Home Blog Pagina 1407

Ronard Venekamp van luwte naar spotlights

Het was voor Ronard Venekamp een moeilijke keuze: de roep van zijn oude liefde Rozenburg beantwoorden of ja zeggen tegen Rhoon, dat de belofte nakwam hem na twee seizoenen tweede trainer door te schuiven als hoofdtrainer.

Rozenburg afbellen, de club waar hij bijna driehonderd wedstrijden in de hoofdmacht speelde, dat deed Venekamp (39) met pijn in het hart. “Rhoon heeft vanaf begin gezegd: jouw tijd komt nog wel. En ze hebben woord gehouden toen duidelijk werd dat Marco van Rijn zou stoppen. De club is loyaal naar mij, dan moet ik het andersom ook zijn. Tenminste, zo voelt dat. Natuurlijk speelt een grote rol dat ik een mooie uitdaging zie bij Rhoon en dat ik het naar mijn zin heb.”

Die uitdaging ligt hoogstwaarschijnlijk in de competitie in de derde klasse, want de kans dat Rhoon uit de tweede klasse degradeert is groot. Als dit gebeurt wil het niet zeggen dat Rhoon onder Venekamp meteen kampioenskandidaat nummer één is. “Zeker niet”, haast de oefenmeester uit Rozenburg zich te zeggen. “Daar is de derde klasse te sterk voor. Je wordt niet even kampioen. Er zijn genoeg clubs die zich al versterkt hebben met nieuwe spelers en die daar ook de middelen voor hebben. Bij Rhoon hanteren ze het beleid dat er geen speler wordt betaald. Hier moet je dan als trainer ook niet moeilijk over doen, bovendien heb ik het volste vertrouwen in de groep die er nu staat.”

“Daarnaast krijg je straks ook te maken met clubs die vanuit het zondagvoetbal zijn doorgestroomd. OVV uit Oostvoorne is daar een voorbeeld van. Het zal daarom niet makkelijk worden om te promoveren.”

Venekamp werkte de afgelopen twee seizoenen enigszins in de luwte in de rol van assistent van Marco van Rijn en trainer van Rhoon 2. “Ik ben voor Rhoon een seizoen hoofdtrainer geweest van Bernisse. In dat seizoen speelde ook de fusie met PFC en moest de nieuwe club kiezen tussen mij en John Stougje. Ze kozen voor John, maar  dat proces verliep nogal traag. Pas eind januari was er duidelijkheid en zie dan maar een nieuwe club te vinden. Zeker als je als beginnend trainer nog geen geweldig cv hebt. Met Bernisse waren we immers met een elftal dat veel tekort kwam uit de derde klasse gedegradeerd.”

Venekamp was even in de race voor het trainerschap bij Rozenburg, maar zijn oude club koos voor Dennis Zaal. “En toen belde Marco van Rijn of ik iets bij Rhoon wilde doen. Hier ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Dit was toen wel een stapje terug, dat zeg ik eerlijk. Rhoon heeft toen wel direct aangegeven dat ik zeker in beeld zou komen bij een mogelijk vertrek van Marco.”

“Ik doe de training en coaching bij Rhoon 2 en ben bij wedstrijden van het eerste assistent van Marco. Dat is straks wel een voordeel als we weer beginnen: ik ken alle spelers en weet wat er rond loopt.”

Met Rhoon 2 vierde hij onlangs het kampioenschap in de reserve derde klasse. “Een goede groep jongens die gaandeweg heeft ingezien dat zij er meer energie moesten instoppen. Of er spelers zijn die de kwaliteit hebben om door te schuiven naar het eerste? Wie weet. Of ik het anders ga doen dan Marco? Ik denk dat iedere trainer zijn eigen werkwijze heeft en accenten legt. Voor mij is het belangrijk dat de groep plezier uitstraalt. Als speler vond ik het altijd fijn als een trainer eerlijk en duidelijk was. Zo’n trainer wil ik ook zijn.”

De keuze voor Steen is Van Mol uitstekend bevallen

De liefde zorgde ervoor dat Axelaar Michael van Mol (29) dit seizoen het zwart-witte shirt van V.V. STEEN draagt. Met de vierdeklasser bivakkeert hij bovenaan de subtop, maar lijkt hij toch naast alle prijzen te grijpen.

