Home Blog Pagina 2

Een lekker debuutseizoen draaien is voor Sander de Blaeij het hoofddoel

GROEDE – Nadat hij afgelopen seizoen al bijna wekelijks een dubbel weekend draaide bij zijn club, is de net 17-jarige Sander de Blaeij sinds deze zomer definitief overgestapt naar de 1e selectie. ‘Daar wil ik vooral proberen om een lekker en positief debuutseizoen te draaien en zo vaak mogelijk in de basis te starten. We hebben een nieuwe groep en dus liggen er voor mij mooie kansen.’

De inwoner van Nieuwvliet heeft vorig seizoen zowel wedstrijden gespeeld bij de O19 op zaterdag en vrijwel wekelijks ook op de zondagen bij het eerste elftal. “We zijn sinds dit seizoen overgestapt naar het zaterdagvoetbal en dan is combineren niet langer mogelijk. Daarop is besloten dat ik, samen met nog een paar jongens, zou worden doorgeschoven naar de senioren en tot nu toe gaat dat niet onaardig. Ik krijg van trainer Serge Laprade volop kansen en die probeer ik met beide handen te grijpen.”

De stap van het zondag- naar het zaterdagvoetbal is voor Groede in het begin nog geen onverdeeld succes. “Het is lastig voor ons. We hebben een hoop ervaring ingeleverd met het stoppen van zowel Bart als Arno van de Hemel. Die zijn niet eenvoudig te vervangen. Toch denk ik wel dat er vanuit talentvolle spelers zijn overgekomen en ook van buitenaf enkele gasten de groep hebben versterkt. Het is nu alleen nog een beetje zoeken naar de juiste formatie en dat vraagt tijd.”

Het doel van de ploeg is volgens De Blaeij om dit seizoen bovenin mee te strijden al is de start daarvan dus geen afspiegeling to nu toe. “Het is voor ons natuurlijk ook wel afwachten allemaal. Van sommige teams weten we wel iets maar andere tegenstanders zijn voor ons nieuw en dus ook onbekend. Dat is dus afwachten. Voor mezelf is, ondanks dat ik ook vorig jaar al meetrainde en speelde, de stap naar senioren best groot. Fysieker voetbal en alles gaat toch echt veel sneller dan in de jeugd.

Bovendien sta ik nu als verdediger tegen slimme spitsen die behoorlijk wat fysieker zijn dan ik. Daar probeer ik me nu steeds beter en vooral slimmer te wapenen. Zoiets gaat met vallen en opstaan. De ene week lukt dat goed en een wedstrijd later moet ik alle zeilen bijzetten. Het leuke is wel dat ik elke wedstrijd opnieuw weer dingen leer en mezelf steeds sneller ontwikkel als voetballer.”

Een belangrijke kwaliteit van de voorstopper komt hem nu in het seniorenvoetbal overigens uitstekend van pas. “Ik heb altijd wel rust aan de bal en doe over het algemeen nooit domme dingen in het veld. Simpel spelen, ballen veroveren en ze inleveren bij een ploeggenoot die meer creatief is aan de bal dan ik. Zo probeer ik te spelen en op zo’n manier van waarde te zijn voor het elftal.”

Volgens De Blaeij is de stap naar het zaterdag een goede beslissing geweest en ziet hij voor de toekomst de sportieve kansen bij Groede positief in. “Er zijn nu een aantal jonge spelers doorgekomen naar de selectie en ook in de samenwerkende jeugdopleiding Westkust zitten spelers die talent hebben. Het zal even tijd kosten om de poppetjes allemaal op de juiste plek te zetten. Maar voor de toekomst ziet het er hier op het dorp zeker goed uit. Voor mij gaat het erom dat ik hier de komende jaren basisspeler kan zijn. Ik zit bij een prachtige club en hoop dat die nog lang voor het dorp behouden kan blijven.”

Ties Buijs ziet weer volop perspectief bij Hontenisse

KLOOSTERZANDE – Het afgelopen voetbalseizoen was er voor Ties Buijs eentje die zich deed kenmerken als een competitie met twee gezichten. Waar hij voor de winterstop niks speelde daar zag hij zich na de winterperiode elke week terug in de basis bij Hontenisse. Die basisplek heeft hij ook nu in zijn tweede seniorenseizoen weten te behouden.


“Dat is wel erg prettig moet ik toegeven. Ik was vorig jaar bij de selectie gekomen maar onder Carlo van Grimberghe kreeg ik geen kans en speelde ik vrijwel niks. Mijn perspectief veranderde toen in de winterstop Carlo besloot te stoppen en werd opgevolgd door interim-trainer Marc de Kunder. Onder Marc speelde ik, mede door blessures bij andere spelers, daarna alles. Ik kwam daardoor lekker in mijn ritme en voelde dat ik ook kon meekomen in het elftal en op dit niveau. Toen jongens terugkeerden en fit werden heb ik mijn plek weten te houden.”

Soms kan een trainerswissel zorgen voor andere inzichten en kansen op momenten dat je ze niet verwacht. “Dat was bij mij dus ook zo. Ik heb een kans gekregen en het in de ogen van de trainer goed gedaan. Dit seizoen hebben we in Arno Verlinde een nieuwe trainer gekregen en begon iedereen weer op nul. Voor mij was het een extra motivatie om ervoor te zorgen dat ik nu direct vanaf de start van het seizoen mezelf wilde tonen. Dat bleek voldoende om Arno te overtuigen en sinds de voorbereiding heb ik me opnieuw in de ploeg kunnen voetballen.”

