Home Blog Pagina 789

Jaap van Dam behandelt bal als mens bij Seolto

Hoe neem je een bal aan, leg je hem goed en speel je hem vervolgens weer door naar een medespeler? Het klinkt heel simpel, maar toch is dat precies waar er tijdens de trainingen van Jaap van Dam bij Seolto op wordt gehamerd. “We vergeten nog weleens hoe belangrijk de basistechniek is.”

En hij kan het weten, als oud-aanvaller van het eerste van de club. “Daar moest ik het vroeger echt van hebben. Ik stond als klein jochie urenlang een bal tegen de muur te trappen, daar had ik later wel profijt van.” En dus begon de 46-jarige Van Dam een aantal maanden geleden met het geven van individuele training. Gewoon voor spelertjes die het leuk vonden om iets extra’s te doen. Hij hoopte op minimaal vijf, dat werden er iets meer. “De groepjes moesten niet te groot worden, anders kan je ze te weinig aandacht geven. Inmiddels hebben we 30 aanmeldingen, dus ook meer trainers.”

Op gevoel
Het idee ontstond toen iemand binnen de club hem vroeg of hij het niet zag zitten om spitsen te gaan trainen. Al snel werd dat uitgebreid naar individuele training voor ‘iedereen’. “Ik heb hier een tijdje gespeeld, dan is iedereen voor jou aan het rennen en vliegen. Ik wilde graag iets terugdoen.” Hij probeerde het anderhalf jaar als TC-lid, trainde een jaar lang de JO13, maar dat was toch niet zo zijn ding. “Ik kan niet zo goed omgaan met spelers die geen zin hebben.” Dat soort spelers treft hij nu gelukkig dus niet, hij legt uit wat ze precies doen. “Eigenlijk is het gewoon mijn voetbalgedachte, van toen ik nog jong en fit was, overbrengen. Kijk, als je niemand om je heen hebt als voetballer, kan iedereen goed voetballen. Maar wat doe je, als dat niet het geval is?” Hij hanteert vier basisregels. “Eerst ga je een bal aannemen, dan leg je hem goed, ga je kijken om vervolgens te spelen. Maar als je eerst kijkt voordat je de bal hebt, geef je jezelf meer tijd om te voetballen ‘zonder tegenstander’.” Daarom hamert hij continu op de basistechniek, volgens hem is de bal net een mens. “Als je vader of moeder tegen je roept: Ruim je kamer eens op! Komt dat heel anders over dan wanneer ze het gewoon aan je vragen. Zo werkt het ook met een bal. Je moet alles op gevoel doen.” In dat kader leert hij de voetballertjes tot vijftien jaar, ook om vaker de buitenkant van hun sterke been te gebruiken. “Ik was zelf stijf links en gebruikte vaker mijn buitenkant dan mijn verkeerde been.”

Filmpjes
Als ouderwetse linksbuiten weet hij precies wat er wordt gevraagd, dat komt dan ook terug in zijn trainingen. “Het is net een beetje anders. Ik laat ze uit stand op goal schieten, zodat ze merken hoe lastig dat is. Met een ‘tikkie’ is dat veel makkelijker, zo leren ze hoe belangrijk het goed aannemen van de bal is. Met de onderkant van je voet ligt hij meteen klaar.” Maar ook ‘latjetrap’, waarbij het de bedoeling is dat ze de lat zo zachtjes mogelijk raken en het geven van voorzetten komt aan bod. “Met een boogje naar de bal, anders kun je nooit een voorzet geven. Of uit de rug weglopen, een tegenstander kijkt altijd naar de bal.” Om zijn verhaal kracht bij te zetten, laat hij filmpjes zien van Memphis Depay. “Dat maakt natuurlijk indruk.” Het klinkt allemaal zo simpel, maar toch is er volgens hem nog onvoldoende aandacht voor. “We maken het vaak allemaal heel moeilijk, dan wordt de gewoon simpele basistechniek vergeten. Passjes binnenkant voet over twintig meter, bij afwerken niet hard schieten maar plaatsen en schijnbewegingen die nuttig zijn.” Hij merkt het enthousiasme niet alleen bij de kinderen. “Ook hun trainers zien dat ze zich steeds comfortabeler voelen. Die ventjes blijven komen en ook de ouders vinden het hartstikke mooi.” Of Van Dam, die op 100 meter van de club woont, de trainingen vol blijft houden is nog even de vraag. “Het mooiste zou eigenlijk zijn dat trainers het zelf gaan doen en dat ik overbodig word!”

Klik hier voor meer informatie over Seolto
Lees hier meer artikelen over Seolto

Van Nispen en Sanne al 60 jaar bij Rood-Wit

Ze voetbalden samen, stonden samen langs de lijn en sinds dit seizoen zijn ze allebei 60 jaar lid van Rood-Wit. Ko van Nispen en Jan Sanne maakten ongeveer alles mee, vonden elkaar in de liefde voor ‘hun clubje’ en sloten een vriendschap voor het leven. Of zoals ze het zelf zeggen: “We zijn kameraden.”

We schrijven 1960, het klinkt een eeuwigheid geleden, maar voor de 69-jarige Van Nispen voelt het nog als de dag van gister. Hij weet het namelijk nog precies. Vanaf dat moment was hij ‘een Rood-Witter’. “We zaten op de lagere school en we hadden een klas die heel goed kon voetballen, maar vroeger had je alleen jeugdelftallen. Totdat iemand zei: is het niet leuk om een pupillenteam op te richten? Zo werden wij de eerste pupillen bij Rood-Wit.” Een gouden lichting. “We speelden altijd in de hoogste elftallen van de jeugd.” Ook voor Sanne begon het balletje op een soortgelijke manier te rollen. “We voetbalden allemaal op straat en het was eigenlijk heel logisch dat je hier lid werd. Alleen moest je wachten tot je achtste.”

