Home Blog Pagina 2

Frisse wind bij dames van Roosendaal

0

Bij de dames van Roosendaal staat er sinds deze zomer een nieuwe trainer voor de groep. Thomas van Ineveld (27) is doorgeschoven van de Meisjes Onder-20 naar het eerste elftal. „Er is een positieve vibe dit seizoen’’, vertelt de trainer.

Toen de vorige trainster van de Roosendaalse dames besloot na het vorige seizoen op te stappen, ging Shelley van Ham van de technische commissie op zoek naar een vervanger. Ver hoefde ze niet te zoeken. „Het is twee jaar geleden al ter sprake gekomen of ik de ambitie had om de Vrouwen 1 te trainen’’, verklaart Van Ineveld.

De stap naar het hoofdtrainerschap

„Eerst wilde ik het hoofdtrainerschap weer in de vingers krijgen na een periode als assistent’’, gaat hij verder. „Ook moest ik mijn UEFA C-diploma nog halen. Mijn beste vriend Dexten van Nijnatten kwam toen met het idee om samen een elftal te gaan trainen: de MO20.’’

Daar voelde Van Ineveld wel wat voor: „Ik had in het verleden een aantal jaar het team van mijn zusje getraind bij Roosendaal, dus was ik al ervaren in het meidenvoetbal. Daarnaast raken in en Dexten er niet over uitgepraat, het is echt heel fijn samenwerken.’’

Voor zijn periode bij de MO20 gaf Van Ineveld training aan jongens. „Niels van Osta (Hoofd Jeugdopleiding, red.) zag mij met een tactiekbord en een iPad in de weer toen ik trainer was van het team van mijn zusje’’, blikt hij terug. „Hij heeft toen gevraagd of ik een trainerscursus wilde gaan doen, onder begeleiding van een ervaren trainer. Dat kon toen bij de JO14.’’ Toch wilde Van Ineveld na drie jaar bij de jongens graag weer een meisjesteam trainen. „Meiden zijn een stuk dankbaarder’’, licht hij zijn stap naar de MO20 toe.

Klaar voor het eerste elftal

Na twee jaar bij de MO20 voelde Van Ineveld zich wél klaar voor de stap naar het eerste elftal. Van Nijnatten en Danny van Deventer completeren de staf. „Met Danny had ik al eens samengewerkt bij de JO14 en -15, dus wist ik dat hij een hele goede aanvulling zou zijn op Dexten en mij.’’

Een professionele aanpak

„Als eerste zijn we met de meiden die twijfelden om door te gaan bij Roosendaal in gesprek gegaan’’, licht Van Ineveld toe. „Ik heb aan hen duidelijk gemaakt dat iedereen op nul begint. Ze hadden een jaar achter de rug met degradatiezorgen en dat zorgt toch altijd voor een wat mindere sfeer. Wij wilden gaan voor een – bijna overdreven – professionele aanpak. Zo heb ik mijn zusje, die een achtergrond in de zorg heeft, betrokken als verzorgster. Daarnaast hebben we met teammanager Cindy en keeperstrainer Debbie een flinke staf, waardoor we iedereen de aandacht kunnen geven die ze verdienen.’’

Positieve tendens binnen de groep

„Onder anderen heeft Volkan Akdikan zijn best gedaan om bussen te regelen voor uitwedstrijden en heeft sponsor Impex nieuwe teamkleding verzorgd’’, gaat hij verder. „Ik denk mede door de positieve tendens, maar ook met een positief verhaal vanuit de staf, dat alle twijfelaars uiteindelijk toch zijn gebleven. Iedereen had er weer zin in. Ook trainen we één keer per week samen met de MO20, mede om het groepsgevoel tussen iedereen te stimuleren. Waar het soms moeizaam was vorig seizoen, merken we nu dat dat z’n vruchten af begint te werpen.’’

Hoe Mees Koevoets zich in de basis speelde bij SC Gastel

0

Zijn eerste kennismaking met het eerste verliep niet geheel vlekkeloos, maar inmiddels is Mees Koevoets (21) niet meer weg te denken op het middenveld van SC Gastel. De Gastelaar ging ten tijde van zijn doorbraak door een moeilijke periode, waardoor voetbal soms even niet belangrijk voelde. „Dat heeft veel impact op me gehad.’’

Koevoets is een echte jongen van de club. Al sinds hij zich kan heugen loopt hij rond op Sportpark Blankershove. „Ik ben bij Gastel begonnen met voetballen bij de kabouters’’, vertelt hij. Zelfs toen zijn ouders uit elkaar gingen en hij bij zijn vader in Stampersgat ging wonen, bleef hij de club uit zijn geboortedorp trouw. „Elke keer als ik in de kantine kom bij De Schutters, proberen ze me over te halen’’, lacht Koevoets.

