Home Blog Pagina 787

Ook onder Hofman doen ze het samen bij DSE

Het zal voor iedereen binnen DSE best even wennen worden, maar na vijftien jaar trouwe dienst neemt Corné Lauwen aan het eind van het seizoen afscheid als voorzitter van de club. Op de achtergrond staat Ron Hofman al te trappelen om zijn rol over te nemen, zodat het nieuwe bestuur vanaf november meteen van start kan gaan.

Maar de mensen die waarde hechten aan een vertrouwd gezicht, kunnen opgelucht ademhalen. Want de 59-jarige Hofman is allesbehalve een onbekende binnen de club. Zo begon hij veertien jaar geleden als jeugdtrainer, trok hij de kar voor de jeugd in het hoofdbestuur en vertolkte hij twaalf jaar lang de rol van penningmeester. Toen Lauwen twee jaar geleden aangaf aan het eind van zijn vijfde termijn de hamer door te willen geven, keek iedereen eigenlijk naar Hofman, zo vertelt hij. “Corné vertelde dat toen, maar in eerste instantie heb ik de boot bewust afgehouden. Veel draait binnen een vereniging om geld, dus ik vond die positie van penningmeester heel belangrijk. De financiën moesten anders ingevuld gaan worden en om dat er gedeeltelijk bij te doen lukt niet. Dan heb je geen tijd om een goede voorzitter te zijn.”

Draagvlak

In het afgelopen jaar, mede door corona, spraken ze elkaar wat minder vaak. Waardoor er toch iets begon te knagen bij de inwoner van Etten-Leur. “Langzaam kreeg ik steeds meer het gevoel: ik moet dat maar eens gaan doen. Een nieuwe penningmeester, vernieuwing op financieel gebied is eigenlijk ook niet zo’n gek idee. Toen heb ik Corné gebeld.” Een bak koffie later was het eigenlijk geregeld. “Ik ga het toch doen, zei ik tegen hem.” Maar zo simpel en snel als het klinkt, ging het niet, moet hij eerlijk bekennen. “Daarvoor had ik al wel na zitten denken: hoe ziet de toekomst van DSE eruit? Ik wilde graag naar een groter bestuur: negen man. Dus had ik voor mezelf een plannetje gemaakt en gesproken met de mensen die daar voor mij in zouden passen. Die omarmden dat idee, waardoor ik het gevoel kreeg dat er draagvlak voor was. Dat was voor mij de belangrijkste reden om het te gaan doen.” Zijn ervaring als penningmeester sterkt hem in het gevoel dat hij het voorzitterschap aan moet kunnen. “Dan ben je op financieel gebied het hart van de vereniging. Je maakt alles mee. Als ik het op dat vlak kan, moet ik het toch ook als voorzitter kunnen? Dan wil ik graag mijn kennis gebruiken om DSE nog steviger te maken.” Maar dat betekent dus wel dat hij, na twaalf jaar, afscheid neemt van die rol. “Het is niet wenselijk om dat allebei te doen. Het was een enerverende tijd, de club is gemoderniseerd en ook op voetbal en sponsorgebied enorm gegroeid. Het was leuk om dat te mogen managen.”

Samen

In die tijd heeft hij de club zichzelf zien ontwikkelen. Zo groeide het aantal leden van 500 naar 750, maar hij weet dat precies daar de uitdaging voor hem ligt. Al is het een eer dat hij nu ‘de aanvoerder van de club is’. “Ergens komen is één, er blijven is twee. Dat is altijd, waar je ook bezig bent, nog lastiger.” Maar Hofman zou Hofman niet zijn, als hij daar niet al over had nagedacht. “Het allerbelangrijkste, wordt het vrijwilligersverhaal. Dat is niet alleen bij ons, maar bij elke club. Dat is gewoon een verandering in de maatschappij, daar heeft iedereen mee te maken.” Dat wordt het thema van de komende jaren. “Hoe krijg je mensen zover, om toch die uurtjes bij hun club te komen draaien? De bedoeling is dat we meer vrijwilligers krijgen, zodat je onder de streep minder vaak een beroep moet doen op dezelfde mensen.” Ook de indeling van het bestuur gaat op de schop, vertelt de oud-speler van DSE. “Een negenmans bestuur dus, maar binnen iedere discipline, mogen ze zelf hun team samenstellen. Je moet het nooit alleen willen doen, ook zonder jou moet de tent doordraaien.” Een mentaliteit die past binnen de vereniging, denkt hij. “Het is echt een club met een familiegevoel. Iedereen kent elkaar, het is één groot geheel. Het gevoel dat je het samen doet, dat is het belangrijkste.”

Cultuur bewaken

Zijn liefde voor de club is in de afgelopen jaren alleen maar gegroeid. “DSE ligt na aan mijn hart, anders word je ook geen voorzitter.” Je kunt het niet alleen. Het is de zin die Hofman continu blijft benadrukken en dus zijn ze, terwijl het oude bestuur nog actief is, al druk bezig voor komend voetbaljaar. “Het huidige bestuur maakt dit seizoen gewoon af, maar wij zijn al bezig met herstructureren. Wie gaat wat doen? We willen voor het begin van komend seizoen alles al rond hebben, zodat we meteen kunnen beginnen.” Zijn nieuwe rol zal een stukje breder worden dan hij de afgelopen jaren gewend is geweest. “Als voorzitter moet je de cultuur van de club bewaken. We moeten een gemoedelijke familievereniging blijven, maar ook stevig staan voor de toekomst.” En dat moet dus vooral gaan gebeuren door middel van vrijwilligerswerk. “Dat is wat mij betreft hét speerpunt. Clubs moeten ‘selfsupporting’ zijn, daarvoor moet je aan kostenbesparing doen en kan je niet zonder vrijwilligers. Die binding moeten we verstevigen, zodat mensen straks gewoon één moment kunnen kiezen dat ze komen helpen. Niet drie keer per week.”

