Home Blog Pagina 1226

Ronald van Boom wil nergens anders voetballen dan bij Terheijden

Hij werd er lid op zijn vijfde en is inmiddels al jaren een vaste basiskracht in het eerste team. Bij Terheijden zijn ze blij met clubjongens als Ronald van Boom (25) en de reserve-aanvoerder zelf is ook helemaal op zijn plek op sportpark Ruitersvaart, waar hij nog heel lang hoopt te voetballen.

Vlak voor een van de laatste trainingen van het seizoen neemt Ronald van Boom de tijd om terug te blikken op het voetbaljaar van Terheijden. De van oorsprong middenvelder, die dit seizoen ook vaak als verdediger werd opgesteld, is tevreden over de prestaties van de zwart-witten. “Met onze jonge selectie zijn we op een vijfde plaats geëindigd en dat vind ik een prima prestatie. We hebben veel teams onder ons gelaten op de ranglijst.” Het gat met de top vier in 4C was weliswaar groot, maar volgens Van Boom deed Terheijden niet veel voor die ploegen onder. “We hebben van geen één team tweemaal verloren, dat zegt wel iets denk ik.”

Van Boom speelde dit seizoen voor het vijfde achtereenvolgende jaar in de hoofdmacht van Terheijden, het dorp waar hij opgroeide en nog altijd woont. Als klein mannetje zette hij zijn eerste stappen op het fraaie sportpark Ruitersvaart en met zijn kameraden doorliep hij door de jaren heen alle selectie-elftallen. Halverwege het seizoen 2014/2015, toen Terheijden nog derdeklasser was, sloot hij als A-junior aan bij het eerste. “Helaas degradeerden we dat seizoen, maar het was voor mij persoonlijk wel een mooi jaar. Ik kon wennen aan het seniorenvoetbal, heb veel geleerd in die periode.”

Het eerste elftal van Terheijden bestaat bijna alleen maar uit clubjongens en de vereniging is niet groot. Van Boom vindt het logisch dat de vereniging in de vierde klasse speelt gezien de beperkte middelen. “Het is hartstikke leuk om in het eerste team te spelen. We hebben een gezellige groep en iedereen kent elkaar. We hebben niet zo veel spelers die gaan ‘lopen’ hier bij de club en sommigen die dat wel doen, zien we na een paar jaar weer terug. Persoonlijk wil ik nergens anders voetballen dan bij Terheijden.” De reserve-aanvoerder zou volgend seizoen tekenen voor een eindklassering op wederom de tweede plaats. “Dat zou top zijn. Maar misschien zit er meer in. Het zou gaaf zijn om een periodetitel te winnen en eerlijk gezegd denk ik ook dat dit team niet zou misstaan in de derde klasse.”

Van Boom droeg dit seizoen vaak de aanvoerdersband bij Terheijden, omdat captain Rik de Klerk soms ontbrak in de basiself vanwege blessures. De middenvelder is altijd aanwezig op trainingen en ontbreekt op zondag zelden. “In al die jaren heb ik één wedstrijdje gemist”, zegt hij. “Ik ben er altijd met veel plezier, zowel met wedstrijden als trainingen.”

Van Boom is blij dat het seizoen erop zit, maar is in augustus ook altijd weer gemotiveerd om te beginnen aan een nieuw voetbaljaar. Hij heeft nog een tip voor Fred Vrolijk, de trainerdie ook volgend seizoen voor de groep staat bij de zwart-witten. “Maak mij eerste aanvoerder”, zegt hij grinnikend. “We hebbennog nooit verloren als ik de band droeg. Dat lijkt me een prima reden toch?”

MO13-1 van OVV’67 twee keer kampioen

Het damesvoetbal bij OVV’67 floreert. Het vlaggenschip van de gemoedelijke dorpsclub speelt in de eerste klasse landelijk en het enige meisjesteam werd afgelopen jaar twee keer kampioen. Met het heden en de toekomst zit het dus wel goed in Oosteind.

