Home Blog

Skiongeluk als kantelpunt: doelman Verbakel koos na herstel voor Roosendaal

0

Er staat een nieuw, jong gezicht onder de lat bij Roosendaal dit seizoen. De 21-jarige Mathijs Verbakel kwam over van Baronie, waar hij de gehele opleiding doorliep. Ook maakte de doelman al zijn debuut voor de divisieclub uit Breda, maar op zoek naar meer minuten besloot hij toch een deurtje verder te kijken. „Dat was geen makkelijke beslissing.’’

 

Als Bredanaar was Verbakel helemaal op zijn plaats bij Baronie. De talentvolle keeper speelde er zijn hele voetballeven en mocht op zijn zeventiende voor het eerst meetrainen bij het eerste. „Een jaar later maakte ik mijn debuut in de Derde Divisie.’’

 

Sindsdien schipperde Verbakel altijd een beetje tussen de Onder-23 en het eerste. In december 2024 kreeg de keeper echter te maken met een zware blessure. Op skivakantie scheurde hij zijn kruisband en meniscus af. „Bij de eerste afdaling op eerste kerstdag skiede ik iets te dicht langs de rand van de piste, die was afgezet met een vangnet’’, vertelt hij. „Door een hobbeltje schoot mijn rechter ski dat net in, terwijl mijn linker ski rechtdoor ging. Daarbij verdraaide mijn knie helemaal. Het was pure pech.’’

 

Per reddingsslee werd Verbakel afgevoerd. Een jaar lang revalideren lag in het verschiet. „Zo’n lange blessure was nieuw voor me’’, zegt de doelman. „Vooral het begin vond ik zwaar, dan weet je dat je alles opnieuw moet gaan opbouwen. Eerst begon ik met drie sessies per week met de fysio, dat werden er uiteindelijk twee. Daarvoor moet je steeds weer motivatie op weten te brengen.’’

 

Na twaalf maanden begon Verbakel weer met het oppakken van het keepen. „Dat was wel even een dingetje. Ik had een blokkade in mijn hoofd bij het duiken naar rechts, omdat ik bang was op mijn rechterknie te landen. Dat heb ik op moeten bouwen door eerst op de grond te beginnen. Later ben ik pas vanuit staande positie gaan duiken. Inmiddels is dat gevoel wel helemaal weg.’’

 

Eenmaal weer wedstrijdfit maakte Verbakel zijn rentree voor de O23 van Baronie in de Tweede Divisie. „Ik heb mezelf weer helemaal kunnen optrainen en daarvoor ben ik de club erg dankbaar. Maar na mijn blessure kwam er ook het besef dat ik structureel wilde gaan spelen. In mijn hoofd was het niet duidelijk of ik daarvoor de kans zou krijgen bij Baronie.’’

 

Een maand nadat dat gevoel de kop op deed, kwam Roosendaal op de lijn, dat een vervanger zocht voor de vertrokken Giovanni van Beek. „Na een eerste gesprek heb ik twee proeftrainingen meegedraaid. Ik kreeg er een heel fijn gevoel bij: hier kan ik echt wat betekenen voor het eerste elftal. Ook werd ik met open armen ontvangen. Het was een hele lastige keuze om Baronie te verlaten – als je het me een maand daarvoor had gevraagd, had ik je voor gek verklaard – maar het gevoel dat ik kreeg bij Roosendaal maakte de keuze uiteindelijk makkelijker.’’

 

In Roosendaal trof Verbakel een team met aanvallende intenties. „Dat past bij mijn stijl van keepen: ik sta meestal wat hoger op het veld en voetbal graag mee. Het is qua niveau een stap achteruit ten opzichte van Baronie, maar seniorenvoetbal is voor mij nieuw. Ik heb dus nog veel te leren.’’

Voetbalschool Wouw gaat drukke herfstvakantie tegemoet: ‘Gaan met steeds meer clubs samenwerking aan’

0

Voetbalschool Wouw maakt zich op voor een drukke herfstvakantie. Gedurende de week organiseren ze voetbaldagen over heel West-Brabant en een voetbalkamp in eigen dorp. „Plezier staat voorop, maar we proberen wel altijd het beste uit de spelers te halen’’, zegt oprichter Jorrit Janssen (31).

