Home Blog Pagina 795

Nieuwe-goalie Elizabeth v/d Berge van Bristol vr1 over debuut: ‘jeetje, wat is dat kicken’

Hoewel Bristol vr1 bij haar debuut genoegen moest nemen met een nederlaag (4-6) genoot debutant Elizabeth v/d Berge volop van haar debuut. De sluitpost van de Roosendaalse vereniging verving Jade Massing voor het eerst en deed dat met verve. “Het spel gaat zoveel sneller in de zaal je bent continu bezig. jeetje, wat was het kicken”, vertelt zij na afloop van het duel.


De onervaren doelvrouw in de zaal blonk uit met een aantal goede reddingen op inzetten van tegenstander Middelburg.  Ik heb natuurlijk ervaring op het veld bij Smerdiek 1, maar dit is toch wel anders spelen. “”Ik had het eigenlijk niet verwacht dat in de zaal keepen zo intensief zou zijn ‘dacht nog bijna geen verschil’. Ik vond het echt fantastisch”, aldus een opgetogen Elizabeth.

De sluitpost keek er zeer naar uit om te spelen bij Bristol . “Afgelopen maanden ben ik benaderd door de Wendy de Wild die op haar beurt contact had gehad met coach Hans Lauwen. Mede dankzij het enthousiasme binnen het team had ik er meteen zin in”, zegt Elizabeth. Het is natuurlijk onmogelijk om Jade Massing te vervangen die is vertrokken naar Pratt soccer College, maar ge mijn stinkende best doen.

Klik hier voor meer informatie over Bristol Team
Voor meer artikelen van Bristol Team klik hier

Marco van Dijnsen ziet nog genoeg potentie bij Klundert

Is na drie seizoen de klik niet een beetje weg en de magie uitgewerkt? Dat is de vraag die Marco van Dijnsen zichzelf stelde toen hij na begon te denken over zijn toekomst bij VV Klundert. Al vrij snel was het antwoord daarop ‘nee’ en dus staat hij ook volgend jaar weer voor de groep bij de derdeklasser. “In deze groep zit nog zoveel potentie.”

En dat het jongens zijn die heel graag willen, bleek de afgelopen weken wel. Want ondanks dat er geen wedstrijden waren, werd er gewoon getraind. “Twee keer per week, goed en scherp. Het is zo’n gretige groep, er staat altijd wat op het spel voor ze.” Als trainer moest hij zich in deze periode wel een beetje aanpassen, vertelt hij. “Je speelt wat meer en langere partijvormen, maar je wilt het ook weer niet helemaal anders gaan doen. Onderling spelen we af en toe een wedstrijd, om toch dat gevoel te hebben.”

Beleving
Maar na drie seizoenen in Klundert, had hij het dus nog niet gezien. “Die jongens groeien ieder jaar weer, dat is zo heerlijk om mee te werken. En ik zie dit seizoen ook wel een beetje als een verloren jaar, dus die tel ik niet mee.” Eentje waarin ze hadden gemikt op een plek bij de eerste vijf, maar zo ver kwam het dus bij lange na niet. “Ik ben vanaf mijn derde op een voetbalveld te vinden, van top tot teen ben ik voetbal. Vroeger was ik al chagrijnig als er één wedstrijd werd afgelast, nu speel je maanden niet. Als sportliefhebber doet het natuurlijk pijn, maar je begrijpt het ook wel.” Na de degradatie uit de tweede klasse van vier jaar geleden, hopen ze in de toekomst wellicht weer terug te keren, maar voor nu is dat echt nog te vroeg. “We zullen het echt met eigen jongens moeten doen en dan is de ene lichting beter dan de andere. Voor nu is de subtop van de derde klasse wel het maximale.” Daarbij zijn sfeer en gezelligheid belangrijke factoren, maar Van Dijnsen is te veel een winnaar om alleen daarmee genoegen te nemen. Toch zit hij sinds zijn aanstelling, die voor hem een overstap naar het zaterdagvoetbal betekende, enorm op zijn plek. “Mijn eerste zaterdagclub, je merkt toch dat er op zaterdag iets meer beleving is. Meer traditionele clubs, als ik het zo mag zeggen.”

