Home Blog Pagina 587

In gesprek met Niels van Holst van VV Philippine

De twintigjarige Niels van Holst is buitenspeler van VV Philippine 1. Op zevenjarige leeftijd is hij bij de club uit Zeeuws-Vlaanderen begonnen. Hierna heeft hij alle jeugdelftallen doorlopen totdat hij op zijn achttiende zijn debuut mocht maken in het eerste elftal. Hier is de aanvaller nu al twee seizoenen actief.

van-acker
Niels is in het dagelijks leven student aan de Avans Hogeschool in Breda. Hier studeert hij communication en multimedia design. “Ik woon hier nu ook al bijna vier jaar door de weeks. In het weekend kom ik altijd terug voor vriendin, vrienden, familie en voetbal. Doordat ik in Breda woon kan ik maar één keer per week trainen”, vertelt hij. Wel heeft de student even bij UVV Ulvenhout getraind met een paar teamgenoten. Zij hebben inmiddels ook de overstap naar die club gemaakt. In zijn vrije tijd is Niels graag met zijn vrienden, zijn vriendin of zijn familie. Verder doet hij ook soms boksen met zijn vrienden en zit hij af en toe achter de PlayStation.

Jeugd
In de F2 begon het jaren geleden allemaal voor van Holst. Daarna is hij direct doorgestroomd naar de F1. “Ieder jaar speelde ik wel met minimaal twee van mijn beste maten. In de E1 werden we daarna twee keer, najaar en voorjaar, op rij kampioen onder Arjan Sol”, vertelt hij. Vanaf de D werd het voor hem allemaal wat serieuzer: “Je hebt het spelletje meer door en daardoor werd het leuker. Daarnaast scoorde ik ook regelmatig wat zeker meehelpt.”

In de hogere jeugdelftallen zat Niels vaak op de bank bij het eerste en kreeg hij invalbeurten met nauwelijks speelminuten, waardoor zich nauwelijks kon laten zien. “Ik had er destijds geen zin meer in en mijn motivatie zakte steeds verder weg. Na anderhalf jaar gestopt te zijn geweest ben ik toch weer begonnen. Uiteindelijk wil je voetballen. Het is mijn passie en ik vind het heerlijk om wedstrijden te spelen. Daarom ben ik blij dat ik er nu gewoon in sta en lekker over het veld heen kan gaan. Ik vind het persoonlijk ook fijn als mijn familie komt kijken. Dan wil ik extra mijn best doen om hen trots te maken, iets wat ik erg belangrijk vind”, vult de buitenspeler aan.

Vooruitgang
In iedereens voetbal carrière zijn er momenten die je de rest van je leven bijblijven, zowel in positieve als negatieve zin. Eén van de hoogtepunten van Niels zijn de kampioenschappen in de E1. “Toch denk ik dat het meer een hoogtepunt is voor mij dat ik nu in de basis sta, omdat dit nu gewoon veel belangrijker is voor mij. Ik wil voetballen en dat doe ik nu weer. Het is fijn dat de trainer mij vertelt dat ik beter bezig ben dan eerst en dat er vooruitgang te zien is. Dit geeft mij persoonlijk een goed gevoel en meer vertrouwen”, aldus Van Holst. Dieptepunten vindt hij maar lastig te bedenken: “Als ik dan iets moet noemen is het toch een paar van mijn beste maten gestopt zijn om verschillende redenen. Het is leuk om met je vrienden te spelen en we konden samenspelen als geen ander.”
mzc
Vechten voor elkaar
Dit seizoen speelt de ploeg om lijfsbehoud in de derde klasse. “Helaas staan we niet best met het team en spelen we nu om bij de onderste drie te blijven”, zegt hij. Op dit moment staat de ploeg van Niels daar net boven, maar zijn er nog een paar wedstrijden te spelen. Het is dus alle hens aan dek voor Philippine. “Qua team zijn we wel gegroeid dit jaar. We vechten voor elkaar en willen voor elkaar werken. De sfeer is erg goed alleen belonen we onszelf nog te weinig”, vindt hij. Op persoonlijk vlak vindt Niels dat hij ook gegroeid is. “Ik heb mezelf in de basis gespeeld en ik denk dat ik dat verdiend heb. Het enige wat nog beter kan is het rendement. Dit is dan ook één van mijn doelen voor het slot van de competitie en volgend seizoen ”, sluit van Holst af.

Foto van Jessica van Ham

Klik op VV Philippine voor het laatste artikel over de club.

Joost van Tiggelen hoopt op een mooi afscheid bij NSV

Heel even, of eigenlijk één seizoen, probeerde Joost van Tiggelen het bij een andere club. Maar na een paar maanden in de jeugd van RBC Roosendaal, was het voor de verdediger wel duidelijk: zo snel mogelijk terug naar NSV. Daar genoot hij de afgelopen jaren met volle teugen, maar aan alles komt een einde. “Door corona wilde ik nog niet stoppen, hopelijk wordt het nu een mooi afscheid.”

Tic_253688

Als hovenier is dit voor Van Tiggelen (36) eigenlijk de mooiste tijd van het jaar. Lekker weer, een zonnetje en buiten aan de slag. Precies zoals hij heel zijn leven deed als voetballer van NSV. “Op mijn zesde ben ik hier begonnen. Opz dat uitstapje naar RBC na, ben ik nooit ergens anders geweest.” Gestimuleerd door ‘ons ma’, vertelt de inwoner van Nispen. “Die vond dat we maar moesten gaan sporten. Dat is aardig gelukt denk ik, haha!”

