Home Blog Pagina 658

Edwin Wingelaar van VV Briele ‘Het sociale was altijd mijn grootste drijfveer’

Na 25 jaar in het bestuur van Brielle en het daarvoor bekende Wit Rood Wit, is het voor Edwin Wingelaar voorlopig mooi geweest. De scherpte is er een klein beetje af, maar dat wil niet zeggen dat ze hem echt moeten gaan missen. “Ik zal altijd dingen blijven doen en zaterdagmiddag blijft gewoon mijn middag hoor!”

249967_CPI

Tien jaar secretaris van Wit Rood Wit, tien jaar bij Brielle en nog eens vijf jaar bij de dames. Al met al kun je zeggen dat de 51-jarige Wingelaar zijn maatschappelijke steentje wel heeft bijgedragen. Dat werd met de paplepel ingegoten, vertelt hij. “Mijn vader was altijd voorzitter van district Rotterdam en Den Haag, zoals dat toen nog heette en zelf ben ik vanaf de A’tjes al gaan vlaggen bij de dames.” Want dat doe je voor vrienden en vriendinnen. “Daarom doe je het. Met veel daarvan ben ik nog steeds bevriend, voor mij is het sociale wel echt de grootste drijfveer. Je bouwt een enorme vriendengroep op.”

Gezellig

Want alle energie die je er instopt, krijg je er gewoon weer voor terug. “Zoveel leuks. Over sommige feestavonden hebben we het nog steeds, dat was echt ouderwets gezellig. Dat zie je nu bijna niet meer.” Gezelligheid was sowieso wel het sterkste punt van Wingelaar, moet hij eerlijk bekennen. “Ik ben altijd reservekeeper geweest, volgens mij ben ik tot één potje in het eerste gekomen. Het waren vooral vriendenteams waar ik in speelde, het vijfde of zesde, gewoon een gezellig niveau.” Vooral buiten het veld genoot hij dan ook het meeste, ook als vrijwilliger. “Het leukste is de onderlinge band die je opbouwt. Het organiseren van feestavonden, buitenlandse reizen of het vieren van een kampioenschap.” Maar aan zijn functie van secretaris kleven ook serieuze zaken. “Je bent eigenlijk verantwoordelijk voor de communicatie van alle kanten. Dat kan met de KNVB zijn, de gemeente of intern. Je bestuurt de vereniging van het eerste tot de F3.” Onderhandelen met de gemeente was, naar eigen zeggen, niet de favoriete bezigheid van Wingelaar. “Daar was ik nooit zo’n ster in, daar kreeg ik ook geen energie van. Terwijl het contact met de KNVB altijd veel leuker was, als je echt iets voor elkaar kreeg. Inmiddels kende je die mensen natuurlijk ook wel.”

Minder scherp

Zoals gezegd kon je hem wel porren voor een feestje. “Het 90-jarig jubileum was fantastisch. Speelden we tegen Oud-Feyenoord, toen werd ik zelf nog een paar keer in de luren gelegd door Peter Houtman, maar dat geeft niks.” Gezelligheid was voor Wingelaar de brandstof om het 25 jaar lang vol te houden. “Ik ben echt een gezelligheidsmens, dus dat geeft energie. Een biertje doen met je maten, contact hebben met mensen.” Maar ook de zaterdagochtenden toveren een glimlach op zijn gezicht. “Als je dan de jeugd lekker ziet voetballen, daar doe je het voor.” Al zat zijn sociale kant hem daar nog weleens in de weg, vertelt hij. “Omdat je iedereen kent, komen ze altijd met vragen bij jou. Ik weet niet of dat een voordeel of een nadeel was.” Maar dat is zeker niet de reden dat hij er nu een punt achter zet. “Ik merkte bij mezelf dat ik twintig jaar als secretaris niet zo scherp meer was. Bij tuchtzaken moet je er bijvoorbeeld meteen opspringen, dat had ik niet meer zo. Even iets minder verantwoordelijkheid vind ik wel lekker.” Zoals gezegd blijft hij vrijwilligerswerk doen, toch blikt hij terug op zijn periode in het bestuur. “Met heel veel plezier! De vriendschappen blijven altijd bij, maar ook dat gevoel van zaterdag zes uur. Als je daar met een biertje zat en alles was weer goed gegaan, had je een voldaan gevoel.”

Maatschappelijke functie

In al die tijd heeft hij een heleboel dingen zien veranderen, vertelt hij. “Mensen hebben meer te kiezen. Zelf zat ik elke dinsdag en donderdag na de training in de kantine, nu kan je daar bij wijze van spreken een kanon afsteken en je raakt niemand. Het is veel rustiger. Spelers zeggen makkelijker af op zaterdag en de jeugd heeft meer interesses dan alleen voetbal.” Maar ook het besturen van een club is ingewikkelder geworden. “Met alle digitalisering van nu. Vroeger regelde je dingen soms gewoon onderling, dat kan nu niet meer. Er komt een hoop meer bij kijken. Maar vrijwilligers zijn nog steeds lastig te vinden, haha!” Bij Wingelaar overheerst vooral de trots. “Dat alles altijd gelukt is. Maar ook op de feestweek van het 90-jarig jubileum bij Wit Rood Wit en dat de fusie heel soepel verlopen is. Uiteindelijk mogen we daar echt niet over mopperen. We hebben een mooi complex, 900 leden en een opbloeiende meidenafdeling.” Brielle betekent dan ook veel voor hem. “Het is een groot deel van mijn leven, bijna iedere dag ben ik er wel even.” Met een voetballende zoon zal dat voorlopig niet veel minder worden, de club speelt sowieso een belangrijke rol binnen de gemeenschap, vindt hij. “Van de jongste jeugd, tot aan de veteranen, er is hier voor iedereen een plekje. Die maatschappelijke functie heb je als vereniging.”