Blijven uitdagen
Na al die jaren voelt het voor Van Dijnsen (54) nog alsof het allemaal nieuw is. “Dat is goed, want dat houdt het fris en scherp. Daardoor heb ik eigenlijk ook niet getwijfeld om te blijven.” De wisselwerking met zijn spelers is er nog steeds, voelt hij. “Daar heb je het natuurlijk wel over met elkaar. Als je langer met een selectie werkt, moet je vernieuwen. Het moet niet zo zijn dat ze op een gegeven moment denken: Nu weten we het wel.” Doorgebroken jeugdspelers zorgen voor nieuw élan. “Daardoor is het geen uitgebluste groep. De eerste twee jaar waren we blij met een paar wissels, nu trainen we iedere keer met achttien man. Het zorgt ook voor gezonde concurrentie.” Die uitdaging houdt hem zelf ook bij de les, heeft hij gemerkt. “Je moet variëren met de oefenstof, dat ze iedere keer weer uitgedaagd worden. Daar heb ik mezelf wel alert op gemaakt.” En om dat voor elkaar te krijgen, speurt hij het internet af op zoek naar trainingen van profclubs. “Dan kijk ik naar dingen van Bayern München, Sevilla of Atlético Madrid. Zou dit iets voor Klundert kunnen zijn? Ik zeg het er ook altijd bij op de training: dit is een oefening van Bayern. Moeten ze toch vaak een beetje lachen.” Volgend seizoen krijgt de inwoner van Prinsenbeek assistentie van Hans Korteweg, oud-trainer van Noordhoek. “Twee weten meer dan één. Ook om individueel meer met die jongens te kunnen trainen.” De doelstelling blijft hetzelfde. “Klundert is absoluut nog een derdeklasser. Nu moeten we gaan groeien in volwassenheid en stabiliteit.” Hij voelt zich in ieder geval als een vis in het water. “Als die jongens straks allemaal drie jaar verder zijn, moet je dan eens kijken!”

Klik hier voor meer informatie over VV Klundert
Lees hier meer artikelen van VV Klundert

Gijs Veltman en Mike Knubben zorgen voor de accommodatie bij Internos

Internos heeft sinds kort een ‘nieuwe’ Accommodatiecommissie. Alhoewel, helemaal nieuw is het ook weer niet. Twee jaar geleden hadden Gijs Veltman en Mike Knubben namelijk al het idee om de kantine te renoveren, dat gebeurde door omstandigheden niet, de afgelopen drie maanden maakten ze een herstart.

Misschien was dat plan ook wel een beetje té ambitieus, moet de 26-jarige Knubben bekennen als hij zo eens terugdenkt. “We dachten even heel de kantine aan te pakken. Daar was eigenlijk te weinig budget voor, dus dat hield op. Toen kwam corona en lag alles stil.” Maanden gingen overeen, de club zat op slot en echt veel te verbouwen viel er niet. Tot ze de afgelopen maanden de handschoen weer oppakten. “Een nieuwe start kan je het wel noemen.” Samen voetballen ze bij Internos 9, een vriendenteam op de zaterdag, het was Veltman (28) die als eerste werd benaderd om eens na te denken over een zogeheten ‘Accommodatiecommissie’, vertelt Knubben. “Dat leek hem wel wat, toen vroeg hij aan mij of ik het ook zag zitten. Ik werk zelf in de bouw, als projectmanager, dus dat trok mij ook wel.”

Behoefte
Dat ze samen voetballen klinkt overigens logischer dan het daadwerkelijk is. “Gijs heeft altijd al bij de club gevoetbald, ik zat eigenlijk op handbal. Puur door vrienden ben ik hier gekomen.” En dus vormen ze nu ook buiten de lijnen een team. “Gewoon twee jongens die wat extra’s doen voor de club. We vinden het leuk en het is ook wel een beetje ons werkterrein.” Want ook Veltman, werkzaam in de audiovisuele wereld, is niet onbekend met het ophangen van bijvoorbeeld een geluidsinstallatie. Maar vraag Knubben niet om te timmeren. “Ik regel dagelijks de mensen die het wel kunnen, zelf kan ik het echt niet, haha.” Voor de jongens is het nu vooral inventariseren en plannen maken. “We praten met mensen binnen de club. Waar is behoefte aan, wat missen ze en wat kunnen wij betekenen? We maken een soort bedrijfsplan om invulling te geven aan onze taken.” Uiteindelijk is het de bedoeling dat ze verantwoordelijk worden voor alles op en rond het sportpark. “Gaat er een doel kapot of is het belijningsapparaat stuk? Pakken wij dat op.” Maar de jongste van de twee trekt het graag nog een stukje breder. “Er is vooral behoefte aan structuur binnen de vereniging. We willen mensen stimuleren om actief betrokken te zijn, zodat we het samen op kunnen pakken.”

Aanwakkeren
Mensen met ideeën of behoeftes zijn dan ook van harte welkom. “Draag het aan! Als we bijvoorbeeld iets willen doen met de brandveiligheid, is er vast iemand die daar verstand van heeft. Zo hopen we dat enthousiasme aan te wakkeren.” Bij een deel is dat al gelukt, hebben ze gemerkt. “We hebben ‘de mannetjes’, de oudere mannen binnen Internos, gevraagd wat zij vinden dat er beter kan. Die waren heel blij dat we dat vroegen, omdat nog nooit iemand dat had gedaan. Dat soort mensen zijn onmisbaar voor de vereniging.” Het opknappen van de kantine speelt nog steeds in het achterhoofd, maar is voorlopig niet aan de orde. “Het moet realistisch, maar vooral nuttig zijn.” Toch is die kantine prioriteit nummer één. “Het is de belangrijkste inkomstenbron van de club, als je daar meer omzet kunt genereren, kun je pas echt gaan groeien. We moeten zorgen dat we de mensen langer kunnen binden, bijvoorbeeld met een breder assortiment of een biertje van de maand.” Maar voor nu is het voor het Etten-Leurse tweetal nog even geduld hebben. “Het is eerst in stand houden, voordat we kunnen nadenken over verbeteringen.” Aan het fanatisme zal het in ieder geval niet liggen. “Daar zit voor ons ook wel een beetje de valkuil, het moet wel beheersbaar blijven. Het is zoeken naar de tijd, het blijft natuurlijk vrijwilligerswerk.” Ze nodigen dan ook iedereen nog een keer uit mee te denken. “Mocht iemand iets hebben of wat kunnen betekenen, geef het aan. Zo maken we mensen enthousiast voor Internos, dat ze denken: Daar gebeurt wat, daar wil ik bij betrokken zijn!”

