Home Blog Pagina 2

‘Het is leuk om mezelf terug te zien in hem’

Kinderen zien ontwikkelen, plezier maken en genieten van zijn zoontje. Ferry Danielse vindt het trainer zijn van de JO11-2 van Achilles Veen stiekem veel leuker, dan hij ooit had gedacht. En dus doet de voormalig doelman van Kloetinge niets liever, dan lekker bezig zijn op het veld. “Ik hoop juist dat ze fouten maken, zodat ze ervan kunnen leren.”

En dat begon allemaal, drie seizoenen geleden. “Mijn zoontje Mason had toen net zijn zwemdiploma gehaald en wilde graag gaan voetballen.” Het werd Achilles Veen. “Ik heb altijd geroepen: als mijn zoon gaat voetballen, word ik nooit trainer. Mijn vrienden zeiden al dat me dat niet ging lukken. Dus hij begon in de JO8 en drie weken later, stond ik op het veld.” Want op de vraag of Danielse (39) wilde helpen, kon hij toch eigenlijk geen ‘nee’ zeggen. “In eerste instantie wilde ik met de keeper aan de slag gaan, inmiddels doe ik nu ook de normale training.”

Even slikken
Bij de JO11-2. De oorspronkelijke JO10-1. “We hadden te veel spelers, dus zijn we een half jaar eerder naar de JO11 gegaan. Omdat ze daar acht tegen acht spelen, in plaats van zes tegen zes.” Maar ondanks een leeftijd hoger werd het team, onder leiding van Danielse en Antoine van Bergeijk, direct ongeslagen kampioen. “We hadden verwacht dat het fysiek zwaarder zou zijn, maar voetballend zijn we gewoon van een te hoog niveau. Daardoor misten we wel een beetje de uitdaging.” Uitdagend is het voor Danielse zelf, overigens meer dan genoeg. Want toen de vorige keeper stopte, wilde zijn eigen zoon graag op goal gaan staan. “Daar was ik niet zo happig op, omdat ik hem dan natuurlijk zelf moest gaan trainen. Maar hij keept nog steeds.” Al is het soms even slikken, lacht de inwoner van Oudheusden. “Je bent op de één of andere manier, toch altijd strenger voor hem. Toch dacht ik, dat het nóg lastiger zou zijn. Eigenlijk vind ik het juist heel leuk, om mijn eigen ideeën over keepen, terug te zien in hem. Dat is toch een beetje hoe ik vroeger was.” Ideeën die Danielse ook als keeperstrainer, bij Achilles Veen probeert over te brengen op de jeugd. “Op woensdag geef ik keeperstraining aan mijn zoontje en de keepers van de JO15 en de JO17.” En dat allemaal, ondanks dat de oud-keeper zelf nooit bij de club uit Veen voetbalde. Of keepte dan. “Ik heb tot mijn 21ste in Goes gewoond en heb altijd bij Kloetinge gespeeld.” Tot hij op zijn negentiende, zwaar geblesseerd raakte aan zijn enkel. “Die heb ik toen tijdens een potje volleybal, nadat er iemand vol op mijn enkel landde, flink gebroken. De volgende ochtend ben ik meteen geopereerd.”

Veel voetbal
Einde voetballoopbaan. “Ook mijn enkelbanden waren gescheurd. Dus eigenlijk lag heel die enkel aan gruzelementen.” Hoe gaat dat nu? “Op kunstgras heb ik nergens last van, op gras wel. Dan merk ik wel dat ik getraind heb.” Opvallenderwijs begon Danielse, als voetballer. “Maar ik keepte veel in mijn vrije tijd, dus toen onze keeper zijn arm brak op de training, ging ik op goal. Dat was in de D’tjes.” Gelukkig heeft hij in het trainer zijn, nu een nieuwe passie gevonden. “Het leukste is om met die kids bezig te zijn en echt dingen terug te zien in het veld. Die ontwikkeling, is geweldig.” Helemaal, nu ze op een half veld spelen. “We proberen echt te voetballen van achteruit, driehoekjes te maken en de middenvelder in te spelen. Wat dat betreft lijkt het al op voetbal.” Aan zijn fanatisme, ligt het dan ook niet. “Ik ben een heel gedreven trainer, maar plezier staat wel voorop.” En dus. “Hoop ik juist dat ze fouten maken. Dat is een moment om te leren. Als ze het maar blijven doen.” Gelukkig zit dat laatste, wel goed. “Het is een heel leuke groep! Op zaterdag gaan ze ook regelmatig samen bij het eerste kijken of voetballen in de kooi. En soms zijn ze ballenjongen.” Ambities om echt trainer te worden, heeft Danielse verder niet. “Als iedereen tevreden is en ik kan nog een jaar mee, vind ik dat goed. Als ze een andere trainer vinden, is dat ook prima.” Zijn steentje bijdragen, vindt hij desondanks wel heel belangrijk. “Als je kind voetbalt, vind ik dat je als ouder wel wat moet doen. Zeker als je de kennis hebt, moet je die delen. En kinderen spreken altijd de waarheid, dat is ontzettend leuk!” Leuker nog, dan Danielse had gedacht. “Ik had niet verwacht dat ik het zó leuk zou vinden.” Samen met Van Bergeijk, heeft hij dan ook een grote passie voor voetbal. “We gaan vaak bij het eerste kijken, en bij Oranje, Ajax of Borussia Mönchengladbach.” Vooral die laatste, behoeft de nodige uitleg. “Mijn zoontje wilde graag een keer naar Gladbach, dat was fantastisch! Dat doen we nu sinds anderhalf jaar. Dit seizoen, zijn we al twaalf keer geweest.” Ook Schalke 04, is inmiddels van het lijstje afgevinkt. “Het is bij ons thuis heel veel voetbal!”

Klik op Achilles Veen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

TPO viert 80-jarig jubileum: ‘We gaan gewoon door’

0

Met alle perikelen rondom het dorp, wisten ze bij TPO één ding zeker: het 80-jarig jubileum gaan ze groots vieren. Want het mag dan wel geen echte mijlpaal zijn, trots is wat bestuurslid Jaap de Visser een understatement. “Het is toch wel een dingetje!”

Helemaal, nadat ze het 75-jarig bestaan, eigenlijk niet echt konden vieren. “Dat viel gelijk met corona.” En dus doen ze het nu, vijf jaar later, dunnetjes over. “Het is eigenlijk geen mijlpaal, maar natuurlijk wel een mooi aantal.” Zeker met alle perikelen rondom het dorp, vertelt De Visser (73). “Moerdijk moest weg. Dus hebben we het gewoon gevierd, en kijken we wel hoe het verdergaat!”

