Home Blog Pagina 784

Het plaatje klopt voor Anass el Gamali bij RBC Roosendaal

De spelers die RBC Roosendaal de afgelopen periode heeft binnengehaald onderstrepen de uitgesproken ambities. Maar niet alleen de nieuwe jongens geloven in het project. Anass el Gamali is er straks alweer voor het vierde seizoen bij. “Het plaatje klopt gewoon helemaal.”

Tic_253688Dat hij drie jaar geleden vanuit Kruisland op de rijdende trein naar Roosendaal sprong, was als je El Gamali kent helemaal niet zo gek. Ondanks dat hij toen een niveautje lager ging spelen. “Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Bij Kruisland hadden we net zo’n soort project als nu bij RBC. We wilden snel omhoog, dat was gelukt en na een aantal jaar was het tijd voor een nieuwe omgeving.” Die nieuwe omgeving werd dus het Herstaco-stadion. “RBC was net gepromoveerd naar de derde klasse, maar ik houd ervan om mezelf uit te dagen.”

Motivatie
Van die stap heeft hij nog geen seconde spijt gehad en dus speelt hij ook volgend seizoen in het oranje. Toch heeft hij het gevoel, mede door corona, dat het allemaal nog echt moet gaan beginnen. “Als je ziet wat er nu allemaal gebeurt, gaan we echt die weg omhoog inslaan.” Getwijfeld om te vertrekken heeft hij dan ook geen moment. “Ik heb een beetje een RBC-hart gekregen. De faciliteiten zijn goed, het is een warme club en de supporters van vroeger staan nog steeds achter de club. Dat geeft als speler extra motivatie.” Het project waar hij zich in eerste instantie dus aan verbond, is nog niet helemaal uitgepakt zoals gehoopt, maar daar gaat vanaf nu verandering in komen. “De komst van Robert Braber en Rob Penders is heel positief, maar ook de terugkeer van Hans van der Ende. Ik zeg ook altijd: met alleen de beste spelers van de regio, kom je er niet. Alles eromheen moet goed zijn.” En dat gevoel heeft hij. “Alles klopt. Het voelt als een profclub.” Behalve op sportief gebied, zijn er ook op commercieel vlak de nodige stappen gezet. In de doelstelling om binnen vijf jaar divisievoetbal te spelen, kan El Gamali zich dan ook vinden. “Dat zijn mooie ambities, maar ze zijn ook realistisch. Iedereen kent de geschiedenis van de club, maar daarvoor zul je ieder jaar weer moeten ontwikkelingen, in alle facetten.”

Vertrouwen
Voor zichzelf heeft de 27-jarige Roosendaler ook het gevoel dat hij nog niet aan zijn top zit. “Het is mooi om hier deel van uit te mogen maken en ik weet dat ik hogerop kan. Ik wil kijken waar mijn plafond ligt, hopelijk is dat met RBC.” Heel de club staat volgens hem achter de ambities, niemand kent twijfels en ook het niveau op de trainingen geeft hem het nodige vertrouwen. “Je gaat als speler beter voetballen als je betere spelers om je heen hebt. Daar geniet je ook van.” Zijn eerste indruk van de nieuwe trainer is positief. “Hij is ontzettend voorbereid. Voor ons is het mooi om met iemand uit het profvoetbal te mogen werken. Hij is natuurlijk pas net gestopt, dus hij weet precies hoe wij als spelers denken.” Wat dat betreft heeft Braber aan El Gamali een goede. “Ik ben eigenlijk een ‘6’ of een centrale verdediger, maar heb ook als spits gespeeld. Ze kunnen altijd op mij bouwen.” Hij ziet het zelfs als een voordeel. “Ik weet precies welke loopacties een spits maakt, dat kun je gebruiken.” Als het seizoen echt begint, komt hij straks gewoon weer lekker op het fietsje naar de club. “Dan gaan we het hopelijk laten zien!”

Klik hier voor meer informatie over RBC Roosendaal.
Klik hier voor meer artikelen over RBC Roosendaal.

Make-over op sportpark De Kooltuin bij FC Rijnvogels

Na een periode vol onrust staat FC Rijnvogels weer in de bloei zoals het moet staan. Met Marcel van Duijn als voorzitter is de positieve ‘flow’ terug op sportpark De Kooltuin. “Dit is een geweldige club.”


De make-over is er niet alleen op bestuurlijk gebied. Bij Rijnvogels hebben ze de handen goed uit de mouwen gestoken de afgelopen maanden, zo blijkt op een zaterdag waarop alleen wat jeugdteams hun wedstrijdje spelen.

Niels van der Plas, coördinator faciliteiten, loopt heen en weer om al het ‘personeel’ van werk en instructies te voorzien. Stratenmakers leggen de laatste hand aan het nieuwe terras voor het clubhuis, binnen worden muren ‘gewit’. Ook in fysiek opzicht was de club toe aan een vernieuwing, zegt Van der Plas.