“We hadden het doel om te strijden voor het kampioenschap of tenminste promotie via de nacompetitie. Er is nog een kleine kans dat we via overname van een periode uiteindelijk alsnog de nacompetitie behalen. De kans is echter niet heel erg groot en dat is natuurlijk wel zonde.” Dat Van Mol FC Axel verruilde voor de zondagvierdeklasser, was niet persé een sportieve keuze, maar vooral een praktische keus en had alles te maken met de liefde. “Vorig jaar ben ik met mijn vriendin Ashley gaan samenwonen in Sint Jansteen. Ik wilde graag dichtbij huis voetballen. De keuze voor V.V. STEEN was toen snel gemaakt. Deze keuze is tot nu toe uitstekend bevallen.

Ontwikkelen
Met zijn negenentwintig jaar is de aanvaller één van de ervaren krachten in het elftal van de scheidende trainer Carlo van Grimberghe. Waar Van Mol aan zijn eerste seizoen bezig is, daar neemt zijn trainer na maar liefst zeven seizoenen afscheid. Hoogstwaarschijnlijk dus zonder prijs of ‘toetje’ in de vorm van de nacompetitie. “Uiteindelijk eindig je aan het eind van de rit altijd waar je hoort te eindigen. We hebben een jonge groep die zich zeker in de komende jaren nog kan ontwikkelen en die er meer uit kan en moet halen dan de afgelopen jaren is gebeurd. Ons manco ligt in het scorend vermogen en in het feit dat we niet constant genoeg zijn geweest deze competitie.”

Dit seizoen speelt Van Mol veelal al spits en een aantal keer als aanvallende middenvelder. In het verleden bij v.v. Axel, AZVV, v.v. Spui en FC Axel heeft hij ook een aantal seizoenen als laatste man gespeeld. Hij heeft naar eigen zeggen sinds zijn komst naar V.V. STEEN het nodige opgestoken van zijn trainer, die zich volledig gaat richten op zijn rol als jeugdtrainer bij Club Brugge. “De passie voor het voetbal zorgt ervoor dat Carlo het al zo lang kan volhouden als trainer. Het is een trainer die elke training, elke wedstrijd het uiterste vraagt van zijn spelers en openstaat voor een discussie over spelmomenten, tactiek of andere zaken. Vanzelfsprekend wordt er elk seizoen doorgeselecteerd binnen een elftal maar dit zijn slechts enkele spelers en niet meer dan bij andere verenigingen. Elke week leer je wel iets van de trainer, spelsituaties, positioneel ‘goed’ staan, looplijnen enzovoorts. Aan zijn manier van coachen merk je heel goed, dat hij ook training geeft aan een jeugdelftal van een betaald voetbalorganisatie.”

Promotie
Het is nu aan de nieuwe trainer én aan de spelersgroep om verder te bouwen en de zo gewilde doelstelling te realiseren. “Op dit moment hebben we veel jonge voetballers welke aangevuld worden met drie tot vier oudere jongens. Daarnaast lopen er in de hogere jeugdelftallen een aantal spelers die het potentieel hebben om het eerste elftal te halen. Mijn eigen ambitie is om nog een aantal jaren als eerste elftalspeler bij V.V. STEEN te kunnen blijven voetballen en met mijn ervaring een mooie bijdrage te leveren aan de groei en ontwikkeling, zodat ik in deze komende jaren nog een promotie hoop te mogen meemaken.”

Robin Schmid, jeugdinternational van RKDVC

Je moet het écht willen, drukten moeder Ingeborg en vader John hem op het hart. En dus ging hij er vol voor. Op dit moment heeft waarschijnlijk niemand binnen RKDVC een grotere kans ooit een Olympisch toernooi te spelen dan Robin Schmid, speler van de JO17-5. Nick de Jager maakte een mooi verhaal met het talent uit Drunen.

Stond hij daar, midden op een trainingsveld in Noordwijk. In een trainingsshirt van het Nederlands elftal, tussen de beste voetballers met CP van zijn leeftijd. Hij krijgt wel vaker met grote namen uit het profvoetbal te maken. Maar wie hij die dag trof, was voor een ras-Feyenoorder als Robin wel heel speciaal: Dirk Kuyt! Voor zijn foundation kwam de 104-voudig international een dagje training geven. “Iedereen wilde een foto met hem. Maar niemand durfde het te vragen”, herinnert Robin zich. “Ik dacht: dit is een eenmalige kans. Dus ik trok hem aan zijn polo en nam die foto.”

