Home Blog Pagina 573

Braspenning werkt hard binnen en buiten het veld bij Hoeven

Een harde werker, op en buiten het veld. Want met een vader in de akkerbouw, is het voor Rick Braspenning van Hoeven meer dan doelpuntjes prikken. De spits van de derdeklasser hoopt ooit het bedrijf over te nemen, maar geniet voorlopig nog even van zijn minuten in het blauw. “Als ‘ons pa’ eruit rolt, moet ik erin rollen.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Maar zover is het voor de 21-jarige aanvaller gelukkig dus nog niet, want bij Hoeven heeft hij het uitstekend naar zijn zin. “Op mijn zesde ben ik begonnen, tussendoor heb ik drie seizoenen bij RBC Roosendaal gespeeld, de rest van de tijd zat ik hier.” Dat is niet voor niks. “De gezelligheid, sfeer en beleving, dat vind je hier allemaal. En je kent ondertussen ook iedereen.” Zijn overstap van de jeugd naar de senioren, verliep voor Braspenning voorspoedig, vertelt hij. “Die was eigenlijk niet zo groot, misschien ook omdat er nog meer spelers van de A’tjes toen die stap maakten.”

Bijgesteld
Dat was nodig ook. “Het elftal bestaat nu uit een paar jonge jongens, maar ook wat ouderen. Want als sommige spelers gaan stoppen, dan moeten wij er wel staan.” Met een plek in de middenmoot van de derde klasse, lukt dat voorlopig best aardig. “Daar mogen we denk ik niet over klagen. Onze doelstelling was eerst handhaving, die hebben we ondertussen wel bijgesteld.” Sterker nog: “We mochten stiekem hopen op de tweede periode, maar dat is helaas niet gelukt. Eigenlijk hebben we dat zelf een beetje verprutst.” Braspenning mikt nu op een plekje bij de eerste vijf, in een wisselvallige competitie. “De bovenste ploegen zijn voetballend sterk, maar de onderkant is vooral fysiek. Dat is voor ons nog weleens lastig, wij zijn toch wat kleiner en lichter. Onze kracht ligt meer in het voetballende gedeelte en achter de linies duiken.” Dat komt toevallig, of misschien wel niet, precies goed uit voor de inwoner van Hoeven. “Ik ben snel en heb behoorlijk wat diepgang, dus daar kan ik vaak wel van profiteren.” Met elf goals is de teller dit seizoen al aardig opgelopen, toch blijft hij kritisch. “Voor dit seizoen ging ik voor de dubbele cijfers, dus dat is gelukt. Het is netjes, maar kan altijd beter. Soms mis ik nog wat overzicht.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Werk gaat voor
Maar als Braspenning niet bezig is met verdedigers zijn hielen laten zien of doelpunten maken, staat hij dus op het land. “Als ik niet voetbal, is het thuis hard werken.” In het akkerbouwbedrijf van zijn vader, met aardappelen, uien en suikerbieten. “Twee jaar geleden ben ik gestopt met school, dat was niet mijn ding. Ik ben meer van het werken en hier is het druk genoeg.” Van maandag tot en met zaterdag. “Voor mij voelt het niet als hard werken, maar voor een ander waarschijnlijk wel.” Desondanks vindt Braspenning ergens nog een beetje tijd om assistent te zijn van de B1. “Soms merk je dat wel met de voetbal, maar het komt eigenlijk zelden voor dat ik een training moet missen. Eén keertje tot nu toe en heel misschien af en toe bij de jeugd. Ik probeer er altijd te zijn, maar werk gaat voor.” Ooit overnemen is het doel, tot die tijd geniet de doelpuntenmaker nog van het spelletje. “Voorlopig blijf ik hier gewoon nog lekker voetballen, maar als ‘ons pa’ eruit rolt, moet ik erin. Dan heb ik op zondag weinig tijd meer over…”

Klik op Hoeven voor het laatste artikel van de club.

Van Victor Valdés naar het middenveld bij RSV

Na een aantal kampioenschappen in de jeugd, maakte Stijn Kerstens aan het begin van dit seizoen de definitieve overstap naar het eerste elftal RSV. Daar speelde de jongeling zichzelf in de basis en dus bevalt die stap hem prima. “Iedereen wordt goed opgevangen, dat maakt het een leuke groep.”

Voor Kerstens voelt RSV dan ook al een tijdje als een warm bad, begint hij te vertellen. “Ik kom zelf gewoon van Rucphen, dus vanaf mijn zevende begon ik hier met voetballen. Mijn broer Thijs en vrienden zaten er al, dan is het simpel.” Al duurde dat wel even. “Wat later dan de rest, denk ik. Daarvoor voetbalde ik gewoon op straat.”

