Home Blog Pagina 2

‘Voor een dorpsclub vind ik dat we het goed doen’

In het tweede jaar onder trainer Anton Verweij, kunnen ze bij vijfdeklasser Noordhoek eigenlijk niet anders dan tevreden zijn. Want behalve dat het voetbal leuk is om naar te kijken, beginnen ook de resultaten steeds meer te komen, merkt ook doelman Jari van de Luijtgaarde. “Voor een dorpsclub vind ik dat we het goed doen!”

Een goede sfeer, jonkies die aanhaken en een plek in de middenmoot. Bij Noordhoek hebben ze voorlopig weinig te klagen. “Het gaat eigenlijk best wel goed, dit seizoen”, vertelt Van de Luijtgaarde (24) dan ook met gevoel voor understatement. “Dit is het tweede jaar onder Anton, dat zorgt toch voor een stukje continuïteit.” Met name in het drukzetten. “Daardoor weet iedereen steeds beter wat ze moeten doen.”

Vriendenteam

Met prima resultaten tot gevolg. “Als je ziet dat we een kleine dorpsverenging zijn, die vooral speelt met jongens van het eigen dorp, vind ik al dat we het heel goed doen.” Want, zo vervolgt hij. “Tuurlijk zou het mooi zijn om nacompetitie voor promotie te spelen, maar je moet ook reëel zijn.” Want hoewel Noordhoek drie seizoenen geleden nog in de vierde klasse speelde, is dat op dit moment nog wel een brug te ver, vindt Van de Luijtgaarde. “Dat hebben ze jarenlang gedaan, maar vaak konden ze toen maar net het hoofd boven water houden. Dan is de vijfde klasse toch leuker.” Al blijft de doelman natuurlijk wel een sportman. “Uiteindelijk wil je als voetballer toch een prijs winnen.” Begonnen bij Virtus en daar tot zijn negentiende gekeept, maakte Van de Luijtgaarde drie seizoenen geleden de overstap naar Noordhoek. “Ik heb een tijd lang in een vriendenteam gespeeld, tot ik mijn kruisband scheurde. Toen ben ik gestopt en ging werk voor.” Maar eenmaal toeschouwer bij de derby tussen Noordhoek en SVC, begon het bij hem toch weer te kriebelen. “Vervolgens kon ik geen ‘nee’ meer zeggen. En zeker niet tegen een eerste elftal.” Spijt, heeft de inwoner van het dorp daar allesbehalve van. Ondanks dat zijn vader, het grootste deel van zijn voetbalcarrière bij Virtus speelde. “Ik ben hier met open armen ontvangen. We kunnen allemaal met elkaar overweg, en het is echt één geheel. Binnen heel de club. Dat maakt het een ontzettend gezellige vereniging.”

Vak apart

Maar gezellig of niet, Van de Luijtgaarde wil toch vooral ook presteren. “Ons doel is om hoger te eindigen dan vorig jaar, toen werden we negende. Dus moeten we van ons afbijten om zesde te worden. Meer punten, hebben we in ieder geval al!” Toch ziet de sluitpost nog genoeg ruimte voor verbetering. “We moeten proberen om iedere wedstrijd ons niveau te halen én op onze top te spelen. Dat kan nog beter.” Zeker met het oog op de toekomst. “De jonge jongens pakken het tot nu toe enorm goed op en kunnen nog heel veel groeien. Die tijd moeten we ze ook geven.” Zelf, heeft Van de Luijtgaarde ook nog wel wat punten waar hij aan kan werken. “Ik ben een echte lijnkeeper, dus schiet de bal het liefste zo hard mogelijk weg. Al ben ik wel wat beter geworden in het meevoetballen.” Waar hij vooral goed in is? “Eén op één. Laat mij maar gewoon ballen stoppen.” Precies, waarom de inwoner van het dorp ooit keeper is geworden. “Het is natuurlijk een heel aparte positie. Echt een vak apart. Maar daardoor kun je belangrijk zijn voor het team, dat vind ik leuk.” Zoals ook Gianluigi Buffon en Iker Casillas dat ooit deden. “Vroeger vond ik dat echt geweldige keepers om te zien. Door het lef wat ze hadden. Al was dat voor ons als Nederland, natuurlijk een beetje zwaar, tijdens de WK-finale van 2010.” Naar wie kijkt hij tegenwoordig graag? “Nu let ik daar iets minder op, maar kan ik nog steeds genieten van iemand als Manuel Neuer.” Toch was zijn grootste voorbeeld, een Nederlander. “Ik ben voor Ajax, dus keek altijd enorm op tegen Maarten Stekelenburg.” Zoals de jeugdkeepers van Noordhoek, dat nu misschien wel richting hem doen. “Sinds kort geef ik de jeugd hier keeperstraining, omdat ik het heel leuk vind om mijn ervaring over te brengen.” Een ideale combinatie, want aan stoppen denkt Van de Luijtgaarde voorlopig nog lang niet. “Als ik fit blijf, wil ik graag tot mijn 40ste in een eerste elftal blijven voetballen.” Bij Noordhoek? “Het is gezellig en we laten leuk voetbal zien. Dus ik zit prima hier!”

Klik op V.V. Noordhoek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Noordhoek voor meer informatie over de club.

Je moet bij senioren een andere rol aannemen

Bezig aan zijn eerste seizoen als hoofdtrainer van een seniorenteam, heeft Hein van de Wiel het bij het tweede elftal van GDC goed naar zijn zin. Want na jaren als jeugdtrainer bij verschillende clubs, past ook deze jonge groep wel bij hem, vertelt hij. “Je moet een iets andere rol aannemen.”

Toch blijft zo’n eerste keer bij de senioren, ook wel weer spannend, is de 32-jarige Van de Wiel eerlijk. “Jeugdspelers zijn toch meer volgbaar, terwijl oudere jongens wat meer een eigen wil hebben. Die hebben natuurlijk ook meer ervaring.” Desondanks stond de inwoner van Meeuwen te trappelen, om bij het tweede elftal van GDC aan de slag te gaan. “Drie jaar geleden ben ik mijn eigen installatiebedrijf begonnen, dus lag de voetbal even stil. Maar het begon toch wel weer te kriebelen en ik kreeg zin om weer een elftal te gaan trainen.” Aan het werk bij de voorzitter van de club uit Eethen, ging het vervolgens snel. “Toen vertelde hij dat ze op zoek waren naar een trainer voor het tweede.”