Door de woorden van Ron Scheepmaker klinkt de trots voor de meisjes uit zijn team. Hij vormt samen met Corné, Herman, Patrick, Simone en Natascha de groep trainers van het enige jeugdteam dat de damestak van OVV’67 kent. De kern van de MO13-1 voetbalt inmiddels alweer een paar jaar samen, het is een hechte vriendinnengroep geworden van meisjes die elkaar door en door kennen. “De sfeer is supergoed, we doen ook veel buiten het voetbal samen. Zo hebben we al weleens penalty’s mogen nemen in de rust van een wedstrijd van NAC en spelen we geregeld een voorwedstrijd van de Dames 1, dan gaan we mee in de bus van de vrouwen.” De band tussen de senioren en de meisjes is hecht, met Simone en Natascha als directe link. Zij spelen in het eerste en zijn trainers van de MO13-1. Scheepmaker: “We ontbijten of lunchen zo nu en dan ook met beide teams samen.”

PLATTE KAR
Naast dat de sfeer binnen de MO13-1 goed is, heeft het team dit jaar ook nog eens laten zien echt goed te kunnen voetballen. Nadat ze in de MO11-1 al kampioen werden, grepen ze dit jaar twee keer de competitiewinst in de derde klasse: in het na- en voorjaar. “We hebben een heel leuk team en er zitten zeker speelsters in die de potentie hebben om op termijn Dames 1 te versterken. Dat is niet zo makkelijk, aangezien dat team vrij hoog speelt”, aldus Scheepmaker.

De platte kar mocht dit seizoen dus twee keer uit de schuur en de kampioensschaal draaide overuren. Het meidenvoetbal staat bij OVV’67 echt op de kaart, zo veel is wel duidelijk. Komend jaar wordt de MO13-1 de MO15-1. “En iedereen blijft. We krijgen er zelfs speelsters bij uit de omgeving, dat is hartstikke mooi en zegt genoeg over hoe ze het allemaal naar hun zin hebben.”

KIPPENHOK
Een groep van zes trainers lijkt groot, maar is zeer goed bruikbaar volgens Scheepmaker. “Daardoor kunnen we heel specialistisch trainen en de groep uit elkaar halen, waardoor het niet zo’n groot kippenhok wordt vol kakelende meiden. We oefenen bijvoorbeeld in groepjes op corners en nemen de keepsters apart.” Mochten meisjes uit de regio interesse hebben om bij OVV’67 te komen voetballen, dan zijn ze van harte welkom volgens de 54-jarige vader van keepster Sanne. “We kunnen ze heel goed gebruiken.”

Erik van der Giesen: ‘Ik wil met DHV voor het kampioenschap gaan’

Erik van der Giesen is vanaf komend seizoen de nieuwe hoofdtrainer van DHV. De 39-jarige oefenmeester komt over van Kogelvangers en kijkt uit naar zijn nieuwe uitdaging. Een gesprek met hem over zijn voetbalvisie, DHV en de degradatie.

Erik van der Giesen wist dat DHV tegen degradatie streed. Dat de ploeg uit Zevenbergschenhoek uiteindelijk uit de derde klasse viel, vindt hij jammer, maar is geen reden om alsnog af te zeggen. “Je tekent in januari en dan ga je ergens vol voor, of ze nou degraderen of niet.” Sterker nog, hij kan weer aan iets nieuws bouwen. “Met een frisse start ga ik DHV proberen zo snel mogelijk terug naar de derde klasse te brengen. Daar hoort deze club, het idee over voetbal in dit team klopt gewoon, de organisatie staat goed en alles is netjes verzorgd.”

OPNIEUW
Van der Giesen komt bij DHV na een periode van tien aaneengesloten jaren bij de Kogelvangers. Hij speelde vier jaar in het eerste, was vervolgens gedurende twee seizoenen de assistent van
hoofdtrainer Henk Vos en zwaaide de afgelopen vier jaar zelf de scepter. “Het wordt even wennen, maar ik vind het heel leuk. Het zijn weer totaal nieuwe gezichten en nieuwe karakters, bij Kogelvangers kende ik sommige jongens al vanuit de jeugd. Nu begin je weer opnieuw.”

Hij wilde een club in de buurt, die past bij zijn voetbalfi losofi e: aantrekkelijk en verzorgd voetbal spelen. “En dat heb ik bij DHV wel gezien.” Hij ziet ook dat er werk aan de winkel is, maar loopt daar niet voor weg. “We zullen komend seizoen in de vierde klasse moeten proberen de fysieke duels te vermijden, aangezien we voetballend beter zullen zijn dan de meeste tegenstanders.”

