Home Blog Pagina 2

De maandagploeg van Alem: ‘De lammen helpen de blinden’

0

Bij voetbalvereniging Alem draait het niet alleen om wat er op zondag op het veld gebeurt. Op maandagochtend begint een andere belangrijke wedstrijd: die tegen het onderhoud, de rommel en alles wat na een voetbalweekend achterblijft. Peter Rooijakkers is al jarenlang onderdeel van de club en vertelt namens de maandagploeg over een groep mannen voor wie Alem veel meer is dan alleen voetbal.

Peter Rooijakkers is inmiddels 67 jaar, maar zijn betrokkenheid bij Alem begon al vele tientallen jaren geleden. Als jeugdspeler doorliep hij de verschillende elftallen en uiteindelijk kwam hij ook uit voor het eerste en tweede. Een knieblessure maakte uiteindelijk een einde aan zijn actieve voetbalcarrière, maar daarmee verdween hij allerminst uit beeld.

‘Ik heb mijn hele leven eigenlijk bij Alem gezeten’, vertelt Rooijakkers. Na zijn periode als speler rolde hij het trainersvak in. Hij trainde verschillende jeugdelftallen, was betrokken bij het tweede en de dames en vervulde bovendien een periode de rol van assistent-trainer bij het eerste. Ook maakte hij enkele jaren deel uit van het bestuur.

Ongeveer acht jaar geleden kwam daar een nieuwe rol bij. Rooijakkers sloot zich aan bij de onderhoudsploeg, die iedere maandagochtend op het sportpark te vinden is.

Iedereen heeft zijn eigen taak

De maandagploeg bestaat uit ongeveer tien mannen. Om negen uur wordt begonnen en rond tien uur is er tijd voor koffie. Daarna gaat iedereen verder met zijn eigen werkzaamheden. ‘Iedereen heeft zijn eigen taakverdeling’, legt Rooijakkers uit.

Zo zorgen Aad Klerenveld en Pieter Walree ervoor dat de velden er weer spik en span uit zien. Terwijl juist anderen de technische werkzaamheden voor hun rekening nemen. Rooijakkers zelf heeft inmiddels wat minder bewegingsvrijheid, maar draagt op zijn eigen manier zijn steentje bij. Hij verzorgt de koffie en houdt de kantine en kleedkamers netjes.

‘Ik kan niet zoveel meer, maar zo kun je toch nog iets doen’, zegt hij nuchter. Juist dat typeert de groep: niemand hoeft alles te kunnen, zolang iedereen maar iets bijdraagt.

Een groep met een groot verleden

Hoewel niet iedereen van de maandagploeg zelf bij Alem heeft gevoetbald, hebben de meeste mannen een duidelijke band met de vereniging. Sommigen kennen de club al tientallen jaren. Ook zijn er mensen zonder voetbalverleden bij Alem die zich inmiddels volledig thuis voelen binnen de ploeg.

De onderlinge sfeer speelt daarbij een grote rol. Oudere oud-leden die inmiddels gestopt zijn, komen soms nog even langs voor een kop koffie. Dit jaar kreeg de ploeg bovendien versterking van drie nieuwe vrijwilligers. Zo blijft ook de maandagploeg zich ontwikkelen.

Zelfs de verschillende kwaliteiten binnen de groep komen goed van pas. De één heeft verstand van techniek, de ander van groenonderhoud en weer een ander steekt vooral graag de handen uit de mouwen. ‘Zo heeft ieder zijn taakje’, aldus Rooijakkers.

Meer dan alleen onderhoud

De werkzaamheden beperken zich bovendien niet tot de maandagmorgen. Tijdens de jaarlijkse klusdag steken ook tientallen andere leden hun handen uit de mouwen. Zo’n 35 leden waren onlangs aanwezig om allerlei klussen op het sportpark aan te pakken.

Voor Rooijakkers is het vooral mooi om te zien dat verschillende generaties zich blijven inzetten voor Alem. Zelf blijft hij bovendien trouw supporter. Hij kijkt naar trainingen en wedstrijden van verschillende elftallen en blijft zo op de hoogte van alles wat er binnen de vereniging gebeurt.

De maandagploeg is daarmee misschien niet het meest zichtbare onderdeel van de vereniging, maar wel een belangrijke. Zoals Rooijakkers het zelf met een glimlach omschrijft: ‘De lammen helpen de blinden.’ En uiteindelijk komt het allemaal weer goed. Want ook op maandagochtend geldt bij Alem: samen krijg je het voor elkaar.

Ference van Veen kijkt vooruit: “We willen zo snel mogelijk weer omhoog”

0

Waar veel spelers hun hele loopbaan op dezelfde positie blijven staan, bewandelde Ference van Veen juist de omgekeerde weg. De 21-jarige speler van BZC’14 begon ooit als rechtsbuiten, schoof vervolgens door naar het middenveld en is inmiddels een vaste waarde in de achterhoede. Na een teleurstellend seizoen kijkt hij met vertrouwen uit naar een frisse start.

Van Veen is al van jongs af aan verbonden aan de club. Op driejarige leeftijd zette hij zijn eerste stappen op de voetbalvelden van Zuilichem en sindsdien is BZC’14, op een korte onderbreking na, altijd zijn thuis geweest.

“In de jeugd heb ik eigenlijk altijd bij BZC gespeeld. Alleen ben ik twee jaar naar Kozakken Boys gegaan. Daarna ben ik weer teruggekomen en ben ik hier gebleven.”

De overstap naar Kozakken Boys kwam niet voort uit een uitnodiging van de club zelf. “In die periode gingen Brakel en Zuilichem samen verder in de jeugd. Samen met een vriend ben ik toen naar Kozakken Boys gegaan. Hij werd uiteindelijk gescout, maar ik ben daarna weer teruggekeerd.”

Terug bij BZC’14 doorliep Van Veen eerst de jeugdopleiding, waarna hij op zeventienjarige leeftijd voorzichtig aansloot bij de seniorenselectie. “Ik trainde mee met het eerste, speelde ook regelmatig in het tweede en heb eigenlijk een tijdje tussen beide elftallen ingezeten. Pas de laatste twee seizoenen speel ik echt vast in het eerste.”