“We hebben de entree een ander gezicht gegeven”, legt hij uit. “Daar stond eerst de kledingshop. Een stukje verderop was de commissiekamer, waar tegenstanders en scheidsrechters werden ontvangen. De kledingshop hebben we verhuisd en de commissiekamer komt meteen bij de ingang van het park. Veel logischer natuurlijk.”

Van der Plas loopt de nieuwe commissiekamer in. “Hier komt dus het wedstrijdsecretariaat. Daar kunnen we de mensen ontvangen met een bakkie koffie. Hiernaast zit de bespreekruimte van de jeugd, ook die zijn we aan het opknappen.”

Alles gebeurt met vrijwilligers. “Daardoor kunnen we de kosten beperken en daarnaast wordt het nodige gesponsord.”

Van der Plas vertelt dat FC Rijnvogels vorig jaar een klusdag hield waar meer dan zestig leden op af kwamen. “Van daaruit hebben we ook de mensen gevraagd die nu aan het werk zijn. Het zijn vaak echte vaklui. Je ziet dat ook aan de kwaliteit van het werk. Ik hou zelf ook niet van half werk. Ik ben een pietje precies.”

Ook in het hoofdgebouw wordt hard ‘geklust’. “We hebben wat nieuw meubilair geplaatst en de boel wat anders ingericht”, zegt Van der Plas als hij langs de Businessclub loopt. “En dit”, zegt hij als verder is gelopen op de eerste verdieping, “wordt de algemene bespreekruimte van de vereniging.”

Voorzitter Marcel van Duijn is trots op de inzet van de vele vrijwilligers. “We hebben natuurlijk een vervelende tijd achter de rug, maar we kijken niet meer om maar alleen maar vooruit.”

Van Duijn zat jarenlang in het bestuur van de businessclub. Met het aantreden van hem en het bestuur is er een nieuwe wind gaan waaien. “Als bestuur willen we er graag voor iedereen zijn. Iedereen honderd procent tevreden houden kan niet, maar ik denk dat het belangrijk is dat we duidelijkheid creëren.”

En: “We doen ook alles, is onze boodschap. Het eerste, dat het uithangboord is van de vereniging, de vrouwen, de jeugd. We kunnen dat ook, daar ben ik van overtuigd.”

Rijnvogels kijkt weer nadrukkelijk naar de toekomst. Ook op het gebied van duurzaamheid werden afgelopen tijd stappen gezet. “We hebben zo’n honderd zonnepanelen gekregen en er zijn plannen voor LED-verlichting langs de velden”, zegt Van Duijn. “Door de energie die we via de zonnepanelen opwekken zorgen we ervoor dat de energierekening fors omlaag kan.”

De entree van het sportpark werd dus aangepakt. “We moeten klaar zijn voor als de nieuwe woonwijk hiernaast wordt gebouwd”, zegt Van Duijn over Valkenhorst. “Er komen vijfduizend woningen en dat is heel wat potentieel voor ons.”

Klik hier voor meer informatie over FC Rijnvogels

Klik hier voor meer artikelen over FC Rijnvogels

Rick van Loon zet bij Uno Animo eerste stappen als trainer

De naam Van Loon is onlosmakelijk verbonden aan Uno Animo. Op vele manieren, de laatste jaren bij het eerste elftal door Kees, Rick en Ruben. Vader en twee zoons. De een trainer, de andere twee spelers. Tot de zomer van vorig jaar. Rick stopte als actief voetballer, met het oog op een trainerscarrière ging hij meteen aan de slag als assistent-trainer van zijn vader. Ruben ging in het tweede voetballen, al hoopt zijn broer nog altijd dat hij terugkeert naar de hoofdmacht.

werktalent_255550
De familie Van Loon ademt voetbal, dat is duidelijk. Rick ging zelf bij Uno Animo voetballen omdat zijn vader daar toen nog speelde. Later stapte Kees over van het zondagvoetbal naar de zaterdag, zodat hij op de zondag naar zijn twee zoons in het eerste kon kijken. “Het is heel mooi dat ik, nadat hij de afgelopen twee jaar nog trainer van me was, nu onder hem mijn eerste stappen als trainer kan zetten.”

“Ik heb best wel een erfenis gehad van deze achternaam”, kijkt Rick nog even terug op zijn actieve carrière, waar hij naar eigen zeggen een ‘irritante, vervelende en toch ook veel scorende spits was. “Mijn vader had zijn sporen in het voetbal al verdiend. Hij was niet overal even geliefd, dat had voor- en nadelen. Bij de pasjescontrole was het altijd: ‘Dat zijn die twee van Van Loon’, ook toen mijn vader hier nog geen trainer was. Maar het voordeel is nu wel dat ik mag profiteren van zijn voetbalkennis en ervaring die hij bij verschillende clubs heeft opgedaan. Dat ik mezelf onder zijn vleugels kan ontwikkelen.”