Graag de bal
En op die pleintjes, of later de veldjes, had Kerstens altijd één favoriete speler. Een opmerkelijke, kunnen we wel zeggen. “Dat was Victor Valdés, de doelman. Mijn vader was keeper, zo werd ik fan. Als we dan gingen voetballen, was ik Valdés. Ik had ook een shirtje van hem.” Maar in de voetsporen treden van zijn vader én de Spaanse oud-doelman van Barcelona, dat zat er geen moment in. “In de jeugd speelde ik altijd op ’10’, nu speel ik meer hangend aan de rechterkant. Een soort ‘rechtsmidden’.” En dat bevalt prima. “Ik kan in principe op alle posities voorin of op het middenveld uit de voeten. Ik ben graag aan de bal en in balbezit kan ik nu veel naar binnen komen.” Dat doet de technische Kerstens dan ook gretig. “Haha, ik maak best wel de nodige meters…” Ook buiten de lijnen heeft de achttienjarige middenvelder het uitstekend naar zijn zin. “Gezelligheid staat hoog op het lijstje. We hebben een gezellig team, met ook nog wat vrienden uit de jeugd.” Aan die periode heeft de inwoner van Rucphen sowieso goede herinneringen. “We hadden echt een leuke lichting, onder meer in de JO19. Middenmoot tweede klasse. Een paar keer zijn we kampioen geworden en onze ouders stonden altijd langs de lijn, dat was een leuke tijd.”

Veel schoppen
Maar begin dit seizoen kwam er aan die tijd dus een einde, toen Kerstens de overstap maakte naar het vlaggenschip van de vierdeklasser. “Vorig jaar zat ik al een keer of drie op de bank en mocht ik invallen, nu zit ik er vast bij.” En dat is wennen. “In de jeugd was je natuurlijk veel beslissender, maar voetballend is het wel te doen. Alleen fysiek en conditioneel is het een behoorlijke stap, je krijgt nogal wat trappen!” Toch heeft hij die omschakeling moeiteloos gemaakt, want op één uitzondering na, vinden we Kerstens tot nu toe altijd terug in de startopstelling. Daarover heerst tevredenheid, over de prestaties een stuk minder. “De resultaten vallen gewoon tegen, het is nu hopen dat we in de vierde klasse kunnen blijven. Daar heb ik alle vertrouwen in.” Waar ligt het aan? “We hebben best wel veel blessures gehad, dus dan is het lastig om ingespeeld te raken. Die jongens beginnen nu weer fit te worden, dus hopelijk scheelt dat.” Met een groep die bestaat uit een vijftal doorgeschoven spelers van de JO19, aangevuld met wat ervaring, heeft Kerstens maar één doel: nacompetitie ontlopen. “Nu moeten we gewoon puntjes blijven pakken, want ik vind dat we echt in deze competitie thuishoren.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Belangrijk worden
En dat zegt hij niet voor niks. “Voetballend doen we echt niet voor ze onder, maar we scoren te weinig. De laatste wedstrijden creëren we meer kansen, maar hebben we ook een aantal keer gewoon pech gehad. Een combinatie van die twee dingen eigenlijk.” Aan zijn trainer ligt het in ieder geval niet, vindt Kerstens. “Jaimy (van Wortel) doet het goed. Zijn trainingen zijn gevarieerd, hij kent al onze tegenstanders en tijdens besprekingen is hij enorm voorbereid.” Dat, samen met veel wedstrijdelementen, maakt dat het talent voorlopig nog allesbehalve denkt aan een vertrek bij RSV. “Ik vind het hier gewoon heel leuk en voetbal met veel plezier. Er valt nog genoeg te bereiken.” Want zijn ambitie is simpel. “Belangrijk worden, met doelpunten en assists!”

Klik op RSV voor het laatste artikel van de club.

Keeper Van der List van Noordhoek heeft één doel: punten pakken!

Een uitstekend weekend en dus even nagenieten van de overwinning op ‘aartsrivaal’ SVC. Goed voor het zelfvertrouwen van de ploeg, van Joël van der list, maar vooral broodnodige punten. Want de doelman van Noordhoek weet: “Dit was heel hard nodig!”
Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk
Niet alleen drie punten, maar ook de nul. Dat leidt vanzelfsprekend tot grote tevredenheid bij de keeper van de vierdeklasser. “Dat is niet vaak gelukt, terwijl het toch eigenlijk best wel goed staat…” En dat is behoorlijk frustrerend, vertelt Van der List. “Het staat als een huis, maar die één of twee kansjes gaan er dan toch iedere keer net in.”

Zit meer in
In zijn tweede seizoen bij Noordhoek kunnen de resultaten dus wat beter, maar toch is de 24-jarige doelverdediger helemaal op zijn plek. “Ik was gestopt bij Victoria’03, toen ze hier een keeper zochten. Joeri Reuvers vroeg of ik niet een keertje mee wilde trainen. Dat beviel eigenlijk meteen heel goed.” En dat is niet voor niks. “Het is een leuke en gezellige groep, maar het belangrijkste voor mij: ik heb weer plezier.” Een warm bad dus. “Een kleine, maar sfeervolle club. Iedereen staat voor elkaar klaar, daardoor voel ik me nu al thuis.”

Maar zoals gezegd, valt een plek in de onderste regionen van de vierde klasse toch een beetje tegen. “Dat is niet waar we horen te staan. We werken allemaal hard, maar hebben hier en daar toch wat pech.” Waar zit hem dat in? “Te veel kansen laten liggen, dat heeft ons al behoorlijk wat punten gekost. Het zit er wel in, maar het is er nog niet echt uitgekomen.”

