Home Blog Pagina 890

Als barman of in het eerste: Justin Netten staat altijd klaar voor Berkdijk

Hij speelt met gemak twee wedstrijden per weekend en is altijd te porren voor een vrijwilligerstaak. Justin Netten is gek op VV Berkdijk en maakt als 17-jarige allrounder al regelmatig zijn minuten in het vlaggenschip van de Kaatsheuvelse vierdeklasser.

HappyPoint_desinfectie

Justin Netten is vaste speler van VV Berkdijk JO19-1, het hoogste jeugdelftal van de club dat enkele dispensatiespelers telt. “Op zaterdagmiddag speel ik mijn wedstrijden in ons gezellige vriendenteam en op zondag voetbal ik in het team dat me kan gebruiken”, zegt hij. De 17-jarige helpt het derde als zij te weinig man hebben, doet net zo graag mee met het tweede, maar speelt uiteraard het liefst in Berkdijk 1. “Als 15-jarige maakte ik al mijn debuut in dat team. Ik viel de laatste twintig minuten in als spits. De uitslag van die wedstrijd weet ik niet meer, ik heb alleen maar genoten.”

Clubliefde
Die uitspraak symboliseert de liefde die Netten koestert voor de volksclub uit Kaatsheuvel. “Mijn vader Richard Netten maakte me al lid van Berkdijk toen ik pas net geboren was en sinds mijn vierde voetbal ik daadwerkelijk bij de club. Mijn vader speelde vroeger jarenlang in het eerste en hij vindt het tof dat ik net zo gek ben op onze club als hijzelf. Ik heb niet echt een favoriete positie, kan op elke plek wel uit de voeten, van keeper tot spits. Daarnaast ben ik clubscheidsrechter en ik val in als trainer of barman als de club iemand nodig heeft. Ik sta altijd klaar voor Berkdijk.”

Netten kan gezien zijn leeftijd nog een poosje in de jeugd spelen, maar hoopt op termijn een vaste waarde in het vlaggenschip van de rood-zwarten te worden. “Helaas spelen we met het eerste de laatste seizoenen onderin de vierde klasse, maar ik denk dat daar snel verandering in komt, gezien de aanwezige kwaliteiten. Ik hoop uit te groeien tot een belangrijke speler in Berkdijk 1 en jarenlang goed te presteren met onze mooie club.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Berkdijk.
Klik hier voor meer informatie over VV Berkdijk.

In gesprek met Hennie Balvers van DESK

Wie praat met Hennie Balvers (66), voelt de liefde voor DESK in alle zinnen doordreunen. Hij maakte het halve leven van de reeds 90-jarige club mee, waarvan hij inmiddels erelid is. “Mijn vrouw trouwde niet alleen met mij, maar ook met DESK.”

HappyPoint_desinfectie

Stel een vraag met daar de naam ‘DESK’ in en voor je het weet, ben je een kwartier verder in gesprek met Hennie Balvers. Dat is echter allesbehalve vervelend: het erelid van de Kaatsheuvelse club, die ook een erepenning van de gemeente en een Koninklijke onderscheiding kreeg, vertelt in geuren en kleuren over alles op en rond sportpark Eikendijk. “Mijn bloed is hartstikke geel-blauw man. Het zit in de aderen van onze familie. Ik werd lid op mijn twaalfde, als oudste van negen kinderen, die uiteindelijk allemaal bij DESK hebben gevoetbald. Mijn vader is erelid, mijn zoon Hein voetbalt in het derde, zoon Jan en vrouw Dory zijn rustend lid bij DESK en mijn drie kleinkinderen zijn bij hun geboorte ook lid geworden. Mijn kleindochter speelt inmiddels bij de Kanjers. DESK is ons clupke.”

Sprookje
Zijn geheugen is nog glashelder als het om Door Eendracht Sterk Kaatsheuvel gaat. Hij begon op zijn twaalfde, pupillenvoetbal bestond in die tijd nog niet. “We voetbalden toen in De Efteling, hadden daar een paar kleedlokalen en de kantine staan. We keken uit op de sprookjestuin, die tijd was echt geweldig. Wij voelden ons hartstikke prima daar, maar hadden kleine kleedkamers, met één of twee douches en wat wasbakken om je voeten in schoon te maken. Ik vond dat we daar wel heel goede velden hadden.”

Hij speelde voornamelijk in DESK 7, het zogenoemde studententeam van wie er zeker twaalf of dertien vrijwilliger zijn geweest binnen de club, maar kwam al wel snel in het bestuur: op zijn twintigste. “Ik bemoeide me toen al overal mee, dat zit in mijn aard. Ik begon als jeugdsecretaris en werd door de toenmalige voorzitter Wim Soeterboek bij het hoofdbestuur gehaald. Ik werd direct bestempeld als opvolger van Jan Verhiel, mijn grote voorganger als secretaris. Die stierf in 1993 en toen werd ik secretaris én wedstrijdsecretaris.” Balvers zag de vereniging in de decennia die volgden groeien en groeien. “De pupillenafdeling maakte al een groot verschil: we begonnen opeens op zaterdagochtend in plaats van -middag. Op den duur groeiden we naar duizend leden. Dat vraagt om een grote organisatie, een voetbalclub is tegenwoordig een soort onderneming.”

