Home Blog Pagina 2

‘Je bouwt echt een vertrouwensband op’

Na een jaar of vijf teammanager te zijn geweest, is Jan Wim Schouten sinds dit seizoen als verzorger actief bij vierdeklasser Altena. Want nadat zijn voorganger ermee stopte, bleek het vinden van een vervanger nog niet zo eenvoudig. “Je bent op deze manier nog meer betrokken bij de spelers.”

Toch was dat in eerste instantie niet de reden, dat Schouten (60) de verzorgingstas oppakte. “Ik was altijd teammanager bij het eerste elftal en toen onze verzorger stopte, bleek het niet zo makkelijk om een nieuwe te vinden.” En dus wierp de inwoner van Nieuwendijk zichzelf op. “Masseren en tapen kan iedereen, dacht ik… Dat valt heel erg tegen. Dan loop je al snel tegen je beperkingen aan.” Maar zijn interesse gewekt, gooide hij een balletje op bij het bestuur. “Als jullie mijn opleiding betalen, word ik de nieuwe verzorger! Zei ik tegen ze.”

Interesse in

Zo gezegd, zo gedaan. “Dat heb ik eerst nog een jaartje ‘fifty-fifty’ gedaan, samen met het leiderschap, maar dat was niet te doen. Dus ben ik sinds dit seizoen fulltime verzorger.” Nadat Schouten, vijf jaar lang teamleider was geweest bij het eerste elftal. “En daarvoor deed ik dat vanaf de D’tjes bij de jeugd.” Betrokken geraakt dankzij zijn kinderen. “Ik heb zelf weinig ervaring in het veldvoetbal, deed het meer in de zaal. Maar doordat mijn jongens bij Altena gingen voetballen, ben ik er ingerold.” Jaren later, bevalt hem dat nog steeds goed. “Er heerst hier altijd een enorme saamhorigheid. Even zeuren en weer door. Altena is echt een club van aanpakkers, met veel vrijwilligers die door iedereen geprezen worden.” Waaronder dus Schouten zelf. Tegenwoordig in de rol van verzorger. “Ik was altijd al wel geïnteresseerd in blessures. Waar komen ze vandaan en hoe los je ze op? Een stukje menselijk lichaam.” Maar ook in de speler zelf. “Die willen er natuurlijk weer zo snel mogelijk vanaf. Dus vind ik het leuk om ze te helpen en te ondersteunen.” Onder meer door ze te masseren, zoals Schouten leerde tijdens zijn opleiding. “Dat was heel erg gericht op sportmassages. Verder heb ik daar vooral veel gestudeerd. Anatomie, in het Latijn. Dat was best wel pittig.” Allemaal, gericht op preventie. “Ik ben niet bevoegd om een diagnose te stellen of een behandeling toe te passen. Daar zou ik nog anderhalf jaar voor door moeten studeren.” Of Schouten dat gaat doen? “Ik heb er wel over na zitten denken, alleen kost het heel veel tijd. Je moet gewoon echt één dag in de week naar school.”

Meer betrokken

In combinatie met zijn werk en verplichtingen voor Altena, een drukke bedoening. “In principe ben ik twee avonden per week bij de training. Ik ben er als eerste en ga als laatste weer weg.” En ook de zaterdag, is vaak een lange dag, lacht hij. “Om te tapen en te masseren. Zeker voor de wedstrijd, is het vaak druk.” Maar ook tijdens, heeft Schouten gemerkt. “Als teammanager kon ik dan lekker gaan zitten, nu moet ik natuurlijk continu alert blijven.” Maar dat doet hij, met liefde. “Het is heel leuk om met een team op te trekken. Daarom doe ik het met alle plezier.” Zijn nieuwe rol, bevalt hem dan ook uitstekend. “Je bent nu nog meer betrokken bij spelers, omdat je echt met die jongens bezig bent. Je voert vaak een persoonlijk gesprek en bouwt een vertrouwensband op. Dat maakt het voor mij heel leuk en is een mooie kers op de taart.” Bij een club, waar Schouten zich thuis voelt. “Altena is gewoon een heel gezellige vereniging, waar je als voetballer graag wil spelen.” Iets wat hij zelf, dus nooit deed. “Mijn vader was ondernemer, daardoor heb ik in mijn leven overal gewoond. Oorspronkelijk kom ik uit Utrecht, maar we zijn heel het land door geweest.” Vele verhuizingen verder, kwam Schouten dertig jaar geleden in Nieuwendijk terecht. “Toen we gingen trouwen, zijn we hier gaan wonen.” En dus betrokken geraakt bij de voetbal. “Ik ben net op dreef, dus ik wil dit nog wel een paar jaar volhouden.” Tot tevredenheid, van de club, lacht Schouten. “Daar zijn ze heel blij mee!”

Klik op Altena voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Altena voor meer informatie over de club

‘Partijtje vinden ze toch altijd het leukste’

Lekker met een bal bezig zijn en op een speelse manier iets van het spelletje meegeven. Dat is wat ze bij Woudrichem door middel van het kaboutervoetbal proberen te doen. Een bezigheid, waar Roy van Sonsbeek als trainer iedere zaterdagochtend van geniet. “Het is leuk om ze te zien groeien.”

Zowel letterlijk, als figuurlijk. “Ze zijn allemaal tussen de vier en zes jaar, en zeker bij de jongste kinderen, merk je dat ze er op een gegeven moment wel klaar mee zijn. Dan is de spanningsboog op.” De driekwartier op zaterdagochtend, van 09:30 uur tot 10:15 uur, is dan ook precies lang genoeg, lacht Van Sonsbeek (32). “Vaak beginnen we met een warming-up, vervolgens doen we iets met vier vierkantjes in verschillende kleuren, waar ze dan heen moeten dribbelen en daarna mogen ze in de grote witte middencirkel de bal zo hoog mogelijk de lucht in schieten.” Maar welke spelletjes of oefeningen ze ook doen: “Partijtje vinden ze toch altijd het leukste!”