Passie en strijd
Toch is het vertrouwen bij Van der List nog altijd groot. “De laatste weken pakken we steeds meer punten, de overwinningen beginnen te komen. En, alle directe concurrenten krijgen we nog.” Want het doel, dat is duidelijk. “Niet degraderen. Ik vind ook echt dat we in deze competitie thuishoren. Het gaat ons lukken!” Aan zijn eigen instelling zal het in ieder geval niet liggen. “Ik ben een fanatieke keeper, met veel passie en strijd. Veel aan het coachen, maar ook voetballend steeds beter. En ik kan slecht tegen mijn verlies, daar heb ik zo’n hekel aan.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur En dus kijkt de inwoner van Oudenbosch op tv graag naar één specifieke collega. “Buffon, dat is mijn grote voorbeeld. Die straalt altijd passie uit.” Tegelijkertijd hoopt Van der List daar wat van op te steken. “Tijdens een wedstrijd let ik altijd op de keepers. Hoe staan ze opgesteld? Hoe reageren ze?” Want aan ambities geen gebrek. “Ik zou graag nog een stapje willen maken, naar de derde klasse bijvoorbeeld. Misschien wel met Noordhoek?”

Klik op Noordhoek voor het laatste artikel over de club.

Doorgebroken Van de Wijdeven wacht lang herstel bij Internos

Pas negentien jaar, doorgebroken bij het eerste en voorheen spelend met rugnummer tien. Voor Lars van de Wijdeven kon het dit seizoen allemaal niet op. Maar net toen de buitenspeler van Internos steeds meer minuten mocht maken, ging het helemaal mis. “De ‘knak’ was bizar, alsof ik alles in mijn knie afscheurde.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

En dat laatste bleek na een MRI-scan in het ziekenhuis te kloppen. “Daar zagen ze dat mijn voorste kruisband is afgescheurd, dus dat wordt een maandenlange revalidatie.” De jongeling had vooraf zelf al niet heel veel hoop op een goede uitslag. “Ik schreeuwde het uit van de pijn, werd met een ambulance van het veld gereden.” En dat terwijl Van de Wijdeven iets deed, wat hij vermoedelijk al meer dan duizend keer heeft gedaan. “Gewoon de bal voorgeven, maar mijn knie bleef staan. Mijn been ligt nu gestrekt, in het drukverband en ik zit onder de pijnstillers.”

Lastig opladen
Dat duel met FC Bergen zal het kind van de club snel willen vergeten, want tot nu toe was het huwelijk vooral een succesverhaal. “Sinds mijn zesde ben ik hier lid, vanaf de F’jes en nooit ergens anders geweest. Het voelt als een soort thuis, loop hier al zó lang rond. Net als mijn vader.” Sinds dit seizoen maakt Van de Wijdeven ook vast deel uit van de eerste selectie, een ander wereldje, vertelt hij. “Dat was wel even aanpassen aan het niveau. De fysieke duels, maar vooral de snelheid van het spelletje.” Toch lijkt de linkspoot die omschakeling snel te hebben gemaakt. “Ik kreeg steeds meer minuten en tegen FC Bergen maakte ik mijn basisdebuut. Het ging dus de goede kant op, maar dan loopt het zo af…” Aan zijn instelling ligt het in ieder geval niet. “Een doel had ik niet echt, maar je weet dat je jezelf moet bewijzen. Het is gewoon knokken voor een plekje.” In een leuke groep, met maar één doelstelling. “Promoveren! We horen niet thuis in de vierde klasse, maar kampioen worden is nog een behoorlijk karwei. Als we winnen van MOC’17, dan zijn we er denk ik.” Maar soms is dat lastig opladen, als het ‘te makkelijk’ gaat. “De uitslagen zijn vaak hoog en fouten worden niet echt afgestraft. Veel ploegen zakken met tien man in, dat is voor niemand leuk.” En dus zijn de kwaliteiten van de linksbuiten meer dan welkom. “Behoorlijk snel, fysiek sterk en een goed linkerbeen.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Liefhebber
Dat is overigens niet altijd zo geweest, vertelt Van de Wijdeven eerlijk. “Ik ben begonnen als linksback, maar toen was ik ook behoorlijk fors en niet zo fit. Door te groeien en de sportschool heb ik dat wel ingehaald. In de A’tjes speelde ik vaak op het middenveld, als ’10’.” Zijn nieuwe positie was wennen, maar valt inmiddels goed in de smaak. “Dat is, denk ik toch wel, de plek waar ik het gevaarlijkste ben. Met een voorzet of een actie.” Voorlopig wacht het talent nog op zijn eerste treffer in dienst van het vlaggenschip, maar daar maakt Van de Wijdeven zich nog niet al te druk om. Hij geniet vooral van zijn teamgenoten. “Ik ben veruit de jongste, maar kan het met iedereen heel goed vinden. Het is ook echt een vriendengroep, tijdens carnaval zijn we nog met heel het team gaan feesten.” Vanuit zijn huis kan hij de velden van Internos nog net niet zien liggen, over een vertrek denkt hij dan ook absoluut niet na. “Die ambities heb ik nooit echt gehad, ik heb het hier veel te erg naar mijn zin.” Heel gek is dat niet, want de pechvogel is een groot voetballiefhebber, vertelt hij. “Fan van NAC, maar ook van Barcelona. Onlangs ben ik nog met een paar vrienden naar een wedstrijd geweest. Een soort bucketlist dingetje.” Behalve van Messi, geniet hij ook van De Bruyne. Iets dichterbij huis is Van de Wijdeven lovend over trainer Paul van Dijk. “Hij is heel rustig en zorgt dat we niet te gehaast gaan voetballen.” Hopend op een goed herstel, heeft hij tot slot nog één wens. “Met Internos terug naar waar we horen!”

