Home Blog Pagina 657

Pascal Klok en John Stravers trainers van de JO12 van Rockanje

Net als bij veel voetbalclubs liggen ook bij Rockanje de vrijwilligers niet voor het oprapen en dus wordt er voor het geven van training en het coachen van wedstrijden vaak een beroep op ouders gedaan. Bij de JO12 is die eer weggelegd voor Roland Riesmeijer, Pascal Klok en John Stravers en inmiddels zijn de mannen net zo fanatiek als hun spelers. “Soms zeggen we tegen ze: vragen we niet te veel van jullie?”

249967_CPI

Trainer zijn van je eigen kind, daar komt een hoop bij kijken weten ze inmiddels. “Vaak is het verstandiger om het door één van de andere trainers te laten zeggen”, lacht Roland. Pascal vult hem aan. “Ze zitten nu tegen puberen aan, dus dat kan soms best lastig zijn. Dan is het fijn als een keer iemand anders het zegt. Zie je wel, hoor je het eens van een ander, haha!” Het fanatisme druipt er dan ook vanaf bij de drie heren. “We zijn echt strijdlustig om te winnen.”

Goede lichting

Tot thuis aan toe, maar gelukkig zijn daar bij Roland (42) duidelijke afspraken over gemaakt. “Ze werden er op een gegeven moment gek van. Dus alleen op de voetbal, thuis even niet meer.” Collega Pascal herkent dat als geen ander. “Ik kon er echt wel een weekend ziek van zijn als we verloren, maar dat had mijn zoon ook. Dat was dan niet een heel lekker begin van het weekend, inmiddels hebben we dat allebei een beetje los kunnen laten.” Gelukkig zijn de nederlagen schaars, vertelt John. “Het is echt een goede lichting. We hebben drie spelertjes van tien jaar, maar het loopt hartstikke goed en ze maken elkaar beter. Ze gaan nu ook steeds meer coachen, gewoon om te helpen.” En dus geniet de 41-jarige Pascal ieder weekend opnieuw. “Het leukste is natuurlijk als je ergens op traint, dat je dat op zaterdag terugziet in de wedstrijd. Iedereen wil winnen, maar ze zijn vooral bereid om veel voor elkaar te doen, dat is mooi om te zien.” Hoe ouder ze worden, hoe meer ze van het spelletje gaan begrijpen. “Je kunt nu veel meer met ze over voetbal praten. Positiegericht, maar ook in het zoeken van de makkelijke oplossing.” Dat is terug te zien tijdens de trainingen, die volgens een redelijk vast schema worden afgewerkt. John (41) is vaak verantwoordelijk voor de conditietraining en krachtoefeningen op maandag. “Dat vinden we toch wel heel belangrijk. Eén keer in de maand doen we een piepjestest.”

Rondje uitdelen

Ook de wedstrijd van zaterdag wordt absoluut niet vergeten, vertelt Roland. “We doen altijd een nabespreking en dan weten ze precies wat er beter kan.” Na de evaluatie is het tijd om anderhalf uur aan de slag te gaan, vaak met positiespelletjes, maar niet voordat er minimaal drie rondjes zijn ingelopen. “Ze zitten allemaal bij elkaar op school, dus ze hebben al heel de dag samengezeten. Die wil je niet in één klas hoor, haha! Dan laten we ze eerst even uitrazen.” Ontwikkeling staat centraal. “Die mannetjes willen zelf natuurlijk het allerliefste winnen. Het belangrijkste is dat we het leuk houden”, aldus John. Maar vooral competitief, vullen ze meteen aan. Het latje trappen is dan ook populair. “Als ze één keer de lat raken, ontkomen ze aan een half rondje rennen. Maar als ze hem twee keer raken, mogen ze er eentje uitdelen. Nou, die delen ze graag uit hoor!” Plezier staat dus absoluut voorop, dat heb je het meeste als je wint. Dat doen ze dus regelmatig. “Deze competitie hebben we acht van de negen wedstrijden gewonnen, maar omdat we één keer gelijkgespeeld hebben, mogen we niet naar de eerste klasse. Terwijl dat eigenlijk beter zou zijn voor hun ontwikkeling.” Niet alleen bij de spelers, maar ook bij de trainers straalt het plezier ervan af. “Het blijft gewoon ontzettend leuk om te doen, helemaal in deze periode dat er weinig mag.” Pascal vult tot slot aan. “Iedereen is van harte welkom om een keertje mee te trainen bij Rockanje, als we daar iemand blij mee kunnen maken, is dat alleen maar mooi!”

Klik op Rockanje voor het laatste artikel van de club.

BJ Groenenboom: Keeperstalent met een missie bij Spijkenisse

Voor wie een beetje bekend is bij Spijkenisse, zal de naam BJ Groenenboom vermoedelijk meteen een belletje doen rinkelen. Volledige naam Bryce Joshua, maar zeg maar ‘BJ’. De negentienjarige doelman maakte vorig seizoen zijn debuut in de hoofdmacht, is daarnaast keeperstrainer voor de jeugd en heeft een opmerkelijk idool. “Dat had je niet verwacht, hè?”

249967_CPI

Voor wie de jongeling zo hoort praten zou denken dat hij geboren is op het sportpark van Spijkenisse, maar toch is dat niet helemaal waar. Sterker nog, hij begon ergens anders met voetballen. “Bij Hekelingen, tot de F’jes. Toen vroegen ze of ik hier kwam voetballen.” En ondanks dat hij nu keeper is, deed hij dat toentertijd nog als voetballer. “Tot mijn twaalfde heb ik gevoetbald, maar toen ik buiten de selectie viel ben ik gaan keepen.”

