Home Blog Pagina 381

Tussenpaus Hulsbosch wil opvolger Gouman eersteklasser nalaten

Nieuw-Lekkerland is in een heftige strijd verwikkeld om lijfsbehoud in de eerste klasse C. Om die strijd tot een succesvol einde te kunnen brengen, haalde ‘Lekkerland’ een oude bekende terug: Ronald Hulsbosch werd als opvolger van Bert Buizert aangesteld. Hij hoopt opvolger Fop Gouman een eersteklasser na te laten.

NIEUW-LEKKERLAND – Het kalenderjaar 2022 verliep voor Ronald Hulsbosch op een bijzondere manier. Van trainer in ruste werd hij tussenpaus bij twee clubs waar hij eerder in zijn loopbaan al werkzaam was geweest. In het eerste deel van het jaar ging hij aan de slag als interim – Joop Hiele was tussentijds verdwenen – bij Heinenoord , dat alle inspanningen ten spijt naar de tweede klasse afdaalde. En eind december was er opeens het verzoek van Nieuw-Lekkerland om – na de beslissing om afscheid te nemen van Bert Buizert – het seizoen af te maken.

,,Ik heb altijd gezegd dat ik naar Heinenoord en Nieuw-Lekkerland zou luisteren als ze mij nog nodig hebben. Vorig seizoen was dat het geval bij Heinenoord, waar het helaas niet gelukt is om die ploeg in acht weken nog in de eerste klasse te houden. Nu heb ik bij Nieuw-Lekkerland dezelfde opdracht gekregen, met als groot verschil dat ik meer tijd had en de groep al beter kende’’, gaf Hulsbosch, die als trainer ook werkzaam bij ’s-Gravendeel was, aan.

Stappen
De instapsituatie, met weer een ploeg die het gevecht aan moest gaan met het degradatiespook, was opnieuw lastig voor Hulsbosch. Maar omdat hij Nieuw-Lekkerland al aan het werk had gezien, was de inwerktijd relatief kort.  ,,Ik kende bijna alle spelers wel, maar met Niels Brekelmans, Terry van der Waal, Wim de Jong en Sjoerd Slob heb ik in mijn eerste periode al gewerkt’’, stelde de interim-trainer, die voor hij aantrad nog contact zocht met voorganger Bert Buizert.  

Na een aarzelende start zette Hulsbosch met Nieuw-Lekkerland in februari de eerste ferme stappen richting lijfsbehoud, met overwinningen op SVOD’22 en BVCB. Er wachten nog pittige weken, met op 1 april uiteraard dé regioclash met broeder in nood De Zwerver. Hulsbosch wil er alles aan doen om zijn opvolger Fop Gouman, die momenteel voor het vierde seizoen trainer is van tweedeklasser VVGZ uit Zwijndrecht, een eersteklasser na te laten. Met Gouman haalt Nieuw-Lekkerland een ervaren trainer, die in het verleden actief was bij Binnenmaas, Heerjansdam, Alblasserdam en ASWH (interim). Als speler kwam Gouman onder meer uit voor Achilles Veen en Roda Boys

Overigens heeft Hulsbosch al een voorschot op de toekomst genomen. Hij heeft al aangekondigd dat wat hem betreft er ooit nog eens een nieuwe termijn komt waarin hij training geeft bij ‘Lekkerland’: ,,Ik wil over vijftien jaar Nieuw-Lekkerland nog wel eens trainen. De zoons van de spelers die ik in mijn eerste periode heb getraind zijn namelijk nu al gek van voetbal.’’

Klik hier voor meer artikelen over Nieuw Lekkerland
Klik hier voor meer informatie over Nieuw Lekkerland

‘Het is mijn ambitie om bij een topclub te voetballen’

Fenne van Meeteren is voor dit interview samen met haar vader een half uur eerder naar het sportcomplex van voetbalvereniging Hardinxveld aan de vertrouwde Sluisweg gekomen. Met haar praten wij over haar passie voor het voetbal en filosoferen wij waar haar toekomst op dat gebied ligt. 

HARDINXVELD – De voetbalvelden van Hardinxveld vormen aan de oostzijde de grens met Hardinxveld-Giessendam, waar naast het voetbal vooral korfbal en op het hoogste niveau basketbal het sportleven bepalen. In het verleden werd sport door vrouwen en meisjes in Hardinxveld vooral bij de twee plaatselijke korfbalclubs Vriendenschaar en HKC gepraktiseerd. Met de entree van het vrouwenvoetbal ontstond ook het meisjesvoetbal. De 16-jarige Fenne van Meeteren traint en voetbalt met jongens in JO17-1. Dat maakt haar niveau beter. Opmerkelijk is dat zij op nummert ‘tien’ geposteerd staat. Dit is doorgaans de positie voor de spelverdeler, veelal voetballend de beste van het team. Fenne debuteerde vorige seizoen al in het eerste vrouwenteam van Hardinxveld. Tot corona ook Nederland in haar greep kreeg maakte zij deel uit van de KNVB-selectie Zuid-West-Nederland.

