Home Blog Pagina 663

De jeugd heeft weer de toekomst bij SV Capelle

SV Capelle is een nieuwe weg ingeslagen als je kijkt naar de selectieteams bij de senioren. In het verleden werden er spelers vanuit de hele regio benaderd om op het Mandemakers Sportpark te komen voetballen. Die jongens stonden de doorstroming van eigen jeugd vaak in de weg. Dat is nu anders, met een piepjong tweede elftal wordt de basis gelegd voor een mooie ‘Capelse’ toekomst.

mandemakers banner

SPRANG-CAPELLE – Gerrit van den Broek is terug op het oude nest om dat tweede elftal onder zijn hoede te nemen. “We zijn met een hele nieuwe jonge groep gestart. Alle buitenstaanders zijn weg, we hebben nu allemaal Capelse jongens die door zijn geschoven vanuit de Onder 19. Daar zijn we nu een elftal mee aan het bouwen.”

Van den Broek heeft zelf altijd bij SV Capelle gevoetbald. Hij is een jongen van de club. Heeft ook in het bestuur gezeten. De afgelopen jaren was hij werkzaam bij andere clubs. “Ik ben een jaar assistent geweest van Theo Lucius bij The White Boys. Dat sprookje daar was zo voorbij. Het was een hele grote zeepbel, maar daar werd gelijk een naald ingestoken. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat als corona er niet was geweest, ze er uiteindelijk wel bovenop gekomen waren. Corona was de definitieve nekslag, anderen beamen dat ook. Financieel stond iemand garant, maar door corona waren er geen inkomsten. Het geld ging er sneller uit dan dat het erin kwam. Je kunt wel aan een dood paard trekken, maar dan houdt het toch op. Er is heel veel energie ingestoken, maar op een gegeven moment moet je dan zeggen: hier eindigt het.”

De trainer had vervolgens de Onder 17 en Onder 19 van Be-Ready in Hank onder zijn hoede, voor hij zijn energie weer in ‘zijn’ club kon stoppen. SV Capelle stond op de stoep met een goed verhaal, Van den Broek zag daar wel heil in. “Ze waren aan het stoeien met een plan om de hele Onder 19 door te zetten en daar een tweede van te maken. De club heeft een aantal jaar geen tweede elftal gehad. Toen hebben ze mij benaderd. Ik kende die jongens ook goed, ben een jongen van de club. ‘Wil jij daar je energie in gaan steken?’ Ik heb een paar gesprekken gehad met de hoofdtrainer, want er moet wel een klik zijn. Het waren goede gesprekken, zo kwam ik tot de conclusie om het te gaan doen.”

Wisselvallig
Van den Broek begon met zijn jonge groep aan een nieuw avontuur op vertrouwde grond. “Het ging wisselend. Maar dat is ook inherent aan een jong elftal. De ene week is het ‘sky high’, de andere week zakt het door de ondergrens heen. Maar dat hoort ook bij de jeugd. Dat hebben ze met alles, ook op school bijvoorbeeld.”

De start was echter veelbelovend. “De eerste vijf wedstrijden wonnen we. Dan zit je toch in een redelijke flow. De laatste wedstrijd voor de competitie stop werd gezegd hadden we een wedstrijd uit bij Bavel, dat was zo’n dag dat alle jonge gasten door de ondergrens zakten. En dan verlies je een keer.” Dus staat de teller na zes duels op vijftien punten, goed voor een tweede plaats. En dat is waar Van den Broek aan het einde van het seizoen ook ongeveer wil staan aan het einde van het seizoen. “De doelstelling is bij de bovenste drie eindigen en meedoen in de nacompetitie, om te kijken of we kunnen promoveren.”

Voldoening
Dat het een keer minder gaat zorgt niet voor stress of onvrede bij Van den Broek, het is juist een uitdaging om zijn spelersgroep als team en per individu beter te maken. Zorgen dat ze uiteindelijk de stap naar het eerste elftal kunnen maken. “Daar haal ik meer voldoening uit dan wanneer ik bij wijze van spreken moet werken met een gearriveerde eerste elftal-speler. Het is leuk om met jonge gasten te werken, al wil ik niet veel lager gaan dan de Onder 17. Dan word je meer een kinderoppas, vanaf de Onder 17 is het wat serieuzer.”

Die kinderoppas is hij nu niet, verre van. Er is een serieus plan bij SV Capelle. En daar stond Van den Broek vanaf het moment dat hij het hoorde volledig achter. “Er is een keuze gemaakt. Jongens die bij ons willen voetballen zijn hartstikke welkom, maar we gaan niemand meer benaderen. Het is onduidelijk wat die nieuwe voetbalpiramide gaat doen met de promotie- en degradatieregeling. Maar als je een paar jaar een pas op de plaats moet maken en met eigen jongens in de vierde klasse moet voetballen, dan is dat zo. Het is een keuze die je maakt.”

De jonge eigen jongens worden klaargestoomd om het eerste elftal te halen. Op dinsdagavond trainen we altijd samen, die jongens kunnen zich dan meten met de spelers van het eerste. Dat vinden ze helemaal geweldig”, zegt Van den Broek, die toegeeft dat het niet altijd meevalt. Daarom is het fijn dat hij nog een verlengstuk in het veld heeft staan, naast al die jeugdige spelers. “Johan Rosenbrand is 38, een maat van mij. Hij zei: ‘als jij het tweede gaat doen, ga ik daar voetballen. Pakken we samen de jonge jongens bij de hand en gaan we kijken wat we daarvan gemaakt kunnen krijgen’. Dat is hartstikke leuk. Met hem en jongens die je al heel lang kent. Die al vanaf hun vierde, vijfde of zesde jaar bij Capelle voetballen.”

