Home Blog Pagina 634

Jan Boer laat Stolwijk nooit in de steek

Hij was jarenlang trainer in de jeugd en van het tweede van Stolwijk. Een andere club kwam niet in de gedachten van Jan Boer (54) op. “Stolwijk verlaten? Dat is zoiets als vloeken in de kerk.”
_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097

De selectie van VV Stolwijk moet het al een tijdje doen zonder de diensten van Boer. De timmerman van beroep is sinds vier seizoenen de vaste verzorger. Hij benadrukt dat hij dat is van de hele club. “Ik maak geen onderscheid. Als een speler uit de JO15 langs wil komen, dan is hij welkom”, zegt hij. “Ik ben als verzorger beschikbaar voor de hele club.”

Dat de activiteiten van Boer even op een wat lager pitje staan heeft te maken met zijn herstel. Begin van dit jaar werd hij opgenomen met klachten. “Ik was wat kortademig en vermoeid.” Het bleek best ernstig. “Dus moest ik meteen blijven. Ik ben heel snel geopereerd aan mijn hart waarbij de chirurg een aantal omleidingen heeft gemaakt. Van het ene op het andere moment was ik een patiënt terwijl ik dacht dat ik gezond was.”

Boer kreeg na zijn geslaagde chirurgische ingreep rust voorgeschreven en intussen is hij begonnen aan zijn revalidatie. “Ik moet mijn conditie weer helemaal opbouwen.” Voor actieve Boer was stilzitten best lastig. Naast een intensief beroep is hij al jaren actief voor Stolwijk. “Ik ben een echte Stolwijk-man. Ik heb nooit de verleiding gevoeld om ergens anders training te gaan geven. Hier heb ik alles wat ik wil.”

Boer kan terugkijken op een mooie carrière als speler. Hij maakte in de jaren negentig deel uit van de gouden generatie, die Stolwijk van de Goudse voetbalbond eerst bracht in de vierde en derde klasse en later zelfs in de tweede klasse. “We hadden een prachtig team”, zegt hij, terwijl hij de namen van Jan Noorlander, Berry Teeuwen en ‘natuurlijk’ Remko Anker opdreunt. “We gingen voor elkaar door het vuur. De beleving in die tijd was heel anders dan nu. Op vakantie gaan? Je keek wel uit. Als je dat deed kon dat je plaatsje kosten.”
Dominos_voorjaar2021Zijn rol in het beste Stolwijk ooit was naar eigen zeggen ‘bescheiden’. “Ik had het voordeel dat ik op veel posities uit de voeten kon. Ik heb daardoor op veel plaatsen in het elftal gespeeld. Meestal was dat op het middenveld, maar ik stond ook wel eens in de verdediging. Ik werkte hard en deed geen rare dingen.” Boer, die nog deel uitmaakte van het tweede zondagelftal, is er niet de man naar om zich in de nostalgie te verliezen. “Tijden veranderen. Wij leefden in die jaren helemaal toe naar de zondag, de dag van de wedstrijd. Dat is nu veel minder bij de spelers, maar waar wij vroeger allemaal werkten in de bouw, studeren ze nu. En ze willen op vakantie. Voetbal staat allang niet meer op nummer één.”

Anders is ook de begeleiding van de medische staf. “Vroeger hadden we een verzorger en dat was al luxe”, vertelt Boeren. “Begeleiding bij een terugkeer van je blessure was er niet. Ga het maar proberen, zo was het. Nu loop ik niet alleen rond bij Stolwijk, maar hebben we ook een hersteltrainer en een fysiotherapeut. Er is veel meer aandacht voor blessurepreventie. We drukken die jongens op het hart om goed voor hun lichaam te zorgen en voor de training en wedstrijden een goede warming-up te doen.”

Klik op Stolwijk voor het laatste artikel over de club.

Esmee Poppe heeft het prima naar haar zin bij DKS’17

KOEWACHT – Al vanaf haar zesde voetbalde Esmee Poppe (18) op het dorp. Eerst tussen de jongens en vanaf haar twaalfde in een meisjesteam bij v.v. Koewacht. Tot ze in 2017 overstapte naar het meisjesteam van DKS’17, het samenwerkingsverband tussen de damesafdelingen van Steen, Koewacht en inmiddels ook FC Axel. Vanuit de MO19 kwam ze na het samenvoegen van de twee teams terecht in DKS’17- 3.

mzc

“We hebben echt een supergezellig team en spelen in de vijfde klasse. De meeste dames en meiden die bij ons voetballen, die spelen puur voor het plezier en dat vind ik af en toe wel eens lastig. Ik was bij de jongens altijd superfanatiek, want wilde me natuurlijk daar bewijzen dat ik écht wel mijn ‘mannetje’ kon staan. Die instelling heb ik nu nog altijd en dat zou ik graag bij meerdere speelsters wel willen en dat knaagt dan wel eens.”

De verdedigster komt uit een echt voetbalgezin, waarbij opa, vader en broer altijd betrokken waren bij de club en zelf ook voetbalden. “Ik wilde zelf graag iets stoers doen qua sport én in teamverband. Dus dan kwam ik hier op het dorp al heel snel bij de voetbal uit. En daarvan heb ik nog altijd geen seconde spijt gehad! Ook de switch naar het meiden- en damesvoetbal was en logische stap, want steeds meer meiden gingen voetballen hier. Feitelijk is er weinig veranderd sinds we als DKS zijn gaan spelen. Alles is goed geregeld en het is heel gezellig onderling. We spelen alleen in een ander tenue, maar de rest is hetzelfde.”

van-acker

In teamverband sporten daar geniet ze bovendien erg van. “Je hebt een gericht en ook gezamenlijk doel. Bovendien heb je altijd leuke sociale contacten en dat maakt het extra mooi. Ik ben zelf super competitief en wil altijd winnen. Ik heb ook al een aantal keren met DKS1 meegespeeld, maar dat was flink aanpoten. Bij de MO19 speelden we bovenin mee en stonden we op de drempel van het kampioenschap toen de competitie afgebroken werd. Dat was zuur. Daarna gingen we samen met DKS3 en draait het in ons team voornamelijk om plezier. Hoewel de stap naar het eerste best groot is, zou ik die op termijn best weer willen maken. Na de zomer ga ik ook geneeskunde studeren in Maastricht, dus doordeweeks trainen gaat dan niet meer. Ik blijf sowieso wel lekker voetballen, want daarin kan ik mijn energie én fanatisme prima kwijt. Maar of ik dan nog altijd de drive heb om voor het eerste te kunnen en willen gaan, dat zal dan moet blijken.”