 

Wil je de pupillen van jouw club een leuke en leerzame voetbaldag bieden? Dan ben je bij Voetbalschool Wouw aan het juiste adres. Bij steeds meer clubs begint dat kwartje te vallen. Vandaar dat het schema van Janssen elk jaar weer wat voller is in de herfstvakantie. „Het is natuurlijk een perfect moment voor een voetbaldag, omdat de competities stil liggen. Clubs willen iets kunnen bieden aan hun leden op zo’n moment.’’

 

Op de maandag begint Voetbalschool Wouw op drie locaties: VV Achtmaal, Cluzona uit Wouw en ODIO uit Ossendrecht. Dinsdag zijn ze te vinden in Roosendaal bij DVO’60 en bij de Tholense Boys. Op woensdag staan er zelfs vier clubs op de agenda: Alliance uit Roosendaal, RKVV METO uit Hoogerheide, VV Zwaluwe en VV Hoeven. Op donderdag en vrijdag vindt het tweedaagse voetbalkamp plaats bij Cluzona. De week wordt afgesloten bij NSV uit Nispen, met de laatste voetbaldag.

 

De voetbalschool krijgt dus te maken met veel verschillende clubs en maakt een programma op maat. „De inrichting van de dag blijft hetzelfde, maar we kijken natuurlijk naar de faciliteiten die er zijn’’, vertelt Janssen. „Ook ben je afhankelijk van het aantal kinderen dat meedoet. Soms heb je er wel vijftig, maar soms ook maar tien.’’

 

De dag ziet er als volgt uit: „We beginnen met een kennismaking’’, gaat Janssen verder. „Daarna trappen we af met onze techniektrainingen, tot aan de pauze. Daarna hebben we onze ‘fun-activiteiten’. Denk daarbij aan latje-trap, maar we hebben ook een snelheidsmeter waarmee kinderen hun topsnelheid kunnen laten meten. De dag wordt altijd afgesloten met partijvormen. Zo komen de drie pijlers terug die we bij Voetbalschool Wouw belangrijk vinden: techniek, plezier en competitiviteit.’’

 

Aan die techniektrainingen wordt constant gesleuteld bij Voetbalschool Wouw. Buiten de voetbaldagen en -kampen verzorgt de school namelijk ook een wekelijkse training (op vrijdag) op het complex van Cluzona. „We zijn altijd bezig met nieuwe dribbel, pass- en trapoefeningen. Zo zorgen we ervoor dat we de spelers die al drie, vier jaar met ons trainen iets nieuws kunnen bieden. Je zult ze toch moeten uitdagen. Deze oefeningen nemen we mee naar onze evenementen.’’

 

De wekelijkse training is bedoeld voor kinderen die een stapje extra willen zetten in hun voetbalontwikkeling. „Vaak komen ouders naar ons toe met gerichte verbeterpunten, waar zij extra begeleiding voor zoeken’’, vertelt Janssen. „Daar kunnen wij bij helpen. We hebben vier vaste trainers, waaronder ikzelf, met allemaal een eigen expertise en coachingstijl.’’

 

Ook op het gebied van uitstraling heeft Voetbalschool Wouw het goed voor elkaar. Alle trainers en spelers zijn herkenbaar aan de kleding van de voetbalschool, bedrukt door Druk ’t by Marieke. Dat bedrijf, gerund door de vrouw van Janssen, verzorgt niet alleen de merchandise van Voetbalschool Wouw, maar bedrukt ook trainingspakken en shirts voor clubs en teams uit de regio.

Tijs is bij Gastel aanvaller, maar bij TIC keeper: ‘Wil mijn keepersniveau op peil houden’

Tijs Horsthuis (11) traint al langer bij voetbalschool TIC Sports dan hij zelf kan herinneren. Hij was net tweeënhalf toen zijn ouders hem aanmeldden voor het peutergroepje. „Hij had veel energie, trapte thuis al tegen een balletje aan en kon zijn evenwicht goed bewaren”, vertelt vader Dré. Sindsdien is Tijs niet meer weggegaan.

Bij het peutervoetbal ging het nog nauwelijks om echt voetballen. „Ze liepen rondom pionnetjes, gooiden en trapten een balletje: het ging spelenderwijs”, legt Dré uit. Zelf voetbalde hij vroeger bij Baronie, waarna hij overstapte naar het basketbal. „Het moest in ieder geval een balsport worden”, lacht hij, als het gaat over hoe de keuze van Tijs op voetbal is gevallen.

