Home Blog Pagina 786

Kees de Rooij moet SC Gastel laatste zetje geven

Slechts drie dagen zat hij zonder club, na zijn vertrek bij Tholense Boys. Maar toen ze daar bij SC Gastel lucht van kregen, ging het snel voor Kees de Rooij. De 54-jarige trainer ging in gesprek, raakte enthousiast en zette binnen 72 uur zijn krabbel onder een nieuw avontuur.

Zijn vertrek destijds bij Unitas’30 was een bewuste keuze voor de inwoner van Bergen op Zoom. Qua niveau weliswaar een stapje terug, maar het zaterdagvoetbal paste hem privé beter op dat moment. Zodoende kwam hij terecht in Tholen. “Oude vrienden van mij zaten daar en ik ging er vaak kijken. Een echte dorpsclub.” De Rooij tekende voor twee seizoenen, maar kwam er in de loop van de tijd achter dat de ambities toch minder goed bij elkaar pasten. “Ik wilde meer, maar een aantal mensen binnen club en ook sommige spelers vonden het wel goed zo. Dat zorgde voor verdeeldheid, toen heb ik ze eerlijk verteld dat ik openstond voor een nieuwe uitdaging.”

Warm bad
En die uitdaging kwam dus heel snel, toen de derdeklasser diezelfde avond interesse toonde. “Ik moet eerlijk zeggen, ik dacht niet meteen: ojee, Gastel! Vroeger was het altijd een vervelende club om te spelen, dat beeld had ik nog steeds, was er lang niet geweest.” Maar al snel bleek dat er in al die jaren wel het een en ander is veranderd bij de club. “Het voelde eigenlijk als een warm bad. Nieuw beleid en een goede groep. Hun ambitie was precies wat ik had gemist.” Om daar zeker van te zijn, sprak hij in dat korte tijdsbestek, ook nog met de spelersraad. “Daar bleek meteen uit dat ze graag naar die tweede klasse willen, daar hunkeren ze echt naar.” En dus was de oud-trainer van onder meer RKVV Roosendaal en MOC’17 overtuigd. “Je proeft de mogelijkheden. Gastel was heel slagvaardig, dat ze dit binnen drie dagen hebben kunnen regelen. Ze hadden hun huiswerk gedaan, daar spreekt veel vertrouwen uit.” Maar zelf had hij dat natuurlijk ook gedaan, zo sprak hij met Eric Hellemons, oud-trainer van de club. “Ik ken hem al lang. Hij heeft gezorgd voor een wat meer technische opvatting van het spelletje. Mentaliteit en technisch vermogen zijn nu veel beter in balans. De TC had bij hem ook navraag gedaan over mij, dus zo is de cirkel wel mooi rond.”

Tic_253688Promoveren
Voorlopig ligt De Rooij vast voor één jaar, maar als het aan hem en de club ligt, worden dat er meer. “Het is goed om gewoon een jaar te kijken hoe het bevalt, maar die intentie is er zeker. Ik ben als trainer betrokken bij een club, bemoei me graag met de jeugd, maar ook met het technisch beleid.” Het doel is duidelijk: promoveren. “Ik hoop dat ik dat laatste zetje kan geven. De randvoorwaarden, zoals accommodatie en spelersgroep, zijn prima in orde. Dat is prettig werken.” Het is nu goed afsluiten bij Tholense Boys, maar met zijn hoofd zit hij al een beetje bij volgend seizoen. Het contact met Johan van Batenburg, de huidige trainer van Gastel, is dan ook al gelegd. “Op die bewuste derde avond dat ik tekende, zaten we rustig aan een biertje, toen de berichten bij de TC binnenstroomden. Het eerste appje was van Johan, hij was blij met mijn aanstelling, dat tekent wel de clubman.” Inmiddels hebben ze samengezeten. “Zo krijg ik een nog beter beeld van de club en de groep, ik kan eigenlijk niet wachten!”

Klik hier voor meer informatie over SC Gastel.
Klik hier voor meer artikelen over SC Gastel.

Voetbaldier Bogers staat elke dag op het veld met Voetbalschool TIC

Kinderen iets leren en met een grote glimlach van het veld laten gaan. Dat is wat de 27-jarige Gijs Bogers nu alweer vijf jaar lang wekelijks doet. Hij begon zijn Voetbalschool TIC alleen, heeft inmiddels vijf trainers onder contract, maar snel tevreden is hij niet. “Elk jaar moet er iets nieuws bij, het kan altijd weer nog beter.”

Tic_253688

Als echt voetbaldier staat veel in het leven van Bogers in het teken van voetbal. Hij volgde de opleiding Sport en Bewegen aan het ROC in Tilburg, studeerde af met een voetbal gerelateerd eindproject en werkte vervolgens bij het Voetbalmuseum in Roosendaal. Maar zijn droom lag op het veld. “Dit wilde ik altijd al. Ik zat zelf op voetbal, speel nu nog in de zaal en vond het altijd leuk om kinderen iets te leren en plezier te bezorgen.”