Voorwedstrijden
Begonnen toen hij acht jaar oud was, pas gestopt toen hij 47 werd. “Ik kreeg last van mijn rug. Heb herniaoperaties moeten ondergaan en op een gegeven moment gaat het dan echt niet meer”, vertelt Van Nispen. Ook Sanne, inmiddels net als zijn kompaan 69 jaar, was er één van de lange adem. “Tot mijn 36ste heb ik in het eerste gespeeld, daarna nog een paar jaar in lagere elftallen. Tot ik mijn knie verdraaide, toen lukte het niet meer.” Maar hij was duidelijk de beste voetballer van de twee, moet ook zijn ‘kameraad’ eerlijk toegeven. “Jan was een heel goede voetballer, beter dan ik.” Van Nispen doorliep zelf alle jeugdelftallen, mocht even ruiken aan het eerste, maar speelde vooral zijn wedstrijden in het tweede. Hij denkt met weemoed terug aan zijn periode als jeugdspeler. “Hoofdklasse jeugd speelden we, dat was voor die tijd echt heel hoog. Het mooiste was, op zondagmorgen mochten we altijd de voorwedstrijd spelen voor het eerste elftal. Speelden we tegen Willem II, NAC, PSV en RBC Roosendaal. Maar we konden echt goed mee hoor.” Al moet hij ook meteen eerlijk bekennen dat dat niet altijd het geval was. “We speelden eens tegen Mulo, met de gebroeders Van de Kerkhof. Nou, die waren zo goed en snel. Die konden we gewoon niet bijhouden, kregen we 4-0 klop.” Toch was dat als actief speler zijn mooiste tijd. “De kampioenschappen met senioren waren ook mooi, maar tegen al die profclubs, dat was pas echt wat.”

Buiten de lijnen
Voor Sanne, die zichzelf omschrijft als een degelijke en betrouwbare centrale verdediger, is zijn eerste kampioenschap bij de senioren juist heel bijzonder. “Mouwen opstropen en gaan, willen winnen. Het was het eerste kampioenschap in 30 jaar, dus dat was wel uniek. Het voetbal leefde toentertijd ook enorm op het dorp, speelden we gerust voor 3000 man. Wedstrijden tegen ‘De Leur’.” Maar als je eenmaal bent uitgevoetbald, ben je natuurlijk niet uitgespeeld bij de club. En dus is het rijtje functies die Van Nispen in al die jaren heeft gehad, gerust imposant te noemen. Leider bij de jeugd en de senioren, wedstrijdsecretaris, lid van de activiteitencommissie, verenigingsscheidsrechter, vrijwilliger voor het onderhoud en het ontwerpen van de tribune en de laatste jaren was hij actief als pupillentrainer. Maar toch, moet hij eerlijk toegeven, was het ook niet altijd rozengeur en maneschijn. “Ik ben eigenlijk altijd betrokken geweest, maar soms gebeuren er dingen waar je minder blij mee bent. Daar moet je je gewoon overheen zetten. Ik heb ook nog even in het bestuur gezeten, maar dat ging niet zo.” En ook Sanne was buiten de lijnen minimaal net zo actief. “Ik begon als jeugdleider toen ik zestien was, had ik op zaterdag twee ‘clubjes’. Dat heb ik twaalf jaar lang gedaan. Na zeventien seizoenen als speler in het eerste, ben ik daar leider geworden en heb ik een aantal jaar in het bestuur gezeten als wedstrijdsecretaris.” Tot zijn vrouw het wel mooi vond zo. “Die zei: Kan wel hè, zo? Toen wist ik dat ik moest stoppen.”

Vriendenclub

Maar als echte ‘Willebrorder’ heeft Sanne nooit overwogen ergens anders te gaan kijken, alle thuiswedstrijden is hij dan ook nog steeds van de partij. “Met een vast groepje Rood-Witters, de boel een beetje aanmoedigen. Ik zou niet zonder die club kunnen.” Al komt hij er een stuk minder vaak dan voorheen. “Normaal was je vier dagen per week op de club, nu is het vaak alleen nog op zondag. Maar dat maakt het niet minder gezellig.” Voor Van Nispen ligt het bezoeken van wedstrijden net even anders. Ondanks dat hij de club niet meer wekelijks volgt vanaf de zijlijn, houdt hij alles nog in de gaten. “Het is iets meer op afstand nu. Misschien dat ik nog vier keer per seizoen kom kijken, maar door het trainen van de jeugd en mijn vier kleinkinderen, blijf je betrokken.” Precies dat gevoel, maakt voor hem de club. “Het is een dorpsclub met ambitie. Een echte vriendenclub, waardoor je een sterke band opbouwt. De gezelligheid in de kantine.” Veel vrienden gemaakt, maar dat kent ook een keerzijde. “In de loop der jaren verlies je een hoop voetbalcollega’s, dat is natuurlijk heel verdrietig.” Sanne sluit zich daarbij aan. “Helaas is dat het leven, ook in de voetbalwereld.”

Kleinzoon

In al die jaren hebben ze natuurlijk een hoop spelers zien komen en gaan, eentje zal Van Nispen nooit vergeten. “Willie Suijkerbuijk. Dat was een geweldige voetballer. Techniek en spelinzicht, een echte ‘nummer 10’.” Nu er niet wordt gevoetbald mist hij het spelletje wel, vooral dat hij niet naar zijn kleinkinderen kan kijken. “Die wil je lekker bezig zien, dat is het mooiste. Nu moet je oppassen, maar ze willen lekker voetballen.” Bijna alles wel meegemaakt dus, maar één ding zou voor hem de cirkel helemaal rond maken. “Als er ooit nog een kleinkind van mij in het eerste zou spelen, zou ik dat toch wel heel mooi vinden. De oudste zit nu in de JO19, die is zestien, dus wie weet!” Voor beide heren kan het dan ook niet snel genoeg weer beginnen. “We missen het enorm. Je ziet het ook wekelijks op tv, voetbal zonder publiek is geen gezicht. Hopelijk mogen we er gauw weer heen!”

Klik hier voor meer informatie over Rood-Wit
Lees hier meer artikelen over Rood-Wit

Rimboe heeft nieuw bestuur met grootse plannen

Als het aan de beleidsbepalers van Rimboe ligt, ziet het complex van de vereniging uit ‘Wouw’ er over een jaar heel anders uit. De club heeft grootse verbouwplannen en hoopt binnenkort steun te krijgen van de gemeente, zodat in de winterstop het slopen kan beginnen.