Van rechtsbuiten naar rechtsback

Waar Van Veen tegenwoordig als rechts- of linksback speelt, begon zijn voetbalcarrière heel ergens anders. “Ik stond vroeger rechtsbuiten. Daarna heb ik een paar jaar op het middenveld gespeeld en uiteindelijk ben ik in de verdediging terechtgekomen.”

Opvallend genoeg voelt hij zich juist daar het meest op zijn plek. “Op dit moment vind ik achterin het leukst.”

Hoewel hij als aanvaller begon, kwam hij in het eerste elftal nauwelijks als spits of buitenspeler in actie. “Ik heb daar niet veel wedstrijden gespeeld, dus ook niet veel gescoord”, vertelt hij met een lach.

De omschakeling naar de achterhoede verliep daardoor vrij natuurlijk. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een vaste kracht op de backpositie en voelt hij zich daar helemaal thuis.

Een seizoen om snel te vergeten

Sportief gezien kende BZC’14 een lastig seizoen. Waar vooraf werd gehoopt op een plek in de middenmoot, eindigde de ploeg uiteindelijk onderaan en volgde degradatie naar de vijfde klasse.

Toch probeert Van Veen vooral vooruit te kijken. “Natuurlijk is het ontzettend jammer, maar daar verander je nu niets meer aan.”

Komend seizoen wacht een nieuwe uitdaging, met een nieuwe trainer voor de groep. Marcel de Groot neemt het stokje over en daar kijkt Van Veen met belangstelling naar uit.

“We zijn heel benieuwd hoe dat gaat lopen. Het is voor iedereen weer een frisse start.”

Nieuwe kansen in de vijfde klasse

Hoewel BZC’14 een niveau lager uitkomt, verwacht Van Veen allesbehalve een eenvoudig seizoen. “Mensen denken misschien dat het makkelijk wordt, maar er zitten genoeg goede ploegen in de vijfde klasse. We zullen elke wedstrijd vol aan de bak moeten.”

Daar komt bij dat de selectie verandert. Vier spelers vertrekken, terwijl enkele spelers vanuit lagere seniorenteams de overstap naar de selectie maken.

“We raken spelers kwijt die we goed konden gebruiken, maar dat hoort erbij. Gelukkig komen er ook jongens door vanuit de club. Ik heb er vertrouwen in dat het goed komt.”

Zelf verwacht hij opnieuw als rechts- of linksback aan de competitie te beginnen. Een terugkeer naar de aanval ziet hij voorlopig niet gebeuren. “Nee, die tijd is wel geweest.”

Na de degradatie is de doelstelling voor komend seizoen duidelijk. “We willen zo snel mogelijk weer omhoog. Dat zal niet vanzelf gaan, maar we gaan er alles aan doen om bovenin mee te draaien.”

Olaf Steenbekkers werkt gericht toe naar grote droom: ‘Het zou een eer zijn om VV Alem te mogen coachen’

0

Voor Olaf Steenbekkers draait voetbal allang niet meer alleen om zelf spelen. De 35-jarige trainer van het tweede elftal van VV Alem heeft zijn blik nadrukkelijk op de toekomst gericht. Met zijn trainersopleidingen en een stage bij het eerste werkt hij stap voor stap toe naar één grote ambitie: ooit hoofdtrainer worden van de club uit zijn eigen dorp.

Steenbekkers loopt inmiddels al heel wat jaren rond bij VV Alem. Zelf voetballen werd door meerdere zware blessures steeds lastiger. Na vijf operaties besloot hij zijn energie daarom volledig in het trainersvak te steken. Inmiddels staat hij voor het vierde seizoen aan het roer bij Alem 2, nadat hij daarvoor ruim vijf jaar het derde elftal onder zijn hoede had. Daarnaast traint hij ook nog 10 vrijdagen in het jaar het 7×7 vrouwenteam van VV Alem.

De overstap naar het trainersvak bleek een logische keuze. “Ik heb drie zware kruisbandblessures gehad en in totaal vijf operaties. Eigenlijk had ik daardoor al eerder moeten stoppen”, vertelt Steenbekkers. “Vandaar dat ik mij enorm ben gaan focussen op het trainersvak.”

Dat doet hij serieus. Afgelopen september rondde hij zijn VC1-opleiding van de KNVB af. Komend seizoen begint hij aan VC2, een opleiding die hem weer een stap dichter bij zijn uiteindelijke doel brengt. “Er gaat behoorlijk wat tijd in zitten. VC2 bestaat uit ongeveer twintig cursusavonden van drie uur en daarnaast moet je zeker honderd uur zelfstudie doen. Het wordt dus druk, maar ook heel leuk.”

Eén duidelijke ambitie

Hoewel Steenbekkers tevreden is met zijn rol bij het tweede, weet hij precies waar hij uiteindelijk naartoe wil. “De wens is er zeker om trainer van het eerste te worden. De club denkt daar gelukkig ook in mee. Ik hoop dat er een toekomstplan komt.”

Dat doel is voor hem bovendien heel specifiek verbonden aan Alem. De club viert over enkele jaren het honderdjarig bestaan en Steenbekkers zou het prachtig vinden om voor die tijd de leiding te krijgen over het vlaggenschip. “Er is natuurlijk niks mooiers dan in je eigen dorp verantwoordelijkheid krijgen over het eerste elftal. Ik zou dat echt een eer vinden.”

Een eerste stap wordt komend seizoen al gezet. Naast zijn werkzaamheden bij Alem 2 gaat Steenbekkers minimaal één keer per week stage lopen bij het eerste. Trainer Peter van Dijk wordt daarbij zijn mentor. “Ik leer echt veel van hem. Hij heeft zelf afgelopen seizoen zijn opleiding gehaald en weet precies wat er gevraagd wordt.”

Peoplemanager van Alem 2

Bij het tweede elftal krijgt Steenbekkers ondertussen te maken met een interessante mix van spelers. Naast jongens uit de jeugd die vroeg de overstap naar de senioren maken, staan er naast ervaren voetballers die jarenlang in het eerste hebben gespeeld.

“Er lopen jongens van zeventien tot 23 jaar rond, maar ook spelers van boven de dertig en zelfs 37 of 38. Voor mij is het ideaal om zo’n elftal te mogen coachen.”