„Maar ik heb er nooit over nagedacht een uitstapje te maken’’, gaat hij verder. „Bij Gastel spelen we op een hoger niveau en ik zit hier helemaal op mijn plek. Ik speel hier met een aantal jongens van mijn lichting in het eerste, dat maakt het extra leuk voor mij.’’

Het moment van zijn doorbraak weet Koevoets dan ook nog maar al te goed. Op zijn achttiende klopte toenmalig trainer Kees van Rooij bij hem aan: hij mocht meetrainen bij het eerste. „Daar was ik natuurlijk erg blij mee’’, herinnert hij zich. „Maar ik ging toen, samen met ons gezin, door een lastige periode. De ene keer kwam ik wel opdagen, de andere keer niet. Daardoor was de band tussen mij en Kees niet zo goed.’’

Koevoets verloor op vijftienjarige leeftijd zijn oudere stiefbroer. Het had een behoorlijke impact op hem, dat zich jaren later – rond zijn doorbraak – nog steeds uitte. „Het voetballen kon me niet zoveel meer schelen. Ik ging bijvoorbeeld de avond voor de wedstrijd stappen en hield daarbij geen rekening met de dag erna. Dan versliep ik me weleens. Daarmee gooide ik een beetje mijn eigen ruiten in, maar het kwam wel ergens vandaan. Het was jeugdigheid in combinatie met rouwen.’’

„Maar de club is me wel altijd blijven steunen’’, gaat Koevoets verder. „Ik was bijvoorbeeld heel goed met Sebastian Frik van het bestuur. Hij is ook de vader van mijn beste vriend Xavi en was mijn baas toen ik bij de Jumbo werkte. Ik zat regelmatig bij hem aan de keukentafel. Hij heeft me geholpen waar het kon.’’

Het seizoen erna (2024/25) kon Koevoets met een schone lei beginnen. Gastel stelde een nieuwe trainer aan: Stijn Biemans. Met deze trainer kon de jonge middenvelder wel goed door een deur. „Daarnaast heb ik mijn jeugdige streken in het verleden achtergelaten. Ik stond niet direct vanaf het begin in de basis, maar ik vond op een gegeven moment mijn plek op het middenveld.’’

Dat was op de tienpositie. Niet zijn favoriete rol op het middenveld. „Het liefst sta ik op zes of acht, omdat ik het spel dan kan verdelen. Voor een tien mis ik een stukje scorend vermogen, alhoewel ik wel de drive heb voor het drukzetten.’’

Dit jaar ziet Koevoets ook een nieuwe rol in de groep voor zichzelf weggelegd. „Er zijn veel nieuwe en jonge jongens bijgekomen. Voor mij wordt het – na twee jaar – wat bekender allemaal, dus wil ik die jongens graag betrekken en binden.’’

Mekkaoui (29) gaat de hele rechterflank bestrijken bij Kruisland

0

Kruisland heeft zich afgelopen zomer versterkt met de ervaren Nizar Mekkaoui (29). De flankspeler uit Oudenbosch heeft in zowel Nederland als België op het hoogste amateurniveau gespeeld en runt zijn eigen sportschool waar hij talenten van BVO’s fysiek klaarstoomt voor het profleven. „Ik help mensen hun doelen te bereiken.’’

Op het voetbal-cv van Mekkaoui staat een waslijst aan clubs. Met zijn komst naar Kruisland komt hij uit op zestien verschillende verenigingen. Zelf was hij de tel al kwijt: „Het zijn er zoveel, ik zou het niet weten hoeveel precies’’, lacht de Oudenbosschenaar, die sinds vijf jaar in Antwerpen woont. „Ik ben heel wat verhuisd in mijn leven, dat speelt daar wel in mee.’’

Na in de jeugd bij RBC, NAC en Sparta te hebben gespeeld, belandde Mekkaoui in het amateurvoetbal. Daar schopte hij het tot de Tweede Divisie, bij Kozakken Boys, en kwam in België ook op het hoogste amateurniveau uit voor Dessel Sport. Voordat de buitenspeler naar Kruisland kwam, speelde hij bij Halsteren in de Vierde Divisie. „Ik ben daar gaan spelen omdat ik er een aantal jongens kende – ik kom hier natuurlijk uit de buurt – maar ook vanwege het goede niveau’’, vertelt Mekkaoui. „Het werd sportief gezien helaas geen succes.’’

Halsteren degradeerde vorig seizoen namelijk naar de eerste klasse. De club moest een jasje uitdoen: het ging terug van twee, naar één standaardelftal. „Ze hebben een grote schoonmaak gehouden, moesten financieel een stapje terugnemen. Gingen zich meer focussen op eigen jeugd en jongens uit de regio. Daarom ben ik weggegaan.’’