Betrokkenheid tonen

Echt iets gaan missen, doet hij voorlopig niet. “Ik blijf actief in de toernooicommissie en zal hier en daar ook nog wel een wedstrijdje fluiten, dat vind ik toch nog steeds het leukste om te doen. Met een vast groepje gasten blijf je er altijd wel bij betrokken.” Maar voor de inwoner van Brielle is het moeten er eventjes af. “Iets minder verantwoordelijkheid, wat meer tijd voor andere dingen.” Zoals het bezoeken van wedstrijden van het Nederlands elftal. “Ik ben een groot Oranjefan, laatst was ik bij Montenegro-Nederland. Dat is wel echt mijn tweede hobby. Met het supporterselftal speelde ik vaak wedstrijden, nu ben ik daar een soort leider of assistent van geworden.” Tot slot heeft hij nog één wens of eigenlijk een oproep aan zijn medeclubgenoten. “Mensen moeten soms wat meer voor elkaar over hebben. Het gras lijkt altijd groener aan de overkant, maar stiekem gaat er echt veel goed bij ons. Juist als je elkaar helpt, maak je elkaar sterker. Commentaar vanaf de zijkant leveren is makkelijk, maar dan moet je ook even wat meer betrokkenheid tonen. Of vertrouwen hebben in ons. Dat heeft mij soms wel gestoord, hopelijk pakken we dat samen op!”

Klik hier voor meer artikelen over VV Brielle.

Onder de lat met Efkan Karaduman van ASWH

Efkan Karamudan van ASWH heeft zich door de jaren heen weten te bewijzen als vaste waarde  in de JO19-1. Door goed te letten op zijn voeding en motivatie te halen uit video’s probeert de 17-jarige keeper de volgende stap te zetten en het hoogst mogelijke te behalen.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Begin carrière 
Efkan is op 6-jarige leeftijd begonnen met voetballen bij ASWH. Hij speelde niet altijd als keeper: ‘’Ik begon destijds in de JO7-7 als verdediger en een seizoen later schoof ik door naar de JO7-2 als keeper.’’ Daarna werd Karaduman doorgeschoven: ‘’Na gevoetbald te hebben in JO11-5 werd ik voor het eerst geselecteerd voor een selectieteam, de JO11-1. Na twee prima seizoenen gedraaid te hebben mocht ik ook door naar de JO14-1.’’ Daar begonnen echter de wat mindere jaren: ‘’Na de 14-1 heb ik lang niet meer in een selectieteam gezeten. Ik kwam terecht in de 15-2, en de 17-3 voor drie seizoenen lang. In deze periode heb ik ook gedacht om te stoppen met voetbal -omdat ik het niet meer leuk vond- maar dankzij mijn vader ben ik door blijven gaan. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik nu in de 19-1 zit.’’

Continueren
De keeper vind zelf dat hij een goede ontwikkeling meemaakt vergeleken met de vorige seizoenen. ‘’Omdat ik lang niet meer in een selectie elftal zat, merkte ik in het begin op dat ik wel achter liep op de jongens die al langer in de selectieteams zaten. Denk bijvoorbeeld aan snelle balbehandeling en coachen.’’ Gelukkig hebben de coaches van JO19-1 hem een nieuwe kans geboden: ‘’Dankzij de trainers heb ik een kans gekregen om mezelf te ontwikkelen in de 19-1 en ik denk dat dat wel geholpen heeft in de aspecten die ik heb genoemd.’’

Meevoetballend
De goalie is vergelijkbaar met Manuel Neuer, een meevoetballende doelman: ‘’Waar ik als keeper in uitblink zijn vooral mijn voetbalkwaliteiten. Zelf ben ik namelijk rustig aan de bal en kan ik door deze kwaliteit goed observeren. Dankzij observatie maak je vaak de juiste keuzes, hierdoor kan ik goed meevoetballen in het team.’’ De neef van Efkan heeft ervoor gezorgd dat hij ging keepen. ‘’Mijn neef zat destijds op voetbal als keeper. Als wij met z’n allen op bezoek waren bij mijn oma en opa, gingen wij meestal samen om en om op doel staan om te keepen. De ander deed dan voetbalsituaties na. Hierdoor is mijn interesse in keepen gekomen en met de tijd is die liefde alleen maar meer gaan groeien.’’

Professioneel
Vaak zijn keepers een beetje gek. Hier kan Efkan zelf ook om lachen: ‘’Ik vind het wel grappig. Als keeper zijnde mag je niet bang zijn voor een bal. Ook als er heel hard wordt geschoten moet je hem proberen tegen te houden. Dan moet je wel natuurlijk een beetje gek zijn om dat te willen.’’ Daarnaast heeft hij ook rituelen voordat hij zijn opwachting maakt in wedstrijden. ‘’Als ik wakker word op een zaterdag pak ik direct mijn telefoon en kijk ik naar saves van andere keepers. Dit helpt mij om mijzelf te motiveren en door die video’s kan ik zelf ook inbeelden wat ik zelf het best kan doen in een bepaalde situatie.’’ De keeper neemt zijn wedstrijden dan ook erg serieus: ‘’Qua voeding stop ik vaak ruim voor de wedstrijd met eten om een eventuele steek te voorkomen. Vlak voor de wedstrijd eet ik wel een banaan voor meer uithoudingsvermogen en concentratie. Verder concentreer ik heel de ochtend op mijn wedstrijd en ontspan ik. Voordat mijn wedstrijd begint doe ik ook nog eens smeekbeden.’’