Buijs is afkomstig uit Graauw en op zijn dertiende maakte hij vanuit de jeugd de overstap naar Hontenisse. “In de jeugd was ik voornamelijk middenvelder maar nu bij het eerste speel ik als rechtsback. Een fijne positie omdat ik daar mijn duelkracht optimaal kan gebruiken. Fysiek in de slag met de aanvallers en waar het kan dan zo simpel mogelijk spelen. Ballen veroveren en spelen naar een ploeggenoot in het juiste kleur shirt. Ik had in de jeugd altijd het doel om hier het eerste elftal te halen. Dat is gelukt. Nu is het mijn doel om zo lang mogelijk in het elftal te blijven. Ik heb laten zien dat ik dit niveau van vierde klasse aankan en dat geeft wel een positief gevoel. Blijven doorknokken en wachten op mijn kans. Toen ik die kreeg heb ik die met beiden handen aangepakt.”

Waar Hontenisse graag bovenin wil meedraaien daar wil de pas 19-jarige Buijs vooral proberen om het hele seizoen basisklant te blijven. “Zoveel mogelijk speelminuten maken is voor mij wel de eerste doelstelling. Doorgroeien als speler ook. Want ik heb nog alles te leren en alles te bewijzen. Je bouwt ervaring op door wedstrijden te spelen.

Vorig jaar heb ik een heel jaar meegetraind maar pas als je het in wedstrijden mag tonen groei je. De spanning is anders en je maakt ook fouten. Daar probeer ik van te leren en het daarna beter te doen. Qua coaching moet het sowieso nog beter, mezelf meer laten horen. Maar ook aanvallend momenten beter herkennen en meer meedoen aan het spel. Nee, ik heb blij met hoe het nu gaat maar ben er nog lang niet. Het seizoen verloopt voor mij positief tot nu toe en het is zaak om die stijgende lijn de komende jaren door te trekken.”

Koewacht en Joep Bauwens hopen op sportief betere tijden

KOEWACHT – De laatste punten die RKVV Koewacht in een competitieduel behaalde dateren alweer van 8 maart 2026, zeven maanden geleden. Toen werd er met 2-1 gewonnen van SDO’63. Sindsdien heerst er een puntendroogte bij de vijfdeklasser. Verdediger Joep Bauwens hoopt dan ook op sportief betere tijden.

“Het mooie aan Koewacht is wel dat de sfeer altijd goed blijft. Ongeacht de resultaten is er geen wanklank onderling. Natuurlijk wil iedereen winnen en zijn we zuur als dat niet lukt, maar dat doet gelukkig aan de sfeer in de spelersgroep of onder de supporters niets af. Iedere voetballer wil graag wedstrijden winnen maar we zitten nu gewoon in een mindere periode qua resultaten. Er zijn veel ervaren spelers gestopt en ook op het vlak van trainers is er de afgelopen jaren een aantal wisselingen geweest. Dat is nooit ideaal om vastigheid te krijgen als spelers. Dat in nou eenmaal de realiteit.”

De 22-jarige linksback is vooral erg realistisch als hij kijkt naar zijn ploeg die ook dit seizoen nog puntloos is in de 5e Klasse A van het zondagvoetbal. “We zitten in een competitie met, op Graauw en SDO’63 na, bijna louter Brabantse ploegen. Die spelen fysieker en slimmer. Maar die beschikken ook allemaal wel over een aantal ervaren spelers. Dat is wat wij nu, zeker na het stoppen van wat bepalende spelers, nu in wedstrijden missen. Het is allemaal erg jong en onervaren. Op termijn kan dat natuurlijk wel weer groeien maar voor nu zorgt dat soms dat we puur op slimheid en ervaring ook wedstrijden verliezen.”

De afgelopen 4 seizoenen maakt Bauwens deel uit van de eerste selectie en zag dus door bovenstaande oorzaken dat er momenteel nog altijd een ploeg in opbouw staat. Met dit seizoen in de persoon van Marino d’Hooge opnieuw een andere trainer voor de groep. “Qua speelstijl en speelwijze is dat dus voor ons opnieuw aanpassen. Het is voor ons nu het doel om dit seizoen toe te werken naar een vaste groep, is meer automatismen en dat we weer wat sportieve succesjes kunnen boeken.”

Al sinds zijn vierde loopt de linksbenige verdediger rond op sportpark Berlaere en ziet zich daar ook niet snel vertrekken. “Bij de F’jes ben ik hier begonnen en speel sinds vier jaar nu in het eerste elftal. Dat bevalt me ondanks dat we weinig punten halen nog altijd super. Zeker ook omdat ik nu met mijn jongere broertje Rens samen in het eerste voetbal. Ik ben stijf links en sta links achterin, hij speelt als rechtsback. Dat samen trainen en wedstrijden spelen blijf ik elk keer opnieuw weer speciaal vinden. En als dan onze ouders als supporter langs de lijn staan… Wat zou ik nog meer wensen dan?”

