Home Blog Pagina 1291

Berry de Groot bewaakt het evenwicht bij Rijsoord

Berry de Groot (31) heeft zijn eerste prijs dit seizoen al binnen: de Rijsoord-middenvelder wordt in april voor de eerste keer vader. “Dat wordt iets nieuws.” Ook met Rijsoord is hij begonnen aan een nieuw project.

De wegen van Rijsoord en trainer Gijs Zwaan scheidden afgelopen zomer na zes seizoenen. Mede daardoor was het aantal mutaties bij de Kraaien wat hoger dan in andere jaren. “Het is daarom nog wat zoeken naar de juiste balans in het elftal”, zegt De Groot, die werkzaam is als accountmanager bij Canon, waar hij probeert zoveel mogelijk printers te verkopen.

Op het Rijsoordse middenveld maakt hij meters in dienst vanhet elftal. “We spelen wel iets anders dan vorig seizoen”, geeft hij aan. Hoe precies wil hij niet zeggen. “Ik ga de concurrenten niet wijzer maken dan ze al zijn. Ze merken het vanzelf wel hoe we spelen.”

Van De Groot wordt verwacht dat hij het evenwicht bewaakt en bij balverlies de tegenaanval snel onschadelijk maakt. Bij balbezit vormt hij de brug naar de aanval. “Het is een mooie plaats hoor. Het is een positie met veel verantwoordelijkheid, maar dat ligt me wel.

Met zijn 31 jaar voelt hij zich ook oud genoeg om die verantwoordelijkheid binnen en buiten het veld te nemen. “Ik probeer de jongere spelers altijd zo goed mogelijk te helpen. Dat doe ik op een positieve manier. Iemand afbranden na een slechte pass zie je mij niet doen. Ik vind het belangrijk dat we een eenheid blijven in het veld en blijven vechten voor een goed resultaat. In dat opzicht voel ik me wel een verlengstuk van de trainer.”

Hij voelt zich inmiddels ook ‘Rijsoorder’. “Dat mag ook wel, hé. Dit is mijn vijfde seizoen hier. Dit is een prima club. Dorps, maar dan in de goede zin van het woord. De supporters zijn hondstrouw. Natuurlijk zijn ze ook wel eens kritisch als we niet goed hebben gespeeld, maar dat hoort erbij. Maar ze geven je altijd een hand na afloop. Ze steunen je altijd. Ik voel me echt gewaardeerd hier.”

Vandaar dat de kans groot is dat Rijsoord na HVO (Vlaardingen), Zwaluwen, Deltasport en Sliedrecht zijn laatste club wordt. “Waarom zou ik verkassen als ik het hier naar mijn zin heb? De club is goed voor me, we hebben een hechte en gezellige spelersgroep en het niveau is ook goed.”

Hij lag niet nachten wakker van de degradatie uit de hoofdklasse afgelopen seizoen. “Begrijp me goed, ik had me met Rijsoord liever gehandhaafd, maar we kwamen nou eenmaal net tekort. We begonnen uitstekend. In de winterstop stonden we keurig in de middenmoot. We hielden in zes wedstrijden de nul. Maar je speelt natuurlijk niet tegen de eerste de beste clubs.”

Het voordeel van de degradatie is dat De Groot met Rijsoord weer veel derby’s in de eerste klasse mag afwerken. Die tegen RVVH steekt er bovenuit, maar met Heinenoord, Poortugaal en mindere mate Brielle staan er meer duels op het programma die op de fiets bezocht kunnen worden. De Groot: “Het zijn aansprekende wedstrijden, voor toeschouwers en spelers. Ik speel zelf ook liever voor vijfhonderd dan voor tweehonderd man.” Rijsoord hoeft niet bang te zijn dat zijn aanstaande vaderschap hem doet besluiten te stoppen met selectievoetbal. “Het leven houdt niet op als die kleine er straks is. Ik wil eigenlijk zo lang mogelijk doorgaan. Aan een lager elftal moet ik echt niet denken.

Rijsoord: groei in dames- en meisjesafdeling vasthouden

Bij voetbalvereniging Rijsoord zit het vrouwen- en meisjesvoetbal in de lift. “We doen er alles aan om de groei vast te houden”, zegt Bram Lindhout, bestuur vertegenwoordiger van de dames- en meisjestak van de club.

