Home Blog Pagina 1392

‘D2’ wil met VELO de tweede klasse in

Voor Rick Das en Mart Dubbeld telt dit seizoen maar één ding: met VELO-zaterdag promoveren naar de tweede klasse. Het piepjonge duo vormt bij de formatie van trainer Edwin Vurens het hart van de verdediging. “We voelen elkaar goed aan.”

Das (20) en Dubbeld (19) kennen elkaar al wat jaartjes. “Volgens mij hebben we bij de C1 voor het eerst samen gespeeld”, zegt de oudste van de twee. “We kennen daarom van elkaars zwakke en sterke punten. We vullen elkaar goed aan, vandaar dat de trainer het ook aandurft met ons.”

Meestal is het centrum van de verdediging de plaats van ervaren spelers. Dertigers of anders eind-twintigers. Nu worden de centrale posities in de VELO-verdediging ingenomen door twee spelers – twee vrienden buiten het veld ook – die stammen uit het Playstation-tijdperk. “Haha, klopt”, zegt Das. “We spelen het regelmatig. Wat? FIFA natuurlijk en Call of Duty. Soms online met elkaar, soms tegen elkaar. Wie er beter is als we tegen elkaar spelen? Ik!”

“Heeft Rick dat gezegd?” is Dubbeld verbaasd. “Dat hij beter is, zuigt hij echt uit zijn duim. Fantasie, dat heeft ie wel.”

Ze zijn bepaald geen eenheidsworsten. Zowel buiten als binnen de lijnen. “Mart is wat extraverter”, meent Rick. “Ik ben rustiger.”

Dubbeld kan zich wel in die ‘analyse’ vinden. “Rick is inderdaad rustig, ik floep er nog wel eens wat uit.”

Die karaktertrekken zijn ook op het veld zichtbaar. Waar Das zich vooral manifesteert als mandekker en sobere verdediger kiest zijn maatje meer voor het avontuur. “Mart wil nog wel eens inschuiven als het kan”, legt Das uit. “Daar liggen ook zijn kwaliteiten. Hij heeft een goed overzicht en een goede inspeelpass. Hij heeft het gevoel om op het juiste moment het middenveld in te dribbelen.”

“Dat kan ik doen, omdat ik weet dat Rick achter me staat”, reageert de jongste van ‘D2’. “Rick is zeer betrouwbaar, hij doet geen gekke dingen.”

“Als het nodig is om iets te forceren, schuif ik door naar het middenveld en gaat Rick één-tegen-één achterin spelen. Dat doet ie dan moeiteloos.”

“Doordat we vrienden zijn, kunnen we ook veel van elkaar verdragen”, vervolgt Das. “In de vuur van de wedstrijd zeg je nog wel eens wat tegen elkaar. Wij weten dat precies op waarde te schatten. Na afloop van de wedstrijd is alles vergeven en vergeten. Dat willen winnen, dat zit er bij allebei wel in. En dat we samen spelen achterin werkt: de laatste wedstrijden hebben we bijna steeds de nul gehouden. De trainer stelt ons echt niet op omdat hij het zo leuk vindt twee jonge gasten.”

Over het grote doel dit seizoen is ‘D2’ ook duidelijk: promoveren. Dubbeld: “Het liefste doen we dat rechtstreeks via een kampioenschap. Dan zijn we er meteen vanaf.”

Das: “Een nacompetitie is zo’n loterij. Beter is het inderdaad om meteen maar kampioen te worden.”

De vooruitzichten op de titel in de derde klasse zijn uitstekend. “Maar we zijn er nog lang niet”, steekt Dubbeld een waarschuwende vinger op. “Lyra en Monster azen ook op het kampioenschap. Persoonlijk vond ik MVV’27 tegen ons de beste indruk maken, maar die staan al op een behoorlijke achterstand van ons. Als je puur naar de kwaliteit van de spelersgroep kijkt, hebben we het sterkste elftal. We hebben zulke goede voetballers, als je Sven Verbeek en Ferhat Sonmez in je elftal hebt spelen, wordt je gelukkig hoor.”

 

CvdW: WSV Well – Nico Kreemers

Nico Kreemers (76) is al 39 jaar penningmeester van WSV Well, wat hij totaal niet had verwacht. Voor de geboren Wellenaar was het eigenlijk de bedoeling om dit jaar te stoppen maar hij plakt er nog gewoon nog een jaar aan vast. Hij doet het met plezier, en omdat hij al zo lang betrokken is bij de club, vindt Nico het ook moeilijk om het zomaar op te geven.

