Home Blog Pagina 449

Oud-speelster Josca Jansen nu al jaren betrokken bij Smerdiek-dames

Ze voetbalde zelf in het verleden jarenlang op hoog niveau in het damesteam bij SV Smerdiek, maar is momenteel al jarenlang als elftalleidster betrokken bij de damesafdeling van de zaterdagclub. Inmiddels vormt Smerdiek een team samen met SC Stavenisse en SPS uit Poortvliet.

“Door die samenwerking hebben we nu een groep van zo’n twintig dames en dat is wel een prettige luxe moet ik zeggen. In het verleden kwamen speelsters vanuit alle windstreken naar Smerdiek om er op hoog niveau te kunnen voetballen bij de dames. Die tijden liggen echter ver achter ons en het samen gaan werken met SPS en nu ook Stavenisse was voor alle clubs de beste oplossing. En tot op heden gaat het naar volle tevredenheid van iedereen.”

Damesvoetbal bestaan bij Smerdiek al ruim een kwart eeuw, maar het werd steeds lastiger om zelfstandig een elftal in competitie te houden. “De afgelopen jaren speelde ook covid daarin wel een rol is onze overtuiging. Maar dankzij deze oplossing hebben we hier op het eiland verschillende verenigingen weten te bundelen en zijn meiden vanuit alle windstreken van Tholen in het team vertegenwoordigd. Alleen bij Vosmeer hebben ze ook nog een damesteam, maar verder op het eiland niet meer. We zijn dan ook trots, dat we dit nu hier zo hebben neergezet.”

Waar Jansen als leider voor alle belangrijke randvoorwaarden zorgt, daar zijn Rene Uijl (al ruim vijftien jaar) en Sjaak Quist verantwoordelijk voor de trainingen en de coaching van St. Smerdiek/ SPS/ Stavenisse, dat zowel op Poortvliet bij SPS als bij Smerdiek traint en speelt. “We spelen nu in de vierde klasse en dat is een mooi niveau voor deze jonge groep speelsters. Je kan dat niet vergelijken met de periode toen we nog in de hoofdklasse uitkwamen en drie damesteams hier hadden. De oudste speelster die we nu hebben is zesentwintig en de jongste zijn zestien, dus dat is een heel andere generatie. Maar als je ziet hoe ze zich ontwikkelen en hoeveel plezier ze onderling hebben in het spelletje dan is dat prachtig om vanaf de zijlijn mee te maken.”

Waar ze op zaterdagen al seizoenenlang een rol als vrijwilligster vervult, daar staat ze in de 30+ 7×7-competitie met tal van oud-speelsters met Smerdiek ook nog zelf op het veld. “Dat is vijf vrijdagavonden in toernooiverband zowel in het voor- als najaar en is geweldig leuk om te doen. Je blijft op die manier toch ook nog actief, hoewel ik dat altijd wel gebleven ben en zelf tot een aantal jaren geleden ook nog met ons damesteam meetrainde en speelde. Mijn dochters spelen nu in het team en nemen het stokje over. Rene en Sjaak doen het technische stuk en ik zorg voor het randgebeuren, ‘regelwerk’ en de verbinding. Het is gewoon heerlijk om iets voor de club én het vrouwenvoetbal binnen Smerdiek te blijven doen.”

Klik op SV Smerdiek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Smerdiek voor meer informatie over de club.

Bevelander van WHS houdt van de uitdagingen in de 2de klasse

Afgetekend, zo mag het kampioensjaar van WHS afgelopen seizoen wel worden getypeerd. Met veertien punten voorsprong op Halsteren en Prinsenland promoveerde centrale verdediger Stijn Bevelander (22) samen met zijn ploeggenoten naar de tweede klasse van het zaterdagvoetbal. Op het hogere niveau biedt de wekelijkse tegenstand voor Bevelander volop uitdagingen.

“Het is geweldig om tegen die sterke teams met sterkere aanvallers te spelen, want dat geeft extra uitdaging. In de derde klasse had je er ook wel bij ploegen spitsen lopen die behoorlijk compleet waren, maar op dit niveau is het toch wel even wat anders. Persoonlijke fouten worden hier genadeloos afgestraft en daar hebben we helaas al een aantal keren mee te maken gehad. Want als ik tot nu toe kijk naar ons veldspel, dan denk ik niet dat we al echt zijn weggespeeld. Maar kijk je naar effectiviteit, dan zijn sommige tegenstanders op dit niveau echt dodelijk. Ik denk echter dat heel veel teams aan elkaar gewaagd zijn, maar dat het aankomt op details en hoe je met fouten en kansen omgaat. Daarin moeten we duidelijk nog stappen maken.”

Toch ziet Bevelander, die alweer bezig is aan zijn zesde seizoen als vaste basisspeler bij de Stallanders, zeker kansen voor zijn ploeg. “Absoluut! We presteren nog niet optimaal, maar ik denk zeker dat we de kwaliteiten bezitten om op dit niveau mee te kunnen spelen. We zijn enkele jongens kwijtgeraakt zoals Wout den Engelsman die naar Goes is vertrokken en Arvin de Witte die is gestopt door blessureleed. Maar Jasper Gunter is gebleven en andere jongens pakken het goed op. Dus het laat zien dat we voldoende kwaliteit in de selectie hebben. Alleen moeten we constanter worden in onze prestaties. Als ons dat lukt, dan ben ik er van overtuigd dat we zeker geen eendagsvlieg zijn op dit niveau. Dat is ook niet onze intentie in elk geval.”