Klik op Internos voor het laatste artikel van de club.

Willem Lambregts van DSE ging van het hoogste naar het laagste

Dat een loopbaan in de voetballerij onverwachtse wendingen kan nemen, dat is bij iedere liefhebber wel bekend. Voor Willem Lambregts van DSE is dat niet anders. De inwoner van Etten-Leur ging van hoofdtrainer van het eerste, naar trainer van de JO7. Of zoals hij het zelf met gevoel voor humor zegt: “Van het hoogste naar het laagste.”

Maar voor wie denkt dat de 33-jarige oefenmeester daar problemen mee heeft, die heeft het behoorlijk mis. Want tijdens zijn eerste seizoen bij ongeveer de jongste jeugd kijkt hij zijn ogen uit. “De kinderen zijn ‘voetbalgek’, willen alleen maar voetballen. Ze hebben geen andere zorgen, het is puur plezier.” Maar hoe raakte Lambregts daar opeens verzeild? “Het zoontje van mijn vrouw ging altijd mee naar DSE, dus wilde hij op een gegeven moment natuurlijk zelf ook op voetbal. Maar, zei hij: Wil jij dan training geven? Daar kon ik geen ‘nee’ op zeggen.”

Geen verwachtingen
Een hele omschakeling, lacht de oud-trainer van het eerste elftal. “Daar had ik me natuurlijk wel op ingesteld. Hier ben je echt bezig met de beginselen van het voetbal. Aannemen, passen en schieten, dat soort dingen.” Maar als het goed is, zie je dat later terug, hoopt Lambregts. “Door daar nu aandacht aan te besteden, is de basistechniek in ieder geval goed. Van dribbelen tot overspelen.” Want schieten, dat doe je met de wreef, toch? “We noemen dat nu ‘met de veters’, dan weten ze precies wat we bedoelen. Je ziet dat de kindjes die er vanaf het begin al bij waren, dat nu echt onder de knie beginnen te krijgen.”

Maar één ding blijft ook voor hem nog wel even wennen. “De concentratie! Na een paar minuutjes moet je echt wat anders gaan doen.” Als bonusvader geeft hij dus ook het zoontje van zijn vrouw training, hoe is dat? “Tot nu toe heel leuk, al is het soms ook wel lastig. Thuis moet hij natuurlijk al naar mij luisteren en nu ook nog op de training, haha!” Trainingen die iedere keer weer anders zijn, vertelt Lambregts. “Je moet eigenlijk geen verwachtingen hebben, want vaak gaan ze niet zoals je wilt. Dan zijn ze moe, van school of een kinderfeestje.”

Communiceren
Die vermoeidheid ligt voor hemzelf ook op de loer, want het aantal spelertjes is exorbitant gestegen. “We begonnen met zes kindjes, nu zijn er 26 lid en komen er nog zes op proef. Met 32 hebben we echt een probleem.” En dus moest er naar ondersteuning worden gezocht. “Inmiddels hebben we er twee ouders bij en drie jongens van de JO15, anders is het niet te doen. Vijf spelers per trainer is wel de max.” Helemaal omdat er natuurlijk wel wat geleerd moet worden. “Aan het einde van het seizoen ga je echt zien dat ze in een jaar veel gegroeid zijn. De bal aan kunnen nemen, schieten en een goede techniek. Die groei zie je nu al.” Heel anders dan bij de senioren, vertelt Lambregts. “Dan ben je veel meer bezig met het team en de tactiek.”

Daar was hij, na drie jaar als trainer van het vlaggenschip van DSE, stiekem een beetje klaar mee. “De jongste werd geboren en die kleine wilde voetballen, dan zou ik nog een dag extra op de voetbal zijn. Doordeweeks, maar ook het hele weekend was ik dan weg. Die motivatie had ik niet meer, het was mooi geweest.” Hij blikt terug op die periode. “Daarvoor zat ik natuurlijk ook nog vier jaar bij het tweede, dus voor mijn gevoel zat ik aan mijn houdbaarheidsdatum. Eigenlijk was het eerste seizoen bij één, meteen het beste. Daarna kwam corona.” Wat heeft hij, behalve van het gloriejaar en promotie naar de derde klasse, geleerd van zijn tijd als hoofdtrainer? “Vooral het communiceren, dat is bij de senioren eigenlijk het allerbelangrijkste. Waarom iemand niet of juist wel speelt, vooral heel veel praten en uitleggen.”
Sportbrillen-Boptics-Etten-leurUit het wereldje
En hoewel Lambregts vanuit zijn eigen carrière allesbehalve een trainingsbeest was, geniet hij daar als trainer juist ontzettend van. “Het leukste vond, en dat vind ik nog steeds, dat je iets van de training terugziet in de wedstrijd. Dat is bij die kleintjes hetzelfde, maar dan op een ander niveau.” Dat geldt eigenlijk hetzelfde voor zijn eigen prestaties binnen de lijnen. “Ik heb twee keer mijn kruisband gescheurd en de tweede keer heb ik hem niet meer laten maken. Daarom speel ik nu op een lager niveau, dat gaat prima.” Het hoofdtrainer zijn bij de senioren, mist Lambregts verrassend genoeg allerminst. “Als trainer was ik altijd te bereiken, daar zit enorm veel tijd in. Ik heb natuurlijk wel gedacht: wat wordt het, ga ik het missen? Maar met die kleine mannetjes is er gewoon weer iets voor in de plaats gekomen.”