Complimenten

Straks neemt hij dus het stokje over van Lauwen, dat doet hij niet voordat hij zijn voorganger een compliment heeft gemaakt. “Corné heeft het goed gedaan. De juiste mensen om zich heen verzameld en de club echt vooruitgebracht, wat dat betreft kom ik in een gespreid bedje terecht.” Toch is daar nu het moment om te vernieuwen, vindt hij. “Met jonge mensen, maar ook met diversiteit. Er zitten straks twee vrouwen in het bestuur, omdat ik het belangrijk vind dat alle afdelingen aan tafel zitten. Op die manier bouwen we een netwerk op.” Hij staat aan de vooravond van zijn eerste termijn als voorzitter en dus hebben ze een stappenplan gemaakt voor de komende drie jaar. “Qua leden moeten we niet te veel gaan groeien, want met 750 zitten we wel bijna aan de maximale capaciteit. Het vrijwilligersbeleid moet er binnen een jaar staan en het zou mooi zijn als de selecties naar een hoger niveau kunnen.” Als hij straks weer op zijn fietsje naar de club komt, weet hij precies wat hem te doen staat. “Consolideren wat je hebt, uitbouwen waar het kan!”

Klik hier voor meer informatie over DSE

Klik hier voor meer artikelen over DSE

Brian Roquas is nog niet klaar bij Kogelvangers

Twee jaar trainer en nog altijd geen eindklassering achter zijn naam. Het geldt voor Brian Roquas van VV Kogelvangers. De 54-jarige oefenmeester begon vol ambitie aan zijn klus bij de derdeklasser, maar zag twee keer een hoopvolle start vervliegen. De doelstelling blijft hetzelfde: promoveren naar de tweede klasse.

Toen hij dat, een jaar of twee geleden zei tegen mensen binnen de club, leverde dat best de nodige verbaasde blikken op. Weet hij nog goed. “Ze speelden toen eigenlijk onderin mee, moesten hard werken om erin te blijven. Maar ik zag gewoon dat er meer uit te halen viel, dat zat hem in kleine dingen. Ik vond dat we die ambitie best uit mochten spreken.” En dus ging hij vanaf dat moment keihard aan de slag. “Te beginnen met een structuur en een goede basis. Veel onnodig balverlies, te traag in de omschakeling. Dat moest eruit. En eigenlijk de basisprincipes. Wat doe je in balbezit, hoe wil je kansen gaan creëren?” Die aanpak wierp, met een vierde plek in zijn eerste seizoen, meteen zijn vruchten af. Al bleef de echte bekroning uit. “Voor mijn gevoel waren we echt op weg naar een plek in de nacompetitie.”

Bewijzen
Dit jaar kwamen ze niet verder dan vier wedstrijden. De teleurstelling overheerst, vertelt Roquas. “Voor de club, de supporters, maar ook voor mezelf. Wat we voor ogen hadden, is nog niet gelukt. Dan is het toch een beetje een net-niet-verhaal.” Dat was voor hem ook de belangrijkste reden om er een derde seizoen aan vast te plakken. “Mijn taak zit er nog niet op. Ik wil gewoon aan mezelf bewijzen dat er inderdaad meer in zit.” Hij ziet de ontwikkeling bij zijn spelers en dus heeft de inwoner van Oud-Beijerland het goed naar zijn zin in Willemstad. “Ik had meteen een goede klik met de spelers, met mijn assistent, maar ook met het bestuur. De randvoorwaarden kloppen. Als ik een paar procent had getwijfeld of ik hier wel goed zat, was ik niet doorgegaan.” En dus staat hij ook straks weer voor de groep, ze weten inmiddels wat ze kunnen verwachten. “Een fanatieke trainer, die dat probeert uit te stralen op zijn spelers. Er moet altijd iets op het spel staan. Daarnaast ben ik wel een ‘peoplemanager’, aanvoelen of ze een schop onder de kont nodig hebben of juist een goed gesprek.” En natuurlijk wil hij komend jaar weer meestrijden voor promotie, maar op één ding hoopt hij misschien nog wel het meest. “Dat we eindelijk weer eens een normaal seizoen mogen hebben!”

Klik hier voor meer informatie over VV Kogelvangers
Lees hier meer artikelen over VV Kogelvangers

De mannen die Achtmaal doen stralen

Ze zijn alle vier rond de 70, verknocht aan de club en ook nog eens behoorlijk handig. Het is dan ook niet voor niets dat Cees Mertens, Fons van Dijck, Pieter Oostvogels en Jac van Oijen al jaren de handen uit de mouwen steken om van VV Achtmaal een nog mooiere club te maken.