Het spelen op een niveau hoger heeft er toch ook wel voor gezorgd dat de centrale verdediger, die als vijfjarig jochie voor het eerst het groen-witte shirt aantrok, zichzelf anders opstelt ten opzichte van zijn tegenstanders. “Ik schuw zeker de fysieke duels niet, daar train ik ook extra voor in de sportschool. Want het is wel zaak om sterk te zijn en op een goede manier fel en stevig te verdedigen en de aanvallers aan banden te leggen. Dat lukt niet altijd, maar ik hou wel van zulke uitdagingen.”

”De grootste winst voor ons als team is om echt volwassener te worden qua veldspel. Want tegenstanders kennen ons spel en zeker ook de kracht van WHS in aanvallende zin. Het gaat er nu vooral om, dat we voldoende punten pakken. En hoe we dat doen is voor mij niet van belang. Als dat lukt dan ben ik er van overtuigd, dat we aan het eind van de rit bij de bovenste zeven ploegen staan. Daar hebben we kwaliteit genoeg voor in mijn ogen, al moeten we het wel laten zien.”

Klik op WHS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WHS voor meer informatie over de club.

Michel Michielsen op meerdere vlakken actief bij ODIO

Een behoorlijk aantal seizoenen was Michel Michielsen (35) actief bij de selectie van het eerste elftal. Het leeuwendeel als reservedoelman, maar ook een aantal jaar was hij de vaste keeper in het doel van de zondag vierdeklasser. Na vorig seizoen borg hij als selectielid de handschoenen op, maar verloren voor de club is hij overigens allerminst.

“Ik keep nu in het derde elftal, waar ik samenspeel met onder andere een aantal oud-ploeggenoten die ook bij het eerste gestopt zijn. Daarnaast traint op donderdagavond ook het tweede elftal, wat ook erg leuk is om te doen. De coaching op zondag doe ik niet, want dan speel ik immers zelf nog bij het derde. Op die manier kan ik zowel op als naast het veld nog altijd mijn steentje bijdragen voor de club en dat is erg leuk om te doen.”

Maar bij puur het actieve stuk op en rond het veld blijft het niet voor de clubman van ODIO. Ook op bestuurlijk en adviserend vlak neemt hij bij de dorpsclub een stukje voor zijn rekening. “Ik ben onder andere verantwoordelijk voor het technische gedeelte bij de jeugdafdeling. Daar adviseer ik onder andere de jeugdcoaches en trainers. We zijn met een klein groepje die deze taken op zich nemen dus dat is wel mooi. Op die manier dragen we allemaal een steentje bij en zorgen we ervoor dat de boel goed geregeld is en op de rit staat. We zijn maar een kleine vereniging dus als je dan de taken wat verdeelt dan is het voor iedereen behapbaar. Vrijwilligers zijn steeds lastiger te vinden en ik vind het niet meer dan logisch dat je ook wat terugdoet voor de club.”

Naast het zelf actief voetballen bij de Ossendrechtse zondagclub begon Michielsen op zijn zestiende met het geven van keeperstraining. Daarna kwamen er steeds nieuwe uitdagingen op zijn pad. “Ik heb keepers getraind, in de jeugd training gegeven en gecoacht, het jeugdbestuur, het tweede elftal trainen nu en nog altijd zelf keepen in het derde. Via de club heb ik ook een juniorencursus gevolgd bij de KNVB. Allemaal erg leuk om te doen. Altijd wel was ik bezig met hoe de ploeg stond en om te kijken wat we tactisch beter zouden kunnen doen. Dat interesseert me ook en wie weet ga ik daar ooit nog wel in verder, maar voorlopig heb ik voldoende omhanden.”

Op zijn vijftiende begon Michielsen destijds mee te trainen en had hij ook een periode van vier seizoenen dat hij eerste keeper was, maar verder voornamelijk bij het tweede keepte of als reserve bij het eerste op de bank zat. “Ik heb ook ooit één seizoen bij VIVOO gekeept, maar ben weer teruggekeerd, want dit is toch mijn club. Afgelopen seizoen begon ik tijdens de winterstop te twijfelen om te stoppen of nog door te gaan. Toen er bij het eerste en tweede ook nog wat oudere spelers stopten heb ik dezelfde keuze gemaakt. Bij het eerste zag ik geen kansen meer om eerste keeper te worden en dan moet je eerlijk en realistisch zijn. Er zijn een hoop jonge gasten uit de JO19 doorgeschoven en dat geeft toch een andere dynamiek in de kleedkamer. Dus daarop heb ik ervoor gekozen een stap terug te doen.”

Met het derde komt hij nu uit in de reserve vierde klasse en is hij overigens nog net zo fanatiek dan toen hij bij het eerste keepte. “Dat gaat er denk ik nooit uit. Want hoewel we nu niet meer echt moéten, willen we allemaal wel winnen en hebben we een team wat bovenin moet kunnen meedoen. Dus ondanks dat ik nu niet meer bij de selectie zit, is de week met ODIO-uurtjes nog aardig gevuld als je alles bij elkaar telt. Maar daar geniet ik van en ik zou het niet anders willen.”

Klik op rkvv ODIO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op rkvv ODIO voor meer informatie over de club.

TIC Sports is meer dan voetbal

Ze hebben er bij de oprichters van Voetbalschool TIC de laatste maanden hard aan gewerkt. Een iets andere, overkoepelende naam, met dezelfde principes. Want ook onder de naam TIC Sports, blijven Gijs Bogers en Yorben Bus vooral lekker veel bewegen.

Steeds breder en meer dan voetbal. Het aanbod van TIC begon een klein beetje uit de hand te lopen. In positieve zin dan, vertelt Bogers. “Kinderfeestjes, teambuildingactiviteiten en verschillende soorten naschoolse opvang. Vooral bij scholen gingen we steeds meer doen.” En dus begonnen ze in Roosendaal weer maar eens met het kraken van hun hersenen. “TIC Sports bestaat eigenlijk uit vijf belangrijke pijlers”, begint Bus met vertellen. “Natuurlijk de voetbalschool, het organiseren van toernooien, bedrijfsuitjes, kinderfeestjes en het werk op de scholen.”

