Home Blog Pagina 916

Hoe blijf ik fit met Silvia Trommelen van VV Papendrecht

Sylvia Trommelen is een 41 jarige spits van VV Papendrecht. Ze heeft onder meer bij TVC, Boeimeer, WDS, BSC, DSE en Stedoco gespeeld. Nu speelt Sylvia al ruim tien jaar bij VV Papendrecht. Wij vroegen haar hoe zij fit blijft tijdens de ‘Corona stop’.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Sylvia voetbalt al sinds haar negende, zij begon toen bij de club waar haar vader voorzitters was. “-Ik was negen toen ik bij de club ging voetballen waar mijn vader voorzitter van was, TVC ’19. Ik speelde als enige meisje tussen de jongens. Toen ik een jaar of 13 was ging ik bij Boeimeer in Breda spelen. Vaak speelde ik dan twee wedstrijden per dag, eentje bij de meiden en eentje bij de dames. Na een aantal jaar ben ik gaan spelen bij Wds, zij speelde een paar niveaus hoger. Toen dat team uit elkaar viel ben ik gaan spelen bij Bsc in Roosendaal. Onze trainer van Wds nam zes meiden mee naar Roosendaal en in dat seizoen zijn we gelijk kampioen geworden in de 2de klasse. Het volgende seizoen ben ik in de winterstop gestopt. De afstand van vier keer per week heen en weer was te groot vanuit mijn toenmalige woonplaats Oosterhout. Uiteindelijk wilde ik mijn niveau blijven behouden dus ging ik naar DSE in Etten-Leur. We zijn daar drie keer kampioen geworden in de eerste klasse. Stedoco was de volgende stap en na een aantal prachtige jaren heb ik mijn carrière gestopt. Door knieproblemen ben ik toen een tijdje gestopt. Een vriendin vroeg of het een leuk idee was om bij Papendrecht te komen voetballen, het is een wat lager niveau, maar een gezellig team en daar speel ik nu al ruim 10 jaar. Ik heb altijd in de dames 1 selecties gezeten, behalve bij Stedoco. Ik vond het leuker om met de jonge meiden aan het werk te zijn, zoals Liza vd most”.

Ondanks alles heeft Papendrecht een goede seizoenstart gehad. “Ik snap dat een contactsport niet echt meehelpt tijdens een pandemie die zo besmettelijk is. Het enige wat ik op dit moment jammer vind is dat de lessen in sportscholen wel weer mogen en wij nog niet, terwijl wij buiten sporten en hun binnen. Wij hebben na maart een korte tijd niks gedaan. Maar op het moment dat we weer mochten zijn we met een groepje gaan trainen op een veldje vlak bij ons huis. Dat was prettig want zo konden we onze voorsprong pakken op de teams in de competitie. De bekerwedstrijden waren voor ons makkelijk. We wonnen met 10-0 van IFC 3 en met 13-0 van Noordeloos 2. Hierna speelde we tegen een wat betere tegenstander, maar we wonnen alsnog met 3-2 van Fendert waar we wel onze gewilde tegenstand kregen. In de competitie hebben we maar 3 wedstrijden gespeeld. We wonnen van Smerdiek en van SSC ’55. Helaas verloren we wel met 5-2 van VV Zwaluwe”.

De beste manier om fit te blijven is om iets te doen wat je leuk vind. “Naast voetbal doe ik nu niet veel meer zoals ik vroeger wel deed aangezien ik een knie heb die flinke slijtage heeft. Ik fiets nu met mijn hond en ik doe thuis oefeningen. En ik speel met mijn vriendin op het veldje achter ons huis vaak voetbal. Ik denk dat de fitste uit het team Petra Dugardein is. Ze is met haar 43 de oudste van het team. Ze sport wel drie of vier keer in de week voor zich zelf in de sportschool. Die heeft echt nog steeds de drive die ze had zoals toen ze in de eredivisie zat en mee ging met oranje. Prachtig om te zien en ik heb daar veel respect voor. Om fit te blijven moet je zorgen dat je bezig blijft met iets wat je leuk vind. Ik deed vroeger bijvoorbeeld veel intervaltrainingen. Je voeding blijft belangrijk als je intensief sport, maar ook als je dat niet doet. Ik denk juist nu, in deze tijd dat je daar goed op moet letten veel”.