Bij alleen het penningmeesterschap blijft het niet, want hij helpt ook mee met de inkoop van de kantine en zorgt er voor dat alles goed geregeld wordt en verloopt bij WSV Well. Iedere zaterdag heeft heel het bestuur een soort ‘wisseldienst’ voor de kantine. Echter heeft hij aangegeven dat hij dat dit jaar liever niet meer doet. ‘’ Ik doe genoeg voor de club, en ik word daar een beetje te oud voor om het bij te houden’’.

Van een potje voetbal heeft hij altijd gehouden, want hij heeft tot zijn 60e gevoetbald. Dat was niet alleen bij WSV Well, maar ook bij v.v. Jan van Arckel in Ammerzoden, waar hij woonachtig is. Tot aan zijn diensttijd heeft hij gevoetbald in Well, na zijn diensttijd is hij naar Jan van Arckel gegaan. Hier stopte hij op zijn 27e, omdat zijn vrouw zwanger was, waardoor hij vaak niet meer naar trainingen kon komen en dus geen aanspraak maakte op het eerste elftal. Op zijn 36e is hij het voetballen weer gaan oppakken bij Well: ‘’ Het bloed kruipt altijd waar het niet gaan kan’’, zegt Nico. Op zijn 41e behaalde hij zelfs nog even het eerste elftal van Well. Zijn laatste jaren heeft hij gevoetbald bij de veteranen.

Toen Nico op zijn 36e levensjaar weer terugkeerde bij Well, werd hij na een jaar gevoetbald te hebben gevraagd om penningmeester te worden. De toenmalige penningmeester besloot om er mee te stoppen, en hij werd gevraagd om het op te pakken. Daar moest hij wel even overdenken, maar hij besloot het om te doen. ‘’ Het lijkt mij wel ‘iets’, dan heb ik toch een bijdrage aan de vereniging en heb ik een beetje mijn inbreng binnen de club Well’’.

Nico heeft twee kleinkinderen die ook voetballen bij WSV Well. Het oudste kleinkind is zestien jaar oud, en gaat volgend jaar naar de O-19, en zijn jongste kleinkind is twaalf jaar en voetbalt bij de O-13. Het is mooi dat mijn kleinkinderen bij WSV Well voetballen.

Hij blijft het werk nog altijd met plezier doen, maar weet ook dat hij ouder wordt. ‘’ Als ik fysiek goed blijf ga ik nog door, maar je kan niet vooruitlopen op de toekomst, er kan van alles gebeuren maar daar gaan we niet vanuit’’, vertelde Nico. Hij kijkt uit naar het volgende seizoen wat binnenkort weer gaat beginnen.

 

VV Eemdijk is geen stap terug voor rots in de branding

Het vissersdorp Spakenburg is al decennia lang het terrein waar VV Spakenburg en IJsselmeervogels de lakens uitdelen. Maar de ‘Rooien’ en de ‘ Blauwen’ hebben de laatste jaren concurrentie gekregen van voetbalvereniging Eemdijk. Gerben Jan Ruizendaal  is al vier seizoenen de rots in de branding bij de ‘groene’. De getalenteerde doelman staat met zijn ploeg op de drempel van de derde divisie. ,, Dit seizoen is een stoute droom.’’

Debuut in de derby
De loopbaan van Van Ruizendaal (32) is imposant te noemen. Hij debuteerde in 2004 in het eerste team van IJsselmeervogels en mocht meteen in de derby der derby’s onder de lat. ,,We wonnen bij Spakenburg met 1-2. Dat was echt genieten met 8000 toeschouwers langs de lijn.’’ De in het dagelijks leven zijnde inkoop logistiek manager begon daarna een zwerftocht om een plaats op de bank te vermijden bij de Vogels. ,,Ik ben geen keeper die op de bank gaat zitten. Daar word ik niet vrolijk van. Als ik bij Eemdijk op de bank kom, dan stop ik onmiddellijk. Ik moet mijn energie kwijt, anders gaan ze dat thuis ook merken en dat wil ik beslist niet.‘‘ Diverse fraaie clubs werden het toneel waarop Van Ruizendaal voornamelijk in de hoofdklasse acteerde. Huizen, LRC, Nunspeet en DOVO waarmee hij vier jaar in de top meedraaide met als hoogtepunten de dorpsderby’s tegen GVVV.