Van der Giesen is zelf een trainer die graag met zijn spelers spart. “Ik ga niet alles voorkauwen, wil dat mijn team meedenkt. Ik vraag tactisch veel van hen, ze moeten initiatief tonen. Ik ben niet het type dat 90 minuten langs de lijn staat te gillen.” Hij wil graag de bal hebben. “Voetbal is alleen leuk als je de bal zelf hebt en niet achter je man aan hoeft te hobbelen. Ik ben een trainer die echt houdt van het tactische spelletje, vind het enorm mooi om de tegenstander op dat vlak pijn te doen.”

KAMPIOEN
Hij heeft de afgelopen jaren veel geleerd, de transitie gemaakt van speler naar trainer. “Vanaf de zijlijn zie je alles, heb je het overzicht. Ik stond altijd in de spits en dan heb je geen flauw idee of de back goed kantelt of hoe de rechtsbuiten reageert bij balverlies, maar nu kun je dat allemaal in de gaten houden. Je ziet het totaalplaatje.”

Zijn doel voor komend seizoen is simpel: promotie. “Het liefst direct, want de nacompetitie is een loterij. Dat heeft DHV afgelopen seizoen ook ervaren, met die penaltyserie. Daar kun je honderd keer op oefenen, maar die druk tijdens zo’n moment valt niet na te bootsen. Ik wil voor het kampioenschap gaan.”

Niels Pheninckx: ‘Het voelt alsof ik nooit ben weggeweest bij Irene’58’

Irene’58 is geen grote club, maar het ledenaantal zit nog altijd in de lift. Niels Pheninckx ziet als trainer en lid van het jeugdbestuur dat veel mensen uit Den Hout en omgeving nauw betrokken zijn bij de vereniging. “We hebben een mooie club.”

Sinds zijn zoontje Rik startte met voetballen, is Niels Pheninckx weer helemaal terug bij ‘zijn’ Irene’58, de club waar hij zelf jarenlang met heel veel plezier speelde. Hij startte als trainer van de JO7, was dit jaar coach van de JO8 en volgend seizoen richt hij zich op het JO9-team, aangezien Rik uiteraard steeds een jaartje ouder wordt. “Het is prachtig om die kleine mannen te begeleiden, het voetbal draait voor hen echt nog puur om het plezier”, zegt Phenickx. “Alle jongens rennen achter de bal aan en uiteraard wil iedereen scoren.”

FEYENOORD
Een jongen die dat afgelopen heel vaak deed, is Jayden Schrauwen. De absolute uitblinker van de JO8 kwam op de radar van Feyenoord en zodoende speelt de pas 7-jarige dribbelaar komend seizoen bij de topclub uit Rotterdam. Dat maakt iedereen van Irene’58 erg trots en zijn trainer is vol lof over het talent. “Jayden is altijd met de bal bezig en hij stak afgelopen seizoen met kop en schouders boven de rest uit. Hij is een echt dribbelaartje, is snel en heeft een neusje voor de goal. Als team gaan we hem uiteraard ontzettend missen, maar we gunnen hem het beste. We gaan zijn ontwikkeling op de voet volgen”, zegt Pheninckx.

Naast jeugdtrainer is Pheninckx lid van het jeugdbestuur. In die functie bemoeit hij zich met de teamindeling en het begeleiden van trainers. Volgens hem zit de club in de lift. “We zijn geen grote club, maar veel mensen hebben nog altijd hart voor de vereniging. Ik heb goede hoo dat we komend seizoen een extra jeugdteam kunnen inschrijven voor de competitie, een goed teken. Ook is de betrokkenheid van iedereen uit Den Hout groot: bij derby’s van het eerste team is het lekker druk langs de lijn.”

TWEE TEGENGOALS
Jaren geleden stopte Pheninckx als speler van Irene’58 3 (zie het andere artikel op deze pagina). Hij werkte destijds zes dagen in de week en vond het wat ver gaan om een oppas te regelen zodat hij op zondagochtend kon ballen. Nu is Pheninckx blij om weer terug te zijn bij de club in een andere rol. “Het voetbal zelf mis ik niet, ik was ook niet zo’n ster”, zegt hij lachend. “Ik was een simpele rechtsback die het van zijn inzet moest hebben. Ze noemden me altijd twee tegengoals”, zo lacht hij. “Maar het is leuk dat ik oude bekenden weer tegen het lijf loop en ik zie ook weer veel duels van het eerste. Het is alsof ik nooit ben weggeweest.”