Klik hier voor meer informatie over Internos
Lees hier meer artikelen over Internos

Bij Unitas ’30 draagt Joris van den Broek zijn steentje bij als coördinator

Een verleden bij de club en een voetballende zoon en dochter. Kortom, dat Joris van den Broek als hoofd coördinator meisjes- en damesvoetbal bij Unitas’30 zijn steentje bij zou dragen, lag min of meer voor de hand. En de populariteit is groeiende, ook regionaal. “Speelsters komen zelfs van buiten Etten-Leur.”

Van den Broek, inmiddels bezig aan zijn derde seizoen als coördinator, weet wel waardoor dat komt. “De reden is eigenlijk heel simpel: ze kunnen hier met andere meiden spelen.” En dat die mogelijkheid er is, heeft voor een groot gedeelte te maken met het werk van zijn voorgangers, maar ook zeker met het zogeheten ‘meidenbeleid’. Dat twee jaar geleden in het leven werd geroepen. “Daarin staan de doelstellingen voor een periode van vijf jaar. Waar willen we naartoe? Zo zijn we bezig met gerichte selectieteams, zodat iedereen op zijn eigen niveau kan spelen. Maar hebben we ook een prestatief damesteam opgestart, daar willen we de jeugd naartoe opleiden. Daarnaast willen we ook de recreatieve speelsters een mooi vooruitzicht kunnen bieden binnen onze damesafdeling. ”

Vriendinnen
Als inwoner van Etten-Leur, met een verleden en heden bij de club, was het dus niet zo verwonderlijk dat Unitas een aantal jaar geleden bij Van den Broek uitkwam. Dat zag de 41-jarige oud-speler zelf ook wel zitten, vertelt hij. “Ik had het gevoel dat ik ze kon helpen om verder te komen, dan wil je dat natuurlijk graag doen.” Daardoor is hij nu verantwoordelijk voor het samenstellen van selecties, het aanstellen van trainers en het bieden van een luisterend oor. “Gesprekken met ouders en trainers, ondersteunen waar mogelijk. Alles om de teams te laten draaien.” Qua ledenaantallen hebben ze niks te klagen. Integendeel. “Komend seizoen hebben we tien jeugdteams, van de MO11 tot de MO19. Daaronder is het nog gemengd. We hebben eerder te veel, dan te weinig meiden. Soms moeten we iemand teleurstellen, simpelweg omdat er geen ruimte meer is.” Ook bij de dames is de rek er nog lang niet uit. “Dames 1 en 2 spelen prestatief, het derde is recreatief. Vanaf komend seizoen hebben we op vrijdagavond ook nog 30+, zeven tegen zeven.” Het maken van onderscheid tussen prestatief en recreatief is een ambitie voor de komende jaren. “Je zou willen dat je per leeftijd twee verschillende teams hebt. Zodat je kan selecteren op basis van kwaliteit of ambitie.” Daarbij moeten ze rekening houden met een aantal factoren. “Speelsters mogen zelf hun wensen aangeven. Bijvoorbeeld dat ze hoger willen spelen of juist bij vriendinnen willen blijven. Onze recreatieve teams zijn minimaal net zo belangrijk, qua aandacht en faciliteiten willen we iedereen hetzelfde positieve gevoel kunnen geven.” Dat is wat hem betreft de verklaring voor de opmars van het vrouwenvoetbal. “Ze nemen elkaar mee, voetballen met vriendinnen blijft het leukste dat er is.”

Opleiden
Sinds het nieuwe beleid, merkt hij dat ze nog meer ‘hun plekje’ binnen de vereniging hebben verworven. “Eerst vielen we onder ‘jongens recreatief’, nu zijn we een aparte pijler binnen Unitas. Dat wil zeggen, eigen coördinatoren en echt voor vol worden aangezien. Dat is een goede ontwikkeling.” De prestaties onderstrepen dat. “Veel teams doen mee aan landelijke kampioenschappen, terwijl de eerste teams bijna allemaal op het hoogste niveau spelen.” Het beste voor de meiden, daar draait het allemaal om. “We laten talentvolle speelsters meedoen bij de jongens, om de weerstand te verhogen. Sommige meiden mogen meetrainen bij de KNVB of op stage bij Feyenoord, dat laat wel zien dat we steeds zichtbaarder worden als club.” Maar snel tevreden is Van den Broek niet, dus kan het altijd beter. “We willen de positie van het damesvoetbal nog steviger wegzetten. De meeste aandacht gaat nu nog naar de jongens, dat moet meer evenredig worden.” Op die manier hoopt hij in de toekomst met Unitas op regionaal gebied een opleidingsfunctie te vervullen. “Natuurlijk voor ons eigen eerste team, maar ook om talenten te helpen zo hoog mogelijk te komen in de voetbalwereld. Daar een bijdrage aan leveren, dat je ze ziet lopen bij profclubs en denkt: kijk, dat hebben we toch mooi gedaan!”

