Home Blog Pagina 621

In gesprek met Robert Molenaar, trainer JO21 NAC

Na trainer te zijn geweest bij Almere City, Roda JC en FC Volendam, kan men Robert tegenwoordig vinden bij NAC Breda. Zijn ervaring in de Eredivisie en het Engelse voetbal gebruikt Molenaar om de JO21 voor te bereiden op de volgende stap in hun voetbalcarrière.

Zelf heeft Robert betaald voetbal gespeeld. Hij begon bij FC Volendam en is vanuit daar richting Engeland gegaan om bij Leeds United te spelen. Daar heeft hij van 1997 tot 2000 gespeeld, om vervolgens naar Bradford City te gaan. Uiteindelijk kwam hij terug naar Nederland in 2003 en sloot hij zijn carrière in 2007 bij RBC Roosendaal af. Hier startte hij vervolgens zijn trainerscarrière. In 2010 begon hij met stagelopen bij Excelsior, dat bracht hem bij AZ als jeugdtrainer in 2011/2012. Bij N.E.C. lag voor hem de eerstvolgende uitdaging, waar hij als assistent-trainer veel ervaring op heeft mogen doen. In 2014 begon zijn loopbaan als hoofdtrainer. Molenaar maakte zijn debuut als hoofdtrainer bij Halsteren, en later ook bij FC Volendam, Roda JC en Almere City. Sinds 2021 is hij trotse hoofdtrainer van de JO21 bij de parel van het zuiden.

The terminator

Een bijzondere bijnaam ontving hij in zijn tijd bij Leeds, “The Terminator.” Deze bijnaam kreeg hij door zijn stevige bouw ten opzichte van andere spelers. Een blessure maakte uiteindelijk een einde aan zijn voetbalcarrière in Engeland, maar de bijnaam zal hij houden. Zijn overstap naar NAC bracht hem bij een (on)bekende club, één die hem wat uitdaging bracht. “Ik vind het meestal niet zo’n, laat ik zeggen, moedige keus om in een bekende omgeving te zitten. Ze weten wie je bent, dus dat maakt het makkelijker ”, aldus Molenaar.

Eredivisie

“Bij Roda JC heb ik ook in de Eredivisie training gegeven, dat is wel iets waar mijn ambities liggen. Ik heb ontzettend veel plezier in het training geven, maar ik ben ook in voor een mooie uitdaging”, vertelt hij. De hoop is er om in de toekomst weer terug te keren naar de Eredivisie, maar de leukste aspecten van het training geven vindt Robert momenteel ook terug bij de JO21. Toch zit het er momenteel niet heel ver vanaf. NAC gebruikt met regelmaat spelers uit de JO21, waardoor hij ook actief betrokken wordt bij het eerste.

Receptuur

Iedere trainer brengt zijn eigen recept uit eigen keuken mee naar het veld. Zo krijgt Robert dat ook goed voor elkaar: “Waar er voorheen veel nadruk lag op veldbezetting en een systeem, denk ik dat jezelf aanpassen op dat gebied een veel belangrijker aspect is geworden. We gaan tegenwoordig veel meer uit van principes, dat gecombineerd met fitheid en een sausje eroverheen wat ook bij NAC hoort, maakt een mooi geheel. Dat zijn dan ook wel de zaken die bij mij thuishoren.”

kootstra_new

Boodschap

Hij vindt het belangrijk dat de spelers zijn boodschap ontvangen. “Dit is eigenlijk wel het mooiste moment van je voetbalcarrière, gezien het is waar je als speler begint. Dat klinkt misschien een beetje zwaarmoedig, maar zo bedoel ik dat niet. We proberen spelers op het randje te brengen van ontwikkeling, zowel fysiek, mentaal, technisch en tactisch, dat is best wel een intensief traject. Veel spelers probeer je steeds uit de comfortzone te halen, iets wat af en toe oncomfortabel kan zijn. Dat kan dan weer resulteren tot minder plezier in het spel. Toch is dat traject hetgeen dat plezier op moet brengen en dat je dat moet omarmen. Geniet van datgeen wat je doet”, aldus Molenaar.

Werken als voetballer

Het is een traject wat eigenlijk meer te omschrijven is als een baan. Je wordt ingehuurd, je kan je ontwikkelen, maar je moet wel presteren. De jongens die hij onder zich heeft trainen dan ook zes keer per week. “De zevende is dan de wedstrijd. Er stonden er eigenlijk acht op het programma, maar we hebben de woensdag eruit gehaald. Zo krijgen de spelers toch nog wat extra rust in het opleidingsprogramma”, vertelt de Zaandammer.

Slapende reus

Molenaar omschrijft NAC als een slapende reus. De Bredase trots is helaas niet meer te zien in de Eredivisie, maar dat is wel de plek waar ze thuis horen. Toch is het een goede overstap voor de jongens die hij traint. Zo is de overstap minder groot van de JO21 naar het eerste en kan er zo nu en dan al ervaren worden hoe het is om daar mee te spelen.

Klik de link voor een recent artikel over NAC

Hoe jong moeten we starten met het opleiden van een jeugdvoetballer?

