Home Blog Pagina 353

Spirit prijst zich gelukkig met tweehonderd sponsors

“Dat we de afgelopen tien jaar grote stappen hebben kunnen zetten met Spirit komt mede door de masale sponsoring”, zegt voorzitter Henk Lammertse, die trots is op de tweehonderd sponsors die zijn club rijk is. En het einde is nog niet in zicht.

De ontwikkeling van de sponsoring is vooral terug te zien aan het hoofdveld van de kanaries. Niet één maar twee rijen aan reclameborden omzomen het veld. En dat is niet alles. Op de hoek van het doel bij de entree van het sportpark staat sinds kort een fraai elektronisch scorebord. Als de JO15-2 van Spirit tegen JO15-1 van Schoonhoven speelt, laat het bord zien wat het allemaal in zijn mars heeft. Er is vuurwerk op beeld als er gescoord wordt (zes keer bij deze wedstrijd) en tussen de bedrijven door flitsen de bedrijfsnamen van trouwe sponsors langs.

“Ons nieuwste paradepaardje”, zegt voorzitter Lammertse. “Het bord is best een behoorlijke investering, maar we zijn naar sponsors gaan zoeken die interesse hadden. We hadden er snel tien gevonden, waardoor we het bord er binnen een paar jaar uit hebben.”

Spirit telt inmiddels tweehonderd bedrijven die op één of andere manier de club financieel steunen. Hoe belangrijk die sponsoring is laat Lammertse zien aan de hand van de inkomsten van zijn vereniging. “We hebben drie inkomenstromen die ongeveer gelijk zijn: contributie, kantineomzet en dus sponsoring.” Toen Lammertse twaalfeneenhalf jaar geleden aantrad als preses van de Ouderkerkse club was sponsoring lang niet zo’n serieuze zaak als nu. “Het hing er een beetje bij. Ten onrechte natuurlijk. Inmiddels weten we hoe belangrijk het voor Spirit is. Alle verbouwingen en investeringen die we hebben gedaan op het complex hadden we niet kunnen doen zonder die intensieve manier van sponsoring.”

“Er was in die tijd niet echt een beleid. We hebben als eerste doorgevoerd dat we onze inkopen doen bij onze sponsors. Het lijkt heel logisch, maar dat was het toen niet.” De goede uitstraling van de club is cruciaal, zegt Lammertse. “Spirit leeft in het dorp. Dat zien sponsors ook.”

Hij vertelt over één van de hoofdsponsors die zich spontaan meldde. “We kregen nieuwe buren en ik dacht dat het wel goed zou zijn om even langs te gaan want op zaterdag is er in de wijk regelmatig overlast vanwege de drukte op ons sportpark. Die meneer bleek een eigen bedrijf te hebben. Hij vond die reuring op zaterdag juist geweldig. Hij wilde graag ook sponsor worden.” Op het hoofdveld is nauwelijks meer plek voor een reclamebord. “Natuurlijk wel”, zegt Lammertse, die met zijn Spirit-team nooit verlegen zit om een creatieve blik. “Er kan nog een rij bij, al moet je wel eerst een investering doen voor het staalwerk.”

Spirit heeft andere plannen. “We zijn bezig om veld 2 te exploiteren als het veld van de vrouwen en meisjes. Daar zoeken we ook sponsors bij. Daar hebben we nog ruimte zat.” En dan is er nog het ‘heilige’ Spirit-tenue. Vier sponsors zijn er te vinden op het shirt en broekje. Lammertse denkt dat er nog wel plaats is voor twee meer. “Op het broekje links is nóg plek… weet je, genoeg ideeën. Alles staat en valt bij een actieve sponsorcommissie. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat we die hebben.”

Klik op vv Spirit voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Spirit voor meer informatie over de club.

Bij Verburch is voorkomen beter dan genezen, aldus Wouter de Kok

Voorkomen is natuurlijk altijd beter dan genezen. Ook bij voetbalblessures. Maar als een speler dan toch een keer geblesseerd raakt, is goede behandeling van onmisbare waarde. Weet ook Wouter de Kok, als fysiotherapeut bij Verburch. “Met onze ervaring kunnen wij veel voor voetballers betekenen.”

En als er iemand is, die dat kan weten, dan is het de 44-jarige De Kok wel. Met zijn eigen praktijk in fysiotherapie, inclusief keurmerk, barst de inwoner van Poeldijk van de ervaring. “Ik ben er rond 2007 eigenlijk een beetje ingerold. Het begon in 1997 met het CIOS, toen werkte ik als bijbaantje in een sportschool bij twee fysio’s, raakte ik besmet en ging ik weer studeren.” Drie jaar na zijn afstuderen, begon de fysiotherapeut in 2010 voor zichzelf. Sinds 2015 zit hij voor Verburch op zijn vaste locatie aan de Arckelweg. Door aanwezigheid van de praktijk op het sportpark zelf, was een samenwerking onvermijdelijk, eentje waar de derdeklasser nadrukkelijk de vruchten van plukt. “Met onze ervaring door de jaren heen, kunnen we veel voor voetballers betekenen. We zijn nu met zes man, een echt topteam! Op die manier is er ook altijd een fysio aanwezig.”

