Home Blog Pagina 2

Buitenlandse profclubs vinden steeds vaker de weg naar N.I.V.O.-Sparta

0

Hoewel Hans van den Bighelaar afgelopen najaar afscheid nam als voorzitter van N.I.V.O.-Sparta, is hij nog altijd volop actief binnen de vereniging. Samen met zijn zoon Olivier zorgt hij ervoor dat buitenlandse profclubs tijdens de zomerstop neerstrijken in Zaltbommel. Een bijzonder initiatief dat de club niet alleen internationale uitstraling geeft, maar ook helpt om de accommodatie verder te verbeteren.

De band van Van den Bighelaar met N.I.V.O-Sparta ontstond niet als speler, maar als vader van twee voetballende zoons. Zijn oudste zoon begon rond het jaar 2000 bij de club, enkele jaren later volgde de jongste. Niet veel later rolde hij zelf het vrijwilligerswerk in.

“Ik ben begonnen als voorzitter van de jeugdafdeling en ben daarna steeds verder betrokken geraakt bij de vereniging.”

In 2009 werd hij tijdens een moeilijke periode gevraagd om tijdelijk het voorzitterschap op zich te nemen. Na een korte periode stapte hij weer terug, al bleef de club hem benaderen. “Ik zei altijd voor de grap: vraag me maar weer als ik zestig ben. Alleen hebben ze daar niet op gewacht.”

Uiteindelijk stond hij de afgelopen zeven jaar opnieuw aan het roer van N.I.V.O-Sparta, tot hij afgelopen november het voorzitterschap overdroeg.

Idee uit het verleden krijgt nieuw leven

Ook tijdens zijn periode als voorzitter hield Van den Bighelaar zich al bezig met iets bijzonders. Samen met zijn zoon Olivier organiseert hij inmiddels voor het derde jaar op rij trainingskampen voor buitenlandse BVO’s.

Het idee ontstond eigenlijk al jaren eerder. “In 2009 heb ik Ajax Cape Town naar N.I.V.O.-Sparta gehaald. Toen we een paar jaar geleden opnieuw voor uitdagingen stonden, dacht ik weer aan dat initiatief.”

Die uitdagingen hadden alles te maken met de kwaliteit van enkele velden op sportpark De Watertoren. “Een deel van de velden was bij de aanleg niet goed aangelegd. Uiteindelijk bleef de club met het probleem zitten. Dan kun je blijven wijzen naar anderen, maar daar schiet je niets mee op.”

In plaats daarvan ging Van den Bighelaar op zoek naar een oplossing die de club op meerdere fronten vooruit zou helpen.

Meer dan alleen een voetbalveld

Waar veel mensen denken dat het alleen draait om een goed trainingsveld, komt er volgens Van den Bighelaar veel meer bij kijken.

“Je hebt niet alleen uitstekende velden nodig, maar ook een complete organisatie eromheen. De velden moeten eerder in onderhoud, alles moet perfect worden bijgehouden en daarnaast is een goed hotel op loop- of fietsafstand belangrijk.”

Die samenwerking werd gevonden met Van der Valk in Zaltbommel. De profclubs regelen zelf hun verblijf, terwijl N.I.V.O.-Sparta de trainingsfaciliteiten verzorgt.

Dat leverde de afgelopen jaren mooie namen op. Zo trainden onder meer Al Rayyan uit Qatar, PAOK Saloniki uit Griekenland en Al Fayha uit Saudi-Arabië op het complex van N.I.V.O.-Sparta. Opvallend genoeg keerden PAOK en Al Fayha dit jaar allebei terug.

“Dat vinden wij misschien wel het grootste compliment. Ze hebben zelfs hun planning aangepast om weer naar ons te kunnen komen.”

Samen bouwen aan kwaliteit

Tijdens de trainingskampen wordt er gemiddeld anderhalf keer per dag getraind en worden ook meerdere oefenwedstrijden afgewerkt. Dat vraagt veel van de accommodatie én van de organisatie.

“Mijn zoon Olivier en ik zijn bij vrijwel iedere training aanwezig. We onderhouden het contact met de clubs en zorgen dat alles geregeld is. Daarnaast houden onze terreinknecht en de klussenploeg de accommodatie in topconditie.”

Volgens Van den Bighelaar zit de kracht vooral in de persoonlijke aanpak. “De begeleidende staf van de clubs kent ons inmiddels. Dat maakt het contact prettig en zorgt ervoor dat alles steeds soepeler verloopt.”

Hoewel de organisatie veel tijd kost en vakanties regelmatig moeten wijken, denkt hij nog niet aan stoppen.

“Als mensen zeggen dat iets niet kan, vind ik het juist mooi om te laten zien dat het wél kan. Natuurlijk kost het veel tijd, maar je krijgt er ook veel voor terug.”

Twintig jaar aan het roer: Arnold Verbeek bouwde DSC stap voor stap verder

0

Twintig jaar voorzitter zijn van een voetbalvereniging is een bijzondere mijlpaal. Arnold Verbeek bereikt dit seizoen dat jubileum bij DSC en groeide in die periode uit tot een van de gezichten van de club. Samen met zijn medebestuurders werkte hij aan een financieel gezonde vereniging, een groeiend ledenaantal en een toekomstbestendig DSC.

Hoewel Arnold Verbeek niet in Kerkdriel werd geboren, voelt hij zich inmiddels een echte DSC’er. Na zijn verhuizing naar het dorp begon hij als speler in de selectie, werd vervolgens leider van het eerste elftal en vervulde verschillende bestuursfuncties. In 2007 stapte hij als interim-voorzitter in, waarna hij een jaar later officieel werd benoemd. Op 1 april 2027, tijdens het 95-jarige jubileum van de club viert hij zijn 20ste jaar als voorzitter.