Vrijwilliger
In 2012 stopte Balvers als bestuurslid, het was tijd voor de jongere generatie om hem op te volgen. Wie dacht dat hij niks meer zou doen bij DESK, zat faliekant mis. “Ik doe de leden- en contributieadministratie, schrijf de in memoriams voor de website, de speeches van de voorzitter voor de jubilarissen op de ledenvergadering en geef gevraagd en ongevraagd advies. Daarnaast help ik de jonge bestuursleden als Thijs Dingemans en Dennis van den Beukel, met die jongens heb ik een heel goede band.” Balvers kan zich sowieso geen leven voorstellen zonder iets als vrijwilliger bij DESK te doen. “Zo lang ik daartoe in staat ben, blijf ik dit werk doen. Het kan ook lekker vanaf thuis. Ik vind het gewoon prettig om DESK te kunnen helpen.”

Van Liefde
DESK stapte voorafgaand aan dit seizoen over van het zondag- naar het zaterdagvoetbal, een ‘verschrikkelijk dappere keus’, vindt Balvers. “Dat is echt heel sterk geweest, van het bestuur. Als ze die beslissing niet hadden genomen, waren wij een generatie spelers van 19, 20 en 21 jaar verloren. Die jeugd wil op zondagochtend de escapades van de zaterdagnacht verwerken en niet voetballen.” Balvers kent de gloriejaren van DESK nog, toen ze uitkwamen op het hoogste amateurvoetbalniveau en de KNVB Beker voor amateurs wonnen in 1980. “Dat was met veel jongens van buitenaf. Leuk hoor, om mannen als Noud van Esdonk (later PSV) en Henk van Rooy (Willem II) hier te hebben zien spelen, maar ik vind ons elftal van nu eigenlijk veel mooier. Ik ben echt heel trots op zo’n team met eigen jongens en denk dat we serieus kans maken op promotie.”

Zoals Balvers sowieso enorm trots is op DESK. “We zijn in 1930 na de oprichting door de Broeders Van Liefde als klein clubke begonnen en 90 jaar later niet meer weg te denken uit de Ketsheuvelse gemeenschap. Dat ik in de afgelopen drie maanden weer 35 piepjonge nieuwe leden heb mogen inschrijven voor onze jongste tak, zegt genoeg. Ook het meisjes- en damesvoetbal is van groot belang voor DESK geworden. Inmiddels zijn er vijf meidenteams, twee vrouwenteams en een veteranengroep van vrouwen, genaamd Team Rosé. Op de ledenlijst staan momenteel 140 meisjes en dames: heel erg belangrijk voor onze vereniging. Het gaat weer goed met DESK!”

 

Klik hier voor meer informatie over DESK
Klik hier voor meer artikelen over DESK

Mladen Maksimovic heeft pijn een plaats gegeven

Hij had nog op het veld willen staan als speler, maar door een onwillige knie is de trainerscarrière van Mladen Maksimovic (38) een stuk sneller op gang gekomen. Zijn passie ‘botviert’ hij nu op de eerste selectie van WCR. “Ik ben de club dankbaar dat ik deze kans krijg.”

tuk tuk
Het regent en het is koud deze donderdagavond, maar Maksimovic (mét muts) klaagt niet. De trainingsvormen met vier man in een ‘bubbel’ vanwege corona zijn beperkt, maar trainer en spelers maken er het beste van. “We mogen al blij zijn dat we lekker op het veld kunnen staan. Het is fijn om een uitlaatklep te hebben.”

Maksimovic is officieel assistent van Richard van der Werff, omdat hij zijn trainersdiploma nog niet heeft. De twee werken echter bij WCR wel samen op basis van gelijkwaardigheid, geeft de bebaarde Rotterdammer aan. “Ik ben in september begonnen met TC-3. Er zijn tot nu toe een aantal online-lessen geweest. De lessen in de praktijk zijn voorlopig uitgesteld.”

Maksimovic, wiens ouders uit Bosnië komen – zelf woonde hij vanaf zijn geboorte in Nederland – vertelt vol passie over het elftal bij WCR. “Een goede groep jongens”, omschrijft hij zijn en Van der Werffs’ troepen. “We spelen avontuurlijk, aanvallend voetbal. We proberen, afhankelijk van de tegenstander, hoog druk te zetten.”

De verdedigende tactiek wil hij best vertellen, maar dat is niet voor iedereen bedoeld. “Ik wil onze tegenstanders niet wijzer maken dan zij zijn.”

