Home Blog Pagina 1391

TVC Breda kan niet meer zonder Wil

Materiaalman Wil is van onschatbare waarde voor TVC Breda. De 55-jarige Bredanaar is elke dag aanwezig om voor de materialen en velden te zorgen. En dat wordt gewaardeerd.

Wil Aerts is populair bij TVC Breda. Geregeld komt er op deze dinsdagavond een jeugdspeler of ouder langslopen met een vraag of om een dolletje te maken met de materiaalman. “Mag ik de sleutel van het materiaalhok om mijn bal op te pompen, maat?”, vraagt een tiener. Elke vraag wordt beantwoord met een plaagstootje door Aerts.

Het is wel duidelijk dat hij gewaardeerd wordt in Tuinzigt. Hij doet dan ook veel voor de club. Sterker nog, de 55-jarige Bredanaar besteedt zo 40 uur per week aan het op orde krijgen van de materialen, velden en het faciliteren van de teams. “Ik vind het wel leuk om hier te zijn. We komen allemaal uit de buurt, ik ken veel gezichten en het is leuk om samen een bakje koffie te drinken.”

Vijf jaar geleden kwam de materiaalman binnen bij TVC. “Een maat van mij deed dat eerst helemaal alleen, maar hij zocht iemand die kon helpen. Toen ben ik op vrijdag eens gekomen om de lijnen te zetten. Er was geen sterveling op het sportpark en ik hoorde de vogeltjes fluiten. Toen wist ik: dit wil ik blijven doen.”

Dat terwijl Aerts eigenlijk helemaal niet van voetbal houdt. “Ik ben dertig jaar geleden voor het laatst naar een wedstrijd geweest, dat was Antwerpen tegen Brugge. Ik heb toen flinke klappen gehad, had een gat achterin mijn harses waar je bang van wordt. Sindsdien heb ik geen wedstrijd meer bezocht.”

Aerts doet veel bij de club: hij trekt de lijnen, repareert de materialen, zorgt voor thee in de rust, levert de hoekvlaggen en ballen en ga zo nog maar even door. Hij doet het graag en voelt ook de waardering. “Ik ben hier net zo bekend als Jantje Smit. Als ik door de wijk rij, word ik door iedereen begroet.”

Hij is opgegroeid in Tuinzigt, maar merkt dat de wijk veranderd is. “Vroeger was iedereen dag en nacht buiten. Wij lieten de deuren ook gewoon open staan. Dat volkse is nu wat minder. Wij hadden in die tijd ook geen computer of PlayStation, niet eens een voetbal. Als we mensen zagen voetballen, sprongen we gauw op om mee te doen.” Aerts komt uit een arm gezin. “We waren met zijn zessen, als het eten op tafel kwam, moest je zorgen dat je vlug was, anders was het op.”

Die tijd heeft hem gevormd. Aerts is met de kleine dingen blij. Hij waardeert het wanneer een speler hem een kopje koffie aanbiedt. “Ik kan het zelf ook wel pakken, daar gaat het niet om, maar het gebaar zegt veel.”

Aerts drukt zijn stopwatch in. Een jeugdwedstrijd gaat van start en hij moet wel zorgen voor thee of ranja in de rust. Om 22.00 uur gaat hij weer naar huis, morgen weer een nieuwe dag bij TVC.

Yordi Godijn staat voor zijn eerste seizoen bij IFC

Yordi Godijn is 26 jaar oud, woonachtig in Rotterdam en staat sinds dit seizoen onder de lat bij IFC. Hiervoor keepte hij bij CWO in de Tweede klasse. Hij heeft hiervoor al een aantal clubs gehad. Bij RKSV Leonidas heeft hij zijn opleiding gehad, waarna hij ook zijn debuut heeft mogen maken bij het eerste van Leonidas zondag.

Vervolgens is hij naar het eerste elftal zaterdag van Leonidas gegaan, waar hij nog twee jaar heeft gevoetbald om daarna te vertrekken naar Bolnes van de toenmalige trainer Geert Meijer. Geert Meijer zag hem uitblinken in de wedstrijden tegen Bolnes, en heeft daarna Yordi nog een paar keer bekeken. Uiteindelijk werd hij benaderd door Geert om te komen keepen bij Bolnes. Hij is vertrokken naar Bolnes en hij heeft een goede band  opgebouwd met Geert. Uiteindelijk zijn Geert en Yordi samen vertrokken naar v.v. Strijen, waar Geert momenteel nog zit, maar Yordi niet meer. Hij vertrok alweer na één jaar naar RVVH, om daar ook weer snel te vertrekken. ‘’Het was niet wat ik had gehoopt’’ vertelde Yordi.