Toen Verbeek aantrad, stond DSC voor een flinke uitdaging. De club draaide financieel moeizaam en schreef nauwelijks zwarte cijfers. Samen met het bestuur zette hij koers naar een gezondere organisatie. Dat lukte. Inmiddels groeide DSC in twintig jaar tijd van ongeveer zeshonderd naar achthonderd leden en ontwikkelde de vereniging zich op meerdere fronten.

De grootste uitdaging tijdens Verbeeks voorzitterschap lag zonder twijfel bij de accommodatie. Al jarenlang onderzoekt DSC samen met de gemeente de mogelijkheden voor een verhuizing, maar concrete plannen bleven telkens uit. Intussen bleef de vereniging groeien en nam de druk op het sportpark toe.

Om die groei op te vangen werden extra kunstgrasvelden aangelegd en tijdelijke kleedkamers geplaatst. Inmiddels is duidelijk geworden dat DSC voorlopig nog jarenlang op de huidige locatie blijft. Daarom besloot het bestuur niet langer af te wachten en zelf het initiatief te nemen. De plannen voor een volledig nieuw kleedgebouw liggen inmiddels op tafel, waarmee de club opnieuw investeert in de toekomst.

Onder leiding van Verbeek groeide niet alleen het ledenaantal. Ook sportief maakte DSC ontwikkelingen door. De club wist zich jarenlang te handhaven in de derde klasse en zag het vrouwenvoetbal flink groeien. Vrijwel iedere leeftijdscategorie beschikt inmiddels over meisjesteams en komend seizoen telt de vereniging opnieuw twee vrouwenselecties.

Een van de sportieve hoogtepunten was volgens Verbeek het indrukwekkende seizoen van Onder 19. De talentvolle lichting promoveerde van de eerste klasse naar de hoofdklasse en vervolgens zelfs naar de zesde divisie.

Toch draait DSC volgens de voorzitter om meer dan alleen resultaten. De club staat bekend als een warme dorpsvereniging waar saamhorigheid en gastvrijheid minstens zo belangrijk zijn als prestaties op het veld.

Een stabiele vereniging vraagt om een stabiel bestuur. Daarbij speelt secretaris Hans Verhoeven al jarenlang een belangrijke rol. Nadat hij eerder achttien jaar secretaris was geweest, keerde hij op verzoek van Verbeek terug toen de functie lastig bleek in te vullen.

Volgens Verbeek vormt Hans een onmisbare schakel binnen het bestuur. De samenwerking verloopt al jaren prettig, mede doordat veel bestuursleden elkaar goed aanvullen en vaak al lange tijd actief zijn binnen de club. Hans omschrijft Verbeek op zijn beurt als een benaderbare voorzitter die niet alleen bestuurt, maar ook zelf de handen uit de mouwen steekt wanneer dat nodig is. Iemand die graag mensen verbindt en beslissingen samen neemt, zonder zichzelf op de voorgrond te plaatsen.

Juist die samenwerking vormt volgens beiden een belangrijke basis onder het succes van DSC.

Hoewel Verbeek nog altijd met veel plezier voorzitter is, heeft hij inmiddels ook vooruitgekeken. Tijdens de laatste algemene ledenvergadering maakte hij bekend dat hij nog maximaal vier jaar aanblijft. Daarmee geeft hij de vereniging ruim de tijd om een geschikte opvolger te vinden.

Na twintig jaar kijkt Verbeek vooral met trots terug op alles wat samen met vele vrijwilligers, bestuursleden en leden is opgebouwd. Van een financieel stabiele vereniging tot een groeiende jeugdafdeling, een bloeiend vrouwenvoetbal en ambitieuze plannen voor de accommodatie. Zijn jubileum markeert niet alleen twintig jaar voorzitterschap, maar vooral twintig jaar bouwen aan een DSC dat klaar is voor de toekomst.

Hielke Ton: “Elke zondag is het feest bij Heerewaarden”

Voor Hielke Ton is voetballen bij SV Heerewaarden allang meer dan alleen negentig minuten op zondag. De 31-jarige middenvelder loopt er al bijna een kwart eeuw rond, op een korte onderbreking na. Inmiddels is hij weer helemaal thuis bij de club. Met een hechte vriendengroep, veel gezelligheid en één duidelijke droom: ooit kampioen worden met Heerewaarden.

Ton begon op jonge leeftijd bij Heerewaarden en is inmiddels al zo’n 24 à 25 jaar aan de club verbonden. Alleen een uitstapje naar Aquila onderbrak die lange periode. Twee vrienden maakten dezelfde overstap en dat maakte de keuze aantrekkelijk. Bovendien kende Ton al veel spelers van Aquila uit de gezamenlijke jeugdperiode.

Die tijdelijke verhuizing pakte bijzonder goed uit. Met Aquila beleefde hij een seizoen waarin alles op zijn plek viel. “Iedereen kende zijn rol en taak.” Eerder was het doel bescheiden: een periodetitel. Die werd direct, en bovendien ongeslagen, binnengehaald.

Daarna begon het geloof in meer te groeien. De ploeg bleef winnen en uiteindelijk moest op de laatste speeldag de kroon op het seizoen worden gezet. Winnen was noodzakelijk. Ton had zelf een belangrijk aandeel met twee doelpunten en zag zijn ploeg met 3-1 winnen. Kampioen.

Na dat kampioensjaar keerde Ton samen met zijn twee vrienden terug naar Heerewaarden. Niet direct in het eerste, maar in het tweede elftal. Daar wachtte een combinatie van jongere en oudere spelers, met gezelligheid als belangrijke overeenkomst.

Inmiddels is Ton weer onderdeel van het eerste elftal, waar hij veel bekende gezichten tegenkomt. Dat vindt hij juist mooi. Een groot deel van de spelersgroep heeft vroeger samen in het eerste gespeeld. De onderlinge band is daardoor sterk gebleven.

“Het is gewoon écht een gezellige groep.” En dat merk je volgens Ton vooral op zondag. De wedstrijd is belangrijk, maar het sociale aspect hoort er net zo goed bij. Na afloop wordt er samen een biertje gedronken.

