Home Blog Pagina 2

William Zwamborn bouwt bij WNC aan de jeugd “Uiteindelijk wil je jongens uit Waardenburg in je eerste elftal krijgen”

Natuurlijk kijken de meeste mensen vaak naar het eerste elftal van WNC. Naar de klasse waarin die speelt, naar de spelers die er rondlopen en naar het bekende geluid dat zo’n ploeg vooral uit “spelers van buitenaf” bestaat. William Zwamborn kent dat verhaal ook. Hij hoort het al jaren. Maar wie hem spreekt, merkt al snel dat zijn blik ergens anders ligt. Niet bij de waan van zaterdagmiddag, maar bij de lijn daaronder. Bij de jeugd. Bij de vraag wat voor club WNC over vijf of tien jaar wil zijn.

William is jeugdcoördinator van WNC, bestuurslid, grensrechter bij het tweede elftal en scheidsrechter van de jeugd. William doet het werk inmiddels al zo’n vijftien jaar, terwijl hij de laatste negen, tien jaar ook in het bestuur zit. Hij doorliep de hele jeugd van WNC en voetbalde door tot zijn 22ste, totdat een zware knieblessure abrupt een einde maakte aan zijn actieve loopbaan. “Kruisbanden, kniebanden, meniscus.

Het was een vervelende stop, juist omdat er daarvoor nauwelijks iets aan de hand was geweest. “Eigenlijk nooit blessures gehad. En dan krijg je zo’n ongevalletje en het is over.” De nasleep was fors. Een jaar in een brace, veel last, en daarna vooral de zoektocht naar hoe je betrokken blijft bij iets waar je zelf niet meer middenin kunt staan. William bleef nog een tijd rondlopen als medeleider bij een seniorenteam, maar het echte terugkeren kwam pas toen zijn kinderen gingen voetballen. “Mijn zoontje ging voetballen en dan gaat het toch weer kriebelen op een andere manier.”

Dat kriebelen werd langzaam een vaste rol binnen de club. Hij trainde zijn zoon, later ook zijn dochter en zelfs de meiden tot een jaar of veertien, vijftien. Daarna schoof zijn aandacht steeds meer naar coördineren, organiseren en bouwen. Niet aan een elftal voor één seizoen, maar aan een jeugdstructuur die WNC op langere termijn sterker moet maken.

“Er is eigenlijk geen weg terug”

Dat WNC naar buiten toe vaak vooral wordt beoordeeld op het eerste elftal, begrijpt William wel. “Je hoort vaak: WNC heeft een goed eerste elftal, maar het is niet echt een dorpsclub.” Terwijl de spelers van het eerste elftal WNC wel ervaren als fijne kleine dorpsclub wat we uiteindelijk ook echt zijn.

Volgens William is dat niet iets van de laatste paar jaar, maar het gevolg van een koers die eerder is ingezet.

Heel eerlijk gezegd denken wij als bestuur dat dit ook wel de grens is.

Tegelijk is er volgens William ook geen makkelijke uitweg. “Er is eigenlijk ook geen weg terug. Je kunt niet zeggen: we trekken de stekker eruit, we stoppen ermee. Dan heb je nog maar een tweede en een derde elftal.” Juist daarom kijkt de club nu veel nadrukkelijker naar de onderbouw.

“Wat ons doel is, is dat wij de jeugd van WNC juist zo hoog mogelijk willen laten voetballen. Zodat we later in de toekomst wel jongens uit Waardenburg in een eerste elftal kunnen krijgen.” Dat is volgens hem niet alleen een wens, maar inmiddels ook echt beleid. Jongens uit de jeugd trainen mee, krijgen eerder aansluiting bij oudere teams en worden dichter tegen de seniorenselecties aan gezet. “Met de jeugd die daaraan toe is, wordt ook in het programma met het eerste meegekeken. Om te kijken of ze die aansluiting kunnen treffen.”

“Je ziet dat de jeugd kwalitatief beter wordt”

Een belangrijk onderdeel van die nieuwe lijn is de samenwerking met Romano, een man van een voetbalschool die binnen de club is gehaald om trainers en leiders te begeleiden, maar ook de jeugd trainingen geeft. William ziet daarin een duidelijk verschil. “Dan zie je dat het niveau  omhoog gaat. Je kunt echt zien dat de jeugd beter wordt.”

Toch ziet hij ook waar de grootste uitdaging ligt. Niet bij de jongste jeugd, maar juist bij de leeftijd daarna. “Wat wij wel zien, en dat is denk ik voor alle verenigingen in de omgeving lastig, is de jeugd vanaf zestien, zeventien, achttien nog te kunnen behouden.” Daar spelen volgens hem allerlei dingen mee: werk, geld, afleiding, een veranderde mentaliteit. “Vroeger had je in een dorp eigenlijk maar één sport, en dat was voetbal”, zegt hij. “Tegenwoordig is er veel te veel afleiding buiten het voetbal om.”

Klik op WNC voor het laatste artikel over de club.
Klik op WNC voor meer informatie over de club.

Nieuwe koers bij VV Oosterhout: Maikel Nijst staat voor nieuwe uitdaging

Met de komst van Maikel Nijst als nieuwe hoofdtrainer slaat VV Oosterhout een nieuwe weg in. De ambitieuze oefenmeester neemt vanaf het seizoen 2026/2027 het stokje over en brengt een duidelijk plan, frisse energie en een rijke ervaring met zich mee.

Het trainerspad van Nijst begon opvallend vroeg. Al op vijftienjarige leeftijd stond hij voor de groep bij VV Woudrichem, waar hij zijn eerste stappen zette als jeugdtrainer. Wat begon als een hobby, groeide al snel uit tot een serieuze ambitie. Tijdens zijn opleiding aan de sporthogeschool ontwikkelde hij zich verder en werd duidelijk dat zijn toekomst langs de lijn lag.