Goed voor de club

Samen met Harjo Ruis, maakt Van Sonsbeek er al twee jaar lang, iedere zaterdag een feestje van. “Toen mijn zoontje ging voetballen, vroegen twee vrienden of we het niet samen konden gaan doen. Eentje is inmiddels gestopt, maar met Harjo doe ik het nog steeds!” En niet alleen voor zijn eigen zoon. “Tuurlijk is het heel leuk om hem bezig te zien, maar het is ook goed voor de club. Dat die jongens buitenspelen en interesse krijgen in voetbal.” Bij zijn zoontje, is dat laatste in ieder geval goed gelukt. “Die vindt het hartstikke leuk en wil alleen maar voetballen.” Ook Van Sonsbeek zelf, is er helemaal door gegrepen. “Ik had niet verwacht dat ik het training geven zo leuk zou vinden.” Al is dat gezien zijn voetbalverleden, ook weer niet zo heel vreemd. “Ik ben hier in de jeugd begonnen met voetballen, en vanaf mijn vijftiende speelde ik in het eerste.” Als aanvaller. “Snel en sterk. De laatste paar jaar, stond ik in de verdediging.” Tegenwoordig, maakt Van Sonsbeek zijn minuten bij het derde. Als het gaat, dan tenminste. “Twee jaar geleden heb ik een knieblessure opgelopen, waardoor ik nu last heb van kraakbeenletsel. Aan het einde van het jaar word ik geopereerd en dan hoop ik daarna nog te kunnen voetballen.” Zonder al te grote risico’s te nemen. “Ik heb ook een eigen schildersbedrijf, dus ik moet even kijken wat ik straks nog kan. Maar ik zou het heel jammer vinden als ik op deze manier moet stoppen…”

Lekker buiten

Want nadat hij vorig seizoen afscheid nam bij het eerste, kan de inwoner van Woudrichem eigenlijk nog niet zonder. “Ik loop nu al twee jaar te tobben met die knie, nadat ik er ooit een tik op heb gekregen. Na drie weken rust, dacht ik: het gaat wel weer. Maar toen klapte ik er meteen weer doorheen. Wat dat betreft ben ik blij dat ze nu weten wat het is.” Gelukkig kan Van Sonsbeek ook buiten het veld, zijn ei kwijt. “Het is gewoon een heel gezellige club. Al mijn vrienden voetballen hier, we doen het met eigen jongens en er zijn een hoop vaste supporters. Daarom ga ik zelf ook nog regelmatig kijken bij het eerste. Dat is toch die gezelligheid in de kantine.” Of hij de komende jaren door blijft gaan als jeugdtrainer, weet hij nog niet. “Ik vind het wel heel leuk, dus volgend seizoen ga ik de JO7 doen.” Vol passie. “Hoe vroeger je begint, hoe handiger je wordt en hoe sneller je comfortabel bent met de bal. Maar het is ook gewoon goed dat die gasten lekker buiten gaan voetballen, in plaats van binnen zitten.” Het gespreksonderwerp thuis bij Van Sonsbeek, laat zich dan ook raden. “Voetbal is nu helemaal zijn ding. En dan met name Ajax. Dat vind ik natuurlijk hartstikke leuk om te zien!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Woudrichem.

‘Ik ga het missen om met die gasten te zijn’

Bezig aan zijn laatste maanden als voetballer, kan Dylan van der Pluym terugkijken op een mooie carrière. Maar niet voordat de middenvelder met Sleeuwijk het seizoen in de derde klasse op positieve wijze heeft afgesloten. “Ik heb het overal goed naar mijn zin gehad.”

Van Sleeuwijk en Altena, tot aan Kozakken Boys en Be Ready. De inmiddels 33-jarige Van der Pluym droeg vol trots het shirt van verschillende clubs. “Qua mentaliteit paste Kozakken Boys misschien wel het beste bij me, maar ook bij de andere clubs, was het gezellig. Dat vond ik altijd heel belangrijk.” Kiezen waar hij zijn mooiste tijd heeft gehad, vindt de inwoner van Nieuwendijk lastig. “Dan ga ik toch voor Altena. Daar voetbalde ik met mijn halve vriendengroep.”

Blessureleed

Herinneringen voor het leven, maar daar zet Van der Pluym aan het einde van het seizoen dus een punt achter. “Het is mooi geweest”, legt hij die keuze uit. “Vanaf mijn dertigste heb ik een aantal erge blessures gehad en lag ik er in totaal anderhalf jaar uit. Daardoor is het er niet beter op geworden. Eerder minder.” Ellende die begon, precies toen hij dertig werd. “Op mijn verjaardag, ging ik vol door mijn linkerenkel.” Het leverde hem een breukje en een gescheurde enkelband op. “En een paar maanden later, gebeurde het weer met diezelfde enkel. Eerst de binnenkant en daarna de buitenkant.” Door een val, raakte Van der Pluym vervolgens ook nog geblesseerd aan zijn schouder. “Al dat blessureleed, is voor mij de belangrijkste reden om te stoppen. Naast het feit dat ik graag mijn eigen tijd in wil delen.” Een idee, waar hij al langer mee speelde, vertelt de aanvoerder van Sleeuwijk. “Vorig jaar ook, maar ik wilde niet geblesseerd stoppen. Al loop ik nu ook te kwakkelen met mijn hamstring.” En dus, heeft hij stiekem een beetje spijt van die beslissing. “Achteraf had ik toen beter kunnen stoppen.” Helemaal stoppen, doet Van der Pluym overigens niet. “Dat is geen optie. Ik ga bij Kozakken Boys lekker in het derde elftal spelen.” Naast het beoefenen van een aantal andere sporten. “Padellen en hardlopen vind ik ook leuk. En het lijkt me mooi om een Hyrox te doen.” Toch is dat natuurlijk anders, dan voetballen. “Ik ga het missen om met die gasten te zijn. Na een overwinning de kantine in en dat het echt ergens om gaat.” Maar na zes jaar Sleeuwijk, zeven jaar Altena, zes jaar Kozakken Boys en een periode bij Be Ready, is het mooi geweest. “Mijn vriendin en ik hebben ook net een kleine gekregen.”