Tip: Mocht je dit stuk lezen, lees dan tot het eind!
Een eindeloze discussie die veel stof doet opwaaien in voetballend Nederland. Jarenlang botsen veel voetbalkenners erover of het verstandig is jonge spelers uit te nodigen en bij BVO’s te plaatsen. De mening die steeds vaker wordt geformuleerd is dat spelers zouden bezwijken onder druk, de weg te lang zou zijn, de vrijheid in het spel ontnomen zou worden en ze dus langer bij hun vriendjes zouden moeten spelen. Er lijkt een soort van hype te zijn ontstaan over het zo laat mogelijk beginnen van het opleiden van jonge jeugdvoetballers. Ergens natuurlijk terecht omdat je vaak pas na de groeispeurt kan zien of een speler echt in aanmerking kan komen voor het profvoetbal. Niet alleen fysiek, technisch en tactisch, maar ook met name mentaal is het belangrijk hoe een speler uit de puberteit komt. Dat mentale aspect is in deze tijd het allerbelangrijkst, omdat de gemiddelde jeugdspeler steeds minder kan hebben. Aan de andere kant zijn de argumenten om later te beginnen vaak in de gedachte van de gemiddelde profclub:  we kunnen het toch niet winnen van de grote clubs die pakken jong alle goede spelers weg, dus we gaan maar later beginnen. Andere argumenten zijn binnen amateurverenigingen dat ze de jongens zo lang mogelijk willen houden en zien als eigendom. Wat natuurlijk een verkeerd streven is, want kinderen zijn vrij en zeker niet iemand zijn eigendom.
kootstra_new
Waarom is laat opleiden dan zo discutabel aan de andere kant van BVO’s die wél vroeg beginnen? Omdat de feiten anders spreken.
Over de 4 teams die vorig jaar championsleague speelden (halve finale) was meer dan 75% gescout en toegelaten voor de u10 leeftijd. Hieronder zie je een foto van een jeugdopleidingsteam van Chelsea dat bij elkaar zat en waarvan bijna iedere speler profvoetbal heeft gehaald. De cijfers van het huidige Nederlands elftal liegen er ook niet om. Bijna alle spelers zijn vroeg begonnen bij BVO’s op enkele uitzonderingen na. In de top van de wereld is dus een jonge instroom te zien in het verleden.
Het aantal jongens wat jong wordt gescout en weggekaapt, daarvan halen maar heel weinig jongens profvoetbal. Het argument is vaak dat ze dus op jonge leeftijd niet goed hebben kunnen zien wie prof wordt. Wat hierin vaak wordt vergeten is dat er in het profvoetbal natuurlijk per jaar maar een x aantal plekken vrijkomen. Het is niet zo dat alle goedopgeleide jongens direct de andere spelers eruit kunnen spelen, die dezelfde opleidingsweg hebben bewandeld en al in het eerste staan.
In mijn beleving zou de discussie een hele andere richting moeten krijgen. Ik vind de leeftijd veel minder belangrijk. In mijn opinie draait het om visie. Als je dan al jong gaat selecteren, kijk je naar motorische vaardigheden? Daarnaast kun je natuurlijk ook nog kijken naar: intuïtie, leervermorgen, basisfysieke eigenschappen. Iedereen heeft een andere mening en mag uiteraard op andere vlakken selecteren.
De weg naar profvoetbal is hard en zwaar. Maar die hoeft natuurlijk bij de jongste jeugd niet zo te zijn. Wel is de pedagogiek heel belangrijk. Ik ben per definitie niet tegen het ontwikkelen van de allerjongste jeugd, omdat hier motorisch en technisch de volledige basis wordt gelegd. Dus laten we minder vaak praten op welke leeftijd we selecteren, maar meer over hoe we met de jonge jeugd omgaan en de stof die ze moeten krijgen op de training. Uiteindelijk heeft niemand de wijsheid in pacht. Is het dan zo erg dat al die jonge spelers een mooi clubtenue mogen dragen en mooie wedstrijden en toernooien mogen spelen? Als de teleurstelling zo erg overheerst over een potje voetballen, is de druk dan niet te hoog gelegd vanuit het thuisfront? Afvallen en moeten stoppen in een jeugdopleiding daar moet niet te veel waarde aan gehecht worden. Iedereen die het groter maakt dan het is, was in eerste instantie al niet geschikt voor de harde wereld van het profvoetbal. Het is in het leven altijd vallen, opstaan en doorgaan.
Wat ik wel mooie vind aan sommige BVO’s is dat bij de u18 nog 75% van de jongens spelen die er tot aan de u13 zijn ingestroomd. Bij de splitsing van 8 vs 8 naar 11 vs 11 is een moment dat bij veel clubs jongens op een andere manier bekeken worden. Ik ben van mening dat clubs vanaf de u13-1 tot aan de u18 het grootste gedeelte bij elkaar moeten houden. Dan praten we over het opleiden en niet doorselecteren van jeugd.

Dat er wordt door geselecteerd is normaal en hoort erbij, omdat je natuurlijk altijd laatbloeiers hebt, maar om hele opleidingen te baseren op laatbloeiers is discutabel.

Klik op Soccer Academy Breda voor meer artikelen.

Club van de week – Trainer van de JO15-1 Werner Dielessen van RKSV RCD

De 45-jarige Werner Dielessen is al van jongs af aan actief bij RKSV RCD. Hij is als voetballer begonnen bij de club en heeft hier de gehele jeugd doorlopen met als eindstation, ruim twintig jaar, spelen in de selectie. Inmiddels is hij alweer zes jaar jeugdtrainer van de JO9 tot en met de JO15.

