Home Blog Pagina 1408

Ontwikkeling begint bij SHO bij jongste jeugd

Om in de toekomst een herkenbaar eerste elftal mogelijk te maken, is focus op de jeugd van groot belang. Xander ’s Gravendijk combineert als bestuurslid voetbaltechnische zaken bij SHO de portefeuilles jeugdvoetbal en de selectie. ,,Mijn belangrijkste focus is om verbinding te krijgen tussen de jeugd en de selecties. En wij willen voetballertjes niet alleen voetbaltechnisch ontwikkelen, maar ook als persoon en als mens.’’

OUD-BEIJERLAND – Als voetballer droeg Xander ’s Gravendijk jarenlang het shirt van SHO. Hij was als jongen van de club die het vlaggenschip bereikte een voorbeeld van hoe de club dat de komende jaren graag vaker ziet gebeuren. En juist dat is nu zijn verantwoordelijkheid. “Doel is dat spelers vanuit de jeugd de stap naar het eerste elftal kunnen maken. Dat er een herkenbaar eerste elftal staat. Geen vreemdelingenlegioen omdat een paar mensen graag de hoofdklasse willen bereiken, maar een elftal met jongens uit de eigen opleiding aangevuld met spelers van buitenaf die een binding hebben met SHO of Oud-Beijerland’’, vertelt ’s Gravendijk. “Verbinding vind ik heel belangrijk. Daarom houden we bijvoorbeeld vanaf komend seizoen op maandagavond talententrainingen. De talenten uit de Onder 17 en Onder 19 trainen dan samen met de jongere spelers uit de selectie, onder leiding van onze hoofdtrainer Sander Fakkel. Talenten schuiven door als hun ontwikkeling daar om vraagt. Zo prikkel je de ontwikkelingscurve. Maar andersom zoeken we ook verbinding, door van selectiespelers te vragen om zich met de jeugd bezig te houden.’’

“SHO is een voetbalvereniging waarbij ‘verenigen’ prioriteit heeft’’, vervolgt ’s Gravendijk. “In een maatschappij waar individualisering hoogtij viert, is het juist belangrijk om ergens bij te horen. Wij zijn één vereniging van de Grashoppers tot en met het eerste elftal. Wij vragen betrokkenheid van onze leden en bieden hen een ‘thuis’. Samen de schouders eronder zetten en er iets moois van maken. Dit zorgt voor positieve energie, onderlinge verbinding en een plezierig klimaat.’’

Om uiteindelijk het eerste elftal van zoveel mogelijk vers bloed uit de eigen jeugdopleiding te voorzien, is de inzet van ’s Gravendijk breder dan alleen bij de oudste jeugd. “Het begint al bij onze jongste voetballers, de Grasshoppers. Daar staat eigenlijk onze beste jeugdtrainer op, iemand die bij de KNVB werkzaam is bij de ontwikkeling van speelwijzen. Als je ziet hoe hij didactisch sterk en met veel plezier die jonge kinderen traint, dat is mooi om te zien.’’

Qua invulling probeert ’s Gravendijk de jeugdopleiding net even anders aan te pakken dan de meeste clubs. Zo is er in Oud-Beijerland geen Hoofd Jeugdopleiding meer (“Die mensen verzuipen vaak in het werk’’), maar zijn er per leeftijdscategorie voetbaltechnische coördinatoren aangesteld. Ook is een sociaal pedagogisch medewerker in dienst genomen. “Soms zie je weleens dat in bepaalde teams kinderen net niet goed aansluiten bij de rest van het team, of vaak in conflictsituaties komen. Die kinderen kun je bestempelen als lastig, maar wij proberen via de sociaal pedagogisch medewerker die opname in het team te verbeteren. We willen ervoor zorgen dat iedereen met plezier kan voetballen. En we hopen dat we voetballers niet alleen voetbaltechnisch ontwikkelen, maar dat ze ook als persoon en als mens een stap kunnen zetten. Want je hebt als voetbalclub ook een sociaal maatschappelijke functie, waar je leert hoe het is om een teamsport te beoefenen en dat je samen wint en verliest.’’

Scoren in ‘Wouter Burger-doel’
Met Oranje onder 17 behaalde Wouter Burger afgelopen voorjaar de Europese titel in zijn leeftijdscategorie. De huidige jeugdspeler van Feyenoord speelde ook jarenlang bij SHO. Met de ondertekening van zijn eerste contract in Rotterdam-Zuid kreeg SHO een opleidingsvergoeding en die is direct ingezet voor de jeugd. “Daar zijn doeltjes van drie meter bij één meter van gekocht voor de jeugd. Die hebben we de ‘Wouter Burger-doeltjes’ genoemd’’, vertelt Xander ’s Gravendijk.