Gezin
Door zijn werk, en om meer tijd met vrouw en kinderen te doorbrengen koos Van Ruizendaal vier seizoenen terug voor Eemdijk. ,,Ik zag dat niet als een stap terug, want mijn gezin ging voor. Ik woon met nog vier andere jongens hier om de hoek in dezelfde buurt. We fietsen door dezelfde straat als we naar de club gaan. Het is een oergezellige club met een doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg mentaliteit. Maar als je hier je best doet word je hier erg gewaardeerd.’’ In Jeroen de Harder heeft  Ruizendaal een opponent: ,,Jeroen is een goede keeper, maar ik ben voor mijzelf de grootste concurrent. Ik blijf altijd kritisch op mezelf.’’ De bewonderaar van Buffon en Van de Sar: ,,Je bent zo goed als je laatste wedstrijd.’’

Buitenaf
Eemdijk heeft als stelregel dat er niet meer dan vijf spelers van buitenaf worden gehaald. ,,Het is voor die jongens best wel wennen, want er heerst hier een vechtersmentaliteit. De mouwen moeten worden opgestroopt, anders val je buiten de boot. Bovendien wordt er niets betaald hier.’’ Over of zijn club het ondergeschoven kindje is van Spakenburg is hij kort: ,,We dwingen wel steeds meer af in het dorp. Maar wij moeten kalm blijven en geen dingen overboord gooien waar ze hier al jaren mee bezig zijn’’, klinkt het nuchter uit de mond van de man die al veertien jaar met basisplaatsen acteert bij voornamelijk  hoofdklassers. ,,Altijd keihard werken en nooit de kantjes eraf lopen’’, volgens de sluitpost, die een promotie niet uitsluit. ,,En dan proberen met eigen jongens te handhaven in de 3e divisie zou een geweldig prestatie zijn.’’

Homogeniteit houdt Cees Jongerius bij Abbenbroek

Meer dan veertig jaar is hij al onafgebroken grensrechter bij het eerste elftal: Cees Jongerius werd in 1977 tot over zijn oren verliefd op het knusse Abbenbroek en is dat anno 2018 nog steeds. “Hier vind je nog de homogeniteit van weleer.”

Jongerius (60) is er de man niet naar om constant naar vroeger te wijzen. “Dat heeft geen zin, joh. Tijden veranderen, mensen ook. En vroeger was heus niet alles beter”. Toch is er bij Abbenbroek de afgelopen decennia veel hetzelfde gebleven. “Dezelfde gezichten, dezelfde gezelligheid”, vat Jongerius het samen. “We zijn een kleine club. Zes teams. Dan is het makkelijker om die kernwaarden te bewaken”. De technisch tekenaar van beroep begon zelf met voetballen bij SSV. “De Simonshavense Sport Vereniging, de voorloper van SV Simonshaven”, vult hij aan. “Ik heb in de jeugd ook nog twee jaar bij SC Botlek gespeeld.”

Vanwege medische redenen moest hij op doktersadvies stoppen met voetballen. “Ik was achttien jaar, dat was een mokerslag. Ik wilde bij het spelletje betrokken blijven en heb allerlei functies bekleed. Ik ben begonnen als leider van de C4 van Spijkenisse, ben later grensrechter geworden van de A1. Daan van der Meer was trainer. Dat waren vier prachtige jaren. Later heb ik met Arthur Koudstaal nog twee jaar de A2 van SCO’63 getraind.”

Jongerius was inmiddels een succesvolle carrière als scheidsrechter opgestart. Hij schopte het tot Groep I. “Ik was van de lichting Jan Wegereef en Piet Versteeg. Ik heb nog op de nominatie gestaan voor het betaalde voetbal”. In die jaren kwam hij regelmatig bij Abbenbroek. “Om toernooien en vriendschappelijke wedstrijden te fluiten vooral. Op een gegeven moment stond ik – ik was al gestopt als KNVB-scheidsrechter – met een vlag in mijn hand bij het eerste elftal.”

“Ik heb ook een periode het tweede elftal erbij gedaan als grensrechter”, zegt Jongerius. “Daar ben ik mee gestopt, ik fluit nog wel eens in de zoveel tijd een jeugdwedstrijd. Dat doe ik altijd met heel veel plezier.”

“Die gemoedelijke sfeer, de homogeniteit, dat heeft me altijd aangesproken bij Abbenbroek. De club is veranderd, maar op dat gebied ook wéér niet. Dezelfde vrijwilligers lopen nog steeds rond.”

Jongerius, die ook nog verzorger was, maakte sportieve hoogtepunten mee. “Onder trainer Leo Niedorp promoveerden we vanuit de eerste klasse van de Rotterdamse Voetbal Bond naar de vierde klasse van de KNVB. Voor een klein cluppie als Abbenbroek was dat wat, hoor. Een mooi elftal was dat toen met Cor van Amersfoort, Harry Koopman, Sietze van der Meer en Hans Brinkman onder de lat.”