Mooie dag

Want realistisch, is de inwoner van Moerdijk ondanks alle feestvreugde wel. “We zijn maar een klein dorp, daardoor is de aanwas natuurlijk niet zo groot. Wat dat betreft staan we op wankelen en is het moeilijk om aan de gang te blijven.” Toch mag dat de pret niet drukken, voegt De Visser daar meteen aan toe. “We gaan gewoon door en zien wel waar het schip strandt.” Het weekend van 21 maart, stond dan ook in het teken van festiviteiten. “Met allerlei artiesten, gratis toegang en lekker drinken.” Begin mei, gaat de jeugd ook nog naar de Efteling. “Op kosten van de club. Zodat ze er met z’n allen een mooie dag van kunnen maken.” Ook werden onlangs bestuurslid Meindert Bijleveld en Bianca Verstappen-Vaartmans in het zonnetje gezet. “Meindert heeft ruim twintig jaar in het bestuur gezeten.” Zoals ook De Visser zelf, al de nodige functies heeft vervuld, bij TPO. Van vlagger en scheidsrechter, tot aan penningmeester, kantinebeheerder en wedstrijdsecretaris. Maar niet voordat hij eerst op het veld genoot van het spelletje. “Toen ik twaalf was, was TPO nog een Rooms-Katholieke vereniging en ik was Protestants, dus mocht ik er niet op. Daarom ben ik eerst gaan korfballen.” Om niet veel later, toch de overstap te maken naar de voetbal. “Ik heb vanaf mijn zestiende tot mijn 27ste in het eerste gespeeld. Daarna raakte ik geblesseerd en ging het bergafwaarts. Last van mijn knieën.” Want, zo vertelt de vrijwilliger lachend. “Vroeger was ik nog snel, daarna zat het er niet meer in. Toen ben ik maar scheidsrechter geworden.” En bestuurslid. “Ik zit al 49 jaar in het bestuur.” Dus vraagt hij zichzelf soms wel eens af: “Ben ik nou de dorpsgek?”

Blijven bestaan

Dorpsgek of niet, trots is De Visser enorm, op zijn club. “Het is wel bijzonder dat we 80 jaar bestaan. Een jaar of tien, vijftien geleden, hadden we vijf jeugdteams en vijf senioren. Dat aantal is inmiddels flink teruggelopen en wordt steeds minder.” Desondanks, weet hij als geen ander, hoe belangrijk de vereniging is. “Voor de Moerdijkse maatschappij, is het noodzakelijk om de boel in stand te houden. Luctor et Emergo. We moeten het positief bekijken!” Want ondanks dat De Visser zich zorgen maakt om de toekomst. “Wie weet vieren we over vijf jaar weer een feest.” Aan de belangstelling, ligt het in ieder geval niet. “Op zondag is het nog steeds een hele happening. Komen er een hoop mensen kijken bij het eerste. Waar ze allemaal vandaan komen? Geen idee. Maar tijdens de derde helft, moeten we ze echt naar buiten jagen.” Uniek, noemt hij het. “Op het dorp is weinig te doen, heb je niet eens een café. Dat houdt onze club draaiende.” Maar de ledenaanwas, blijft een dingetje. “In de selectie voetballen maar vier of vijf jongens uit ons eigen dorp.” Toch is precies dat, de kracht van de club, volgens de Visser. “Juist die samenhang van de mensen en het ons kent ons. Kom bij het eerste voetballen, daar is de derde helft leuk, is alles aangekleed én betaal je weinig contributie.” Het 80-jarig jubileum, zag de vrijwilliger dan ook wel aankomen. “En de 85 jaar gaan we dan ook nog wel halen!” Hoogtepunten, kent de club in ieder geval genoeg. “We speelden in de vijfde klasse, wonnen de eerste acht wedstrijden, pakten zo een periodetitel, maar vervolgens vochten we tegen degradatie. Uiteindelijk gehandhaafd, promoveerden we via de nacompetitie naar de vierde klasse. Dat was in 1996.” Herinneringen, die levend moeten blijven. “Ik hoop dat de club kan blijven bestaan, vooral omdat het een sociaal onderkomen is voor de mensen hier. Als het dorp blijft bestaan…” Al maakt De Visser zich daar, niet al te veel zorgen om. “De echte ras-Moerdijker, ga je niet zomaar wegjagen. Er is veel onrust gekweekt, maar het is even afwachten hoe het gaat. Ik moet het allemaal nog maar zien.”

Klik op TPO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TPO voor meer informatie over de club.

‘Het was best een dingetje om weg te gaan’

In zijn eerste seizoen bij de club, doet Huib van Wijk met Almkerk nog altijd mee voor de laatste periode. En dus is er nadat de ploeg zich snel veilig speelde, nog genoeg om voor te spelen, voor de nummer zeven van de eerste klasse. “Hopelijk kunnen we wat moois laten zien!”

Want nadat het bereiken van de halve finale van de beker, en daarmee een ticket voor de KNVB Beker net niet lukte, Almkerk verloor in de kwartfinale na strafschoppen van Zwaluw VFC, is de blik alweer helemaal op de competitie gericht. “We doen mee voor de laatste periode, dus dat is een mooi doel!” Van Wijk (22) kan dan ook wel leven met de huidige plaats op de ranglijst. “We kunnen tevreden zijn over de stand.”

Goed dicht

En dat terwijl de competitie, zwaarder is dan afgelopen seizoen, vindt de inwoner van Werkendam. “Dit is mijn eerste jaar bij Almkerk, maar vorig seizoen, ben ik vaak gaan kijken.” Zijn bevindingen? “Spelers zijn kwalitatief een stukje beter, het tempo ligt hoger en de duels zijn pittiger.” Toch kan de formatie van Vincent de Klerk, zich dus prima meten met de concurrentie. “Ons doel was om vroeg veilig te spelen en daarna zo hoog mogelijk bovenin mee te doen. Daar zijn we goed mee bezig!” Toch werd het, een aantal weken geleden nog spannend. Zorgen maken om degradatie, deed Van Wijk zich echter niet. “Daarvoor hebben we te veel kwaliteit.” Kwaliteiten, die de ploeg uiteindelijk deelname aan de nacompetitie op moeten leveren. “Ons doel is om de derde periode te winnen.” Aan de defensieve organisatie, kan het in ieder geval niet liggen. “We houden het achterin goed dicht, alleen vallen we daardoor vaak niet genoeg aan.” Doelpunten maken, is dan ook lastig dit seizoen. “In het begin hebben we vaak 0-0 gespeeld, al kwam dat ook wel omdat we veel kansen misten.” Een kwestie van pech en een beetje kwaliteit, denkt Van Wijk. “Achterin staan we als een huis en vechten we voor elkaar, nu moeten we voorin gewoon onze kansen af gaan maken.”

