Home Blog Pagina 2

Rik de Leeuw is uitgegroeid tot vaste waarde bij Meerkerk

Vijf gele kaarten, één rode kaart en tussendoor ook nog een schorsing die uiteindelijk werd teruggedraaid: op papier oogt het seizoen van Rik de Leeuw als dat van een verdediger die graag op het randje leeft. Zelf lacht hij er een beetje om, maar veel plezier beleeft hij er niet aan. “Jawel, zeker wel dat ik daarvan baal”, zegt de 23-jarige back van Meerkerk. “Het liefst wil ik elke wedstrijd spelen. En om dan te moeten toekijken, vind ik wel lastig. Kijk, als ik wissel zit, dan snap ik het. Maar dit is dan wel echt mijn eigen schuld.”

Die kaarten zijn in zijn geval geen gevolg van commentaar op de scheidsrechter of ander gedoe eromheen. “Niet voor praten. Wel voor overtredingen.” De Leeuw speelt links- of rechtsback, een positie waarop je soms de prijs betaalt als je in een duel te laat bent of een keer aan de noodrem moet trekken. Toch voelt hij zich niet als zo’n speler die er bewust een kaartenverzameling van maakt. Eerder als iemand die er af en toe net te hard in vliegt en daar vervolgens zelf last van heeft.

De rode kaart tegen RWB vertelt wat dat betreft een apart verhaal. Die werd in eerste instantie als directe rode kaart genoteerd, maar later geseponeerd. “Er was iemand die de scheidsrechter controleert, zo’n rapporteur, en die ging tegen de beslissing van de scheidsrechter in”, vertelt De Leeuw. “Toen hebben wij ook nog bezwaar gedaan.”

“Nu ga je er wel van uit dat je speelt”

Zijn weg naar het eerste was een geleidelijke klim. Tijdens de coronaperiode sloot De Leeuw aan bij de selectie, maar de eerste jaren was het vooral pendelen tussen het eerste en het tweede. “Veel wissel gezeten ja. De eerste twee jaar zat ik wel echt tussen één en twee in.” Dat veranderde pas de afgelopen tweeënhalf jaar. Sindsdien staat hij er wekelijks in en is zijn rol een stuk steviger geworden.

Dat verschil voelt hij zelf ook duidelijk. “Toen de app soms nog kwam op zaterdag, dacht je: nou, ik zal wel weer wissel zitten en misschien speel ik helemaal niet of vijf minuten. En nu ga je er wel van uit dat je speelt. Minimaal sta ik erin en vaak ook gewoon negentig minuten.”

Tegelijk blijft hij realistisch. Een basisplaats is voor hem geen bezit. “Als er iemand beter is dan mij, dan moet ik me daar maar bij neerleggen. Of nog harder werken om er wel weer in te staan.”

“Na vijf minuten is het alweer gezellig”

Over het seizoen van Meerkerk zelf is De Leeuw minstens zo eerlijk. De ranglijst oogt niet fraai en het gevaar van nacompetitie hangt nadrukkelijk boven de ploeg. Toch had hij vooraf wel verwacht dat het lastig zou worden. Meerkerk promoveerde, verloor wat ervaren krachten. “We wisten op voorhand al dat dit seizoen lastig ging worden.”

Die verwachting is inmiddels ingehaald door de werkelijkheid. Binnen de groep heerst volgens De Leeuw geen gelatenheid, maar juist strijdlust. “Iedereen heeft wel uitgesproken: het zijn nog twee finales en die willen we kost wat kost winnen en gewoon nog in de derde klasse blijven.”

Mocht dat lukken, dan is het seizoen geslaagd. Al is er volgens De Leeuw ook in moeilijkere tijden iets dat Meerkerk overeind houdt. Hij noemt de sfeer binnen de club als het grootste onderscheid met andere verenigingen. “Ik merk toch wel dat er op Meerkerk, in vergelijking met sommige andere clubs, echt wel een stuk meer publiek staat. Wekelijks wel tussen de honderd en tweehonderd man.”

Maar het zit hem niet alleen in de aantallen. Juist ook in wat er na afloop gebeurt. “Na de wedstrijd staat heel die kantine vol, ook al heeft het eerste met 5- of 6-0 verloren. Er wordt natuurlijk wel geklaagd dat we niet gewonnen hebben, maar dat waait binnen vijf minuten weer over en dan is het gewoon gezellig.”

Klik op SV Meerkerk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Meerkerk voor meer informatie over de club.

Van kinderwagen tot clubman

0

Bij sommige clubmensen begint het niet op hun zesde, maar eerder. Dennis van Staalduinen (49) zat nog in de kinderwagen toen hij al langs de lijn van Maasdijk stond. Zijn vader keepte in het eerste elftal. Zaterdagmiddag was geen vraag, maar een vanzelfsprekendheid. “Ik ging gewoon mee,” zegt Dennis. “Dat hoorde erbij.”

Op zijn zesde begon hij zelf met voetballen bij de club. Hij doorliep de jeugd en werd vanaf de D1 keeper. Zijn vader stond ook onder de lat, dus de keuze was niet heel verrassend. “Misschien was ik ook een beetje lui,” grijnst hij. “In het doel hoef je minder te lopen.”

Dennis keepte uiteindelijk een jaar of veertien in het eerste elftal van Maasdijk. Op een gegeven moment speelde hij in de vierde klasse, vaak tegen ploegen die met tien man achter de bal stonden. “Dat waren niet altijd geweldige tegenstanders. Op een gegeven moment vond ik het mooi geweest.”

