Home Blog Pagina 2

‘Vooral de groep maakt het leuk om trainer te zijn’

Zelf altijd op een aardig niveau gevoetbald, had Kelvin Hunter eigenlijk nooit echt de ambitie om coach te worden. Tot ze hem bij Melissant vroegen, of hij het zag zitten om aan te sluiten. Daar eenmaal aan begonnen, kan de jeugdtrainer van de O17 van de club inmiddels eigenlijk niet meer zonder. “Vooral de groep maakt het ontzettend leuk!”

Een groep die Hunter (44) ondertussen alweer zes jaar onder zijn hoede heeft. “Ik ben begonnen op een half veld, en ben daarna altijd met ze meegegaan.” En dat terwijl de voormalig speler van onder meer Barendrecht, zelf nooit echt had verwacht dat hij trainer zou worden. “Mijn twee zoontjes voetballen in het team, dus op een gegeven moment kwamen ze van de club naar mij toe, of ik aan wilde sluiten. Dat heb ik jarenlang heel prettig gedaan samen met Patrick Stolk.” Die inmiddels gestopt, is de inwoner van Melissant tegenwoordig met Arnoud Both (trainer), Johan Nieuwenhuijzen (trainer), Jan de Bruin (trainer) en Mirjam van Dam-Lodder (grensrechter) verantwoordelijk voor de O17. “Bijna al die gasten willen het onderste uit de kan halen, dat is voor ons als staf natuurlijk wel mooi. Ik ben zelf ook heel fanatiek. Anders was ik waarschijnlijk al eerder afgehaakt.”

Keihard nodig

Al is de uitdaging groot genoeg, vertelt Hunter. “We zijn maar een kleine club, dus je hebt binnen ons team te maken met behoorlijk wat leeftijdsverschil. Zo wordt mijn ene zoontje binnenkort zestien en is de andere nog maar veertien. Ook hebben we er een paar rondlopen van dertien, maar ook spelers met dispensatie. En ook nog twee meiden.” Hoe dat is voor hem als trainer? “Het gaat goed, alleen merk je wel dat de jongens enorm groeien in kracht.” Zaken waar regelmatig over wordt gesproken, zo legt Hunter, die een eigen dartwinkel heeft, uit. “In de eerste jaren merkte je dat leeftijdsverschil nog meer, dus hebben we het daar wel met elkaar over gehad. Zo van, dit is Melissant, we hebben elkaar allemaal keihard nodig. We moeten het samen doen, om wedstrijden te kunnen spelen. Dus kun je beter elkaar beter maken, dan afbranden.”

Gelukkig zit het wat dat betreft, wel goed, zo blijkt. “Het is een heel fanatieke groep, dat zie je ook aan de opkomst. Je kunt ze niet altijd behandelen als profs en alleen maar de beste elf opstellen, maar ze geven wel aan dat ze het extra leuk vinden als we het maximale van elkaar vragen. Op zaterdag willen ze allemaal graag presteren. Al begrijpen ze ook, dat iedereen moet spelen.” En Hunter zelf, met al zijn ervaring, natuurlijk ook. “Ik ben op mijn vijfde begonnen met voetballen bij Barendrecht, verder heb ik voor VVGZ en Feyenoord gespeeld.”

Tot blessures, waar de voormalig spits tot dan toe nooit last van had, roet in het eten gooiden. “Tussen mijn achttiende en twintigste begon het eigenlijk. Enkelband, middenvoetsbeentje en gebroken sleutelbeen. Na een duel met een verdediger viel ik op mijn schouder, en stak mijn bot naar buiten. Dat was kort na een andere blessure, opnieuw lang revalideren. Daarna heb ik nog wel in een vriendenteam gezeten, maar ik bleef last houden, vooral van mijn enkel.”

Bal laten gaan

Gelukkig heeft Hunter bij Melissant én als trainer, zijn geluk wat dat betreft weer helemaal gevonden. Hoe is hij eigenlijk bij de dorpsclub terechtgekomen? “Ik leerde mijn vrouw kennen, die kwam uit Heerjansdam, ik woonde op dat moment in Rotterdam. Toen zijn we achttien jaar geleden naar Melissant verhuisd, omdat het hier toch minder druk is. Uiteindelijk zijn we nooit meer weggegaan.”

En is hij dus verknocht geraakt, aan de plaatselijke voetbalvereniging. “Het is een enorm contrast, met bijvoorbeeld Barendrecht of Feyenoord. Het is hier heel klein en echt ons kent ons. Daarom is iedereen ook bereid om strijd te leveren met elkaar.” Waar voelt hij zichzelf het meeste thuis? “Bij die grote clubs is het vaak toch wel wat harder en je hebt te maken met politiek. Dat heb je hier bijna niet. Daar moest ik in het begin wel even aan wennen, omdat ik gewend was altijd te moeten presteren op het hoogste niveau, je kon niet verslappen. Maar ik vind het prachtig.”

Hoewel het natuurlijk niet met elkaar te vergelijken valt. “Al hebben we nu een heel mooie lichting.” Een lichting die Hunter zoveel mogelijk, probeert mee te geven van wat hij zelf heeft geleerd. “Dat maakt het voor mij zo mooi om trainer te zijn.” Ook in combinatie met zijn zoontjes. “Dat gaat tot nu toe hartstikke goed! Ik pak vooral mijn oudste onbewust misschien juist wat harder aan.” Trots op zijn jongens én het team, is wat Hunter betreft dan ook een understatement. “We zijn volgens mij al drie keer kampioen geworden, dat is natuurlijk vooral voor die gasten heel erg mooi.” De manier waarop, is voor de jeugdtrainer zelf, dan weer wat belangrijker. “Ik ben een voetballende trainer. Dus ik hamer heel erg op voetballen, de bal laten gaan en niet in de duels komen. Van kant naar kant, geen kluitjes en niet te veel lange ballen.”