Inmiddels woont het gezin al 22 jaar in Oud Gastel, waar Dré met zijn vrouw naartoe verhuisde. Tijs speelt – logischerwijs – bij SC Gastel. Daar zit hij in de JO12-1. Het eerste team waar hij kon instromen was de JO7, maar de jonge Gastelse voetballer was dus al veel eerder bezig met een bal. Daarom besloten zijn ouders hem bij TIC aan te melden.

Bij zijn club is hij een echte allrounder: hij speelt op de tien, links- en rechtsvoor. Bij TIC staat hij op een hele andere positie: onder de lat. „Ik ben begonnen als voetballer en dat wil ik niet loslaten. Maar ik wil mijn keepersniveau ook op peil houden”, vertelt Tijs, die bij Gastel de tweede keeper is. De vaste keeper speelde een tijdje bij NAC, maar miste zijn vriendjes en keerde terug. „Hij is wat verder in het keepen dan ik.”

Tijs kwam in aanraking met keepen in de JO9. „We wisselden per kwart wedstrijd van keeper”, vertelt hij. „Ik vond het altijd leuk, maar keepte niet veel en trainde er ook niet echt voor.”

Sinds dit jaar pakt hij het serieuzer aan, mede dankzij TIC. Daar zit Tijs namelijk in het JO12-team van het Talententraject. De trainers van TIC scouten ieder jaar binnen hun voetbalschool en selecteren een groep spelers die deel mogen nemen. Dat groepje kan in dit team nog een extra stap zetten in hun ontwikkeling.

„We hebben een extra training in de week en spelen vier of vijf oefenwedstrijden in het jaar. Zo kan ik toch nog wat minuten maken onder de lat’’, vertelt Tijs. Zijn vader vult aan: „Het is een team voor spelers die qua niveau net tussen hun eigen club en een club als RBC inzitten. Dat gat proberen ze met dit team te dichten.’’

In de meivakantie gaat Tijs ieder jaar met een groep TIC-leden op voetbalreis naar Spanje. Met zo’n 24 kinderen en hun ouders wordt er twee keer per dag getraind, op het strand en op het veld. Tijs ging vier van de vijf edities mee. „We hebben daar een groepje kinderen en ouders aan overgehouden die we gerust vrienden kunnen noemen, van buiten ons eigen dorp en club”, vertelt Dré. „Een soort TIC-familie.”

Diezelfde sfeer heerst volgens Dré het hele jaar door. „Daar gebeurt nooit wat qua opstootjes of ruzies. Er is altijd veel respect, onderling en richting de trainers.” Die goede sfeer was er ook op het tienjarige jubileumfeest van TIC afgelopen zomer. „Voor Tijs is dat precies de reden waarom hij zich al negen jaar thuis voelt bij TIC. Morgen staat er weer een privétraining op de planning, hè’’, sluit Dré lachend af.

Tax (12) al voor het tweede jaar aanvoerder bij RBC: ‘Zo makkelijk was het’

0

Voor Ferre Tax is het dit seizoen alweer zijn tweede jaar met de aanvoerdersband om de arm bij RBC. De 12-jarige verdediger uit Wernhout werd captain omdat hij al veel bezig is met het aansturen van zijn teamgenoten vanuit de achterste linie. Zelf stond hij er niet lang bij stil. „De trainer zei dat ik aanvoerder werd. Zo makkelijk was het.”

Ferre komt oorspronkelijk uit Achtmaal, waar hij ook zijn eerste balletjes trapte bij VV Achtmaal. Na een verhuizing naar Wernhout stapte hij over naar VV Wernhout. Op zijn achtste meldden zijn ouders hem aan voor een talentendag bij RBC. „We deden oefeningen in groepjes”, herinnert Ferre zich, die later bericht kreeg dat hij een goede indruk achter had gelaten. „Ze wilden me opnieuw een keer zien voetballen, dus heb ik nog een keer meegedaan met een proeftraining.”

Na zijn tweede proeftraining was RBC overtuigd: Ferre mocht in de Onder-9 van de Roosendalers komen voetballen. Een flink stuk van huis voor de jonge voetballer. Zelf heeft-ie er geen problemen mee: inmiddels staat zijn leven grotendeels in het teken van voetballen. Ferre zit namelijk op Topsport Talentschool ‘t Rijks in Bergen op Zoom in twee havo.