Tic_253688Voorlopig zijn het echt nog plannen en er moet nog een hoop geboren voordat de eerste steen daadwerkelijk wordt gelegd, maar secretaris Nadya Lauwrier van vierdeklasser Rimboe kan eigenlijk al niet wachten. “We zitten nu op een gedateerd complex, het is ook heel simpel gebouwd. Het zijn echt rechthoeken die tegen elkaar aan zijn gezet, dat is niet meer van nu.” Toen bijna een jaar geleden een nieuw bestuur werd gevormd, begon het balletje echt te rollen. “Die plannen waren er altijd al, maar het bestuur bestond uit twee man, dan krijg je weinig voor elkaar. Dat zijn er nu negen.”

Aantrekkelijk

Dat ze zelf ook in dat bestuur terecht zou komen, was eigenlijk niet echt de bedoeling. “Ik ben verzorgster bij de dames en vrij actief in het dorp. Toen ik door de voorzitter werd gevraagd of ik dat zag zitten, wilde ik best meedenken, maar een plek in het hoofdbestuur hoefde niet voor mij. Ze konden niemand vinden die secretaris wilde worden, toen ben ik het gaan doen.” In die functie weet de 24-jarige precies wat de plannen zijn, ze legt het graag en vol enthousiasme uit. “We willen de kleedkamers aanpakken, de kantine uitbreiden en een kunstgrasveld neerleggen. Vooral de kantine is echt te klein, als daar twee teams aanwezig zijn, is het eigenlijk al vol.” Bij die uitbreiding van de kantine hoort ook een keuken, eigenlijk willen ze gewoon een mooi complex maken. “Het is nu ook niet aantrekkelijk voor nieuwe leden. Het zou zonde zijn als de club er straks niet meer is.” Zoiets begint met een waterdicht plan, vandaar dat ze nu om tafel zitten met een architect. Want eigenlijk moet alles gewoon plat. “Iets nieuws opbouwen. We willen de gemeente overtuigen dat dit echt nodig is, hoe we het voor ons zien en dat we hun hulp nodig hebben.” Daarvoor willen ze gebruik maken van de wandel- en fietsroute langs het sportpark. “Als we in onze kantine een vaste horecagelegenheid hebben, stoppen mensen op de route, dat zou een mooie toevoeging kunnen zijn voor de omgeving.”

Blijven bestaan

De wensen zijn duidelijk, de planning nog iets minder. “Dat is afhankelijk van de architect, maar ook de gemeente. Het moet duurzaam zijn, maar ook weer niet te duur. Ik hoop zelf dat we in de winterstop kunnen beginnen met slopen en dat alles het jaar daarop klaar is. Maar dat is echt nog hopen.” Het is niet alleen van belang voor Rimboe zelf, maar ook voor het dorp. “Het is maar een klein dorpje, waar we niet zoveel hebben. We willen het graag, maar helemaal alleen krijgen we het niet rond.” Hoe fanatiek ze ook bezig is voor de club, op het veld gaan we haar niet zien. “Ze proberen het ieder jaar weer, maar ik kan echt niet voetballen. Laat mij hier maar gewoon lekker rondlopen op de zondagen.” Die mist ze nu enorm. “Je zit nu te bedenken wat je anders kan gaan doen. Het is zo gezellig en iedereen is welkom. Daarom mag de club niet verloren gaan.” Daar moet een mooie accommodatie dus aan bij gaan dragen. “We moeten ons plekje in het dorp behouden en proberen te groeien als vereniging, dat is ons doel!”

Klik hier voor meer informatie over Rimboe

Klik hier voor meer artikelen over Rimboe

Jerry Van Huuksloot wilde alleen terug naar Noordhoek

Drie jaar lang zat hij, na zijn vertrek bij VV Noordhoek, zonder club. Stiekem begon het weer een beetje te kriebelen, de club zocht een trainer en dus keert Jerry van Huuksloot komend seizoen gewoon terug op het oude nest. “Als ik weer ergens trainer zou worden, zou het bij Noordhoek zijn.”

En dat moment is nu dus aangebroken. Het warme gevoel voor de club heeft hij al die tijd gehouden, vertelt hij. “Je woont op het dorp, kent iedereen. Ik zou nergens anders trainer willen zijn, dus toen ze mij vroegen, hoefde ik niet zo lang na te denken.” Al peilde hij wel eerst nog even de stemming bij de spelersgroep. “Die moeten het wel willen, dat is het allerbelangrijkste. Dat bleek zo te zijn, toen was het voor mij wel duidelijk.”

Door het vuur
Daarmee keert de 52-jarige Van Huuksloot terug op bekend terrein, na zijn eerdere periode bij de vierdeklasser. “Ik liep een halfjaar stage bij de club, omdat ze mij hadden gevraagd de trainerspapieren te halen. Voor het geval ze een trainer achter de hand moesten hebben.” Zelf had hij nooit zo de ambitie om ergens hoofdtrainer te worden. “Helemaal niet zelfs. De jeugd vond ik altijd wel leuk om te doen, maar een eerste elftal zag ik niet zo zitten. Heb ik het toch gedaan, ben ik er eigenlijk heel snel ingerold, maar het is hartstikke leuk.” Na drie seizoenen kwam er een einde aan die samenwerking. “Het werd voor mij te druk. Mijn zoon speelt in de jeugd van FC Dordrecht, dat was niet te combineren. Nu is hij ouder, gaat hij straks in de buurt naar school, dan kan het wel.” In de tussentijd werd er wel naar hem geïnformeerd, maar toehappen deed hij niet. Nu dus wel. “Je kent die jongens, van kleins af aan. Mijn oudste zoon zit bij de selectie, dus het is ook leuk om weer wat met hem te gaan doen. Maar hij moet zich keihard bewijzen hoor”, lacht hij. Van Huuksloot, die zelf bij Sparta Rotterdam in de jeugd voetbalde, komt bij Noordhoek veel bekende gezichten tegen. “De groep is bijna nog hetzelfde. Ze gaan er echt voor, proberen zo hoog mogelijk te eindigen. Dat zie je terug.” Maar promoveren is geen optie. “Die derde klasse moet je niet willen, soms moet je blij zijn dat je genoeg spelers hebt.” Maar als ze er zijn, staat er een geheel. “Het zijn allemaal vrienden, die voor elkaar door het vuur gaan.”