Het enige waar hij aan kan denken qua wensen is het behalen van punten. “Dat zou welkom zijn. Want soms spelen we niet onaardig maar maken we kansen niet af of lopen dan door een persoonlijke fout ineens achter de feiten aan. Vorig jaar hadden we vier punten, veel te weinig eigenlijk. Nu staan we nog puntloos. Dus dit jaar meer punten halen dan afgelopen seizoen, daar zou ik al blij mee zijn. We moeten gewoon keihard blijven werken, inzet tonen en dan hopen op sportief betere tijden. Dat zou het seizoen al wat kleur geven.”

Sven de Wilde wil nu graag verder groeien in het trainersvak

0

HULST – Hij speelde in het verleden in de jeugd bij HVV’24 en was actief als en verzorger bij het reserveteam. Maar in 2012 vertrok Sven de Wilde naar FC Axel waar hij aan de slag ging als verzorger bij het eerste elftal. Een rol die hem tot op de dag van vandaag op veel bijzondere plekken bracht. En een vracht aan mooie ervaringen opleverde. Sinds dit seizoen is hij echter terug als trainer bij HVV’24, als eindverantwoordelijke van het tweede elftal dat uitkomt in de Reserve 1e Klasse.

“Een pittig niveau maar wel prachtig om nu weer bij mijn club en in mijn woonplaats te proberen om met deze goeie spelersgroep ons te handhaven. Dat wordt een flinke kluif voor iedereen maar we gaan er vol voor. Ik denk dat we voldoende in ons mars hebben om samen die klus te klaren.”

De 33-jarige Hulstenaar is sinds hij in 2012 als verzorger in Axel begon ook daarin steeds verder gegroeid. Zodanig zelfs dat hij al diverse keren als verzorger actief was op de Afrika Cup met verschillende landen. Momenteel is De Wilde verzorger bij Oeganda en zal hij in 2027 met dat land opnieuw deelnemen aan het prestigieuze landentoernooi. “Dankzij de Belgische trainer Paul Put heb ik enorm veel mooie kansen gehad en ervaringen beleefd. Tussendoor heb ik ook nog 7 jaar de dames van v.v. Hontenisse getraind en was ik assistent-trainer bij Carlo van Grimberghe bij het eerste elftal. Toen merkte ik toch ook dat het trainersvak weer meer begon te kriebelen. Ik heb een Uefa-B diploma en wil ook nu mijn vleugels als trainer weer verder uitslaan. Samen met een groei technisch en tactisch naar een doelstelling toewerken dat is toch wel heel erg mooi.”

De kans op ontwikkeling van zijn voetbalvisie als trainer krijgt hij volop bij HVV’24. Met de club zijn goede afspraken gemaakt als het gaat om een rol als verzorger bij onder meer de nationale bond van Oeganda. “Dat is allemaal prima geregeld. Ik heb in Angelo Verbraeken een geweldige assistent, al vind ik oprecht dat we de uitdaging om met het tweede ons te meten op dit niveau sámen doen en even verantwoordelijk zijn. Angelo heeft enorm veel ervaring en heeft als speler geweldige successen behaald. In mijn eerste periode als trainer bij HVV’24 begon ik ooit als assistent bij Angelo en was mijn vader grensrechter. Prachtig dat ik nu weer met Angelo mag werken, al zijn de rollen op papier nu omgekeerd.”

Een tegenvaller is wel dat sinds de start van de voorbereiding de spelers als bosjes wegvielen met blessures. Geen overbelasting maar veel door botte pech of overtredingen. “We hebben stevig getraind met hogere intensiteit. Noodzaak ook omdat ze na het behaalde kampioenschap nu op een hoger niveau moeten spelen. Dat heeft invloed maar de blessures zijn vooral de oorzaak van impact in duels. Balen maar het is niet anders. Gelukkig komen er wekelijks een aantal jongens van het eerste bij. En hoewel de start niet best was qua punten zie ik wel dat we voetballend niet onderdoen.

Als we straks weer op sterkte zijn dan ben ik overtuigd dat we gaan klimmen. De jongens pakken de tactiek en speelwijze goed op, we voetballen goed alleen moet het balletje goed vallen en dan ga ik er vanuit dat we onze doelstelling gaan bereiken. Het is fijn om op verschillende manieren in het voetbal, lokaal en internationaal, kansen te krijgen. Nu hoop ik ook op het trainersvlak de komende jaren te groeien. De ambitie is er in elk geval en je weet nooit waartoe die uiteindelijk gaat leiden.”

CWO kampioen met een lach en een traan

0

Na drie seizoenen in de derde klasse is CWO terug in de tweede klasse. De Vlaardingse ploeg van trainer Dennis van der Waal (41) pakte afgelopen seizoen de titel in de derde klasse G. Een kampioenschap waarin plezier, aanvallend voetbal en saamhorigheid centraal stonden. De ontknoping op de laatste speeldag zorgde voor een feest met dubbele gevoelens. „Het was een emotionele rollercoaster. We vierden het kampioenschap met een lach en een traan.”

Voor Van der Waal was het zijn tweede seizoen als hoofdtrainer van CWO. De trainer, in het dagelijks leven werkzaam bij Hogeschool Rotterdam, kent de club door en door. In 2015 begon hij er als assistent van Francisco Roque Da Silva, tegenwoordig juist zijn assistent. Later werkte hij onder Rafael Andrade. Na drie seizoenen vertrok Van der Waal naar Jong Excelsior Maassluis, waarna hij vier jaar assistent was van Henk de Zeeuw bij Zwaluwen.