“Het loopt de laatste twee jaar echt storm”, vervolgt Lindhout. “Elke week meldden zich wel één of twee nieuwe meisjes aan.” Rijsoord heeft dit seizoen vier teams in de competitie. Naast een vrouwenelftal komt het met MO15 en twee MO11- teams in actie.

“Onze wens is om in iedere leeftijdsgroep een team te hebben, maar zo ver zijn we nog niet”, weet ook Lindhout. “We doen er wel alles aan om de groei vast te houden. We organiseren allerlei ledenacties, delen flyers uit op scholen en sturen persberichten. We werken samen met de brede school hier waarbij wel afgelopen seizoen een aantal trainingen hebben gegeven in aanloop naar het Nederlands kampioenschap waar de school aan meedeed. Daar hebben we ook drie, vier meisjes aan overgehouden.”

De vrouwenafdeling heeft een rijke geschiedenis bij Rijsoord. Al in 1975 konden ‘dames’ in competitieverband tegen een bal schoppen. Lindhout, 68 jaar inmiddels, was één van de oprichters op 1 juni 1975. “Na een demonstratie van ZwartWit ’28, dat al een vrouwenafdeling had, zijn we met een groep meisjes begonnen.”

Rond de jaren negentig kende het vrouwenvoetbal in Rijsoord zijn gloriedagen. Onder leiding van trainer Han van Loon behoorde het in die jaren tot de Nederlandse top. In 1990 werd zelfs het landskampioenschap behaald. “Er was toen nog geen Eredivisie”, vertelt Lindhout. “De kampioenen van de districten speelden een eindtoernooi om het algehele landskampioenschap. We hadden een talentvolle groep meiden die al jaren bij elkaar was. Met wat speelsters van Zwart-Wit’28 erbij ontstond een mix van talent en werklust.”

“We hadden in die periode vier elftallen. Dat is gaandeweg teruggelopen totdat we paar jaar zelfs geen vrouwenelftal hadden.” Met het eerste elftal moest Rijsoord een paar jaar geleden in de vijfde klasse, op het laagste niveau, beginnen.

“Wij zijn gepromoveerd naar de vierde en derde klasse, maar door een smalle selectie konden we het in de derde klasse niet volhouden. Vorig seizoen was de selectie ook krap, maar inmiddels hebben we enkele speelsters van buitenaf erbij gekregen en is een groep MO19-speelsters toegevoegd aan het elftal. Peter van Hese is terug als trainer.”

“Het is belangrijk om goede trainers te hebben. Die hebben we gelukkig. We hebben in Ardi Huizer een enthousiaste coördinator die alles perfect organiseert.” “Het zou mooi zijn als we volgend seizoen een MO17 kunnen maken. We hebben daar nu al speelsters voor, maar nog te weinig, waardoor ze tussen wal en schip dreigen te komen. Vandaar dat we erg actief zijn met acties gericht op die leeftijdsgroep.”

Ideëen Ronald Attema moeten SV Poortugaal verder helpen

Zijn hoofd zit vol goede ideeën, maar Ronald Attema, sinds deze zomer Hoofd Jeugd Opleidingen bij SV Poortugaal, is de eerste maanden bij zijn nieuwe werkgever vooral bezig met ontdekken. “Ontdekken wat de mogelijkheden zijn, maar ook ontdekken hoe er getraind wordt.”

Attema (33) moet bij de fusieclub proberen om het niveau van de selectieteams omhoog te krijgen. In totaal heeft hij achttien teams onder zijn hoede. Maatwerk voor elke leeftijdsgroep is noodzakelijk, zegt de inwoner van Rotterdam-Blijdorp. “Stapje voor stapje wil ik mijn ideeën gaan integreren.”

Voor Attema is het zijn eerste baan als Hoofd Jeugd Opleiding. “Het is per toeval op mijn pad gekomen. Edward Sijahailatua, een vriend van mij met wie ik afgelopen seizoen derdeklasser Sleeuwijk trainde, heeft mij aangeraden om het te doen. Poortugaal heeft in de gesprekken die we gevoerd hebben een goed en realistisch verhaal geschetst. De denkwijze van de club en die van mij hoe de jeugdopleiding te verbeteren komen overeen.”

Hij weet ook dat het geen klus is van één of twee seizoenen. “Het is een meerjarenproject, op korte termijn mag en kan je geen wonderen verwachten. Een paar teams spelen, bij uitzondering, nu hoofdklasse, het streven is dat dat structureel wordt.”