Klik op DKS’17 voor het laatste artikel van de club.

Gretige groep haalt Mark Weel naar Schoonhoven

Mark Weel verruilt komende zomer hoofdklasser VOC uit Rotterdam in voor derdeklasser Schoonhoven. Voor de oefenmeester is niveau niet zaligmakend. “Ik werk per definitie graag met spelers die zichzelf willen ontwikkelen. Daarvoor hoef je niet per se in de hoofd- of eerste klasse te zijn.”
_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097
De keuze voor Schoonhoven past bij de filosofie hoe de 47-jarige inwoner van Rotterdam-Nesselande in het leven staat. In dat leven staat het ontwikkelen en helpen van andere mensen centraal. Na jaren als gymnastiek- en wiskundedocent te hebben gewerkt in het speciaal onderwijs, is hij inmiddels alweer ruim drie actief als onderwijsmanager bij het scheepvaart- en transport college in Rotterdam. “Ik help docenten uit mijn team graag zichzelf te ontwikkelen”, geeft hij zijn drijfveer aan. “Als voetbaltrainer ben ik net zo. Ik vind het prachtig om met spelers naar een doel te werken, het voetbal op een goede manier te beleven en hen beter te maken.”

Twee dagen nadat hij bekend had gemaakt dat hij deze zomer bij VOC na vijf seizoenen zou stoppen, hing Schoonhoven aan de lijn. “Ik vind dat als je door een club wordt benaderd altijd moet gaan luisteren wat ze te vertellen hebben. Schoonhoven schetste een beeld van de ambities die het heeft. Dat sprak me meteen aan. Het klikte ook meteen.”

Helemaal nieuw is Schoonhoven niet voor Weel, want na zijn verhuizing als twaalfjarig ventje naar Schoonhoven droeg hij een paar jaar het wit en blauw van de club uit de zilverstad. Daarna scheidden de wegen echter van Schoonhoven en Weel, die via Goudse selectie bij de jeugd van Feyenoord kwam en later als senior actief was voor onder andere Olympia uit Gouda en het Haagse Triomf, dat inmiddels niet meer bestaat. DCV speelde in het voetballeven van de speler een prominenten rol. “Ik heb er twee periodes van vijf, zes jaar gespeeld. Ik wilde op mijn dertigste stoppen toen Ronald Klinkenberg mij vroeg terug te komen. Dat heb ik gedaan. Later heb ik nog heel even voor DCV-zaterdag gespeeld, maar dat was van korte duur. Na een maand of acht raakte ik geblesseerd.”

Dat zijn jonge jaren zich afspeelde in Schoonhoven en dat zijn broer er woont, speelde volgens Weel geen rol bij zijn keuze. “De spelersgroep is gretig en bereid om in zichzelf te investeren”, zegt hij. “Dat is voor mij de belangrijkste voorwaarde om in Schoonhoven te stappen.”

Hij treft naar eigen zeggen een groep aan, die goed in balans is, met een mix die bestaat uit ervaren spelers en jonge druistige talenten die het in zich hebben een volgende stap te maken. “Ik heb ze de afgelopen weken wat meer zien voetballen. De ranglijst zegt niet alles. Ik zie een ploeg die écht te laag staat op basis van de kwaliteiten die het herbergt.” Vandaar dat de ambitie van de club om de stap naar de tweede klasse te maken geen vreemde is. “Ik deel de ambitie om te promoveren. Die potentie is er. Wat teamtactiek valt er zeker nog wat te finetunen.”

De derde klasse is voor Weel, die in 2019 met VOC kampioen werd van de eerste klasse en promoveerde naar de hoofdklasse, geen open boek. “Ik ken de afdeling als trainer van Soccer Boys. Toen speelden we ook tegen Lekkerkerk, Perkouw en VVAC. Bij die laatste club ben ik zelf nog acht weken interim-trainer geweest. Binnenkort ga individuele gesprekken voeren met de spelers. Ik hoop dat de routiniers nog willen doorgaan en dat zij bereid zijn om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de jonge spelers.”

Klik op Schoonhoven voor het laatste artikel over de club.

Meisjes tellen mee bij Nieuwerkerk aldus René de Pee en Ron de Kreij

Voetbalvereniging Nieuwerkerk passeerde onlangs de grens van tweeduizend leden. Ook de meisjes-en damestak laat nadrukkelijk van zich spreken. René de Pee (61) en Ron de Kreij (48) geven als coördinator met veel plezier en toewijding leiding aan de meiden, die met elkaar tien procent van de club uitmaken.

_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097

Soms, weet De Pee, wordt het wel héél krap met de Nieuwerkerkse velden. De zestiger die een aantal jaar terug met pensioen ging, werpt een blik naar buiten, waar jonge voetballers volop trainen. “We hebben zeven velden en dat is wel nodig ook”, zegt De Pee, die in Vlaardingen opgroeide en in 2008 zijn entree bij Nieuwerkerk maakte. “Op de drukste zaterdag hebben we 52 thuiswedstrijden; bizar natuurlijk. Maar met veel overleg, komen we er toch wel uit. Dat geldt ook voor het managen van de damesafdeling.”