Ondertussen was CWO uit de tweede klasse gedegradeerd. „Het gekke is dat dit gebeurde onder misschien wel de beste trainer die CWO heeft gehad: Jeff Stans. Ze hadden ontzettend veel pech en blessures en daarnaast was er sprake van versterkte degradatie. Dat heeft ze uiteindelijk de kop gekost.”

Na het eerste seizoen van CWO in de derde klasse keerde Van der Waal terug, ditmaal als hoofdtrainer. Zijn eerste opdracht was duidelijk. „We moesten zorgen dat alle neuzen dezelfde kant op gingen en saamhorigheid binnen de hele selectie creëren. Daarnaast wilden we ons nadrukkelijk richten op onze eigen jeugd.”

In zijn eerste seizoen eindigde CWO als zesde. De basis voor meer was gelegd en vrijwel de gehele selectie bleef bij elkaar. „Daarna hebben we heel gericht naar versterkingen in onze eigen omgeving gezocht. Bij CWO betalen we spelers niet. Ik geloof in het verenigen en je hebt afgelopen seizoen gezien wat dat kan opleveren.”

Geloof in de titel

Dat er iets moois mogelijk was, bleek direct tijdens de eerste competitiewedstrijd tegen Berkel, dat het seizoen ervoor als tweede was geëindigd. „Voor mij was Berkel een titelkandidaat. Ondanks dat we een rode kaart kregen, speelden we gelijk. Dat bevestigde het gevoel dat we mee konden doen.”

Dat vertrouwen groeide. Van der Waal wilde bovendien niet alleen winnen, maar ook aantrekkelijk voetbal spelen. „Mijn speelwijze is vergelijkbaar met die van Telstar onder Anthony Correia. Ik wil dat mensen langs de kant zeggen: wauw, dit is gaaf om naar te kijken. Aanvallend voetbal, met opkomende wingbacks. Volle bak vooruit.”

Plezier bleef daarbij de belangrijkste voorwaarde. „We spelen derde klasse, geen Champions League. Die jongens moeten plezier hebben en ik moet plezier hebben. Het moet voor iedereen een mooie zaterdagmiddag zijn.”

CWO, Kethel Spaland en Berkel maakten gedurende het seizoen de dienst uit. Na een overwinning op Kethel leek CWO met een voorsprong van acht punten zelfs comfortabel richting de titel te gaan. Toch werd het nog spannend. „We stapten thuis tegen Botlek op de bekende bananenschil en verloren met 2-0.”

 

Op de voorlaatste speeldag won CWO bij HBSS, terwijl concurrent Kethel Spaland met 3-0 achterstond tegen Botlek. Het kampioensfeest leek aanstaande, maar Kethel draaide de wedstrijd alsnog om en won met 4-3. Alles kwam daardoor aan op de laatste zaterdag. Kethel won met liefst 10-1 bij het al gedegradeerde Meeuwenplaat, waardoor CWO thuis tegen OVV niet mocht verliezen.

Lach en een traan

De Vlaardingers hielden het hoofd koel en wonnen met 2-0. „We hebben het volledig op eigen kracht gedaan, want we kregen absoluut niets cadeau van OVV. Het was echt zo’n typische kampioenswedstrijd.”

De openingstreffer maakte de ontknoping extra bijzonder. Justin, die vanwege ernstige knieproblemen vrijwel het gehele seizoen niet had gespeeld, scoorde met een omhaal. „Eigenlijk mocht hij helemaal niet meer voetballen, maar hij wilde de laatste wedstrijden ontzettend graag meedoen om onderdeel van het team te zijn. Uitgerekend hij maakte dat doelpunt. Inmiddels is hij gestopt.”

Daarnaast waren er binnen de selectie trieste familieomstandigheden. „Daardoor zaten er heel veel verschillende emoties bij. Het was een prachtig feest, maar wel met een lach en een traan.”

Komend seizoen is CWO na drie jaar weer tweedeklasser. Van der Waal verwacht een pittige competitie. „Het lijkt erop dat ze een aantal van de sterkste ploegen bij elkaar hebben gezet. Het is een enorm voetballende poule en ik verwacht heel mooie wedstrijden.”

Voorspellingen doet hij nog niet. „Als promovendus is het lastig om in de tweede klasse te blijven. Kijk maar naar Neptunus-Schiebroek afgelopen seizoen. Gelukkig is onze groep vrijwel volledig bij elkaar gebleven. Het stoppen van aanvoerde Mike van der Meer is vooral een echte aderlating.”

Na het kampioenschap wacht CWO dus een nieuwe uitdaging. Maar aan de belangrijkste ingrediënten verandert volgens Van der Waal niets: saamhorigheid, plezier en vooral aanvallend voetbal.

Nick Nagtegaal: Onverwachte bekerheld van de Tricolores

Als je Nick Nagtegaal vraagt naar zijn kwaliteiten als voetballer, zal hij niet snel beginnen over zijn scorend vermogen. De 21-jarige middenvelder van Excelsior Maassluis weet precies waar zijn kracht ligt. „Ik ben vooral een verdedigende middenvelder. Als het naar voren moet, gaat het fout”, zegt hij met een lach. Toch is het juist een doelpunt waarmee hij zijn naam definitief in de geschiedenisboeken van de Tricolores schoot.

