Home Blog Pagina 1259

SVV staat voor een nieuw tijdperk

Met de verhuizing naar het nieuwe complex op sportpark Harga voor de deur luidt SVV een nieuw tijdperk in. “Het verenigingsleven van nu is niet meer te vergelijken met dat van de jaren tachtig van de vorige eeuw”, zegt voorzitter Edwin Suttorp.

Suttorp (53) kreeg in november van de ledenvergadering de opdracht om de Schiedamse traditieclub door een moeilijke fase te loodsen. “Er speelde van alles bij de club en organisatorisch en bestuurlijk waren er problemen. Ik heb zelf in het verleden gespeeld bij Schiedamse Boys, Martinit en Schiedam maar ken wel wat mensen van SVV. Toevallig noemden twee van hen mijn naam toen er behoefte was aan hulp van buiten.

Suttorp ging aanvankelijk aan de slag als adviseur. “Later kwam de functie van voorzitter in beeld. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik SVV als een grote uitdaging zie”, zegt Suttorp, die werkzaam is als directeur van de Regio Zuid-West van Breman Woningbeheer. “In mijn dagelijkse werk geef ik leiding aan een organisatie van professionals, bij SVV moeten we het rooien met alleen maar vrijwilligers. Dat spreekt mij enorm aan.”

Bij SVV stond veel te gebeuren. Met de verhuizing in zicht was de voormalig profclub in tijdnood gekomen. “We hebben eerst het bestuur op poten gezet en van daaruit de commissies ingericht. Dat is een enorm levendig proces. Je merkt dat het fundament staat. In het begin keken veel mensen de kat uit de boom, maar inmiddels neemt het aantal leden dat actief wil meewerken om deze mooie club er bovenop te helpen weer toe.

Volgens Suttorp snakt zijn club naar het nieuwe complex. “Eerst is ons stadion gesloopt. De impact daarvan was enorm. Je moet het zo zien: we hebben een jaar in een bouwput geleefd. De uitstraling was nul, onze ledenaantal is afgenomen en de kantineopbrengsten ook. We hebben een pittige tijd achter de rug, maar gelukkig kunnen we nu weer met een positief gevoel vooruit kijken.”

De inkt van de ondertekening van het contract met de stichting die het nieuwe park, met naast SVV HBSS en Hermes DVS als bewoners, beheert, is nog maar net droog. Suttorp is enthousiast. “Voor ons is deze stap er eentje in de toekomst. We delen onze verenigingsruimte met HBBS. Hermes DVS heeft een eigen gebouw. In totaal hebben we acht velden. Iedere club heeft zijn eigen hoofdveld, de andere velden worden ingericht naar speelbehoeften.

We hebben een eigen clubruimte voor de drank, een professionele catering verzorgt het eetgedeelte. Ik ben heel enthousiast over het model. In mijn ogen vormt dit de toekomst. Het verenigingsleven is compleet veranderd. Twintig, dertig jaar geleden werd een club volledig gerund door vrijwilligers. Die staken daar uren tijd in. Dat is niet meer. Mensen willen wel gebruikmaken van een activiteit, maar hebben niet meer de tijd voor al dat werk.”

Als SVV straks haar intrek heeft genomen op het nieuwe complex wacht meteen het 115-jarig jubileum. “115 jaar is op zich geen bijzonder jubileum”, zegt Suttorp. “Wel is het zeventig jaar geleden dat SVV landskampioen werd. Daar staan we graag bij stil.” Dat wil de club vieren met een ‘replay’ tegen de tegenstander van destijds in de Kuip, Heerenveen. “Dat gaat gebeuren in de voorbereiding op het nieuwe seizoen, op 25 augustus. De amateurs van Heerenveen spelen in de eerste klasse. Dat wordt een mooie clash. Twee spelers uit ons kampioensteam leven nog. Voor hen zal er die dag zeker een rol zijn.

Bij Excelsior Maassluis krijgt iedere O8 en O9-speler de luxe-behandeling

Excelsior Maassluis voert komend seizoen als een van de eerste clubs in Nederland het Gelijke Kansen Project van de KNVB in. Het doel van dit project is om meer kinderen betere ontwikkelkansen te geven en vroegtijdige uitsluiting tegen te gaan. Het project wordt bij de Maassluise Tweede Divisionist in het seizoen 2019-2020 ingevoerd voor alle O8 en O9 jeugd.

De laatste tijd worden steeds vaker vraagtekens gezet bij het selectiebeleid van veel sportclubs in Nederland”, zegt Jorrit de Koeijer, die Excelsior Maassluis hoofdtrainer van de JO8, JO9 en JO10. “De ‘beste’ kinderen worden in de hoogste teams geplaatst en krijgen van de clubs de beste behandeling. Deze kinderen krijgen betere trainers, trainingen en faciliteiten dan hun leeftijdsgenoten. Ook bij Excelsior Maassluis is dat lang zo geweest. De aandacht in de media voor dit onderwerp heeft ons aan het denken gezet.”