De kans lijkt dan ook niet heel groot, dat hij ooit weer terugkeert. “Ik had mijn UEFA C, moest mijn UEFA B halen, maar daar had ik geen motivatie voor. Inmiddels heb ik dat diploma ook laten verlopen. Voorlopig heb ik die ambities niet en vind ik het wel goed zo, anders ben je ook te lang uit het wereldje.” Met de JO7 is dat duidelijk anders. “Ik ga wel mee naar de JO8, maar daarna is het denk ik wel tijd voor een andere trainer. Weet je wat het ook is? Elke vereniging heeft moeite om vrijwilligers te krijgen, als je zoon dan gaat voetballen, ben ik iemand die graag wil helpen.” Het plezier maakt het dat allemaal meer dan waard. “Je ziet die ventjes genieten. Voetbalvriendjes maken, dat is het mooiste wat er is!”

Klik op DSE voor het laatste artikel over de club.

Jordy Bollaart van Unitas’30: ‘Mijn hoogtepunt is bereikt’

Topscorer van Unitas’30, koploper van de eerste klasse is met zijn elftal gepromoveerd naar de hoofdklasse. Genoeg ingrediënten om er nog een jaartje aan vast te plakken, zou je zeggen, maar niet voor Jordy Bollaart van Unitas’30. De spits gaat zich na dit seizoen richten op het trainerschap.


Hoewel de 32-jarige aanvaller net kampioen is geworden, kijkt hij stiekem al reikhalzend uit naar zijn volgende stap. Die van jeugdtrainer. “Ik kreeg van Unitas de kans om trainer te worden van de JO23, daar heb ik enorm veel zin in. UEFA C heb ik al, mocht ik het nou echt zó leuk vinden, ga ik ook B doen.” Helemaal nieuw in het trainerswereldje is Bollaart overigens niet. “Drie jaar lang heb ik de JO14 en JO15 gedaan, dat beviel goed. Jeugd motiveren is mooi om te doen.” Dat zal volgend jaar net een beetje anders zijn. “Het gaat nu echt om spelers afleveren voor het eerste, dan moet je ook tactisch en technisch bezig zijn.”

Voetjes op de grond
Het voetbaldier, zoals hij zichzelf omschrijft, is inmiddels alweer bezig aan zijn twaalfde seizoen bij Unitas’30. “Oorspronkelijk kom ik van Lage Zwaluwe, maar toen mijn ouders naar Etten-Leur verhuisden, kwam ik na een jaartje heen en weer reizen hier terecht. Bij deze club had ik het beste gevoel en dat heb ik nog steeds.” Dat blijkt, lacht Bollaart. “Iedereen denkt vaak dat ik gewoon uit de jeugd kom hier. Ik voel me thuis, het is een soort volksclub, niemand doet uit de hoogte.” Al zou dat gezien de resultaten best een keertje mogen, maar ook Bollaart blijft met beide voetjes op de grond. “We hebben de laatste weken wat punten verspeeld, maar niemand had denk ik verwacht dat we het zo goed zouden doen. Nu kan je maar voor één ding gaan, dat is kampioen worden.”

Een verklaring voor die goede prestaties, heeft de routinier wel. “We zijn een grote vereniging, dat levert goede jeugd op. Die jonge gasten hebben echt kwaliteit.” Maar ook zelf heeft Bollaart, met bijna twintig treffers, een behoorlijk aandeel in het succes. “Ik ging eerst voor vijftien, nu hoop ik op minimaal 25.” Met een klein bedankje voor zijn buitenspelers. “Als spits ben ik niet het type dat drie man gaat passeren, ik ben wel afhankelijk van de ballen die ik krijg. Maar heb niet veel kansen nodig en kan goed koppen.”

Spelletje missen
Maar ondanks die mooie cijfers, komt er na dit seizoen dus een einde aan de voetballoopbaan van Bollaart. “Na een zware wedstrijd op kunstgras, voel ik het gewoon. De selectie is breed genoeg om een ‘nieuwe Jordy’ te vinden.” Al is dat nog niet alles. “Ik wil het moment dat ik op de bank kom te zitten voor zijn. Als ik trainer was, had ik mezelf al een paar keer wissel gezet. Gelukkig heb ik het vertrouwen gekregen en heeft het goed uitgepakt.”

En dus doet hij er de komende tijd, met bezoekjes aan de fysio, nog alles aan om fit te blijven. Aan motivatie geen gebrek. “Het laatste jaar zul je altijd herinneren. Hoe mooi is het om af te sluiten als topscorer en met een kampioenschap?” Wil hij de hoofdklasse dan nog niet even meemaken? “Dat zeggen veel mensen. Maar dan gaan we echt niet alles winnen, wordt de sfeer minder en draait het straks uit op een teleurstelling.” Toch gaat de liefhebber het spelletje enorm missen. “Zolang ik mij kan herinneren, sta ik op een voetbalveld. Een dolletje, potje voetballen, het blijft het leukste wat er is. Dat heeft de huidige generatie toch wat minder.”