Aspiraties
De jonge doelman heeft verder veel ambities bij ASWH. ‘’Mijn doel als keeper is om de eerste te bereiken. Het zou wel leuk zijn om als kleine jongen te beginnen bij je club en na een lange tijd het hoogst haalbare te bereiken.’’ Hij heeft hier zelfs een stappenplan voor opgemaakt: ‘’Voordat ik het eerste elftal wil bereiken is er ook nog eens een tussenstap en dat is de O23. De O23 zou mij kunnen helpen om nog meer bij het niveau van het eerste te komen, dus het lijkt me wel handig om eerst de O23 te halen.’’

Klik voor meer artikelen over ASWH.
Klik voor meer informatie over ASWH.

Jeroen de Rijcke van Rozenburg “Het is zo zonde als ze op hun zestiende al stoppen.”

Zoveel mogelijk jeugdspelers in het eerste en een representatief JO13 vanuit de onderbouw. Dat is wat ze bij Rozenburg voor ogen hebben en dus wordt de jeugdopleiding van de club de komende maanden flink op de schop gegooid. Jeroen de Rijcke, voorzitter van de TC, ziet het al helemaal voor zich. “Het is zo zonde als ze op hun zestiende al stoppen met voetbal.”

249967_CPI

Het is eigenlijk het eerste wat De Rijcke, sinds april 2021 onderdeel van de technische commissie zegt. “Ik hoop dat onze ideeën niet te veel afwijken van wat andere clubs doen. Wat wij bedacht hebben, zo zou het volgens mij overal moeten gaan.” En dat zegt hij absoluut niet uit arrogantie, want bij Rozenburg hebben ze juist niet het idee dat ze het wiel opnieuw hebben uitgevonden. “Het zijn toch geen baanbrekende dingen? Dit mag je eigenlijk gewoon van een vereniging verwachten, vind ik.”

Geen publiek

Eerst even een korte introductie van hemzelf. “Ik ben begonnen als jeugdcoördinator, trainde ook nog mijn kinderen, tot we genoeg trainers hadden. Daarna was ik verantwoordelijk voor de JO7 tot en met de JO11.” Het klinkt veel, maar voor De Rijcke is het vanzelfsprekend. “Als je commentaar hebt op dingen, moet je het zelf oppakken en beter doen.” Want binnen de vorige TC liep niet alles helemaal soepel, vertelt hij. “Daar waren nogal wat meningsverschillen, ze zijn uiteindelijk niet eens aan hun werk begonnen. Toen vroegen ze aan mij of ik daar plannen over had.” Die had hij wel, vanaf dat moment is de 41-jarige inwoner van Rozenburg verantwoordelijk voor de onderbouw. Al heet dat nu anders. “De voetbalschool. Het is eigenlijk een school waar je leert voetballen. We zijn gestart met een pilot, waarbij er geen publiek langs de lijn welkom is. Dat is begonnen tijdens corona en eigenlijk beviel ons dat wel.” Hij legt verder uit. “De focus ligt dan veel meer op de trainers en de training. Anders zijn ze continu bezig met contact zoeken met de zijkant.” Gewoon om te kijken hoe dat is. “We willen dingen proberen. Als het geen succes is, draaien we het zo weer terug. Tot nu toe zijn de trainers er heel blij mee, terwijl ze eerst wel sceptisch waren natuurlijk.” Toch moet de JO7 tot en met de JO12 het niet geheel zonder support vanaf de zijlijn doen. “Eens in de zoveel tijd organiseren we een kijkdag, om te zien welke ontwikkeling ze hebben doorgemaakt.”

Nek uitsteken

Maar er is meer. “Er lopen twee technische coördinatoren rond, we trainen op dezelfde tijden en bieden ieder team dezelfde oefenstof aan. Daardoor krijgt iedere jeugdspeler precies evenveel aandacht.” Geselecteerd wordt op niveau, maar ook op mentaliteit en gedrag. “Als ze allemaal het systeem kennen waarin wordt gespeeld, is het onderling ook makkelijker wisselen van spelers.” Maar vooral de aandacht is dus belangrijk, vertelt De Rijcke. “Iedereen moet het gevoel hebben dat ze erbij horen, zo lopen ze straks allemaal in hetzelfde trainingspak. Maar iedere voetballer moet ook uitgedaagd worden. Uiteindelijk moet je in de JO13, dus na de onderbouw, zestien spelers hebben. Dat onderlinge verschil wil je zo klein mogelijk hebben.” Om dat voor elkaar te krijgen, zijn ze bij Rozenburg aan de slag gegaan met hun jeugdtrainers. “We hebben in totaal 22 trainers een cursus aangeboden en proberen ze daarin echt te begeleiden. Je ziet het terug in de trainingen en ze willen graag een vervolgopleiding doen, je merkt dat het leeft.” Vanzelfsprekend kost dat veel tijd, maar De Rijcke steekt het er met alle liefde in. “Het is je club. Mijn twee zoontjes voetballen er ook en je weet hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden, maar een vereniging heeft ze wel nodig. Commentaar leveren is makkelijk, dan moet je ook je nek uitsteken.”