‘’Clubs, en zeker in het amateurvoetbal sturen ook niet zomaar hun huidige keeper weg, dus het is moeilijk om als nieuwe jongen bij een club je kans te pakken’’ zegt Yordi. Voor zijn ontwikkeling was het wel goed om de stap te maken naar RVVH, hij heeft veel meegetraind met het eerste en heeft een aantal bekerwedstrijden gekeept. Het is natuurlijk ook moeilijker om als keeper je in de basis te spelen, de keeper wissel je niet zomaar.

Hij begon zijn jeugdjaren als speler in de aanval, en is steeds een linie opgeschoven. ‘’Uiteindelijk werd ik keeper in mijn tweede jaar van de D, ook vanwege de astma die ik toen der tijd had’’. Officieel is hij nog wel astmapatiënt, maar van de astma heeft hij tegenwoordig geen last meer.

IFC volgde Yordi al vanaf zijn periode in Strijen. ‘’Ik ben ze vanaf dat moment blijven volgen en heb altijd contact gehouden met bepaalde spelers bij IFC’’, zegt hij. Zodoende is het balletje gaan rollen en nu staat hij voor zijn eerste seizoen bij IFC.

Van zijn oude ploeg CWO, wat in de Tweede Klasse speelt, gaat hij nu weer naar de Hoofdklasse. Dat is een flinke stap hogerop. Daarvoor moest hij een stap terugdoen van RVVH naar CWO ‘’Ik ben iemand die keuzes op mijn gevoel maakt, als ik een stap terug moet doen, dan doe ik dat ook ‘’. Hij kent zichzelf goed en hij weet ook van zichzelf dat de kwaliteiten bij hem aanwezig zijn. ‘’Je kan natuurlijk nooit 100 procent garanderen dat je weer een kans hogerop krijgt, maar je moet gewoonweg in jezelf vertrouwen’’.

Vroeger heeft Yordi weleens gefloten voor het schoolvoetbal en bij Leonidas heeft hij dit gedaan bij jeugdtoernooien. Bij die club heeft hij ook zijn mooiste moment beleefd, met het elftal wat op Zondag speelt. Hij had zijn bijdrage aan de bekerwinst, die uiteindelijk werd gewonnen tegen SC Feyenoord. ‘’Als keeper moet je jezelf onderscheiden door belangrijke ballen te pakken, als dat lukt en je pakt daarmee punten voor het team, dan vind ik dat je een goede wedstrijd heb gespeeld’’.

Met IFC is hij al begonnen aan het nieuwe seizoen. Afgelopen zaterdag speelde ze hun eerste oefenwedstrijd van het seizoen tegen derdedivisionist v.v. Dongen, die met 3-1 werd gewonnen. ‘’ Er zijn een aantal ervaren jongens weggegaan, maar we hebben daarvoor veel jonge spelers voor teruggekomen, die al vaker op dit niveau hebben gespeeld’’. IFC is de laatste jaren gewoon een stabiele middenmoter in de zondag Hoofdklasse, en hij verwacht dat er dit jaar misschien wat meer in zit. ‘’We willen met z’n allen de stap maken naar de Derde Divisie, en daar gaan we alles voor doen’’, aldus Yordi. Hij hoopt op een mooi seizoen met weinig doelpunten, en als alles meezit de promotie.

Mark Stoevenbeld: Sfeermaker en regelaar

Mark Stoevenbeld (38) was jarenlang speler bij Papendrecht en werd daarna leider bij Papendrecht 2, maar in de zomer van 2016 werd hij weggeplukt door Drechtstreek.

PAPENDRECHT – ,,Natuurlijk was niet iedereen bij Papendrecht het daar mee eens, maar ik ben niet de eerste en vast ook niet de laatste die een overstap maakt van Papendrecht naar Drechtstreek of andersom. In het eerste team van Drechtstreek voetballen met Jillroy Ruiz, Rick Sieses, Haris Brzac en Jan Abaisa ook jongens met een verleden bij Papendrecht. Ik kende de meeste spelers van Drechtstreek al uit het uitgaansleven en ook de helaas veel te jong overleden trainer Bill Tukker.

