Home Blog Pagina 1228

Bavels Lisa Jansen: ‘Wedstrijd om nooit te vergeten’

Van een volgepakt sportpark voor een bekerduel tegen Ajax, naar een degradatiekraker met het tweede team: Lisa Jansen kende een bijzonder seizoen. De speelsters van vv Bavel sloot het jaar met gemengde gevoelens af, na een seizoenstoetje met het tweede.

“Ieder potje is een wedstrijd op zich”, antwoordt de 28-jarige vleugelflitser Lisa Jansen op de constatering dat haar seizoen van uitersten aan elkaar hangt. De bekerwedstrijd tegen Ajax van halverwege het voetbaljaar was het absolute hoogtepunt, zelfs een van de mooiste momenten uit haar carrière. “Once in a lifetime. Wij wisten al snel dat Ajax een stip aan de horizon was, gezien onze route in het bekertoernooi. Nadat we ons kwalificeerden voor die wedstrijd, zijn we er iedere dag mee bezig geweest. Steeds was er wel iemand die begon over zaken als wat we konden regelen voor de supporters, onze speelwijze en wie er bij Ajax mee zouden doen.”

KIPPENVEL
De dag zelf werd door Jansen beleefd als een droom, ondanks het resultaat. “Het begon al bij aankomst, hoe het aangekleed was. Het was ook drukker dan ik me voor had kunnen stellen (zo’n duizend toeschouwers waren naar sportpark De Roosberg gekomen, red.), ik liep echt met kippenvel rond. Sjaaltjes, boekjes, spandoeken: aan alles was gedacht. En dan die opstelling van Ajax, ze speelden niet bepaald met een B-ploeg.” Dat Bavel zou verliezen, stond vooraf al vast. De ploeg was echter geenszins van plan zich in te graven. “We hebben 20 minuten leuk meegedaan en daarna werd het een Ajax-show. We hebben dat ondergaan, zijn met drie achterin blijven spelen. We verloren met 0-13, maar dat we de bus niet hebben geparkeerd, siert ons wel denk ik.” De Bavelse dames brachten in juni nog een bezoekje aan een wedstrijd van het Nederlands team op het WK vrouwen. “Als je dan jouw directe tegenstander, Kika van Es, in de basis ziet staan, is het niet zo shocking dat ze me aan alle kanten passeerde.”

TE LAAG
Het bekerseizoen was dus absoluut geslaagd voor Bavel, aan het competitiejaar houdt Jansen gemengde gevoelens over. “We wisten inmiddels dat we hoofdklassewaardig waren en hadden onze ambities dan ook bijgesteld. We wilden in eerste instantie voor de top 3 gaan, later ook voor een periodetitel. Het lag dichtbij elkaar, maar onze zevende plek op de eindrangschikking is te laag gezien ons spel. We hebben het laten liggen tegen de ploegen die op papier minder zijn.” Dat ze zelf tien weken aan de kant stond met een enkelblessure, frustreerde de fanatieke aanvalster enorm. “Ik ben in die periode iedere wedstrijd gekomen om te filmen en heb tijdens elke training wel iets geprobeerd te doen. Dat frustreerde vaak, na een paar rondjes lopen kon ik niet meer verder.”

Ze mocht gezien haar beperkte aantal wedstrijden in het eerste nog meedoen aan de nacompetitie met Bavel 2, die ploeg knokte afgelopen seizoen voor lijfsbehoud in de eerste klasse. Jansen deed ook in die duels haar stinkende best, het maakt voor haar inzet niet uit tegen wie of op welk niveau ze speelt.

Jansen weet dat komend seizoen lastiger zal worden voor het eerste. “Als we echt iets hadden gewild, moest het afgelopen jaar gebeuren. Onze gehele defensie vertrekt en dus moeten we weer gaan bouwen. We krijgen er gelukkig ook wat goede speelsters bij, dus we gaan niet in de problemen komen. Hopelijk kunnen we binnen drie jaar onze ambitie bewerkstelligen: promoveren naar de topklasse.”

Ronald de Ruyter maakt binnen én buiten het veld meters voor Groen Wit

Groen Wit heeft absoluut geen tekort aan spelers en ook sportief gaat het de Bredase club uit de wijk Princenhage voor de wind. Volgens de voetballende penningmeester Ronald de Ruyter kan de vereniging wel een hoop nieuwe vrijwilligers gebruiken.

Ronald de Ruyter is geen speler die tegenstanders passeert met flitsende trucjes of een medespeler vijftig meter verderop aanspeelt met een loepzuivere steekpass. Hij moet het in het veld als linksback vooral hebben van zijn geleverde arbeid en dat doet hij elke zondagochtend graag voor zijn Groen Wit 3. “Ik ben nu 35 jaar en na de wedstrijd heb ik regelmatig last van pijntjes. Ik loop namelijk heel veel en probeer zowel voorin en achterin belangrijk te zijn voor het team”, zegt hij.