Nagtegaal is geboren in Maassluis en begon op zesjarige leeftijd met voetballen bij Excelsior Maassluis. Na een paar jaar verruilde hij de club voor de jeugdopleiding van ADO Den Haag. Daar maakte hij kennis met een andere voetbalwereld en beleefde hij mooie jaren.

Vooral de buitenlandse toernooien zijn hem bijgebleven. „We hebben bijvoorbeeld een toernooi in Letland gespeeld. Daar speelden we onder andere tegen Zenit Sint-Petersburg. Dat was echt heel gaaf.”

Naast het voetbal volgde Nagtegaal een sportopleiding in Delft, die hij inmiddels heeft afgerond. Een deel van zijn lessen kreeg hij in het Haagse Zuiderpark. „Daar staat het nieuwe sportcentrum, op de plek waar vroeger het stadion van ADO Den Haag stond.”

Op zijn zeventiende besloot hij ADO achter zich te laten. Om verschillende redenen wilde Nagtegaal weer dichter bij huis voetballen en dus kwam zijn oude club opnieuw in beeld. Een stap terug voelde dat voor hem allerminst. De jeugdopleiding van Excelsior Maassluis speelt immers al jarenlang op een hoog niveau.

Inmiddels is hij bezig aan zijn derde seizoen bij de hoofdmacht. Een vaste waarde in de basis is hij nog niet. „Dit seizoen ben ik een paar keer vanaf het begin gestart, maar ik heb nog geen vaste basisplaats.”

Bekerheld

Zijn naam kent inmiddels echter vrijwel iedereen rond de club. Daarvoor moeten we terug naar 29 oktober 2025. Excelsior Maassluis ontving in het KNVB-bekertoernooi profclub Excelsior Rotterdam. De wedstrijd leek af te stevenen op strafschoppen toen uitgerekend invaller Nagtegaal in de 120e minuut toesloeg.

Zijn doelpunt betekende de uitschakeling van de Rotterdammers en bezorgde Excelsior Maassluis een plaats in de volgende bekerronde. Voor iemand die zichzelf bepaald niet als doelpuntenmaker omschrijft, kon het moment nauwelijks mooier.

„Het was echt ongelooflijk dat ik dat doelpunt maakte als invaller. Ik scoor echt helemaal niet vaak, dus dit is tot nu toe wel mijn hoogtepunt bij Excelsior Maassluis.”

De treffer leverde hem bovendien plotseling veel media-aandacht op. De beloning voor de stunt was een affiche waar heel Maassluis naar kon uitkijken: Ajax werd de volgende tegenstander. Hoewel Excelsior Maassluis opnieuw als thuisploeg gold, werd de wedstrijd gespeeld op Het Kasteel. Een nieuwe stunt zat er niet in. Ajax won met 7-2, maar voor Nagtegaal en zijn ploeggenoten was het opnieuw een bijzondere bekerervaring.

Harde klap

Het contrast met het einde van de competitie was groot. Excelsior Maassluis moest via de nacompetitie proberen het verblijf in de tweede divisie te verlengen. In de finale wachtte IJsselmeervogels.

Na een overwinning met één doelpunt verschil in de eerste wedstrijd waren de Tricolores dicht bij handhaving. In Spakenburg ging het alsnog mis. IJsselmeervogels won na verlenging met 2-0, waardoor Excelsior Maassluis degradeerde naar de derde divisie.

„Iedereen zat er na afloop wel goed doorheen. Je wint eerst die thuiswedstrijd en dan hoop je natuurlijk dat je het in de return kunt afmaken. Dat het dan in de verlenging misgaat, komt hard aan.”

Trainer Geert-Arend Roorda bleef de club trouw en met een flink gewijzigde selectie begon Excelsior Maassluis aan de derde divisie. Dertien spelers vertrokken en daar kwamen verschillende nieuwe gezichten voor terug.

Ook het voetbal is veranderd. „In de tweede divisie waren we vaker de ploeg die moest reageren op de tegenstander. Nu zijn we regelmatig de bovenliggende partij. Dat vraagt om een andere manier van voetballen.”

De ambitie is duidelijk. Excelsior Maassluis wil zo snel mogelijk terug naar het hoogste amateurniveau en daarvoor moet de ploeg bovenin meedoen. Nagtegaal weet tegelijkertijd dat de derde divisie geen competitie is waar je zomaar even doorheen wandelt.

„We hebben succes nodig en willen voor de bovenste plekken spelen, maar je mag deze competitie absoluut niet onderschatten. Kijk maar naar Scheveningen. Die degradeerden uit de tweede divisie en vlogen daarna ook meteen uit de derde divisie.”

Op zijn plek

Buiten het voetbal heeft Nagtegaal het eveneens dicht bij huis gezocht. Hij werkt bij Lely in Maassluis. „Het is een groot bedrijf met ontzettend veel mogelijkheden om door te groeien.” De combinatie met voetballen bij Excelsior Maassluis is daardoor praktisch.

Voorlopig heeft de 21-jarige dan ook weinig reden om verder te kijken. Na zijn jaren bij ADO Den Haag is hij terug op de plek waar het voor hem allemaal begon en heeft hij inmiddels zijn eerste bijzondere momenten in het eerste elftal achter de rug.

Andere clubs? Daar is Nagtegaal voorlopig niet mee bezig. Hij voelt zich uitstekend op zijn plek bij de Tricolores. Eerst maar eens proberen om een vaste basisplaats te veroveren en met Excelsior Maassluis de weg omhoog weer in te slaan.