Hij praat met liefde over het voetbal. Het is haast niet voor te stellen dat hij drie jaar lang geen bal aanraakte en elk voetbalveld meed. Of juist toch wel? Hij wijst naar zijn linkerknie. “Dat is de boosdoener.”

Hij weet nog precies wanneer hij zijn laatste wedstrijd speelde: 25 maart 2012. “DEHMusschen. Op het vermaledijde kunstgras.” Het was een klassieke toedracht voor een blessure. De knie bleef staan, het lichaam wilde door. “Mijn kruisbanden waren gescheurd en mijn meniscus doormidden.”

Het betekende einde oefening, want de knie had eerder voor problemen gezorgd. “Na de eerste keer ben ik teruggekomen en heb ik nog een paar jaar gespeeld. Na 2012 heb ik me laten opereren, niet om weer terug te keren als voetballer wel om een knie te hebben die normaal kan functioneren.”

Als speler kwam Maksimovic, die ooit bij Egelantier Boys (‘in die tijd begonnen alle Joegoslavische voetballertjes daar’) voor het eerst in clubverband tegen een bal trapte, via Zwart-Wit’28 en DOTO Pernis bij WCR terecht. “Ik vond dat ik bij DOTO te weinig speeltijd en kansen kreeg. WCR speelde in de vierde klasse en was nog nooit gepromoveerd. We promoveerden eerst naar de derde klasse, een paar jaar erop zelfs naar de tweede klasse. Dat jaar speelde ik mijn beste seizoen ooit.”

Daar begon echter ook de lijdensweg met zijn knie. “In de laatste training van het seizoen ging er doorheen. Ik had nog niet eerder een serieuze blessure gehad.”

De pijn die hij voelde vanwege een te snel gestopte spelerscarrière hield hem drie jaar van de velden af totdat hij  op een mooie zaterdag met zijn vrouw op de dijk langs het veld van WCR fietste. “Blijkbaar hadden ze mij gespot, want snel daarna kreeg ik een belletje. Trainer Henri van Zeist wilde graag dat ik zijn assistent zou worden. Ik ben ook nog even trainer van het tweede geweest, maar dat was niks voor mij. Het eerste seizoen ging nog prima, maar daarna was het elke week een smeekbede om aan genoeg spelers te komen. Vorig seizoen was ik in het eerste seizoen op zaterdag assistent van Cor Waalboer, nu werk ik nauw samen met Richard van der Werff. We hebben dezelfde visie en spreken dezelfde voetbaltaal. Het is heerlijk werken.”

Klik hier voor meer informatie over WCR
Klik hier voor meer artikelen over WCR

In gesprek met Jeffrey Muller van Smitshoek

Het werk van een scheidsrechterscoördinator gaat tijdens corona gewoon door. “Er worden elke zaterdag een hele serie wedstrijden gespeeld. Onderling, teams van Smitshoek tegen elkaar weliswaar, en daar blijft een scheidsrechter voor nodig”, zegt Jeffrey Muller, die de functie sinds dit seizoen bekleedt.

tuk tuk
Hij loopt deze dag de velden van de club af. “Ik maak even een praatje met de scheidsrechters en kijk hoe het gaat. Dat doe ik sowieso altijd even. Bij de meeste clubs deelt de scheidsrechterscoördinator de scheidsrechters in en dat is het. Ik probeer ook inhoudelijk een rol te spelen.”

Muller (28) heeft zelf ervaring als KNVB-scheidsrechter. “Dat heb ik sinds 2015 gedaan, maar vorig seizoen ben ik er mee gestopt. De tijd die ik er instak, kreeg ik er naar mijn gevoel niet in voldoening voor terug. Ik floot wedstrijden in de tweede en derde klasse van het standaardvoetbal: Deltasport, Rhoon, Oud-Beijerland. Bij die clubs ben ik allemaal geweest. Ik wilde graag promoveren, maar dat lukte steeds nét niet. Had ik voor mijn gevoel een prima wedstrijd gefloten, zag ik dat in mijn beoordeling niet of nauwelijks terug. Op een gegeven moment heb ik besloten om weer clubscheidsrechter te worden. Op datzelfde moment kwam bij de club de vraag of ik Rob van Dongen wilde opvolgen als scheidsrechterscoördinator.”