Zijn belangrijkste kwaliteit ligt volgens Steenbekkers niet zozeer in het tactische gedeelte, maar juist in de omgang met mensen. “Ik zie mezelf vooral als een peoplemanager. Ik probeer goed met jongens te praten, te luisteren en te kijken wat er speelt. Je bent niet alleen coach op het veld, maar soms ook daarbuiten.”

Eerst leren, dan de volgende stap

Voorlopig blijft de focus daarom op ontwikkelen. Met Alem 2 wil Steenbekkers komend seizoen bij de beste drie eindigen in de reserve vierde klasse. Tegelijkertijd krijgt hij via zijn stage de kans om dichter tegen het eerste aan te kruipen.

Een stap naar het eerste hoeft wat hem betreft niet per se meteen te komen. “Misschien is een rol als assistent eerst een mooie stap. Ik wil vooral zoveel mogelijk ervaring opdoen.”

De ambitie is helder, maar de trainer heeft geen haast. Eerst de VC2 afronden, ervaring opdoen en blijven leren.

vv Hedel bouwt aan de toekomst: groei vraagt om een vernieuwd sportpark.

vv Hedel zit al enkele jaren stevig in de lift. De vereniging groeit, trekt nieuwe teams aan en ziet de jeugdafdeling elk seizoen verder uitbreiden. Die ontwikkeling vraagt om een sportpark dat klaar is voor de toekomst. Daarom werkt een speciale commissie aan een ingrijpend vernieuwingsplan, waarbij niet alleen nieuwe kleedkamers en een extra kunstgrasveld worden gerealiseerd, maar ook een bijzondere financieringsvorm een belangrijke rol speelt.

Waar vv Hedel enkele jaren geleden nog in een lastige periode verkeerde, staat de vereniging er inmiddels heel anders voor. Volgens penningmeester Ton Hofmans, die inmiddels aan zijn vierde seizoen binnen het bestuur begint, is die verandering vooral te danken aan een enthousiast bestuur en een grote groep vrijwilligers die de schouders onder de club hebben gezet.

“Een jaar of zes geleden stond de vereniging er financieel minder goed voor en liep ook het ledenaantal terug. Inmiddels hebben we alles weer op de rit. De financiën zijn gezond en vooral het aantal leden groeit ieder jaar verder.”

Die groei is zichtbaar in vrijwel alle geledingen van de club. Inmiddels telt vv Hedel ruim vijfhonderd actieve leden en meer dan vijftig vrijwilligers. Vooral de jeugdafdeling profiteert van de uitbreiding van de woonwijken in Hedel, maar ook bij de senioren blijft de vereniging groeien. Zo sluit komend seizoen zelfs een compleet nieuw zondagteam aan.

“Dat zo’n volledig team voor vv Hedel kiest, zegt ook iets over de uitstraling van de vereniging. Mensen zien dat hier wordt gebouwd aan een gezonde en ambitieuze club.”

Volgens Hofmans is de groei bovendien nog lang niet ten einde. In Hedel staan de komende jaren opnieuw veel nieuwbouwwoningen gepland. De verwachting is dat daar opnieuw veel jonge gezinnen komen wonen, waardoor ook de vraag naar sportvoorzieningen verder zal toenemen. “We weten eigenlijk nu al dat de vereniging nog verder gaat groeien. Daar moeten we nu alvast op anticiperen.”

Investeren in de komende tientallen jaren

De groei brengt tegelijkertijd nieuwe uitdagingen met zich mee. De huidige accommodatie dateert grotendeels uit de jaren zeventig en sluit niet meer aan bij de omvang van de vereniging. De kantine en keuken zijn de afgelopen jaren al aangepakt, maar vooral de kleedkamers zijn volgens Hofmans aan vervanging toe.

“Met zes kleedkamers redden we het niet meer. Zeker op zaterdag lopen we regelmatig tegen de grenzen van onze accommodatie aan. Daarom willen we uitbreiden naar ongeveer tien kleedkamers en tegelijkertijd alles moderniseren.”

Naast extra kleedkamers wordt ook gedacht aan betere voorzieningen voor scheidsrechters en een modern wedstrijdsecretariaat. Daarmee wil de vereniging niet alleen meer ruimte creëren, maar ook professioneler kunnen werken.

Daarnaast krijgt vv Hedel binnenkort een tweede volwaardig kunstgrasveld. De gemeente heeft daarvoor inmiddels groen licht gegeven. Het huidige hoofdveld wordt vervangen door kunstgras, waardoor de vereniging straks beschikt over twee volledige kunstgrasvelden en 2 wedstrijdveldjes voor de jongste jeugd.

Dat betekent niet alleen meer trainingsmogelijkheden, maar ook minder afgelastingen tijdens de wintermaanden. “Met twee kunstgrasvelden kunnen veel meer teams blijven trainen en wedstrijden spelen. Dat geeft de vereniging veel meer ruimte om verder te groeien.”

De ambitie reikt verder dan alleen extra capaciteit. Ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol. Bij de renovatie wordt nadrukkelijk gekeken naar materialen en oplossingen waarmee de accommodatie weer tientallen jaren vooruit kan.

Een commissie met verschillende kwaliteiten

Om alle plannen in goede banen te leiden, is een speciale renovatiecommissie samengesteld. Daarin zitten bestuursleden en vrijwilligers met uiteenlopende achtergronden. Zo brengen sommige commissieleden bouwkundige kennis mee, terwijl anderen veel ervaring hebben met gemeentelijke procedures of juist op financieel vlak een belangrijke bijdrage leveren.

Vrijwilliger François van de Wiel maakt eveneens deel uit van die commissie. Via zijn voetballende zoon raakte hij jaren geleden betrokken bij vv Hedel en vervulde hij verschillende vrijwilligersrollen. Inmiddels richt hij zich volledig op het realiseren van de vernieuwingsplannen.

“Zo’n project kun je alleen uitvoeren als iedereen zijn eigen kwaliteiten inzet. Juist doordat we verschillende expertises bij elkaar hebben, kunnen we goede keuzes maken.”

Volgens Van de Wiel is het belangrijk dat de club niet alleen kijkt naar de huidige situatie, maar vooral naar de toekomst. “We bouwen niet voor de komende vijf jaar, maar voor de volgende generatie leden.”

Bijzondere financiering via obligaties

Om alle plannen mogelijk te maken, kijkt vv Hedel verder dan de traditionele financiering via banken. Een belangrijk onderdeel vormt de uitgifte van obligaties, waarmee leden, sponsoren en andere betrokkenen rechtstreeks kunnen bijdragen aan de renovatie.