Na jarenlange ervaring in de jeugd en als assistent bij GVV Unitas, waar hij betrokken was bij het eerste elftal dat speelt op zondag en uitkomt in de derde divisie, besloot Nijst zich volledig op het trainerschap te richten. Een bewuste keuze, ingegeven door zijn ambitie om het maximale uit zichzelf en zijn teams te halen. “Op een gegeven moment moet je kiezen: zelf blijven voetballen of alles op het trainerschap zetten. Voor mij was dat duidelijk.”

Via een tussenstap bij Baronie kwam hij uiteindelijk terecht bij JEKA. Daar maakte hij indruk, eerst met de O19 en later als hoofdtrainer van het eerste elftal. Met kampioenschappen en een duidelijke speelstijl liet hij zien klaar te zijn voor een volgende stap.

De interesse vanuit meerdere clubs bleef niet uit, maar Nijst koos uiteindelijk bewust voor VV Oosterhout. De eerste gesprekken, nog voor de winterstop, gaven direct een goed gevoel. “Er was meteen een klik, zowel met de staf als met de spelersgroep. Dat is voor mij ontzettend belangrijk.”

Wat hem vooral aanspreekt, is de combinatie van ambitie en potentie binnen de club. De huidige selectie maakt al indruk in de derde klasse en staat stevig in de subtop. Bovendien ziet Nijst volop mogelijkheden om verder te groeien. “Dit is een ploeg die wil voetballen, die initiatief neemt en durft vooruit te spelen. Dat past bij mijn visie.”

Nijst staat bekend om zijn aanvallende en verzorgde speelstijl. Zijn ploegen proberen het spel te maken, met de bal aan de voet en vanuit eigen kracht. “Ik hou van aantrekkelijk voetbal, over de grond, met veel beweging en initiatief. Dat is ook wat de supporters mogen verwachten.”

Tegelijkertijd is hij realistisch. Met de invoering van het weekendvoetbal kan de competitie-indeling er volgend seizoen anders uitzien dan verwacht. Toch blijft de ambitie helder: meedoen om de bovenste plaatsen. “Een club als Oosterhout hoort wat mij betreft minimaal in de top vijf thuis. En als het kan, wil je natuurlijk meer.”

Daarbij sluit hij promotie naar de tweede klasse niet uit, al benadrukt hij dat stabiliteit en ontwikkeling voorop staan. Het behouden van de kern van de selectie wordt daarbij cruciaal, net als het gericht versterken waar nodig.

Een belangrijk speerpunt in de werkwijze van Nijst is het inpassen van jeugdspelers. Bij JEKA gaf hij in korte tijd meer dan twintig spelers de kans om te debuteren in het eerste elftal. Die lijn wil hij doortrekken. “Als jongens er klaar voor zijn, moeten ze die kans krijgen. Dat is goed voor de club én voor de speler.”

Zijn ervaring in het opleiden van talent en het begeleiden van jonge spelers sluit goed aan bij de ambities van Oosterhout. De club beschikt over een sterke jeugdopleiding, wat mogelijkheden biedt voor de toekomst.

Voordat Nijst daadwerkelijk aan de slag gaat in Oosterhout, wacht hem nog een belangrijke taak: het seizoen goed afsluiten bij JEKA. Handhaving staat daarbij centraal. “Je wil een periode altijd goed afsluiten. Dat is belangrijk voor jezelf, maar ook voor de club en de spelers.”

Daarna kan de blik volledig op Oosterhout. Met een duidelijke visie, een sterke drive en een bewezen staat van dienst lijkt de club met Nijst een trainer binnen te halen die klaar is voor de volgende stap.

Klik op VVO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVO meer informatie over de club.

Niek van Velzen vond een nieuwe rol bij Haaften “Als ik ga kijken, begint het altijd weer te kriebelen”

Voor Niek van Velzen is het voetbal bij Haaften nooit echt weggeweest. Alleen zijn rol is veranderd. Jarenlang liep hij er zelf rond in het eerste elftal, als een speler die je ongeveer overal kon neerzetten zolang het maar geen keepersshirt betrof. Inmiddels staat hij niet meer op het veld, maar ernaast. Als jeugdtrainer van de Onder 7, waar zijn oudste zoontje rondloopt. De stap van speler naar trainer kwam niet voort uit een langgekoesterde ambitie, maar uit noodzaak.

Van Velzen is 32 en stopte met voetbal na een zware knieblessure. “Ik heb mijn kruisband afgescheurd. Ik ben wel geopereerd en gerevalideerd, dus in principe zou ik wel weer kunnen voetballen. Maar ik ben bang dat het nog een keer gebeurd. En met drie jonge kinderen vind ik het nou eigenlijk wel prima geweest.”

Dat klinkt nuchter, maar er zit wel degelijk twijfel achter. Of misschien beter gezegd: een soort terugkerende verleiding. Want wie hem vraagt of het nog kriebelt, krijgt geen stoer ontkennend antwoord. Integendeel. “Als ik ga kijken bij het eerste, begint het altijd wel te kriebelen. Dan denk je toch: misschien heb ik wel weer zin om mee te doen.”

Alleen komt daar meteen de realiteit achteraan. Niet die van een beetje spierpijn of een stijve zondagmorgen, maar van krukken, operaties en een revalidatie die het hele gezin raakt. “Als het nog een keer gebeurt, dan loop je weer zes weken met krukken na een operatie, moet je weer een jaar revalideren en twee keer in de week naar de fysio. Dat is best wel intensief.”

Met een zoontje van vijf, een van drie en een dochtertje van tien maanden is dat een risico. “Je kan gewoon echt niks. Je kan nog geen glas drinken voor jezelf pakken als je met twee krukken loopt.” En dus trekt hij voorlopig een harde conclusie: terugkeren in het eerste ziet hij niet meer gebeuren. “Misschien ooit nog eens in een lager elftal of zo. Maar nu nog even niet.”

“Je bent toch lekker met voetbal bezig”

Dat hij toch verbonden bleef aan Haaften, is ergens logisch. Van Velzen heeft er zijn hele voetballeven doorgebracht. Vanaf de F’jes tot en met het eerste. Nooit ergens anders gevoetbald, nooit serieus overwogen om dat wel te doen. “Ik vond het altijd wel thuis.”