Motoriek
De naam behoeft een korte uitleg. “Techniek, Inzicht en Coördinatie. Lekker pakkend en mensen vergeten het niet snel.” Inmiddels is het uitgegroeid tot een fulltime ‘job’. “Iets extra’s bieden aan de jeugd tot veertien jaar. Ik begon alleen, nu heb ik een heel team om mij heen.” Met dat team, organiseert hij uiteenlopende trainingen. “Op zondag zijn de reguliere sessies. Coördinatie, techniek, acties maken. We doen ook boksen of gooien en vangen, goed voor de motoriek”, vertelt hij. “Maar ook performance trainingen. Dat is een serie van acht, waarbij we eerst iedereen testen op ‘nul’, zo kunnen we zien welke progressie ze hebben geboekt. Als beloning krijgen ze dan hun eigen FIFA kaart.”

Persoonlijke aandacht
De inwoner van de Wouwse Plantage beschikt over TC3 en TC2, volgde de nodige cursussen, maar stak het meeste op van Danny Mathijssen. “Met hem mocht ik werken bij RBC Roosendaal. Oud-prof en gespeeld onder Louis van Gaal, die ervaring neem je mee.” Bijvoorbeeld bij het geven van privétraining, kleutervoetbal of het organiseren van kinderfeestjes. Daarnaast geeft hij clinics bij de KNVB, gaf hij training in Amerika en ook in België is hij geen onbekende. Hij geniet er iedere dag van. “Je bouwt een band op. Kinderen willen graag wat leren, maken plezier en worden echt beter. Persoonlijke aandacht is het belangrijkste.” En ondanks dat hij met BSC Roosendaal en het stadion van RBC mooie locaties heeft om te trainen, heeft hij nog één grote droom. “Een eigen plek hebben voor al onze trainingen, dat zou toch wel heel mooi zijn!”

Klik hier voor meer artikelen over Voetbalschool TIC.
Klik hier voor meer informatie over Voetbalschool TIC.

RSV en Cees Elsten kunnen niet zonder elkaar

Wat is er mooier dan dagelijks rondlopen bij je favoriete club en praten over voetbal? Voor Cees Elsten bij RSV zijn er weinig dingen te bedenken die hij liever zou doen, heel gek is het dan ook niet dat hij al sinds zijn twaalfde kind aan huis is bij RSV. De club die als een rode draad door zijn leven loopt.


Als ‘vrije verdediger’ begon hij op twaalfjarige leeftijd aan het hoofdstuk dat RSV heet. Maar dat het verhaal uit zoveel bladzijdes zou bestaan, had hij toen ook nog niet kunnen bedenken. “Je ging gewoon op de voetbal, dit was lekker dichtbij en bijna iedereen van school ging naar RSV. Achteraf heb ik daar geen spijt van. Nee, zeker niet!” Al op zeventienjarige leeftijd kwam Elsten in het eerste, dat hield hij drie jaar lang vol, totdat een dubbele beenbreuk hem noopte te stoppen op het hoogste niveau. “Daarna ben ik nooit meer de oude geworden. Heb nog tot mijn 47ste in lagere elftallen gespeeld, op een gegeven moment ging het te snel.”

‘Stik graag’

Maar dat was voor de 67-jarige Elsten natuurlijk allesbehalve een reden om RSV de rug toe te keren en dus pakte hij het werk als vrijwilliger op. “Ik was 27 jaar toen ik begon als jeugdleider, vervolgens heb ik in het jeugdbestuur gezeten en later ook nog in het seniorenbestuur. Inmiddels ben ik terreinmeester, al noem ik het ‘manusje van alles’.” Die titel lijkt hij zichzelf niet onterecht te hebben gegeven, als je hoort wat hij allemaal doet voor de club. “Sinds een jaar of 30 doe ik de belijning, schoonmaken, de gebouwen onderhouden en de bebossing rond het sportpark netjes houden. We zitten langs een bos, dus dat is best wat werk.” Maar het meest blij is hij toch wel met de nieuwe sproeiers, dat scheelt hem vooral een hoop tijd. “Vroeger moesten we dat gewoon doen door buizen op het veld te leggen. Nou, in warme zomers, stond je daar een tijdje hoor. Tegenwoordig is het ondergronds, is het alleen maar op een knopje drukken en de sproeiers gaan aan!” Maar waarom nou precies hij al deze taken op zich heeft gekregen, weet hij eigenlijk ook niet zo goed. “Ik ben er gewoon ingerold denk ik. Zat natuurlijk altijd op voetbal, dan ga je helpen. Maar ik doe het ‘stik graag’ hoor.” Hij geniet er dan ook maar wat van. “Het is een hartstikke mooi sportpark, zo aan de rand van het bos. Gewoon lekker bezig zijn, thuis op de bank gaan zitten is toch ook niks?”