Ton omschrijft de selectie als één grote vriendengroep. Veel spelers kennen elkaar al jaren en ook buiten het voetbal wordt er veel met elkaar opgetrokken. Die basis maakt de sfeer volgens hem bijzonder.

Zelf draagt hij daar graag aan bij. Buiten het veld is hij naar eigen zeggen altijd in voor een dolletje. Binnen de lijnen probeert hij juist een leidende rol te pakken. Al geeft hij met een knipoog toe dat die leiderschapskwaliteiten na een stevige zaterdagavond soms iets minder nadrukkelijk aanwezig zijn.

De kracht van Heerewaarden zit volgens Ton dan ook niet alleen in voetbaltechnische kwaliteiten. Het is de combinatie van plezier, vriendschap en de wil om samen te blijven voetballen. Zolang iedereen fit blijft, hoopt hij dat de groep nog jarenlang bij elkaar blijft.

Op individueel gebied is Ton vooral bezig met fit blijven. Op 31-jarige leeftijd kijkt hij minder naar allerlei persoonlijke ontwikkelpunten dan vroeger. Hij wil simpelweg zo fit mogelijk zijn om iedere wedstrijd te kunnen spelen. Toch weet dat er op conditioneel vlak nog winst te behalen valt.

Zijn belangrijkste doel ligt echter niet individueel. Als je Ton vraagt wat hij nog met Heerewaarden wil bereiken, is het antwoord kort: kampioen worden.

Die ambitie wordt volgens hem aan het begin van ieder seizoen uitgesproken. “Die ambitie moet er altijd zijn.” Daarnaast wil de ploeg vooral thuis sterk blijven. Vorig seizoen bleef Heerewaarden op eigen veld zelfs ongeslagen.

Waar het uiteindelijk eindigt, durft Ton niet te voorspellen. Zo hoog mogelijk eindigen, wedstrijden blijven winnen en vooral genieten. Want juist dat laatste maakt Heerewaarden voor hem zo speciaal.

Op zondag komt voor Ton alles samen. Voetballen met vrienden, bekenden langs de lijn en na afloop samen een drankje doen. In een dorp als Heerewaarden heeft dat volgens hem een belangrijke waarde.

“Het is elke zondag een uitje om weer lekker te gaan voetballen met z’n allen.” En zolang de vriendengroep bij elkaar blijft, hoeft Ton voorlopig nergens anders heen.

Simon van Zeelst vindt na negentien jaar de weg terug naar Jan van Arckel

Sommige transfers draaien om ambitie, geld of een nieuwe uitdaging. De terugkeer van Simon van Zeelst naar Jan van Arckel draait vooral om timing. Op 32-jarige leeftijd verruilt de middenvelder de derde divisie voor de club waar hij als kind begon. Niet om rustig uit te bollen, maar om opnieuw plezier te maken én verantwoordelijkheid te pakken.

Van Zeelst groeide op in Ammerzoden en trapte vanaf zijn vierde bij Jan van Arckel tegen een bal. Op dertienjarige leeftijd werd hij gescout door RKC, waarna hij via de jeugdopleiding van RKC en Willem II het profvoetbal bereikte. Hij maakte zelfs zijn Eredivisiedebuut en speelde in de Arena.

Een echte doorbraak bij Willem II bleef uit. Een verhuurperiode bij RKC leverde hem wel volop wedstrijden in de Keuken Kampioen Divisie op. Daarna volgden stages bij onder meer FC Dordrecht en clubs in het buitenland, maar een nieuw profcontract kwam er niet. Het bleek het begin van een indrukwekkende amateurcarrière.

Tien jaar derde divisie

Na een seizoen in de Topklasse kwam Van Zeelst terecht in de derde divisie. Tien jaar lang bleef hij daar actief, bij JVC Cuijk, DOVO en Stedoco. Daarmee behoort hij tot de spelers met de meeste wedstrijden op dat niveau. Toch begon de lange reis door Nederland hem steeds minder te trekken.

Ook buiten het veld veranderde zijn leven. Van Zeelst heeft een eigen recruitmentbedrijf, personeel in dienst, werd vader en kocht een oude woonboerderij die volledig wordt verbouwd. “Op een gegeven moment krijg je andere prioriteiten.” De keuze om de derde divisie achter zich te laten, kwam daardoor niet uit het niets.

Terug naar waar het begon

In oktober hakte Van Zeelst de knoop door. Jan van Arckel bleek de logische bestemming. Niet alleen omdat hij daar ooit begon, maar vooral vanwege de mensen. Zijn beste vriend Bart Goesten is trainer van de club.

Toch voelt de terugkeer niet alsof hij simpelweg negentien jaar terugstapt in de tijd. “Ik ben op mijn dertiende weggegaan en heb er negentien jaar niet gevoetbald.” De cirkel is rond, maar de herinneringen aan zijn eerste jaren zijn beperkt.

Geen vedettenrol, wel verantwoordelijkheid

Van Zeelst weet dat zijn komst verwachtingen oproept. Iemand die honderden wedstrijden in de derde divisie speelde en ooit Eredivisie-ervaring opdeed, wordt in de vierde klasse al snel gezien als de man die het verschil moet maken. Zelf kijkt hij daar nuchter naar.

Hij verwacht ook slechte wedstrijden te spelen, maar wil vooral waarde toevoegen met coaching, positiviteit en leiderschap. Juist dat laatste ziet hij als een behoefte binnen de selectie. Er zit volgens hem voldoende kwaliteit, maar het elftal kan nog winnen aan leiderschap. Die rol past hem goed.

Opvallend genoeg schuift hij daarbij in het veld weer een linie naar voren. Na vier jaar als centrale verdediger wil hij opnieuw op het middenveld spelen. Daar kan hij weer meer de verbinding vormen tussen verdediging en aanval.

Meer dan alleen terugkeren

De eerste trainingen bevestigden voor Van Zeelst dat de stap hem goed doet. Het niveau ligt lager, maar de bereidheid binnen de groep spreekt hem aan. Hij ziet een jonge selectie met spelers die nog veel moeten leren, maar vindt het vooral belangrijk dat niemand verzaakt.