Spelenderwijs

Maar bovenal doet de oud-speler van de club het met heel veel plezier. “Die gasten stralen van oor tot oor, die willen gewoon lekker op het veld staan.” De Rijcke heeft, samen met Gerard Timmer, Dion Pol en trainer Rien de Bil één duidelijk doel. “Jeugdspelers in het eerste elftal en een JO13 dat staat. Met een groep jongens dat blijft voetballen tot aan de senioren.” En dus hopen ze per jaar twee of drie jongens door te kunnen schuiven naar het vlaggenschip, daarom moet er op jonge leeftijd al begonnen worden, denkt hij. “Met vier jaar kunnen ze bij ons straks al ‘voetballes’ krijgen. We noemen dat Rozenburg Voetjesbal, gewoon spelenderwijs leren. Eén keer in de week met een gymleraar.” En natuurlijk zit daar een idee achter. “Je wilt kinderen laten kijken op de voetbal, maar vooral in beweging krijgen. Het is de ‘Playstation-generatie’. Ook voor ouders is het een kennismaking.” Een teamsport is toch weer anders dan een individuele sport, vindt hij. “Als kinderen hun eerste sport voetbal is, blijven ze toch sneller hangen. We zijn in september begonnen en hebben nu al meer dan twintig kinderen, terwijl ik vind dat we het nog meer aandacht kunnen en moeten geven. Waarom niet promoten op basisscholen?”

Dromen

Ook de bovenbouw gaat onder de loep, want daar ziet De Rijcke nog genoeg punten die voor verbetering vatbaar zijn. “We hebben maar twee selectieteams en misschien maar één lichting die het eerste kan halen.” Maar om dat te kunnen veranderen, moeten ze onderaan beginnen, weet ook hij. “Het begint met plezier in het spelletje en het opleiden van trainers. Wat we nu hebben, is een jarenplan. Het gaat echt stapje voor stapje. Misschien duurt het wel tien jaar voordat je de vruchten kunt plukken.” Toch mogen ook de recreatieve teams zeker niet vergeten worden. “Een groot deel van de leden voetbalt niet in een selectieteam, maar zijn ontzettend belangrijk voor ons als vereniging.” Waar ze heen willen, is in ieder geval duidelijk. “De hoogste jeugdelftallen moeten straks minimaal eerste klasse spelen en we willen het ledenaantal vergroten, zodat je altijd genoeg spelers hebt om te kunnen selecteren.” Om dat te bewerkstelligen zal De Rijcke zijn gezicht vaak laten zien, ook op het trainingsveld. “Jeanette Schipper en Rick van Schenkhof zullen als coördinatoren veel op het veld staan, maar ik ga ze daar wel bij helpen. Vooral ook omdat voetbal gewoon te leuk is. Als je daar rondloopt, wil je helpen.” De ontwikkeling staat dan ook voorop, daar doen ze het uiteindelijk allemaal voor, zelf droomt hij al een beetje verder. “Misschien is het wel te ambitieus, maar het zou mooi zijn als kinderen over een paar jaar vanuit de regio bij ons willen komen voetballen. Omdat het hier goed geregeld is en het niveau hoog is. Dromen mag toch?”

Klik hier voor meer artikelen over VV Rozenburg.

 

Jan van der Veld kan na 62 jaar nog altijd niet zonder Nieuwenhoorn

Toen Jan van der Veld twaalf jaar oud was, ging hij eens met een vriendje mee naar de voetbal. Die voetbalclub was Nieuwenhoorn en nu, 62 jaar later, is het lid van verdienste van de vereniging er nog steeds. Tegenwoordig als materiaalman, maar eigenlijk als ‘manusje van alles’. “Dat is toch grandioos?”

249967_CPI

Want na heel wat seizoenen bij het eerste, onder andere als leider, geniet Van der Veld er nog altijd intens van. Ondanks dat hij werd geboren in ‘Hellevoet’ was er voor hem maar één club. “Ik ben altijd van Nieuwenhoorn geweest! Dit is mijn clubje.” De 74-jarige clubman zal voor veel mensen dan ook een bekend gezicht zijn. “Mij kennen ze allemaal wel hoor. Het is hier zó gezellig.” Dat is maar goed ook, want hij is er toch best wel vaak, moet hij bekennen. “Zeker zes dagen in de week. Of wacht, eigenlijk zeven! Iedere morgen ben ik er.”

Fanatiek

Dat Van der Veld niet zonder kan, is dan ook een understatement. “Hoe zal ik het zeggen? De club is alles voor mij, het is een heel groot deel van mijn leven.” Tegenwoordig dus als materiaalman voor de selectie. “Ik was alle kleren voor ze, leg het weer netjes neer en zorg voor de materialen. Ik weet precies waar iedereen zit in de kleedkamer, zodat ze altijd de goede kleren hebben.” Dat is nog niet alles. “Op maandagavond sta ik in de kantine om te zorgen voor die ‘kleintjes’ en hun ouders, op zondag voor de ‘oude mannetjes’. Regel ik de koffie en soep.” Maar zoals gezegd, begon hij gewoon als voetballer. “Als spits! Ik heb best wel wat doelpunten gemaakt. Het hoogtepunt was het kampioenschap toen we promoveerden naar de hoofdklasse, dat was heel hoog hoor.” Toch moest hij al snel stoppen met zijn favoriete bezigheid. “Op mijn 28ste ben ik al gestopt, vanwege een hernia. Inmiddels ben ik al een jaar of dertien met pensioen, toen ben ik meteen elke dag bij Nieuwenhoorn aan de slag gegaan. Heb je toch lekker wat te doen.” Ook op zaterdag is Van der Veld er tijdens de wedstrijden van het eerste altijd bij, dan is hij nog even fanatiek, vertelt hij. “Als het spannend is, leef ik ontzettend mee. Laatst ook nog. Bij een bevrijdende treffer sta ik keihard te juichen.”