Voetbalpraat

Natuurlijk doet hij het niet alleen. Samen met de ‘maandagochtendploeg’ houden ze de boel netjes, ook zijn broer helpt vaak mee. “Die doet de netten en ook heel veel voor de jeugd. Het is mooi om het samen te doen, misschien zit het wel een beetje in de familie.” Een echte vriendenvereniging, die niet zonder zijn vrijwilligers kan, vertelt Elsten. “Het is heel belangrijk dat mensen dat willen doen, maar je moet er ook de tijd voor hebben hè?” Met de waardering zit het dan ook wel goed. “Dat merk je vanuit het bestuur, dat laten ze vaak genoeg blijken. Als alles er weer netjes uitziet, geeft dat toch een stukje voldoening. Spelers hebben er niet eens altijd erg in denk ik, wat we allemaal doen.” Als er wordt gevoetbald staat hij natuurlijk ook als supporter langs de lijn. Zo maakte hij de nodige kampioenschappen mee, maar zijn hoogtepunt ligt toch echt buiten het veld. “Het bouwen van de kantine en de kleedlokalen, in 1993. Allemaal met vrijwilligers.” Toch heeft hij één favoriete bezigheid. “Het trekken van de lijnen. Als je dan achter je kijkt en je ziet dat ze netjes recht staan, dat geeft een goed gevoel!” Zijn ze altijd even netjes recht? “Haha, niet altijd. Maar het gaat nooit echt mis hoor!” Tot slot kan de inwoner van Rucphen niet wachten tot hij weer naar de kantine mag. “Op donderdagavond, na de training, uitleggen hoe het wel of niet moet. Dat blijft toch het mooiste dat er is!”

Klik hier voor meer informatie over RSV

Klik hier voor meer artikelen over RSV

Unitas’30 zal vrijwilligster Annie Heeren gaan missen

Het zal straks voor veel vaste voetballiefhebbers bij Unitas’30 even wennen worden. Maar na zestien jaar in de kantine, is het voor Annie Heeren echt mooi geweest. Ondanks dat ze het altijd met liefde en plezier heeft gedaan en iedereen ontzettend gaat missen, vindt ze het tijd. “Ik word straks 75, dan moet je een keer stoppen.”


“Ik heb het altijd heel graag gedaan!” Is haar eerste en veelzeggende reactie als haar werk in de kantine van Unitas ter sprake komt. En dat werk, dat bestond uit een hoop dingen. “Dat was best een behoorlijke verantwoording. Bestellingen doen, vrijwilligers inplannen en regelen, schoonmaken en activiteiten organiseren. Eigenlijk heb ik heel de kantine gerund, als je het zo bekijkt.” Niet zelden stond ze ook nog achter de bar. “Dat was het leukste om te doen!” En dat allemaal begon, toen haar zoon rond het 75-jarig jubileum van de club vroeg of ze niet kon komen helpen. “Er stond een grote tent, maar ze hadden te weinig personeel. Toen belde hij mij op: Kom je helpen tappen?”

Missen
Dat liet Annie, die 30 jaar lang een eigen horecazaak had, zich geen twee keer zeggen. “Er gaat bij mij geen druppel over het glas hoor, dat kan ik wel!” Met veel plezier, maar ook veeleisend. “Je moet toch regelmatig aanwezig zijn. Dan is het koffieapparaat kapot, dan is er weer dit, dan weer dat.” Toch gaat ze het ontzettend missen, vertelt ze. “De mensen ga ik het meeste missen, vooral de jeugd. Die kleine kindjes in die voetbalpakjes, dat was altijd heerlijk om te zien.” Nooit ging ze dan ook met tegenzin vanuit Hoeven naar Etten-Leur. “Ik heb er nooit een hekel aan gehad, eigenlijk alleen maar genoten. Nooit dat ik dacht: och, moet ik weer? Anders had ik het ook nooit zo lang kunnen doen natuurlijk.” Helemaal kwijt zijn ze haar niet, bij Unitas. “Ik ga nog wel naar de club hoor, als het eerste moet spelen. Dat was ook altijd zo leuk, als het rustig was konden we even snel buiten gaan kijken.” Ze zullen Annelies, zoals ze eigenlijk heet, in ieder geval niet snel vergeten. “Iedereen kent mij als ‘Annie’, dus zeg dat maar hoor!”

Klik hier voor meer artikelen over Unitas’30.
Klik hier voor meer informatie over Unitas’30.

Frank de Jong is de held van Kruisland

Soms lijkt het weleens alsof een term speciaal voor iemand is bedacht en in het leven wordt geroepen. Bij Frank de Jong van SC Kruisland zou dat zomaar het geval kunnen zijn. Want als voor een persoon de titel ‘manusje van alles’ is uitgevonden, dan is hij het wel.