Vanuit de trainingssessies met de Oranjeselectie heeft zij wel wat contacten overgehouden. Zo is de Klaaswaalse voetbalvereniging SSS, dat met de vrouwen op goed niveau speelt, sterk geïnteresseerd in de talentvolle Hardinxveldse. ,,Om op topklasseniveau bij de vrouwen te spelen moet je zestien jaar zijn. Dat was ik destijds nog niet.” 

Complimenten
Fenne ging als jong meisje al met haar vier jaar oudere broer mee naar het voetbalveld. Zij was vijf jaar toen zij aansloot bij de F’jes, een jongensteam. ,,Het is leuk, want ik trek al tien jaar met die groep op. Begonnen als rechterverdediger, later centrale middenvelder en nu dus ‘op tien’ als aanvallende middenvelder. Fysiek en qua snelheid kan ik goed mee met de jongens. Ik ben op dit moment in de hoofdklasse het hoogst spelende meisje bij een jongensteam. Ik kies er bewust voor om bij de jongens te spelen. Daar gaat het sneller en zijn de duels steviger. Het verschil met meidenvoetbal op dat niveau is groot. Ik krijg steeds complimenten omdat ik mij als meisje op dit hoge niveau staande houd.” Zij combineert haar studie (havo-5) met voetballen. ,,Ik zit in mijn examenjaar en sta er heel goed voor. Het gaat dus naar wens. Als ik mijn diploma binnen heb ben ik van plan de studie voor fysiotherapie te gaan volgen.”

Zij wacht nog even af om van team of club te veranderen. ,,Ik ga natuurlijk eerst in gesprek met Hardinxveld om te kijken of de overstap naar het vrouwen 1-team een optie is. Een andere mogelijkheid is om nog een seizoen bij JO17-1 te blijven. Maar ik ben ambitieus en ben altijd op zoek naar teams die hogerop spelen. Sleeuwijk speelt eerste klasse en bijvoorbeeld Barendrecht is een optie.” De echte top in de regio, Feyenoord, Sparta en Excelsior, is verder weg. Fenne haalt even diep adem. ,,Daar moet je voor worden gescout. Het zou wel héél gaaf zijn, want het is tenslotte mijn ambitie om bij een topclub te voetballen. Elke dag op het veld staan.”

Klik op V.V. Hardinxveld voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Hardinxveld voor meer informatie over de club.

Multifunctionele Johan Woltman waardevol voor Hardinxveld

Hardinxveld is bezig aan een seizoen vol ups en downs. Goede en minder goede resultaten volgen elkaar op. Wat blijft is de ambitie om aan het einde van de rit een prijs mee te pakken, weet verdediger Johan Woltman.

HARDINXVELD – Zijn trainer Theo de Boon is uiterst tevreden met de ontwikkeling van de multifunctionele 26-jarige Woltman, een speler waar hij van op aan kan. Tot en met februari miste hij nog geen minuut speeltijd en is van aanvaller omgeturnd naar wingback. Als moderne verdediger is hij regelmatig goed voor een assist.

De Giessenburger maakte vijf jaar geleden de overstap van vierdeklasser Peursum naar Hardinxveld. ,,Het was in de periode dat vrienden van mij, zoals Niels Nomen en Wilmar van Bruggen, het hogerop gingen zoeken. Ik heb toen de keuze gemaakt om samen met Aron Eijkelboom naar Hardinxveld, dat toen tweedeklasser was, over te stappen en daar heb ik geen spijt van. Wij rijden met een groepje van vier, Robin en Sander de Boon, Aron Eijkelboom en ik naar de Sluisweg. Men noemt ons in Hardinxveld ‘de jongens van over het spoor’ omdat wij telkens de spoorweg over moeten steken.”

,,Dit seizoen staat er een goed team”, verzekert Woltman. ,,Wij begonnen met vier overwinningen. Waarom het soms niet lukt om steeds te winnen is voor ons ook een vraagteken. Hoewel de blessures van Robin de Kok, Aron Eijkelboom en Danny van den Bout ons niet hebben geholpen. Vooral Robin zijn wij door die knieblessure jammer genoeg lang kwijt. Zonde, hoor.” Wij spreken Woltman na de inmaakpartij tegen ASV Arkel. ,,Wij wonnen met 8-1 en speelden echt een heel goede wedstrijd.”

Vrije man
Terugkomend op de uitspraken van zijn trainer. ,,Ik ben inderdaad zelden geblesseerd en destijds bij Hardinxveld met Arjan de Vries als trainer, als linksbuiten binnengekomen. De volgende trainer, Richard den Ouden, posteerde mij aan de rechterkant. Toen de linksbackpositie vrijkwam ben ik daar terechtgekomen. Op die positie ben je nogal eens de vrije man en kan ik ook aanvallend mijn ding doen.”

Johan Woltman heeft de doelstelling voor Hardinxveld ondanks de wisselvallige resultaten, niet bij hoeven stellen. ,,Wij gaan nog altijd voor een periodetitel, want als ploeg horen wij toch echt bij de beste vijf in deze derde klasse.” Het is overigens de vraag of Hardinxveld nog op het eigen hoofveld gaat spelen. Na de winterstop werd het veld vrijwel onbespeelbaar door de grote hoeveelheid zand die erop is gestort. De Boon kiest daarom voor het kunstgrasveld, waar Hardinxveld voetballend, zoals ook tegen ASV Arkel, beter uit de voeten kan. Eind maart kan Hardinxveld aan de bak als het achtereenvolgens met De Alblas en Haastrecht te maken krijgt. Dan, met nog zes wedstrijden te gaan, weet het team waar het staat.