Perspectief

Iets waar hij als rechtsbuiten, natuurlijk zijn steentje aan bij kan dragen. “Overal het algemeen ben ik wel een jongen met scorend vermogen, met diepte en iemand die slim is in het spel.” In het verleden, speelde Van Wijk daardoor ook regelmatig als spits. “Maar bij Almkerk ben ik meer aan de buitenkant beland.” Waar zijn voorkeur ligt? “Spits vond ik ook leuk. Als het maar in de voorhoede is, verder maakt het me niet uit!” De rechtspoot, die naar eigen zeggen aardig tweebenig is, heeft zijn plek als buitenspeler inmiddels wel gevonden. “Je komt vaker in de één tegen één, dat vind ik leuk. En het spelletje samen met de back, een beetje het tactische, vind ik mooi.” Spijt van zijn overstap van Kozakken Boys O23, heeft Van Wijk dan ook allerminst. “Ik ben daar op mijn vijfde begonnen, maar kon uiteindelijk net niet die stap naar het eerste maken. Ondanks dat ik wel een paar keer heb meegetraind.” Via Robin Damen, een goede vriend van hem, kwam hij bij Almkerk terecht. “Het was best een dingetje om weg te gaan bij Kozakken Boys, maar ik had daar te weinig perspectief. Hier kon ik op een goed niveau, wél in een eerste elftal spelen. En het is lekker dichtbij.” Heel onbekend, was de club voor de aanvaller ook niet. “Mijn vader en opa en oma woonden in Almkerk, dus ik kende al redelijk wat mensen. Ook ging ik regelmatig kijken. Dat klikte wel.” Al was voetballen op seniorenniveau, wel even wennen, is Van Wijk eerlijk. “Zeker in het begin. Het niveau in de jeugd was misschien hoger, maar dit is toch anders. Nu gaat het gelukkig beter.” Wat is het grootste verschil? “Vooral de duels zijn meer fysiek. Tegenstanders hebben meer kracht. En je moet meer lopen, en zorgen dat je organisatorisch goed staat.” Een stukje volwassenheid. “Het is heel anders voetballen, ervaring is veel belangrijker.” Ervaring, die Van Wijk de komende jaren op hoopt te doen, bij Almkerk. “Ik wil hier eerst een onbetwiste basisspeler worden en mezelf verder ontwikkelen.” Om misschien daarna, ooit een stap omhoog te maken. “Nu ben ik daar nog niet klaar voor, maar als die kans komt, heb ik die ambitie wel. Al moet het dan wel allemaal kloppen. Uiteindelijk gaat het vooral om plezier en wil ik gewoon lekker voetballen.”

Polak baalt bij De Fendert: ‘Er zat meer in’

Om nog een kleine kans te houden op het bereiken van de nacompetitie, moest er door De Fendert op eigen veld eigenlijk gewonnen worden van nummer twee Zwaluwe. Dat gebeurde niet, en dus was het na afloop stil in de kleedkamer, vertelt Milan Polak. “Anders hadden we nog naar boven kunnen kijken.”

Met een flink gat naar de nummer vijf, kan de vierdeklasser dat nu eigenlijk niet meer. Tot teleurstelling van Polak (19). “Ik had ons toch wel een stukje hoger verwacht.” Want na een goede voorbereiding, dacht de aanvaller aan een plek bij de eerste drie. “En nacompetitie!” Maar een blessure van aanvoerder Colin van der Wiel, gooide het nodige roet in het eten. “Die hebben we een paar weken moeten missen en is toch onze beste speler…”

Zoekende

Al ligt het niet alleen daaraan, vertelt de student Commerciële Economie aan de Avans Hogeschool in Breda. “We hebben een aantal wedstrijden onnodig verloren. Door goals te makkelijk weg te geven of onze kansen niet af te maken. Heel jammer, want er zat echt wel meer in.” Heel veel om voor te spelen, heeft de middenmoter daardoor eigenlijk niet meer. “Voor degradatie zijn we wel veilig en het gat naar boven, is iets te groot.” Toch is Polak niet van plan om gas terug te nemen. “We moeten er gewoon iedere wedstrijd voor blijven gaan en proberen de winst te pakken. Al is het maar om het zo goed mogelijk af te sluiten.” Met een zesde plaats zou de inwoner van Heijningen, die naast zijn studie werkzaam is bij een accountantskantoor én een bijbaantje heeft in een eethuis, in ieder geval tevreden zijn. “Dan hebben we het nog steeds best goed gedaan. Al had het hoger gekund.” Wellicht, als ze in het begin van het seizoen minder zoekende waren geweest. “Gaan we de tegenstander vastzetten of toch meer inzakken? Daar hebben we een tijdje over getwijfeld.” Na de winterstop, werden daar duidelijke afspraken over gemaakt, gaat Polak verder. “Meer naar voren, hoger drukzetten en van daaruit voetballen. Dat heeft ons goede resultaten opgeleverd.”