Sylvia hoopt net als elke andere voetballer snel weer het veld op te kunnen stappen. “Ik kan alleen maar hopen dat de competitie nog hervat wordt. Ik hoop fit te blijven en ik wilde na dit seizoen stoppen maar na zo’n seizoen moet je er gewoon nog een seizoen aan vast plakken om alles mooi af te sluiten”.

Klik hier voor meer informatie over VV Papendrecht
Klik hier voor meer artikelen over VV Papendrecht

In gesprek met Lawrence Bouman van Wilhelmina’26

Lawrence Bouman (38) is dit seizoen terug bij de Vrouwen 1 van Wilhelmina’26. Na een uitstapje van twee jaar bij de dames van GRC 14, waar hij voor het eerst op eigen benen stond, keerde hij afgelopen zomer als coach terug bij Wilhelmina’26.

HappyPoint_desinfectie
Een echte clubman mogen we Lawrence Bouman wel noemen. Als F-pupil begon hij al te voetballen bij Wilhelmina’26. Het is dat een knieblessure roet in het eten gooide en Bouman op jonge leeftijd moest stoppen, anders had hij nu waarschijnlijk nog steeds op het voetbalveld rondgelopen. Weg is hij echter nooit écht geweest. Bouman rook aan het trainersvak, toen hij leider werd van het vierde elftal. Hij had inmiddels ook al warme banden met de Dames 1, waarin onder meer zijn zusje, nicht én vrouw voetbalden. Erik van de Nieuwegiessen was daar trainer en vroeg Bouman om wat hulp. Uiteindelijk heeft hij de overstap gemaakt. “Ik wilde iets anders. Bij het vierde was ik leider en trainer in één, ik moest zo’n beetje alles regelen. Bij de dames werd ik echt de trainer, samen met Erik.” Dat is nu pakweg zes jaar geleden. Hij beleefde vier mooie seizoenen. “Van vrouwen krijg je heel veel waardering terug. Ik vond het echt leuk om te doen. Het enige lastige was af en toe het wisselbeleid, aangezien ik dus nogal wat bekenden in het team had spelen. Dat liet ik dan aan Erik over.”

GRC 14
Toch wilde Bouman ook graag eens volledig op eigen benen staan. Daarom verkaste hij twee seizoenen geleden naar GRC 14, waar hij in zijn eentje de vrouwen ging trainen. “Dat was toch even vreemd, Wilhelmina’26 is van jongs af aan mijn club. Maar ik had het wel naar mijn zin bij GRC 14.” Dat hij na twee seizoenen weer terugkeerde naar Wijk en Aalburg, was dan ook niet uit onvrede. “Maar mijn oudste zoon voetbalt nu bij Wilhelmina’26 en dat is zaterdagochtend om 10.00 uur. GRC 14 speelt om 11.00 uur, dus dat viel niet te combineren.”

Vanaf dit seizoen is hij op zaterdag de coach van de Dames 1 bij Wilhelmina’26. “De trainingen doe ik niet. Ik heb twee kleine kinderen, dus mijn gezin vraagt wat tijd en energie. Het is fijn om doordeweeks weinig verplichtingen te hebben, dat geeft rust.” Menno van Wijk is de trainer van het team.

Plezier
Inmiddels zijn de vrouw en het nichtje van Bouman gestopt, alleen zijn zusje voetbalt nog in het team. Het wisselbeleid is er echter niet makkelijker op geworden, met 25 dames voor één elftal. “Ik merk wel dat ik veel aan die twee jaar op eigen benen heb gehad, ik kan nu beter keuzes maken. Het is af en toe een beetje puzzelen, wie wanneer speelt. Het belangrijkste is dat we het plezier erin houden.”

