Home Blog Pagina 806

Jikke de Raaff van Madese Boys naar PSV

Afgelopen jaren heeft Madese Boys bijna jaarlijks een jonge dame afgeleverd aan een betaald voetbal club. Hieruit blijkt dat de filosofie van Madese Boys, om meiden die er bovenuit steken met de jongens mee te laten doen, de juiste is. Ons allernieuwste succes verhaal is Jikke de Raaff. 

Jikke gaat naar PSV

Jikke heeft ooit in Prinsenbeek gevoetbald. Vervolgens heeft ze bij de meidenacademie van Dia gespeeld. Toen deze ophield te bestaan heeft ze de keuze gemaakt om verder opgeleid te worden bij de jongens op het hoogste niveau van Madese Boys. Afgelopen seizoen speelde ze bij JO17-1 op hoofdklasse niveau. Dat Jikke op de nominatie stond om richting PSV was al een tijdje het vermoeden. Ze trainde ook al een tijd mee bij PSV. Dit naast haar trainingen bij Madese Boys. Ze heeft dus keihard gewerkt om haar droom voor elkaar te krijgen.

Op zaterdag 26 juni heeft ze afscheid genomen van haar team. Hierbij kreeg ze nog een leuke herinnering aan haar tijd bij Madese Boys cadeau. Hieruit blijkt wel de waardering voor haar vanuit de Boys in haar team. Wij wensen Jikke heel veel succes bij PSV. En uiteraard hopen we dat haar band met Madese Boys altijd warm zal blijven…..

Voor meer informatie over Madese Boys klik hier.
Klik hier voor meer artikelen over Madese Boys.

Jeroen van Loon is ‘manusje van alles’ bij VVC’68

Wat begon toen zijn zoontje een aantal jaren geleden ging voetballen bij VVC’68 is voor Jeroen van Loon de afgelopen jaren inmiddels uitgegroeid tot een reeks aan uiteenlopende taken, functies en verantwoordelijkheden bij de zaterdagclub uit Halsteren.

“Je weet ook wel hoe het gaat. Je meldt je zoontje aan om lid te worden, gaan eens kijken bij een training, je neemt eens een training over en voor je het weet sta je wekelijks op het veld en groei je er van lieverlee in mee. Dan help je  een middagje in de kantine, doet wat op het terrein en ‘ineens’ zit je in het bestuur van de club. Zo is het bij mij wel een beetje gelopen, maar ik vind het bovenal geweldig om te kunnen en mogen doen. VVC’68 heb ik ervaren als een enorm warme club, waar je ook echt de waardering krijgt en voelt voor wat je als vrijwilliger doet. Dat voelt als een warme deken en dat vind ik mooi.”

En dan te bedenken dat Van Loon zelf ooit begon te voetballen bij ‘grote buur’ RKSV Halsteren, waar hij van zijn zevende tot zijn negentiende speelde. “Een blessure zorgde ervoor dat ik moest stoppen met voetballen. Daarna leerde ik mijn huidige vrouw kennen en heb ik vanwege mijn werk een tijd verderop in het land gewoond. Toen we enkele jaren geleden terugkeerden in Halsteren wilde mijn zoontje op voetbal. Ik heb er toen voor gekozen om niet voor mijn oude club te kiezen, maar om mijn zoontje aan te melden bij VVC’68, naar nu bleek een goede keuze want ik heb de vereniging echt in mijn hart gesloten. Het is gemoedelijk en warm. Ondanks dat de club de afgelopen jaren natuurlijk qua sportieve prestaties een flink veer heeft gelaten en van de eerste naar de vierde klasse is afgezakt, zie je dat op heel veel vlakken de vereniging in de lift zit en dat is mooi om daaraan je steentje te kunnen bijdragen.”

Dat ‘steentje’ zoals Van Loon schetst is echter wel groter dan hij zelf benoemt. Want in de afgelopen jaren stond hij als trainer op het veld bij het elftal van zijn zoon van de JO8 tot en met de JO15. “Toen werd me gevraagd of ik niet wat in het bestuur wilde doen. Daar heb ik ja op gezegd en sindsdien ben ik geen trainer meer maar doe ik de begeleiding van inmiddels de JO19. Daarnaast ben ik ook al enkele seizoenen leider bij het eerste elftal.”

Maar dan nóg houden de taken bij VVC’68 niet op…. “Dat klopt. Want toen de jeugdvoorzitter stopte heb ik die taak overgenomen en ben dus nu verantwoordelijk voor de jeugdafdeling van de club. En inmiddels ben ik ook kantinebeheerder geworden. Dus het bordje ligt qua taken en verantwoordelijkheden inderdaad behoorlijk gevuld. Maar ik vind het gewoon allemaal geweldig leuk om te doen en een bijdrage te leveren aan deze vereniging. We hebben een groep met heel toegewijde vrijwilligers die allemaal het beste met de club voor hebben. En als je van mensen te horen krijgt dat de zaken goed geregeld zijn op de terreinen waarvoor je verantwoordelijk bent, dan geeft dat ook weer de nodige energie.”

