Home Blog Pagina 448

Errol Sint Jago nieuwe Hoofd Jeugd Opleiding MOC’17

Hij had al een enorme staat van dienst binnen de geledingen van MOC’17, maar sinds dit seizoen heeft de Bergse derdeklasser Errol Sint Jago weten vast te leggen als nieuwe Hoofd Jeugd Opleiding (HJO).

“Daar zijn we enorm blij mee, dat Errol in deze rol de jeugdopleiding van de club gaan vormgeven Want hij heeft een uitgebreide schat aan ervaring als  profvoetballer, trainer (UEFA A), KNVB voetbaldocent, aangevuld met KNVB Hoofdopleiding C-niveau en Instructeur Advanced ASM, het Athletic Skills Model. Dat maakt hem voor ons als MOC’17 de juiste man op de juiste plaats”, zegt Roland Ruijters, die sinds begin 2022 de rol van Hoofd Technische Zaken vervult.

De HJO is een nieuwe functie binnen de club en we zijn er van overtuigd dat Errol daar op de juiste wijze vorm aan zal geven. De HJO heeft als doelstelling om samen met de TC-coördinatoren de jeugdtrainers binnen MOC’17 verder te ontwikkelen. Door het opleiden, begeleiden en ondersteunen van trainers zorgt een HJO indirect voor een verbeterde ontwikkeling van spelers binnen MOC’17. Errol zal daarbij tevens een belangrijke rol gaan spelen bij het door ontwikkelen van het jeugdvoetbalbeleid in lijn met de technische voetbalvisie van MOC’17.

Sint Jago is afkomstig uit Bonaire, Caribisch Nederland, waar hij ook heeft gewerkt als sportambtenaar. Daarna was hij van 2003 tot 2015 docent bij de KNVB. Op tal van verschillende niveaus en in verschillende functies heeft Sint Jago door de jaren als coach gewerkt. Regiocoach, Clubcoach, Talentcoach, Kadercoach in de regio Zeeland, Roosendaal en Dordrecht. In District Zuid 1 was hij bovendien Projectmedewerker en Voetbaldocent  niveau 2 en 3. Verder was de voetbalman docent /instructeur Worldcoach voor de KNVB in het buitenland. Vanuit het KNVB Worldcoach ontwikkelingsprogramma verzorgde hij destijds tal cursussen op de eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten. Sinds 2019 is hij in het bezit van het diploma KNVB Hoofd Opleiding C.

Bij MOC’17 was Errol jarenlang verantwoordelijk voor de coaching en begeleiding binnen de damesafdeling. Dit seizoen ligt de focus volgens Ruijters voor de HJO bij de gehele jeugdopleiding van de club. “Met zijn ervaring is het de bedoeling om de technische afdeling van MOC’17 te gaan ondersteunen en zodoende het voetbalniveau bij de jeugd naar een hoger niveau te brengen.”

Bij de start van zijn rol als HJO was hij duidelijk over hoe hij aan zijn nieuwe taak invulling zal geven.

”Ik ben al een tijd verbonden bij de vrouwen en meiden afdeling van MOC’17 als begeleider.

Gedurende deze periode heb ik samen met de commissie vrouwen/meiden aandacht besteed aan

een betere structuur binnen deze afdeling. Komend seizoen zal ik als HJO binnen de vereniging MOC’17 gaan fungeren binnen de jongens afdeling. Er verandert veel in het voetbal en je moet bij blijven. Daarbij kijken bij de jeugd naar andere manieren van training geven, het begeleiden en ondersteunen van kaderleden. Het zal geen makkelijke taak worden en alle kaderleden van de verschillende categorieën zullen hierin een zeer belangrijke rol gaan spelen. MOC’17 is een familieclub, dat betekent dat we het samen gaan oppakken.”

Klik op MOC’17 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op MOC’17 voor meer informatie over de club.

Martijn Koolen wacht geduldig op zijn kans bij Grenswachters

Met Peter van Oirschot als nieuwe trainer (hij keerde na vijf seizoenen bij competitiegenoot ODIO terug op het oude nest), zag op dit moment Martijn Koolen (22) zijn speelminuten bij RKSV Grenswachters flink teruglopen. Toch heeft de jonge verdediger het bij de Puttense vierdeklasser nog altijd prima naar zijn zin. ‘Ik speel nu vooral in het tweede elftal, want ik wil gewoon voetballen en dan maakt het voor mij niet uit waar.’

Natuurlijk speelt de centrale verdediger het liefste bij het eerste elftal, maar de nieuwe trainer heeft voor een andere speelwijze gekozen. “Vorig seizoen speelde ik als centrale man in een driemansverdediging. Deze trainer speelt met vier verdedigers en daarin maakt hij andere keuzes in de opstelling. Maar ik ben niet de persoon die daarover echt moeilijk doet. Ik heb nog voldoende te bewijzen en het is aan mij om de trainer te overtuigen tijdens de trainingen en de wedstrijden bij het tweede. Het viel wel even tegen dat de keuze niet op mij viel en dat ik daardoor minder speelminuten in het eerste maak. Maar ook bij het tweede elftal spelen een hoop vrienden waarmee ik in de jeugd ook heb gespeeld, dus ook daar heb ik het prima naar de zin.”

Het niveau van de vierde klasse kan de rechtsbenige verdediger naar eigen zeggen zeker aan. “Dat heb ik vorig seizoen denk ik ook laten zien. Ik heb in het begin van dit seizoen wat wedstrijden op de bank gezeten bij het eerste, maar dan heb ik gewoon te weinig ritme. Daarop heb ik aangegeven eerst bij het tweede te willen voetballen en als de nood daar is sluit ik daarna aan bij het eerste. Want ik ben een speler die deze wedstrijdminuten wel nodig heeft.”

