Home Blog Pagina 632

Aanvoerder Bjorn de Bruijn wist dat het een zwaar jaar zou worden voor Madese Boys

Bjorn de Bruijn speelde op 26-jarige leeftijd al 250 wedstrijden in de hoofdmacht van Madese Boys. De teller liep de afgelopen twee seizoenen niet zo hard op, omdat er door corona heel wat minder wedstrijden gespeeld werden. Sinds het bereiken van die mijlpaal zijn er sowieso de nodige veranderingen geweest, de buitenspeler is nu de oudste veldspeler. En met een flink stuk minder ervaring binnen de ploeg is het in de competitie niet langer hopen op een fraaie promotie, maar knokken om in de tweede klasse te blijven.

Dominos_voorjaar2021

MADE – Als je de resultaten van dit seizoen bekijkt, dan is het fronsen van de wenkbrauwen eerder logisch dan gek. Van een 14-0 nederlaag tegen SC Kruisland tot een 4-1 zege op FC Tilburg. Het is wisselvallig wat de ploeg van trainer Dion Schuurmans laat zien. “Dat is inherent aan de selectie. We hebben een hele jonge groep”, zegt De Bruijn.

“In de coronaperiode is een groot deel van de ervaren spelers gestopt. We hebben veel doorstroming gehad vanuit de jeugd”, vervolgt de linksbuiten zijn verhaal. “Daardoor was het vooraf al wel te verwachten dat we een wisselvallig seizoen voor de boeg hadden. In de afgelopen weken hebben we ook wel wat wedstrijden gehad die je niet hoeft te verliezen. Maar door een gebrek aan ervaring trek je een gelijke stand bijvoorbeeld niet over de streep, maar krijg je nog het deksel op de neus. Toch staan we er positief in om met elkaar dit seizoen in de tweede klasse te blijven.”

Onderin is er een flink groepje clubs dat met elkaar moet strijden om boven de streep te eindigen. Het seizoen beginnen met een 14-0 nederlaag, om vervolgens met 5-0 te verliezen bij TSC, is dan niet lekker. “Heel eerlijk, ik heb voor het seizoen tegen vrienden en het thuisfront gezegd dat ik niet raar op zou kijken als we tegen een aantal flinke zepers op zouden lopen. Dat kwam zo uit. Maar je moet iedere wedstrijd weer an sich bekijken en beoordelen wat de oorzaak is. Tegen Kruisland komen we gewoon kwaliteit tekort om het niveau van die gasten aan te kunnen. Zo reëel moet je zijn.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

“Ik wist dat het een heel zwaar jaar zou worden, daar heb ik me heel snel bij neergelegd. Dan is het ook makkelijker mee om te gaan als het zo is. Het is een andere mindset als je denkt een periode te kunnen pakken en het gaat zo, dan heb je meer moeite om er overheen te komen. We hebben niet de verwachting dat we in het linkerrijtje eindigen, maar we moeten er in kunnen blijven. We hebben het in ons om een goede tweedeklasser te zijn.”

Even wennen is het wel voor De Bruijn en zijn club, tegelijkertijd is het ook wel mooi. “De afgelopen tien tot twaalf jaar zijn we een goede tweedeklasser geweest. Een aantal seizoenen hebben we de kans gehad om naar de eerste klasse te gaan. Gezien de selectie moeten we de komende seizoenen eerder proberen er in te blijven dan dat we naar boven kijken. Als een aantal ervaren spelers wegstappen, dan lever je kwaliteit in. Andere verenigingen proberen dat op te vangen met spelers van buitenaf, wij doen dat met jongens uit de eigen vereniging. Dat heeft de consequentie dat we wat meer onderin dan bovenin meedoen.”

De verwachtingen van buitenaf zijn misschien hoger. Binnen de spelersgroep heerst realisme. “Als je de verwachting van de afgelopen jaren doortrekt, matcht dat nu niet helemaal. Maar als groep blijven we goed bij elkaar, de sfeer is ook goed. Met elkaar vinden we dat we in de tweede klasse moeten kunnen blijven”, sluit de positief gestemde De Bruijn af.

Klik op Madese Boys voor het laatste artikel van de club.

Max van den Brink zat als pupil van de week naast jongens op de bank met wie hij nu in het eerste van DHV speelt

In de toekomst hoopt Max van den Brink naar het buitenland te trekken. Niet dat hij nu nog droomt van een toptransfer naar een club als FC Barcelona of Manchester United, het gaat dan om zijn werk. En tot hij de grens oversteekt wil hij vooral zo lang mogelijk voetballen bij DHV.
StreetCars_voorjaar2021 (1)

ZEVENBERGSCHEN HOEK – “Sinds de kabouters speelt Van den Brink al in het rood van DHV. “Echt mijn hele leven.” Sinds drie á vier jaar zit hij de hoofdmacht van de zaterdagvereniging. “De eerste twee jaar was het wisselend. Dan zat ik af en toe bij het eerste en af en toe bij het tweede. Ik zit nu twee jaar echt vast bij het eerste.”

Door corona zijn de eerste jaren niet de makkelijkste jaren geweest om vast bij het vlaggenschip van een vereniging te komen. “De ene keer mag je wel voetballen, dan weer niet. Dat doet wat met je. Lichamelijk, maar ook psychisch. Je wil zo graag voetballen, maar van het ene op het andere moment kan dat niet. Dat is lastig. Ook voor een trainer die er grip op probeert te krijgen. Uiteindelijk probeer je er het beste van te maken.”