Excelsior Maassluis is overtuigd van het nut om jeugdvoetballers over een langere periode meer gelijke kansen te geven om zich optimaal te ontwikkelen. “Door vroeg te selecteren gaat er, denken wij, talent verloren. En ook bij ons zijn er voorbeelden van spelers die toen ze jong waren inde F7 speelden, maar vervolgens wel het eerste team en zelfs een bvo haalden”, legt De Koeijer uit.

De jeugdafdeling van Excelsior Maassluis staat bekend als een van de beste amateuropleidingen van Nederland. Niet voor niets werd Excelsior Maassluis in 2017 uitgeroepen tot de Beste Jeugdopleiding van Nederland. Toch draaide het hier veelal om de situatie van de prestatieve ‘selectieteams’.

Excelsior Maassluis wil een club voor iedereen zijn”, vertelt voorzitter Gert-Jan Bunt. De invoering van het Gelijke Kansen Project past daarom precies bij de visie van de club. “De afgelopen twee seizoen is er door de jeugdcommissie veel tijd en energie geïnvesteerd in de breedte van de jeugdopleiding.

Er zijn allerlei leuke activiteiten georganiseerd die voor iedereen toegankelijk zijn. Hierdoor is er meer aandacht voor alle kinderen en is het verenigingsgevoel sterk vergroot. In het huidige seizoen hebben we ook binnen de lijnen stappen gemaakt door te investeren in een gecertificeerde trainer voor alle jeugdelftallen. Volgend seizoen gaan we bij de jongste jeugd nog een stapje verder door alle kinderen in één groep dezelfde behandeling te geven. De traditionele ‘selectie’ is hiermee verleden tijd. Alle kinderen zitten nu eigenlijk in de ‘selectie’.”

Ook Hoofd Jeugdopleiding en eerste elftal speler Daan Smith ziet de positieve kanten van het Gelijke Kansen Project van de KNVB. “Het is eigenlijk best lastig om op zo’n jonge leeftijd spelers te selecteren. Een speler die in januari geboren is lijkt al snel beter dan een speler uit december van datzelfde geboortejaar. Stel je voor dat het kind uit december uiteindelijk toch meer potentie blijkt te hebben. Dan is het eigenlijk oneerlijk dat dit kind een andere behandeling krijgt dan het kind uit januari. Door iedereen wél de ‘luxere’ behandeling te geven, worden voor meer kinderen de opleidingskansen vergroot. Misschien halen hierdoor wel meer eigen jeugdspelers ons eerste elftal. Dat zou geweldig zijn.”

Bristol (Roosendaal) wint KNVB Beker zaalvoetbal

De dames hebben een historische zegen behaald in het dames zaalvoetbal. Als Roosendaalse vereniging zijn de meiden de eerste die de KNVB district zuid 1 beker weten te winnen.

Bristol moest het opnemen tegen de nummer drie van de ranglijst zuid 1. Het werd als snel duidelijk dat Brabantia een geduchte tegenstander was. Zeker in het begin was het aftasten van beiden kanten, maar Bristol was aanvallend wel sterker. Het duurde 7 minuten voordat Gritthe Vaissaire de 1-0 snoeihard te touwen in joeg. Het vertrouwen was bij coach Lauwen groot want de jonkies werden al vrij snel ingebracht. Fleur de kinderen dacht dat haar inzet werd gekeerd maar de keepster anticipeerde de bal verkeerd en met veel blijdschap kwam de teller op 2-0.

In de laatste 25 minuten zat het venijn. Brabantia kwam tot de aansluitingstreffer, maat kort daarna zag Lesley Heuser zag haar lange bal verkeerd beoordeeld door de keepster 3-1. Opnieuw Vaissaire zorgde zelfs voor de 4-1. Tocht werd het 8 minuten voor tijd super spannend. Brabantia kwam nog terug tot 4-3, en Ashley de Bie moest zelfs een bal van de lijn halen. De ontlading was super na het laatste fluitsignaal.

Opportunisme en emotie
“Dit is heel mooi voor de ploeg, maar nog veel mooier voor de vereniging, zie uitblinker Griffth Vaisaire na afloop. “Onze supporters waren geweldig aanwezig. Het is ongelooflijk dat we dit voor elkaar hebben gekregen. Winnen van Brabantia in bijna hun eigen woonplaats dat is het mooiste dat er is.” Griffth vond de triomf niet onverdiend. “In de eerste helft hadden we problemen in de opbouw. Na de rust speelden we met meer opportunisme en emotie en dat heeft geholpen. Heel even kwamen we in de problemen. Maar uiteindelijke pakken we die belangrijker beker. Dit voelt echt heel lekker.”

Met het winnen van deze beker gaan de dames volgens seizoen meestrijden met de landelijke KNVB beker.

Lubrecht boezemt met postuur en stem ontzag in op de voetbalvelden

Ray Lubrecht is de talentvolle, veelzijdige doelman van Victoria’04 A1. De negentienjarige voetballer mikt op een plek in het eerste elftal.