Voor een ‘normale’ zaterdag zijn er voor Muller heel wat gaten te vullen. Gemiddeld staan er dertig wedstrijden op de rol die door een clubscheidsrechter van Smitshoek moeten worden bemand. “Ik neem alle teams vanaf de onder dertien voor mijn rekening”, legt Muller uit. “Teams hebben vaak een eigen scheidsrechter. Rob Horstink coördineert dat, maar hij regelt zich vaak zelf. Ik kan putten uit een poel van rond de 35 scheidsrechters. Dat lijkt veel, maar op het totale aantal leden dat Smitshoek heeft is dat niet superveel. Zeventig, tachtig procent van de wedstrijden vult zich wel, maar de invulling van de laatste gaten vraagt soms de nodige creativiteit. Ik kan altijd terugvallen op een groep scheidsrechters die, in geval van nood, een tweede wedstrijd willen fluiten. Zelf pak ik er ook nog wel eens eentje bij, als het moet. Mijn stelregel is wel dat twee wedstrijden het maximum is. Ook als scheidsrechter moet je fris en scherp blijven.”

Muller wil zelf ook zijn handen vrij houden om op de andere velden een blik te werpen op zijn Smitshoek-collega’s. “Zeker jonge scheidsrechter moet je aandacht geven, weet ik uit ervaring. Ik kan ze voorzien van tips en adviezen. Ik hou bij de indeling van de wedstrijden rekening met de persoonlijke wensen. De ene scheidsrechter wil graag zo hoog mogelijk fluiten, de andere juist helemaal niet.”

Muller is daarnaast bezig om scheidsrechtersavonden te organiseren. “Bijspijkercursussen, van hoe zit het ook al weer. Dat wordt erg op prijs gesteld. Er komen regelmatig spelregelwijzigingen. Hands is bijvoorbeeld helemaal veranderd. Dan is wel zo handig dat een scheidsrechter precies weet hoe de spelregel is.”

Klik hier voor meer informatie over Smitshoek
Klik hier voor meer artikelen over Smitshoek

Meidenvoetbal groeit als kool bij Groen-Wit

Pas zes jaar geleden schreef Groen-Wit zijn eerste meidenteam in voor de competitie. Anno 2020 heeft de club uit Princenhage een bloeiende meisjestak, die bestaat uit bijna negentig speelsters. Coördinator John van Rumph is enorm trots op deze ontwikkeling.

het uitzendbureauJohn van Rumph weet nog goed hoe het allereerste meidenteam van Groen-Wit zes jaar geleden aan de competitie begon. Dat elftal, bestaande uit meisjes van zeven en acht jaar oud, kreeg destijds bijna 180 tegengoals in één voetbaljaar, maar het enthousiasme was groot. “Ik was vanaf dag één trainer van het team samen met Rudie de Meulder en had direct een goede klik met de meiden”, herinnert de clubman zich. “Nu train ik de speelsters nog altijd met veel plezier en ondertussen kan iedereen wél goed voetballen. We vormen nu de MO13 en in al die jaren is nog geen één speelsters afgehaakt. We zijn zelfs al tweemaal kampioen geworden.”

Negentig speelsters
Niet alleen de ontwikkeling van het elftal van Van Rumph heeft een vogelvlucht genomen. Het gehele meidenvoetbal bij Groen-Wit groeide de laatste jaren als kool. Momenteel telt de jeugdafdeling van de Bredase club bijna negentig meiden, verdeeld over zeven meidenteams. Een paar meiden spelen daarnaast in jongensteams. “We hebben flink geprofiteerd van de successen van de Oranje Leeuwinnen”, constateert Van Rumph. “En daarnaast: meiden trekken nieuwe meiden aan. Het gaat nu zelfs zó hard dat we bijna evenveel aanmeldingen binnenkrijgen van jongens als van meiden. Helaas hebben we niet voor elke speelster plek. Gelukkig hebben we nauw contact met Bredase clubs die ook veel meidenteams hebben, zoals WDS’19, JEKA en Baronie. Als we elkaar kunnen helpen door speelsters door te verwijzen, doen we dat.”

Fanatieke speelsters
Van Rumph komt al 45 jaar bij Groen-Wit. Hij speelde 32 jaar voor de club, vervulde er vele vrijwilligerstaken en vindt het nu ontzettend leuk om coördinator te zijn van het meidenvoetbal. Ook is hij trots op zijn eigen MO13-1, waarin zijn dochter Kim voetbalt. “Meiden zijn heel anders in de omgang met elkaar dan jongens. Ze zijn enorm hecht en denken meer als team. Als er fouten worden gemaakt, krijgt niemand persoonlijk de schuld. Ik vind het ook geweldig om te merken hoe enthousiast en fanatiek mijn speelsters zijn. Ik krijg zelden afmeldingen voor trainingen en wedstrijden.” Ook met de andere meidenteams van Groen-Wit gaat het volgens de clubman prima. “Ze krijgen goede begeleiding en het is prettig dat die ook deels uit gedreven moeders bestaat. De meiden vinden het vaak prettig als er vrouwen betrokken zijn bij een team.”

Van Rumph heeft alles al een keer meegemaakt bij Groen-Wit, dat volgens hem een hechte en fijne vereniging is. “Iedereen kent elkaar en de sfeer is goed. De meidenafdeling vormt een belangrijke tak binnen de club.” Groen-Wit heeft een belangrijk doel voor de toekomst. De vereniging hoopt dat oude tijden gaan herleven op het Haags sportpark, dat gebeurt als de club net als vroeger weer een damesteam kan inschrijven voor de competitie. “Dat zou fantastisch zijn.”

