Home Blog Pagina 622

Michael van Ginneke is nu speler én hoofdsponsor van SAB

Hij voetbalde door heel Nederland, scheurde drie keer zijn kruisband af en belandde op zijn 32ste bij SAB. Het klinkt misschien als een slechte film, maar voor Michael van Ginneke is het de pure realiteit. Inmiddels is de inwoner van Dorst niet alleen speler van het derde, maar misschien nog wel belangrijker, ook hoofdsponsor van de club.

kootstra_new

De grootste vraag blijft, hoe komt iemand die voetbalde op Schiermonnikoog, bij OJC Rosmalen en in Dronten, terecht bij SAB. Het antwoord is eigenlijk vrij simpel. “Mijn vader is hier voorzitter, hij vertelde een jaar of zes geleden dat ze een tweede elftal wilden gaan maken. En ik had toch wel weer zin om te gaan voetballen.” Dat was minder logisch dan het lijkt, voor de 38-jarige Van Ginneke. “Vanaf mijn zestiende ben ik aan het kloten met mijn knieën. In totaal ben ik zes keer geopereerd.”

Fit blijven

Inmiddels woonde hij weer in de buurt van Breda en dus zag de oud-speler van onder meer De Monnik het wel zitten. “Uiteindelijk zijn we een aantal seizoen het tweede geweest, inmiddels zijn we een vriendenteam geworden. Ik ben nog een tijdje assistent van de hoofdtrainer geweest en trainer bij ons team.” Met het derde staan ze nu aan kop van de vijfde klasse, maar dat is voor Van Ginneke vanzelfsprekend niet het belangrijkste. “Het is gewoon een gezellig klein clubje, iedereen kent elkaar. Onze groep bestaat uit allemaal vrienden, de jongste is negentien en ik ben de oudste.” Dat gevoel werd onlangs nog maar eens bevestigd tijdens het trainingskamp in Torremolinos, Spanje. “Daar doen we natuurlijk meer dan trainen, haha! Toen hebben we nog tegen elkaar gezegd: hoe mooi zou het zijn als iedereen er straks op mijn leeftijd nog steeds bij is en ik er dan ook nog ben?” Daar doet hij zelf in ieder geval alles aan. “Een jaartje of acht geleden had ik mijn laatste operatie, voor mijn 40ste zou ik een kunstknie hebben, dus daar zijn we bijna. Sindsdien volg ik drie keer in de week personal training, om toch fit te blijven.” Toch is het niet meer zoals vroeger, vertelt Van Ginneke. “Ik was een soort ’10’. Niet de snelste, maar wel iemand met inzicht en een steekpass. Nu is het vooral hard werken en de oudste uithangen.” Dat nuanceert hij meteen. “Ik denk dat ik qua conditie bij de vijf beste hoor!”

Meer aanwas

Maar niet alleen randzaken, ook de belangrijke zaken werden besproken onder de zon. Want na jaren als sponsor van zijn eigen team, was het tijd voor een volgende stap. “Dat contract hebben we in Malaga ondertekend. SAB zat moeilijk qua sponsoring, dus nu ben ik hoofdsponsor.” Met een bedrijf dat zich richt op gezond oud worden, zowel fysiek als mentaal. “Voorkomen is beter dan genezen, zeggen ze altijd. Ik denk dat fysiotherapie in de huidige vorm over een jaar of tien niet meer bestaat. Hoe kun je klachten voorkomen? Bijvoorbeeld door goed en gezond te eten, te sporten, maar ook op sociaal vlak actief te zijn.” Van Ginneke steunt zijn clubje maar al te graag. “Er zijn een paar grote clubs in Breda met veel geld, maar dit zijn de echte volksclubjes. Je kent elkaar, dus daar wil je graag wat voor doen. Het is ook een stukje maatschappelijk ondernemen.” De fysiotherapeut hoopt dat met zijn steun SAB kan blijven groeien. “Ik hoop vooral dat er vanuit de jeugd wat meer aanwas komt. We trainen op donderdag vaak tegelijk met het eerste en tweede, die staan er dan net als wij met een mannetje of twaalf. Dat is natuurlijk heel weinig. Dus een beetje aanvulling zou niet verkeerd zijn.” Tot slot ziet hij nog een mooie ontwikkeling, in de afgelopen paar jaar. “Vroeger had de club niet echt een goede naam, nu is het veel gemoedelijker. Daar heb je SAB weer, denken sommige tegenstanders nog steeds. Maar na afloop drink je samen een biertje.”

Klik op SAB voor het laatste artikel van de club.

Noodkreet bij DIA: ‘Er moest wat veranderen’

Een aardverschuiving binnen de club, zo noemt voorzitter Edwin Provoost de aanstelling van Huub Kerkhof als verenigingsmanager bij DIA Teteringen. Want met een groeiende vereniging en een dalend aantal vrijwilligers, moest er iets gebeuren. “Dan moet je gaan denken in andere modellen, over nieuwe oplossingen.”