Vroeger was het heel gebruikelijk dat je als kind met je vader mee ging naar zijn voetbalclub en dat hij je vervolgens ook lid maakte van de club. Zo was dit bij Werner ook het geval. “Binnen onze familie gebeurt dat al van generatie op generatie. Onze familie kent vele mensen die bij RCD betrokken zijn of zijn geweest als: voetballer, tennisser, vrijwilliger, bestuurslid, etc.”, vertelt hij. Inmiddels is Werner vader en zet de traditie voort. “Ik ben vader van drie kinderen en ook zij zijn inmiddels actief als voetballer binnen de jeugd”, vertelt hij trots. Binnen RCD zijn er een groot aantal families waarvoor hetzelfde geldt. RCD mag dan ook met recht een echte familieclub worden genoemd.


De afgelopen zes jaar is hij voornamelijk jeugdtrainer/coach geweest in de elftallen van zijn kinderen Finn en Denz. Sinds het huidige seizoen zijn hun wegen gescheiden en traint/coacht hij de JO15-1. “Ik doe dit met veel plezier samen met Robert Abels en sinds kort ook met Kevin Steensma”, vertelt Werner. Hij geniet ervan om te werken met de jeugd. “Werken met de jeugd is echt geweldig om te doen. De lichtingen die ik heb getraind waren stuk voor stuk allemaal erg leergierig en fanatiek. We proberen ze allemaal op hun eigen manier te verbeteren op hun zwakke punten, sterke punten uit te bouwen, maar vooral ook spelplezier en discipline mee te geven”, aldus de trainer.

De jeugd traint momenteel uitstekend. Zo vertelt Werner: “De intensiteit op de trainingen is vaak erg hoog en door verscheidenheid van trainingen en doelgerichte oefeningen trainen we het spelinzicht en verhogen we de handelingssnelheid.” Zo probeert hij dat de afgelopen jaren over te brengen in de hoop dat ze er wat van opsteken. Discipline staat, naast de normen en waarden die RCD hanteert, hoog in het vaandel. “Deze zaken zijn breder dan alleen de trainingen en wedstrijden die ze namens RCD spelen. Dat geldt ook voor hun gedrag buiten de club zoals op school, thuis en met vrienden/vriendinnen. Ik vraag veel van de jongens maar er is zeker ook ruimte voor een geintje en andere leuke dingen zoals een groepsuitje of een etentje. Ze moeten zich veilig voelen, met plezier naar RCD komen en mee willen werken aan een goede sfeer binnen de groep, want alleen dan kun je samen topprestaties leveren, daar ben ik van overtuigd”, vertelt Dielessen.

Naast zijn rol als trainer/coach heeft hij ook nog een rol binnen de Technische commissie van de jeugd van RCD. “Mijn functie is een veelzijdige maar ook een best lastige functie, die we met een leuke groep gasten (oud ploeggenoten) op ons nemen. Het is een utopie om ieder kind en of de achterban volledig tevreden te houden, maar we doen erg ons best”, aldus Werner.

De afgelopen jaar boekt de club veel progressie als het gaat om de kwaliteit van de trainingen binnen alle categorieën van het voetbal, maar het kan uiteraard altijd beter. “We proberen goed te luisteren naar de adviezen die we krijgen en we maken gebruik van onze eigen inzichten  en ervaringen. Ieder jaar trachten we daarin weer verbeteringen te boeken om het voor ieder lid aantrekkelijk te maken zich goed te kunnen ontwikkelen”, zegt de 45-jarige jeugdtrainer.

Het samenstellen van de teams, zorgen voor het trainingsmateriaal, indelen van de trainingsavonden met de beschikbaarheid van de velden en zoeken naar de geschikte trainers behoort zo een beetje tot de taken van de Technische commissie. “Wij zorgen er dus voor om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen om vervolgens gedurende het seizoen vinger aan de pols te houden en bij te stellen daar waar nodig is”, zegt hij. Dat gaat iet altijd vlekkeloos maar ze proberen altijd tot een oplossing te komen. “Bovenal houden we naast de sportieve prestaties ook voor ogen dat we een gezellige familievereniging zijn en ook willen blijven. We mogen als club heel trots zijn dat we kunnen bouwen op de vele vrijwilligers die werkzaam zijn binnen alle gelederen. Maar we blijven altijd op zoek naar mensen die hun mouwen opstropen en deel uit willen maken van deze groep”, vertelt Werner.

Wat volgend seizoen de rol voor hem zal zijn binnen RCD is nog niet geheel duidelijk. “Meestal spring ik bij daar waar behoefte aan is en de laatste jaren is dat jeugdtrainer en TC lid geweest. Wel ligt er binnen RCD nog een schone taak om de kwaliteit van de trainingen nog een extra impuls te geven. Daar gaan we ons de komende maanden op richten”, aldus Dielessen. De mensen die daadwerkelijk wat voor RCD willen betekenen of dit al doen zou Werner hierbij graag handvatten bieden om in de gehele breedte weer een stap vooruit te maken. “Een eenduidigheid aan trainingsvormen binnen de verschillende leeftijdscategorieën, ‘train de trainer’ en coördinatoren op trainingsdagen zijn daarbij zaken waar ik dan aan denk. Kortom, genoeg om over na te denken en uit te werken!”, sluit Werner af.

Bron foto: Mieke Zwang fotografie

Klik op RKSV RCD voor het laatste artikel van de club

In gesprek met Koen Hilling van VV PCP

De 71-jarige Koen Hilling is een allesdoener op de vereniging PCP. Naast speler van het walking football team is hij elke dag op de club te vinden als vrijwilliger, PCP is zijn tweede thuis.