Want daar gaat het vooral om bij de Dames 1 van Wilhelmina’26: plezier. “Maar ook om 100 procent alles geven en prestaties. We spelen in de vijfde klasse, hopelijk kunnen we bovenin meedraaien.” De vrouwentak van de club is niet zo groot. “We hebben één damesteam en een MO11-1. We hadden een MO15-1, maar die meisjes stromen nu door naar de dames.” Ondanks de ietwat magere kwantiteit van de tak, merkt Bouman dat het vrouwenvoetbal leeft in Wijk en Aalburg. “Dat was in het begin wel anders, maar nu is iedereen enthousiast.”

Klik hier voor meer informatie over Wilhelmina’26
Klik hier voor meer artikelen over Wilhelmina’26

Wie schiet het hardst op goal?

Een snelheidsmeter achter het doel geplaatst meet precies met welke snelheid je op goal schiet. En iedereen deed daarmee extra zijn best om zo hard mogelijk uit te halen. Dit was één van de onderdelen van de clinic die de Jeugdafdeling van RWB organiseerde op zaterdag 28 november 2020. Dit deden ze samen met de spelers van de selectie van RWB-1 en RWB-2 en de selectietrainers Larry van Ommen en Alfons van der Pluijm.

HappyPoint_desinfectie
Smart goals was ook een populair onderdeel. Met de bal aan de voet dribbel je van het ene naar het andere poortje, waarbij de kleur steeds op het laatste moment aangeeft welk poortje aan de beurt is. Uiteindelijk gaat het er om wie door de meeste poortjes kan dribbelen. De Jeugdcommissie en de Technische commissie hadden alles uit de kast gehaald om een speciale clinic in elkaar te draaien. Naast de twee genoemde onderdelen werden de spelers getest op coordinatievermogen, techniek, uithoudingsvermogen, afwerken op goal en ontbrak ook een partijvorm natuurlijk niet.De kinderen van RWB die ondanks de coronamaatregelen gelukkig nog steeds lekker buiten mogen sporten genoten dan ook van deze ochtend. Als eerste waren om 9.00 uur de teams JO10, 11 en 12 aan de beurt, en om 10.45 was het veld in gereedheid gebracht om de kanjers en de teams JO8 en JO 9 te ontvangen. Als laatste groep mochten om 12.30 uur de teams JO13, MO13 en JO14 hun voetbalkwaliteiten laten zien.

Tussendoor was er wat te drinken voor iedereen en ging elke deelnemer met een zakje snoep en pepernoten tevreden naar huis. Speciaal deze week was de aanwezigheid van de spelers van de selectie van RWB-1 en 2. Dat zijn toch de voetballers waar tegenop gekeken wordt en daarmee hun grote voorbeelden. Als bij de jeugd weer iets meer de ambitie is aangewakkerd om het maximale uit hun voetbalcarriere te halen en te proberen later ook in de selectie te van RWB voetballen dan is de door RWB georganiseerde clinic meer dan de moeite waard.

Klik hier voor meer informatie over RWB
Klik hier voor meer artikelen over RWB

 

 

 

 

 

In gesprek met Paul van Rooijen van GDC

Eerlijk gezegd zat Paul van Rooijen (56) niet te wachten op het voorzitterschap van GDC, toen hij eind 2016 benaderd werd. Maar hij zag een goed functionerend bestuur zitten, mensen met wie hij klikte. Na overleg met zijn wederhelft stemde hij in. Vier jaar later heeft Van Rooijen daar absoluut geen spijt van.

HappyPoint_desinfectie
Paul van Rooijen kwam met zijn gezin pakweg vijftien jaar geleden in het grensgebied tussen Wijk en Aalburg en Genderen terecht. Hij streek met zijn melkveebedrijf neer aan de Dodesteeg. Zijn drie kinderen, twee zoons en een dochter, wilden gaan voetballen. De meeste klasgenoten speelden bij GDC en dus werden de Van Rooijens daar ook lid. “Het bestuur zei me dat ik dan wel leider moest worden van dat team, want die hadden ze nog niet. Dat heb ik gedaan, jarenlang. Later ben ik ook nog vlagger geweest. Ik kwam met de ouders in contact en merkte dat er een klik was, met hen en met de vereniging.”