Echografie
Mocht er dan onverhoopt toch iemand geblesseerd raken, ligt het stappenplan al klaar. “Ze komen eerst bij ons voor een diagnostiek, om te kijken wat er aan de hand is. Mocht het nodig zijn, volgt er dan aanvullend onderzoek. Middels echografie.” Vooral van dat laatste, maken De Kok en Laura Nederpel dankbaar en veelvuldig gebruik binnen hun praktijk. “Je merkte voorheen, als we alleen de testjes deden, dat er altijd een bepaalde foutmarge in zat. Dan wist je het nooit helemaal zeker. Om dat uit te kunnen sluiten, hebben we ons gespecialiseerd in echotherapie.” Waar dat voor zorgt? “Meer zekerheid! Op zo’n echo kun je fracturen en vocht zien, dus is het makkelijker om het letsel in te schatten. Deze manier van werken geeft de speler én trainer meer duidelijkheid. Door betere diagnostiek, kunnen we een goed en persoonsgericht plan van aanpak maken.” Waar hij dat eerder al voor andere clubs verzorgde, doet hij dat nu dus ook in samenwerking met Verburch. De fysiotherapeut licht de werksituatie nader toe. “Op maandagavond hebben we een inloopspreekuur voor de jeugd en de selectie. Spelers die ergens last van hebben kunnen langskomen én krijgen voorrang met inplannen.” Daarnaast sponsort De Kok de club een verzorger, maar dat is nog lang niet alles. “Aan het begin, tijdens en aan het einde van het seizoen, doen we verschillende conditietesten. Om blessures te kunnen voorkomen.” Heel gemakkelijk is dat overigens niet, vertelt hij lachend. “Zeker na de zomer, haha. Dan hebben ze allemaal goed vakantie gevierd…”

Monitoren
Toch proberen ze daar, samen met Verburch, stappen in te maken. “Het wordt steeds serieuzer en fanatieker, dat merk je. Ieder jaar begint dat weer opnieuw, het is moeilijk om de periodisering goed te krijgen. Hoe kun je een groep belastbaarder maken, zonder dat het spierblessures oplevert? Daar geven we advies in.” Want, zo weet De Kok uit zijn jarenlange ervaring. “Sporters balen als ze een blessure hebben, dus dat moet je zien te voorkomen. Dat heeft ook met een bepaalde levensstijl te maken.” Maar de aanhouder wint. “Ik denk dat het uiteindelijk wel gaat lukken. Je probeert ze toch iedere keer weer een stukje wijzer te maken. Veel factoren spelen daarbij natuurlijk een rol: leeftijd, stress, werk, voeding. Noem maar op. Ook het biertje op vrijdagavond, heeft een negatieve invloed op je herstel. En toch doet iedere speler dezelfde training…” Vooral dat laatste, vindt De Kok meer dan interessant. “Hoe komt die trainingsprikkel aan? Dat zou je eigenlijk willen monitoren. Of dat reëel is bij een derdeklasser? Misschien ben ik daar iets te fanatiek in.” Of toch niet. “Er wordt wel degelijk over gesproken. Camera’s, een volgsysteem en apparatuur om alles te kunnen meten. Grote kans dat het gaat gebeuren!” Tot tevredenheid van hem, natuurlijk. “Het is ook voor die jongens een soort stok achter de deur; ik word straks weer getest, dan moet ik wel fit uit de zomer komen.” Wat dat betreft kunnen ze bij Verburch aan de bak. “Als wij daar een rol in kunnen spelen, is dat toch top?”

Klik op vv Verburch voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Verburch voor meer informatie over de club.

De jeugd heeft de toekomst bij FC ‘s Gravenzande

Zoveel mogelijk eigen jongens van het dorp opleiden. Dat is wat ze bij FC ‘s Gravenzande proberen te doen. Maar om dat voor elkaar te krijgen, moet je wel een plan hebben, weet ook Ron van Meerten, werkzaam als Technisch Manager en Hoofd Jeugdopleiding bij de club. “We proberen kinderen continu te triggeren.”

Door middel van trainen, een hoger niveau halen. Het klinkt heel simpel, maar dat is het natuurlijk niet. Want bij alles wat ze in ‘s Gravenzande doen, zit er een idee achter. “We zijn nu een aantal seizoenen met de jongste jeugd, bezig met het mixen van de teams. Dus niet alleen de beste spelers bij elkaar, maar drie keer in het seizoen een ander team. Zo verzinnen we steeds weer wat nieuws.” Het doel? “Kinderen zijn op die manier minder op elkaar ingespeeld en moeten dus vaker schakelen en zelf dingen oplossen. Zo raken ze meer betrokken met elkaar.”

Triggeren
Want, zo is de 59-jarige Van Meerten, die fulltime in dienst is bij FC ‘s Gravenzande, van mening: “Bij ontwikkelen is het belangrijk om de grenzen op te zoeken. Spelers uit te dagen. Dat doen we bijvoorbeeld door steeds in andere samenstellingen te spelen.” Maar ook door in blokken te trainen en leeftijdsgroepen door elkaar heen te mixen. “Specifiek en gericht trainen, op techniek of op basis van thema’s en spelprincipes. Trainers wisselen ook door, zodat die net zo goed moeten schakelen. Iedere leeftijd vraagt toch weer wat anders.” Hoe die verdeling in zijn werk gaat? Van Meerten legt het uit. “Spelers van negen, tien en elf zitten bij elkaar. Vaak zes groepjes van acht, gebaseerd op biologische leeftijd, techniek of fysieke kracht. Dan is het altijd mooi om te zien, hoe ze zich tot elkaar verhouden.” Een belangrijk aspect van opleiden, vindt hij. “Kinderen continu triggeren, in hun ontwikkeling. Als ze altijd alleen maar ingedeeld worden op geboortedatum, missen ze een stukje mentale ontwikkeling. Op maandag trainen ze nu allemaal met elkaar, daar worden ze betere spelers door.”