Weekendje weg

Een manier van spelen, die goed bij hem past, vertelt hij. “Ze zeggen meestal dat ik behoorlijk snel ben.” Of op de brommer, zoals zijn trainer Ruud Winkelhof het noemt. “Haha, dat klopt wel!” Kwaliteiten, waar hij als rechtsbuiten maar al te goed gebruik van kan maken. “Ruimte trekken en dan de bal in de diepte vragen. Om er op die manier op snelheid langs te komen.” In pas zijn tweede seizoen bij het eerste van De Fendert. “Ik heb hiervoor altijd bij Oranje-Blauw’14, uit Heiningen, gespeeld. Pas op mijn vijftiende, kwam ik hier naartoe.” Vooral omdat er bij zijn vorige club, een gebrek aan jeugd was. “Eerst was dat één grote vereniging, maar daarna viel het uit elkaar en kwam er niks meer bij. Ons team bestond op een gegeven moment uit dertien spelers, dus was het iedere zaterdag de vraag of we er wel genoeg hadden.” Samen met een paar vrienden, ging Polak vervolgens op zoek naar een nieuwe club. “Toen hebben we meegetraind bij Prinsenland, Kogelvangers en De Fendert.” De keuze, viel uiteindelijk dus op laatstgenoemde. “Het beviel hier het beste! Vooral vanwege de sfeer en hoe we werden opgevangen. Dat vond ik belangrijk.” Want Polak, houdt wel van een stukje gezelligheid. “Na de wedstrijd is het altijd gezellig in de kantine. Iedereen kent je naam. Wat dat betreft is het één gezellige boel.” Maar hoe leuk de club ook is, de rechtspoot wil toch vooral graag winnen. “Ik ben ontzettend fanatiek en een echte liefhebber. Dat heb ik al van jongs af aan.” Een wedstrijd missen, doet de inwoner van Heijningen dan ook liever niet. “Soms moet ik een weekendje weg met familie of met mijn vriendin, terwijl ik eigenlijk wil voetballen. Dat is wel eens frustrerend. Het wordt alleen niet gewaardeerd als ik niet meega, haha!” Toch zal dat, in de toekomst vaker gebeuren. Want ambities, heeft Polak genoeg. “Uiteindelijk wil iedereen graag hogerop en steeds beter worden.” Maar voordat hij die stap naar een hoger niveau ooit maakt. “Wil ik eerst met De Fendert voor promotie naar de derde klasse gaan!”

Klik op De Fendert voor meer artikelen over de club.
Klik op De Fendert voor meer informatie over de club.

Verschuren terug na blessure: ‘Een mes in je knie’

0

In de hoek waar de klappen vallen, heeft derdeklasser Virtus ieder punt hard genoeg nodig. Want strijdend voor handhaving, lijkt nacompetitie voor degradatie het maximaal haalbare, beseft ook de van een langdurige blessure herstelde Jelle Verschuren. “Ik had niet verwacht dat het zo moeizaam zou gaan.”

Maar dat gaat het, met een plek in de onderste regionen van de derde klasse, dit seizoen dus wel. “Er is veel jeugd doorgeschoven, daardoor merk je dat we als team nog heel jong zijn.” Waar de 22-jarige Verschuren dat vooral aan merkt? “Aan bepaalde slimmigheidjes. Tactisch, maar soms ook ons even uit het spel halen. Bijvoorbeeld door tijd te rekken.” Desondanks, had de inwoner van Zevenbergen wel iets hoger ingezet. “We gingen weer voor een plekje in de middenmoot. Dat was mooi geweest.”

Anderhalf jaar

Toch is Verschuren zelf, na anderhalf jaar blessureleed, blij dat hij weer terug is. “Ik heb heel lang last gehad van een ontsteking aan de patellapees in mijn knie.” Sinds dit seizoen weer op het veld, ging dat niet zonder slag of stoot, vertelt hij. “In eerste instantie ben ik geholpen door een fysio, maar toen ben ik te snel weer begonnen waardoor ik opnieuw last kreeg.” Ook shockwave, werkte niet. “Daarvoor zat de pijn te inwendig.” Via zijn vader, kwam Verschuren uiteindelijk in contact met Gijs van der Bom. Voormalig fysiotherapeut van Willem II. “Die heeft mij toen een PNE (Percutane Needle Electrolysis) behandeling gegeven. Door middel van stroom. Na vijf keer, was het helemaal weg.” In combinatie met bepaalde oefeningen. “Ik ben Gijs heel dankbaar dat hij mij heeft geholpen.” Want die pijn, was geen pretje, memoreert Verschuren. “Alsof er bij iedere stap iemand een mes in je knie steekt.” En dat, dus anderhalf jaar lang. “Normaal duurt het maar een half jaar…” Een frustrerende periode, voor de verdediger. “Helemaal als het team dan goed draait, wil je natuurlijk graag meedoen. Al gaf het ook wel motivatie om terug te keren.” Want ondanks dat hij niet op het veld stond, probeerde Verschuren wel betrokken te blijven. “Door bij trainingen of wedstrijden te gaan kijken, probeer je toch een band te houden met die gasten. Anders val je heel erg buiten het team.” Makkelijk, was dat niet altijd, herinnert hij zich. “Op een gegeven moment krijg je steeds minder zin om te gaan kijken.” Toch is Verschuren achteraf blij, dat hij het heeft gedaan. “Die connectie, is wel heel waardevol!”

Als familie

Wat leerde hij nog meer, van zijn maandenlange revalidatie? “Ik ben vooral fysiek een stuk sterker geworden, omdat ik veel naar de sportschool ben gegaan. Hiervoor was ik wat zwaarder, en dat is dan toch lastig voor je gewrichten. Daardoor merk ik nu vooral fysiek, een enorm verschil.” Ergens last van, heeft Verschuren dan ook niet meer. “Gelukkig niet! Ik ben heel blij dat ik weer zonder pijn kan lopen.” En zich op voetballen kan concentreren. “Ik ben begonnen bij Seolto, maar toen mijn zus ging voetballen, ben ik in de E’tjes naar Virtus gegaan.” Vertrekken, deed hij daarna nooit meer. “De jeugd speelde hier hoger én mijn vader had ook altijd bij Virtus gespeeld. Daarnaast, speel ik nu met mijn vrienden in het eerste.” De club, voelt voor hem dan ook als een warm bad. “Echt dat huiselijke gevoel. Je kent iedereen, en ook de oudere garde kent mij. Het voelt als familie.” Ook binnen het veld, al vallen de resultaten dus behoorlijk tegen. “Als alle neuzen dezelfde kant op staan, dan kunnen we een heel eind komen.” Want, zo vindt hij. “We horen thuis in de derde klasse, maar dan moeten we wel meer voor elkaar strijden.” In zijn geval, als voetballende verdediger. “Ik heb in de jeugd overal wel een beetje gestaan, vooral op zes, maar sinds de JO19, sta ik centraal.” Een geluk, bij een ongeluk. “We hadden een verdediger te weinig, dus werd ik daar gezet. Uiteindelijk ben ik daar nooit meer weggegaan.” Tot volle tevredenheid. “Dit is een toppositie voor mij!” Waarom? “Nu heb ik het spel voor me. Ik vind het fijn om op te bouwen, duels te spelen en rugdekking te geven.” Over kwaliteiten, beschikt Verschuren dan ook genoeg. “Ik heb snelheid, een goede lange trap en ben voetballend sterk.” En de ambitie, om hogerop te gaan. “Als dat kan, zou ik dat graag willen.” Maar voorlopig, is hij realistisch. “Ik ben net een seizoen terug, dus ik wil nu eerst minuten maken én fit blijven! Anders wordt het moeilijk om een stap naar een hoger niveau te maken.”