Toch kriebelen

Inmiddels staat de teller op meer dan 250 wedstrijden voor het eerste elftal van de dorpsclub, Van Tiggelen weet wel hoe dat komt. “Hier heb je echt dat teamgevoel. Bij RBC was het toch een ander soort mensen, veel meer ‘ikke ikke’, daar kon ik moeilijk aan wennen. Bij NSV ken je elkaar, maak je een praatje, gewoon een gezellige bende.” Toch had de routinier nooit verwacht onderdeel uit te maken van het vlaggenschip. “Daar was ik eigenlijk nooit zo mee bezig. De trainer kwam ooit eens kijken bij de jeugd, toen werd ik doorgeschoven, zo ging het eigenlijk.” Geen gemakkelijke stap, weet Van Tiggelen nog goed. “Ik was toen vijftien of zestien. De jongste en de kleinste, dan is het best wel aanpoten. Maar uiteindelijk heb ik het twintig jaar volgehouden.” Aan dat tijdperk komt na dit seizoen dus een einde, hij legt uit waarom. “Eigenlijk wilde ik vorig seizoen al stoppen, maar met corona was dat moeilijk, op die manier wilde ik geen afscheid nemen. Hopelijk kunnen we er nu nog wat moois van maken.” Die extra vrije tijd, door het stilleggen van de competitie, beviel hem best wel goed. “Daar waren ze thuis ook wel blij mee, dat papa er wat vaker was. Eigenlijk heb ik de voetbal toen niet echt gemist, dat was voor mezelf ook wel een signaal. Maar als je dan weer eenmaal begint, gaat het toch kriebelen.”

Wibro_-255433

Coachen

Dat is maar goed ook, want de resultaten in de vierde klasse zijn nog niet helemaal om over naar huis te schrijven. “We scoren moeizaam, dat is best belangrijk in voetbal. Maar als we zo door blijven gaan, wordt het hopelijk beter.” Toch is winnen voor Van Tiggelen niet het allerbelangrijkste. “Vooral plezier hebben en elkaar niet afzeiken. Als we op deze plek eindigen, maar lekker voetballen, dan vind ik het goed.” Daar helpt de competitie ook bij, vertelt hij. “Eerst zaten we bij veel Zeeuwse clubs, dan moest je echt een ‘eind’ rijden. Nu spelen we derby’s in de buurt, dat is veel leuker.” En dat doet de man die bijna met voetbalpensioen gaat tegenwoordig als centrale verdediger, maar dat was vroeger heel anders, vertelt hij. “Ik ben begonnen als linksbuiten, toen kwam ik in de spits en later nog op het middenveld.” Daar heeft Van Tiggelen overigens wel een verklaring voor. “Eigenlijk kan ik alles wel, maar niks heel erg goed. Een beetje allround. Op bijna elke positie is er altijd wel iemand beter dan ik. Nu is mijn grootste kwaliteit het coachen, echt snel ben ik niet meer.” En dus, lacht de NSV’er. “Als ze luisteren, dan komt het goed!” Als jeugdtrainer, heeft Van Tiggelen dan ook de nodige voetbalkennis in huis. “Dat doe ik inmiddels ook al een jaar of twintig. Met de A1 zijn we een aantal keer kampioen geworden, daar hebben we het soms nog steeds over.” Dat blijft hij dan ook zeker doen, wanneer hij straks gewoon weer te voet naar de club komt. “Dat vind ik misschien nog wel leuker dan zelf voetballen. Ze hebben gevraagd of ik assistent wil worden bij het eerste, daar moet ik nog even over nadenken. In ieder geval trap ik nog lekker een balletje bij het derde!”

Klik op NSV voor het laatste artikel van de club.

 

Jan van Etten kleurt bij HSC’28 binnen de lijntjes

Velden keuren, lijnen trekken, dug-outs schoonmaken en de kleedkamers openen. Voor Jan van Etten kan het nooit te gek. Want na ruim 56 jaar is zijn liefde voor HSC’28 nog altijd net zo groot als toen hij begon als voetballer. “We hebben allemaal het beste voor met de club, daarom geef je ook om elkaar.”
Wibro_-255433
Lid sinds zijn elfde en twintig jaar in het eerste. Voor Van Etten (67) begon zijn avontuur in Heerle dus al een tijdje geleden. “Vanaf 1965! Ik was geen technische voetballer, maar vooral een harde werker. Toch zijn we twee keer kampioen geworden en een keertje gedegradeerd, dat hoort er ook bij.” En voor wie denkt dat zelf voetballen lang verleden tijd is, heeft het mis. “Pas toen ik bijna 60 was, ben ik gestopt. Vooral voor het plezier, het tempo lag toen wel een stukje lager hoor!”

Kritisch
Vervolgens was Van Etten zeven seizoenen lang leider bij het eerste elftal, tegenwoordig brengt hij als consul de nodige uren door op het sportpark van HSC’28. “De velden onderhouden, lijnen trekken, het terras schoonmaken en troep opruimen.” Al is dat nog niet alles. “Vaak open ik ook de kantine en de kleedkamers, dan ben ik er toch.” En met alle liefde. “Ik vind het belangrijk om wat te doen, het is ook een soort hobby. Vaak is het leuk, maar ook weer niet altijd.” Toch geniet Van Etten er over het algemeen wel van. “De mensen die je leert kennen. Je bent hier opgegroeid, dan blijf je toch hangen. Qua prestaties gaat het misschien wat minder, maar het blijft net zo gezellig.”

Toch heeft hij één ding inmiddels wel geleerd. “Voor de complimenten moet je geen vrijwilliger worden, dan ben je verkeerd bezig.” Al kan hij dat ‘commentaar’ prima hebben. “Zelf ben ik ook behoorlijk kritisch, dus ik snap het wel, haha!” Vanaf 1987 besloot Van Etten om met die kritiek ook wat te gaan doen. “Toen ben ik begonnen in het bestuur, omdat je wil dat het zo goed mogelijk gaat met de club. Vrijwilligers zijn daarin ontzettend belangrijk.” Al ziet hij dat het steeds lastiger wordt om ze te verzamelen. “Mensen werken allemaal veel langer door, vroeger ging je sneller met pensioen.”
Tic_253688Clubliefde
Zelf ging hij onlangs met pensioen en dus is Van Etten, samen met zijn broer, regelmatig te vinden op de club. “Met Kees doe ik op vrijdag altijd de belijning. Zelf ben ik er eigenlijk dagelijks. Kijken in de kantine of er nog voorraad is, opruimen of afsluiten, er is altijd wat te doen.” Daarbij krijgt hij geregeld hulp van John Verbeek, die het onderhoud doet dat machinaal gedaan kan worden.

