Home Blog Pagina 1410

Mario Meijer wil ‘sleeping giant’ CKC wakker maken

Mario Meijer had, nadat hij zijn vertrek bij de amateurs van Excelsior bekendmaakte, de luxe om uit twee ‘mooie’ clubs te kiezen. CKC won de strijd en de oefenmeester uit Capelle-West tekende aan de Giraffestraat in Rotterdam-Kralingse Veer een contract voor twee jaar. “Ik wil hier echt iets neerzetten.”

Twee oude geliefden tussen wie de liefde weer in alle hevigheid is opgebloeid: zo kan de hernieuwde samenwerking tussen CKC en Mario Meijer ook worden gezien. Voordat Meijer voor vijf jaar trainer werd van de ‘sportclub’ Excelsior, was hij hard op weg om de Arsene Wenger van CKC te worden. “Ik heb acht mooie jaren gehad”, zegt Meijer. “Zoiets houdt je natuurlijk in je achterhoofd.”

Maar ook het aanbod van DCV was aanlokkelijk. In Krimpen kon hij aan de slag in een duo-baan met Ronald Klinkenberg. “Als een soort veldtrainer. Ik heb daar goed over nagedacht. Mijn zoons spelen daar en dat leek me niet handig. De belangrijkste reden om voor CKC te kiezen was dat ik ook zelf eindverantwoordelijk wil zijn.”

Hij verliet CKC in 2013 toen het nog een zondagclub was. “Vijf jaar lijkt kort, maar in voetballerij kunnen het vele lichtjaren zijn”, weet Meijer, die al 23 jaar in vaste dienst is als verzorger en hersteltrainer van de profs van Excelsior. “In mijn vorige periode zijn we met CKC twee keer gepromoveerd. Een derde keer, vlak voor mijn vertrek, lukte net niet.”

CKC heeft inmiddels de overstap gemaakt naar de zaterdag. Daar moet het beginnen op het laagste niveau, de vierde klasse. “Ik hoop dat ze nog promoveren, anders moet het volgend seizoen gebeuren”, is Meijer stellig. “De club heeft ambities. Er staat een goede basis met een jonge ploeg en een redelijk goede jeugdopleiding. Ik zie CKC echt als een ‘sleeping giant’, waarvan het nu tijd is dat die wakker wordt gemaakt.”

Aan korte termijnprojecten doet Meijer niet, vandaar dat hij meteen voor twee seizoenen tekende. “Ik wil wel iets neerzetten en daar heb je langere tijd voor nodig.”

Ook bij Excelsior kon hij beginnen aan nieuw project. “Dat zou dan voor de derde keer in zes jaar zijn geweest. Het huidige elftal valt uit elkaar en als je dan verder gaat moet je dat wel doen met honderd procent drive. Daar had ik mijn twijfels over.”

“Toen ik bij Excelsior kwam, was de hoofdmacht in eerste instantie een opleidingselftal. Met spelers van onder achttien jaar en spelers die eerstejaar senior waren. In het eerste jaar zijn we meteen gepromoveerd naar de derde klasse. Door de komst van een beloftenploeg bij Excelsior is de status van het elftal veranderd. We hebben een nieuw team samengesteld met spelers uit de regio en daarmee zijn we ook weer gepromoveerd naar de derde klasse. Vorig seizoen hebben we daar een keurig seizoen gedraaid en zijn we in de top5 geëindigd, dit seizoen hebben we het moeilijker, al zijn we ons wel aan het herpakken na de winterstop.”

Hij stapt dus komende zomer over van de ene naar de andere geliefde. “Bij zowel Excelsior als CKC heb ik hetzelfde gevoel. De mensen maken de club en die geven je altijd een warm welkom.”

CvdW: WSV Well – Adri Sprong

Adri Sprong is al sinds 1985 betrokken bij het bestuur van WSV Well. Hij is niet meer weg te denken bij de club. Tot twee jaar geleden was hij nog secretaris, nu is hij voorzitter van de club. Daarnaast heeft hij ook jarenlang bij de club gevoetbald. Het blijft niet alleen bij het voorzitterschap, want hij fluit ook nog eens op zaterdag de Dames 1 van WSV Well en is hij altijd regelmatig trainer geweest van de jeugd.