Waardering

Maar niet alleen het spelletje bezorgt hem nog altijd veel plezier. “Een beetje praten met de mannen, een karweitje doen, wat verven. Ik vind het zó leuk om te doen.” Eigenlijk is het een soort nieuwe hobby geworden. “Ik heb altijd zin om te gaan, ben nog nooit met tegenzin gegaan.” Ook met de spelers heeft hij een goede band. “Praatjes maken, hè? Ze noemen mij ‘Jantje’, ondanks dat ik een stuk ouder ben. Als ik er niet ben, missen ze mij toch wel hoor.” Zijn werkzaamheden voor de club, leverden hem een mooie eretitel op. Namelijk die van ‘lid van verdienste’. “Dat ben ik al meer dan twintig jaar! Dat is natuurlijk grandioos en een mooie waardering, voor alles wat ik voor ‘mijn clubbie’ gedaan heb.” In al die jaren heeft Van der Veld de club zien veranderen, vertelt hij. “We hebben nu natuurlijk twee kunstgrasvelden, die hebben we nooit gehad. Maar de mensen zijn ook wel anders dan vroeger.” Die uitspraak legt hij graag even uit. “De jeugd is anders. Als je daar nu iets tegen zegt, krijg je toch wat vaker commentaar terug. Misschien wat minder respect voor ouderen. Maar dat houdt mij niet tegen hoor.” Hij maakte naast moeilijke ook een hoop mooie momenten mee, als het aan hem ligt komen er daar nog een aantal bij. “Ik heb er nog altijd zoveel plezier in, dus hopelijk ga ik nog een paar jaartjes mee!”

Klik hier voor meer artikelen over VV Nieuwenhoorn.
Klik hier voor meer informatie over VV Nieuwenhoorn.

Mooi eerste rapport voor VFC-zaterdag aldus trainer Bas van Loenen

De voortekenen zijn veelbelovend: met 22 punten uit acht wedstrijden kunnen de zaterdagvoetballers van VFC een fraai eerste rapport weerleggen en daarmee dagdromen over een avontuur in de tweede klasse. Trainer Bas van Loenen weet dat de strijd om de titel in de derde klasse nog lang is. “We gaan het niet cadeau krijgen.”

ZZP_Timmerteam

VFC kende een vliegende start in de competitie, want de eerste zeven wedstrijden werden door de kwekkers gewonnen. Pas in de laatste wedstrijd voor de vervroegde winterstop, tegen GHVV’13, werden de eerste punten verspeeld door de mannen van trainer Van Loenen. “Je weet dat het gaat gebeuren, alleen niet wanneer”, reageert de trainer. Door de sterke reeks heeft VFC al een aardig gaatje geslagen met de concurrenten. Zuidland is vooralsnog de enige ploeg die kan aanhaken.

Belofte

“In alle wedstrijden die we hebben gewonnen waren we beter dan onze tegenstander”, zegt Van Loenen. “Vaak ook waren we dominant. Creëerden we onszelf de nodige kansen en gaven we weinig kansen weg.”

VFC heeft een belofte in te lossen. Al snel nadat de Vlaardingers hun entree maakten op het zaterdagniveau liet Van Loenen weten dat het doel was om snel hogerop te gaan. “We promoveerden al snel naar de derde klasse. Het doel was en is om door te stoten naar de tweede klasse. Corona heeft ons echter geremd”, aldus Van Loenen. “Twee seizoenen geleden lagen we in de race toen de competitie begin maart werd gestopt.”

Drie versterkingen

Van Loenen had al een derde klasse-begrippen aardige selectie tot zijn beschikking, voor het nieuwe seizoen kon hij drie grote versterkingen verwelkomen. Daan Smith neemt een karrevracht aan ervaring mee uit zijn tijd als speler van Excelsior en Excelsior Maassluis, keeper Max Verkade is ook bepaald geen groentje en met Nordin van Mil, die bij derdedivisionist Westlandia in Naaldwijk speelde, kon de oefenmeester een derde klasbak aan zijn team toevoegen. “We hebben in iedere linie ervaren spelers lopen. De selectie is nagenoeg intact gebleven en met Daan, Max en Nordin hebben we extra kwaliteit aan het elftal toegevoegd. Dat we al negen punten voor staan op de nummer drie in het klassement is fijn, maar uiteindelijk telt maar één ding: en dat is het kampioenschap.  Voorlopig is het gaatje met Zuidland maar twee punten.”

Periodetitel

Normaal gesproken was VFC al zeker geweest van een periodetitel maar omdat de poule bestaat uit dertien teams en er daardoor twee periodes zijn van twaalf duels is de Vlaardingse formatie nog niet zeker van de prijs. Van Loenen is niet per se geïnteresseerd in die periodetitel. “Het is lekker om ‘m te hebben, want dan ben je zeker van deelname aan de nacompetitie. Maar het liefst laten we dat recht ongebruikt.”

Meer informatie over VFC? Klik hier.
Klik hier meer artikelen over VFC.

