Home Blog Pagina 783

Sparta ’30 is een club die om gezelligheid draait volgens Lennard van Andel

Bijna een heel seizoen niet voetballen is voor Lennard van Andel van Sparta’30 niet nieuw. Ooit brak hij zijn been op drie plekken, een revalidatie van zo’n negen maanden was het gevolg. Hij kwam terug en voetbalde vervolgens gewoon weer in het eerste elftal. En dat zal na dit seizoen nog steeds zo zijn. Net als in de revalidatieperiode is het nu uitkijken naar een terugkeer op het veld, met echte wedstrijden.

werktalent_255550
“Ik ben een jaartje geblesseerd geweest, een jaar of vijf geleden nu”, zegt Van Andel. “Ik brak mijn been op drie plekken, in een onschuldig duel. Niemand kon er iets aan doen. Uiteindelijk hebben ze het aan elkaar vastgezet tijdens een operatie, met schroeven en wat pinnen. Het heeft acht tot negen maanden geduurd voor ik weer kon beginnen.”

Van Andel ging weer spelen. Eenmaal fit zat de blessure soms nog wel in zijn achterhoofd. “Soms zie je wel eens een tegenstander aankomen en denk je: die laat ik even lopen”, zegt de 29-jarige spelverdeler. Het zette ook een streep door een eventueel voetbalavontuur buiten de dorpsgrenzen van Andel. “Er is best wel wat interesse geweest en ik heb ook een paar keer een gesprek gehad met andere clubs. Voor mijn blessure heb ik er aan gedacht het een keer te proberen. Na die blessure niet. Ik weet waar ik aan toe ben, heb ik een keer last dan kan ik makkelijk zeggen dat ik een training oversla. Ik heb daarom besloten lekker in het dorp te blijven voetballen.”

Het is nu dus aftellen naar het nieuwe seizoen. Wedstrijden voetballen. Niet onderling, maar tegen echte tegenstanders. “Ik hoop dat we na de zomerstop kunnen starten. Ik ben fit na anderhalf jaar geen wedstrijden spelen. Iedereen heeft er weer zin in. Ik kijk er wel naar uit. Ik denk dat het grootste gedeelte van de groep er naar toe leeft om weer te gaan spelen. Een aantal jongens is op zaterdagmiddag wat anders gaan doen, je ziet andere dingen die interessant zijn om te doen. En met een vrouw en kinderen snap ik dat je straks een knop om moet zetten. Maar we hebben een club die om de gezelligheid draait. Als dat weer gaat lopen, het terrasje vol en lekker voetballen, dan komt bij iedereen dat plezier weer terug.”

En met het plezier moeten ook de resultaten komen. De wens is duidelijk. “We willen uiteraard mee gaan doen om het kampioenschap. Maar dat is nu nog niet reëel, vind ik. We moeten eerst streven naar een jaar of twee bij de bovenste zes eindigen. En dan is het een goed moment om door te gaan. Een jaar of drie geleden zijn er jongens van zeventien à achttien jaar overgekomen, die zijn nu begin twintig. Ze zijn nu gewend. Op een gegeven moment moeten ze gaan oogsten, dan kunnen we naar boven kijken. Ik heb het gevoel dat dat moet lukken in de toekomst.”

Klik hier voor meer informatie over Sparta’30
Klik hier voor meer artikelen over Sparta’30

Opluchting bij HHC ’09 nu het geen eerste elftal meer heeft

Plezier is de basis van voetbal, het is wat iedereen zou moeten hebben als hij traint of wedstrijden speelt. Dat was bij HHC ’09 niet altijd het geval de afgelopen jaren. Althans, niet rondom het eerste elftal. De club heeft daarom een keuze gemaakt die voor de buitenwacht misschien wat vreemd oogt, maar die voor het plezier en de toekomst van de club waarschijnlijk de enige juiste is: HHC ’09 heeft komend seizoen geen standaardelftal meer.

werktalent_255550“Het zat er al twee jaar aan te komen”, zegt bestuurslid Henk Kops eerlijk. “Er zijn nogal wat spelers verdwenen. We hadden een groot aantal spelers van buitenaf en die zijn uiteindelijk allemaal vertrokken. Het niveau daalde daardoor natuurlijk ook. We hebben nog twee jaar lang een aantal spelers gehad die eigenlijk al afscheid hadden genomen, maar die wel de gaten opgevuld hebben voor de club. Maar daar komt ook een keer een einde aan.”

