Home Blog Pagina 680

Pim van Hulten geniet enorm van debuutjaar in het eerste van RKDVC

Als jongen van de club was voor Pim van Hulten spelen in het eerste elftal van RKDVC een doel. Een paar jaar geleden maakte hij de overstap naar de selectie, maar een op drie plekken gescheurde enkelband hield hem meer dan een jaar aan de kant. Dit seizoen is voor Van Hulten het jaar van mijlpalen. Van zijn debuut als invaller tot zijn eerste basisplaats, die hij bekroonde met twee doelpunten.

mandemakers banner

DRUNEN – Eerst nog even terug naar de blessure, Van Hulten kan zich het moment dat het gebeurde nog goed voor de geest halen. “Het was de allereerste training van het nieuwe seizoen. Ik was niet helemaal fit, daar had het ook echt wel mee te maken. En het was die dag megawarm, boven de dertig graden. We moesten voor het eerst trainen, op zondagochtend. Ik wilde omdraaien en tegelijkertijd weer omdraaien en ging door mijn enkel. De fysio kwam er meteen bij. We trainden die week vijf keer, het was allemaal nieuw. Ik vroeg meteen: wanneer kan ik weer trainen?”

Op dat moment werd er gedacht dat het met een paar dagen rust wel goed zou zijn. “Maar ik had zoveel pijn, dat was niet normaal. In de nacht lag ik gewoon wakker van de pijn. Ik ben die week drie keer naar het ziekenhuis geweest. Eerst konden ze niets zien. Toen moest ik meer foto’s laten maken en een MRI-scan. Toen bleek dat ik mijn enkelbanden op drie plekken had gescheurd. Ik heb moeten revalideren, maar ben nu weer helemaal fit.”

“Ik heb wel altijd zwakke enkels gehad. Ik heb al een keer eerder mijn enkelbanden gescheurd en mijn enkel gebroken. Voor elke training en wedstrijd laat ik het nu intapen. Maar ik heb er geen last meer van”, zegt Van Hulten tevreden.

Doelpunten
Nu hoeft Van Hulten niet meer te denken aan de enkels, maar is hij bezig met het maken van doelpunten. “Sinds dit seizoen ben ik aangesloten bij het eerste. Ik train al wel wat langer mee, maar nu mag ik ook echt wedstrijden spelen. Ik heb veel invalbeurten gehad, voornamelijk tien minuten tot een kwartier voor tijd. De eerste twee doelpunten maakte ik als invaller, bij mijn eerste basisplaats scoorde ik ook twee keer.”

Een medespeler was geblesseerd. Voor de spelers het veld opgingen vroeg hij wat het vandaag zou worden voor Van Hulten: ‘twee of drie?’ “Doe maar twee vandaag, zei ik toen. Toen ik mijn tweede maakte roep hij nog ‘lekker jongen’.” Met een lach op het gezicht reageerde hij gevat: ‘ik zei het toch’.

Die basisplaats en doelpunten smaken naar meer. “Absoluut. Eerst is het leuk dat je überhaupt op de bank mag zitten. Op een gegeven moment denk je wel: trainer, laat mij maar een keer beginnen. Iedereen was ook blij voor mij met mijn basisdebuut, ik kreeg knuffels en een high-five”, kijkt Van Hulten terug. Dat past ook bij RKDVC, waar hij heel veel mensen kent. “Ik ben ook trainer van de Onder 13-1. Als ik op dinsdag het trainingsveld op kom en de spelers zeggen dat het goede goals waren, dan is dat leuk om te horen. Maar sowieso: voetballen met je vrienden in het eerste en belangrijk mogen zijn, dat is een gevoel dat ik niet kan omschrijven. Ik speel al mijn hele leven bij RKDVC, heb het hier superleuk. Dit is echt mooi, genieten.”

Klik hier voor meer informatie over RKDVC

Klik hier voor meer artikelen over RKDVC

Branderhorst vertrekt na ‘zeer prettige’ samenwerking bij SSC’55

Half oktober liepen ze naast elkaar het veld op. Nigel Branderhorst als trainer van S.S.C. ’55, waar hij bezig is aan zijn derde seizoen als hoofdtrainer. Naast hem Paul van der Donk, trainer van RFC. Een paar maanden later is duidelijk geworden dat de eerste vertrekt bij de geel-zwarten en dat de tweede de nieuwe S.S.C. ’55-trainer wordt.

mandemakers banner

SPRANG-CAPELLE – “Ik maak de overstap naar S.S.C.’55 omdat het bestuur zijn vertrouwen in mij heeft uitgesproken. Dat voelde direct goed. Ik ken S.S.C.’55 als een warme club. Het jonge bestuur en de visie op voetbal en het verenigingsleven spreken me enorm aan. De voorwaarden om als trainer aan de slag te gaan, kloppen”, zegt Van der Donk.

In de toekomst is promotie zijn doel, maar voor het zover zal zijn wil Van der Donk – eerder als trainer actief bij de tweede elftallen van Roda Boys en Almkerk – bouwen aan een mix van jeugd en ervaring. “Als trainer vind ik het belangrijk om eerlijk en open te zijn naar mijn spelers en de mens voorop te stellen. Daarin zal ik altijd het belang van spelers, van de club en van het team goed moeten afwegen.”