Voorzitter
Hij vond het wel prima zo, had verder niet bepaald ambities richting een bestuursfunctie. Maar toen stond voorganger Henk van der Stelt opeens voor zijn neus. Die was jarenlang voorzitter geweest en zocht een opvolger. “Het viel een beetje rauw op mijn dak, moet ik zeggen. Ik had nog nooit in het bestuur van een voetbalclub gezeten, maar ben toch akkoord gegaan. Dat had te maken met het goede bestuur waar ik in terecht zou komen. Ik ben dan wel de voorzitter, maar we zouden het met z’n allen oppakken. Daarnaast zou Henk, die het vijftien of zestien jaar heeft gedaan, mij begeleiden.”

Inmiddels is dat bijna vier jaar geleden. Van Rooijen verlengde zijn voorzitterschap onlangs met nog eens drie jaar, waardoor hij tot 2023 de preses van GDC is. “De leden vonden dat allemaal een goed idee, dus ik zal wel iets goed doen. Ik voel me vooral prettig in dit bestuur, we willen er allemaal voor gaan. Als het loopt, is dit een prima functie. En dat is bij GDC het geval.”

Komende jaren
Wat de ambities van Rooijen zijn? “Een leuk potje voetbal spelen, een eerste met eigen jongens en de gezelligheid behouden. We hoeven niet per se naar de tweede klasse, maar het zou natuurlijk wel mooi zijn. Vorig seizoen eindigden we als koploper met zeven punten voorsprong, maar we hebben besloten toch in de derde klasse te blijven. We hebben een nieuwe trainer (Gerrit Molenaar, red.) en een jong elftal, dus dat leek ons beter.”

Ze hebben het dik in orde, daar in Genderen. “Met een heel mooie accommodatie, goede commissies, het veld dat er perfect bij ligt, zonnepanelen, onlangs nog nieuwe verlichting voor het B-veld en voor iedere leeftijdscategorie één team.”

Foto: Eric Schröder

Klik hier voor meer informatie over GDC
Klik hier voor meer artikelen over GDC

Excelsior biedt meisjes springplank naar eredivisie.

De amateurtak en de stichting van Excelsior zijn dit seizoen een samenwerking aangegaan voor de meisjes- en vrouwen. De amateurpoot is de nieuwe opleidingspartner van de stadionclub, die met de vrouwen in de eredivisie uitkomt.

cathay_internetbalk_v2

“Het lag erg voor de hand”, zegt Leon van Zanten, coördinator meisjes bij AV Excelsior, over de samenwerking. “Zeker toen het lijntje met Barendrecht was doorgesneden. We hebben al ervaring als opleidingspartner voor de jongenslijn. De jeugdelftallen van de stichting spelen al op ons complex. Een paar meter lopen en je loopt bij elkaar binnen.”

Toch ontstond de samenwerking niet automatisch. De amateurs en de stichting (de profs) mogen dan dezelfde bloedlijnen delen, een automatisme is het niet dat beide partijen iets voor elkaar kunnen betekenen. In dit geval valt alles op de goede plaats, zegt Van Zanten. “We zijn de afgelopen jaren met de meisjesafdeling al fors aan het groeien. Je kunt dat best een stormachtige ontwikkeling noemen, want pas vier seizoenen geleden zijn we met meisjesvoetbal begonnen. We zagen de kans en hebben het direct serieus opgepakt. Dat heeft ertoe geleid dat we tien teams hebben. De lijn begint met de MO9 en eindigt met de MO19. In de MO17 hebben we zelfs twee elftallen.”

Om de stap naar de eredivisieploeg te overbruggen heeft Excelsior, onder de paraplu van de stichting, dit seizoen ook een beloftenteam. “Die spelen in een nieuw gevormde eredivisie voor beloften. Het moet de stap naar de eredivisie wat makkelijker maken. Als talentvolle meisjes van achttien jaar nog net niet goed genoeg zijn voor de eredivisie kunnen zij daar nog twee jaar rijpen. Met het beloftenteam is een verlenging van de opleiding gecreëerd.”