Dat is nu. Kops zat met alle senioren om tafel. “En de uitkomst was eigenlijk unaniem. Ze blijven graag voetballen, maar niet meer met een standaardteam in de vierde klasse. Als je het hele jaar negentig minuten achter je tegenstander aan moet lopen, dan gaat dat ten koste van het plezier. Als club hebben we dan ook helemaal geen moeite met dit besluit. Het gaat om het plezier. Al die jongens hebben er nu weer zin in. Wat wil je nog meer? Het voelt voor velen ook echt als een soort opluchting dat ze nu gewoon weer lekker kunnen voetballen, zonder dat je vooraf weet of je kanonnenvoer bent.”

Toekomst
Het besluit komt niet helemaal uit de lucht vallen. “Diegenen die de situatie hier kenden, hebben dit aan zien komen. Die zeggen ook dat het voor de toekomst van de club beter is dat dit gebeurt.” Dat door corona de competitie stil kwam te liggen dit seizoen was al een soort redding. “Eigenlijk hadden we met een soort veredeld tweede elftal van een aantal jaar geleden gespeeld. Als we met dat team 26 wedstrijden hadden moeten spelen, was de animo niet groot meer geweest.”

Het is niet zo dat de keuze die nu gemaakt is, een definitief afscheid is van spelen met een standaardelftal. “Als we een jeugdteam als de Onder 17 kunnen behouden, dan is er best een kans dat we over twee of drie jaar instromen in de vijfde klasse. Maar dat gaan we van jaar tot jaar bekijken. Zoals het er nu voorstaat gaat dat de komende twee jaar in ieder geval niet gebeuren.”

Groter probleem
Kort na de bekendmaking kreeg Kops weleens de vraag of de club nog toekomst heeft. “Ik vind van wel. Wij hebben maar twee seniorenteams, maar het zijn wel alleen maar spelers die iets hebben met de club.” Het grootste probleem zit bij de jongste jeugd, want vanuit het dorp zelf hoeft de club niet te rekenen op veel aanwas. “Er is al zo lang niet gebouwd, dat de gemeenschap daar last van heeft. Niet alleen wij, ook de tennisvereniging en de gymnastiekvereniging. En we vissen allemaal in een vijver waar steeds minder vissen in zitten.”

Dat is dus een andere zorg. Voor nu is Kops vooral blij met het genomen besluit. “Wat de buitenwereld er van vindt vind ik eigenlijk minder belangrijk. Het is belangrijker wat de eigen leden er van vinden, dat ze straks met plezier naar het sportpark komen en het leuk vinden.”

Klik hier voor meer informatie over HHC’09

Klik hier voor meer artikelen over HHC’09

Oefencampagne FC Rijnvogels in twee blokken

FC Rijnvogels treft in de oefencampagne voor het nieuwe seizoen aantrekkelijke tegenstanders. De selectie van trainer Thomas Duivenvoorden neemt het onder andere op tegen Katwijk, Noordwijk, Quick Boys en SJC.


De voorbereiding op het seizoen zal bestaan uit twee blokken. Er wordt toegewerkt naar zaterdag 28 augustus, wanneer de hoofdklasse weer van start gaat.

Het eerste trainingsblok liep van 26 juni tot en met zaterdag 17 juli en in die periode stonden er drie oefenwedstrijden op het programma: op donderdag 8 juli tegen Katwijk (3-2 verlies), op dinsdag 13 juli tegen Excelsior Maassluis (0-0 gelijkspel) en op zaterdag 17 juli tegen Ter Leede (afgelast). In het eerste blok wordt er drie keer in de week getraind.

Het tweede deel van de voorbereiding start op zaterdag 31 juli en bevat oefenwedstrijden tegen Noordwijk (zaterdag 7 augustus), Voorschoten’97 (dinsdag 10 augustus), Quick Boys (zaterdag 14 augustus), HBC Heemstede (dinsdag 17 augustus) en SJC (zaterdag 21 augustus).

Klik hier voor meer artikelen over FC Rijnvogels.
Klik hier voor meer informatie over FC Rijnvogels.

Meisjestak SJC staat op de kaart

Op de velden van SJC huppelen tegenwoordig niet alleen stekeltjes rond, maar ook paardenstaartjes. De Noordwijkse meisjes hebben het voetbal ontdekt en de club groeit mee. “We staan echt op de kaart.”