Het zoeken naar de juiste mix van jeugd en ervaring is opgevallen bij S.S.C. ’55, dat is één van de redenenen dat de club gekozen heeft voor de Drunenaar. “We hebben enkele prettige gesprekken gehad met Paul. Daaruit blijkt dat hij ambitieus is en een echte clubman. Hij toont zich bij RFC een betrokken trainer en laat zien hoe hij met zowel jeugdspelers als ervaren jongens moet omgaan”, zegt Roy van Oosterhout, van de technische commissie, op het digitale thuis van de club.

Dat Branderhorst vertrekt werd eerder duidelijk. Bij S.S.C. ’55 waren ze tevreden over de jonge en ambitieuze trainer, die full-time bezig is met voetbal. Hij werd geprezen voor zijn gedrevenheid en eigen visie op het spel. De samenwerking tussen de club en trainer werd omschreven als ‘zeer prettig’.

“Ik wil S.S.C.’55 bedanken voor de kans die me geboden is om als hoofdtrainer aan de slag te gaan”, zegt Branderhorst over zijn vertrek. “Ik heb S.S.C.’55 leren kennen als een fijne, warme club met supporters en vrijwilligers met hart voor de vereniging. Ik heb hier enorm veel geleerd. Na drie jaar vind ik het een mooi moment om een volgende stap te maken. Maar tot die tijd ga ik met de club werken aan een goede basis voor de komende jaren en hopelijk een mooie toekomst voor de selectie.”

Begin februari gaat Van der Donk met RFC op bezoek bij zijn toekomstige club, waar Branderhorst dan nog gewoon aan het roer staat. In Raamsdonksveer werd het 4-1 voor de thuisploeg, maar voor alle spelers van S.S.C. ’55 is het komende duel de eerste echte kans om de nieuwe trainer te overtuigen om volgend jaar aanspraak te maken op een belangrijke rol in het team.

Klik hier voor meer artikelen over SSC’55
Klik hier voor meer informatie over SSC’55

 

 

Voorzitter Vincent Bergmans over WSC

WSC-voorzitter Vincent Bergmans denkt dat een bestuur van een voetbalclub nooit achterover kan leunen. “ik denk dat er weinig verenigingen zijn waar je eigenlijk gewoon kunt berusten in wat je doet. Dat het zomaar automatisch doorloopt, er zijn altijd uitdagingen.” Bij WSC gaat het eigenlijk goed, maar uitdagingen zijn er door corona en de zaterdagvoetbaltendens.

mandemakers banner

WAALWIJK – “Financieel staan we er goed voor en qua ledenaantal zijn we de laatste jaren weer gegroeid. Er is een prima ontwikkeling met ons meidenvoetbal, dat zes à zeven jaar geleden echt structureel aangepakt is. We hebben nu honderd spelende leden van de iets meer dan duizend in totaal, dat is een mooi percentage. Sportief mag het wel wat beter, de resultaten van onze selectieteams vallen wat tegen. Maar eigenlijk staan we er best goed voor.”

Toch zijn er zorgen bij de aftredend voorzitter die wel in het bestuur van de club blijft. “Alle plannen die je hebt, alle ambities van de laatste jaren, zijn redelijk bedorven door corona”, zegt Bergmans.

Zaterdagvoetbal
Een ander probleem waar WSC mee kampt is de tendens dat zondagclubs – of teams – de overstap maken naar zaterdag. “Dat was al gaande. Maar ik heb het gevoel dat het extra versterkt door corona. Mensen zijn hun vrije tijd op een andere manier gaan invullen. We zijn een paar keer gestopt met de competitie, waardoor er minder beleving is gekomen. Niet alleen voor de zondagen, ook om te komen trainen. En dan komen er alternatieven, die soms aantrekkelijk of aantrekkelijker zijn. Dat je bijvoorbeeld geen verplichting hebt om met een team te spelen, zoals de sportschool of padel. Dat zijn gevaren die op de loer liggen. Het is wel een zorgenkindje. Als de tendens van zondag naar zaterdag doorzet of zondagteams stoppen, krijgen we een concentratie op zaterdag en op zondag te weinig entourage.”

Bedelen om asjeblieft op zondag te voetballen is geen optie. “Als ze iets anders leuker vinden – of het thuisfront vindt het ook wel lekker om de zondag met het gezin te zijn – dan hebben wij niks te willen. We staan daarin niet alleen. Ik denk dat bijna elke amateurvereniging er mee te maken heeft. Ik heb wel het gevoel dat hoe dorpser de vereniging is, des te minder last ze hebben. Bij een grotere club is de vereniging iets minder bindend.”

Bergmans zou er graag veel aan doen om die binding te versterken, maar dat is juist in deze periode heel moeilijk. “Alle plannen die we hadden verzonnen om het feestelijk te maken, om leden weer wat terug te geven, zijn getorpedeerd. Dat maakt het echt heel moeilijk. Als er geen competities zijn, dus geen prestaties en geen punten te verdelen, krijg je afkalving van het enthousiasme.”

Voetbal en mooi weer
De hoop is nu gericht op het nieuwe jaar. “Van deze winter mag je niets meer verwachten. Hopelijk kunnen we de competitie afmaken. En hopelijk gaat dat gepaard met goed weer in maart, april en mei. Dat mensen in de zon gezellig op het sportpark komen kijken en de gelegenheid hebben om biertjes te blijven drinken. Dat iedereen alles kan doen wat je op een vereniging wil doen.”