Zijn toekomst in het voetbal houdt hem eveneens bezig. Trainer worden is niet direct zijn doel; een rol rondom selectiebeleid of spelers samenstellen spreekt hem mogelijk meer aan. Eerst wil hij genieten van het spelen.

Bij Jan van Arckel wil hij ondertussen niet zomaar meedoen. Een periodetitel is volgens hem een realistische ambitie. Promotie? Daar praat hij liever later over. Eerst voetballen, resultaten halen en na een paar wedstrijden bekijken waar de ploeg staat. Na negentien jaar is Van Zeelst terug. En dit keer wil hij niet vertrekken.

Jonge voorzitter met een vertrouwd gezicht: Hidde Boersma wil bouwen aan de toekomst van GVV’63

0

Op 27-jarige leeftijd wordt Hidde Boersma de nieuwe voorzitter van GVV’63. Opvallend jong voor zo’n verantwoordelijke functie, maar binnen de club is hij allerminst een onbekende. Al bijna twintig jaar draagt hij het geel-zwarte shirt en komende zomer begint hij aan zijn negende seizoen in de hoofdmacht. Nu wil hij zijn club ook buiten de lijnen verder helpen.

Soms begint een nieuw hoofdstuk op de meest onverwachte manier. Voor Boersma gebeurde dat tijdens een gezellig biertje met enkele bestuursleden. De vraag of het voorzitterschap misschien iets voor hem zou zijn, kwam uit het niets. “Ik dacht eerst dat het een grapje was,” vertelt hij lachend. Toch bleef het onderwerp hangen. Er volgde een serieus gesprek, waarna hij ook uitgebreid sprak met de vertrekkend voorzitter. Dat enthousiasme werkte aanstekelijk en zette hem aan het denken.

Voor Boersma voelde het uiteindelijk als een logische stap. GVV’63 is immers de club waar hij op zijn achtste begon met voetballen, waar hij opgroeide en waar hij talloze mooie herinneringen verzamelde. “Ik heb hier ontzettend veel aan de club te danken. Dan is het mooi als je op een andere manier iets terug kunt doen.”

Speler én voorzitter

Bijzonder is dat Boersma zijn nieuwe bestuursfunctie combineert met zijn rol als selectiespeler. Waar veel voorzitters al jaren niet meer op het veld staan, is hij nog wekelijks onderdeel van de selectie. Volgens hem hoeft dat helemaal geen nadeel te zijn.

Integendeel zelfs. Doordat hij zelf nog actief is, weet hij precies wat er leeft binnen de selectie en op de club. Hij spreekt spelers, vrijwilligers en supporters bijna dagelijks en krijgt daardoor veel signalen direct mee.

Eerst luisteren, daarna bouwen

Hoewel Boersma nu de voorzittershamer overneemt, wil hij niet direct met allerlei grote plannen naar buiten treden. Hij vindt het belangrijk om eerst samen met de andere bestuursleden goed te kijken waar de prioriteiten liggen. Volgens hem draait een vereniging als GVV’63 namelijk niet om één persoon, maar om samenwerken.

Zijn eerste doel is daarom helder: ervoor zorgen dat GVV’63 de warme en gezellige vereniging blijft waar mensen graag komen. Daarna wil hij samen met het bestuur bekijken welke stappen nodig zijn om de club verder te ontwikkelen.

Mooie basis voor de toekomst

Volgens Boersma staat GVV’63 er uitstekend voor. De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in de accommodatie, met onder meer nieuwe kleedkamers en de aanleg van een kunstgrasveld. Daardoor beschikt de club over betere trainingsmogelijkheden en kunnen meer teams op een prettige manier gebruikmaken van het sportpark.

Toch liggen er volgens hem nog voldoende uitdagingen. De vereniging blijft groeien en dat vraagt ook in de toekomst om voldoende ruimte en goede faciliteiten. Juist daarom wil hij samen met het bestuur blijven kijken hoe de club zich verder kan ontwikkelen, zonder het vertrouwde karakter te verliezen.

De kracht van de vereniging

Waar Boersma misschien wel het meest trots op is, is het verenigingsgevoel binnen GVV’63. Volgens hem lopen er ontzettend veel mensen rond die zich al jarenlang met hart en ziel inzetten voor de club.

Als voorzitter wil hij daarom vooral benaderbaar zijn. Leden moeten volgens hem gemakkelijk kunnen aankloppen met ideeën, vragen of zorgen. Misschien helpt zijn beroep als psycholoog daar zelfs wel een beetje bij. “Ik luister de hele dag naar mensen, dus dat onderdeel van het voorzitterschap moet wel goedkomen,” zegt hij met een glimlach.

Wanneer Boersma over een paar jaar terugkijkt op zijn voorzitterschap, hoeft daar geen indrukwekkende erelijst tegenover te staan. Voor hem is zijn missie geslaagd als GVV’63 nog altijd die warme, hechte vereniging is waar leden, vrijwilligers en supporters met plezier samenkomen.

Familie Bouman blaast nieuw leven in kantine van WSV Well

0

De kantine van WSV Well krijgt komend seizoen een nieuw gezicht. De familie Bouman neemt gezamenlijk het stokje over en wil er niet alleen voor zorgen dat de bar blijft draaien, maar ook nieuwe energie in de kantine brengen. Met Jolien en Jochem Bouman aan het roer en dochters Evi en Esmee die volop meedraaien, kiest de familie bewust voor een gezamenlijke aanpak.

Voor de familie Bouman is de kantine allesbehalve onbekend terrein. Evi werkt er inmiddels al zo’n twee jaar en begint aan haar derde seizoen. Ook Esmee vindt het leuk om mee te helpen. Jolien sprong de afgelopen jaren bovendien regelmatig bij wanneer er handen tekortkwamen.