Meisjescoördinator Patricia Wijnands heeft het druk deze zaterdagmorgen. Ze loop van hot naar her. Op het hoofdveld van SJC wordt op twee helften door de MO13-1 en MO13-2 een 7 tegen 7-wedstrijdje gespeeld. “We missen er nog twee, maar het is nog geen tijd”, zegt ze. Voor Wijnands (42) is SJC al jaren bekend terrein. “Ik ben hier opgegroeid. Mijn moeder voetbalde bij de dames. Ik kreeg in de dugout de fles van de wisselspeelsters.”

SJC heeft een rijke vrouwenvoetbalgeschiedenis. Meisjes die voetbalden waren op één hand te tellen, weet Wijnands. “Die speelden gewoon tussen de jongens.” Dat het voetbal al lang niet meer is voorbestemd aan jongens hebben ze bij SJC ook gemerkt. De club heeft de populatie meisjes de laatste jaren enorm zien toenemen. “Het gaat heel snel”, zegt Wijnands. “We hebben inmiddels zeven teams. Een paar jaar geleden was dat nog niet eens de helft. Er zijn jaren dat we dertig procent zijn gegroeid. Nu halen we dat percentage niet ,meer, want we zijn inmiddels een stuk groter, maar nieuwe meisjes blijven toestromen.”

En van Wijnands mag dat nog even duren. “Ook in de organisatie zijn we meegegroeid. Van een handvol vrijwilligers tot een heel legertje aan trainers, leiders en andere kaderleden. Volgend seizoen hebben we een coördinator voor de onderbouw en eentje voor de bovenbouw. Dat is ook hard nodig, want met de toename van het aantal teams neemt ook het regelwerk toe”, weet Wijnands maar al te goed. De club heeft het meisjesvoetbal intussen in al zijn hevigheid omarmd. “Waar er tot een paar jaar geleden nog de nodige scepsis was, is nu enthousiasme. Er is een ommezwaai in denken gekomen, ook in het bestuur. We worden als meisjes- en vrouwentak als volwaardig gezien met alles wat er bij zit. We kunnen van dezelfde faciliteiten gebruik maken als de jongens. Er is geen onderscheid meer en zo hoort het ook. We hebben inmiddels ook een afgevaardigde vanuit de vrouwen- en meisjestak in het bestuur.”

Plezier voor alle meisjes staat voorop, benadrukt Wijnands, maar SJC timmert ook sportief aan de weg. En dat is ook andere clubs opgevallen. “Er heeft een meisje stage gelopen bij Ajax en die gaat weg. Zo hebben al meer meisjes de overstap gemaakt, maar daar zijn we alleen maar trots op”, zegt Wijnands. “We gunnen hen die stap en hopen als ze carrière hebben gemaakt dat ze weer bij ons komen voetballen.” Het afgelopen seizoen had SJC één vrouwenteam. “Een vol team”, voegt Wijnands eraan toe. “Er zijn pas geleden ook wat speelsters overgekomen van Noordwijk. Het vrouwenteam daar is uit elkaar gevallen. We zitten nu op zesentwintig speelsters voor volgend seizoen. Dat is dertien voor twee teams. Dat is te weinig. Veel meiden werken onregelmatig.” In de MO13 heeft SJC komend seizoen zelfs drie teams. “Een geweldige luxe die de groei ook aangeeft”, zegt Wijnands. “Meisjes spelen bij ons tot hun elfde bij de jongens. Dan kunnen ze of bij de meisjes in de onder dertien gaan spelen of bij de jongens blijven. We zetten het mes niet op hun keel hoor. Ze mogen zelf kiezen.”

Klik hier voor meer artikelen over SJC.
Klik hier voor meer informatie over SJC.