Rick begon dit seizoen echt als assistent, nadat hij na zeventien jaar als speler van het eerste door corona niet het afscheid kreeg waar hij bij UNO 1 op had gehoopt. Van speler naar assistent, dat was wel even wennen. “In het begin heb ik daar wel moeite mee gehad. Ik had de drang om in de kleedkamer met die jongens om te kleden, ik wilde het sfeertje niet missen. Ik heb met sommige spelers tien tot twaalf jaar gespeeld. Als trainer is het dan anders, maar ik merk wel dat ik in die rol groei.”

Meer en meer gaat Rick, die in september de opleiding trainer/coach UEFA B gaat afronden, tijdens trainingen naar de voorgrond. “De samenwerking met mijn vader is goed. Hij heeft jarenlange ervaring, de rugzak is goed gevuld. Ik kan daar wat verfrissing aan toevoegen.”

Een pad uitstippelen is gevaarlijk, maar ooit hoopt Rick als hoofdtrainer actief te zijn bij Uno Animo. “Ik heb de ambitie om een keer op eigen benen te staan.” In de hoop dan een nieuw hoogtepunt aan zijn carrière toe te voegen. Als speler speelde hij een beslissingswedstrijd voor promotie, tegen Zeelandia Middelburg. Vanuit Loon op Zand gingen zes bussen mee. We verloren met penalty’s. Dat is – ondanks het resultaat – nog een van de mooiste momenten in mijn voetballoopbaan.”

Zijn eerste jaar als assistent viel grotendeels in het water door corona, volgend seizoen hoopt hij een heel jaar in de dug-out te zitten waar hij als speler vooral niet wilde zitten. In de tweede klasse. “Dat is het nu voor Uno Animo. De laatste vier jaar was het hangen en wurgen om erin te blijven. We zijn nu wel wat anders gaan voetballen, bewust wat anders gaan spelen dan het reactievoetbal op de counter van de laatste jaren. Wat verzorgder en met meer opbouw van achteruit”, legt hij uit. En daar zou broertje Ruben een mooie rol in kunnen spelen. “Het is doodzonde dat hij in het tweede is gaan spelen. Hij past perfect bij de speelwijze. Hij gaf me laatst 25 procent kans dat hij terug zou komen. Het is niet veel, maar er is een kans. Ik zou hem er graag bij willen hebben”, sluit de huidige assistent af na een mooi gesprek over voetbal en Uno Animo. “Het is leuk om zo met voetbal bezig te zijn.”

Klik hier voor meer informatie over Uno Animo

Klik hier voor meer artikelen over Uno Animo

Eddy Janssen: President van De Schutters

Hij viert dit jaar zijn 60-jarig jubileum als lid van de club. Maar echt veel te vieren valt er in deze tijd natuurlijk niet. Hij kan dan ook niet wachten om straks weer langs de lijn te staan en zich te bemoeien met de gang van zaken. Want zeg je De Schutters, dan zeg je Eddy Janssen.
Tic_253688
Of hij de voetbal mist? Nogal logisch! “Als je normaal een paar keer per week op de club komt, dan mis je dat wel. Gelukkig kan ik schrijven, schilderen en in mijn tuin werken. Maar we kijken natuurlijk allemaal weer uit naar het rollen van die bal.” En om alvast weer een beetje in dat gevoel te groeien, ging hij de afgelopen weken eens langs bij de trainingen. “Je bent er toch een beetje uit, daar moet je weer terug in komen. Maar dan krijg je er al heel snel weer zin in hoor!”

Memorabel
En dat de 72-jarige Janssen het spelletje en de club mist, is niet zo gek. Als inwoner van Stampersgat kwam hij in 1961 bij De Schutters terecht. “Er was niet veel anders, dus dan word je lid van de voetbalclub. Ik kon niet voetballen, dan word je keeper.” Keepen kon hij wel. Hij haalde het eerste elftal en keepte hij tot zijn 40ste in het tweede. Eén moment staat hem nog goed bij. “Op mijn 50ste mocht ik nog een keer invallen bij het eerste, in de kampioenswedstrijd tegen Sprundel. Dat was een soort stunt voor mijn verjaardag.” Op die leeftijd een wedstrijd keepen bij het vlaggenschip is al uniek, maar het werd voor hem nog meer bijzonder. “Mijn zoon speelde toen ook in het eerste, die is later overleden aan een hartstilstand. Dan is het wel mooi dat je nog samen op het veld hebt gestaan.”

Gezicht van de club
Maar ‘President van De Schutters’, zo wordt hij genoemd, word je natuurlijk niet alleen door een paar ballen uit de goal te houden. “Ik was altijd jeugdtrainer en leider. Later ben ik nog tien jaar voorzitter geweest.” Het sociale aspect heeft hem altijd voor de club behouden. “Je bent bijna de club. De sfeer en de gezelligheid. Ik ga nog naar alle wedstrijden, dan zien ze mij toch een beetje als het gezicht.” Als de huidige voorzitter door zijn werk even niet kan, neemt hij het over, maar hij doet en deed nog meer. “Ik heb jarenlang het clubblad gemaakt en ben nog vijftien jaar leider bij het eerste geweest. Nu vertegenwoordig ik de club. Als bestuurslid, maar ook als erelid. En op zondag maken we het wedstrijdboekje.” Maar bovenal is hij vooral supporter, al is dat iets minder fanatiek dan vroeger. “Je leert een beetje relativeren. Soms kon ik er ‘s nachts echt niet van slapen, dat heb ik gelukkig niet meer.”