En misschien nog een keer scoren. Al zal hij zelf waarschijnlijk de eerste zijn om te zeggen dat je daar beter niet op kunt rekenen.

Trainer Delgado dos Santos kiest bij Excelsior Maassluis voor ontwikkeling

Sinds dit seizoen staat Wayne Delgado dos Santos als hoofd jeugdopleidingen aan het roer van de jeugdopleiding van Excelsior Maassluis. De 40-jarige Rotterdammer verruilde daarvoor bewust het hoofdtrainerschap voor een andere rol. Voorlopig althans. “Ik ben een voetbaltrainer die HJO is geworden. Uiteindelijk verwacht ik dat ik ooit weer als hoofdtrainer aan het werk ga.”

Aan ervaring langs de lijn ontbreekt het Delgado niet. Al zo’n achttien jaar is hij actief als trainer. Zijn eerste stappen zette hij bij VOC, terwijl hij zelf nog voetbalde bij Schiebroek’94. Eerder kwam hij uit voor onder meer SVVSMC en VVOR en speelde hij in de jeugd van HOV.

Dat hij trainer werd, was aanvankelijk helemaal niet gepland. Delgado dos Santos zat op een gymnasium in Rotterdam waar veel leden van VOC rondliepen. “Ze waren al een tijdje op zoek naar een trainer en vroegen of het niets voor mij was. Zo ben ik bij Onder 17-2 begonnen.”

Het bleek het begin van een lange verbintenis. Delgado dos Santos schoof door naar Onder 17-1 en Onder 19-1 en kreeg later het tweede elftal onder zijn hoede. Tussendoor combineerde hij zijn werkzaamheden bij VOC zelfs met een trainersfunctie bij Spartaan’20. “Ik deed de Onder 19 van VOC en het tweede van Spartaan’20. Dat kon toen nog. Ik was single en had geen kinderen”, zegt hij lachend.

Toen de KNVB met de Onder 21-competitie begon, keerde Wayne terug bij Spartaan’20 om dat elftal twee seizoenen te leiden. Ondertussen haalde hij zijn trainersdiploma’s. Uiteindelijk beschikte hij over de papieren om als hoofdtrainer aan de slag te kunnen. Die kans kreeg hij bij zijn vertrouwde VOC, waar hij Mark Weel opvolgde.

Na zeventien jaar bij de Rotterdamse club vond Delgado dos Santos het tijd voor verandering. “Ik vind VOC nog steeds een geweldige club en had het er uitstekend naar mijn zin. Toch voelde ik dat ik iets anders moest gaan doen.”

Andere fase

In het dagelijks leven werkt Delgado dos Santos als manager wonen bij woningcorporatie Stedelink. Via een collega kwam DSO op zijn pad. De club had hem al eerder benaderd en uiteindelijk besloot hij in te stappen als hoofdtrainer. Toen hij tekende kwam DSO nog uit in de vierde divisie, maar degradatie was vrijwel onafwendbaar en Wayne startte dan ook in de eerste klasse. Ook daar voelde Wayne zich snel thuis. Toch besloot hij daar te stoppen. Niet vanwege het voetbal, maar omdat zijn privésituatie veranderde. “In februari werd ik voor de tweede keer vader. Toen heb ik besloten dat ik het wat rustiger aan wilde gaan doen.”

Excelsior Maassluis was overigens geen onbekende voor hem. Nog voordat hij bij DSO begon, had de club hem al benaderd voor de functie van hoofd jeugdopleidingen. Destijds koos hij voor het hoofdtrainerschap. Twee jaar later klopten de Tricolores opnieuw aan.

“Toen zat ik in een andere fase van mijn leven. Nu paste deze functie veel beter dan twee jaar geleden.”

Eigen jongens

Delgado dos Santos, geboren en getogen in Rotterdam en daar naar eigen zeggen nog altijd trots op, hoefde niet lang overtuigd te worden van de mogelijkheden in Maassluis. Hij ziet Excelsior Maassluis als een van de toonaangevende verenigingen in de regio Rijnmond. Hoewel het eerste elftal afgelopen seizoen degradeerde, is de aantrekkingskracht van de club volgens hem onverminderd groot.

Vooral de visie op de jeugdopleiding spreekt hem aan. “Er ligt hier een duidelijk idee over hoe de club het wil neerzetten. Er is een visie op de manier waarop het eerste elftal moet worden gevuld, met nadrukkelijk aandacht voor spelers uit de eigen opleiding. Het leeuwendeel van de selectie bestaat ook echt uit jongens van Excelsior Maassluis.”

Tegelijkertijd ziet Delgado dos Santos voldoende ruimte voor verbetering. “Een aantal teams speelt momenteel beneden het niveau waar we vinden dat ze thuishoren. Er zijn clubs in de omgeving die ons voorbij zijn gestreefd. Daar willen we weer een stap in maken.”

Dat betekent volgens hem niet dat kampioenschappen binnen de jeugdopleiding plotseling het belangrijkste doel worden. Ontwikkeling blijft vooropstaan.

“De ambitie verschilt per lichting, maar we willen werken vanuit de filosofie van Excelsior Maassluis. Uiteindelijk is het einddoel dat we spelers afleveren voor het eerste elftal. Als je spelers op de juiste manier laat groeien, ze tussen de verschillende lichtingen goed begeleidt en zorgt voor goede trainers, dan geloof ik dat de resultaten vanzelf volgen. Op middellange termijn gaat dat ook kampioenschappen opleveren.”