 

Klik hier voor meer artikelen over Groen Wit.
Klik hier voor meer informatie over Groen Wit.

In gesprek met Rinus Hitzert van Slikkerveer

“Op de deur komt nog een grote plaat van de voorkant van het jubileumboek”, zegt Slikkerveer-voorzitter Rinus Hitzert als hij de nieuwe bestuurskamer van zijn club binnenloopt. Het oog valt direct op acht stijlvolle groene stoelen, die midden in de ruimte staan geparkeerd. “Het ziet er een beetje raar uit nog”, reageert Hitzert meteen. “We wachten nog op de nieuwe tafel. Die hopen we binnenkort binnen te krijgen.”

tuk tuk
Hij laat vol trots het nieuwe onderkomen zien dat dienst doet als vergaderruimte cq. sponsorhome. “Je ziet niets meer terug van de oude ruimte. Het is onherkenbaar. We wilden de nieuwe ruimte de uitstraling van een Ierse kroeg geven. Dat is perfect gelukt.”

Volgens Hitzert, die nog niet zo lang geleden Joop van Ettinger opvolgde als voorzitter, maar daarvoor al jaren als secretaris in het Slikkerveer-bestuur zat, was de metamorfose hard nodig. “De oude bestuurskamer was, hoe zeg je dat netjes, nogal gedateerd. Het was ook een rommeltje qua indeling. De bar stond aan de zijkant, waar onze vrijwilligers regelmatig hun hoofd stootten aan een balk. Het was een typische bestuurskamer uit de jaren tachtig. Nostalgisch noemen ze dat, haha.”

Slikkerveer was helemaal niet van plan om de bestuurskamer om te bouwen. Er waren andere prioriteiten, legt Hitzert uit. “We zijn een club die altijd heel zuinig is op de centjes en deze renovatie hadden we niet gepland. We hadden er ook geen geld voor gereserveerd. Het is spontaan geboren. Dat klinkt heel gek, maar het balletje is gaan rollen toen een belangrijke sponsor zei dat hij de vloer vies vond en dat hij deze wilde vervangen. Van het één kwam het ander. Verschillende sponsors en bedrijven hebben zich daar bij aangesloten. Dat maakt deze verbouwing ook zo uniek. Dit heeft ons welgeteld honderd euro gekost. En dat was omdat ik de verkeerde kleur verf had besteld.”

Vanaf de bar valt het oog op een grote muurschildering. Een mannetje heeft onder zijn linkerarm een biervat, in zijn rechterhand een gevuld bierglas. In de zwartwitte tekening valt het clublogo van Slikkerveer op omdat deze als enige wel in kleur is. “Je waant je hier echt in een Ierse kroeg”, zegt Hitzert. Aan de muur hangen oude platen van Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Er is ook een ingelijste poster van de populaire Netflix-serie Peaky Blinders. Direct na de ingang hangt een groot aanplakbiljet van de Coupe Marcherez, een internationaal toernooi in het Franse Saint Quentin, waaraan Slikkerveer in  nu 1967 meedeed.

Hitzert is trots op de nieuwe ruimte. “Het is ons verrassingscadeautje voor het honderjarig jubileum.”

De voorzitter vertelt dat hij bij zijn club nog lang niet klaar is met de verbouwing aan het eigen huis. Hij laat beneden de kleedkamers zien. “We zijn druk bezig die op te knappen. Dat doen we gefaseerd. Onze vrijwilligers doen bijna alles zelf. We proberen voor elke kleedkamer een sponsor of meerdere sponsors te vinden.”

Slikkerveer heeft twaalf kleedkamers in het pand. In de porto-cabins buiten zijn er nog twee. “Met negenhonderd leden zitten we te springen om meer kleedkamers, vandaar dat we plannen maken om er een gebouw bij te bouwen. De uitdaging zit ‘m vooral in het financiële aspect. We zullen de hulp van de gemeente nodig hebben.”

Klik hier voor meer informatie over Slikkerveer
Klik hier voor meer artikelen over Slikkerveer

SV Bolnes wil weer meetellen in Ridderkerk

De kantine en het complex van SV Bolnes mag dan dezer dagen op zaterdag een verlaten indruk maken, de positieve ontwikkelingen volgden elkaar bij de club de afgelopen periode in rap tempo. Er kwam een nieuw voorzitter, Leen Schellevisch, en in zijn slipstream stapten vele andere clubmensen in. “We willen van SV Bolnes weer het oude Bolnes maken”, aldus penningmeester Michel Legerstee.

tuk tuk
Legerstee staat achter de bar, Schellevisch zit ervoor. Schellevisch werd een paar maanden geleden door de leden van de Ridderkerkse club gekozen tot nieuwe voorzitter. De speler van het veteranenelftal van Bolnes kwam niet alleen, want hij nam een heel gezelschap mee. “Allemaal mensen met een echt Bolnes-clubhart. Mensen ook die met hun verschillende achtergrond kennis hebben van specifieke zaken. Dat was ook mijn voorwaarde: ik wil voorzitter worden, maar ik doe het niet alleen. We gaan het samen doen. Dat is breed opgepakt.”