Bij het tweede speelt hij nu vooral rechtsback, de positie waar hij in de viermansverdediging nu bij het eerste geregeld is ingevallen. “Ik ben van origine een centrale verdediger, maar voor mij maakt de positie in het elftal niet zo heel veel uit. Als ik speel vind ik het prima, want als je wel twee keer traint en dan in het weekend niet of nauwelijks voetbalt. Nee, dat is niks voor mij. Ik blijf er wel gewoon voor gaan, want ook in het tweede spelen is zéker geen straf.”

Koolen speelt al sinds zijn vijfde op sportpark De Buizerd en doorliep er alle jeugdlichtingen en is nu sinds een paar seizoenen vaste klant bij de eerste selectie. “Ik heb nu even een stapje terug gedaan om hopelijk straks weer een stap vooruit te zetten. Het klinkt cliché, maar zo zie ik het ook echt. Ik ben teveel een clubjongen om de handdoek in de ring te gooien als het minder loopt of om elders te gaan voetballen nu de keus even niet op mij valt. Daarvoor heb ik hier teveel vriendschappen opgebouwd en betekent de club teveel voor me. Het is alleen wennen, dat ik nu wat vroeger op zondag uit de veren moet om te spelen met het tweede. Het enige wat ik nu kan doen is om op trainingen te proberen de trainer te overtuigen om voor mij te kiezen in de toekomst.”

Want overtuigd van zijn kansen en aankomende speelminuten is Koolen zonder twijfel. “Tijdens een seizoen komt er altijd een moment dat je de kans krijgt. Als dat moment daar is, dan moet ik er staan en moet ik zorgen dat de trainer me laat staan. Verdedigend staat het nu bij het eerste ook goed en is er geen reden voor Peter om dat te veranderen. Ik ben geduldig en wacht af wanneer mijn kans komt om mijn sportieve bijdrage te kunnen leveren.”

Klik op vv Grenswachters voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Grenswachters voor meer informatie over de club.

‘Spelen in de veteranencompetitie is leuk om te kunnen doen’

Wat doe je als je d dertig bent gepasseerd, nog graag wilt voetballen, maar niet meer de drang hebt om wekelijks volle bak te trainen? Dan is een stap naar een lager elftal of wellicht de veteranen een prima optie. Bij Nieuw Borgvliet koos een groep generatiegenoten en oud-spelers van het eerste elftal voor allebei, waardoor ze nu op donderdagavond en zondagmiddag actief zijn.

Sebastiaan Tempelaars (42) is één van de actievelingen uit de groep oud-spelers, die voorheen in het eerste zondagteam speelden. Naast dat ze nu in een lager team spelen op zondag, binden ze op donderdagavonden de strijd aan tegen andere veteranenteams in competitieverband. “Dat is geweldig leuk om te doen. Spelers die je vroeger tegenkwam in de competitie met het eerste elftal, die tref je nu op donderdagavond en dat is echt gezellig. Je haalt herinneringen op met elkaar, terwijl je daarnaast ook wel gewoon sportief een potje voetbalt. En het fanatisme is er bij iedereen nog altijd wel, want wel willen toch gewoon zo goed mogelijk presteren.”

De vader van Sebastiaan, Sjaak Tempelaars, is voorzitter en bovendien ook coach/begeleider van het veteranenteam. “Dat is voor mij ook wel bijzonder. Toch leuk dat hij op deze manier zo betrokken is en blijft. Zelf heb ik toch mijn zevenendertigste in het eerste elftal gespeeld en daarna ben ik langzaamaan in lagere elftallen gaan spelen. Sinds we nu op donderdagavond spelen, trainen we niet meer. Want die wedstrijd is, samen met de wedstrijd op zondag wel meer dan voldoende. Het herstelt allemaal wat minder snel en soepel, maar het is gewoon nog zo ongekend leuk om te doen…”

Tempelaars speelt dus wekelijks ook nog op zondagochtend in het zevende van Nieuw Borgvliet, dat inmiddels een seniorenafdeling heeft met ácht heren- twee veteranen- en een damesteam. “We doen het zeker niet slecht als vereniging. En die veteranencompetitie in een 7×7 is echt heel leuk. We zitten in een poule met zes teams en spelen uit en thuiswedstrijden. Maar dan wel dubbel, dus in totaal spelen we tegen elke ploeg vier keer. Dat is het enige wat jammer is, want als de tegenstand dan wat minder is dan is dat voor beide teams niet leuk. We doen nu voor het vierde jaar mee en vorig seizoen zijn we glansrijk kampioen geworden, waarop we hadden gevraagd om een niveau hoger ingedeeld te worden. We zitten in de Zuidwesthoek-poule, wel een andere poule maar niet op een hoger niveau en dat is wel zonde.”

En hoewel Nieuw Borgvliet dit seizoen in op hetzelfde niveau is ingedeeld dan waar ze vorig jaar zo overtuigend kampioen werden, zal het wellicht flink aanpoten worden op het huzarenstukje te herhalen. “Het niveauverschil tussen de teams is soms groot, maar dat we opnieuw ‘eventjes’ kampioen gaan worden, dat is absoluut geen zekerheid. Onder andere bij Grenswachters zijn een groep spelers gestopt bij het eerste en die spelen nu ook mee bij de veteranen. Die zijn een stuk jonger dan wij en die zijn flink versterkt. We moeten dus flink aan de bak om de prestaties van vorig jaar te evenaren. Een leuke uitdaging in elk geval, die we met plezier willen aangaan.”

Klik op RKVV Nieuw Borgvliet voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RKVV Nieuw Borgvliet voor meer informatie over de club.