Meer verwacht

Voor het zover is, wil hij eerst het seizoen met Sleeuwijk op een mooie manier afsluiten. “Om eerlijk te zijn had ik verwacht dat we hoger zouden staan.” Toch moet de ploeg het doen, met een plek in de middenmoot. “We hebben te veel kwaliteit om te degraderen, alleen had ik gedacht dat we verder zouden zijn.” Maar een combinatie van blessures én een gebrek aan ervaring, maakten de uitdaging groter dan op voorhand bedacht. “We hebben een jonge groep. Zonder mij en een aantal andere gasten, is de gemiddelde leeftijd denk ik 22 of 23 jaar.” Daardoor miste de ploeg, af en toe een stukje volwassenheid, vindt Van der Pluym. “Om echt een wedstrijd over de streep te trekken. Terwijl ons positiespel, van een heel hoog niveau is. Misschien wel één van de besten van heel de competitie.” Alleen win je daarmee geen wedstrijden. “We hebben van alle ploegen de minste tegengoals en toch staan we achtste… Dat komt ook omdat we zelf moeilijk scoren.” Inmiddels afstand genomen van de degradatiezone, maakt Van der Pluym zich niet meer al te veel zorgen. “Het is een tijdje spannend geweest, waardoor we vooral naar onder moesten kijken, maar het moet nu heel gek lopen willen we degraderen.” Typerend, voor zijn periode bij zowel Sleeuwijk als Altena, lacht de routinier. “Ik ben eigenlijk niet anders gewend dan dat ik degradeerde of promoveerde.” Precies dat, zal Van der Pluym dan ook het meeste gaan missen. “Overwinningen samen vieren en écht ergens voor spelen. Straks bij het derde van Kozakken Boys, zullen er een stuk minder mensen vragen wat je hebt gedaan.” Maar ook de trainingskampen en teamuitjes, zullen hem altijd bijblijven. Net als sfeer bij Sleeuwijk. “De kantine is altijd afgeladen vol, alles is goed geregeld en er komt ieder jaar jeugd door. Die nieuwe aanwas, was altijd leuk om te zien.” Kortom. “Gewoon een gezellige club, met een ploeg die wil voetballen.” Helemaal van hem af, zijn ze bij de club dan ook nog lang niet. “Ik ga zeker kijken. Als er een leuke derby of een leuk kantinefeestje is, kom ik mijn gezicht laten zien!”

Klik op Sleeuwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Sleeuwijk voor meer informatie over de club.

Woudrichem stelt teleur: ‘Lastig te zeggen’

Niet geworden wat ze er stiekem van hadden gehoopt, moet Woudrichem zich in de laatste weken van het seizoen, toch nog een beetje zorgen maken om degradatie. Al lijkt de marge voor de derdeklasser, voorlopig groot genoeg. “Maar we zullen aan de bak moeten”, beseft verdediger Nick van Zante.

Om toch in ieder geval, nacompetitie voor degradatie af te wenden. “We moeten nu eigenlijk meer naar onder, in plaats van naar boven kijken.” En dat terwijl de ploeg uit Woudrichem de laatste twee seizoenen, meedeed aan de play-offs voor promotie naar de tweede klasse. “Daarom wilden we nu ook weer zo hoog mogelijk eindigen en gingen we voor een plek bij de eerste vijf.” Een tiende plaats, valt dan ook behoorlijk tegen. “Dit is natuurlijk niet waar we op gehoopt hadden.”

Zelfde team

Maar een vinger op de zere plek leggen, is lastig, vindt de 21-jarige Van Zante. “We hebben zo goed als hetzelfde team als vorig jaar, alleen lukt het nu niet.” Aan de inzet, ligt het volgens hem in ieder geval niet. “We geven altijd honderd procent. En daarnaast, hebben we ook genoeg kwaliteit. Het komt er alleen niet altijd uit, waardoor we te wisselvallig zijn.” Een ingewikkelde situatie, vindt Van Zante. “Als we wisten wat het was, hadden we het al wel opgelost.” De student Integrale Veiligheidskunde aan de Avans Hogeschool in Den Bosch, die stageloopt bij de gemeente Gorinchem, probeert de moed er desondanks in te houden. “Al met al is het toch wel een beetje een teleurstellend seizoen, maar we moeten ook weer niet te negatief zijn.” Want vooral het realisme, viert hoogtij, bij de inwoner van Woudrichem. “We zijn op dit moment geen tweedeklasser, vind ik. Alleen horen we wel hoger mee te spelen in de derde klasse.” Met de club, waar hij al heel zijn leven komt. “Ik voetbal hier sinds mijn zesde. Heb heel de jeugd doorlopen en kwam drie jaar geleden bij het eerste.” En daar, zit Van Zante uitstekend op zijn plek, vertelt hij. “Vanaf mijn zeventiende mocht ik al meetrainen, en sinds mijn achttiende zit ik er vast bij. Het is een heel hechte groep, met een leuke sfeer. Echt ons kent ons, en iedereen kent elkaar doordat we er allemaal al heel lang zitten.” In zijn geval, ook als supporter. “Ik ging altijd kijken bij het eerste. Ook het kampioenschap in 2016, heb ik gezien!” Pas later, begon het bij hemzelf te kriebelen, herinnert hij. “Toen ik een jaar of zestien was, ging ik er wel over nadenken, dat ik daar zelf ooit wilde spelen. Daarom is het leuk dat het nu gelukt is.”

Constanter

Inmiddels, als vaste rechtsback van het vlaggenschip. “Ik ben vooral verdedigend sterk, maar onder Pascal (Smits) heb ik de afgelopen twee jaar ook aanvallend de nodige stappen gezet. Vooral omdat ik best wel snel ben. Daar probeer ik gebruik van te maken.” Kwaliteiten, waar ze bij de club voorlopig nog wel even van kunnen blijven genieten. “Ik wil gewoon lekker bij Woudrichem blijven voetballen. Daar haal ik mijn plezier uit. Ambitie om naar een andere club te gaan, heb ik niet.” Om beter te worden, gelukkig wel. “Vooral constanter worden.” En handhaven met Woudrichem. “Het zou mooi zijn als we een stabiele derdeklasser kunnen worden en weer wat meer bovenin mee kunnen spelen.” Want promotie naar een niveau hoger, ziet Van Zante, die dit jaar hoopt af te studeren op school, op korte termijn niet gebeuren. “Woudrichem is vooral op de eigen jeugd gericht, dus ik denk dat de derde klasse voor nu wel het maximale is. De tweede klasse zou met deze groep niet leuk zijn. Zo realistisch moet je zijn.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Woudrichem.

Achilles Veen kampioen: ‘Kunnen zeker mee in de Derde Divisie’

Begonnen aan het seizoen als titelkandidaat, maakte Achilles Veen die favorietenrol de afgelopen maanden meer dan waar. Want met een voorsprong van zestien punten op de concurrentie, kroonde de ploeg zich overtuigend tot kampioen van de Vierde Divisie. “Ik had wel verwacht dat het zó goed zou gaan”, aldus vleugelspeler Jasper Huijzer.