Sinds vorig jaar is deze school verplicht voor RBC-jeugdspelers vanaf de JO13, als onderdeel van de topsportsamenwerking tussen de club en de school. Twee keer per week, op dinsdag- en donderdagochtend, traint Ferre in de ochtend op het sportcomplex van vv DOSKO, waarna de groep gezamenlijk doorreist naar school. Die trainingen worden grotendeels verzorgd door zijn eigen trainer Perry Bierkens. „Hij is er wel meestal bij, maar valt soms ook een keer uit voor werk.”

Op het veld is Ferre een centrale verdediger in hart en nieren. Waar zijn kwaliteiten liggen? „Meer in het verdedigende”, omschrijft hij zijn rol. „Duels winnen en dat soort dingen.” Bierkens ziet nog meer kwaliteiten: „Hij overziet vanuit de achterlinie de boel het spelletje goed en kan zijn ploeggenoten aansturen”, vertelt de trainer, die hem daarom een geschikte aanvoerder vindt. Al voelde het voor Ferre zelf dus vooral als een logisch gevolg van hoe hij toch al speelt, meer dan als een bewuste rol die hij op zich nam.

Dit is zijn eerste seizoen bij de JO14 en de groep bevalt hem goed. Twee ploeggenoten vertrokken afgelopen zomer naar FC Dordrecht, maar er kwamen ook weer nieuwe jongens bij. Toch is de kern van het team grotendeels hetzelfde gebleven. „Het is een leuk team”, vindt Ferre, die er inmiddels al de nodige vrienden aan heeft overgehouden.

De eerste wedstrijden van het seizoen zijn inmiddels gespeeld, en dat ging naar zijn gevoel wisselend. „Prima, maar het kon altijd wel beter.” Waar dat aan lag? „Vooral aan de concentratie”, antwoordt Ferre.

Het speelt zijn team vooral in het begin van de wedstrijd parten. „We starten vaak niet zo goed.” Ook bij het eerste competitieduel met VV Smitshoek was dat het geval, hoewel de ploeg wel een punt overhield (3-3 gelijk). Op dat concentratiepunt zit de trainer dan ook fel bovenop, bevestigt Ferre. Als aanvoerder is het aan hem om die boodschap mede uit te dragen richting zijn ploeggenoten.

Bakker overdag, ‘s middags trainer bij de kabouters: ‘Het past precies’

0

Sinds vorig seizoen zijn er weer kabouters actief bij NSV uit Nispen. Een mooie ontwikkeling, die de aanwas van de club ten goede kan gaan komen. „Het karakter is erg vrijblijvend. Plezier maken is het allerbelangrijkste, dat stond bij mijzelf ook altijd voorop’’, vertelt trainer Stef Suijkerbuijk (32).

Bas Antens, huidig trainer RSV 1 en woonachtig in Nispen, zocht vorig jaar een plek waar zijn zoontje kennis kon maken met voetbal. Die was er in het dorp niet. Op zijn initiatief werd er na jaren van afwezigheid bij NSV weer een team voor de jongste jeugd opgericht. Antens leidde de trainingen een half jaar, maar kwam er toen achter dat het toch lastig te combineren viel met zijn andere bezigheden. „Op dat moment heb ik het overgenomen’’, legt Suijkerbuijk uit.

Het oudste zoontje van Suijkerbuijk speelde namelijk bij de kabouters en hijzelf hielp geregeld mee bij de trainingen. Daarnaast had Suijkerbuijk al trainerservaring opgedaan bij de E’tjes en de dames van NSV. „Via school kwamen we erachter dat er een kabouterteam zou worden opgericht’’, vertelt hij. „Ik dacht: als ik toch kom kijken, kan ik net zo goed helpen.’’

Het trainen van de kabouters paste bij Suijkerbuijk wél goed in zijn dagelijks leven. Samen met zijn moeder en broertje runt hij de vierde generatie van de familiebakkerij. Zijn ritme is daardoor omgedraaid: hij slaapt tot een uur of twee ‘s nachts en werkt daarna tot een uur of twaalf. „Overdag en in de namiddag heb ik de tijd. Daarnaast spelen de kinderen nog geen wedstrijden op zaterdag. Dat komt voor mij goed uit, want dan moet ik werken.”