Van Zanten heeft samen met Richard Mank, de trainer van de Excelsior-vrouwen, een visie uitgestippeld. “Dat Richard nu ook trainer is geworden van ons eerste amateurelftal maakt het dat de lijntjes helemaal kort zijn. We staan nog maar aan het begin van een traject om de ideeën die er zijn verder uit te rollen. We hebben al aardige stappen gezet, maar sommige zaken hebben en verdienen ook langer de tijd om goed uit te werken. Zo hebben we in onze teams nog altijd speelsters zitten die onder de noemer recreatiespeelster geschaard kunnen worden. Toen we een paar jaar geleden de deur hebben opengezet was er voor iedereen plaats. Die speelsters gaan we natuurlijk niet wegjagen. We willen echter op den duur wel toe naar een selectie van de beste speelsters. Daarin moeten we dus een goede balans vinden. Het aannamebeleid van speelsters zal ook anders worden. We hebben in de zomer een open dag gehad en proeftrainingen gegeven. Doordat we nu opleidingspartner zijn van de eredivisie-vrouwen zal dat talenten gaan trekken. Dat willen we ook graag, want ons doel is de beste speelsters een zo goed mogelijke opleiding te geven voor het stadion.”

Heel veel meer speelsters dan in het huidige aantal teams rondlopen, kan Excelsior niet kwijt. “We zitten qua accommodatie aan onze max, daar hebben last van, maar ook de jongensopleiding heeft last”, schetst Van Zanten (44) de situatie op Woudestein. “We lopen tegen de onze grenzen aan. Er zijn nauwelijks mogelijkheden tot uitbreiding van de velden. Je zou wat kunnen doen met het draaien van velden, maar dan krijg je er maximaal één veld bij. We zijn al blij dat we regelmatig gebruik mogen maken van het veld in het stadion. Dat geeft wat lucht. Bij een goede opleiding hoort ook een grote intensiteit van trainen. Al onze selectieteams hebben drie trainingsmomenten. Dat is ook een vereiste, vinden we.”

 

Klik hier voor meer artikelen over Excelsior.
Klik hier voor meer informatie over Excelsior.

In gesprek met Michel Bahnerth van OVV

Michel Bahnerth dacht dat het trainerschap niet voor hem was weggelegd, maar sinds drie seizoenen is hij trainer van het elftal van zijn zoontje Junior (12) bij OVV. “Ik had niet verwacht dat het mij zo zou grijpen. Ik ga zelfs mijn TC3 doen.”

haco_sport[1]

Hij pakt in de tuin van zijn fraaie stulpje in Oostvoorne een oud schoolschrift erbij. Als hij het schrift openslaat, worden oude krantenknipsels, door Bahnerth verzameld in de tijd dat hij nog met regelmaat de kop van de regionale kranten haalde, zichtbaar. “De lijm heeft wat losgelaten”, zegt hij. Zijn woorden hebben zijn mond nog niet verlaten of twee krantenknipsels verdwijnen in het buitenzwembad. Nog even snel als hij vroeger over de velden raasde, staat hij op en vist de knipsels uit het water. “Ze zijn mij heel dierbaar. Ik ben blij dat ik die krantenstukjes heb bewaard. Het is een tastbaar bewijs uit het verleden.”

Het laat Bahnerth, inmiddels 52 zomers jong zien in zijn hoogtijdagen als voetballer. Niet de grootste, maar wel ‘levensgevaarlijk’. Hij was vooral razendsnel. “Dat was mijn wapen”, zegt hij. “Ik was razendsnel. Ik gaf nooit op en geloofde in passes waarin een ander niet meer geloofde. Ik heb daardoor ook de vreemdste goals gemaakt. Een bal die uit zou gaan, maar die ik binnen hield, doorlopen op de keeper. Ik was erg attent en loerde op buitenkansjes.”

Bahnerth groeide op in Rotterdam en speelde in zijn jeugd voor HOV. Toen hij met zijn ouders naar Spijkenisse verhuisde, werd hij speler van Hekelingen. Als senior maakte hij snel naam en faam. Hij ontpopte zich als ware doelpuntenmachine. “Een spits die per jaar twintig keer scoort, is voor iedere club interessant. Als je mij goed gebruikte maakte ik gegarandeerd 23, 24 goals.”