Met ruim driehonderd leden is VVC’68 geen kleine, maar ook geen megagrote vereniging te noemen en dat is een omgeving waarin hij zich prettig voelt. “We hebben een mooi jeugdplan opgesteld, waarbij we vooral van onderaf willen bouwen en zorgen voor continuïteit en doorstroming naar onze senioren op termijn. In de onderbouw hebben we weer flinke aanwas, alleen de bovenbouw blijft nog wat achter. Maar toch zien we de toekomst positief tegemoet. Er is een vaste kledinglijn doorgevoerd door de gehele club, de velden liggen er netjes bij en ook de kantine is op orde. Nu is het alleen zaak dat we ook sportief weer stappen kunnen gaan zetten bij de senioren. Al werkt corona daar helaas niet echt aan mee. We willen vooruit, maar kunnen vooralsnog alleen maar trainen en gemixt wat oefenpotjes spelen op de club. Maar het is en blijft geweldig om op de club te zijn, ongeacht of dat nou op het veld, naast het veld, achter de bar of in de bestuurskamer is. Ik realiseer me dat ik veel dingen op mijn bord heb liggen, maar het zijn allemaal zaken die enorme voldoening geven. En zolang ik dat gevoel heb, dan zal ik er zéker mee door blijven gaan.”

Klik hier voor meer informatie over VVC’68

Klik hier voor meer artikelen over VVC’68

SJO De Markiezaten is uiteindelijk de beste oplossing voor SC Bergen en Nieuw Borgvliet

Een beslissing om afscheid te nemen van het oude en vertrouwde is altijd eentje die omgeven is door twijfels en weerstand. Toch is de vorming van SJO De Markiezaten, de nieuwe Samenwerkende Jeugd Organisatie van Nieuw Borgvliet én FC Bergen, uiteindelijk de beste oplossing voor beide clubs.

Dat is de mening van Sebastiaan Tempelaars (Nieuw Borgvliet) en Michael Timmermans (FC Bergen), de beide initiators van de samensmelting. “We maken met beide verenigingen gebruik van hetzelfde sportpark, dezelfde kleedaccommodaties en velden. Dat was altijd passen en meten én alles moest steeds goed op elkaar worden afgestemd. Daarbij liepen we vaak als clubs tegen dezelfde problemen aan. Het is zeker geen makkelijk besluit geweest om samen te gaan met een andere club. Maar ik zag als bestuurslid de afgelopen jaren hoe onze groep vrijwilligers begon te krimpen en ik voorzag op termijn toch grote problemen. Daarop heb ik contact gezocht met Michael en hebben we gekeken om onze krachten te bundelen. En ik denk dat we de beste toekomst garanderen voor onze jeugdspelers als we samengaan onder één naam en één vereniging worden”, zegt Tempelaars.

Dat beaamt ook Timmermans volmondig. “Ik was samen Sebastiaan in de voorbereiding aan het kijken om alle trainingsschema’s op elkaar af te stemmen en toen stelden we ons steeds vaker de vraag: waarom gaan we niet samen? Daarop hebben we de plannen verder uitgewerkt en in september waren onze beide besturen ermee akkoord. Zo hadden we een nieuwe naam, voldoende vrijwilligers én kunnen we nu vanaf het nieuwe seizoen alle jeugdleden weer in hun eigen leeftijdscategorie laten voetballen. Daar zijn we enorm blij mee.”

En hoewel beiden een kloppend hart hebben voor hun eigen club en met recht allebei kunnen terugkijken op een flinke staat van dienst bij zowel Nieuw Borgvliet als FC Bergen, hebben Tempelaars en Timmermans bewust niet de clubkleuren laten terugkeren in dat van de nieuwe SJO, dat de opmaat zal zijn voor een uiteindelijke fusie tussen beide Bergse vierdeklassers. “Het nieuwe, turquoise tenue is gebaseerd op een oud tenue van het Braziliaanse elftal en is in combinatie met donkerblauw een tenue dat je qua kleur nergens ziet, bovendien met een gloednieuw logo. De presentatie was spannend, maar de reacties zijn vooral positief. We beseffen dat iedereen met sentimenten zit voor wat betreft hun eigen club, de kleuren, logo en historie. Maar dit is gezien de ontwikkelingen van de huidige tijd de beste stap die we konden nemen. Zéker ook met het oog op de toekomst.”