Trots
Dat hij nu een vaste waarde is bij het eerste elftal van DHV geeft Van den Brink een goed gevoel. “Van jongs af aan kijk je er al naar uit. Ik ging op zaterdag wedstrijden kijken. Het is hartstikke gaaf dat ik eerst als pupil van de week in de dug-out erbij mocht zitten. Met sommige van de gasten waar ik toen als klein jongetje naast zat, speel ik nu de wedstrijden. Dat is echt superleuk.”

“Een bepaalde trots is het ook zeker”, zegt Van den Brink, die daarbij ook wijst naar ploeggenoot Jesper de Rond. “Hij is 36, speelt nog steeds mee. Dat is geweldig. Van jongs af aan keek ik eigenlijk tegen hem op. Nu zit je in één team.”
Dominos_voorjaar2021
Toekomst
Van den Brink hoopt met DHV ooit de stap naar de derde klasse te maken. Dit seizoen is het een middenmoter in de vierde klasse. “Ik durf niet te zeggen in hoeveel seizoenen dat gaat lukken, maar dat is wel wat we willen”, zegt Van den Brink. “Volgend seizoen krijgen we een nieuwe trainer. Nieuwe energie binnen de ploeg, een nieuw gezicht voor de groep. Misschien dat dat een bepaalde reactie geeft. Laten we het hopen dat het ons gaat helpen om toch in de derde klasse te komen.”

Promoveren moet hij doen met DHV, hij ziet zichzelf niet snel bij een andere club spelen. Ook omdat hij een andere ambitie heeft. “Ik wil naar het buitenland gaan. Nu zit ik in mijn vierde jaar van mijn studie en loop stage bij een hotel in Den Bosch. Ik hoop binnen die branche stappen te kunnen maken. En dan lijkt het me heel gaaf om naar het buitenland te gaan en daar te wonen. Ik wil echt nog wel iets van de wereld zien. Er is meer buiten Zevenbergschen Hoek en DHV. Maar ik wil hier nog wel zo lang mogelijk spelen.”

Klik op DHV voor het laatste artikel van de club.

Doelpunten, doelpunten, doelpunten Jari Langermans wil als spits altijd ‘de bal in het netje’

Jari Langermans maakte de afgelopen jaren zijn doelpunten voor FC Right’Oh en Waspik. Nu doet hij dat in het groen-zwart van vv RFC. Nog altijd is hij even hongerig naar een doelpunt als jaren geleden. “Als spits draait het om scoren, zonder doelpunt ben ik na afloop van een wedstrijd niet blij.”

GEERTRUIDENBERG – “Daar ben je spits voor”, zegt Langermans heel eerlijk. “Je gaat een wedstrijd in om belangrijk te zijn voor je team. Dat is door het maken van goals. Dat staat bij mij natuurlijk bovenaan het lijstje. Ik kan complimenten krijgen omdat ik hard gewerkt heb en het goed gedaan heb voor de ploeg, maar als ik niet gescoord heb baal ik toch altijd heel erg.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)
Je kunt zeggen dat hij leeft voor het maken van doelpunten. “Vroeger was ik alleen maar bezig met scoren, met zoveel mogelijk doelpunten maken. Vanuit de jeugd en dat is nu nog steeds. Je wil daarin de beste zijn. De drang om elke week in de krant te staan of in een wedstrijdverslag te staan omdat je gescoord hebt, dat is iets waar een spits voor leeft.”

Langermans heeft er in alle jaren die hij in eerste elftallen actief is al heel wat gescoord. Dat wil niet zeggen dat hij tevreden is. “Als je gemiddeld kijkt met wat voor ploegen je speelt, dan zou je zeggen: prima gedaan. Aan de andere kant, er hebben echt wedstrijden bij gezeten waar ik wel vijf of zes goals moest maken en dat doe je dan niet”, zegt de kritische aanvaller.

Dit seizoen moet er nog wel iets gebeuren voor hij tevreden is. “Als ik er dit seizoen geen vijftien maak, dan heb ik het gewoon matig gedaan. Heel erg slecht eigenlijk, zo kijk ik er wel tegenaan.” Scoort hij niet, dan is ‘het hok te klein’. Niet dat Langermans zich dan uit richting de staf of medespelers, chagrijnig is hij echter wel. Ik baal dan echt, omdat ik niet op het wedstrijdformulier sta.”

Dominos_voorjaar2021

De bal in het netje! Langermans zegt het regelmatig, dat is het doel. Een trainingsbeest is hij niet, zegt hij eerlijk. Hij traint omdat het moet, maar het staat in het teken van zondag. Dan staat hij direct aan. Kan hij op training dan niet werken om nog meer te scoren in de wedstrijden? “Ik denk dat het een stukje aangeboren kwaliteit is. Als spits ga je puur op gevoel richting ‘de zestien’. Je staat negen van de tien keer goed. Ik denk dat je zoiets niet aan kan leren.”

Een balletje in de kruising? Een lobje over de keeper? Een voorkeur hoe te scoren heeft de RFC-spits niet. “Elke doelpunt is een doelpunt. Of het een intikker, omhaal of kopbal is dat maakt niet uit. Een spits staat er om goals te maken, niet om een hakje of een schaar te maken. Als spits word je ook afgerekend op goals. Scoor je een aantal wedstrijden niet, zegt de coach ook: ga maar even zitten vriend.”