Waar die generatie inmiddels is gestopt en zich in andere functies voor Abbenbroek verdienstelijk maakt – Brinkman is bijvoorbeeld voorzitter – bleef Jongerius op zijn post als grensrechter. “In de regio kennen ze me inmiddels wel”, lacht hij. Hij probeert zijn werk altijd zo goed mogelijk uit te voeren. Aan vals spelen heeft hij een hekel. “Ik ben eerlijk, ja. Die vlag gaat pas omhoog als het ook écht buitenspel is. Dit gezegd hebbende besef ik dat ongetwijfeld niet iedereen het met me eens zal zijn, haha. Er zullen altijd mensen zijn die vinden dat je het niet goed doet.”

Zoals er ook spelers van Abbenbroek zijn die Jongerius soms ‘smeken’ om voor buitenspel of een ingooi te vlaggen. “Ik doe het naar eer en geweten. Ik zou me er niet goed bij voelen als ik de kluit zou belazeren.”

Van den Broeke leeft bij RIA W. van wedstrijd tot wedstrijd

De spelbepalende spelers hoefden zich altijd weinig zorgen te maken over hun verdedigende taken. Achter hen stond toch wel iemand die de gaatjes dichtte; iemand die maar al te graag het vuile werk opknapte. Jeroen van den Broeke was in zijn hoogtijdagen als voetballer die kilometervreter waar iedere medespeler op kon bouwen. Tegenwoordig is hij voetbaltrainer.

Op de training rondjes lopen? ,,Mij had je er niet mee”, vertelt Van den Broeke (36), trainer van zondag-vierdeklasser RIA Westdorpe én wederom besmet met het loopvirus. Onlangs voltooide hij zijn eerste marathon: de Marathon Zeeuws-Vlaanderen. Ondanks een flauwte voltooide hij de 42 kilometer en 195 meter.

Leuke bijkomstigheid dat hardlopen, maar de focus van Van den Broeke ligt toch voornamelijk bij het voetbal. Na jarenlang bij Terneuzense Boys assistent te zijn geweest van onder anderen Diederik Hiensch (,,Een betere leermeester kun je in Zeeland niet krijgen”) staat hij nu sinds anderhalf jaar op eigen benen bij RIA Westdorpe. De lange middenvelder van weleer zei in een eerder stadium goed na te moeten denken over een vierde- of vijfdeklasser. Toch bevalt het hem uitstekend. Grotendeels dan. ,,Kijk, wat ik soms mis: je voetbalt, dus dan wil je er toch alles aan doen? Maar die bereidwilligheid mis ik weleens. Soms sta je met acht man op de training. Maar al zijn er maar vier, trainen doen we altijd.”

Over bereidwilligheid gesproken. Van den Broeke voelde zich dit seizoen al vier keer verplicht om zichzelf op te stellen. Begin april speelde hij nog een helft mee tegen IJzendijke, maar in november maakte hij het helemaal bond. ,,Scoorde ik als invaller de winnende tegen Vivoo. Maar het zijn wel zaken die ik echt probeer te beperken’’, zo zegt Van den Broeke.

Meespelen doet hij dus liever niet, aangezien hij het dit seizoen al druk genoeg heeft om zijn elftal in de vierde klasse te houden. ,,We hebben veel wisselingen, dus een spelbezetting kun je niet echt trainen. En het is ook weer iets vrijblijvender dan dat ik gewend was bij Terneuzense Boys. In de winter zijn er vijf Belgische versterkingen gekomen, maar zijn er ook weer vier jongens afgehaakt. Je leeft dus echt van wedstrijd tot wedstrijd en dan is het lastig om iets op te bouwen.”

Toch weerstond hij wel de lokroep van andere clubs. ,,Ik heb bijvoorbeeld een belletje van Breskens gehad maar hoefde echt niet na anderhalf jaar al weg. Er staat ons nog een druk programma te wachten maar het moet wel heel gek lopen willen we nog in die nacompetitie voor degradatie belanden. Wie weet kunnen we hier volgend seizoen dan met gerichte versterkingen weer iets leuks neerzetten. Al is die zoektocht zeker niet zo simpel. RIA is een club zonder jeugdafdeling en die krijg je ook niet zomaar weer terug vrees ik.”

