Home Blog Pagina 782

Werkploeg van NOAD ’32 rolt van ene klus in de andere: “Doen het voor de club”

De jonge werkploeg van NOAD ‘32 somt alle verrichte werkzaamheden van de laatste tijd op. Een flinke lijst, waarbij regelmatig een ‘owja, dat was ik alweer vergeten’ te horen is. Je kunt bijna praten over een compleet nieuw sportpark. “Dat hadden we misschien beter kunnen doen, een nieuw complex bouwen. Maar dit kun je wel een flinke renovatie noemen.”

werktalent_255550Het is alsof een gezellig voetbalteam na afloop van een wedstrijd ouderwets gezellig in de kantine zit na te praten met een biertje in de hand. Er wordt veel gelachen en met regelmaat wordt er iemand belachelijk gemaakt. Het is de werkgroep, vol plezier praten ze over de ontwikkelingen op Sportpark ‘t Korenzand.

Wanneer ze precies begonnen zijn wordt niet helemaal duidelijk. De een zegt met het maken van het terras, de ander heeft het over de aanpassing van de fietsenstalling een paar jaar geleden. Duidelijk is wel dat ze allemaal al langere tijd aan het klussen zijn. “Met het terras zijn we een week of twaalf bezig geweest”, zegt John van Bergeijk. “Er moest zestig kuub grond bij. Voordat alles uitgevlakt is, terwijl je alleen op zaterdag en soms doordeweeks een avondje werkt, ben je weken verder. En dan sta je soms in de kou en in de regen. Maar je doet het voor de club.”

Daarna volgde een pannakooi, een tegelpadje en een parkeerplaatsje. “Er worden steeds meer ideeën naar onze kop geslingerd als het ware”, zegt Maikel Mouthaan lachend. “Een heel hekwerk maken aan de achterkant van het sportpark, hebben we ook gerealiseerd.” Van Bergeijk vult aan. “Dat was 120 meter! En dan ook de bomen snoeien, heggen knippen.”

Tussen wat plaagstootjes naar elkaar toe door geeft Kees Versteeg aan dat het elkaar iedere keer opvolgt. Is het ene klaar, dan begint het volgende. “Dat tegelpadje hebben we gemaakt zodat ouders droog kunnen kijken naar hun kinderen, geen natte en koude voeten krijgen. Dan ben je bezig en denk je: het is leuk om er een reclamebordje bij te maken. Dan loopt er een sponsor en die zegt: als je dat maakt, wil ik daar hangen. Het was de bedoeling om een tegelpadje van 10 meter te maken, het zijn er 25 geworden.” En zo gaat het vaak. “Je hebt eigenlijk geen idee wat er achteraan komt. We beginnen aan iets, maar een week later kan het zomaar weer groter worden.”

Een paar keer gaat het over het Mouthaan-trapje, bij het water. “Vernoemd naar Maikel”, lacht Versteeg. “Het beestje moet een naam hebben”, zegt Stefan Timmermans vervolgens. Versteeg: “Het moet nog officieel geopend worden, maar dat gaan we doen en dan rekenen we erop dat Maikel een barbecue regelt.” Iedereen lacht. Dat is ook de kracht van de groep, ze doen het met plezier. “Absoluut. En we kunnen elkaar ook goed voor de gek houden”, zegt Van Bergeijk.

Maar het is niet dit groepje alleen dat zorgt dat het complex van NOAD ’32 er goed bij ligt. “De jeugd komt ook. Ze zien dat het goed gaat en sluiten ook aan, hebben ook plannen”, zegt Van Bergeijk. Henri Raams vult aan. “We hebben altijd een clubdag aan het einde van het jaar. Meestal komen er dan een man of tien à vijftien. Op een gegeven moment kwamen er veertig.” Volgens Timmermans zegt dat genoeg over hoe de club nu in elkaar steekt. “Het is leuk dat op zaterdag ook alles door elkaar heen staat, jong en oud. De club leeft echt.”

2Klik hier voor meer informatie over NOAD’32
Klik hier voor meer artikelen over NOAD’32

Marco van der Leer geniet van netwerken bij businessclub Barendrecht

Marco van der Leer maakt al jaren deel uit van de Business Club van Barendrecht. Hij staat zelfs op het punt om leiding aan het gezelschap te gaan geven. Van der Leer mist specifieke kennis van de voetbalsport, maar geniet van de sfeer rondom wedstrijden en evenementen. Hij organiseert graag leuke bijeenkomsten.


De vijftiger Van der Leer is Techniek Directeur bij Gouweloos Techniek in Rotterdam. Het bedrijf verleent technische dienstverlening aan ondernemingen en zorgt ervoor dat Van der Leer zich geen moment hoeft te vervelen. “Ik ben heel druk vaak”, zo begint hij op gemoedelijke, haast bedeesde toon zijn verhaal. “Des te meer kijk ik uit naar de zaterdag, wanneer Barendrecht thuis speelt en we met de leden van de Business Club bijeenkomen. We drinken gezellig een biertje met elkaar en komen ook in contact met andere mensen van de club. De G-voetballers bijvoorbeeld, of de spelers van het 35+ team.”