Toen duidelijk werd dat de vorige kantinebeheerder na zeven jaar zou stoppen, kwam het onderwerp thuis ter sprake. Jochem, die al zijn hele leven bij de vereniging betrokken is en inmiddels al zo’n acht jaar in het bestuur zit, vertelde dat er een oplossing moest komen.

“Toen dachten we eigenlijk: misschien moeten wij het gewoon met elkaar gaan doen. We vinden het belangrijk dat de club blijft draaien en dit hoort daar gewoon bij.”

Daarmee werd een klus die eerst vooral als vrijwilligerswerk werd gezien, ineens een gezamenlijk familieproject.

Een kantine die weer moet gaan leven

De Boumans willen daarbij niet simpelweg doorgaan op dezelfde voet. Ze zien de overname juist als een kans om de kantine een frisse impuls te geven. Het assortiment wordt onder de loep genomen en er wordt gekeken hoe bepaalde zaken slimmer en efficiënter kunnen worden geregeld.

Zo wordt er onder meer gekeken naar samenwerking met lokale partijen voor broodjes en snacks. Producten als saucijzenbroodjes, frikandelbroodjes, kaasbroodjes en worstenbroodjes moeten een plek krijgen in het nieuwe aanbod.

Het doel is volgens Jolien niet om alles overhoop te gooien, maar vooral om te kijken waar het beter, leuker en aantrekkelijker kan.

Samen achter de bar

De bezetting wordt nadrukkelijk een familieaangelegenheid. Op zaterdag staan Jolien en de dochters veelal samen achter de bar. Op doordeweekse avonden wordt het verdeeld binnen het gezin. Als er extra hulp nodig is, kunnen vrienden van de meiden worden gevraagd of wordt een beroep gedaan op de bestaande groep vrijwilligers.

Dat past volgens Jolien bij Well. “Het is hier toch een beetje ons kent ons. Als je iemand nodig hebt, kun je het gewoon vragen. Mensen helpen elkaar.”

De kantine is in ieder geval standaard geopend op woensdag en donderdag, de drukste trainingsavonden. Als er op dinsdag extra activiteiten zijn of op vrijdag iets wordt georganiseerd, wil de familie daar waar mogelijk eveneens op inspelen.

Meer dan alleen een bar

Ook buiten de reguliere voetbalavonden ziet de familie kansen. Jochem is vanuit de activiteitencommissie al betrokken bij festiviteiten rond grote wedstrijden en derby’s. Die activiteiten blijven bestaan en mogelijk komen daar in de toekomst nieuwe ideeën bij.

“We hebben natuurlijk wel ideeën, maar we moeten eerst maar eens kijken hoe het eerste seizoen loopt”, vertelt Jolien met een glimlach. “Je moet ook niet meteen alles roepen, want dan moet je het uiteindelijk allemaal zelf gaan doen.”

Juist die nuchtere houding past bij de manier waarop de familie de kantine wil runnen. Iedereen mag meedenken, maar het moet vooral iets van de hele vereniging blijven.

De sfeer moet voorop blijven staan

De grootste uitdaging zit voor Jolien dan ook niet alleen in het draaien van de kantine. Het gaat er vooral om dat mensen graag blijven komen. Dat de sfeer goed is, vrijwilligers plezier houden in hun werk en de kantine aantrekkelijk blijft voor jong en oud.

De eerste reacties zijn in ieder geval positief. “We hebben eigenlijk alleen maar complimenten gekregen. Mensen vinden het leuk dat we dit met elkaar oppakken.”

De kantine van WSV Well krijgt daarmee een nieuwe impuls, maar de basis blijft vertrouwd: samen zorgen dat de club leeft.

TVC hechter door trainingskamp: “We hadden meer voor elkaar over!”

0

Begin dit jaar was het zover: TVC Breda ging via Trainingskampen.nl naar Benidorm voor een trainingskamp. Voor Paulo Remie was het een mooie, maar ook zure periode, aangezien hij een paar maanden eerder zijn meniscus had gescheurd. Toch was het voor hem én de hele groep voor herhaling vatbaar. “We hebben toevallig laatst besloten om deze winter weer op trainingskamp te gaan.”

In oktober werd bekendgemaakt dat het eerste elftal van TVC Breda naar Benidorm zou vliegen voor een trainingskamp. Een mooie reis voor de jonge spelersgroep, die eigenlijk geen specifieke wensen had voor een locatie. “Voor een club als TVC is het al heel mooi om op trainingskamp te gaan,” begint Paulo Remie. “Een sponsor van de club had een bus geregeld naar het vliegveld. De rest is allemaal verzorgd door Trainingskampen.nl.”

Voor Remie zelf zat er echter een kleine kanttekening aan de reis. “Ik raakte in november geblesseerd aan mijn knie. Mijn voorste Kruisband was gescheurd, een scheur in mijn meniscus; het hele pakketje, zeg maar.”

Ondanks die blessure kon hij het niet laten om mee te gaan, al was het wel zuur dat hij niet kon meetrainen.

Dichter bij elkaar gekomen

Vanaf de zijlijn zag Remie hoe de groep steeds dichter naar elkaar toe groeide. “De vorige groep van TVC was uit elkaar gevallen, dus moesten ze bouwen aan een nieuwe selectie. Deze groep kende elkaar nog niet heel goed, maar op zo’n trainingskamp slaap je met elkaar op een kamer. Je bent echt 24/7 samen en daardoor merkte je wel dat we dichter tot elkaar zijn gekomen.”

Volgens hem leverde dat ook sportief veel op. “Je merkt natuurlijk dat, doordat je dichter bij elkaar komt, de sfeer beter wordt. Daardoor kun je alleen maar beter presteren. We zijn dat seizoen derde geworden in de competitie, helaas eindigde ons seizoen in de halve finale van de nacompetitie.” Hoe dat kwam? Simpel. “We hadden meer voor elkaar over,” begint hij. “Zoals ik zei: je bent de hele dag samen. Je traint natuurlijk niet alleen maar; er was een toernooitje geregeld en af en toe kwamen de nodige drankjes erbij kijken. Dat heeft de groep echt goed gedaan.”