Ik ging vroeger, als de hoofdmacht van Papendrecht uit voetbalde, al vaak kijken bij het eerste van Drechtstreek. Twee jaar geleden werd ik door de technische commissie van Drechtstreek benaderd voor het leiderschap. Uiteraard heb ik daar even over na moeten denken, maar leider zijn van een eerste elftal was al een wens”, vertelt Stoevenbeld, vaak liefkozend ‘Stoef’ genoemd. ,,Ik heb als leider natuurlijk meerdere petten op. Ik ben onderdeel van de technische staf, maar sta ook tussen die jongens in en ga wel eens een biertje met ze drinken. Ik heb het erg naar m’n zin bij deze warme en gezellige club, al heb ik het bij Papendrecht ook altijd uitstekend naar m’n zin gehad.

Het was voor mij wel bijzonder om dit seizoen met Drechtstreek beide wedstrijden van Papendrecht te winnen. De sfeer bij de derby’s is echt geweldig, zowel op de Slobbengors als hier op de Oostpolder. Zoveel publiek, maar alles was top geregeld en de sfeer was subliem. Van dat soort wedstrijden moeten beide clubs het toch hebben qua inkomsten, dus ik hoop dat we komend seizoen gewoon weer bij elkaar in de competitie zitten. Na die twee gewonnen derby’s willen we nu ook nog boven Papendrecht eindigen op de ranglijst, dat is het doel voor de laatste weken van de competitie.”

Eeuwig groen van Heerjansdam lonkt voor Mike Sloof

Als hij de vraagt krijgt of hij bij een aanlokkelijk aanbod ‘zijn’ Heerjansdam zou verlaten, is Mike Sloof (26) duidelijk. “Nee hoor. Ik zit hier goed.” Om er even later bijna schaterlachend aan toe te voegen dat hij nog nooit door een andere club is benaderd. “Misschien kunnen ze mijn telefoonnummer niet vinden of wil de club ze dat niet geven.”

Sloof heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld als een loyale, nuchtere en waardevolle kracht van Heerjansdam. Tijdens het Janus van Peenen-tijdperk slaagde hij erin als jonkie uit de eigen jeugdopleiding door te dringen tot de basiself. “Martin van Peenen heeft mij laten debuteren”, zegt de centrale verdediger, die al een paar jaar met de aanvoerdersband om zijn arm loopt. Het was in een periode dat het niet makkelijk was om tussen alle toppers, die door Heerjansdam werden aangetrokken, een plaatsje te vinden. Sloof lukte het als één van de weinige jongelingen wel. “Maar ook niet altijd hoor. Ik heb met geweldige spelers samengespeeld en daar heb ik ook veel van geleerd. In mijn eerste volledige seizoen in Heerjansdam 1 promoveerden we meteen naar de hoofdklasse. Die hoofdklasse staat toch mooi op mijn cv. Niet heel veel spelers kunnen zeggen dat ze op dat niveau hebben geacteerd.”

Tijden veranderden op sportpark De Molenwei, waar Heerjansdam sinds het vertrek van de markante Janus van Peenen als legendarische voorzitter en geldschieter met bescheidener middelen moest doen. “Niks mis mee”, vindt Sloof. “Vroeger was het een komen en gaan van spelers, nu is het bijna een oase van rust. Niet dat er niemand weggaat of komt ofzo, het is alleen wat rustiger op dat gebied.”

“De sfeer in de selectie is top en dat betaalt zich ook uit in de prestaties.”

Vorig seizoen werd Heerjansdam met overmacht kampioen van de tweede klasse. De wat behoudende tactiek van trainer Fop Goumans viel wat minder in de smaak, bij aanhang en spelers. “De nieuwe trainer past denk ik wat beter bij onze ideeën”, zegt Sloof over oefenmeester Patrick Kok, die Heerjansdam ondanks de promotie wat offensiever laat spelen.

“Het was echt een nadrukkelijke wens van ons als spelersgroep om wat aanvallender te spelen, ondanks dat we wisten dat we ons daarmee zelf ook in de vingers konden snijden”, wijst hij op de toegenomen tegenstand in de eerste klasse. “De trainer is daar met ons mee aan de slag gegaan. We kunnen op drie manieren spelen en druk zetten. Dat werkt goed.”