De spitsen van de tegenstanders moeten het gevoel hebben met hun oor tegen een scheepshoorn te hangen, wanneer Lubrecht zich verbaal laat gelden. Met een basstem waaraan zanger Jim Bakkum een puntje kan zuigen, zegt de keeper: “ik denk dat ik wel duidelijk ben.”

Lubrecht schreef zich als C-junior in bij het Vlaardingse Victoria’04. Nadat zijn ouders waren gescheiden liet hij Zeist voor wat het was, om in Zuid-Holland vol goede moed het doel te verdedigen. “Victoria’04 is een heerlijke club”, zegt de man die als B-junior een jaartje bij defensie ging werken maar daarna terugkeerde bij de club.

“Ik denk dat de balans tussen sfeer en prestaties heel goed is bij Victoria’04. In de kantine hebben we gezelligheid en gekkigheid, maar op het veld willen we echt alleen maar winnen.

We hebben een prima team met de A1 en hoeven niet onder te doen voor de A1 van sommige andere clubs. Tegen de A1 van VFC hebben we drie heel mooie finales van het Vlaardings kampioenschap gespeeld.”

“We verloren wel drie keer, maar het was steeds net aan”, vervolgt Lubrecht. “Twee keer verloren we met één doelpunt verschil en de andere keer won VFC na strafschoppen. Victoria’04 en VFC zijn wel duidelijk de toonaangevende clubs van Vlaardingen, als het om jeugd gaat. Sommige andere clubs hebben niet eens een A1- elftal meer. Bij ons bloeit de jeugdtak echt volop.”

Lubrecht is een doelman met veel lengte, die zoals gezegd ontzag inboezemt bij de voorwaartsen die op hem afstormen. In het persoonlijke duel is hij moeilijk te kloppen, als regisseur van de defensie laat hij zijn zware basstem gelden. “En ik ben ook sterk op de lijn”, zegt de bijna twintigjarige.

“Ik weet goed wat mijn sterke punten zijn en waar ik mezelf nog flink kan verbeteren. Hoge ballen zijn niet mijn favoriet, als ik moet uitkomen ben ik niet op mijn best. En ik denk dat mijn trap ook wel voor verbetering vatbaar is.

Ik werk er in elk geval hard aan om op dat punt progressie te boeken.”

Met het oog op de toekomst stelt Lubrecht dat hij zijn kans in de selectie wil beproeven. Een poging de eerste doelman van Victoria ‘04 te worden is het streven van de talentvolle keeper. “Ik wil echt voor het eerste gaan, daar doe ik niet geheimzinnig over”, licht hij toe. “Ik wil per se bij het eerste elftal komen. Liever in het eerste op de bank, dan bij het tweede een basisplaats.”

Om zijn leven buiten het veld te bekostigen werkte Lubrecht een jaar in een loods. Het goeie ouwe magazijnwerk, waar natuurlijk nog nooit iemand slechter van is geworden. Lachend vertelt hij waaraan hij momenteel met veel ijver werkt. “Ik ben een cd-single aan het opnemen”, klinkt het trots.

Aha, dus ook daar kan hij die basstem voor gebruiken? De vergelijking met Jim Bakkum komt hem niet onbekend voor. “Ik ben nog in een testfase, maar het kan heel leuk worden. Ik treed al op in kroegen en in de kantine, de basis heb ik wel.”

100 jaar Baardwijk: ‘Het wordt grandioos’

Aan al het wachten komt bijna een einde voor de leden van VV Baardwijk. Op 19 maart bestaat de volksclub precies 100 jaar en van 21 tot en met 24 maart wordt deze mijlpaal groots gevierd op het Waalwijkse sportpark Olympia.

Het is nog even aftellen tot het feestprogramma losbarst bij VV Baardwijk, maar de voorpret is al een tijdje aan de gang bij de club van geel en zwart. Al maanden hangt er een enorme banner aan de poort bij de hoofdingang waarop de jubileumweek wordt aangekondigd en ook in de kantine worden de leden alvast warm gemaakt voor de voorlaatste week van maart. “Er staat een beeldscherm waarop aan de lopende band oude clubfoto’s worden afgespeeld en dit tafereel trekt veel bekijks”, zegt Jasper Werten, die de bestuurskamer binnenwandelt voor een van de laatste vergaderingen van de speciale jubileumcommissie. “Afgelopen zaterdag heb ik er zelf bijna een halfuur voor gestaan, om al die fraaie plaatjes te bekijken. Bovendien wordt de kantine steeds verder aangekleed met oude shirts, tassen en foto’s. Hierdoor komt iedereen al helemaal in de feeststemming”, glundert hij.

Korte vergadering
Naast Werten schuiven ook Toon van Hoof en René van Boxtel namens de jubileumcommissie aan voor de wekelijkse vergadering, maar een latertje zal het niet worden, zo voorspellen de heren. “Alles is in kannen en kruiken”, zo stelt Werten vast. “We hebben het draaiboek van ons 90-jarig jubileum erbij gepakt.