Goed toeven
Hij schreef zelfs een boek over De Schutters, ook de vergaderingen bezoekt hij nog allemaal. “Een beetje meepraten, mensen werven voor de club en waar nodig een beetje helpen.” Toch is er nog één functie onbesproken gebleven, die van interim-trainer. “We hadden toen bij het eerste een trainer zonder papieren. Ik had onderwijsbevoegdheid en dat was in die tijd nog genoeg. Dan zat ik er voor mijn papiertje bij op de bank. Dat hebben we een jaar of tien zo gedaan.” Zijn kwaliteiten als keeper wil hij tot slot niet al te groot maken. “Het waren magere jaren. Ik was een echte lijnkeeper, maar bang aangelegd. Volleybal was ook eigenlijk mijn sport. Ik hoefde nooit ergens anders heen, het is goed toeven hier.”

Voor meer artikelen over De Schutters klik hier.
Voor meer informatie over De Schutters klik hier.

Johan van Batenburg gaat ‘zijn’ jongens erg missen bij SC Gastel

Een makkelijke keuze was het zeker niet. Maar na drie seizoenen, waarvan er slechts eentje volledig werd uitgespeeld, besloot Johan van Batenburg om de derdeklasser vaarwel te zeggen. Maar na elf jaar SC Gastel weet hij één ding zeker. “Deze club krijgt een plekje in mijn voetbalhart, naast DEVO.”

Alle ingrediënten om met elkaar door te gaan waren eigenlijk aanwezig. Een fijne groep, tomeloze inzet en positieve ontwikkelingen binnen de club. Toch besloot de 49-jarige Van Batenburg dus anders, al is de verklaring daarachter heel simpel. “Voor mijn werk zit ik geregeld in het buitenland en maak ik lange dagen, dat werd steeds lastiger om te combineren. Dan kan ik het niet meer met volle overgave doen.” Dit was voor hem sowieso al een soort bonusjaar. “Ik twijfelde vorig seizoen al, maar toen werd door corona veel van het werk uitgesteld. Vanaf nu wordt het alleen maar drukker.”

Belofte
Zijn ploeg stond op een tweede plek, de droom om met promotie naar de tweede klasse af te sluiten, spatte dan ook hard uiteen. “Dat was heel teleurstellend, we hadden echt ver kunnen komen. Het leefde heel erg. Zowel bij mij, als bij die jongens.” En dat Van Batenburg ooit trainer zou worden, was eigenlijk een soort belofte. “Ik heb dat ooit beloofd aan Bert Kempenaars, een coryfee van Gastel. Een geweldige vent, helaas is hij overleden. Het was een mooi moment toen ik die belofte kon inlossen.” Dat stelde hem, drie jaar geleden, voor een serieuze uitdaging. “We wilden van de eerste twee selecties, een hechte groep maken. Dat zijn nu 39 jongens, maar we hebben ook de jeugd door laten stromen.” Hij kan de club met een goed gevoel achterlaten. “Toen ik kwam was er geen TC en was het bestuur klein. Nu is dat er wel en bestaat het bestuur inmiddels uit tien man.” Op het veld zorgde de inwoner van Bosschenhoofd voor de nodige discipline. “Iedereen moest verplicht komen trainen, ook de jongens van het tweede. Anders stond je er gewoon naast, dat wisten ze.”

Tic_253688Verbondenheid
Als hij een hoogtepunt moet noemen, schieten twee wedstrijden te binnen. “De bekerwinst tegen ASWH 2, echt een overwinning van het collectief.” Maar eentje springt daar nog bovenuit. “We speelden tegen RBC (Roosendaal), wonnen niet, maar waren wel gewoon beter. Dat we dat konden, met allemaal eigen dorpse jongens, is een compliment waard. Ze hebben misschien betere spelers, maar wij hebben die vriendschap.” Als voetballer van een lager elftal blijft hij de komende tijd nog wel verbonden aan Gastel. “Ik voel na elf jaar die verbondenheid, maar wil Kees (de Rooij) niet voor de voeten lopen.” Hij kan de vrije tijd goed gebruiken om weer eens bij zijn kinderen te gaan kijken. “Mijn zoon speelt bij Rood-Wit en mijn dochter bij DEVO, als je trainer bent, is dat lastig.” Bij de aanstelling van zijn opvolger, heeft hij in ieder geval een goed gevoel. “Ik kende hem niet persoonlijk, maar voor mij is hij de juiste man om het over te nemen. De gesprekken die we ondertussen hebben gehad, bevestigen dat ook.” Van Batenburg is Gastel niet alleen een mooie club gaan vinden, maar ook eentje die thuishoort op een hoger niveau. “Inmiddels is de organisatie daar gewoon aan toe. En dat gun ik ze ook echt.” Een definitief afscheid als trainer, of begint hij toch te twijfelen? “Het is niet de bedoeling om ooit nog ergens trainer te worden, maar als DEVO of Gastel het vraagt, is het toch weer moeilijk ‘nee’ zeggen.”

