Home Blog Pagina 889

In gesprek met Jonathan Jonk van Heerjansdam

Zijn debuutjaar als trainer van Heerjansdam in de eerste klasse bleef vooralsnog beperkt tot vier competitieoptredens, maar aan stilzitten doet Jonathan Jonk (33) niet. Dus brengt hij de jeugdtrainers van de club zijn visie over. “Als hoofdtrainer is dat ook je taak”, vindt hij.

tuk tuk

Jonk heeft zojuist een ‘train de trainer’-sessie achter de rug. Via Zoom, maar het enthousiasme onder de jeugdtrainers was er volgens de inwoner van Oegstgeest niet minder om. “Het valt me op hoe open ze staan voor ideeën”, zegt Jonk. “Er heerst echt een goede vibe in de club.”

Als trainer zelf probeert hij de motivatie bij zijn spelersgroep zo hoog mogelijk te houden. “Dat is niet altijd makkelijk, maar als trainer moet je het goede voorbeeld geven. Als we trainen doen we dat met elkaar. Daarin ben ik best wel streng, hoewel ik ook wel weet dat het voor voetballers lastig is zonder competitie en wedstrijden.”

Hij heeft met zijn spelers al een keer een uitstapje gemaakt naar de jeugd. Inmiddels zijn er al een aantal jeugdclinics door de selectie gegeven. “Voor de jeugd is dat ook even wat anders en voor de trainers is het kennisoverdracht. Het is niet leuk dat we nu niet kunnen voetballen, maar het geeft ons wel de tijd en ruimte om met elkaar in gesprek te gaan hoe en wat je wil trainen. Ik deel mijn visie graag met de trainers.”

Zijn achtergrond helpt daar goed bij. Jonk was jarenlang jeugdtrainer bij Voorschoten’97 en later Alphense Boys, waar hij diverse leeftijdsklassen onder zijn hoede had. “Ik merk dat bij Heerjansdam de bereidheid om het beter te doen groot is. Een mooi voorbeeld is het doel van een partijtje. Ik vind dat je spelertjes altijd met een opdracht het veld in moeten sturen. Eerst een actie maken, dan overspelen. Ik zag dat hier veel de nadruk werd gelegd op overspelen. In de onderbouw moet je het dribbelen juist stimuleren. Ik wil later een rechtsback die ook zijn vent kan uitspelen. Het leuke is dat ik een paar dagen na die sessie op de club kwam en bij de training al zag dat trainers het hadden ingevoerd.”

Jonk, in het dagelijkse leven werkzaam in het praktijkonderwijs, is blij met de kans bij Heerjansdam. Hij noemt de eersteklasser een bewuste volgende stap in zijn trainerscarrière. “Ik heb jarenlang met de jeugd gewerkt, maar wilde mijn vleugels uitslaan bij de senioren. Daarom ben ik ook een seizoen assistent-trainer geweest van Jan Zoutman bij Katwijk. Ik wilde een kijkje nemen in de keuken in de tweede divisie, maar mezelf ook in de etalage zetten. Als je als trainer geen grote voetbalcarrière hebt gehad, moet je zorgen dat je meer in beeld komt. Ik ben ook helemaal geen assistent-trainer, daar heb ik een te sterke eigen visie voor, en dat vonden ook de mensen om mij heen. Om een volgende stap te maken, had ik dat jaartje wel nodig. Bij een derdeklasser beginnen is leuk en aardig, maar daar ben ik te fanatiek voor.”

In de huidige spelersgroep van Heerjansdam zit genoeg rek, heeft Jonk gemerkt. “Potentie genoeg, met een gemiddelde leeftijd van 23, 24 jaar. Onze ambitie is om richting de top-3 te gaan.”

Klik hier voor meer informatie over Heerjansdam
Klik hier voor meer artikelen over Heerjansdam

Pionnentik drijft geen wig tussen Rhoon-trainers

Ze hebben al jaren een klik en daarom ook verlengden Ronard Venekamp en Roy van der Schee onlangs hun contracten als respectievelijk hoofdtrainer en assistent-trainer van derdeklasser Rhoon. “We zijn hier nog niet klaar. Het mooiste moet nog komen.”

tuk tuk
Tussen Venekamp en Van der Schee is in een paar jaar een innige vriendschap ontstaan. “We zitten allebei in het onderwijs, misschien dat het daardoor komt”, zegt Van der Schee (26). “We spreken dezelfde taal.”

Voor iedere training wordt de assistent in het centrum van Rhoon door Venekamp opgehaald. “We hebben dan al regelmatig via de app contact gehad met elkaar”, zegt Venekamp. “In de auto bespreken we de laatste details voor de training.”