Samenwerken qua jeugd met andere clubs is noodzaak voor Patrijzen

Steeds vaker zien we vandaag de dag dat clubs moeite hebben om in alle leeftijdscategorieën teams op de been te brengen. De oplossing ligt dan simpelweg in samenwerking, alle verenigingssentimenten ten spijt. Waar SV Nieuwdorp, Lewedorpse Boys en v.v. Borssele al langer hun krachten bundelen in een SJO zal vanaf het nieuwe seizoen ook v.v. Patrijzen zich daarbij voegen.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear
“En dan gaat het vooral over een samenwerking met betrekking tot onze oudere jeugd, vanaf de JO13. De jongere leeftijdsgroepen die willen we allemaal nog zoveel mogelijk op het eigen dorp actief laten zijn. Begin vorig jaar hebben er al gesprekken plaatsgevonden tussen hoofdbesturen en jeugdcommissieleden van Patrijzen en SJO Lebo/Nieuwdorp/VVB. Daarbij hebben we vooral gekeken naar de toekomstige ontwikkelingen qua jeugdleden bij de verschillende clubs. We kwamen daarbij tot de conclusie dat we elkaar simpelweg nodig hebben gezien de afnemende aantallen in bepaalde leeftijdsgroepen. Wel hebben we als uitgangspunt genomen, dat jeugdleden die op basisschool zitten zo veel als mogelijk op het eigen dorp in hun vertrouwde omgeving actief blijven”, legt Niels Mulder, jeugdvoorzitter van v.v. Patrijzen de stap van zijn vereniging uit.

Op het vlak van meisjesvoetbal heeft de club uit ’s Heerenhoek al een prima lopende samenwerking met ’s Heer Arendskerke, terwijl bij de senioren er al een gezamenlijk elftal met SV Nieuwdorp in competitie is. “Dus we steken ons hoofd niet in het zand qua samenwerking. En we zien het ook om ons heen, dat er steeds meer clubs met elkaar de krachten moeten bundelen om te kunnen overleven en om ervoor te zorgen dat (jeugd)leden zichzelf kunnen ontwikkelen als voetballer in hun eigen leeftijdscategorie. De laatste tijd was het zo, dat het pure noodzaak was om jeugdspelers door te schuiven of met dispensatie te laten spelen. Met deze nieuwe samenwerking tussen de verschillende clubs willen we dat dus voorkomen voor de toekomst.”

Mulder is zelf oud-speler van het eerste elftal bij v.v. Patrijzen én SV Nieuwdorp, dus die verenigingen en culturen kent hij meer dan goed. Toen zijn kinderen bij Patrijzen gingen spelen vond hij ook dat hij zichzelf als vrijwilliger diende in te zetten. Dat werd dus, mede ook gezien zijn werk als voormalig directeur op een basisschool en huidige functie als teamleider bij Scalda, een rol als jeugdvoorzitter. “Dat is enorm uitdagend en heeft raakvlakken met mijn werk. Het is leuk om te proberen op een zo harmonieus mogelijke manier alle geledingen en neuzen dezelfde kant op te laten kijken. Er geldt maar één belang en dat is het voetbalplezier van de jeugd. Daar doen we alles voor en kijken we bewust ook richting de toekomst. En daarom is dus bij de jongens vanaf JO13 én ook voor het meisjesvoetbal vanaf MO13 toetreding tot de SJO noodzaak.”

De jeugdcommissies en hoofdbesturen zijn nu druk bezig de randvoorwaarden te bespreken en is er volop overleg met leiders/trainers over onder meer de teamindelingen. “Het is essentieel voor de toekomst en doorstroming van de jeugd bij alle aangesloten clubs en dus ook voor ons. Vanaf het komende seizoen zal de nieuwe SJO in competitie gaan. Ik heb er alle vertrouwen in, alle clubs staan er positief in en we hopelijk dat we eindelijk weer een normaal seizoen kunnen gaan spelen, want dat is waar iedereen nog het meeste naar toeleeft.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Patrijzen.
Klik hier voor meer informatie over VV Patrijzen.

Job van de Vrie hoopt vooral weer pijnvrij te kunnen voetballen

Natuurlijk duurt het lang nu er al sinds oktober geen competitieduel is gespeeld. En voor Kapelle was het al extra zuur, omdat ze in het eerste coronaseizoen een kans op nacompetitie en promotie bevroren zagen worden. Dus wilden ze dat dit seizoen weer proberen, maar ook nu viel de doelstelling in duigen. Job van de Vrie maakte het maar mondjesmaat mee, want een enkelblessure hield hem veelal aan de kant.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear
“Ik heb daardoor maar heel weinig speelminuten gehad en voordat we als groep goed en wel de boel weer op de rails hadden gezet was het alweer voorbij. We zijn in de voorbereiding heel vroeg begonnen en dat was wellicht niet de beste keuze. Daardoor verschenen we niet topfit en vooral ook niet scherp aan de start van de competitie. Die eerste wedstrijd hadden we een offday en gingen we dik onderuit tegen Krabbendijke. Dat was enorm teleurstellend, zéker omdat het in een derby was. We hebben daarna de koppen goed bij elkaar gestoken en een goed teamgesprek gevoerd. De neuzen stonden weer dezelfde kant op.  Daarna pakten we het wel op. Tegen Kogelvangers verloren we nipt en tegen Zwaluwe wonnen we overtuigend. We hadden het gevoel dat we ‘vertrokken’ waren en toen werd er vanwege corona opnieuw aan de noodrem getrokken.”, zegt de 30-jarige Van de Vrie.