Voor Langermans wordt het volgend seizoen wel anders. Het scoren zelf niet, maar de dag en de tegenstanders zijn nieuw. RFC kiest voor zaterdagvoetbal, Langermans gaat na jaren zondag mee. “Ik heb mijn hele leven op zondag gespeeld. Ik ken de tegenstanders en clubs en zij kennen mij. Het zijn straks nieuwe ploegen, andere verdedigers, nieuwe uitdagingen. Het is aan mij om mezelf te laten zien. Ook volgend jaar gaat het om één ding. Buiten dat je alles doet voor het team én samen voor het hoogst haalbare gaat, wil ik aan het einde van het seizoen de jongen zijn die met de meeste goals op het lijstje staat.”

Klik de link voor een recent artikel over RFC

Sven Kerst: “Ik hoop voor mijn dertigste een eerste elftal te trainen”

De jeugd heeft de toekomst is een bekende uitspraak in het voetbal. Normaal kijk je dan naar talentvolle voetballers, spelers die op termijn van belang kunnen zijn voor het eerste elftal. Soms staat die jeugdige toekomst echter langs het veld. Sven Kerst is zo’n voorbeeld. Hij is 25, maar werkt al een paar jaar als jeugdtrainer. De ambitieuze voetbalman hoopt voor zijn dertigste trainer te zijn van een eerste elftal.

DONGEN – Kerst maakte op zijn zeventiende zijn debuut in het eerste elftal van vv Raamsdonk, vanaf zijn achttiende zat hij vast bij de selectie. Maar blessures zorgden ervoor dat hij ieder jaar drie tot vier maanden moest revalideren. “Het was blessure in, blessure uit. Dat was niet meer te doen. Ik heb de keuze gemaakt om te stoppen. Toen heb ik een jaar niks gedaan, maar ik miste het voetbal gewoon.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Bij Raamsdonk was hij een aantal jaar jeugdtrainer geweest. Na zijn vrije jaar schreef hij clubs aan en vertelde hij waarom hij ambities heeft om iets te bereiken als trainer. Hij kwam terecht bij SCO JO19-1. “Maar ik was zelf pas 21. Dat was een uitdaging, maar daar heb ik wel heel veel van geleerd.” Hij maakte de overstap naar RFC, waar hij twee jaar jeugdtrainer was. Toen trok hij naar vv Dongen.

Kerst tekende onlangs bij, ook volgend seizoen is hij de trainer van de JO15-1 op sportpark De Biezen. “Vanaf het begin had hij een goed gevoel bij die club. “Er waren nieuwe mensen binnen de organisatie gekomen en ze hadden een plan uitgebracht, om te groeien van onderuit. Ze wilden een nieuwe weg inslaan.” Kerst voelde er wel wat voor, ook omdat de jeugd van Dongen op hoog niveau speelt. “Dat is eigenlijk niet normaal voor zo’n vereniging. Ze voetballen tegen de grootste clubs uit Brabant, qua ledenbestanden.”

Kerst zag Dongen als club waar hij stappen kan maken en waar hij zichzelf kan ontwikkelen. “Op een heel mooi niveau, zesde divisie. Hier in de regio voetballen heel weinig teams op dat niveau. Dan is het nog de vraag of er echt een klik is, maar die was er meteen van beide kanten. Daarom ben ik ook heel blij dat Dongen mijn contract wilde verlengen.” Er waren andere clubs die interesse toonde. “Maar als je goed zit, waarom zou je dan weg gaan.”

Dominos_voorjaar2021

In de toekomst is de kans groot dat hij wel naar een andere club trekt. De jonge trainer heeft ambities. “Uiteindelijk wil ik bij de senioren trainer worden van een eerste elftal. Ik wil het uiterste eruit halen. Waar de lat ligt, dat zou ik niet weten. Maar ik hoop wel voor mijn dertigste een eerste elftal te trainen.”

Kerst, die altijd hoog druk wil zetten met zijn teams en aanvallend voetbal wil spelen, weet dat hij voor het bereiken van die ambitie afhankelijk is van een club die het aandurft met een jonge trainer. “Het is belangrijk – zeker op jonge leeftijd – dat je jezelf uniek maakt, je moet je onderscheiden.” Waar zit dan bij Kerst, die nu bezig is met de trainerscursus UEFA C en daarna verder wil met B en mogelijk A, het unieke? “People management. Ik probeer echt een band op te bouwen met een groep, iets creëren dat ze voor jou door het vuur willen gaan.” Zelf gaat hij door het vuur om zijn ambities waar te maken. “Voetballen is het leukste wat er is, dat vind ik nog steeds. Dat ik moest stoppen is niet fijn. Daarom is mijn ambitie zo groot om uiteindelijk wat uit mijn trainerscarrière te halen.”

Klik de link voor een recent artikel over vv Raamsdonk

Voetbaldieren Maikel Cohen en Stephan Baghus willen met SCO snel omhoog

Na de langere winterstop stonden er bij het eerste elftal van vv SCO dit jaar ineens twee hoofdtrainers voor de groep. De Oosterhoutse club omschrijft Maikel Cohen en Stephan Baghus als ‘rasechte SCO’ers’. Na een rijk verleden als speler en trainer bij de jeugd én het tweede elftal staat het trainersduo nu voor een mooie periode bij de hoofdmacht. En het doel is duidelijk, zo snel mogelijk promoveren.