Verbinding

Lang niet alles met voetbal, vult Bogers hem aan. “Bijvoorbeeld sportieve spellen, puzzels of opdrachten om samen te werken. Bij kinderfeestjes schieten we ook met pijl en boog, terwijl we op scholen sportdagen en gymlessen organiseren.” En dus was het tijd voor een overkoepelende naam. “Het zorgt voor verbinding, tussen alles wat we inmiddels doen.” Dat was nodig ook, vertelt de oprichter. “We zijn al een tijdje bezig op scholen en heel vaak kregen we de vraag: ‘Doen jullie alleen maar voetbal?’ Zo zijn we er eigenlijk op gekomen, dat was een jaartje geleden.” Ook voor zijn eigen trainers, een mooie ontwikkeling, zo vertelt Bogers. “Op die manier kunnen we ze niet alleen meer werk bieden, maar ook de mogelijkheid geven om door te groeien.” Bus is daar, nu als rechterhand, een goed voorbeeld van. “Ik ben hier gewoon begonnen als ‘voetbaltrainer’ en nu doe ik dit.”

Energie

Want ondanks alles, blijft voetbal voor TIC wel de hoofdzaak. “Maar behalve training, is het ook entertainment. Met de voetbalschool hebben we een mooie basis neergelegd, elke zondagochtend staan we met meer dan 70 kinderen in het stadion.” Ook het aantal georganiseerde feestjes groeit gestaag. “Gemiddeld één per week. Het verbreden van ons aanbod, zorgt natuurlijk ook voor meer kinderen. De doelgroep wordt groter.” Zo ook in het onderwijs. “Inmiddels verzorgen we bij twee scholen het complete jaarprogramma, puur om kinderen meer te laten bewegen.” Bus geniet er nog iedere dag van. “Het is leuk om dingen te ondernemen en met TIC Sports ben je eigenlijk alleen maar actief bezig.
Als je de positieve reacties en de waardering ziet, krijg je daar alleen maar energie van.” Maar, zoals we Bogers inmiddels kennen, groot is nooit groot genoeg. “Nu willen we weer nieuwe stappen zetten. Met de focus op bedrijven, teams, scholen en families. Als we elkaar over een jaar weer speken, hoop ik dat we hier iedere week een uitje organiseren.” Voor nu gaat de focus eerst op een tweetal toernooien: het Indoor Soccer Toernooi in Hoogerheide (van 28 tot en met 30 december) en de Rullens Futsal Cup in Wouw (van 2 tot en met 8 januari). “Voorlopig hoeven we ons nog niet te vervelen!”

Klik op TIC Sports voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TIC Sports voor meer informatie over de club.

Met DJ Chris wint Cluzona altijd de derde helft

Verloren, maar de derde helft gewonnen. Bij Cluzona kunnen ze er in sommige gevallen over mee praten. Want sinds Chris van den Heuvel voor de muziek zorgt in de kantine, worden er in Wouw maar weinig feestjes niet winnend afgesloten.

En dat is inmiddels al heel wat jaartjes, vertelt de DJ. “In 2015 ben ik hier komen wonen, import dus. Mijn vrouw is een echte Wouwse en haar vader is hoofdsponsor en oud-jeugdvoorzitter van Cluzona.” Dus om goed in te kunnen burgeren, besloot Van den Heuvel (40) een jaar of zeven geleden maar eens mee te gaan naar de plaatselijke voetbalclub. “Jij doet toch iets met plaatjes draaien, vind je het niet leuk om dat een keer hier te doen? Van het één, kwam toen heel snel het ander.” Want met een zevental optredens per seizoen, is de entertainer eigenlijk niet meer weg te denken uit de kantine van de tweedeklasser. Sterker nog, hij is zelfs een beetje fan geworden.
“Natuurlijk draag ik Cluzona een warm hart toe. Mijn vrouw is met haar eigen zaak shirtsponsor van de dames en mijn jongste zoon wil hier op voetbal. Dan raak je vanzelf betrokken.”

Even uitbundig

Zoals bijvoorbeeld tijdens het promotiefeest, in 2017. “Dat was echt fantastisch, zoiets vergeet je nooit meer.” Maar ook tijdens reguliere competitiewedstrijden, is Van den Heuvel van de partij. “Meestal kijk ik eerst nog een stukje van de wedstrijd, rond half vijf gaan de eerste plaatjes aan. Een paar uur later, gaat iedereen tevreden naar huis.” Ongeacht winst of verlies. “Dat is het grappige, bij Cluzona maakt dat echt niet uit. Die zijn altijd even uitbundig.” Daar wordt ook hij, als DJ, vanzelfsprekend blij van. ” Het is een stukje samenzijn en de derde helft is de verbinding. Daar heb je, met de muziek, een klein beetje invloed op. Dat mensen volledig uit hun bol gaan.”
Met zijn jarenlange ervaring, is dat inmiddels een koud kunstje geworden. “Als ons damesteam begint met dansen, is iedereen blij.” En dus speelt Van den Heuvel daar doordeweeks op in. “Dan vraag ik aan ze: Wat moet ik draaien, wat vinden jullie leuk?” Naast de welbekende klassiekers natuurlijk. “Jouw Blik van John West en ‘Vier zomers lang’, doen het altijd goed!” Inmiddels is het dan ook tijd voor een feestcommissie, zodat de verschillende feestjes beter gepland kunnen gaan worden. “Welke wedstrijden kiezen we uit? Tegen RBC hadden we er bijvoorbeeld geen, dat is dan echt een gemiste kans. Want behalve dat het leuk is, is het voor de clubkas ook gewoon noodzakelijk.”