Van de Vrie begon op zijn zesde te voetballen bij Kapelle en deed dat tot zijn twintigste. Hij ging studeren en daarna werken in Breda waarop hij besloot om drie seizoenen bij The Gunners te gaan voetballen. “Daarna ben ik twee jaar gestopt met voetballen, omdat ik ging reizen en vrijwilligerswerk ging doen in Afrika. Een prachtige tijd was dat. Een periode ook, die me heel anders naar het leven en naar de wereld is doen kijken. Mensen zijn daar zo intens gelukkig met het weinige wat ze hebben…. Daar kunnen we hier nog wat van leren. Bij ons is vaak alles tot in de puntjes geregeld en toch is het soms voor velen niet goed genoeg. Dat aspect heeft me wel doen beseffen om meer van het leven te genieten. En vooral van de immateriële zaken zoals vriendschappen.”

En die vriendschappen die vindt hij ontegenzeglijk bij zijn club op ‘zijn’ dorp. Want na een paar jaar zonder club miste hij het spelletje, maar vooral het kameraadschap. Hij besloot terug te keren bij Kapelle, waar hij alweer jarenlang lid is van de eerste selectie. “Ik ben niet altijd basisspeler, maar denk wel dat ik van waarde ben voor de groep. De trainer weet wat hij aan me heeft en wat ik kan brengen in het elftal. Helaas speelt een onwillige enkel me al een tijd parten en dat is klote.”

Littekenweefsel in het gewricht zorgde voor jarenlange klachten en veel irritatie “In januari 2020 ging de spuit erin. “Het gaat wel beter, maar het is nog niet optimaal. Ik hoop dan ook in het nieuwe seizoen vooral weer eens volledig pijnvrij te kunnen voetballen. Gelukkig heeft het gewricht in mijn geval deze coronaperiode wel meer tijd gehad om beter te herstellen. Al kijk ik wel alweer uit naar het nieuwe seizoen, want alleen maar trainen heeft voor iedereen wel lang genoeg geduurd.”

Klik hier voor meer artikelen over Kapelle.
Klik hier voor meer informatie over Kapelle.

Eigen jeugd bepaalt de klasse waarin het eerste elftal van Sparta ’30 speelt

De jeugd heeft de toekomst. Het is een gevleugelde uitspraak in de voetbalwereld. Maar ook een uitspraak die natuurlijk volledig klopt. Daar denken ze bij Sparta ’30 ook zo over. De jeugd is belangrijk. Een jaar geleden werd er een nieuwe technische commissie gevormd, zes man sterk ging vol enthousiasme aan de slag.

werktalent_255550“Vorig jaar zijn er twee mensen van de technische commissie gestopt, waardoor er bij Sparta ’30 geen technische commissie meer was”, legt Jan de Fijter uit. Hij is één van de zes mensen die bereid is gevonden om de leegte in te vullen. “Voor een club als Sparta ’30 is het heel belangrijk van jongs af aan de jeugd goed te begeleiden. We zijn heel blij dat we nu zo’n complete technische commissie hebben.”

“We zijn van plan om de jeugd van jongs af aan proberen te voorzien van goede trainers en ze daardoor goede trainingen aan te bieden”, zegt De Fijter over de voornaamste taak van de technische commissie. “Echt vormgegeven door trainers die voetbalervaring hebben, die willen we er bij betrekken. Het is zonde dat er best wat jongens rondlopen die voetbalkwaliteiten hebben en dat we die niet kunnen gebruiken om in te zetten bij de jeugd. We proberen zoveel mogelijk mensen die zelf gevoetbald hebben te betrekken door trainer of leider te worden en ze dan ook een junioren- of pupillencursus aan te bieden. Zo kunnen we de kwaliteit van onze jeugd omhoog brengen, dat is een belangrijk punt.”