Precies zoals teamgenoot Finn Legius aan het begin van het seizoen, ook al vol vertrouwen zijn torenhoge verwachtingen uitsprak: “Met dit team, moeten we gewoon meedoen om het kampioenschap.” Meedoen om het kampioenschap, werd de titel pakken. Nadat een gelijkspel tegen Venray, met nog vier duels voor de boeg, genoeg was voor een kampioensfeestje. “We hebben ons heel het seizoen vooral gefocust op onszelf. Dan was het een meevaller als de concurrentie punten verspeelde”, vertelt Huijzer (22).

Veel kwaliteit

En dat deden, achtervolgers EVV, AWC, MASV en Dongen met enige regelmaat. “Ik vond de bovenste ploegen in onze competitie best wel goed, maar de teams daaronder, waren een stuk minder. Daardoor zit het onder ons, van plek twee tot en met vijf, heel dicht bij elkaar.” Achilles Veen zelf, kroonde zich met een straatlengte voorsprong, zestien punten om precies te zijn, tot kampioen. Iets wat Huijzer wel aan zag komen. “Door het trainingskamp in Vianen aan het begin van het seizoen, zijn we als team dicht bij elkaar gekomen. En onze trainer, Dennis van der Steen, heeft er heel het jaar voor gezorgd dat we scherp bleven, maar dat we ook konden lachen. Naast het feit dat we gewoon veel kwaliteit hebben.” Mede, door de komst van Huijzer. De aanvaller is bezig aan zijn eerste seizoen, bij de vierdedivisionist uit Veen. “Het bevalt heel goed! De sfeer is goed en er worden heel veel dingen georganiseerd.” Zijn overstap kwam dan ook niet helemaal uit de lucht vallen. “Ik had al eerder contact gehad met Achilles Veen, dus de club stond al op mijn radar.” Toch kwam het er twee seizoenen geleden niet van. “Na mijn avontuur in Gibraltar, was ik op zoek naar een nieuwe club. Toen had ik de afspraak met Veen, dat als er een profclub zou komen, ik daar nog naartoe kon gaan.” En die kwam er. “Op het laatste moment, mocht ik op stage bij Almere City.”

Betaalde voetbal

Aangesloten bij Jong Almere City leverde dat Huijzer, in het dagelijks leven werkzaam als postbezorger, geen al te gelukkige periode op. “Ik heb daar heel weinig gespeeld, dus ging ik na één jaar weer weg.” En belandde hij dit seizoen alsnog bij Achilles Veen. “Op mijn leeftijd is het belangrijk om veel te spelen.” Een zoektocht, die hem langs een flink aantal clubs leidde, in zijn nog prille loopbaan. “Ik ben ooit begonnen bij Waspik, daarna heb ik bij NAC Breda, PSV, opnieuw NAC en ADO Den Haag in de jeugdopleiding gespeeld.” Vervolgens speelde Huijzer een half seizoen bij Baronie, alvorens hij naar Cyprus vertrok. “Waarom niet? Dacht ik toen.” Ook droeg de inwoner van Waspik het shirt van FC Den Bosch O21 én speelde hij een half seizoen bij FC Emmen. Waar hij zelfs zijn debuut maakte in het betaalde voetbal. “Het is allemaal best snel gegaan…” Doorbreken bij de club uit de Keuken Kampioen Divisie, lukte hem uiteindelijk niet. “Mijn zaakwaarnemer stelde toen voor om naar Gibraltar te gaan, met de belofte dat ik naar betere clubs kon, als ik terug zou komen. Dat was niet het geval.” Hoe kijkt hij terug op die periode bij Glacis United? “Qua voetbal was het niet helemaal wat ik ervan had verwacht, de rest eromheen, was leuk.”

 

Xavi Simons

Bij Achilles Veen, hoopt Huijzer zichzelf weer in de picture te spelen. Want ondanks dat het amateurvoetbal een heel andere wereld is, is er aan zijn gedrevenheid niks veranderd. “Mijn levensstijl is nog precies hetzelfde.” Dat wil zeggen extra trainen en zijn lichaam goed onderhouden. “Met Nelson de Kok, train ik nog wekelijks individueel.” Want, zo zegt hij. “Ik moet ready zijn als mijn kans voor een stap hogerop komt.” Zijn droom om profvoetballer te worden, heeft Huijzer dan ook nog niet laten varen. “Ik wil gaan voor het hoogst mogelijke!” Al weet hij ook, hoe hard de voetballerij kan zijn. “Het was een mooie tijd bij de profs, maar je wordt ook wel geconfronteerd met hoe de werkelijkheid is. Het is een competitieve wereld en iedereen zit daar voor zichzelf. Ik kom uit een dorp, dus daar moest ik bij PSV wel heel erg aan wennen.” Toch noemt hij die ervaring, een mooie toevoeging aan zijn leven. “Ik heb een heel leuke tijd gehad.” Vol hoogtepunten. “Tijdens een toernooi in Duitsland met NAC JO13, maakte ik de winnende penalty in de finale tegen Werder Bremen. En bij PSV, speelde ik onder andere met Noni Madueke.” Ook speelde hij drie interlands voor Oranje O15. “Dat was samen met Xavi Simons en Naci Ünüvar.”

Kansen creëren

Die jongens spelen nu bij respectievelijk Tottenham Hotspur en FC Twente. Huijzer zit bij Achilles Veen. “Maar ik heb het heel goed naar mijn zin!” Zowel op, als buiten het veld. “Het liefste speel ik als buitenspeler, maar ik kan ook op tien of in de spits.” Iemand die in staat is, om kansen te creëren. “Ik heb snelheid, inzicht, creativiteit, een hard schot en een goede voorzet. En ik kan zowel binnendoor als buitenom passeren.” Kortom, alles wat je als aanvaller nodig hebt. Zou je zeggen. “Het liefste zou ik graag stapje voor stapje hogerop gaan.” Te beginnen, met Achilles Veen. “We kunnen met deze groep zeker mee in de Derde Divisie!”

Klik op Achilles Veen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

Almkerk komt met voetbalschool: ‘Kinderen die graag willen’

Als gymdocent met een enorme passie voor voetbal, was jeugdtrainer worden voor Toon van Drunen een logische stap. En dus geeft de speler van het tweede elftal van Almkerk tegenwoordig niet alleen training aan de JO14-1, maar neemt hij ook op vrijdagmiddag de voetbalschool voor zijn rekening. “Kinderen zijn fantastisch om mee te werken.”