Mensen veranderen
Zelf woonde hij altijd in Rotterdam, kwam vanaf 1999 in Noordhoek wonen en stapte dan ook pas als dertiger aan boord van de club. “Ik stopte met voetballen vanwege blessures, daardoor heb ik alleen even in het derde gespeeld.” Door zijn voetballende zoons begon hij met het trainen van de jeugd, daar ontwikkelde zijn passie voor het trainersvak zich steeds verder. “Het leukste vind ik, dat je spelers echt sterker kunt maken. Het zien van die ontwikkeling. En tuurlijk, is resultaat heel belangrijk, maar ik wil ze vooral plezier in het spelletje laten hebben.” Dat heb je natuurlijk vooral als je wint, maar juist van nederlagen leerde hij het meest. “In mijn laatste seizoen hier, stonden we met de winterstop onderaan met drie punten. Dan moet je positief blijven en het vertrouwen uitspreken. Toen zei ik: we gaan ons handhaven. Werden we zevende, pakten we net geen periode.” Die aanpak is hem op het lijf geschreven. “Ik ben wel een echte ‘peoplemanager’.” In die drie seizoenen, deed hij de nodige ervaring op. “Als speler heb je niet in de gaten wat een trainer allemaal meemaakt. Je leert omgaan met teleurstellingen en ‘druk’ van buitenaf. Mensen veranderen als het slecht gaat, dan moet je het samen laten zien.” Dat lukte tijdens zijn eerste periode prima en dus gaat hij daar opnieuw voor. “Ik wil meer dan handhaving. We zijn al eens vijfde en zesde geworden, dat moet nu ook kunnen. Die jongens zijn ook nog eens drie jaar ouder en dus beter.” Hij kan in ieder geval niet wachten. “Lekker op het veld staan, samen dollen en resultaat halen!”

Klik hier voor meer informatie over VV Noordhoek
Lees hier meer artikelen over VV Noordhoek

Jack en Isa Klijn: “Altijd blij als ik het sportpark van RKDVC op kom lopen”

Bij de familie Klijn speelt voetbal – en RKDVC in het bijzonder – een grote rol. Vader Jack heeft als vrijwilliger de nodige uren in de club gestopt, terwijl dochter Isa en zoon Stan actief zijn als voetballers. Isa is naast speelster van het eerste elftal van de dames ook nog trainster van de meisjes Onder 15. “Ik roep altijd dat dit mijn tweede thuis is.”

werktalent_255550DRUNEN – Jack voetbalde vroeger ook, tot zijn dertiende. Toen is hij gestopt. Dankzij Stan kwam hij vervolgens bij RKDVC terecht. “Oorspronkelijk kom ik uit Elshout, sinds 1999 woon ik in Drunen. Mijn zoon wilde gaan voetballen en mijn dochter ging dan altijd, met een bal in de hand, mee. Kijken bij haar broer. Altijd had ze een bal bij zich. Die schopte ze dan naar een vader en dan was ze bezig. Toen ze vijf was mocht ze gaan voetballen. Dat was wel echt haar ding.”

Isa weet dat ze al heel vroeg het sportpark van RKDVC bezocht. “Ja, ik loop eigenlijk al vanaf mijn tweede hier bij de club rond. Als je broer voetbalt ga je toch mee. Ik ben zelf begonnen in de F-jes, daarna heb ik eigenlijk alle teams gehad en nu zit ik bij de dames.”

Dames 1
Die laatste stap zette ze al op jonge leeftijd. “Op een gegeven moment vroegen ze of ik mee wilde doen, toen speelde ik nog in de A-jeugd. Ze vroegen wel eens of ik dan zondag mee kon doen. Het werd op een gegeven moment bijna wekelijks, dat ik op zaterdag met de jeugd speelde en op zondag meeging met Dames 1. Het verschil van de jeugd naar de senioren was best groot, maar zo ben ik er langzaam ingerold. Op een gegeven moment hebben we besloten om definitief de stap te zetten om naar de dames te gaan. En het is nog steeds zo’n leuk team.”

Toen Isa haar eerste minuten in het eerste elftal maakte was ze zo’n zestien à zeventien jaar, er was toen één damesteam en dat speelde in de vijfde klasse. “In vier seizoenen tijd zijn we naar de derde klasse gegaan. Ik zeg altijd dat we een groot vriendinnenteam zijn dat ook nog heel goed kan voetballen. We hebben het leuk en dat maakt het leuk, daardoor maken we elkaar ook nog beter. We zijn nu twee keer gepromoveerd en ik denk dat er nog wel meer in zit. Dit seizoen hebben we vier wedstrijden gespeeld in de derde klasse en die hadden we allemaal gewonnen. Dat geeft motivatie om nog beter te worden en echt door te blijven gaan.”

Meidencommissie
Vader Jack hoort het aan, hij weet niet anders dan dat Isa het over voetbal heeft. Het is haar passie. Zelf vindt hij voetbal ook hartstikke leuk. Bij de F-jes was hij leider en trainer, dat is hij later bij de meiden ook geweest. Op een gegeven moment heeft hij wat afstand genomen, deed hij wat andere dingen en ook een paar jaar niets. “Ja, kijken naar mijn zoon en dochter. En nu ben ik op papier nog leider van mijn zoon.”

Maar hij zit sinds dit seizoen ook in de jeugdbegeleidingscommissie voor de meiden, terwijl Isa de jeugd traint. Zelf zijn ze er bescheiden over, hoeven ze niet per se in de aandacht te staan. Vanuit de club wordt gezegd dat ze een belangrijke rol binnen de club spelen. “Toen ze op zoek waren naar iemand voor die commissie zei mijn dochter: ‘is dat niks voor jou?’ Toen heb ik gezegd dat ik dat best wilde doen als ze niemand zouden vinden.”