De leerden elkaar kennen toen Venekamp trainer was van het tweede elftal van Rhoon. “Ik was jeugdtrainer bij Rhoon, ik deed de E-tjes, maar ik had veel vrienden voetballen in de selectie. Ik zag dat ze bij de B-selectie regelmatig een keeper tekort kwamen. Ik heb me bij Ronard aangeboden. Niet dat ik een geweldige keeper ben, maar het is wel lekker als er altijd een tweede keeper is als je wedstrijdgericht en in partijvorm wil trainen.”

“Die klik was er meteen. Ik heb Roy gaandeweg steeds meer betrokken bij de inhoud van trainingen. Op een gegeven moment heb ik hem gevraagd om assistent te worden.”

“Bij sommige trainers zit het training geven er al vroeg in, maar dat had ik niet. Dat kwam pas toen ik in de zomer training had gegeven op de Dutch Total Soccer-voetbalschool in New York. Ik vond het heerlijk om met die ventjes in de weer te zijn, zoals ik nu geniet om voor de klas te staan in groep 7 en 8 van het basisonderwijs.”

“We kunnen heel goed met elkaar opschieten”, zegt Venekamp. “Als trainers vullen elkaar goed aan. We zijn het over veel voetbalzaken eens, maar soms ook helemaal niet. Dat is alleen maar goed. Hij laat mij ook een andere kant zien. Roy is allesbehalve een jaknikker.”

Van der Schee zegt zijn plaats wel te kennen. “Als assistent sta je niet op de voorgrond. Dat hoef ik ook niet. Mijn rol is anders. Ik fungeer als klankbord voor Ronard en zit ook wat dichter op de spelersgroep. Dat komt ook omdat veel vrienden in het eerste spelen. Of dat lastig is? Nee hoor, ik weet wat ik wel en niet kan vertellen.”

Dan is er nog de ‘pionnen’-kwestie op sportpark De Omloop. Spelers zien gniffelend en glimlachend het tafereel aan. “Ik ben verantwoordelijk voor het neerzetten van de pionnen voor de warming-up. Ronald huppelt dan achter mij aan en verplaatst ze altijd”, onthult Van der Schee. Voskamp: “Dat is niet de schuld van Roy hoor. Het is gewoon een tik van mij. Voor de warming-up hebben we afgesproken waar de pionnen komen te staan. Dat doet Roy netjes, maar als ik achter hem loop, is het voor mijn gevoel net niet wat ik in mijn hoofd heb. Een centimetertje naar rechts en naar links. Ik kan me voorstellen dat het er wat raar uitziet vanaf de zijkant.”

Ze hebben allebei het gevoel dat dit seizoen wel eens mooi kan worden. Van der Schee: “We hebben een uitgebalanceerde ploeg.” Venekamp: “We hebben twee, drie versterkingen erbij gekregen. Die jongens passen precies.”

Klik hier voor meer informatie over Rhoon
Klik hier voor meer artikelen over Rhoon

De opstelling van Alexander de Jong VV Alblasserdam

Nadat Remko Viveen, speler met meeste wedstrijden voor VV Sleeuwijk, het nieuwe item heeft afgetrapt, gaan we vandaag verder met de opstelling van de assistent trainer van VV Alblasserdam, Alexander de Jong (42). Alex is zelf op zijn vijfde begonnen bij VV Alblasserdam, maar vanaf zijn tiende heeft hij acht jaar in de jeugd van Willem II gespeeld. Na zijn tijd bij Willem II heeft hij voor Baronie, ASWH, Heerjansdam, IJsselmeervogels gespeeld. Uiteindelijk is Alex geëindigd bij zijn jeugdliefde, VV Alblasserdam.

De Jong heeft genoeg mooie clubs achter zijn naam staan voor een sterke opstelling. Alexander zijn team zal verschijnen in een 1-4-3-2-1 formatie. Zoals altijd beginnen we bij de trainer. Voor deze functie kon Alexander geen keuze maken en kiest hij voor een staf van drie man. Bert Buizert, Fop Gouman en Dennis Schoonewil. “Ik kies voor deze drie omdat ik met alle drie hebt samen gewerkt en alle drie veel kennis van het spelletje hebben. Bovendien zijn ze helemaal zijn van het spelletje.”

Onder de lat zien we één van de trainers terug, Dennis Schoonewil. Toch wil Alexander even kwijt dat het niet de beste keeper is waar hij mee gewerkt heeft. “Dennis is niet de beste keeper, maar wel mijn beste maatje. Het is dus vanzelfsprekend dat hij in mijn opstelling staat.”

We gaan verder met de vierkoppige verdediging. Op de rechtsbackpositie stat Roel Gore van Alexander zijn tijd bij ASWH. “Deze man stond altijd goed en hij was een kei in opkomen. Roel zocht altijd de makkelijkste oplossing en daarom was hij zo goed.” Het centrale duo bestaat uit Ahmet Kuyucu en Sami Hypia. “Ook heb ik een half jaar met Ahmet gespeeld. Hij speelde mij altijd in, was sterk met de kop en niemand kwam hem voorbij. Nu speelt hij nog voor de VV Alblasserdam. Ahmet is een voorbeeld voor velen.” Sami Hypia kent Alexander van zijn tijd bij Willem II. “Ik was pas 17 toen ik met hem speelde. Een paar jaar later speelde hij bij Liverpool, deze positie heeft dus geen verdere uitleg nodig.”