Transfer Boris Pijlman naar v.v. Sleeuwijk

In tegenstelling tot zijn broer Sten speelt Boris Pijlman (21) als controlerende middenvelder bij v.v. Sleeuwijk. Ondanks dat de transfer in een wat hectische periode plaatsvond, ervaart hij het toch als een goede keuze. Toch blijft hij lovend over zijn oude club SVW, waar hij al die tijd gespeeld heeft.

 Op zesjarige leeftijd begon Boris bij vv Brakel, een vereniging uit eigen dorp. Vanuit hier begon zijn loopbaan in de sport. “Na een aantal leuke jaren in Brakel ben ik in de D’tjes overgestapt naar SteDoCo. De club uit Hoornaar had destijds een interessant plan om het niveau van de jeugd te verhogen. Dit plan bleek echter geen groot succes, waardoor ik besloot om na één jaar te vertrekken naar N.I.V.O.-Sparta. Daar heb ik veel leuke en leerzame jaren doorgemaakt. Ik begon bij de D’tjes, vanuit daar heb ik alle jeugdelftallen doorlopen tot het eerste elftal. Op mijn zestiende begon ik mee te trainen en spelen bij het eerste elftal. Vervolgens maakte ik mijn basisdebuut in de competitie voor N.I.V.O.-Sparta toen ik net zeventien was. Toen ik op mijn achttiende definitief naar het eerste elftal zou worden overgeheveld heb ik besloten om een overstap naar SVW te maken. Deze keuze heb ik toentertijd gemaakt, omdat ik persé basisspeler wilde zijn in een eerste elftal. Dat was helaas op dat moment niet mogelijk bij N.I.V.O. Ik heb dus een sprong in het diepe gemaakt die achteraf goed heeft uitgepakt”, aldus Pijlman.

mandemakers banner

Overstap

Het overstappen naar een andere club is altijd even wennen. Helaas waren de omstandigheden tijdens zijn vertrek verre van gunstig: “In januari 2020 scheurde ik helaas mijn kruisband af, waar ik na veel onderzoeken pas een jaar later definitief een diagnose van kreeg. April 2021 ben ik onder het mes gegaan en vervolgens is de revalidatie gestart, waarvan ik nu in de allerlaatste fase zit. Corona en de blessure hebben ertoe geleid dat de situatie bij SVW voor mij flink veranderde. Dit zorgde voor twijfel over mijn toekomst, wat uiteindelijk leidde tot het besluit om in januari 2022 over te stappen naar Sleeuwijk”, vertelt Boris. Zo heel nieuw was de club echter niet; “v.v. Sleeuwijk was me al bekend, omdat mijn broer sinds vorig seizoen al voor deze club uitkomt”, vertelt hij.

Vooruitzicht

Een positief beeld voor de toekomst bij zijn nieuwe club heeft hij wel. Zo hoopt Pijlman dit seizoen zijn terugkeer te maken en sterker te zijn dan voorheen. “Ik wil zoveel mogelijk minuten maken en belangrijk worden voor de club. Het zou dan ook mooi zijn om met Sleeuwijk stappen te kunnen gaan zetten, wat hopelijk ook op de ranglijst duidelijk zal worden”, aldus Boris. Voor zichzelf heeft hij ook doelen gesteld: “Het komende halfjaar staat persoonlijk in het teken van topfit worden en weer volledig in het voetbalritme komen. Zo wil ik de komende seizoenshelft al zoveel mogelijk wedstrijden meepikken, minuten maken en belangrijk zijn. In teamverband hoop ik te bereiken dat we ons dit seizoen handhaven. Dat is de voornaamste doelstelling en daar moeten we vol voor gaan.”

werktalent-breda banner

Terugblik

Ondanks zijn gevoel dat leidde tot zijn overstap, gaat hij ook wel het een en ander missen. “De staf en de mensen binnen de club bij SVW ga ik het meeste missen. Met deze mensen heb ik een goede tijd gehad en ook nog eens veel geleerd. Ik kwam er als achttienjarige jongen binnen en ze hebben me toentertijd goed geholpen. Daar ben ik deze mensen ontzettend dankbaar voor”, vertelt de middenvelder. Hoe hij terugkijkt op zijn tijd bij SVW is memorabel: “Ik heb er als voetballer veel geleerd, want ik heb als jonge jongen veel minuten kunnen maken op seniorenniveau. Ik heb me binnen en buiten het veld dus goed kunnen ontwikkelen en heb ook nog eens een promotie op seniorenniveau meegemaakt. Het is een leuke club, met een aantal echte clubmensen waar ik een goede band mee had. Vooral voor die mensen vind ik het dan ook jammer om naar een andere club te vertrekken. Toch ben ik er, mede door omstandigheden, achter gekomen dat ik niet helemaal bij SVW paste. Hierdoor verloor ik het plezier in het voetbal, wat dan toch wel echt het belangrijkste blijft.

 

Klik hier voor meer artikelen over v.v Sleeuwijk.
Klik hier voor meer informatie over v.v Sleeuwijk.

Ilja Groen gaat VDL leiden

VDL heeft in Ilja Groen een nieuwe voorzitter gevonden. De ondernemer volgt Arie Herlaar op, die vanwege privé-omstandigheden zich genoodzaakt zag per direct te stoppen als preses van de Maassluizer club.