Mario Meijer wil ‘sleeping giant’ CKC wakker maken

Mario Meijer had, nadat hij zijn vertrek bij de amateurs van Excelsior bekendmaakte, de luxe om uit twee ‘mooie’ clubs te kiezen. CKC won de strijd en de oefenmeester uit Capelle-West tekende aan de Giraffestraat in Rotterdam-Kralingse Veer een contract voor twee jaar. “Ik wil hier echt iets neerzetten.”

Twee oude geliefden tussen wie de liefde weer in alle hevigheid is opgebloeid: zo kan de hernieuwde samenwerking tussen CKC en Mario Meijer ook worden gezien. Voordat Meijer voor vijf jaar trainer werd van de ‘sportclub’ Excelsior, was hij hard op weg om de Arsene Wenger van CKC te worden. “Ik heb acht mooie jaren gehad”, zegt Meijer. “Zoiets houdt je natuurlijk in je achterhoofd.”

Maar ook het aanbod van DCV was aanlokkelijk. In Krimpen kon hij aan de slag in een duo-baan met Ronald Klinkenberg. “Als een soort veldtrainer. Ik heb daar goed over nagedacht. Mijn zoons spelen daar en dat leek me niet handig. De belangrijkste reden om voor CKC te kiezen was dat ik ook zelf eindverantwoordelijk wil zijn.”

Hij verliet CKC in 2013 toen het nog een zondagclub was. “Vijf jaar lijkt kort, maar in voetballerij kunnen het vele lichtjaren zijn”, weet Meijer, die al 23 jaar in vaste dienst is als verzorger en hersteltrainer van de profs van Excelsior. “In mijn vorige periode zijn we met CKC twee keer gepromoveerd. Een derde keer, vlak voor mijn vertrek, lukte net niet.”

CKC heeft inmiddels de overstap gemaakt naar de zaterdag. Daar moet het beginnen op het laagste niveau, de vierde klasse. “Ik hoop dat ze nog promoveren, anders moet het volgend seizoen gebeuren”, is Meijer stellig. “De club heeft ambities. Er staat een goede basis met een jonge ploeg en een redelijk goede jeugdopleiding. Ik zie CKC echt als een ‘sleeping giant’, waarvan het nu tijd is dat die wakker wordt gemaakt.”

Aan korte termijnprojecten doet Meijer niet, vandaar dat hij meteen voor twee seizoenen tekende. “Ik wil wel iets neerzetten en daar heb je langere tijd voor nodig.”

Ook bij Excelsior kon hij beginnen aan nieuw project. “Dat zou dan voor de derde keer in zes jaar zijn geweest. Het huidige elftal valt uit elkaar en als je dan verder gaat moet je dat wel doen met honderd procent drive. Daar had ik mijn twijfels over.”

“Toen ik bij Excelsior kwam, was de hoofdmacht in eerste instantie een opleidingselftal. Met spelers van onder achttien jaar en spelers die eerstejaar senior waren. In het eerste jaar zijn we meteen gepromoveerd naar de derde klasse. Door de komst van een beloftenploeg bij Excelsior is de status van het elftal veranderd. We hebben een nieuw team samengesteld met spelers uit de regio en daarmee zijn we ook weer gepromoveerd naar de derde klasse. Vorig seizoen hebben we daar een keurig seizoen gedraaid en zijn we in de top5 geëindigd, dit seizoen hebben we het moeilijker, al zijn we ons wel aan het herpakken na de winterstop.”

Hij stapt dus komende zomer over van de ene naar de andere geliefde. “Bij zowel Excelsior als CKC heb ik hetzelfde gevoel. De mensen maken de club en die geven je altijd een warm welkom.”

CvdW: WSV Well – Adri Sprong

Adri Sprong is al sinds 1985 betrokken bij het bestuur van WSV Well. Hij is niet meer weg te denken bij de club. Tot twee jaar geleden was hij nog secretaris, nu is hij voorzitter van de club. Daarnaast heeft hij ook jarenlang bij de club gevoetbald. Het blijft niet alleen bij het voorzitterschap, want hij fluit ook nog eens op zaterdag de Dames 1 van WSV Well en is hij altijd regelmatig trainer geweest van de jeugd.

In 1968 kwam Adri terecht bij de club als voetballer. Hij heeft altijd bij de lage senioren gevoetbald, de laatste vijftien jaar waren bij de veteranen en nu is hij gestopt. Adri woont inmiddels al meer dan 30 jaar niet meer in Well, maar de clubliefde is altijd gebleven. ‘’Ik heb liefde voor de club, liefde voor het spelletje en vind het gewoon een hele gezellige club waar ik graag iets voor doe en dat doe ik al jaren met heel veel plezier, aldus Adri.