Zijn zoontje Rik kan volgens de trotse voetbalvader goed ballen. “Hij is net zoals ik een verdediger. Maar Rik kan met twee benen goed schieten en beschikt over een goed overzicht. Ik vind dat hij nu al meer bereikt heeft dan zijn vader”, zo besluit hij lachend.

Jos Pheninckx gaat nog een jaar door na glorieus kampioenschap

“Alleen als we kampioen worden, ga ik nog een jaar door als leider”, zei Jos Pheninckx (56) voorafgaand aan het seizoen tegen zijn mannen van Irene’58. En zo geschiedde: het derde elftal pakte de titel en dus zwaait de clubman ook komend seizoen de scepter bij het succesvolle vriendenteam.

Jos Pheninckx heeft een bloedhekel aan verliezen. Gelukkig was hij afgelopen seizoen zelden chagrijnig: het derde team van Irene’58 pakte namelijk op zeer overtuigende wijze de titel. De oranje-witten eindigden zeven punten boven nummer twee RWB en verloren in het gehele seizoen slechts één keer. “We hebben een aantal spelers die misschien wel meekunnen in ons eerste elftal”, zegt Pheninckx, die sinds jaar en dag al betrokken is bij het elftal. “Het is een echt vriendteam en daarom wil niemand ons elftal verlaten. Natuurlijk is het ook extra leuk om dat we zo goed presteren. Vaak haken we na de winterstop af in de titelstrijd, maar nu viel alles op zijn plek. Op de platte kar zijn we het hele dorp rondgereden, het was een mooi feest.”

INVALLEN ALS LEIDER
Pheninckx is al meer dan vijftig jaar lid van Irene’58. Hij speelde ongeveer tien seizoenen als rechtshalf in het eerste team van de club en na een knieblessure in 1989, werd hij actief als leider. “Ze vroegen me: ‘Jos, kun je één keer invallen als leider bij het tweede team?’ Nou, het is dus niet bij die ene keer gebleven”, zegt hij grinnikend. “Eerst werd ik actief bij het tweede, later werden we het derde, het vierde en nu zijn we weer Irene’58 3. Ik heb vele verjongingsperiodes meegemaakt, tegenwoordig zijn de meeste gasten zo tussen de 20 en 23 jaar, net zoals mijn eigen zoon Jordy.” De derde helft is volgens de clubman niet meer zoals vroeger, maar toch is de sfeer nog altijd opperbest na een wedstrijd. “Met een hoop spelers drinken we na de wedstrijd gezellig een biertje, zoals dat hoort.”

De coach, die een goedlopend hoveniersbedrijf heeft, is trots op Irene’58. “We hebben een goed bestuur, het eerste elftal draait prima en de club leeft enorm in de omgeving.” Vroeger was Pheninckx beide dagen van het weekend op de club, tegenwoordig voornamelijk op zondag. “In de wintermaanden ben ik op zaterdag consul en dus ben ik soms de boodschapper van slecht nieuws. Maar door de komst van het kunstgrasveld zijn er gelukkig minder afgelastingen dan vroeger.

DEZELFDE UITSPRAAK
Pheninckx maakte voorafgaand aan het seizoen de afspraak dat hij alleen leider van het derde zou blijven bij een kampioenschap. Belofte maakt schuld en dus is hij ook volgend seizoen leider van het team. “Blijkbaar heeft mijn uitspraak de jongens gemotiveerd”, zegt hij. “Ik heb nu dezelfde woorden uitgesproken. Alleen als we wéér kampioen worden, ga ik nog een seizoen door. Zo niet, dan ga ik met mijn vrouw voortaan fi etsen en dat soort dingen.” Hoopt zijn vrouw door die uitspraak dat het derde volgend jaar veel verliest? “Nee hoor”, zo zegt hij lachend. “Ze komt vaak kijken en gunt ons team veel succes. Ik ben benieuwd of we wederom de titel kunnen pakken.”