Klik hier voor meer informatie over WSC

Klik hier voor meer artikelen over WSC

Bij Berkdijk viert gezelligheid de boventoon

Als je de kantine op Sportpark Kegelaar binnenloopt, dan voel je meteen dat je op een fijne plek bent. Je komt binnen in het thuis van veel spelers van Berkdijk, waar je het gevoel hebt dat je in een café bent waar een grote vriendengroep bij elkaar is. Of misschien nog beter gezegd: een grote familie. Twee jaar geleden had die familie het 75-jarig bestaan van de club willen vieren, zoals het dat afgelopen november weer had willen doen. Twee keer ging het niet door, nu is de focus gericht op juni 2022.

mandemakers banner

KAATSHEUVEL – “We hebben het twee keer uit moeten stellen, door corona natuurlijk. We willen ons toch aan de regeltjes houden”, zegt Patrick van Wanrooij over het jubileumfeest. “Alles staat wel gewoon in de steigers. We hadden het ook bewust wat kleiner gehouden in vergelijking met andere jaren. Dan hadden we een grote tent staan en werd het groots gevierd, nu zou het echt kleiner zijn. In de kantine, met een paar kleinere tenten erbij. Alles is naar de derde week van juni verschoven. Dan hebben we beter weer, hopelijk gaat het dan wel door. Driemaal is scheepsrecht.”

Van Wanrooij zegt het vol enthousiasme, ondanks de teleurstelling van twee keer een streep zetten door het feest. Van frustraties was bij de andere vrijwilligers ook geen sprake. “We wilden het eigenlijk door laten gaan. Maar doen het niet, omdat er veel te veel regels aan te pas zouden komen”, vult Richard Netten aan. “Dan moet je zoveel concessies doen, dat het mooie van het feest er eigenlijk wel af is.” Van Wanrooij vult aan. “Maar wij kunnen hier heel makkelijk schakelen, dat is wel een voordeel. Bij ons binnen de club gaan ze wel door, ze blijven niet stilzitten.”

Het had al twee keer een echt voetbalfeest moeten worden. Kleiner dus, maar nog steeds stond er een vierdaags programma. “Iedere dag staat er iets anders centraal. De veteranen, dames, jeugd, lagere elftallen, eerste elftallen. Eigenlijk is het meer een voetbalevenement waar we de hele club bij betrekken, waar we dan iedere dag een feestavond voor die groep op plakken.” Met daarbij ook de nodige artiesten, zoals Buren van de Buurman. Problemen met het verplaatsen van de datum van het feest waren er niet met de artiesten. Daarbij speelde de zoon van Van Wanrooij ook een rol. “Hij zit in dat wereldje. Voor een klein clubje als Berkdijk is een kruiwagen hebben dan belangrijk, zeker als je weet wat artiesten kosten. Het gaat vooral om regionale artiesten. Dat maakt het feest leuker, ons kent ons.”

Groei
Van Wanrooij en Netten hebben bij elkaar opgeteld maar liefst 34 seizoenen in het eerste elftal van Berkdijk gespeeld. Ze hebben successen én teleurstellingen meegemaakt. En een paar jaar terug zagen ze hun club op de rand van de afgrond staan. “Berkdijk was op sterven na dood”, zegt Netten. “Maar de afgelopen jaren zijn we gegroeid. In drie jaar tijd hebben we tussen de 120 en 140 leden erbij gekregen.” En dat gaat ook om jeugd. “Dat is toch de toekomst. We hadden echt het gevoel dat het langzaam dood zou bloeden. Er moest iets gebeuren. En dat is ook gebeurd. We hebben er samen de schouders onder gezet.”

De club raakte twee jaar geleden Alex Maas kwijt, een echte Berkdijk-man overleed veel te vroeg. “Hij deed heel veel voor de club. Toen hij wegviel, dacht iedereen dat de club uit elkaar zou vallen. Maar dat is niet het geval. Hij deed eigenlijk alles. Van anderen was dat ook een stukje gemakzucht; hij regelt het toch wel. Ga maar naar hem toe en hij lost het op. Nu zijn er meerdere mensen opgestaan, het draagvlak is verdeeld”, leggen de twee Berkdijk-mannen uit.

Toen Alex overleed, had ik niet verwacht dat we op deze voet verder zouden kunnen gaan. Maar het is in balans. Hij heeft de basis gelegd voor waar we naartoe moeten. Het is knap wat hij altijd in zijn eentje heeft gedaan”, zegt Netten met bewondering, Patrick knikt. “Zeker weten.”

Toekomst
Van Wanrooij en Netten zijn blij dat het weer goed gaat met hun club. De club waar ze bijna dagelijks te vinden zijn. De club die ze echt aan het hart gaat. Ze zitten niet in het bestuur. “Wij zijn eigenlijk de rechterhand van het bestuur. Niet officieel, maar als er iets moet gebeuren dan zijn wij er”, zegt Van Wanrooij. “En wij horen gewoon alles”, vult Netten aan. Niet veel later loopt iemand van de heemkundekring de bestuurskamer binnen, met de vraag of de club mee wil werken om een vitrine in te richten met spullen van de club. Het duo pakt ook dit meteen op. Kort voor de man vertrekt geeft hij nog een compliment. “Jullie staan er goed op. Het gaat goed hier, ik hoor allemaal positieve dingen over Berkdijk.”