Op de linksback zien we de naam Johan Sturrus, trainer van VV Papendrecht terug. “Johan was in het veld en buiten het veld een echte leider, hij bespeelde heel de linkerkant en had ook een heerlijke voorzet.” Ook vertelde Alexander dat Johan heel goed een pauw na kon doen, of dit mee heeft geholpen aan zijn plek in deze opstelling weten we niet.

De linie voor de verdedigers bestaat uit drie middenvelders. Leroy Naaktgeboren, Johan de Vries en Ferry van Lare. Leroy is geen speler waar De Jong mee gespeeld heeft. Naaktgeboren is nu speler van VV Alblasserdam, waar De Jong assistent trainer is. “Hij is een allemans vriend sfeermaker enzovoorts. Zodra het fluitje gaat, staat hij er ondanks zijn lengte, hij is voor niemand bang en heeft een fantastisch linkerbeen.” Johan de Vries kent De Jong wel van zijn tijd als speler bij Alblasserdam. “Johan liep waar ik liep. Hij knapte al het vuile werk op voor mij. Hij had longen als een paard en scoorde veel voor een verdedigende middenvelder. Bovendien ging hij altijd voorop in de strijd. ”Ferry van Lare sluit het middenveld af. “Bij ASWH liep Ferry achter mij, hij schroomde geen duel, kon heel goed voetballen. Mede door hem heb ik daar een paar goede jaren gespeeld.”

De twee spelers onder spits zijn Richard van de Berg en Izaäk Verhoeven. “Bij Richard kon ik altijd een bal kwijt in zijn voeten en hij was een kei in het in bezit houden van de bal om daarna spelers bij te laten sluiten.” Richard komt van Alexander zijn tijd bij Alblasserdam en Izaäk van zijn vijf jaar bij ASWH. “Elke training ging ik een half uur eerder naar buiten met Izaäk om vrije trappen te nemen. hij was een box to box speler, kon goed koppen en had een keihard schot.”

Tenslotte zien we wederom Arif Irilmazbilek in de spits. “Ik heb een half jaar met Arif bij Alblasserdam gespeeld, deze kleine spits kon alles. Hij was sterk, liep op het juiste moment diep en scoorde uit alle hoeken.”

Foto: VV Alblasserdam

Klik hier voor meer opstellingen
Klik hier voor meer artikelen over VV Alblasserdam

In gesprek met Vially Mondo van RVVH

Een zware ziekte knakte de voetbalcarrière van de toen nog jonge Vially Mondo in de dop, maar zijn voetbalpassie bleef. Nu begeleidt de Rotterdammer jonge talenten en is hij trainer van de JO17 van RVVH. “Ik probeer de juiste voetbalbeleving over te brengen.”

tuk tuk
De competitie mag dan stil liggen, Mondo en zijn elftal trainen wel alsof er elke zaterdag een belangrijk duel op de rol staat. “We trainen zaterdag van elf uur tot kwart over twaalf”, meldt de 27-jarige trainers met Congolese roots.

Hij probeert het spannend te houden door af en toe een gasttrainer uit te nodigen. “Ik ken nog veel mensen uit het circuit.”

Mondo was zelf een getalenteerd voetballer die bij Sparta, Excelsior en FC Dordrecht speelde. Bij die laatste club maakte hij deel uit van het beloftenelftal toen hij getroffen werd door een zware ziekte. Van de één op de andere dag was de jonge twintiger geen topsporter, maar patiënt. “Het heeft heel lang geduurd voordat de doctoren precies wisten wat het was.” Mondo bleek getroffen zijn door een auto-immuunziekte, waarbij cellen zich tegen het eigen lichaam keren. Het is ziekte die vooral voorkomt bij jong volwassenen. “Ik heb heel wat ziekenhuisbedden gezien”, zegt Mondo. “Ik weet niet hoeveel operaties en behandelingen ik heb gehad. Voor artsen is een immuun-ziekte lastig vanwege de onberekenbaarheid.”

Na jaren van zwaar leed krabbelde Mondo op. “Het klinkt misschien gek, maar ik ben altijd positief gebleven. Ik heb altijd gezegd: hierdoor laat ik me door uit het veld slaan. Ik kom er bovenop.”

Hoewel hij nog steeds onder zware controle staat, heeft Mondo zijn leven weer opgepakt. Met zijn vriendin woont hij sinds enige tijd in een woning op de grens van Rotterdam en Schiedam. Voetbal maakt ook weer deel uit van zijn leven. “Ik gebruik nog wel medicijnen, maar in aantal heb ik dat al flink afgebouwd.”