“Dit is een gezonde situatie voor de club. Op een gegeven moment zag je jongens met potentie gaan lopen. Ze hadden niet het idee dat ze een kans zouden krijgen. Ook omdat een hoofdtrainer prestatiegericht vaak puur naar resultaat kijkt en niet naar de jonge jongens”, zegt Van den Broek. Wat dat betreft hebben ze nu niets te klagen bij SV Capelle, de samenwerking tussen de trainers van de eerste twee teams is goed. “Vaak zie je dat het twee eilandjes zijn, maar dat is dus niet zo. De wisselwerking is goed.”

Sfeer
En heel veel eigen jongens die hoog spelen binnen de club heeft nog een voordeel, het zorgt voor een bepaalde sfeer op de club. “Die is veel beter. Dat zie je ook gewoon op donderdagavond, al mag dat nu even niet. Maar normaal zie je die jongen gasten allemaal veel plezier hebben met elkaar in de kantine. Er zijn nog wel een aantal jongens van buitenaf blijven hangen, maar die voetballen al zoveel jaren bij Capelle dat ze erbij horen. Maar de hele sfeer binnen de club is nu anders, mooi!”

Hoe leuk het uiteindelijk gaat worden hangt ook een beetje van de resultaten af. Wat dat betreft is het niet zo dat Van den Broek zomaar iedere speler af moet staan aan het eerste. Natuurlijk is het vlaggenschip het belangrijkste, maar samen met trainer Edin Curic maakt hij goede afspraken. “Jongens die bij één minder aan spelen toekomen, kunnen we met het tweede mee laten doen. Zodat iedereen aan spelen toekomt. Dinsdag hebben we altijd voor de training overleg, op donderdag kijken we wat nodig heeft op zaterdag.”

Een succesvolle samenwerking dus. Curic heeft eerder al zijn handtekening gezet onder een contract tot de zomer van 2023, volgt Van den Broek dan ook snel? “We hebben een contract voor één jaar getekend, maar wel met de intentie om langer door te gaan. De gesprekken zullen snel komen. De hoofdtrainer heeft bij het bestuur aangegeven mij graag te behouden.” Dat lijkt dus wel goed te komen, waardoor er voorlopig verder gebouwd kan worden aan een stevig SV Capelle-fundament.

Voor meer artikel over VV Capelle, klik hier.

Voor meer artikelen over VV Capelle, klik hier.

Baardwijk-jeugd helpt klein stapje mee in strijd tegen tekort aan scheidsrechters

Het scheidsrechterstekort in het amateurvoetbal is een onderwerp dat de laatste tijd met regelmaat onderwerp van gesprek is. In 2016 waren er nog zo’n 34.000 scheidsrechters, dat zijn er nu nog ruim 30.000. Structureel komt het amateurvoetbal nu tussen de 1.000 en 1.500 arbiters tekort om alle wedstrijden in een weekend in goede banen te leiden. Er is een campagne gestart om voetballiefhebbers aan te sporen scheidsrechter te worden. Bij Baardwijk zijn ze blij dat voor die campagne al drie jeugdspelers een scheidsrechterscursus overtuigend succesvol hadden afgerond.

mandemakers banner

WAALWIJK – “Deels het resultaat van anderhalf jaar corona, waarin scheidsrechters wel uitstroomden, maar niet binnenkwamen, omdat het fysiek volgen van lessen hiervoor niet was toegestaan, en deels het gebrek aan beleid bij clubbesturen voor het werven, opleiden en begeleiden van scheidsrechters, want daar begint het, iedere KNVB-official is als clubscheids begonnen”, schreef Jan Dirk van der Zee, directeur Amateurvoetbal, eerder in een column.

Voetballers kiezen er zelf meestal niet voor om te gaan fluiten als ze nog op een redelijk niveau kunnen spelen. Werner ter Avest, hoofd arbitrage- en bestuurszaken bij de KNVB, hoopt toch dat ook voetballers uiteindelijk de fluit oppakken. “Clubtrainers zouden veel meer bij de selectie van scheidsrechters betrokken moeten worden door talent eruit te pikken. Zij kunnen invloed uitoefenen op spelers en met ze meedenken of het een geschikte rol voor ze kan zijn.”

Nog mooier is het als jonge jongens of meisjes al vroeg beginnen met fluiten. Daarom kunnen ze bij Baardwijk ook meer dan tevreden zijn dat drie jeugdspelers tijdens de eerste seizoenshelft het certificaat ‘Spelbegeleider -Pupillenscheidsrechter’ hebben behaald. Volgens de vereniging zijn ze al een tijdje niet meer weg te denken op de vroege zaterdagochtend. “Ze begeleiden al een behoorlijk tijdje de pupillenwedstrijdjes bij Baardwijk.”

Felicitaties gingen er vanuit de club dan ook zeker naar het drietal. “Baardwijk is trots op jullie”, klinkt het vanuit de bestuurskamer.

Er zijn veel verschillende opleidingen, spelbegeleider/pupillenscheidsrechter is er dus één van. Om te zorgen dat je als scheidsrechter bijdraagt aan een sportief en eerlijk verloop van de wedstrijd. Dat zorgt voor meer plezier voor iedereen. De opleiding is volgens het principe ‘blended learning’. je leert tijdens de cursusavonden, in de praktijk en door middel van een app op je telefoon of tablet. Het opleidingsdeel van de cursus bestaat uit 2 theoretische bijeenkomsten van 2,5 uur. Het ervaringsdeel, tussen de beide bijeenkomsten, bestaat uit 2 stagewedstrijden bij jouw eigen vereniging.

Bij de KNVB hopen ze dat er meer mensen zich aanmelden. Want de drie jeugdspelers die zo goed bezig zijn bij Baardwijk, doen dat niet alleen voor de jongste jeugd die speelt op Sportpark Olympia. Maar ook voor alle tegenstanders die wekelijks op de velden aan de Akkerlaan komen!