Kruisland aarzelde niet en benaderde Mekkaoui direct. „We hebben al eerder contact gehad, maar nu was de tijd rijp om deze stap te maken. Heb goede gesprekken gehad met iemand van het bestuur en de trainer (Hicham Ben Hammou, red.), die ik nog kende van mijn tijd bij Kloetinge. Daar was hij toen assistent. Het verhaal van Kruisland sprak me aan. Het is een ambitieuze club; dat past bij mij.’’

Met Mekkaoui haalt Kruisland een speler met een bijzonder profiel binnen. Van nature is hij een buitenspeler, maar hij heeft de rol van wingback in zijn tijd bij Kozakken Boys ook onder de knie gekregen. Bij Kruisland staat hij echt als rechtsback in een viermansverdediging. „Maar ik bestrijk nog steeds de hele flank’’, vertelt hij. „Ik heb in die zin een dubbelrol: als back en buitenspeler. Mijn krachten liggen bij mijn loopvermogen, snelheid, kracht en een-op-een-acties.’’

Veel fysieke power dus, met een vleugje techniek. Het past bij zijn werk als sportschooleigenaar en personal trainer. „In mijn gym Hood2Insanity in Roosendaal train ik prof-kickboksers en jongens die bij clubs als NAC, Willem II, PSV en Feyenoord in de jeugdopleiding zitten. Met hen werk ik bijvoorbeeld aan explosiviteit, door de been-, buik- en corespieren te trainen. Maar ik help ook niet-topsporters met afvallen, spiermassa opbouwen en fit worden.’’

Naast zijn fysieke kracht, brengt Mekkaoui een bak met ervaring mee naar Kruisland. „De mix tussen ervaring en talent is nu goed in balans’’, vindt hij. „Er zullen altijd wedstrijden zijn waarin het minder loopt. Dan is het belangrijk dat er een aantal persoonlijkheden zijn die de boel op sleeptouw nemen. Ik doe dat vooral door met mijn voeten te spreken.’’

De Schutters behoudt linkercentrale vanwege carrièreswitch

0

Timo Scarione (25) heeft na het succesvolle seizoen bij De Schutters besloten er toch nog een jaar aan vast te plakken. De linksbenige centrale verdediger wilde eigenlijk terug naar het derde, maar kwam net voor de laatste wedstrijd met goed nieuws: „Moest wel na zo’n speciaal seizoenseinde.’’

De Schutters promoveerde vorig seizoen op bijzondere wijze. Twee wedstrijden voor het einde, had de ploeg een aantal weken geen wedstrijd. Concurrent Dussense Boys stond op zes punten achterstand, maar moest in die periode wél spelen. Als de club uit Dussen punten zou morsen, waren de mannen uit Stampersgat als nummer twee gegarandeerd van promotie. En dat gebeurde. „Het was dertien jaar geleden dat De Schutters voor het laatst promoveerde, dus het maakte heel wat los’’, blikt Sciarone terug.

Een tijdje daarvoor had de verdediger al uitgesproken dat hij terug zou gaan naar het derde. Daar had hij de voorgaande twee seizoenen gespeeld en dat was het team waarvoor hij in eerste instantie naar Stampersgat gekomen was. „Ik kom oorspronkelijk uit Fijnaart en ben op mijn vijftiende verhuisd naar Breda. Vanaf dat moment heb ik bij Baronie gespeeld. Van de C2 tot aan de A1 in de jeugd, waar we op divisieniveau uitkwamen, en ook nog twee jaar in de Zaterdag 1. Daarna ben ik naar De Schutters gekomen.’’

Vier van Sciarone’s neven speelden daar namelijk in het derde. „Zij vroegen me, nadat mijn team bij Baronie uit elkaar viel, om die kant op te komen. Het was heel leuk en gezellig om elkaar twee keer per week te kunnen zien, maar ik miste een beetje uitdaging in het spelletje. Vanuit het eerste werd ik gevraagd om het daar een jaartje te proberen. Ik kende een deel van het team al, dat maakte de keuze makkelijker.’’

De linkspoot had echter twijfels over zijn fitheid. „Na twee jaar op een wat lager niveau, had ik dat niet helemaal op peil gehouden’’, lacht hij. „Daarom wilde ik even aankijken hoe het me zou bevallen.’’

Het pakte positief uit. „De trainer legde er vanaf het eerste moment goed de zweep overheen. Hij was strikt en pushte ons. Dat zorgde voor een gedreven sfeertje binnen het team; iedereen wilde aanwezig zijn en er werd fel getraind. Een goede start.’’