In 1968 kwam Adri terecht bij de club als voetballer. Hij heeft altijd bij de lage senioren gevoetbald, de laatste vijftien jaar waren bij de veteranen en nu is hij gestopt. Adri woont inmiddels al meer dan 30 jaar niet meer in Well, maar de clubliefde is altijd gebleven. ‘’Ik heb liefde voor de club, liefde voor het spelletje en vind het gewoon een hele gezellige club waar ik graag iets voor doe en dat doe ik al jaren met heel veel plezier, aldus Adri.

Op 25-jarige leeftijd is hij begonnen met het werk als secretaris. De toenmalige voorzitter kwam naar Adri toe en zei hem: ‘’Adri, ik heb een leuk baantje voor jou, het kost maar een uurtje in de week!’’. Adri hoefde er niet lang over na te denken, en zei meteen ‘ja’. Hij vindt het belangrijk dat leden iets terug doen voor de club. Dat uurtje werd trouwens uiteindelijk ‘iets’ meer, vertelde Adri met een lach.

Elke zaterdag begint zijn dag om twaalf uur en eindigt Adri zijn dag pas om halfacht in de avond. Meestal komt er zelfs nog een avond bij, dat ligt dan net aan hoe het uit komt. Adri zijn kinderen zijn ook betrokken bij de club. Zijn drie dochters hebben allemaal achter de bar gestaan, en zijn zoon voetbalt nog.

Adri vindt het heel normaal dat als je lid bent van een club, dat je iets terugdoet. ‘’Iedereen is lid van een vereniging, en dat wil zeggen dat je iets samendoet, dus je hebt ook een soort sociale contributie te betalen, naast je gewone contributie, zegt Adri. Naast het recht op sporten vindt Adri ook dat je een sociale verplichting hebt richting je club, hoe klein dat dan ook is. Mensen denken tegenwoordig dat een club een sportschool is, je betaald contributie je doet je ding en gaat weer weg. Wij zijn geen sportschool, wij zijn een vereniging, maar dat besef is er bij de moderne mens wat minder. Dit zal ongetwijfeld niet alleen bij onze club zo zijn.

Adri hoopt het voorzitterschap nog een aantal jaren te kunnen doen. Ik hoop in sportief opzicht een gezonde verenging achter te laten. Daarmee bedoeld Adri een goed eerste elftal en voldoende doorstroom vanuit de jeugd. De jeugd moet ervoor zorgen dat het eerste elftal zich kan handhaven en moet ervoor zorgen dat de andere teams van de club genoeg toevoer van spelers krijgen, en dat is nu best lastig te verzorgen.

Adri hoopt dat het eerste elftal het linker rijtje haalt, met misschien een periodetitel. Dat gebeurde ook drie jaar geleden, alleen werd toen de promotie/degradatie wedstrijd naar de derde klasse verloren. Dat seizoen was wel geweldig, heel de club leefde op. Je voelde gewoon dat de mensen op de club tijdens dat seizoen enthousiaster en vrolijker werden. Het eerste elftal moet draaien, dan loopt alles wat soepeler. Daarom hoopt Adri dat ze dit volgend seizoen ook laten zien.

In de toekomst hoop Adri op meer leden, want dat is in deze tijd steeds moeilijk te vinden. Er zijn in deze tijd zoveel sporten te vinden en zoveel verschillende clubs. Maar WSV Well is gewoon een hele gezellige sociale club, die heel veel doet voor de jeugd en leden. We proberen niet alleen een club te zijn, maar ook het sociale hart van het plaatsje Well.

Trots na handhaving op hoogste niveau

De kennismaking was niet erg hartelijk, met een 8-0 nederlaag tegen DTS. Maar daarna was het genieten voor SSS in de topklasse. De debutant uit Klaaswaal handhaafde zich glansrijk. ,,We kunnen alleen maar tevreden terugkijken’’, reageert oefenmeester Michel Visser die na de zomer begint aan zijn tweede seizoen bij SSS.