De club loopt de welwillende ouders daarmee niet voorbij. “Nee, zeker niet. We zijn altijd heel blij met ouders die iets willen doen. Als vereniging ben je daar wel afhankelijk van”, zegt De Fijter.

Door het niveau van de jeugd omhoog te brengen, kan dat op lange termijn een positief effect hebben op het vlaggenschip van de vereniging. “Sparta ’30 is een dorpsclub. Ik ga er vanuit dat zo’n negentig procent van het eerste elftal uit de club zelf moet komen. Ieder jaar komen er wel een aantal spelers hier voetballen. Dat is dan omdat ze in Andel gaan wonen of bijvoorbeeld een vriend hebben die in het eerste of tweede speelt. Maar voor een groot gedeelte ben je afhankelijk van eigen jeugd. Dat bepaalt uiteindelijk de klasse waarin je gaat spelen. Daarom is die opleiding belangrijk.”

Omdat er weinig wedstrijden zijn geweest, was het voor de nieuwe technische commissie een moeilijkere start dan gewenst. “Het is jammer dat er weinig wedstrijden zijn geweest. We hebben geprobeerd de jeugd zoveel mogelijk te laten voetballen. Ze hebben constant drie keer getraind, ook op zaterdag. Dat is ook belangrijk. Als je een jaar terugvalt naar één training in de week, dan ga je qua kwaliteit achteruit. Het is lekker dat ze drie keer een uur tot anderhalf uur bezig zijn geweest”, sluit De Fijter af, terwijl hij met zijn collega’s vooral hoopt op een normaal voetbalseizoen, voor de jeugd én voor de commissie om zo een nog beter beeld te krijgen van alle spelers.

Klik hier voor meer informatie over Sparta’30
Klik hier voor meer artikelen over Sparta’30

Pijntjes wegen niet tegen plezier voor Wesley Paijmans Vlijmense Boys

Met zijn 37 jaar is Wesley Paijmans één van de routiniers van het eerste elftal van Vlijmense Boys. Aan stoppen denkt de voormalig jeugdspeler van PSV en FC Den Bosch niet. Zolang hij lichamelijk nog mee kan, blijft hij voetballen.

werktalent_255550
“Ik ben nog best fit, ondanks mijn leeftijd”, zegt Paijmans lachend. “Ik kan nog aardig meekomen. Al heb ik wel pijntjes, die komen vooral na de wedstrijd. Soms wel een dag of drie à vier.” Maar het plezier dat hij uit het voetballen haalt weegt zwaarder dan de last die hij heeft van de pijntjes. “Dat nog wel. Anders was ik wel gestopt. Maar nu is de motivatie om door te gaan er nog heel erg. Het voetbalspelletje is gewoon leuk. De wedstrijdspanning naar de zondag toe, dat het echt ergens om gaat. Dat is bij een lager elftal anders. Daarom wil ik het zo lang als mogelijk volhouden.”

Dat hij nu bij Vlijmense Boys speelt vindt Paijmans leuk, want daar is het voor hem allemaal begonnen. “Daarna heb ik een jaartje in de jeugd van PSV gespeeld en daarna acht jaar bij FC Den Bosch. Daar speelde ik van de jeugd tot twee jaar in het tweede.” Vervolgens waren er twee jaar op hoog amateurniveau bij OJC Rosmalen, voor hij naar Nivo Sparta ging. “Daar heb ik tien jaar gespeeld. Maar ik wilde graag afsluiten bij Vlijmense Boys. Op de een of andere manier trok dat mij om daar een paar jaar te voetballen. Ik was 33 toen ik weer terugkwam. En ik ga dus nog even door.”

In al die jaren dat hij als voetballer actief is heeft Paijmans heel wat mooie dingen meegemaakt. Bij Vlijmense Boys pakte hij kampioenschappen met de F-jes en E-tjes, wat leuk was. “Bij de senioren is dat het jaar geweest dat we tweede stonden. Toen liep alles op rolletjes. We hadden een periode in het verschiet, de koploper stond op zes punten. Dat was wel een hoogtepunt.”

“Mijn tijd bij Nivo Sparta was wel heel speciaal”, gaat Paijmans verder. “Den Bosch ook wel, ik heb gespeeld tegen spelers als Wesley Sneijder en Robin van Persie, dat zijn dingen die je nooit meer vergeet. Maar qua seniorenvoetbal heb ik hele leuke jaren gehad bij Nivo Sparta. Dat was een vriendenelftal. We gingen veel naar de kroeg samen, maar speelden op Hoofdklasseniveau. Met een man of tien zijn we een jaar of acht bij elkaar gebleven, dat was best bijzonder.”