“De jeugd zit bij elkaar op school, woont soms bij elkaar in de wijk, gaat om te voetballen naar hetzelfde complex toe maar zat in een andere kleedkamer en droeg in het weekend een andere kleur shirt…. Dat is vanaf nu dus niet meer en met elkaar gaan we werken aan een heel nieuw en hopelijk voor beide clubs heel mooi hoofdstuk qua jeugd”, voegt Timmermans toe.

Voorlopig zullen voor wat betreft de seniorenelftallen beide clubs nog ‘gewoon’ blijven bestaan en in competitie blijven. FC Bergen in de vierde klasse zaterdag, terwijl Nieuw Borgvliet blijft uitkomen in de vierde klasse van het zondagvoetbal. De vorming van SJO De Markiezaten is echter wel een voorbode van een samengaan van beide verenigingen in de toekomst. “Maar eerst gaan we al laten zien dat we qua jeugd de boel op de rit hebben. De eerste stap is gezet en daar zijn we trots op.”

Vindt hier meer artikelen over FC Bergen en Nieuw Borgvliet
Klik hier voor meer informatie over SJO De Markiezaten

LED-voetbal Zwervers is regelrechte hit

Uit nood geboren, maar een regelrechte ‘hit’ bij de jeugd van CVV Zwervers: het LED-voetbal. “Het is even neuzen op internet, maar dan heb je ook wat.”

Ver voordat het donker is op deze vrijdag staan de teams van de MO13-2 en de JO13-6 – wat weer eigenlijk de JO11-1 is – al te trappelen van ongeduld. Eindelijk zijn ze aan de beurt voor een avondje LED-voetbal. En als de avondschermer eindelijk heeft plaats gemaakt voor het donkerstedonker kan het feest beginnen. Als het LED-licht aangaat, klinkt het ‘oh’ en ‘wauw’ vanuit alle hoeken.

“Die gasten vinden dit fantastisch”, zegt jeugdvoorzitter Ronald Streijl. “Het is een prachtige ervaring. Het veld en doelen zijn verlicht, de hesjes en de bal ook. Het is een fantastisch gezicht. Vanuit de kantine helemaal.”

Vanaf de inpandige tribune zijn de twee uitgezette veldjes (Streijl: ’30 bij 20 meter’) perfect te zien, de spelers en speelsters lijken vanaf die afstand net vliegjes die op en neer bewegen. Wat opvalt is hoe behendig de Zwervers-voetballertjes over het veld lopen. “De mensen die er verstand van hebben, zeggen dat dit ook goed is voor de ontwikkeling. Geen idee of dat waar is, maar met LED-voetbal moet je de bal volgen en niet je tegenstander.

Zwervers was in coronatijd op zoek naar een activiteit die even de sleur van trainen en onderlinge wedstrijden zou doorbreken. “Ik kwam dit opeens tegen op internet”, vertelt Streijl, die sinds september voorzitter is van de jeugdafdeling van de Capelse club. “Ik ben me er verder gaan oriënteren. Je hebt speciale bedrijven die materiaal verhuren. Dat was echter best prijzig. Voor een avondje was dat iets van 185 euro. Het gebruik ervan was beperkt, want de jeugd kan maar tot zeven uur, half acht trainen. Zeker de jongste jeugd. Toen ben ik verder gaan neuzen. Uiteindelijk hebben we twee LED-slangen van honderd meter aangeschaft. Daardoor kunnen we twee veldjes uitzetten. Daarnaast hebben we speciale hesjes en een paar ballen gekocht. Alles bij elkaar is het een behoorlijke investering, maar het is het wel waard. Inmiddels zijn alle teams onder de dertien jaar aan de beurt geweest. Nu de zomertijd is aangebroken, blijft het ook steeds langer licht. We houden dit in de toekomst in het repertoire. Het is een kwestie van spullen uit de kast en opzetten die handel. De kids vinden het prachtig en zijn wild enthousiast. Je ziet ‘t. Je hoort geen wanklank.”

Over het enthousiasme heeft de club sowieso niet te klagen, weet Streijl. Corona heeft het competitievoetbal stil gezet, maar niet het voetballeven bij Zwervers, dat de laatste jaren flink groeide en dit seizoen 43 jeugdelftallen op de been brengt.

“We trainen volop en spelen onderlinge wedstrijdjes. We organiseren ook toernooitjes met verschillende combinaties. Zo proberen we het ook een beetje spannend te houden. De trainers zijn daarin een belangrijke motor. We zijn reuze trots op ze. Ze zorgen ervoor dat er steeds wat nieuwe uitdagingen zijn, zo geven trainers van de selectieteams ook training aan andere teams. Met elkaar gaan we zo de corona eindstreep halen.”