Precies op dat moment, kwam Kerkhof met zijn plan op de proppen. Want na ruim tien jaar als vrijwilliger bij de club, begon het toch een beetje veel te worden. “Ik ben begonnen als trainer en zat later nog als secretaris in het bestuur. Steeds meer vrijwilligers vielen weg, terwijl er veel moest gebeuren. Toen kwam ik wel op het punt waarvoor ik al een tijdje was gewaarschuwd. ‘Pas op dat het geen baan naast je baan wordt’.” Kerkhof had naar eigen zeggen twee opties. “Een deel laten vallen, of er juist meer tijd voor maken.” Toeval bestaat niet, glimlacht Provoost. “Als club dachten we al na over zo’n invulling, toen kwam Huub. Dat was zo ‘spot on’, toen wisten we het eigenlijk meteen.”

Dominos_voorjaar2021

Terugverdienen

En dus is Kerkhof, voorheen manager in de zorg, de komende vijf jaar als verenigingsmanager verbonden aan DIA. En daar is hij maar wat blij mee. “Er samen voor zorgen dat iedereen kan sporten, dat vind ik ontzettend leuk om te doen. Daar krijg ik ook energie van.” Daar ligt meteen de uitdaging, vertelt de voorzitter. “Veel vrijwilligers hebben een groot hart voor de club, daardoor zijn de gaten die vallen niet altijd zichtbaar. Maar je merkt dat het aantal afneemt, terwijl de club twee keer zo groot is geworden.” Provoost vervolgt: “Je moest iedere keer weer op zoek naar iemand anders, vrijwilligers haken af en functies veranderen.” Een onderzoek van de vrijwilligerscommissie bracht het probleem verder in kaart. “Hoe kunnen we mensen daar toch in gaan beïnvloeden? Is er genoeg intrinsieke motivatie of moeten we dan gaan betalen?” Een rondje langs de velden bij andere clubs bracht DIA op nieuwe inzichten, vertelt Provoost. “Je ziet dat een verenigingsmanager zorgt voor vrijwilligersgroei. Dat moet ook, want Huub wordt betaald, dus gaat de contributie omhoog. Ergens willen we dat natuurlijk terugverdienen.” Al zit hem dat niet alleen in het aantal vrijwilligers. “Het moet zorgen voor meer stabiliteit, maar ook voor exploitatie van het sportpark of het organiseren van events.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Beetje spannend

Kerkhof wordt het aanspreekpunt en de olie binnen DIA, maar wat stond er precies in zijn plan? “De kern was het ontzorgen van de vereniging. Meer vrijwilligers, zodat het bestuur weer kan besturen en geen ballen op moet pompen. En hoe ga je inkomsten genereren?” Straks is hij verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken, van de ledenadministratie tot de contributie. Ook de kleding valt onder zijn takenpakket, de komende tijd is Kerkhof vooral druk met gesprekken voeren. “Men moet zich gehoord voelen, want het belangrijkste is dat vrijwilligers goed opgevangen worden.” Provoost snapt als geen ander dat het voor veel clubleden best even wennen zal worden. “Het is een flinke reorganisatie, maar we konden niet anders. Er moest wat veranderen, het was eigenlijk een soort noodkreet. Gelukkig zagen de meeste mensen dat ook, anders hadden we het niet gedaan.” Nu is het voor Kerkhof zaak om een communicatieplan te schrijven, de samenwerking met de vrijwilligerscommissie te maximaliseren en zichtbaar te worden, er rust een aardige druk op zijn schouders. “Ik krijg al belletjes van mensen dat ze graag wat willen doen, ze weten nu waar ze moeten zijn. Nu is het aan ons om te laten zien dat het echt werkt. Want er was natuurlijk wel weerstand, het kost toch geld.” Dat snapt Provoost maar al te goed en dus is het laatste woord daar nog niet over gezegd. “We gaan de vereniging meenemen in de effecten. Levert het daadwerkelijk meer vrijwilligers op? Wat zijn de successen en waar doen we het allemaal voor? Want een beetje spannend is het ook wel!”

 Klik de link voor een recent artikel over DIA

Boris van Schuppen: ‘Hard werken wordt beloond’

Vijf goals waarvan één tijdens zijn debuut, vier assists en 1149 minuten in de Keuken Kampioen Divisie. Boris van Schuppen kent een geweldig debuutseizoen bij het eerste van NAC Breda. Na meerdere jeugdelftallen te hebben doorlopen, heeft ‘Het Kind van NAC’ de harten van velen supporters weten te veroveren. Hard werken wordt beloond, want het zat in zijn prille voetbalcarrière niet altijd mee.

In de eerste speelronde van het seizoen 2021/2022 speelde NAC uit tegen VVV. Van Schuppen maakte zijn debuut in de 79ste minuut toen zijn ploeg tegen een 2-1 achterstand aankeek. De jongeling bekroonde deze mijlpaal door in de blessuretijd op aangeven van Ralf Seuntjens de verlossende 2-2 binnen te schieten. Uit tegen FC Eindhoven maakte de twintigjarige voetballer zijn basisdebuut, waarna vele speelminuten volgden.