Klik op V.V. Hardinxveld voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Hardinxveld voor meer informatie over de club.

Nu kijkt de jeugd van OFB tegen hém op

Toen hij vroeger als klein jochie langs de lijn stond te kijken bij het eerste van OFB, droomde Xander Bom eigenlijk maar van één ding: om daar ooit op een dag zelf ook te staan. Inmiddels is hem dat gelukt, maar een beetje gek blijft dat voor hem toch nog altijd wel. “Nu kijkt de jeugd tegen mij op…”

Op vijfjarige leeftijd begonnen in de jeugd en niet meer weggegaan. Voor de zeventienjarige Bom een logisch gevolg. “Ik wilde ook nooit ergens anders heen eigenlijk, waarom zou je dat willen? Al mijn vrienden zitten hier.” Want, zo weet de middenvelder als geen ander. “Met je eigen club winnen, die sfeer dan in de kleedkamer, is het mooiste wat er is. Als het goed gaat, is dat geweldig. Het is ook echt gewoon een vriendenteam.” Een vriendenteam in Ooltgensplaat waar Bom sinds een aantal seizoenen onderdeel van uitmaakt. Ondanks zijn nog jonge leeftijd dus. “Op mijn vijftiende, nog spelend in de JO19, maakte ik al mijn debuut bij het eerste. Ze hadden veel blessures, dus kreeg ik de kans.”

Sportliefhebber
Sinds vorig seizoen behoort hij ook echt tot de vaste selectie van het vlaggenschip, die omschakeling was even wennen voor hem. “Ik ben zelf niet heel groot, dus daar moet je wel mee om leren gaan. Het is fysiek, het gaat sneller en overal zit veel meer tactiek achter.” Zijn start bij de vijfdeklasser ging dan ook niet vanzelf, vertelt Bom eerlijk. “Ik had het druk met school en dan kwam ook trainen er nog bij, dat leverde veel blessures op.” En dat niet alleen. “Tijdens een wedstrijd was ik na 80 minuten helemaal kapot. Dan keek ik soms op het scorebord, was het nog een halfuur…” Zijn lichaam laat de jongeling sowieso wel vaker in de steek. “In de jeugd heb ik veel last gehad van mijn knieën, groeipijnen. En later kreeg ik ook nog een blessure aan mijn knieholte, dus mijn knie is wel echt een zwakke plek.” En dat terwijl de tiener een sportliefhebber pur sang is. Ook buiten het veld. “Ik zit op het CIOS in Goes, dus daar ben ik ook continu bezig met sport.” Veel reizen, maar dat maakt de fanatiekeling niks uit. “Meer dan een uur, lekker relaxed in het busje, oortjes in.” Want op die sportopleiding, leert de ‘echte nummer zes’ van alles, vertelt hij. “Het is heel breed. Ik ga nu mijn trainerspapieren halen, maar je moet ook gymles op basisscholen geven. Dat vind ik echt leuk!” Toch weet hij stiekem al wat het later moet gaan worden. “Sportmasseur of fysiotherapeut, die richting zou ik wel graag op willen.”

Tandje bij
Al is dat een ‘zorg’ voor later, eerst moet er óp het veld gepresteerd worden. “Ik ben niet zo snel, maar wel fel in de duels. Dat blijft toch het lekkerste, er keihard in kleunen. Zelf moet ik het meer hebben van techniek dan van kracht.” Ook mentaal zit het bij Bom voorlopig wel goed. “Het is verschrikkelijk om op de bank te zitten, dan denk ik echt bij mezelf: er moet een tandje bij! Dat gebeurt niet al te vaak gelukkig.” Mede aan hem om te zorgen voor een stijging op de ranglijst, want die plek in de middenmoot valt een beetje tegen. “We spelen nu in een nieuwe competitie, een beetje regio Rotterdam. Soms kom je bij verenigingen, dan schrik je… Op het eiland kende je natuurlijk iedereen. Hier lopen een paar goede voetballers en verder is het vooral heel fysiek, ze geven nergens om.” Een spelletje dat OFB niet per se heel goed ligt, denkt Bom. “We zijn best een jong team, één iemand is 25, de rest is jonger. Toch moeten we dan niet bang zijn.” Als jeugdtrainer van de JO15, kan hij het weten. “Ik wilde altijd al coach worden. Je ziet ze ontwikkelen, dat vind ik gaaf.” Ook zelf probeert hij dat te blijven doen, bijvoorbeeld door te praten met zijn eigen trainer. “Daar leer je dan ook weer nieuwe dingen van. En volgend jaar hoop ik mijn UEFA C te halen.” Toch, wil hij natuurlijk zelf zo lang mogelijk blijven voetballen. “Het is hier geweldig, helemaal als het lekker gaat. Maar ook in slechte tijden moet je blijven, anders ben je geen echte voetballer!”