Ontdekkingsreis
Die passie hoopt Bollaart komend seizoen over te dragen op zijn spelers van de JO23. “Er staat een mooie selectie, dus daar hoefde ik niet lang over na te denken. De dinsdag en donderdag zijn dan weer gevuld, gelukkig geen zwart gat, haha!” Stiekem is hij daar in zijn achterhoofd al onbewust wat meer mee bezig. “Hoe zet Ajax bijvoorbeeld druk? De laatste jaren kijk ik ook vaker naar trainers, hoe ze dingen oplossen. Negen van de tien keer komt een analyse uit, dat vind ik heel knap.”

Ook voor hem zal het een ontdekkingsreis worden. “Wat voor trainer ik ben? Nog geen idee. Die eigen speelstijl wil ik gaan creëren.” Een paar dingen neemt hij in ieder geval mee, uit zijn ervaring als speler. “Corners. Die zijn in te studeren, daar moet je er zeker drie van hebben en de bezetting voor de goal, als een buitenspeler een voorzet gaat geven.”

Klik op Unitas’30 voor het laatste artikel over de club.

Van den Kieboom wil bij Klundert eigen stijl laten zien

Als keeper was hij tijdens zijn profcarrière altijd al veel bezig met de tactiek. Dus toen Maik van den Kieboom zijn handschoenen aan de wilgen hing, wist de doelman eigenlijk al wat hij wilde gaan doen. En nadat Klundert op zoek was naar een nieuwe trainer, ging het snel. “Ik had meteen een goed gevoel, binnen een weekje was het geregeld.”

Want eigenlijk, kwam alles precies samen. “Ik was op zoek naar een jonge groep, dat past op dit moment in mijn carrière denk ik het beste bij mij. Daarnaast vind ik het ontwikkelen van spelers het leukste wat er is.” Dat is gezien de leeftijd van Van den Kieboom (30), misschien niet zo gek. “Daar heb je dan misschien toch wat meer ‘feeling’ mee.” Na zijn sollicitatie deed de club haar huiswerk, maar ook de jonge oefenmeester kwam beslagen ten ijs. “Mijn vader werkt in Klundert, is betrokken bij de voetbal, dus die heb ik natuurlijk wel het één en ander gevraagd. Daarnaast ken ik Marco (van Dijnsen) nog van NAC, dus ik hield het altijd al met een schuin oog in de gaten.”

Lef tonen
De oud-doelman van onder meer RKC Waalwijk, FC Eindhoven en Kozakken Boys is vooral blij met de kans. “Daar ben ik ze wel dankbaar voor. Voor mijn gevoel ben ik er klaar voor, maar dan moet er wel een club zijn die het ziet zitten.” Zelf ziet Van den Kieboom het in ieder geval zeker zitten. “Aan het begin van het seizoen liep ik rond bij Madese Boys, toen kreeg ik wel het gevoel dat ik meer kon dan dat.” Dat moet volgend seizoen blijken, aan zijn voorbereiding ligt het zeker niet. “Het is een jonge groep, enorm gretig en bereid om voor elkaar door het vuur gaan.” Voeg daar een duidelijke visie aan toe en succes gegarandeerd, zou je zeggen. “Ik geniet van het voetbal van ‘Barca’ in de mooie jaren en City nu. Tuurlijk gaat die vergelijking totaal scheef, maar ik wil voetballen van achteruit. Hoog drukzetten en lef tonen.” Met veel enthousiasme, maar ook discipline. “Dat neem ik vanuit het profvoetbal wel mee, dat weten ze.” Sowieso is zijn tijd in het profwereldje een vruchtbare grond voor hem als beginnende trainer. “Veel trainers gehad en veel besprekingen gezien, daar leer je natuurlijk van.” Zoals wat? “Jean-Paul de Jong was bij Eindhoven altijd bezig met de opbouw, tot in de details. Maar ook zijn bevlogenheid vond ik mooi.” Die aanpak paste wel bij hem als keeper, vertelt Van den Kieboom. “Ik dacht heel erg veel over voetbal na en was met heel het elftal bezig. Daar kon ik mijn ei in kwijt.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Beter maken
En dus zit hij, bij een confrontatie tussen Liverpool en Manchester City, een uur eerder voor de tv. “Dat is een feestje, dan wil ik alles zien!” Maar ook op kleinere schaal, kan hij genieten van een trainer. “Danny Buijs bij Kozakken Boys. Die had echt een eigen stijl, dat mensen zien wie de trainer is.” Waar komt die enorme passie vandaan? “Op mijn dertiende gaf ik voor het eerst keeperstraining, later had ik een buitenschoolse opvang en nu ben ik ook lifestyle coach.” Het zorgt voor een trots gevoel bij Van den Kieboom. “Als je mensen op een hoger niveau kunt krijgen, geeft dat voldoening. Iemand beter maken, daar doe ik het voor. Dat vind ik mooi.” En dus is hij op de achtergrond al druk bezig met volgend seizoen. “Praten met spelers, wedstrijden van Klundert bezoeken, maar ook tegenstanders bekijken. Zodat ik de competitie leer kennen.” Natuurlijk maakte de oefenmeester al kennis met zijn spelers, maar ook de voorbereiding ligt al klaar. “Toen ik begin januari tekende zei ik al: nu duurt het nog een paar maanden. Ik kan eigenlijk niet wachten.” Aan ambities geen gebrek. “Mijn ultieme doel is om hoofdtrainer te worden in de tweede of derde divisie. En misschien assistent in de profwereld, dat zou mooi zijn.” Maar Van den Kieboom weet ook: “Je kunt wel een grote mond hebben, eerst maar eens laten zien bij Klundert!”