De oud-speler van Sparta Nijkerk en Veensche Boys, die bij die laatste club nog trainer was van Ajacied Donny van de Beek, is de eerste maanden sinds zijn aanstelling vooral bezig met observeren. “Voor de onderbouw heb ik in de zomer een plan uitgeschreven. Maar iets op papier is vergankelijk, je moet het ook in praktijk kunnen uitvoeren.”

Vandaar dat Attema de trainers bij de hand neemt, voorziet met tips en voor de nieuwe trainingscyclus veel voordoet. “Ik wil zo goed mogelijk mijn gedachten overbrengen, zonder dat de trainer het gevoel krijgt in een keurslijf te worden gedrukt.”

“In het algemeen geldt dat voor de onderbouw er veel aandacht moet zijn voor techniek. Dat is de basis. In de bovenbouw komen meer de tactische aspecten van het spel aan bod. Daarbij vind ik het heel belangrijk dat spelers fit zijn. Zonder een goede conditie is alles lastiger uitvoerbaar”, aldus Attema, die ook een paar jaar werkzaam was als trainer van FC Dordrecht onder 17 jaar.

Aandacht voor mentaliteit en houding, dat vindt Attema net zo belangrijk. “Het viel me op dat bij sommige teams af en toe slap wordt getraind. We moeten een klimaat creëren waarin spelers, gechargeerd gezegd, pijn willen lijden. Als dat lukt kunnen we stappen gaan zetten. Dat er spelers vertrekken naar bvo’s, daar kan ik vrede mee hebben, maar ik wil dat Poortugaal straks een goed alternatief is voor spelers die op de radar staan bij Barendrecht, Spijkenisse of Smitshoek. Die vertrekken nu en dat is jammer, want dat zijn de potentiële eerste elftal-spelers.”

Meidenvoetbal in de lift bij Pelikaan

Het veroveren van de Europese titel in 2017 in eigen land door de Oranje Leeuwinnen zorgde voor een enorme impuls voor de vrouwen- en meisjesafdeling bij de Zwijndrechtse voetbalvereniging Pelikaan. Er is sprake van een trend, want de groei zette zich het afgelopen (kalender)jaar gewoon door.

Vier teams erbij in een korte periode, een bezetting van alle leeftijdscategorieën en een nog steeds aanhoudende toestroom van nieuwe meiden en vrouwen. Bij Pelikaan heeft de vrouwen- en meidenvoetbaltak een enorme groeispurt gemaakt en het einde van de aanwas lijkt nog niet in zicht. Het succes van het Nederlands vrouwenteam vorig jaar tijdens de Europese titelstrijd in eigen land bleef ook bij Pelikaan niet onopgemerkt. De toestroom van nieuwe leden zorgde ervoor dat alle leeftijdscategorieën ingevuld konden worden.

,,De meidenafdeling staat definitief op de kaart’’, stelt de Zwijndrechtse vereniging met grote trots. Niet alleen de groei van de vrouwen- en meisjestak zorgt voor een boost op Pelidome, maar ook de prestaties gaan stapsgewijs vooruit. Het afgelopen seizoen werden de MO13-1 en MO11-2 kampioen en stond de MO11-1 in de eindstrijd van de Rijnmond Cup. Het zijn tekenen aan de wand dat het met de opleiding van de talenten op meisjesgebied wel goed zit bij Pelikaan, dat de aanwas van nieuwe leden probeert te stroomlijnen en om te zetten in nog betere prestaties. ,,Het voetbalplezier bij de meiden staan voorop, maar we proberen ook om de speelsters individueel en als team beter te laten presteren’’, is het motto van de vereniging dat Ed Voetee, coördinator meiden- en vrouwenvoetbal bij Pelikaan, uitdraagt.

Dat het met die individuele ontwikkeling wel goed zit, bewijst het feit dat talentvolle meiden van Pelikaan inmiddels hun weg naar betaald voetbalclubs hebben gevonden. Zo is Celeste de Vriend inmiddels beland bij Feyenoord, waar zij in de MO13-1 is beland en met die ploeg ook herfstkampioen is geworden. Celeste trainde al eens bij ADO Den Haag, maar besloot na het afgelopen seizoen het blauw-zwart van Pelikaan te verruilen voor het roodwit van Feyenoord. Met een treffer had zij een belangrijk aandeel in de kampioenswedstrijd van haar team. Op de website van Pelikaan geeft zij duidelijk aan wat haar doel voor de toekomst is: ,,Ik wil met Feyenoord in de eredivisie voor vrouwen gaan spelen en later hoop ik ook voor het Nederlands team te kunnen spelen’’, aldus de speelster, die begon met voetballen bij Pelikaans plaatsgenoot VVGZ.