Uit het rijtje clubs die hem graag wilde inlijven, koos hij het ‘nietige’ Simonshaven. “Veel mensen dachten dat ik daar betaald werd, maar dat was niet waar. Ik wilde werk hebben”, legt de ondernemer en huidige eigenaar van onder meer Van Hemert Elektra en Multiplan uit. De toenmalige penningmeester van Simonshaven kon daar wel voor zorgen. Hij had connecties. Daardoor werd Simonshaven een zeer lucratieve periode.”

Scoren deed hij de kleine dorpsclub bij de vleet. Vijfentwintig goals was zijn gemiddelde. “Kampioen van de vierde klasse zijn we nooit geworden, daar hadden we nét te weinig kwaliteit voor.”

Hij verkaste naar OVV, dat destijds op een hoger niveau acteerde. Dat werd geen succes. “De club kwam beloftes niet na, ik kon niet waarmaken wat zij graag wilden. We trainden drie keer. Ik had toen al last van mijn knie. Inmiddels heb ik geen kraakbeen, maar in die periode begon het probleem al te spelen. Drie keer trainen kon mijn knie niet aan. Ze wilde voor mij geen uitzonderingspositie maken. Na een half jaar ben ik gestopt.”

Hellevoetsluis-zaterdag kreeg er lucht van dat ik was gestopt. Ze hebben me benaderd. Ze namen mijn problemen voor lief. Ik weet nog dat ik in het eerste seizoen de eerste drie wedstrijden door een blessure had gemist. Bij de eerste wedstrijd die ik meedeed scoorde ik een paar keer en wonnen we. Als ik wat minder trainde, deed niemand moeilijk. Het spel was op mij afgestemd: de tegenstander laten komen en toeslaan in de omschakeling.”

Hij ging afbouwen bij Abbenbroek. Hij speelde er twee jaar. “Ik speelde er in het tweede een wedstrijd tegen een elftal van OVV dat bestond uit allemaal spelers die in het eerste hadden gevoetbald. We hadden een weddenschap. Als ik zou scoren, zou ik een kratje bier krijgen. Dat kratje werd netjes door die jongens afgeleverd, maar ook met de vraag of ik zin had om bij ze te komen spelen. Dat heb ik gedaan. We zijn jarenlang OVV 3 geweest. We speelden in de reserve-tweede klasse. We werden elk jaar zo’n beetje kampioen en zorgden ervoor dat OVV, dat telkens degradeerde, in de eerste klasse kon blijven.”

Hij werd eerst trainer van zijn dochters, die nu voetballen bij Odysseus in Utrecht en Antibarbari in Rotterdam. Sinds drie seizoenen is hij trainer van zoon Junior, die twaalf jaar is en speler van de JO13-1 van OVV. “Ik had niet verwacht dat ik het zo leuk zou vinden. Ik was zelf vroeger niet de makkelijkste speler voor een trainer. Als hij zei dat ik rechts af moest gaan, ging ik naar links. Ik heb een behoorlijke eigen mening. Oók bij OVV laat die ik horen. De club wil graag dat jeugdspelers dezelfde speelwijze hanteren. Dat uitgangspunt is prima zolang je daar de spelers voor hebt. Heb je ze niet, dan zul je toch iets anders moeten.”

Hij noemt zichzelf streng, maar rechtvaardig. “Ik spreek de spelers aan op een slechte pass of actie. Daar kunnen die jongens best tegen. Opmerkingen van algemene aard, zo van de passing moet beter, daar kan je als speler niet veel mee. Ik noem man en paard. Ik schep duidelijkheid en zie dat die jongens dat ook fijn vinden.”

Klik hier voor meer artikelen over OVV.
Klik hier voor meer info over OVV.

In gesprek met Rick Ruijtenberg van GRC 14

Rick Ruijtenberg (24) voelt zich na één seizoen al helemaal thuis bij GRC 14. Als kind van Kozakken Boys was het even wennen in Giessen, maar inmiddels geniet hij van iedere wedstrijd en training op sportpark Almbos. Het spelen in een eerste elftal, de saamhorigheid en trouwe schare fans bezorgen hem dit fijne gevoel.