Klik hier voor meer informatie over Baardwijk

Klik hier voor meer artikelen over Baardwijk

Voetbalmoeders vol enthousiasme op het veld bij Blauw-Wit ’81

Twee voetbalavonden waren er geweest, toen ging er een voorlopige streep door de trainingen van de voetbalmoeders. Maar de nadruk kan op voorlopig, want die twee keer dat de groep op het trainingsveld stond was een groot succes. Blauw-Wit ’81 heeft er een mooie én grote groep nieuwe voetbalvrouwen bij.

mandemakers banner
DE MOER – Halverwege november stonden de voetbalmoeders voor het eerst samen op het trainingsveld. “Groen en rijp door elkaar. De een had nog nooit een voetbal van dichtbij gezien, de ander heeft vroeger altijd gevoetbald”, zegt Jolanda Rijken. Zij nam het initiatief voor het nieuwste team dat actief is bij Blauw-Wit ’81. Langs de lijn, tijdens oud-kind voetbal, op andere plekken. Het ging er elke keer over dat ‘ze met de moeders moesten gaan voetballen’. “Maar niemand deed er iets mee. Een maand of twee geleden ging het er weer over. Toen dacht ik: nu is het klaar, nu gaan we echt kijken of we het op kunnen starten bij Blauw-Wit. Ik ga daar gewoon mee beginnen.”

Rijken dacht klein te beginnen. “Ik ging langs bij alle jeugdteams, dat zijn er acht. Om te inventariseren of er interesse zou zijn. Ik dacht dat het wel los zou lopen, als ik er vijf zou hebben was het veel. Maar na twee dagen waren er al zestien aanmeldingen. Dat werd toch wel serieus. Ik heb een plan gemaakt waarmee ik langs het bestuur ben gegaan. Die waren ook superenthousiast.”

Twee weken later stonden de dames, tussen de 35 en 50 jaar oud, voor het eerst samen op het trainingsveld. Verschil in niveau is er. “Je kunt duidelijk zien wie er vroeger gevoetbald heeft. Maar dat is geen issue. Plezier staat voorop. De trainers – iedere keer iemand anders – houden daar ook rekening mee, passen de training aan naar het gemiddelde niveau. Het plezier en de gezelligheid staan voorop. En als het mag na afloop een drankje in de kantine.”

Het is niet alleen leuk voor de dames die wekelijks lekker een uurtje kunnen sporten en na afloop gezellig een drankje kunnen doen bij Blauw-Wit ’81. Het is ook leuk én goed voor de voetbalvereniging. “Er ontstaan hele leuke dingen uit die groep, dat zie je nu ook al. Er komen ideeën voor activiteiten, om met teams onderling iets te doen. Je ziet ook dat de betrokkenheid van de moeders groter wordt, het levert misschien extra vrijwilligers op. Of moeders die de regels beter snappen en spelbegeleider worden. Het heeft een aantrekkende werking voor de club. Dat is superfijn, al die bijverschijnselen die je dan meepikt.”

Dat was niet de insteek voor Rijken toen ze werk maakte van de voetbalmoeders. “We zijn echt begonnen vanuit het oogpunt van gezelligheid. Met deze club een uurtje sporten, gezellig bij elkaar. Als je ziet wat er nu uit voort komt, dat hadden we aan de voorkant niet kunnen denken”, zegt Rijken, die aangeeft dat iedereen welkom is. “Je hoeft niet bij Blauw-Wit te zitten of voetbalmoeder te zijn, het is voor iedereen toegankelijk.”

In eerste instantie gaat het om één keer in de week trainen, maar het is niet uitgesloten dat er op termijn ook wedstrijden gespeeld worden. “Er kwamen al verzoeken van andere damesteams uit de buurt, of het niet leuk zou zijn om een keer een wedstrijd te organiseren. In coronatijd is het lastig, maar ik denk dat het er in de toekomst wel van gaat komen dat we een keer een wedstrijdje 30+-voetbal gaan spelen.”

Wil je meer artikelen over de club Blauw Wit’81? Klik hier.
Wil je meer informatie over de club Blauw Wit’81? Klik hier.

Pim van Hulten geniet enorm van debuutjaar in het eerste van RKDVC

Als jongen van de club was voor Pim van Hulten spelen in het eerste elftal van RKDVC een doel. Een paar jaar geleden maakte hij de overstap naar de selectie, maar een op drie plekken gescheurde enkelband hield hem meer dan een jaar aan de kant. Dit seizoen is voor Van Hulten het jaar van mijlpalen. Van zijn debuut als invaller tot zijn eerste basisplaats, die hij bekroonde met twee doelpunten.

mandemakers banner

DRUNEN – Eerst nog even terug naar de blessure, Van Hulten kan zich het moment dat het gebeurde nog goed voor de geest halen. “Het was de allereerste training van het nieuwe seizoen. Ik was niet helemaal fit, daar had het ook echt wel mee te maken. En het was die dag megawarm, boven de dertig graden. We moesten voor het eerst trainen, op zondagochtend. Ik wilde omdraaien en tegelijkertijd weer omdraaien en ging door mijn enkel. De fysio kwam er meteen bij. We trainden die week vijf keer, het was allemaal nieuw. Ik vroeg meteen: wanneer kan ik weer trainen?”

Op dat moment werd er gedacht dat het met een paar dagen rust wel goed zou zijn. “Maar ik had zoveel pijn, dat was niet normaal. In de nacht lag ik gewoon wakker van de pijn. Ik ben die week drie keer naar het ziekenhuis geweest. Eerst konden ze niets zien. Toen moest ik meer foto’s laten maken en een MRI-scan. Toen bleek dat ik mijn enkelbanden op drie plekken had gescheurd. Ik heb moeten revalideren, maar ben nu weer helemaal fit.”

“Ik heb wel altijd zwakke enkels gehad. Ik heb al een keer eerder mijn enkelbanden gescheurd en mijn enkel gebroken. Voor elke training en wedstrijd laat ik het nu intapen. Maar ik heb er geen last meer van”, zegt Van Hulten tevreden.