Ook Chloë Bezemer heeft inmiddels Pelidome achter zich gelaten en de overstap gemaakt naar een betaald voetbalclub met een opleiding voor meisjes(teams). In eerste instantie kwam Chloë terecht bij ADO Den Haag, maar sinds dit seizoen speelt zij bij Excelsior waar zij in de JO14-2M is gaan spelen. Ook Chloë heeft een duidelijk doel voor ogen, zo geeft zij desgevraagd aan: via de eredivisie wil zij naar een buitenlandse club en uiteraard wil zij later ook het shirt van het Nederlands team dragen. Pelikaan legde dus een basis voor deze jonge speelsters, die inmiddels de volgende stappen in hun nog prille carrières hebben gezet. Het zal zeker bijdragen tot een aanhoudende stroom nieuwe leden, zeker nu de Oranje-vrouwen zich hebben geplaatst voor het WK dat volgend jaar in Frankrijk plaatsvindt.

Mario van Klei steekt uren liefde in SV Poortugaal

Mensen vragen hem wel eens waar hij de zin en tijd vandaan haalt om zoveel uren vrijwilligerswerk voor SV Poortugaal te doen. Het antwoord vat Mario van Klei in één woord samen: liefde. “Ik steek er geen uren werk in, wel liefde.”

SV Poortugaal voorzitter Jaap Smaling noemt hem goud waard voor de club. “Wij kunnen niet zonder hem. Hij is een pareltje voor ons.”

Andersom geldt het ook dat Van Klei niet zonder zijn club kan, reageert de 62-jarige woninginrichter, die als zzp’er nog vier halve dagen werkt. “Ik ben iedere dag wel drie à vier uur op de club. Ik ben een aanpakker, al heb ik in de loop der jaren ook wel geleerd om zaken te delegeren.” Hij is voorzitter van de barcommissie, maar doet veel meer dan dat. “Ik spring in als het nodig is.”

“Ik heb vanaf mijn achttiende altijd al jeugd getraind”, zegt Van Kleij. Hij kon zelf ook goed voetballen. In de jeugd van PSV Poortugaal was hij een groot talent. Op zijn achttiende debuteerde hij in het eerste elftal. “Ik was heel snel en ook redelijk technisch. Ik scoorde altijd. Oók bij het eerste. Tenminste, in mijn tweede wedstrijd tegen LMO maakte ik er drie.”

Een paar dagen na die wedstrijd kreeg Van Klei echter een ongeluk. “Mijn auto was total-loss, mijn enkel en onderbenen gebroken. Ik ben nooit meer op mijn niveau teruggekomen. Snel was ik nog wel, maar ik was veel minder wendbaar dan voor het ongeluk.”

In 1988 brak hij zijn scheenbeen na een onbezonnen actie van de keeper van de tegenpartij. Weer volgde een lange revalidatie. “Ik heb daarna niet zo lang meer gevoetbald. Ik durfde niet meer, was bang dat ik weer in de ziektewet zou komen. Ik werkte al als zelfstandige.”

Hij verrichtte toen al veel vrijwilligerswerk. “Ik heb in de jeugdcommissie gezeten en was ook secretaris. Ik ging ook altijd mee met het jeugdkamp. Dat heb ik 32 jaar lang gedaan. We gingen naar plaatsen als Vierhouten, Otterloo en Hengelo in Gelderland. Op een gegeven moment ben ik daar mee gestopt. Ik was het niet eens met hoe het ging. Dan moet je niet zitten kniezen, maar het uit handen geven. Het eerste jaar dat ik niet mee was, was moeilijk, daarna niet meer. Ik vind dat je altijd moet denken in belang van de club. Ik mag dan vrijwilliger zijn, maar het draait om de club en niet om mij.”

Hij is al vijftien jaar voorzitter van de Club van Vijftig. “Leo Braat heeft dat ooit opgezet. Ik heb het met Jaap Smaling overgenomen en toen Jaap voorzitter van de club werd, ben ik alleen voorzitter geworden. We hebben 135 leden. Waar we kunnen ondersteunen we de club. Dan moet je denken als er een koelkast of iets anders vervangen moet worden.”