OOSTERHOUT – “Binnen twee jaar willen we wel omhoog”, zegt Cohen stellig. Baghus vult hem meteen aan. “Dat is een doelstelling die wij onszelf opgelegd hebben. De club kwam met een contract voor onbepaalde tijd. We mochten het weg gaan zetten. We zijn akkoord gegaan, maar voor onszelf hebben we daar de doelstelling aan toegevoegd dat we binnen nu en twee jaar willen promoveren.”

De eerste kans is dit seizoen, weet het duo. “Het liefst zorgen we dit jaar nog voor een verrassing. Of dat we promotie net missen. Dan krijgen de jongens en ook oud-spelers het gevoel dat er beweging is bij hun clubje. Er moet weer aantrekkingskracht komen om hier te komen voetballen. We hebben een mooi complex, mooi kunstgrasveld en spelen onze thuiswedstrijden om vijf uur. Hier moet het weekend eigenlijk echt gaan beginnen. Met een mooie pot voetbal. Maar dan wel op een hoger podium. Je komt nu nog wel eens een vriendenteam tegen of een oud eerste elftal dat op zaterdag gaat voetballen. Dat is een andere entourage waar wij als trainers naar streven.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Aanvullend
Als duo staan ze voor de groep. Dat zie je niet heel vaak, voor het tweetal is het inmiddels een vanzelfsprekendheid. We zijn zwagers, onze vrouwen zijn zussen. Dat is eigenlijk de start geweest dat we samen zijn gaan voetballen. In de zaal en op het veld bij SCO. Daarna ben ik eerst nog elders trainer geweest”, zegt Baghus. “Daarna ben ik bij SCO de A1 gaan doen. In het tweede jaar is Michael erbij gekomen. Dat is nu zo’n zeven jaar geleden.”

Met de hoogste jeugd werden ze periodekampioen in de hoofdklasse en promoveerde ze op één wedstrijd na niet naar de divisie. Al snel werden ze de eindverantwoordelijken bij het tweede elftal. Na een degradatie met het jeugdteam dat doorgeschoven was, kwamen de successen. “We hebben de beker gewonnen en voor de overstap naar zaterdag zijn we een paar keer kampioen geworden. Na de overstap zijn we ook twee keer achter elkaar gepromoveerd.”

Ze hebben als duo dus al het nodige laten zien. “We vullen elkaar aan. We hebben dezelfde kijk op voetbal, dat maakt het een stuk makkelijker. Het gaat echt op een hele natuurlijke manier. De eerste discussie waar we nog niet uitgekomen zijn moet nog komen”. Zegt Baghus. Daar hebben ze meteen een voordeel ten opzichte van trainers die niet samen voor de groep staan, ze kunnen overleggen en discussie voeren. Cohen: “Edwin Verheijen heeft het echt alleen gedaan. Maar zonder assistent kom je gewoon handen tekort op trainingen. En ook met knopen doorhakken. Soms heb je wel eens lastige keuzes, dan is het fijn om te kunnen overleggen.”

Dominos_voorjaar2021

Opvolging
Cohen noemt de naam van Verheijen. De voorganger van het duo. Hij heeft een stapje opzij gezet. Maar ondanks dat hij na de winterstop dus niet meer als hoofdtrainer voor de groep staat, blijft hij wel onderdeel van de technische staf. “Er zat een generatie tussen. Hij miste te aansluiting. In zijn situatie had een jongere assistent goed geweest, die had de brug kunnen zijn. Hij heeft aangegeven dat hij een stapje terug zou doen. En op zo’n moment gaat er een mechanisme van start. Bij hem en bij de spelers. Hij heeft zich vervolgens megacoulant opgesteld. En hij is gewoon onderdeel van de staf, volgend seizoen ook. Hij heeft echt een begeleidende rol.”

Voor ze ‘ja’ zeiden tegen de nieuwe functie had het trainersduo één eis: er moest serieuze opvolging komen bij het tweede elftal. “Daar zijn twee voetbaldieren opgezet. Maar we wilden niet dat – met alle respect – een welwillende vader het tweede elftal op zou pakken. Dat was een no go geweest.” Dus lag de weg open naar de rol die velen hen in gedachten en in de toekomst al eens toebedeeld hadden.

Klik de link voor een recent artikel over SCO

Bij vv Oosterhout kijken ze toekomstgericht naar het meisjes- en damesvoetbal

Dames- en meisjesvoetbal heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Mede door het succes van de Oranjeleeuwinnen zijn er meer meisjes op voetbal gegaan. Bij vv Oosterhout hebben ze nu een paar jeugdteams en vrouwen zaterdag 1 en vrouwen zondag 1. Maar het liefst willen ze meer en daarvoor kijken ze over de sportparkgrenzen heen.

OOSTERHOUT – “Wij vinden meisjes- en damesvoetbal net zo belangrijk als jongens- en herenvoetbal”, zegt Gertjan Priest, die als coördinator in principe de hele afdeling van het meisjes- en damesvoetbal onder zich heeft. “Samen met nog twee anderen, daar zijn we best wel goed voorzien. Qua teams ook. Wij willen eigenlijk nog meer. Groter worden.”