HappyPoint_desinfectie
Rick Ruijtenberg speelde jarenlang bij Kozakken Boys in het tweede elftal. Toen die ploeg in de zomer van 2019 uit elkaar viel, besloot ook hij om verder te kijken. “Ik zou in een team komen met alleen maar jongens van buitenaf, dat is niks voor mij. Ik heb vlak voor de deadline besloten ook weg te gaan. GRC 14 belde en pakte gelijk door. Ik heb daar een goed gesprek gehad en besloot naar Giessen te gaan.” Meerdere factoren speelden een rol in de keus van de verdediger. “De eerste klasse sprak me wel aan, daarnaast is GRC 14 een club met veel eigen jongens. Dat komt de gezelligheid en teamspirit bijna altijd ten goede.” Hij merkt dat de fusieclub uit Giessen en Rijswijk de vruchten plukt van die saamhorigheid. “We zijn als collectief heel sterk. Geen ploeg speelt graag bij ons.” De gewenningsperiode van Ruijtenberg duurde dan ook niet lang. “Je moet overal even wennen en je draai vinden, maar dat was hier van heel korte duur. Wat meespeelt, is dat ik zelf ook van gezelligheid en een biertje na de wedstrijd hou.”

Van bovenin de reserve hoofdklasse, naar onderin de eerste klasse: de verdediger merkte dat voetballen in een eerste elftal toch andere dingen vraagt van een speler. “Het is echt wel een verschil. In de reserve hoofdklasse sta je niet altijd tegen even gemotiveerde spelers, het niveauverschil in die competitie is daar gewoon heel groot. Dat is in de standaard eerste klasse wel anders.” Ruijtenberg zag ook opeens een goed gevuld sportpark om zich heen. “Bij een tweede elftal heb je weinig aanhang, bij GRC 14 staat altijd volk. Dat is echt heel leuk. Ze zijn best trouw en de beleving is top. Wij hebben bij uitwedstrijden zelfs vaak meer supporters dan de thuisploeg.”

Het is voor GRC 14 de laatste jaren vooral knokken tegen degradatie. Ruijtenberg vreest dat dit seizoen weer een degradatiestrijd volgt, ondanks een bredere selectie. “We zijn in de breedte gegroeid, hebben nu op verschillende posities meer concurrentie. Als iemand uitvalt, worden we niet per se zwakker. Dat is belangrijk. Vorig jaar hadden we misschien vier reserves die we in konden brengen, nu hebben we achttien gelijkwaardige spelers. Je kunt daardoor ook anders voetballen, je aanpassen aan de tegenstander. Maar de competitie is ook zwaarder geworden. We hebben de betere clubs uit onze eerste klasse van vorig jaar meegenomen, naar een competitie met meer clubs uit de regio Utrecht. Ik vrees dat het keihard bikkelen wordt om erin te blijven.”

Klik hier voor meer informatie over GRC 14
Klik hier voor meer informatie over GRC 14

Sint komt belofte na en bezoekt R.W.B.

Al een hele tijd geleden, voordat iedereen nog had gehoord over corona, had Sinterklaas de Jeugdafdeling van RWB belooft om in het weekend van 28 en 29 november RWB te bezoeken.

HappyPoint_desinfectie
Meestal kiest de Sint dan voor de vrijdagavond en bezoekt dan het gezellige en dan mooi versierde clubhuis van RWB. Corona maakt echter veel activiteiten onmogelijk en doordat het clubhuis op dit moment gesloten is viel die mogelijkheid af. Maar de Sint is de Sint en die verzon dus wat anders. Zaterdagochtend 28 november tijdens de Clinic die voor de gehele jeugd van RWB werd georganiseerd kwamen er eerst een aantal Pieten opgedoken en deden zij fanatiek mee met de voetbalonderdelen. Later kwam ook Sinterklaas aan en bekeek zeer geïnteresseerd de verrichtingen van de RWB-jeugd, daarmee zijn belofte inlossende om RWB te bezoeken. Alle jeugdspelers gingen naar huis met een zakje snoep en wat pepernoten. Voor de allerkleinsten had de Sint nog een extra verrassing en kregen een mooie badhanddoek met RWB-logo. Complimenten voor de Recreatiecommissie van RWB die ondanks alle beperkingen waarmee ze te maken kregen er toch een mooi Sinterklaasfeest van wisten te maken.