Van de Wiel houdt zich binnen de commissie bezig met dit financiële traject. Volgens hem is het een constructie die bij steeds meer sportverenigingen succesvol wordt toegepast.

“Eigenlijk leen je een deel van je spaargeld uit aan de vereniging. Je ontvangt rente en krijgt het bedrag na tien jaar weer terug. Zo bouwen we samen aan de toekomst van vv Hedel.”

De vereniging kiest bewust voor verschillende soorten obligaties, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen deelnemen. Er komen kleinere obligaties voor particuliere leden, maar ook grotere varianten voor bedrijven en sponsoren. Daarnaast introduceert vv Hedel sponsorobligaties. Daarbij ziet de deelnemer af van de jaarlijkse rente, waardoor de vereniging goedkoper kan financieren dan via een banklening.

“Op die manier help je de club eigenlijk twee keer. Je stelt geld beschikbaar én je bespaart de vereniging financieringskosten.”

De uitgifte wordt bovendien begeleid door een professionele externe partij die gespecialiseerd is in obligatietrajecten voor sportverenigingen. Daarmee wordt niet alleen de administratie verzorgd, maar krijgen deelnemers ook de zekerheid dat alles volgens de geldende regels verloopt.

Samen bouwen aan één toekomst

Na de zomer start vv Hedel officieel met de campagne rondom de obligaties. Tijdens informatieavonden worden de bouwplannen uitgebreid toegelicht en krijgen leden en sponsoren de gelegenheid om vragen te stellen. Ook worden de eerste ontwerpen van de vernieuwde accommodatie gepresenteerd.

De ambitie is groot. vv Hedel hoopt uiteindelijk tussen de honderdduizend en tweehonderdduizend euro via obligaties op te halen. Hoe hoger dat bedrag uitvalt, hoe uitgebreider de renovatie direct uitgevoerd kan worden.

Voor Hofmans draait het uiteindelijk niet alleen om stenen of kunstgras, maar vooral om de toekomst van de vereniging.

“Als straks het nieuwe kunstgrasveld er ligt en de kleedkamers zijn vernieuwd, kunnen we als vereniging weer jarenlang vooruit. Dat is uiteindelijk waar we het allemaal voor doen.”

Volgens Van de Wiel past het project bovendien perfect bij de cultuur van vv Hedel. De vereniging is groot geworden dankzij vrijwilligers die bereid zijn hun steentje bij te dragen. Met de obligatieactie krijgt iedereen opnieuw de kans om mee te bouwen aan de club.

“Het mooie is dat dit echt iets van ons allemaal wordt. Niet alleen het bestuur of de commissie bouwt aan de nieuwe accommodatie, maar heel vv Hedel.”

Met een groeiend ledenbestand, ambitieuze plannen en een grote groep betrokken vrijwilligers lijkt vv Hedel klaar voor een volgende stap. Niet alleen op het veld, maar ook daarbuiten wordt gebouwd aan een vereniging die de komende decennia verder wil blijven groeien. De vernieuwde accommodatie moet straks niet alleen voldoende ruimte bieden aan de huidige leden, maar ook aan de vele nieuwe voetballers die de komende jaren worden verwacht. Daarmee investeert vv Hedel niet alleen in gebouwen en velden, maar vooral in de toekomst van de hele vereniging.

Carlo Riedijk begint vol ambitie aan zijn eerste klus als hoofdtrainer bij WSV Well

0

Na jaren actief te zijn geweest als speler, jeugdtrainer en assistent zet Carlo Riedijk deze zomer een nieuwe stap in zijn voetbalcarrière. De 46-jarige trainer begint aan zijn eerste avontuur als hoofdtrainer van een eerste elftal.

Carlo Riedijk is al bijna zijn hele leven actief in het voetbal. De inwoner van Sprang-Capelle is inmiddels veertig jaar lid van SSC’55, waar hij vrijwel zijn hele voetbalcarrière doorbracht. Van 1997 tot 2014 maakte hij, op een periode bij NOAD tussen 2008 en 2012 na, deel uit van de hoofdmacht van SSC’55 en beleefde hij mooie jaren als selectiespeler.

Na zijn actieve loopbaan bleef hij niet lang langs de zijlijn staan. Toen SSC op dat moment nauwelijks oudere jeugdteams had, besloot Riedijk zelf een stap naar voren te zetten.

“Ik vroeg de club hoe ik kon helpen. Zo ben ik trainer geworden van de JO15.”

Dat bleek een schot in de roos. Vijf seizoenen werkte hij met jeugdteams en groeide zijn enthousiasme voor het trainersvak met de week.

Tijdens zijn periode als jeugdtrainer volgde Riedijk zijn trainersopleidingen. Eerst behaalde hij VC1 en daarna volgde ook VC2. Intussen boekte hij met zijn jeugdteams mooie resultaten.

Met de JO15 en later de JO16 promoveerde hij van de tweede klasse naar de hoofdklasse, waar ze kampioen werden. Een sportieve beloning voor het werk dat hij samen met zijn spelers leverde.

“Ik ontdekte hoe leuk ik het trainersvak eigenlijk vond. Vanaf dat moment wilde ik mezelf verder ontwikkelen.”

Voor zijn VC2-opleiding liep hij vervolgens stage bij het eerste elftal van SSC onder begeleiding van Paul van der Donk. Daar maakte hij voor het eerst van dichtbij kennis met het werken rondom een eerste selectie.

Tijdens zijn stage kwam WSV Well op zijn pad. Via zijn zoon kende hij de vereniging al enigszins en hoorde hij dat de club op zoek was naar een nieuwe trainer na het vertrek van de vorige technische staf.

Riedijk besloot zelf de stoute schoenen aan te trekken en nam contact op.

“Na het eerste gesprek voelde het meteen goed. De klik met de technische commissie, de spelersraad en het bestuur was er direct.”

Dat vertrouwen werd snel bevestigd. Nog geen dag later kreeg hij te horen dat Well hem graag wilde aanstellen als nieuwe hoofdtrainer.

Voor Riedijk betekent het zijn eerste officiële klus als hoofdtrainer van een eerste elftal. Iets waar hij al langere tijd naartoe had gewerkt.