Van gedroomd
Zijn vriendje uit de straat stak hem aan. “Hij deed het ook, dus dat wilde ik wel een keertje proberen. Toen kwam ik bij Spijkenisse in de D1 en zeiden ze: blijf jij maar lekker op doel staan!” Zogezegd, zo gedaan. In al die jaren bouwde hij een hechte relatie op met de mensen bij de club. “Ik ken ze denk ik allemaal. Van de JO9 tot aan het eerste. Van maandag tot zaterdag ben ik op de club, ik denk dat ze soms wel gek worden van mijn kop, haha.” Maar niet alleen met de trainers onderhoudt hij een warme band. “Ook mensen in de kantine en de materiaalmannen. Het is een warme club, waar iedereen het beste met je voor heeft.” En dus is het ondertussen echt zijn club geworden. “Ik word al kind van de club genoemd.” Als kind van de club maakte Groenenboom vorig seizoen dus zijn debuut voor het vlaggenschip, hij weet het nog precies. “In de tachtigste minuut kreeg onze keeper rood. Ik zat voor de eerste keer op de bank, mag je meteen dat veld in. Mijn hart ging als een gek tekeer. Jammer genoeg pakte ik die pingel niet, maar het was een fantastisch moment.” De eerste keeper in meer dan tien jaar die vanuit de jeugd zijn debuut maakt in het eerste, iets waar hij altijd al van droomde. “Als klein jochie stond ik met vlaggen en fakkels achter het doel. Te kijken bij jongens als Van Dommelen, nu sta je er ineens samen mee op een veld.” Dit seizoen wisselt hij een plek op de bank bij de A-selectie af met minuten bij de O23, daar is Groenenboom wel blij mee. “Zo kun je toch minuten blijven maken, al is het verschil wel groot.”

Eerste doelman
Sowieso is de stap naar de senioren geen kleintje, vertelt hij. “Ik ben voor een keeper niet de grootste, soms lopen ze je nog net niet omver. En ik ga niet zomaar tegen iemand van 30 roepen wat hij moet doen.” Ook de schoten op doel zijn anders. “Veel meer geplaatst.” Over zijn kwaliteiten is hij duidelijk. “Een meevoetballende keeper met een goede reflex. Ik houd ervan om een spits uit te kappen, gelukkig is dat nog altijd goed gegaan, haha.” Zijn voorbeeld als doelman verwacht niemand. “Dat is Kostas Lamprou. Ik ben zelf ook maar 1,78m dus ik kijk graag naar keepers die ook niet zo groot zijn. Van hem zou ik echt willen weten hoe hij traint qua explosiviteit en sprongkracht.” Groenenboom trainde nog eens een jaartje mee bij RKC, zijn doel voor de toekomst is duidelijk. “Eerste doelman worden bij Spijkenisse. Hopelijk zo snel mogelijk en dan kijken waar ik kan komen.” Daarvoor moeten er nog een paar dingen beter. “Nog hoger kunnen springen en vooral wat brutaler worden, nu ben ik nog te lief.” Ondertussen helpt hij keepers van de Spijkenisse Academy ook om beter te worden. “Nu al voor het vierde seizoen. Ondanks dat ik soms bijna even oud ben, gaat dat heel goed. Het is mooi om te zien hoe ze groeien als keeper.” En het werpt zijn vruchten af. “In die vier jaar zijn er al twee jongens naar een BVO gegaan, dat geeft veel voldoening.” Ook daar heeft de makkelijke prater voor in de toekomst al over nagedacht. “Ik wil mijn keeperspapieren gaan halen en hopelijk ooit keeperstraining geven bij een profclub!”

Klik voor meer informatie over VV Spijkenisse.
Klik voor meer artikelen van VV Spijkenisse.

Vrouwentak Smitshoek bereikt mijlpaal: vijftig jaar

Bij VV Smitshoek waren ze er vroeg bij. Op de elfde van de elfde van 1971 vierde Zuid-Nederland carnaval, maar werd in het dorpje onder de rook van Rotterdam gestart met voetbaltrainingen voor vrouwen, waar dat in de wijde omgeving nauwelijks gebeurde. Vijftig jaar later zijn sommige families nu al ruim drie decennia of zelfs langer bij de club uit Barendrecht betrokken.

De nu 79-jarige Coby van Doesburg komt nog bij elke thuiswedstrijd van het eerste team kijken en regelmatig klaverjassen. Toen ze iets meer dan een halve eeuw geleden met Koos trouwde ging ze wekelijks mee naar VV Smitshoek. “Voordat Koos met mij trouwde, was hij al met Smitshoek getrouwd”, grapte Coby al eens. In de keuken van hun huis maakten Koos en zij samen met Joop Nootenboom de weekbrief begin jaren ’70. “Die werden vermenigvuldigd met een stencilmachine, die Koos bij bedrijven op de kop tikte die een kopieerapparaat aangeschaft hadden. Op een avond vroeg Paul tijdens het maken van een nieuwsbrief: Is het niets voor jou om ook te gaan voetballen?”. Van Doesburg, die eerder gekorfbald had, vond dat een leuk idee en benaderde kennissen in de buurt met de vraag of ze ook zin hadden om te gaan voetballen. In november 1971 was het zover en begon een enthousiaste groep vrouwen te trainen. “Op 10 mei 1972 speelden we onze eerste officiële wedstrijd tegen het Rotterdamse ASB. Die wonnen we met 2-1. Dat moest ik wel in een schrift opzoeken”, lacht Van Doesburg. “Het is zo lang geleden dat ik me dat niet meer herinner. Op de vliering heb ik veel spullen bewaard, maar één schrift met artikelen is helaas nooit meer teruggegeven nadat ik het uitgeleend had.”

phonedirect

Generaties

De namen van meiden waarmee ze in de beginfase speelde kan ze nog wel voor de geest halen. Ankie Stolk, Coby Fase en Margriet Fokkema. Een paar weken geleden was er een kleine bijeenkomst met deze vrouwen en speelsters van latere generaties om het 50-jarig jubileum toch bescheiden te vieren ondanks de coronabelemmeringen.