Voetballen in de Spaanse zon

In het toernooitje, dat volledig werd georganiseerd door Trainingskampen.nl, deden uitsluitend Nederlandse clubs mee. “Ik weet persoonlijk niet meer hoeveelste we zijn geworden. Ik weet wel dat we goed presteerden.”

Ook de trainingen waren volgens Remie een stuk fijner dan in het koude Nederland. “Toen wij weggingen lag er sneeuw in Nederland. Dan kom je in Spanje aan en is het 20 graden en kunnen de korte broeken en mouwen weer aan. Ook het trainingscomplex, met uitzicht op de bergen, maakte het trainen veel lekkerder voor de jongens.”

Door de mooie locatie nam ook het plezier op het veld toe. “Je merkte echt dat het plezier omhoog schoot. Natuurlijk werd het ook wat intensiever. Er zijn een aantal spelers met blessures afgehaakt, maar dat kan altijd gebeuren.”

Opnieuw naar Spanje

Komende winterstop gaat TVC Breda opnieuw op reis. Dit keer is Torremolinos de bestemming. “Afgelopen keer was het complex fantastisch, het hotel was goed en de sfeer werd veel beter. Daarom hebben we toevallig laatst besloten om deze winter weer op trainingskamp te gaan. Ik hoop ook dat mijn blessure dan voorbij is en dat ik rond die tijd weer kan aansluiten bij de selectie.”

‘Ik kom er graag en de club moest door’

Nadat erevoorzitter John Troost vanwege gezondheidsredenen moest aftreden, zaten ze bij De Jonge Spartaan een tijdje zonder voorzitter. En dus vroeg de club aan Rick Postema en Jan Peter Robijn, of ze konden helpen bij het oplossen van dat probleem. Niet heel eenvoudig, besloot laatstgenoemde in februari vorig jaar, uiteindelijk om het zelf te gaan doen. “Puur vanuit een stukje betrokkenheid.”

Want betrokken, dat is de inmiddels 52-jarige Robijn. Ondanks dat hij opgroeide bij Melissant. “Mijn kinderen voetballen er, ik speel zelf nog bij de veteranen en ik ben hier jeugdtrainer geweest.” En daarnaast, en misschien wel bovenal, is hij al een aantal jaar hoofdsponsor van de club. “Dat is op het moment dat je voorzitter wordt, natuurlijk niet ideaal. Gelukkig hebben we daar goede afspraken over gemaakt.”

Mooiste dag

En dus besloot Robijn in februari 2025, om de handschoen op te pakken. “Toen onze erevoorzitter John Troost vanwege gezondheidsredenen moest aftreden, vroeg de club aan Rick Postema en mij, of we konden helpen. Aangezien we in die periode toch een tijdje zonder voorzitter zaten.” Veel gesprekken gevoerd, bleek dat nog niet zo makkelijk, herinnert de inwoner van Sommelsdijk zich. “Dat zorgde voor een positief gevoel, veel mensen wilden helpen, maar niemand wilde echt voorzitter worden.” Robijn uiteindelijk dus wel. “Ik kom er graag, heb bestuurlijke ervaring en de club moest door. Daarom heb ik besloten om het toch te gaan doen.”

Puur vanuit een stukje betrokkenheid én verantwoordelijkheidsgevoel. “Er zijn heel veel goede vrijwilligers bij De Jonge Spartaan, maar dan heb je wel een goed bestuur nodig.” En een voorzitter die tijd heeft, lacht hij. “Ik was net bezig om te stoppen met andere bestuursfuncties op het eiland, en voetbal blijft wel echt mijn hobby en passie.” Iets waar Robijn nog iedere week, reikhalzend naar uitkijkt. “Zaterdag blijft voor mij de mooiste dag van de week. Als je de club dan kunt helpen, heb ik daar heel veel plezier in.”

Al doet hij dat het liefste, door op het veld te staan. “Zelf voetballen blijft natuurlijk het leukste, daarna komt training geven. Daar heb ik door het voorzitterschap een punt achter moeten zetten, dat mis ik wel. Nu ben ik samen met andere bestuursleden bezig om de club te runnen en te kijken naar de lange termijn. Dat is toch een andere invulling.” En stiekem iets minder leuk, als hij eerlijk is. “Maar ik heb er heel veel plezier in!”

Samenwerken

Waar houdt Robijn zich de laatste tijd vooral mee bezig als voorzitter? “Een jaar of veertien geleden is Goeree-Overflakkee herverdeeld en zijn er met alle voetbalverenigingen afspraken gemaakt, omtrent het onderhoud. Dat heeft een negatieve impact op ons, omdat daardoor de begroting omhoog moet, om het sluitend te houden.” Hoe ze dat doen? “Als voetbalclub heb je vier vormen van inkomsten: kantine, sponsoring, contributie en zelfredzaamheid. We zijn nu actief aan de slag met de sponsorcommissie en daar komen mooie dingen aan. De bedragen gaan omhoog, dus dat is positief!” Ook aan de contributie, is een klein beetje gesleuteld. “Die is iets omhooggegaan. Maar daar tegenover, organiseren we ook meer activiteiten. Die zorgen dan ook meteen weer voor meer inkomsten.”

Behalve dat, is Robijn als echte voetballiefhebber ook nauw betrokken bij de sportieve kant van de vereniging. “We hebben natuurlijk enorme stappen gezet met de selectie. En niet alleen op het veld. Ook qua staf en medische begeleiding.” Met de jeugd, nog altijd als basis. “Daarom vinden we het belangrijk om daarin te blijven investeren. Vandaar dat we met Taco Brouwer ook een nieuwe Hoofd Jeugdopleiding hebben aangesteld.” Ambities hebben ze in Middelharnis dan ook genoeg. “Ons doel is om een stabiele tweedeklasser te zijn. En daar heb je goede jeugd voor nodig.”