Koen Hilling is begonnen met voetballen op de pleintjes in de buurt. Wegens een bromfiets ongeluk heeft hij pas op 23-jarige leeftijd zichzelf aangemeld bij een voetbalvereniging, de Bredase, nu inmiddels opgeheven, club Fortuna 65. “Hier heb ik meerdere jaren in de selectie gespeeld, waarna ik vervolgens in 1986 een transfer maakte naar PCP Breda”, vertelt hij. Hilling speelde tot 38-jarige leeftijd in de selectie bij PCP. Vervolgens zette hij het voetballen op een lager pitje en begon in een vriendenelftal te spelen. “Nu ben ik gepensioneerd en voetbal ik nog steeds, maar dan in het walking football team. Uit initiatief van NAC Breda, we spelen één keer in de maand een regio competitie. Elke woensdagochtend is er een training en daarna natuurlijk een derde helft, waar we gezellig met elkaar bijkletsen”, vertelt de oud-selectie speler.

Sinds het pensioen van Koen, ongeveer drie jaar geleden, is hij volledig aan de club verbonden. Hij zet zich iedere dag in om vrijwilligerswerk te doen. De lijnentrekken van de velden, kleedkamers en de kantine opruimen, hij doet eindelijk bijna alles binnen de club. “Ik doe dit graag, ik heb alle tijd en het is voor mij ook een beetje een soort voldoening. De hele dag thuis zitten, zie ik ook niet zitten, daarnaast is het gewoon een leuke bezigheid, ook een beetje afkicken van al mijn werkzaamheden die ik heel mijn leven heb gedaan. Je moet wat omhanden hebben, dat is mijn driveveer om vrijwilligerswerk te doen”, vertelt hij. Dit doet hij niet alleen bij de club, want iedere vrijdag staat hij ook als vrijwilliger bij de voedselbank.

kootstra_newDe mooiste hoogtepunten voor Koen waren toch wel zijn kampioenschappen met het eerste elftal. “Dit was heel gaaf om mee te maken, met jonge jongens, samen feest vieren, het was echt een broederschap onderling, een team gevoel”, vertelt hij. Hilling wil in de toekomst nog zo lang mogelijk zich inzetten voor de club. Zowel in het veld als vrijwilliger. “Zolang ik gezond ben blijf ik bij de club. Ik wil nog zo lang mogelijk mensen helpen en verbindend zijn”, aldus de vrijwilliger.

PCP betekent alles voor Koen, het is een plek waar hij elke dag met plezier naar toe gaat. “Het is een grootte hobby van mij, hier vind ik bezieling en motivatie. Ik ben heel nauw betrokken het voelt als mijn tweede huis”, aldus Hilling.

Klik hier voor het meest recente artikel van PCP Breda.

In gesprek met Peter Krouwer van FIOS

De 55-jarige Peter Krouwer is momenteel actief bij de recreanten van RKVV FIOS. Deze recreanten bestaan, zo zeggen ze zelf, uit voormalig toptalenten. Iedere zondag ochtend voetballen zij onderling een wedstrijd, om deze in de derde helft nog eens goed te evalueren.
250151_onlinebanner_Bazen_VJGoeree
Peter is samen met zijn vrouw Nelly en hun twee kinderen woonachtig in Achthuizen. In het dagelijks leven is hij werkzaam bij EMO, het grootste massagoed overslag bedrijf van Europa. “Wij voorzien de logistiek van lossing vanuit grote zeeschepen en naar het logistieke achterland van Europa, voornamelijk de staalindustrie en de energiecentrales”, vertelt hij. In zijn vrije tijd

Jeugd
Zijn voetballoopbaan begon op zesjarige leeftijd bij DBGC. Hier heeft hij de hele jeugdopleiding doorlopen. “Na de jeugd ben ik gestopt in verband met de militaire dienstplicht en later de volcontinue dienst bij EMO. Hier werkte ik drie van de vijf weekenden en dit vond ik niet te combineren met een teamsport. Bij een teamsport ga je een verplichting aan naar je team. Indien ik deze niet na kon komen, ben ik daar ook niet aan begonnen”, aldus Krouwer.

Schoolvoetbal
In zijn jeugd heeft Peter mooie momenten meegemaakt: “Onze lichting was zodanig goed dat wij jaarlijks kampioen werden en in de hoogste klassen van de jeugd voetbalden. Helaas is zoals vaak talent niet altijd genoeg en de tijd vraagt vaak meerdere dingen van jongeren en dan dien je keuzes te maken. Voor mijzelf had voetbal niet de hoogste prioriteit. Plezier staat bij mij voorop.” Dat ze een uitstekende lichting hadden blijkt ook uit het verhaal van Peter over het schoolvoetbal. “Ons schoolteam bestond uit heel het team bij DBGC, op twee personen na. Met onze school hebben we twee jaar achter elkaar de halve finale van Nederland gehaald en het laatste jaar zelfs de finale. Bij terugkomst in het dorp werden we feestelijk onthaald op het gemeentehuis door de burgermeester, helaas zonder balkonscene”, gaat hij verder.
0250985_onlinebanner_Klaverblad_VJGoereeRentree
Vanaf zijn negentiende tot 34 jarige leeftijd was Peter gestopt. “Daarna kreeg ik een nieuwe functie aangeboden binnen EMO waarbij ik leiding ging geven vanuit dagdienst aan de volcontinue ploegen. Dat moment heb ik aangegrepen om weer te gaan voetballen. Mijn zwager, Marcel Huibrechtse speelde op dat moment al bij de recreanten en vroeg mij of ik een keer mee wilde spelen. Sindsdien speel ik hier met heel veel plezier.”

