Home Blog Pagina 1407

Vertrek routiniers aderlating voor Brederodes

Brederodes moet volgend seizoen ‘een bak aan ervaring’ missen. Vier geroutineerde spelers nemen na dit seizoen afscheid. De dertigers René de Blok, Ruben de Gans, Kevin Kroese en Ivo Toxopeus vinden het tijd om het stokje over te dragen.

VIANEN – ,,Een metamorfose’’, noemt Charly Olf het. Voor komend seizoen voert de oefenmeester, bezig aan zijn eerste jaargang bij de club uit Vianen, een gedwongen verjonging door bij Brederodes. ,,We gaan het invullen met jonge, gretige spelers. We betalen de spelers niets, dus we kunnen niet even een paar andere ervaren jongens halen. We gokken op de jeugd en dat kan goed uitpakken of tegenvallen.’’

Kevin Kroese denkt dat Brederodes de toekomst niet hoeft te vrezen. ,,De jongere generatie staat klaar’’, stelt hij. Het gelijktijdige afscheid van het viertal is geen toeval. ,,We hebben daar wel met elkaar over gesproken. We zijn generatiegenoten. Als drie van de vier jongens stoppen, is het voor die ene overblijver misschien ook moeilijker te behappen. Het is niet zo dat het lichaam niet meer wil, want qua wedstrijdfitheid zit het nog goed. Alleen duurt het herstel een beetje langer. We zijn of worden allemaal 33 of 34 jaar, dus dat is ook wel een mooi moment om afscheid te nemen.’’

René de Blok was jaren geleden eigenlijk de grondlegger van het huidige zaterdagteam van Brederodes. ,,Na een uitstapje naar LRC Leerdam wilde ik weer lager gaan spelen en graag op zaterdag. Het zaterdagteam bij Brederodes stond op instorten, de trainer en spelers zouden stoppen. Na een gesprek met de voorzitter ben ik daar destijds ingestapt. Met wat vrienden zijn we aan de slag gegaan en er kwamen steeds meer bevriende jongens terug die ooit in de jeugd bij Brederodes speelden. Zo werden we steeds breder en steeds sterker. Stonden we in het begin soms nog met acht, negen man op het veld, nu trainen we met dertig man voor een volwaardige selectie met twee elftallen’’, aldus De Blok.

Het trainerschap lag 2,5 seizoenen in zijn handen. ,,Het was goed te combineren, in het begin was het misschien meer bezigheidstherapie dan trainen. Mijn diploma’s had ik, omdat ik de CIOS heb gedaan. Later kwam er steeds meer bij kijken. Vanaf de derde klasse mag de combinatie speler/trainer niet meer van de KNVB. Toen heeft Tim van Breukelen het overgenomen en heb ik nog veel plezier gehad als voetballer. Toen we eraan begonnen, had ik nooit gedacht dat we zover zouden komen. We zijn opgeklommen naar de tweede klasse, waar we hopelijk met handhaving afscheid kunnen nemen en hebben na kampioenschappen een paar mooie feestjes gehad’’, aldus De Blok. ,,Het is een mooi moment om te stoppen. De combinatie met werk en privé wordt te druk en bij mijzelf gaat de kwaliteit ook achteruit.’’

De Blok neemt net als De Gans en Toxopeus volledig afscheid van het voetbal. Of hij ooit als trainer terugkeert langs de velden, durft hij niet te zeggen. ,,Nu is dat echt te druk, maar wie weet in de toekomst’’, besluit hij. Alleen Kevin Kroese overweegt nog om volgend seizoen in een lager elftal te blijven voetballen. ,,Maar een beslissing neem ik pas in de zomer. Eerst dit seizoen afronden, daarna eens kijken hoe ik er fysiek voor sta en dan kijk ik verder.’’

Robbin Brouwer kan als linksback zijn ei kwijt

Een beetje verrast was Robbin Brouwer wel toen Spirit-trainer Richard van Cappellen een beroep op hem deed als linksback. Inmiddels is de 19-jarige Schoonhovenaar een vertrouwd gezicht aan de linkerkant van de verdediging van de Ouderkerkse club. “Ik denk dat mijn manier van spelen goed past bij de aanvallende speelwijze van het elftal.”

Als student van de sportacademie in Utrecht ligt voor Brouwer altijd overbelasting op de loer. “Het is niet altijd fijn om hard te trainen als je overdag én veertig minuten hebt moeten zwemmen en een uur rollend op de judomat hebt gelegen”, legt hij uit. “Die combinatie is soms heel pittig.”