Klik hier voor meer informatie over SC Gastel.
Klik hier voor meer artikelen over SC Gastel.

Kees Koemans onmisbare schakel bij Rijnsburgse Boys

Als Rijnsburgse Boys wint, juicht hij mee. Als er wordt verloren, treurt hij mee. Kees Koemans is naast materiaalman vooral ook supporter van de tweededivisionist. “De boys zijn een belangrijk deel van mijn leven.”

Anderhalf uur voor de training is Kees Koemans al volop bezig in zijn ‘kamertje’ in het hoofdgebouw van Rijnsburgse Boys. Hij pompt alle ballen één voor één op. “De jongens verdienen het beste materiaal”, zegt hij.

Hij heeft in zijn kamertje alles wat hij nodig heeft. In de kast met planken liggen allemaal stapeltjes. Shirtjes, broekjes, ze zijn allemaal gerangschikt. “Dit is voor de training en deze voor de warming-up”, legt hij. Aan de andere wand hangt twee grote posters met selecties van twee seizoenen van Rijnsburgse Boys. “Het liefste had ik ze allemaal hangen hier, maar daar is geen ruimte voor”, komt de supporter in Koemans naar boven.

Kees Koemans vertelt vol trots dat hij onlangs voor de eerste keer opa is geworden. “Wat een hummeltje, joh. Ik was vergeten hoe klein mijn kinderen na de geboorte waren.”

Om zijn eerste kleinkind te zien moest hij even geduld hebben, want in het ziekenhuis waren in verband met corona grootouders niet welkom. “Dat was wat minder, maar ik snap het wel.”

Hij heeft al een mooi cadeautje voor zijn kleinzoon in gedachten: “Uiteraard een zwart-geel shirt van Rijnsburgse Boys. Dat zal mijn schoonzoon niet leuk vinden, want hij is een Quick Boys-man, maar daar heb ik maling aan”, lacht hij.

Kees Koemans (59) is alweer sinds het seizoen 2013/2014 materiaalman bij de Uien. Hij volgde destijds Nico Pauw op. “Ik deed al wat hand- en spandiensten hier en daar”, zegt Koemans. “En ach, de zaterdag stond altijd al in het teken van Rijnsburgse Boys.”

Kees Koemans is al dertig jaar supporter en was ook actief in de jeugd toen zijn zoons daar voetbalden. Hij ging al jaren naar alle thuis- en uitwedstrijden van Rijnsburgse Boys. “Ik heb alle hoogte-, maar ook de dieptepunten meegemaakt”, zegt hij. “Dat we de slag misten voor de tweede divisie was zwaar. Gelukkig hebben we ons terug geknokt. De wedstrijd in en tegen Spakenburg kan ik me nog levendig herinneren. Ja, dan pink ik wel een traantje weg.”

Nog zo’n hoogtepunt. “Die 7-1 tegen Quick Boys. Wat een wedstrijd was dat. Het feit dat de mensen het er nog steeds over hebben zegt alles.”

Bij Rijnsburgse Boys is Kees Koemans verantwoordelijk voor alles wat met materiaal te maken heeft: ballen, pionnen en alle kleding. Dat is best een gedoe. “Voor de wedstrijden maak ik pakketjes. Dat doe ik meestal thuis op vrijdag. Voor de wedstrijd leg ik alles in de kleedkamer. De jongens hebben een vaste plek. Rondom thuiswedstrijden regel ik ook de ballenjongens en -meisjes. Ik zorg dat er dan tien ballen in goede staat klaar liggen. Negen voor de ballenjongens en -meisjes en één voor de standaard aan het begin van de wedstrijd.”

Kees Koemans kijkt uit naar het nieuwe seizoen. “Ik hoop echt dat we weer gewoon kunnen voetballen. De selectie is voor negentig procent hetzelfde gebleven. Ik heb wel eens seizoenen gehad dat ik zeven, acht nieuwe namen moest leren, dat hoeft voor komend seizoen niet.”

Klik hier voor meer informatie over Rijnsburgse Boys

Klik hier voor meer artikelen over Rijnsburgse Boys

Voorzitter Brok wil met FC Drunen op veel fronten stappen zetten

Eind maart pakte Bas Brok de voorzittershamer op bij FC Drunen. Echt wennen was het niet, omdat hij als secretaris al nauw betrokken was bij wat voormalig voorzitter Henk Cornelisse deed. Voor Brok is het nu vooral uitkijken naar het moment dat de weekenden weer echte voetbalweekenden zijn op sportpark Duinzicht.

werktalent_255550Brok eindigt het gesprek door te benadrukken dat hij zijn voorganger veel dank verschuldigd is. “Echt, we zijn Henk heel veel dank verschuldigd. Hij heeft het van nul opgebouwd tot waar we nu zijn. We kunnen mooie plannen uitrollen, maar dat komt door wat Henk heeft opgebouwd.”