Madese Boys – NAC: al zeven jaar een feest

Madese Boys – NAC is een traditie geworden in de voorbereiding op het nieuwe seizoen. De Brabantse amateurs ontvangen de Bredanaars ook dit jaar weer: op 6 juli komt NAC op bezoek op sportpark De Schietberg.

Het is alweer de zevende editie van het duel tussen Madese Boys en NAC op sportpark De Schietberg. Het is te danken aan de hoofdsponsor van Madese Boys, de familie Den Reijer die onder meer Ponton Made en REK Europe runt, dat de profclub jaarlijks langskomt. “Onze hoofdsponsor heeft een touringcar en rijdt doordeweeks voor NAC en in de weekenden ook voor ons. Zij hebben kunnen regelen dat NAC jaarlijks bij ons op bezoek komt, wat voor ons natuurlijk heel gunstig is”, legt Cees Bossers (60) uit, die jarenlang voorzitter van de sponsorcommissie was, maar na dit jaar stopt als vrijwilliger.

SPECIAAL
De wedstrijden tegen NAC zijn niet alleen leuk, maar ook van groot belang voor Madese Boys. “Het is voor ons een verschrikkelijk mooie bron van inkomsten, die we ook keihard nodig hebben. Het scheelt nogal als dat wegvalt. We hebben de afgelopen jaren mooie dingen kunnen doen door deze traditie, mede door deze inkomsten hebben we de tribune en kleedkamers kunnen opknappen. De volgende uitdaging is het clubhuis een update geven.”

Maar het gaat om veel meer dan inkomsten. Het is een weekend vol feesten op sportpark De Schietberg. “Het blijft toch speciaal. We zetten een tent neer, op vrijdagavond is er dit jaar de Hollandse avond en op zaterdag is het altijd afgeladen vol. We ontvangen elk jaar tussen de duizend en vijftienhonderd mensen, dat is toch bijzonder. Na afl oop blijven de meesten ook hangen om gezellig na te praten.”

EERSTE GOAL
En voor de spelers van het eerste is het natuurlijk helemaal bijzonder, zo’n wedstrijd tegen de profs. “Vorig jaar scoorden we voor het eerst een doelpunt in die wedstrijd, dat was heel mooi.” Koen van der Pluijm was de gelukkige, in de wedstrijd die Madese Boys met 1-5 verloor.

Bossers, die dit jaar zijn opvolger in de sponsorcommissie nog inwerkt en daarna afscheid neemt als vrijwilliger, hoopt op net zo’n mooie editie als afgelopen jaren. “Als we weer tussen de duizend en vijftienhonderd mensen mogen ontvangen en het net zo’n feest wordt als afgelopen edities, ben ik tevreden.” De organisatie bestaat in totaal uit vijf man, aangevuld met vrijwilligers tijdens het weekend.

De wedstrijd begint op zaterdag 6 juli om 17.00 uur. Kaartjes kosten 7,50 euro in de voorverkoop en 10 euro bij de kassa op de wedstrijddag. Kidstickets, voor kinderen tot en met twaalf jaar, kosten 5 euro in de voorverkoop en 7,50 aan de kassa. De Hollandse Avond van 5 juli is gratis, die begint om 20.00 uur.

Van Klippel naar Schuurmans: trots en vertrouwen

Mark Klippel geeft na vijf seizoenen het stokje waar ‘Madese Boys 1’ op staat over aan Dion Schuurmans. Klippel sloot zijn periode in Made met een dubbel gevoel af, nadat een goed seizoen niet bekroond werd. Het VoetbalJournaal sprak beide trainers.

Mark Klippel heeft de afgelopen jaren alles uit Madese Boys gehaald, in een concurrentiestrijd met ploegen die veel meer middelen tot hun beschikking hadden. Hij begon in het seizoen 2014-2015 met een zevende plek, vervolgens kwamen twee magere jaren met een tiende en negende eindrangschikking, maar de afgelopen seizoenen ging het uitstekend op De Schietberg. Waar de mannen uit Made vorig jaar in de finale van de nacompetitie om promotie pas na strafschoppen werden uitgeschakeld, grepen ze in mei net naast een ticket voor het seizoenstoetje in de tweede klasse. “Daardoor houd ik er toch een dubbel gevoel aan over, we hadden een bekroning verdiend op basis van onze prestaties”, is Klippel eerlijk. Dat een dubieuze beslissing van de arbiter in de slotseconden van de laatste wedstrijd in de reguliere competitie een streep zette door de periodetitel, maakt de nasmaak alleen maar zuurder.

