Home Blog Pagina 788

André Markus gaat zich ontfermen over de jeugdopleiding van Kagia

Vijfentwintig jaar nadat hij als trainer bij Kagia begon keert André Markus terug aan de Kikkerbeetstraat. De 52-jarige Lisserbroeker gaat zich ontfermen over de totale jeugdopleiding van de club. “Er zit nog veel rek in.”


De afgelopen periode snuffelde Markus (52) al hier en daar wat rond op het complex aan de Kikkerbeetstraat. “Maar niet te veel, want ik wilde mijn voorganger Kristian Weijer niet voor de voeten lopen. Dat vind ik niet zo chique.”

Die voorganger was in zijn functie als jeugdopleidingen slechts één seizoen actief bij Kagia. “Het was ook voor hem een lastig jaar, maar hij heeft wel dingen in gang gezet”, zegt Markus, die zelf het afgelopen seizoen ‘op papier’ trainer was van Hertha in Vinkeveen. De lol duurde welgeteld tweeënhalve maand. “Het was natuurlijk een rotseizoen. Het voelt ook alsof ik mijn klus niet heb kunnen afmaken. Vorig seizoen stonden we er met Hertha heel goed voor in de vierde klasse. Toen in maart de competitie werd stilgelegd, stonden we tweede op een paar punten van de nummer één. Een ticket voor de nacompetitie hadden we al binnen. Ik geloofde echt in onze promotiekansen. We zouden gaan oogsten, maar corona heeft dat kapot gemaakt.”

Uitgerekend vijfentwintig jaar geleden begon Markus zijn trainerscarrière bij Kagia, bij de E-pupillen. Hij voetbalde toen nog zelf en maakte ook deel uit van Kagia 1 destijds. Als speler kwam hij ook uit voor DIOS en ook als trainer zocht hij het al snel buiten Lisserbroek. “Ik ben zeven jaar in allerlei functies werkzaam geweest bij FC Lisse. Daarna kriebelde het om hoofdtrainer te worden. Ik heb bij SVOW, WVC en derdeklasser VEW in Heemstede getraind. Ik ben zeker niet uitgekeken op het hoofdtrainerschap, maar privé past het even wat minder in mijn dagelijkse leven. Daarnaast heeft de jeugd mij altijd aangetrokken. Ik ben altijd een trainer geweest die zich bij het eerste team focuste op jonge spelers. Met oudere spelers had ik wat minder. Jonge spelers willen graag leren en zich ontwikkelen.”

Daarom denkt Markus dat zijn nieuwe functie bij Kagia zit als een nieuwe jas. “Ik ga de hoofdlijnen uitzetten en de trainers ondersteunen. Ik wil proberen die zo veel mogelijk handvatten te geven om te werken. Er ligt al een plan, daar was Kristian mee begonnen, maar dat plan moet nu handen en voeten gaan krijgen. Dat kan alleen als er een breed draagvlak voor is bij de jeugdtrainers. Dat betekent dat we vooral in de beginfase veel moeten communiceren met elkaar en het wordt zeker geen eenrichtingsverkeer.”

Een goede structuur en organisatie neerzetten is volgens Markus belangrijk met wat er op Kagia afkomt de komende jaren. “Er wordt straks flink gebouwd in Lisserbroek en het is aannemelijk dat veel kinderen de weg naar de club weten te vinden. Daar moeten we ook klaar voor zijn.”

Klik hier voor meer artikelen over Kagia.
Klik hier voor meer informatie over Kagia.

Diony Vente wil eerste keeper worden bij VVGZ

Doelman Diony Vente heeft het avontuur bij Heinenoord eind mei afgerond. Half juni is hij gestart bij tweedeklasser VVGZ. Hij heeft te veel op de bank gezeten. Op het Noordpark in Zwijndrecht wil hij eerste keeper worden.

ZWIJNDRECHT – Vente heeft zijn keepersloopbaan op bijzondere wijze opgebouwd. ,,Bij mijn eerste club, Smitshoek, stond ik tot mijn veertiende jaar in de spits. Ik had het gevoel dat ik door mijn gedrag op het veld beter keeper kon worden en sindsdien sta ik onder de lat.” Al jong bij de selectie van Smitshoek, vertrok hij naar Oude Maas waar hij veel opstak van de ervaren doelman Jacob van den Belt. ,,Van hem heb ik bijna drie jaar lang de kneepjes van het vak geleerd. Ik ben gestopt vanwege een studie.’’

De naam Feyenoord duikt op. Diony Vente sloot zich op Varkenoord, naast De Kuip, aan bij de amateurtak van de Rotterdamse topclub. ,,Ik was te zwaar maar heb hard gewerkt om het plezier in het keepen terug te krijgen. Dat lukte in het tweede elftal, waarmee wij alles wonnen. Wij gingen naar de reserve hoofdklasse en wonnen tegen Katwijk de bekerfinale.”

Hiele
Vente wilde na twee seizoenen Feyenoord weer een stapje hogerop. Hij meldde zich bij Heinenoord. In de Hoeksche Waard kreeg Vente voormalig Feyenoord-doelman Joop Hiele als hoofdtrainer. ,,Hij kijkt toch net wat anders naar zijn keepers en wijst je op kleine dingen, die je wel weer beter maken. Natuurlijk weet Hiele waar hij het over heeft. Ik had de ervaren Lee-Quincy Cheuk-A-Lam voor mij. Hiele koos uiteindelijk voor hem en ik kwam op de bank. Het waren slechts drie wedstrijden, die wij wel allemaal wonnen. Toen viel het in oktober 2020 door corona stil. Ik kan wel zeggen dat ik Heinenoord als koploper heb verlaten.” Bij Heinenoord liepen nog vier keepers rond. ,,Van Hiele kreeg ik wel het vertrouwen. Hij gaf aan dat ik potentie had om zijn eerste keeper te worden maar ik moest geduld hebben. Ik wilde niet nog een seizoen in een tweede elftal keepen en heb voor VVGZ gekozen. Dat contact liep met de vorige VVGZ-doelman Jeroen Kloosterman. Hij wilde mij vorig seizoen al bij de club uit Zwijndrecht hebben.” Ook VVGZ-trainer Fop Gouman kan hem niets beloven. ,,Mijn doel is duidelijk: ik ga naar VVGZ om eindelijk eerste keeper te worden. Daar ben ik aan toe. Bovendien is het lekker dicht bij mijn woonplaats Heerjansdam.”