Tic_253688Dat hij het voetballen en alles eromheen mist is een understatement. Het liefste loopt de 53-jarige De Jong hele dagen rond op het sportpark van ‘zijn Kruisland’. Hij begint dan ook meteen enthousiast te vertellen over wat hij allemaal doet voor de club, toch moeten we even beginnen bij het begin. Want als Roosendaler, kwam hij terecht bij Kruisland. “Via Mounir (El Fahmi) en stichting OpenDoor. De terreinmeester stopte, is dat niet waar voor jou? Vroegen ze. Nou, dat wilde ik wel!” Inmiddels is dat alweer zo’n acht seizoenen geleden, volgend seizoen begint hij aan nummer negen. “Ik doe het met liefde en plezier, met hart en ziel!”

Familie
En wat hij allemaal doet, kan hij precies vertellen. Een indrukwekkend rijtje. “Shirtjes klaarleggen, trainingskleren wassen, voor het materiaal zorgen en de wedstrijden van het eerste vlaggen.” Dat laatste doet hij niet altijd even eerlijk, moet hij eerlijk bekennen. “Af en toe even niet, want we moeten wel winnen natuurlijk!” Nu er niet gevoetbald wordt, heeft hij tijd voor andere klusjes. “Schilderen, doeken ophangen en alles schoonmaken. Veel doe ik samen met mijn broertje. Normaal vang ik ook de scheidsrechter en de tegenstander op, maar dat is lastig zonder wedstrijden.” Ook voor de jeugd staat hij klaar op de zaterdag. “Ik heb van alles de sleutels. Weet precies op welk veld ze moeten zijn en in welke kleedkamer ze zitten.” Een drukke bezigheid, bijna dagelijks komt hij vanuit Roosendaal op zijn scootertje naar de club, maar hij zou niets liever willen. “Lekker bezig zijn, mijn dingetje doen. Wat moet ik thuis gaan zitten doen? Laat mij maar onder de mensen zijn.” En dan vooral bij Kruisland, vertelt hij. “Dat zijn schatten van mensen. Het is één geheel, echt een familie. Ik voel mij hier helemaal thuis.”

Henk Vos
Dat een voetbalclub als thuis voelt, is niet zo heel gek. De Jong was, hoe kan het ook bijna anders met zo’n achternaam, vroeger zelf ook een groot voetbaltalent. Speelde tot zijn zestiende in de jeugd van RBC Roosendaal, maar stopte toen hij andere interesses kreeg. “Ik leerde het uitgaansleven kennen. Dat kan ik nu niet meer terugdraaien, anders was ik ver gekomen denk ik.” Die gedachte is niet zomaar uit de lucht gegrepen, want een bekende naam uit het Roosendaalse profvoetbal zag ook zijn potentie. “Henk Vos noemde mij in zijn boek ‘een van de beste spelers’ waar hij ooit mee had gespeeld. Ik was een linksbuiten, met snelheid en passeeracties. Gaf ik ze voor, kon hij scoren.” Een geweldige tijd, blikt hij terug. “Die zou ik zo over willen doen. Ik had nooit moeten stoppen, daar heb ik misschien een beetje spijt van, dan was ik mogelijk profvoetballer geweest.” Maar het leven komt, zoals het komt. “Ik ben gelukkig nu, je moet ook niet al te veel terugkijken.” Het voetballen zelf, gaat hem dan ook iets minder soepel af, getuige een anekdote van een aantal jaar geleden. “We speelden een afscheidswedstrijd, ik kreeg de bal en struikelde gewoon over een grassprietje. Normaal was het aannemen, tegenstander passeren, nu ging ik meteen op mijn bek. Ik zou graag weer eens een wedstrijdje spelen, dat mis ik wel, maar ik ben nu wat ouder natuurlijk. De techniek is er nog, maar de conditie niet meer.”

Held
Toch kan hij het tijdens trainingen van Kruisland niet laten om soms een balletje mee te trappen, maar zijn lichaam laat hem af en toe in de steek. “Na de voetbal ben ik keihard gaan werken. In de bouw, steigers, tegels.” Voorlopig is hij in ieder geval niet van plan om te stoppen als ‘manusje van alles’, hij vindt het veel te leuk. “De band met de spelers. Een boksje hier, boksje daar. Nieuwe spelers vang ik ook altijd op, om kleren te passen. Zolang als ik het kan, doe ik het.” De waardering is dan ook groot en die voelt hij. “Spelers die weggaan bij de club, zeggen altijd dat ze mij gaan missen. Je bent echt een held Frank, roepen ze dan tegen mij. Als we jou toch niet hadden…” Dat denkt hij zelf overigens ook. “Als ik er niet was, liep alles in de soep!”