De 24-jarige Van Drunen kan zich dan ook niet voorstellen, dat een team zonder trainer komt te zitten. “Daardoor ben ik eigenlijk altijd jeugdtrainer geweest bij Almkerk.” Al levert dat soms, best pittige avonden op. “Ik geef nu op dinsdag training aan de JO14-1, maar dat is dan voor mijn eigen training.” Bij het tweede elftal dus, waar de inwoner van Breda de draad weer op probeert te pakken nadat hij eind 2022 tijdens een wedstrijd zijn kaak brak en in coma raakte. “Ik haal mijn oude niveau niet meer, maar mag absoluut niet klagen.”

Op het individu

Want hoewel Van Drunen naar eigen zeggen een andere voetballer is geworden, geniet hij nog altijd net zoveel van het spelletje. “Mijn reactievermogen is door de hersenschade minder geworden en ik mis nog een beetje het vertrouwen in mijn eigen lichaam. Daarom houd ik soms nog in.” En gaat hij extra goed op structuur. “Als ik een avondje ga stappen, is de nasleep nu veel erger.” Gelukkig krijgt Van Drunen van het training geven, juist veel energie. Zeker in combinatie, met zijn werk als gymdocent. “Voetbal is gewoon mijn passie, dus ik vind het ontzettend leuk om te doen.” Evenals de voetbalschool. “Daar zijn we vorig jaar september mee begonnen, als een soort pilot.” Met twintig kinderen, die op vrijdagmiddag extra training kregen onder leiding van de voormalig speler van het eerste elftal. “Dat werkte ontzettend goed. Daarom gaan we in mei weer starten.” Maar dan wel, net een beetje anders. “Er is best wel een groot onderling verschil in niveau én ik ben maar alleen. Dus gaan we in kleinere groepjes trainen, zodat ik nog meer op het individu kan zitten. Zowel in het beter maken als het hebben van plezier.” Ontstaan, vanuit zijn eigen bedrijf, ToonMotion. “Een jaar of vijf geleden, hadden we bij Almkerk ook een voetbalschool. Dat heette Voetbalacademie Altena+. Alleen was die groep met kinderen zo groot, dat het op een gegeven moment niet meer ging. Nu willen we echt iets creëren dat langer blijft.” Hoe ze dat willen doen? “Door te gaan werken met drie groepen van tien kinderen.” Een extra trainingsmoment, van 45 minuten. “Dat is qua tijd precies mooi. We willen natuurlijk ook niet dat ze op zaterdag allemaal uitgeput zijn.”

Succesbeleving

Uitgeput zal Van Drunen zelf, hoogstwaarschijnlijk wel zijn, na een middagje trainen. “Het is van 15:00 uur tot 17:15 uur. Dus dat is best wel lang!” Maar vooral heel erg leuk. “We gaan bij de jongste groep met name op techniek trainen. Basistechniek, passen en aannemen. Bij de ouderen is het meer gericht op omschakelen, voetenwerk, maar ook lichaamshouding.” Zijn inspiratie, doet Van Drunen daarvoor op bij andere voetbalscholen en via het internet. “En ik heb de juniorencursus van de KNVB gedaan.” Eén ding staat in ieder geval als een paal boven water: “De kinderen die komen moeten voetbal heel leuk vinden en echt graag willen. Ik probeer ze alleen handvaten te bieden om een betere voetballer te worden.” Dat laatste, lukt voorlopig best aardig, vertelt hij. “Ik kreeg van ouders veel positieve reacties. Dat ze echt een verschil zien. Dat is natuurlijk wel leuk om te horen.” En precies, waarvoor de voetbalschool bedoeld is. “We streven naar succesbeleving op alle niveaus.” Voor spelers, van de JO8 tot en met de JO11. “Kinderen zijn fantastisch om mee te werken. Ze zijn vaak eerlijker, daar houd ik van.” Voldoening, is wat Van Drunen betreft dan ook een understatement. “Als ik kinderen blij kan maken met iets wat ik doe, word ik daar zelf ook blij van. Dat heeft altijd in me gezeten.” Samen met zijn passie voor het spelletje, een ideale combinatie. “Ik ben zelf begonnen met voetballen bij Altena, daarna ging ik in de D’tjes naar SteDoCo en later naar Kozakken Boys.” Via FC Dordrecht en opnieuw Kozakken Boys, kwam hij negen jaar geleden bij Almkerk terecht. “Wat dat betreft ben ik wel een beetje een jongen van de club geworden.” De voetbal voelt voor hem dan ook als thuiskomen. “Dat heb eigenlijk nergens zo gehad.” Inmiddels als centrale verdediger. “Vroeger was ik altijd een creatieve middenvelder, maar sinds twee jaar sta ik centraal achterin.” Heeft hij op voetbalgebied zelf nog ambities? “Dat zou ik heel graag willen, alleen moet ik wel eerlijk naar mezelf blijven. Ondanks dat er vooruitgang in zit, weet ik niet waar ik de lat kan leggen. In ieder geval niet meer waar het was.” Ook op trainersvlak, weet Van Drunen het nog niet precies. “Ik heb nu niet de ambitie om hoofdtrainer te worden. Misschien als ik ooit stop met voetballen.” Voor nu focust de voetballer, die naast zijn werk nog een deeltijdopleiding volgt tot docent lichamelijke opvoeding, zich op de voetbalschool. “Dertig kinderen is voorlopig even een mooi aantal. We willen dit langdurig blijven doen en het vooral niet opblazen.”

‘Het is leuk om mezelf terug te zien in hem’

Kinderen zien ontwikkelen, plezier maken en genieten van zijn zoontje. Ferry Danielse vindt het trainer zijn van de JO11-2 van Achilles Veen stiekem veel leuker, dan hij ooit had gedacht. En dus doet de voormalig doelman van Kloetinge niets liever, dan lekker bezig zijn op het veld. “Ik hoop juist dat ze fouten maken, zodat ze ervan kunnen leren.”

En dat begon allemaal, drie seizoenen geleden. “Mijn zoontje Mason had toen net zijn zwemdiploma gehaald en wilde graag gaan voetballen.” Het werd Achilles Veen. “Ik heb altijd geroepen: als mijn zoon gaat voetballen, word ik nooit trainer. Mijn vrienden zeiden al dat me dat niet ging lukken. Dus hij begon in de JO8 en drie weken later, stond ik op het veld.” Want op de vraag of Danielse (39) wilde helpen, kon hij toch eigenlijk geen ‘nee’ zeggen. “In eerste instantie wilde ik met de keeper aan de slag gaan, inmiddels doe ik nu ook de normale training.”