De inwoner van Heerle heeft in al die tijd heel wat zien veranderen, vertelt hij. “We zijn natuurlijk verhuisd, toen kregen we een eigen kantine, dat was wel even wat anders. Toen moesten we het ineens allemaal zelf gaan doen.” Daardoor moet de clubman ook iets verder fietsen om op zijn geliefde sportpark te komen. Al scheelt het maar weinig. “Vroeger was het alleen de straat uit, nog geen honderd meter. Nu woon ik op twee minuten van het veld, toch pak ik altijd lekker de fiets.” En dat blijft Van Etten voorlopig nog gewoon lekker doen. “Mijn liefde voor de club is enorm groot, maar er komt natuurlijk een moment om te stoppen. Maar nu nog even niet!”

Klik op HSC’28 voor het laatste artikel over de club.

Cindy van Osta van DVO’60: ‘Als ze verliezen, zijn ze niet blij hoor’

Toen een bekende van de familie eind vorig seizoen eens vroeg naar het G-voetbal bij DVO’60, begonnen bij Cindy van Osta de belletjes al te rinkelen. Dat zag de dochter van Piet, clubman in hart en nieren, wel zitten en dus rolt sinds een aantal maanden iedere woensdag en donderdag de bal. “Je krijgt er zoveel liefde voor terug.”
Tic_253688
Met een vader bij de club, was er voor Cindy van Osta eigenlijk weinig keuze, lacht ze. “Hij zit niet meer in het bestuur, is eigenlijk gestopt, maar doet meer dan ooit. Ik was drie weken oud, toen kwam ik al bij DVO. Echt hier opgegroeid dus.” Later ook als voetbalster. “Vanaf groep acht, tot een jaar of negentien.” Om vervolgens in de voetsporen te treden van haar vader. “Vervolgens werd ik trainster, kwam ik in jeugdcommissie en nu doe ik de kantine.”

Leuk en dankbaar
Heel misschien is dat allemaal een beetje uit de hand gelopen. “Ik zei altijd: ik ga het niet zo gek maken als mijn vader. Dat is misschien niet helemaal gelukt…” Want zoals gezegd, is Van Osta nu ook betrokken bij het G-team van DVO. “Het was er nog niet, maar we vonden het meteen heel erg leuk. Alleen, wat konden we verwachten?” Op zoek naar spelers, ging ze langs scholen en met succes. “Kinderen waren meteen enthousiast, zo begon het balletje echt te rollen. Begin dit seizoen zijn we van start gegaan.”

Samen met Jicho van Sprundel, oud-speler van de club, verzorgt ze op woensdag en donderdag de trainingen. “We zijn opgesplitst, omdat het anders qua leeftijden een te groot verschil was. We hebben een groep van vier kleintjes en eentje van negen kinderen.” Tussen de tien en twaalf jaar. “Op die leeftijd zijn er maar weinig voetbalteams, dat begint vaak bij de ouderen. Juist daarom is het zo leuk en dankbaar om te doen.” Ze benadrukt het belang nog maar eens. “Op sportgebied wordt deze groep vaak vergeten, door de maatschappij wordt er toch anders naar gekeken. Dat is onterecht.” En Van Osta kan het weten. “Vroeger hielden we met de familie altijd een toernooi en ging ik als klein meisje langs de deuren om lootjes te verkopen, de opbrengsten gingen naar gehandicaptensport, instellingen en scholen.”
Wibro_-255433Leerzaam
Helemaal nu, weet ze weer precies waarom. “Ze zijn zo dankbaar, maar ook ontzettend fel en fanatiek. Dat is fantastisch om te zien.” En uiteraard het belangrijkste: plezier. “Op woensdagmiddag gaat het er vooral om dat de kinderen bezig zijn met de bal en kennismaken met de sport. Het is lachen, gieren, brullen. Soms liggen ze te stoeien.” Met het fanatisme zit het wel goed, weet de Roosendaalse. “Zeker op donderdag willen ze écht, als ze verliezen, zijn ze niet blij hoor.” Hoewel Van Osta als trainster behoorlijk wat ervaring heeft, was dit wel even wennen, vertelt ze.

“Soms vraag ik ook aan ouders: hij reageert nu zo, wat moet ik doen? Daar leer ik zelf ook alleen maar weer van. Hoe kun je daar het beste mee omgaan?” Maar trainen blijft trainen. “We beginnen altijd met een warming-up, dan doen we iets met passen, afwerken en afpakken. De oefeningen zijn eigenlijk gewoon hetzelfde, maar dan een beetje aangepast.” Wedstrijden worden tot nu toe nog niet gespeeld, maar daar kan snel verandering in komen. “Dat willen we natuurlijk wel graag. Door corona hadden we even een valse start, dus misschien volgend seizoen!” Want als het aan Van Osta ligt, gaan ze hier nog heel lang mee door. “Soms merk je dat ouders heel beschermend zijn, we willen ze graag laten zien hoe leuk het kan zijn om te voetballen!”

Klik op DVO’60 voor het laatste artikel over de club.

Ivan Romme van RKVV Roosendaal geniet: ‘Die oprechte blijdschap’

Als leraar op een basisschool zit het helpen ontwikkelen van kinderen bij Ivan Romme in het bloed. Toen hij vanwege gezondheidsredenen zelf niet meer kon voetballen, begon hij een carrière als trainer. Na periodes bij Gastel en Baronie, doet de fanatieke jongeling dat nu niet alleen bij de KNVB, maar ook bij de JO16 van RKVV Roosendaal én met succes.

Tic_253688

Pas 25 jaar, maar al een schat aan ervaring als jeugdtrainer. Hoe dat zit, legt Romme zelf even uit. “Een paar seizoenen geleden ben ik gestopt als voetballer. Ik voetbalde bij Gastel, werd daar op mijn vijftiende jeugdtrainer en kwam via Baronie terecht bij Roosendaal.” Twee jaar geleden arriveerde de oud-voetballer bij de club. “Eerst bij de JO15, ik voelde me eigenlijk meteen thuis. Het is vijf minuutjes van mijn huis, dus dat is ideaal.”