Dominos_voorjaar2021

“Naar we beseffen heel goed dat we met alle verenigingen in Oosterhout aan hetzelfde karretje trekken. Daarom hebben we een werkgroep samen met SCO en zijn er veel gesprekken. Het liefst zien we dat Oosterhout een eigen meidenacademie of -afdeling zou krijgen. We hebben daar met SCO een start in gemaakt met een samengesteld MO15-team. Volgend jaar hebben we ook een samengesteld MO13-team en de vrouwen zaterdag wordt dat ook.”

Priest legt uit hoe zo’n samengesteld team er in praktijk uitziet. “Met de MO15 trainen ze één keer in de week bij SCO en één keer in de week bij VVO. De thuiswedstrijden zijn om en om. En ze hebben een eigen tenue, een combinatietenue waar de logo’s van beide clubs op staan. Het is echt wel een klein beetje professioneel aan het worden, gericht op de toekomst.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

“Dat is ook wat we willen. Toekomstgericht kijken, voor de meiden en dames”, vervolgt Priest, die ook aan de wieg stond bij het succesvolle damesteam van OVV ’67, waar hij tien jaar trainer was van het eerste damesteam. “Wat je heel erg merkt is dat je niet op niveau kunt selecteren. Bij de ene vereniging spelen een paar goede en bij een paar andere verenigingen ook. Dat moet je overkoepelen, om in de toekomst te kunnen selecteren en sterkere teams te kunnen vormen. Het is namelijk de bedoeling om met het eerste team zo hoog mogelijk te spelen.”

Waar je bij de jongens in de jeugd een natuurlijke doorstroming hebt bij clubs, is dat bij de meisjes (nog) niet het geval. “In onze voetbalvisie willen we vanaf de MO13 meidenvoetbal spelen. Alles wat eronder zit laten we bij de jongens spelen. Maar als ze dan doorstromen en er is geen team, gaan ze lopen. Door samen te werken kun je dat voorkomen. We hebben de andere Oosterhoutse verenigingen ook ingelicht dat we met hun aan tafel willen”, zegt Priest. “Het is wel echt een hele klus.”

Bij de Oosterhoutse voetbalclub kregen ze vorig jaar iemand van DESK op bezoek. De club uit Kaatsheuvel werkt met meerdere clubs op dezelfde manier. “We hebben leermomentjes meegekregen. Het is een hele lange weg, maar wij denken dat een Oosterhoutse meidenafdeling toekomstgericht denken is. Een eigen tenue, een eigen naam, maar wel spelend op alle terreinen van Oosterhoutse clubs en lid van de vereniging. Zo worden we allemaal sterker in het damesvoetbal.”

Dit seizoen was het combinatieteam een testfase. Het is heel goed bevallen, waardoor we nu uitbreiden. We verwachten binnen zo’n drie tot vier jaar wel een heel eind te zijn. Als andere verenigingen zien dat het goed werkt, kunnen we echt een grote stap maken”, sluit Priest vol enthousiasme en positiviteit af.

Klik de link voor een recent artikel over vv Oosterhout

Jelle Strijtveen: “De weekendjes weg en de trainingskampen, die zijn voor in de boeken!”

Als vijftienjarige debuteerde Jelle Strijtveen in het shirt van FC Right-Oh in een eerste elftal. Via buurman Veerse Boys stapte hij over naar het zaterdagvoetbal bij Almkerk. Na tien seizoenen vol hoogte- en dieptepunten is hij sinds dit seizoen weer actief op zondag, bij tweedeklasser vv TSC. In de kantine van sportpark De Warande kijkt de verdediger terug én vooruit.

OOSTERHOUT – Het blauw-wit van Almkerk werd ingeruild voor het blauw-wit van TSC. “De grootste verandering is dat ik van zaterdag naar zondag ben gegaan. Verder ging het eigenlijk wel soepel. Aanpassingsproblemen heb ik niet gehad”, zegt Strijtveen over zijn overstap. “Ik had behoefte aan iets nieuws. Soms heb je dat. En soms moet je dingen die mooi zijn ook mooi laten en op tijd weg gaan.”

“Ik heb daar zeker een mooie tijd gehad. De laatste twee seizoenen hadden we te maken met corona, dat maakte het niet leuker. Het laatste jaar in de eerste klasse, onder Robert Roest, hadden we echt een topjaar. Daarna werd het wat minder, voor mijn gevoel. Alles in mij zei: het is leuk geweest. Er waren meer opties, maar ik wilde niet in dezelfde competitie blijven. Dan houdt het in die regio al snel op.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Qua niveau heeft de defensieve kracht ook niet hoeven wennen. “In de eerste klasse heb je veel betere tegenstanders. Dat verschil is er wel. Maar als ik puur kijk naar de selectie van Almkerk en TSC, denk ik niet dat er veel verschil is. Ik vind zaterdagvoetbal wel wat technischer. Ik heb in ‘1A’ gezeten, richting Utrecht en lang in ‘1C’, dan zit je meer richting Rotterdam. Dan waren wij altijd maar de boertjes in de eerste klasse”, zegt Strijtveen lachend. “De zondag is voor mijn gevoel wat fysieker.”

Familie
Met TSC als nieuwe club heeft Strijtveen de clubs waar zijn vader Wilbert voor gespeeld heeft ook allemaal achter zijn naam staan. “Hij is van Right-Oh naar Veerse Boys gegaan en via TSC naar Achilles Veen. Hij heeft alleen niet bij Almkerk gespeeld.” Daar speelde ‘junior’ wel, lange tijd. En ook Achilles Veen staat in zijn voetbalpaspoort, al was dat geen succesverhaal. “Ik heb daar heel even gezeten, helaas is dat anders gelopen dan gepland. Dat is ontzettend jammer. Ik was 26, het was op dat moment de juiste stap. Ik vond dat ik misschien wel in mijn sterkste periode zat. Maar het liep anders dan gehoopt.”

