Home Blog Pagina 2

‘Ik wil vooral trainer zijn bij mooie clubjes’

0

Bezig aan zijn eerste klus als hoofdtrainer, bevalt het Wesley Heijnen bij vijfdeklasser Achtmaal voorlopig meer dan prima. Want ondanks dat hij nu op een andere manier bezig is met voetbal, blijft de essentie volgens hem hetzelfde. “Deze gasten willen net zo hard trainen, dat vind ik leuk!”

Want na een jaar of tien als jeugdtrainer bij Unitas’30, had Heijnen (41) het naar eigen zeggen wel een beetje gezien. “Ik wilde eens kijken hoe het zou zijn om een eerste elftal te trainen.” Zijn interesse was dan ook al snel gewekt, toen Achtmaal hem een kleine twee jaar geleden belde. “Ondertussen had ik alle leeftijden in de jeugd wel zo’n beetje gehad, en dit is toch heel anders. De gezelligheid van een team, meer voetbalhumor, dat heb je bij wat ouder.” Bezig aan zijn tweede seizoen, had de oefenmeester eigenlijk weinig tijd nodig om te wennen aan die verandering. “Hoofdtrainer zijn van een selectie is op voetbalgebied niet anders.”

Eigen zoon

Al is natuurlijk niet alles hetzelfde, is Heijnen eerlijk. “Bij Unitas’30 waren die jongens er altijd om te trainen, nu komt voetbal wat vaker op het tweede plan.” Want ondanks dat hij ook bij Achtmaal te maken heeft met een jeugdig team. “Krijg je op de dag zelf, soms nog wel eens een afmelding. Maar ik moet zeggen, dat de opkomst goed is!” En niet zonder succes. “Je ziet echt een stijgende lijn.” Precies wat je als trainer natuurlijk wil zien. “Die passie is ontstaan door mijn zoon. Die voetbalde bij Unitas’30, dus ging ik regelmatig een training kijken. Zijn toenmalige trainer zat regelmatig op zijn telefoon, dat vond ik zonde. Daarom ben ik training gaan geven.” Hoewel dat in eerste instantie, niet de bedoeling was, lacht hij. “Eigenlijk wilde ik niet mijn eigen zoon training geven. In totaal heb ik dat uiteindelijk toch een jaar of vijf gedaan.” Iets dat ook als speler, van onder meer Hoeven, de jeugd van RBC Roosendaal, Rood Wit, Unitas’30 en Sprundel, al in hem zat. “Ik speelde centraal op het middenveld en was altijd veel met het spelletje bezig. Teamgenoten coachen, dat soort dingen.” Toch had Heijnen destijds, nooit het gevoel dat hij trainer zou worden. Maar inmiddels in het bezit van zijn VC2, is hij dat dus wel. “Ik wil vooral trainer zijn bij mooie clubjes. Clubs waar ik wat mee heb.” Zoals dus Achtmaal. “Mark Monden, de vorige trainer, ken ik goed, dus die heb ik vooraf wel gevraagd wat voor club het is.” Zijn antwoord, was simpel: “Een gezellige club, een beetje zoals Sprundel.” Precies, zoals Heijnen het voor ogen heeft. En had. “Voor nu trekken mij vooral verenigingen die ik goed ken en waar het gezellig is. Maar waar je ook jeugd door kunt laten komen. Want dat vind ik het mooiste.”

Middenweg

Om spelers vervolgens, verder te helpen ontwikkelen. “Ik ben een geduldige en rustige trainer, die er graag voetbal in probeert te krijgen.” Iets wat vorig seizoen, niet helemaal lukte. “Toen hebben we in die vierde klasse echt op resultaat gespeeld. Maar dat is geen voetbal wat ik graag wil zien.” Gedegradeerd naar de vijfde klasse, hebben ze bij Achtmaal nu niks te verliezen, vertelt Heijnen. “We kunnen niet degraderen, dus wil ik echt van achteruit opbouwen.” Zonder daar al te veel in door te slaan. “In het begin van het seizoen bleven we maar voetballen, nu willen we wel wat sneller vooruit. Af en toe diep, dan weer tussen de linies. Daar moeten we een middenweg in zoeken.” Gelukkig, gaat dat steeds beter. “Je ziet dat je met een jonge ploeg heel snel stappen kunt maken.” Helemaal tevreden met de negende plek op de ranglijst, is Heijnen echter niet. “Normaal zou je zeggen dat het terecht is waar je staat, nu vind ik dat we te weinig wedstrijden hebben gewonnen die we hadden moeten winnen.” Hoe dat komt? “We scoren moeilijk.” Toch had hij, het nodige puntenverlies wel ingecalculeerd, moet Heijnen bekennen. “Ze waren hier jarenlang gewend om de lange bal te spelen, dan weet je dat je in het begin wat minder punten kunt gaan pakken, omdat je probeert om te voetballen. Al had ik niet verwacht dat het er zoveel minder zouden zijn.” De stabiliteit achterin, gaat in ieder geval de goede kant op. “Die misten we wel, maar daardoor maken we nu minder foutjes. Alleen moeten we voorin nog rustiger worden voor de goal. Soms willen we té graag scoren. Dat komt ook met vertrouwen.” Heel veel bezig met de stand, is de inwoner van Sint Willebrord dan ook niet. “Ik wil vooral iedere tweede wedstrijd tegen een team, beter zijn dan de eerste.” In de manier van spelen dus. “Soms spelen we onnodig een lange bal, terwijl we kunnen opbouwen. En dan staan we ook niet goed, voor de tweede bal.” Zaak om daar ook komend seizoen, in te blijven ontwikkelen. Want zijn contract, heeft hij inmiddels al verlengd. “Het is gezellig én we maken stappen in het voetballen. Ik heb het gevoel dat ik die jongens nog wat kan leren, omdat ze nog jong zijn en het een goede groep is met mooie karakters en veel wilskracht. Daarom wilde ik graag nog een jaar blijven!”