Voor meer informatie over CVV Zwervers, klik hier.
meer artikelen lezen over CVV Zwervers, klik hier.

Voor VDL heeft Martin Pleijsier altijd tijd

Hij heeft een drukke baan als planner bij tankopslagbedrijf Vopak, maar voor VDL maakt Martin Pleijsier altijd tijd. Zelfs in coronatijd is de inwoner van Maasland (50) regelmatig op de club te vinden. Hij slaat geen training of onderlinge wedstrijd over. “Juist nu is het belangrijk om de band met de jongens warm te houden.”

Pleijsier komt uit een echte voetbalfamilie. Zijn vader was bestuurslid bij het Vlaardingse DVO’32 en zijn twee ouderen broers kunnen terugkijken op een mooie carrière in het regionale amateurvoetbal. “Bij ons thuis stond vroeger alles in het teken van voetbal”, zegt Pleijsier. “Mijn zus handbalde, maar die kwam er bekaaid vanaf. Die werd er soms helemaal gek van. Ik was zelf als voetballer geen hoogvlieger. Ik heb bij DVO’32 wel een aantal jaren in de selectie gezeten, maar dat was meer bij het tweede dan bij het eerste. Ik was een nakomertje en mijn vader was er altijd, ook bij mijn broers. En op zondag stond hij bij mijn zus bij het handballen. Dat was best een prestatie om al je kinderen die aandacht te geven.  Hij leeft niet meer, maar ben wel nog wel steeds enorm trots op hem.”

VDL kwam in beeld toen Pleijsier met zijn partner in Maasland ging wonen. “Ik kende VDL van de zeven tegen zeven-toernooi waaraan we met DVO altijd meededen. Dat was reuze gezellig. Ik dacht toen al: als we deze kant opgaan, ga ik voetballen bij VDL. Zo gezegd, zo gedaan.” Hij ging voetballen in een lager elftal, maar ontfermde zich al snel over een jeugdelftal. “Mijn neefje ging voetballen. Ik ben van zijn team trainer en leider geworden. Ik ben jaren met hem meegegroeid. Op een gegeven moment ben ik ook andere teams gaan doen. Ook wel eens de B3. Iedereen wil graag het hoogste elftal met de beste spelers trainen, maar het is ook belangrijk dat de lagere teams goed begeleid worden. Als je eenmaal in de club zit, is de stap om te helpen bij andere activiteiten niet zo groot.”

Zo is Pleijsier, die van skiën houdt en uitkijkt naar Formule 1-races, vanaf het begin betrokken bij het Robin van Persietoernooi van VDL. “Ik verzorg één van disciplines. Bij de profeditie de laatste keer was ik verantwoordelijk voor de logistiek en planning. Daarnaast verzorg ik op de dag zelf hand- en spandiensten.” Zijn lijst van vrijwillige werkzaamheden is lang. Hij heeft het niet nodig om ze allemaal op te noemen. “Omdat ik ze vanzelfsprekend vind om te doen. Als echte clubman doe je dat.”

Vorig jaar werd hij gevraagd om Hans Luttikhuis op te volgen als teammanager van het eerste elftal. Een ‘nee’ kwam niet in Pleijsier op. “Het was niet helemaal nieuw voor mij, want ik was al assistent-trainer van Bert de Vette bij het tweede elftal geweest. Ik wist dus al van het reilen en zeilen binnen de selectie. Hans is weliswaar naar de achtergrond verdwenen, maar hij doet nog regelmatig dingetjes. Ook Jan Bekker is er nog. Als teammanager regel ik alles wat te maken heeft buiten het voetbal om. Je staat tussen spelersgroep en staf in. Je biedt een luisterend oor voor spelers en je signaleert wat er speelt. We spelen weliswaar geen competitie, maar probeer er elke training en onderlinge wedstrijd te zijn.”

Klik hier voor meer informatie over VDL
Lees hier meer artikelen over VDL

Ricky van den Bergh na ‘stage’ toe aan echte werk

In zijn tijd als actief voetballer werd Ricky van den Bergh regelmatig weggezet als ‘belhamel’ en ‘rebels’. Maar de frivole aanvaller van ADO Den Haag, Sparta Rotterdam, RKC Waalwijk en Heracles Almelo had ook een serieuze kant. Als trainer van CION gaat hij voor resultaat. “Maar wel met een goed idee erachter.”

Een paar weken geleden stuurde Van den Bergh zijn spelers ‘op vakantie’. Met het gebrek aan perspectief – geen competitie, geen RegioCup – hecht de Delftse oefenmeester meer waarde aan een opgeladen batterij dan een bezigheidstherapie.