Er zijn meer familiebanden bij zijn nieuwe club. Ploeggenoot Ryan Snoeren verkering heeft met een nichtje die uit Oosterhout komt. En Rob Sestig, die jarenlang voetbalde bij TSC en na zijn actieve carrière daar verschillende rollen had, is de neef van zijn moeder. “Zo heb je toch een bepaalde binding met de club, dat is wel leuk.”

Leuk was het overigens niet altijd als hij met zijn vader over voetbal sprak. Iedere zaterdag en nu zondag staat hij langs de lijn om naar de verrichtingen van zijn zoon te kijken. “Hij is altijd wel kritisch, altijd ook geweest. Dat liep vaak verkeerd af. Maar hij is wel wat milder geworden hoor.

Dominos_voorjaar2021

Topseizoen
Zelf heeft Strijtveen ook weinig redenen om heel kritisch te kijken naar het huidige seizoen. Qua verliespunten staat TSC na twaalf gespeelde wedstrijden tweede, kort achter VOAB. “Het gaat boven verwachting. Handhaving was de doelstelling. We zijn er nog lang niet, maar we draaien bovenin mee. We hebben één wedstrijd verloren, met een offday.” Tegen Kruisland, voor het seizoen de gedoodverfde favoriet voor het kampioenschap, en VOAB werd gelijkgespeeld. “De rest hebben we gewonnen. Er zijn drie of vier ploegen die kans maken op de titel, wij zijn er daar ondertussen één van geworden.”

“Of de lat dan omhoog gaat? Ja, je gaat je wel uitspreken dat je ergens om wil spelen. Het kampioenschap zeggen we niet, maar misschien zit er een periode in. Waarom niet?” Strijtveen vraagt het zich hardop af. Maar wat als het nu toch nog mis gaat en TSC eindigt niet bij de eerste drie en pakt geen periode, is het seizoen dan alsnog mislukt? “Als team zijnde kunnen we dan nog steeds tevreden zijn, je eindigt nog steeds boven je doelstelling. Persoonlijk zou ik het wel heel jammer vinden. En ik denk dat de rest er nu ook wel zo over denkt. Als je zo’n goede reeks achter de rug hebt, wil je dat gewoon doortrekken.”

Vrienden
Het seizoen kan dus heel mooi eindigen. Het zou een nieuw hoogtepunt kunnen worden. Die heeft hij er al meerdere meegemaakt in al die jaren in eerste elftallen. “Ik heb best wel wat spannende wedstrijden gespeeld, zowel tegen degradatie als voor kampioenschappen. In mijn tweede seizoen speelden we uit bij AFC, toen bleven we erin. Dat werd gevierd als een kampioenschap. Een aantal jaar geleden speelde ik met Almkerk bij Pelikaan, toen konden drie ploegen kampioen worden. In de voorlaatste wedstrijden hadden we het verspeeld, maar omdat de concurrent ook gelijkgespeeld had kwam het op de laatste dag aan, we wonnen met 2-0.”

Maar er is iets wat nog mooier is, zegt Strijtveen als hij terugkijkt op alle jaren. “Op persoonlijk vlak heb ik echt heel veel vrienden gemaakt. Een paar zijn beste vrienden geworden, dat is wel het mooiste. Het sociale. En dan vergeet ik nog de weekendjes weg en de trainingskampen, die zijn voor in de boeken!”

Toekomst
Hoe lang de nu 32-jarige Strijtveen nog in een eerste elftal blijft spelen weet hij niet. Fysiek kan hij nog wel wat jaren mee, maar er is meer dan voetbal. “Ik werk voor mezelf, in de E-commerce. Het afgelopen jaar wordt het steeds drukker. En begin mei komt er een kleine. Alles om me heen verandert wel. Dus ik denk eerder dat het daar aan ligt, dan aan een fysiek probleem.”

Als hij stopt, is het ook klaar met voetbal. Sporten zal hij blijven doen, want ook padel, hardlopen en fietsen doet hij graag. Maar voetballen in een lager elftal? “Ik denk niet dat ik daar voor gemaakt ben. Ik heb er best vaak over nagedacht. Maar ik heb eigenlijk nooit met vrienden gespeeld, alleen bij Right-Oh eventjes. Er voetballen best veel vrienden lager. Maar ik ben er te fanatiek voor, het is te vrijblijvend. Ik denk dat ik het eerder zou inrichten met andere sporten, in combinatie met bijvoorbeeld het trainerschap.” Maar dat is toekomstmuziek, eerst ligt de focus op het slot van dit seizoen.