Hobby’s
Buiten het voetbal om heeft Krouwer nog meer dingen waar die zich graag mee bezighoudt. Peter fitnest al ruim 35 jaar. “De eerste vijf jaar was ik hier 6 dagen in de week mee bezig. Nu is met twee keer per week wel wat minder”, aldus de voetballer van de recreanten. Verder is hij ook actief motorrijder: “Vanaf dat ik 26 jaar was rijd ik op de motor. Inmiddels heb ik vele reizen gemaakt, waaronder een trip van drie weken door Amerika. Mijn zoon heeft inmiddels ook een motor en de rest van de familie Huibrechtse is ook besmet met dit virus. Hierdoor plannen we regelmatig ritjes.”

Kloppend hart
In de toekomst hoopt Peter actief te blijven bij FIOS. “Ik wil vooral fit blijven en samen FIOS als club een voortbestaan geven, doordat iedereen zich inzet voor de club. FIOS is namelijk niet alleen een voetbalclub in Achthuizen, maar ook het kloppende sociale hart van deze kleine kern. Vanuit hier wordt heel veel georganiseerd met andere verenigingen.” Peter is dan ook lovend over een ieder die een warm hart en positieve bijdrage levert aan het bestaan van FIOS. “Zonder al deze vrijwilligers heeft geen enkele club bestaansrecht”, sluit hij af.

Klik op FIOS voor het laatste artikel over de club.

Sybren Kannegieter blijft maar scoren voor Smitshoek 5

Sybren is de geijkte nummer 9 van Smitshoek 5. Door zijn scherpte voor het doel is hij bij de meeste goals betrokken. Hij heeft het naar zijn zin in het vriendenteam, waar ze elkaar beter hebben leren kennen door een pingelreeks op de grasmat van Club Brugge.

phonedirect

Sybren woont samen met zijn ouders en kleinere zusje in Spijkenisse. Vanaf jongs af aan is hij al bezig met voetballen. Zijn eerste ervaringen heeft hij opgedaan bij de voetbalschool van VV Hekelingen, waar hij heeft gevoetbald tot de JO13-1. Vervolgens heeft Kannegieter de overstap gemaakt naar SV Simonshaven, waar hij drie jaar heeft vertoefd alvorens hij een uitstapje maakte naar VV Spijkenisse. De aanvaller koos er daarna wederom voor om uit te komen in het oranje-blauw van Simonshaven. Daar heeft hij zijn debuut mogen maken in het eerste elftal. Uiteindelijk is Sybren terechtgekomen bij VV Smitshoek, waar hij al drie seizoenen lang met veel plezier speelt. Minuten in het eerste elftal heeft hij nog niet mogen maken, maar in het derde elftal heeft hij zijn kwaliteiten gelukkig wel al laten zien.

Positiewisselingen
Het vijfde elftal van Smitshoek is een echt seniorenelftal. “Het is een vriendenteam waar een aantal van mijn vrienden in spelen. Ze vroegen aan mij of ik met hun mee wilde spelen. Ik was van plan een tussenjaar te nemen dus ik heb ja gezegd”, aldus Kannegieter. In de beginfase stond hij als linkshalf en op de ‘10’-positie. “Sinds lange tijd sta ik in de spits. Ik pak veel doelpunten mee en geef ook vaak assists waardoor ik bij de meeste doelpunten betrokken ben”, zegt Sybren.

Voetbal en derde helft
Ieder team heeft zijn eigen goudmijntjes en kwalen. Zo ook bij de mannen van Smitshoek 5. Op de vraag wat dit team dan zo uniek maakt, antwoord Sybren: “Het is een team waarin iedereen voor elkaar klaar staat, zowel binnen als buiten het veld. Voetbal staat bij ons op de eerste plaats, waardoor we nu zelfs meestrijden om het kampioenschap.” Dat is een behoorlijke prestatie en niet iets wat elke voetballer volmondig kan zeggen. Desondanks is de derde helft óók belangrijk voor de mannen uit de Barendrecht. “We hebben veel lol met elkaar, niet alleen in het veld, maar ook tijdens de derde helft. Ruben is dan de echte gangmaker”, aldus de spits.

Training
Een wedstrijd die nog goed in het geheugen staat bij Kannegieter is de wedstrijd tegen Pernis. “We speelden de wedstrijd en dat verliep best goed. We stonden 3-0 voor. Helaas hadden we een scheidsrechter die zijn eigen wedstrijd floot, waardoor we drie rode kaarten kregen, die in mijn ogen onterecht waren. Hierdoor gaven we de voorsprong weg en verloren we uiteindelijk”, vertelt de aanvaller. Gelukkig zijn er soms maar weinig verschillen tussen seniorenteams en blijken er wederom gelijke wetten te zijn. Ook bij de mannen van Smitshoek is de trainingsopkomst niet bepaald hoog. “Doordat er veel teamgenoten in de avond werken en andere afspraken hebben, is het vaak zo dat we maar met vier op de training zijn”, zegt Sybren.

Dominos_voorjaar2021

Penaltyreeks
Een van de leukste ervaringen van de goalgetter is het teamuitje van afgelopen seizoen. “We zijn toen op kamp geweest naar België. Bij een bezoek aan het stadion van Club Brugge stond het hek open, waardoor we als team de ‘heilige grasmat’ konden betreden en hierop pingels hebben genomen. Tijdens kamp leer je je teamgenoten op een andere manier kennen, we hebben veel lol gehad tijdens dat weekend”, sluit hij lachend af.