“Ik heb zelf nog steeds het gevoel dat ik op stage ben. In feite is dit seizoen een lange voorbereiding”, aldus Van den Bergh (43), die vorig jaar door CION werd gepresenteerd als nieuwe trainer. Van den Bergh heeft inmiddels kennis gemaakt met zijn spelers, andersom hebben de spelers dat ook met de denkwijze van de Hagenaar. En die is heel duidelijk. CION mag debuteren in de tweede klasse, dat gaat niet gepaard met cattenacio. “Mensen die mij kennen weten dat dat niet past bij mij”, reageert Van den Bergh. “Volgens mij speel je voetbal om lol te maken en om het publiek te vermaken. Dat doe je niet door met je kont tegen het eigen strafschopgebied te gaan staan. Voetbal is opwinding. Er moet wat gebeuren in het veld.”

Hij kan zich zelf nog de wedstrijden herinneren dat hij van zijn trainer de opdracht kreeg om met zijn allen voor de pot te gaan staan. “Dat was verschrikkelijk, zeker voor mij. Ik wilde de bal hebben. Dat geldt voor mij als trainer ook. De bal is heilig. Als je niet ‘m hebt, moet je ‘m zo snel mogelijk terug veroveren.” Het klinkt simpel, maar dat is het niet. “Als team zul je goed moeten samenwerken. Daar hameren we als staf dan ook op. Bij balverlies jaag je met zijn allen op de bal, maar doe dat wel gecontroleerd.”

Voor CION was Van den Bergh trainer van FC Kranenburg in Den Haag. Dat hij in Vlaardingen opdook is volgens hem niet vreemd. “Ik woon aan de rand van Delft. Ik schiet zo de A12 op en ben in dertien minuten bij CION. Een Vlaardinger verschilt niet zo veel van een Hagenaar. Ze zijn hier ook recht voor de raap en hebben het hart op de tong.” Hij wil van CION een stabiele tweedeklasser maken. “We willen natuurlijk niet het lelijke eendje worden. We hebben een aardig ploegje en krijgen hier en daar nog wat versterking. CION kan een goede tweedeklasser worden met wie weet af en toe een uitschieter naar de eerste klasse.”

Lees hier meer informatie over CION
Klik hier voor meer artikelen over CION

Voor Jan Roozeboom is vrijwilligerswerk bij NVS vooral eerbetoon aan zijn vader

Het was al in 1949 dat Janus Roozeboom (83) op zijn twaalfde lid werd van voetbalvereniging NVS, dat vier jaar eerder werd opgericht. Vandaag de dag is hij nog altijd actief voor de vierdeklasser als vrijwilliger bij de groenploeg.

“Als het had gekund dan was ik wel eerder lid geworden, maar vroeger mocht dat pas vanaf je twaalfde. Pas in 1950 hadden we voor het eerst een jeugdelftal en konden we wedstrijdjes gaan spelen. Mijn vader was de eerste voorzitter van NVS en is dat zeventien jaar lang gebleven en zelf kreeg ik van hem allerlei klussen en karweitjes die ik voor de club moest doen.”

Roozeboom deed het zonder morren en was zodoende feitelijk de eerste echte en zeker jongste vrijwilliger bij de club. “We hadden destijds twee ballen, een slechte en een minder slechte. Ik moest die ballen na de wedstrijden altijd schoonmaken, afdrogen én met ledervet inschuiven. Dat waren toen van die ballen met een veter. Wij zeiden altijd: een bal van leer, die doet soms flink zeer… En zo was het absoluut ook.”

Verder moest hij altijd op zes plekken in het dorp de pamfletten ophangen waarop de wedstrijden, zowel uit als thuis, werden aangekondigd. “Ik moest toen op de pamfletten ook de naam van de tegenstanders schrijven en het tijdstip van voetballen. Dat moest toen op verschillende plekken worden opgeplakt zodat mensen wisten wanneer er werd gespeeld en tegen wie. Maar ook ging ik geregeld met de verfkwast in de weer om de doelen te schilderen. Het was leuk om te kunnen doen en mijn vader daarmee te helpen. Ik ben enorm trots wat hij heeft gedaan voor NVS en dat hij ook op sommige momenten de club in leven heeft weten te houden met kunst en vliegwerk. Maar het is gelukt en de club bestaat gelukkig nog altijd.”