Klik de link voor een recent artikel over vv TSC

‘Handhaven in de eerste klasse is het enige wat telt voor Terneuzense Boys’, aldus Ewoud van Troost

TERNEUZEN – Het is voor het derde seizoen dat Terneuzense Boys uitkomt in de eerste klasse van het zaterdagvoetbal. Twee keer overleefde men dankzij het afbreken van de competities. Dit seizoen wil men maar één ding: handhaven op eigen kracht. Volgens verdediger Ewoud van Troost (23) is dat voor de oranjehemden het enige wat telt.

van-acker

“We zijn aan het begin van dit seizoen wel wat versterkt, mede met de komst van Mitchel de Nooijer en Remon de Vlieger. Dat zorgde voor meer concurrentie en daar word je als ploeg nooit slechter van natuurlijk. We begonnen ook goed aan de competitie en hadden zelfs na een wedstrijd of zes de minste goals tegen. Dan is het jammer dat daarna je er geen direct gevolg aan kan geven en we in twee wedstrijden tegen zeven treffers aanlopen. Dat is voor mij als verdediger extra zuur.”

Van Troost speelt bij Terneuzense Boys immers als centrale verdediger, waar hij in het verleden en ook in de tijd dat hij actief was voor JVOZ veelal linksback speelde. “In de eerste klasse moet je toch wat defensiever spelen en dan moet je als centrale verdediger vaak flink aan de bak. Dat vind ik overigens wel prettig, want elke wedstrijd krijg je uitstekende aanvallers tegenover je en als speler word je daar zelf ook beter van. Het houdt me scherp, terwijl ik ook in balbezit probeer om mezelf meer in het opbouwspel te mengen.”

Vooralsnog vinden Van Troost en Terneuzense Boys, waar trainer Dennis de Nooijer aan het eind van het seizoen vertrek naar GOES, zichzelf terug net boven de gevarenzone. De ploegen ontlopen elkaar weinig en enkele verliespartijen kan je zomaar in degradatiegevaar brengen. “Het zit enorm dicht bij elkaar. Daardoor is het zo jammer dat we tegen concurrenten als BVCB en Papendrecht verliezen. En we winnen van XerxesDZB, dat in de subtop staat. Want als je een goede fase hebt dan kan je zomaar bovenin de middenmoot terecht komen. Het geeft aan dat we elke week op de toppen van ons kunnen moeten zijn om bij te blijven. En om uiteindelijk onszelf te handhaven, want dit is toch wel een prachtig niveau om op te mogen voetballen.”

mzc

Realisme overheerst echter wel bij de verdediger, die erkent dat het moeilijk is om in deze Zeeuws-Vlaamse regio een stabiele eersteklasser te blijven. “Dan moet je altijd kunnen vissen in een vijver vol talenten. En die spoeling is hier een stuk dunner dan in de regio Rotterdam, waar onze tegenstanders vandaan komen. Hier vertrekken de beste spelers naar Hoek, Goes of Kloetinge en moeten wij creatief zijn. Enkele jaren geleden hadden we hier een goede lichting die uit de jeugd doorkwam, waaronder ikzelf. Daar profiteren we nu nog van gelukkig. Het mooie aan dit niveau is, dat wij als spelers door de sterke tegenstanders zelf óók doorontwikkelen. Daarom is het zaak om er alles aan te doen om in het restant aan te haken. Handhaven en als het even kan kijken wat er nog meer te halen valt. Als ons dat op eigen kracht lukt, dan hebben we het perfect gedaan.”

Klik op Terneuzense Boys voor het laatste artikel van de club.

Groede-voorzitter Eric van den Hemel trots op zijn club

GROEDE – Een stabiele vierdeklasser. Zo mag v.v. Groede zich met recht inmiddels wel noemen. De kleine dorpsclub is de afgelopen jaren steeds blijven groeien. Qua prestaties bij het eerste, qua accommodatie en zeker ook qua aanwas binnen de jeugd. Allemaal elementen die voorzitter Eric van den Hemel trots maken op zijn club.
“Dat mag je zeker wel zo stellen inderdaad. Als je ziet wat er hier de afgelopen jaren is neergezet, dan mág dat ook. Vele handen maken licht werk, dat is hier zonder meer van toepassing. De bereidheid om met elkaar dingen te realiseren die is hier binnen de gemeenschap en ook binnen de vereniging alom aanwezig. Kijk alleen al naar de nieuwe kleedkamers én de kantine die we met elkaar hebben gerealiseerd. Wat dat betreft hebben we de tijd die ontstond vanwege de voetballoze periodes door corona meer dan goed benut.”

De club zit dan ook goed in de lift en kent een gezonde sportieve ambitie. “Niet ten koste van alles, maar we willen wel zo hoog mogelijk meedoen. Er staat en goede spelersgroep en de onderlinge samenwerking tussen de teams is prima. Er is altijd ruimte voor plezier en vertier, maar we zijn op zeker geen carnavalsvereniging natuurlijk. Lol moet en mag en zijn, maar op wedstrijddagen moeten we onze huid zo duur mogelijk verkopen. Tot nu toe doen we dat aardig in de competitie en hebben we laten zien, dat we in deze klasse thuishoren bij de betere teams. Die ontwikkeling is ook mede wel te danken aan het werk van onze trainer André de Nooijer. We zijn over hem erg tevreden en dat hij nóg een seizoen blijft en dan gaat beginnen aan zijn negende jaar bij ons, dat zegt voldoende.”

Organisatorisch staat de club volgens Van den Hemel ook prima in de steigers, zowel bij de senioren als binnen de jeugd. “Daar hebben enkele oud-spelers de boel goed uitgewerkt en een prima plan neergezet. We hadden wel eens te maken met gebrek aan kader, maar dat is nu totaal niet meer aan de orde. De jeugd groeit en bloeit en op termijn zit er ook weer een prima lichting jeugdspelers aan te komen. Dat is toch de levensader voor de toekomst.”