Niet voor niks, zijn ze bij De Jonge Spartaan dit seizoen dan ook begonnen met een O23-elftal. “Op die manier willen we graag de aansluiting richting het eerste elftal verbeteren. Daarom geeft onze hoofdtrainer, Ben Mierop, ook stageplekken aan jeugdspelers. Zodat ze alvast kunnen wennen aan het seniorenvoetbal.” Kortom, de toekomst ziet er positief uit. “Ik geloof heel erg in het samenwerken. Met de vrijwilligers, trainers, leiders. Dat maakt het voor mij heel leuk. Daarom zeggen we hier ook altijd: samen De Jonge Spartaan, samen hogerop.”

In het ideale plaatje, ziet Robijn zichzelf het voorzitterschap dan ook nog wel een tijdje blijven doen. “Na vier tot zes jaar, zou het goed zijn als iemand anders het weer op zou pakken. Een jonger iemand. Het is belangrijk om voldoende verfrissing te houden.” Maar voorlopig, is er nog genoeg te doen. “We zijn een gezonde vereniging, waar ook het damesvoetbal en niet te vergeten ons G-team heel belangrijk zijn. Dat willen we graag zo houden. Dus we vervelen ons niet!”

‘Het was stoppen of nog ergens anders door’

Nadat SNS afgelopen seizoen noodgedwongen de stekker uit het eerste elftal moest trekken, stond Paul Looij voor een lastig dilemma. Doorgaan of stoppen? Eenmaal de knoop doorgehakt, stapte hij over naar derdeklasser Den Bommel. Een keuze waar hij achteraf allesbehalve spijt van heeft. “Het is enorm goed bevallen!”

Iets wat de 33-jarige Looij stiekem op voorhand, eigenlijk ook al wel een beetje wist. “Stefan Klink is een vriend van mij, die vroeg al jarenlang of ik niet naar Den Bommel wilde komen. Maar ik was altijd te gehecht aan SNS…” Tot de club uit Stad aan ‘t Haringvliet met te weinig spelers kwam te zitten en besloot om het eerste elftal terug te trekken uit de competitie. “Dat was natuurlijk heel vervelend.”

Even aanpoten

In de eerste plaats natuurlijk voor de club, maar ook voor hemzelf. “Op dat moment dacht ik wel: ga ik nu stoppen of ga ik nog ergens anders door?” Het werd, dus ergens anders door. Bij de buurman notabene. “Toen het nieuws bekend werd, heeft Stefan mij meteen benaderd, en daarna zijn we gaan praten.” En was Looij er eigenlijk vrij snel uit. “Ik kende hier al wat jongens, dus het is echt goed bevallen. Den Bommel is net als SNS een dorpsvereniging, dat spreekt me aan.”

Toch was de eerste training van het afgelopen seizoen, wel even aanpoten, lacht de inwoner van Stad aan ‘t Haringvliet. “Met SNS heb ik ook ooit wel in de derde en vierde klasse gespeeld, maar dat was al even geleden. Al ga je daar uiteindelijk ook wel weer snel in mee.” Looij kijkt dan ook met een positief gevoel terug op zijn eerste seizoen in het blauw met zwart. “Ik ben super blij dat we op een gegeven moment een reeks hebben neergezet en erin zijn gebleven. Al had er meer in gezeten.” Meer, dan de uiteindelijke achtste plaats. “We begonnen best prima, alleen vielen sommige wedstrijden net de verkeerde kant op. Daardoor pakten we te weinig punten.”

Iets wat volgens hem overigens niet alleen, aan pech toe te schrijven was. “We hadden best wat nieuwe spelers, dan is het toch altijd weer even wennen. Sommige jongens moesten even hun positie vinden.” Eenmaal gelukt, begon het beter te draaien, kijkt Looij terug. “We hebben vooral stappen gemaakt als collectief, in hoe we staan. Maar natuurlijk ook in de individuele ontwikkeling van spelers.” In een derde klasse die naar eigen zeggen, behoorlijk aan elkaar gewaagd was. “Bruse Boys en MOC’17 staken er wel echt bovenuit, de rest kon van iedereen winnen.”

Zwakke plek

Met slechts zeven zeges in 24 wedstrijden, slaagde Den Bommel daar zelf uiteindelijk niet genoeg in. “We werkten wel hard, maar werden niet altijd beloond.” En ook het uitvallen van aanvaller Johnno Bakker, hielp de ploeg niet. “Dat merkte je meteen aan de doelpunten.” Helemaal, in het geval van de formatie van Dennis van Gils. “Tegenstanders waren over het algemeen voetballend beter dan ons, dus moesten we het van het collectief hebben.” Een collectief dat met slechts vier punten boven de nacompetitie, streed tegen degradatie. “We hebben er altijd vertrouwen in gehad dat we ons zouden gaan handhaven, maar natuurlijk zit het ergens wel in je achterhoofd. Zeker als je last hebt van blessures.”

Want ook dat, zat afgelopen jaar niet echt mee. “Gelukkig slaagden we erin om de fitte jongens heel te houden.” Ook Looij zelf, kwam niet helemaal ongeschonden uit de strijd. “Mijn linkerenkel is door de jaren heen wel een zwakke plek geworden. Door een enkelblessure die nooit echt goed is hersteld. Daardoor loop je een beetje achter de feiten aan. De laatste vier wedstrijden ging het eigenlijk niet meer, maar nu gaat het goed.” Gelukkig is er dit seizoen, iets meer concurrentie bijgekomen. “In de breedte zijn we sterker geworden, dus blessures kunnen we beter opvangen. Daarnaast hebben we er aanvallende impulsen bijgekregen, daar ben ik heel benieuwd naar. Op dat vlak kwamen we soms tekort, terwijl je juist daar het verschil kan maken.”