Klik op VV Achtmaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Achtmaal voor meer informatie over de club.

Sparta’30 is tevreden: ‘Lastig om tegen ons te spelen

Met een plek bij de eerste vier, vindt doelman Twan Pelle dat ze bij vierdeklasser Sparta’30 niet mogen klagen. Helemaal gezien het aantal blessures en de krappe selectie. En dus is het kind van de club eigenlijk vooral tevreden. “Ik denk dat het heel lastig is om tegen ons te spelen.”

Een uitspraak die gezien de stand én het aantal tegendoelpunten, aardig lijkt te kloppen. “We geven weinig kansen weg, en hebben zelf maar weinig kansen nodig om te scoren. Daar zijn we goed in.” Met een speelstijl, die is afgestemd op de kwaliteiten van de ploeg. “Een beetje verdedigend en op de counter.” Een manier van spelen, waar ook de 24-jarige Pelle zelf, niet ontevreden over is. “Dat is als keeper natuurlijk wel lekker. Helemaal als je net als de laatste weken regelmatig de nul houdt.”

Blessures

Met een vierde plaats tot gevolg. “Ik denk niet dat we mogen klagen. Helemaal als je kijkt naar de blessures die we hebben gehad.” Want met een aardig smalle selectie, zijn ze bij Sparta’30 afhankelijk van de spelers die fit zijn of terugkeren. “Twee jongens kregen te maken met langdurige blessures, dan wordt het taai. We hebben regelmatig maar een mannetje of twaalf, dertien gehad. Dan is het redelijk behappen.” En dus is Pelle vooral trots, op de prestaties tot nu toe. “Ons doel was boven in de middenmoot meedoen. Dus als je het realistisch bekijkt, doen we het beter dan verwacht.” Inmiddels, hebben ze de lat een klein stukje hoger gelegd. “Het zou mooi zijn als we minimaal vierde worden, dan plaatsen we ons voor de nacompetitie. Als dat lukt, mogen we heel tevreden zijn!” Aan de defensieve organisatie, ligt het volgens Pelle in ieder geval niet. “Verdedigend staan we goed en krijgen we weinig goals tegen.” Mede dankzij hem. “Ik ben niet echt een specifieke lijnkeeper óf juist een goede meevoetballer. Meer gewoon iemand die alles prima kan.” Geïnspireerd, door Heurelho Gomes, de oud-doelman van PSV. “Daar ben ik mee opgegroeid en keek ik altijd graag naar.” Naar wie kijkt de PSV-fan nu met extra aandacht? “Ik vind Manuel Neuer één van de mooiste keepers, maar kan ook genieten van Alisson Becker en vroeger Iker Casillas.”

Beslissend zijn

Dat Pelle zelf ook tussen de palen belandde, was dan ook niet zo gek. “Toen ik op mijn derde ging voetballen bij Sparta’30, zaten mijn broers er al. Die moesten iemand hebben om op te schieten, dus was ik de pineut. Maar dat vond ik meteen hartstikke leuk!” En nog steeds. “Als keeper heb je heel het veld voor je én kun je beslissend zijn. Ook al ben je soms de schlemiel.” Daarnaast, gaat hij verder. “Vind ik het leuk om het team goed neer te zetten en doelpunten tegen te houden. Maakt niet uit hoe. Dat geeft gewoon veel voldoening.” Op een andere positie, stond Pelle dan ook nooit. “En ik heb ook nooit bij een andere club gespeeld.” Sparta’30 voelt daardoor voor de inwoner van Andel, als een warm bad. “Van kleins af aan heb ik hier gevoetbald en heel de jeugd doorlopen. Later ga je dan vaak bij het eerste kijken en hoop je daar ook ooit in te komen.” Iets wat hem niet veel later ook lukte. “Op mijn vijftiende, heb ik al mijn debuut gemaakt.” Een bijzonder moment, voor de sluitpost. “Dat dorpsgevoel, blijft iets speciaals. Lekker op de fiets, en met elkaar voetballen.” Vertrekken, zal Pelle dan ook niet zo snel doen. “Ik vind het juist heel leuk dat we hier met veel eigen jongens in het eerste spelen, en samen willen presteren. In het verleden ben ik niet altijd even stabiel geweest, maar nu ben ik dat wel. Net als vorig jaar. Dat wil ik graag uitbouwen, zodat ik een stabiele keeper word.” Bij Sparta’30. “Ik ben dit jaar samen met mijn verloofde in Andel gaan wonen, mede door de voetbal. Dus ik ben niet met andere clubs bezig, wil gewoon graag hier het beste eruit halen!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Sparta’30.