Tussen haar bewaarde spullen vond Van Doesburg ook drie bladzijden met de tekst van een lied dat de Smithoekse dames zongen tijdens het eerste lustrum. ‘Het is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je zo goed voetbalt als ik’ op de melodie van het hit van de bekende zanger Peter Blanker.

Met dochter in één team

“We kregen een bosje bloemen en gingen samen op de foto, nadat de voorzitter het nodige had voorgelezen over de historie van het damesvoetbal binnen Smitshoek. Sommigen hadden vooraf eigenlijk weinig zin om voor bloemen naar het clubhuis te komen. Maar achteraf waren ze blij dat ze erbij waren, want het werd een gezellig weerzien met oude verhalen ophalen met elkaar.”

Coby speelde een tijd met haar oudste dochter Miranda in hetzelfde team. “Ik stond op doel. Ik had daarvoor immers jaren gekorfbald”, lacht Van Doesburg. Dochter Erica ging ook voetballen bij Smitshoek, maar speelde nooit samen met ‘clubmoeder’ Coby, die op haar veertigste de voetbalschoenen aan de wilgen hing. Haar drie kleinkinderen zijn nog niet op de velden van Smitshoek actief geweest. “Ze doen aan schaken en speerwerpen en kogelstoten en ééntje doet niet aan sport.”

Dominos_voorjaar2021

Een kroeg en een voetbalclub

Ook speelsters van een generatie later dragen Smitshoek nog steeds een warm hart toe. Mirjam Jansens werd geboren en getogen in Smitshoek en begon circa 33 jaar geleden met voetballen bij de plaatselijke club. “Smitshoek was toen nog een gehucht met vijfhonderd inwoners, een kroeg en een voetbalvereniging, die ook onderdak bood aan een knutselclub. Als je een andere sport wilde doen zoals korfbal of hockey moest je naar Rotterdam of Barendrecht. Ik heb circa tien jaar bij VV Smitshoek gespeeld. Ik kreeg in die periode een relatie met Martin (Booij, red.) en die maakte een overstap naar Groote Lindt in Zwijndrecht. Juist op dat moment waren we na een bloeiperiode met drie damesteams flink gekrompen en was er overleg om als zevental verder te gaan”, herinnert de 46-jarige Jansens zich. “Ik ging toen met Martin mee, maar ben later bij Smitshoek teruggekeerd in een zaalvoetbalteam. Toen ik moeder werd ben ik gestopt. Maar de historie herhaalt zich. Want toen onze zoon Twan vijf werd wilde hij gaan voetballen. Natuurlijk namen we hem mee naar VV Smitshoek, omdat we de club goed kennen en dus ook veel andere ouders. Onze 13-jarige dochter Fenna is onlangs bij Smitshoek begonnen met voetballen, nadat ze jaren gehockeyd had.” Of VV Smitshoek in haar hart zit? “Zeker weten, ik voel me een echte Smitshoeker”, reageert ze stellig.

Reünie in mei 2022

“In 1995 werd het eerste meisjesteam opgericht”, herinnert Linda van Dongen zich. Van Dongen, éém van de medewerkers van de clubshop, bereidt samen met anderen een reünie voor, die rond 10 mei 2022 gepland staat. “Oud-spelers en huidige leden zijn welkom en geïnteresseerden kunnen zich nu al aanmelden bij Smitshoek, zodat we hun gegevens alvast hebben. In mei moet het een groot feest worden tijdens de reünie als corona het toelaat, omdat het dan vijftig jaar geleden is dat op 10 mei 1972 de eerste wedstrijd gespeeld werd. We gaan dan natuurlijk ook het lied ‘Smitshoek bovenaan’ zingen dat door een damesteam geschreven is. We hebben er zin in, want Smitshoek is een betrokken familievereniging met veel vrijwilligers.”

 

Lees hier een ander bericht over VV Smitshoek

Familie Bahnerth: Een echte OVV-familie

Een vader die er altijd voetbalde en inmiddels trainer is, met twee voetballende dochters en een zoon. De familie Bahnerth kan met recht een echte OVV-familie genoemd worden. Want ondanks dat Joyce en Anouck er nu niet meer voetballen, kennen ze het gevoel maar al te goed. “Als ik er nu kom, kennen ze mij nog steeds. Dezelfde mensen zijn er altijd!”

249967_CPI

Want de 22-jarige Joyce mag dan voor haar studie in Rotterdam zijn gaan wonen en voetballen, de herinneringen aan vroeger zijn nog springlevend. “Mijn vader wilde natuurlijk altijd een jongetje, zodat ze samen naar OVV konden. Toen kreeg hij ineens twee dochters, een tweeling, maar die gingen ook op voetbal!” Het werd er dan ook met de paplepel ingegoten, vertelt ze. “Ik ging van jongs af aan al met papa mee, toen hij er zelf nog voetbalde. Dan liep ik daar het hele weekend rond, als trouwe supporter.”

Persoonlijk

Zelf begon ze met voetballen toen ze een jaar of zeven was, haar tweelingzus hield het langer vol bij OVV. “Rond de D’tjes ben ik gestopt, altijd in een jongensteam. Mijn zusje heeft de B1 nog gehaald, die was dan ook een stukje beter, haha!” En dus is er van het drietal nog maar eentje actief bij de club, broertje Junior. “Die is nu dertien en voetbalt in de JO15-1, waar mijn vader trainer is.” Joyce weet het nog goed van vroeger. “Bij de Mini’s bracht ik hem altijd naar de voetbal. Later heb ik hem ook nog training gegeven, samen met mijn vader.” Ook zelf kreeg ze vroeger training van vader Michel. “Dat was best wel gek, omdat het soms heel persoonlijk is. Maar voor mijn broertje is het misschien nog wat lastiger, omdat mijn zus en ik natuurlijk altijd samen waren. Bij Junior is het ook een stuk serieuzer dan het bij ons was.” Zelf probeert ze zo nu en dan nog te gaan kijken bij OVV. “Ik voetbal op zondag, dus dan is het soms lastig om op zaterdag bij mijn broertje te kijken. Maar als ik er ben, is Ab er ook altijd. Die deed vroeger al de klusjes, dat is een ‘topvent’. Die kent mij dan ook nog steeds!”