Klik op V.V. OFB voor de laatste artikelen over de club
Klik op V.V. OFB voor meer informatie over de club.

Jarden van Ek als linksbuiten naar mooie mijlpaal 

Jarden van Ek speelde dit kalenderjaar zijn honderdste wedstrijd in de hoofdmacht van Papendrecht. Na enkele jaren als linksback is hij nu belangrijk als linksbuiten.

PAPENDRECHT – Van Ek debuteerde begin 2017 onder Vincent de Klerk in de hoofdmacht van Papendrecht. Zes jaar later passeerde hij de grens van honderd duels. ,,Dat hadden er ook al 150 kunnen zijn, maar door corona zijn er natuurlijk anderhalf jaar nauwelijks wedstrijden geweest in het amateurvoetbal. Het is een mooie mijlpaal, maar ik vind het vooral leuk dat we het als team zo goed doen dit seizoen”, zegt Van Ek, die acht jaar in de jeugd van SC Feyenoord speelde. ,,Op het oude Varkenoord nog. Een mooie tijd, maar de gedroomde overstap naar de BVO kwam er helaas niet, in tegenstelling tot Cambuur-verdediger Alex Bangura waar ik acht jaar mee heb samengespeeld op de linkerflank. In 2016 ging ik een hbo-studie volgen en ben ik teruggekeerd naar Papendrecht, waar ik als eerstejaars A-junior al mijn debuut mocht maken in het eerste. Het seizoen daarop heb ik onder Peter de Haan ook al veel gespeeld en sinds de komst van Johan Sturrus ben ik wel een vaste kracht geworden”, vertelt Van Ek. Waar dat eerst nog als linksback was, veranderde dat in 2021 met de komst van Job van der Werff. ,,Eerst begon Job nog als linksbuiten, maar na een tijdje hebben we dat omgedraaid. Nu loopt dat linkerflank uitstekend, ook met onze aanvoerder Xavier Leenheer die ook jarenlang die flank heeft bestreken.”

Snelheid
Van Ek stond eind februari al op acht goals, net als rechtsbuiten Jay Luciano. Spits Lorenzo van Wijk had er toen al elf gemaakt. Het is het scorende vermogen waar het vorig seizoen vaak aan ontbrak, zeker in de laatste weken van het seizoen. ,,Dat heeft ons uiteindelijk opgebroken. We speelden echt een prima seizoen en hebben er keihard voor gewerkt, maar zoveel gemiste kansen in de laatste drie maanden van het seizoen breekt je uiteindelijk op en dat was bij ons helaas het geval. Die degradatie kwam als een enorme klap aan, maar we hebben ons dit seizoen uitstekend herpakt”, vertelt Van Ek. ,,In de eerste weken van het seizoen zetten we direct een paar grote overwinningen neer en dan is het vertrouwen direct helemaal terug bij iedereen. Niet alleen voorin, maar ook op het middenveld met de ervaring van Norichio Nieveld erbij. En centraal achterin spelen Cees Baars en Jillroy Ruiz echt een fantastisch seizoen. Ze zijn razendsnel, slim in de duels en lossen alles voetballend op. Nee, die jongens raken nooit in paniek en zorgen voor een verzorgde opbouw, dat maakt het voor ons fijn voetballen. Nick Kamerling heeft ruim tien jaar de boel neergezet achterin, maar nu nemen keeper Roy Rijntjes en rechtsback Michael van Rooijen die coachende rol meer op zich.”

Papendrecht stond begin februari al tien punten los op de achtervolgers, maar verloor ook twee van de drie eerste wedstrijden na de wedstrijd. ,,Nee, van gemakzucht of onderschatting is zeker geen sprake. We willen dolgraag terug naar die eerste klasse en weten dat we tot het einde scherp zullen moeten blijven in deze competitie. Wel verwacht ik dat we er in de tweede seizoenshelft harder voor moeten gaan werken, omdat iedereen van ons zal willen winnen en daarvoor vaak een meer verdedigende tactiek zal gaan gebruiken. Het is voor de tegenstanders inmiddels ook wel duidelijk dat onze snelheid voorin een groot wapen is, maar ook via verzorgd spelen via ons middenveld kunnen we tot goals komen. We zullen iets meer variatie moeten zoeken in ons aanvalsspel”, zegt Van Ek, die op 4 februari nog met een prachtige volley scoorde tegen Wieldrecht

Papendrecht lijkt klaar voor een terugkeer naar de eerste klasse, al geeft Van Ek direct aan dat hij en zijn teamgenoten er zeker nog niet zijn. ,,In januari hebben we tegen RVVH, Oranje Wit en LRC al drie goede wedstrijden gespeeld tegen eersteklassers en ik weet zeker dat we meekunnen op dat niveau, maar het is wel een flink niveauverschil ten opzichte van de tweede klasse. Er zitten toch clubs tussen met een flink budget en selecties van soms wel twintig goede spelers. Papendrecht heeft die portemonnee niet, maar wij doen het op onze eigen manier.”

Klik op VV Papendrecht voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Papendrecht voor meer informatie over de club.