Ook zijn familie zit diep in die club verankerd. Zijn vader Roelof voetbalde er zelf, trainde jeugdteams, was leider en staat tegenwoordig langs de lijn te vlaggen bij het eerste. Zijn broertje speelt nog in de hoofdmacht. “Toen ik zes was en bij de F’jes ging voetballen, zochten ze een jeugdtrainer en toen is mijn vader dat gaan doen. En eigenlijk is hij ook nooit meer gestopt met iets doen.”

Zo gezien is het ook weer niet vreemd dat Van Velzen zelf opnieuw aanhaakte toen zijn oudste zoon begon met voetballen. Er werd gevraagd wie training wilde geven. Hij hoefde er niet lang over na te denken. “Als ze het niet hadden gevraagd, had ik mezelf ook opgegeven.”

En dat bevalt hem beter dan hij misschien zelf had verwacht. “Ik moet eigenlijk zeggen dat het wel heel goed bevalt. Je bent toch lekker met voetbal bezig. Niet zelf, maar gewoon om die jochies een leuke avond of ochtend te laten hebben. Het gaat heel gemoedelijk. Dat maakt het ook leuk.”

Als speler was Van Velzen jarenlang het type dat trainers graag in de selectie hadden. Niet omdat hij per se op één plek uitblonk, maar juist omdat hij overal inzetbaar was. Hij moet er zelf om lachen als het ter sprake komt. “Ja, zo kan je het wel zeggen. Mij zetten ze eigenlijk overal neer, behalve op doel.”

Klik hier voor meer informatie over vv Haaften
Klik hier voor meer artikelen over vv Haaften

Ingrid de Vries drijvende kracht achter de horeca van SCO: “De kantine moet voelen als een huiskamer”

Bij veel amateurclubs is de kantine een belangrijk onderdeel van het verenigingsleven, maar bij SCO speelt de horeca een nog grotere rol: het is uitgegroeid tot een van de belangrijkste inkomstenbronnen, met horecamanager Ingrid de Vries al jaren aan het roer.

De Vries rolde eigenlijk per toeval in haar rol binnen de club. Zoals bij veel verenigingen begon het met haar kind dat ging voetballen en een vraag om een handje te helpen.

“Ik ben moeder van twee kinderen en mijn zoon ging op jonge leeftijd bij SCO voetballen,” vertelt ze. “Op een gegeven moment vroegen ze of ik eens achter de bar wilde helpen, omdat vrijwilligers altijd schaars zijn.”

Hoewel ze geen ervaring had in de horeca, besloot ze het toch te proberen. “Ik dacht eerst: ik heb helemaal geen horeca-ervaring. Maar ik ben wel iemand met een vlotte babbel, dus dat durfde ik wel aan.”

Van het een kwam het ander. Toen de toenmalige horecamanager stopte, werd De Vries gevraagd om zijn rol over te nemen.

“Hij vroeg of het niets voor mij zou zijn. Ik dacht eerst: ik heb ook gewoon een baan, dus hoe moet dat? Maar uiteindelijk ben ik er toch ingerold. Inmiddels doe ik het al sinds de coronaperiode echt als horecamanager.”

De rol van horecamanager blijkt een stuk uitgebreider dan alleen biertjes tappen. De Vries is verantwoordelijk voor een groot deel van de organisatie rondom de kantine.

“Ik zorg voor de inkopen, alles wat met eten en drinken te maken heeft en ik maak de personeelsplanning. Daarnaast regel ik de contacten met leveranciers en vertegenwoordigers, bijvoorbeeld van de drank.”

Ook staat ze zelf nog regelmatig achter de bar. “Op donderdagavond hebben we een vaste clubavond en dan sta ik er zelf. Op zaterdag ben ik er ook vaak vanaf het begin van de middag tot sluitingstijd.”

Een belangrijk onderdeel van het succes van de horeca bij SCO is volgens De Vries de sfeer in de kantine. Vanaf het moment dat zij horecamanager werd, probeerde ze daar bewust aandacht aan te besteden.

“Vroeger was het soms om acht uur gewoon klaar. Wij doen dat anders. Als het nog gezellig druk is, dan laten we het als horecateam gewoon nog even doorgaan.”

Tijdens de coronaperiode moest ook de kantine van SCO zich aanpassen. Toch wist De Vries er samen met anderen het beste van te maken.

“Toen mochten teams alleen onderling tegen elkaar spelen. Dat was natuurlijk vreemd, maar het zorgde ook voor meer verbondenheid binnen de club.”

Ook ontstonden er creatieve ideeën, zoals de inmiddels bekende ‘anderhalve meter’.

“Dat is een plank waar precies twaalf biertjes op passen. Je betaalt er tien en krijgt er twaalf. Dat hebben we tijdens corona bedacht en tot op de dag van vandaag is dat nog steeds een groot succes.”

Door de jaren heen is de kantine uitgegroeid tot een belangrijke pijler onder de vereniging. Volgens De Vries heeft dat vooral te maken met luisteren naar de leden.

“Ik probeer altijd te kijken waar mensen behoefte aan hebben. Soms proberen we nieuwe drankjes uit of organiseren we evenementen.”

Dat merkt de club uiteindelijk ook financieel, waardoor er weer geïnvesteerd kan worden in materialen, faciliteiten en activiteiten voor de leden.

“De horeca is inmiddels echt een belangrijke inkomstenbron geworden,” zegt De Vries. “Maar het belangrijkste blijft dat mensen zich hier thuis voelen. Als het gezellig is, komen ze vanzelf terug.”

“Natuurlijk doe ik dit niet alleen,” benadrukt De Vries. “We hebben een team van betrokken vrijwilligers die er alles aan doen om het iedereen naar de zin te maken. Daar ben ik ontzettend trots op. Wat we de afgelopen jaren samen hebben neergezet, motiveert mij om de horeca nog verder te ontwikkelen.”