Doelpunten
Nu hoeft Van Hulten niet meer te denken aan de enkels, maar is hij bezig met het maken van doelpunten. “Sinds dit seizoen ben ik aangesloten bij het eerste. Ik train al wel wat langer mee, maar nu mag ik ook echt wedstrijden spelen. Ik heb veel invalbeurten gehad, voornamelijk tien minuten tot een kwartier voor tijd. De eerste twee doelpunten maakte ik als invaller, bij mijn eerste basisplaats scoorde ik ook twee keer.”

Een medespeler was geblesseerd. Voor de spelers het veld opgingen vroeg hij wat het vandaag zou worden voor Van Hulten: ‘twee of drie?’ “Doe maar twee vandaag, zei ik toen. Toen ik mijn tweede maakte roep hij nog ‘lekker jongen’.” Met een lach op het gezicht reageerde hij gevat: ‘ik zei het toch’.

Die basisplaats en doelpunten smaken naar meer. “Absoluut. Eerst is het leuk dat je überhaupt op de bank mag zitten. Op een gegeven moment denk je wel: trainer, laat mij maar een keer beginnen. Iedereen was ook blij voor mij met mijn basisdebuut, ik kreeg knuffels en een high-five”, kijkt Van Hulten terug. Dat past ook bij RKDVC, waar hij heel veel mensen kent. “Ik ben ook trainer van de Onder 13-1. Als ik op dinsdag het trainingsveld op kom en de spelers zeggen dat het goede goals waren, dan is dat leuk om te horen. Maar sowieso: voetballen met je vrienden in het eerste en belangrijk mogen zijn, dat is een gevoel dat ik niet kan omschrijven. Ik speel al mijn hele leven bij RKDVC, heb het hier superleuk. Dit is echt mooi, genieten.”

Klik hier voor meer informatie over RKDVC

Klik hier voor meer artikelen over RKDVC

Branderhorst vertrekt na ‘zeer prettige’ samenwerking bij SSC’55

Half oktober liepen ze naast elkaar het veld op. Nigel Branderhorst als trainer van S.S.C. ’55, waar hij bezig is aan zijn derde seizoen als hoofdtrainer. Naast hem Paul van der Donk, trainer van RFC. Een paar maanden later is duidelijk geworden dat de eerste vertrekt bij de geel-zwarten en dat de tweede de nieuwe S.S.C. ’55-trainer wordt.

mandemakers banner

SPRANG-CAPELLE – “Ik maak de overstap naar S.S.C.’55 omdat het bestuur zijn vertrouwen in mij heeft uitgesproken. Dat voelde direct goed. Ik ken S.S.C.’55 als een warme club. Het jonge bestuur en de visie op voetbal en het verenigingsleven spreken me enorm aan. De voorwaarden om als trainer aan de slag te gaan, kloppen”, zegt Van der Donk.

In de toekomst is promotie zijn doel, maar voor het zover zal zijn wil Van der Donk – eerder als trainer actief bij de tweede elftallen van Roda Boys en Almkerk – bouwen aan een mix van jeugd en ervaring. “Als trainer vind ik het belangrijk om eerlijk en open te zijn naar mijn spelers en de mens voorop te stellen. Daarin zal ik altijd het belang van spelers, van de club en van het team goed moeten afwegen.”

Het zoeken naar de juiste mix van jeugd en ervaring is opgevallen bij S.S.C. ’55, dat is één van de redenenen dat de club gekozen heeft voor de Drunenaar. “We hebben enkele prettige gesprekken gehad met Paul. Daaruit blijkt dat hij ambitieus is en een echte clubman. Hij toont zich bij RFC een betrokken trainer en laat zien hoe hij met zowel jeugdspelers als ervaren jongens moet omgaan”, zegt Roy van Oosterhout, van de technische commissie, op het digitale thuis van de club.

Dat Branderhorst vertrekt werd eerder duidelijk. Bij S.S.C. ’55 waren ze tevreden over de jonge en ambitieuze trainer, die full-time bezig is met voetbal. Hij werd geprezen voor zijn gedrevenheid en eigen visie op het spel. De samenwerking tussen de club en trainer werd omschreven als ‘zeer prettig’.

“Ik wil S.S.C.’55 bedanken voor de kans die me geboden is om als hoofdtrainer aan de slag te gaan”, zegt Branderhorst over zijn vertrek. “Ik heb S.S.C.’55 leren kennen als een fijne, warme club met supporters en vrijwilligers met hart voor de vereniging. Ik heb hier enorm veel geleerd. Na drie jaar vind ik het een mooi moment om een volgende stap te maken. Maar tot die tijd ga ik met de club werken aan een goede basis voor de komende jaren en hopelijk een mooie toekomst voor de selectie.”

Begin februari gaat Van der Donk met RFC op bezoek bij zijn toekomstige club, waar Branderhorst dan nog gewoon aan het roer staat. In Raamsdonksveer werd het 4-1 voor de thuisploeg, maar voor alle spelers van S.S.C. ’55 is het komende duel de eerste echte kans om de nieuwe trainer te overtuigen om volgend jaar aanspraak te maken op een belangrijke rol in het team.

Klik hier voor meer artikelen over SSC’55
Klik hier voor meer informatie over SSC’55

 

 

Voorzitter Vincent Bergmans over WSC

WSC-voorzitter Vincent Bergmans denkt dat een bestuur van een voetbalclub nooit achterover kan leunen. “ik denk dat er weinig verenigingen zijn waar je eigenlijk gewoon kunt berusten in wat je doet. Dat het zomaar automatisch doorloopt, er zijn altijd uitdagingen.” Bij WSC gaat het eigenlijk goed, maar uitdagingen zijn er door corona en de zaterdagvoetbaltendens.

mandemakers banner

WAALWIJK – “Financieel staan we er goed voor en qua ledenaantal zijn we de laatste jaren weer gegroeid. Er is een prima ontwikkeling met ons meidenvoetbal, dat zes à zeven jaar geleden echt structureel aangepakt is. We hebben nu honderd spelende leden van de iets meer dan duizend in totaal, dat is een mooi percentage. Sportief mag het wel wat beter, de resultaten van onze selectieteams vallen wat tegen. Maar eigenlijk staan we er best goed voor.”