Intrinsieke motivatie

Zijn passie heeft Romme dan ook al een tijdje gevonden. “Kinderen iets bijbrengen, of dat nu voor de klas is of op een veld. Je ziet ze groeien, een stukje ontwikkeling, maar plezier staat altijd voorop.” Toch zat het als speler nog niet helemaal in hem, moet hij toegeven. “Toen was ik absoluut niet iemand die veel stond te coachen. Een grote mond in het veld had ik al helemaal niet. Wel was ik altijd aan het observeren en van iedere trainer heb ik wel iets geleerd.” Het belangrijkste? “Dat je soms ook gewoon heel veel geduld moet hebben, helemaal met deze leeftijd. Het is inspelen op hun belevingswereld en op het juiste moment de knop omzetten. Van serieus naar lachen.” Hoe hechter de groep, hoe makkelijker dat gaat. “Dat zie je bij onze huidige groep. Je begint met allemaal individuen, daar moet je een team van maken. Dat ze elkaar aan gaan spreken op bepaalde dingen, een stukje intrinsieke motivatie. Als ze zelf echt graag willen, is het eigenlijk alleen maar begeleiden.” Romme geniet vooral van de interactie met zijn spelers. “Dat vind ik het leukste om te zien. Oprechte blijdschap of ontlading. Als je bijvoorbeeld ziet hoe ze zo’n kampioenswedstrijd beleven…” En hoewel plezier en ontwikkeling voorop staan, helpt een beetje resultaat altijd mee. “Het is een combinatie van alles, dat geeft de voldoening. Als je wint heb je plezier, dat beïnvloedt ook het teamproces op een positieve manier.”

Wibro_-255433

Bevestiging

Om dat voor elkaar te krijgen, moet er niet alleen hard, maar ook met een bepaald idee getraind worden. Romme neemt ons mee door de week. “Op maandag is het vaak techniek en tactisch. Hoe willen we drukzetten en hoe bouwen we op? Dinsdag staat in het teken van een conditionele prikkel en op donderdag spelen we veel partijvormen. Van groot naar klein, richting de wedstrijd.” Hij omschrijft zichzelf als een rustige trainer en iemand die veel bezig is met groepsdynamiek. “Dat is wel mijn kracht, denk ik. Verder houd ik van omschakelvormen en doen we nauwelijks droge loopvormen.” Met een kampioenschap tot gevolg. “We wisten dat we een goede groep hadden, maar iedereen wordt geaccepteerd. Elkaar helpen in balbezit en balverlies, samen omschakelen.” Het vervult Romme van trots. “Toen we wonnen van Engelen en SC ‘t Zand, dan voel je pas hoe trots je kunt zijn.” Behalve voor elkaar willen werken, heeft de JO16 van Roosendaal nog meer kwaliteiten, vertelt de trainer. “Echt goede buitenspelers, een ijzersterk middenveld en we krijgen weinig goals tegen.” En dat is bij meer mensen opgevallen. “Er zitten echt een paar jongens bij voor het eerste, dat weet ik zeker. Geregeld staan er ook scouts van profclubs langs de lijn, dat is toch een soort bevestiging.” Toch laat Romme zijn groep na dit seizoen los, een bewuste keuze. “Ik zou ze graag nog een paar jaar hebben, maar ik vind dat jeugdspelers verschillende trainers moeten hebben, dat is beter voor hun ontwikkeling. Dus volgend seizoen ligt er voor mij een mooie nieuwe uitdaging bij de JO14!”

Klik op RKVV Roosendaal voor het laatste artikel over de club.

Vrouwen en meisjes hebben al lang hun plekje verdiend bij Rijnsburgse Boys

Vorige maand was het op de kop af vijftig jaar geleden dat vrouwen in het shirt van Rijnsburgse Boys hun eerste officiële wedstrijd speelde. Op zaterdag 30 april werd die mijlpaal gevierd met een jubileumdag. Anno 2022 staat er een stevig fundament bij de girls. “We zijn niet meer weg te denken binnen de club.”

IT-Rijnsburg

Hij was één van de trainers van het eerste uur, Rob Kadelaar, inmiddels een fieve zeventiger, ontfermde zich in de jaren zeventig en tachtig over de meisjestalenten van weleer. Maar zijn eerste herinnering gaat terug naar begin jaren zeventig toen hij zelf levende getuige was van de eerste wedstrijd van de Rijnsburgse vrouwen. “Elly maakte het eerste doelpunt ooit”, zegt hij, terwijl hij naar zijn vrouw kijkt. “Oh, ik hoor dat ze er die middag zelfs twee maakte. Het was tegen Noordwijk.”

Elly Kadelaar staat sindsdien met vetgedrukte letters in de geschiedenisboeken van de club. “Ze heette toen nog Van de Vijver, want we waren nog niet getrouwd. Wat ik mij herinner van dat eerste elftal was dat het allemaal vriendinnen waren en dat het als een soort geintje was begonnen. Zullen we eens een keertje een voetbalwedstrijd gaan spelen, in die sfeer ging het. Elly sprong er bovenuit. Ze was vreselijk snel, ik zie haar nog door de hele verdediging van de tegenstander rennen. Ze was vroeger een echte sportvrouw, ze kon alles goed, of ze nu volleybalde of voetbalde. Heel lang heeft ze overigens niet gevoetbald.”

“Maart van Duijn was de eerste trainer, ik was leider, Maart is ons helaas ontvallen.”

Onbekend
Kadelaar kijkt zelf op wat hij noemt een prachtige periode terug. “Ik had niet zo veel met vrouwen- en meisjesvoetbal, maar dat had er meer mee te maken dat het onbekend was en dus onbemind. In die tijd voetbalden er geen hele volksstammen aan meisjes zoals dat nu wel het geval is. Toch hadden wij bij Rijnsburgse Boys al snel wat meisjesteams. Ik heb diverse teams getraind, meer dan tien jaar. Er zaten meisjes bij die echt behoorlijk konden voetballen. Een aantal is later nog terecht gekomen bij de hoger spelende verenigingen in de regio zoals Ter Leede.”