Klippel zag Madese Boys dit seizoen gemakzuchtig beginnen, maar gedurende het seizoen groeien. De mentaliteit van de spelers is altijd optimaal geweest, maar dat heeft ze wellicht juist opgebroken. “Onze manier van spelen kost veel kracht.”

TROTS
Toch verlaat hij Madese Boys met vooral mooie herinneringen. “We mogen trots zijn op wat we hebben gepresteerd. We hebben het met bijna alleen maar jongens uit Made gedaan, tegen ploegen die de middelen hebben om spelers van buitenaf te halen en uit een grote jeugdopleidingkunnen putten.” Klippel heeft de afgelopen seizoenen ook weer aardig wat jeugdspelers kunnen inpassen. “Daardoor is het ook een fase wat minder gegaan, waarin het rommelde in de spelersgroep omdat de oudere garde een pas op de plaats moest maken. De afgelopen twee seizoenen zijn weer heel goed verlopen.”

Hij gunt zijn opvolger het beste. “De kern blijft, dit team moet ook volgend seizoen weer goed mee kunnen draaien in de tweede klasse.” Zelf gaat Klippel aan de slag als assistent-trainer van Halsteren.

DION SCHUURMANS
Zijn opvolger is Dion Schuurmans. De twee kennen elkaar van de wedstrijden tussen SCO, waar Schuurmans de laatste twee jaar trainer was, en Madese Boys. “Mark heeft heel goed werk verricht in Made”, is Schuurmans positief.

De nieuwe oefenmeester hoopt zijn steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van Madese Boys. “Het is een elftal dat staat en wat goed is, moet je vooral zo houden. Ik zie echter wel mogelijkheden, heb bijvoorbeeld wat wedstrijden gezien waarin het minder ging. Ik wil ze meerdereopties aanreiken, voor als het een keer niet loopt. Ik hoef ze echt niet meer te leren hoe je een bal goed inspeelt, maar kan ze wel laten zien hoe je als team optimaal functioneert.” De 48-jarige oefenmeester heeft veel zin in de uitdaging. “Ik kom uit Lage Zwaluwe en Madese Boys was voor ons altijd de grote buurman. Als we met Zwaluwe tegen teams uit Made speelden, waren dat immer mooie clashes. Het is een karaktervolle club, waar je niet graag tegen speelt. En dat is een compliment voor hen.”

De visie van Madese Boys om het vooral met eigen jongens te doen, spreekt Schuurmans ook aan. “Daar kan ik me heel goed in vinden.”

Hans Gelens: ‘VCW kan nóg beter!’

VCW kende een seizoen dat de boeken in gaat als succesvol. De club was in de winterstop al zo goed als veilig en ging vervolgens freewheelend het voorjaar in. Keeper Hans Gelens wil altijd meer en denkt dat de club uit Wagenberg ook beter kan.

Hoge Vucht werd uit de competitie gezet en hekkensluiter Boeimeer had nog maar één punt: VCW wist tijdens de winterse pauze al dat het ook volgend jaar in de vierde klasse mocht spelen. Een goede prestatie voor de kleine dorpsclub, maar doelman Hans Gelens is niet helemaal tevreden. “We hebben een paar onnodige nederlagen geleden, hadden anders nog wat plaatsjes kunnen klimmen op de ranglijst.”

TEGENGOALS
Waar een spits het veld op stapt met een honger naar doelpunten, is de doelman gretig om in samenwerking met zijn aluminium vrienden het netje niet te laten bollen. Met 54 tegendoelpunten was VCW qua defensie de beste van het rechterrijtje afgelopen seizoen. “Ik kan ook wel iets hoor”, zegt Gelens lachend. “Maar het kan altijd beter. Ik vind 54 te veel, het zijn er toch ruim twee per wedstrijd. Er zaten een paar flinke zeperds bij, we hebben volgens mij in drie wedstrijden twintig doelpunten tegen gekregen.” Hij kijkt altijd in de spiegel. “Ik kijk eerst naar mezelf, van die 54 zullen er zeker 10 zijn geweest waarbij ik iets niet helemaal goed deed.”