Het is inmiddels een soort traditie geworden, de maandagmorgen op het sportpark van Achtmaal. Half negen beginnen, tien uur aan een bakje koffie. Met zijn vieren: een goed gezelschap, zoals ze het zelf zeggen. Een gezelschap dat al jaren een sterke band heeft met de club, vertelt Jac. “De meesten van ons zijn al jaren lid of hebben hier kinderen en kleinkinderen lopen. Dan krijg je vanzelf een hechte band. Ik kom hier ook al sinds mijn jeugd.”

Gezelligheid
Sinds de oprichting in 1962, spelen vrijwilligers natuurlijk een grote rol. Een aantal jaar geleden nam dit viertal het stokje over van hun voorgangers, Cees weet nog goed hoe hij erin is gerold. Heel logisch ook eigenlijk, vindt hij. “Als je stopt met voetballen, ga je helpen. In 1994 ben ik opnieuw lid geworden, later heb ik geholpen met de opbouw van de kantine en heb ik nog jaren in het bestuur gezeten. Zo werkt dat hier.” En ook voor Fons was er geen ontkomen aan. “Op maandagmorgen kwam ik met mijn kleinzoon op de club, die wilde voetballen. Willem Vissers was aan het werk, die zei: Fons, jij gaat mij helpen.” En zo geschiedde. En dus zijn ze op maandag en vrijdag bezig met allerlei soorten klusjes, ongeveer alles doen ze of hebben ze gedaan. “Dug-outs plaatsen, lijnen trekken, netten ophangen, kleedkamers schoonmaken of de boel schilderen. Alles eigenlijk.” Recent hielpen ze mee aan de grotere projecten, legt Jac uit. “Het bouwen van de tribune, plaatsen van lichtmasten of het leggen van zonnepanelen.” Maar bovenal is het natuurlijk vooral een en al gezelligheid, vindt ook Fons. “Je hebt weer iets om naar uit te kijken, hè? Het zijn ook geen vervelende dingen om te doen, misschien het poetsen van de wc’s, maar dat hoort er ook bij!” Ook Pieter heeft zijn plezier bij de club weer helemaal hervonden, nadat hij het een tijdje kwijt is geweest. “Ik heb er altijd gevoetbald, in ’65 zelfs in het eerste jeugdelftal van de club. Tot twintig jaar geleden ben ik eigenlijk altijd betrokken gebleven.”

Saamhorigheid
Zo was hij wedstrijdsecretaris, zeventien jaar lang leider en grensrechter bij het eerste, maar toen bekoelde de liefde. “Als je ‘het beu bent’, moet je eigenlijk stoppen. Maar als er geen opvolger is, blijf je het doen, op een gegeven moment kon ik gewoon echt niet meer naar de voetbal.” Jarenlang kwam hij er niet, tot hij de mannen van ‘vroeger’ weer sprak. “Dan kom je toch weer terug. Nu heb ik er ook weer plezier in. De saamhorigheid, oude verhalen, het is heerlijk. Hier liggen onze ‘roots’.” Toch springen niet al hun werkzaamheden meteen in het oog. “We hebben laatst de voegrandjes van de douches schoongemaakt, dat was echt een monnikenwerk, maar toen zei ik nog: ik denk niet dat er iemand is die ziet dat het gebeurd is. Maar het is voor de hygiëne wel heel belangrijk.” Toch voelen ze de waardering. “Over het algemeen, als andere clubs hier komen, krijgen we de complimenten dat het er zo netjes uitziet. Daar doe je het voor”, aldus Jac. Dat hopen ze komend seizoen opnieuw aan iedereen te mogen laten zien, om te beginnen tijdens het jaarlijkse Sandraudiga toernooi. “Het zou afgelopen jaar al bij ons zijn, maar dat ging natuurlijk niet door. Hopelijk nu wel, met supporters, dan kunnen ze allemaal zien hoe mooi de club is.” En dat allemaal door de saamhorigheid, want dat kennen ze wel in het dorp. “Mensen staan voor elkaar klaar, een levendige gemeenschap met actieve vrijwilligers, dat merk je bij de club!”

Klik hier voor meer informatie over VV Achtmaal
Lees hier meer artikelen over VV Achtmaal

Ad Palings is nu echt terug bij De Fendert

Na het succesverhaal dat hij schreef vanaf 2011, keert Ad Palings komend seizoen weer terug op bekend terrein. De oefenmeester zwierf wat rond, maar staat straks weer ‘gewoon’ voor de groep bij De Fendert. De club waar hij eigenlijk nooit echt is weggeweest.

Hij vertrok na een aantal succesvolle jaren aan het roer bij de fusieclub dan wel in 2014, heel lang waren ze niet van hem af. Want inmiddels heeft de 62-jarige trainer alweer vijf jaar de jeugd van de plaatselijke vereniging onder zijn hoede. “Ik train nu de JO17, de lichting daarvoor heb ik tot aan de JO19 gevolgd. Dat was een goede lichting hoor, we werden drie keer op rij kampioen.” Mede daardoor is hij straks weer hoofdtrainer bij het vlaggenschip. “Veel van die jongens spelen nu in het eerste en die vonden het klaarblijkelijk toch wel leuk met mij.”