KLAASWAAL – In zijn selectie had Visser slechts één speelster die wist wat haar zo ongeveer te wachten stond in de topklasse: oud-international en voormalig ADO-speelster Jeanine van Dalen. ,,En op één versterking na stond er precies dezelfde groep als die een jaar geleden promotie naar de topklasse heeft afgedwongen’’, vertelt Visser. Het vergroot de trots in het vrouwenvoetbalbolwerk. Al brak het gebrek aan ervaring soms op, weet Visser. ,,Er waren wedstrijden waarin we in de slotfase punten verspeelden, maar je zag gewoon dat dat niet was gebeurd als we iets meer ervaring hadden gehad. We kunnen dus niet zeggen dat we het maximale eruit hebben gehaald, maar daar klagen we absoluut niet over. We hebben het op een mooie manier gered.’’

Tussen clubs als Ter Leede, Saestum en de reserves van ADO Den Haag en PEC Zwolle draaide SSS uit Klaaswaal toch maar mooi mee. ,,Als dat lukt, weet je ook waar je het op de trainingen voor doet. We pakten ook op de juiste momenten de punten. De eerste wedstrijd was niet leuk. We verloren met 8-0 van DTS. Geen hartelijk welkom dus. Maar na een wedstrijd of vier, vijf, zag je toch dat wij zeker niet de gedoodverfde degradatiekandidaat zouden zijn. We begonnen punten te pakken. Belangrijk, want je gaat het niet redden als je het hele seizoen achter de feiten aanloopt. Dat we echt meedraaiden gaf de speelsters ook steeds meer het vertrouwen dat we iets te zoeken hadden in de topklasse. Als dat lukt, is het ook gewoon genieten. Het meest van dat je in de topklasse terugziet waar je doordeweeks op de trainingen aan werkt. Op het hoogste niveau van Nederland.’’

Na de eerste ervaringen in de topklasse is Visser ervan overtuigd dat SSS tot meer in staat is. ,,Het moet mogelijk zijn om een stabiele topklasser te worden’’, zegt hij. Dat het vrouwenvoetbal in de breedte groeit bij de dorpsclub, is dan ook van groot belang. Het tweede elftal dwong als nieuwkomer in de tweede klasse direct een plek af in de nacompetitie om promotie. ,,Het is onze intentie om het niveau van het tweede team dichter naar dat van het eerste elftal te brengen. Dat is beter voor de ontwikkeling van jonge speelsters en biedt een fijnere achtervang.’’ Ook worden de mogelijkheden voor een derde vrouwenelftal onderzocht, zodat ook speelsters met een meer recreatieve inslag onderdak (blijven) vinden bij SSS. ,,Qua vrouwenvoetbal zijn we in de regio al best toonaangevend. Ook in de jeugd groeit het en je wilt speelsters die doorstromen naar de senioren ook de kans bieden om recreatief te blijven voetballen, zoals dat bij de mannen ook mogelijk is. Teams die één keer per week, één keer per twee weken of helemaal niet trainen en gewoon een balletje trappen.’’Het zijn ontwikkelingen die Visser al doen smachten naar het volgende seizoen. ,,Laat het ze thuis maar niet horen, maar ik kan niet wachten tot het augustus is’’, grapt hij. Al wachten hem dan buiten SSS ook genoeg andere uitdagingen, zoals een trainerscursus en gezinsuitbreiding. ,,Ik ben er klaar voor’’, besluit Visser strijdvaardig.

,,Vrienden en gezelligheid trekt mij dan toch net wat meer dan het spelniveau”

De droom: ooit voetballen in de hoofdklasse. Teun Rentmeester (30) vocht er jarenlang voor. Ooit in het shirt van Kloetinge, de laatste seizoenen in het tricot van GOES. En juist op het moment suprême verleidde zijn jeugdliefde hem weer.