Aanvankelijk, weet Van der Leer, ging het netwerken hem niet overdreven gemakkelijk af. Toen Gouweloos Techniek lid werd van de Business Club en hij het bedrijf vertegenwoordigde bij borrels, keek hij ietwat ongemakkelijk om zich heen. “Mijn zoon speelde bij Barendrecht, maar ik had niet zoveel met de club. Maar voorzitter Wim Vonk heeft me bij de hand genomen. Hij stelde me aan andere mensen voor en gaf aan dat ik gewoon maar een praatje moest gaan maken. Ik ben niet iemand die snel op de voorgrond treedt, ik ben ook geen enorme prater. Maar langzaamaan zag ik het contact met andere mensen groeien. Ik hielp mee met het organiseren van evenementjes en kreeg daar steeds meer lol in. Een leuke wijnproeverij voor de leden bijvoorbeeld, of een voetbalreisje naar Duitsland. Toen Wim zag dat ik me op een goede manier ontwikkelde, vroeg hij of ik lid wilde worden van het bestuur. Inmiddels ben ik zo ver dat ik word voorgedragen in de ALV om voorzitter te worden.”

Het is al een eer, benadrukt Van der Leer, om überhaupt te worden genoemd als geschikte kandidaat. Wanneer hij zich daadwerkelijk preses noemen mag, zal hij worden vervuld met een groot gevoel van trots. Waar de vaak venijnige columnist Nico Dijkshoorn in Voetbal International graag mag afgeven op de netwerkcultuur, ziet Van der Leer louter positieve kanten. ‘’Het is heel gezellig om samen wat te drinken en je kunt op een ontspannen manier kennis met elkaars bedrijf maken. Daarnaast halen we met ons netwerk geld op voor de club, die de centjes hartstikke goed kan gebruiken. De Business Club heeft veel contacten in de regio en maakt daar gewoon goed gebruik van. We hebben trouwens wel concurrentie, moet ik erbij zeggen. Van andere amateurclubs, maar ook van de profclubs uit Rotterdam.”

Het maakt hem niet veel uit, zegt Van der Leer, wanneer hij zo nu en dan fases van de wedstrijden van Barendrecht mist. Want: “Ook met mijn rug naar het veld toe heb ik het prima naar mijn zin.” Vervelender vindt hij het gegeven dat er in coronatijden zo weinig mogelijk is. “We hebben niet veel voor onze leden kunnen doen. Samenkomen was immers niet toegestaan. Wel hebben we een bierpakket bij alle leden aan huis afgegeven. Zo hadden we toch nog even persoonlijk contact. Ik vond het ook jammer dat ons reisje naar Duitsland niet doorging. We zouden naar Borussia Mönchengladbach-Bayer Leverkusen gaan, maar mochten de grens niet over. Extra leuk aan dat tripje was dat we met de spelersbus van Oranje zouden reizen. Dat hebben we helaas moeten missen.”

Van der Leer kijkt uit naar de jaarlijks terugkerende evenementen: het golftoernooi en het voetbaltoernooi. Hij is trots op de trouw van de leden van Business Club: 160 in totaal. ‘’Sommige bedrijven hebben het echt wel lastig gehad door corona. Maar we hebben bijna geen verloop gehad.”

Voor meer informatie over BVV Barendrecht, klik hier.
Meer artikelen lezen over BVV Barendrecht, klik hier.

Rick Adjei klaar voor het nieuwe seizoen met Kozakken Boys

Rick Adjei heeft met Kozakken Boys net als alle andere clubs een vreemd jaar gehad. De trainer heeft met zijn ploeg zoveel mogelijk gedaan, maar zonder de druk van een komende wedstrijd was alles anders. De focus is al gericht op het nieuwe seizoen, als hij met de ploeg uit Werkendam weer wil presteren in de mooie én zware tweede divisie.

werktalent_255550
WERKENDAM – “Het is anderhalf jaar summier geweest qua competitievoetbal, dat klopt”, geeft Adjei als antwoord op de vraag of de afgelopen twee seizoenen verloren seizoenen zijn geweest. In zijn ogen is het voor hem als jonge trainer niet extra vervelend. “Nee, het is net zo vervelend voor een trainer die misschien al twintig jaar in het vak zit. Als sportman werk je het liefst ergens naar toe, dat is het gewoon. Je traint nu alleen om te trainen, het dient nergens voor. Als er geen concrete doelstelling is, dan komt het al heel snel neer op bezigheidstherapie.”

Zo wil Adjei de trainingen van dit seizoen overigens niet noemen, bij Kozakken Boys is wel degelijk goed getraind. “We hebben alles geprobeerd zo goed mogelijk in te vullen. Tactisch en qua ontwikkeling. Maar je mist het laatste stukje, naar een wedstrijd toewerken. Overigens heb ik de beleving om wedstrijden heen ook erg gemist. Dat er druk op staat. Wedstrijdspanning die opgevoerd wordt door publiek en media, dat is allemaal weggevallen. Wat dat betreft kan het niet snel genoeg weer beginnen.”