Geen spijt
Maar ondanks dat hij via de jeugd al die tijd dus toch verbonden is gebleven aan De Fendert, was hij in de afgelopen jaren bij verschillende clubs eindverantwoordelijke. Bij het Zeeuwse SKNWK verliep dat iets minder gelukkig. “Door corona konden we niet trainen, dan bouw je ook geen band op met die spelers. We hebben drie potjes gespeeld, dan heb je geen binding.” En dus besloot hij in januari de club een helpende hand toe te steken. “Ik zou toch niet gaan bijtekenen, toen heb ik mijn contract laten ontbinden. Dat scheelt de club weer kosten, mijn salaris had ik in oktober al stil laten zetten.” Spijt heeft hij van die overstap niet. “Het heeft niet zo mogen zijn, het is een ongelukkige samenloop van omstandigheden geweest.” En dus traint hij straks niet meer alleen de jeugd, maar ook de senioren van de club uit Fijnaart. Een groot verschil, vertelt hij. “De beleving is heel anders. Bij de senioren voel je echt die adrenaline, van de supporters. Bij de jeugd gaat het om ontwikkelen.” Hij kent ‘die gastjes’, zoals hij het zelf zegt, al zo lang. Dat hij teruggaat naar zijn eerste jaren sinds het ontstaan van De Fendert. “Toen liepen ze mee het veld op, je zag al in hun ogen: dit wil ik ook ooit een keer meemaken. Je voelde die hartjes bijna bonzen, zal ik maar zeggen. Nu staan ze er zelf.”

Gloriejaren
Inmiddels kent hij natuurlijk ongeveer iedereen bij de club. “Het voelt anders dan welke plek dan ook. Het is gewoon vertrouwd. Ik woon hier, dan ga je op het fietsje naar de club. Je komt de mensen tegen, dan gaat het over vroeger, dat is gewoon gezellig.” Dat heeft ook een beetje met Palings als persoon te maken, denkt hij. “Ik durf wel te zeggen, dat ik goed om kan gaan met mensen. Dan blijft die band toch hangen.” Na ruim 35 jaar heeft hij het trainersvak dan ook wel onder de knie. “Dat mag ik hopen van wel. Maar het gaat erom dat je dat blijft ontwikkelen, ook als trainer. Hoeveel heb je ervoor over, niet alleen op dat moment, maar gedurende een lange tijd.” Die instelling leverde hem in zijn begintijd bij De Fendert twee promoties op, één speler is hij ook zeven jaar later nog niet vergeten. “Jeroen Beerendonk kwam toen terug van RBC Roosendaal en was eigenlijk ingedeeld bij de A1. Hij stond een beetje op goal te schieten, toen vroeg ik wie dat ventje was. Wij hadden toevallig spelers nodig, dus vroegen we hem. Hij was vijftien, maar is vanaf dat moment niet meer uit het eerste gegaan.” En ondanks dat ze later degradeerden, met een ongekend aantal van 32 punten, kijkt Palings terug op een bijzondere tijd. Hij ziet dat er het nodige is veranderd sinds zijn vertrek. “Een beetje van euforie in een neerwaartse spiraal. Een aantal goede spelers zijn vertrokken, dan wordt het vechten tegen degradatie. Daar wordt het niet vrolijker van.”

Gaan leven
Aan hem dus de taak die gloriejaren weer terug te brengen. “De derde klasse is nu wel even ‘de max’, maar binnen twee jaar moeten we bovenin meedoen. Dat is mijn doel.” En opnieuw zal dat moeten gebeuren met veel jonge jongens. “De jeugd gaat hartstikke goed, maar dan moet je ze wel perspectief bieden. Erbij betrekken en stimuleren, dat ze echt in het eerste kunnen spelen, anders gaan ze een andere weg.” Op papier is hij al bezig met de selectie, straks volgen de gesprekken. Hij kan niet wachten om aan de slag te gaan. “Prachtig, met die ‘mannekes’.” Maar dat is niet het enige waar hij naar uitkijkt. “De binding met het publiek, moeten ze wel mogen komen natuurlijk. In mijn tijd stonden er gewoon 500 man te kijken, dat gevoel moet weer gaan leven!”

Klik hier voor meer informatie over VV De Fendert
Lees hier meer artikelen over VV De Fendert

Thomas de Ridder hoofd jeugdopleiding VV Seolto

Zevenbergen, – vv SEOLTO zet opnieuw een belangrijke stap in het jeugdvoetbal door de aanstelling van een hoofd jeugdopleiding. Na jaren van ledengroei zien we dat als een logische volgende stap in de ontwikkeling die we als club doormaken. Met ingang van komend seizoen zal Thomas veelvuldig op de SEOLTO velden te vinden zijn.

Thomas heeft ondanks zijn jeugdige leeftijd al tien jaar ervaring als hoofdtrainer in het amateurvoetbal en is in het bezit van Uefa B trainersdiploma. Ook was hij assistent hoofd jeugdopleiding bij RKVV JEKA in Breda. Thomas start dit seizoen de opleiding Hoofd Opleiding C van de KNVB. Naast zijn functie als hoofd jeugdopleiding bij onze club is Thomas ook hoofdtrainer bij de zondag vereniging RKVV Gesta uit Galder en is hij ook werkzaam als trainer bij Code Oranje in Breda en bij Soccertime. We zijn Code Oranje dankbaar dat ze voor ons ook de werving en selectie van Thomas hebben verzorgd. Thomas is 34 jaar en woont in Sprundel met zijn vrouw en dochter en nummer twee wordt verwacht in november.