Klik hier voor meer informatie over Kruisland.
Klik hier voor meer artikelen over Kruisland.

Vlijmense Boys: “Derby’s zijn speciale wedstrijden, meer dan voetbal”

“Eigenlijk hebben we bij Vlijmense Boys door één jaar corona twee seizoenen weggegooid. Dat eerste jaar stonden we tweede en hadden we een periode, dat was zonde. Het afgelopen jaar hadden we maar twee punten, toen ging het minder goed. Maar het is rot, gewoon niet leuk”, zegt Erik van Esch, trainer van Vlijmense Boys.

werktalent_255550VLIJMEN – Met de selectie trainen ze serieus, al was het in het begin wel even wennen. “Het is geen bezigheidstherapie, maar je traint en hebt geen wedstrijden. Ga je serieus trainen, twee keer in de week, anderhalf uur? En wat wil de groep? We zijn serieus gaan trainen en ik heb ook gezegd: als je dat niet kan of de motivatie is er niet, heb ik liever dat je niet komt. Dat kan ik ook begrijpen. Maar eigenlijk komt iedereen.”

Na de zomer gaat de focus pas op het nieuwe seizoen. Het moet weer een volledig seizoen worden, daar kijkt Van Esch enorm naar uit. En hij verwacht dan ook wel wat mooie dingen van zijn ploeg, die in de vier wedstrijden in het afgelopen seizoen maar liefst elf keer scoorde en dertien tegentreffers te verwerken kreeg. “In mijn eerste jaar hier stonden we tweede, terwijl Vlijmen het jaar ervoor met dezelfde groep er net in gebleven was. Dat was boven verwachting. Dit jaar was het met twee punten uit vier duels onder verwachting. Maar er zit meer dan genoeg voetballend vermogen in de ploeg, als we dat koppelen aan de Vlijmense mentaliteit van niet zeiken en hard werken, moeten we in de top vijf kunnen eindigen.”

Zelf kijkt Van Esch vooral uit naar de derby’s, de wedstrijden die meetellen om de Willy Naessens Cup. “Er zijn maar drie punten te winnen, net zoveel als tegen bijvoorbeeld Irene ’58. Maar dit zijn wel speciale wedstrijden. Het is meer dan voetbal. De derby’s met supporters erbij, daar doe je het voor. Natuurlijk kijk ik daar naar uit”, zegt Van Esch.

Klik hier voor meer informatie over Vlijmense Boys

Klik hier voor meer artikelen over Vlijmense Boys

Corleen Hoek is jeugdvoorzitter en fan tegelijk van VV Katwijk

Corleen Hoek (29) is een Katwijk-man die weet dat de club een spilfunctie in zijn leven vervult. Vandaar dat hij zich graag overgeeft aan het rijke verenigingsleven op De Krom. Hoek is sinds kort jeugdvoorzitter en wil van zijn ambtstermijn een succes maken. Maar bovenal blijft hij vooral fan.


Als hem op de man af wordt gevraagd welke club hem per saldo het meest aan het hart gaat, is er voor Hoek toch echt maar één antwoord aanvaardbaar. “Feyenoord volg ik met veel belangstelling, ik durf mezelf fanatiek supporter te noemen”, zegt hij lachend. “Maar Katwijk is van een andere orde. Ik ben opgegroeid met Katwijk en vind het unieke karakter van de club heerlijk. Als ik op De Krom ben, voel ik me lid van een grote familie.”

Hoek maakte als zesjarige reeds kennis met Katwijk, de grote rivaal van plaatsgenoot Quick Boys. Dat hij als senior vroeg moest stoppen door een zwakke knieschijf, verhinderde allerminst dat hij zich op andere wijze verdienstelijk kon maken. “Ik ben wedstrijdsecretaris geweest en houd me nadrukkelijk bezig met het organiseren van activiteiten die de saamhorigheid vergroten. Ik heb een sfeerteam opgericht en daaruit zijn heel wat mooie bijeenkomsten voortgekomen. Wanneer Katwijk een derby moet spelen op zaterdag, vinden we het gezellig om met een groep trouwe fans bij elkaar te komen op vrijdag. Dan drinken en eten we gezellig wat samen en nemen het wel en wee op De Krom nog eens door.”

Speciale aandacht is er natuurlijk voor de zaterdagen waarop Quick Boys de tegenstrever is. In Katwijk, zo vertelt Hoek, is er sprake van een concurrentiestrijd waar beide clubs profijt van hebben. “Althans, in mijn optiek dan. Ik vind echt dat de verenigingen elkaar sterker maken. Zowel Katwijk als Quick Boys hebben een heel grote staat van dienst in het amateurvoetbal. We wonen in een echt voetbaldorp, kun je wel zeggen. Als er bij ons mooie dingen gebeuren, zal dat voor Quick Boys reden zijn om een tandje bij te zetten. En andersom geldt dat ook natuurlijk. Hoewel ik helemaal niets van Quick Boys moet hebben, is het natuurlijk wel een club die heel serieus genomen moet worden. Ik vind het mooi om te zien dat mensen van zowel Katwijk als Quick Boys helemaal gek kunnen zijn.”