De waardering kwam in het hele gesprek al naar voren, Cornelisse heeft goed werk verricht bij FC Drunen. Is hij dan ook een voorbeeld voor de kersverse voorzitter? “Henk was heel erg betrokken in alles, zowel bestuurlijk als in praktijk op de club. Henk was niet van de stempel besturen vanuit de bestuurskamer en jezelf nooit laten zien. Hij was veel op de club. Ik kwam al met grote regelmaat op de club en dat zal ik ook behouden.”

Jonge voorzitter
Met zijn 36 jaar is Brok een jonge voorzitter. Dat krijgt hij vaak te horen. “Ik heb in de jeugd bij FC Drunen gespeeld en ook nog een tijdje bij de senioren. Maar ik heb best veel blessures gehad en had ook niet het talent om in het eerste te voetballen. Er is aan mij geen Messi verloren gegaan”, zegt Brok.

Hij werd leider van het vijfde en later van het tweede, werd wedstrijdsecretaris en rolde zo het bestuur in. “Ik heb de opleiding sporteconomie gedaan. En toen Henk aangaf dat hij wilde stoppen, werd al snel de vraag gesteld of het niks voor mij was. Ik heb ook nagedacht over het leeftijdsaspect, want ik zie vooral voorzitters van 50+. Maar wij zijn een club die dingen vaak anders doet, kijkt wat er kan en we zagen geen belemmering.”

Groei
FC Drunen kende lange tijd hectische jaren. “De laatste twee à drie jaar zitten we in redelijk rustig vaarwater, los van de coronaperiode. Vorig jaar hebben we een nieuw beleidsplan gepresenteerd, dat willen we tot 2025 uitrollen. We hebben geloof in de route die we uitgestippeld hebben en willen het stap voor stap uitwerken.”

Brok zet met de club in op een ‘solide en gestage groei’. “We willen richting de 350 tot 400 leden. Daarbij zetten we vooral in op de jeugd. Veel clubs richten zich vooral op het werven van nieuwe leden, daar betrapten we onszelf ook op. Het is superbelangrijk, maar het is ook belangrijk dat je de huidige leden kunt behouden. Als je er tien bijhaalt aan de voorkant, maar aan de achterkant lopen er vijftien weg bereik je per saldo nog niks. We zetten in op ledenbehoud, met aangroei van onderuit.”

Bij de senioren heeft FC Drunen de teen in het water van het zaterdagvoetbal gestoken. Waar veel clubs overstappen naar zaterdag, komt bij FC Drunen de zaterdag erbij. “Dat laten we voorlopig naast elkaar staan. Het is een luxe dat we het allebei kunnen doen. Daarnaast zijn we serieus bezig met uitdiepen van onze maatschappelijke rol. We zijn druk met de aanpak van discriminatie, zijn één van de pilot-clubs die het aanvalsplan tegen discriminatie gaan uitrollen. We hebben nauw contact met de John Blankenstein-foundation. Niet omdat we problematiek hebben, maar we vinden het belangrijke onderwerpen. Op alle fronten proberen we stappen te zetten”, zegt de ambitieuze en enthousiaste Brok, die op deze manier met FC Drunen op vele vlakken flink aan de weg timmert.

Klik hier voor meer informatie over FC Drunen

Klik hier voor meer artikelen over FC Drunen

Voorzitter Coert van Caem ziet het niet somber in bij SV Capelle

Hoe gaat het met de club SV Capelle? Die vraag stelde VoetbalJournaal aan Coert van Caem. Een brede vraag, waar zeker op dit moment geen eenduidig antwoord op gegeven kan worden door de voorzitter van SV Capelle. Maar hoewel het door corona op dit moment allemaal niet is zoals het zou moeten zijn, kijkt Van Caem niet met een sombere blik naar de huidige situatie van de club. “Er zijn geen zorgen.”

werktalent_255550
Als de vraag gesteld is laat het eerste antwoord niet lang op zich wachten. “Sportief is het naadje pet natuurlijk. Ik kom mijn tijd wel door, maar voor de voetbal is het een troosteloze bedoeling”, zegt Van Caem. Het zorgt ook voor onzekere tijden. “We weten niet wat leden gaan doen, we weten niet wat sponsoren gaan doen. Je kunt niet voorspellen wat de huidige situatie op de lange termijn doet.”

Kijkend naar de korte termijn is het duidelijk dat het financieel wat doet met de vereniging. “Qua inkomsten vanuit de kantine is het natuurlijk drama, die zijn nul. Daar hebben we juist verlies op gedraaid, omdat we een stuk voorraad weg hebben moeten gooien.”