Tijdens de jeugdkader bijeenkomst op 3 september zal Thomas zich voorstellen aan het jeugdkader en ook al wat van zijn ideeën met ons delen. Uiteraard staat de eerste periode in het teken van kennismaken en peilen van de behoefte van onze trainers en leiders zodat het programma daar zoveel mogelijk op aangepast kan worden.

Thomas veel plezier en succes bij vv SEOLTO.

Klik hier voor meer informatie over VV Seolto
Voor meer artikelen van VV Seolto klik hier

Gerard Dielemans: Koninklijke vrijwilliger van Virtus

 

Als hij maar lekker bezig kan zijn, stilzitten is niks voor hem. Dat is voor Gerard Dielemans, naast dat Virtus na zijn gezin op de tweede plek komt, de belangrijkste reden voor al zijn vrijwilligerswerk. Daar zijn ze bij de club zelfs zo blij mee, dat hij onlangs koninklijk werd onderscheiden.

Zijn vrouw was jarig en dus was de 67-jarige Dielemans gewoon thuis. “Ik moest om tien uur aangekleed klaar zitten, want dan zouden de kinderen komen. Zeiden ze.” Toen de deurbel klokslag tien uur daadwerkelijk ging, liep hij dan ook nietsvermoedend naar de deur. “Dat zullen de kinderen dan wel zijn, dacht ik. Staat ineens de wethouder op de stoep, totaal verbaasd was ik. Totdat ik het kistje zag, toen begon er een lampje te branden.” Een lintje dus, geweldig vindt hij het. “Daar ben ik echt ongelooflijk trots op, die waardering is toch hartstikke mooi?”

 

Liefhebber
En dat hij het heeft verdiend, dat mag duidelijk zijn. Want naast dat hij bijna dagelijks te vinden is bij Virtus, is hij ook nog actief bij andere verenigingen binnen het dorp. Maar de voetbal staat absoluut op één. “Daar maak ik alle tijd voor vrij, dat zit echt in mijn hart. Kom niet aan Virtus hoor!” Een club waar hij op achtjarige leeftijd begon met voetballen. “Het kon niet eerder. Er zaten al vriendjes bij Virtus, dus dan trek je samen op.” Nu, 59 jaar later, zit hij er dus nog steeds. Lange tijd was dat als voetballer. “Ik was van kleins af aan al liefhebber. Tot mijn 42ste heb ik gevoetbald, twaalf jaar lang zat ik in het eerste.” Als voorstopper wist hij precies wat er van hem werd verwacht. “De spits uitschakelen en de bal inleveren bij de jongens die beter konden voetballen. Balafpakkers heb je ook nodig, dan was ik ‘een goeie’.” Maar al tijdens zijn actieve voetballoopbaan, stortte hij zich op het vrijwilligerswerk. “Op mijn 21ste werd ik jeugdtrainer, dat heb ik een lange tijd gedaan. Vervolgens heb ik nog zeven jaar in het jeugdbestuur gezeten, maar toen begon het training geven toch weer te kriebelen.” En dus haalde hij zijn diploma’s, leerde hij de jeugd voetballen, maar stond hij ook bij de senioren voor de groep. Pas twee jaar geleden stopte hij er echt mee. “Zeven jaar geleden ging ik met pensioen, toen heb ik nog vijf jaar lang de mini’s gedaan.”

Familie
Maar ook buiten het voetbalveld is hij van waarde. Zo is hij coördinator van de ‘oud papier ploeg’ en samen met een stel gepensioneerden knapte hij de kantine, de kleedkamers en de tribune op. “Het oud papier doe ik al sinds mensenheugenis, ik denk minimaal een jaar of dertig. Nu werd er niet gevoetbald, dus hebben we de boel maar ‘even’ aangepakt.” Als terreinknecht, maakt hij voldoende meters. “De belijning, netten ophangen, alles op het sportpark. Als ik maar lekker bezig kan zijn, ik kan niet stil gaan zitten.” Hij kan dan ook niet zonder Virtus. “Het is gezellig, iedereen voelt zich er thuis. Een vriendenclub en echte familie, we komen ook bij elkaar op feestjes.” Het afgelopen jaar stopte hij met de verkoop van lootjes tijdens thuiswedstrijden van het eerste, maar dat wil niet zeggen dat hij niet meer komt. “Met een vast groepje oud-teamgenoten staan we altijd nog langs de lijn. Maar ik kan niet altijd gaan, mijn vrouw is niet zo’n liefhebber, dan zit die steeds alleen.” Dielemans woont al heel zijn leven in Zevenbergen, hij geniet dan ook van de complimentjes die ze krijgen voor hun werk. “Je zit er bijna iedere dag, dan is het leuk om te horen als ze vinden dat de club er netjes uitziet.” Als zijn gezondheid het toelaat, blijft hij het voorlopig gewoon nog lekker doen. “Vooral op de maandag, als de onderhoudsploeg er is van een mannetje of vijftien, is het zo gezellig. Bakje koffie, kletsen over de wedstrijd.” En dat levert altijd weer mooie verhalen op. “In 1980/1981 werden we kampioen en promoveerden we naar de tweede klasse, zo hoog heeft Virtus daarna nooit meer gespeeld. Vijf jaar lang, dat was toch wel heel mooi om mee te maken hoor!”