Als jeugdvoorzitter heeft Hoek de taak om beleid uit te stippelen waarmee alle zevenhonderd jeugdleden recht wordt gedaan. Eerder al was hij preses van de jeugdcommissie, aan het voortraject ligt het bepaald niet. “We willen met het jeugdbestuur de jongeren binden door leuke activiteiten voor ze te organiseren. Het jaarlijkse Oranje Festival is wat dat betreft toch wel het meest opvallende evenement. We hebben dan met heel de jeugd een gezellige dag op De Krom, waarbij ook voetbalactiviteiten worden aangeboden. Dat spelers van het eerste hun assistentie dan verlenen, maakt het alleen maar extra mooi. We hebben ook altijd een mooie goodie bag voor de aanwezige ouders.”

Pratend over zijn favoriete Katwijk-voetballer aller tijden, hoeft Hoek niet overdreven lang in zijn hersenpan te spitten. Aanvaller Marco de Ridder ontpopte zich op De Krom tot sleutelspeler in de selectie die midden jaren negentig twee keer het algeheel landskampioenschap bij de amateurs veroverde. “Hij werkte zich kapot en dat zien we hier graag”, besluit Hoek. “Katwijk heeft altijd goede voetballers, maar ze lopen zich ook een ongeluk. Marco was later mijn trainer toen ik in de A1 speelde. Die man heeft een verpletterende indruk op me gemaakt.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Katwijk.
Klik hier voor meer informatie over VV Katwijk.

Familiegevoel is het voornaamste bij Blauw-Wit ’81

Iedereen is welkom om bij Blauw-Wit ’81 te komen voetballen. En ben je ooit vertrokken om het ergens anders op een hoger niveau te proberen? Geen probleem, je mag altijd terugkomen. Veel clubs zeggen het, maar bij Blauw-Wit ’81 krijg je dat gevoel ook echt. Het is een kleine club waar familiegevoel heerst, waar het draait om plezier hebben bij de voetbalclub en waar iedereen welkom is.

werktalent_255550
DE MOER – Om als voetbalvereniging naar de toekomst te kunnen kijken moet je beginnen bij het opbouwen van de jeugdafdeling. En dat is niet altijd even makkelijk. “Wij zijn natuurlijk een hele kleine vereniging, voor nieuwe kinderen moeten we het hebben van randgemeentes. Op dit moment hebben we negen jeugdteams, dan is het net te bolwerken. Maar de KNVB heeft tegenwoordig andere ideeën, het gaat van zeven tegen zeven zoals het vroeger was nu van zes tegen zes door naar acht tegen acht en dan elf tegen elf. Kleine verenigingen hebben daar af en toe moeite mee.”

Daarover klagen doet men niet lang in De Moer, ze kijken naar wat er wel mogelijk is. En dat is zorgen dat je als club aantrekkelijk bent om naar toe te komen, ook als je bijvoorbeeld in Kaatsheuvel of Dongen woont. “Blauw-Wit ’81 is een echte familieclub. Iedereen wordt hier met open armen ontvangen. Als je je hebt aangemeld bij de club, hoor je er ook gewoon echt bij. We proberen iedereen aan het voetballen te hebben. En dan niet alleen te krijgen, maar ook te houden. En dan kan het zijn dat je qua leeftijd bijvoorbeeld in een bepaalde groep komt, omdat je het qua niveau in een andere groep net niet aan kan en dat je dus lager wordt ingedeeld. Maar we kijken daarbij echt naar het individu. Als je op een niveau speelt waar je zelf beter mee kan, ga je het leuker vinden en blijf je voetballen.”

Dat echt iedereen welkom is benadrukt Van Zuijlen. “Ook kinderen met een medisch rugzakje bijvoorbeeld. Je bent hier altijd welkom. En we kijken per individu waar je het beste bij past. En daarbij staat plezier voorop. Als je op je eigen niveau voetbalt, heb je het meeste plezier.”

Bij Blauw-Wit ’81 probeert Van Zuijlen het niveau ook wel omhoog te krijgen, dat gaat gepaard met plezier. Uiteindelijk is het toch het doel om jeugdspelers klaar te stomen voor de selectie. Daar komt echter nog een probleem om de hoek kijken. Want draait een elftal goed of vallen er een paar spelers op, dan blijven die meestal niet lang in De Moer voetballen. “Dan komt bijvoorbeeld vv Dongen om de hoek kijken en die kaapt er drie weg. We zijn wel zo realistisch om te zeggen dat wanneer iemand beter kan, je hem of haar niet tegen moet houden. Als iemand gevraagd wordt, zeggen we altijd dat ze de kans moeten proberen te pakken. En als ze het om wat voor reden dan ook niet naar de zin hebben of toch niet redden, zeggen we ook: ‘Kom alsjeblieft terug, je bent altijd welkom’.”