Ook buiten de lijnen maakt de Bredanaar veel meters voor de vereniging waarvan hij al vanaf zijn zesde lid is. Als penningmeester regelt hij het innen van de contributie en betaalt hij facturen en daarnaast probeert hij met de andere bestuursleden Groen Wit vooruit te helpen. Qua ledenaantal is dat overigens niet meer de doelstelling. “Op zaterdag hebben we inmiddels een ledenstop. Ons sportpark telt maar twee velden en op de eerste dag van het weekend krijgen we de planning soms al amper rond”, legt De Ruyter uit. “Een derde veld zal er door onze ligging middenin de wijk Princenhage nooit komen en dus is dit de enige optie.”

VRIJWILLIGERS
Op andere gebieden valt er volgens De Ruyter nog een hoop winst te behalen voor Groen Wit. De club schreeuwt om nieuwe vrijwilligers ,op de algemene ledenvergadering kwam dit onderwerp uitgebreid ter sprake. “We streven ernaar dat ieder team twee leiders heeft. Gelukkig is het afgelopen seizoen gelukt om dit voor elkaar te krijgen, maar we missen een heleboel vrijwilligers. Denk aan trainers, mensen die achter te bar willen staan en ga zo maar door. Trouwe clubmensen vervullen nu soms dubbelfuncties omdat taken anders niet worden uitgevoerd en dat is geen goede trend. We hopen dat meer mensen een vrijwilligersfunctie willen vervullen bij Groen Wit. Wellicht is het een idee dat we onze leden op een andere manier benaderen. ‘Wat doe jij voor onze club als je lid wordt?’, is misschien een vraag die we moeten stellen aan nieuwkomers. Zonder vrijwilligers geen club, dat moet iedereen goed beseffen. Ikzelf vind het hartstikke leuk om wat te doen op vrijwillige basis. Ik help de club en dat geeft me een goed gevoel.”

Volgens De Ruyter is Groen Wit ‘een hele mooie club’, die bovendien enorm multicultureel is. “Het derde bestaat uit Nederlanders, Antilianen, Marokkanen, een Syriër en een Chinees. En ook in het eerste team spelen gasten met verschillende nationaliteiten. Ik vind het mooi dat we op zo’n klein sportpark met al die verschillende culturen elk weekend samen genieten van zowel recreatief als prestatiegericht voetbal. Voetbal is voor iedereen, het maakt niet uit welke achtergrond je hebt”, zegt De Ruyter.

De mix van verschillende culturen en voetbaltalent kan leiden tot mooie prestaties, zo bewezen de teams van Groen Wit dit seizoen. Het tweede elftal van de club promoveerde, het eerste liep dezelfde prestatie nét mis en vele jeugdteams werden kampioen. “Sportief gezien hebben we niks te klagen, maar we hopen wel op nieuwe vrijwilligers.”

Martijn van Galen bouwt zonder zijn zoon verder bij Groen Wit

Martijn van Galen behaalde in zijn eerste jaar bij Groen Wit direct de nacompetitie om promotie. Ook komend seizoen staat hij voor de groep bij de derdeklasser, maar hij kan dan niet meer beschikken over zijn eigen zoon Tijn (19), die naar Baronie vertrekt.

Stiekem vindt Martijn van Galen het niet erg dat Groen Wit ook volgend seizoen in de derde klasse speelt. “Uiteraard streef je als coach het hoogst haalbare na, maar ik denk dat promotie niet direct heel positief was geweest voor onze selectie”, zegt de trainer.

“Bij Groen Wit vinden we het belangrijk dat jeugdspelers zo snel mogelijk naam kunnen maken in het eerste team en in de tweede klasse is dat moeilijk. Daarin moet je opboksen tegen grotere clubs met veel middelen: dat was een lastig verhaal geweest. Maar ik baal er ook wel van dat we met 4-2 verloren van Terneuzen. We speelden namelijk goed, we hadden verdiend om een ronde verder te komen.”

KORTE LIJNTJES
Na periodes bij TVC Breda, RBC en Klundert, kreeg Van Galen dit jaar de kans als hoofdtrainer van Groen Wit. De voormalig profvoetballer van onder meer RBC en KV Mechelen kende de club uit Princenhage maar al te goed, omdat zijn eigen zoon al een flinke poos speelde bij de derdeklasser. “Op zaterdag coachte ik Klundert en op zondag stond ik altijd bij Tijn te kijken”, zegt hij. De lijntjes met het bestuur van Groen Wit waren kort en zodoende nam Martijn van Galen dit seizoen de taken over van Osman Erbas. “Met een kleine spelersgroep hebben we maximaal gepresteerd”, zo analyseert de trainer het seizoen.