‘De rek is er na drie jaar wel een beetje uit’, aldus Eelko van der Linde van SNS

Aan het einde van dit seizoen komt er een einde aan het huwelijk tussen vierdeklasser SNS en Eelko van der Linde. De trainer én club vinden het na een samenwerking van drie jaar mooi geweest. “De rek is er wel een beetje uit, dat gevoel heb ik…”

En dat gevoel komt niet helemaal uit de lucht vallen, is de 46-jarige Van der Linde eerlijk. “Als voetballer vond ik dat zelf ook: een trainer moet na een jaar of drie weer weg. Dan ben je op elkaar uitgekeken en is het wel genoeg.” Heel lastig was de keuze dan ook niet. “Moet ik dan nu schijnheilig gaan doen en toch blijven? Dit is voor allebei de partijen beter. Een frisse wind, voor club en spelers.” Maar voordat het zover is, wil Van der Linde natuurlijk eerst op een mooie manier afscheid nemen. Van een bijzondere periode uit zijn trainerscarrière. “Ik was hartstikke blij toen SNS een aantal seizoenen geleden contact opnam. Een club die me altijd al aan stond, qua beleving en supporters. De klik was er meteen.”

Lastig
De inwoner van Middelharnis, op dat moment nog trainer van het tweede van DVV’09, had dan ook weinig tijd om na te denken nodig. Maar heel gemakkelijk was zijn start in Stad aan ‘t Haringvliet vervolgens niet. “Het eerste jaar kwam corona en mochten we alleen maar trainen… Dat was soms best wel lastig.” Lastig was ook zijn tweede seizoen, alleen om een heel andere reden. “We begonnen geweldig, stonden volgens mij een tijdje derde, toen kwam de klad erin. Blessures, mensen die moesten werken, afmeldingen.” Dat laatste was sowieso iets waar de hoofdcoach aan moest wennen. “Spelers zeggen steeds makkelijker af, daar heb je als trainer nu eenmaal mee te maken.” Ondanks dat alles, kijkt de oefenmeester met een tevreden gevoel terug op zijn tijd in het zwart met wit. “Eigenlijk is, wat ik had verwacht, allemaal wel uitgekomen. Spelers, bestuur en club, daar heb ik van genoten.” Al blijft Van der Linde, fanatiek als hij is, ook in zijn laatste maanden kritisch. Want met een plek in de onderste regionen van de vierde klasse, vallen de prestaties tegen. “We hebben geprobeerd om er meer voetbal in te krijgen, daardoor ga je soms ook schuiven met poppetjes. Dan zijn resultaten zó belangrijk, nu zit het even tegen.”  Toch maakt de trainer zich niet al te veel zorgen. “Het blijft wel echt één groep, na iedere wedstrijd of training. Dat is heel positief.”

Spelend lid
En dus blijft Van der Linde vol vertrouwen. “We hopen nu gewoon snel puntjes te pakken, dan wordt de sfeer nóg beter. Uiteindelijk kunnen we dan gewoon nog zevende worden, als iedereen fit en gemotiveerd is.” Al is de situatie misschien zorgelijker, dan hij in eerste instantie wil doen geloven. “We zitten, mede door veel blessures, gewoon krap in de mensen. Mijn assistent en ik, zijn nu spelend lid. Dat zegt genoeg.” Alles om de club op een goede manier achter te laten, want Van der Linde is stiekem een klein beetje van SNS gaan houden. “De warmte, de gemoedelijkheid. Vooral dat laatste is echt een pluspunt. Als je hier iets vraagt, wordt het voor je geregeld. Ik ben gewoon heel blij dat ik deze kans heb gekregen.” Over zijn echte afscheid, wil hij dan ook eigenlijk nog niet al te veel nadenken. “Ik ga vooral de gezelligheid missen. Even een praatje hier of een dolletje daar.” Een gezellige tijd dus, maar ook één waar Van der Linde veel van heeft geleerd. “Ik ben een rustige trainer, misschien soms wel iets té, je moet ook harder kunnen zijn.” Of hij dat streven volgend seizoen ergens in de praktijk kan brengen, is voorlopig nog maar de vraag. “Een jaartje vrij is niet erg. Dan stap ik op het fietsje en ga ik lekker wedstrijdjes kijken in de buurt. Ook bij SNS!”

Klik op SNS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SNS voor meer informatie over de club.

‘Mijn vrouw heeft stiekem wel gelijk’ aldus George Pape van WFB

Als jongste lid van de vereniging verzorgde hij in de jaren 70 de aftrap voor het duel tegen het Feyenoord van onder meer Willem van Hanegem en Wim Jansen. Vanaf dat moment begon het balletje bij WFB voor George Pape niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk te rollen. “Volgens mijn vrouw doe ik veel vrijwilligerswerk…”

En nadat Pape (55) is begonnen met het opsommen van zijn taken, kunnen we haar niet anders dan gelijk geven. “Ik ben teammanager van het eerste, fluit wedstrijden, help scheidsrechters, loop mee met de consul en draai samen met mijn vrouw diensten in de bestuurskamer. En ik vlag ook nog bij één!” Zelf begint hij al te lachen. “Nu ik ze zo op zit te noemen, zijn het er eigenlijk best veel. Mijn vrouw heeft stiekem wel gelijk, haha!” Gevoetbald bij de jeugd, de senioren en bij de selectie. Maar ook nu, weet de vrijwilliger dus nog van geen ophouden. “Heel af en toe trap ik nog een balletje bij de veteranen, al lukt dat vanwege die andere functies niet vaak.”