Want na een prachtige nacompetitiereeks promoveerde GOES – met aanvoerder Rentmeester achterin als belangrijke schakel – naar de hoofdklasse. In de reguliere competitie werd de club tweede, op twaalf punten achterstand van Baronie. Op zijn beurt had Goes weer vijftien punten voorsprong op Brabantia. ,,En zo tegen het einde van de competitie speel je dan nergens meer voor. Dan kost het op de training soms wat moeite om te presteren, maar dat kan gebeuren”, zo spreekt Rentmeester over die periode. GOES kon rustig toeleven naar de nacompetitie, en daar had het achteraf gezien profijt van. ,,Er stonden een aantal spelers op, zoals Steve Schalkwijk en Remon de Vlieger. Remon had het niet altijd makkelijk; veel blessures, net geen vertrouwen. Ik heb er vaak met ‘m over gesproken. Mooi om te zien dat iemand het dan vervolgens zo goed doet.”

Laatste transferdag
Ook zag Rentmeester zijn toenmalige trainer John Karelse groeien in zijn rol. ,,In het begin kon je heel duidelijk merken dat het uit het profvoetbal kwam. Hij heeft zich wel wat meer richting de amateurs weten toe te werken. Zeker de laatste periode ging dat hartstikke goed en wist hij zich makkelijker tussen de spelers te mengen.”
Karelse vertrok echter naar Vlissingen, zoals Rentmeester koos voor Nieuwdorp. ,,Ik had echt wel graag in de hoofdklasse gespeeld, maar had mijn jawoord al gegeven aan Nieuwdorp. Op de laatste ‘transferdag’ kwam zelfs Kloetinge nog voorbij, dat een opvolger zocht voor Julius Bliek (vertrok naar FC Dordrecht, red.). Toch ben ik blij met m’n overstap.”

Café
Want de Nieuwdorper miste zijn clubje. ,,Vrienden en gezelligheid trekt mij dan toch net wat meer dan het spelniveau. En het zondagvoetbal beviel me ook niet altijd. De dag ervoor ging ik vaak bij Nieuwdorp kijken, dan blijf je wat in de kantine hangen, ga je nog met wat jongens naar het café, en dan moet je er toch rekening mee houden. Wat ik wel mis: het niveau en de aanwezigheid op training. Bij Nieuwdorp is de selectie uiteraard smaller waardoor er op trainingen minder gretigheid is.”

Gebroken arm
Die gretigheid is er overduidelijk wel tijden de wedstrijden. Nieuwdorp ging de winterstop in als de nummer twee van de tweede klasse zaterdag. Rentmeester zelf miste de herstart van de competitie door een gebroken arm. ,,Toch hoop ik de laatste maanden van het seizoen nog mijn steentje bij te dragen. We gaan er alles aan doen om zo hoog mogelijk te eindigen.”

Ferdi Scheurwater gaat zeker nog jaartje door bij SVS’65

Ferdi Scheurwater gaat in Spijk al richting de 250 wedstrijden en begon bij de club toen SVS’65 net naar de derde klasse was gepromoveerd. ,,Dat was voor ons niet te doen. Wij zijn gedegradeerd en daarna met trainers als Teus Jacobs, Jan Klijn, Glenn Calor en nu Henk Donga vierdeklasser gebleven.’’

SPIJK – ,,Het beste jaar was onder Glenn Calor toen wij een keer veertig punten haalden en vijfde eindigden, ongekend.” De laatste jaren zijn er wat spelers van GJS gekomen. ,,Dat helpt ons wel mee hoor, want zonder die gasten van buitenaf gaan wij het natuurlijk niet redden. Mijn broer Ruben en ik zijn op jonge leeftijd van GJS naar SVS’65 gegaan. Leuke club, lekker kleinschalig. Ze moeten het wel van jongens zoals wij hebben, want als ik zo tel hoeveel jongens er nu echt uit Spijk in het eerste elftal uitkomen, kom ik tot drie. De rest zijn Gorcumers, maar horen er hier inmiddels wel bij. Zelf ben ik vanaf mijn achttiende jaar al twaalf jaar bij de club. Dan ben je wel een beetje van Spijk.”