Heel blij is Jack nog niet geworden van zijn nieuwe rol, maar dat komt niet door de meiden of RKDVC. “Als je ergens in stapt, dan vind ik dat je het goed moet doen. Niet de kantjes eraf lopen. Vorig jaar mei wilde ik lekker op zaterdag gaan kijken. Er zijn niet veel meidenteams, op die manier zou ik ze persoonlijk leren kennen. Dan weet je over wie je het hebt binnen de club en op het moment dat er een indeling gemaakt moet worden, kun je een mening hebben. Het is er door corona niet van gekomen en dat is best lastig. Gelukkig blijven de teams volgend jaar nagenoeg bij elkaar, ik ben blij dat ik geen mensen in hoef te delen op andere teams.”

Jack is inmiddels jarenlang betrokken bij meidenvoetbal, hij merkt dat het bij RKDVC inmiddels een serieuze plek heeft gevonden binnen de club. “Het begint allemaal wat vaster te worden. Voorheen hing het er een beetje bij, had ik het idee. Maar dat is verleden tijd. Dat zie je ook wel aan hoe ze met de meiden en dames omgaan. Isa kon best goed voetballen, maar ze werd in het laagste E-elftal gestopt. Kwam dat dan omdat ze meisje was? Dat begint nu langzaam te veranderen en dat is prima. Het meisjes- en damesvoetbal wordt meer voor vol aangezien.”

Tweede thuis
Als je alle uren gaat tellen die de familie Klijn op het sportpark van RKDVC heeft doorgebracht kom je op een heel groot getal uit. “Het is niet dat het alles beheerst binnen het gezin, maar het is gewoon een leuk spelletje. En het is een leuke vereniging. Als je tijd over hebt en interesse in een club, dan wil je daar best iets voor doen.”

Voor Isa is het nog wel iets meer dan dat. “Ik roep altijd dat dit mijn tweede thuis is. Ik loop hier al zo lang rond. Vorig jaar trainden we met de meiden ook nog op maandag, dan kwam ik hier vijf dagen in de week. Ik ben ook altijd blij als ik hier het sportpark op kom lopen, dan is het altijd goed. Een leven zonder RKDVC kan ik me niet echt voorstellen, nee. Op de een of andere manier baal ik ook altijd dat de zomerstop zo lang duurt. En deze periode is natuurlijk ook vervelend, ondanks dat ik hier toch af en toe kwam om training te geven. Je wil weer echt naar de club toe.”

Ook buiten RKDVC om is ze veel met voetbal bezig. “Bij ons staat in het weekend en eigenlijk doordeweeks de tv altijd op een groen, er is altijd een grasveld te zien. Eredivisie, Spaans voetbal, Engels voetbal. Als ik tijd heb, kijk ik alles wat op tv komt. Thuis wordt niet iedereen daar altijd even vrolijk van, vooral mijn moeder niet”, zegt ze met een voorzichtige lach. Maar RKDVC is nog altijd mooier dan voetbal kijken. “Ik ken inmiddels ook zoveel mensen. Ik kom hier echt graag, ook na de wedstrijd gezellig in de kantine.”

Vrijwilligers
Ook Jack komt graag bij de club, waar hij waardering voelt voor het vrijwilligerswerk dat er wordt gedaan. “Vroeger was het eigenlijk een vanzelfsprekendheid dat je iets deed, maar dat is er wel een beetje vanaf. Het wordt steeds meer gewaardeerd dat er vrijwilligers zijn, die proberen ze te koesteren. Dat is belangrijk, het is tegenwoordig niet meer gewoon dat je het doet.”

Klik hier voor meer informatie over RKDVC

Klik hier voor meer artikelen over RKDVC

Voorzichtig groeit meidenvoetbal bij WSC verder

In 2013 werden bij WSC de eerste stappen op het gebied van meidenvoetbal gezet. Het begon met dertien kinderen, nu lopen er op trainingsavonden bijna honderd meiden rond. Stapje voor stapje groeide het verder, waarbij het einde nog niet in zicht is. Stijn Sleeuwenhoek, coördinator meidenvoetbal, heeft de hoop en ambitie dat WSC nog verder groeit en uiteindelijk ‘het grootste meidenvoetbalbolwerk’ van de regio wordt.

werktalent_255550WAALWIJK – “Vrij onverwachts kregen we aanwas van een meidenclubje, die kwamen van een andere vereniging af. We zijn gestart met dertien kinderen. Al heel snel was er een klein clubje van fanatieke mensen, ouders in dit geval, die daar mee aan de slag ging. En vanaf dat moment zijn we eigenlijk gestaag gegroeid. We zijn nu zeven jaar bezig en we hebben komend seizoen de hele lijn – van Onder 9 tot Onder 19 – staan.”

Dat er een volledige meidenafdeling staat is indrukwekkend te noemen. “Het vrouwen- en meidenvoetbal is op zich hot, maar het blijft een kleinere sport natuurlijk”, zegt Sleeuwenhoek. “Voor acht jongens heb je één meisje. Die verhoudingen veranderen niet. Daarom wilden we ook niet te snel, we moesten dit heel voorzichtig en doordacht doen.”

Vrij snel werd er een vijfjarenplan gemaakt, waarbij de basis was om te groeien aan de onderzijde. “Elk jaar tien à vijftien meisjes aan de club binden. En dan elk jaar doorschuiven. Nu, zeven jaar later, hebben we dus de hele lijn staan.” Nu is het tijd voor de volgende fase. “Uiteindelijk willen we ook een vrouwenelftal creëren. En zoals het er nu uitziet gaat dat niet komend seizoen, maar het seizoen daarop gebeuren. Dan zijn we midden in fase 2. Dat we gewoon die hele lijn blijven vullen en ook een ambitieus vrouwenteam oprichten.”

Sleeuwenhoek praat vol passie en ook wel trots over alle ontwikkelingen, van de start tot de volwassen status die de meidenvoetbaltak nu heeft bij de club. “WSC was in het begin een beetje afwachtend. Maar nu zijn we echt een volwaardig onderdeel van de club. Die ook zorgt voor een andere dynamiek, meiden en vrouwen zijn goed voor de sfeer.”