“Gelukkig snapt de trainer dat ook. Hij heeft zelf ook de sportacademie gedaan. Desondanks ben je gewoon vatbaarder voor blessuretjes.”

Mits fit kan Brouwer dit seizoen rekenen op een basisplaats bij de ‘Kanaries’. Richard van Cappellen, vorig seizoen ook lange tijd zijn trainer in de JO19-1, zette hem op de linksbackplaats. “Ik ben van origine meer middenvelder en aanvaller, maar de trainer legde uit dat hij in mij een goede linksback zag. Hij wist vanuit de jeugd wat ik kon. Hij heeft uitgelegd wat hij van mij verwachtte en ik probeer dat zo goed mogelijk in te vullen. Voor mij is het een mooie manier om ervaring op te doen in het eerste.”

Zijn rol bevalt hem uitstekend. “We hebben als ploeg vaak het initiatief. Van de backs wordt verwacht dat ze opkomen, maar ook bij balverlies hun taak doen. Ik heb veel loopvermogen en ben goed in de omschakeling. Ik had verwacht dat ik meer moeite met het echte verdedigen zou hebben. Wat doe je als de rechtsbuiten de bal heeft en de achterlijn opzoekt? Stap je in of wacht je? Dat heb ik redelijk snel onder de knie gekregen.”

Bij Schoonhoven, de club die hij twee seizoenen geleden in de JO19 verliet voor Spirit, hopen ze op een terugkeer van Brouwer. Dat zit er volgens de tiener en eerstejaarssenior echter niet in. “Op korte termijn zeker niet”, geeft hij. “Ik train bij Schoonhoven als stagiaire de JO13-1 en ik loop dus regelmatig mensen van de club tegen het lijf. Vaak komt dan de vraag wanneer ik terugkom. Niets ten nadele van de club maar Schoonhoven is in mijn situatie een stap terug, terwijl ik met de keuze voor Spirit juist een stap vooruit heb willen zetten. Spirit is ambitieus, wil graag naar de tweede klasse en als het kan zelfs doorstoten naar de eerste klasse. Ik wil daar graag onderdeel van uit maken.”

Toch zal Schoonhoven altijd een speciaal plekje in zijn hart blijven houden. “De eerste keer dat we tegen Schoonhoven speelden, was ik best zenuwachtig. Normaal heb ik daar totaal geen last van, maar nu voelde ik wel behoorlijke spanning. Het is goed dat we niet verloren, want dat had ik weken-, misschien maandenlang moeten aanhoren. Ik kan nu rustig over straat zonder nageroepen te worden.”

CvdW: Nivo Sparta – Bronno Roemers

Clubicoon Bronno Roemers is 76 jaar oud, en is al ruim 35 jaar actief als vrijwilliger bij Nivo Sparta. Vanaf het moment dat zijn zoon ging voetballen bij Nivo Sparta is hij betrokken geraakt bij de club. Inmiddels voetbalt zijn zoon niet meer vanwege zijn werk als muzikant, maar Bronno is altijd op de club gebleven.

Vroeger heeft hij ook gevoetbald in zijn toenmalige woonplaats in de buurt van Amsterdam, bij sv Lijnden.  De club bestaat tegenwoordig niet meer vanwege een fusie. Hij heeft daar een paar jaar in het eerste elftal gespeeld en is later naar het tweede elftal gegaan. Tot zijn 24e heeft hij gevoetbald, daarna adviseerde zijn huisarts, wat ‘uniek’ is, om te stoppen met voetballen. ‘’Ik had te veel hersenschuddingen opgelopen, het werd te riskant om door te gaan’’, zegt Bronno. Hij heeft het voetbal op zijn 37e weer opgepakt in een lager team bij Nivo Sparta.

Hij is terecht gekomen bij Nivo Sparta vanwege zijn werk als leraar ‘Wiskunde’ in Zaltbommel. Hij is in Zaltbommel gaan wonen, en zijn zoon wou gaan voetballen. Hij besloot om voor Nivo Sparta te gaan, zodoende raakte hij ook in contact met de vereniging. Bronno wou iets doen voor de club en begon als trainer van zijn zoon. Hij is in totaal twaalf jaar trainer en leider geweest, waar ook aardig wat tijd in gaat zitten. Niet alleen van de jeugd maar ook senioren is hij de leider geweest. Toen hij met pensioen ging, heeft hij zich bij de klussenploeg gevoegd. De klussenploeg van Nivo Sparta verrichten allemaal kleine reparaties en veel voorkomende werkzaamheden op en rond het veld. ‘’ Als je daar iemand voor moet laten komen, kost het voor de club weer aan kapitaal, en dat zou ‘zonde’ zijn, zegt hij.