Wat hij mist? “De kleedkamer,” zegt hij zonder aarzeling. “Voor en na de wedstrijd. Het ritueel, de spanning, de grappen, het samen verliezen en samen winnen. Dat gevoel raak je niet zomaar kwijt.”

Toch viel hij niet in een gat. Dennis was al jaren actief als trainer. Op zijn zestiende begon hij ermee. Gewoon omdat hij het leuk vond. “Ik was redelijk eigenwijs en dacht dat ik wel verstand had van het spelletje.” Hij rolde erin, zoals dat bij dorpsclubs vaak gaat. Iemand moet het doen. En als je eenmaal begint, blijf je hangen.

Een van zijn eerste lessen als jonge trainer herinnert hij zich nog goed. Zijn team verloor met 10-0. In de kleedkamer werd gezongen onder de douche. Hij was boos. “Ik kon daar niet tegen. Maar toen leerde ik wel dat niet iedereen hetzelfde fanatisme heeft. Het was een les in relativeren. In accepteren dat spelers anders in elkaar zitten dan jij.”

Na zijn actieve carrière ging hij verder als trainer. Hij deed onder meer het tweede elftal, een jaar of vier, vijf. Maar er kwam een periode waarin hij niet meer op één lijn zat met de technische commissie. “De club koos ervoor om meer spelers van buitenaf te halen. Dat lag mij minder. Dat was niet helemaal mijn straatje.”

Hij stopte even. Twee jaar afstand. Maar helemaal weggaan? Dat kon niet. Toen zijn kinderen gingen voetballen, begon hij opnieuw onderaan als trainer van de jeugd. “Dan zit je er zo weer in.”

Vader en trainer

Dit seizoen maakte zijn zoon Gavin de overstap naar de senioren. Dennis besloot te stoppen als trainer van het tweede. “Tegen hem ben je fanatieker dan tegen andere jongens, dat heb ik in de jeugd al gemerkt. Je benoemt toch eerder iets wat slecht is bij hem dan bij iemand anders. Dat is oneerlijk. Daarom wil ik geen trainer zijn van mijn eigen zoon.”

Dit seizoen staat hij voor de Onder 17. Een leuke lichting, noemt hij het. Talentvol, leergierig, maar ook kinderen van deze tijd. “Toen ik twaalf, dertien was, had je alleen een bal. Nu heb je een telefoon, een laptop, van alles. De motivatie om te voetballen is anders. Minder vanzelfsprekend. Dat is nu eenmaal zo. Dat is niet goed of fout. Maar vergis je niet, mij hoor je niet klagen. Dit is een hele leuke groep jongens.”

Dennis zit ook in de technische commissie. Hij ondersteunt jeugdtrainers, denkt mee, adviseert. Op donderdag geeft hij nog training aan het derde elftal. Op zaterdag staat hij bij de Onder 17, en soms sluit hij aan bij het derde. Het is typerend voor een clubman: meerdere petten, maar één club.

Wat hem voldoening geeft, zit niet in titels of promoties. Het zit in kleine momenten. “Als je ziet dat jongens beginnen na te denken, dat ze niet meer blind de bal naar voren trappen, maar begrijpen waarom ze iets doen en dus tactisch wat slimmer worden. Dat is vooral in de jeugd leuk. In het tweede elftal lag de nadruk meer op presteren. Bij de jeugd gaat het om ontwikkeling. Het mooiste vind ik als ik spelers zie rondlopen in het eerste elftal die ik getraind heb.”

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Bij LRC is sponsoring meer dan borden verkopen

Lambert van Gameren is de voorzitter van de businessclub van LRC. “Vroeger had je sponsoring,” zegt hij. “Dan verkocht je een bord, een sponsor kreeg een factuur en dat was het eigenlijk.” Hij laat een korte stilte vallen. “En daar wilden wij vanaf.”

Die ‘wij’ noemt Lambert bewust. Hij benadrukt het meerdere keren: het is een groep. “We zijn met een hele nieuwe club mensen ingestapt, allemaal echte LRC’ers. Jongens die de club kennen en die zeiden: we willen het anders doen. Ik doe het niet alleen. Absoluut niet.”

De omslag zat in de vraag die ze zichzelf stelden. Niet langer: wat kan een sponsor voor ons doen? Maar: wat heeft een bedrijf nodig? “We zijn gewoon gaan vragen: wat heb jij nodig? Niet: wil je een bord kopen. Dat is een heel ander gesprek.” Vanuit die insteek ontstond langzaam iets wat verder ging dan sponsoring alleen. “Heel veel bedrijven zoeken mensen. Handjes. Dat hoor je overal. Toen dachten wij: wij hebben een club, we hebben jeugd, we hebben bereik. Waarom koppelen we dat niet aan elkaar?”

Het is de basis geweest voor wat inmiddels is uitgegroeid tot een banenmarkt en een bredere vacaturestructuur rondom de club. “Daar is uiteindelijk die banenmarkt uit gekomen. En dat wordt nu zelfs gedragen door de gemeente. Volgend jaar komt de derde editie alweer. En daaruit is weer LRC Werkt ontstaan. Dat is eigenlijk gewoon een vacaturebank. Vacatures van bedrijven uit de regio delen wij met onze leden. Online, maar ook gewoon op de club.”

Het zijn geen plannen die op papier blijven hangen. Ze worden uitgevoerd, getest, bijgestuurd. “Je merkt gewoon dat bedrijven daar wat aan hebben. En als ze daar wat aan hebben, dan blijven ze ook betrokken. Dan is het niet meer alleen: hier heb je een factuur en succes ermee.”