Nieuw seizoen
Op 10 juli begon Kozakken Boys aan de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Vanaf dat moment werkt Adjei met zijn ploeg toe naar – hopelijk – een lang en volledig seizoen. De oefenmeester verwacht niet dat de voorbereiding heel anders zal zijn dan andere jaren, net als de doelen voor het seizoen zelf. “We zitten natuurlijk in een ongelofelijke sterke divisie, dat is bekend. En omdat iedereen in hetzelfde schuitje zit qua corona, vertrekken we ook allemaal vanaf hetzelfde punt. We zijn een top zes-club, dus de doelstelling is ook top zes. Het is niet dat we nu door corona ineens moeten zorgen dat we veilig zijn. Natuurlijk heeft iedereen een andere situatie, je kunt ook niet bij elkaar in de keuken kijken, maar we hebben allemaal in hetzelfde schuitje gezeten.”

Top zes, het klinkt behoudend. Zo denkt Adjei niet, verre van zelfs. “In de top zes zit ook dat je kampioen kunt worden, dat is helemaal niet gek. Wij zijn een topclub in die divisie”, zegt de trainer over de verwachtingen die er vanuit de buitenwacht altijd zijn. “Ik loop daar ook niet voor weg. Het gaat in onze competitie echt om details, het zit allemaal ongelofelijk dicht bij elkaar. Als je twee keer wint sta je tweede, verlies je twee kaar sta je zesde.”

Adjei vindt het mooi dat het in de top van de competitie dicht bij elkaar zit qua niveau. “Het tekent de kracht van de competitie. Als je in de eredivisie kijkt hoe Ajax afgetekend wegloopt, niet alleen qua punten maar ook qua kwaliteit en de krachtsverhoudingen in wedstrijden. Dat is bij ons niet. Wij hebben een brede top. En ik denk dat er zes of zeven clubs, met Quick Boys erbij, zijn die mee kunnen dingen naar een podiumplek. Wat het dan gaat zijn heeft te maken met de vorm, het schema, blessures. Allemaal details.”

Uitdaging
De naam van Adjei werd afgelopen jaar al in verband gebracht met profclubs. Voorlopig blijft hij echter gewoon bij Kozakken Boys, waar hij halverwege dit seizoen zijn contract met twee jaar verlengde. “Ik heb gesprekken gevoerd. Het is erkenning, je verricht dan toch goed werk. En dat je in beeld bent is natuurlijk altijd leuk. Maar ik heb al vaker gezegd, in zo’n verhaal moet dan wel alles kloppen. En dat gaat gekoppeld met gevoel, alles moet op één lijn zitten. En ik had nog niet helemaal dat gevoel.”

In zekere zin staat hij als trainer nog onderaan de ladder, al heeft hij in een paar jaar tijd al wel een paar treden van die ladder naar de top overgeslagen. “Ik ben als trainer begonnen bij Unitas in de tweede klasse. De top van het amateurvoetbal was het hoogste waar ik naar keek. Als je in de tweede klasse werkt, dan is de top van de amateurs een doel waar je – met gepaste periodes – naar toe kan werken. Maar met redelijk wat successen is het allemaal sneller gegaan dan gedacht. En nu klop ik al hard op de deur van het profvoetbal en ben ik in contact met BVO’s. De volgende doelstelling is het profvoetbal halen, daar ik voor.”

“Ik zit er dicht tegenaan”, gaat Adjei verder. “Maar het is nog steeds dat alles voor mijn gevoel moet kloppen. Alles eromheen moet op groen staan. En ik zit op dit moment zodanig op mijn plek bij Kozakken Boys, dat ik ook geen overhaaste beslissing hoefde te nemen. Ik zie het ook niet als een probleem om hier te blijven, omdat ik hier geweldig op mijn plek zit. En omdat ik ook een stukje functie-uitbreiding heb gekregen na het vertrek van Kees Spaan en ik zo ook meer met de samenstelling van de selectie te maken heb, is alles bij elkaar zodanig uitdagend om twee jaar te blijven.”

Klik hier voor meer artikelen over Kozakken Boys.
Meer informatie over Kozakken Boys: Klik hier.

Penningmeester Henri Raams denkt dat NOAD ’32 rijk gezegend is

NOAD ‘32 heeft echt wel een tik gekregen in de coronacrisis. Maar in al die maanden zonder echt voetbal werd er veel georganiseerd voor de jeugd, onderging het sportpark een soort renovatie en bleven sponsoren en leden de club trouw. Penningmeester en secretaris Henri Raams spreekt mede daardoor over een gezonde club waar het goed mee gaat.

werktalent_255550“Ondanks corona gaat het goed”, zegt Raams op de dag dat er eindelijk weer wedstrijden gespeeld worden bij de jeugd. “Vorige week hebben we het terras al open gegooid, nu mogen we echt open. We zijn bijna een jaar dicht geweest, maar we mogen niet klagen. Alle leden zijn ons trouw gebleven. In januari hebben we de contributie geïnd, niemand heeft gezegd: ‘ik betaal niet’. Bijna alle sponsoren hebben ook al betaald.”

NOAD ’32 maakte gebruik van verschillende regelingen, dat was ook nodig. “De onkosten gaan gewoon door. Gas, licht en ook water, want je moet iedere week spoelen. Anders heb je straks legionella. Maar bijvoorbeeld ook verzekeringen en een abonnement op een digitaal kassasysteem. Maar wij mogen zeker niet klagen.” Zelfs niet ondanks tegenslagen als het compleet moeten vervangen van het plafond en een kapotte boiler. “Dat was afgelopen winter, eerst 12.000 euro. Daarna 7.000 euro. Hup, weg. Als je dan kijkt hoe we er toch nog voor staan, dan zijn we een hele gezonde club.”