Robin is al een paar jaar jeugdinternational in het Nederlands elftal voor mensen met CP. CP is een spierzwakte, voortkomend uit een beschadiging in de hersenen. Dat wil zeggen: de beweging die Robin in zijn hoofd bedenkt, duurt iets langer in de uitvoering dan bij een gemiddeld persoon. Toch wilde Robin graag op voetbal, van jongs af aan al zijn passie. “Hij kwam bij RKDVC in het G-team terecht. Het probleem was alleen: er is daar veel diversiteit in handicaps. Sommigen waren veel minder fanatiek dan Robin. Dat botste op een gegeven moment”, legt vader John uit. “Uiteindelijk kwam Peter van Delft, de trainer van het G-team, naar mij toe. Hij vroeg: ‘Zijn jullie wel eens bij de KNVB geweest?’ Die had blijkbaar een speciaal CP-team, dat wisten wij helemaal niet. Toen hebben wij contact gezocht met de bond en zijn we naar een trainingsdag geweest. Ging hartstikke goed, maar hij was nog iets te jong. Een jaar later mocht hij wel komen.”

En dus meldde Robin zichzelf voor de eerste keer op de KNVB Campus in Zeist. Hij vond er lotgenoten, leeftijdsgenoten die dezelfde kwaal hebben als hij. Maar ook met hetzelfde talent: voetbal. “Ik werd heel snel onderdeel van de groep. We zijn allemaal heel gedreven. Het gaat er heel professioneel aan toe”, aldus Robin. Moeder Ingeborg vult aan: “Bij RKDVC kwam Robin tussen wal en schip terecht. Hij paste niet in het hokje ‘normaal’, maar ook niet in het hokje ‘gehandicapt’. Hij viel er tussenin. Bij de KNVB kwam hij met kinderen in een team die hetzelfde hebben. Het is daar niet raar om te vragen: wil je even mijn veters strikken? Het is niet apart als iemand een gehoorapparaat om heeft. De een kan iets wel, de ander niet. Ze zitten in hetzelfde schuitje. Dat schept, naast de passie van het voetbal, een band.”

Het hoogtepunt van zijn nog korte bestaan als speler van het Nederlands elftal? Zonder twijfel de interland als speler van Oranje O14 in 2015 tegen Japan. Het was de enige internationale wedstrijd die Robin tot zover kon spelen, omdat de bond simpelweg niet zoveel budget heeft. Des te meer was het een dag om nooit te vergeten. “Ik begon niet in de basis. Ik zei nog tegen mijn familie: ‘Ik sta wissel, potverdomme’”, zegt Robin, met gevoel voor detail. “Mama zei dat ik het in het veld goed moest maken. Uiteindelijk mocht ik invallen en maakte ik gelijk mijn eerste goal. Van buiten de zestien. En daarna schoot ik nog een keer raak. En nog een keer. Ik maakte een hattrick! We wonnen met 7-0. Het was een hele mooie dag.”

Ondertussen speelt Robin bij RKDVC al een aantal jaar in een regulier team. Na de D2 en de C4 speelt hij dit seizoen in de JO17-5. “Ze verlangen dat vanuit de KNVB. In het reguliere team kan je de meeste groei doormaken”, zegt John, naast fanatiek voetbalvader ook trainer van het team van Robin. Hij legt voor een seizoen altijd even uit wat er met zijn zoon aan de hand is. “Ik vind dat zijn trainers en medespelers dat moeten weten. Dan krijgen ze geen verkeerde indruk en doen ze niets verkeerds met hem. Maar voor de rest is er geen verschil tussen hem en zijn teamgenoten. Als hij zich niet gedraagt of iets niet goed doet, moet hij ook op zijn donder krijgen. Als ik vind dat hij iets beter had kunnen doen, vertel ik hem dat.” Robin: “Vaak nog in de auto, hoor.”

Laurens Kooren is nu al een cultheld bij SC Monster

Laurens Kooren moet een beetje gniffelen als het aan de orde komt. Hij mag dan de jongste van het stel zijn bij Sportclub Monster, hij heeft als enige ook een eigen fanbase. Inclusief een Facebookpagina met de naam ‘Official Laurens Kooren Fanpage’. “Dat is meer een lolletje.” Met een beetje fantasie kan Laurens Kooren een cultheld worden genoemd, ware het niet dat Kooren slechts negentien jaar is en pas sinds dit seizoen in de hoofdmacht speelt.

“Een paar gasten van het zevende elftal zitten er achter”, zegt de student aan de HALO-opleiding in Den Haag over zijn fanpagina op Facebook. “Ze kennen mijn zus en vonden het leuk dat ik meteen vanaf de junioren in het eerste elftal ben gekomen. Als enige speler is mij dat gelukt. De meeste andere jongens die zijn doorgestroomd spelen in het tweede of derde.”