Met een glimlach voegt ze toe: “Wij durven best te zeggen dat VV SCO de gezelligste club van Oosterhout is.”

Klik op SCO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SCO voor meer informatie over de club.

Johan van Wingaarden ziet Schelluinen opnieuw bouwen “Niet alleen op het veld maar ook in het bestuur”

Johan is dit seizoen toegetreden tot het bestuur. Samen met Rolf Huijssen bekleedt hij de functie van voorzitter. “De organisatie van vv Schelluinen staat als een huis,” vindt Johan. “De vereniging wordt door jong en oud gedragen. Tot op heden bevalt mij het goed en gaan we dit duo voorzitterschap de eerstvolgende ALV formeel aan onze leden voorleggen.”

Bij VV Schelluinen draait het al een tijd niet alleen meer om de uitslag van het weekend. Daarvoor is er de afgelopen maanden te veel gebeurd. De eerste selectie liep leeg, het huidige eerste elftal kreeg een rol die eigenlijk niet de zijne was en degradatie was slechts een kwestie van tijd. Toch klinkt Johan niet als iemand die in paniek is geraakt. Eerder als iemand die bezig is met de wederopbouw van zijn club. “We hebben een speciale commissie opgericht voor het nieuwe seizoen, met als doelstelling minimaal twintig spelers. En dat gaan we halen. Dat was voor toen zeker de juiste oplossing. Dat zijn jongens die altijd goed gepresteerd hebben in het tweede. Het is nooit hun eigen keuze geweest om naar het eerste te gaan. Wij hebben ze gevraagd, omdat we anders gewoon een probleem hadden binnen de vereniging.”

Dat die spelers daar unaniem ja op zeiden, vindt Johan nog altijd fantastisch. “Daar zijn we bere trots op. Ondanks alle nederlagen die we nu meemaken. Wij zijn wel van mening: we willen gewoon altijd een eerste team hebben. Het vlaggenschip van de vereniging.”

“We willen echt spelers die bij de club passen”

Dat vlaggenschip moet volgend seizoen een ander gezicht krijgen. Niet door lukraak te shoppen. Johan vertelt dat Schelluinen een driejarenplan heeft gemaakt genaamd ‘WIJ ZIJN SCHELLUINEN’. “In dat plan hebben we met elkaar de  kernwaarden gedefinieerd die wij belangrijk vinden bij Schelluinen. We willen dicht bij ons zelf blijven, handelen vanuit kracht, prestatief voetbal op het hoogst haalbare niveau voor onze club, gezelligheid en een gezond en bloeiend verenigingsleven. Het clubbelang staat bovenaan.”

Spelers die eerder voor het eerste uitkwamen en vertrokken zijn komen terug. Niet iedereen komt daarvoor in aanmerking, benadrukt Johan, want alleen voetbalkwaliteit is niet genoeg. “Je moet echt wel bij de club passen. We gaan niet zomaar iedereen bellen. Iemand moet ook wat voor de club willen doen, en niet alleen maar een wedstrijdje voetballen. We willen geen gelukzoekers hebben. We willen echt een speler die zich voor minimaal drie jaar committeert aan de vereniging.”

Die zoektocht richt zich nadrukkelijk op jongens met een band met de club.  Een paar jaar geleden verdwenen er twee jeugdteams door een gebrek aan spelers. Jongens die destijds noodgedwongen ergens anders moesten spelen, bereiken nu langzaam de seniorenleeftijd. Daar ligt voor Schelluinen een kans. “Dat heeft sowieso de voorkeur bij ons: eigen jongens terughalen. En dat is voor een heel groot deel gelukt.”

In die aanpak spelen mensen als Leon de Bruijn en Henk de Jong een grote rol. Via hun netwerk probeert Schelluinen een mix te vinden van ervaring en jonge spelers. De bedoeling is helder: na de degradatie wil de club niet blijven hangen. “We willen zo hoog mogelijk spelen. Dat moet wel ergens rond de tweede klasse liggen. Derde klasse is ook prima, maar dan wil je wel meedoen voor het kampioenschap.”

“Je bent bij ons geen nummer maar een waar lid”

Van Wingaarden weet waar hij het over heeft, want Schelluinen is zijn club. Hij begon er als vijfjarige, maakte in de jeugd een uitstapje naar Unitas en later nog een naar Spijk, maar kwam uiteindelijk terug. “Ik ben zelf op mijn vijfde begonnen en voetbal nu nog steeds bij Schelluinen in het derde. Dit is mijn laatste seizoen als speler. Ik houd het niet meer vol joh. Fysiek gewoon. In het derde krijg je ook nog te maken met teams die hartstikke jong zijn. Een jongen van 25 kan natuurlijk tien keer zoveel rennen als ik.”

Bij ons ben je geen nummer, maar een naam en een gezicht. We bieden een omgeving waarin sportiviteit, respect en onderlinge verbondenheid vooropstaan. Onze vereniging is meer dan een plek om te voetballen, het is een gemeenschap waar iedereen zich thuis kan voelen.”

Klik op VV Schelluinen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Schelluinen voor meer informatie over de club.

Sjaan Sleeuwenhoek en Leerdam Sport zijn onmisbaar voor elkaar

Bij voetbalverenigingen lopen ze niet altijd vooraan in beeld, maar zonder mensen als Sjaan Sleeuwenhoek zou er op zaterdag veel minder vanzelfsprekend gaan. Wedstrijden moeten worden geregeld, scheidsrechters moeten worden ingedeeld, jeugd

trainers moeten weten waar ze terechtkunnen en moeten antwoorden krijgen als er vragen zijn. Bij Leerdam Sport is Sleeuwenhoek al jarenlang zo’n stille kracht. Niet op het veld, maar eromheen. Juist daar is hij van grote waarde.