Vroeger heeft hij heel lang op zaterdagochtend de limonade verzorgt voor de jeugdteams. Dat was tijdens de ‘oude’ situatie, waar de club heel veel verschillende bouwwerken had op en rond het veld. ‘’ Het was toen geen doen om iedereen de drank zelf te laten halen, dus toen heb ik elke keer de limonade in de kleedkamers gezet voor de teams’’, vertelt Bronno. Tegenwoordig is hij nog bezig met het innen van alle gelden van de club, de contributie en sponsoring. ‘’ Ik zorg er niet voor dat er sponsors komen, maar kom pas in actie als de sponsors zich gemeld hebben’’, zegt hij.

Bij Nivo Sparta kom je allerlei verschillende soorten mensen tegen, en dat trekt Bronno aan. Hij vindt ook dat er veel meer mensen vrijwilliger zouden moeten worden, want dat zou de club alleen maar helpen. ‘’ Als niemand vrijwilliger wordt, dan is de contributie niet meer te betalen, dan sport er straks niemand meer’’, zegt hij.

Voor het aankomende seizen hoopt hij natuurlijk op een promotie van het eerste elftal, zoals iedereen altijd hoopt en misschien wel verwacht. Hij vindt dat het niet altijd mogelijk is om te promoveren, maar hij zou het al heel mooi vinden als het eerste elftal de nacompetitie haalt. Zelf hoopt hij dat hij dit werk, wat hij doet voor de club nog lang te doen.’’ Je weet nooit hoe het loopt met de gezondheid, maar zolang dat nog goed zit blijf ik dit doen’’, zegt hij. Hij doet het allemaal nog met plezier, anders was hij allang gestopt. Hij gaat er volgend jaar weer vol voor en verwacht een mooi seizoen.

G-team van Moerse Boys staat voor voetbalplezier

Al acht jaar heeft Moerse Boys een G-team. De enthousiaste voetballers met een beperking werden met open armen ontvangen bij de club uit Zundert en de spelers en hun begeleiders hebben het prima naar hun zin op sportpark Akkermolen. “We worden nauw betrokken bij alle activiteiten en maken volwaardig onderdeel uit van deze leuke vereniging.”

Op het achterste trainingsveld van Moerse Boys klinken lachende geluiden. Daar, aan de rand van sportpark Akkermolen, werken de spelers van het G-team van Moerse Boys ontspannen een training af. In tweetallen schuiven ze eerst in rustig tempo de bal naar elkaar toe en even later wordt er fanatiek één tegen één gespeeld. De jongens hebben duidelijk een hoop plezier. Dat stemt het trainersduo Jac Hereijgers en Harry Brockx erg tevreden. Continu strooien ze met complimentjes en moedigen ze hun jongens aan om nog een stapje extra te zetten. “We zijn altijd heel positief in onze benadering”, legt Hereijgers uit. “In de eerste plaats omdat we sowieso weinig te klagen hebben over hun instelling. En in de tweede plaats omdat het geen zin heeft om de jongens af te branden: het draait bij ons puur om de lol.”

De volledige staf van het G-team doet er alles aan om ervoor te zorgen dat de organisatie rondom het team goed staat. Naast de twee trainers regelen Heidi Kalkema en Jan van Bergen allerlei randzaken voor de jongens. In de bestuurskamer van Moerse Boys vertellen de begeleiders meer over het team. “Het coachen van een G-team kost nou eenmaal meer energie dan het coachen van een ‘gewone’ spelersgroep”, verklaart Kalkema. “Ons team is een mix van heel veel verschillende jongens en meisjes. Sommigen zijn twintig jaar oud, anderen bijna 45. Daarnaast heeft iedereen een andere beperking, die kan lichamelijk zijn of geestelijk. Alle spelers hebben veel aandacht nodig.” Daarnaast zijn er op voetbaltechnisch gebied ook grote verschillen binnen een team, vult trainer Hereijgers aan. “Er zijn spelers die behoorlijk goed kunnen ballen en anderen raken veel minder ballen. Als coach moet je ervoor zorgen dat iedereen het naar zijn zin heeft, want alles draait om het plezier.”