Dat heeft geleid tot een nieuw bestuur van acht mensen. Van het oude bestuur zijn Legerstee en secretaris Petra Lampen gebleven. “Daarom heen hangt nog een grotere groep”, zegt Schellevisch. “Die mensen zitten weliswaar niet in het bestuur, maar maken wel deel uit van commissies.”

Zo is de technische commissie weer terug van weggeweest, maar op elk gebied is nieuw elan zichtbaar. Het vormt volgens Schellevisch een stevige basis om alle uitdagingen die er zijn het hoofd te bieden.

“Wij willen van Bolnes weer de mooie club van weleer maken”, zegt Schellevisch, die zelf al vanaf de E-jeugd lid is. “Dat kunnen we echter niet alleen.”

Het Sportpark Bolnes, dat Bolnes nog bewoont met de tennisclub en de hondenvereniging, is niet bepaald een visitekaartje, geeft Schellevisch aan. “Als je naar buiten kijkt door het raam, zie je het. Het is één kale vlakte. Daar lagen ooit de velden van de korfbalvereniging. Het is al ruim tien jaar geleden dat ze vertrokken zijn. We zouden graag zien dat de gemeente duidelijk maakt wat ze met dit complex willen. Wij willen graag verder.”

Tijdens een zoom-meeting met de gemeentelijke en ambtelijke top van Ridderkerk presenteerde SV Bolnes zelf maar een plan. “Van de reactie, maanden later, werden we niet heel enthousiast. Laat maar zien of jullie levensvatbaar zijn, was de boodschap.”

“We zijn levensvatbaar”, reageert Legerstee. “Ze kunnen zo in onze boeken kijken. We hebben een toekomst, maar daar kan de gemeente wel bij helpen. De aantrekkingskracht van dit complex moet omhoog. Het is niet bepaald een visitekaartje. Er is eind vorig jaar LED-verlichting voor onze trainingsvelden toegezegd. Dat was in het kader van het verduurzamingsplan van gemeente Ridderkerk. Deze LED-verlichting zou de gemeente Ridderkerk februari dit jaar plaatsen. Maar de beloofde toezegging is tot op heden niet uitgevoerd, waardoor wij dit jaar € 3000,= meer aan onnodige elektriciteitskosten moesten maken. De gemeente heeft veel geld geïnvesteerd in het sportpark Ridderkerk waar RVVH is gehuisvest. We gunnen het die club, maar er mag ook wel eens naar ons worden omgekeken. We hebben alleen nog maar gras, geen kunstgras. We willen dat we gehoord worden.”

Ondertussen is Bolnes op elk gebied in beweging. “De Club van Honderd’ is nieuw leven ingeblazen, maar ook op voetbaltechnisch vlak hebben we plannen”, zegt Schellevisch. Oud-spelers van SV Bolnes kunnen komend jaar een belletje verwachten. Legerstee: “Die gezelligheid, die Bolnes kenmerkte, moet weer terug. Ik weet zeker dat dat gaat gebeuren.”

Klik hier voor meer informatie over Bolnes
Klik hier voor meer artikelen over Bolnes

In gesprek met Guilliano Wierikx van BSV Boeimeer

Guilliano Wierikx (26) streek in de zomer van 2019 neer op sportpark Heksenwiel. Zijn voetbalcarrière speelde zich tot dat moment vooral op de Roosendaalse velden af en bij Rood-Wit, maar hij koos na zijn verhuizing naar Breda voor Boeimeer. Dat blijkt een goede keus: hij voelt zich daar prima en ziet zichzelf niet snel meer vertrekken.

verfhuys-breda

Hij heeft al aardig wat clubs gehad. Guilliano Wierikx voetbalde bij Alliance, RBC en BSC, werd kampioen in de tweede klasse met Rood-Wit en keerde daarna nog even terug bij BSC. Toen hij naar Breda verhuisde, motiveerde vriend Mikey Damen hem om eens bij Boeimeer te komen kijken. De twee zijn inmiddels voor het tweede seizoen teamgenoten. “Het is prima hier, het is een leuke vereniging met goede mensen en een fijn team. Het niveau is niet hoog, maar dat hoeft voor mij ook niet meer zo nodig. Dan was ik wel bij Rood-Wit gebleven. Je moet dan zo ver reizen voor uitwedstrijden, daar heb ik weinig behoefte aan. Het is goed zo.”