“Ik vind VDL een prachtige vereniging en we moeten met z’n allen zo’n mooie club bloeiend houden.”, zei Groen, die op 13 december door de leden van de club werd gekozen. “VDL is enorm gegroeid in de loop der jaren, er ligt een prachtig complex maar niets gaat vanzelf. Als veel mensen een taak op zich nemen, kunnen we met z’n allen heel veel voor elkaar krijgen en de club nog heel veel jaren laten floreren. Ook het eerste elftal kan steun gebruiken, daar moet aanvulling komen en ik wil graag met de spelers om de tafel zitten om over de sportieve toekomst te filosoferen. Ook daar hoop ik dat we het met elkaar kunnen doen.”

ZZP_Timmerteam

Groen komt uit een echte voetbalfamilie. Zijn vader was keeper in de jaren zeventig in zowel het eerste elftal van de zaterdag als de zondag.  “Zelf keepte ik in de jeugdselecties van Spijkenisse en daar heb ik ook veel plezier aan beleefd. Toen ik naar Maassluis kwam, ben ik bij het vriendenelftal op zondagochtend bij VDL gaan spelen in de senioren. Dat was een, laat ik het zeggen, heel bijzonder elftal met mannen als Gerard Tousain, Ger Hollaar, John van Hoeven. Ik vergeet nooit de eerste donderdagavond dat ik met mijn tas op het veld stond voor de training. Er was niemand! Toen ik navraag deed waar iedereen was, zeiden ze: wij trainen nooit! Dat was al opmerkelijk, maar bij de wedstrijden vroeg ik me helemaal af waar ik terecht was gekomen. Janus van der Meijde was de coach of elftalleider, maar die kon nauwelijks op een barkruk of stoel zitten. Die ging honderd keer op de staaldraad tussen de witte paaltjes langs het veld zitten en daar kukelde hij dan weer achterover van af. De etentjes met dat elftal en met Janus waren ook een belevenis en toch begon ik het heel gezellig te vinden.’’

 

Klik hier voor meer informatie over VDL.
Klik hier voor meer artikelen over VDL.

Met Hermes DVS van de bij- naar de hoofdrol

Hermes DVS lijkt klaar om te gaan oogsten. De Schiedamse traditieclub prijkt in de vierde klasse G na het eerste deel van de competitie bovenaan het klassement. “We zijn volwassener geworden”, stelt Arse Calame.

De 26-jarige aanvoerder heeft een druk leven. Naast een fulltime-baan traint hij bij Hermes DVS de talentvolle onder 15 en runt daarnaast met Anthony van Vooren een bedrijf dat trainingskampen en bedrijfsuitjes organiseert. De twee hebben het bedrijf de alleszeggende titel ‘Nummer 12 ‘meegegeven. “In een normaal jaar, vóór corona, organiseerden we jaarlijks zestien, zeventien trainingskampen. We kennen de beste sporthotels en de mooiste faciliteiten. We zijn er een paar jaar geleden mee begonnen. We waren met Hermes DVS op trainingskamp en wij hadden allebei zoiets van ‘dit kunnen wij ook en beter’.”

ZZP_Timmerteam

Dat beter slaat ook op het huidige Hermes DVS. Jarenlang speelde het team van Calame anoniem mee in de zaterdag-vierde klasse. Dit seizoen is alles anders, want van de acht gespeelde wedstrijden werden er zeven gewonnen. Met 22 punten staat Hermes DVS zelfs vier punten voor op de grote titelfavoriet Victoria’04, dat nog wel een wedstrijd te goed heeft. “Victoria’04 blijft voor mij kampioenskandidaat nummer één”, schuift Calame slim de favorietenrol naar de Vlaardingse concurrent. Ook Calame kan er echter niet aan onderuit: de progressie die zijn ploeg heeft gemaakt openbaart zich wekelijks op de velden. “We hebben altijd wel aardig kunnen voetballen”, vervolgt hij. “Maar we koppelen dat nu ook aan resultaat. Het is nog steeds frivool af en toe, maar we kunnen ook zakelijk spelen.”

Calame speelt intussen tien jaar in het eerste elftal van de Schiedammers. Zijn jonge jaren beleefde hij op zondag, toen Hermes nog in de derde en zelfs in de tweede klasse speelde. Op zaterdag waren de prestaties van Calame en zijn ploeggenoten vaker kleurloos dan kleurrijk. “We hebben de afgelopen jaren al wat stappen gezet”, reageert hij. “Of we de strijd met Victoria op de lange termijn aankunnen moet de tijd uitwijzen. Het is sowieso een prachtige afdeling, met Excelsior’20, PPSC en SVV als andere Schiedamse clubs. Voor derby’s ben je als speler net even wat meer geladen.”

Zijn rol in het elftal is niet veranderd. De aanvoerder speelt op ‘10’ of in de spits. “Dat is denk ik ook de kracht van ons elftal. We hebben een wat ruimere selectie. Het niveau gaat niet ineens omlaag als we twee blessures of schorsingen hebben.”

 

Klik hier voor meer informatie over Hermes DVS.
Klik hier meer artikelen over Hermes DVS.

PPSC heeft Koninklijke Erepenning nu écht binnen

PPSC is sinds 6 november in bezit van de Koninklijke Erepenning. Voorzitter Rick Bronwasser van de club kreeg de penning die dag uitgereikt van burgemeester Lamers.

ZZP_Timmerteam

PPSC bereikte in 2020 de respectabele leetijd van honderd jaar. Het jubileum kon vanwege corona niet al te uitbundig worden gevierd, maar Zijne Koninlijke Majesteit Koning Willem-Alexander besloot de club het grootste cadeau toe te kennen.