Valkuil
Want als teammanager is de inwoner van Ouddorp vaak iedere dinsdag, donderdag én zaterdag op de club. Vooral in het weekend, maakt de vrijwilliger lange dagen. “Op zaterdag is het meestal van half zeven ‘s ochtends, tot half zeven ‘s avonds.” Het wassen van de kleding, want dat doet hij samen met zijn vrouw ook nog, is Pape in de gauwigheid even vergeten te vermelden. “Als ze dan de tas komen brengen, blijven die jongens vaak nog even zitten, doen we samen een wijntje.” Hoe hij het allemaal volhoudt? Een goede vraag. “Het is een hobby, of eigenlijk een passie. Ik haal er veel voldoening uit. Ontstressen, maar soms ook stressen…” Toch blijft iedere dag weer leuk. “Het omgaan met de mensen, met de selectie. Daardoor blijf je jong, ik ken alle moderne muziek!” Misschien nog wel belangrijker: “Ik mocht hier zelf altijd voetballen, heb veel gekregen, dan moet je ook iets terugdoen. Dat is een valkuil van mij. Zie ik een gat, dan spring ik er maar weer in.” Weten ze ook thuis. “Nu sta ik ‘s avonds de keuken te schuren of te verven, in plaats van op een vrije zaterdag.” Vrije tijd heeft Pape dan ook al lang niet meer, dat baart hem ergens wel een klein beetje zorgen. “Vrijwilligers vinden wordt steeds lastiger. Er zijn nu bijvoorbeeld zó weinig scheidsrechters. Straks krijg je wedstrijden waar spelers zelf moeten fluiten, dat wil je toch niet?” En dus zijn ze bij WFB bezig met een soort campagne. “Een vrijwilligersteam is daar druk mee op Social Media. Maar ook gewoon door op de man af te vragen, dat werkt toch nog altijd het beste.”

Familiedag
Een avondje klaverjassen, een bardienstje of nieuwe ballen regelen. De clubman is er maar druk mee. “We kennen elkaar allemaal, we weten alles van elkaar, dan wil je toch iets kunnen bieden? Ook tijdens corona deden we dat. Daar ben ik dan trots op. Daarvoor kom ik weer iedere zaterdag naar die club.” Alles om het iedereen naar hun zin te maken, ook als teammanager. “Bij ons gaat het allemaal best wel professioneel. Kleding ligt klaar, ballen zijn opgepompt, de communicatie wordt gedaan. En als er een speler ziek of geblesseerd is, regel ik een fruitmandje. Wat dat betreft, sta ik een beetje tussen de trainer en die jongens.” Voor wie zich zorgen maakt, heeft Pape een geruststellende boodschap. “Mijn oudste speelt in het eerste, de jongste nog in de jeugd. Dus ik zie ze, net als mijn vrouw, eigenlijk heel de zaterdag. Een soort familiedag.” Toch, zou die in de toekomst zomaar kunnen gaan verdwijnen. “Ik zit wel te kijken om een aantal functies neer te leggen, zodat ik iets meer tijd overhoud. Ons huis is twintig jaar oud, daar moet een keer wat aan gebeuren…” Maar met een vader die nog lid is, een zwager die training geeft en een zusje dat net zo betrokken was, zit WFB in zijn bloed. Eén droom moet wat dat betreft nog uitkomen. “Een kampioenschap met mijn eigen kinderen in de selectie!”

Klik op WFB voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WFB voor meer informatie over de club.

De gezelligheid blijft het leukste bij de dames van DVV’09

Het begon voor René Smit een aantal jaar geleden gewoon met schoolvoetbal en wat vriendinnen bij zijn dochter in de klas. Maar inmiddels is dat groepje bij DVV’09, uitgegroeid tot een serieus damesteam. En met het winterkampioenschap op zak, barsten ze van het enthousiasme en de gezelligheid.

Hijzelf misschien wel voorop, want Smit (57) is na jaren als trainer bij het damesvoetbal niet meer weg te slaan. “Inmiddels alweer een behoorlijke tijd, vier seizoenen. En daarvoor ook al een jaar of wat.” Heel gek is dat niet. “Eerst ging mijn ene dochter voetballen, later ook die andere.” Maar het begon dus allemaal twaalf jaar geleden, met schoolvoetbal. “Binnen ‘no-time’ hadden we twintig meiden, toen hebben we later bij de D tot en met de B-jeugd, vier teams gemaakt.”