Klik op VV Virtus voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Virtus voor meer informatie over de club.

‘Voor een dorpsclub vind ik dat we het goed doen’

In het tweede jaar onder trainer Anton Verweij, kunnen ze bij vijfdeklasser Noordhoek eigenlijk niet anders dan tevreden zijn. Want behalve dat het voetbal leuk is om naar te kijken, beginnen ook de resultaten steeds meer te komen, merkt ook doelman Jari van de Luijtgaarde. “Voor een dorpsclub vind ik dat we het goed doen!”

Een goede sfeer, jonkies die aanhaken en een plek in de middenmoot. Bij Noordhoek hebben ze voorlopig weinig te klagen. “Het gaat eigenlijk best wel goed, dit seizoen”, vertelt Van de Luijtgaarde (24) dan ook met gevoel voor understatement. “Dit is het tweede jaar onder Anton, dat zorgt toch voor een stukje continuïteit.” Met name in het drukzetten. “Daardoor weet iedereen steeds beter wat ze moeten doen.”

Vriendenteam

Met prima resultaten tot gevolg. “Als je ziet dat we een kleine dorpsverenging zijn, die vooral speelt met jongens van het eigen dorp, vind ik al dat we het heel goed doen.” Want, zo vervolgt hij. “Tuurlijk zou het mooi zijn om nacompetitie voor promotie te spelen, maar je moet ook reëel zijn.” Want hoewel Noordhoek drie seizoenen geleden nog in de vierde klasse speelde, is dat op dit moment nog wel een brug te ver, vindt Van de Luijtgaarde. “Dat hebben ze jarenlang gedaan, maar vaak konden ze toen maar net het hoofd boven water houden. Dan is de vijfde klasse toch leuker.” Al blijft de doelman natuurlijk wel een sportman. “Uiteindelijk wil je als voetballer toch een prijs winnen.” Begonnen bij Virtus en daar tot zijn negentiende gekeept, maakte Van de Luijtgaarde drie seizoenen geleden de overstap naar Noordhoek. “Ik heb een tijd lang in een vriendenteam gespeeld, tot ik mijn kruisband scheurde. Toen ben ik gestopt en ging werk voor.” Maar eenmaal toeschouwer bij de derby tussen Noordhoek en SVC, begon het bij hem toch weer te kriebelen. “Vervolgens kon ik geen ‘nee’ meer zeggen. En zeker niet tegen een eerste elftal.” Spijt, heeft de inwoner van het dorp daar allesbehalve van. Ondanks dat zijn vader, het grootste deel van zijn voetbalcarrière bij Virtus speelde. “Ik ben hier met open armen ontvangen. We kunnen allemaal met elkaar overweg, en het is echt één geheel. Binnen heel de club. Dat maakt het een ontzettend gezellige vereniging.”

Vak apart

Maar gezellig of niet, Van de Luijtgaarde wil toch vooral ook presteren. “Ons doel is om hoger te eindigen dan vorig jaar, toen werden we negende. Dus moeten we van ons afbijten om zesde te worden. Meer punten, hebben we in ieder geval al!” Toch ziet de sluitpost nog genoeg ruimte voor verbetering. “We moeten proberen om iedere wedstrijd ons niveau te halen én op onze top te spelen. Dat kan nog beter.” Zeker met het oog op de toekomst. “De jonge jongens pakken het tot nu toe enorm goed op en kunnen nog heel veel groeien. Die tijd moeten we ze ook geven.” Zelf, heeft Van de Luijtgaarde ook nog wel wat punten waar hij aan kan werken. “Ik ben een echte lijnkeeper, dus schiet de bal het liefste zo hard mogelijk weg. Al ben ik wel wat beter geworden in het meevoetballen.” Waar hij vooral goed in is? “Eén op één. Laat mij maar gewoon ballen stoppen.” Precies, waarom de inwoner van het dorp ooit keeper is geworden. “Het is natuurlijk een heel aparte positie. Echt een vak apart. Maar daardoor kun je belangrijk zijn voor het team, dat vind ik leuk.” Zoals ook Gianluigi Buffon en Iker Casillas dat ooit deden. “Vroeger vond ik dat echt geweldige keepers om te zien. Door het lef wat ze hadden. Al was dat voor ons als Nederland, natuurlijk een beetje zwaar, tijdens de WK-finale van 2010.” Naar wie kijkt hij tegenwoordig graag? “Nu let ik daar iets minder op, maar kan ik nog steeds genieten van iemand als Manuel Neuer.” Toch was zijn grootste voorbeeld, een Nederlander. “Ik ben voor Ajax, dus keek altijd enorm op tegen Maarten Stekelenburg.” Zoals de jeugdkeepers van Noordhoek, dat nu misschien wel richting hem doen. “Sinds kort geef ik de jeugd hier keeperstraining, omdat ik het heel leuk vind om mijn ervaring over te brengen.” Een ideale combinatie, want aan stoppen denkt Van de Luijtgaarde voorlopig nog lang niet. “Als ik fit blijf, wil ik graag tot mijn 40ste in een eerste elftal blijven voetballen.” Bij Noordhoek? “Het is gezellig en we laten leuk voetbal zien. Dus ik zit prima hier!”

Klik op V.V. Noordhoek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Noordhoek voor meer informatie over de club.

Je moet bij senioren een andere rol aannemen

Bezig aan zijn eerste seizoen als hoofdtrainer van een seniorenteam, heeft Hein van de Wiel het bij het tweede elftal van GDC goed naar zijn zin. Want na jaren als jeugdtrainer bij verschillende clubs, past ook deze jonge groep wel bij hem, vertelt hij. “Je moet een iets andere rol aannemen.”