Hoewel WSV Well de afgelopen seizoenen meerdere keren onderin de vijfde klasse eindigde, ziet de nieuwe trainer volop kansen.

Dankzij de TC krijgt de selectie deze zomer namelijk een flinke kwaliteitsimpuls. Vier spelers maken de overstap vanuit DSC, één speler komt over van BZC en daarnaast sluiten twee talentvolle jeugdspelers definitief aan bij de eerste selectie.

Juist die doorstroming uit de eigen jeugd spreekt Riedijk enorm aan.

“Dat vind ik prachtig. Ik heb jarenlang met jeugd gewerkt en ik vind het mooi om jonge spelers verder te helpen in hun ontwikkeling.”

Ondanks dat hij afgelopen seizoen al enkele wedstrijden van Well bezocht, wil Riedijk zonder vooroordelen aan zijn nieuwe uitdaging beginnen.

“Ik wil iedereen een eerlijke kans geven. Spelers moeten het gevoel hebben dat ze gezien worden en dat het een eer is om voor Well 1 uit te komen.”

Over doelstellingen blijft Riedijk realistisch. Hij beseft dat Well de afgelopen jaren sportief moeilijke seizoenen kende en wil daarom geen grote uitspraken doen.

“Ik ben een winnaar en wil altijd voor de prijzen spelen, maar je moet ook realistisch blijven.”

Eén ding is in ieder geval duidelijk: aan inzet zal het niet ontbreken. De kersverse hoofdtrainer kijkt reikhalzend uit naar zijn eerste training.

“Ik ben een trainer met veel passie en energie, ik ga er 110 procent voor. Ik kan niet wachten om samen met deze groep aan de slag te gaan.”

Ousmane Traore bekroont bijzonder eerste seizoen bij N.I.V.O.-Sparta met beslissende promotiegoal

0

Na drie jaar twijfelen besloot Ousmane Traore afgelopen zomer eindelijk de overstap naar N.IV.O.-Sparta te maken. Een keuze waar hij geen moment spijt van kreeg. Ondanks blessureleed, een positiewisseling en mindere periodes beleefde de 26-jarige Zaltbommelaar een seizoen om nooit te vergeten. Als invaller maakte hij in de promotiefinale zelfs de winnende treffer.

Voor Traore was N.I.V.O.-Sparta lange tijd een club die steeds opnieuw op zijn pad kwam, zonder dat het daadwerkelijk tot een overstap kwam. “Drie keer eerder ben ik dicht bij een overstap geweest, maar telkens koos ik uiteindelijk voor iets anders. Achteraf was dat misschien de veilige weg.”

Toch bleef het contact altijd bestaan. Vooral trainer Niels Blom, die Traore al kende, bleef in hem geloven. “Wat ik mooi vond, was dat hij mij nooit onder druk zette. Hij gaf me altijd de ruimte om zelf een keuze te maken. Dat gaf veel vertrouwen.”

Toen Traore vorig jaar samen met zijn vrouw in Zaltbommel ging wonen, vielen alle puzzelstukjes op hun plek. “De club ligt dichtbij, ik had goede gesprekken met de trainer, Frenk Schaap en Merlijn Bax. Toen voelde ik eigenlijk dat dit het juiste moment was.”

Dat bleek achteraf een schot in de roos. “Ik baal er eerlijk gezegd van dat ik niet eerder naar N.I.V.O.-Sparta ben gekomen. Het is echt een geweldige club.”

Het seizoen begon veelbelovend. Als spits maakte Traore direct een goede indruk, maar zoals hij zelf zegt kent ieder seizoen pieken en dalen.

“Ik begon heel goed, maar daarna kwam er een periode waarin ik wat minder lekker in mijn vel zat. Door dingen uit het verleden had ik het soms moeilijk. Juist dan merk je hoe belangrijk een club kan zijn.”

Volgens Traore speelde de begeleiding daarin een grote rol. “De trainer bleef vertrouwen uitspreken en zei steeds dat ik hard moest blijven werken. Dat gaf me veel rust.”

Halverwege het seizoen volgde bovendien een belangrijke beslissing. Waar Traore jarenlang vooral aanvallend speelde, stelde hij zelf voor om weer als rechtsback te gaan spelen.

“Mijn vorige trainer had daar ook al kwaliteiten in gezien. Ik heb toen met de trainer gesproken en gezegd dat ik dacht dat een andere positie misschien beter zou zijn. Vanaf dat moment ging het eigenlijk heel goed.”

Hoewel Traore graag meer minuten had willen maken, kijkt hij met tevredenheid terug op zijn eigen seizoen. “Als speler wil je altijd alles spelen, maar ik ben ook realistisch. Als iemand anders het goed doet, moet je eerst naar jezelf kijken.”

Belangrijker vond hij uiteindelijk het gezamenlijke doel. “We wilden promoveren en dat is gelukt. Dan mag je eigenlijk niet klagen.”

Volgens Traore ontstond het succes vooral in de laatste maanden van het seizoen. “We zijn als groep enorm naar elkaar toegegroeid. De staf heeft daar een heel grote rol in gespeeld.”

In de beslissende promotiewedstrijd begon Traore op de bank. De uitleg van zijn trainer gaf hem echter vertrouwen.

Als invaller maakte Traore de beslissende 3-2, waarna alle emoties loskwamen. “Op zo’n moment denk je nergens meer over na. Ik rende weg, trok mijn shirt uit en vierde het uit pure blijdschap.”

Pas daarna drong de betekenis van het moment echt tot hem door. “Ik moest meteen aan mijn overleden vader denken. Dat zijn momenten die je het liefst met hem had willen delen.”

Zelfs een rode kaart kort na zijn doelpunt kon de feestvreugde niet meer bederven. Uiteindelijk bleef de overwinning overeind en kon N.I.V.O.-Sparta promotie vieren.

Nu richt Traore zijn blik alweer op komend seizoen. Of dat als rechtsback of rechtsbuiten zal zijn, maakt hem weinig uit. “Ik wil gewoon spelen en belangrijk zijn voor het team. Natuurlijk verliezen we een paar goede spelers, maar ik geloof echt dat we met deze groep opnieuw iets moois kunnen neerzetten. We gaan niet alleen voor handhaving, we willen doorpakken.”