Inmiddels heeft de fanpagina op Facebook zo’n 130 volgers. “Af en toe zetten die gasten er een fotootje op, dat ik weer in de basis sta enzo. Ach, ik zie het meer als een lolletje dan een serieus iets. Of ik vereerd ben? Natuurlijk vind ik het leuk, het is altijd beter om positief in de schijnwerpers te staan dan negatief. Die gasten zijn er bij elke thuiswedstrijd. Echte die-hard supporters.”

Het feit dat die ‘supporters’ Kooren hebben uitgekozen als ‘doelwit’ heeft misschien ook wel iets te maken met de speelstijl van de jonge inwoner van Monster, die op dit moment ook voor een jaar stage loopt als trainer bij de JO13-1 van zijn club. Die speelstijl straalt iets onverzettelijks uit. “Ik ben inderdaad erg gedreven en geef nooit op”, benoemt Kooren zijn sterkste wapens.

Mede door die instelling veroverde Kooren al snel een basisplaats in het team van trainer Robin Knoester. Na drie oefenwedstrijden in het tweede elftal maakte hij zijn debuut in de hoofdmacht tegen Quintus. “Chiel van de Bos, die tot dan linksback had gespeeld, raakte geblesseerd. Blijkbaar deed ik het in die wedstrijd als zijn vervanger goed genoeg want ik ben er daarna niet meer uit geweest. Toen Chiel hersteld was, is hij als linkercentrale verdediger teruggekeerd.”

Kooren speelde in alle wedstrijden voor de winterstop mee en haalde slechts eenmaal het einde van de wedstrijd niet. Dat was tegen Lyra. “Ik had al geel en de rechtsbuiten van Lyra zocht me steeds op. Uit een soort van voorzorg ben ik toen gewisseld.”

Het was een heel klein smetje op de uitstekende eerste competitiehelft die Kooren speelde. Zeker als je bedenkt dat hij vorig seizoen nog vele niveau’s lager actief was bij de junioren. “Junioren of senioren, dat is wel een verschil hoor”, verzekert hij. “Het tempo bij het eerste elftal is zo’n stuk hoger. Vooral het verschil in handelingssnelheid. Bij de junioren kon ik eerst rustig de bal aannemen en op mijn gemak kijken waar ik de bal vervolgens heen zou spelen. Nu heb ik meteen een tegenstander op mijn huid.”

Met VELO en Lyra behoort het Monster van Looren tot de voornaamste titelkandidaten in de derde klasse. “Ik denk dat tussen ons drieën niet heel veel verschil zit. Het zou mooi zijn als we binnen een jaar het verloren terrein weer kunnen terugwinnen.”

Harry Rusken verlaat na vier jaar VV WFB

Harry Rusken (46) begint komend seizoen aan een nieuwe uitdaging bij Rockanje. Net als bij zijn eerdere clubs AGE en OHVV stond de trainer ook bij VV WFB vier seizoenen lang aan het roer van het vlaggenschip. Wat is zijn geheim? En wat laat hij in Ouddorp achter?

Ouddorp – Dat Rusken met veel plezier terugkijkt op zijn jaren op sportpark De Kruse, is in gesprek met de Hellevoeter meteen duidelijk. ,,Het waren vier fantastische jaren bij de mooiste club van het eiland”, klinkt het overtuigend. ,,Ouddorp is een hecht dorp, de club heeft veel vrijwilligers en iedereen is altijd met die club bezig. Daarbij heb ik een hechte selectie tot mijn beschikking gehad, met erg leuke jongens.”

In de eerste drie seizoenen acteerde hij met West Flakkee Boys in de derde klasse. Na een zevende, achtste en dertiende plek moest zijn ploeg een stap terugdoen. In de vierde klasse H sloten Rusken en zijn mannen, na een lange titelstrijd met OSV uit Oud-Beijerland, uiteindelijk af in de subtop.

Volgens Rusken hoort WFB op dit moment thuis aan de bovenkant van de vierde klasse of onderkant derde klasse. ,,Zodra de huidige verjonging is doorgevoerd en als iedereen wat groter en ouder is, dan zou je in de middenmoot van de derde klasse kunnen eindigen.”

Terugkijkend op die vier jaar in Ouddorp koestert hij de positieve ervaringen. ,,Ik heb een heel fijne periode gehad met mensen die gewoon alles voor de club overhebben. Je komt bij WFB echt in een warm nest terecht. Dat is echt prettig werken.” Over het dieptepunt hoeft hij ook niet lang na te denken. ,,Dat is de degradatie in 2017 geweest. Degradatie is altijd een dieptepunt.”

Wat hij nu achterlaat op sportpark De Kruse? ,,Ik denk dat we stappen hebben gemaakt in de organisatie. De trainingsopkomst is verhoogd, we hebben een grotere selectie gekregen en we hebben de begeleiding bij blessures verbeterd.”