Hij regelt alle zaken rond de bar. Hij doet de inkoop en maakt de roosters. Met twee kantines – die van PSV Poortugaal en Oude Maas – een klus. “Die van Oude Maas is alleen op zaterdag open, op doordeweekse dagen hebben we in de oude PSV-kantine tot negen uur ’s avonds bezetting, met uitzondering van donderdag. Dat is de clubavond en zijn we langer open. Ik lig ’s nachts wel eens te piekeren of we voor zaterdag genoeg mensen hebben achter de bar, maar het komt altijd weer goed. We hebben bij Poortugaal geen klagen over vrijwilligers, maar handen tekort kom je altijd.” Zijn vrouw Rina is ook al jaren actief als vrijwilliger. “Ze deelt dezelfde liefde. Ze is twee jaar ziek geweest, maar nu voor 95 procent weer hersteld.”

De fusie tussen Oude Maas en PSV Poortugaal juicht het erelid van PSV toe. “Ik heb niet het idee dat ik in een andere vereniging ben beland. Het is groter geworden, dat wel. Als je eraan terugdenkt was het natuurlijk best raar: twee clubs uit één dorp zo naast elkaar. We visten op alle gebieden in dezelfde vijver.”

Het jeugdbeleidsplan van DBGC sluit nu écht aan op de praktijk

DBGC werkt sinds dit seizoen met een gloednieuw jeugdbeleidsplan. Het plan van de club uit Oude-Tonge is geen dossier dat stof ligt te vangen in een bureaulade, maar een papierwerk dat daadwerkelijk aansluit op de praktijk.

DBGC heeft het nieuwe jeugdbeleidsplan ontwikkeld in samenwerking met de KNVB. De club kreeg het Kader Coach Traject aangeboden door de voetbalbond, wat inhoudt dat mensen een versnelde jeugdtrainerscursus volgen waaraan parallel het opstellen van een nieuw beleidsplan loopt. Op die manier sluit de praktijk daadwerkelijk op de theorie aan, aangezien het plan dus mede opgesteld en geschreven is door de mensen die dagelijks op het veld staan.

Twintig cursisten vanuit DGBC zijn dit traject gaan volgen, met het doel het jeugdvoetbalbeleidsplan te ontwikkelen. Dat is gelukt. Vlak voor de zomer heeft jeugdcommissielid Ad Buijs, samen met Jan Pieterse initiatiefnemer van dit traject, het nieuwe plan voorgelegd aan het bestuur. “De bestuursleden waren dolenthousiast.” Het plan is op de website van DBGC in te zien en wat direct opvalt, is dat het geen langdradig werk is. Het jeugdbeleidsplan telt zestien pagina’s, een overzichtelijk aantal. Daarnaast wordt duidelijk bij het lezen dat het beleidsplan inderdaad op de praktijk aansluit. Het blijft niet bij het vormen van algemene actiepunten, normen en waarden, maar geeft bijvoorbeeld ook een wedstrijdtraject van dag tot dag aan. Op de wedstrijddag zelf wordt nog verder ingezoomd op onder meer de teambespreking, warming-up, het gedeelte vlak voor de wedstrijd begint in de kleedkamer, de eerste helft, rust, tweede helft en hetgeen na het laatste fluitsignaal dient te gebeuren.

Zo krijgt de begeleiding bijvoorbeeld actiepunten over het op de juiste manier klaarleggen van de materialen, tips voor het houden van een peptalk en benadrukt het plan nog eens de importantie van het netjes bedanken van de scheidsrechter en tegenstanders. Hoewel het beleidsplan dus erg compact is, omvat het wel alles: van normen en waarden tot trainingsopzet, het verloop van de wedstrijddagen en de voetbalvisie van de club, verzorgd veldvoetbal spelen.

“Het is de bedoeling dat DGBC een herkenbare manier van spelen krijgt, zowel voor de buitenwacht als intern. Het is voor een jeugdspeler wel zo fijn dat wanneer hij of zij doorstroomt, er qua speelstijl niet veel verandert”, aldus Buijs. Bij DGBC staat het plezier voorop, maar het zou mooi zijn als ook de prestaties mee kunnen liften op het succes dat uit dit nieuwe jeugdbeleidsplan voortvloeit.