Voetballen zit er bij Suijkerbuijk al van jongs af aan in. Hij speelde sinds zijn vijfde bij NSV, tot hij afgelopen zomer stopte. „Ik was nooit echt een talent, moest het hebben van mijn werklust.” Bij de senioren speelde hij het langst in het tweede, maar ook een jaartje in het eerste en op het eind in het derde. Door zijn werk en drie kleine kinderen moest hij daar afgelopen zomer stoppen. „Mijn vrouw vond het niet leuk dat ik hele zondagen weg was”, lacht hij.

De kabouters van NSV begonnen vorig seizoen met zo’n vijftien kinderen, waarvan er zeven afhaakten, maar er ook weer tien nieuwe bij kwamen. Dit jaar staat er weer een hele nieuwe groep. Zo stroomden er velen door naar de nieuwe JO7, waaronder Suijkerbuijks zoontje. De nieuwe groep telt zo’n acht à tien kabouters, waaronder zijn dochtertje.

Serieus trainen werkt niet bij deze leeftijd, ontdekte Suijkerbuijk al snel. In plaats daarvan verzon hij, samen met zijn vrouw die in het speciaal onderwijs werkt en met behulp van voorbeelden van andere clubs, spelletjes waarin voetbal speels aan bod komt. „Neem bijvoorbeeld het dierenspel, waarbij ik een dier omroep en de kinderen dat moeten uitbeelden terwijl ze dribbelen. De olifant maakt grote stappen en de muis kleintjes. Of neem het piratenspel, waarbij ik pionnen wegzet als kastelen, en de kinderen daar als piraten op moeten schieten.”

Het karakter blijft vrijblijvend. „Als ze willen komen kijken of voetballen, mag dat. Het is een kennismaking met voetbal en teamsport, meer niet. Vinden ze het niet leuk, dan is dat niet erg want ze zitten nergens aan vast. Plezier staat voorop, dat moet overal de norm zijn.”

Kruisland houdt jeugd vast met creatieve teamindeling: ‘Puzzelstukjes vallen in elkaar’

0

Bij SC Kruisland dreigde een groepje kinderen tussen de 11 en 14 jaar tussen wal en schip te vallen. Door een dunne spoeling qua spelers en geschikte trainers was het lastig om voor dit groepje een oplossing te vinden, maar dankzij volhardende inzet van jeugdsecretaris Charissa Burgwal en ouders lukte dat toch. „Ondanks het hobbelige pad er naartoe, vallen de puzzelstukjes uiteindelijk toch in elkaar”, aldus voorzitter Gijsbert Bos.

Het is onvermijdelijk: kinderen worden ouder, gaan naar de middelbare school en krijgen vriendjes en vriendinnetjes uit andere dorpen. „We zagen helaas een aantal spelers vertrekken naar andere verenigingen om daar te gaan spelen met vriendjes”, vertelt Bos.

„Als je al krap zit en er vallen drie of vier spelers weg, zit je met een probleem”, gaat de voorzitter verder. „Bij ons gebeurde dat ook nog in een leeftijdscategorie waarin de stap van klein naar groot veld wordt gemaakt: waar je in de JO12 nog genoeg hebt aan acht tot tien spelers, moet je vanaf de JO13 opeens naar vijftien spelers toe.”

Het resultaat: Kruisland had nét te weinig spelers voor een volwaardige JO13 en JO15. „Daarom hebben we kinderen met vrij uiteenlopende leeftijden in een team moeten zetten”, legt Bos uit. „Een paar uit het voormalige JO12-team waren nog geschikt voor de JO11 en zijn teruggegaan. De oudste kinderen uit het vorige JO14-team hebben we naar de JO17 geschoven. De overgebleven spelers uit beide groepjes hebben we gecombineerd tot een nieuwe JO14.”

De leeftijden in het team lopen ver uiteen: er zitten kinderen van 14 tussen, die dispensatie kregen, maar ook een kind dat nog 12 moet worden. „We vonden het belangrijk om deze kinderen aan het voetballen te houden bij onze club, dus dan moet je creatief zijn”, vindt Bos. „Daarvoor credits naar Charissa (Burgwal, red.), die zich hierin heeft vastgebeten en niet meer heeft losgelaten.”

Het werk van de jeugdsecretaris stopte daar niet: er moest ook nog begeleiding komen voor de nieuwe JO14. „We zien vaak dat teams getraind worden door een van de vaders”, legt Bos uit. „In dit geval zat er geen ouder bij met ervaring en/of tijd daarvoor.”