Toch blijft zo’n eerste keer bij de senioren, ook wel weer spannend, is de 32-jarige Van de Wiel eerlijk. “Jeugdspelers zijn toch meer volgbaar, terwijl oudere jongens wat meer een eigen wil hebben. Die hebben natuurlijk ook meer ervaring.” Desondanks stond de inwoner van Meeuwen te trappelen, om bij het tweede elftal van GDC aan de slag te gaan. “Drie jaar geleden ben ik mijn eigen installatiebedrijf begonnen, dus lag de voetbal even stil. Maar het begon toch wel weer te kriebelen en ik kreeg zin om weer een elftal te gaan trainen.” Aan het werk bij de voorzitter van de club uit Eethen, ging het vervolgens snel. “Toen vertelde hij dat ze op zoek waren naar een trainer voor het tweede.”

Goede sfeer

En na jaren als jeugdtrainer, vond Van de Wiel het tijd om de stap naar de senioren te maken. “Ik heb zelf altijd bij Wilhelmina’26 gevoetbald, maar op mijn 21ste, ben ik gestopt. Omdat ik training geven leuker vond.” Spijt van die beslissing, heeft de trainer allerminst. “Ik sta nog altijd achter die keuze. Het heeft me veel gebracht.” Zo was hij onder meer actief bij de jeugd van Wilhelmina’26, Haarsteeg, Almkerk en Altena. “Het leuke van trainer zijn, is de veelzijdigheid. Het omgaan met mensen, spelers beter maken en het proces daaromheen. Ook buiten het veld.” Iets waar Van de Wiel naar eigen zeggen veel tijd in steekt. “Ik probeer altijd te zorgen voor een goede sfeer. Dat is toch de basis voor goede resultaten.” En op het veld? “Zijn we vooral veel bezig met de bal. Passen, techniek. Ik vind persoonlijke ontwikkeling heel belangrijk.” In combinatie, met aanvallend voetbal. “Al moet je daar natuurlijk wel de spelers voor hebben. Daarom pas ik me regelmatig aan. Bijvoorbeeld wat meer opportunistisch en een linie overslaan.” Hoe zat dat als speler? “Ik speelde meestal als rechtsback, rechtshalf of centrale verdediger. Moest het vooral hebben van mijn mentaliteit. Uiteindelijk zat ik vaak een beetje tussen het eerste en tweede in.” Onbekend, was GDC op voorhand voor Van de Wiel dan ook niet. “Het is natuurlijk een club uit de regio, en tegen veel jongens van het eerste en een paar van het tweede, heb ik zelf ook gespeeld. Daardoor wist ik al hoe ze zouden zijn. Mede ook door de contacten via mijn werk.” Een beeld van de vereniging, dat werd bevestigd, vertelt Van de Wiel. “Het is iedere keer weer fijn om hier naartoe te gaan. De betrokkenheid is groot, er staan veel toeschouwers en het is gemoedelijk.” Ook vanuit het bestuur, lacht hij. “Er is weinig druk. Ze kijken vooral naar de vooruitgang.”

Eerste elftal

Vooruitgang die Van de Wiel ook zelf, dagelijks ziet, mede dankzij de samenwerking met het eerste elftal. “Die verloopt heel goed! Maarten (de Bruijne) en ik hebben heel nauw contact, hij probeert altijd met ons mee te denken. En op zaterdag sluit ik bij hem aan als assistent-trainer.” Ambities, heeft de jonge trainer dan ook genoeg. “Ik heb nu mijn VC2 en VC3, dus uiteindelijk zou ik ooit graag de stap naar een eerste elftal willen maken. Misschien wel bij GDC. Maar eerst wil ik mezelf het trainen van senioren eigen maken.” Iets dat naar eigen zeggen steeds beter gaat. “Ik heb ook al een paar keer de training bij het eerste gedaan, dan merk ik wel dat dat op termijn iets voor mij kan zijn.” Toch blijft Van de Wiel ook kritisch op zichzelf. “De omgang met spelers heb ik goed in mijn vingers, maar het aangeven van mijn visie, kan nog beter. Dat moet ik duidelijker proberen te maken.” Een passie die ontstond, dankzij Gerard van Helden. Een goede vriend van hem. “Hij was trainer van het tweede bij Wilhelmina’26, en later ook jeugdcoördinator. We gaan regelmatig voetbal kijken in België of bij verschillende amateurclubs. Hij moedigde mij aan om mijn trainersdiploma te gaan halen.” Zat dat als voetballer zelf, ook in hem? “Ik was als speler wel een initiatiefnemer, wist vaak wel wat een wedstrijd nodig had. Dat zag ik redelijk snel.” Ook komend seizoen, blijft Van de Wiel als trainer van het tweede elftal aan GDC verbonden. “De sfeer is goed, ik heb het enorm naar mijn zin en zie nog genoeg progressie. En vanuit de JO17, komt er een heel talentvolle lichting aan. Dus ik ben nog niet klaar met deze groep!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van GDC.

‘Kijken hoe groot de spanningsboog is’

0

Dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met voetballen, bewijzen ze bij Rood Wit. Want sinds het begin van vorige maand, kunnen kinderen van drie tot vijf jaar, daar onder de noemer van PeuterProfs alvast kennismaken met het spelletje. Al zorgt de minimale spanningsboog, hier en daar voor een flinke uitdaging, vertelt Aldwin van Meel. “Na een half uurtje begin je dat al wel te merken.”

Korte spanningsboog of niet, de jeugdsecretaris van de club uit Sint Willebrord geniet er vooral van om al die voetballende peuters zo bezig te zien. “Het enthousiasme van die gastjes én de beleving van ouders aan de kant, is geweldig!” Maar kost ook de nodige energie, lacht Van Meel (51). “We hebben nu een paar trainingen gehad, en je merkt dat het heel intensief is. Want behalve enthousiast, zijn ze natuurlijk ook nog ontzettend speels.”