Flexibele omgeving
Met uiteindelijk het idee, om daar later in de jeugdopleiding de vruchten van te kunnen plukken. “Daar creëren we met onze O23, de JO18 en ons tweede, een flexibele omgeving. Dat is uiteindelijk onze kweekvijver voor het eerste elftal.” En dat werkt. “Dit seizoen hebben al vier spelers van de JO18 hun debuut gemaakt!” Eens te meer, omdat er ook over deze manier van opleiden, nadrukkelijk is nagedacht. “Met drie verschillende teams, kun je spelers wegzetten op basis van hun niveau én ontwikkeling. Zo maak je de stap naar het eerste, uiteindelijk ook kleiner. Onze missie is om daar, met zoveel mogelijk eigen jongens te spelen. Laatst stonden er negen of tien zelfs in de basis!” Dat gaat dus goed, maar makkelijk is het niet, beseft Van Meerten. “Het niveau vasthouden, is moeilijk. Ook het vinden van de juiste trainers, is lastig. Dat blijft een dingetje.” Zaak om ook daar, dus veel aandacht aan te besteden. “Die proberen we met cursussen, nu ook zelf op te leiden. Dat gaat eigenlijk hetzelfde als met spelers, daarmee moet je van onderaf beginnen.  Ze uitdagen, buiten hun comfortzone.”

Lijn bewaken
Bijvoorbeeld door ze dus van teams te laten wisselen. “Met dat plan zijn we bij de onderbouw nu een seizoen of vier druk bezig, maar om echt resultaat te kunnen zien, heb je toch wel zes jaar nodig.” Desondanks ziet Van Meert de eerste contouren langzaam zichtbaar worden. “De jongste teams spelen nu bijna allemaal in de hoofdklasse. De JO13 is een sterke lichting en bestaat uit heel veel eigen jongens, dat is alvast een goed teken.” Het doet hem als Technisch Manager en Hoofd Jeugdopleiding, een combinatie die hij sinds 2013 fulltime invult voor de club, natuurlijk goed. “Het voordeel is dat je zicht hebt op de hele lijn en goed kunt bewaken waar we mee bezig zijn. Ook om te zorgen dat bepaalde spelers niet te snel afvallen. Het gevaar is, dat je bezig bent om je eigen vlees te keuren. Maar gelukkig zijn er genoeg andere mensen die daar ook zicht op houden.” Als trainer van de JO8 en jongen van de club, kan hij daar in ieder geval prima over meepraten. “Ieder kind wil je de kans bieden, om hun eigen niveau te halen. Daar gaat het uiteindelijk om.” En dat is, zoals eerder gezegd, voor iedere voetballer anders. “Jongens zijn hier op hun zesde begonnen én lopen nu op het hoofdveld, of in het vijfde. Dat is ook wel een beetje de familiaire omgeving waar we hier toch ook in zitten. Het blijft een warme vereniging.”

Randvoorwaarden
Wel eentje, waar ze natuurlijk ook graag willen presteren, vertelt Van Meerten. “We hebben met ons eerste elftal lange tijd in de eerste klasse gespeeld, kwamen met een toevalletje in de hoofdklasse terecht, maar hebben onze ambitie daardoor wel bijgesteld. Derde divisie is nu het uitgangspunt.” Al is dat laatste, eigenlijk niet het belangrijkste. “Als we er samen voor kunnen zorgen dat we het voetbalspelletje beter maken, komen de punten vanzelf.” Aan de randvoorwaarden zal het in ieder geval niet liggen. “Uiteindelijk steken we daar dan het liefste ons geld in. In de accommodatie, hartslagmeters, gps-trackers of een camerasysteem.  Als straks de verbouwing klaar is, hebben we een prachtig complex. Dat is ook FC ‘s Gravenzande. Een club waar alles goed geregeld is en prestatie met plezier samengaat.”

Inspiratie
Positieve ontwikkelingen dus, maar Van Meerten blijft op z’n hoede. “Het niveau zakt een klein beetje weg, daar moeten onze trainers keihard mee aan de slag. Corona heeft daar stiekem best wel veel invloed op gehad, dat merken we nu.” En dus is het individu, belangrijker dan ooit. “Het is hun ontwikkeling, niet de onze. Een speler gaat uiteindelijk naar het hoofdveld, een team niet. Dus als een speler moet worden doorgeschoven, doen we dat. Dan gaat het niet om het team dat het hoogste speelt. Maar een hoger niveau, betekent wel meer weerstand. Het blijft altijd zoeken naar dat stukje balans.” Spelers moeten dus nadrukkelijk het gevoel hebben, dat ze daadwerkelijk in beeld zijn. “Je moet ze een worst voor hangen en af en toe ook laten proeven. Als iemand van de JO18 meegaat met het eerste, komen ze vol verhalen terug. Dat moet een inspiratie zijn voor teamgenoten. Die moeten precies hetzelfde willen.”