Gezelligheid
Dat er op de velden weer wedstrijden gespeeld worden en dat er op het terras weer mensen zitten met een drankje in de hand zorgt echter wel voor opluchting bij Raams. “Het werd tijd. We hadden het nog wel eventjes vol kunnen houden, maar dan zou het wel op zijn. Nu staan we ervoor zoals normaal aan het begin van een seizoen.” En dat terwijl het seizoen eigenlijk ten einde loopt en er gewoon veel te doen is geweest op het sportpark. “We hebben de jeugd iedere zaterdag bezig gehouden. Er was iedere week iets te doen. Je merkt dat dat gewaardeerd wordt. Ik denk dat wij rijk gezegend zijn.”

Eigenlijk gaat het prima, dat blijkt uit het hele gesprek. De club van zo’n 430 leden leeft. “Gezelligheid, saamhorigheid en sportief, daar staan we voor. En dat iedereen hier kan en mag komen. Of het nou geel, bruin, zwart of wat dan ook is. Klein of groot. Echt iedereen is welkom. Iedereen die hier komt moet zich thuis voelen. Er kwam hier een trainer terug en die vertelde dat het gewoon was alsof hij thuis kwam. Als je dat hoort van een trainer, dan doe je het goed.”

Sportieve ambitie
Raams omschrijft NOAD ’32 als een sociale gelegenheidsclub, we zitten hier echt in het dorpsgebeuren. Natuurlijk wordt er ook gekeken naar prestaties. “Maar ik denk dat de derde klasse de max is. Je kan een keer een uitstapje maken naar de tweede klasse, maar dan knikker je er ook zo weer uit. We hoeven ook niet naar de Hoofdklasse ofzo, dat is onze cultuur niet.”

Klik hier voor meer informatie over NOAD’32
Klik hier voor meer artikelen over NOAD’32

Hillegom heeft handen vol aan groeiende meisjestak

De meisjestak van SV Hillegom krijgt steeds meer body. Komend seizoen schrijft de club weer één team meer in voor de competitie. Sandra Blokker, coördinator van de meisjesafdeling, geniet. “Blijkbaar doen we iets heel goed.”

Een saai seizoen voor Blokker en alle andere vrijwilligers van de jeugd van Hillegom was het niet, want hoe al die speelsters en spelers bezighouden in tijden zonder competitievoetbal. “We zijn erg creatief geweest”, reageert Blokker. “We hebben van alles georganiseerd, Mixtoernooi, vier tegen vier, vijf tegen vijf, wedstrijdjes tegen de jongens. We hadden ons voorgenomen om elke zaterdag iets te organiseren om iedereen maar in dat ritme van een zaterdag te houden. Dat is goed gelukt. Nu kunnen we nu nog op de valreep met de Regiocup aan de slag. Fijn voor spelers en trainers, maar omdat het zo kort dag was de organisatie wel even hectisch.”

Blokker groeide op in een gezin waar voetbal een prominente plaats innam. “Mijn broertje voetbalde en mijn vader was in het weekeinde altijd bij Concordia. Toen ik klein was ging ik aan zijn handje mee. Ik heb heel wat uurtjes bij de club doorgebracht.” Niet altijd met evenveel plezier, bekent ze. “Ik had me daarom voorgenomen een man te kiezen die niets met voetbal had. Nou, dat is dus mislukt”, grapt ze. Toen haar twee kinderen werden geboren en vijf jaar later gingen voetballen bij de mini’s, sloot zij zich ook aan bij het vrijwilligersleger. “Je weet hoe dat gaat: je verleent eerst wat hand- en spandiensten, daarna word je leider en weer daarna help je op het veld met training. Ik heb het altijd vreselijk leuk gevonden. Je deelt met je kinderen één passie. Toen mijn dochter begon met voetballen waren er nog niet zo heel veel meisjes. Zij heeft de eerste jaren ook in jongensteams gespeeld. Inmiddels is ze achttien en speelt ze in de MO19.”

Ook Blokker zelf ontwikkelde zich. Ze accepteerde een paar jaar geleden de functie van meisjescoördinator. Een sleutelpositie, waarbij zijn de centrale regie voert over alle meisjesteams. “Ik verzorg alle contacten met trainers en leiders, maar ook met ouders als ze iets willen weten”, legt ze uit. “Ik introduceer ook de nieuwe meisjes.” En daar had ze het de afgelopen anderhalf jaar best druk mee. “Je kunt gerust zeggen dat we explosief gegroeid zijn. Dat begon een jaar of twee geleden en is doorgezet in de coronaperiode. Er gaat geen week voorbij zonder een nieuw meisjeslid. We krijgen ook de ruimte van de club en organiseren open dagen. Een tijdje geleden hebben we hier een talentendag van Telstar gehad en onlangs hadden we hier het Oranje Festival. We zitten in een soort flow en dat willen we graag houden.”