Veel vraag

Toch was het opstarten van de PeuterProfs een bewuste keuze, legt Van Meel uit. “Begin vorig seizoen hebben we verschillende vacatures in onze jeugdcommissie ingevuld met jonge mensen en hebben we een verbeterplan opgesteld.” Met als één van de belangrijkste speerpunten: “We wilden graag een categorie onder de JO7 hebben, omdat we in de omgeving merkten dat er veel vraag naar was.” Want, zo vervolgt hij. “Kinderen wilden graag al op een jongere leeftijd gaan voetballen en elders, werden op voetbalgebied ook al dingen met peuters opgestart. Toen zijn we in dat gat gesprongen.” En met succes. “We hebben nu in totaal al vijftien kinderen! Die zijn allemaal ontzettend enthousiast.” Maar wat is de PeuterProfs nu precies? “Eigenlijk willen we de kinderen op een leuke manier kennis laten maken met voetbal, maar wel door echt te voetballen. Het moest niet te veel spelen worden, kregen we bij een ouderbijeenkomst te horen. Dat kwam duidelijk naar voren, toen we de ouders dat vroegen.” Van spelletjes tijdens de warming-up, tot aan dribbelen naar een klein goaltje en natuurlijk het belangrijkste: een partij. “Zo proberen we ze klaar te maken voor het wedstrijdvoetbal bij de JO7. Onze insteek was in eerste instantie een uur, maar het is vooral kijken hoe groot de spanningsboog is. Na een half uur, zitten de allerkleinsten er wel doorheen. De rest, houdt het nog wel een kwartiertje langer vol.” Onder leiding, van drie trainers. “De kinderen vragen best wat aandacht, dus per vijf peuters, hebben we één trainer.” Ondertussen zorgt Van Meel, voor de begeleiding. “Ik sta niet zelf op het veld.” Maar uiteraard wel langs de kant. Op zaterdagmorgen van 11:00 tot 12:00 uur. “Ze vinden het tot nu toe allemaal heel erg leuk! Dat voetbalplezier willen we ze op een speelse manier te laten beleven.”

In de wind

Voetbalplezier dat Van Meel zelf, geboren en getogen in Sint Willebrord, ook altijd heeft gehad. “Ik ben sinds mijn negende lid van Rood Wit, heb heel de jeugd doorlopen, en heb nog een jaar of tien bij de senioren gespeeld.” Na jarenlang in een vriendenteam te hebben gevoetbald, werd hij vanwege blessures gedwongen om te stoppen. “Toen was ik ergens eind twintig.” Stilzitten, is echter niks voor hem. “Op mijn zestiende was ik al jeugdtrainer en jeugdleider, en tegenwoordig ben ik naast jeugdsecretaris ook actief in de vrijwilligersorganisatie van ons U10-toernooi.” Maar de voormalig spits, doet nog veel meer van dat. “Ik ben ook nog pupillenscheidsrechter. Dus eigenlijk ben ik een beetje een manusje-van-alles.” Al is het maar, om af en toe even zijn hoofd leeg te maken. “Lekker op zaterdag met je neus in de wind, even niet met werk bezig. Maar met andere dingen.” Dingen, die behoorlijk goed gaan bij Rood Wit, vertelt hij. “Ons aantal jeugdleden is afgelopen jaar fors gestegen. Mede doordat we actief zijn gaan werven.” Een positieve ontwikkeling, die ook de nodige uitdagingen met zich meebrengt met betrekking tot het vinden van trainers en begeleiders. “We merken nu dat we wel een beetje tegen ons limiet aanlopen op het gebied van vrijwilligers. Het is best een probleem om ieder team voldoende te bemannen.” Of ze dat vol kunnen blijven houden? “Dat is de grootste uitdaging, want we blijven groeien.” Zo ook met de PeuterProfs. “In het begin dachten we nog: als we met vijf peuters kunnen beginnen… Nu hebben we er vijftien.” Extra begeleiding, kan dan ook geen kwaad. “Veel ouders vragen of ze kunnen helpen, dus dat lukt hartstikke goed!”

Klik op Rood-Wit voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rood-Wit voor meer informatie over de club.

Bouman stopt na 30 jaar bij GDC: ‘Soort uitlaatklep’

Ondanks dat hij aan het einde van het seizoen stopt met voetballen, hoopt Jelle Bouman bij GDC eigenlijk niet op een verlenging van zijn carrière. Want met een plek in de onderste regionen van de derde klasse, dreigt deelname aan de nacompetitie. “Het gaat niet vanzelf, dat besef moet er nu wel gaan komen.”

Want met een elfde plek én dus virtuele deelname aan de nacompetitie, moeten alle alarmbellen bij de club uit Eethen eigenlijk afgaan, vindt Bouman (35). “We moeten er met heel de ploeg bewust van zijn, dat het nu moet gebeuren.” Ondanks de penibele situatie, en de achterstand van zes punten op een veilige plaats, houdt de inwoner van Genderen het volste vertrouwen. “We moeten gewoon volle kracht doorgaan.”

Meters maken

En dat terwijl Bouman op voorhand, had verwacht dat het GDC dit seizoen een stukje makkelijker af zou gaan. “De vorige twee competities waren eigenlijk pittiger, maar ook toen was het qua handhaving al op het randje.” Wat is volgens hem het grootste verschil in tegenstand? “Over de breedte van de competitie, heb je nu meer gelijkwaardige tegenstanders. Er zitten niet echt mindere ploegen tussen.” Mede daardoor, is het iedere week knokken voor de punten, heeft Bouman gemerkt. “We hebben heel veel wedstrijden maar met één goal verschil verloren…” Iets wat de routinier wel kan verklaren. “We staan verdedigend goed, maar weten zelf moeilijk het net te vinden.” Waar dat mee te maken heeft? “Een stukje geluk, koelbloedigheid én opportunisme. Soms mis ik de drive om echt koste wat kost te willen scoren.” Aan de kwaliteit, ligt dat volgens Bouman in ieder geval niet. “We hebben voorin genoeg jongens die een doelpunt kunnen maken, alleen missen onze spitsen nog wat ervaring. Die moeten gewoon nog wat meters maken.” Meters, maakte Bouman zelf, in zijn voetbalcarrière tot dusverre genoeg. “Ik voetbal al dertig jaar bij GDC!” Begonnen op zijn vijfde, ging hij daarna nooit meer weg. “Het dorpse vind ik gewoon mooi. Dat je elkaar ook buitenom de voetbal kan tegenkomen. En daarnaast, voetbal ik al jaren met mijn vrienden. Jongens die je kent van de kerk of van school.” De derdeklasser voelt voor hem dan ook als een warm bad. “Vanaf de F’jes kom je eigenlijk al dezelfde mensen tegen. We hebben een mooie groep vrijwilligers, onze accommodatie is prachtig en als je ziet wat er allemaal georganiseerd wordt, is dat echt super!” Een echte familieclub dus. “Allebei mijn broers hebben hier ook gevoetbald, zo gaat dat.”