Grote broer
Als je de achternaam Vente hebt, dan ben je geboren met een Feyenoord-hart. Diony is de grote broer van Feyenoord-spits Dylan Vente, in het afgelopen seizoen verhuurd aan Roda JC. Beiden zijn een nazaat van voormalig Feyenoord-spits en oud-international Leen Vente. Dan heb je wel een naam in Rotterdam. Diony Vente groeide, evenals Dylan, op bij Smitshoek. ,,Ik ben heel trots op mijn broertje. Ik zat al op mijn vijfde in de Kuip. Als dan later je broertje er gaat spelen, is dat kippenvel. Toen Van Persie kwam moest hij naar de bank en omdat er geen Jong Feyenoord was hield hij geen ritme. Dylan heeft nu als huurling een lekker seizoen bij Roda JC gehad. Volgend seizoen is hij weer terug bij Feyenoord. Ik ga straks in juli eerst twaalf dagen naar Tenerife en sluit dan aan bij VVGZ. Ik heb er zin in.”

Klik hier voor meer artikelen over VVGZ.
Klik hier voor meer informatie over VVGZ.

SPIE hoofdsponsor Playing for Success bij NAC Breda

Breda, 22 juli 2021 – SPIE wordt hoofdsponsor van het maatschappelijk project ‘Playing for Success’ van NAC Breda. Het van oorsprong Franse bedrijf, dat haar Nederlandse holding in Breda heeft, en de Parel van het Zuiden hebben een overeenstemming bereikt voor drie jaar. Onlangs hebben de schoolgemeenschappen in Breda zich al gecommitteerd aan Playing for Success, waardoor de continuïteit van het project nu is verzekerd!

Playing for Success is een naschools programma voor kinderen die (tijdelijk) om sociaal emotionele redenen niet optimaal presteren. Het programma leidt tot meer zelfvertrouwen en motivatie en daardoor tot betere prestaties. Bij Playing for Success Breda richten we ons op leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs en jongeren uit de eerste twee klassen van het voorgezet onderwijs. Playing for Success geeft leerlingen de kans leren als positief te ervaren op een uitdagende en inspirerende plek buiten school in de NACademy in het Rat Verlegh stadion. SPIE zal niet alleen zichtbaar zijn in het leercentrum, maar is ook van toegevoegde waarde voor het lesprogramma. Zo wordt een van de lesrondes, de SPIE speelronde. Hiermee brengen we jonge kinderen op speelse wijze in aanraking met techniek.

verfhuys-breda

Niels Quispel, Manager NAC Maatschappelijk, is verheugd met de komst van SPIE: “Dankzij de steun van SPIE kunnen we blijven groeien en nóg meer kinderen ontvangen in ons leercentrum. Daarnaast willen we kinderen op een laagdrempelige wijze enthousiasmeren voor techniek. Met SPIE hebben we daarin ideale partner gevonden.”

Peter Paasse, segmentdirecteur bij SPIE noemt het een goede stap: “Deze samenwerking past goed bij de ambitie van SPIE om jongeren kennis te laten maken met techniek en daarmee het imago van de branche te veranderen. We zijn gecharmeerd van de passie en de betrokkenen bij dit project en herkennen dat in onze eigen cultuur. Daarnaast is een van onze kernwaarden dat we dicht bij onze klanten zijn. Als buren kunnen we niet dichterbij zitten!”​

roha shop

Voor meer informatie over Playing for succes klik hier
Meer artikelen van NAC Breda klik hier

Waspik 5 is een echt vriendenteam in de kelderklasse

Bij Waspik wordt het vijfde elftal omschreven als een vriendenteam dat actief is in ‘de krochten van het amateurvoetbal’. Tom Wels en Dennie Meijs zijn onderdeel van het team dat in de kelderklasse van het voetbal speelt. Ze omschrijven het allebei als een echt vriendenteam, waarbij de lach een grote rol speelt. Maar zodra het fluitje gaat op zondag, dan willen ze ook gewoon presteren.

WASPIK – Een deel van het team is doorgegroeid vanuit de jeugd. “De basis is doorgegroeid. Maar er zijn mensen afgevallen omdat ze zijn gaan studeren of werken en er zijn ook iedere keer weer mensen bijgekomen”, zegt Tom, die zelf tot de A-jeugd ook speelde en nu teammanager is.

werktalent_255550

Een vriendenteam, waar merk je aan dat het dat is? “Dat begint al als je ’s ochtends aankomt. Iedereen begint aan verhalen vanuit het weekend. De ene nog brakker dan de ander. Dan heb je al lekker dat Waspik 5-sfeertje, zoals ik dat noem”, zegt Dennie. “Het ene verhaal wordt nog groter gemaakt dan het andere. Dan gaan we langzaam naar de kleedkamer en krijg je een halve bak warming-up. Iedere week staan we met een andere opstelling in het veld. Maar we gaan er wel voor in de wedstrijd. Er zijn zat fanatieke jongens die echt willen voetballen. Het is gewoon het hele sfeertje en na de wedstrijd een biertje. Maar het is dus echt meer dan alleen drinken. Het is een mix van onzin en toch wel het spelletje voetbal leuk vinden en fanatiek in zijn.”