De vrees dat in de eerste klasse degradatievoetbal gespeeld moest worden, was onterecht. “We hebben al snel na de winterstop een nieuwe doelstelling neergelegd. In plaats van handhaving gingen we voor het linkerrijtje in het klassement. Nu moeten we ervoor zorgen dat dit seizoen geen incident is en dat we een stabiele eersteklasser worden”, aldus Sloof, die werkt in het transportbedrijf van zijn vader. “Mijn oudere broer werkt er ook. Ik had altijd zoiets: ‘dat ga ik echt niet doen’ en vandaar dat ik Sport en Bewegen ben gaan doen. Met die studie ben ik halverwege gestopt en nu zit ik vol in het bedrijf. Ik vind het ook echt leuk. Het is de bedoeling dat mijn broer en ik het bedrijf gaan overnemen. Mijn vader zegt dat hij het rustiger aan wil gaan doen, maar dat zei hij vijf jaar geleden ook.”

 

‘Het is altijd wat bij ons’

Al heel zijn leven draagt Peter Moerkerk (30) het rode shirt van voetbalvereniging Stellendam. De geboren en getogen Stellendammer doet immers niets liever dan voetballen in zijn eigen dorp, met jongens die hij goed kent en in de rug gesteund door de trouwe supporters die de club overal achterna reizen. Ook nu de verdediger de grens van dertig is gepasseerd, begint het niet te kriebelen om toch nog een keer voor het avontuur te gaan. ,,Nee, joh!”

STELLENDAM – Steeds weer op de fiets naar sportpark Molengors, steeds weer voetballen op hetzelfde veld en elke keer weer omkleden en douchen in dezelfde kleedkamer. Heeft Peter Moerkerk dan nooit eens het avontuurlijke gevoel gekregen om bij een andere club in een nieuwe omgeving te gaan voetballen? ,,Nee, nee, nee, joh”, klinkt het stellig. ,,Ik blijf gewoon lekker op Stellendam voetballen. Uiteraard!”

Wel geeft hij toe ooit eens te zijn benaderd door Nieuwenhoorn, toen die club de overstap maakte van het zondag- naar het zaterdagvoetbal. ,,Maar ik had daar helemaal geen oren naar. Ik vond het wel goed zo op Stellendam, lekker met vrienden voetballen. Dat doe ik toch het liefst.”

Wat Stellendam dan als club voor hem zo speciaal maakt? ,,Stellendam is een warme vereniging, waar een hoop mensen zich bij betrokken voelen. Het is er altijd gezellig druk. Als ik kijk naar de supporters die er thuis en uit altijd zijn, dan mag ik toch wel spreken van een leuke club. En gezien het feit dat die mensen ons altijd achterna reizen, denk ik dat anderen daar ook wel zo over denken.”

En hij snapt ook wel waarom. ,,Er gebeurt sportief gezien natuurlijk nog al eens wat. Het ene jaar degraderen we en het andere jaar promoveren we. Het is altijd wel wat bij ons. Alhoewel het afgelopen jaar even wat minder ging in de vierde klasse.”

Hoe hij de tegenvallende prestaties van het voorbije seizoen verklaart? ,,We zijn best afhankelijk van geblesseerden en mensen die we om andere redenen moeten missen. Ik denk dat we afgelopen seizoen als team gewoon een stukje completer waren en dat het balletje toen net wat vaker goed viel, waardoor we wedstrijden wél konden beslissen. Als het dan meezit, blijf je een beetje in die flow zitten. En als je in de hoek zit waar je net wat eerder en op de verkeerde momenten tegendoelpunten krijgt, dan kom je weer in een ander soort flow te zitten. En daar kwamen we dit seizoen niet zo makkelijk uit.”

Waar het plafond van Stellendam dan ligt als het elftal wél voor langere tijd compleet blijft? ,,Ik denk heel reëel gezien dat wij bij de eerste vijf van de vierde klasse moeten kunnen horen, met misschien een uitschieter naar een periodetitel. Of wij ook derde klasse-waardig zijn, weet ik niet. We zullen het dan in ieder geval wel erg lastig krijgen. Ik denk dus dat wij bij de eerste vijf in de vierde klasse thuishoren.”