Niet altijd makkelijk

Geboren en getogen in de ‘Parel van het Zuiden’ begon Van Schuppen zijn voetbalcarrière bij JEKA. Na meerdere jeugdelftallen te hebben doorlopen, kreeg hij een uitnodiging van NAC en PSV. Op dat moment trainde hij zowel in Breda als bij de Eindhovenaren mee. “Er was bij NAC eigenlijk nog geen team waarvoor ik in aanmerking kwam, maar ik werd opgebeld dat ze me er graag nú al bij wilden hebben. Toen is mijn traject bij PSV stopgezet en heb ik in 2012 de stap gemaakt naar NAC”, vertelt Van Schuppen. Als geboren Bredanaar was de middenvelder erg trots om voor NAC te tekenen. “Het is iets waar iedere voetballer van droomt, en dat je daar dan mag gaan spelen, is echt een mooi gevoel.” Het ging hem niet altijd even makkelijk af bij de jeugdteams. “Ik was vrij klein voor mijn leeftijd en niet ontzettend snel in vergelijking met de rest. Toen ik in de C1 zat kwam er een moment dat ik niet meer in de basis werd opgesteld. Als ambitieuze speler, is dat toch best lastig te verwerken.” Bij NAC O17 maakte Van Schuppen niet veel minuten. Hij trainde mee met een team lager, iets wat een jonge voetballer natuurlijk niet graag meemaakt. “Ik deed af en toe een oefenwedstrijd mee maar meer kwam er niet van. Dit is wel echt de periode dat ik individueel veel trainde, ook met de hulp vanuit NAC, om op niveau te komen.”

mediplus banner

Blijven knokken

Na intensieve individuele trainingen kreeg Van Schuppen de kans om zich te bewijzen bij NAC O19. In het eerste jaar probeerde hij zijn vorm te vinden, maar het daaropvolgende seizoen begon de motor pas echt te draaien. “Op een gegeven moment was ik topscorer en ik kan me nog goed herinneren dat ik op een topscorerslijst stond samen met Noni Madueke, die nu wekelijks in het eerste van PSV excelleert.” Hij weet wel waar die goede periode aan te danken was. “De tegenslagen in mijn O17-periode hebben voor extra motivatie gezorgd. Ik ben er ook van overtuigd dat het harde werk dat ik geleverd heb voor mijn successen in hogere teams heeft gezorgd.” De stap vorig jaar naar het eerste van NAC ziet Van Schuppen dan ook als beloning voor al het werk dat hij, samen met zijn familie en vrienden, in zijn voetbalcarrière heeft gestopt. Maar hij is nog verre van tevreden. “Mijn doel is om echt iets neer te zetten, iets om trots op te zijn. Ik ben nog lang niet klaar bij NAC en hoop hier nog mooie dingen te bereiken.” Want hard werken loont, weet Van Schuppen inmiddels. “Ik geloofde het vroeger als kind nooit, maar wanneer je blijft knokken voor je kansen, nooit stopt met hard werken en alles ervoor blijft geven, dan zal je beloond worden.”

Klik de link voor een recent artikel over NAC Breda

Tijs van Bragt nieuwe hoofdtrainer van VCW

Tijs van Bragt is vanaf volgend seizoen de nieuwe hoofdtrainer van VCW. Hij volgt Arjan Kwaaitaal op, de huidige oefenmeester van de club uit Wagenberg maakt de overstap naar ‘buurman’ Madese Boys. Van Bragt kijkt uit naar de nieuwe uitdaging.

Dominos_voorjaar2021

Voor Van Bragt is het de derde club waar hij als hoofdtrainer aan de slag gaat. Hij begon zijn trainersloopbaan bij Irene ’58. “Daar ben ik drie jaar trainer geweest, kampioen geworden en gepromoveerd naar de derde klasse. En toen zou ik eigenlijk stoppen, gewoon om even wat rust te hebben.”

Maar die rust kwam er niet, mede dankzij zijn vrouw. TPO klopte aan bij Van Bragt. “Toen zei mijn vrouw: dit is het leukste wat je doet, waarom dan stoppen? Dat waren wijze woorden van mijn vrouw”, zegt hij lachend. “Ik vind dit het mooiste wat er is. Dinsdag, donderdag, zondag naar de club. In wind en regen. Ik mis weinig. Ik ben er eigenlijk altijd als eerste. En vaak ook als laatste weg. Omdat ik van de gezelligheid hou, ik ben echt een gezelligheidsdier.”

Dat is misschien ook de reden dat Van Bragt na Irene ’58 en TPO weer bij een dorpsclub neerstrijkt. “Dorpsclubs zijn gewoon mooi. Qua opkomst van het publiek is het goed, er wordt meegeleefd. En je hebt jongens die altijd een stapje extra willen zetten voor het dorp. Ze zijn trots om voor het eerste elftal uit te komen. Ik denk dat ik daar goed bij pas, waar ik het liefst trainer wil zijn.”