“Als we winnen smaakt het bier wel lekkerder”, vult Tom lachend aan. “Maar ieder jaar hebben we echt de intentie om kampioen te worden. Helaas lukt het ieder jaar ook net niet. Meestal eindigen we in de middenmoot.”

Bierschema
Als teammanager regelt Tom de zaken rondom het voetbal. Van het wedstrijdformulier tot het bijwonen van vergaderingen. En voor de schema’s. Meerdere dus. Waar veel seniorenteams een rijschema hebben, is er bij Waspik 5 ook nog een bierschema. “Iedereen komt een keer aan de beurt om een kratje bier mee te nemen voor na de wedstrijd in de kleedkamer. En dat slaat niemand over hoor.”

“Er was een tijd dat het bierschema er al was en het andere schema nog niet. Tegenwoordig regelt Tom dat heel goed”, zegt Dennie met een glimlach.

Teamuitjes
Een kampioenschap hebben ze nog niet mogen vieren. Niet in die jaren dat ze nu bij de senioren spelen, maar ook niet in de jeugd. Wat is dan het hoogtepunt in al die voetbaljaren? Daar zijn ze het unaniem over eens: “De teamuitjes!”

“We proberen ieder jaar een weekendje in een ander land te bivakkeren. Afgelopen jaar is dat niet gelukt, door corona. Maar normaal dus wel, dan is het echt lachen, gieren, brullen”, zegt Tom. Duitsland, Polen, Tsjechië, Roemenië. Ze zijn er met de hele groep geweest. “Meestal rond de winterstop. Het is echt het hoogtepunt van het jaar.”

“Ieder jaar regelt iemand anders het, voor de rest is het dan een verrassing waar we heen gaan en wat we gaan doen”, gaat Dennie verder over de teamuitjes. “En dat begint steeds gekker te worden. We begonnen op zaterdagochtend op het vliegveld en dan zondag weer terug. Vorig jaar moesten we vrijdag al vrij nemen, waren we donderdagnacht om vier uur al op het vliegveld bier aan het drinken. Maar het is dus ook al de voorpret, het raden waar we heen gaan en wat we gaan doen. Want we doen meestal ook één of twee activiteiten, iets actiefs, zoals bubble voetbal of paintballen. Het is echt het hoogtepunt, zeker!”

Klik hier voor meer informatie over VV Waspik
Voor meer artikelen van VV Waspik klik hier

Koen Peeters jonge trainer vol met ambitie bij Cluzona

Wouw – Pas 22 jaar oud, maar vanaf komend seizoen de rechterhand van hoofdtrainer Marcel van der Sloot. Het geldt voor Koen Peeters van tweedeklasser Cluzona. Al op jonge leeftijd ontwikkelde hij zijn passie voor het trainerschap en na drie jaar jeugdvoetbal, is het tijd voor de volgende stap.

Geboren, opgegroeid in ‘Wouw’ en een broer die al voetbalde bij de club. Heel moeilijk was de keuze voor Cluzona zo’n zestien jaar geleden dus niet. “Als je hier van het dorp komt, is de keuze snel gemaakt. Het is ook echt een dorpsclub, gezellig en iedereen kent elkaar.” Die gezelligheid merkt hij vooral als hij zelf moet voetballen, want dat doet hij ook nog steeds. “Ik voetbal nu drie jaar in een soort vriendenteam. Negentig minuten serieus volle bak, maar daarna lachen, plezier hebben en een biertje drinken. De ideale combinatie.”

Vonk

Jaren terug ontdekte hij zijn passie voor training geven. Gek genoeg werd dat aangewakkerd door een computerspelletje. “Dat is eigenlijk gekomen door Football Manager. In dat spel ben je trainer van een club, bepaal je alles en geef je echt leiding aan een team.” Vervolgens bracht hij dat in de praktijk bij de JO11. “Dan zie je echt het plezier en de ontwikkeling van die kinderen.” Het seizoen daarna was hij verantwoordelijk voor de JO17, het was dat moment dat de vonk echt oversprong. “Toen begon ik het nog leuker te vinden. Die waren natuurlijk een stukje ouder, zijn een beetje aan het puberen, maar ik merkte dat ik echt een klik met ze had. Ik stond tussen de groep en voelde dat ik ze kon helpen op en buiten het veld.” En dat zagen de beleidsbepalers van Cluzona ook en dus mocht hij na het trainen van de JO19, doorschuiven naar het eerste. Dat kwam precies op het juiste moment, vertelt Peeters. “Ik wilde graag een stap maken en beginnen met mijn trainerspapieren. Bij de jeugd zat ik al bij het hoogste team. Toen ben ik na gaan denken hoe ik mij verder kon ontwikkelen als trainer, tot ze vroegen of ik assistent wilde worden bij het eerste. Mijn hart ligt bij Cluzona, dus dat was niet zo moeilijk.”

Tic_253688
Leermeester

Tot zover klinkt het allemaal heel logisch, maar zijn eerste gesprek met Van der Sloot was dat allerminst. “Haha, dat was tijdens carnaval. Toen hebben we het vooral gehad over dingen die beter konden, maar je merkte meteen dat we over veel dingen hetzelfde dachten.” De jongeling was dan ook, hoe kan het anders, goed op de hoogte. “Ik sta elke week langs de lijn, dus zie alle wedstrijden. Hij was te spreken over mijn kijk op voetbal.” Voor Peeters de perfecte leermeester, zo denkt hij zelf. “Marcel is jarenlang profvoetballer geweest, is assistent bij TOP Oss, en we hebben een klik.” Hij kijkt uit naar de samenwerking. “Hoe is zijn voorbereiding op wedstrijden? Welke keuzes maakt hij of hoe kun je het best een team managen? De omgang met spelers is zo belangrijk, om het maximale eruit te halen.” Veel jongens van het eerste elftal kent Peeters goed, sommigen zelfs beter buiten dan binnen de lijnen. “Die maken de stap van de jeugd of zijn ‘vrienden’. Ben benieuwd hoe ze daarop reageren. Maar als ik mezelf blijf, mijn steentje bijdraag, zullen ze echt wel dingen van mij aannemen.”