Kadelaars’ band werd na zijn afscheid minder. Hij en zijn vrouw kregen drie zoons. “Daar ging al mijn belangstelling naar uit, als ik een dochter had gehad, was de kans groot geweest dat ze ook was gaan voetballen. Mijn zoons hebben alle drie in de selectie gevoetbald. Intussen hebben ze de leeftijd dat ze zelf vol in de kinderen zitten. Ik beleef het nu als grootvader. Mijn oudste kleinzoon speelt in de JO9, mijn tweede loopt bij de Uitjes rond. Mijn twee kleindochters zijn nog te klein om daar te mogen meedoen, maar als ik zie wat zij al met een bal kunnen, komt het helemaal goed.”

Zeuren
Lewina Blom (47) was één van de pupillen van Kadelaar van die tijd. “Ik was een jaar of veertien dat ik ging voetballen. In die tijd was het lang niet zo normaal als nu dat je als meisje ging voetballen. Ik heb, voor zover ik mij herinner, heel wat moeten zeuren bij mijn ouders voordat ik mocht.”

De vrouwentak was in jaren tachtig bescheiden in omvang. “Drie teams zullen het er geweest zijn, meer beslist niet”, weet Blom. “We hadden een heel goed meisjesteam, dat weet ik nog wel. Met dat team zijn we ook een paar keer kampioen geweest.”

Haar meest levende herinnering heeft ze niet aan een competitiewedstrijd, maar aan een bekerwedstrijd. “Ik weet nog dat we voor de Leidsch Dagblad Cup, dat toernooi had je toen nog, een keer voor de halve finale in Kaatsheuvel moesten spelen. Dus voor de Leidsch Dagblad Cup helemaal naar Brabant, haha.”

Na haar actieve carrière verdween Blom even van de radar, maar toen haar twee dochters wilden gaan voetballen, kreeg de club er een enthousiast vrijwilliger bij. “Ik was eerst leider en daarna trainer. Ik ben meegegroeid met het team van de jongste. Ik heb het altijd als een geweldig iets ervaren, het beleven van je sport met je kinderen.”

Opnieuw beginnen
Haar twee dochters spelen intussen in het eerste vrouwenteam van de club, maar Blom is nog trainer in de jeugd. “Ik ben opnieuw begonnen met een meisjesteam, toen de MO10 en wat nu de MO13 is.” Ze vormt een twee-eenheid met Patricia Duindam, die ook al zo’n gouden kracht is voor de meisjes- en vrouwentak van de Uien.

“We zijn een jaar of twee, drie geleden coördinator geworden. We zagen dat dat nodig was, omdat het aantal meisjes steeds verder groeide. Wij fungeren als aanspreekpunt, voor trainers, leiders, maar ook ouders en de meiden zelf natuurlijk.”

Naast een vrouwenteam heeft Rijnsburgse Boys zeven meisjesteams. “Dat is een paar jaar stabiel”, zegt Blom. “Het schommelt een beetje tussen de 140 en 200 leden. Hoe meer meisjes hoe makkelijker het is om de teams vol te krijgen.”

Was de meisjestak in de jaren zeventig en tachtig nog een vreemde eend in de bijt, bij Rijnsburgse Boys maakt de afdeling nu volwaardig deel uit van de club. “Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. We hebben dezelfde faciliteiten. Toen we bij het bestuur aanklopte voor geld kregen we meteen een budgetje voor de jubileumdag.”

Een touch roze
Die jubileumdag op 30 april stond overdag in het teken van spelletjes en in de avonduren van een groot feest. Dresscode: een touch roze. “Ik heb speciaal een roze poloshirt gekocht”, bekent Fred van Delft, de trainer van het eerste vrouwenteam. “Ik wil niet uit de toon vallen.”

Van Delft (49) is bezig aan zijn derde seizoen bij dames 1. “Ik heb veel training gegeven aan jongens. Ik had nooit de ambitie om dames 1 te gaan trainen, maar op een gegeven moment werd er toch een beroep op mij gedaan. Mijn twee dochters spelen in dames 1, zeg dan maar nee.”

Hij moest even wennen aan het vrouwenvoetbal, maar ‘stiekem’ vindt hij het nu erg leuk. “Meiden zijn in hun sportbeleving heel anders dan jongens. Ik kan genieten van die omgang onderling. Dat teamgevoel en de teamgeest is altijd erg belangrijk. Het zijn ook allemaal vriendinnen van elkaar, die ook buiten het veld leuke dingen met elkaar doen. Zo staan er in de zomer weer weekendjes weg voor de deur.”

Van Delft is fanatiek en heeft een hekel aan verliezen. “Als we een wedstrijd spelen, moeten we willen winnen. Ik ben altijd wel aanwezig langs de kant, maar volgens mij vinden die meiden dat wel prima. Ze kunnen het wel hebben van mij.”

“Ik ben best wel een trainer die veeleisend is. Ik wil ook progressie zien in het veld. Verzorgd voetbal. Toen we met dit team begonnen, speelden we in de derde klasse. Dat was toen te hoog gegrepen. We spelen nu in de vierde klasse, daar staan we nu in de middenmoot.”

Zo hoog mogelijk spelen is nooit een doel geweest van de Rijnsburgse vrouwen, zegt Blom. “Plezier staat echt voorop. We zijn een familie- en een gezelligheidsclub. We hebben een paar jaar geleden twee seizoenen geprobeerd om een team in de beloftencompetitie te laten spelen. Dat team bestond uit tachtig procent uit speelsters van buitenaf. Dat paste niet bij ons. Als we hoger gaan spelen doen we dat met onze eigen meiden en moet dat van nature ontstaan.”