Gezondheid en veiligheid in de gemeente Zwijndrecht vergroten

Vanuit het oogpunt van gezondheid en veiligheid ontstond bij de gemeente Zwijndrecht tijdens de coronaperiode de wens om beweegvoorzieningen te plaatsen in de openbare ruimte. De gemeente is hiermee aan de slag gegaan. Het resultaat is een parcours met zeven prachtige beweegvoorzieningen in het Develpark.

Tijdens de lockdowns was sporten lastig. Door beweegvoorzieningen in de openbare ruimte te plaatsen kon er toch gesport worden op een veilige manier. Goed voor lichaam en geest. Daarnaast bleek er een groeiende behoefte aan een beweegvriendelijke woonomgeving. Op vier plaatsen in Zwijndrecht zijn het afgelopen jaar beweegtoestellen geplaatst, waaronder zeven beweegtoestellen in het Develpark. De beweegtoestellen zijn op proef. Na een jaar gaat de gemeente kijken of de toestellen definitief kunnen blijven.

Voor jong en oud en tussenin
Ook na de coronacrisis bleek dat mensen graag wilden blijven sporten in de buitenlucht. De beweegtoestellen in het Develpark waren in eerste instantie vooral voor jongeren bedoeld.  Maar al snel bleek dat niet alleen jongeren, maar eigenlijk mensen van vrijwel alle leeftijdscategorieën gebruik maakten van de toestellen.

Bewegen voor iedereen
De gemeente heeft de sporttoestellen bewust gesitueerd aan de rand van het park. Het park is vrij (gratis) toegankelijk en wordt door inwoners gebruikt om te recreëren. De plaatsing van de beweegtoestellen verhoogt niet alleen de aantrekkelijkheid van het park, het draagt ook bij aan welzijn en gezondheid. Voor de gemeente is dit een belangrijk thema: sporten en bewegen moet voor iedereen mogelijk zijn. De beweegtoestellen in de openbare ruimte dragen hieraan bij. Maak jij er al gebruik van?

Klik op Zwijndrecht voor de laatste artikelen over de regio.
Klik op Zwijndrecht voor meer informatie over de gemeente.

AFC-spits Melvin Platje verliefd op Indonesië

0

In Indonesië moest oud-prof Melvin Platje (33) zich noodgedwongen weleens op de grond in de buitenlucht omkleden. Op het gloednieuwe trainingscomplex van zijn nieuwe ploeg AFC uit Amsterdam zal dat de spits niet meer overkomen. “Toch mis ik het eiland stiekem”, erkent de Amsterdamse zomeraanwinst.

Rond etenstijd spreken we af met Melvin Platje. De spits van AFC heeft een bijna oneindige schat aan ervaringen en verhalen waaruit hij kan putten. “Ik heb inderdaad het een en ander meegemaakt”, lacht hij. Maar voordat hij begint te vertellen over zijn unieke loopbaan, schuift hij eerst nog snel wat eten naar binnen. Indonesisch natuurlijk. Kip met rijst in het geval van vanavond. “Het Aziatische eten is gewoon heel lekker”, grijnst hij. “Verwacht bij ons thuis niet snel iets van stamppot of snert. Mijn vrouw kan heerlijk Arabisch koken en daar zit veel meer smaak aan”, vertelt de voetballer genietend van zijn eerste hap rijst.

Het leven
AFC is een nieuw hoofdstuk in het dikke boek van Platje zijn leven. De hoge kantoorgebouwen rondom het veld in Amsterdam herinneren hem aan de wolkenkrabbers van Bakoe. Daar sieren grote gebouwen de eindeloze moderne boulevards. “Het was net Dubai.” De Azerbeidjaanse hoofdstad is één van de vele steden waar hij zijn sporen achterliet. De aanvaller zag heel Europa. Hij concurreerde met vier andere spitsen in Duitsland en vertoefde twee maanden in Zweden. In België degradeerde hij en in Azerbeidzjan maakte de afmaker kennis met een schreeuwende en dreigende president. “Hij zegt in de rust opeens ‘als je niet scoort, lig je eruit’. Ik bleef doelpuntloos dat duel, twee maanden later ontbond hij mijn contract.” In de jaren daarvoor schoot hij in Nederland voor ‘het andere Oranje’ (FC Volendam) en NEC uit alle standpunten raak. “Bij Bali United en politieclub Bhayangkara FC lukte dat wederom. In Indonesië had ik een uiterst succesvolle periode.”

Vier jaar speelde hij in Indonesië. Platje won twee landstitels en speelde in de Aziatische Champions League. “Het is ontzettend moeilijk om daar te slagen en ik ben trots dat het mij gelukt is.” Zijn successen vielen meer Nederlandse voetballers op. Tientallen spelers uit de Eredivisie benaderden de aanvaller met de vraag of hij kon helpen met een overstap naar het Aziatische land. “Dat was in de meeste gevallen niet mogelijk. Het is voor buitenlandse profs erg lastig om daar aan de bak te komen. Clubs mogen slechts enkele spelers met een niet-Indonesische nationaliteit in het team hebben”, legt hij uit.

Mensen
Platje was één van de weinigen die het geluk wel aan zijn zijde had. De fans van Bali United zijn daar nog steeds dolblij mee. De spits veranderde op het eiland van een cultheld tot clubheld. Hij heeft honderdveertigduizend volgers op Instagram en één fan vernoemde zelfs een kind naar de aanvaller. Trouwe supporters dragen de spits nog steeds op handen en eigenlijk mist de rechtspoot hen ook. “De mensen zijn heerlijk relaxed. Alles gaat lekker op z’n gemakkie. Niks afspraak hier, afspraak daar en niks stress. Dat lag me wel.” De tribunes zaten tijdens wedstrijden vol met meer dan twintigduizend toeschouwers. De speler wist de eerste keer niet wat hij meemaakte. “Het was een gekkenhuis en als je eens de bal verspeelde, bleven ze positief. Dat is bijna niet voor te stellen.”