Stefan Havelaar in de leer als rechtsback bij VV Rijsoord

Op een voor hem hele nieuwe positie maakte Stefan Havelaar (20) dit seizoen zijn entree in de eerste selectie van VV Rijsoord. Het product uit de eigen jeugdopleiding van de zaterdaghoofdklasser wil de komende seizoenen stijgen in de pikorde.

Dit seizoen bleef zijn fysieke inzet in de hoofdmacht beperkt tot 25 minuten. Meteen in de eerste wedstrijd van de competitie, tegen titelkandidaat Ter Leede, mocht hij bij een 1-0 stand in het voordeel van Rijsoord zijn opwachting maken van trainer Gijs Zwaan. “Om de verdediging dicht te houden. Dat lukte, het werd 1-0”, aldus Havelaar, die daarna nog een paar keer op de bank zat.

Duidelijke afspraken
“Ik wist wat mijn rol zou zijn”, reageert de bij Rijsoord opgegroeide student Sport en Bewegen. “De A-selectie bestaat uit twintig spelers. Vijftien, zestien man gaan met de wedstrijd op zaterdag mee. Dan heb je nog blessures en schorsingen. De afspraak was dat ik veel in het tweede zou spelen.”

De meerwaarde voor Havelaar zit hem in het feit dat hij mee kan trainen met de ‘grote jongens’. “De eerste en twee selectie trainen bij VV Rijsoord gescheiden. Alleen al van de trainingen leer je zo veel, dat niveau ligt vele malen hoger. Daarnaast speel ik altijd in oefen- en bekerwedstrijden mee. Alleen nu dus even niet.” Havelaar blesseerde zich namelijk onlangs aan zijn knie. “We speelden met het tweede tegen Pelikaan 3. Ik wilde de bal wegtrappen, maar kreeg zelf een trap tegen de binnenkant van mijn knie. Op dat moment bleef mijn voet staan. Gelukkig valt de schade mee. Mijn binnenste kniebanden zijn verrekt. Het betekende echter wel einde seizoen.”

Afgelopen seizoen als leerjaar
Een seizoen dat voor Havelaar vooral in het teken stond van leren. Toen hij te horen kreeg dat hij lid mocht worden van de A-selectie, kreeg hij meteen het advies mee zich te richten op de rechtsbackpositie. “Daar ziet de trainer kansen voor mij. Ik ben van origine een verdedigende middenvelder. Dat is wel iets anders dan rechtsback zijn. Met het verdedigende deel had ik niet zo veel problemen, dat was ik aardig gewend als verdedigende middenvelder, maar ik vind het wel lastiger om goed in te schatten wanneer ik iets aanvallend moet ondernemen.”

”Als moderne rechtsback moet je veelzijdig zijn, maar je moet alles wel gedoseerd doen. Je kan niet tien keer per helft naar de achterlijn rennen. Dat goed aanvoelen is best lastig.” Hij kijkt daarom goed naar Darrison Gerardus, die rechtsback speelt in VV Rijsoord 1. “Hij heeft al de nodige ervaring.” Zelf doet hij die ervaring op in Rijsoord 2. “Ik beschouw dit echt als een leerjaar. Ik ben ook niet echt tevreden over mijn persoonlijke prestaties”, toont hij zich opvallend zelfkritisch.

Havelaar is nu nog de enige ‘echte’ Rijsoorder in de A-selectie. Volgend seizoen krijgt hij gezelschap van Rick Drent en Casper Gerritsen, die van Slikkerveer terugkomen. “Dat ik een echte Rijsoorder ben, daar ben ik niet echt mee bezig hoor”, zegt hij. “Dat is iets meer voor de buitenwacht. Natuurlijk, de band die ik met de club heb is groter dan dat voor een speler geldt die hier pas twee seizoenen speelt, maar er spelen ook jongens die al zo lang spelen bij de club dat ze inmiddels ook Rijsoorder zijn.”

Tim Krul ondertekent kledingcontract met Sportclub Monster

© Tekst & Foto’s: Sportclub Monster

Monster, 29 juni 2018 –Vandaag bekrachtigden Sportclub Monster en Peak de samenwerking voor 8 jaar. Met Peak heeft Sportclub Monster een kledingleverancier gevonden die de identiteit van Sportclub Monster kan waarborgen. Door de officiële ondertekening door Tim Krul, eigenaar van Peak, is de samenwerking ook een voldongen feit. Vanaf het nieuwe seizoen zal Peak de complete sportlijn van Sportclub Monster gaan leveren.

Identiteit
De identiteit waarborgen van de club was de opdracht die het bestuur van Sportclub Monster aan de vrijwilligers van de kledingpitch commissie van Sportclub Monster had meegegeven. Dit bleek ook de grootste uitdaging in het keuzeproces naar een nieuwe leverancier. “Wij zijn als bestuur verplicht aan onze leden om bij het aflopen van het contract de mogelijkheden van de markt te verkennen. Peak is uit de pitch naar voren gekomen als leverancier die het best past bij Sportclub Monster van nu. Wij kijken uit naar de samenwerking met Peak”, aldus Albert van Kessel, voorzitter van Sportclub Monster.