De Pee kijkt naar De Kreij, die op deze donderdagavond al om zes uur op de club was. De trainer van de MO19-1 brengt heel wat uren door in de kantine en op het veld. “Toen mijn dochter Michelle hier ging spelen, ben ik me gaan ontwikkelen als trainer”, zegt De Kreij, die de meiden samen met Wim van der Male traint. “Ik was al vanaf mijn achtste lid als voetballer en heb het derde elftal gehaald. Ik ben meegegroeid met het team van Michelle en heb mooie successen met de meiden mogen vieren. Een paar kampioenschappen, een bekerwinst. Het is een fijn team dat in de hoofdklasse speelt.”

Dominos_voorjaar2021

Met het niveau van de meisjesteams zit het over het algemeen wel goed, weten de coördinatoren. Paradepaardjes zijn de MO17-2 en de eerder genoemde MO19-1. De afgelopen jaren hield de groei van de meisjestak gelijke tred met die van de club in zijn totaliteit. “We hebben meer dan tweehonderd voetballende meiden”, zegt De Pee, niet zonder trots.

Het is ook daarom dat hij samen met De Kreij sturing geeft aan een ongeveer dertig koppen tellende groep van trainers en leiders. Laatstgenoemde houdt zich vooral met voetbaltechnische zaken bezig, terwijl de Pee een meer organisatorische rol vervult. “Ik heb zelf nooit gevoetbald, ik ben van oorsprong een judoman”, lacht De Pee. “Maar ik ben hier terechtgekomen doordat mijn stiefzoon Rico hier voetbalde. Ik heb Nieuwerkerk leren kennen als een gezellige vereniging, waar ook ruimte is om op een goed niveau te presteren. De één is nu eenmaal wat fanatieker dan de ander. Ron bijvoorbeeld, is superfanatiek.”

De Pee lacht opnieuw en ziet De Kreij instemmend knikken. Winnen is niet voor iedereen heilig, maar de trainer van de MO19-1 mag graag met de drie punten van het veld afstappen. “Ik ben chagrijnig als we hebben verloren. Vooral als het niet op een eerlijke manier is gegaan. We speelden ooit een uitwedstrijd bij een club en kregen een doelpunt tegen, ongelooflijk. Ten eerste kreeg de tegenstander een strafschop, terwijl het duidelijk een achterbal was. Vervolgens kende de scheidsrechter de goal toe, terwijl de bal niet over de doellijn was gegaan. In de kantine heb ik me in de bestuurskamer toen flink laten gelden na afloop. Ik werd vriendelijk verzocht zo snel mogelijk naar huis te gaan.”

De Kreij, wiens dochter Michelle als midmid fungeert, verricht ook andere taken bij Nieuwerkerk. Hij assisteert Martin de Graaff in de clubwinkel en regelt samen met hem voor de hele club materialen en kleding. “Het is veel, maar gelukkig doe ik alles met andere mensen samen. Je moet het tenslotte met z’n allen doen. Het zou fijn zijn als we voor de meisjeswedstrijden meer scheidsrechters ter beschikking zouden hebben. Helaas fluiten sommigen liever de jongens.”

Drie jaar terug meldden vier meiden van SVS zich bij Nieuwerkerk aan en kwamen het team van De Kreij versterken. Het waren goede aanwinsten, op wie je kunt bouwen in wedstrijden tegen clubs als Sparta en Barendrecht. Dat spelers soms van club wisselen, is welbeschouwd onvermijdelijk. “Wij doen daar niet moeilijk over”, zegt De Pee. ‘’We hebben een paar heel grote verenigingen in de regio en dan heb je soms nu eenmaal overloop. Het komt geregeld voor dat meiden na een jaar terugkeren omdat ze het bij hun nieuwe club toch niet leuk vonden. Nou, dan zijn we hier goed bezig, denk ik dan maar. Helaas speelt het eerste damesteam niet zo hoog, vijfde klasse. De senioren kunnen wel een kwaliteitsimpuls vanuit de jeugd gebruiken volgend jaar. We gaan rustig overleggen hoe dat het best kan gebeuren. We krijgen trouwens ook een zondagteam, heel fijn.”

Klik op VV Nieuwerkerk voor het laatste artikel van de club.

 

Voetbal Technisch Jeugdcoördinator Diederik Timmermans maakt werkt van CKC’s toekomst

CKC staat de komende jaren voor tweetal grote uitdagingen: de doorvoer naar de selectie op gang houden en meer jong talent naar de Giraffestraat lokken. Voetbal Technisch Jeugdcoördinator Diederik Timmermans maakt werkt van CKC’s toekomst.

_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097

Heel af en toe wil de 32-jarige IT-consult zich zelf nog in het zwart en wit van CKC hijsen. Als dispensatiespeler geeft hij zijn beste ik bij de veteranen van de club, die meedoen aan de 7 tegen 7-competitie.

“Ik hobbel mee”, zegt Timmerans, voor wie zelf voetballen allang geen prioriteit meer heeft. “Al zou ik het nog willen om in een regulier elftal te spelen, zou ik daar geen tijd voor hebben. Mijn agenda zit iedere zaterdag vol.”

Vaak is hij al vroeg op de club. “Ik ben naast voetbal technisch jeugdcoördinator ook assistent-trainer van het eerste elftal en train samen met een andere trainer ook de onder negentien. Aangezien ik nooit meteen de deur van de kantine achter me dichtgooi na een wedstrijd van het eerste, ben ik nooit echt vroeg thuis.”

Er is werk aan de winkel bij CKC en daarom werd Timmermans, die een kind is van de club, door het bestuur begin 2021 aangesteld in zijn functie als jeugdcoördinator. CKC liet daarmee zien dat het de club menens is en dat het een stevige basis wil neerzetten voor de toekomst. “Bij CKC zijn prestaties en gezelligheid belangrijk. Dat gooien we zeker niet overboord”, zegt Timmermans. “Als club zijn we echter wel bewust van het feit dat we meer moeite moeten doen om de club te blijven die we willen zijn. Dat is een eerste elftal met jongens met het CKC-dna. Het is ons vaak gelukt om goede spelers op te leiden, maar dat biedt geen enkele garantie voor de toekomst.”