“Ik was acht toen ik lid werd en ik ben eigenlijk altijd gebleven.” Eerst als speler, tot zijn zestiende. Daarna als jeugdtrainer, toen dat niet meer ging. En uiteindelijk in rollen die minder zichtbaar zijn, maar minstens zo bepalend. “Ik doe nu wedstrijdsecretariaat voor de jeugd, regel scheidsrechters en ondersteun waar nodig.”

Zijn verhaal wordt niet alleen bepaald door voetbal. Integendeel. Het leven buiten de lijnen heeft hem meerdere keren gedwongen om opnieuw te kiezen. “Ik zat in een scheiding,” zegt hij zonder omwegen. “We hebben twee kinderen, dus dat was hier thuis gewoon heel heftig.” Het was ook de reden dat hij moest stoppen als hoofd jeugdopleiding, een rol waarin hij juist veel had opgebouwd. “Ik kon dat niet meer combineren.” En dus moest hij iets loslaten waar hij jarenlang energie in had gestoken. Maar helemaal stoppen? Dat zat er niet in. “Ik wilde wel wat blijven doen. Wat ik nog kan doen,” zegt hij. En dat ‘nog kan’ is geen detail, want zijn lichaam werkt al jaren niet meer vanzelfsprekend mee.

Sjaan heeft een progressieve spierziekte, FSHD, wat in de praktijk betekent dat zijn spierenkracht langzaam achteruit gaat. “Het gaat geleidelijk. Eerst kon ik alles nog, toen werd het minder, fietsen ging niet meer, lopen werd moeilijk… Het moeilijkste is accepteren dat dingen niet meer kunnen. Dat je bijvoorbeeld niet meer kan rennen, niet met je kinderen kan voetballen… dat is lastig.” Hij stopte al op zijn zestiende als speler, op een leeftijd waarop het voor anderen juist begint te leven. Maar in plaats van stil te vallen, schoof hij door. “Ik ben toen jeugdtrainer geworden. Dus je vervangt het een beetje.”

Toen Sjaan hoofd jeugdopleiding werd, trof hij een afdeling aan zonder duidelijke structuur. “Er was bijna geen beleid. We hebben echt dingen moeten opzetten. Wie doet wat, waar kunnen trainers terecht, hoe ga je om met ouders.” Evaluatiegesprekken voor trainers, duidelijke aanspreekpunten, meer structuur in hoe de jeugd werd georganiseerd. “Trainers worden nu gehoord, dat was er eerst niet.” Dat wordt nu opgepakt door de jeugdcommissie en technische commissie jeugd en daar ben ik erg blij mee!.

Nu beweegt hij zich anders over de club. In een elektrische rolstoel, vaak op een scootmobiel op zaterdag. “Dat is gewoon hoe het nu is,” zegt hij zonder enige vorm van zelfmedelijden. Gewoon de realiteit. “Ik kom een paar keer per week en op zaterdag ben ik er gewoon. Dan moeten de wedstrijden doorgaan.” Hij regelt, schuift en lost op. En ondertussen is hij ook gewoon vader. “Mijn jongste keept in de JO11 en mijn oudste speelt in de JO14 op het middenveld. Daar ben ik super trots op.”

Als je hem vraagt waar hij het voor doet, komt er geen groot verhaal. “Gewoon onder de mensen zijn. Mensen die je al jaren kent. En iets doen voor de club.” En over de jeugd zegt hij: “Die ontwikkeling zien, dat vind ik het mooiste. Dat ze klein beginnen en dan steeds beter worden.”

Klik op Leerdam Sport’55 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Leerdam Sport’55 voor meer informatie over de club.

Edward: de stille kracht achter voetbalclub Maasdijk

0

Wie op een willekeurige ochtend bij VV Maasdijk het sportcomplex oploopt, is de kans groot dat Edward er al rondloopt. De 52-jarige vrijwilliger is er dagelijks te vinden. Wat er precies moet gebeuren, verschilt per dag. Maar dát er iets te doen is, staat voor Edward vrijwel vast. “Als je goed zoekt, is er altijd wel iets,” zegt hij nuchter.

Edward speelde zelf jarenlang bij Maasdijk. Geen selectievoetbal op het hoogste niveau, maar wel jarenlang met plezier op de velden van zijn club. “Het derde elftal was het hoogste voor mij. Zo goed was ik niet, maar ik vond het wel altijd hartstikke leuk.”

Al op zijn 21ste moest hij definitief stoppen met voetballen. Zijn lichaam werkte niet meer mee. “Ik kon niet meer hardlopen,” zegt hij. Later bleek dat hij de ziekte van Bechterew heeft, een vorm van reuma die ontstekingen veroorzaakt in onder andere de rug en heupen. “Als ik mijn medicijnen neem, gaat het best goed,” legt hij uit. “Maar hardlopen moet ik echt niet meer proberen.”

Het betekende dat voetballen zelf niet meer ging. Toch verdween Edward niet van de club. Integendeel: juist in die periode werd zijn rol als vrijwilliger alleen maar groter.

Edward loopt al ruim twintig jaar rond als vrijwilliger bij Maasdijk. Dat heeft ook met zijn achtergrond te maken. Zijn vader was jarenlang voorzitter van de club, waardoor Edward al vroeg betrokken raakte. “Dan rol je er eigenlijk vanzelf een beetje in.”

In de loop der jaren heeft hij van alles gedaan. In het begin hielp hij bijvoorbeeld met schoonmaken van kleedkamers, maar dat bleek fysiek toch te zwaar. Inmiddels houdt hij zich vooral bezig met onderhoudswerk op en rond het complex.

Hij kalkt lijnen op de velden, controleert materialen, repareert ballen, kijkt naar doelnetten, houdt het terrein netjes en helpt waar nodig bij kleine klusjes. “Eigenlijk alles wat op mijn pad komt en wat ik nog kan doen.” Daarnaast is hij al jaren betrokken bij het eerste elftal.

Leider van het eerste elftal

Toen Edward stopte met voetballen, begon hij als grensrechter bij het derde elftal. Niet veel later kwam er een plek vrij bij het eerste. De grensrechter van het eerste stopte en Edward schoof door. Maar ook dat werd fysiek lastiger. Langs de lijn rennen ging niet meer. Daarom nam hij een andere rol op zich: leider van het eerste elftal.