Dat Lambert überhaupt in deze rol terechtkwam, heeft weinig met toeval te maken en alles met timing. Zijn zoon ging voetballen bij LRC en daarmee kwam ook de vraag terug: wat doe je zelf voor de club? “Vrijwilligerswerk is overal een probleem. Dus ik vond wel dat ik ook iets moest doen. Ik heb zelf een superleuke tijd gehad bij LRC vroeger. Dan wil je dat je kind dat ook heeft. Maar daar heb je wel mensen voor nodig.”

Het telefoontje van voorzitter Huib den Oude gaf het laatste zetje. “Die belde en zei: jouw naam wordt wel eens genoemd, lijkt het je leuk om hierbij aan te sluiten? Mijn vader loopt al jaren bij het eerste rond. Mijn zoon ging er voetballen. Toen dacht ik: hoe mooi is het als je daar met drie generaties zit?”

Wat begon als ‘iets doen voor de club’, werd al snel groter. “Het is een beetje uit de hand gelopen qua uren. Maar wel op een goede manier. Die energie zit vooral in het bouwen. In het verbinden. In het zoeken naar manieren om de club relevanter te maken voor de omgeving. Je wordt een beetje een verbindende spil in de regio. En dat vind ik gewoon leuk.”

Hij is duidelijk over wat daarin belangrijk is. Geld is nodig, maar niet het vertrekpunt. “Tuurlijk moet er geld binnenkomen. Zo werkt het nou eenmaal. Maar als je alleen maar belt voor geld, dan wordt het ook niks. De kracht zit in de relatie. Als je bedrijven erbij betrekt, als je dingen samen doet, dan haken ze vanzelf vaker aan. Dan hoef je niet elke keer te trekken.”

Die manier van werken past bij hem. Hij noemt zichzelf geen harde zakenman. “Ik vind netwerken gewoon leuk. Mensen leren kennen, kijken waar je elkaar kan helpen.” Dat deed hij eerder al bij Asperen, waar hij jarenlang actief was in sponsorwerk. “Dat zit er gewoon een beetje in.”

Klik op LRC Leerdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op LRC Leerdam voor meer informatie over de club.

Bram van Geest concurreert met zijn beste vriend bij Maasdijk

0

Bij VV Maasdijk draait het dit seizoen niet alleen om promotie, maar ook om een bijzonder verhaal op de linksbackpositie. Daar strijden twee jeugdvrienden om één plek: Bram van Geest en Kees van der Hout. Geen rivaliteit met spanningen of gedoe, maar een strijd waarin vriendschap en teamgevoel minstens zo belangrijk zijn als speeltijd.

Voor Van Geest is het een situatie die misschien lastig klinkt, maar in de praktijk verrassend goed werkt. De 25-jarige linksback speelt al zijn hele leven bij Maasdijk. Vanaf de F4 liep hij al rond op de club en groeide hij op tussen vrienden, bekenden en het typische dorpsgevoel dat bij de vereniging hoort. “Als ik vroeger klaar was met mijn eigen wedstrijd, ging ik altijd kijken bij het eerste. Dan zei ik tegen mijn moeder: daar wil ik later ook spelen.”

Die droom kwam uit. Vier jaar geleden sloot hij aan bij het eerste elftal, toevallig op het moment dat zijn directe concurrent Van der Hout geblesseerd was. Het gaf hem de kans om zich te laten zien op het niveau waar hij als kind naar opkeek. “Dan kom j erachter dat het allemaal niet zoveel voorstelt, maar het is toch wel mooi dat het is gelukt.”

Concurrentie met een twist

Waar het verhaal bijzonder wordt, is de concurrentie op zijn positie. Want de speler met wie hij strijdt om een basisplek, is niet zomaar een teamgenoot. Het is zijn beste vriend. “We kennen elkaar al ons hele leven,” zegt Van Geest. “Onze ouders zijn bevriend, we zijn samen opgegroeid en we werken nu zelfs bij hetzelfde bedrijf.”

Dat maakt de situatie uniek. Want hoewel ze allebei willen spelen, is er geen sprake van jaloezie of onderlinge strijd. “Je zit op voetbal om te spelen, het liefst in het eerste. Dus natuurlijk wil je zelf spelen. Maar binnen ons team gunnen we elkaar ook echt alles.”

Zijn concurrent bevestigt dat beeld.

“Bram en ik zijn concurrenten, maar wel met een grote gunfactor naar elkaar toe,” zegt Kees van der Hout. “Natuurlijk is het vervelend als één van ons niet speelt in het eerste, maar het belang van het team en het doel om dit jaar te promoveren is groter dan ons ego. Verder ben ik trots op Bram en blij met onze vriendschap.”

Tussen eerste en tweede

Dit seizoen betekende die concurrentie dat Van Geest niet altijd verzekerd was van een basisplek. Regelmatig moest hij genoegen nemen met een plek op de bank of minuten maken bij het tweede elftal. Toch haalt hij daar geen frustratie uit. “Bij ons tweede is het ook gewoon leuk. Die doen het goed en staan bovenaan. En uiteindelijk wil je gewoon voetballen.”

Vorig seizoen zag er voor Bram heel anders uit. Toen stond hij lange tijd langs de kant met een hardnekkige liesblessure. Wat begon als een kleine klacht, groeide uit tot een traject van negen maanden. “Na mijn operatie was ik iets te snel weer begonnen,” blikt hij terug. “En toen ging het eigenlijk meteen weer mis.” Het betekende een lange revalidatie en opnieuw opbouwen. “Inmiddels ben ik weer helemaal fit, dus dat is het belangrijkste.”