Met al zijn ervaring zou een rol als trainer in de toekomst misschien logisch zijn, de kans is klein dat Paijmans het trainersvak inrolt. “Die ambitie heb ik niet. Ik denk wel dat ik lager ga voetballen. Helemaal niet meer voetballen gaat hem niet worden. Maar het is nu in mijn hoofd nog niet zo dat ik lager wil voetballen. Die wil is er nog niet”, zegt de ervaren middenvelder, die weet dat hij wel even nodig zal hebben om wedstrijdfit te zijn. “Je hebt een langere aanloop nodig om fit te worden. En wedstrijdfit is ook nog eens heel iets anders. Maar dat komt goed. Als je naar mijn verleden kijkt, ik heb links en rechts wat zware blessures gehad, ben ik ook altijd weer opgekrabbeld.”

Klik hier voor meer informatie over Vlijmense Boys

Klik hier voor meer artikelen over Vlijmense Boys

Rik Witkam wil met DwO’15 constante factor in het linkerrijtje worden

Met een verleden in de jeugd van SVD en tussendoor nog een jaartje SV Nieuwdorp en twee jaar Kapelle, is Rik Witkam op zijn 21e de jonge aanvoerder van DwO’15. In de 4e Klasse A van het zaterdagvoetbal wil hij de komende seizoenen een constante factor worden in het linkerrijtje.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear

Dat is denk ik ook een realistische doelstelling als ik kijk naar onze spelersgroep. We hebben ook in wedstrijden laten zien dat we prima kunnen voetballen. Het zou om de komende stabiel in de linkerrij te kunnen bivakkeren allemaal nog wel constanter moeten worden. Maar we beschikken over een veelal jonge groep, dus daar kunnen we wel naartoe werken. Al is het lastig om jezelf niet in wedstrijden te kunnen meten met tegenstanders en je aangewezen bent zoals de laatste maanden op alleen maar trainingen.”

En wanneer je zoals bij DwO’15 een relatief jonge selectie hebt, dan is het logisch dat je ook een jonge aanvoerder hebt. Witkam snapt wel waarom de trainer juist voor hem koos. “Ik ben op het middenveld wel iemand die er de lijnen uitzet en spelers probeert op een natuurlijke manier te sturen en coachen. Al is dat wel een aspect wat nog verder moet groeien. Het voetballende gedeelte zit wel goed, al boek ik in mijn ogen daarin ook nog wel progressie. Al zie ik mezelf niet direct al een klassieke aanvoerder, eentje die in alle facetten binnen de groep zijn stempel drukt. Want bij mij ligt de focus vooral op het voetballende stuk, buiten het veld ben ik misschien nog veel te weinig een leider of iemand die het voortouw neemt. Daar zijn anderen, veelal wat oudere spelers, die dat op zich nemen. Maar er is heel veel acceptatie dus dat is wel prettig. Ieder kan de rol vervullen op de manier die bij hem past.”

Het zegt veel volgens de captain over de sfeer binnen zijn club en de spelersgroep. “Het is gewoon een gezellige dorpsclub en er is veel acceptatie. Er is bovendien niet echt heel veel druk, maar die druk wil ik mezelf als speler wel opleggen. Want ik vind dat ik met mijn kwaliteiten altijd een dikke voldoende moet halen. Ik wil altijd winnen en de beste zijn. Dat is voor mij de belangrijkste drive. Zeker nadat ik door een brommerongeval in 2017 enkele maanden er enkele maanden uitlag. Dan besef je dat dingen ‘zomaar’ voorbij kunnen zijn. Ik ben blij dat ik op het veld kan en mag staan elke week. En dan wil ik er het maximale uithalen hier. Voor mezelf én voor DwO’15. Daarbij vind ik dat ik nóg meer een verlengstuk van de trainer moet kunnen zijn in het veld en moet ik werken aan mijn handelingssnelheid, want die moet in mijn ogen nóg meer omhoog. Maar ik ben nog altijd máár eenentwintig he, dus heb hopelijk nog wel een flink aantal jaartjes om daarin door te groeien.”