Klik de link voor een recent artikel over de Rijnsburgse Boys

Roland van Hooff van DIOZ; “Er is niks mooiers dan voetballen op eigen dorp”

Je zou hem kunnen zien als de Francesco Totti van DIOZ. Roland van Hooff begon op zijn zesde met voetballen bij de club ‘van Zegge’, speelde meer dan 500 wedstrijden in het eerste en weet ook op 45-jarige leeftijd nog altijd van geen ophouden. “Stoppen? Ik vind het nog veel te leuk!”
Tic_253688
Hij weet het nog precies. Als klein jochie langs de lijn bij het eerste van DIOZ. “Mijn oom voetbalde bij de selectie, ooit hoopte ik daar natuurlijk zelf ook te staan.” En dat is best aardig gelukt, kunnen we zeggen. “Meer dan 500 wedstrijden, dat zijn er best veel! Ik vind het ook echt wel bijzonder, dat had ik toen natuurlijk nooit verwacht.” De werkvoorbereider in de bouw keek op zijn achttiende één seizoentje bij RSV, maar keerde al snel weer terug op het vertrouwde nest. “Ik kom hier vandaan, er is niks mooiers dan voetballen op eigen dorp. Dit is de mooiste club.”

Genieten
De vraag die Van Hooff op zijn leeftijd natuurlijk geregeld krijgt, beantwoordt hij nu voor het gemak ook maar even. “Eigenlijk wilde ik op mijn 40ste stoppen, maar dat is er toen niet van gekomen. Nu voel ik me nog veel te fit en het team is leuk, waarom zou je dan niet lekker doorgaan? Tuurlijk schiet het wel eens door je hoofd, maar er echt aan denken doe ik nog niet.” Nouja, heel misschien soms na een wedstrijd. “Dan voel ik hem echt wel even, het herstel duurt gewoon langer.”

Dat hij ooit nog eens de speler met de meeste wedstrijden voor zijn club zou worden, had Van Hooff nooit kunnen dromen. “Daar ben ik toch wel trots op. Eigenlijk had ik wel gedacht dat ik al gestopt zou zijn, al heb ik ook wel geluk gehad met blessures. Er is geen reden om te stoppen, thuis vinden ze het ook nog prima, haha!” Ook zijn kinderen genieten ervan om ‘papa’ te zien voetballen, al was de coronastop best wel even lekker, moet hij toegeven. “Even wat meer vrij hebben, stiekem denk je dan wel aan een pensioen, maar als je weer eenmaal begint…” Niks is leuker dan voetballen, weet Van Hooff. “Partijtjes winnen, daar kan ik nog altijd ontzettend van genieten.”
Wibro_-255433Het hoogtepunt
Gelukkig voor hem wordt er dan ook in de vierde klasse nog regelmatig gewonnen. “De start was heel slecht, maar daarna hadden we een goede reeks. We zitten nu in een competitie met veel clubs uit Breda, die is wat zwaarder. De doelstelling is nog steeds handhaving, als we zo doorgaan, dan komt het goed.” Sterker nog, Van Hooff zet stiekem al wat hoger in. “Ik zou de veertig punten wel willen halen, dat zou voor DIOZ een nieuw record zijn. Je moet altijd een doel hebben, toch?” Dat doel heeft hij als aanvaller sowieso wel. “Het eerste deel van mijn carrière stond ik rechtsbuiten, daarna kwam ik pas in het centrum terecht. Nu sta ik weer meer aan de linkerkant.”

En hoewel de routinier kan genieten van een assist, houdt hij ook het aantal doelpunten nog nauwlettend in de gaten. “Als het goed is, zijn het er nu ongeveer 165. Dit seizoen staat de teller op vijf, hopelijk worden het er nog tien.” Hoogtepunten zijn zoals wel vaker promoties naar hogere klassen, maar voor Van Hooff staat het echte hoogtepunt misschien wel net buiten het veld. “Dat mijn kinderen en moeder komen kijken als ik voetbal, voor mij is er niks mooiers. Een reden om langer door te gaan.” Voorlopig denkt hij dus nog niet aan stoppen, maar mocht het ooit zo ver zijn, weet de recordhouder in ieder geval wat hij gaat doen. “Dan ga ik hardlopen en bij mijn kinderen kijken. Het was ooit de bedoeling om een marathon te doen, misschien dat ik dat dan nog eens probeer!”

Klik op DIOZ voor het laatste artikel over de club.

Technisch directeur Cees Bruinink van VV Katwijk besteed veel tijd aan zijn elftal

Als íemand het belang van een zorgvuldig samengestelde selectie kent, dan is het wel Cees Bruinink. De technisch directeur van Katwijk besteedt veel tijd en aandacht aan de totstandkoming van zijn manschappen. Ervaren spelers zijn in de as te vinden, daaromheen is er alle ruimte voor jong talent. Katwijk presteert ook dit seizoen weer prima.

IT-Rijnsburg

Bruinink, hij is aan zijn achtste seizoen op De Krom bezig, en geeft aan dat hij het misschien soms wel drukker heeft dan in de zes jaren dat hij hoofdtrainer bij de club was “Maar ik doe het graag hoor. Ik vind het heerlijk om met voetbal bezig te zijn. Mijn vrouw weet nu eenmaal dat ik geregeld van huis ben. Momenteel zijn we druk bezig om te kijken hoe we het vertrek van een paar spelers kunnen opvangen. Zo vertrekken Danny van Haaren, Raoul Esseboom en Marciano Mengerink komende zomer.”

Met het afzwaaien van Mengerink, gaat er best wat routine verloren. De spits draait al lang mee in de hogere regionen van het amateurvoetbal en speelde in Engeland ook op een lager profniveau. “Gelukkig hebben we nog altijd veel ervaring in de ploeg”, vervolgt Bruinink, die weet dat captain Robert Susan als absolute leider van de succesvolle selectie geldt. “Hij kent de club door en door en speelt ook al heel lang voor Katwijk. Robert gaat na dit seizoen nog een jaar door, maar het is niet uitgesloten dat hij het daarna voor gezien houdt. Centrale verdediger Kay Blokland en middenvelder Rick van der Meer hebben het in zich om als boegbeeld te gaan fungeren. Zij spelen hier ook al heel wat jaren en vervullen belangrijke posities in de as van het veld.”