Een lach komt er op het gezicht van Van Wanrooij. “Je weet niet wat de toekomst brengt, maar op dit moment gaat het hartstikke goed. Wij hebben niets te klagen.” Netten geeft aan dat het voor de club die groeit jammer is dat het in die periode met corona te maken heeft. “Maar dat is natuurlijk een probleem voor iedere club.”

Als je rondkijkt op het sportpark zie je dat de club qua sponsoren geen klagen heeft. De club groeit, bij de senioren én de jeugd. In een half jaar tijd is het van 0 naar 35 kabouters gegaan. Maar vooral mooi is te zien dat de club leeft, Berkdijk is een plek voor de sociale contacten. “En dat merk je ook als er iets gedaan moet worden. In de zomer hebben we bijvoorbeeld veel schoongemaakt, een opknapbeurt van de kantine. Er staat gelijk een hoop man klaar.”

Een paar jaar geleden kwam er een heel zaterdagelftal vanaf buurman DESK naar Berkdijk. Het gaf de club een boost, ook naar buiten toe. “Die jongens speelden al heel lang samen, zijn opgegroeid bij DESK en zijn nu allemaal rond de 24 en hier naartoe gekomen. Zij dachten eerst: ‘Horen wij daar wel thuis, passen wij daar wel’. Dan is het mooi om te zien hoe dat gaat. Ze zeggen positieve dingen over de club en de gezelligheid. Het is hier echt een grote familie.” Wat dat betreft kan de blik na het 75-jarig jubileum in het jaar dat de club 77 jaar bestaat al uitkijken naar het volgende feestje, het 80-jarig jubileum. En de kans is dan groot dat het op het gebied van groei nog wat stappen heeft gezet, ook qua niveau van de eerste elftallen. “Voetbal staat op één, maar de derde helft en gezelligheid horen daar dan wel bij.”

Voor meer informatie over vv Berkdijk, klik hier. 
Meer artikelen lezen over vv Berkdijk, klik hier.

Peter van Harten van Nieuwkuijk “Af en toe heel veel te doen, soms een poosje minder”

Voetbalclubs draaien op vrijwilligers. Van het fluiten van wedstrijden tot het zetten van de lijnen op het voetbalveld en van het wassen van de kleren tot het trainen van bijvoorbeeld de jongste jeugd. Er zijn vaak veel commissies die zorgen dat het allemaal ‘loopt’ bij een club. Bij Nieuwkuijk is er ook een groepje vrijwilligers dat de communicatiecommissie vormt, een commissie die de club op een leuke en goede manier presenteert.

mandemakers banner

NIEUWKUIJK – Peter van Harten zit in het bestuur van de voetbalclub, hij is als bestuurslid het aanspreekpunt vanuit de communicatiecommissie die zo’n drie jaar geleden opgestart is. “We hebben een team met een aantal vrijwilligers, die allemaal op zakelijk gebied ook bezig zijn met communicatie.”

Met de commissie heeft Van Harten de nodige veranderingen zien komen op het gebied van communicatie. “Het levert vooral nieuwe middelen op. Bijvoorbeeld Instagram, het is een hele andere manier dan communiceren dan de website die we ook nog hebben. Het is anders, er zijn nu verschillende middelen. Ik zit nu tien jaar in het bestuur. Voorheen deden we veel per post, toen werd het e-mail en tegenwoordig heeft het een vlucht genomen met social media.”

Het is een periode van rennen en stilstaan, maar bij Nieuwkuijk proberen ze ook in een soms voetballoze periode het contact met de achterban te behouden. Of zelfs beter te maken. “Het is vooral creëren, af en toe iets van ons laten horen. We gaan nu van golf naar golf, dat is moeilijk. Vooral in de eerste coronagolf hebben we verschillende acties gedaan. Van wat oudere communicatie tot het brengen van een chocoladereep naar alle leden.”

Archief
Van Harten neemt de complimenten over hoe het gaat graag in ontvangst. “Maar we hebben ook nog een weg te gaan. Het moeilijkste is ons archiefstukje, daarbij zijn we afhankelijk van de foto’s die we aangeleverd krijgen. Het grootste werk zat de laatste tijd in de uitstraling van het sportpark. Daar hebben we de huisstijl doorgevoerd. En daar omheen heb je af en toe heel veel te doen en soms een poosje minder. En dan hebben we bijvoorbeeld ook terugkerende dingen als ‘dit was ons weekend’ en ‘uit het archief’.

Tegelijkertijd is men op de club ook bezig met digitaliseren. “Dat zijn we druk aan het doen. Steeds meer aan het digitaliseren, dan ben je het in ieder geval niet kwijt. Toen we negentig jaar bestonden hebben we een stapje gemaakt, toen hebben we een boekje uitgebracht. Maar ook bij de digitalisering is het rennen en stilstaan. Als mensen het leuk vinden om iets voor het archiefstukje te betekenen, dan halen wij die graag binnen.”

Verschil
Met de nieuwe weg die sinds een paar jaar is ingeslagen bereikt Nieuwkuijk ook andere mensen. “Dat was ook het doel naar buiten toe. Tegelijkertijd hebben we nog een hele slag te slaan met de interne communicatie”, zegt Van Harten, die zoekende is op welke manier de communicatie binnen de club het beste kan lopen. “De een vindt een brief fijn, de ander een mailtje en weer iemand anders wil per WhatsApp iets horen. Het oudste lid is boven de negentig, de jongste is natuurlijk nul. En iedereen daartussen wil je allemaal bereiken.”