Dominos_voorjaar2021

Timmermans heeft een forse kwaliteitsslag in de jeugdopleiding voor ogen. “Daarom ook proberen we jongens uit de selectie warm te maken om een selectie-elftal in de jeugd te gaan trainen. We hebben er inmiddels al een stuk of vijf lopen. Een betere opleiding begint bij het niveau van de trainers.”

Het is volgens Timmermans een beginnetje. “Voor mijn gevoel zijn we net begonnen, want door corona konden we onze plannen nog niet echt goed ten uitvoer brengen. Ik vind het belangrijk dat kinderen bij CKC met plezier voetballen, maar zich ook op hun eigen niveau kunnen ontwikkelen. Natuurlijk hebben we als club sportieve ambities die we graag willen waarmaken, maar het begint met plezier en een veilige en leuke omgeving.”

Daarvoor is het ook van belang, zo stelt Timmermans, dat ouders en kinderen CKC weer weten te vinden. “De tijd dat de spelertjes in de rij voor de poort stonden om lid te worden ligt al enige tijd achter ons. De aanvoer vanuit ’s-Graveland van nieuw talent is opgedroogd. Waar er vroeger acht E-elftallen hadden, hebben er de laatste jaren nooit meer gehad dan twee. We zijn ons als club ervan bewust dat er ook op dat gebied meer moet gebeuren. We hebben een projectgroep opgericht, waarvan ik zelf ook lid ben.”

Timmermans dient zo veel belangen. Hij realiseert dat een jeugdopleiding met meer structuur niet van vandaag op morgen is gerealiseerd. Op korte termijn hoopt hij wel een ander doel te bereiken: promotie met CKC 1  naar de derde klasse. “We zitten in een titelrace verwikkeld met Groeneweg. Ik hoop echt dat het dit seizoen lukt. We zijn toe aan de derde klasse.”

Klik op CKC voor het laatste artikel van de club.

 

René ter Braak maakt plaats voor ‘frisse wind’

René ter Braak (52) zwaait na een ambtstermijn van ruim tien jaar af als voorzitter van Bergambacht. In die periode zette de vereniging verschillende prestaties neer waarop hij trots is. Zijn eerste twee jaar, vertelt de preses, hadden best wat voeten in aarde.
_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097
De voetbalclub waarvoor ook Wim Kok en wijlen Antonie Kamerling ooit uitkwamen, was tot op het bot verdeeld toen de in Oldenzaal opgegroeide ter Braak zijn intrede deed als voorzitter. ‘’Na mijn diensttijd ben ik in het westen gaan wonen, onder meer in Stolwijk”, ze begint hij zijn verhaal. ‘’Toen ik met een Bergambachtse trouwde, raakte ik vergroeid met dat dorp. Ik was bestuurslid bij de tennisvereniging en werd benaderd om voorzitter van de voetbalclub te worden. Er waren twee kampen binnen de club, omdat een gedeelte op zaterdag wilde spelen, en een ander gedeelte op zondag.”

De senioren van Bergambacht speelden tot die tijd zowel op zaterdag als op zondag selectievoetbal en maakten met z’n allen door middel van stemming de overstap naar de zondag. Het zorgde voor scheve gezichten bij de liefhebbers van de zaterdag, waardoor sommige mensen geen woord meer met elkaar wisselden. ‘’Omdat ik van buitenaf kwam en geen lang verleden bij de club had, werd mij gevraagd de eensgezindheid binnen de club te herstellen. Ik heb zelf nooit bij Bergambacht gevoetbald en had dus geen voorkeur voor een bepaalde speeldag. Toen we na anderhalf jaar zondag selectievoetbal moesten constateren dat we geen fatsoenlijke hoofdmacht meer op de been konden brengen, hebben we als bestuur samen met de jaarvergadering besloten dat we naar de zaterdag teruggingen. Daarnaast ben ik begonnen mensen weer dichter bij elkaar te brengen.”

Eén van de instrumenten die ter Braak hanteerde, was het structureren en kanaliseren van het werk dat vrijwilligers verrichten. ‘Veel mensen deden wel wat voor de club, maar hadden geen duidelijke en afgebakende taak. We hebben meer commissies opgericht en dat werkte goed. Als mensen een officiële functie hebben met een kleinere maar duidelijke taak, blijven ze vaak langer behouden voor de vereniging. Bovendien wordt beter inzichtelijk welke meningen er allemaal binnen de club zijn.”

Ter Braak, in het dagelijks leven supply chain manager bij computergigant Dell, wist door zijn werk wat het is om leiding te geven. Met behulp van een leger enthousiaste mensen en mede bestuursleden zette hij in de jaren na de organisatorische herstructurering enkele fraaie mijlpalen neer. “Waar ik trots op ben, is dat we een heel groene vereniging zijn geworden. We hebben nieuwe kleedkamers gekregen en ook een zo goed als nieuwe kantine, en maken gebruik van LED-verlichting en zonnepanelen. Buiten het feit dat het voor het milieu goed is geweest, hebben we flink op energiekosten bespaard. De gas-en elektriciteitsprijzen zijn flink gestegen de laatste jaren, maar daar hebben we ons gelukkig tegen gewapend.”

Ook het in het leven roepen van een normen-en waardencommissie was een voltreffer. ‘’We hebben een handboekje opgesteld waarin staat welk gedrag we van onze leden verwachten. Op een kinderlijke manier haast staan de normen en waarden beschreven, maar het heeft heel goed gewerkt. Vroeger hadden we nog weleens te maken met grote monden en opgeschoten jeugd die zich misdroeg. Het aantal incidenten op dat vlak, is bijna tot nul gedaald.”