De resultaten waren goed en De Schutters stevende af op promotie. Toch besloot Sciarone dat dit zijn enige seizoen zou zijn bij het eerste. „Ik had onregelmatige werktijden, dat maakte het moeilijk om bij alle trainingen aanwezig te zijn. Het was soms best een gedoe om een invaller te regelen op werk. In mei switchte ik echter van baan, waardoor dat probleem wegviel.’’

„Daarnaast zou er nog een aantal jongens ons verlaten na het seizoen’’, gaat hij verder. „De selectie werd daardoor kleiner. Voetballend en met het team had ik het heel erg naar mijn zin. Ik wilde daar loyaal aan blijven, nu ik wél de mogelijkheid had om door te gaan.’’

Toen de promotie een feit was, bracht Sciarone het goede nieuws aan zijn team: „Dat was een mooi moment. Ons doel in de vierde klasse? Als ik voor mezelf spreek, vind ik dat we in het linkerrijtje mee moeten kunnen. Onze as is in tact gebleven en de klik met de nieuwe jongens wordt elke wedstrijd beter.’’

Schillemans krijgt eindelijk kans op favoriete plek bij Cluzona

0

Jarno Schillemans (20) begon twee jaar geleden als vleugelverdediger bij Cluzona. Inmiddels lijkt de Kruislander in zijn derde seizoen zijn favoriete positie – centraal op het middenveld – te hebben veroverd. Een spannend seizoen ligt voor de boeg: voor het eerst is er serieuze concurrentie op zijn plek. „Ik heb er vertrouwen in.’’

Bij RBC, waar hij negen jaar in de jeugd speelde, stond Schillemans al te boek als een alleskunner. Dat label zorgde ervoor dat hij op allerlei posities werd ingezet. De jonge allrounder vond dat niet erg, als hij maar speelde. Toch koos hij er zelf voor om die club te verlaten.

Zijn overstap naar Cluzona, twee jaar geleden, kwam voort uit een gebrek aan perspectief bij RBC. „Er zaten spelers in het eerste die kwalitatief beter waren’’, blikt hij terug. „Ook waren er een aantal teamgenoten van me bij de Onder-23 uitgenodigd om bij het eerste mee te draaien in de voorbereiding. Ik kreeg geen uitnodiging.’’

Via het zaalvoetbal, waar hij samen met zijn vader speelde, kwam Schillemans in contact met Jeroen Smits, destijds keeperstrainer bij Cluzona. Zijn vader liet weten dat zijn zoon op zoek was naar een nieuwe club, waarna bestuurslid Hidde Poppelaars een wedstrijd kwam bekijken. Al snel volgde een gesprek met trainer John Taks. „Die gesprekken waren positief’’, herinnert Schillemans zich. „Ik kreeg een warmer welkom dan ik gewend was bij een grotere club als RBC. Dat was precies waar ik naar op zoek was.’’

Bij Cluzona trof hij ook bekende gezichten. Mees Verburgh, die een jaar boven hem speelde bij RBC, kende hij al. Van Yorben Bus had hij training gehad bij voetbalschool TIC Sports. Daarnaast speelde zijn oom Paolo Fortunati al jaren in het eerste elftal van de Wouwse club.

Bij zijn overstap gaf Schillemans aan zich te willen richten op een toekomst als middenvelder. „Maar daar heb ik in mijn eerste jaar weinig gespeeld’’, vertelt hij. „Max Bellemans viel al vroeg in het seizoen uit met een kruisbandblessure. Dus werd ik op rechtsback gezet. Dat ging best prima en ik kon veel minuten maken. Het jaar erop, seizoen 2025-2026, werd ik een linie naar voren geschoven. In een 4-4-2-formatie stond ik rechtsmid. Ook daar kwam ik volop aan spelen toe.’’

Dit seizoen krijgt Schillemans de kans op zes. „In de voorbereiding hebben we veel blessures gehad’’, vertelt hij. „Als iedereen weer fit is, moet ik nog zien of dat invloed zal hebben op mijn basisplek. Dat ligt aan mijn eigen prestaties en de keuze van de trainer. Ik heb in ieder geval voor het eerst concurrentie bij Cluzona – op de flank had ik die niet vanwege blessures – en dat is denk ik alleen maar gezond.’’

Schillemans heeft in ieder geval een goed idee over hoe hij die positie gaat invullen. Als middenvelder wil hij graag de bal aan zijn voet hebben. „Dat is misschien ook wel een minpuntje: ik wil hem altijd hebben’’, lacht hij. „Voor de rest maak ik verdedigend veel meters. Mijn grootste kwaliteiten zijn mijn mentaliteit en conditie; ik werk hard en vecht voor iedere meter. Maar ik ben geen echte stofzuiger, ik probeer vooral veel passlijnen dicht te lopen.’’