Samen met zijn vrouw en kinderen woonde Platje in een riante villa met zwembad. “Het was geweldig. We hadden zelfs een nanny, schoonmaker en privéchauffeur. We leefden echt het leven.” Hij miste wel zijn familie en vrienden in die jaren. “Dat is het grote nadeel als je zo ver weg woont en je kampt ook nog eens met een tijdverschil van zeven uur.” Daarom besloot de spits het afgelopen seizoen dat hij terug wilde keren naar Nederland. “Op een gegeven moment moet je kiezen voor de kleintjes. Zij willen opa en oma ook weer eens knuffelen. Daarnaast is het voor mij belangrijk om ook aan mijn maatschappelijke carrière te gaan werken.” De aanvaller kreeg verschillende aanbiedingen van clubs uit de Keuken Kampioen Divisie en Tweede Divisie. “Bij AFC voelde het gelijk goed.” Vriend Nick van der Velden, oud-teamgenoot bij Bali United, is tegenwoordig assistent-trainer bij de Amsterdamse amateurclub op de Zuidas. Mede daardoor klikte het gelijk tussen club en speler. “Ik was gelijk op mijn plek. Ze hebben een professionele accommodatie en alles is supergoed geregeld. Als speler kom je hier niets tekort.”

Wennen
Bij zijn terugkomst in Nederland, een halfjaar geleden, rende Platje bijna gelijk naar de Albert Heijn. Producten als hagelslag en pindakaas had hij enorm gemist en moest hij weer op zijn boterham proeven. “Veel dingen zijn ook weer wennen. Zo sta ik nu weer in de file als ik richting de club rijd vanuit mijn huis in Bussum. Op Bali pakte ik lekker mijn scootertje en bromde ik na de training rustig naar huis. Vervolgens dook ik nog even het zwembad in of gingen we ergens lekker een hapje eten.” Ook de trainingen tijdens koude regenachtige avonden heeft de spits niet gemist. “Ik mag dan wel een Nederlander zijn, alsnog sta ik liever onder een lekker schijnende zon op het veld.” Waar hij ook naar snakt, is de Indonesische mentaliteit. “In Nederland worden ze boos als je een waterfles vergeet mee naar binnen te nemen en raken ze in paniek als je een shirtje laat liggen. Nee, dat heb ik zeker niet gemist hoor.”

De boetepot van AFC heeft hij tot dusver niet hoeven spekken. Maar of dat zo blijft, kan hij niet garanderen. Platje staat wel garant voor doelpunten. Na twaalf duels heeft de spits er alweer vijf in het netje liggen. “Dat blijft mijn vak he”, lacht hij. De voetballer heeft het naar zijn zin bij de Amsterdamse voetbalclub. “We spelen op een lekker niveautje en sportief gaat het ook voor de wind. Wat wil je nog meer?” Toch gaat Platje gegarandeerd ooit terug naar Bali. “We hebben een eigen huis, dus kunnen gaan wanneer we willen.” Hij gaat dan zeker langs bij zijn vrienden die de aanvaller door de jaren heen maakte op het eiland. “En we gaan dan heel hard genieten van de mooie tijd en het leven. Daar snak je hier in Nederland soms wel even naar hoor”, zegt hij het met een twinkeling in zijn ogen. “Het is er gewoon prachtig”, voegt hij er bijna verliefd aan toe. (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op AFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op AFC voor meer informatie over de club.

Michael de Niet is een levensgenieter op het veld

Voetbal is een hobby voor Michael de Niet (27). Hij hoeft er geen bakken met geld mee te verdienen en een leven als een popster slaat hij ook liever af. Wat hij wel wil? Lekker ballen en gezelligheid met vrienden. “Een heerlijk koud biertje na de wedstrijd mot toch kennen”, klinkt het met onvervalst Haags accent.

De spits is geboren en getogen in Scheveningen. Toch woont hij niet meer in zijn geliefde dorp. Begin dit jaar streek De Niet in het Westland neer. “Ik heb met mijn vriendin net een kleine gekregen en daarom wilden we graag wat groter gaan wonen.” Omgeven door grote glazen kassen en groene weilanden met koeien vond het kersverse gezin die ruimte in het kleine kerkdorp Poeldijk. “Tussen het groen kunnen we lekker wandelen met de kinderwagen, maar soms mis ik de eindeloze kuststrook met de gezellige beachclubs. Die plek blijft altijd iets magisch hebben.”

Voor De Niet was het lange tijd ondenkbaar dat hij ‘zijn’ Scheveningen zou verlaten. “Mijn familie en vrienden wonen daar. Als ik vijf minuutjes in de wijk ga lopen, ben ik al gauw één uur bezig. Ik kom alleen maar bekenden tegen.” In de zoektocht naar zijn nieuwe paleisje vond het stelletje echter niets in de buurt en de familie van zijn vriendin woonde al in het Westland. Zo kwam de spits, zelf als een boer met kiespijn, terecht tussen andere boeren. “Eigenlijk is het wel lekker hier. We hebben rust en ruimte gevonden. Precies de twee dingen die we zochten.”

Een definitief afscheid van Scheveningen was de verhuizing niet. “Ben je gek”, lacht hij. Elke werkdag rijdt De Niet terug naar het kustdorp om te werken bij een groente- en fruithandel. “Soms rijd ik daarna nog even een rondje langs wat bekende straten met de stiekeme hoop om iemand te treffen. Daarnaast voetbal ik natuurlijk bij De Schollekoppen. De club waar het ooit allemaal begon.” Na een lange afwezigheid keerde de verloren zoon acht jaar geleden terug bij SVV Scheveningen. De aanvaller zorgde daarmee hoogstpersoonlijk voor één van de meest bijzondere overstappen ooit in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Van tweedeklasser SVC’08 vertrok hij naar tweededivisionist SVV Scheveningen. Het eerste team van die club acteert maar liefst vijf niveaus hoger dan zijn oude ploeg.