Corona helpt dan ook niet mee. “Het meeste gaat toch via mond op mond, op de club. We hebben donderdagavond al jaren een inloopspreekuurtje, een aantal bestuursleden zijn er dan altijd. Iedereen is vrij om binnen te lopen. Die communicatie is helemaal weg. Dan mis je soms iets. Hopelijk kan dat ook snel weer.”

Klik hier voor meer informatie over Nieuwkuijk

Klik hier voor meer artikelen over Nieuwkuijk

Robbie Koole start traject met nieuw eerste elftal bij FC Drunen

FC Drunen heeft dit seizoen voor het eerst in de geschiedenis twee eerste elftallen, de club heeft een standaardelftal op zowel de zaterdag als zondag. Robbie Koole is de trainer van het zaterdagteam, dat bestaat uit heel veel jonge spelers die vanuit de jeugd van de club komen. Een elftal dat nog veel kan en moet leren, maar ook een elftal waar de ambitieuze oefenmeester resultaten wil zien.

mandemakers banner

DRUNEN – “FC Drunen is van origine een zondagclub geweest”, zegt Koole, die zelf ook nog in het eerste elftal van de club speelde. Toen nog gewoon op zondag. “In het eerste coronajaar is er vanuit de A-jeugd een team als zaterdag 2 begonnen. Ik heb vervolgens mijn papieren gehaald. Heel veel van die jongens heb ik in de jeugd training gegeven, ik heb gevraagd of ze nog een stapje hogerop wilden gaan.”

Koole noemt het een stapje, hij weet dat het meer is dan dat. “Ja, dat is zeker een stap. Dat wisten we ook vooraf. We doen het met heel veel jongens die geen tot weinig ervaring in het seniorenvoetbal hebben”, legt de 28-jarige oefenmeester uit. Dat verklaart mogelijk ook waarom zijn ploeg na acht wedstrijden met drie gewonnen punten voorlaatste staat. “Ja, dat heeft er zeker mee te maken. Maar ik denk dat daar na de winter verandering in gaat komen. Ik ken de potentie van heel veel jongens, het gaat goedkomen.”

Is het dan een leerjaar, zo’n eerste seizoen als eerste elftal? Koole snapt de vraag, maar ziet het zelf anders. “Je gaat niet een wedstrijd in om te proberen je best te doen. Je wil nog steeds elke wedstrijd doelpunten maken en winnen. Alleen je weet dat er momenten gaan komen waar fouten worden gemaakt. Het is wat dat betreft zoeken naar de beste oplossingen om dat in trainingen te verwerken, dat ze stappen maken.”

Koole, eerder drie jaar assistent-trainer bij het eerste zondagteam van FC Drunen, verwacht dat de jongens veel geleerd hebben in de eerste duels van dit seizoen en dat dat zijn vruchten af gaat werpen na de vervroegde winterstop. Wanneer is hij dan tevreden aan het einde van het seizoen? “Ik kijk uiteindelijk wel naar de ranglijst natuurlijk, maar ook naar de ontwikkeling die de spelers – en wij als staf – hebben doorgemaakt. Ik heb vertrouwen dat de jongens nog heel wat punten gaan pakken, dat we leuk in de middenmoot kunnen eindigen. Maar tevreden? Ik denk dat je altijd moet kijken naar wat beter kan.”

Als voetballer moest Koole door slechte knieën op jonge leeftijd stoppen, als trainer wil hij nu kijken hoe ver hij kan komen. “Ik ben de club heel dankbaar dat we met z’n allen de kans hebben gekregen om een zaterdag 1-eftal te maken. Twee eerste elftallen, dat heeft wat voeten in aarde gehad voor de club zelf. Ik ben er blij mee. ‘Vanuit de club is er gezegd: kijk hoe we het op kunnen bouwen, hoe het bevalt’. Ik heb voor één seizoen getekend, als startjaar. Maar wel met de ambitie voor een langere periode. We zijn een traject aangegaan, kijken hoe we het zaterdagvoetbal binnen FC Drunen omhoog kunnen brengen.”

Klik hier voor meer informatie over FC Drunen

Klik hier voor meer artikelen over FC Drunen

In gesprek met Leo Tijl, trainer van De Jonge Spartaan JO11-1

Vandaag zijn wij in gesprek met Leo Tijl. De Nieuwe – Tongenaar begon op vijfjarige leeftijd met voetballen bij NTVV. Momenteel traint hij de jeugd van De Jonge Spartaan die actief zijn in hoofdklasse.

Droomdebuut

Leo Tijl heeft vanaf zijn vijfde zelf gevoetbald bij NTVV te Nieuwe Tonge. In de jeugd van NTVV heeft hij mooie jaren beleefd, waaronder een top seizoen in toen nog de D-tjes waarin hij meer dan 150 doelpunten maakte. Onder Hans van Sliedrecht maakte hij op 14-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal van NTVV, een droomdebuut. In de belangrijke uitwedstrijd tegen Piershil scoorde Leo de winnende treffer. Hierna heeft hij hier nog een aantal jaren gespeeld en de opmars van NTVV van dichtbij meegemaakt. “Hans gaf mij veel zelfvertrouwen en stelde me als 14-jarige zelfs op als mid-mid. We hadden een zeer goede lichting, aangevuld met onder andere Gerben Hobbel en werden een aantal jaren achter elkaar kampioen”, zo vertelt de Nieuwe – Tongenaar. Samen voetballen met zijn vrienden en broer Daniël  vond Leo het mooiste wat er was. “Ik kan me nog een aantal wedstrijden herinneren waarin zowel mijn broer als ik beide scoorden maar de omroeper telkens de naam van mijn broer noemde.” In die tijd was Leo ook aanvoerder van het Flakkees jeugdelftal waarmee hij ook een aantal mooie wedstrijden heeft gespeeld. Eerst onder leiding van Piet de Koning en later onder zijn jeugdtrainer Wim van Dam.