In de competitie waarin het G-team van Moerse Boys speelt, proberen de teams flexibel te zijn tijdens wedstrijden. In principe spelen de teams zeven tegen zeven op een half speelveld, maar deze aantallen kunnen afwijken. “Als we beide tien spelers hebben, spelen we ook tien tegen tien”, legt Van Bergen uit. “En het komt zelfs voor dat er een speler van de tegenstander met ons meedoet, zodat beide teams met een gelijk aantal voetballers kunnen starten”, vervolgt hij. “Die laatste situatie is niet erg gebruikelijk, maar het geeft wel aan dat het met de sportiviteit goed zit.” Bij Moerse Boys vindt men het erg leuk dat de vereniging een eigen G-team heeft. “Bij thuisduels kunnen we soms rekenen op de steun van clubleden”, zegt Kalkema. “Ons team wordt dan aangemoedigd door andere teams van Moerse Boys en dat vinden onze jongens uiteraard prachtig. En als er iets geregeld moet worden, kunnen we bovendien altijd aankloppen bij het bestuur.”

Het G-team van Moerse Boys is ook erg blij met hun trouwe sponsor IAS Industrial Automation. Het complete team, plus begeleiding, werd twee jaar geleden door eigenaar Ron de Bruijn volledig in het nieuw gestoken. “Hij is ook altijd erg geïnteresseerd in het team, dat doet ons veel deugd”, zegt coach Hereijgers. Daarnaast mag het team voor uitwedstrijden altijd kosteloos gebruikmaken van het busje van Karel Dictus van D&K Auto en Busverhuur.

Eens per jaar organiseert het G-team het traditionele zogeheten ‘teerfeest’ in de kantine van Moerse Boys. Trainers, leiders, begeleiders, ouders en spelers van het team houden dan samen een gezellige spelletjesmiddag en genieten van hapjes en drankjes. “Het was laatst weer een heel geslaagd evenement”, aldus Bergen. “Door dit soort activiteiten leert iedereen elkaar steeds beter kennen en vormen we een hechter team.” Dat is maar goed volgens hun trainer. “Het draait natuurlijk om het plezier, maar het liefst zie ik mijn team natuurlijk wel winnen”, aldus trainer Hereijgers. “Dat blijft voor de meeste spelers toch het leukste aspect van voetbal.”

Jumbo Voetbaldagen van Oirschot Vooruit gaan van start!

Vanmorgen om 09:00 uur zijn de Jumbo Voetbal- en Hockeydagen op Sportpark Jumbo Moorland in Oirschot weer van start gegaan.

Dit jaarlijks terugkerende evenement voorziet gedurende 3 dagen in diverse sportactiviteiten voor de jeugd van Oirschot en omstreken. In totaal 180 voetballende en 100 hockeyende jongens en meisjes in de leeftijd tot 15 jaar worden onder de bezielende leiding van zo’n 75 vrijwilligers begeleid bij diverse spelvormen, techniektrainingen en onderlinge wedstrijdjes ter voorbereiding op het nieuwe sportseizoen.

Jumbo Supermarkten is al sinds jaren de hoofdsponsor en naamgever van dit spectaculaire evenement, wat uitstekend past in de range van sportsponsoring van het Veghelse bedrijf. “Wij hechten veel waarde aan een gezonde en sportieve samenleving waarbij de inzet van vele vrijwilligers centraal staat. Dit ondersteunen wij van harte met dit mooie evenement!”, aldus CFO Ton van Veen bij zijn openingswoordje voorafgaand aan de spectaculaire gezamenlijke warming-up van zo’n 350 deelnemers en begeleiders.

Jumbo Supermarkten verlengde dinsdagmorgen voorafgaand aan de Jumbo Voetbaldagen het al langer lopende sponsorcontract met voetbalvereniging Oirschot Vooruit.

Hockeyclub Oirschot en Voetbalclub Oirschot Vooruit trekken, als goede buren, al diverse jaren gezamenlijk op bij de organisatie van dit evenement. Ook tijdens de werkzaamheden die momenteel worden uitgevoerd voor de renovatie van beide sportcomplexen in Oirschot, wordt veelvuldig samengewerkt aan een nieuwe toekomst voor beide verenigingen.

CvdW: Nivo Sparta – Mark Oostrom

Mark Oostrom is bestuurslid en tevens voorzitter van het jeugdbestuur van Nivo Sparta. In het dagelijks leven is hij fitness ondernemer, hij heeft een eigen fitnesscentrum in Zaltbommel. Hij is al ruim 28 jaar betrokken bij de club, en hij komt elke keer weer met plezier op sportpark De Watertoren.

Zelf heeft hij ook bij Nivo Sparta gevoetbald, alleen nooit in het eerste elftal. Dat is in principe ook niet zo gek, als je weet dat Nico pas op zijn 17e begon met voetballen bij Nivo Sparta. Het tweede elftal was het hoogste wat hij heeft kunnen halen, maar hij heeft wel altijd met zijn vrienden kunnen voetballen.