Goede sfeer

En na jaren als jeugdtrainer, vond Van de Wiel het tijd om de stap naar de senioren te maken. “Ik heb zelf altijd bij Wilhelmina’26 gevoetbald, maar op mijn 21ste, ben ik gestopt. Omdat ik training geven leuker vond.” Spijt van die beslissing, heeft de trainer allerminst. “Ik sta nog altijd achter die keuze. Het heeft me veel gebracht.” Zo was hij onder meer actief bij de jeugd van Wilhelmina’26, Haarsteeg, Almkerk en Altena. “Het leuke van trainer zijn, is de veelzijdigheid. Het omgaan met mensen, spelers beter maken en het proces daaromheen. Ook buiten het veld.” Iets waar Van de Wiel naar eigen zeggen veel tijd in steekt. “Ik probeer altijd te zorgen voor een goede sfeer. Dat is toch de basis voor goede resultaten.” En op het veld? “Zijn we vooral veel bezig met de bal. Passen, techniek. Ik vind persoonlijke ontwikkeling heel belangrijk.” In combinatie, met aanvallend voetbal. “Al moet je daar natuurlijk wel de spelers voor hebben. Daarom pas ik me regelmatig aan. Bijvoorbeeld wat meer opportunistisch en een linie overslaan.” Hoe zat dat als speler? “Ik speelde meestal als rechtsback, rechtshalf of centrale verdediger. Moest het vooral hebben van mijn mentaliteit. Uiteindelijk zat ik vaak een beetje tussen het eerste en tweede in.” Onbekend, was GDC op voorhand voor Van de Wiel dan ook niet. “Het is natuurlijk een club uit de regio, en tegen veel jongens van het eerste en een paar van het tweede, heb ik zelf ook gespeeld. Daardoor wist ik al hoe ze zouden zijn. Mede ook door de contacten via mijn werk.” Een beeld van de vereniging, dat werd bevestigd, vertelt Van de Wiel. “Het is iedere keer weer fijn om hier naartoe te gaan. De betrokkenheid is groot, er staan veel toeschouwers en het is gemoedelijk.” Ook vanuit het bestuur, lacht hij. “Er is weinig druk. Ze kijken vooral naar de vooruitgang.”

Eerste elftal

Vooruitgang die Van de Wiel ook zelf, dagelijks ziet, mede dankzij de samenwerking met het eerste elftal. “Die verloopt heel goed! Maarten (de Bruijne) en ik hebben heel nauw contact, hij probeert altijd met ons mee te denken. En op zaterdag sluit ik bij hem aan als assistent-trainer.” Ambities, heeft de jonge trainer dan ook genoeg. “Ik heb nu mijn VC2 en VC3, dus uiteindelijk zou ik ooit graag de stap naar een eerste elftal willen maken. Misschien wel bij GDC. Maar eerst wil ik mezelf het trainen van senioren eigen maken.” Iets dat naar eigen zeggen steeds beter gaat. “Ik heb ook al een paar keer de training bij het eerste gedaan, dan merk ik wel dat dat op termijn iets voor mij kan zijn.” Toch blijft Van de Wiel ook kritisch op zichzelf. “De omgang met spelers heb ik goed in mijn vingers, maar het aangeven van mijn visie, kan nog beter. Dat moet ik duidelijker proberen te maken.” Een passie die ontstond, dankzij Gerard van Helden. Een goede vriend van hem. “Hij was trainer van het tweede bij Wilhelmina’26, en later ook jeugdcoördinator. We gaan regelmatig voetbal kijken in België of bij verschillende amateurclubs. Hij moedigde mij aan om mijn trainersdiploma te gaan halen.” Zat dat als voetballer zelf, ook in hem? “Ik was als speler wel een initiatiefnemer, wist vaak wel wat een wedstrijd nodig had. Dat zag ik redelijk snel.” Ook komend seizoen, blijft Van de Wiel als trainer van het tweede elftal aan GDC verbonden. “De sfeer is goed, ik heb het enorm naar mijn zin en zie nog genoeg progressie. En vanuit de JO17, komt er een heel talentvolle lichting aan. Dus ik ben nog niet klaar met deze groep!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van GDC.

‘Kijken hoe groot de spanningsboog is’

0

Dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met voetballen, bewijzen ze bij Rood Wit. Want sinds het begin van vorige maand, kunnen kinderen van drie tot vijf jaar, daar onder de noemer van PeuterProfs alvast kennismaken met het spelletje. Al zorgt de minimale spanningsboog, hier en daar voor een flinke uitdaging, vertelt Aldwin van Meel. “Na een half uurtje begin je dat al wel te merken.”

Korte spanningsboog of niet, de jeugdsecretaris van de club uit Sint Willebrord geniet er vooral van om al die voetballende peuters zo bezig te zien. “Het enthousiasme van die gastjes én de beleving van ouders aan de kant, is geweldig!” Maar kost ook de nodige energie, lacht Van Meel (51). “We hebben nu een paar trainingen gehad, en je merkt dat het heel intensief is. Want behalve enthousiast, zijn ze natuurlijk ook nog ontzettend speels.”