Ambitie: promoveren

Sportief gezien draait Maasdijk een sterk seizoen. De ploeg staat tweede en pakte al een periodetitel. De doelstelling is dan ook helder: promotie naar de derde klasse. “Dat is al een paar jaar het doel. En ik denk ook dat we het niveau aankunnen. We spelen in oefenwedstrijden wel eens tegen derdeklassers en dan doen we niet voor ze onder.”

Nooit weg bij Maasdijk

Ondanks dat hij niet altijd speelt, heeft Bram nooit overwogen om de club te verlaten. De reden is simpel: Maasdijk is meer dan alleen voetbal. “Het zit om de hoek en ik voetbal hier met al mijn vrienden. Dit is gewoon de mooiste club die er is. Door de jaren heen bouw je hier echt iets op.”

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Bij SVS’65 moest de jeugd weer gaan leven. Pascal Adamakis staat er middenin, zonder dat hij dat zelf zo groot maakt.

“De jeugd bij Spijk was eigenlijk helemaal doodgebloeid,” zegt Pascal. “We hadden nog wel seniorenteams en wat oudere jeugd, maar onderaan kwam er niks meer bij. Geen kabouters, geen mini’s, helemaal niks.”

Van daaruit, met de hulp van Renée Pieters en Willem Looijen, begon het. Niet met een beleidsplan, maar met actie. Flyers op scholen, wat aandacht via social media, en vooral: mensen die het wilden oppakken. Pascal werd gevraagd om training te geven. Zijn zoon ging voetballen, hij liep zelf al zijn hele leven rond bij de club, dus de stap was snel gezet.

“We zijn gewoon begonnen op een maandagavond. Met Wesley de Bruin erbij. Gewoon spelletjes doen, lekker bezig zijn. Niet te moeilijk maken. Ze moeten het leuk vinden, dat is het belangrijkste. Als ze het niet leuk vinden, komen ze ook niet terug. Op de trainingen geeft Kevin van der Ploeg keeperstraining. Op zaterdag helpt James Moerkerken mij met de wedstrijden.”

Langzaam groeide het. De groep die begon als een handjevol kinderen, werd groter. Structuur kwam vanzelf. Inmiddels staat er een JO8, met negen jongens die ook wedstrijden spelen. Daarachter zit nog een groep die eraan komt. “Die zijn nu nog bezig met hun zwemdiploma of trainen alleen mee, maar die zitten er wel al bij. De kinderen zijn er wel. Het moet alleen doorgroeien.”

Dat doorgroeien is geen vanzelfsprekendheid. In de regio liggen grotere clubs, met meer teams, meer keuze, meer aantrekkingskracht. Pascal ziet het gebeuren, week in week uit. “Kinderen kiezen vaak voor clubs als GJS of Unitas. Dat is ook logisch. Ze willen met hun vriendjes spelen van school. Daar ga je niet tegenin.”

Toch merkt hij iets anders bij ouders. Die kijken anders naar een club. “Ouders zeggen vaak: ik kom liever naar Spijk omdat het kleiner is. Je kent iedereen. Het is overzichtelijk.”

Dat gevoel is precies waarom hij zelf nooit is weggegaan. Pascal speelt al sinds de F’jes bij SVS’65. Even het eerste gehaald, daarna weer terug naar het tweede. “Mijn vrienden voetballen allemaal in het tweede.”

Zijn oudste zoon Milan werd twee dagen na zijn geboorte lid. De jongste Mats een dag na zijn geboorte. “Dat zegt wel genoeg toch,” zegt hij met een lach. “Ze komen nu al kijken bij het eerste en tweede. Net als ik vroeger. Dat schept wel een band. Dan ga je niet zomaar naar een andere club. Je ziet gewoon dat ze het leuk vinden. Dat is het belangrijkste. Van daaruit komt de rest vanzelf.”

Hij is daarin duidelijk. Op training mag veel, maar er zijn grenzen. “Ze mogen bij mij alles, maar ze moeten wel luisteren. Het is geen speeltuin. Als we trainen, trainen we.”

Opvallend: gedoe met ouders is er nauwelijks. Waar dat bij andere clubs nog wel eens een thema is, blijft het hier rustig. “Nee, daar heb ik geen last van. Iedereen doet gewoon normaal tegen elkaar.”

Hij benadrukt ook dat hij het niet alleen doet. Wesley de Bruin staat elke week naast hem, zonder dat hij zelf een kind in het team heeft. “Die wil ik echt benoemen. Dat vind ik geweldig.”

Ondertussen groeit het langzaam door. Twee keer per week trainen. Nieuwe kleding. Sponsoren die zich melden. Kleine stappen, maar wel vooruit. “Als die groep doorgroeit, kan je misschien twee teams maken. Dat zou mooi zijn. Als je geen jeugd hebt, heb je geen bestaan. Zo simpel is het.”

Klik op SVS’65 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVS’65 voor meer informatie over de club.

Michel Pronk: stille kracht achter de schermen bij VELO

0

Vrijwilligers zijn het fundament van iedere amateurvereniging. Zonder hen geen trainingen, geen wedstrijden en geen goed georganiseerde club. Bij VELO geldt dat niet anders. Eén van de mensen die daar al jaren een bijdrage aan levert is Michel Pronk (53). Niet op de voorgrond, maar juist achter de schermen. En precies daar voelt hij zich het meest op zijn plek.

Zelf relativeert hij zijn rol meteen. “Het is allemaal niet zo spannend hoor,” zegt hij bescheiden. Maar wie een beetje doorvraagt, merkt al snel dat hij in de afgelopen jaren op meerdere manieren belangrijk is geweest voor de club.