Je ziet steeds vaker dat clubs gaan samenwerken, vooral wat betreft de jeugd. Ook Groede heeft inmiddels een samenwerking met zaterdag vierdeklasser en ‘buurman’ Cadzand. “Daar profiteren uiteindelijk beiden van. Goede communicatie is wat dat betreft van groot belang en daar probeer ik als voorzitter, samen met ons bestuur, een rol in te spelen. In ben als bijna veertig jaar penningmeester en inmiddels ook al sinds 2012 voorzitter, eerst interim overigens en sinds 2016 definitief. Maar ik ben bovenal supporter. En iemand die zich wil inzetten voor de gemeenschap. Als we allemaal samen ons steentje bijdragen, dan zie je dat het mogelijk is om zaadjes te planten en te doen groeien. Als je het maar voldoende water geeft…”
Van den Hemel is meer dan regelmatig op de club te vinden. Niet alleen op zondagen, maar het gehele weekend. “Ik ga ook graag op zaterdagen kijken bij de jeugd. Als ik dan al die ouders en grootouders langs de lijn zie staan en die jeugdspelers plezier zie beleven, dan ben ik trots op alles en iedereen die dat hier mogelijk maakt. Vrijwilligers zijn onmisbaar in dat kader, want we doen het samen. En juist dat samen doen, vóór elkaar geeft een boost aan de leefbaarheid.”

Klik op VV Groede voor het laatste artikel over de club.

Tom Kimenai steunt Blauw-Wit’81 al jaren op en naast het veld

Nog nooit speelde Tom Kimenai ergens anders dan bij vv Blauw-Wit’81. Naast dat de 32-jarige vader speelt in het derde, helpt hij met klussen, fluiten en heeft hij training gegeven aan de jongste jeugd.

 Nooit speelde Tom ergens anders. Vanaf moment één was hij te vinden op De Moerse velden, waar hij met veel plezier heeft gespeeld. “Ik ben vanaf mijn vijfde als speler begonnen bij Blauw-Wit’81. Alle kinderen uit Dongen-Vaart gingen naar De Moer dus ik ook. Hier heb ik met vel plezier de gehele jeugd doorlopen, waarna ik in het eerste elftal terecht ben gekomen. Hier heb ik tien jaar voor gespeeld, om vervolgens als speler en trainer bij het tweede te beginnen. Dat was wel een makkelijke overstap, aangezien een groot deel van de A-jeugd doorstroomde die ik al geruime tijd had getraind”, vertelt Kimenai. Naast zijn activiteiten op het veld kan hij zijn club helpen met klusjes die moeten gebeuren. “Buiten het voetbal om, werk ik in de bouw als uitvoerder”, aldus Tom.  Iets wat goed mee kan helpen in sommige situaties.

Dominos_voorjaar2021

Door en door

Wanneer je je hele leven bij één club speelt en van jongs af aan al helpt met vrijwilligers taken, ken je de club goed. Het complete takenpakket was dan ook niet niks: “Ik heb altijd graag geholpen. Op jonge leeftijd ben ik begonnen met fluiten bij Blauw-Wit’81, dat deed ik bij de allerkleinsten. Op mijn dertiende begon ik als trainer bij de jeugd en vanzelf zo meegegroeid naar de A-jeugd. Hier heb ik verschillende jaren teams getraind en gecoacht. Ook heb ik meegeholpen bij de jaarlijkse jeugdkampen en als het nodig is help ik met verbouwen.” Door al zijn activiteiten kent hij de club door en door. “Het mooie van de club is dat bijna iedereen elkaar kent. Dat maakt dat iedereen ook wel voor elkaar klaar staat. Wanneer er echt nood aan de man is, dan is er altijd wel iemand die opstaat”, vertelt hij.

Seizoensucces

“Met de club gaat het goed, dit jaar zijn er zelfs twee seniorenteams bijgekomen, één bij de heren en één bij de dames. Ook kennen we in de jeugd een mooie bezetting. Het eerste elftal is daarbij en jong team. Helaas kennen zij een klein dipje, maar met het talent wat er zit, komt dat wel goed”, vertelt hij gemotiveerd. Een eerder behaald succes weet hij dan ook te benoemen: “Ik heb twee echte hoogtepunten bij de club. Één was het promoveren met het eerste elftal toen ik er nog speelde, de andere was als trainer/coach, in hetzelfde seizoen werden we toen kampioen. De bekerfinale winnen met de A-jeugd was ook nog geweldig.

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Zwaar beladen

Waar je pieken kent op je vereniging ken je soms helaas ook dalen. “Het dieptepunt was het overleiden van onze strijder en mijn maatje, Koen Loonen. De uitvaart vond plaats op het hoofdveld, hierbij was het wel mooi om te zien wat voor club Blauw-Wit’81 is. Het samen zijn we sterk bij een club als die van ons, was voor iedereen zicht- en voelbaar”, aldus Kimenai. Waar het ene verhaal eindigt begint weer een ander. Ondanks dat hij het verlies helaas heeft moeten meemaken, mag hij momenteel uitkijken naar een aanvulling van zijn gezin. “Ik geniet ontzettend van de mooie tijden die ik met mijn gezin mag beleven, in september verwachten we ook een uitbreiding”, zegt hij glunderend.

Klik de link voor een recent artikel over Blauw-Wit’81