Op 25-jarige leeftijd is hij begonnen met het werk als secretaris. De toenmalige voorzitter kwam naar Adri toe en zei hem: ‘’Adri, ik heb een leuk baantje voor jou, het kost maar een uurtje in de week!’’. Adri hoefde er niet lang over na te denken, en zei meteen ‘ja’. Hij vindt het belangrijk dat leden iets terug doen voor de club. Dat uurtje werd trouwens uiteindelijk ‘iets’ meer, vertelde Adri met een lach.

Elke zaterdag begint zijn dag om twaalf uur en eindigt Adri zijn dag pas om halfacht in de avond. Meestal komt er zelfs nog een avond bij, dat ligt dan net aan hoe het uit komt. Adri zijn kinderen zijn ook betrokken bij de club. Zijn drie dochters hebben allemaal achter de bar gestaan, en zijn zoon voetbalt nog.

Adri vindt het heel normaal dat als je lid bent van een club, dat je iets terugdoet. ‘’Iedereen is lid van een vereniging, en dat wil zeggen dat je iets samendoet, dus je hebt ook een soort sociale contributie te betalen, naast je gewone contributie, zegt Adri. Naast het recht op sporten vindt Adri ook dat je een sociale verplichting hebt richting je club, hoe klein dat dan ook is. Mensen denken tegenwoordig dat een club een sportschool is, je betaald contributie je doet je ding en gaat weer weg. Wij zijn geen sportschool, wij zijn een vereniging, maar dat besef is er bij de moderne mens wat minder. Dit zal ongetwijfeld niet alleen bij onze club zo zijn.

Adri hoopt het voorzitterschap nog een aantal jaren te kunnen doen. Ik hoop in sportief opzicht een gezonde verenging achter te laten. Daarmee bedoeld Adri een goed eerste elftal en voldoende doorstroom vanuit de jeugd. De jeugd moet ervoor zorgen dat het eerste elftal zich kan handhaven en moet ervoor zorgen dat de andere teams van de club genoeg toevoer van spelers krijgen, en dat is nu best lastig te verzorgen.

Adri hoopt dat het eerste elftal het linker rijtje haalt, met misschien een periodetitel. Dat gebeurde ook drie jaar geleden, alleen werd toen de promotie/degradatie wedstrijd naar de derde klasse verloren. Dat seizoen was wel geweldig, heel de club leefde op. Je voelde gewoon dat de mensen op de club tijdens dat seizoen enthousiaster en vrolijker werden. Het eerste elftal moet draaien, dan loopt alles wat soepeler. Daarom hoopt Adri dat ze dit volgend seizoen ook laten zien.

In de toekomst hoop Adri op meer leden, want dat is in deze tijd steeds moeilijk te vinden. Er zijn in deze tijd zoveel sporten te vinden en zoveel verschillende clubs. Maar WSV Well is gewoon een hele gezellige sociale club, die heel veel doet voor de jeugd en leden. We proberen niet alleen een club te zijn, maar ook het sociale hart van het plaatsje Well.

Trots na handhaving op hoogste niveau

De kennismaking was niet erg hartelijk, met een 8-0 nederlaag tegen DTS. Maar daarna was het genieten voor SSS in de topklasse. De debutant uit Klaaswaal handhaafde zich glansrijk. ,,We kunnen alleen maar tevreden terugkijken’’, reageert oefenmeester Michel Visser die na de zomer begint aan zijn tweede seizoen bij SSS.

KLAASWAAL – In zijn selectie had Visser slechts één speelster die wist wat haar zo ongeveer te wachten stond in de topklasse: oud-international en voormalig ADO-speelster Jeanine van Dalen. ,,En op één versterking na stond er precies dezelfde groep als die een jaar geleden promotie naar de topklasse heeft afgedwongen’’, vertelt Visser. Het vergroot de trots in het vrouwenvoetbalbolwerk. Al brak het gebrek aan ervaring soms op, weet Visser. ,,Er waren wedstrijden waarin we in de slotfase punten verspeelden, maar je zag gewoon dat dat niet was gebeurd als we iets meer ervaring hadden gehad. We kunnen dus niet zeggen dat we het maximale eruit hebben gehaald, maar daar klagen we absoluut niet over. We hebben het op een mooie manier gered.’’