Positiespel, zoals ze dat bij Barcelona of het Spaanse elftal spelen. “Echt dat tiki-taka, daar houd ik van.” Van rondo’s tot drukzetten. “Daar heb je een goede conditie voor nodig, zowel in het omschakelen als het aansluiten.” Eén ding mag duidelijk zijn, Hunter geniet met volle teugen van het trainerschap. “Vooral de groep maakt het leuk om trainer te zijn. In hun fanatisme en hoe ze met elkaar omgaan. Voor en met elkaar.” De oud-voetballer gaat iedere week dan ook met plezier aan de slag. “Ze zijn bereid om te leren, dus is het heel leuk om ze mee te geven wat ik zelf heb geleerd. Daar word ik echt gelukkig van.”

Helemaal, als dat in de toekomst dan ook nog iets oplevert. “Mijn doel is om over een aantal jaar, zoveel mogelijk jongens in het eerste te hebben. Dan hebben we toch iets goed gedaan.” En dus moet Hunter nog wel even door, als trainer. “Na de O19, houdt het in principe op. Dus dat is nog drie jaar. Ik heb niet de ambitie om een trainerscursus te gaan doen, dat vind ik allemaal een beetje overtrokken. Je ziet het spelletje of je ziet het niet. Daar heb je in mijn ogen niet altijd een cursus voor nodig.” Al zorgt het ook, voor een klein dilemma. “Ik zou het heel lastig vinden om de groep straks los te moeten laten. Dus wie weet kan ik ooit het eerste elftal doen, samen met iemand die wel de papieren heeft!”

‘Het moet prettig zijn om naar te kijken’

Hoewel het er lange tijd naar uit zag dat hij dit seizoen geen club zou hebben, staat Peter-Marcel Nauta sinds het begin van de voorbereiding toch aan het roer bij derdeklasser Stellendam. Een stap waar hij ondanks het late tijdstip, niet al te lang over na hoefde te denken. “Het is een leuk niveau, er staan veel mensen langs de lijn en het leeft.”

Toch kwam het pas eind juni, van een samenwerking, vertelt Nauta (57). “In eerste instantie was er geen sprake van dat ik dit seizoen een club zou hebben, vooral omdat er maar weinig wisselingen waren.” Ook bij Stellendam, leek Leo de Geus gewoon te blijven zitten. Tot daar in de zomer uiteindelijk toch verandering in kwam. “Toen heb ik gekeken of ze interesse hadden en dat was zo.” Interesse die al snel wederzijds was, legt hij uit. “Het is een leuk niveau, er staan veel mensen langs de lijn en het leeft.”

Hoofdrol

De oefenmeester uit Heenvliet wilde na zijn vertrek bij OHVV dan ook niet zomaar overal instappen, verklaart hij zijn keuze voor Stellendam. “Het moest echt iets beters zijn. Met genoeg potentie en goede mensen om mee te werken.” Iets wat hij bij zijn nieuwe club, naar eigen zeggen zeker heeft gevonden. “Vorig seizoen ben ik de laatste wedstrijd tegen MOC’17 gaan kijken. Als je dan ziet dat ze het veld sproeien, hoeveel vrijwilligers er bezig zijn. Daar krijg je toch een bepaald gevoel bij.” Een gevoel wat Nauta ook kreeg, in de gesprekken met het bestuur, en later ook de spelers en assistent-trainers van het eerste en tweede elftal. “Dat voelde meteen goed. Dus dan maak je ook snel die keuze.”

Al had het niet veel gescheeld, of de voormalig trainer van onder meer Bernisse, De Jonge Spartaan en Rozenburg was bij tweedeklasser Hellevoetsluis aan de slag gegaan. “Daar heb ik een gesprek gehad om assistent te worden. Maar uiteindelijk dacht ik bij mezelf: dat ben ik niet. Ik vind mezelf beter in de hoofdrol.” Een rol die hij nu dus mag vertolken bij Stellendam. Kende hij de club op voorhand al? “Ik heb ze als trainer nooit getroffen, maar heb er zelf ooit wel eens tegen gespeeld. En je volgt de uitslagen natuurlijk wel een beetje. Al is het op een afstandje.” Terug op het eiland, heeft Nauta van Stellendam geen keiharde opdracht meegekregen, zo vertelt hij. “We willen graag in de derde klasse blijven, en het liefste zo hoog mogelijk eindigen.” Op een attractieve manier. “Het moet prettig zijn om naar te kijken.”

Veel energie

Al te hoog van de toren blazen, doen ze in het dorp voorlopig nog niet. “De competitie waar we nu zijn ingedeeld, is ook sterker. Daar moeten we ons tegen wapenen. Dus er moet een tandje bij.” Helemaal, na een moeilijk afgelopen jaar. Waarin de ploeg niet verder kwam dan een tiende plaats. Al had dat ook zo zijn oorzaken, weet Nauta. “De teammanager overleed, dat heeft altijd veel impact op zo’n groep.” Uiteindelijk bleek het puntentotaal van 26, twee meer dan de elfde plaats en deelname aan de nacompetitie voor degradatie, genoeg voor handhaving. “Ik ben blij dat ze het gehaald hebben en dat we dit seizoen gewoon lekker derde klasse kunnen spelen.” Op een manier, die bij Nauta past. “Ik ga altijd uit van bepaalde spelprincipes, zoals verdedigen met een plus één en het aanvallen van bepaalde ruimtes. Ongeacht het systeem.”

Want vooral dat laatste, is voor de trainer heel belangrijk. “Spelers moeten zelf initiatief nemen en ruimtes gaan herkennen. Daar moeten we grip op proberen te krijgen.” Onder meer door de juiste voorwaardes te creëren. “Dat wil zeggen spelen met een hoge intensiteit én heel veel energie. Je bent als het goed is ooit op voetbal gegaan, omdat je het heel leuk vindt. Dat moet er vanaf spatten.” De lat, legt Nauta dan ook hoog. “We gaan kijken of we in het linkerrijtje kunnen eindigen.” Maar misschien belangrijker nog wel: “We gaan er alles aan doen om goed en verzorgd voetbal te spelen.” Waar kijkt hij tot slot het meeste naar uit? “Dat we straks in wedstrijden dingen gaan herkennen, waar we met elkaar hard aan hebben gewerkt. Op een succesvolle manier.” Als dat lukt, is Nauta tevreden. “Wanneer je de waardering krijgt van mensen die komen kijken of hier alles regelen op de club, geeft dat heel veel voldoening!”