Ferdi Scheurwater – hij maakt al deel uit van het bestuur van de club – plakt er straks bij het sfeervolle SVS’65 nog een seizoen aan vast. Dat geldt waarschijnlijk ook voor Bennie Boeijink en Jorn Meijerink, want die stoppen er ook een keer mee. Verder is de groep nog betrekkelijk jong. ,,Ik kijk uit naar de nieuwe trainer, José van der Ven. Lijkt mij een heel geschikte vent voor onze club. Mogelijk is er op termijn voor mij een rol in de begeleiding van het eerste elftal, op welk vlak dan ook, weggelegd.”

Ambitie
José van der Ven wordt in de zomer de nieuwe trainer van SVS’65. De Dussenaar volgt Henk Donga op, die de ploeg vanaf augustus leidt. Donga vond emplooi bij de reserves van Nieuw-Lekkerland. Van der Ven komt in een andere wereld. Hij is voor het tweede seizoen assistent-trainer van Clemens Bastiaansen bij zaterdag-hoofdklasser Achilles Veen. Een club met ambitie om eindelijk de stap naar de derde divisie te maken. De ambities in Spijk liggen heel ergens anders, werd Van der Ven in een aantal gesprekken met de beleidsbepalers van de club duidelijk. ,,Ik kreeg al meteen het gevoel bij een echte sfeerclub binnen te stappen. Vergelijkbaar met Dussense Boys, waar ik lang speler was en later ook als trainer actief was. Nog altijd houd ik mij daar bezig met het technisch beleid. SVS’65 is absoluut een soort gelijke club. Een club die al jaren haar zaakjes goed op orde heeft en niet het onmogelijke van een trainer verlangt.”

Bij SVS’65 komt er een goede lichting jeugdspelers aan en daar kan Van der Ven, die eerder trainer was bij DVVC (Dongen), Waspik, Veerse Boys, Boeimeer en Dussense Boys, mee aan de slag. ,,De mensen zijn erg enthousiast en mogelijk kan ik ze helpen een volgende stap te maken. Nu zijn ze nog middenmoter maar er zit wellicht meer in.” Van der Ven is een gezelligheidsmens. ,,Ik ben onder de indruk van hun kantine. Wat een sfeer, met al die voetbalshirtjes en sjaals aan de wanden. Belangrijk, want met een goede sfeer komen ook de resultaten.”

Nick van Westerop wil mountainbike gaan gebruiken

“Ik hoop wel dat we erin blijven”, zei Nick van Westerop voor de laatste competitiewedstrijd van Van Nispen op bezoek bij Altior in Langeraar. “Ik neem niet graag afscheid met degradatie. Dat zou ik wel erg vinden.”

Het gevreesde doemscenario bleef voor de 29-jarige verdediger van de club uit De Zilk gelukkig uit. Van Nispen verloor weliswaar van Altior (3-2), maar omdat Bernardus tegen RKDES bleef steken op een gelijkspel kon toch het sein veilig worden gegeven. Daardoor kan Van Westerop met een gerust hart zijn voetbalschoenen opbergen.

“Ik had aan het begin van het seizoen al aangegeven dat dit mijn laatste seizoen zou worden”, zegt de routinier. “Twee keer trainen in de week, elke zondag een wedstrijd. Het werd steeds meer een verplichting dan dat ik er echt plezier uithaalde. Ik moest me soms naar de training slepen. Als ik er eenmaal was, vond ik het ook best wel leuk, maar ik merkte aan mezelf dat ik tijd wilde besteden aan andere dingen. Je eigen keuzes bepalen. Zelf bepalen wanneer je met de mountainbike de duinen bij Noordwijk ingaat. Ik heb hier in de schuur een mountainbike liggen die ik nauwelijks gebruikt heb.”

“Vergeet niet dat ik al vijftien jaar aan selectievoetbal doe”, reageert hij als hem wordt gevraagd waarom hij op relatief jonge leeftijd stopt. “Ik was vijftien toen ik al basisspeler was van Van Nispen 1. Dat was meer uit nood geboren, want in dat seizoen degradeerden we met maar vijf punten uit de derde klasse.”