0250985_onlinebanner_Klaverblad_VJGoeree

Blessure

Helaas eindigde Leo zijn carrière al vroeg, toen hij op zijn 17e jaar zijn enkel-, scheen- en kuitbeen brak in de uitwedstrijd met het eerste elftal bij Smitshoek. Na een lange periode revalideren bleek uiteindelijk uit een second opinion bij de sportarts Rien Heijboer dat zijn enkel niet goed stond. “Heijboer heeft nog diverse operaties nodig gehad zodat ik weer uit de voeten kon komen”, vertelt Tijl. Maar ondanks zijn inspanningen en ook die van de fysio Rob van der Heijden zat voetballen er nooit meer in. Hierna is Leo jeugdtrainer geweest bij NTVV en nadat zijn zoontje Quin ging voetballen bij De Jonge Spartaan, is hij daar trainer geworden.

bazen

Jeugdtrainer

Nadat Leo zelf niet meer kon voetballen is hij dus jaren jeugdtrainer geweest bij NTVV, vanaf de D-jeugd tot aan de senioren heeft hij dezelfde jongens getraind. “Dat was een leuke en leerzame tijd met jongens als Izak van der Vliet, Christian Kievit en Maurice Bruggeman die later allen in een eerste elftal hebben gespeeld.” Hierna is hij een tijdje uit het voetbal verdwenen en heeft hij zijn eigen zaak opgebouwd. Nadat zijn zoontje op zijn vierde jaar ging voetballen ben ik er vanzelf weer in gerold. Bij De Jonge Spartaan zochten ze nog een trainer voor “de kabouters” en dan pak je het vanzelf weer op. Al snel bleek dat het bij De Jonge Spartaan anders was dan bij NTVV, daar waren we blij als we genoeg spelers hadden om een team te vormen, maar bij De Jonge Spartaan kun je selecteren. Er lag al snel een mooie uitdaging voor Leo om met getalenteerde jongens en meiden te kunnen werken. “We zijn begonnen in de vierde klasse en werden jaar na jaar kampioen en momenteel zijn wij actief in de hoofdklasse. De kern van het team is nog steeds hetzelfde als bij de kabouters, aangevuld met een aantal jongens van andere verenigingen die ook zagen waar De Jonge Spartaan mee bezig was. “We trainen twee keer in de week zeer fanatiek en ons motto is; hard werken verslaat talent als talent niet hard werkt. Het is een fantastische groep om mee te mogen werken en natuurlijk gaat er heel veel tijd in zitten, maar je krijgt er ook heel veel voor terug van die gasten. En wat is er nou mooier dan drie keer in de week op het veld te staan samen met je eigen zoon!” Zijn zoon Quin heeft het talent van zijn vader, maar is veel verder in zijn ontwikkeling dan Leo op die leeftijd was. Hij heeft een goed inzicht, een goede techniek en een echte winnaarsmentaliteit.

Huidige seizoen

Leo wilt met zijn jeugdteam zo veel mogelijk voetballen, het doel is om in de hoofdklasse te blijven spelen en het weer op te nemen tegen clubs als Feyenoord en Spartaan’20. In de eerste fase van dit seizoen is De Jonge Spartaan keurig in de middenmoot genesteld en in de tweede fase hebben zij zich net gehandhaafd in de hoofdklasse. “Zeer leerzame en nuttige wedstrijden voor ons team en ook de vriendschappelijke wedstrijden op Varkenoord tegen Feyenoord en in het Atik Stadion tegen RBC zijn natuurlijk onvergetelijke ervaringen voor onze spelers.” Leo is van plan om de zeer getalenteerde groep zeker verder te begeleiden tot aan de senioren, zodat De Jonge Spartaan een mooie toekomst tegemoet gaat. Leo zal iedere training en iedere wedstrijd het uiterste vragen van de spelers en proberen bij te dragen aan de ontwikkeling van zijn spelers.

Tot slot zegt Leo: “Het blijft bijzonder dat mijn vader, Leen Tijl, nooit een wedstijd over slaat van zijn kleinzoon Quin en hij is zelfs iedere training van de partij. Dat deed hij vroeger al bij mij en nu dus ook bij zijn kleinkinderen, prachtig om te zien! Het voetbal DNA zit dus diep geworteld in de familie Tijl.”

Voor meer artikelen over De Jonge Spartaan, klik hier.