Plezier
In zijn jeugd speelde De Niet al voor De Schollekoppen. Als tiener maakte de spits daar furore en scoorde hij aan de lopende band. “We speelden altijd op de hoogste jeugdniveaus, maar op een gegeven moment werd plezier voor mij belangrijker.” De aanvaller kreeg nieuwe vrienden en met hen wilde hij vooral genieten en buitenspelen. “Gewoon lekker relaxed ballen met je maten en niet constant die druk van het per se willen winnen.” Die mentaliteit vond de levensgenieter één club verder bij het lager spelende Duindorp. Daar draaide het om spelplezier. Precies dat wat de voetballer zocht.

Een aantal jaar bleef de spits bij Duindorp. “Naarmate ik ouder werd, wilde ik weer graag die uitdaging.” De trainer van SVC’08 trok hem bij zijn club binnen. Bij de tweedeklasser sloot hij direct aan bij het eerste elftal. “Ik zou in principe nog in de A-jeugd mogen spelen. Dat team zag ik echter nooit.” Al snel bemachtigde hij een plekje in de basis. Hoe de aanvaller dat op zo’n jonge leeftijd lukte? “Niks geks. Gewoon hard werken. Dat is het geheime recept. Niet lullen maar poetsen.” In die tijd legde hij de een na de andere bal achter de doelman in het netje. Zijn oude ploeg SVV Scheveningen viel dat op en de club nam contact op met hun verloren zoon.

“Het telefoontje kwam op het perfecte moment. Ik kreeg spijt dat ik niet was doorgegaan in de jeugd en ik had opnieuw ambitie om op een hoger niveau te spelen.” Hij streefde weer naar het hoogst haalbare en wilde nog iets uit zijn carrière halen. “Het was in die tijd ‘nu of nooit’.” Tijdens de gesprekken speelde Scheveningen nog in de Derde Divisie. “Opeens promoveert het team dat seizoen naar de Tweede Divisie. Gaan ze even op een nog hoger niveau spelen. Das was even schrikken.” De aanvaller wist dat hij niet direct een basisplek zou hoeven verwachten. Maar na de eerste training kwamen er twijfels naar boven. Had hij de juiste beslissing genomen om terug te gaan naar De Schollekoppen? “De eerste trainingen waren ronduit dramatisch. Ik was alleen maar aan het rennen en leed continu balverlies. Toen daalde het besef neer dat ik een aantal jaar had stilgestaan.” Op dat moment kwam zijn oude credo naar boven: niet lullen, maar poetsen. Die aanpak wierp zijn vruchten af en al snel voelde De Niet zich weer thuis. “Dat kwam ook doordat ik die gasten al kende. Dat geeft gelijk een warm gevoel waardoor het makkelijk was om te wennen.”

Genieten
Hij kreeg een basisplek en begon snel met scoren. “Het gaat er hier wat anders aan toe dan bij sommige andere topclubs. Als wij eens twee keer verliezen achter elkaar, is er nog lang geen paniek en dat past goed bij mij. Als er stress zou ontstaan rondom het team ben ik daar snel gevoelig voor. Als ik verlies, baal ik natuurlijk. Alleen daarna zet ik snel weer die knop om.” Hij ziet zichzelf nu niet meer snel een stap omhoog maken. “Die ambitie is er stiekem wel. Ik zou het altijd willen proberen. Maar ik zit hier perfect op mijn plek en ik zie mezelf daardoor niet zo snel meer weggaan.” De relaxte sfeer zorgt ervoor dat De Niet ‘lekker ken ballen’, zoals een echte Hagenees dat zegt. “Ik werk vijf dagen per week. Dan wil ik in het weekend kunnen genieten.”

Genieten doet hij met een biertje en lekker eten. Maar ook door naar zijn kleine te kijken. Over een paar jaar hoopt De Niet samen met zijn zoontje te kunnen voetballen. Hij ziet het al helemaal voor zich hoe de twee op een voetbalveld staan te oefenen. Het vaderschap is voor de speler het mooiste in het leven. “Het is heel onwerkelijk. Je gaat met z’n tweeën het ziekenhuis in en komt er een dag later met z’n drieën uit. Zo’n wezentje is ook helemaal afhankelijk van ons. Dat is heel speciaal. Alles gaat gelukkig goed met hem. Hij heeft alleen één niertje en de artsen houden dat goed in de gaten, er is geen acuut gevaar. Voor nu is het vooral een goede slaapkop.” (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op SVV Scheveningen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVV Scheveningen voor meer informatie over de club.

Op de weg terug: ‘Het is een mentale blessure’, aldus Cluzona speler Roy van Gils

Hij scheurde iets meer dan twaalf maanden geleden zijn kruisband af, maakte toch de overstap van Halsteren naar Cluzona en is inmiddels op de weg terug. Na een lange revalidatie, staat Roy van Gils letterlijk en figuurlijk te trappelen. “Het moment dat je weer het veld op kan, dat gevoel…”

Dat moment komt voor de 28-jarige buitenspeler steeds een beetje dichterbij. In het shirt van tweedeklasser Cluzona dus. “Het was de derde keer dat ze me vroegen. Eerder kwam het door privéomstandigheden of corona niet goed uit.” Maar nu dus wel. “Bij Halsteren zaterdag hadden we de ambitie om naar die tweede klasse te gaan, dat voelde nog als een onafgemaakte zaak. Ik vond het niet ‘fair’ om dan te vetrekken.” Maar na zijn blessure, Van Gils ging voor de wedstrijd tegen Krabbendijke door zijn knie, voelde dat wel als het juiste moment. “Ik zei tegen mezelf: één keer goed revalideren en die stap omhoog maken. Die kans moest ik grijpen. Wat als ik hem straks nog een keer afscheur?”