Klik hier voor meer informatie over Virtus
Lees hier meer artikelen over Virtus

“Persoonlijke touch hoort bij karakter Baardwijk”

Bij Baardwijk zijn Koen en Patricia Kokx bekende gezichten. Al lange tijd brengen ze heel wat uren door op de club. Daar komt geen verandering in, al zal verandert er op papier wel wat. Koen is met ingang van het nieuwe seizoen jeugdvoorzitter van ‘Bork’, zoals de club door leden genoemd wordt.

werktalent_255550WAALWIJK – “Ons gezin is helemaal Baardwijk-minded”, zegt Kokx enthousiast. “We lopen al heel lang bij de club, mijn vrouw en ik. We gaven al training aan de jeugd ver voor we kinderen hadden. Zo zijn we ook in diverse commissies beland. En van daaruit zijn we dingen steeds actiever op gaan pakken, om langzaam maar zeker meer lijnen mee uit te zetten. Vanuit die activiteiten ben ik gevraagd om jeugdvoorzitter te worden.”

Kokx twijfelde wel even, zegt hij eerlijk. “Ik voel me meer voetbaltrainer dan bestuurder. Ik heb zelf altijd gevoetbald en ben nog steeds zelf actief, ik vind het leuk om met de noppen in het veld te blijven staan. Ik moet dus een modus zien te vinden waarin ik het kan combineren”, zegt de aanstaande jeugdvoorzitter, die net als zijn vrouw in de jeugd van Baardwijk speelde en samen met haar ook al ‘een behoorlijke poos’ in de technische jeugdcommissie zat.

Kokx heeft redelijk in beeld wat er moet gaan gebeuren en wat er op hem af gaat komen, hij ziet zijn nieuwe rol dan ook met vertrouwen tegemoet. “We hebben eigenlijk best wel een goede jeugdafdeling. Zo’n vijf jaar geleden ging het even iets minder met de aanloop, dan heb je jaargangen waarin je minder leden hebt. Dan krijg je eigenlijk het technische beleid niet op orde. Het liefst heb je altijd twee teams in iedere categorie. Een team dat prestatief is en een elftal dat meer voor de lol komt voetballen. Wat dat betreft is de belangrijkste taak afgelopen jaren in gang gezet, zorgen dat er meer jonge jeugd naar ons toekomt.”

Het is niet altijd makkelijk, ook omdat er voor mensen uit de wijk iets te kiezen is met Baardwijk en WSC die alleen gescheiden worden door een straat. “Mensen die al bekend zijn in het voetbalwereldje hier weten waar ze voor kiezen. De Borkse mensen blijven bij Bork voetballen. Voor de mensen die niet bekend zijn hier of waar de ouders niet van voetballen, moet je zorgen dat je zichtbaar bent een goede uitstraling hebt. We organiseren veel activiteiten en stiekem is het allemaal goed geregeld bij ons. We hebben een superaccommodatie, de hele jeugd loopt gesponsord rond en alle elftallen – ongeacht hoe hoog of laag – hebben leiders en trainers. Onze grootste uitdaging ligt in het blijven zorgen dat goede voetballertjes genoeg uitdaging blijven vinden. Dat kunnen we ook, we hebben teams die echt op goed niveau voetballen. Door breder te worden van onderuit kunnen we dat echter nog beter waarborgen.”

Dat is waar Kokx mee aan de slag gaat bij Baardwijk, stap voor stap. “Als je te snel groeit loop je misschien tegen problemen aan. We willen wel groeien, maar op een gezonde manier.” En dan is het belangrijk dat de kernwaarden altijd blijven bestaan. “We kennen elke jeugdspeler ook echt. We zijn voldoende groot qua omvang, maar elk kind heeft wel zijn eigen plekje binnen de club. Als er bij hem of haar iets verandert, kennen we de situatie en houden we rekening met de omstandigheden. Die persoonlijke touch hoort bij het karakter van de club.”

Klik hier voor meer informatie over Baardwijk

Klik hier voor meer artikelen over Baardwijk

‘De financiële gevolgen gaan we straks pas merken bij DEVO’

DEVO Bosschenhoofd– Het zijn roerige tijden voor voetbalclubs. Voetballiefhebbers kunnen niet meer genieten van het spelletje en clubs zien de inkomsten dalen tot het nulpunt. Terwijl de kosten vaak gewoon doorlopen. Rien Konings is penningmeester bij DEVO, hij heeft het een stuk rustiger dan normaal, maar houdt zijn hart vast voor de komende maanden.

Tic_253688
Als penningmeester is hij normaal gesproken verantwoordelijk voor de ledenadministratie, het innen van de contributie, het beheren van de kantinevoorraad en het ‘tellen’ van de inkomsten. Dat is nu natuurlijk wel even anders. “De kantine is dicht, dus we hebben geen voorraad, daardoor zijn die inkomsten ook nul.” Daar is aan de andere kant dan weer een nieuwe taak bijgekomen. “Je bent altijd al wel bezig met subsidies aanvragen, maar nu vraag je die ook aan om de vaste lasten te kunnen betalen. Een soort coronasubsidie.”