Inspireren

Hij heeft nog genoeg punten om aan te werken, daarvoor houdt hij alles en iedereen in de gaten. Maar dan ook echt álles. “Ik kijk graag naar het Sassuolo van trainer Roberto De Zerbi, omdat ze ondanks de beperkte middelen altijd proberen te voetballen. En ik ben fan van Graham Potter van Brighton, tactisch is hij ongelooflijk sterk.” Ook de Argentijn Marcelo Bielsa van Leeds United kan hem bekoren. “Zijn ploeg blijft 90 minuten lang gaan, ook als ze 4-0 achterstaan.” Al die dingen neemt hij mee, maar hij blijft dichtbij zichzelf. “Als speler ben ik heel fel en kan ik absoluut niet tegen mijn verlies. Die wil om te winnen, wil ik ook als trainer overbrengen. Alles begint met hard werken, dan komt talent altijd bovendrijven.” Het sportieve combineren met het menselijke. Spelers beter maken en daar continu op blijven hameren, zo omschrijft hij zichzelf. Maar hoe zit het met zijn ambities? “Dat vind ik lastig om uit te spreken. Als ik dat dan niet haal, ben ik misschien teleurgesteld in mezelf. Trainer worden bij Cluzona? Daar zou ik nu al voor tekenen!” Een belofte doen is dus lastig, maar de ambitie is er zeker weten wel. Zoals voetballers dat doen, droomt ook hij als trainer van het profvoetbal. Maar dat is niet alles. “Hopelijk kan ik jonge jongens enthousiast maken om trainer te worden, dat zou ik mooi vinden!”

Klik hier voor meer informatie over Cluzona
Voor meer artikelen van Cluzona klik hier

 

 

 

VVGZ richt zich ook op meidenvoetbal

Ook het Zwijndrechtse VVGZ speelt in op de steeds groter groeiende behoefte van meiden om te willen voetballen. De Noordparkclub heeft besloten om in samenwerking met Ed Voetée een meidenafdeling op te zetten.

ZWIJNDRECHT – VVGZ verwelkomde de afgelopen jaren al regelmatig meiden die graag hun favoriete sport wilden beoefenen. Maar die speelsters haakten in het vervolg dan af, omdat zij – vooral boven de leeftijd van twaalf jaar – niet konden doorstromen naar een eigen team. Dat was voor het bestuur van de ‘Vogels’ één van de redenen om het meidenvoetbal binnen de vereniging serieus op te pakken én een echte meidenafdeling op te zetten. Waardoor het ook mogelijk wordt om meiden in de hogere leeftijdscategorieën de gelegenheid te geven om te blijven voetballen in teamverband.

Animo
De eerste aanzet werd al op zondag 18 april gegeven, toen niet minder dan 33 enthousiaste meiden – onder wie veel meiden die al bekend waren bij VVGZ –  zich op het Noordpark meldden om een training te krijgen van ADO Den Haag-speelster Jaimy Ravensbergen. Of de international van Jong Oranje ook daadwerkelijk Zwijndrecht zou aandoen, was nog even de vraag want zij was een dag eerder geblesseerd geraakt tijdens de gewonnen halve finalewedstrijd in de nationale beker tegen (uiteindelijk) landskampioen FC Twente. Samen met haar broer Dave verzorgde zij de trainingssessies, want door de grote animo was besloten om het oorspronkelijke plan van één training aan te passen en  het aantal te verdubbelen. Het werd een leerzame dag, die werd besloten met een fotomomentje en waarbij de deelnemers ook nog eens een certificaat kregen én uiteraard een handtekening van de eredivisiespeelster.

‘Meidenlijn’
Voor de clinic met Jaimy Ravensbergen was Ed Voetée verantwoordelijk. Voetée is aangesteld als coördinator van het meidenvoetbal binnen VVGZ, de club die hij dertien jaar geleden al leerde kennen toen zijn dochter op het Noordpark ging spelen. Op dat moment was het nog niet mogelijk om een ‘meidenlijn’ op te zetten. Met de ervaring die Voetée de afgelopen jaren als trainer en coördinator binnen het meiden- en vrouwenvoetbal opdeed en als initiator van het sociale mediaplatform ‘Meidenvoetbal in Zwijndrecht en omstreken’ is hij de ideale persoon om het meidenvoetbal ook bij VVGZ op de kaart te zetten. De komende tijd zal Voetée zich gaan bezighouden met het opzetten van de meidenafdeling. Ondertussen kunnen geïnteresseerde meiden al volop meetrainen bij VVGZ, dat op een zo kort mogelijke termijn hoopt dat de complete structuur voor de ontwikkeling van het meidenvoetbal op poten zal staan.

Klik hier voor meer artikelen over VVGZ.
Klik hier voor meer informatie over VVGZ.

Zwijndrechtse clubs balen dat de aanleg van kunstgrasvelden door de gemeente Zwijndrecht niet doorgaat

Is het laksheid van de gemeente Zwijndrecht dat de voetbalclubs Heerjansdam, ZBC ’97, Groote Lindt en Pelikaan op korte termijn niet over de beoogde kunstgrasvelden kunnen beschikken? Genoemde clubs komen door het besluit van B&W wel in de problemen.