Maar uiteindelijk blikt Gelens toch met een tevreden gevoel terug op het seizoen. Waar VCW vorig jaar nog een gelukje nodig had om in de vierde klasse te blijven, een aantal ploegen verkaste naar zaterdag waardoor de mannen uit Wagenberg zich toch handhaafden, ging het dit seizoen op eigen kracht. “Je weet na zo’n ontsnapping dat maar één ding telt: handhaving. Je zet je schouders eronder en gaat ervoor. Dat is dit seizoen goed gegaan.”

TOEKOMST
Of Gelens verwacht deze prestaties te kunnen overtreffen? “Makkelijk. Als je kijkt naar de kwaliteiten die we al hebben en de talenten die er nog aankomen vanuit de jeugd, moeten wij stappen kunnen zetten. We hebben nu al jongens van 19 en 20 jaar oud in het eerste rondlopen die zich echt goed ontwikkelen en een vrij ambitieuze trainer, die combinatie kan ons hopelijk nog eens naar een vijfde of zesde plek helpen.”

Met de 30-jarige keeper onder de lat. “Een vertrek is voor mij in al die jaren dat ik bij VCW speel, sinds mijn vijfde, nooit een serieuze optie geweest. Ik kom hier al van kinds af aan, ken iedereen. Het zou als verraad voelen om hier weg te gaan.” Maar mocht er een talentvolle jongen bij de selectie komen die klaar lijkt voor de plek onder de lat in het eerste, dan maakt Gelens graag plaats. “Als ik zie dat het iemand is die graag wil en veel potentie heeft, ga ik hem daarbij helpen.” En zelf ziet hij zich dan nog wel in het derde elftal voetballen, met zijn vrienden. “Dan berg ik mijn handschoenen op en ga ik lekker weer in het veld staan, hoewel mijn kwaliteiten daar niet al te best tot hun recht komen.”

Tom Rijvers: ‘Ik ben en blijf SCO’er’

SCO verlaat het zondagvoetbal met een goed gevoel. De ploeg streed lang tegen degradatie, maar wist uiteindelijk boven de nacompetitiestreep te eindigen. De doelpunten van Tom Rijvers waren dit seizoen van onschatbare waarde.

De teller bleef uiteindelijk steken op negentien voor Tom Rijvers. De 21-jarige aanvaller annex middenvelder van de nummer tien van de derde klasse B eindigde daarmee op een derde plek op de topscorerslijst in zijn competitie. Een mooie prestatie, waar hij zelf ook tevreden over is. “Ik begon goed, raakte geblesseerd, maar deed na mijn rentree weer hetzelfde als voor de blessure: scoren en belangrijk zijn.”

Hij was de afgelopen jaren vaak ernstig geblesseerd, is dan ook blij met een seizoen dat buiten een kwetsuur rond de winterstop prima is verlopen. Dat SCO boven de degradatiestreep is geëindigd, stemt hem helemaal tevreden. “Daar hadden we vooraf voor getekend. We hebben een jong team, wisten dat het lastig zou worden. Onze doelstelling was directe handhaving, het is spannend geworden, maar we hebben het voor elkaar gekregen. We hebben bewezen als collectief alleen maar sterker te zijn geworden, hoewel we misschien wat individuele kwaliteiten hebben ingeleverd afgelopen zomer. Het leek wel alsof we meer voor elkaar over hadden.”

ZATERDAG
Volgend jaar speelt SCO op zaterdag, de Oosterhouters moeten in de vierde klasse van die afdeling beginnen. “Ik ben blij dat we dit seizoen zo hebben afgesloten. Hiermee geven we ook een signaal af aan de zaterdagclubs: wij zijn niet gestopt op zondag omdat we het niet meer aankonden, maar omdat de toekomst volgens ons op zaterdag ligt.”