Ook wanneer talentvolle spelers de overstap naar een BVO maken, ziet Delgado dos Santos dat als een compliment voor de opleiding. “Die jongens worden hier met trots uitgezwaaid.” Daarbij heeft Excelsior Maassluis een samenwerkingsverband met Sparta Rotterdam.

Of Delgado zelf definitief afscheid heeft genomen van het hoofdtrainerschap? Daar gelooft hij niet in. Tijdens een kennismaking met de ouders binnen de jeugdopleiding maakte hij daar geen geheim van.

“Ik heb door mijn ervaring kennis van beleid en kan ook prima stukken schrijven. Deze functie kan ik goed invullen. Maar diep van binnen ben ik een trainer. Ik verwacht daarom dat ik op langere termijn zeker weer als hoofdcoach op het veld zal staan.”

Marco Jalink: ‘Een mooie uitdaging bij Zwaluwen’

Met Marco Jalink  en Delano a Cohen heeft Zwaluwen dit seizoen gekozen voor een bijzondere trainersconstructie. De ervaren Jalink is officieel hoofdtrainer, terwijl a Cohen bij hem stage loopt en zijn trainerspapieren gaat halen. In de praktijk is de rolverdeling minder strikt. ”We gaan het echt samen doen.”

Jalink heeft een lange staat van dienst in het voetbal. Tot zijn 32ste speelde hij onder meer voor VCV Zeeland in het betaalde voetbal. Daarna koos hij voor het trainersvak en stond hij bij diverse clubs voor de groep. Zijn laatste klus was bij CVV Zwervers uit Capelle aan den IJssel.

Dat hij bij Zwaluwen terechtkwam, was geen toeval. “Er is altijd goed contact geweest tussen mij en Han Nijgh van voetbaltechnische zaken. Delano heeft bij Zwaluwen gevoetbald en kent de club natuurlijk heel goed. Ze wilden hem graag als trainer halen, maar hij heeft nog niet alle benodigde trainerspapieren. Daarom ben ik dit jaar hoofdtrainer en loopt Delano bij mij stage. Maar we doen het samen.”

Jalink en a Cohen kennen elkaar al lange tijd. Beiden komen uit Hellevoetsluis en hebben een goede band. “Ik heb in het verleden een horecazaak gehad en daar kwam Delano regelmatig over de vloer. We kennen elkaar heel goed, dus het één-tweetje was snel gemaakt.”

Jalink gaat a Cohen helpen zich verder te ontwikkelen als trainer. Het plan is dat de jonge oefenmeester volgend seizoen de rol van hoofdtrainer overneemt. ”Hij moet uiteraard wel slagen voor zijn cursus, maar gezien zijn capaciteiten verwacht ik dat dat geen probleem is.”

De constructie zorgde al snel voor verhalen dat Jalink slechts als stroman zou fungeren. Daar is volgens hem absoluut geen sprake van. ”We doen het met zijn tweeën. Ik zit gewoon in de dug-out en coach het elftal. Ik ben er ook het type niet voor om op de bank te zitten en mij vervolgens niet met de coaching te bemoeien.”

Sportief wacht een flinke uitdaging. Zwaluwen promoveerde twee seizoenen geleden naar de derde divisie en eindigde afgelopen seizoen onder Luigi Bruins knap als achtste. Bruins vertrok vervolgens naar Katwijk. “Het is de bedoeling om van Zwaluwen een stabiele derde divisionist te maken. De basis van de selectie is grotendeels gebleven, maar wij leggen wel andere accenten. We zetten bijvoorbeeld anders druk dan vorig seizoen.”

Daarbij kregen ook de spelers inspraak. ”We hebben veel met de groep gesproken en zij hebben behoorlijk wat input geleverd. Natuurlijk hebben wij verteld hoe wij het willen zien. De groep wilde graag op deze nieuwe manier spelen.”

De resultaten in de voorbereiding waren wisselend. ”We zijn tegen wat nederlagen aangelopen, maar dat is niet erg. Tegen Barendrecht verloren we van een ploeg die verder was dan wij. Als je maar een stijgende lijn ziet.” Die zag Jalink tegen Excelsior Maassluis, toen Zwaluwen met 1-1 gelijkspeelde na een late gelijkmaker. ”Alleen tegen JOS/Watergraafsmeer gingen we er hard af.”

Jalink verwacht een zware competitie. ”De derde divisie is enorm sterk. Ploegen als FC Lisse, Excelsior Maassluis, VVSB en FC Rijnvogels draaien vaak bovenin mee. En dan heb je ook RBC, dat over een behoorlijk budget beschikt.”  Toch kijkt Zwaluwen niet alleen naar handhaving. ”We willen graag meedoen in de competitie. Maar bovenal willen we goed voetbal spelen, zodat er meer mensen komen kijken.”

 

Jalink voelt zich inmiddels thuis in Vlaardingen. ”Zwaluwen is een warme club met leuke en gezellige mensen. Van het bestuur tot de mensen achter de bar: iedereen is belangrijk. Dat maakt de club. Trainers zijn maar passanten. Ik vind het daarom belangrijk om goed contact te hebben met iedereen.”