Vriendenclub

Dat alles valt in een jaar dat voor Konings eigenlijk in het teken had moeten staan van zijn 50-jarig jubileum bij de club. “Ik werd in 1971 lid bij DEVO, toen ik zestien jaar oud was. Daarvoor zat ik bij Rood-Wit. Twintig jaar lang ben ik hier actief geweest als speler.” Inmiddels woont de 66-jarige penningmeester alweer 45 jaar in Bosschenhoofd, in 1991 trad hij toe tot het bestuur. “Begonnen als secretaris, vijftien jaar. Vervolgens werd ik voorzitter.” Die functie mocht hij vijf jaar lang vervullen, de makkelijkste van de drie als je het hem vraagt. “Dan kan je alles delegeren, haha.” Inmiddels is hij alweer tien jaar lang penningmeester voor de vereniging die hij maar wat graag helpt. “Het is zo gelopen. Ze konden niemand anders vinden, toen ben ik het gaan doen. Heb ik weer wat te doen en de vergaderingen zijn hartstikke gezellig.” Al is die gezelligheid door de huidige situatie natuurlijk even ver te zoeken. “Je groeit uit elkaar als vereniging, je ziet elkaar nog amper. Alles moet via de app, die saamhorigheid voel je een stuk minder. Het is ook minder druk, weinig activiteiten.” Terwijl dat toch juist de kracht is van DEVO, vertelt hij. “Het is een vereniging met 225 leden, een echte vriendenclub. Veel jonge spelers en ons kent ons.”

Reservepotje

Hij vindt het lastig onder woorden te brengen wat de vierdeklasser voor hem betekent. “Hoe moet ik dat uitleggen? Ik zou echt niet zonder kunnen, dat stroomt door je bloed. Het sociale contact, dat mis je nu enorm.” Maar dat is, behalve het gemis van wedstrijden, natuurlijk niet het enige. Als penningmeester houdt hij vooral op financieel vlak een oogje in het zeil. “Je leest er nu nog maar weinig over, maar dat gaat nog wel komen. Als straks de boekhouding wordt opgemaakt en de financiën van dit jaar komen naar boven. Dan krijgen veel clubs het echt zwaar.” Bij DEVO hadden ze volgens hem gelukkig een reservepotje liggen. “De vaste lasten, zoals verzekeringen en huur, lopen gewoon door. Het geld van die aanvragen hebben we echt nodig.” Gelukkig komt de gemeente ze tegemoet. “Die hebben de subsidie vooruitbetaald, dus daar kunnen we nog wel wat mee doen. De velden moeten we ook gewoon blijven onderhouden, dat kunnen we niet overslaan.” En dus is het op de centen letten, al zorgen de trouwe leden voor een beetje extra ademruimte. “Op dit moment hebben we nog geen opzeggingen, hopelijk blijft dat zo.” Toch houdt hij de moed erin. “Als we komend seizoen weer aan de gang kunnen, gaan we zeker overleven. We moeten positief zijn, er is al negatief nieuws genoeg.”

Klik hier voor meer informatie over DEVO

Klik hier voor meer artikelen over DEVO

“De toekomst ziet er mooi uit bij S.S.C.’55”

Op sportparken is het de afgelopen anderhalf jaar stil geweest, veel te stil. Maar dat wil niet zeggen dat clubs ook stil zitten. Juist niet. S.S.C.’55 is zo’n club waar men achter de schermen en in sommige gevallen ook zichtbaar grote stappen zet. De club groeit, op verschillende fronten.

werktalent_255550SPRANG-CAPELLE – “Ondanks corona en een voetballuw jaar groeit onze jeugdafdeling in ledental, met name bij de pupillen”, zegt voorzitter Remco Steenbeek.. In april en mei verwelkomde S.S.C.’55 twintig nieuwe leden in drie weken tijd. “Dat verbaasde ons in deze tijd ook.”

En  S.S.C.’55 gaat op het gebied van de jeugd nog meer stappen zetten. In Ger Klop heeft het namelijk een schat aan voetbalervaring in huis gehaald. Hij was als hoofdtrainer, jeugdtrainer en scout actief voor clubs als Kozakken Boys, Altena, Unitas en RKC Waalwijk. Nu wordt hij Hoofd Jeugdopleiding.

“Mijn belangrijkste taak is absoluut de ontwikkeling van de spelers/teams en de trainers, die ik zal ondersteunen daar waar nodig is. Het gaat erom dat we met plezier kunnen werken met elkaar en dat we hopelijk spelers van de eigen jeugd naar de selectie kunnen brengen. Verwacht niet van me dat we alles zomaar in een korte tijd voor elkaar krijgen, maar met een positieve instelling in alle gelederen gaan we met elkaar proberen om de jeugdopleiding stapje voor stapje te verbeteren”, zegt Klop.

S.S.C.’55 kent inmiddels ook een rijke vrouwen- en meidenafdeling, het is een belangrijk onderdeel van de club. “We hebben twee seniorenelftallen die ruim in de speelsters zitten, net als de MO19. We hebben een MO15 en onze jongste elftallen tellen ook veel meiden. Dat is bijzonder voor een in aantal leden bescheiden club als SSC en het feit dat Sprang-Capelle (en de gemeente Waalwijk) veel clubs rijk is”, zegt voorzitter Steenbeek.