Succes
“Dit is een belangrijke stap in de geschiedenis van Peak. Het verkoopsucces in Engeland en Ierland laat zien hoe krachtig en waardevol en hoe gewaardeerd onze kledinglijn is. Ik ben ontzettend trots dat Peak de nieuwe kledingleverancier van Sportclub Monster is geworden. Sportclub Monster is onze eerste Nederlands amateurvoetbalclub die wij volledig mogen voorzien van een special kledinglijn. De aanbesteding heeft een looptijd van minimaal 8 jaar, “We hebben een mooi assortiment sportkleding voorgesteld die in de smaak is gevallen”, zegt Tim Krul.

Kwaliteit
“Het feit dat ik kieskeurig ben, is de reden dat Peak nu bestaat. Het is begonnen met het ontwikkelen van een eigen keepershandschoen en inmiddels is het uitgegroeid tot een complete Peak Sportswear kledinglijn. Dat Peak nu ook in Nederland door de leden van Sportclub Monster wordt gedragen is een droom die uitkomt. Want wat is er nu mooier dan de pupillen van nu te zien voetballen in ons kledingmerk. Op deze manier maken we onze hoogwaardige kledinglijn beschikbaar ook voor Nederlandse amateurclubs. Ik ben daarom ook verheugd dat ik vandaag persoonlijk mijn handtekening kon zetten. Dit is een bijzonder en belangrijk moment.”, zegt Tim trots.

Nieuwe kledinglijn
De Sportclub Monster kledinglijn zal vanaf het nieuwe voetbalseizoen beschikbaar zijn. De nieuwe kledinglijn kan in augustus via de webshop van Sportclub Monster besteld worden.

De nieuwe sterren zijn op komst in Rijen

Luc Haagh (19) is de voorloper van een nieuwe generatie Rijen-talenten die de selectie de komende jaren gaat versterken. De dorpsclub ontwikkelde zich de afgelopen seizoenen al tot een stabiele tweedeklasser en met de nieuwe lichting kan Rijen nog verder doorgroeien.

Wie een paar jaar na de eeuwwisseling had voorspeld dat Rijen een stabiele tweedeklasser zou worden, was waarschijnlijk voor gek verklaard. RAC en EVV waren gefuseerd tot Rijen en de nieuwe club moest helemaal opnieuw beginnen onderin de kelder van het amateurvoetbal, de vijfde klasse. Maar in de afgelopen vijftien jaar is de club gegroeid en gegroeid. Verschillende talentvolle lichtingen hebben de vereniging uit het gelijknamige dorp omhoog geholpen, met de promotie naar de tweede klasse in 2015 en de derde plaats op dat niveau het jaar daarop als hoogtepunten. Afgelopen seizoen vocht Rijen lang tegen degradatie, maar toch heeft het de status als stabiele tweedeklasser ondertussen dubbel en dwars verdiend.

En het sprookje is nog niet voorbij, want een nieuwe lichting rammelt op de deur. Luc Haagh is een van de eerste spelers van die lichting, die zijn debuut heeft gemaakt. De 19-jarige verdediger annex middenvelder is een typische speler zoals Rijen ze graag ziet: een jongen uit het dorp, geen grote mond, maar er wel staan op zondagmiddag. “Ik speel hier van kleins af aan, woon inmiddels op kamers in Delft, maar reis graag drie keer per week terug naar Rijen voor de trainingen en wedstrijden. Ik ken iedereen hier, mijn vader speelde in het eerste van RAC en zowel de JO19-1 als het eerste is een vriendengroep. Het is prettig om hier te zijn, vrijwilligers als Ruud in de kantine en Theo de materiaalman zorgen ervoor dat je je thuis voelt. Mij krijgen ze hier niet zo makkelijk weg.”

Hij is lid van een lichting die al vroeg in de JO19-1 terechtkwam, nadat het team dat voor hen zat stopte met voetballen. “Dan sta je daar als 14-jarig mannetje met een aanvoerdersband om in de JO19-1. Dat was even wennen, maar uiteindelijk hebben we het heel goed gedaan. We hebben het geschopt tot de vierde divisie.” Als een van de eersten van die lichting mocht hij debuteren in het ‘grote’ Rijen. Een bijzonder moment voor de Rijenaar in hart en nieren. “Vroeger stond ik altijd met grote ogen naar de spelers van het eerste te kijken, nu stond ik er tussen. Ik was een beetje zenuwachtig, maar raakte dat gevoel al snel kwijt.”