Het klinkt mooi en dat is het ook, maar er is door een groepje mensen ook hard voor gewerkt. “Het is tof, maar het ging niet zonder slag of stoot. We hebben veel vriendinnendagen georganiseerd. Liepen met meiden in een line-up in de Eredivisie, hebben in 2014 een Meet and Greet georganiseerd met de Oranjeleeuwinnen en proberen één keer per jaar een wedstrijd in de Eredivisie te bezoeken. Daarnaast zijn we trots op het Langstraat Meiden Top Toernooi, dat heel groot is en waar clubs – als het dit jaar doorgaat – uit Amsterdam, Enschede en Utrecht naar toe komen. Op al die dingen komen iedere keer toch weer nieuwe leden af.”

Overigens was er ooit al wel een vrouwenteam bij WSC, dat weet Sleeuwenhoek nog goed. “Dat was het slechtste vrouwenteam van Nederland. Dat kwam bij Jeroen Pauw. Aan de ene kant was dat grappig, aan de andere kant stond het haaks op de ambitie die we hadden om uiteindelijk het grootste meidenvoetbalbolwerk van de Langstraat te zijn. Je moet voorzichtig zijn en we willen niet arrogant klinken, maar daar willen we wel naar toe. We hebben echt al schitterende dingen meegemaakt, maar het is goed om nog altijd ambitie te hebben.”

Klik hier voor meer informatie over WSC

Klik hier voor meer artikelen over WSC

Klusploeg van VV Schijf zit vol kennis en kunde volgens Bart Kerstens

Jarenlang werden klusjes bij VV Schijf gedaan door ‘een paar bestuursleden’, maar toen de gemeente moest bezuinigen en het sportpark voor het grootste gedeelte in eigen beheer kwam, was dat geen oplossing meer. Een vrijwillige klusploeg was dat wel, inmiddels bestaat de groep uit veertien fanatieke en handige mannen.

De werkzaamheden uitbesteden? Dat was eigenlijk geen oplossing, weet ook Bart Kerstens, die als één van de voortrekkers van de ploeg gezien kan worden. Al vindt hij dat zelf een beetje te veel eer. “Als je dat gaat doen, wordt het veel te duur. Dan moet je de contributie gaan verhogen, dat wil je niet.” Maar de behoefte aan een permanente en structurele oplossing bleef onverminderd groot. En dus kwamen ze bij hem uit. “Ik heb altijd bij Schijf gevoetbald en op dat moment was ik nog elftalleider van de veteranen. Daar wilde ik mee gaan stoppen, toen zei het bestuur: Jij bent de aangewezen persoon om die klusploeg op te pakken.”

Kluszaterdag
Zo gebeurde het. Al snel werd het meer dan het coördineren van wat opruimwerkzaamheden. “Vanuit het bestuur kregen we verschillende signalen over wat er gedaan moest worden. We waren toen met een man of vijf, wilden een hoop doen, maar dan hadden we echt meer mensen nodig.” En dus kijk je dan om je heen, op zoek naar versterking. “Bijna iedereen heeft wel een band met Schijf. Er zitten oud-leden bij, jongens die hier zelf gevoetbald hebben.” Ook de 66-jarige Kerstens loopt er al een aardig tijdje rond. “Alweer een jaar of 25 nu. Als voetballer, maar ook als leider. En nu dit.” Voorheen werden de grote klussen nog gedaan tijdens de zogeheten ‘kluszaterdag’, maar dat bleek toch niet zo goed te werken. “Het bestuur merkte natuurlijk al snel dat er een hoop aangepakt moest worden, maar dat zoiets niet te doen is voor een paar bestuursleden. Op zo’n dag nodigden we dan de leden uit: kom eens een verfkwast of een schop vasthouden. Dat was altijd maar heel minimaal, eigenlijk werkte dat niet.” Sinds de klusploeg in het leven werd geroepen, gaat dat een stuk beter, vertelt hij. “We doen het nu om de twee weken, op de dinsdagochtend. Eerst was het wekelijks, omdat we de achterstand in moesten halen.” Hij neemt ons mee tijdens een normale dag op het sportpark. “Kleedkamers controleren, prullenbakken legen, het complex ‘zuiveren’ van bladeren en de tribune schoonmaken. Maar ook de AED controleren, die moet wel te vertrouwen zijn.” Sommige werkzaamheden komen iets minder frequent voor. “Rond het complex liggen sloten, dus we controleren zo nu en dan de bruggetjes. Daar moet natuurlijk niet iemand doorheen zakken. Ook de afrastering lopen we geregeld even langs.”

Clubliefde
De ploeg, de oudste is 77 en de gemiddelde leeftijd ligt een paar jaar lager, kent verschillende ‘specialisten’. “We hebben een oud-loodgieter, een oud-elektricien, maar ook iemand die veel weet over het aanleggen van sportcomplexen.” Maar dat is natuurlijk niet de belangrijkste reden waarom ze het doen, vertelt hij. “Dit is gewoon clubliefde. Het gaat om het voortbestaan van de vereniging, het is een aanslag op de financiën als je voor zulk werk moet gaan betalen.” Door corona zagen de werkzaamheden er de laatste maanden een beetje anders uit. Vooral veel buiten, weinig binnen. “We moeten ook aan onze gezondheid denken natuurlijk. Veel snoeiwerk, om het complex opener te maken. Maar we hebben ook nestkastjes en een insectenhotel opgehangen, die hadden de jeugd gemaakt.” Het werk wordt gewaardeerd, weet Kerstens. “Hey, jullie zijn weer actief geweest! Horen we dan, dat is mooi. Vanuit het bestuur mogen wie ieder jaar een uitje organiseren, als bedankje.” Hij benadrukt nog maar eens dat ze het samen en met liefde voor de club doen, ze kunnen dan ook niet wachten tot de voetbal weer echt gaat beginnen. “Dat merk je enorm! Veel van ons zijn ook vaste supporters van het eerste, die beleving wil je weer voelen. Ook omdat we de verantwoordelijkheid voelen voor ons sportpark, dat moeten de mensen zien!”