Honkvast
Wat aan zijn trainersloopbaan opvalt is dat Rusken bijzonder honkvast is. Net als bij AGE en OHVV bleef hij ook bij WFB vier jaar lang zitten. Is er een geheim? ,,Gewoon zo normaal mogelijk doen. Ik wil behandeld worden zoals ik andere mensen ook behandel. Ik kom uit het onderwijs, dus ik weet wel wat van groepsprocessen. En ik concentreer met niet alleen op het eerste elftal, ik probeer ook verenigingsbreed mee te denken. Daarnaast hou ik van open communicatie. Ik spreek gewoon iedereen aan en probeer mijn kennis aan iedereen die dat wil over te dragen. Dan is het aan hen wat ze ermee willen doen. Voor de rest probeer ik altijd mezelf te zijn. Ik doe niet aan verschillende agenda’s.”

Evenmin is hij er niet de trainer naar die spelers meeneemt van zijn oude naar zijn nieuwe club. Al zou dat bij WFB niet eens lukken. ,,Er gaat nooit wat weg bij WFB. Er komt ook nooit wat bij. Ze weten niet eens wanneer de overschrijvingsdatum afloopt. Er is wel eens naar mij gebeld voor een speler van WFB, maar die jongens gaan toch niet weg. Dat is ook wel hun charme. Maar ook al zouden ze het wel doen, dan nog ga ik zelf niemand meenemen. Ik zou dat niet netjes naar je vorige werkgever vinden.”

Noodlot treft Dax Steentjes voor tweede keer

Het nieuwe voetbaljaar begon voor Dax Steentjes rampzalig. De 22-jarige middenvelder van Verburch scheurde in de tweede trainingsweek na de winterstop voor de tweede keer binnen twee jaar zijn voorste kruisband af. Amper een half jaar was hij volledig hersteld van zijn vorige blessure. “Ik zat er weer helemaal lekker in”, kijkt Steentjes terug op zijn rentree in de Poeldijkse hoofdmacht. “Ik had geen angst en speelde voluit.”

Het gebeurde in een ‘onschuldig’ moment. “Tijdens een partijvorm. Ik wilde druk zetten en mijn tegenstander kapte me uit. Ik draaide linksom. Dat deed mijn hele lichaam, alleen mijn voet bleef staan.” Hij wist gelijk dat het, weer, mis was. “Ik ben hier bij Verburch meteen naar fysiotherapeut Wouter de Kok gegaan. Die voelde het ook meteen: afgescheurde kruisband. Op dat moment zakt de grond wel even onder je voeten vandaan. Toen ik thuis kwam, zagen mijn ouders aan mijn betraande ogen dat er iets niet goed was.”

Hij zal opnieuw onder het mes moeten. “Ik krijg een nieuwe voorste kruisband”, legt hij uit. “Bij de vorige operatie hebben ze een stukje pees uit mijn hamstring gehaald. Die pees is nu kapot en onbruikbaar. Een nieuw stukje pees uit mijn hamstring halen kan niet. Ik ben aangewezen op een donorpees of op een pees van een varken. Ik heb me laten vertellen dat zo’n pees goed te vergelijken is met die van een mens.”

Zijn zware blessure heeft ook grote gevolgen voor zijn dagelijkse doen en laten. Als student van de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding (HALO) heeft hij zijn knie hard nodig. “Dat is wel iets, ja”, verzucht hij. “De theoretische vakken kan ik blijven doen, maar de noodzakelijke praktijklessen volgen is erg lastig. Atletiek, turnen en judo zijn sporten die ik een later stadium moet inhalen.”

Normaal gesproken zou hij volgend jaar afstuderen aan de HALO, maar dat zit er voor de derdejaarsstudent niet in. “Door mijn eerste blessure moest ik al het nodige inhalen. Daar was ik nu mee bezig. Het is een vervelende bijzaak, maar ik doe er niks aan. Ik zal niet de eerste zijn aan de HALO die er een jaartje extra over doet.”

Meer zorgen maakt hij zich over zijn voetbaltoekomst. Die is serieus in geding. “Is het überhaupt verstandig om door te gaan?” vraagt hij zich hardop af. “Het belangrijkste nu is dat mijn knie weer helemaal goed wordt. Bij dit soort blessures kan je kiezen om wel of niet te opereren. Voor mij is niet opereren geen optie, want ik heb die knie in mijn werkbare leven straks nodig.” Voorlopig schuift hij zijn beslissing om te stoppen of door te gaan met voetbal voor zich uit. “Eerst maar opereren en revalideren.” Hij weet hoe dat is. “Dat is me bij de eerste keer niet tegengevallen.”