Mank lopen

Sterker nog. “Toen ik op mijn zeventiende mijn debuut maakte in het eerste, werd ik gewisseld voor mijn broer Aldert. Dat zijn mooie dingen.” Destijds nog in de vierde klasse, maakte Bouman in de jaren daarna, de opmars naar de eerste klasse mee. “Ik heb in al die jaren, een mooie groep met trainers gehad.” Aan een vertrek bij GDC, dacht hij nooit. “Wat dat betreft ben ik ook geen hoogvlieger. Maar ik kan wel verdedigen.” Een kwaliteit, die best handig is, voor een verdediger. “Ik ben niet de meest technische, en moet het vooral hebben van mijn inzicht en positioneren. Om op die manier de boel verdedigend dicht te houden en mijn man uit te schakelen.” In zijn laatste maanden bij de club. “Mijn vrouw en ik hebben een kleine gekregen, dus dan kom je als gezin, toch ook in een andere fase.” En daarnaast, speelde ook zijn fysiek mee, in zijn keuze om te stoppen. “Op zondag, voel ik de wedstrijd van zaterdag écht nog goed. Dan loop ik bijna mank.” Een stukje slijtage dus. “Maar ook gewoon blessures. Aan mijn liezen en hamstrings.” Tijd, om zijn voetbalschoenen aan de wilgen te hangen. “Ik heb het enorm naar mijn zin gehad, maar het is goed geweest.” Wat gaat hij het meeste missen? “Toch wel de gezelligheid en het sociale aspect in de kleedkamer, zeker nadat je een wedstrijd gewonnen hebt. Maar ook gewoon het spelletje zelf en met een bal bezig zijn. Dat is toch een soort uitlaatklep.” Twijfelen over zijn besluit, deed hij echter niet. “Vorig jaar vond ik het nog te leuk, nu was dat besef er ineens gewoon…” Trainer, wordt Bouman voorlopig in ieder geval niet. “Waarschijnlijk wel van mijn zoontje, als die straks gaat voetballen.” Wat gaat hij wel doen? “Ik blijf nog meetrainen bij het tweede en ga lekker in mijn tuin rommelen.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van GDC.

‘Je krijgt echt een band met die jongens’

0

Als voormalig jeugdspeler van NAC Breda en lid van de eerste selectie bij vierdedivisionist Unitas’30, is er voor Sam Vrancken eigenlijk niks leukers dan voetbal. En dus besloot hij afgelopen zomer, om samen met Pascal Ploeg, de JO16 onder zijn hoede te nemen. “Je krijgt echt een band met die jongens.”

In zijn geval als assistent-trainer. “Het is leuk om met die gasten om te gaan en te zien dat ze het steeds leuker gaan vinden. Ook omdat we nu wat meer wedstrijden winnen.” Want voor de winterstop, verloor de JO16 van Unitas’30 vooral veel, vertelt Vrancken (20). “Toen zaten we in een te zware competitie.” Een niveautje gezakt, van Divisie 5 naar de hoofdklasse, gaat dat nu een stuk beter. Je merkt dat ze stappen maken, dat is mooi om aan bij te dragen!”

Lange avonden

Samen met Pascal Ploeg, en zijn jongere broertje Lucas. “Vaak zijn we met zijn drieën op de training, zodat we allemaal een vorm kunnen doen.” En dat begon allemaal, afgelopen zomervakantie. “Pascal is een vriend van mij en doet de VC2-opleiding bij de KNVB. Toen hebben we het erover gehad, dat we misschien samen iets wilden gaan doen.” Zo geschiedde. “Ik werk ook bij Voetbalschool TIC, dus ik vind het sowieso leuk om training te geven.” Al is de combinatie van zelf voetballen én training geven, best wel zwaar, heeft Vrancken gemerkt. “We trainen allebei op dinsdag en donderdag, dus dat zijn vaak lange avonden.” Echt ambities om trainer te worden, heeft de inwoner van Etten-Leur dan ook niet. “Ik zit goed op mijn plek bij TIC, en daarnaast zit ik in het eerste jaar van mijn opleiding Fysiotherapie. Daar wil ik later graag iets mee gaan doen.” Naast natuurlijk het voetballen bij Unitas’30. “Dit is mijn tweede seizoen bij het eerste.” Nadat hij ooit was begonnen, in de jeugd van de club. “Ik heb hier vanaf mijn vijfde tot mijn tiende gespeeld, daarna werd ik gescout door NAC Breda en heb ik daar acht jaar lang in de jeugdopleiding gespeeld.” Tot hij last kreeg van blessures en toch ook wel het plezier verloor. “Toen heb ik op een gegeven moment zelf een gesprek aangevraagd, en zeiden ze bij NAC, dat ze het dan verstandiger vonden om mezelf op school te richten.”

Voor het plezier

Hoe bevalt het hem tot nu toe, terug in het amateurvoetbal? “Heel goed! Onze groep is top en ik heb het enorm naar mijn zin.” Toch knaagt er nog altijd wel iets aan hem, is Vrancken eerlijk. “Misschien begin ik het voetballen zelf, wel wat minder leuk te vinden.” Mede door zijn tijd bij NAC. “Daar is het echt meer moeten, waardoor het plezier er bij mij een beetje afging. Nu is het een stuk vrijblijvender.” Een vertrek bij de club uit Breda, zag de verdediger annex middenvelder dan ook wel aankomen. “Ik had continu last van blessures aan mijn hamstrings, liezen of kuiten, waardoor ik er zelf ook over twijfelde om te stoppen.” Het profvoetbal, haalde Vrancken daardoor uiteindelijk dus niet. “Dan valt er wel ineens een doel, waar je jarenlang voor hebt gewerkt, weg. In het begin was dat even zoeken.” Hoe staat het nu met zijn ambities als voetballer? “Dat heb ik wel een beetje laten gaan. Ik doe het nu vooral voor het plezier en om het leuk te vinden. Met minder prestatiedruk, gewoon lekker spelen.” Iets wat hij als trainer, ook probeert over te brengen. “Ik ben meer één van de jongens en maak regelmatig een grapje. Soms zou het wel wat serieuzer mogen.” Voorbeelden, heeft de student aan de Avans Hogeschool in Breda, in ieder geval genoeg. “Het is wel een voordeel dat ik zelf ook nog voetbal. Daardoor kun je toch bepaalde oefeningen meenemen, of denken: dat zou ik als trainer anders doen.” Of hij in de toekomst jeugdtrainer blijft, weet Vrancken nog niet, maar terug op het oude nest, zit de voetballer weer helemaal op zijn plek. “Qua team, hebben we een groep met enorm veel leuke gasten. En ik woon op twee minuten lopen van het sportpark, dus dat is lekker makkelijk!”

Klik op Unitas’30 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Unitas’30 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.