SNS start met tweede elftal: ‘Anders was het klaar’

0

Na een belletje hier en daar, en het raadplegen van vrienden, kan er dit seizoen weer gevoetbald worden bij SNS. Want nadat de club afgelopen jaar niet genoeg spelers op de been kon brengen voor een eerste elftal, maakt de club nu een doorstart. Tot blijdschap van aanvoerder Peter Vroegindeweij. “Gelukkig hebben we weer een team op kunnen richten, anders was het klaar geweest.”

Een zin die ze in Stad aan ‘t Haringvliet, na een seizoen zonder standaardteam, eigenlijk niet meer kunnen horen. “We dachten dat het wel goed zou komen met het eerste elftal, er waren genoeg gesprekken met spelers, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd.” En dus stond de club een maand of twaalf geleden, voor een lastige beslissing. “Als je twaalf of dertien spelers overhoudt, dan houdt het op.” SNS trok zich noodgedwongen terug uit de competitie, en ging op zoek naar alternatieven. Ook richting de toekomst, vertelt Vroegindeweij (40). “Het heeft niet veel zin om bij de pakken neer te zitten. Dus zei Elco van Gurp op een gegeven moment: we moeten onze schouders eronder zetten en proberen om oud-spelers terug te halen.”

Uitgestorven

Zogezegd, zo gedaan. “Een belletje hier en daar, en wat vrienden gevraagd, begon het balletje snel te rollen.” Sterker nog. “We hebben nu een mannetje of 24. Zoveel heb je er ook wel echt nodig.” Niet om prestatief te gaan voetballen, maar als SNS 2. “We wilden gewoon eerst een team oprichten, het plezier weer terugbrengen en dan kijken wat de toekomst gaat brengen.” Wat die toekomst precies is, weet Vroegindeweij nu ook nog niet. “Natuurlijk hoop je door te kunnen groeien naar een eerste elftal, alleen willen we nu vooral plezier hebben.” Met jongens, die misschien al tien jaar niet meer hebben gevoetbald. “Daar zal nog wel wat aan de conditie moeten gebeuren, haha.”

Verder bestaat de ploeg met name uit spelers van twintig tot en met dertig jaar. Vroegindeweij zelf, behoort samen met een teamgenoot tot de oudste van het stel. “We hebben genoeg jongens waar we verder mee kunnen groeien. En daarnaast, hebben we ook met de 35+ afgesproken dat we elkaar proberen te helpen waar mogelijk. Alles voor de club.” En het dorp. “Stad aan ‘t Haringvliet heeft al bijna niks meer, als de voetbal dan ook nog wegvalt, is het dorp straks helemaal uitgestorven. Daarom moeten we er de komende jaren hard aan werken, om hier weer een eerste elftal te krijgen.”

Want ook mentaal, had het verdwijnen van het vlaggenschip een flinke impact, weet Vroegindeweij. “Clubmensen lagen er echt wakker van. Reden genoeg om er alles aan te doen, dat SNS kan blijven bestaan. Geen voetbal hier, mag niet gebeuren.” Vinden ze ook, op de rest van het eiland, heeft de inwoner van het dorp gemerkt. “We hebben heel veel positieve reacties gekregen nadat bekend werd dat we weer een team hebben opgericht.”

Even wennen

Een team dat onder leiding staat van Kiley Schuurman en Koos Melaard. “Kiley doet op donderdagavond de training, en Koos is er op zaterdag als extra begeleider ook bij.” Vroegindeweij zelf, mag opnieuw de aanvoerdersband dragen. “Daar ben ik toch best wel trots op!” Al is het voor de centrale verdediger, die al heel zijn leven bij de club speelt, ook nog wel even wennen. “Het voelt een beetje gek om zo laag te voetballen, maar ik heb daar alle vrede mee, als we maar door kunnen gaan.”

Ingedeeld in de achtste klasse, is niet alleen het niveau voor Vroegindeweij veranderd. “Ik heb veel nieuwe jongens om me heen, alleen draait het nog altijd gewoon om het spelletje.” En om winnen. “Ondanks dat we nu een tweede elftal zijn, zal ik nog steeds mijn mond niet houden. Dat heb ik al tegen die jongens gezegd. Zodat ze weten dat ik het niet vervelend bedoel.” Want één ding mag wel duidelijk zijn: “We moeten als groep vooral veel plezier hebben én het team bij elkaar houden. Dat is voor nu het belangrijkste.”

Hoe kijkt hij naar de toekomst? “Er speelt nog best wel wat jeugd van ons bij andere verenigingen, die willen we gaan benaderen, zodat ze lekker weer op het eigen dorp kunnen komen voetballen. Dat is uiteindelijk toch nog steeds het leukste.” Al beseft hij ook, hoe lastig dat is. “Ik denk niet dat we de enige club zijn, die het moeilijk heeft. Grote verenigingen hebben daar behoorlijk wat invloed op. Daardoor wordt er enorm getrokken aan spelers. Dat is voor een club als ons, natuurlijk funest.”

Toch hoopt de verdediger om van hieruit, misschien weer door te groeien naar een eerste elftal. “En als dat niet lukt, is dat ook niet erg. Het is allebei goed. Zolang we maar kunnen blijven bestaan.” Zowel voor zichzelf, als voor het dorp. “SNS is meer dan alleen voetbal. Onlangs hebben we ook gewoon ons jubileum gevierd, dat moest doorgaan. Daar ben ik ongelooflijk trots op.” Vroegindeweij staat dan ook te trappelen, om zijn witte shirt weer aan te trekken. “Misschien moeten we in het begin twee keer per week trainen, om wat conditie op te bouwen!”

‘We willen dé jeugdopleiding van het eiland worden’

Sinds 1 augustus begonnen als Hoofd Jeugdopleiding bij De Jonge Spartaan, is Taco Brouwer in zijn eerste weken bij de club, vooral bezig om zijn weg te vinden. Maar een nieuwe omgeving of niet, het enthousiasme spat ervan af bij de oud-trainer van FIOS en SNS. “Ik vind het een heel mooie uitdaging om de jeugd stappen te laten maken.”