De mannen die BZC’14 draaiende houden

0

Terwijl veel leden pas arriveren als de bal gaat rollen, zijn de mannen van de onderhoudsploeg van BZC’14 vaak al uren bezig. Een hechte groep gepensioneerde vrijwilligers zorgt er week in, week uit voor dat het sportpark er verzorgd bij ligt. Zonder veel aandacht op de voorgrond, maar met een enorme dosis betrokkenheid houden zij de club draaiende.

De onderhoudsploeg bestaat uit acht gepensioneerde mannen die allemaal een lange geschiedenis bij de club hebben. Sommigen lopen al bijna zestig jaar rond op het sportpark, anderen zelfs nog langer. Vrijwel allemaal hebben ze zelf gevoetbald bij de vereniging, waren leider, jeugdtrainer of vervulden andere vrijwilligerstaken. Inmiddels zijn ze misschien gestopt op het veld, maar achter de schermen zijn ze nog altijd onmisbaar.

Kees v/d Linden is daar een mooi voorbeeld van. Hij speelde zelf jarenlang bij de club, begon ruim 25 jaar geleden als jeugdleider en is tegenwoordig is hij 1 van de mannen die rondom de velden maait. Daarnaast helpt hij mee waar dat nodig is. “Er is altijd wel iets te doen,” vertelt hij. “Als het geen maaiwerk is, dan zijn het wel andere onderhoudsklusjes.”

Ook Peter Vervoorn kent de vereniging door en door. Hij is al 58 jaar lid, voetbalde jarenlang bij de club en was bovendien leider van het tweede elftal. Tegenwoordig maakt ook hij deel uit van de onderhoudsploeg, die volgens hem veel meer doet dan alleen het gras onderhouden.

Iedereen kent zijn eigen taak

Hoewel de gemeente of een gespecialiseerd bedrijf het grote onderhoud aan de velden verzorgt, ligt een groot deel van het dagelijkse werk bij de vrijwilligers. Grasmaaien rondom de doelen, lijnen trekken, beregenen, kleine reparaties uitvoeren en het sportpark netjes houden; het hoort er allemaal bij.

Opvallend is dat de ploeg nauwelijks afspraken hoeft te maken. Iedereen weet precies wat zijn taak is en wanneer iets moet gebeuren. De mannen hebben een gezamenlijke appgroep waarin ze elkaar op de hoogte houden. Kan iemand een keer niet, dan pakt een ander het werk zonder problemen op.

De groep komt niet volgens een strak rooster bij elkaar. Soms zijn er twee vrijwilligers aanwezig, soms vier en af en toe werkt iemand alleen. Dat maakt volgens de mannen weinig uit. Het belangrijkste is dat het werk gedaan wordt en dat iedereen op elkaar kan rekenen.

Meer dan alleen onderhoud

Naast het werk op het sportpark is de onderhoudsploeg ook een vriendengroep. Ze zoeken elkaar regelmatig op, drinken samen koffie en zijn uiteraard vaste bezoekers van de thuiswedstrijden van het eerste elftal. Langs de lijn beleven ze de wedstrijden nog altijd fanatiek mee.

Volgens de mannen is het voetbal door de jaren heen wel veranderd. Ze zien dat de mentaliteit anders is dan vroeger en vinden dat spelers soms best wat fanatieker mogen zijn. Toch kijken ze vooral met plezier naar de ontwikkeling van de vereniging en genieten ze ervan om betrokken te blijven.

Zolang de gezondheid het toelaat

Nieuwe vrijwilligers blijven welkom, al lukt het BZC’14 dankzij een actieve vrijwilligerscommissie nog altijd om mensen te betrekken. Binnen de vereniging leveren leden jaarlijks een bijdrage aan het vrijwilligerswerk, waardoor er regelmatig nieuwe gezichten aansluiten.

Zelf denken de mannen nog niet aan stoppen. Zolang de gezondheid het toelaat én het plezier blijft, blijven ze zich inzetten voor hun club. Juist die gezelligheid maakt volgens hen het verschil. “Als vrijwilliger moet je het eerst met elkaar goed hebben,” klinkt het eensgezind. “Dan volgt de rest vanzelf.”

En misschien is dat wel precies de kracht van deze onderhoudsploeg. Geen grote woorden of opvallende gebaren, maar een vriendengroep die met liefde voor BZC’14 iedere week opnieuw de handen uit de mouwen steekt. Dankzij hun inzet ligt het sportpark er verzorgd bij en kan iedereen blijven genieten van het voetbal. Dat maakt hen misschien niet de meest zichtbare, maar zeker wel een van de belangrijkste teams binnen de vereniging.

Frank Kaufmann waakt over het DSC-DNA: “Plezier blijft altijd de basis”

0

Als Hoofd Jeugdopleiding is Frank Kaufmann dagelijks bezig met de toekomst van DSC. De 29-jarige Zwitser, die inmiddels al vijftien jaar aan de club verbonden is, bewaakt niet alleen de kwaliteit van de jeugdopleiding, maar vooral ook de identiteit van de vereniging. Met structuur, ontwikkeling en plezier als uitgangspunt wil hij ervoor zorgen dat iedere jeugdspeler zich thuis voelt.

Kaufmann begon vorig seizoen als Hoofd Jeugdopleiding, nadat hij eerder al actief was als speler en jeugdtrainer. Inmiddels begint hij aan zijn tweede seizoen in die functie, terwijl hij zelf ook nog deel uitmaakt van de selectie van DSC. Juist die combinatie helpt hem om goed aan te voelen wat er leeft binnen de club.

Zijn werkzaamheden zijn breed. Hij begeleidt trainers, bewaakt de voetbalinhoudelijke lijn en ziet erop toe dat de jeugdvisie binnen alle teams wordt uitgedragen. Toch draait het volgens hem om meer dan alleen prestaties op het veld. “Iedere speler moet zich kunnen ontwikkelen, maar vooral ook met plezier naar DSC komen.”

Afgelopen seizoen lag de nadruk op het aanbrengen van meer structuur binnen de jeugdopleiding. Daarnaast werd techniektraining beschikbaar gemaakt voor alle jeugdteams, omdat Kaufmann gelooft dat een sterke technische basis iedere speler verder helpt.

De identiteit van DSC bewaken

Een belangrijk onderdeel van zijn functie is het bewaken van het zogenoemde DSC-DNA. Voor Kaufmann bestaat dat uit drie kernwaarden: plezier, ontwikkeling en betrokkenheid. Volgens hem maken juist die elementen DSC tot een bijzondere vereniging.