Het is nu eenmaal fijn wanneer mensen elkaar met respect bejegenen, weet ter Braak. Presteren is mooi, maar een veilig sportklimaat minstens zo belangrijk. ‘’Dat neemt niet weg dat we graag goede resultaten behalen. Wat dat betreft, is het goed geweest dat de jeugd een belangrijke plaats heeft gekregen. Bergambacht heeft bijna zeshonderd leden en daarvan zijn een grote meerderheid jonger dan achttien jaar. De jongeren vormen dus het belangrijkste deel van de club.”
Dominos_voorjaar2021René ter Braak
Ook de baromzet nam flink toe onder leiding van ter Braak, wiens zoons Jort en Niek in respectievelijk de Onder 17-1 en de Onder 15-2 spelen. Al met al ziet het er goed uit voor de voetbalvereniging uit de Krimpenerwaard. Of ter Braak heeft moeten wennen aan de mentaliteit in het westen? “Nee hoor, het verschil met Twente is niet zo groot. In Twente staat men wellicht wat meer open voor invloed van buitenaf.”

Met betrekking tot zijn opvolging is ter Braak kraakhelder. “We zijn al anderhalf jaar bezig een nieuwe voorzitter te vinden, maar dat blijkt best lastig. Ik hoop dat we die snel vinden, het is na dik tien jaar tijd voor een frisse wind. Ik blijf zelf wel actief bij Bergambacht en maak deel uit van onder meer de sponsorcommissie en de jubileumcommissie. We bestaan volgend jaar ook nog eens negentig jaar en dat moet natuurlijk goed gevierd worden.”

Klik op Bergambacht voor het laatste artikel over de club.

‘Champions League’ kweekvijver van Excelsior

De Champions League fungeert als kweekvijver voor het reguliere pupillenvoetbal bij Excelsior. Een ‘transfer’ van Manchester City of Paris Saint Germain naar de Kralingse club vindt aan de lopende band plaats.

_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097

Saïda Igalla, de onlangs aangetreden coördinator mini-voetbal van Excelsior, is trots op de manier waarop de club het ukkenvoetbal heeft ingericht. Al een groot aantal jaren wordt met succes een drieledige competitie georganiseerd, die behalve uit de Champions League bestaat uit een WorldCup en Europa League.

“De competitie waarin de kinderen uitkomen hangt af van hoe oud ze zijn”, legt Igalla, moeder van twee bij Excelsior voetballende zoons, uit. “De World Cup is voor vijf- en zes-jarigen, de Europa League voor zeven jaar en Champions League voor zeven en acht jaar. De leeftijd bepaalt vornamelijk in welke competitie iemand speelt, maar we kijken vooral ook naar de individuele ontwikkeling van een spelertje of speelstertje. Als hij of zij toe is aan een stapje hoger zullen we dat niet laten. Dat doen we wel altijd in overleg met de ouders.”

Het mini-voetbal van Excelsior geniet al enkele jaren een grote populariteit. “We zitten ook dit jaar weer aan onze maximum aantal teams”, zegt Igalla. Dat betekent voor de World Cup acht teams en voor de Europa League en Champions League allebei zes teams. De wedstrijden worden op zaterdagmorgen op een kwart veldje gespeeld. “De World League speelt twee keer tien minuten, de andere twee competities twee keer vijftien minuten. We hebben iedere zaterdag een speelronde waarin alle teams in actie komen. Daarnaast hebben we op woensdagmiddag een training voor alle teams.”

Dominos_voorjaar2021

“We adviseren ouders om hun kinderen al op hun vierde, vijfde in te schrijven”, vervolgt Igalla. “Meer dan het huidige aantal teams kunnen we eigenlijk niet kwijt. Er worden op zaterdag ook veel andere jeugdwedstrijden gespeeld. We hebben daardoor de beschikking over maar één veld.”

Volgens Igalla zijn de drie interne competities een ideale manier om op een speelse manier kennis te maken met voetbal. “Ouders worden ook meteen betrokken bij de club. Vrijwel alle teams worden getraind door ouders. We streven er altijd naar om een trainer en nog een ondersteuner per team te hebben.”

In de World Cup vertonen zaterdag toplanden als Brazilië, Spanje en Italië hun kunsten. In de Europa League zijn dat Benfica, KV Mechelen en andere clubs over de grens. In de Champions League maken Manchester City, Juventus en AS Roma de dienst uit. “Alle teams spelen ook in het tenue van de club”, zegt Igalla. “Dat vinden ze natuurlijk geweldig. De clubs zijn willekeurig gekozen. Na een jaar of drie, vier, als de tenues aan vervanging toe zijn, kijken we welke clubs in zijn.”

In de Champions League van Excelsior spelen geen Nederlandse clubs en ook Excelsior zelf is niet van de partij. “Een beetje wel”, vult Igalla aan. “Op alle shirts staat het clublogo van Excelsior. Feyenoord, Ajax en PSV ontbreken inderdaad. Ik heb geen idee waarom, maar ik kan me zo voorstellen dat dat bewust is om gedoe te voorkomen. Als je als jongetje Feyenoord-fan bent, ben je niet erg gelukkig als je een heel seizoen in een Ajax-tenue moet lopen, haha.”

Klik op Excelsior voor het laatste artikel van de club.

Strijd om Knook Intra Dilettant Cup terug

Met het verdwijnen van de laatste coronamaatregelen is er ook weer ruimte voor de strijd om Dilettant Cup. Het toernooi, dat voor de vierde keer wordt gesponsord door Knook Infra- bedrijf van hoofdtrainer Edward Knook- , staat dit jaar voor het eerst sinds 2019 weer op de agenda.

“We keren in alle hevigheid terug”, zegt toernooiorganisator Sebastiaan van der Wal over het evenement, dat op zaterdag 18 en zondag 19 plaatsvindt op het complex van de club uit Krimpen aan de Lek. “Ik merk dat iedereen op de club weer enorm uitkijkt naar het toernooi. Het is te lang stilgeweest bij Dilettant.”