Ook heeft hij drie kinderen, waarvan een zoon en twee dochters. Zijn negentienjarige zoon is de oudste, maar is sinds dit seizoen gestopt met voetballen vanwege een knieblessure; hij heeft zijn voorste kruisband afgescheurd. De dochter die op voetbal zit, voetbalt in MO-17. ‘’Met het damesvoetbal gaat het steeds beter, we hebben nu zelfs 3 teams van de MO-15’’, zegt Mark.

In het bestuur zit Mark nu al elf jaar, hij is er toen een beetje ingerold omdat het bestuur toen der tijd een beetje uit elkaar viel. Hij werd op een gegeven moment gevraagd om wat te doen voor de club en heeft toen ‘ja’ gezegd, want hij wou graag de club helpen. ‘’ Het begon bij het welbekende vrijwilligerswerk, en uiteindelijk zat ik in het bestuur’’, aldus Mark. Hij pakte de jeugd op en begon als jeugdtrainer van de B1, heeft nog wat elftallen getraind is vanuit daar in het bestuur gerold. Vanuit het bestuur heeft hij het damesvoetbal uitgezet en op de kaart gezet.

Nu is hij zo’n vijftien uur per week op de club te vinden. Ze hebben nu een clubje van vijf man voor het jeugdbestuur, en die moeten aardig wat taken verrichten. Zo moet de wedstrijdsecretaris geregeld worde en moet er een gastheer/vrouw moet geregeld worden om de teams op te vangen. Hier moeten ze allemaal actief naar opzoek, en dat kost tijd.

‘’Vrijwilligerswerk wordt steeds belangrijker, maar de maatschappij wordt steeds meer individualistischer’’, vertelt Mark. Iedereen doet zijn eigen taakjes en dingen, maar je moet juist dingen voor andere doen en zeker voor een club want dat kan niet bestaan zonder de vrijwilligers. Als we voor alle taken geld moeten vragen, dan worden we geen amateurclub maar een betaalde voetbalclub.

Nivo Sparta wil een goed opleidingscentrum zijn voor de jeugd en voor heel de regio van de club. Het eerste elftal moet stabiel worden in de Eerste Klasse. ‘’ Wij willen een regiofunctie hebben voor de jeugd, waar iedereen kan spelen op zijn eigen niveau’’, zegt hij. Niet alleen het eerste elftal en de prestatiegerichtheid staat centraal, maar ook de ‘gezelligheid ‘en het plezier.

Hij weet nog niet hoelang hij nog betrokken is met deze werkzaamheden binnen de club. ‘’ Ik bekijk het altijd van jaar tot jaar, en merk wel dat het elk jaar weer wat moeilijker wordt’’, zegt hij. De club merkt ook dat ze de laatste jaren met veel meer rekening moeten houden, de aansprakelijkheid wordt steeds hoger van de clubs, en dat brengt ook weer extra tijd met zich mee.

‘’Voor het eerste elftal zit er misschien wel een promotie in, ik heb er in ieder geval een goed gevoel bij’’, aldus Mark.  Vorig seizoen is Nivo Sparta vierde geworden, maar dat had veel beter kunnen zijn. De club start altijd wat moeizaam, en komt daarna pas opgang. Hij kijkt uit naar volgend seizoen, met veel mooie momenten.

Vierpolders heeft ‘biljartlaken’ dankzij robots

Een veld als een biljartlaken, met altijd gras op lengte. VV Vierpolders heeft het, nu de club sinds kort de hulp heeft gekregen van twee aangeschafte robotmaaiers. “Een mooier veld, lagere  onderhoudskosten en we doen ook nog eens aan duurzaamheid”, kan penningmeester Martien van der Valk zijn geluk niet op.

Twee volledig automatische robotmaaiers doen de gehele week hun werk. Secuur en nauwkeurig ‘knippen’ ze het gras van de twee velden en trainingsveld bij. Geen plekje slaan ze over. “Dag en nacht rijden ze hier, onvermoeibaar, rond”, vertelt Van der Valk. “Ze zoeken hun eigen weg”, vult Martin Korpershoek van Steenbergen Mechanisatie, dat Vierpolders de robotmaaiers leverde, aan. “Alleen als er gevoetbald en getraind wordt, mogen ze uitrusten.”