 

Mark Vosselman moet zorgen voor rust en routine

Vanwege het aanstaande vertrek van routiniers Eelco de Lange, Ronald Vrolijk en Diejego Biekman was Oranje Wit op zoek naar een ervaren verdediger. Die is gevonden in de persoon van Mark Vosselman, een 28-jarige verdediger uit Dordrecht met een mooie staat van dienst in het amateurvoetbal. De linksbenige centrumverdediger wordt komende zomer herenigd met trainer Pippy Pruymboom, die Vosselman in de jeugd van FC Dordrecht al onder zijn hoede had. ,,Vroeg of laat zouden we nog wel eens gaan samenwerken. We hebben altijd goed contact gehouden.”

DORDRECHT – Vosselman heeft op zijn 28ste al een mooi rijtje clubs achter zijn naam staan. Hij begon met voetballen bij EBOH en werd op zijn twaalfde gescout door FC Dordrecht, waar hij tot zijn twintigste speelde. ,,In de zomer van 2008 leek ik onder trainer Gert Kruys mijn kans te gaan krijgen in het eerste van FC Dordrecht toen Johan Versluis op het punt stond om naar Georgië te vertrekken, maar die transfer ging vanwege de oorlog in Zuid-Ossetië toch niet door. Verder dan een officiële wedstrijd in de KNVB-beker ben ik nooit gekomen, maar ik kijk met trots en plezier terug op die tijd.”

Daarna speelde Vosselman een halfjaar in België en nog een halfjaar op de zondag  bij EBOH, waarmee hij net niet promoveerde naar de eerste klasse. Daarna volgden een seizoen bij Papendrecht (hoofdklasse zondag), een jaar RVVH (hoofdklasse zaterdag), drie seizoenen LRC (eerste klasse) en nu drie seizoenen bij SHO (eerste klasse). ,,Ik ben bij de senioren helaas nog nooit kampioen geworden, maar heb wel altijd voor het kampioenschap gestreden.

Trainer Pippy Pruymboom en zijn assistent Frank Wierks zijn verheugd met de komst van Vosselman. ,,Vroeger was ik altijd de clown van het team, maar ik ben ook rustiger geworden. Bij SHO ben ik geregeld aanvoerder, dus ik heb me op dat vlak zeker ontwikkeld. Ik voel me nog geen routinier, maar loop inmiddels natuurlijk al wel een tijdje mee.” De laatste jaren speelde Vosselman vaak tegen teams van Pippy Pruymboom, zijn oude coach in de B1 van FC Dordrecht.

Vosselman kent ook al wat toekomstige teamgenoten. ,,Met Nicky de Jong, waar ik in de F1 van EBOH al mee samenspeelde, en Christiaan Perrier heb ik een goede band. Christiaan is een slimme spits waar ik altijd graag tegen spel. Hij zorgt overal voor leven in de brouwerij, daar hou ik wel van. Het amateurvoetbal is me soms iets te serieus,” zegt Vosselman. ,,Ik heb de laatste jaren veel tegen Oranje Wit gespeeld, dus ik weet dat het een ploeg is met veel kwaliteit en drang naar voren. Ik had ook opties om bij clubs in de derde divisie te gaan spelen, maar dat zag ik niet zitten. Ik ben onlangs verhuisd naar Breda, waar mijn vriendin vandaan komt en waar ik drie jaar gestudeerd heb. Bovendien heb ik het als zelfstandig ondernemer ook druk met mijn bedrijf VOS Vastgoed & Facility. Ik werk twee dagen per week vanuit Arnhem en drie dagen in de week in Dordrecht, dus dan kan ik direct door richting de training. Ik heb altijd gezegd dat ik nog terugkeer bij EBOH en dat gaat ook wel gebeuren, maar ik heb daar geen haast mee. Eerst hopelijk nog een paar mooie jaren op hoog niveau bij Oranje Wit.”

Mark Vosselman moet zorgen voor rust en routine

0

Vanwege het aanstaande vertrek van routiniers Eelco de Lange, Ronald Vrolijk en Diejego Biekman was Oranje Wit op zoek naar een ervaren verdediger. Die is gevonden in de persoon van Mark Vosselman, een 28-jarige verdediger uit Dordrecht met een mooie staat van dienst in het amateurvoetbal. De linksbenige centrumverdediger wordt komende zomer herenigd met trainer Pippy Pruymboom, die Vosselman in de jeugd van FC Dordrecht al onder zijn hoede had. ,,Vroeg of laat zouden we nog wel eens gaan samenwerken. We hebben altijd goed contact gehouden.”