Dat deed hij dus ook bij TPO. “Een warme club. Ook echt een dorpsclub. Ik heb er uiteindelijk vier seizoenen gezeten, dat is wel lang. Maar daar zaten ook twee seizoenen bij waarin corona parten speelde. Vandaar dat we steeds in goed overleg met een jaar verlengde. De spelersgroep wilde graag dat ik bleef en ik had het naar mijn zin, het was de voorbode voor een lang en gelukkig huwelijk. Maar, met alle respect, het is wel de vijfde klasse. Ik heb de ambitie om stappen te maken. Toen VCW vrij kwam zijn we daar op gesprek geweest. En uit de vele kandidaten mocht ik daar trainer worden. Zo voelt het wel. Uiteindelijk zijn er meer trainers dan banen, ik mag me gelukkig prijzen dat ik gekozen ben.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Van Bragt, die op zijn zeventiende bij Irene ’58 kwam voetballen en tien jaar voor hij als trainer met de club promoveerde ook als speler promoveerde, was eerder jeugdtrainer bij Madese Boys en Terheijden. Nu volgt een nieuw avontuur bij een club uit die regio. Wat wil hij daar gaan doen? “Ik wil ze eerst kennis laten maken met de trainer Tijs van Bragt. Daarna wil ik toewerken naar iets wat hopelijk heel mooi kan zijn. Ik probeer altijd een vriendenelftal te creëren dat voor elkaar door het vuur gaat. Hoe je gaat spelen hangt af van welke spelers je tot je beschikking hebt. Maar ik wil een collectief vormen, spelers die er 110 procent voor gaan.”

Klik op VCW voor het laatste artikel van de club.

Matthias Kalwij: ‘Lekker spelen en voetballen, dat gun ik ieder kind’

Hij zat tot een aantal jaar geleden zelf nooit op voetbal, noemt zichzelf daarom een ‘bijzondere’, maar inmiddels is Matthias Kalwij niet meer weg te slaan bij WDS’19. De inwoner van Breda speelt bij de 35+, is begeleider van de JO11, maar belangrijker nog, hij organiseert activiteiten voor de wijk. “Ieder kind heeft recht op een fijne jeugd.”

Toen Kalwij een jaar of zes was, deed hij ooit ergens bij een voetbalclub eens een proeftraining, maar heel snel was al duidelijk: “Dat was het niet voor mij.” Tot een jaar of acht geleden. “Vriendjes van mijn kinderen zaten op voetbal, dan willen ze dat natuurlijk ook. Zo rol je er dan in.” Inmiddels heeft hij zelf ook de stoute (voetbal)schoenen aangetrokken en dus is de 46-jarige werknemer van Halt na al die jaren nu ook zelf voetballer. “Het is laag instappen en ze helpen mij om beter te worden, dat zorgt voor veel plezier.”

mediplus banner

Steentje bijdragen

Maar vooral zijn werk is een reden dat Kalwij besloot een aantal handschoenen bij WDS op te pakken, vertelt hij. “Daarin ben ik natuurlijk al veel bezig met jeugd, het begeleiden en helpen ontwikkelen. Teamsport is daarin gewoon heel erg belangrijk.” Bij zijn jeugdploegje heeft hij een soort rol als teammanager, zorgen voor de randvoorwaarden, maar daarbuiten is zijn taak nog veel groter. “Samen met de gemeente en stichting Grote Broer/Zus, organiseren we activiteiten in de wijk. Zoals het Oranjefestival of het Oliebollenballentoernooi. In plaats van rondhagen op straat, lekker voetballen.” Kalwij legt uit waarom dat zo belangrijk is. “Iedereen mag meedoen, ook als je geen lid bent van WDS. Zo komen ze in beeld bij de organisaties, maar leren ze ook onze vereniging kennen.” Precies zoals hij dat zelf een aantal jaar geleden ook deed. “Het is kleinschalig, waardoor je iedereen snel leert kennen. Het gaat niet alleen maar om de beste willen zijn, maar vooral om het plezier. Die gezamenlijkheid voel je heel erg, alle lagen komen hier samen, dat vind ik mooi.” En dus voelt de Bredanaar zich als een vis in het water. “Als je een idee hebt, luisteren ze echt naar je, daar is ruimte en aandacht voor. Wanneer iedereen één steentje bijdraagt, kom je een heel eind.”