Tussen clubs als Ter Leede, Saestum en de reserves van ADO Den Haag en PEC Zwolle draaide SSS uit Klaaswaal toch maar mooi mee. ,,Als dat lukt, weet je ook waar je het op de trainingen voor doet. We pakten ook op de juiste momenten de punten. De eerste wedstrijd was niet leuk. We verloren met 8-0 van DTS. Geen hartelijk welkom dus. Maar na een wedstrijd of vier, vijf, zag je toch dat wij zeker niet de gedoodverfde degradatiekandidaat zouden zijn. We begonnen punten te pakken. Belangrijk, want je gaat het niet redden als je het hele seizoen achter de feiten aanloopt. Dat we echt meedraaiden gaf de speelsters ook steeds meer het vertrouwen dat we iets te zoeken hadden in de topklasse. Als dat lukt, is het ook gewoon genieten. Het meest van dat je in de topklasse terugziet waar je doordeweeks op de trainingen aan werkt. Op het hoogste niveau van Nederland.’’

Na de eerste ervaringen in de topklasse is Visser ervan overtuigd dat SSS tot meer in staat is. ,,Het moet mogelijk zijn om een stabiele topklasser te worden’’, zegt hij. Dat het vrouwenvoetbal in de breedte groeit bij de dorpsclub, is dan ook van groot belang. Het tweede elftal dwong als nieuwkomer in de tweede klasse direct een plek af in de nacompetitie om promotie. ,,Het is onze intentie om het niveau van het tweede team dichter naar dat van het eerste elftal te brengen. Dat is beter voor de ontwikkeling van jonge speelsters en biedt een fijnere achtervang.’’ Ook worden de mogelijkheden voor een derde vrouwenelftal onderzocht, zodat ook speelsters met een meer recreatieve inslag onderdak (blijven) vinden bij SSS. ,,Qua vrouwenvoetbal zijn we in de regio al best toonaangevend. Ook in de jeugd groeit het en je wilt speelsters die doorstromen naar de senioren ook de kans bieden om recreatief te blijven voetballen, zoals dat bij de mannen ook mogelijk is. Teams die één keer per week, één keer per twee weken of helemaal niet trainen en gewoon een balletje trappen.’’Het zijn ontwikkelingen die Visser al doen smachten naar het volgende seizoen. ,,Laat het ze thuis maar niet horen, maar ik kan niet wachten tot het augustus is’’, grapt hij. Al wachten hem dan buiten SSS ook genoeg andere uitdagingen, zoals een trainerscursus en gezinsuitbreiding. ,,Ik ben er klaar voor’’, besluit Visser strijdvaardig.

,,Vrienden en gezelligheid trekt mij dan toch net wat meer dan het spelniveau”

De droom: ooit voetballen in de hoofdklasse. Teun Rentmeester (30) vocht er jarenlang voor. Ooit in het shirt van Kloetinge, de laatste seizoenen in het tricot van GOES. En juist op het moment suprême verleidde zijn jeugdliefde hem weer.

Want na een prachtige nacompetitiereeks promoveerde GOES – met aanvoerder Rentmeester achterin als belangrijke schakel – naar de hoofdklasse. In de reguliere competitie werd de club tweede, op twaalf punten achterstand van Baronie. Op zijn beurt had Goes weer vijftien punten voorsprong op Brabantia. ,,En zo tegen het einde van de competitie speel je dan nergens meer voor. Dan kost het op de training soms wat moeite om te presteren, maar dat kan gebeuren”, zo spreekt Rentmeester over die periode. GOES kon rustig toeleven naar de nacompetitie, en daar had het achteraf gezien profijt van. ,,Er stonden een aantal spelers op, zoals Steve Schalkwijk en Remon de Vlieger. Remon had het niet altijd makkelijk; veel blessures, net geen vertrouwen. Ik heb er vaak met ‘m over gesproken. Mooi om te zien dat iemand het dan vervolgens zo goed doet.”

Laatste transferdag
Ook zag Rentmeester zijn toenmalige trainer John Karelse groeien in zijn rol. ,,In het begin kon je heel duidelijk merken dat het uit het profvoetbal kwam. Hij heeft zich wel wat meer richting de amateurs weten toe te werken. Zeker de laatste periode ging dat hartstikke goed en wist hij zich makkelijker tussen de spelers te mengen.”
Karelse vertrok echter naar Vlissingen, zoals Rentmeester koos voor Nieuwdorp. ,,Ik had echt wel graag in de hoofdklasse gespeeld, maar had mijn jawoord al gegeven aan Nieuwdorp. Op de laatste ‘transferdag’ kwam zelfs Kloetinge nog voorbij, dat een opvolger zocht voor Julius Bliek (vertrok naar FC Dordrecht, red.). Toch ben ik blij met m’n overstap.”