Die groei zorgt er wel voor dat Blokker, die ook de trainersstaf van de MO19 behoort, zich telkens aan een nieuwe situatie moet aanpassen. “Nieuwe meisjes komen niet op bestelling”, doelt ze op de verschillende leeftijden. “Het is daardoor altijd puzzelen met de teams. Bij de meisjes is dat ook wat lastiger dan bij de jongens, want we hebben vaak maar één team per leeftijdsklasse. Het afgelopen seizoen hadden we onder 13, onder 15, onder 17 en onder 19. Komend seizoen hebben we in totaal een team meer. Bij de meisjes onder dertien zitten we tegen de dertig meisjes aan.  We hebben waarschijnlijk geen onder 17, maar wel weer een onder 19. Dat zorgt weer een voor gat, waardoor meisjes vanuit de MO15 meteen door moeten naar de 19. Het is elk jaar een puzzel.”

Klik hier voor meer artikelen over SV Hillegom.
Klik hier voor meer informatie over SV Hillegom.

René Ras voelt zich niet te groot voor BSM

René Ras (52) is een bekende man in het amateurvoetbal. De Lissenaar was als voetballer actief op het hoogste niveau en had als trainer mooie clubs onder zijn hoede. Zijn huidige club Kagia verruilt hij komend seizoen voor BSM uit Bennebroek. Dat is op papier geen vooruitgang, maar Ras laat zich niet vastpinnen op het niveau.

Het is een druilerige maandagmiddag als Ras de telefoon opneemt en volop enthousiast vertelt dat hij net een interessant artikel in vakblad De Voetbaltrainer aan het bestuderen was. “Het gaat over het brein, hartstikke boeiend vind ik dat. Door het meten van het brein kun je talent in kaart brengen. Het stuk is in praktische zin natuurlijk vooral voor BVO’s geschikt, maar ik lees graag over ontwikkelingen in de voetbalwereld. De Voetbaltrainer is echt een enorm goed blad.”

Ras vervolgt zijn verhaal en vertelt hoe hij door de jaren heen heeft geleerd dat een goede sfeer voor veel amateurteams de belangrijkste bouwsteen van succes is. Bij clubs als Kagia, Teylingen en Van Nispen ondervond hij het aan den lijve. “Als je het fijn met elkaar hebt, ben je al een heel eind. Dan zijn spelers een eenheid op het veld en zijn ze bereid elkaars zwakke punten te accepteren. Bij Kagia hebben we hard gewerkt aan de saamhorigheid en dat heeft tot promotie van de derde naar de tweede klasse geleid. Voetballers van dat niveau moeten het vooral heel leuk vinden om samen op het veld te staan. Als voetballer vroeger was ik ook iemand die er hard inging en na afloop een pilsje met de tegenstander dronk. Daarbij schuwde ik een kleine provocatie niet.”

De in Lisse woonachtige Ras neemt zijn gehoor mee naar zijn jeugd, waarin de voetbalsport een prominente plaats innam. “Mijn vader Wim Ras was prof geweest bij EDO in Haarlem. Ik raakte al vroeg met de sport bekend, net als mijn broer Willem. Ik speelde voor Van Nispen in De Zilk en kwam als zeventienjarige al bij de A-selectie. Ik heb toen het geluk gehad dat ik een heel goede trainer had: Henk Viskil. Hij leerde me slim te zijn en mijn zwakke punten te camoufleren. Ik werd snel een betere speler en werd door FC Lisse gevraagd.”

Bij de gerenommeerde hoofdklasser werd zichtbaar dat Ras zijn gebrek aan topsnelheid kon compenseren door slim positie te kiezen en optimaal gebruik te maken van zijn sterke lijf. “Ik was conditioneel een beest. Ik speelde als aanvallende middenvelder en liep me echt het snot voor de ogen. Ik kon diep blíjven gaan en verscheen vaak voor het doel. Ik scoorde geregeld, mede doordat ik de adviezen van Viskil goed had opgeslagen. Als ik een gerichte schuiver met mijn binnenkant kon geven, probeerde ik nooit een moeilijk lobje of een stijlvolle stiftbal. Ik was een efficiënte en effectieve speler en ben er heel trots op dat ik met Lisse algeheel kampioen van Nederland geworden ben in 1997.”

Dat Ras – in het dagelijks leven werkzaam bij de Bloembollenkeuringsdienst (BKD) – zelf furore maakte in het amateurvoetbal, houdt niet in dat het hem zwaar valt om zich aan te passen aan de voetballers die vierde klasse spelen. “Nee joh, juist niet. Ik kan me juist goed verplaatsen in jongens met wat minder aanleg. Dat ik nu van tweedeklasser Kagia naar vierdeklasser BSM ga, beschouw ik helemaal niet als een teruggang. Ik vind het fijn om met leuke mensen te werken en mijn spelers wat bij te brengen. Toen BSM mij benaderde, was ik al snel enthousiast. Een groepje oud-spelers trekt de kar bij de club en dat zijn fijne mannen om mee samen te werken. BSM is een mooie dorpsclub die graag aanvallend speelt en waar de mensen op een prettige manier met elkaar omgaan. Nou, dan heb ik het snel naar mijn zin hoor.”

Klik hier voor meer artikelen over BSM.
Klik hier voor meer informatie over BSM.

Henk Treffers en Kevin van Esch denken sterker uit coronatijd te komen met Wilhelmina’26

Henk Treffers en Kevin van Esch zitten samen aan tafel, de ene is voorzitter van Wilhelmina ’26 en de ander speelt bij die club in het eerste elftal. In een gek en vervelend voetbaljaar zijn ze toch positief over de ontwikkelingen bij hun club. “Het is een klotetijd, maar ik denk dat we er sterker uit kunnen komen.”

werktalent_255550

Het duo praat met regelmaat over de club en over de wedstrijden van het eerste elftal. Logisch, want buiten de voetbalclub zien ze elkaar ook op de zaak. “Het is dan vooral voor en net na het weekend, verder valt het wel mee. We hebben het aardig druk”, zegt Van Esch met een glimlach.