Klik hier voor meer informatie over Blauw-Wit ’81

Klik hier voor meer artikelen over Blauw-Wit ’81

Autiteam is een verrijking voor VV Noordwijk

VV Noordwijk biedt sinds een jaar of acht onderdak aan een ASS-team. Een verrijking voor het verenigingsleven vindt de club. Spelers en ouders voelen zich volgens coördinator Marjolein de Goeij opgenomen in de Noordwijk-familie. “We zijn wel bijzonder, maar geen vreemde eend in de bijt.”

ASS (autistisch spectrum stoornis) is een ‘parapluterm’ voor stoornissen als klassiek autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS. ASS-teams worden ook vaak autiteams genoemd.

Sinds een paar jaar organiseert de KNVB een ASS competitie. Dat is volgens de bond noodzakelijk omdat veel kinderen lastig kunnen aarden in reguliere jeugdteams, terwijl ze ook niet passen in het G-voetbal. “We spelen vaak tegen clubs uit de omgeving Rotterdam en Den Haag. Daar zitten de meeste clubs met een ASS-afdeling. We hebben jarenlang twee teams gehad, momenteel hebben we één team en daarin speelt corona een belangrijke rol. Voor mensen met autisme is het een lastige tijd geweest. Vaste structuren zijn weggevallen en dat maakt ze onzeker. Daardoor zijn een paar spelers gestopt.”

Bij Marjolein de Goeij haar oudste zoon werd op zesjarige leeftijd autisme geconstateerd. “We waren op zoek naar een geschikte sport, maar wisten niet precies wat passend zou zijn, aangezien kinderen met autisme heftig kunnen reageren op prikkels.” Via internet vonden ze ‘Voetbal voor Autisten‘, een platform, waar kinderen met een autistische stoornis zich aan konden melden om via hen te voetballen bij FC Lisse en later bij vv Noordwijk.

Uiteindelijk is alleen aansluiting bij vv Noordwijk overgebleven omdat het verwarrend was bij twee verenigingen aangesloten te zijn en omdat vv Noordwijk goed kon voorzien in een veilige en beschermde omgeving: dezelfde trainers, trainingstijden, scheidsrechter, kleedkamers en opbouw van de trainingen. Noordwijk wilde graag meedenken, omdat het een inclusieve club wil zijn. “Wat hebben jullie nodig, dan kunnen wij kijken of wij aan die voorwaarden kunnen voldoen, zo werd er gezegd. In het begin was het voor ons en voor vv Noordwijk wennen, maar we zijn al snel opgenomen in de club en uiteindelijk ook organisatorisch geïntegreerd.”

Evenals de andere jeugdleden van vv Noordwijk hebben de ASS-spelers kleding in bruikleen via het kledingplan van de club. Via Sportbedrijf Noordwijk is de ervaren Remco Broekman, als buurtsportcoach ook actief met verschillende andere doelgroepen, aangesteld als hoofdtrainer. Hij wordt daarbij geassisteerd door de inmiddels 20-jarige Nick de Goeij, die destijds overstapte naar een regulier team van SV Hillegom en daar enkele jaren voetbalde. Ook een ouder, Willem van Groen, assisteert bij de trainingen, zegt De Goeij.

De ASS-afdeling bij vv Noordwijk wordt ondersteund door de Rabobank en de Dirk Kuyt Foundation. Vanuit haar maatschappelijke betrokkenheid geeft de Rabobank ondersteuning, de Dirk Kuyt Foundation maakt sporten voor de ASS jongeren bereikbaar. De Goeij: “Hierdoor is het onder andere mogelijk om gekwalificeerde trainers aan te stellen.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Noordwijk.
Klik hier voor meer informatie over VV Noordwijk.

Henk van Boxel over 75 jaar TPO

Van een feestje ter ere van het 75-jarig jubileum zal het bij TPO dit jaar niet komen, maar een mooi moment om terug te blikken is het natuurlijk wel. Hoe kan je dat beter doen dan met iemand die ongeveer alles heeft meegemaakt? Iemand die er bijna vanaf het begin bij was en nog steeds is: Henk van Boxel.

Sinds 1966 lid, begonnen met voetballen toen hij elf jaar oud was en inmiddels de respectabele leeftijd bereikt van 66. Maar Van Boxel een oud-speler noemen, dat gaat niet gebeuren, want hij voetbalt namelijk gewoon nog steeds. “In het derde elftal, misschien ga ik wel door tot mijn 70ste. Op techniek gaat het nog, qua snelheid wat minder”, vertelt hij lachend. Het einde van zijn imposante voetballeven bij TPO is dus nog niet in zicht, hij weet nog goed hoe die is begonnen. “Je kon in die tijd pas op voetbal vanaf je twaalfde. Dan werd je geboortedatum gewoon een jaartje aangepast. Dan begon je in de C’tjes. Moerdijk is maar een klein dorpje, dus er viel ook weinig te kiezen.”