Derde
Boeimeer eindigde vorig seizoen als derde in hun zaterdag vierde klasse. “We hadden een heel nieuwe team, dus dan is een derde plaats gewoon goed. Misschien waren we nog wel tweede geworden als we het seizoen hadden afgemaakt. Als we dit jaar nog kunnen voetballen, denk ik dat de top drie haalbaar is. Internos lijkt me een maatje te groot. Promoveren is voor mij geen must. Het zou leuk zijn, maar niet meer dan dat.”

Wierikx speelt in Boeimeer op een voor hem vreemde positie: in de spits. “Ik ben altijd linkermiddenvelder geweest, heb in de jeugd nog wel een tijdje spits gestaan. Ik maak goaltjes en ben balvast, dus daarom past deze rol bij me.” Een spits wordt uiteindelijk afgerekend op zijn doelpunten. Wierikx eist van zichzelf minstens tien treffers. “Ik vind vijftien wel een mooi aantal, maar het is voor mij niet heel belangrijk. Tien tot vijftien goals is altijd wel goed.”

Saai
De 26-jarige aanvaller mist het voetballen enorm in de tweede coronabreak. “Het is nu werken en naar bed, meer is er niet. Als je voetbalt, heb je nog de afwisseling van de trainingen en wedstrijden. Dan kom je nog wat anderen tegen. Je bent een beetje bezig, nu doe je helemaal niks. Het is gewoon saai.”

Klik hier voor meer informatie over BSV Boeimeer.
Klik hier voor meer artikelen over BSV Boeimeer.

In gesprek met Dettie Noordzij van SV Poortugaal

Voor Dettie Noordzij is geen moeite te veel als het om sv Poortugaal gaat. Vanaf het moment dat haar zoons, een tweeling, gingen voetballen, is Noordzij al verbonden aan ‘de voetbal’. Dat ze vrijwilligerswerk is gaan doen, vindt zij heel normaal. “Dat normale is in de loop der jaren bij de club wel minder geworden. Ik zie te veel kinderen die door hun ouders bij de club ‘gedropt’ worden. Een deel van die ouders vindt het wel best, een ander deel heeft geen idee hoe een vereniging in elkaar steekt.”

tuk tuk
Noordzij (54) is bij sv Poortugaal bestuurslid Algemene Zaken. “Dat kun je breed zien”, zegt ze lachend over haar ‘takenpakket’. “Er valt veel onder. Evenementen, zoals schoolvoetbal, acties, verenigingswerk, jeugdkampen, maar ook de ondersteunende factor bij overige bestuurszaken en acties binnen de vereniging. We hebben een fijn bestuur met mensen die goed samenwerken. Als het over voetbalinhoudelijke zaken gaat, houd ik meestal mijn mond. Daar hebben andere mensen meer verstand van. Ik heb in mijn leven genoeg wedstrijden gezien, dat wel. Ik mis nauwelijks een wedstrijd van mijn jongens. Die zitten nu op een leeftijd waarop ze hun moeder liever niet aan de zijlijn hebben staan, haha.”

Noordzij is bij sv Poortugaal ook belast met het verenigingswerk, bij de club het synoniem voor zes uur vrijwilligerswerk per seizoen die leden of een ouder van een lid moeten verrichten. Wie verzaakt, betaalt een extra bijdrage van tachtig euro. “We zitten als club helemaal niet te wachten op dat extra geld, we zien liever dat mensen uit zichzelf aanbieden vrijwilligerswerk te doen. Helaas is het aanbod te klein om aan de vraag van het vele werk te voldoen. We zijn na de fusie een grote club geworden van ruim veertienhonderd leden. Per seizoen hebben we alleen voor de zaterdagen al vijfduizend manuren nodig en dat is zonder training geven of het coachen bij wedstrijden. Leden kunnen het vrijwilligerswerk op verschillende manieren voldoen.  Een ochtend of middagje achter de bar of in de keuken helpen, scheidsrechter zijn of andere klussen verrichten. Ze kunnen zichzelf inplannen voor taken. Als club hadden we het verenigingswerk liever niet ingevoerd, maar het blijkt noodzakelijk.”

De jeugdkampen van de fusieclub zijn geliefd. Elk seizoen zijn er twee. “Eentje voor de pupillen en eentje voor de jeugd van elf tot en met vijftien jaar. Voor die laatste groep hebben we al jaren een uitwisseling met FC Lakeside uit Cheltenham (Engeland). Dat is altijd met Pasen. Het ene jaar gaan wij naar Engeland, het jaar erop komen ze naar ons. Tussen de clubs is een hechte band gegroeid. Dit jaar hebben we vanwege corona het helaas moeten afblazen. Het zou bij ons zijn, maar het zat precies in de lockdownperiode. Hopelijk kan het volgend jaar wel weer.”