Toch is het niet zo dat de club daardoor in financiële problemen zit. En dat heeft meerdere redenen, onder meer het feit dat sponsoren en leden de club trouw zijn gebleven. “Iedereen heeft gedaan alsof het een voetballende competitie was, daar kunnen we met z’n allen trots op zijn. We zijn echt gruwelijk blij met onze trouwe sponsoren en leden”, benadrukt Van Caem, die daarnaast ook de overheid dankt voor het meedenken. “De gemeente en het rijk, met alle regelingen. Anders houden we het niet vol.” Nu dus wel, zorgen zijn er op het moment niet. “We houden onze kop gelukkig boven water.”

Dat SV Capelle er nu nog positief in staat blijkt ook uit de nieuwe LED-verlichting op het sportpark. “Dat hadden we natuurlijk niet gedaan als het financieel niet kon. “Je wil niet dat een bestuur hierna ook nog met financiële sores komt te zitten. De LED-verlichting is afgerond. Dat is keurig gedaan met een loterij, sponsoren en de steun van de vriendenclub. We zijn heel trots op het resultaat dat er nu staat”, zegt Van Caem, die ook verder kijkt naar de mogelijkheden op het sportpark. “We kijken vooruit. We willen ons park vergroenen. En dan moeten we kijken of dat met zonnepanelen gaat of dat we nog meer van het gas af gaan. En we denken bijvoorbeeld ook aan LED-verlichting binnen. Daar ben je juist nu mee bezig, omdat je er tijd voor hebt.”

En stiekem wordt er ook gekeken naar een nieuw veld, dat er dan ergens in de komende jaren zou moeten komen. Belangrijk om alle leden – dat qua aantal stabiel is tussen de 400 à 425 – altijd te kunnen laten voetballen. “Tot drie jaar geleden waren onze velden altijd bespeelbaar. De laatste jaren niet meer, ook als het regent kunnen we niet spelen. Op kunstgras of een hybride veld kan dat dan wel, daar moeten we misschien tot wel naar toe.”

Uiteindelijk kan de eindconclusie wel getrokken worden. Het kan beter, vooral door weer te mogen voetballen en weer lekker de kantine in te mogen. Eigenlijk zoals het hoort. Maar los van de corona-problemen waar iedere club mee te maken heeft gaat het goed. “We zien het niet somber in, er zijn geen zorgen bij de club!”

Klik hier voor meer informatie over SV Capelle

Klik hier voor meer artikelen over SV Capelle

Ter Leede groeit en denkt aan maatschappij

Ondanks corona en alle beperkende maatregelen heeft Ter Leede qua ledenontwikkeling een uitstekend jaar gedraaid. “We hebben een aanwas ter grootte van vier, vijf teams. Je begrijpt dat we daar dik tevreden mee zijn”, aldus jeugdvoorzitter Martin Nunninga.

Ook Nunninga keek met enige vrees naar de dag van morgen toen in december de strenge lockdown van kracht werden. De schade voor zijn club was echter te overzien en als er wat de repareren was, maakte de Sassenheimse club dat meer dan goed in de periode dat de jeugd wel weer kon voetballen. “Vanaf het begin dat het weer toegestaan was zijn we volop aan de bak gegaan”, zegt Nunninga. “Trainingen, wedstrijdjes, toernooitjes. We hebben alles uit de kast gehaald om het onze jeugd maar naar de zin te maken.”

Dat er reuring was op sportpark De Roodemolen werd in Sassenheim door de jeugd opgemerkt, want het aantal aspirant-leden steeg in die periode snel. “Veel kinderen hebben dat omgezet in een lidmaatschap. Dat we gegroeid zijn juist in deze periode is een enorm compliment aan onze vrijwilligers. Zonder iemand te kort te doen wil ik wel Jaap Schaap en Lien Drommel doen. Zij trainen al jaren de allerjongste jeugd. Jaap is inmiddels 74 jaar, maar zijn enthousiasme is onverbeterbaar.” De aanwas zorgt voor een behoorlijke groei van het aantal jeugdleden. “De helft van de groei komt van rekening van meisjes”, verduidelijkt Nunninga. “Dat is ook een ontwikkeling waarmee we blij zijn. We zijn jarenlang bij de meisjes stabiel gebleven, maar groeien nu daar ook weer. Dat is belangrijk om onze leidende positie in het vrouwenvoetbal vast te houden.”

Ter Leede heeft ook een belangrijk oog voor de maatschappelijke functie. De sponsorovereenkomst met de AW Goep, een bedrijf werkzaam in de grond-, weg- en waterbouw, past in dat profiel van maatschappelijke betrokkenheid. “Ze zijn voor vier jaar hoofdsponsor geworden van de jeugdafdeling”, legt Nunninga uit. “Een belangrijk onderdeel van de samenwerking richt zich op de inzet van de AW Groep op het gebied van duurzaamheid.”