En dat begint volgens hem allemaal, bij het begeleiden van jeugdtrainers én het bieden van structuur. “Als we het trainingsniveau omhoog willen krijgen, zullen we trainers dus beter moeten gaan maken.” Onder meer door cursussen aan te beiden, maar ook door met ze mee te lopen, vertelt Brouwer (54). “Ik zal er straks ook op het veld bij zijn. Eigenlijk een soort train de trainer.” Te beginnen, bij de onderbouw. “En van daaruit stappen maken.”

Weerstand

Al is dat voor nu, nog heel even toekomstmuziek, moet de inwoner van Oud-Beijerland eerlijk bekennen. “Het is nu vooral even mijn weg zoeken, gesprekken voeren, de club leren kennen en kijken waar we naartoe willen.” Al is De Jonge Spartaan voor Brouwer allesbehalve, een onbekende, zo blijkt. “Als fieldmanager van Feeton, was ik al verbonden met de club. Op die manier raakten we ook in gesprek over deze rol.” Mede door zijn verleden als Hoofd Jeugdopleiding bij SHO én de connectie met Sparta Rotterdam, de partnerclub van De Jonge Spartaan. “Toen zijn we gaan kijken of we bij elkaar zouden passen en of we samen iets moois neer konden gaan zetten.” Onder meer het bevorderen van de doorstroom van jeugdspelers, richting het eerste elftal.

“Het is voor mij heel belangrijk dat ik me bezig kan houden met het begeleiden van trainers, en bijvoorbeeld niet met het regelen van shirtjes. Het gaat mij puur om de ontwikkeling van de spelers.” Gebaseerd op de leerlijn van Feeton, en het al bestaande beleidsplan. “Die gaan we in de komende maanden verder uitbouwen.” De eerste ideeën, heeft Brouwer in ieder geval alvast in zijn hoofd zitten. “Ik ben heel erg fan van Nathan Rutjes, jeugdtrainer bij Sparta. Doordeweeks trainen en in het weekend zo min mogelijk coachen. Ook de ouders, zijn dan stil. En daarnaast, willen we spelers zoveel mogelijk weerstand bieden, dus moet je ze soms doorschuiven naar een leeftijd hoger.” De lat, legt hij in ieder geval hoog. “Het doel is om met alle standaard jeugdteams in de eerste klasse of hoofdklasse te spelen, maar ik denk dat divisie ook mogelijk is. Al heb je dan echt een duidelijke structuur nodig.” En goede trainingen. “Dat aanbod is er in ieder geval al vanuit Feeton.”

Compliment

Twee avonden in de week en op zaterdag, zal Brouwer daarnaast gaan zorgen voor extra ondersteuning. “Ik ga wedstrijden kijken en trainers helpen, door tips en tops te geven.” Iets wat je hem, als voormalig trainer van FIOS en SNS, wel toe kunt vertrouwen. “Daardoor ken ik het eiland goed.” Toch was hij positief verrast, door de huidige stand van zaken bij de tweedeklasser uit Middelharnis. “Er staat al heel wat, ook qua niveau. En het is meer gestructureerd dan het was bij SHO, dat is een voordeel. Daar heb ik ze ook een compliment voor gegeven.” In het verleden eveneens HJO geweest bij GOZ, voelt Brouwer zich bij de Jonge Spartaan als een vis in het water, in zijn nieuwe rol. “Hoofdtrainer zijn was niks voor mij. De mentaliteit is enorm veranderd. Vroeger ging je bijvoorbeeld niet tijdens het seizoen op vakantie. Dat waren voor mij wel factoren, waardoor ik het niet meer leuk vond om te doen.”

En dus dacht Brouwer eigenlijk aan stoppen. “Maar het blijft toch mijn passie. Ik vind het gewoon een mooie uitdaging om de jeugd stappen te laten maken. De beleving van jeugdvoetballers, is toch een stuk leuker. Die willen graag.” In de hoop, ooit het eerste elftal te bereiken. “Dat is uiteindelijk natuurlijk wel het doel. Daarom willen we al die kinderen daar graag de mogelijkheden en tools voor geven.” Om, in het meest gunstige geval, 75 procent eigen jeugd, in het vlaggenschip van de vereniging te hebben. “Dan heb je het mooi voor elkaar.” Al heeft ook dat, natuurlijk tijd nodig. “Ik hoop hier minimaal twee jaar te mogen werken. Die intentie hebben we in ieder geval met elkaar uitgesproken.” Want ambities, heeft Brouwer genoeg. “Er liggen mooie kansen, dus ik weet zeker dat we er samen iets moois van gaan maken. Het is de bedoeling dat we elkaar versterken, ook in samenwerking met Sparta. Zodat we met De Jonge Spartaan uiteindelijk dé jeugdopleiding van het eiland worden!”

‘Ik heb de kleedkamer toch wel een beetje gemist’

0

Na vier jaar niet actief te zijn geweest als trainer, staat Rick Buitenhuis sinds dit seizoen bij het tweede elftal van DVV’09 weer op het veld. En dat is iets waar de inwoner van Stellendam maar wat blij mee is. “Die gasten proberen wat bij te leren blijft toch het mooiste wat er is.”

De eerste weken bij de club uit Dirksland bevallen de voormalig jeugdtrainer van Nieuwenhoorn en Spartaan’20 dan ook uitstekend. “Het is lekker om na vier jaar weer op het veld te staan. En ook de kleedkamer heb ik toch wel een beetje gemist.” Toch was het een bewuste keuze, om na jaren als trainer, even een stapje terug te doen, vertelt de 33-jarige Buitenhuis. “Dat was met name vanwege de geboorte van mijn dochter en onze verhuizing naar Stellendam.”