Van Esch kwam via zijn vriendin bij Wilhelmina ’26 terecht. “Ze voetbalde zelf ook en heeft me een paar keer meegenomen naar een wedstrijd. Na een paar jaar heb ik gezegd: ik kom hier voetballen. Het is een grote familie. Als het eerste wint, staan mensen te huilen van blijdschap. Die zijn er zo blij mee, daar doe ik het ook een beetje voor. Mensen leven echt voor deze club.”

Het zijn woorden die Treffers met genoegen aanhoort. “We willen midden in de maatschappij staan, midden in het dorp. Je bent als club gewoon belangrijk voor de gemeenschap. Natuurlijk zijn we een ambitieuze vereniging en zijn we het liefst beter dan de buren, maar we willen er ook zijn voor onderlinge verbondenheid. Als iemand lastig zit, dat je die persoon dan helpt. Een vereniging is belangrijk voor mensen, dat hebben we de afgelopen tijd wel meegemaakt.”

Net als iedere andere club kende Wilhelmina ’26 een bijzonder en ook vervelend jaar, de bal rolde amper op Sportpark De Ebbe. Toch is Treffers positief over de ontwikkelingen binnen de club. “Er is een groep jonge mensen, tussen de twintig en dertig, die een beleidscommissie hebben gevormd. Ze hebben enquêtes opgesteld en interviews gehouden. Waar willen we als club naar toe? Waar willen we over vijf jaar staan? Waar willen we in investeren? Daar zijn nuttige dingen uitgekomen. Mijn verwachting is dat we alleen maar sterker terug gaan komen als vereniging. En dan heb ik het niet over het eerste dat doorstroomt naar de hoofdklasse ofzo, maar over de verbondenheid met elkaar. Het is een klotetijd, maar ik denk dat we er sterker uit kunnen komen.”

Die hoofdklasse hoeft dus niet, toch zijn beide heren ambitieus als het over het eerste elftal gaat. “Ik denk dat we meer kunnen dan we denken, we hebben soms teveel ontzag voor bepaalde clubs. Dat we onszelf zien als ‘dat boerenelftalletje uit Wijk en Aalburg’. We mogen best wel meer in onszelf geloven. We kunnen goed voetballen. We zijn geen titelfavoriet, maar van ons win je niet makkelijk”, zegt Van Esch, zonder enige vorm van arrogantie.

Treffers sluit zich daar bij aan. “We hebben hoop komend seizoen in het linkerrijtje te eindigen en mee te doen om een periode. We zijn niet een club die kampioen moet worden, maar we worden wel graag serieus genomen en willen zorgen dat clubs rekening houden met ons.”

Treffers kijkt als voorzitter wel verder dan alleen de hoofdmacht, hij staat voor de hele club. Een vereniging van ongeveer 450 leden, waar het gewoon goed mee gaat. En een vereniging die nog altijd stappen zet. “Het is niet alleen hosanna, er is altijd wel een keer gezeik of dat iemand het ergens niet mee eens is. Maar persoonlijk vind ik het best goed gaan”, zegt Treffers. Hij zou graag nog wat extra vrijwilligers bij de club zien, zoals iedere voorzitter. “Het drijft vaak op een kurk van een x-aantal mensen, wij zijn bezig die kurk te vergroten. Je hebt nooit genoeg, het is altijd stoeien om alles vol te hebben. Maar over het algemeen hebben wij niet te klagen over vrijwilligers.”

Klik hier voor meer informatie over Wilhelmina’26
Klik hier voor meer artikelen over Wilhelmina’26

Joosse heeft extra ‘gif’ toegevoegd aan spel Arendskerke

Tom Joosse van Arendskerke speelde bij de JO19 van v.v. Kloetinge op divisieniveau, om daar op termijn in het eerste te komen. Toch achtte Tom Joosse een échte kans om de hoofdmacht te bereiken niet groot genoeg en wilde niet in het tweede spelen, dus koos hij drie seizoenen geleden voor een stap elders waar hij in een eerste elftal kon spelen. De keus viel op toen nog derdeklasser ’s-Heer Arendskerke.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear
“En dat is achteraf een goeie gebleken voor mij. Met mijn manier van spelen heb ik op de controlerende middenveldpositie wel een stukje ‘extra gif’ toegevoegd aan de ploeg. In mijn eerste seizoen bij Arendskerke werden we gelijk kampioen in de Derde Klasse A, dus dat was wel een lekker jaartje. De ploeg was er ook naartoe gegroeid, nadat ze vijf jaar lang in de derde klasse hadden gespeeld. En je ziet ook nu in de tweede klasse, dat we dat niveau ook aankunnen als team.”