Tegenslag
Met in feite vier selectieteams, moet er sprake zijn van een continue doorstroming aan spelers, vindt Van Meerten. “Het is eigenlijk een soort piramide, waar iedereen in door kan groeien. Op die manier kun je een mindere lichting, makkelijker opvangen.” Kortom, ook het plan bij de onderbouw, lijkt te werken. “Ik heb het gevoel, dat we er daardoor meer invloed op hebben. Dat JO18-spelers een basisplek kunnen veroveren bij het eerste, zegt wat dat betreft genoeg.” Een goede uitstraling, videoruimtes, mooie kleedkamers, alleen het grasveld is voorlopig onder de maat. Toch weigert Van Meerten stil te gaan zitten. “We zoeken altijd mensen, die ons beter kunnen maken. Uit een ander vakgebied of misschien wel het bedrijfsleven. Een andere insteek of specifieke kwaliteit, zoals bijvoorbeeld een performance coach.” En zoals met veel dingen in het leven, gaat ook het opleidingen van jeugdspelers, met vallen en opstaan. “Je moet ergens in die ontwikkeling, een tegenslag krijgen. Als alles voor de wind gaat, word je niet beter.” Misschien komt daar wel, zijn eigen fanatisme vandaan. “Een jeugdspeler die zijn debuut maakt, zorgt bij mij voor kippenvel en tranen in mijn ogen. Dan ben ik echt trots, dat is pure passie.” Kinderen zien groeien tot volwassenen en onderdeel zijn van iemands ontwikkeling, het levert Van Meerten een hoop plezier op. Net als het opleiden van jeugdtrainers tot aan de senioren. “Iemand die hier begon bij de F1, twintig jaar geleden, is nu hoofdtrainer. Dat is toch geweldig?” Of zoals hij het zelf mooi zegt: “We gaan geen Champions League spelen, maar houden ons gewoon aan het plan. Ook als het een keertje minder gaat…”

Klik op FC ‘s-Gravenzande voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC ‘s-Gravenzande voor meer informatie over de club.

Timo Kerstens voelt zich steeds meer thuis op zijn nieuwe positie bij RFC

Timo Kerstens schiet dit seizoen vanuit alle hoeken en standen raak namens RFC. De 21-jarige spits voelt zich steeds meer thuis op zijn nieuwe positie en begint meer te leven voor het maken van doelpunten. “Scoren is uiteindelijk je belangrijkste taak als spits.”

Kerstens moest aan het begin van het seizoen een lijstje invullen met persoonlijke doelen. Minstens vijftien keer scoren, schreef hij op. Dat aantal haalde hij al vlak na de jaarwisseling. Kerstens is op schot dit seizoen en draagt daarmee bij aan de uitstekende prestaties van zijn ploeg. “Het gaat heel lekker”, aldus de spits. “Het is fijn om het team te kunnen helpen met mijn goals.”

Kerstens is dit seizoen het eindstation bij het sterk presterende RFC, waar de eerste elftallen van de zaterdagtak en zondagtak zijn samengevoegd. Als jeugdspeler was hij nog een veelbelovende middenvelder en keek hij graag naar spelers als Wesley Sneijder en Andrès Iniesta, sinds dit seizoen staat hij in de punt van de aanval. “Vroeger kon ik enorm genieten van het geven van een steekpass, daar haalde ik mijn voldoening uit. De laatste jaren heb ik echter steeds meer de drive naar voren.”

Doelpunten maken hoort inmiddels tot zijn werk. “Ik zeg vaak voor de wedstrijden tegen mijn vader dat ik er één of twee ga scoren. Dat is uiteindelijk de belangrijkste taak van een spits. Als ik een wedstrijd geen doelpunt maak, dan baal ik echt. Dan vind ik namelijk dat ik mijn taak niet heb volbracht.”

Kerstens begon op vierjarige leeftijd met het meetrainen bij het team van zijn broer, die toen nog bij Good Luck speelde. Nadat die club in 2017 fuseerde met Veerse Boys, speelde de spits bij RFC. Al op vijftienjarige leeftijd maakte hij zijn debuut in het seniorenvoetbal, waardoor hij inmiddels al zes jaar meeloopt in het eerste team. “Of ik inmiddels tot de ervaren jongens hoor? Dat is een groot woord, maar je merkt dat de hiërarchie in het team de laatste jaren verdwenen is. Toen ik debuteerde, waren de oudere spelers echt de baas. Nu hebben we een jong team en is het niet meer zo dat je moet opkijken naar de oudere jongens. Het leeftijdsverschil tussen de spelers is kleiner geworden.”

De spits is dankzij zijn goals het uithangbord van RFC. Misschien schiet Kerstens zichzelf wel in de kijker van een andere club. “Dit is een bepaald moment, je hoeft niet heel veel verstand van voetbal te hebben om dat door te hebben”, zei SC Heerenveen-doelman Andries Noppert afgelopen winter nog nadat hij verrassend genoeg het doel van het Nederlands elftal verdedigde. Ook Kerstens heeft de interesse van diverse clubs uit de regio gewekt. “Je hoort steeds vaker dat er interesse is. Dat is heel leuk, maar nu houd ik me daar niet mee bezig.”

Promoveren met RFC is dit seizoen het grootste doel. “Uiteindelijk hoop ik ooit in de derde klasse te spelen. Ik ben ervan overtuigd dat we dat met de club aan moeten kunnen. Ik zou het fantastisch vinden om met de club het hoogst haalbare te bereiken. Ik denk dat ik er zelf ook klaar voor ben.”

Klik op RFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RFC voor meer informatie over de club.