Veel vraag

Toch was het opstarten van de PeuterProfs een bewuste keuze, legt Van Meel uit. “Begin vorig seizoen hebben we verschillende vacatures in onze jeugdcommissie ingevuld met jonge mensen en hebben we een verbeterplan opgesteld.” Met als één van de belangrijkste speerpunten: “We wilden graag een categorie onder de JO7 hebben, omdat we in de omgeving merkten dat er veel vraag naar was.” Want, zo vervolgt hij. “Kinderen wilden graag al op een jongere leeftijd gaan voetballen en elders, werden op voetbalgebied ook al dingen met peuters opgestart. Toen zijn we in dat gat gesprongen.” En met succes. “We hebben nu in totaal al vijftien kinderen! Die zijn allemaal ontzettend enthousiast.” Maar wat is de PeuterProfs nu precies? “Eigenlijk willen we de kinderen op een leuke manier kennis laten maken met voetbal, maar wel door echt te voetballen. Het moest niet te veel spelen worden, kregen we bij een ouderbijeenkomst te horen. Dat kwam duidelijk naar voren, toen we de ouders dat vroegen.” Van spelletjes tijdens de warming-up, tot aan dribbelen naar een klein goaltje en natuurlijk het belangrijkste: een partij. “Zo proberen we ze klaar te maken voor het wedstrijdvoetbal bij de JO7. Onze insteek was in eerste instantie een uur, maar het is vooral kijken hoe groot de spanningsboog is. Na een half uur, zitten de allerkleinsten er wel doorheen. De rest, houdt het nog wel een kwartiertje langer vol.” Onder leiding, van drie trainers. “De kinderen vragen best wat aandacht, dus per vijf peuters, hebben we één trainer.” Ondertussen zorgt Van Meel, voor de begeleiding. “Ik sta niet zelf op het veld.” Maar uiteraard wel langs de kant. Op zaterdagmorgen van 11:00 tot 12:00 uur. “Ze vinden het tot nu toe allemaal heel erg leuk! Dat voetbalplezier willen we ze op een speelse manier te laten beleven.”

In de wind

Voetbalplezier dat Van Meel zelf, geboren en getogen in Sint Willebrord, ook altijd heeft gehad. “Ik ben sinds mijn negende lid van Rood Wit, heb heel de jeugd doorlopen, en heb nog een jaar of tien bij de senioren gespeeld.” Na jarenlang in een vriendenteam te hebben gevoetbald, werd hij vanwege blessures gedwongen om te stoppen. “Toen was ik ergens eind twintig.” Stilzitten, is echter niks voor hem. “Op mijn zestiende was ik al jeugdtrainer en jeugdleider, en tegenwoordig ben ik naast jeugdsecretaris ook actief in de vrijwilligersorganisatie van ons U10-toernooi.” Maar de voormalig spits, doet nog veel meer van dat. “Ik ben ook nog pupillenscheidsrechter. Dus eigenlijk ben ik een beetje een manusje-van-alles.” Al is het maar, om af en toe even zijn hoofd leeg te maken. “Lekker op zaterdag met je neus in de wind, even niet met werk bezig. Maar met andere dingen.” Dingen, die behoorlijk goed gaan bij Rood Wit, vertelt hij. “Ons aantal jeugdleden is afgelopen jaar fors gestegen. Mede doordat we actief zijn gaan werven.” Een positieve ontwikkeling, die ook de nodige uitdagingen met zich meebrengt met betrekking tot het vinden van trainers en begeleiders. “We merken nu dat we wel een beetje tegen ons limiet aanlopen op het gebied van vrijwilligers. Het is best een probleem om ieder team voldoende te bemannen.” Of ze dat vol kunnen blijven houden? “Dat is de grootste uitdaging, want we blijven groeien.” Zo ook met de PeuterProfs. “In het begin dachten we nog: als we met vijf peuters kunnen beginnen… Nu hebben we er vijftien.” Extra begeleiding, kan dan ook geen kwaad. “Veel ouders vragen of ze kunnen helpen, dus dat lukt hartstikke goed!”

Klik op Rood-Wit voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rood-Wit voor meer informatie over de club.

Bouman stopt na 30 jaar bij GDC: ‘Soort uitlaatklep’

Ondanks dat hij aan het einde van het seizoen stopt met voetballen, hoopt Jelle Bouman bij GDC eigenlijk niet op een verlenging van zijn carrière. Want met een plek in de onderste regionen van de derde klasse, dreigt deelname aan de nacompetitie. “Het gaat niet vanzelf, dat besef moet er nu wel gaan komen.”

Want met een elfde plek én dus virtuele deelname aan de nacompetitie, moeten alle alarmbellen bij de club uit Eethen eigenlijk afgaan, vindt Bouman (35). “We moeten er met heel de ploeg bewust van zijn, dat het nu moet gebeuren.” Ondanks de penibele situatie, en de achterstand van zes punten op een veilige plaats, houdt de inwoner van Genderen het volste vertrouwen. “We moeten gewoon volle kracht doorgaan.”

Meters maken

En dat terwijl Bouman op voorhand, had verwacht dat het GDC dit seizoen een stukje makkelijker af zou gaan. “De vorige twee competities waren eigenlijk pittiger, maar ook toen was het qua handhaving al op het randje.” Wat is volgens hem het grootste verschil in tegenstand? “Over de breedte van de competitie, heb je nu meer gelijkwaardige tegenstanders. Er zitten niet echt mindere ploegen tussen.” Mede daardoor, is het iedere week knokken voor de punten, heeft Bouman gemerkt. “We hebben heel veel wedstrijden maar met één goal verschil verloren…” Iets wat de routinier wel kan verklaren. “We staan verdedigend goed, maar weten zelf moeilijk het net te vinden.” Waar dat mee te maken heeft? “Een stukje geluk, koelbloedigheid én opportunisme. Soms mis ik de drive om echt koste wat kost te willen scoren.” Aan de kwaliteit, ligt dat volgens Bouman in ieder geval niet. “We hebben voorin genoeg jongens die een doelpunt kunnen maken, alleen missen onze spitsen nog wat ervaring. Die moeten gewoon nog wat meters maken.” Meters, maakte Bouman zelf, in zijn voetbalcarrière tot dusverre genoeg. “Ik voetbal al dertig jaar bij GDC!” Begonnen op zijn vijfde, ging hij daarna nooit meer weg. “Het dorpse vind ik gewoon mooi. Dat je elkaar ook buitenom de voetbal kan tegenkomen. En daarnaast, voetbal ik al jaren met mijn vrienden. Jongens die je kent van de kerk of van school.” De derdeklasser voelt voor hem dan ook als een warm bad. “Vanaf de F’jes kom je eigenlijk al dezelfde mensen tegen. We hebben een mooie groep vrijwilligers, onze accommodatie is prachtig en als je ziet wat er allemaal georganiseerd wordt, is dat echt super!” Een echte familieclub dus. “Allebei mijn broers hebben hier ook gevoetbald, zo gaat dat.”