De Jong trots op stap naar eerste: ‘Opgeven was geen optie’

0

Na elf seizoenen in het tweede, maakte Nick de Jong ruim een jaar geleden de overstap naar het eerste elftal van Sprundel. En met een basisplaats én goede resultaten op zak, heeft de spits van de vierdeklasser voorlopig weinig om over te klagen. “We mogen best wel wat ambities tonen.”

Want na een goede start en een flink gat naar onder, kan Sprundel toch vooral naar boven kijken. “Ik vind dat we voor het hoogst haalbare moeten gaan. Dus waarom niet een keer voor promotie?” Een periodetitel, is volgens de 29-jarige De Jong dan ook reëel. “Wie weet wat er nog kan gebeuren. Het kan zomaar nog een heel mooi seizoen worden.” Of ze klaar zijn voor de derde klasse? “Met Jens en Sander Wirix, komen er natuurlijk wel twee heel goede spelers terug.”

Waarheid zeggen

De doelstelling voor dit seizoen, is in ieder geval alvast behaald, vertelt hij. “We gingen voor de top vijf, dat is gelukt.” Maar tevredenheid, is een bedreiging. “Er zit nog veel meer in. Dus vind ik dat we best wel wat ambities mogen tonen.” Een stukje potentie, in combinatie met een hechte vriendschap. “We zijn allemaal vrienden van elkaar, maar kunnen elkaar daardoor ook wel eens flink de waarheid zeggen. Zonder daar slechte intenties bij te hebben.” En dat moet ook, vindt De Jong. “We mikken op een plek bij de eerste vier, zodat we een periode voor de nacompetitie kunnen bemachtigen. Dat is voor nu het meest realistische.” Maar vanzelf, gaat dat natuurlijk niet. “Soms moeten we iets feller zijn in de duels. En onze kansen, moeten we beter afmaken. Verdedigend, krijgen we in ieder geval weinig tegen.” Mede dankzij de trainer, Mark Monden. “Mark bevalt heel goed! Hij is natuurlijk een man van de club, dus iedereen kende hem al.” De Jong, in het bijzonder. “Ik had hem hiervoor al als trainer bij het tweede gehad. Daardoor wist ik wat ik kon verwachten.” Want na elf jaar in het tweede elftal, maakte de aanvaller ruim een jaar geleden de overstap naar het vlaggenschip. “Dan merk je wel meteen dat het niveau een stuk hoger ligt. Ook op trainingen.” Maar juist daar, geniet De Jong van. “Als je met betere spelers speelt, word je vanzelf ook beter.” Waar hij dat verschil vooral aan merkt? “Het tempo ligt veel hoger!”

Stoppen

Ook voor hem als spits. “Ik ben vooral balvast en sterk.” Het maken van doelpunten, gaat dit seizoen wat moeizamer. “Mijn doel was minimaal tien goals, maar ik sta nu op vijf. Dat hadden er een stuk meer mogen zijn.” Bij de club, waar De Jong al sinds zijn vijfde speelt. “Ik ben een echte Sprundel-man. Geboren en getogen. Ik woon en voetbal hier al heel mijn leven.” Zijn overstap naar het eerste, maakt hem dan ook wel trots. “Dat was ook mijn doel. Om vast naar één te gaan én een basisplek te veroveren.” Dat allebei gelukt, denkt De Jong nog lang niet aan stoppen. “Een einddatum heb ik nog niet in mijn hoofd.” Al leek dat er in 2023, noodgedwongen bijna van te komen. “Destijds ben ik twee keer geopereerd aan allebei mijn kuiten, omdat ik last had van het compartimentsyndroom. Dan zitten je spieren in een te klein zakje.” Na zes weken revalideren, kreeg hij opnieuw last van hetzelfde probleem. “Toen ben ik, na eerst de buitenkant, ook aan de binnenkant van mijn kuiten geopereerd.” Na wederom zes weken revalideren, looptraining bij de atletiekvereniging en goed luisteren naar zijn fysio, staat De Jong nu weer zonder pijn op het veld. “Ik twijfelde toen wel om te stoppen, maar mijn passie voor de voetbal was te groot. Opgeven was geen optie.” Drie jaar later, is hij nog altijd blij met die keuze én zijn doorzettingsvermogen. “Al die ellende heb ik achter me gelaten.” En dus wil de inwoner van Sprundel, die met zijn vader lange tijd tegenover het sportpark woonde, de komende jaren belangrijk worden. “Ik heb de rest van het team nodig om in mijn kracht te komen. Het balletje vasthouden en daarna op de goede plek staan.”

Klik op SV Sprundel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Sprundel voor meer informatie over de club.

Dat is het gevoel van en echte club

Als trainer van de dames én het vierde elftal, geniet Jan Versteeg bij Wilhelmina’26 van alles wat voetbal voor hem zo mooi maakt. Van presteren, tot aan lachen, gieren en brullen. “Plezier is voor mij het allerbelangrijkste!”