Klik op Klundert voor het laatste artikel van de club.

In gesprek met de heren van N.I.V.O-Sparta 4

De Bommelse talenten spelen bij de mooie vereniging, N.I.V.O-Sparta. De mannen spelen al een decennia lang samen en hopen volgend seizoen éindelijk de felbegeerde beker in handen te krijgen.

De heren schoven van de jeugd door naar de senioren met één doel: als vriendengroep een elftal vormen. Inmiddels spelen ze al ruim tien jaar samen, met wat extra toevoeging van andere spelers. De ambitie van de mannen is al jaren dezelfde: blijven strijden voor het kampioenschap. Na jaren als tweede geëindigd te zijn, word het volgend seizoen tijd om het kampioenschap binnen te slepen. “Dat hangt uiteraard wel af of we een fitte selectie hebben. Helaas eindigde we dit seizoen als zesde. Mede ook door de vele blessures”, vertelt de woordvoerder.

Meerdere wedstrijden speelde de N.I.V.O-Sparta 4 mee om het kampioenschap. “Wedstrijden tegen RKTVC, BZC & Roda Boys zijn wedstrijden die blijven hangen. Die wedstrijden zijn op details beslist. De wedstrijd tegen Roda boys liep even wat anders, omdat het een streekderby is wilde beide ploegen deze natuurlijk winnen. De mannen uit Aalst werden met 10-1 naar huis gestuurd, en hebben voor het seizoen daarna gelijk een andere competitie aangevraagd”, vertelt Van den Heuvel trots.

mandemakers bannerHet elftal van de mannen heeft genoeg gangmakers en feestbeesten. De grootste lolbroek is Hugo van Wilgenburg. “Deze jongen barst van de grappen die hij zo uit z’n mauw schudt. Het mooie daarvan is, dat hij er zelf het hardst erom moet lachen!”, zegt een speler. Naast deze lolbroek bezit het elftal ook over een sfeermaker genaamd Remco van Leerdam. “Hij zorgt altijd voor de sfeer. De man zorgt in de kleedkamer voor de discolampen, zorgt dat het bier koud staat en zorgt dat we regelmatig met het team in de avonduren de stad onveilig maken. De gangmaker van het elftal”, vertellen de heren.

Als afsluister wil woordvoerder Rene van den heuvel nog één iemand in het zonnetje zetten. “Ik wil toch nog even één naam benoemen waar ik respect voor heb: Roelof Warnar. Onze opa van het elftal, inmiddels 52 jaar oud en bezig aan zijn tweede voetballeven. Als hij er moet staan, staat hij er. Naast Hugo en Remco toch wel mijn nummer drie als gangmaker/feestbeest”.

Klik hier voor het laatste artikel van N.I.V.O.-Sparta.

Transfertalk met Sonny Brouwer van VFC

Sonny Brouwer is momenteel doelman bij VFC uit Vlaardingen. In het verleden heeft de doelman voor een andere Vlaardingse club gespeeld namelijk VV Zwaluwen. Hier maakte hij zijn debuut in een selectie elftal. Vanaf volgend jaar is de sluitpost te bewonderen bij CION.
ZZP_Timmerteam
De 22-jarige Sonny Brouwer was achttien jaar toen hij zijn debuut mocht maken bij Zwaluwen. Dit deed hij in een wedstrijd om het Vlaardings kampioenschap. Volgend seizoen is hij dus te bewonderen bij de club dat speelt aan de Kooikersweg. “De belangrijkste reden voor mijn overstap naar CION is dat er veel bekenden van mij spelen. Daarnaast zijn de kansen bij CION groter om op hoog niveau te trainen en wedstrijden te spelen. Hier was bij VFC geen garantie voor mij”, vertelt de doelman.

Terugkijken
Met VFC werd Sonny dit seizoen kampioen in de derde klasse C. Een eventuele derby tussen zijn oude en nieuwe club is dus mogelijk volgend seizoen in de tweede klasse, mocht CION niet promoveren. Persoonlijk kijkt de keeper terug op een mooie tijd bij VFC: “We hebben een hechte vriendengroep die voetballend niet onder doet voor de tweede klasse. Ook de mooie feestjes en festivals waar met z’n alle naartoe gingen zijn altijd om te gieren. Ik heb een leuke tijd gehad bij VFC.”

Nacompetitie
De nieuwe club van de jonge goalie is momenteel nog volop in de race voor promotie naar de eerste klasse. Na een mindere start met acht punten uit acht wedstrijden in de eerste periode, werd dat in de tweede periode rechtgezet. In die tweede periode werd er maar liefst acht keer gewonnen en één keer gelijkgespeeld. Dit betekende dat CION de periode binnensleepte zonder een wedstrijd te verliezen. In de laatste periode konden zij vrijuit spelen aangezien de nacompetitie al behaald was. In de eerste ronde van de nacompetitie wacht SV DSO uit Zoetermeer. Zij hebben de nacompetitie behaald door eveneens een periode te pakken in een andere tweede klasse. Zaterdag om half 3 staat dit affiche op het programma.