Patat

Ook aan de tijd buiten de vereniging bewaart ze goede herinneringen. “Mijn zusje was eigenlijk niet zo blij dat we een broertje kregen, terwijl ik het meteen heel leuk vond. Anouck begon het pas leuk te vinden toen Junior kon lopen en tegen een bal kon trappen, dan konden ze lekker samen gaan voetballen.” Sowieso vormt de jongste van de twee wel vaker een uitzondering, vertelt ze lachend. “Mijn vader, broertje en ik, zijn allemaal spits. Terwijl Anouck achterin staat.” Een tijdje terug wilden ze eens een onderlinge wedstrijd regelen, door corona ging dat uiteindelijk niet door. “Dan had ik zeker verloren. Waarschijnlijk stonden we dan ook tegen elkaar in het veld, maar ze heeft een veel betere techniek dan ik. Ik kan ook niet tegen mijn verlies.” Samen in een team gaf vroeger een stuk minder problemen, vertelt Joyce. “Dat was eigenlijk alleen maar leuk. Als tweeling is het sowieso makkelijk, omdat je al heel veel dingen samendoet. Toen was ik nog verdediger, dus stonden we ook vlakbij elkaar.” Dat leverde vaak een trotse vader op, weet ze nog. “Ik kan mij nog goed herinneren, als we met 10-0 wonnen, kregen we patat. Dat regelde hij dan. Heel vaak kwam dat niet voor, maar dat is misschien maar goed ook, haha!” Ze sluit af met het absolute hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk. “Papa is een keer kampioen geworden, toen mocht ik op de kar mee door Oostvoorne. Dat zijn leuke dingen, die horen bij een dorpsclub!”

Klik op OVV voor het laatste artikel van de club.

WCR ligt goed in de markt bij de jeugd

Bij WCR gaat het qua ledenbestand de goede kant op met de aanwas van onderaf. Zo’n zes jaar geleden werd met de kabouters en mini’s gestart met de opzet van een ‘voetbalschooltje’. Gevolg: anno 2021 zijn er al zeven jeugdteams onder de twaalf jaar en komend seizoen verwelkomt de voetbalclub uit Rhoon een achtste en negende jeugdteam.

Henk Reijnders, Edwin Reedijk, Adam Maarschalkerweerd en Jan de Groote namen in 2015 het initiatief voor een nieuwe jeugdafdeling bij WCR. De 59-jarige De Groote voetbalde tot de A1 bij WCR en kwam daarna bij onder meer Oude Maas terecht, waar hij achtereenvolgens de C1, B1 en A1 leidde en daarna doorstroomde naar de staf van de selectie. “Op een gegeven moment werd ik door WCR benaderd om daar training te gaan geven. Ik blijf graag met een bepaalde groep werken dus schuif ik telkens door van JO7 naar JO8 et cetera.”

phonedirect

De Groote is blij met het kader bij de jeugd. “We hebben met flink wat ouders de schouders eronder gezet. We hebben niet de luxe om betaalde trainers in huis te halen, dus moeten we het zelf doen. Er is toch niets leukers dan je eigen kinderen te begeleiden? Het werkt goed om de ouders erbij te betrekken. Daarnaast hebben we de pas 20-jarige Lucas van Herk er nu bij als trainer. Dat zie je niet veel meer, zo’n jonge gozer erbij. Tot slot mogen we onze gelukkig prijzen met een paar sponsors zoals Van Leeuwen Recycling, Geeve Ovenbouw en Renes Recycling, waardoor we onder meer bidons en draagtasjes aan de jeugd kunnen schenken.”

Met de uitbreiding met twee jeugdteams komt de verhuizing van WCR binnen drie jaar naar de overkant van de Omloopseweg zeer gelegen. “We hebben binnen afzienbare tijd minimaal tien kleedkamers nodig”, zegt De Groote. “We zouden kunnen aanbouwen aan onze huidige kleedkamers, maar die gaan ook geen jaren meer mee. De ruimte aan de overkant is dus een winstpunt, maar het wordt wel een grote klus”, zegt hij over de verhuizing.

Dominos_voorjaar2021

Waar De Groote elk jaar doorschoof naar een oudere leeftijdsklasse is collegatrainer Adam Maarschalkerweerd bij de mini’s, die op zaterdagochtenden trainen, blijven hangen. “Het idee om een jeugdafdeling van onderaf rustig op te bouwen, waarbij het kader de tijd heeft om mee te groeien met het aantal voetballertjes is goed geslaagd”, vindt de 29-jarige aardrijkskundedocent. “Jan is nu de voornaamste kartrekker en uitermate geschikt daarvoor vanwege zijn grote netwerk in trainersland. Daarnaast geniet ik ervan dat de 70-jarige Henk Reijnders nog steeds betrokken is bij de jeugdtrainingen. Toen ik als zesjarig jochie hier bij WCR ging voetballen was hij mijn eerste trainer. Hij heeft het hart op de juiste plek zitten.” 

Parachutes

Maarschalkerweerd zet op zaterdagochtend altijd een knop om. “Na een drukke week op het MBO waar ik soms moet bulderen tegen de pubers, geniet ik op zaterdag van wat leven in de brouwerij met alle jonge voetballers en moet ik lief zijn in plaats van te streng.” Vrijwel wekelijks legt hij de training noodgedwongen een minuut stil. “Naast ons trainingsveld is een veld waar een parachuteschool landingen maakt. Ik laat de kinderen kijken welke kleuren de parachutes hebben en stel na een minuut de vraag ‘zullen we weer gaan voetballen?’