Klik hier voor meer informatie over RWB
Klik hier voor meer artikelen over RWB

VoetbalJournaal Breda, najaar 2020

Lees hier de krant</

In gesprek met Michael Nijssen van NSVV

Zijn debuutseizoen als hoofdtrainer bij NSVV had Michael Nijssen zich wel iets anders voorgesteld. Door alle beperkende maatregelen als gevolg van het coronavirus is er maar weinig lol aan op de sportcomplexen. ,,Mijn debuutjaar zal ik nooit vergeten, dat is zeker.’’


NUMANSDORP – Met Bas Snel en Ton Havelaar had NSVV de afgelopen seizoenen een trainersduo voor de groep. De technische commissie van de club uit Numansdorp wilde die lijn graag voortzetten met de aanstelling van Peter Broekman en Michael Nijssen. Eerstgenoemde kwam over van MVV’27, Nijssen was de afgelopen jaren trainer van het tweede elftal. ,,Mijn eerste jaar had ik toch iets anders voor ogen. Normaal is het altijd heel druk bij NSVV, is de kantine op zaterdag vol en staan de mensen langs de lijn. Nu spelen we al een paar weken zonder publiek, maar daarvoor was het ook anders dan anders’’, aldus Nijssen.

Natuurlijk zijn de gevolgen van het coronavirus voor de sport ook gespreksonderwerp binnen de selectie. ,,Met de spelers kwamen we al snel tot de conclusie dat alleen winnen voetballen nog leuk maakt. Je komt aan op een leeg complex, de kantine is donker en het is stil langs het veld’’, aldus Nijssen. ,,En dan is het ook nog eens elke week onzeker óf je wel kunt voetballen. Als je ziet hoeveel wedstrijden er wekelijks worden afgelast, weet je eigenlijk pas op zaterdagochtend of je echt het veld op zult mogen.’’

De ellende van last minute afgelastingen bleef NSVV tot op heden bespaard. De eerste bezoekjes aan Zeeland zijn al achter de rug. Maar ook de gewenste indeling in de Zuid I-competitie pakt niet uit zoals gehoopt. ,,Dat wilden we graag, omdat de gezelligheid van die clubs beter bij ons past dan de sfeer van de meer stadse clubs in West II’’, legt Nijssen uit. ,,Alleen merken we daar nu helemaal niets van, want het is bij geen enkele club gezellig op dit moment.’’

Sportief gezien kent NSVV een wisselvallige start. Na vier wedstrijden waren alle mogelijke resultaten al een keer behaald, met fors verlies (5-0) bij Yerseke, zeges op MVC’11 en SSV’65 (beide 3-2) en de doelpuntrijke puntendeling met ’s Heer Arendskerke (5-5). ,,Er zaten wat mensen in hun auto’s op de parkeerplaats. We dachten: laten we die wat geven’’, grapt Nijssen over die laatste ontmoeting. ,,Het gaat tot nu toe redelijk, maar we merken dat de spelers wat tijd nodig hebben om te wennen. Er is een lange onderbreking geweest en wij doen het net iets anders dan de trainers die ze de afgelopen vijf jaar gewend waren. We zijn van 4-4-2 overgestapt naar 4-3-3 en hebben meer intenties vooruit. Voorheen speelde NSVV juist wat meer afwachtend. Nu geven we de goals te gemakkelijk weg. Maar uiteindelijk is het geen hogere wiskunde en zal het kwartje moeten vallen.’’ Als dat gebeurt, is Nijssen hoopvol. ,,Want mijn debuutjaar zal ik nooit vergeten, dat is zeker. Maar hopelijk is dat dan ook doordat we met een prijs zijn geëindigd.’’

Klik hier voor meer informatie over NSVV
Klik hier voor meer artikelen over NSVV