In die functie regelt hij vrijwel alles rondom het team. Van kleding tot materialen en van praktische zaken tot kleine organisatorische dingen.

“Ik zorg dat alle kleding er is. Die was ik ook zelf. Trainingskleding, wedstrijdkleding, alles. Verder kijk ik of er niets ontbreekt en zorg ik dat alles klaarstaat.”

Omdat hij alles zelf controleert, gebeurt het zelden dat er iets ontbreekt. “Ik ga altijd alles even nalopen. Dan weet je zeker dat je niks vergeet.”

Vrijwilligerswerk als dagbesteding

Door zijn ziekte kan Edward niet meer werken. Hij is afgekeurd en heeft daardoor veel tijd. Het vrijwilligerswerk bij Maasdijk geeft zijn dagen structuur. “Het is eigenlijk mijn uitje. Je bent bezig, je voelt je nuttig en je hebt gezelligheid.”

Die gezelligheid zit vaak in kleine momenten. Bijvoorbeeld ’s ochtends in de kantine, waar een vaste groep oudere clubmensen samenkomt voor koffie. “Dan zitten er vijf of tien man. Gewoon een beetje praten, koffie drinken. Dat is gezellig.”

Edward haalt veel voldoening uit het netjes houden van het sportpark. Voor hem zit de voldoening niet in grote woorden, maar in simpele dingen. “Als alles er goed uitziet, dat de rommel is opgeruimd, dat de lijnen netjes staan, dat de doelen goed zijn en dat alles schoon en verzorgd is.” Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar Edward weet dat dat niet overal zo is. Als leider van het eerste komt hij regelmatig bij andere clubs. “Dan kom je soms op sportparken met één of twee velden, weinig reclameborden of een oude accommodatie. Niet elke club heeft het geld of de vrijwilligers om alles goed bij te houden.”

Daarom kijkt hij altijd goed rond als hij ergens komt. Niet om te vergelijken, maar om ideeën op te doen. “Ik loop altijd even naar de ballenhoek bijvoorbeeld. Dan kijk ik hoe zij het geregeld hebben.” Zo zag hij laatst bij een andere club een systeem met ballencontainers die met vingerafdrukken geopend kunnen worden. Zelf werkt Maasdijk met codesloten. “Toen dacht ik: dat is wel een grappig idee,” zegt hij. “Maar het heeft ook nadelen. Als de trainer er niet is en iemand anders moet erbij, dan werkt zo’n vingerafdruk misschien niet.”

Twijfel over stoppen

Hoewel Edward nog altijd graag bij het eerste elftal betrokken is, denkt hij er wel over na om na zoveel jaar te stoppen als leider. “Het is al zoveel jaar hetzelfde,” zegt hij eerlijk. “En soms wil je op zaterdag ook wel eens wat anders doen.” Hij golft bijvoorbeeld graag met zijn vriendin. Dat gebeurt nu af en toe, maar als hij stopt bij het eerste zou daar misschien meer tijd voor komen. Toch weet hij het nog niet zeker. “Als we kampioen worden, stop ik denk ik niet,” zegt hij lachend.

Promotiedroom

Het eerste elftal van Maasdijk doet dit seizoen namelijk volop mee om het kampioenschap. De ploeg won al een periodetitel en staat in de strijd met concurrent ODB.

“We hebben het eigenlijk in eigen hand. We moeten alleen alles winnen.” Of dat lukt, weet niemand. Maar Edward heeft er vertrouwen in. “We spelen de laatste wedstrijden een stuk beter dan voor de winterstop.”

Wat er ook gebeurt met zijn rol bij het eerste elftal: helemaal stoppen met vrijwilligerswerk zal Edward waarschijnlijk nooit doen. “Dat blijft een goede dagbesteding voor mij.”

En werk is er altijd op de club. Reclameborden vervangen, doelnetten controleren, ballen repareren, materialen nakijken of het terrein netjes houden. “Als je wil, kun je hier de hele dag bezig zijn.”

Voor Edward is dat precies wat Maasdijk voor hem betekent: een plek waar hij zich nuttig voelt, waar hij mensen ontmoet en waar hij al zijn hele leven rondloopt.

“Bij een andere club zou ik dit niet doen. Hier ken je alles en iedereen.”

En dus is de kans groot dat Edward morgen weer op het sportcomplex te vinden is. Op zoek naar het volgende klusje dat gedaan moet worden.

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Erwin Treffers wil VV Vianen opbouwen met de Tricolores

Erwin Treffers is 51, trainer van Onder 23-1 bij VV Vianen en al zo lang onderweg in het voetbal dat hij zelf even moet rekenen als hem wordt gevraagd hoe lang hij dit werk al doet. “Een jaar of veertien, vijftien al, ja”, zegt hij. Het begon niet bij VV Vianen, maar bij buurman Brederodes. Daarna volgden periodes bij VV Vianen, IJFC en opnieuw VV Vianen. Altijd als trainer, altijd met jeugd of een jong elftal, en nog nooit bij een seniorenselectie. Daar wil hij verandering in brengen. “Ik wil gewoon een keer een eerste elftal trainen. Hoeft niet op hoog niveau te zijn, maar gewoon een eerste elftal in de vierde of vijfde klasse. Dat lijkt me mooi.”

Dat Treffers nog altijd zo gedreven is, maakt zijn verhaal meteen ook bijzonderder. Zelf moest hij namelijk al op jonge leeftijd afscheid nemen van het spel als speler. Reuma dwong hem rond zijn 28ste te stoppen. “Het wordt natuurlijk niet beter”, zegt hij nuchter. “Het verslechtert alleen maar. Je merkt wel naarmate je ouder wordt dat het wat moeilijker wordt. Maar het is nou eenmaal zo. Daar moet je mee omgaan.”