DEVO stelt trainer aan met verleden bij vierdeklassers

0

DEVO heeft met Jaimy van Wortel een ambitieuze trainer aangesteld. De 36-jarige Hoevenaar begint in Bosschenhoofd aan zijn derde klus als hoofdtrainer, maar stapt voor het eerst in bij een vijfdeklasser. „Het is misschien wel een stapje achteruit, maar het mooie daarvan is, is dat je er ook weer twee vooruit kunt zetten.’’

De afgelopen twee seizoenen was Van Wortel actief bij WVV’67. Hoewel hij het in Woensdrecht erg naar zijn zin had, besloot hij er niet door te gaan. „Ik wilde opgaan voor mijn UEFA B-diploma’’, begint de trainer zijn uitleg. „Het reizen naar Woensdrecht in combinatie met mijn werk en de trainerscursus was iets te veel van het goede. Daarom ging ik op zoek naar een club dichter bij huis.’’

DEVO paste in het plaatje waar Van Wortel naar op zoek was. De plannen om zijn UEFA B-diploma te behalen gingen echter, nadat hij DEVO al zijn woord had gegeven, niet door. „De KNVB heeft bepaalde richtlijnen met een aantal punten waar je als trainer aan moet voldoen om mee te mogen doen aan de cursus’’, legt hij uit. „Ik vinkte te weinig punten aan om uitgenodigd te worden.’’

Desalniettemin begon Van Wortel met enthousiasme bij zijn nieuwe club. „Ik was ervan overtuigd dat er meer uit deze selectie te halen viel’’, blikt hij terug. „Meer dan ze in het verleden hadden laten zien. Dat triggerde mij en was ook mijn voornaamste reden om bij DEVO in te stappen.’’

Ook kende Van Wortel al een aantal spelers uit de selectie. „Dat zijn spelers die aan de bal goed zijn’’, vertelt hij. „Terwijl DEVO voorheen vaak met de lange bal speelde. Je zag die spelers de hele wedstrijd met een stijve nek omhoog kijken. Dat wilde ik gelijk veranderen. Zij moesten in hun kracht komen, zodat zij de dragende spelers zouden worden.’’

Een ploeg aan het voetballen krijgen: laat dat maar aan Van Wortel over. Bij zijn eerste club, RSV uit Rucphen, trof hij een gelijkwaardige situatie aan. „RSV was altijd een club die onderin meedraaide en waar de lange bal werd gehanteerd. Ik ben aan de slag gegaan met het positiespel, de omschakeling en een stukje lef aan de bal. In combinatie met de goede lichting die toen doorbrak, is dat een geslaagd project geworden.’’

Maar Rome is niet in één dag gebouwd. Dit soort projecten kosten tijd en moeite, zo weet Van Wortel ook: „Bij DEVO moest ik best een beetje trekken aan de selectie in het begin. Je merkt dat het wat meer moeite kost om je visie op een vijfdeklasser overgebracht te krijgen, dan op een vierdeklasser. DEVO speelde eerst de lange bal en ik wil ze nu op balbezit laten spelen, dat vergt energie.’’

„Maar na twee maanden hebben we zeker al stappen gemaakt’’, vindt de hoofdtrainer. „Je weet dat niet alles gelijk zal lukken, maar we zien progressie. Daarnaast vind ik het net zo belangrijk dat we er plezier in houden. Ons doel dit seizoen? De speelstijl erin krijgen. Als team vind ik dat we bovenin mee zouden kunnen draaien – daar heb ik alle vertrouwen in – maar dan moeten we nog wel een aantal stappen zetten.’’

SC Gastel groeit naar twee prestatieve damesteams

0

De dames van SC Gastel zijn afgelopen zomer van één naar twee prestatieve elftallen gegaan. De reden? Het succes van vorig seizoen, toen ze onder nieuwe trainer Peter Baan bijna wéér promoveerden. Hij remt de hosanna-stemming wel een beetje af: „We krijgen schouderklopjes, maar het seizoen moet nog beginnen.”

Op strafschoppen ging het mis: Gastel verloor van Zaandijk in de halve finale van de nacompetitie. Een puike prestatie voor een ploeg die voor het eerst in de eerste klasse uitkwam. Baan over het seizoen: „Toen de gehele selectie fit was na de winterstop, waren we bijna niet te kloppen. Negen van de elf wedstrijden gewonnen, zeven keer de nul gehouden en de derde periode veroverd.’’