Michel kwam niet als jeugdspeler bij VELO terecht, maar via zijn zoon. Die begon rond zijn vijfde met voetballen bij de club. Inmiddels is hij vijftien en speelt hij in de JO16-1. Daarmee is Michel inmiddels al een jaar of tien betrokken bij het jeugdvoetbal van VELO. “Je rolt er een beetje in. Eerst als leider bij het team van mijn zoon. Daarna werd dat steeds iets meer.”

Toen zijn zoon in de selectie van zijn leeftijdsgroep terechtkwam, groeide ook Michels rol binnen het team. Hij werd teammanager en maakte van dichtbij mee hoe een jeugdteam zich ontwikkelt.

Het werk van een teammanager speelt zich grotendeels achter de schermen af. Maar volgens Michel zit daar juist de charme van de rol. “Je bent onderdeel van het proces. Je gaat met elkaar naar wedstrijden, je maakt de voorbereiding mee en je ziet hoe zo’n groep groeit.”

Het mooiste moment vindt hij wanneer een plan dat trainers en staf hebben bedacht daadwerkelijk uitkomt. Hij maakte dat zelf mee bij een jeugdteam van VELO. “Met de JO13 moesten we eerst een stap terug doen. Daarna zijn we drie keer achter elkaar gepromoveerd. Dat hele proces was fantastisch om mee te maken.”

Na jarenlang teammanager te zijn geweest, besloot Michel vorig jaar een stap terug te doen. Maar helemaal stoppen bij de club deed hij niet.

Tegenwoordig is Michel binnen VELO actief als facilitair coördinator bij de technische commissie. In die rol regelt hij allerlei randzaken voor de jeugdselecties.

“De TC-leden moeten zich vooral bezig kunnen houden met voetbaltechnische zaken. Dus selectiebeleid, trainers en dat soort dingen. Ik probeer de praktische kant daarvan te organiseren.”

Dat betekent onder andere dat hij verantwoordelijk is voor materialen, kleding en andere facilitaire zaken rondom de selectieteams. Ook coördineert hij de videoanalyse bij de jeugdselecties.

Door zijn rol komt Michel regelmatig bij andere verenigingen. Daardoor ziet hij ook hoe verschillend clubs georganiseerd zijn. Volgens hem onderscheidt VELO zich vooral door de manier waarop zaken geregeld zijn. “Het klinkt misschien zwaar, maar ik denk dat professionaliteit een belangrijk verschil is. Binnen VELO proberen we alles goed te organiseren. Van trainingsvelden tot materialen en van trainers tot de jeugdstructuur.”

Vrijwilligers blijven onmisbaar

Toch betekent een goede organisatie niet dat er geen uitdagingen zijn. Ook bij VELO blijft het vinden van vrijwilligers een aandachtspunt. “Tekort is er eigenlijk altijd wel. Neem scheidsrechters bijvoorbeeld. Dat blijft lastig.”

Daarnaast kost het invullen van kantinediensten vaak de nodige moeite. Maar volgens hem valt het bij VELO nog relatief mee vergeleken met andere verenigingen. “Het is allemaal wel gevuld, maar het kan natuurlijk altijd beter.”

Klik op VELO Wateringen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VELO wateringen voor meer informatie over de club.

Meer woorden dan tackles: Van Zuijdam pakt zijn kaarten vooral met de mond

Zeven gele kaarten in zeventien wedstrijden. Op papier is dat het soort statistiek waarbij je al snel uitkomt bij een sloper, een middenvelder die overal te laat komt en zijn tegenstanders systematisch omver schoffelt. Alleen is Daniël van Zuijdam dat juist niet. “Ik ben geen schopper hoor, helemaal niet”, zegt de 26-jarige middenvelder van Haaften 1. “Vaak word ik juist geschopt.” De verklaring voor zijn kaartenstapel ligt ergens anders. “Negentig procent van mijn kaarten is denk ik wel praten. Dat is wel dom ja” lacht Van Zuijdam.

Van Zuijdam weet dat zijn gele kaarten niet goed zijn. “Dan denk ik: ja, superstom. Zo onnodig ook. Maar op dat moment zit ik hoog in mijn emotie. De laatste jaren is het eigenlijk wel iets meer geworden. Voorheen had ik dat nooit zo.”

De middenvelder geeft aan dat hij ervan houdt om het spelletje te verdelen. En wie het spel wil verdelen, wil vaak ook dat het spel een beetje normaal verloopt. Laat dat nu net niet altijd het geval zijn in de vijfde klasse, waar Haaften dit seizoen in uitkomt. “Als je in die vijfde klasse soms bij verenigingen komt… niet best.” Waar dat dan in zit? Van Zuijdam hoeft er niet lang over na te denken. “Gewoon die onkunde soms. Je wordt zo vaak geschopt hier. En dan ook nog eens op van die velden waar net de koeien nog in hebben gestaan, weet je wel.”

Dat is de harde, weinig romantische kant van het amateurvoetbal op dit niveau. Maar tegelijk blijft Van Zuijdam er opvallend nuchter onder. Want hoe matig het soms ook is, het plezier zit voor hem nog altijd ergens anders. “Het is gewoon gezellig met ons eigen team. Dat is uiteindelijk het belangrijkste.”

“Met mijn vrienden voetballen was gewoon leuker”

Van Zuijdam speelt inmiddels twaalf jaar bij Haaften en zit al ongeveer tien seizoenen bij het eerste. Zijn voetballeven begon bij ASH. “Ik woonde eerst in Hellouw, maar ben later verhuisd naar Haaften, waar ik goede vrienden had. Toen dacht ik: het is gewoon leuker om met mijn vrienden te gaan voetballen. En zodoende ben ik naar Haaften gegaan.”