Klik de link voor een recent artikel over Smitshoek

 

FC Right-Oh gaat verder met trainer Arno Gabriëls

Arno Gabriëls is ook in het seizoen 2022/2023 hoofdtrainer van FC Right-Oh. Hij zette zijn handtekening onder een nieuwe contract bij de club uit Geertruidenberg. Tot tevredenheid van het bestuur, de trainer zelf én de spelers van het vlaggenschip van de vereniging.

StreetCars_voorjaar2021 (1)

GEERTRUIDENBEG – “Het is natuurlijk, vanwege  de corona, al twee seizoenen niet zo gegaan als verwacht. Het eerste seizoen was ronduit dramatisch met maar drie beker- en vijf competitiewedstrijden. Nu ga ik er vanuit dat we dit seizoen gewoon kunnen uitspelen en dat we nog zeker een aantal plaatsen gaan stijgen. Gezien de kwaliteiten die we hebben moet dat zeker mogelijk zijn”, zegt Gabriëls.

Ook Samir Amrani, voorzitter van Right-Oh, is in zijn nopjes. “We zijn bijzonder tevreden over Arno als hoofdtrainer en als mens. Hij past perfect binnen onze visie, normen en waarden. De duidelijke chemie tussen Arno en de selectie draagt bij aan de ontwikkeling van de (vooral jeugdige) spelers en het spelplezier. We zijn dan ook zeer verheugd dat we de samenwerking na dit seizoen gaan verlengen.”

“Arno vind zelf ook dat zijn werk bij Right-Oh nog niet af is en daarom was het voor Arno vanzelfsprekend dat hij er nog een jaar wilde aanplakken”, zegt Bert van Dijk Sr, het bestuurslid dat Gabriëls naar FC Right-Oh haalde. “Zijn enige vraag was of we het contract van Rik Verschuren, assistent-trainer, ook wilden verlengen. In verband met de zeer fijne samenwerking. Dat hebben we gedaan, want Rik is een hele goede trainer.”

Gabriëls, die na zes jaar bij Beek Vooruit de tweedeklasser verliet voor FC Right-Oh, wil dus vooral een normaal seizoen meemaken. Ook om te kijken wat er dan mogelijk is. “Ik wil een volledig jaar zonder oponthoud. Zonder met twee man trainen, met vier man trainen of weken niet trainen. Dat ben ik wel beu.”

Om de ambities kracht bij te zetten wordt er ook gekeken naar versterkingen. “We hebben bijvoorbeeld nog een keeper nodig. In de voorbereiding en gedurende het seizoen is er een keeper afgehaakt. Daar zijn we nu mee bezig. Als er een aantal spelers bij komt, gaan we volgend jaar een gooi doen naar de top drie. Dat is zeker ook de insteek. Ik hoop dat we voor nacompetitie kunnen gaan.

Ook dit seizoen kan er op sportpark Het Bolwerk nog wel wat moois ontstaan, denkt Gabriëls. Er is in de vierde klasse een grote middenmoot. “We hebben een aantal wedstrijden gelijkgespeeld die we hadden moeten winnen. En tegen RFC verloren we met 1-0, daar hadden we een beter resultaat moeten halen. We hebben onszelf wat tekort gedaan, qua punten. Aan de andere kant spelen we tegen PCP in de laatste minuut gelijk, terwijl we op een gegeven moment met 4-1 achters stonden. Dat streep je dan misschien tegen elkaar weg. Wat dat betreft is het een redelijk seizoen. Niet goed, niet slecht. Maar we kunnen beter.”

Dominos_voorjaar2021

Is dat niet dit seizoen, dan zeker volgend seizoen. De basis staat in ieder geval met het aanblijven van Gabriëls en Verschuren, terwijl tweede elftal-trainer Marc van de Meeren nog een doorlopend contract heeft en het met Admir Abdulahovicir een keeperstrainer heeft vastgelegd. “We zoeken alleen nog een leider voor de selectie. Geïnteresseerden kunnen hiervoor contact opnemen met mij, via www.right-oh.nl”, sluit Van Dijk Sr af.

Klik op FC Right-Oh voor het laatste artikel van de club.

Voor Eric Koenraads van Groen Wit was het niet de vraag óf maar wanneer

Kind van de club en de cirkel is rond. Het zijn termen die je prima los kunt laten op het huwelijk tussen Eric Koenraads en derdeklasser RKSV Groen Wit. De 52-jarige Bredanaar begon op zijn zesde met voetballen bij de vereniging waar hij later successen zou vieren als trainer, nu is hij terug, niet op het veld maar als voorzitter.

kootstra_new

En, moet hij toegeven, het zat er een keertje aan te komen. “Ondertussen hebben ze al zo vaak gevraagd of ik hier voorzitter wilde worden. En in mijn hoofd heeft altijd wel gezeten dat ik het een keer wilde doen, het blijft mijn clubje.” Dat laatste is een understatement. “Dertien jaar lang in het eerste, allerlei functies bij de jeugd en twee periodes als hoofdtrainer. In totaal ook dertien seizoenen.” Van die functie neemt Koenraads na 22 jaar en periodes bij Hoeven, VVR en Groen Wit, voorlopig afscheid. “Sinds vorig jaar heb ik een nieuwe baan, dat kost veel tijd. Dat moest ik even loslaten, voor minimaal één seizoen.”