De goede dingen hebben we eruit gefilterd en van de wat mindere details hebben we geleerd, waardoor we nu een spetterend jubileumfeest konden organiseren”, zegt hij tevreden. “Met een geweldige groep vrijwilligers hebben we een mooi programma in elkaar gezet, waar we bij Baardwijk heel trots op zijn.”

Het programma
De feestperiode wordt op de donderdag afgetrapt met een receptie en jubilarissenavond. “Sommige leden hebben denk ik vorig jaar bewust de jubilarissenavond overgeslagen, zodat ze nu wel in het zonnetje worden gezet”, grapt Van Boxtel. Die avond is een rustig begin van een hoop vertier dat zal volgen. Want op vrijdagavond is er een reünie voor iedereen die Baardwijk een warm hart toedraagt, gevolgd door een zogeheten ‘borrukse’ avond, een synoniem voor een spetterend feest.

“Er komen wel 500 oud-leden, erg gaaf dat zo veel Baardwijkers op de reünie afkomen”, zegt Van Boxtel trots. “Bovendien hebben we geregeld dat niemand van Baardwijk op die dag vrijwilligerswerk hoeft te verrichten: leden van buurclubs als WSC en RWB staan achter de bar, een zeer mooi gebaar.”

Op zaterdagavond gaat men in een enorme partytent vrolijk door met feesten als vele zangers optreden tijdens de Hollandse avond, maar niet voordat overdag jeugdleden hebben genoten van een spelletjesmiddag. Onder meer Feest DJ Bart, Raymon Hermans en Het Feestteam treden dan op in de grote tent, waar plek is voor zo’n 1000 mensen. Uiteraard wordt er ook gevoetbald. Op de zondag neemt het sterrenteam van FC de Rebellen het op tegen Baardwijk. De eerste helft speelt het team vol oud-voet- ballers als Andy van der Meijde, Sjaak Polak, Theo Lucius, Ruben Schaken en Marcel Meeuwis tegen de dames van Baardwijk 1, de tweede helft spelen ze tegen het mannelijke vlaggenschip van de club. Hierna wordt de jubileumperiode afgesloten met een avondvullend programma in de grote tent, waar onder meer Zanger Kafke en de heren van Baby Blue.

De kaartverkoop voor de zaterdag- en zondagavond loopt goed volgens Werten, het creatief brein achter vele organisatorische verzinsels voor de jubileumweek. “Al onze leden spelen geen competitievoetbal dat weekend, dus die kunnen sowieso allemaal aanwezig zijn bij de activiteiten. En niet-leden kunnen kaartjes kopen in de kantine van Baardwijk voor onze Hollandse Avond en voor het zondagse Baardwijk 100 jaar feest.”

Sponsoren en vrijwilligers
Het jubileumweekend is mede gemaakt door vele sponsoren die Baardwijk een warm hart toedragen. De club hoopt door de activiteiten ook wat geld terug te verdienen van de investeringen. “Vanuit allerlei hoeken kregen we hulp aangeboden, dat is echt geweldig”, zegt Van Hoof. “Via sociale media hebben we veel reclame gemaakt voor het feest en in de buurt en zelf in de hele stad is men op de hoogte van het jubileum van Baardwijk”, zegt hij. Aan vrijwilligers geen gebrek tijdens de jubileumweek op sportpark Olympia.

Bijna 80 mensen zetten zich belangeloos in om verschillende activiteiten mede mogelijk te maken. Tijdens de feestweek hoopt Baardwijk ook geld in te zamelen voor het goede doel. “We willen een mooi bedrag inzamelen voor Support Casper, een stichting die geld inzamelt voor onderzoek naar alvleesklierkanker”, zegt Werten. “Een clubicoon van ons is aan die ziekte overleden en we willen een mooi gebaar maken uit respect voor hem”, licht hij toe.

Baardwijk telt ongeveer zo’n 600 leden en volgens de jubileumcommissie gaat het goed met de volksclub naast het stadion van RKC Waalwijk. “We zijn groeiende als club, het gaat goed met onze jeugdafdeling”, zegt Van Boxtel. “Kinderen hebben hier veel sportieve mogelijkheden en ook steeds meer meisjes vinden de weg naar ons sportpark. Daarnaast is het erg leuk dat we ook drie vrouwenteams hebben, die zorgen voor erg veel gezelligheid. Zo organiseren ze veel leuke activiteiten, zoals barbecues en feestavonden.”

Leuker dan carnaval
Als Het VoetbalJournaal aanstal- ten maakt om te vertrekken, kan de korte vergadering dus bijna beginnen, want ook een ander lid van de jubileumcommissie is ge- arriveerd in de knusse bestuurs- kamer. “Zoals we al zeiden: in grote lijnen is alles geregeld”, zegt Van Hoof. “Vanaf januari hebben we elke maandag hier vergaderd, dus we moeten alleen nog even de puntjes op de i zetten.”