Dat besluit heeft hij zich nooit beklaagd. Integendeel. “Dat is eigenlijk gewoon superleuk geweest. En nu nog steeds, dus ja, blij dat ik dat heb gedaan.” Wat Haaften daarin volgens hem typeert, is de vanzelfsprekende menging van generaties. “Ik vind het mooi dat na de wedstrijd gewoon van alle leeftijden mensen in de kantine staan. Jong, oud, letterlijk alles staat daar door elkaar.”

Dat dorpsgevoel is gebleven, ook nu de sportieve werkelijkheid minder is geworden. Haaften speelde een aantal jaar geleden nog in de derde klasse, later in de vierde, maar is nu voor het eerst in de vijfde klasse beland. Dat heeft alles te maken met het vertrek van een flinke groep ervaren spelers. “Er zijn best wat jongens gestopt waar ik altijd mee gespeeld heb. Een stuk of zeven van het oude eerste. En als zo’n klein clubje kan je dat niet altijd helemaal opvangen.”

Toch ziet hij in die verandering niet alleen maar iets negatiefs. Ja, het is wennen geweest. Ja, de ploeg is jong en zoekende. Maar hij gelooft wel in wat er staat. “We hebben nu een hele jonge groep. Dat komt ook vanzelf wel goed, want we zijn allemaal goed genoeg. Alleen het heeft gewoon even tijd nodig. We moeten meer scoren. Voetballend zijn we eigenlijk echt wel sterk.”

Binnen die jonge ploeg is er nog iets dat voor hem prettig werkt: de trainer. Danny Verwolf, 37 jaar, is niet alleen zijn coach maar ook een goede vriend. Ze speelden jarenlang samen in het eerste. Nu staat de een langs de lijn en de ander op het veld. “Dat hij nu onze trainer is, is wel leuk. Hij is ook een goede vriend van mij, dus dat is echt top. We kunnen wel kwaad op elkaar worden. Maar na de wedstrijd is dat allemaal weer goed joh.”

Klik hier voor meer informatie over vv Haaften
Klik hier voor meer artikelen over vv Haaften

Sjaak Brunt: “Als je bij mij loopt, ben je de sjaak”

Wie hem voor het eerst ziet bij Honselersdijk, begrijpt direct waarom spelers hem met respect aankijken. Sjaak Brunt (63) is een grote, gespierde man met een imposante uitstraling. Geen schreeuwer, geen man van loze kreten, maar iemand die precies weet wat hij doet. En vooral: iemand die geen halve maatregelen neemt.

Sjaak is hersteltrainer van de selectie. Zijn taak? “De groep naar een hoger niveau brengen en de geblesseerden terug het veld op krijgen,” zegt hij nuchter. Samen met verzorgsters Marina en Patricia vormt hij de medische staf rondom de selectie-elftallen van Honselersdijk. Maar zijn rol gaat verder dan alleen tape plakken of oefeningen voordoen. Hij is onderdeel van het fundament onder de selectie.

Sjaak komt uit Den Haag en zijn sportieve achtergrond ligt niet primair in het voetbal. “Ik heb in de jeugd gevoetbald, maar niet op hoog niveau. Ik was geen groot talent.” Waar anderen misschien gefrustreerd raken als ze merken dat voetbal niet hun sterkste kant is, vond Sjaak zijn weg in een andere discipline: krachtsport.

Vanaf zijn achttiende raakte hij in de ban van het gewichtheffen. “Dat is het echte werk,” zegt hij met een glimlach. “De halter boven je hoofd trekken en stoten.” Hij werd Nederlands kampioen in zijn klasse, trok 130 kilo en stootte 170 kilo. “We draaiden tegen de wereldtop aan. Ik ben een keer vierde geworden bij een internationale wedstrijd.”

In een tijd waarin krachtsport nog lang niet zo populair was als nu, stond hij al in de hal. “Eind jaren tachtig was het simpel: zo zwaar mogelijk tillen. Tegenwoordig heb je veel meer variatie. Hyrox, conditionele vormen, powerlifters, bodybuilders. Het is allemaal veel breder geworden.”

Die achtergrond vormt nog altijd de basis van zijn werk. Zijn loopbaan in het voetbal begon in 1989 als masseur en sportverzorger. “Ik ben bij allerlei clubs actief geweest.” Vanaf 2000 ontwikkelde hij zich tot hersteltrainer, onder meer bij Haaglandia. Daar bouwde hij ervaring op in het begeleiden van spelers die terugkwamen van blessures.

Een jaar of tien geleden werd hij gevraagd bij Honselersdijk. “En hier ben ik blijven hangen.” Niet omdat het toevallig zo liep, maar omdat de club hem de ruimte geeft om zijn werk serieus te doen.

Die ruimte is letterlijk zichtbaar in het krachthonk van de club. “Negen van de tien amateurclubs hebben dat niet. Hier hebben we gewoon een ruimte waar we structureel kunnen trainen. Dat is fantastisch.”

Elke maandagavond staan er ongeveer twintig selectiespelers klaar. Twee groepen van tien tot twaalf. “Ik leg uit wat ze beter kunnen doen. Het gaat niet alleen om kracht, maar om bewegen. Hoe sta je? Hoe land je? Hoe draai je?” Hij ziet duidelijk effect. “Ze bewegen beter. Je merkt dat het helpt.”