“We speelden in een zware competitie: het zegt iets dat Waspik met 24 punten onderaan is geëindigd. Met ons technische en aanvallende voetbal hebben we hele goede wedstrijden gespeeld. Sowieso was het een goed jaar voor de club: ons tweede elftal is gepromoveerd naar de eerste klasse, ook een zeer knappe prestatie.”

Groen Wit is een multiculturele club en ook het elftal van Van Galen kent veel nationaliteiten. “Vanwege de Ramadan zijn we aan het einde van het jaar vroeger op de avond gaan trainen. Sowieso is er veel wederzijds respect tussen mij en de spelersgroep. Ik verlang van mijn spelers dat ze hun best doen in de wedstrijden en op trainingen en dat ze meedenken over keuzes die we als groep maken”, zegt de trainer. “Die samenwerking is erg goed en ik ben blij dat ik volgend jaar ook trainer ben van Groen Wit. Als groep kunnen we nog veel progressie boeken.”

De trainer moet het volgend seizoen wel stellen zonder zijn zoon. Tijn, net als zijn vader een rasechte aanvaller, vertrekt naar stadgenoot Baronie. De club had hem al langer op het oog en Tijn treedt met zijn overstap in de voetsporen van zijn vader.

“Baronie is een prachtige club, ik heb er altijd met veel plezier gespeeld en ik begrijp zijn keuze”, zegt Van Galen. “De club had hem al langer op de radar en bij Baronie kan hij erg veel leren. Het niveau ligt er veel hoger dan hier, dus hij zal aan de bak moeten. Ik ben trots op hem. Ikzelf hoop met Groen Wit wederom een mooi jaar te beleven in de derde klasse.”

Eric Hellemons (NAC): ook buiten de lijnen opleider

Eric Hellemons staat voor zijn vierde seizoen als hoofd jeugdopleiding van NAC Breda. De 48-jarige oud-prof constateert dat het de goede kant op gaat met de talentenafdeling van de Parel van het Zuiden, maar ziet tegelijkertijd nog genoeg ruimte voor verbetering. “De bal verbroedert.”

Vanaf komend seizoen zit de gehele jeugdafdeling van NAC Breda op één plek, sportpark Heksenwiel. Daar waar de oudere jeugd nu al op dat complex speelde en trainde, zaten de jongeren nog in Breda bij WDS’19. De centralisatie zorgt ervoor dat alles nog professioneler, harmonieuzer en vloeiender opgepakt kan worden. Het is iets waar hoofd jeugdopleiding Eric Hellemons zich sinds zijn komst sterk voor heeft gemaakt.

“Dit is echt een belangrijke stap, we krijgen 200 vierkante meter eigen ruimte op dat sportpark. We gaan die inrichten met een krachthonk, bespreekruimte, videoruimte, kamer om gesprekken te voeren enzovoort. Een van de grasvelden van voetbalclub Boeimeer op dit sportpark wordt een kunstgrasmat. Het is een langgekoesterde wens van ons, om met zijn allen op één complex te zitten. Vanaf daar kunnen we de volgende stap zetten.”

Hellemons is sinds zijn komst voortvarend aan de slag gegaan. In samenwerking met de directie heeft hij onder meer extra budget losgepeuterd voor de jeugd en trainers, die meer uren kunnen maken. Sommigen combineren het trainerschap met de functie van scout en komen zo aan een fulltimebaan, in de JO17 en JO19 zijn de trainers voor 0,8 fte aangesteld. “Daardoor hebben ze meer gelegenheid om zich voor te bereiden, te overleggen. Ik investeer liever in mensen dan in een extra zak met ballen.”

SCHOOL
Wat Hellemons ook belangrijk vindt, is een goede samenwerking met onderwijsinstellingen en amateurvoetbalverenigingen. Met de middelbare scholen in Breda wordt regelmatig gereflecteerd. “We zijn kritisch naar elkaar toe en kijken waar het beter kan, zo hebben we nu een verbeterd rooster voor de jeugdspelers. De spelers uit de JO19 en JO17 kunnen elke dag om 14.00 uur trainen, de JO13 tot en met JO15 om 14.30 uur. Dat is een enorme vooruitgang, het gaat om maatwerk.” Hellemons vindt de prestaties op school van de spelers een prioriteit. “Niet iedereen wordt voetballer, het is daarom van belang dat ze een diploma halen.” NAC werkt nauw samenmet het Graaf Engelbrecht, Scala en Stedelijk Gymnasium in Breda. De amateurvoetbalverenigingen zijn van groot belang voor NAC, daar halen zij de talenten vandaan, een goede verstandhouding met hen is dan ook noodzaak. NAC nodigt ze regelmatig uit voor bijeenkomsten, toernooitjes of andere activiteiten. “We gaan ook regelmatig op de koffie, zodat het contact persoonlijk is en de lijntjes kort zijn. Ze moeten weten dat zij ook dingen van ons kunnen vragen, bijvoorbeeld hulp als ze ergens tegenaan lopen. We proberen ze tevens altijd tijdig en netjes te informeren als we iemand scouten.”