JEKA O15 trainer Job T’Jonck: “Ze gaan als de brandweer”

JEKA O15-1 werd voor de winterstop ongeslagen kampioen in de vijfde divisie. Knokt nu voor de punten in de vierde divisie waar de start lastig was en het niveau een stuk hoger is. Dat ervaren de mannen van trainer Job T’Jonck die dit seizoen weer terug is bij de 15-jarigen.

“Ik had voor die drie jaar O17 al getraind bij de O15 en bij die leeftijdsgroep ben ik nu weer terug. In mijn ogen een van de leukste leeftijden om te trainen omdat ze echt de intrinsieke motivatie hebben om alles eruit te halen en ze op een leeftijd zijn dat ze zelf dingen in het veld gaan herkennen en begrijpen.

De kern van het team speelt al meerdere jaren bij elkaar en was twee seizoenen geleden ook de O13-1. Vanwege de verschillende leeftijdsgroepen komen ze zo om het jaar bij elkaar. Dat is dit jaar aangevuld met twee jongens van buitenaf die graag bij JEKA wilde komen voetballen en daarmee de vaste kern aanvullen.” 

Wat is de doelstelling met dit team en wat is de kracht van deze ploeg?
“De uiteindelijke doelstelling is om de jongens individueel te ontwikkelen zodat ze straks in het eerste kunnen gaan spelen. Iets waar er in deze groep echt wel een aantal kans op maken. Voor de winterstop wilden we kampioen spelen en nu is het voor ons zaak om in de 4e divisie te blijven. Het is echt een team dat zowel op als buiten het veld met elkaar optrekt en er samen alles uit wil halen. Met dat als basis en een aantal individuele spelers die het team naar een nog hoger niveau kunnen helpen zorgt ervoor, dat dit echt een hele leuke groep is die tot veel in staat is,” zegt coach T’Jonck. 

 Het is een hele grote vereniging JEKA met veel elftallen- is er een plan ter doorstroming van de betere jeugd ?
“Dat start al vanaf de onderbouw. We hebben een uitgebreide interne scouting die alle teams in de gaten houdt. Aan het einde van het seizoen komen alle talentvolle jongens samen om ze met elkaar te vergelijken in een aantal activiteiten. We willen ze de best mogelijke ontwikkeling ook bieden. In de hogere leeftijdscategorieën wordt er ook nog gescout bij de lagere elftallen om te zien of er laatbloeiers tussen lopen die mogelijk aan kunnen sluiten bij de hogere elftallen. Zo zitten er ieder jaar wel een paar jongens tussen die pas later de stap naar de selectie elftallen maken. 

Wat mijn team betreft heb ik eigenlijk qua beleving nog nooit zo’n groep meegemaakt en ik loop al 10 jaar mee bij de club. Deze selectie is ontzettend gretig, wil altijd en staat er ook altijd. Ook als we op vrijdag de derde training van de week in de vrieskou of stromende regen staan zijn ze nog enthousiast en gaan ze als de brandweer. Dat maakt het ontzettend leuk om met ze te werken. Nu de resultaten wat tegenvallen zie je wel dat ze het wat lastiger hebben, maar ze willen er nog steeds vol voor gaan. Er trainen er ook mee met de hogere leeftijdsgroepen zoals bij de O17 en zullen mogelijk ook komend seizoen die stap daar naartoe maken.”

Klik op rkvv JEKA voor de laatste artikelen over de club.
Klik op rkvv JEKA voor meer informatie over de club.

Liefhebber Ger de Heer heeft bij TSC een nieuwe passie gevonden

Ger de Heer is vanaf zijn jongste jaren een grote liefhebber van voetbal geweest. Sinds twee jaar is hij verkocht aan een nieuwe vorm van de sport: in walking football heeft hij bij TSC een nieuwe passie gevonden. “Als je het goed doet, heb je na een uurtje trainen echt de tong op je kin hangen.”

Op woensdagochtenden staat hij nog altijd even fanatiek op het veld, als de walking footballers van TSC hun wekelijkse training afwerken. Nadat het veteranenteam bij de club niet genoeg spelers meer had, besloot De Heer zich te richten op de sport die de laatste jaren in opkomst is voor zestigplussers.

Ouderen krijgen bij walking football de kans om hun favoriete sport uit te oefenen. “Op een bepaalde leeftijd willen de spieren niet meer wat je zou willen”, vertelt De Heer. “Met walking football ben je nog lekker in beweging, maar op een verantwoorde manier. Het is geen contactsport, waardoor de kans op blessures klein is.”

Bij de sport is het verboden om beide voeten los te hebben van de grond. Rennen en springen is daarom uit den boze. “Dat was wel even schakelen”, geeft De Heer toe. “Het zit in je natuur dat je wil gaan rennen naar de bal, zeker als je tegenstander er ook bij kan. Dan heb je de neiging om te versnellen, maar dat is niet de bedoeling. Het is bij walking football meer snelwandelen, maar dat is moeilijker dan je denkt. Je moet daar echt voor trainen.” De Heer heeft het na twee jaar goed onder de knie. “Het is uiteindelijk ook best pittig. Als je het goed doet, heb je na een uurtje trainen echt de tong op je kin hangen.”