Het pupillenjeugdkamp kon gelukkig wel doorgaan. Noordzij: “We gaan al jaren naar Esbeek, bij Hilvarenbeek. Het kamphuis staat midden in de natuur. Een zwemvijver, een groot grasveld en je loopt zo het bos in. Alles hebben we er. Het is een intensief en vooral sportief voetbalweekend, maar de kinderen vinden het fantastisch.”

Begin dit jaar had Plus Hofland uit Poortugaal samen met sv Poortugaal een voetbalplaatjesactie bedacht. Een prachtig boek met ruim 700 plaatjes van (jeugd)leden van sv Poortugaal. Toen de ruildag van de voetbalplaatjesactie door corona in het water dreigde te vallen, verzon ze met andere slimmeriken van de club ‘een list’. Een ruilactie met behulp van enveloppen. Je wensenlijstje samen met je dubbelen in een envelop inleveren. Team Noordzij sorteerde alles en kon uiteindelijk alle kinderen met de gevraagde plaatjes blij maken.

Klik hier voor meer informatie over SV Poortugaal
Klik hier voor meer artikelen over SV Poortugaal

In gesprek met Marten de Roest van Heerjansdam

Hij heeft een getraind oog voor potentiële vrijwilligers. “Goed je oor te luister leggen en dan aanvoelen wat je wel en niet kan vragen”, zegt Marten de Roest over de sleutelrol die hij speelt als bestuurslid vrijwilligerszaken van Heerjansdam.

tuk tuk
De poppetjes op de juiste plek hebben, daar gaat het volgens De Roest om. “Als club ben je altijd op zoek naar meer vrijwilligers, dat is, denk ik, heel herkenbaar voor alle clubs. Vergeleken met twintig, vijfentwintig jaar geleden is het vrijwilligerswerk veranderd. De samenleving is dat ook. Vroeger had je mensen die twintig, dertig uur in de week in hun club staken. Dat is nu veel minder. Het werk is echter niet minder geworden, waardoor je meer vrijwilligers nodig hebt om in alle vacatures te voorzien.”

De Roest (32) geeft zelf als bevlogen vrijwilliger het goede voorbeeld op de Molenlei. Voorzitter Peter van der Linden omschrijft zijn rol als duizendpoot. “Dat klopt wel”, reageert de developer in de aardappelen- groente- en fruitsector. “Ik ben vrijgezel, dus ik let niet op een uurtje meer of minder.”

Naast ronselen van kantinepersoneel staat hij zelf ook regelmatig achter de bar.  Hij maakt de schema’s en tikt potentiële vrijwilligers op de schouder, waarvan hij het gevoel heeft dat zij iets voor de club kunnen betekenen. “Je moet mensen niet overvragen. Een projectje draaien, daar zijn mensen best bereid toe. De leden kennen mij als aanspreekpunt en gezicht van de vrijwilligers. Ik zal eerder een ja krijgen dan dat een onbekend iemand het vraagt.”

Hij is zelf ook op het veld actief: als scheidsrechter. “Ik fluit elke zaterdag wel een wedstrijd, soms bij de jeugd, soms bij de senioren. Net waar de scheidsrechterscommissie mij nodig heeft. Als er gaten zijn, vul ik er twee. Die wedstrijden worden dan rond mijn eigen wedstrijden gepland.”

De Roest ‘herontdekte’ het voetbal zo’n vijftien jaar geleden. “Ik ben ooit bij de F-jes al lid geweest. Ik was keeper, maar dat was geen succes. Daarna heb ik veel andere sporten gedaan. Wedstrijdzwemmen, atletiek en zelfs taekwondo. Pas bij de B-tjes ben ik weer gaan voetballen. Bij de senioren ben ik in een vriendenelftal gaan spelen. Ik ben centrale middenvelder. Niet vanwege mijn gepolijste techniek, dat is nog steeds een verbeterpunt, maar vooral om mijn loopvermogen. Als voormalig atleet kan ik aardig lopen.”

Ook in deze tijd dat er geen competitie wordt gespeeld is De Roest druk met de club. “We hebben net de Grote Clubactie achter de rug. Dat liep voornamelijk online. Over de opbrengst hadden we echter geen klagen. Nu ben ik bezig de roomboterletteractie voor de vrijwilligers te organiseren. Het is een kleine geste, maar wordt altijd zeer gewaardeerd.”

Daarnaast begeleidt De Roest bij Heerjansdam de stagiaires die de club over de vloer krijgt via de opleiding sport en bewegen. “We zijn een officieel erkend SBB-leerbedrijf. De stagiaires fungeren vaak als assistent bij een jeugdteam. Ik help ze bij hun opdrachten en ben aanspreekpunt voor de stagebegeleider vanuit school.”

Klik hier voor meer informatie over Heerjansdam
Klik hier voor meer artikelen over Heerjansdam