En plezier, dat heeft de 55-jarige Versteeg, als hoofdtrainer van de dames en het vierde elftal van de club. “De dames doe ik nu een jaar of drie, en het vierde, alweer zes jaar. En ik heb het onwijs goed naar mijn zin!” Want juist die combinatie, maakt het voor de inwoner van Wijk en Aalburg zo leuk om te doen. “Bij de dames is het echt prestatief. Die lijken soms nog wel fanatieker dan de mannen en hebben echt de drive om te winnen. Ze komen voor elkaar op en laten niet zomaar hun koppies hangen. Terwijl het vierde natuurlijk veel meer een bierelftal is. Daar is de derde helft het belangrijkste.”

Hecht team

Bij de vrouwen, krijgt hij dan ook regelmatig de nodige vragen, lacht Versteeg. “Dames vragen veel vaker waarom we iets doen. Ze luisteren beter, terwijl heren het gewoon gaan doen.” Samen met zijn vrouw Rianne, is hij er in ieder geval in geslaagd om er een hecht team van te maken. “En dat terwijl de leeftijden heel erg uit elkaar lopen. De jongste is vijftien en de oudste dertig plus.” Toch blijft één ding altijd hetzelfde: “Met plezier, komen de resultaten vanzelf.” Hoe doet Versteeg het, als de wedstrijden op zaterdag toevallig samenvallen? “Dan gaan de dames, waar mijn dochter toevallig ook in speelt, voor!” Het vrouwelijke vlaggenschip, draait voorlopig dan ook een uitstekend seizoen, vertelt hij. “We staan tweede in de vijfde klasse, dus doen het hartstikke goed!” Aan fanatisme, bij de voormalig voetballer dan ook geen gebrek. “Ik heb vroeger zelf eerst altijd bij GDC en Sparta’30 gespeeld, tot mijn zoon bij Wilhelmina’26 ging voetballen en ik als trainer werd gevraagd.”

Veel respect

Ruim achttien jaar later, loopt Versteeg er dus nog steeds rond. “Behalve jeugdtrainer en lid van de jeugdcommissie, heb ik hier later ook nog gevoetbald. In het vierde en bij de veteranen.” Sterker nog. “Als we er bij ons of de veteranen te weinig hebben, doe ik nog wel eens mee. Dat is hartstikke mooi en lachen!” Voorheen als rechtsbuiten, tegenwoordig als back. “Vroeger was ik snel, nu wat minder, haha.” Maar desondanks. “Hebben ze nog altijd veel respect voor mij. Daarom houd ik het zo lang vol.” Versteeg voelt zich dan ook helemaal, op zijn gemak bij Wilhelmina’26. “Het is gewoon echt een familieclub. Iedereen kent elkaar en het is gezellig. Ondanks dat we allemaal verschillend zijn, maken we samen plezier met z’n allen. Dat vind ik geweldig.” Ook na een wedstrijd. “Mensen vragen er altijd naar. Dat is voor mij het gevoel van een echte club. Een soort familie, met elkaar!”

Klik op Wilhelmina ’26 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Wilhelmina ’26 voor meer informatie over de club.

Coppens steekt veel tijd in RSV: ‘Het leeft enorm’

0

Clubscheidsrechter, jeugdleider, grensrechter bij het eerste en kantinemedewerker. Dennis Coppens heeft het er als vrijwilliger bij RSV maar druk mee. Toch komt daar volgend seizoen, als staflid van het vlaggenschip, nog een functie bij. “Alles is heel leuk, maar het slokt natuurlijk ook wel behoorlijk wat tijd op.”

En dat is in zijn geval, een flink understatement. “Ik besteed best wat uurtjes aan de voetbal.” Om te beginnen, als leider van de JO17. Het team van zijn zoon Beau. “Daar ben ik een jaar of zeven geleden mee begonnen, en sindsdien ben ik altijd meegegaan.” Naast het fluiten van wedstrijden, als clubscheidsrechter. “Ook dat, doe ik inmiddels alweer een jaar of vijf. Vooral oudere jeugd en soms senioren, eigenlijk waar nodig. Maar dat is niet iedere week.”

Bijdrage leveren

Want daarnaast, is Coppens (46) dus ook nog vlagger bij het eerste én draait hij kantinedienst. Maar of dat allemaal nog niet genoeg was, voegt de inwoner van Rucphen zich volgend seizoen, bij de staf van het eerste elftal. “Als een soort elftalleider.” Verantwoordelijk voor alle randverschijnselen. “Gewoon dingen regelen. Alles om die jongens zo goed mogelijk te faciliteren.” Uit liefde voor het spelletje. “Ik ben van jongs af aan al bezig met voetbal, en mijn zoon gelukkig ook. Dan vind ik dat je als vrijwilliger een bijdrage moet leveren aan de ‘lokale FC’.” In zijn geval, dus bij RSV. “Ik ben er ooit ingerold als jeugdleider en dan krijgen mensen al heel snel door, dat je moeilijk ‘nee’ kunt zeggen. En voor je het weet, heb je allerlei rollen.” Heel leuk. “Maar het slokt ook veel tijd op. Want het is dan wel vrijwillig, maar natuurlijk niet vrijblijvend.” Toch geniet Coppens er vooral van, vertelt hij. “Het werken met die jonge gasten, is het leukste om te doen. Om ze beter te zien worden en plezier te zien hebben. Zeker als het goed gaat.” Zijn passie, is in al die jaren dan ook niet minder geworden. “Ik kom zelf oorspronkelijk van Wouw, dus ik heb lang bij Cluzona gespeeld. Als centrale verdediger, die het moest hebben van zijn doorzettingsvermogen en mentaliteit. Heel technisch begaafd, was ik niet. Nu voetbal ik nog bij de 35+ bij RSV.” Al gaat dat niet altijd even makkelijk. “Vroeger heb ik te veel gevraagd van mijn lichaam, dat komt er nu uit. Daardoor heb ik best wel wat last van fysieke ongemakken.” Minder naar zijn zin, heeft Coppens het daardoor echter niet. “In 2017 zijn we in Rucphen komen wonen, en eigenlijk ben ik door mijn zoon bij RSV beland.” Met veel plezier. “Het is een heel gezonde en grote club, met veel enthousiaste vrijwilligers. Je ziet bij ons ook niet dat dat minder wordt.”