Soort instrument

Een stukje professionalisering dus. “We willen een jaarplanning maken, zodat we alles in kunnen plannen, met verschillende thema’s. Zoals het Oktoberfest en natuurlijk carnaval.” Hoogtepunten op zich, maar voor Van den Heuvel springt er één feest met kop en schouders bovenuit. “Het afscheid van Marcel van der Sloot. Aan de ene kant was dat natuurlijk emotioneel, maar de sfeer zat er heel de wedstrijd al in. Iedereen wilde er toen het meest fantastische feest ooit van maken. Dat is wel gelukt, die toko klapte uit zijn voegen. Ik heb daar heel de tijd met een ‘big smile’ rondgelopen.”
Voor hem het meest trotse moment, tot nu toe. “Als DJ ben je daar een klein onderdeel van, eigenlijk een soort instrument. Op zo’n dag komt alles samen.” Van den Heuvel, die het plaatjes draaien ziet als hobby, denkt dan ook nog lang niet aan stoppen. “Cluzona blijft bij de meeste mensen toch het langste hangen én het is onwijs leuk om te doen. Hopelijk mag ik dit nog een paar jaar doen, dan komt er vast een nieuw ‘jong pikkie’!”

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

‘De leukste club waar ik heb gespeeld’, aldus Jonkers van De Schutters

Hij komt oorspronkelijk uit Roosendaal, groeide op in Oud-Gastel, maar is kind aan huis bij De Schutters. De route van Dennis Jonkers naar Stampersgat, is een opmerkelijke. Toch voelt de jeugdtrainer zich inmiddels helemaal thuis. “Dat is dubbel en dwars goed gekomen.”

Al had dat hier en daar wat voeten in de aarde, vertelt de 44-jarige Jonkers. “Op mijn zesde kwam ik hier voetballen, terwijl al mijn vriendjes bij Gastel zaten. Maar ik ‘moest’ naar De Schutters.” Hij vertelt het nu, jaren later, met een knipoog en een grote glimlach op zijn gezicht. “Soms was dat best wel even lastig, maar uiteindelijk is dit ook een soort familievereniging.” Letterlijk en figuurlijk. “Mijn vader werkte toen bij de Suiker Unie, zo zijn we hier terecht gekomen. Tegenwoordig is hij erevoorzitter van de club.” Maar ook zelf is Jonkers behoorlijk actief. Zelfs nog op het veld. “Ik heb een aantal jaar in het eerste gespeeld en zit nu bij het tweede.” Als een soort duizendpoot. “Eigenlijk kan ik overal spelen, behalve in de goal. Meestal op het middenveld, de laatste jaren steeds vaker centraal achterin.”

Leukste club

Met de aanvoerdersband om zijn arm, is de clubman verantwoordelijk voor meer dan goed voetbal. “We proberen de jeugd te betrekken bij de senioren, om ze alvast te laten wennen. Er dreigden zeven of acht spelers te stoppen, hoe vang je dat op?” Door de noodklok te luiden. “Ons dorp is klein, met van alles wat, maar allemaal maar een klein beetje. Dan is het verstandiger om jongens iets eerder door te schuiven naar de volwassenen.” Die ontwikkeling doet Jonkers, meer dan goed. “Ik heb nog met mijn kinderwagen op het sportpark gestaan, dus ik ben hier echt opgegroeid. Laatst hadden we een reünie, dan ken je iedereen en niemand vergeet De Schutters.
‘Dat is de leukste club waar ik heb gespeeld’, zeggen ze dan. Dat is mooi om te horen, maar moeten we ook zien te behouden.” Daar doet hij als trainer van de JO9 voor de toekomst zelf in ieder geval alles aan. “Als je die gastjes ziet voetballen, dat is puur plezier. Dan weet je ook weer waarom je zelf wilt blijven voetballen. Gewoon lekker hard tegen een bal trappen, dat vind ik fantastisch.” Van de ontwikkeling, geniet de oud-eerste elftalspeler het meeste. “In iedere leeftijdsfase leren ze weer wat nieuws, dat maakt voetbal zo mooi. Je ziet gewoon elk jaar die verbetering.” En dus zet Jonkers zich daar met alle liefde en plezier voor in. “Ik heb een eigen bedrijf, met dertig man in dienst, dus dat hele teamgebeuren is echt mijn ding. Vanuit die ervaring, zie je dan dat er dingen beter kunnen.”

Leeftijdsverschillen

Zonder het bestaan van een jeugdbestuur, is hij toch verantwoordelijk voor het jeugdvoetbal. “Daar zitten we wel in een dalletje qua aantal mensen, we kunnen wat extra handjes gebruiken.” Flink aan trekken dus. “Om vrijwilligers enthousiast te maken. Er is geen tekort, maar het zijn wel altijd dezelfde mensen die opstaan. Bijvoorbeeld voor het organiseren van toernooien of een sinterklaasfeest.” Ook voetballend staat Jonkers voor een uitdaging, vertelt hij. “We hebben heel weinig jeugdleden, waardoor je veel leeftijdsverschillen krijgt binnen de teams. Op dit moment kunnen we niet veel meer doen dan dit, of we moeten buiten de grenzen van het dorp gaan kijken.”
Oren en ogen openhouden dus. “Haha, ik zeg altijd tegen iedereen: als je iemand tegenkomt die wil voetballen, trek hem erbij. Die kunnen we goed gebruiken.” Mochten nieuwe leden dat doen, komen ze terecht in een warm bad. “Bij uitwedstrijden zitten wij nog allemaal in de kantine, terwijl de tegenstander al weg is. Met een biertje, even evalueren. Wat ging er mis vandaag?” Dat blijft Jonkers voorlopig nog wel even doen, binnenkort misschien wel in een andere rol. “Ze hebben al gevraagd of ik voorzitter wilde worden, maar dan moet ik eerst stoppen met voetballen. Na een inspanning kan ik twee dagen niet lopen, dus dat zou zomaar kunnen gebeuren!”