Ook de samenwerking met a Cohen bevalt hem. Dat beiden soms anders naar voetbal kijken, ziet hij juist als een voordeel. ”Ik kom natuurlijk uit een andere generatie. We denken weleens anders, maar daar praten we goed over. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Tegenwoordig kiezen veel clubs voor jonge trainers omdat die goed aansluiten bij een spelersgroep. Delano en ik kunnen juist veel van elkaar leren.”

Mohammed Ayachi trotse jeugdvoorzitter van Zwaluwen

Met 53 jeugdteams, waaronder acht meidenteams, heeft Zwaluwen een omvangrijke jeugdafdeling. Aan jeugdvoorzitter Mohammed Ayachi (39) de taak om samen met een grote groep vrijwilligers alles in goede banen te leiden. Plezier en ontwikkeling staan daarbij voorop, maar de Vlaardingse club heeft ook een duidelijke sportieve ambitie. ”We willen onze eigen spelers opleiden en uiteindelijk klaarstomen voor het eerste elftal.”

Ayachi is geboren en getogen in Vlaardingen en voetbalde zelf tot zijn dertiende bij HSC, de club die later opging in CWO. Blessures, school en vrienden zorgden ervoor dat hij al jong stopte. ”Daar heb ik nog steeds heel veel spijt van. Het is wat het is, maar daarom probeer ik mijn zoon nu maximaal te stimuleren om te blijven voetballen.”

Via zijn jongere broer raakte Ayachi voor het eerst betrokken bij Zwaluwen. Hij hielp langs het veld en pakte regelmatig de vlag op. Toen later ook zijn zoon bij de club ging voetballen, werd zijn betrokkenheid steeds groter. Twee jaar geleden werd hij gevraagd als jeugdvoorzitter. Inmiddels begint hij aan zijn derde seizoen.

“Ik trof een vereniging met ontzettend veel ambitie. Niet alleen op prestatief gebied, maar juist ook als het gaat om plezier en ontwikkeling. Kinderen moeten zich hier veilig voelen en er moet plaats zijn voor iedereen. Zowel prestatief als recreatief.”

De afgelopen jaren is er organisatorisch het nodige veranderd binnen de jeugdafdeling. Waar voorheen slechts een beperkt aantal coördinatoren actief was, heeft iedere sectie inmiddels een eigen coördinator en zijn verschillende commissies ingevuld.

“Vrijwilligers kunnen we natuurlijk altijd gebruiken, maar het fundament staat. Het huis begint zich steeds verder te vormen en daarop moeten we nu doorbouwen.”

Daarbij kan Ayachi terugvallen op zijn professionele achtergrond. Hij studeerde bedrijfskunde en is operationeel manager bij een verpakkingsbedrijf dat exotische groenten verwerkt. Toch ontdekte hij al snel dat leidinggeven binnen een voetbalvereniging iets anders is dan binnen een bedrijf.

“Op je werk heb je afspraken en verplichtingen naar elkaar. Bij een vereniging werk je met vrijwilligers. Je kunt iemand aanspreken op afspraken, maar je moet altijd beseffen dat diegene zijn sleutels op tafel kan leggen en zeggen: ik stop ermee.”

Het vraagt soms om een andere aanpak. ”Ik zeg weleens: als je binnen een vereniging succesvol kunt zijn, dan lukt dat in het bedrijfsleven ook. Je kunt nu eenmaal niet iedereen tevreden houden. De beste stuurlui staan uiteindelijk altijd aan wal”, zegt hij lachend.

Ayachi omschrijft Zwaluwen vooral als een warme vereniging. ”Iedereen is welkom. We sturen sterk op veiligheid en normen en waarden. Daarbij moet er aandacht zijn voor alle leden en niet alleen voor de prestatieteams.”

Sportief wil de club de komende jaren nadrukkelijk inzetten op de eigen opleiding. Met het eerste elftal in de derde divisie ligt de lat hoog, maar Zwaluwen wil voorkomen dat het daarvoor vooral buiten de deur naar spelers gaat zoeken. “We willen echte Zwaluwen-spelers opleiden. Jongens die hier vanaf jonge leeftijd spelen en door goede interne begeleiding steeds beter worden. Onze voorkeur is spelers ontwikkelen in plaats van ze van buitenaf te halen.”

De stap naar het vlaggenschip is groot, erkent Ayachi. Toch verwacht hij dat de gekozen koers op termijn resultaat gaat opleveren. ”Onze visie is om spelers vanuit de jeugd te laten doorstromen naar het eerste elftal. Binnen twee à drie jaar zouden we daarvan de eerste resultaten moeten kunnen zien.”

Een jeugdopleiding bestaat volgens Ayachi bovendien uit meer dan trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen. Daarom organiseert Zwaluwen ook activiteiten buiten het veld, zoals PlayStation-avonden en eigen jeugdtoernooien rond de feestdagen. “Als je een warme vereniging wilt zijn, moet je meer bieden dan alleen trainingen en wedstrijden.”

Voor Ayachi zit de grootste voldoening uiteindelijk in iets wat nauwelijks in cijfers of resultaten is uit te drukken. ”Als ik hier om me heen kijk, ben ik vooral trots. Je ziet heel veel voetbal, maar vooral ook kinderen die plezier hebben. Ze staan met een glimlach op het veld en je ziet ouders die daar eveneens hun bijdrage aan leveren. Daar doe je het uiteindelijk voor.”