In 2019 was er sprake van een jubelstemming bij de vier genoemde voetbalclubs. De zolang gekoesterde wens voor de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden leek door de gemeente Zwijndrecht gehonoreerd. Twee jaar later kwam de enorme domper. In maart 2021 viel de volgende brief bij het secretariaat van de clubs op de mat. ‘Het budget voor de aanleg van drie kunstgrasvelden op sportpark Molenwei en sportpark Bakestein blijkt nu onvoldoende. De prijzen voor grondstoffen zijn flink gestegen, er is meer compensatie nodig voor de ecologische effecten op de omgeving en de eisen voor kunstgrasvelden zijn landelijk verscherpt. Hierdoor is fors meer geld nodig dan vooraf ingeschat.’

De gemeente Zwijndrecht kiest vooralsnog voor uitstel van aanleg van de velden. Waarom lukte het de gemeente Zwijndrecht niet op basis van een besluit in 2019 om dit al geregeld te hebben waar het andere gemeenten wel gelukt is in een kortere periode. ,,Het beschikbare budget schiet zodanig tekort, dat een verzoek om uitbreiding van het krediet onvermijdelijk is”, laat wethouder Jansen de clubs weten. De reacties vanuit de clubs is vernietigend voor bestuurlijk Zwijndrecht.

Verklaring
Het bestuur van voetbalclub Pelikaan komt met de volgende verklaring. ‘De boodschap van de gemeente over het opknappen van onze accommodatie en aanleggen/vernieuwen van de velden, viel ons rauw op het dak. Maar wij moeten ook zeggen dat wij wel een onderbuikgevoel hadden dat er iets aan de hand was omdat het zo lang duurde en wij geen contact kregen met de verantwoordelijken. Dat bij het gemeentelijk besluit in 2019 niet voldoende gebudgetteerd is en meer werk nodig blijkt, is niet echt een pluspunt voor de gemeente. De uitleg nu dat de kosten zo zijn gestegen, dekt deels het verhaal maar is voor ons onacceptabel natuurlijk.’

Wat betekent het voor Pelikaan. Eén van de natuurgrasvelden zou door kunstgras vervangen worden. ,,Dat is de eerste grote teleurstelling”, aldus een woordvoerder van het bestuur. Dat veld is zo slecht dat, als het een paar keer achter elkaar heeft geregend, wij weer grote problemen krijgen om erop te trainen en wedstrijden te spelen. “Daarnaast zou het kunstgras op het hoofdveld vervangen worden. Dat is de tweede teleurstelling. Het kunstgras is echt versleten, de sprieten zijn stug geworden en de ondergrond is zo hard dat (rug-)blessures ontstaan bij spelers. Het is dus eigenlijk onverantwoord om op te spelen. Er zijn nu al spelers die om deze reden afhaken.”

Vergane glorie
Maar daar blijft het niet bij. ,,Een volgende teleurstelling is dat ZBC’97 op een van onze velden blijft trainen en voetballen terwijl in de nieuwe situatie zij op het nieuwe kunstgrasveld bij Groote Lindt zouden gaan trainen. Concreet betekent dit dat een van onze velden opnieuw zwaarder wordt belast en de kans dat er bij slecht weer daardoor trainingen en wedstrijden eerder worden afgelast, opnieuw groter wordt. Daarnaast wordt onze accommodatie min of meer vergane glorie met versleten hekwerken, afrasteringen, dug-outs et cetera. Zodanig, dat zelfs de gemeente toegeeft dat wij de slechtste accommodatie van alle voetbalverenigingen in Zwijndrecht hebben. Wij moeten nu dus nog langer wachten totdat onze verouderde en te kleine accommodatie kan worden opgeknapt. En dat is geen goed nieuws voor onze (spelende) leden, die hadden gehoopt op een upgrade van vooral de velden waarop zij hun hobby beoefenen.’’

Op bestuurlijk niveau wordt binnen voetbalvereniging Pelikaan gesproken van een klein drama. ,,Dit is geen stap vooruit maar een pas op de plaats. Plannen kunnen in de ijskast. Nieuwe plannen wat betreft de accommodatie hebben geen zin. Kortom, de hoop op een vernieuwde accommodatie is voorlopig geparkeerd.” Tot slot besluit de woordvoerder: ,,Wat betreft een aanvullend krediet voor de aanleg van de in totaal vier kunstgrasvelden, wachten wij nu met vertrouwen op een positieve besluitvorming van de gemeenteraad. Wij hopen dat dan alsnog voor aanvang van komend winterseizoen deze velden zullen zijn aangelegd.”

Mokerslag
Ook bij voetbalvereniging Heerjansdam is de teleurstelling groot over het stagneren van de aanleg van kunstgras. In een open brief aan de gemeente Zwijndrecht heeft voorzitter Peter van der Linden duidelijk uiting gegeven aan de heersende stemming binnen de Molenweiclub. ,,Dit voelt als een mokerslag en koude douche voor onze leden. De voorgenomen aanleg van het kunstgrasveld deze zomer was juist een lonkend perspectief voor onze leden om in deze toch al lastige coronaperiode de vereniging trouw te blijven. In maart is ons van gemeentewege nog bevestigd dat de aanleg van het kunstgrasveld volgens planning verloopt en in de zomermaanden van 2021 zou worden gerealiseerd.  De geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van gemeente en bestuur zijn hiermee volledig te grabbel gegooid. Kortom, het bestuur van voetbalvereniging Heerjansdam kan geen begrip opbrengen voor de ontstane situatie.’’

Van der Linden hoopt namens het bestuur en alle leden van Heerjansdam dat er toch  nog een handreiking vanuit de gemeente komt: ,,Er is ons diverse malen vanuit de gemeente bevestigd dat voetbalvereniging Heerjansdam bij de aanleg van kunstgrasvelden als eerste aan de beurt zou zijn. Wij pleiten er dan ook voor om alsnog een oplossingsrichting te vinden waarbij een kunstgrasveld bij onze vereniging nog dit jaar wordt gerealiseerd. Dit is van vitaal belang voor een gezonde toekomst en continuïteit van onze vereniging.’’