Mank lopen

Sterker nog. “Toen ik op mijn zeventiende mijn debuut maakte in het eerste, werd ik gewisseld voor mijn broer Aldert. Dat zijn mooie dingen.” Destijds nog in de vierde klasse, maakte Bouman in de jaren daarna, de opmars naar de eerste klasse mee. “Ik heb in al die jaren, een mooie groep met trainers gehad.” Aan een vertrek bij GDC, dacht hij nooit. “Wat dat betreft ben ik ook geen hoogvlieger. Maar ik kan wel verdedigen.” Een kwaliteit, die best handig is, voor een verdediger. “Ik ben niet de meest technische, en moet het vooral hebben van mijn inzicht en positioneren. Om op die manier de boel verdedigend dicht te houden en mijn man uit te schakelen.” In zijn laatste maanden bij de club. “Mijn vrouw en ik hebben een kleine gekregen, dus dan kom je als gezin, toch ook in een andere fase.” En daarnaast, speelde ook zijn fysiek mee, in zijn keuze om te stoppen. “Op zondag, voel ik de wedstrijd van zaterdag écht nog goed. Dan loop ik bijna mank.” Een stukje slijtage dus. “Maar ook gewoon blessures. Aan mijn liezen en hamstrings.” Tijd, om zijn voetbalschoenen aan de wilgen te hangen. “Ik heb het enorm naar mijn zin gehad, maar het is goed geweest.” Wat gaat hij het meeste missen? “Toch wel de gezelligheid en het sociale aspect in de kleedkamer, zeker nadat je een wedstrijd gewonnen hebt. Maar ook gewoon het spelletje zelf en met een bal bezig zijn. Dat is toch een soort uitlaatklep.” Twijfelen over zijn besluit, deed hij echter niet. “Vorig jaar vond ik het nog te leuk, nu was dat besef er ineens gewoon…” Trainer, wordt Bouman voorlopig in ieder geval niet. “Waarschijnlijk wel van mijn zoontje, als die straks gaat voetballen.” Wat gaat hij wel doen? “Ik blijf nog meetrainen bij het tweede en ga lekker in mijn tuin rommelen.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van GDC.

‘Je krijgt echt een band met die jongens’

0

Als voormalig jeugdspeler van NAC Breda en lid van de eerste selectie bij vierdedivisionist Unitas’30, is er voor Sam Vrancken eigenlijk niks leukers dan voetbal. En dus besloot hij afgelopen zomer, om samen met Pascal Ploeg, de JO16 onder zijn hoede te nemen. “Je krijgt echt een band met die jongens.”

In zijn geval als assistent-trainer. “Het is leuk om met die gasten om te gaan en te zien dat ze het steeds leuker gaan vinden. Ook omdat we nu wat meer wedstrijden winnen.” Want voor de winterstop, verloor de JO16 van Unitas’30 vooral veel, vertelt Vrancken (20). “Toen zaten we in een te zware competitie.” Een niveautje gezakt, van Divisie 5 naar de hoofdklasse, gaat dat nu een stuk beter. Je merkt dat ze stappen maken, dat is mooi om aan bij te dragen!”

Lange avonden

Samen met Pascal Ploeg, en zijn jongere broertje Lucas. “Vaak zijn we met zijn drieën op de training, zodat we allemaal een vorm kunnen doen.” En dat begon allemaal, afgelopen zomervakantie. “Pascal is een vriend van mij en doet de VC2-opleiding bij de KNVB. Toen hebben we het erover gehad, dat we misschien samen iets wilden gaan doen.” Zo geschiedde. “Ik werk ook bij Voetbalschool TIC, dus ik vind het sowieso leuk om training te geven.” Al is de combinatie van zelf voetballen én training geven, best wel zwaar, heeft Vrancken gemerkt. “We trainen allebei op dinsdag en donderdag, dus dat zijn vaak lange avonden.” Echt ambities om trainer te worden, heeft de inwoner van Etten-Leur dan ook niet. “Ik zit goed op mijn plek bij TIC, en daarnaast zit ik in het eerste jaar van mijn opleiding Fysiotherapie. Daar wil ik later graag iets mee gaan doen.” Naast natuurlijk het voetballen bij Unitas’30. “Dit is mijn tweede seizoen bij het eerste.” Nadat hij ooit was begonnen, in de jeugd van de club. “Ik heb hier vanaf mijn vijfde tot mijn tiende gespeeld, daarna werd ik gescout door NAC Breda en heb ik daar acht jaar lang in de jeugdopleiding gespeeld.” Tot hij last kreeg van blessures en toch ook wel het plezier verloor. “Toen heb ik op een gegeven moment zelf een gesprek aangevraagd, en zeiden ze bij NAC, dat ze het dan verstandiger vonden om mezelf op school te richten.”

Voor het plezier

Hoe bevalt het hem tot nu toe, terug in het amateurvoetbal? “Heel goed! Onze groep is top en ik heb het enorm naar mijn zin.” Toch knaagt er nog altijd wel iets aan hem, is Vrancken eerlijk. “Misschien begin ik het voetballen zelf, wel wat minder leuk te vinden.” Mede door zijn tijd bij NAC. “Daar is het echt meer moeten, waardoor het plezier er bij mij een beetje afging. Nu is het een stuk vrijblijvender.” Een vertrek bij de club uit Breda, zag de verdediger annex middenvelder dan ook wel aankomen. “Ik had continu last van blessures aan mijn hamstrings, liezen of kuiten, waardoor ik er zelf ook over twijfelde om te stoppen.” Het profvoetbal, haalde Vrancken daardoor uiteindelijk dus niet. “Dan valt er wel ineens een doel, waar je jarenlang voor hebt gewerkt, weg. In het begin was dat even zoeken.” Hoe staat het nu met zijn ambities als voetballer? “Dat heb ik wel een beetje laten gaan. Ik doe het nu vooral voor het plezier en om het leuk te vinden. Met minder prestatiedruk, gewoon lekker spelen.” Iets wat hij als trainer, ook probeert over te brengen. “Ik ben meer één van de jongens en maak regelmatig een grapje. Soms zou het wel wat serieuzer mogen.” Voorbeelden, heeft de student aan de Avans Hogeschool in Breda, in ieder geval genoeg. “Het is wel een voordeel dat ik zelf ook nog voetbal. Daardoor kun je toch bepaalde oefeningen meenemen, of denken: dat zou ik als trainer anders doen.” Of hij in de toekomst jeugdtrainer blijft, weet Vrancken nog niet, maar terug op het oude nest, zit de voetballer weer helemaal op zijn plek. “Qua team, hebben we een groep met enorm veel leuke gasten. En ik woon op twee minuten lopen van het sportpark, dus dat is lekker makkelijk!”