Lol hebben

Sterker nog. “We hebben het niet slecht voor elkaar. Alles is enorm goed geregeld en de club leeft enorm in Rucphen. Volgens mij zijn we de enige vereniging in de gemeente die groeit. Dat zegt natuurlijk wel wat.” Een groei, waar Coppens maar wat graag zijn steentje aan bijdraagt. “Waar ik gevraagd word, probeer ik nuttig te zijn.” Zo ook, tijdens het traditionele Hemelvaartstoernooi. “Als scheidsrechter of het op een andere manier helpen van de organisatie. Dat vind ik super leuk om te doen.” Want vooral aan zijn rol op het veld, hecht hij veel waarde. “Vroeger heb ik als speler regelmatig een kaartje gepakt, omdat ik moeite had met scheidsrechters en snel een mening had. Mijn gedrag van toen, heb ik nu zelf als scheids een hekel aan. Dat probeer ik goed te maken, haha!” Een kwestie van emoties in bedwang houden. “Daar hoop ik een klein beetje invloed op te hebben, door die jonge gasten dat uit te leggen. Het gaat er vooral om dat we veel lol hebben.” Om na de wedstrijd, samen een drankje te doen. “Elkaar een hand geven en zeggen: het was een fijne wedstrijd. Dat geeft veel genoegdoening.” Net als het zien voetballen van zijn zoon. “Die staat op dezelfde positie als ik, centraal achterin. Ik hoop natuurlijk dat hij het eerste haalt!”

Klik op RSV de laatste artikelen over de club.
Klik op RSV voor meer informatie over de club.

Marco van Honk is al 30 jaar online het gezicht van VV Heukelum

Al bijna zijn hele leven is Marco van Honk betrokken bij VV Heukelum, eerst als speler, later als bestuurder en inmiddels vooral als de man achter alles wat online gebeurt. “Die website is wel een beetje mijn kindje. Het is de oudste voetbalwebsite van de hele regio. Daar ben ik in 1996 mee begonnen, inmiddels 30 jaar geleden, samen met iemand anders. Toen stelde het nog niet zoveel voor hoor, alleen uitslagen en af en toe een zinnetje. Maar dat is uiteindelijk steeds verder uitgebreid.” Wat begon als iets kleins, groeide uit tot een platform waarop alles samenkomt: wedstrijdverslagen, foto’s, social media, live-updates en zelfs video samenvattingen en -interviews. “Ik wil niet zeggen dat we de beste moeten zijn, maar wel één van de meest complete van de regio. Dat is wel een beetje het uitgangspunt.”

Marco doorliep de jeugd bij Heukelum en speelde later vooral in het tweede elftal, met af en toe een uitstapje naar het eerste. Rond zijn drieëntwintigste kwam hij al in het bestuur terecht. “Het toenmalige bestuur wilde verjongen. Toen ben ik gevraagd als secretaris en later ben ik ook voorzitter geworden. Dat was best jong, zeker in die tijd.” Het leverde hem een periode op waarin hij snel moest leren. “Je moet met mensen omgaan, beslissingen  nemen. Soms ook lastige beslissingen. Dat hoort er gewoon bij. En je moet zichtbaar zijn, vind ik. Niet alleen op zaterdag, maar ook doordeweeks. Mensen moeten je kunnen aanspreken.” Toen hij later naar Den Bosch verhuisde, trok hij zelf de conclusie dat het niet meer te combineren was. “Vanuit daar kon ik dat gewoon niet goed meer doen. Ik vind dat je er moet zijn voor de club. Dus toen heb ik die keuze gemaakt.”

Toch verdween hij nooit echt uit beeld. Integendeel, zijn betrokkenheid bleef. “Ik ben altijd betrokken gebleven. Ik ga al jaren mee naar wedstrijden van het eerste, uit en thuis. Vanuit het bestuur, maar ook vanuit de website, en vooral omdat ik het leuk vind. Die rol groeide vanzelf door. Die verslagen bijvoorbeeld, dat is elke week. Dat hoort er gewoon bij. Sinds dit seizoen maak ik ook van elke thuiswedstrijd een videosamenvatting. Maar bijvoorbeeld interviews doe ik alleen als ik het leuk vind of als het moment ernaar is. We zijn vrij vroeg begonnen met samenvattingen. En in coronatijd hebben we bijvoorbeeld wedstrijden live uitgezonden met commentaar erbij. Uniek voor de hele regio.”