Het lange gras, Van der Valk kent geen ledenvergadering de afgelopen jaren waar het niet ter sprake kwam. “Altijd klachten, maar ja, het was handmatig werk. In de groeitijd kwamen ze het vrijdag maaien en zondag was het weer zo’n stuk gegroeid”, laat hij met wijsvinger en duim zien.

Vierpolders is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud op het complex. “We krijgen een bedrag van de gemeente, maar dat alleen is niet toereikend. We moeten daarom slim zijn met onze centjes.”

Voor het veldonderhoud nam de club jarenlang een hovenier in de arm. “Hoe goed de hovenier zijn werk ook deed, het haalde het niet bij deze robotmaaiers.”

De aanschaf van de robots past volgens Van der Valk in het toekomstbestendig maken van het sportpark. “Er is de laatste tijd al het nodige gebeurd. We hebben op het tweede veld, met financiële hulp van de gemeente, hekwerk en nieuwe lichtmasten geplaatst. Daardoor kunnen we ook in de avonduren wedstrijden spelen. We hebben twee extra kleedkamers bijgebouwd en zonnepanelen op het dak gekregen. Die zorgen voor 24.000 kilowatt aan energie.”

Ook over de aanschaf van de robotmaaiers is bij Vierpolders goed nagedacht. De investering van ongeveer vijfentwintig duizend euro is het meer dan waard, volgens Van der Valk. “Ik heb uitgerekend dat we ongeveer een derde van de kosten besparen. Ik ga dan uit van een afschrijving van vijf jaar. Jaarlijks waren we steeds meer geld kwijt aan het maaien door een hovenier.”

De onderhoudsploeg, die zo’n beetje elke dag wel te vinden is op het sportpark, is inmiddels al gewend aan de snorrende maaiers. “We krijgen een beter veld, dus ik ben blij”, reageert vrijwilliger André Krowinkel.

“Voor de rest hebben we geen plannen”, stelt Van der Valk de aanwezigen ‘gerust’. “Het verdere onderhoud blijft vooral mensenwerk.” Zoals het ophangen van reclameborden, het repareren van schade aan de doelen, het krijten van de lijnen op het veld én het vangen van de plaatselijke mollen.

Dat laatste, zo benadrukt Krowinkel, blijft het terrein van Daan Westdijk. “Daan heeft zo’n speciaal stangetje, waarmee hij in de mollengangetjes kan komen. Ja, dat kan hij heel goed.”

Van der Valk, grappend: “Hij heeft een cursus ‘Wie is de Mol’ gedaan.”

Het terrein van Vierpolders blijkt een nogal geliefd mollenterrein te zijn. Onlangs telde Krowinkel elf molshopen. “Blijkbaar hebben we goede velden, anders komen die mollen niet.”

Van der Valk: “Mollen vangen, dat doen die robotmaaiers niet. Nog niet, maar wie weet wat ze over 25 jaar kunnen.”

Dennis van der Steen vertrekt na 4 seizoenen bij SV De Valleivogels

We spraken af met de 41 jarige Houtenaar Dennis van der Steen op de mooiste plek in Utrecht, namelijk in het centrum bij de Dom (zie foto).

Wat typeert de trainer van der Steen?
,,Ik ben een echte liefhebber en bezeten van het spelletje. Heb een gruwelijke hekel aan verliezen en ben continue bezig om mezelf te verbeteren. Ik probeer vast te houden aan mijn visie waarin harmonie een belangrijke rol speelt. Ik denk altijd vanuit de wij-vorm, want het gaat natuurlijk niet om mij. Vanuit het groter geheel probeer ik mijn hand daarin zichtbaar te maken. Onder andere door de manier van spelen, manier van coachen en begeleiden van spelers. Ik ben voor iedereen benaderbaar en sta midden in deze mooie club. Ik wil graag jeugdspelers kansen geven en hou ervan als talentvolle jeugdspelers ervoor willen gaan, dat ze willen luisteren en coachbaar zijn en openstaan voor feedback. Daar wil ik graag tijd in investeren”.

Uitgaan van een vaste visie of aanpassen aan de omstandigheden?
,,Het liefst speel ik met mijn team 1:4:3:3 met de punt naar voren op het middenveld. Ik wil het liefst de regie in handen hebben. Dat lukt natuurlijk niet altijd maar ik probeer het zoveel mogelijk na te streven onder andere door hoog druk te zetten op de tegenstander. Hier zijn ook mijn trainingen op gericht. Dus probeer ik in trainingen een hoog tempo te creëren, steeds te hameren op een hoge handelingssnelheid. Ik heb een aantal kaders waar ik mij aan vast houdt als trainer. Namelijk wat ik graag wens en terugzie als trainer. Zoals bijvoorbeeld de trainingsopkomst goed moet zijn. Dat spelers open staan om iets te leren. Maar ook dat we onze afspraken nakomen in onze speelwijze. Daarin kan elke speler zijn eigen vrijheden zoeken zodat hij kan ontdekken wat zijn meerwaarde kan zijn in die speelwijze. Het clubbelang en teambelang gaat altijd boven het eigen belang. Ik wil dat iedereen positief kritisch zal zijn en niet alleen in problemen denkt maar ook in oplossingen”.