Blokland (28) en Van der Meer (24) maken deel uit van de zogenaamde ‘middengroep’, wat leeftijd betreft. Deze categorie vormt het cement tussen aanstormende jongeren en dertigers, twee groepen die ook een deel vormen. “Evenwicht is belangrijk”, zegt Bruinink.  “Wij kiezen er heel bewust voor om alle drie de groepen goed vertegenwoordigd te laten zijn. Wanneer dertigers stoppen, groeien jongens uit de middengroep door naar hun positie en wordt de selectie vanuit de jeugd aangevuld. Ons team van Katwijk Onder-23 is ook heel erg belangrijk. Hier proberen we spelers klaar te stomen voor het eerste elftal.  Verder kijken we veel wedstrijden en worden we door ons grote netwerk geregeld getipt over potentiële interessante opties in het amateur-of betaalde voetbal.”

Een aanvaller als Killian van Mil tekende deze jaargang al voor acht goals. Bij ADO Den Haag slaagde de linksbuiten er niet in door te stromen naar de hoofdmacht, maar voor Katwijk is Van Mil een heel belangrijke speler geworden. Mede door zijn inbreng staat de ploeg van trainer Anthony Correia fier bovenaan in de Tweede Divisie. “Anthony is echt een voetbaldier. Wij klikken samen erg goed, zoals hij ook in de club goed ligt. Hij wil graag aanvallend spelen en weet dat de supporters veel waarde hechten aan inzet. Waar ik heel trots op ben, is dat we in de accommodatie en in de organisatie flinke stappen hebben gezet de afgelopen jaren. En een tijdje terug hebben we de beschikking gekregen over een prachtige gym. We doen wat faciliteiten betreft weinig onder voor clubs in de Keuken Kampioen Divisie. Onze voetballers combineren het voetbal bij Katwijk vaak met een leuke baan in het bedrijfsleven.”

Er is ook een nieuwe keeper op komst, lacht Bruinink, die nog niet zeggen wil wie de opvolger zal zijn van de vertrekkende André Krul. Een dag later wordt bekend dat Jean-Paul van Leeuwen overkomt van Excelsior Maassluis. Het is buitengewoon goed nieuws aan het einde van een week die werd ontsierd door relletjes tussen aanhangers van Katwijk en Quick Boys. “Heel erg jammer, het zijn maar enkele supporters van beide clubs, maar ze veroorzaken wel dat we straks zonder uitpubliek de derby moeten spelen. Dat kost de club heel veel geld”, besluit Bruinink. “Hopelijk wordt er lering uit getrokken, want de derby tussen Katwijk en Quick Boys moet in een schitterende ambiance met gezonde rivaliteit van beide supportersgroepen en 7.500 supporters op de tribunes een voetbalfeest zijn. Dat moeten we vooral koesteren met elkaar.”

Klik op VV Katwijk voor het laatste artikel van de club.

 

VVSB maakt werk van zijn jeugd

Ron Kromhout is in het dagelijkse leven bedrijfsleider van een bloemisterijhandel en die capaciteiten komen hem als voorzitter van de jeugdafdeling goed van pas. “VVSB is een bedrijf, maar ook weer niet, want er komen veel emoties bij kijken.”

IT-Rijnsburg

Het tweede doel van de zaterdag, dat inmiddels een stabiele derdeklasser is, kwam min

“We hebben een nieuwe, frisse start gemaakt”, zegt Kromhout (51). Hij trad anderhalf geleden aan als nieuwe jeugdvoorzitter en met hem kwamen er ook andere nieuwe bestuursleden. “Andere mensen, andere kijk op zaken”, zegt hij. “De trends in voetbal veranderen en als vereniging moet je meekleuren met de tijd en ontwikkelingen.”

Komend seizoen traint de jeugd tot en met twaalf jaar bij VVSB één keer per week als leeftijdscategorie op hetzelfde moment en hetzelfde veld. Voor die ‘uniformiteit’ hebben Kromhout en zijn bestuur bewust gekozen. “We willen zo breed mogelijk opleiden. Dat betekent dat alle spelertjes uit dezelfde leeftijdscategorie dezelfde oefenstof krijgen aangeboden en niet dat er verschil zit tussen de JO10-1 en de JO10-5 om een voorbeeld te geven. We zijn daar dit seizoen als een soort pilot al mee begonnen met de JO8 en JO9.”

De invoering van een uniforme trainingslijn in de onderbouw is een voortvloeisel van de VVSB-filosofie en vooral -wens om een betere doorstroming te krijgen naar het eerste elftal. “Daar horen heel veel stappen bij”, weet Kromhout. “We zetten nu als organisatie de eerste stapjes, dus we hebben nog veel te doen. Het gaat natuurlijk ook om de technische invulling en daar is onze hoofd jeugdopleidingen, Niels van Wetten, hard mee bezig. We willen een gedegen jeugdopleiding neerzetten en mijn doel is om elk jaar minimaal één speler voor de selectie af te leveren.”

Maar Kromhout en consorten kijken breder en vooral ook verder. “We willen de goede voorwaarden creëren voor het prestatievoetbal. Het is anno 2022 minder vanzelfsprekend dat jonge spelers voor prestatievoetbal gaan. Zeker als jongens wat ouder worden, worden er andere dingen belangrijk. We moeten daarom goed ons best blijven doen om spelers voor het prestatievoetbal te blijven interesseren. Dat kan alleen in een omgeving waarin plezier ook centraal staat”, meent Kromhout. “Vriendenteams prima, dat willen we blijven faciliteren, maar we willen ook graag dat de beste voetballers in het eerste selectieteam uitkomen.”