DORDRECHT – Vosselman heeft op zijn 28ste al een mooi rijtje clubs achter zijn naam staan. Hij begon met voetballen bij EBOH en werd op zijn twaalfde gescout door FC Dordrecht, waar hij tot zijn twintigste speelde. ,,In de zomer van 2008 leek ik onder trainer Gert Kruys mijn kans te gaan krijgen in het eerste van FC Dordrecht toen Johan Versluis op het punt stond om naar Georgië te vertrekken, maar die transfer ging vanwege de oorlog in Zuid-Ossetië toch niet door. Verder dan een officiële wedstrijd in de KNVB-beker ben ik nooit gekomen, maar ik kijk met trots en plezier terug op die tijd.”

Daarna speelde Vosselman een halfjaar in België en nog een halfjaar op de zondag  bij EBOH, waarmee hij net niet promoveerde naar de eerste klasse. Daarna volgden een seizoen bij Papendrecht (hoofdklasse zondag), een jaar RVVH (hoofdklasse zaterdag), drie seizoenen LRC (eerste klasse) en nu drie seizoenen bij SHO (eerste klasse). ,,Ik ben bij de senioren helaas nog nooit kampioen geworden, maar heb wel altijd voor het kampioenschap gestreden.

Trainer Pippy Pruymboom en zijn assistent Frank Wierks zijn verheugd met de komst van Vosselman. ,,Vroeger was ik altijd de clown van het team, maar ik ben ook rustiger geworden. Bij SHO ben ik geregeld aanvoerder, dus ik heb me op dat vlak zeker ontwikkeld. Ik voel me nog geen routinier, maar loop inmiddels natuurlijk al wel een tijdje mee.” De laatste jaren speelde Vosselman vaak tegen teams van Pippy Pruymboom, zijn oude coach in de B1 van FC Dordrecht.

Vosselman kent ook al wat toekomstige teamgenoten. ,,Met Nicky de Jong, waar ik in de F1 van EBOH al mee samenspeelde, en Christiaan Perrier heb ik een goede band. Christiaan is een slimme spits waar ik altijd graag tegen spel. Hij zorgt overal voor leven in de brouwerij, daar hou ik wel van. Het amateurvoetbal is me soms iets te serieus,” zegt Vosselman. ,,Ik heb de laatste jaren veel tegen Oranje Wit gespeeld, dus ik weet dat het een ploeg is met veel kwaliteit en drang naar voren. Ik had ook opties om bij clubs in de derde divisie te gaan spelen, maar dat zag ik niet zitten. Ik ben onlangs verhuisd naar Breda, waar mijn vriendin vandaan komt en waar ik drie jaar gestudeerd heb. Bovendien heb ik het als zelfstandig ondernemer ook druk met mijn bedrijf VOS Vastgoed & Facility. Ik werk twee dagen per week vanuit Arnhem en drie dagen in de week in Dordrecht, dus dan kan ik direct door richting de training. Ik heb altijd gezegd dat ik nog terugkeer bij EBOH en dat gaat ook wel gebeuren, maar ik heb daar geen haast mee. Eerst hopelijk nog een paar mooie jaren op hoog niveau bij Oranje Wit.”

CvdW: WSV Well – Johnny van der Have

Johnny van der Have (62) is momenteel leider van het eerste elftal van WSV Well, de club waar hij vroeger altijd gevoetbald heeft. Na een kort vertrek naar v.v. Roda Boys is hij weer teruggekomen bij Well, waar hij vervolgens 20 jaar grensrechter is geweest van het eerste elftal. ‘’Ik ben er mee gestopt omdat het fysiek moeilijk voor mij was, ik kon het gewoonweg niet meer bij benen’’, vertelde hij.

Hij kon het eerste elftal niet achter zich laten, en besloot twee jaar mee te gaan als supporter van het elftal, en dat werd niet onopgemerkt gebleven. Hij werd namelijk verkozen tot supporter van het jaar van WSV Well, die toen werd gekozen door de selectiespelers. Vervolgens stopte vorig jaar de toenmalige leider Gerrit van Lopik en kwam WSV Well uit bij Johnny van der Have.

Johnny heeft tot zijn 30e gevoetbald bij Well, waar hij ook geboren is. Hij speelde in het tweede elftal van WSV Well, maar mocht af en toe mee als wisselspeler van het eerste elftal. In de tijd bij Well heeft hij ook nog zo’n negen jaar de jeugdelftallen getraind.  Na zijn 30e is hij naar Roda Boys vertrokken, maar hij keerde snel weer terug bij WSV Well, want hij merkte dat Well zijn club was.