Bloedfanatiek
Aan het fanatisme van de meiden zal het in ieder geval niet liggen. “Ze zijn bloedfanatiek. Stellen zich ook niet aan na een overtreding, het is opstaan en weer door.” Voor nu is hij druk bezig met de teams voor komend seizoen, dat doen ze op basis van interne scouting. “We kijken de wedstrijden en leggen dat, samen met de wensen en mogelijkheden, naast elkaar.” Voor de nieuwe tak van 30+ werd het werk al voor hem gedaan, maar daar is hij niet minder blij mee. “We werden zelf benaderd door een groep dames, die hadden alles al geregeld. Dat was alleen nog een formaliteit, ook dat is weer een mooie uitbreiding voor onze vereniging!”

Klik hier voor meer informatie over Unitas ’30
Lees hier meer artikelen over Unitas ’30

Ron Wiersma vindt het team belangrijker dan de aanvoerder bij DSE

Aanstaand voorzitter Ron Hofman sprak eerder al over de waarde van vrijwilligers. Wat dat betreft is Ron Wiersma een man naar zijn hart. Maar hij is zeker niet de enige, benadrukt de jeugdvoorzitter van DSE zelf. “Het team is belangrijker dan de aanvoerder.”

Aanvoerder inderdaad, want met de term ‘jeugdvoorzitter’ moet je bij de 54-jarige Wiersma niet aankomen. “Dat is veel te zwaar. Het is een team, bestaande uit zes coördinatoren, waar ik dan de aanvoerder van ben. Maar zij doen het echte veldwerk, zij verdienen de ‘credits’.” Toch is ook zijn rol als verbindende factor er natuurlijk eentje die niet onderschat mag worden. “Samen probeer je de jeugd een zo goed mogelijke toekomst te bieden.”

Verbondenheid
Die verbondenheid is volgens Wiersma toch echt dé kracht van DSE. “We doen echt alles als één vereniging, dat vind ik ook het mooiste. Elkaar echt leren kennen.” Hij geeft meteen een voorbeeld. “We organiseren al tientallen jaren kampen voor de jeugd. Dat zijn weekenden vol met activiteit, waar alle teams door elkaar worden gehusseld. Leiders van oudere teams doen mee, soms zelfs spelers van het eerste elftal. Verbinden staat bij ons echt hoog in het vaandel.” Een mooi tafereel, vertelt hij. “Dan komt zo’n F’je na de vakantie iemand tegen, dan is het: Hey, jou ken ik nog!” De kans is groot dat de mensen Wiersma ondertussen ook vrij aardig kennen, want de geboren en getogen Etten-Leurder loopt er inmiddels al een flink aantal jaar rond. “Ik voetbalde altijd bij Internos, tot ik 30 jaar geleden met een vriendenteam lid werd bij DSE. Vanaf dat moment werd ik ook jeugdleider.” Dat vond hij zelf een logisch gevolg. “Als je ergens een mening over hebt, moet je er ook wat mee doen.” Zijn huidige rol vervult hij sinds een seizoen of tien. Dat was tijdens corona best een uitdaging. “We zijn lange tijd terughoudend geweest met activiteiten, maar toen het eenmaal ging lopen, was er elke zaterdag wat te doen. Onderlinge toernooitjes, bootcamps of ‘fundagen’.” Ook de trainingen gingen gewoon door en dat zijn er nogal wat. “Alle teams trainen bij ons twee keer, dus ook de lagere teams. Dat is best wel uniek, voor ons zijn ze allemaal even belangrijk.” En die benadering werpt zijn vruchten af. “Volgend seizoen hebben we 26 teams, ruim 300 jeugdleden. Gelukkig hebben we er een veld bijgekregen.”