Met goede prestaties komt de wil om erbij te horen. Dat was te merken deze zomer. „Talenten die in het verleden nog weleens vertrokken, kwamen nu vanuit de jeugd over naar de selectie’’, legt Baan uit. „Jeugdspeelsters die al vertrokken waren keerden terug. Ook kwamen er versterkingen bij van teams uit de Eerste Divisie, Topklasse en Hoofdklasse.’’

Met al die nieuwe krachten erbij, werd er gekeken of het optuigen van een tweede selectieteam mogelijk was. „Het bleek dat veel meiden uit het bestaande tweede prestatief wilden spelen’’, zegt Baan. „Er ontstond een selectie van 38 speelsters. Wel heeft dit ook een keerzijde: hoe behoud je de vibe van het succesvolle vorige seizoen?’’

„Concurrentie zorgt namelijk voor teleurstellingen’’, gaat de trainer verder. „Ambities en spelen met vriendinnen gaan niet altijd samen. Uiteindelijk heeft iedereen geaccepteerd dat ze moesten gaan strijden om hun plek in het eerste te behouden. Ook is er uitgesproken dat we met elkaar gaan werken aan een hechte selectie met twee prestatieve teams.’’

Organisatorisch liep niet alles vanzelf. „Een volwaardige selectie vraagt om investeringen’’, legt Baan uit. „In staf, kleding, bussen, et cetera. Niet voor alles was er budget, mede doordat het tweede selectieteam geen A-categorie-status heeft binnen de club. Ik vind dat je speelsters niet de plichten van een selectieteam kan geven, zonder dat zij de rechten die daarbij horen ook krijgen.’’

„Dus moesten we zelf creatief zijn, door budget voor bussen en kleding te regelen,” gaat hij verder. „Waar dat vorig jaar soepel ging, loopt dat dit jaar wat stroperiger. Maar alles lijkt de goede kant op te gaan. De voorwaarden om dit jaar met twee teams te presteren zijn aanwezig.’’

Baan hoopt dat de gedane inspanningen van de vrouwentak van Gastel tot langdurig succes zullen leiden. „Ten eerste moeten er weer meidenteams komen; die waren er vorig jaar niet en dit jaar ook niet. De jeugd waarborgt je aanwas.’’

„Daarnaast moeten de initiatieven die nu plaatsvinden clubbeleid worden’’, gaat hij verder. „Complimenten na een goede wedstrijd zijn altijd welkom, maar belangrijker is de status die de meiden binnen de club krijgen. De beleving, motivatie en ambitie van de vrouwen wijken niet af van die van de mannen. Spelen in een landelijke competitie in de subtop van het vrouwenvoetbal met verre uitwedstrijden vraagt veel commitment. Daarvoor mogen de meiden best beloond worden. De vrouwentak van SC Gastel heeft in de regio een voorsprong genomen die we moeten benutten. Er is potentie hier: wat Bavel is voor Breda, kan Gastel worden voor West-Brabant. Maar dat is aan de club als geheel. Niet aan de trainers en de staf.’’

In de zaal bij Kroeven, met de blik op het Midden-Oosten: El Allouchi’s plan

0

ZVV Kroeven deed deze zomer een bijzondere aankondiging: Mounir El Allouchi werd als nieuwe aanwinst gepresenteerd. De 31-jarige profvoetballer promoveerde in mei nog met Willem II naar de Eredivisie, maar zit nu zonder contract. „Ik ben met deze jongens opgegroeid.’’

Voor El Allouchi lag deze stap daarom wél voor de hand. De Roosendaalse prof traint iedere zomer mee bij Kroeven om zijn conditie op peil te houden. Ook speelde hij al eerder wedstrijden voor de zaalvoetbalclub, toen zijn contract in Saudi-Arabië in 2025 afliep. Niks nieuws dus, dat hij dit seizoen weer minuten gaat maken bij de zaalvoetbalclub uit de wijk waar hij vandaan komt. „De PR is nu alleen wat groter dan de vorige keer’’, lacht hij. „De foto die werd gepubliceerd maakte veel los.’’

De ervaren linksback heeft een bewogen en emotioneel seizoen achter de rug. El Allouchi verloor zijn dochtertje net voor aanvang van de play-offs om promotie. Een paar dagen later stond de Roosendaler echter alweer op het veld om met Willem II een Eredivisie-ticket te bemachtigen. In de eerste thuiswedstrijd van de route naar de finale, tegen RKC Waalwijk, maakte hij zelfs de beslissende treffer. Aan het eind van de rit won Willem II de play-offs en dichtte trainer John Stegeman hem een belangrijk aandeel daarin toe.