Naast het heden dook Marco ook het verleden van de club in. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uit tot een serieuze rol als archivaris. “Ik ben een keer in oude kranten gaan zoeken. Gewoon uit interesse. En toen kwam ik erachter dat er een oud-voorzitter was die negentien jaar voorzitter was geweest en was benoemd tot ere-voorzitter, maar nergens meer genoemd werd. Dat was dus een man die vergeten was geraakt. Toen dacht ik: ja, dat moet je wel vastleggen. Anders raak je dat kwijt. Zo begon het en ik probeer steeds meer uit te zoeken omtrent de club.”

Tegelijkertijd ziet hij ook de keerzijde van zijn eigen inzet. “Het nadeel is wel dat veel bij mij blijft hangen. Als ik ermee zou stoppen, wordt het wel een stuk minder. Uiteindelijk moet je het ook een beetje overdragen. Het is niet alleen van mij, het is van de club. Maar ja, je moet wel mensen hebben die het willen en kunnen doen. Je moet net iemand hebben die het leuk vindt. Anders gebeurt er gewoon weinig.”

Voor Marco zit de uitdaging niet in het niveau waarop Heukelum speelt, maar in hoe de club zich presenteert. “We zijn een kleine club. Maar dat betekent niet dat je online klein moet zijn.” Met beperkte middelen probeert hij toch iets neer te zetten dat staat. “Ik werk gewoon met een camera die al tien jaar oud is. Dat hoeft allemaal niet zo duur te zijn. Als het maar goed is. Ik doe het gewoon omdat ik het leuk vind. En zolang dat zo is, blijf ik het doen.”

Klik op Heukelum voor het laatste artikel over de club.
Klik op Heukelum voor meer informatie over de club.

Dat is hartstikke mooi voor die gasten

Kampioen worden is en blijft het leukste wat er is. Ook als jeugdtrainer. En dus voelt het kampioenschap van de JO10-1 van Sparta’30 in de derde klasse als een mooie beloning voor al het harde werken, en het plezier maken, vertelt Jacky Sonneveld. “We zijn nu een aantal jaar met dit groepje bezig.”

En dat begon, in de laagste klasse. “Nu zitten we in de tweede klasse, dus dat is best wel knap en leuk!” Onder meer via een kampioenschap in de derde klasse. “Dat is natuurlijk vooral hartstikke mooi voor die gasten.” Gasten, die allemaal bij elkaar in de klas zitten én dus samen voetballen. “Ons team bestaat uit acht jongens, waarvan we hebben gezegd dat het goed zou zijn als ze één team zouden vormen.” Zo gezegd, zo gedaan. Onder leiding van Sonneveld (42). “Vorig jaar oktober ben ik begonnen als trainer, omdat ze niemand hadden. Toen heb ik dat bij de JO9-1 samen met twee ouders opgepakt. Ik ben er op zaterdag en doe op dinsdag de training.”

Tweestrijd

Onder meer, samen met zijn zoontje Lenn. Hoe dat is? “Soms wel lastig. Ik zeg eerder dat hij iets niet goed doet, dan wel. Je bent toch extra kritisch. Als er dan iets verkeerd gaat, is het vaak mijn schuld. Dat blijft altijd die eeuwige tweestrijd. Maar dat hoort er ook een beetje bij. Hij vindt het gelukkig heel leuk.” En Sonneveld zelf, natuurlijk ook. “Ik zit ook in het bestuur, als TC van de senioren. Dus voetbal blijft het leukste wat er is.” Ook als jeugdtrainer. “Ik probeer ze vooral veel basisvaardigheden bij te brengen. Dus veel oefeningen met de bal. Pass- en trappen, verschillende spelletjes, afwerken en partij.” Maar dat laatste, is voor de oud-speler van de club geen must. “De basis is voor mij het belangrijkste.” Een aanpak, die lijkt te werken. “Ze hebben echt enorme stappen gezet in het voetballen. Deze groep is best wel druk en snel afgeleid, dus het is soms lastig om ze constant geconcentreerd te houden. Gelukkig voeren ze op zaterdag allemaal goed hun taken uit.” Want, zo vertelt Sonneveld. “Trainen is leuk, maar je wilt bepaalde dingen natuurlijk vooral tijdens de wedstrijd terugzien. Het is mooi om daar progressie in te zien.” Helemaal, als fanatiek voetballiefhebber. “Ik kom echt uit een voetbalfamilie. Eigenlijk alles draait bij ons om voetbal. Mijn andere zoon, speelt hier ook in de JO14-1.” Zoals ook Sonneveld, eigenlijk niet beter weet. “Ondertussen kom ik al meer dan 25 jaar bij de club. Ik heb jarenlang in het eerste gespeeld, maar door blessures, ben ik tien jaar geleden gestopt. Nadat ik twee keer mijn kruisband had gescheurd.” Wat was Sonneveld zelf voor speler? “Ik stond altijd op tien. Iemand met een goede trap, goed inzicht en weinig loopvermogen.”