Haagh verwacht stiekem nog wel meer van Rijen in de toekomst, met zijn lichting als versterking. “Misschien zit de eerste klasse er zelfs wel in. Komend seizoen hoop ik in ieder geval dat we het beter doen dan afgelopen jaar, maar we moeten eerst maar eens zien hoe we het vertrek van Thom Avontuur gaan opvangen.” De aanvoerder van Rijen vertrekt naar Dongen. “Hij maakt zó veel meters, dat gaan we wel missen. Ik heb veel van hem geleerd, hoe gemotiveerd hij altijd is en de slimmigheidjes in zijn spel. Ik neem graag een voorbeeld aan zijn loopbaan, hij heeft het prima ingedeeld: eerst een vaste waarde worden, dan aanvoerder en vervolgens een stap omhoog zetten. Dan kom je toch anders binnen bij een club als Dongen.”

CvdW: SVO DKS’17 – Chelsea van Wolvelaer

Chelsea van Wolvelaer (23) vervult op het moment de functie van trainster bij SVO DKS’17. Toen Van Wolvelaer in groep 8 zat, is zij door het schoolvoetbal in aanraking gekomen met de sport. Chelsea was sinds twaalfjarige leeftijd lid van RKVV Koewacht, maar heeft haar carrière als speelster al moeten beëindigen. Momenteel vervult Van Wolvelaer de functie van trainster bij SVO DKS’17.

Doordat zij veel last heeft gehad van blessureleed aan haar knie en het feit dat zij drie maanden geleden een operatie heeft ondergaan aan haar kruisband, heeft Van Wolvelaer besloten om zelf te stoppen met voetballen. Vanwege deze beslissing is zij zich meer gaan focussen op het trainen van de jeugdteams voor de meiden. ‘’Ik vind het heel leuk om mensen mee te nemen in het enthousiasme van voetbal en vind het erg belangrijk dat mensen plezier hebben in de sport. Omdat ik de sport zelf niet meer kan beoefenen, wil ik mijn enthousiasme doorgeven als trainster.’’

Het trainerschap
Bij RKVV Koewacht is Chelsea van Wolvelaer als trainster betrokken geweest bij het toenmalige D-elftal waar zij kwam helpen, bij de MO-15 als hulptrainer en komend seizoen gaat zij aan de slag als hoofdtrainster van de Vrouwen 3 van DKS’17.

Zij is op het moment de enige vrouwelijke trainer binnen SVO DKS’17, terwijl het streven toch is om DKS’17 een echte vrouwenvereniging te maken. ‘’Ik denk dat op een gegeven moment de speelsters van de seniorenteams toch gaan nadenken over kinderen en/ of het zelf niet meer zien zitten om te voetballen of de sport door lichamelijke klachten niet meer kunnen uitoefenen. Wij hopen natuurlijk dat deze dames dan een andere functie binnen de club (willen) gaan vervullen.’’

‘’Ik vind het belangrijk dat de speelsters elkaar binnen het team positief stimuleren en dat zij hun verhaal kwijt kunnen aan mij als zij daar behoefte aan hebben. Ik zal aankomend seizoen het derde team gaan trainen en dit is een heel nieuw team.’’ Van Wolvelaer heeft voor zichzelf als doelstelling voor komend seizoen dat de speelsters een hecht team worden en dat het plezier in de sport behouden blijft. Een anders streven van Van Wolvelaer voor aankomend seizoen is dat de speelsters gebruik maken van de kwaliteiten die zij zelf hebben, maar ook die van hun ploeggenoten.

Wat maakt DKS zo mooi?
Van Wolvelaer vindt het mooi dat de samenwerking tussen Koewacht en VV Steen het damesvoetbal weer uit het dal trekt. ‘’Het werd namelijk steeds minder met het damesvoetbal, waardoor wij uiteindelijk de volgende keuze kregen: Of het is klaar met het damesvoetbal of het damesvoetbal is te redden door middel van een samenwerking. Daarnaast vind ik het ook heel mooi dat door de samenwerking het damesvoetbal op Koewacht blijft, want hier ben ik toch opgegroeid wat betreft het voetbal.’’

Toekomstvisie
Altijd plezier in het voetbal en dat de speelsters onderling een hechte groep zijn. Uiteraard willen wij ook dat uiteindelijk alles binnen de club ‘door en voor vrouwen’ wordt geregeld en dat de club steeds groter wordt. Hoe mooi zou het zijn als over enkele jaren DKS het grootste SVO van Zeeland of Zeeuws-Vlaanderen zou zijn?

Over haar eigen toekomstplannen gaf Van Wolvelaer aan dat zij het liefst actief wilt blijven als trainster van de jeugd. ‘’Uiteindelijk is de jeugd de toekomst van de club en hier wil ik graag aan bijdragen. Ik vind het belangrijk dat de jeugd goed gestimuleerd wordt en vandaar dat ik actief wil blijven bij de jeugdafdeling van SVO DKS’17. Misschien dat ik in de toekomst wel meer wil gaan doen voor de jeugd, maar dat zien we tegen die tijd pas.’’