Burgwal ging daarom in gesprek met de ouders en was open over de situatie: vanuit de club was het niet mogelijk om een trainer te regelen. „Via hun netwerk kwamen de ouders op de proppen met een trainer van buitenaf, die een van de trainingen voor zijn rekening wilde nemen”, schetst Bos. „De andere training werd eerst begeleid door de ouders zelf. Later hebben we een speler uit het vierde bereid gevonden die training over te nemen.”

Voor de wedstrijddagen heeft een vader de taak van vaste coach op zich genomen. Het fluiten en vlaggen wordt door andere vaders om en om gedaan. Zo is er met de nodige creativiteit toch geschikte begeleiding geregeld voor de JO14. Een hobbelige, maar leerzame weg, vindt Bos.

„De tip naar andere verenigingen in een vergelijkbare situatie: geef niet zomaar op, wees open richting ouders en begin onder de mogelijkheden die er zijn’’, gaat hij verder. „Na verloop van tijd blijkt het netwerk groter dan gedacht en vallen de puzzelstukjes toch in elkaar.” Burgwal vult aan: „We zijn erg blij dat alle ouders en betrokkenen de mouwen hebben opgestroopt. Zonder hen was dit zeker niet gelukt.’’

FC Moerstraten krijgt tweede jeugdteam: ‘Ze hebben het er de hele dag over’

0

FC Moerstraten heeft er weer een jeugdteam bij. In de zomer werd de nieuwe JO7 ingeschreven bij de KNVB, waarmee de dorpsclub nu twee jeugdploegen heeft. De eerste wedstrijdjes zijn achter de rug en leider Jeffrey Dekkers (36) ziet veel enthousiasme. „Ze hebben het er de hele dag over.”

De nieuwe JO7 ontstond uit het initiatief van Dekkers en Frank Bierbooms, wiens zoon en dochter in het team zitten. Samen wilden ze een team oprichten voor kinderen om voor het eerst in aanraking te komen met voetbal bij FC Moerstraten. „We zijn bij kennissen gaan rondvragen of hun kinderen mee wilden doen. Uiteindelijk kregen een we een groepje bij elkaar.”

„Eerst hebben we een jaar lang alleen getraind, op woensdagavond een uurtje”, gaat Dekkers verder. „Voor kinderen van vijf is er al genoeg te doen, met zwemles en school. Wedstrijden in het weekend erbij is dan veel. We wilden eerst kijken of ze het spelletje leuk genoeg vonden om er mee door te gaan.”

En dat bleek: uiteindelijk wilden alle kinderen ook echt op voetbal blijven. Afgelopen zomer kwam er ook nieuwe aanwas bij, waardoor het groepje van zeven is gegroeid naar tien. „Dat waren kinderen van vijf, die ook weer eerst alleen meetrainen”, legt Dekkers uit. „Bij de wedstrijden spelen alleen de zeven kinderen die zes jaar oud zijn.”

Het overgrote deel van de kinderen woont niet in Moerstraten zelf, maar heeft wel een band met het dorp en de club. Dekkers woont zelf ook in Wouw, maar voetbalt nog wel in het zondagteam van Moerstraten, dat in de vijfde reserveklasse uitkomt. „Je kunt er ook voor kiezen je kind in Wouw of Steenbergen op voetbal te zetten, maar het is leuk om ze bij dezelfde club te zien spelen waar je zelf ook ooit bent begonnen. Alle ouders kennen elkaar onderling, wat het ook gezellig maakt.”

Contributie wordt er wel gevraagd, maar dat mag van Dekkers geen naam hebben: 25 euro per kind. „Het moet vooral een vrijblijvende, vrijwillige aangelegenheid blijven, zonder al te veel verplichtingen.’’

Inmiddels heeft het team twee speelweekenden achter de rug en die bevielen uitstekend. Vier verenigingen komen dan samen op één sportpark, waarbij elk team drie wedstrijdjes van een kwartiertje speelt. Officieel wordt er vier tegen vier gevoetbald, al mag dat ook met vijf of zes spelertjes per kant. Bij een achterstand van drie doelpunten mag de tegenstander een extra spelertje inzetten. De begeleiding ligt bij de leiders zelf: „Ieder coacht vanaf zijn eigen kant van het veld. Als de bal uitgaat, wordt er eerlijk gezegd wie hem mag nemen.”