Klik op Unitas’30 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Unitas’30 voor meer informatie over de club.

Kogelvangers mikt vol op de nacompetitie

Derde worden en de nacompetitie halen. Dat is voor vierdeklasser Kogelvangers het doel voor de laatste maanden van het seizoen. En voorlopig, ligt de ploeg van Jurre van de Merbel prima op schema om die doelstelling te behalen. “We staan er goed voor!”

Tevredenheid, voert dan ook de boventoon bij de nummer drie van de vierde klasse. “Ik denk dat het over het algemeen wel goed gaat.” Al plaatst de negentienjarige Van de Merbel daarbij wel meteen een kanttekening. “We hebben een aantal wedstrijden onnodig weggegeven.” Hoe dat komt? “Soms misschien iets te weinig focus.” Zeker in de duels die er echt om gingen, kan hij zich herinneren. “Dan haalden we niet altijd ons niveau.” En niet alleen voetballend. “Ook qua inzet of hoe graag we het willen.”

Moeite mee

Na een aantal mindere resultaten weer wakker geschud, kijkt Van de Merbel vol vertrouwen naar boven. “Ons doel is derde worden en de nacompetitie halen.” Want, voegt de inwoner van Willemstad daaraan toe: “Ik denk dat we klaar zijn voor een stapje omhoog.” En niet voor niks. “We zijn een voetballende ploeg, dus tegen ploegen die ook willen voetballen, zijn we vaak beter. De vierde klasse is toch vooral fysiek, daar hebben we nog wel eens moeite mee. Dat is lastig voor ons.” Ruimte voor verbetering, ziet Van de Merbel dan ook nog genoeg. “Verdedigend staat het goed, maar we scoren moeilijk. We moeten echt onze kansen af gaan maken. Daar valt nog veel winst te behalen.” Het verschil in doelpunten, ten opzichte van de concurrentie, is dan ook aanzienlijk. “De nummer twee, VVC’68, heeft bijna dertig keer meer gescoord. Dat is natuurlijk bizar.” Heel veel invloed, heeft Van de Merbel daar gezien zijn positie, echter niet op. “Ik heb dit seizoen bijna overal wel gestaan. Van linksbuiten en linksback, tot nummer zes of tien.” Tegenwoordig, speelt hij als linksmidden, in een 3-4-3. “Ik ben de enige linkspoot in de selectie, dus dan krijg je dat!” Maar ondanks dat hij in de jeugd vooral op tien speelde en daar ook eigenlijk het liefste staat, heeft hij zijn plekje in het elftal inmiddels wel gevonden. “Het is een leuke combi van verdedigen en aanvallen.” Een rol, die goed bij hem past, vertelt Van de Merbel. “Ik ben een voetballende speler, met veel overzicht én inzet.”

Niet de grootste

Bezig aan zijn eerste seizoen bij het vlaggenschip, geniet hij van de uitdaging. “In het begin was het heel erg wennen, omdat het spel veel sneller gaat. Je moet meer lopen en ook het tempo ligt hoger.” Toch had Van de Merbel niet heel lang nodig, om aan te pikken. “Vorig seizoen trainde ik vanuit de JO19 al mee bij het eerste en mocht ik ook af en toe invallen. Dat heeft wel geholpen om de overgang makkelijker te maken.” Zijn doel, werd daarmee bereikt. “Vroeger ging ik vaak bij het eerste elftal kijken, dus daarom vind ik het extra leuk dat ik er nu zelf speel. Het blijft toch het belangrijkste team van de club.” De club, waar hij al sinds zijn vijfde komt. “Ik heb nog nooit ergens anders gespeeld. Willemstad is een klein dorpje, dus je kent iedereen en er hangt een fijne sfeer. Al mijn vrienden voetballen hier ook, dat maakt het zo gezellig.” Aan een vertrek, denkt Van de Merbel voorlopig dan ook niet. “Voor nu vind ik het heel leuk om bij Kogelvangers te spelen. Daarna zie ik wel hoe het loopt.” Want stappen maken, kan de multifunctionele speler nog genoeg, vindt hij. “Vooral fysiek, moet ik nog sterker worden. Ik ben niet de allergrootste, daardoor is het soms wel lastig tegen die fysieke gasten op het middenveld.” Aan zijn loopvermogen, ligt het in ieder geval niet. Zo werd hij onlangs derde, tijdens de traditionele Sponsorloop van de club. “Ik vind hardlopen leuk om te doen. Gewoon om te kijken hoe ver je kunt gaan en om jezelf uit te dagen.”

Klik op vv Kogelvangers voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Kogelvangers voor meer informatie over de club.

Daarom zou promotie extra mooi zijn

Bezig aan een goed seizoen, hopen ze bij NOAD’32 nog altijd op deelname aan de nacompetitie. Want nadat de vijfdeklasser uitstekend aan het seizoen begon, sloop er daarna wat gemakzucht in, vindt Pieter Poorter. “Na de winterstop hebben we het goed opgepakt als team.”

Want hoewel de formatie uit Wijk en Aalburg het seizoen begon met twaalf punten uit de eerste vijf wedstrijden, was een goed begin, dus niet het halve werk, kijkt de 25-jarige Poorter terug. “Doordat we een paar keer wonnen, werd het een beetje te gemakzuchtig. Dan loop je tegen de lamp aan.” Dat resulteerde in een mindere serie, maar met een huidige vierde plek, mogen ze uiteindelijk niet klagen, is de inwoner van het dorp van mening. “Dit had ik voor de winterstop niet verwacht. Eigenlijk gaat het gewoon best goed dit seizoen!”