Het doel is dan ook een directe promotie vanuit de kelder van het zaterdagvoetbal. “Ik denk, maar dat zeg ik nu, dat de vierde klasse zaterdag voor ons wat te laag is. Zeker aangezien we Robin van den Noort terugkrijgen, hij is een garantie voor doelpunten.” Rijvers hoopt zelf ook van waarde te zijn met zijn doelpunten en assists. “Robin en ik zullen elkaar de doelpunten moeten gunnen, haha. We hebben vroeger ook geregeld samengespeeld, dus dat moet helemaal goedkomen. SCO wordt er alleen maar beter van en daar gaat het om.”

OOSTERHOUT
Zelf had Rijvers ook de mogelijkheid om te vertrekken. “De andere zondagclubs uit Oosterhout hadden interesse, maar dat zijn geen opties voor mij: ik ben een echte SCO’er. Er was ook een zaterdagclub die me wilde hebben, daar heb ik nog even over getwijfeld, maar ik heb uiteindelijk toch al vrij snel besloten bij SCO te blijven. Al mijn vrienden spelen op zaterdag, dus kijk ik er ook wel naar uit om na de wedstrijd met hen de kantine in te duiken.”

Jorco de Kok: Oosterhout wil ‘met plezier presteren’

Voetbalvereniging Oosterhout richt de blik vooruit. Achter de wolken van een teleurstellende eindrangschikking in de derde klasse schijnt een voorzichtig zonnetje. De club heeft een duidelijk plan voor de toekomst, waarmee promotie moet worden bewerkstelligd.

Jorco de Kok is sinds begin dit jaar de technische man bij Oosterhout. De oud-trainer van het eerste elftal combineerde die functie afgelopen seizoen nog met zijn rol als hoofdtrainer van Virtus, maar richt zich vanaf 2019- 2020 volledig op Oosterhout. En hij zal zich niet vervelen: er is genoeg werk te doen. “We hebben de afgelopen anderhalf jaar een stap gezet in de doorstroming van de jeugd naar de senioren, maar willen meer.”

KWALITEIT
De vereniging heeft een plan gemaakt waarmee de jeugd stappen moet zetten. ‘Met plezier presteren’, luidt het motto. “We willen voor de jeugd kwaliteit garanderen, waardoor we ze kunnen behouden voor onze vereniging. Het mag allemaal wat professioneler, zodat we ze aan kunnen bieden wat ze nodig hebben. Denk dan bijvoorbeeld aan een derde trainingsmoment in de week. Als we ze voor Oosterhout behouden, profi teert de seniorenselectie daar uiteindelijk van.” Want, zo ziet de 43-jarige De Kok, eigenlijk is een plek in de middenmoot van de derde klasse te laag gezien de uitstraling van de club. “We hebben een complex dat niet misstaat in de eerste klasse of zelfs hoofdklasse en zitten in een wijk die groeit. Daar moeten we van profiteren.”

Het eerste doel is de tweede klasse bereiken en daarin een stabiele kracht worden. Dan moet het anders dan afgelopen seizoen, weet ook De Kok. “Komend jaar moeten we om de prijzen meedoen, promotie is zeker mogelijk met de nieuwe spelers die we erbij krijgen.” Er is specifiek gezocht naar jongens met ervaring die de talenten kunnen helpen en bereid zijn zich voor langere tijd aan Oosterhout te binden. Zij komen de huidige selectie, die grotendeels intact blijft, versterken. “Wij willen geen clubhoppers, maar jongens die een stapje extra voor de vereniging willen zetten. Denk dan bijvoorbeeld aan ook eens een jeugdtraining geven, junioren kunnen van de ervaring van dit soort jongens profiteren.” De Kok benut onder meer zijn eigen netwerk, hij loopt al jarenlang mee in de voetbalwereld en weet waar de buitenkansjes rondlopen.

PROMOTIE
Als spelers vanuit de Derde Divisie Oosterhout komen versterken, trekken zij het niveau van de gehele vereniging omhoog. Talenten die in het eerste komen, pikken aan en liften daarop mee. Uiteindelijk wil Oosterhout met zo veel mogelijk eigen jongens de stap naar de tweede klasse zetten. “En hopelijk kunnen we op den duur zelfs nog verder groeien, naar een niveau dat past bij ons complex.” Maar eerst die stabiele tweedeklasser worden. “Dat moet binnen twee tot drie jaar lukken.”