Naast Janus staken ook zijn vader én Japje Plantsoen de handen flink uit de mouwen, om de velden toentertijd altijd speelklaar te maken. “In de begintijden huurden ze velden bij de boer waarop de wedstrijden werden gespeeld. Mijn vader en Japje die moesten toen soms voor de wedstrijd nog snel de achtergebleven koeienvlaaien weghalen, zodat de spelers daar niet over uitgleden haha. Mooie toch? Eén keer dreigden ze niet te kunnen voetballen, omdat een boer ineens zijn veld niet meer wilde verhuren. Toen is mijn vader naar de geestelijke adviseur gestapt, die had je toen nog. Mensen waren toen nogal gelovig en ook die boer. De geestelijk adviseur ging langs bij de boer en het was binnen vijf minuten geregeld.. Dat zijn gouden herinneringen hoor aan deze club.”

Naast dat Roozeboom van zijn negentiende tot zijn vijfendertigste in het eerste voetbalde, ging hij daarna nog door in lagere teams van NVS, totdat hij op zijn zestigste stopte. Ik begon daarna nog een zaalvoetbalteam en viel af en toe nog in, maar op mijn vierenzestigste heb ik mijn schoenen voorgoed als speler opgeborgen, dus ik heb mijn balletjes wel getrapt.”

Als vrijwilliger heeft Janus zichzelf behoorlijk verdienstelijk voor de club gemaakt, die in 2020 75-jaar bestond. “Ik ben jeugdleider geweest, leider bij het eerste elftal, het derde en de veteranen én heb ook nog wel wat trainingen verzorgd. Mijn vrijwilligerswerk zie ik ook als een soort eerbetoon aan mijn vader, die toch aan de wieg van NVS heeft gestaan.”

Vandaag de dag brengt hij nog immer het NVS-nieuws rond op het dorp en is de NVS’er nog wekelijks op de club te vinden als lid van de groenploeg. “Iedereen heeft zijn eigen taak. Timmermannen die de boel repareren, mensen die het groen onderhouden en zelf doe ik het schilderwerk aan de accommodatie. Het is vooral een leuke en sociale bezigheid waarvan ik geniet. Ook ga ik geregeld nog wel wedstrijden kijken, behalve als het te koud is. Dan blijf ik thuis. De afgelopen periode mis ik die zondagen wel hoor, het is maar stil op het sportpark. Hopelijk kunnen we in het nieuwe seizoen weer wat meer leven in de brouwerij verwachten. En dat jubileum vieren, want dat is wel iets waar ik een beetje naar uitkijk…”

Klik hier voor meer informatie over NVS.
Klik hier voor meer artikelen over NVS.

Genieten van meisjes- en vrouwenvoetbal bij Zwaluwen

Het vrouwenvoetbal is van oudsher diepgeworteld bij VV Zwaluwen. De afgelopen tien jaar heeft ook het meisjesoetbal voet op vaste grond gekregen. De club heeft nu tussen honderdveertig en honderdvijftig voetballende vrouwen en meisjes  rennen en wil ‘in de richting’ van de tweehonderd.

Hij vindt het niet zomaar leuk, maar héél leuk. Stefan Geldof (45) is sinds dit seizoen trainer van MO13-2 van Zwaluwen. Hij had niet gedacht dat er hij zoveel plezier en voldoening uit zou halen. “Training geven aan deze meiden kan heel inspannend zijn, maar geeft vooral energie.”

Geldof, ingenieur van beroep, heeft een lange staat van dienst bij Zwaluwen. Het zwartwitte bloed dat hij door de aderen heeft lopen, stroomt daar al ruim 38 jaar. Dertien jaar maakte hij deel uit van Zwaluwen 1, waarmee hij goede (eerste klasse) en slechte tijden (derde klasse) kende. Inmiddels is Geldof toegetreden tot de rijen van de veteranen. Het voetbal, zo zegt hij, mag geen naam meer hebben. “Dit seizoen hebben we natuurlijk niet gespeeld, maar als we spelen, gaat het vooral om de gezelligheid. Dat fanatieke gaat er vanzelf wel vanaf.” Als voetbaldier hoopte hij op komst van zoons. Die kwamen er niet, wel twee dochters. “Schatten van meiden, maar ik ging er niet vanuit dat ze gingen voetballen. De jongste, die elf jaar is, speelt alweer een tijdje, sinds een paar maanden geleden traint mijn oudste ook mee.”

Samen met een andere voetbalvader, Vincent Slingerland, heeft hij de MO13-2 onder zijn hoede genomen. “Ik was al meteen enthousiast, maar nu we een seizoen bezig zijn ben ik dat alleen nog maar meer geworden. De trainingsstof die we aanbieden wordt door die meiden gretig tot zich genomen en je ziet ze daardoor ook met sprongen vooruit gaan. In het begin hebben we veel aandacht besteed aan balbehandeling en techniek en daar zie je nu de vruchten van. Het is alleen jammer dat het lastig te peilen is wat de vooruitgang in wedstrijden is. De enige meetpunten zijn de oefenwedstrijden die we spelen op de club, tegen de MO13-1. Daar hebben we twee keer tegen gespeeld. Dat ging ons best aardig af, al verloren we wel beide wedstrijden. Wij hebben gaandeweg het seizoen ook wat nieuwe speelsters mogen verwelkomen. Mijn ervaring is dat het een maand of drie duurt voordat het kwartje valt. Dan hebben ze door wat er gevraagd wordt.”