Het stimuleren van de jeugd probeert DKS’17 te bereiken door o.a. langs te gaan op scholen en door middel van het schoolvoetbal om met name meiden enthousiast te maken over de sport en kennis te laten maken door ze mee te laten trainen. ‘’Voetbal is tegenwoordig niet meer alleen een mannensport, want steeds meer meiden en dames beoefenen de sport ook.’’

Strijd om tickets NK Beach Soccer bij SCZ in Zoelen

Het jaarlijkse Beach Soccer toernooi in de regio Tiel wordt voortaan gehouden bij SCZ. De voetbalclub uit Zoelen heeft een akkoord gesloten met de organisatoren van de competitie, die begin juni van start gaat en in het weekend van 30 juni/1 juli wordt afgesloten met een finaleweekend.

Jarenlang werd het Beach Soccer toernooi bij Theole gehouden. Die club richtte de focus echter op andere doelen en daarom moest de organisatie op zoek naar een nieuwe locatie. SCZ bood zich aan en was welwillend om een veld voor het beach soccer aan te leggen. Marco van Overbeek zit al jarenlang in de organisatie van het toernooi én is trainer van een eigen team samen met Fred Fisscher. “Deze sport is echt populair aan het worden, je ziet steeds meer verenigingen zo’n veld aanleggen.”

Het toernooi in de regio Tiel is altijd hartstikke gezellig volgens Van Overbeek, hij is dan ook heel blij met het aanbod uit Zoelen. Alle leeftijdscategorieën doen mee. “Het is mooi om te zien dat die kleintjes zo veel plezier hebben. Daarnaast is het een hele spectaculaire sport. Zand is natuurlijk lang niet zo egaal als een grasveld, waardoor de gekste dingen gebeuren.”

De winnaar van het Beach Soccer toernooi bij SCZ mag meedoen aan het NK in Scheveningen, er staat dus wel degelijk iets op het spel. SCZ is blij met de aanwinst. “Zo kunnen we onze leden en het dorp meer bieden dan alleen voetbal. Het zandveld blijft liggen, dus kan de school of een andere vereniging er ook gebruik van maken.”

Hellevoetsluis blijft ook als honderdjarige ‘doodnormale’ club

Over een jaar viert Hellevoetsluis het honderdjarig jubileum. Een mijlpaal waar de club graag bij stilstaat. “Maar we blijven ook als honderdjarige doodnormaal doen”, zegt voorzitter Edwin Boogaard. “We hoeven niet ten koste van alles eerste klasse of hoofdklasse te spelen.”

Rust en loyaliteit zijn volgens Boogaard, zelf bezig aan zijn twaalfde (!) seizoen in zijn huidige functie, twee termen die van toepassing zijn op het Hellevoetsluis van nu. “Er is op alle fronten weinig verloop. Bestuursleden, commissieleden, spelers en trainers, mensen binden zich voor een langere tijd aan de club. Dat geeft zoveel rust.”

Edwin de Koning zit al acht jaar als hoofdtrainer op de bank. “En hij heeft voor een negende seizoen bijgetekend”, vertelt Boogaard (50) met enige trots. “Wij geloven niet in adhoc-beleid. Toen we stijf onderaan stonden in de tweede klasse hebben we het contract van de trainer met twee seizoenen verlengd. Voor de buitenwacht doet dat misschien vreemd aan, voor ons niet. De paniek regeert hier niet snel.”

Hellevoetsluis werkt ook rustig naar de jubileumviering – volgend jaar mei – toe. Twee jaar geleden, exact drie jaar voor het 100-jarig bestaan, was al de eerste vergadering van de jubileumcommissie. “De grote lijnen van hoe we het willen doen, staan wel vast”, zegt Boogaard. “Er komt een receptie, een dag die in het teken staat voor de jeugd en een feestavond op zaterdag 11 mei, hét hoogtepunt van de viering. Die dag staan er allerlei jubileumwedstrijden op het programma. Voor het eerste elftal zoeken we nog een aansprekende tegenstander.”

“Op zondag 5 mei zetten we een klok in werking. Die klok loopt terug van honderd naar nul uur. Op 9 mei om acht uur ’s avonds staat de klok op nul en is het precies honderd jaar geleden dat we zijn opgericht.”

Van oorsprong is Hellevoetsluis een zondagclub. “We hebben een periode zowel een zaterdag- als een zondagafdeling gehad. De zaterdagafdeling bestaat in 2019 dan ook al zestig jaar.Dat was ongeveer 25 jaar geleden. De nadruk lag op de zondag, op de zaterdag was het vooral gezellig. De spelers konden met 8-0 verliezen, maar dat was met een paar kratjes bier voor hun neus zo weer vergeten.”