Hij dacht in eerste instantie om zelf nog te gaan voetballen. “Ik heb een paar keer meegetraind bij een derde klasse. Mijn lichaam heeft echter een te grote klap gekregen. Ik was vroeger best snel, maar toen we gingen sprinten werd ik aan alle kanten voorbijgelopen.”

Mondo stortte zich in eerste instantie op het trainen en het begeleiden van jonge spelers. “Ik ben daar mee begonnen als een vriendendienst in de zomer voor mijn broertje en wat vrienden. Ik ontdekte dat ik dat zo leuk vond, om jonge spelers te gaan begeleiden. Ik heb nu een managementbureau voor talenten. Ik heb een handvol spelers die ik begeleid. Zo heb ik een speler bij Sparta onder de zestien, bij Cambuur heb ik ook een jongen in de jeugd. Ik vind het prachtig om mijn kennis op die manier over te brengen.”

Die beleving probeert hij ook over te brengen aan de RVVH-talenten onder zeventien jaar. “Durf te dromen”, heb ik in de voorbereiding op deze competitie gezegd. “Ze reageerden nog een beetje terughoudend als ik het over het kampioenschap had. Inmiddels zijn ze flink gegroeid in zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid.”

Mondo heeft voor zijn team een eigen Facebook-account aangemaakt. “Daar zet ik regelmatig beelden op, van trainingen of wedstrijden. Dat is ook leuk voor ouders. Toen we nog wedstrijden speelde, mocht er geen publiek komen en nu zijn ze al een tijdje niet welkom bij de training. Op deze manier houdt je ouders wel betrokken.”

Klik hier voor meer informatie over RVVH
Klik hier voor meer artikelen over RVVH

In gesprek met Paul van de Reijt van VV Klundert

De familie Van de Reijt is een echte vv Klundertfamilie. De jongste generatie, vertegenwoordigd door Rijk, Siep en Guus, speelt momenteel in de JO19-1 en het eerste, vader Paul voetbalde tien jaar lang in het vlaggenschip en opa Ad liep daar rond als vrijwilliger. Paul houdt zich achter de schermen als voorzitter van de technische commissie bezig met het eerste elftal en de doorstroming van de jeugd.

HappyPoint_desinfectie

Paul van de Reijt geeft dit interview vooral om Klundert te promoten, zelf hoeft hij niet zo nodig in de spotlights te staan. Maar ja, hij heeft wél een belangrijke functie achter de schermen. Van de Reijt (51) is voorzitter van de technische commissie. “Ik heb al van alles gedaan, nadat ik op mijn 27 of 28ste moest stoppen bij het eerste vanwege een knieblessure. Zo was ik jeugdtrainer en -voorzitter en heb ik in bijna alle commissies gezeten.”

Doorstroming
Van de Reijt werd voorzitter van de technische commissie omdat hij de doorstroming van de jeugd naar de seniorenselectie niet goed vond gaan. “Ik had daar wat ideeën over, vooral qua communicatie. Je moet die talenten heel goed duidelijk maken wat ze kunnen verwachten bij het eerste, dat ze misschien niet gelijk basisspeler zijn en ze hard moeten werken voor hun plek.” Klundert speelde een tijdje (tussen 2013 en 2015) in de eerste klasse, ‘iets boven ons niveau’ zo is Van de Reijt eerlijk. “Toen we degradeerden, kregen we te maken met een tussenjaar. Dat was voor de oudere jongens lastig, zij moesten wennen aan hun nieuwe, jonge teamgenoten die nog aan het groeien waren naar het niveau van Klundert 1. Daar ontstond wat wrijving door.” En zonder wrijving geen glans, zo wist Van de Reijt toen hij twee jaar geleden voorzitter van de technische commissie werd. “We hebben op de jeugd ingezet, zijn ze intensief gaan begeleiden en hebben een structuur opgezet waarmee ze mee konden trainen met het eerste. Ook hebben we een team ingeschreven voor een O23-competitie.” Het resultaat is zichtbaar. “De laatste twee seizoenen hebben we steevast vijf of zes basisspelers van onder de twintig jaar oud in het eerste.”

De jeugd heeft de toekomst, zo is wel duidelijk bij Klundert. “Toen we op hoger niveau speelden, hebben we een tijdje veel jongens van andere clubs gehad. Die gaan dan na twee jaar weer weg, daar kun je niet op bouwen, maar het gaat wel ten koste van je eigen jeugdspelers. Klundertenaren zien liever jongens in het eerste spelen die vanaf hun vijfde al bij de club rondlopen.” De gehele structuur van de selectie is op de schop gegaan. “We hebben er één selectie van gemaakt, niet een apart eerste en tweede team. Dat is hartstikke belangrijk, we hebben met Niels Punt nu voor het tweede elftal ook een enthousiaste, goede trainer, die zelf nog in de eerste klasse met Klundert heeft gevoetbald.” Het doel is uiteindelijk weer terug te keren in de tweede klasse. “Als we de groep bij elkaar houden, moet dat mogelijk zijn.”