22 geblesseerden

Dit seizoen begon heftig. “In de eerste periode hadden we 22 man geblesseerd,” zegt hij. “Dat is extreem.” Blessures hebben niet alleen fysieke gevolgen, maar beïnvloeden ook de teamdynamiek. “Als je steeds moet schuiven, raak je automatismen kwijt. Dat doet iets met de chemie.”

Daar ligt zijn motivatie. Minder blessures, sneller herstel. Niet om cijfers te halen, maar om stabiliteit te creëren. “Als spelers terugkomen en weer mee kunnen doen, zie je dat het vertrouwen groeit bij de elftallen.”

Hij begeleidt spelers individueel, met gerichte schema’s. Conditioneel trainer, medische training – hij heeft er opleidingen voor gevolgd. Maar ervaring is minstens zo belangrijk. “Je moet aanvoelen wanneer iemand echt pijn heeft en wanneer het vooral weerstand is.”

‘Het leven is makkelijker dan jouw oefeningen’

Sjaak staat bekend om zijn stevige aanpak. “Als je bij mij loopt, ben je ‘de sjaak’,” zegt hij met een brede glimlach. Dat betekent niet dat hij spelers sloopt, maar wel dat hij ze uitdaagt. “Je moet meer doen dan je denkt dat je kunt.”

Vuilnisbakkie

Sommige spelers zoeken tijdens zware sessies drie keer een vuilnisbakkie op. “Dan hoor ik: ‘Het leven is makkelijker dan jouw oefeningen, Sjaak.’” Hij lacht erom, maar blijft streng. “Pijn is emotie. Je moet leren onderscheiden wat echte schade is en wat gewoon vermoeidheid is.”

Hij benadrukt dat hij geen einzelgänger is binnen de selectie. “Je moet onderdeel zijn van het team. Als je los staat van de groep, werkt het niet.” Spelers moeten hem vertrouwen. Weten dat hij hen sterker terugbrengt dan ze waren. “Op het moment dat ze bij mij terugkomen op het veld, zijn ze beter dan ze geweest waren,” zegt hij overtuigd.

Naast de selectie is hij ook betrokken bij de jeugd. “Bij jonge spelers gaat het niet om kracht, maar om bewegen. Coördinatie, stabiliteit. De basis moet goed zijn.”

Hij ziet dat sport tegenwoordig breder wordt aangeboden. “Vroeger had je eigenlijk alleen maar voetbal, nu kun je van alles doen.” Die ontwikkeling vindt hij positief, zolang de basis maar goed wordt gelegd. Tegelijkertijd vindt Sjaak dat op scholen het bewegen wordt geminimaliseerd. “Tezamen met het gebruik van sociale media krijg je bewegingsarmoede.”

Zelf probeert hij ook fit te blijven. “Ik probeer een beetje op gewicht te blijven.” De halters van 170 kilo tilt hij niet meer, maar zijn fysiek verraadt nog altijd zijn verleden.

Sportief kende Honselersdijk een lastige fase, mede door het blessureleed. “Dat was gewoon pech,” vindt hij. Maar inmiddels ziet hij herstel. “We hebben een uitgebalanceerde selectie. Degelijk middenveld en de beste spitsen uit het Westland. Ik heb vertrouwen.”

Voor Sjaak draait het niet om applaus. Hij hoeft niet op de voorgrond te staan. Zijn werk gebeurt achter de schermen, in het krachthonk, op de behandelbank, in de looplijnen op het veld. Hij is de man die spelers weer laat geloven in hun lichaam. Die ze sterker maakt dan ze waren. Die ervoor zorgt dat ze terugkeren. En als ze bij hem lopen, weten ze het zeker: dan zijn ze de sjaak.

Klik op SV Honselersdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Honselersdijk voor meer informatie over de club.

Jacques-Dirk Langerak is de nieuwe voorzitter van VV Vuren

Soms loopt een verhaal niet via een uitgestippeld pad, maar via een moment. Voor Jacques-Dirk Langerak begon het voorzitterschap van VV Vuren niet met een ambitieplan of een lange voorbereiding, maar ergens op een trainingskamp. “Wij gaan één keer per jaar met de senioren een weekend weg,” vertelt hij. “En toen zei iemand: ‘Waarom ga jij het niet doen?’ Ik zei nog: ‘Nee joh.’ Maar toen stak iemand zijn hand op en riep: ‘We hebben een nieuwe voorzitter.’” Hij lacht er nog om, maar het was wel het moment dat iets kantelde. “Misschien was dat net het zetje wat ik nodig had.”

Formeel zit Langerak er pas net, maar feitelijk draaide hij sinds eind januari al mee. Toch zat daar wel twijfel voor. “Ik heb een drukke baan, drie kinderen die allemaal voetballen, ik voetbal zelf nog en ik zat in de jeugdcommissie. Dan ga je wel nadenken: past dit er nog bij?” Die afweging is herkenbaar voor iedereen die in het amateurvoetbal rondloopt: het is nooit één taak, het stapelt zich altijd op. “Op een gegeven moment moet je keuzes maken. Je kunt niet alles blijven doen.”

Dus stapte hij uit de jeugdcommissie, maar stapte hij wel in het voorzitterschap. En dat voelt goed, zegt hij. Niet omdat het een mooie titel is, maar omdat het werk hem ligt. “Ik vind het leuk om organisatorisch bezig te zijn. En dat je met een groep bestuursleden beleid kan bepalen voor de club, dat geeft energie. Je bent ergens mee bezig wat groter is dan jezelf.”