Klik hier voor meer artikelen over Pelikaan.
Klik hier voor meer informatie over Pelikaan.

Klik hier voor meer artikelen over ZBC’97.
Klik hier voor meer informatie over ZBC’97.

Klik hier voor meer artikelen over Groote Lindt.
Klik hier voor meer informatie over Groote Lindt.

Klik hier voor meer artikelen over Heerjansdam.
Klik hier voor meer informatie over Heerjansdam.

‘Je kunt weer trots zijn op Alliance’

Het was een zondagmiddag op Neeltje Jans, rond de klok van één uur, toen Mark Braat in 2019 toenmalig voorzitter van Alliance Robert Hopstaken belde met een duidelijke boodschap: “Ik wil voorzitter worden van Alliance.” Er ging vervolgens wat tijd overheen, maar nu blikt hij terug op zijn eerste jaar. Vanaf precies dezelfde plek als waar het allemaal begon.

Geboren op 100 meter van de club en lid sinds zijn zesde. Een ‘Alliance-jongen’ kun je de 45-jarige Braat dus zonder enige vorm van overdrijven wel noemen. Toch verloren hij en de club elkaar vanaf 2013 uit het oog. “Ik herkende mijn eigen club niet meer. De identiteit was weg, het voelde niet meer als thuiskomen. Het viel uiteen in twee groepen.” Vier jaar lang kwam hij niet bij de vereniging waar hij als speler, maar ook als elftalleider en lid van verschillende commissies zoveel mooie momenten had beleefd. Tot hij weer in de buurt kwam wonen en met zijn zoon toch weer richting sportpark Kortendijk werd getrokken. “We verhuisden naar de wijk waar Alliance ligt, ging met mijn zoon eens kijken en werd toen gevraagd of ik niet iets voor de club wilde doen op het gebied van communicatie.”

Toegankelijk

Met zijn achtergrond in de communicatiewereld leek hem dat wel wat. Braat pakte de social media op, schreef samen met vijf anderen het jubileumboek en rolde op die manier weer beetje bij beetje naar binnen bij zijn oude liefde. “Het bestuur had het toen allemaal weer een stuk beter op orde, maar Robert wilde gaan stoppen.” Dat zette hem aan het denken. “Als ik het altijd allemaal beter weet, waarom ga ik het dan niet zelf doen?” De rest is inmiddels geschiedenis, al ging daar nog het nodige aan vooraf. “Door corona konden we geen algemene ledenvergadering houden, maar op de achtergrond was ik daarvoor al acht maanden bezig. Weet je wat het is? Van 70 procent van de dingen die je doet als voorzitter krijg je energie, maar niet alles is leuk. Daar moet je wel rekening mee houden.” Het is het aard van het beestje, vertelt hij. “Ik ben een toegankelijke voorzitter. Dat is mijn kracht, maar ook meteen mijn zwakte. Daardoor weten ze je te vinden en gaat er ongelooflijk veel tijd in zitten. Vijf uur op een dag met Alliance bezig zijn, is niet gek. Ik wist vooraf dat ik een hoop op mijn hals zou halen, want ik ben allergisch voor mensen die er de kantjes vanaf lopen.” En dus stopt hij er met alle liefde 40 uur per week in, maar hij beseft ook dat niet iedereen zo gek is als hij. “Om dat te doen, voor een minimale of zelfs helemaal geen vergoeding, dan vraag je heel wat van mensen.”

Samen

Maar om alles voor elkaar te krijgen, is dat enthousiasme en die inzet meer dan noodzakelijk. Want voor Braat was het doel meer dan duidelijk. “Niet meer die club in Roosendaal zijn met dat slechte imago.” En dat is wat hem betreft gelukt. “We hadden dertien speerpunten opgesteld, die hebben we inmiddels bijna allemaal gehaald, maar daarnaast misschien nog wel tien dingen extra. We hebben een meidenteam opgericht, een G-elftal, maar krijgen binnen nu en een paar maanden ook een pannakooi.” Toch was het, mede door corona, geen gemakkelijk jaar, blikt hij terug. “Het is lastig om spelers tevreden te houden, als er nauwelijks wordt gevoetbald. Toch moet je het verloop tegen zien te houden, dat lukt alleen als je een goede organisatie neerzet.” En die begint wat hem betreft bij de jeugd. “Activiteiten organiseren om kinderen naar de club te krijgen. Al die aanmeldingen bel of app ik persoonlijk na, om te vragen hoe ze het hebben gehad. Alleen dan zorg je ervoor dat ze graag weer terugkomen.” En met al die nieuwe leden, maakt hij kennis. “Ik wil ze graag persoonlijk ontmoeten, om te vertellen wat voor club Alliance is. Bij ons gaan sportiviteit en gezelligheid hand in hand. Op de club moet een goede sfeer zijn, ergens waar je graag komt en gewoon een leuke dag hebt.” Meer structuur voor de jeugd dus, bijvoorbeeld in de vorm van een jeugdplan. “We gaan vanaf komend seizoen trainers begeleiden in het geven van training, op basis van actuele voetbalthema’s.” Maar ook een stukje vrijwilligerswerk hoort daarbij. “Dat vertel ik ze ook in dat gesprek. Je moet ook iets doen voor de vereniging, want uiteindelijk doe je het allemaal samen.”