Café
Want de Nieuwdorper miste zijn clubje. ,,Vrienden en gezelligheid trekt mij dan toch net wat meer dan het spelniveau. En het zondagvoetbal beviel me ook niet altijd. De dag ervoor ging ik vaak bij Nieuwdorp kijken, dan blijf je wat in de kantine hangen, ga je nog met wat jongens naar het café, en dan moet je er toch rekening mee houden. Wat ik wel mis: het niveau en de aanwezigheid op training. Bij Nieuwdorp is de selectie uiteraard smaller waardoor er op trainingen minder gretigheid is.”

Gebroken arm
Die gretigheid is er overduidelijk wel tijden de wedstrijden. Nieuwdorp ging de winterstop in als de nummer twee van de tweede klasse zaterdag. Rentmeester zelf miste de herstart van de competitie door een gebroken arm. ,,Toch hoop ik de laatste maanden van het seizoen nog mijn steentje bij te dragen. We gaan er alles aan doen om zo hoog mogelijk te eindigen.”

Ferdi Scheurwater gaat zeker nog jaartje door bij SVS’65

Ferdi Scheurwater gaat in Spijk al richting de 250 wedstrijden en begon bij de club toen SVS’65 net naar de derde klasse was gepromoveerd. ,,Dat was voor ons niet te doen. Wij zijn gedegradeerd en daarna met trainers als Teus Jacobs, Jan Klijn, Glenn Calor en nu Henk Donga vierdeklasser gebleven.’’

SPIJK – ,,Het beste jaar was onder Glenn Calor toen wij een keer veertig punten haalden en vijfde eindigden, ongekend.” De laatste jaren zijn er wat spelers van GJS gekomen. ,,Dat helpt ons wel mee hoor, want zonder die gasten van buitenaf gaan wij het natuurlijk niet redden. Mijn broer Ruben en ik zijn op jonge leeftijd van GJS naar SVS’65 gegaan. Leuke club, lekker kleinschalig. Ze moeten het wel van jongens zoals wij hebben, want als ik zo tel hoeveel jongens er nu echt uit Spijk in het eerste elftal uitkomen, kom ik tot drie. De rest zijn Gorcumers, maar horen er hier inmiddels wel bij. Zelf ben ik vanaf mijn achttiende jaar al twaalf jaar bij de club. Dan ben je wel een beetje van Spijk.”

Ferdi Scheurwater – hij maakt al deel uit van het bestuur van de club – plakt er straks bij het sfeervolle SVS’65 nog een seizoen aan vast. Dat geldt waarschijnlijk ook voor Bennie Boeijink en Jorn Meijerink, want die stoppen er ook een keer mee. Verder is de groep nog betrekkelijk jong. ,,Ik kijk uit naar de nieuwe trainer, José van der Ven. Lijkt mij een heel geschikte vent voor onze club. Mogelijk is er op termijn voor mij een rol in de begeleiding van het eerste elftal, op welk vlak dan ook, weggelegd.”

Ambitie
José van der Ven wordt in de zomer de nieuwe trainer van SVS’65. De Dussenaar volgt Henk Donga op, die de ploeg vanaf augustus leidt. Donga vond emplooi bij de reserves van Nieuw-Lekkerland. Van der Ven komt in een andere wereld. Hij is voor het tweede seizoen assistent-trainer van Clemens Bastiaansen bij zaterdag-hoofdklasser Achilles Veen. Een club met ambitie om eindelijk de stap naar de derde divisie te maken. De ambities in Spijk liggen heel ergens anders, werd Van der Ven in een aantal gesprekken met de beleidsbepalers van de club duidelijk. ,,Ik kreeg al meteen het gevoel bij een echte sfeerclub binnen te stappen. Vergelijkbaar met Dussense Boys, waar ik lang speler was en later ook als trainer actief was. Nog altijd houd ik mij daar bezig met het technisch beleid. SVS’65 is absoluut een soort gelijke club. Een club die al jaren haar zaakjes goed op orde heeft en niet het onmogelijke van een trainer verlangt.”

Bij SVS’65 komt er een goede lichting jeugdspelers aan en daar kan Van der Ven, die eerder trainer was bij DVVC (Dongen), Waspik, Veerse Boys, Boeimeer en Dussense Boys, mee aan de slag. ,,De mensen zijn erg enthousiast en mogelijk kan ik ze helpen een volgende stap te maken. Nu zijn ze nog middenmoter maar er zit wellicht meer in.” Van der Ven is een gezelligheidsmens. ,,Ik ben onder de indruk van hun kantine. Wat een sfeer, met al die voetbalshirtjes en sjaals aan de wanden. Belangrijk, want met een goede sfeer komen ook de resultaten.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.