Goed luisteren naar de jeugd is daarbij essentieel, stelt Kromhout. Daarom heeft de club ook een eigen jeugdadviesraad met daarin spelers en speelsters die de jeugdige voetballers vertegenwoordigen. “Twee ervan maken vast deel uit van het jeugdbestuur. Ze houden zich bezig met activiteiten, dan moet je denken aan een feest of een FIFA Playstation-toernooi, maar ze geven ook hun kijk op praktische zaken. Het is belangrijk dat wij hun stem serieus nemen.”

VVSB heeft al een aanzienlijke jeugdafdeling, maar wat Kromhout betreft groeit het aantal jeugdvoetballers de komende jaren nog verder. “We hebben de capaciteit”, wijst hij op de zeven velden en op de vier kunstgrasveld met lichtinstallatie. “De afgelopen tien jaar zijn we ook behoorlijk gegroeid bij de meisjes. We hebben inmiddels acht, negen teams. Het zou mooi zijn als die groei zich doorzet.”

Kromhout is ook blij dat de coronaperiode achter de rug is. “Dat was voor alle clubs een pittige tijd en ook wij hebben daar veel last van gehad. We hebben lange tijd getraind en gespeeld zonder ouders langs de lijn. Die ouders zijn juist onze bron waar we vrijwilligers uit halen. Je haalt ze eerder als vrijwilliger binnen als je ze op de club tegenkomt dan als ze je een mailtje of appje stuurt.”

Klik de link voor een recent artikel over VVSB

Kilian Schaap van RKVV Roosendaal voetbalt met zijn hoofd

Johan Cruijff zei het al: “Voetballen doe je met je hoofd.” Als iemand dat goed heeft begrepen, is het Kilian Schaap van RKVV Roosendaal. De aanvoerder van de tweedeklasser houdt zich naast het veld bezig met filosofie en dat heeft hem ook als voetballer veel gebracht. “Ik krijg amper nog kaarten, ze kunnen mij niet meer gek maken.”
Tic_253688
En dat terwijl de 27-jarige Schaap toch iemand is die graag duels speelt. “Vaak word ik op een tegenstander gezet, om hem uit te schakelen. In dienst van de ploeg.” Daar begon hij mee in de E1 van Roosendaal, maar niet voor lang. “Daarna speelde ik vijf seizoenen bij RBC, in de B’tjes kwam ik weer terug.” Hij maakte vervolgens zijn debuut in het eerste en hing zijn voetbalschoenen een tijdje aan de wilgen. “Het reizen vanuit Rotterdam werd iets te veel, toen ben ik twee jaar MMA gaan doen. Inmiddels is dit alweer mijn vierde seizoen.”

Thuisgevoel
Want, zo merkte Schaap, hij kon toch niet zonder. “Ik miste het buitensporten, maar ook het teamgevoel. Mijn ouders wonen praktisch naast de voetbal en ik heb gewoon een band met die club.” Dat probeert de verdediger verder uit te leggen. “Waar hem dat precies in zit, weet ik niet zo goed. Veel spelers zijn toch wel gehecht aan de vereniging, waardoor ze langer blijven en je echt een team kunt bouwen. Als kleine jongen kwam ik hier al en nu ben ik ‘cappie’.” Aan die loyaliteit hecht Schaap veel waarde, vertelt hij. “Een soort thuisgevoel in combinatie met voetbal, het is de hele sfeer die er hangt.”

Met zijn 27 jaar is hij ‘ineens’ één van de oudere spelers binnen de selectie, maar daar merkt de Roosendaler maar weinig van. “Fit zijn is echt geen probleem. Ik sport eigenlijk iedere dag, van fitnessen tot hardlopen. Ik denk dat er maar één speler is die mij eruit loopt.” Dat is nodig, want met een doelstelling om bij de subtop te horen, waren de verwachtingen hoog. “We missen wat ervaring, maar met een plek in de middenmoot ben ik licht tevreden. Het doel is om nog een beetje te stijgen en volgend seizoen wat stabieler te zijn.” Met Mark Klippel als trainer, heeft Schaap daar alle vertrouwen in. “Mark is heel rustig, heeft veel variatie in zijn trainingen en is tactisch sterk. Hij laat zich ook niet van de wijs brengen, dat vind ik mooi om te zien.”

Voorbeeld zijn
In al die jaren, heeft hij er een hoop voorbij zien komen. “Ik heb veel trainers gezien, dat zijn toch vaak bijzondere types. Net als scheidsrechters en keepers.” Maar zoals gezegd laat hij zich daar niet meer gek door maken, helemaal niet nu hij de aanvoerdersband om zijn arm draagt. “Dat maakt voor mij geen verschil. Ik liep altijd al voorop, wilde een voorbeeld zijn en doe mijn stinkende best. Dat is nu niet anders.”

Wibro_-255433 En ondanks dat hij een rustige jongen is, probeert hij zichzelf in het veld te laten horen. “Ik heb best wel een zachte stem, maar ik probeer zoveel als ik kan aanwezig te zijn. Op een rustige manier.” Als centrale verdediger, met het spel voor zich. “Passen, koppen, duelletjes met de spits, dat vind ik wel het leukste.” En dat allemaal met het hoofd, want Schaap studeerde filosofie en heeft inmiddels zijn eigen bedrijf (Kleine Grote Denkers). “We willen filosofie een vast onderdeel laten worden van het basisonderwijs. Voor mij was het echt een openbaring, ik zou willen dat ik het eerder had gehad.”

Wat heeft het hem gebracht? “Je leert beter denken en te vertrouwen op wat goed is. Wie je bent en minder wat je meekrijgt van anderen. Daardoor begrijp je beter hoe je zelf in elkaar zit.” Zoals gezegd, hielp hem dat ook op het voetbalveld. “Een stuk volwassener en rustiger. Normaal als ik verloor moest je niet tegen me praten, nu kan ik dat relativeren.” Of dat enkel komt door filosofie of door zijn leeftijd, durft Schaap niet te zeggen, maar zijn dromen zijn groot. “Onze ambitie is dat straks 6000 scholen in Nederland onze pakketten gebruiken, zodat kindjes zelfvertrouwen krijgen en filosofie vanzelfsprekend wordt!”

Klik op RKVV Roosendaal voor het laatste artikel over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.