Glimlach
Ook de laatste tijd bleef de instroom toenemen. “Onze goede naam loopt ons wat dat betreft een beetje vooruit. Mensen hebben toch het gevoel dat ze ook in een moeilijke tijd bij DSE terecht kunnen.” Daarvoor moet hij de complimenten geven aan trainers en begeleiders. “Het is heel lastig om het zonder wedstrijden leuk en uitdagend te houden. De kinderen waren daar ook wel aan toe, dat merkte je aan alles.” Maar ook hij ziet, als hoofd van de jeugdafdeling, dat het verzamelen van vrijwilligers steeds lastiger wordt. “Ieder seizoen is het weer passen en meten. We moeten toch vaak een beroep doen op de ouders, dan zeggen we: wij doen dit ook vrijwillig en we kunnen gewoon echt niet zonder jullie.” Wiersma weet in ieder geval heel goed uit te leggen waarom hij het graag doet. “De glimlach van die kinderen, of een leuke opmerking.” Tijdens het praten, merk je hoeveel het met hem doet. “Ik krijg er gewoon kippenvel van.” En dus hoopt hij dat er in de toekomst nog meer georganiseerd kan worden voor de jeugd, bijvoorbeeld met verenigingen uit de omgeving. “Waarom gaan we niet meer samenwerken? Toernooien organiseren of misschien zelfs wel met andere sporten?” Toch gaat het vooral om het voelen van die waardering. “Het derde of vierde team is misschien nog wel belangrijker dan de eerste twee. Het is moeilijker om die vast te houden, dat maakt je club juist zo sterk.” En dus moet de jeugd de komende jaren gewoon op een leuke en sportieve manier bezig kunnen zijn met voetbal en alles eromheen. Niet dankzij hem, maar door de inzet van het hele team. Zijn laatste zin is wat dat betreft allesomvattend. “Als het maar niet te veel over mij gaat.”

Klik hier voor meer informatie over DSE
Lees hier meer artikelen over DSE

Bij Victoria’03 steekt Corné Aarsman energie in tweede elftal

Vaak gaat het bij een club over het eerste elftal of een florerend jeugdteam. Maar een tweede elftal is stiekem misschien wel net zo belangrijk voor een vereniging. Dat weten ze bij Victoria’03 maar al te goed en dus zijn ze sinds twee jaar hard aan het werk om daar meer energie in te steken.

Eén van de mensen die daar graag zijn steentje aan bij wilde dragen, was Corné Aarsman. Nadat hij was gestopt als bestuurslid, zocht hij een andere rol om toch betrokken te kunnen blijven. “Ik wilde iets blijven doen voor de vereniging, vanuit een soort clubgevoel. Toen kwamen ze hiermee.” Daar had de 51-jarige Aarsman maar weinig bedenktijd voor nodig. Zijn antwoord is even kort als helder. “De passie voor het voetbal.” Maar dat het begeleiden van een tweede elftal iets lastiger is dan een standaardteam, dat weet hij ook wel. “Het is geen vaste samenstelling. Spelers gaan met het eerste mee of jongens vanuit de jeugd schuiven door.”

Sociale aspect
Toch was het plan van een aantal jaar geleden duidelijk. “Het is belangrijk om het plezier erin te houden, maar daarvoor moeten we er als club meer energie insteken. Die jongens zitten vaak al langer bij de club, die wil je naar een hoger niveau tillen, maar dat lukt alleen als je ze genoeg aandacht geeft.” Samen met Peter Groeneveld, oud-voorzitter van de club, probeert hij dat voor elkaar te krijgen. “Hij is met name verantwoordelijk voor het keepersdeel, ik doe de spelers.” En dat bevalt hem tot nu toe maar al te goed. “Het is heel leuk om met die jongens om te gaan. Ik heb in de afgelopen jaren ook een hoop jeugdelftallen getraind bij Victoria, die gasten zie je nu weer terug bij het tweede.” Want Aarsman is zeker geen onbekende voor de club uit Oudenbosch. “Inmiddels loop ik hier een jaar of vijftien rond, dat begon toen mijn zoon hier ging voetballen. Toen ben ik ook in het bestuur gekomen, omdat ik vond dat we dat niet op drie man aan moesten laten komen.” In die tijd heeft hij zijn hele gezin aangestoken met zijn liefde voor de club. “Mijn dochter heeft hier ook gevoetbald en twee zoons spelen hier sinds ze klein zijn. Mijn vrouw zit nu alweer vijf jaar in het bestuur.” Dat had ook zomaar anders kunnen lopen. “Zelf heb ik altijd bij NSV gevoetbald, door een eigen bedrijf ben ik toen gestopt. Daar heb ik eigenlijk altijd wel spijt van gehad.” Na het trainen van jeugdteams en het vertegenwoordigen van de jeugd in het bestuur, is hij nu dus verantwoordelijk voor het tweede team. Hij geniet van de omgang met jongeren. “Ze wat bij willen brengen, niet alleen op voetbalgebied, maar ook maatschappelijk. De sociale kant, daar ligt mijn passie.”