Ballenbak

Dat inmiddels volledig achter de rug, en alles op de rit, zag Buitenhuis in december van afgelopen jaar een vacature van DVV’09 voorbijkomen. “Ze waren op zoek naar een trainer voor het tweede elftal. En ik wilde eigenlijk wel weer graag een team gaan trainen.” Eén plus één, was voor de oefenmeester dan ook snel twee. “Het voelde meteen goed. De club is op de goede weg, heeft ambities en wil graag de link leggen met de jeugd. In samenwerking ook met de O23. Dat sprak me aan!” Het doel is wat dat betreft dan ook simpel: “Zorgen voor meer doorstroming vanuit de jeugd naar de senioren.” Een uitdaging waar het voetbalhart van Buitenhuis sneller van ging kloppen. “De afgelopen jaren waren mijn zaterdagen toch wel leeg. Zat ik vooral in de ballenbak. Na een tijdje ga je toch die wedstrijdspanning en het voetbalgevoel missen.”

In zijn geval nu voor het eerst, bij de senioren. “Dat is eigenlijk puur toeval. Ik was er niet naar op zoek, maar het kwam gewoon op mijn pad.” Wat is het grootste verschil met het zijn van jeugdtrainer? “Je hoeft minder op de discipline te zitten en bent nog meer bezig met het tactische aspect en goede trainingen geven. En je hebt minder contact met ouders.” Iets wat hij bij Nieuwenhoorn en Spartaan’20, als vanzelfsprekend wel had. “Bij Nieuwenhoorn ben ik trainer geweest van de O13-1, O15-1 en O17-1. Toen speelden we op hoofdklasse- en divisieniveau. Daarna heb ik mijn VC2-diploma (UEFA C) gehaald en werd ik trainer bij Spartaan’20.” Begonnen als assistent, deed Buitenhuis ook daar de nodige ervaring op. “Die club staat niet voor niks bekend als talentenfabriek. Ik ben daar trainer geweest van verschillende selectieteams, met als hoogtepunt een vierde plaats met de O13-1 op Eredivisieniveau.”

Naar het eerste

Toch is ook DVV’09, allesbehalve een onbekende vereniging, voor Buitenhuis. “Mijn schoonvader, Dave van der Stel, is hier jeugdvoorzitter geweest en loopt nu rond bij de dames. Daarnaast heb ik in de afgelopen jaren flink wat derby’s gekeken.” Zijn liefde voor het trainersvak, begon dan ook al op jonge leeftijd. “Op mijn zeventiende was ik al trainer van een pupillenteam. En dat trok me zo erg, dat ik erin door ben gegaan.” Mede vanwege de begeleidende rol, en zijn interesse in tactiek. “Spelers beter maken, zien ontwikkelen en in hun kracht laten komen, is het leukste wat er is.” Hoe zou hij zichzelf als trainer omschrijven? “Een peoplemanager die graag onderdeel is van de groep en er niet te veel boven wil staan. Iemand die de neuzen dezelfde kant op probeert te krijgen. Verder houd ik van aanvallend voetbal, met een hoge intensiteit en veel gedrevenheid.”

Alles, om bij DVV’09 uiteindelijk zoveel mogelijk spelers naar het eerste te krijgen. “Dat is wel het doel. Ik hoop dat dit seizoen een handjevol jongens, hun debuut kunnen maken.” Al blijft dat natuurlijk altijd een dubbel gevoel. “Tuurlijk is het moeilijk als je beste spelers weggaan, maar daar moeten we ons naar schikken. Het biedt ook weer kansen voor andere jongens.” Ook tijdens trainingen. “Ik ben als trainer fan van de KNVB-school. Dus wedstrijdgericht, en veel intensiteit.” Een werkwijze die Buitenhuis de komende jaren, graag wil blijven ontwikkelen. “Ik ben nu bezig met mijn VC3 (UEFA B) en wil in de toekomst uiteindelijk ook mijn VC4 (UEFA A) gaan doen.”

Aan ambities, dan ook geen gebrek. “Over één of twee jaar, zou ik graag ergens een eerste elftal willen trainen. In de tweede of derde klasse. Al moet die kans dan natuurlijk ook wel voorbijkomen.” Tot die tijd, probeert hij zich in zoveel mogelijk trainers te verdiepen en ook daar, het nodige van op te steken. “Arne Slot is voor mij echt een inspiratie, vooral door de manier waarop hij zijn teams laat spelen. Maar ook Dick Schreuder vind ik interessant. In hoe hij zijn ploeg naar zijn hand zet en zijn denkwijze vertaalt naar het veld.”

‘De kleedkamers konden wel wat liefde gebruiken’

Met kleedkamers die er al 25 jaar lang stonden, was het tijdens de zomervakantie bij Stellendam tijd om eens flink te gaan slopen en graven. Die werkzaamheden achter de rug, is het bouwen van een nieuw onderkomen inmiddels begonnen, vertelt bestuurslid Martijn Kooijman. “Het wordt allemaal wat professioneler en mooier.”

Te beginnen, met kleedkamers 5, 6 en 7. “Die hebben we tijdens de zomer in twee weken tijd, helemaal gesloopt en uitgegraven. Samen met een groep vrijwilligers. Iedereen heeft keihard gewerkt, dus daar zijn we ontzettend blij mee.” Een tijdelijke opvang en een half jaar bouwen later, moet er straks een schitterend mooi nieuw gebouw staan, neemt Kooijman (30) ons mee in de plannen. “Er stonden eerst drie kleedkamers, dat worden er nu vier. Inclusief een technische ruimte voor het licht en de elektriciteit, en er komt een berging of opslaghok.”

Hard nodig

Maar daarmee zijn ze er bij de derdeklasser nog lang niet. “Als deze verbouwing klaar is, gaan we kijken hoeveel het kost. En ergens rond februari of maart gaan we dan samen met het bestuur bepalen wat we met de andere kleedkamers gaan doen.” Want ook die, kunnen wel wat liefde gebruiken, zoals Kooijman het noemt. “Daar willen we de binnenkant eruit slopen en vernieuwen.” Iets wat na 25 jaar, hard nodig is. “Dit plan liep al een jaar of drie vier. In al die tijd, zijn de kleedkamers onveranderd gebleven. Daardoor zijn sommigen verzakt, en anderen zijn flink verouderd.” Door kleedkamer 1 en 2 te combineren, krijgen spelers straks lekker de ruimte, legt Kooijman uit. “Plus er komt een fysioruimte bij. Dat maakt het allemaal net wat professioneler en mooier.” Tot tevredenheid van de inwoner van Stellendam, die zich sinds vorig jaar oktober als bestuurslid bezighoudt met de kantine en het opstallen. “Ik heb het hele team van vrijwilligers opgetuigd om te helpen bij het slopen, maar ben ook verantwoordelijk voor de planning van de verbouwing en ik houd contact met het bouwbedrijf. Dus eigenlijk gewoon een beetje de vinger aan de pols houden. Met veel hulp en steun van een hoop andere vrijwilligers.”