Elkaar helpen

Stilzitten, deed hij na zijn voetbalpensioen overigens niet. “Toen ben ik meteen het bestuur ingegaan.” En niet voor niks. “Sparta’30 is echt een familieclub. Iedereen kent elkaar, er zijn veel vrijwilligers en nagenoeg alle teams zijn goed bezet. Al kan het natuurlijk altijd beter.” Aan de onderlinge sfeer, zal het in ieder geval niet liggen. “Het is gewoon een fijne club, waar iedereen bereid is om elkaar te helpen.” Zoals ook Sonneveld, zijn steentje als jeugdtrainer bijdraagt. “Soms is het wel eens heel druk, met allerlei zaken. Dan moet je echt wel plannen. Maar als ik die jongens dan zie genieten, is het goed. En ik doe het natuurlijk ook voor mijn zoontje.” Vol passie en enthousiasme. “Doordeweeks probeer je ze allemaal dingen bij te brengen, als je dat dan terugziet op zaterdag, maakt je dat wel trots.” Wie weet, wat ze daar in de toekomst bij de club nog aan zullen hebben. Richting het eerste elftal, waar Sonneveld als TC-lid verantwoordelijk voor is. “Dat blijft natuurlijk wel het paradepaardje van een club. Daar ligt als vereniging de grootste uitdaging.” Ambities als jeugdtrainer, heeft de inwoner van Andel verder niet. “Ik doe het echt om te helpen. Als ze me nodig hebben, dan ben ik er, maar ik zie mezelf niet over vijf jaar nog trainer zijn van een jeugdteam.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Sparta’30.

‘Ik kan best wel een beetje opvliegerig zijn’

Tevreden met de huidige plek op de ranglijst, hebben ze bij derdeklasser Victoria’03 toch het gevoel dat er meer in had gezeten. En dus mikt aanvalsleider Keano Elgin nog altijd op het behalen van de nacompetitie voor promotie. “Dat is voor mij in ieder geval het doel!”

Maar om dat voor elkaar te krijgen, zal de formatie van Maikel Cohen waarschijnlijk tweede moeten eindigen. Achter aanstaand kampioen Moerse Boys. “Die zijn wel te ver weg, dus hopen we de derde periode nog te kunnen pakken.” Al had Victoria’03 volgens de 22-jarige Elgin al dichter op de bovenste plekken moeten staan. “In een aantal belangrijke wedstrijden, hebben we het best wel laten liggen. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe dat komt.” Toch waagt de aanvaller een poging. “Tegen mindere tegenstanders, is er soms sprake van wat gemakzucht. Terwijl we dan ook gewoon ons eigen spel moeten spelen.”

Mening geven

Een spel, waarmee de inwoner van Roosendaal dus hoopt te promoveren naar de tweede klasse. “Helemaal omdat we vorig seizoen ook al tweede werden en toen niet promoveerden.” Toch wordt dat nog niet zo gemakkelijk, weet ook Elgin. “We moeten er vooral in de cruciale wedstrijden meer staan. Met een betere instelling en écht de wil om te winnen. Dat moet beter.” In zijn tweede seizoen, bij de club uit Oudenbosch. “Ik ben in de jeugd begonnen bij DEVO, daarna heb ik daar in het eerste gespeeld, ging ik naar SC Gastel, Roosendaal en vervolgens Victoria’03.” Ondanks zijn leeftijd, heeft hij dus al een flink rijtje clubs achter zijn naam. “Bij Roosendaal was het lastig, omdat ik daar geblesseerd raakte en de O23 uit elkaar viel.” Eenmaal op gesprek bij zijn huidige club, was de keuze snel gemaakt. “Daar had ik meteen een goed gevoel bij!” Ook in de praktijk, blijkt dat gevoel te kloppen. “Ik heb het enorm naar mijn zin. Met zowel de spelers, als de staf.” En de supporters. “Gewoon het soort mensen. Iedereen is gezellig.” Elgin voelt zich inmiddels dan ook al helemaal thuis, op Sportpark Albano. “Over het algemeen ben ik wel iemand die gewoon zijn mening geeft, maar dat past hier wel.” Ook in het veld. “Ik kan best wel een beetje opvliegerig zijn, als het niet loopt zoals ik wil. Al is dat puur uit fanatisme.” Van een balvaste spits, die vooral fungeert als aanspeelpunt. “De bal laten vallen en daarna weer voor de goal komen. Om te koppen of te schieten.” Want vooral koppen, gaat Elgin goed af. “Dat moet ook wel, want ik ben 1 meter 92!”

Oud en vertrouwd

Desondanks, is hij over zijn doelpuntenproductie voorlopig allesbehalve tevreden. “Ik heb er nu zes, dat is natuurlijk te weinig. Mijn doel was om er minimaal tien of vijftien te maken. Nu hoop ik rond de tien te eindigen.” Waar wijt hij zijn tegenvallende productie aan? “Vaak ben ik wel bij de doelpunten betrokken, maar zelf mis ik te veel kansen.” Zaak om daar, de komende jaren hard aan te blijven werken. “Uiteindelijk voetbal je om op een zo’n hoog mogelijk niveau te gaan spelen. Daarom zou het mooi zijn, als we met Victoria’03 naar de tweede klasse kunnen. En wie weet, daarna nog hoger.” Sinds dit seizoen samen, met zijn broer Ricardo. “Bij DEVO en SC Gastel deden we dat ook altijd al, dus gelukkig heb ik hem over kunnen halen om ook naar hier te komen. Dat voelt oud en vertrouwd.” Ook al is het, op de training hard tegen hard. “Dan gaat het er soms verhit aan toe, haha.” Maar eenmaal op zaterdag in het veld, weten de spits en linksbuiten elkaar blindelings te vinden. “Die connectie hebben we zeker!”