Hij speelde zich in die periode wel in de kijker van de grotere clubs. Hij was zeventien jaar toen hij op advies van huidig Noordwijk-trainer Kees Zethof de overstap maakte naar VVSB in Noordwijkerhout. “Kees was toen trainer van Van Nispen. Hij raadde mij het aan om de stap te maken. Ik heb er geen spijt van gehad. Ik heb een paar mooie jaren gehad bij VVSB. De stap naar het eerste elftal heb ik niet kunnen maken, maar ik heb wel een glorieperiode van het tweede elftal meegemaakt met kampioenschappen, de beker en het landskampioenschap voor reserve-elftallen. Op een gegeven moment heb ik een half jaar stage gelopen op Curaçao en dat bevorderde mijn kansen bij VVSB ook niet. Na drie jaar ben ik teruggegaan naar Van Nispen.”

In De Zilk zette zijn trainers hem vaak neer in de verdediging. “In het tweede seizoen heb ik nog op het middenveld gespeeld, ook in een meer verdedigende rol. In alle andere seizoenen stond ik centraal achterin. Ik heb de aanvoerdersband overgenomen van Mike van der Linden die vierhonderd wedstrijden voor Van Nispen 1 had gespeeld.”

Hij beschouwt de promotie van de vierde naar de derde klasse als het sportieve hoogtepunt. “Voor een kleine club als Van Nispen is de derde klasse het hoogst haalbare. De vijver waaruit wij spelers moeten vissen is klein. Blessures en schorsingen komen bij ons altijd harder aan. Dat zie je dit seizoen. De selectie is te smal om al die afwezigen op te vangen. We zaten in de lift qua eindklassering, want we zijn  de afgelopen drie seizoenen zevende, zesde en vijfde geëindigd. Die lijn hebben we helaas niet kunnen doortrekken.”

Ted Schimmel en Rook Eland: cultuurbewakers van Seolto

Hoofdtrainer Jack Beusenberg is bij Seolto erg blij dat Ted Schimmel en Rook Eland deel uitmaken van zijn technische staf. De twee bevriende clubmannen kennen de ins en outs van de zaterdagvereniging en lopen weg met alle spelers van de selectie. “We hebben allebei een oranje hart.”

Met de borst vooruit lopen Rook Eland en Ted Schimmel gestoken in hun dikke, donderblauwe trainersjassen door het clubgebouw van Seolto. Op deze zaterdagmiddag ruikt het in de knusse kantine naar verse koffie en frituurvet en buiten genieten vele toeschouwers van het winterzonnetje en van voetbalwedstrijden. Het duo geniet zichtbaar van de vele jonge kinderen, voetbalmoeders en senioren die over sportpark De Meeren dartelen. “Kijk om je heen: de vereniging bruist”, zeggen de twee als ze even later aanschuiven voor een gesprek over hun geliefde Seolto. Het eerst team speelt deze middag een thuiswedstrijd en dus waren de twee al op tijd aanwezig aan Westrand 9 in Zevenbergen. “Als elftalleiders nemen we onze verantwoordelijkheid”, zegt Ted. “We zorgen ervoor dat de materialen op orde zijn voor de jongens en dat we genoeg tijd hebben om met iedereen even een praatje te maken. Dat hoort ook bij onze rol.”

Hoofdtrainer Jack Beusenberg is blij dat hij deze twee echte Seolto-mannen aan zijn zijde heeft. “Ze kennen de club en de spelers als geen ander. Als er iets speelt binnen de spelersgroep of binnen de vereniging, dan vangen zij dit direct op en communiceren ze dit naar mij toe. Er zijn bijna nooit problemen, maar kleine akkefietjes hebben we op deze manier snel uit de wereld geholpen, dat is fijn.” Omgekeerd zijn de twee heren ook tevreden over hun samenwerking met Beusenberg. “De trainer is de beste uit de regio”, vindt Rook. “Hij leert de jongens ontzettend veel en is heel direct in zijn communicatie. Over communiceren gesproken: Ted hier naast me belt hem elke dag wel op.” Zijn buurman begint te lachen. “Ja dat klopt. We praten veel over Seolto, maar ook over koetjes en kalfjes, dat is ook gezellig.”