Klik hier voor meer informatie over VV Schijf
Lees hier meer artikelen over VV Schijf

Vrouwen in een mannenwereldje bij Moerstraten

De één zit er al sinds 2016, de ander kwam er ruim een jaar geleden bij. Samen vormen Kyra Schuurbiers en Femke Veraart het vrouwelijk hart van het zevenkoppige bestuur van FC Moerstraten. Een goede zaak. “Wij hebben misschien toch een andere kijk op dingen.”


Als speelsters van het eerste elftal, weten ze precies wat er speelt binnen de vereniging. Op die manier kwam Schuurbiers (25) vijf jaar geleden, als algemeen bestuurslid, terecht in het bestuur. “Er zat nog geen vrouw in het bestuur, dat leek de club toch wel een goed idee. Toen hebben ze mij gevraagd, of ik het zag zitten om mee te praten.” De 24-jarige Veraart wierp zichzelf op als gegadigde, tijdens een van de ledenvergaderingen. “Iemand uit het bestuur stopte en ik dacht: laat ik eens gek doen. Nog een vrouw in het bestuur is een goed idee.”

Klusjes

Het bestuur kon best een paar frisse gezichten gebruiken en ook de onderwerpen konden een stuk diverser, vertelt de oudste van de twee. “Het ging in 75 procent van de gevallen over het eerste elftal. Nu dat er niet meer is, merk je dat er veel meer rust is en tijd voor andere dingen. Het was best een frustratiepuntje binnen de club, dat alles in het teken moest staan van het standaardteam.” Een specifieke taak hebben ze als algemeen bestuurslid niet, maar stilzitten doen ze absoluut niet. “Het is maar een kleine vereniging, nog geen 100 leden, dat is het vooral meedenken. Als er klusjes zijn, pakken wij die op.” Veraart vult aan. “De kleedkamers aanpakken, trainingspakken regelen of zoals in deze tijd, coronastickers plakken.” Gewoon nuttig bezig zijn. “We hebben geen kantine, dus regelen we broodjes, zodat we toch iets te eten hebben in de kantine.”

Tic_253688Andere kijk

Vooral voor de dames zijn ze een soort aanspreekpunt. “We weten precies hoe ze ergens over denken, dat is handig voor het bestuur.” Zelf voetballen ze al respectievelijk achttien en zestien jaar bij de club, ze weten dan ook niet beter. “Iedereen is er hier mee opgegroeid, het damesteam is ook geen onderschoven kindje.” Hun aanwezigheid in het bestuur zorgt voor een andere dynamiek. “Wij kijken anders naar dingen, hakken sneller knopen door.” Samen doen ze nog een oproep. “We hebben voor volgend seizoen nog een ‘coach’ nodig voor op zondag, dus die mogen zich melden!”

Klik hier voor meer informatie over FC Moerstraten

Klik hier voor meer artikelen over FC Moerstraten

Rick Hoendervangers is pas net begonnen bij Rood-Wit

Hij is pas 25 jaar oud, al gestopt met voetballen en volledig gefocust op het trainersvak. Toen Rick Hoendervangers het spelletje vijf jaar geleden eens van de ‘andere kant’ bekeek en doorkreeg dat dit zijn roeping kon zijn, besloot hij dat zijn toekomst bij Rood-Wit zomaar eens buiten de lijnen kon liggen.

“Een jonge getalenteerde trainer, uit eigen gelederen, waar we toekomst in zien.” Zo staat Hoendervangers inmiddels te boek binnen Rood-Wit. “Laten we het hopen”, blijft hij bij het horen van die beschrijving bescheiden. Want eigenlijk is hij er bij toeval maar een beetje ingerold, moet hij eerlijk bekennen. “Toen ik twintig was benaderde mijn oude jeugdtrainer mij of ik zijn assistent wilde worden bij de JO17. Dat heb ik samen met hem twee jaar lang gedaan, om vervolgens het stokje bij de JO19 over te nemen. De hele lichting ging vervolgens over naar de selectie, toen ben ik zelf gestopt met voetballen.”

Stapje opzij
Hij vierde kampioenschappen, zag de ontwikkeling bij zijn spelers en dus beviel het maar al te goed. “Dat was zo’n goede lichting, die hebben we hier één keer in de tien jaar. Ze hadden allemaal de potentie om het eerste te halen of een belangrijke speler bij het tweede te worden.” En dus besloot hij zich volledig op het trainersvak te storten. Stiekem zat het er als speler al een beetje in. “Ik was in de hogere jeugdelftallen al aanvoerder en later ook op jonge leeftijd bij het tweede. Dan word je toch wat meer betrokken bij de manier van spelen. Maar je ziet het toch allemaal anders als je naast het veld staat hoor.” Zijn plekje in de selectie, stond hij maar wat graag af aan de jongens die hij hielp ontwikkelen. “Het beter maken van spelers, daar haal je voldoening uit. Dan heb ik naast het veld meer waarde om deze jongens te helpen om hun ambities waar te maken.” En hij kan weten hoe het is, want op zeventienjarige leeftijd maakte Hoendervangers zelf ook zijn debuut in het eerste. Daardoor weet hij wat er wordt gevraagd. Nu is hij verantwoordelijk voor de tweede selectie, waar hij veel jongens uit de JO19 opnieuw tegenkomt.  “De leeftijd ligt sowieso laag, waardoor er nog veel rek in zit. We spelen met beide elftallen eerste klasse, daar mogen we trots op zijn. Het eerste en tweede zien we ook zoveel mogelijk als één groep, we trainen ook samen.” Toch was het wel even wennen. “Het draait altijd om het hoogste team, nu moet je jongens juist klaarstomen voor het eerste. Dan raak je goede spelers kwijt of moet je teleurgestelde spelers opvangen.”