 

Klik voor een ander artikel over WCR

 

Chris Peters wil stoppen op het hoogtepunt bij OHVV

Pas op zijn twintigste begon Chris Peters met het verdedigen van de clubkleuren van OHVV en nu, zestien jaar later, is de verdediger bezig aan zijn laatste seizoen bij de vierdeklasser. Afscheid nemen kan wat hem betreft maar op één manier: “Met een kampioenschap!”

Begonnen in de jeugd bij Nieuwenhoorn en via Harry Rusken terechtgekomen in Oudenhoorn. “Harry kende ik nog als trainer en bij Nieuwenhoorn speelde ik in het tweede, terwijl ik toch graag in een eerste elftal wilde spelen. Bij OHVV kon dat wel.” Dus waagde de 36-jarige Peters de overstap en zonder spijt. “Ik heb het hier altijd leuk en gezellig gevonden. Ben mij hier echt thuis gaan voelen en heb veel vrienden gemaakt.” De twee clubs lijken volgens hem niet echt op elkaar. “Oudenhoorn is een stuk gemoedelijker, terwijl Nieuwenhoorn als club veel groter is. Toen speelden ze daar zelfs nog hoofdklasse, dat doen we hier natuurlijk niet.”

Op tijd stoppen

Toch is Peters in al die jaren niet de enige speler die de overstap heeft gemaakt. “Het ligt niet ver bij elkaar vandaan en via-via zijn er dan toch een hoop jongens die het wel zien zitten. Gasten die er bij Nieuwenhoorn net buitenvallen, komen het dan hier proberen. Net als ik.” Hij weet wel waarom. “OHVV is een gemoedelijk clubje met vaste gezichten. Het is een klein groepje mensen dat de club maakt.” Maar niet alleen de gezelligheid sprak en spreekt hem aan. “We willen toch altijd wel competitief zijn en een bepaald niveau halen. Nu spelen we echt om die derde klasse te halen en wie weet nog wel hoger.” Altijd veel gelachen en naar zijn zin gehad, toch is het aan het einde van het seizoen dus tijd om te stoppen. Hij legt uit waarom. “Het is op een gegeven moment wel mooi geweest. Je wilt ook niet op een punt komen dat andere mensen gaan zeggen dat het beter is om te stoppen.” Helemaal uit het niets komt zijn afscheid niet, moet hij bekennen. “Ik loop al een paar jaar met de gedachte, maar ik wil dan wel stoppen met een mooi seizoen. Dat kan hopelijk nu.” Toch gaat de inwoner van Brielle het wel missen, moet hij bekennen. “De gezelligheid en het lachen onderling. Maar ook de trainingsavonden, lekker een balletje aan je voet, gewoon het voetballen zelf.” De vraag is of hij het nu langer volhoudt, want Peters was al eens eerder gestopt. “Op mijn 34ste, maar na twee maanden ben ik alweer gaan trainen. Assistent-trainer was ook niet echt iets voor mij, ik werd bloedchagrijnig aan de kant.”

249967_CPI

Grote favoriet

Mede door zijn fitheid lijkt hij er nu toch echt definitief een punt achter te zetten. “Het wordt steeds moeilijker om fit te blijven, toch vaker geblesseerd.” Naast promoties en kampioenschappen, maakte Peters ook buitende lijnen de nodige hoogtepuntjes mee. “De trainingskampen! Dat waren altijd leuke weekendjes, maar daar kan ik niet te veel over zeggen, haha!” Aan dat rijtje hoogtepunten, moet dit seizoen dus een titel worden toegevoegd, de start is in ieder geval hoopgevend. “We staan ongeslagen bovenaan en zijn periodekampioen. Dat is leuk, maar we spelen dit seizoen niet voor de nacompetitie.” Stiekem had de linksback wel verwacht zo goed te presteren. “We hebben de laatste twee jaar in de vierde klasse al nauwelijks verloren, dus iedereen ziet ons ook wel als de favoriet, denk ik.” Ook de voorbereiding zorgde voor genoeg vertrouwen. “Tegen hogere teams haalden we goede resultaten. Ik ben ervan overtuigd dat we mee kunnen in de derde klasse. Stoppen op het hoogtepunt, met een kampioenschap, zou mooi zijn.” Maar het kan nog mooier. “De laatste wedstrijd van de competitie is op mijn verjaardag, dan is de cirkel wel rond.” Wat Peters, die het vooral van zijn techniek en het opbouwen moet hebben, daarna gaat doen weet hij nog niet. “Lager voetballen staat mij toch wel tegen. Tijdens corona heb ik het hardlopen ontdekt, dus misschien ga ik dat wel wat vaker doen!”

Klik op OHVV voor het laatste artikel van de club.

Ton Lammers komt al meer dan 27 jaar bij Hellevoetsluis

Als scheidsrechter floot hij er regelmatig wedstrijden, werd daarna coördinator van de Jan de Bakker Bokaal en kwam er op die manier achter wat voor leuke en warme club Hellevoetsluis is. Inmiddels komt Ton Lammers er al meer dan 27 jaar, maar aan stoppen denkt de 72-jarige inwoner van Spijkenisse nog lang niet.

249967_CPI

En dat allemaal begon dus gewoon met het fluiten van een wedstrijdje. “Ik was jarenlang scheidsrechter bij de Jan de Bakker Bokaal, tot ik het betaald voetbal in ging. Toen mocht ik geen amateurwedstrijden meer fluiten, dus werk ik maar coördinator van het toernooi.” Vanaf het moment dat zijn carrière als arbiter voorbij was, wisten ze bij Hellevoetsluis Lammers meteen te vinden. “Er was geen voorzitter, of ik dat wilde doen. Dat heb ik uiteindelijk acht jaar met heel veel liefde gedaan.”