De scouting van NAC verloopt in drie regio’s. De Bredanaars willen de talenten het liefst zo dicht mogelijk in de buurt scouten, de jongste jeugd op maximaal 20 kilometer, de wat oudere jeugd tot Bergen op Zoom, Dordrecht, Gorinchem en de grens met België en de oudste jeugd tot Zeeland. “Je kunt weleens een uitzondering maken voor een exceptioneel talent, maar we houden het liever echt in de regio.” De Bredase club heeft zelf een scoutingapparaat, maar kan moeilijk alle wedstrijden zien. Naast tipgevers zijn de amateurclubs op dit vlak van belang. “Zij vormen ook onze oren en ogen.”

HANDVOL CONTRACTEN
Uiteindelijk is het doel van elke jeugdopleiding om zo veel mogelijk jongens klaar te stomen voor het eerste. Zo ook bij NAC. Wat dat betreft is Eric Hellemons trots op het feit dat vijf jeugdspelers afgelopen jaar een contract hebben getekend. Jethro Mashart, Sydney van Hooijdonk, Yassine Azzagari, Sabir Agougil en Jan Paul van Hecke zetten hun krabbels onder een verbintenis. “Daarnaast hebben verschillende spelers uit onze jeugdopleiding de afgelopen jaren uitnodigingen gehad van vertegenwoordigende elftallen, naast die van Nederland ook van Curaçao en Burundi.” Dat er ook vier spelers weggekocht zijn door de top drie, vindt Hellemons jammer, maar erkent hij aan de andere kant als een compliment voor de opleiding.

GUDELJ
Het gaat sowieso goed met het niveau van de jeugd bij NAC. Alle teams spelen op het hoogste niveau of zetten stappen richting de top. De JO19 speelt momenteel in een eredivisie met de beste
acht ploegen van Nederland. “Dat is echt top, zij zijn drie keer gepromoveerd in de afgelopen drie jaar en eindigen nu steeds vijfde of zesde op dat niveau.” De basis was al gelegd, maar dankzij wat extra budget en verschillende aanpassingen heeft de jeugdopleiding zich nog verder ontwikkeld in de afgelopen jaren. “We investeren in de spelers, niet alleen in de voetballer. Iedere speler is een mens, een kind dat fouten mag maken, in gedrag en uitvoering. Daar moet je doorheen kunnen prikken. We zijn volhardend, de trainers hebben een goede ambitie en drive, zijn duidelijk en transparant naar zowel ouders als spelers.” Uiteindelijk hoopt iedere opleider natuurlijk op het afleveren van een topper. “Je hoopt op de volgende Nemanja Gudelj, die de stap zet naar de absolute top. Dat zijn de krenten in de pap, maar voor hen doe je het niet alleen. Kinderen die het niet redden wil je wel een goede basis meegeven. Daarom vind ik dat diploma ook zo belangrijk.”

De functie bevalt Hellemons prima, hij geniet ervan om dagelijks alle jeugdspelers vol plezier over het veld te zien rennen. “De bal zorgt voor verbinding en verbroedering – dat vind ik echt gaaf om te zien. En als een jongen als Yassine dan invalt bij NAC 1 en we zijn ouders met tranen in hun ogen zien rondlopen, maakt ons dat ook heeltrots.” Hij zit op zijn plek bij NAC. “Deze club is qua supporters en beleving ongekend. Het zit altijd afgeladen vol, is echt een volksclub en die intensiteit vind ik prachtig. Hopelijk komen we zo snel mogelijk terug naar het hoogste niveau, daar waar NAC hoort.”

SAB staat er goed voor

Pieter van Ginneke is sinds begin dit jaar de nieuwe voorzitter van sv SAB. De 60-jarige Bredanaar heeft genoeg ambities voor de komende periode en is blij dat hij nu de tijd en ruimte heeft om zijn club te helpen.

Sinds afgelopen februari staat Pieter van Ginneke aan het roer van sportvereniging Sint Anna Boys. Hij loopt al meer dan veertig jaar rond op sportpark Ruitersboslaan en voelt zich daar dan ook helemaal thuis. “Ik heb zo’n beetje alle functies bekleed binnen de vereniging: ik ben leider, trainer en bestuurslid geweest. SAB is één grote familie, de mensen kennen elkaar goed. We hebben vrij trouwe leden, zelden verlaat iemand de club.”