Toch werd zijn aflopende contract niet verlengd. De reden? Als 31-jarige voetballer vertegenwoordigde hij geen restwaarde. „Ik begreep die redenering, maar ik was het niet eens met het besluit’’, vertelt El Allouchi. „In Nederland ben je als speler van boven de 28 al oud en ga je qua waarde achteruit. Maar ik ben fit, heb genoeg kwaliteit en al twee jaar Eredivisie-ervaring. Ik weet wat daar gevraagd wordt en had dat aangekund.’’

Als voetballer moet je je conformeren aan het besluit van de club. Dat deed El Allouchi dus ook: hij keek verder. Aanbiedingen kwamen er vanuit verschillende Europese landen, maar de linksback hapte nergens op. Hij blijft liever in Nederland of vertrekt naar het Midden-Oosten: „In het buitenland wil ik alleen naar Saudi-Arabië of de Emiraten’’, legt hij uit. „Dat heeft twee redenen: het financiële natuurlijk, maar ook de kwaliteit van leven.’’

„Die combinatie vind ik geweldig’’, gaat El Allouchi verder. „Ik heb al eerder in de Saudische competitie gespeeld en dat beviel me goed. Het leven van een voetballer daar is heel erg gericht op de wedstrijden. We trainden ‘s avonds en de meeste lokale jongens kwamen één minuut voor aanvang met een koffietje in de hand aankakken. Dat terwijl ik al een uur van tevoren bezig was met rek- en strekoefeningen. En ze waren allemaal fit, hè. Nooit blessures. Ze stonden er altijd. Die scherpte in de weekenden en de relaxedheid doordeweeks, dat trekt me heel erg.’’

In afwachting van de juiste aanbieding is El Allouchi dus in de zaal bij Kroeven te bewonderen. Zaalvoetbal ligt de behendige back annex middenvelder goed. „Het is een hele andere tak van sport: het gaat veel sneller, het veld is kleiner, je hebt veel meer balcontacten. Ook kom je overal uit op het veld. Die combinatie ligt mij wel. Zolang ik hier speel, wil ik het team helpen, fit blijven en plezier maken.’’

RBC’er Bierkens verruilt aanvoerdersband voor jeugdtrainerschap

0

Perry Bierkens (36) is na een lange voetbalcarrière begonnen als jeugdtrainer bij de JO14 van RBC. Zo blijft de voormalig captain betrokken bij de club waar hij zoveel successen beleefde. „Je probeert je ervaring op ze over te brengen, maar ze denken het vaak al heel goed zelf te weten’’, lacht hij.

„Verlaat het voetbal, voordat het voetbal jou verlaat”, zei Sky Sports-analist en voormalig Liverpool-verdediger Jamie Carragher in 2024. Die uitspraak bleef hangen bij Bierkens. Dat seizoen twijfelde de toen 34-jarige verdediger al of hij er nog een seizoen aan vast zou plakken. Naarmate het voetbaljaar vorderde, besloot hij toch met zijn team de Derde Divisie in te gaan: „Maar al snel werd het voor mezelf duidelijk dat dat mijn laatste seizoen zou zijn.’’

Met de uitspraak van Carragher in zijn achterhoofd besloot Bierkens al vóór de winterstop dat hij er na het seizoen een punt achter zou zetten. „Het fysieke component speelde mee, maar op een gegeven moment bereik je een leeftijd – ik was toen 35 – waarop het ook wel genoeg is geweest. Je moet stoppen op je hoogtepunt: ik heb in vijf seizoenen twee kampioenschappen en een promotie meegemaakt.’’

Toen het hoge woord eruit was, ging hij met RBC om de tafel over hoe hij nog betrokken kon blijven. „Ik was er al over uit dat ik een jeugdteam wilde gaan trainen’’, vertelt hij. „De twee seizoenen voor mijn laatste seizoen had ik al het team van mijn zoontje getraind. Die speelde toen in de JO8 en vervolgens in de JO9 van RBC. Ik heb toen ook mijn VC1-diploma gehaald.’’

„Na die twee seizoenen stopte ik daarmee, omdat ik me in mijn laatste seizoen volledig wilde richten op mezelf als voetballer en RBC 1’’, gaat Bierkens verder. „Wel wist ik al dat ik het later weer wilde oppakken. Nu ik zelf niet meer voetbal, is daar weer ruimte voor. RBC stelde voor om de JO14 te gaan trainen.’’

„Het is een goede lichting’’, vindt Bierkens. „Dit seizoen is het tweede seizoen voor ze op een groot veld. Dat is een nieuwe fase in de ontwikkeling van een voetballer: ze moeten nog leren gebruik te maken van al die ruimte. Een mooie kans en uitdaging voor mij om daarmee aan de slag te gaan.’’