Middelpunt

Want naast voetballen, Kooijman traint met de selectie en speelt zijn wedstrijden bij het tweede, is hij wekelijks bezig met het onderhoud van de club. “Ik probeer zelf alles te weten en te regelen. Van het contact met de gemeente over wanneer ze het gras komen maaien, tot het voeren van gesprekken met leveranciers over bijvoorbeeld een nieuw kassasysteem.” Maar ook het maken van een rooster voor de kantine, valt onder zijn verantwoordelijkheid. “Samen met de barcommissie zorg ik ervoor dat er altijd voldoende bezetting is.” Naast natuurlijk het aansturen van de onderhoudsploeg, die iedere maandagochtend de handen uit de mouwen steekt. “Zo houden we samen de club netjes en schoon.” De club waar Kooijman, nadat hij zijn zwemdiploma had gehaald, al sinds zijn tiende komt. “Tussendoor heb ik in de B’tjes en A’tjes nog even drie seizoenen bij De Jonge Spartaan gespeeld, omdat ik bij Stellendam altijd werd doorgeschoven, maar vanwege het leeftijds- en lengteverschil vond ik het fijner om bij mijn eigen leeftijd te voetballen.” Verder maakte hij deel uit van de Flakkeese selectie, en keerde hij als tweedejaars A terug op het oude nest. “Maar omdat ik op mijn zeventiende onregelmatige diensten ging werken, kon ik niet altijd trainen.” De verdedigende middenvelder weet desondanks als geen ander, hoe belangrijk Stellendam voor het dorp is. “Het is een soort grote familie met z’n allen. Iedereen kent je als je op de voetbal komt. Wat dat betreft is het echt het middelpunt.” Kooijman kan dan ook niet zonder. “Het is voor mij echt lekker ontspannen en stoom afblazen met vrienden.” Voorlopig hoopt hij dat, als lid van de selectie, dan ook nog wel even te blijven doen. “Zolang als ik het volhoud. En daarna ga ik in een vriendenteam spelen!”

De lat kan omhoog bij Flakkee: ‘Voor de top vijf gaan’

Na een roadtrip langs onder meer Praag en Bratislava, kon Danny Buurman aan het einde van de zomer eigenlijk niet wachten om weer te beginnen. Want na een goede tweede seizoenshelft, kijkt de centrale verdediger van vijfdeklasser Flakkee met vertrouwen uit naar dit seizoen. “Hopelijk kunnen we het nu direct weer oppakken.”

Iets wat afgelopen seizoen, niet helemaal lukte, blikt Buurman (23) terug. “Na de eerste seizoenshelft hadden we vier punten. Terwijl we er allemaal wel wat meer van hadden verwacht.” Toch viel die stroeve start ook wel weer te verklaren, vertelt hij. “We hadden een nieuwe trainer (Hans de Heer), en dat heeft toch altijd wel even tijd nodig om te klikken. Qua spelers en visie.” Te optimistisch gestart, kostte de ploeg dat in de beginfase van de competitie de nodige punten. “We bleven continu voetballen, waardoor we soms te veel fouten maakten.”

Mooie stappen

Een aantal aanpassingen, waaronder in de restverdediging, zorgden er uiteindelijk voor dat Flakkee een veel betere tweede seizoenshelft draaide. Met een puntentotaal van 31 tot gevolg. “Het is niet onlogisch als je een nieuwe trainer en dus nieuwe visie hebt, dat het even duurt. Hopelijk kunnen we het nu direct weer oppakken.” Want tevreden, was Buurman uiteindelijk niet. “Het was prima, maar niet fantastisch. Eigenlijk hoopten we misschien mee te kunnen doen voor een periode, dan is tiende worden wel een beetje teleurstellend.” Al werd de door trainer De Heer gestelde doelstelling, wel gehaald. “Het doel was om meer punten te pakken dan het jaar daarvoor, dat is gelukt. Toen hadden we er vijftien.”

En dus kan de lat, nu opnieuw omhoog, aldus Buurman. “Ik hoop én verwacht, dat we mooie stappen hebben gemaakt. Daarom willen we nu minimaal 40 punten. Dat is denk ik wel realistisch.” Een aantal waarvan de inwoner van Sommelsdijk vindt, dat Flakkee het zeker moet kunnen halen. “Dan kom je al snel in de top vijf uit. Daar moeten we voor gaan!” Met de club, waar Buurman al sinds zijn vierde komt.

Mede dankzij Joost van Wezel. “Joost was altijd mijn beste vriend op school, dus die nam mij een keer mee naar een vrienddag bij Flakkee.” Om vervolgens uit te groeien, tot een echte clubman. “Op mijn zeventiende maakte ik mijn debuut, dus ik draai al wat jaartjes mee!” En dat is niet voor niks, zo blijkt. “Flakkee is een kleine club en iedereen kent elkaar. Die warmte, en het samendoen, houd ik van.” Zowel op, als naast het veld. “Iedereen vraagt naar je. Van vrijwilligers, tot mensen langs de kant. Die waren er ook allemaal toen het slecht ging. Daardoor voel je je gesteund en wil je graag wat terug doen.”

Kritisch zijn

Ook onderling, heerst er een sterk teamgevoel, meent Buurman. “Eigenlijk zijn we allemaal vrienden van elkaar.” Steun die hij eind 2022, meer dan goed kon gebruiken. “Toen scheurde ik mijn kruisband en lag ik er anderhalf jaar uit.” Inmiddels weer helemaal hersteld, heeft de verdediger daar geen last meer van. “Ik heb gewoon weer het gevoel dat ik voluit kan gaan. Hoef nergens bij na te denken.” En dat komt, zeker in zijn geval, mooi uit.