Trots

Als je hem zo hoort praten over ‘zijn Alliance’, druipt de liefde en passie ervan af. “Je gaat van zo’n club houden. Dat zit in je genen, in je DNA.” Juist die betrokkenheid geeft hem nog meer energie. “Ik voel de verantwoordelijkheid.” Maar hoewel hij het verhaal doet en de kar moet proberen te trekken, doet hij het zeker niet alleen. Dat blijft hij keer op keer benadrukken. “We hebben zoveel goede mensen, het is echt een ‘wij-verhaal’. Anders hadden we ook nooit zo ver kunnen komen.” Want dat ze in een jaar flinke stappen hebben gemaakt, dat is voor Braat wel duidelijk. “We zaten op 360 leden en gaan nu over de 500. Midden jaren ’90 waren we de grootste van Roosendaal, daar willen we niet heen, maar richting de 600 zou fantastisch zijn. Het moet vooral weer een club zijn waar je graag komt, een florerende vereniging.” Hij merkt dat het imago aardig is opgepoetst. “Het meest trots ben ik op het feit dat Alliance niet meer wordt gezien als iets negatiefs. We staan weer op de kaart, daar was het ons om te doen.” Maar voorlopig zit zijn taak er nog niet op. “Ik wilde dit in ieder geval drie jaar gaan doen, dus die maak ik sowieso vol. Maar dan hoop ik dat we het samen goed hebben weggezet en dat ik een stapje terug kan doen, gewoon alleen maar leider zijn ofzo.” Want met drie voetballende kinderen bij de club, zit zijn hoofd vol met Alliance. “Iedereen komt naar mij toe. Soms wordt mijn vrouw daar ook een beetje gek van, maar dan zeg ik natuurlijk dat ik het voor de kinderen doe, haha!”

Tic_253688Goede weg

Een club waar je graag bij wilt horen, eentje waar je trots op bent. Dat is eigenlijk het perfecte plaatje als Braat de film een paar jaar vooruitspoelt. Maar daar moest bij zijn aanstelling het nodige voor gebeuren. “Jarenlang heerste er een soort ‘cowboycultuur’ bij de club, iedereen deed maar een beetje zijn eigen ding.” Op die manier hopen ze weer een serieuze concurrent te worden voor clubs binnen Roosendaal. “Dat ze echt weer bij ons willen komen voetballen. Seniorenteams melden zich nu zelf massaal bij ons aan, dan ben je toch op de goede weg?” Die weg moet over twee jaar dus zijn eindbestemming bereiken, daarvoor zijn er drie pijlers van belang. “Kantine, sponsoring en leden. Financieel moet je voldoende middelen hebben, zodat de jeugd door middel van een goede structuur kan blijven groeien. Iedereen moet precies weten wat er van ze wordt verwacht.” Met genoeg goede mensen, op de juiste plaats, moet dat zijn vruchten af gaan werpen. “De jeugd moet weer richting de hoofdklasse, maar we willen ook de trainers helpen ontwikkelen.” Toch is dat alleen, niet het belangrijkste. “Iedereen moet kunnen sporten op zijn eigen niveau. Zowel recreatief als prestatief, daar gaat het om.” Uiteindelijk moet het eerste elftal daar dan weer van profiteren. “Het zou mooi zijn als we naar die derde klasse kunnen, maar belangrijker nog: jeugd moet het gevoel krijgen dat ze de kans krijgen om in het eerste te kunnen spelen.” Met enthousiasme lukt veel, maar niet alles, moet hij eerlijk bekennen. “Spelers halen voor het eerste is niet gemakkelijk. Dat heeft te maken met het niveau waarop we spelen, maar ook met het feit dat we niet betalen. Daarom willen we het graag met eigen jongens doen, maar de derde klasse zou geweldig zijn, dat opent weer deuren!”

Klik hier voor meer informatie over Alliance

Klik hier voor meer artikelen over Alliance

Joost Hulshof is eindelijk trainer van SVC

Meerdere keren werd hij in de voorbije jaren al eens aan zijn jasje getrokken: “Joost, wanneer word je nou eens trainer bij SVC?” Steeds kwam het er maar niet van, tot dit moment. Want komend seizoen staat Joost Hulshof dan eindelijk voor de groep bij de vierdeklasser uit Standdaarbuiten.

Vroeger kwam hij er al voor de tennis, leerde er mensen kennen en ging er zelfs naartoe voor verjaardagen. Toch kwam het er voor de inwoner van Dinteloord dus nooit eerder van. “Het was eigenlijk een beetje de bedoeling dat ik hier ooit trainer zou worden, maar elke keer paste het net niet. Dan zat ik net ergens en zochten ze een trainer, dan lukt het niet.” Maar nu viel alles voor de 56-jarige oefenmeester dus wel op zijn plek. “Ik stopte bij NVS en bijna tegelijkertijd las ik dat ze bij SVC een trainer zochten. Toen heb ik gebeld en is het snel gegaan.”

Mooie tijd
Aan de andere kant betekent zijn komst naar SVC, juist een vertrek na drie jaar bij NVS. Hulshof legt uit hoe die beslissing tot stand is gekomen. “Meestal zit ik drie tot vier jaar bij een club, dan is het mooi geweest. Op zich wilden we allebei wel doorgaan, maar er waren ook twijfels van beide kanten. Toen hebben we de knoop maar doorgehakt en gezegd: dan is het beter als we beiden voor iets nieuws gaan.” Hij kijkt terug op een mooie periode bij de club uit Nieuw-Vossemeer. “In het eerste seizoen pakten we een periodetitel, maar liepen we via de nacompetitie net promotie mis. Het jaar daarop promoveerden we wel naar de vierde klasse. Voor het eerst in, ik geloof, 25 jaar. Dan is het wel bijzonder om dat mee te maken en te bereiken.” Die samenwerking had dus zomaar verlengd kunnen worden, dat gebeurde niet, maar hij is blij met zijn nieuwe club. “Heel blij. Ik hoor van veel spelers en oud-trainers dat het een geweldige club is. Gezellig en warm, maar organisatorisch ook goed. Dat gevoel ben ik gewend, dus daar ga ik voor.” De twee gesprekken die hij vervolgens met ze voerde, bevestigden dat gevoel. “Het voelt heel warm en prettig, dan kan het snel gaan. Binnenkort ga ik daar eens heen om mijn gezicht te laten zien en verder kennis te maken, dat is door corona nog niet gelukt.”