“Bij zowel de Onder 19 als het eerste elftal staan wekelijks ontzettend veel mensen langs de lijn. Dat zie je niet overal op ons niveau.” Die grote betrokkenheid zorgt ervoor dat veel mensen meedenken over de club.

Zichtbaar op de club

Om ervoor te zorgen dat die identiteit ook daadwerkelijk terugkomt binnen alle jeugdteams, probeert Kaufmann zoveel mogelijk aanwezig te zijn op het sportpark. Hij bezoekt trainingen en wedstrijden, spreekt trainers, leiders, coördinatoren en blijft voortdurend in gesprek met vrijwilligers.

Die werkwijze sluit ook aan bij het jeugdbeleidsplan van DSC. Volgens Kaufmann geeft een duidelijke visie houvast aan spelers, trainers en vrijwilligers. Niet alleen op voetbalinhoudelijk vlak, maar ook in de manier waarop binnen de club met elkaar wordt omgegaan.

Opleiden voor de toekomst

Binnen de jeugdopleiding ligt de grootste focus op de ontwikkeling van iedere individuele speler. Daarbij kijkt Kaufmann nadrukkelijk verder dan alleen het voetbal. Ook mentale ontwikkeling en persoonlijke groei spelen een belangrijke rol.

Hij benadrukt dat ontwikkeling lang niet altijd een rechte lijn is. Soms hoort een stap terug of een teleurstelling daar simpelweg bij. Juist door goed te communiceren met spelers én ouders ontstaat er begrip voor de keuzes die gemaakt worden.

Daarnaast wil hij dat jonge trainers zich binnen DSC kunnen ontwikkelen. Spelers uit de eigen jeugd krijgen daarom de kans om ervaring op te doen bij de jongere teams. Zo leidt de club niet alleen voetballers op, maar ook de vrijwilligers en trainers van de toekomst.

Plezier als belangrijkste uitgangspunt

Voor Kaufmann is de betrokkenheid binnen DSC misschien wel het grootste kapitaal van de vereniging. Hij is trots op de vele vrijwilligers, coördinatoren en trainers die zich iedere week inzetten voor de club en samen bouwen aan de jeugdopleiding.

Voor de komende jaren ziet hij volop kansen. DSC groeit nog altijd, trekt steeds meer jeugdspelers uit de regio aan en blijft investeren in de ontwikkeling van trainers en spelers. Zijn uiteindelijke doel is helder: een jeugdopleiding waarin iedereen zich gezien voelt en waarin spelers op hun eigen niveau kunnen groeien.

Tot slot heeft hij nog een duidelijke boodschap voor jeugdspelers én hun ouders. “Plezier blijft altijd de basis. Natuurlijk willen we spelers beter maken, maar voetbal is veel meer dan alleen winnen of verliezen. Het is ook een plek waar kinderen vrienden maken, zichzelf ontwikkelen en met plezier naar de club komen. Als dat lukt, zijn we als jeugdopleiding op de goede weg.”

Buitenlandse profclubs vinden steeds vaker de weg naar N.I.V.O.-Sparta

0

Hoewel Hans van den Bighelaar afgelopen najaar afscheid nam als voorzitter van N.I.V.O.-Sparta, is hij nog altijd volop actief binnen de vereniging. Samen met zijn zoon Olivier zorgt hij ervoor dat buitenlandse profclubs tijdens de zomerstop neerstrijken in Zaltbommel. Een bijzonder initiatief dat de club niet alleen internationale uitstraling geeft, maar ook helpt om de accommodatie verder te verbeteren.

De band van Van den Bighelaar met N.I.V.O-Sparta ontstond niet als speler, maar als vader van twee voetballende zoons. Zijn oudste zoon begon rond het jaar 2000 bij de club, enkele jaren later volgde de jongste. Niet veel later rolde hij zelf het vrijwilligerswerk in.

“Ik ben begonnen als voorzitter van de jeugdafdeling en ben daarna steeds verder betrokken geraakt bij de vereniging.”

In 2009 werd hij tijdens een moeilijke periode gevraagd om tijdelijk het voorzitterschap op zich te nemen. Na een korte periode stapte hij weer terug, al bleef de club hem benaderen. “Ik zei altijd voor de grap: vraag me maar weer als ik zestig ben. Alleen hebben ze daar niet op gewacht.”

Uiteindelijk stond hij de afgelopen zeven jaar opnieuw aan het roer van N.I.V.O-Sparta, tot hij afgelopen november het voorzitterschap overdroeg.

Idee uit het verleden krijgt nieuw leven

Ook tijdens zijn periode als voorzitter hield Van den Bighelaar zich al bezig met iets bijzonders. Samen met zijn zoon Olivier organiseert hij inmiddels voor het derde jaar op rij trainingskampen voor buitenlandse BVO’s.

Het idee ontstond eigenlijk al jaren eerder. “In 2009 heb ik Ajax Cape Town naar N.I.V.O.-Sparta gehaald. Toen we een paar jaar geleden opnieuw voor uitdagingen stonden, dacht ik weer aan dat initiatief.”

Die uitdagingen hadden alles te maken met de kwaliteit van enkele velden op sportpark De Watertoren. “Een deel van de velden was bij de aanleg niet goed aangelegd. Uiteindelijk bleef de club met het probleem zitten. Dan kun je blijven wijzen naar anderen, maar daar schiet je niets mee op.”

In plaats daarvan ging Van den Bighelaar op zoek naar een oplossing die de club op meerdere fronten vooruit zou helpen.

Meer dan alleen een voetbalveld

Waar veel mensen denken dat het alleen draait om een goed trainingsveld, komt er volgens Van den Bighelaar veel meer bij kijken.

“Je hebt niet alleen uitstekende velden nodig, maar ook een complete organisatie eromheen. De velden moeten eerder in onderhoud, alles moet perfect worden bijgehouden en daarnaast is een goed hotel op loop- of fietsafstand belangrijk.”

Die samenwerking werd gevonden met Van der Valk in Zaltbommel. De profclubs regelen zelf hun verblijf, terwijl N.I.V.O.-Sparta de trainingsfaciliteiten verzorgt.