Dertien jaar geleden koos de club voor de zaterdag. “De animo voor de zondag was behoorlijk aan het teruglopen. De stap naar de zaterdag was een heel logische”, herinnert Boogaard, zelf toen speler van zaterdag 1, zich nog. “Natuurlijk verzetten verstokte zondagmensen zich ertegen. Er zijn ook leden die nooit meer een voet op het complex hebben gezet, maar dat was maar een handjevol. Het was onvermijdelijk. Toen we eenmaal op zaterdag speelden, was iedereen er ook zo aan gewend. We hadden ook geluk dat we meteen kampioen werden”, aldus Boogaard, die acht jaar in de hoofdmacht van de zondag en drie seizoenen in de eerste zaterdagelf speelde.

“Ik denk dat we als club een goede afspiegeling zijn van de wijk. ‘Doe normaal, dan doe je al gek genoeg’, dat is een beetje de mentaliteit bij ons.”

Hellevoetsluis groeide de afgelopen jaren fors. Inmiddels heeft de club 640 leden. Boogaard: “Vooral de afgelopen twee jaar zijn er veel nieuwe leden bijgekomen. De aanwas heeft meerdere redenen. Onze accommodatie is opgeknapt, tot 2012 stonden op de plaats van de kleedkamers houten barakken. We waren één van de eerste clubs met kunstgras. En dat het met Nieuwenhoorn de laatste jaren wat minder gaat, heeft ons ook geen windeieren gelegd”, is de voorzitter eerlijk.

Door de recente groei is het nodig om de accommodatie uit te breiden. Er zijn vergaande plannen om de oude tribune te vervangen voor een nieuwe. “Onder de tribune willen we vier extra kleedkamers realiseren. Dat zou ons extra lucht geven. Met de huidige capaciteit zitten we aan ons plafond. Met die extra kleedkamers zouden we ruimte krijgen om door te groeien naar zevenhonderd leden.”’

Heel veel groter moet Hellevoetsluis niet worden, vindt Boogaard. “Iedereen kent elkaar nu nog, dat hoort ook bij het karakter van onze club.”

Art van der Staal, voorzitter HSV Hoek

Art van der Staal is sinds 2015 de voorzitter van HSV Hoek, maar hij heeft zelf nog nooit gevoetbald. ‘Ik ben oorspronkelijk een korfballer. Deze sport heb ik dan ook 30 jaar beoefend.’ De reden dat Van der Staal voorzitter van HSV Hoek is geworden, ligt in het feit dat hij al sinds 1993 sponsor van de club is.

Van der Staal is dus al een lange tijd betrokken bij de club uit Hoek en toen de club op zoek ging naar een nieuwe voorzitter, voelde hij zich niet gelijk aangetrokken tot de positie. Uiteindelijk heeft hij toch besloten om de functie aan te nemen. ‘Het is natuurlijk een van de belangrijkste functies binnen een vereniging en het is hard werken. Er zijn weken bij dat je 15 tot 20 uur met/voor de club bezig bent.’

Aangezien het seizoen afgelopen is voor HSV Hoek, denken veel mensen waarschijnlijk dat er een rustige periode aangebroken is voor de club. Maar niets is minder waar. De club moet namelijk, aan het begin van het nieuwe seizoen, voldoen aan de licentie van de Derde Divisie. ‘Wij zullen hard aan het werk moeten in de zomerstop, aangezien wij op 14 juli alweer beginnen met de voorbereidingen en op 18 augustus alweer de eerste KNVB-bekerwedstrijd moeten spelen. Voor die tijd moeten wij dus zorgen dat Hoek aan de licentie voldoet.’

Als voorzitter zit Van der Staal niet stil en is hij voornamelijk bezig met de communicatie, sponsoren, spelers en trainers. ‘Voor de jeugd werken wij samen met Philiphine en dit wil ik zo goed mogelijk begeleiden.’ De hoogtepunten van de voorzitter van HSV Hoek zijn de promotie naar de Derde Divisie, een penaltysoap bij FC Lisse in oktober en de wedstrijd in het Heracles stadion tegen Heracles die nipt met 3-1 werd verloren. ‘De promotie naar de 3edivisie is een historisch moment. De club was klaar om de stap te maken en het is dan mooi als het ook nog eens lukt.’

De club wil de jeugd gaan uitbreiden. HSV Hoek werkt hierom al samen met Philiphine, maar willen nog een stap verder. ‘We proberen de jeugd zo goed mogelijk uit te breiden en op een leuk niveau te laten spelen. Helaas zijn wij maar een kleine vereniging met 250 leden. Het eerste elftal speelt op een hoog niveau, maar dat is ook het enige.’ HSV Hoek heeft het niet getroffen met de ligging. De club ligt namelijk in de uithoek van Zeeuws-Vlaanderen en de meeste jeugdspelers kiezen toch sneller voor de grotere clubs in de regio.