Voor meer informatie over De Jonge Spartaan, klik hier

In gesprek met Peter van Beek, spits bij NEO’25

Peter van Beek (35) uit Waalwijk is sinds zijn zevende al te vinden op het voetbalveld. Vanaf moment één was hij aanwezig op de velden bij NEO’25 en dat is tot de dag van vandaag. Zo hoopt hij komende jaren zijn loopbaan bij de club nog te kunnen vervolgen.

werktalent-breda banner 

Ruim twintig jaar voetballen bij dezelfde vereniging, dat is niet altijd van zelfsprekend. Verhuizingen zorgen geregeld voor het uitzoeken van nieuwe clubs, maar niet voor deze spits. “Mijn hele leven heb ik bij Neo’25 gevoetbald. Vanaf mijn vijftiende in de selectie en daar speel ik momenteel nog steeds”, aldus Van Beek. “Vanaf jo11 heb ik alles doorlopen tot en met de selectie. In de jeugd heb ik nog proeftrainingen bij RKC en NAC gehad, maar vanwege mijn mentaliteit is dit toen niet uitgelopen tot een glansrijke carrière. Die heb ik wel bij NEO’25 gehad met een als toppunt een kampioenschap in seizoen 2004/2005 in de vierde klasse.”

Multifunctioneel

Zoals Peter het zelf omschrijft is hij “multifunctioneel.” Als spits en aanvoerder zie je hem op het veld bij NEO’25, maar daarnaast het opnemen van de rol als vader voor hem ook erg belangrijk. “Voor de winterstop stond ik met het tweede elftal op de tweede plaats in de competitie. Nu hoop ik met het eerste nog een periodetitel binnen te slepen., aangezien ik voor beide elftallen uitkom hoop ik natuurlijk dat beide zo hoog mogelijk eindigen.”

mandemakers banner

Memorabele momenten

Mogelijk door de afgelopen twintig jaar zijn er genoeg momenten die hij niet snel vergeet. “De vele schorsingen vergeet ik niet zo snel. Gelukkig komt wijsheid met de jaren en ben ik tegenwoordig een stuk rustiger”, vertelt de spits. Gelukkig zijn er ook wat mooiere momenten om naar terug te kijken. “Alle grotere overwinningen tegen onze dorpsgenoten dus onder andere de 1-3 overwinning tegen SSC in 2017, waarbij ik twee keer scoorde nadat ik in de ochtend terugkwam uit Engeland en inviel. Ook de 0-4 overwinning op SSC in 2014 waar ik de 0-4 maakte. Tot slot de grote overwinning op SV Capelle waar we afgelopen seizoen wonnen met 0-7. Waarbij ik ook een aandeel had met een goal.

Toekomst

Over zijn toekomst heeft hij wel een duidelijk beeld. “Minstens nog één kampioenschap voor ik stop, mits ik blessurevrij blijf hoop ik minimaal tot mijn veertigste te voetballen, daarna een functie in de selectie. Ik zal wel verbonden blijven met de mooiste club van Sprang-Capelle, maar hoe zien we tegen die tijd wel” zegt Peter. Voor nu is het eerst hard werken op het veld om nog een kampioenschap te behalen. Wel ziet hij een mooie toekomst voor de club: “We hebben nu een jonge talentvolle lichting die de club wellicht een kampioenschap kan gaan bezorgen, dat is zeker iets om naar uit te kijken.”

Klik hier voor meer artikelen over NEO’25 .
Klik hier voor meer over NEO’25

Fotograaf: Anna van Leuveren-Pattipeilohy

NEO ’25-spits Nicky van Wanrooij: “Voetbal is eigenlijk alles voor mij”

Nicky van Wanrooij is met vier doelpunten in de eerste acht competitieduels topscorer van NEO ‘25. En dat voor een middenvelder… Dat zou je denken. Hij speelde altijd op het middenveld, maar speelt sinds dit seizoen in de spits. Dat is even wennen geweest, maar ook die plek in de voorhoede past hem.

mandemakers banner

SPRANG-CAPELLE – “Ik denk dat ik wel tevreden kan zijn met vier doelpunten”, zegt Van Wanrooij, die er meteen aan toevoegt dat hij natuurlijk altijd meer wil. Maar met die treffers is hij wel clubtopscorer. “En ik sta pas sinds dit seizoen in de spits. Normaal gesproken was ik altijd middenvelder, ik ben altijd links- of rechtshalf geweest. Dit seizoen sta ik voorin. Het klopt wel dat ik een neusje voor de goal heb.”

“Het kwam voor mij ook als een verrassing, dat ik in de spits kwam te staan. Maar we hebben best veel middenvelders in de selectie, vijf of zes. Dat is de voornaamste reden dat ik voorin ben gezet. En ik denk dat het een kwaliteit voor mij is dat ik het balletje goed vast kan houden, ik ben een balvaste spits”, zegt Van Wanrooij.

Hij is inmiddels op zijn plek als aanvalsleider, maar heeft daar wel even aan moeten wennen. “In het begin was het natuurlijk lastig. Als middenvelder ben je wel iets meer aan de bal. Dan krijg je de bal ook in de voeten en kun je het spel verleggen. Als spits krijg je vooral lange ballen waar je een beetje achteraan moet rennen, om het zo maar te noemen. Maar na een paar wedstrijden wen je aan je rol”, geeft Van Wanrooij aan. Daarnaast is hij op trainingen veel bezig met die nieuwe positie. “Hoe moet je staan? Wanneer moet je druk zetten? Daar ben ik zeker mee bezig.”