Dat leverde de afgelopen jaren mooie namen op. Zo trainden onder meer Al Rayyan uit Qatar, PAOK Saloniki uit Griekenland en Al Fayha uit Saudi-Arabië op het complex van N.I.V.O.-Sparta. Opvallend genoeg keerden PAOK en Al Fayha dit jaar allebei terug.

“Dat vinden wij misschien wel het grootste compliment. Ze hebben zelfs hun planning aangepast om weer naar ons te kunnen komen.”

Samen bouwen aan kwaliteit

Tijdens de trainingskampen wordt er gemiddeld anderhalf keer per dag getraind en worden ook meerdere oefenwedstrijden afgewerkt. Dat vraagt veel van de accommodatie én van de organisatie.

“Mijn zoon Olivier en ik zijn bij vrijwel iedere training aanwezig. We onderhouden het contact met de clubs en zorgen dat alles geregeld is. Daarnaast houden onze terreinknecht en de klussenploeg de accommodatie in topconditie.”

Volgens Van den Bighelaar zit de kracht vooral in de persoonlijke aanpak. “De begeleidende staf van de clubs kent ons inmiddels. Dat maakt het contact prettig en zorgt ervoor dat alles steeds soepeler verloopt.”

Hoewel de organisatie veel tijd kost en vakanties regelmatig moeten wijken, denkt hij nog niet aan stoppen.

“Als mensen zeggen dat iets niet kan, vind ik het juist mooi om te laten zien dat het wél kan. Natuurlijk kost het veel tijd, maar je krijgt er ook veel voor terug.”

Twintig jaar aan het roer: Arnold Verbeek bouwde DSC stap voor stap verder

0

Twintig jaar voorzitter zijn van een voetbalvereniging is een bijzondere mijlpaal. Arnold Verbeek bereikt dit seizoen dat jubileum bij DSC en groeide in die periode uit tot een van de gezichten van de club. Samen met zijn medebestuurders werkte hij aan een financieel gezonde vereniging, een groeiend ledenaantal en een toekomstbestendig DSC.

Hoewel Arnold Verbeek niet in Kerkdriel werd geboren, voelt hij zich inmiddels een echte DSC’er. Na zijn verhuizing naar het dorp begon hij als speler in de selectie, werd vervolgens leider van het eerste elftal en vervulde verschillende bestuursfuncties. In 2007 stapte hij als interim-voorzitter in, waarna hij een jaar later officieel werd benoemd. Op 1 april 2027, tijdens het 95-jarige jubileum van de club viert hij zijn 20ste jaar als voorzitter.

Toen Verbeek aantrad, stond DSC voor een flinke uitdaging. De club draaide financieel moeizaam en schreef nauwelijks zwarte cijfers. Samen met het bestuur zette hij koers naar een gezondere organisatie. Dat lukte. Inmiddels groeide DSC in twintig jaar tijd van ongeveer zeshonderd naar achthonderd leden en ontwikkelde de vereniging zich op meerdere fronten.

De grootste uitdaging tijdens Verbeeks voorzitterschap lag zonder twijfel bij de accommodatie. Al jarenlang onderzoekt DSC samen met de gemeente de mogelijkheden voor een verhuizing, maar concrete plannen bleven telkens uit. Intussen bleef de vereniging groeien en nam de druk op het sportpark toe.

Om die groei op te vangen werden extra kunstgrasvelden aangelegd en tijdelijke kleedkamers geplaatst. Inmiddels is duidelijk geworden dat DSC voorlopig nog jarenlang op de huidige locatie blijft. Daarom besloot het bestuur niet langer af te wachten en zelf het initiatief te nemen. De plannen voor een volledig nieuw kleedgebouw liggen inmiddels op tafel, waarmee de club opnieuw investeert in de toekomst.

Onder leiding van Verbeek groeide niet alleen het ledenaantal. Ook sportief maakte DSC ontwikkelingen door. De club wist zich jarenlang te handhaven in de derde klasse en zag het vrouwenvoetbal flink groeien. Vrijwel iedere leeftijdscategorie beschikt inmiddels over meisjesteams en komend seizoen telt de vereniging opnieuw twee vrouwenselecties.

Een van de sportieve hoogtepunten was volgens Verbeek het indrukwekkende seizoen van Onder 19. De talentvolle lichting promoveerde van de eerste klasse naar de hoofdklasse en vervolgens zelfs naar de zesde divisie.

Toch draait DSC volgens de voorzitter om meer dan alleen resultaten. De club staat bekend als een warme dorpsvereniging waar saamhorigheid en gastvrijheid minstens zo belangrijk zijn als prestaties op het veld.

Een stabiele vereniging vraagt om een stabiel bestuur. Daarbij speelt secretaris Hans Verhoeven al jarenlang een belangrijke rol. Nadat hij eerder achttien jaar secretaris was geweest, keerde hij op verzoek van Verbeek terug toen de functie lastig bleek in te vullen.

Volgens Verbeek vormt Hans een onmisbare schakel binnen het bestuur. De samenwerking verloopt al jaren prettig, mede doordat veel bestuursleden elkaar goed aanvullen en vaak al lange tijd actief zijn binnen de club. Hans omschrijft Verbeek op zijn beurt als een benaderbare voorzitter die niet alleen bestuurt, maar ook zelf de handen uit de mouwen steekt wanneer dat nodig is. Iemand die graag mensen verbindt en beslissingen samen neemt, zonder zichzelf op de voorgrond te plaatsen.

Juist die samenwerking vormt volgens beiden een belangrijke basis onder het succes van DSC.

Hoewel Verbeek nog altijd met veel plezier voorzitter is, heeft hij inmiddels ook vooruitgekeken. Tijdens de laatste algemene ledenvergadering maakte hij bekend dat hij nog maximaal vier jaar aanblijft. Daarmee geeft hij de vereniging ruim de tijd om een geschikte opvolger te vinden.

Na twintig jaar kijkt Verbeek vooral met trots terug op alles wat samen met vele vrijwilligers, bestuursleden en leden is opgebouwd. Van een financieel stabiele vereniging tot een groeiende jeugdafdeling, een bloeiend vrouwenvoetbal en ambitieuze plannen voor de accommodatie. Zijn jubileum markeert niet alleen twintig jaar voorzitterschap, maar vooral twintig jaar bouwen aan een DSC dat klaar is voor de toekomst.