Op de website van Baardwijk telt een klok langzaam af tot 21 maart en de heren van de jubileumcommissie zijn ook helemaal in de ban van de feestweek. “Ik ben een echte liefhebber van carnaval, kijk normaal gesproken reikhalzend uit naar die dagen”, zegt Van Boxtel. “Maar dit jaar is dat anders. Ik merk dat ik eigenlijk veel meer zin heb in de feestweek van Baardwijk en ik denk niet dat ik de enige ben. Het wordt grandioos”, voorspelt hij.

Justin Kwee voelt zich thuis bij Unitas’30

Unitas’30 lijkt de weg naar de langgekoesterde wens te hebben gevonden: terug naar de eerste klasse. De Etten-Leurse club heeft een mooie historie, maar ook de toekomst ziet er rooskleurig uit. Jeugdexponent Justin Kwee is daar een voorbeeld van.


De 20-jarige middenvelder Justin Kwee kwam in de C-jeugd over van Internos, de rivaal in het zuiden. Hij is dus niet écht een jongen van Unitas’30, maar zo voelt hij zich wel. “Ik heb het hier van begin af aan naar mijn zin gehad.” Dat was niet meer zo bij zijn oude club en daarom volgde hij een vriend naar Unitas’30. Daar kon hij ook nog eens voetballen op hoog niveau: haast alle jeugdteams van de club spelen op divisieniveau of in de top van de hoofdklasse. En toch stak Kwee er bovenuit. “Ik had wel het idee dat ik iets verder was dan de andere spelers in mijn lichting”, geeft hij eerlijk toe. Kwee draait er sowieso niet omheen: hij zegt wat hij vindt en denkt. Als hij met een trainer niet goed op kan schieten, laat hij dat duidelijk merken. Soms met een verbale botsing als gevolg, maar dat is dan maar zo.

TALENT
Als tweedejaars B kreeg hij al de kans om aan het selectievoetbal te ruiken, veelzeggend bij een club als Unitas’30 die uit een grote pool talentvolle jeugdspelers kan putten. “Ik vond het leuk om bij het eerste te zitten, was in het jaar daarna al belangrijk met mijn speelminuten.” En dat als 18-jarige. Inmiddels is de lichtvoetige middenvelder een vaste waarde in het basisteam van Unitas’30. Dat is ook bij andere clubs opgevallen: Kwee wimpelde de interesse van enkele tweede- en eersteklassers af. “Ik wil het liefst met Unitas’30 zo hoog mogelijk spelen. Wellicht kijk ik na dit seizoen nog eens verder, ik wil het hoogst haalbare eruit halen, maar ik heb het ook echt prima naar mijn zin hier. Ik ken iedereen bij de club, merk dat ze vertrouwen in me hebben en dat doet me goed. Daarnaast is het complex heel mooi en modern: alles binnen Unitas’30 voelt voor mij als een tweede thuis.”

KRACHT
Tegelijkertijd is hij realistisch. “Gianni Tiebosch is een vriend van mij en ik ben weleens gaan kijken bij zijn wedstrijden bij Hoek in de Derde Divisie, dat is wel een ander niveautje hoor… Daar lopen alleen maar grote jongens rond.” En Kwee is met zijn 1.74 meter niet de langste. “Ik ben heel lichtvoetig en explosief, maar niet krachtig genoeg naar mijn zin. Het is wel lastig, ik kom niet makkelijk aan. Ik eet anderhalf keer zo veel als mijn ouders en broertje en zit vaak in de sportschool, maar toch gaat het heel moeizaam.”

Daarnaast moet zijn rendement omhoog, hij is vaak betrokken bij het spel voor de assist, maar wil zijn statistieken qua assists en doelpunten verbeteren, bepalender zijn. Dat alles moet hem binnen een paar jaar naar de eerste klasse brengen, vindt hij.

Voetbal is voor Kwee nog altijd vooral een hobby. “Ik heb weleens momenten dat ik denk: pff, moet ik weer trainen. Maar zonder voetbal kan ik niet. Als we een paar weken niets doen in verband met bijvoorbeeld de vakantie, dan word ik helemaal gek. Dan probeer ik wat jongens op te trommelen voor een potje. Het is je passie, je hobby. Nee, ik kan echt niet zonder.”

ROOSKLEURIG
De Etten-Leurenaar is van mening dat de toekomst van Unitas’30 er rooskleurig uitziet. Hij kan het weten, aangezien hij een paar jaar training heeft gegeven in de jeugd. “Als ik naar de jeugd kijk, dan zie ik aardig wat talent. Ik zie spelers rondlopen die al een stuk verder zijn dan ik was op hun leeftijd. Er komt wel wat leuks aan.” Het is veelzeggend dat Unitas’30 in februari met 3-0 van Sarto won, terwijl het de helft van het basiselftal miste en daardoor moest putten uit de jeugd. “Ik sta dan als 20-jarige ook anders op het veld, vind dat ik iets extra’s moet brengen om die jonge jongens te helpen.”