Dominos_voorjaar2021

De Dilettant Cup werd in 2015 voor de eerste keer gehouden. Van der Wal, de huidige secretaris en wedstrijdsecretaris van de club, richtte samen met twee ouders van jeugdspelers hiervoor een speciale stichting op. “De stichting werft zelf ook zijn eigen inkomsten via sponsoring”, zegt Van der Wal. “We hebben alltijd tussen de dertig en vijfendertig sponsors, van een grote sponsor tot mensen die 25 euro doneren. Het doel is om ook nog wat onder de streep over te houden. Dat geld is bestemd voor een goed doel voor de jeugd van Dilettant.”

Het doel van het toernooi was destijds een groot eigen toernooi op te zetten. “Die opzet hebben we nog steeds. Al onze eigen jeugdteams doen mee, van de minijeugd tot en met de JO17. We hebben vier dagdelen en poules van vijf.”

Nieuw dit jaar is dat de meisjes zaterdagmiddag in actie komen. “We hebben de afgelopen jaren flink wat meisjes bij de club gekregen. We hebben die teams gekoppeld op zaterdagmiddag. Dat wordt dus echt een meisjesmiddag.”

_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097

De organisatie is hard bezig om alle poules te vullen. “Normaal gesproken hadden we nu al vol gezeten met de teams”, zegt Van der Wal. “Nu kijken een aantal verenigingen nog even de kat uit de boom vanwege corona. Maar ik ben ervan overtuigd dat we ook dit jaar weer vol raken, zeker nu alle coronamaatregelen zijn geschrapt.”

Vanwege corona verwacht Van der Wal dit jaar geen buitenlandse deelname. “Meestal is er wel een Belgische ploeg aanwezig. Die buitenlandse deelname maakt het toernooi nog wat aansprekender, maar ik denk dat het er dit jaar niet inzit. Ik denk dat clubs nog een beetje huiverig zijn met die corona om de grens over te gaan.”

Er blijven genoeg mooie teams over. “Oliveo uit Pijnacker komt, maar ook onze buren van Spirit en Lekkerkerk. We verwachten in totaal 950 spelers en speelsters verspreid over negentig teams. We zijn nu volop bezig om onze vrijwilligerskorps te mobiliseren.”

Voor informatie en aanmelding voor de Krook Infra Dilettant Cup toernooi.dilettant@gmail.com.

Klik op Dilettant voor het laatste artikel van de club.

De zondag leeft nog bij Lekkerkerk

Voor Jim Mak (34) en Cor van der Wouden (35)  is de zondag de vaste voetbaldag. Waar alle seniorenteams van VV Lekkerkerk inmiddels zijn verhuisd naar de zaterdag blijft Lekkerkerk 2 als enige team op de tweede dag van het weekeinde rustig doorballen. “Voor ons is de zondag heilig.”
_NEW_Fysiotherapie Rozenburcht_250097
Het team van de aanvoerder Mak en reserve-aanvoerder Van der Wouden is dan wel het enige zondagteam, maar dat wil niet zeggen dat het het cijfertje ‘1’ mag hanteren achter de clubnaam. “Dat mag alleen als je in de A-categorie speelt”, legt Van der Wouden uit. “En wij doen dan niet, we spelen in de reserve zesde klasse.”

“We zijn wel jarenlang Lekkerkerk 1 geweest”, reageert Mak. “Dat klonk beter, kon je stoer op feestjes en verjaardagen vertellen dat je in het eerste zat. Haha. Schijnbaar mag dat nu niet meer van de KNVB.” Het achtervoegsel ‘2’ doet vermoeden dat Lekkerkerk meerdere teams heeft voetballen op zondag, maar dat is dus niet zo. “We hebben het rijk helemaal alleen”, zegt Mak. “Dat wil overigens niet zeggen dat het op ons terrein een dooie boel is. Er is altijd wel reuring. Er traint elke zondag ook een trainingsgroep van wat oudere speelsters en ook de veteranen-vrouwen trainen. De kantine en bar zijn gewoon open. We kunnen lekker ons pilsje drinken.” De aanvoerders voelen niet de drang om met hun elftal naar de zaterdag over te stappen. “Iedereen vindt het prima zo”, zegt Mak. “We spelen al jaren met elkaar. Onze week is ingericht om op zondag te voetballen.”

Dat beaamt Van der Wouden, die twee jaar in een zaterdagelftal speelde. “Dat kwam doordat mijn vriendin ook speelde. Op de zondag. Dat was niet te organiseren met de kinderen. Vandaar dat ik twee seizoenen op zaterdag heb gespeeld. De vrouwen zijn vorig seizoen overgestapt van zondag naar zaterdag en dat maakte voor mij de weg vrij om weer terug te keren.”

“We zijn ooit begonnen als Lekkerkerk 4” vervolgt Van der Wouden. “Daarna werden we het derde en toen de selectie naar de zaterdag verhuisde zelfs het eerste. In al die jaren is het elftal ook best wel veranderd. Er zijn continue spelers weggegaan en bijgekomen. We hebben nu achttien vaste spelers. Dat lijkt veel, maar is best wel krap.” “Wij hebben jongens die onregelmatig werken, we hebben te maken met vakanties en een paar mooiweervoetballers”, vult Mak aan. “We moeten regelmatig aanvullen van andere teams. We moeten altijd lenen van zaterdag. Gelukkig zijn er altijd wat jongens bereid om ons te helpen.”
Dominos_voorjaar2021“Voor het mooie mag er best wel wat bij”, wil Mak graag dat er een oproep wordt gedaan. “Een keeper kunnen we goed gebruiken, want we hebben geen vaste”’, voegt Van der Wouden toe. Mak: “Veel eisen hebben we niet hoor. We spelen voor de gezelligheid.” Hoewel, als de mannen op het veld staat wordt er wel alles aan gedaan om te winnen. “Wij draaien best aardig”, weet Van der Wouden. “We staan momenteel tweede. Kampioen hoeven we niet te worden hoor. Ik denk dat wij in te schalen zijn als de nummer vier van de klasse waarin we spelen, achter Haastrecht, Stolwijk en Cabauw.”