Voor aankomend seizoen heeft Hoek de doelstelling om zich te handhaven in de Derde Divisie en voor de aankomende jaren wil het een stabiele ploeg in de Derde Divisie worden. Om de bovenstaande doelstellingen te kunnen behalen, heeft HSV Hoek een paar versterkingen aangetrokken voor het aankomende seizoen. ‘Het zijn allemaal mannen die al eerder in de Tweede of Derde Divisie hebben gespeeld.’

HSV Hoek is via de nacompetitie gepromoveerd naar de Derde Divisie na dat de club op de vierde plaats was geëindigd in de Hoofdklasse. De eerste twee wedstrijden in de nacompetitie waren tegen Spijkenisse. Thuis werd er met 1-0 gewonnen en het uitduel in Spijkenisse eindigde in 2-2. In de volgende ronde waren de Ajax amateurs de tegenstander. Uit werd er gelijkgespeeld (0-0) en had Hoek het heft dus nog volledig in eigen hand. Gelukkig werd er op Sportpark Denoek met 1-0 gewonnen, waardoor HSV Hoek de promotie naar de Derde Divisie heeft afgedwongen.

Jordan Francke waakt voor verslapping bij VV de Meeuwen

Zaterdag-tweedeklasser De Meeuwen stevent af op het kampioenschap. Een belangrijke rol is weggelegd voor Jordan Francke (22). Met de middenvelder bespreken we de bedreigingen en kansen voor zijn ploeg. ,,Wij zijn de favoriet.’’

Uitspreken dat De Meeuwen kampioen wordt, durft Francke nog niet. Desalniettemin barst de aanvallende middenvelder van vertrouwen. Het kan ook bijna niet meer mis gaan. ,,Je zou denken van niet, nee. Maar we kunnen van iedereen verliezen. En van iedereen winnen. Zo zit deze competitie in elkaar’’, vertelt Francke. Dat de competitie spannend is, is een understatement. ,,Als wij 10% minder zijn, trekken we een wedstrijd niet over de streep’’, schetst de nummer 10. ,,Je moet elke wedstrijd volle bak gaan, want iedereen is aan elkaar gewaagd. Maar wij zijn de favoriet!’’

Outsiders
Er zijn een heleboel outsiders in de tweede klasse, maar Francke pikt er één ploeg uit. ,,Arnemuiden, daar speelden we thuis 2-2 tegen. Ze zijn voetballend aan ons gewaagd en hebben een aantal gevaarlijke spelers. In vergelijking met Nieuwdorp vind ik Arnemuiden beter.’’ Halverwege februari maakte de koploper kennis met een andere, uitstekende ploeg: Oostkapelle. Op Sportpark Duinhelm ging De Meeuwen met ruime cijfers onderuit; het werd 4-0. ,,Dat was een klein dipje’’, blikt de rechtspoot terug. ,,We waren de eerste helft beter, maar Oostkapelle maakte de kansen wél af. Het is een echte counterploeg en het hobbelige veld hielp ook niet mee. We speelden ze in de kaart. Ja, je leert wel van zo’n wedstrijd. Maar we hebben er niet zo lang bij stilgestaan, de focus ging al gauw op Terneuzense Boys-uit. Die wedstrijd wonnen we dan weer met 2-5.’’ Op bezoek bij de Zeeuws-Vlaamse laagvlieger was Francke vier maal aangever. ,,Dat klopt niet helemaal, al stond dat wel zo in de krant. Twee voorzetten werden nog aangeraakt, maar ik vind vier assists prima’’, knipoogt hij.

Aanjager
Francke is steevast basisklant in Zoutelande. Hij zit al jaren bij de selectie en wordt steeds belangrijker. Als aanjager op 10 moet hij de spitsen Robin Dek en Menno de Nooijer ondersteunen én op maat bedienen. Het is persoonlijk nog geen topseizoen, oordeelt Francke. ,,De trainer (Daan Eikenhout, red.) verwacht dat een aanvallende middenvelder minimaal tien goals maakt per seizoen. Dat aantal ga ik niet halen, want ik heb er nu nog maar drie in liggen. Ik moet meer gaan scoren, misschien wat brutaler worden ook, meer ballen opeisen. Maar we staan bovenaan hè, dat is het belangrijkste’’, aldus Francke.

Kick and rush
Oefenmeester Daan Eikenhout oogst veel lof. Met zijn oogstrelende voetbal lokt hij voetballiefhebbers op zaterdagmiddag naar Sportpark D’n Hooghe Hilt, als de groen-witten thuis spelen natuurlijk. Francke is eveneens tevreden over het functioneren van Eikenhout. ,,Hij is een heel goede trainer’’, stelt de 22-jarige dribbelaar. ,,Hij wil een voetballende ploeg zien. Het Engelse kick and rush ligt ons niet zo, want we hebben veel technische spelers met voetballende kwaliteiten. Daan doet ook altijd een biertje mee in de kantine en is eerder als laatste weg dan als eerste. Een geweldige vent!’’