Gouden greep

Zijn werk voor de KNVB als waarnemend scheidsrechter en het voorzitterschap bij de club bleken te lastig te combineren en dus koos hij voor een iets minder veeleisende functie. “Nu ben ik al een jaar of vijftien algemeen secretaris. Dat betekent de ledenadministratie bijhouden, alle geldzaken regelen en daarnaast ondersteun ik de kantine.” Liefde op het eerste gezicht. “Je werd hier als scheidsrechter altijd zo goed ontvangen. Dan merkte je aan alles dat het een gezellige en fijne vereniging is, de warmte straalde ervan af. Er staat ook veel publiek, een man of 400. Die gezelligheid spreekt aan en is eigenlijk altijd zo gebleven.” Maar makkelijk was het in zijn periode als voorzitter allerminst. “Toen ik begon, stond de club er eigenlijk niet zo goed voor. Dat waren op financieel vlak pittige tijden. Gelukkig hebben we dat de kop in weten te drukken, door goed beleid te voeren. Een mooi uitdaging.” Ook zijn laatste maanden waren uitdagend. “Het zondagvoetbal lag op zijn gat, dus aan mij de moeilijke taak om te beslissen dat we over zouden stappen naar zaterdag. Ineens zaten er 250 leden bij die vergadering, die namen het mij niet in dank af. Dat was hectisch, maar is achteraf een gouden greep gebleken. We moesten het doen.” Maar dat hij de voorzittershamer al een tijdje heeft neergelegd, wil niet zeggen dat hij minder betrokken is. Integendeel. “Ik ben gepensioneerd, dus ik heb alle tijd. Edwin (Boogaard), de huidige voorzitter, is mijn vriend dus die kan ik op mijn gemakje helpen.”

Langs de lijn

Lammers geniet dan ook nog steeds zichtbaar van zijn vrijwilligerswerk. “De sfeer maakt het gewoon leuk om te doen. Het is een hobby en het blijft leuk, door de jaren heen is dit wel echt mijn clubje geworden. Daar blijf je trouw aan.” Hij weet als geen ander hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden, zelf haalt hij er maar wat veel voldoening uit. “Het is elke keer opnieuw weer een uitdaging. Als de club er financieel goed voor staat en de prestaties op het veld lopen lekker, dan geeft dat een ‘kick’. Dat voelde je ook als scheidsrechter, wanneer je een goede wedstrijd had gefloten. Zo voel ik dat nog steeds.” Maar Lammers, die voetbalde bij Rijnmond en Zuidland, ziet dat er als club steeds meer van je wordt gevraagd. “Het is sowieso al moeilijk om mensen te vinden, maar er komt ook steeds meer op je af. Steeds meer taken vanuit de KNVB.” Toch vindt hij het nog altijd veel te leuk om te doen, hij hoopt dat meer mensen bij Hellevoetsluis zijn voorbeeld volgen. “We hebben nu 600 leden, het zou mooi zijn als er wat meer vrijwilligers op zouden staan. Als scheidsrechter, maar ook achter de bar. Het is nu leuren om ze te krijgen, maar leden mogen wat dat betreft best wat actiever zijn.” Als hij ooit stopt, zijn ze zeker niet van hem af. “Als het plezier er niet meer is, moet je stoppen. Dat is nu nog lang niet, maar anders sta ik gewoon langs de lijn hoor!”

Klik op VV Hellevoetsluis voor het laatste artikel van de club.

Lukas Hamann van Nieuwenhoorn: Wat goed is, komt snel

Al weken prijkt er in de basisopstelling van eersteklasser Nieuwenhoorn een opvallende naam, namelijk die van A-junior Lukas Hamann. De 18-jarige aanvaller sloot tijdens de voorbereiding aan bij de hoofdmacht van de club en maakt sindsdien een uitstekende indruk. Stiekem droomt hij al van een stapje hogerop. “Tweede divisie, met zoveel publiek, dat lijkt me wel vet!”

Al beseft de nuchtere rechtsbuiten maar al te goed dat die droom voorlopig nog geen realiteit zal worden. Toch ging zijn doorbraak bij Nieuwenhoorn ook sneller dan gedacht. “Een ‘concurrent’ raakte geblesseerd, daardoor mocht ik tijdens de voorbereiding al minuten maken. Dat ging goed, sindsdien sta ik in de basis. Dat had ik zelf ook niet verwacht hoor.” Want pas sinds dit seizoen maakt Hamann, die eigenlijk nog tweedejaars-A is, deel uit van de eerste selectie. “Vorig jaar trainde ik al eens mee, maar dat was met een andere trainer. We hebben echt een leuke groep, ik leer veel van die jongens.”

249967_CPI

Jeugdig enthousiasme

Hoe ogenschijnlijk makkelijk hij de overstap van jeugd naar senioren ook heeft gemaakt, hij moet toegeven dat het verschil groot is. “Er wordt veel sneller gehandeld en ze zijn natuurlijk een stuk sterker. Zelf ben ik niet de breedste, maar ik ga geen duel uit de weg hoor.” De oudere jongens nemen hem bij de hand, vertelt hij. “Bijvoorbeeld met loopacties. Wanneer ik diep moet gaan of juist in de bal moet komen. Ze zijn tactisch een stukje verder dan ik, daar kan ik alleen maar veel van opsteken.” Maar natuurlijk beschikt Hamann zelf ook over de nodige kwaliteiten, hij noemt ze zelf even op. “Ik ben snel, maak graag een actie en zie meestal wel waar de ruimte ligt.” Een rechtspoot op rechts. “Mijn links is niet zo heel slecht, maar ik ga toch vaker buitenom.” Het begin van de competitie verliep moeizaam voor de jongeling. “Net daarvoor raakte ik geblesseerd, dus tijdens de eerste wedstrijd viel ik maar kort in. Toen pakte ik meteen een rode kaart, waardoor ik twee wedstrijden schorsing kreeg. Jeugdig enthousiasme zullen we maar zeggen, haha!” Als buitenspeler moet hij natuurlijk zorgen voor doelpunten en assists, maar toch ligt zijn focus in het eerste seizoen bij de senioren op iets anders. “Het zou mooi zijn als ik een aantal goals kan maken, een stuk of acht, maar eigenlijk wil ik vooral gewoon zoveel mogelijk spelen.”