Joosse noemt bewust het ‘team’, want dat is ook in zijn ogen de absolute kracht van Arendskerke tijdens de wedstrijden. “We hebben wellicht niet direct de grote individuele klasse, maar we zijn wel écht een team, zowel binnen als buiten het veld. En dat is voor wel een heel mooie ervaring. Ik heb het bij Kloetinge altijd goed naar mijn zin gehad en hoefde er ook niet weg, maar de ambitie om in een eerste elftal te spelen die won het van mijn geduld. En bovendien is het bij Kloetinge toch ook zo, dat ze vaak eerst keken naar spelers van buitenaf en dan pas naar die er al liepen in andere elftallen. Nu zie je die kentering wel komen, maar die kwam voor mij dus te laat. Ik heb bewust voor de stap naar Arendskerke gekozen en die is perfect uitgepakt.”

Want de 22-jarige middenvelder is een vaste waarde in het elftal en probeert in wedstrijden maar zeker ook tijdens de trainingen zijn absolute wil om te winnen over te brengen. “Het was in het begin toen ik hier kwam soms wel eens wat ‘slapjes of gelaten’ op de training, maar daar kan ik niet tegen. Ik wil elke wedstrijd winnen, of dat nou op zaterdag is of een partijtje op de training. Pas als je op zo’n manier ervoor gaat, dan zie je dat het effect zal hebben in de resultaten. En dat blijkt ook. Stilaan zie ik het nu bij anderen ook steeds vaker terug en dat vind ik wel mooi. Want wil je als speler er het maximale uithalen, dan zal je ook het maximale moeten geven. Helaas waren we in ons eerste seizoen als tweedeklasser erg wisselvallig, maar dat was bij de start dit seizoen helaas nog niet anders. Als je in vier duels elf keer scoort is dat prima, maar twaalf tegengoals is gewoon te veel. Het publiek is in elk geval bij ons altijd de grote winnaar, want saai is een wedstrijd van ons vrijwel nooit…”

In het begin toen hij bij Arendskerke begon moest hij overigens wel wennen aan de andere dynamiek. Want seniorenvoetbal is toch wel even wat anders dan spelen met de JO19 in de derde of vierde divisie. “Zonder meer! Vooral het fysieke aspect heb ik echt mezelf eigen moeten maken. En dat is iets waarin ik nu nog altijd stappen moet maken. Want ik moet op mijn positie soms nóg slimmer zijn. Ook af en toe ‘uit de duels’ wegblijven en er niet altijd opklappen. Bovendien heb ik mijn gehele jeugd bij Kloetinge gespeeld en dat was toch altijd wel een mooi niveau. Ik ging naar een nieuwe ploeg, een nieuwe omgeving en een ander niveau. Maar ik heb me gelukkig snel aangepast en voel me er nu prima thuis.”

Voor de komende jaren voorziet hij dan ook een mooie toekomst voor Arendskerke. We hebben een relatief jonge groep en die maakt nog wekelijks stappen. Het is alleen jammer dat we ons niet kunnen doorontwikkelen in wedstrijden. Daarbij komen er vanuit de jeugd ook goeie talenten door en die trainen nu ook al geregeld mee. Wat dat betreft zie ik hier wel iets moois ontstaan en ik wil daar graag onderdeel van uitmaken. Structureel ons in het linkerrijtje spelen moet zeker haalbaar zijn, daar ben ik van overtuigd. Het zou fijn zijn dat we dit straks weer kunnen laten zien, want ondanks dat ik in mountainbiken en wielrennen twee nieuwe hobby’s heb ontdekt, kan ik niet wachten om weer een wedstrijdtenue aan te trekken.”

Klik hier voor meer informatie over Arendskerke

Klik hier voor meer artikelen over Arendskerke

Voetbaldagen op velden van Wilhelmina ‘26 groot succes

Het begon ooit als een geintje, maar inmiddels zijn ze niet meer weg te denken in de meivakantie: de voetbaldagen bij Wilhelmina’26 waarin kinderen twee dagen kunnen leven als prof. Van Andy van der Meyde tot Mike Obiku en van Sjaak Polak tot Glenn Helder, ze stonden allemaal op de velden van Sportpark De Ebbe om de jeugd uit de regio training te geven.

werktalent_255550WIJK EN AALBURG – “Het is begonnen om de kinderen achter de PlayStation vandaan te krijgen, dat er ook iets te doen was voor de kinderen”, zegt Eddy Hendrix, de grote man achter het concept. “Leven als een prof, dat was de slogan. Daar is het mee begonnen.”

Begin mei was de negende editie, volgend jaar wacht een jubileum. Het is elk jaar gegroeid en dat doet het nog steeds. Inmiddels zitten we op een aantal van 120 tot 130 kinderen, die dan twee dagen leven als een prof. We zijn wel uit ons jasje gegroeid. Alle profclubs in de regio zijn al geweest. En ook de drie grote clubs, Ajax, PSV en Feyenoord zijn met hun jeugdtrainers hier geweest. Die geven dan trainingen zoals ze op bijvoorbeeld De Toekomst en De Herdgang ook doen. Het is echt een heel groot succes.”

Hendrix begon met de voetbaldagen op de velden van Wilhelmina ’26. Die keuze was simpel, hij voetbalde daar zelf in het verleden. Het is niet dat alleen kinderen die lid zijn van de club uit Wijk en Aalburg deel kunnen nemen. “Twee dagen leven als een prof is voor iedereen die dat wil. Jongens en meisjes, van zes tot twaalf jaar. Er zijn veel kinderen die elkaar voor het eerst zien tijdens die dagen, toch gaan ze met elkaar trainen en voetballen. En het klikt gewoon. Je geeft een bal en een goede training, dan maakt het niet uit waar je vandaan komt of dat je goed of minder goed bent.”