Goede verhalen
Hoewel hij dat dus nog moet doen en de spelersgroep bestaat uit veel nieuwe en jonge jongens, is SVC geen onbekende voor Hulshof. “Het ligt allemaal niet ver uit elkaar natuurlijk hier in de buurt. Ik heb tegen ze gespeeld, je kent het complex. Sommige jongens hier van het dorp spelen er of hebben er gespeeld, dan hoor je alleen maar goede verhalen.” Veel tijd om na te denken of hij dit avontuur zag zitten had hij dan ook niet nodig. “Toen duidelijk werd dat ze mij wilden hebben, was het eigenlijk een makkelijke keuze.” Zo komt hij nu opnieuw in de vierde klasse terecht, maar dan wel in een andere competitie. “Dat is voorlopig ook wel het maximale, SVC heeft de potentie om een stabiele vierdeklasser te worden.” Daar moet hij dus voor gaan zorgen. “Het is een jonge groep, daar moeten we een team van gaan maken. Dat kan alleen maar groeien.” Hij hoopt dat te doen met goede trainingen, zodat spelers beter worden, maar plezier is minimaal net zo belangrijk. “Er moeten leermomenten in zitten, maar het moet ook gezellig zijn. Ik wil wel presteren, want ik kan ontzettend slecht tegen mijn verlies.” Dat zullen ze tijdens wedstrijden ongetwijfeld gaan merken. “Ik ben geen Simeone van Atlético Madrid, maar kan verbaal best wel een keertje aanwezig zijn.” Alles met één doel. “Om plezier te hebben, moet je ook een beetje winnen!”

Klik hier voor meer informatie over SVC
Lees hier meer artikelen over SVC

Onderhoudsploeg SV Capelle zorgt voor mooi sportpark

We doen het als vereniging op dit moment goed qua onderhoud van het sportpark, dat tillen we naar een hoger niveau”, zegt SV Capelle-voorzitter Coert van Caem over het Mandemakers Sportpark. De belangrijkste verantwoordelijken daarvoor vormen een onderhoudsploeg, een groep die bestaat uit een man of zeven. Een groep die zorgt dat het sportpark er goed uit ziet.

werktalent_255550SPRANG-CAPELLE – Marcel Wagemakers is sinds begin dit jaar ‘best veel’ betrokken bij de groep vrijwilligers die overdag bezig zijn met het onderhoud op het sportcomplex. Hij is nu de link tussen de onderhoudsploeg en het bestuur van SV Capelle, waar hij ‘onderhand een halve eeuw’ in het bestuur zit. Bij één van de voorlopers van SV Capelle, HNC, zat hij al in het bestuur. Na de fusie met Wit Zwart in 1986 is hij in het bestuur blijven zitten, tot op heden.

In eerste instantie is Wagemakers verantwoordelijk voor de ledenadministratie en de contributie binnen SV Capelle, maar nadat hij in december met pensioen is gegaan is hij dus betrokken bij de onderhoudsploeg. “Er is nu een directe link met het bestuur, daardoor gaat alles wat sneller. Ik pak namens het bestuur dingen op en houdt het bestuur dagelijks of wekelijks via de WhatsApp op de hoogte, bijvoorbeeld met foto’s. Het sportpark is van de gemeente, maar dat heeft een aantal dingen uitbesteed. Bijvoorbeeld het maaien. Als we dan zien dat er niet gemaaid wordt, ben ik diegene die melding maakt bij het bedrijf. En is er een ballenvanger defect, neem ik contact op met de gemeente. De samenwerking met de gemeente verloopt goed.”

Het maakt het werk van de mannen net wat leuker. Ze voelen de waardering voor wat ze doen en zien dat zaken snel opgepakt worden. Zelf pakken ze ook veel op, zegt Wagemakers vol waardering. “Is er iets kapot dan maken ze het, onkruid wordt tussen de stenen uitgehaald, de enorme hoeveelheid bladeren wordt jaarlijks geruimd, reclameborden worden schoongemaakt. En op ons achterste veld hebben we betonnen paaltjes met draad, ze schilderen de betonnen paaltjes. De lijnen worden elke week gekalkt.”

De groep is stabiel, niet dalend en niet stijgend. Maar zoals bij veel sportclubs is bestaat de onderhoudsploeg wel vooral uit oudere mensen. “Dat heb ik in de laatste bestuursvergadering ook aangekaart, dat we misschien moeten uitbreiden of kijken of we projectmatig dingen kunnen doen”, zegt Wagemakers, die daarmee ook naar de toekomst kijkt. “Je krijgt niet iedereen meer dagelijks of wekelijks meer op het voetbalveld voor onderhoudszaken.” Die zeven mannen die de club nu al heeft wel. “Soms vier keer per week een halve dag.”

Het is voor de groep ook meteen het moment van sociaal contact, weet Wagemakers inmiddels. “Toen ik in januari voor het eerst regelmatig aanschoof kon het wel eens koud zijn. Dan kan het zijn dat er meer koffie wordt gedronken dan dat er iets gedaan wordt. Maar als het mooi weer is gaan ze gelijk aan de slag en dan drinken ze pas later koffie, altijd met een koek. Maar het is inderdaad absoluut ook een sociaal samenzijn.”

Klik hier voor meer informatie over SV Capelle

Klik hier voor meer artikelen over SV Capelle