Klik op De Schutters voor de laatste artikelen over de club.
Klik op De Schutters voor meer informatie over de club.

Bescheiden Eddy van Yren pakt veel vrijwilligerswerk op

Eddy van Yren reageert verrast op de vraag wat hij als vrijwilliger voor Groote Lindt betekent. Van Yren, ook scheidsrechter in de subtop van het amateurvoetbal, stelt dat zijn bijdrage wel meevalt, maar hij blijkt toch veel energie in de club te steken. Een voorbeeld voor hen die het niet op kunnen brengen vrijwilligerswerk voor een voetbalclub te verrichten.

,,Ach wat doe ik zoal?”, begint hij voorzichtig. ,,Ik houd mij met een mooi team bij Groote Lindt bezig met de organisatie van het JO17-elitetoernooi, dat straks in 2023 weer op tweede pinksterdag wordt afgewerkt. Het is een toernooi op divisieniveau. Wij hopen dat er weer in totaal twintig teams bereid zijn naar sportpark Bakestein te komen.” Het toernooi staat onder meer bekend om de arbitrage, die van zeer hoog niveau is. Elk duel krijgt een arbitraal trio. Het lukte Van Yren om topscheidsrechters uit de regio als Danny Makkelie, Marc Nagtegaal en Christiaan Bax naar het toernooi te lokken. In totaal zijn er acht toparbiters en zestien assistenten aanwezig.

Pakket
Op de zaterdag vóór Pinksteren wordt het nog grotere jeugdtoernooi voor 120 teams van JO-08 tot en met JO19 van 09.00 uur in de morgen tot 21.30 uur in de avond afgewerkt. Het is voor te stellen dat er op deze dag ongeveer 1500 jongens en meiden bij Groote Lindt op het complex aanwezig zijn. Eric Bezemer is toernooidirecteur, Eddy van Yren benadert de deelnemende clubs en zorgt voor de arbitrage, Rens de Wit beheert het wedstrijdsecretariaat. Daarnaast zijn er nog tientallen andere vrijwilligers actief. Bijzonder is dat Groote Lindt intern jonge scheidsrechters opleidt. ,,Vorig jaar hebben dertien jonge scheidsrechters in opleiding op ons toernooi hun wedstrijden geleid.”

Eddy van Yren is arbiter in Groep D van de KNVB. Dat betekent dat hij wedstrijden toegewezen krijgt in de eerste klassen van het zaterdagvoetbal met uitschieters naar de vierde divisie, af en toe vrouwen-eredivisie en vierde official in de tweede divisie. Van Yren is in de aanloop naar dit seizoen gepromoveerd. ,,Ik vind dit een heerlijk gevarieerd pakket. Ik ga opeens naar wedstrijden in Groesbeek, Doetinchem, Aalten of Ede. Heel leuk blijven de wedstrijden in de buurt van mooie clubs als Almkerk, Sliedrecht en Oranje Wit.” Van Yren kan slecht nee zeggen en is ook nog secretaris van de SVD, de Scheidsrechters Vereniging Drechtstreden.

Las Vegas
Zelf begon Van Yren met voetballen bij ZBC. Hij is vroeg gaan fluiten en werd jeugdtrainer bij Pelikaan en vervolgens bij Groote Lindt. Daar werd hij wedstrijdsecretaris en is nu al voor het negende jaar medeorganisator van de genoemde toernooien. Tussendoor was hij ook nog even jeugdtrainer bij ASWH en het Bredase JEKA. ,,Omdat mijn dochter op handbal zit ben ik ook in die sport bij de club Conventus wedstrijden gaan fluiten.”

Vrijwilligerswerk bij een sportclub zit Van Yren in het bloed. ,,Ik heb vorig jaar aangeven dat ik met de toernooien ging stoppen. Nadat mijn beoogd opvolger zich terugtrok, wilde ik de boel niet in de steek laten en ben doorgegaan.” Daarnaast is hij betrokken bij REFEX, een organisatie die voetbalscheidsrechters waar dan ook ter wereld uitnodigt om wedstrijden te leiden. Straks rond Hemelvaartsdag gaat Van Yren naar de Nørhalne Cup in Denemarken. Hij floot eerder al in Oslo bij de Norway Cup. Voor REFEX was hij ook actief in Las Vegas, in de Verenigde Staten.

Klik op Groote Lindt voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Groote Lindt voor meer informatie over de club.

Givairo Read: megatalent op de backpositie

0

Vorig seizoen schoot hij als een komeet door de jeugdopleiding van FC Volendam. Givairo Read begon bij de Onder 16 en eindigde bij het Jong-team in de Tweede Divisie. Daar is de zestienjarige vleugelverdediger nog steeds de jongste basiskracht. Het leverde hem onder meer een debuut in Oranje Onder 17 op. “Mijn droom is om een EK te spelen en de Champions League mee te maken. Ik heb geduld.”

Hij begon in de Onder 16, speelde in Onder 17, Onder 18 en debuteerde op 19 maart 2022 tegen ASWH in de Tweede Divisie. Givairo Read kende een stormachtig seizoen 2021/22 aan de Dijk. “In de Onder 18 heb ik maar één wedstrijd gespeeld. De kwartfinale van de KNVB Beker tegen sc Heerenveen. Zij speelden Eerste Divisie, wij Derde. Wonnen we daar met 2-1. Ik speelde goed. Een week later dacht ik opnieuw met Onder 18 mee te doen.”