SAMEN DE STAD IN
Hij merkt dat het Unitas’30 van dit seizoen een totaal ander team is dan de ploeg waarin hij een jaar geleden voetbalde. “De sfeer was toen minder, ik weet niet waar dat aan lag. Nu blijft iedereen hangen na de training en de wedstrijden, we gaan zelfs regelmatig met elkaar de stad in. Dat is heel belangrijk voor een team.” Naar de oorzaak is het gissen. “Maar het is sowieso een wereld van verschil als je wat meer wint. Dan is het altijd leuker.” En waar de ploeg van de Leur vorig jaar tegen degradatie streed, doen ze nu mee om de bovenste plaatsen. Het doel voor dit seizoen?

Kwee had de pijlen gericht op een plek in de middenmoot, maar die doelstelling kan de prullenbak in na de sterke eerste seizoenshelft. “Het liefst zou ik kampioen worden, maar dat is wel erg lastig gezien ons programma. Een periodetitel halen zou ook mooi zijn.”

Beek Vooruit heeft de weg naar boven ingeslagen

Beek Vooruit is de laatste weken aardig op stoom, met zeven punten uit drie wedstrijden en elf doelpunten voor als balans. Het gaat samen met de terugkeer van Loek Schalk in zijn beste vorm. De 25-jarige Beekenaar scoorde maar liefst zes goals tegen Kruisland en Hoeven.

“Zelfs onze eigen fans waren verrast”, geeft Loek Schalk toe, over de 6-2-winst van Beek Vooruit op koploper Kruisland van afgelopen zondag. “Het was een wedstrijd uit het boekje, zat weer eens ouderwets mee. Iedereen was fit en we hadden geen schorsingen.” Het zegt veel dat Loek zelfs tijd had om de doelpuntenstrijd met zijn tweelingbroer aan te gaan. “Ik maakte er eerst eentje, Joost vervolgens twee. Toen dacht ik: nu moet ik er ook minimaal nog een maken, hij moet niet dichterbij me in de buurt komen qua doelpuntenaantal.”

Uit vorm De eerste seizoenshelft verliep niet naar wens. “Het was een beetje moeizaam, we stonden volgens mij in het begin zelfs op een degradatieplaats. Vorig jaar kon niet op, we streden tot het einde zelfs om een plek in de top vijf. En dat in ons eerste seizoen in de tweede klasse. We hadden daarom misschien voor dit jaar gewoon wat te hoge verwachtingen, maar sinds de winterstop hebben we de weg omhoog gelukkig weer gevonden.”

Schalk was zelf ook niet in topvorm. “Ik was een paar weken half geblesseerd. Daardoor liep het wat minder, kwam ik bijvoorbeeld steeds net niet op tijd. Ik ben nu sinds drie weken weer volledig fit en dat merk ik direct aan mijn vorm. Achteraf gezien had ik misschien niet moeten spelen met die liesklachten, maar ik dacht ook: we zitten vlak voor de winterstop, het kan nog wel.”

Doelen Hij wil minstens 23 doelpunten te maken, aangezien hij vorig jaar op 22 bleef steken. Loek heeft er inmiddels 15 in het netje liggen, Joost ademt hem in de nek met vier doelpunten minder. “Het is een gezonde concurrentiestrijd, maar je legt de ballen natuurlijk wel gewoon af als de ander er beter voor staat.”

Zo staan ze samen alweer op 26 goals, van de 38 die Beek Vooruit er tot nu toe maakte. Schalk hoopt dit seizoen ergens tussen plek 5 en 7 te eindigen. “Komende jaren hoop ik om de prijzen mee te kunnen doen. We spelen al een aantal seizoenen met een vaste kern en raken daardoor beter en beter op elkaar ingespeeld. We willen in ieder geval allemaal graag vooruit, de hele club kijkt naar boven.”

Foto: Nathalie Pompe

Arjan van der Kaay brengt liefde en kennis voor het keepen over

“Springen. Goed zo! Springen.” Het is een druilerige zondagmorgen bij VDL in Maassluis en Arjan van der Kaay moedigt één van de ruim twintig keepertjes bij een oefenvorm aan.

Mooi, hé”, zegt de voormalige profkeeper en naamgever van Keeperschool Van der Kaay. “Het plezier straalt er vanaf. Dat vind ik het belangrijkste. Als keepertje hoef je heus niet supergetalenteerd te zijn om aan onze cursussen mee te doen, de veruit belangrijkste voorwaarde is dat je het leuk vindt en plezier hebt.

Op zijn website (keepersschoolvanderkaay.nl) staat een uitdagende kop: Keepen: nieuwe helden. “Keepers zijn steeds belangrijker geworden”, legt hij uit. “Het zijn geen eenlingen meer, maar belangrijke schakels in het team. Dat zie je ook terug in de aandacht die er voor keepers is. De meeste clubs hebben speciale keeperstrainingen, er zijn keeperscholen. Dat was er vroeger allemaal niet.

Toen Van der Kaay zelf een jonge keepertje was moest hij het maar uitzoeken. “Ik moest mezelf vaardigheden aanleren. In die tijd was er veel minder voetbal op televisie. Dus je had veel minder voorbeelden dan nu.”