Toch zijn er zorgen bij de aftredend voorzitter die wel in het bestuur van de club blijft. “Alle plannen die je hebt, alle ambities van de laatste jaren, zijn redelijk bedorven door corona”, zegt Bergmans.

Zaterdagvoetbal
Een ander probleem waar WSC mee kampt is de tendens dat zondagclubs – of teams – de overstap maken naar zaterdag. “Dat was al gaande. Maar ik heb het gevoel dat het extra versterkt door corona. Mensen zijn hun vrije tijd op een andere manier gaan invullen. We zijn een paar keer gestopt met de competitie, waardoor er minder beleving is gekomen. Niet alleen voor de zondagen, ook om te komen trainen. En dan komen er alternatieven, die soms aantrekkelijk of aantrekkelijker zijn. Dat je bijvoorbeeld geen verplichting hebt om met een team te spelen, zoals de sportschool of padel. Dat zijn gevaren die op de loer liggen. Het is wel een zorgenkindje. Als de tendens van zondag naar zaterdag doorzet of zondagteams stoppen, krijgen we een concentratie op zaterdag en op zondag te weinig entourage.”

Bedelen om asjeblieft op zondag te voetballen is geen optie. “Als ze iets anders leuker vinden – of het thuisfront vindt het ook wel lekker om de zondag met het gezin te zijn – dan hebben wij niks te willen. We staan daarin niet alleen. Ik denk dat bijna elke amateurvereniging er mee te maken heeft. Ik heb wel het gevoel dat hoe dorpser de vereniging is, des te minder last ze hebben. Bij een grotere club is de vereniging iets minder bindend.”

Bergmans zou er graag veel aan doen om die binding te versterken, maar dat is juist in deze periode heel moeilijk. “Alle plannen die we hadden verzonnen om het feestelijk te maken, om leden weer wat terug te geven, zijn getorpedeerd. Dat maakt het echt heel moeilijk. Als er geen competities zijn, dus geen prestaties en geen punten te verdelen, krijg je afkalving van het enthousiasme.”

Voetbal en mooi weer
De hoop is nu gericht op het nieuwe jaar. “Van deze winter mag je niets meer verwachten. Hopelijk kunnen we de competitie afmaken. En hopelijk gaat dat gepaard met goed weer in maart, april en mei. Dat mensen in de zon gezellig op het sportpark komen kijken en de gelegenheid hebben om biertjes te blijven drinken. Dat iedereen alles kan doen wat je op een vereniging wil doen.”

Klik hier voor meer informatie over WSC

Klik hier voor meer artikelen over WSC

Bij Berkdijk viert gezelligheid de boventoon

Als je de kantine op Sportpark Kegelaar binnenloopt, dan voel je meteen dat je op een fijne plek bent. Je komt binnen in het thuis van veel spelers van Berkdijk, waar je het gevoel hebt dat je in een café bent waar een grote vriendengroep bij elkaar is. Of misschien nog beter gezegd: een grote familie. Twee jaar geleden had die familie het 75-jarig bestaan van de club willen vieren, zoals het dat afgelopen november weer had willen doen. Twee keer ging het niet door, nu is de focus gericht op juni 2022.

mandemakers banner

KAATSHEUVEL – “We hebben het twee keer uit moeten stellen, door corona natuurlijk. We willen ons toch aan de regeltjes houden”, zegt Patrick van Wanrooij over het jubileumfeest. “Alles staat wel gewoon in de steigers. We hadden het ook bewust wat kleiner gehouden in vergelijking met andere jaren. Dan hadden we een grote tent staan en werd het groots gevierd, nu zou het echt kleiner zijn. In de kantine, met een paar kleinere tenten erbij. Alles is naar de derde week van juni verschoven. Dan hebben we beter weer, hopelijk gaat het dan wel door. Driemaal is scheepsrecht.”

Van Wanrooij zegt het vol enthousiasme, ondanks de teleurstelling van twee keer een streep zetten door het feest. Van frustraties was bij de andere vrijwilligers ook geen sprake. “We wilden het eigenlijk door laten gaan. Maar doen het niet, omdat er veel te veel regels aan te pas zouden komen”, vult Richard Netten aan. “Dan moet je zoveel concessies doen, dat het mooie van het feest er eigenlijk wel af is.” Van Wanrooij vult aan. “Maar wij kunnen hier heel makkelijk schakelen, dat is wel een voordeel. Bij ons binnen de club gaan ze wel door, ze blijven niet stilzitten.”

Het had al twee keer een echt voetbalfeest moeten worden. Kleiner dus, maar nog steeds stond er een vierdaags programma. “Iedere dag staat er iets anders centraal. De veteranen, dames, jeugd, lagere elftallen, eerste elftallen. Eigenlijk is het meer een voetbalevenement waar we de hele club bij betrekken, waar we dan iedere dag een feestavond voor die groep op plakken.” Met daarbij ook de nodige artiesten, zoals Buren van de Buurman. Problemen met het verplaatsen van de datum van het feest waren er niet met de artiesten. Daarbij speelde de zoon van Van Wanrooij ook een rol. “Hij zit in dat wereldje. Voor een klein clubje als Berkdijk is een kruiwagen hebben dan belangrijk, zeker als je weet wat artiesten kosten. Het gaat vooral om regionale artiesten. Dat maakt het feest leuker, ons kent ons.”

Groei
Van Wanrooij en Netten hebben bij elkaar opgeteld maar liefst 34 seizoenen in het eerste elftal van Berkdijk gespeeld. Ze hebben successen én teleurstellingen meegemaakt. En een paar jaar terug zagen ze hun club op de rand van de afgrond staan. “Berkdijk was op sterven na dood”, zegt Netten. “Maar de afgelopen jaren zijn we gegroeid. In drie jaar tijd hebben we tussen de 120 en 140 leden erbij gekregen.” En dat gaat ook om jeugd. “Dat is toch de toekomst. We hadden echt het gevoel dat het langzaam dood zou bloeden. Er moest iets gebeuren. En dat is ook gebeurd. We hebben er samen de schouders onder gezet.”