Ambities?
,,Na vier seizoenen Valleivogels ben ik toe aan een nieuwe uitdaging. Volgend jaar wordt ik trainer bij 1e klasser Sliedrecht. Bij deze club krijg ik te maken met spelers die uitkomen op een hoger niveau, die als voetballer verder ontwikkeld zijn en meer bagage hebben. Maar de genoemde kaders ga ik ook gebruiken bij Sliedrecht omdat het past bij mijn DNA als trainer. Verder wil ik stappen maken om mezelf te ontwikkelen tot een betere trainer. Ik wil graag ontdekken of het hoogste niveau haalbaar zal zijn. Het gaat voor mij zo ver dat ik zelfs mijn werk er van wil maken en graag mijn BVO diploma wil halen. Ik zou daar veel voor over hebben. Als speler is het mij gelukt, nu nog als trainer”.


Mooiste seizoen ooit ?
,,Dat was met Everstein toen we kampioen werden in 2011 in de tweede klasse F. Uit bij WNC in Waardenburg konden we in de laatste competitiewedstrijd kampioen worden als we de wedstrijd wonnen. Drie wedstrijden voor het einde konden we al zegevieren maar verloren we uit tegen Almkerk in de laatste minuut. De volgende thuiswedstrijd werd met 2-0 gewonnen waardoor we toch nog een kans kregen in de laatste wedstrijd. Destijds was ik ook nog speler/trainer en was eigenlijk geblesseerd. Toch speelde ik op het einde nog 10 minuten mee, heel apart natuurlijk. WNC was de gedoodverfde favoriet en had de betere spelers. Maar wij hadden een hecht team en waren moeilijk te verslaan. We speelden met twee spitsen en 1 daarvan scoorde in die allerlaatste wedstrijd zijn allereerste goal dat seizoen. Uiteindelijk wonnen we met 0-2 en werden kampioen. Ik kan me nog herinneren dat ik op de parkeerplaats van Everstein onze zeer geëmotioneerde ex-voorzitter, Gerrit Pieterse, om de armen vloog. Bij mijn aanstelling als trainer had hij die droom uitgesproken en het werd waarheid”.

 

Jisk van Teeffelen beleefde droomseizoen met Hilvaria

Het seizoen van Hilvaria was één grote roes. De succesformatie van Henri van den Braak verzekerde zich na een ongekende prestatie al op 14 april van het kampioenschap in de derde klasse D. Rechtsback Jisk van Teeffelen (21) blikt terug op het beste seizoen in de clubhistorie.

Voorafgaand aan het seizoen had eigenlijk niemand bij Hilvaria gerekend op een kampioenschap. “De jaren daarvoor waren we als respectievelijk derde en zesde geëindigd in de derde klasse en die resultaten wezen er niet op dat wij een serieuze kampioenskandidaat waren”, aldus Jisk van Teeffelen, die zijn derde seizoen doormaakte in het eerste team van de groen-witten. Hij zelf had ook niet verwacht dat de ploeg in staat zou zijn om duizeligmakende statistieken te produceren. “Ik dacht dat we wederom een plekje in de middenmoot zouden innemen, maar gelukkig liep het anders.”

Henri van den Braak werd aangesteld als nieuwe trainer en hij kreeg de beschikking over een zeer goede selectie met veel scorend vermogen. Joerie van Rijswijk is al jaren een echte goalgetter in Hilvaria 1 en hij kreeg gezelschap van nog twee spelers die het net makkelijk vinden. Coen van Oirschot kwam over van de kleine buurman EDN’65 (zie pagina 9) en Daan van de Wiel verruilde het eveneens nabijgelegen SVSOS voor de club uit Hilvarenbeek. Na speelronde één stond Hilvaria al bovenaan en die positie gaf de ploeg niet meer uit handen. De kampioenswedstrijd tegen BES werd met 10-1 gewonnen, een uitslag die de suprematie van de club uit Hilvarenbeek onderstreepte.