Met de presentatie van het jeugdbeleidsplan zijn de cursisten echter nog niet klaar, zo legt Buijs uit. “We geven het plan eens in de zo veel tijd mee aan een willekeurige jeugdleider, die dan zijn of haar opmerkingen kan plaatsen. Vervolgens komen de cursisten weer samen en gaan we kijken of het jeugdbeleidsplan veranderd moet worden, of dat er in de praktijk wat moet worden aangepast.” Daarnaast is een groepje keepers en keepers-deskundigen vanuit de club sinds afgelopen najaar bezig een hoofdstuk keepers aan het plan toe te voegen.

Zo houdt DBGC het plan up to date, waarmee gegarandeerd wordt dat het ook aansluit op de praktijk. En dat was het uiteindelijke doel van de club. Het jeugdvoetbalbeleidsplan is op de website van de club in te zien: www.dbgc.nl/oefenstof-jeugdtrainers.

Dick Heemskerk: tijd voor nieuwe generatie Rijnsburg

Rijnsburgse Boys neemt aan het einde van dit seizoen afscheid van een clubicoon. Dick Heemskerk kondigde onlangs aan dat de huidige jaargang zijn laatste is als assistent-trainer van de ‘Uien’. “Het is tijd voor een nieuwe generatie.”

Hij geniet nog van iedere minuut die hij met ‘de jongens’ op het veld staat. De reden dat hij stopt is dat hij meer tijd wil voor zijn gezin. “Weekendje weg, weekje er tussenuit, dat kan nu allemaal niet”, zegt Dick Heemskerk (54). “Ook in de zomer moet je rekening houden met Rijnsburgse Boys. Tegenwoordig is de voorbereiding in tweeën geknipt waarbij we twee keer drie weken vrij hebben. In die periode kan je op vakantie. Het is allemaal veel intensiever geworden. Naast de zomervakantie heb je rond kerst nog twee weken geen voetbal, maar dat betekent dat je 44 van de 52 weken bezig bent voor Rijnsburgse Boys. In de praktijk betekent dat twintig uur in de week. Dat heb ik nooit als een belemmering gezien, maar ik ben nu in een levensfase gekomen waarbij ik zeg ‘het is mooi geweest’. Ik kan nu bovendien zelf het moment van stoppen bepalen, ik hoef niet te wachten tot de club dat zou doen.”

Heemskerk speelde zelf vijftien jaar in de hoofdmacht van de Uien. Hij maakte in het seizoen 1989- 1990 deel uit van het kampioensteam dat destijds op het hoogste zaterdagniveau met Quick Boys streed om de titel. “Dat maakte dat kampioenschap extra mooi”, zegt de voormalig verdediger, die na twee seizoenen te hebben afgebouwd bij Rijnsburgse Boys 2 als elftalbegeleider bij de hoofdmacht kwam. “Henk Wisman heeft me gevraagd om assistent van hem te worden. Ik had net ja gezegd toen hij trainer werd van Volendam. Cock Jol werd aangetrokken als zijn vervanger.”

Zijn eerste seizoen was roerig te noemen, want Jol werd door de clubleiding ontslagen. “Ik heb het seizoen toen nog afgemaakt als interim-trainer.”

Hij was vervolgens assistent van Wim Schaap (twee seizoenen), Ted Verdonkschot (zes seizoenen), Niek Oosterlee (zeven seizoenen), Pieter Mulders (twee seizoenen) en sinds dit seizoen is hij de rechterhand van Wilfred van Leeuwen. “Al met al valt het met dat aantal best mee. Zes trainers in negentien seizoenen is niet bijzonder veel.”

Zijn periode met Verdonkschot als trainer was ongetwijfeld het meest succesvolle. Rijnsburgse Boys veroverde drie kampioenschappen. “Ik heb trainers met uiteenlopende ideeën meegemaakt”, stelt Dick Heemskerk. “Trainers die zelf alles wilde doen tot trainers die de training uit handen gaven. En trainers die de voorkeur hadden voor de tussenvorm: met elkaar.”

In alle omstandigheden paste Dick Heemskerk zich aan. “Ik ben iemand die zich makkelijk schikt naar karakters. Ik heb me altijd dienstbaar opgesteld. Ik ben ook altijd loyaal geweest met trainers, al was ik het niet altijd eens met ze. We gaven elkaar zeker wel kritiek, maar wel binnen de bekende vier muren.”