Boete
Op jonge leeftijd kwam Van Boxel in het eerste terecht, zo jong zelfs dat het strafbaar was. “Je moest minimaal vijftien zijn, maar ik speelde al drie wedstrijden mee terwijl ik veertien was. Dat kostte de club tien gulden boete per keer.” Vanaf dat moment was hij vast onderdeel van de selectie, tot hij op zijn 23ste uit dienst kwam. “Toen had ik in het militairenelftal gespeeld, dat was een heel hoog niveau, dat vond ik wel mooi. Naderhand heb ik van zeker tien clubs telefoontjes gekregen, uiteindelijk koos ik voor Internos.” Via Virtus kwam hij jaren later weer terecht bij de club waar het voor hem allemaal begon, maar wel in een iets andere rol. “Ik werd speler/trainer. Het derde jaar promoveerden we, dat was schitterend om mee te maken.” Na twee jaar Unitas, keerde hij opnieuw terug als speler/trainer op het oude nest. In die tijd haalde hij ook zijn trainerspapieren, TC3 en TC2, en leek er een einde te komen aan de voetballer Henk van Boxel. “Bij TPO speelde ik altijd als spelverdeler, bij Internos maakten ze een rechtsbuiten van me. Ik was niet echt snel op de eerste meters, maar over een lange afstand moesten ze toch van goede huizen komen om me bij te houden hoor.”

Levendig
Naast het veld was hij jeugdcoördinator en ook nu geeft hij nog steeds training aan de jeugd. Hij krijgt er maar geen genoeg van, want als de hoofdtrainer van het eerste elftal niet kan, neemt hij het over. “Dat zit in je bloed, je wilt dat veld zien.” Hij kan gewoon niet zonder. “TPO en voetbal zijn mijn leven. Je bent er heel jong begonnen, een kleine gemeenschap, dan trek je naar elkaar toe.” Dat blijkt iedere keer maar weer, vertelt hij. “Als je er tien belt, staan er elf voor je klaar.” Hij is dan ook bijzonder trots op het 75-jarig jubileum. “Het is een klein dorp dat behoorlijk aan het vergrijzen is. Dan is het lastig om de jeugd overeind te houden, vooral de laatste tien jaar is dat een uitdaging.” Hij ziet dat er steeds meer voetballers van buiten het dorp naar de club komen. “Vrienden die vrienden overhalen om lekker hier te komen spelen. Dat houdt het levendig, alle veldjes lekker bezet. En de derde helft is ook niet onbelangrijk.” Hij weet wel waarom TPO het al zo lang weet uit te houden. “Het is een gezellige en goed georganiseerde vereniging. Mooie velden, een krachthonk. Alles is goed geregeld, dan willen spelers graag blijven.”

Koeien en schapen
Bij nagenoeg alle wedstrijden staat hij langs de lijn, want iets missen, dat past niet bij Van Boxel. “Ik houd de site bij, met statistieken vanaf 1946. Boven heb ik een grote plastic kist, vol met krantenberichten, uitslagen en standen over TPO. Allemaal netjes ingeplakt.” En met zo’n boek vol herinneringen, zijn er natuurlijk altijd een paar die er bovenuit springen. “De drie promoties in zes jaar tijd waren mooi om dat mee te maken, in je eigen dorp. We hebben nog eens met het eerste, bestaande uit heel veel doorgeschoven B-jeugd, 39 punten gehaald. Zoveel punten hadden ze nog nooit gehad. Mijn zoon zat toen ook in dat elftal.” Ze speelden zelfs nog samen. “Op mijn 44ste en 48ste heb ik nog een seizoen in het eerste gespeeld, toen hij daar ook voetbalde. Dat was prachtig.” Als hij vertelt over zijn doelpunten, ziet hij ze er nu nog in gaan. “In de nacompetitie, vijf minuten voor tijd, de winnende tegen SC Welberg. Of de beslissende penalty toen we de beker wonnen met Internos. Ik zie het zo voor me.” Hij denkt nog eens terug aan de ‘oude tijd’. “Vroeger trainden we bij de dijk, waar ook de koeien en schapen liepen. Als je dan pech had, zat er stront op je hoofd als je die bal had gekopt. Vaak moesten we de eindpartij op straat doen, bij de haven, daar was dan nog een beetje licht.” De toekomst blijft lastig in te schatten. “Dat is ieder seizoen weer afwachten, maar we doen ons best!”

Klik hier voor meer informatie over TPO
Lees hier meer artikelen over TPO