“Op vrijdagavond kreeg ik een appje van de trainer dat ik met Jong FC Volendam mee moest. Zij speelden uit tegen Katwijk. Maar dat berichtje werd zo laat verstuurd dat ik al lag te slapen. De volgende ochtend werd ik wakker gebeld door een lid van de technische staf. Hij vertelde het. Een positieve verrassing, ik had nog nooit met Jong meegetraind. Ik moest me vroeg melden. Nerveus was ik niet. Voelde alleen gezonde wedstrijdspanning. Ik had niet verwacht dat het voetbal in Katwijk zo leefde. Met enorm veel supporters, vuurwerk en een prachtige beleving. Ik bleef op de bank. Vanaf die maandag trainde ik mee met Jong FC Volendam en een week later maakte ik mijn debuut.”

Read was vijftien en de jongste speler ooit van Jong FC Volendam. “Een geheim? Ik heb altijd mijn best gedaan en tracht leiderschap tonen. Weet je. Soms besef ik het niet eens. Anderen vragen ook aan me van ‘hoe voelt het?’. Ik voel me niet anders dan voorheen. Dit seizoen ben ik nog steeds de jongste, maar ik ervaar dat niet meer als speciaal. In het voorjaar van 2021 trainde ik soms zelfs mee met Onder 14. Daar kon ik mijn dribbels ontwikkelen. Nu train ik juist meer fysiek. Enkele keren per week ga ik na de veldtraining nog de gym in.”

Multifunctioneel
Hij begon dit seizoen als rechtsback, maar verhuisde eind september naar de linkerkant. “In de selectie hebben we meerdere rechtsbacks, maar geen linksachter. In het begin was het even wennen, maar door daar vaker te spelen word je alleen maar beter. Mijn linkerbeen kan ik op deze positie mooi ontwikkelen. Ik kan overal uit de voeten. Vorig seizoen in de Onder 16 begon ik als rechtsbuiten, daarna werd ik linksbuiten of stond ik achter de spitsen. Bij de Onder 13 begon ik als rechtsback en was ik daarna aanvaller. Het prettigst? Op tien is een mooie plek.” Als voorbeeld noemt hij João Cancelo, de Portugese back van Manchester City. “Niet alleen verdedigend, maar ook aanvallend goed en snel. Zijn conditie is top. Ik wil er ook naar toewerken om negentig minuten vol te kunnen gaan.”

Op 23 september debuteerde hij in Oranje. Met Onder 17 won hij een oefenduel van Ierland met 3-0. “De bondscoach (Pieter Schrassert Bert, red.) had mijn nummer aan mijn ploeggenoot Imran (Nazih, red.), die al langer international is, gevraagd. Hij wilde me als rechtsback zien. Het ging goed. Mijn moeder en broer waren erbij (in Escharen, red.). Helaas mocht ik mijn shirt niet houden. In januari is er weer een activiteit. Hopelijk word ik opnieuw opgeroepen.”

Hij deelde een kamer met Nazih en Skye Vink van Ajax. “We hebben samen bij Zeeburgia gevoetbald. Met de Onder 11 verloren we in ons laatste seizoen geen enkele wedstrijd. Terwijl we een aantal profclubs troffen. Ons hele team viel daarna uiteen en werd opgepikt door betaald voetbalclubs. Ik ontving een uitnodiging voor een trainingsstage bij FC Volendam. Ik wist dat ze voor die tijd nog een keer kwamen kijken. Daar werd ik niet nerveus van. Tijdens de wedstrijd vergat ik het zelfs. Na dat duel lieten ze weten dat ik rechtstreeks was toegelaten. Ik begon in de Onder 12.”

Read wordt elke ochtend met een busje opgehaald. “Twee keer in de week moet ik om 7.15 uur bij treinstation Amsterdam Bijlmer ArenA staan. Op maandag, dinsdag en donderdag om 7.45 uur. Dat is voor mij goed te doen. Het is twee haltes met de metro. In het busje kunnen acht jongens plaatsnemen, maar niet altijd is hij volledig gevuld. Ook Milan Engelander en Myron Mau-Assam uit mijn team stappen in. Terug kan ik vanwege mijn trainingsschema niet altijd met het busje. Moet ik vaak met de bus van Volendam naar Amsterdam Centraal en dan verder met de metro.”

De multifunctionele Amsterdammer gaat ook in Volendam naar school. “Ik volg vmbo-t op het Don Bosco College. Ik zit nu in mijn vierde jaar. Mijn eindexamenjaar. Ik ben niet bepaald een schooltype, maar ik lig goed op schema. Ik heb de vakken Nederlands, Duits, Engels, Wiskunde, Biologie en Geschiedenis in mijn pakket. Omdat ik vorig seizoen voor vier verschillende teams speelde, miste ik veel lessen. Mijn trainingstijden wisselden voortdurend. Ik ging slechts nipt over. Mijn tentamens dit jaar zijn gelukkig goed verlopen. Wat ik volgend jaar wil gaan doen? Dat weet ik nog niet.”

Hij werd geboren als Givairo Dundas. “Met de achternaam van mijn moeder. Nadat mijn ouders trouwden, heet ik Read.” De roots van zijn ouders liggen in Suriname. Hij heeft in Volendam nog geen contract. “Ik ben geduldig. Als ik goed mijn best blijf doen, komt dat vanzelf. Het heeft geen zin om me hierover druk te maken.” Met Jong FC Volendam streeft hij dit seizoen handhaving na. “Dat wordt niet gemakkelijk. We treffen veel zware ploegen. Ik vind mijn persoonlijke tegenstanders wisselend in niveau. De lastigste tot nu toe? Vince Gino Dekker van Spakenburg.” Gevraagd naar zijn toekomstdoelen, kijkt hij naar het EK. In mei staat het continentale eindtoernooi op het programma in Hongarije. “Ook droom ik ervan om in de Champions League te spelen. Natuurlijk wil ik als speler het maximale bereiken. Daar blijf ik keihard voor werken.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op FC Volendam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Volendam voor meer informatie over de club.