Andere teams
De technische commissie heeft ook oog voor de andere teams binnen de club. “We hebben een leuk derde elftal van jongens rond de 20 jaar oud die niet mee kunnen met de selectie, maar wel eens in de week onder een goede trainer trainen. We hebben ook een vrouwen- en veteranenteam, doen het eigenlijk heel goed als Klundert zijnde.”

Met twee Van de Reijts in de selectie dus en eentje wellicht op komst. “Mijn dochter mag niet voetballen, anders wordt mijn vrouw écht gek van de hele dag vv Klundert”, besluit de technische man, lachend.

 

Meer informatie over VV Klundert? Klik hier.
Klik hier voor meer artikelen van VV Klundert

In gesprek met Rene Opschoor van vv Kogelvangers

Voetbalvereniging Kogelvangers heeft een assistent-trainer met de nodige statuur op de bank zitten. René Opschoor (65) speelde bij Feyenoord en FC Dordrecht, waarna hij nog kampioen werd in de hoofdklasse met Unitas uit Gorinchem. Veertien jaar lang zwaaide hij zelf met de scepter in Willemstad, nu assisteert hij hoofdtrainer Brian Roquas.

HappyPoint_desinfectie

Bij sommige mensen blijft het lastig om te tutoyeren. René Opschoor is zo iemand. “Zeg maar ‘jij'”, geeft hij aan het begin van het interview al aan. Maar ja, we hebben hier wel met iemand te maken die bij Feyenoord en FC Dordrecht jarenlang profvoetballer was en ook nog eens kampioen van de hoofdklasse werd als aanvoerder van Unitas.

“Ik ben wel ergens geweest, ja”, zegt hij zelf, bescheiden. “Ik begon bij ASWH, tegenwoordig tweededivisionist. Daar heb ik de jeugd doorlopen, tot het hoogste jeugdelftal. Toen kwam Feyenoord en ben ik daar gaan spelen. Ik heb één seizoen in de jeugd gespeeld en kreeg daarna al een contract. Ik mocht naar ‘de overkant’, zoals we De Kuip vanaf Varkenoord noemden. De concurrentie was echter enorm en na één seizoen mocht ik weer vertrekken.” Hij ging naar buurman FC Dordrecht, waar hij zes jaar betaald voetbal speelde. “Maar dat stelde weinig voor.”

Hoofdklasse
Opschoor vond het na die seizoenen tijd om een stapje terug te zetten. Hij ging eerst bij SVW in de tweede klasse spelen, maar maakte al snel de overstap naar de top van het amateurvoetbal: GVV Unitas. “Dat was een fijne periode, ik heb daar zeven jaar gespeeld, waarvan zes als aanvoerder. We werden nog kampioen van de hoofdklasse, in die tijd het hoogste niveau van het Nederlandse amateurvoetbal.”

De liefde bracht hem echter naar Willemstad. Niet lang daarna ging hij ook in West-Brabant voetballen: eerst bij Halsteren, later bij het toen nog gefortuneerde Dosko. “Daar heb ik maar twee seizoenen gespeeld. Ik ging in die tijd al vaak op zaterdag bij Kogelvangers kijken, daar speelden wat vrienden van me. Ik vond het zo’n gezellig clubje en besloot daar af te bouwen.” Al snel werd hij benaderd om zijn trainerspapieren te halen en de nieuwe hoofdtrainer van Kogelvangers te worden. Dat deed Opschoor, met succes: in drie periodes van in totaal veertien jaar. “De tweede periode was geweldig, ik viel met mijn neus in de boter. Ik had de meest talentvolle lichting die Kogelvangers ooit gekend heeft onder mijn hoede, met jongens als Robert Braber en andere spelers die terugkwamen van een hoger niveau. We deden fluitend mee in de tweede klasse en promoveerde zelfs naar de eerste klasse.” Opschoor kreeg met verschillende generaties Kogelvangers te maken: in zijn derde periode had hij zonen van spelers uit zijn eerste periode in zijn team.

Assistent
In 2013 zette Opschoor een streep onder zijn carrière als hoofdtrainer. “Ik kreeg een gezichtsverlamming, wat kanker bleek te zijn. Toen heb ik alles even neergelegd. Twee jaar later kwam Erik van der Giesen en die vroeg of ik hem wilde ondersteunen, hij stond voor de eerste keer op zijn eigen benen. Dat heb ik gedaan.” Inmiddels is hij de assistent van Brian Roquas. “Ik heb absoluut niet meer de ambitie om hoofdtrainer te zijn, maar vind deze rol wel leuk. Kogelvangers is toch mijn club. Iedereen kent elkaar en ze hebben een heel leuke supportersclub.”