Het belangrijkste is dat kinderen plezier hebben”, vervolgt Hendrix. Dat dat zo is blijkt uit een deel van de twintig tot dertig vrijwilligers die er tijdens de voetbaldagen rondlopen. “Kinderen die negen jaar geleden mee hebben gedaan helpen nu mee op het veld. Ze zijn te oud om mee te doen, maar vragen of ze mogen helpen. Dat zegt wel iets.”

Het draaiboek wordt volgend jaar weer uit de kast getrokken, want Hendrix kijkt er al naar uit om de tiende editie te organiseren. “In januari starten we met de inschrijvingen. De kosten zijn 65 euro, maar daar krijgen de kinderen dan twee dagen trainingen voor, van tien uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags en een trainingspak, gadgets en een shirtje”, is de uitleg. En dan leven ze echt als prof. “Alles moet goed zijn. Daarom komt de grasman om zes uur in de ochtend het gras maaien, met de dauw erop. Dan ruik je het gras als het net gemaaid is, zo hoort het als profvoetballer. Alles moet kloppen!”

Klik hier voor meer informatie over Wilhelmina’26
Klik hier voor meer artikelen over Wilhelmina’26

‘Zuid’ heeft de toekomst bij SV Poortugaal

Met ingang van komend seizoen is er geen ‘Noord’ en ‘Zuid’ meer bij SV Poortugaal. Het voormalige clubgebouw van Oude Maas is verkocht, waardoor alle activiteiten zich verplaatsen naar het hoofdgebouw. Met man en macht wordt gewerkt om alles gereed te hebben voor de start van het nieuwe seizoen. Met twaalf nieuwe kleedkamers en een business annex sponsorruimte is Poortugaal klaar voor de toekomst.

Jaap Smaling heeft twee grote bouwtekeningen voor zich liggen. “Dit is het plan”, zegt de voorzitter van Poortugaal, die ook optreedt als ‘bouwmeester’ van het project. Het is kwart over tien op donderdag en koffietijd. Alle leden van de vrijwillige werkploeg melden zich in de kantine, waar ze naast koffie cake krijgen toegestopt. “Je moet ze wel een beetje verwennen”, zegt Smaling. “We hebben een dame lopen die de catering doet. De ene keer krijgen we bij de lunch een uitsmijter, de andere keer kip met saté. En rond vier uur, half vijf als we stoppen drinken we wat en nemen we een bitterbal.”

Normaal gesproken stapt Smaling met zijn vrienden één, twee keer per jaar of gaan met elkaar een weekendje weg. Dat ging met corona wat lastig, maar dat kwam Poortugaal en Smaling wel goed uit. De tijd die over was in de volle agenda’s kon net zo goed worden besteed aan de voetbalclub, zeker omdat er een aardige klusje stond te wachten. “Dat de kantine niet gebruikt mag worden is eigenlijk ideaal, want we kunnen onze rommel gewoon laten liggen.”

De mannen zijn ‘ingehuurd’ om de nieuwe kleedkamers verder op te tuigen en voetbalklaar te maken. “De aannemer heeft ze neergezet”, vertelt Smaling. “Wij doen de afwerking.”

Het bespaart de club alles met elkaar zo’n dertig procent aan uitgaven. “We hadden gehoopt met de opbrengst van de verkoop van het gebouw van Oude Maas de uitbreiding hier te kunnen financieren. Dat is niet helemaal gelukt, maar dat komt vooral door de bouwkosten die in korte tijd enorm zijn gestegen”, legt Smaling uit.

Naast twaalf nieuwe kleedkamers krijgt de club een business annex sponsorruimte op het dak van de aanbouw. Een aannemer heeft zich ontfermd over die klus. “Het krijgt een oppervlakte van 11 bij 7 meter en een voorterras van 5 bij 7 meter. Vanaf het terras heb je goed zicht op het eerste veld”, zegt Smaling. “We hopen dat het voor het nieuwe seizoen af is, maar als dat niet zo is, is dat ook geen ramp. De prioriteit ligt bij de kleedkamers.”

Terwijl hij naar de nieuwe kleedkamers loopt, vraagt vrijwilliger Herman om een boortje 8. “Dat zou fijn zijn om de banken in de kleedkamers te monteren”, zegt hij erbij. Die banken komen uit het oude gebouw van Oude Maas, vertelt Smaling even later. “Zoals we ook kapstokken en doucheschotten hergebruiken. Het ziet er allemaal nog prima uit, bovendien scheelt het echt duizenden euro’s. Voor de schotten alleen al achtduizend euro. We gooien geen geld weg”, verzekert Smaling.

Als de twaalf kleedkamers klaar zijn, heeft Poortugaal in totaal 24 kleedkamers. Dat moet genoeg zijn, stelt Smaling, die nog even een blik werpt op de installatiekamer. Twee gigantische warmtepompen zijn onlangs geïnstalleerd. “De installatiekosten zijn éénderde van de totale kosten, maar iedereen kan straks wel lekker warm douchen.”

Klik hier voor meer informatie over SV Poortugaal

Klik hier voor meer artikelen over SV Poortugaal