Doelen
Voor volgend seizoen heeft Brouwer een aantal doelen bij zijn nieuwe club. “Bij CION wil ik vooral veel minuten gaan maken en op hoog niveau gaan trainen. Hierdoor kan ik mij als keeper verder ontwikkelen. Ook kijk ik ernaar uit om met mijn vrienden op het veld te staan en hopelijk met CION mee te strijden in de top”, aldus de sluitpost. Hij gaat verder: “Het is lastig te zeggen, maar ik verwacht dat we volgend jaar de top drie kunnen halen wanneer CION niet promoveert. Er staat een goede selectie en daar komen alleen maar goede voetballers bij. Persoonlijk verwacht ik niet dat ik Bryan Struis eruit keep, maar ik moet zorgen dat ik er sta zodra ik nodig ben.”

Missen
Naast de feesten gaat Sonny nog meer dingen missen bij VFC. “Het is toch wel de sfeer op de Kwekkerdome wat ik het meest ga missen. Het is het laatste jaar toch wel een begrip geworden. Onder andere vakkie T was het laatste jaar goed in vorm. Als het goed is komen we elkaar volgend seizoen weer tegen en bij CION is de sfeer ook altijd top, dus dat beloofd veel goeds”, sluit hij af.

Klik op VFC voor het laatste artikel over de club.

Foto van R vd Bend

Plezier staat centraal bij G-team FC Vlotbrug

Leider, begeleider, manusje van alles. Jan van Nieuwkerk (64) viert dit jaar zijn twintigjarige jubileum bij de G-voetballers van FC Vlotbrug. “Voor mij is een wedstrijd of training geslaagd als iedereen plezier heeft.”

249967_CPI

Het kwik geeft een temperatuur aan van net boven de nul en het G-team van FC Vlotbrug maakt zich op om het veld te betreden voor de ontmoeting met Zinkwegse Boys. De sfeer in het team is uitgelaten.

“Zinkweg uit, altijd lastig”, grapt trainer Richard Wessels, in het bijzijn van Van Nieuwkerk, voor het duel. “Weet je,”, zegt Van Nieuwkerk. “Het gaat vandaag helemaal niet om het winnen. Bij G-voetbal draait het erom dat beide elftallen het leuk hebben. Als dat lukt, heb je een werelddag.”

Van Nieuwkerk houdt zich in het dagelijkse leven bezig met tomaten. De geboren Westlander is bij zijn bedrijf waar ze jaarlijks duizenden cherrytomaatjes kweken (‘in allerlei kleuren: rood, geel, oranje, bruin’), verantwoordelijk voor de gewasbescherming. Twee keer in de week gaat hij met zoon Marco naar FC Vlotbrug. “Toen we nog in het Westland woonden, is Marco begonnen bij Naaldwijk. Na onze verhuizing naar Tinte zijn we op zoek gegaan naar een G-team in de buurt. Dat was in 2002. FC Vlotbrug was twee jaar ervoor met een team begonnen.”

Sindsdien is Van Nieuwkerk er bij iedere training en wedstrijd bij. “Ik ben chauffeur en teambegeleider”, omschrijft hij zijn rol. “Training geven doe ik niet. Richard Wessels en Martin Lambilion zijn daar erg bedreven in. Dat doen ze echt perfect.”

De begeleiding van een G-team is net even wat anders dan bij een regulier elftal. “Het vergt over het algemeen wat meer aandacht”, reageert Van Nieuwkerk. “Het team bestaat uit spelers met verschillende beperkingen. Dat kan iemand zijn die aan een vorm van ADHD lijdt, autisme heeft of geboren is met het downsyndroom. Enige ervaring om daar mee om te gaan is wel handig”, zegt Van Niekerk. “Er zijn wat meer extreme emoties. Spelers kunnen ruzie krijgen met een tegenstander, maar na afloop ook weer bij elkaar om de nek hangen. Het belangrijkste is dat de sfeer tijdens een wedstrijd goed is. Daar zijn de spelers gevoelig voor. Het verschil tussen G-voetbal en het reguliere voetbal is dat bij G-voetbal twee teams het leuk moeten hebben.”

FC Vlotbrug komt in de competitie uit in de vijfde klasse. “We spelen een poule van zes met een thuis- en uitwedstrijd voor de winterstop en een poule na de winterstop. Dus twee keer tien wedstrijden. We zitten nu in een poule met twee teams van Honselersdijk, Blijdorp, Excelsior’20 en dus Zinkwegse Boys. We hebben in het verleden ook wel eens hoger gespeeld. Tweede en derde klasse is echter een behoorlijk niveau. Het voetbal is daar niet te onderscheiden van het reguliere voetbal. Bij ons is het verschil tussen spelers onderling soms erg groot. We hebben jongens die een aardig balletje kunnen trappen, maar ook die al moeite hebben om een bal te stoppen. Het gaat er uiteindelijk om dat ze samen veel lol maken.”

Klik op FC Vlotbrug voor het laatste artikel van de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.