Opschoor, wiens zoon Cedric nog een tijdje in Kogelvangers 1 speelde, vindt dat het team bovenin de derde klasse hoort. “Je ziet promovendi vaak na één seizoen alweer terugkeren. Om in de tweede klasse mee te doen, moet je echt nog wat beter kunnen. Ik zie wel een heel talentvolle lichting spelers in onze oudste jeugdteams. We hebben een tijdje een groep gehad die wat minder was en dan ben je blij in de derde klasse mee te kunnen doen, maar de toekomst ziet er mooi uit.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Kogelvangers
Klik hier voor meer informatie over VV Kogelvangers

In gesprek met Patricia Leemans van Boeimeer

Patricia Leemans is de trotse trainster van het eerste meisjesteam bij de Bredase voetbalclub Boeimeer. De 53-jarige moeder van speelster Puck heeft zelf een groot voetbalverleden en pakte de handschoen dan ook graag op, toen de club uit Haagse Beemden een meisjesteam kreeg en een trainster zocht.

verfhuys-breda

Boeimeer had al flink wat voetballende meisjes, maar nog geen meisjesteam. De voetbalsters liepen rond in jongenselftallen. Enkele dames uit de jeugdcommissie vonden de tijd rijp om een ploeg met louter meisjes op te richten. “Voor de zomervakantie hebben ze een drietal trainingen georganiseerd”, vertelt Patricia Leemans, die inmiddels de trainster is van het team. “Mijn dochter Puck zat nog niet op een teamsport, dat wilden wij eigenlijk wel. Ik weet zelf hoe goed een teamsport is voor je ontwikkeling en hoeveel plezier ik eraan heb beleefd. Zij wilde het weleens proberen en toen heb ik toegezegd trainster te worden. Ik voetbal zelf al vanaf mijn veertiende, momenteel alleen nog in de zaal. Ik heb nooit een team getraind, maar wel ervaring als leidster.”

Competitie
De proeftrainingen bleken een succes en van een groep 8-, 9- en 10-jarige meisjes werd een team gesmeed. Het werd een combinatie van meiden die al bij Boeimeer speelden en speelsters die nieuw waren op het voetbalveld. “Ze hebben competitie gespeeld bij de Jongens onder 10 jaar, een meisjescompetitie was niet beschikbaar. Ze hebben het met hartstikke veel plezier gedaan, vonden het heel leuk en waren erg fanatiek. We hebben helaas alle wedstrijden verloren. Maar dat is niet zo gek, gezien we voor het eerst meededen.” Het plezier staat voorop, vertelt Leemans. “Maar afgelopen zaterdag hebben we een vriendschappelijke wedstrijd tegen een ander team van Boeimeer gewonnen. Onze eerste overwinning, dat was wel erg leuk.”

Leemans geniet van de ontwikkeling die ze ziet bij haar speelsters. “Ik zie ze absoluut beter worden. Je merkt dat het lastig voor ze is om de techniek onder de knie te krijgen als ze nog nooit gevoetbald hebben, maar ze pakken het wel serieus op. Je ziet in het veld echt dat ze wat bijgeleerd hebben en dat vind ik heel mooi om te ervaren. Ik probeer ze ook wat discipline bij te brengen, bijvoorbeeld qua warming-up. We lachen veel, maar af en toe mag het ook serieus zijn. Die aanpak vinden ze prettig, merk ik.”

Groeien
Het team traint twee keer per week. “Het begint allemaal met plezier in het sporten, daarna komt het serieus trainen en oefeningen doen. Ik hoop dat ze groeien, steeds beter worden en op een leuke manier mee kunnen doen aan de competitie. Als we dit team de komende jaren vasthouden, ben ik heel blij.”

 

Klik hier voor meer informatie over BSV Boeimeer.
Klik hier voor meer artikelen over BSV Boeimeer.

 

In gesprek met Danny Haasdijk van Rijsoord

Danny Haasdijk (20) is een echte Ridderkerkse jongen die van zijn hart geen moordkuil maakt. De voetballer van hoofdklasser Rijsoord wil zich ‘naar het plafond spelen’. Waar zijn grens ligt, weet de aanvallende middenvelder niet precies. “De tweede divisie zou fantastisch zijn.”

tuk tuk
Haasdijk meldde zich als hummeltje van vier aan bij Rijsoord, de club die zich al jaren op prima niveau manifesteert in de regio Rijnmond. Hij kende er jaren die werden gekenmerkt door een combinatie van prestaties en gezelligheid.

Dat Haasdijk als C-junior de overstap maakte naar plaatsgenoot en rivaal RVVH, had veel te maken met het klimaat bij die club. “Ik wilde graag een betere speler worden en wist dat ik dat bij RVVH kon. Er kwam een heel groepje jongens naar de club die op hoger niveau hadden gespeeld, sommigen zelfs in de jeugd van Sparta Rotterdam. Ik kwam in een heel sterke lichting terecht, waarmee we in de jeugd drie keer kampioen zijn geworden. In sportief opzicht was mijn gang naar RVVH top.”