Promoveren
Dat is meteen ook de uitdaging. “Het voetbalspelletje is op zichzelf al heel leuk, maar het gaat vooral om de sfeer.” Zijn taak is duidelijk. “We moeten proberen spelers klaar te stomen voor het eerste. Je bent een vangnet voor jeugdspelers, om ze te laten wennen aan seniorenvoetbal.” Communiceren is daarbij cruciaal. “We hebben nu een perfecte communicatie tussen het eerste en de JO19, er wordt ook vaak samen getraind met de jeugd.” Een stap in de goede richting. “We evalueren en discussiëren regelmatig, vroeger hadden we echt eilandjes.” Toch blijft de stap naar het vlaggenschip groot, heeft hij gemerkt. “Aan ons om het niveau en de intensiteit te verhogen, zodat we die stap steeds kleiner kunnen maken. Als wij dat voor elkaar krijgen, wordt het eerste natuurlijk ook automatisch beter.” Promotie naar de tweede klasse moet daarbij gaan helpen, ze waren goed op weg. “Het is heel belangrijk voor de club om te promoveren, we zijn het eigenlijk aan onze stand verplicht.” Komend seizoen gaan ze daar opnieuw voor. “Meer aantrekkingskracht, maar ook voor je eigen gevoel is het lekker.” Hij ziet in ieder geval dat zijn spelers beter worden. Dat straalt Aarsman, die op twintig meter van de club woont, dan ook graag uit. “Het is gewoon een mooie club om te werken, een tweede elftal is ook echt heel belangrijk.”

Klik hier voor meer informatie over Victoria ’03
Lees hier meer artikelen over Victoria ’03

Jacco en Tygo Verschuren vonden bij Moerse Boys noodgedwongen hun passie in het trainersvak

Ze zijn een eeneiige tweeling, gek van voetbal, maar op hun zeventiende gestopt met voetballen. Door aanhoudende knieproblemen moesten Jacco en Tygo Verschuren bij Moerse Boys stoppen met wat ze het liefste deden, in het geven van training vonden ze samen hun nieuwe passie.

Als je de twee niet zo goed zou kennen, is het nog best lastig om ze uit elkaar te houden. Niet alleen zijn ze natuurlijk op dezelfde dag geboren, ook qua uiterlijk zijn ze bijna niet te onderscheiden. Maar helaas voor hen is dat nog niet alles wat ze samen gemeen hebben. Tygo begint te vertellen. “Ik kreeg, een jaar eerder dan Jacco, last van opgezwollen knieën. Vol met vocht, zo erg dat je ze nauwelijks kon bewegen.” Zijn tweelingbroer kreeg niet veel later met precies hetzelfde euvel te maken. “Allebei de benen, dat wisselde steeds af. Je kon na een inspanning amper een sprint trekken.”

Afgepakt
Het voetballen begon voor de 21-jarige broers nog zoals het eigenlijk bij iedereen gaat. Vanaf de F’jes, fanatiek betrokken bij ‘de Moer’, tot het bij de B’tjes mis begon te gaan. “In de A’tjes was het zo erg, dat we allebei hebben moeten besluiten om te stoppen. In het begin had je na een paar wedstrijden, vijf weken rust nodig om te herstellen. Op het eind was het na iedere inspanning raak.” De twee belandden in een medische molen, maar echt duidelijkheid kwam er niet snel. “Ze dachten eerst dat er te veel speling zat tussen de knieschijf. Dat bleek het niet te zijn”, vertelt Tygo. Onderzoek in Utrecht bracht het probleem vervolgens wel aan het licht. “We hadden nauwelijks nog kraakbeen over in onze knieën. Ze hebben alleen geen flauw idee hoe het komt, laat staan dat ze begrijpen waarom we het allebei hebben.” Dat moment weten ze allebei nog goed, Tygo haalt het terug. “Vooral het woordje ‘nooit’, is klote. Wat je het liefste doet, word je afgepakt.” Ineens kregen ze op zeventienjarige leeftijd te horen dat ze nooit meer als voetballer op het veld zouden staan. “Het is moeilijk te beseffen en het voelt ook ergens wel een beetje oneerlijk”, vertelt Jacco. Zoals het een echte tweeling betaamt, hadden ze er alles voor over gehad als de ander nog wel had kunnen voetballen. “Je wenst het niemand toe, al helemaal je broer niet. Dan had ik liever gehad dat Tygo gewoon kon blijven voetballen.” Zijn broer moet lachen. “Maar ik andersom natuurlijk precies hetzelfde.”

Denken hetzelfde

Gelukkig vonden ze in het trainerschap een ‘mooie pleister voor op de wond’. Inmiddels trainen ze voor het derde jaar een jeugdteam bij Moerse Boys, dit seizoen was dat de JO15. “Het geeft net zoveel energie als zelf voetballen, voor ons was het ook meteen duidelijk dat we iets met voetbal wilden blijven doen. Gelukkig bood de club ons dat ook meteen aan, zodat we toch betrokken konden blijven.” Spelers zien groeien is mooi, maar het samen training geven voelt minimaal net zo bijzonder. “We hebben ook echt het gevoel dat we hetzelfde denken. Thuis worden ze er soms gek van, maar ze weten het inmiddels. Dan weten ze dat ze even stil moeten zijn”, lacht Tygo. Volgend jaar nemen ze deel aan de UEFA C Youth cursus, maar wel allebei ergens anders. Een bewuste keuze. “Het is goed om andere mensen te leren kennen, dan kunnen we van twee kampen wat leren.” Zichzelf ontwikkelen staat nu bovenaan het prioriteitenlijstje, over elkaar zijn ze niets minder dan lovend. “Tygo is heel fanatiek en gedreven, maar vooral ontzettend goed voorbereid.” Zijn broer wacht geduldig op zijn beurt. “Hij is tactisch wat sterker en kan spelers echt goed wijzen op de spelprincipes.” De club zijn ze dankbaar voor de kans. “Je staat hier nooit alleen, ‘de Moer’ heeft echt een warm hart.” Ze wonen op vijf minuten fietsen van het sportpark, veel draait om het voetbalspelletje, maar het zelf voetballen missen ze inmiddels een stuk minder. “Je merkt dat onze motoriek een stuk minder is geworden. Als je voorbij wordt gelopen door ventjes van twaalf, weet je dat je er niet meer aan moet beginnen. Dit is echt onze nieuwe passie!”