De club raakte twee jaar geleden Alex Maas kwijt, een echte Berkdijk-man overleed veel te vroeg. “Hij deed heel veel voor de club. Toen hij wegviel, dacht iedereen dat de club uit elkaar zou vallen. Maar dat is niet het geval. Hij deed eigenlijk alles. Van anderen was dat ook een stukje gemakzucht; hij regelt het toch wel. Ga maar naar hem toe en hij lost het op. Nu zijn er meerdere mensen opgestaan, het draagvlak is verdeeld”, leggen de twee Berkdijk-mannen uit.

Toen Alex overleed, had ik niet verwacht dat we op deze voet verder zouden kunnen gaan. Maar het is in balans. Hij heeft de basis gelegd voor waar we naartoe moeten. Het is knap wat hij altijd in zijn eentje heeft gedaan”, zegt Netten met bewondering, Patrick knikt. “Zeker weten.”

Toekomst
Van Wanrooij en Netten zijn blij dat het weer goed gaat met hun club. De club waar ze bijna dagelijks te vinden zijn. De club die ze echt aan het hart gaat. Ze zitten niet in het bestuur. “Wij zijn eigenlijk de rechterhand van het bestuur. Niet officieel, maar als er iets moet gebeuren dan zijn wij er”, zegt Van Wanrooij. “En wij horen gewoon alles”, vult Netten aan. Niet veel later loopt iemand van de heemkundekring de bestuurskamer binnen, met de vraag of de club mee wil werken om een vitrine in te richten met spullen van de club. Het duo pakt ook dit meteen op. Kort voor de man vertrekt geeft hij nog een compliment. “Jullie staan er goed op. Het gaat goed hier, ik hoor allemaal positieve dingen over Berkdijk.”

Een lach komt er op het gezicht van Van Wanrooij. “Je weet niet wat de toekomst brengt, maar op dit moment gaat het hartstikke goed. Wij hebben niets te klagen.” Netten geeft aan dat het voor de club die groeit jammer is dat het in die periode met corona te maken heeft. “Maar dat is natuurlijk een probleem voor iedere club.”

Als je rondkijkt op het sportpark zie je dat de club qua sponsoren geen klagen heeft. De club groeit, bij de senioren én de jeugd. In een half jaar tijd is het van 0 naar 35 kabouters gegaan. Maar vooral mooi is te zien dat de club leeft, Berkdijk is een plek voor de sociale contacten. “En dat merk je ook als er iets gedaan moet worden. In de zomer hebben we bijvoorbeeld veel schoongemaakt, een opknapbeurt van de kantine. Er staat gelijk een hoop man klaar.”

Een paar jaar geleden kwam er een heel zaterdagelftal vanaf buurman DESK naar Berkdijk. Het gaf de club een boost, ook naar buiten toe. “Die jongens speelden al heel lang samen, zijn opgegroeid bij DESK en zijn nu allemaal rond de 24 en hier naartoe gekomen. Zij dachten eerst: ‘Horen wij daar wel thuis, passen wij daar wel’. Dan is het mooi om te zien hoe dat gaat. Ze zeggen positieve dingen over de club en de gezelligheid. Het is hier echt een grote familie.” Wat dat betreft kan de blik na het 75-jarig jubileum in het jaar dat de club 77 jaar bestaat al uitkijken naar het volgende feestje, het 80-jarig jubileum. En de kans is dan groot dat het op het gebied van groei nog wat stappen heeft gezet, ook qua niveau van de eerste elftallen. “Voetbal staat op één, maar de derde helft en gezelligheid horen daar dan wel bij.”

Voor meer informatie over vv Berkdijk, klik hier. 
Meer artikelen lezen over vv Berkdijk, klik hier.

Peter van Harten van Nieuwkuijk “Af en toe heel veel te doen, soms een poosje minder”

Voetbalclubs draaien op vrijwilligers. Van het fluiten van wedstrijden tot het zetten van de lijnen op het voetbalveld en van het wassen van de kleren tot het trainen van bijvoorbeeld de jongste jeugd. Er zijn vaak veel commissies die zorgen dat het allemaal ‘loopt’ bij een club. Bij Nieuwkuijk is er ook een groepje vrijwilligers dat de communicatiecommissie vormt, een commissie die de club op een leuke en goede manier presenteert.

mandemakers banner

NIEUWKUIJK – Peter van Harten zit in het bestuur van de voetbalclub, hij is als bestuurslid het aanspreekpunt vanuit de communicatiecommissie die zo’n drie jaar geleden opgestart is. “We hebben een team met een aantal vrijwilligers, die allemaal op zakelijk gebied ook bezig zijn met communicatie.”

Met de commissie heeft Van Harten de nodige veranderingen zien komen op het gebied van communicatie. “Het levert vooral nieuwe middelen op. Bijvoorbeeld Instagram, het is een hele andere manier dan communiceren dan de website die we ook nog hebben. Het is anders, er zijn nu verschillende middelen. Ik zit nu tien jaar in het bestuur. Voorheen deden we veel per post, toen werd het e-mail en tegenwoordig heeft het een vlucht genomen met social media.”

Het is een periode van rennen en stilstaan, maar bij Nieuwkuijk proberen ze ook in een soms voetballoze periode het contact met de achterban te behouden. Of zelfs beter te maken. “Het is vooral creëren, af en toe iets van ons laten horen. We gaan nu van golf naar golf, dat is moeilijk. Vooral in de eerste coronagolf hebben we verschillende acties gedaan. Van wat oudere communicatie tot het brengen van een chocoladereep naar alle leden.”