“Door Hans ben ik wel iets meer gaan voetballen, maar mijn kracht ligt vooral in het verdedigen. Het liefste speel ik veel duels.” Een omschakeling waar hij in het begin dan ook wel even aan moest wennen. “Nu moet ik meer het spel maken, gelukkig gaat dat steeds beter.” Iets wat sowieso al goed ging, was het aanvallende koppen. “Ik ben even topscorer geweest, maar uiteindelijk ben ik op vier doelpunten in de competitie blijven steken. Dat is wel iets waar ik van kan genieten.”

Iets wat de rechtspoot naar eigen zeggen, eigenlijk iets te weinig doet. “Ik kan heel kritisch op mezelf zijn. Dat is wel een valkuil, omdat ik er soms tijdens een wedstrijd in kan blijven hangen, als ik een fout maak. Gelukkig helpt het, om het soms te bespreken.” Zeker, als ze dit seizoen écht mee willen doen voor een periode. “Hopelijk kunnen we het aan het begin meteen oppakken en de goede lijn doortrekken.” Waar ziet Buurman nog de meeste ruimte voor verbetering? “Beter zorgen voor een slot op de deur én het niet uit de hand laten lopen na een tegengoal. Af en toe zijn we het dan kwijt en krijgen we nog meer goals tegen.”

Maar ook het zelf effectiever omgaan met de kansen, verdient nog wel wat aandacht, vindt hij. “Al ging dat al beter.” Kortom, Buurman ziet de toekomst positief tegemoet. “Ik heb zeker de ambitie om hogerop te gaan voetballen, maar voel me ook een echte clubman. Dus ik zou dat vooral graag met Flakkee willen doen. En zolang ik het gevoel heb dat dat kan, wil ik gewoon blijven en er alles aan doen om samen stappen te blijven maken. We hebben een goede trainer en gaan hopelijk binnenkort ook gebruik maken van beelden via Veo. Dat zijn positieve ontwikkelingen!”

‘Ik zal altijd dat fanatisme blijven houden’

0

Drie seizoenen geleden gestopt bij het eerst elftal, maakte Simon Bremer in de nadagen van zijn voetballeven, de overstap naar het derde van WFB. En hoewel dat in het begin best even wennen was, heeft de voormalig aanvoerder en spits van het vlaggenschip zijn plekje inmiddels helemaal gevonden. “Het bevalt eigenlijk heel goed!”

Al mist de 37-jarige Bremer het voetballen bij een eerste elftal af en toe wel, is hij eerlijk. “Vooral alles eromheen. De sfeer, het ergens naartoe leven.” Toch geniet de inwoner van Schiedam de laatste seizoenen dus ook, als speler van het derde. Samen met onder meer Gijsbert van Estrik. “We zijn drie jaar geleden gezamenlijk gestopt bij het eerste van WFB, om in een lager team te gaan spelen. Maar onze groep bestaat uit nog meer oud-selectiespelers. Dat blijft hartstikke leuk, eerlijk is eerlijk.”

Weekendje weg

Al betekent dat niet, dat Bremer het nu iets rustiger aan doet. “Ik zal altijd dat fanatisme blijven houden. Heb nog steeds een hekel aan verliezen.” En dus is zijn instelling, eigenlijk nauwelijks iets veranderd, lacht Bremer. “Tuurlijk merk je wel verschil. Bij een eerste elftal moet je er altijd zijn, terwijl het nu iets minder erg is om een training of wedstrijd te missen. Dat zeg ik ook vaak tegen iedereen, alleen heb ik afgelopen seizoen alsnog bijna alles gespeeld, haha.” Een weekendje weg, bijvoorbeeld met zijn vrouw en dochtertje van drie, moet dan ook nog steeds vooraf gepland worden. “Die mogelijkheid is er natuurlijk gewoon en ik moet zeggen dat ik daar ook enorm van kan genieten met mijn gezin, maar ik betrap mezelf erop dat ik die toch om de wedstrijden heen probeer te plannen.”

Want hoewel het voetballen zelf misschien iets minder belangrijk geworden is, kan Bremer nog steeds niet zonder zijn club. “WFB is wat dat betreft echt meer dan voetbal. Daar ben ik wel achter.” Relativeren, wordt hij dan ook steeds beter in. “Tuurlijk was het een bewuste keuze om lager te gaan voetballen, maar in het begin vond ik het best een beetje moeilijk.” Gelukkig heeft hij met Leon Struijk als trainer, een oude bekende voor zijn neus staan. “Die heb ik ook altijd in de jeugd gehad en is eigenlijk vanaf de F’jes met mij meegegaan. Dus wat dat betreft is de cirkel wel rond. Daar heb ik een heel goede klik mee, dus het is extra leuk om het samen met hem te doen.” Want ondanks dat ze als oud-selectiespelers nog altijd bloedfanatiek zijn, probeert ook Bremer, toch vooral het plezier ervan in te zien. “Dat is anders dan ik gewend was. Nu gaat het nog meer om het samenzijn, en een biertje met elkaar doen.”

Over nagedacht

Maar soms ook gewoon om winnen. “In het eerste seizoen dat ik gestopt was, heb ik nog een paar keer meegedaan bij het eerste. Maakte ik zelfs nog de winnende tegen Simonshaven.” Afgelopen jaar, maakte hij zijn rentree niet, maar werd hij wel benaderd door een derdeklasser uit Rotterdam. “Dat was door een oude bekende. Het kriebelde wel heel even, en ik heb er serieus over nagedacht, alleen heb ik het uiteindelijk niet gedaan. Ik ben nu toch minder fit, en dan moet je jezelf weer optrainen. Toen was ik 36, wil je dat dan nog? Al vond ik het wel leuk dat ik gevraagd werd.” Niet gedaan, maakt Bremer nog altijd lekker zijn minuten op zaterdag bij het derde, en tijdens de twee doordeweekse trainingen. “Ik wil dit het liefste nog jaren blijven doen! Het spelletje is veel te leuk om te stoppen, dat merk ik aan alles. Dus zolang ik fit ben, blijf ik het doen.”