Klik hier voor meer informatie over DwO’15
Klik hier voor meer artikelen over DwO’15

Van der Linden wil zo lang het kan doorgaan met voetballen bij Wemeldinge

De eerste stappen op het voetbalveld zette Robin van der Linden (33) toen hij amper vijf was bij de plaatselijke voetbalclub op Sportpark De Boenze Boogerd. Op zijn vijftiende debuteerde hij als middenvelder met een goal tegen Colijnsplaatse Boys. Inmiddels in hij alweer flink wat seizoenen laatste man bij vierdeklasser, die ook dit seizoen weer prima aan de competitie begon.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear
“Zeker weten. We kwamen goed uit de voorbereiding en zagen ook in de competitie dat onze inspanningen werden beloond met resultaten. Alleen tegen Kwadendamme/Hoedekenskerke ging het niet zoals we hoopten, maar verder kan niet worden gezegd dat wedstrijden van Wemeldinge saai waren. Integendeel, we proberen toch altijd wel te voetballen en dat zie je terug in de uitslagen en doelpunten die we maken.”

Van der Linden keerde, nadat hij vanwege studie van zes jaar lang in Den Bosch, Tilburg en Den Haag vertoefde én daarna nog ruim een half jaar de wereld om ging reizen, uiteindelijk weer terug op het dorp waar hij woont met zijn gezin. “Ik heb in die hele periode ook nooit de behoefte gevoeld om ergens anders te gaan voetballen. Ik heb nog even in Goes gewoond maar wel altijd lid gebleven bij de club. Het is voor mij gewoon vertrouwd. De sfeer in de vereniging is geweldig en ook in de selectie is iedereen goed met elkaar. We hebben best wel wat leeftijdsverschil in de spelersgroep, maar toch zijn er geen aparte groepjes gelukkig. Dat zegt veel in mijn ogen over de selectie, maar ook over hoe er met iedereen wordt omgegaan. Dat voelt goed en daar maak ik graag onderdeel van uit.”

In de periode dat hij een stuk van de wereld wilde zien en besloot te gaan reizen, toen ging dat prima omdat hij vanwege een kruisbandblessure toch niet kon voetballen. “Dat is nu een jaartje op elf geleden en was voor mij een prima manier om het voetbal niet extra te moeten missen. Het was een onvergetelijke ervaring, maar ik ben een dorpse jongen en ben toch gewoon blij dat ik in Wemeldinge woon en daar met vrienden een balletje kan trappen.

In de beginjaren dat Van der Linden bij Wemeldinge speelde was hij vooral te vinden op het middenveld, waar hij in een controlerende rol moest ‘stofzuigen’ en met zijn coaching probeerde de boel aan te sturen en scherp te houden. De rol als stofzuiger heeft hij inmiddels achter zich gelaten, maar de coachende rol heeft hij nu nog altijd in het team van trainer John Tahapary. “Doorheen de jaren ben ik steeds wat verder naar achter gegaan in het elftal en speel nu als laatste man. Van daaruit probeer ik de boel te sturen en zet ik het neer. Dat is ook de opdracht van de trainer. Zorgen dat de formatie intact blijft. Een rol ook die me wel past, want dat praten en coachen deed ik ook al toen ik zestien was. Met mijn ervaring probeer ik die jonge gasten daarin wat bij te brengen en zolang ze dat van die ‘ouwe’ accepteren en respecteren is dat mooi toch? Vroeger maakte ik vooral de meters voor andere, laat nu die jonge gasten maar lopen…”

In al die seizoenen dat hij nu in het eerste speelt maakte de ervaren verdediger de nodige mooie en memorabele momenten mee. “Ik heb zes keer nacompetitie gespeeld en een keer een kampioenschap mogen vieren. Dat zijn onvergetelijke ervaringen. Ik zie nu dat er een aantal goeie jonge spelers doorkomen en in onze selectie zitten. Daar zit zeker wel potentie in. Het zou te gek zijn om nog eens mee te maken dat we in de top-5 kunnen eindigen en misschien een periode pakken. Dat zijn toch de mooie extraatjes. Ik ben fit en hoop dat nog even te blijven. Zolang het kan ga ik ook door, want zelf stoppen doe ik niet. Pas als de trainer zegt: ‘Robin, ik kies voor iemand anders’ dan zal ik een stapje terugdoen. Tot die tijd blijf ik genieten van het spelletje en probeer ik met Wemeldinge in het nieuwe seizoen weer het maximale eruit te halen.”

Klik hier voor meer informatie over Wemeldinge
Klik hier voor meer artikelen over Wemeldinge