Nadat hij zijn fysiotherapiepraktijk had overgedragen aan zijn zoon en een collega, kreeg hij meer tijd om zich op andere zaken te richten. Zoals SAB. “Ik heb aardig wat ambities voor de komende periode als voorzitter. Zo gaan we de kleedkamers aanpakken en denken we aan ledverlichting.” Dat kan allemaal, mede dankzij het fi nancieel rustige vaarwater waarin SAB terecht is gekomen. “We hebben aardig wat sponsoren, via de reclameborden, kleding, spandoeken en de club van 100”, aldus Van Ginneke, die de afgelopen jaren de sponsorcommissie leidde. “Daarnaast hebben wij veel welwillende leden, die graag hun handen uit de mouwen steken voor de club. Het is lastiger om mensen te vinden die het allemaal willen organiseren, dat wil ik nu oppakken.”

Verder gaat het gewoon hartstikke goed met de club, constateert de preses. “We hebben komend seizoen een dameselftal, team voor 35plussers, Walking Football en het ledenaantal neemt toe. We timmeren druk aan de weg, werken aan activiteiten om nog meer mensen te trekken. Zo zijn we gestart met de SAB Academie, een team vol grote talenten dat bij de voetbalschool Voetbal met Passie traint en bij SAB competitie speelt. Als we die jeugd kunnen behouden voor SAB, krikt dat het niveau van onze vereniging omhoog.”

Kortom, Van Ginneke is nu aleen tevreden voorzitter. En dan moeten zijn ambities nog vervuld worden.

Oefenmeester Meindert Dijkstra: ‘Mijn gevoel bij SAB is echt bijzonder’

Meindert Dijkstra en sv SAB kunnen niet zonder elkaar. De nu 52-jarige oefenmeester nam een jaar geleden afscheid van het amateurvoetbal, met een ‘SABbatical’ zoals hij het zelf omschrijft, maar keerde na zes maanden alweer terug. De lokroep van zijn voetballiefde valt niet te weerstaan.

SAB was voor Meindert Dijkstra zijn eerste club als jong voetballertje van 6 jaar, dat schept sowieso al een band voor het leven. Hij werd al snel opgepikt door NAC Breda en later volgde een mooie carrière bij onder meer Notts County, RBC, Willem II en Top Oss, maar SAB bleef altijd zijn ‘cluppie’. Dat Sint Anna Boys hem later de kans gaf om als hoofdtrainer op eigen benen te staan, versterkte die band alleen maar. Hij kende een mooi jaar als hoofdtrainer op het sportpark Ruitersboslaan. SAB was een jaar eerder kampioen geworden in de vijfde klasse, waarna een pittig jaar werd verwacht. Dijkstra kreeg het echter voor elkaar om SAB direct naar promotie te loodsen. “In 2018 heb ik negentien wedstrijden met SAB gespeeld en er geen één verloren”, zegt Dijkstra met een knipoog. “We speelden drie keer gelijk, de rest wonnen we.”

KINDEREN
Het was duidelijk dat SAB een ongekend zware strijd te wachten stond in de derde klasse afgelopen seizoen. De ploeg begon hortend en stotend en uiteindelijk kwam het dieptepunt halverwege het voetbaljaar, met het ontslag van Marc de Weerd. De club kwam vervolgens uit bij de enige man die SAB zou kunnen redden: Meindert Dijkstra. “Ze wilden mij terug hebben, door mijn werkwijze die ze kenden van een jaar eerder. Ik had eigenlijk met mezelf afgesproken een jaar niets te doen, tijd te maken voor mijn kinderen. Ik heb een eigen zaak, daarnaast kennen de meesten mijn dochter Caitlin wel, die bij Ajax speelt. Ik heb ook nog twee zoons op wie ik ontzettend trots ben, Marvin voetbalt bij JEKA en Justin is net afgestudeerd aan het hbo. Het zijn fantastische kinderen en ik wilde meer tijd met hen spenderen. Maar toen deze vraag langskwam, hoefde ik toch niet heel lang na te denken.”

Hij overlegde met zijn kroost, zij waren unaniem: ‘Gewoon doen, pap.’ En dus volgde Dijkstra zijn hart en keerde hij terug aan de Ruitersboslaan. “Ik weet niet of ik het bij een andere club ook had gedaan, maar het gevoel bij SAB is heel bijzonder. Ik ben ze altijd blijven volgen. Ik ben er met 100 procent overtuiging ingestapt, helaas hebben we het uiteindelijk niet gered.”

Als de wedstrijden 80 minuten hadden geduurd, was SAB waarschijnlijk ergens in de middenmoot geëindigd. De ploeg heeft veel punten gemorst in de slotfase. “Maar je eindigt uiteindelijk waar je hoort”, is Dijkstra reëel. “We staan na die twee promoties op rij nu weer met beide voetjes op de grond.”

WINNAARS
Voor Dijkstra was al snel duidelijk dat hij ook komend seizoen voor de groep zou staan. “De jongens hebben de koppen bij elkaar gestoken en gezegd: ‘Trainer, wij willen allemaal blijven.’ Het zijn allemaal winnaars, niemand geeft op. Daarnaast heb ik de selectie in de breedte wat uit kunnen bouwen en is de bereidheid vanuit de jeugd aanwezig om ons te versterken waar nodig.”