Uitblinkers
Smit, die inmiddels al meer dan vijftig jaar bij DVV’09 komt, geniet van zijn rol. “Bij jongens is het toch vaak: Waarom? Meiden doen gewoon wat je zegt, die zijn veel meer gedisciplineerd.” En hij kan het weten. “Ik ben als trainer begonnen bij de F’jes en ben daarna doorgegroeid naar de ‘A’.” Maar ook zelf trapt hij nog zo nu en dan een balletje. Nadat de inwoner van Dirksland tot zijn 37ste in het eerste heeft gespeeld. “Bij de 35+, als ik er tijd voor heb!” Want stiekem kost het trainen van de dames, toch behoorlijk wat tijd. Maar die steekt Smit er met alle liefde in, vertelt hij. “In elke linie hebben we wel een paar uitblinkers. En, misschien wel het belangrijkste, we blijven altijd voetballen.” Gelukkiger kun je hem dus eigenlijk niet maken. “We hebben een fantastische groep, de meeste meiden zijn al lang samen.” Dat blijkt wel, als Smit de leeftijden van zijn selectie eventjes langsloopt. “De oudste is 38 en de jongste vijftien, daar zit best een groot verschil tussen. Maar we hebben genoeg ervaring hoor!” Sowieso hebben de vier trainers, ze doen het samen, een hoop om uit te kiezen. “De speelsters van één en twee, trainen allemaal samen, dat zijn er een stuk of veertig.” Genoeg dus voor een paar mooie oefeningen. “Kaatsen, doorspelen en de derde persoon zoeken. Dat zijn dingen die we veel doen. Of beginnen met een ingooi. Vooral het coachen en om je heen kijken, vind ik heel belangrijk.”

Zelf nadenken
Misschien wel, zodat Smit het zelf ietsje minder hoeft te doen. “Voorheen was ik als trainer héél aanwezig, stond ik over het hele veld te roepen. Dat is nu wat minder.” Ingegeven door de vader van oud-prof Oscar Moens. “Die vroeg aan mij: Waarom doe je dat? Als je ze het zelf laat doen, worden ze pas echt beter. Dan moeten ze nadenken en oplossingen gaan zoeken. Je moet het eigenlijk niet te veel voorzeggen.” En dat begint al in de jeugd, zou je zeggen. “Meisjesteams hebben we niet, dus ze spelen bij de jongens tot de JO15, dan gaan ze naar de dames.” Dat zorgt zo nu en dan, voor wat problemen, vertelt Smit. “Voor een derde team hebben we er net te weinig, dus in het weekend, kunnen er soms best een paar een snipperdag nemen!” Al doen de meesten, dat toch liever niet. “De gezelligheid blijft het leukste. Onderling is het zo’n leuke groep, dat hebben we hier jaren niet gehad.” Toch, als hij dan kritisch moet blijven. “Is het soms iets té gezellig. Zelf was ik als speler helemaal ziek als ik verloor, dat hebben die meiden niet. Ook wel weer mooi.” Verliezen doen ze bij DVV’09 trouwens sowieso maar weinig én dat is maar goed ook. “We willen doorstomen naar die derde klasse. Het winterkampioenschap is binnen, nu nog promoveren. Dat is de doelstelling. Als we dit jaar bovenin meedoen, ben ik tevreden.” Bouwen, zodat het volgend seizoen nóg beter is. “Dan ben ik er gewoon weer bij!”

Klik op DVV’09 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DVV’09 voor meer informatie over de club.

Jelle de Wit is basisspeler én opleider bij VVAC

Jelle de Wit behoort tot die échte clubmensen die wat over hebben voor hun vereniging. Pas 24 jaar maar al zeven jaar eerste-elftalspeler bij VVAC en daarnaast als opleider nu al bezig met de toekomst van de vereniging.

OTTOLAND – Dat betekent lange avonden voor de in Molenaarsgraaf opgegroeide De Wit. Op dinsdag- en donderdagavond is het snel een hapje eten en dan direct naar De Put voor de jeugdtraining om half zeven. Aansluitend kan hijzelf tot tien uur aan de bak. Op zaterdag kan De Wit het jeugdteam, dat vaak al om tien uur speelt, begeleiden. Daarna meteen door naar het eerste elftal. ,,Het trainen en begeleiden van die jeugdspelers van 13 tot 15 jaar is gaaf. Die gasten zijn lekker aan het puberen en gaan richting het grote mannen voetbal. Bijzonder is dat er nu spelers aan het eerste elftal zijn toegevoegd die ik bij JO15-1 heb opgeleid.” Jelle de Wit is al in het bezit van het trainersdiploma UEFA-C. Het vervolgdiploma wil hij gaan halen nadat hij is gestopt als voetballer. De Wit is dus een kind van De Put, de recreatievijver waaraan het sportpark is gelegen. Hij refereert graag aan het clublied van VVAC: ‘Langs de camping en de boerensloot werd ons cluppie groot’.

 

Rivaliteit
Jelle de Wit was 17 jaar toen hij bij VVAC bij het eerste elftal werd gehaald. ,,Het was het seizoen dat wij degradeerden. Omdat wij vierdeklasser werden ben ik teruggekeerd naar JO19. Het vierde-klasseniveau is immers ook niet alles. Een jaar later promoveerden wij naar de derde klasse. Dat was een heerlijk seizoen en daarna werd het alleen maar leuker, want deze derde klasse is echt fantastisch. Ik voetbal voor mijn hobby en niets is leuker dan wekelijks een derby spelen.” De Wit, bij VVAC de vaste linker centrale verdediger, noemt wedstrijden tegen De Alblas en Groot-Ammers als voorbeelden van superderby’s. Er is veel rivaliteit en het gaat soms wel eens over het randje. ,,Maar het blijven gave wedstrijden. Nu treffen wij ‘Ammers’ even niet. Gelukkig zijn zij gedegradeerd en niet wij. Maar dit seizoen wordt het lastig, hoor, om in deze derde klasse te blijven. Wij moeten op plek acht eindigen om veilig te zijn. Na vijftien wedstrijden staan wij zelfs onder de fatale streep. Dat moet beter maar het wordt wel een uitdaging om naar dat linkerrijtje te komen.” Het is voor veel clubs nu zaak te overleven met twee versterkte degradatierondes achtereen, tot en met het seizoen 2023-2024.