Samenspelen

Doorgebroken dus bij Nieuwenhoorn, maar dat had ook zomaar heel anders kunnen zijn, vertelt hij. “Ik woon in Rockanje, dus daar ben ik ook begonnen met voetballen. Pas in de D’tjes kwam ik hier terecht. Daarna heb ik nog twee jaar bij Excelsior gevoetbald, tot ik naar Spijkenisse vertrok.” Bij de Rotterdamse profclub liep het anders dan gehoopt. “Het ging niet zo lekker met de trainer en ik had heel veel last van groeipijnen.” Na een jaartje Spijkenisse keerde hij terug op het oude nest, inmiddels alweer voor het vierde seizoen. Dat hij op voetbal zou gaan, was al snel duidelijk. “Met mijn broer, die nu bij SC Feyenoord speelt, voetbalden we vroeger altijd al op de pleintjes. Het ging ook altijd over voetbal, nu wat minder omdat hij uit huis is.” Ooit hoopt hij samen met broer Steven in één elftal te spelen. “Hij is 22 jaar, dus wie weet dat het er ooit nog van komt. Dat zou wel heel mooi zijn.” Echt veel tips geven ze elkaar niet. “We kunnen eigenlijk nooit echt bij elkaar kijken, dus dat is wel jammer.” Tot slot gaat hij in op de doelstelling van dit seizoen, na een goede start lijkt een plek bij de bovenste ploegen tot de mogelijkheden te behoren. “We willen bij de eerste vijf eindigen. Zelf denk ik dat de hoofdklasse nog te vroeg komt. Even een jaartje hierin blijven, dan zijn we er klaar voor.” Ook voor zichzelf heeft hij een duidelijk doel voor ogen. “Blijven leren. Aan de bal moet ik nog een stukje sterker zijn, zodat we balbezit houden.” Zijn droom is in ieder geval duidelijk. “Een vriend liet filmpjes zien van Quick Boys, met zoveel publiek, daar hoop ik ooit te staan!”

Klik op Nieuwhoorn voor het laatste artikel van de club.

Michel Blok kan nu pas echt beginnen als voorzitter bij Abbenbroek

Net voor alle ellende van corona stapte Michel Blok bij Abbenbroek in als voorzitter van de club. Maar in zijn eerste twee seizoenen is hij vooral druk bezig geweest met het samenstellen van een bestuur en dus kan er eigenlijk pas nu echt begonnen worden met vooruitkijken. “Het was continu brandjes blussen, maar hoe gaan we dingen nou echt in het vat gieten?”

249967_CPI

Voorzitter van een voetbalclub, de 40-jarige Blok moet er stiekem zelf ook nog een beetje aan wennen. Want heel eerlijk, daar had hij nooit zo over nagedacht. “Ik wilde eigenlijk helemaal geen voorzitter worden. Het rommelde een beetje binnen het bestuur, de vorige voorzitter had aangegeven te gaan stoppen en ik dacht dat ze wel een vervanger zouden hebben.” Dat bleek niet het geval, zodoende klopten ze bij hem aan. “Dan voel je je toch wel gevleid, eerlijk is eerlijk. En ik had daar ook wel bepaalde ideeën bij, dus als er dan één bestuursfunctie binnen een club is om dingen te veranderen, dan is het die van voorzitter.”

Brandjes blussen

Zijn moment van instappen was allesbehalve gunstig. “Corona kwam en het voltallige bestuur stapte op, ik bleef achter met alleen nog een penningmeester. Dat vormen van een nieuw bestuur was lastiger dan ik had verwacht.” Hij legt uit. “Bij zo’n functie komt nog heel wat kijken. Het kost veel tijd en je hebt een grote verantwoordelijkheid, dat bleek niet voor iedereen te zijn weggelegd.” Inmiddels is dat achter de rug, vertelt Blok. “We hebben nu een groep met enthousiaste mensen en dus kunnen we echt gaan kijken hoe we het willen gaan doen. Eerst waren we vooral druk met een bestuur vormen en de maatregelen naleven, nu kunnen we vooruitkijken, stoppen met brandjes blussen en echt iets in het vat gaan gieten.” Te beginnen met een sponsorcommissie. “Een activiteitencommissie is al samengesteld, nu is het tijd voor de sponsoren. Dat gaat op de schop. Wat komt er precies binnen en wat gaat eruit? Daar zijn we nog niet aan toegekomen.” Door middel van een nieuwsbrief moeten de leden op de hoogte gehouden gaan worden van de ontwikkelingen, maar ook de kantine krijgt hernieuwde aandacht. “Ander soort dranken, maar ook feestavonden. Er zijn genoeg ideeën binnengekomen de voorbije jaren, maar die werden eigenlijk bij voorbaat afgeschoten. Dat gaat leden tegen de borst stuiten, die voelen zich niet gehoord.”