SAB keert komend seizoen dus terug in de vierde klasse. De 52-jarige Bredase oud-prof verwacht geen ‘walk in the park’. “In de vierde klasse komt het ook niet vanzelf, iedereen zal komend seizoen extra gebrand zijn om van ons te winnen, van de ploeg die uit de derde klasse komt. De competities worden sterker, op dit niveau spelen ook gewoon teams die een paar jaar geleden nog in de tweede klasse stonden.” Het doel van Dijkstra is duidelijk: hij wil een ‘prijsje’ pakken en voor de nacompetitie gaan. “Hopelijk kunnen we in de flow van 2017-2018 komen. Het zou mooi zijn om wat meer te gaan winnen, dan komt het plezier vanzelf weer terug.”

De Ruiter: “De liefde voor NAC gaat ver”

Jasper de Ruiter (28) reist wekelijks 172 kilometer om NAC te zien voetballen. En soms komen daar nog enkele honderden kilometers bij, voor uitwedstrijden in Groningen of Limburg. De liefde voor de Parel van het Zuiden gaat diep bij de Zeeuw.

De route tussen Brouwer shaven en Breda kan Jasper de Ruiter inmiddels dromen. Het zijn 86 saaie kilometers heen en 86 saaie kilometers terug, maar de 28-jarige fan weet waar hij het voor doet. Als hij in het Rat Verlegh Stadion aankomt en zijn plekje opzoekt in Vak G, voelt hij zich thuis. Hij heeft inmiddels al 12 jaar een seizoenkaart en peinst er ook na de degradatie niet over om die op te zeggen. Het geel-zwarte bloed stroomt door zijn aderen.

LIEFDE
“De allereerste wedstrijd die ik bezocht, was met mijn oudste broer. De sfeer in het stadion greep mij toen dusdanig, dat is nooit meer weggegaan”, vertelt De Ruiter. “Die sfeer, daar heeft iedereen het natuurlijk over bij NAC. Dat de supporters er altijd achter blijven staan, ondanks de prestaties. Dat is iets wat je bijblijft, als je nu ook weer ziet hoe snel iedereen zijn seizoenkaart heeft verlengd na de degradatie. Dat is toch heel speciaal.”

Hij reed jaren op en neer met zijn oudste broer, inmiddels heeft een andere broer die seizoenkaart overgenomen. “Ik ben ook een tijdje alleen gegaan. De passie en liefde voor NAC heb je of heb je niet, daar maak je wel tijd voor.” Want De Ruiter gaat ook naar veel uitwedstrijden. “De sfeer is dan heel anders dan tijdens de duels in Breda. Als het thuis slecht is, dan duik je snel naar beneden, naar de biertap. De uitwedstrijden zijn spannender, de sfeer is grimmiger en tijdens de belangrijke duels tegen directe concurrenten merk je meer van de zenuwen. Dan draait het echt om de prestatie.”

De Ruiter kan NAC niet meer missen, hij overweegt in de toekomst zelfs een woning in Breda te zoeken. “Als ik kijk wat ik nu aan reistijd en -kosten kwijt ben, dan zou het weleens rendabel kunnen zijn.” Zijn vrienden probeert hij ook regelmatig mee te krijgen. “Maar verder dan een halve seizoenkaart zijn ze nog niet gekomen.” Hij heeft ook in Vak G al aardig wat vrienden gemaakt. “Je komt elkaar iedere twee weken tegen, de mensen van de supportersverenigingen die ook meegaan naar uitwedstrijden nog vaker. Dat schept toch al gauw een band, je knoopt makkelijk een praatje aan. We delen de liefde voor NAC.”

AJAX EN FEYENOORD
In de periode dat De Ruiter voor het eerst bij NAC kwam, keek hij naar spelers als John Karelse, Archil Arveladze en Rob Penders. “Het voetbal was toen gewoon goed.” De hoogtepunten waren de 4-2-bekerwinst op Ajax in 2008 en de 0-2-overwinning tegen Feyenoord in De Kuip van twee jaar terug. “Die avond tegen Ajax was echt geweldig. Ik stond op de B-side, tussen de fakkels, rook, de sfeer was echt geweldig.”

Het leven van een NAC-supporter gaat niet over rozen, zo werd afgelopen seizoen ook weer duidelijk. Maar een echte fan blijft altijd achter zijn club staan, zo ook de 28-jarige Zeeuw. “Het is fijn dat Ruud Brood blijft, echt iemand met een NAC-hart. Hopelijk kunnen we volgend jaar meedoen voor het kampioenschap, maar een plek in de top vijf lijkt me realistischer.” Hoe dan ook, De Ruijter zal weer vele honderden kilometers slijten tussen Breda en Brouwershaven. Vol verwachtingen richting het Rat Verlegh Stadion en met een prettige ervaring rijker terug naar huis.