De club kreeg de onderscheiding vanwege het 100-jarig jubileum al op 30 april 2020. Vanwege de coronamaatregelen kon de penning toen echter niet worden uitgereikt.

De Koninklijke Erepenning is een onderscheiding die uitsluitend bestemd is voor die verenigingen die ten minste een halve eeuw bestaan. Om voor een erepenning in aanmerking te komen dient een vereniging zich onder andere op haar terrein te onderscheiden. De vereniging en haar bestuursleden dienen te goeder naam en faam bekend te staan.

Excelsior’20 kreeg al eerder de Koninklijke Erepenning.

Klik hier voor meer informatie over PPSC.
Klik hier voor meer artikelen over PPSC.

Ook bij HBSS leeft Dick Tijdeman van de goals

Doelpunten maken kan op allerlei niveaus en het leuke, weet Dick Tijdeman (38), is dat het genot van het scoren nooit verveelt. De spits van zaterdagderdeklasser HBSS uit Schiedam gold als jonge jongen als groot talent en mag zich formeel winnaar van de UEFA Cup noemen. Nu geniet hij bij de amateurs.

De fenomenale columnist Nico Dijkshoorn schreef voor Voetbal International geregeld stukken waarin hij ietwat verbitterd terugblikte op de tijd die zijn zoon Bob bij AZ doorbracht. Voor de jeugdtrainers van de vermaarde opleiding in Alkmaar was het doodnormaal dat complete gezinnen zich aanpasten aan het schema van de toppers in de dop. “Ook bij mij thuis was vroeger alles afgestemd op het voetbal”, zegt de in Den Haag geboren Tijdeman, die al op zeer jonge leeftijd bij PSV terecht kwam en daarna lang voor Feyenoord speelde. “Wij wisten niet beter dan dat vakanties op mijn programma waren afgestemd.  Ik had veel talent en werd een grote toekomst door trainers voorspeld. Vrije tijd had ik niet echt, het was alleen maar voetbal dat de klok sloeg. Ik vond het hartstikke leuk om te doen, maar verlangde vaak ook naar meer ontspanning.”

ZZP_Timmerteam

Tijdeman vertoefde drie jaar in Eindhoven en schopte het bij Feyenoord tot de A-selectie. In het seizoen 2001-2002, toen de Rotterdamse club stuntte door de UEFA Cup te winnen, behoorde hij tot de selectie die trainer Bert van Marwijk tot zijn beschikking had. “Feitelijk heb ik geen enkele bijdrage aan die prijs gehad, maar ik mag mezelf wél Europa Cup-winnaar noemen.” Dat het lijntje tussen een grote voetballoopbaan en voor het plezier bij de amateurs spelen vaak dun is, werd voor Tijdeman zonneklaar. “Ik kampte met blessures en had daar veel last van. Ik ben een keer op een heel ongelukkige manier aan mijn knie geblesseerd geraakt. Bij het voetballen op een pleintje struikelde ik over een losliggende stoeptegel en voelde gelijk dat het foute boel was. Op een gegeven moment heb ik het profvoetbal vaarwel gezegd. Ik ging bij de amateurs spelen en dat was prima.”

De alweer 38-jarige voetballer speelde onder meer voor Leonidas en Haaglandia. Bij SVV maakte hij deel uit van een gezelschap voetballers dat de club van de vierde klasse naar de eerste klasse loodste. “We hadden bij SVV aardig wat jongens die hoog hadden gevoetbald. We hadden een goede klik met onze trainer Toon Wolters bovendien. Het niveau op de trainingen was goed, omdat de spelers elkaar begrepen en op een logische manier over voetbal dachten. Ik vond het belangrijk dat mijn ploeggenoten het spel begrepen. Het tempo lag natuurlijk lager dan bij Feyenoord, maar met de voetbalintelligentie zat het wel goed.”

Tijdeman profiteerde als frontsoldaat optimaal van het gogme van zijn teammaten en scoorde met het gemak waarmee Theo Maassen een grove bak oplepelt. Of hij zijn trefzekerheid als vanzelfsprekend beschouwde? “Nee hoor, een doelpunt maken geeft altijd voldoening. Als je scoort, sta je er niet bij stil op welk niveau je je wedstrijd speelt. Ook nu bij HBSS vind ik het heerlijk als ik de bal erin prik. Ik blijf toch spits, zie je? Die leven voor het scoren.”

Dat de voetballer met het verstrijken van de tijd ook de geneugten van het leven leerde kennen, beschouwt hij als een pluspunt. “Ik vind het fijn om met mijn vrienden een pilsje te drinken. We zijn op een gegeven moment om diverse redenen naar HBSS gegaan met een heel stel en hebben het gezellig met elkaar. Met voetballers als Kees Wolters, Ilja Tiren en Marruchen Zimmerman speel ik lekker samen. Toon Wolters combineerde het trainerschap bij SVV met het leiden van het eerste van HBSS, dat op zaterdag speelt. Het viel mooi op zijn plek allemaal, we willen hogerop komen.  Achteraf denk ik weleens dat ik niet maximaal voor het voetbal heb geleefd. Om prof te worden heb je honderdtien procent inzet nodig, terwijl ik er maar voor negentig procent voor ging. Maar ik ben gelukkig bij HBSS en geef daarnaast trainingen bij amateurclubs om spelers beter te maken. Helemaal prima toch? Ik kan die jongens met mijn ervaring best wat leren.”

Klik hier voor meer informatie over HBSS.
Klik hier voor meer artikelen over HBSS.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.