De jonge voetballer maakte al op zijn zeventiende zijn debuut in het eerste elftal van NEO ’25, waar hij pas een paar jaar eerder kwam voetballen. Eerder speelde hij in de jeugd van Blauw-Wit ’81. Daar was hij niet meer helemaal op zijn plek, waarop een neef zei: ‘waarom kom je niet bij NEO voetballen?’ “Dat vond ik een goed idee. In het begin was het wel gek. Die jongens voetbalden al de hele jeugd samen. Ik was een soort buitenstaander, dat was even wennen. Je hebt niet meteen een klik, maar ik ben toen wel heel goed opgevangen.”

Inmiddels is NEO wel echt zijn club geworden. In de toekomst zou hij best nog een stapje hogerop willen proberen, maar het is niet dat hij zomaar vertrekt. “Ik heb het hier heel goed naar mijn zin. Als de kans komt denk ik wel dat ik die wil pakken. Maar dit is een van de gezelligste clubs. Het is een sfeervolle club, in de kantine is het gezellig. En dat is ook belangrijk.”

Die sfeer wordt beter met goede resultaten. De start van het seizoen was slecht, maar NEO is aan het opkrabbelen. “We moeten geen terugval hebben zoals aan het begin van het seizoen, maar ik denk nog steeds dat top vijf een realistische doelstelling is. We hebben geen team dat tegen degradatie gaat voetballen”, aldus Van Wanrooij.

Dat hij op dit moment door alle regelgeving alleen op zaterdag kan trainen is frustrerend. “Voetbal is eigenlijk alles voor mij, het liefst zou ik elke dag voetballen. Ik mis het zeker, heel erg. Vooral de zaterdag en dan na de wedstrijd de kantine, dat hoort er toch ook een beetje bij.”

Klik hier voor meer informatie over NEO’25

Klik hier voor meer artikelen over NEO’25

Larry van Ommen moet na drie coronaseizoenen weg bij RWB: “Ik ga dit nooit vergeten”

Een carrière van een voetballer of trainer kun je niet plannen. Dat bleek ook het geval te zijn voor Larry van Ommen. Nadat hij als speler van RWB een punt achter zijn actieve loopbaan zette, keerde hij na een jaar bij vv Dongen terug als hoofdtrainer van ‘zijn’ club. Hij kreeg de kans om hoofdtrainer te zijn en die kans greep hij met beide handen aan. Het avontuur stopt aan het einde van het seizoen, tot teleurstelling van de jonge oefenmeester. Wat rest is de enorme drive om er dit seizoen nog alles uit te halen wat er in zit.

mandemakers banner

WAALWIJK – De mededeling dat RWB niet met hem verder wil kwam aan bij Van Ommen, daar is hij eerlijk in. “Ze vonden drie seizoenen lang genoeg. Ergens snap ik dat wel. Maar wat voor seizoenen zijn dit geweest? Daar zat ik een beetje mee, vond ik zelf lastig. In deze drie seizoenen hebben we misschien in totaal één seizoen gespeeld.”

Uiteindelijk zal Van Ommen met een positief gevoel terugkijken op zijn eerste stappen als hoofdtrainer. “Ik ga dit nooit meer vergeten. In het eerste seizoen zijn we met tien punten voorsprong gepromoveerd. Vorig jaar stonden we na vier gespeelde wedstrijden met tien punten ook bovenaan. De eerste twee seizoenen zijn we heel goed begonnen. Dit jaar was de voorbereiding ook goed, we wonnen de Waalwijk Cup. Maar vervolgens verloren we de eerste vier wedstrijden, dat had niemand aan zien komen.”

Na zeven wedstrijden staat de teller op vier punten. Te weinig, weet ook Van Ommen. “Maar we hebben twee wedstrijden minder gespeeld dan de rest. Als we die winnen, staan we in de middenmoot. Er is nog niks aan de hand.” Hij rekende er niet op dat hij met RWB even kampioen zou worden, maar vooraf was een plek bij de bovenste vijf het doel.

Nog steeds kijkt Van Ommen, die bij vv Dongen als assistent begon met videobeelden en dat ook bij zijn huidige club heeft uitgezet, omhoog met RWB. “Ik ga mij tot het einde van het seizoen keihard inzetten, om te laten zien dat wij het wel kunnen, dat de chemie goed is en de spelers wel willen gaan, want er werd gezegd dat dat nu niet het geval was. Ik hoop dat we nog heel veel punten gaan halen. We hebben een te goede ploeg om te degraderen. Als het straks weer loopt, denk ik dat we zeker nog in het linkerrijtje kunnen eindigen.”

En dan? Er volgt een afscheid van het eerste elftal van RWB, de club waar hij ook trainer is van het elftal van zijn zoontje (JO10-1). Ik ben een beetje aan het nadenken. Voor mijn ontwikkeling ga ik het liefst door. Maar ergens denk ik: het is misschien goed als ik thuis ben.” Van Ommen is net vader geworden, van de vierde. “Dat is wel druk, zeker met het trainen en werk. En ik heb ook nog een voetbalsportschooltje en een eigen lasergamebedrijfje.” Een tussenjaar zou er kunnen komen, maar Van Ommen weet als groot voetballiefhebber ook dat het dan echt wel weer gaat kriebelen om aan de slag te gaan. “Ik heb thuis ook gezegd: als er nu iets op mijn pad komt, ga ik sowieso praten. Bij een mooie club zou ik best verder willen.”

Voor meer informatie over RWB, klik hier.
Meer artikelen lezen over RWB, klik hier.