Archief
Van Harten neemt de complimenten over hoe het gaat graag in ontvangst. “Maar we hebben ook nog een weg te gaan. Het moeilijkste is ons archiefstukje, daarbij zijn we afhankelijk van de foto’s die we aangeleverd krijgen. Het grootste werk zat de laatste tijd in de uitstraling van het sportpark. Daar hebben we de huisstijl doorgevoerd. En daar omheen heb je af en toe heel veel te doen en soms een poosje minder. En dan hebben we bijvoorbeeld ook terugkerende dingen als ‘dit was ons weekend’ en ‘uit het archief’.

Tegelijkertijd is men op de club ook bezig met digitaliseren. “Dat zijn we druk aan het doen. Steeds meer aan het digitaliseren, dan ben je het in ieder geval niet kwijt. Toen we negentig jaar bestonden hebben we een stapje gemaakt, toen hebben we een boekje uitgebracht. Maar ook bij de digitalisering is het rennen en stilstaan. Als mensen het leuk vinden om iets voor het archiefstukje te betekenen, dan halen wij die graag binnen.”

Verschil
Met de nieuwe weg die sinds een paar jaar is ingeslagen bereikt Nieuwkuijk ook andere mensen. “Dat was ook het doel naar buiten toe. Tegelijkertijd hebben we nog een hele slag te slaan met de interne communicatie”, zegt Van Harten, die zoekende is op welke manier de communicatie binnen de club het beste kan lopen. “De een vindt een brief fijn, de ander een mailtje en weer iemand anders wil per WhatsApp iets horen. Het oudste lid is boven de negentig, de jongste is natuurlijk nul. En iedereen daartussen wil je allemaal bereiken.”

Corona helpt dan ook niet mee. “Het meeste gaat toch via mond op mond, op de club. We hebben donderdagavond al jaren een inloopspreekuurtje, een aantal bestuursleden zijn er dan altijd. Iedereen is vrij om binnen te lopen. Die communicatie is helemaal weg. Dan mis je soms iets. Hopelijk kan dat ook snel weer.”

Klik hier voor meer informatie over Nieuwkuijk

Klik hier voor meer artikelen over Nieuwkuijk

Robbie Koole start traject met nieuw eerste elftal bij FC Drunen

FC Drunen heeft dit seizoen voor het eerst in de geschiedenis twee eerste elftallen, de club heeft een standaardelftal op zowel de zaterdag als zondag. Robbie Koole is de trainer van het zaterdagteam, dat bestaat uit heel veel jonge spelers die vanuit de jeugd van de club komen. Een elftal dat nog veel kan en moet leren, maar ook een elftal waar de ambitieuze oefenmeester resultaten wil zien.

mandemakers banner

DRUNEN – “FC Drunen is van origine een zondagclub geweest”, zegt Koole, die zelf ook nog in het eerste elftal van de club speelde. Toen nog gewoon op zondag. “In het eerste coronajaar is er vanuit de A-jeugd een team als zaterdag 2 begonnen. Ik heb vervolgens mijn papieren gehaald. Heel veel van die jongens heb ik in de jeugd training gegeven, ik heb gevraagd of ze nog een stapje hogerop wilden gaan.”

Koole noemt het een stapje, hij weet dat het meer is dan dat. “Ja, dat is zeker een stap. Dat wisten we ook vooraf. We doen het met heel veel jongens die geen tot weinig ervaring in het seniorenvoetbal hebben”, legt de 28-jarige oefenmeester uit. Dat verklaart mogelijk ook waarom zijn ploeg na acht wedstrijden met drie gewonnen punten voorlaatste staat. “Ja, dat heeft er zeker mee te maken. Maar ik denk dat daar na de winter verandering in gaat komen. Ik ken de potentie van heel veel jongens, het gaat goedkomen.”

Is het dan een leerjaar, zo’n eerste seizoen als eerste elftal? Koole snapt de vraag, maar ziet het zelf anders. “Je gaat niet een wedstrijd in om te proberen je best te doen. Je wil nog steeds elke wedstrijd doelpunten maken en winnen. Alleen je weet dat er momenten gaan komen waar fouten worden gemaakt. Het is wat dat betreft zoeken naar de beste oplossingen om dat in trainingen te verwerken, dat ze stappen maken.”

Koole, eerder drie jaar assistent-trainer bij het eerste zondagteam van FC Drunen, verwacht dat de jongens veel geleerd hebben in de eerste duels van dit seizoen en dat dat zijn vruchten af gaat werpen na de vervroegde winterstop. Wanneer is hij dan tevreden aan het einde van het seizoen? “Ik kijk uiteindelijk wel naar de ranglijst natuurlijk, maar ook naar de ontwikkeling die de spelers – en wij als staf – hebben doorgemaakt. Ik heb vertrouwen dat de jongens nog heel wat punten gaan pakken, dat we leuk in de middenmoot kunnen eindigen. Maar tevreden? Ik denk dat je altijd moet kijken naar wat beter kan.”

Als voetballer moest Koole door slechte knieën op jonge leeftijd stoppen, als trainer wil hij nu kijken hoe ver hij kan komen. “Ik ben de club heel dankbaar dat we met z’n allen de kans hebben gekregen om een zaterdag 1-eftal te maken. Twee eerste elftallen, dat heeft wat voeten in aarde gehad voor de club zelf. Ik ben er blij mee. ‘Vanuit de club is er gezegd: kijk hoe we het op kunnen bouwen, hoe het bevalt’. Ik heb voor één seizoen getekend, als startjaar. Maar wel met de ambitie voor een langere periode. We zijn een traject aangegaan, kijken hoe we het zaterdagvoetbal binnen FC Drunen omhoog kunnen brengen.”

Klik hier voor meer informatie over FC Drunen

Klik hier voor meer artikelen over FC Drunen

In gesprek met Leo Tijl, trainer van De Jonge Spartaan JO11-1

Vandaag zijn wij in gesprek met Leo Tijl. De Nieuwe – Tongenaar begon op vijfjarige leeftijd met voetballen bij NTVV. Momenteel traint hij de jeugd van De Jonge Spartaan die actief zijn in hoofdklasse.