Met de sfeer bij RVVH was op zich ook weinig mis, vervolgt Haasdijk, die in Rotterdam Veiligheidskunde op HBO-niveau studeert. Dat zijn oude club Rijsoord knusser aanvoelde, kan hij evenwel niet ontkennen. “Bij RVVH ging het nóg meer om de punten. Bij Rijsoord bleven we meestal langer met elkaar hangen in de kantine. Maar de jeugdwedstrijden van RVVH werden wel heel goed bezocht. Daarom was het altijd een drukke boel op het complex.”

Haasdijk slaagde er als senior niet in stamkracht te worden van het eerste team. Hij was vooral tweede elftalspeler en maakte eveneens deel uit van de Onder 23-formatie. In die hoedanigheid wekte hij de belangstelling van Rijsoord, toen hij een buitengewoon puik optreden afleverde tegen VV Dubbeldam. “Brasco Tuvaljevic was trainer van de O23 van die club en was gelijk gecharmeerd van mij. Hij wist dat ik bij RVVH in het tweede speelde en informeerde of ik terug naar Rijsoord wilde komen. Hij zou daar namelijk de nieuwe trainer worden.  Ik vond het prachtig dat de club mij terugvroeg natuurlijk. Ik heb de overstap gemaakt en niemand bij RVVH heeft me dat kwalijk genomen.”

Omdat het noodlot nu eenmaal geen onderscheid maakt, kreeg Haasdijk begin dit seizoen een tegenvaller van formaat te verwerken. In de finale van het Ridderkerk Toernooi, toen uitgerekend RVVH de opponent was, raakte hij op ongelukkige wijze geblesseerd. “Ik voelde mijn been al een tijdje trekken in die wedstrijd. Dat heb ik wel vaker, dus ik ging gewoon door. Ik ben niet zo snel in paniek. Maar na 25 minuten schoot het keihard in mijn bovenbeen toen ik wilde uithalen. Ik moest van het veld af en we verloren notabene met 4-0. Doodzonde, ik had me veel meer voorgesteld van die pot. Maar ik kan weer volop trainen en wil me naar mijn plafond spelen. Ik denk dat ik nog een stuk hoger kan. De tweede divisie, dat zou prachtig zijn.”

Haasdijk is fanatiek Feyenoord-aanhanger.  “Vierdejaars seizoenkaart, vakkie X”, klinkt het in Ridderkerks-Rotterdams. “De ene keer is het klote, de andere keer ziet het er wel aardig uit. Je weet het nooit helemaal zeker met die club. En met Dickie trouwens ook niet.”

Klik hier voor meer informatie over Rijsoord
Klik hier voor meer artikelen over Rijsoord

In gesprek met Paul van Dijk van Internos

Paul van Dijk is met zijn 35 jaar nog altijd een jonge trainer, maar is bij Internos toch al aan zijn derde klus bezig. Met ervaring als jeugdspeler van NAC en in het eerste van Zwaluwe, neemt Van Dijk sowieso aardig wat voetbalbagage mee. Hij ziet erg veel potentie in het eerste team van de geel-blauwen.

verfhuys-breda

Met een voorsprong van veertien punten en drie duels meer gespeeld dan naaste belager VVC’68, ging Internos de ‘eerste’ coronabreak in. Van de laatste twaalf duels wonnen de geel-blauwen elf keer. En toch spelen ze dit seizoen weer in de zaterdag vierde klasse. “Er was geen ruimte om te promoveren”, legt Paul van Dijk uit. De Madenaar nam het roer na vorig seizoen over van Erik Nijssen. Internos stevent inmiddels af op een kalenderjaar zonder zeperd in competitieverband. De laatste wedstrijd die Internos verloor, was tegen VVC’68. Op 28 september 2019 verloren de Etten-Leurenaren met 2-3. “We hebben nu al een heel leuk elftal staan, dat de komende jaren ook nog eens stappen kan gaan maken. Mijn spelers zijn nog relatief jong, dus we kunnen echt nog een aantal jaar door. Ik denk dat we de derde klasse aan kunnen, maar dan moet corona ons niet blijven dwarsbomen.”