Van de 26 wedstrijden werden er 24 gewonnen en twee potjes eindigden in een remise. Bovendien produceerde de club in totaal maar liefst 119 treffers, waarvan er drie op naam kwamen van Van Teeffelen. “Ik ben eigenlijk een middenvelder, maar werd door onze coach gebruikt als rechtsback. Ik vind verdedigen niet super, maar gelukkig speelden veel tegenstanders in een 4-4-2 tegen ons, waardoor ik veel kon aanvallen over de flanken. Sowieso was het heerlijk om met zoveel goede gasten op het veld te staan. Iedereen ging voor elkaar door het vuur en ik denk dat we mede dankzij de hechte teamgeest zo overtuigend kampioen zijn geworden. Een beter seizoen draaien is volgend jaar niet mogelijk lijkt me, maar ook in de tweede klasse zijn we voor niemand bang.”

Franco Lemans van Café Kerkzicht: ‘Sponsoring is clubliefde’

Franco Lemans is een Rielenaar in hart en nieren. Hij begon zelf met voetballen bij de club, speelde een decennium in de selectie en is inmiddels alweer jarenlang de trotse sponsor van het eerste elftal met het familiebedrijf Café Kerkzicht. “Rielenaren strijden om het hoogste met Riel te bereiken.

Eigenlijk had zijn vader liever gezien dat Franco Lemans een succesvol (43) ruiter was geworden, maar dat lag hem toch niet helemaal. “Ik vond voetballen veel leuker dan paardrijden, mijn vriendjes speelden ook allemaal bij Riel.” En dus ging vader Lemans overstag en mocht zijn zoon vanaf de D-jeugd bij VV Riel gaan spelen. Hij bleek een aardig balletje te kunnen trappen en stroomde door naar de selectie. Na één seizoen in het tweede is hij de rest van het decennium niet meer weggeweest uit het eerste elftal. “Ik heb jarenlang naast Bas Kouwenberg in de spits gestaan. Wij waren allebei heel snel en maakten daardoor flink wat goals, wisten elkaar ook goed te vinden – en waren een van de eersten die gekleurde schoenen droegen.” Ook voetbalde hij met de gebroeders Aerts, Ferry en Rudy.

Het Riel van nu is vergelijkbaar met het Riel van toen, volgens Lemans. “Wij zijn ook gepromoveerd naar de vierde klasse, maar bleken net als nu een te kleine selectie te hebben. Riel is niet breed genoeg om vijf of zes blessures op te kunnen vangen, dan ben je de pineut. Dat zie je nu ook.” Lemans heeft wel vrede met de degradatie van het eerste team afgelopen seizoen. “Liever bovenin de vijfde klasse meedraaien dan elke week verliezen in de vierde klasse.”

Clubliefde
Inmiddels is Café Kerkzicht niet meer weg te denken als sponsor van de plaatselijke voetbalvereniging. De club en het café zijn al decennialang aan elkaar verbonden. “Vroeger had VV Riel nog geen kantine. Dan verzamelden de spelers hier, waarna ze naar de voetbalvelden bij de Regte Heide gingen om te spelen en vervolgens keerden ze weer terug naar ons café. Daar hadden we een teil water klaarstaan waarin ze zich konden wassen, om vervolgens de kroeg in te duiken. In 1974 kregen ze het complex waar ze nu zitten op sportpark De Krim.”

Maar de voetballers uit Riel hebben het café ook daarna altijd graag bezocht, nadat de kantine dichtging om 20.00 uur kwamen ze nog ‘afpilzen’ bij de familie Lemans in Kerkzicht. De binding is even wat minder geweest toen Franco vader werd en weinig tijd had om naar de voetbal te gaan, maar sinds zijn kinderen lid zijn geworden bloeit het huwelijk weer vol. Lemans is trainer van het team van zijn kinderen en inmiddels ook alweer jaren sponsor. Eerst van lagere elftallen, inmiddels drie seizoenen van het eerste. En die samenwerking is inmiddels verlengd.

Lemans: “Sponsoring doe je niet vanuit financieel oogpunt, maar echt vanuit je gevoel. Vroeger zagen wij jongens het ene seizoen voor Korvel, dan weer voor WSJ en een jaar later voor Gudok spelen in Tilburg. Dat waren echte broodvoetballers, die gingen voor 100 gulden extra ergens anders voetballen. Die hebben geen clubliefde, dat is hier anders. Je bent een echte Rielenaar, hier geboren en dan wil je ervoor zorgen dat VV Riel het hoogste bereikt. Het is een clubke om trots op te zijn, waar toppers als Oranje Leeuwin Jackie Groenen worden opgeleid.”