Droomdebuut

Leo Tijl heeft vanaf zijn vijfde zelf gevoetbald bij NTVV te Nieuwe Tonge. In de jeugd van NTVV heeft hij mooie jaren beleefd, waaronder een top seizoen in toen nog de D-tjes waarin hij meer dan 150 doelpunten maakte. Onder Hans van Sliedrecht maakte hij op 14-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal van NTVV, een droomdebuut. In de belangrijke uitwedstrijd tegen Piershil scoorde Leo de winnende treffer. Hierna heeft hij hier nog een aantal jaren gespeeld en de opmars van NTVV van dichtbij meegemaakt. “Hans gaf mij veel zelfvertrouwen en stelde me als 14-jarige zelfs op als mid-mid. We hadden een zeer goede lichting, aangevuld met onder andere Gerben Hobbel en werden een aantal jaren achter elkaar kampioen”, zo vertelt de Nieuwe – Tongenaar. Samen voetballen met zijn vrienden en broer Daniël  vond Leo het mooiste wat er was. “Ik kan me nog een aantal wedstrijden herinneren waarin zowel mijn broer als ik beide scoorden maar de omroeper telkens de naam van mijn broer noemde.” In die tijd was Leo ook aanvoerder van het Flakkees jeugdelftal waarmee hij ook een aantal mooie wedstrijden heeft gespeeld. Eerst onder leiding van Piet de Koning en later onder zijn jeugdtrainer Wim van Dam.

0250985_onlinebanner_Klaverblad_VJGoeree

Blessure

Helaas eindigde Leo zijn carrière al vroeg, toen hij op zijn 17e jaar zijn enkel-, scheen- en kuitbeen brak in de uitwedstrijd met het eerste elftal bij Smitshoek. Na een lange periode revalideren bleek uiteindelijk uit een second opinion bij de sportarts Rien Heijboer dat zijn enkel niet goed stond. “Heijboer heeft nog diverse operaties nodig gehad zodat ik weer uit de voeten kon komen”, vertelt Tijl. Maar ondanks zijn inspanningen en ook die van de fysio Rob van der Heijden zat voetballen er nooit meer in. Hierna is Leo jeugdtrainer geweest bij NTVV en nadat zijn zoontje Quin ging voetballen bij De Jonge Spartaan, is hij daar trainer geworden.

bazen

Jeugdtrainer

Nadat Leo zelf niet meer kon voetballen is hij dus jaren jeugdtrainer geweest bij NTVV, vanaf de D-jeugd tot aan de senioren heeft hij dezelfde jongens getraind. “Dat was een leuke en leerzame tijd met jongens als Izak van der Vliet, Christian Kievit en Maurice Bruggeman die later allen in een eerste elftal hebben gespeeld.” Hierna is hij een tijdje uit het voetbal verdwenen en heeft hij zijn eigen zaak opgebouwd. Nadat zijn zoontje op zijn vierde jaar ging voetballen ben ik er vanzelf weer in gerold. Bij De Jonge Spartaan zochten ze nog een trainer voor “de kabouters” en dan pak je het vanzelf weer op. Al snel bleek dat het bij De Jonge Spartaan anders was dan bij NTVV, daar waren we blij als we genoeg spelers hadden om een team te vormen, maar bij De Jonge Spartaan kun je selecteren. Er lag al snel een mooie uitdaging voor Leo om met getalenteerde jongens en meiden te kunnen werken. “We zijn begonnen in de vierde klasse en werden jaar na jaar kampioen en momenteel zijn wij actief in de hoofdklasse. De kern van het team is nog steeds hetzelfde als bij de kabouters, aangevuld met een aantal jongens van andere verenigingen die ook zagen waar De Jonge Spartaan mee bezig was. “We trainen twee keer in de week zeer fanatiek en ons motto is; hard werken verslaat talent als talent niet hard werkt. Het is een fantastische groep om mee te mogen werken en natuurlijk gaat er heel veel tijd in zitten, maar je krijgt er ook heel veel voor terug van die gasten. En wat is er nou mooier dan drie keer in de week op het veld te staan samen met je eigen zoon!” Zijn zoon Quin heeft het talent van zijn vader, maar is veel verder in zijn ontwikkeling dan Leo op die leeftijd was. Hij heeft een goed inzicht, een goede techniek en een echte winnaarsmentaliteit.

Huidige seizoen

Leo wilt met zijn jeugdteam zo veel mogelijk voetballen, het doel is om in de hoofdklasse te blijven spelen en het weer op te nemen tegen clubs als Feyenoord en Spartaan’20. In de eerste fase van dit seizoen is De Jonge Spartaan keurig in de middenmoot genesteld en in de tweede fase hebben zij zich net gehandhaafd in de hoofdklasse. “Zeer leerzame en nuttige wedstrijden voor ons team en ook de vriendschappelijke wedstrijden op Varkenoord tegen Feyenoord en in het Atik Stadion tegen RBC zijn natuurlijk onvergetelijke ervaringen voor onze spelers.” Leo is van plan om de zeer getalenteerde groep zeker verder te begeleiden tot aan de senioren, zodat De Jonge Spartaan een mooie toekomst tegemoet gaat. Leo zal iedere training en iedere wedstrijd het uiterste vragen van de spelers en proberen bij te dragen aan de ontwikkeling van zijn spelers.

Tot slot zegt Leo: “Het blijft bijzonder dat mijn vader, Leen Tijl, nooit een wedstijd over slaat van zijn kleinzoon Quin en hij is zelfs iedere training van de partij. Dat deed hij vroeger al bij mij en nu dus ook bij zijn kleinkinderen, prachtig om te zien! Het voetbal DNA zit dus diep geworteld in de familie Tijl.”

Voor meer artikelen over De Jonge Spartaan, klik hier.

Voor meer informatie over De Jonge Spartaan, klik hier

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.