Voetballen zat er door die reuma niet meer in zoals hij wilde. Een wedstrijd spelen en de volgende dag weer doorgaan: het ging simpelweg niet meer. “Als ik één dag gespeeld zou hebben, dan kan ik de volgende dag niet de hele dag bijkomen, bij wijze van. Of misschien de dagen daarna ook nog.”

Hij rolde er opnieuw in via zijn neefje, dat bij Brederodes speelde. “Je mag pas voetballen als je zes bent, maar daarvoor werden al trainingen gegeven. Gewoon een beetje balgevoel krijgen en dat soort dingen. Daar ben ik toen ingerold.”

Trainerscursus

Treffers volgt op dit moment de VC2-cursus, juist om straks met senioren aan de slag te mogen. “Ik wilde deze ook nog graag halen. Dat betekent toch dat je een keer een eerste elftal kan trainen.” De cursus kost veel tijd en bedraagt volgens Treffers veel theorie. “In mijn hoofd zit alles altijd wel goed. Alleen op theoretisch vlak ben ik niet zo sterk.”

Voorlopig ligt zijn focus dus op VV Vianen, waar hij voor het tweede seizoen Onder 23-1 onder zijn hoede heeft. Een elftal dat volgens hem redelijk draait, maar zeker niet zonder zorgen is. “Ik zou niet zeggen goed, want dat is ook niet zo. Het gaat redelijk. We hebben nog spelers nodig. Ik ben meer met randzaken bezig dan eigenlijk met training geven.”

Daarmee raakt hij meteen aan een groter verhaal binnen VV Vianen. Want Treffers kijkt niet alleen naar zijn eigen elftal, maar ook naar de club als geheel. “Het is natuurlijk maar een klein clubje en als er niets gebeurt, vrees ik voor de toekomst. Er moet dus wel wat gaan gebeuren, anders word je straks gewoon opgegeten.”

“Bij die kleintjes moet je beginnen”

Daarom zit een belangrijk deel van zijn energie momenteel niet alleen in Onder 23-1, maar ook in de allerkleinsten van de club. Treffers geeft namelijk ook training aan de Tricolores: kinderen jonger dan zes, die nog niet officieel speelgerechtigd zijn, maar wel al kennismaken met de bal. Dat doet hij op zaterdag een uurtje, en juist daar ziet hij misschien wel de sleutel voor de toekomst van VV Vianen. “Bij die kleintjes moet je beginnen. Daar wil ik eigenlijk nog wel wat meer in doen, zodat we de jeugd weer omhoog kunnen krikken.”

Treffers zit daarom met het bestuur om tafel om te kijken hoe de club weer kan bouwen. Niet alleen aan teams, maar ook aan zichtbaarheid en structuur. “We gaan kijken of we een plan kunnen schrijven. Dat we in ieder geval iets op gaan zetten en proberen om vrijwilligers naar binnen te halen.”

Klik hier voor meer informatie over Vianen
Klik hier voor meer artikelen over Vianen

Roos wil dat KMD dé club van vrouwenvoetbal in het Westland wordt

0

Toen haar zoon ging voetballen bij KMD, zei Roos tegen haar man: “Regel jij dat maar, met dat voetbal. Daar ga ik niet te veel aan doen.” Inmiddels is Roos niet meer weg te denken uit de voetbalclub en heeft ze al flinke stappen gemaakt voor het vrouwenvoetbal.

“Toen ook mijn dochter ging voetballen, ging ik mee met haar. En stil langs de lijn staan en niks doen, is niets voor mij. Als ik zie dat er iets niet goed loopt of dat er hulp nodig is, dan wil ik helpen.”

En hulp was er nodig. Trainers en leiders waren schaars, zeker bij de meiden. Roos rolde er langzaam in. Eerst ondersteunen, meedenken, regelen waar nodig. Anderhalf jaar later kwam de vraag of ze jeugdcoördinator van de meiden wilde worden. “Ik deed het, en er was nog geen week om of er kwam via de ING sponsorbudget beschikbaar. Vanaf dat moment ging bij mij echt de knop om. Ik dacht: nu kunnen we echt iets neerzetten.”

Wat Roos aantrof, was een meidenafdeling die er wel was, maar nog geen duidelijke structuur had. Dat moest anders. “Je wil dat alles goed geregeld is voor die meiden. Dat ze zich net zo belangrijk voelen als de jongens.”

Ze begon praktisch. De kleedkamers werden verbeterd, er kwamen een föhn, een spiegel en extra haakjes. “Dat lijkt klein, maar het gaat om aandacht.” Daarnaast organiseert ze het jaarlijkse ING Ladies-toernooi voor alle meiden van de club. Met dit jaar het eerste jubileum. “Het is prachtig om al die meiden samen te zien voetballen.”

Maar ze kijkt verder dan alleen sfeer en faciliteiten. Nu is ze technisch coördinator, is er een nieuwe jeugdcoördinator en er komt nieuw beleid. Per lichting wil KMD twee teams: een prestatie team en een recreatief team. “Je wil iedereen de kans geven om op haar niveau te voetballen.” Dat betekent actief werven. Zo stond Roos nog niet heel lang geleden op een woensdagochtend flyers uit te delen op basisscholen. “Soms denk ik wel eens: wat heb ik op mijn hals gehaald? Maar als je iets wil bereiken, moet je er energie in steken.”

Kwaliteit omhoog

Onder Roos’ leiding is ook de kwaliteit van de trainingen omhooggegaan. “Vroeger was er geen hoofdtrainer specifiek voor de meidenteams.” Daar bleef ze aan trekken. Uiteindelijk werd een speelster uit Dames 1 hoofdtrainer voor de meidenafdeling. Er kwamen gezamenlijke trainingsvormen en een duidelijke lijn in de opleiding. Inmiddels is er een nieuwe hoofdtrainer die de leeftijdsgroepen samenpakt om het niveau verder te verhogen.