Oude liefde
Van Dijk vertelt dat veel oud-Internossers teruggekeerd zijn bij de club. Oude liefde roest niet. Zij verlieten Internos in de jaren dat het minder ging, maar hoorden goede geluiden over zowel de organisatie als het eerste elftal, dat de overstap maakte naar het zaterdagvoetbal. “Als je dan goede resultaten haalt, word je ook voor andere jongens interessant.” Internos staat na de eerste drie wedstrijden van dit seizoen op vijftien doelpunten voor en vier tegen. Ook in de beker ging het een rondje verder. “We zaten in een lekker ritme, hadden de juiste flow te pakken. Dat je dan nu weer stilstaat, is wel heel erg rot.” Van Dijk probeert zijn spelers fit te houden met de nodige creatieve trainingen. “We hebben een dinsdag- en donderdaggroep die momenteel in tweetallen trainen. Zij werken een circuit af. Daarnaast hebben ze enige tijd op zaterdag een bosloop gedaan, maar met de verscherpte maatregelen hebben we die afgeschaft. We willen ervoor zorgen dat de spelers bezig blijven en ook binding houden met de club en met elkaar.”

Eindstation
Internos heeft zichzelf door de prestaties tot grote favoriet in de zaterdag vierde klasse C gebombardeerd. Het machtsvertoon van de Etten-Leurenaren roept de vraag op hoe ver zij het kunnen schoppen. De derde klasse lijkt niet het eindstation. “Dat is lastig nu aan te geven. We zullen ieder jaar iets beter moeten worden om stappen te blijven zetten. Ons voordeel is het jeugdige eerste en we hebben ook een tweede dat erg jong is, bijna een verkapt jeugdteam. Het is lastig in te schatten hoe zij er over vijf jaar voor staan, maar we hebben nu al een heel mooie vaste kern.” Van Dijk geniet nog altijd van het trainerschap. “Ik vind het heel mooi om een groep te managen en samen resultaten te behalen. Dat is tot nu toe bij al mijn clubs gelukt.”

 

Klik hier voor meer informatie over VV Internos
Klik hier voor meer artikelen over VV Internos

Sociale media als digitaal sportpark bij Unitas’30

De media van voetbalclubs zijn dit jaar misschien wel belangrijker dan ooit geworden. Digitaal kunnen verenigingen contact houden met hun leden, nu de sportparken regelmatig leeg zijn. Unitas’30 heeft een aantal vrijwilligers die zich speciaal inzetten voor de digitale communicatie.

verfhuys-breda

Het vullen van de website, posts maken voor Instagram en Facebook of een tweetje de deur uit sturen: voetbalclubs hebben de afgelopen twintig jaar ook digitaal flinke stappen gezet. Unitas’30 heeft een professionele website, 1400 volgers op Facebook, 550 op Instagram en een kleine 900 op Twitter op het moment van schrijven. Veerle Adriaansen (25) is verantwoordelijk voor de sociale media. “Sinds een half jaar.”

Sociale media
Adriaansen zet de sociale media van Unitas’30 op verschillende manieren in. “Twitter is beknopt en minder persoonlijk, je hebt maar 280 tekens. Op Facebook en Instagram heb je veel meer mogelijkheden, ook voor samenwerkingen met bijvoorbeeld sponsoren.” Ze ziet de digitale kansen die er liggen voor voetbalclubs. “Het sociale aspect van de club naar spelers, vrijwilligers en iedereen die betrokken is toe. Je houdt iedereen op de hoogte, kunt mensen bedanken en informatie verstrekken. Alles gaat tegenwoordig via internet, niemand verstuurt nog een brief. Het is het snelste medium om je doelgroep te bereiken, ik vind het echt een heel mooie kans om jezelf uit te lichten als Unitas’30. Ook kan je via sociale media je sponsoren in het zonnetje zetten.”

Als ze op de club is, zorgt ze altijd voor een update van de activiteiten. “Afgelopen zaterdag was ik er nog. Dan pak ik mijn telefoon, loop ik langs de velden en maak ik foto’s. Die voeg ik dan samen in een leuke post, zodat de leden op de hoogte blijven. Dat is voor de ouders ook leuk om te zien, zeker nu bijna niemand op het sportpark mag komen. Daarnaast krijg ik af en toe een actie doorgestuurd, met de vraag of ik daar een leuk bericht van kan maken.” En dat alles AVG-proof: de foto’s maakt Adriaansen van grote afstand, zodat niemand te herkennen is.

Team
Dit alles geeft Adriaansen een gevoel van voldoening, om iets terug te doen voor de warme club die Unitas’30 is. Ze doet dat natuurlijk zeker niet alleen. Vanuit het bestuur is Kees Halters verantwoordelijk voor de PR & Communicatiecommissie, de webmaster is Remco van Trijp en Simon Liebregts gaat over de inhoud van de website. Adriaansen wordt voor de sociale media bijgestaan door Patricia Nooren (Facebookactiviteiten), Simon Hanemaaijer (Facebook algemeen) en Facebook-fotografen André Nouws en Koos Gielen. Daarnaast hebben verschillende teams een twittercorrespondent, die berichtjes kunnen plaatsen op het account van Unitas’30. Een team om trots op te zijn, met Adriaansen als debutant.

 

Klik hier voor meer artikelen over Unitas’30.
Klik hier voor meer informatie over Unitas’30