Met zijn eerste knieblessure speelde hij lang door. “In eerste instantie dachten ze aan een verrekking. In de voorbereiding heb ik toen alles gespeeld, achteraf gezien zonder voorste kruisband. Pijn heb ik nooit gehad.”Na een voorspoedige revalidatie maakte hij dit seizoen tegen GDA zijn comeback in de basis. “Ik maakte de 1-1 en 2-1 en we wonnen met 3-1.”

Nu is hij nog steeds veel op de club. “Doordeweeks bij trainingen en bij wedstrijden. De band met die jongens is hecht, maar het is natuurlijk anders als je zelf speelt.”

Teleurstelling na degradatie v.v. Spijkenisse

Richard Sitton is al 12 jaar voorzitter van v.v. Spijkenisse. Voordat Sitton voorzitter van Spijkenisse werd, was hij zelf actief als voetballer bij SCO’63. Daarnaast heeft hij 20 jaar lang gefloten voor de KNVB in Jeugd 1 (Hoogste jeugdafdeling), wat ook wel de landelijke lijst werd genoemd.

Richard Sitton is bij v.v. Spijkenisse betrokken geraakt, doordat hij door de club benaderd werd toen zij in de problemen zaten. “De bedoeling was eerst dat het voor een jaartje was, maar zoals je ziet zit ik er nu nog steeds.”

Eigenlijk was Sitton van plan om na te stoppen als voorzitter, maar uiteindelijk heeft hij toch besloten om te blijven. De club heeft namelijk niet een geschikte vervanger kunnen vinden voor Sitton. Daarnaast was het eerste elftal van Spijkenisse onverwachts kampioen geworden in de Hoofdklasse, waardoor het elftal het afgelopen seizoen mocht uitkomen in de Derde Divisie. ‘’Dit wil ik graag nog meemaken bij de club.’’

Nacompetitie/degradatie van het 1eelftal
Of het terecht was dat v.v. Spijkenisse degradeerde? “Ja, dat was terecht. Maar toch hebben ze het hele seizoen redelijk voetbal gespeeld.” Het hele seizoen deden ze onderin mee volgens Richard Sitton. “Dus dan is het geen verrassing, maar het is uiteraard wel een teleurstelling.”

Het is een groot verschil qua niveau tussen de Hoofdklasse en de Derde divisie. “Dat merkte de club ook. Foute worden vaker en sneller afgestraft. Dat zag je voornamelijk in de eerste seizoenshelft. Ze speelde mooi voetbal, maar de kleine foutjes werden gewoon afgestraft.”

Door de kleine foutjes liet Spijkenisse heel wat punten liggen en liep de club achter de feiten aan, vertelde de voorzitter. “Het was een ongelukkige start, waardoor je met mooi voetbal geen of weinig punten haalde.”

De jeugdopleiding
Sitton is zeer tevreden over de prestaties van de jeugd. “Helaas was de JO19-1 net niet gepromoveerd naar de Derde divisie, maar alle andere selectie teams komen allemaal uit in de Tweede Divisie.“
V.V. Spijkenisse heeft ook de regionale jeugdopleiding certificaat gekregen. Daarnaast is Sitton ook zeer tevreden over de organisatie en hoe het staat. “We hebben goede stappen gezet dit seizoen en daar ben ik trots op. Daardoor kan de doorstroming naar het eerste elftal goed geregeld worden.’’

De JO15-1 en de JO17-1 stonden beide in de finale van de Regio Rijnmond Cup. De finaledag werd bij sv Slikkerveer in Ridderkerk gehouden. De voorzitter vermelde met zeer gepaste trots dat beide elftallen de finale hadden gewonnen.

Wat maakt de club zo mooi?
“Ik denk dat het een hele mooie mix is van prestatie en dat mensen zeer actief betrokken zijn. Bij Spijkenisse doen wij er alles aan om een echte organisatie te worden en bouwen wij stap voor stap een organisatie op, waarin echt het voetbal/ talentontwikkeling zeer belangrijk zijn. Daarnaast werken wij als club ook aan onze maatschappelijke functie.’’

Bij v.v. Spijkenisse spelen er enkele meiden in zowel JO15-1 en JO13-1. Volgens Richard Sitton is dat iets heel moois, omdat je dit niet vaak ziet op dat niveau. “Wij hadden niet genoeg ruimte en speelsters om in die leeftijdscategorieën meidenteams op te richten.’’