Geldof vindt het goed dat Zwaluwen de vrouwen – de club heeft twee seniorenteams – en de meisjes gelijkwaardig aan de jongens behandelt. “Ik weet dat dat in het verleden niet altijd zo is geweest. Er waren meer jongens, dus die hadden ook de voordeeltjes. Ik zelf ben opgegroeid met vrouwenvoetbal. Mijn zus kon aardig voetballen en speelde als veertienjarige al in het eerste vrouwenteam, dat destijds op een behoorlijk niveau speelde. Ik vind ook dat de aanwezigheid van vrouwen en meisjes de club een ander gezicht geeft. De sfeer is anders dan in mijn tijd toen het vooral een mannenbolwerk was.” Als het aan hem ligt, traint hij de komende jaren nog een meisjesploeg. “Ik ga ook meedoen aan een trainerscursus. Ik ben niet het type dat zegt: dat weet ik allemaal wel, want ik heb dertien jaar in het eerste gespeeld. Zo’n cursus kan nooit kwaad en ik weet zeker dat ik er iets van op steek.”

Klik hier voor meer informatie over VV Zwaluwen
Lees hier meer artikelen over VV Zwaluwen

vv Lekkerkerk – Guido Batenburg krijgt energie van JO19

Hoewel het seizoen ultrakort was, smaakt de samenwerking tussen de JO19 van Lekkerkerk en trainer Guido Batenburg naar meer. “De klik is er”, zegt hij. “We geven elkaar energie.”

Batenburg trad vorig jaar zomer aan als trainer van de JO19. Toen Lekkerkerk-voorzitter Frans Braal hem vroeg moest hij erover nadenken. “Ik zag de uitdaging, maar ik zat midden in een hectische periode in mijn leven. Mijn beide ouders waren ziek en zijn inmiddels ook overleden. Ik vond het echter ook fijn om een uitlaatklep te hebben. Daarnaast sprak mij het verhaal van Lekkerkerk zeer aan. Het is een nieuw team, vorig seizoen had de club geen JO19, dus is het enorm belangrijk dat alles goed gaat. Deze leeftijdsklasse vormt de brug van de jeugd naar de selectie. Voor een bescheiden club als Lekkerkerk is de eigen jeugd een levensader. Snij je die door, dan ontstaat er een gat.”

Voorzitter Frans Braal bevestigt. “Voor de korte termijn hebben we dat kunnen oplossen met het terughalen van spelers die elders actief waren, maar dat kan je één of twee keer doen, maar dat is geen strategie voor de lange termijn. Het meest ideale is als er elk jaar een stuk of drie spelers doorstromen naar de eerste selectie. Meer mag natuurlijk ook.”

Volgens Braal zit er in de huidige JO19 voldoende talent. “Zeker drie, vier jongens kunnen de stap maken. Misschien wel meer. Niet allemaal, maar via het tweede. Een paar jaar rijpen en dan zijn ze alsnog speler van Lekkerkerk 1. Het bieden van dat vooruitzicht is enorm belangrijk voor de jongens van deze leeftijd. We moeten concurreren met andere zaken zoals studie, werk, vriendinnetje. Daarom is het zo belangrijk dat je werkt aan de saamhorigheid. Als die er is, zijn ze minder snel geneigd om het voetbal vaarwel zeggen.”

Batenburg (43) vindt het daarom belangrijk om juist in deze periode met veel onzekerheid de groep aandacht te geven. “We hebben pas geleden met het bestuur erbij gesproken met de jongens. Op die manier kom je erachter wat er leeft, maar je kunt tegelijkertijd ook uitleggen wat het idee van de club is.”

De mindset van zijn spelersgroep is volgens Batenburg ‘prima’. “Er is respect. Naar ons als technische staf, maar ook onderling. Er is in het veld grote bereidheid om elkaar te helpen. De één heeft meer talent dan de ander, maar uiteindelijk moet je het als team doen. Dat probeer ik ook steeds uit te dragen.”

Voordat hij ja zei tegen de JO19 was Batenburg een paar jaar niet actief bij Lekkerkerk. “Daarvoor ben ik een jaar of zes trainer geweest van de zaterdag. Dat was nog in de periode dat de club op zondag prestatievoetbal speelde. Wij zijn in die jaren gepromoveerd van de achtste naar de vierde klasse. In het prille begin was ik nog speler, maar na een blessure ben ik trainer/leider geworden.”