Familiegevoel

Want helemaal afscheid nemen kan hij ook weer niet. “Je wilt dat gras blijven ruiken, dus het speelt wel altijd in mijn achterhoofd.” Toch is Koenraads, die sinds november vorig jaar met de scepter zwaait, allesbehalve nieuw in dit wereldje. “Ik zat hier al een aantal jaar in het hoofdbestuur en de club had al bijna twee jaar geen voorzitter, sindsdien werkte ik eigenlijk al als ‘interim’.” In al die jaren heeft hij Groen Wit behoorlijk zien veranderen, zou je zeggen. “Het complex voelt nog altijd net als toen. Je merkt wel dat het nu een stuk lastiger is om vrijwilligers te krijgen, maar ook dat we enorm gegroeid zijn. Kijk alleen al naar het aantal jeugdteams.” Daar wringt meteen de schoen, letterlijk, vertelt Koenraads. “We hebben simpelweg te weinig ruimte. Er moet iets gebeuren, hopelijk geeft een kunstgrasveld wat dat betreft meer lucht. Inmiddels zijn we de derde grootste club van Breda, het gaat gewoon goed.” Maar hoe groot ook, de warmte blijft. “Het is een multiculturele vereniging, maar wel heel dorps. Een familiegevoel, dat past bij me.” En dus is de nieuwe voorzitter met alle liefde vier avonden in de week op de club te vinden, want er is genoeg te doen. Hij somt de drie belangrijkste dingen even op. “We moeten de jeugdafdeling op de rit krijgen, met een duidelijke structuur. Daarnaast willen we graag meer vrijwilligers, dat geeft een stukje rust. En tot slot moeten we de accommodatie aan gaan pakken.”

Rode draad

Dat laatste klinkt als lange termijn, maar dat is het niet. “Daar zijn we al een tijdje mee bezig, maar daar willen we nu echt vaart achter zetten. Er zijn nu ook gewoon te weinig kleedkamers.” Dat gaat niet vanzelf, maar Koenraads krijgt er ook veel voor terug, merkt hij. “De complimenten, positieve berichten, daar krijg je ook weer energie van. Laatst zaten we met alle categorieën van de jeugdafdeling om tafel, dat wordt gewaardeerd, dan voelen ze zich gehoord. Daar gaat het om.” En dus moet er vooral heel goed gecommuniceerd worden, ook het volgende plan is stiekem alweer in potlood opgeschreven. “Misschien moeten we het jeugdbestuur en het algemene bestuur wel samenvoegen? Daar denken we nu over na.” Al is dat nog lang niet alles, want voor Koenraads is goed niet goed genoeg. “Er moet een beleidsplan voor de jeugd komen, zodat er een rode draad is voor het opleiden van spelers voor het eerste elftal. Dat moet aan het einde van het seizoen klaar zijn, maar niet meer dan vier pagina’s hoor.” Ook moeten trainers de mogelijkheid krijgen een opleiding te volgen. “We hebben hier en daar al geïnventariseerd en kwamen tot zestien aanmeldingen, dus hopelijk komt de KNVB die cursus hier geven.” Met een samenwerking voor onbeperkte tijd maakt Koenraads zich alvast op voor de toekomst. “Blijven zoals we nu zijn, met een stabiel ledenaantal en een nieuwe accommodatie. Dat is een must.” Koenraads staat in ieder geval vol vertrouwen te trappelen. “Ik zit hier helemaal op mijn plek, dan ga ik er ook volle vak in!”

Klik op Groen Wit voor het laatste artikel van de club.

Twijfelende Pieter-Jan Scheerlinck gaat door bij VV Dongen

De coronaperiode zorgde bij veel voetballers niet alleen voor irritatie en frustratie, het leverde ook nieuwe inzichten op. Pieter-Jan Scheerlinck maakte nog geen ‘gewoon’ seizoen mee als speler van vv Dongen. Dat is één van de redenen dat hij ook na dit seizoen nog van Tilburg naar Dongen reist om te voetballen. Al heeft hij wel lang getwijfeld over zijn toekomst als voetballer.

Dominos_voorjaar2021

DONGEN – “Ik heb een tijd gedacht dat ik zou gaan stoppen, maar ik zou het leuk vinden om een normaal seizoen bij Dongen te hebben”, zegt de verdediger.

Waar kwamen de twijfels vandaan?
“Eigenlijk door corona. Ik ben 32 en voetbal sinds mijn achttiende op hoog niveau. Alles, zoals vakantie, is er altijd omheen gepland. Nu had ik vrije weekenden en dan merk je dat dat ook leuk is. Ik golf veel en had tijd voor andere dingen, daar had ik nooit bij stilgestaan. Je werd gedwongen tot vrije weekenden en dat beviel goed. Niet constant rekening te hoeven houden met de voetbal als je een keer weg wil. Golfen of mountainbiken als je dat wil. Er is veel meer dan voetbal, daar heb ik nooit bij stilgestaan.”

Toch blijven de golfclub en mountainbike nog even in de schuur staan, waarom?
“Soms ben ik jaloers op vrienden. Dan hoor ik dat ze zich afgemeld hebben en gaan ze ‘daar en daar’ heen. Dan denk ik: dat is lekker. Maar als ik dan met mijn ploeggenoten in de bus zit, bijvoorbeeld naar Enschede, is dat ook heel leuk. Met een paar jongens kaarten we dan altijd, een potje toepen. En ook als ik op het veld sta met die gasten, dollen of voetballen. Ik haal daar nog heel veel plezier uit. Alles er omheen heeft ook heel veel charme, het geeft me nog heel veel plezier.”