Zowel Rook als Eland voetbalde vele jaren in het klassieke oranje Seolto-shirt en daarnaast staan ze sinds jaar en dag al klaar voor de klassieke zaterdagclub. “We hebben samen alles meegemaakt. Promoties en degradaties met ons eerste team, prachtige feesten zoals het vijftigjarig bestaan en ook trieste momenten, zoals het overlijden van echte clubmensen”, zegt Rook. “Ook zijn we door de jaren heen driemaal verhuisd met Seolto”, vult zijn maatje Ted aan. “Toen we het centrum van Zevenbergen verlieten, dachten we dat dit onze vereniging niet ten goede zou komen. Maar inmiddels zitten we alweer 22 jaar op sportpark De Meeren en kunnen we concluderen dat het goed gaat met de club.”

Bij Seolto zijn de zaken goed geregeld en dat is mede te danken aan goede sponsoren. Nieuwe jeugdspelers krijgen een compleet kledingpakket aangeboden en ook de selectiespelers lopen er keurig bij. “De uitstraling van de club is erg goed en bovendien hebben wij de reputatie van een nette vereniging”, zegt Rook. Iedereen is welkom bij ons en bijna niemand verlaat Seolto. Dat zegt wel iets.” Zijzelf zijn wel de laatste twee die Seolto ooit zullen verlaten. “Dan moeten er wel hele gekke dingen gebeuren”, stelt Ted. “Rook en ik hebben beiden een oranje hart.”

CvdW: WSV Well – Introductie

Deze editie is WSV Well de Club van de Week. Deze week zullen er meerdere interviews worden afgenomen met betrokkenen bij de club uit Well. In deze interviews zullen de betrokkenen meer vertellen over o.a. hun rol binnen de club, hoe ze bij WSV Well betrokken zijn geraakt, het afgelopen seizoen en uiteraard wordt er ook vooruitgeblikt op het aankomende seizoen.

WSV Well is een amateurclub uit Well die opgericht is op 21 Juni 1947. Het eerste elftal speelde afgelopen seizoen in de Vierde Klasse waar ze op de elfde plaats eindigde. WSV Well telt 5 seniorenteams (waarvan 1 damesteam), 2 juniorenteams (waarvan 1 meisjes) en 6 pupillenteams (waarvan 1 meisjesteam). De club speelt op sportpark De Hoef in Well.

In het eerste bestuur werden gekozen: Karel van Diggelen (voorzitter), Hesterus Groeneveld (secretaris) en Wout Bouwman (penningmeester). Deze bestuursleden namen het voortouw en trokken als het ware de voetbalvereniging Well uit de grond. Dhr. Piet Rooijens, lid sinds 1946 en Ries Kreemers, een van de aanwezigen bij de oprichting, waren eind jaren 50 een van die bestuursleden. De voorzitter toen was Aart de Koning.

Naast een voorzitter heeft elke vereniging ook een secretaris en penningmeester nodig. Het secretariaat werd vanaf 1958 respectievelijk gevoerd door Diel van Loon, Johan van den Bogert, Henk Baks, Piet Benschop (ere-lid), Jo Vermeulen en vanaf 1985 tot 2016 door Adri Sprong.Op de ledenvergadering van 15 november werd mevrouw Fieke Vugs in het bestuur gekozen en nam zij het secretariaat over.

GVV start met 35-plus team op vrijdagavonden

Een primeur bij GVV: volgend seizoen start de club met een 35-plus team. Het brein achter het nieuwe team is Carlo de Bruin, die leider wordt van het nieuwe groepje. ‘Hoop op mooie vrijdagavonden op het veld én in de kantine.’

Eens in de pakweg drie weken een paar potjes spelen op een half veld en hierna de kantine induiken: dat is het idee achter 35-plusvoetbal. Voor dat soort teams heeft de KNVB speciale competities opgezet. Op vrijdagavonden wordt er zeven tegen zeven gespeeld. “Vaak speel je duels op één avond en daarna ben je twee of drie weken vrij.” Het zijn de woorden van Carlo de Bruin. Hij is de initiatiefnemer achter het idee om met GVV mee te doen aan deze competitie. “Ik was leider van het vierde team, een elftal op leeftijd. Veel mannen hebben niet meer wekelijks de tijd om te spelen en daarom zien ze de 35-pluscompetitie wel zitten”, zegt de clubman. “Nu kunnen sommige jongens een balletje blijven trappen en mannen die al gestopt waren hun hobby weer oppakken.”