Blije gezichten

Zo ook toen Kalwij graag iets wilde doen met de wijk in combinatie met de plaatselijke jeugd. “Ongeveer tweeënhalf jaar geleden, leek het mij leuk om tijdens Oud & Nieuw iets voor ze te doen. Zo is het balletje eigenlijk gaan rollen, toen is het Oliebollenballentoernooi ontstaan.” De vraag was meteen groot, herinnert Kalwij zich. “De eerste keer hadden we tachtig kinderen, daarna honderd. Toen merkten we meteen dat er enorm behoefte aan is.” Als verbinder tussen WDS en de wijk ziet hij het belang. “Het is niet voor iedereen vanzelfsprekend om lid te kunnen zijn van een vereniging, maar ieder kind heeft daar recht op. Gewoon leuke activiteiten om aan deel te nemen, dat gun ik ze.” Daar is voor zijn club een belangrijke rol weggelegd, denkt hij. “Je bent niet alleen een eilandje, maar hebt echt een functie. Al die blije gezichten, met elkaar, dat is voor mij het mooiste.” En dus denkt Kalwij stiekem al een beetje groter. “Als ze tijdens een toernooitje al roepen dat ze er volgende keer weer zijn, is het geslaagd. Mijn droom is om iedere schoolvakantie een activiteit te hebben, als een soort wijkvereniging. Het moet een natuurlijk iets gaan worden.” Hij droomt hardop verder. “Een voetbalkamp, voor kinderen die niet op vakantie kunnen. Als we daar zijn, hebben we samen iets heel moois bereikt!”

Klik de link voor een recent artikel over WDS’19

Larry van Ommen wilt voor het hoogst haalbare gaan bij ONI

Na drie seizoenen bij RWB maakt Larry van Ommen de overstap naar ONI. Van een club waar hij alles en iedereen kent naar een echt avontuur bij een nieuwe club. De oefenmeester kijkt er naar uit, vol ambitie.

Toen duidelijk werd dat hij na drie seizoenen als hoofdtrainer zou vertrekken bij RWB, dacht Van Ommen serieus na over een seizoen zonder voetbal. “Ik was echt aan het twijfelen. Ik had net een vierde kleine gekregen, heb mijn eigen bedrijfje en ga switchen van baan. Er kwamen zoveel nieuwe dingen op mijn pad. En toen belde ONI mij op…”

De club uit ’s-Gravenmoer had een mondeling akkoord met Mark Kroese, maar die besloot om uiteindelijk toch in te gaan op een aanbieding en hogerop te gaan trainen. “Toen ben ik gaan nadenken. Past het bij mij? Ze spelen op zaterdag, dat is wat ik graag wilde. En er spelen veel jongens van Dongen, waar ik vroeger mee heb gespeeld. Ik ben op gesprek gegaan. Vier jaar geleden heb ik dat overigens ook gedaan, ook toen was het een goed gesprek. Toen kozen ze voor meer ervaring. Nu viel de keuze op mij. Ik heb het er thuis over gehad en de beslissing genomen om naar ONI te gaan.”

De focus ligt nu nog vol op RWB, met die club wil hij in ieder geval niet degraderen. Toch zal hij soms ook denken aan volgend jaar. “Dat is best wel lastig. Ik heb het nog nooit meegemaakt, ben voor het eerst hoofdtrainer. Natuurlijk ben je een beetje bezig met ONI. Volgend jaar ben ik bij die club actief. En als je pas na het seizoen gaat kijken naar je selectie en spelers die je eventueel wil halen, ben je te laat. Dan zijn alle spelers al vastgelegd.”

Maar in alle klinkt de liefde voor RWB terug, de club waar hij als speler én als (jeugd)trainer actief is geweest. “Op dit moment is het echt het belangrijkste dat we met RWB blijven presteren. Ik wil natuurlijk heel graag met de club in de derde klasse blijven.” Als coach van het team van één van zijn kinderen blijft hij betrokken bij de club, dus het is niet dat hij met zijn overstap de deur definitief achter zich dicht trekt. “Maar voor mezelf is het wel een goede stap. Bij RWB kende ik alles en iedereen. Met de helft van de jongens heb ik zelf nog gespeeld. Dat is toch anders dan voor een hele nieuwe groep.”

Zijn ambities steekt hij richting volgend seizoen niet onder stoelen of banken. “Ik ben wel iemand die altijd voor het hoogst haalbare wil gaan, die echt om de prijzen wil spelen. Als ik ga starten zal het in eerste instantie de doelstelling zijn om in het linkerrijtje te eindigen en kijken of je voor een prijs kunt spelen.”

Klik op ONI voor het laatste artikel van de club.

Maikel van Alphen zorgt voor de gezelligheid bij WDS’19

Toen Maikel van Alphen na jaren voetballen bij ‘concurrent’ Boeimeer een aantal seizoenen geleden werd gevraagd mee te doen bij WDS’19 zag het 33-jarige gezelligheidsdier dat best wel zitten. Maar aan het feit dat iedereen na de wedstrijd meteen naar huis ging, moest heel snel wat gebeuren. En dus ging hij aan de slag.

kootstra_new

Inmiddels is Van Alphen onderdeel van het vierde, maar vooral ook lid van de seniorencommissie. Want zoals gezegd, gezelligheid staat bij de voetballer hoog in het vaandel. “Iedereen ging weg, het moet toch leuk en gezellig zijn?” Dat hij dat nog eens zou zeggen als lid van WDS’19, had hij zelf misschien ook niet helemaal verwacht. “Op mijn vijfde begon ik bij Boeimeer, daar heb ik tot mijn achttiende gevoetbald. Dat ligt toch een beetje gevoelig.”