TSC speelt walking football onder de vlag van NAC Oldstars, de maatschappelijke tak van de Bredase profclub. Voor De Heer is het extra bijzonder dat hij met NAC in aanraking komt. De Heer is niet alleen al lange tijd supporter van de club, maar blijkt ook de oudste fan met een stadionverbod bij de club. “Ik ben een vreselijk enthousiaste voetballiefhebbers en gooi ook wel eens met een sfeerfakkel. Ik was de enige die dat deed, dus konden ze me er makkelijk uitpikken. Dat heeft me op zeventigjarige leeftijd een stadionverbod en een boete van 600 euro opgeleverd. “De Heer diende nog bezwaar in bij de KNVB, maar de bond was onverbiddelijk. “Dat maakt het extra bijzonder dat ik nu weer met NAC te maken heb, haha.”

Een bezoek aan het Rat Verlegh Stadion, de thuisbasis van NAC Breda, zit er dus niet in voor De Heer. Zijn voetbalervaringen blijven dus beperkt tot de velden van TSC, waar hij ook steevast de wedstrijden van het eerste elftal bezoekt. Het allerliefst staat de zeventiger echter nog steeds zelf op het veld. “Het bevalt me heel goed, ik hoop dit nog jarenlang te blijven doen. Je bent met leeftijdsgenoten onder elkaar en doet iets wat je allemaal vroeger zo vaak hebt gedaan en leuk vindt. Walking football is voor mij echt geweldig.”

Klik op TSC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TSC voor meer informatie over de club.

Wesley van Vuren keert terug op het oude nest van SV Hillegom

Wesley van Vuren begon op zijn vierde/ vijfde met voetballen bij VV Hillegom (Nu SV Hillegom). Hier heeft hij de hele jeugdopleiding doorlopen en heeft hij een aantal minuten gemaakt in het eerste elftal. Afgelopen zomer maakte hij de overstap naar FC Lisse, waar hij in de JO23-1 speelt. Echter gaat Lisse vanaf volgend seizoen in een O21 competitie spelen, waar van Vuren door zijn leeftijd niet meer mag spelen. Hierom heeft hij besloten om komend seizoen terug te keren bij SV Hillegom 1.

Terugkeer bij SV Hillegom
Wesley van Vuren keert terug bij Hillegom, omdat FC Lisse door wil naar een O21 competitie. Hier kan van Vuren door zijn leeftijd echter niet meer spelen. Daarnaast is Lisse 1 gepromoveerd naar tweede divisie, waardoor het een stapje lastiger is om door te schuiven. Verder heeft van Vuren gemerkt dat hij beter tot zijn recht komt in het seniorenvoetbal en wil hij hier graag meer ervaring in opdoen. Daarnaast heeft hij het altijd goed naar zijn zin gehad bij Hillegom, waardoor een terugkeer nooit ver weg was.

 

Verwachtingen bij Hillegom
Bij Hillegom wil Wesley zoveel mogelijk ervaring opdoen en zichzelf ontwikkelen. Het elftal gaat spelen in een zondag/zaterdag competitie, waardoor het pittig zal worden voor hem. Toch heeft hij er erg veel zin in. “Het zal een mooie uitdaging worden in een mooie competitie. Ik zie veel gasten weer terug en hoop samen een ontwikkeling door te maken. Verder hoop ik zou hoog mogelijk te eindigen in de competitie.”

Leerzame periode bij Lisse
Zijn periode bij Lisse heeft Vuren als erg leerzaam en leuk ervaren. Op het divisie niveau heeft hij een hoop nieuwe dingen geleerd. Ook heeft hij er nieuwe vrienden gemaakt van wie die daarnaast veel heeft geleerd. Deze nieuwe vrienden gaat hij uiteraard erg missen. Ook was zijn periode bij Lisse af en toe lastig. “Spelers die bij het eerste niet aan de bak komen, moeten minuten maken in de O23. Hierdoor is het onzeker of je speeltijd krijgt. Al ben ik er mentaal wel sterker door geworden.”

Klik op SV Hillegom voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Hillegom voor meer informatie over de club.

 

Routinier Rick Mertens “Een leven lang SAB”

0

Zeg je SAB dan zeg je Rick Mertens in het Bredase amateurvoetbal. De technisch begaafde middenvelder speelt inmiddels 15 jaar in het eerste elftal. Een unicum in deze tijd. Speelde al vanaf dat hij kon lopen bij ‘zijn ‘cluppie en zag in een ver verleden zijn vader Perry Mertens al de zwart witte kleuren van de club verdedigen. Hij maakt de nodige diepte-en hoogtepunten mee met de Sint Anna Boys. Op het moment van schrijven staat de formatie van trainer Martijn Malinka onderaan in de vierde klasse C.

Oude rot Mertens speelt nu anderhalf decennium in het eerste elftal. De spelers die dat op hun CV hebben zijn schaars in de huidige tijd en dit mag in het huidige voetballandschap best uniek genoemd worden. Rick Mertens heeft bij zijn cluppie SAB de nodige hoogtepunten meegemaakt. SAB bereikte vele jaren terug zelfs met een hele goede lichting nog de derde klasse onder leiding van trainer Jacques Beusenberg. Door het vertrek van enkele sterkhouders op het laatste moment was dat verblijf echter maar van korte duur. Twee seizoenen geleden stroomden vanuit de U19 een aantal spelers als Kefilev- Remie en van den Muysenberg door naar het eerste elftal. Maar zo’n nieuwe lichting lijkt op dit moment even op zich te laten wachten. SAB moet roeien met de riemen die het heeft en heel breed is het allemaal niet.