De eerste wedstrijddag mocht FC Moerstraten zelf organiseren, inclusief die wedstrijdbegeleiding. „Scoren vinden ze al mooi genoeg, ongeacht de uitslag. Maar ik vond dat het goed opging tot nu toe.” Het enthousiasme is ook thuis goed te merken, aldus Dekkers: „De kinderen praten er de hele dag over na.”

De jeugdafdeling van Moerstraten groeit inmiddels breder dan alleen de JO7. Deze zomer startte onder leiding van Sanne Veraart namelijk ook een groepje driejarigen, dat inmiddels met vier kinderen traint. Bij de JO7 heeft Dekkers er afgelopen zomer een helpende hand bijgekregen: Francis Raats stapte in als mede-begeleider.

DVO’60 zet jeugd centraal: ‘Wat is er goed voor het kind?’

0

DVO’60 heeft de jeugdafdeling de afgelopen jaren zien groeien. En dat was nodig: de Roosendaalse club kampte met een dunne spoeling in de bovenbouw. Inmiddels zit er iets meer spek op de botten. Jeugdcommissaris Edwin van Osch over het beleid erachter: „We hebben de kinderen centraal gezet.”

Op verzoek van het bestuur schreef Van Osch een technisch beleidsplan: een handvest om als club op terug te kunnen vallen. „Het voetballen staat voorop, maar we zijn ook een familieclub waar plezier centraal staat. Het vlaggenschip is ons visitekaartje, daar heerst een prestatieklimaat. Bij de rest staat dat op een iets lager pitje, maar spelen we een leuk potje voetbal, waarbij je zowel kunt presteren als plezier hebt.”

Om werk te maken van het nieuwe beleid begon Van Osch twee jaar geleden met het aanpakken van de totstandkoming van teamindelingen. „Er werd te veel gestuurd op dat ouders het leuk hadden met elkaar. We moesten beter kijken naar de kinderen zelf: vonden zij het wel leuk? Als een kind te goed is, of het juist niet kan bijbenen, moeten we hem plaatsen in een team dat wél bij zijn of haar niveau past. De vraag moet altijd zijn: wat is er goed voor het kind?”

Dat leidde tot wisselingen die in het begin niet altijd soepel verliepen. „Ouders werden soms krampachtig als we hun kind naar een ander team wilden plaatsen. We hebben veel gepraat met trainers en leiders en zijn stapsgewijs aan de slag gegaan, we willen ook weer niet die club zijn die elk jaar alle teams op de schop gooit.”

„elke maand krijgen we nieuwe aanmeldingen’’, gaat Van Osch verder. „We zijn creatief geweest met het opzetten van extra teams, zodat nieuwe kinderen konden aansluiten en gemixt werden met kinderen die er al zaten. Het komt steeds vaker voor dat een kind wel mag meetrainen, maar dat we die geen speeltijd kunnen beloven omdat de teams vol zitten. Dat was een aantal jaar geleden heel anders.” Het familiegevoel van de club is daarin ook een factor volgens Van Osch: naast het voetbal organiseert de club onder meer uitjes naar de bioscoop, toernooien en een kerstbingo.

De grootste uitdaging blijft de bovenbouw. Kinderen gaan naar andere scholen, krijgen bijbanen en andere interesses. „Met maar één team per leeftijdscategorie ben je kwetsbaar. Veel clubs van vier- à vijfhonderd leden hebben daar last van en moeten soms een hele lichting opheffen.”

Bij DVO’60 gaat het in ieder geval de goede kant op. „Een jaar geleden hadden we vier teams in de bovenbouw, nu zijn dat er zes’’, vertelt Van Osch. „Twee keer een O13, twee keer een O14, één O15 en één O19. Dat we nu in twee lichtingen twee teams hebben is erg mooi. We zijn er als club actief mee bezig om de banden tussen die teams aan te halen, zodat er een gevoel van saamhorigheid ontstaat. Zo kunnen ze elkaar te hulp schieten als er spelers tekort zijn bij een van de twee.’’

De instroom in de bovenbouw is volgens Van Osch vooral te danken aan goede mond-op-mond-reclame. „We benaderen niemand actief, maar via schoolvrienden maken kinderen de overstap naar ons. Spelers komen onze kant op voor de mix tussen plezier en presteren.”