Bij de JO19 is het volgens Batenburg belangrijk om op momenten ‘tussen’ de groep te staan, maar ook erboven. “Ik ben een trainer die tweehonderd procent inzet vraagt. Van die jongens, maar ook van mezelf. Ik betrek die jongens graag in het plan. Dat is ook steeds de boodschap die ik uitdraag: we doen het samen.”

“Daarbij ben ik ook wel een trainer die veel aandacht besteedt aan een goede conditie. Met de zaterdag 1 beslisten we de wedstrijden vaak na de zeventigste minuut. We waren net wat fitter dan de tegenstander. Dat heb ik die jongens ook voorgehouden. Hoewel ik voor Feyenoord ben, zullen ze mij zeker in het begin een Spartaanse trainer hebben gevonden. Een stukje loopwerk hoort erbij.”

Voor meer artikelen over VV Lekkerkerk, klik hier
Voor meer informatie over VV Lekkerkerk, klik hier

De Bos-dynastie gaat bij GJS volop door

Ruud Bos wordt altijd genoemd als het boegbeeld van GJS. Begrijpelijk, want de bij leven al legendarische spits komt al 25 jaar in het eerste elftal uit. Onlangs bereikte hij de leeftijd van 40 jaar, maar is nog altijd superfit. En de volgende generatie Bos staat al klaar.

GORINCHEM – Het fanatisme is er nog steeds bij Ruud Bos. Een simpele rekensom leert dat hij, inclusief beker- en beslissingswedstrijden, in ruim 570 wedstrijden voor de Gorkumse Jonge Spartanen uitkwam. Zijn productie moet rond de 360 officiële doelpunten liggen. Ruud Bos, die ooit met drie broers Edwin, Marc-Jan en Martijn samen in het eerste elftal voetbalde, zit nu onder anderen met Youri Bos – zijn neef en zoon van Marc-Jan en mogelijk opvolger in de spits – in de kleedkamer.

,,Mijn ouders hadden niets met voetballen. Wij gingen om principiële reden naar het zaterdagvoetbal. Niet naar Unitas of SVW, dat bij ons om de hoek lag.” Ruud Bos – van het handvol broers is hij de jongste – is bij straks JO12-1 trainer van zijn zoon Xavi (11) én van Brent, een zoon van een van zijn andere broers. Met zijn oudste broer Arthur voetbalde hij nooit, want die haakte wegens studie al vroeg af. Diens twee zoons, Joris en Jasper, voetballen wel, in hun woonplaats Coevorden, nabij de Duitse grens. ,,Een zoon en dochter van mijn zus spelen bij een club in Krommenie, waar zij wonen. Ik kijk eigenlijk het meest tegen Marc-Jan op. Dat was van ons de meest complete voetballer. Jammer dat hij door een zware beenbreuk vroeg moest stoppen”, stelt Ruud Bos.

Youri werkt samen met zijn oom Ruud bij de Jumbo in het Piazza Center in Gorinchem. Zij zijn verantwoordelijk voor de zuivelafdeling. Youri is 22 jaar en zit vier jaar bij de A-selectie van GJS. Hij realiseert zich dat de achternaam Bos bij GJS verwachtingen schept. ,,Het heeft wel wat dat supporters door je naam extra op je gaan letten. Ik speel nu samen met Ruud in de voorhoede. Hij is een van de diepe spitsen. Ik beweeg in het veld wat om hem heen.”

Respectabel

Ruud Bos bereikte dit seizoen de respectabele leeftijd van 40 jaar. Hij is voor GJS bezig aan zijn 25ste seizoen in het eerste elftal en is nog altijd onomstreden de spits van de tweedeklasser. Vorig jaar vertelde hij in een interview dat hij overwoog dat het zijn laatste seizoen in het eerste elftal zou worden. ,,Daar heb ik echt heel serieus over nagedacht. Maar nu is het een nieuwe situatie met corona. Er was twijfel. Zelfs mijn vrouw vond dat ik zo niet kan afsluiten. ‘Ga jij nog maar lekker een jaar door’, zei zij.’’

Youri Bos hoopt heel erg op volgend en het liefst een normaal seizoen. ,,Die corona ben ik wel goed zat. Onze trainer zorgt ervoor dat wij superfit zijn. Dat was ook de reden dat wij in de start van het seizoen 2020-2021 alles wonnen.” Youri Bos staat nog aan het begin van zijn voetballoopbaan. ,,Het zal een wonder zijn als ik het zolang volhoud als oom Ruud. Daar geloof ik niet in.”

Klik hier voor meer informatie over GJS

Klik hier voor meer artikelen over GJS