Bepaalde drang

Inmiddels zijn we heel wat maanden verder, maar tot een wedstrijd kwam de rechtspoot tot op heden nog niet. “Na een maand of acht, ging ik er opnieuw doorheen. Daarna hebben ze een deel van mijn meniscus weggehaald, dit zijn echt de laatste loodjes.” Van Gils hoopt over een maand zijn eerste minuten te kunnen maken, maar geniet nu al van zijn nieuwe club. “Ik had het de eerste keer al moeten doen! Maarja, dat is altijd achteraf.” Toch voldoet alles aan zijn eerder gestelde verwachtingen. “De groep is leuk, er hangt een goede sfeer en het niveau is hoog. Daardoor is er ook onderling veel concurrentie.” Binnenkomen met een zware knieblessure, is dan verre van ideaal. Zou je zeggen.
“Tuurlijk is dat lastig, maar ik moest voor mezelf kiezen. Het moeten bewijzen, vooral ten opzichte van mezelf, zorgt ook voor een bepaalde drang om goed te revalideren. Ik verwacht gewoon dat ik sterker terugkom.” Al gaat dat natuurlijk niet vanzelf, weet ook Van Gils inmiddels. “Je traint nu drie keer meer, dan je normaal deed. Van de kleine dingetjes, kun je nu echt genieten. Mijn knie zat acht dagen op slot, dan is het al een overwinning als je hem weer kunt buigen.” Behalve fysiek, is het toch eigenlijk vooral mentaal een uitdaging. “Als iemand aan het begin van mijn revalidatie had gezegd: ‘Het is vooral een mentale blessure’, had ik diegene echt uitgelachen. Maar het is wel zo. Het zit tussen je oren.”

Balgevoel

Die knop wist Van Gils, gelukkig voor hem, snel om te zetten. “Het is gewoon doen, doen, doen. Dan moet het goed komen. Ik deed het ook met de gedachte: als het nog een keer gebeurt, dan stop ik. Dat maakt het wat makkelijker. Wat dat betreft had ik het erger verwacht.” De oud-speler van Steenbergen staat dan ook op de drempel van zijn rentree. “Ik doe nu een deel van de training mee en mag bijna gaan beginnen aan de duels.
Het balgevoel is er nog wel, dat verleer je gelukkig niet. Al wist ik amper nog dat een bal rond was, haha!” Zijn rechterknie is er dus bijna weer helemaal klaar voor. “Volledig meetrainen, het veld weer op en een belangrijke pot spelen. Dat gevoel en dat moment…” Precies op tijd om een bijdrage te leveren aan een succesvol seizoen, want dat moet het gaan worden in Wouw. “Als je realistisch bent, moeten we bij de eerste drie kunnen eindigen. Een periode pakken en meespelen voor promotie.” Met de Steenbergenaar flitsend over de flank. “Het is alweer meer dan twaalf maanden geleden, dus ik moet even nadenken. Ik ben een snelle buitenspeler, bal diep en Roy sprint er wel achteraan.
Daarna afgeven en binnenschieten. Liever veertig assists dan dertig goals.” Een voetballende ‘nummer 7’. “Zakelijk en in combinatie met de back. Wat dat betreft zou ik wel wat doelgerichter mogen worden.” Maar misschien is dat straks, na een zware periode, nog niet eens zijn grootste winst. “Mentaal zit het wel goed!”

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

Foto: Nick Lodiers

Eric Kuipers houdt klaverjassen op de kaart bij WCR

Hij was jarenlang grensrechter van het eerste elftal, totdat hij het gescheld en getier van toeschouwers zat was. Inmiddels is Eric Kuipers alweer zeventien jaar de drijvende kracht achter de klaverjas-avonden bij WCR.

Zo’n beetje elke willekeurige club had er eentje in de jaren tachtig: een klaverjas-avond, vaak nog in combinatie met een ander destijds populair spel, jokeren. “Bij veel clubs is het verdwenen”, zegt Kuipers. “Het sterft uit. Wij zijn als WCR nog één van de weinige clubs die aan klaverjassen doen.”

Het ruim vijftigjarige lidmaatschap van Kuipers bij WCR is onder te verdelen in drie periodes: de eerste was als voetballer, waaraan op zijn 25ste een einde kwam na een zware knieblessure, de tweede was als grensrechter van het eerste en inmiddels is hij al zeventien jaar degene die het klaverjassen op de kaart houdt bij zijn club in Rhoon. “Ik ben 25 jaar grensrechter geweest van het eerste elftal, totdat ik de reacties vanaf de kant helemaal spuugzat was. Wat mensen er op een gegeven moment allemaal uitkraamde was niet normaal meer. Respect was ver te zoeken.”

Kuipers vond in het klaverjassen een nieuwe bezigheid en daar heeft hij tot de dag van vandaag schik in. “We hoeven er niet omheen te draaien. Het is niet meer zoals vroeger toen het normaal was dat je zeven, acht tafels had. Als we nu drie, vier tafels hebben, zijn we blij. Meestal is er een mannetje of twintig, allemaal vaste gasten. We spelen een competitie over het hele jaar. Zestien ronden, waarbij de slechtste vier mogen worden weggeschreven.”

Soms zit hij zelf aan een tafel, maar meestal staat hij achter de bar. “Het is vooral gezellig, maar jonge aanwas is er niet. De jongste speler is denk ik midden vijftig. Als ik er mee stop, vrees ik dat er geen opvolger is en dat het over is.”

Met Kuipers aan het bewind zit er nog genoeg leven in het klaverjassen. “Tijdens de corona-lockdowns konden we natuurlijk niet spelen, maar toen het weer kon hebben we de draad snel weer opgepakt. We hebben ook gespeeld met anderhalve meter afstand. De tafels waren precies van die grootte. Dus vier tafels aan elkaar schuiven en spelen.”