Het bedrijf heeft zich geconformeerd aan de ‘Sustainable Development Goals’ van de Verenigde Naties. Ter Leede en AW Groep zijn bezig samen een plan te maken voor het uitdragen van deze doelstelling. Nunninga: “We willen allerlei acties organiseren en één ervan is dat de oude tenues naar een derde wereldland gaan waar ze nog prima kunnen functioneren. Het afgelopen seizoenen zijn de oude tenues vervangen door nieuwe met de naam van de AW Groep als naam op de borst.” Ter Leede denkt ook aan projecten die zichtbaar zijn op de club. “Het bevorderen van de biodiversiteit bijvoorbeeld. Dat kan door middel van het aanleggen van bij-vriendelijke struiken op de groenstroken tussen onze velden.”

Klik hier voor meer artikelen over Ter Leede.
Klik hier voor meer informatie over Ter Leede.

Hans Lubbe nog lang niet klaar met mini’s bij SV Hillegom

Menig voetballer bij SV Hillegom leerde de eerste voetbalvaardigheden van Hans Lubbe. De 65-jarige Hillegommer viert dit jaar zijn jubileum als trainer van de mini’s. “Of ze het eerste halen of ze gaan gezellig spelen in het achtste, ik vind het allemaal prima.”

Lubbe loopt tijdens de training van de mini’s op zaterdagmorgen zenuwachtig heen en weer. Elke trap, elk schot op doel doet hij met zijn lichaam mee. “Ik kom ook meestal gesloopt van het veld”, zegt Lubbe, terwijl hij ondertussen aanwijzingen geeft. “Je moet die kids af en toe wel prikkelen.” Vandaag heeft Lubbe de doelen omgedraaid. Spelertjes moeten daardoor met een boog naar het doel. “Kijk eens naar dat ventje”, wijst op een jongetje van nog geen drie turven hoog. “Drie jaar pas en nu al zo’n balbehandeling.”

Lubbe zegt dat hij zich vandaag moet inhouden. “Ik ben herstellende van een achillespeesblessure. Ik moet me koest houden.” Lubbe is een voetbaldier pur sang. Kind van VV Hillegom, waar hij nog leerde voetballen op het oude complex aan de Leekstraat. Hij haalde de selectie en kreeg tot zijn geluk twee zoons die al even gek van voetballen waren als hij dat was. “Joh, ik heb van alles gedaan bij de club. Ik ben jeugdvoorzitter geweest, heb het schoolvoetbal mede opgezet en betrokken geweest bij de voetbalkampen.”

Hij was 25 jaar geleden ook oprichter van de minitak. “Concordia en SIZO waren er toen net mee begonnen. Wij moesten ook mee. Om de twee F-teams, die we jaarlijks hadden, op peil te houden, moesten we zorgen voor een soort kweekvijver. Mijn eigen zoons, die nu 33 en 36 jaar zijn, heb ik geen training gegeven. Die waren net te oud.” Na de grote Hillegomse voetbalfusie bleef Lubbe op zijn post. “De man die het bij Concordia al jaren deed, stopte, dus iedereen keek naar mij. Ik vond het prima.”

Inmiddels heeft Lubbe jaarlijks een lichting van veertig, vijfenveertig kinderen onder zijn hoede. “Dat aantal is redelijk stabiel. Soms wat meer, soms wat minder. Ik krijg altijd hulp van stagiaires van de opleiding Sport en Bewegen of van het CIOS. Voordat ik de bollenhandel inging, ben ik vijftien jaar gymleraar geweest. Daarmee ben ik gestopt toen er bezuinigd ging worden, maar het bewegingsonderwijs is in mijn genen blijven zitten.”

Hij zit nog in de organisatie van het schoolkampioenschap, maar het voetbalkamp laat hij tegenwoordig over aan andere enthousiaste vrijwilligers. “Het F-jes slapen organiseer ik nog wel met een aantal andere vrijwilligers. Dan komen de kinderen vrijdag naar de club en slapen ze in hun slaapzak in de kleedkamers. Het is allemaal sport en spel. Zaterdag om twaalf uur worden ze, moe, maar voldoen, weer opgehaald door de ouders.”

De mini’s is voor kinderen van vier, vijf en zes jaar. “De oudste kinderen spelen mee in de Linnaeushofcompetitie. Dat is een onderlinge competitie met clubs uit de buurt zoals BSM, EDO en HBC. “We eindigen elk jaar met een finale. Aansluitend kunnen de kinderen met hun ouders naar het Linnaeushof. Vandaar die naam.” Lubbe geniet van elke training die hij geeft. “Het kost, maar geeft ook veel energie. Ik heb altijd gezegd dat ik zou stoppen als ze mij opa zouden gaan noemen. Wel, inmiddels word ik ook opa genoemd, want één van mijn kleinzoons zit bij de mini’s. Van mijn jongste zoon heb ik een stopverbod gekregen omdat zijn zoon ook nog van zijn opa training wil krijgen. Aangezien hij nog maar twee jaar is, heb ik nog even te gaan.”

Klik hier voor meer artikelen over SV Hillegom.
Klik hier voor meer informatie over SV Hillegom.