Pas later, toen hij bij ADO Den Haag onder de lat stond kreeg hij professionele begeleiding. Na zijn profloopbaan speelde hij bij Westlandia en bouwde hij af bij MSV’71 in Maassluis. Terwijl hij als actief keeper aan het afbouwen was, bouwde hij een nieuw bestaan als keeperstrainer op. “Op een gegeven moment trainde ik iedere dag een club.”

Intussen is het aantal clubs beperkt tot drie. Zijn meeste uren draait hij bij Feyenoord, waar hij de keepers in de onder- en middenbouw onder zijn hoede. Bij FC ‘s-Gravenzande traint hij de jeugd- en selectiekeepers. Sinds de winterstop is daar een nieuwe klus bijgekomen: eerstedivisionist FC Dordrecht.

Het is allemaal uitstekend te combineren met zijn eigen keeperschool, die hij sinds 2013 heeft. Zijn school beschikt over vestigingen op twee lokaties, één op het terrein van FC ’s-Gravenzande (op vrijdag) en één op het complex van VDL (op zondagmorgen). “We trainen in kleine groepjes”, vertelt Van der Kaaij. “Ik krijg assistentie van trainers die gecertificeerd zijn. We houden rekening met de relatief korte concentratieboog van kinderen, vanuit een positieve houding, zonder prestatiedruk.”

We werken met blokken en thema’s, maar we houden het wel spannend en dus gevarieerd voor de keepers”, benadrukt hij.

Het insnijden van de bal, een goede uitgangspositie, de traptechniek, het positiespel, het meevoetballen en de één-tegen-één duels. Allemaal technische zaken waar we aandacht aan besteden.

Daarnaast krijgen ze sociale vaardigheden aangeleerd als praten voor een groep en coachen van medespelers. Ook leren ze hoe ze zich mentaal kunnen voorbereiden op een wedstrijd.”

Voor Stan Groenewegen is verdedigen een kunst

Menig voetballer zweert bij het maken van een doelpunt of een mooie aanvallende actie, maar voor Maasdijk-voetballer Stan Groenewegen zit de schoonheid van het spel juist in verdedigen. “Ik geniet van een succesvolle sliding.”

Het is voor Richard Kraijenbosch en Stan Groenewegen even wennen. Jarenlang vormden zij in de verdediging van Maasdijk het centrale duo. Sinds dit seizoen is Kraijenbosch trainer van de zaterdagderdeklasser. “We hebben een heleboel wedstrijden samen centraal gestaan. Buiten het voetbal kunnen we goed met elkaar overweg, maar in het veld werd ik vaak gek van hem en dat vindt hij prachtig om aan te halen”, zegt Groenewegen (26) met een knipoog.

Kraijenbosch is louter positief over zijn centrale verdediger en ex-matje in de achterhoede. “Sterke verdediger, goede onderscheppingen”, vat hij de capaciteiten van Groenewegen samen. “Hij maakt een hoop goed voor andere spelers en blijft gaan. Positieve, slimme jongen.” Groenewegen moet lachen als hij de lofzang van zijn trainer hoort. “Ik was degene die oorlog maakte met de spits, Richard maakte altijd grapjes in het veld en lulde met iedereen. Tot mijn grote ergernis, want ik mocht het vuile werk altijd opknappen, terwijl Richard de vrije man was.” Groenewegen serieus: “Het is wel zo dat sinds hij trainer is, Richard mij meer verantwoordelijkheid geeft. Hij stimuleert mij om de boel te regelen achterin. Dat doe ik ook wel steeds meer. Ik probeer medespelers op de goede plaats te zetten en ook aan te geven wanneer we druk moeten zetten.”

Groenewegen behoort dan ook inmiddels tot de geroutineerde deel van de spelersgroep van Maasdijk. Met zijn 26 jaar is hij één van de oudere spelers. “We hebben een extreem jonge groep. De meeste jongens zijn rond de 20, 21 jaar. Richard verwacht van de ouderen dat ze in het veld de leiding nemen. Dit is inmiddels mijn achtste seizoen in Maasdijk 1.” De in Naaldwijk opgegroeide Groenewegen maakte jarenlang deel van de jeugdopleiding bij Westlandia. “Ik was zeker niet de beste speler van mijn lichting, maar ik zat altijd wel in de selectie van mijn leeftijdscategorie”, zegt de inkoper bij een groenhandel. “In mijn C-tijd kwam ik er echter achter dat dat fanatieke niet iets voor mij was. Twee uur voor aftrap verzamelen, een teambespreking van een half uur, van mij hoefde dat niet zo. Ik vond en vind voetbal leuk, maar familie en vrienden komen bij mij op de eerste plaats.”

Toen ik als B-junior van Westlandia naar Maasdijk overstapte ging ik zes klassen lager spelen, van de tweede divisie naar de vierde klasse. Ik heb er nooit een probleem mee gehad.” Niet dat Groenewegen geen ambities heeft. “Oh zeker wel, anders was ik niet in het eerste van Maasdijk terechtgekomen. Er spelen bij Maasdijk veel spelers die elders op een hoog niveau hun opleiding hebben genoten. Bij Maasdijk vinden ze de ideale mix tussen spelen op een redelijk niveau en gezelligheid.” En waar aanvallers genieten van scoren en het geven van een beslissende voorzet schept Groenewegen er genoegen in om zijn directe tegenstander uit te schakelen.