Moeite met scoren

Wat er na de onderbreking vooral beter is geworden? “Onze mentaliteit. Er gewoon iedere week staan. Eerst was het nog wel eens te laks, dat gaat nu een stuk beter.” Met uitzicht op deelname aan de nacompetitie voor promotie tot gevolg. “Mijn verwachting was dat we minimaal mee zouden doen voor de top vijf. Ik vind ook gewoon dat we daar horen te staan.” En dus kunnen ze bij NOAD’32 voorlopig tevreden zijn, aldus Poorter. “We willen graag promoveren naar die vierde klasse, maar er komen nog een paar zware wedstrijden aan.” De middenvelder houdt voor de zekerheid, dan ook nog maar een slag om de arm. “Er kan nog veel gebeuren, dus ik durf nog niet echt iets uit te spreken.” Al heeft Poorter wel vertrouwen, in een eventuele promotie. “Ik denk zeker dat we de vierde klasse aan kunnen. We spelen misschien niet het beste voetbal, maar hebben wel de mentaliteit om duels over de streep te trekken.” Toch mag het soms iets minder spannend, lacht hij. “We kunnen wedstrijden vaak veel eerder op slot gooien, door een voorsprong uit te bouwen. Dan wordt het toch wat makkelijker. Dat kunnen we nog wel beter doen.” Maar dat is makkelijker gezegd, dan gedaan, weet ook Poorter. “Over het algemeen hebben we moeite met scoren. Daar lopen we wel een beetje tegenaan.” En dat terwijl het voorkomen van doelpunten, juist goed gaat, vertelt hij. “Zeker na de winterstop, staat het goed, en krijgen we weinig goals tegen.” Mede door de ervaring, van een aantal teamgenoten. “We hebben ervaren jongens, die de jongere gasten neerzetten. Die luisteren goed, haha!”

Moeilijke oplossing

Zelf, beschikt Poorter inmiddels ook over de nodige ervaring. “Ik ben hier in de F’jes begonnen en heb nooit ergens anders gevoetbald. Veel jongens van onze school zaten bij NOAD’32, dan is één plus één snel twee.” Heel lang, had hij dan ook niet nodig. “Ik wist al vroeg dat ik wilde gaan voetballen bij ons op het dorp.” Van plan om ooit te vertrekken, is hij niet. “Het voelt hier voor mij echt als thuiskomen. Je kent iedereen en daardoor voelt het heel vertrouwd. Wat dat betreft is NOAD’32 echt een dorpsclub.” Eén die meer dan uitstekend bij hem past. “Ik heb het hier heel goed naar mijn zin. Dat gevoel, krijg je niet zomaar ergens anders. Denk ik.” Maar ook op het veld, heeft Poorter zijn plekje gevonden. Als controlerende middenvelder. “Vaak sta ik op zes of acht. Ik wil heel graag meedoen in de opbouw, soms iets te veel. Waardoor ik voor de moeilijke oplossing kies. Af en toe moet het wat makkelijker. Dat is wel een verbeterpunt voor mij.” Maar gelukkig, gaat dat steeds beter. “Daar probeer ik aan te werken!” Helemaal, met het oog op de toekomst. “Ik zit nu vijf jaar bij het eerste, en heb al twee keer een degradatie meegemaakt. Daarom lijkt het me nu extra mooi om een keer promotie mee te maken.” En niet alleen voor zichzelf. “Ook voor de jongens die stoppen, is dat een mooie afsluiting!”

Klik op NOAD’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NOAD’32 voor meer informatie over de club

Frisse wind bij Klundert: ‘Dat hebben we nodig’

0

Een gestopte aanvoerder, een trainerswissel en tegenvallende resultaten. Het seizoen van derdeklasser Klundert verloopt allesbehalve als gehoopt. Toch durft Bram den Hollander na een paar bemoedigende weken, voorzichtig weer omhoog te kijken. “Die was heel belangrijk voor de stand en de koppies.”

De overwinning op Den Bommel (4-0), kwam voor Klundert dan ook op een goed moment, vertelt de twintigjarige Den Hollander. “We staan veel te dicht in de buurt van de degradatiezone, dus hopen nu weer omhoog te kunnen kijken.” En dat terwijl de club de lat aan het begin van het seizoen, een stuk hoger had gelegd. “Ons doel was om weer de top vijf te bereiken. Maar dat is niet gelukt…”

Geen klik

Sterker nog, Klundert vecht tegen degradatie. Hoe dat komt? “Dat heeft verschillende redenen. Onze aanvoerder is naar het tweede gegaan om zijn plezier weer terug te vinden, en de klik met de trainer was er niet.” En dus werd Erik van der Giesen, onlangs ontslagen. “Het liep gewoon niet lekker. Het was niet echt een match. Zijn visie werkte niet helemaal, dus denk ik dat het beter is voor het team.” Waarom het niet werkte? “We gingen van heel hoog drukzetten naar inzakken, en van 4-3-3, naar 4-4-2. Terwijl we juist heel snelle buitenspelers hebben.” Onder leiding van Mark Ketting en Stefan de Ruiter, hoopt Den Hollander de stijgende lijn voort te zetten. “Mark staat echt boven de groep, dat is voor ons heel belangrijk.” Met een frisse wind, op weg naar handhaving. “Dat is voor nu wel het doel, om uit die degradatiezone te blijven.” Zorgen maken om degradatie, doet de inwoner van het dorp zich voorlopig niet. “Maar natuurlijk kijk je er wel naar. De competitie zit dicht bij elkaar, dus je bent er toch mee bezig. Ook mentaal.” Zaak voor Ketting, om daar de komende weken verandering in te brengen. “We zijn echt een vriendengroep, dus hebben een trainer nodig die soms ook fel kan reageren. Vooral omdat we dat zelf niet zo snel doen.” Iemand die hard kan zijn, dus. “Dan kan het ook weer best snel positief omslaan!”