Langerak is geen geboren Vurenaar. Hij groeide op in Schelluinen, voetbalde daar, maakte de stap naar Unitas in de jeugd en speelde later nog bij SVW. Maar uiteindelijk kwam hij toch weer uit bij het dorpsvoetbal. “Dat past gewoon beter bij mij. Je kent mensen, het is overzichtelijk, iedereen doet wat voor de club.” Sinds vijf jaar woont hij in Vuren. “We zochten meer ruimte en dat vonden we hier. En ik vond het ook wel mooi om weer in een dorp te wonen, zoals vroeger.”

Vanaf dat moment ging het snel. Zijn kinderen gingen voetballen, hij werd trainer, rolde de jeugdcommissie in en sloot zich aan bij de 35-plus. “En dan zit je er ineens middenin.Dat gaat vanzelf.”

Dat ‘middenin zitten’ kreeg al snel een andere lading, want nog voordat hij goed en wel kon landen in zijn rol, moest er een lastige beslissing genomen worden. VV Vuren stond onderaan en het bestuur besloot de samenwerking met de hoofdtrainer te beëindigen. Langerak draait er niet omheen, maar weegt zijn woorden wel zorgvuldig. “Dat is geen makkelijke beslissing. Je hebt met een persoon te maken. Maar uiteindelijk moet je kijken naar het belang van de club.”

Hij benadrukt dat het nooit zwart-wit is. “Het is niet alleen de trainer. We hebben ook naar de spelers toe uitgesproken: jongens, kijk ook in de spiegel. Het is altijd een combinatie.” Maar de resultaten bleven uit en de signalen veranderden niet. “Dan moet je op een gegeven moment iets doen. Je kunt niet blijven wachten. Of het helpt, dat weet je pas achteraf.”

Wat hem opvalt aan de club waar hij nu leiding aan geeft, is niet zozeer iets spectaculairs, maar juist iets basaals. “Het is echt een dorpsclub. Er zijn veel vrijwilligers en als er iemand stopt, staat er vaak wel weer iemand anders op.”

Het grootste agendapunt is het grasveld. “We hebben nu nog geen kunstgras,” zegt hij. “En we willen eigenlijk over een jaar of twee dat wel realiseren. Daar komt veel bij kijken. Geld, gemeente, plannen maken. Maar we hebben dat nu wel echt op de agenda staan.”

Voor meer artikelen over VV Vuren klik hier.
Voor meer informatie over VV Vuren klik hier.

Nieuwe impuls voor meidenvoetbal bij Monster: “We doen dit echt samen”

0

Het meiden- en vrouwenvoetbal bij SC Monster groeit. Niet explosief, maar gestaag. Dat komt doordat er mensen zijn die er tijd en energie in steken. Zoals Lynn van Vliet en Mady van der Zeyden, die samen een belangrijke rol spelen binnen de technische commissie van de meiden- en damesafdeling.

Want waar die afdeling voorheen onderdeel was van de mannen-TC, staat er sinds dit seizoen een eigen structuur. En dat was nodig. “Er werden zoveel dingen besproken, dat wij er vaak niet eens aan toekwamen,” vertelt Lynn. “De mannenafdeling is groot, logisch dat daar de meeste aandacht naartoe gaat. Maar wij groeien ook, dus we wilden daar meer focus op.” Monster heeft twee senioren damesteams, vier jeugdteams en sinds kort een MO8 die vriendschappelijke partijen speelt.

De ruimte om te groeien is er nu. Met een TC van vijf mensen, waarin Lynn en Mady samen optrekken, ligt de nadruk op alles rondom de teams. Niet alleen organiseren, maar vooral: voelen wat er speelt. “Wij zitten dicht op de groepen. Vooral bij Dames 1, Dames 2 en de MO15. We proberen echt te horen hoe meiden erin staan. Wat gaat goed, wat kan beter.”

Die rol is misschien minder zichtbaar dan die van een trainer, maar minstens zo bepalend. Want sfeer en ontwikkeling lopen vaak door elkaar heen. “Als het goed gaat en je wint, is er weinig aan de hand. Maar als je vaker verliest, komt er vanzelf wat meer onrust.”

Juist daarom zoeken zij actief het gesprek op. Zo werden er recent gesprekken gevoerd met alle speelsters van de MO15. Niet uit noodzaak, maar uit aandacht. “Gewoon vragen: heb je het naar je zin, zit je ergens mee, wil je dat dingen anders gaan? Dat soort dingen.”

Voor Lynn zelf is die rol geen vanzelfsprekendheid geweest. Jarenlang stond ze zelf op het veld, tot haar lichaam haar tot stilstand dwong. Twee keer scheurde ze haar kruisband. “De eerste keer rechts, de tweede keer links. Dan weet je: dit wordt weer een lang traject.”

Stoppen bij de voetbalclub? Geen moment serieus overwogen. “Ik vind het veel te leuk. Dus dan ga je kijken: hoe kan ik toch betrokken blijven?” Die betrokkenheid vond ze in de TC, waar ze samen met vier andere vrijwilligers een brug vormt tussen speelsters en beleid. Iets wat, zeker in een groeiende afdeling, onmisbaar is.

Want groeien doet het meidenvoetbal bij Monster. Met teams van de jongste jeugd tot aan de senioren ligt er inmiddels een stevige basis. “Als je ziet wat er nu staat, dat is gewoon mooi. “En we willen verder groeien, maar wel op een manier dat iedereen het naar zijn zin heeft.”

Of Lynn zelf ooit nog terugkeert op het veld, is nog onzeker. De wil is er, maar het risico ook. “Ze kunnen niet garanderen dat als ik nog een keer mijn kruisband scheur ik alles kan blijven doen wat ik nu kan. Dus dat weegt wel mee.”

Klik op SC Monster voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Monster voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.