Heemskerk fungeerde voor de trainers als praatpaal en spiegel. Hij vormde geen bedreiging, omdat hij niet de ambitie had om hoofdtrainer te worden. “Dat heb ik nooit gehad. Ik heb ook nooit de behoefte gehad om ergens anders te gaan trainen. Rijnsburg is mijn cluppie en ik had en heb het er goed.” Hij heeft het trainersvak in de loop der jaren wel zien veranderen. “Het is veel intensiever geworden. Neem alleen al de technische staf. Die bestaat bij ons al uit vijf personen: hoofdtrainer, twee assistent-trainers, herstel trainer en keeperstrainer. Ook de benadering en aanpak is anders. Vroeger had je in de winterstop je evaluatie met de spelers, nu heb je in de loop van het jaar gesprekken met spelers. Er is veel meer ruimte voor persoonlijke aandacht gekomen.”

https://www.dominos.nl/

Spijkenisse ontvangt Achilles Veen

Aanstaande zaterdag ontvangt VV Spijkenisse het Brabantse Achilles Veen. Die club presteert dit seizoen matig maar constant. Overwinningen, gelijke spelen en nederlagen worden op welhaast wiskundig verantwoorde wijze afgewisseld.

Met een doelsaldo dat precies in evenwicht is werden 6 duels gewonnen, 7 verloren en 4 gelijkgespeeld.

Achilles Veen werd in 1944 opgericht en speelt sinds 1994 afwisselend in de Hoofdklasse en de 1e Klasse. De laatste jaren gaat het prima: dit seizoen acteren ze voor de achtste opeenvolgende keer in de Hoofdklasse.

Veen, het dorp waarin de club zetelt, telt ongeveer 2700 inwoners. Qua grootte is het te vergelijken met Heenvliet. Ze hebben er een kerk, een molen en een veerpont. Ook staat er een lagere school: de Oranje Nassau.

Eerder dit seizoen won Spijkenisse met 1-2 in Veen. Die stand was bij rust al bereikt, de hele tweede helft deed Veen z’n uiterste best minimaal langszij te komen. Met het nodige geluk hielden de mannen van Peter Wubben stand.

Veen won z’n laatste duel, thuis met 4-2 van Capelle. Spijkenisse won met 1-2 in Katwijk. Spannend dus om te zien welk team de driepunter kan continueren. Komt dat zien: aanstaande zaterdag op Sportpark Jaap Riedijk, 14.30 uur.

Bram Dorresteijn maakt reuze stappen bij TOV

Als centrale verdediger maakte Bram Dorresteijn drie seizoenen terug de overstap van de A-junioren naar het vlaggenschip van TOV. Daar ontpopte hij zich als een dijk van speler, die met zijn ijzersterke kopwerk de kou uit de lucht houdt bij de oranjezwarten.
Debuut
De 20-jarige Dorresteijn is een talent uit de eigen jeugd van de zaterdag tweedeklasser TOV. Op zijn zeventiende debuteerde hij als A-junior in de hoofdmacht. ,,Ze hadden me gevraagd om mee te gaan naar de uitwedstrijd tegen Delta Sports. Ik had zelf geen hoge verwachtingen. Maar in de bespreking hoorde ik dat ik in de basis stond. Nou, toen werd ik toch wat nerveus, maar na een tijdje voetbal, was dat over.’’ Dorresteijn begon pas op zijn negende te voetballen. ,,Wel wat laat, maar ik had niets met voetbal. Mijn broertje en zusje voetbalden wel bij TOV. Nadat ik een keer bij hun was gaan kijken, vond ik het toch wel een leuk spelletje en heb me opgegeven.’’

Bal afpakker
Met zijn lengte van 1.92 meter is de verdediger in het voordeel bij de luchtduels. Maar volgens Dorresteijn zijn veel spelers tegenwoordig lang. ,,Ik ben kopsterk, maar vooral een bal afpakker die de bal snel moet inleveren. Ik moet geen gekke dingen doen en het me niet moeilijk maken. Tja, het voetballend opbouwen kan beter, maar daar werk ik aan.’’ Hoofdsponsor van TOV is de eigenaar van Eemwood en toevallig ook de vader van Dorresteijn. ,,Maar dat valt helemaal daarbuiten. Mijn vader was al sponsor toen ik met mijn broertje en zusje hier in de jeugd voetbalde’’, aldus Dorresteijn die werkzaam is in het bedrijf van zijn vader.