Even slikken
Bij de JO11-2. De oorspronkelijke JO10-1. “We hadden te veel spelers, dus zijn we een half jaar eerder naar de JO11 gegaan. Omdat ze daar acht tegen acht spelen, in plaats van zes tegen zes.” Maar ondanks een leeftijd hoger werd het team, onder leiding van Danielse en Antoine van Bergeijk, direct ongeslagen kampioen. “We hadden verwacht dat het fysiek zwaarder zou zijn, maar voetballend zijn we gewoon van een te hoog niveau. Daardoor misten we wel een beetje de uitdaging.” Uitdagend is het voor Danielse zelf, overigens meer dan genoeg. Want toen de vorige keeper stopte, wilde zijn eigen zoon graag op goal gaan staan. “Daar was ik niet zo happig op, omdat ik hem dan natuurlijk zelf moest gaan trainen. Maar hij keept nog steeds.” Al is het soms even slikken, lacht de inwoner van Oudheusden. “Je bent op de één of andere manier, toch altijd strenger voor hem. Toch dacht ik, dat het nóg lastiger zou zijn. Eigenlijk vind ik het juist heel leuk, om mijn eigen ideeën over keepen, terug te zien in hem. Dat is toch een beetje hoe ik vroeger was.” Ideeën die Danielse ook als keeperstrainer, bij Achilles Veen probeert over te brengen op de jeugd. “Op woensdag geef ik keeperstraining aan mijn zoontje en de keepers van de JO15 en de JO17.” En dat allemaal, ondanks dat de oud-keeper zelf nooit bij de club uit Veen voetbalde. Of keepte dan. “Ik heb tot mijn 21ste in Goes gewoond en heb altijd bij Kloetinge gespeeld.” Tot hij op zijn negentiende, zwaar geblesseerd raakte aan zijn enkel. “Die heb ik toen tijdens een potje volleybal, nadat er iemand vol op mijn enkel landde, flink gebroken. De volgende ochtend ben ik meteen geopereerd.”

Veel voetbal
Einde voetballoopbaan. “Ook mijn enkelbanden waren gescheurd. Dus eigenlijk lag heel die enkel aan gruzelementen.” Hoe gaat dat nu? “Op kunstgras heb ik nergens last van, op gras wel. Dan merk ik wel dat ik getraind heb.” Opvallenderwijs begon Danielse, als voetballer. “Maar ik keepte veel in mijn vrije tijd, dus toen onze keeper zijn arm brak op de training, ging ik op goal. Dat was in de D’tjes.” Gelukkig heeft hij in het trainer zijn, nu een nieuwe passie gevonden. “Het leukste is om met die kids bezig te zijn en echt dingen terug te zien in het veld. Die ontwikkeling, is geweldig.” Helemaal, nu ze op een half veld spelen. “We proberen echt te voetballen van achteruit, driehoekjes te maken en de middenvelder in te spelen. Wat dat betreft lijkt het al op voetbal.” Aan zijn fanatisme, ligt het dan ook niet. “Ik ben een heel gedreven trainer, maar plezier staat wel voorop.” En dus. “Hoop ik juist dat ze fouten maken. Dat is een moment om te leren. Als ze het maar blijven doen.” Gelukkig zit dat laatste, wel goed. “Het is een heel leuke groep! Op zaterdag gaan ze ook regelmatig samen bij het eerste kijken of voetballen in de kooi. En soms zijn ze ballenjongen.” Ambities om echt trainer te worden, heeft Danielse verder niet. “Als iedereen tevreden is en ik kan nog een jaar mee, vind ik dat goed. Als ze een andere trainer vinden, is dat ook prima.” Zijn steentje bijdragen, vindt hij desondanks wel heel belangrijk. “Als je kind voetbalt, vind ik dat je als ouder wel wat moet doen. Zeker als je de kennis hebt, moet je die delen. En kinderen spreken altijd de waarheid, dat is ontzettend leuk!” Leuker nog, dan Danielse had gedacht. “Ik had niet verwacht dat ik het zó leuk zou vinden.” Samen met Van Bergeijk, heeft hij dan ook een grote passie voor voetbal. “We gaan vaak bij het eerste kijken, en bij Oranje, Ajax of Borussia Mönchengladbach.” Vooral die laatste, behoeft de nodige uitleg. “Mijn zoontje wilde graag een keer naar Gladbach, dat was fantastisch! Dat doen we nu sinds anderhalf jaar. Dit seizoen, zijn we al twaalf keer geweest.” Ook Schalke 04, is inmiddels van het lijstje afgevinkt. “Het is bij ons thuis heel veel voetbal!”

Klik op Achilles Veen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

TPO viert 80-jarig jubileum: ‘We gaan gewoon door’

0

Met alle perikelen rondom het dorp, wisten ze bij TPO één ding zeker: het 80-jarig jubileum gaan ze groots vieren. Want het mag dan wel geen echte mijlpaal zijn, trots is wat bestuurslid Jaap de Visser een understatement. “Het is toch wel een dingetje!”

Helemaal, nadat ze het 75-jarig bestaan, eigenlijk niet echt konden vieren. “Dat viel gelijk met corona.” En dus doen ze het nu, vijf jaar later, dunnetjes over. “Het is eigenlijk geen mijlpaal, maar natuurlijk wel een mooi aantal.” Zeker met alle perikelen rondom het dorp, vertelt De Visser (73). “Moerdijk moest weg. Dus hebben we het gewoon gevierd, en kijken we wel hoe het verdergaat!”

Mooie dag

Want realistisch, is de inwoner van Moerdijk ondanks alle feestvreugde wel. “We zijn maar een klein dorp, daardoor is de aanwas natuurlijk niet zo groot. Wat dat betreft staan we op wankelen en is het moeilijk om aan de gang te blijven.” Toch mag dat de pret niet drukken, voegt De Visser daar meteen aan toe. “We gaan gewoon door en zien wel waar het schip strandt.” Het weekend van 21 maart, stond dan ook in het teken van festiviteiten. “Met allerlei artiesten, gratis toegang en lekker drinken.” Begin mei, gaat de jeugd ook nog naar de Efteling. “Op kosten van de club. Zodat ze er met z’n allen een mooie dag van kunnen maken.” Ook werden onlangs bestuurslid Meindert Bijleveld en Bianca Verstappen-Vaartmans in het zonnetje gezet. “Meindert heeft ruim twintig jaar in het bestuur gezeten.” Zoals ook De Visser zelf, al de nodige functies heeft vervuld, bij TPO. Van vlagger en scheidsrechter, tot aan penningmeester, kantinebeheerder en wedstrijdsecretaris. Maar niet voordat hij eerst op het veld genoot van het spelletje. “Toen ik twaalf was, was TPO nog een Rooms-Katholieke vereniging en ik was Protestants, dus mocht ik er niet op. Daarom ben ik eerst gaan korfballen.” Om niet veel later, toch de overstap te maken naar de voetbal. “Ik heb vanaf mijn zestiende tot mijn 27ste in het eerste gespeeld. Daarna raakte ik geblesseerd en ging het bergafwaarts. Last van mijn knieën.” Want, zo vertelt de vrijwilliger lachend. “Vroeger was ik nog snel, daarna zat het er niet meer in. Toen ben ik maar scheidsrechter geworden.” En bestuurslid. “Ik zit al 49 jaar in het bestuur.” Dus vraagt hij zichzelf soms wel eens af: “Ben ik nou de dorpsgek?”