Speciaal plekje

Dat alles met maar één doel, vertelt Blok. “Dit ‘clubbie’ draaiende houden. We hebben maar 140 leden, dan moet je proberen om je staande te houden tussen al dat geweld van andere clubs.” Een verbouwd sportpark moet daaraan bijdragen. “Die verbouwing is eigenlijk zo goed als klaar. We hebben een buitenbar en een terras, het is alleen jammer dat we daar nog nauwelijks gebruik van hebben kunnen maken. Helemaal nu er geen supporters mogen komen.” Abbenbroek heeft een speciaal plekje in zijn voetbalhart. “Ik kom hier al heel mijn leven. Begonnen bij de F’jes, altijd gevoetbald in lagere elftallen en nu als voorzitter. Ik loop hier al zeker 30 jaar rond.” Het is voor hem dan ook de gezelligste club van Voorne-Putten. “Echt een familiair clubje, iedereen kent elkaar.” Het maakt hem een trotse voorzitter, al is het een drukke baan. “Je wordt soms om de havenklap gebeld. Als er een hoekvlag kwijt is of als de koffie op is.” Toch is dat niet het belangrijkste agendapuntje voor de komende tijd. “We moeten proberen meer leden te krijgen, maar vooral om de leden vast te houden. Een gezellige club, waar iedereen het naar zijn zin heeft en waar mensen gehoord worden.” Ze kunnen dan ook altijd bij hem terecht. “Ik ben pas 40, dus volgens mij sta ik tussen alle leden. Ik denk dat tachtig procent mijn nummer heeft, dus ze mogen bellen.” En dan lachend: “Maar dat moeten ze niet meteen nu allemaal gaan doen!”

Klik op Abbenbroek voor het laatste artikel van de club.

Fabian Boekholt wil belangrijk worden voor VV Hellevoetsluis

In zijn eerste seizoen bij Hellevoetsluis kwam Fabian Boekholt niet verder dan vier wedstrijden en dus ziet de rappe aanvaller dit jaar als zijn vuurdoop. En die verloopt tot nu toe best aardig, want met acht goals en zes assists maakt de oud-speler van MZC’11 indruk. “Ik wil hier echt belangrijk worden, dan komt dat belletje voor hogerop vanzelf.”

249967_CPI

Door een verhuizing naar Zierikzee voetbalde de 21-jarige Boekholt een aantal jaar in Zeeland, maar nu is hij dus terug. En daar is hij maar wat blij mee. “De Rotterdamse competitie is toch een stukje aantrekkelijker. Voetballend is het beter, Zeeland is toch meer ‘FC Lange Bal’.” Inmiddels woont hij weer in Hellevoetsluis en gaat hij naar school op het Albeda College, zijn ontvangst bij de club deed hem goed. “Ik ben heel goed opgevangen en de sfeer is leuk. Hier is het echt één hechte groep.”

Bewijzen

Ondanks zijn nog jonge leeftijd, speelde hij al voor de nodige clubs. Een echte band met ‘Hellevoet’ had hij niet. “Mijn vader heeft hier vroeger gevoetbald, maar zelf had ik er niet echt een bijzonder gevoel bij.” Begonnen bij Vlotbrug en te klein voor Feyenoord, maar hier zit Boekholt helemaal op zijn plek. “Vrienden die je normaal misschien niet zou zien, komen allemaal naar de club. De supporters zijn ook heel fanatiek, staan continu te roepen. Echt een mooie beleving.” Hij heeft het plezier dan ook weer helemaal terug, van zijn vroege overstap naar de senioren leerde hij een hoop, vertelt hij. “Toch wel wat slimmigheidjes. Ik weet nu beter wat die verdedigers gaan doen, even trekken of duwen. Bij MZC kreeg ik eens een rode kaart bij een opstootje, laatst had ik hier ook zo’n moment, toen ben ik meteen weggelopen. Daar leer je van.” Veel verschillende clubs dus achter zijn naam, niet altijd een voordeel, weet hij inmiddels. “Aan de ene kant is het leuk, omdat je jezelf steeds weer moet bewijzen. Maar je verliest wel veel contacten. Als je lang bij een club zit, ken je de mensen en zegt iedereen ‘hey’ als je voorbijkomt. Nu moet je steeds weer nieuwe mensen leren kennen.” Over de prestaties van de tweedeklasser en zichzelf is Boekholt meer dan tevreden. “We zijn heel lekker begonnen, dat geeft vertrouwen. Bij mij zat dit er ook wel aan te komen, je wordt wat ouder, dan moet je ook steeds meer rendement krijgen. Dat was wel iets waar ik veel mee bezig was.”

Echt belangrijk worden

Die goede start brengt ook nieuwe verwachtingen met zich mee, realiseert hij zich. “Als we in de top drie eindigen zijn we tevreden, maar misschien moeten we wel voor het kampioenschap of een periode gaan. Dat leeft echt in het team.” Hij moet lachen. “Laatst zeiden we al tegen elkaar op Whatsapp: Dit is echt het geluk van de kampioen!” De manier van spelen past perfect bij hem. “We zetten hoger druk en willen de bal snel afpakken, dat is voor mij als aanvaller natuurlijk wel lekker. Dan kan ik tenminste daar mijn energie in steken, in plaats van steeds verdedigen.” Voorheen als buitenspeler, tegenwoordig als spits. “Een systeem met twee spitsen. Ik ben een beetje de inzakkende of voetballende spits, misschien zelfs wel een dubbele ’10’. Zwerven en de hoeken induiken.” Het is hem op het lijf geschreven. “Ik moet het ook hebben van mijn loopacties, slim tussen de linies, ondanks dat ik vrij snel ben.” Toch ziet hij nog genoeg verbeterpunten. “Hoe hoger je gaat spelen, hoe meer je weer leert. Af en toe wat meer rust aan de bal, even het moment kiezen om balbezit te houden.” Aan ambitie geen gebrek. “Het hoogst haalbare, dan denk ik aan tweede of derde divisie. Lastig te zeggen of ik dat nu al zou willen, misschien is het wel beter om nog een jaartje te blijven. Om echt belangrijk te worden.” Zijn doel voor dit seizoen staat in ieder geval vast. “Minimaal vijftien goals en tien assists, dan ben ik tevreden!”

Klik hier voor meer artikelen over VV Hellevoetsuis.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.