Een JO14 trainen is andere koek dan een JO8, heeft Bierkens al snel gemerkt. „Het zijn echt pubers. Ze weten het allemaal al heel goed voor hun eigen gevoel. Dat vereist een speciale aanpak. Soms ben ik een van hen, bijvoorbeeld met taalgebruik en grappen. Maar tijdens besprekingen, trainingen of wedstrijden sta ik er echt boven. Dan eis ik ook het maximale.’’

De JO14 krijgt in Bierkens na twee jaar een nieuwe trainer. Met die trainerswissel ging een aanpassing in formatie en speelstijl gepaard. „Ik merkte dat dat even een omschakeling was’’, vertelt de trainer. „Het vergt tijd om aan elkaar en het systeem te wennen. Maar ik moet zeggen: we zijn de laatste tijd meer naar elkaar toe gegroeid. Ook de potentie en intentie zijn er. Dat begint nu zijn eerste vruchten af te werpen.’’

Sanders voor de tweede keer van Cluzona naar Alliance: ‘De perfecte oplossing’

0

Lucas Sanders (30) is deze zomer voor de tweede keer in zijn voetbalcarrière naar Alliance overgestapt. De Wouwse middenvelder zag zijn vriendenteam bij Cluzona uit elkaar vallen en wilde graag weer selectievoetbal spelen. „Het gaat beter dan verwacht.’ Na het uiteenvallen van zijn team kreeg Sanders een belletje van zijn goede vriend, tevens aanvoerder van Alliance 1, Bob Rijpert. Of hij geen zin had om weer op sportpark De Kortendijk te komen voetballen? „Het was de perfecte oplossing’’, legt de Wouwse middenvelder uit.

„Hoewel mijn team uit elkaar gevallen was, wilde ik nog niet stoppen met voetballen’’, gaat hij verder. „Bij Cluzona kon ik alleen aansluiten bij een team dat op zondag speelt, terwijl ik graag op zaterdag wilde blijven spelen. Ook wilde ik graag op niveau blijven voetballen. Bij Alliance kon dat allemaal.’’

Daarnaast kent Sanders een deel van de Alliance-selectie. Een aantal van hen heeft een verleden bij Cluzona; anderen speelden al bij Alliance toen hij daar zelf negen jaar geleden zat. Op zijn 21ste maakte hij de overstap van Wouw naar Roosendaal namelijk al eens. „Ik had een meningsverschil met de trainer. Hij koos ervoor om me buiten de selectie te laten voor de kampioenswedstrijd. Daar was ik een beetje chagrijnig over’’, blikt hij terug.

Om weer met een schone lei te beginnen, maakte de Wouwenaar de overstap naar Alliance, waar hij een jaar speelde. Vanwege de switch van zondag- naar zaterdagvoetbal keerde Sanders terug naar Cluzona. Tevens werd hij door zijn oud-teamgenoot Marcel van der Sloot, die inmiddels trainer was geworden, gevraagd om bij het eerste mee te trainen.

Na één seizoen trainen bij Cluzona 1 en spelen in een vriendenteam sloot Sanders weer volledig bij het eerste aan. Twee jaar later zette hij een punt achter zijn tijd bij de Wouwse selectie. „Het speelde mee dat Marcel (van der Sloot, red.) stopte als trainer. Daarnaast wilde ik me meer focussen op het trainerschap. Ik werd namelijk gevraagd om bij MOC’17 de JO15-1 te gaan trainen.’’

Toen dat seizoen erop zat, kwam Van der Sloot weer op het pad van Sanders. De oud-prof was inmiddels actief als hoofdtrainer bij VV Dongen, dat toen uitkwam in de Vierde Divisie. „Hij vroeg mij als zijn assistent’’, vertelt Sanders. „Ik had eigenlijk al toegezegd trainer te worden van de JO17-1 bij Roosendaal, maar deze kans kon ik niet aan me voorbij laten gaan. Ik heb een hele goede band met Marcel en dit was een speciale klus.’’

„Het waren twee hele mooie jaren in Dongen’’, blikt Sanders daarop terug. „Werken onder een trainer die met een professionele blik naar het voetbal kijkt, daar heb ik heel veel van geleerd. Maar op een gegeven moment kon ik mijn werk niet meer combineren met de vele uren die erbij kwamen kijken. Dus ben ik – na het winnen van de beker – in de zomer van 2025 gestopt.’’

Het trainerschap heeft Sanders voor nu even op de lange baan geschoven. Als voetballer blijft hij dus nog wél actief bij Alliance. „De voorbereiding liep goed en ik heb tot nu toe elke wedstrijd in de basis gestaan. Persoonlijk gaat het beter dan verwacht. Met het team staan we voor de uitdaging om te handhaven in de derde klasse. Daar gaan we voor.’’