Eerst even kijken naar dit seizoen, waar gaat het eindigen voor Dongen?
“We staan in de subtop en hebben een hele leuke groep, met goede voetballers. We doen lekker ons ding, voetballen lekker. Soms valt het goed, soms niet. Met achttien tegengoals hebben we het laagste aantal van de competitie, het is best wel steady. Waar mikken we dan op? De Tweede Divisie is een hele mooie droom, maar ik weet niet of iedereen daar gelukkig van wordt. Het gat is groot. Als je kijkt waar we nu staan, dan is dat een mooie prestatie.”

Niet gelukkig van de spelen in de Tweede Divisie, waar doel je dan op?
“Ik heb met UNA een jaartje in de Tweede Divisie gespeeld. Met 41 punten zijn we toen gedegradeerd. Maar als je de begrotingen tegenover elkaar wegzet, zegt dat voldoende. Het is leuk om een keer mee te maken. Maar ik speel liever bovenaan in een competitie, dan een niveau hoger en steeds moeten knokken om de punten.”

Plezier in het voetbal blijft dus belangrijk, ook als je op hoog niveau speelt?
“Er wordt veel gelachen bij Dongen. Dat is de basis om te presteren. Presteren en plezier, dat gevoel is er in Dongen heel sterk. Ik heb een jaartje in België gespeeld, daar was presteren belangrijker. Het maakte niet uit hoe, als er maar gewonnen werd. In de Derde Divisie speel je ook gewoon leuk voetbal, dat is een beetje mijn spel. In België viel het spelplezier weg. Dat is wel echt belangrijk, de rest komt vanzelf.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Het golfen en mountainbiken komt ook vanzelf, na volgend seizoen dan?
“Halverwege dit jaar zei ik: ik stop ermee. Daar ben ik van teruggekomen. Ik denk wel dat volgend jaar mijn laatste jaar op hoog niveau is. Dan ga ik naar Sarto of een vriendenteam daar, lekker op de fiets naar de club. Dan heb ik iets meer vrijheid en hobby’s. Maar eerst de rest van het seizoen en een echt jaar bij Dongen!”

Klik de link voor een recent artikel over vv Dongen

De bal rolt weer en dus kijkt Irene ‘58 met een ‘positieve blik’ naar de toekomst

Na vreemde coronajaren hebben sommige voetbalclubs het financieel moeilijk. Irene ‘58 heeft natuurlijk ook klappen gekregen in de periodes dat de velden én de kantine leeg waren, maar bij de club in Den Hout kijken ze nu met een ‘positieve blik’ naar de toekomst.

Dominos_voorjaar2021

Penningmeester Joey Boelaars is eerlijk, Irene ‘58 heeft de afgelopen jaren weer eens gemerkt wat voor soort vereniging het is. Leden en sponsoren bleven de club trouw, ook in de periode dat de poort van het sportpark gesloten bleef.

“De leden hebben altijd de contributie betaald, de sponsoren zijn gewoon door blijven betalen. Het enige wat we gemist hebben, is de kantineopbrengst. Normaal moet je zelf eten en drinken inkopen, dat hoeft nu niet. Maar de vaste lasten moet je wel gewoon betalen, daar verlies je natuurlijk op. Natuurlijk heb je ook wat reserves. Normaal gesproken is dat voor onderhoud, als de ketel kapot gaat of iets dergelijks.”

Dat leden en sponsoren Irene ’58 trouw bleven zegt iets over de club. “Zeker! Spelers komen niet aan voetballen toe, maar betalen wel de contributie. De sponsoren blijven. Dat is toch een groot deel van de inkomsten, daar kun je dan de vaste lasten van betalen.” Dat de kantine nu weer open is en de bal weer rolt, zorgt echter wel voor wat opluchting. “We zijn heel blij dat we weer van start zijn gegaan. Zeker nu het richting ‘het normaal’  gaat, dat is helemaal mooi. Als penningmeester is het ook echt fijn dat de kantine gaat draaien zoals hij kan draaien, dan komt er weer wat meer geld binnen.”

Door de oorlog in Oekraïne is er een nieuw probleem. De gas- en energieprijzen schieten omhoog. “Dan moet je nadenken hoe we dat beter in kunnen vullen. Alleen op vaste tijden de kachel aan, als de kantine open. Zulke kleine dingen, daar ga je wel rekening mee houden. Heel simpel, vroeger stond de kachel altijd aan. Dat is zonde van je geld, zeker als je een bepaalde tijd niet op de club bent. Het is maar een klein voorbeeld.”

Positief is het feit dat er weer nagedacht kan worden over feestjes. Er staat nog niets op de planning, maar met het oog op volgend seizoen heeft Boelaars al wel een idee. De club uit Den Hout gaat namelijk op zaterdag voetballen met het eerste elftal. “Als we op zaterdag voetballen, kun je aansluitend een feestavond doen.” Of er bij de keuze voor zaterdag ook gekeken is naar derby’s en mogelijke inkomsten? “We hebben hele leuke derby’s gehad. Maar we zijn naar West 1 verplaatst, dat is niet echt heel aantrekkelijk. Supporters komen niet vanuit Dordrecht of Rotterdam naar Den Hout.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Vanuit de kantine en vanaf het hoofdveld kijk je op de molen met de toepasselijke naam ‘De Hoop’. Het staat eigenlijk voor de toekomst van Irene ’58. De hoop op een mooie toekomst is terug. Met een talentvolle groep jeugd die de overstap naar de selectie maakt, met ‘hun’ trainer Dennis van Halderen. En dat met de kantine die weer open is. “We kijken met een frisse en positieve blik naar de toekomst.”

Klik de link voor een recent artikel over Irene’58

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.