Groepsgevoel

Maar nadat Van Alphen er een paar jaar tussenuit was, probeerde hij het eens bij de buurman. “Hier zaten veel vrienden, die vroegen of ik niet een keertje mee wilde doen. Waarom ook niet?” De sfeer viel dus een beetje tegen, maar de rest sprak hem meer dan aan. “Iedereen is meegaand en probeert elkaar te helpen. Niemand voelt zich ergens te groot voor, je moet samen de club dragen. Bij Boeimeer ben je misschien meer een nummer, hier krijg je echt de ruimte om wat te zeggen.” Zo ook toen Van Alphen met het idee op de proppen kwam om een vriendenteam op te richten, toen nog het zesde, inmiddels het vierde. “Ik werd met open armen ontvangen. We bleven als team altijd hangen bij het eerste, gingen op een gegeven moment ook mee naar uitwedstrijden. Daar ontstond een klik.” Niet alleen daar, moet hij eerlijk bekennen. “Zo heb ik ook mijn vriendin leren kennen. Die staat achter de bar en doet het wedstrijdsecretariaat. Voor ons is het eigenlijk een soort uitje, samen naar de club.” Een leuke familieclub, met een divers vierde team. “We hebben verschillende leeftijden, een Molukse jongen, iemand uit Ierland. Je gaat met elkaar een ‘commitment’ aan, samen plezier maken. Het groepsgevoel is bij ons belangrijk.”

Op rolletjes

Voorheen was Van Alphen ook nog onderdeel van de klusploeg, tegenwoordig is hij voorzitter van de seniorencommissie. En dat is meer dan aanspreekpunt zijn. “Van kleding tot ballen. En we regelen oefenwedstrijden of verhelpen problemen. Eigenlijk alles zodat het blijft draaien.” Na een jaar is het precies wat de goedlachse vrijwilliger ervan had verwacht. “De club liep een beetje dood, we zaten al een tijdje zonder voorzitter, maar ze wisten dat ik veel deed. Dus ze kwamen eens polshoogte nemen, of ik er nog wat bij wilde doen. Het is veel werk, zeker met corona was het hectisch, maar het is mooi.” Van Alphen doet het dan ook met alle liefde. “Dat is ook wel de kracht van WDS, op die manier elkaar stimuleren.” Want ook daarnaast zit hij niet stil. “Ik ben trainer van het vierde, maar speel mee als we te weinig man hebben. Op donderdag sta ik achter de bar.” De waardering doet hem goed. “Vooral uit mijn eigen team. Het helpt ook wel dat mijn vriendin echt thuis is hier, dan is het leuk om hier samen te zijn, maar ook meteen te helpen.” Vanuit zijn huis, op nog geen kilometer van de club, kijkt hij bijna uit op het complex. Daar kan nog wel het nodige aan gebeuren, denkt hij. “Het is niet zo groot. We hebben eigenlijk kunstgras nodig op het hoofdveld, gelukkig is daar inmiddels akkoord voor gegeven. Daarnaast willen we een overkapping gaan maken op het terras, zodat je daar ook lekker kunt zitten. Dat zijn een paar verbeterpuntjes die eraan zitten te komen.” Want de stijgende lijn laten ze voorlopig niet los in Breda. “Eigenlijk loopt alles op rolletjes. Maar we blijven hard werken om iedereen te geven wat ze verdienen!”

Klik op WDS’19 voor het laatste artikel van de club.

Advendo voelt voor avonturier Cecilia als familie

Voor vijfdeklasser s.v. Advendo waren de laatste weken allesbehalve gemakkelijk. Na schade aan de kantine en het uitvallen van de stroom, lag de focus even niet op voetbal. Maar nu de storm weer een beetje is gaan liggen en de eerste overwinning behaald, kijkt Kendrick Cecilia positief vooruit. “Ik hoop dat we nu door kunnen pakken, mijn gevoel zegt van wel.”

Maar eerst nog even terug naar de schade die werd aangericht door de storm, vooral het dak van de kantine had het zwaar. “Dat was natuurlijk wel moeilijk om te zien, Advendo is ook niet zo’n rijke club. Voorlopig is de stroom nog niet terug en ik denk dat het nog wel even gaat duren. Hopelijk krijgen we hulp.” Want zeker voor de 27-jarige Cecilia voelt Advendo toch wel een beetje als zijn thuis, ondanks dat hij een tropisch uitstapje maakte. “Op mijn vierde ben ik hier begonnen, tot de C’tjes. Daarna speelde ik bij Baronie, later ging ik op Bonaire voetballen.”