DIA investeert in de toekomst op sportpark De Gouwen

Terwijl alle leden al waren uitgespeeld dit seizoen, boekte DIA in juni toch nog succes. Op de algemene ledenvergadering stemden de leden in met een contributieverhoging, zodat de vereniging een tweede kunstgrasveld kan aanleggen en de accommodatie kan verduurzamen.

DIA telt ongeveer 950 voetballende leden en dus is het al gauw druk bij de snelgroeiende dorpsclub. Door een structureel gebrek in veldcapaciteit tijdens trainingsdagen en op zaterdag moet er wat veranderen op het fraaie sportpark De Gouwen. Tijdens de algemene ledenvergadering (ALV) op 7 juni gingen de clubleden akkoord met een plan om te investeren in het voetbalcomplex. De contributie gaat iets omhoog, maar mede hierdoor kan de club een fonkelnieuw tweede kunstgrasveld aanleggen én starten met duurzaamheidsinvesteringen. “In tien jaar tijd is ons ledenaantal verdubbeld, maar de accommodatie is daar niet op aangepast en de leden hebben bij de aanstelling van dit bestuur in oktober 2017 gevraagd om daar wat aan te veranderen”, aldus voorzitter Edwin Provoost. “Er is nu onvoldoende ruimte om te trainen, de natuurvelden raken overbelast en tegenstander klagen terecht over de matige kwaliteit van de velden. Als we niets doen blijven deze problemen bestaan.”

NIEUW KUNSTGRAS
Maar bij DIA zit men niet stil. In de zomer van 2020 is het gras op veld 2 vervangen door nepsprieten, waardoor die mat voortaan 1.500 uur per jaar bespeelbaar is door de vele teams die de club telt. Bovendien wordt de toplaag van het huidige veld in 2020/2021 vervangen door de gemeente. Daarnaast wil de club veel energie gaan bezuinigen door de lichtmasten te voorzien van ledverlichting en door zonnecollectoren te plaatsen op het sportpark. “Vroeger kon je als club je hand opsteken bij de gemeente, nu moeten we met DIA zelf alle zeilen bijzetten om dit te realiseren, maar dat gaat ons zeker lukken”, aldus Provoost, die tijdens deALV kon rekenen op een ruime meerderheid die applaudisseerde voor de plannen. “We investeren flink en doen dit vanuit een mooie gedachte: ervoor zorgen dat iedereen met een grote glimlach rondloopt bij DIA en kan voetballen op goede velden. Zo willen we ervoor zorgen dat de basisbehoefte is geborgd: alle teams van DIA minimaal tweemaal in de week kunnen trainen. Teteringen blijft de komende jaren nog groeien en in het seizoen 2025/2026 heeft onze club naar schatting 1.200 spelende leden. We moeten klaar zijn voor de toekomst.”

In 2020 bestaat Duc In Altum, dat staat voor: wij zullen steeds hoger gaan, 75 jaar en Provoost kijkt hiernaar uit. “Ongetwijfeld gaan we dit heugelijke feit goed vieren, maar nog meer kijk ik uit naar de aanpassingen aan onze accommodatie. En als kers op de taart: we gaan starten met VoetbalTV. Camera’s op 3 van onze velden fi lmen in de toekomst live alle wedstrijden. Mensen kunnen live online meekijken met de duels, trainers en technische commissie kunnen spelmomenten met elkaar en spelers bespreken.” Provoost is daarnaast tevreden over de ontwikkeling die de diverse teams van DIA doormaken en uiteindelijk de voeding van de jeugd aan de selectie van DIA. “We zijn trots op de vereniging en op alle vrijwilligers die het allemaal mogelijk maken en daarom zijn het verder operationaliseren van het vrijwilligersbeleid en het uitbouwen van de sponsorcommissie en -beleid belangrijke speerpunten.”

OHVV met oude vertrouwelingen zaterdag in

0

“Voor OHVV is dit een revolutie”, zei voorzitter Karel van Suchtelen, kort nadat zijn club had besloten de zondag als speeldag in te ruilen voor de zaterdag. De enige club op zondag op Voorne-Putten is nu ook ‘om’.

“Het verdient allemaal geen schoonheidsprijs”, wijst hij op de handelwijze van de KNVB, die volgens hem het voetbal op zondag heeft doodgemaakt. “Ik kan er een boek over schrijven, maar dat doe ik niet. Dat is zonde van de energie. Die energie hebben we nodig om alles goed op poten te zetten op zaterdag.”

OHVV besloot dit seizoen al vroeg het besluit naar buiten te brengen dat zij in navolging van alle andere voormalige zondagclubs op het eiland om de zondag de rug toe te keren. “Hoe de laatste jaren de competitie was georganiseerd heeft het proces wel versneld,” geeft Van Suchtelen toe. “Dat laatste jaar was een drama. Twee competities. Drie weken op rij spelen, twee weken niet.”