Is de krapte van de selectie hetgeen jullie nu op kan gaan breken?
“Of het ons opbreekt dat wil ik niet zeggen maar het is altijd lastig als sommige vaste basisspelers geblesseerd zijn, maar de jongens die er voor in de plaats komen doen ook hun best om zich te bewijzen. In de jeugd zijn wel wat jongens waar potentie in zit. Zo komt bijvoorbeeld Quinten Hermes eraan en die is pas 16 jaar. Ik ben positief en we gaan zien wie er verder allemaal overkomen,” aldus de routinier van de kleine maar sfeervolle club uit het Ruitersbos.

“Ik speel vanaf mijn 15e in het eerste en ben van de eerste naar de vijfde klasse gezakt en ik ben van de vijfde terug naar de derde klasse gegaan. Ook een keer twee seizoenen achter elkaar gepromoveerd – dat was fantastisch en nu moeten we alle zeilen bij zetten om in de 4e klasse te blijven. Wat de toekomst brengt zullen we moeten zien, maar ik ga ervan uit dat de meeste jongens wel blijven na dit seizoen. En waarschijnlijk komen er volgend jaar wat jongens terug. Jordy den Tenter (nu spelend voor tweede klasser JEKA  red.) komt in ieder geval terug naar SAB dus dat is wel een versterking voor ons.”

”Een bredere selectie zou goed zijn, zodat ook de concurrentiestrijd omhoog gaat en zodat je blessures wat makkelijker op kan vangen. Maar we gaan er alles aan doen om directe degradatie te voorkomen er komen een paar belangrijke wedstrijden aan en die zullen we moeten winnen.”

Klik op SAB voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SAB voor meer informatie over de club.

Club van de Week- Ad de Gans hecht veel waarde aan de amicale, realistische en humorvolle mensen binnen DBGC

Toen Ad de Gans acht jaar oud was begon hij met voetballen bij Flakkee. Hierna speelde hij bij DSJ en later bij DBGC. Momenteel is 57 jaar en is hij actief als assistent-trainer bij DBGC 1. Het huidige seizoen bij DBGC loopt in de ogen van Ad naar verwachting en kan afhankelijk van de eindstand in de competitie zelfs nog boven verwachting eindigen.


Huidig seizoen
In de ogen van Ad kan DBGC nu al terugkijken op een seizoen waarin het elftal gepresteerd heeft zoals verwacht. Afhankelijk van hoe ze dit seizoen afsluiten, kan het ook nog boven verwachting eindigen.
Tot en met begin december was de ploeg vrij constant en konden ze blessures goed opvangen. Echter presteren ze sinds de winterstop een stuk wisselvalliger. “Op zich is dat niet verwonderlijk in een team dat een andere speelstijl hanteert, nieuwe spelers inpast en een aantal seizoenen geleden in de degradatiezone verkeerde. Ook de trainingsfaciliteiten zijn in deze periode weersafhankelijk en daardoor niet optimaal. Op de meeste doelstellingen die wij ons gesteld hebben, staan we in de plus ten op zichtte van het afgelopen seizoen. We hebben momenteel meer punten, meer goals voor, minder gele kaarten. Alleen met de tegengoals lopen we nog niet in de pas.”

Progressie
Als lid van de staf is Ad blij met de progressie uit de eerste seizoenshelft. Hij merkt namelijk dat de nieuwe spelers passen zich makkelijk aanpassen in de groep en dat ze daar ook de ruimte voor krijgen van de bestaande spelers. “Ook hebben we in het druk zetten wat aanpassingen kunnen doen, waardoor het voetbal aantrekkelijker geworden is voor het publiek en uitdagender voor de spelersgroep om uit te voeren.”

Ambities
De Gans hoopt in de nabije toekomst met het eerste elftal actief te kunnen zijn in de eerste klasse. Hij ziet dit namelijk als een mooie beloning voor de groep. “We zijn nu een goede mix van jong en oud. Het zou voor alle spelers maar vooral ook voor de routiniers een mooie bekroning zijn van een lange spelersloopbaan in DBGC 1.”
Verder streeft Ad er als trainer naar om in zijn teams een prestatiecultuur creëren, waarbij het winnen van een wedstrijd of een competitie het uitgangspunt is. De wijze waarop dit gebeurd is in zijn ogen vrij invulbaar en de meetlat zijn de regels binnen het spel. “Hoe mensen zich gedragen als het goed gaat, maar ook bij tegenslagen vind ik van groot belang. Voetballen is onze hobby en wij, maar ook onze tegenstanders en andere betrokkenen zijn een hele week hard aan de slag om er op zaterdag een mooi schouwspel van te maken. Het is fijn als een groep presteert met een gezonde rivaliteit en sportief is naar alle betrokkenen. Ik wil daar graag een bijdrage aanleveren.           ”

Een bijzondere club
De Gans ziet DBGC daarnaast als een bijzondere club, waar hij het erg naar zijn zin heeft. Hij blikt graag terug op de rijke historie. Hierbij denkt hij bijvoorbeeld aan de jaren ‘70 als topamateurs, aan de twee geweldige clubliederen, aan de mooie accommodatie op een prachtige en ook aan de nieuwe accommodatie die straks qua gebouw als een “paleis” zal aanvoelen. De start van het bouwen en slopen hiervan zal plaats vinden in mei 2023. “Het allerbelangrijkste voor mij zijn echter alle amicale, realistische en humorvolle mensen binnen DBGC. Daarnaast hecht ik veel waarde aan alle belangrijke vrijwilligers die zich inzetten voor de club en zeker ook voor de mensen die hebben geholpen met de aanloop van de bouw van het “paleis”. Als ik een paar belangrijke mensen eruit zou lichten kies ik voor Toon Buijs en het bouwteam onder leiding van oud-voorzitter René van den Berg.”