kootstra_new

Fysiek zwaar

Dat laatste heeft een kleine toelichting nodig. “Mijn tweelingbroer woont daar en toen ik er op vakantie was, deed ik mee aan een oefenwedstrijdje. Vervolgens kreeg ik een belletje, of ik vaker mee wilde doen. Uiteindelijk heb ik daar zeven weken gevoetbald.” En dat was behoorlijk wennen, vertelt hij. “We trainden daar altijd om zeven uur ‘s ochtends en om acht uur ‘s avonds, anders is het veel te warm. Het is daar ook fysiek veel zwaarder, puur door de temperatuur. Dan heb je echt een goede conditie nodig.” Na dat bijzondere avontuur keerde Cecilia op zijn 25ste weer terug bij de club waar het allemaal is begonnen. “Dat is mijn thuisbasis. Hier ben ik opgegroeid en we hebben altijd contact gehouden. Het is een soort familie voor mij.” Maar de fanatieke aanvaller kwam niet voor niks terug, voegt hij snel toe. “Nu wil ik ze naar een hoger niveau schieten!” Dat zal met een plek in de onderste regionen van de vijfde klasse nog een flinke opgave worden, Cecilia heeft daar wel een verklaring voor. “We hebben een nieuw team, met onder andere jongens uit Polen en Roemenië. Dus we praten vaak Engels, maar die communicatie is eigenlijk het lastigste. Af en toe begrijpen we elkaar niet helemaal.”

Weddenschap

Desondanks behaalde Advendo niet zo lang geleden de eerste overwinning van het seizoen en dus hoopt de inwoner van Breda op een ommekeer. “Ik verwacht en hoop, dat het nu beter gaat lopen. Dan kunnen we ook gaan stijgen. Als we aan de eerste drie punten een goed vervolg kunnen geven, gaan we een mooie seizoenshelft draaien. Mijn gevoel is in ieder geval goed.” Zo goed zelfs, dat Cecilia onlangs een weddenschap afsloot met zijn leider. “Als we nog zesde worden, gaat zijn haar eraf. Dus dat is mijn doel, haha!” Om dat voor elkaar te krijgen, moet de behendige aanvalsleider dus nog even aan de bak. Want ook zijn doelpuntentotaal moet nog omhoog, vindt hij zelf. “Ik heb er nu vijf, maar wil er sowieso vijftien gaan maken. Geen zorgen, dat komt wel goed. Aan het einde van het seizoen spreken we elkaar weer.” Want ook daarvoor heeft Cecilia al een slachtoffer in gedachten. “Dan moet eigenlijk iemand anders kaal, misschien de trainer.” Maar voordat het zover is, moet er dus nog het nodige gaan gebeuren. Datzelfde geldt eigenlijk voor zijn toekomst bij de club, sluit hij af. “Als we in deze competitie blijven, zou ik nog wel een keer in de tweede of derde klasse willen spelen. Een beetje op mijn niveau van vroeger. Maar als het hier beter wordt, dan blijf ik gewoon lekker!”

Klik de link voor een recent artikel over s.v. Advendo

Bij Madese Boys werken ze hard om mensen te enthousiasmeren om scheidsrechter te worden

Een groot verhaal met de afzwaaiende scheidsrechter Frank Keers – wat je kunt lezen als een welgemeend dankjewel en compliment – en een oproep voor nieuwe scheidsrechters om een cursus te doen. In dit kalenderjaar is Madese Boys op de eigen website bezig met het promoten van ‘het vak’ van scheidsrechter. Boris van Zomeren, voorzitter van de scheidsrechtercommissie, ziet het als extra mogelijkheid om het probleem van het scheidsrechterstekort aan te pakken.

Dominos_voorjaar2021

“Het vullen van alle wedstrijden is uitdagend, het lukt ons niet. We hebben altijd een scheidsrechterstekort. Daar proberen we zo goed mogelijk mee om te gaan”, zegt Van Zomeren. “Je komt in de situatie dat er mensen zijn die meerdere wedstrijden fluiten in een weekend. Je moet je dan afvragen of dat de kwaliteit ten goede komt.” Hij wijst daarbij naar de concentratie en de belasting van het lichaam. “Twee wedstrijden is prima, als het duels van verschillende lengte en leeftijdscategorieën zijn. Maar twee wedstrijden van twee keer drie kwartier achter elkaar, daar heb ik mijn twijfels over.”

“Het leuke is wel dat we nu twee scheidsrechters op cursus hebben zitten. Dat biedt hoop, we hebben aanwas. In totaal gaan er zelfs drie mensen. Eén die fluit bij Madese Boys en RFC, maar nooit de opleiding heeft gehad. En daar hechten wij vanuit de vereniging waarde aan, dat je de basisopleiding volgt. Maar bijvoorbeeld ook een jonge meid van zeventien die met heel veel enthousiasme is begonnen. Dat zoiets gaat uitstralen naar de jeugd is uiteindelijk wat je wil.”

Die cursus en het verhaal met Keers, Madese Boys zet er niet voor niets op in. “Je wil mensen enthousiasmeren. Je moet altijd proberen een positief verhaal uit te dragen. De meeste mensen zijn geneigd eerst de tegenvallers te melden, niet de leuke dingen. Daarom moeten we elke gelegenheid aanpakken om positief naar buiten te komen. Ik zeg niet dat je daarmee de mensen in de rij hebt staan. Maar een positieve sfeer doet veel. Als iedereen alleen maar negatieve berichten leest, worden ze zeker niet warm.”