Als gevolg van de overstap moest OHVV afscheid nemen van Mitchel van Gastel, die op zaterdag bij de jeugd van Sparta werkt. Mark van Os moet de club uit Oudenhoorn de nieuwe episode inloodsen. Hij doet dat met een groep talenten maar hij kan ook rekenen op oude vertrouwelingen. David Keijzerwaard (negende seizoen), Aaron van der Steen (zesde seizoen), die als penningmeester ook de financiën van de club in de gaten houdt, en Mico Milojevic (vijfde seizoenen) moeten de dragers van het nieuwe OHVV worden. Chris Peters, die na dertien jaar afscheid nam, bekleedt komend seizoen de rol van assistent-trainer. Jarno Huysman keerde terug op het oude nest als speler. De kampioen van 2015/2016 (derde klasse) ruilt het witte shirt in voor het gele van OHVV.

Gabriëls en Beek Vooruit houden elkaar klaarwakker

Het klikt tussen Arno Gabriëls en Beek Vooruit. De hoofdtrainer gaat zijn zesde seizoen in bij de trots van Prinsenbeek en ziet nog genoeg mogelijkheden om te groeien. Hij hoopt komend seizoen een periodetitel te pakken in de tweede klasse.

De spelers en trainer waren overtuigd: ze wilden samen ook een zesde seizoen in. Een dergelijke periode zie je niet vaak in het voetbal, maar Arno Gabriëls (52) is ervan overtuigd dat hij Beek Vooruit nog verder kan helpen. “Je moet ervoor zorgen dat je elkaar niet in slaap sust, dat doe je bijvoorbeeld door nieuwe trainingsstof- en methoden in te voeren of andere dingen aan te passen. Ik verwacht komend seizoen een professionalisering van mijzelf en de spelersgroep.”

Wat hij daarmee bedoelt? “Dat spelers zich niet voor elk wissewasje afmelden, een weekendje weg met familie of vrienden moet maar buiten het seizoen of in de vrije weekenden gepland worden. Daarnaast ga ik zelf meer op de details zitten. Als ik hoor dat Liverpool zestien varianten van een inworp kent, dan valt daar voor ons nog een wereld te winnen.”

ORGANISATIE
Ook verwacht hij van de vereniging een stap extra. “Alles om de selectie heen moet goed geregeld zijn. De spelers moeten zondag op de club komen en dan moet alles klaarliggen en georganiseerd zijn. We willen professioneler worden en steeds meer specialisten bij de selectie betrekken.”

Na vijf jaar treedt het gevaar op dat de spelers en trainer te dicht naar elkaar zijn gegroeid. Gabriëls is daar niet zo bang voor. “Ze weten wat ze aan mij hebben, wat ik van ze verwacht. Ik sta een overwinning met ze te vieren, maar eis op dinsdagavond weer volledige inzet. Als een speler slecht speelt, weet hij dat ik hem ernaast kan zetten. Ik ben degene die de beslissingen neemt. De rolverdeling is duidelijk.”

OVER-MIJN-LIJK
Het doel voor komend seizoen is een periodetitel. “Als ik zie hoe wij presteerden tegen de topploegen afgelopen jaren, dan deden we steeds tot de laatste minuut mee om de punten. We waren nooit kansloos, wonnen van Kruisland zelfs met 6-2. Het is alleen te wisselvallig, een week later kunnen we met 5-0 bij VOAB verliezen.” Hij wil dat zijn spelers uit een ander vaatje gaan tappen als het voetballend niet lukt. Dat miste hij afgelopen seizoen, hij is dan ook niet tevreden met de achtste plaats. “Dan zal het op strijd aankomen, moet je alles uit de kast halen om toch de punten binnen te slepen. Je moet die over-mijn-lijk-mentaliteit in je donder hebben.”

Het is duidelijk dat Gabriëls weet waar de winst te behalen valt. Hij voelt zich thuis in Prinsenbeek. De trainer woont inmiddels in het dorp, voetbalt zelf in het zaterdagteam met onder meer zijn broer en geniet nog elke training van de selectie. “De opkomst is echt heel goed, sommige jongens hebben afgelopen seizoen maar twee trainingen gemist. De motivatie is ook hoog, het zijn vrienden, maar ze zijn niet bang elkaar verrot te schelden als het niet loopt. Als je elkaar niets durft te zeggen, ga je nooit vooruit.”

Volgens Gabriëls blijft iedereen, daarnaast krijgt hij er wat krachten bij. “De spelers zijn op elkaar ingespeeld en gewend geraakt aan het niveau van de tweede klasse. Dit wordt een mooi jaar om te kijken waar onze grens ligt.”