Ontwikkeling
Waar zijn focus eerst gericht was op het beter maken van spelers en vooral met hen bezig zijn, wil hij nu ook zichzelf verder ontwikkelen. “Je doet veel op gevoel. Nu sta ik ingeschreven voor TC3 en daar wil ik echt als trainer beter worden.” Daarvoor leest hij artikelen, kijkt hij filmpjes, maar een echt voorbeeld heeft hij niet. “De manier van spelen en het kiezen van spelprincipes hangt toch heel erg af van de spelers die je tot je beschikking hebt, dat is in het amateurvoetbal nog veel meer het geval.” En natuurlijk wil hij aanvallend voetbal spelen, maar van Marco Groeneveld, trainer bij het eerste, leerde hij om vooral realistisch te voetballen. “We hebben veel contact en je merkt dat hij heel veel kennis van voetbal heeft. Hij wil ook graag aanvallen, maar beseft ook dat je organisatorische zekerheid nodig hebt.” Als inwoner van Sint Willebrord en iemand die de volledige jeugdopleiding doorliep, is hij dankbaar voor het getoonde vertrouwen. “Ze zijn heel belangrijk voor mij. Je bent soms misschien wel zes dagen per week op de club, dan is het echt een deel van je leven.” Over ambities praat hij liever nog niet, ondanks dat ze bij de club al hebben geroepen dat hij in de toekomst wellicht het stokje over kan nemen. “Dat is echt nog 50 stappen verder. Maar als dat ooit op mijn pad komt, zeg je ook geen ‘nee’.” Maar eerst dus nog heel veel leren. “Omgaan met jongens, het geven van trainingen, het benaderen van een wedstrijd. Het tweede bestaat uit zoveel jonge jongens, die wil ik helpen om bij het eerste te komen, daar moeten we de vruchten van gaan plukken.”

Klik hier voor meer informatie over Rood-Wit
Lees hier meer artikelen over Rood-Wit

ZBC’97 organiseert Oranjefestival voor de jeugd en AZV’72 hoopt op betere tijden

De maanden mei en juni stonden bij de Zwijndrechtse voetbalvereniging ZBC’97 nadrukkelijk in het teken van de jeugd. Met twee grote evenementen kreeg en krijgt de toekomst van de club een mooi programma voorgeschoteld.


In de aanloop naar het EK voetbal, dat in de tweede week van juni plaatsvond, vond onder een stralend zonnetje het Oranjefestival plaats op het terrein van de Bakestein-club aan de Voltastraat. De primeur van dat evenement trok vijftig dolenthousiaste kinderen in de leeftijd tussen vier en elf jaar die op uitgebreide schaal konden kennismaken met de voetbalsport. De vrijwilligers van ZBC’97 hadden diverse voetbalspellen voor de deelnemende spelers neergezet. De oudere deelnemers liepen daarbij nog eens extra trots rond in oranje hesjes, met de grote namen van de internationals van het Nederlands elftal (mannen én vrouwen) op hun rug. Ook deden alle kinderen mee aan de strijd om de penaltybokaal, waarbij de filmploeg van de KNVB van de partij was om alle gebeurtenissen vast te leggen. Als klap op de vuurpijl konden alle stralende deelnemers aan het einde van de dag niet alleen met een fraaie oorkonde naar huis, maar kregen zij ook allemaal een voetbal mee.

Het Oranjefestival bleek de perfecte opmaat naar het volgende grote evenement dat ZBC’97 in juni mocht huisvesten. De Zwijndrecht Bakestein Combinatie behoorde tot de groep amateurclubs in Nederland die participeerde tijdens de Nationale Voetbaldag. Het idee van de Nationale Voetbaldag kwam voort uit het EK 2020, dat vanwege de coronacrisis een jaar uitgesteld moest worden. Een jaar na dato bleek het toch mogelijk om de dag doorgang te laten vinden. ZBC’97 haakte graag aan bij de organisatie voor het evenement om voor de jeugd in verschillende leeftijdscategorieën een mooi dagdeel te organiseren. Niet alleen bestemd voor voetballende leden, maar ook voor broertjes, zusjes, vriendjes, vriendinnetjes et cetera die op een leuke manier kennis met de voetbalsport wilden maken. Voor ZBC’97 opnieuw een goede gelegenheid om te laten zien dat de slogan op de website, ‘De jeugd heeft de toekomst’, krachtig wordt nageleefd.

Klik hier voor meer artikelen over ZBC’97.
Klik hier voor meer informatie over ZBC’97.

AZV’72 hoopt op betere tijden
Waar ZBC’97 in de laatste maanden van het seizoen nog een Oranjefestival kon organiseren voor de jeugd was het voor de Ambachtse zaalvoetbalvereniging AZV’72 medio oktober van het afgelopen jaar ‘game over’. De competitie kwam toen in de drie poules tot stilstand en ook met het bekertoernooi was het gedaan. De meest recente versoepelingen, die ook binnensport weer mogelijk maken, komen te laat om de competitie alsnog te vervolgen. Wat dat betreft hoopt AZV’72 ook op betere tijden die inmiddels in het verschiet liggen.

De standen medio oktober werden daarmee dus ook de laatste gegevens voor het seizoen 2020-2021. In de hoogste klasse, de Intro-personeel klasse, was de formatie van Addy Duifhuizen MKV bij het abrupte einde de toonaangevende ploeg met twaalf punten uit vijf gespeelde wedstrijden. De stand op de ranglijst was vertekend doordat een aantal clubs minder wedstrijden had afgewerkt. Spiesbouw had op dat moment nog de honderd procent score, met negen punten uit drie gespeelde duels en veruit de minst afgewerkte wedstrijden.

Ook op het tweede niveau, de T&R-klasse, een enorm vertekend beeld. Bij het scheiden van de markt leidde Scope Finance de dans, maar die ploeg (met dertien punten uit zeven gespeelde wedstrijden) had veruit de meeste wedstrijden op het conto staan. Ter vergelijking: de achtervolgers AH Hoveniers en Van Nes + Plaisier hadden op het moment van stoppen vier confrontaties afgewerkt en negen punten in het bezit. Op het derde niveau, in de Plus-klasse, was er meer duidelijkheid over de krachtsverhoudingen: Put Fashionstore ontsteeg duidelijk de rest met de volle buit (vijftien punten) uit vijf afgewerkte duels.

Klik hier voor meer artikelen over AZV’72.
Klik hier voor meer informatie over AZV’72.