Een voorspelling, durft Looij nog niet meteen te doen. “We zijn naar een andere competitie gegaan, die is op papier sterker. Dus het is eerst nog even kijken hoe sterk die precies is. Het zou mooi zijn als we erin blijven, al hopen we natuurlijk een paar plekjes hoger te eindigen.” Met hem, als centrale verdediger. “Ik sta eigenlijk al heel mijn leven centraal achterin. Tegenwoordig links, ook al ben ik rechtsbenig.”

Iemand die graag duels speelt, de boel neerzet en ruimtes dichtloopt. “Zeker met mijn ervaring probeer ik veel te coachen.” Looij voelt zich dan ook als een vis in het water, bij zijn nieuwe club. “Als je ziet hoe die jongens me hebben opgevangen. Ik heb het enorm naar mijn zin en zie mezelf niet zo snel weggaan bij Den Bommel.” Tenzij, SNS ooit nog eens op de deur klopt. “Die club zit in mijn hart, dus dat moet je nooit afschrijven!”

‘Toen hebben we heel snel de knop omgezet’

0

Een groot gedeelte van het seizoen aan kop, moest DVV’09 de titel in de tweede klasse uiteindelijk laten aan concurrent SVOD’22. Maar eenmaal de knop omgezet, slaagde de ploeg er via de nacompetitie toch in, om voor het tweede jaar op rij te promoveren. Tot blijdschap van rechtsback Jarno van der Laan. “Al met al was het een fantastisch seizoen!”

En dat terwijl ze bij DVV’09, na het kampioenschap in de derde klasse, zonder al te hoge verwachtingen begonnen aan het seizoen, vertelt Van der Laan (22). “We gingen onbevangen de competitie in en zouden na vier wedstrijden kijken hoe het ging.” Het antwoord? “We begonnen heel sterk, met goed veldspel, dus na vier wedstrijden zijn we samen gaan zitten en hadden we allemaal wel het gevoel dat er meer in zou zitten.” Meer, dan zomaar een beetje mee voetballen. “We waren een beetje sceptisch om meteen te roepen dat we kampioen wilden worden, maar we hadden vanaf dat moment wel de ambitie om een periode te winnen.”

Frisse moed

Een doelstelling die na acht wedstrijden, en 22 punten, meteen al kon worden afgevinkt. “Toen begon het kampioenschap wel steeds meer te leven.” Al kreeg de ploeg richting het einde van het seizoen, te maken met een flinke dip. Eén die ze uiteindelijk het kampioenschap kostte. “Zeker de wedstrijd bij SVOD (4-0), was een zware teleurstelling. Als je in de één na laatste speelronde de koppositie weggeeft…” Heel lang de tijd om bij de pakken neer te zitten, hadden ze in Dirksland echter niet. “We hebben heel snel de knop omgezet, omdat we wisten dat de nacompetitie eraan zou komen. Daar wilden we met frisse moed in gaan.”

En met succes dus. “Al met al was het natuurlijk een fantastisch seizoen. Ik denk dat we iedereen positief verrast hebben, inclusief onszelf. Dan is het wel lekker om uiteindelijk af te sluiten met promotie.” Wat is volgens hem de kracht van DVV’09? “We hebben een heel goede balans in het team. In iedere linie hebben we lopers én voetballers.” Maar ook buiten het veld, weet iedereen elkaar te vinden. “Het is echt een soort vriendengevoel.”

En dat terwijl Van der Laan pas bezig aan zijn eerste seizoen in het lichtblauw met wit. “Ik heb vanaf mijn vierde altijd bij De Jonge Spartaan gespeeld, en had ook eigenlijk niet het plan om over te stappen. Tot ik vier dagen voor de overschrijvingsdeadline werd gevraagd door DVV’09, omdat ze in de problemen zaten qua verdedigers.” Na eerst te hebben getwijfeld, besloot hij het toch te doen. “Het is best wel een controversiële stap op het eiland, maar het begon gewoon te kriebelen.”

Twaalfde man

Spijt heeft Van der Laan dan ook allerminst. “Je kunt een slechter debuutjaar hebben, toch? In de eerste week kreeg ik wel wat reacties, het was natuurlijk ook laat. Maar ik heb nu echt weer dat jeugdvoetbal plezier terug. Daar ben ik heel blij mee!” Wat gaf voor hem uiteindelijk de doorslag? “Een nieuwe club, en een grote kans om te gaan spelen. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging.” In een omgeving, waar Van der Laan zich inmiddels als helemaal thuis voelt. “Dat komt door het type mensen bij DVV’09, maar ook door alle supporters. Als we thuis spelen voelt dat echt als een twaalfde man. Dat is natuurlijk prachtig om voor te voetballen.”

Steun, die ze ook dit seizoen weer hard kunnen gebruiken. Ditmaal dus in de eerste klasse. “We gaan er weer heel onbevangen in en gaan in eerste instantie voor handhaving. Al denk ik dat met deze groep de middenmoot ook moet kunnen.” Ruimte voor verbetering, ziet Van der Laan nog genoeg. “We zijn een vrij jong elftal, dus vooral in de communicatie moeten we nog wel stappen maken.” Zeker, als het tempo straks omhooggaat. “Dat zullen we ook merken in het veldspel en de handelingssnelheid.” Conditioneel, maakt Van der Laan zich geen zorgen. “Op dat vlak zijn we sterk. Daar hebben we afgelopen seizoen veel tegenstanders mee overklast.” Over het algemeen, met hem als rechtsback. “Daar heb ik in de jeugd eigenlijk ook altijd gespeeld. Ik ben iemand met veel loopvermogen en snelheid, dus ik kom graag op en wil graag in het spel betrokken worden. Wat dat betreft ben ik wel een moderne rechtsback.”

Kwaliteiten waar ze bij DVV’09, voorlopig nog wel even van kunnen genieten. “Ik wil vooral mijn plezier behouden. Dus zolang ik het naar mijn zin heb, blijf ik hier.” Maar, voegt de inwoner van Sommelsdijk daaraan toe. “Als er ooit misschien een stap hogerop komt, ga je daar wel over nadenken. Daar voetbal je uiteindelijk voor!”