Vriendenteam
Francke zit lekker in zijn vel. Zijn rendement moet weliswaar omhoog, maar de spelverdeler koestert plaats één op de ranglijst. Een echte teamplayer dus. Zoutelande verlaten doet hij voorlopig sowieso niet, is hij stellig. ,,Ik wil met De Meeuwen naar de eerste klasse. Ik denk niet na over een vertrek. Ik voetbal voor mijn plezier met een hecht vriendenteam en dus niet voor centjes. Er heeft ook nog nooit een club mij benaderd, hoor’’, vertelt Francke nuchter. De sfeer bij De Meeuwen is té gezellig. ,,Het is een geweldige club’’, meent hij. ,,We hebben enorm trouwe supporters, die ook altijd bij uitwedstrijden zijn. Soms zijn er meer fans uit Zoutelande dan dat er supporters van de thuisclub langs de lijn staan. Dat is mooi.’’

Pim van Oers: ‘Volgens de dokter had ik al lang moeten stoppen’

Pim van Oers speelde onlangs zijn driehonderdste wedstrijd in VCW 1. Het lichaam van de 34-jarige verdediger stribbelt af en toe tegen, maar van stoppen wil hij nog niets weten. ‘Ik ben nog net zo bloedfanatiek als die jonge gasten.’

VCW is een echte dorpsclub uit Wagenberg. De spelers van het eerste team zijn ook nagenoeg allemaal afkomstig uit die plaats, maar uitgerekend een van de meest ervaren voetballers uit de formatie komt ‘van buitenaf’. Althans, officieel dan, want een vreemde voelt Pim van Oers zich al jaren niet meer in het knusse Wagenberg. “Ik heb tot mijn achttiende bij Terheijden gespeeld en dat deed ik met veel plezier, maar door onenigheid met met mijn trainer, ben ik destijds daar vertrokken”, legt Van Oers uit. “Ik kende wat jongens uit Wagenberg van het stappen en ze vroegen of ik bij VCW kwam spelen. Daar had ik wel oren naar. Bovendien woonde mijn toenmalige vriendin ook in die plaats.”

Fysieke problemen
Zestien jaar na zijn overstap naar VCW is Van Oers zelf woonachtig in Wagenberg, is zijn toenmalige vriendin zijn vrouw en speelt hij nog altijd in het eerste team van VCW. “Ik heb heel wat dingen meegemaakt en ben het spelletje nog altijd niet beu”, zegt Van Oers, die inmiddels is afgezakt van het middenveld naar een plekje in het hart van de defensie. Twee flinke blessures brachten hem niet van zijn stuk. “Ik heb er tweemaal anderhalf jaar uitgelegen”, zegt van Oers. “Eerst scheurde ik mijn voorste kruisband af in een knie en een paar jaar later had ik enkelproblemen. De dokter adviseerde me na het tweede incident om te stoppen, maar ik heb daar natuurlijk niet naar geluisterd. Ik ben namelijk nog veel te fanatiek en sla geen training over. Het lichaam stribbelt af en toe tegen en mijn enkel moet ik ook elke wedstrijd intapen. Maar op zondagmiddag sta ik er nog altijd.”

Record
Inmiddels speelde Van Oers dus meer dan driehonderd duels in het eerste team, maar daarmee heeft hij nog geen record in handen. Ivo Marreel speelde namelijk 359 duels in VCW 1, maar hij is ondertussen gestopt. Bovendien speelde ook Frank Meeuwissen meer duels dan Van Oers voor het vlaggenschip van de gemoedelijke dorpsclub. “Als ik de blessures niet had gehad, dan had ik misschien nu wel meer duels gespeeld dan zij, maar nu moet ik dus nog twee seizoenen doorgaan om het record over te nemen hé”, lacht Van Oers. “Maar pin me niet vast op deze uitspraak: ik bekijk altijd aan het einde van het seizoen of ik er nog een jaar achteraan plak.”

Van Oers heeft nu nog geen tijd om aan stoppen te denken. Met VCW strijdt hij tegen degradatie uit de vierde klasse C. “We moeten er alles aan doen om nacompetitie en directe degradatie te ontlopen”, aldus de routinier. “We hebben een prima team en krijgen veel complimenten over ons spel, maar pakken te weinig punten. Iedereen moet in de eindfase harder werken om ons doel te bereiken. We hebben een jonge groep, dus dat moet geen probleem zijn. Ikzelf ben niet meer de snelste en moet het vooral van mijn inzicht en timing hebben, dus ik reken vooral op onze jonge gasten”, besluit hij lachend.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.