Blijven bestaan

Dorpsgek of niet, trots is De Visser enorm, op zijn club. “Het is wel bijzonder dat we 80 jaar bestaan. Een jaar of tien, vijftien geleden, hadden we vijf jeugdteams en vijf senioren. Dat aantal is inmiddels flink teruggelopen en wordt steeds minder.” Desondanks, weet hij als geen ander, hoe belangrijk de vereniging is. “Voor de Moerdijkse maatschappij, is het noodzakelijk om de boel in stand te houden. Luctor et Emergo. We moeten het positief bekijken!” Want ondanks dat De Visser zich zorgen maakt om de toekomst. “Wie weet vieren we over vijf jaar weer een feest.” Aan de belangstelling, ligt het in ieder geval niet. “Op zondag is het nog steeds een hele happening. Komen er een hoop mensen kijken bij het eerste. Waar ze allemaal vandaan komen? Geen idee. Maar tijdens de derde helft, moeten we ze echt naar buiten jagen.” Uniek, noemt hij het. “Op het dorp is weinig te doen, heb je niet eens een café. Dat houdt onze club draaiende.” Maar de ledenaanwas, blijft een dingetje. “In de selectie voetballen maar vier of vijf jongens uit ons eigen dorp.” Toch is precies dat, de kracht van de club, volgens de Visser. “Juist die samenhang van de mensen en het ons kent ons. Kom bij het eerste voetballen, daar is de derde helft leuk, is alles aangekleed én betaal je weinig contributie.” Het 80-jarig jubileum, zag de vrijwilliger dan ook wel aankomen. “En de 85 jaar gaan we dan ook nog wel halen!” Hoogtepunten, kent de club in ieder geval genoeg. “We speelden in de vijfde klasse, wonnen de eerste acht wedstrijden, pakten zo een periodetitel, maar vervolgens vochten we tegen degradatie. Uiteindelijk gehandhaafd, promoveerden we via de nacompetitie naar de vierde klasse. Dat was in 1996.” Herinneringen, die levend moeten blijven. “Ik hoop dat de club kan blijven bestaan, vooral omdat het een sociaal onderkomen is voor de mensen hier. Als het dorp blijft bestaan…” Al maakt De Visser zich daar, niet al te veel zorgen om. “De echte ras-Moerdijker, ga je niet zomaar wegjagen. Er is veel onrust gekweekt, maar het is even afwachten hoe het gaat. Ik moet het allemaal nog maar zien.”

Klik op TPO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TPO voor meer informatie over de club.

‘Het was best een dingetje om weg te gaan’

In zijn eerste seizoen bij de club, doet Huib van Wijk met Almkerk nog altijd mee voor de laatste periode. En dus is er nadat de ploeg zich snel veilig speelde, nog genoeg om voor te spelen, voor de nummer zeven van de eerste klasse. “Hopelijk kunnen we wat moois laten zien!”

Want nadat het bereiken van de halve finale van de beker, en daarmee een ticket voor de KNVB Beker net niet lukte, Almkerk verloor in de kwartfinale na strafschoppen van Zwaluw VFC, is de blik alweer helemaal op de competitie gericht. “We doen mee voor de laatste periode, dus dat is een mooi doel!” Van Wijk (22) kan dan ook wel leven met de huidige plaats op de ranglijst. “We kunnen tevreden zijn over de stand.”

Goed dicht

En dat terwijl de competitie, zwaarder is dan afgelopen seizoen, vindt de inwoner van Werkendam. “Dit is mijn eerste jaar bij Almkerk, maar vorig seizoen, ben ik vaak gaan kijken.” Zijn bevindingen? “Spelers zijn kwalitatief een stukje beter, het tempo ligt hoger en de duels zijn pittiger.” Toch kan de formatie van Vincent de Klerk, zich dus prima meten met de concurrentie. “Ons doel was om vroeg veilig te spelen en daarna zo hoog mogelijk bovenin mee te doen. Daar zijn we goed mee bezig!” Toch werd het, een aantal weken geleden nog spannend. Zorgen maken om degradatie, deed Van Wijk zich echter niet. “Daarvoor hebben we te veel kwaliteit.” Kwaliteiten, die de ploeg uiteindelijk deelname aan de nacompetitie op moeten leveren. “Ons doel is om de derde periode te winnen.” Aan de defensieve organisatie, kan het in ieder geval niet liggen. “We houden het achterin goed dicht, alleen vallen we daardoor vaak niet genoeg aan.” Doelpunten maken, is dan ook lastig dit seizoen. “In het begin hebben we vaak 0-0 gespeeld, al kwam dat ook wel omdat we veel kansen misten.” Een kwestie van pech en een beetje kwaliteit, denkt Van Wijk. “Achterin staan we als een huis en vechten we voor elkaar, nu moeten we voorin gewoon onze kansen af gaan maken.”