Aydin vertrekt met pijn in het hart

Kazim Aydin verruilt VV Oosterhout deze zomer voor VV Almkerk. De 26-jarige Oosterhouter gaat op een hoger niveau voetballen, maar die beslissing nemen was allesbehalve makkelijk. “Oosterhout blijft mijn club.”

Het zal voor Kazim Aydin wel even wennen zijn als hij aan de voorbereiding voor het nieuwe seizoen begint. Niet meer de vertrouwde ploegmaten om zich heen, maar een kleedkamer vol nieuwe gezichten. De 26-jarige Oosterhouter verruilt VV Oosterhout voor Almkerk, dat op het moment van schrijven bovenaan staat in de tweede klasse zaterdag.

“Het zal wel even wennen zijn, dat zeker. Ik heb er ook lang over na moeten denken, verruil Oosterhout niet zomaar voor een andere club. Ik heb hier mijn hele leven gespeeld, maar het is echt een sportieve uitdaging. We blijven met Oosterhout maar in de derde klasse hangen, Almkerk strijdt voor een plek in de eerste klasse met als doel om daar lang in te blijven. Ze hebben duidelijke plannen, ik heb ook met de trainer gesproken en het klinkt alsof ze alles goed op orde hebben. Het zegt veel dat zij zo vroeg al bezig zijn met volgend seizoen”, aldus Aydin.

Almkerk hoorde goede verhalen over Aydin en polste de Oosterhouter begin dit jaar voor een overstap. “Ik kreeg een berichtje van hun leider en ben op gesprek gegaan. Er sprak veel vertrouwen uit dat ik op dat moment al een tijdje geblesseerd was en zij me dus niet konden zien spelen, maar me toch graag wilden hebben. Het gesprek daar was prima, toen heb ik de knoop snel doorgehakt.”

Zijn huidige clubgenoten reageerden positief. “Ze gunnen het me allemaal, omdat zij ook wel zien dat het een stap hogerop is, maar vinden het tegelijkertijd jammer. Ik heb daar van kleins af aan gespeeld, dit is alweer mijn negende jaar in de selectie bij Oosterhout. Ze zeiden dan ook dat de deur altijd open zou staan voor een eventuele terugkeer.”

Hij verlaat de club met pijn in het hart. “Het is zeker mijn club, ik voel hier echt de clubliefde. Ik zal ze altijd blijven volgen en geregeld komen kijken. De mensen om me heen hier zijn allemaal bekenden, die vastigheid ga ik wel missen.”

In 21 jaar maakte hij veel mooie momenten mee bij VV Oosterhout. Zijn succesvolle lichting in de jeugd, het kampioenschap in de derde klasse en de goede prestaties in de tweede klasse onder Johan Gabriëls zijn de gebeurtenissen die als eerste bij hem opkomen. Het dieptepunt was de brand van twee jaar geleden, die het nieuwe sportcomplex verwoestte. “Maar dat heeft de club ook juist bij elkaar gebracht. Als je ziet wat er allemaal gedaan is voor de vereniging in die tijd, dat is toch wel heel mooi.”

Gebroeders Van Asch pakken Rhelico-record van eigen vader af

Als er naast fietsen en auto’s een opvallende, oranje quad geparkeerd staat voor sportpark Boutenstein, dan weet men bij Rhelico: de gebroeders Van Asch zijn aanwezig. Ferry (16) en Maxim (15) maken een stormachtige ontwikkeling door in de JO17-1 en debuteerden beiden al in het eerste team van de club.

Het is zaterdagmorgen 08.30 uur als twee sympathieke jongemannen de kantine van Rhelico binnenwippen. De twee blonde broeders hebben totaal geen last van een ochtendhumeur en zijn op dit tijdstip al vrolijk en zeer energiek. Dat laatste komt goed uit, want er wacht het duo een lange voetbaldag. Beiden moeten eerst spelen met JO17-1 en in de middag sluiten de tieners samen aan bij de selectie van Rhelico. “We zijn eigenlijk altijd de hele zaterdag op de club te vinden”, legt verdediger Maxim uit. Het duo stapt dan altijd samen, zoals ook deze ochtend, op hun opvallende oranje quad en scheurt naar de club. “We gaan vaak kijken bij JO11-1, het team dat we samen trainen. Soms fluiten we ook nog een wedstijdje en daarna gaan we zelf voetballen.”

Zijn oudere broer Ferry is aanvaller en kent net als Maxim een goed seizoen. “Ik heb al zeker veertig goals gemaakt”, grijnst hij. “Maar als team zijn we sowieso sterk”, legt hij uit. Volgend jaar stapt het hele team over van de JO17 naar de JO19-tak binnen de club, terwijl veel jongens nog 15 of 16 jaar oud zijn. “Misschien zullen we dan minder winnen, maar de jongens kunnen in die competitie veel meer leren”, zo meldt hun trainer Jack Schalkx, die op de achtergrond luistert naar wat zijn pupillen te melden hebben.