Van der Wouden en Mak maken samen de opstelling en zijn ook verantwoordelijk voor de tactiek. Mak: “Op maandag stuur ik er een appje uit wie die zondag erop er is.”

Van der Wouden: “Het mooiste is als we vijftien man hebben. Dan kunnen we lekker doorwisselen.”Het tactische systeem wordt door alle spelers tot in de puntjes beheerst. “Dat zou wel moeten, want we spelen al jaren 4-4-2, met een middenveld met de punt naar achteren. Ik ben die punt.”

Klik op Lekkerkerk voor het laatste artikel over de club.

9 vragen aan Sjoerd Mossou

Wie kent hem niet? Bredanaar Sjoerd Mossou (43). Een graag geziene gast en spreker bij menig sportgerelateerde radio- en televisieprogamma’s. En nu zelfs zijn eigen serie. Bekend om zijn goudeerlijke columns voor het AD. Of televisieoptredens met een uitgesproken mening. Schrijver, voetbalkenner, sportjournalist, prijswinnaar, vader van twee kinderen, mede-oprichter van het voetbalmagazine SANTOS en auteur. Wat kunnen we nog meer van hem verwachten in 2022? Tijd om daarachter te komen.

Quotes:

De nieuwe Van Breukelen, of John Karelse, wilde ik als kind dolgraag worden natuurlijk”

“Columns en een boek schrijven, televisie-series maken, veel reizen: ik kan me geen leukere baan voorstellen”

“Er is in Nederland bijna geen club die zo alom geliefd is in een stad als NAC

“Bredanaars zijn trots. Ze denken oprecht dat Breda het epicentrum van de wereld is, de mooiste stad op aarde. Prachtig vind ik dat”

1: Wanneer begon bij jou de interesse in voetbal te groeien? En wilde je niet liever zelf de nieuwe Van Breukelen worden in plaats van journalist?

“In december 1988 kregen wij thuis onze eerste VHS-videorecorder, op Sinterklaasavond. Ik kreeg er één videoband bij: die met de hoogtepunten van het EK’88. Ik was al gek van voetbal, maar dat was toch wel een bepalend moment, denk ik achteraf. Die videoband heb ik letterlijk grijsgedraaid, iedere dag opnieuw, om de doelpunten daarna vaak te gaan imiteren op het trapveldje aan de overkant.  Het commentaar van Theo Reitsma en Evert ten Napel kende ik al snel woord voor woord uit mijn hoofd. En ja, de nieuwe Van Breukelen, of John Karelse, wilde ik als kind dolgraag worden natuurlijk. Maar zo rond mijn vijftiende, toen een stage bij NAC op niks was uitgelopen, had ik er eigenlijk wel vrede mee dat het niet ging lukken. Ik heb nog wel het eerste van JEKA gehaald hè. Ook best leuk.”

2: Je liefde voor NAC zit diep, waar komt deze clubliefde vandaan en hoe zou je die omschrijven?

“Dennis Bergkamp zei het ooit mooi: ‘In de kern is clubliefde het gevoel dat je ergens thuishoort.’ Zo zie ik het ook een beetje. Ik ben geboren in Breda, kom al van kinds af aan bij NAC. Mijn vader en mijn opa hadden ook al een seizoenkaart, mijn zoon van dertien inmiddels ook. Al mijn vrienden gaan ook al jaren naar NAC. We zitten tegenwoordig bij elkaar in Vak B7, vaak met de kinderen erbij. Dat is wat de club voor mij betekent: het is een heel waardevol sociaal bindmiddel. NAC hoort gewoon een beetje bij het leven, en het mooie is dat dat voor vele duizenden Bredanaars geldt. Er is in Nederland bijna geen club die zo alom geliefd is in een stad, dwars door alle bevolkingslagen heen, van de Gampel tot Ulvenhout. Dat vind ik mooi.”

3: Wat is jouw meest memorabele doelpunt ooit?

“Dat is best lastig kiezen, want ik heb er drie. De solo van Wanny van Gils met NAC tegen Eindhoven in 1989. De volley van Marco van Basten tegen de Sovjet-Unie in 1988. En de dribbel van Diego Maradona tegen Engeland in 1986. Het zal geen toeval zijn dat die doelpunten alle drie dateren uit mijn kinderjaren, van mijn achtste tot mijn elfde ongeveer. Dan sla je vaak je dierbaarste herinneringen op, zeggen ze.”

4: Afgelopen jaar heb je het boek ‘Op zoek naar Maradona’ geschreven. Waar komt die liefde voor Maradona vandaan?

“Maradona heb ik altijd de meest fascinerende voetballer ter wereld gevonden. Omdat hij ongelooflijk goed was natuurlijk, maar ook om zijn duistere randjes, zijn ondergang, en om de totale gekte die hij overal ter wereld losmaakte. Er bestaat in mijn ogen geen betere voetballer om een boek over te schrijven: Maradona was een genie, een gek, een God, een rebel en een soort van levende magneet voor foute types. Ik had de plannen voor het boek al heel lang en had sommige stukken al geschreven. Toen hij eind 2020 overleed, realiseerde ik me dat ik niet meer kon wachten om het boek eindelijk af te maken. Een enorme klus, maar ik kijk er met heel veel plezier op terug.”

5: Voor de nieuwe serie ‘Ontdek de eredivisie’ trok je het halve land door op zoek naar de mooiste voetbalplekken van Nederland. Wat is jouw ultieme voetbalstad en waarom?