Perspectief

Iets waar hij als rechtsbuiten, natuurlijk zijn steentje aan bij kan dragen. “Overal het algemeen ben ik wel een jongen met scorend vermogen, met diepte en iemand die slim is in het spel.” In het verleden, speelde Van Wijk daardoor ook regelmatig als spits. “Maar bij Almkerk ben ik meer aan de buitenkant beland.” Waar zijn voorkeur ligt? “Spits vond ik ook leuk. Als het maar in de voorhoede is, verder maakt het me niet uit!” De rechtspoot, die naar eigen zeggen aardig tweebenig is, heeft zijn plek als buitenspeler inmiddels wel gevonden. “Je komt vaker in de één tegen één, dat vind ik leuk. En het spelletje samen met de back, een beetje het tactische, vind ik mooi.” Spijt van zijn overstap van Kozakken Boys O23, heeft Van Wijk dan ook allerminst. “Ik ben daar op mijn vijfde begonnen, maar kon uiteindelijk net niet die stap naar het eerste maken. Ondanks dat ik wel een paar keer heb meegetraind.” Via Robin Damen, een goede vriend van hem, kwam hij bij Almkerk terecht. “Het was best een dingetje om weg te gaan bij Kozakken Boys, maar ik had daar te weinig perspectief. Hier kon ik op een goed niveau, wél in een eerste elftal spelen. En het is lekker dichtbij.” Heel onbekend, was de club voor de aanvaller ook niet. “Mijn vader en opa en oma woonden in Almkerk, dus ik kende al redelijk wat mensen. Ook ging ik regelmatig kijken. Dat klikte wel.” Al was voetballen op seniorenniveau, wel even wennen, is Van Wijk eerlijk. “Zeker in het begin. Het niveau in de jeugd was misschien hoger, maar dit is toch anders. Nu gaat het gelukkig beter.” Wat is het grootste verschil? “Vooral de duels zijn meer fysiek. Tegenstanders hebben meer kracht. En je moet meer lopen, en zorgen dat je organisatorisch goed staat.” Een stukje volwassenheid. “Het is heel anders voetballen, ervaring is veel belangrijker.” Ervaring, die Van Wijk de komende jaren op hoopt te doen, bij Almkerk. “Ik wil hier eerst een onbetwiste basisspeler worden en mezelf verder ontwikkelen.” Om misschien daarna, ooit een stap omhoog te maken. “Nu ben ik daar nog niet klaar voor, maar als die kans komt, heb ik die ambitie wel. Al moet het dan wel allemaal kloppen. Uiteindelijk gaat het vooral om plezier en wil ik gewoon lekker voetballen.”

Polak baalt bij De Fendert: ‘Er zat meer in’

Om nog een kleine kans te houden op het bereiken van de nacompetitie, moest er door De Fendert op eigen veld eigenlijk gewonnen worden van nummer twee Zwaluwe. Dat gebeurde niet, en dus was het na afloop stil in de kleedkamer, vertelt Milan Polak. “Anders hadden we nog naar boven kunnen kijken.”

Met een flink gat naar de nummer vijf, kan de vierdeklasser dat nu eigenlijk niet meer. Tot teleurstelling van Polak (19). “Ik had ons toch wel een stukje hoger verwacht.” Want na een goede voorbereiding, dacht de aanvaller aan een plek bij de eerste drie. “En nacompetitie!” Maar een blessure van aanvoerder Colin van der Wiel, gooide het nodige roet in het eten. “Die hebben we een paar weken moeten missen en is toch onze beste speler…”

Zoekende

Al ligt het niet alleen daaraan, vertelt de student Commerciële Economie aan de Avans Hogeschool in Breda. “We hebben een aantal wedstrijden onnodig verloren. Door goals te makkelijk weg te geven of onze kansen niet af te maken. Heel jammer, want er zat echt wel meer in.” Heel veel om voor te spelen, heeft de middenmoter daardoor eigenlijk niet meer. “Voor degradatie zijn we wel veilig en het gat naar boven, is iets te groot.” Toch is Polak niet van plan om gas terug te nemen. “We moeten er gewoon iedere wedstrijd voor blijven gaan en proberen de winst te pakken. Al is het maar om het zo goed mogelijk af te sluiten.” Met een zesde plaats zou de inwoner van Heijningen, die naast zijn studie werkzaam is bij een accountantskantoor én een bijbaantje heeft in een eethuis, in ieder geval tevreden zijn. “Dan hebben we het nog steeds best goed gedaan. Al had het hoger gekund.” Wellicht, als ze in het begin van het seizoen minder zoekende waren geweest. “Gaan we de tegenstander vastzetten of toch meer inzakken? Daar hebben we een tijdje over getwijfeld.” Na de winterstop, werden daar duidelijke afspraken over gemaakt, gaat Polak verder. “Meer naar voren, hoger drukzetten en van daaruit voetballen. Dat heeft ons goede resultaten opgeleverd.”

Weekendje weg

Een manier van spelen, die goed bij hem past, vertelt hij. “Ze zeggen meestal dat ik behoorlijk snel ben.” Of op de brommer, zoals zijn trainer Ruud Winkelhof het noemt. “Haha, dat klopt wel!” Kwaliteiten, waar hij als rechtsbuiten maar al te goed gebruik van kan maken. “Ruimte trekken en dan de bal in de diepte vragen. Om er op die manier op snelheid langs te komen.” In pas zijn tweede seizoen bij het eerste van De Fendert. “Ik heb hiervoor altijd bij Oranje-Blauw’14, uit Heiningen, gespeeld. Pas op mijn vijftiende, kwam ik hier naartoe.” Vooral omdat er bij zijn vorige club, een gebrek aan jeugd was. “Eerst was dat één grote vereniging, maar daarna viel het uit elkaar en kwam er niks meer bij. Ons team bestond op een gegeven moment uit dertien spelers, dus was het iedere zaterdag de vraag of we er wel genoeg hadden.” Samen met een paar vrienden, ging Polak vervolgens op zoek naar een nieuwe club. “Toen hebben we meegetraind bij Prinsenland, Kogelvangers en De Fendert.” De keuze, viel uiteindelijk dus op laatstgenoemde. “Het beviel hier het beste! Vooral vanwege de sfeer en hoe we werden opgevangen. Dat vond ik belangrijk.” Want Polak, houdt wel van een stukje gezelligheid. “Na de wedstrijd is het altijd gezellig in de kantine. Iedereen kent je naam. Wat dat betreft is het één gezellige boel.” Maar hoe leuk de club ook is, de rechtspoot wil toch vooral graag winnen. “Ik ben ontzettend fanatiek en een echte liefhebber. Dat heb ik al van jongs af aan.” Een wedstrijd missen, doet de inwoner van Heijningen dan ook liever niet. “Soms moet ik een weekendje weg met familie of met mijn vriendin, terwijl ik eigenlijk wil voetballen. Dat is wel eens frustrerend. Het wordt alleen niet gewaardeerd als ik niet meega, haha!” Toch zal dat, in de toekomst vaker gebeuren. Want ambities, heeft Polak genoeg. “Uiteindelijk wil iedereen graag hogerop en steeds beter worden.” Maar voordat hij die stap naar een hoger niveau ooit maakt. “Wil ik eerst met De Fendert voor promotie naar de derde klasse gaan!”

Klik op De Fendert voor meer artikelen over de club.
Klik op De Fendert voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.