Dit gaat vooral over voetbal, maar ook op het gebied van de accommodatie en op maatschappelijk gebied groeit de club. Zo gaat de voetbalclub de komende jaren alle bestaande wedstrijdbedrukking bij de jeugdteams vervangen voor de naam van Voedselbank Waalwijk ‘De Rijglaars’. “We zijn ons zeer bewust van de rol die we spelen in de lokale samenleving. Door te kiezen voor een goed doel op al onze kleding van de jeugdteams willen we die rol nog meer benadrukken”, zegt jeugdvoorzitter Arno van Oosterhout. Die shirtsponsoring is onderdeel van De Vrienden van S.S.C.’55, een extra sponsorplan waarbij een plek gecreëerd wordt waar onze sponsoren met elkaar kunnen ondernemen en elkaar kunnen ondersteunen waar nodig.

Alle jeugdspelers schitteren in de toekomst in de shirts met de naam van Voedselbank Waalwijk ‘De Rijglaars’ op een vernieuwd Sportpark Van Wijlen. Een ambitieus plan staat klaar om uitgevoerd te worden, waardoor er heel wat gaat veranderen. “We pakken als eerste de LED-verlichting en deze zomer de aanleg van het kunstgrasveld aan. Snel daarna start de bouw van nieuwe kleedkamers en een nieuw deel van onze kantine”, zegt voorzitter Remco Steenbeek.

Als je alles bij elkaar optelt dan groeit de club enorm, op vele fronten. Of zoals de club het zelf omschrijft: “De toekomst ziet er mooi uit voor S.S.C.’55!”

Klik hier voor meer informatie over S.S.C.’55

Klik hier voor meer artikelen over S.S.C.’55

Akkermans hoopt met NEO ’25 op nieuw hoogtepunt

Kevin Akkermans begon op zijn tiende met voetballen, als linksback. Een paar jaar later zat hij in de selectie van NEO ’25, als doelman. Zijn eerste twee wedstrijden onder de lat in het eerste elftal waren derby’s tegen SV Capelle en SSC ’55, wedstrijden die hij nooit meer zal vergeten. Nu gaat hij als 32-jarige keeper in ieder geval nog een jaartje door, hopend op een periodetitel en promotiewedstrijden met een ‘keigoede lichting’.

werktalent_255550SPRANG-CAPELLE – Voor hij ging voetballen deed Akkermans aan gym en judo. Eenmaal aangesloten bij NEO ’25 ging hij nooit meer weg. “Ik heb de jeugd doorlopen en vanuit de A-jeugd ben ik naar de selectie gegaan. In de B-jeugd ging onze keeper weg, sindsdien ben ik op goal gekomen en er nooit meer uit gegaan.”

Hoogtepunt
De goalie speelde eerst twee jaar in het tweede, voor hij als tiener zijn debuut in de hoofdmacht maakte. Het was drie wedstrijden voor het einde van het seizoen en we stonden er niet goed voor, ik kreeg een kans om me te bewijzen. Ik werd op donderdag na de training door de trainer naar boven geroepen. Hij zei dat hij wat ging veranderen en mij wilde laten starten. Dan ga je vol adrenaline naar huis, ook omdat het een derby tegen Capelle is. Op de wedstrijddag stond ik de hele dag strak.”

“Als ik zo terugkijk is dat nog steeds het mooiste dat ik heb meegemaakt. Met een paar honderd man, spelen tegen Capelle en meteen daarna tegen SSC. Je kent veel mensen. En allebei winnen, dat zijn mooie dingen”, zegt Akkermans.

Periodetitel
Er zijn meer hoogtepunten geweest, zegt Akkermans als hij terugkijkt op al zijn jaren in de selectie. “Ik ben nog nooit gedegradeerd, het kampioenschap met het tweede was in een heel mooi seizoen en ook nacompetitie met het tweede. Allemaal mooie momenten.” Als het aan de goalie ligt komt er komend seizoen nog een nieuw hoogtepunt in dat rijtje. “Ik wil nog steeds heel graag een periode halen voor promotie met het eerste, promotiewedstrijden spelen voor de tweede klasse.”

En het is niet dat dat onmogelijk is. “We hebben een keigoede lichting. Een mix van jong en oud, ervaren en jongens met minder ervaring. We waren goed gestart, met drie gespeelde wedstrijden, nul tegendoelpunten en zeven punten. Het zou mooi zijn als we komend jaar mee kunnen doen voor een periode. Ik denk dat het kan. Het zou wel echt vet zijn.”

Passie
Op de tribune van zijn club praat Akkermans vol enthousiasme over ‘het spelletje’. Vrienden vroegen hem regelmatig te stoppen in de selectie, om aan te sluiten bij het vierde. Daar is het nog te vroeg voor. De seizoenkaarthouder van RKC kreeg een paar weken geleden een belletje van zijn trainer. “Wat ga je doen komend jaar, vroeg hij. Ik ga gewoon door.”

De keeper kijkt er naar uit om weer lekker te voetballen, het wedstrijdgevoel te beleven. “Hopelijk kunnen we zo snel mogelijk weer met z’n allen het veld op en mag er publiek komen. Je maatjes zitten ook allemaal bij de voetbal, het is de gezelligheid die je mist. Het pilsje pakken na de wedstrijd, een beetje voetballen. Als ik helemaal niet meer zou kunnen voetballen, dan gaat mijn vriendin niet gelukkig worden”, zegt Akkermans met een knipoog. “Voetbal is echt mijn passie, een uitlaatklep!”

Klik hier voor meer informatie over NEO’25

Klik hier voor meer artikelen over NEO’25