Nog altijd, als spits. “Lekker doelpunten maken. Dat blijft het mooiste wat er is.” Naast, over voetbal praten. Want ook dat, doen ze bij WFB. “We hebben sinds een tijdje de WFB Inside podcast, daar zit ik in als sidekick. Iedere maand nemen we een podcast op en bespreken we alle ins en outs van WFB. Over de verschillende elftallen, en natuurlijk het eerste. Zo blijf je toch bij en betrokken. Alleen dan achter de microfoon.” Maar ook de rest van het eiland, wordt besproken. “We maken ook een rondje over Flakkee, met alle wedstrijden. Vaak nodigen we een externe gast uit, iemand die hier op het eiland actief is. Een trainer of een speler.” Ook voor Bremer zelf, is het tijd om weer terug te verhuizen naar de omgeving waar hij vandaan komt. “We hebben een huis gekocht in Goedereede, daar gaan we in mei volgend jaar wonen. Het was tijd om lekker mede met die kleine naar huis te gaan!”

Schijf bij Herkingen’55 voor het eerst op eigen benen

Een goed gevoel over de mensen, de gesprekken met de club én de verhalen van vrienden, besloot Patrick Schijf in mei om deze zomer de stap naar Herkingen’55 te maken. En ondanks de degradatie naar de vijfde klasse, heeft de trainer vooral veel zin om voor het eerst op eigen benen te staan. “Ik wil hier graag iets moois neerzetten.”

Te beginnen, met promotie terug naar de vierde klasse. Tenminste, dat zou wat Schijf (37) betreft natuurlijk het ultieme zijn. “Het was wel een domper dat ze vorig seizoen uiteindelijk nog degradeerden via de nacompetitie, maar daardoor hopen we nu wel echt bovenin mee te doen.” Al wil hij niet meteen, te hoog van de toren blazen. “We gaan niet roepen dat we wel even kampioen worden, want dat is afhankelijk van allerlei factoren. Maar we gaan toch minimaal voor een periode.”

Positieve verhalen

In een vijfde klasse waar Schijf met enthousiasme naar uitkijkt. “Het is een mooie kans om na de degradatie opnieuw te beginnen én we spelen een hoop derby’s. Daar heb ik heel veel zin in.” Zijn eerste weken bij de club uit Herkingen, bevallen hem dan ook prima. “Ik ben heel goed ontvangen, door zowel het bestuur als de groep. Het is een heel open en sociale groep, dat merk je meteen.” Vorig seizoen nog samen met René Milot actief bij ZBVH, besloot Schijf in mei om op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. “Toen had ik eigenlijk niet meer het idee dat er ergens nog een eerste elftal beschikbaar zou zijn, maar tot mijn verbazing kwam Herkingen’55 toen ineens vrij.”

En dus besloot Schijf voorzitter Andres Bazen maar eens op te bellen, nadat hij bij een aantal vrienden wat informatie had ingewonnen over de club. “Al hun verhalen waren positief!” Eenmaal op gesprek met eerst de voorzitter, en later ook staf en spelers, bekroop de inwoner van Numansdorp al snel datzelfde gevoel. “Die gesprekken waren allebei heel positief.” Heel veel tijd nodig om na te denken, had Schijf vervolgens dan ook niet. “Al moest ik het thuis nog wel even bespreken. Mijn vrouw werkt in het ziekenhuis, dus die werkt onregelmatige diensten. Maar die zei al snel: als jij daar zin in hebt, moet je het doen!” Zogezegd, zo gedaan. “Ik denk dat het een club is die bij me past. Dat goede gevoel kreeg ik al snel door de mensen, de gesprekken en de verhalen van vrienden.” Kende hij zijn nieuwe werkgever zelf ook al een beetje? “Ik heb in de jeugd en senioren altijd bij NSVV gezeten, maar heb nooit tegen Herkingen’55 gespeeld.”

Aanvoerder

Schijf begon dan ook al op jonge leeftijd, met het geven van training. “Sinds mijn negentiende, of twintigste, ben ik al jeugdtrainer. Dat begon bij de D’tjes van NSVV en later heb ik daar ook nog vijf jaar de O19 gedaan. Op mijn 25ste ben ik uiteindelijk zelf gestopt met voetballen, toen viel het niet meer te combineren.” In een eerste elftal voetbalde de voormalig centrale verdediger dan ook nooit. Zat het trainer zijn als voetballer wel al in hem? “In de jeugd ben ik altijd veel aanvoerder geweest en als laatste man, probeer je toch de boel neer te zetten. Organiseren in het veld, lag me wel.” Het is voor Schijf dan ook een kleine stap, naar het hoofdtrainerschap. “Ik vind het gewoon heel leuk om met het spelletje bezig te zijn en samen iets te bereiken.” Voor de eerste keer, dus op eigen benen.

“Vorig seizoen deed ik het bij ZBVH nog samen met René Milot, nu ben ik voor het eerst echt zelfstandig. Daardoor kan ik nu echt mijn eigen ideeën kwijt. Daar heb ik heel veel zin in.” Wat kunnen ze bij Herkingen’55 van hem verwachten? “Ik ben heel bevlogen en heb echt interesse in spelers. Daarnaast ben ik vanuit het jeugdvoetbal opgeleid met 4-3-3, en gelukkig heeft de groep ook die wens.” Verder houdt de trainer, in het bezit van zijn VC3-diploma, van hoog drukzetten en het spel maken. “Uiteindelijk speel je voetbal om het leuk te vinden. Dus ik wil graag een ploeg zien die het initiatief pakt. Helemaal als we straks bovenin mee gaan spelen.” Over zijn eigen ambities, is Schijf iets minder uitgesproken. “Ik kijk niet al te ver vooruit en probeer het per jaar te bekijken. Ik zit nu bij een mooie club, dus ik zou het leuk vinden om de komende jaren iets moois neer te zetten!”