Klik op Victoria’03 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Victoria’03 voor meer informatie over de club.

Seolto blijft geloof houden: ‘Moet een keer goed vallen’

0

In een competitie die dicht op elkaar zit, is het voor Seolto dit seizoen keihard werken in de derde klasse. Al is dat iets, waar ze op voorhand al wel rekening mee hadden gehouden, vertelt trainer Fred Vrolijk. “We wisten dat het pittig zou worden als promovendus.”

Met een plek in de gevarenzone tot gevolg. “Aan de voorkant was het lastig om een inschatting te maken. Het is een pittige afdeling, maar we staan naar mijn mening wel een paar plekjes te laag.” Hoe dat komt? “We krijgen veel kansen, alleen ons probleem is doelpunten maken. En dat is best belangrijk bij voetbal.” Zorgen maken, doet Vrolijk (58) zich daarover echter nog niet. “Het belangrijkste is dat je kansen blijft creëren.”

Laatste dag

Al blijft de oefenmeester uit Ulvenhout ook realistisch. “Het is een combinatie van pech én kwaliteit. Maar ook geluk, dwing je af.” Het al te veel benoemen, doet Vrolijk dan ook liever niet. “Hoe meer je dat doet… Ik probeer er geen ding van te maken. Daar moeten we van weg blijven. We moeten gewoon vertrouwen houden.” Want de uitslagen, zitten er allemaal ‘kort bij’. “Eigenlijk zijn we amper weggespeeld.” Met een heel jong elftal. “De laatste tijd spelen we regelmatig met zestienjarigen in de basis.” Dat gebrek aan ervaring, breekt zijn ploeg wel eens op, denkt Vrolijk. “We geven te veel wedstrijden weg. Vaak zijn we niet minder, maar op de cruciale momenten geven we niet thuis.” Cruciale momenten, die er richting het einde van het seizoen, nog genoeg zullen komen, denkt de oefenmeester. “Het gaat elke week stuivertje wisselen worden. Ik verwacht, dat het spannend zal blijven tot de laatste dag. Dus is het zaak om volle bak gas te geven én fit te blijven.” Vooral dat laatste, is bij Seolto belangrijk in verband met de breedte van de selectie. “Onze O23 is uit de competitie gestapt, waardoor er een heel elftal is weggelopen. Daardoor moeten we nu regelmatig jongens uit de JO17 en lagere teams erbij pakken. Dat is de situatie waar we in zitten.” Tijd om daar al te lang bij stil te staan, heeft Vrolijk niet. “We moeten gewoon keihard knallen.” Vol vertrouwen. “Het staat allemaal dicht bij elkaar, maar ik heb honderd procent het geloof in handhaving. Als we zo doorgaan, moet het een keer goed vallen.” Want aan het veldspel, ligt het volgens hem niet. “Dat is prima. We creëren ook genoeg kansen.”

Vertrek

In zijn eerste seizoen bij de club, nadat hij een aantal jaar geleden, al eens eerder op gesprek was geweest bij de vereniging uit Zevenbergen. “Nick (van den Bosch) is een collega van mij, die is elftalleider bij Seolto, dus ging ik eens bij hem kijken op het moment dat ik geen club had. Toen zag ik de mogelijkheden en was één plus één, snel twee.” Na een mooi geschetst plaatje, voor de oud-trainer van onder meer Terheijden, Bavel en Baronie. “We hebben ook echt een leuke groep, dus wat dat betreft is het heel goed bevallen.” Maar ook uitdagend. “Het is lastig dat we maar één selectieteam hebben. Als je geen tweede of O23 hebt, moet je toch proberen iedereen te laten voetballen. Dat is wel eens moeilijk.” Een tweede seizoen bij Seolto, komt er dan ook niet, voor Vrolijk. “Dit is niet de manier waarop ik graag wil werken. Dat is voor mij de belangrijkste reden om te vertrekken.” Naar vierdeklasser BLC uit Den Bosch, waar hij voor drie jaar heeft getekend. “Ik heb bewust voor meerdere jaren getekend, omdat we daar echt wat op willen gaan bouwen. Het is een club met 1200 leden, die hoort niet thuis in de vierde klasse.” Een mooi project om in te stappen, noemt Vrolijk het. “Qua faciliteiten, maar ook het vertrouwen wat ze in mij uitspreken.” Voor het zover is, wil hij eerst goed afsluiten bij Seolto. “We hebben dit seizoen zowel voetballend, als conditioneel enorme stappen gemaakt. Ze waren hier gewend om heel anders te spelen, maar de stappen die we daarin hebben gezet, zijn goed om te zien.” Was hij achteraf, dan wel blij met de promotie van vorig seizoen? “Uiteindelijk wil je zo hoog mogelijk spelen. Dus daar moet je ook niet voor weglopen. In de vierde klasse had je ook geen garanties gehad op een topklassering.” Het doel voor Vrolijk, die in het bezit is van zijn TC2-diploma en tegenwoordig de docentenopleiding bij de KNVB volgt, dan ook niet veranderd. “Onze doelstelling was én is handhaven!”

Klik op Seolto voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Seolto voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.