Ik vind die persoonlijke duels heerlijk. Sommige voetballers vinden het niks, ik geniet ervan. Ik maak altijd mijn eigen privé-oorlogje met de spits. Een succesvolle verdedigende actie geeft mij dezelfde voldoening als een spits die scoort. Een perfect uitgevoerde sliding… joh, dan juich ik van binnen.” Met Maasdijk dreigt Groenewegen, die herstellende is van een blessure, het lopende seizoen in de grijze anonimiteit van de middenmoot van de derde klasse verzeild te raken. “We hebben de kwaliteiten om bij de eerste drie te eindigen”, zegt hij vol overtuiging. “De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat we nog ver verwijderd zijn van de tweede klasse. Als we tweedeklasser willen worden, zal het allemaal minder vrijblijvend moeten.

Molenaar geeft bij VELO extra schouderklopjes

Chris Molenaar is bezig aan zijn afscheidstournee als leider van het eerste zondagelftal van VELO. Na dit seizoen zwaait Molenaar, 67 jaar en gepensioneerd, af. “Ik heb van iedere minuut genoten.”

De tegenvallende prestaties van VELO in de eerste klasse dit seizoen, zijn geen reden voor zijn afscheid. “Ik ben er gewoon klaar mee”, zegt Molenaar. “Ik heb dertien jaar het eerste gedaan, daarvoor elf, twaalf jaar jeugdteams. Ik ga zeker niet thuis achter het raam zitten, maar dit hoofdstuk sluit ik af”, is hij gedecideerd. “Ik ben dankbaar dat ik dit heb mogen meemaken. Dankzij mijn vrouw Margreet, die er nooit een probleem van maakte als ik weer naar de club ging.”

Hij koestert zijn mooie herinneringen. “Natuurlijk is er veel veranderd sinds ik als leider begon bij trainer Jan de Jong. De beleving van spelers bijvoorbeeld. Twaalf, dertien jaar geleden leefden die jongens veel meer voor het voetbal. Tegenwoordig zijn er veel meer afleidingen. Voetbal staat niet meer bij iedereen op één. Dat is jammer, maar het is een ontwikkeling die je niet alleen bij VELO ziet. De maatschappij verandert, interesses ook.”

Van Molenaar echter geen kwaad woord over de inzet van de huidige selectie. “Als ze trainen en een wedstrijd spelen doet iedereen zijn stinkende best.

Hij noemt zichzelf bloedfanatiek en ‘van de discipline’, maar heeft oog voor ‘verhoudingen’. De zorgelijke positie van VELO in het klassement komt niet uit de lucht vallen. “Op een paar spelers na is het hele elftal vernieuwd. Deze jongens doen hun best, maar hebben het moeilijk. Als leider geef ik een extra schouderklopje. Het is belangrijk dat het gezellig blijft.

Amper acht maanden geleden stond VELO nog met anderhalf been in de hoofdklasse. “In de finale van de nacompetitie stonden we tegen Alphense Boys met 1-0 voor. We waren een kwartier van de hoofdklasse verwijderd”, treurt Molenaar.

Helemaal met lege handen verlaat hij VELO niet. Hij maakte met de Wateringers twee promoties mee. “Met Jan de Jong promoveerden we, met Corné van Doorn werden we kampioen.”

Hij onderhield met alle trainers (Jan de Jong, Corné van Doorn, Cees Tempelaar, Albert van der Dussen en huidig trainer Patrick van Dullemen) een uitstekende werkrelatie. “Ik stelde me altijd gedienstig op. Ik was een luisterend oor voor spelers, maar ook voor de trainer. Ik organiseerde de uitjes en ook de trainingskampen.”

De spelers en de trainer wilden graag naar het buitenland. Dus ik had een trainingskamp geregeld in Tenerife. Daarna zijn we jarenlang naar Gran Canaria geweest. Dat was altijd één grote verbroedering. Geweldig voor de teambuilding. Als jongens door studie maar een dag of vier konden komen, lieten we ze later invliegen. Eén keer zijn we op wintersport geweest. Dat vond ik niks. Ik kon niet skiën en zat alleen maar in zo’n lift en bergstube. Het jaar erop zijn we de zon weer gaan opzoeken. De afgelopen twee jaar heeft Gerben Voois de organisatie van het trainingskamp gedaan. Hij is veel handiger met de computer dan ik.”

Achteraf gezien waren de eerste jaren onder Jan de Jong het leukst. Dat kwam ook door het begeleidende team. Frits Rijsemus was tweede leider, Mart van Paassen materiaalman, ouwe-jongens-krentenbrood. Frits en Mart zijn in januari nog mee geweest met de trip naar Barcelona. Dat was een soort reünie.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.