Klik hier voor meer informatie over Moerse Boys
Lees hier meer artikelen over Moerse Boys

Vice-Voorzitter Ed Menig MZVC ontvangt Zilveren Speld van KNVB

Zaterdag 3 juli jl. is de vice- voorzitter van MZVC, Ed Menig onderscheiden met de Zilveren Speld van de KNVB voor al zijn verdiensten als vrijwilliger bij MZVC. 

Deze onderscheiding wordt door de KNVB toegekend aan vrijwilligers met een bijzondere verdienste voor hun vereniging, waarbij sprake is van minimaal 10 jaar bestuurslid zijn en/of minimaal 15 jaar een combinatie van verschillende verenigingsfuncties. Als er iemand binnen MZVC die onderscheiding verdient, dan is het wel Ed Menig en daar was de KNVB het absoluut mee eens.

De lijst van vrijwilligersfuncties die Ed voor MZVC heeft vervuld is dan ook bijna onuitputtelijk. Van mede- oprichter, tot wedstrijdsecretaris, elftalleider 1e en 2e, lid beheercommissie, trainer/coach van diverse jeugdteams, verenigingsscheidsrechter, grensrechter bij het 1e en nog steeds bestuurslid / vice- voorzitter. Nog steeds met evenveel enthousiasme voor MZVC! Een mooie waardering voor al het werk in de afgelopen 20 jaar.

Klik hier voor meer informatie over MZVC
Voor meer artikelen van MZVC klik hier

Assad Mohunlol zoekt en vindt motivatie bij mensen.

Als voetballer ontpopte Assad Mohunlol zich als Edgar Davids-achtige zwijgende middenvelder tot een speler in de coachende rol. Dat was de basis voor de start van zijn bedrijf Motivated People, waar hij altijd de motivatie zoekt. “Ik wil mensen en mezelf constant blijven stimuleren vanuit positiviteit.”

Ruim zes jaar geleden begon Mohunlol (37) met Motivated People. Zijn ideeën zijn wijds, maar corona heeft de expansiedrift en enthousiasme van de inwoner van Maassluis even getemperd. “Ik heb in het winkelcentrum Steendijkpolder een eigen sportstudio en daarin kan onder persoonlijke begeleiding gesport worden. Dat kon een tijd niet en daarom hebben we lange tijd buitenactiviteiten gedaan”, zegt Mohunlol.

ZZP_Timmerteam

De Voetbalpeuters, een project dat hij jaren geleden met Arjan van der Kaaij opzette in Vlaardingen, ligt ook al een tijdje stil. “Er mogen geen ouders bij en dan kan niet bij deze leeftijdsgroep. Zodra alle seinen weer op groen staan, wil ik dat in Maassluis gaan opstarten. Het gaat om jongens en meisjes in de leeftijd van twee tot vier jaar. Het is het voortraject van het minivoetbal dat bij veel clubs is geïntroduceerd. Ik ben alleen doorgegaan toen Arjan de kans kreeg om carrière te maken als keeperstrainer in het betaalde voetbal. Ik mis het wel hoor. Die guppies trekken alle energie uit je, maar ik vind het geweldig om te doen.”

De Voetbalpeuters is inmiddels opgegaan in Motivated Kids, een onderdeel van Motivated People. “Onder Motivated Kids vallen ook andere activiteiten voor kids. Ik heb een tijdje geleden een bootcamp-achtige training opgezet. Die trainingen bieden we ook aan bij Basisscholen, KDV’s & BSO’s, alsmede tijdens de sportdagen die als onderdeel van de Zomertour Maassluis worden georganiseerd.”

De corebusiness van Motivated People is vooralsnog de persoonlijke trainingen die Mohunlol aanbiedt. Daar ligt de nadruk op persoonlijke aandacht. “Ik werk met kleine groepjes en vaak ook één op één. Sporten met een sterk sociaal karakter, daarin ben ik echt onderscheidend. Op deze manier hou ik de sporters langer en beter gemotiveerd en dat is ook wat ik vaak terugkrijg. We werken met een doel en dat houden we zo.”