Klik op DBGC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DBGC voor meer informatie over de club

 

Raoul Bordewijk van TEC Tiel kijkt veel naar Nathan Aké

Vandaag gaan wij in gesprek met Raoul Bordewijk, de 17-jarige centrale verdediger van TEC Tiel JO19. Raoul begon op zijn zevende met voetballen bij SCZ. Na een aantal jaar stapte hij over naar TEC uit Tiel. Hier speelt hij na al die jaren nog steeds met veel plezier.

Carrière
Raoul begon zijn voetbalcarrière op zijn zevende bij de F-pupillen van SCZ uit Zoelen. Hier heeft hij de eerste jaren van zijn voetbalcarrière gespeeld. Na een paar jaar bij SCZ maakte Raoul de overstap naar TEC. De reden van deze overstap was, omdat hij recht tegenover die club woont. Momenteel voetbalt hij nog steeds bij de club uit Tiel.

Bij TEC is Raoul begonnen bij de E-pupillen. Vervolgens stroomde hij door naar de Onder 13, waarin hij kampioen is geworden. ‘’Na dat seizoen stroomde we met het hele team door naar de Onder 15. Het seizoen daarna naar de Onder 16, maar dat seizoen duurde maar kort vanwege de coronacrisis. Toen we weer mochten voetballen heb ik nog twee seizoenen in de Onder 17 gespeeld. In al deze seizoenen eindigden we in de middenmoot, soms wat hoger, soms wat lager. En op dit moment staan we vijfde met de Onder 19 in de tweede klasse.’’

Dit seizoen doet de JO19 van TEC mee in de middenmoot. ‘’We staan vijfde met 11 punten, de laatste twee wedstrijden ging het vooral goed, we hebben ze alle twee gewonnen en hopen dit nu ook voort te zetten. We hebben in totaal drie keer gewonnen, twee keer gelijkgespeeld en vier keer verloren, vaak was dit verliezen onnodig en maar met een klein verschil. Een positief punt dit seizoen is dat we winnen van tegenstanders waar we in voorgaande seizoenen van verloren. Dat is dus wel iets om tevreden mee te zijn.’’

‘’Dit seizoen is een gemiddeld seizoen, we mogen denk ik wel redelijk tevreden zijn omdat we een aantal goede resultaten hebben behaald. Vooruit blikken is lastig, omdat we nog niet weten hoe het team volgend seizoen zal zijn en of we met zijn allen bij elkaar blijven. Dit komt, omdat we grote leeftijdsverschillen hebben binnen het team. Sommigen zijn nog erg jong en anderen zitten al tegen de maximum leeftijd aan voor een Onder 19 team. Dit seizoen is voor ons bijna afgelopen, we hebben nog maar 1 competitiewedstrijd te spelen. De laatste tegenstander in de competitie is een tegenstander waarvan we vorig seizoen hebben gewonnen, dus dat moeten we dit seizoen weer doen!’’

Hoogte- en dieptepunten
Volgens Raoul zijn er zijn meerdere mooie momenten geweest in zijn carrière. ‘’Zoals dat ik mocht debuteren in de Onder 23. Of mijn enige goal dit seizoen in de allerlaatste seconden tegen BMC waardoor we met 2-2 gelijkspeelden in plaats van verloren. Maar ik denk toch dat mijn echte hoogtepunt het kampioenschap was, vooral omdat dit ook de enige keer was dat ik kampioen ben geworden.’’

Het dieptepunt van de voetballoopbaan van Raoul is de coronacrisis geweest. ‘’Voor mij is dit de coronacrisis in 2020 geweest, waardoor we een hele tijd niet konden voetballen. Dit was vervelend omdat ik voor een hele lange tijd niet kon doen wat ik erg leuk vond.’’

Ambities
Voor Raoul is plezier in het voetbal het belangrijkste. ‘’Ik voetbal voor mijn plezier en doe elke wedstrijd en training mijn best, verder kijk ik gewoon hoe het loopt en wat er op mijn pad komt, ik heb geen specifiek doel voor de toekomst.’’

Wel heeft Raoul ontwikkelingsdoelen voor zichzelf gesteld. ‘’Ik ben centrale verdediger en aanvoerder in de Onder 19, persoonlijk zijn mijn ontwikkelingsdoelen om meer en beter mee te voetballen en om nog meer rust te bewaren aan de bal.’’

Raoul zijn voorbeeldvoetballer is Nathan Aké. ‘’Wat ik goed aan hem vind is zijn voetballend vermogen en zijn snelheid, wat je niet bij heel veel centrale verdedigers ziet.’’

We vroegen Raoul wat voor hem voetbal zo belangrijk maakt, hij antwoorde als volgt. ‘’Het is een hele goede afleiding, door te voetballen denk je even helemaal nergens anders meer aan, of je nou aan het trainen bent of een wedstrijd speelt. Verder is het leuk omdat ons team eigenlijk ook voor een groot deel een vriendengroep is, dit maakt het extra leuk om met elkaar te winnen.’’

Klik op sv TEC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv TEC voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.