Irritant ventje

Bij de club, waar Den Hollander op zijn vierde begon. “Bij de F’jes. Daarna heb ik nooit ergens anders gespeeld en sinds mijn zeventiende, zit ik bij het eerste.” Een makkelijke keuze, vertelt hij. “Ik kom hier vandaan en heb ook niet de neiging gehad om weg te gaan.” Helemaal niet, toen hij nog wat jonger was. “Ik ging vroeger altijd bij het eerste kijken, in de hoop daar zelf ook ooit te spelen.” Samen met zijn broer Gijs. “Die is drie jaar ouder, dus die voetbalt er al een tijdje.” Hoe dat in de praktijk gaat? “Beter dan verwacht, haha! Eigenlijk botst het niet zo vaak.” En dat terwijl Den Hollander soms best vervelend kan zijn, lacht hij. “Ik wil heel graag winnen en kan echt chagrijnig zijn als ik verlies.” Zijn broer, heeft dat wat minder. “Die is ook heel fanatiek, maar heeft er na een verloren wedstrijd veel minder last van. Terwijl ik dan echt niet de meest blije ben in de kantine.” In het veld, doet hij er dan ook alles aan, om dat te voorkomen. “Door tegenstanders word ik vaak een irritant ventje genoemd. Dat vind ik een mooi compliment.” De nummer zes, houdt dan ook wel van het spelen van een duel. “Ik ben niet de grootste, maar ben heel fel op tweede ballen.” Voorlopig in het shirt van Klundert, maar aan ambities, bij de jongeling geen gebrek. “Als ooit de kans komt om hogerop te gaan, zou ik die poging wel willen wagen.” Tijd om daarover na te denken, heeft hij de komende weken echter niet. “Voor nu is handhaven het belangrijkste!”

Klik op V.V. Klundert voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Klundert voor meer informatie over de club.

Als promovendus is het seizoen zeker geslaagd

Ondanks een mindere fase na de winterstop, gaat Kozakken Boys zich dit seizoen zonder al te veel zorgen handhaven in de Tweede Divisie. Een prestatie, waar ze bij de promovendus trots op kunnen zijn, vindt verdediger Tom Sas. “Alle teams op dit niveau zijn goed.”

En dus kun je ook zomaar, een aantal wedstrijden achter elkaar verliezen, blikt Sas (22) terug op de mindere reeks na de winterbreak. “Toen liep het als geheel niet goed genoeg, en dan zit het in de Tweede Divisie gewoon te dicht bij elkaar. Dus dan verlies je.” Want, zo heeft de inwoner van Geldrop dit seizoen wel gemerkt. “Vorig seizoen in de Derde Divisie hadden we op een gegeven moment echt het gevoel dat niemand ons kon verslaan. Daardoor wonnen we ook een periode. Alleen nu kan iedereen echt van iedereen winnen en moet je iedere week vol aan de bak.”

Volwassener

Iets wat ze bij Kozakken Boys voor de winterstop, uitstekende lukte. Daarna, dus iets minder. “Iedere ploeg heeft altijd wel een fase dat het minder gaat.” Heeft hij daar in dit geval, een verklaring voor? “Het lag niet echt aan het spel, maar er zat gewoon veel tegen. Terwijl het in de eerste seizoenshelft, juist een paar keer meezat.” Echt zorgen maken om degradatie, deed Sas zich echter niet. “Tuurlijk ben je bezig met die degradatiestreep, maar ik denk dat heel de club, de staf en het team, vertrouwen had dat we in de Tweede Divisie zouden blijven.” En na een paar fraaie overwinningen, heeft dat er ook alle schijn van. “Gelukkig hebben we daarna weer onze punten gepakt en staan we er nu een heel stuk beter voor. Daar zijn we blij mee!” Met dank, aan een stukje ervaring, denkt Sas. “We hebben veel jongens die op een hoger niveau hebben gespeeld, dat heeft zeker geholpen.” Welke stappen hebben ze verder gemaakt? “We zijn vooral, ondanks dat we best veel jonge jongens hebben, volwassener gaan spelen.” Met dank, aan de eerste wedstrijd van het seizoen, lacht Sas. “Toen wonnen we met 4-3 van IJsselmeervogels, dat was echt even van: welkom in de Tweede Divisie. Daarna zijn we veel zakelijker geworden. Daar zijn we echt in gegroeid. We maken nu veel minder fouten.”

Veel spelen

Met een voorlopig fraaie tiende plaats, tot gevolg. “Als we ons handhaven, is het seizoen zeker geslaagd als promovendus. Dat was vooraf het doel wat we hadden gesteld, dus dat was het belangrijkste. Dan denk ik, dat we tevreden kunnen zijn.” Tevreden, is Sas sowieso wel, bij Kozakken Boys. “Dit is nu mijn tweede seizoen en het bevalt heel goed. Ik heb veel gespeeld en veel minuten gemaakt.” Precies de reden, waarom hij de overstap maakte van FC Eindhoven. “Ik wilde mezelf graag ontwikkelen door te spelen, in plaats van te trainen zonder perspectief.” Want ondanks dat Sas bij de club uit Eindhoven zijn debuut maakte in het profvoetbal en tot twaalf wedstrijden in de Keuken Kampioen Divisie kwam, besloot hij na twee seizoenen FC Eindhoven te vertrekken. “Ik kon op amateurbasis blijven, maar dat zag ik niet zitten.” Via zijn teamgenoot Jesse Giebels, die vlak daarvoor de overstap naar Kozakken Boys had gemaakt, kwam Sas ook bij de club uit Werkendam terecht. “Door de situatie was ik toe aan een nieuw avontuur. Dus ging ik op gesprek.” En met succes. “We hebben een heel leuke groep én ik hoef niet meer elke dag te trainen zonder te spelen. Dat was voor mij de belangrijkste reden om bij FC Eindhoven weg te gaan. Door het gebrek aan zekerheid op speelminuten.” Al mist Sas, het profwereldje wel, is hij eerlijk. “Zeker als het mooi weer is, is het natuurlijk heerlijk om iedere dag op het veld te staan en te trainen. Maar ik heb het nu bij Kozakken Boys, ook hartstikke goed naar mijn zin.”