Daarnaast krijgen trainers de mogelijkheid om clinics te volgen bij Sparta Rotterdam. “En talentvolle meiden kunnen we ook daar onder de aandacht brengen.” Dat is geen loze belofte: een van de speelsters, Abigail, schopte het zelfs tot Jong Oranje. Een ander talent, Meeke, trainde mee bij Sparta terwijl ze bij KMD in de JO13-1 speelt.

Vanaf de MO11 spelen de meiden niet meer gemengd met jongens. “De keuze is altijd aan de meiden zelf. Maar als je wat ouder wordt, vinden veel meiden het gewoon leuker om met en tegen andere meiden te spelen.”

Roos voelt zich volledig thuis bij KMD. “Het is een heel familiaire club. Iedereen staat voor elkaar klaar.” Ze merkt wel dat ouderbetrokkenheid minder wordt. “Dat is een ontwikkeling die je overal ziet. Maar juist daarom moeten wij blijven investeren in sfeer en betrokkenheid.”

Haar doel is helder: meiden opleiden voor het eerste elftal, met zo veel mogelijk eigen jeugd. “We willen in de regio bekendstaan als dé club voor meidenvoetbal.” Dat betekent continu evalueren, verbeteren en aanpakken.

Op 11 april 2026 organiseert KMD een open dag. Nieuwe jeugdspelers – en vooral meiden tot 20 jaar en keepsters– zijn welkom om mee te trainen en de club te leren kennen. Om 10.00 uur wordt er een training gegeven om kennis te maken met  voetballen bij KMD.

“Het mooiste moment?” zegt ze tot slot. “Op zaterdag al die meiden zien voetballen. Dan weet je waar je het voor doet.”

Klik op KMD voor de laatste artikelen over de club.
Klik op KMD voor meer informatie over de club.

Pieter van Zessen zwaait af bij Ameide “Mijn hart blijft blauw-wit.”

Voor Pieter van Zessen (45) is Ameide geen club waar je ooit echt vertrekt. Je kunt stoppen als trainer van het eerste, je kunt een andere uitdaging aangaan, maar loslaten zit er niet in. Daarvoor zit het te diep. “Ik ben hier geboren en getogen. Begonnen als jeugdvoetballer, jaren in het eerste gespeeld, afgesloten in het tweede. En daarna trainer geworden bij mijn eigen club.”

Het is een opsomming die bijna achteloos klinkt, maar precies blootlegt waarom zijn beslissing om te stoppen als hoofdtrainer zo zwaar weegt. Veertig jaar Ameide laat je niet zomaar achter je. “Ik heb er slapeloze nachten van gehad. Dat klinkt misschien zwaar, maar dit is gewoon mijn club. En dat zal het ook altijd blijven.”

Kampioenschap

De afgelopen jaren onder Van Zessen laten zich niet in één lijn vangen. Aan de ene kant is er het kampioenschap, een moment dat hij zelf zonder aarzeling tussen de hoogtepunten van zijn leven schaart. “Dat je met je eigen club, met jongens die je al zo lang kent, kampioen wordt… dat is echt bijzonder.”

Hij vertelde het zijn spelers laatst nog, bijna als een waarschuwing om het vast te houden. “Ik zei tegen die jongens: dit ga je nooit vergeten.”

Aan de andere kant is er het huidige seizoen, dat zich al maanden voortsleept in een competitie die zwaarder bleek dan vooraf gedacht. “Het niveau ligt hier echt bizar hoog. Dat hoor je ook van iedereen.”

Ameide begon bovendien met een duidelijke achterstand. Vier spelers vertrokken en namen samen 36 doelpunten en 32 assists mee. “Dat is gewoon niet op te vangen. We werken keihard, maar op kwaliteit worden we vaak geklopt.”

En toch klinkt er geen verwijt. “De sfeer is nog steeds goed. Die jongens blijven werken. We hebben er heel lang in geloofd dat we het gaan redden en zolang er punten te halen zijn, blijven we ervoor gaan. Maar het wordt wel een heel moeilijk verhaal.”

“Het is goed zo, voor hen én voor mij”

Opvallend genoeg stond zijn besluit al vast voordat Lekvogels zich meldde. Het vertrek is dus geen reactie op het seizoen, maar een keuze die al langer sudderde. “Ik had al besloten om te stoppen. Voor mijn gevoel heb ik hier het maximale eruit gehaald.”

Na drie jaar hoofdtrainerschap voelde hij dat het moment daar was. “Ik heb jongens vanuit de jeugd naar het eerste gehaald. Met sommige werk ik al heel lang samen. Ook met de staf heb ik drie jaar lang heel fijn samengewerkt. Dan is het ook goed dat er een keer een nieuw gezicht voor de groep komt.”

Die redenering geldt niet alleen voor de spelers, maar ook voor hemzelf. “Voor mezelf is het ook goed om een stap te maken. Een andere omgeving, andere mensen. Gewoon eens in een andere keuken kijken.”

Dat hij ondanks alles “door de voordeur” vertrekt, vindt hij belangrijk. “Dat je gewoon met de borst vooruit bij de club kan blijven komen.”

Die nieuwe keuken vindt hij volgend seizoen bij Lekvogels, een club die hem op het eerste gezicht vertrouwd voorkomt. “Een dorpsclub, dat past bij mij.” De gesprekken verliepen snel en positief. “Ze zochten iemand die dat gevoel kent. En ik hoorde dat ik bovenaan hun lijstje stond. Dat is natuurlijk mooi om te horen.”

In Lexmond ziet hij een ploeg met potentie. “Er zit echt voetbal in. Ze hebben een jonge groep en willen een frisse start maken. Daar heb ik gewoon heel veel zin in. Ook daar heb ik al een fijne staf samen gesteld en we hopen na twee moeizame jaren weer vol energie en positiviteit er een mooi seizoen van kunnen maken.”

Wat niet verandert, is zijn rol bij Ameide. Die blijft, al is het op een andere manier. “Ik ben niet weg. Mijn zoontje gaat naar de JO9, daar ga ik training geven. En verder help ik waar nodig.”

Klik op VV Ameide voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Ameide voor meer artikelen over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.