Kampioenschap
Dorresteijn heeft naar zijn zin bij TOV. Van een andere club wil hij voorlopig niets weten. ,,Ik zit bij TOV prima op mijn plaats. Het is een familieclub met veel gezelligheid. Iedereen kent elkaar. Na mijn eerste twee wedstrijden in het eerste spraken de supporters mij al aan om mij succes te wensen of een hart onder de riem te steken.’’ Zijn hoogtepunt is volgens centrale verdediger het kampioenschap in zijn debuut jaar. ,,Dat was schitterend met veel publiek en een cameraploeg van omroep Baarn langs de lijn. Het was evengoed een goed debuutjaar, want ik miste door griep maar één wedstrijd.’’

Positief
Dit seizoen is de start van de ploeg van trainer Henk van Zoeren slecht. De oranje-zwarten staan op een degradatiepositie. Dorresteijn weet waar dat aan ligt: ,,Qua inzet is het goed, maar de wil om te winnen ontbreekt. Verdedigend staat het wel goed richting middenveld. Niets ten nadele van de aanvallers, maar daarna is het klaar.’’ Hij ziet het toch nog positief in. ,,Ik hoop dat we punten gaan sprokkelen om directe degradatie te kunnen voorkomen. We willen snel van die laatste plaats af. Als we de laatste wedstrijden voor de winterstop gaan winnen, denk ik dat het wel goed gaat komen.’’

TVC’er in hart en nieren: ‘Toekomst is rooskleurig’

Guust Smit en TVC Breda zijn al sinds de oprichting van die fusieclub onafscheidelijk. Smit kwam zelfs 59 jaar geleden al aan de Talmastraat bij TVC’39, voetbalde in het eerste en vervulde haast alle vrijwilligersfuncties. Tot op de dag van vandaag.

Dinsdagavond, 19.00 uur. Guust Smit (66) staat in de kantine aan de Kwakkelhutstraat. Het had ook een willekeurige andere dag in de week kunnen zijn, want het manusje-van-alles is elke avond bij de club. Daarnaast opent hij op maandagochtend de deuren en is hij de hele zaterdag én zondag aanwezig. “Ik ben een TVC’er in hart en nieren. Toen ik ging trouwen, heb ik tegen mijn vrouw gezegd: ‘TVC is TVC.’ Als de club belt, sta ik er.”

Smit wast, doet de inkoop, is secretaris, staat achter de bar, houdt de kantine op orde en is leider van het eerste. Maar eigenlijk doet hij nog veel meer, hij is de vraagbaak voor iedereen binnen de club, kent elk hoekje van het gebouw en weet van de hoed en de rand.

TVC Breda is meer dan zijn tweede huis, het ís zijn thuis. “Het is fijn om hier te zijn. Ze kennen mij allemaal en ik ken iedereen hier. Ik woon ook al mijn hele leven in Tuinzigt.” Hij kwam 59 jaar geleden bij TVC’39 terecht via zijn schoolmeester, Broeder Alphonso. “Van de Sint Tarcisiusschool. Als je bij Alphonso op school zat, moest je wel voor TVC’39 kiezen: hij was daar ook voorzitter.”

Het gaat ook nog eens uitstekend met de club, vertelt Smit. De jeugdafdeling groeit, de JO17-1 en JO19-1 waarborgen veel talenten die het eerste in de toekomst gaan versterken en die selectie kent nu al zo veel potentie.

“Na twee degradaties gaat het weer de goede kant op. We hebben een heel nieuw elftal, met allemaal eigen, jonge jongens. Er lopen zelfs spelers van 15 en 16 jaar oud rond. We doen nu al in het linkerrijtje mee, moeten ook zo snel mogelijk weg uit deze vijfde klasse. TVC Breda hoort hier niet. Niet qua historie, niet qua grootte van de club en niet qua talent. Eigenlijk vind ik dat we op den duur terug moeten naar de derde klasse.”

Het grote gevaar in Breda is dat de talenten weggekaapt worden door andere clubs. Smit doet er alles aan om zijn spelers te behouden. “We lopen er heel goed bij, zelfs eersteklassers zijn jaloers op onze kleding. Daarnaast probeer ik af en toe iets van een barbecue te organiseren, dat vinden die jongens toch leuk.” Kortom: het gaat hartstikke goed met TVC Breda. “Als we zo doorgaan, ziet de toekomst er rooskleurig uit.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.