Beide broertjes beleefden een tijdje terug een uniek moment. In het met 0-2 verloren thuisduel van Rhelico 1 tegen VVAC debuteerde zowel Maxim als Ferry in het vlaggenschip van de fusieclub uit Rumpt. Ze traden hierdoor in de voetsporen van hun vader Freddie en braken beiden een record. Vader Freddie stond namelijk jarenlang bekend als de jongste debutant ooit voor Rhelico 1, maar hij raakte die middag die status kwijt. Toen de wedstrijd tegen VVAC slechts tien minuten oud was, verbrak zijn eigen zoon Ferry het record met zijn invalbeurt. Ongeveer een uurtje lang was de zestienjarige Ferry de jongste debutant ooit voor Rhelico, totdat zijn vijftienjarige broertje Maxim inviel. De twee schieten weer in de lach als ze terugdenken aan dat duel. “Het was een zeer speciale dag”, geeft Ferry toe. “Allereerst omdat mijn broertje en ik beiden mochten meedoen. En ten tweede natuurlijk omdat onze vader zijn status kwijt is geraakt”, lacht hij.

‘VV Schijf speelt zeker geen boerenkoolvoetbal’

Cees van Beers weet ‘voor 90 procent’ zeker dat VV Schijf zijn laatste klus is. Hij is inmiddels al bezig aan zijn 33ste seizoen als hoofdtrainer en gaat in ieder geval nog één jaar door bij de vierdeklasser. In de vierde klasse B is hij bezig aan een uniek jaar met Schijf.

Halverwege het seizoen stond Schijf twee punten los bovenaan de competitie, met twee duels minder gespeeld dan achtervolger Alliance. Met ook nog een gestaakt duel bij een 3-1-stand tegen Sprundel in het achterhoofd, konden de Schijfse voetballers met een gerust hart de winterstop in.

Koploper zijn in de vierde klasse is een unieke prestatie voor VV Schijf. Voor Van Beers begon het traject in 2015. “Zes oudere spelers van het eerste stopten toen ik hier hoofdtrainer werd. Schijf had in de jaren daarvoor degradatievoetbal gespeeld. Ik haalde de A-jeugd erbij en zag zeker een stuk of vier à vijf jongens die van waarde konden zijn voor het eerste. Die groep vormde samen met het restant van de selectie, gasten van 24, 25 jaar die al acht seizoenen ervaring hadden in het eerste, een mooie basis.”

Van Beers is vanaf het begin in Schijf bezig geweest met de tactiek en het hameren op een voetballende speelstijl. “We begonnen met 4-3-3, maar dat ging gigantisch fout, waarna we zijn overgeschakeld naar 4-4-2. Dat klikte gelijk goed en daar zijn we niet meer van afgeweken. We hebben een aantal jaren gebouwd en nu staat er een heel stabiel elftal. We hebben een aantal jongens dat qua voetballend vermogen het verschil kunnen maken en de rest speelt puur in dienst van het elftal. Dat daar duidelijkheid over is, is de kracht van Schijf.”

Ook qua speelstijl was er werk aan de winkel voor Van Beers. “Die jongens waren gewend om helemaal in te zakken, constant de lange bal te spelen op de eenzame spits, zonder dat er iets van aansluiting was. Ze voetbalden puur op de nul, maar dat hielden ze geen negentig minuten vol. Ik ben dat drastisch anders gaan doen: ver van het doel spelen, heel aanvallend en met z’n allen hoog druk zetten. Na een aantal jaren is dat een automatisme geworden, dat is een van de oorzaken waardoor het dit seizoen allemaal zo goed gaat. We spelen zeker geen boerenkoolvoetbal.” En als het voetballend toch niet lukt, kan Van Beers altijd nog rekenen op de uitstekende instelling van zijn spelers. “Het zijn allemaal no-nonsense jongens in Schijf, hier is geen ruimte voor kapsones. Het is een vriendengroep en je laat je vrienden niet stikken.”

Hoewel de doelstelling van de club handhaving in de vierde klasse is, verwacht Van Beers dat VV Schijf de titelstrijd lang vol kan houden mits hij niet te veel last van blessures krijgt. De trainer heeft zeker nog niet het idee dat de rek eruit is. “Ik zie heel veel mogelijkheden om deze groep verder te brengen. Ik kan de vonk nog overbrengen, vandaar dat ik er nog een vierde seizoen aan vastplak.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.