan alsof we het voetballen een beetje kwijt zijn en ons laten leiden, in plaats van andersom.”

Vorm vasthouden

Breedveld blijft dan ook, ondanks een derde plaats en deelname aan de nacompetitie, een klein beetje met een dubbel gevoel achter. Na afgelopen seizoen. “Ik denk dat er meer in had gezeten. Zeker als we onze vorm, die we in veel wedstrijden hadden, langere tijd door hadden kunnen trekken. Al werd Vlotbrug meer dan terecht kampioen. Die waren echt gewoon beter.” Maar ondanks het gat van 23 punten, heeft Breedveld er alle vertrouwen in dat WFB dit jaar écht mee kan doen om de titel. “We gaan zeker voor promotie, en willen eigenlijk gewoon kampioen worden.” Toch klinkt dat makkelijker, dan het daadwerkelijk is, beseft ook de inwoner van Rotterdam zich. “Dat lukt alleen als we onze vorm wedstrijden achter elkaar vast kunnen houden. Dat is het belangrijkste. Koste wat kost willen winnen en laten zien dat we de beste spelers hebben.”

Want qua spelersgroep, zit het wel goed, vindt Breedveld. “We hebben heel veel kwaliteit. Die krachten moeten we zien te bundelen.” Met hem, als hardwerkende buitenspeler. “Aan de bal lukt het niet altijd, maar dat heeft ook met zelfvertrouwen te maken. Ik ben vooral iemand die veel loopt, ruimte creëert en niet stopt met jagen tot ik de bal heb.” En dat doet de linkspoot, het liefste vanaf de rechterkant. “Dan kan ik naar binnen komen.” Vaker om een eindpass te geven, dan zelf te schieten. “Ik geef liever een assist, dan dat ik een goal maak.”

Te lang door

Al heeft Breedveld dat in zijn voetballeven tot nu toe minder vaak kunnen doen, dan hij hoogstwaarschijnlijk zelf had gehoopt. “Op mijn negentiende ben ik een jaar lang gestopt, omdat ik continu last had van blessures.” Vooral zijn bilspieren en hamstrings, speelden hem in het verleden nogal eens parten. “Dat begon toen ik zestien of zeventien was. Uiteindelijk moest ik van de fysio stoppen.”

En ook afgelopen seizoen, kampte Breedveld met de nodige fysieke problemen. “Aan het begin kreeg ik last van mijn knieën, omdat de pezen onder mijn knieën zijn afgezwakt. Het duurt lang voordat die aansterken.” Sinds maart inmiddels weer helemaal fit, probeert hij die lastige periode achter zich te laten. “Het was heel frustrerend. Niks hielp en het schoot niet op, dus dacht ik op een gegeven moment: ik kap ermee.” Maar niet voor lang dus. “Het blijft toch altijd kriebelen. Ik wil gewoon voetballen, omdat ik het leuk en gezellig vind.”

Met oefeningen en voldoende rust, ging het uiteindelijk over, vertelt hij. “Het volledig stoppen heeft geholpen, hoe lastig dat ook was. Zeker als je minuten bij één kan maken, kan je het niet laten. Maar stiekem ga je dan te lang door.” Want zonder WFB, kan Breedveld eigenlijk niet. “Ik voetbal hier al vanaf dat ik kan lopen, toen ik een jaar of vier was. Die gasten en het team, maken het leuk. Het is gewoon megagezellig.”

De student Facilitymanagement ziet zichzelf dan ook niet zo snel het shirt van een andere club dragen. “WFB is voor mij meer dan alleen voetbal. We hebben een jong team, dus ook op sociaal vlak, ligt onze groep heel erg op één lijn. Daardoor doen we ook veel dingen buiten de voetbal. Ik kijk er heel de week naar uit, om weer met die gasten te gaan voetballen.” Kortom. “Ik ben niet van plan om hier ooit weg te gaan.”