Rano Burger wil via OFC droom verwezenlijken

0

Rano Burger (22) hoopte bij FC Groningen het profvoetbal te halen. Hij was dichtbij en rook het eerste elftal. Maar toen het Jong-team stopte, moest hij plots weer onderaan beginnen. Na een avontuur in de Hoofdklasse is hij nu nog één niveau verwijderd van zijn droom. “Ik doe er alles aan om die stap nog te zetten”, zegt hij vastberaden.

De middenvelder van OFC uit Oostzaan groeide op in de Amsterdamse Bijlmer. Burger woonde daar tot zijn negende en verhuisde toen naar het rustigere Zaandam. “Samen met mijn moeder, zus en broers kwam ik in een flatje in de wijk Vijfhoek terecht.” Achter het appartementencomplex lag een Cruyff Court. Op dat kunstgras zette de speler zijn eerste stapjes op een voetbalveld. “Ik begon relatief laat met voetballen. Daarvoor was ik nog echt van het buitenspelen en haalde ik kattenkwaad met vriendjes uit. Ik zat nooit stil, dat kon ik absoluut niet. We lelden bijvoorbeeld graag belletje bij vreemden.”

Het trapveldje was vaak bezet door oudere jongens die de broekies niet gelijk toelieten. Daardoor weken Burger en zijn vrienden geregeld noodgedwongen uit naar een stenen pleintje vlak naast het Cruyff Court. “Soms mochten we meedoen met de groteren. Dan merkte ik dat zij ons graag erbij hadden. Dat geeft je een goed gevoel als jonkie.” Door het vertrouwen dat de middenvelder van anderen kreeg, besloot hij aan zijn moeder te vragen of hij bij een echte club mocht. Zij meldde de kleine Rano aan bij het lokale Zilvermeeuwen. “Ik begon daar als keeper. Ik was geïnspireerd geraakt door jeugdserie Galactik Football en wilde zelf ook in het doel staan.” Door toeval zette de coach hem eens in het veld. Daar bleek de krullenbol beter tot zijn recht te komen. “De eerste trainingen nog niet hoor, toen kon ik niks. Ik schoot alle ballen met de punt en liep maar ergens op het veld. Ik rende die wedstrijd echter de meeste meters van allemaal.”

Scouts
Het loopvermogen van Burger bleek zijn geheime wapen. Als keeper had hij die kwaliteit nooit hoeven tonen. Sommigen waren dan ook lichtelijk verbaasd toen hij maar sprintjes bleef trekken. Vermoeidheid leek hij niet te kennen. De middenvelder keek er zelf minder van op. “Ik behoorde bij de conditietest op school al tot de beteren en zette het ene na het andere record neer bij de piepjestest. Zoals ik al zei ‘stilzitten lukt mij nooit’. Ik ren daarom regelmatig als vrijetijdsbesteding.” Nog steeds maakt hij meerdere keren per week een rondje door de wijk en tegenwoordig is hij ook een vaste gast bij de sportschool. In de tussentijd veranderde hij van club. Zilvermeeuwen werd ingeruild voor Hellas Sport. Daar ging hij samen met vrienden voetballen. Zijn talent viel snel op en tijdens wedstrijden zaten er geregeld scouts op de tribune. “Ik hoorde van anderen dat sommigen me volgden en dan ga je als kleine jongen stiekem nadenken.” Toch maakte hij eerst nog een stap in de amateurwereld. Hij vertrok naar Zaanlandia en bleef elke vrije minuut buiten school voetballen op het Cruyff Court.

“Uiteindelijk riep de KNVB mij op voor een oefenwedstrijd met andere talenten uit de regio. Daar kreeg ik de kans om mezelf te bewijzen voor de scouts.” Hij speelde een uitstekende pot en meerdere clubs toonden interesse. Na de wedstrijd stapte zelfs een zaakwaarnemer op Burger af met de vraag of hij hem mocht vertegenwoordigen. “Samen besloten we op een aanbod van FC Groningen in te gaan. Daar zou ik met mijn kwaliteiten het beste tot mijn recht komen.” Het eerste halfjaar was een regelrechte hel voor de voetballer. Hij kwam in een gastgezin terecht en voelde zich alleen. “Ik vond het lastig om te aarden en miste mijn familie. Het liefste zat ik alleen op mijn kamer, dat voelde als de enige veilige plek. Ik vond het bijvoorbeeld lastig om naar de koelkast te lopen en daar iets uit te halen. Gelukkig woonde ik bij super lieve mensen. Zij gaven me de tijd die ik nodig had. Uiteindelijk kroop ik steeds meer uit mijn schulp en ik ben ze eeuwig dankbaar. Ik heb nu nog steeds contact met ze.”

Psychiater
De trainers van Groningen waren in het begin ook ontevreden over hun nieuwe spelertje uit Noord-Holland. Hij had altijd iets te zeggen en kwam regelmatig brutaal uit de hoek. “Blijkbaar was dat gedrag niet geoorloofd bij een BVO, maar die Amsterdamse branie zat in mij. Dat was lastig en ik heb met de clubpsychiater erover gesproken.” Na enkele gesprekken gooide Burger het roer om en dat wierp sportief zijn vruchten af. Na een training ging hij langer door om van zijn energie af te komen en hij oefende nog harder. “Dat had enerzijds met mijn ADHD te maken, maar ik werd er ook beter van.” In het begin speelde hij nog weleens als rechtsbuiten of aanvallende middenvelder. Maar de beste duels maakte de krullenbol als zes. Daar imponeerde hij. “Met mijn loopvermogen kon ik alle gaten dichtlopen en in de duels was ik fysiek sterk.” Zijn team won alle wedstrijden van de traditionele top drie en de ploeg eindigde als tweede in de jeugdcompetitie. “Vervolgens sloot ik definitief bij Jong Groningen aan en ik rook het eerste voor mijn gevoel.” Nadat de club in het hoge noorden stopte met haar beloftenteam moest hij echter plots toch weg.