Klik op WCR voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WCR voor meer informatie over de club.

Sjoerd van der Waal maakt snel meters als hoofdtrainer

Sjoerd van der Waal kreeg dit jaar van ASWH een ultieme uitdaging als hoofdtrainer voorgeschoteld: als opvolger van Rogier Veenstra, naast wie hij als assistent had gefungeerd, mag hij zich bewijzen als technisch verantwoordelijke voor de Ambachtse selectie die een compleet nieuwe start moest maken in de derde divisie.

Voor Alblasserwaarder Sjoerd van der Waal diende zich, na de aankondiging van Rogier Veenstra dat zijn trainerstijd bij ASWH ten einde zou komen na het seizoen 2021-2022, een prachtige kans aan. Maar Van der Waal kreeg meteen een fikse kluif voorgeschoteld door ‘td’ Mels van Driel: ASWH ging na de degradatie uit de tweede divisie immers flink in de revisie.

,,Maar ik heb geen enkel moment getwijfeld op het moment dat ik het vertrouwen van de club heb gekregen, omdat zij potentie in mij zag. Plus het feit dat ik natuurlijk een ASWH-verleden heb.’’

De nieuwe keuzeheer op Schildman werd echter wel geconfronteerd met een totale gedaanteverwisseling van de selectie, maar ging daar – zoals de aard van het beestje is – nuchter mee om. ,,Ik had wel gedacht dat er meer spelers van het vorig seizoen zouden blijven.’’ Van der Waal kon ook enigszins zijn stempel drukken op het aantrekken van nieuwe spelers. Back Stefan Watson, afkomstig van Alexandria’66, kwam bijvoorbeeld uit zijn koker net als Wout Neelen en voormalig Kozakken Boys-speler Yassin Ouja. En het uitgangspunt was duidelijk: ,,We zijn weliswaar afkomstig uit de tweede divisie, maar streven naar een directe terugkeer is niet reëel. We moeten zorgen dat we genoeg clubs onder ons houden en erin blijven.’’

Eerlijk
Met de totaal vertimmerde formatie beleefde ASWH tot nu toe best een prima start. ,,Maar ook dat is geen reden geweest om met het hoofd in de wolken te lopen, want ik besefte ook dat we mindere fases zouden kunnen beleven en af en toe eens op ons gezicht zouden gaan. Dat is nou eenmaal de consequentie van een team in opbouw, waarin spelers nog steeds enorm aan elkaar moeten wennen.’’ De break, na de 1-0 nederlaag bij SteDoCo, kwam wat dat betreft op tijd. ASWH herpakte zich met een fortuinlijke, maar knappe zege op het ambitieuze Sparta Nijkerk. ,,Na drie wedstrijden zonder treffers op rij was dat een hele lekkere, die weer lucht af’’, glunderde Van der Waal die dus snel meters maakt(e) als hoofdtrainer van ASWH. En passant het diploma van de trainerscursus UEFA A haalde.

Van der Waal is rustig in zijn coaching, wars van theatraal gedrag en eerlijk. Bij het tussentijdse vertrek van spits Lester Pires verwees hij voor de uitleg naar ‘td’ Van Driel. ,,Ik praat alleen maar over spelers die ik wel tot mijn beschikking heb’’, was de uitleg van de oefenmeester, die zichzelf de tijd heeft gegeven om met ASWH te bouwen aan een nieuwe toekomst. ,,We weten in welke situatie we met de club zitten. We hebben een nieuwe start gemaakt, nadat we jaren op het allerhoogste amateurniveau hebben gebivakkeerd. Inmiddels zijn de verhoudingen in de derde divisie al duidelijk geworden, maar ik zie bij ons wel een duidelijke lijn in hoe we willen en kunnen spelen. Het is een feit dat we een smalle selectie hebben, dus bij blessures en schorsingen – waar we al mee te maken hebben gehad – worden we kwetsbaar. Maar ik kan niet ontevreden zijn over de manier waarop we ons tot nu toe hebben laten zien.’’

Klik op ASWH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ASWH voor meer informatie over de club.

Dwayne Green vindt bij Spakenburg plezier terug

Hij overwoog om definitief te stoppen met betaald voetbal. Zelfs om helemaal te stoppen. Het plezier was Dwayne Green helemaal verloren. Bij Spakenburg heeft de 26-jarige verdedigende middenvelder dit seizoen het juiste gevoel teruggevonden. De Blauwen beschikken met de linkspoot over een international. “Als de nationale ploeg van Barbados weer belangrijke wedstrijden gaat spelen, mogen ze me altijd bellen.”

Vanaf een blauw businessclubstoeltje op de hoofdtribune van Sportpark De Westmaat kijkt hij uit op het hoofdveld. Een jeugdteam traint. “Dat zou me ook leuk lijken. Zo’n jeugdteam begeleiden. Die jongens zijn nog helemaal onbevangen, puur en vrij. Ze stralen plezier uit. Heerlijk. Dat gevoel maakte ik als kind ook mee, maar dat raakte ik de laatste jaren steeds meer kwijt.”

Het gevoel werd in de zomer van 2021 versterkt toen zijn aflopende contract met FC Den Bosch niet werd verlengd. “Ook tot mijn eigen verrassing. De clubleiding besloot om alle aflopende contracten op te zeggen. De club zat in de afrondende fase van haar rechtszaak met Kakhi Jordania en kende veel onduidelijkheid over haar financiële toekomst. Ik belandde plotseling in een onzekere situatie. Vanaf mijn dertiende liep ik in het profvoetbal rond, ik heb daar ontzettend veel voor gelaten en gedaan en nu zat ik zonder club.”