Hij is teruggekomen bij Well door de toenmalige grensrechter van het eerste elftal. Hij vroeg aan Johnny: ‘’ Is het niet iets voor jou om hier te gaan vlaggen’’. In eerste instantie dacht hij, dat het niks voor hem was, hij had namelijk al jaren niet meer gevoetbald en dus totaal geen conditie om dit bij een eerste elftal te doen. Maar hij heeft het toch achttien of negentien jaar volgehouden, wat weinig mensen hem nadoen. ‘’Kijk alleen al naar de laatste paar jaar, we beginnen nu al aan onze zesde grensrechter’’ zegt hij.

Hij wil het leiden van het eerste elftal nog zo lang mogelijk blijven doen. ‘’Al komt er natuurlijk wel een tijd dat ik moet stoppen, als ik dadelijk 70 ben, dan denk ik niet meer dat ik dit aan het doen ben’’, vertelde hij ‘lachend’. Als het binnenkort of over een paar jaar niet meer gaat, dan gaat hij sowieso nog mee als supporter, dat blijf ik altijd.

De derby’s die Well speelt zijn het leukst voor iedereen. Bij de wedstrijden tegen bijvoorbeeld v.v. Kerkwijk, v.v. Zuilichem en v.v. Brakel is er altijd na de wedstrijd een feest, die natuurlijk het leukst zijn als je ze winnend afsluit.

Het afgelopen seizoen verliep niet vlekkeloos, zo had WSV Well last van veel blessures, een iets te kleine selectie en hadden ze een langdurige schorsing van hun spits Danny Keijnemans. Als het seizoen goed verloopt, zonder rare dingen, hoopt Johnny, dat Well volgend seizoen rond plek vijf eindigt. Misschien kan Well met een beetje geluk een periodetitel pakken. ‘’Daar gaan we in ieder geval alles aan doen’’, sluit hij mee af.

Tuns toch een blijvertje op De Roef

Bij Sleeuwijk is de rust volledig terug. In het najaar van 2017 nam de ervaren Pieter Tuns de regie over van Edward Sijahailatua. De inwoner van Best inventariseerde en taxeerde de situatie en ging niet over één nacht ijs.

SLEEUWIJK – Tuns kreeg wel meteen een goed gevoel bij zijn nieuwe club. ,,Ik voelde dat bij Sleeuwijk alles tot in detail is geregeld. Wij moesten hard gaan werken en punten gaan halen.” Drie maanden later kreeg Sleeuwijk, dat graag met de geroutineerde Tuns door wilde, van hem groen licht. Tuns wordt een blijvertje op De Roef.

Pieter Tuns (1954) kan het veldwerk dus nog niet missen. ,,Maar twijfel was er wel nadat ik eind oktober 2017 aan deze klus begon. Ik was in de eerste zes weken ronduit ontevreden over de trainingsopkomst van de eerste elftalspelers. Ik heb dat de voorzitter na de laatste wedstrijd in december verteld. Hij heeft dat opgenomen in zijn nieuwjaarstoespraak. Ik heb dat tijdens de eerste training in januari ook aan mijn spelers meegedeeld. Het hing van hen af of ik aan de wens van het bestuur ging voldoen om hier nog een jaar te blijven. Ik voelde er niets voor om voor negen man vanuit Best vijftig minuten naar Sleeuwijk te rijden.”

De spelersgroep begreep de noodkreet van Tuns en verscheen massaal op de trainingen en Tuns besloot zijn contract tot medio 2019 te verlengen. Hij slaagde erin om Frans van den Steenhoven weer aan het voetballen te krijgen. Bij Benjamin de Gans en Arjan van Vuuren ving hij nog bot, maar Tuns kennende geeft hij nog niet op.