Opvallend: De Bruin zelf is pas 32 jaar. “Ik ga dan zelf ook niet meedoen dus”, benadrukt hij. “Ik word de coach. Mijn vrienden hebben wel de leeftijd van 35 bereikt of overschreden, maar ik ben nog maar een jonkie”, lacht hij. Dat ‘jonkie’ kan overigens zelf helaas niet meer voetballen door een oude knieblessure. “Daar is niets aan te doen, maar toch ben ik altijd een echte GVV’er gebleven”, zegt De Bruin. “Als leider ben ik altijd betrokken gebleven bij de club en nog steeds kom ik er wekelijks een biertje drinken op donderdagavond. En vanaf volgend jaar ben ik dus ook regelmatig op vrijdagavond op de club te vinden.”

Momenteel heeft De Bruin een mannetje of negen al verzameld voor het nieuwe team en hij hoopt dat nog meer spelers zich aanmelden. “Iedereen van 35 jaar of ouder is welkom om mee te komen voetballen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Er zijn altijd wel afmeldingen, daarom is het belangrijk om een grote selectie te hebben”, zo blikt de kersverse leider van GVV 35-plus vooruit op het nieuwe seizoen. Aanmelden kan via de site van GVV.

‘Enorm knap wat we met de dames van OVV’67 presteren’

OVV’67 heeft slechts ongeveer 300 leden, maar spreekt op het gebied van damesvoetbal in de regio een behoorlijk woordje mee. Het eerste team van die tak presteert namelijk erg goed in de sterke eerste klasse, tot tevredenheid van trainer Patrick van Biezen.

Eigenlijk was Patrick van Biezen al gestopt als trainer. Hij vond het welletjes nadat hij zich meer dan tien jaar in verschillende functies had ingezet voor SCO uit Oosterhout. Maar toen hij een belletje kreeg van OVV’67, trok hij vorig seizoen het trainingspak toch weer aan. “Ik had nog nooit een damesteam getraind en was benieuwd naar die ervaring. Die stap is me erg goed bevallen. Vanaf dag één voelde ik me al thuis bij de club, die erg gezellig en gemoedelijk is. Het plezier is bij OVV’67 erg belangrijk, maar zeker de damesteams presteren behoorlijk goed.”

OVV’67 heeft drie damesteams en één meisjesteam, de MO13-1. “Ik ben trainer van het eerste damesteam, waarmee we al twee jaar goed presteren in de landelijke eerste klasse. Maar ik bekommer me ook zeker om de andere vrouwenteams, waarmee het ook goed gaat. De trainingsopkomst is overal hoog en aan inzet en plezier is geen gebrek”, aldus Van Biezen. Vooral de prestaties van het eerste team van Van Biezen gooien hoge ogen. OVV’67 Dames 1 speelt in de landelijke eerste klasse en presteert daarin prima. “We treffen veel grotere clubs en reizen het hele land door, maar doen voor weinig teams onder.”

Die goede prestaties komen natuurlijk niet uit de lucht vallen, benadrukt de trotse trainer. “We trainen tweemaal in de week erg fanatiek en ik eis veel discipline van de speelsters”, legt Van Biezen uit. “Bovendien is alles goed geregeld bij de club. Mede door trouwe sponsoren als DTS uit Etten-Leur kunnen we bijvoorbeeld per bus naar verre uitduels reizen en activiteiten organiseren als de training wegens slechte weersomstandigheden niet door kan gaan.”

Na dit seizoen is de kans groot dat Van Biezen er een derde jaar achteraan plakt bij OVV’67. “Ik denk dat we nog veel beter kunnen worden met deze groep, sowieso zit het met de toekomst van het meisjesvoetbal wel goed bij de club”, stelt de trainer. “Een paar talentvolle meisjes spelen nu nog in jongensteams en sluiten later bij ons aan en over een paar jaar geldt dat hopelijk ook voor de talentvolle speelsters van de MO13-1.”