Latere leeftijd

Het amateurvoetbal, is dan ook allesbehalve vreemd voor hem, zo vertelt hij. “Ik had op mijn zeventiende, al een seizoen bij Geldrop in het eerste gespeeld.” Zijn profavontuur, begon dan ook pas op latere leeftijd. “Op mijn achttiende, ging ik naar FC Eindhoven O21. Daarvoor heb ik altijd gewoon bij Geldrop in de jeugd gespeeld.” Een wereld van verschil. “Bij FC Eindhoven draaide alles natuurlijk om voetbal. Dan leef je echt voetbal. Nu is het anders, maar ook leuk.” Werkzaam op een belastingkantoor en bezig aan zijn master Fiscale Economie in Tilburg, combineert Sas het voetballen met school en werk. “Juist die combinatie, vind ik leuk.” Toch is er aan zijn ambities, niks veranderd. “Ik heb het profvoetbal nog niet helemaal uitgesloten. Dus als ik een kans krijg op een hoger niveau, zal ik daar zeker over nadenken.” Toch zit hij voorlopig, uitstekend op zijn plek. “We willen met Kozakken Boys graag langere tijd in de Tweede Divisie spelen en uiteindelijk bovenin meedoen.” Met hem, als centrale verdediger. “Vorig seizoen heb ik veel op zes gespeeld, maar ik ben wel echt een verdediger.” Iemand met veel snelheid en inzicht. “Ik heb niet de bouw om dwars door spitsen heen te lopen. Moet het meer hebben van het organiseren van de restverdediging, de diepte eruit halen en het voetballen.”

‘Ik had graag samen het seizoen afgemaakt’

0

Na het per directe vertrek van Jan Hereijgers, staat Ludwig van de Wouw sinds maart als hoofdtrainer voor de groep bij derdeklasser Zundert. Een functie die de clubman in hart en nieren, liever niet had vervuld, vertelt hij. “Ik had heel graag samen met Jan het seizoen afgemaakt.”

Maar zover, kwam het dus niet. “Het is jammer hoe het is gegaan en dat Jan is gestopt.” Want blij met de situatie, is de 56-jarige Van de Wouw allerminst. “Helaas ben ik nu hoofdtrainer.” En dat terwijl hij het seizoen, begon als assistent-trainer, van Hereijgers. “Daardoor ken ik de jongens van binnen en buiten. Mijn zoon speelt er ook in, samen met een aantal vrienden.” Wonderen, verwachten ze bij de club niet van hem, met een voorlopig laatste plaats. “Het bestuur heeft niet opgedragen dat ik per se moet zorgen voor handhaving. Ik denk dat nacompetitie het hoogst haalbare is.”

Plezier terug

Hoe is het om tussentijds in te stappen? “Aan de ene kant is het lastig, aan de andere kant niet.” Want hoewel de voormalig speler van Zundert, Van de Wouw begon op zijn achtste met voetballen bij de club, de selectie door en door kent, heeft hij wel het één en ander veranderd. “We spelen nu 4-4-2, omdat ik denk dat we vanuit die opstelling de meeste kans hebben om wedstrijden te winnen. Dat is voor mij de grootste uitdaging, om in die korte tijd mijn voetbalvisie over te brengen op die jongens.” Een visie, die moet gaan zorgen voor punten. “De linies kort op elkaar, inzakken én counteren.” Want na een slechte start van het seizoen, lopen ze bij Zundert eigenlijk al het hele jaar, achter de feiten aan, vertelt Van de Wouw. “We wisten ook dat het moeilijk ging worden, maar we geven ons nog niet gewonnen.” Waar ziet hij vooral, de grootste ruimte voor verbetering? “Ten opzichte van vorig seizoen, krijgen we nu veel meer goals tegen. Dus moeten we het achterin dichthouden.” Al is dat makkelijker gezegd, dan gedaan, weet ook hij. “Door de seizoenstart is het zelfvertrouwen broos en gaan de koppies snel hangen.” Zaak voor hem, om daar wat aan te doen. “Ik heb vanaf het begin meteen tegen die jongens gezegd dat ze goed kunnen voetballen. En dat we dat ook gaan doen, van achteruit.” Aan vertrouwen, bij Van de Wouw dan ook geen gebrek. “Ik zal nooit de handdoek gooien. Voorlopig kijken we ook niet naar de stand, eerst moet het plezier terugkomen. Maar als ik zie wat voor arbeid ze leveren…”

Cirkel rond

De eerste positieve ontwikkelingen, tekenen zich wat Van de Wouw betreft dan ook al af. “Ik zie verbetering. Vooral ook in de onderlinge frictie.” Komt dat nog op tijd? “Jan wilde een schokeffect creëren, door te stoppen. Om die jongens een signaal te geven, van het is vijf over twaalf.” Nog altijd contact met de voormalige hoofdtrainer, probeert Van de Wouw nu vooruit te kijken. “We moeten gewoon zo bezig blijven én positief zijn. Je mag best een keer boos zijn, maar je moet er niet in blijven hangen.” Hoe moeilijk dat soms ook is. “We hebben een heel jonge groep, die geen ervaring heeft met degradatievoetbal. Dus het zal niet makkelijk worden, daar moeten we eerlijk in zijn.” Hoe klein de laatste strohalm ook is, bij Zundert proberen ze hem vast te grijpen. “We moeten vooral beter presteren tegen onze concurrenten, dat zal bepalend worden. Laten zien wat we waard zijn.” Met de club, waar de inwoner van het dorp al zijn hele leven komt. “Ik heb nooit ergens anders gespeeld.” Heel lang, duurde zijn actieve voetbalcarrière overigens niet. “Op mijn 21ste moest ik stoppen, nadat ik een auto-ongeluk had gehad. Daar hield ik rugletsel aan over.” Vervolgens haalde hij zijn VC2 en rolde op die manier het trainersvak in. “Ik heb ongeveer alle jeugdteams van Zundert gedaan, ben teamleider en assistent-trainer geweest bij het eerste en was hoofdtrainer van het tweede.” En dus is ook deze rol, iets nieuws voor hem. “Mijn droom was altijd wel om trainer te worden van Zundert 1, maar natuurlijk niet op deze manier.” Toch is de cirkel wel rond, voor het erelid, die ook jarenlang in het hoofdbestuur zat en jeugdvoorzitter was. “En het kan nog heel leuk worden! Daar gaan we keihard aan werken.” Al was het maar, zodat hij volgend seizoen als assistent-trainer van Niels Gevers, opnieuw actief is in de derde klasse. “Ik ben hier als jeugdspeler begonnen, dit is en blijft mijn club. Daarom heb ik ook niet de ambitie om ergens anders wat te gaan doen.”

Klik op VV Zundert voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Zundert voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.