Hij hoopte op een nieuwe BVO, maar het werd de Hoofdklasse. Achteraf gezien leerde Burger veel bij Purmersteijn. “Ik stond tegen fysiek sterkere mannen. Die ervaring heeft me verder gebracht.” Na één jaar in Purmerend vertrok Burger naar Almere City 021. “Helaas kwam ik net in de coronatijd waardoor ik niet voor het eerste elftal kon spelen. Toen besloot ik één stap terug te doen met de gedachte om er vervolgens weer enkele vooruit te zetten.” Hij ging naar OFC in Oostzaan. Bij zijn komst was de speler enigszins verrast door het hoge niveau en de professionaliteit. In zijn eerste jaar bij OFC pakte het team gelijk het kampioenschap in de Derde Divisie. “Er was veel interesse, maar ik wilde blijven. Helaas gaat het nu wat minder. We hebben veel pech en kampen met blessures. Toch heb ik vertrouwen dat het nog goed komt. Het seizoen is nog lang.” De voetballer, die doordeweeks pakketjes in een PostNL-busje bezorgt, hoopt na dit seizoen een stap hogerop te maken. “Dat is mijn ambitie. Op die manier wil alsnog mijn droom laten uitkomen.” (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op OFC Oostzaan voor de laatste artikelen over de club.
Klik op OFC Oostzaan voor meer informatie over de club.

Björn Schippers actief als assistent-scheidsrechter bij Prinsenland

Hoewel het ooit de bedoeling was om als voetballer het eerste van v.v. Prinsenland te halen, bleek aanhoudend blessureleed voor Bjorn Schippers helaas een flinke spelbreker. Ondanks de tegenvaller heeft hij nu als assistent-scheidsrechter tóch een rol gevonden waarmee hij zijn steentje bij het eerste team kan bijdragen.

“Het is natuurlijk niet het sportieve pad dat ik voor mezelf in gedachten had toen ik ooit begon met voetballen. Altijd bij v.v. Dinteloord en sinds de fusie bij Prinsenland. Ik wilde altijd proberen om zo hoog mogelijk te reiken, maar een vervelende liesblessure gooide op mijn vijftiende roet in het eten. Jarenlang konden ze niks vinden en ben ik ook gestopt. Ze hebben alles onderzocht maar een echte oorzaak hebben ze nooit gevonden. Vanaf mijn achttiende ben ik weer begonnen en heb ik wel gewoon gevoetbald, dus dat gaf wel enige hoop. Toen ik echter aansloot bij de O23 en ging meetrainen was dat positieve gevoel bij mij compleet weg, net zoals mijn conditie, het ritme en de snelheid. Daarop heb ik de knoop doorgehakt dat voetballen op niveau er niet meer inzit.”

Fluiten bij de jeugd deed hij al geregeld, af en toen eens vlaggen ook. Maar niet structureel. In een lager team met vrienden puur voor het plezier speelt hij nu af en toe nog wel eens mee. “Dat is leuk, maar zodra ik ook maar iets voel in de lies dan stop ik direct. Ik heb de afgelopen jaren zoveel pijn gehad en dat heeft me dusdanig belemmerd, dat ik dat niet nog een keer wil meemaken. Dan maar op een andere manier betrokken zijn bij de club, zodat ik toch het plezier van voetbal en kameraadschap kan ervaren.”

En die andere manier vond hij als assistent-scheidsrechter bij de eerste selectie, waar op dit moment ook een vijftal jeugdvrienden van Schippers actief zijn. “Nadat ik weer wat hersteld was van mijn liesblessure ben ik anderhalf jaar geleden gaan vlaggen en dat bleek ik het ook echt heel leuk te vinden. Het is bovendien een manier om toch de wedstrijdspanning en het teamgebeuren toch kan ervaren.”

”Want ook de vlagger is onderdeel van het geheel en heeft zeker zijn bijdrage op zaterdag. Je krijgt ook vanaf de kant soms het nodige naar je hoofd geslingerd, al moet ik daar dan altijd wel om lachen. Ik probeer naar eer en geweten op een eerlijke manier mijn taak uit te voeren. Dat dit door met name de supporters van de tegenpartij niet altijd zo wordt ervaren, daar kan ik uiteindelijk weinig mee. Het zijn toch echt de spelers op het veld die het resultaat bepalen en echt niet de vlagger.”

Schippers denkt wel dat in de derde klasse Prinsenland dit seizoen een prima kandidaat kan zijn om zich te mengen in de titelstrijd. “We hebben een prima groep en met de terugkeer van Ariën Pietersma ook een ervaren keeper tussen de palen. De selectie is in de breedte ook toegenomen en dus zie ik ons de race om de titel langer volhouden. Het doel is ook om kampioen te worden, daar hebben we denk ik ook wel kwaliteit voldoende voor.”

”Er zijn zo’n twintigtal jongens die allemaal op dit niveau prima uit de voeten kunnen, dus de concurrentie is groot. Hopelijk kunnen ze de ambitie ook waarmaken en kan ik er langs de lijn ook een steentje aan bijdragen. Toen ik bijna twee jaar geleden met vlaggen begon had ik nooit gedacht om dit vast te gaan doen, maar het bevalt me prima. Af en toe speel ik nog tussendoor een potje mee bij de O23, maar ik wil het risico niet teveel meer lopen om weer geblesseerd te raken. Dan zou ik ook niet kunnen vlaggen en dat wil ik kosten wat kost voorkomen.”

Klik op vv Prinsenland voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Prinsenland voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.