“In de wereld bedoel je? Londen is al heel lang mijn grote favoriet, maar Buenos Aires slaat echt alles. Daar is het voetbal zó diepgeworteld, dat je er bijna overal over struikelt. Iedere buurt heeft zijn eigen club en zijn eigen stadion. In ieder café of restaurant hangen voetbalsouvenirs, niet zelden met een verwijzing naar Maradona. Argentijnen ervaren voetbal als iets semi-religieus, het is daar echt een onmisbaar onderdeel van de cultuur. Met mijn beste vrienden zijn we er twee keer geweest, onvergetelijke reizen. Voor de ESPN-serie ‘Ontdek de eredivisie’ zijn we uiteraard in Nederland gebleven, ook dat was erg leuk om te doen. Ook hier vind je verrassend veel toffe plekken – en dan blijft Breda toch favoriet natuurlijk. Cafetaria Schraven, de Bommel, de Beatrixstraat, het NAC Museum: allemaal prachtig.”

6: Ik hoorde in de wandelgangen dat jij een grote collectie voetbalshirtjes hebt! Wat is je mooiste vondst en wat zou je nog dolgraag aan je collectie willen toevoegen?

“Mijn collectie is best wel overzichtelijk: ik verzamel oude NAC-shirts uit de jaren ’70, ’80 en ’90. En Italiaanse shirts uit de jaren ‘80, de meesten van Napoli en Maradona. Het NAC-shirt uit 1979, met het grote oude logo op de buik, is wat mij betreft het mooist. Van Maradona heb ik hetzelfde regenjack als hij droeg bij die beroemde warming-up op het nummer ‘Life is live’. Die jasjes zijn heel zeldzaam. Als ik nu nog één shirt zou mogen kiezen? Dan het blauwe shirt dat NAC droeg in de bekerfinale van 1973. Daar zou ik een moord voor doen.”

7: Er is natuurlijk van alles naar buiten gekomen de laatste tijd in de media over machtsmisbruik. Is dit iets wat je ook in de voetbalwereld terugziet? En heb je een concreet voorbeeld?

“Dat zou je eigenlijk aan iemand als Hélène Hendriks moeten vragen. Zij houdt zich als vrouw heel knap staande in een typische mannenwereld. Er zijn in het voetbal allerlei misstanden, maar machtsposities van mannen tegenover vrouwen zijn vrij zeldzaam denk ik. Ik heb professioneel gezien voor zeker negentig procent met uitsluitend mannen te maken, wat dat betreft is het niet te vergelijken met de entertainmentwereld. Over voetballers bestaan wel allerlei wilde verhalen natuurlijk, maar dat speelt zich over het algemeen ver buiten het stadion af. Dat is echt iets voor de privé- en roddelrubrieken. Ik ben eerlijk gezegd blij dat ik me daar niet in hoef te verdiepen.”

8: Waar ben je in de afgelopen vijf jaren het meest trots op wat je hebt bereikt?

“Poeh, daar vraag je me wat. Trots is een groot woord, maar ik ben wel ongelooflijk blij dat ik heel veel dingen kan doen die ik écht leuk vind. Columns en een boek schrijven, televisie-series maken, veel reizen: ik kan me geen leukere baan voorstellen. Met één kanttekening. Ik heb van mijn hobby – voetbal – weliswaar mijn beroep gemaakt, je raakt als het ware ook een stukje van je hobby kwijt. De voetbalwereld is ook een knullig, best wel ontnuchterend wereldje. Er lopen ongelooflijk veel koekenbakkers in rond, clubs worden vaak dramatisch geleid, het grote geld trekt heel veel foute types aan. Dat haalt de magie die ik als kind voelde voor voetbal, soms wel weg. Van de andere kant: ik kom nog steeds iedere week dolgraag in het stadion. Dat verdwijnt nooit meer.”

9: Als je alles zou mogen kiezen, wat staat er nog op je lijstje wat je graag zou willen doen?

“Ik zou nog wel een aantal reisdocumentaires over voetbal willen maken. Of dat dit jaar al gaat lukken, weet ik alleen niet. Oh ja, en we gaan komende zomer weer voor een Bier & Ballen-festival in Breda, onze semi-literaire voetbalshow die we drie of vier keer per jaar in De Bommel organiseren. Nu gaan we weer voor een grote buiten-editie, met heel veel gasten uit de voetbal- en mediawereld, live-muziek, film en meer van dat. Hopelijk kan het doorgaan, want daar heb ik misschien nog wel het meeste zin in.”

En nu we toch bezig zijn kan ik het niet laten: na jarenlang in Rotterdam gewoond te hebben, toch weer naar Breda verhuisd..waarom?

“Dat is een beetje een obligaat verhaal, maar ach: de kinderen werden wat groter, mijn vriendin en ik stuitten op een geweldig huis in Breda, en opeens was ik weer terug in mijn geboortestad. In eerste instantie moest ik wel wennen aan het idee, ik ben gek op grote steden, was ook enigszins bang voor het belegen gevoel van een ‘eindstation’. Maar het voelde eigenlijk meteen goed. Rotterdam is fantastisch, vol contrasten, dynamisch, altijd in beweging. Maar in Breda geniet ik enorm van het comfort, van het dorpse gevoel in de stad, de compacte overzichtelijkheid. Alles gebeurt hier in één tempootje lager, maar dat maakt het ook heerlijk om hier te wonen. Ik houd ook van de mentaliteit van de mensen, precies tussen Vlaanderen en de Randstad in. Bourgondisch én zelfbewust. Breda is echt een stad van levensgenieters, maar zonder dat zeurderig verongelijkte dat je in de rest van Brabant vaak aantreft. Bredanaars zijn trots. Ze denken oprecht dat Breda het epicentrum van de wereld is, de mooiste stad op aarde. Prachtig vind ik dat. En het grappige is: zodra je zelf weer in Breda bent, ga je het nog geloven ook.”

Klik op NAC voor het laatste artikel van de club.
Klik op Breda Business & Lifestyle voor het gehele magazine.