Mohunlol is voorts bezig een teamtak (Team Tak) op te richten. Trainingen gericht op teams en clubs. “Ik was net begonnen bij MSV’71 met een warming-up gericht op het moderne voetbal. Met aandacht voor kracht, coördinatie, stabiliteit en balans. Het hedendaagse voetbal vraagt veel meer dan techniek alleen. Een goede warming-up, gericht op speciale facetten, heeft ook een preventief doel om blessures te voorkomen. Ik wil in de toekomst nog meer gerichte trainingen gaan geven. Dan moet je denken per linie of zelfs per speler of type speler. Bijvoorbeeld het specifiek trainen van de backs of het trainen op een onderdeel, zoals het sneller worden op de eerste meters.”

Voetbalervaring heeft Mohunlol genoeg. Hij speelde verspreid over meerdere periodes jaren in het eerste elftal van MSV’71 en kwam ook uit in de jeugd en senioren van SVVSMC. “Als jongetje fietste hij vanuit Maassluis-West naar het sportpark van MSV dat midden in de polder lag. Dat beeld vergeet ik nooit meer, om nu in deze wijk wat terug te kunnen doen is geweldig.”

Klik hier voor meer informatie over Motivated People

 

Thomas de Zeeuw van vv Capelle maakt carrière als E-sporter

Hij is als één van de weinige voetballers ‘gewoon’ aan de competitie begonnen. Thomas de Zeeuw en zijn collega-E-sporters in de FIFA-eredivisie hebben geen last van corona. De trainer van de JO17-3 van Capelle speelt wekelijks namens Sparta Rotterdam twee competitiewedstrijden.

“We hebben wat goed te maken”, zegt De Zeeuw (21) aan de vooravond van de tweede helft van het seizoen. “We zijn in de eerste helft van de competitie dertiende geëindigd, één plaats te laag om ons al te plaatsen voor de play-offs. Daarom moeten we nu aan de bak.”

Met ‘we’ doelt De Zeeuw behalve op zichzelf ook op zijn collega-E-sporter bij Sparta. De FIFA-eredivisie wordt ‘dubbel’ gespeeld, op de Playstation en de Xbox. De Zeeuw vertegenwoordigt de Kasteelclub op de Playstation. “We spelen als team tegen een andere club en de resultaten van ons beiden worden bij elkaar opgeteld”, geeft De Zeeuw uitleg.

De nuchtere student, die in Rotterdam Sportmarketing en -management studeert, staat alweer een tijdje onder contract bij Sparta. “Ik heb nooit het idee gehad om dit te gaan doen”, zegt hij. “Ik speelde wel eens FIFA op de spelcomputer, maar ik had werkelijk geen idee hoe goed ik was. Voor de grap heb ik een keer meegedaan aan een toernooi. Daar versloeg ik gerenommeerde spelers. Toen is het balletje gaan rollen.”

Inmiddels verdedigt hij al twee jaar de eer van Sparta in de E-sportcompetitie. Hij speelt in de eredivisie en doet namens de Rotterdamse club mee aan (internationale) toernooien. “Ik ben van jongs af aan een echte Sparta-supporter, ik vind het geweldig om voor Sparta uit te komen. Op deze manier kan ik de naamsbekendheid vergroten. Bij de Champions League schopte ik het tot de derde kwalificatieronde. Daarvan mag Sparta op het echte veld van dromen natuurlijk.”

Voor de net weer hervatte FIFA-eredivisie speelt hij elke week twee wedstrijden. “Op dinsdag en woensdag. Alle wedstrijden worden uitgezonden op YouTube en worden goed bekeken. Alle eredivisieclubs hebben spelers onder contract staan. Vooral Ajax steekt er veel geld in. Ik ben tevreden met het contract dat ik bij Sparta heb.”

Hij ‘traint’ wekelijks tussen de twintig en vijfentwintig uur. “Meestal in het weekeinde. Vaak speel ik dan ook een toernooi. Bij Sparta hebben we ook een trainer. We nemen met elkaar de spelsituaties door en trainen de systemen. Het lijkt veel op het echte voetbal, al heeft het spel ook mankementen. Trainen is belangrijk, want met koude vingers aan een wedstrijd beginnen wordt je zo fataal.”

De Zeeuw was speler van Capelle 2 toen zijn FIFA-carrière vorm kreeg. “Ik heb ook nog een enkele keer meegespeeld in het eerste. Op het gegeven moment vroeg FIFA zoveel tijd dat ik minder kon trainen bij Capelle. Na lang wikken en wegen heb ik de keus gemaakt te stoppen met voetbal, ook omdat ik mezelf een grotere kans op een mooiere carrière toedichtte bij FIFA. Ik kom nog wel regelmatig op de club. Ik ben al een paar jaar trainer en leider van het team van mijn jongere broertje. Dat doe ik samen met een andere broer van een speler. Het is een echt vriendenelftal, maar we zijn de afgelopen jaren ook een paar keer kampioen geworden.”

Voor meer informatie over Capelle, klik hier.
Meer artikelen lezen over Capelle, klik hier.