En het kost ook weinig moeite, want positieve verhalen zijn er genoeg. Van Zomeren hoopt wel meer scheidsrechters te mogen verwelkomen. “Maar vorig jaar hadden we over het hele seizoen 75 procent van de wedstrijden bezet. Leiders moesten dus zelf 25 procent oplossen. Het liefst wil je meer, maar ik ben daar niet ontevreden over. Het is wel sneu dat bepaalde teams vaker de klos zijn dan anderen. Dat heeft te maken met de beschikbaarheid van tijden. De animo om ’s ochtends om negen uur te fluiten is bijvoorbeeld lager. Nou doe ik dat juist graag, dus pak ik dat zelf ook op. Maar half één bij de senioren is best lastig, half drie gaat dan weer makkelijker. Het liefst heb je gewoon alle wedstrijden bezet.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Van Zomeren kan het eigenlijk iedereen aanraden om eens wat wedstrijden te fluiten. Niet alleen om daarmee de wedstrijden te vullen. “Als je nooit fluit, merk je ook niet wat het is om te fluiten. Als scheidsrechter ervaar je alles totaal anders, je komt dichter bij het spel. Je ziet gaten in het veld ontstaan, ziet waar spelers heen hadden gemoeten. Maar je mag niks zeggen. Voor een trainer kan het heel goed zijn, omdat je uit die ervaringen spelers wat makkelijker kunt begeleiden in het spel.”

Klik de link voor een recent artikel over Madese Boys

Met een periodetitel op zak mag SV Terheijden dromen van promotie

Door grote overwinningen en knappe zeges won SV Terheijden de eerste periodetitel in de vierde klasse C. En dus wordt er gesproken over mogelijke promotie naar de derde klasse. Een ambitie die is uitgesproken voor de komende jaren, maar nu al werkelijkheid kan worden.

StreetCars_voorjaar2021 (1)

“Als deze groep bij elkaar blijft en wij spelen over drie jaar niet in de derde klasse, zou dat wel een flinke teleurstelling zijn. We gaan er vol voor”, zei trainer Fred Vrolijk al eerder. De oefenmeester is blij met zijn ‘leuke, jonge en enthousiaste’ groep.

Een groep die aan het einde van het seizoen sowieso een kans krijgt op promotie. Eind november werd het op indrukwekkende wijze periodekampioen. Het won dankzij doelpunten van Martin Mertens (2x), Jaimy de Koning (4x) en Jordi Wirken met maar liefst 1-7 op bezoek bij FC Right-Oh. Dat was genoeg om op doelsaldo de periodetitel te pakken.

Als je een periodetitel pakt, is de kans groot dat je ook hoog eindigt op de reguliere ranglijst. Na veertien gespeelde wedstrijden staat Terheijden op dertig punten, negen minder dan koploper RFC. De kans is dus groot dat de zwart-witten het kampioenschap uit het hoofd moeten zetten. Vrolijk zag zijn ploeg niet als titelkandidaat nummer één, maar na het pakken van de eerste periode wordt er altijd voorzicht over gesproken.

Promoveren via de nacompetitie – wat overigens geen ABC’tje is – zou mooi zijn. Voorzitter Stephan van Gurp ziet voor- en nadelen rondom een stap naar de derde klasse. “Ja, dan komen we Madese Boys weer tegen in de derde klasse. Al betekent dat helaas ook dat we dan niet meer tegen VCW uit Wagenberg zullen spelen en dat is jammer, want dat zijn fantastische derby’s”, zo vertelde hij bij Spraakvermaak.

Via een kampioenschap zou Terheijden sowieso al zeker zijn van promotie naar de derde klasse. Maar na de lange winterbreak heeft de ploeg van Vrolijk het moeilijk. Drie van de eerste vijf wedstrijden eindigden in een gelijkspel, terwijl er thuis tegen concurrent RFC verloren werd. Alleen in de derby tegen VCW werd er gewonnen. In de avondwedstrijd tegen Raamsdonk ‘won’ Terheijden een punt, zo vond Vrolijk.

Vaste volgers zagen daar dat de mindere ploegen het Terheijden moeilijk kunnen maken, of meer dan dat. “Het kan niet altijd feest zijn”, werd er al gezegd op Sportpark Den Uilendonck in Raamsdonk, waar een paar Terheijden-fans in de kou op de tribune keken naar hun ploeg. “Je ziet dat sommige ploegen zich anders opstellen tegen ons. Dat is een compliment, maar dat maakt het zeker niet makkelijker. Op termijn is het goed, daar leert zo’n ploeg van.”

Dominos_voorjaar2021

Met nog bijna een halve competitie te spelen in tweeënhalve maand kan er nog veel gebeuren. In Terheijden zullen ze er in ieder geval samen – zoals binnen de club iedereen elkaar helpt waar kan – alles aan doen om het seizoen zo mooi mogelijk af te sluiten.

Klik op SV Terheijden voor het laatste artikel over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.