Zijn zaakwaarnemer bood stages aan. “Voornamelijk in het buitenland. Maar mijn vriendin, inmiddels vrouw, was in verwachting van onze tweede dochter. Ik wilde in Nederland blijven. Die aanbiedingen waren financieel ook niet interessant genoeg. De twijfel groeide steeds meer. Betaald voetbal lijkt voor de buitenwereld mooier dan het in werkelijkheid is. Achter de schermen gebeurt veel waar fans en media geen weet van hebben. Voor die andere kant van het vak heb je een dikke huid nodig. Ik ken genoeg jongens die veel kwaliteiten hadden en inmiddels zijn gestopt. Mentaal moet je sterk in je schoenen staan. Ik kan niet tegen onrecht, kan dat niet accepteren. Het bezorgde mij moeilijke periodes.”

Hij geeft een voorbeeld. “In 2017 speelden we met RKC Waalwijk in de voorbereiding tegen PSV om de Mandemakers Cup. Ik speelde voor mijn gevoel echt goed en dacht een basisplaats te hebben afgedwongen, maar het hele seizoen bracht ik op de reservebank door. Het principe dat de beste spelers spelen, gaat in het betaald voetbal niet op.”

Hij trainde vorig seizoen eerst voor zichzelf. “Ik belde mijn oom. Hij is een fanatiek bokser, was nog Zuid-Hollands kampioen. Ging ik met hem trainen. Fysiek ben ik daardoor zeker sterker geworden. Ik trainde ook even mee bij GJS in Gorinchem, waar ik als kleine jongen ben begonnen. In Henrico Drost nam ik een nieuwe zaakwaarnemer in de hand en via hem kon ik in de winterstop naar Spakenburg. Een mooie oplossing. Drie kwartier rijden en een poging om mijn plezier terug te vinden. De KNVB dwarsboomde de overstap, omdat die te laat zou zijn ingediend. Ik begrijp het nog steeds niet. De interesse bleef en in de slotfase van het seizoen tekende ik voor deze jaargang. Ik moest laten zien dat ik fit was en trainde twee weken mee. Na één training wisten ze al voldoende.”

Bij Spakenburg loopt er daardoor een international rond. In september 2021 debuteerde Green voor de nationale ploeg van Barbados. Het geboorteland van zijn vader. “Bij FC Den Bosch speelde ik het seizoen daarvoor samen met Ryan Trotman. Ook zijn vader komt van Barbados. De nationale bond had hem benaderd om voor het nationale team uit te komen. Hij vroeg of hij mijn naam mocht doorgeven. De bond benaderde me, maar ik had geen paspoort. Dat was best snel geregeld. Ik moest online een aantal documenten invullen.”

Via Londen vlogen Trotman en Green naar Barbados. “Door de strenge coronaregels moesten we eerst vijf dagen in quarantaine in een hotel. Daarna verbleven we maar vijf dagen op het eiland, want de kwalificatieduels voor de Gold Cup vonden in Miami, Verenigde Staten plaats. Ik ging voor de eerste keer op bezoek bij mijn oma. Ik was nooit eerder afgereisd. Mijn ouders zijn al vroeg gescheiden en de band met mijn vader was niet zo goed. We trainden op kunstgras. Het complex van de nationale bond bestaat uit één veld met een kleine tribune. De omstandigheden waren pittig. Het was niet eens zo warm, maar tijdens een training leek het net alsof ik in een zwembad was gesprongen. Zo zweette ik.”

Communiceren gebeurt in het Engels. “Ze spreken het daar met een flink dialect. Je moet goed je best doen om het te verstaan.” Tegen Bermuda maakte Green zijn officiële debuut. “Het stadion in Miami was geweldig, er zaten best veel mensen. Het kwam niet verkeerd uit dat we niet doorgingen naar de volgende ronde, omdat mijn vriendin op springen stond.” Zijn debuutshirt met rugnummer 15 en achternaam gaf hij aan zijn vader. “Voor hem heeft dit een speciale waarde. Onze relatie is gelukkig iets beter. Omdat ik nu vader ben, vind ik het belangrijk dat mijn dochters ook een band met hem hebben. Hij komt elke wedstrijd kijken.”

Green woonde als kind bij zijn moeder, geboren in Griekenland en op haar achtste naar Nederland toegekomen. “Ik spreek daardoor vloeiend Grieks en als kind gingen we elk jaar op vakantie naar Chalkidiki, drie kwartier van Thessaloniki. Ik heb veel respect voor mijn moeder. Ze werkte enorm veel om mijn zusje en mij te kunnen opvoeden. We verbleven daardoor vaak bij mijn opa en oma, omdat mijn moeder moest werken. Elke woensdagmiddag moest ik naar de Griekse school in Gorinchem. Ik zei keurig dat ik ging, maar stiekem ging ik voetballen op een veldje verderop. Toen ik met een kapotte broek vol grasvlekken thuiskwam, moest ik het toch bekennen. Mijn opa had het echter allang door. Treurig dat hij net niet meer meemaakte dat ik bij een betaald voetbalclub speelde. Toen ik als dertienjarige naar FC Den Bosch mocht, zou mijn opa me elke dag wegbrengen. Hij overleed net voordat mijn eerste training op het programma stond. Mijn moeder bracht me toen bijna dagelijks.”

Nu ligt zijn sportieve blik op Spakenburg. “Het voetbal in de Tweede Divisie is met name op tactisch gebied anders dan het betaald voetbal. Ik moest even mijn weg vinden. We hebben een kwalitatief goede groep, maar de prestaties verlopen nog teveel met pieken en dalen. Als we de derby twee keer winnen en we draaien een zorgeloos seizoen, ben ik tevreden.” En die terugkeer in het betaald voetbal? “Op dit moment zit ik hier prima. Morgen zie ik wel.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op SV Spakenburg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Spakenburg voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.