Bij VVAC in Ottoland heeft Sleeuwijker Maarten de Bruijne zijn overeenkomst alweer verlengd. Hij is nu bezig aan zijn tweede seizoen. Jelle de Wit: ,,Voor ons is Maarten de perfecte trainer. Jong en zelf nog niet zo lang geleden gestopt met voetballen. Dat past wel bij ons team. Een oudere trainer zou bij ons ook wel kunnen, hoor. Het hangt veel af hoe die trainer zich aanpast aan de groep.” De Wit zit zeven jaar bij de selectie van het eerste elftal en voor hem is De Bruijne al zijn vijfde trainer. ,,Mijn eerste trainer was Ton Heijstek. Bij hem ben ik destijds in het eerste elftal gedebuteerd. Ik ben er inmiddels wel achter dat elke trainer zijn eigen stijl heeft en dus zo zijn voor- en nadelen heeft.”

Klik op VVAC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVAC voor meer informatie over de club.

‘Periode’ slechts tussenstation voor Groot-Ammers?

De kans dat Groot-Ammers de degradatie van afgelopen seizoen in kort tijdsbestek repareert, is groter geworden. De formatie van de langer aanblijvende trainer Bertus van Schaik stak door de 5-2 zege op ASH de  periodetitel in de vierde klasse E op zak en duwde de neus in de spannende titelrace weer voor de concurrentie.

GROOT-AMMERS – Groot was de mentale tik die Groot-Ammers het afgelopen seizoen moest slikken tijdens de allerlaatste momenten van de jaargang: op het terrein van Cluzona draaide een verloren strafschoppenserie in het finaleduel met Nieuwdorp uit op degradatie naar de onderste trede van de voetballadder.

Weer afscheid van de derde klasse, het niveau waar Groot-Ammers zich zo graag weer had willen manifesteren onder de nieuwe trainer Bertus van Schaik, de opvolger van Ferry van Dijk die na vier seizoenen afscheid nam van sportpark Gelkenes. Met Van Schaik haalde ‘Ammers’ voor dit seizoen een ervaren keuzeheer, die acht jaar werkzaam was geweest in zijn woonplaats bij SV Lopik en afkomstig was van OSV Nita van Nieuwer ter Aar. Met Van Schaik aan het roer hoopte Groot-Ammers het verloren gegane terrein snel te herwinnen.

Voorbeeld
De eerste stap naar de verwezenlijking van dat doel is gezet: met enige vertraging stak Groot-Ammers de eerste periodetitel op zak. De 5-2 overwinning op ASH, met doelpunten van Ricky Eijkelenboom (2x), Stan Folst, Sam Beekman en een treffers van de opponent uit Hellouw zorgde voor een bezegeling van de eerste prijs van het seizoen. Via de daaropvolgende 3-1 overwinning op en bij SVS’65 hees ‘Ammers’ zich weer op kop van de ranglijst in de vierde klasse E en nam zo een neuslengte voorsprong op de oppositie die in de nek hijgt.

Terwijl het eerste team een prima periode kende, beleefde de vereniging twee emotionele momenten. Het overlijden van de 54-jarige vrijwilliger Eric Jerphanion had flink wat impact binnen de club. ,,Eric kende iedereen en iedereen kende Eric. Hij was geliefd. Het verenigingsleven in Nieuwpoort, Langerak en Groot-Ammers verliest een voorbeeld-vrijwilliger, want naast Groot-Ammers waren er nog talloze verenigingen waar hij in meer of mindere mate actief was. Eric was positief, kritisch waar nodig en deed alles in het belang van de vereniging en haar gasten want die waren het belangrijkste’’, liet voorzitter Rolf Kamsteeg van Groot-Ammers optekenen. Bovendien werd de vereniging geraakt door het overlijden van Kees Mourik op 85-jarige leeftijd. Mourik was de grondlegger van het gelijknamige bedrijf, dat al 33 jaar de trouwe hoofdsponsor van de voetbalclub is. Bij het 90-jarig jubileum afgelopen zomer hield Mourik, die oud-speler en voormalig scheidsrechter was, nog een gloedvolle speech.

Het verdriet vanwege het wegvallen van twee belangrijke schakels werd derhalve vermengd met sportieve vreugde. Onder leiding van Bertus van Schaik, die inmiddels zijn contract verlengd heeft bij Groot-Ammers maakt het vlaggenschip jacht op promotie en dus een terugkeer binnen een jaar naar de derde klasse.

klik hier voor meer artikelen over Groot-Ammers
klik hier voor meer informatie over Groot-Ammers

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.