Terugkeer
Van den Steenhoven voegt uiteraard het nodige toe aan Sleeuwijk, dat de punten nog goed kan gebruiken. Pieter Tuns, die Van den Steenhoven bij Roda Boys ook al onder zijn hoede had, raakte dus bij de routinier de juiste snaar. ,,Ik was net bij Sleeuwijk begonnen en wilde eens bijpraten met Frans. Hij was net 30 jaar en kan zo goed voetballen. Daar moest toch iets aan te doen zijn. Samen met Jan de Haas na de training een bakkie gedaan.” Tuns legde hem de problemen uit waarna Van den Steenhoven het gevoel kreeg dat hij op de trein moest springen. Hij heeft goed nagedacht over zijn terugkeer. Zes maanden lang had hij geen bal geraakt. De voetbalschoenen leken definitief opgeborgen. ,,Ik was natuurlijk niet voor niets gestopt. Ik heb voor mijn gezin gekozen. De regeling van één keer trainen is goed. Dat kan niet anders door het werk van mijn vrouw. Ik heb mijn voetbalschoenen in januari opgezocht en ben weer begonnen. Ik heb het wel weer naar mijn zin hoor. Het spelletje blijft leuk. Ik ben voor Pieter en de club weer begonnen, maar voor hoelang ga ik niet zeggen”, liet Van den Steenhoven na de wedstrijd tegen Herovina weten.

Geweldig seizoen cadeautje voor 70-jarig Molenschot

 

Voetbalvereniging Molenschot maakte het beste seizoen in jaren door. Het eerste team eindigde in de middenmoot van de vijfde klasse, een prestatie van formaat voor de club uit het kleine dorpje Molenschot. En dan bestaat de vereniging ook nog eens 70 jaar.

Molenschot is een voetbalclub waar het hart van de pure liefhebber sneller van gaat kloppen. Het dorpje heeft nog geen 1250 inwoners en daar moet de plaatselijke voetbalvereniging dan ook uit putten. Dat zorgt ervoor dat Molenschot bijna ieder jaar strijdt tegen de rode lantaarn van het amateurvoetbal in Zuidwest-Nederland: de laatste plek in de vijfde klasse. Geen sterallures, praatjes over promoties of andere zaken: gewoon lekker voetballen.

Dit seizoen was dat anders. De mentaliteit bleef hetzelfde, maar de selectie overtrof alle verwachtingen qua prestaties. Waar in de afgelopen jaren tien, twaalf, negen, zes en zelfs drie punten (volgens Voetbalzuid.nl) gepakt werden in een heel seizoen, stond de teller van Molenschot nu na 26 wedstrijden op 38 punten. “Voor ons doen is dat inderdaad zeer goed. We pakten drie keer zoveel punten als we normaal doen.” Aan het woord is Joppe Leenaars. Secretaris, lid van de technische commissie, activiteitencommissie en onderhoudscommissie bij Molenschot. “We zijn maar een klein dorp, zonder vrijwilligers die hun steentje bijdragen blijft zo’n club niet draaien.”

Toch geeft ook Leenaars toe dat het makkelijker is om jezelf te motiveren voor een vrijwilligerstaak als het eerste team zo goed draait. “Je merkt het qua publieke belangstelling, er staan veel meer mensen langs de kant te kijken op zondag. Dat heeft ook te maken met het type voetbal dat ze spelen, onder trainer Lorenzo Boudewijns is het lekker aanvallend.” De sleutel ligt bij een goede lichting die vanuit de jeugd is doorgestroomd. “Dat zijn jongens van 17 of 18 jaar, maar een stuk of vijf van hen heeft zich toch al bewezen als een sterke waarde voor ons basisteam. Daardoor bloeien de andere spelers ook op. Daarnaast hebben we er een goede keeper van buitenaf bij gekregen, Bart Wouters.”

Leenaars geeft aan dat Molenschot de jeugd tien jaar geleden professioneler is gaan aanpakken, met betaalde en gediplomeerde trainers voor de selectieteams. Toch denkt hij dat je ook een geluksfactor nodig hebt. “We zijn een klein dorp, hebben maar zeven of acht kinderen van dezelfde leeftijd. Het moet meezitten wil je een generatie hebben met zo veel goede voetballers.” Ook in de JO15-1 ziet Leenaars nu wat talenten rondlopen.

Eind augustus viert Molenschot het 70-jarig bestaan van de club. Het weekend van 25 en 26 augustus staat geheel in het teken van dat feest, met als klapper een bijzondere loterij op zondag. “De koeienschijtloterij. We laten dan een koe los op het veld, dat we verdelen in drieduizend vakjes. Ieder vakje is een lot. Dan is het wachten waar de koe als eerst een drol uitwerpt, de eigenaar van dat vakje wint de loterij. Laten we maar hopen dat de koe er niet te lang over doet, anders wordt het een heel lang feest!”

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.